Sorry, lief kind. (Een brief voor alle onderwijzers, ouders en begeleiders van Nederland)

Deze brief heb ik geschreven aan het kind in mij, maar deel ik voor alle ouders, begeleiders en onderwijzers, zodat er meer begrip en begeleiding komt voor het anders lerende kind in het onderwijs van vandaag.

Lief innerlijk kind,

Ik zie je wel hoor. Je zit dan wel opgesloten en soms zorgvuldig weggestopt in een volwassen lijf met een volwassen brein, maar je bent er nog steeds. 

Ik zie je. 

Ik maak dan wel soms grapjes over je, als ik te hard lach of te enthousiast begon te dansen op een feestje; dan gaf ik jou de schuld. “Mijn innerlijke kind komt naar boven hoor!”. Maar dat ik grapjes over je maak betekent niet dat ik je uitlach, lief innerlijk kind. Ik maak namelijk meestal grapjes over mensen waar ik van hou.  

Wat heb je het soms zwaar gehad.

Je gebrek aan concentratie werd zo vaak verkeerd opgevat; men noemde dat vaak “geen zin”, “dromerig” of “met haar hoofd in de wolken”.

Men vond dat je “eerst moest denken, dan doen.” Maar wat begrepen ze jou verkeerd; door te doen dacht jij. Je kon niet slecht leren, je leerde anders. Eerst de praktijk, dan de theorie.

Verkeerd om! zei de wereld.
Andersom! zeg ik je nu.
Jij kende geen andere volgorde; toch werd jou verteld dat jouw volgorde verkeerd was en die van de wereld goed.

Je kon niet goed studeren, zei men, wegens dat gebrek aan concentratie. Je werd een dromer genoemd, een zwever, te druk, te beweeglijk, je moest eens met beide voeten op de grond belanden. Dat jij tijdens het dromen de informatie verwerkte die je daarvoor al snel had gelezen of gehoord, wisten ze niet. Jij zelf wist dat ook niet, want daar was je te jong voor. Je wist alleen dat je wel je best had gedaan.

En dat was ook zo.

Wat had je het soms moeilijk, als je uit het raam staarde en daarop betrapt werd, terwijl je niet eens wist dat dat verkeerd was, of waarom. Dat je uit het raam staarde maar in gedachten rekensommen maakte of geschiedenisverhalen voor je ogen zag gebeuren, wist men niet. Of dat je uit het raam staarde omdat je hoorde dat een ander kind gepest werd en jij een oplossing daarvoor zocht. Ook dat zag men niet.
Het naar buiten staren was alleen een andere manier van informatie verwerken, die voor jou goed werkte.

Wat was het fijn geweest als meer onderwijzers of begeleiders jou hadden begrepen. Als iemand had gezien dat jouw manier van leren gewoon anders was, niet meer en ook zeker niet minder. Wat had het je veel ellende gescheeld als men jouw “afwezigheid” tijdens uitleg in de klas niet ten onrechte had geïnterpreteerd als desinteresse. Want dat je niet de goede kant uit keek, betekende lang niet altijd dat je niet luisterde.

Lief kind, wat heb je het moeilijk gehad. Je werd door al deze dingen naar een vervolgopleiding gestuurd die op een lager niveau lag dan wat jij aankon, dus zette de verveling door. Je bladerde door de boeken en dacht; waarom is dit zo saai? Je motivatie zakte tot een dieptepunt, dus ging je je afzetten, door bijvoorbeeld helemaal niet meer te leren, want waar bleef toch die uitdaging?

Je motivatie ging langzaam verloren ergens tussen verbale, theoretische uitleg en mensen die jou hun beperkende overtuigingen opdrongen. Helaas net zo lang totdat jij ze zelf ging geloven.

Je was geen kind dat braaf uren studeerde: Je klom in bomen, bouwde dingen, schreef verhalen of maakte muziek. Je vormde melodieën in je hoofd, schreef liedjes, teksten, gedichten, of bedacht hele nieuwe dingen met je handen. Men noemde dat afkeurend dromerig, zelfs dom of in elk geval ongeïnteresseerd, terwijl je in werkelijkheid creatief was.

De wereld gaat uit van leren op basis van theorie: pas als je die beheerst mag je in de praktijk gaan uitproberen, voelen, zien, aanraken. Jij leerde juist door eerst uit te proberen, voelen, zien en aanraken; daarna werd de theorie vanzelf behapbaar. Dat maakte je niet minder slim (wat ze ook zeiden!); je was gewoon een beelddenker, heel visueel ingesteld. Laat het me zien, dan begrijp ik het. 

Lief kind, wat heb je moeten worstelen om je te bewijzen, omdat je wel wou maar niet mee kon met de meute. Wat was je jaloers op die kinderen die blijkbaar heel gemakkelijk de theorie tot zich namen. Wat benijdde je die kinderen, die uren lang met hun neus in de boeken konden zitten. Je voelde je heel vaak onbegrepen.

De onmacht die ontstaat omdat mensen er van uitgaan dat je niet wilt, is groot. Zo groot, dat je hem mee zult nemen in je volwassenheid, als er geen begeleider komt die begrijpt hoe jouw brein werkt.

Nu ben ik volwassen, lief kind. Ik ben nu een vrouw van 37 jaar en ik zeg namens alle volwassenen sorry tegen jou, lief kind. Je was gewoon een hartstikke leuk Pipi Langkous kind: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.”.

Je was een doener, een maker, een oplosser, een bedenker. Je nam niet alles zomaar aan, je verzette je er zelfs tegen als je iets niet logisch of rechtvaardig vond, of dacht dat het beter kon. Nog zoiets waar niet alle begeleiders van kinderen goed tegen kunnen: kritiek van een kleiner mens.

Sorry lief kind, namens alle volwassenen, die jou niet geloofden, niet vertrouwden, niet begrepen of je standjes gaven. Je was anders dan de rest, je paste niet in het keurslijf van de meute, dus propte men net zo lang aan je tot je er in paste, alhoewel dat was alsof je een vierkant in een cirkel propt; het kan er wel in, maar het past nog steeds niet.

Je deed alles andersom, ondersteboven, vroeger of later; maar dat maakte het allemaal nog steeds niet verkeerd.

P.S.: Wat was het fijn hè, die ene leraar die niet op je foeterde als je uit het raam keek, maar jou juist een “creatief kind” noemde.
Of die leerkracht die jouw talent zag en je stimuleerde om er meer mee te doen. Die mensen die wél zagen wat je kon, en je op jouw manier lieten leren. Waren er daar maar meer van geweest.

Liefs,

Chrisje

img_1109-1

Netflix: “I am a killer”

Sinds kort kijk ik op Netflix de serie “I am a killer”: een bloedstollende portret reeks van mensen die levenslang of on death row in Amerikaanse gevangenissen verblijven.

Iedere aflevering vertelt het verhaal van een moordenaar. Minder dan tien procent van de gepleegde moorden wordt gepleegd door een vrouw, maar ook zij komen aan bod.

Wat er voor zorgde dat ik met ingehouden adem blijf verder kijken, is de manier waarop het verhaal rond de moorden van verschillende kanten wordt belicht. Iedere aflevering begint met het verhaal, verteld door de moordenaar zelf; daarna volgen de verhalen van de mensen die er (zijdelings) bij betrokken waren: broers, zussen, ouders en andere familieleden van slachtoffers, vrienden van de daders, politieagenten, rechercheurs, leerkrachten en advocaten. Gedurende iedere aflevering wordt diep ingegaan op de omstandigheden waarin de persoon opgroeide en andere zaken die beïnvloeden hoe een mens zich gedurende zijn leven ontwikkelt.

De verhalen zijn natuurlijk stuk voor stuk schrijnend: een achtergrond van geweld, mishandeling, seksueel misbruik, verslaving en armoede vormt meestal de rode draad. In de meeste gevallen was de moordenaar eerder in zijn of haar leven zelf ook slachtoffer van geweld, mishandeling of misbruik.

Met deze serie biedt Netflix een nieuwe kijk op moordzaken die (gelukkig!) een ver van je bed show lijken, en laat de mensen zien die moorden gepleegd hebben, wat het met hun leven en de levens van mensen om hen heen heeft gedaan. Er zijn verdrietige stukken bij, er zijn verhalen van vergeving en verantwoordelijkheid nemen, maar ook worden er situaties geschetst waar je na het kijken van de aflevering nog wel een tijd over na blijft denken. Bijvoorbeeld bij het verhaal van de man die in zijn jeugd structureel zo hevig mishandeld en misbruikt was geworden dat het hem uiteindelijk zwart voor ogen werd en hij in een manische woede aanval zijn grootouders om het leven bracht.

Een aanrader om te bekijken.

Bron foto: Netflix

Narcisme en emotionele chantage!

“Het zal wel weer aan mij liggen. Ik doe ook niets goed.”
“Ja, laat mij maar weer in de steek.”
“Je weet hoe veel pijn dit me doet en toch doe je mij dit aan.”

Dit zijn een paar voorbeelden van emotionele chantage en manipulaties die narcisten handig inzetten om iets van je gedaan te krijgen. Ze gaan als het nodig is nog veel verder dan dat (faken hele ziektes of doen alsof ze zelf stervende zijn), maar vaak is dat niet nodig, omdat de slachtoffers van narcisten vaak hele verantwoordelijke mensen zijn met een groot plichtsbesef, die zich al snel schuldig voelen.

Als je niet oplet, doe je dingen die je eigenlijk niet wilde doen. Of zeg je ja op iets terwijl je nee wilde zeggen. Gooi je zelfs je hele agenda om, om de narcist te pleasen. Allemaal omdat ze feilloos weten waar jij gevoelig voor bent.
Narcisten zijn mensen waarvan je altijd dacht dat ze alleen in films bestaan. Die dingen doen waarvan jij dacht dat niemand dat ooit écht deed. Die liegen op een manier waarvan jij nog niet wist dat het mogelijk was. Veel mensen die in een relatie met een narcist terecht zijn gekomen, zien pas jaren later ‘het licht’.

“Hoe heb ik dit al die jaren niet gezien? Hoe heb ik de signalen kunnen missen?”
Dit vragen ex-partners en ex-vrienden van narcisten zich vaak af, op het moment dat ze beseffen hoe hevig het bedrog was.

Narcisten maken gebruik van jouw gevoel. Jouw liefde. En ja, ook van jouw naïviteit. Zodra jij geeft om of houdt van de narcist, heeft hij of zij vrij spel; het afwisselen van aardig en gemeen gedrag om je in verwarring te houden, het liegen en het manipuleren. Bovendien is de narcist er zo bedreven in dat mensen om hem of haar heen vaak pas veel later zien wat er eigenlijk echt gebeurde; hoe de narcist de mensen om zich heen als pionnen inzette voor zijn of haar eigen belang. Want dat laatste is het enige waar het voor de narcist om draait: zijn of haar eigen belang. Niets of niemand anders doet er toe. Zelfs hun eigen kinderen manipuleren ze van jongs af aan, zodat ook deze nergens meer tegen in durven gaan, óf zo beïnvloed zijn dat ze niet eens meer weten wat ze zelf willen.

Emotionele chantage is gemakkelijk te herkennen, als je weet waar je op moet letten. Waar je vooral op kunt letten is de slachtofferrol – dit is een rol die door de narcist Oscarwaardig gespeeld wordt. Op een slachtoffer kun je immers moeilijk boos worden, toch?

Hieronder enkele praktijkvoorbeelden van narcistische / emotioneel chanterende uitspraken:

  • “Ja, laat me maar weer allemaal in de steek.”
  • “Ik tel toch niet mee.”
  • “Niemand houdt van me.”
  • “Ik hou altijd rekening met jou!… (is meestal helemaal niet zo, maar dit klinkt zo mooi hè?)… En nu houd jij totaal geen rekening met mijn gevoel.”
  • “Ik doe mezelf wat aan / spring van de brug / ben suïcidaal.”
  • “Als jij weg gaat bij me, heeft het leven geen zin meer.”
  • “Ik wil je niet delen met anderen. Je bent mijn bezit.”
  • “Ik ben intens verdrietig en nu wil jij toch voor jezelf kiezen? Hoe kún je mij dit aandoen? Heb je dan helemaal geen gevoel?”
  • “Ik ben heel erg ziek en ik heb niemand anders om voor me te zorgen behalve jij.”
  • “Ik wist wel dat ook jij me uiteindelijk zou teleurstellen.”
  • “Ik ben heel erg diep teleurgesteld, maar doe maar wat je wil.”
  • “Als we dat gaan doen / daarheen gaan, moet jij …. (iets doen, of bij diegene blijven) want dan kan ik… (vul hier het eigenbelang van de narcist in).”

Binnenkort ga ik verder in op emotionele chantage en de gevolgen hier van.

Lees hier alvast de eerdere blogs over narcistische relaties en vriendschappen:

Een relatie met een narcist, hoe herken je het
https://chrisje.info/2019/12/02/een-relatie-met-een-narcist-hoe-herken-je-het/

Hoe voorkom je dat een narcist je manipuleert
https://chrisje.info/2019/12/06/hoe-voorkom-je-dat-de-narcist-je-manipuleert/

 

 

Rosan kreeg een aanval tijdens het hardlopen: “Zonder mijn redders had ik waarschijnlijk uren op het koude asfalt gelegen.”

Zoals jullie waarschijnlijk weten kreeg ik op 24 januari (2020) een psychogene niet-epileptische aanval tijdens het hardlopen. Deze gebeurtenis was ontzettend beangstigend en het heeft heel veel met me gedaan. Daarom heb ik er deze tekst over geschreven om mijn ervaring hiervan duidelijk te maken voor (vooral) mezelf en anderen.

Elk einde is de afsprong naar een nieuw begin. Steeds kom ik het weer tegen. De ene keer voelt het als een zijden laken die op me neerdaalt, de andere keer stort het op me als een allesvernietigende bom.

Ditmaal was het een kernbom en deze vernietigde bijna mijn lichaam. De grote rode knop om die kernwapens af te vuren bevond zich in mijn brein en zat er slechts voor de allergrootste noodsituatie. Die noodsituatie vond plaats op 24 januari. De dag waarop ik weer een einde tegenkwam en zelfs de dood in de ogen leek te staren. Het mentale werd een met het fysieke.
Ik had plannen. Veel plannen. Veel te veel plannen. Na een intensieve week op mijn opleiding waar ik me al niet helemaal mezelf voelde, zou ik van vrijdag tot en met zondag ook nog een weekend gaan werken. Voor ik hier in de middag naartoe zou gaan moest ik wel nog even mijn huiswerk maken, reflecteren, bellen over therapie, hardlopen en paardrijden. Niks moest natuurlijk, maar eigenlijk moest het allemaal wel.

Had ik het kunnen zien aankomen? Achteraf gezien wel, maar in alle eerlijkheid had ik dit nooit verwacht…

Daar liep ik dan door de polder. Muziek in mijn oren. Mijn benen die mijn lichaam voortdragen. De ‘runner’s high’ die me altijd weer tot rust kan brengen. Toch denk ik dat er ditmaal geen rust was. Want ik moest dit doen. Het hoorde bij de planning dus het moest uitgevoerd worden. Zo veranderde de ontspanning in overspanning.
Het is nu vooral een waas. Korte flitsen van de gebeurtenis komen soms terug. Een blauwe lucht; boomtoppen; een intense kou; pijn in mijn hoofd; het dichtklappen van een autodeur en iemand die over me heen buigt. “Het komt allemaal goed…” Een zin die bevestigt dat het echt niet goed gaat. Het zijn woorden die door me heen galmen, maar waarvan ik niet zeker weet of ik ze daadwerkelijk heb gehoord.

Een ambulance. Pijn. Zwart licht. Niets… Ben ik dood? Kalmte…
Had het hier beter kunnen eindigen? Gewoon stoppen. Hier. Klaar. Punt. Geen nieuw begin meer. Niet meer te hoeven vrezen voor het leven. Geen verdriet omdat ik zelf het leven heb verlaten, maar omdat het me is ontnomen. Je kunt immers beter stoppen op je hoogtepunt.

Het ging toch zo goed?
Ja, het ging zo goed. Alles leek me te lukken. Ik leek opeens de hele wereld aan te kunnen. Na jaren nergens meer energie voor te hebben, mijn zin kwijt te zijn geweest en slechts te hebben bestaan vanuit een onoverbrugbare zinloosheid. Nu ging het eindelijk goed! Is dat niet het beste moment om de pijp uit te gaan? Een hartstilstand met een definitief einde. Misschien komt er een voorzichtig kopje in de plaatselijke krant en een klein afscheid voor de paar mensen die het wat doet. Daarna kan ik gewoon weer vergeten worden. Zoals het hoort. Zo moet het zijn. Vind ik ook eindelijk mijn ‘nooit meer slapen’.

Wakker. Ik ben wakker. Waar ben ik?
Mijn moeder; ze staat voor me. Ze zegt dingen. “Ziekenhuis… Gevallen… Onderzoeken…” Ik hoor het half. Weet niet meer wat ik eigenlijk aan het doen was of wat ik aan het doen ben. De situatie dringt niet tot me door. Alles suist. Mijn hoofd bonkt. Mijn hart bonkt. Sneller en sneller. Ik adem. Ik adem. Ik stop. Waar is mijn adem!?
Ik verstijf en ik verkramp. Weet me niet goed te beseffen waarom. Ik ben er, maar ik ben er niet. Beelden en geluiden schieten door mijn hoofd: blauwe lucht; een man; een dichtklappende autodeur; boomtoppen; ambulance; ziekenhuis; een man; boomtoppen; een dichtklappende autodeur; ambulance…  De ruimte om me heen siddert en beeft waarna het zich vult met mensen in witte jassen. Ik word vastgepakt. Zacht en hard tegelijk. Ze grijpen en graaien. Ik probeer mijn adem te vinden, maar deze lijkt niet meer te bestaan.

Ik leef… maar ga ik nu toch dood?
Dood, dood, dood, was ik maar dood.
Nee! Ik wil niet dood.
Ga ik dood?

Iemand houdt een zak voor mijn mond. Het voelt alsof ik stik. Ik krijg geen adem! Mijn lichaam lijkt kapot te scheuren door alle verkrampingen. Alsof mijn spieren hun uiterste best doen om al mijn botten te breken.

Ze proberen een soort puf in mijn mond te stoppen, maar het lukt niet omdat mijn mond en kaken volledig verstijfd zijn. Ze spuiten iets in mijn neus, maar het lijkt niet veel te helpen. Ik voel een naald in mijn linker pols en er wordt een onbekende vloeistof mijn lichaam ingespoten terwijl iemand mijn arm in bedwang houdt. Iemand plakt een soort grote sticker op mijn borst die met kabels aan een groot apparaat verbonden is. Reanimatie!?

Ik ga dood.
Ik ga dood.
IK GA DOOD.

Dan stopt alles… Ik weet niet meer hoe, maar het stopt. Was het de onbekende vloeistof? Was het de spray in mijn neus? Was het iets dat ik zelf deed? Is dit nu een nieuw begin?
Ik krijg een masker op om me extra zuurstof te geven. Blijkbaar vroeg ik daarna aan mijn moeder of ze daar een foto van kon maken. Een foto die later in de krant te zien zou zijn. Ik kan me niet herinneren dat deze is genomen, maar blijkbaar is dat een soort primaire behoefte van me. Achteraf gezien niet een heel logisch reflex. Ik ben officieel onderdeel van de moderne mens.

Conclusie van de innerlijke kernbom: een psychogene niet-epileptische aanval. Gelukkig. Het was maar mijn brein. Het zit slechts tussen mijn oren. Een gedachte waar ik me even aan vastklamp, maar welke ik al snel loslaat.

De noodklokken zijn gaan luiden en de grote rode knop is ingedrukt. Ja, ik heb het overleefd. Ik heb het geluk gehad dat ik ben gevonden en dat mensen me konden helpen toen ik dat zelf niet meer kon.

Een dankbaarheid omsluit mijn hart. Want ik wil helemaal niet dood, ik wil leven. Dat is iets wat ik nu zeker weet. Ik besluit dat ik deze mensen wil vinden om ze te kunnen bedanken en zodat ze de situatie positief kunnen afsluiten. Dit kan ik het beste via een Facebookpost doen. Een post die later ietwat escaleert nadat het bijna 7000 keer is gedeeld. Maar goed, het bracht me wel wat ik wilde.

Er komt de volgende dag in het ziekenhuis nog een gesprek met een crisisteam, maar zoals altijd weet mijn rationele brein als snel de overhand te nemen en analyseert hij de boel feilloos. Ik mag naar huis. Toch moet ik beloven dat ik wat ga veranderen en dat ik hulp zoek.

Het ging toch zo goed? Eigenlijk wil ik niet veranderen… Toch weet ik dat ik naar mezelf moet luisteren. Al die anderen dingen die ‘moeten’ zijn daaraan onderhevig. Dit is het enige dat echt ‘moet’. Ik wil zoveel liever zijn voor mijn brein en lichaam. Ik wil liever zijn voor mezelf.

Zelfs als iets misschien goed voelt, hoeft het niet per se goed te zijn. Het is als de energie die je voelt als je koffie of energydrank hebt gedronken. Eventjes lijkt het je goed te doen. Toch is dit slechts valse energie. Een illusie van verkwikking die na overmaat verandert in een inzinking.

In dit geval ben ik mijn eigen koffie, mijn drugs, mijn eigen verslaving. Want door alles te doen wat goed voelt en mezelf hiertoe te gaan verplichten, ren ik juist mezelf voorbij. Ben ik slechts aan het doen zonder te beleven. Alsof ik alles wil inhalen wat me vroeger nooit is gelukt.

Ik kan het nu toch allemaal? Ik wil alles tegelijk en liever gisteren dan vandaag. Dat lukt me en dat lukt me goed. Tot ik het niet meer kan. Tot ik instort.

Ik kan het zo goed verwoorden. Ik kan het zo goed uitleggen. Toch stap ik onbewust in diezelfde valkuil. Ook ik ben helaas niet bestemd tegen de zwaartekracht.

Als alles dan lijkt te vallen, sta ik op. Dat zou ik normaal doen… Wat doe ik nu? Ik blijf nog even zitten. Ik kijk om me heen en onderzoek waar ik in terechtgekomen ben. We moeten doorgaan, maar ik doe het zittend. Ditmaal leg ik eerst een stevige fundering zodat het nieuwe einde langer wegblijft.

Geef me even.
Heel even.
Ik leer straks weer hoe te staan.
Ik kan altijd nog leren lopen.
Moet even bijkomen.
Dromen…
Over morgen.
Vandaag blijf ik zitten.
Niks moet.
Het komt goed.
Dit heb ik nodig.
Niet overbodig,
Tijd te geven,
Tijd te gunnen,
Voor een nieuw begin.

Rosan van der Zee

Volg Rosan hier op Facebook

Wat niemand zegt voordat je kinderen krijgt!

Ja, je krijgt er heel veel voor terug: het ouderschap. Mooie momenten, een mini versie van jezelf, liefde, kusjes knuffels. Maar…. ook griep, driehonderd verkoudheden, buikloop en grijze haren. Je moet er immers wel wat voor over hebben.

Dit is wat niemand je zegt voordat je kinderen krijgt:

  • Snot. Snot is overal.
  • Je gaat je veel meer dan ooit tevoren met poep en plas bezighouden.
  • Je gaat merken op precies hoe weinig slaap je toch nog je werk kunt doen.
  • Slaap wordt waardevoller dan ooit.
  • Je gaat uren lang Dora, Bumba, of andere visueel traumatische zaken zien langskomen op televisie, keer op keer.
  • Je toiletbezoek wordt het enige moment van de dag waarop je misschien drie minuten privacy hebt. En met misschien bedoel ik waarschijnlijk niet.
  • Je gaat regelmatig wallen creëren waar men in Amsterdam jaloers op is.
  • Je zult zurige babykots op meestal je allerbeste kleding krijgen.
  • Baby’s hebben perfecte timing: meestal krijgen ze een spuitluier tot achter in de nek twee minuten nádat je ze in hun nieuwste dure pakje hebt gehesen nadat je al te laat was voor een afspraak.
  • Je komt naar alle waarschijnlijkheid nooit meer op tijd op een afspraak.
  • Je komt op plekken die audiovisueel belastend of zelfs traumatiserend zijn, zoals binnenspeeltuinen, ook wel bekend als de broedhaard van vele virale infecties.
  • Je gaat je basisschooltijd herleven door het helpen met huiswerk en het wachten op een schoolplein.
  • Speelafspraken met kinderen uit de klas van je kind lijken in het begin heel leuk, totdat je een vriendje op bezoek krijgt dat non-stop schreeuwt en met een stift op de muren begint te tekenen. Daarna word je selectiever in wie je kind mee op de hut af mag slepen na school.
  • De eerste paar jaar verbruik je ongeveer zeshonderdtwaalf pakjes billendoekjes en snoetenpoetsers.
  • De geur van Zwitsal zal je voor altijd je baby laten missen.
  • Wie verzonnen heeft dat je de pijn van een bevalling zo weer vergeet, heeft waarschijnlijk een schroefje los.
  • Je zult ongeveer 836 zetpillen toedienen, die er tien procent van de tijd direct weer uit gelanceerd worden door een hoestbui van je mini-me.

Lees verder onder de afbeelding

  • Je zult naar pretparken gaan en geen een achtbaan beleven omdat je de grootste deel van de tijd met een kinderwagen in het sprookjesbos op zoek bent naar een toilet met verschoontafel.
  • Je zult ijsjes kopen die binnen een minuut op de grond liggen, waardoor je weer nieuwe ijsjes moet kopen. Je moet hiervoor weer opnieuw in de rij, en je krijgt ook nog eens geen korting op het nieuwe ijsje, tenzij je je kind zelf laat vragen, en dan nog vaak niet.
  • Op vakantie gaan wordt een ander verhaal: je kunt pas veilig naar Spanje rijden als je auto beschikt over minstens twee dvd schermen op de kopsteun, gemiddeld twee tablets en een bereidheid om bij iedere afrit tussen hier en Spanje te stoppen omdat er altijd wel iemand moet plassen.
  • Snot en poep zijn leidend.
  • Zindelijk maken betekent minstens een keer ondergeplast worden.
  • Je krijgt waarschijnlijk heel veel tekeningen en knutselwerkjes mee van de opvang, school en dagverblijf. Je moet hier altijd enthousiast op reageren, ook als je geen idee hebt wat het moet voorstellen of waar je naar toe moet met het voorwerp.
  • Je zult alle mogelijke oplossingen tegen krampjes gaan googlen, uitproberen en kopen. Als die krampjes maar stoppen en het krijsen daarmee ook.
  • Je kunt soms je kind nog horen huilen, zelfs als het twee dorpen verderop bij je moeder logeert. Dit is een teken dat je even rustig aan moet doen.
  • Je gaat geheid een keer je sleutels terugvinden in de koelkast.
  • Je auto wordt een verzamelplaats van snoeppapiertjes, snoetenpoetsers, vergeten knuffels en stukjes happy meal verrassingen.

Maar…. boven alles krijg je er heel veel voor terug! ❤️

Leven met ADHD: Er gaat zoveel om in mijn hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen

Leven met ADHD is veel dingen, maar nooit saai. ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Wie ADHD heeft zal dit wellicht ervaren als een zegen en een vloek. Het is niet altijd gemakkelijk, maar tegelijkertijd ook nooit saai om ADHD te hebben.  Dit stuk is goed om te lezen en te delen, omdat er veel negatieve informatie over ADHD bekend is, maar er ook heel veel positieve kanten zitten aan het hebben van ADHD. Stuiter lees je mee? 

Mensen met ADHD zijn snel afgeleid, vandaar het Attention Deficit stukje. De aandacht er bij houden kost ons vaak immens veel moeite, tenzij we ergens ontzettend in geïnteresseerd zijn, en dan nog kost het vaak moeite om niet afgeleid te raken door de langs rijdende auto, de vlieg op de muur of doordat we simpelweg een merknaam op je T-shirt zien staan, waardoor we opeens ongecontroleerd hard nadenken over mode-ontwerpers en catwalks. We hebben dit zelf vaak niet door, het gebeurt automatisch. Het is geen desinteresse in jou als persoon; we willen er niemand kwaad mee doen. Ons brein is gewoon overactief, waardoor we soms zouden willen dat we met een honkbalknuppel alle inkomende ideeën en gedachten er uit konden meppen.

We zijn creatief

pexels-photo-213775Heb je behoefte aan mensen met veel ideeën om mee te brainstormen? Dan heb je aan mensen met ADHD goede gesprekspartners. Tenminste, als we niet halverwege bedenken dat we nog boodschappen moesten doen. We zijn een oeverloze bron van creativiteit en ideeën, we bedenken graag creatieve oplossingen voor problemen, soms nog voordat deze problemen ontstaan. We zijn vaak goed in creatieve beroepen. Veel bekende artiesten en kunstenaars hebben ADHD! Plekken waar vooral wordt verwacht dat je om kunt gaan met ad hoc situaties, zijn vaak de plekken waar mensen met ADHD uitblinken. Zet ons echter niet te vaak aan een saaie routinematige klus, want dan raken we volledig in de ban van alles behalve waar we mee bezig moeten zijn. Tijdens stressvolle situaties kunnen we vaak bijzonder helder nadenken en direct handelen waar anderen bevriezen; wel moeten we daarna een aantal uren bijkomen hiervan. Want hey, we zijn ook maar mensen. En ja, al die stress prikkels kunnen ook ons te veel worden.

We kunnen impulsief zijn

Impulsiviteit is een onderdeel van ADHD waar veel mensen last van hebben – in meer of mindere mate. Naarmate we ouder worden, wordt de impulsiviteit gelukkig vaak wel wat minder heftig. We kunnen ’s ochtends nog een rustdag gepland hebben, en om twaalf uur ’s middags die zelfde dag kun je ons tegenkomen in de GAMMA, omdat we plotseling besloten hebben dat we ons verveelden en het de hoogste tijd was om de bovenverdieping te gaan renoveren. Dat is toch leuk? We denken snel, reageren snel, en daardoor kunnen we soms voor een ander onnavolgbaar lijken. Vraag ons echter naar de reden en we leggen je met liefde onze logica uit. Wellicht is het voor jou niet logisch, maar voor ons wel. Ook hier proberen we niemand pijn te doen met onze impulsieve acties: soms kunnen we onszelf gewoon niet beheersen.

Speedyyyyyyyy! 

We kunnen soms sneller gaan dan de wereld normaal vindt. We geven bijvoorbeeld al antwoord op je vraag voordat je hem (helemaal) gesteld hebt. We jump in to conclusions, soms sneller dan noodzakelijk. Dat brengt ons wel eens in de problemen. Van de andere kant kunnen we wel ontzettend snel schakelen en reageren als de situatie daarom vraagt.

Veel mensen met ADHD hebben een groot empathisch vermogen en zijn zeer meelevend; daarnaast zijn we in staat om situaties van alle kanten te bekijken en ons goed in te leven in anderen.

Met ons grote probleemoplossend vermogen – doordat we outside the box denken – werpen we vaak een frisse blik op situaties of problemen.

pexels-photo-127968

Soms gaat het mis en lopen we tegen problemen aan door onze impulsiviteit of hyperactiviteit. Dat gebeurt wel eens vaker in het leven van iemand met ADHD, zeker als je nog jong bent. Maar daar leren we wel van dat we gewoon weer moeten en kunnen opstaan en opnieuw beginnen. Mensen met ADHD hebben dan ook vaak een grote veerkracht ontwikkeld.

Hyperfocus

Wanneer iets onze interesse heeft, kunnen we ons bijzonder goed concentreren. Of het nu werken op de PC is, of een film over een onderwerp dat ons bijzonder interesseert: als we eenmaal geconcentreerd zijn kun je een bom naast ons laten afgaan; we zullen niet op of om kijken.

Hyperactiviteit

Jaaaa, we hebben een berg energie, maar ook als we doodmoe zijn kunnen we hyperactief zijn. Ja, we friemelen, wiebelen, tikken met een voet, tikken met een pen, frutselen. We kunnen hier niets aan doen; dit zijn foefjes en trucjes die we onszelf hebben aangeleerd om stil te kunnen blijven zitten  en niet door de kamer te gaan rennen. Stil zitten en opletten tegelijk zijn voor iemand met ADHD heel moeilijk te combineren. Het liefst bewegen we, dan leren we het meest. Maar als we dan toch stil moeten blijven zitten, moet er in ieder geval een hand of een voet in beweging zijn, dus mocht je je er aan storen, bedenk dan: het gewiebel voorkomt nog veel erger gedrag, haha!

Hilariteit, bloopers en vriendschap

ADHD kan vervelend zijn, maar ook leiden tot hilarische situaties. Zo kun je met iemand met ADHD in de grappigste situaties belanden, al is het maar vanwege hun spontane ideeën en briljante blunders. Mensen met ADHD zijn dan ook leuk om bevriend mee te zijn, alhoewel je hen wellicht wel iets vaker dan gemiddeld zult moeten herinneren aan gemaakte afspraken. Want…. we hebben vaak wel een agenda, maar soms ook twee agenda’s omdat agenda twee er leuker uit zag met al die kleurtjes en alles, en de afspraak stond nog in die oude agenda, maar die waren we helemaal vergeten door de mooie kleurtjes van de nieuwe agenda en waren net bezig met het overschrijven van de afspraken uit de oude agenda in de nieuewe agenda maar toen roken we dat de lasagne in de oven begon te verbranden omdat we vergeten waren een timer te zetten en toen zijn we vergeten door te gaan met afspraken overschrijven.. en bovendien hadden we het niet in onze digitale agenda gezet, waardoor we geen herinnering op ons scherm kregen en het dus straal vergeten waren! Logisch, toch? Kortom; wil je zeker weten dat we ergens bij zijn, bel of app ons dan even van te voren. Succes gegarandeerd!

Liefs,

Chrisje

img_0562

 

Zeven jaar schrijven

Ik schrijf al zeven jaar voor jullie – en voor mezelf – op deze website. Ik deel met jullie mijn verwonderingen, ergernissen, dieptepunten en hoogtepunten. Ik verdiep me in onderwerpen die me boeien en schrijf er over. Jullie reacties laten me lachen, ontroeren me, geven me nieuwe inzichten.

Toen ik zeven jaar geleden met mijn website en Facebook pagina begon, dacht ik: wie zit er nu te wachten op wat ik schrijf? Maar inmiddels – zeven jaar en 30.000 volgers op social media later – denk ik dat niet meer.

Laatst kreeg ik een bericht van een vrouw die schreef dat ze dankzij mijn blogs het roer om had durven gooien in haar leven. Ze had een stap gezet in haar carrière die ze jaren lang voor zich uit had geschoven. Dat raakt me.

Het doet iets met me dat ik mensen help, ook al is het van een afstand. Ik kreeg ook een bericht van iemand die een zware depressie had en zich eindelijk begrepen en gesteund voelde door mijn columns over burn-out en depressies. Het doet me heel veel om dat te lezen.

Ik schrijf al van kinds af aan om dingen te verwerken, te begrijpen, te delen. Ik vind het mooi als ik daarmee andere mensen help. Er is zo veel haat en negatief gedoe op internet, dat ik blij ben een positief steentje bij te dragen. En dat zou ik niet kunnen zonder jullie!

Liefs,

Chrisje

Waarom praat niemand over de overgang?

Pas geleden was ik bij mijn huisarts. Daar ontdekte ik dat ik vervroegd in de overgang* ben.

Terwijl ik dit nieuws liet bezinken, drong het langzaam tot me door hoe weinig ik eigenlijk wist over de overgang, of – om het helemaal correct te zeggen – de *perimenopauze, want in de overgang ben je officieel pas als je al een jaar niet hebt gemenstrueerd. Als je je nu afvraagt wat dat is, de perimenopauze, dan begrijp ik dat, want ik wist ook niet wat het was. De perimenopauze is de periode voorafgaand aan de menopauze (overgang). Tijdens die periode die leidt tot de overgang schommelen je hormoonspiegels als een malle en kun je daardoor last hebben van een heel aantal zeer vervelende symptomen die veroorzaakt worden door die wisselende hormoonspiegels, zoals:

  • depressieve gevoelens
  • heviger bloedverlies
  • onregelmatigere menstruaties
  • hartkloppingen
  • voedsel intoleranties (die je voorheen niet had)
  • verandering in lichaamshaar
  • opvliegers
  • nachtelijk zweten
  • overgewicht
  • vaginale droogte
  • mood-swings: innerlijke onrust, neerslachtigheid
  • drogere en slappere huid
  • droge / geïrriteerde ogen
  • veranderd slaappatroon

De perimenopauze is eigenlijk de verandering voor de verandering. Het wordt ook wel vergeleken met de puberteit, want die hormonen kunnen je ook tijdens de perimenopauze best van slag maken. Veel vrouwen zijn zich er niet eens van bewust dat hun klachten hiermee te maken kunnen hebben, en ook huisartsen zijn lang niet altijd goed op de hoogte van overgangsklachten. 

menopauze 2Toen ik er achter kwam dat ik dus duidelijk beland ben in de perimenopauze, ging ik eens informeren bij vrouwen in mijn omgeving, aangezien ik er nooit iemand over gehoord had. Plotseling kreeg ik hele verhalen te horen over hevig bloedverlies, hartkloppingen, slapeloze nachten en depressies. Waarom wordt hier zo weinig over gesproken? Moet je je als vrouw schamen als je lichaam zich klaar begint te maken voor de onvruchtbare jaren? Is het dat we ons er voor schamen dat we ouder worden? Maar dat worden we hopelijk toch allemaal als het goed is?

Het taboe rondom de overgang (en de aanloop daar naar toe) is jammer; veel vrouwen zullen rondlopen met zorgen om onverklaarbare, vage klachten die wel heel hinderlijk zijn in het dagelijks leven. Jammer dat we daar en masse over zwijgen. Het is immers een heel natuurlijk proces. Ook weten te weinig vrouwen dat er zoiets bestaat als een overgangsconsulent; vaak worden een aantal consulten zelfs vergoed door de zorgverzekering. Daar kunnen vrouwen praten met iemand die heel veel verstand heeft van de overgang, hormonen en alles wat daarbij komt kijken.

Gelukkig heeft niet iedere vrouw even veel last van klachten door de overgang of de perimenopauze. Maar wat zou het mooi zijn als er opener over gesproken zou worden: menig vrouw zou daarin herkenning vinden en wellicht ook opluchting.

Liefs,

Chrisje

img_0562

 

 

Strookt je gevoel vaak niet met je verstand? Dit is waarom!

Als kind – tot de leeftijd van ongeveer acht jaar – is je brein niet veel meer of minder dan een computer met een taperecorder die constant aangesloten is op de harde schijf die ‘je onderbewustzijn’ heet. Je brein downloadt de informatie die je krijgt van je omgeving.

Je onderbewustzijn downloadt alle informatie die je krijgt en is nog niet in staat om te bepalen wat correct is en wat niet. Alles wat je opslaat ziet het onderbewustzijn als waarheid. Pas later – rond je twaalfde – gaat je brein zaken ontwikkelen zoals logica.

Een baby heeft maar twee angsten: de angst voor harde geluiden en de angst om te vallen. Alle andere angsten loop je dus later in je leven op: waarschijnlijk vanuit je omgeving, gedownload door je onderbewustzijn.

Bang voor spinnen? Waarschijnlijk was een van je ouders er bang voor. Ben je er van overtuigd dat je dom bent? Waarschijnlijk heb je dan voor je achtste levensjaar vaak te horen gekregen “ben je nu echt zo dom?”.

Natuurlijk weet je als volwassene wel dat je bepaalde kwaliteiten en talenten hebt. Je bewustzijn weet dat je bepaalde dingen gewoon zou moeten kunnen. Je bewuste brein weet bijvoorbeeld dat je die bepaalde taak moet kunnen uitoefenen of leren. Wat is dan het probleem?

Negentig procent van wat we doen gaat vanuit ons onderbewustzijn. Slechts tien procent van onze handelingen op een dag zijn dus bewust. De rest gaat op automatische piloot. Je bewuste zelf weet dat het kan leren en overwinnen, maar je onderbewustzijn steekt daar maar al te graag een stokje voor: je bandrecorder heeft namelijk opgenomen dat je te dom bent om iets te leren en dat je er bovendien bang voor moet zijn.

Als je het in dit daglicht bekijkt, begrijp je beter waarom volwassen mensen zich vaak kunnen gedragen als peuters in een volwassen lijft. Snap je waarom de vrouw van in de veertig een woedeaanval krijgt alsof ze vijf jaar oud is omdat ze haar zin niet krijgt. Of waarom een volwassen man gillend op zijn stoel springt als hij een spin of een muis ziet. Het zijn “gekke” gedragingen bij een volwassene, maar logisch als je beseft dat we voor 90% automatisch vanuit ons onderbewustzijn reageren.

Daarom zijn bepaalde angsten of destructieve gedragingen ook zo moeilijk af te leren: het staat op de harde schijf gebrand die je onderbewustzijn heet. Om er van af te komen, zul je net zo lang het gewenste gedrag moeten repeteren en oefenen, tot het onderbewustzijn dit in de betreffende map in de verkenner heeft overschreven.

Aan de vrouw die ons weg keek uit de LIDL – omdat we hand in hand liepen

Aan sommige dingen kan ik niet wennen. Zoals sommige lezers van mijn blog al weten, ben ik lesbisch en heb ik in 2016 mijn coming out gehad. Sinds begin van dit jaar heb ik een relatie met een vrouw; en niet zomaar een vrouw, maar de liefste die er is.

Als je als twee vrouwen hand in hand over straat en door de winkel loopt, krijg je nog wel eens wat blikken toegeworpen. Meestal zijn het verbaasde of nieuwsgierige blikken: zoals mensen wel vaker kijken als ze iets zien dat afwijkt van het “normale”, whatever that may be. Die blikken, daar was ik vrij snel aan gewend. Ze kijken even, ik glimlach vriendelijk en meestal krijg je dan een glimlach terug. Ja, wij lesbiennes zijn net mensen.

Maar een tijdje geleden ging het mis. Het ging mis in mijn hart. Ik stond hand in hand met mijn liefde in de winkel, te bedenken wat we allemaal nog moesten halen. Terwijl we daar stonden kwam een vrouw langzaam langs lopen. Zij wierp geen vluchtige nieuwsgierige blik: haar blik sprak boekdelen.

Ze bekeek ons uitvoerig met een afkeurende blik die duidelijk maakte dat wij zouden branden in de hel. Ze schudde haar hoofd en keek vol walging naar ons. Ik wilde intuïtief de confrontatie aangaan en deze mevrouw aanspreken op haar gedrag. Gelukkig werd ik tegen gehouden.

Homofobie is helaas toch nog steeds alive and kicking in Nederland. Veel te vaak zie ik nieuwsberichten langskomen van LHBTI mensen die aangevallen, mishandeld -of erger- worden om hun geaardheid. Natuurlijk denk je daarover na en ben je daar ook wel wat angstig voor. Op sommige plekken let je ook wel extra op je omgeving. Soms let je zelfs te goed op. Soms denk ik er ook helemaal niet over na, totdat ik de blikken zie en weer bewust er van word dat onze liefde voor anderen blijkbaar een bezienswaardigheid is.

Maar hoe veel mensen ons ook afkeurende blikken toewerpen: ik blijf hand in hand lopen met mijn lief, om de simpele reden dat ik hun goedkeuring niet nodig heb of belangrijk vind.

Tolerantie, leven en laten leven; ik hoop dat dat meer gaat gebeuren in 2020.

Liefs,

Chrisje

Vervolg kort verhaal: deel 2

Deel 1 nog niet gelezen? Klik hier!

Terwijl ik terug liep van het toilet naar de barkruk waar ik mezelf zojuist op voor paal had gezet, zag ik dat Masha Joris aan de praat hield. Ze lachte veel te hard en zwiepte nog harder met haar haren. Joris praatte beleefd terug. Ik hees mezelf op de kruk naast Masha en verdiepte me in het schaaltje met nootjes alsof ik nog nooit nootjes had gezien. 

“Deze gast!” riep Masha veel te hard in mijn oor.
“Hij is hi-la-risch!” ze klopte hem hard op zijn schouder, waardoor hij zich haast verslikte in zijn bier.
“Ik weet jullie namen niet..”  zei hij.
“Ik ben Masha, en dit is natuurlijk mijn wonderschone collega Amy!” Ze wees naar me alsof ik een te winnen wasmachine was in een spelprogramma.
“Hallo Amy, hallo Masha.” zei Joris – en ik meende dat hij naar me knipoogde, maar het ging zo snel dat het ook kan dat hij gewoon een vuiltje in zijn oog had.
“Ober! Mag ik nog twee glazen wijn en een biertje?!” schalde Masha door het café. Ik had mijn glas nog half vol, maar hield haar niet tegen. Allereerst omdat Masha niet tegen te houden is als ze eenmaal op dreef raakt en ten tweede omdat ik voelde dat vanavond zo;’n avond was waarop je gewoon even niet de verantwoordelijke volwassene hoefde uit te hangen. Niet dat er veel avonden waren waarop ik dat wel deed, tenzij uit verveling.

De laatste tijd bleef wel vaker iets in mijn gedachten opkomen over verantwoordelijk en volwassen zijn, moet ik bekennen. Ik was vijfendertig en om mij heen hadden alle vrouwen wel op zijn minst een echtgenoot (of al lang een vriend), minstens een kind en een hypotheek. Ik daarentegen had geen relatie, geen hypotheek en zeker geen kind. Ik had ook nooit de urgente wens gevoeld om aan kinderen te beginnen; mijn eierstokken rammelden nooit. Een hypotheek leek me heel benauwend en een relatie lukte mij gewoon meestal niet: op de een of andere manier trok ik alleen óf bezette mannen aan, of mannen (en af en toe vrouwen) die psychisch totaal de weg kwijt waren, dubbellevens leidden, nooit zouden settelen – en al zeker niet met mij.

Ik leek voor iedereen vooral de ideale minnares te zijn; een rol waar ik mezelf nooit helemaal prettig bij voelde. En hoe ouder ik werd, hoe vaker de gelegenheid zich voordeed dat het klikte met mensen die al bezet waren. Natuurlijk wist ik wel dat het niet netjes is om met bezette mannen of vrouwen de kroeg uit te rollen, maar hé, ik ben ook maar een mens. Ik heb ook behoeften. Ik had mezelf plechtig beloofd nooit meer verliefd te worden; zo hield ik de afstand tussen mijzelf en de bezette mensen of psychotische types. Maar ergens knaagde het de laatste tijd wel aan me: wanneer zou het moment dan eindelijk komen waarop ik ooit wel een serieuze relatie zou krijgen met iemand die mij niet als “Collega Bas” in zijn telefoon zou zetten?

Ik keek schuin van achter mijn wijnglas naar Joris, terwijl Masha onophoudelijk bleef tetteren in zijn oor. Zou hij bezet zijn? Psychisch niet helemaal lekker? Zou hij een gezin hebben? Ik zag geen ring aan zijn vingers, maar wist wel beter dan dat. Hij was erg aantrekkelijk. Meestal vond ik mannen niet zo snel aantrekkelijk. Hij had een bepaalde uitstraling, iets gevaarlijks. Ik wist niet wat het was, maar ik wist wel dat het foute boel zou zijn. Ik zette mijn wijnglas aan mijn lippen en dronk met gulzige slokken, wachtend op het moment dat onvermijdelijk zou komen: het moment dat na een glas wijn of drie, vier onherroepelijk komt: Het moment waarop het me allemaal niet meer kan schelen.

Drie uur (en talloze glazen wijn) later strompelde ik met Masha en Joris de kroeg uit. “Als ik niet getrouwd was met die vervelende kerel van me, nou, nou, noouuuu, dan wist ik het wel!” sprak ze met consumptie tegen hem aan. Hij lachte en sloeg haar op haar schouder. “Jongensh, ik wens het jullie, slaap lekker hè!” giechelde ze, waarop ze naar links begon te lopen en ik haar snel nog naar rechts kon bijsturen. “Je huis is die kant op, Masha. Lukt het wel?” “Jaaaaa joh!” gierde ze het uit en wankelde verder de goede richting uit. Ik vroeg me nog af of ik met haar mee zou lopen, maar bedacht me net op tijd dat a) het me niet interesseerde en b) Masha wekelijks dronken haar weg naar huis weet te vinden zonder mijn hulp.
Nu Masha en al haar geluiden weg waren was het opeens akelig stil. Ik stak mijn handen in mijn jaszakken en probeerde nonchalant richting mijn eigen huis te lopen. Of nou ja, mini-huisje. Joris stapte aarzelend naast me en vroeg “Mag ik met je mee lopen?”
“Heb je niks beters te doen dan?”
Het kwam er bitser uit dan ik bedoelde. Ik schrok er zelf een beetje van.
“Momenteel niet.” lachte hij.
“Dan kan het.”
We liepen een tijdje zwijgend naast elkaar.
“Je bent niet zo’n typische vrouw geloof ik, hè?”
“Hoe bedoel je dat?”
“Nou, je praat iets minder, je bent wat directer, niet zoals …”
“Mijn collega Masha?” Ik lachte hardop. “Nee, gelukkig niet.”
“Inderdaad, gelukkig niet.”
Plotseling hield hij me staande. Zo plotseling dat ik bijna struikelde. Ik herpakte mezelf en vond mijn balans weer enigszins terug, terwijl ik hem aankeek.
“Jij bent gevaarlijk voor mij.” zei hij, terwijl hij met zijn hand mijn kin vast hield.
“Gevaarlijk?”
“Ja, gevaarlijk. Ik weet nog niet waarom maar ik weet wel dat je het bent.”
Ik keek hem strak aan een glimlachte.
“Er is maar een manier om daar achter te komen, denk je niet?”
Hij kuste me heel vluchtig, maar lang genoeg voor mij om te weten dat hij nou ook weer niet zó dronken was.

Ik had vaker mensen in een kroeg ontmoet, en ook vaker op deze manier naar huis gelopen. Maar vanavond voelde er iets anders. Joris voelde anders. Ik voelde me minder kil en koud van binnen, minder gevoelloos als de jaren daarvoor. Het voelde vreemd, onwennig. De nacht voelde anders. De lucht voelde kouder.
Niet verliefd worden – zei ik tegen mezelf in mijn hoofd. Wat je ook doet, word niet verliefd. Voor hetzelfde geld heeft hij een vrouw en drie kinderen en zit jij straks een jaar op hem te wachten terwijl hij je voorliegt. 
Ik had je nooit geloofd als je me toen verteld zou hebben dat ik een half jaar later zélf de bezette vrouw zou zijn – met de minnares.

pexels-photo-92248

 

 

Eten met Michael!

Michael is onze nieuwe kat een jongetje en wil je weten wat hij graag doet dan moet je door lezen. zijn lievelings hobby’s zijn eten en eten en eten en spelen.

michael1als Michael kon praten ging hij dit zeggen: als ik ga slapen ga ik eerst eten. dan ga ik slapen en dan als ik wakker word ga ik eten. voordat ik ga spelen ga ik eten en als ik klaar ben met spelen ga ik eten. dan ga ik mijn moeder vervelen, en daar krijg ik altijd honger van, dus ga ik eten.

sinds ik niet meer naar buiten mag, omdat ik steeds met mijn moeder in de tuin van de buren ging poepen, ben ik meer binnen en ben ik dus vaker dichter bij het eten.

michael2ik ben vaak moe maar toch wil ik meer energie krijgen en ga ik eten en dan ga ik alweer mijn moeder vervelen. soms heb ik mijn buikje zo rond gegeten dat ik tussen het spelen door in slaap val. maar raad eens waar ik dan van wakker word?

juist! van de honger!

 

groetjes de dochter van Chrisje

Britt

michael3

Dit wist je nog niet over lesbiennes

Af en toe krijgen mijn vriendin en ik de vraag: “Wie is bij jullie nou het mannetje?”.

Dat is natuurlijk een hilarische vraag als je er over na gaat denken, want als lesbisch stel gaat het er natuurlijk een beetje om dat niemand de man is, haha.

Sommige gay mensen vinden het vervelend om deze vraag te krijgen, maar wij proberen er met humor mee om te gaan. Dus gaan we het gesprek aan, want tegenwoordig zijn – als je doorvraagt – ook bij hetero stellen de rollen niet meer per definitie traditioneel verdeeld. Het is echt niet altijd de man die het vuilnis buiten zet of de vrouw die het eten kookt.

Bij ons is dus niemand “het mannetje”, ook al zie ik er uiterlijk vrouwelijker uit dan mijn vriendin.

We hebben dus ook geen traditionele rolverdeling. We koken om beurten of samen, poetsen ook allebei. Zij is wel handiger dan ik met klussen, maar daar laat ik me niet door weerhouden om mee te doen. Fysiek is ze ook wat sterker. Maar verder doen we de meeste dingen gewoon samen.

Hoe hebben jullie seks?

Nog zo’n veel gestelde vraag, vooral op plekken waar alcohol geschonken wordt 😆. Echter, deze beantwoorden we niet, want a) het is een onbeschofte vraag en b) daar heeft niemand iets mee te maken.

Mis je dan nooit… een man?

Nee. We missen nooit een man. We zijn niet voor niets lesbisch. 😂 Dat we lesbisch zijn maakt ons overigens geen mannenhaters: onze beste vrienden en familieleden zijn mannen. En ja, daar houden we heel veel van, op een platonische manier.

Wist je het niet altijd al?

Mijn vriendin kwam zowat lesbisch uit de wieg; ik kwam er pas heel laat, op mijn zesendertigste, achter. Iedereen heeft zijn eigen proces. Niet iedere gay zegt als eerste woordje “regenboog!”. Wel was er altijd een gevoel van anders zijn.

Als je op stoere vrouwen valt, val je dan niet gewoon toch op mannen?

Ehm, nee. Natuurlijk niet. Een stoer uitziende vrouw is nog steeds een vrouw.

Ik kan me niet voorstellen hoe het zou zijn om met een vrouw samen te wonen.

Deze horen we ook vaker. Zo heel anders is het niet, behalve dat je van hetzelfde geslacht bent en elkaar dus soms wel wat gemakkelijker begrijpt.

Wel moet je stevig in je schoenen staan als koppel van hetzelfde geslacht. Mensen begrijpen vaak niet wat je bent, kijken je raar of zelfs boos na als je hand in hand over straat loopt, of als je voor de ander iets gaat regelen.

Organisaties denken bij “mijn partner” vaak aan een man, totdat ik zeg dat ze een vrouw is. Maar gelukkig krijgen we ook hele mooie, open minded en lieve reacties, en hebben onze families aan beide kanten ons warm verwelkomd. Dat kan niet iedereen zeggen, helaas.

Liefs,

Chrisje

Ben je jezelf kwijt geraakt?

Als ik iets vaak heb gelezen op social media het laatste jaar, is het wel:

“Ik loop helemaal vast.”

“Ik liep tegen mezelf aan.”

“Ik ben mezelf kwijt geraakt.”

“Ik weet niet meer wat ik moet doen.”

“Ik ga op stilte retraite om mijn innerlijke pad te vinden.”

…….. en talloze varianten hierop.

Misschien is het antwoord in deze blog niet het antwoord dat je wil horen, maar wellicht is het wel het antwoord dat je nodig hebt om te horen:

Word wakker! En volwassen!

Lees verder onder de afbeelding

Heb je het gevoel dat je ver van jezelf verwijderd bent? Gooi eens een glas water in je eigen gezicht: je bent al dichtbij jezelf! Je bent jij! Je bent alleen verwijderd geraakt van wat je wil in je leven. Om daar achter te komen moet je keuzes maken.

En nee, dat is niet altijd gemakkelijk. Maar ja, het is wel nodig, anders ging jij niet van die termen rond slingeren als dat je op zoek bent naar jezelf en andere van dit soort grijs-gebied-kreten waar half Nederland ondertussen allergisch voor is geworden.

Je bent niet op zoek naar jezelf, je bent al jezelf. Je bent gewoon niet gelukkig!

Lees verder onder de afbeelding

Je wentelen in zelfmedelijden en zelfbeklag en vage termen waar niets concreet uit te halen is, is altijd gemakkelijker dan opstaan, je voeten in je schoenen zetten en EINDELIJK:

• die nieuwe baan zoeken,

• professionele hulp zoeken,

• een relatie beëindigen of herstellen,

• je excuses aanbieden voor iets waar je al veel te lang spijt van hebt,

• aan een opleiding beginnen

• etc.

Wacht je op iemand die je over je bol aait en je leven verbetert of verandert? Wacht je op iemand die jouw beslissingen voor je gaat nemen? Wil je dat? Het is niet realistisch – en niet gezond! – om te wachten tot anderen je problemen oplossen; welke eer behaal je daaraan?

Lees verder onder de afbeelding

Hoe mooi is het als het jou zelf is gelukt om je angsten onder ogen te komen? Als je je eigen demonen zelf te lijf gaat (indien nodig met professionele hulp)?

Hoe badass vind jij jezelf volgend jaar als je kunt terugkijken op een 2020 waarin je keuzes voor jezelf bent gaan durven maken? Waarin je uit die – oh zo comfortabele! – slachtofferrol bent gekropen en hebt laten zien dat je wel nog een ruggengraat hebt?

Het hele “op zoek zijn naar mezelf” is niet meer en niet minder dan een noodkreet en een roep om aandacht van mensen die heel verdrietig en bang zijn, en niet meer durven opstaan en zeggen: hier stopt dit geitenwollensokkengedoe, ik ben bewust van wat ik moet doen en ik ga NU mijn zaken aanpakken.

Zo. Dat moest ik even kwijt. 😊

Liefs

Chrisje

Mooie Voornemens voor 2020

Er zijn altijd mensen die aan de standaard goede voornemens doen voor het nieuwe jaar. Twintig kilo afvallen bijvoorbeeld, of stoppen met drinken of roken.

Hoewel daar helemaal niks mis mee is, heb ik nog wat suggesties waarmee je in het nieuwe jaar meer rust en geluk creëert voor jezelf. En geen zorgen: je mag er ook al dit jaar mee beginnen.

Doe elke dag iets leuks voor jezelf

Heb lief met heel je hart. Ook als dat eng is.

Durf kwetsbaar te zijn – het maakt je sterker

Wees liever voor jezelf

Lees verder onder de foto

Veroordeel anderen minder

Veroordeel jezelf minder

Laat schuld en haat los – het vergt te veel energie

Vergeef anderen om jezelf rust te gunnen

Lees verder onder de foto

Wees eerlijker, óók als de waarheid pijn doet

Geef vaker gratis spullen weg aan mensen die het nodig hebben

Geef het toe als je een fout hebt gemaakt

Lees verder onder de foto

  • En ten slotte:
  • Durf sorry te zeggen

    Doe elke dag één ding waar je bang voor bent – je wordt er minder angstig van

    Praat minder, luister meer

    Wat zijn jullie mooie voornemens?

    Liefs,

    Chrisje

    Hoe voorkom je dat de narcist je manipuleert?

    Mensen stellen mij vaak vragen naar aanleiding van mijn quotes en blogs over manipulatie en narcisme. Een van die vragen is: Hoe voorkom ik dat ik gemanipuleerd word? Of: Hoe stap ik uit een relatie of vriendschap met een manipulatief persoon?

    Ik wil je zo goed mogelijk antwoord geven op deze vragen. Ik wil daarbij wel benadrukken dat ik geen psycholoog of arts ben. Ik ben ervaringsdeskundige en deel mijn ervaringen graag met mensen die in ongezonde (werk- of privé) relaties of vriendschappen zitten en daar maar moeilijk mee om kunnen gaan.

    Om uit een narcistische relatie te stappen, moet je eerst een bewustwordingsproces doorlopen. Dit begint bij:

    Herkennen en erkennen

    De eerste stap is: herkennen en erkennen. Om gedrag te erkennen moet je het eerst herkennen. Heb je het door als je gemanipuleerd wordt? Zie je het patroon in gedrag? Narcistische mensen en manipulators zijn vaak zeer bedreven in het geleidelijk aanpakken van misbruik. Ze gaan stap voor stap te werk en verdiepen zich uitgebreid in jou: wat zijn je zwakke kanten? Wat zijn je grenzen? Waar ben je gevoelig voor? Pas als ze weten hoe je in elkaar steekt (en narcisten zijn hier zeer bedreven in!) gaan ze voorzichtig jouw grenzen opzoeken. Om narcistisch misbruik en manipulaties te stoppen moet je dus eerst weten en erkennen dat het gebeurt. Voelen wanneer het gebeurt. Meestal herken je het aan een onderbuikgevoel: dit klopt niet, fluistert een stemmetje. Dit onderbuikgevoel is je intuïtie: een heel waardevol iets wat je hard nodig gaat hebben terwijl je je losmaakt.

    Charme, snelheid en schuld

    Als narcisten iets hebben, is het charme. Krijg je het gevoel dat je gepaaid wordt, dat er geslijmd wordt waarna je wel bijna ja moet zeggen? Heb je vaak het idee dat een situatie zich zo snel ontwikkelde dat je pas later in de gaten had waar je precies mee had ingestemd? Narcisten en manipulators zijn charmant en snel. Ze weten dat de meeste mensen niet bedacht zijn op hun spelletjes en manipulaties. Daar maken ze dankbaar gebruik van.

    Een narcist kan een idee nog zo spontaan lijken te opperen; negen van de tien keer is dit vooraf uitgebreid voorbereid. Voor jou lijkt het snel te gaan, omdat de narcist je meestal tien stappen voor is. Charme + snelheid = ja zeggen op iets wat je niet wil. Precies wat de narcist van je verlangt. Heb je naderhand pas door dat je iets hebt toegezegd wat je niet wil doen? Oefen met het er op terugkomen. Een voorbeeld: “Je vroeg me of ik mee ging naar …, ik heb er over nagedacht en me bedacht. Ik wil daar niet heen, maar ik wens je veel plezier!”

    Een echte narcist of manipulator zal – als charme en snelheid niet meer werken – op je schuldgevoel in gaan spelen.

    Mensen die het slachtoffer worden van een manipulatieve relatie zijn vaak meevoelend, verantwoordelijk en zorgzaam. Zorgzame mensen willen een ander geen pijn doen. Dat weet de narcist: hij of zij maakt hier dan ook dankbaar gebruik van.

    Besef dat de narcist een studie heeft gemaakt van jou en je gedrag.

    Hij weet je zwakke punten precies te raken.

    Een narcist kan je een schuldgevoel aanpraten en/of manipuleren door:

    • …Plotseling heel verdrietig, maar wel begripvol te reageren. Hij of zij hoopt hiermee te bereiken dat je je bedenkt omdat je voelt dat hij of zij verdriet heeft.

    • …Zaken te noemen die hij of zij voor jou gedaan heeft. “Jammer, toen ik je hielp met… hoopte ik dat jij mij ook zou helpen.” Trap er niet in: in een gezonde relatie bezorgt iemand je geen schuldgevoel alleen omdat je iets niet wil.

    • …een extra charme offensief er tegen aan de gooien. “Ah, toe, liefje, alsjeblieft? Ik beloof je dat ik….”

    • …als een kleuter te gaan stampvoeten en dreinen. Narcisten schuwen geen enkele leugen of dreiging als het er op aankomt dat ze hun zin willen krijgen. Plotseling op sterven liggende familieleden, zieke huisdieren, geen leugen wordt geschuwd. Achteraf valt het dan opeens toch wel mee, maar dan heb jij al gedaan wat de narcist wilde en verzint hij of zij wel een reden waarom die urgente situatie opeens toch wel mee bleek te vallen. Trap er niet in. Hoe moeilijk ook.

    • …je te negeren. Narcisten weten precies hoe gevoelig je er voor bent. Ze negeren je plots uren of dagen lang om je te laten voelen hoe vervelend het is als ze niet in de buurt zijn. Op berichtjes wordt niet of amper gereageerd. Zinnen worden korter. Er wordt niet meer gelachen of gekust, er wordt alleen ijzige stilte op je af gestuurd, waardoor je onbewust of bewust zult voelen: dit krijg je als je niet doet wat ik wil.

    Herken je veel in bovenstaande tekst? In een volgende blog ga ik verder in op de stappen die je kunt zetten om te ontsnappen uit een relatie met een narcist.

    Luisteren naar je onderbuikgevoel en herkennen wanneer je gemanipuleerd wordt is een proces van oefenen, maar als je het eenmaal doorhebt, wordt het steeds gemakkelijker te herkennen.

    liefs,

    Chrisje

    De dingen die ik zeg in mijn slaap

    Als kind slaapwandelde ik. Ik liep slapend regelmatig naar de badkamer en terug.

    Ook viel ik heel vaak uit bed en sliep dan op de grond verder. Sinds ik Pfeiffer had in mijn puberteit kan ik ontzettend vast en lang slapen. Ik heb wel eens meegemaakt dat ik de wekker vergat te zetten en bijna vierentwintig uur later wakker werd. Daarbij schijn ik al jaren zelfs niet mijn mond te kunnen houden als ik slaap.

    Aangezien mijn liefste vrij gemakkelijk wakker wordt en dan ook direct redelijk alert is, krijg ik tegenwoordig regelmatig verslag van mijn slaap monologen. Ook is er volgens haar best een aardig gesprekje met me te voeren als ik slaap.

    Je vraagt je nu misschien af met wat voor bijzondere dingen ik me in mijn slaap bezig houd.

    Het antwoord is misschien teleurstellend qua heftigheid, maar wel grappig: ik heb het regelmatig over de Mc Donalds (“Dat hebben ze niet bij Mc Donalds!”), terwijl ik daar zelden kom. Laatst was ik heel erg verontwaardigd omdat we “echt geen zwart leren bankstel” moesten kopen want “dat ziet er niet uit.” Ook instrueer ik mijn lief schijnbaar dat ze “Direct na het werk naar huis moet komen!” 😂 en roep ik schijnbaar regelmatig dat ik iemand helaas niet kan helpen. Waarom ik dat allemaal roep? Geen flauw idee!

    Praten jullie wel eens in jullie slaap? Waar hadden jullie het dan over?

    Liefs,

    Chrisje

    Een relatie met een narcist: hoe herken je het?

    Allereerst dit: Ik ben geen psycholoog, arts of psychiater. Ik ben alleen ervaringsdeskundige. Heb je te maken met een agressieve narcist en voel je je onveilig, zoek dan hulp via je huisarts of een vertrouwenspersoon. Ben je in acute nood, bel dan 112. In dit artikel heb ik het over hem en hij; hier kan uiteraard net zo goed zij of haar staan. 

    Het kan je zomaar overkomen: je ontwikkelt een vriendschap of een relatie met een narcist. Narcistische mensen herken je meestal niet direct; ze zijn er bedreven in om jou voor zich te winnen met hun charmante, vlotte babbel. Tegen de tijd dat je een narcist écht leert kennen, ben je vaak al ver in het drijfzand gezakt dat zij creëren.

    Een narcist windt mensen om zijn vinger. Andere mensen zijn voor een narcist niet belangrijk, tenzij. En met tenzij bedoel ik: tenzij je iets kunt doen wat de narcist nodig heeft of wil dat jij doet. Een narcist gebruikt de mensen om zich heen enkel en alleen om zijn eigenbelang te dienen.

    narcist1Als de relatie of vriendschap met de narcist start, denk je waarschijnlijk de leukste persoon ooit te hebben leren kennen; een narcist verdiept zich in jou, je interesses, je sterke en zwakke kanten en speelt daar heel behendig op in. It’s not his first rodeo. Je bent waarschijnlijk een van de velen die door de narcist misbruikt werden en op deze manier binnen “gehengeld”. 

    Wanneer je je in een relatie met een narcist bevindt, is het goed om te beseffen dat deze persoon geen geweten heeft. Natuurlijk weet hij wel dat het liegen, bedriegen en manipuleren dat hij doet fout is; het interesseert hem gewoonweg niet. Hij voelt niet wat een niet narcistisch persoon voelt als die de fout in gaat. Er is geen sprake van gewetenswroeging, schuldgevoel, berouw of spijt. Wellicht alleen spijt dat hij betrapt is geworden, maar daar houdt het dan ook mee op. Als een narcist huilend voor je zit met trillende onderlip, is dit niet omdat hij echt spijt heeft; het is om je terug te winnen. Hij wil jou niet kwijt, omdat je gemakkelijk te manipuleren bent.

    Lees ook: Zo herken je een Manipulator

    Het ontbreekt de narcist aan empathie, waardoor hij niet bezig is met jou of jouw gevoelens. Een narcist is alleen bezig met het bereiken van wat hij wil via psychische spelletjes, dominant gedrag en misbruiken van de mensen om zich heen. Dit gebeurt echter vaak zo subtiel, dat je het niet direct doorhebt; de narcist is heel geraffineerd hierin.

    Een narcist probeert jou te isoleren van alles en iedereen waarvan je houdt, door op subtiele wijze steeds meer afstand te creëren tussen jou en je geliefden; venijnige opmerkingen over hun slechte kanten blijven maken, liegen, achter je rug om stoken, mensen tegen je opzetten; een narcist schuwt geen enkele manier om jou voor zichzelf te winnen zodat hij jou in zijn grip heeft en houdt.

    Lees verder onder de foto

    narcist2

    Als meelevend, empathisch mens kun je je amper voorstellen hoe koud, diep triest en akelig het narcistisch brein werkt.

    Het helpt wel enorm als je je verdiept in het gedrag van een narcist en er adequaat op leert te reageren. Allereerst moet je beseffen dat een narcist nooit verandert. Ook al roept hij nog zo hard dat hij inziet wat hij je aangedaan heeft of dit keer écht anders zal worden; een narcist verandert niet. Bovendien zijn narcisten therapie resistent, er is toch immers niks mis met hen?

    Op internet zijn er een aantal technieken te vinden, waarmee je een narcist op afstand kunt houden en manipulaties kunt leren doorzien. Indien je verwikkeld bent in een relatie met een narcist, zoek dan hulp via je je huisarts of een vertrouwenspersoon. Als je eenmaal doorhebt hoe een narcist te werk gaat, trap je niet zo snel meer in manipulaties en krijg je stukje bij beetje steeds meer je eigen vrijheid en leven weer terug. Dit is heel belangrijk omdat het contact met een narcist je compleet kan opslokken en letterlijk ziek kan maken.

    Hieronder een aantal links over narcisme:

    Kenmerken van een narcist

    Informatie over gaslighting (een vorm van psychische manipulatie door de narcist)

    Zo pik je een narcist er uit (AD)

    IMG_20191012_192855_850.jpg

     

    Lees ook: 

    Relatie beëindigen of toch doorgaan: hoe bepaal je wat wijsheid is?

     

    Waaaaaaaaarom… loopt iedereen om de spullen op de trap heen??

    Je kent het misschien wel: je beseft bij het naar beneden lopen dat je het laatste toiletpapier hebt opgemaakt. Je bent de beroerdste niet, dus je pakt een wc rol, legt hem demonstratief op de trap, zodat de eerstvolgende die naar boven gaat deze mee kan nemen zodat hij of zij niet hoeft te airdryen na het toiletbezoek. Sociaal en hoffelijk, toch?

    Fout!

    Die wc rol, die wordt dan niet meegenomen. Nee nee. Die wc rol wordt een klein obstakel om omheen te lopen, overheen te stappen, of zelfs aan de kant te schuiven, want: wat staat dat ding hier onhandig?

    Zo geldt dat overigens ook voor theedoeken die boven in de was moeten, haarspelden die in de strijd van de dag op de vloer eindigden, gekochte cosmetica die naar de badkamer meegenomen dienen te worden. Behendig wordt er omheen gecirkeld, er over heen gestapt en zelfs over gestruikeld (“wat ligt hier voor rotding!”) waarna het nog een week blijft liggen. Serieus, menschen: doe je huisgenoten een lol en neem het mee!

    Dat gebrek aan pro-activiteit en hoffelijkheid lijkt wel een ziekte van deze moderne tijd.

    Je zou denken: dit is geen hogere wiskunde, dit snapt iedereen met meer dan twee cellen.

    Toch zou je je verbazen over hoe veel intelligente mensen het niet kunnen opbrengen om pro-actief te zijn.

    Daarom trap ik nog even wat meer open deuren in, nu ik toch op dreef ben:

    • Staat er een vuilniszak bij de achterdeur? Gooi hem even in de bak buiten!
    • Staat er iemand in de trein te wachten om uit te stappen? Wacht dan even met instappen, hork!
    • Heb je op het werk gegeten en servies vuil gemaakt? Zet het even in de vaatwasser of was het zelf even af: je collega’s zijn niet je butler!
    • Heb je drinken besteld bij horeca personeel en komen ze het brengen? Wees dan zo sociaal om even op te kijken van je telefoon en dankjewel te zeggen.

    Ten slotte nog een leuk filmpje van een (toevalligerwijs) man, die hoffelijkheid niet begrijpt, maar wel hilarisch is:

    (dit is de link: https://youtu.be/D3MI8v4gHk4)

    Wait, what?? Zo bespaar je minstens 45 minuten per dag!

    Druk, drukker, drukst! We leven in een maatschappij die veel van ons vergt. We moeten werken, kinderen naar sportclubs brengen, sociale contacten onderhouden, het huishouden bijhouden enz. enz. enz..

    Hieronder vind je tien tips waarmee je minstens een 45 minuten per dag tijd kunt besparen:

    1. Bestel je boodschappen online
    Als je zoals ik vijf dagen per week werkt, kost het bijna iedere dag wel minstens een kwartier om naar de supermarkt te gaan voor (onder andere) het kopen van avondeten. Bestel je alle boodschappen voor de week in één keer, bespaar je minstens 4 à 5 keer per week een kwartier lang boodschappen doen. En ja, je betaalt een paar euro aan bezorgkosten, maar die verdien je makkelijk terug aan de impuls aankopen die je niet doet door online te bestellen.

    2. Concentreer je huishoudelijke taken
    Als je het gevoel hebt dat je lukraak wat doet in het huishouden, kun je er ook voor kiezen om een of twee vaste momenten per week een uur of twee uit te trekken voor het huishouden. Dan heb je er gelijk routine in en kun je aan één stuk door poetsen; zo heb je sneller alles aan kant én bespaar je dagelijks tijd.

    time1

    3. Leg je telefoon eens wat vaker weg
    Heb je het gevoel dat de tijd een loopje met je neemt? Is de dag “opeens” voorbij? Leg je telefoon eens wat vaker een uurtje of twee weg! De smartphone leidt ons meer dan eens af van waar we ons eigenlijk bezig mee zouden moeten houden, zoals poetsen, de administratie doen, in de tuin werken, kinderen opvoeden, ik noem maar wat.. 😉 Leg dat apparaat eens weg en zie hoe efficiënt je kunt zijn als je je ogen eenmaal van het scherm af haalt!

    4. Zet je meldingen op stil
    Nu we het toch over telefoongebruik hebben: zet (als dat kan) eens wat vaker je telefoon meldingen op stil. Zo raak je niet door ieder binnenkomend appje afgeleid van waar je mee bezig was. Hocus Focus!

    time4

    5. Slaap genoeg
    Het klinkt tegenstrijdig, ik snap het. Maar: wie goed slaapt, heeft goede focus gedurende de dag. Als je moe bent verlies je snel het overzicht van je prioriteiten. Slaap lekker!

    Lees ook: Dit is waarom mannen vrouwen niet begrijpen

    6. Maak een to-do-lijstje
    Knullig, zo’n lijstje? Mwah. Het helpt je wel verdomd goed met focussen op je prioriteiten en zorgt bovendien voor een nuttig en voldaan gevoel aan het eind van de dag, als je een hoop zaken kunt weg strepen!

    7. Neem je telefoon niet mee naar (jaja..) het toilet
    Veel mensen nemen hun telefoon mee naar het kleinste kamertje van het huis. Maar hoe vaak betrap je jezelf er niet op dat je al veertig minuten langer op het toilet zat dan nodig, of kom je met slapende benen van het toilet af gestrompeld omdat je 36 potjes Candy Crush te veel speelde? Natuurlijk is het fijn om je even terug te trekken van de prikkels in de wereld, maar als je zonder telefoon naar het toilet gaat sta je waarschijnlijk vijf à tien minuten later weer buiten. Zeer tijdsbesparend!

    time2

    8. Meten is weten!
    Wil je weten waar al je tijd naar toe gaat? Meten is weten! Houd eens een lijstje bij van hoe veel tijd op een dag je waar mee bezig was. Het geeft je veel inzicht in tijdrovende zaken!

    9. Vaste plekken voor spullen
    Hoe veel tijd per week ben jij bezig met zoeken naar spullen, omdat je niet meer weet waar je ze gelaten hebt? (Eerlijk is eerlijk: ik als ADD’er spendeer daar veel te veel tijd aan!) Hoe georganiseerder je te werk gaat op je werk en thuis, des te minder van je kostbare tijd ben je bezig met zoeken naar spullen. Bedenk vaste plekken voor je spullen en maak er een gewoonte van om ze daar consequent terug te leggen.

    10. Combineer taken
    De vaatwasser leeg maken / vullen terwijl je kookt; de douche schoonmaken terwijl je er in staat; er zijn veel taken die je slim met elkaar kunt combineren. Vooral de taken (zoals koken) waar ook nogal wat wachten bij komt kijken zijn ideale combineer-taken.

    Geniet van je extra vrije tijd!
    P.S.: Heb jij nog tijdbesparende tips? Deel ze hieronder in een reactie!

    Liefs,

    Chrisje

    Meer lezen? Lees dan ook eens: Burn-out is voor people pleasers die geen prioriteiten kunnen stellen

    IMG_20191012_192855_850.jpg

    Kort verhaal: Het dilemma

    Ik had nooit verwacht dat ik in een situatie zoals deze terecht zou komen. Als ik wel eens verhalen hoorde van anderen die iets soortgelijks meemaakten, dacht ik altijd: tsss, wat een drama queen moet je dan zijn zeg, om jezelf zo in de nesten te werken. En nu sta ik hier toch, met hetzelfde dilemma. 

    Het begon allemaal verbluffend simpel. Ik ontmoette Joris op een donderdagavond na mijn werk, in de kroeg die om de hoek lag van het uitzendbureau waar ik werkte. Ik had geen zin om weer thuis op de bank te zitten met een kant-en-klaar-maaltijd op schoot en mijn kat er naast, te azen naar whatever ik naast mijn bord knoeide (en dat was altijd wel iets).

    Samen met mijn collega Masha liep ik door de stromende regen naar de kroeg. Met Masha had ik niks gemeen, behalve dan dat zij ook nooit veel te doen had in de avonduren. Ze had wel een man, maar die was volgens haar “bijzonder saai en vervelend”. Dat vond ik ook van haar, dus ze pasten wel goed bij elkaar, maar ik besloot dat maar niet te zeggen. (In het verleden ben ik vaak berispt op het eerlijk ventileren van mijn mening; inmiddels heb ik een soort noodrem ontwikkeld die goddank al best vaak ingrijpt, precies tussen het moment waarop ik ademhaal om iets ongelofelijk onbeschoft te zeggen en het moment dat de woorden daadwerkelijk uit mijn mond rollen – om verwoesting aan te brengen in welke relatie dan ook). Toch kon ik haar net lang genoeg tolereren, vooral omdat de wanhoop die weer een avond alleen opriep sterker was dan mijn weerzin tegen Masha. Kort samengevat: liever een avond Masha verteren dan weer een avond Netflix kijken op de bank.

    bar2.jpegJoris zat al aan de bar toen we binnen kwamen. Hij keek even op terwijl ik mijn jas uit trok. Zijn ogen scanden me, dat was duidelijk zichtbaar. Ik weet niet waarom, want ik word hier normaliter ongemakkelijk van, maar ik vond het fijn dat hij tenminste niet snel weer weg keek. Hij keek me nog even kort aan, waarna hij zijn blik weer vooruit richtte en een slok nam van zijn bier.

    Masha had dit hele ritueel compleet gemist, omdat ze verwikkeld was in een monoloog over Action aanbiedingen. Ze plantte haar achterste dan ook precies op de barkruk naast die van Joris, zodat we ongemakkelijk dichtbij hem zaten, maar dichtbij genoeg om te ruiken dat hij lekker rook. Ik bestelde een glas wijn, Masha een cola. Ik probeerde mijn aandacht te houden bij haar monoloog over – waar had ze het ook alweer over? Oh ja, – kastanjechampignons, en waarom die veel lekkerder zijn dan de normale.

    Als ik Masha’s man was en ik moest deze monologen dagelijks aanhoren, zou ik mezelf ook uitermate vervelend gaan gedragen, dacht ik, terwijl ik met een bierviltje speelde. Telkens als ik me naar Masha toe draaide, meende ik Joris even opzij te zien kijken. Waar ik al bang voor was, gebeurde na een kleine twintig minuten: Masha moest naar het toilet. Onhandig liet ze zichzelf van de barkruk afglijden, mij achterlatend met een half glas wijn en een heel ongemakkelijk gevoel.

    “Smaakt het?” vroeg hij met een donker stemgeluid.
    “Oh, de wijn?”
    “Nee, het bierviltje.”
    Ik lachte onnatuurlijk hard, waarna ik mezelf in gedachten met een bazooka van mijn kruk af schoot.
    “Sorry,” zei ik, toen ik uit gehinnikt was. “Ja, het smaakt goed.”
    “Ik ben Joris.” Hij tikte tegen een denkbeeldige hoed.
    “Goed om te weten!” antwoordde ik.
    “Jij hebt geen naam?”
    “Oh! Ja, zeker wel.” zei ik, terwijl ik heel handig een nootje uit het schaaltje op de bar in mijn mond probeerde te mikken, wat natuurlijk naast mijn mond eindigde – en in mijn trui.
    “Ik eh, ik ga even naar het toilet.” 
    Met een vuurrood hoofd – zonder mijn naam gezegd te hebben – en met een nootje tussen mijn borsten liep ik naar het toilet, waar ik minstens vijf minuten heb gewacht totdat het schaamrood van mijn wangen verdwenen was.

    Als ik die avond had geweten in welke situatie ik me nu – zes maanden later – zou bevinden door deze ontmoeting, was ik waarschijnlijk via het toiletraampje naar buiten gekropen en zonder om te kijken naar huis gelopen. 

    Lees hier deel 2 

    Zo irritant is het als mensen je personal space niet respecteren

    Je kent het vast wel: die oom of tante die op een nieuwjaarsreceptie iets te dicht bij staat en je ongewild lang knuffelt inclusief natte lippenstiftkussen op je wang. Of die collega die het normaal vindt om over je heen te leunen en je schouder vast te pakken elke keer als hij je iets komt vragen.

    Personal space: het is heel persoonlijk. De een houdt van knuffelen en lekker klef, de ander vindt een stevige handdruk al iets te intiem.

    Hoe houd je nu de ander op gepaste afstand als jij vindt: tot hier en niet verder?

    Gewoon zeggen

    Het voelt misschien even ongemakkelijk, maar je kunt en mag er gewoon iets van zeggen. “Sorry, maar je staat me iets te dichtbij.” Helemaal niks mis mee.

    Zeg het met je lichaam

    Niets zo duidelijk als lichaamstaal. Kun je een stap achteruit zetten? Doe dat gerust. Als iemand je ongewenst aanraakt, mag je gerust die hand weg pakken en weg leggen. Zij vroegen immers ook niet jouw toestemming om jou aan te raken, toch?

    Houd bij voorbaat afstand

    Weet je dat iemand te klef is naar jouw smaak? Geef dan een ferme handdruk, maar met gestrekte arm. Zo geef je geen ruimte om in te komen leunen voor een pakkerd.

    Hebben jullie nog tips om je personal space te bewaken? Laat een reactie achter onder dit artikel!

    Liefs,

    Chrisje

    Eet je bord leeg! Of niet…

    Door Chrisje VIP Blogger Mama-Ri

    Slierten spaghetti verlengen haar blonde lokken, gehakt steekt uit haar oren, kleine stukjes groente plakken aan haar wangen en er zit pastasaus in haar wimpers. Voor mensen met smetvrees zal het klinken als een ware nachtmerrie, wij vinden het nogal vermakelijk om onze dochter van anderhalf te zien eten. Nee, niet in een restaurant, nee, en degene die binnen een straal van een meter in haar buurt zit, denkt er waarschijnlijk ook anders over. Zo ook degene die daarna alles rondom de eettafel moet schoonmaken, maar vermakelijk is het wel. En een beetje vermaak in de tropenjaren met een peuter, mag er wat ons betreft wel zijn.
    Volgens mij is het een eeuwenoude discussie en tegelijk een gebed zonder eind:

    Moet een kind zijn bord leeg eten, of bepaalt een kind zelf hoeveel hij eet? De grote afweging blijft, in mijn ogen, wat jij als ouder belangrijker vindt: het bijbrengen van tafeletiquette, dus je eet gewoon je bord leeg, of het ‘zelf leren eten’ met de gedachte: als je niet meer eet, heb je blijkbaar geen honger.
    Met respect voor ieders mening en manier van opvoeden, wij gaan voor het laatste.

    Voor ons geen strijd aan tafel, eet je niet, dan eet je niet. We proberen met het hele ouderschap zo creatief mogelijk om te gaan, zo doen we dat dus ook met het eten. Daarom verzinnen we verschillende alternatieven. Na een ‘slechte’ avondmaaltijd krijgt ze geen ijsje, maar bieden we haar fruit aan (eventueel door de yoghurt) en dat wordt gewoon als waardig toetje geaccepteerd. Eet ze haar brood niet op, dan doen we een extra schep pap door de fles.

    Wij zijn er van overtuigd dat wanneer ze honger heeft, ze dit zal aangeven. Oké, dat doet ze dan wel op haar peutermanier, door te roepen om ‘Koekè’, maar deze vraag beantwoorden wij dan ook gewoon weer creatief en bieden haar een gezonder alternatief. Van een fruithapje, tot een snackkomkommer, bij haar gaat gelukkig alles er in als ze maar trek heeft.
    Er zijn natuurlijk nog meer creatieve oplossingen te bedenken om je kind meer en gezonder te laten eten, waarvan ik uithongeren wil benoemen tot de minst verantwoorde variant.

    • Zo ken ik vakjesborden, die zelfs bestaan in bordspelvariant.
    • Er bestaan verschillende soorten groente- en fruitspreads voor op brood, of gebruik ik wel eens avocado of humus in plaats van boter.
    • Ik noemde al de snackkomkommer, maar er bestaan ook snack paprika’s en tomaatjes.
    • Het leuk opmaken van een maaltijd of bord, kan ook wonderen verrichten.
    • Fruit smoothies vallen hier prima in de smaak en als je ze invriest met een stokje erin, krijg je lekkere én gezonde ijsjes.
    • Wij zijn ook overtuigd van het spreekwoord ‘Zien eten, doet eten’. Samen, aan tafel wordt er aanzienlijk beter gegeten dan met een bord op schoot, kijkend naar de televisie.
    • Regelmaat, een goud codewoord. Onze dochter weet dan ook precies dat ze een koekje krijgt als papa uit zijn werk komt. De biologische klok verricht wonderen. En zo werkt dat hier in huis dus ook met het fruitmoment.

    En in het alleruiterste geval, mocht ik echt bang zijn dat ze voedingsstoffen te kort komt, dan bestaan er altijd nog duizend-en-een voedingssupplementen. Wij maken er niet zo’n big deal van, zolang ze actief is en netjes groeit. Er zijn zoveel andere wereldproblemen waar we ons druk over kunnen maken…

    Wil je meer lezen van Mama-Ri?

    Volg dan haar Facebook pagina Mama-Ri:

    https://www.facebook.com/blogMamaRi/

    Ik wil mijn autisme niet meer verantwoorden!

    Door Chrisje VIP Blogger Rosan van der Zee

    Autisme? Dat hebben we toch allemaal wel een beetje…

    Labels, we zien ze overal. Op jassen, broeken, shirts en tegenwoordig zelfs op mensen. Het lastige van deze labels bij mensen is dat het ervoor zorgt dat we onbewust mensen gaan categoriseren alsof het kledingstukken zijn. Een van mijn labels is autisme.
    Regelmatig vertellen mensen me dat ze niet geloven dat ik autisme heb. Iedereen krijgt tegenwoordig namelijk zomaar een label en zij zullen het dan ook wel hebben. Vervolgens krijg ik de vraag waarbij het zich dan uit en wordt er van me verwacht dat ik altijd een lijstje van voorbeelden gereed heb staan. Dan sta ik even met een mond vol tanden en geef ik maar wat voorbeelden waarvan ik denk dat het ermee te maken heeft. Uiteindelijk blijkt dat die voorbeelden overeenkomen met het alledaagse leven van de meeste mensen en wordt er geconcludeerd dat mijn label nergens op slaat.
    In zekere mate ben ik het ermee eens dat het label nergens op slaat want ik ben geen kledingstuk.

    Aan de andere vind ik het belachelijk dat ik mijn ‘autisme’ aan ieder willekeurig persoon moet kunnen verantwoorden.

    Alsof ik in de rechtbank sta en de jury moet bepalen of mijn pleidooi wel overtuigend genoeg is. Het is soms gewoon lastig om te onderscheiden welk deel van mij bij het ‘autisme’ hoort en welk deel er bij mijn ‘normaal zijn’ hoort. Het punt is namelijk dat er helemaal geen scheidingslijn is en het gewoon een door elkaar lopend zooitje van onduidelijkheid is.

    Zelfs al klinkt het woord ‘autisme’ als een kant en klaar concept; dat is het niet. Het voldoet aan bepaalde kenmerken, maar diezelfde kenmerken kunnen ook weer binnen andere diagnoses vallen (bijv. ADHD, ADD, borderline, HSP, hoogbegaafdheid, etc.). Dit maakt het lastig om je eigen diagnose volledig af te bakenen alsof het een opzichzelfstaand geheel is. Het is slechts een woordje dat je persoonlijke kenmerken het beste samenvat terwijl het er tegelijkertijd nooit precies op aansluit.

    Toch wil ik duidelijk maken dat ik oké ben met het label. Dit omdat het ervoor zorgt dat anderen me beter begrijpen als ik ondersteuning nodig heb. Voor mezelf verandert het niet zoveel omdat ik voor de diagnose ook al wist waar mijn struikelpunten lagen. Nu hebben die struikelpunten een naampje gekregen, maar ze zijn inhoudelijk niet veranderd. Wel vind ik het vervelend dat het iets is geworden wat ik moet gaan verdedigen. Er wordt verwacht dat ik de inhoud van mijn brein open en bloot op tafel leg. Die inhoud is een functioneel zooitje dus dan kan het zijn dat ik net de verkeerde stukjes hersencellen neerleg. Ook heb ik – net zoals de meeste mensen – niet altijd zin om de binnenkant van mijn hoofd aan de hele wereld te tonen.
    Goed, laat ik de mensen die daar zo naar verlangen toch een soort verantwoording bieden:

    Ja, ik heb autisme. Tegenwoordig noemen we dat Autisme Spectrum Stoornis (ASS).
    Inderdaad, de DSM-5 maakt het een erg breed concept. Na een lang diagnostisch onderzoek bleek dat ik er ruim binnenviel. Door een hoge intelligentie kan ik goed compenseren waardoor je het niet direct aan me merkt, maar waardoor ik wel snel moe ben en jarenlang onbewust met een burn-out heb rondgelopen.

    Ik ben pas laat begonnen met lopen en praten waardoor ik een achterstand heb gehad, maar dit heb ik ruimschoots ingehaald. Hierdoor is mijn verbale communicatie wel ietwat formeler geworden dan dat van de meeste mensen. Iets waar ik momenteel aan werk.
    Ik ben sociaal in groepen en ik kan emotionele cues goed oppikken. Soms zelfs iets té goed waardoor ik niet weet wat ik ermee aan moet.

    Een op een contact kan ik lastiger vinden. Zeker als het intiemer wordt omdat ik dan niet meer mezelf kan ‘presenteren’, maar het meer om de kleine interactionele uitingen gaat. Wel ben ik altijd oprecht tegen anderen.
    Ik heb meerdere tikken en vaste patronen die me helpen om goed de dag door te komen (bijv. trommelen, spieren aanspannen, mijn mond spoelen nadat ik iets heb gegeten en daarna een kauwgompje nemen, bepaalde punten op mijn lichaam aanraken, rollen in bed, heen en weer wiegen, bepaalde woorden of zinnetjes zeggen/liedjes zingen, etc.). Die tikken weet ik redelijk goed te verbergen omdat ik weet dat het niet maatschappelijk verantwoord gedrag is.
    Als het ergens te druk is, kan ik snel overprikkeld raken en me volledig van mijn omgeving afsluiten of soms zelfs een paniekaanval krijgen.

    Ik kan niet (altijd) tegen: hard geluid, mensen die fluisteren, het geluid van kauwen, het geluid van ademen, mensen die door elkaar praten, onverwacht lichamelijk contact, chit-chat over kleine zaken en vast nog meer dingen.
    Mijn interesses zijn redelijk ruim en ik kan me daardoor verdiepen in verscheidene onderwerpen. Hieronder valt o.a. psychologie, muziek, natuur, sport, dieren, schrijven en het milieu. Door mijn hyperfocus kan ik me ergens volledig in gaan verdiepen en het eigen maken.

    Ik ben autodidactisch en kan mezelf bijna alles aanleren. Het voordeel is dat ik mezelf hierdoor goed heb kunnen ontwikkelen. Het nadeel is dat ik niet goed tegen uitgestippelde planningen kan omdat ik iets liever op mijn eigen manier wil uitvinden. Hier leer ik namelijk het beste door.
    Zo, nu heb ik dat lijstje altijd klaarliggen voor een ieder die een verantwoording van me verwacht.
    Die mensen verwijs ik dan ook graag door naar deze tekst. Misschien herken je jezelf wel in het lijstje en bevestigt het voor je dat mijn diagnose niet klopt. Dat mag. Het kan ook betekenen dat je zelf autisme hebt. Ook leuk. Toch denk ik dat het eerder laat zien dat ik bovenal gewoon mens ben en we allemaal onze struikelblokken hebben. Op sommige punten heb ik gewoon weer net wat andere struikelblokken dan de gemiddelde mens. Dit maakt me niet per se beperkt want het zorgt er ook weer voor dat ik juist goed ben in dingen waar anderen misschien niet goed in zijn. In essentie zorgt dat dus eerder voor een verruiming van de maatschappij.

    Dit is wie ik ben en wie ik altijd zal zijn.

    Zonder diagnose hoefde ik dat aan niemand uit te leggen en nu hoeft dat ook niet. Er is namelijk niks veranderd aan wie ik ben. Ja, ik ben een beetje anders dan gemiddeld, maar misschien is dat ook wel goed. Ik heb het heel lang lastig gevonden om dit te accepteren en het heeft me flink wat kracht gekost om er open over te zijn. Als vervolgens de reactie is dat mensen je niet geloven en je verhaal slechts onderuithalen, voelt dat als een flinke messteek wat me weer erg aan mezelf doet twijfelen.

    De volgende keer dat iemand eerlijk iets deelt over zichzelf, vraag dan niet gelijk naar een soort pleidooi die je kunt gaan beoordelen op accuraatheid.

    Sta erbij stil dat iemand zojuist de kracht heeft gevonden om zich kwetsbaar op te stellen. In plaats van iemands verhaal opzij te slaan, kan je er ook voor openstaan en iemand bedanken voor dit gebaar van vertrouwen. Zo zorgen we voor een wereld waarin we elkaar accepteren voor wie we zijn. Een wereld waarin labels hopelijk straks niet meer nodig zijn omdat men inziet dat we geen categoriseerbare kledingstukken zijn. We zijn allemaal mens en we zijn nu eenmaal allemaal anders. De een misschien een beetje meer dan gemiddeld, maar daar is niks mis mee.

    Laten we afgaan op het individu en niet angstig vasthouden aan de hokjes die we voor ons eigen overzicht hebben bedacht.

    Liefs,

    Rosan

    Wil je meer lezen van Rosan? Like dan haar Facebook pagina : Roos vindt een weg

    Ik ben niet goed in groeps-apps!

    Iedereen met een mobieltje kent het wel: opeens word je toegevoegd aan een groepsgesprek op WhatsApp.

    Of het nu gaat om een uitje dat gepland moet worden, een familie reünie die elf van de tien keer nooit helemaal van de grond komt of een zomaar lollig groepje: opeens zit je er middenin en begint iedereen door elkaar te kletsen.

    Waar het eerst vaak nog over één onderwerp gaat en nog enigzins te volgen is, gaat het al gauw over allerlei zaken die moeilijker te volgen zijn en in het geheel niks meer te maken hebben met het te plannen uitje, zoals een ingegroeide teennagel die hardnekkig terug komt of andere berichten waar niemand op zit te wachten.

    Daarbij wordt ondertussen vaak hevig gezocht naar een datum, waarop dan altijd wel iemand toch niet kan en waarvan twee mensen per ongeluk alsnog de verkeerde datum in de agenda noteren (meestal ben ik een van die twee mensen).

    Leg je je telefoon per ongeluk een uur of drie aan de kant omdat je aan het werken bent, schrik je je helemaal te pleuris zodra je je toestel weer oppakt: je hebt 346 WhatsApp meldingen! En nee, er is niks ernstigs, dit is alleen een teken dat zich een paar mensen op de groepsapp die dag verveelden en dusdoende ter vermaak de volledige portretserie van hun goudvis door hebben gestuurd.

    Enfin. Als ADD’er kan ik heel weinig met groepsapps. Als er te veel gezegd wordt heb ik de concentratie niet om alles terug te lezen, ik word onrustig van alle meldingen en als ik al probeer terug te lezen heb ik het talent om over de echt wezenlijke berichten heen te lezen.

    Ik zet meldingen tegenwoordig uit, zodat ik op een rustig moment kan terug lezen.

    Wat ik meestal vergeet.

    Maar gelukkig kennen mijn vrienden en familie me goed genoeg om me even apart te appen als er echt iets belangrijks te melden is.

    Liefs,

    Chrisje

    Oriëntatie

    Als ik iets niet heb, is het wel oriëntatievermogen, oftewel richtingsgevoel. Ik loop steevast de verkeerde kant uit als ik een winkel uit kom, wijs nietsvermoedende vreemden de compleet verkeerde weg naar hun bestemming en calculeer automatische verdwaalkilometers in als ik moet tanken onderweg naar iets.Sinds het wonder der navigatie bestaat kom ik wel overal. Maar dan nog lukt het me soms om te verdwalen.

    Mijn navigatie herberekent er dan ook vaak op los. Ook vergat ik eens “snelwegen vermijden” uit te zetten waardoor ik volledig binnendoor van Limburg naar Brabant reed. Ik was lang onderweg, maar zag gelukkig wel veel koeien.”Ik verdwaal nooit, ik ontdek nieuwe routes” is dan ook al jaren mijn motto. Soms is het helemaal niet zo erg om te verdwalen. De kunst is om je er niet al te druk om te maken.

    Net zoals op je levensweg: het is fijn als niet alle wegen even voorspelbaar zijn, soms moet je een omweg nemen om dingen te ontdekken, het belangrijkste is dat je geniet van wat je onderweg ziet… en dat je blij bent als je weer thuis komt.

    Liefs,

    Chrisje

    5 tips om de oplopende druk in je leven te verlagen – Door VIP Blogger Mama-Ri

    Door VIP Blogger Mama-Ri

    Waar vroeger de taken heel strak verdeeld waren, vergt het ouderschap tegenwoordig veel meer van beide ouders dan alleen het vervullen van de ouderrol. Naast het feit dat beide ouders een verzorgende taak hebben, moeten zij veel meer verschillende ballen in de lucht zien te houden. In de meeste gevallen hebben beide ouders een baan en zullen zij dus ook de taken in het huishouden onderling moeten verdelen. Daarnaast komen er nog meer verwachtingen en verplichtingen om de hoek kijken, zoals mantelzorgtaken, sport, vrienden of andere sociale contacten, hobby’s en als er ergens nog een klein uurtje overblijft kan die best besteed worden als vrijwilliger bij de plaatselijke speeltuin, de school van de kinderen, een zorginstelling of andere vereniging die staat te springen om mensen.

    De prestatiedruk op deze generatie lijkt op alle vlakken te groeien en het aantal burn-outs rijst dan ook de pan uit. Op sommige factoren heb je uiteraard geen invloed, maar toch kunnen we hier, met elkaar, best een klein beetje aan veranderen:

    1. Verlaag je verwachtingspatroon
    Niet alleen de maatschappij verwacht een heleboel van ons, ook kunnen we onszelf een hoop irreële eisen opleggen. Soms is het fijn om even te bedenken dat voldoende ook goed is, echt niet alles hoeft perfect te zijn. Misschien helpt het om jezelf soms wat kritische vragen te stellen: ‘Is het nou echt zo erg als de was na het weekend nog niet is opgevouwen?’ (tenzij niemand meer een schone onderbroek in de kast heeft liggen) of ‘Wat is het ergste dat er gebeurt je een keer niet bij de vrijwilligersbijeenkomst bent?’ Echt waar, het is geen wereldramp om een keer niet naar een verjaardag te gaan, om welke reden dan ook. Je bent in principe ook niemand een verantwoording schuldig, een afmelding zou overigens wel op zijn plaats zijn.

    2. Kijk voor de grap eens hoe groen je eigen gras is
    Op social media plaatsen we de mooiste foto’s van ons gezin, de meest gekke feestjes in combinatie met een fantastisch liefdesleven. Wat (bijna) niemand op social media plaatst, is hoe vol zijn agenda staat met suffe verplichtingen. Hoe uitgeteld iemand ’s avonds naar bed is gegaan, doordat de kinderen niet te genieten waren. Hoe hard iemand gehuild heeft, omdat hij het even niet meer zag zitten. Nee, op social media is het gras altijd groener aan de overkant en laten we ons gras ook allemaal groener lijken dan het werkelijk is. Vergelijk jezelf niet op social media, zorg liever dat je gelukkig bent in de echte wereld.

    3. Nog een stukje social media/telefoongebruik
    Je kunt jezelf afvragen of je werkelijk iedere mail of ieder bericht dat binnenkomt direct moet lezen én beantwoorden? Het lezen van dat bericht kan ook als de kinderen op bed liggen en je heerlijk de bank ploft in plaats van in de supermarkt of nog erger, achter het stuur! Het uitzetten van bepaalde meldingen kan hierbij zorgen voor rust.

    4. Geef opbouwende feedback i.p.v. kritiek
    Als iemand zijn problemen bij je uitstort, is een stukje opbouwende feedback natuurlijk nooit weg. Als je worstelt met een probleem kan een goede tip echt goud waard zijn! Daarentegen is het ongevraagd je mening geven over een opvoedkwestie, voor de ontvanger echt niet fijn. Het zorgt waarschijnlijk eerder voor een gevoel van onzekerheid, onmacht of falen met de daarbij behorende emotionele lading.

    5. Hulp vragen is geen falen
    Of het nu hulp is van je ouders, vrienden of van een professional: Het leven bestaat nou eenmaal uit vallen en opstaan, dat is tenminste wel wat we onze kinderen meegeven. Zelf hulp inschakelen kan moeilijk zijn of voelen als falen, maar niets is minder waar. Op ieder gebied, dus ook in de ouderrol, kun je altijd blijven leren en daar wordt echt niemand slechter van, in tegendeel.

    Kortom, laten we met z’n allen niet zo streng zijn, niet voor onszelf en niet voor een ander. Wees vriendelijk, behulpzaam, toon een beetje empathie, maar laat vooral jezelf niet in de steek. Zonder jou lukt het je zeker niet!

    Liefs,

    Mama-Ri

    Sex sells.. Alleen niet voor mij. Door VIP Blogger Rosan

    VIP Blogger Rosan van der Zee schrijft ophaar eigen pagina “Roos vindt een weg” over haar ervaringen. In deze blog vertelt ze over haar eigen ervaring met intimiteit en relaties.

    Je ziet ze overal. In de straten barst het ervan, Facebook en Instagram staat er vol mee en er gaat bijna geen dag voorbij zonder dat iemand me vraagt of ik het ook al heb. Relaties…
    Ze zijn natuurlijk ook niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven; die tortelduifjes. Stelletjes die smoorverliefd in de metro zitten en met secondelijm aan elkaar vast lijken te zijn geplakt. Soms vraag ik me af of er niet een verstikkingsgevaar is, maar ze lijken het altijd weer te overleven.
    Nu vind ik het leuk om te zien dat mensen zo gelukkig met elkaar zijn, maar ik kan ook zeggen dat ik dat verlangen zelf niet heb.
    Als ik dit vertel kijken mensen me vol verbijstering aan en krijg ik vaak de vraag of ik dan echt niet bepaalde seksuele verlangens heb. Is er niet een oerinstinct in me dat wacht totdat het bevrijd wordt? Het beest dat eindelijk kan handelen naar haar innerlijke driften!
    Mijn antwoord: nee.

    Vervolgens krijg ik dan ook nog weleens de opmerking dat ik dan echt eens een goede beurt moet krijgen. Wellicht wordt er hier onbewust vergeten dat ik een mens ben en geen auto. Het is namelijk niet zo dat ik nooit iets qua intimiteit heb geprobeerd. Ik ben zelfs opzoek gegaan naar mijn innerlijke seksuele oerinstinct. Dit instinct was alleen in de verste verte nergens te bekennen.
    Ja, mijn lichamelijke reacties werken. Dus het is geen fysiek gebrek. Het is alleen zo dat het me mentaal niet interesseert. Ik krijg er geen adrenaline of endorfine aanmaak van. Het is een handeling die me geen vuurwerk gevoelens geeft.
    Is dit voor mij erg? Nee, in essentie niet. Toch ben ik er wel heel onzeker door geworden. Telkens als ik namelijk iemand leuk vind ontstaat er weer die druk. Een verwachting vanuit de andere persoon waar ik niet aan kan voldoen. Een streling die ik niet als dusdanig beleef, maar vooral gewoon onderga. Het is zelfs tot het punt gekomen dat ik het slechts onderging om de ander een plezier te doen. De verwachtingen leken met de tijd slechts te groeien en ik voelde me steeds meer gespannen. Tot dusdanige mate dat ik de ander ging ontwijken. Dat is niet gezond voor een relatie.

    Omdat de intimiteit die vaak bij een relatie komt kijken me afschrikt, heb ik mezelf als het ware aangeleerd om me ervoor af te sluiten. Het vervelende hiervan is dat ik iemand echt heel erg leuk kan vinden, maar hier vervolgens niets over uit. Die ander heeft immers toch niks aan me.
    Met die laatste zin ben ik het alleen niet eens. Want een relatie betreft voor mij zoveel meer diepgang dan slechts het fysieke. Daarbij geloof ik ook niet dat ik de enige ben die dit ervaart. Er wordt alleen heel weinig over gesproken. Mensen geloven me namelijk vaak niet of ze moeten er zelfs om lachen. In deze wereld waar ‘sex sells’ bijna een basisregel is, is het namelijk vreemd om daar niet in mee te gaan.
    Ben ik dan aseksueel? Misschien, misschien niet. Het kan namelijk zijn dat het nog komt. Dat ik de juiste persoon niet heb ontmoet en dat voor mij het verlangen meer ontstaat vanuit een innerlijke aantrekkingskracht dan vanuit het fysieke. Het kan zijn dat ik meer tijd nodig heb dan de gemiddelde mens. Wat het antwoord ook is, het is allemaal goed. Ik ben gewoon wie ik ben.

    Toch vind ik het belangrijk om hier ook open over te zijn. Het is namelijk iets waardoor ik me vaak een ‘alien’ heb gevoeld. Zeker na de afwijzende of plagerige reacties van mensen.
    Het voelt dan alsof er een stukje menselijkheid bij me ontbreekt waardoor ik ‘gedoemd’ ben om alleen te blijven.

    Ik besef nu gelukkig dat er helemaal niks mis mee is. Uit onderzoek blijkt ook dat bij vrouwen met autisme (ASS) bijna een op de vijf aseksueel is terwijl dit bij de doorsneepopulatie een op de honderd is (Venhuizen, 2017). Dat is nogal een verschil. Een verschil dat mogelijk kan worden uitgelegd door de vele prikkels die bij intimiteit komen kijken.
    Of ik nou aseksueel, panseksueel, biseksueel of wat dan ook ben, maakt in dit verhaal eigenlijk niet zoveel uit. Het gaat erom dat mijn seksueel verlangen niet zo sterk aanwezig is als sommige mensen verwachten en dat dit helemaal niet erg is. Ja, het kan zo zijn dat dit nog gaat komen, maar het kan ook zo zijn dat het wegblijft. Beide mogelijkheden zijn prima en daar hoef ik me niet voor te schamen.
    Als iemand nogmaals tegen me zegt dat ik maar eens een goede beurt moet krijgen, kan ik eerder diegene uitlachen om zijn eigen bekrompenheid. Want een relatie bestaat uit zoveel meer dan fysiek contact en dat is wat ik juist wel heel sterk beleef.

    Het wordt tijd dat ‘seks’ en ‘fysieke intimiteit’ niet meer wordt gezien als de leidraad in een relatie. Niemand hoeft iets te ondergaan om een ander een plezier te doen. Je mag hier eerlijk over zijn en als de ander dat niet aanstaat, is dat het probleem van de ander.

    Als je echt van elkaar houdt, is die liefde genoeg. Voor mij kan geen enkele aanraking dat overtreffen.

    Liefs,

    Rosan

    PS: volg ook Rosan’s Facebook pagina!

    Zinloze adviezen aan je kind

    Er zijn een aantal ouderschapsvalkuilen waar je als ouder onbewust en ongemerkt in kunt trappen. Soms geef je antwoord vanuit je onderbewustzijn, omdat het nu eenmaal al jaren foutief in je brein geprogrammeerd staat. Hieronder een aantal zinloze adviezen, waar kinderen doorgaans niets aan hebben.

    Trek het je niet aan!

    Stel, je kind komt naar je toe omdat het gepest werd op school die dag. Goedbedoeld en vanuit je onderbewustzijn zijn zeg je “Ach, trek het je niet aan.” Iedereen kan zich wel iets er bij voorstellen dat het ronduit verschrikkelijk is om gepest te worden en dat kinderen aardig gevonden willen worden. Met het advies om het je niet aan te trekken bereik je dan ook niets, behalve dat je kind zich niet gehoord zal voelen en je wellicht een volgende keer niets meer zal zeggen.

    Daar moet je boven staan

    Ook zo’n dooddoener. Daar moet je boven staan. Als volwassene is dat vaak al heel moeilijk, maar een kind snapt vaak niet eens wat dat is of hoe dat moet, ergens boven staan.

    Daar hoef je toch niet om te huilen?

    Jawel, want het kind huilt al, dus blijkbaar is het wel nodig. Hiermee geef je je kind het gevoel dat zijn of haar emoties er niet mogen zijn. Praat liever met je kind over andere manieren om om te gaan met datgene wat het moeilijk vindt. Hiermee negeer je zijn gevoelens niet en geef je het niet het gevoel dat het een aansteller is en dat het te gevoelig is.

    Je moet niet zo gevoelig zijn!

    Veel ouders proberen hun kind wat te harden om later in de maatschappij mee te kunnen. Daar is op zich niets mis mee, maar een kind mag natuurlijk wel gewoon gevoelig zijn. Daarbij ben ik er van overtuigd dat iedereen met momenten gevoelig is en dat daar niks mis mee is. Help liever je kind om beter om te leren gaan met kritiek en situaties, in plaats van te zeggen dat het niet zo gevoelig moet zijn.

    Stel je niet zo aan!

    Soms reageren kinderen op een voor ons gevoel overdreven manier op dingen. Maar vaak is daar een reden voor. Als je het kind vaak vertelt dat het zich niet moet aanstellen is dat precies hoe het zichzelf gaat zien, als een aansteller. En twijfelt het nog jaren lang over alles wat het voelt omdat het denkt “misschien ben ik een aansteller”.

    Help Raf!

    Ontmoet Raf: de zesjarige zoon van mijn twee lieve vriendinnen.

    Raf heeft een spieraandoening, waardoor hij een aangepaste fiets nodig heeft. Omdat deze aangepaste fiets niet vergoed wordt, is er een crowdfunding opgezet, zodat Raf hopelijk met onze hulp toch zelfstandig kan leren fietsen.

    Lees hieronder hun oproep en doneer wat mogelijk is, alle kleine beetjes helpen! Bedankt! ♥️

    Hallo allemaal,

    Onze zoon van zes jaar heeft een spieraandoening. Hierdoor zijn zijn spieren niet sterk genoeg om op een reguliere kinderfiets te leren fietsen.

    Vanuit de gemeente mogen wij gebruik maken van een duo tandem. Hier maken wij met Raf ook veel gebruik van, zodat wij langere afstanden kunnen fietsen en zijn spieren sterker worden. Toch wil hij natuurlijk ook graag alleen leren fietsen.

    Helaas mogen wij vanuit de gemeente geen gebruik maken van twee vervoersmiddelen. Toch blijft de wens van Raf om zelf te leren fietsen. Met revalidatietechniek is er gekeken naar een goede fiets voor hem, die aansluit bij zijn beperking. Dit is een fiets met electrische ondersteuning en verende zijwielen. De fiets kost €4200. Helaas komen wij niet in aanmerking voor PGB en zijn wij dus aangewezen op de gemeente.

    Om Raf zijn wens toch te vervullen, zijn wij deze crowd funding gestart. Wil jij Raf helpen om zijn doel te bereiken en de droom van zijn fiets te verwezenlijken? Iedere kleine bijdrage wordt ontzettend gewaardeerd.

    Lieve groet,

    Miranda en Joyce

    Mama’s van Raf

    Help mee en deel deze actie!

    Het is onbeschoft om aan een moeder te vragen hoe ze werk en privé gaat combineren!

    Zodra een vrouw een kind krijgt komt onherroepelijk uit haar omgeving de vraag: hoe combineer je werk en gezin? Of: en hoe veel uren ga je minder werken?

    Dit is waarom dit een onbeschofte vraag is:

    Allereerst: Niemand vraagt het aan mannen. Ik heb nooit iemand aan een kersverse vader horen vragen: “En hoe ga je dat nou doen, de zorg voor de baby combineren met je werk?”

    Het insinueert dat de vrouw automatisch minder moet gaan werken wanneer zij moeder wordt, terwijl de meeste mannen net zo goed minder uren kunnen gaan werken.

    Als je deze lijn doortrekt hoor je er zelfs het vooroordeel in dat een moeder geen goede moeder kan zijn als ze niet minder gaat werken.

    Vaders zijn net zo verantwoordelijk voor (en in staat tot) het opvoeden van hun kinderen en alles wat daarbij komt kijken als moeders.

    Ten slotte: Niemand heeft er wat mee te maken hoe je als moeder je werk combineert met je gezin. Voor iedere moeder en vader is dit anders, iedere individu heeft zijn eigen behoeftes. Daarbij zijn ouders prima in staat te beoordelen bij welke vorm van opvang hun kind goed gedijt.

    Ik wilde geen veertiger worden, maar het bevalt me toch erg goed! – door Kim

    Twee jaar geleden werd ik veertig. Een dag die ik niet wilde vieren. Mijn jeugd was voorbij, nu hoorde ik bij de ouderen.

    Nu, twee jaar later, zie ik in dat ik het zo ontzettend mis had. Veertiger is leuk! Ik voel me niet oud en merk dat ik de twintigers en dertigers nog erg goed bijhoud in hun doen en laten. Op mijn werk hebben we de leukste gesprekken met elkaar en lachen ze om mijn grapjes…ja, ik ben nog jong!
    Ik ga graag op stap en rol als laatste het café uit, kan er geen genoeg van krijgen.

    Maar de vijftigers en ouder nemen me nu ook serieus. Ik ben niet meer die snotneus die pas komt kijken. Ik heb ook al mijn portie levenservaring. Ze waarderen mijn mening en nemen me in vertrouwen over de dingen die voor hun belangrijk zijn. Ja, ik ben volwassen!

    Als moeder van twee kinderen met ieder hun eigen rugzakje, doe ik alles voor ze en maak me sterk voor mijn kuikens. Zo volwassen!
    Maar als ik dan van de kinderen hoor dat hun vrienden me zo “chill” vinden en ze met me moeten lachen, voel ik me weer best cool.

    Qua gevoel is het ook anders. Ik maak me niet meer druk om kleine dingen. Doordat ik al grote zorgen heb ervaren kan ik beter relativeren. Ik heb nog steeds puistjes, denk dan toch de jeugd die er nog inzit. Maar de rimpels liggen ook al op de loer. Waar dit vroeger redenen waren om onzeker te worden, boeit het me nu niet meer. Er zijn ergere dingen in het leven.

    Het maakt mij tot wie ik ben. Ik zorg goed voor mezelf.

    Ik heb nog nooit zoveel gesport als nu. Heb na jaren, met behulp van therapie, eindelijk de balans gevonden tussen genieten en goed voor mezelf zorgen. Zit lekker in mijn vel. Ik ben zoals ik ben..en ik ben goed. Waar ik me vroeger nog kon druk maken of anderen me ook wel leuk vonden, maakt me dat nu niets meer uit. Vroeger moest iedereen me aardig vinden. Nu denk ik, vind je me niet aardig? Jammer dan, een gemis voor jou, want ik ben het wel.

    Het is mooi meegenomen als mensen me leuk vinden, maar zolang ikzelf en de mensen van wie ik houd me maar waarderen, dan vind ik het prima.
    Ik zorg, heb lief, geniet, maak fouten, los ze op, en probeer er voor iedereen te zijn. Ja..ik mag er zijn..

    Dat 40+ zijn is zo gek nog niet..
    Ik vier het alsnog ..iedere dag opnieuw!

    Liefs,

    Kim

    Volg Kim op Facebook via haar pagina Hoe dann!

    Vakantiemodus: op vliegvakantie met een kind van anderhalf.. door Mama-Ri

    Door Chrisje VIP Blogger Mama-Ri

    Ik zal deze blog beginnen met verontschuldigingen naar mijn lieve, trouwe volgers, naar mijn alter ego Mama-Ri, naar iedereen die mijn ‘sorry’ ontvangen wil. Ik ben echt heel lui geweest: Ik heb gewoon bijna drie weken geen fatsoenlijke blog geschreven, terwijl mijn streven was om iedere week bij te blijven. Mijn laatste blog Campinglife was de aftrap van onze zomervakantie en ik ben me er bewust van dat ik het woord vakantie daarna wel erg serieus heb genomen. Daarom wil ik het bij deze proberen goed te maken met een extra lange blog over onze vakantietafrelen.

    Komt ‘ie dan hè!

    Zeker vanaf begin juli kropen de dagen voorbij terwijl wij aan het aftellen waren naar ons avontuur. Hoe oud je ook bent, het aftellen naar je vakantie blijft best leuk. Leuk en een ietsiepietsie beetje stressvol tegelijk, zoals jullie hebben kunnen lezen in mijn eerdere blog: Inpakstress. Af en toe sturen we in de groepsapp aftel-berichtjes, hele flauwe, met het aantal dagen, uren, minuten tot ons vertrek. In diezelfde app houden we elkaar op de hoogte over de laatste recensies en ik wijs mijn medereizigers vooral heel graag op de nieuwste filmpjes van het enorme buffet aldaar. Als je ons ziet, zou je het waarschijnlijk niet zeggen, maar wij zijn gék op eten. Dus wat mag er niet ontbreken aan een goede vakantie? Juist:

    FOOD
    Eerder schreef ik dus over de voorbereidingen van onze eerste, echte vakantie met onze dochter van anderhalf. Voor de oplettende lezer: 1 jaar en 7 maanden, oftewel (ik voel een allergie opkomen) 19 maanden. Ja, helder, je weet wel, gewoon een jong kind met een enorme eigen wil. Een jong kind waarvan ik dacht, of stiekem hoopte, dat ze heerlijk zou gaan slapen onderweg naar onze bestemming. Want wat hadden wij twee top vluchttijden joh! ’s Ochtends om half 6 heen en ’s avonds om half 10 pas weer terug. Hierdoor konden we optimaal gebruik maken van onze vakantiedagen. Ideaal en optimaal.

    Maar niets is wat het lijkt met een kind van anderhalf…

    Op de vertrekdag ben ik zenuwachtig as hell, vraag me niet waarom, ik heb namelijk alles al weken prima onder controle. In mijn hoofd kan ik relativeren wat ik wil, maar die spanning in mijn lijf blijft zitten waar die zit. (Gevalletje: accepteer het nou maar, anders heb je er alleen maar meer last van.) Zo rommelen we de laatste dag wat aan en doen we een poging om, vrijwel tegelijk met ons meisje, naar bed te gaan om in ieder geval een paar uurtjes slaap te pakken. Half 8 naar bed, je raadt het niet, we doen natuurlijk geen oog dicht. Dus besluiten we na een heleboel gemopper en gedraai, een half uur eerder dan nodig, uit bed te gaan. Lars brengt de koffers naar mijn vader (ideaal, de goede man woont een straat verderop) en ik pak de laatste dingen voor in de handbagage. Wanneer ik uiteindelijk ons meisje uit bed haal, begroet ze me alsof het de normaalste zaak van de wereld is om om 1 uur ’s nachts uit bed gehaald te worden. Zo rustig mogelijk zeggen we beneden ons gevleugelde meisje gedag (niet dat zij teruggroet als ze ligt te slapen, maar oké) en zo vertrekken we richting mijn vader.

    Ook opa en ome ‘Coco’ hebben een ietwat afwijkende nachtrust gehad, ze staan nog net niet achter de voordeur op ons te wachten en duiken vrijwel direct de kinderwagen in. En ja hoor, midden in de nacht, maar onze kleine reiziger staat de komende nacht dus gewoon AAN.
    Helemaal super, of toch niet.
    De taxi staat vrij snel voor de deur, dat is op zich helemaal super. Hij heeft alleen niet de aangevraagde kinderstoel bij zich, maar goed, ik laat me niet kennen en neem haar ‘wel even’ op schoot. Als het straks drieënhalf uur moet, dan lukt dit ritje van een kwartier ook wel. Nou niet echt, maar we komen aan op de luchthaven en staan er verder maar niet te lang bij stil. We lopen zo snel mogelijk naar ‘Tate’ (tante) en Ome ‘Toto’ met onze koffers op zo’n vliegveldkar, zo’n klereding dat alleen rijdt als je de dubbele handgreep inknijpt, waar je echt enorme (sterke) handen voor nodig hebt. Mooi geregeld, deze mama zorgt voor haar kleine meisje en iemand anders regelt die rotte kofferkar maar. We checken de koffers in, deze blijven lekker op de weegschaal staan, er is een storing. Achter ons vormt een enorme rij, maar ons geeft het niks, onze koffers zijn gewogen dus wij mogen doorlopen. Door proberen te lopen want onze tickets werken niet. Blijft raar als je bij de verkeerde gate probeert in te checken. Onze vakantie begint al weer erg typisch, al zeg ik het zelf.

    Het went hoor, echt.
    Na de douane eten we een veel te dure burger, we drinken een veel te dure kop koffie om de nacht te overleven en vertrekken richting het vliegtuig. De kleine dame is inmiddels echt niet meer van plan in de kinderwagen te blijven zitten en vliegt als een soort pingpongbal door de enorme hallen van de luchthaven. Ze trekt dan ook redelijk wat bekijks: ze kruipt onder de meest onmogelijke hekjes door, breekt bijna haar hele lichaam terwijl die lieve vrouwenstem nog roept: ‘Mind your step’ en ze kust wildvreemde kinderen die ook geen oog dicht hebben gedaan vannacht. Gelukkig kunnen mensen wel lachen om haar en haar ongeremde gedrag en zo zorgt ze voor wat vertier voor menig wachtende reiziger. Om half 6 zitten we dan eindelijk in het vliegtuig, ze is nog altijd spring- en springlevend en ik begin toch wel lichtelijk te vrezen voor de komende drieënhalf uur. Tijdens die paar uur wachten op de luchthaven, spoken er normaal allerlei onnozele vragen door mijn hoofd, maar deze was mij nog niet bekend:
    ‘Hoelang zal ze dit nog volhouden?’

    Het antwoord komt vrij snel: ongeveer een uur. Na een spelletje, een filmpje, een knuffel en een schone luier, komt daar de verlossing: een lekkere, volle fles en haar ogen vallen dicht. Zo zit ik dus nog zeker 2 uur, met mijn ruggengraat in een S-vorm, op mijn arm een kind van een kilo of 12, tussen mijn voeten een ontplofte luiertas met alle crisisbenodigdheden voor een vierling en het enige dat ik kan doen, is met mijn andere arm het raampje naast mij open en dicht doen of iets proberen te pakken wat binnen handbereik ligt. Alles voor de nachtrust van mijn meisje. Grapje, voor de nachtrust van het hele vliegtuig.

    Spoiler!! Nou niet meteen doorscrollen, maar dit loopt op de terugweg nét iets anders.
    De landing wordt ingezet.
    Met dubbele gevoelens hoor ik een mannenstem vertellen dat de landing wordt ingezet. Ook vertelt hij wat de temperatuur en tijd op onze bestemming is en we worden vriendelijk, doch dringend, verzocht onze gordels om te doen. Dus ook die kindergordel… Terwijl ik eigenlijk heel blij ben dat ze nog even slaapt, wurmen Lars en ik haar samen, op zeer subtiele wijze in haar eigen gordeltje, terwijl ik een poging doe mijn gordel vast te klikken met een kind languit op schoot. Ze gaf tijdens het opstijgen geen kick, toch vind ik de daling ook best spannend, maar waarom?! Als we bijna op de grond staan, doet mevrouw haar ogen een keer open, de motoren beginnen te remmen en haar reactie is enkel: ‘Waaaauuuw’.

    Hallo Turkije!
    Held die hij is, heeft mijn vader een hotel uitgezocht dat heel dichtbij de luchthaven ligt. Ik zal het nog sterker vertellen, we stappen niet in zo’n touringcar, maar in een 6 persoonsbusje met geblindeerde ramen en leren bekleding waarin we direct gratis flesjes water aangeboden krijgen. Wederom geen kinderstoel, daar doen ze in Turkije niet aan. Dus, hoppa, met de kleine druktemaker in het midden vertrekken we nu écht naar ons hotel. Als niet een van ons zijn koffer had laten staan, maar deze is gelukkig snel terecht.
    In het hotel aangekomen, leuk zo’n nachtvlucht, zijn de kamers nog niet klaar. Dus als schrale troost, duiken we direct het restaurant in voor ons ontbijt. Hierop volgt een rare dag, zonder ritme. Volgens mij doen we allemaal mee aan het middagslaapje van de kleinste, testen we even de watertemperatuur in één van de zwembaden, eten we wat, bestellen we een paar Mojito’s en belanden vrij op tijd in bed, omdat iedereen kapot is.

    (Een klein pijnlijk festivalmama-momentje: We maken nog een paar foto’s met de Dominator-vlag die ik gewonnen heb en sturen deze naar de organisatie. De meest uiteenlopende emoties maken ruzie in mijn festivalmama-hoofd. Eigenlijk kon ik hem namelijk laten signeren door mijn favoriete DJ (Korsakoff) op mijn favoriete festival, maar de dag dat Dominator is, zat ik dus al in Turkije. Goed… Het doet zeer, maar ik waag later zeker nog een poging….)

    De volgende dag zorgen we dat we op tijd bij de reisleidster zijn, we luisteren naar haar verhaal over veel te dure excursies, vinden haar eigenlijk allemaal maar een opdringerig mens, we maken een vervolgafspraak voor die avond en vergeten die afspraak allemaal. Echt, per ongeluk…
    En de daarop volgende dagen:
    Nou moet ik bekennen dat de komende dagen veel op elkaar lijken. We doen een poging gezamenlijk te ontbijten, mijn favoriete maaltijd, ook al moet ik alleen. Iedere dag vers gebakken omeletten met wat je er maar op wilt, croissantjes, broodjes, tosti’s, worst, fruit, je kunt het zo gek niet bedenken, en ons meisje hapt overal wat mee. Niet echt overbodig met een gemiddelde temperatuur van 35 graden: we gaan zwemmen, glijden, bommetjes maken en ons meisje doet overal aan mee. Als het aan haar ligt, raast ze de hele dag door, maar we lassen verplicht een middagdutje in en doen daar zelf ook heerlijk aan mee. Het dinerbuffet gaat om 7 uur pas open, normaal gaat ze dan al naar bed, maar ze prikt gewoon weer een vorkje mee. ’s Avonds naar de kinderdisco, de shows in het amfitheater of shoppen in de stad en ons meisje gaat met ons mee. Soms verandert ons plan door haar krijsconcert, soms valt ze in slaap in de wagen, wij bewegen gewoon met haar mee.
    Verder gaan we jetskiën, parasailen (uiteraard zonder kind), naar een markt in een stad verder op, we zoeken een telefoonwinkel omdat een van ons zijn waterdichte telefoon heeft weten te verdrinken, we kopen kleding, cadeautjes en souvenirs, oftewel we doen wat een toerist doet. Met of zonder kind. En dan nu een gênante bijkomstigheid met kind: we verontschuldigen onszelf 2 (!!!!) keer, tegenover alle ouders bij het kinderbad, omdat door onze dochter het bad moet worden gereinigd. Eigenlijk wil ik hier nooit meer aan terug denken en ik ga dan ook niet in detail uitleggen waar ik op doel, één ding weet ik wel: ik koop nooit meer zwemluiers bij die ene drogisterij….
    Na ruim een week, breekt de laatste dag aan.

    De dag waarop alle ouders nog altijd even aardig doen, maar ik mijzelf en mijn dochter eigenlijk niet meer durf te laten zien bij het kinderbad. Ze zeggen het allemaal en ik weet het ook heus wel, dit kan iedereen overkomen, maar ik schaam me de ogen uit mijn kop…
    De laatste uurtjes…
    De laatste uurtjes brengen we door in de lobby. We hebben, godzijdank, een kamer weten te behouden tot 3 uur, waardoor onze draak wel een middagslaapje heeft kunnen doen. De rit naar de luchthaven duurt langer dan de heenweg, deze keer mogen we wel mee met zo’n fantastische touringbus en zijn we zeker niet een van de laatste hotels waar hij mensen moet ophalen.
    En dan komt het leukste deel van de vakantie…

    Daar sta je dan, op een luchthaven die nog veel kan leren van die van ons. De rijen mensen lachen ons al toe, terwijl we de bus nog niet uit zijn. Eerst door een metaaldetector en fouillering. Echt niet dat ze je even helpen met je rondrennende dochter, dan wel met je kinderwagen op die band leggen. En een vraag beantwoorden? Ho maar! Ik kan het hem eigenlijk niet eens kwalijk nemen, hij wordt natuurlijk continu aangestaard door die enorme mensenmassa achter me. Dacht ik dat overleefd te hebben, kunnen we de koffers nog niet inchecken. Ik maak voor de kleine een flesje en loop wat heen en weer in die overvolle hal met mensen. Wát een prikkels, voor mij al, laat staan voor zo’n kleintje. Met een XL hydrofiel probeer ik haar hiervan af te schermen, maar wat is er nou leuker dan die doek van de wagen af te trekken. Poging 1 is mislukt en maar goed ook, want na de koffers en de douane volgt er spontaan nog een metaaldetector en fouillering. Dus… Zij weer uit de kinderwagen, deze keer hebben we geleerd van de vorige controle dus mijn lieftallige familieleden zorgen voor onze handbagage en de kinderwagen. Ik loop met mijn dochter door de metaaldetector die nu opeens wel af gaat.

    Deze mevrouw is net zo aardig als de meneer bij de vorige controle en roept: ‘Baby’, terwijl ze mijn dochter uit mijn handen grist en gebaart dat ik nog een keer door de detector moet. Dit keer gaat hij niet af, mijn zusje zorgt dat de wagen klaar staat, we worden nog even vluchtig gefouilleerd en dan zou je toch wel zeggen dat je de controles gehad hebt. Tot we bij de gate in de zoveelste rij gaan staan, waar serieus mensen hun hele tassen worden leeggehaald en gecontroleerd worden op drugs of explosieven, ik heb eigenlijk geen idee. In ieder geval, ook al heb ik niks te vrezen, hier word ik toch vrij moedeloos van. Mijn gebeden worden gehoord, uh nee daar doe ik niet aan, maar gelukkig mogen wij zo doorlopen de bus in.
    Inmiddels is het bijna half 10 en nog steeds slaapt het meisje niet.
    Weer begin ik me zorgen te maken, dit kan twee kanten op en helaas, deze ronde valt het kwartje de verkeerde kant op. Na tien spelletjes, tien filmpjes, tien knuffels en een schone luier, komt daar de zoveelste fles, maar haar ogen vallen niet dicht.

    Zo tobben we nog een uur aan en wordt de kleine dame steeds meer onhandelbaar. Gelukkig is hij daar, mijn steun en toeverlaat, de papa die het nu over een andere boeg gaat gooien. De boeg waar ik nooit voor had gekozen, maar die wel resultaat heeft. Hij presteert het om haar in slaap te krijgen door haar een minuut of 10 in een houdgreep te houden, en je begrijpt het wel, daarop volgt gekrijs. Ik maak geen grapje, ik bedoel ook écht gekrijs. Waar ik ieder moment in huilen uit kan barsten, omdat mijn moederhart breekt, heb ik gelukkig aan mijn andere zijde, mijn zusje die mij probeert te kalmeren. En halleluja het is hem gelukt! Deze vlucht is het papa die dus nog zeker 2 uur, met zijn ruggengraat in een S-vorm mag blijven zitten, met op zijn arm een kind van een kilo of 12 en tussen zijn voeten een ontplofte luiertas. Zoals ik al zei: Alles voor de nachtrust van mijn meisje en die van het hele vliegtuig.
    Hoe ongelofelijk ook, voor ik het weet, zit ik gewoon weer op mijn eigen vertrouwde bank, achter mijn eigen vertrouwde laptop, met op de achtergrond het keiharde gekletter van een typisch Nederlands zomerverschijnsel: regen!

    Ja hoor, wat mij betreft kan het volgende feest beginnen:
    We gaan aftellen naar kerst!

    Liefs

    Mama-Ri

    Wil je meer lezen van Mama-Ri? Dat kan!

    http://www.Mama-Ri.blog
    Facebook: Mama-Ri

    Relax en Reload: je brein heeft het nodig! Door hypnotherapeut Vivian

    Door VIP Blogger en Hypnotherapeut Vivian

    Ik ben een enorme fan van ons brein. Mijn grootste vraag blijft toch altijd hoe is zoiets geweldigs ooit tot stand gekomen.

    Wij mensen zijn toch behoorlijk slimme wezens, vinden de ene na de andere gadget uit om nog sneller, slimmer, beter te kunnen functioneren in ons leven.

    Maar dat brein.. Die hersenen!

    Een systeem waarin 1.5 miljard neuronen, zenuwen verbindingen aanleggen, waardoor wij kunnen denken, zien, voelen, ruiken, handelen. En die computer daarboven die verouderd nauwelijks. Ik mag blij zijn als mijn laptop of mijn gsm na een paar jaar nog werkt. Als ik netjes de nieuwste updates installeer, hem niet helemaal vol stop met programma’s en zorg dat de batterij niet de hele tijd aangesloten is.
    Dat weten we en we handelen ernaar als we tenminste een beetje zuinig zijn op deze spullen.

    Maar hoe zuinig ben jij op je eigen computer? We vinden het eigenlijk heel erg gewoon dat het allemaal werkt. We weten niet beter als dat de hersenen gewoon hun ding doen. Totdat we vage klachten of serieuze klachten krijgen. Maar dan is het al wat aan de late kant.

    Ze vragen niet veel, onze hersenen.

    Ze hebben graag dat je gezond eet, maar wat ze echt belangrijk vinden is af en toe een beetje rust. Om op te laden. Denk jij misschien dat ze daar ‘s nachts tijd genoeg voor hebben, dan heb je het mis!

    Tijdens de REM slaap zijn ze bijvoorbeeld heel druk met al jouw indrukken van die dag te verwerken. Als jij slaapt dan wordt er voor gezorgd dat je huid herstelt, je cellen worden vernieuwd, maar ook je ingewanden gaan dan extra hard aan het werk zodat jij weer fris en uitgerust wakker wordt.

    Wil jij je hersenen een handje helpen en jezelf daar een groot plezier mee doen, dan weet je dat je elke dag een aantal momenten moet inplannen ..Relax & Reload.. ontspannen en opladen.

    We hebben helaas geen metertje waarbij we kunnen aflezen hoeveel energie we nog hebben, zoals bij je gsm. Toch, als je je lichaam kent, dan herken je de signalen dat je energie niveau te ver aan t zakken is. Wees dan verstandig en luister naar wat je computer je verteld.

    Elke dag is ontspanning een must, van levensbelang om goed te kunnen functioneren.

    Ik geef je een simpele oefening:
    • Je neemt een gemakkelijke stoel
    • Ga er op zitten
    • Laat je armen ontspannen hangen of leg je handen op je schoot
    • Sluit je ogen of staar naar een bepaald punt
    • Neem iets leuks in gedachten
    • Hou dit 10 minuten vol.

    En hup! Je batterij heeft er weer een streepje bij. Hoe vaker je dit op een dag doet, hoe meer energie jij krijgt.

    Relax & Reload, je hersenen zijn je dankbaar!

    Liefs,

    Vivian

    Meer lezen over Vivian en haar werk als hypnotherapeut? Like hier haar Facebook pagina: https://www.facebook.com/fijnlevenhypnotherapie/

    HERKENBAAR: “Sorry dat ik niet reageer”

    Door Chrisje VIP Blogger Rosan van der Zee

    Ik wil graag sorry zeggen. Ik wil sorry zeggen tegen alle mensen die ik lang heb laten wachten. Mensen die steeds niks meer van me hebben gehoord. Zij die zich door mij verlaten hebben gevoeld. Zij die eindeloos hebben gewacht tot de vinkjes eindelijk blauw werden, maar niet wisten dat ik dit heb uitgezet. Zij die verdronken in verdriet omdat de trilling van hun telefoon bijna nooit eens mijn reactie bleek te zijn. Kortom: Ik bied mijn oprechte excuses aan jegens de slachtoffers van mijn gebrekkige reactievermogen op Whatsapp.

    In deze moderne tijd, waarin we allen constant overspoeld worden met berichtjes en nieuwtjes, probeer ik dit wanhopig bij te benen. Helaas blijkt me dit vaak niet te lukken. Dus geloof me als ik zeg dat ik niet boos ben en dat het niet betekent dat ik je niet belangrijk vind. Het is alleen dat ik door de bomen het bos niet meer zie. Of eigenlijk: door alle berichtjes en nieuwtjes die binnenstromen lukt het me niet altijd om alles te beantwoorden.

    Ben ik dan zo populair? Nee, dat valt wel mee. Het is wel zo dat ik een antwoord wil geven dat klopt. Dit houdt in dat ik er tijd in wil steken en erover wil kunnen nadenken in plaats van klakkeloos een antwoord te sturen. Daarom heb ik de blauwe vinkjes ook uitgezet. Niet om jou te pesten, maar omdat ik het berichtje wil kunnen lezen zonder gelijk te hoeven reageren. Voordat ik dit deed ontstond er vaak onrust bij de persoon die na het zien van de heilige blauwe vinkjes op mijn antwoord wachtte. Al snel werd geconcludeerd dat ik diegene negeerde.

    Vervolgens moest ik bijna op mijn knieën gaan om voor mijn zonden om vergeving te vragen. Ik kreeg dan te horen dat het geen moeite kost om te reageren.

    Als ik iets om ze zou geven zou ik dat wel even doen.

    Ik zit alleen met iets opgescheept wat het mij soms lastig maakt om direct te reageren. Naast het feit dat ik een inhoudelijk kloppend antwoord wil sturen, is het ook nog eens zo dat ik een ‘leven’ heb en dus niet 24/7 met mijn telefoonscherm voor mijn neus kan zitten. Ook kan het zelfs zo zijn dat ik denk dat ik er al op heb gereageerd omdat ik het antwoord aan het bedenken was. Hierdoor lijkt het alsof ik nooit meer wil reageren, maar eigenlijk wacht ik vervolgens zelf op een reactie op een bericht dat ik nooit heb verstuurd. Op deze manier raken we samen verwikkeld in een eindeloos wachten. Zo zijn er denk ik vele vriendschappen gesneuveld.

    Dus het spijt me. Het spijt me dat je even moet wachten omdat mijn telefoon niet aan mijn hand zit vastgeplakt. Het spijt me dat ik graag nadenk over mijn antwoord. Het spijt me dat ik niet ben opgewassen tegen de eindeloze stroom aan berichten.

    Misschien kunnen we ook wel gewoon een keer afspreken en elkaar face to face spreken. Ik weet dat het best eng klinkt, maar als het oude niet lukt kunnen we altijd nog iets nieuws proberen. Misschien wordt het zelfs een trend en kijken we niet meer allemaal naar onze schermpjes, maar naar elkaar. Dat zou nog eens raar zijn. Toch is het denk ik wel het proberen waard.
    Kun je volgende week? Top, spreek je dan!

    Liefs,

    Rosan

    Geen betuttelmoeder, maar ook geen kritiekkanon

    In de opvoedkundige bladen lees ik dat het uiten van te veel lof voor je kind kan leiden tot narcistische trekken. Dat is natuurlijk niet de bedoeling, want een narcistisch kind wordt zelf niet gelukkig en zijn of haar omgeving evenmin. Toch wordt ook de kritische strenge aanpak niet bejubeld: ook daar kan je kind onzeker van worden.

    Als moeder vind ik het best lastig om de balans te vinden. Je kind moet leren omgaan met kritiek, maar ook heeft het opbouwende feedback nodig en complimenten wanneer het ergens echt zijn of haar best voor gedaan heeft.

    Sommige dagen voel ik me echter de eeuwige zeik- en zanikmoeder. Lijkt het alsof ik aan één stuk door commentaar lever. Terwijl dat helemaal niet is hoe ik als moeder wil zijn. Toch vind ik het ook belangrijk dat mijn kind leert dat het normaal is om achter jezelf aan op te ruimen, je bordje weg te brengen en met gesloten mond te eten.

    Lees verder onder de afbeelding

    Waar ligt dan die balans? Hoe zorg je er voor dat je geen zeurmoeder wordt, maar ook geen narcist opvoedt?

    De manier waarop je feedback geeft aan je kind is ook een hele belangrijke om naar te kijken, denk ik. Benoem je het gedrag of de handeling en wat daar beter aan kan, dan is dit voor een kind leerzaam en niet direct schadelijk. Ook later in hun leven zullen ze om moeten kunnen gaan met commentaar op hun functioneren, op hun werk of tijdens hun studie.

    Maar wanneer je negatief commentaar koppelt aan hun persoon of karakter (“Wat ben je toch ook een lui kind!” of “Jij snapt echt niks hè?”) programmeer je negatieve overtuigingen in het onderbewustzijn van het kind, waar hij of zij de rest van zijn of haar leven last van kan hebben.

    Het antwoord op de zoektocht ligt denk ik in het elke dag opnieuw zoeken naar de balans. Bijsturen en opvoeden maakt je nu eenmaal niet de leukste mama of papa, wel de beste opvoeder. En complimenten geven is net zo belangrijk: je kind leert zo dat het niet alleen kritiek te horen krijgt als iets beter kan, maar dat het het óók te horen krijgt als het iets goed doet.

    En sommige dagen? Sommige dagen ligt het antwoord in het accepteren dat die balans er soms gewoon ook even niet is. Dat maakt je geen slechte ouder: het betekent dat jij ook maar een mens bent.

    Last Man Standing

    VIP Blogger Rosan van der Zee stond zes uur lang op een paal van 18 bij 18 centimeter. In deze blog vertelt ze over haar ervaring.

    Waarom stond ik op 22 juni zes uur lang op een paal van 18×18 cm? Dat is een hele goede vraag. Terwijl ik er stond vroeg ik het mezelf ook af en toe eventjes af, maar al snel herinnerde ik mezelf aan het belang ervan. Ik stond er namelijk niet in mijn eentje. Nee, ik stond er met nog 299 andere mensen. Allemaal stonden we er met onze eigen verhalen, maar voor hetzelfde doel: zoveel mogelijk geld ophalen voor Stichting Mind.

    Deze stichting is er op gericht om psychische problemen te voorkomen en mensen die hiermee te maken hebben steun te bieden. Dit doen ze niet alleen door het onderwerp onder de aandacht te brengen, maar ook door mensen informatie te bieden, onderzoek te doen, projecten uit te voeren en actie te voeren.

    Naja, super goed natuurlijk! Zeker ook een doel waarvoor ik me wilde inzetten. Dit deed ik dan ook tijdens Last Man Standing. Een evenement waarbij 300 mensen zes uur lang op een paal proberen te staan om zoveel mogelijk geld op te halen.
    Tja, daar stond ik dan op het strandje in Ermelo. Gespannen keek ik naar de grootse verzameling palen die in nette rijen door het water waren verdeeld. Vlak voor het begon, ging ik nog drie keer naar het toilet omdat je tussendoor niet even een plaspauze mocht nemen. Toen het moment aanbrak dat we ons naar onze palen mochten begeven, keek ik nog een twijfelend naar mijn teamgenoot. Gaan we dit echt doen? Bij wijze van antwoord verplaatst mijn teamgenoot zich alvast naar zijn paal en ik volg hem gestaag. Terwijl ik mijn moed bijeen probeer te rapen en bij paal zeven aankom – mijn paal – realiseer ik me al dat ik op het eerste obstakel ben gestuit. Hoe kom ik die paal op? Dit is extra lastig omdat ik een knieblessure heb en ik er ter ondersteuning een strakke brace om heb gedaan. Na eventjes te hebben geklunsd komt er al iemand naar me toe om me op de paal te helpen. Ik bedank hem hartelijk en zet mijn voeten netjes naast elkaar op de paal.

    Mijn voeten passen alleen niet helemaal op de paal, zeker met de sandalen die ik aan heb erbij geteld. Ietwat onwennig probeer ik een redelijk comfortabele positie te vinden, maar die positie lijkt niet gevonden te willen worden. We nemen het maar even voor wat het is.
    Ik kijk voor me uit en zie een menigte mensen op het strand staan die ons de gehele dag zullen gaan supporten. Al snel tellen we gezamenlijk af en luid het startschot. De teller begint te lopen en de zes uur gaat in. Here we go!

    Als je ooit het idee hebt gehad dat je niet zo goed wist wat je met jezelf aan moest, kan ik je vertellen dat dat niks was vergeleken met wat ik op deze paal ervaarde. Je kon letterlijk niks behalve staan. Soms eventjes voorover bukken, maar niet te veel want anders ging je misschien onderuit.
    Na twee minuten stapte de eerste persoon al af. Deze persoon kreeg een groots applaus omdat ze er toch maar heeft gestaan. Ondersteund door gejuig en gejoel liep ze richting de kant. Het werd me al snel duidelijk dat het eigenlijk niet uitmaakte hoe lang je hier zou staan; we zijn allemaal winnaars.

    Gelukkig werden we ondersteund door een dj en Jasper Demollin die ons er met zijn eeuwige enthousiasme doorheen loodste terwijl hij zelf ook op een paal stond. Toen ik wat zekerder werd van mijn evenwicht besloot ik ook gebruik te maken van de muziek en lekker te dansen. Toen ik later de filmpjes terugkeek, zag ik dat ik de enige was die zo wild danste. Maar hé, ik had lol en dat is wat telt.
    Tussendoor was er ook nog een Bingo ronde en mochten er mensen hun verhaal delen of gedichten voorlezen. Dat laatste gaf het hele tafereel ook een persoonlijke sfeer. Ik mocht ook nog een nummer zingen dat ik voor Last Man Standing had geschreven. Dit was best spannend, omdat je op het water de muziek niet goed hoort en je tijdens het zingen ook nog eens je evenwicht moest bewaren. Ook was ik bang dat ik zo nodig naar het toilet moest dat ik het tijdens het zingen in mijn broek zou doen. Het zingen ging gelukkig goed en daar kreeg ik achteraf veel positieve reacties op (thanks!). Ook bleek het gevoel dat ik naar het toilet moest na het zingen opeens te zijn verdwenen. Wellicht waren het dus ook wel de zenuwen.
    Na een paar uur werden we ook verblijd met een yoga-sessie. Hoewel ik die rust wel fijn vond na al die harde muziek zorgde het er ook voor dat ik mij volledig bewust werd van de vermoeidheid van mijn lichaam. Ik was hierin niet de enige en voordat ik het wist stonden we met zijn allen ongegeneerd te gapen. Op zich was dit ook wel weer grappig.

    Bij elk uur dat er voorbij ging telden we af en juichten we om te vieren dat we het weer een uur hadden volgehouden. Dit ging zo door tot het moment dat ik me plots realiseerde dat we bij het laatste uur waren aangekomen. Holy moly! Ik ging die zes uur misschien wel echt redden!
    Het laatste uur was voor mij wel het zwaarst. Waar ik namelijk eerder mijn tijd had gevuld met gek dansen en grappig doen kwam nu het moment van de confrontatie: de minuut stilte. Een minuut stilte waarin we in gedachten bij alle mensen waren die hier niet konden zijn. Een minuut stilte voor de mensen waarvoor wij dit doen. Een minuut stilte waarin alle emotie plots mijn lichaam vulde. Alle herinneringen aan dierbaren die ik was verloren.

    De herinnering aan een vriendin waarmee ik twee jaar eerder op een paal had gestaan. Het brak me. Het brak me volledig. Daar kwamen dan ook de tranen. Het besef van de pijn die ik altijd bij me draag.

    Er kwam iemand naar me toe om me te helpen. Ze sprak troostende woorden en vroeg of ze iets voor me kon doen. Ik wist niet of ik het nu eigenlijk wel nog vol kon houden, maar iets in mij wilde er echt niet af dus ik vroeg of ik een tissue kon krijgen. Gelijk ging ze op zoek. In plaats van een tissue kwam ze terug met een strandlaken. Ach, dat zou ook wel voldoen. Dankbaar pakte ik het aan en droogde ik mijn tranen.
    Ietwat gebroken, maar toch ook vastberaden rechtte ik mijn schouders. Ik hoorde het verdriet van andere mensen om me heen. Toch voelde ik ook hoe dit verdriet werd omgezet in kracht en een zekere vastberadenheid om dit af te maken.
    Een strijderslied waande zich in stilte een weg door de lucht en vulde onze harten: We staan nog steeds. We moeten doorgaan. We zullen doorgaan. We doen dit samen om ons doel te bereiken.

    Het laatste uur tikte door en de muziek begon weer te spelen. Uiteindelijk lukte het mij ook weer om me op de muziek te laten meevoeren en zelfs weer te dansen. Ik danste net zoals ik dat twee jaar geleden met mijn vriendin deed. Het was net alsof ze er eventjes weer bij was. Een vluchtige traan en een glimlach ondersteund door mooie herinneringen. Nog eventjes doorgaan. Samen doorgaan.
    Zonder dat ik het doorhad was het uur voorbij. De laatste tien seconden. We begonnen af te tellen: 10…9…8…7…6…5…4…3…2…1…

    Een luid gejuich dat zich over het water verspreidde, klonk als een vrolijk op hol geslagen orkest. Ik joelde mee en voelde hoe de tranen weer over mijn wangen liepen. Het is gelukt! Het is werkelijk gelukt!
    Eén voor één werden we van onze paal geholpen. Ik werd er vanaf getild en tijdens het lopen ondersteund door twee mensen omdat mijn knie het inmiddels had begeven. Eenmaal bij de kant aangekomen stond mijn moeder al op me te wachten. Zij die mij zes uur lang heeft aangemoedigd en ik die zes uur lang mezelf aan die aanmoediging vastklampte.

    Er is meer dan €85,000 euro opgehaald voor een doel dat ons allemaal aangaat. Geld dat zeker goed zal worden besteed en waarvoor dit het allemaal waard was. Naast het doel was het ook een persoonlijke overwinning voor iedereen die er stond.

    We stonden er samen. We deden het allemaal. Hoe lang je er ook hebt gestaan, je hebt het gedaan. Een dag met een lach en een traan. Samen kunnen we de wereld aan.

    Site MIND: https://wijzijnmind.nl/
    Site Last Man Standing: https://www.doemeemetmind.nl/evenement/last-man-standing-2019

    Liefs,

    Rosan

    Inpakstress!

    door Chrisje VIP Blogger Mama-Ri

    Juni, juli, augustus, vakantie tijd. Het hele jaar werken we (veel te) hard, dus in de zomer willen we massaal de deur uit. Gewoon, op ons dooie gemakkie, de hele dag een beetje relaxen. Vooral veel eten en drinken, lekker in de zon, camping, hotelletje, het maakt niet uit, maar in ieder geval geen kopzorgen.

    HAHA, geen kopzorgen?
    Voordat je op je bestemming bent, is het daar: kopzorg met een hoofdletter K én dikgedrukt: Inpakstress.
    Het kan een slechte eigenschap van mij alleen zijn, dat denk ik niet, maar ik ben dus een van die mensen die enorm veel last heeft van inpakstress. Waar Lars één dag, wat zeg ik, het liefst een paar uur voor vertrek, eens gaat bedenken waar zijn koffer eigenlijk is, denk ik al weken na over van alles. Over nuttige dingen, die ik mee moet nemen, of moet regelen, en over bullshit. Ik noem het maar even op z’n Hollands, gewoon zoals het is, ik weet zelf ook net zo goed, het is gewoon bullshit. Mocht ik die onzin dingen niet doen, of niet mee hebben, dan regel ik ze daar. Maar toch, ik kan er niks aan doen, ik schrik midden in de nacht wakker, 3 weken voor vertrek en denk dat ik wel moet zorgen dat dat mega grote badlaken gewassen is. En vrijwel direct corrigeer ik mezelf, want ik ga naar een 5 sterren All-in resort, dus ik hoef helemaal geen badlakens mee te nemen…

    En we slapen weer verder…
    Zonder kind had ik hier al een handje van. ‘Een handje van’ klinkt alsof ik het zelf heel leuk vind, maar dat is dus echt niet zo. Ik heb er last van, écht, net als dat Lars er last van heeft. Of vul ik dat nu voor hem in, ik weet eigenlijk helemaal niet of Lars daar last van heeft. Het is op zich ook best wel makkelijk om gewoon te weten dat je vriendin toch alles, én nog veel meer, heeft ingepakt.
    Zo roep je maar een kwaaltje en ik trek mijn medicijnkast open:
    – Maagtabletten, diareeremmers, de hele mikmak: ze koken daar altijd met zoveel olie.
    – Crèmetje voor dit, zalfje voor dat: ik loop namelijk altijd van alles op in zo’n land. Van uitslag tot eczeem, je wordt er doodziek van, zeker als je de juiste rommeltjes niet bij je hebt.
    – Anti-muggen-citronella-stinkzooi, en mocht je dan toch gestoken worden, iets wat de prik weghaalt en wacht! Ik moet nog zo’n uitzuigsetje kopen.
    – En natuurlijk de simpele paracetamols, overal goed voor en vergeet niet: all-in betekent ook all-in-alcohol.
    (‘Zonder kind’ zei ik net hè, de laatste keer dat wij all-in-alcohol op vakantie gingen, was vóór de geboorte van onze dochter.)

    Goed, dit jaar staat er dus weer een 5* resort op de planning en de voorbereidingen zijn, in mijn hoofd, al lang in volle gang. Er is oppas voor onze vogel geregeld, de nodige instructies heb ik uitgetypt en wel klaar staan. De verzekeringen en inentingen zijn geregeld, paspoorten vernieuwd. Stiekem heb ik op zolder al wat dingetjes klaargelegd, Lars heeft daar niks van door en verklaard me waarschijnlijk voor gek, maar gewoon, dingen die je niet zo vaak gebruikt, maar wel mee moet nemen. Dingen die me ineens te binnen schieten als ik naar het WK-vrouwenvoetbal kijk, en die ik dan ook meteen moet pakken, anders ben ik bang dat ik ze vergeet. Weken van te voren. En verder gaat het wel goed met me hoor…

    Dit jaar wordt onze derde super de luxe vakantie met mijn vader, zusje, broertje en zwager, maar dit jaar wordt alles anders. De eerste keer met ons kleine meisje.
    Opeens realiseer ik me, dat al die rommel me eigenlijk weinig kan schelen, als de spullen voor haar maar in orde zijn. Als ik in het vliegtuig maar luiers, drinken en speeltjes heb en als we de vliegreis maar overleven. Overleven in de zin van dat ze het niet, 3 ½ uur lang, op een krijsen zet, of de hele tijd in de stoel van degene voor me zit te trappen, want GOD wat heb ik daar zelf een hekel aan. Oja en als m’n buggy maar mee mag, want zo’n kindje van anderhalf in een draagdoek met 35 graden. Nee, dat lijkt me maar niks.
    Zo kom ik tot de conclusie dat alles wat ik altijd zo belangrijk vond, ineens niet belangrijk genoeg meer is, nu wij de zorg dragen voor ons kleine meisje.

    Ons kleine meisje dat binnenkort iedere dag met haar dikke zwemluier in het zwembad ligt.
    Ons kleine meisje, dat met haar jaloersmakende blonde lokken en grote blauwe ogen, menig turkse man om haar vinger gaat winden.
    Ons kleine meisje dat geen idee heeft van wat haar te wachten staat en dus ook geen inpakstress heeft.
    Ons kleine meisje: Wat een rijkdom.

    Liefs

    Mama-Ri

    Wil je meer lezen van Mama-Ri? Dat kan!

    www.Mama-Ri.blog
    Facebook: Mama-Ri

    Laat mij maar lekker saai op vakantie gaan

    Door Chrisje’s VIP blogger Rosan van der Zee

    Als je op vakantie gaat betekent dat niet meer dat je naar Frankrijk gaat, dat is tegenwoordig een thuiswedstrijd geworden. Nee, je moet naar de andere kant van de wereld. Naar Australië, Nieuw-Zeeland, India of China. Zelfs die plekken zijn echter al vrij gewoon. Iedereen is tegenwoordig namelijk opeens een wereldreiziger geworden.

    Omdat de verre landen niet meer bijzonder genoeg zijn, lijkt het wel of de vakantiebestemmingen steeds uitdagender moeten worden. Hoe gekker, hoe beter. Vervolgens is er op de Mount Everest file en lijken mensen ‘Chernobyl’ te hebben gedoopt tot nieuwe populaire vakantiebestemming.

    De populariteit voor Chernobyl is vooral gerezen sinds het verschijnen van de serie die is gebaseerd op de tragedie die deze plaats heeft moeten doorstaan. Deze serie heb ik ook gezien en het gaf me alles behalve het verlangen om daar gezellig op vakantie te gaan. Het bevestigde voor mij meer waarom ik daar niet eens een klein beetje bij in de buurt wil komen. Straling is eng, straling is onzichtbaar en je weet niet direct hoezeer het je moleculen of zelfs je DNA aantast. Er is in het nieuws ook al gezegd dat ze niet weten wat de populariteit van deze plek in de toekomst voor effect zal hebben op de gezondheid van de vakantiegangers. Dat is voor mij genoeg reden om elk aanbod om daar naartoe te gaan direct af te slaan.

    Ook heb ik eerder een documentaire gezien over de Mount Everest waarbij een Canadees bergbeklimmersteam eindelijk de felbegeerde toestemming kreeg om deze berg te beklimmen. Vervolgens stortte een van hun beste beklimmers naar beneden en kwam er veel kritiek op hun reis. Was het wel verantwoord om deze reis door te laten gaan? Wellicht moest het wel gestopt worden! Nou, ik weet niet waar die zorgen tegenwoordig zijn gebleven want het lijkt wel alsof je bij een pakje boter al toestemming krijgt om deze berg te beklimmen. Waar het vroeger dan ook een uitzondering was om de top te bereiken, sta je tegenwoordig uren te wachten tot de file genoeg geslonken is zodat je zelf ook even een selfie op de top van de berg kunt maken. Huren ze straks ook een fotograaf in die een foto voor je maakt welke je onderaan de berg bij een kiosk kunt kopen?

    Als zelfs deze uitzonderlijke vakantiebestemmingen niet meer uitzonderlijk zijn, wat wordt dan het volgende? Gaan we massaal naar de maan en naar Mars? Of gaan we gezellig met zijn allen de immense diepte van onze onbekende oceanen verkennen? Willen we wellicht naast het verzamelen van een gezonde hoeveelheid straling uit Chernobyl en onderkoeling op de Mount Everest ook iets anders proberen? Zoals waterboarding of het in vieren gespleten worden door je ledematen aan vier paarden te laten vastbinden waarbij ze vervolgens alle vier een andere kant uit rennen? Net zoals in de goede oude tijd.

    Is dit werkelijk waar het naartoe gaat? Nou, ik blijf wel gewoon lekker saai op vakantie gaan. Maar wie weet, misschien kan iemand me ook wel zo gek krijgen om zoiets uitdagends te doen. Dan wel tot een zekere mate natuurlijk. Chernobyl en de Mount Everest blijven voor mij een no go. Aan de andere kant weet je niet wat het met mij zal doen als ik mezelf ook een keer blootstel aan zoiets uitdagends. Wellicht raak ik wel verslaafd aan ‘the thrill’ en ga ik steeds een stapje verder voor die herbeleving van adrenaline die na elke ervaring steeds meer afstompt.

    Is niemand meer veilig voor deze trend omtrent de zoektocht naar bijzondere vakantielocaties? Zijn we allemaal gedoemd om slachtoffer te worden van onze lust naar spanning en verwondering? Of is dit slechts een tijdelijk fenomeen dat uiteindelijk weer zal vervagen waarna het weer oké is om gewoon met de auto naar Frankrijk op vakantie te gaan?

    Ik weet het allemaal niet. Op dit moment ben ik al verbaasd over het feit dat mensen al dit soort dingen daadwerkelijk massaal lijken te willen doen. Hoewel het wellicht wel een zekere ervaring van geluk en levenslust veroorzaakt probeer ik mezelf zo lang mogelijk hiervoor te behoeden. Binnenkort ga ik een week naar Ijsland op vakantie. Dat vind ik al spannend genoeg. Laat ik dat dan maar eerst overleven, komt daarna die Mount Everest wel.

    Liefs,

    Rosan

    Vaderdag? Als het maar beter gaat dan Moederdag!

    Door Chrisje’s VIP blogger Mama-Ri

    Dit weekend is het weer zover: vaderdag. De dag waarop we voor beide vaders iets leuks willen regelen en natuurlijk mag de vader van je eigen kind dan niet vergeten worden.

    De voorbereiding van zo’n dag loog er, voordat we zelf papa en mama werden, al niet om. Er wordt met (schoon-)broers en (schoon-)zussen over een idee gebrainstormd, er wordt besproken wie, hoe laat bij papa of opa kan zijn en wie wat regelt. Daarnaast mag je dat dan proberen te combineren met de wensen van de (schoon-)familie, zodat er voor beide papa’s en opa’s een leuke vaderdag georganiseerd wordt. Deze voorbereiding is soms al een dagtaak op zich – en dan heb ik nog niet gesproken over de verrassing die ik nu dus, namens onze dochter, voor haar papa mag verzinnen. Want ja, zo’n meisje van anderhalf bedenkt dat toch echt niet zelf.

    Dit weekend is de eer dus aan mij. Aangezien Lars alles behalve een ontbijter is, is het regelen van een standaard vaderdagontbijtje niet alleen zinloos, maar ook heel demotiverend. Heb je je net een uur lang uit staan sloven in de keuken, met een zeurende dreumes aan je been, krijg je vervolgens te horen  dat ie niet zo’n trek heeft, met zijn gezellige ochtendhumeur. Dat doen we dus maar niet meer.

    Wat doen we dan wel? Nou, we geven papa zo’n zelfgemaakt canvasje met een voetafdruk, kopen er een lief cadeautje bij en racen daarna met z’n allen door onder de douche, naar papa 1, praktisch gecombineerd met het bezoek aan opa, door naar papa 2 en crashen aan het eind van de dag op de bank, met een super-de-luxe vaderdagdiner. Of gewoon een vette pizza.

    Lees verder onder de foto

    Misschien gaat het er bij andere gezinnen echt zo romantisch aan toe, als de reclame’s op TV doen geloven? Wij streven daar niet meer naar. Zeker niet na onze eerste moederdag ervaring van vorig jaar. Mijn eerste moederdag ging namelijk direct de boeken in als een fantastische, bijna onbetaalbare, verrassingsdag. Ik werd super romantisch wakker gemaakt, oh nee, wacht… ik gaf borstvoeding en was dus eerder dan Lars wakker om onze dochter te voeden. Heel stilletjes, zodat Lars nog even door kon slapen. Haha nee, DOEI, het was moederdag dus maakte ik Lars gewoon wakker en verzocht hem vriendelijk om koffie te gaan halen.

    Eenmaal klaar met de eerste voeding had hij voor mij zo’n super schattig canvasje, een cadeautje en de mededeling dat ik niets te eten kreeg, omdat we zo meteen ergens naar toe gingen. (Uh… Hallo, ik ben dus wel een ontbijter!) Een half uurtje later vertrokken we naar, voor mij, bestemming onbekend. Als de auto zou starten tenminste…

    Vermoedelijk hadden de buren net zo’n vol dagprogramma als wij, zij deden inmiddels een poging hun kinderen in de autostoeltjes te helpen, toverden daarna de startkabels tevoorschijn en we reden weer. Zeker een hele kilometer, misschien anderhalf, maar het leek ons op de oprit naar de snelweg beter om niet door te rijden met een auto waarvan de motor op zijn kookpunt was.

    Daar sta je dan… op je allereerste moederdag, met een baby, in de regen, op de vluchtstrook van de snelweg te wachten tot je pappie je komt halen. Fantastisch…

    Een lekke koppakking, auto total loss, dag moederdag ontbijtje bij een luxe hotel in de buurt: echt typisch iets voor mij op mijn allereerste moederdag.

    En weet je, we lachen met de nodige zelfspot om ons avontuur. De auto is inmiddels vervangen, de canvasjes pronken aan de muur en die allereerste moederdag is er een geworden die we nooit zullen vergeten. We accepteren maar dat het allemaal niet zo romantisch is, als de reclames, facebookposts en andere misleidende berichten doen geloven. Althans, niet bij ons.

    Wij doen maar gewoon, dan beleven we wel genoeg.

    Liefs,

    Mama-Ri

    Wil je meer lezen van Mama-Ri? Dat kan!

    www.Mama-Ri.blog
    Facebook: Mama-Ri

    Ik word bang van het nieuws

    Door Chrisje’s VIP blogger Rosan

    We leven in een tijd waarin er veel gebeurt. Hoewel, we hebben vooral door dat er veel gebeurt. Dit mede dankzij zaken als ‘social media’. Het is onwijs handig om overal op de hoogte van te zijn. Dan kan je tenminste meepraten in gesprekken tijdens feestjes waarbij je eigenlijk niet zo goed weet wat je met jezelf aan moet. Als er dan ook nog eens geen hond of kat aanwezig blijkt te zijn waar je je aandacht op kunt richten, zal de kennis omtrent recente gebeurtenissen je door de avond heen slepen.

    Toch vraag ik me soms af of ik al dat nieuws dat dagelijks op mijn bordje wordt gegooid wel altijd met me mee wil nemen. Wil ik weten dat er weer iemand vermoord is? Wil ik weten dat er een gevaarlijk iemand op de vlucht is? Wil ik weten dat iemand zich het leven heeft ontnomen? Wil ik weten dat er weer een oorlog is? Wil ik weten dat er weer een aanslag is gepleegd? Wil ik weten dat de mensheid gedoemd is door de klimaatverandering? Wil ik weten…

    En ja, ik wil weten. Ik wil heel graag weten. Dit niet alleen omdat ik dan tenminste niet overkom alsof ik onder een steen leef, maar ook omdat ik mijn ogen niet wil sluiten voor alle gebeurtenissen in de wereld. Toch maakt het me ook bang. Het maakt me dusdanig bang dat ik bepaalde dingen niet eens meer durf te doen. Ik heb bijvoorbeeld een angst voor het openbaar vervoer. Iedereen is daar plots een potentiële bedreiging geworden. Ik ben al jaren niet op vakantie geweest. Wie weet wie ik in het buitenland wel niet tegenkom. Ik durf niet naar de Gay Pride in Amsterdam waar ik eigenlijk al heel lang een keer naartoe wil. Straks vindt er nog een aanslag plaats. Ik weet ook niet of ik kinderen wil krijgen. Hoe kan ik ze in een wereld zetten die al gedoemd is kapot te gaan?

    Er is overal gevaar. Er is overal dreiging. En dat was er eigenlijk altijd al, maar nu ben ik me er constant van bewust.

    Dus ik zit thuis. In mijn veilige haven. Ik verberg mezelf voor de wereld, maar de wereld verbergt zich niet voor mij. De wereld dringt elke dag mijn huis binnen. En ik sta het nog toe ook. Via mijn telefoon, via mijn computer, via een tablet, via een smartwatch, via de radio en zelfs via de krant (ja, dat bestaat nog). Elke dag word ik overspoeld door informatie die super nuttig is voor tijdens een feestje, maar waar ik in feite geen ene ruk mee kan. Het komt en het komt en het blijft maar komen. Een ontoombare waterval aan informatie stort zich meedogenloos op me en dringt ongevraagd mijn hoofd binnen. De hele wereld lijkt om een plekje in mijn brein te vechten. LAAT ME MET RUST! IK WIL DIT NIET! IK WIL STILTE!

    Er lijkt geen plek meer over te zijn voor mezelf…

    Hoewel ik het dan ook heel graag allemaal wil weten is het misschien beter om mezelf ook te beschermen voor al die informatie. De wetenschap dat de wereld een duistere en onheilspellende plek is, is een wetenschap die mij in mijn greep lijkt te houden. Want de wereld is niet alleen maar dreiging en gevaar. De wereld is ook ontzettend mooi. Toch lijk ik het niet meer te kunnen zien. Het duister heeft mij het licht ontnomen.

    Ik besluit om maatregelen te nemen. Ik besluit om mezelf te beschermen van al het nieuws in de wereld. Begrijp me niet verkeerd, er is niks mis met bang zijn. Angst hoort nu eenmaal bij het leven. Er is echter wel iets mis met bang zijn als het je hele leven begint te bepalen. Als het je beperkt in de dingen die je doet. Soms moet alle informatie gewoon even onzichtbaar blijven. Dat is dan ook wat ik zo nu en dan doe om mezelf een moment van rust te gunnen.

    Telefoon uit. Computer uit. Tablet uit. Smartwatch uit. Radio uit. Krant dicht. Eventjes helemaal niets.

    Ik pak een boek en begin een verhaal te lezen waarvan ik weet dat het niet echt is, maar waarin ik even helemaal kan verdwijnen. Ik vind eindelijk weer de ruimte in mijn eigen hoofd. Niets dat mij nu nog zal beangstigen.

    Plots zwaait de deur open en iemand rent naar binnen waarna de volgende woorden zich luidkeels door de ruimte verspreiden: “Heb je het nieuws al gehoord!?”

    Ik verbreek mijn moment van stilte en kijk omhoog vanuit mijn boek. Met een rustige stem antwoord ik: “Nee, dat heb ik niet gehoord en voorlopig hoef ik het ook nog niet te weten. Dit moment is even helemaal van mij.”

    De persoon die zojuist vol passie naar binnenstormde om het grote schokkende nieuws te brengen, staat er ietwat verloren bij. Ik wil mijn blik weer naar mijn boek verplaatsen, maar voordat ik dit doe komt er nog iets in me op en ik zeg: “Ik ga dit jaar denk ik weer eens op vakantie. Dat is al veel te lang geleden. Ook ga ik naar de Gay Pride. Daar heb ik immers altijd al eens naartoe willen gaan.” De ander kijkt me verrast aan, maar lijkt daarna alweer te verdrinken in al het nieuws dat zijn hoofd overspoelt.

    Vervolgens laat ik de stilte weer de ruimte vullen en ga ik verder met het lezen van mijn boek. Heel eventjes lijkt mijn angst voor het leven te zijn geblust. Tevreden geniet ik van mijn rust.

    Liefs,

    Rosan

     

    Relatie beëindigen of toch doorgaan: hoe bepaal je wat wijsheid is?

    Veel mensen twijfelen of ze verder moeten gaan met hun relatie. De meest voorkomende redenen voor een breuk: de sleur sloop er in, de liefde is op, de partner is vreemdgegaan of je bent zelf verliefd geworden op een ander.

    We weten allemaal wel dat het gras meestal niet écht groener is bij de buren. Sleur hoort nu eenmaal vaak bij een lange(re) relatie. Daar tegenover staat wel dat je heel vertrouwd bent met je partner, dat jullie elkaar vaak erg goed kennen en dat je je veilig voelt bij je partner.

    Als je partner is vreemdgegaan of jij zelf, is er – in tegenstelling tot sleur – meestal wel echt iets kapot gegaan.

    Lees verder onder de foto

    Of je zelf nu degene bent die zelf vreemd is gegaan of jouw partner: er is een breuk in het vertrouwen ontstaan en die krijg je niet zo een, twee, drie hersteld. Het vertrouwen terug winnen van je partner kost heel veel geduld, tijd en openheid. Ook is een vereiste dat er geen enkel contact meer is met de minnaar of minnares, anders maakt de partner al geen kans meer. Na jaren samen zijn kun je natuurlijk moeilijk op tegen een nieuw, spannend iemand en vlinders die door de kamer fladderen.

    Of de sleur nu is ingeslagen, of het vertrouwen kapot is: communicatie is het allerbelangrijkst. Openheid over de problemen die in je relatie geslopen zijn is van cruciaal belang. Als je niet bruut eerlijk tegen elkaar kunt zijn, maakt je relatie geen schijn van kans.

    Vaak worden in de loop der jaren de leuke dingen vergeten. Eens zomaar een kadootje kopen voor je partner of spontaan een weekendje weg boeken is er vaak niet meer bij. Toch blijft daten met je partner belangrijk: bewust tijd maken voor elkaar.

    Uiteenlopende interesses

    Uiteenlopende interesses kunnen voor problemen zorgen! Na verloop van tijd wordt het vervelend als je partner hele andere dingen wil dan jij. Wat als jouw partner het liefst het hele weekend actief er op uit trekt, terwijl jij het liefst met een goed boek en een glas wijn op de bank zit? Wat als je partner van festival naar club wil trekken als jij om tien uur ’s avonds het liefst onder de wol kruipt? Dit zijn allemaal zaken die er voor kunnen zorgen dat jij en je partner van elkaar verwijderd raken. In plaats van focussen op de verschillen in interesses kan het helpen om te zoeken naar dingen die je wél graag samen doet.

    Lees verder onder de foto

    Wat als jullie karakters botsen?

    Opposites attract. Dit is waar. Maar na verloop van tijd kunnen twee heel verschillende karakters gaan botsen. Dit kan leiden tot veel ruzies. Als je denkt dat je je partner kunt veranderen: think again. Alleen als iemand het zelf echt heel graag wil, kunnen bepaalde dingen wel wat aangepast worden en kunnen compromissen gezocht worden. Maar van een heel introvert persoon een extravert iemand maken? Dat gaat je niet lukken. In feite komt het er op neer dat wanneer je het karakter van je partner niet kunt accepteren, stoppen met de relatie de enige optie is. Hoe fijn zou jij het zelf vinden als iemand alles aan jouw persoonlijkheid zou willen veranderen? Als je elkaars karakter niet accepteert, maak je over veertig jaar nog steeds dezelfde ruzies.

    No-no’s

    Ten slotte: Veel relatieproblemen zijn met goede communicatie en motivatie van beide kanten wel aan te pakken. Als er liefde genoeg is, vind je vaak wel een weg om weer dichter bij elkaar te komen, al dan niet met behulp van een relatietherapeut.

    Maar er zijn een aantal no-no’s in relatieland, de zogeheten red flags, waarbij je maar beter meteen kunt stoppen:

    • Geweld: als je partner jou (en/ of je kinderen) mishandelt, (fysiek of mentaal) zorg dan dat je de hulp zoekt om op een veilige manier weg te gaan bij je partner. Geweld is nooit oké, onder geen enkele omstandigheden. Jij bent het niet schuld, wat je ook verteld wordt. Zit jij in een relatie waarin je mishandeld wordt? Neem dan contact op met Veilig Thuis. Ook als je twijfelt.
    • Verslaving: Als je partner alcohol- of drugsverslaafd is (of wordt), is het heel moeilijk om hem of haar te blijven steunen. Het misbruik van alcohol of drugs sloopt relaties, zorgt voor problemen op het gebied van werk, veiligheid, financiën en je emotionele veiligheid. Is jouw partner verslaafd? Lees dan deze folder voor partners of neem contact op met je huisarts.

    Ophef over Curvy paspop van Nike: blijkbaar mogen wij dikkere vrouwen niet sporten? – door VIP blogger Inge

    De wereld blijkt in shock te zijn, Nike heeft een curvy paspop in zijn winkel in Londen staan. En de hele wereld vind daar wat van, net zoals de dames aan de desk van RTL-boulevard.

    Alle cliché’s vliegen wel zo’n beetje over de desk, hoe bedoel je bodyshaming?! Maar het zijn juist de mannen die het voor “ons dikkerdjes” opnemen.

    Bijzonder om te zien wat er gebeurt als een groot merk met behoorlijk wat aanzien buiten de bekende hokjes denkt. Ik persoonlijk vind dat Nike met zijn tijd mee gaat, want waarom zouden de paspoppen toch voor altijd en eeuwig in maatje XS moeten blijven.

    Alhoewel ik gisteren begrepen heb, dat maatje 48/50 echt te groot is en te extreem. Bah! Wat een rot opmerking!

    Het zijn juist door deze opmerkingen en door deze mensen, dat “wij dikkerdjes” soms niet eens durfen te sporten. Of überhaupt soms zelfs de straat niet meer op durfen (of in ieder geval met frisse tegenzin). Juist door deze walgelijke mensen met deze walgelijke vooroordelen.

    Dik zijn is niet altijd een keuze, ik zou ook graag een maatje minder willen (wel meerdere ook). Maar dat is me helaas (nog) niet gegeven. En geloof me, ik heb al van alles geprobeerd, zonder resultaat en met nog meer frustratie. Ik voldoe niet aan de normen en dat is een bittere pil waardoor ik op heel wat blaren zit en moet zitten.

    Of was het nou de onzekerheid van de dames die hun parten speelde? Dat wij “dikkerdjes” de overhand gaan nemen en dat zij buiten de normen gaan vallen? Buiten de bekende hokjes? Niet meer zo perfect zijn?

    Ik strooi wat liefde, over alle maten……

    Liefs,

    Inge

    Inge’s blog kun je volgen via Instagram:
    https://instagram.com/lief.dagboek2.0

    Facebook: lief.dagboek2.0

    Hoe het is om model te zijn: door Rosan

    Door Chrisje VIP blogger Rosan

    Hoe is het om model te zijn? Een vraag die ik soms krijg. Eigenlijk heb ik er niet direct een antwoord op. Ik ben namelijk gewoon ‘ik’. Ik ben niet ‘model’, ik ben Rosan. Daarbij ben ik ook geen ‘Doutzen Kroes’ die elke dag voor de camera’s staat en met lange elegante benen over de catwalk paradeert. Het is voor mij meer een bijbaantje. Ik pas verder niet echt in het beeld van een ‘model’ met mijn net iets te kleine postuur en te brede benen.

    Om toch met een antwoord te komen zal ik vertellen over mijn ervaring in het modellenwerk. Het is namelijk niet zo glamorous als sommige mensen denken…

    Pas geleden mocht ik een show lopen voor Schwarzkopf tijdens de Coiffure Award. Dat was erg leuk, maar mijn haar moest kort. Ik vond dat zelf uiteindelijk wel prima. Mijn omgeving was echter in diepe rouw omdat ze blijkbaar toch wel gehecht waren aan de keratine die zich op mijn hoofd bevond. Ondanks het leed dat ik eventueel bij mijn omgeving veroorzaakte besloot ik toch door te zetten.

    Voor de dag van de show werkelijk was gearriveerd was er ook nog een prep-dag. Tijdens deze dag werd mijn haar geverfd, maar nog niet geknipt. Ik moest nog een paar dagen met een kapsel lopen dat voorop porno-blond was en achterop bijna zwart (donker koper). Toen ik mij dus tijdens de dagen voor de show weer tussen mijn medemensen voegde, was voor veel mensen het rouwproces al begonnen. Ik kon zelf op dat moment echter niet meer wachten tot het geknipt was. Zeker zodat alle andere mensen om me heen dan niet meer zo zenuwachtig zouden doen. Dat werd voor mij namelijk onbewust een rede om te gaan twijfelen. Uiteindelijk was het gelukkig maar haar en werd er niet een been geamputeerd om in het modebeeld te passen. Dus hop, op naar de bewuste dag des oordeels: De Coiffure Award.

    Hoewel de show zelf pas om half negen ’s avonds begon, was ik al om half negen ’s ochtends in Hilversum bij Studio 21 te vinden. Hilversum ligt voor mij echter niet om de hoek dus dat was voor mij een vroege rit. Maar goed, ik was op tijd en ik had er zin in.

    Toen ik daar aankwam zag ik al wat mensen bij de deur staan waar ik me dan ook snel bij voegde. We mochten echter nog niet naar binnen want dat kon pas om negen uur. Op zich was dat niet zo erg geweest als de temperatuur niet probeerde om Antarctica na te bootsen. De wind maakte het ook niet veel beter. Gelukkig ging om negen uur de deur naar onze salon open en konden we onszelf klappertandend en ietwat blauw aangelopen gereedmaken voor een lange dag.

    Eenmaal binnen mochten de meeste andere modellen gelijk door naar de zaal waar de repetitie zou zijn. Ik moest echter in de salon blijven om mijn nieuwe kapsel te verwelkomen. Ik moest wel nog even wachten op de man die mijn haar zou gaan knippen. Tijdens de prep-dag had ik de andere kappers al over hem horen praten. Hij was blijkbaar best een belangrijk iemand. Toch moest je bij hem wel duidelijk aangeven wanneer je het kapsel te kort vindt worden omdat hij anders ongestoord door blijft knippen tot je het zelfde kapsel als hem hebt: kaal. Hoewel ik niet denk dat dat letterlijk zo is, nam ik me wel voor dat ik hiervoor moest waken.

    Na een tijdje kwam de man ietwat gehaast binnen. Hij begon direct iedereen twee kussen op de wang te geven. Ook de modellen die hij al kende van een eerdere show werden op deze wijze begroet. Aan de gezichten van de modellen te zien waren ze ietwat overweldigd door deze begroeting, maar ze leken er aan de andere kant ook wel weer trots op. Want hé, deze man is best wel belangrijk.

    Intussen zit ik al ietwat zenuwachtig op mijn stoel te draaien en de man lijkt al snel zijn weg naar mij gevonden te hebben. Hij is netjes gekleed in de werkkleding van Schwarzkopf en heeft een strak geschoren stoppeltjesbaard dat zijn kale schedel mooi accentueert. We schudden elkaars hand en stellen ons voor waarna ik al gelijk zijn naam vergeten ben. Ik kan mezelf dan ook wel voor mijn kop slaan omdat zijn naam waarschijnlijk best belangrijk is om te onthouden.  

    In ieder geval begint hij al snel met knippen waarbij ik af en toe met mijn hand onder het schort de haren die er op zijn gevallen in verschillende etappes naar de grond begeleid. Hij vraagt nog of ik het spannend vind omdat het zo kort wordt. Daarop antwoord ik dat ik het wel mee vind vallen en dat ik niet zo gehecht ben aan mijn lange haar. Shit… Dat had ik wat voorzichtiger moeten zeggen. Nu krijg ik vast een kaal hoofd. Denk ik angstig. Echter durf ik nu niet meer te zeggen dat ik toch wel enige lengte over wil houden dus ik zwijg vervolgens en wacht gespannen mijn vonnis af. We maken nog wel wat grapjes over mijn kleine flapoortjes (waar ik zelf over begon) en het is vooral ook heel gezellig.

    Uiteindelijk lijkt de schade van de knipbeurt mee te vallen. Wel zegt hij erbij dat dit slechts een beginnetje was en dat ik eerst nog geverfd ga worden. Prima, dan word ik straks kaal. Ik verplaats naar een andere stoel waar uiteindelijk drie mensen met mijn haar bezig zijn. Er worden steeds meer folies op mijn hoofd geplaatst met koperkleurige verf ertussen die de overgang van donker naar licht meer moet schakeren. Uiteindelijk hebben de folies mij volledig het zicht ontnomen en kan ik slechts nog naar de reflectie van mijn eigen ogen kijken. Folie is overigens ook niet het meest verkoelende materiaal ter wereld. Waar ik het in het begin van de ochtend dan ook ijskoud had, voelde ik nu hoe mijn hoofd steeds meer voelde alsof het in een oven was geplaatst. Omdat ik niks kon zien kon ik ook niet echt iets doen zoals op mijn telefoon kijken. Het folie zorgde er ook voor dat ik niks kon horen dus een wezenlijk gesprek zat er ook niet in. Dit hele proces heeft ruim anderhalf uur in beslag genomen.

    Toen kwam eindelijk de bevrijding: het wassen. Ik werd naar de wastafel begeleid omdat ik niks zag. Vervolgens moest ik op een stoel zitten die ervoor stond en mijn nek achterover leggen in die altijd weer oncomfortabele positie. Terwijl mijn hals steeds meer verkrampte en ik voelde hoe er waarachtig een sixpack op mijn nek werd gekweekt, werden de folies een voor een van mijn hoofd gehaald en mijn haar uitgespoeld. Na een tijdje stopte de persoon die mijn haar aan het uitspoelen was echter plots. Hij riep er iemand bij om mee te kijken. “Hoe kan ik dit oplossen!?” Zei hij ietwat gespannen. Ik voelde op dat moment ook een spanning in mij opkruipen en verwachtte zo in de spiegel dan ook een monster tegen te komen met haar dat paars was met gele stippels. Echter bleek al snel dat het ging om vlekjes op de hoofdhuid van de verf. Gelukkig, dat valt wel mee.

    De man kreeg vervolgens een soort subtiel schuursponsje aangereikt waarmee hij mijn hoofd begon te boenen. Hij vroeg nog of dit pijn deed en ik zei dat dit niet het geval was. Nadat ik dat had gezegd begon hij opeens als een bezetene op één punt te boenen wat dus wel heel erg pijn deed. Nu durfde ik er echter niks meer over te zeggen (wat niet heel slim was). Later bleek dat de hoofdhuid dusdanig was kapot geschuurd dat ik de halve dag een doekje tegen mijn hoofd aan moest houden om te voorkomen dat de vuurrode kapotte plek niet allemaal vocht over mijn gezicht deed sijpelen.

    Enfin, ik had het eerste kleine debacle overleeft. Met mijn haren nog drijfnat werd ik plots met haastige spoed naar het podium gestuurd omdat mijn repetitie al begon. Ik rende ietwat overvallen en struikelend achter iemand aan die mij naar het podium begeleide. Vervolgens rende ik een donkere zaal in en ik had geen flauw idee waar ik heen moest. Uiteindelijk vond ik nog wat mede lotgenoten die in de zaal stonden en niet zo goed wisten wat ze moesten doen. Ik ging bij ze staan en deed alvast mijn hakken aan voor het oefenen. Vervolgens werden we snel het toneel op geroepen en kregen we soort van half uitgelegd wat we moesten doen.

    Nu denk je waarschijnlijk: Maar je hoeft toch alleen maar even heen en weer te lopen op zo’n catwalk? Nou, nee dus. We kregen een ware choreografie. We hadden ongeveer zes punten waar we rekening mee moesten houden en momenten waar we moesten gaan dansen. Jazeker: dansen. Persoonlijk vond ik dat super tof, maar ik was ietwat overrompeld aangezien het binnen tien seconden werd uitgelegd en ik door mijn natte haar dat over mijn lichaam uitdruppelde langzaam onderkoelde. We werden snel naar onze plek begeleid, de muziek startte en de repetitie begon gelijk. Ietwat verdwaald acteerde ik maar alsof ik wist wat ik aan het doen was, maar eigenlijk had ik geen flauw idee waar we precies mee bezig waren. Bij de tweede keer begreep ik dat het de bedoeling was dat we tijdens het lopen gingen dansen en we met de dansers moesten samenwerken in plaats van erbij te lopen als een eendje dat was verdwaald in de grote oceaan. Ik dacht dat ik het de derde keer wellicht echt goed zou gaan doen. Echter was na de tweede keer de repetitie al afgelopen en moesten we door naar boven waar onze make-up en haar zou worden gedaan.

    Ik mocht als een van de eerste mijn haar laten doen door de belangrijke man waarvan ik de naam niet meer wist. Hij was uiteindelijk helemaal blij met het kunstwerk dat hij had gecreëerd en ik vond het ook erg leuk. Echter was er nog een man in de ruimte: ‘de über-belangrijke man’. Deze man was zo belangrijk dat hij Engels sprak en maar gewoon een kloffie droeg omdat zijn imago geen dure kleding behoefte. Deze man vertelde dat mijn haar geheel overeind moest. “Put it up! Put it all up!” Dit betekende dat ik daar noch ongeveer een uur zat terwijl er aan mijn haar werd getrokken, geföhnd en gedaan om het maar overeind te krijgen.

    Eindresultaat: ‘Jimmy Neutron’. Door een van de dansers werd ik ook vergeleken met zo’n speelgoedtrolletje van vroeger. Later werd het meer in de vorm van een hanenkam geboetseerd wat ik erg tof vond. Eindelijk kon ik er ook eens als een punker bijlopen. Toen de ‘über-belangrijke man’ mij vertelde de ik niet voorover mocht buigen omdat anders mijn haar zou afbreken, kreeg ik het wel een beetje benauwd. Maar dat mocht de pret niet drukken.

    Bij de make-up werd mijn wilde look nog extra ‘alien-achtig’ gemaakt door mijn wenkbrauwen heel licht te maken zodat je ze bijna niet meer zag en mijn oogschaduw juist heel erg donker.

    Tussendoor kon ik nog heel even een maaltijd naar binnenwerken, maar al snel moesten we de kleding voor de show aan gaan doen. Het punt is alleen dat je echt niks meer mag doen als je deze kleding aan hebt. Je mag niet meer zomaar zitten. Je mag niet meer zomaar bewegingen maken. Je mag niet meer eten. Je mag niet meer naar het toilet. Je mag alleen nog maar ademen en netjes blijven staan terwijl je langzaam verdrinkt in je eigen angstzweet. Toch mag dat angstzweet ook weer niet te veel zijn omdat je dan de kleding bevuilt. Vervolgens stond ik doodstil in een ruimte met vijftien andere modellen die geen enkel spiertje zomaar durfden te bewegen. Ondanks de verkrampingen in mijn lichaam was het nog best gezellig zo.

    Om half negen was dan eindelijk de show. Na een dag lang voorbereiden konden we eindelijk de dertien minuten pakken waarvoor we dit allemaal deden. Van die dertien minuten stond ik ongeveer drie á vier minuten op het podium. Maar wat was het tof en wat heb ik onwijs genoten. Het was het allemaal waard om eerst in de kou te staan, vervolgens urenlang in de verf te zitten, mijn hoofd kapot te laten schuren, mogelijk mijn haar af te breken als ik vooroverboog en urenlang stil te moeten staan.

    Eenmaal klaar waren we allemaal super tevreden en enthousiast, maar ook bekaf. We waren allemaal uitgenodigd voor de afterparty, maar we gingen allemaal na de show naar huis. Dat werd dus een feestje zonder modellen. Mijn haar werd nog even met grote spelden platgemaakt omdat ik anders niet in de auto paste. Daarna kon ook ik – moe maar voldoen – naar huis.

    Eenmaal thuis haalde ik de make-up van mijn gezicht en stapte ik onder de douche. Ik liet het warme water de hairspray uit mijn haar spoelen waarna het langs mijn lichaam richting het doucheputje gleed. Ik stapte toen ik klaar was de douche uit en de zelfverzekerde punker was weer verandert in het meisje dat zich soms afvraagt waarom ze haar als model willen inzetten. Ik ben eigenlijk te klein. Mijn benen te breed. Mijn voorkomen ietwat klunzig. Ik ben maar gewoon een meisje. Ik ben maar gewoon Rosan. Toch ben ik blijkbaar ook model. Terwijl ik me zo totaal niet voel. Zou Doutzen Kroes dit soms ook van zichzelf denken?

    Mijn lichaam verplaatst zich naar bed. Ik ga liggen en trek de dekens over me heen. Waar ik daarnet nog op een groot podium stond lig ik nu weer kwetsbaar in bed, omringt door mijn teddyberen. Ik sluit mijn ogen en verwelkom de slaap die mij de ongelooflijke dag van vandaag helpt verwerken. Vannacht kan ik nog even nagenieten, morgen ben ik weer het gewone meisje. Morgen ben ik weer gewoon Rosan.

     

    Rosan: “Als ik aan mensen probeer uit te leggen dat ik gender fluid en panseksueel ben, merk ik hoe ingewikkeld het klinkt.”

    Ik ben een vrouw, maar niet altijd evenveel. Soms voel ik me namelijk meer man. Hoewel ik mij er geheel van bewust ben dat ik in het bezit ben van een ‘flamoes’ en dus het vrouwelijke geslacht heb, identificeer ik me er niet altijd evenveel mee.

    Waar ik de ene dag het meest ‘vrouwelijke’ schepsel op de planeet ben, kan ik een andere dag me toch echt gedragen als een vent. Althans, dat is hoe de maatschappij dat vaak ziet. Vanuit mijn perspectief is er namelijk niet direct zoiets als ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ gedrag. Er is vooral gewoon ‘gedrag’.

    Op de dagen dat ik me meer als ‘man’ gedraag (volgens de maatschappelijke normen) zul je me ook echt niet in een jurkje met hakken zien. Dat past dan gewoon echt totaal niet bij me. Terwijl ik een andere dag in de meeste meisjes-achtige kleding door de straten huppel en alles ‘fabulous’ noem.

    Heb ik dan een dubbele persoonlijkheid? Nee.

    Dit valt onder de noemer: Gender Fluid. Een constante mix van het ervaren van de genders ‘jongen en meisje’ waarbij je je de ene dag meer als een van de twee voelt dan de andere dag.

    Toch heb ik soms moeite met deze benaming omdat ik mijn ‘mannelijke’ dagen niet per se als mannelijk zie. Gedrag is voor mij immers niet direct aan gender gerelateerd. Toch kan ik me qua gevoel soms wel meer man voelen, ongeacht mijn gedrag.

    Klinkt dat verwarrend?  Welkom in mijn hoofd… Gelukkig was ik al gek, dus dit kan er ook wel bij. 😉

    Uiteindelijk zou het ook niet echt uit moeten maken of ik meer meisje of jongen ben of me zo gedraag. Ik ben bovenal gewoon mens.

    Om het nog iets makkelijker te maken ben ik qua seksuele oriëntatie panseksueel. Dat betekent dat ik op pannen val en ik voel me vooral aangetrokken tot steelpannen. Oké, dat is niet wat het betekent. Ik val beide op mannen en vrouwen. Maar anders dan bij bi-seksualiteit, maakt het me eigenlijk helemaal niet uit of iemand zich als man, vrouw, non-binary, gender fluid, trans, etc. identificeert. Ik val namelijk op iemands persoonlijkheid en niet op het fysieke geslacht of gender.

    Natuurlijk vind ik het ook fijn als iemand er lichamelijk goed en gezond uitziet. Echter maakt het me niet zoveel uit wat voor fysieke aspecten omtrent geslacht er aanwezig zijn. Heb je een flamoes? Top. Heb je een langer aanhangsel? Ook goed. Zie je eruit alsof je een langer aanhangsel hebt, maar heb je eigenlijk een flamoes? Ook helemaal oké. Piemels, vagina’s, slangen, poezen, aanhangsels, flamoes, derde been, punani, weet ik het wat allemaal. Het is mij allemaal om het even.

    Sommige mensen lijken het niet helemaal te begrijpen als ik mijn gender en seksuele oriëntatie probeer uit te leggen. Als ik het uitleg kom ik er soms zelf ook achter dat het best ingewikkeld klinkt. Dan vertel ik de ander uiteindelijk maar gewoon dat het belangrijkste is dat ik liefheb en dat ik ben wie ik ben. Want daar gaat het toch uiteindelijk om?

    Ook heb ik de hele wereld dus als potentiële partner. Dat is de luxe die ik dan weer wel heb. En zelfs dan ben ik nog single. Dat noemen we pas zelfcontrole. Of ligt het meer aan de gebreken in mijn sociale communicatie? Wie weet, maar dat is weer een onderwerp voor een andere blog….

    Liefs,

    Rosan

    Wist ik toen maar wat ik nu weet: wat onzekerheid met je doet – door Chrisje VIP blogger Inge

    Wist ik toen maar, wat ik nu weet. Dat had een hoop ellende bespaart, zowel voor en bij mij als “die ander” (in de ruimste zin van het woord). Ik begrijp uiteraard, dat ik al die leermomenten heb moeten opdoen om juist hier te kunnen staan. Maar het pijn doen van mezelf en ook de ander, is niet echt iets om trots op te zijn en is sowieso geen fijne gedachte.

    Ik heb altijd vanuit de verkeerde emotie gehandeld: onzekerheid. Dat is – net als angst  – geen goede raadgever. Onzekerheid brengt je constant in de nesten en als die er even niet zijn, dan creëert deze raadgever het wel. Al die stemmetjes in je hoofd, die je een verkeerde realiteit doen geloven.

    Nu handel ik vanuit mijn hart en dat gaat uiteraard echt nog niet altijd goed (maar ja, wat is goed?). Soms is er wat ruis op de lijn, omdat er dan nog wat wild lopende raadgevers aan het blèren zijn. Ik ben immers elke dag moe, heb elke dag pijn en dat is niet altijd een goede combinatie.

    Het is denk ik moeilijk voor te stellen, wat onzekerheid met je doet.

    Je wordt daar echt geen leuker mens van, ik althans niet. Altijd maar dat éne gevoel in je hoofd, “je bent niet goed genoeg”. En met dat gevoel betrek je alles wat er gebeurt en gezegd wordt op jezelf en ziet de wereld er alles behalve dan rooskleurig uit. Dat gevoel gooit alles over hoop en dan wil je eigenlijk van alles en iedereen wegrennen. Totaal geen eigen waarde en dat wat je van waarde in je handen hebt, durf je amper vast te pakken en / of te houden (lees; je jaagt het zelfs weg). Kortom, elke dag in gevecht met de saboterende gedachtes en je leuke zelf.

    Inmiddels wéét ik beter (alhoewel het nog niet altijd zo voelt), ik ben wel goed genoeg!! En of dat genoeg is voor die ander, dat ligt niet aan mij, maar aan die ander. En dat zegt niets over mij, maar over de ander. Iets met een potje en een dekseltje, het past of het past niet: maar dan moet je uiteraard niet het schroefdraad gaan forceren.

    Warme groet,

    Inge Heutenik

    Inge’s blog kun je volgen via Instagram:
    https://instagram.com/lief.dagboek2.0

    Facebook: lief.dagboek2.0

    img_4999

    Voor het eerst een dagje naar het strand met dreumes: door mama-Ri

    door Mama-Ri

    De eerste zomerse dag in Nederland is een feit en zowaar bereikt de temperatuur van dertig graden ons een keer in het weekend! Menig gezin pakt het parasolletje, badlaken en de koelbox en vertrekt richting een zwemwater. Zo simpel is dat. Of eigenlijk, zo simpel was dat.

    Waar ik tot een maand of achttien geleden op een warme dag zo de deur uit liep, ben ik nu voor mijn gevoel uren bezig, vergeet ik alsnog de helft en ben ik dus al oververhit voordat de zon op zijn hoogste punt staat. Hoeveel zwemluiers nemen we mee, hebben we wel genoeg water voor de kleine, past ze nog in die oerdegelijke, gele baby zwemband, we nemen ook gewone bandjes mee, maar waar had ik die dingen ook al weer bewaard?

    En dan sta je eindelijk op het punt om weg te gaan, zet je lieve dreumes het nog even op een brullen! Buiten is het bijna dertig graden, in de auto dus een graad of veertig en dan wordt je in zo’n warme, plakkerige autostoel gezet, mét gordels om. Mee eens, het is op zijn minst een jankbuitje waard.

    Drie uur voorbereiding, tien minuten met een gillend kind op de achterbank, inmiddels elf uur ’s ochtends, nog geen kop koffie gezien, de dertig graden komt in zicht, maar we zitten. Op het strand. Heerlijk. En dan nu ontspannen…

    Ontspannen aan het water? Met een kind van anderhalf? Wat een grap.

    Zij eet zand en vindt het heerlijk om ermee tussen haar tanden te knarsen. Wij proberen te wennen aan het koude water, maar zij duikt er vol overgave in. Ze sloopt andere kinderen hun zandkastelen dus wij troosten andermans kinderen en bieden onze excuses aan.  Ook troosten we ons eigen meisje omdat ze zo moe is, maar er zoveel leuke prikkels zijn en ze dus écht niet gaat slapen. Ze maakt contact met andere kindjes, steelt het speelgoed van hun handdoek, waardoor wij contact maken met wildvreemde ouders, waar we voorheen geen woord mee zouden wisselen.

    En uiteindelijk proberen we alles weer in te pakken, inclusief kind en vertrekken we naar huis. Met zand, overal.

    En dan zit ons drukke, zonnige dagje erop en weet je wat scheelt: in Nederland is de volgende zomerse dag die op mijn vrije dag valt waarschijnlijk pas over 2 maanden. Als de kleine helemaal uitgeteld op bed ligt, genieten wij van ons eerste kopje koffie van vandaag met op de achtergrond het typisch Nederlandse onweer na een zonovergoten dag. ‘Een dagje naar het strand 1.0’, oftewel voordat we een dochter hadden, was een dagje ontspanning. ‘Een dagje naar het strand 2.0’ is een dagje inspanning, maar vooral heel veel genieten van de tijd met elkaar. Diep van binnen vraag ik me af hoe mensen dat doen met meerdere kleine kinderen. Hopelijk zal de tijd het ons leren.

    Liefs,

    Mama-Ri

    Wil je meer lezen van Mama-Ri? Dat kan!

    www.Mama-Ri.blog
    Facebook: Mama-Ri

    “Zolang je maar gelukkig wordt!” – door Chrisje’s VIP blogger Rosan van der Zee

    pexels-photo-1282169“Zolang je maar gelukkig wordt.” Dat was wat mijn moeder vroeger altijd tegen me zei. Er lag een hele wereld voor me open. Duizenden of zelfs miljoenen mogelijkheden. Zolang ik maar hard werk, kan ik alles bereiken. The American Dream, maar dan op zijn Nederlands.

    Met deze gedachtegang in mijn achterhoofd ging ik vol goede moed de grote wereld tegemoet. Echter kwam ik er al snel achter dat geluk nog niet zo makkelijk te bereiken is als ik dacht. Ik kwam erachter dat ik ondanks hard werken echt niet alles zou kunnen bereiken wat ik als doel stelde.

    Daarbij liep ik ook nog eens tegen een andere muur op: psychische kwetsbaarheid.

    Want ik heb last van depressies, paniekaanvallen PTSS (in remissie) en autisme. Een mooie cocktail aan labels die ik altijd met me meedraag. Dat klinkt als het perfecte recept voor een leuk feestje, maar van cocktails moet je niet te veel drinken want dan wordt het één groot zooitje. Een beetje is namelijk wel gezellig, maar voor je het weet ben je heel de boel aan het onderkotsen. Nou, dat is dus ongeveer mijn dagelijkse hoeveelheid aan cocktails.

    Hoe ga ik echter samen met mijn cocktail aan labels – mijn psychische kwetsbaarheid – zoiets als geluk vinden? De wereld ligt voor me open en ik lijk maar niet bij dat stukje ‘geluk’ te kunnen komen. Alsof het zich constant in alle hoekjes en gaatjes voor me verbergt en me bij voorbaat al heeft afgewezen. Kan ik wel aan mijn moeders wens voldoen om ‘gelukkig’ te worden? Want hoe meer ik ervoor vecht om gelukkig te worden hoe verder het van mij weg lijkt te vluchten. Moet ik misschien stoppen met zoeken naar iets wat zich niet laat vinden? Moet ik accepteren dat ik niet gelukkig word? Is het beter als ik ook het ‘ongeluk’ een plekje geef? Dan hoef ik het niet meer weg te duwen en dat scheelt heel veel energie.

    Geluk bestaat immers eerder uit het beleven van momenten in plaats van een constante aanwezigheid te zijn. Het leven is nu eenmaal best wel lelijk af en toe, maar in de aller lelijkste lelijkheid is ook schoonheid te vinden. Misschien is mijn cocktail aan labels ook niet alleen maar slecht. Wellicht kan ik er zelfs van genieten als ik het leer te doseren en het om vorm tot een aanwezigheid die ook iets positiefs kan brengen. Misschien dat ik wel leer te leven met de kunst van het (on)gelukkig zijn.

    Dus sorry mam, ‘gelukkig’ zal ik waarschijnlijk niet worden. Laat ik dan maar gewoon mezelf zijn en het leven nemen zoals het is. Misschien kunnen we met mijn cocktail toch soms wel een leuk feestje bouwen? Ik schenk alvast een glaasje voor je in. Proost op het (on)geluk!

    Liefs,

    Rosan van der Zee

    pf

    “Ik ben een verschrikking voor deur aan deur verkopers!” – door Chrisje VIP blogger Rosan

    Ik ben mij er altijd erg van bewust dat ik een verschrikking ben voor deur aan deur verkopers. Niet alleen omdat ik thuis standaard de meest lelijke pyjama combinaties draag en de ‘zombie-look’ als een fashionstatement zie, maar vooral omdat ik ze altijd netjes uit laat praten en ze onbedoeld net te veel hoop geef. Wellicht heeft dat met mijn autisme te maken, maar misschien ben ik hier ook gewoon niet goed in.

    Dat was ook met iemand voor een inzameling van het Rode Kruis…

    Ik ben druk bezig met schoolzaken te ontcijferen als ik de bel hoor gaan. Zoals het hoort, sta ik op en loop ik in mijn prachtige roze badjas, mijn stippeltjes pyjamabroek en gestreept topje naar de deur om open te doen.

    Als ik de deur open, zie ik een jonge spontane knul voor me staan met een rood jasje waarop op zijn linkerborst in het groot ‘Rode Kruis’ staat. Eventjes kijken we elkaar aan en ik verwelkom tegelijkertijd de warmte van de zon die ik vandaag in mijn kluizenaarsbestaan nog niet had gevoeld.

    De jongen steekt zijn hand uit en ik kijk er even naar. Ik realiseer me al snel dat dit een begroeting moet voorstellen dus ik pak zijn hand en rammel een beetje met mijn arm op en neer. Het begin van de conversatie en overtuigingsstrategie van de jongen is hierbij in gang gezet. Enthousiast begint hij zijn verhaal over mensen in Syrië die honger hebben en waarvoor zij voedselpakketten doneren. Terwijl hij zijn verhaal doet met allerlei details die voor mij in de warmte van de zon al snel wegsmelten probeer ik me te bedenken of ik het gesprek niet moet afkappen. De jongen doet zijn best en vertelt zijn verhaal op overtuigende wijze, maar ik weet nu al dat ik hem niet kan helpen. Ik heb nu eenmaal met mezelf de afspraak om telefonisch of aan de deur niks te kopen. Zeker sinds ik over de psychologie van de overtuiging heb geleerd. Aan de andere kant pakt het enthousiasme van de jongen mij wel en laat ik mij graag even in de warmte van de zon naar een andere wereld brengen. Wellicht is het voor hem ook wel een goede oefening tussendoor qua presentatie. Zoals verwacht leidt het verhaal ook naar een conclusie: ze hebben geld nodig en ik ben de persoon die dat gaat geven.

    Omdat ik de jongen niet gelijk in een put van teleurstelling wil gooien, reageer ik hier nog niet direct afwijzend op, maar laat ik hem mij een boekje zien waarmee ik me ook weer kan uitschrijven van de maandelijkse betaling. Hierbij vertelt hij hoe fantastisch hij het boekje wel niet vindt. Terwijl hij dit vertelt, vouwt hij het boekje open waardoor het zich ontluikt tot een groot rood kruis. “Kijk hoe fantastisch! Daar word ik nou echt blij van!” Zegt hij nog even ter bevestiging hoe fantastisch dit boekje wel niet is.

    Ik wil antwoorden dat het zeker fantastisch is dat het rodekruis ook nog heeft gedacht aan de esthetische kwaliteit van het boekje waarmee je de betaling kunt beëindigen die mensenlevens redt en dat ze het daarbij ook nog bijna als een cadeautje presenteren dat ik echt moet willen hebben. Maar ik houd mijn mond uiteindelijk maar. In plaats daarvan knik ik vriendelijk.

    Vervolgens legt de jongen uit dat het om een maandelijkse betaling aan het Rode Kruis gaat van minimaal 8 euro en dat is natuurlijk geen geld. Na die woorden wilde ik antwoorden dat ik aan mijn persoonlijke rode kruis maandelijks al genoeg doneer in de vorm van maandverbandjes, maar ik houd toch maar weer mijn mond.

    De jongen vraagt ook nog even hoe oud ik ben en in plaats van het slimme antwoord (15) zeg ik braaf: 22. Nu wordt hij extra enthousiast en vervolgt hij met de vraag: “Ben je toevallig student?” Daarop antwoord ik bevestigend. Zijn ogen beginnen te sprankelen en hij maakt nog net geen huppeltje en zegt blij: “Dan heb ik voor ‘jou’ een speciale aanbieding! Jij hoeft dan maar minimaal 6 euro per maand te betalen!”

    ‘Nou, wat fantastisch. Krijg ik én een esthetisch goedogend Rodekruis uitschrijfboekje en 2 euro korting op mijn donaties.’ Denk ik in mijn meest Rotterdamse accent.

    Nu besluit ik dat ik toch maar moet zeggen dat dit hem niet gaat worden, hoe lastig dat ook is. Ik kijk de jongen vriendelijk aan en zeg hem dat ik een erg dure maand heb gehad (Wat ook daadwerkelijk zo is). Daarop antwoordt hij dat hij dat ook heeft gehad, maar dat hij speciaal voor dit goede doel tijdens het uitgaan twee biertjes heeft laten. Zo kwam hij al snel aan zijn 6 euro. Daarop antwoord ik droogjes: “Ik ga niet uit…”

    De jongen kijkt me even aan alsof ik hem zojuist heb vertelt dat ik net in mijn achtertuin een zeehondje heb doodgeknuppeld. “Ga je… ga je ook niet soms gezellig weg met vriendinnen?” vraagt hij aarzelend en ik zie hoe hij een nieuwe verkoopstrategie probeert te vinden.

    “Nope.” Antwoord ik kort maar krachtig. “Maarrr… Ik heb wel een paard en dat is vooral duur.” Ik wil me even voor mijn hoofd slaan want ik weet dat ik hem zojuist een nieuwe strategie in de handen heb geduwd en dat is ‘de kracht van overeenkomsten’. Zijn ogen beginnen dan ook te fonkelen en hij antwoordt snel: “Mijn zusje heeft ook een paard! Hoe lang rijd je al paard?… Wauw, zo lang al… Is het een mannetje of een vrouwtje? …Een ruin? Nou ik zie dat je vrij slank bent, kan je dan zo’n sterk mannetjes paard wel aan?”

    Eventjes kijk ik hem aan met een vriendelijke dodenblik en vraag me af of dit nu zojuist een compliment was of meer een negatieve gender gerelateerde opmerking. Omdat het me eigenlijk niet zoveel uitmaakt antwoord ik slechts kort: “Ja.”

    Nu wendt hij zich weer snel naar het feit dat hij me wel kan helpen met het invullen van het formulier en dat ik daarna ook nog zo’n fantastisch esthetisch goedogend Rode Kruis uitschrijfboekje krijg. Hierop zeg ik dat ik er liever nog even over nadenk voordat ik me gelijk aan iets vastleg. Hij wijst me er echter snel op dat deze actie in Hellevoetsluis slechts vandaag geldt en alleen aan de deur kan worden afgesloten. Ik frons vervolgens met mijn wenkbrauwen. Want welk goed doel wil slechts één moment gebruiken om geld in te zamelen voor hun actie? Vervolgens realiseer ik me dat juist dat ook een verkoopstrategie is omdat het schaars en tijdelijk is en daarom dus aanlokkelijk. Wanneer hij zegt dat ik misschien volgende week spijt heb als ik dit nu niet doe, weet ik zeker dat ik klaar ben met dit gesprek.

    Ik zeg snel dat het hem voor mij niet gaat worden als het nu gelijk moet, maar dat ik het nog wel even aan mijn vader zal vragen. Vervolgens roep ik willekeurig door het huis naar mijn vader en doe ik alsof ik naar hem opzoek ben. Ik weet dat hij in de tuin is, maar ga hem hier nu niet mee belasten (en ik weet zijn reactie al).

    Zonder hoorbare reactie van mijn vader loop ik terug naar de voordeur en zeg ik teleurgesteld dat hij niet thuis is en ik hem helaas niet verder kan helpen. De hoop verdwijnt uit de ogen van de jongen en even voel ik mij schuldig. Hij herpakt zich en zegt dat hij het dan maar bij iemand anders probeert. Hij laat zijn schouders zakken, draait zich om en loopt weg. Ik wend mijn blik nog even naar de zon en neem het laatste beetje warmte in mij op voor ik de deur sluit. Ik draai me nu ook om en loop in mijn prachtige roze badjas, mijn stippeltjes pyjamabroek en gestreept topje richting het bureau waaraan ik in mijn kluizenaarsbestaan aan het werk was. “Zo, nu weer verder met het voorbereiden van mijn stage.” Zeg ik terwijl ik nog nageniet van het warme zonnetje van daarnet.

    Dit is hoe het bij mij vaker gaat bij deur aan deur verkoop. Ik denk er veel te veel over na en kan het niet in me opbrengen om iemand gelijk te vertellen dat hij/zij het beter ergens anders kan proberen. In plaats daarvan zoek ik allerlei omwegen die uiteindelijk naar hetzelfde leiden, maar dan op een veel onhandigere en langere manier. Ook doe ik onbewust aan een analyse omtrent een verkoopstrategie (waar ik een hekel aan heb). Daarbij vind ik het Rode Kruis oprecht een goed doel, maar ik wil altijd ergens over na kunnen denken voordat ik een donatie doe. Als dat van me wordt afgenomen, houdt het voor mij op.

    Een zeer lang verhaal over een terugkerend fenomeen in mijn leven. Wellicht dat mensen zich er wel in herkennen. Toch hoop ik voor jullie dat jullie de ander wel gewoon vriendelijk kunnen afwijzen om deze heisa te voorkomen.

    Liefs,

    Rosan

    Mijn eerste kater!

    Door Chrisje VIP blogger Inge

    Ik heb vandaag voor het eerst in mijn leven een kater. En niet zo eentje die miauw zegt, nee eentje die loopt te rellen in je lichaam, die mi-auwww zegt dus. En ik weet nou niet of ik daar trots op moet zijn of me vreselijk moet gaan schamen. Ik weet wel dat het éénmalig is.

    Het was gisteravond meer dan gezellig en dan wordt er niet gekeken naar een glaasje meer of minder. Ik heb überhaupt de glaasjes niet gezien ook, ik verkeerde in goed gezelschap en daar lag mijn focus. Vannacht had ik daar graag op terug willen komen, maar het is me niet gelukt om de tijd terug te draaien (heb ik weer).

    En wat is het dan rot dat je alleen bent, dat niemand je even kan verzorgen. Niemand die even je handje vast houdt en over je rug wrijft.

    Maar wat is het dan ook heerlijk dat je alleen bent. Ik heb heel charmant met een emmer onder mijn oksel door het huis kunnen slenteren (daar waar mijn make up inmiddels ook zat). Ik heb heerlijk zelfmedelijden kunnen hebben en me vooral ellendig zitten en liggen voelen.

    Lesje geleerd! Nooit meer met een goede vriend doorhalen. Of lag het toch niet aan het gezelschap? En lag het toch aan die glaasjes? Volgende keer maar gewoon opletten, varifocus aanzetten en ik ga voorlopig aan de ranja met een rietje, dan ben ik namelijk net zo leuk.

    Ik strooi wat liefde, vooral naar die kater……

    Warme groet,

    Inge 

    Inge’s blog kun je volgen via Instagram: https://instagram.com/lief.dagboek2.0?igshid=4ne1ml3a16ch

    Facebook: lief.dagboek2.0

    “Ik begrijp haar keuze. Ook ik ben misbruikt.” – door VIP blogger Rosan

    door Chrisje VIP blogger Rosan van der Zee

    pfIk voel me niet goed. Waarom? Er is een meisje overleden; Noa. Ze was pas 17 jaar. Ik ken haar niet. Ik wist pas dat ze bestond toen ik las dat ze was overleden. Een zelfgekozen dood. Op de ene pagina stond dat het kwam door euthanasie en ergens anders werd dit gerectificeerd: er was geen sprake van euthanasie.

    Volgens de teksten wilde ze niet meer leven door haar trauma’s. Ze mocht geen euthanasie, want daarvoor was ze te jong. Eerst nog traumabehandeling. Was er ook nog een andere optie? Nee. Uiteindelijk besloot ze te stoppen met eten en drinken, begeleid door haar artsen. Blijkbaar kon dat wel.
    Jezelf uit moeten hongeren om zo uiteindelijk te sterven. Na een leven lang vechten.

    Voor haar was de weg die er nog werd uitgezet niet te bewandelen, maar er was geen andere weg meer om te bewandelen. Die weg bestond immers niet. Ze was losgelaten en spartelend achtergelaten in een wereld die zei niets anders meer te kunnen bieden dan die ene weg.

    Ze was zeventien jaar. Ze was een strijder. Nu is ze dood. Maar dat deed ze natuurlijk zelf. Het was haar keuze. Niemand die daar meer iets aan kon doen. Vogelvrij verklaard.
    Iets in mij voelt zich schuldig om dit allemaal te lezen. Alsof ik inbreek in iemand anders leven. In iemands anders gevecht waar ik niet zomaar een oordeel over kan vellen. Echter: de hele wereld lijkt hier opeens over te kunnen oordelen. Er wordt van alles geschreeuwd en iedereen lijkt de enige waarheid te kennen.

    En ik?

    Ik zit op de bank. In stilte.

    Eigenlijk wilde ik er niks over schrijven. Wilde ik het voorbij laten gaan en de pijn er dan maar laten zijn. Maar ik kan mijn ogen hier niet voor sluiten.

    Ik herken mezelf in dit meisje. Ook ik ben zwaar misbruikt. Ik heb dingen meegemaakt die niemand mee zou moeten maken. Ook mijn lichaam heeft altijd als mijn vijand gevoeld. Ook ik wilde op mijn zeventiende dood. Soms wil ik dat nog. Maar ik leef nog. Ik ben er nog.

    Toch kan ik niet zeggen dat zij dan ook maar door had moeten leven. Dat ze niet op had moeten geven. Want ik kan nooit weten wat zij allemaal heeft gevoeld en hoezeer ze heeft geleden. Hoeveel ik ook in haar verhaal herken. Ik geloof haar als ze zegt dat haar lijden ondraaglijk was. Als er dan slechts nog één weg wordt aangeboden om verder te kunnen gaan – een weg die niet door haarzelf kon worden bepaald – dan begrijp ik dat dat als een onmogelijk obstakel voelt.

    Wel heb ik het er moeilijk mee. Want ik had het fijn gevonden als dit nieuws nooit de wereld had bereikt. Als het nooit was gebeurd. Als ze op haar manier haar leven weer had kunnen leiden in plaats van lijden.

    Maar wie ben ik, om daar over te oordelen. Ik ben slechts iemand die een tekst leest op een pagina waarvan ik weet dat het nooit het verhaal volledig kan vertellen zoals het is. Waarvan ik niet eens weet of het wel de volledige waarheid vertelt. Ik ben slechts een toeschouwer van iemand anders verhaal. Een verhaal dat op mijn verhaal lijkt weliswaar, maar het is niet mijn verhaal. Ik lees het en ik neem het met me mee zonder een definitief oordeel te vellen. Ik heb dus slechts een beleving zonder duidelijk kader. Dat is oké. Want ook dat telt mee.

    Daar zit ik dan. Op de bank. Een hoofd gevuld met zorgen, maar toch nog denkend aan morgen. Ik leef nog. Ik ben er nog. Maar dat is mijn verhaal. Van niemand anders. Dat weet iedereen, toch?

    Ik hoop dat je je rust hebt gevonden, Noa.

    Rosan van der Zee 
    Chrisje VIP Blogger

    Heb jij hulp nodig? Dan kun je contact opnemen met Stichting 113 Zelfmoordpreventie via 0900-0113 (24 uur per dag, zeven dagen per week bereikbaar) en 113.nl. 

     

    Als je elke dag pijn hebt

    Toen ik negentien was, kwam ik via mijn huisarts bij een reumatoloog terecht. Die vertelde mij na een aantal onderzoeken dat ik fibromyalgie heb, oftewel weke delen reuma. “Je kunt er honderd jaar mee worden, je moet alleen leren omgaan met de pijn.” zei de beste man, en daar stond ik weer, buiten. Op dat moment leek het leren omgaan met de pijn waar ik dagelijks door geplaagd werd onmogelijk. Hoe moest ik daar mee leren omgaan? Ik voelde me behoorlijk wanhopig. Ik besloot me (op advies) aan te sluiten bij een praatgroepje met lotgenoten. Ook zij hadden fibromyalgie. Ik ben denk ik een keer of drie gegaan, voordat ik besloot er mee te stoppen. Ieder zijn ding, maar ik werd ernstig depressief van hoe negatief zij spraken over hun pijn; het leek eerder een klaagclubje (een beetje een wedstrijd wie heeft de meeste pijn) dan een lotgenotengroep waarbij je echt steun kreeg.

    Met alle begrip voor mensen die daar steun aan hebben; ik had juist behoefte aan lotgenotencontact met mensen die me positieve tips konden geven.

    Uiteindelijk heb ik die lotgenotengroep niet gevonden, maar in de loop der jaren heb ik wel op eigen houtje goed leren omgaan met dagelijkse pijn. Je went er op de een of andere manier ook aan; je leert te leven met en ondanks. Daarbij ben ik dankbaar voor het feit dat ik heel eigenwijs ben; ik vertik het om mij door pijn er onder te laten krijgen. Ik weiger me te laten leiden door pijn. Ik wil er ook niet te veel over praten, want ik heb gemerkt dat hoe meer ik over mijn pijn praat, des te erger het lijkt te worden.

    Als je alleen maar gaat focussen op je pijn, heb je bijna geen leven meer over.

    Een paar jaar geleden kwam er artrose bij, in mijn nek en kaak. Dat vond ik wel weer even een moeilijk moment. Vooral omdat de beperkingen die er bij komen kijken blijvend zijn en simpelweg niet “weg te masseren”. Toch leer ik hier ook weer mee omgaan. Ik ga mijn pijn vooral praktisch te lijf: ik heb verschillende kussens uitgeprobeerd, heb fysio-oefeningen voor als het echt slecht gaat, wandel veel, en ik probeer er gewoon niet bij stil te staan dat artrose doorgaans niet beter maar erger wordt. Als ik daar te veel bij ga stilstaan of te veel over ga praten, zakt de moed me in de schoenen – dat weiger ik, want zo sta ik niet in het leven.

    Misschien lijkt het nu alsof ik in ontkenning rond ren en mijn pijn alleen maar negeer; dat is niet zo. Ik houd wel degelijk rekening met de beperkingen die ik heb.

    Als ik weet dat ik een stapavond, shop-dag of een festival heb, dan plan ik de dag er na niets. Dan moet mijn lichaam herstellen en kan ik heel weinig. Door de artrose in mijn kaak kan ik niet alles zomaar eten. Door de artrose in mijn nek zal ik een aanpassing nodig gaan hebben in de auto en op de fiets, omdat de dode hoek controleren nu nog lukt, maar niet meer van harte. Ik ga praktisch er mee om, maar schenk er verder niet veel aandacht aan; bij chronische pijn vind ik dat ook niet te doen: het leven is veel te leuk om altijd maar over mijn pijn na te denken of te praten.

    Ik ben benieuwd hoe jullie omgaan met chronische pijn. Laat het weten via een reactie! 🙂

    Liefs,

    Chrisje 

    “Het komt niet goed”

    Door Chrisje VIP blogger Selina

    “en nu zie je het wat somber in 

    maar dat wordt erger met de tijd 

    dus wat je steeds onthouden moet 

    het komt nooit meer goed” 

    – Sara kroos, nooit meer goed

     “Het komt wel goed”. Ik krijg het vaak te horen. Te pas en te onpas. Van familie. Vrienden. Of mensen die wat verder van me af staan. Als leuze om me te troosten. Me moed in te spreken. Me weer te doen lachen. Om het gesprek wat luchtiger te maken. En soms om de conversatie te beëindigen. Als discussiedoder. Maar meestal gewoon goed bedoeld. Als hart onder de riem. Als opkikker. Of om me duidelijk te maken dat een luisterend oor geboden wordt. En een schouder om op te huilen. Het is een slogan van goede intenties. Het is de verwoording van een bosje bloemen. Een kaartje. Of een kus. Het is een kreet van hoop. Het gunnen van een “ze leefden nog lang en gelukkig”. Een goede afloop. Al het beste voor de persoon in kwestie. En begrijp me niet verkeerd: Ik maak me er ook wel eens schuldig aan. Gebruik dezelfde woorden regelmatig. Ik ben immers geen natuurtalent in het troosten van de mensen waar ik van hou. Voel me ongemakkelijk bij het geven van knuffels. Of het drogen van tranen. Heb vaak moeite met het vinden van de juiste woorden. En dus zoek ik mijn toevlucht in het “het komt wel goed” credo. Om een vriendin te troosten. Een schoonzus te laten uithuilen. Mijn kleine neefje van zes op te beuren als hij pijn heeft. “Het komt wel goed”. Soms wordt die slagzin gekoppeld aan andere clichés. Iets in de trant van “hou moed”. “Geef niet op”. Een “ik denk aan je”. “Een “sterkte ermee”. Of een “blijf positief”. “Schatje” is ook een populaire, dankzij de schattige krullenbol uit een reclamespot voor vruchtensiroop van zo’n dikke tien jaar geleden.

    “Het komt wel goed”. Mijn wederhelft geloof er heilig in. Herhaalt de mantra om de zoveel tijd eens wanneer hij denkt dat ik het nodig heb. De beste man staat dan ook zo positief in het leven dat het misselijkmakend is. En niet het type ochtendmisselijkheid: een misselijkheid waar we al een jaar of twee naar uit kijken. Nee. Elke vezel in mijn echtgenoot zijn lichaam is walgelijk optimistisch. Hoopgevend. Overtuigd – utterly disgusting- rooskleurig. Het is een karaktertrek waar ik bewondering voor heb en tegelijkertijd verwens (in het geval van hormoonoverdosissen ligt die grens dicht bij elkaar, trust me). En geloof me, ik heb geprobeerd het eruit te schelden. Dat optimisme. Eruit te janken. Eruit te negeren. Eruit te slaan. Maar het mag niet baten. De pisvlek blijft geloven in zonneschijn na de regen. In eind goed, al goed. In morgen wordt het beter. In “het komt wel goed”. Ik heb het hart niet om hem te vertellen dat rozengeur en maneschijn soms achterwege blijven. Dat er niet noodzakelijk regenbogen en eenhoorns op ons te wachten staan aan het einde van de rit. Dat het soms blijft regenen. Lang en hard. Pijpenstelen. Zonder einde. Zonder zonneschijn aan het einde van de bui “En het wordt morgen ook niet beter”, zong Sara Kroos eens. “Er zijn momenten dat het beter gaat, maar die momenten gaan voorbij”. Want soms komt het niet goed. De dingen niet. Het einde niet. Al ook niet. En nee hoor. Dat is niet bitter. Dat is niet cynisch. Dat is niet overtuigd – utterly disgusting – pessimistisch. Ik ben niet verdrietig. Niet depressief. En ook niet zielig. Het is gewoon hoe het is. Hoe het leven in elkaar zit. The way the cookie crumbles. Niet alle dingen komen goed. Het is een objectieve constatering. De waarheid als een koe. Wijsheid op een wc-tegeltje. Het motto is onzin. Onwaar. Dikke quatsch. “Het komt wel goed”, ammehoela! Soms. Soms komt het gewoonweg niet goed.

    En dat is ook oké. Denk ik. Want hoe ik daar mee om moet gaan, daar ben ik nog niet over uit. Want ergens geloof ik nog steeds een beetje in het “het komt wel goed” devies. Werkt het optimisme van mijn eega soms aanstekelijk. En ga ik elke nacht slapen met een klein sprankje hoop op een betere morgen. Wil ik de zonneschijn na de regen nog niet opgeven. En geloof ik de woorden van familie, vrienden, of mensen die wat verder van me af staan.Ergens ben ik nog niet klaar met het vechten voor een goed eind, goed al. Ligt de witte vlag nog opgeborgen in de kast. En denk ik, hóóp ik, dat als ik maar lang genoeg knok. Dat als is ik tot het gaatje ga. En hard genoeg geloof dat alles wel goed komt. Ik regenbogen en eenhoorns zal aantreffen aan het einde van de rit. Rozengeur en maneschijn zal aantreffen. Maar vechten is natuurlijk geen garantie op een happy ending. Knokken en hard genoeg geloven ook niet. Want “als je maar echt wil, als je maar echt wil, dan kan iets toch gewoon mislukken”. En dat is zoals het is. Soms. Soms komt het gewoonweg niet goed.

    Selina

    Meer lezen van Selina?

    https://slienaa.blogspot.com/2019/06/het-komt-niet-goed-schatje.html

    Een mooie, sexy beha vinden voor dames met een maatje meer? Mission impossible! – door Chrisje’s VIP blogger Inge!

    – door Inge Heutenik

    Beha’s kopen vind ik toch wel zó ongelofelijk vrouwonvriendelijk, althans, dat is mijn persoonlijke mening. Op dat hangertje is alles prachtig, totdat ik het aantrek. Nou ja, een poging waag om het aan te krijgen.

    Mijn maat hangt er eigenlijk nooit tussen en als dat wel zo is ga ik met frisse tegenzin dat zo waanzinnig foute verlichte pashokje in. Al vloekend op mezelf (want ik had vorig jaar met kerst toch echt iets anders met mezelf afgesproken), begin ik aan poging 1. Ik voel me direct een kerstrollade. Te snel vraagt de winkel medewerkster ook nog of het allemaal lukt. Zal ik deze kans grijpen en mijn hart uitstorten of bezorg ik dat arme mens dan voor de rest van haar leven een trauma? Ik neem een wijs besluit en zeg maar even niets.

    Een vriendinnetje heeft mij er ooit op geattendeerd, dat je je onderkleding met grote zorg zou moeten uitzoeken. Stel dat er namelijk wat gebeurt, dan lig je er in ieder geval nog mooi bij. Echter, lijkt het er op, dat voor vrouwen met een maatje meer deze tip niet helemaal op gaat.

    Onderkleding in grotere maten zijn vooral handig, degelijk en op de eerste plaats ondersteunend (en anders vooral onbetaalbaar). De meiden zijn vooral goed opgeborgen, hermetisch ook. Sexy lijkt niet bij de maker op te komen, want “wij vrouwen met een maatje meer” hoeven waarschijnlijk niet sexy te zijn. Hè shit! Dat heb ik weer!

    Dus op de afdeling gebreide onderbroeken ben ik inmiddels glansrijk geslaagd, mijn meiden zijn de komende tijd weer handig, degelijk en goed ondersteund hermetisch opgeborgen. Dat sexy denk ik er wel gewoon bij en anders zal ik maar zwoel proberen te kijken.

    Ik strooi wat liefde, naar vooral de makers……

    Liefs,

    Inge

    Inge’s blog kun je volgen via Instagram: https://instagram.com/lief.dagboek2.0?igshid=4ne1ml3a16chFacebook: lief.dagboek2.0

    Snaaien, snoepen, stress-eten? Hier komt het door – en zo kom je er van af!

    61279098_2316608905278900_9013927991025074176_nDoor Hypnotherapeut en Chrisje Gastblogger: Vivian Halmens

    Snoepen… snaaien… stress-eten: hoe komt dat toch? Hypnotherapeut Vivian van Fijn Leven legt uit waarom ons brein ons bij stress automatisch naar de koelkast trekt!

    Stress, pijn, verdriet, boosheid, frustratie: de emoties die er bij veel mensen voor zorgen dat de snoepkast wordt leeggeplunderd of juist de warme hapjes onweerstaanbaar worden. Het zijn de moeilijkere emoties die we liever uit de weg gaan. We zoeken instant geluk en dat vind je in die kast. Helaas is dat geluk maar van korte duur en wordt het vaak gevolgd door nog meer stress, schuldgevoel of zelfs schaamte.

    pexels-photo-935960Hoe komt het toch, dat iets in ons sterker is dan het negeren van die behoefte?

    Nou, dat zit zo. In het kort gezegd hebben we drie “breinen” die hier een belangrijke rol in spelen. Ons oudste brein, het reptielenbrein, heeft 2 functies. Het zorgt ervoor dat jij veilig bent en is verantwoordelijk voor jouw automatische piloot. 90% van wat wij dagelijks doen gebeurt automatisch. Dat is heel handig, want zo hoef je niet elke ochtend opnieuw te leren hoe je uit je bed moet komen, hoe je je tanden moet poetsen en ontbijt moet maken enz. Alles wat jij regelmatig doet, wordt in eerste instantie gecontroleerd op veiligheid en als je brein besluit dat dit zo is, wordt het een gewoonte. In dit geval vindt je brein het veilig en comfortabel om dat lekkers te nemen. Dan hebben we het zoogdierenbrein. Dit brein wil dat jij gelukkig bent. Het ervaart iets lekkers uit de kast nemen als geluk! Het jongste brein noemt ik de verhalenverteller. Met dit gedeelte van je brein neem jij beslissingen, analyseer je situaties en bedenk je oplossingen. Dit jonge brein bedenkt nu dat je graag wil afslanken of gezonder wil gaan eten.

    pexels-photo-1805405In jouw ideale wereld werken deze drie breinen perfect samen, waardoor jij gelijk stopt met snoepen en snaaien. Helaas!

    Jouw reptielenbrein vindt het helemaal niet veilig dat jij nu ineens langs die kast loopt, en omdat het jouw veiligheid het allerbelangrijkste vind, gaat het hevig protesteren. Je zoogdierenbrein raakt in paniek als jij dat stukje geluk laat liggen. En zo gebeurt het dus, dat jij in gevecht met jezelf gaat.

    Nu is het zo, dat je een verandering in gedrag ongeveer 66 dagen achter elkaar moet volhouden voordat het sein “veilig” wordt gegeven en je geluk kunt ervaren zonder dat je snoept of snaait. Maar het kan sneller! Met hypnotherapie sussen we je reptielenbrein even in slaap. We laten je zoogdierenbrein voelen dat je ook heel gelukkig kan zijn met deze verandering en verankeren deze nieuwe waarheid in je onderbewuste. Tegen de tijd dat we je reptielenbrein weer wakker maken, weet hij niet meer beter dan dat deze verandering er altijd al was en dus veilig is.

    Hoe werkt dat nu in de praktijk?

    Tijdens de sessie gaan we op zoek naar je emotie. We bekijken of deze opgeruimd kan worden, maar zoeken ook een beter alternatief voor het snaaigedrag en verankeren dat nieuwe gedrag in je onderbewuste. Je gebruikt vervolgens een korte zelfhypnose, van hooguit een minuut, die je in het begin elke dag even herhaald, om het reptielenbrein te herinneren aan de nieuwe situatie. Je merkt gelijk verschil en dan blijken je breinen weer op één lijn te zitten! Mission accomplished!

    59630434_1881177665319509_714767619881697280_nLiefs,

    Vivian

    Wil je meer weten over hypnotherapie of over de praktijk van Vivian?
    Kijk dan eens op de website:
    www.fijnleven.com 
    of op de facebook pagina: https://www.facebook.com/fijnlevenhypnotherapie/

    Voetbalmoeder!

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema

    Van alle sporten had ik altijd een aantal op de ‘liever niet’ lijst staan.  Één daarvan is voetbal. De meest gekozen sport bij (voornamelijk) jongens. Ten eerste omdat ik zelf echt 0% interesse heb in voetbal, nou ja, in het voetbalwereldje dan. Althans, het beeld dat ik heb van het voetbalwereldje. Waar vooral de ouders vanaf de zijlijn voetballen en de kinderen opgefokt worden om de 2e Sneijder te worden. Een sport waar het voornamelijk gaat om winnen en niet om het plezier. Een onderwerp waar je over mee moet kunnen praten, anders hoor je er niet bij. 

    Helaas: mijn zoon kiest toch voor voetbal

    Ondanks mijn voorkeur voor alles behalve voetbal, mag mijn peuter zelf kiezen wat hij leuk vindt. Daarin ga en wil ik hem niet beïnvloeden. Hij moet namelijk op het veld staan, en ik niet. Nu kan het natuurlijk nog alle kanten op: dat hij nu begint met kaboutervoetbal, wil niet zeggen dat hij dit op zijn zestiende nog doet. Of misschien is hij er na het eerste seizoen al compleet op uitgekeken. Maar voor nu, mag ik iedere week dertig minuten kijken naar peutertjes die voetballen. Nu moet ik zeggen, dat dát beeld wel heel aandoenlijk is. En dat ik het stiekem best leuk vind om een soort van ‘voetbalmama’ te zijn.

    Toekomst

    Mocht dit nu zijn definitieve sportkeuze zijn, dan is dat natuurlijk niet anders. Daar waar vele ouders hun kinderen een bepaalde kant opduwen, omdat zíj iets leuk vinden, zal ik dat nooit doen. Omdat ik iets niet leuk vind, betekent dat niet dat ik hem daarin ook ga beperken. Ik hoop gewoon van harte dat mijn beeld van voetbal mee zal vallen. Dat het niet alléén maar mensen zijn die 24/7 met voetbal bezig zijn. Dat ze niet per se iedere wedstrijd hoeven te volgen. Dat ze niet alleen maar bier drinken in de derde helft én dat er ook ouders aan de zijlijn zullen staan, die hun kinderen vooral aanmoedigen om het leuk te hebben. Dat wanneer ‘we’ verliezen, want je bent opeens een eenheid, dat je dan even baalt maar het niet je dag laat verknallen.

    Fanatiek

    En ja, wanneer mijn zoon een echte voetballer wordt inclusief alle vooroordelen vanuit mij, zal ik aan de zijlijn staan. Ik zal geen wedstrijd missen en oprecht blij zijn wanneer ‘we’ winnen. Regen en wind, ik zal er staan. De grasgeur en vieze voetbalkleding, ik zal ze wassen. En ja, hij mag bier drinken met zijn voetbalvrienden in de derde helft. En mocht hij zó fanatiek zijn om elke wedstrijd te volgen, dan zijn zelfs zijn vrienden welkom om dat hier thuis te komen doen. Zijn geluk is het mijne. Maar ik hoop en blijf hopen dat hij naast voetbal ook nog andere interesses zal hebben. Dat voetbal niet iets wordt wat moet om erbij te horen. Dat hij niet de grond ingeboord wordt bij het missen van een doelpunt. En dat hij mag zijn wie hij is.

    Voor nu, kaboutervoetbal

    Maar voor nu, eerst kaboutervoetbal. Een mega schattig beeld, een blij kind en een trotse mama. En wie weet, verandert mijn beeld in de toekomst nog.

    Liefs,

    Susan

    Word jij gek van eetgeluiden?

    Word jij bijna gek als iemand met open mond eet en daarbij luid smakt? Krijg je mep neigingen van mensen die hard op hun toetsenbord rammen, luidruchtig een appel eten, nootjes of chips verorberen? Vraag je je af of die agressieve gevoelens die je hierbij krijgt normaal zijn? Dan kan het goed zijn dat je misofonie hebt.

    Misofonie is een aandoening waarbij specifieke geluiden heftige gevoelens van woede, haat of walging oproepen. Letterlijk betekent misofonie haat van geluid.

    pexels-photo-469676Mensen met misofonie hebben hier last van bij veel verschillende geluiden (ook wel triggers genoemd). Dit kan variëren van iemand die zijn eten luidruchtig kauwt tot het tikken op een toetsenbord. Bij het horen van deze triggers is het voor de persoon met misofonie onmogelijk om dit geluid niet te horen; sterker nog, men hoort vanaf dat moment niets anders meer.

    Misofonie gaat wel verder dan wat lichte irritatie, volgens de website van de vereniging voor misofonie: “Misofonie is een hersenaandoening waarbij specifieke geluiden extreme gevoelens van woede, walging of haat opwekken. Het gaat veel verder dan ergernis of irritatie.”

    pexels-photo-2128817Waar misofonie precies vandaan komt, daar zijn de geleerden nog niet helemaal achter. Vaak begint het tijdens de puberteit. Men is er nog niet achter of het een psychiatrische of neurologische aandoening is. Maar dat het beperkend is om misofonie te hebben, dat is wel duidelijk; sommige mensen gaan de deur zelfs bijna niet meer uit.

    Ben jij of ken jij iemand met misofonie? Op de website van de vereniging voor misofonie kun je het testen. 

    apple-bite-diet-eat-41660

    Dit is mijn talent!

    Herken je dat je jezelf regelmatig “omlaag haalt”? Dat je bijvoorbeeld een compliment weg wuift, of zegt dat iets niet veel voorstelde? Ben je vaak (te) bescheiden?

    Het lijken goede eigenschappen: bescheidenheid, niet te zeer naast de schoenen lopen, nuchter zijn en niet opscheppen of pronken met je verdiensten. Toch zijn dit eigenschappen die je vaak juist tegenhouden in het bereiken van wat je écht wil.

    Waar ben je goed in? Wat is je talent? Waar blink jij in uit?

    Iedereen heeft wel een talent; of het nu een muzikaal talent is, of een creatief talent, of een talent om met mensen om te gaan; iedereen heeft er minstens een. Weet jij wat jouw talent is? En hoe vaak kun en mag je dat inzetten in je dagelijks leven?

    Het herkennen, erkennen en benoemen van jouw talent kan je op veel vlakken helpen. Natuurlijk is er niets mis mee om je eigen valkuilen en mindere kanten te kennen; het kennen van je talenten is minstens net zo belangrijk om succesvol door het leven te gaan.

    pexels-photo-2029239Wie ooit het boek “The Secret” heeft gelezen, weet dat er een waarheid schuilt achter “Wat je uitzendt, komt naar je toe”. Als jij in jezelf gelooft, gaat de wereld om jou heen ook meer in jou geloven. Als je je altijd verschuilt achter bescheidenheid, zullen anderen daar ook niet echt op letten. Als jij durft op te staan en durft te zeggen “Hier ben ik goed in. Dit is mijn talent / passie. Dit is waar ik voor sta.”, dan pas gaan mensen opletten.

    Maar… kom je dan niet als arrogant over?

    Nee! Tenzij je jouw pitch te pas en te onpas gaat rondbazuinen, of gaat overdrijven wat je allemaal kunt terwijl het in werkelijkheid minder voorstelt, kun je gerust vertellen waar je goed in bent. Je hoeft niets te overdrijven, en je voelt je niet meer of beter dan een ander: je hebt gewoon gezond zelfvertrouwen wat betreft jouw sterke eigenschappen en talenten. Waarom zou je iets afkraken wat juist zo bij jou hoort en wat je zo goed kunt?

    pexels-photo-761993Of het nu de Nederlandse Nuchterheid is of het Bescheiden Vrouwen syndroom dat er in is geslopen van generatie op generatie: schud het van je af. Je mag gezien worden. Jouw talent hoeft niet verborgen te blijven voor de wereld. Als jij ergens goed in bent, mag je dat best kenbaar maken; je mag het zelfs promoten!

    Uit je comfort zone

    Het kan in het begin ongemakkelijk aanvoelen: je bent het misschien niet gewend om je talenten met anderen te delen. Toch is het goed om uit je comfort zone te stappen en te laten zien wat je kunt: je zult zien dat mensen er over het algemeen verrassend fijn op reageren. Laat je niet weerhouden als iemand niet prettig reageert: haters gonna hate!  Jaloezie kan meespelen, zelfs al was het maar jaloezie vanwege jouw vertrouwen in jezelf.

    Afgunst is een – helaas – veel voorkomend fenomeen, maar laat je hier niet door tegenhouden: de grootste talenten zijn ook tig keer afgewezen voordat ze doorbraken of ontdekt werden. 

    pexels-photo-2157173

     

     

     

    Top 10 Auto ergernissen!

    Ik ben doorgaans een kalm persoon. Maar van de volgende tien dingen die mensen doen in hun auto wil ik ze een klein beetje door hun autoraampje naar buiten trekken en aan hun haren terug sleuren naar de rijschool:

    1. Geen richting aangeven

    Je hebt een knipperlicht. Je weet waar je naar toe wil. Ik weet dat niet. Communicéér met me! Geef een zwengel aan je knipperlicht en je maakt mijn dag een stuk prettiger. Bovendien voorkom je hiermee dat ik je kofferbak van dichtbij kom bewonderen.

    2. Voorrang pakken terwijl je die niet hebt

    Ik heb voorrang. Jij niet. Toch duw je je auto er gewoon tussen met alle risico’s van dien. Niet. Cool. Gewoon niet doen.

    3. Min twintig rijden

    Waarom weet ik niet, maar de meeste mensen die zich schuldig maken aan punt 2, maken zich ook schuldig aan dit punt: min twintig rijden. Dan heb je onterecht voorrang gepakt en ga je ook nog eens op het tempo van een schildpad voor me rijden, midden op de weg, zodat er een file van een kilometer ontstaat door het dorp omdat niemand je kan inhalen? Wow. De award voor droeftoeter van het jaar gaat naar jou!

    4. Bumperkleven

    Ik rijd niet te langzaam. Nooit. Ik hou me aan de snelheid. Dat jij met 130 door de bebouwde kom wil scheuren en spelende kinderen niet wil kunnen zien aankomen, wil niet zeggen dat ik me ga laten opjagen door jou. Ga je even uitkuren op de kartbaan of zo!

    5. Afval uit je raam kieperen

    Je hebt thuis een afvalbak. Bij tankstations staan afvalbakken. Waarom zou je dan je complete inboedel door je autoruit naar buiten mikken? Doe eens even niet zo droevig.

    6. De spitsstrook niet gebruiken

    De spitsstrook is er om files te voorkomen. De vluchtstrook is een rijbaan waar je gaat rijden als je niet inhaalt. Gebruik hem dan ook, en blijf niet in de middelste baan hangen, terwijl je niemand inhaalt. Je houdt de boel alleen maar op.

    7. Appen tijdens het rijden

    Ik zie je slingeren. Ik zie je gevaarlijk dicht bij de vangrail komen. Ik haal je in en zie je appen. Je brengt jezelf en iedereen om je heen in gevaar omdat je ❤️❤️❤️ moet sturen naar je vrouw? Doe effe normaal, hou iedereen in leven en app als je auto stil staat.

    8. Hands-on bellen tijdens het rijden

    Je denkt misschien dat het er stoer uitziet, maar je kunt geen bocht meer normaal maken. Bellen doe je gewoon handsfree.

    9. Parkeerplaats inpikken

    Ik stond netjes klaar met mijn richtingaanwijzer, te wachten tot een vrouwtje van honderd weg reed. En daar kwam jij, en je plantte zomaar je auto op de plek waar ik op stond te wachten. Gefeliciteerd, u bent de asociaalste klojo.

    10. Kinderen los in de auto

    Ik snap het niet, je doet zo veel moeite om een kind te krijgen en groot te brengen, en dan laat je het los door de auto stuiteren zonder de gordel om? Wat ben je dan voor ouder? Weet je wel hoe snel jouw kind (of jij) door de autoruit vliegt als jij in een botsing terecht komt?

    Dit is waarom vrouwen langer leven dan mannen

    Het is algemeen bekend dat vrouwen langer leven dan mannen. Hoe veel dit met de Mannengriep te maken heeft, waar mannen overduidelijk veel heftiger onder lijden dan vrouwen met hun regulier griepje, is nog niet door wetenschappers aangetoond.

    Waarom vrouwen dan wel langer leven dan mannen? Hieronder een greep uit de talloze mogelijke antwoorden die deze vraag kunnen beantwoorden:

    Man Holding the Steering Wheel While DrivingVrouwen zijn betere chauffeurs

    Negen van de tien keer dat je wordt ingehaald door een tachtig kilometer te hard rijdende auto, zit er een man in. Waarom ze lijken te vinden dat ze met honderdtien kilometer per uur door een woonwijk moeten rijden weet niemand, misschien speelt testosteron en haantjesgedrag een rol. Het zorgt er wel voor dat mannen vaker in een (dodelijk) verkeersongeval terecht komen dan vrouwen.

    Man in Red Crew-neck Sweatshirt PhotographyMannen zijn eigenwijs  

    Mannen zijn eigenwijs. Ze blijven dan ook veel langer lopen met gezondheidsklachten dan vrouwen, zo is bewezen. Ze gaan doorgaans liever niet naar een huisarts en al helemaal niet naar een (brrr!) ziekenhuis. Doordat ze hun bezoek aan een medische post het liefst zo lang mogelijk uitstellen, worden eventuele ernstige gezondheidsproblemen dan ook vaak pas laat ontdekt.

    Vrouwen worden beschermd door hormonen

    Deze is tweeledig uit te leggen: Enerzijds zouden het vrouwelijke hormoon oestrogeen het DNA van de vrouw langer beschermen tegen ziektes. Long live the female. 
    Anderzijds kunnen vrouwelijke hormonen tot uiting komen in de vorm van PMS, wat bekend staat als zeer gevaarlijk tot soms zelfs levensbedreigend voor de man die zich dicht bij de vrouw met PMS bevindt. Run, mannen, run!

    Mannen halen meer stunts uit

    Bless his heart: De man blijft vaak van binnen toch nog een béétje dat kleine jongetje. Mannen betrap je ook op latere leeftijd nog wel vaker op risicovol gedrag, zoals dronken van een fiets vallen, wedstrijdje wie kan het meeste bier drinken, iets te heldhaftig met een ladder omgaan, proberen hoe ver je kunt springen vanaf een muurtje, dat werk. Heel grappig, behalve wanneer het mis gaat.

    19-motivos-porque-as-mulheres-vivem-mais-anos-do-que-os-homens-parte-2-19
    Bron: India Today

    Gerelateerde afbeelding
    Bron: Top Men Magazine

    En opeens ben je co-ouder

    Het overkomt veel ouders die – ondanks de liefde voor hun kinderen – besluiten dat het huwelijk op is: plotseling word je co-ouders. Vader of moeder van je kind blijf je natuurlijk vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week. Maar na de scheiding zul je je kind – indien je samen ervoor blijft zorgen – niet meer honderd procent van de tijd bij je hebben.

    Ik ben zelf een kind van gescheiden ouders. Daarbij ben ik zelf een gescheiden moeder. Ik ken best veel gescheiden papa’s en mama’s. De een ‘heeft’ de kinderen de ene week wel en de andere week niet, de ander heeft weer een “ouderwetser” omgangsregeling (om het weekend en op woensdag naar vader). En zo zijn er talloze varianten te bedenken, afhankelijk van hoe je als ouders de zorg het beste kunt verdelen.

    Je kunt wel stellen dat het voor het hele gezin aanpassen is, voor de kinderen nog het meest: opeens zijn je ouders niet meer samen, én heb je twee huizen, twee slaapkamers, en alles wat daarbij komt kijken. In de omgangsregeling van het co-ouderschap moet je als kind wennen aan dan hier slapen, dan daar slapen. Natuurlijk zijn er ook leuke kanten: zo krijg je vaak meer cadeaus als je jarig bent, of zelfs twee feestjes. Toch vergt het omschakelen bij kinderen vaak best veel. Bijvoorbeeld:

    Waar blijft de lievelingsknuffel? Wat verhuist mee heen en weer en wat blijft op de zelfde plek? Wat moet je doen als je bij mama bent en je mist papa, of andersom?

    Lees verder onder de afbeelding

    pexels-photo-265702

    Ook ouders hebben het tijdens en na hun scheiding zwaar. Er is vaak veel verdriet. Hierdoor wordt helaas (vaak onbewust) niet altijd even goed gelet op hoe veel impact de scheiding en alle veranderingen van dien op de kinderen hebben.

    Hoe kun je je kind beschermen? Hoe zorg je er voor dat je kind zo weinig mogelijk pijn heeft van de scheiding?

    Ik sprak ooit met een volwassen man wiens ouders gescheiden waren toen hij vrij jong was. Hij had zelf erg weinig last gehad van die scheiding, zo vertelde hij: “De reden waarom ik heel weinig last heb gehad van de scheiding van mijn ouders, was omdat ze ook na de scheiding goed met elkaar bleven communiceren en beslissingen over mij altijd samen namen. Ik vond dat heel prettig, dat mijn ouders toch gewoon normaal met elkaar bleven praten en dat zij één lijn trokken wanneer het op mij aan kwam.”

    Co-ouderschap is niet waar je voor kiest wanneer je aan kinderen begint. Je hoopt je kinderen een liefdevol en stabiel gezin te kunnen bieden. Als dit niet lukt en je gaat ondanks alle inspanningen toch uit elkaar, voel je je vaak schuldig. Goed blijven communiceren met je ex-partner is niet altijd het eerste waar je behoefte aan hebt, maar voor je kinderen is het van groot belang: als papa en mama op één lijn blijven, geeft dat een veel veilig(er) gevoel.

    Hieronder nog een aantal tips:

    • Stel elkaar direct op de hoogte van belangrijke zaken / urgente situaties zoals bijvoorbeeld een ziekenhuisbezoek.
    • Ga als dit kan samen kijken op belangrijke momenten, zoals bij uitvoeringen op school, wedstrijden etc. Als het je niet lukt om naast elkaar te staan, zorg dan dat je er wel allebei bent, ook al sta je niet naast elkaar te kijken. Je kind weet dan wel dat jullie beiden de moeite hebben genomen.
    • Neem beslissingen samen: bijvoorbeeld over grotere cadeau’s, rijlessen, hobby’s, etc. Communiceer hierover zo veel mogelijk samen richting je kind. Als dit niet gaat, kun je wel in de wij vorm praten: “Je moeder en ik hebben samen besloten dat..”
    • Maak onderling duidelijke afspraken over wat wel en niet mag, in beide huishoudens!
    • Indien het mogelijk is: drink dan een kopje koffie bij de overdracht; als kinderen zien dat hun ouders ondanks de scheiding toch nog steeds vriendelijk en normaal met elkaar omgaan zonder elkaar in de haren te vliegen, kan dit loyaliteitsproblemen voorkomen.
    • Deze kan ik niet vaak genoeg herhalen: Spreek NIET negatief over je ex-partner waar je kinderen bij zijn! En nee, ook niet tegen een vriendin aan de telefoon, als je kinderen bij je in de kamer zitten. Jij denkt misschien dat ze het niet horen: geloof me, niets is minder waar.
    • Een kind houdt van beide ouders even veel en wil niet kiezen: door negatief over de andere ouder te praten geef je je kind een ontzettend verdrietig gevoel dat – indien herhaald – voor psychische problemen kan zorgen op lange termijn.

    Heb jij nog co-ouderschapstips? Laat het weten door een reactie achter te laten!

    img_1139-1

    “Ik verloor mijn wimpers, wenkbrauwen en haren op mijn hoofd.”

    Chrisje’s VIP blogger Susan Schuitema heeft Alopecia areata, waardoor zij last heeft van (soms blijvend) haarverlies.

    Wat bijna niemand van mij weet, maar ik wel graag wil vertellen: Een tijdje na de geboorte van mijn zoon, viel het mij op dat mijn ene wenkbrauw begon uit te vallen. Vervelend, maar niet zorgelijk. Ik dacht dat het wel weer aan zou groeien. Steeds meer haartjes vielen uit, en voordat ik het wist was ik bijna een hele wenkbrauw kwijt. Via de huisarts kwam ik terecht bij een dermatoloog. Ze bekeek mijn wenkbrauwen en gaf mij de diagnose Alopecia areata. Juist ja, en dat is?

    Het komt er dus op neer, dat je eigen lichaam je haartjes niet herkent en daarom zoiets heeft van, rot maar lekker op. Het zou kunnen dat het weer aangroeit, het zou ook kunnen dat het wegblijft. Daar had ik dus drie keer niks aan. Er is dan ook weinig aan te doen, er bestaan een aantal opties en ik begon met de meest makkelijke. Een lotion die ik kon aanbrengen. Dit heb ik enkele maanden geprobeerd, zonder effect. Na een hele lange tijd zag ik dat langzaamaan mijn wenkbrauw terug begon te komen. Het nadeel daarvan, is dat mijn andere wenkbrauw begon uit te vallen. En daarnaast ook nog aan één kant mijn wimpers. Wat een feest!

    Hoewel ik het heel vervelend vond, had ik overal wel een oplossing voor. Mijn wenkbrauwen tekende ik bij. Wat nog best een uitdaging is. Ik liep er in het begin dan ook vaak bij als clown. Te dunne wenkbrauwen, te dik, te lang, te donker. Vooral het laatste, veel te donker! 

    Mijn wimpers kon ik weinig aan doen, dat accepteerde ik dan maar. Ik durfde alleen geen make-up meer te dragen, ik was veel te bang dat er nog meer uit zou vallen. Wat wel zorgde voor onzekerheid, want ik voelde me vaak heel kaal. Letterlijk en figuurlijk, kaal. 

    Beide wenkbrauwen zijn weer op zijn retour. Ze zijn nog niet zo vol en compleet als dat ze waren, jaren geleden, maar goed, ze zijn weer onderweg. Ook mijn wimpers groeien weer aan, maar wel in de totaal verkeerde richting. Hierdoor sta ik dus iedere ochtend voor de spiegel, met een wimpertang, mijn wimpers in de goede richting te dwingen. Allemaal te overzien.

    En toen kwam voor mij de zwaarste klap. Tijdens het borstelen van mijn haar, na het douchen, zag ik in de spiegel een kale plek.

    Bovenop mijn hoofd, een kleintje nog maar, maar toch. Er zat een kale plek en ik wist hoe snel dat kon veranderen. Mijn haar ging in een staart, niemand die het zag, niet meer over nadenken, klaar. In de hoop dat het bij dit kleine plekje bleef, maar helaas. Het werd groter en groter, en tot op de dag van vandaag groeit het niet terug, maar valt er alleen maar meer uit. De kale plek is niet meer te verbergen met los haar. 

    Daar waar ik geen make-up meer durf te dragen, durf ik nu ook mijn haar niet meer los te dragen. Terwijl ik mezelf toch écht mooier vind met losse haren. Mijn krullen, het staat zoveel vrouwelijker dan mijn strakke staart. Een bezoekje aan de kapper, waar ik mij altijd op kon verheugen, is nu een ‘knip de puntjes maar’ en ik doe snel mijn haar weer vast.

    En zelfs nu met staart in, als ik het niet op de juiste manier vast doe, zie je de kale plek. De enige optie is dus echt een hele strakke staart. En daar moet ik het voorlopig mee doen.

    Na ieder douchebeurt ben ik bang dat er nog meer haar weg is.

    Haren verven durf ik niet meer. En iedere keer als ik in de spiegel kijk, word ik niet blij van wat ik zie. Mezelf lelijk noemen, daar ben ik een tijd geleden mee gestopt, want dat ben ik niet. Maar aantrekkelijk? Dat voel ik mij absoluut niet. Ik zie niet de Susan, die ik eigenlijk van binnen wil zijn. Ik zie een saai en leeg persoon, terwijl ik eigenlijk die krullenbol met een beetje make-up wil zijn. 

    Tot nu toe kan ik het nog redelijk verbergen, maar ik denk er steeds vaker over na, wat als? Wat als het niet terug groeit? Wat als het nóg groter wordt en het wel te zien is, als ik mijn haren vast draag? Wat als er nog een kale plek bij komt? Ik krijg de neiging om mijn haar dan weg te halen en een pruik te gaan dragen. Dat stel ik uit, tot het echt niet meer anders kan, maar dat idee alleen al, doet mij pijn. Ik wil het niet, maar ik wil me graag weer mooi voelen. 

    Dus de volgende keer dat je mij ziet lopen, en je ziet mij met mijn haren vast en mijn make-uploze gezicht. Denk dan niet dat ik zo’n moeder ben die zichzelf niet meer verzorgt. Zie dan alsjeblieft de vrouw die ik ben, onder mijn naturelmaskertje. Besef dan dat ik in gedachten de blije krullenbol ben mét een beetje make-up. Dan blijf ik heel hard duimen, dat mijn lichaam mijn haar weer wil kennen en dat we elkaar binnenkort weer mogen ontmoeten.

    Liefs,

    Susan

    Het accepteren van een lichamelijke of psychische aandoening: hoe doe je dat?

    Reuma, fibromyalgie, depressie, angststoornis… het maakt niet zo veel uit of de diagnose die je krijgt een lichamelijke of psychische aandoening betreft: indien het gaat om chronische klachten, doorloop je na het ontvangen van de diagnose een proces. “Leer er maar mee leven.” of “Je kunt er honderd jaar mee worden!” zijn niet bepaald bemoedigende woorden om te horen, als je zojuist hebt vernomen dat datgene waar jij zo veel psychische of lichamelijke pijn van ondervindt, chronisch is en dus niet meer weg gaat. 

    “Je moet leren naar je lichaam / geest te luisteren, je grenzen leren bewaken en op tijd rust nemen.”

    Dit is een goed bedoeld, maar moeilijk uitvoerbaar advies. Want: ook al heb jij een psychische of lichamelijke aandoening, dat maakt niet dat je je er automatisch zomaar opeens bij kunt neerleggen dat sommige dingen niet (altijd) meer kunnen. Toch is het leren luisteren naar je lijf en geest wel de belangrijkste stap in het proces om je aandoening te accepteren.

    Wat het nog moeilijker maakt: vaak hebben mensen met chronische aandoeningen goede en slechte periodes. Periodes waar in je lichaam en psyche meer aankunnen (bijvoorbeeld door beter weer, of na een vakantie, of gewoon zonder aanwijsbare reden) dan normaal. Ook heb je slechtere periodes, waarin opeens nog maar heel weinig lijkt te lukken.

    Voor de omgeving is het vaak ook moeilijk te begrijpen: Vorige maand kon ze nog naar dat feestje en nu is het haar opeens te veel? Dat pijn en je psychische toestand per dag, week of maand kunnen veranderen is erg moeilijk uit te leggen, omdat je er vaak zelf ook weinig grip op hebt.

    Wat helpt dan wel om te accepteren dat je een chronische aandoening hebt?

    Erken je aandoening
    Dit is de belangrijkste stap. Zolang je in ontkenning blijft, kun je jouw aandoening niet accepteren. Hoe harder jij vecht tegen je aandoening, des te zwaarder zul je het krijgen. Het erkennen en herkennen van je eigen aandoening is noodzakelijk als eerste stap in het verwerkingsproces.

    Praat er over
    Je kunt er zelf mee blijven rondlopen, maar praten over je aandoening zal zeker helpen. Je creëert er meer begrip mee vanuit je omgeving, kunt meer bewustwording creëren, uitleggen wat jouw aandoening inhoudt en wat dit voor jou betekent. Ook kun je aangeven dat je goede weken en slechte weken of dagen hebt, dus dat het niet persoonlijk is als je eens iets moet afzeggen. Dit betekent overigens niet dat je je altijd moet verantwoorden naar anderen toe, maar voor goede vrienden en familie is het handig om te weten wat er met je aan de hand is.

    Vangnet
    Creëer een vangnet: een vriendin waar mee je kunt praten, een lotgenoot die dezelfde aandoening heeft, ga naar een praatgroep of bel je moeder: als het maar iemand is die jou begrijpt, niet veroordeelt en die jou troost als je het even moeilijk hebt.

    Bescherm jezelf
    In tijden van nood leer je je vrienden kennen. Er zullen vaak mensen zijn die minder begrip opbrengen voor jouw aandoening dan je zou verwachten: sterker nog, sommige mensen tonen helemaal geen begrip. Dit is natuurlijk een grote teleurstelling, zeker als het om mensen gaat die jij voor jouw diagnose als goede vriend of vriendin beschouwde.

    Houd een agenda / planner bij
    Om meer inzicht te krijgen in wat je lijf / hoofd aan kan, is het verstandig om een agenda / planner / dagboek bij te houden. Was je bekaf na twee aaneengesloten avonden met verplichtingen? Kun je twee verjaardagen op een dag aan? Hoe voel je je na het weekend? Als je meer inzicht krijgt in je planning en klachten, ga je sneller het verband zien en herken je eerder wanneer jij jouw grenzen overschrijdt. Als je dit in kaart brengt voor jezelf, leer je sneller hoe je hier voortaan beter mee om kunt gaan. Dit werkt ook erg goed als je lichaam op bepaalde voedingsstoffen (niet goed) reageert: een eetdagboek is dan een uitkomst om te ontdekken wat goed gaat en wat niet.

    Ten slotte: heb geduld met jezelf
    De weg naar een diagnose is vaak al lang: het proces richting acceptatie van je aandoening duurt vaak nog langer. Heb geduld met jezelf, en wees boven alles lief voor jou. Het accepteren van een aandoening gaat met vallen en opstaan. In plaats van jezelf te straffen voor het vallen, kun je beter vieren dat je weer op bent gestaan: veel mensen weten niet hoe veel energie dit kost als je chronisch ziek bent. Heb geduld met jezelf; je hoeft niet van de ene op de andere dag te accepteren dat je lijf of geest plots niet meer alles kan. Als je weer een poos verder bent zul je pas zien dat je toch weer grote stappen hebt gezet, ook al zag je die onderweg wellicht niet direct.

    Liefs,

    Chrisje

    logo chrisje

    Slapen, knuffelen, wandelen met een ALPACA…😍

  • Alpaca’s knuffelen? Alpaca my bags!

  • Alpaca’s zijn ontzettend leuke, lieve dieren die de laatste jaren razend populair zijn geworden.

  • Op meerdere plekken in het land kun je nu golfen tussen, wandelen, knuffelen of slapen met alpaca’s.. wie wil dat nu niet?
  • Hieronder een aantal leuke locaties voor de alpaca liefhebber:
  • Bamby Alpaca Farm
  • https://bamby-alpaca-farm.business.site
  • Quality Line Alpaca’s
  • http://www.qualitylinealpacas.com/?p=thuis
  • Alpaca Mountain (Zuid-Limburg)
  • https://www.alpacamountain.nl

  • Zonneveld Alpacas
  • https://www.zonneveldalpacas.nl/nl/activiteiten-and-arrangementen/overnachten-bij-zonneveld-alpacas.html?gclid=EAIaIQobChMIkr7M4MHr4QIVGZzVCh1iTA24EAAYASAAEgKt4vD_BwE

    Hier vind je een zoekmachine waar je kunt zoeken op locatie/regio:

    https://www.alpacafarms.nl

    Wil je meer weten over deze leuke dieren? Lees dan dit artikel eens:

    https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Alpaca_(dier)

    Vijf redenen waarom je kind niet naar je luistert

    Je kent het vast wel: als ouder heb je wel eens van die dagen / weken / jaren (haha) wanneer het lijkt alsof je kind pas naar je luistert als je voor de derde / achtste keer iets zegt. Of pas luistert wanneer je je stem verheft, wat voor niemand leuk is. 

    Jij: “Kind?”
    Kind: “Pomptiedom.”
    Jij: “Kind?”
    Kind: “Tralala…”
    Jij: “Kind? Joehoe?”
    Kind:  loopt kamer uit.
    Jij: “KIND!”
    Kind: “Nou zeg, je hoeft niet te schreeuwen!”

    Zucht.

    Waarom horen kinderen ons niet? En bovendien: Horen ze ons echt niet, of horen ze ons wel maar willen ze ons niet horen?

    Het is natuurlijk erg gemakkelijk om te roepen “Hij / zij luistert de laatste tijd voor geen méter!”, maar daarmee leg je alle ‘schuld’ bij het kind, terwijl je met een beetje gezonde zelfreflectie vaak ziet dat het niet luisteren voortkomt uit een onderliggende oorzaak. Soms ligt die bij (de ontwikkeling van) je kind, soms bij jou, soms bij jullie interactie. 

    Hieronder vijf mogelijke redenen waarom je kind niet luistert:

    Optie 1: Je kind zit in zijn of haar bubbel!
    Kinderen zitten graag en veel in hun eigen wereldje. Ze fantaseren, spelen, bedenken, dagdromen: dat hoort allemaal er bij als je een super cool kind bent. Hoewel het voor jou misschien lijkt alsof je kind niks zit te doen, kan er in zijn of haar hoofdje een hele wereldreis of spannend avontuur plaatsvinden: Net als bij een echte droom duurt het even eer je daar weer van terug komt en met je voeten op aarde landt.

    Lees verder onder de afbeeldingen

     

    Optie 2: Verwerkingssnelheid
    Niet ieder kind heeft een al te beste concentratie of (informatie)verwerkingssnelheid. Door zijn of haar naam te roepen kun jij dan misschien een directe reactie verwachten, maar je kind heeft het misschien in eerste instantie nog niet door dat wat jij zegt of roept van toepassing is op hem of haar.

    Optie 3: Maak meer / beter contact
    Veel kinderen horen je veel beter als ze je er bij zien. Om beter contact met je kind te maken loop je er naar toe of ga je op ooghoogte van je kind zitten terwijl je hem of haar aanspreekt.

    Optie 4: Je vraagt te veel
    Soms kun je in de valkuil schieten van het te veel vragen aan je kind. Je bent natuurlijk moeder en geen politieagent. Je kind hoeft niet constant opdrachten van je te krijgen. Als je jezelf er op betrapt dat je aan de lopende band opdrachten geeft of controleert (“Niet doen, zit rechtop, dat is gevaarlijk, hou eens op”) is het niet zo héél vreemd als je kind op een gegeven moment niet meer echt luistert. Er komt dan te veel informatie binnen, waardoor niets meer veel indruk maakt.

    Optie 5: Je kind maakt zich los van jou
    Je kind maakt zich tijdens het opgroeien steeds meer los van jou. Hoe vervelend dat soms ook is omdat we onze kinderen het liefst zo klein mogelijk houden, toch is dit een goede en gezonde ontwikkeling. Je kind wordt steeds meer zijn eigen individu en wil dan ook steeds meer eigen inspraak over zijn doen en laten. Wanneer je kind erg veel weerstand toont, is het dus goed om je af te vragen of je jouw kind voldoende verantwoordelijkheden en vrijheid geeft die passen bij de leeftijd, en of je misschien een beetje te bemoederend bent op dit moment. Niet gemakkelijk, maar het proberen waard.

    christianne

     

    BOOS op carnavalsmaandag: een gastblog van VIP blogger Selina

    Ik ben boos. Het is carnavalsmaandag. Ik zit tegenover mijn wederhelft aan de keukentafel.

    Onze laptops staan tussen ons in. Hij is aan het studeren. Ik een les aan het voorbereiden. Het gebrom van onze computers wordt overstemd door het gedreun van carnavalsmuziek. Hoempa muziek doet onze concentratie ietwat verslappen. De grote optocht lijkt dan ook door onze achtertuin te trekken. Mijn lief spitst zijn oren, vangt een paar klanken van ‘Anton aus Tirol’ op en schudt zijn hoofd. Hij verzucht dat hij het niet erg vindt om de carnavalsfestiviteiten dit jaar eens over te slaan. De buitenwereld trekt zich echter weinig van zijn gezucht aan. Carnavalsvierders in de meest kleurrijke kostuums lopen ons raam voorbij. Twee piraten. Een eenhoorn. Een non met een kleine leeuw op de arm. Buiten wordt feest gevierd. Gedronken. Gelachen. Gehost. Maar binnen zit ik tegenover mijn wederhelft aan de keukentafel. Op carnavalszondag. Tijdens het voorbereiden van mijn les. Binnen. Ben ik boos.

    Normaliter ben ik niet iemand die haar politieke standpunten of morele principes hoog van de toren blaast. Verschrikkelijke beelden uit slachthuizen met schreeuwerige teksten op mijn sociale mediakanalen laten mijn ogen vooral rollen in plaats van mijn gedachten veranderen. Verkondigers van het hoge woord vermijd ik als het even kan. Blogposts over platte-aarde-propaganda of anti-vaccinatie betogen lees ik niet. Maatschappelijk-relevante fanatici die de waarheid in pacht denken te hebben ontvolg ik met één simpele klik. Maar het nieuws dat de Minister van Volksgezondheid het advies van het Zorginstituut heeft overgenomen om kunstmatige inseminatie voor alleenstaanden en lesbische koppels niet meer onder de basisverzekering te laten vallenvind ik toch moeilijker te behappen dan een zure haring op Aswoensdag. Als alleenstaande of homoseksueel met een kinderwens krijgt de dame in kwestie enkel nog een vruchtbaarheidsbehandeling vergoed als er een medische noodzaak is. Het ontbreken van een man of het onvermogen van een lesbische partner om zaad te produceren is blijkbaar geen medisch probleem. Dan hadden de dames in kwestie maar beter moeten trainen op het kweken van kwakjes! Heterovrouwen met partners die om wat voor reden dan ook geen zaad kan produceren, worden uiteraard wel gewoon geholpen. “Sjiek is miech dat!”

    Boos ben ik. Op carnavalsmaandag. Binnen. Want terwijl buiten twee voorbijgangers in glitterende baljurken synchroon op een fluitje blazen, denk ik aan de lesbische dames die met één besluit uit de vruchtbaarheidsoptocht geweerd worden. Het insemineren van lesbische koppels is te duur, aldus het Zorginstituut. En terwijl Fabrizio door onze achtertuin echoot, voel ik medelijden met mijn alleenstaande medemens die met één besluit uit de fertiliteitspolonaise gegooid worden. Het insemineren van single ladies zet druk op de betaalbaarheid en kwaliteit van het verzekerde pakket, aldus de minister. En het hier samen voor betalen “kan de solidariteit ondergraven”.

    De minister is blijkbaar nog nooit met carnaval in Limburg geweest. Waar solidariteit en saamhorigheid hand in hand gaan met ‘Zaate Hermeniekes’ en ‘Prinsezittingen’. Waar de prinses van het Bokkeriek net zo veel recht heeft op een baby dan de hele raad van elf van het Piëlhaazeriek. En waar het een hossende menigte op het Vrijthof in Maastricht waarschijnlijk een worst zal wezen om mee te betalen aan de vruchtbaarheidsbehandelingen van de lesbische eenhoorns en alleenstaande nonnen onder hen. Want, in tegenstelling tot onze Minister van Volksgezondheid en het Zorginstituut, beseffen de Zuiderse carnavalisten waarschijnlijk wél dat fertiliteitstrajecten net zo leuk zijn als regen tijdens de kinderoptocht. Dat geen enkele dame, ongeacht haar geaardheid of huwelijkse status, liever haar lijf volpropt met hormonen dan met nonnevotten. En dat alle mama’s-in-spé recht hebben op een kleintje pils, volledig vergoed en al.

    Dus maak ik me boos. Op carnavalsmaandag. Binnen. Constateer ik mopperend dat de Minister waarschijnlijk een carnavalsplaat voor zijn hoofd heeft. Want besluiten die Nederland 2×11 jaren terug in de tijd sjoenkelen nemen alleen mensen die écht diep in het glaasje hebben gekeken. Die de tap zo vaak hebben opgezocht dat ze niet in de gaten hebben dat ze eigenlijk indirecte discriminatie in de hand werken. Die zo duizelig zijn van het polonaiselopen dat ze niet inzien dat ze een land een stap terug laten nemen. Want dat het terugdraaien van de vergoeding kan leiden tot schimmige situaties, dat verbloemen de confetti en serpentines wel. Dat vrouwen nu genoodzaakt worden hun toevlucht te nemen tot donoren die niet gescreend zijn op geslachtsziekten of met onbekende spermakwaliteitis voor ná de grote optocht. En de dames wiens levens nu plotsklaps op de kop staanzijn niet gered met wat schmink en een kleurrijke outfit. Maar ach, dat is voor na de carnaval. Alaaf! Alaaf! Alaaf!

    P.S. Erger je je ook groen-geel-en-rood aan het besluit van de Minister van Volksgezondheid? Laat de hoempapa muziek dan eventjes voor wat het is en teken de petitie: https://petities.nl/petitions/vergoeding-vruchtbaarheidsbehandeling-voor-elke-vrouw?locale=nl

    Het bestaan van toeval, voorbestemde zaken en zielenliefde – door VIP blogger Susan Schuitema

    door VIP blogger Susan Schuitema

    Geloof jij dat alles in je leven voorbestemd is, of is alles gewoon toeval?

    Die ene ontmoeting, dat toevallige telefoongesprek, het continue zien van dubbele getallen en zo nog veel meer. Ik neem jullie mee in mijn leven vol toevalligheden, wat in mijn ogen eigenlijk geen toeval is. Je leest het goed, ik geloof dat alles in verbinding staat, dat niks zomaar gebeurt. Nu ben ik sowieso wel een “zweefteef”, zoals ik mezelf altijd gekscherend noem maar ik zie teveel toevalligheden, ik word gedwongen te geloven in meer dan wat ik met mijn ogen kan zien. En sinds ik mijn ego aan de kant heb gezet, met gedachten als “wat zullen anderen denken?”, zie ik alleen nog maar meer signalen van boven. Tekenen dat ik niet alleen ben en steun krijg wanneer ik het nodig heb. Het is prachtig, wanneer je de angst en gedachten hebt losgelaten. Want ja, eng vond ik het in het begin zeker.

    Ik krijg antwoord op mijn vragen

    Vorige week had ik een momentje met mezelf, dat ik letterlijk omhoog keek en om hulp vroeg. Ik geloof niet zozeer in een God, maar meer in een gids en engelen. Ik vroeg om hulp en was even mijn vertrouwen kwijt op een bepaald vlak. Een aantal dagen later heb ik een hele lieve vrouw aan de telefoon die mij compleet uit het niks, over dat vlak aanspreekt en mij moet zeggen dat het goed gaat komen. Zij wist hier echt helemaal niks van af, maar het kwam in haar op en ze moest het aan mij kwijt. Ondertussen, zie ik deze zelfde week allemaal dubbele cijfers, op de klok, op mijn telefoon, tellers van de auto etc. Dit betekent voor mij dat ik niet alleen ben en dat ik vertrouwen mag hebben, en moet letten op tekenen om mij heen.

    Begin vorig jaar trokken wij een kaart, want dat is ook iets waar ik in geloof. Onze vraag was, of wij in 2018 onze woning zouden verkopen, na 6 jaar! Het antwoord was “ja, maar alleen als je de hulp van vele mensen kunt accepteren.” Tijdens de laatste maanden van het jaar, kregen wij een kijker, direct een bod en het huis was verkocht. Verhuizen was echter wel een dingetje want een nieuw huis was er niet en de financiën ook niet. En toch, met héél veel hulp van een groep mensen om ons heen, zijn wij net voor de kerst verhuisd. Toeval? Nadat mijn man, ook dit zelfde jaar, na 16 jaar een andere baan mocht vinden? Ik denk het niet.

    Nu wonen wij in het dorp, waar wij beide als kind, een straat van elkaar verwijdert, woonden met onze ouders. We kenden elkaar toen niet, maar toen wij elkaar leerden kennen, bleken wij vroeger bijna naast elkaar te hebben gewoond. We zijn weer terug, in de woonplaats waar onze connectie ooit is gestart. En het voelt zó onwijs aan als thuis, terwijl ik maar weinig ken.

    Toevallige muziek

    Een aantal jaar geleden, zat ik in de auto en dacht ik aan mijn overleden opa. Ik bedacht mij, dat ik hem heel graag nog eens zou willen spreken. Op die momenten vraag ik letterlijk om een teken van zijn aanwezigheid. Vlak daarna komen er 3 verschillende liedjes op de radio, die voor mij een connectie hadden met mijn opa. Dan heb ik kippenvel en tranen en op die momenten ben ik zo dankbaar dat ik zoiets mag ervaren.

    Energie

    Vorig jaar begon ik met het werken met energieën. Ik ben energetisch behandelaar, zoals het mooi genoemd wordt. Ieder levend wezen heeft energie, maar ook alle ruimtes en producten hebben energie om zich heen hangen. Ik ben letterlijk energie gaan voelen met mijn handen en ik voel ook de energie van mensen om mij heen. Soms zelfs van mensen die kilometers verderop zijn. Tijdens behandelingen, voel ik heel veel, krijg ik soms kleuren binnen, beelden en geluiden, alles is mogelijk. En waar ik het eerst best wel eng vond en niet durfde omdat ik het vast verkeerd zou doen. Voel ik mij nu een stuk zekerder en weet ik dat het niet verkeerd kán gaan. Tijdens zo’n behandeling laat ik de energie stromen door je lichaam. Meer in balans, meer energie, meer rust en het zelfgenezend vermogen van jouw lichaam in werking zetten. Het is prachtig om te ervaren, hoe je op dat moment verbonden bent met iemand.

    Zielenliefde

    En ook prachtig hoe je met een aantal mensen zo’n diepe connectie kunt voelen. Zielenliefde, las ik vandaag. Dat vind ik wel een hele mooie benaming voor de band die ik met een aantal mensen mag hebben in dit leven. (Ja ik geloof ook dat ik eerder geleefd heb.) Een band die verder gaat andere. Een band, die je met je ogen dicht, zonder spraak en aanraking kunt voelen. Een soort rood draadje wat je verbindt. Zo mooi, want dit hoeft niet eens te zijn met degene waar je een liefdesrelatie mee hebt, of een hechte vriendschap. Dit kan zijn met iemand die je net ontmoet hebt (fysiek dan). Je voelt het gewoon, prachtig toch? Soulmates, ze bestaan, in meervoud.

    Toeval bestaat niet, we zijn niet alleen

    Dit zijn natuurlijk maar een aantal voorbeelden waar van je kunt zeggen “het zal wel” en “wat een onzin”. Dat mag je uiteraard denken maar ik geloof met heel mijn ziel, in meer dan wat je met je ogen kunt zien. Je bent niet alleen, iedereen heeft een gids, een beschermengel, een God. En als je wil, en durft kijk dan eens om je heen, naar boodschappen, tekenen, die je anders nooit zag. Want echt, ze zijn er. Niemand komt zomaar op jouw pad, niks gebeurt zonder reden. Vraag je om hulp, dan krijg je hulp, soms moet je leren kijken op een andere manier. Het universum kent alleen maar liefde, durf het te zien.

    Liefs,

    Susan

    Alleen, met de billen bloot

    Door Chrisje VIP blogger Selina.

    “Komt u maar mee, mevrouw”. Een verpleegster met een groen operatiepak wijst naar de deur. Ik sta op van het bedje. Ze trekt de gordijnen achter me dicht. Ik doe hetzelfde met het operatiehemd dat ik aan heb. Dat dicht is van voren en open van achter. Dat mijn kadetjes ongewild in de schijnwerpers plaatst. Een reetspleet, noemde mijn wederhelft de achterkant van mijn openhangede tenue zojuist.

    Hij probeerde me ermee aan het lachen te maken. Wetende dat dat de zenuwen voor de ingreep die me stond te wachten ietwat zou wegnemen. Ik kijk naar hem terwijl ik de gang op loop. Hij knikt me bemoedigend toe. “Succes en tot zo, lief”. Ik doe mijn best een glimlach te produceren. Het lukt me maar half. Dan trekt de verpleegster de deur achter me dicht. Daar ga ik. Alleen. Met de billen bloot. Letterlijk.

    Ik begin mijn weg naar de operatiekamer. Mijn blik richtend op de rug van de verpleegster. Op de automatische piloot volg ik haar voetstappen. Het gepiep van haar plastieken slippers op de linoleum vloer zouden me normaliter irriteren. Maar mijn gedachten zijn er niet bij. Ik ben te afwezig om er wat van te vinden. De gang lijkt eindeloos te duren. Een koude rilling loopt over mijn rug. Een huivering die van mijn onderrug, via mijn schouders, mijn kruin in schiet. Ik vraag me af of het door de zenuwen komt. Door de kilte van de vloer die via mijn blote voeten mijn lichaam binnendringt. Door mijn koude kont. Of door het gevoel er helemaal alleen voor te staan.

    Dat gevoel is ondertussen een bekende geworden, gedurende de afgelopen twee jaar. Onverwachts. Want vanaf het begin van ons fertiliteitstraject hebben mijn echtgenoot en ik steun gevoeld. Medeleven. Liefde. Uit de directe en minder directe omgeving. Uit zowel verwachte als onverwachte hoeken. Al twee jaar horen we lieve woorden van onze families. Verrassen ze ons met uitstapjes, cadeaus of andere ruggensteuntjes. Al twee jaar laten vrienden en vriendinnen op stel en sprong alles uit de handen vallen om langs te komen. Soms met taart. Soms met bloemen. Soms gewoon om er te zijn. Al twee jaar geven collega’s ons knuffels, gelukswensen of bemoedigende petsen op onze derrières. Al twee jaar raken we soms overweldigd door het aantal berichtjes, telefoontjes en kaartjes. En toch is de moeizame weg naar het moederschap het eenzaamste wat ik tot nu toe in mijn leven heb moeten ondernemen.

    Want aan het einde van de rit staan mijn gemaal en ik er alleen voor. Als de kaartjes gelezen zijn en de cadeautjes zijn uitgepakt. Als de vrienden en vriendinnen weer naar huis toe zijn. Als de knuffels gegeven zijn en de berichtjes gelezen. Dan blijven mijn eega en ik over. Alleen. Omringd door een resem aan doctoren, verpleegsters, apothekers en zielenknijpers. Maar alleen. Want ook onze families kunnen er niet voor zorgen dat wij eindelijk potten met augurken in kunnen slaan. En ook vrienden en vriendinnen zijn er nog niet in geslaagd om een broodje in de oven te krijgen (hoewel de taart die ze soms meebrengen wel voor dikke buiken zorgt). Ook van knuffels raak je normaal gezien niet zwanger. Laat staan van kaartjes. En zelfs de mannen en vrouwen in de groene operatiepakken zijn er tot dusver niet in geslaagd om mijn tikkende biologische klok te doen veranderen in poepluiers en fopspenen. En dus zijn wij het die steeds met de billen bloot moeten.

    Alleen.

    En zelfs de liefde van mijn leven moet mij zo nu en dan aan mijn lot overlaten. Soms kan ook hij niks anders doen dan kijken hoe mijn naakte spleet het omkleedkamertje verlaat. Want hoewel hij al twee jaar lang een rots in de branding is. Een steun en toeverlaat. Een houvast in emotionele tijden. Uiteindelijk is het mijn buikwand die doorboort wordt met injectienaalden. Aan het einde van de rit is het mijn hormoonhuishouding die overhoop gegooid wordt. Wanneer alles voorbij is, is het mijn lijf dat het lijdend voorwerp is. En ook mijn wederhelft wou soms dat het anders was. Ook hij had liever gezien dat de lasten op een wat eerlijkere manier gedeeld konden worden. Maar ook hij beseft dat het niet veel zin heeft om zijn eigen zitvlak te ontbloten. Dat een scopie van zijn binnenste niet zinvol gaat zijn om in verwachting te raken. En dat hetgeen dat hij kan baren aanzienlijk bruiner en stinkender is dan hetgeen dat – hopelijk – ooit uit mij gaat komen. En dus doet hij het enige dat hij kan. Grapjes maken om mijn zenuwen tegen te gaan. Op mij wachten. Me knuffelen als het erop zit. En alle emotionele steun bieden die hij kan.

    Maar fysiek sta ik er alleen voor. Besef ik, terwijl de verpleegster voor mij de operatiekamer binnen wandelt. “Gaat u maar liggen, mevrouw”. Alleen. Omringd door een resem aan doctoren en verpleegsters in een operatiekamer. Maar alleen. Want uiteindelijk is het mijn lichaam waar over een paar minuten een camera in gestoken wordt. Aan het einde van de rit zijn het mijn benen die zo dadelijk in de steunen moeten. Wanneer alles voorbij is, is het mijn lijf dat verkrampt om de golven van ongemak op te vangen. En per slot van rekening ben ik degene die in een operatiekamer staat. Alleen. Op blote voeten. In een openhangend operatiehemd. Met reetspleet.

    Deze column verscheen ook op Selina’s eigen blog: https://slienaa.blogspot.com/2019/01/alleen-met-de-billen-bloot.html

    Europakinderhulp: Een kind van een ander, bij jou op vakantie! Door VIP blogger Susan Schuitema

    Ik kende dit idee al een aantal jaar, en ik heb meerdere keren op het punt gestaan mij aan te melden. Europakinderhulp is de organisatie die bemiddelt tussen de vakantiekinderen en de gastgezinnen. Ik zie het nog steeds met regelmaat voorbij komen en het bleef mijn aandacht trekken.

    Kinderen waarbij het thuis niet optimaal is, een zieke ouder, geen financiële middelen of wat je ook kunt bedenken. Deze kinderen worden aangemeld voor een vakantie, en deze vakantie vindt plaats in een gastgezin.

    Aanmelding

    Na overleg met mijn man, heb ik dit jaar wél een aanmelding gedaan. Ook met het oog op ons plan om het traject in te gaan voor pleegzorg, leek het ons goed om eerst kortdurend te ervaren hoe het is. Een kind in huis, van een ander. Past dat bij ons, tegen welke dingen lopen wij aan en nog belangrijker, hoe reageert ons eigen kind hierop? Nu is de pleegzorg niet hetzelfde als een vakantie, maar wij willen graag ervaren hoe het is om voor het kind van een ander te zorgen.

    De aanmelding is gedaan, het kennismakingsgesprek/screening is geweest. Hierin wordt alle informatie verteld, kun je vragen stellen en ook jouw wensen aangeven. Natúúrlijk kun je geen kind ‘bestellen’ naar wens maar er wordt wel gekeken naar wat er binnen ons gezin matcht. Wij geven onze voorkeur aan een kindje uit België of Nederland. Dit omdat het onze eerste keer is en het ons nog wat lastiger lijkt wanneer je niet dezelfde taal spreekt. Daarnaast geven wij de voorkeur aan voor de leeftijdscategorie 5-9 jaar. Dit met oog op ons eigen mannetje.

    Kun je je zomaar aanmelden?

    Ja en nee.

    Je kunt je aanmelden wanneer je 18+ bent, maar zoals hierboven genoemd wordt er gescreend. Wat wil zeggen dat ze op huisbezoek komen voor de kennismaking, je levert referenties in en je vraagt een VOG ( verklaring omtrent gedrag ) aan. Daarnaast zijn ze altijd met zijn tweeën en letten ze op veel punten, of jij als gezin geschikt bent. Er wordt gekeken naar de buurt, de veiligheid en de gezinssamenstelling. Of je alleen bent of getrouwd, wel of niet geloofd, het maakt niks uit. Ook is het helemaal niet verplicht de hele vakantie van alles te ondernemen. Het mag maar het hoeft niet. In principe is de bedoeling dat hij of zij meedraait in het gezin. Koekjes bakken, spelen in de tuin, boekjes lezen uit de bibliotheek, de kinderboerderij. Bij ons logeren is al vakantie genoeg. Alles eromheen is extra.

    En nu?

    Onze gegevens worden om het systeem gezet, de aanvraag voor de VOG wordt gedaan, wij sturen nog referentieformulieren op en wanneer dit alles afgerond is, gaan we in juni naar de informatieavond. Hier krijg je de laatste info, data en vaak is er dan ook al iets bekend over wie er nou precies bij jou komt logeren. En dan is het wachten op de grote dag, de dag dat we ons vakantiekind mogen ophalen bij de bus. Hoe zal het gaan, is er een klik? Spannend maar leuk! Ik weet nog niet wie er komt, maar je bent nu al zo welkom. Ik kijk er met spanning en plezier naar uit.

    Op zoek

    Er is nog zoveel meer vraag naar gastgezinnen. Spreekt het jou aan? En heb je ruimte in huis, in je agenda en nog wat liefde over? Kijk dan ook eens bij Europakinderhulp. Het gaat om 2 of 3 weken aaneensluitend. Ik gun ieder kind een leuke vakantie, jij ook?

    Liefs,

    Susan

    Het leven is een rijsttafel – over keuzestress in het leven – door Chrisje’s VIP blogger Selina

    “Het leven is een Chinese rijsttafel”. Mijn wederhelft kijkt me aan alsof hij het in Peking heeft horen donderen.

    We hebben zojuist onze bestelling doorgegeven aan de dame achter de balie. Een Chinese rijsttafel voor 2 personen. Met een bakje saté erbij. En extra kroepoek, alstublieft. Blijkbaar is maandag geen populaire dag in de week om Chinees af te halen. En dus zitten mijn lief en ik alleen op de rood leren bankjes te wachten op onze bestelling. Hij bladert door één van de autobladen die hij van de gouden koffietafel gegrist heeft. Zijn elleboog leunt op groot, gouden beeld van een leeuw met opengesperde bek. Lampions kleuren het licht in de wachtruimte zacht rood. En Aziatische muziek vult met grof geweld mijn gehoorgang. Ik heb een damesblad van zeven maanden geleden in mijn handen. Waarin Karlijn van 34 – zo heb ik net gelezen – het moeilijk heeft om de verschillende onderdelen van haar leven te combineren. Haar huwelijk met Mark, de kinderen, het huis, de hond, haar parttime job, de sportlessen, vrienden en vriendinnen, haar reislust, … Alsof ze gerechten van een menu af leest. Karlijn vindt het maar moeilijk om de balans ertussen te houden. En voelt zich vaak alsof ze een jongleur is, die meer ballen in de lucht moet houden dan ze aankan (of dat in- of exclusief die van Mark zijn laat ze overigens in het midden).

    Waarschijnlijk onbedoeld zorgen Karlijn en haar ballen ervoor dat ik, tussen de Chinese vazen en Boeddhabeelden in, mijn eigen leven eens onder de loep neem.

    Mijn huwelijk met mijn eega, het intensieve en ellenlange fertiliteitstraject dat vooralsnog niet resulteerde in kinderen, het huis, mijn fulltime job, sportlessen, vrienden en vriendinnen, mijn reislust, … Alleen de hond ontbreekt nog op het menu, besef ik (terwijl ik mezelf er maar net van weet te behoeden dat niet hardop uit te spreken). Ook ik heb soms het gevoel genoeg op mijn bord te hebben liggen. Meer te moeten slikken dan dat ik aankan. Dat mijn ogen zo nu en dan groter dan mijn maag zijn. En ik vermoed dat dat een gekend recept is voor veel mensen. Voor vrouwen in mijn naaste omgeving en daarbuiten. Voor mannen ook, uiteraard. Het schipperen tussen de verschillende ingrediënten van ons leven is niet altijd evident. Het mixen van onze privélevens, professionele carrières en sociale contacten resulteert niet altijd in een smeuïge tomatensaus. En, net als Karlijn, heb ik dan ook soms het gevoel meer ballen in de lucht te moeten houden dan dat ik aan kan. “Ku lo yuk ballen!”, flap ik eruit. Voordat ik mijn verpopzakte echtgenoot besluit in te lichten over mijn zojuist opgedane wijsheid dat het leven een rijsttafel is.

    “Want alle aspecten van mijn leven zijn de onderdelen van het grotere menu“, zo begin ik met het uiteenzetten van de rijsttafelmetafoor. Je beslist zelf hoeveel je van elk op je bord schept. Hoeveel tijd je ergens in steekt. En er uiteindelijk van eet. Hoewel je soms geen keuze hebt, en meer bami (lees: sportlessen) naar binnen moet schuiven om de rijsttafel op te krijgen (lees: de conditie te behouden). Mijn eega doet alsof hij luistert. Zijn blik schippert tussen het autoblad en mijn groene kijkers. De ene ku lo yuk bal is wat makkelijker te verteren dan de andere, net zoals mijn huwelijk mij aanzienlijk minder buikpijn bezorgt dan het huis. Sommige gerechten zijn goed te combineren met elkaar, zoals rijst en satésaus of mijn vriendinnen en (onze gedeelde) reislust. Sommige wat minder, zoals Foeyonghai en Babi pangang of mijn fulltime job en het fertiliteitstraject. “Het ene gerecht is wat pittiger dan het ander”. De liefde van mijn leven besluit mee te doen aan mijn gedachteexperiment. Maar als je te veel sambal op je loempia smeert, maak je je leven uiteindelijk pittiger dan nodig. Nuchterheid en luchtig in het leven staan is belangrijk, net als goeie kroepoek die wat lichtheid biedt in de zwaarte van de rijsttafel.

    “En jij, jij bent mijn gebakken banaan”. Ik geef mijn levensgezel een dikke knipoog. Hij weet dondersgoed dat hij al bijna tien jaar het toetje van mijn rijsttafel vormt. De spreekwoordelijke kers op mijn taart is. Ik maak hem regelmatig duidelijk dat hij soms een beetje zwaar valt. Dat ik hem, zelfs met wat extra poedersuiker, soms niet te pruimen vind. Maar dat hij altijd net dat beetje extra toevoegt aan mijn menu. Mij, op het einde van de maaltijd, altijd blij maakt. Dat mijn rijsttafel niet compleet is zonder hem, zonder mijn Pisang Goreng. En terwijl hij in schaterlachen uitbarst roept de dame achter de balie dat onze bestelling klaar is. Mijn lief gooit het autoblad terug op de stapel en neemt de plastieken tas lachend van haar aan. Ik sta op terwijl hij zijn arm naar me uitreikt om richting de uitgang te lopen. “Kom, Confucius! Dat we die ballen hier eens keizer gaan maken.”

    Wil je meer lezen van Selina’s blogs? Neem dan een kijkje op haar website: https://slienaa.blogspot.com