Categorie archief: blog

Voetbalmoeder!

Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema

Van alle sporten had ik altijd een aantal op de ‘liever niet’ lijst staan.  Één daarvan is voetbal. De meest gekozen sport bij (voornamelijk) jongens. Ten eerste omdat ik zelf echt 0% interesse heb in voetbal, nou ja, in het voetbalwereldje dan. Althans, het beeld dat ik heb van het voetbalwereldje. Waar vooral de ouders vanaf de zijlijn voetballen en de kinderen opgefokt worden om de 2e Sneijder te worden. Een sport waar het voornamelijk gaat om winnen en niet om het plezier. Een onderwerp waar je over mee moet kunnen praten, anders hoor je er niet bij. 

Helaas: mijn zoon kiest toch voor voetbal

Ondanks mijn voorkeur voor alles behalve voetbal, mag mijn peuter zelf kiezen wat hij leuk vindt. Daarin ga en wil ik hem niet beïnvloeden. Hij moet namelijk op het veld staan, en ik niet. Nu kan het natuurlijk nog alle kanten op: dat hij nu begint met kaboutervoetbal, wil niet zeggen dat hij dit op zijn zestiende nog doet. Of misschien is hij er na het eerste seizoen al compleet op uitgekeken. Maar voor nu, mag ik iedere week dertig minuten kijken naar peutertjes die voetballen. Nu moet ik zeggen, dat dát beeld wel heel aandoenlijk is. En dat ik het stiekem best leuk vind om een soort van ‘voetbalmama’ te zijn.

Toekomst

Mocht dit nu zijn definitieve sportkeuze zijn, dan is dat natuurlijk niet anders. Daar waar vele ouders hun kinderen een bepaalde kant opduwen, omdat zíj iets leuk vinden, zal ik dat nooit doen. Omdat ik iets niet leuk vind, betekent dat niet dat ik hem daarin ook ga beperken. Ik hoop gewoon van harte dat mijn beeld van voetbal mee zal vallen. Dat het niet alléén maar mensen zijn die 24/7 met voetbal bezig zijn. Dat ze niet per se iedere wedstrijd hoeven te volgen. Dat ze niet alleen maar bier drinken in de derde helft én dat er ook ouders aan de zijlijn zullen staan, die hun kinderen vooral aanmoedigen om het leuk te hebben. Dat wanneer ‘we’ verliezen, want je bent opeens een eenheid, dat je dan even baalt maar het niet je dag laat verknallen.

Fanatiek

En ja, wanneer mijn zoon een echte voetballer wordt inclusief alle vooroordelen vanuit mij, zal ik aan de zijlijn staan. Ik zal geen wedstrijd missen en oprecht blij zijn wanneer ‘we’ winnen. Regen en wind, ik zal er staan. De grasgeur en vieze voetbalkleding, ik zal ze wassen. En ja, hij mag bier drinken met zijn voetbalvrienden in de derde helft. En mocht hij zó fanatiek zijn om elke wedstrijd te volgen, dan zijn zelfs zijn vrienden welkom om dat hier thuis te komen doen. Zijn geluk is het mijne. Maar ik hoop en blijf hopen dat hij naast voetbal ook nog andere interesses zal hebben. Dat voetbal niet iets wordt wat moet om erbij te horen. Dat hij niet de grond ingeboord wordt bij het missen van een doelpunt. En dat hij mag zijn wie hij is.

Voor nu, kaboutervoetbal

Maar voor nu, eerst kaboutervoetbal. Een mega schattig beeld, een blij kind en een trotse mama. En wie weet, verandert mijn beeld in de toekomst nog.

Liefs,

Susan

Advertenties

Word jij gek van eetgeluiden?

Word jij bijna gek als iemand met open mond eet en daarbij luid smakt? Krijg je mep neigingen van mensen die hard op hun toetsenbord rammen, luidruchtig een appel eten, nootjes of chips verorberen? Vraag je je af of die agressieve gevoelens die je hierbij krijgt normaal zijn? Dan kan het goed zijn dat je misofonie hebt.

Misofonie is een aandoening waarbij specifieke geluiden heftige gevoelens van woede, haat of walging oproepen. Letterlijk betekent misofonie haat van geluid.

pexels-photo-469676Mensen met misofonie hebben hier last van bij veel verschillende geluiden (ook wel triggers genoemd). Dit kan variëren van iemand die zijn eten luidruchtig kauwt tot het tikken op een toetsenbord. Bij het horen van deze triggers is het voor de persoon met misofonie onmogelijk om dit geluid niet te horen; sterker nog, men hoort vanaf dat moment niets anders meer.

Misofonie gaat wel verder dan wat lichte irritatie, volgens de website van de vereniging voor misofonie: “Misofonie is een hersenaandoening waarbij specifieke geluiden extreme gevoelens van woede, walging of haat opwekken. Het gaat veel verder dan ergernis of irritatie.”

pexels-photo-2128817Waar misofonie precies vandaan komt, daar zijn de geleerden nog niet helemaal achter. Vaak begint het tijdens de puberteit. Men is er nog niet achter of het een psychiatrische of neurologische aandoening is. Maar dat het beperkend is om misofonie te hebben, dat is wel duidelijk; sommige mensen gaan de deur zelfs bijna niet meer uit.

Ben jij of ken jij iemand met misofonie? Op de website van de vereniging voor misofonie kun je het testen. 

apple-bite-diet-eat-41660

Dit is mijn talent!

Herken je dat je jezelf regelmatig “omlaag haalt”? Dat je bijvoorbeeld een compliment weg wuift, of zegt dat iets niet veel voorstelde? Ben je vaak (te) bescheiden?

Het lijken goede eigenschappen: bescheidenheid, niet te zeer naast de schoenen lopen, nuchter zijn en niet opscheppen of pronken met je verdiensten. Toch zijn dit eigenschappen die je vaak juist tegenhouden in het bereiken van wat je écht wil.

Waar ben je goed in? Wat is je talent? Waar blink jij in uit?

Iedereen heeft wel een talent; of het nu een muzikaal talent is, of een creatief talent, of een talent om met mensen om te gaan; iedereen heeft er minstens een. Weet jij wat jouw talent is? En hoe vaak kun en mag je dat inzetten in je dagelijks leven?

Het herkennen, erkennen en benoemen van jouw talent kan je op veel vlakken helpen. Natuurlijk is er niets mis mee om je eigen valkuilen en mindere kanten te kennen; het kennen van je talenten is minstens net zo belangrijk om succesvol door het leven te gaan.

pexels-photo-2029239Wie ooit het boek “The Secret” heeft gelezen, weet dat er een waarheid schuilt achter “Wat je uitzendt, komt naar je toe”. Als jij in jezelf gelooft, gaat de wereld om jou heen ook meer in jou geloven. Als je je altijd verschuilt achter bescheidenheid, zullen anderen daar ook niet echt op letten. Als jij durft op te staan en durft te zeggen “Hier ben ik goed in. Dit is mijn talent / passie. Dit is waar ik voor sta.”, dan pas gaan mensen opletten.

Maar… kom je dan niet als arrogant over?

Nee! Tenzij je jouw pitch te pas en te onpas gaat rondbazuinen, of gaat overdrijven wat je allemaal kunt terwijl het in werkelijkheid minder voorstelt, kun je gerust vertellen waar je goed in bent. Je hoeft niets te overdrijven, en je voelt je niet meer of beter dan een ander: je hebt gewoon gezond zelfvertrouwen wat betreft jouw sterke eigenschappen en talenten. Waarom zou je iets afkraken wat juist zo bij jou hoort en wat je zo goed kunt?

pexels-photo-761993Of het nu de Nederlandse Nuchterheid is of het Bescheiden Vrouwen syndroom dat er in is geslopen van generatie op generatie: schud het van je af. Je mag gezien worden. Jouw talent hoeft niet verborgen te blijven voor de wereld. Als jij ergens goed in bent, mag je dat best kenbaar maken; je mag het zelfs promoten!

Uit je comfort zone

Het kan in het begin ongemakkelijk aanvoelen: je bent het misschien niet gewend om je talenten met anderen te delen. Toch is het goed om uit je comfort zone te stappen en te laten zien wat je kunt: je zult zien dat mensen er over het algemeen verrassend fijn op reageren. Laat je niet weerhouden als iemand niet prettig reageert: haters gonna hate!  Jaloezie kan meespelen, zelfs al was het maar jaloezie vanwege jouw vertrouwen in jezelf.

Afgunst is een – helaas – veel voorkomend fenomeen, maar laat je hier niet door tegenhouden: de grootste talenten zijn ook tig keer afgewezen voordat ze doorbraken of ontdekt werden. 

pexels-photo-2157173

 

 

 

Top 10 Auto ergernissen!

Ik ben doorgaans een kalm persoon. Maar van de volgende tien dingen die mensen doen in hun auto wil ik ze een klein beetje door hun autoraampje naar buiten trekken en aan hun haren terug sleuren naar de rijschool:

1. Geen richting aangeven

Je hebt een knipperlicht. Je weet waar je naar toe wil. Ik weet dat niet. Communicéér met me! Geef een zwengel aan je knipperlicht en je maakt mijn dag een stuk prettiger. Bovendien voorkom je hiermee dat ik je kofferbak van dichtbij kom bewonderen.

2. Voorrang pakken terwijl je die niet hebt

Ik heb voorrang. Jij niet. Toch duw je je auto er gewoon tussen met alle risico’s van dien. Niet. Cool. Gewoon niet doen.

3. Min twintig rijden

Waarom weet ik niet, maar de meeste mensen die zich schuldig maken aan punt 2, maken zich ook schuldig aan dit punt: min twintig rijden. Dan heb je onterecht voorrang gepakt en ga je ook nog eens op het tempo van een schildpad voor me rijden, midden op de weg, zodat er een file van een kilometer ontstaat door het dorp omdat niemand je kan inhalen? Wow. De award voor droeftoeter van het jaar gaat naar jou!

4. Bumperkleven

Ik rijd niet te langzaam. Nooit. Ik hou me aan de snelheid. Dat jij met 130 door de bebouwde kom wil scheuren en spelende kinderen niet wil kunnen zien aankomen, wil niet zeggen dat ik me ga laten opjagen door jou. Ga je even uitkuren op de kartbaan of zo!

5. Afval uit je raam kieperen

Je hebt thuis een afvalbak. Bij tankstations staan afvalbakken. Waarom zou je dan je complete inboedel door je autoruit naar buiten mikken? Doe eens even niet zo droevig.

6. De spitsstrook niet gebruiken

De spitsstrook is er om files te voorkomen. De vluchtstrook is een rijbaan waar je gaat rijden als je niet inhaalt. Gebruik hem dan ook, en blijf niet in de middelste baan hangen, terwijl je niemand inhaalt. Je houdt de boel alleen maar op.

7. Appen tijdens het rijden

Ik zie je slingeren. Ik zie je gevaarlijk dicht bij de vangrail komen. Ik haal je in en zie je appen. Je brengt jezelf en iedereen om je heen in gevaar omdat je ❤️❤️❤️ moet sturen naar je vrouw? Doe effe normaal, hou iedereen in leven en app als je auto stil staat.

8. Hands-on bellen tijdens het rijden

Je denkt misschien dat het er stoer uitziet, maar je kunt geen bocht meer normaal maken. Bellen doe je gewoon handsfree.

9. Parkeerplaats inpikken

Ik stond netjes klaar met mijn richtingaanwijzer, te wachten tot een vrouwtje van honderd weg reed. En daar kwam jij, en je plantte zomaar je auto op de plek waar ik op stond te wachten. Gefeliciteerd, u bent de asociaalste klojo.

10. Kinderen los in de auto

Ik snap het niet, je doet zo veel moeite om een kind te krijgen en groot te brengen, en dan laat je het los door de auto stuiteren zonder de gordel om? Wat ben je dan voor ouder? Weet je wel hoe snel jouw kind (of jij) door de autoruit vliegt als jij in een botsing terecht komt?

Dit is waarom vrouwen langer leven dan mannen

Het is algemeen bekend dat vrouwen langer leven dan mannen. Hoe veel dit met de Mannengriep te maken heeft, waar mannen overduidelijk veel heftiger onder lijden dan vrouwen met hun regulier griepje, is nog niet door wetenschappers aangetoond.

Waarom vrouwen dan wel langer leven dan mannen? Hieronder een greep uit de talloze mogelijke antwoorden die deze vraag kunnen beantwoorden:

Man Holding the Steering Wheel While DrivingVrouwen zijn betere chauffeurs

Negen van de tien keer dat je wordt ingehaald door een tachtig kilometer te hard rijdende auto, zit er een man in. Waarom ze lijken te vinden dat ze met honderdtien kilometer per uur door een woonwijk moeten rijden weet niemand, misschien speelt testosteron en haantjesgedrag een rol. Het zorgt er wel voor dat mannen vaker in een (dodelijk) verkeersongeval terecht komen dan vrouwen.

Man in Red Crew-neck Sweatshirt PhotographyMannen zijn eigenwijs  

Mannen zijn eigenwijs. Ze blijven dan ook veel langer lopen met gezondheidsklachten dan vrouwen, zo is bewezen. Ze gaan doorgaans liever niet naar een huisarts en al helemaal niet naar een (brrr!) ziekenhuis. Doordat ze hun bezoek aan een medische post het liefst zo lang mogelijk uitstellen, worden eventuele ernstige gezondheidsproblemen dan ook vaak pas laat ontdekt.

Vrouwen worden beschermd door hormonen

Deze is tweeledig uit te leggen: Enerzijds zouden het vrouwelijke hormoon oestrogeen het DNA van de vrouw langer beschermen tegen ziektes. Long live the female. 
Anderzijds kunnen vrouwelijke hormonen tot uiting komen in de vorm van PMS, wat bekend staat als zeer gevaarlijk tot soms zelfs levensbedreigend voor de man die zich dicht bij de vrouw met PMS bevindt. Run, mannen, run!

Mannen halen meer stunts uit

Bless his heart: De man blijft vaak van binnen toch nog een béétje dat kleine jongetje. Mannen betrap je ook op latere leeftijd nog wel vaker op risicovol gedrag, zoals dronken van een fiets vallen, wedstrijdje wie kan het meeste bier drinken, iets te heldhaftig met een ladder omgaan, proberen hoe ver je kunt springen vanaf een muurtje, dat werk. Heel grappig, behalve wanneer het mis gaat.

19-motivos-porque-as-mulheres-vivem-mais-anos-do-que-os-homens-parte-2-19
Bron: India Today
Gerelateerde afbeelding
Bron: Top Men Magazine

En opeens ben je co-ouder

Het overkomt veel ouders die – ondanks de liefde voor hun kinderen – besluiten dat het huwelijk op is: plotseling word je co-ouders. Vader of moeder van je kind blijf je natuurlijk vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week. Maar na de scheiding zul je je kind – indien je samen ervoor blijft zorgen – niet meer honderd procent van de tijd bij je hebben.

Ik ben zelf een kind van gescheiden ouders. Daarbij ben ik zelf een gescheiden moeder. Ik ken best veel gescheiden papa’s en mama’s. De een ‘heeft’ de kinderen de ene week wel en de andere week niet, de ander heeft weer een “ouderwetser” omgangsregeling (om het weekend en op woensdag naar vader). En zo zijn er talloze varianten te bedenken, afhankelijk van hoe je als ouders de zorg het beste kunt verdelen.

Je kunt wel stellen dat het voor het hele gezin aanpassen is, voor de kinderen nog het meest: opeens zijn je ouders niet meer samen, én heb je twee huizen, twee slaapkamers, en alles wat daarbij komt kijken. In de omgangsregeling van het co-ouderschap moet je als kind wennen aan dan hier slapen, dan daar slapen. Natuurlijk zijn er ook leuke kanten: zo krijg je vaak meer cadeaus als je jarig bent, of zelfs twee feestjes. Toch vergt het omschakelen bij kinderen vaak best veel. Bijvoorbeeld:

Waar blijft de lievelingsknuffel? Wat verhuist mee heen en weer en wat blijft op de zelfde plek? Wat moet je doen als je bij mama bent en je mist papa, of andersom?

Lees verder onder de afbeelding

pexels-photo-265702

Ook ouders hebben het tijdens en na hun scheiding zwaar. Er is vaak veel verdriet. Hierdoor wordt helaas (vaak onbewust) niet altijd even goed gelet op hoe veel impact de scheiding en alle veranderingen van dien op de kinderen hebben.

Hoe kun je je kind beschermen? Hoe zorg je er voor dat je kind zo weinig mogelijk pijn heeft van de scheiding?

Ik sprak ooit met een volwassen man wiens ouders gescheiden waren toen hij vrij jong was. Hij had zelf erg weinig last gehad van die scheiding, zo vertelde hij: “De reden waarom ik heel weinig last heb gehad van de scheiding van mijn ouders, was omdat ze ook na de scheiding goed met elkaar bleven communiceren en beslissingen over mij altijd samen namen. Ik vond dat heel prettig, dat mijn ouders toch gewoon normaal met elkaar bleven praten en dat zij één lijn trokken wanneer het op mij aan kwam.”

Co-ouderschap is niet waar je voor kiest wanneer je aan kinderen begint. Je hoopt je kinderen een liefdevol en stabiel gezin te kunnen bieden. Als dit niet lukt en je gaat ondanks alle inspanningen toch uit elkaar, voel je je vaak schuldig. Goed blijven communiceren met je ex-partner is niet altijd het eerste waar je behoefte aan hebt, maar voor je kinderen is het van groot belang: als papa en mama op één lijn blijven, geeft dat een veel veilig(er) gevoel.

Hieronder nog een aantal tips:

  • Stel elkaar direct op de hoogte van belangrijke zaken / urgente situaties zoals bijvoorbeeld een ziekenhuisbezoek.
  • Ga als dit kan samen kijken op belangrijke momenten, zoals bij uitvoeringen op school, wedstrijden etc. Als het je niet lukt om naast elkaar te staan, zorg dan dat je er wel allebei bent, ook al sta je niet naast elkaar te kijken. Je kind weet dan wel dat jullie beiden de moeite hebben genomen.
  • Neem beslissingen samen: bijvoorbeeld over grotere cadeau’s, rijlessen, hobby’s, etc. Communiceer hierover zo veel mogelijk samen richting je kind. Als dit niet gaat, kun je wel in de wij vorm praten: “Je moeder en ik hebben samen besloten dat..”
  • Maak onderling duidelijke afspraken over wat wel en niet mag, in beide huishoudens!
  • Indien het mogelijk is: drink dan een kopje koffie bij de overdracht; als kinderen zien dat hun ouders ondanks de scheiding toch nog steeds vriendelijk en normaal met elkaar omgaan zonder elkaar in de haren te vliegen, kan dit loyaliteitsproblemen voorkomen.
  • Deze kan ik niet vaak genoeg herhalen: Spreek NIET negatief over je ex-partner waar je kinderen bij zijn! En nee, ook niet tegen een vriendin aan de telefoon, als je kinderen bij je in de kamer zitten. Jij denkt misschien dat ze het niet horen: geloof me, niets is minder waar.
  • Een kind houdt van beide ouders even veel en wil niet kiezen: door negatief over de andere ouder te praten geef je je kind een ontzettend verdrietig gevoel dat – indien herhaald – voor psychische problemen kan zorgen op lange termijn.

Heb jij nog co-ouderschapstips? Laat het weten door een reactie achter te laten!

img_1139-1

“Ik verloor mijn wimpers, wenkbrauwen en haren op mijn hoofd.”

Chrisje’s VIP blogger Susan Schuitema heeft Alopecia areata, waardoor zij last heeft van (soms blijvend) haarverlies.

Wat bijna niemand van mij weet, maar ik wel graag wil vertellen: Een tijdje na de geboorte van mijn zoon, viel het mij op dat mijn ene wenkbrauw begon uit te vallen. Vervelend, maar niet zorgelijk. Ik dacht dat het wel weer aan zou groeien. Steeds meer haartjes vielen uit, en voordat ik het wist was ik bijna een hele wenkbrauw kwijt. Via de huisarts kwam ik terecht bij een dermatoloog. Ze bekeek mijn wenkbrauwen en gaf mij de diagnose Alopecia areata. Juist ja, en dat is?

Het komt er dus op neer, dat je eigen lichaam je haartjes niet herkent en daarom zoiets heeft van, rot maar lekker op. Het zou kunnen dat het weer aangroeit, het zou ook kunnen dat het wegblijft. Daar had ik dus drie keer niks aan. Er is dan ook weinig aan te doen, er bestaan een aantal opties en ik begon met de meest makkelijke. Een lotion die ik kon aanbrengen. Dit heb ik enkele maanden geprobeerd, zonder effect. Na een hele lange tijd zag ik dat langzaamaan mijn wenkbrauw terug begon te komen. Het nadeel daarvan, is dat mijn andere wenkbrauw begon uit te vallen. En daarnaast ook nog aan één kant mijn wimpers. Wat een feest!

Hoewel ik het heel vervelend vond, had ik overal wel een oplossing voor. Mijn wenkbrauwen tekende ik bij. Wat nog best een uitdaging is. Ik liep er in het begin dan ook vaak bij als clown. Te dunne wenkbrauwen, te dik, te lang, te donker. Vooral het laatste, veel te donker! 

Mijn wimpers kon ik weinig aan doen, dat accepteerde ik dan maar. Ik durfde alleen geen make-up meer te dragen, ik was veel te bang dat er nog meer uit zou vallen. Wat wel zorgde voor onzekerheid, want ik voelde me vaak heel kaal. Letterlijk en figuurlijk, kaal. 

Beide wenkbrauwen zijn weer op zijn retour. Ze zijn nog niet zo vol en compleet als dat ze waren, jaren geleden, maar goed, ze zijn weer onderweg. Ook mijn wimpers groeien weer aan, maar wel in de totaal verkeerde richting. Hierdoor sta ik dus iedere ochtend voor de spiegel, met een wimpertang, mijn wimpers in de goede richting te dwingen. Allemaal te overzien.

En toen kwam voor mij de zwaarste klap. Tijdens het borstelen van mijn haar, na het douchen, zag ik in de spiegel een kale plek.

Bovenop mijn hoofd, een kleintje nog maar, maar toch. Er zat een kale plek en ik wist hoe snel dat kon veranderen. Mijn haar ging in een staart, niemand die het zag, niet meer over nadenken, klaar. In de hoop dat het bij dit kleine plekje bleef, maar helaas. Het werd groter en groter, en tot op de dag van vandaag groeit het niet terug, maar valt er alleen maar meer uit. De kale plek is niet meer te verbergen met los haar. 

Daar waar ik geen make-up meer durf te dragen, durf ik nu ook mijn haar niet meer los te dragen. Terwijl ik mezelf toch écht mooier vind met losse haren. Mijn krullen, het staat zoveel vrouwelijker dan mijn strakke staart. Een bezoekje aan de kapper, waar ik mij altijd op kon verheugen, is nu een ‘knip de puntjes maar’ en ik doe snel mijn haar weer vast.

En zelfs nu met staart in, als ik het niet op de juiste manier vast doe, zie je de kale plek. De enige optie is dus echt een hele strakke staart. En daar moet ik het voorlopig mee doen.

Na ieder douchebeurt ben ik bang dat er nog meer haar weg is.

Haren verven durf ik niet meer. En iedere keer als ik in de spiegel kijk, word ik niet blij van wat ik zie. Mezelf lelijk noemen, daar ben ik een tijd geleden mee gestopt, want dat ben ik niet. Maar aantrekkelijk? Dat voel ik mij absoluut niet. Ik zie niet de Susan, die ik eigenlijk van binnen wil zijn. Ik zie een saai en leeg persoon, terwijl ik eigenlijk die krullenbol met een beetje make-up wil zijn. 

Tot nu toe kan ik het nog redelijk verbergen, maar ik denk er steeds vaker over na, wat als? Wat als het niet terug groeit? Wat als het nóg groter wordt en het wel te zien is, als ik mijn haren vast draag? Wat als er nog een kale plek bij komt? Ik krijg de neiging om mijn haar dan weg te halen en een pruik te gaan dragen. Dat stel ik uit, tot het echt niet meer anders kan, maar dat idee alleen al, doet mij pijn. Ik wil het niet, maar ik wil me graag weer mooi voelen. 

Dus de volgende keer dat je mij ziet lopen, en je ziet mij met mijn haren vast en mijn make-uploze gezicht. Denk dan niet dat ik zo’n moeder ben die zichzelf niet meer verzorgt. Zie dan alsjeblieft de vrouw die ik ben, onder mijn naturelmaskertje. Besef dan dat ik in gedachten de blije krullenbol ben mét een beetje make-up. Dan blijf ik heel hard duimen, dat mijn lichaam mijn haar weer wil kennen en dat we elkaar binnenkort weer mogen ontmoeten.

Liefs,

Susan

Het accepteren van een lichamelijke of psychische aandoening: hoe doe je dat?

Reuma, fibromyalgie, depressie, angststoornis… het maakt niet zo veel uit of de diagnose die je krijgt een lichamelijke of psychische aandoening betreft: indien het gaat om chronische klachten, doorloop je na het ontvangen van de diagnose een proces. “Leer er maar mee leven.” of “Je kunt er honderd jaar mee worden!” zijn niet bepaald bemoedigende woorden om te horen, als je zojuist hebt vernomen dat datgene waar jij zo veel psychische of lichamelijke pijn van ondervindt, chronisch is en dus niet meer weg gaat. 

“Je moet leren naar je lichaam / geest te luisteren, je grenzen leren bewaken en op tijd rust nemen.”

Dit is een goed bedoeld, maar moeilijk uitvoerbaar advies. Want: ook al heb jij een psychische of lichamelijke aandoening, dat maakt niet dat je je er automatisch zomaar opeens bij kunt neerleggen dat sommige dingen niet (altijd) meer kunnen. Toch is het leren luisteren naar je lijf en geest wel de belangrijkste stap in het proces om je aandoening te accepteren.

Wat het nog moeilijker maakt: vaak hebben mensen met chronische aandoeningen goede en slechte periodes. Periodes waar in je lichaam en psyche meer aankunnen (bijvoorbeeld door beter weer, of na een vakantie, of gewoon zonder aanwijsbare reden) dan normaal. Ook heb je slechtere periodes, waarin opeens nog maar heel weinig lijkt te lukken.

Voor de omgeving is het vaak ook moeilijk te begrijpen: Vorige maand kon ze nog naar dat feestje en nu is het haar opeens te veel? Dat pijn en je psychische toestand per dag, week of maand kunnen veranderen is erg moeilijk uit te leggen, omdat je er vaak zelf ook weinig grip op hebt.

Wat helpt dan wel om te accepteren dat je een chronische aandoening hebt?

Erken je aandoening
Dit is de belangrijkste stap. Zolang je in ontkenning blijft, kun je jouw aandoening niet accepteren. Hoe harder jij vecht tegen je aandoening, des te zwaarder zul je het krijgen. Het erkennen en herkennen van je eigen aandoening is noodzakelijk als eerste stap in het verwerkingsproces.

Praat er over
Je kunt er zelf mee blijven rondlopen, maar praten over je aandoening zal zeker helpen. Je creëert er meer begrip mee vanuit je omgeving, kunt meer bewustwording creëren, uitleggen wat jouw aandoening inhoudt en wat dit voor jou betekent. Ook kun je aangeven dat je goede weken en slechte weken of dagen hebt, dus dat het niet persoonlijk is als je eens iets moet afzeggen. Dit betekent overigens niet dat je je altijd moet verantwoorden naar anderen toe, maar voor goede vrienden en familie is het handig om te weten wat er met je aan de hand is.

Vangnet
Creëer een vangnet: een vriendin waar mee je kunt praten, een lotgenoot die dezelfde aandoening heeft, ga naar een praatgroep of bel je moeder: als het maar iemand is die jou begrijpt, niet veroordeelt en die jou troost als je het even moeilijk hebt.

Bescherm jezelf
In tijden van nood leer je je vrienden kennen. Er zullen vaak mensen zijn die minder begrip opbrengen voor jouw aandoening dan je zou verwachten: sterker nog, sommige mensen tonen helemaal geen begrip. Dit is natuurlijk een grote teleurstelling, zeker als het om mensen gaat die jij voor jouw diagnose als goede vriend of vriendin beschouwde.

Houd een agenda / planner bij
Om meer inzicht te krijgen in wat je lijf / hoofd aan kan, is het verstandig om een agenda / planner / dagboek bij te houden. Was je bekaf na twee aaneengesloten avonden met verplichtingen? Kun je twee verjaardagen op een dag aan? Hoe voel je je na het weekend? Als je meer inzicht krijgt in je planning en klachten, ga je sneller het verband zien en herken je eerder wanneer jij jouw grenzen overschrijdt. Als je dit in kaart brengt voor jezelf, leer je sneller hoe je hier voortaan beter mee om kunt gaan. Dit werkt ook erg goed als je lichaam op bepaalde voedingsstoffen (niet goed) reageert: een eetdagboek is dan een uitkomst om te ontdekken wat goed gaat en wat niet.

Ten slotte: heb geduld met jezelf
De weg naar een diagnose is vaak al lang: het proces richting acceptatie van je aandoening duurt vaak nog langer. Heb geduld met jezelf, en wees boven alles lief voor jou. Het accepteren van een aandoening gaat met vallen en opstaan. In plaats van jezelf te straffen voor het vallen, kun je beter vieren dat je weer op bent gestaan: veel mensen weten niet hoe veel energie dit kost als je chronisch ziek bent. Heb geduld met jezelf; je hoeft niet van de ene op de andere dag te accepteren dat je lijf of geest plots niet meer alles kan. Als je weer een poos verder bent zul je pas zien dat je toch weer grote stappen hebt gezet, ook al zag je die onderweg wellicht niet direct.

Liefs,

Chrisje

logo chrisje

Slapen, knuffelen, wandelen met een ALPACA…😍

  • Alpaca’s knuffelen? Alpaca my bags!

  • Alpaca’s zijn ontzettend leuke, lieve dieren die de laatste jaren razend populair zijn geworden.

  • Op meerdere plekken in het land kun je nu golfen tussen, wandelen, knuffelen of slapen met alpaca’s.. wie wil dat nu niet?
  • Hieronder een aantal leuke locaties voor de alpaca liefhebber:
  • Bamby Alpaca Farm
  • https://bamby-alpaca-farm.business.site
  • Quality Line Alpaca’s
  • http://www.qualitylinealpacas.com/?p=thuis
  • Alpaca Mountain (Zuid-Limburg)
  • https://www.alpacamountain.nl

  • Zonneveld Alpacas
  • https://www.zonneveldalpacas.nl/nl/activiteiten-and-arrangementen/overnachten-bij-zonneveld-alpacas.html?gclid=EAIaIQobChMIkr7M4MHr4QIVGZzVCh1iTA24EAAYASAAEgKt4vD_BwE

    Hier vind je een zoekmachine waar je kunt zoeken op locatie/regio:

    https://www.alpacafarms.nl

    Wil je meer weten over deze leuke dieren? Lees dan dit artikel eens:

    https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Alpaca_(dier)

    Hoe pesten mijn leven veranderde

    Op de basisschool werd ik gedurende langere tijd gepest. Wat ik me het meest levendig herinner uit die tijd is het benauwende, beklemmende gevoel. Afgewezen, buitengesloten, belachelijk gemaakt, zonder dat je precies weet (of kunt begrijpen) waarom. Gepest worden maakt dat je ontwikkeling als kind gaat wankelen. Voor volwassenen is pesten overigens net zo erg. Alleen is je wereld als kind nog erg klein en zijn oplossingen in jouw belevingswereld vaak ver buiten bereik.

    Ik begrijp heel goed waarom kinderen er niet met hun ouders over praten (ook al zou dat nog zo opluchten). De angst om het probleem nog erger te maken, de angst voor consequenties als je ouders gaan praten met school; het zorgt ervoor dat je denkt, ik zwijg liever. Ook al is dit niet het beste om te doen.

    Maar als je kind niets vertelt, wat kun je dan doen?

    Signalen dat je kind gepest wordt kunnen zijn:

    • Gedragsveranderingen bij je kind.
    • Telkens toevallig weer buikpijn, vlak voor school.
    • Stiller worden, angstiger gedrag
    • Minder praten over / willen denken aan school
    • Een omslag in humeur als de vakantie eindigt / het weekend eindigt.
    • Vertelt je kind je dat het gepest wordt, onderschat dat dan niet. Er gaat vaak jaren lang geïsoleerd verdriet vooraf aan zo’n gesprek.

    Wat mij hielp in de periode waarin ik gepest werd, was schrijven. Papier is veilig en bovendien geduldig. Ik schreef dagboeken vol. Hele verhalen, zelfs boeken. Van daaruit ontstonden uiteindelijk mijn blogs, quotes en een pagina op Facebook met 27.000 volgers. Er kan dus uit die ellende ook moois ontstaan, als je het doorleefd hebt en er uit bent gekomen. Schrijven was voor mij een uitlaatklep, een plek om veilig te verdwijnen. Het hielp me om mijn emoties te verwerken, ook al had ik dat zelf toen nog niet in de gaten.

    Toch gun ik het geen enkel kind om gepest te worden. Ook geen enkele volwassene. Er ligt nog veel werk; bij diverse groepen. Bij ouders, die moeten ingrijpen als ze merken dat hun kind andere kinderen pest. Wat klein begint kan snel uit de hand lopen. Maar het ligt ook bij de scholen; snel signaleren, snel schakelen, vertrouwenspersonen inschakelen voor de kinderen, waar ze desnoods anoniem hun verhaal bij kwijt kunnen.

    pexels-photo-2048434Wie roept dat pesten er nu eenmaal bij hoort, is vast nog nooit door een groep buitengesloten, verrot gescholden, uitgelachen of afgewezen. Als je niet weet hoe dat is, oordeel dan ook niet. Je gunt het niemand. Gepest worden kruipt onder je huid. Het kan je kapot maken. Als je geen hulp inschakelt kan het je zelfvertrouwen levenslang schaden.

    Het is niet het probleem van de ouders alleen. Ook niet alleen van de scholen. Ook niet alleen van werkgevers. Het is wel een probleem van ons allemaal.

    Word jij gepest op school? Praat er over met een volwassene die je vertrouwt: bijvoorbeeld met je ouders, een leerkracht, een vriend of vriendin van je ouders…. Dat is altijd beter dan er alleen mee blijven lopen! Kijk ook eens bij de volgende links voor hulp: 

    https://www.stoppestennu.nl/pesten

    https://www.pestweb.nl/bij-wie-kan-ik-terecht/

    Voor ouders:

    In deze video krijg je tips wat je het beste kunt doen als je kind gepest wordt: https://www.stoppestennu.nl/eerste-hulp-bij-pesten-3-tips 

     

    Vijf redenen waarom je kind niet naar je luistert

    Je kent het vast wel: als ouder heb je wel eens van die dagen / weken / jaren (haha) wanneer het lijkt alsof je kind pas naar je luistert als je voor de derde / achtste keer iets zegt. Of pas luistert wanneer je je stem verheft, wat voor niemand leuk is. 

    Jij: “Kind?”
    Kind: “Pomptiedom.”
    Jij: “Kind?”
    Kind: “Tralala…”
    Jij: “Kind? Joehoe?”
    Kind:  loopt kamer uit.
    Jij: “KIND!”
    Kind: “Nou zeg, je hoeft niet te schreeuwen!”

    Zucht.

    Waarom horen kinderen ons niet? En bovendien: Horen ze ons echt niet, of horen ze ons wel maar willen ze ons niet horen?

    Het is natuurlijk erg gemakkelijk om te roepen “Hij / zij luistert de laatste tijd voor geen méter!”, maar daarmee leg je alle ‘schuld’ bij het kind, terwijl je met een beetje gezonde zelfreflectie vaak ziet dat het niet luisteren voortkomt uit een onderliggende oorzaak. Soms ligt die bij (de ontwikkeling van) je kind, soms bij jou, soms bij jullie interactie. 

    Hieronder vijf mogelijke redenen waarom je kind niet luistert:

    Optie 1: Je kind zit in zijn of haar bubbel!
    Kinderen zitten graag en veel in hun eigen wereldje. Ze fantaseren, spelen, bedenken, dagdromen: dat hoort allemaal er bij als je een super cool kind bent. Hoewel het voor jou misschien lijkt alsof je kind niks zit te doen, kan er in zijn of haar hoofdje een hele wereldreis of spannend avontuur plaatsvinden: Net als bij een echte droom duurt het even eer je daar weer van terug komt en met je voeten op aarde landt.

    Lees verder onder de afbeeldingen

     

    Optie 2: Verwerkingssnelheid
    Niet ieder kind heeft een al te beste concentratie of (informatie)verwerkingssnelheid. Door zijn of haar naam te roepen kun jij dan misschien een directe reactie verwachten, maar je kind heeft het misschien in eerste instantie nog niet door dat wat jij zegt of roept van toepassing is op hem of haar.

    Optie 3: Maak meer / beter contact
    Veel kinderen horen je veel beter als ze je er bij zien. Om beter contact met je kind te maken loop je er naar toe of ga je op ooghoogte van je kind zitten terwijl je hem of haar aanspreekt.

    Optie 4: Je vraagt te veel
    Soms kun je in de valkuil schieten van het te veel vragen aan je kind. Je bent natuurlijk moeder en geen politieagent. Je kind hoeft niet constant opdrachten van je te krijgen. Als je jezelf er op betrapt dat je aan de lopende band opdrachten geeft of controleert (“Niet doen, zit rechtop, dat is gevaarlijk, hou eens op”) is het niet zo héél vreemd als je kind op een gegeven moment niet meer echt luistert. Er komt dan te veel informatie binnen, waardoor niets meer veel indruk maakt.

    Optie 5: Je kind maakt zich los van jou
    Je kind maakt zich tijdens het opgroeien steeds meer los van jou. Hoe vervelend dat soms ook is omdat we onze kinderen het liefst zo klein mogelijk houden, toch is dit een goede en gezonde ontwikkeling. Je kind wordt steeds meer zijn eigen individu en wil dan ook steeds meer eigen inspraak over zijn doen en laten. Wanneer je kind erg veel weerstand toont, is het dus goed om je af te vragen of je jouw kind voldoende verantwoordelijkheden en vrijheid geeft die passen bij de leeftijd, en of je misschien een beetje te bemoederend bent op dit moment. Niet gemakkelijk, maar het proberen waard.

    christianne

     

    Een burn-out is ook positief

    Er wordt heel veel geschreven over het meemaken van een burn-out: de alarmsignalen, de symptomen, de (vaak lange) weg naar herstel, terugvallen en meer. Maar waar weinig over geschreven wordt, zijn de positieve aspecten van een burn-out.

    Natuurlijk is het krijgen van een burn-out geen positief iets: je bent opgebrand, leeg, kunt vaak helemaal niets meer. Je concentratie is weg, je geheugen laat je in de steek, vaak zijn er nog talloze fysieke en mentale klachten. Je privéleven en werk lijden er onder, maar jij zelf nog het meest.

    Toch zijn er ook positieve lessen uit een burn-out te halen. Een burn-out zie ik als een klap in je gezicht, afkomstig van jouw hersens en lichaam: STOP. Je kunt niet verder. Je hebt je grens bereikt, fysiek en mentaal, je kunt nu helemaal niets meer. Die klap in je gezicht heb je nodig. Sterker nog, die burn-out heb je nodig. Hoe oneerlijk dat ook mag klinken.

    Mensen die een burn-out krijgen zijn vaak mensen met een groot verantwoordelijkheidsbesef. Plichtmatig, betrouwbaar, harde werkers met een plichtsbesef dat vaak veel verder reikt dan hun feitelijke plichten. Vaak ook gevoelige mensen: sensitief, meelevend, begripvol en open minded. Juist die mensen zijn vaak een gemakkelijk slachtoffer om over heen te walsen, misbruik van te maken, te manipuleren. Want waar er al zo’n groot plichtsbesef bestaat, is er vaak ook al gauw een schuldgevoel, en daar maken energiezuigers en grensoverschrijders dankbaar misbruik van.

    femaleEen burn-out is het ideale moment om prioriteiten te gaan stellen. Welke dingen doen er echt toe? Wat is echt belangrijk? Tel ik mee? Heb ik gelijkwaardige relaties met de mensen om me heen, of zet ik mezelf altijd op de laatste plaats? Ben ik het waard om voor mezelf op te komen? Wat gebeurt er met mijn contacten als ik voor mezelf op ga komen? Waar liggen mijn grenzen? Wie gaat daar overheen? En vooral: hoe kan ik dat in de toekomst voorkomen?

    Als je deze vragen niet stelt en beantwoordt voor jezelf, ligt een terugval al gauw op de loer. Immers, jarenlang ingesleten pleasend gedrag krijg je er niet zomaar uit. Het is een proces van vallen en weer opstaan. Assertief gedrag oefenen, letterlijk. En vooral: nadenken voordat je iets toezegt. Wil ik dit? Heb ik dit nodig? Past het in mijn planning? Heb ik er energie voor? Krijg ik er energie van? Doe ik het voor mezelf of voor een ander?

    Als je deze vragen beantwoordt voordat je ja of nee zegt, is die ja of nee ook bewust en volmondig, in plaats van onbewust en je eigen energie ondermijnend.

    Helemaal de oude wordt bijna niemand na een burn-out. Maar ik wilde ook helemaal niet meer de oude worden. Want de oude ik liet zich manipuleren, kwam niet voor zichzelf op, liet over zich heen lopen. Ik koos er voor bewust aan de slag te gaan met mijn eigen herstel en hier ook hulp bij te accepteren, waardoor ik juist die oorzaken ben gaan aanpakken waardoor ik in de eerste plaats de burn-out kreeg.

    Ten slotte: nee, je kunt niet voorkomen dat er mensen zijn die je energie opzuigen. Dat er mensen zijn die je proberen te manipuleren. Dat mensen misbruik van je proberen te maken. Je kunt jezelf wel bewuster maken, leren voor jezelf op te komen en leren je eigen beste vriend(in) te worden.

    lionWant hoe je het ook wendt of keert; in de huidige maatschappij heb je vooral jezelf hard nodig. Een ander gaat jou niet helpen, als jij niet om hulp vraagt. Een ander stopt niet met jouw grenzen overschrijden als jij je grenzen niet aangeeft en “stop” zegt. Door een burn-out kun je leren jezelf te beschermen als een leeuwin. Positief genoeg, lijkt mij. 

    BOOS op carnavalsmaandag: een gastblog van VIP blogger Selina

    Ik ben boos. Het is carnavalsmaandag. Ik zit tegenover mijn wederhelft aan de keukentafel.

    Onze laptops staan tussen ons in. Hij is aan het studeren. Ik een les aan het voorbereiden. Het gebrom van onze computers wordt overstemd door het gedreun van carnavalsmuziek. Hoempa muziek doet onze concentratie ietwat verslappen. De grote optocht lijkt dan ook door onze achtertuin te trekken. Mijn lief spitst zijn oren, vangt een paar klanken van ‘Anton aus Tirol’ op en schudt zijn hoofd. Hij verzucht dat hij het niet erg vindt om de carnavalsfestiviteiten dit jaar eens over te slaan. De buitenwereld trekt zich echter weinig van zijn gezucht aan. Carnavalsvierders in de meest kleurrijke kostuums lopen ons raam voorbij. Twee piraten. Een eenhoorn. Een non met een kleine leeuw op de arm. Buiten wordt feest gevierd. Gedronken. Gelachen. Gehost. Maar binnen zit ik tegenover mijn wederhelft aan de keukentafel. Op carnavalszondag. Tijdens het voorbereiden van mijn les. Binnen. Ben ik boos.

    Normaliter ben ik niet iemand die haar politieke standpunten of morele principes hoog van de toren blaast. Verschrikkelijke beelden uit slachthuizen met schreeuwerige teksten op mijn sociale mediakanalen laten mijn ogen vooral rollen in plaats van mijn gedachten veranderen. Verkondigers van het hoge woord vermijd ik als het even kan. Blogposts over platte-aarde-propaganda of anti-vaccinatie betogen lees ik niet. Maatschappelijk-relevante fanatici die de waarheid in pacht denken te hebben ontvolg ik met één simpele klik. Maar het nieuws dat de Minister van Volksgezondheid het advies van het Zorginstituut heeft overgenomen om kunstmatige inseminatie voor alleenstaanden en lesbische koppels niet meer onder de basisverzekering te laten vallenvind ik toch moeilijker te behappen dan een zure haring op Aswoensdag. Als alleenstaande of homoseksueel met een kinderwens krijgt de dame in kwestie enkel nog een vruchtbaarheidsbehandeling vergoed als er een medische noodzaak is. Het ontbreken van een man of het onvermogen van een lesbische partner om zaad te produceren is blijkbaar geen medisch probleem. Dan hadden de dames in kwestie maar beter moeten trainen op het kweken van kwakjes! Heterovrouwen met partners die om wat voor reden dan ook geen zaad kan produceren, worden uiteraard wel gewoon geholpen. “Sjiek is miech dat!”

    Boos ben ik. Op carnavalsmaandag. Binnen. Want terwijl buiten twee voorbijgangers in glitterende baljurken synchroon op een fluitje blazen, denk ik aan de lesbische dames die met één besluit uit de vruchtbaarheidsoptocht geweerd worden. Het insemineren van lesbische koppels is te duur, aldus het Zorginstituut. En terwijl Fabrizio door onze achtertuin echoot, voel ik medelijden met mijn alleenstaande medemens die met één besluit uit de fertiliteitspolonaise gegooid worden. Het insemineren van single ladies zet druk op de betaalbaarheid en kwaliteit van het verzekerde pakket, aldus de minister. En het hier samen voor betalen “kan de solidariteit ondergraven”.

    De minister is blijkbaar nog nooit met carnaval in Limburg geweest. Waar solidariteit en saamhorigheid hand in hand gaan met ‘Zaate Hermeniekes’ en ‘Prinsezittingen’. Waar de prinses van het Bokkeriek net zo veel recht heeft op een baby dan de hele raad van elf van het Piëlhaazeriek. En waar het een hossende menigte op het Vrijthof in Maastricht waarschijnlijk een worst zal wezen om mee te betalen aan de vruchtbaarheidsbehandelingen van de lesbische eenhoorns en alleenstaande nonnen onder hen. Want, in tegenstelling tot onze Minister van Volksgezondheid en het Zorginstituut, beseffen de Zuiderse carnavalisten waarschijnlijk wél dat fertiliteitstrajecten net zo leuk zijn als regen tijdens de kinderoptocht. Dat geen enkele dame, ongeacht haar geaardheid of huwelijkse status, liever haar lijf volpropt met hormonen dan met nonnevotten. En dat alle mama’s-in-spé recht hebben op een kleintje pils, volledig vergoed en al.

    Dus maak ik me boos. Op carnavalsmaandag. Binnen. Constateer ik mopperend dat de Minister waarschijnlijk een carnavalsplaat voor zijn hoofd heeft. Want besluiten die Nederland 2×11 jaren terug in de tijd sjoenkelen nemen alleen mensen die écht diep in het glaasje hebben gekeken. Die de tap zo vaak hebben opgezocht dat ze niet in de gaten hebben dat ze eigenlijk indirecte discriminatie in de hand werken. Die zo duizelig zijn van het polonaiselopen dat ze niet inzien dat ze een land een stap terug laten nemen. Want dat het terugdraaien van de vergoeding kan leiden tot schimmige situaties, dat verbloemen de confetti en serpentines wel. Dat vrouwen nu genoodzaakt worden hun toevlucht te nemen tot donoren die niet gescreend zijn op geslachtsziekten of met onbekende spermakwaliteitis voor ná de grote optocht. En de dames wiens levens nu plotsklaps op de kop staanzijn niet gered met wat schmink en een kleurrijke outfit. Maar ach, dat is voor na de carnaval. Alaaf! Alaaf! Alaaf!

    P.S. Erger je je ook groen-geel-en-rood aan het besluit van de Minister van Volksgezondheid? Laat de hoempapa muziek dan eventjes voor wat het is en teken de petitie: https://petities.nl/petitions/vergoeding-vruchtbaarheidsbehandeling-voor-elke-vrouw?locale=nl

    Het bestaan van toeval, voorbestemde zaken en zielenliefde – door VIP blogger Susan Schuitema

    door VIP blogger Susan Schuitema

    Geloof jij dat alles in je leven voorbestemd is, of is alles gewoon toeval?

    Die ene ontmoeting, dat toevallige telefoongesprek, het continue zien van dubbele getallen en zo nog veel meer. Ik neem jullie mee in mijn leven vol toevalligheden, wat in mijn ogen eigenlijk geen toeval is. Je leest het goed, ik geloof dat alles in verbinding staat, dat niks zomaar gebeurt. Nu ben ik sowieso wel een “zweefteef”, zoals ik mezelf altijd gekscherend noem maar ik zie teveel toevalligheden, ik word gedwongen te geloven in meer dan wat ik met mijn ogen kan zien. En sinds ik mijn ego aan de kant heb gezet, met gedachten als “wat zullen anderen denken?”, zie ik alleen nog maar meer signalen van boven. Tekenen dat ik niet alleen ben en steun krijg wanneer ik het nodig heb. Het is prachtig, wanneer je de angst en gedachten hebt losgelaten. Want ja, eng vond ik het in het begin zeker.

    Ik krijg antwoord op mijn vragen

    Vorige week had ik een momentje met mezelf, dat ik letterlijk omhoog keek en om hulp vroeg. Ik geloof niet zozeer in een God, maar meer in een gids en engelen. Ik vroeg om hulp en was even mijn vertrouwen kwijt op een bepaald vlak. Een aantal dagen later heb ik een hele lieve vrouw aan de telefoon die mij compleet uit het niks, over dat vlak aanspreekt en mij moet zeggen dat het goed gaat komen. Zij wist hier echt helemaal niks van af, maar het kwam in haar op en ze moest het aan mij kwijt. Ondertussen, zie ik deze zelfde week allemaal dubbele cijfers, op de klok, op mijn telefoon, tellers van de auto etc. Dit betekent voor mij dat ik niet alleen ben en dat ik vertrouwen mag hebben, en moet letten op tekenen om mij heen.

    Begin vorig jaar trokken wij een kaart, want dat is ook iets waar ik in geloof. Onze vraag was, of wij in 2018 onze woning zouden verkopen, na 6 jaar! Het antwoord was “ja, maar alleen als je de hulp van vele mensen kunt accepteren.” Tijdens de laatste maanden van het jaar, kregen wij een kijker, direct een bod en het huis was verkocht. Verhuizen was echter wel een dingetje want een nieuw huis was er niet en de financiën ook niet. En toch, met héél veel hulp van een groep mensen om ons heen, zijn wij net voor de kerst verhuisd. Toeval? Nadat mijn man, ook dit zelfde jaar, na 16 jaar een andere baan mocht vinden? Ik denk het niet.

    Nu wonen wij in het dorp, waar wij beide als kind, een straat van elkaar verwijdert, woonden met onze ouders. We kenden elkaar toen niet, maar toen wij elkaar leerden kennen, bleken wij vroeger bijna naast elkaar te hebben gewoond. We zijn weer terug, in de woonplaats waar onze connectie ooit is gestart. En het voelt zó onwijs aan als thuis, terwijl ik maar weinig ken.

    Toevallige muziek

    Een aantal jaar geleden, zat ik in de auto en dacht ik aan mijn overleden opa. Ik bedacht mij, dat ik hem heel graag nog eens zou willen spreken. Op die momenten vraag ik letterlijk om een teken van zijn aanwezigheid. Vlak daarna komen er 3 verschillende liedjes op de radio, die voor mij een connectie hadden met mijn opa. Dan heb ik kippenvel en tranen en op die momenten ben ik zo dankbaar dat ik zoiets mag ervaren.

    Energie

    Vorig jaar begon ik met het werken met energieën. Ik ben energetisch behandelaar, zoals het mooi genoemd wordt. Ieder levend wezen heeft energie, maar ook alle ruimtes en producten hebben energie om zich heen hangen. Ik ben letterlijk energie gaan voelen met mijn handen en ik voel ook de energie van mensen om mij heen. Soms zelfs van mensen die kilometers verderop zijn. Tijdens behandelingen, voel ik heel veel, krijg ik soms kleuren binnen, beelden en geluiden, alles is mogelijk. En waar ik het eerst best wel eng vond en niet durfde omdat ik het vast verkeerd zou doen. Voel ik mij nu een stuk zekerder en weet ik dat het niet verkeerd kán gaan. Tijdens zo’n behandeling laat ik de energie stromen door je lichaam. Meer in balans, meer energie, meer rust en het zelfgenezend vermogen van jouw lichaam in werking zetten. Het is prachtig om te ervaren, hoe je op dat moment verbonden bent met iemand.

    Zielenliefde

    En ook prachtig hoe je met een aantal mensen zo’n diepe connectie kunt voelen. Zielenliefde, las ik vandaag. Dat vind ik wel een hele mooie benaming voor de band die ik met een aantal mensen mag hebben in dit leven. (Ja ik geloof ook dat ik eerder geleefd heb.) Een band die verder gaat andere. Een band, die je met je ogen dicht, zonder spraak en aanraking kunt voelen. Een soort rood draadje wat je verbindt. Zo mooi, want dit hoeft niet eens te zijn met degene waar je een liefdesrelatie mee hebt, of een hechte vriendschap. Dit kan zijn met iemand die je net ontmoet hebt (fysiek dan). Je voelt het gewoon, prachtig toch? Soulmates, ze bestaan, in meervoud.

    Toeval bestaat niet, we zijn niet alleen

    Dit zijn natuurlijk maar een aantal voorbeelden waar van je kunt zeggen “het zal wel” en “wat een onzin”. Dat mag je uiteraard denken maar ik geloof met heel mijn ziel, in meer dan wat je met je ogen kunt zien. Je bent niet alleen, iedereen heeft een gids, een beschermengel, een God. En als je wil, en durft kijk dan eens om je heen, naar boodschappen, tekenen, die je anders nooit zag. Want echt, ze zijn er. Niemand komt zomaar op jouw pad, niks gebeurt zonder reden. Vraag je om hulp, dan krijg je hulp, soms moet je leren kijken op een andere manier. Het universum kent alleen maar liefde, durf het te zien.

    Liefs,

    Susan

    Alleen, met de billen bloot

    Door Chrisje VIP blogger Selina.

    “Komt u maar mee, mevrouw”. Een verpleegster met een groen operatiepak wijst naar de deur. Ik sta op van het bedje. Ze trekt de gordijnen achter me dicht. Ik doe hetzelfde met het operatiehemd dat ik aan heb. Dat dicht is van voren en open van achter. Dat mijn kadetjes ongewild in de schijnwerpers plaatst. Een reetspleet, noemde mijn wederhelft de achterkant van mijn openhangede tenue zojuist.

    Hij probeerde me ermee aan het lachen te maken. Wetende dat dat de zenuwen voor de ingreep die me stond te wachten ietwat zou wegnemen. Ik kijk naar hem terwijl ik de gang op loop. Hij knikt me bemoedigend toe. “Succes en tot zo, lief”. Ik doe mijn best een glimlach te produceren. Het lukt me maar half. Dan trekt de verpleegster de deur achter me dicht. Daar ga ik. Alleen. Met de billen bloot. Letterlijk.

    Ik begin mijn weg naar de operatiekamer. Mijn blik richtend op de rug van de verpleegster. Op de automatische piloot volg ik haar voetstappen. Het gepiep van haar plastieken slippers op de linoleum vloer zouden me normaliter irriteren. Maar mijn gedachten zijn er niet bij. Ik ben te afwezig om er wat van te vinden. De gang lijkt eindeloos te duren. Een koude rilling loopt over mijn rug. Een huivering die van mijn onderrug, via mijn schouders, mijn kruin in schiet. Ik vraag me af of het door de zenuwen komt. Door de kilte van de vloer die via mijn blote voeten mijn lichaam binnendringt. Door mijn koude kont. Of door het gevoel er helemaal alleen voor te staan.

    Dat gevoel is ondertussen een bekende geworden, gedurende de afgelopen twee jaar. Onverwachts. Want vanaf het begin van ons fertiliteitstraject hebben mijn echtgenoot en ik steun gevoeld. Medeleven. Liefde. Uit de directe en minder directe omgeving. Uit zowel verwachte als onverwachte hoeken. Al twee jaar horen we lieve woorden van onze families. Verrassen ze ons met uitstapjes, cadeaus of andere ruggensteuntjes. Al twee jaar laten vrienden en vriendinnen op stel en sprong alles uit de handen vallen om langs te komen. Soms met taart. Soms met bloemen. Soms gewoon om er te zijn. Al twee jaar geven collega’s ons knuffels, gelukswensen of bemoedigende petsen op onze derrières. Al twee jaar raken we soms overweldigd door het aantal berichtjes, telefoontjes en kaartjes. En toch is de moeizame weg naar het moederschap het eenzaamste wat ik tot nu toe in mijn leven heb moeten ondernemen.

    Want aan het einde van de rit staan mijn gemaal en ik er alleen voor. Als de kaartjes gelezen zijn en de cadeautjes zijn uitgepakt. Als de vrienden en vriendinnen weer naar huis toe zijn. Als de knuffels gegeven zijn en de berichtjes gelezen. Dan blijven mijn eega en ik over. Alleen. Omringd door een resem aan doctoren, verpleegsters, apothekers en zielenknijpers. Maar alleen. Want ook onze families kunnen er niet voor zorgen dat wij eindelijk potten met augurken in kunnen slaan. En ook vrienden en vriendinnen zijn er nog niet in geslaagd om een broodje in de oven te krijgen (hoewel de taart die ze soms meebrengen wel voor dikke buiken zorgt). Ook van knuffels raak je normaal gezien niet zwanger. Laat staan van kaartjes. En zelfs de mannen en vrouwen in de groene operatiepakken zijn er tot dusver niet in geslaagd om mijn tikkende biologische klok te doen veranderen in poepluiers en fopspenen. En dus zijn wij het die steeds met de billen bloot moeten.

    Alleen.

    En zelfs de liefde van mijn leven moet mij zo nu en dan aan mijn lot overlaten. Soms kan ook hij niks anders doen dan kijken hoe mijn naakte spleet het omkleedkamertje verlaat. Want hoewel hij al twee jaar lang een rots in de branding is. Een steun en toeverlaat. Een houvast in emotionele tijden. Uiteindelijk is het mijn buikwand die doorboort wordt met injectienaalden. Aan het einde van de rit is het mijn hormoonhuishouding die overhoop gegooid wordt. Wanneer alles voorbij is, is het mijn lijf dat het lijdend voorwerp is. En ook mijn wederhelft wou soms dat het anders was. Ook hij had liever gezien dat de lasten op een wat eerlijkere manier gedeeld konden worden. Maar ook hij beseft dat het niet veel zin heeft om zijn eigen zitvlak te ontbloten. Dat een scopie van zijn binnenste niet zinvol gaat zijn om in verwachting te raken. En dat hetgeen dat hij kan baren aanzienlijk bruiner en stinkender is dan hetgeen dat – hopelijk – ooit uit mij gaat komen. En dus doet hij het enige dat hij kan. Grapjes maken om mijn zenuwen tegen te gaan. Op mij wachten. Me knuffelen als het erop zit. En alle emotionele steun bieden die hij kan.

    Maar fysiek sta ik er alleen voor. Besef ik, terwijl de verpleegster voor mij de operatiekamer binnen wandelt. “Gaat u maar liggen, mevrouw”. Alleen. Omringd door een resem aan doctoren en verpleegsters in een operatiekamer. Maar alleen. Want uiteindelijk is het mijn lichaam waar over een paar minuten een camera in gestoken wordt. Aan het einde van de rit zijn het mijn benen die zo dadelijk in de steunen moeten. Wanneer alles voorbij is, is het mijn lijf dat verkrampt om de golven van ongemak op te vangen. En per slot van rekening ben ik degene die in een operatiekamer staat. Alleen. Op blote voeten. In een openhangend operatiehemd. Met reetspleet.

    Deze column verscheen ook op Selina’s eigen blog: https://slienaa.blogspot.com/2019/01/alleen-met-de-billen-bloot.html

    Europakinderhulp: Een kind van een ander, bij jou op vakantie! Door VIP blogger Susan Schuitema

    Ik kende dit idee al een aantal jaar, en ik heb meerdere keren op het punt gestaan mij aan te melden. Europakinderhulp is de organisatie die bemiddelt tussen de vakantiekinderen en de gastgezinnen. Ik zie het nog steeds met regelmaat voorbij komen en het bleef mijn aandacht trekken.

    Kinderen waarbij het thuis niet optimaal is, een zieke ouder, geen financiële middelen of wat je ook kunt bedenken. Deze kinderen worden aangemeld voor een vakantie, en deze vakantie vindt plaats in een gastgezin.

    Aanmelding

    Na overleg met mijn man, heb ik dit jaar wél een aanmelding gedaan. Ook met het oog op ons plan om het traject in te gaan voor pleegzorg, leek het ons goed om eerst kortdurend te ervaren hoe het is. Een kind in huis, van een ander. Past dat bij ons, tegen welke dingen lopen wij aan en nog belangrijker, hoe reageert ons eigen kind hierop? Nu is de pleegzorg niet hetzelfde als een vakantie, maar wij willen graag ervaren hoe het is om voor het kind van een ander te zorgen.

    De aanmelding is gedaan, het kennismakingsgesprek/screening is geweest. Hierin wordt alle informatie verteld, kun je vragen stellen en ook jouw wensen aangeven. Natúúrlijk kun je geen kind ‘bestellen’ naar wens maar er wordt wel gekeken naar wat er binnen ons gezin matcht. Wij geven onze voorkeur aan een kindje uit België of Nederland. Dit omdat het onze eerste keer is en het ons nog wat lastiger lijkt wanneer je niet dezelfde taal spreekt. Daarnaast geven wij de voorkeur aan voor de leeftijdscategorie 5-9 jaar. Dit met oog op ons eigen mannetje.

    Kun je je zomaar aanmelden?

    Ja en nee.

    Je kunt je aanmelden wanneer je 18+ bent, maar zoals hierboven genoemd wordt er gescreend. Wat wil zeggen dat ze op huisbezoek komen voor de kennismaking, je levert referenties in en je vraagt een VOG ( verklaring omtrent gedrag ) aan. Daarnaast zijn ze altijd met zijn tweeën en letten ze op veel punten, of jij als gezin geschikt bent. Er wordt gekeken naar de buurt, de veiligheid en de gezinssamenstelling. Of je alleen bent of getrouwd, wel of niet geloofd, het maakt niks uit. Ook is het helemaal niet verplicht de hele vakantie van alles te ondernemen. Het mag maar het hoeft niet. In principe is de bedoeling dat hij of zij meedraait in het gezin. Koekjes bakken, spelen in de tuin, boekjes lezen uit de bibliotheek, de kinderboerderij. Bij ons logeren is al vakantie genoeg. Alles eromheen is extra.

    En nu?

    Onze gegevens worden om het systeem gezet, de aanvraag voor de VOG wordt gedaan, wij sturen nog referentieformulieren op en wanneer dit alles afgerond is, gaan we in juni naar de informatieavond. Hier krijg je de laatste info, data en vaak is er dan ook al iets bekend over wie er nou precies bij jou komt logeren. En dan is het wachten op de grote dag, de dag dat we ons vakantiekind mogen ophalen bij de bus. Hoe zal het gaan, is er een klik? Spannend maar leuk! Ik weet nog niet wie er komt, maar je bent nu al zo welkom. Ik kijk er met spanning en plezier naar uit.

    Op zoek

    Er is nog zoveel meer vraag naar gastgezinnen. Spreekt het jou aan? En heb je ruimte in huis, in je agenda en nog wat liefde over? Kijk dan ook eens bij Europakinderhulp. Het gaat om 2 of 3 weken aaneensluitend. Ik gun ieder kind een leuke vakantie, jij ook?

    Liefs,

    Susan

    Het leven is een rijsttafel – over keuzestress in het leven – door Chrisje’s VIP blogger Selina

    “Het leven is een Chinese rijsttafel”. Mijn wederhelft kijkt me aan alsof hij het in Peking heeft horen donderen.

    We hebben zojuist onze bestelling doorgegeven aan de dame achter de balie. Een Chinese rijsttafel voor 2 personen. Met een bakje saté erbij. En extra kroepoek, alstublieft. Blijkbaar is maandag geen populaire dag in de week om Chinees af te halen. En dus zitten mijn lief en ik alleen op de rood leren bankjes te wachten op onze bestelling. Hij bladert door één van de autobladen die hij van de gouden koffietafel gegrist heeft. Zijn elleboog leunt op groot, gouden beeld van een leeuw met opengesperde bek. Lampions kleuren het licht in de wachtruimte zacht rood. En Aziatische muziek vult met grof geweld mijn gehoorgang. Ik heb een damesblad van zeven maanden geleden in mijn handen. Waarin Karlijn van 34 – zo heb ik net gelezen – het moeilijk heeft om de verschillende onderdelen van haar leven te combineren. Haar huwelijk met Mark, de kinderen, het huis, de hond, haar parttime job, de sportlessen, vrienden en vriendinnen, haar reislust, … Alsof ze gerechten van een menu af leest. Karlijn vindt het maar moeilijk om de balans ertussen te houden. En voelt zich vaak alsof ze een jongleur is, die meer ballen in de lucht moet houden dan ze aankan (of dat in- of exclusief die van Mark zijn laat ze overigens in het midden).

    Waarschijnlijk onbedoeld zorgen Karlijn en haar ballen ervoor dat ik, tussen de Chinese vazen en Boeddhabeelden in, mijn eigen leven eens onder de loep neem.

    Mijn huwelijk met mijn eega, het intensieve en ellenlange fertiliteitstraject dat vooralsnog niet resulteerde in kinderen, het huis, mijn fulltime job, sportlessen, vrienden en vriendinnen, mijn reislust, … Alleen de hond ontbreekt nog op het menu, besef ik (terwijl ik mezelf er maar net van weet te behoeden dat niet hardop uit te spreken). Ook ik heb soms het gevoel genoeg op mijn bord te hebben liggen. Meer te moeten slikken dan dat ik aankan. Dat mijn ogen zo nu en dan groter dan mijn maag zijn. En ik vermoed dat dat een gekend recept is voor veel mensen. Voor vrouwen in mijn naaste omgeving en daarbuiten. Voor mannen ook, uiteraard. Het schipperen tussen de verschillende ingrediënten van ons leven is niet altijd evident. Het mixen van onze privélevens, professionele carrières en sociale contacten resulteert niet altijd in een smeuïge tomatensaus. En, net als Karlijn, heb ik dan ook soms het gevoel meer ballen in de lucht te moeten houden dan dat ik aan kan. “Ku lo yuk ballen!”, flap ik eruit. Voordat ik mijn verpopzakte echtgenoot besluit in te lichten over mijn zojuist opgedane wijsheid dat het leven een rijsttafel is.

    “Want alle aspecten van mijn leven zijn de onderdelen van het grotere menu“, zo begin ik met het uiteenzetten van de rijsttafelmetafoor. Je beslist zelf hoeveel je van elk op je bord schept. Hoeveel tijd je ergens in steekt. En er uiteindelijk van eet. Hoewel je soms geen keuze hebt, en meer bami (lees: sportlessen) naar binnen moet schuiven om de rijsttafel op te krijgen (lees: de conditie te behouden). Mijn eega doet alsof hij luistert. Zijn blik schippert tussen het autoblad en mijn groene kijkers. De ene ku lo yuk bal is wat makkelijker te verteren dan de andere, net zoals mijn huwelijk mij aanzienlijk minder buikpijn bezorgt dan het huis. Sommige gerechten zijn goed te combineren met elkaar, zoals rijst en satésaus of mijn vriendinnen en (onze gedeelde) reislust. Sommige wat minder, zoals Foeyonghai en Babi pangang of mijn fulltime job en het fertiliteitstraject. “Het ene gerecht is wat pittiger dan het ander”. De liefde van mijn leven besluit mee te doen aan mijn gedachteexperiment. Maar als je te veel sambal op je loempia smeert, maak je je leven uiteindelijk pittiger dan nodig. Nuchterheid en luchtig in het leven staan is belangrijk, net als goeie kroepoek die wat lichtheid biedt in de zwaarte van de rijsttafel.

    “En jij, jij bent mijn gebakken banaan”. Ik geef mijn levensgezel een dikke knipoog. Hij weet dondersgoed dat hij al bijna tien jaar het toetje van mijn rijsttafel vormt. De spreekwoordelijke kers op mijn taart is. Ik maak hem regelmatig duidelijk dat hij soms een beetje zwaar valt. Dat ik hem, zelfs met wat extra poedersuiker, soms niet te pruimen vind. Maar dat hij altijd net dat beetje extra toevoegt aan mijn menu. Mij, op het einde van de maaltijd, altijd blij maakt. Dat mijn rijsttafel niet compleet is zonder hem, zonder mijn Pisang Goreng. En terwijl hij in schaterlachen uitbarst roept de dame achter de balie dat onze bestelling klaar is. Mijn lief gooit het autoblad terug op de stapel en neemt de plastieken tas lachend van haar aan. Ik sta op terwijl hij zijn arm naar me uitreikt om richting de uitgang te lopen. “Kom, Confucius! Dat we die ballen hier eens keizer gaan maken.”

    Wil je meer lezen van Selina’s blogs? Neem dan een kijkje op haar website: https://slienaa.blogspot.com

    27912564_1671562342881232_8079869513555132976_o

     

    Persoonlijke reisdoelen – door VIP blogger Michelle-Anne

    Vandaag besteed ik een laatste dagje in Singapore. Een geweldige stad die ik niet anders kan omschrijven dan ‘tropisch London uit de toekomst’. Hierna moet ik nog bijna 24 uur naar huis reizen. En boh wat ben ik blij als ik weer thuis ben.

    De laatste dagen ben ik alleen geweest en dat heeft mij ruimte tot nadenken gegeven. Voordat ik met deze reis begon had ik wat reisdoelen gesteld. Sommige mensen stellen als doelen de mooie bezienswaardigheden en activiteiten bezoeken, maar ik niet. Mijn doelen waren vooral persoonlijk en vandaag blik ik daarop terug.

    Om je mee te nemen in mijn doelen is het belangrijk dat je wat meer van mij af weet. Misschien denk je gaandeweg wel ‘Wat een blog, ik hoef toch niet over iemand anders leven te lezen’, maar hey wat doen we dan op Facebook de hele dag. Ik geloof dat herkenning in andermans verhalen jou een stapje dichterbij zelfreflectie en persoonlijke acceptatie kan brengen.

    Dus even terug naar af. Ik ben Michelle Anne Lucas, 24 jaar. De eerste 1,5 jaar van mijn leven heb ik in Italië gewoond, daar komt mijn liefde voor pasta en pizza vandaan zeg ik altijd. Mijn vader is een Engelsman en mijn moeder Nederlandse. Toen ik jong was voelde ik mij altijd anders dan andere kindjes en als ik mij niet zo voelde werd mij wel gezegd dat ik ‘apart’ was. Ik gooide namelijk melk in mijn thee, droeg ander soort kleding, maar was vooral ook al heel goed met woorden. Thuis gingen de gesprekken namelijk niet alleen over kinderdingen en keek ik niet alleen kinderfilms, maar werd ik blootgesteld aan de geschiedenis van de wereld en geleerd om kritisch te zijn. Als andere kindjes mij anders of apart noemde reageerde ik dan ook met ‘hoezo ben ik anders dan? Ik ga toch ook gewoon naar de wc’. Mijn moeder leerde me de beste tegenwoorden voor het commentaar.

    Op de middelbare school gebeurde hetzelfde. Alleen toen werd ik niet meer apart genoemd, maar intimiderend. Mijn ouders waren inmiddels gescheiden en de talloze uren in de auto met mijn vader naar zijn nieuwe woonplek zorgde ervoor dat ik als puber nog meer blootgesteld werd aan  volwassen gesprekken. Ik werd dan ook vaak als ouder bestempeld dan ik was en dat was intimiderend. Ook mijn kledingkeuzes waren weer een reden om mij te pesten. Thuis leerde ik dat ik moest aantrekken waar ik mij het beste in voelde, maar op school leerde ik het tegenovergestelde.

    Gaandeweg verloor ik zogenaamde vrienden aan mijn sterke persoonlijkheid. Ik maakte gelukkig nieuwe vrienden door diezelfde persoonlijkheid, maar beetje bij beetje werd ik milder, minder Michelle, minder sterk.

    En het ergste van alles: ik ontwikkelde schaamte en sociale angsten.

    Sinds die tijd denk ik altijd twee keer na voordat ik iets doe. Het is niet meer iets bewust, maar een draadje in mijn hersenen die gecreëerd is door keer op keer mezelf te moeten verantwoorden. Ik wil namelijk niet continu mensen verliezen aan mijn grote mond of anders zijn omdat ik andere kleding draag en gebruiken heb. En helaas zijn volwassenen niet veel beter dan die kindjes en pubers. Maar juist door daarnaar te leven heb ik mijzelf tegengehouden om te zijn wie ik ben.

    Dus vandaar mijn reisdoelen: ‘minder schamen, meer leven’ en ‘zeggen wat ik denk’. Is het mij gelukt? Goede vraag!

    Ik denk dat ik tijdens deze reis zeker stappen in de goede richting heb gezet. Mijn reisgenootje die 0 schaamte ervaart heeft daarbij enorm geholpen. Omdat niemand Nederlands sprak, konden we vrijuit praten over menstruatie, darmklachten enzovoorts. Zo nu en dan liep er een Nederlander langs net als we een woord als ‘diarree’ zeiden, dan schoten we heel hard in de lach. Ik droeg de lelijkste kleding, want ja wie hier zou me ooit nog eens zien.

    Daarnaast heb ik twee aanvaringen gehad op reis. Soms worden dingen niet geregeld zoals je hoopt en dan moet je er wel wat van zeggen. Het hielp enorm dat deze mensen niet mijn vrienden waren en dit nooit zouden worden. Ik zei tegen mezelf dat ik mijn reis niet minder leuk moest laten worden door het gedrag van anderen en ik het recht had om er wat van te zeggen. Van die aanvaringen is één door het gesprek verbeterd en de andere is mijn tijd niet eens meer waard!

    Voor mij was op reis gaan niet alleen een manier om te genieten van het leven, maar heeft het een stapje richting de oude Michelle gegeven.

    Ik hoop dat ik mijn schaamte ook in Nederland aan de kant kan zetten. Want ja, misschien ben ik anders, maar iedereen is anders. Dat maakt ons juist mooie mensen!

    Veel liefs,

    Michelle Anne

    Cupcakes, unicorns en tien (insta)gram lak aan de wereld

    Daar zat ik dan aan mijn keukentafel: lichte stress borrelde vanuit mijn maag op richting mijn hersenpan en bleef steken tussen mijn oren. In mijn handen een zakje kant en klare glazuur, roze.
    Af-zich-te-lijk.

    Mijn zus en ik zouden vrolijke cupcakes bakken voor het verjaardagsfeestje van mijn jongere zusje Madelief, inclusief eenhoorn sprinkles en prinsessenglazuur. Hoe oud ze werd? 22 jaar. Maar we zijn ooit alle drie blijven steken in een bepaald jaartal, waardoor we vaak graag even geloven dat we nog kinderen zijn. Sterker nog : het niveau waarop wij grapjes maken zou je kunnen doen vermoeden dat de tijd gewoon heeft stilgestaan.

    Anyway, de bedoeling was dat we samen zouden bakken. Alleen waar tijd onze vriend is als we terugdenken aan vroeger, zit hij tegenwoordig voornamelijk in de weg. Mijn zus was later klaar met werken en vroeg mij of ik alsjeblieft de cupcake taak alleen op me wilde nemen.
    Ik schoot een beetje in de stress. Mijn autisme en ik hadden namelijk al een bepaalde dagindeling afgesproken, en dit zou die planning toch wel weer in de war schoppen. Vooral omdat ik ondertussen ook al had beloofd aan een vriend om nog snel een cadeautje voor mijn zusje te halen, en ik had dan weer met Madelief afgesproken om nog wat kleine boodschapjes voor haar te doen.

    Met de telefoon, met daarin het open app-gesprek van mijn smekende zus in de hand, keek ik Autisme vragend aan. Hij had zijn handjes nors over elkaar gevouwen en schudde woest van nee. ‘No way Annabelle. Je hebt al genoeg op je bordje.’

    ‘Ja joh, geen probleem!’ Appte ik vrolijk naar mijn zus. Autisme was ondertussen als een boos kind schreeuwend door de kamer aan het stampvoeten, ik was in de war en een beetje aan het huilen, het was dus echt even super gezellig bij mij thuis.
    Dat ik hier nu zo zat, met mijn handen in het haar (niet letterlijk natuurlijk, geen cupcakes met blonde lokken erin), was dus volledig mijn eigen schuld.

    Maargoed, ik wilde dat mijn zusje een leuke avond zou hebben en ik wist dat haar glimlach een hoop goed zou maken. Autisme zat ondertussen rustig tegenover me aan de keukentafel. We hadden het bijgelegd na een meditatiesessie. Daarbij was het bakken van de cupcakes uiteindelijk best wel een rustgevende activiteit geweest, was het niet omdat we allebei gek op geuren zijn en mijn hele huis naar een soort kleine romantische patisserie in het centrum van Parijs rook.

    Maar nu kwam het decoreren. Ik keek naar het roze glazuur en naar de unicorn sprinkle mix, het zweet brak me uit. De hashtags vlogen rond mijn oren, want hoe ging ik hier nou ‘Instagram worthy’ cakejes van maken?
    Hysterisch begon ik te Googlen naar ‘cupcake glazing ideas’ en ‘unicorn sprinkle inspiration’. Dat sloeg natuurlijk helemaal nergens op, want het was niet de bedoeling dat ik nog even een retourtje supermarkt zou doen om nog meer ingrediënten in te slaan. Een beetje verslagen gaf ik de zoektocht op en knipte ik het zakje glazuur open.

    Ik drapeerde wat van het suikerige goedje over het cakeje heen. Het zag er niet uit. Ik hoopte dat de eenhoorn sprinkles een hoop goed zouden maken, tevergeefs.
    Gestressed ging ik over naar het volgende exemplaar. Het kon blijkbaar nog afzichtelijker want zodra deze cupcake klaar was, werd ik gebeld door het programma ‘Lelijke eendjes’ of ze mijn cakeje alsjeblieft mochten filmen voor hun nieuwe seizoen.

    Ik vraag me af of hetgeen wat toen gebeurde, ook gebeurd was als ik de volgende zin niet hardop had uitgesproken : ‘Jezus, als kind vond ik dit nog leuk om te doen.’
    Toen drong het tot me door : Waar was ik nou eigenlijk mee bezig?

    Vroeger waren we niet aan het bakken met de toekomst en de rest van de wereld in ons hoofd. We maakten koekjes, cakejes en andere baksels omdat we dat leuk vonden, én omdat het lekker was.
    We dachten niet na over Instagram, en we vroegen ons al helemaal niet af of mensen het wel mooi genoeg zouden vinden.


    Het was confronterend dat ik hier nu als 26-jarige een soort van hele rare prestatiedruk voelde bij iets waar ik vroeger, met heel veel plezier, de hele middag aan had kunnen besteden.
    Ik keek nog een keer naar mijn cakejes die af waren, toen naar de hele reeks die nog gedecoreerd moest worden en vervolgens naar mijn klauwen die nu al vol met glazuur zaten.

    Ik begon te lachen. En niet zo’n gierig volwassen lachje waarbij je het krullen van de mondhoeken met een microscoop moest waarnemen. Nee, ik gierde het uit. In mijn eentje, aan de keukentafel. Wat een waanzin! “Fuck it ook.” hinnikte ik vervolgens. Het uur dat daarop volgde was misschien wel het leukste moment wat ik in tijden had gehad. De wereld om mij heen kon me gestolen worden, het glazuur vloog alle kanten op en de eenhoorns paradeerden vrolijk om me heen. Het ene cakeje was nog maffer dan de andere, wetende dat ze uiteindelijk toch allemaal in twee happen in een maag vol bier zouden belanden.

    Toen ik eenmaal besefte dat het resultaat er niet toe deed, dat het ging om het plezier wat kleine Annabelle hier ook aan beleefde terug te vinden, ging er een wereld voor me open. Ik besefte dat het leven soms echt wel een piece of cake kan zijn. En als je een beetje geluk hebt, zitten er ook nog unicorn sprinkles op.

    Volg Annabelle en haar mooie gedichten op instagram!

    https://instagram.com/wauwtist

    Eigenwijs? Dat maakt je juist succesvol!

    Ik geloof dat het bij een foto stond van toen ik een jaar of één was: de tekst “Hoezo eigenwijs?”. Ja, al op jonge leeftijd was ik een eigenwijs figuur. Dat ben ik trouwens nog steeds, en ik zou het nooit aan mezelf veranderen.

    Eigenwijs zijn wordt wel eens bestempeld als negatief. En natuurlijk is het niet altijd handig om iemand in je leven te hebben (of het nou op het werk is of privé) die heel eigenwijs is. Toch zijn eigenwijze mensen ontzettend belangrijk en hard nodig!

    Eigenwijze mensen nemen – hoe graag je dat ook wil – niet zomaar iets aan. We nemen zaken niet direct voor waar aan.

    We stellen eerder kritische vragen: waarom? Kan dat niet handiger? Of sneller? Wat als ik het nou eens zo doe? Of een andere aanpak kies?

    Eigenwijze mensen zijn creatief, vinden onverwachte oplossingen, accepteren niet zomaar nee als antwoord. Gaat niet bestaat niet!

    Natuurlijk moeten we ons ook wel eens schikken. Komen we soms over als betweters. Accepteren we ook wel eens (met tegenzin) nee. Maar als niemand ooit eigenwijs was geweest, waren een heleboel dingen bij het oude gebleven, waren uitvindingen niet uitgevonden en was er geen vernieuwing.

    Heb je een eigenwijs persoon in je omgeving? Koester hem of haar! Zonder eigenwijze mensen zou het leven al snel een hele saaie bedoening worden.

    De To-Do Lijst: de eerste blog van VIP blogger Selina!

    27912564_1671562342881232_8079869513555132976_oChrisje’s nieuwste VIP blogger Selina deelt in haar blogs de perikelen rondom haar werk, leven en IVF traject. 

    To Do:

    • Middelbaar schoolpapiertje behalen. 
    • Universiteit succesvol doorlopen. 
    • Een deftige carrière starten. En behouden, indien mogelijk.
    • De liefde vinden. Vrijen, Verlieven, Verloven. 
    • Trouwen. Met 28 jaar, zoiets. 
    • Als dertiger, kindjes krijgen. Drie. Twee jongens en een meisje. Als het effe kan.
    • Dan: huisje, boompje, beestje. En meer van al dat. 

    Zelfs als elfjarige had ik een vrij goed idee van hoe mij leven eruit zou moeten zien. Dol op lijstjes maken, stippelde ik toekomstplannen netjes uit, maakte ik bucket lists en vereeuwigde ik te behalen ambities op papier. En ik denk aan die brave beugelbek, terwijl ik een Little Boy aan hormonen mijn buik voel in stromen. Net als het stukje huid waar ik zojuist de injectienaald in prikte, raak ik een beetje geïrriteerd. En vervloek ik mijn puberende puistenkop een beetje, in al haar onnozelheid. Bedenk me zelfs waar ik haar die spuit zou zetten als ik een tijdmachine had en terug kon in de tijd (ergens waar de zon niet schijnt, luidt de conclusie). Mijn negatieve gedachten zwier ik met het vuile, desinfecterende alcoholdoekje bij het vuilnis. “Ik ben weer te hard voor mezelf.” Want mijn elfjarige ik kon in al haar groene onschuld natuurlijk ook niet weten dat kindjes maken niet altijd vanzelfsprekend is. Dat haar lijst aan levensdoelen na twintig jaar allemaal afgecheckt zouden zijn, op het voorlaatste puntje na. Dat een gezond binnenwerk, perfect gekookte eitjes en een tikkende biologische klok alléén niet voldoende zou zijn om een broodje in de oven te krijgen. Dat wederhelften op alle gebieden kunnen uitblinken, behalve in het trainen van zwemmers. Dat soms dokters, zielenknijpers en donoren moeten inspringen om potten met augurken in te kunnen slaan. En dat kindjes maken gewoon kut kan zijn.

    Letterlijk. Want niemand vertelt een elfjarige dat ze twintig jaar later wekelijks gemiddeld meer gynaecologen tussen haar benen heeft zitten dan minnaars. Dat er dagen zijn dat er meer foto’s getrokken worden van haar eierstokken dan dat ze op selfies staat. Of dat het zal aanvoelen alsof de status van haar lady parts gewijzigd wordt van privédomein naar publieke ruimte. Niemand springt in de tijdmachine om een brave beugelbek te waarschuwen voor de fysieke pijnen en kwalen die sommige onderzoeken en behandelingen met zich meebrengen (en wiens namen veelal klinken als een stevige nies). Voor goedbedoelde, online forums, die haar zeker niet doen voelen als een Noorse vruchtbaarheidsgodin of haar nog langer in de fabel van ooievaars doen geloven. Of voor zorgkosten die zo hoog zijn, dat een benoeming van groot aandeelhouder van een Belgisch ziekenhuis binnen handbereik ligt. En niemand haalt het in zijn hoofd om een puberende puistenkop ervan te overtuigen dat bij het maken van kindjes soms meer tranen komen kijken dan welke lichaamssappen dan ook. Dat haar hartje zou breken bij het zien van de machteloosheid van haar wederhelft, die niks méér zou kunnen doen voor haar dan grappen over hoe hij de lasten graag had willen delen en gerust bruine, stinkende toiletbaby’s had willen baren. Of dat hormonen Satan’s sidekick zijn natuurlijk, en alleen maar bestaan om het leven van een mens zuur te maken.

    Niet dat dat zin zou hebben. Want mijn elfjarige ik had waarschijnlijk nooit geloofd dat ze als éénendertiger de werking van haar voortplantingssysteem haarfijn onder de knie zou hebben. Dat ze bij het maken van kindjes meer tranen zou huilen dan Alice in Wonderland nadat ze een koekje at dat haar deed groeien. En zonder met haar ogen te knipperen haar buikvel zou doorboren met naalden. Ze zou niet aannemen dat ze als éénendertiger – met de liefde van haar leven aan haar zijde, een mooi koophuis, een scala aan diploma’s en een goedlopende carrière – de moeilijkste tijd van haar leven zou beleven. Dat ze ingewikkelde, Latijnse namen van medicijnen gememoriseerd zou hebben. Dat ze in anderhalf jaar tijd meer bloed zou moeten laten prikken dan dat er uit de lift stroomt in The Shining. Of überhaupt dat het maken van kindjes zich in steriel, kil geschilderde ziekenhuiskamertjes afspeelt en niet in halfdonkere slaapkamers met theelichtjes en zwoele muziek.

    En terwijl ik de dop op de naald van de spuit zet en een druppeltje bloed van mijn buik veeg, hoop ik eventjes dat mijn éénenvijftigjarige ik aan mij zal verschijnen. Dat ze in haar tijdmachine is gesprongen en naar me toe is gereisd, hier en nu. Net zoals ik dat zojuist nog bij mijn puberende tienerzelf had willen doen. Ik hoop dat ze me geruststellend toe spreekt, me vertelt dat ik me er doorheen zal slaan. Dat ze weet dat mijn buik, mijn eierstokken en alles daarrond pijn doet, maar dat het het waard zal zijn. Ik hoop dat ze me foto’s laat zien, van haar gezinnetje, van haar kroost. Van twee jongens en een meisje. Als het even kan. “Ach”, verzucht ik. “Niet dat dat zin zou hebben”. Want mijn éénendertigjarige ik had haar waarschijnlijk nooit geloofd. Had haar boos aangekeken. Haar wenkbrauwen opgetrokken. Misschien zelfs de spuit die ze nog in mijn handen had ergens gezet waar de zon niet schijnt. En naar haar gesnauwd. “Of ze niet wist dat kindjes maken gewoon kut kan zijn?!”Letterlijk.

    Meer lezen van Selina? Dat kan op haar website! https://slienaa.blogspot.com/

     

     

     

     

    De Regenboogverklaring: het antwoord op de Nashville verklaring

    Naar aanleiding van de Nashville verklaring die ondertekend werd door een paar honderd othodox-protestante voorgangers, vond ik dat het tijd werd voor een Regenboog verklaring.

    Wie het eens is met deze verklaring mag hem ondertekenen in een reactie hieronder en delen.

    Wij zijn ervan overtuigd dat onze generatie een generatie is die verder kijkt dan gender, geaardheid, religie of afkomst.

    Wij leven in acceptatie van het bestaan van een diversiteit op het gebied van identiteit en geaardheid, met toewijding aan het oprecht behandelen van onze medemens, zonder die op welke manier dan ook te discrimineren.

    Dit is volgens ons de manier om ieder mens rechtvaardig te behandelen, ongeacht van wie hij of zij houdt – en of hij of zij zich als man, vrouw, of genderfluid identificeert.

    We zouden niet open minded en liefdevol zijn als wij niet zouden houden van mensen zoals ze zijn: homo, lesbisch, transgender, biseksueel, drag, hetero, fluent, monogaam, polygaam en alles daar tussenin. Wij hebben onszelf niet gemaakt. Maar we zijn wel van onszelf.

    Wij geloven dat de bedoeling van ons bestaan liefde is. Het is om die reden dat wij er voor kiezen deze verklaring af te leggen.

    WIJ BEVESTIGEN dat wij het huwelijk zien als een verbond tussen een man en een vrouw, een man en een man, of een vrouw en een vrouw waarbinnen seksualiteit een plaats heeft en waaruit kinderen kunnen voortkomen. Het doel van het huwelijk is de oprechte liefde tussen deze twee volwassenen die van elkaar houden zichtbaar te maken.

    WIJ ONTKENNEN dat het huwelijk alleen bedoeld is voor heteroseksuele mensen.

    WIJ BEVESTIGEN dat wij onze niet-hetero huwelijken net zo liefdevol aangaan als heteroseksuele koppels, waarbij we heldere afspraken maken binnen het huwelijk over wederzijds toegestaan gedrag buiten het huwelijk en trouw binnen het huwelijk.  

    Lees verder onder de afbeelding

    WIJ BEVESTIGEN dat uit de eerste mensen – ook al waren zij heteroseksueel (of homoseksueel maar nog niet uit de kast) ook duizenden mensen zijn geboren die homoseksueel, lesbisch, biseksueel of transseksueel zijn. Zij zijn allen gelijkwaardig, liefde waard en uniek.

    WIJ ONTKENNEN dat de verschillen tussen man en vrouw hen ongelijk maken in waardigheid.

    WIJ BEVESTIGEN de natuurlijke verschillen tussen man en vrouw en tevens dat het voorkomt dat mensen in het verkeerde lichaam geboren worden, waarna zij het recht hebben hun leven te gaan leiden zoals zij zich in hun hart voelen, ongeacht hun geslacht bij geboorte. 

    WIJ ONTKENNEN dat deze verschillen het gevolg zijn van de zonde. Homoseksualiteit en transgender zijn is geen zonde of ziekte: wij hoeven niet beter gemaakt te worden.

    WIJ BEVESTIGEN dat mensen die seksuele aantrekkingskracht ervaren tot mensen van hetzelfde geslacht een rijk en vruchtbaar leven moeten kunnen leiden zonder gediscrimineerd te worden. Wij gunnen hen dat zij omringd worden door mensen met een goed hart en de juiste normen en waarden.

    Het is belangrijk dat vooral ook deze mensen veel liefde ontvangen, omdat zij op straat maar ook vanuit de politiek en het geloof veel haat, stupiditeit, bekrompenheid en onbegrip over zich heen krijgen.

    WIJ BEVESTIGEN dat het menselijk en goed is om homoseksuele of transgender mensen goed te keuren, vriendschap er mee te sluiten en van ze te houden.

    WIJ ONTKENNEN dat het discrimineren van, en het gebruiken van geweld tegen homoseksuele mensen of transgenders op wat voor manier dan ook goed te praten is.

    WIJ BEVESTIGEN onze plicht om altijd de waarheid in liefde te spreken.

    Namens iedereen die liefdevol is,

    Chrisje.

    Het mooiste kado voor jouw kind voor later maak je zo!

    Ik weet niet meer waar ik er voor het eerst van hoorde, maar jaren geleden ben ik begonnen met het sturen van e-mails naar mijn dochter.

    Ze was toen denk ik een jaar of drie, vier. Ik maakte een e-mailadres voor haar aan, waar ze als ze ouder is het wachtwoord van zal krijgen.

    Naar dat e-mailadres heb ik door de jaren heen heel veel mails gestuurd, met bijlagen:

    • het filmpje van toen ze de eerste keer kroop,
    • foto’s van verjaardagen,
    • rapporten,
    • leuke evenementen op school,
    • eerste keren,
    • foto’s van de huisdieren,
    • grappige uitspraken die ze deed,
    • e-mails over bijzondere gebeurtenissen en
    • vooral ook veel “zomaar mails”, om haar te vertellen hoe bijzonder ze is.
  • Zo kan ze als ze ouder is altijd terug kijken. Een mooier kado kun je denk ik niet krijgen, toch?
  • Ben jij een people pleaser en medeafhankelijk?

    Ben jij een notoire people pleaser? Spring jij altijd als eerste op om anderen te helpen? Komen mensen als eerste naar jou toe met hun problemen? Vind je het moeilijk om je grenzen te bewaken en kom je vaak in (liefdes)relaties terecht die niet gezond voor jou zijn, met mensen die jou manipuleren of gebruiken? Grote kans dat jij last hebt van codependency, oftewel medeafhankelijkheid.

    Mensen die codependent zijn, hebben vaak een laag zelfbeeld en passen zichzelf helemaal aan aan de ander. Eigen behoeften worden volledig weg gecijferd om de ander tevreden te stellen. Vaak schuilt daarachter een diepe angst om verlaten te worden en alleen te zijn.

    Dit gedrag ontstaat meestal bij mensen waarvan in hun jeugd niet aan hun emotionele behoeften werd voldaan: Codependency ontstaat immers meestal door een onveilige hechting in je (moeilijke) jeugd, waardoor je niet geleerd hebt hoe een gezonde relatie er uit ziet. Je hebt wellicht geleerd dat houden van hetzelfde is als zorgen voor en geeft daarmee al je energie aan de ander. Je stelt je veel te afhankelijk op van de ander, waarmee je die persoon alle macht en controle over jou geeft.

    Een relatieverslaving kan hier een gevolg van zijn: je hecht je aan emotioneel beschadigde mensen waar je voor denkt te kunnen of moeten zorgen. Dat jij hierdoor vaak gekwetst wordt neem je voor lief: dit ben je immers gewend. Het ongezonde patroon is onveilig, maar doordat je dit herkent uit je jeugd voelt het onterecht veilig. Rationeel weet je wel dat dit niet goed is, maar emotioneel lukt het je niet om hier afstand van te nemen.

    Hoe doorbreek je nu de spiraal van codependency? Hoe zorg je er voor dat ook jouw behoeften worden bevredigd en niet al je energie gaat naar het helpen van anderen? Hoe zorg je er voor dat je van jezelf mag kiezen voor gezonde relaties waarin geen misbruik van jou wordt gemaakt?

    Erkennen in welke patronen je vast zit is een eerste stap; begrijpen hoe dit heeft kunnen gebeuren. Hyponose therapie kan ook een stap zijn: onder begeleiding van een professional kun je “terug gaan” naar je jeugd en de behoeften die je had uitspreken. Leren van jezelf te houden is de belangrijkste stap: als je van jezelf leert te houden, pik je het niet wanneer een ander over jouw grenzen heen gaat of misbruik van jou maakt. Bovendien ben je niet langer bang om alleen te zijn, omdat je genoeg van jezelf houdt.

    Wanneer je genoeg om jezelf geeft, maak je gezondere keuzes voor jezelf. Met het beëindigen van destructieve en ongezonde relaties maak je ruimte voor gezonde relaties waarin geven en nemen in balans zijn en jij jezelf niet meer kwijt raakt.

     

    Leestips:

    Als hij maar gelukkig is

    door Robin Norwood

     

    Leef je eigen leven

    door Melodie Beattie

    Kerstfile

    ‘Wat ben ik toch een goed georganiseerd persoon’, dacht ik vandaag. ‘Het is nog niet eens de dag van kerstavond en ik denk er nu al aan dat ik nog wat in huis moet halen!’

    Dus toog ik vol goede moed naar een winkelcentrum in de buurt, compleet met een incompleet boodschappenlijstje. Drie straten voor het winkelcentrum ging het verkeer iets langzamer rijden.

    “Het regent ook,” dacht ik nog, “dan rijden mensen wat langzamer.”

    Twee straten voor het winkelcentrum reden we wel erg langzaam, waarmee ik bedoel te zeggen dat we feitelijk stil stonden. “Zou er een ongeluk gebeurd zijn?” vroeg ik aan mijn dochter. “Ik zie niks,” zei ze, “..misschien is het file.” “File? Hahaha! Hier staat nooit file!” lachte ik terug. Toch gingen we wel opvallend langzaam vooruit.

    Nadat we drie kwartier later de bocht om gekropen waren werd het me pijnlijk duidelijk: er stond een file richting het winkelcentrum. Maar liefst twee straten vol. “Hier heb ik geen geduld voor.” zuchtte ik, terwijl ik mezelf in gedachten al over de hoofden zag lopen in het winkelcentrum na drie uur file en twee zenuwinzinkingen. “Gelukkig, want ik ook niet.” zuchtte dochter. Dus gingen we de eerste zijstraat in om de ontsnappen aan de file vol mensen zoals ik; mensen die op de laatste dag nog even ALLES gaan kopen.

    Kerstfiles: ik wen er nooit aan. Waarom doen met zijn allen alsof het de allerlaatste dag is waarop de wereld bestaat? En waarom besluiten we dan ook nog dat we -paradoxaal genoeg- wel een proviand moeten kopen voor zes jaar?

    Morgenvroeg gaat de wekker extra vroeg. Dan zijn we de eersten in de winkel, filevrij, en kopen we gewoon wat er nog over is gebleven van de plunderingen van vandaag.

    Liefs,

    Chrisje

    christianne.jpg

     

    “Alles voelt oneindig” – gastblog vanuit Azië door Michelle-Anne Lucas

    Inmiddels ben ik al drie weken in Azië. De tijd vliegt voorbij, maar soms ook niet. Dat is een beetje afhankelijk van dag planning. Soms is een hotelkamer met airco een betere manier om te ontspannen dan een middagje op een strand. Dan lees ik vaak op mijn e-reader of scrol ik eindloos door social media (dag goede voornemen om minder op m’n telefoon te zitten). Vooral als je de dag vantevoren een intensieve hike hebt gedaan is zo’n dag wel nodig. Maar toch gaan de dagen met hikes sneller voorbij.

    De eerste dagen schreef ik veel over mijn bevindingen. Beetje bij beetje werd deze wereld steeds meer mijn werkelijkheid. Er is een groot verschil tussen op vakantie gaan en met op reis gaan. Behalve geldzaken voelt alles oneindig, oneindig veel mogelijkheden, oneindig veel tijd en vooral: oneindig veel nieuwe indrukken.

    Bali is een super diverse plek met stranden zoals in de Loret the Mar (bah), echte hipster sufplekken en plekken waar iedereen aan yoga doet. Daarnaast kun je op het eiland veel dingen bezoeken, zoals prachtige watervallen, hindoeïstische tempels en vulkanen. Inmiddels hebben we het allemaal wel gezien en gedaan.

    Gesprekken met locals zijn meestal heel oppervlakkig. In travel guides staat letterlijk wat je meestal gevraagd wordt zoals ‘where are you from?,’ holland’, ‘oh blanda, asbak, handdoek’. Ze noemen vaak een aantal dingen op die blijkbaar in het Indonesisch hetzelfde zijn als in het Nederlands. Meestal vrij onverstaanbaar, want met een Indonesisch accent klinkt het toch heel anders!

    De vrouwen vragen eerder of je getrouwd bent. Dat is eigenlijk wel vanzelfsprekend in hun ogen. Als je antwoordt dat je vriend thuis is, snappen ze het pas als je zegt dat hij werkt. In hun hoofd zie ik dan meteen een sugar daddy constructie.

    Ik vind het interessant om te observeren hoe de locals en toeristen hier met liefde om gaan. Als je op een plek als Canggu (surfspot) zit, valt het vooral op dat iedereen dezelfde oppervlakkige gesprekken voert over het leven en de liefde. Het is alsof je in Instagram bent beland. De meeste gesprekken gaan over tattoages, exen, de zoektocht van het leven, fitlife en een positief zelfbeeld. Grappig hoe we op zoektocht naar individualisme in Bali uiteindelijk allemaal dezelfde gesprekken voeren.

    Op de meer toeristische plekken zoals Kuta zie je blanke mannen met (al dan niet omgebouwde) Indonesische ‘vrouwen’. Dat terwijl de local mannen juist de blanke vrouw adoreren.

    Als ik dan toch liefde aanschouw in de vorm die ik van thuis ken, zijn het vaak de locals onderling. Zoals een jong stelletje (zestien jaar oud) waarvan de jongen trakteert op Italiaans wat in hun ogen een chique duur restaurant is. Of als ik de achtergrond foto zie van mijn taxi chauffeur, die liefdevol met zijn vriendin knuffelt. Het zijn die momenten dat ik vooral aan thuis denk.

    Ik begin te beseffen dat ik vroeger net zo was als de Instagram types. Ik zou op reis gaan om weg te zijn van de druk van thuis, maar ook in de hoop ooit iemand tegen te komen. Nu ik thuis al echte liefde heb, is zo’n reis heel anders. Ik mis mijn vriend enorm en met de kerstdagen die eraan zitten te komen mijn familie ook. Als ik thuis ben ga ik hen allemaal zo hard knuffelen!

    Ik hoef mijn geluk niet meer te vinden op vakantie, dat heb ik thuis al. Nu duurt het nog wel vijf weken voordat ik thuis ben, maar van dag tot dag geniet ik gelukkig wel heel erg. Ik kan hier puppies aaien, op het strand liggen, surfen, lekker eten en shoppen! En over een week vertrek ik alweer naar de Filipijnen. Dan krijg ik natuurlijk nog veel meer bevindingen en laat ik jullie zeker weer weten over mijn reis.

    Veel liefs,

    Michelle Anne

    Ik voel ik voel wat jij niet ziet: onzichtbaar ziek

    Fibromyalgie, andere vormen van reuma, migraine, burn-out, depressie, et cetera: Er zijn veel ziektes die niet zichtbaar zijn aan de buitenkant.

    Waar iemand met een gebroken been vanzelf begrip en medewerking krijgt van mensen vanwege bijvoorbeeld het dragen van gips of lopen met krukken, moeten mensen met een onzichtbare ziekte of aandoening vaak twee gevechten leveren: één gevecht tegen hun aandoening en het andere gevecht tegen onbegrip en vooroordelen van de omgeving.

    lees verder onder de afbeelding

    Veel mensen denken dat alles goed met je gaat omdat er niets aan jou te zien is. Hoe lang je er over gedaan hebt om uit bed te komen (psychisch of fysiek) ziet men niet. Hoe vermoeid je bent (mentaal of lichamelijk) na een activiteit ziet men evenmin.

    Het hebben van een onzichtbare aandoening blijft een dubbele strijd. Goede vrienden, professionele begeleiding en “insiders” die echt weten en begrijpen wat je doormaakt zijn daarbij onmisbaar.

    Soms is het ziektebeeld ook grillig: de ene dag kun je bijvoorbeeld meer aan dan de andere dag, grenzen verschuiven, zowel op het psychische vlak als lichamelijk. Het is dan soms verwarrend voor de omgeving, want: waarom kun je vandaag niet mee doen als je gisteren wel nog op de been was?

    Dit telkens maar uitleggen en er begrip voor vragen is moeilijk: vaak is het nodig dat je zelf erg stevig in je schoenen staat en er voor waakt dat je niet over je grenzen heen gaat. Onder voorbehoud afspraken plannen kan een optie zijn: je houdt een slag om de arm en geeft dat vooraf duidelijk aan: “Als ik me goed voel die dag ga ik heel graag mee.”. Zo voorkom je teleurstellingen voor je omgeving en bewaak je je eigen grenzen, door op de dag zelf te beoordelen of iets al dan niet mogelijk is.

    Het is en blijft een strijd om te luisteren naar je lijf en naar je grenzen. Je zult jezelf zeker blijven tegenkomen, totdat je leert jezelf te beschermen en je grenzen te bewaken.

    Soms zul je hiermee ook vrienden verliezen, als ze niet kunnen omgaan met de veranderde jij, die niet meer alles kan.

    De vraag is dan uiteraard wel of dat in de eerste plaats echte vrienden waren…

    Verhuisstress: door VIP blogger Susan

    Verhuizen, stress en twijfels

    Vijf jaar geleden leerde ik mijn man kennen, ik woonde destijds in mijn flatje in Leeuwarden en vertrok zonder enkele twijfel en trok bij hem in. Ik liet hierbij mijn opleiding achter en ging op best wel verre afstand wonen van mijn familie en vriendinnen. Als iets goed voelt, voelt het goed toch? En van die keuze heb ik tot op de dag van vandaag nooit spijt gehad. Natuurlijk was het, vooral zonder rijbewijs in het begin, lastiger om af te spreken maar goed, ook een goede vriendschapstest denk ik dan maar. 


    Het was soms lastig want ik had hier niks, ik kende de omgeving niet en had helemaal geen netwerk om mij heen. Gelukkig ben ik wel een type wat op onderzoek uitgaat, dus ik had mijn weg snel gevonden en leerde langszaamaan mensen kennen en begon mijn eigen kringetje op te bouwen. Verhuizen is mij niet vreemd, dus dat kwam allemaal wel weer.

    De woning van mijn man, nu dus onze woning, stond al 6 jaar te koop voordat wij ons eerste bod kregen een aantal maanden geleden. Waar je het eerst niet kan geloven, word je daarna onzeker over of alles wel door gaat. Of deze ene kans om hier weg te gaan, niet alsnog voor onze neus weggeveegd wordt. Maar nee, een aantal weken later was alles rond en ondertekend, het was echt, het ging door! En vanaf dat moment ging ik denken.

    Opeens kwamen dromen en wensen weer naar boven, die ik had weggestopt omdat dat hier nou eenmaal niet mogelijk was. En het idee om ooit weer dichterbij mijn familie en vriendinnen te gaan wonen, had ik allang losgelaten omdat ik ergens niet meer durfde te hopen dat we het huis gingen verkopen. Opeens werd alles dus weer mogelijk en omdat we maar een paar maand hadden, moesten we toch snel keuzes gaan maken, we hadden namelijk nog totaal geen zicht op een nieuwe woning. Toen ik op mijn 19e uit huis ging schreef ik mij direct in bij een woningbouwvereniging in Friesland, dus daar had ik al bijna 10 jaar inschrijftijd, het meest logische was dus om daar op huizen te gaan reageren. Nadat ik met een vriendin had afgesproken en weer naar huis reed voelde ik pas, hoe erg ik het eigenlijk mis. Hoe erg ik het mis om gewoon even op de koffie te gaan en niet eerst 1,5u hoef te rijden. Ik wilde niet per se om de hoek wonen, maar iets dichterbij, dat was voor mij echt wel een wens geworden.

    Hoe ga ik dit bespreekbaar maken, want mijn man en Friesland, is geen combinatie. En aan de andere kant, was ik het na 5 jaar ook wel zat om zo ver weg te wonen. Er zou dus ergens een compromis gesloten moeten worden. Gelukkig is binnen onze relatie alles bespreekbaar en hebben we dit ook naar elkaar uitgesproken. Dan sta je opeens lijnrecht tegenover elkaars wensen, en uit liefde ben je geneigd om toe te geven aan de wens van de ander. Ik wilde niet dat hij voor mij zou verhuizen, want ik wilde dat hij gelukkig zou zijn. En andersom, wilde hij niet dat ik ongelukkig zou worden als we het niet deden. Daar zit je dan, en nu?

    Het waren voor mij weken van heen en weer geslinger tussen emoties en gedachten. Wat wil ik? En word ik ook echt wel gelukkig als ik hier in de omgeving blijf? En hoe realistisch is het om van hem te wensen om mee te gaan naar Friesland. Erg lastig.

    Uiteindelijk kwamen we tot op een oplossing, we lieten het over aan het universum. We bleven reageren op woningen hier in de buurt, maar wanneer er een woning op de site zou komen meer richting Friesland, die voldeed aan onze wensen, dan zouden we daar op reageren. Dus eigenlijk, dat wat als eerst komt, dat wordt het. Ergens gaf mij dit wel een rustig gevoel, want ik vertrouw nou eenmaal op het universum en dat alles loopt zoals het moet lopen. De woningen in Friesland waren spontaan niet meer in de aanbieding en ik begon ook meer zonder gevoel te denken.

    Onze zoon zit hier op de peuterschool en heeft het hier erg naar zijn zin. Als we hier blijven wonen, kan hij daar blijven, als we verder weg gaan zou hij moeten switchen. En uit ervaring weet ik dat dát geen strak plan is. Daarnaast, zou mijn man vanuit Friesland minimaal 45min moeten rijden naar zijn werk, kan ik dat van hem vragen? 
    Het enige voordeel was, dat alles en iedereen voor mij dichtbij zou zijn en dat maakte het idee van Friesland voor mij gewoon heel fijn.

    We werden gebeld, een makelaar hier uit de buurt had een woning, in Veendam. We hoefden niet te zoeken, niet te reageren, we werden gewoon gebeld en we kregen zo een woning aangeboden. Dit was wel een erg duidelijk teken van boven voor mij. Dit konden we niet weigeren.  De woning voldoet aan onze wensen, is groot genoeg, staat in een leuke buurt en alles is op loopafstand te doen. Mijn gevoel zei aan alle kanten ja en we hadden nog maar twee maanden om een huis te vinden. We moesten wel, dus ik leg mij er gewoon bij neer.
    Ik was blij met de woning, oprecht blij. Blij voor mijn man, blij voor mijn kind omdat alles wat hij nodig heeft hier ook aanwezig is. De speeltuin voor huis, de kinderen in de buurt, de school op loopafstand, alles wat we voor hem willen. Dus nee, afwijzen kon ik dit niet.

    Iedereen reageerde blij, enthousiast en de hulp kwam van alle kanten. En toch kreeg ik van een aantal lieve mensen ook de vraag: ‘maar Suus, jij dan? Word jij daar gelukkig?’ En zelfs mijn schoonvader die zei: ‘als het niet goed voelt, of als je twijfelt, moet je het niet doen.’
    Dat vond ik zo onwijs lief, dater mensen waren die zagen en voelden dat dit goed zat, maar ook aan mij dachten omdat ze wisten dat ik een andere wens had. En ja, ik heb enorm aan het idee moeten wennen, omdat ik een compleet ander toekomstbeeld had, vooral voor mezelf. Het was en is soms dubbel omdat ik kies voor het geluk van mijn gezin. Zet ik daar dan mijn eigen geluk mee aan de kant? Dat absoluut niet, want ik ben pas gelukkig wanneer mijn hele gezin gelukkig is. En dat was in Friesland niet zo geweest. 

    We kregen de sleutels, we begonnen heen en weer te tillen met dozen. Onze woning wordt met de dag leger en de nieuwe woning met de dag voller. Het behang zit bijna overal al op de muren, in twee kamers ligt al laminaat. De datum voor het verhuizen staat vast en beetje bij beetje verplaatsen wij ons ‘thuis’ naar daar. Ik begin de voordelen in te zien van de andere woning, ik begin mijn beeld bij te stellen naar een toekomst daar. En dan zeggen mensen wel: ‘maar jullie kunnen toch alsnog verhuizen als het jullie niet aan staat?’ Ja, wel naar een ander huis, maar niet naar een andere woonplaats. Er is één eis die ik heb en dat is dat onze zoon de basisschooltijd doorbrengt op één school. Dus dat maakt het voor mij definitief, dat we de aankomende 9 jaar in ieder geval vastzitten aan deze omgeving. 

    Niet erg, maar ik begin het eng te vinden. Een nieuwe start, de eerste woning waar we écht samen beginnen, een nieuwe omgeving, nieuwe buren. Mijn man heeft zijn familie en vrienden daar, ik moet nog een netwerk gaan opbouwen. En ook al weet ik dat dit bij mij meestal niet zo moeilijk verloopt, ik vind het spannend. Wie zit er op mij te wachten? Ik ben niet iemand die je deur plat loopt of onaangekondigd binnen komt maar af en toe even koffie drinken en kletsen, graag! 

    Nu het allemaal bezonken is, heb ik er erg veel zin in, ik vind het leuk om daar bezig te zijn, het is spannend maar het we vinden ons plekje wel weer! Ik had van te voren nooit verwacht dat verhuizen zoveel los zou maken, maar ach, als we samen maar gelukkig zijn, dan komen we er wel! 

    Liefs,

    Susan

    ACTIE: IK STUUR GEEN KERSTKAART, ik gun een kind zijn ouders dichtbij!

    Jaarlijks geven we veel geld uit aan kerstkaarten, die in januari vaak bij het oud papier eindigen. Ondertussen zijn er talloze zieke kinderen die hun ouders dichtbij zich nodig hebben om te vechten tegen hun ziekte en te herstellen.

    Als je dit leest, roep ik jou dan ook op om dit jaar dat geld dat je normaliter aan kerstkaarten en postzegels spendeert te doneren aan het Kinderfonds van de Ronald McDonald huizen, zodat meer ouders van zieke kinderen bij hun kind in de buurt zijn.

    Doneer het bedrag van je kerstkaarten, deel deze blog op je social media onder de hashtag #geenkerstkaart en stimuleer zo anderen om dit initiatief over te nemen!

    Het Kinderfonds krijgt geen subsidie en is dus afhankelijk van donoren! Je kunt maandelijks donateur worden, maar eenmalig is ook mogelijk via deze link: https://www.kinderfonds.nl/hoe-kunt-u-helpen/doneren

    Bedankt en zeg het voort! ❤️

    Grote mensen die niet vragen, worden overgeslagen!

    “Kinderen die vragen, worden overgeslagen!”

    Hoe vaak heb jij dit gehoord als kind?

    Wellicht was het wel eens terecht: als je voor de derde keer zeurde om een koekje bijvoorbeeld.

    Toch lijken volwassenen gaandeweg af te leren te vragen om wat ze willen. Vrouwen lijken daar het meest last van te hebben. Bescheiden zijn, netjes zijn, niet brutaal doen… we krijgen het allemaal af- en aangeleerd.

    Als volwassene kun je dan te maken krijgen met een probleem: je leeft niet het leven dat je graag zou willen leven, bijvoorbeeld. Je wil veranderingen aanbrengen, maar je weet niet goed hoe. Je wil heel veel, maar hebt het jezelf afgeleerd er om te vragen. Toch is hier helemaal niets mis mee: vragen mag altijd en daarbij: het is prettig om te weten én uit te spreken wat je wil.

    Als niemand weet wat jij wil, is dat waarschijnlijk omdat je het niemand vertelt. En als je het niemand vertelt, kun je dat je omgeving ook niet kwalijk nemen!

    Lees verder onder de afbeelding

    Gelukkig is het nooit te laat om afgeleerd gedrag weer aan te leren. Je kunt vandaag nog beginnen met oefenen! Start met kleine dingen: schrijf op een lijstje welke dingen jij graag zou willen, en kies de meest laagdrempelige daarvan uit om als eerste mee te beginnen. Of het nu gaat om iets dat je heel graag wil krijgen voor kerst, of een cursus die je graag wil volgen op je werk: het maakt niet uit: als jij het maar vraagt!

    Hoe vaker jij hardop kenbaar maakt wat je graag wil, hoe vaker je het ook zult krijgen. Let maar op!

    Burn-out: niet alleen maar huilen!

    Veel mensen denken dat een burn-out zich uit door alleen maar te kunnen huilen. Dit is vaak, maar lang niet altijd zo. Een burn-out heeft veel “gezichten” en kan zich op meerdere manieren uiten.

    Lang niet iedereen met een burn-out zit de hele dag te huilen. Sommige mensen voelen zich apathisch en leeg, anderen voelen zich juist constant opgefokt en opgejaagd. Een korter lontje, geen geduld meer over, over-emotioneel reageren; het kan allemaal.

    Wat wel een gemeenschappelijke factor lijkt te zijn, is een allesoverheersende vermoeidheid. Zaken die eerst vanzelfsprekend waren: opstaan, douchen, aankleden en naar buiten gaan, kosten opeens bergen vol energie. Het lichaam en hoofd zijn letterlijk uitgeblust en hebben te lang moeten teren op reserves.

    Wat zijn verder veel voorkomende symptomen bij een burn-out? Ook die gaan verder dan de bij het grote publiek bekende symptomen:

    • Prikkelbaarheid
    • Ernstige vermoeidheid
    • Slapeloosheid
    • Concentratieproblemen
    • Libido afname
    • Geheugenproblemen
    • Chaotisch gedrag
    • Woede uitbarstingen
    • Emotionele uitbarstingen
    • Duizeligheid
    • Teruggetrokkenheid
    • Hoofdpijn
    • Spierpijn
    • Etc.

    Een burn-out is hierdoor waarschijnlijk moeilijk vast te stellen: het is moeilijk om het onderscheid te maken tussen wanneer iemand depressief is of een burn-out heeft, omdat veel kentekenen op elkaar lijken en het ook nog wel eens hand in hand lijkt te gaan.

    Lees verder onder de afbeelding

    Wat het herkennen van een burn-out nog moeilijker maakt, is dat de persoon die een burn-out heeft of er tegenaan hikt, dit zelf vaak niet doorheeft. Negen van de tien keer ziet de naaste omgeving dit eerder dan de persoon zelf.

    Wat kun je doen als je vermoedt dat jouw naaste een burn-out heeft of dreigt te krijgen?

    • Geef op een rustig moment aan wat je opmerkt, zonder oordeel
    • Vraag de persoon om eens met de huisarts te gaan praten
    • Bied je luisterend oor en steun aan, maar ga geen activiteiten opleggen om de persoon op te beuren: als iemand een burn-out heeft voelt dit alleen als nog een verplichting er bij op het to do lijstje!
    • Informeer regelmatig naar hoe het met hem of haar gaat.

    Hallo Jumbo, dat kan beter!

    Ik ben doorgaans geen zeurpiet, maar dit moet me toch even van het hart: ik vind de vierde in de rij regel bij de Jumbo echt heel vervelend.

    Vervelend voor klanten, maar ook vervelend voor personeel.

    Ik stond vanochtend als vierde in de rij. Er was geen enkele andere kassa open. Ik schraap ongemakkelijk mijn keel en zeg hardop: “Ik ben de vierde in de rij.” De jongen achter de kassa schrikt zichtbaar en roept snel dat kassa drie open gaat.

    Snel komt er een caissière aan gespoed die achter de kassa kruipt. Maar ik was vierde in de rij, en er was geen andere kassa open op het moment dat ik daar kwam staan. Ik zou volgens de regels mijn boodschappen dus gratis hebben moeten krijgen.

    Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. Ik ben al vaker vierde in de rij geweest. Welgeteld één keer kreeg ik ook echt mijn boodschappen gratis. De andere keren werd mijn mededeling beantwoord met het haastig openen van een extra kassa.

    Ik vind het maar een ongemakkelijke regel, zowel voor het personeel als de klant. Ik las op social media dat veel mensen deze ervaring hebben. Soms zelfs ronduit werden uitgekafferd door de bedrijfsleiding. Dat heb ik nog niet meegemaakt, maar ik laat het dan ook telkens gaan als ik vierde ben.

    Ik vind het idee best aardig, maar dan moet men ook de klant die vierde in de rij staat eerlijk behandelen. Anders heeft zo’n regel helemaal geen zin en zorgt het alleen maar voor ongemakkelijke situaties en frustraties.

    Hallo Jumbo, dat kan beter!

    Wat je straks niet zult zien aan mijn instagram foto’s

    door VIP blogger Michelle-Anne Lucas

    Het is bijna zover.. Over zes dagen vertrek ik naar Bali. Als ik mensen vertel dat ik op reis ga krijg ik vaak dezelfde reacties: ‘Oh wat geweldig. Ik ben jaloers’ of ‘ Als ik jouw leeftijd had zou ik precies hetzelfde doen’. Mijn antwoord hierop lijkt mensen vaak nogal te verrassen: ‘Het is moeilijk om te leven wetende dat je weg gaat.’ De reis zelf is ideaal om te leren genieten van het moment, maar de tijd die er naartoe leidt is juist het tegenovergestelde. Je bent continu bezig met je leven inrichten zodat je op reis kan gaan.

    Voordat ik in het paradijs ben aangekomen deel ik mijn ervaring van de afgelopen maanden. Niet om je bang te maken om mijn voetstappen te volgen, maar om je het verhaal te vertellen achter de prachtige Instagram foto’s:

    Eind 2017 kreeg ik met mijn reisgenoot het wilde idee om samen te gaan reizen. Toen ik besloot niet verder te gaan met mijn Masteropleiding, wist ik zeker dat ik dit wilde gaan doen. April van dit jaar boekte ik mijn one way ticket en was ik super enthousiast. Op dat moment woonde ik nog in Leuven, maar een paar maanden later zou ik hier weg moeten. Omdat ik een tijdelijke woning nodig had was mijn keuze al snel gemaakt; Ik ging bij mijn vriend wonen.

    Toen ik weer terug naar Limburg verhuisde wist ik niet goed wat ik met mijzelf moest. Ik moest wel gaan werken om voor mijn reis te kunnen betalen, maar wie zou iemand aannemen die maar een paar maanden aan de slag kon gaan? Ik solliciteerde erop los, maar beperkte mijzelf enorm door steeds netjes aan te geven dat ik op reis zou gaan. Gelukkig vond ik twee fijne tijdelijke banen, waar ik ontzettend leuke collega’s heb gehad. Toch bleef ik mij niet op mijn plek voelen. Ik ben altijd ontzettend planmatig en carrière gedreven geweest. Wetende dat ik niet met passie voor de langere termijn kon werken, zorgde ervoor dat ik mij vaak nutteloos voelde.

    Ik zou juist daar mijn passie in moeten vinden in naar mijn reis toe werken, maar dat vond ik erg moeilijk. In het begin probeerde ik zo min mogelijk geld uit te geven. Ik moest mijn streefspaarbedrag halen. Geld maakt niet gelukkig, maar thuis zitten omdat je continu aan het sparen bent ook niet! Mijn sociale leven werd door mijn gierigheid anders. Normaal kocht ik spontaan concerttickets voor mijzelf en mijn vrienden. Nu twijfelde ik zelfs als mijn vrienden wat wilden gaan drinken. Toen ik erover sprak met mijn reisgenootje, bleek dat zij precies hetzelfde had. Ik ben blij dat mijn vriend mij toen wakker heeft geschud. Ik gaf weer wat geld uit en begon weer te genieten van mijn sociale leven.

    Samen met mijn vriend heb ik ontzettend leuke dingen gedaan. We hebben vanaf die tijd vooral België ontdekt met z’n tweeën. Omdat we allebei in afwachting waren van onze grote levenskeuzes hadden we alle tijd voor elkaar. We sleepten elkaar door deze periode heen en deelden onze onzekerheden van de toekomst.

    Toen hij begin oktober begon met zijn opleiding van defensie, was ik gelukkig nog aan het werk. Het was een redmiddel om een paar dagen in de week de deur uit te moeten om te gaan werken. De dagen dat ik thuiszat voelde ik mij vooral eenzaam en nutteloos. Als ik nadacht over mijn reis, voelde het soms meer als een obstakel dan een doel.

    Pas een week geleden begon het echt realistisch te worden. Een paar berichtjes van mijn reisgenootje die al in Australië zit, een ingepakte tas en een toch wel rijk gevulde spaarrekening zorgen er nu eindelijk voor dat ik begin te genieten. Ik kan niet wachten tot ik mijn voeten in het zand kan steken, ik eindelijk weer verder kan met mijn geweldige surftechnieken (uhumuhum) en ik een kokosnoot van het strand kan rapen en opeten.

    Het enige wat ik nu nog echt moeilijk vind is mijn vriend en familie missen.

    Maar het voorruitzicht om naar hen terug te mogen komen zorgt ervoor dat het alles waard is. En wanneer ik terug kom kan ik dan ook écht met mijn toekomst te beginnen. Maar nu eerst gaan genieten van mijn reis!

    Veel liefs,

    Michelle Anne

    Voor wie twijfels zijn leven laat bepalen

    Twijfelen: iedereen doet het wel eens. Zeker bij grote beslissingen. Twijfelen is een gezond mechanisme om voor- en nadelen goed af te wegen voordat je een beslissing neemt. Toch kan te veel twijfelen je ook tegenhouden in het leven leiden dat jij graag wil.

    Hoe gezond twijfel ook kan zijn, één van de grootste “killers” van vooruitgang is zonder meer overmatige twijfel. Twijfel slaat vaak toe bij het nemen van levensbeslissingen; hoe groter de beslissing, hoe harder de twijfel toe kan slaan.

    Waarom twijfelen we vaak te lang? Wat is het nut van twijfel? En vooral: hoe kom je er van af als het je afremt in het bereiken van je doelen?

    Twijfelaar
    Een geboren twijfelaar, zo heb ik mezelf wel eens genoemd vroeger. Bij het nemen van een grote beslissing (Ga ik voor die baan? Blijf ik bij mijn partner? Moet ik nu wel of niet verhuizen?) slaat bij veel mensen de twijfel toe: logisch, want het is ook niet zomaar een beslissing die je moet nemen.

    Een verhuizing, een andere baan, een relatie verbreken: het zijn allemaal beslissingen die vergrijpende gevolgen kunnen hebben in je verdere leven. Dat is niet per se negatief, maar het kán het wel zijn; Want wat nou als die nieuwe baan toch niet zo leuk is als het lijkt? Wat als je spijt krijgt van je verhuizing? Wat als je je partner toch gaat missen en niet meer terug kunt?

    Twijfel slaat de meeste dromen en plannen dood, omdat het gepaard gaat met angst. Angst om de verkeerde beslissing te nemen (“Wat als ik hier verkeerd aan doe?”) kan je verlammen, waardoor je onnodig lang in de twijfel modus blijft. Onzekerheid kan ook een grote rol spelen: het vergt nogal wat zelfvertrouwen om te zeggen: en vanaf nu gaat het anders.

    Waar twijfel het hardst toeslaat
    Twijfel slaat vaak het hardst toe in situaties waarin weinig urgentie bestaat. Wat ik daarmee bedoel, kan ik het best toelichten aan de hand van een voorbeeld. Stel, je hebt een baan waar je wel tevreden mee bent, maar waar je niet veel uitdaging uit haalt. Het werk is niet verschrikkelijk, maar ook niet heel leuk. Je haalt er weinig vreugde uit, maar je doet het wel goed en krijgt goede beoordelingen. Daarnaast heb je een vast contract en geen hele vervelende collega’s. Met andere woorden: er is weinig uitdaging, maar ook geen echte urgentie om weg te gaan. Dat je wellicht hele andere doelen voor je loopbaan had – en door tien of twintig jaar in deze baan te blijven hangen die doelen niet bereikt – is achteraf bezien natuurlijk zonde. Toch blijven veel mensen vaak lang hangen op een plek waar ze niet tot hun recht komen.

    Waarom?
    Niet altijd leuk om te horen, maar wel waar: Mensen zijn gewoontedieren. We voelen ons graag veilig en geborgen. Onze comfort zone is ons vaak meer waard dan ons geluk, hoe gek het ook klinkt. We houden van nature nu eenmaal doorgaans niet erg van verandering. Verandering vinden we maar eng.

    Zeker als we een vast contract hebben weten te bemachtigen in deze onzekere tijden, geven we dat niet zomaar op. Een vaste relatie ook niet. De gemoedsrust die komt kijken bij het kunnen betalen van de hypotheek of huur wint het dan van het knagende gevoel dat er meer moet bestaan dan deze sleur van werk dat eigenlijk beneden je niveau ligt.

    Als er dan een nieuwe baan langskomt, waarbij je met een tijdelijk contract in een geheel nieuw bedrijf moet beginnen waar je nog niemand kent, slaat de twijfel toe. Zo erg heb ik het nu toch niet? Ik heb nu wel vastigheid en ik weet waar ik aan toe ben. Dit soort gedachten zorgen er vaak voor dat je dan toch maar bedankt voor die uitdagender job.

    Hetzelfde geldt voor relaties. Als een relatie je al lang niet meer gelukkig maakt, zou je eigenlijk er mee moeten stoppen. Toch blijven veel mensen langer in een uitgebluste relatie zitten dan nodig, uit angst. Angst voor het onbekende, angst om alleen verder te moeten gaan, angst om al het vertrouwde op te moeten geven. Dus worden de dagen weken, de weken maanden, en worden ze op hun zestigste wakker met het besef dat ze jaren lang in een ongelukkige relatie hebben gezeten. De comfort zone kan wat dat betreft een vals soort gevoel van veiligheid geven: achteraf is er dan vaak alleen maar ruimte voor spijt.

    Urgentie maakt twijfelen moeilijker

    Wat nu als je opeens zonder werk komt te zitten? Dan valt je vangnet weg en je comfort zone verdwijnt zonder dat je daar zelf iets aan kon doen: zou je dan wel solliciteren op die baan die uitdaging biedt? Waarschijnlijk wel. Zou je het droomhuis wel kopen als je plotseling te horen kreeg dat je eigen woning gesloopt gaat worden? Vast wel. Het wegvallen van die comfort zone dwingt je er toe beslissingen te nemen: wat dat betreft is het soms gemakkelijker om beslissingen te nemen vanuit het principe “Ik heb nu toch niets te verliezen.” Urgentie dwingt: en soms is dat niet eens verkeerd.

    Eeuwige twijfel

    Voor de eeuwige twijfelaar is het goed om je af te vragen wat je bereikt met het ellenlange twijfelen. Geef je jezelf zo een excuus om comfortabel te mogen blijven leven zonder risico’s te nemen? Geef je jezelf hier mee een mooie reden om je angsten niet onder ogen te hoeven komen? Houd je je eigen onzekerheid hiermee in stand?

    Iets nieuws proberen, een nieuw avontuur aangaan, betekent vaak dat je een risico moet nemen. Het is een sprong in het diepe waar niet iedereen zich aan waagt. En ja, het kan misgaan, maar het kan ook ontzettend goed gaan. Vraag jezelf eens af: waar heb je straks meer spijt van; als je het nooit hebt gedurfd of als je dat wel hebt gedaan en het niet is gelukt? Wat is het ergste dat er kan gebeuren? En kun je daarmee leven?

    Het leven gaat snel voorbij. De sleur van alledag zorgt er voor dat dagen overgaan in weken, maanden, jaren. Wil je terugkijken op een leven vol twijfels, waarin je jezelf mooie kansen hebt ontnomen? Of wil je terugkijken en denken: ach, ik heb risico’s genomen, but I did it my way!

    Ik weet waarvoor ik kies. Jij ook?

    Kun jij omgaan met een compliment?

    door VIP blogger Susan Schuitema

    Enkele weken geleden kreeg ik via app een compliment. Ik merkte direct dat ik me ongemakkelijk begon te voelen. Wat moet ik ermee? Ergens voel ik mij dankbaar voor het compliment en zou ik dus gewoon ‘dankjewel’ moeten sturen. Aan de andere kant heb ik allerlei excuses in mijn hoofd en begin ik grapjes te maken om het compliment weg te wuiven.

    Dit bracht mij op het idee om te schrijven over het geven en ontvangen van complimenten: ik ging op onderzoek uit.

    Hoe reageren mensen over het algemeen op een compliment? Is er verschil tussen mannen en vrouwen? Tussen jong en ‘oud’? En heeft het misschien te maken met hoe zeker jij je voelt over jezelf? Mijn onderzoek gaf mij het volgende beeld.

    Vrouwen
    Met hier en daar een enkele uitzondering reageren vrouwen over het algemeen hetzelfde op complimenten. Echter zit er wel verschil tussen het soort compliment en de reactie hierop. Een compliment over het uiterlijk wordt vaak gewaardeerd, maar de meeste vrouwen weten niet goed hoe ze hierop moeten reageren. Wanneer het compliment gaat over een kledingstuk wordt er vaak gereageerd met ‘oh, die kostte maar vijf euro bij die ene winkel.’ Aan de andere kant wordt er op een compliment over kleding ook gereageerd met een logische reactie ‘dankje, vind ik ook, anders had ik het niet gedragen.’

    Vaak wordt het een ‘dankjewel, ik vind jouw ogen mooier’ of ‘oh joh, jij bent veel knapper.’ Er wordt dus snel vergeleken met de ander. Een aantal vrouwen geven wel aan gewoon ‘dankjewel’ te zeggen en blij te worden van het compliment.

    Wat erg naar voren komt is dat het vooral te maken heeft met jouw beeld van jezelf. Ben jij zeker van jezelf? Dan zeg je sneller gewoon ‘dankjewel’ zonder het compliment weg te lachen of weg te praten met een excuus. 
    Er wordt over het algemeen door de vrouwen gedacht dat de manier van ontvangen te maken heeft met dat wat je in jouw opvoeding geleerd hebt. Goed (of slecht) voorbeeld doet volgen, zeggen ze dan. De vrouwen die ik sprak gaven aan dat ze zelf snel complimenten geven en dat ze absoluut anders worden ontvangen door een man. Waar de vrouwen onzeker reageren, zijn de mannen vaak nuchter en zeggen ze écht gewoon ‘dankjewel’ en gaan weer verder met hun dag. Terwijl ik als vrouw toch wel een hele dag kan teren op een gemeend compliment.

    En daar ga ik alweer he?  ‘Gemeend compliment’ want tja, is een compliment gemeend of wil iemand er iets mee bereiken? 

    Mannen
    Wat mij erg op viel uit de antwoorden die ik kreeg van mannen, is dat de complimenten vanuit een man snel anders opgevangen worden door de vrouw. Enkele mannen geven aan, soms geen compliment te durven geven omdat vrouwen dan zouden kunnen denken dat er iets achter zit. Dit wordt dan geassocieerd met seks. Een man zou dus niet ‘zomaar’ een compliment kunnen geven zonder dat hier iets achter gezocht wordt. Bijzonder toch? 


    Ook enkele mannen geven aan dat zij vroeger (meer onzeker) aankwamen met excuses als antwoord op een compliment. Een compliment over een behaalde opdracht of goed resultaat werd dan weggewuifd met ‘oh joh zo moeilijk was het niet hoor, het stelde niks voor.’ Nu, ouder en zekerder van zichzelf zeggen zij over het algemeen gewoon ‘bedankt.’

    Onzekerheid
    Vrouwen lijken over het algemeen onzekerder te zijn dan de mannen. Of dit echt zo is, of dat mannen niet voor hun onzekerheid uit durven komen? Dat blijft natuurlijk altijd de vraag. Wat mij opgevallen is door met mensen in gesprek te gaan, is dat het wegwuiven van complimenten vooral te maken heeft met hoe je over jezelf denkt. Ben jij onzeker? Dan ben je sneller geneigd om een compliment voor jezelf om te denken naar iets negatiefs. Wat wil iemand van mij? Waarom zouden ze dit zeggen? Menen ze het echt? 

    Ik ben erg geneigd om mezelf naar beneden te halen zodra iemand bijvoorbeeld zegt: ‘wat zie je er leuk uit!’  Vaak denk ik dan: ‘Joh, ik ben 15 kilo aangekomen, doen je ogen het wel?’. Mijn reactie is eigenlijk altijd eerlijk. Ik ontvang het compliment door te bedanken maar vervolg dit wel met hoe ik er zelf over denk. Waarom? Dat is een goede om over na te denken aankomende tijd!

    Vanaf nu ga ik er eens bewust op letten, hoe reageer ik, waarom reageer ik zo en kan/wil ik dit ook veranderen? Complimenten zijn eigenlijk cadeautjes. Je krijgt ze, je mag ze ontvangen, open maken en gebruiken. Ergens is het voor de gever, niet leuk om het cadeautje verfrommeld weer terug te krijgen omdat jij er niks mee kunt. Best wel iets om over na te denken!

    Wat het meest uit mijn onderzoek naar voren kwam is dat je met complimenten iemand kunt helpen. Zie jij iets goeds, iets moois, iets leuks? Zie je dat iemand onwijs zijn best doet voor iets? Geef een compliment en laat mensen stralen. Het kan je dag maken, je net even dat laatste zetje geven om door te gaan of je leren anders naar jezelf te kijken.

    Hoe reageer jij op complimenten? Voel jij je ongemakkelijk of vind je het alleen maar leuk om te horen?

    Vanaf nu neem ik mezelf voor om minimaal één compliment op een dag te geven, uiteraard wel oprecht! En ik neem mezelf voor, om het compliment van een ander ‘gewoon’ te ontvangen en ‘dankjewel’ te zeggen en dit ook uiteindelijk te gaan voelen.

    Liefs,

    Susan


    Het gaat niet zo goed met mij – en waarom je dat niet mag zeggen in deze maatschappij

    De moderne maatschappij blinkt, heeft een zonnig filter, glanst. Iedereen streeft naar mooier, slanker, knapper, strakker, gelukkiger. Maar zijn we dat ook wel – gelukkiger?

    pexels-photo-1236678Waarom moeten we altijd doen alsof alles goed gaat? Leggen we de lat niet veel te hoog, voor onszelf en anderen? Mensen met psychische problemen durven – mede door dit perfecte voorkomen van iedereen – uit schaamte haast niet meer toe te geven dat het even niet zo goed met ze gaat. Naar schatting doen jaarlijks 94 duizend mensen een zelfmoordpoging: – jongeren én volwassenen. Lange wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg helpen niet mee: de stap richting hulp is vaak al moeilijk te zetten: maanden lang moeten wachten is dan soms simpelweg té lang.

    Maar niet alleen in de zorg schieten we te kort. Ik durf te stellen dat ook wij als medemens er voor kunnen kiezen elkaar meer te helpen. Al is het maar door niet alleen maar de perfecte dingen te delen, maar ook de minder leuke dingen. Dit begint met hele kleine stappen. We hoeven echt niet ons hele levensverhaal op Facebook te zetten. Dat is niet eens nodig.

    Als iemand je vraagt hoe het met je gaat, kun je ook simpelweg eerlijk antwoorden, in plaats van automatisch “goed” te zeggen.

    img_4418

    Alles goed?

    Sinds mijn burn-out heb ik me aangewend om altijd eerlijk te antwoorden op die vraag, met “Niet alles.”, zeg ik op slechte dagen, en “Bijna alles.” zeg ik op goede dagen, als iemand het me vraagt. “Bijna alles?” is dan vaak het lachende antwoord. “Ja. Bij mij is niet alles goed. Bij jou wel dan?” Dan krijg je vaak het antwoord “Nou, inderdaad, nu je het zegt, bij mij gaat ook niet álles goed. Zo zit ik bijvoorbeeld met…” en dan volgt er vaak een probleem. Waar ik naar luister. Ik deel mijn eigen problemen. Mensen lijken te ontdooien als je zo’n gesprek voert. Alsof ze opeens hun perfecte masker durven te laten vallen en opgelucht ademhalen; wat fijn, zij geeft toe dat haar leven ook niet perfect verloopt, dan hoef ik het ook even niet te doen.

    Laten we ophouden met doen alsof altijd alles perfect gaat.

    stress

    Geluk is geen doel dat je kunt bereiken door slanker, knapper, filters of materiële zaken. Het hoeft niet altijd goed met je te gaan. Geluk is er immers ook niet constant; het is een utopie om te denken dat als je dat ene ding maar bereikt hebt, je voor altijd gelukkig zult zijn. Geluk zit in kleine dingen, momenten. En soms is het er ook een tijd niet. Geluk ervaar je vaak juist intenser als je je ook een tijd ongelukkig hebt gevoeld.

    Er hoort geen schaamte nodig te zijn als het even niet zo goed met je gaat. Want iedereen kent wel het gevoel dat het gewoon even (of wat langer!) allemaal niet zo lekker loopt. Maar zolang we dat niet aan elkaar toegeven, blijven onnodig veel mensen met schaamte, schuldgevoelens en stil verdriet rondlopen. Doodzonde. 

     

    “Ach, elk kind heeft wel wat!”

    Als moeder van een kind met een diagnose zoals autisme krijg je vaak nogal wat voor de kiezen, qua onwetendheid van mensen.

    “Ach, elk kind heeft tegenwoordig wel iets!”

    “Tegenwoordig delen ze etiketjes uit, niemand is meer normaal!”

    “Mensen moeten hun kinderen gewoon weer gaan ópvoeden!”

    Deze – en talloze andere – tenenkrommende opmerkingen krijgen we te horen van mensen die werkelijk geen flauw idee hebben van wat onze kinderen – en wij – meemaken in het dagelijks leven.

    Ze hebben geen flauw idee. Geen idee van hoe veel energie wij moeten steken in voor anderen heel normale zaken, die vaak al snel vanzelf goed gaan bij kinderen zonder diagnose.

    Hoe veel avonden oefenen – met bijbehorend verdriet en boosheid – omdat veters strikken / huiswerk maken / leren voor een toets niet lukt. Hoe veel tijd we kwijt zijn aan het vinden van kleding die niet prikt, geen naadjes of etiketten op de verkeerde plek heeft omdat het kind daardoor niets anders meer voelt dan alleen dat.

    Hoe vaak we bezig zijn met het uitleggen van doodnormale sociale situaties die voor onze kinderen nu eenmaal moeilijker in te schatten zijn. Hoe vaak we een uur langer dan het gemiddelde tien minuten gesprek zitten te praten met leraren, logopedisten, ergotherapeuten en andere professionals.

    Hoe we in de loop der tijd zelf autisme expert worden omdat we er alles voor over hebben om ook onze kinderen goed voor te bereiden op de buitenwereld met al haar ongeschreven regels en grijze gebieden.

    Lees verder onder de afbeelding

    Hoe we constant bewust bezig moeten zijn met structuur aanbrengen, een ritme, vaste rituelen. Hoe we moeten anticiperen op onverwachte situaties en hoe we ons kind daarop kunnen voorbereiden. Hoe vaak we onze kinderen moeten helpen in de interactie met andere kinderen, omdat zij hen niet begrijpen – of andersom.

    Hoe we bij elke maaltijd die we bereiden, bij elk uitje dat we plannen, elke dag en ieder uur rekening houden met de mogelijkheden en beperkingen van onze kinderen.

    En dan zwijg ik nog over hoe lang we aan onszelf getwijfeld hebben, hoe veel bloed, zweet en tranen het kostte op weg naar de diagnose, hoe kritisch we op onszelf zijn en hoe moeilijk we het soms zelf hebben met altijd de rust en kalmte bewaren.

    Nee, niet elk kind krijgt een diagnose. Nee, het ligt niet aan de opvoeding. Sterker nog: de opvoeders die ik ken met kinderen met een diagnose zijn stuk voor stuk bikkels die vechten voor hun kinderen.

    Dus de volgende keer dat je iemand hoort zeggen dat elk kind wel wat heeft: laat diegene even dit blog lezen of ga er in elk geval niet in mee, want het is onterecht en beledigend voor talloze ouders.

    WhatsApp-ruzie: praten is beter

    We kennen het allemaal wel: je bent met iemand aan het appen en belandt in een soort van beginnende discussie. Deze discussie loopt via WhatsApp sneller uit de hand dan in het echt. Voordat je het doorhebt ben je beland in een verhitte discussie of zelfs in een ruzie! Hoe kan dat?

    Geschreven tekst
    Via geschreven tekst komt alles harder binnen. Je ziet geen lichaamstaal, hoort geen intonatie; kortom: er is veel ruimte voor misverstanden. De woorden “Oké dan.” kunnen bijvoorbeeld op verschillende manieren gelezen worden: “Oke dan. Doen we  het zo!” Of als: “Oké dan. Beetje jammer dit.” Zo zijn er talloze voorbeelden waarbij geschreven woorden veel botter of zakelijker over kunnen komen dan gesproken woorden.

    pexels-photo-377909

    Je laat je sneller gaan
    Via WhatsApp spreek je iemand niet rechtstreeks. Er zitten twee schermen tussen jullie. Je kunt niet alleen niet horen hoe iemand bedoelt wat hij zegt, je kunt ook nog eens niet direct reageren. Door de afwezigheid van de ander in persoon, kun je feller gaan reageren dan je eigenlijk bedoeld had. Als je heel fel iets wil gaan schrijven, vraag je je lang niet altijd af of je dit ook face to face zou zeggen. Toch is het goed om jezelf die vraag af en toe te stellen: zou ik dit in het echt ook zeggen, of durf ik dit nu alleen omdat er twee schermen tussen ons in zitten?

    facebook-logo-thumbs-upBellen of afspreken is beter
    Als een gesprek via WhatsApp uit de hand dreigt te lopen, is het beter om even een time-out in te lassen en elkaar te bellen of op te zoeken. Lukt dat om een of andere reden niet, dan is een spraakbericht sturen altijd nog een beter alternatief dan geschreven tekst. Bij een spraakbericht hoort de ander jouw stem in ieder geval nog – en kan die daar meer context uit halen dan wanneer je het zwart op wit zet. Bovendien kun je hiermee je emoties beter kenbaar maken, wat weer kan zorgen voor meer begrip bij de ander.

    WhatsApp is een super handig medium, maar niet voor discussies. Die voer je toch het best face to face – of in elk geval ear to ear!

    De pil: meer nadelen dan voordelen

    door Chrisje VIP blogger, Michelle-Anne Lucas

    De pil, stop daar nu eens mee!

    Oké, misschien ben ik nu wel meteen erg direct met de deur in huis gevallen. Maar als je dit leest weet ik tenminste dat ik je aandacht heb. Ik ga het namelijk hebben over iets wat een te groot deel van mijn leven heeft bepaald; de pil. Misschien denk je: Wat een extreem statement om te maken, de pil redt mij juist! Misschien snap je juist precies wat ik bedoel. Hoe dan ook hoop ik dat het je tot denken aan zet…

     Ik ben namelijk bijna twee jaar geleden gestopt met de pil. Waarom? Ik vroeg me af wat er zou gebeuren. Mijn relatie was ten einde, ik had even helemaal geen behoefte aan mannen en vroeg mij af ‘Waarom neem ik zo min mogelijk pijnstilling, maar gebruik ik wel al zes jaar achter elkaar de pil?’ Het was voor mij zo normaal geworden om iedere dag een pilletje te slikken tegen zwangerschap, dat ik niet meer stil stond bij de bijwerkingen. En die zijn er!

    Ik vraag me af of de term ‘de pil’ daar wat mee te maken had. Er lijkt een discrepantie tussen het woord ‘de pil’ en de betekenis ervan te zitten. Het is vergelijkbaar met tequila gewoon een ‘drankje’ noemen. Stel je voor dat iemand zegt: ‘Ik heb gisteren vijf drankjes gehad tijdens de lunch’ óf iemand zegt tegen je: ‘Ik heb gisteren vijf tequila’s gehad tijdens de lunch’. Ik weet welke ik alarmerender zou vinden.

    Lees verder onder de afbeelding

    Daarom zeg ik ook niet ‘Ik heb vijftienhonderd ladingen hormonen geslikt in de afgelopen zes jaar’.

    Maar nu naar het resultaat: Na een aantal dagen opgehouden te zijn met de pil, voelde ik al heel veel verschil! Het voelde alsof er een last van mijn schouders viel. Ik voelde passie, verliefdheid, honger, stabiliteit en vooral ook kracht. Ik dacht dat ik deze dingen kwijt was geraakt door veranderingen in mijn leven. Zo was ik over de jaren heen mijn dagritme kwijtgeraakt, at ik de meest willekeurige dingen op willekeurige momenten en verloor ik mijn passie.

    Dat allemaal vond ik terug binnen een paar dagen stoppen met de pil. Een paar maanden later waren zelfs mijn hypermobiliteitsklachten afgenomen!

    Hoe weet ik dat het aan de pil lag en niet aan het feit dat ik mijn leven weer was veranderd? Goede vraag, want dat wist ik namelijk ook een tijd lang niet. Toen ik begin dit jaar weer in een relatie kwam, vond ik het dan ook niet meer dan normaal om maar weer aan de pil te beginnen. Het zorgde voor het tegenovergestelde resultaat. Binnen een maand was ik weer hetzelfde persoon als in die zes jaar.

    Ik dacht al snel na over alternatieven, maar juist de Michelle aan de pil was ook de onbeslissende, onzekere Michelle die liever geen nieuwe gekke dingen met haar lichaam deed. Een paar maanden later besloot ik toch – door het verergeren van mijn hypermobiliteitsklachten – gewoon ervoor te gaan; ik nam een koperspiraaltje. Weg met de hormonen! Het liefst zou ik de pil ritueel verbranden zoals ze in de seventies met beha’s deden (al zou ik daar ook nog wel aan mee willen doen). Wat ben ik blij met mijn keuze! Ik voel me weer zoveel beter, zoveel méér mezelf.

    Frappant is dat ik nadat ik deze keuze heb gemaakt, ineens zoveel vergelijkbare verhalen ben gaan horen erover. Ik hoorde van kennissen, vriendinnen, medebloggers (😉) ineens allemaal hetzelfde verhaal. Hormonen onderdrukten ons ‘vrouw zijn’. 

    Ik ben blij dat ik me weer goed voel en van die dagelijkse portie hormonen verlost ben! Wat zijn jullie ervaringen?

    Veel liefs,

    Michelle

    Bestaat dé ware liefde?

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema

    Bestaat er zoiets als ware liefde?

    Als je mij tien jaar geleden had gevraagd of ik in de ware liefde geloofde, had ik ja gezegd, net als nu, maar daarbij had ik toen een compleet ander beeld.

    Ooit dacht ik bij de ware liefde aan een totaal plaatje, het perfecte plaatje, en wanneer ik alles van mijn lijstje kon afvinken, dan was ‘het’ de ware. Dat wat je ziet in films.

    Wanneer ik nu denk aan de ware liefde, dan denk ik er achteraan: is er ook zoiets als onware liefde dan?

    Ik denk niet alleen meer aan een liefdesrelatie maar aan pure liefde op zichzelf. Ik geloof niet in ware liefde, want elke manier van liefde is waar. Onware liefde bestaat niet. Gewoon ‘liefde’ is genoeg.  Ja ik geloof in liefde, absoluut. Ik hou van ongelooflijk veel mensen. En van ieder op een ander niveau, een andere  frequentie. Niet meer, of minder, maar anders. 

    Mijn kind is mijn allergrootste liefde. Zijn verdriet is mijn verdriet, zijn geluk geeft mij tranen van blijdschap. Zijn emoties zijn zo met die van mij verbonden, hij is een deel van mij. Wat hij ook zal kiezen, doen of zeggen, die liefde zal nooit stoppen en nooit veranderen. Onvoorwaardelijk een deel van mij. Deze manier van houden van zal ook altijd boven alles en iedereen uitsteken. Hij zal altijd mijn nummer één zijn. (samen met eventuele toekomstige kinderen natuurlijk) 

    Dan natuurlijk mijn man, waar ik ‘ja’ tegen zei, tegen een leven samen, dag in, dag uit voor de rest van ons leven. Dat doe je niet zomaar. Hij is degene waar ik naast wakker word iedere dag en waar ik naast in slaap val. Waar ik mijn dromen mee deel. Waar ik mijn allereerste hysterische nieuw bedachte ideeën mee bespreek. Degene waar ik mij op af kan reageren als dingen niet gaan zoals ik zou willen. Iemand met wie ik 24/7 samen kan zijn, zonder elkaar de hersens in te slaan. Voor iemand zoals ik, iemand die heel graag alleen is, zonder teveel prikkels en gedoe, is het best een wonder dat ik 24/7 samen kan zijn met twee levende wezens in één huis. We voelen elkaar aan én we vullen elkaar aan waar nodig.  

    Ik weet zeker dat onze relatie zo goed werkt doordat we elkaar vrij laten. Twee compleet verschillende mensen, maar toch zo hetzelfde. Mijn man heeft zijn hobby’s waar ik niet aan moet denken om ze uit te voeren, ik heb mijn interesses waar mijn man niks mee heeft, maar toch tonen we interesse in elkaars dingen en laten we elkaar vrij hierin. Hij wordt enthousiast wanneer ik enthousiast ben en ik word blij wanneer hij iets doet waar hij blij van wordt. En daarnaast hebben we onze gezamenlijke dingen. We vinden het heerlijk om te wandelen, we hebben beide een verslaving aan notitieboekjes kopen, zijn allebei creatief maar op een ander vlak, kijken samen series en films, en oh wee als je verder kijkt zonder mij. 

    En natuurlijk hebben wij samen een zoon. Één grote peuter vol met liefde, van ons samen, dat verbindt je uiteraard op een hele speciale manier aan iemand. 

    Daarnaast houd ik van mijn vriendinnen, hoe ze allemaal hun eigen karakters hebben, hoe ze allemaal van elkaar verschillen. Met de één ga ik shoppen, met de ander deel ik mijn spirituele  levensstijl. Met de één deel ik mijn hele levensgeschiedenis omdat we elkaar al 20 jaar kennen, en met de ander kan ik een heel gesprek voeren alleen door elkaar GIFS te sturen en ja we snappen elkaar ook nog. Met de één praat ik over relaties, seks en alle persoonlijke onderwerpen, van de ander heb ik wijn leren drinken.  Zo zijn ze allemaal zo anders, en zo mooi verschillend. Ook vriendschap is een vorm van liefde, een manier van houden van, niks meer of minder ‘waar’  dan een relatie. Alle liefde is waar.

    We delen onze ervaringen en levens met elkaar, niet vanuit het zelfde huis zoals ik met mijn man doe, maar zeker gevoelsmatig dichtbij. 

    Waar het op neer komt is dat er in mijn wereld geen ‘onware’ liefde mogelijk is. Ik voel liefde voor iedereen in mijn leven. En ál die liefdes zijn waar.  Dus ja, ware liefde bestaat, op verschillende vlakken, op verschillende manieren en niveaus.

    Niet één ware, zoals in de films of zoals ik ooit dacht, 10 jaar geleden. Mijn liefde is voor iedereen, ongeacht geslacht, ongeacht leeftijd, huidskleur of wat voor verschil. Liefde kent geen grens, liefde kent geen eisen of vormen, liefde is gewoon liefde.  En zeker niet ‘onwaar’.


    ‘Ware liefde’

    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan denk ik meteen aan alles en iedereen.
    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan kijk ik gelukkig om mij heen.

    Ik zie de mensen en de dieren,
    de liefde voor natuur.
    Ik zie het leven liefde vieren,
    iedere seconde, ieder uur.

    Overal is liefde, nooit is dit ‘onwaar’,
    doe je ogen dicht, en voel het maar.
    Overal is liefde, iedere vorm is ‘waar’,
    ik voel het zelfs, wanneer ik naar de sterren staar.

    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan denk ik aan alles en iedereen,
    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan ben ik nooit alleen.

    Liefs,

    Susan

    Vechten tegen een depressie: het verhaal van Susan

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema.

    Haar boek over haar postnatale depressie is hier te bestellen.


    Een depressie is iets wat snel veroordeeld wordt, iets wat niet uit te leggen valt. Iets waar je vaak geen enkele grip op hebt, het overkomt je. Iets waarbij je snel hoort “Ga even lekker naar buiten, dan voel je je snel beter” of “Maar je hebt toch helemaal geen reden om depressief te zijn?” En iets wat ik vaak hoorde was: “Jij? maar je bent altijd zo vrolijk.”

    Van mijn twaalfde tot 5/6 jaar geleden was ik met fases depressief. Het ging weg, maar kwam ook weer terug. Inmiddels kan ik zeggen dat ik het kwijt ben, dat ik niet snel weer depressief zal raken omdat ik weet hoe ik mezelf eruit kan halen. Maar door mijn ervaring weet ik dat er vele mensen zijn die nog iedere dag rondlopen met negatieve gedachten. 
    Mensen die genoeg leuke dingen doen, soms juist teveel, om maar niet te hoeven denken, niet alleen te hoeven zijn. Mensen die het hardste lachen en waarvan je denkt dat ze een geweldig leven hebben. Maar weet jij hoe een depressie werkt?

    Een depressie zit in je. Waar je ook bent. Hoe vaak je ook buiten komt. Hoeveel leuke afleidende dingen je ook doet. Hoeveel lieve mensen je ook om je heen hebt, die van je houden en alles voor je zouden doen om je te helpen. Die depressie is een schaduw die je overal achtervolgt. En zelfs als je een dag hebt dat je je beter voelt, dan kom je ’s avonds thuis en zit je weer met dat monster op de bank.

    Dat is hoe ik de depressie noem, een monster.
    Het achtervolgt je, het maakt je kapot, het heeft controle over jou in plaats van andersom. Je voelt je leeg, niet geliefd, alleen en onbegrepen. Wat een ander ook doet, zegt of probeert uit alle liefde die ze in zich hebben: je staat machteloos aan de zijlijn toe te kijken. Toe te kijken naar het gevecht tussen het monster en degene waar jij van houdt.

    ❤️ lees verder onder de afbeelding

    Mijn vraag aan iedereen is: 
    Alsjeblieft, veroordeel het niet, omdat jij het niet begrijpt.

    Ga naast iemand staan en vecht mee. En geef eens wat extra aandacht aan de mensen om je heen. Eén berichtje, één telefoontje of een ‘Goedemorgen’ op straat, kan al zoveel betekenen.

    Is er nog iemand aan wie je eigenlijk weer eens zou moeten vragen hoe het gaat? Is er nog iemand aan wie je veel denkt maar het er nooit van komt om contact te zoeken? Doe het vandaag. Je kunt het niet voorkomen, maar je kunt zeker een steun zijn. En vergeet niet: niet iedereen met een lach, lacht van binnen. Let op de mensen om je heen.

    Wat heeft mij dan zo geholpen om eruit te komen? En hoe voorkom ik dat ik weer in een depressie beland?
    Natuurlijk ben ik geen psycholoog en zeker niet één of ander medisch wonder dat depressies heeft opgelost maar ik heb wel een soort knopje in mezelf gevonden, die voorkomt dat ik weer in een depressie weg zak. Regelmatig wordt mij gevraagd waar dat knopje dan zit. Helaas komt een mens niet met een gebruiksaanwijzing en zal bij iedere persoon deze knop ergens anders zitten. De één komt er uit door te praten, de ander door te schrijven, weer een ander door zichzelf op te sluiten en te wachten tot het over gaat.

    Wanneer ik een depressieve periode had, vond ik mezelf vooral heel zielig. Alles wat rot, niks was goed, ik zag er niet uit vond ik en alles en iedereen om me heen liet me stikken, voor mijn gevoel op dat moment. Wat mij op dat moment hielp en wat mij nog altijd helpt, is om te schrijven. Schrijven is mijn manier om mij te uiten, op papier ben ik mezelf, daar ben ik eerlijk en open. Ik schreef op zo’n moment mijn gevoel op, waar ik mee zit, al mijn gedachten. Ook de meest kleine (in mijn ogen soms domme) gedachten, alles schrijf ik op, zodat ik het kwijt ben. Ook schreef ik feiten voor mezelf op, welke mensen had ik om mij heen, wat waren de positieve dingen op dat moment, welke negatieve dingen waren er en hoe groot waren die eigenlijk?

    Wat mij ook helpt is om mezelf serieus te nemen, niet de grond in te trappen, maar te accepteren wat ik voel. Waar ik vroeger mezelf echt naar beneden kon halen omdat ik vond dat ik mij niet depressief mocht voelen, accepteer ik nu gewoon dat ik mij even niet zo goed voel. Het gevoel is er gewoon, klaar. Dat mag. Waar ik mijn eigen gevoel en energielevel vroeger negeerde, accepteer ik nu dat ik gewoon even geen energie heb. Ik zeg afspraken af, zoek even geen contact of reageer even wat minder op appjes en telefoontjes. Waar ik eerst maar door bleef razen en geen nee durfde te zeggen, doe ik dat nu wel. Daarnaast deelde ik nooit hoe ik mij voelde en dat doe ik nu wel. Zit ik niet lekker in mijn vel, dan geef ik dat aan. En waar ik eigenlijk niet op durfde te hopen, ik krijg nu wél steun en begrip van de mensen om mij heen. En heel soms doe ik het juist andersom, ik zoek mensen op, spreek ze aan, ga bewust de deur uit. Leg alle verplichtingen aan de kant en neem tijd voor mezelf, tijd voor ‘even niks’. 

    Het klinkt zo standaard, maar wat mij ook hielp was om naar buiten te gaan, te gaan wandelen. Bewegen en buitenlucht maken een stofje aan, waardoor je je beter voelt, dat is bewezen. Dit ging ik dus proberen en ik moet zeggen dat het echt hielp. De ene keer alleen, met muziek in mijn oren, de andere keer samen en dat kletst goed hoor zo’n wandeltocht! 

    Nou ben ik wel een beetje een zweefteef en houd ik van spiritualiteit en edelstenen: dat is niet voor iedereen een hulpmiddel, omdat mensen er snel bang voor zijn of het onzin vinden, maar het heeft mij geholpen. Door mijn ervaringen met geven/ontvangen van energetische behandelingen, het voelen van energie en de werking van edelstenen ben ik mij erg bewust geworden van wie ik ben, en wat ik kan. Het is een prachtig talent waar ik onwijs dankbaar voor ben, dat ik die mag hebben. Hierdoor heb ik gevonden wie ik ben, gevonden wie ik mag zijn en ik accepteer nu mijn goede en minder goede kanten. Het gevoel dat er altijd iemand bij mij is, waar ik hulp aan kan vragen, het vertrouwen op de energie om mij heen, de kaarten die ik leg en de stenen die ik bij mij draag, geven mij een veilig gevoel. Ik ben niet alleen en ik heb gevonden waar ik goed in ben. Mijn zelfvertrouwen groeit en het doemdenken waar ik heel goed in ben, laat ik stap voor stap meer achter mij. Het doemdenken wat mij toch altijd wel terugtrekt in een negatieve cirkel.

    Mijn tip voor iedereen die te maken heeft met een depressie (en nee, het is absoluut niet zo makkelijk als dat ik het neer zet) is:


    Koop een schriftje voor jezelf en schrijf iedere ochtend op, wat jij die dag wilt bereiken. Al is het maar één klein doel, iets positiefs ( ik begon met het opmaken van ons bed), schrijf het op. En houd je die dag bezig met wat jij opgeschreven hebt. Daarnaast schrijf je op waar jij van droomt, jouw wens, je grootste droom wat je het liefst zou willen bereiken. Op die manier zet je jouw mindset om van piekeren naar dromen, iets positiefs.  En natuurlijk komt die droom niet per se die dag uit, maar blijf het iedere dag opschrijven. Ik ben er van overtuigd dat waar jij je energie naar toe stuurt, dat je dat uit laat komen. Aan het einde van de dag, lees je jouw doel of doelen voor die dag en vink je ze af. WAUW wat een trots gevoel had ik als ik ons opgemaakte bed zag. Niet omdat dat nou zo moeilijk was om te doen, maar omdat ik, wat voor dag ik ook had gehad, wel iets bereikt had en ik in een heerlijk opgemaakt bed de dag kon afsluiten.

    Daarnaast schreef ik iedere dag, aan het einde van de dag drie punten op. Wat maakte mij blij vandaag? Wat heb ik goed gedaan vandaag? Waar ben ik trots op vandaag? Dat is in het begin moeilijk omdat je vaak alleen de rottige dingen onthoud, maar het laat je nadenken en anders denken.

    Dwing jezelf om te delen hoe jij je voelt, blijf er niet alleen mee rondlopen. En als je niet durft te praten, ga dan schrijven net als ik, schrijf het van je af. Zing desnoods, of teken. Wat jou ook maar mag helpen om je emoties te uiten. Vraag om hulp, geef je grenzen aan en blijf hier ook bij. Nee is nee. Heb je geen energie, dan ga je lekker een uurtje liggen, de was komt straks wel. Heb je zin in iets zoets? Ga lekker wandelend naar de snackbar en koop een ijsje. Wees niet streng voor jezelf, maar lief. 

    Wees precies die persoon, die jij bent voor de belangrijkste mensen om jou heen. Wat als jouw beste vriendin diep in de put zit? Wat doe je dan? Wat zeg je dan? Wat denk je dan? Behandel jezelf als je eigen beste vriendin. Zet jezelf vanaf nu op één! Dat verdien je!

    Eerst jij, dan de rest, want zonder jezelf kom je nergens.

    Liefs,

    Susan

    Kunnen vrouwen wel hetzelfde aan als mannen, qua werk? – door Chrisje VIP blogger Michelle-Anne

    Door Chrisje VIP blogger Michelle-Anne

    Jarenlang heb ik gedacht dat vrouwen net zo sterk zijn als mannen. Ik droomde toen ik jong was dat ik Xena de warrior princess was. Ik had zelfs een bamboestok naast mijn bed liggen waar ik mee oefende, zodat ik een goede zwaardvechter zou zijn in geval van nood. Én als er iemand jarenlang heeft gedroomd van een real life bond girl zijn, dan ben ik het wel.

    Maar…

    Dan kickt de werkelijkheid in; Ik heb namelijk hypermobiliteit syndroom, een reumatische aandoening die nog niet erkend wordt door de overheid. Het is natuurlijk ook moeilijk om te bedenken hoe ‘te lenig zijn’ echt een probleem kan zijn. Er zijn genoeg stijve mensen die mijn lenigheid zouden willen hebben, maar geloof me, het liefst gaf ik dit aan ze!

    Vanaf jongs af aan heb ik bepaalde klachten gehad. Zo kon ik bij gymles rennen nog geen minuut volhouden, omdat ik anders door mijn enkels zakte. Ik had op 8 jarige leeftijd last van spierspanningshoofdpijnen. De dokter zei dat het door stress kon komen. Als 8 jarig kind was mijn stressniveau gemiddeld 0%. Ik geloofde dus niks van wat ze zeiden en wist toen al dat het aan iets anders moest liggen. Pas jaren later toen ik subluxaties aan mijn schouder kreeg, werd het voor mij duidelijk dat ik hypermobiel ben. Met alle gevolgen van dien.

    Inmiddels was ik keihard aan het knallen als horecamedewerker. Hier zette ik vaak mijn eigen gezondheid op het spel om maar te laten zien dat je als vrouw ook twee kratjes bier op een kar kon zetten in een keer. Misschien was dat een beetje dom. Tja de warrior princess in mij had iets te bewijzen…

    Enerzijds hield het mij fit, omdat ik soms wel 25.000 stappen op een dag zette. Anderzijds tilde ik zware dingen met de mannen alsof ik een van hen was. Het zorgde ervoor dat ik juist bewegingen maakte die mijn lichaam niet aan kon. Hierdoor kreeg ik vaak ontstekingen in gewrichten. Iets wat nu bij mij gediagnostiseerd is als fibromyalgie. Omdat ik vergelijkbare verhalen ken van andere vrouwelijke horecatoppers, ben ik mij iets af gaan vragen:

    Zijn we doorgeslagen in ons feminisme om te denken dat vrouwen hetzelfde werk aan kunnen als mannen?

    Mijn trots vindt van niet, maar mijn lichaam zegt iets anders.

    Wat ik wel weet is dat de keuze voor mij om zwaar werk te doen tot geweldige dingen heeft geleid. Zo heb ik door het horecawerk super veel meegemaakt. Ik heb bij de vetste feestjes, op de coolste festivals en in de chicste hotels gewerkt. Oh en ik heb er zelfs mijn vriend leren kennen! (Maar daarover later meer). Als ik een tijdje niet in de horeca werk, merk ik dat ik het ontzettend mis. Het is namelijk een ontzettend leuk beroep en de sociale voordelen zijn niet te vergelijken met ander werk.

    Toch heb ik tegenwoordig besloten om een stapje terug te doen van de horeca. Het leven met een aandoening is namelijk zoeken naar balans. Dat zorgt er ook voor dat mijn toekomstplannen beperkter worden. Wat kan mijn lichaam en wat wilt mijn brein? Mijn lichaam lijkt soms een gevangenis voor mijn brein. Hopelijk zorgt zwemmen, yoga en goed eten ervoor dat ik weer een beetje beter wordt!

    En in de tussentijd ben ik vooral ook benieuwd naar jouw mening, zijn wij vrouwen wel gemaakt voor dit soort werk?

    Veel liefs,

    Michelle-Anne

    Borstvoeding: een eigen keuze

    Er wordt zo veel over gesproken en geschreven: borstvoeding. De een is van mening dat je een slechte moeder bent als je je kind borstvoeding ontzegt, de ander moet er niet aan denken en begint meteen met flesvoeding.

    Niets is zo persoonlijk als deze beslissing die iedere vrouw voor of na haar bevalling moet nemen: ga ik wel of geen borstvoeding geven?

    En zelfs al wil een vrouw haar baby graag borstvoeding geven, dan nog is dit geen garantie dat ook lukt. Soms komt de melkproductie simpelweg niet op gang.

    Persoonlijk vind ik dat iedere vrouw voor zichzelf moet kunnen beslissen wat zij doet.

    Als zij borstvoeding wil geven moet dit mogelijk zijn of gemaakt worden, als zij dit niet wil, hoeft het niet.

    De eerste weken na de geboorte van je kind ben je sowieso fysiek al kwetsbaar, zijn er vaak gebroken nachten en kraamtranen: daar hoeft niet ook nog eens de druk bij van het borstvoeding moeten geven.

    Waar ik niet zo goed tegen kan, is de sociale druk die moeders opgelegd wordt. Dit begint vaak al in het ziekenhuis. Als je om een fopspeen vraagt wordt dit afgeraden vanwege tepelspeenverwarring, of zoiets. Ik kan het me niet meer precies herinneren, omdat mijn kind er non-stop heel hard doorheen huilde, omdat de borstvoeding niet op gang kwam en ze dus honger had.

    Toen ik vroeg om bijvoeding via fles, werd dat ook ten zeerste afgeraden. Daar lig je dan: oververmoeid, met een hongerige en schreeuwende baby, aan te horen dat borstvoeding – die niet op gang komt – toch echt het allerbeste is voor je kind. Eh, bedankt, en nu hier met die fles….

    Elke vrouw moet naar mijn mening kunnen beschikken over alle informatie om de voors en tegens tegen elkaar af te wegen. Maar elke vrouw moet ook vrij zijn in haar keuze om over te stappen op flesvoeding, wat haar reden hiervoor dan ook is.

    Wel of niet: je kind laten vaccineren

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema.

    Lang heb ik nagedacht over het onderwerp vaccineren en het feit dat ik hierover wilde schrijven. Hoe schrijf je een blog over zo’n beladen onderwerp, zonder je eigen mening te geven? Ik wil een poging wagen. Het sluit namelijk ook aan op mijn eersteblog, de angst voor een tweede kind.

    De laatste tijd wordt er gesproken over het verplichten van vaccinaties in Nederland.

    Het volledig verplichten van de vaccinaties schijnt nog niet te kunnen, maar er wordt gesproken over een verplichting wanneer je je kind naar de opvang wilt brengen. Dat de kinderopvang jouw kind mag weigeren wanneer deze niet voldoet aan de vaccinatie eis.

    Dat zou dus betekenen, dat een ieder die ervoor kiest geen vaccinaties te laten zetten, niet meer terecht kan bij alle kinderopvangen. Wat daarvan eventueel een gevolg kan zijn, is dat er meer gastouders komen waarbij alle kinderen welkom zijn, gevaccineerd of niet gevaccineerd. Er zouden dan twee groepen komen en wat ik lees in de reacties  op andere blogs, staan deze groepen vaak lijnrecht tegenover elkaar. Hard tegen hard. 

    Lees verder onder de afbeelding


    Al jaren geleden ben ik mij gaan verdiepen in vaccinaties, het effect hiervan en eventuele gevaren.  Niet alleen van het vaccineren zelf, maar ook van de andere kant, wat als je niet vaccineert? Wat zijn de cijfers, de feiten en ervaringen van beide kanten? En wat als ik een kind zou krijgen, wat zou ik dan doen? Inmiddels zijn we hier uit. Tijdens mijn onderzoek kwam ik erachterdat er eigenlijk drie groepen zijn, gelinkt aan dit onderwerp. 

    • Ouders die wel vaccineren
    • Ouders die niet vaccineren
    • Ouders die ontzettend twijfelen/
    • Ouders die een aangepast programma volgen

    Er zijn ouders die vaccineren zonder ooit onderzoek gedaan te hebben naar de effecten of gevaren hiervan, zij hebben hier geen enkele twijfel over en vertrouwen op de artsen. Er zijn ouders die vaccineren, juist omdat ze zoveel onderzoek gedaan hebben naar de effecten en gevaren van beide kanten, omdat ze bang zijn dat zonder deze vaccinaties, hun kind ernstig ziek kan worden. 
    Daarnaast zijn er ouders, die wel vaccineren maar dit doen doormiddel van een aangepast programma. Zij zoeken per vaccinatie uit of zij deze wel of niet willen geven en geven dus een gedeelte van het vaccinatieprogramma.

    Daarnaast zijn er ouders die na veel onderzoek besluiten om niet te vaccineren. De gevaren van het vaccineren wegen voor hen zwaarder, dan de gevaren van één van de ziektes waarvoor ingeënt wordt. Zij besluiten om het volledige programma te weigeren, gaan wel of niet naar het consultatiebureau voor de overige controles maar vaccineren dus niet. 
    Uiteraard zijn er ook ouders die vanwege geloofsovertuigingen en gezondsheidsredenen (allergie) niet vaccineren.

    Als laatste zijn er de twijfelaars, ouders die niet weten wat ze moeten doen. Aan de ene kant kan je kindje onwijs ziek worden van de vaccinatie en hier schade aan overhouden, aan de andere kant kan je kindje, wanneer je niet ent, één van de ziektes oplopen en hier schade aan overhouden. Vaak zijn deze ouders bang voor de mening van de mensen om hen heen, bang voor een oordeel wanneer ze niet zouden vaccineren, maar ook bang voor een oordeel wanneer ze besluiten wel te vaccineren.
    Het is kiezen tussen twee kwaden, voor hun gevoel.



    In mijn omgeving ken ik mensen van beide kanten.

    Er zijn veel mensen in mijn omgeving overtuigd van het nut van vaccinaties en hierover valt niet te discussieren. Ook zijn er veel mensen in mijn omgeving die ervoor kiezen om niet te vaccineren en zij zijn ook heilig overtuigd van hun standpunt. In mijn geval lastig om uit te komen voor wat wij kiezen want van beide kanten komt hoe dan ook een oordeel.

    Ondanks dat wij als ouders een bewuste keuze maken op dit vlak, begrijp ik de angst van een grote groep mensen.
    Na alle boeken, artikelen, gesprekken en documentaires over het vaccineren vind ik het nog steeds onwijs moeilijk om 100% achter onze keuze te staan. En heel soms twijfel ik ook nog of we wel de juiste keuze maken. Ik snap daarom echt onwijs goed dat het lastig is te kiezen en vooral wanneer je weet dat wat je ook kiest, er altijd mensen zullen zijn die een oordeel klaar hebben. Angst voor de vaccinaties, angst voor wanneer je niet vaccineert, angst voor de aanwezigheid van kinderen die geen vaccinaties krijgen, angst voor het oordeel van een ander. Angt overheerst bij dit onderwerp, en uit angst zeggen en doen mensen soms gemene dingen.

    Over de mensen die niet vaccineren hoor ik zelfs opmerkingen als ‘geef ze maar een markering op hun kleding, dan herkennen we de kinderen waarmee onze kinderen niet mogen spelen.’ Over de mensen die wel vaccineren lees ik dingen als ‘zij maken hun kinderen bewust ziek en jagen ze de dood in.’ En over beide kanten lees ik meerdere malen per week het volgende ‘zij zouden geen kinderen mogen krijgen en wat een slechte ouders!’

    Wat ik heel graag mee wil geven in mijn blog is: probeer open te staan voor de keuzes van een ander.
    Probeer vanuit hun oogpunt te kijken, waarom zij bepaalde keuzes maken of je het hier nou mee eens bent of niet. Ik ben er van overtuigd dat alle ouders, hoe moeilijk ook, vanuit hun hart kiezen voor het beste voor hun kinderen. Uit liefde voor hun kinderen dat kiezen, wat hen het beste lijkt. 

    En ik zou heel graag zien dat er meer liefde kwam en minder haat. Meer begrip en minder oordeel. Meer openheid en minder woede. 

    Of wij als ouders nu wel of niet vaccineren, dat doet er niet toe, het enige waar ik op hoop is dat iedere ouder die voor deze keuze staat, dat mag kiezen wat het beste voelt voor hen. Dat een ieder de vrijheid krijgt om zelf te belissen. Want nog een kind op deze wereld zetten, waarin zoveel haat leeft? Ik vind het eng. Op dit moment heb ik zelf de keuze om wel of niet te vaccineren, maar wat als ik dat straks niet meer heb? Wil ik dat die keuze voor mij gemaakt wordt? Wil ik dat mijn kind straks buitengesloten wordt omdat hij/zij vaccinaties heeft gehad of juist omdat wij ervoor gekozen hebben dit niet te doen? Nee, ik wil dat mijn kind geaccepteerd wordt, in welke situatie dan ook. En alle haat die naar boven komt wat betreft dit onderwerp, dat maakt het voor mij extra lastig om te kiezen. Niet of ik wel of niet vaccineer, maar over een tweede kind en het beperken van mijn vrijheid op dit gebied. Ik wil kunnen kiezen, ik wil kunnen twijfelen, ik wil op ieder moment kunnen besluiten het toch wel, of toch niet te doen. Moeten, dat maakt mij angstig. 

    Laten we alsjeblieft wat meer beseffen, dat iedere ouder uit liefde handelt en dat er geen goed of fout bestaat.

    Susan Schuitema

    Chrisje VIP Blogger

    Heilige Handtas!

    Als je de gemiddelde vrouw vraagt om haar handtas om te kiepen boven tafel, komt er een ongelofelijke hoeveelheid praktische zaken uit: zakdoekjes, pleisters, Labello, een Bosch Boormachine, noem het maar op: het zit er in.

    En dan heb je zo’n prachtexemplaar van zeventig kilo aan je inmiddels doorgezakte schouder hangen, komt er vaak een man bij, die er ook nog even zijn portemonnee, sleutelhangerset met bieropener er aan vast in wil dumpen. Voeg daar dan nog de Nintendo aan toe die je kind per se mee wil nemen naar het feestje en je komt met een nekhernia op het feestje aan.

    Toch is de handtas van essentieel belang. Plotseling dunne ontlasting? Een ongelofelijke migraine die opeens op komt zetten? Geen zorgen: in de handtas zitten medicijnen. Een onverwacht vroege menstruatie of probleem met urine ophouden? Geen zorgen: in de handtas zitten damesluiers.

    Pennen, pillen, halve koekjes, aanstekers, oude fruitella’s, agenda, geld, pasjes, kortingspasjes, versteende tampons, huissleutels van twee verhuizingen geleden: you name it, en het zit in de handtas. Er zit zelfs zo veel in dat wij vrouwen zelf het niet eens precies weten. Hoe langer je in het bezit bent van een handtas, hoe meer lagen zich opstapelen. Dan heeft een handtas ook nog allerlei handige vakjes en ritsen, waarachter dingen verdwijnen die er vaak jaren later pas uit komen, als de alcohol al lang uit de brillendoekjes verdampt is.

    Naast alle inhoud zijn handtassen ook uitermate geschikt voor andere zaken. Zo kun je er best ideaal iemand mee neerknuppelen. Ook kun je hem boven je hoofd houden als je paraplu vergeten bent, mits je het leer goed hebt ingespoten. Als je een dikke dag hebt, zet je je tas op je schoot en ziet niemand dat je wat opgeblazen bent. Als je een hele grote shopper handbag hebt en je bent niet al te groot, kun je je er bovendien best goed achter verstoppen als je iemand niet wil spreken.

    Wat doe jij nog meer met je handtas? Ik ben benieuwd! 

    pexels-photo-463467

     

    Gangpadversperring

    Waarom mensen online spullen kopen? Het is natuurlijk beter voor de winkeliers als mensen nog offline hun spullen komen halen, dus probeer ik dit ook regelmatig te doen. Maar soms snap ik wel dat mensen liever online shoppen.

    Ik bedoel: Leuk hoor, dat jullie met het hele gezin naar de Ikea / supermarkt of weet ik waar gaan, waar ik toevallig ook ben. Hartstikke nodig ook, om met zijn vieren naast elkaar te gaan slenteren (want lopen kan ik het niet meer noemen).

    Nog leuker dat jullie met zijn vieren midden in het gangpad stil gaan staan om uitvoerig en op hetzelfde tempo als jullie slenterpas te bespreken of er nu wel of niet mintgroene of roze theedoeken gekocht moeten worden – en of dat al dan niet past bij het nieuwe interieur van de keuken.

    Hartstikke fantastisch, dat ik er met mijn winkelkarretje nu niet meer langs kom, omdat jullie – naast het gebrek aan inzicht – ook een gebrek aan aanpassingsvermogen hebben. Met mijn winkelkarretje zacht jullie enkels blijven rammen totdat jullie wakker schrikken mag ook al niet meer, zo heb ik me ooit laten vertellen.

    Wat nóg fijner is dan al het laatst genoemde, is dat jullie ook niet lijken te horen dat er iemand die wél meer dingen op een dag te doen heeft “Pardon, mag ik er even langs?” zegt.

    Echt, op dit soort momenten, waarop ik wortel sta te schieten totdat een van de vier personen dan toch het licht ziet, hoor ik gewoon mijn eigen haar groeien.

    Dan laat ik het liefst mijn winkelkarretje voor wat het is, ren ik denkbeeldig de winkel uit terwijl ik een paar theedoeken op de kudde gangpadbezetters gooi en vervolgens op de parkeerplaats online mijn bestelling plaats.

    Maar verder vind ik toch dat we vooral in winkels moeten blijven kopen.

    Amy Winehouse documentaire “AMY” op Netflix

    Bron foto: Netflix-nederland.nl

    Gisteravond bekeek ik de documentaire “AMY” over de zangeres Amy Winehouse op Netflix.

    Ik heb al meerdere Netflix documentaires bekeken, maar deze vond ik erg bijzonder. In deze documentaire zie je aan de hand van een heleboel homevideo’s hoe Amy’s zangcarrière zich in een razendsnel tempo ontwikkelt. Parallel daar aan zie je haar als mens worstelen met een drugs- en drankprobleem – en de eetstoornis boulimia.

    Haar omgeving ziet met lede ogen toe hoe Amy letterlijk en figuurlijk steeds verder verdwijnt in haar alcohol- en drugsverslaving en eetstoornis, waarna ze, ondanks alle pogingen tot hulp, veel te jong komt te overlijden.

    Wat ik vooral beklemmend vond om te zien is hoe zij gebukt ging onder de constante – op een gegeven moment alleen nog negatieve – media aandacht.

    Ze gaf naar de mensen die dichtbij haar staan zelfs aan dat als ze het allemaal over zou mogen doen, ze niet aan de muziekwereld begonnen was.

    Een verdrietige conclusie voor zo’n jonge vrouw en getalenteerde zangeres.

    • Aanrader: Ja
    • Te bekijken op: Netflix

    Hang die toiletrol toch eens goed!

    Ik ben niet echt neurotisch van aard: ik ga bijvoorbeeld niet terug mijn huis in om te controleren of het gasfornuis uit is.

    Het enige waar ik echt neurotisch in ben, is dat ik altijd probeer een rond getal benzine te tanken, en:

    Als ik op een toilet kom en de toiletrol hangt volgens mij verkeerd om, dan kan ik het niet laten en hang ik hem goed.

    Onder goed versta ik: met het velletje voorlangs! Hier heb ik meerdere uitstekende redenen voor:

    1) je haalt je hand niet open aan de muur omdat daar het papier langs hangt

    2) ik ben het zo gewend, en

    3) ik ben het zo gewend.

    Ik begrijp niet waarom mensen een toiletrol andersom zouden hangen.

    Gelukkig is dit neurotisch trekje verder niet schadelijk. Ik krijg er bovendien veel minder commentaar op dan wanneer ik een etiketje in iemands nek zie uitsteken en het etiketje vervolgens terug duw in zijn trui.

    Hoe hang jij de toiletrol op bij jou thuis? En hang jij hem ook andersom als het volgens jou niet klopt op een toilet? Ik ben benieuwd naar jullie redenen en ervaringen!

    “Mensen gaan tegenwoordig veel te snel uit elkaar.”

    Hoe vaak hoor je die zin niet:

    “Mensen gaan tegenwoordig om iedere scheet scheiden.”

    “Tegenwoordig gaan mensen veel te snel uit elkaar.”

    “Zodra het een beetje moeilijk wordt gaat men tegenwoordig scheiden.”

    Maar is dat wel zo? Of is dit weer zo’n dooddoener, die maar geroepen wordt, net zoals “Elk kind krijgt tegenwoordig een etiketje!”?

    Als ik naar mezelf en mijn omgeving kijk, ben en ken ik aardig wat gescheiden mensen. De mensen die ik ken die gescheiden zijn, gingen echt niet zomaar uit elkaar.

    Het is volgens mij echt zelden zo dat mensen op een dag ruzie krijgen om een open pak melk waarvan het dopje kwijt is en dan besluiten “Nou ja, dit werkt niet meer, laten we maar gaan scheiden.”

    De meeste mensen gaan niet zomaar trouwen, en ook niet zomaar scheiden. Sterker nog: de meeste mensen die ik ken die gescheiden zijn, hebben hier lang en hard over nagedacht, al helemaal als er kinderen in het spel zijn. Het is immers niet wat je van plan was toen je je gezin stichtte.

    Vroeger was alles beter, zeggen (opvallend) vaak diezelfde mensen die nu roepen dat mensen te snel scheiden. Maar vroeger werkten vrouwen ook niet en waren ze afhankelijk van hun man voor inkomen.

    Vroeger werd je misschien zelfs terug naar huis gestuurd als je man je bijvoorbeeld sloeg. Want je was immers in goede en slechte tijden getrouwd, toch?

    Tot de dood ons scheidt, het klinkt zo mooi, maar wat als de tijd het huwelijk doodt? Wat als mensen veranderen? Wat als ze niet meer bij elkaar passen of simpelweg niet meer van elkaar houden? Moet je dan maar tot je tachtigste blijven, omdat de dood er nog niet is om je te scheiden?

    Volgens mij denken mensen best goed na voordat ze gaan scheiden. Immers kost het een hoop verdriet, ellende en geld om te doen. Scheiden doe je echt niet voor je lol, en ook niet omdat het even een dagje of een maandje niet zo lekker loopt.

    Angst voor een tweede kind: Chrisje’s VIP blogger Susan schrijft over haar angsten en wensen

    Nu ons zoontje bijna drie jaar oud is, komt steeds vaker de vraag  naar een tweede kind.
    Niet zozeer vanuit ons maar van de mensen om ons heen. Het schijnt zo te horen.  Er zijn zelfs mensen die al enige tijd vermoeden dat ik zwanger ben; helaas mensen, ik ben gewoon fan van eten en gestopt met mijn dieet. Ik ben dan ook wel weer heel veel zwaarder geworden en hierdoor snap ik dat er mensen zijn met vraagtekens, maar nee; ik ben niet zwanger.
    Het is zelfs zó erg dat ik ja zeg tegen een wijntje op verjaardagen, alleen om een signaal te geven dat ik NIET zwanger ben. Niet omdat ik nou zo’n zin had in wijn, totaal niet eigenlijk.

    Ik vind het vervelend; de vragen, het vermoeden van een zwangerschap. Het is erg confronterend. Niet alleen omdat er bevestigd wordt dat ik dikker ben geworden, maar ook omdat ik mij bijna verplicht voel om al zwanger te zijn, of om anders af te vallen. Dat tweede is wel een goed punt hoor, ik kan mijn eigen spiegelbeeld niet echt meer waarderen, maar zwanger zijn? Nee.

    Natuurlijk hebben wij het samen over een tweede, natuurlijk komt het ter sprake en bespreken wij onze wensen hierin. We hebben allebei altijd gezegd dat we twee kinderen zouden willen en die droom is niet veranderd, maar er is wel angst bij gekomen.
    De angst voor de hormonen, de angst voor een huilbaby, voor nog een kindje met koemelkallergie, maagzuur en pijn. De angst voor nog een depressie. Wat als de hormonen weer de overhand krijgen? Wat als ik weer de ene na de andere paniekaanval krijg? Mijn man heeft inmiddels een andere werkgever en ook andere werktijden, wat het aan de ene kant makkelijker maakt maar ook wel spannend, want hij werkt nu ook de middag/avond en dat is toch wel de drukste tijd van de dag. Kan ik dat? Een peuter/kleuter met een baby, alleen? En kan ik die gebroken nachten weer aan? Ons mannetje slaapt iedere nacht nog tussen ons in en ik functioneer niet al te best met weinig slaap. 

    Het eerste jaar na de geboorte van onze zoon, was ik ervan overtuigd; het blijft bij één kind! Geen twijfel over mogelijk, hoe heb ik ooit kunnen denken dat ik een goede moeder kon zijn! Na dit jaar, toen de grootste hoosbuien over waren en alles wat meer tot rust kwam, begon ik weer na de te denken over kinderen. Nog absoluut niet toe aan een nieuwe zwangerschap maar er kwam wel weer ruimte om erover na te denken. 
    Het besef kwam dat ik het eigenlijk best goed doe als moeder, dat ik hierin inmiddels mijn weg heb gevonden en dat ik een tweede ook heus wel ‘aan kan’. Natuurlijk doe ik niet alles perfect maar ik heb geleerd hoe ik een ‘goed genoeg’ moeder kan zijn en dit van mezelf te accepteren. Ik ben namelijk iemand die alles perfect wil doen, dus ‘goed genoeg’ was nog vrij lastig te accepteren, maar het is gelukt!

    Mijn antwoord op de vragen is nu: JA! Wij willen heel graag een tweede kind, maar wanneer? Dat gaat niemand wat aan. En of ik bang ga zijn? Absoluut. Die angst wás ooit groter dan mijn wens, mijn wens is nu groter dan de angst. Het hoeft niet nu direct maar we denken er zeker over na. Er zit eerst een verhuizing aante komen, mijn hernia is nog niet opgelost en dat afvallen is toch ook wel een dingetje, maar wie weet… Het wordt vervolgd! En mocht het zover zijn, dan houd ik jullie graag op de hoogte van een eventuele tweede zwangerschap en het verloop hiervan. Hoe ervaar ik het? Hoe voel ik mij en krijg je per sé een tweede depressie bij een volgende zwangerschap?

    Wat was jouw ervaring? Heb jij een depressie gehad tijdens of na je zwangerschap en heb je hierna nog meer kinderen gekregen? Ik ben erg benieuwd hoe dit bij jou verlopen is! 
    Tot snel! 

    Susan

    Vier maanden backpacken door Azië: VIP-blogger Michelle Anne schrijft over haar zoektocht naar balans

    Chrisje’s eerste VIP-blogger is bekend! Michelle Anne stelt zich voor.

    Voor een vrouw van 24 heb ik al veel leuke dingen op mijn naam staan, maar toch lijkt het voor mij niet genoeg. Van jongs af aan ben ik al een carrièrevrouw geweest die geen genoegen neemt met (kleine) prestaties. Stom eigenlijk, want het heeft ervoor gezorgd dat ik te hard heb gewerkt en te weinig aandacht heb gehad voor liefde, gezondheid en vooral voor mijzelf. Iets waarvan ik denk dat veel vrouwen van mijn leeftijd zich in kunnen herkennen.

    Daarom ben ik op een zoektocht: Hoe vind ik de balans tussen carrière, geluk, vrijheid, gezondheid en liefde?

    Het is voor mij nog een mysterie wat die concepten überhaupt betekenen in de huidige maatschappij voor een vrouw. ‘The future is female’, lees ik steeds vaker. Het feminisme heeft een gigantische shift veroorzaakt in de rol van de vrouw in de maatschappij en daarmee in haar eigen leven. We moeten carrière maken én het huishouden runnen én de kinderen opvoeden én een goede partner zijn én alles voor onszelf betalen én én én….

    Er lijkt een verkeerde kronkel te zitten in de maatschappelijke definitie van feminisme waarin het allemaal ‘een moeten’ lijkt te zijn in plaats van ‘een keuze’.

    Hierdoor blijft het vinden van de balans en ons eigen geluk achter. Mijn moeder heeft ooit een goed punt gemaakt: ‘Feminisme is feministisch zijn wanneer het je uitkomt; Als een man je de deur open wilt houden, laat hem dat vooral doen!’

    Om die balans te vinden, heb ik er vorig jaar voor gekozen om alles achter te laten en naar Leuven te vertrekken. Ik kreeg daar een nieuw huis, nieuw werk, een nieuwe opleiding en nieuwe vrienden, maar vooral de tijd om tot rust te komen met mijzelf. Het was het beste jaar van mijn leven en heeft vooral ook het beste van mijn leven opgeleverd; mijn huidige relatie.

    Een man die mij eraan herinnert dat ik het niet allemaal alleen hoef te doen als vrouw en ook gelooft in feminisme, maar dan op mijn moeders manier! Eindelijk ben ik weer gaan geloven dat ik als vrouw vooral voor liefde mag (niet moet!) kiezen.

     Nu denk je misschien dat ik gek ben dat ik Leuven heb verlaten, maar dat heeft een goede reden. Ik heb namelijk gekozen om mijn leven te delen met mijn partner en daar ook veel voor op te geven. Aan het einde van de dag zal liefde namelijk voor mij altijd het doel van het leven zijn. Het is alleen écht niet makkelijk om alles op te geven voor je geliefde, want ook dan raakt de balans zoek. Dus nu ben ik weer op zoek naar die balans, dit keer inclusief liefde!

    En om dat allemaal nog net even wat verwarrender te maken is mijn vriend deze week begonnen met werken bij Defensie, een baan waarin hij soms weken weg moet blijven of zelfs maanden als hij uitgezonden wordt. Momenteel is hij bezig met zijn eerste vijf maanden algemene militaire training. Oh, én als hij straks twee maanden in het proces zit, vertrek ik voor vier maanden naar Azië om te backpacken, vrijwilligerswerk te doen en yoga te beoefenen. Gekke combinatie toch? Dehippie vrouw die in Azië dieren wilt verzorgen en de heldhaftige man die met een geweer ons land wilt verdedigen.

    Hoe het precies gaat werken en wat ik ga leren tijdens mijn reis, gaat vast een zeker een rollercoaster worden, maar een waar ik met veel moed in stap. Van het leger tot Azië, een moderne zoektocht naar de balans tussen liefde en feminisme.

    Ik ga jullie met liefde op de hoogte houden!

    Liefs,

    Michelle Anne

     

    Foto: Zina mac Williams

    Oproep! Chrisje zoekt VASTE VIP-bloggers / redactieleden

    pexels-photo-1068523OPROEP!

    Vanwege groei van de Chrisje pagina en Community zijn wij op zoek naar VASTE VIP-bloggers!
     
    Ben of ken jij:
    • iemand die een vlotte pen heeft en een uitgesproken mening?
    • iemand die altijd overloopt van inspiratie en leuke verhalen?
    • iemand die in een bijzondere situatie zit en daar graag regelmatig over wil schrijven?
    • iemand die op een leuke en herkenbare manier over het vrouw zijn en / of ouderschap wil schrijven?
     
    Wil jij:
    • Regelmatig (wekelijks of tweewekelijks) een column schrijven voor Chrisje.info?
    • Jezelf profileren bij een groter publiek (uiteraard met naamsvermelding en vermelding van je eigen site)

    Waar moet je aan voldoen?

    Ervaring met schrijven is geen must, maar jouw schrijfstijl moet van nature wel vlot zijn, met een vleugje humor en zelfspot. 

    Wacht dan niet langer en meld je VANDAAG nog aan om lid te worden van de redactie van Chrisje, en als vaste VIP blogger voor Chrisje aan de slag te gaan!
     
    Het gaat om een vrijwillige (dus onbetaalde) redactie-/blogger functie. Maar je krijgt er wel veel voor terug:
    • Eeuwige roem! 
    • Een groot bereik van lezers
    • Naamsvermelding en vermelding van je eigen website bij iedere VIP blog die gepubliceerd wordt
    • Je wordt redactielid en komt bij de leukste redactie van Nederland!
     
    Heb je interesse om VIP-blogger te worden en onderdeel van de Chrisje redactie? 
    Meld je dan vandaag nog aan door een e-mail te sturen (met een proefcolumn van max. 700 woorden!) naar redactiechrisje@gmail.comJe krijgt altijd bericht!
     
     
     

    Stop met invullen, start met vragen

    Het is menselijk: invullen voor een ander.

    Ze keek scheef naar me en zei niks.
    Zie je wel, die moet me niet.

    Hij heeft zich al drie keer afgemeld voor het sporten.
    Tss, dan niet. Hij heeft er gewoon geen zin in. 

    Mensen zijn geneigd in te vullen voor anderen. Toch is het vaak heel vervelend, meestal niet waar en in sommige gevallen zelfs gevaarlijk. Als de persoon die naast je zit op een verjaardag heel stil is, kun jij denken “Zie je wel, die moet me niet”.

    Maar dat is dan toch echt niets meer en niets minder dan de conclusie die jij er aan verbindt. Mensen denken sowieso gauw automatisch dat dingen over hen gaan, terwijl dat helemaal niet altijd zo blijkt te zijn, omdat de wereld nu eenmaal niet om één persoon draait, zélfs niet om jou ;-).

    De persoon die zo stil naast je zit heeft misschien wel onlangs iemand verloren, pas erg slecht nieuws gekregen, of heeft gewoon niet zijn dag.

    pexels-photo-984949

    Er kunnen talloze redenen voor zijn. Het invullen door “Zie je wel, die moet mij niet.” te denken is niet alleen nogal egoïstisch: het is ook niet heel slim. Het gebeurt vanuit onze eigen emoties, vaak vanuit onzekerheid. 

    Als je zou invullen dat die persoon niets zegt omdat hij of zij jou niet moet, dan ga je er met een lang gezicht naast zitten en zeg je ook niets meer. Als je het invullen zou vervangen door vragen, zou je kunnen vragen hoe het met die persoon gaat.
    Wellicht kom je dan in een goed gesprek terecht. Het niet invullen maar vragen is bijna altijd een win-win situatie.

    Jaaaaaa, vrouwen doen dit ook!

    Laten we eens even dat onrealistische beeld van vrouwen de wereld uithelpen door een paar beestjes gewoon bij de naam te noemen. Dit doen vrouwen ook: Of je het leuk vindt of niet!

    Burps!

    Ja. Vrouwen laten boeren. Net als mannen hebben wij ook wel eens iets te veel lucht gehapt. En soms moet je dat even kwijt. En nee, we hebben dan heus niet altijd alleen een beschaafde kleine oprisping: ik ken vrouwen die de ramen kunnen laten rammelen.

    Gasvorming

    Over gasvorming gesproken: bij vrouwen is het ook absoluut niet altijd, eh, windstil. Ook wij moeten af en toe een windje laten. Dus, voor alle mannen die denken dat vrouwen nooit een scheet laten: HAHAHAHA!

    Lachen

    Nee, we hoeven in de kroeg niet te horen “dat we eens moeten lachen”. Waarom? Als je iets grappigs zegt, lachen we wel. Zo niet, dan zijn we daar zeker niet toe verplicht. Zo wel, dan zijn wij daar nog steeds niet toe verplicht. Ga zelf lachen!

    Beharing

    Ja, vrouwen hebben ook snorharen. En soms ook baardharen. Oh, en ook okselharen, en schaamharen. Sowieso hebben de meeste vrouwen boven de vijfendertig hun pincet vaker nodig om zo’n stekelhaar te ontwortelen, die plots opdoemt op je kin. De behaarde waarheid!

    Zo. Dat is er uit.

    Agressieve motorrijder in aanvaring met gastblogger Sharon

    We maken allemaal weleens een inschattingsfout in het verkeer. Uiteraard minder dan iedereen om je heen, want zelf rij je altijd het beste…toch?

    Gisteren maakte ik dus zo’n verkeerde inschatting. Uiteraard wil ik benadrukken dat dit de eerste was van 2018! Ik stond met één auto voor mij bij het stoplicht te wachten tot het groen was. De situatie voor mij op het kruispunt was als volgt: Mensen afkomstig uit Rotterdam reden de a20 op en omdat het druk was stonden er wat auto’s vast voor het stoplicht op de flyover richting de a20. En, je voelt het misschien al aankomen: het werd groen en de mooie Jaguar voor mij ging rijden… en de ietwat lelijke Peugeot 206, ik dus, ook.

    Het gevolg was echter dat ik met mijn kleine autokontje voor de helft op het kruispunt stil kwam te staan door de andere auto’s die er al stonden. Maar ik dacht: dat gaat zo wel rijden. Ik sta daar minimaal 5 dagen in de week en ik weet dat het meestal zo gaat. Nu niet dus. Helaas kon ik dus niet meer een baan opschuiven. Daar was ie dan: de inschattingsfout.

    Eerlijk is eerlijk: ook ik vind het irritant als ik iemand de boel zie blokkeren. Mopper ik in mijn auto? Jazeker. Als iemand dat kan ben ik het wel (in mijn hoofd hoor ik nu wat vrienden instemmend knikken en lachen). Zoals ik al eerder zei: je denkt altijd dat je beter auto rijdt dan de rest van de weggebruikers.

    Vervolgens begint iemand achter mij te toeteren. Dat hielp helaas niet: Mijn auto schoof er helaas niet opeens zes auto’s van op, maar deze claxonneer-meneer dacht blijkbaar dat het zou helpen. Ik wil er overigens bij vermelden dat je om mijn autokontje heen kon rijden. Maar inderdaad, wel met een kleine bocht en niet rechtdoor zoals normaal.

    Het bleek geen auto te zijn die toeterde, maar een motormeneer van naar schatting vijftig plus. Hij vond er kennelijk nogal wat van want hij kwam zelfs naast mijn auto staan om me dat te vertellen.

    Dus daar stonden we dan: Een volwassen man die vreselijk staat te schelden en tieren tegen een vrouw in een kleine auto. Hij stak boven mij uit, alleen al door de motor. Ik moest in ieder geval omhoog kijken en hij moest bukken.

    De vragen die ik kreeg waren o.a.:

    1) waar ik mijn rijbewijs had gehaald (heb ik maar niet serieus antwoord op gegeven)

    2) of mijn ogen wel goed werkten (ik heb wel een bril voor in de verte ja)

    3) of ik wel spoorde (daar zijn de meningen over verdeeld).

    Ik kreeg er ondanks zijn vragen geen speld (of antwoord) tussen en zag een rood aangelopen hoofd geperst in een helm woedend boven mij uit toornen. Zijn taalgebruik was tevens van zeer hoog niveau. Ik was een asociaal tyfuswijf: dat was zijn conclusie.

    Maar meneer de motorrijder….wat ik ervan vind, is dat ik al die vragen terug kan stellen. Spoort u wel? En waar heeft u uw rijbewijs gehaald? Je leert toch slalommen op de motor, of ben ik nu abuis? Zijn ogen waren verder wel prima in orde, want ik stond inderdaad niet goed.

    Wat een man ben je dan zeg, dat je daar zo boos om wordt dat je zo tegen een vrouw tekeer gaat en zelfs agressief wordt. Dus meneer, mijn conclusie is: ik vind u een asociaal zielig ventje.

    Oh, en ik vond zijn geschreeuw erg storend op de vroege morgen, dus heb mijn raampje dicht gedaan. Vond hij niet zo leuk.

    Sharon

    Zo herken je burn-out signalen bij jezelf

    pexels-photo-626165Mensen die een burn-out hebben (gehad), geven vaak aan dat hoewel de “klap” plots kwam, er wel vaak al een tijd waarschuwingssignalen waren – die genegeerd werden.

     

    Wat zijn die signalen?

    • Vermoeidheid
      Mensen met een burn-out zijn vaak veel te lang doorgegaan met (te) hard werken, nemen te weinig tijd voor zichzelf en slapen slecht. Doordat je steeds meer stress ervaart kun je problemen krijgen met inslapen of doorslapen. Een lange periode van oververmoeidheid kan een voorbode zijn van een burn-out.
    • Kort lontje
      Waar je normaliter je schouders ergens voor ophaalde, merk je dat je nu overal boos om wordt. Het minste of geringste kan je woedend maken. Je reageert overdreven boos of emotioneel op zaken die je normaal niet zo zouden deren.
    • Emotioneel
      Huil je meer, sneller, vaker dan normaal? Dit kan een signaal zijn dat je risico loopt een burn-out te ontwikkelen. Veel mensen met een burn-out geven aan dat ze op een gegeven moment niet meer konden stoppen met huilen. Te lang over je eigen grenzen heen gaan haalt je emoties overhoop, met huilbuien tot gevolg.
    • Concentratie
      Merk je dat je steeds meer fouten maakt en je steeds minder goed kunt concentreren? Doordat je overprikkeld en oververmoeid raakt, verslechtert je concentratie. Een opmerkelijk minder goede concentratie kan een signaal zijn.
    • Geheugenproblemen
      Ben je vergeetachtiger dan normaal? Vergeet je afspraken? Loop je steeds vaker er tegenaan dat je niet meer weet wat je moet doen? Geheugenproblemen zijn groot voor mensen met een burn-out. Je systeem raakt overbelast en je geheugen heeft hier last van.
    • Fysieke pijn
      Veel mensen met een (dreigende) burn-out hebben last van hoofdpijnen, pijn in de nek / schouders, maagklachten of duizeligheid. Heb je plots last, wacht niet te lang en ga naar je huisarts.

    De hierboven beschreven signalen zijn maar een greep uit alle signalen die je mogelijk kunt ervaren wanneer je op een burn-out afstevent.

    Heb je vaker last van bovenstaande klachten, dan is het altijd raadzaam om eens met je huisarts te gaan praten. 

    Lief dagboek,

    Lief dagboek,

    Het is vandaag 18 september 2018 en alweer een heel aantal jaren geleden dat ik jou voor het laatst schreef! Heb je me gemist?

    De ganzen vertrokken een paar dagen te vroeg (maar wat vind ik het mooi om ze te zien overvliegen!): Vandaag was het weer even warm in het zuiden van Nederland: ik moest zelfs de airconditioning aanzetten in de auto omdat ik weg smolt op weg terug naar huis. Ik moet toegeven dat deze Indian Summer voor mij niet per se hoeft: ik ben wel klaar voor de herfst.

    Na die lange hittegolf – waar ik van mezelf niet over mocht zeuren – ben ik blij als ik mijn melkflessen weer eens in een panty kan steken. Zou ik dan raar zijn? Ach; daar kijkt niemand meer van op.

    Zou het komen doordat ik in de herfst geboren ben? Misschien heeft het daar iets mee te maken. Ik hou zo ontzettend van de herfstkleuren, de wandelingen in het bos.

    Als baby was ik al eigenwijs. Althans, dat schreef mijn moeder in mijn babyalbum. Ik ben niet zo goed in het maken van fotoalbums, ik heb daar niet zo veel geduld voor. Ik heb daarentegen wel een triljoen foto’s van mijn meisje.Ik heb eens ergens gelezen dat je een e-mailadres voor je kind kunt aanmaken en daar dan foto’s naar toe kunt mailen. Dat vond ik een briljant idee. Sinds ze een jaar of vier was ben ik daarmee begonnen. Ze heeft nu al tientallen e-mails met foto’s, filmpjes, eerste keren en bijzonderheden. Ook mail ik haar af en toe om te vertellen dat “je toen je vijf was voor het eerst assertief was! Joehoe!”, dat soort dingen. Het lijkt me voor haar leuk om later dit soort dingen terug te kunnen lezen en zien. Ook zitten er filmpjes bij waar ze me misschien bij uit zal lachen, zoals het filmpje waarop ze voor het eerst kruipt en meteen natte knieën krijgt, door (jaja) de tranen van mama.

    Maar die echte fotoalbums, daar moet ik toch ook echt eens aan beginnen. Ideaal voor na de Indian Summer, als “mijn” seizoen begint.

    Tot morgen!

    Liefs,

    Chrisje

    Ik hoef geen opvoedkundig advies, ik heb begrip nodig

    Moeders (en vaders!) van kinderen met een diagnose hebben de pittige taak om dag in dag uit hun kinderen te begeleiden.

    Hoewel ik geen één moeder van een kind met diagnose ken die niet zielsveel van haar kind houdt, zijn er ook periodes en dagen bij dat het opvoeden van een kind met diagnose nu eenmaal ontzettend belastend kan zijn. Soms even té belastend. Soms verlies je even je “cool”, je overzicht, of je geduld.

    Er zijn dagen bij waarop we met de handen in het haar zitten, waarop ons geduld langzamerhand op raakt en waarop we het gewoon even niet meer overzien. Dat wil niet zeggen dat we niet van ons kind houden, het wil ook niet zeggen dat we het niet meer aankunnen – en het wil zeker niet zeggen dat we behoefte hebben aan goedbedoelde opvoedkundige tips.

    “Eén kind met autisme opvoeden vergt vaak even veel energie als drie kinderen zonder autisme,” zei de kinderpsycholoog eens tegen me. Ik kon de man wel omhelzen, zo begrepen en gehoord voelde ik me daardoor. Soms heb je als moeder van een kind met een diagnose gewoon even begrip nodig. Een luisterend oor. Een schouder. Aanmoediging. Horen dat je begrepen wordt, dat je het goed doet.

    Wat omstanders vaak uit goede bedoelingen gaan doen; zeggen wat je anders kunt doen. Dat je consequenter kunt zijn, bijvoorbeeld, of strenger, duidelijker, noem maar op. Hoe goed dit ook bedoeld is: het werkt vaak helaas heel ontmoedigend, want denk je dat we daar niet elke dag aan denken? Heb je enig idee hoe duidelijk en consequent we al zijn? Denk je dat we zelf niet al onze ergste criticus zijn? Bovendien gaat autisme – of wat voor diagnose dan ook – hier helaas echt niet van weg. Het kind wordt niet de dag er na opeens wakker zonder autisme door jouw duidelijkheid. Dat is de realiteit waar wij mee dealen: het beste wat je kunt doen is naar ons luisteren, begrip tonen en een knuffel geven. Laat de kritiek maar achterwege: die geven we onszelf al genoeg.

    En als we dan die knuffel, dat luisterend oor en het begrip gekregen hebben, dan krijgen wij daar positieve energie van – en kunnen wij weer verder met het dagelijks voorbereiden van onze mooie kinderen op hun toekomst. Want dat doen we hoe dan ook, elke dag.

    Hints via Facebook: please don’t!

    Oh, menschen. Facebook is – afgezien van privacy dingetjes – leuk, echt leuk. Voor plaatjes van je fuzzy kitten, je struikelende puppy met te grote puppypoten, voor het taggen van je vrienden in hilarische filmpjes.

    Maar niet, ik herhaal, NIET voor het plaatsen van hints.

    Facebook is gewoon echt niet dé plek om verwijten naar vrienden of familieleden te plaatsen. Ook niet in de vorm van een of andere vage quote.

    Daarbij vraag ik me altijd af wat je er nou mee moet, zo’n digitale sneer. Moet je je afvragen of ie voor jou is? En of je er op moet antwoorden? Hoe moeten we nu raden wie diegene bedoelt? Voor mij is het te vermoeiend. Ik zet mensen die zo’n quotes regelmatig delen dan ook gewoon op “niet volgen”. Want dat is precies waar ik last van heb; ik kan ze niet volgen.

    Als je een probleem hebt met iemand binnen jouw vriendengroep of familie, ga dat dan gewoon even in een gesprek oplossen. Je weet wel, als een volwassene.

    Aan het meisje dat fietste met haar blik op haar mobiele telefoon

    Ik zag jou aankomen, op je fiets. Jij mij niet. Je bent een jaar of zeventien, zestien misschien. Dat je fietst is natuurlijk super. Maar hoe je fietste, daar heb ik een mening over.

    Met één hand aan je stuur, en in de andere hand je mobieltje, waar je naar staarde terwijl je fietste, zonder ook maar één seconde op te kijken van je scherm. Daarbij had je ook nog oordopjes in, waardoor je niet alleen niemand zag, maar ook nog niemand hoorde.

    Het was zo goed dat ik jou zag, lieve tiener op je fiets. Want als ik jou niet had gezien, had jij mij nooit gezien en had ik je aangereden, met je blik op het scherm.

    Ik hoop dat je heel oud wordt, lieve tiener. Maar als je zo blijft fietsen, met enkel oog voor je scherm, ben ik er bang voor.

    Nieuwe opvoedingsmethode of oud nieuws? Slow Parenting..

    Er is een nieuwe opvoedmethode die helemaal trending is: Slow Parenting.

    Jaag jij van afspraak naar afspraak of van school naar sportclub en weer terug met je kind? En kun je door dit drukke schema niet gewoon lekker genieten van je kind? Dan is Slow Parenting misschien wel wat voor jou.

    Hier vind je een uitgebreide (Engelstalige) uitleg, maar voor de gehaaste lezer houdt de methode kort samengevat in, dat je met deze nieuwe opvoedingsaanpak meer in het moment leeft, minder met technologie bezig bent en minder met vooruit plannen.

    Je overlaadt je kinderen niet langer met activiteiten maar geeft ze de vrijheid om te genieten van wat ze (thuis) kunnen doen. Hiermee verlaag je zowel de druk op je kind als op jezelf. Mindful opvoeden dus.

    Nu wil ik niet vervelend doen, en ik juich deze methode absoluut toe, maar volgens mij deden ouders dat in de jaren tachtig al massaal.

    Als wij vroeger weekend hadden, mochten we buiten spelen, of binnen. Dat was het wel zo’n beetje. Wij gingen niet elke zondag naar een binnenspeeltuin, pretpark of bioscoop. Hooguit af en toe naar opa en oma of een familieverjaardag. En als je je verveelde, tja, dan verbeelde je je maar. “Daar word je creatief van,” zei mijn moeder dan. En dat was zo.

    Ik ben zelf overigens onbewust voor een groot deel al heel lang een slow parent, trouwens. Op zondag houd ik heel vaak “pyjamadag” met mijn dochter, die het heerlijk vindt om de eerste uren in haar pyjama en ochtendjas te zitten knutselen. Soms verveelt ze zich wel eens op pyjamadag, maar dan gaat ze vanzelf buiten kijken of haar vrienden er zijn of spelen we een potje badminton in de achtertuin.

    Dus… Ja, ik sta absoluut achter de nieuwste trend van Slow Parenting. Ik zou het zelfs iedereen aanraden. Het is alleen naar mijn mening helemaal niet nieuw.

    Tips voor mijn kind als het later groot is

    Je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen, dus schrijf ik al wat tips op voor mijn kind als het later groot is.

    • Ren nooit op je sokken over tegels of een parketvloer. De vloer wint altijd.
    • Hou altijd je glas in je hand als je op stap gaat. Al is het maar – in het beste geval – om te zorgen dat niet iemand anders het opdrinkt.
    • Als iemand tegen je zegt dat je iets niet aan je moeder mag vertellen, moet je dat juist wel doen.
    • Als iemand je voor zijn karretje spant, vraag dan eerst waarom diegene het zelf niet doet. Behalve leerkrachten en bazen; daar moet je iets voorzichtiger mee omgaan.
    • Als je denkt dat iets niet klopt, of je krijgt een raar gevoel in je buik, dan klopt er iets niet. Vertrouw hier op: dit is je intuïtie. Te veel grote mensen zijn dit verleerd.
    • Hou van anderen, maar vooral ook van jezelf.
    • Als iemand je niet goed behandelt, is het oké om weg te gaan of te stoppen met dat contact. Je hoeft je hier niet schuldig om te voelen: de persoon die jou niet goed behandelde hoort zich schuldig te voelen.
    • Je mag nee zeggen. Ja, zeker ook meisjes en vrouwen. Sterker nog; oefen dit woordje goed: je gaat het helaas vaak nodig hebben.
    • Blijf altijd knuffelen met dieren. Zij zijn je beste vrienden.
    • Als mannen tegen je zeggen dat je “eens moet lachen”: dit hoeft zeker niet. Je mag kijken zoals je wil.
    • Vorm je eigen mening. Ook als die anders is dan de mening van anderen.

    Tot zover mijn tips….

    Wordt vervolgd.

    Waarom de weegschaal soms niet aardig is: gastblog door voedingsdeskundige Babette van Friends of Food

    scale-diet-fat-health-53404Waarom de weegschaal soms niet zo aardig is
    Herken je dat….Heb je zo normaal gedaan, geen gekke uitspattingen, stap je op de weegschaal………….Grrrr! Staan er cijfertjes op die je niet had verwacht, niets afgevallen of zelfs zwaarder geworden. 

    Hoe kan het nou dat de weegschaal de ene dag meer aangeeft dan de andere dag? Dit kan verschillende oorzaken hebben. Ik zal ze hieronder voor je op een rijtje zetten.  

    Moment van wegen
    Het is heel normaal dat je het ene moment zwaarder weegt dan het andere moment. ‘s ochtends vroeg zit er nog geen vulling in de maag. ‘s avonds al wel, dit kan zeker 1-2 kg schelen.

    Hormonen
    Vrouwen die in hun menstruatieperiode zitten of er tegenaan zitten, wegen altijd wat zwaarder. Dit heeft te maken met de hormoonhuishouding. Hetzelfde geldt voor vrouwen die in de overgang zijn, de disbalans in de hormonen zorgt er voor dat je wat gewicht kan aankomen.

    Stoelgang
    Op het moment dat je een wisselende stoelgang hebt of een aantal dagen nog geen stoelgang hebt gehad, weeg je ook zwaarder. Ook als je wel dagelijks stoelgang hebt, kan het verschil uitmaken, tussen het net wel en het nog geen stoelgang hebben gehad voor je op de weegschaal stapt.

    Medicijnen
    Bepaalde medicFoto medicatieijnen zorgen ervoor dat je aankomt in gewicht. Als je een medicijn kort gebruikt, zul je uiteindelijk wel weer afvallen. Gebruik je deze medicijnen langdurig, dan remt dit het afvalproces. Voorbeelden hiervan zijn prednison en antidepressiva.

    Warmte
    Tijdens warme zomerdagen bestaat de kans dat je meer vocht vasthoudt, hierdoor weeg je ook meer.

    Zoutgebruik
    Als je (veel) zout toevoegt aan je gerechten, of je hebt ergens gegeten waar dit gebeurd, dan hou je meer vocht vast, waardoor je dus ook niet afvalt.

    Spiermassa
    Op het moment dat je gaat sporten, ga je spiermassa opbouwen en vet verbranden. Spieren wegen meer dan vet. Hierdoor val je in omvang dus wel af, maar niet in gewicht.