We maken allemaal weleens een inschattingsfout in het verkeer. Uiteraard minder dan iedereen om je heen, want zelf rij je altijd het beste…toch?

Gisteren maakte ik dus zo’n verkeerde inschatting. Uiteraard wil ik benadrukken dat dit de eerste was van 2018! Ik stond met één auto voor mij bij het stoplicht te wachten tot het groen was. De situatie voor mij op het kruispunt was als volgt: Mensen afkomstig uit Rotterdam reden de a20 op en omdat het druk was stonden er wat auto’s vast voor het stoplicht op de flyover richting de a20. En, je voelt het misschien al aankomen: het werd groen en de mooie Jaguar voor mij ging rijden… en de ietwat lelijke Peugeot 206, ik dus, ook.

Het gevolg was echter dat ik met mijn kleine autokontje voor de helft op het kruispunt stil kwam te staan door de andere auto’s die er al stonden. Maar ik dacht: dat gaat zo wel rijden. Ik sta daar minimaal 5 dagen in de week en ik weet dat het meestal zo gaat. Nu niet dus. Helaas kon ik dus niet meer een baan opschuiven. Daar was ie dan: de inschattingsfout.

Eerlijk is eerlijk: ook ik vind het irritant als ik iemand de boel zie blokkeren. Mopper ik in mijn auto? Jazeker. Als iemand dat kan ben ik het wel (in mijn hoofd hoor ik nu wat vrienden instemmend knikken en lachen). Zoals ik al eerder zei: je denkt altijd dat je beter auto rijdt dan de rest van de weggebruikers.

Vervolgens begint iemand achter mij te toeteren. Dat hielp helaas niet: Mijn auto schoof er helaas niet opeens zes auto’s van op, maar deze claxonneer-meneer dacht blijkbaar dat het zou helpen. Ik wil er overigens bij vermelden dat je om mijn autokontje heen kon rijden. Maar inderdaad, wel met een kleine bocht en niet rechtdoor zoals normaal.

Het bleek geen auto te zijn die toeterde, maar een motormeneer van naar schatting vijftig plus. Hij vond er kennelijk nogal wat van want hij kwam zelfs naast mijn auto staan om me dat te vertellen.

Dus daar stonden we dan: Een volwassen man die vreselijk staat te schelden en tieren tegen een vrouw in een kleine auto. Hij stak boven mij uit, alleen al door de motor. Ik moest in ieder geval omhoog kijken en hij moest bukken.

De vragen die ik kreeg waren o.a.:

1) waar ik mijn rijbewijs had gehaald (heb ik maar niet serieus antwoord op gegeven)

2) of mijn ogen wel goed werkten (ik heb wel een bril voor in de verte ja)

3) of ik wel spoorde (daar zijn de meningen over verdeeld).

Ik kreeg er ondanks zijn vragen geen speld (of antwoord) tussen en zag een rood aangelopen hoofd geperst in een helm woedend boven mij uit toornen. Zijn taalgebruik was tevens van zeer hoog niveau. Ik was een asociaal tyfuswijf: dat was zijn conclusie.

Maar meneer de motorrijder….wat ik ervan vind, is dat ik al die vragen terug kan stellen. Spoort u wel? En waar heeft u uw rijbewijs gehaald? Je leert toch slalommen op de motor, of ben ik nu abuis? Zijn ogen waren verder wel prima in orde, want ik stond inderdaad niet goed.

Wat een man ben je dan zeg, dat je daar zo boos om wordt dat je zo tegen een vrouw tekeer gaat en zelfs agressief wordt. Dus meneer, mijn conclusie is: ik vind u een asociaal zielig ventje.

Oh, en ik vond zijn geschreeuw erg storend op de vroege morgen, dus heb mijn raampje dicht gedaan. Vond hij niet zo leuk.

Sharon

Advertenties

pexels-photo-626165Mensen die een burn-out hebben (gehad), geven vaak aan dat hoewel de “klap” plots kwam, er wel vaak al een tijd waarschuwingssignalen waren – die genegeerd werden.

 

Wat zijn die signalen?

  • Vermoeidheid
    Mensen met een burn-out zijn vaak veel te lang doorgegaan met (te) hard werken, nemen te weinig tijd voor zichzelf en slapen slecht. Doordat je steeds meer stress ervaart kun je problemen krijgen met inslapen of doorslapen. Een lange periode van oververmoeidheid kan een voorbode zijn van een burn-out.
  • Kort lontje
    Waar je normaliter je schouders ergens voor ophaalde, merk je dat je nu overal boos om wordt. Het minste of geringste kan je woedend maken. Je reageert overdreven boos of emotioneel op zaken die je normaal niet zo zouden deren.
  • Emotioneel
    Huil je meer, sneller, vaker dan normaal? Dit kan een signaal zijn dat je risico loopt een burn-out te ontwikkelen. Veel mensen met een burn-out geven aan dat ze op een gegeven moment niet meer konden stoppen met huilen. Te lang over je eigen grenzen heen gaan haalt je emoties overhoop, met huilbuien tot gevolg.
  • Concentratie
    Merk je dat je steeds meer fouten maakt en je steeds minder goed kunt concentreren? Doordat je overprikkeld en oververmoeid raakt, verslechtert je concentratie. Een opmerkelijk minder goede concentratie kan een signaal zijn.
  • Geheugenproblemen
    Ben je vergeetachtiger dan normaal? Vergeet je afspraken? Loop je steeds vaker er tegenaan dat je niet meer weet wat je moet doen? Geheugenproblemen zijn groot voor mensen met een burn-out. Je systeem raakt overbelast en je geheugen heeft hier last van.
  • Fysieke pijn
    Veel mensen met een (dreigende) burn-out hebben last van hoofdpijnen, pijn in de nek / schouders, maagklachten of duizeligheid. Heb je plots last, wacht niet te lang en ga naar je huisarts.

De hierboven beschreven signalen zijn maar een greep uit alle signalen die je mogelijk kunt ervaren wanneer je op een burn-out afstevent.

Heb je vaker last van bovenstaande klachten, dan is het altijd raadzaam om eens met je huisarts te gaan praten. 

Lief dagboek,

Het is vandaag 18 september 2018 en alweer een heel aantal jaren geleden dat ik jou voor het laatst schreef! Heb je me gemist?

De ganzen vertrokken een paar dagen te vroeg (maar wat vind ik het mooi om ze te zien overvliegen!): Vandaag was het weer even warm in het zuiden van Nederland: ik moest zelfs de airconditioning aanzetten in de auto omdat ik weg smolt op weg terug naar huis. Ik moet toegeven dat deze Indian Summer voor mij niet per se hoeft: ik ben wel klaar voor de herfst.

Na die lange hittegolf – waar ik van mezelf niet over mocht zeuren – ben ik blij als ik mijn melkflessen weer eens in een panty kan steken. Zou ik dan raar zijn? Ach; daar kijkt niemand meer van op.

Zou het komen doordat ik in de herfst geboren ben? Misschien heeft het daar iets mee te maken. Ik hou zo ontzettend van de herfstkleuren, de wandelingen in het bos.

Als baby was ik al eigenwijs. Althans, dat schreef mijn moeder in mijn babyalbum. Ik ben niet zo goed in het maken van fotoalbums, ik heb daar niet zo veel geduld voor. Ik heb daarentegen wel een triljoen foto’s van mijn meisje.Ik heb eens ergens gelezen dat je een e-mailadres voor je kind kunt aanmaken en daar dan foto’s naar toe kunt mailen. Dat vond ik een briljant idee. Sinds ze een jaar of vier was ben ik daarmee begonnen. Ze heeft nu al tientallen e-mails met foto’s, filmpjes, eerste keren en bijzonderheden. Ook mail ik haar af en toe om te vertellen dat “je toen je vijf was voor het eerst assertief was! Joehoe!”, dat soort dingen. Het lijkt me voor haar leuk om later dit soort dingen terug te kunnen lezen en zien. Ook zitten er filmpjes bij waar ze me misschien bij uit zal lachen, zoals het filmpje waarop ze voor het eerst kruipt en meteen natte knieën krijgt, door (jaja) de tranen van mama.

Maar die echte fotoalbums, daar moet ik toch ook echt eens aan beginnen. Ideaal voor na de Indian Summer, als “mijn” seizoen begint.

Tot morgen!

Liefs,

Chrisje

Moeders (en vaders!) van kinderen met een diagnose hebben de pittige taak om dag in dag uit hun kinderen te begeleiden.

Hoewel ik geen één moeder van een kind met diagnose ken die niet zielsveel van haar kind houdt, zijn er ook periodes en dagen bij dat het opvoeden van een kind met diagnose nu eenmaal ontzettend belastend kan zijn. Soms even té belastend. Soms verlies je even je “cool”, je overzicht, of je geduld.

Er zijn dagen bij waarop we met de handen in het haar zitten, waarop ons geduld langzamerhand op raakt en waarop we het gewoon even niet meer overzien. Dat wil niet zeggen dat we niet van ons kind houden, het wil ook niet zeggen dat we het niet meer aankunnen – en het wil zeker niet zeggen dat we behoefte hebben aan goedbedoelde opvoedkundige tips.

“Eén kind met autisme opvoeden vergt vaak even veel energie als drie kinderen zonder autisme,” zei de kinderpsycholoog eens tegen me. Ik kon de man wel omhelzen, zo begrepen en gehoord voelde ik me daardoor. Soms heb je als moeder van een kind met een diagnose gewoon even begrip nodig. Een luisterend oor. Een schouder. Aanmoediging. Horen dat je begrepen wordt, dat je het goed doet.

Wat omstanders vaak uit goede bedoelingen gaan doen; zeggen wat je anders kunt doen. Dat je consequenter kunt zijn, bijvoorbeeld, of strenger, duidelijker, noem maar op. Hoe goed dit ook bedoeld is: het werkt vaak helaas heel ontmoedigend, want denk je dat we daar niet elke dag aan denken? Heb je enig idee hoe duidelijk en consequent we al zijn? Denk je dat we zelf niet al onze ergste criticus zijn? Bovendien gaat autisme – of wat voor diagnose dan ook – hier helaas echt niet van weg. Het kind wordt niet de dag er na opeens wakker zonder autisme door jouw duidelijkheid. Dat is de realiteit waar wij mee dealen: het beste wat je kunt doen is naar ons luisteren, begrip tonen en een knuffel geven. Laat de kritiek maar achterwege: die geven we onszelf al genoeg.

En als we dan die knuffel, dat luisterend oor en het begrip gekregen hebben, dan krijgen wij daar positieve energie van – en kunnen wij weer verder met het dagelijks voorbereiden van onze mooie kinderen op hun toekomst. Want dat doen we hoe dan ook, elke dag.

Oh, menschen. Facebook is – afgezien van privacy dingetjes – leuk, echt leuk. Voor plaatjes van je fuzzy kitten, je struikelende puppy met te grote puppypoten, voor het taggen van je vrienden in hilarische filmpjes.

Maar niet, ik herhaal, NIET voor het plaatsen van hints.

Facebook is gewoon echt niet dé plek om verwijten naar vrienden of familieleden te plaatsen. Ook niet in de vorm van een of andere vage quote.

Daarbij vraag ik me altijd af wat je er nou mee moet, zo’n digitale sneer. Moet je je afvragen of ie voor jou is? En of je er op moet antwoorden? Hoe moeten we nu raden wie diegene bedoelt? Voor mij is het te vermoeiend. Ik zet mensen die zo’n quotes regelmatig delen dan ook gewoon op “niet volgen”. Want dat is precies waar ik last van heb; ik kan ze niet volgen.

Als je een probleem hebt met iemand binnen jouw vriendengroep of familie, ga dat dan gewoon even in een gesprek oplossen. Je weet wel, als een volwassene.

Ik zag jou aankomen, op je fiets. Jij mij niet. Je bent een jaar of zeventien, zestien misschien. Dat je fietst is natuurlijk super. Maar hoe je fietste, daar heb ik een mening over.

Met één hand aan je stuur, en in de andere hand je mobieltje, waar je naar staarde terwijl je fietste, zonder ook maar één seconde op te kijken van je scherm. Daarbij had je ook nog oordopjes in, waardoor je niet alleen niemand zag, maar ook nog niemand hoorde.

Het was zo goed dat ik jou zag, lieve tiener op je fiets. Want als ik jou niet had gezien, had jij mij nooit gezien en had ik je aangereden, met je blik op het scherm.

Ik hoop dat je heel oud wordt, lieve tiener. Maar als je zo blijft fietsen, met enkel oog voor je scherm, ben ik er bang voor.

Er is een nieuwe opvoedmethode die helemaal trending is: Slow Parenting.

Jaag jij van afspraak naar afspraak of van school naar sportclub en weer terug met je kind? En kun je door dit drukke schema niet gewoon lekker genieten van je kind? Dan is Slow Parenting misschien wel wat voor jou.

Hier vind je een uitgebreide (Engelstalige) uitleg, maar voor de gehaaste lezer houdt de methode kort samengevat in, dat je met deze nieuwe opvoedingsaanpak meer in het moment leeft, minder met technologie bezig bent en minder met vooruit plannen.

Je overlaadt je kinderen niet langer met activiteiten maar geeft ze de vrijheid om te genieten van wat ze (thuis) kunnen doen. Hiermee verlaag je zowel de druk op je kind als op jezelf. Mindful opvoeden dus.

Nu wil ik niet vervelend doen, en ik juich deze methode absoluut toe, maar volgens mij deden ouders dat in de jaren tachtig al massaal.

Als wij vroeger weekend hadden, mochten we buiten spelen, of binnen. Dat was het wel zo’n beetje. Wij gingen niet elke zondag naar een binnenspeeltuin, pretpark of bioscoop. Hooguit af en toe naar opa en oma of een familieverjaardag. En als je je verveelde, tja, dan verbeelde je je maar. “Daar word je creatief van,” zei mijn moeder dan. En dat was zo.

Ik ben zelf overigens onbewust voor een groot deel al heel lang een slow parent, trouwens. Op zondag houd ik heel vaak “pyjamadag” met mijn dochter, die het heerlijk vindt om de eerste uren in haar pyjama en ochtendjas te zitten knutselen. Soms verveelt ze zich wel eens op pyjamadag, maar dan gaat ze vanzelf buiten kijken of haar vrienden er zijn of spelen we een potje badminton in de achtertuin.

Dus… Ja, ik sta absoluut achter de nieuwste trend van Slow Parenting. Ik zou het zelfs iedereen aanraden. Het is alleen naar mijn mening helemaal niet nieuw.

Je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen, dus schrijf ik al wat tips op voor mijn kind als het later groot is.

  • Ren nooit op je sokken over tegels of een parketvloer. De vloer wint altijd.
  • Hou altijd je glas in je hand als je op stap gaat. Al is het maar – in het beste geval – om te zorgen dat niet iemand anders het opdrinkt.
  • Als iemand tegen je zegt dat je iets niet aan je moeder mag vertellen, moet je dat juist wel doen.
  • Als iemand je voor zijn karretje spant, vraag dan eerst waarom diegene het zelf niet doet. Behalve leerkrachten en bazen; daar moet je iets voorzichtiger mee omgaan.
  • Als je denkt dat iets niet klopt, of je krijgt een raar gevoel in je buik, dan klopt er iets niet. Vertrouw hier op: dit is je intuïtie. Te veel grote mensen zijn dit verleerd.
  • Hou van anderen, maar vooral ook van jezelf.
  • Als iemand je niet goed behandelt, is het oké om weg te gaan of te stoppen met dat contact. Je hoeft je hier niet schuldig om te voelen: de persoon die jou niet goed behandelde hoort zich schuldig te voelen.
  • Je mag nee zeggen. Ja, zeker ook meisjes en vrouwen. Sterker nog; oefen dit woordje goed: je gaat het helaas vaak nodig hebben.
  • Blijf altijd knuffelen met dieren. Zij zijn je beste vrienden.
  • Als mannen tegen je zeggen dat je “eens moet lachen”: dit hoeft zeker niet. Je mag kijken zoals je wil.
  • Vorm je eigen mening. Ook als die anders is dan de mening van anderen.

Tot zover mijn tips….

Wordt vervolgd.

scale-diet-fat-health-53404Waarom de weegschaal soms niet zo aardig is
Herken je dat….Heb je zo normaal gedaan, geen gekke uitspattingen, stap je op de weegschaal………….Grrrr! Staan er cijfertjes op die je niet had verwacht, niets afgevallen of zelfs zwaarder geworden. 

Hoe kan het nou dat de weegschaal de ene dag meer aangeeft dan de andere dag? Dit kan verschillende oorzaken hebben. Ik zal ze hieronder voor je op een rijtje zetten.  

Moment van wegen
Het is heel normaal dat je het ene moment zwaarder weegt dan het andere moment. ‘s ochtends vroeg zit er nog geen vulling in de maag. ‘s avonds al wel, dit kan zeker 1-2 kg schelen.

Hormonen
Vrouwen die in hun menstruatieperiode zitten of er tegenaan zitten, wegen altijd wat zwaarder. Dit heeft te maken met de hormoonhuishouding. Hetzelfde geldt voor vrouwen die in de overgang zijn, de disbalans in de hormonen zorgt er voor dat je wat gewicht kan aankomen.

Stoelgang
Op het moment dat je een wisselende stoelgang hebt of een aantal dagen nog geen stoelgang hebt gehad, weeg je ook zwaarder. Ook als je wel dagelijks stoelgang hebt, kan het verschil uitmaken, tussen het net wel en het nog geen stoelgang hebben gehad voor je op de weegschaal stapt.

Medicijnen
Bepaalde medicFoto medicatieijnen zorgen ervoor dat je aankomt in gewicht. Als je een medicijn kort gebruikt, zul je uiteindelijk wel weer afvallen. Gebruik je deze medicijnen langdurig, dan remt dit het afvalproces. Voorbeelden hiervan zijn prednison en antidepressiva.

Warmte
Tijdens warme zomerdagen bestaat de kans dat je meer vocht vasthoudt, hierdoor weeg je ook meer.

Zoutgebruik
Als je (veel) zout toevoegt aan je gerechten, of je hebt ergens gegeten waar dit gebeurd, dan hou je meer vocht vast, waardoor je dus ook niet afvalt.

Spiermassa
Op het moment dat je gaat sporten, ga je spiermassa opbouwen en vet verbranden. Spieren wegen meer dan vet. Hierdoor val je in omvang dus wel af, maar niet in gewicht.

Foto stressStress
Als je veel stress ervaart, wordt er meer cortisol aangemaakt door je lijf. Ook wel stresshormoon genoemd. Dit stress hormoon zorgt er voor dat je meer honger hormoon aanmaakt en je meer trek gaat krijgen in lekker eten. Ook zorgt dit hormoon ervoor dat je niet afvalt of zwaarder wordt.

Enkele tips:

  • Ga maximaal 1 keer per week op de weegschaal staan.
  • Zorg dat je elke week op dezelfde dag op hetzelfde moment op de weegschaal gaat staan (ik doe dit wekelijks ‘s ochtends vroeg, net uit bed, net geplast, dan vind ik de weegschaal het meest aardig 😉 )
  • Drink veel water, dit zorgt ervoor dat je vocht verliest. Nadeel is dan wel dat je vaker naar de wc moet.
  • Zorg dat je niet teveel zout eet. Maak je eten smaakvol door lekkere kruiden toe te voegen. Op de site van de nierstichting is een mooie kruidenwijzer te vinden, deze vindt je hier  https://www.nierstichting.nl/nierschade-voorkomen/zoutbewust-eten/koken-met-kruiden/  Iedereen die mij klant is of word krijgt deze kruidenwijzer.
  • Eet gezond en regelmatig.
  • Ga of blijf bewegen.
  • Houd naast je gewicht ook je omvang in de gaten. Dit kun je meten, maar je kunt het ook voelen aan bijvoorbeeld broeken, als deze wijder worden, val je ook af.
  • Voorkom zoveel mogelijk stress, dit heb je natuurlijk niet altijd in de hand, maar probeer toch jouw ontspanning te zoeken door dingen te doen die je leuk vind en die ontspannend werken.

Als je vragen of opmerkingen hebt, stuur me gerust een berichtje. Dit kan via mijn website www.friendsoffood.nl of via mijn Facebookpagina www.facebook.com/FriendsofFood/ Een like en volg op mijn pagina vind ik ook leuk 🙂

Lieve groet

Babette