Sex sells.. Alleen niet voor mij. Door VIP Blogger Rosan

VIP Blogger Rosan van der Zee schrijft ophaar eigen pagina “Roos vindt een weg” over haar ervaringen. In deze blog vertelt ze over haar eigen ervaring met intimiteit en relaties.

Je ziet ze overal. In de straten barst het ervan, Facebook en Instagram staat er vol mee en er gaat bijna geen dag voorbij zonder dat iemand me vraagt of ik het ook al heb. Relaties…
Ze zijn natuurlijk ook niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven; die tortelduifjes. Stelletjes die smoorverliefd in de metro zitten en met secondelijm aan elkaar vast lijken te zijn geplakt. Soms vraag ik me af of er niet een verstikkingsgevaar is, maar ze lijken het altijd weer te overleven.
Nu vind ik het leuk om te zien dat mensen zo gelukkig met elkaar zijn, maar ik kan ook zeggen dat ik dat verlangen zelf niet heb.
Als ik dit vertel kijken mensen me vol verbijstering aan en krijg ik vaak de vraag of ik dan echt niet bepaalde seksuele verlangens heb. Is er niet een oerinstinct in me dat wacht totdat het bevrijd wordt? Het beest dat eindelijk kan handelen naar haar innerlijke driften!
Mijn antwoord: nee.

Vervolgens krijg ik dan ook nog weleens de opmerking dat ik dan echt eens een goede beurt moet krijgen. Wellicht wordt er hier onbewust vergeten dat ik een mens ben en geen auto. Het is namelijk niet zo dat ik nooit iets qua intimiteit heb geprobeerd. Ik ben zelfs opzoek gegaan naar mijn innerlijke seksuele oerinstinct. Dit instinct was alleen in de verste verte nergens te bekennen.
Ja, mijn lichamelijke reacties werken. Dus het is geen fysiek gebrek. Het is alleen zo dat het me mentaal niet interesseert. Ik krijg er geen adrenaline of endorfine aanmaak van. Het is een handeling die me geen vuurwerk gevoelens geeft.
Is dit voor mij erg? Nee, in essentie niet. Toch ben ik er wel heel onzeker door geworden. Telkens als ik namelijk iemand leuk vind ontstaat er weer die druk. Een verwachting vanuit de andere persoon waar ik niet aan kan voldoen. Een streling die ik niet als dusdanig beleef, maar vooral gewoon onderga. Het is zelfs tot het punt gekomen dat ik het slechts onderging om de ander een plezier te doen. De verwachtingen leken met de tijd slechts te groeien en ik voelde me steeds meer gespannen. Tot dusdanige mate dat ik de ander ging ontwijken. Dat is niet gezond voor een relatie.

Omdat de intimiteit die vaak bij een relatie komt kijken me afschrikt, heb ik mezelf als het ware aangeleerd om me ervoor af te sluiten. Het vervelende hiervan is dat ik iemand echt heel erg leuk kan vinden, maar hier vervolgens niets over uit. Die ander heeft immers toch niks aan me.
Met die laatste zin ben ik het alleen niet eens. Want een relatie betreft voor mij zoveel meer diepgang dan slechts het fysieke. Daarbij geloof ik ook niet dat ik de enige ben die dit ervaart. Er wordt alleen heel weinig over gesproken. Mensen geloven me namelijk vaak niet of ze moeten er zelfs om lachen. In deze wereld waar ‘sex sells’ bijna een basisregel is, is het namelijk vreemd om daar niet in mee te gaan.
Ben ik dan aseksueel? Misschien, misschien niet. Het kan namelijk zijn dat het nog komt. Dat ik de juiste persoon niet heb ontmoet en dat voor mij het verlangen meer ontstaat vanuit een innerlijke aantrekkingskracht dan vanuit het fysieke. Het kan zijn dat ik meer tijd nodig heb dan de gemiddelde mens. Wat het antwoord ook is, het is allemaal goed. Ik ben gewoon wie ik ben.

Toch vind ik het belangrijk om hier ook open over te zijn. Het is namelijk iets waardoor ik me vaak een ‘alien’ heb gevoeld. Zeker na de afwijzende of plagerige reacties van mensen.
Het voelt dan alsof er een stukje menselijkheid bij me ontbreekt waardoor ik ‘gedoemd’ ben om alleen te blijven.

Ik besef nu gelukkig dat er helemaal niks mis mee is. Uit onderzoek blijkt ook dat bij vrouwen met autisme (ASS) bijna een op de vijf aseksueel is terwijl dit bij de doorsneepopulatie een op de honderd is (Venhuizen, 2017). Dat is nogal een verschil. Een verschil dat mogelijk kan worden uitgelegd door de vele prikkels die bij intimiteit komen kijken.
Of ik nou aseksueel, panseksueel, biseksueel of wat dan ook ben, maakt in dit verhaal eigenlijk niet zoveel uit. Het gaat erom dat mijn seksueel verlangen niet zo sterk aanwezig is als sommige mensen verwachten en dat dit helemaal niet erg is. Ja, het kan zo zijn dat dit nog gaat komen, maar het kan ook zo zijn dat het wegblijft. Beide mogelijkheden zijn prima en daar hoef ik me niet voor te schamen.
Als iemand nogmaals tegen me zegt dat ik maar eens een goede beurt moet krijgen, kan ik eerder diegene uitlachen om zijn eigen bekrompenheid. Want een relatie bestaat uit zoveel meer dan fysiek contact en dat is wat ik juist wel heel sterk beleef.

Het wordt tijd dat ‘seks’ en ‘fysieke intimiteit’ niet meer wordt gezien als de leidraad in een relatie. Niemand hoeft iets te ondergaan om een ander een plezier te doen. Je mag hier eerlijk over zijn en als de ander dat niet aanstaat, is dat het probleem van de ander.

Als je echt van elkaar houdt, is die liefde genoeg. Voor mij kan geen enkele aanraking dat overtreffen.

Liefs,

Rosan

PS: volg ook Rosan’s Facebook pagina!

Advertenties

Zinloze adviezen aan je kind

Er zijn een aantal ouderschapsvalkuilen waar je als ouder onbewust en ongemerkt in kunt trappen. Soms geef je antwoord vanuit je onderbewustzijn, omdat het nu eenmaal al jaren foutief in je brein geprogrammeerd staat. Hieronder een aantal zinloze adviezen, waar kinderen doorgaans niets aan hebben.

Trek het je niet aan!

Stel, je kind komt naar je toe omdat het gepest werd op school die dag. Goedbedoeld en vanuit je onderbewustzijn zijn zeg je “Ach, trek het je niet aan.” Iedereen kan zich wel iets er bij voorstellen dat het ronduit verschrikkelijk is om gepest te worden en dat kinderen aardig gevonden willen worden. Met het advies om het je niet aan te trekken bereik je dan ook niets, behalve dat je kind zich niet gehoord zal voelen en je wellicht een volgende keer niets meer zal zeggen.

Daar moet je boven staan

Ook zo’n dooddoener. Daar moet je boven staan. Als volwassene is dat vaak al heel moeilijk, maar een kind snapt vaak niet eens wat dat is of hoe dat moet, ergens boven staan.

Daar hoef je toch niet om te huilen?

Jawel, want het kind huilt al, dus blijkbaar is het wel nodig. Hiermee geef je je kind het gevoel dat zijn of haar emoties er niet mogen zijn. Praat liever met je kind over andere manieren om om te gaan met datgene wat het moeilijk vindt. Hiermee negeer je zijn gevoelens niet en geef je het niet het gevoel dat het een aansteller is en dat het te gevoelig is.

Je moet niet zo gevoelig zijn!

Veel ouders proberen hun kind wat te harden om later in de maatschappij mee te kunnen. Daar is op zich niets mis mee, maar een kind mag natuurlijk wel gewoon gevoelig zijn. Daarbij ben ik er van overtuigd dat iedereen met momenten gevoelig is en dat daar niks mis mee is. Help liever je kind om beter om te leren gaan met kritiek en situaties, in plaats van te zeggen dat het niet zo gevoelig moet zijn.

Stel je niet zo aan!

Soms reageren kinderen op een voor ons gevoel overdreven manier op dingen. Maar vaak is daar een reden voor. Als je het kind vaak vertelt dat het zich niet moet aanstellen is dat precies hoe het zichzelf gaat zien, als een aansteller. En twijfelt het nog jaren lang over alles wat het voelt omdat het denkt “misschien ben ik een aansteller”.

Help Raf!

Ontmoet Raf: de zesjarige zoon van mijn twee lieve vriendinnen.

Raf heeft een spieraandoening, waardoor hij een aangepaste fiets nodig heeft. Omdat deze aangepaste fiets niet vergoed wordt, is er een crowdfunding opgezet, zodat Raf hopelijk met onze hulp toch zelfstandig kan leren fietsen.

Lees hieronder hun oproep en doneer wat mogelijk is, alle kleine beetjes helpen! Bedankt! ♥️

Hallo allemaal,

Onze zoon van zes jaar heeft een spieraandoening. Hierdoor zijn zijn spieren niet sterk genoeg om op een reguliere kinderfiets te leren fietsen.

Vanuit de gemeente mogen wij gebruik maken van een duo tandem. Hier maken wij met Raf ook veel gebruik van, zodat wij langere afstanden kunnen fietsen en zijn spieren sterker worden. Toch wil hij natuurlijk ook graag alleen leren fietsen.

Helaas mogen wij vanuit de gemeente geen gebruik maken van twee vervoersmiddelen. Toch blijft de wens van Raf om zelf te leren fietsen. Met revalidatietechniek is er gekeken naar een goede fiets voor hem, die aansluit bij zijn beperking. Dit is een fiets met electrische ondersteuning en verende zijwielen. De fiets kost €4200. Helaas komen wij niet in aanmerking voor PGB en zijn wij dus aangewezen op de gemeente.

Om Raf zijn wens toch te vervullen, zijn wij deze crowd funding gestart. Wil jij Raf helpen om zijn doel te bereiken en de droom van zijn fiets te verwezenlijken? Iedere kleine bijdrage wordt ontzettend gewaardeerd.

Lieve groet,

Miranda en Joyce

Mama’s van Raf

Help mee en deel deze actie!

Het is onbeschoft om aan een moeder te vragen hoe ze werk en privé gaat combineren!

Zodra een vrouw een kind krijgt komt onherroepelijk uit haar omgeving de vraag: hoe combineer je werk en gezin? Of: en hoe veel uren ga je minder werken?

Dit is waarom dit een onbeschofte vraag is:

Allereerst: Niemand vraagt het aan mannen. Ik heb nooit iemand aan een kersverse vader horen vragen: “En hoe ga je dat nou doen, de zorg voor de baby combineren met je werk?”

Het insinueert dat de vrouw automatisch minder moet gaan werken wanneer zij moeder wordt, terwijl de meeste mannen net zo goed minder uren kunnen gaan werken.

Als je deze lijn doortrekt hoor je er zelfs het vooroordeel in dat een moeder geen goede moeder kan zijn als ze niet minder gaat werken.

Vaders zijn net zo verantwoordelijk voor (en in staat tot) het opvoeden van hun kinderen en alles wat daarbij komt kijken als moeders.

Ten slotte: Niemand heeft er wat mee te maken hoe je als moeder je werk combineert met je gezin. Voor iedere moeder en vader is dit anders, iedere individu heeft zijn eigen behoeftes. Daarbij zijn ouders prima in staat te beoordelen bij welke vorm van opvang hun kind goed gedijt.

Ik wilde geen veertiger worden, maar het bevalt me toch erg goed! – door Kim

Twee jaar geleden werd ik veertig. Een dag die ik niet wilde vieren. Mijn jeugd was voorbij, nu hoorde ik bij de ouderen.

Nu, twee jaar later, zie ik in dat ik het zo ontzettend mis had. Veertiger is leuk! Ik voel me niet oud en merk dat ik de twintigers en dertigers nog erg goed bijhoud in hun doen en laten. Op mijn werk hebben we de leukste gesprekken met elkaar en lachen ze om mijn grapjes…ja, ik ben nog jong!
Ik ga graag op stap en rol als laatste het café uit, kan er geen genoeg van krijgen.

Maar de vijftigers en ouder nemen me nu ook serieus. Ik ben niet meer die snotneus die pas komt kijken. Ik heb ook al mijn portie levenservaring. Ze waarderen mijn mening en nemen me in vertrouwen over de dingen die voor hun belangrijk zijn. Ja, ik ben volwassen!

Als moeder van twee kinderen met ieder hun eigen rugzakje, doe ik alles voor ze en maak me sterk voor mijn kuikens. Zo volwassen!
Maar als ik dan van de kinderen hoor dat hun vrienden me zo “chill” vinden en ze met me moeten lachen, voel ik me weer best cool.

Qua gevoel is het ook anders. Ik maak me niet meer druk om kleine dingen. Doordat ik al grote zorgen heb ervaren kan ik beter relativeren. Ik heb nog steeds puistjes, denk dan toch de jeugd die er nog inzit. Maar de rimpels liggen ook al op de loer. Waar dit vroeger redenen waren om onzeker te worden, boeit het me nu niet meer. Er zijn ergere dingen in het leven.

Het maakt mij tot wie ik ben. Ik zorg goed voor mezelf.

Ik heb nog nooit zoveel gesport als nu. Heb na jaren, met behulp van therapie, eindelijk de balans gevonden tussen genieten en goed voor mezelf zorgen. Zit lekker in mijn vel. Ik ben zoals ik ben..en ik ben goed. Waar ik me vroeger nog kon druk maken of anderen me ook wel leuk vonden, maakt me dat nu niets meer uit. Vroeger moest iedereen me aardig vinden. Nu denk ik, vind je me niet aardig? Jammer dan, een gemis voor jou, want ik ben het wel.

Het is mooi meegenomen als mensen me leuk vinden, maar zolang ikzelf en de mensen van wie ik houd me maar waarderen, dan vind ik het prima.
Ik zorg, heb lief, geniet, maak fouten, los ze op, en probeer er voor iedereen te zijn. Ja..ik mag er zijn..

Dat 40+ zijn is zo gek nog niet..
Ik vier het alsnog ..iedere dag opnieuw!

Liefs,

Kim

Volg Kim op Facebook via haar pagina Hoe dann!

Vakantiemodus: op vliegvakantie met een kind van anderhalf.. door Mama-Ri

Door Chrisje VIP Blogger Mama-Ri

Ik zal deze blog beginnen met verontschuldigingen naar mijn lieve, trouwe volgers, naar mijn alter ego Mama-Ri, naar iedereen die mijn ‘sorry’ ontvangen wil. Ik ben echt heel lui geweest: Ik heb gewoon bijna drie weken geen fatsoenlijke blog geschreven, terwijl mijn streven was om iedere week bij te blijven. Mijn laatste blog Campinglife was de aftrap van onze zomervakantie en ik ben me er bewust van dat ik het woord vakantie daarna wel erg serieus heb genomen. Daarom wil ik het bij deze proberen goed te maken met een extra lange blog over onze vakantietafrelen.

Komt ‘ie dan hè!

Zeker vanaf begin juli kropen de dagen voorbij terwijl wij aan het aftellen waren naar ons avontuur. Hoe oud je ook bent, het aftellen naar je vakantie blijft best leuk. Leuk en een ietsiepietsie beetje stressvol tegelijk, zoals jullie hebben kunnen lezen in mijn eerdere blog: Inpakstress. Af en toe sturen we in de groepsapp aftel-berichtjes, hele flauwe, met het aantal dagen, uren, minuten tot ons vertrek. In diezelfde app houden we elkaar op de hoogte over de laatste recensies en ik wijs mijn medereizigers vooral heel graag op de nieuwste filmpjes van het enorme buffet aldaar. Als je ons ziet, zou je het waarschijnlijk niet zeggen, maar wij zijn gék op eten. Dus wat mag er niet ontbreken aan een goede vakantie? Juist:

FOOD
Eerder schreef ik dus over de voorbereidingen van onze eerste, echte vakantie met onze dochter van anderhalf. Voor de oplettende lezer: 1 jaar en 7 maanden, oftewel (ik voel een allergie opkomen) 19 maanden. Ja, helder, je weet wel, gewoon een jong kind met een enorme eigen wil. Een jong kind waarvan ik dacht, of stiekem hoopte, dat ze heerlijk zou gaan slapen onderweg naar onze bestemming. Want wat hadden wij twee top vluchttijden joh! ’s Ochtends om half 6 heen en ’s avonds om half 10 pas weer terug. Hierdoor konden we optimaal gebruik maken van onze vakantiedagen. Ideaal en optimaal.

Maar niets is wat het lijkt met een kind van anderhalf…

Op de vertrekdag ben ik zenuwachtig as hell, vraag me niet waarom, ik heb namelijk alles al weken prima onder controle. In mijn hoofd kan ik relativeren wat ik wil, maar die spanning in mijn lijf blijft zitten waar die zit. (Gevalletje: accepteer het nou maar, anders heb je er alleen maar meer last van.) Zo rommelen we de laatste dag wat aan en doen we een poging om, vrijwel tegelijk met ons meisje, naar bed te gaan om in ieder geval een paar uurtjes slaap te pakken. Half 8 naar bed, je raadt het niet, we doen natuurlijk geen oog dicht. Dus besluiten we na een heleboel gemopper en gedraai, een half uur eerder dan nodig, uit bed te gaan. Lars brengt de koffers naar mijn vader (ideaal, de goede man woont een straat verderop) en ik pak de laatste dingen voor in de handbagage. Wanneer ik uiteindelijk ons meisje uit bed haal, begroet ze me alsof het de normaalste zaak van de wereld is om om 1 uur ’s nachts uit bed gehaald te worden. Zo rustig mogelijk zeggen we beneden ons gevleugelde meisje gedag (niet dat zij teruggroet als ze ligt te slapen, maar oké) en zo vertrekken we richting mijn vader.

Ook opa en ome ‘Coco’ hebben een ietwat afwijkende nachtrust gehad, ze staan nog net niet achter de voordeur op ons te wachten en duiken vrijwel direct de kinderwagen in. En ja hoor, midden in de nacht, maar onze kleine reiziger staat de komende nacht dus gewoon AAN.
Helemaal super, of toch niet.
De taxi staat vrij snel voor de deur, dat is op zich helemaal super. Hij heeft alleen niet de aangevraagde kinderstoel bij zich, maar goed, ik laat me niet kennen en neem haar ‘wel even’ op schoot. Als het straks drieënhalf uur moet, dan lukt dit ritje van een kwartier ook wel. Nou niet echt, maar we komen aan op de luchthaven en staan er verder maar niet te lang bij stil. We lopen zo snel mogelijk naar ‘Tate’ (tante) en Ome ‘Toto’ met onze koffers op zo’n vliegveldkar, zo’n klereding dat alleen rijdt als je de dubbele handgreep inknijpt, waar je echt enorme (sterke) handen voor nodig hebt. Mooi geregeld, deze mama zorgt voor haar kleine meisje en iemand anders regelt die rotte kofferkar maar. We checken de koffers in, deze blijven lekker op de weegschaal staan, er is een storing. Achter ons vormt een enorme rij, maar ons geeft het niks, onze koffers zijn gewogen dus wij mogen doorlopen. Door proberen te lopen want onze tickets werken niet. Blijft raar als je bij de verkeerde gate probeert in te checken. Onze vakantie begint al weer erg typisch, al zeg ik het zelf.

Het went hoor, echt.
Na de douane eten we een veel te dure burger, we drinken een veel te dure kop koffie om de nacht te overleven en vertrekken richting het vliegtuig. De kleine dame is inmiddels echt niet meer van plan in de kinderwagen te blijven zitten en vliegt als een soort pingpongbal door de enorme hallen van de luchthaven. Ze trekt dan ook redelijk wat bekijks: ze kruipt onder de meest onmogelijke hekjes door, breekt bijna haar hele lichaam terwijl die lieve vrouwenstem nog roept: ‘Mind your step’ en ze kust wildvreemde kinderen die ook geen oog dicht hebben gedaan vannacht. Gelukkig kunnen mensen wel lachen om haar en haar ongeremde gedrag en zo zorgt ze voor wat vertier voor menig wachtende reiziger. Om half 6 zitten we dan eindelijk in het vliegtuig, ze is nog altijd spring- en springlevend en ik begin toch wel lichtelijk te vrezen voor de komende drieënhalf uur. Tijdens die paar uur wachten op de luchthaven, spoken er normaal allerlei onnozele vragen door mijn hoofd, maar deze was mij nog niet bekend:
‘Hoelang zal ze dit nog volhouden?’

Het antwoord komt vrij snel: ongeveer een uur. Na een spelletje, een filmpje, een knuffel en een schone luier, komt daar de verlossing: een lekkere, volle fles en haar ogen vallen dicht. Zo zit ik dus nog zeker 2 uur, met mijn ruggengraat in een S-vorm, op mijn arm een kind van een kilo of 12, tussen mijn voeten een ontplofte luiertas met alle crisisbenodigdheden voor een vierling en het enige dat ik kan doen, is met mijn andere arm het raampje naast mij open en dicht doen of iets proberen te pakken wat binnen handbereik ligt. Alles voor de nachtrust van mijn meisje. Grapje, voor de nachtrust van het hele vliegtuig.

Spoiler!! Nou niet meteen doorscrollen, maar dit loopt op de terugweg nét iets anders.
De landing wordt ingezet.
Met dubbele gevoelens hoor ik een mannenstem vertellen dat de landing wordt ingezet. Ook vertelt hij wat de temperatuur en tijd op onze bestemming is en we worden vriendelijk, doch dringend, verzocht onze gordels om te doen. Dus ook die kindergordel… Terwijl ik eigenlijk heel blij ben dat ze nog even slaapt, wurmen Lars en ik haar samen, op zeer subtiele wijze in haar eigen gordeltje, terwijl ik een poging doe mijn gordel vast te klikken met een kind languit op schoot. Ze gaf tijdens het opstijgen geen kick, toch vind ik de daling ook best spannend, maar waarom?! Als we bijna op de grond staan, doet mevrouw haar ogen een keer open, de motoren beginnen te remmen en haar reactie is enkel: ‘Waaaauuuw’.

Hallo Turkije!
Held die hij is, heeft mijn vader een hotel uitgezocht dat heel dichtbij de luchthaven ligt. Ik zal het nog sterker vertellen, we stappen niet in zo’n touringcar, maar in een 6 persoonsbusje met geblindeerde ramen en leren bekleding waarin we direct gratis flesjes water aangeboden krijgen. Wederom geen kinderstoel, daar doen ze in Turkije niet aan. Dus, hoppa, met de kleine druktemaker in het midden vertrekken we nu écht naar ons hotel. Als niet een van ons zijn koffer had laten staan, maar deze is gelukkig snel terecht.
In het hotel aangekomen, leuk zo’n nachtvlucht, zijn de kamers nog niet klaar. Dus als schrale troost, duiken we direct het restaurant in voor ons ontbijt. Hierop volgt een rare dag, zonder ritme. Volgens mij doen we allemaal mee aan het middagslaapje van de kleinste, testen we even de watertemperatuur in één van de zwembaden, eten we wat, bestellen we een paar Mojito’s en belanden vrij op tijd in bed, omdat iedereen kapot is.

(Een klein pijnlijk festivalmama-momentje: We maken nog een paar foto’s met de Dominator-vlag die ik gewonnen heb en sturen deze naar de organisatie. De meest uiteenlopende emoties maken ruzie in mijn festivalmama-hoofd. Eigenlijk kon ik hem namelijk laten signeren door mijn favoriete DJ (Korsakoff) op mijn favoriete festival, maar de dag dat Dominator is, zat ik dus al in Turkije. Goed… Het doet zeer, maar ik waag later zeker nog een poging….)

De volgende dag zorgen we dat we op tijd bij de reisleidster zijn, we luisteren naar haar verhaal over veel te dure excursies, vinden haar eigenlijk allemaal maar een opdringerig mens, we maken een vervolgafspraak voor die avond en vergeten die afspraak allemaal. Echt, per ongeluk…
En de daarop volgende dagen:
Nou moet ik bekennen dat de komende dagen veel op elkaar lijken. We doen een poging gezamenlijk te ontbijten, mijn favoriete maaltijd, ook al moet ik alleen. Iedere dag vers gebakken omeletten met wat je er maar op wilt, croissantjes, broodjes, tosti’s, worst, fruit, je kunt het zo gek niet bedenken, en ons meisje hapt overal wat mee. Niet echt overbodig met een gemiddelde temperatuur van 35 graden: we gaan zwemmen, glijden, bommetjes maken en ons meisje doet overal aan mee. Als het aan haar ligt, raast ze de hele dag door, maar we lassen verplicht een middagdutje in en doen daar zelf ook heerlijk aan mee. Het dinerbuffet gaat om 7 uur pas open, normaal gaat ze dan al naar bed, maar ze prikt gewoon weer een vorkje mee. ’s Avonds naar de kinderdisco, de shows in het amfitheater of shoppen in de stad en ons meisje gaat met ons mee. Soms verandert ons plan door haar krijsconcert, soms valt ze in slaap in de wagen, wij bewegen gewoon met haar mee.
Verder gaan we jetskiën, parasailen (uiteraard zonder kind), naar een markt in een stad verder op, we zoeken een telefoonwinkel omdat een van ons zijn waterdichte telefoon heeft weten te verdrinken, we kopen kleding, cadeautjes en souvenirs, oftewel we doen wat een toerist doet. Met of zonder kind. En dan nu een gênante bijkomstigheid met kind: we verontschuldigen onszelf 2 (!!!!) keer, tegenover alle ouders bij het kinderbad, omdat door onze dochter het bad moet worden gereinigd. Eigenlijk wil ik hier nooit meer aan terug denken en ik ga dan ook niet in detail uitleggen waar ik op doel, één ding weet ik wel: ik koop nooit meer zwemluiers bij die ene drogisterij….
Na ruim een week, breekt de laatste dag aan.

De dag waarop alle ouders nog altijd even aardig doen, maar ik mijzelf en mijn dochter eigenlijk niet meer durf te laten zien bij het kinderbad. Ze zeggen het allemaal en ik weet het ook heus wel, dit kan iedereen overkomen, maar ik schaam me de ogen uit mijn kop…
De laatste uurtjes…
De laatste uurtjes brengen we door in de lobby. We hebben, godzijdank, een kamer weten te behouden tot 3 uur, waardoor onze draak wel een middagslaapje heeft kunnen doen. De rit naar de luchthaven duurt langer dan de heenweg, deze keer mogen we wel mee met zo’n fantastische touringbus en zijn we zeker niet een van de laatste hotels waar hij mensen moet ophalen.
En dan komt het leukste deel van de vakantie…

Daar sta je dan, op een luchthaven die nog veel kan leren van die van ons. De rijen mensen lachen ons al toe, terwijl we de bus nog niet uit zijn. Eerst door een metaaldetector en fouillering. Echt niet dat ze je even helpen met je rondrennende dochter, dan wel met je kinderwagen op die band leggen. En een vraag beantwoorden? Ho maar! Ik kan het hem eigenlijk niet eens kwalijk nemen, hij wordt natuurlijk continu aangestaard door die enorme mensenmassa achter me. Dacht ik dat overleefd te hebben, kunnen we de koffers nog niet inchecken. Ik maak voor de kleine een flesje en loop wat heen en weer in die overvolle hal met mensen. Wát een prikkels, voor mij al, laat staan voor zo’n kleintje. Met een XL hydrofiel probeer ik haar hiervan af te schermen, maar wat is er nou leuker dan die doek van de wagen af te trekken. Poging 1 is mislukt en maar goed ook, want na de koffers en de douane volgt er spontaan nog een metaaldetector en fouillering. Dus… Zij weer uit de kinderwagen, deze keer hebben we geleerd van de vorige controle dus mijn lieftallige familieleden zorgen voor onze handbagage en de kinderwagen. Ik loop met mijn dochter door de metaaldetector die nu opeens wel af gaat.

Deze mevrouw is net zo aardig als de meneer bij de vorige controle en roept: ‘Baby’, terwijl ze mijn dochter uit mijn handen grist en gebaart dat ik nog een keer door de detector moet. Dit keer gaat hij niet af, mijn zusje zorgt dat de wagen klaar staat, we worden nog even vluchtig gefouilleerd en dan zou je toch wel zeggen dat je de controles gehad hebt. Tot we bij de gate in de zoveelste rij gaan staan, waar serieus mensen hun hele tassen worden leeggehaald en gecontroleerd worden op drugs of explosieven, ik heb eigenlijk geen idee. In ieder geval, ook al heb ik niks te vrezen, hier word ik toch vrij moedeloos van. Mijn gebeden worden gehoord, uh nee daar doe ik niet aan, maar gelukkig mogen wij zo doorlopen de bus in.
Inmiddels is het bijna half 10 en nog steeds slaapt het meisje niet.
Weer begin ik me zorgen te maken, dit kan twee kanten op en helaas, deze ronde valt het kwartje de verkeerde kant op. Na tien spelletjes, tien filmpjes, tien knuffels en een schone luier, komt daar de zoveelste fles, maar haar ogen vallen niet dicht.

Zo tobben we nog een uur aan en wordt de kleine dame steeds meer onhandelbaar. Gelukkig is hij daar, mijn steun en toeverlaat, de papa die het nu over een andere boeg gaat gooien. De boeg waar ik nooit voor had gekozen, maar die wel resultaat heeft. Hij presteert het om haar in slaap te krijgen door haar een minuut of 10 in een houdgreep te houden, en je begrijpt het wel, daarop volgt gekrijs. Ik maak geen grapje, ik bedoel ook écht gekrijs. Waar ik ieder moment in huilen uit kan barsten, omdat mijn moederhart breekt, heb ik gelukkig aan mijn andere zijde, mijn zusje die mij probeert te kalmeren. En halleluja het is hem gelukt! Deze vlucht is het papa die dus nog zeker 2 uur, met zijn ruggengraat in een S-vorm mag blijven zitten, met op zijn arm een kind van een kilo of 12 en tussen zijn voeten een ontplofte luiertas. Zoals ik al zei: Alles voor de nachtrust van mijn meisje en die van het hele vliegtuig.
Hoe ongelofelijk ook, voor ik het weet, zit ik gewoon weer op mijn eigen vertrouwde bank, achter mijn eigen vertrouwde laptop, met op de achtergrond het keiharde gekletter van een typisch Nederlands zomerverschijnsel: regen!

Ja hoor, wat mij betreft kan het volgende feest beginnen:
We gaan aftellen naar kerst!

Liefs

Mama-Ri

Wil je meer lezen van Mama-Ri? Dat kan!

http://www.Mama-Ri.blog
Facebook: Mama-Ri

Relax en Reload: je brein heeft het nodig! Door hypnotherapeut Vivian

Door VIP Blogger en Hypnotherapeut Vivian

Ik ben een enorme fan van ons brein. Mijn grootste vraag blijft toch altijd hoe is zoiets geweldigs ooit tot stand gekomen.

Wij mensen zijn toch behoorlijk slimme wezens, vinden de ene na de andere gadget uit om nog sneller, slimmer, beter te kunnen functioneren in ons leven.

Maar dat brein.. Die hersenen!

Een systeem waarin 1.5 miljard neuronen, zenuwen verbindingen aanleggen, waardoor wij kunnen denken, zien, voelen, ruiken, handelen. En die computer daarboven die verouderd nauwelijks. Ik mag blij zijn als mijn laptop of mijn gsm na een paar jaar nog werkt. Als ik netjes de nieuwste updates installeer, hem niet helemaal vol stop met programma’s en zorg dat de batterij niet de hele tijd aangesloten is.
Dat weten we en we handelen ernaar als we tenminste een beetje zuinig zijn op deze spullen.

Maar hoe zuinig ben jij op je eigen computer? We vinden het eigenlijk heel erg gewoon dat het allemaal werkt. We weten niet beter als dat de hersenen gewoon hun ding doen. Totdat we vage klachten of serieuze klachten krijgen. Maar dan is het al wat aan de late kant.

Ze vragen niet veel, onze hersenen.

Ze hebben graag dat je gezond eet, maar wat ze echt belangrijk vinden is af en toe een beetje rust. Om op te laden. Denk jij misschien dat ze daar ‘s nachts tijd genoeg voor hebben, dan heb je het mis!

Tijdens de REM slaap zijn ze bijvoorbeeld heel druk met al jouw indrukken van die dag te verwerken. Als jij slaapt dan wordt er voor gezorgd dat je huid herstelt, je cellen worden vernieuwd, maar ook je ingewanden gaan dan extra hard aan het werk zodat jij weer fris en uitgerust wakker wordt.

Wil jij je hersenen een handje helpen en jezelf daar een groot plezier mee doen, dan weet je dat je elke dag een aantal momenten moet inplannen ..Relax & Reload.. ontspannen en opladen.

We hebben helaas geen metertje waarbij we kunnen aflezen hoeveel energie we nog hebben, zoals bij je gsm. Toch, als je je lichaam kent, dan herken je de signalen dat je energie niveau te ver aan t zakken is. Wees dan verstandig en luister naar wat je computer je verteld.

Elke dag is ontspanning een must, van levensbelang om goed te kunnen functioneren.

Ik geef je een simpele oefening:
• Je neemt een gemakkelijke stoel
• Ga er op zitten
• Laat je armen ontspannen hangen of leg je handen op je schoot
• Sluit je ogen of staar naar een bepaald punt
• Neem iets leuks in gedachten
• Hou dit 10 minuten vol.

En hup! Je batterij heeft er weer een streepje bij. Hoe vaker je dit op een dag doet, hoe meer energie jij krijgt.

Relax & Reload, je hersenen zijn je dankbaar!

Liefs,

Vivian

Meer lezen over Vivian en haar werk als hypnotherapeut? Like hier haar Facebook pagina: https://www.facebook.com/fijnlevenhypnotherapie/

HERKENBAAR: “Sorry dat ik niet reageer”

Door Chrisje VIP Blogger Rosan van der Zee

Ik wil graag sorry zeggen. Ik wil sorry zeggen tegen alle mensen die ik lang heb laten wachten. Mensen die steeds niks meer van me hebben gehoord. Zij die zich door mij verlaten hebben gevoeld. Zij die eindeloos hebben gewacht tot de vinkjes eindelijk blauw werden, maar niet wisten dat ik dit heb uitgezet. Zij die verdronken in verdriet omdat de trilling van hun telefoon bijna nooit eens mijn reactie bleek te zijn. Kortom: Ik bied mijn oprechte excuses aan jegens de slachtoffers van mijn gebrekkige reactievermogen op Whatsapp.

In deze moderne tijd, waarin we allen constant overspoeld worden met berichtjes en nieuwtjes, probeer ik dit wanhopig bij te benen. Helaas blijkt me dit vaak niet te lukken. Dus geloof me als ik zeg dat ik niet boos ben en dat het niet betekent dat ik je niet belangrijk vind. Het is alleen dat ik door de bomen het bos niet meer zie. Of eigenlijk: door alle berichtjes en nieuwtjes die binnenstromen lukt het me niet altijd om alles te beantwoorden.

Ben ik dan zo populair? Nee, dat valt wel mee. Het is wel zo dat ik een antwoord wil geven dat klopt. Dit houdt in dat ik er tijd in wil steken en erover wil kunnen nadenken in plaats van klakkeloos een antwoord te sturen. Daarom heb ik de blauwe vinkjes ook uitgezet. Niet om jou te pesten, maar omdat ik het berichtje wil kunnen lezen zonder gelijk te hoeven reageren. Voordat ik dit deed ontstond er vaak onrust bij de persoon die na het zien van de heilige blauwe vinkjes op mijn antwoord wachtte. Al snel werd geconcludeerd dat ik diegene negeerde.

Vervolgens moest ik bijna op mijn knieën gaan om voor mijn zonden om vergeving te vragen. Ik kreeg dan te horen dat het geen moeite kost om te reageren.

Als ik iets om ze zou geven zou ik dat wel even doen.

Ik zit alleen met iets opgescheept wat het mij soms lastig maakt om direct te reageren. Naast het feit dat ik een inhoudelijk kloppend antwoord wil sturen, is het ook nog eens zo dat ik een ‘leven’ heb en dus niet 24/7 met mijn telefoonscherm voor mijn neus kan zitten. Ook kan het zelfs zo zijn dat ik denk dat ik er al op heb gereageerd omdat ik het antwoord aan het bedenken was. Hierdoor lijkt het alsof ik nooit meer wil reageren, maar eigenlijk wacht ik vervolgens zelf op een reactie op een bericht dat ik nooit heb verstuurd. Op deze manier raken we samen verwikkeld in een eindeloos wachten. Zo zijn er denk ik vele vriendschappen gesneuveld.

Dus het spijt me. Het spijt me dat je even moet wachten omdat mijn telefoon niet aan mijn hand zit vastgeplakt. Het spijt me dat ik graag nadenk over mijn antwoord. Het spijt me dat ik niet ben opgewassen tegen de eindeloze stroom aan berichten.

Misschien kunnen we ook wel gewoon een keer afspreken en elkaar face to face spreken. Ik weet dat het best eng klinkt, maar als het oude niet lukt kunnen we altijd nog iets nieuws proberen. Misschien wordt het zelfs een trend en kijken we niet meer allemaal naar onze schermpjes, maar naar elkaar. Dat zou nog eens raar zijn. Toch is het denk ik wel het proberen waard.
Kun je volgende week? Top, spreek je dan!

Liefs,

Rosan

Geen betuttelmoeder, maar ook geen kritiekkanon

In de opvoedkundige bladen lees ik dat het uiten van te veel lof voor je kind kan leiden tot narcistische trekken. Dat is natuurlijk niet de bedoeling, want een narcistisch kind wordt zelf niet gelukkig en zijn of haar omgeving evenmin. Toch wordt ook de kritische strenge aanpak niet bejubeld: ook daar kan je kind onzeker van worden.

Als moeder vind ik het best lastig om de balans te vinden. Je kind moet leren omgaan met kritiek, maar ook heeft het opbouwende feedback nodig en complimenten wanneer het ergens echt zijn of haar best voor gedaan heeft.

Sommige dagen voel ik me echter de eeuwige zeik- en zanikmoeder. Lijkt het alsof ik aan één stuk door commentaar lever. Terwijl dat helemaal niet is hoe ik als moeder wil zijn. Toch vind ik het ook belangrijk dat mijn kind leert dat het normaal is om achter jezelf aan op te ruimen, je bordje weg te brengen en met gesloten mond te eten.

Lees verder onder de afbeelding

Waar ligt dan die balans? Hoe zorg je er voor dat je geen zeurmoeder wordt, maar ook geen narcist opvoedt?

De manier waarop je feedback geeft aan je kind is ook een hele belangrijke om naar te kijken, denk ik. Benoem je het gedrag of de handeling en wat daar beter aan kan, dan is dit voor een kind leerzaam en niet direct schadelijk. Ook later in hun leven zullen ze om moeten kunnen gaan met commentaar op hun functioneren, op hun werk of tijdens hun studie.

Maar wanneer je negatief commentaar koppelt aan hun persoon of karakter (“Wat ben je toch ook een lui kind!” of “Jij snapt echt niks hè?”) programmeer je negatieve overtuigingen in het onderbewustzijn van het kind, waar hij of zij de rest van zijn of haar leven last van kan hebben.

Het antwoord op de zoektocht ligt denk ik in het elke dag opnieuw zoeken naar de balans. Bijsturen en opvoeden maakt je nu eenmaal niet de leukste mama of papa, wel de beste opvoeder. En complimenten geven is net zo belangrijk: je kind leert zo dat het niet alleen kritiek te horen krijgt als iets beter kan, maar dat het het óók te horen krijgt als het iets goed doet.

En sommige dagen? Sommige dagen ligt het antwoord in het accepteren dat die balans er soms gewoon ook even niet is. Dat maakt je geen slechte ouder: het betekent dat jij ook maar een mens bent.

Last Man Standing

VIP Blogger Rosan van der Zee stond zes uur lang op een paal van 18 bij 18 centimeter. In deze blog vertelt ze over haar ervaring.

Waarom stond ik op 22 juni zes uur lang op een paal van 18×18 cm? Dat is een hele goede vraag. Terwijl ik er stond vroeg ik het mezelf ook af en toe eventjes af, maar al snel herinnerde ik mezelf aan het belang ervan. Ik stond er namelijk niet in mijn eentje. Nee, ik stond er met nog 299 andere mensen. Allemaal stonden we er met onze eigen verhalen, maar voor hetzelfde doel: zoveel mogelijk geld ophalen voor Stichting Mind.

Deze stichting is er op gericht om psychische problemen te voorkomen en mensen die hiermee te maken hebben steun te bieden. Dit doen ze niet alleen door het onderwerp onder de aandacht te brengen, maar ook door mensen informatie te bieden, onderzoek te doen, projecten uit te voeren en actie te voeren.

Naja, super goed natuurlijk! Zeker ook een doel waarvoor ik me wilde inzetten. Dit deed ik dan ook tijdens Last Man Standing. Een evenement waarbij 300 mensen zes uur lang op een paal proberen te staan om zoveel mogelijk geld op te halen.
Tja, daar stond ik dan op het strandje in Ermelo. Gespannen keek ik naar de grootse verzameling palen die in nette rijen door het water waren verdeeld. Vlak voor het begon, ging ik nog drie keer naar het toilet omdat je tussendoor niet even een plaspauze mocht nemen. Toen het moment aanbrak dat we ons naar onze palen mochten begeven, keek ik nog een twijfelend naar mijn teamgenoot. Gaan we dit echt doen? Bij wijze van antwoord verplaatst mijn teamgenoot zich alvast naar zijn paal en ik volg hem gestaag. Terwijl ik mijn moed bijeen probeer te rapen en bij paal zeven aankom – mijn paal – realiseer ik me al dat ik op het eerste obstakel ben gestuit. Hoe kom ik die paal op? Dit is extra lastig omdat ik een knieblessure heb en ik er ter ondersteuning een strakke brace om heb gedaan. Na eventjes te hebben geklunsd komt er al iemand naar me toe om me op de paal te helpen. Ik bedank hem hartelijk en zet mijn voeten netjes naast elkaar op de paal.

Mijn voeten passen alleen niet helemaal op de paal, zeker met de sandalen die ik aan heb erbij geteld. Ietwat onwennig probeer ik een redelijk comfortabele positie te vinden, maar die positie lijkt niet gevonden te willen worden. We nemen het maar even voor wat het is.
Ik kijk voor me uit en zie een menigte mensen op het strand staan die ons de gehele dag zullen gaan supporten. Al snel tellen we gezamenlijk af en luid het startschot. De teller begint te lopen en de zes uur gaat in. Here we go!

Als je ooit het idee hebt gehad dat je niet zo goed wist wat je met jezelf aan moest, kan ik je vertellen dat dat niks was vergeleken met wat ik op deze paal ervaarde. Je kon letterlijk niks behalve staan. Soms eventjes voorover bukken, maar niet te veel want anders ging je misschien onderuit.
Na twee minuten stapte de eerste persoon al af. Deze persoon kreeg een groots applaus omdat ze er toch maar heeft gestaan. Ondersteund door gejuig en gejoel liep ze richting de kant. Het werd me al snel duidelijk dat het eigenlijk niet uitmaakte hoe lang je hier zou staan; we zijn allemaal winnaars.

Gelukkig werden we ondersteund door een dj en Jasper Demollin die ons er met zijn eeuwige enthousiasme doorheen loodste terwijl hij zelf ook op een paal stond. Toen ik wat zekerder werd van mijn evenwicht besloot ik ook gebruik te maken van de muziek en lekker te dansen. Toen ik later de filmpjes terugkeek, zag ik dat ik de enige was die zo wild danste. Maar hé, ik had lol en dat is wat telt.
Tussendoor was er ook nog een Bingo ronde en mochten er mensen hun verhaal delen of gedichten voorlezen. Dat laatste gaf het hele tafereel ook een persoonlijke sfeer. Ik mocht ook nog een nummer zingen dat ik voor Last Man Standing had geschreven. Dit was best spannend, omdat je op het water de muziek niet goed hoort en je tijdens het zingen ook nog eens je evenwicht moest bewaren. Ook was ik bang dat ik zo nodig naar het toilet moest dat ik het tijdens het zingen in mijn broek zou doen. Het zingen ging gelukkig goed en daar kreeg ik achteraf veel positieve reacties op (thanks!). Ook bleek het gevoel dat ik naar het toilet moest na het zingen opeens te zijn verdwenen. Wellicht waren het dus ook wel de zenuwen.
Na een paar uur werden we ook verblijd met een yoga-sessie. Hoewel ik die rust wel fijn vond na al die harde muziek zorgde het er ook voor dat ik mij volledig bewust werd van de vermoeidheid van mijn lichaam. Ik was hierin niet de enige en voordat ik het wist stonden we met zijn allen ongegeneerd te gapen. Op zich was dit ook wel weer grappig.

Bij elk uur dat er voorbij ging telden we af en juichten we om te vieren dat we het weer een uur hadden volgehouden. Dit ging zo door tot het moment dat ik me plots realiseerde dat we bij het laatste uur waren aangekomen. Holy moly! Ik ging die zes uur misschien wel echt redden!
Het laatste uur was voor mij wel het zwaarst. Waar ik namelijk eerder mijn tijd had gevuld met gek dansen en grappig doen kwam nu het moment van de confrontatie: de minuut stilte. Een minuut stilte waarin we in gedachten bij alle mensen waren die hier niet konden zijn. Een minuut stilte voor de mensen waarvoor wij dit doen. Een minuut stilte waarin alle emotie plots mijn lichaam vulde. Alle herinneringen aan dierbaren die ik was verloren.

De herinnering aan een vriendin waarmee ik twee jaar eerder op een paal had gestaan. Het brak me. Het brak me volledig. Daar kwamen dan ook de tranen. Het besef van de pijn die ik altijd bij me draag.

Er kwam iemand naar me toe om me te helpen. Ze sprak troostende woorden en vroeg of ze iets voor me kon doen. Ik wist niet of ik het nu eigenlijk wel nog vol kon houden, maar iets in mij wilde er echt niet af dus ik vroeg of ik een tissue kon krijgen. Gelijk ging ze op zoek. In plaats van een tissue kwam ze terug met een strandlaken. Ach, dat zou ook wel voldoen. Dankbaar pakte ik het aan en droogde ik mijn tranen.
Ietwat gebroken, maar toch ook vastberaden rechtte ik mijn schouders. Ik hoorde het verdriet van andere mensen om me heen. Toch voelde ik ook hoe dit verdriet werd omgezet in kracht en een zekere vastberadenheid om dit af te maken.
Een strijderslied waande zich in stilte een weg door de lucht en vulde onze harten: We staan nog steeds. We moeten doorgaan. We zullen doorgaan. We doen dit samen om ons doel te bereiken.

Het laatste uur tikte door en de muziek begon weer te spelen. Uiteindelijk lukte het mij ook weer om me op de muziek te laten meevoeren en zelfs weer te dansen. Ik danste net zoals ik dat twee jaar geleden met mijn vriendin deed. Het was net alsof ze er eventjes weer bij was. Een vluchtige traan en een glimlach ondersteund door mooie herinneringen. Nog eventjes doorgaan. Samen doorgaan.
Zonder dat ik het doorhad was het uur voorbij. De laatste tien seconden. We begonnen af te tellen: 10…9…8…7…6…5…4…3…2…1…

Een luid gejuich dat zich over het water verspreidde, klonk als een vrolijk op hol geslagen orkest. Ik joelde mee en voelde hoe de tranen weer over mijn wangen liepen. Het is gelukt! Het is werkelijk gelukt!
Eén voor één werden we van onze paal geholpen. Ik werd er vanaf getild en tijdens het lopen ondersteund door twee mensen omdat mijn knie het inmiddels had begeven. Eenmaal bij de kant aangekomen stond mijn moeder al op me te wachten. Zij die mij zes uur lang heeft aangemoedigd en ik die zes uur lang mezelf aan die aanmoediging vastklampte.

Er is meer dan €85,000 euro opgehaald voor een doel dat ons allemaal aangaat. Geld dat zeker goed zal worden besteed en waarvoor dit het allemaal waard was. Naast het doel was het ook een persoonlijke overwinning voor iedereen die er stond.

We stonden er samen. We deden het allemaal. Hoe lang je er ook hebt gestaan, je hebt het gedaan. Een dag met een lach en een traan. Samen kunnen we de wereld aan.

Site MIND: https://wijzijnmind.nl/
Site Last Man Standing: https://www.doemeemetmind.nl/evenement/last-man-standing-2019

Liefs,

Rosan

Inpakstress!

door Chrisje VIP Blogger Mama-Ri

Juni, juli, augustus, vakantie tijd. Het hele jaar werken we (veel te) hard, dus in de zomer willen we massaal de deur uit. Gewoon, op ons dooie gemakkie, de hele dag een beetje relaxen. Vooral veel eten en drinken, lekker in de zon, camping, hotelletje, het maakt niet uit, maar in ieder geval geen kopzorgen.

HAHA, geen kopzorgen?
Voordat je op je bestemming bent, is het daar: kopzorg met een hoofdletter K én dikgedrukt: Inpakstress.
Het kan een slechte eigenschap van mij alleen zijn, dat denk ik niet, maar ik ben dus een van die mensen die enorm veel last heeft van inpakstress. Waar Lars één dag, wat zeg ik, het liefst een paar uur voor vertrek, eens gaat bedenken waar zijn koffer eigenlijk is, denk ik al weken na over van alles. Over nuttige dingen, die ik mee moet nemen, of moet regelen, en over bullshit. Ik noem het maar even op z’n Hollands, gewoon zoals het is, ik weet zelf ook net zo goed, het is gewoon bullshit. Mocht ik die onzin dingen niet doen, of niet mee hebben, dan regel ik ze daar. Maar toch, ik kan er niks aan doen, ik schrik midden in de nacht wakker, 3 weken voor vertrek en denk dat ik wel moet zorgen dat dat mega grote badlaken gewassen is. En vrijwel direct corrigeer ik mezelf, want ik ga naar een 5 sterren All-in resort, dus ik hoef helemaal geen badlakens mee te nemen…

En we slapen weer verder…
Zonder kind had ik hier al een handje van. ‘Een handje van’ klinkt alsof ik het zelf heel leuk vind, maar dat is dus echt niet zo. Ik heb er last van, écht, net als dat Lars er last van heeft. Of vul ik dat nu voor hem in, ik weet eigenlijk helemaal niet of Lars daar last van heeft. Het is op zich ook best wel makkelijk om gewoon te weten dat je vriendin toch alles, én nog veel meer, heeft ingepakt.
Zo roep je maar een kwaaltje en ik trek mijn medicijnkast open:
– Maagtabletten, diareeremmers, de hele mikmak: ze koken daar altijd met zoveel olie.
– Crèmetje voor dit, zalfje voor dat: ik loop namelijk altijd van alles op in zo’n land. Van uitslag tot eczeem, je wordt er doodziek van, zeker als je de juiste rommeltjes niet bij je hebt.
– Anti-muggen-citronella-stinkzooi, en mocht je dan toch gestoken worden, iets wat de prik weghaalt en wacht! Ik moet nog zo’n uitzuigsetje kopen.
– En natuurlijk de simpele paracetamols, overal goed voor en vergeet niet: all-in betekent ook all-in-alcohol.
(‘Zonder kind’ zei ik net hè, de laatste keer dat wij all-in-alcohol op vakantie gingen, was vóór de geboorte van onze dochter.)

Goed, dit jaar staat er dus weer een 5* resort op de planning en de voorbereidingen zijn, in mijn hoofd, al lang in volle gang. Er is oppas voor onze vogel geregeld, de nodige instructies heb ik uitgetypt en wel klaar staan. De verzekeringen en inentingen zijn geregeld, paspoorten vernieuwd. Stiekem heb ik op zolder al wat dingetjes klaargelegd, Lars heeft daar niks van door en verklaard me waarschijnlijk voor gek, maar gewoon, dingen die je niet zo vaak gebruikt, maar wel mee moet nemen. Dingen die me ineens te binnen schieten als ik naar het WK-vrouwenvoetbal kijk, en die ik dan ook meteen moet pakken, anders ben ik bang dat ik ze vergeet. Weken van te voren. En verder gaat het wel goed met me hoor…

Dit jaar wordt onze derde super de luxe vakantie met mijn vader, zusje, broertje en zwager, maar dit jaar wordt alles anders. De eerste keer met ons kleine meisje.
Opeens realiseer ik me, dat al die rommel me eigenlijk weinig kan schelen, als de spullen voor haar maar in orde zijn. Als ik in het vliegtuig maar luiers, drinken en speeltjes heb en als we de vliegreis maar overleven. Overleven in de zin van dat ze het niet, 3 ½ uur lang, op een krijsen zet, of de hele tijd in de stoel van degene voor me zit te trappen, want GOD wat heb ik daar zelf een hekel aan. Oja en als m’n buggy maar mee mag, want zo’n kindje van anderhalf in een draagdoek met 35 graden. Nee, dat lijkt me maar niks.
Zo kom ik tot de conclusie dat alles wat ik altijd zo belangrijk vond, ineens niet belangrijk genoeg meer is, nu wij de zorg dragen voor ons kleine meisje.

Ons kleine meisje dat binnenkort iedere dag met haar dikke zwemluier in het zwembad ligt.
Ons kleine meisje, dat met haar jaloersmakende blonde lokken en grote blauwe ogen, menig turkse man om haar vinger gaat winden.
Ons kleine meisje dat geen idee heeft van wat haar te wachten staat en dus ook geen inpakstress heeft.
Ons kleine meisje: Wat een rijkdom.

Liefs

Mama-Ri

Wil je meer lezen van Mama-Ri? Dat kan!

www.Mama-Ri.blog
Facebook: Mama-Ri

Laat mij maar lekker saai op vakantie gaan

Door Chrisje’s VIP blogger Rosan van der Zee

Als je op vakantie gaat betekent dat niet meer dat je naar Frankrijk gaat, dat is tegenwoordig een thuiswedstrijd geworden. Nee, je moet naar de andere kant van de wereld. Naar Australië, Nieuw-Zeeland, India of China. Zelfs die plekken zijn echter al vrij gewoon. Iedereen is tegenwoordig namelijk opeens een wereldreiziger geworden.

Omdat de verre landen niet meer bijzonder genoeg zijn, lijkt het wel of de vakantiebestemmingen steeds uitdagender moeten worden. Hoe gekker, hoe beter. Vervolgens is er op de Mount Everest file en lijken mensen ‘Chernobyl’ te hebben gedoopt tot nieuwe populaire vakantiebestemming.

De populariteit voor Chernobyl is vooral gerezen sinds het verschijnen van de serie die is gebaseerd op de tragedie die deze plaats heeft moeten doorstaan. Deze serie heb ik ook gezien en het gaf me alles behalve het verlangen om daar gezellig op vakantie te gaan. Het bevestigde voor mij meer waarom ik daar niet eens een klein beetje bij in de buurt wil komen. Straling is eng, straling is onzichtbaar en je weet niet direct hoezeer het je moleculen of zelfs je DNA aantast. Er is in het nieuws ook al gezegd dat ze niet weten wat de populariteit van deze plek in de toekomst voor effect zal hebben op de gezondheid van de vakantiegangers. Dat is voor mij genoeg reden om elk aanbod om daar naartoe te gaan direct af te slaan.

Ook heb ik eerder een documentaire gezien over de Mount Everest waarbij een Canadees bergbeklimmersteam eindelijk de felbegeerde toestemming kreeg om deze berg te beklimmen. Vervolgens stortte een van hun beste beklimmers naar beneden en kwam er veel kritiek op hun reis. Was het wel verantwoord om deze reis door te laten gaan? Wellicht moest het wel gestopt worden! Nou, ik weet niet waar die zorgen tegenwoordig zijn gebleven want het lijkt wel alsof je bij een pakje boter al toestemming krijgt om deze berg te beklimmen. Waar het vroeger dan ook een uitzondering was om de top te bereiken, sta je tegenwoordig uren te wachten tot de file genoeg geslonken is zodat je zelf ook even een selfie op de top van de berg kunt maken. Huren ze straks ook een fotograaf in die een foto voor je maakt welke je onderaan de berg bij een kiosk kunt kopen?

Als zelfs deze uitzonderlijke vakantiebestemmingen niet meer uitzonderlijk zijn, wat wordt dan het volgende? Gaan we massaal naar de maan en naar Mars? Of gaan we gezellig met zijn allen de immense diepte van onze onbekende oceanen verkennen? Willen we wellicht naast het verzamelen van een gezonde hoeveelheid straling uit Chernobyl en onderkoeling op de Mount Everest ook iets anders proberen? Zoals waterboarding of het in vieren gespleten worden door je ledematen aan vier paarden te laten vastbinden waarbij ze vervolgens alle vier een andere kant uit rennen? Net zoals in de goede oude tijd.

Is dit werkelijk waar het naartoe gaat? Nou, ik blijf wel gewoon lekker saai op vakantie gaan. Maar wie weet, misschien kan iemand me ook wel zo gek krijgen om zoiets uitdagends te doen. Dan wel tot een zekere mate natuurlijk. Chernobyl en de Mount Everest blijven voor mij een no go. Aan de andere kant weet je niet wat het met mij zal doen als ik mezelf ook een keer blootstel aan zoiets uitdagends. Wellicht raak ik wel verslaafd aan ‘the thrill’ en ga ik steeds een stapje verder voor die herbeleving van adrenaline die na elke ervaring steeds meer afstompt.

Is niemand meer veilig voor deze trend omtrent de zoektocht naar bijzondere vakantielocaties? Zijn we allemaal gedoemd om slachtoffer te worden van onze lust naar spanning en verwondering? Of is dit slechts een tijdelijk fenomeen dat uiteindelijk weer zal vervagen waarna het weer oké is om gewoon met de auto naar Frankrijk op vakantie te gaan?

Ik weet het allemaal niet. Op dit moment ben ik al verbaasd over het feit dat mensen al dit soort dingen daadwerkelijk massaal lijken te willen doen. Hoewel het wellicht wel een zekere ervaring van geluk en levenslust veroorzaakt probeer ik mezelf zo lang mogelijk hiervoor te behoeden. Binnenkort ga ik een week naar Ijsland op vakantie. Dat vind ik al spannend genoeg. Laat ik dat dan maar eerst overleven, komt daarna die Mount Everest wel.

Liefs,

Rosan

Vaderdag? Als het maar beter gaat dan Moederdag!

Door Chrisje’s VIP blogger Mama-Ri

Dit weekend is het weer zover: vaderdag. De dag waarop we voor beide vaders iets leuks willen regelen en natuurlijk mag de vader van je eigen kind dan niet vergeten worden.

De voorbereiding van zo’n dag loog er, voordat we zelf papa en mama werden, al niet om. Er wordt met (schoon-)broers en (schoon-)zussen over een idee gebrainstormd, er wordt besproken wie, hoe laat bij papa of opa kan zijn en wie wat regelt. Daarnaast mag je dat dan proberen te combineren met de wensen van de (schoon-)familie, zodat er voor beide papa’s en opa’s een leuke vaderdag georganiseerd wordt. Deze voorbereiding is soms al een dagtaak op zich – en dan heb ik nog niet gesproken over de verrassing die ik nu dus, namens onze dochter, voor haar papa mag verzinnen. Want ja, zo’n meisje van anderhalf bedenkt dat toch echt niet zelf.

Dit weekend is de eer dus aan mij. Aangezien Lars alles behalve een ontbijter is, is het regelen van een standaard vaderdagontbijtje niet alleen zinloos, maar ook heel demotiverend. Heb je je net een uur lang uit staan sloven in de keuken, met een zeurende dreumes aan je been, krijg je vervolgens te horen  dat ie niet zo’n trek heeft, met zijn gezellige ochtendhumeur. Dat doen we dus maar niet meer.

Wat doen we dan wel? Nou, we geven papa zo’n zelfgemaakt canvasje met een voetafdruk, kopen er een lief cadeautje bij en racen daarna met z’n allen door onder de douche, naar papa 1, praktisch gecombineerd met het bezoek aan opa, door naar papa 2 en crashen aan het eind van de dag op de bank, met een super-de-luxe vaderdagdiner. Of gewoon een vette pizza.

Lees verder onder de foto

Misschien gaat het er bij andere gezinnen echt zo romantisch aan toe, als de reclame’s op TV doen geloven? Wij streven daar niet meer naar. Zeker niet na onze eerste moederdag ervaring van vorig jaar. Mijn eerste moederdag ging namelijk direct de boeken in als een fantastische, bijna onbetaalbare, verrassingsdag. Ik werd super romantisch wakker gemaakt, oh nee, wacht… ik gaf borstvoeding en was dus eerder dan Lars wakker om onze dochter te voeden. Heel stilletjes, zodat Lars nog even door kon slapen. Haha nee, DOEI, het was moederdag dus maakte ik Lars gewoon wakker en verzocht hem vriendelijk om koffie te gaan halen.

Eenmaal klaar met de eerste voeding had hij voor mij zo’n super schattig canvasje, een cadeautje en de mededeling dat ik niets te eten kreeg, omdat we zo meteen ergens naar toe gingen. (Uh… Hallo, ik ben dus wel een ontbijter!) Een half uurtje later vertrokken we naar, voor mij, bestemming onbekend. Als de auto zou starten tenminste…

Vermoedelijk hadden de buren net zo’n vol dagprogramma als wij, zij deden inmiddels een poging hun kinderen in de autostoeltjes te helpen, toverden daarna de startkabels tevoorschijn en we reden weer. Zeker een hele kilometer, misschien anderhalf, maar het leek ons op de oprit naar de snelweg beter om niet door te rijden met een auto waarvan de motor op zijn kookpunt was.

Daar sta je dan… op je allereerste moederdag, met een baby, in de regen, op de vluchtstrook van de snelweg te wachten tot je pappie je komt halen. Fantastisch…

Een lekke koppakking, auto total loss, dag moederdag ontbijtje bij een luxe hotel in de buurt: echt typisch iets voor mij op mijn allereerste moederdag.

En weet je, we lachen met de nodige zelfspot om ons avontuur. De auto is inmiddels vervangen, de canvasjes pronken aan de muur en die allereerste moederdag is er een geworden die we nooit zullen vergeten. We accepteren maar dat het allemaal niet zo romantisch is, als de reclames, facebookposts en andere misleidende berichten doen geloven. Althans, niet bij ons.

Wij doen maar gewoon, dan beleven we wel genoeg.

Liefs,

Mama-Ri

Wil je meer lezen van Mama-Ri? Dat kan!

www.Mama-Ri.blog
Facebook: Mama-Ri

Ik word bang van het nieuws

Door Chrisje’s VIP blogger Rosan

We leven in een tijd waarin er veel gebeurt. Hoewel, we hebben vooral door dat er veel gebeurt. Dit mede dankzij zaken als ‘social media’. Het is onwijs handig om overal op de hoogte van te zijn. Dan kan je tenminste meepraten in gesprekken tijdens feestjes waarbij je eigenlijk niet zo goed weet wat je met jezelf aan moet. Als er dan ook nog eens geen hond of kat aanwezig blijkt te zijn waar je je aandacht op kunt richten, zal de kennis omtrent recente gebeurtenissen je door de avond heen slepen.

Toch vraag ik me soms af of ik al dat nieuws dat dagelijks op mijn bordje wordt gegooid wel altijd met me mee wil nemen. Wil ik weten dat er weer iemand vermoord is? Wil ik weten dat er een gevaarlijk iemand op de vlucht is? Wil ik weten dat iemand zich het leven heeft ontnomen? Wil ik weten dat er weer een oorlog is? Wil ik weten dat er weer een aanslag is gepleegd? Wil ik weten dat de mensheid gedoemd is door de klimaatverandering? Wil ik weten…

En ja, ik wil weten. Ik wil heel graag weten. Dit niet alleen omdat ik dan tenminste niet overkom alsof ik onder een steen leef, maar ook omdat ik mijn ogen niet wil sluiten voor alle gebeurtenissen in de wereld. Toch maakt het me ook bang. Het maakt me dusdanig bang dat ik bepaalde dingen niet eens meer durf te doen. Ik heb bijvoorbeeld een angst voor het openbaar vervoer. Iedereen is daar plots een potentiële bedreiging geworden. Ik ben al jaren niet op vakantie geweest. Wie weet wie ik in het buitenland wel niet tegenkom. Ik durf niet naar de Gay Pride in Amsterdam waar ik eigenlijk al heel lang een keer naartoe wil. Straks vindt er nog een aanslag plaats. Ik weet ook niet of ik kinderen wil krijgen. Hoe kan ik ze in een wereld zetten die al gedoemd is kapot te gaan?

Er is overal gevaar. Er is overal dreiging. En dat was er eigenlijk altijd al, maar nu ben ik me er constant van bewust.

Dus ik zit thuis. In mijn veilige haven. Ik verberg mezelf voor de wereld, maar de wereld verbergt zich niet voor mij. De wereld dringt elke dag mijn huis binnen. En ik sta het nog toe ook. Via mijn telefoon, via mijn computer, via een tablet, via een smartwatch, via de radio en zelfs via de krant (ja, dat bestaat nog). Elke dag word ik overspoeld door informatie die super nuttig is voor tijdens een feestje, maar waar ik in feite geen ene ruk mee kan. Het komt en het komt en het blijft maar komen. Een ontoombare waterval aan informatie stort zich meedogenloos op me en dringt ongevraagd mijn hoofd binnen. De hele wereld lijkt om een plekje in mijn brein te vechten. LAAT ME MET RUST! IK WIL DIT NIET! IK WIL STILTE!

Er lijkt geen plek meer over te zijn voor mezelf…

Hoewel ik het dan ook heel graag allemaal wil weten is het misschien beter om mezelf ook te beschermen voor al die informatie. De wetenschap dat de wereld een duistere en onheilspellende plek is, is een wetenschap die mij in mijn greep lijkt te houden. Want de wereld is niet alleen maar dreiging en gevaar. De wereld is ook ontzettend mooi. Toch lijk ik het niet meer te kunnen zien. Het duister heeft mij het licht ontnomen.

Ik besluit om maatregelen te nemen. Ik besluit om mezelf te beschermen van al het nieuws in de wereld. Begrijp me niet verkeerd, er is niks mis met bang zijn. Angst hoort nu eenmaal bij het leven. Er is echter wel iets mis met bang zijn als het je hele leven begint te bepalen. Als het je beperkt in de dingen die je doet. Soms moet alle informatie gewoon even onzichtbaar blijven. Dat is dan ook wat ik zo nu en dan doe om mezelf een moment van rust te gunnen.

Telefoon uit. Computer uit. Tablet uit. Smartwatch uit. Radio uit. Krant dicht. Eventjes helemaal niets.

Ik pak een boek en begin een verhaal te lezen waarvan ik weet dat het niet echt is, maar waarin ik even helemaal kan verdwijnen. Ik vind eindelijk weer de ruimte in mijn eigen hoofd. Niets dat mij nu nog zal beangstigen.

Plots zwaait de deur open en iemand rent naar binnen waarna de volgende woorden zich luidkeels door de ruimte verspreiden: “Heb je het nieuws al gehoord!?”

Ik verbreek mijn moment van stilte en kijk omhoog vanuit mijn boek. Met een rustige stem antwoord ik: “Nee, dat heb ik niet gehoord en voorlopig hoef ik het ook nog niet te weten. Dit moment is even helemaal van mij.”

De persoon die zojuist vol passie naar binnenstormde om het grote schokkende nieuws te brengen, staat er ietwat verloren bij. Ik wil mijn blik weer naar mijn boek verplaatsen, maar voordat ik dit doe komt er nog iets in me op en ik zeg: “Ik ga dit jaar denk ik weer eens op vakantie. Dat is al veel te lang geleden. Ook ga ik naar de Gay Pride. Daar heb ik immers altijd al eens naartoe willen gaan.” De ander kijkt me verrast aan, maar lijkt daarna alweer te verdrinken in al het nieuws dat zijn hoofd overspoelt.

Vervolgens laat ik de stilte weer de ruimte vullen en ga ik verder met het lezen van mijn boek. Heel eventjes lijkt mijn angst voor het leven te zijn geblust. Tevreden geniet ik van mijn rust.

Liefs,

Rosan

 

Relatie beëindigen of toch doorgaan: hoe bepaal je wat wijsheid is?

Veel mensen twijfelen of ze verder moeten gaan met hun relatie. De meest voorkomende redenen voor een breuk: de sleur sloop er in, de liefde is op, de partner is vreemdgegaan of je bent zelf verliefd geworden op een ander.

We weten allemaal wel dat het gras meestal niet écht groener is bij de buren. Sleur hoort nu eenmaal vaak bij een lange(re) relatie. Daar tegenover staat wel dat je heel vertrouwd bent met je partner, dat jullie elkaar vaak erg goed kennen en dat je je veilig voelt bij je partner.

Als je partner is vreemdgegaan of jij zelf, is er – in tegenstelling tot sleur – meestal wel echt iets kapot gegaan.

Lees verder onder de foto

Of je zelf nu degene bent die zelf vreemd is gegaan of jouw partner: er is een breuk in het vertrouwen ontstaan en die krijg je niet zo een, twee, drie hersteld. Het vertrouwen terug winnen van je partner kost heel veel geduld, tijd en openheid. Ook is een vereiste dat er geen enkel contact meer is met de minnaar of minnares, anders maakt de partner al geen kans meer. Na jaren samen zijn kun je natuurlijk moeilijk op tegen een nieuw, spannend iemand en vlinders die door de kamer fladderen.

Of de sleur nu is ingeslagen, of het vertrouwen kapot is: communicatie is het allerbelangrijkst. Openheid over de problemen die in je relatie geslopen zijn is van cruciaal belang. Als je niet bruut eerlijk tegen elkaar kunt zijn, maakt je relatie geen schijn van kans.

Vaak worden in de loop der jaren de leuke dingen vergeten. Eens zomaar een kadootje kopen voor je partner of spontaan een weekendje weg boeken is er vaak niet meer bij. Toch blijft daten met je partner belangrijk: bewust tijd maken voor elkaar.

Uiteenlopende interesses

Uiteenlopende interesses kunnen voor problemen zorgen! Na verloop van tijd wordt het vervelend als je partner hele andere dingen wil dan jij. Wat als jouw partner het liefst het hele weekend actief er op uit trekt, terwijl jij het liefst met een goed boek en een glas wijn op de bank zit? Wat als je partner van festival naar club wil trekken als jij om tien uur ’s avonds het liefst onder de wol kruipt? Dit zijn allemaal zaken die er voor kunnen zorgen dat jij en je partner van elkaar verwijderd raken. In plaats van focussen op de verschillen in interesses kan het helpen om te zoeken naar dingen die je wél graag samen doet.

Lees verder onder de foto

Wat als jullie karakters botsen?

Opposites attract. Dit is waar. Maar na verloop van tijd kunnen twee heel verschillende karakters gaan botsen. Dit kan leiden tot veel ruzies. Als je denkt dat je je partner kunt veranderen: think again. Alleen als iemand het zelf echt heel graag wil, kunnen bepaalde dingen wel wat aangepast worden en kunnen compromissen gezocht worden. Maar van een heel introvert persoon een extravert iemand maken? Dat gaat je niet lukken. In feite komt het er op neer dat wanneer je het karakter van je partner niet kunt accepteren, stoppen met de relatie de enige optie is. Hoe fijn zou jij het zelf vinden als iemand alles aan jouw persoonlijkheid zou willen veranderen? Als je elkaars karakter niet accepteert, maak je over veertig jaar nog steeds dezelfde ruzies.

No-no’s

Ten slotte: Veel relatieproblemen zijn met goede communicatie en motivatie van beide kanten wel aan te pakken. Als er liefde genoeg is, vind je vaak wel een weg om weer dichter bij elkaar te komen, al dan niet met behulp van een relatietherapeut.

Maar er zijn een aantal no-no’s in relatieland, de zogeheten red flags, waarbij je maar beter meteen kunt stoppen:

  • Geweld: als je partner jou (en/ of je kinderen) mishandelt, (fysiek of mentaal) zorg dan dat je de hulp zoekt om op een veilige manier weg te gaan bij je partner. Geweld is nooit oké, onder geen enkele omstandigheden. Jij bent het niet schuld, wat je ook verteld wordt. Zit jij in een relatie waarin je mishandeld wordt? Neem dan contact op met Veilig Thuis. Ook als je twijfelt.
  • Verslaving: Als je partner alcohol- of drugsverslaafd is (of wordt), is het heel moeilijk om hem of haar te blijven steunen. Het misbruik van alcohol of drugs sloopt relaties, zorgt voor problemen op het gebied van werk, veiligheid, financiën en je emotionele veiligheid. Is jouw partner verslaafd? Lees dan deze folder voor partners of neem contact op met je huisarts.

Ophef over Curvy paspop van Nike: blijkbaar mogen wij dikkere vrouwen niet sporten? – door VIP blogger Inge

De wereld blijkt in shock te zijn, Nike heeft een curvy paspop in zijn winkel in Londen staan. En de hele wereld vind daar wat van, net zoals de dames aan de desk van RTL-boulevard.

Alle cliché’s vliegen wel zo’n beetje over de desk, hoe bedoel je bodyshaming?! Maar het zijn juist de mannen die het voor “ons dikkerdjes” opnemen.

Bijzonder om te zien wat er gebeurt als een groot merk met behoorlijk wat aanzien buiten de bekende hokjes denkt. Ik persoonlijk vind dat Nike met zijn tijd mee gaat, want waarom zouden de paspoppen toch voor altijd en eeuwig in maatje XS moeten blijven.

Alhoewel ik gisteren begrepen heb, dat maatje 48/50 echt te groot is en te extreem. Bah! Wat een rot opmerking!

Het zijn juist door deze opmerkingen en door deze mensen, dat “wij dikkerdjes” soms niet eens durfen te sporten. Of überhaupt soms zelfs de straat niet meer op durfen (of in ieder geval met frisse tegenzin). Juist door deze walgelijke mensen met deze walgelijke vooroordelen.

Dik zijn is niet altijd een keuze, ik zou ook graag een maatje minder willen (wel meerdere ook). Maar dat is me helaas (nog) niet gegeven. En geloof me, ik heb al van alles geprobeerd, zonder resultaat en met nog meer frustratie. Ik voldoe niet aan de normen en dat is een bittere pil waardoor ik op heel wat blaren zit en moet zitten.

Of was het nou de onzekerheid van de dames die hun parten speelde? Dat wij “dikkerdjes” de overhand gaan nemen en dat zij buiten de normen gaan vallen? Buiten de bekende hokjes? Niet meer zo perfect zijn?

Ik strooi wat liefde, over alle maten……

Liefs,

Inge

Inge’s blog kun je volgen via Instagram:
https://instagram.com/lief.dagboek2.0

Facebook: lief.dagboek2.0

Hoe het is om model te zijn: door Rosan

Door Chrisje VIP blogger Rosan

Hoe is het om model te zijn? Een vraag die ik soms krijg. Eigenlijk heb ik er niet direct een antwoord op. Ik ben namelijk gewoon ‘ik’. Ik ben niet ‘model’, ik ben Rosan. Daarbij ben ik ook geen ‘Doutzen Kroes’ die elke dag voor de camera’s staat en met lange elegante benen over de catwalk paradeert. Het is voor mij meer een bijbaantje. Ik pas verder niet echt in het beeld van een ‘model’ met mijn net iets te kleine postuur en te brede benen.

Om toch met een antwoord te komen zal ik vertellen over mijn ervaring in het modellenwerk. Het is namelijk niet zo glamorous als sommige mensen denken…

Pas geleden mocht ik een show lopen voor Schwarzkopf tijdens de Coiffure Award. Dat was erg leuk, maar mijn haar moest kort. Ik vond dat zelf uiteindelijk wel prima. Mijn omgeving was echter in diepe rouw omdat ze blijkbaar toch wel gehecht waren aan de keratine die zich op mijn hoofd bevond. Ondanks het leed dat ik eventueel bij mijn omgeving veroorzaakte besloot ik toch door te zetten.

Voor de dag van de show werkelijk was gearriveerd was er ook nog een prep-dag. Tijdens deze dag werd mijn haar geverfd, maar nog niet geknipt. Ik moest nog een paar dagen met een kapsel lopen dat voorop porno-blond was en achterop bijna zwart (donker koper). Toen ik mij dus tijdens de dagen voor de show weer tussen mijn medemensen voegde, was voor veel mensen het rouwproces al begonnen. Ik kon zelf op dat moment echter niet meer wachten tot het geknipt was. Zeker zodat alle andere mensen om me heen dan niet meer zo zenuwachtig zouden doen. Dat werd voor mij namelijk onbewust een rede om te gaan twijfelen. Uiteindelijk was het gelukkig maar haar en werd er niet een been geamputeerd om in het modebeeld te passen. Dus hop, op naar de bewuste dag des oordeels: De Coiffure Award.

Hoewel de show zelf pas om half negen ’s avonds begon, was ik al om half negen ’s ochtends in Hilversum bij Studio 21 te vinden. Hilversum ligt voor mij echter niet om de hoek dus dat was voor mij een vroege rit. Maar goed, ik was op tijd en ik had er zin in.

Toen ik daar aankwam zag ik al wat mensen bij de deur staan waar ik me dan ook snel bij voegde. We mochten echter nog niet naar binnen want dat kon pas om negen uur. Op zich was dat niet zo erg geweest als de temperatuur niet probeerde om Antarctica na te bootsen. De wind maakte het ook niet veel beter. Gelukkig ging om negen uur de deur naar onze salon open en konden we onszelf klappertandend en ietwat blauw aangelopen gereedmaken voor een lange dag.

Eenmaal binnen mochten de meeste andere modellen gelijk door naar de zaal waar de repetitie zou zijn. Ik moest echter in de salon blijven om mijn nieuwe kapsel te verwelkomen. Ik moest wel nog even wachten op de man die mijn haar zou gaan knippen. Tijdens de prep-dag had ik de andere kappers al over hem horen praten. Hij was blijkbaar best een belangrijk iemand. Toch moest je bij hem wel duidelijk aangeven wanneer je het kapsel te kort vindt worden omdat hij anders ongestoord door blijft knippen tot je het zelfde kapsel als hem hebt: kaal. Hoewel ik niet denk dat dat letterlijk zo is, nam ik me wel voor dat ik hiervoor moest waken.

Na een tijdje kwam de man ietwat gehaast binnen. Hij begon direct iedereen twee kussen op de wang te geven. Ook de modellen die hij al kende van een eerdere show werden op deze wijze begroet. Aan de gezichten van de modellen te zien waren ze ietwat overweldigd door deze begroeting, maar ze leken er aan de andere kant ook wel weer trots op. Want hé, deze man is best wel belangrijk.

Intussen zit ik al ietwat zenuwachtig op mijn stoel te draaien en de man lijkt al snel zijn weg naar mij gevonden te hebben. Hij is netjes gekleed in de werkkleding van Schwarzkopf en heeft een strak geschoren stoppeltjesbaard dat zijn kale schedel mooi accentueert. We schudden elkaars hand en stellen ons voor waarna ik al gelijk zijn naam vergeten ben. Ik kan mezelf dan ook wel voor mijn kop slaan omdat zijn naam waarschijnlijk best belangrijk is om te onthouden.  

In ieder geval begint hij al snel met knippen waarbij ik af en toe met mijn hand onder het schort de haren die er op zijn gevallen in verschillende etappes naar de grond begeleid. Hij vraagt nog of ik het spannend vind omdat het zo kort wordt. Daarop antwoord ik dat ik het wel mee vind vallen en dat ik niet zo gehecht ben aan mijn lange haar. Shit… Dat had ik wat voorzichtiger moeten zeggen. Nu krijg ik vast een kaal hoofd. Denk ik angstig. Echter durf ik nu niet meer te zeggen dat ik toch wel enige lengte over wil houden dus ik zwijg vervolgens en wacht gespannen mijn vonnis af. We maken nog wel wat grapjes over mijn kleine flapoortjes (waar ik zelf over begon) en het is vooral ook heel gezellig.

Uiteindelijk lijkt de schade van de knipbeurt mee te vallen. Wel zegt hij erbij dat dit slechts een beginnetje was en dat ik eerst nog geverfd ga worden. Prima, dan word ik straks kaal. Ik verplaats naar een andere stoel waar uiteindelijk drie mensen met mijn haar bezig zijn. Er worden steeds meer folies op mijn hoofd geplaatst met koperkleurige verf ertussen die de overgang van donker naar licht meer moet schakeren. Uiteindelijk hebben de folies mij volledig het zicht ontnomen en kan ik slechts nog naar de reflectie van mijn eigen ogen kijken. Folie is overigens ook niet het meest verkoelende materiaal ter wereld. Waar ik het in het begin van de ochtend dan ook ijskoud had, voelde ik nu hoe mijn hoofd steeds meer voelde alsof het in een oven was geplaatst. Omdat ik niks kon zien kon ik ook niet echt iets doen zoals op mijn telefoon kijken. Het folie zorgde er ook voor dat ik niks kon horen dus een wezenlijk gesprek zat er ook niet in. Dit hele proces heeft ruim anderhalf uur in beslag genomen.

Toen kwam eindelijk de bevrijding: het wassen. Ik werd naar de wastafel begeleid omdat ik niks zag. Vervolgens moest ik op een stoel zitten die ervoor stond en mijn nek achterover leggen in die altijd weer oncomfortabele positie. Terwijl mijn hals steeds meer verkrampte en ik voelde hoe er waarachtig een sixpack op mijn nek werd gekweekt, werden de folies een voor een van mijn hoofd gehaald en mijn haar uitgespoeld. Na een tijdje stopte de persoon die mijn haar aan het uitspoelen was echter plots. Hij riep er iemand bij om mee te kijken. “Hoe kan ik dit oplossen!?” Zei hij ietwat gespannen. Ik voelde op dat moment ook een spanning in mij opkruipen en verwachtte zo in de spiegel dan ook een monster tegen te komen met haar dat paars was met gele stippels. Echter bleek al snel dat het ging om vlekjes op de hoofdhuid van de verf. Gelukkig, dat valt wel mee.

De man kreeg vervolgens een soort subtiel schuursponsje aangereikt waarmee hij mijn hoofd begon te boenen. Hij vroeg nog of dit pijn deed en ik zei dat dit niet het geval was. Nadat ik dat had gezegd begon hij opeens als een bezetene op één punt te boenen wat dus wel heel erg pijn deed. Nu durfde ik er echter niks meer over te zeggen (wat niet heel slim was). Later bleek dat de hoofdhuid dusdanig was kapot geschuurd dat ik de halve dag een doekje tegen mijn hoofd aan moest houden om te voorkomen dat de vuurrode kapotte plek niet allemaal vocht over mijn gezicht deed sijpelen.

Enfin, ik had het eerste kleine debacle overleeft. Met mijn haren nog drijfnat werd ik plots met haastige spoed naar het podium gestuurd omdat mijn repetitie al begon. Ik rende ietwat overvallen en struikelend achter iemand aan die mij naar het podium begeleide. Vervolgens rende ik een donkere zaal in en ik had geen flauw idee waar ik heen moest. Uiteindelijk vond ik nog wat mede lotgenoten die in de zaal stonden en niet zo goed wisten wat ze moesten doen. Ik ging bij ze staan en deed alvast mijn hakken aan voor het oefenen. Vervolgens werden we snel het toneel op geroepen en kregen we soort van half uitgelegd wat we moesten doen.

Nu denk je waarschijnlijk: Maar je hoeft toch alleen maar even heen en weer te lopen op zo’n catwalk? Nou, nee dus. We kregen een ware choreografie. We hadden ongeveer zes punten waar we rekening mee moesten houden en momenten waar we moesten gaan dansen. Jazeker: dansen. Persoonlijk vond ik dat super tof, maar ik was ietwat overrompeld aangezien het binnen tien seconden werd uitgelegd en ik door mijn natte haar dat over mijn lichaam uitdruppelde langzaam onderkoelde. We werden snel naar onze plek begeleid, de muziek startte en de repetitie begon gelijk. Ietwat verdwaald acteerde ik maar alsof ik wist wat ik aan het doen was, maar eigenlijk had ik geen flauw idee waar we precies mee bezig waren. Bij de tweede keer begreep ik dat het de bedoeling was dat we tijdens het lopen gingen dansen en we met de dansers moesten samenwerken in plaats van erbij te lopen als een eendje dat was verdwaald in de grote oceaan. Ik dacht dat ik het de derde keer wellicht echt goed zou gaan doen. Echter was na de tweede keer de repetitie al afgelopen en moesten we door naar boven waar onze make-up en haar zou worden gedaan.

Ik mocht als een van de eerste mijn haar laten doen door de belangrijke man waarvan ik de naam niet meer wist. Hij was uiteindelijk helemaal blij met het kunstwerk dat hij had gecreëerd en ik vond het ook erg leuk. Echter was er nog een man in de ruimte: ‘de über-belangrijke man’. Deze man was zo belangrijk dat hij Engels sprak en maar gewoon een kloffie droeg omdat zijn imago geen dure kleding behoefte. Deze man vertelde dat mijn haar geheel overeind moest. “Put it up! Put it all up!” Dit betekende dat ik daar noch ongeveer een uur zat terwijl er aan mijn haar werd getrokken, geföhnd en gedaan om het maar overeind te krijgen.

Eindresultaat: ‘Jimmy Neutron’. Door een van de dansers werd ik ook vergeleken met zo’n speelgoedtrolletje van vroeger. Later werd het meer in de vorm van een hanenkam geboetseerd wat ik erg tof vond. Eindelijk kon ik er ook eens als een punker bijlopen. Toen de ‘über-belangrijke man’ mij vertelde de ik niet voorover mocht buigen omdat anders mijn haar zou afbreken, kreeg ik het wel een beetje benauwd. Maar dat mocht de pret niet drukken.

Bij de make-up werd mijn wilde look nog extra ‘alien-achtig’ gemaakt door mijn wenkbrauwen heel licht te maken zodat je ze bijna niet meer zag en mijn oogschaduw juist heel erg donker.

Tussendoor kon ik nog heel even een maaltijd naar binnenwerken, maar al snel moesten we de kleding voor de show aan gaan doen. Het punt is alleen dat je echt niks meer mag doen als je deze kleding aan hebt. Je mag niet meer zomaar zitten. Je mag niet meer zomaar bewegingen maken. Je mag niet meer eten. Je mag niet meer naar het toilet. Je mag alleen nog maar ademen en netjes blijven staan terwijl je langzaam verdrinkt in je eigen angstzweet. Toch mag dat angstzweet ook weer niet te veel zijn omdat je dan de kleding bevuilt. Vervolgens stond ik doodstil in een ruimte met vijftien andere modellen die geen enkel spiertje zomaar durfden te bewegen. Ondanks de verkrampingen in mijn lichaam was het nog best gezellig zo.

Om half negen was dan eindelijk de show. Na een dag lang voorbereiden konden we eindelijk de dertien minuten pakken waarvoor we dit allemaal deden. Van die dertien minuten stond ik ongeveer drie á vier minuten op het podium. Maar wat was het tof en wat heb ik onwijs genoten. Het was het allemaal waard om eerst in de kou te staan, vervolgens urenlang in de verf te zitten, mijn hoofd kapot te laten schuren, mogelijk mijn haar af te breken als ik vooroverboog en urenlang stil te moeten staan.

Eenmaal klaar waren we allemaal super tevreden en enthousiast, maar ook bekaf. We waren allemaal uitgenodigd voor de afterparty, maar we gingen allemaal na de show naar huis. Dat werd dus een feestje zonder modellen. Mijn haar werd nog even met grote spelden platgemaakt omdat ik anders niet in de auto paste. Daarna kon ook ik – moe maar voldoen – naar huis.

Eenmaal thuis haalde ik de make-up van mijn gezicht en stapte ik onder de douche. Ik liet het warme water de hairspray uit mijn haar spoelen waarna het langs mijn lichaam richting het doucheputje gleed. Ik stapte toen ik klaar was de douche uit en de zelfverzekerde punker was weer verandert in het meisje dat zich soms afvraagt waarom ze haar als model willen inzetten. Ik ben eigenlijk te klein. Mijn benen te breed. Mijn voorkomen ietwat klunzig. Ik ben maar gewoon een meisje. Ik ben maar gewoon Rosan. Toch ben ik blijkbaar ook model. Terwijl ik me zo totaal niet voel. Zou Doutzen Kroes dit soms ook van zichzelf denken?

Mijn lichaam verplaatst zich naar bed. Ik ga liggen en trek de dekens over me heen. Waar ik daarnet nog op een groot podium stond lig ik nu weer kwetsbaar in bed, omringt door mijn teddyberen. Ik sluit mijn ogen en verwelkom de slaap die mij de ongelooflijke dag van vandaag helpt verwerken. Vannacht kan ik nog even nagenieten, morgen ben ik weer het gewone meisje. Morgen ben ik weer gewoon Rosan.

 

Rosan: “Als ik aan mensen probeer uit te leggen dat ik gender fluid en panseksueel ben, merk ik hoe ingewikkeld het klinkt.”

Ik ben een vrouw, maar niet altijd evenveel. Soms voel ik me namelijk meer man. Hoewel ik mij er geheel van bewust ben dat ik in het bezit ben van een ‘flamoes’ en dus het vrouwelijke geslacht heb, identificeer ik me er niet altijd evenveel mee.

Waar ik de ene dag het meest ‘vrouwelijke’ schepsel op de planeet ben, kan ik een andere dag me toch echt gedragen als een vent. Althans, dat is hoe de maatschappij dat vaak ziet. Vanuit mijn perspectief is er namelijk niet direct zoiets als ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ gedrag. Er is vooral gewoon ‘gedrag’.

Op de dagen dat ik me meer als ‘man’ gedraag (volgens de maatschappelijke normen) zul je me ook echt niet in een jurkje met hakken zien. Dat past dan gewoon echt totaal niet bij me. Terwijl ik een andere dag in de meeste meisjes-achtige kleding door de straten huppel en alles ‘fabulous’ noem.

Heb ik dan een dubbele persoonlijkheid? Nee.

Dit valt onder de noemer: Gender Fluid. Een constante mix van het ervaren van de genders ‘jongen en meisje’ waarbij je je de ene dag meer als een van de twee voelt dan de andere dag.

Toch heb ik soms moeite met deze benaming omdat ik mijn ‘mannelijke’ dagen niet per se als mannelijk zie. Gedrag is voor mij immers niet direct aan gender gerelateerd. Toch kan ik me qua gevoel soms wel meer man voelen, ongeacht mijn gedrag.

Klinkt dat verwarrend?  Welkom in mijn hoofd… Gelukkig was ik al gek, dus dit kan er ook wel bij. 😉

Uiteindelijk zou het ook niet echt uit moeten maken of ik meer meisje of jongen ben of me zo gedraag. Ik ben bovenal gewoon mens.

Om het nog iets makkelijker te maken ben ik qua seksuele oriëntatie panseksueel. Dat betekent dat ik op pannen val en ik voel me vooral aangetrokken tot steelpannen. Oké, dat is niet wat het betekent. Ik val beide op mannen en vrouwen. Maar anders dan bij bi-seksualiteit, maakt het me eigenlijk helemaal niet uit of iemand zich als man, vrouw, non-binary, gender fluid, trans, etc. identificeert. Ik val namelijk op iemands persoonlijkheid en niet op het fysieke geslacht of gender.

Natuurlijk vind ik het ook fijn als iemand er lichamelijk goed en gezond uitziet. Echter maakt het me niet zoveel uit wat voor fysieke aspecten omtrent geslacht er aanwezig zijn. Heb je een flamoes? Top. Heb je een langer aanhangsel? Ook goed. Zie je eruit alsof je een langer aanhangsel hebt, maar heb je eigenlijk een flamoes? Ook helemaal oké. Piemels, vagina’s, slangen, poezen, aanhangsels, flamoes, derde been, punani, weet ik het wat allemaal. Het is mij allemaal om het even.

Sommige mensen lijken het niet helemaal te begrijpen als ik mijn gender en seksuele oriëntatie probeer uit te leggen. Als ik het uitleg kom ik er soms zelf ook achter dat het best ingewikkeld klinkt. Dan vertel ik de ander uiteindelijk maar gewoon dat het belangrijkste is dat ik liefheb en dat ik ben wie ik ben. Want daar gaat het toch uiteindelijk om?

Ook heb ik de hele wereld dus als potentiële partner. Dat is de luxe die ik dan weer wel heb. En zelfs dan ben ik nog single. Dat noemen we pas zelfcontrole. Of ligt het meer aan de gebreken in mijn sociale communicatie? Wie weet, maar dat is weer een onderwerp voor een andere blog….

Liefs,

Rosan

Wist ik toen maar wat ik nu weet: wat onzekerheid met je doet – door Chrisje VIP blogger Inge

Wist ik toen maar, wat ik nu weet. Dat had een hoop ellende bespaart, zowel voor en bij mij als “die ander” (in de ruimste zin van het woord). Ik begrijp uiteraard, dat ik al die leermomenten heb moeten opdoen om juist hier te kunnen staan. Maar het pijn doen van mezelf en ook de ander, is niet echt iets om trots op te zijn en is sowieso geen fijne gedachte.

Ik heb altijd vanuit de verkeerde emotie gehandeld: onzekerheid. Dat is – net als angst  – geen goede raadgever. Onzekerheid brengt je constant in de nesten en als die er even niet zijn, dan creëert deze raadgever het wel. Al die stemmetjes in je hoofd, die je een verkeerde realiteit doen geloven.

Nu handel ik vanuit mijn hart en dat gaat uiteraard echt nog niet altijd goed (maar ja, wat is goed?). Soms is er wat ruis op de lijn, omdat er dan nog wat wild lopende raadgevers aan het blèren zijn. Ik ben immers elke dag moe, heb elke dag pijn en dat is niet altijd een goede combinatie.

Het is denk ik moeilijk voor te stellen, wat onzekerheid met je doet.

Je wordt daar echt geen leuker mens van, ik althans niet. Altijd maar dat éne gevoel in je hoofd, “je bent niet goed genoeg”. En met dat gevoel betrek je alles wat er gebeurt en gezegd wordt op jezelf en ziet de wereld er alles behalve dan rooskleurig uit. Dat gevoel gooit alles over hoop en dan wil je eigenlijk van alles en iedereen wegrennen. Totaal geen eigen waarde en dat wat je van waarde in je handen hebt, durf je amper vast te pakken en / of te houden (lees; je jaagt het zelfs weg). Kortom, elke dag in gevecht met de saboterende gedachtes en je leuke zelf.

Inmiddels wéét ik beter (alhoewel het nog niet altijd zo voelt), ik ben wel goed genoeg!! En of dat genoeg is voor die ander, dat ligt niet aan mij, maar aan die ander. En dat zegt niets over mij, maar over de ander. Iets met een potje en een dekseltje, het past of het past niet: maar dan moet je uiteraard niet het schroefdraad gaan forceren.

Warme groet,

Inge Heutenik

Inge’s blog kun je volgen via Instagram:
https://instagram.com/lief.dagboek2.0

Facebook: lief.dagboek2.0

img_4999

Voor het eerst een dagje naar het strand met dreumes: door mama-Ri

door Mama-Ri

De eerste zomerse dag in Nederland is een feit en zowaar bereikt de temperatuur van dertig graden ons een keer in het weekend! Menig gezin pakt het parasolletje, badlaken en de koelbox en vertrekt richting een zwemwater. Zo simpel is dat. Of eigenlijk, zo simpel was dat.

Waar ik tot een maand of achttien geleden op een warme dag zo de deur uit liep, ben ik nu voor mijn gevoel uren bezig, vergeet ik alsnog de helft en ben ik dus al oververhit voordat de zon op zijn hoogste punt staat. Hoeveel zwemluiers nemen we mee, hebben we wel genoeg water voor de kleine, past ze nog in die oerdegelijke, gele baby zwemband, we nemen ook gewone bandjes mee, maar waar had ik die dingen ook al weer bewaard?

En dan sta je eindelijk op het punt om weg te gaan, zet je lieve dreumes het nog even op een brullen! Buiten is het bijna dertig graden, in de auto dus een graad of veertig en dan wordt je in zo’n warme, plakkerige autostoel gezet, mét gordels om. Mee eens, het is op zijn minst een jankbuitje waard.

Drie uur voorbereiding, tien minuten met een gillend kind op de achterbank, inmiddels elf uur ’s ochtends, nog geen kop koffie gezien, de dertig graden komt in zicht, maar we zitten. Op het strand. Heerlijk. En dan nu ontspannen…

Ontspannen aan het water? Met een kind van anderhalf? Wat een grap.

Zij eet zand en vindt het heerlijk om ermee tussen haar tanden te knarsen. Wij proberen te wennen aan het koude water, maar zij duikt er vol overgave in. Ze sloopt andere kinderen hun zandkastelen dus wij troosten andermans kinderen en bieden onze excuses aan.  Ook troosten we ons eigen meisje omdat ze zo moe is, maar er zoveel leuke prikkels zijn en ze dus écht niet gaat slapen. Ze maakt contact met andere kindjes, steelt het speelgoed van hun handdoek, waardoor wij contact maken met wildvreemde ouders, waar we voorheen geen woord mee zouden wisselen.

En uiteindelijk proberen we alles weer in te pakken, inclusief kind en vertrekken we naar huis. Met zand, overal.

En dan zit ons drukke, zonnige dagje erop en weet je wat scheelt: in Nederland is de volgende zomerse dag die op mijn vrije dag valt waarschijnlijk pas over 2 maanden. Als de kleine helemaal uitgeteld op bed ligt, genieten wij van ons eerste kopje koffie van vandaag met op de achtergrond het typisch Nederlandse onweer na een zonovergoten dag. ‘Een dagje naar het strand 1.0’, oftewel voordat we een dochter hadden, was een dagje ontspanning. ‘Een dagje naar het strand 2.0’ is een dagje inspanning, maar vooral heel veel genieten van de tijd met elkaar. Diep van binnen vraag ik me af hoe mensen dat doen met meerdere kleine kinderen. Hopelijk zal de tijd het ons leren.

Liefs,

Mama-Ri

Wil je meer lezen van Mama-Ri? Dat kan!

www.Mama-Ri.blog
Facebook: Mama-Ri

“Zolang je maar gelukkig wordt!” – door Chrisje’s VIP blogger Rosan van der Zee

pexels-photo-1282169“Zolang je maar gelukkig wordt.” Dat was wat mijn moeder vroeger altijd tegen me zei. Er lag een hele wereld voor me open. Duizenden of zelfs miljoenen mogelijkheden. Zolang ik maar hard werk, kan ik alles bereiken. The American Dream, maar dan op zijn Nederlands.

Met deze gedachtegang in mijn achterhoofd ging ik vol goede moed de grote wereld tegemoet. Echter kwam ik er al snel achter dat geluk nog niet zo makkelijk te bereiken is als ik dacht. Ik kwam erachter dat ik ondanks hard werken echt niet alles zou kunnen bereiken wat ik als doel stelde.

Daarbij liep ik ook nog eens tegen een andere muur op: psychische kwetsbaarheid.

Want ik heb last van depressies, paniekaanvallen PTSS (in remissie) en autisme. Een mooie cocktail aan labels die ik altijd met me meedraag. Dat klinkt als het perfecte recept voor een leuk feestje, maar van cocktails moet je niet te veel drinken want dan wordt het één groot zooitje. Een beetje is namelijk wel gezellig, maar voor je het weet ben je heel de boel aan het onderkotsen. Nou, dat is dus ongeveer mijn dagelijkse hoeveelheid aan cocktails.

Hoe ga ik echter samen met mijn cocktail aan labels – mijn psychische kwetsbaarheid – zoiets als geluk vinden? De wereld ligt voor me open en ik lijk maar niet bij dat stukje ‘geluk’ te kunnen komen. Alsof het zich constant in alle hoekjes en gaatjes voor me verbergt en me bij voorbaat al heeft afgewezen. Kan ik wel aan mijn moeders wens voldoen om ‘gelukkig’ te worden? Want hoe meer ik ervoor vecht om gelukkig te worden hoe verder het van mij weg lijkt te vluchten. Moet ik misschien stoppen met zoeken naar iets wat zich niet laat vinden? Moet ik accepteren dat ik niet gelukkig word? Is het beter als ik ook het ‘ongeluk’ een plekje geef? Dan hoef ik het niet meer weg te duwen en dat scheelt heel veel energie.

Geluk bestaat immers eerder uit het beleven van momenten in plaats van een constante aanwezigheid te zijn. Het leven is nu eenmaal best wel lelijk af en toe, maar in de aller lelijkste lelijkheid is ook schoonheid te vinden. Misschien is mijn cocktail aan labels ook niet alleen maar slecht. Wellicht kan ik er zelfs van genieten als ik het leer te doseren en het om vorm tot een aanwezigheid die ook iets positiefs kan brengen. Misschien dat ik wel leer te leven met de kunst van het (on)gelukkig zijn.

Dus sorry mam, ‘gelukkig’ zal ik waarschijnlijk niet worden. Laat ik dan maar gewoon mezelf zijn en het leven nemen zoals het is. Misschien kunnen we met mijn cocktail toch soms wel een leuk feestje bouwen? Ik schenk alvast een glaasje voor je in. Proost op het (on)geluk!

Liefs,

Rosan van der Zee

pf

“Ik ben een verschrikking voor deur aan deur verkopers!” – door Chrisje VIP blogger Rosan

Ik ben mij er altijd erg van bewust dat ik een verschrikking ben voor deur aan deur verkopers. Niet alleen omdat ik thuis standaard de meest lelijke pyjama combinaties draag en de ‘zombie-look’ als een fashionstatement zie, maar vooral omdat ik ze altijd netjes uit laat praten en ze onbedoeld net te veel hoop geef. Wellicht heeft dat met mijn autisme te maken, maar misschien ben ik hier ook gewoon niet goed in.

Dat was ook met iemand voor een inzameling van het Rode Kruis…

Ik ben druk bezig met schoolzaken te ontcijferen als ik de bel hoor gaan. Zoals het hoort, sta ik op en loop ik in mijn prachtige roze badjas, mijn stippeltjes pyjamabroek en gestreept topje naar de deur om open te doen.

Als ik de deur open, zie ik een jonge spontane knul voor me staan met een rood jasje waarop op zijn linkerborst in het groot ‘Rode Kruis’ staat. Eventjes kijken we elkaar aan en ik verwelkom tegelijkertijd de warmte van de zon die ik vandaag in mijn kluizenaarsbestaan nog niet had gevoeld.

De jongen steekt zijn hand uit en ik kijk er even naar. Ik realiseer me al snel dat dit een begroeting moet voorstellen dus ik pak zijn hand en rammel een beetje met mijn arm op en neer. Het begin van de conversatie en overtuigingsstrategie van de jongen is hierbij in gang gezet. Enthousiast begint hij zijn verhaal over mensen in Syrië die honger hebben en waarvoor zij voedselpakketten doneren. Terwijl hij zijn verhaal doet met allerlei details die voor mij in de warmte van de zon al snel wegsmelten probeer ik me te bedenken of ik het gesprek niet moet afkappen. De jongen doet zijn best en vertelt zijn verhaal op overtuigende wijze, maar ik weet nu al dat ik hem niet kan helpen. Ik heb nu eenmaal met mezelf de afspraak om telefonisch of aan de deur niks te kopen. Zeker sinds ik over de psychologie van de overtuiging heb geleerd. Aan de andere kant pakt het enthousiasme van de jongen mij wel en laat ik mij graag even in de warmte van de zon naar een andere wereld brengen. Wellicht is het voor hem ook wel een goede oefening tussendoor qua presentatie. Zoals verwacht leidt het verhaal ook naar een conclusie: ze hebben geld nodig en ik ben de persoon die dat gaat geven.

Omdat ik de jongen niet gelijk in een put van teleurstelling wil gooien, reageer ik hier nog niet direct afwijzend op, maar laat ik hem mij een boekje zien waarmee ik me ook weer kan uitschrijven van de maandelijkse betaling. Hierbij vertelt hij hoe fantastisch hij het boekje wel niet vindt. Terwijl hij dit vertelt, vouwt hij het boekje open waardoor het zich ontluikt tot een groot rood kruis. “Kijk hoe fantastisch! Daar word ik nou echt blij van!” Zegt hij nog even ter bevestiging hoe fantastisch dit boekje wel niet is.

Ik wil antwoorden dat het zeker fantastisch is dat het rodekruis ook nog heeft gedacht aan de esthetische kwaliteit van het boekje waarmee je de betaling kunt beëindigen die mensenlevens redt en dat ze het daarbij ook nog bijna als een cadeautje presenteren dat ik echt moet willen hebben. Maar ik houd mijn mond uiteindelijk maar. In plaats daarvan knik ik vriendelijk.

Vervolgens legt de jongen uit dat het om een maandelijkse betaling aan het Rode Kruis gaat van minimaal 8 euro en dat is natuurlijk geen geld. Na die woorden wilde ik antwoorden dat ik aan mijn persoonlijke rode kruis maandelijks al genoeg doneer in de vorm van maandverbandjes, maar ik houd toch maar weer mijn mond.

De jongen vraagt ook nog even hoe oud ik ben en in plaats van het slimme antwoord (15) zeg ik braaf: 22. Nu wordt hij extra enthousiast en vervolgt hij met de vraag: “Ben je toevallig student?” Daarop antwoord ik bevestigend. Zijn ogen beginnen te sprankelen en hij maakt nog net geen huppeltje en zegt blij: “Dan heb ik voor ‘jou’ een speciale aanbieding! Jij hoeft dan maar minimaal 6 euro per maand te betalen!”

‘Nou, wat fantastisch. Krijg ik én een esthetisch goedogend Rodekruis uitschrijfboekje en 2 euro korting op mijn donaties.’ Denk ik in mijn meest Rotterdamse accent.

Nu besluit ik dat ik toch maar moet zeggen dat dit hem niet gaat worden, hoe lastig dat ook is. Ik kijk de jongen vriendelijk aan en zeg hem dat ik een erg dure maand heb gehad (Wat ook daadwerkelijk zo is). Daarop antwoordt hij dat hij dat ook heeft gehad, maar dat hij speciaal voor dit goede doel tijdens het uitgaan twee biertjes heeft laten. Zo kwam hij al snel aan zijn 6 euro. Daarop antwoord ik droogjes: “Ik ga niet uit…”

De jongen kijkt me even aan alsof ik hem zojuist heb vertelt dat ik net in mijn achtertuin een zeehondje heb doodgeknuppeld. “Ga je… ga je ook niet soms gezellig weg met vriendinnen?” vraagt hij aarzelend en ik zie hoe hij een nieuwe verkoopstrategie probeert te vinden.

“Nope.” Antwoord ik kort maar krachtig. “Maarrr… Ik heb wel een paard en dat is vooral duur.” Ik wil me even voor mijn hoofd slaan want ik weet dat ik hem zojuist een nieuwe strategie in de handen heb geduwd en dat is ‘de kracht van overeenkomsten’. Zijn ogen beginnen dan ook te fonkelen en hij antwoordt snel: “Mijn zusje heeft ook een paard! Hoe lang rijd je al paard?… Wauw, zo lang al… Is het een mannetje of een vrouwtje? …Een ruin? Nou ik zie dat je vrij slank bent, kan je dan zo’n sterk mannetjes paard wel aan?”

Eventjes kijk ik hem aan met een vriendelijke dodenblik en vraag me af of dit nu zojuist een compliment was of meer een negatieve gender gerelateerde opmerking. Omdat het me eigenlijk niet zoveel uitmaakt antwoord ik slechts kort: “Ja.”

Nu wendt hij zich weer snel naar het feit dat hij me wel kan helpen met het invullen van het formulier en dat ik daarna ook nog zo’n fantastisch esthetisch goedogend Rode Kruis uitschrijfboekje krijg. Hierop zeg ik dat ik er liever nog even over nadenk voordat ik me gelijk aan iets vastleg. Hij wijst me er echter snel op dat deze actie in Hellevoetsluis slechts vandaag geldt en alleen aan de deur kan worden afgesloten. Ik frons vervolgens met mijn wenkbrauwen. Want welk goed doel wil slechts één moment gebruiken om geld in te zamelen voor hun actie? Vervolgens realiseer ik me dat juist dat ook een verkoopstrategie is omdat het schaars en tijdelijk is en daarom dus aanlokkelijk. Wanneer hij zegt dat ik misschien volgende week spijt heb als ik dit nu niet doe, weet ik zeker dat ik klaar ben met dit gesprek.

Ik zeg snel dat het hem voor mij niet gaat worden als het nu gelijk moet, maar dat ik het nog wel even aan mijn vader zal vragen. Vervolgens roep ik willekeurig door het huis naar mijn vader en doe ik alsof ik naar hem opzoek ben. Ik weet dat hij in de tuin is, maar ga hem hier nu niet mee belasten (en ik weet zijn reactie al).

Zonder hoorbare reactie van mijn vader loop ik terug naar de voordeur en zeg ik teleurgesteld dat hij niet thuis is en ik hem helaas niet verder kan helpen. De hoop verdwijnt uit de ogen van de jongen en even voel ik mij schuldig. Hij herpakt zich en zegt dat hij het dan maar bij iemand anders probeert. Hij laat zijn schouders zakken, draait zich om en loopt weg. Ik wend mijn blik nog even naar de zon en neem het laatste beetje warmte in mij op voor ik de deur sluit. Ik draai me nu ook om en loop in mijn prachtige roze badjas, mijn stippeltjes pyjamabroek en gestreept topje richting het bureau waaraan ik in mijn kluizenaarsbestaan aan het werk was. “Zo, nu weer verder met het voorbereiden van mijn stage.” Zeg ik terwijl ik nog nageniet van het warme zonnetje van daarnet.

Dit is hoe het bij mij vaker gaat bij deur aan deur verkoop. Ik denk er veel te veel over na en kan het niet in me opbrengen om iemand gelijk te vertellen dat hij/zij het beter ergens anders kan proberen. In plaats daarvan zoek ik allerlei omwegen die uiteindelijk naar hetzelfde leiden, maar dan op een veel onhandigere en langere manier. Ook doe ik onbewust aan een analyse omtrent een verkoopstrategie (waar ik een hekel aan heb). Daarbij vind ik het Rode Kruis oprecht een goed doel, maar ik wil altijd ergens over na kunnen denken voordat ik een donatie doe. Als dat van me wordt afgenomen, houdt het voor mij op.

Een zeer lang verhaal over een terugkerend fenomeen in mijn leven. Wellicht dat mensen zich er wel in herkennen. Toch hoop ik voor jullie dat jullie de ander wel gewoon vriendelijk kunnen afwijzen om deze heisa te voorkomen.

Liefs,

Rosan

Mijn eerste kater!

Door Chrisje VIP blogger Inge

Ik heb vandaag voor het eerst in mijn leven een kater. En niet zo eentje die miauw zegt, nee eentje die loopt te rellen in je lichaam, die mi-auwww zegt dus. En ik weet nou niet of ik daar trots op moet zijn of me vreselijk moet gaan schamen. Ik weet wel dat het éénmalig is.

Het was gisteravond meer dan gezellig en dan wordt er niet gekeken naar een glaasje meer of minder. Ik heb überhaupt de glaasjes niet gezien ook, ik verkeerde in goed gezelschap en daar lag mijn focus. Vannacht had ik daar graag op terug willen komen, maar het is me niet gelukt om de tijd terug te draaien (heb ik weer).

En wat is het dan rot dat je alleen bent, dat niemand je even kan verzorgen. Niemand die even je handje vast houdt en over je rug wrijft.

Maar wat is het dan ook heerlijk dat je alleen bent. Ik heb heel charmant met een emmer onder mijn oksel door het huis kunnen slenteren (daar waar mijn make up inmiddels ook zat). Ik heb heerlijk zelfmedelijden kunnen hebben en me vooral ellendig zitten en liggen voelen.

Lesje geleerd! Nooit meer met een goede vriend doorhalen. Of lag het toch niet aan het gezelschap? En lag het toch aan die glaasjes? Volgende keer maar gewoon opletten, varifocus aanzetten en ik ga voorlopig aan de ranja met een rietje, dan ben ik namelijk net zo leuk.

Ik strooi wat liefde, vooral naar die kater……

Warme groet,

Inge 

Inge’s blog kun je volgen via Instagram: https://instagram.com/lief.dagboek2.0?igshid=4ne1ml3a16ch

Facebook: lief.dagboek2.0

“Ik begrijp haar keuze. Ook ik ben misbruikt.” – door VIP blogger Rosan

door Chrisje VIP blogger Rosan van der Zee

pfIk voel me niet goed. Waarom? Er is een meisje overleden; Noa. Ze was pas 17 jaar. Ik ken haar niet. Ik wist pas dat ze bestond toen ik las dat ze was overleden. Een zelfgekozen dood. Op de ene pagina stond dat het kwam door euthanasie en ergens anders werd dit gerectificeerd: er was geen sprake van euthanasie.

Volgens de teksten wilde ze niet meer leven door haar trauma’s. Ze mocht geen euthanasie, want daarvoor was ze te jong. Eerst nog traumabehandeling. Was er ook nog een andere optie? Nee. Uiteindelijk besloot ze te stoppen met eten en drinken, begeleid door haar artsen. Blijkbaar kon dat wel.
Jezelf uit moeten hongeren om zo uiteindelijk te sterven. Na een leven lang vechten.

Voor haar was de weg die er nog werd uitgezet niet te bewandelen, maar er was geen andere weg meer om te bewandelen. Die weg bestond immers niet. Ze was losgelaten en spartelend achtergelaten in een wereld die zei niets anders meer te kunnen bieden dan die ene weg.

Ze was zeventien jaar. Ze was een strijder. Nu is ze dood. Maar dat deed ze natuurlijk zelf. Het was haar keuze. Niemand die daar meer iets aan kon doen. Vogelvrij verklaard.
Iets in mij voelt zich schuldig om dit allemaal te lezen. Alsof ik inbreek in iemand anders leven. In iemands anders gevecht waar ik niet zomaar een oordeel over kan vellen. Echter: de hele wereld lijkt hier opeens over te kunnen oordelen. Er wordt van alles geschreeuwd en iedereen lijkt de enige waarheid te kennen.

En ik?

Ik zit op de bank. In stilte.

Eigenlijk wilde ik er niks over schrijven. Wilde ik het voorbij laten gaan en de pijn er dan maar laten zijn. Maar ik kan mijn ogen hier niet voor sluiten.

Ik herken mezelf in dit meisje. Ook ik ben zwaar misbruikt. Ik heb dingen meegemaakt die niemand mee zou moeten maken. Ook mijn lichaam heeft altijd als mijn vijand gevoeld. Ook ik wilde op mijn zeventiende dood. Soms wil ik dat nog. Maar ik leef nog. Ik ben er nog.

Toch kan ik niet zeggen dat zij dan ook maar door had moeten leven. Dat ze niet op had moeten geven. Want ik kan nooit weten wat zij allemaal heeft gevoeld en hoezeer ze heeft geleden. Hoeveel ik ook in haar verhaal herken. Ik geloof haar als ze zegt dat haar lijden ondraaglijk was. Als er dan slechts nog één weg wordt aangeboden om verder te kunnen gaan – een weg die niet door haarzelf kon worden bepaald – dan begrijp ik dat dat als een onmogelijk obstakel voelt.

Wel heb ik het er moeilijk mee. Want ik had het fijn gevonden als dit nieuws nooit de wereld had bereikt. Als het nooit was gebeurd. Als ze op haar manier haar leven weer had kunnen leiden in plaats van lijden.

Maar wie ben ik, om daar over te oordelen. Ik ben slechts iemand die een tekst leest op een pagina waarvan ik weet dat het nooit het verhaal volledig kan vertellen zoals het is. Waarvan ik niet eens weet of het wel de volledige waarheid vertelt. Ik ben slechts een toeschouwer van iemand anders verhaal. Een verhaal dat op mijn verhaal lijkt weliswaar, maar het is niet mijn verhaal. Ik lees het en ik neem het met me mee zonder een definitief oordeel te vellen. Ik heb dus slechts een beleving zonder duidelijk kader. Dat is oké. Want ook dat telt mee.

Daar zit ik dan. Op de bank. Een hoofd gevuld met zorgen, maar toch nog denkend aan morgen. Ik leef nog. Ik ben er nog. Maar dat is mijn verhaal. Van niemand anders. Dat weet iedereen, toch?

Ik hoop dat je je rust hebt gevonden, Noa.

Rosan van der Zee 
Chrisje VIP Blogger

Heb jij hulp nodig? Dan kun je contact opnemen met Stichting 113 Zelfmoordpreventie via 0900-0113 (24 uur per dag, zeven dagen per week bereikbaar) en 113.nl. 

 

“Het komt niet goed”

Door Chrisje VIP blogger Selina

“en nu zie je het wat somber in 

maar dat wordt erger met de tijd 

dus wat je steeds onthouden moet 

het komt nooit meer goed” 

– Sara kroos, nooit meer goed

 “Het komt wel goed”. Ik krijg het vaak te horen. Te pas en te onpas. Van familie. Vrienden. Of mensen die wat verder van me af staan. Als leuze om me te troosten. Me moed in te spreken. Me weer te doen lachen. Om het gesprek wat luchtiger te maken. En soms om de conversatie te beëindigen. Als discussiedoder. Maar meestal gewoon goed bedoeld. Als hart onder de riem. Als opkikker. Of om me duidelijk te maken dat een luisterend oor geboden wordt. En een schouder om op te huilen. Het is een slogan van goede intenties. Het is de verwoording van een bosje bloemen. Een kaartje. Of een kus. Het is een kreet van hoop. Het gunnen van een “ze leefden nog lang en gelukkig”. Een goede afloop. Al het beste voor de persoon in kwestie. En begrijp me niet verkeerd: Ik maak me er ook wel eens schuldig aan. Gebruik dezelfde woorden regelmatig. Ik ben immers geen natuurtalent in het troosten van de mensen waar ik van hou. Voel me ongemakkelijk bij het geven van knuffels. Of het drogen van tranen. Heb vaak moeite met het vinden van de juiste woorden. En dus zoek ik mijn toevlucht in het “het komt wel goed” credo. Om een vriendin te troosten. Een schoonzus te laten uithuilen. Mijn kleine neefje van zes op te beuren als hij pijn heeft. “Het komt wel goed”. Soms wordt die slagzin gekoppeld aan andere clichés. Iets in de trant van “hou moed”. “Geef niet op”. Een “ik denk aan je”. “Een “sterkte ermee”. Of een “blijf positief”. “Schatje” is ook een populaire, dankzij de schattige krullenbol uit een reclamespot voor vruchtensiroop van zo’n dikke tien jaar geleden.

“Het komt wel goed”. Mijn wederhelft geloof er heilig in. Herhaalt de mantra om de zoveel tijd eens wanneer hij denkt dat ik het nodig heb. De beste man staat dan ook zo positief in het leven dat het misselijkmakend is. En niet het type ochtendmisselijkheid: een misselijkheid waar we al een jaar of twee naar uit kijken. Nee. Elke vezel in mijn echtgenoot zijn lichaam is walgelijk optimistisch. Hoopgevend. Overtuigd – utterly disgusting- rooskleurig. Het is een karaktertrek waar ik bewondering voor heb en tegelijkertijd verwens (in het geval van hormoonoverdosissen ligt die grens dicht bij elkaar, trust me). En geloof me, ik heb geprobeerd het eruit te schelden. Dat optimisme. Eruit te janken. Eruit te negeren. Eruit te slaan. Maar het mag niet baten. De pisvlek blijft geloven in zonneschijn na de regen. In eind goed, al goed. In morgen wordt het beter. In “het komt wel goed”. Ik heb het hart niet om hem te vertellen dat rozengeur en maneschijn soms achterwege blijven. Dat er niet noodzakelijk regenbogen en eenhoorns op ons te wachten staan aan het einde van de rit. Dat het soms blijft regenen. Lang en hard. Pijpenstelen. Zonder einde. Zonder zonneschijn aan het einde van de bui “En het wordt morgen ook niet beter”, zong Sara Kroos eens. “Er zijn momenten dat het beter gaat, maar die momenten gaan voorbij”. Want soms komt het niet goed. De dingen niet. Het einde niet. Al ook niet. En nee hoor. Dat is niet bitter. Dat is niet cynisch. Dat is niet overtuigd – utterly disgusting – pessimistisch. Ik ben niet verdrietig. Niet depressief. En ook niet zielig. Het is gewoon hoe het is. Hoe het leven in elkaar zit. The way the cookie crumbles. Niet alle dingen komen goed. Het is een objectieve constatering. De waarheid als een koe. Wijsheid op een wc-tegeltje. Het motto is onzin. Onwaar. Dikke quatsch. “Het komt wel goed”, ammehoela! Soms. Soms komt het gewoonweg niet goed.

En dat is ook oké. Denk ik. Want hoe ik daar mee om moet gaan, daar ben ik nog niet over uit. Want ergens geloof ik nog steeds een beetje in het “het komt wel goed” devies. Werkt het optimisme van mijn eega soms aanstekelijk. En ga ik elke nacht slapen met een klein sprankje hoop op een betere morgen. Wil ik de zonneschijn na de regen nog niet opgeven. En geloof ik de woorden van familie, vrienden, of mensen die wat verder van me af staan.Ergens ben ik nog niet klaar met het vechten voor een goed eind, goed al. Ligt de witte vlag nog opgeborgen in de kast. En denk ik, hóóp ik, dat als ik maar lang genoeg knok. Dat als is ik tot het gaatje ga. En hard genoeg geloof dat alles wel goed komt. Ik regenbogen en eenhoorns zal aantreffen aan het einde van de rit. Rozengeur en maneschijn zal aantreffen. Maar vechten is natuurlijk geen garantie op een happy ending. Knokken en hard genoeg geloven ook niet. Want “als je maar echt wil, als je maar echt wil, dan kan iets toch gewoon mislukken”. En dat is zoals het is. Soms. Soms komt het gewoonweg niet goed.

Selina

Meer lezen van Selina?

https://slienaa.blogspot.com/2019/06/het-komt-niet-goed-schatje.html

Een mooie, sexy beha vinden voor dames met een maatje meer? Mission impossible! – door Chrisje’s VIP blogger Inge!

– door Inge Heutenik

Beha’s kopen vind ik toch wel zó ongelofelijk vrouwonvriendelijk, althans, dat is mijn persoonlijke mening. Op dat hangertje is alles prachtig, totdat ik het aantrek. Nou ja, een poging waag om het aan te krijgen.

Mijn maat hangt er eigenlijk nooit tussen en als dat wel zo is ga ik met frisse tegenzin dat zo waanzinnig foute verlichte pashokje in. Al vloekend op mezelf (want ik had vorig jaar met kerst toch echt iets anders met mezelf afgesproken), begin ik aan poging 1. Ik voel me direct een kerstrollade. Te snel vraagt de winkel medewerkster ook nog of het allemaal lukt. Zal ik deze kans grijpen en mijn hart uitstorten of bezorg ik dat arme mens dan voor de rest van haar leven een trauma? Ik neem een wijs besluit en zeg maar even niets.

Een vriendinnetje heeft mij er ooit op geattendeerd, dat je je onderkleding met grote zorg zou moeten uitzoeken. Stel dat er namelijk wat gebeurt, dan lig je er in ieder geval nog mooi bij. Echter, lijkt het er op, dat voor vrouwen met een maatje meer deze tip niet helemaal op gaat.

Onderkleding in grotere maten zijn vooral handig, degelijk en op de eerste plaats ondersteunend (en anders vooral onbetaalbaar). De meiden zijn vooral goed opgeborgen, hermetisch ook. Sexy lijkt niet bij de maker op te komen, want “wij vrouwen met een maatje meer” hoeven waarschijnlijk niet sexy te zijn. Hè shit! Dat heb ik weer!

Dus op de afdeling gebreide onderbroeken ben ik inmiddels glansrijk geslaagd, mijn meiden zijn de komende tijd weer handig, degelijk en goed ondersteund hermetisch opgeborgen. Dat sexy denk ik er wel gewoon bij en anders zal ik maar zwoel proberen te kijken.

Ik strooi wat liefde, naar vooral de makers……

Liefs,

Inge

Inge’s blog kun je volgen via Instagram: https://instagram.com/lief.dagboek2.0?igshid=4ne1ml3a16chFacebook: lief.dagboek2.0

Snaaien, snoepen, stress-eten? Hier komt het door – en zo kom je er van af!

61279098_2316608905278900_9013927991025074176_nDoor Hypnotherapeut en Chrisje Gastblogger: Vivian Halmens

Snoepen… snaaien… stress-eten: hoe komt dat toch? Hypnotherapeut Vivian van Fijn Leven legt uit waarom ons brein ons bij stress automatisch naar de koelkast trekt!

Stress, pijn, verdriet, boosheid, frustratie: de emoties die er bij veel mensen voor zorgen dat de snoepkast wordt leeggeplunderd of juist de warme hapjes onweerstaanbaar worden. Het zijn de moeilijkere emoties die we liever uit de weg gaan. We zoeken instant geluk en dat vind je in die kast. Helaas is dat geluk maar van korte duur en wordt het vaak gevolgd door nog meer stress, schuldgevoel of zelfs schaamte.

pexels-photo-935960Hoe komt het toch, dat iets in ons sterker is dan het negeren van die behoefte?

Nou, dat zit zo. In het kort gezegd hebben we drie “breinen” die hier een belangrijke rol in spelen. Ons oudste brein, het reptielenbrein, heeft 2 functies. Het zorgt ervoor dat jij veilig bent en is verantwoordelijk voor jouw automatische piloot. 90% van wat wij dagelijks doen gebeurt automatisch. Dat is heel handig, want zo hoef je niet elke ochtend opnieuw te leren hoe je uit je bed moet komen, hoe je je tanden moet poetsen en ontbijt moet maken enz. Alles wat jij regelmatig doet, wordt in eerste instantie gecontroleerd op veiligheid en als je brein besluit dat dit zo is, wordt het een gewoonte. In dit geval vindt je brein het veilig en comfortabel om dat lekkers te nemen. Dan hebben we het zoogdierenbrein. Dit brein wil dat jij gelukkig bent. Het ervaart iets lekkers uit de kast nemen als geluk! Het jongste brein noemt ik de verhalenverteller. Met dit gedeelte van je brein neem jij beslissingen, analyseer je situaties en bedenk je oplossingen. Dit jonge brein bedenkt nu dat je graag wil afslanken of gezonder wil gaan eten.

pexels-photo-1805405In jouw ideale wereld werken deze drie breinen perfect samen, waardoor jij gelijk stopt met snoepen en snaaien. Helaas!

Jouw reptielenbrein vindt het helemaal niet veilig dat jij nu ineens langs die kast loopt, en omdat het jouw veiligheid het allerbelangrijkste vind, gaat het hevig protesteren. Je zoogdierenbrein raakt in paniek als jij dat stukje geluk laat liggen. En zo gebeurt het dus, dat jij in gevecht met jezelf gaat.

Nu is het zo, dat je een verandering in gedrag ongeveer 66 dagen achter elkaar moet volhouden voordat het sein “veilig” wordt gegeven en je geluk kunt ervaren zonder dat je snoept of snaait. Maar het kan sneller! Met hypnotherapie sussen we je reptielenbrein even in slaap. We laten je zoogdierenbrein voelen dat je ook heel gelukkig kan zijn met deze verandering en verankeren deze nieuwe waarheid in je onderbewuste. Tegen de tijd dat we je reptielenbrein weer wakker maken, weet hij niet meer beter dan dat deze verandering er altijd al was en dus veilig is.

Hoe werkt dat nu in de praktijk?

Tijdens de sessie gaan we op zoek naar je emotie. We bekijken of deze opgeruimd kan worden, maar zoeken ook een beter alternatief voor het snaaigedrag en verankeren dat nieuwe gedrag in je onderbewuste. Je gebruikt vervolgens een korte zelfhypnose, van hooguit een minuut, die je in het begin elke dag even herhaald, om het reptielenbrein te herinneren aan de nieuwe situatie. Je merkt gelijk verschil en dan blijken je breinen weer op één lijn te zitten! Mission accomplished!

59630434_1881177665319509_714767619881697280_nLiefs,

Vivian

Wil je meer weten over hypnotherapie of over de praktijk van Vivian?
Kijk dan eens op de website:
www.fijnleven.com 
of op de facebook pagina: https://www.facebook.com/fijnlevenhypnotherapie/

Voetbalmoeder!

Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema

Van alle sporten had ik altijd een aantal op de ‘liever niet’ lijst staan.  Één daarvan is voetbal. De meest gekozen sport bij (voornamelijk) jongens. Ten eerste omdat ik zelf echt 0% interesse heb in voetbal, nou ja, in het voetbalwereldje dan. Althans, het beeld dat ik heb van het voetbalwereldje. Waar vooral de ouders vanaf de zijlijn voetballen en de kinderen opgefokt worden om de 2e Sneijder te worden. Een sport waar het voornamelijk gaat om winnen en niet om het plezier. Een onderwerp waar je over mee moet kunnen praten, anders hoor je er niet bij. 

Helaas: mijn zoon kiest toch voor voetbal

Ondanks mijn voorkeur voor alles behalve voetbal, mag mijn peuter zelf kiezen wat hij leuk vindt. Daarin ga en wil ik hem niet beïnvloeden. Hij moet namelijk op het veld staan, en ik niet. Nu kan het natuurlijk nog alle kanten op: dat hij nu begint met kaboutervoetbal, wil niet zeggen dat hij dit op zijn zestiende nog doet. Of misschien is hij er na het eerste seizoen al compleet op uitgekeken. Maar voor nu, mag ik iedere week dertig minuten kijken naar peutertjes die voetballen. Nu moet ik zeggen, dat dát beeld wel heel aandoenlijk is. En dat ik het stiekem best leuk vind om een soort van ‘voetbalmama’ te zijn.

Toekomst

Mocht dit nu zijn definitieve sportkeuze zijn, dan is dat natuurlijk niet anders. Daar waar vele ouders hun kinderen een bepaalde kant opduwen, omdat zíj iets leuk vinden, zal ik dat nooit doen. Omdat ik iets niet leuk vind, betekent dat niet dat ik hem daarin ook ga beperken. Ik hoop gewoon van harte dat mijn beeld van voetbal mee zal vallen. Dat het niet alléén maar mensen zijn die 24/7 met voetbal bezig zijn. Dat ze niet per se iedere wedstrijd hoeven te volgen. Dat ze niet alleen maar bier drinken in de derde helft én dat er ook ouders aan de zijlijn zullen staan, die hun kinderen vooral aanmoedigen om het leuk te hebben. Dat wanneer ‘we’ verliezen, want je bent opeens een eenheid, dat je dan even baalt maar het niet je dag laat verknallen.

Fanatiek

En ja, wanneer mijn zoon een echte voetballer wordt inclusief alle vooroordelen vanuit mij, zal ik aan de zijlijn staan. Ik zal geen wedstrijd missen en oprecht blij zijn wanneer ‘we’ winnen. Regen en wind, ik zal er staan. De grasgeur en vieze voetbalkleding, ik zal ze wassen. En ja, hij mag bier drinken met zijn voetbalvrienden in de derde helft. En mocht hij zó fanatiek zijn om elke wedstrijd te volgen, dan zijn zelfs zijn vrienden welkom om dat hier thuis te komen doen. Zijn geluk is het mijne. Maar ik hoop en blijf hopen dat hij naast voetbal ook nog andere interesses zal hebben. Dat voetbal niet iets wordt wat moet om erbij te horen. Dat hij niet de grond ingeboord wordt bij het missen van een doelpunt. En dat hij mag zijn wie hij is.

Voor nu, kaboutervoetbal

Maar voor nu, eerst kaboutervoetbal. Een mega schattig beeld, een blij kind en een trotse mama. En wie weet, verandert mijn beeld in de toekomst nog.

Liefs,

Susan

Word jij gek van eetgeluiden?

Word jij bijna gek als iemand met open mond eet en daarbij luid smakt? Krijg je mep neigingen van mensen die hard op hun toetsenbord rammen, luidruchtig een appel eten, nootjes of chips verorberen? Vraag je je af of die agressieve gevoelens die je hierbij krijgt normaal zijn? Dan kan het goed zijn dat je misofonie hebt.

Misofonie is een aandoening waarbij specifieke geluiden heftige gevoelens van woede, haat of walging oproepen. Letterlijk betekent misofonie haat van geluid.

pexels-photo-469676Mensen met misofonie hebben hier last van bij veel verschillende geluiden (ook wel triggers genoemd). Dit kan variëren van iemand die zijn eten luidruchtig kauwt tot het tikken op een toetsenbord. Bij het horen van deze triggers is het voor de persoon met misofonie onmogelijk om dit geluid niet te horen; sterker nog, men hoort vanaf dat moment niets anders meer.

Misofonie gaat wel verder dan wat lichte irritatie, volgens de website van de vereniging voor misofonie: “Misofonie is een hersenaandoening waarbij specifieke geluiden extreme gevoelens van woede, walging of haat opwekken. Het gaat veel verder dan ergernis of irritatie.”

pexels-photo-2128817Waar misofonie precies vandaan komt, daar zijn de geleerden nog niet helemaal achter. Vaak begint het tijdens de puberteit. Men is er nog niet achter of het een psychiatrische of neurologische aandoening is. Maar dat het beperkend is om misofonie te hebben, dat is wel duidelijk; sommige mensen gaan de deur zelfs bijna niet meer uit.

Ben jij of ken jij iemand met misofonie? Op de website van de vereniging voor misofonie kun je het testen. 

apple-bite-diet-eat-41660

Dit is mijn talent!

Herken je dat je jezelf regelmatig “omlaag haalt”? Dat je bijvoorbeeld een compliment weg wuift, of zegt dat iets niet veel voorstelde? Ben je vaak (te) bescheiden?

Het lijken goede eigenschappen: bescheidenheid, niet te zeer naast de schoenen lopen, nuchter zijn en niet opscheppen of pronken met je verdiensten. Toch zijn dit eigenschappen die je vaak juist tegenhouden in het bereiken van wat je écht wil.

Waar ben je goed in? Wat is je talent? Waar blink jij in uit?

Iedereen heeft wel een talent; of het nu een muzikaal talent is, of een creatief talent, of een talent om met mensen om te gaan; iedereen heeft er minstens een. Weet jij wat jouw talent is? En hoe vaak kun en mag je dat inzetten in je dagelijks leven?

Het herkennen, erkennen en benoemen van jouw talent kan je op veel vlakken helpen. Natuurlijk is er niets mis mee om je eigen valkuilen en mindere kanten te kennen; het kennen van je talenten is minstens net zo belangrijk om succesvol door het leven te gaan.

pexels-photo-2029239Wie ooit het boek “The Secret” heeft gelezen, weet dat er een waarheid schuilt achter “Wat je uitzendt, komt naar je toe”. Als jij in jezelf gelooft, gaat de wereld om jou heen ook meer in jou geloven. Als je je altijd verschuilt achter bescheidenheid, zullen anderen daar ook niet echt op letten. Als jij durft op te staan en durft te zeggen “Hier ben ik goed in. Dit is mijn talent / passie. Dit is waar ik voor sta.”, dan pas gaan mensen opletten.

Maar… kom je dan niet als arrogant over?

Nee! Tenzij je jouw pitch te pas en te onpas gaat rondbazuinen, of gaat overdrijven wat je allemaal kunt terwijl het in werkelijkheid minder voorstelt, kun je gerust vertellen waar je goed in bent. Je hoeft niets te overdrijven, en je voelt je niet meer of beter dan een ander: je hebt gewoon gezond zelfvertrouwen wat betreft jouw sterke eigenschappen en talenten. Waarom zou je iets afkraken wat juist zo bij jou hoort en wat je zo goed kunt?

pexels-photo-761993Of het nu de Nederlandse Nuchterheid is of het Bescheiden Vrouwen syndroom dat er in is geslopen van generatie op generatie: schud het van je af. Je mag gezien worden. Jouw talent hoeft niet verborgen te blijven voor de wereld. Als jij ergens goed in bent, mag je dat best kenbaar maken; je mag het zelfs promoten!

Uit je comfort zone

Het kan in het begin ongemakkelijk aanvoelen: je bent het misschien niet gewend om je talenten met anderen te delen. Toch is het goed om uit je comfort zone te stappen en te laten zien wat je kunt: je zult zien dat mensen er over het algemeen verrassend fijn op reageren. Laat je niet weerhouden als iemand niet prettig reageert: haters gonna hate!  Jaloezie kan meespelen, zelfs al was het maar jaloezie vanwege jouw vertrouwen in jezelf.

Afgunst is een – helaas – veel voorkomend fenomeen, maar laat je hier niet door tegenhouden: de grootste talenten zijn ook tig keer afgewezen voordat ze doorbraken of ontdekt werden. 

pexels-photo-2157173

 

 

 

Top 10 Auto ergernissen!

Ik ben doorgaans een kalm persoon. Maar van de volgende tien dingen die mensen doen in hun auto wil ik ze een klein beetje door hun autoraampje naar buiten trekken en aan hun haren terug sleuren naar de rijschool:

1. Geen richting aangeven

Je hebt een knipperlicht. Je weet waar je naar toe wil. Ik weet dat niet. Communicéér met me! Geef een zwengel aan je knipperlicht en je maakt mijn dag een stuk prettiger. Bovendien voorkom je hiermee dat ik je kofferbak van dichtbij kom bewonderen.

2. Voorrang pakken terwijl je die niet hebt

Ik heb voorrang. Jij niet. Toch duw je je auto er gewoon tussen met alle risico’s van dien. Niet. Cool. Gewoon niet doen.

3. Min twintig rijden

Waarom weet ik niet, maar de meeste mensen die zich schuldig maken aan punt 2, maken zich ook schuldig aan dit punt: min twintig rijden. Dan heb je onterecht voorrang gepakt en ga je ook nog eens op het tempo van een schildpad voor me rijden, midden op de weg, zodat er een file van een kilometer ontstaat door het dorp omdat niemand je kan inhalen? Wow. De award voor droeftoeter van het jaar gaat naar jou!

4. Bumperkleven

Ik rijd niet te langzaam. Nooit. Ik hou me aan de snelheid. Dat jij met 130 door de bebouwde kom wil scheuren en spelende kinderen niet wil kunnen zien aankomen, wil niet zeggen dat ik me ga laten opjagen door jou. Ga je even uitkuren op de kartbaan of zo!

5. Afval uit je raam kieperen

Je hebt thuis een afvalbak. Bij tankstations staan afvalbakken. Waarom zou je dan je complete inboedel door je autoruit naar buiten mikken? Doe eens even niet zo droevig.

6. De spitsstrook niet gebruiken

De spitsstrook is er om files te voorkomen. De vluchtstrook is een rijbaan waar je gaat rijden als je niet inhaalt. Gebruik hem dan ook, en blijf niet in de middelste baan hangen, terwijl je niemand inhaalt. Je houdt de boel alleen maar op.

7. Appen tijdens het rijden

Ik zie je slingeren. Ik zie je gevaarlijk dicht bij de vangrail komen. Ik haal je in en zie je appen. Je brengt jezelf en iedereen om je heen in gevaar omdat je ❤️❤️❤️ moet sturen naar je vrouw? Doe effe normaal, hou iedereen in leven en app als je auto stil staat.

8. Hands-on bellen tijdens het rijden

Je denkt misschien dat het er stoer uitziet, maar je kunt geen bocht meer normaal maken. Bellen doe je gewoon handsfree.

9. Parkeerplaats inpikken

Ik stond netjes klaar met mijn richtingaanwijzer, te wachten tot een vrouwtje van honderd weg reed. En daar kwam jij, en je plantte zomaar je auto op de plek waar ik op stond te wachten. Gefeliciteerd, u bent de asociaalste klojo.

10. Kinderen los in de auto

Ik snap het niet, je doet zo veel moeite om een kind te krijgen en groot te brengen, en dan laat je het los door de auto stuiteren zonder de gordel om? Wat ben je dan voor ouder? Weet je wel hoe snel jouw kind (of jij) door de autoruit vliegt als jij in een botsing terecht komt?

Dit is waarom vrouwen langer leven dan mannen

Het is algemeen bekend dat vrouwen langer leven dan mannen. Hoe veel dit met de Mannengriep te maken heeft, waar mannen overduidelijk veel heftiger onder lijden dan vrouwen met hun regulier griepje, is nog niet door wetenschappers aangetoond.

Waarom vrouwen dan wel langer leven dan mannen? Hieronder een greep uit de talloze mogelijke antwoorden die deze vraag kunnen beantwoorden:

Man Holding the Steering Wheel While DrivingVrouwen zijn betere chauffeurs

Negen van de tien keer dat je wordt ingehaald door een tachtig kilometer te hard rijdende auto, zit er een man in. Waarom ze lijken te vinden dat ze met honderdtien kilometer per uur door een woonwijk moeten rijden weet niemand, misschien speelt testosteron en haantjesgedrag een rol. Het zorgt er wel voor dat mannen vaker in een (dodelijk) verkeersongeval terecht komen dan vrouwen.

Man in Red Crew-neck Sweatshirt PhotographyMannen zijn eigenwijs  

Mannen zijn eigenwijs. Ze blijven dan ook veel langer lopen met gezondheidsklachten dan vrouwen, zo is bewezen. Ze gaan doorgaans liever niet naar een huisarts en al helemaal niet naar een (brrr!) ziekenhuis. Doordat ze hun bezoek aan een medische post het liefst zo lang mogelijk uitstellen, worden eventuele ernstige gezondheidsproblemen dan ook vaak pas laat ontdekt.

Vrouwen worden beschermd door hormonen

Deze is tweeledig uit te leggen: Enerzijds zouden het vrouwelijke hormoon oestrogeen het DNA van de vrouw langer beschermen tegen ziektes. Long live the female. 
Anderzijds kunnen vrouwelijke hormonen tot uiting komen in de vorm van PMS, wat bekend staat als zeer gevaarlijk tot soms zelfs levensbedreigend voor de man die zich dicht bij de vrouw met PMS bevindt. Run, mannen, run!

Mannen halen meer stunts uit

Bless his heart: De man blijft vaak van binnen toch nog een béétje dat kleine jongetje. Mannen betrap je ook op latere leeftijd nog wel vaker op risicovol gedrag, zoals dronken van een fiets vallen, wedstrijdje wie kan het meeste bier drinken, iets te heldhaftig met een ladder omgaan, proberen hoe ver je kunt springen vanaf een muurtje, dat werk. Heel grappig, behalve wanneer het mis gaat.

19-motivos-porque-as-mulheres-vivem-mais-anos-do-que-os-homens-parte-2-19
Bron: India Today
Gerelateerde afbeelding
Bron: Top Men Magazine

En opeens ben je co-ouder

Het overkomt veel ouders die – ondanks de liefde voor hun kinderen – besluiten dat het huwelijk op is: plotseling word je co-ouders. Vader of moeder van je kind blijf je natuurlijk vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week. Maar na de scheiding zul je je kind – indien je samen ervoor blijft zorgen – niet meer honderd procent van de tijd bij je hebben.

Ik ben zelf een kind van gescheiden ouders. Daarbij ben ik zelf een gescheiden moeder. Ik ken best veel gescheiden papa’s en mama’s. De een ‘heeft’ de kinderen de ene week wel en de andere week niet, de ander heeft weer een “ouderwetser” omgangsregeling (om het weekend en op woensdag naar vader). En zo zijn er talloze varianten te bedenken, afhankelijk van hoe je als ouders de zorg het beste kunt verdelen.

Je kunt wel stellen dat het voor het hele gezin aanpassen is, voor de kinderen nog het meest: opeens zijn je ouders niet meer samen, én heb je twee huizen, twee slaapkamers, en alles wat daarbij komt kijken. In de omgangsregeling van het co-ouderschap moet je als kind wennen aan dan hier slapen, dan daar slapen. Natuurlijk zijn er ook leuke kanten: zo krijg je vaak meer cadeaus als je jarig bent, of zelfs twee feestjes. Toch vergt het omschakelen bij kinderen vaak best veel. Bijvoorbeeld:

Waar blijft de lievelingsknuffel? Wat verhuist mee heen en weer en wat blijft op de zelfde plek? Wat moet je doen als je bij mama bent en je mist papa, of andersom?

Lees verder onder de afbeelding

pexels-photo-265702

Ook ouders hebben het tijdens en na hun scheiding zwaar. Er is vaak veel verdriet. Hierdoor wordt helaas (vaak onbewust) niet altijd even goed gelet op hoe veel impact de scheiding en alle veranderingen van dien op de kinderen hebben.

Hoe kun je je kind beschermen? Hoe zorg je er voor dat je kind zo weinig mogelijk pijn heeft van de scheiding?

Ik sprak ooit met een volwassen man wiens ouders gescheiden waren toen hij vrij jong was. Hij had zelf erg weinig last gehad van die scheiding, zo vertelde hij: “De reden waarom ik heel weinig last heb gehad van de scheiding van mijn ouders, was omdat ze ook na de scheiding goed met elkaar bleven communiceren en beslissingen over mij altijd samen namen. Ik vond dat heel prettig, dat mijn ouders toch gewoon normaal met elkaar bleven praten en dat zij één lijn trokken wanneer het op mij aan kwam.”

Co-ouderschap is niet waar je voor kiest wanneer je aan kinderen begint. Je hoopt je kinderen een liefdevol en stabiel gezin te kunnen bieden. Als dit niet lukt en je gaat ondanks alle inspanningen toch uit elkaar, voel je je vaak schuldig. Goed blijven communiceren met je ex-partner is niet altijd het eerste waar je behoefte aan hebt, maar voor je kinderen is het van groot belang: als papa en mama op één lijn blijven, geeft dat een veel veilig(er) gevoel.

Hieronder nog een aantal tips:

  • Stel elkaar direct op de hoogte van belangrijke zaken / urgente situaties zoals bijvoorbeeld een ziekenhuisbezoek.
  • Ga als dit kan samen kijken op belangrijke momenten, zoals bij uitvoeringen op school, wedstrijden etc. Als het je niet lukt om naast elkaar te staan, zorg dan dat je er wel allebei bent, ook al sta je niet naast elkaar te kijken. Je kind weet dan wel dat jullie beiden de moeite hebben genomen.
  • Neem beslissingen samen: bijvoorbeeld over grotere cadeau’s, rijlessen, hobby’s, etc. Communiceer hierover zo veel mogelijk samen richting je kind. Als dit niet gaat, kun je wel in de wij vorm praten: “Je moeder en ik hebben samen besloten dat..”
  • Maak onderling duidelijke afspraken over wat wel en niet mag, in beide huishoudens!
  • Indien het mogelijk is: drink dan een kopje koffie bij de overdracht; als kinderen zien dat hun ouders ondanks de scheiding toch nog steeds vriendelijk en normaal met elkaar omgaan zonder elkaar in de haren te vliegen, kan dit loyaliteitsproblemen voorkomen.
  • Deze kan ik niet vaak genoeg herhalen: Spreek NIET negatief over je ex-partner waar je kinderen bij zijn! En nee, ook niet tegen een vriendin aan de telefoon, als je kinderen bij je in de kamer zitten. Jij denkt misschien dat ze het niet horen: geloof me, niets is minder waar.
  • Een kind houdt van beide ouders even veel en wil niet kiezen: door negatief over de andere ouder te praten geef je je kind een ontzettend verdrietig gevoel dat – indien herhaald – voor psychische problemen kan zorgen op lange termijn.

Heb jij nog co-ouderschapstips? Laat het weten door een reactie achter te laten!

img_1139-1

“Ik verloor mijn wimpers, wenkbrauwen en haren op mijn hoofd.”

Chrisje’s VIP blogger Susan Schuitema heeft Alopecia areata, waardoor zij last heeft van (soms blijvend) haarverlies.

Wat bijna niemand van mij weet, maar ik wel graag wil vertellen: Een tijdje na de geboorte van mijn zoon, viel het mij op dat mijn ene wenkbrauw begon uit te vallen. Vervelend, maar niet zorgelijk. Ik dacht dat het wel weer aan zou groeien. Steeds meer haartjes vielen uit, en voordat ik het wist was ik bijna een hele wenkbrauw kwijt. Via de huisarts kwam ik terecht bij een dermatoloog. Ze bekeek mijn wenkbrauwen en gaf mij de diagnose Alopecia areata. Juist ja, en dat is?

Het komt er dus op neer, dat je eigen lichaam je haartjes niet herkent en daarom zoiets heeft van, rot maar lekker op. Het zou kunnen dat het weer aangroeit, het zou ook kunnen dat het wegblijft. Daar had ik dus drie keer niks aan. Er is dan ook weinig aan te doen, er bestaan een aantal opties en ik begon met de meest makkelijke. Een lotion die ik kon aanbrengen. Dit heb ik enkele maanden geprobeerd, zonder effect. Na een hele lange tijd zag ik dat langzaamaan mijn wenkbrauw terug begon te komen. Het nadeel daarvan, is dat mijn andere wenkbrauw begon uit te vallen. En daarnaast ook nog aan één kant mijn wimpers. Wat een feest!

Hoewel ik het heel vervelend vond, had ik overal wel een oplossing voor. Mijn wenkbrauwen tekende ik bij. Wat nog best een uitdaging is. Ik liep er in het begin dan ook vaak bij als clown. Te dunne wenkbrauwen, te dik, te lang, te donker. Vooral het laatste, veel te donker! 

Mijn wimpers kon ik weinig aan doen, dat accepteerde ik dan maar. Ik durfde alleen geen make-up meer te dragen, ik was veel te bang dat er nog meer uit zou vallen. Wat wel zorgde voor onzekerheid, want ik voelde me vaak heel kaal. Letterlijk en figuurlijk, kaal. 

Beide wenkbrauwen zijn weer op zijn retour. Ze zijn nog niet zo vol en compleet als dat ze waren, jaren geleden, maar goed, ze zijn weer onderweg. Ook mijn wimpers groeien weer aan, maar wel in de totaal verkeerde richting. Hierdoor sta ik dus iedere ochtend voor de spiegel, met een wimpertang, mijn wimpers in de goede richting te dwingen. Allemaal te overzien.

En toen kwam voor mij de zwaarste klap. Tijdens het borstelen van mijn haar, na het douchen, zag ik in de spiegel een kale plek.

Bovenop mijn hoofd, een kleintje nog maar, maar toch. Er zat een kale plek en ik wist hoe snel dat kon veranderen. Mijn haar ging in een staart, niemand die het zag, niet meer over nadenken, klaar. In de hoop dat het bij dit kleine plekje bleef, maar helaas. Het werd groter en groter, en tot op de dag van vandaag groeit het niet terug, maar valt er alleen maar meer uit. De kale plek is niet meer te verbergen met los haar. 

Daar waar ik geen make-up meer durf te dragen, durf ik nu ook mijn haar niet meer los te dragen. Terwijl ik mezelf toch écht mooier vind met losse haren. Mijn krullen, het staat zoveel vrouwelijker dan mijn strakke staart. Een bezoekje aan de kapper, waar ik mij altijd op kon verheugen, is nu een ‘knip de puntjes maar’ en ik doe snel mijn haar weer vast.

En zelfs nu met staart in, als ik het niet op de juiste manier vast doe, zie je de kale plek. De enige optie is dus echt een hele strakke staart. En daar moet ik het voorlopig mee doen.

Na ieder douchebeurt ben ik bang dat er nog meer haar weg is.

Haren verven durf ik niet meer. En iedere keer als ik in de spiegel kijk, word ik niet blij van wat ik zie. Mezelf lelijk noemen, daar ben ik een tijd geleden mee gestopt, want dat ben ik niet. Maar aantrekkelijk? Dat voel ik mij absoluut niet. Ik zie niet de Susan, die ik eigenlijk van binnen wil zijn. Ik zie een saai en leeg persoon, terwijl ik eigenlijk die krullenbol met een beetje make-up wil zijn. 

Tot nu toe kan ik het nog redelijk verbergen, maar ik denk er steeds vaker over na, wat als? Wat als het niet terug groeit? Wat als het nóg groter wordt en het wel te zien is, als ik mijn haren vast draag? Wat als er nog een kale plek bij komt? Ik krijg de neiging om mijn haar dan weg te halen en een pruik te gaan dragen. Dat stel ik uit, tot het echt niet meer anders kan, maar dat idee alleen al, doet mij pijn. Ik wil het niet, maar ik wil me graag weer mooi voelen. 

Dus de volgende keer dat je mij ziet lopen, en je ziet mij met mijn haren vast en mijn make-uploze gezicht. Denk dan niet dat ik zo’n moeder ben die zichzelf niet meer verzorgt. Zie dan alsjeblieft de vrouw die ik ben, onder mijn naturelmaskertje. Besef dan dat ik in gedachten de blije krullenbol ben mét een beetje make-up. Dan blijf ik heel hard duimen, dat mijn lichaam mijn haar weer wil kennen en dat we elkaar binnenkort weer mogen ontmoeten.

Liefs,

Susan

Slapen, knuffelen, wandelen met een ALPACA…😍

  • Alpaca’s knuffelen? Alpaca my bags!

  • Alpaca’s zijn ontzettend leuke, lieve dieren die de laatste jaren razend populair zijn geworden.

  • Op meerdere plekken in het land kun je nu golfen tussen, wandelen, knuffelen of slapen met alpaca’s.. wie wil dat nu niet?
  • Hieronder een aantal leuke locaties voor de alpaca liefhebber:
  • Bamby Alpaca Farm
  • https://bamby-alpaca-farm.business.site
  • Quality Line Alpaca’s
  • http://www.qualitylinealpacas.com/?p=thuis
  • Alpaca Mountain (Zuid-Limburg)
  • https://www.alpacamountain.nl

  • Zonneveld Alpacas
  • https://www.zonneveldalpacas.nl/nl/activiteiten-and-arrangementen/overnachten-bij-zonneveld-alpacas.html?gclid=EAIaIQobChMIkr7M4MHr4QIVGZzVCh1iTA24EAAYASAAEgKt4vD_BwE

    Hier vind je een zoekmachine waar je kunt zoeken op locatie/regio:

    https://www.alpacafarms.nl

    Wil je meer weten over deze leuke dieren? Lees dan dit artikel eens:

    https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Alpaca_(dier)

    Vijf redenen waarom je kind niet naar je luistert

    Je kent het vast wel: als ouder heb je wel eens van die dagen / weken / jaren (haha) wanneer het lijkt alsof je kind pas naar je luistert als je voor de derde / achtste keer iets zegt. Of pas luistert wanneer je je stem verheft, wat voor niemand leuk is. 

    Jij: “Kind?”
    Kind: “Pomptiedom.”
    Jij: “Kind?”
    Kind: “Tralala…”
    Jij: “Kind? Joehoe?”
    Kind:  loopt kamer uit.
    Jij: “KIND!”
    Kind: “Nou zeg, je hoeft niet te schreeuwen!”

    Zucht.

    Waarom horen kinderen ons niet? En bovendien: Horen ze ons echt niet, of horen ze ons wel maar willen ze ons niet horen?

    Het is natuurlijk erg gemakkelijk om te roepen “Hij / zij luistert de laatste tijd voor geen méter!”, maar daarmee leg je alle ‘schuld’ bij het kind, terwijl je met een beetje gezonde zelfreflectie vaak ziet dat het niet luisteren voortkomt uit een onderliggende oorzaak. Soms ligt die bij (de ontwikkeling van) je kind, soms bij jou, soms bij jullie interactie. 

    Hieronder vijf mogelijke redenen waarom je kind niet luistert:

    Optie 1: Je kind zit in zijn of haar bubbel!
    Kinderen zitten graag en veel in hun eigen wereldje. Ze fantaseren, spelen, bedenken, dagdromen: dat hoort allemaal er bij als je een super cool kind bent. Hoewel het voor jou misschien lijkt alsof je kind niks zit te doen, kan er in zijn of haar hoofdje een hele wereldreis of spannend avontuur plaatsvinden: Net als bij een echte droom duurt het even eer je daar weer van terug komt en met je voeten op aarde landt.

    Lees verder onder de afbeeldingen

     

    Optie 2: Verwerkingssnelheid
    Niet ieder kind heeft een al te beste concentratie of (informatie)verwerkingssnelheid. Door zijn of haar naam te roepen kun jij dan misschien een directe reactie verwachten, maar je kind heeft het misschien in eerste instantie nog niet door dat wat jij zegt of roept van toepassing is op hem of haar.

    Optie 3: Maak meer / beter contact
    Veel kinderen horen je veel beter als ze je er bij zien. Om beter contact met je kind te maken loop je er naar toe of ga je op ooghoogte van je kind zitten terwijl je hem of haar aanspreekt.

    Optie 4: Je vraagt te veel
    Soms kun je in de valkuil schieten van het te veel vragen aan je kind. Je bent natuurlijk moeder en geen politieagent. Je kind hoeft niet constant opdrachten van je te krijgen. Als je jezelf er op betrapt dat je aan de lopende band opdrachten geeft of controleert (“Niet doen, zit rechtop, dat is gevaarlijk, hou eens op”) is het niet zo héél vreemd als je kind op een gegeven moment niet meer echt luistert. Er komt dan te veel informatie binnen, waardoor niets meer veel indruk maakt.

    Optie 5: Je kind maakt zich los van jou
    Je kind maakt zich tijdens het opgroeien steeds meer los van jou. Hoe vervelend dat soms ook is omdat we onze kinderen het liefst zo klein mogelijk houden, toch is dit een goede en gezonde ontwikkeling. Je kind wordt steeds meer zijn eigen individu en wil dan ook steeds meer eigen inspraak over zijn doen en laten. Wanneer je kind erg veel weerstand toont, is het dus goed om je af te vragen of je jouw kind voldoende verantwoordelijkheden en vrijheid geeft die passen bij de leeftijd, en of je misschien een beetje te bemoederend bent op dit moment. Niet gemakkelijk, maar het proberen waard.

    christianne

     

    BOOS op carnavalsmaandag: een gastblog van VIP blogger Selina

    Ik ben boos. Het is carnavalsmaandag. Ik zit tegenover mijn wederhelft aan de keukentafel.

    Onze laptops staan tussen ons in. Hij is aan het studeren. Ik een les aan het voorbereiden. Het gebrom van onze computers wordt overstemd door het gedreun van carnavalsmuziek. Hoempa muziek doet onze concentratie ietwat verslappen. De grote optocht lijkt dan ook door onze achtertuin te trekken. Mijn lief spitst zijn oren, vangt een paar klanken van ‘Anton aus Tirol’ op en schudt zijn hoofd. Hij verzucht dat hij het niet erg vindt om de carnavalsfestiviteiten dit jaar eens over te slaan. De buitenwereld trekt zich echter weinig van zijn gezucht aan. Carnavalsvierders in de meest kleurrijke kostuums lopen ons raam voorbij. Twee piraten. Een eenhoorn. Een non met een kleine leeuw op de arm. Buiten wordt feest gevierd. Gedronken. Gelachen. Gehost. Maar binnen zit ik tegenover mijn wederhelft aan de keukentafel. Op carnavalszondag. Tijdens het voorbereiden van mijn les. Binnen. Ben ik boos.

    Normaliter ben ik niet iemand die haar politieke standpunten of morele principes hoog van de toren blaast. Verschrikkelijke beelden uit slachthuizen met schreeuwerige teksten op mijn sociale mediakanalen laten mijn ogen vooral rollen in plaats van mijn gedachten veranderen. Verkondigers van het hoge woord vermijd ik als het even kan. Blogposts over platte-aarde-propaganda of anti-vaccinatie betogen lees ik niet. Maatschappelijk-relevante fanatici die de waarheid in pacht denken te hebben ontvolg ik met één simpele klik. Maar het nieuws dat de Minister van Volksgezondheid het advies van het Zorginstituut heeft overgenomen om kunstmatige inseminatie voor alleenstaanden en lesbische koppels niet meer onder de basisverzekering te laten vallenvind ik toch moeilijker te behappen dan een zure haring op Aswoensdag. Als alleenstaande of homoseksueel met een kinderwens krijgt de dame in kwestie enkel nog een vruchtbaarheidsbehandeling vergoed als er een medische noodzaak is. Het ontbreken van een man of het onvermogen van een lesbische partner om zaad te produceren is blijkbaar geen medisch probleem. Dan hadden de dames in kwestie maar beter moeten trainen op het kweken van kwakjes! Heterovrouwen met partners die om wat voor reden dan ook geen zaad kan produceren, worden uiteraard wel gewoon geholpen. “Sjiek is miech dat!”

    Boos ben ik. Op carnavalsmaandag. Binnen. Want terwijl buiten twee voorbijgangers in glitterende baljurken synchroon op een fluitje blazen, denk ik aan de lesbische dames die met één besluit uit de vruchtbaarheidsoptocht geweerd worden. Het insemineren van lesbische koppels is te duur, aldus het Zorginstituut. En terwijl Fabrizio door onze achtertuin echoot, voel ik medelijden met mijn alleenstaande medemens die met één besluit uit de fertiliteitspolonaise gegooid worden. Het insemineren van single ladies zet druk op de betaalbaarheid en kwaliteit van het verzekerde pakket, aldus de minister. En het hier samen voor betalen “kan de solidariteit ondergraven”.

    De minister is blijkbaar nog nooit met carnaval in Limburg geweest. Waar solidariteit en saamhorigheid hand in hand gaan met ‘Zaate Hermeniekes’ en ‘Prinsezittingen’. Waar de prinses van het Bokkeriek net zo veel recht heeft op een baby dan de hele raad van elf van het Piëlhaazeriek. En waar het een hossende menigte op het Vrijthof in Maastricht waarschijnlijk een worst zal wezen om mee te betalen aan de vruchtbaarheidsbehandelingen van de lesbische eenhoorns en alleenstaande nonnen onder hen. Want, in tegenstelling tot onze Minister van Volksgezondheid en het Zorginstituut, beseffen de Zuiderse carnavalisten waarschijnlijk wél dat fertiliteitstrajecten net zo leuk zijn als regen tijdens de kinderoptocht. Dat geen enkele dame, ongeacht haar geaardheid of huwelijkse status, liever haar lijf volpropt met hormonen dan met nonnevotten. En dat alle mama’s-in-spé recht hebben op een kleintje pils, volledig vergoed en al.

    Dus maak ik me boos. Op carnavalsmaandag. Binnen. Constateer ik mopperend dat de Minister waarschijnlijk een carnavalsplaat voor zijn hoofd heeft. Want besluiten die Nederland 2×11 jaren terug in de tijd sjoenkelen nemen alleen mensen die écht diep in het glaasje hebben gekeken. Die de tap zo vaak hebben opgezocht dat ze niet in de gaten hebben dat ze eigenlijk indirecte discriminatie in de hand werken. Die zo duizelig zijn van het polonaiselopen dat ze niet inzien dat ze een land een stap terug laten nemen. Want dat het terugdraaien van de vergoeding kan leiden tot schimmige situaties, dat verbloemen de confetti en serpentines wel. Dat vrouwen nu genoodzaakt worden hun toevlucht te nemen tot donoren die niet gescreend zijn op geslachtsziekten of met onbekende spermakwaliteitis voor ná de grote optocht. En de dames wiens levens nu plotsklaps op de kop staanzijn niet gered met wat schmink en een kleurrijke outfit. Maar ach, dat is voor na de carnaval. Alaaf! Alaaf! Alaaf!

    P.S. Erger je je ook groen-geel-en-rood aan het besluit van de Minister van Volksgezondheid? Laat de hoempapa muziek dan eventjes voor wat het is en teken de petitie: https://petities.nl/petitions/vergoeding-vruchtbaarheidsbehandeling-voor-elke-vrouw?locale=nl

    Het bestaan van toeval, voorbestemde zaken en zielenliefde – door VIP blogger Susan Schuitema

    door VIP blogger Susan Schuitema

    Geloof jij dat alles in je leven voorbestemd is, of is alles gewoon toeval?

    Die ene ontmoeting, dat toevallige telefoongesprek, het continue zien van dubbele getallen en zo nog veel meer. Ik neem jullie mee in mijn leven vol toevalligheden, wat in mijn ogen eigenlijk geen toeval is. Je leest het goed, ik geloof dat alles in verbinding staat, dat niks zomaar gebeurt. Nu ben ik sowieso wel een “zweefteef”, zoals ik mezelf altijd gekscherend noem maar ik zie teveel toevalligheden, ik word gedwongen te geloven in meer dan wat ik met mijn ogen kan zien. En sinds ik mijn ego aan de kant heb gezet, met gedachten als “wat zullen anderen denken?”, zie ik alleen nog maar meer signalen van boven. Tekenen dat ik niet alleen ben en steun krijg wanneer ik het nodig heb. Het is prachtig, wanneer je de angst en gedachten hebt losgelaten. Want ja, eng vond ik het in het begin zeker.

    Ik krijg antwoord op mijn vragen

    Vorige week had ik een momentje met mezelf, dat ik letterlijk omhoog keek en om hulp vroeg. Ik geloof niet zozeer in een God, maar meer in een gids en engelen. Ik vroeg om hulp en was even mijn vertrouwen kwijt op een bepaald vlak. Een aantal dagen later heb ik een hele lieve vrouw aan de telefoon die mij compleet uit het niks, over dat vlak aanspreekt en mij moet zeggen dat het goed gaat komen. Zij wist hier echt helemaal niks van af, maar het kwam in haar op en ze moest het aan mij kwijt. Ondertussen, zie ik deze zelfde week allemaal dubbele cijfers, op de klok, op mijn telefoon, tellers van de auto etc. Dit betekent voor mij dat ik niet alleen ben en dat ik vertrouwen mag hebben, en moet letten op tekenen om mij heen.

    Begin vorig jaar trokken wij een kaart, want dat is ook iets waar ik in geloof. Onze vraag was, of wij in 2018 onze woning zouden verkopen, na 6 jaar! Het antwoord was “ja, maar alleen als je de hulp van vele mensen kunt accepteren.” Tijdens de laatste maanden van het jaar, kregen wij een kijker, direct een bod en het huis was verkocht. Verhuizen was echter wel een dingetje want een nieuw huis was er niet en de financiën ook niet. En toch, met héél veel hulp van een groep mensen om ons heen, zijn wij net voor de kerst verhuisd. Toeval? Nadat mijn man, ook dit zelfde jaar, na 16 jaar een andere baan mocht vinden? Ik denk het niet.

    Nu wonen wij in het dorp, waar wij beide als kind, een straat van elkaar verwijdert, woonden met onze ouders. We kenden elkaar toen niet, maar toen wij elkaar leerden kennen, bleken wij vroeger bijna naast elkaar te hebben gewoond. We zijn weer terug, in de woonplaats waar onze connectie ooit is gestart. En het voelt zó onwijs aan als thuis, terwijl ik maar weinig ken.

    Toevallige muziek

    Een aantal jaar geleden, zat ik in de auto en dacht ik aan mijn overleden opa. Ik bedacht mij, dat ik hem heel graag nog eens zou willen spreken. Op die momenten vraag ik letterlijk om een teken van zijn aanwezigheid. Vlak daarna komen er 3 verschillende liedjes op de radio, die voor mij een connectie hadden met mijn opa. Dan heb ik kippenvel en tranen en op die momenten ben ik zo dankbaar dat ik zoiets mag ervaren.

    Energie

    Vorig jaar begon ik met het werken met energieën. Ik ben energetisch behandelaar, zoals het mooi genoemd wordt. Ieder levend wezen heeft energie, maar ook alle ruimtes en producten hebben energie om zich heen hangen. Ik ben letterlijk energie gaan voelen met mijn handen en ik voel ook de energie van mensen om mij heen. Soms zelfs van mensen die kilometers verderop zijn. Tijdens behandelingen, voel ik heel veel, krijg ik soms kleuren binnen, beelden en geluiden, alles is mogelijk. En waar ik het eerst best wel eng vond en niet durfde omdat ik het vast verkeerd zou doen. Voel ik mij nu een stuk zekerder en weet ik dat het niet verkeerd kán gaan. Tijdens zo’n behandeling laat ik de energie stromen door je lichaam. Meer in balans, meer energie, meer rust en het zelfgenezend vermogen van jouw lichaam in werking zetten. Het is prachtig om te ervaren, hoe je op dat moment verbonden bent met iemand.

    Zielenliefde

    En ook prachtig hoe je met een aantal mensen zo’n diepe connectie kunt voelen. Zielenliefde, las ik vandaag. Dat vind ik wel een hele mooie benaming voor de band die ik met een aantal mensen mag hebben in dit leven. (Ja ik geloof ook dat ik eerder geleefd heb.) Een band die verder gaat andere. Een band, die je met je ogen dicht, zonder spraak en aanraking kunt voelen. Een soort rood draadje wat je verbindt. Zo mooi, want dit hoeft niet eens te zijn met degene waar je een liefdesrelatie mee hebt, of een hechte vriendschap. Dit kan zijn met iemand die je net ontmoet hebt (fysiek dan). Je voelt het gewoon, prachtig toch? Soulmates, ze bestaan, in meervoud.

    Toeval bestaat niet, we zijn niet alleen

    Dit zijn natuurlijk maar een aantal voorbeelden waar van je kunt zeggen “het zal wel” en “wat een onzin”. Dat mag je uiteraard denken maar ik geloof met heel mijn ziel, in meer dan wat je met je ogen kunt zien. Je bent niet alleen, iedereen heeft een gids, een beschermengel, een God. En als je wil, en durft kijk dan eens om je heen, naar boodschappen, tekenen, die je anders nooit zag. Want echt, ze zijn er. Niemand komt zomaar op jouw pad, niks gebeurt zonder reden. Vraag je om hulp, dan krijg je hulp, soms moet je leren kijken op een andere manier. Het universum kent alleen maar liefde, durf het te zien.

    Liefs,

    Susan

    Alleen, met de billen bloot

    Door Chrisje VIP blogger Selina.

    “Komt u maar mee, mevrouw”. Een verpleegster met een groen operatiepak wijst naar de deur. Ik sta op van het bedje. Ze trekt de gordijnen achter me dicht. Ik doe hetzelfde met het operatiehemd dat ik aan heb. Dat dicht is van voren en open van achter. Dat mijn kadetjes ongewild in de schijnwerpers plaatst. Een reetspleet, noemde mijn wederhelft de achterkant van mijn openhangede tenue zojuist.

    Hij probeerde me ermee aan het lachen te maken. Wetende dat dat de zenuwen voor de ingreep die me stond te wachten ietwat zou wegnemen. Ik kijk naar hem terwijl ik de gang op loop. Hij knikt me bemoedigend toe. “Succes en tot zo, lief”. Ik doe mijn best een glimlach te produceren. Het lukt me maar half. Dan trekt de verpleegster de deur achter me dicht. Daar ga ik. Alleen. Met de billen bloot. Letterlijk.

    Ik begin mijn weg naar de operatiekamer. Mijn blik richtend op de rug van de verpleegster. Op de automatische piloot volg ik haar voetstappen. Het gepiep van haar plastieken slippers op de linoleum vloer zouden me normaliter irriteren. Maar mijn gedachten zijn er niet bij. Ik ben te afwezig om er wat van te vinden. De gang lijkt eindeloos te duren. Een koude rilling loopt over mijn rug. Een huivering die van mijn onderrug, via mijn schouders, mijn kruin in schiet. Ik vraag me af of het door de zenuwen komt. Door de kilte van de vloer die via mijn blote voeten mijn lichaam binnendringt. Door mijn koude kont. Of door het gevoel er helemaal alleen voor te staan.

    Dat gevoel is ondertussen een bekende geworden, gedurende de afgelopen twee jaar. Onverwachts. Want vanaf het begin van ons fertiliteitstraject hebben mijn echtgenoot en ik steun gevoeld. Medeleven. Liefde. Uit de directe en minder directe omgeving. Uit zowel verwachte als onverwachte hoeken. Al twee jaar horen we lieve woorden van onze families. Verrassen ze ons met uitstapjes, cadeaus of andere ruggensteuntjes. Al twee jaar laten vrienden en vriendinnen op stel en sprong alles uit de handen vallen om langs te komen. Soms met taart. Soms met bloemen. Soms gewoon om er te zijn. Al twee jaar geven collega’s ons knuffels, gelukswensen of bemoedigende petsen op onze derrières. Al twee jaar raken we soms overweldigd door het aantal berichtjes, telefoontjes en kaartjes. En toch is de moeizame weg naar het moederschap het eenzaamste wat ik tot nu toe in mijn leven heb moeten ondernemen.

    Want aan het einde van de rit staan mijn gemaal en ik er alleen voor. Als de kaartjes gelezen zijn en de cadeautjes zijn uitgepakt. Als de vrienden en vriendinnen weer naar huis toe zijn. Als de knuffels gegeven zijn en de berichtjes gelezen. Dan blijven mijn eega en ik over. Alleen. Omringd door een resem aan doctoren, verpleegsters, apothekers en zielenknijpers. Maar alleen. Want ook onze families kunnen er niet voor zorgen dat wij eindelijk potten met augurken in kunnen slaan. En ook vrienden en vriendinnen zijn er nog niet in geslaagd om een broodje in de oven te krijgen (hoewel de taart die ze soms meebrengen wel voor dikke buiken zorgt). Ook van knuffels raak je normaal gezien niet zwanger. Laat staan van kaartjes. En zelfs de mannen en vrouwen in de groene operatiepakken zijn er tot dusver niet in geslaagd om mijn tikkende biologische klok te doen veranderen in poepluiers en fopspenen. En dus zijn wij het die steeds met de billen bloot moeten.

    Alleen.

    En zelfs de liefde van mijn leven moet mij zo nu en dan aan mijn lot overlaten. Soms kan ook hij niks anders doen dan kijken hoe mijn naakte spleet het omkleedkamertje verlaat. Want hoewel hij al twee jaar lang een rots in de branding is. Een steun en toeverlaat. Een houvast in emotionele tijden. Uiteindelijk is het mijn buikwand die doorboort wordt met injectienaalden. Aan het einde van de rit is het mijn hormoonhuishouding die overhoop gegooid wordt. Wanneer alles voorbij is, is het mijn lijf dat het lijdend voorwerp is. En ook mijn wederhelft wou soms dat het anders was. Ook hij had liever gezien dat de lasten op een wat eerlijkere manier gedeeld konden worden. Maar ook hij beseft dat het niet veel zin heeft om zijn eigen zitvlak te ontbloten. Dat een scopie van zijn binnenste niet zinvol gaat zijn om in verwachting te raken. En dat hetgeen dat hij kan baren aanzienlijk bruiner en stinkender is dan hetgeen dat – hopelijk – ooit uit mij gaat komen. En dus doet hij het enige dat hij kan. Grapjes maken om mijn zenuwen tegen te gaan. Op mij wachten. Me knuffelen als het erop zit. En alle emotionele steun bieden die hij kan.

    Maar fysiek sta ik er alleen voor. Besef ik, terwijl de verpleegster voor mij de operatiekamer binnen wandelt. “Gaat u maar liggen, mevrouw”. Alleen. Omringd door een resem aan doctoren en verpleegsters in een operatiekamer. Maar alleen. Want uiteindelijk is het mijn lichaam waar over een paar minuten een camera in gestoken wordt. Aan het einde van de rit zijn het mijn benen die zo dadelijk in de steunen moeten. Wanneer alles voorbij is, is het mijn lijf dat verkrampt om de golven van ongemak op te vangen. En per slot van rekening ben ik degene die in een operatiekamer staat. Alleen. Op blote voeten. In een openhangend operatiehemd. Met reetspleet.

    Deze column verscheen ook op Selina’s eigen blog: https://slienaa.blogspot.com/2019/01/alleen-met-de-billen-bloot.html

    Europakinderhulp: Een kind van een ander, bij jou op vakantie! Door VIP blogger Susan Schuitema

    Ik kende dit idee al een aantal jaar, en ik heb meerdere keren op het punt gestaan mij aan te melden. Europakinderhulp is de organisatie die bemiddelt tussen de vakantiekinderen en de gastgezinnen. Ik zie het nog steeds met regelmaat voorbij komen en het bleef mijn aandacht trekken.

    Kinderen waarbij het thuis niet optimaal is, een zieke ouder, geen financiële middelen of wat je ook kunt bedenken. Deze kinderen worden aangemeld voor een vakantie, en deze vakantie vindt plaats in een gastgezin.

    Aanmelding

    Na overleg met mijn man, heb ik dit jaar wél een aanmelding gedaan. Ook met het oog op ons plan om het traject in te gaan voor pleegzorg, leek het ons goed om eerst kortdurend te ervaren hoe het is. Een kind in huis, van een ander. Past dat bij ons, tegen welke dingen lopen wij aan en nog belangrijker, hoe reageert ons eigen kind hierop? Nu is de pleegzorg niet hetzelfde als een vakantie, maar wij willen graag ervaren hoe het is om voor het kind van een ander te zorgen.

    De aanmelding is gedaan, het kennismakingsgesprek/screening is geweest. Hierin wordt alle informatie verteld, kun je vragen stellen en ook jouw wensen aangeven. Natúúrlijk kun je geen kind ‘bestellen’ naar wens maar er wordt wel gekeken naar wat er binnen ons gezin matcht. Wij geven onze voorkeur aan een kindje uit België of Nederland. Dit omdat het onze eerste keer is en het ons nog wat lastiger lijkt wanneer je niet dezelfde taal spreekt. Daarnaast geven wij de voorkeur aan voor de leeftijdscategorie 5-9 jaar. Dit met oog op ons eigen mannetje.

    Kun je je zomaar aanmelden?

    Ja en nee.

    Je kunt je aanmelden wanneer je 18+ bent, maar zoals hierboven genoemd wordt er gescreend. Wat wil zeggen dat ze op huisbezoek komen voor de kennismaking, je levert referenties in en je vraagt een VOG ( verklaring omtrent gedrag ) aan. Daarnaast zijn ze altijd met zijn tweeën en letten ze op veel punten, of jij als gezin geschikt bent. Er wordt gekeken naar de buurt, de veiligheid en de gezinssamenstelling. Of je alleen bent of getrouwd, wel of niet geloofd, het maakt niks uit. Ook is het helemaal niet verplicht de hele vakantie van alles te ondernemen. Het mag maar het hoeft niet. In principe is de bedoeling dat hij of zij meedraait in het gezin. Koekjes bakken, spelen in de tuin, boekjes lezen uit de bibliotheek, de kinderboerderij. Bij ons logeren is al vakantie genoeg. Alles eromheen is extra.

    En nu?

    Onze gegevens worden om het systeem gezet, de aanvraag voor de VOG wordt gedaan, wij sturen nog referentieformulieren op en wanneer dit alles afgerond is, gaan we in juni naar de informatieavond. Hier krijg je de laatste info, data en vaak is er dan ook al iets bekend over wie er nou precies bij jou komt logeren. En dan is het wachten op de grote dag, de dag dat we ons vakantiekind mogen ophalen bij de bus. Hoe zal het gaan, is er een klik? Spannend maar leuk! Ik weet nog niet wie er komt, maar je bent nu al zo welkom. Ik kijk er met spanning en plezier naar uit.

    Op zoek

    Er is nog zoveel meer vraag naar gastgezinnen. Spreekt het jou aan? En heb je ruimte in huis, in je agenda en nog wat liefde over? Kijk dan ook eens bij Europakinderhulp. Het gaat om 2 of 3 weken aaneensluitend. Ik gun ieder kind een leuke vakantie, jij ook?

    Liefs,

    Susan

    Het leven is een rijsttafel – over keuzestress in het leven – door Chrisje’s VIP blogger Selina

    “Het leven is een Chinese rijsttafel”. Mijn wederhelft kijkt me aan alsof hij het in Peking heeft horen donderen.

    We hebben zojuist onze bestelling doorgegeven aan de dame achter de balie. Een Chinese rijsttafel voor 2 personen. Met een bakje saté erbij. En extra kroepoek, alstublieft. Blijkbaar is maandag geen populaire dag in de week om Chinees af te halen. En dus zitten mijn lief en ik alleen op de rood leren bankjes te wachten op onze bestelling. Hij bladert door één van de autobladen die hij van de gouden koffietafel gegrist heeft. Zijn elleboog leunt op groot, gouden beeld van een leeuw met opengesperde bek. Lampions kleuren het licht in de wachtruimte zacht rood. En Aziatische muziek vult met grof geweld mijn gehoorgang. Ik heb een damesblad van zeven maanden geleden in mijn handen. Waarin Karlijn van 34 – zo heb ik net gelezen – het moeilijk heeft om de verschillende onderdelen van haar leven te combineren. Haar huwelijk met Mark, de kinderen, het huis, de hond, haar parttime job, de sportlessen, vrienden en vriendinnen, haar reislust, … Alsof ze gerechten van een menu af leest. Karlijn vindt het maar moeilijk om de balans ertussen te houden. En voelt zich vaak alsof ze een jongleur is, die meer ballen in de lucht moet houden dan ze aankan (of dat in- of exclusief die van Mark zijn laat ze overigens in het midden).

    Waarschijnlijk onbedoeld zorgen Karlijn en haar ballen ervoor dat ik, tussen de Chinese vazen en Boeddhabeelden in, mijn eigen leven eens onder de loep neem.

    Mijn huwelijk met mijn eega, het intensieve en ellenlange fertiliteitstraject dat vooralsnog niet resulteerde in kinderen, het huis, mijn fulltime job, sportlessen, vrienden en vriendinnen, mijn reislust, … Alleen de hond ontbreekt nog op het menu, besef ik (terwijl ik mezelf er maar net van weet te behoeden dat niet hardop uit te spreken). Ook ik heb soms het gevoel genoeg op mijn bord te hebben liggen. Meer te moeten slikken dan dat ik aankan. Dat mijn ogen zo nu en dan groter dan mijn maag zijn. En ik vermoed dat dat een gekend recept is voor veel mensen. Voor vrouwen in mijn naaste omgeving en daarbuiten. Voor mannen ook, uiteraard. Het schipperen tussen de verschillende ingrediënten van ons leven is niet altijd evident. Het mixen van onze privélevens, professionele carrières en sociale contacten resulteert niet altijd in een smeuïge tomatensaus. En, net als Karlijn, heb ik dan ook soms het gevoel meer ballen in de lucht te moeten houden dan dat ik aan kan. “Ku lo yuk ballen!”, flap ik eruit. Voordat ik mijn verpopzakte echtgenoot besluit in te lichten over mijn zojuist opgedane wijsheid dat het leven een rijsttafel is.

    “Want alle aspecten van mijn leven zijn de onderdelen van het grotere menu“, zo begin ik met het uiteenzetten van de rijsttafelmetafoor. Je beslist zelf hoeveel je van elk op je bord schept. Hoeveel tijd je ergens in steekt. En er uiteindelijk van eet. Hoewel je soms geen keuze hebt, en meer bami (lees: sportlessen) naar binnen moet schuiven om de rijsttafel op te krijgen (lees: de conditie te behouden). Mijn eega doet alsof hij luistert. Zijn blik schippert tussen het autoblad en mijn groene kijkers. De ene ku lo yuk bal is wat makkelijker te verteren dan de andere, net zoals mijn huwelijk mij aanzienlijk minder buikpijn bezorgt dan het huis. Sommige gerechten zijn goed te combineren met elkaar, zoals rijst en satésaus of mijn vriendinnen en (onze gedeelde) reislust. Sommige wat minder, zoals Foeyonghai en Babi pangang of mijn fulltime job en het fertiliteitstraject. “Het ene gerecht is wat pittiger dan het ander”. De liefde van mijn leven besluit mee te doen aan mijn gedachteexperiment. Maar als je te veel sambal op je loempia smeert, maak je je leven uiteindelijk pittiger dan nodig. Nuchterheid en luchtig in het leven staan is belangrijk, net als goeie kroepoek die wat lichtheid biedt in de zwaarte van de rijsttafel.

    “En jij, jij bent mijn gebakken banaan”. Ik geef mijn levensgezel een dikke knipoog. Hij weet dondersgoed dat hij al bijna tien jaar het toetje van mijn rijsttafel vormt. De spreekwoordelijke kers op mijn taart is. Ik maak hem regelmatig duidelijk dat hij soms een beetje zwaar valt. Dat ik hem, zelfs met wat extra poedersuiker, soms niet te pruimen vind. Maar dat hij altijd net dat beetje extra toevoegt aan mijn menu. Mij, op het einde van de maaltijd, altijd blij maakt. Dat mijn rijsttafel niet compleet is zonder hem, zonder mijn Pisang Goreng. En terwijl hij in schaterlachen uitbarst roept de dame achter de balie dat onze bestelling klaar is. Mijn lief gooit het autoblad terug op de stapel en neemt de plastieken tas lachend van haar aan. Ik sta op terwijl hij zijn arm naar me uitreikt om richting de uitgang te lopen. “Kom, Confucius! Dat we die ballen hier eens keizer gaan maken.”

    Wil je meer lezen van Selina’s blogs? Neem dan een kijkje op haar website: https://slienaa.blogspot.com

    27912564_1671562342881232_8079869513555132976_o

     

    Persoonlijke reisdoelen – door VIP blogger Michelle-Anne

    Vandaag besteed ik een laatste dagje in Singapore. Een geweldige stad die ik niet anders kan omschrijven dan ‘tropisch London uit de toekomst’. Hierna moet ik nog bijna 24 uur naar huis reizen. En boh wat ben ik blij als ik weer thuis ben.

    De laatste dagen ben ik alleen geweest en dat heeft mij ruimte tot nadenken gegeven. Voordat ik met deze reis begon had ik wat reisdoelen gesteld. Sommige mensen stellen als doelen de mooie bezienswaardigheden en activiteiten bezoeken, maar ik niet. Mijn doelen waren vooral persoonlijk en vandaag blik ik daarop terug.

    Om je mee te nemen in mijn doelen is het belangrijk dat je wat meer van mij af weet. Misschien denk je gaandeweg wel ‘Wat een blog, ik hoef toch niet over iemand anders leven te lezen’, maar hey wat doen we dan op Facebook de hele dag. Ik geloof dat herkenning in andermans verhalen jou een stapje dichterbij zelfreflectie en persoonlijke acceptatie kan brengen.

    Dus even terug naar af. Ik ben Michelle Anne Lucas, 24 jaar. De eerste 1,5 jaar van mijn leven heb ik in Italië gewoond, daar komt mijn liefde voor pasta en pizza vandaan zeg ik altijd. Mijn vader is een Engelsman en mijn moeder Nederlandse. Toen ik jong was voelde ik mij altijd anders dan andere kindjes en als ik mij niet zo voelde werd mij wel gezegd dat ik ‘apart’ was. Ik gooide namelijk melk in mijn thee, droeg ander soort kleding, maar was vooral ook al heel goed met woorden. Thuis gingen de gesprekken namelijk niet alleen over kinderdingen en keek ik niet alleen kinderfilms, maar werd ik blootgesteld aan de geschiedenis van de wereld en geleerd om kritisch te zijn. Als andere kindjes mij anders of apart noemde reageerde ik dan ook met ‘hoezo ben ik anders dan? Ik ga toch ook gewoon naar de wc’. Mijn moeder leerde me de beste tegenwoorden voor het commentaar.

    Op de middelbare school gebeurde hetzelfde. Alleen toen werd ik niet meer apart genoemd, maar intimiderend. Mijn ouders waren inmiddels gescheiden en de talloze uren in de auto met mijn vader naar zijn nieuwe woonplek zorgde ervoor dat ik als puber nog meer blootgesteld werd aan  volwassen gesprekken. Ik werd dan ook vaak als ouder bestempeld dan ik was en dat was intimiderend. Ook mijn kledingkeuzes waren weer een reden om mij te pesten. Thuis leerde ik dat ik moest aantrekken waar ik mij het beste in voelde, maar op school leerde ik het tegenovergestelde.

    Gaandeweg verloor ik zogenaamde vrienden aan mijn sterke persoonlijkheid. Ik maakte gelukkig nieuwe vrienden door diezelfde persoonlijkheid, maar beetje bij beetje werd ik milder, minder Michelle, minder sterk.

    En het ergste van alles: ik ontwikkelde schaamte en sociale angsten.

    Sinds die tijd denk ik altijd twee keer na voordat ik iets doe. Het is niet meer iets bewust, maar een draadje in mijn hersenen die gecreëerd is door keer op keer mezelf te moeten verantwoorden. Ik wil namelijk niet continu mensen verliezen aan mijn grote mond of anders zijn omdat ik andere kleding draag en gebruiken heb. En helaas zijn volwassenen niet veel beter dan die kindjes en pubers. Maar juist door daarnaar te leven heb ik mijzelf tegengehouden om te zijn wie ik ben.

    Dus vandaar mijn reisdoelen: ‘minder schamen, meer leven’ en ‘zeggen wat ik denk’. Is het mij gelukt? Goede vraag!

    Ik denk dat ik tijdens deze reis zeker stappen in de goede richting heb gezet. Mijn reisgenootje die 0 schaamte ervaart heeft daarbij enorm geholpen. Omdat niemand Nederlands sprak, konden we vrijuit praten over menstruatie, darmklachten enzovoorts. Zo nu en dan liep er een Nederlander langs net als we een woord als ‘diarree’ zeiden, dan schoten we heel hard in de lach. Ik droeg de lelijkste kleding, want ja wie hier zou me ooit nog eens zien.

    Daarnaast heb ik twee aanvaringen gehad op reis. Soms worden dingen niet geregeld zoals je hoopt en dan moet je er wel wat van zeggen. Het hielp enorm dat deze mensen niet mijn vrienden waren en dit nooit zouden worden. Ik zei tegen mezelf dat ik mijn reis niet minder leuk moest laten worden door het gedrag van anderen en ik het recht had om er wat van te zeggen. Van die aanvaringen is één door het gesprek verbeterd en de andere is mijn tijd niet eens meer waard!

    Voor mij was op reis gaan niet alleen een manier om te genieten van het leven, maar heeft het een stapje richting de oude Michelle gegeven.

    Ik hoop dat ik mijn schaamte ook in Nederland aan de kant kan zetten. Want ja, misschien ben ik anders, maar iedereen is anders. Dat maakt ons juist mooie mensen!

    Veel liefs,

    Michelle Anne

    Cupcakes, unicorns en tien (insta)gram lak aan de wereld

    Daar zat ik dan aan mijn keukentafel: lichte stress borrelde vanuit mijn maag op richting mijn hersenpan en bleef steken tussen mijn oren. In mijn handen een zakje kant en klare glazuur, roze.
    Af-zich-te-lijk.

    Mijn zus en ik zouden vrolijke cupcakes bakken voor het verjaardagsfeestje van mijn jongere zusje Madelief, inclusief eenhoorn sprinkles en prinsessenglazuur. Hoe oud ze werd? 22 jaar. Maar we zijn ooit alle drie blijven steken in een bepaald jaartal, waardoor we vaak graag even geloven dat we nog kinderen zijn. Sterker nog : het niveau waarop wij grapjes maken zou je kunnen doen vermoeden dat de tijd gewoon heeft stilgestaan.

    Anyway, de bedoeling was dat we samen zouden bakken. Alleen waar tijd onze vriend is als we terugdenken aan vroeger, zit hij tegenwoordig voornamelijk in de weg. Mijn zus was later klaar met werken en vroeg mij of ik alsjeblieft de cupcake taak alleen op me wilde nemen.
    Ik schoot een beetje in de stress. Mijn autisme en ik hadden namelijk al een bepaalde dagindeling afgesproken, en dit zou die planning toch wel weer in de war schoppen. Vooral omdat ik ondertussen ook al had beloofd aan een vriend om nog snel een cadeautje voor mijn zusje te halen, en ik had dan weer met Madelief afgesproken om nog wat kleine boodschapjes voor haar te doen.

    Met de telefoon, met daarin het open app-gesprek van mijn smekende zus in de hand, keek ik Autisme vragend aan. Hij had zijn handjes nors over elkaar gevouwen en schudde woest van nee. ‘No way Annabelle. Je hebt al genoeg op je bordje.’

    ‘Ja joh, geen probleem!’ Appte ik vrolijk naar mijn zus. Autisme was ondertussen als een boos kind schreeuwend door de kamer aan het stampvoeten, ik was in de war en een beetje aan het huilen, het was dus echt even super gezellig bij mij thuis.
    Dat ik hier nu zo zat, met mijn handen in het haar (niet letterlijk natuurlijk, geen cupcakes met blonde lokken erin), was dus volledig mijn eigen schuld.

    Maargoed, ik wilde dat mijn zusje een leuke avond zou hebben en ik wist dat haar glimlach een hoop goed zou maken. Autisme zat ondertussen rustig tegenover me aan de keukentafel. We hadden het bijgelegd na een meditatiesessie. Daarbij was het bakken van de cupcakes uiteindelijk best wel een rustgevende activiteit geweest, was het niet omdat we allebei gek op geuren zijn en mijn hele huis naar een soort kleine romantische patisserie in het centrum van Parijs rook.

    Maar nu kwam het decoreren. Ik keek naar het roze glazuur en naar de unicorn sprinkle mix, het zweet brak me uit. De hashtags vlogen rond mijn oren, want hoe ging ik hier nou ‘Instagram worthy’ cakejes van maken?
    Hysterisch begon ik te Googlen naar ‘cupcake glazing ideas’ en ‘unicorn sprinkle inspiration’. Dat sloeg natuurlijk helemaal nergens op, want het was niet de bedoeling dat ik nog even een retourtje supermarkt zou doen om nog meer ingrediënten in te slaan. Een beetje verslagen gaf ik de zoektocht op en knipte ik het zakje glazuur open.

    Ik drapeerde wat van het suikerige goedje over het cakeje heen. Het zag er niet uit. Ik hoopte dat de eenhoorn sprinkles een hoop goed zouden maken, tevergeefs.
    Gestressed ging ik over naar het volgende exemplaar. Het kon blijkbaar nog afzichtelijker want zodra deze cupcake klaar was, werd ik gebeld door het programma ‘Lelijke eendjes’ of ze mijn cakeje alsjeblieft mochten filmen voor hun nieuwe seizoen.

    Ik vraag me af of hetgeen wat toen gebeurde, ook gebeurd was als ik de volgende zin niet hardop had uitgesproken : ‘Jezus, als kind vond ik dit nog leuk om te doen.’
    Toen drong het tot me door : Waar was ik nou eigenlijk mee bezig?

    Vroeger waren we niet aan het bakken met de toekomst en de rest van de wereld in ons hoofd. We maakten koekjes, cakejes en andere baksels omdat we dat leuk vonden, én omdat het lekker was.
    We dachten niet na over Instagram, en we vroegen ons al helemaal niet af of mensen het wel mooi genoeg zouden vinden.


    Het was confronterend dat ik hier nu als 26-jarige een soort van hele rare prestatiedruk voelde bij iets waar ik vroeger, met heel veel plezier, de hele middag aan had kunnen besteden.
    Ik keek nog een keer naar mijn cakejes die af waren, toen naar de hele reeks die nog gedecoreerd moest worden en vervolgens naar mijn klauwen die nu al vol met glazuur zaten.

    Ik begon te lachen. En niet zo’n gierig volwassen lachje waarbij je het krullen van de mondhoeken met een microscoop moest waarnemen. Nee, ik gierde het uit. In mijn eentje, aan de keukentafel. Wat een waanzin! “Fuck it ook.” hinnikte ik vervolgens. Het uur dat daarop volgde was misschien wel het leukste moment wat ik in tijden had gehad. De wereld om mij heen kon me gestolen worden, het glazuur vloog alle kanten op en de eenhoorns paradeerden vrolijk om me heen. Het ene cakeje was nog maffer dan de andere, wetende dat ze uiteindelijk toch allemaal in twee happen in een maag vol bier zouden belanden.

    Toen ik eenmaal besefte dat het resultaat er niet toe deed, dat het ging om het plezier wat kleine Annabelle hier ook aan beleefde terug te vinden, ging er een wereld voor me open. Ik besefte dat het leven soms echt wel een piece of cake kan zijn. En als je een beetje geluk hebt, zitten er ook nog unicorn sprinkles op.

    Volg Annabelle en haar mooie gedichten op instagram!

    https://instagram.com/wauwtist

    Eigenwijs? Dat maakt je juist succesvol!

    Ik geloof dat het bij een foto stond van toen ik een jaar of één was: de tekst “Hoezo eigenwijs?”. Ja, al op jonge leeftijd was ik een eigenwijs figuur. Dat ben ik trouwens nog steeds, en ik zou het nooit aan mezelf veranderen.

    Eigenwijs zijn wordt wel eens bestempeld als negatief. En natuurlijk is het niet altijd handig om iemand in je leven te hebben (of het nou op het werk is of privé) die heel eigenwijs is. Toch zijn eigenwijze mensen ontzettend belangrijk en hard nodig!

    Eigenwijze mensen nemen – hoe graag je dat ook wil – niet zomaar iets aan. We nemen zaken niet direct voor waar aan.

    We stellen eerder kritische vragen: waarom? Kan dat niet handiger? Of sneller? Wat als ik het nou eens zo doe? Of een andere aanpak kies?

    Eigenwijze mensen zijn creatief, vinden onverwachte oplossingen, accepteren niet zomaar nee als antwoord. Gaat niet bestaat niet!

    Natuurlijk moeten we ons ook wel eens schikken. Komen we soms over als betweters. Accepteren we ook wel eens (met tegenzin) nee. Maar als niemand ooit eigenwijs was geweest, waren een heleboel dingen bij het oude gebleven, waren uitvindingen niet uitgevonden en was er geen vernieuwing.

    Heb je een eigenwijs persoon in je omgeving? Koester hem of haar! Zonder eigenwijze mensen zou het leven al snel een hele saaie bedoening worden.

    De To-Do Lijst: de eerste blog van VIP blogger Selina!

    27912564_1671562342881232_8079869513555132976_oChrisje’s nieuwste VIP blogger Selina deelt in haar blogs de perikelen rondom haar werk, leven en IVF traject. 

    To Do:

    • Middelbaar schoolpapiertje behalen. 
    • Universiteit succesvol doorlopen. 
    • Een deftige carrière starten. En behouden, indien mogelijk.
    • De liefde vinden. Vrijen, Verlieven, Verloven. 
    • Trouwen. Met 28 jaar, zoiets. 
    • Als dertiger, kindjes krijgen. Drie. Twee jongens en een meisje. Als het effe kan.
    • Dan: huisje, boompje, beestje. En meer van al dat. 

    Zelfs als elfjarige had ik een vrij goed idee van hoe mij leven eruit zou moeten zien. Dol op lijstjes maken, stippelde ik toekomstplannen netjes uit, maakte ik bucket lists en vereeuwigde ik te behalen ambities op papier. En ik denk aan die brave beugelbek, terwijl ik een Little Boy aan hormonen mijn buik voel in stromen. Net als het stukje huid waar ik zojuist de injectienaald in prikte, raak ik een beetje geïrriteerd. En vervloek ik mijn puberende puistenkop een beetje, in al haar onnozelheid. Bedenk me zelfs waar ik haar die spuit zou zetten als ik een tijdmachine had en terug kon in de tijd (ergens waar de zon niet schijnt, luidt de conclusie). Mijn negatieve gedachten zwier ik met het vuile, desinfecterende alcoholdoekje bij het vuilnis. “Ik ben weer te hard voor mezelf.” Want mijn elfjarige ik kon in al haar groene onschuld natuurlijk ook niet weten dat kindjes maken niet altijd vanzelfsprekend is. Dat haar lijst aan levensdoelen na twintig jaar allemaal afgecheckt zouden zijn, op het voorlaatste puntje na. Dat een gezond binnenwerk, perfect gekookte eitjes en een tikkende biologische klok alléén niet voldoende zou zijn om een broodje in de oven te krijgen. Dat wederhelften op alle gebieden kunnen uitblinken, behalve in het trainen van zwemmers. Dat soms dokters, zielenknijpers en donoren moeten inspringen om potten met augurken in te kunnen slaan. En dat kindjes maken gewoon kut kan zijn.

    Letterlijk. Want niemand vertelt een elfjarige dat ze twintig jaar later wekelijks gemiddeld meer gynaecologen tussen haar benen heeft zitten dan minnaars. Dat er dagen zijn dat er meer foto’s getrokken worden van haar eierstokken dan dat ze op selfies staat. Of dat het zal aanvoelen alsof de status van haar lady parts gewijzigd wordt van privédomein naar publieke ruimte. Niemand springt in de tijdmachine om een brave beugelbek te waarschuwen voor de fysieke pijnen en kwalen die sommige onderzoeken en behandelingen met zich meebrengen (en wiens namen veelal klinken als een stevige nies). Voor goedbedoelde, online forums, die haar zeker niet doen voelen als een Noorse vruchtbaarheidsgodin of haar nog langer in de fabel van ooievaars doen geloven. Of voor zorgkosten die zo hoog zijn, dat een benoeming van groot aandeelhouder van een Belgisch ziekenhuis binnen handbereik ligt. En niemand haalt het in zijn hoofd om een puberende puistenkop ervan te overtuigen dat bij het maken van kindjes soms meer tranen komen kijken dan welke lichaamssappen dan ook. Dat haar hartje zou breken bij het zien van de machteloosheid van haar wederhelft, die niks méér zou kunnen doen voor haar dan grappen over hoe hij de lasten graag had willen delen en gerust bruine, stinkende toiletbaby’s had willen baren. Of dat hormonen Satan’s sidekick zijn natuurlijk, en alleen maar bestaan om het leven van een mens zuur te maken.

    Niet dat dat zin zou hebben. Want mijn elfjarige ik had waarschijnlijk nooit geloofd dat ze als éénendertiger de werking van haar voortplantingssysteem haarfijn onder de knie zou hebben. Dat ze bij het maken van kindjes meer tranen zou huilen dan Alice in Wonderland nadat ze een koekje at dat haar deed groeien. En zonder met haar ogen te knipperen haar buikvel zou doorboren met naalden. Ze zou niet aannemen dat ze als éénendertiger – met de liefde van haar leven aan haar zijde, een mooi koophuis, een scala aan diploma’s en een goedlopende carrière – de moeilijkste tijd van haar leven zou beleven. Dat ze ingewikkelde, Latijnse namen van medicijnen gememoriseerd zou hebben. Dat ze in anderhalf jaar tijd meer bloed zou moeten laten prikken dan dat er uit de lift stroomt in The Shining. Of überhaupt dat het maken van kindjes zich in steriel, kil geschilderde ziekenhuiskamertjes afspeelt en niet in halfdonkere slaapkamers met theelichtjes en zwoele muziek.

    En terwijl ik de dop op de naald van de spuit zet en een druppeltje bloed van mijn buik veeg, hoop ik eventjes dat mijn éénenvijftigjarige ik aan mij zal verschijnen. Dat ze in haar tijdmachine is gesprongen en naar me toe is gereisd, hier en nu. Net zoals ik dat zojuist nog bij mijn puberende tienerzelf had willen doen. Ik hoop dat ze me geruststellend toe spreekt, me vertelt dat ik me er doorheen zal slaan. Dat ze weet dat mijn buik, mijn eierstokken en alles daarrond pijn doet, maar dat het het waard zal zijn. Ik hoop dat ze me foto’s laat zien, van haar gezinnetje, van haar kroost. Van twee jongens en een meisje. Als het even kan. “Ach”, verzucht ik. “Niet dat dat zin zou hebben”. Want mijn éénendertigjarige ik had haar waarschijnlijk nooit geloofd. Had haar boos aangekeken. Haar wenkbrauwen opgetrokken. Misschien zelfs de spuit die ze nog in mijn handen had ergens gezet waar de zon niet schijnt. En naar haar gesnauwd. “Of ze niet wist dat kindjes maken gewoon kut kan zijn?!”Letterlijk.

    Meer lezen van Selina? Dat kan op haar website! https://slienaa.blogspot.com/

     

     

     

     

    De Regenboogverklaring: het antwoord op de Nashville verklaring

    Naar aanleiding van de Nashville verklaring die ondertekend werd door een paar honderd othodox-protestante voorgangers, vond ik dat het tijd werd voor een Regenboog verklaring.

    Wie het eens is met deze verklaring mag hem ondertekenen in een reactie hieronder en delen.

    Wij zijn ervan overtuigd dat onze generatie een generatie is die verder kijkt dan gender, geaardheid, religie of afkomst.

    Wij leven in acceptatie van het bestaan van een diversiteit op het gebied van identiteit en geaardheid, met toewijding aan het oprecht behandelen van onze medemens, zonder die op welke manier dan ook te discrimineren.

    Dit is volgens ons de manier om ieder mens rechtvaardig te behandelen, ongeacht van wie hij of zij houdt – en of hij of zij zich als man, vrouw, of genderfluid identificeert.

    We zouden niet open minded en liefdevol zijn als wij niet zouden houden van mensen zoals ze zijn: homo, lesbisch, transgender, biseksueel, drag, hetero, fluent, monogaam, polygaam en alles daar tussenin. Wij hebben onszelf niet gemaakt. Maar we zijn wel van onszelf.

    Wij geloven dat de bedoeling van ons bestaan liefde is. Het is om die reden dat wij er voor kiezen deze verklaring af te leggen.

    WIJ BEVESTIGEN dat wij het huwelijk zien als een verbond tussen een man en een vrouw, een man en een man, of een vrouw en een vrouw waarbinnen seksualiteit een plaats heeft en waaruit kinderen kunnen voortkomen. Het doel van het huwelijk is de oprechte liefde tussen deze twee volwassenen die van elkaar houden zichtbaar te maken.

    WIJ ONTKENNEN dat het huwelijk alleen bedoeld is voor heteroseksuele mensen.

    WIJ BEVESTIGEN dat wij onze niet-hetero huwelijken net zo liefdevol aangaan als heteroseksuele koppels, waarbij we heldere afspraken maken binnen het huwelijk over wederzijds toegestaan gedrag buiten het huwelijk en trouw binnen het huwelijk.  

    Lees verder onder de afbeelding

    WIJ BEVESTIGEN dat uit de eerste mensen – ook al waren zij heteroseksueel (of homoseksueel maar nog niet uit de kast) ook duizenden mensen zijn geboren die homoseksueel, lesbisch, biseksueel of transseksueel zijn. Zij zijn allen gelijkwaardig, liefde waard en uniek.

    WIJ ONTKENNEN dat de verschillen tussen man en vrouw hen ongelijk maken in waardigheid.

    WIJ BEVESTIGEN de natuurlijke verschillen tussen man en vrouw en tevens dat het voorkomt dat mensen in het verkeerde lichaam geboren worden, waarna zij het recht hebben hun leven te gaan leiden zoals zij zich in hun hart voelen, ongeacht hun geslacht bij geboorte. 

    WIJ ONTKENNEN dat deze verschillen het gevolg zijn van de zonde. Homoseksualiteit en transgender zijn is geen zonde of ziekte: wij hoeven niet beter gemaakt te worden.

    WIJ BEVESTIGEN dat mensen die seksuele aantrekkingskracht ervaren tot mensen van hetzelfde geslacht een rijk en vruchtbaar leven moeten kunnen leiden zonder gediscrimineerd te worden. Wij gunnen hen dat zij omringd worden door mensen met een goed hart en de juiste normen en waarden.

    Het is belangrijk dat vooral ook deze mensen veel liefde ontvangen, omdat zij op straat maar ook vanuit de politiek en het geloof veel haat, stupiditeit, bekrompenheid en onbegrip over zich heen krijgen.

    WIJ BEVESTIGEN dat het menselijk en goed is om homoseksuele of transgender mensen goed te keuren, vriendschap er mee te sluiten en van ze te houden.

    WIJ ONTKENNEN dat het discrimineren van, en het gebruiken van geweld tegen homoseksuele mensen of transgenders op wat voor manier dan ook goed te praten is.

    WIJ BEVESTIGEN onze plicht om altijd de waarheid in liefde te spreken.

    Namens iedereen die liefdevol is,

    Chrisje.

    Het mooiste kado voor jouw kind voor later maak je zo!

    Ik weet niet meer waar ik er voor het eerst van hoorde, maar jaren geleden ben ik begonnen met het sturen van e-mails naar mijn dochter.

    Ze was toen denk ik een jaar of drie, vier. Ik maakte een e-mailadres voor haar aan, waar ze als ze ouder is het wachtwoord van zal krijgen.

    Naar dat e-mailadres heb ik door de jaren heen heel veel mails gestuurd, met bijlagen:

    • het filmpje van toen ze de eerste keer kroop,
    • foto’s van verjaardagen,
    • rapporten,
    • leuke evenementen op school,
    • eerste keren,
    • foto’s van de huisdieren,
    • grappige uitspraken die ze deed,
    • e-mails over bijzondere gebeurtenissen en
    • vooral ook veel “zomaar mails”, om haar te vertellen hoe bijzonder ze is.
  • Zo kan ze als ze ouder is altijd terug kijken. Een mooier kado kun je denk ik niet krijgen, toch?
  • Ben jij een people pleaser en medeafhankelijk?

    Ben jij een notoire people pleaser? Spring jij altijd als eerste op om anderen te helpen? Komen mensen als eerste naar jou toe met hun problemen? Vind je het moeilijk om je grenzen te bewaken en kom je vaak in (liefdes)relaties terecht die niet gezond voor jou zijn, met mensen die jou manipuleren of gebruiken? Grote kans dat jij last hebt van codependency, oftewel medeafhankelijkheid.

    Mensen die codependent zijn, hebben vaak een laag zelfbeeld en passen zichzelf helemaal aan aan de ander. Eigen behoeften worden volledig weg gecijferd om de ander tevreden te stellen. Vaak schuilt daarachter een diepe angst om verlaten te worden en alleen te zijn.

    Dit gedrag ontstaat meestal bij mensen waarvan in hun jeugd niet aan hun emotionele behoeften werd voldaan: Codependency ontstaat immers meestal door een onveilige hechting in je (moeilijke) jeugd, waardoor je niet geleerd hebt hoe een gezonde relatie er uit ziet. Je hebt wellicht geleerd dat houden van hetzelfde is als zorgen voor en geeft daarmee al je energie aan de ander. Je stelt je veel te afhankelijk op van de ander, waarmee je die persoon alle macht en controle over jou geeft.

    Een relatieverslaving kan hier een gevolg van zijn: je hecht je aan emotioneel beschadigde mensen waar je voor denkt te kunnen of moeten zorgen. Dat jij hierdoor vaak gekwetst wordt neem je voor lief: dit ben je immers gewend. Het ongezonde patroon is onveilig, maar doordat je dit herkent uit je jeugd voelt het onterecht veilig. Rationeel weet je wel dat dit niet goed is, maar emotioneel lukt het je niet om hier afstand van te nemen.

    Hoe doorbreek je nu de spiraal van codependency? Hoe zorg je er voor dat ook jouw behoeften worden bevredigd en niet al je energie gaat naar het helpen van anderen? Hoe zorg je er voor dat je van jezelf mag kiezen voor gezonde relaties waarin geen misbruik van jou wordt gemaakt?

    Erkennen in welke patronen je vast zit is een eerste stap; begrijpen hoe dit heeft kunnen gebeuren. Hyponose therapie kan ook een stap zijn: onder begeleiding van een professional kun je “terug gaan” naar je jeugd en de behoeften die je had uitspreken. Leren van jezelf te houden is de belangrijkste stap: als je van jezelf leert te houden, pik je het niet wanneer een ander over jouw grenzen heen gaat of misbruik van jou maakt. Bovendien ben je niet langer bang om alleen te zijn, omdat je genoeg van jezelf houdt.

    Wanneer je genoeg om jezelf geeft, maak je gezondere keuzes voor jezelf. Met het beëindigen van destructieve en ongezonde relaties maak je ruimte voor gezonde relaties waarin geven en nemen in balans zijn en jij jezelf niet meer kwijt raakt.

     

    Leestips:

    Als hij maar gelukkig is

    door Robin Norwood

     

    Leef je eigen leven

    door Melodie Beattie

    Kerstfile

    ‘Wat ben ik toch een goed georganiseerd persoon’, dacht ik vandaag. ‘Het is nog niet eens de dag van kerstavond en ik denk er nu al aan dat ik nog wat in huis moet halen!’

    Dus toog ik vol goede moed naar een winkelcentrum in de buurt, compleet met een incompleet boodschappenlijstje. Drie straten voor het winkelcentrum ging het verkeer iets langzamer rijden.

    “Het regent ook,” dacht ik nog, “dan rijden mensen wat langzamer.”

    Twee straten voor het winkelcentrum reden we wel erg langzaam, waarmee ik bedoel te zeggen dat we feitelijk stil stonden. “Zou er een ongeluk gebeurd zijn?” vroeg ik aan mijn dochter. “Ik zie niks,” zei ze, “..misschien is het file.” “File? Hahaha! Hier staat nooit file!” lachte ik terug. Toch gingen we wel opvallend langzaam vooruit.

    Nadat we drie kwartier later de bocht om gekropen waren werd het me pijnlijk duidelijk: er stond een file richting het winkelcentrum. Maar liefst twee straten vol. “Hier heb ik geen geduld voor.” zuchtte ik, terwijl ik mezelf in gedachten al over de hoofden zag lopen in het winkelcentrum na drie uur file en twee zenuwinzinkingen. “Gelukkig, want ik ook niet.” zuchtte dochter. Dus gingen we de eerste zijstraat in om de ontsnappen aan de file vol mensen zoals ik; mensen die op de laatste dag nog even ALLES gaan kopen.

    Kerstfiles: ik wen er nooit aan. Waarom doen met zijn allen alsof het de allerlaatste dag is waarop de wereld bestaat? En waarom besluiten we dan ook nog dat we -paradoxaal genoeg- wel een proviand moeten kopen voor zes jaar?

    Morgenvroeg gaat de wekker extra vroeg. Dan zijn we de eersten in de winkel, filevrij, en kopen we gewoon wat er nog over is gebleven van de plunderingen van vandaag.

    Liefs,

    Chrisje

    christianne.jpg

     

    “Alles voelt oneindig” – gastblog vanuit Azië door Michelle-Anne Lucas

    Inmiddels ben ik al drie weken in Azië. De tijd vliegt voorbij, maar soms ook niet. Dat is een beetje afhankelijk van dag planning. Soms is een hotelkamer met airco een betere manier om te ontspannen dan een middagje op een strand. Dan lees ik vaak op mijn e-reader of scrol ik eindloos door social media (dag goede voornemen om minder op m’n telefoon te zitten). Vooral als je de dag vantevoren een intensieve hike hebt gedaan is zo’n dag wel nodig. Maar toch gaan de dagen met hikes sneller voorbij.

    De eerste dagen schreef ik veel over mijn bevindingen. Beetje bij beetje werd deze wereld steeds meer mijn werkelijkheid. Er is een groot verschil tussen op vakantie gaan en met op reis gaan. Behalve geldzaken voelt alles oneindig, oneindig veel mogelijkheden, oneindig veel tijd en vooral: oneindig veel nieuwe indrukken.

    Bali is een super diverse plek met stranden zoals in de Loret the Mar (bah), echte hipster sufplekken en plekken waar iedereen aan yoga doet. Daarnaast kun je op het eiland veel dingen bezoeken, zoals prachtige watervallen, hindoeïstische tempels en vulkanen. Inmiddels hebben we het allemaal wel gezien en gedaan.

    Gesprekken met locals zijn meestal heel oppervlakkig. In travel guides staat letterlijk wat je meestal gevraagd wordt zoals ‘where are you from?,’ holland’, ‘oh blanda, asbak, handdoek’. Ze noemen vaak een aantal dingen op die blijkbaar in het Indonesisch hetzelfde zijn als in het Nederlands. Meestal vrij onverstaanbaar, want met een Indonesisch accent klinkt het toch heel anders!

    De vrouwen vragen eerder of je getrouwd bent. Dat is eigenlijk wel vanzelfsprekend in hun ogen. Als je antwoordt dat je vriend thuis is, snappen ze het pas als je zegt dat hij werkt. In hun hoofd zie ik dan meteen een sugar daddy constructie.

    Ik vind het interessant om te observeren hoe de locals en toeristen hier met liefde om gaan. Als je op een plek als Canggu (surfspot) zit, valt het vooral op dat iedereen dezelfde oppervlakkige gesprekken voert over het leven en de liefde. Het is alsof je in Instagram bent beland. De meeste gesprekken gaan over tattoages, exen, de zoektocht van het leven, fitlife en een positief zelfbeeld. Grappig hoe we op zoektocht naar individualisme in Bali uiteindelijk allemaal dezelfde gesprekken voeren.

    Op de meer toeristische plekken zoals Kuta zie je blanke mannen met (al dan niet omgebouwde) Indonesische ‘vrouwen’. Dat terwijl de local mannen juist de blanke vrouw adoreren.

    Als ik dan toch liefde aanschouw in de vorm die ik van thuis ken, zijn het vaak de locals onderling. Zoals een jong stelletje (zestien jaar oud) waarvan de jongen trakteert op Italiaans wat in hun ogen een chique duur restaurant is. Of als ik de achtergrond foto zie van mijn taxi chauffeur, die liefdevol met zijn vriendin knuffelt. Het zijn die momenten dat ik vooral aan thuis denk.

    Ik begin te beseffen dat ik vroeger net zo was als de Instagram types. Ik zou op reis gaan om weg te zijn van de druk van thuis, maar ook in de hoop ooit iemand tegen te komen. Nu ik thuis al echte liefde heb, is zo’n reis heel anders. Ik mis mijn vriend enorm en met de kerstdagen die eraan zitten te komen mijn familie ook. Als ik thuis ben ga ik hen allemaal zo hard knuffelen!

    Ik hoef mijn geluk niet meer te vinden op vakantie, dat heb ik thuis al. Nu duurt het nog wel vijf weken voordat ik thuis ben, maar van dag tot dag geniet ik gelukkig wel heel erg. Ik kan hier puppies aaien, op het strand liggen, surfen, lekker eten en shoppen! En over een week vertrek ik alweer naar de Filipijnen. Dan krijg ik natuurlijk nog veel meer bevindingen en laat ik jullie zeker weer weten over mijn reis.

    Veel liefs,

    Michelle Anne

    Verhuisstress: door VIP blogger Susan

    Verhuizen, stress en twijfels

    Vijf jaar geleden leerde ik mijn man kennen, ik woonde destijds in mijn flatje in Leeuwarden en vertrok zonder enkele twijfel en trok bij hem in. Ik liet hierbij mijn opleiding achter en ging op best wel verre afstand wonen van mijn familie en vriendinnen. Als iets goed voelt, voelt het goed toch? En van die keuze heb ik tot op de dag van vandaag nooit spijt gehad. Natuurlijk was het, vooral zonder rijbewijs in het begin, lastiger om af te spreken maar goed, ook een goede vriendschapstest denk ik dan maar. 


    Het was soms lastig want ik had hier niks, ik kende de omgeving niet en had helemaal geen netwerk om mij heen. Gelukkig ben ik wel een type wat op onderzoek uitgaat, dus ik had mijn weg snel gevonden en leerde langszaamaan mensen kennen en begon mijn eigen kringetje op te bouwen. Verhuizen is mij niet vreemd, dus dat kwam allemaal wel weer.

    De woning van mijn man, nu dus onze woning, stond al 6 jaar te koop voordat wij ons eerste bod kregen een aantal maanden geleden. Waar je het eerst niet kan geloven, word je daarna onzeker over of alles wel door gaat. Of deze ene kans om hier weg te gaan, niet alsnog voor onze neus weggeveegd wordt. Maar nee, een aantal weken later was alles rond en ondertekend, het was echt, het ging door! En vanaf dat moment ging ik denken.

    Opeens kwamen dromen en wensen weer naar boven, die ik had weggestopt omdat dat hier nou eenmaal niet mogelijk was. En het idee om ooit weer dichterbij mijn familie en vriendinnen te gaan wonen, had ik allang losgelaten omdat ik ergens niet meer durfde te hopen dat we het huis gingen verkopen. Opeens werd alles dus weer mogelijk en omdat we maar een paar maand hadden, moesten we toch snel keuzes gaan maken, we hadden namelijk nog totaal geen zicht op een nieuwe woning. Toen ik op mijn 19e uit huis ging schreef ik mij direct in bij een woningbouwvereniging in Friesland, dus daar had ik al bijna 10 jaar inschrijftijd, het meest logische was dus om daar op huizen te gaan reageren. Nadat ik met een vriendin had afgesproken en weer naar huis reed voelde ik pas, hoe erg ik het eigenlijk mis. Hoe erg ik het mis om gewoon even op de koffie te gaan en niet eerst 1,5u hoef te rijden. Ik wilde niet per se om de hoek wonen, maar iets dichterbij, dat was voor mij echt wel een wens geworden.

    Hoe ga ik dit bespreekbaar maken, want mijn man en Friesland, is geen combinatie. En aan de andere kant, was ik het na 5 jaar ook wel zat om zo ver weg te wonen. Er zou dus ergens een compromis gesloten moeten worden. Gelukkig is binnen onze relatie alles bespreekbaar en hebben we dit ook naar elkaar uitgesproken. Dan sta je opeens lijnrecht tegenover elkaars wensen, en uit liefde ben je geneigd om toe te geven aan de wens van de ander. Ik wilde niet dat hij voor mij zou verhuizen, want ik wilde dat hij gelukkig zou zijn. En andersom, wilde hij niet dat ik ongelukkig zou worden als we het niet deden. Daar zit je dan, en nu?

    Het waren voor mij weken van heen en weer geslinger tussen emoties en gedachten. Wat wil ik? En word ik ook echt wel gelukkig als ik hier in de omgeving blijf? En hoe realistisch is het om van hem te wensen om mee te gaan naar Friesland. Erg lastig.

    Uiteindelijk kwamen we tot op een oplossing, we lieten het over aan het universum. We bleven reageren op woningen hier in de buurt, maar wanneer er een woning op de site zou komen meer richting Friesland, die voldeed aan onze wensen, dan zouden we daar op reageren. Dus eigenlijk, dat wat als eerst komt, dat wordt het. Ergens gaf mij dit wel een rustig gevoel, want ik vertrouw nou eenmaal op het universum en dat alles loopt zoals het moet lopen. De woningen in Friesland waren spontaan niet meer in de aanbieding en ik begon ook meer zonder gevoel te denken.

    Onze zoon zit hier op de peuterschool en heeft het hier erg naar zijn zin. Als we hier blijven wonen, kan hij daar blijven, als we verder weg gaan zou hij moeten switchen. En uit ervaring weet ik dat dát geen strak plan is. Daarnaast, zou mijn man vanuit Friesland minimaal 45min moeten rijden naar zijn werk, kan ik dat van hem vragen? 
    Het enige voordeel was, dat alles en iedereen voor mij dichtbij zou zijn en dat maakte het idee van Friesland voor mij gewoon heel fijn.

    We werden gebeld, een makelaar hier uit de buurt had een woning, in Veendam. We hoefden niet te zoeken, niet te reageren, we werden gewoon gebeld en we kregen zo een woning aangeboden. Dit was wel een erg duidelijk teken van boven voor mij. Dit konden we niet weigeren.  De woning voldoet aan onze wensen, is groot genoeg, staat in een leuke buurt en alles is op loopafstand te doen. Mijn gevoel zei aan alle kanten ja en we hadden nog maar twee maanden om een huis te vinden. We moesten wel, dus ik leg mij er gewoon bij neer.
    Ik was blij met de woning, oprecht blij. Blij voor mijn man, blij voor mijn kind omdat alles wat hij nodig heeft hier ook aanwezig is. De speeltuin voor huis, de kinderen in de buurt, de school op loopafstand, alles wat we voor hem willen. Dus nee, afwijzen kon ik dit niet.

    Iedereen reageerde blij, enthousiast en de hulp kwam van alle kanten. En toch kreeg ik van een aantal lieve mensen ook de vraag: ‘maar Suus, jij dan? Word jij daar gelukkig?’ En zelfs mijn schoonvader die zei: ‘als het niet goed voelt, of als je twijfelt, moet je het niet doen.’
    Dat vond ik zo onwijs lief, dater mensen waren die zagen en voelden dat dit goed zat, maar ook aan mij dachten omdat ze wisten dat ik een andere wens had. En ja, ik heb enorm aan het idee moeten wennen, omdat ik een compleet ander toekomstbeeld had, vooral voor mezelf. Het was en is soms dubbel omdat ik kies voor het geluk van mijn gezin. Zet ik daar dan mijn eigen geluk mee aan de kant? Dat absoluut niet, want ik ben pas gelukkig wanneer mijn hele gezin gelukkig is. En dat was in Friesland niet zo geweest. 

    We kregen de sleutels, we begonnen heen en weer te tillen met dozen. Onze woning wordt met de dag leger en de nieuwe woning met de dag voller. Het behang zit bijna overal al op de muren, in twee kamers ligt al laminaat. De datum voor het verhuizen staat vast en beetje bij beetje verplaatsen wij ons ‘thuis’ naar daar. Ik begin de voordelen in te zien van de andere woning, ik begin mijn beeld bij te stellen naar een toekomst daar. En dan zeggen mensen wel: ‘maar jullie kunnen toch alsnog verhuizen als het jullie niet aan staat?’ Ja, wel naar een ander huis, maar niet naar een andere woonplaats. Er is één eis die ik heb en dat is dat onze zoon de basisschooltijd doorbrengt op één school. Dus dat maakt het voor mij definitief, dat we de aankomende 9 jaar in ieder geval vastzitten aan deze omgeving. 

    Niet erg, maar ik begin het eng te vinden. Een nieuwe start, de eerste woning waar we écht samen beginnen, een nieuwe omgeving, nieuwe buren. Mijn man heeft zijn familie en vrienden daar, ik moet nog een netwerk gaan opbouwen. En ook al weet ik dat dit bij mij meestal niet zo moeilijk verloopt, ik vind het spannend. Wie zit er op mij te wachten? Ik ben niet iemand die je deur plat loopt of onaangekondigd binnen komt maar af en toe even koffie drinken en kletsen, graag! 

    Nu het allemaal bezonken is, heb ik er erg veel zin in, ik vind het leuk om daar bezig te zijn, het is spannend maar het we vinden ons plekje wel weer! Ik had van te voren nooit verwacht dat verhuizen zoveel los zou maken, maar ach, als we samen maar gelukkig zijn, dan komen we er wel! 

    Liefs,

    Susan

    ACTIE: IK STUUR GEEN KERSTKAART, ik gun een kind zijn ouders dichtbij!

    Jaarlijks geven we veel geld uit aan kerstkaarten, die in januari vaak bij het oud papier eindigen. Ondertussen zijn er talloze zieke kinderen die hun ouders dichtbij zich nodig hebben om te vechten tegen hun ziekte en te herstellen.

    Als je dit leest, roep ik jou dan ook op om dit jaar dat geld dat je normaliter aan kerstkaarten en postzegels spendeert te doneren aan het Kinderfonds van de Ronald McDonald huizen, zodat meer ouders van zieke kinderen bij hun kind in de buurt zijn.

    Doneer het bedrag van je kerstkaarten, deel deze blog op je social media onder de hashtag #geenkerstkaart en stimuleer zo anderen om dit initiatief over te nemen!

    Het Kinderfonds krijgt geen subsidie en is dus afhankelijk van donoren! Je kunt maandelijks donateur worden, maar eenmalig is ook mogelijk via deze link: https://www.kinderfonds.nl/hoe-kunt-u-helpen/doneren

    Bedankt en zeg het voort! ❤️

    Grote mensen die niet vragen, worden overgeslagen!

    “Kinderen die vragen, worden overgeslagen!”

    Hoe vaak heb jij dit gehoord als kind?

    Wellicht was het wel eens terecht: als je voor de derde keer zeurde om een koekje bijvoorbeeld.

    Toch lijken volwassenen gaandeweg af te leren te vragen om wat ze willen. Vrouwen lijken daar het meest last van te hebben. Bescheiden zijn, netjes zijn, niet brutaal doen… we krijgen het allemaal af- en aangeleerd.

    Als volwassene kun je dan te maken krijgen met een probleem: je leeft niet het leven dat je graag zou willen leven, bijvoorbeeld. Je wil veranderingen aanbrengen, maar je weet niet goed hoe. Je wil heel veel, maar hebt het jezelf afgeleerd er om te vragen. Toch is hier helemaal niets mis mee: vragen mag altijd en daarbij: het is prettig om te weten én uit te spreken wat je wil.

    Als niemand weet wat jij wil, is dat waarschijnlijk omdat je het niemand vertelt. En als je het niemand vertelt, kun je dat je omgeving ook niet kwalijk nemen!

    Lees verder onder de afbeelding

    Gelukkig is het nooit te laat om afgeleerd gedrag weer aan te leren. Je kunt vandaag nog beginnen met oefenen! Start met kleine dingen: schrijf op een lijstje welke dingen jij graag zou willen, en kies de meest laagdrempelige daarvan uit om als eerste mee te beginnen. Of het nu gaat om iets dat je heel graag wil krijgen voor kerst, of een cursus die je graag wil volgen op je werk: het maakt niet uit: als jij het maar vraagt!

    Hoe vaker jij hardop kenbaar maakt wat je graag wil, hoe vaker je het ook zult krijgen. Let maar op!

    Hallo Jumbo, dat kan beter!

    Ik ben doorgaans geen zeurpiet, maar dit moet me toch even van het hart: ik vind de vierde in de rij regel bij de Jumbo echt heel vervelend.

    Vervelend voor klanten, maar ook vervelend voor personeel.

    Ik stond vanochtend als vierde in de rij. Er was geen enkele andere kassa open. Ik schraap ongemakkelijk mijn keel en zeg hardop: “Ik ben de vierde in de rij.” De jongen achter de kassa schrikt zichtbaar en roept snel dat kassa drie open gaat.

    Snel komt er een caissière aan gespoed die achter de kassa kruipt. Maar ik was vierde in de rij, en er was geen andere kassa open op het moment dat ik daar kwam staan. Ik zou volgens de regels mijn boodschappen dus gratis hebben moeten krijgen.

    Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. Ik ben al vaker vierde in de rij geweest. Welgeteld één keer kreeg ik ook echt mijn boodschappen gratis. De andere keren werd mijn mededeling beantwoord met het haastig openen van een extra kassa.

    Ik vind het maar een ongemakkelijke regel, zowel voor het personeel als de klant. Ik las op social media dat veel mensen deze ervaring hebben. Soms zelfs ronduit werden uitgekafferd door de bedrijfsleiding. Dat heb ik nog niet meegemaakt, maar ik laat het dan ook telkens gaan als ik vierde ben.

    Ik vind het idee best aardig, maar dan moet men ook de klant die vierde in de rij staat eerlijk behandelen. Anders heeft zo’n regel helemaal geen zin en zorgt het alleen maar voor ongemakkelijke situaties en frustraties.

    Hallo Jumbo, dat kan beter!

    Wat je straks niet zult zien aan mijn instagram foto’s

    door VIP blogger Michelle-Anne Lucas

    Het is bijna zover.. Over zes dagen vertrek ik naar Bali. Als ik mensen vertel dat ik op reis ga krijg ik vaak dezelfde reacties: ‘Oh wat geweldig. Ik ben jaloers’ of ‘ Als ik jouw leeftijd had zou ik precies hetzelfde doen’. Mijn antwoord hierop lijkt mensen vaak nogal te verrassen: ‘Het is moeilijk om te leven wetende dat je weg gaat.’ De reis zelf is ideaal om te leren genieten van het moment, maar de tijd die er naartoe leidt is juist het tegenovergestelde. Je bent continu bezig met je leven inrichten zodat je op reis kan gaan.

    Voordat ik in het paradijs ben aangekomen deel ik mijn ervaring van de afgelopen maanden. Niet om je bang te maken om mijn voetstappen te volgen, maar om je het verhaal te vertellen achter de prachtige Instagram foto’s:

    Eind 2017 kreeg ik met mijn reisgenoot het wilde idee om samen te gaan reizen. Toen ik besloot niet verder te gaan met mijn Masteropleiding, wist ik zeker dat ik dit wilde gaan doen. April van dit jaar boekte ik mijn one way ticket en was ik super enthousiast. Op dat moment woonde ik nog in Leuven, maar een paar maanden later zou ik hier weg moeten. Omdat ik een tijdelijke woning nodig had was mijn keuze al snel gemaakt; Ik ging bij mijn vriend wonen.

    Toen ik weer terug naar Limburg verhuisde wist ik niet goed wat ik met mijzelf moest. Ik moest wel gaan werken om voor mijn reis te kunnen betalen, maar wie zou iemand aannemen die maar een paar maanden aan de slag kon gaan? Ik solliciteerde erop los, maar beperkte mijzelf enorm door steeds netjes aan te geven dat ik op reis zou gaan. Gelukkig vond ik twee fijne tijdelijke banen, waar ik ontzettend leuke collega’s heb gehad. Toch bleef ik mij niet op mijn plek voelen. Ik ben altijd ontzettend planmatig en carrière gedreven geweest. Wetende dat ik niet met passie voor de langere termijn kon werken, zorgde ervoor dat ik mij vaak nutteloos voelde.

    Ik zou juist daar mijn passie in moeten vinden in naar mijn reis toe werken, maar dat vond ik erg moeilijk. In het begin probeerde ik zo min mogelijk geld uit te geven. Ik moest mijn streefspaarbedrag halen. Geld maakt niet gelukkig, maar thuis zitten omdat je continu aan het sparen bent ook niet! Mijn sociale leven werd door mijn gierigheid anders. Normaal kocht ik spontaan concerttickets voor mijzelf en mijn vrienden. Nu twijfelde ik zelfs als mijn vrienden wat wilden gaan drinken. Toen ik erover sprak met mijn reisgenootje, bleek dat zij precies hetzelfde had. Ik ben blij dat mijn vriend mij toen wakker heeft geschud. Ik gaf weer wat geld uit en begon weer te genieten van mijn sociale leven.

    Samen met mijn vriend heb ik ontzettend leuke dingen gedaan. We hebben vanaf die tijd vooral België ontdekt met z’n tweeën. Omdat we allebei in afwachting waren van onze grote levenskeuzes hadden we alle tijd voor elkaar. We sleepten elkaar door deze periode heen en deelden onze onzekerheden van de toekomst.

    Toen hij begin oktober begon met zijn opleiding van defensie, was ik gelukkig nog aan het werk. Het was een redmiddel om een paar dagen in de week de deur uit te moeten om te gaan werken. De dagen dat ik thuiszat voelde ik mij vooral eenzaam en nutteloos. Als ik nadacht over mijn reis, voelde het soms meer als een obstakel dan een doel.

    Pas een week geleden begon het echt realistisch te worden. Een paar berichtjes van mijn reisgenootje die al in Australië zit, een ingepakte tas en een toch wel rijk gevulde spaarrekening zorgen er nu eindelijk voor dat ik begin te genieten. Ik kan niet wachten tot ik mijn voeten in het zand kan steken, ik eindelijk weer verder kan met mijn geweldige surftechnieken (uhumuhum) en ik een kokosnoot van het strand kan rapen en opeten.

    Het enige wat ik nu nog echt moeilijk vind is mijn vriend en familie missen.

    Maar het voorruitzicht om naar hen terug te mogen komen zorgt ervoor dat het alles waard is. En wanneer ik terug kom kan ik dan ook écht met mijn toekomst te beginnen. Maar nu eerst gaan genieten van mijn reis!

    Veel liefs,

    Michelle Anne

    Voor wie twijfels zijn leven laat bepalen

    Twijfelen: iedereen doet het wel eens. Zeker bij grote beslissingen. Twijfelen is een gezond mechanisme om voor- en nadelen goed af te wegen voordat je een beslissing neemt. Toch kan te veel twijfelen je ook tegenhouden in het leven leiden dat jij graag wil.

    Hoe gezond twijfel ook kan zijn, één van de grootste “killers” van vooruitgang is zonder meer overmatige twijfel. Twijfel slaat vaak toe bij het nemen van levensbeslissingen; hoe groter de beslissing, hoe harder de twijfel toe kan slaan.

    Waarom twijfelen we vaak te lang? Wat is het nut van twijfel? En vooral: hoe kom je er van af als het je afremt in het bereiken van je doelen?

    Twijfelaar
    Een geboren twijfelaar, zo heb ik mezelf wel eens genoemd vroeger. Bij het nemen van een grote beslissing (Ga ik voor die baan? Blijf ik bij mijn partner? Moet ik nu wel of niet verhuizen?) slaat bij veel mensen de twijfel toe: logisch, want het is ook niet zomaar een beslissing die je moet nemen.

    Een verhuizing, een andere baan, een relatie verbreken: het zijn allemaal beslissingen die vergrijpende gevolgen kunnen hebben in je verdere leven. Dat is niet per se negatief, maar het kán het wel zijn; Want wat nou als die nieuwe baan toch niet zo leuk is als het lijkt? Wat als je spijt krijgt van je verhuizing? Wat als je je partner toch gaat missen en niet meer terug kunt?

    Twijfel slaat de meeste dromen en plannen dood, omdat het gepaard gaat met angst. Angst om de verkeerde beslissing te nemen (“Wat als ik hier verkeerd aan doe?”) kan je verlammen, waardoor je onnodig lang in de twijfel modus blijft. Onzekerheid kan ook een grote rol spelen: het vergt nogal wat zelfvertrouwen om te zeggen: en vanaf nu gaat het anders.

    Waar twijfel het hardst toeslaat
    Twijfel slaat vaak het hardst toe in situaties waarin weinig urgentie bestaat. Wat ik daarmee bedoel, kan ik het best toelichten aan de hand van een voorbeeld. Stel, je hebt een baan waar je wel tevreden mee bent, maar waar je niet veel uitdaging uit haalt. Het werk is niet verschrikkelijk, maar ook niet heel leuk. Je haalt er weinig vreugde uit, maar je doet het wel goed en krijgt goede beoordelingen. Daarnaast heb je een vast contract en geen hele vervelende collega’s. Met andere woorden: er is weinig uitdaging, maar ook geen echte urgentie om weg te gaan. Dat je wellicht hele andere doelen voor je loopbaan had – en door tien of twintig jaar in deze baan te blijven hangen die doelen niet bereikt – is achteraf bezien natuurlijk zonde. Toch blijven veel mensen vaak lang hangen op een plek waar ze niet tot hun recht komen.

    Waarom?
    Niet altijd leuk om te horen, maar wel waar: Mensen zijn gewoontedieren. We voelen ons graag veilig en geborgen. Onze comfort zone is ons vaak meer waard dan ons geluk, hoe gek het ook klinkt. We houden van nature nu eenmaal doorgaans niet erg van verandering. Verandering vinden we maar eng.

    Zeker als we een vast contract hebben weten te bemachtigen in deze onzekere tijden, geven we dat niet zomaar op. Een vaste relatie ook niet. De gemoedsrust die komt kijken bij het kunnen betalen van de hypotheek of huur wint het dan van het knagende gevoel dat er meer moet bestaan dan deze sleur van werk dat eigenlijk beneden je niveau ligt.

    Als er dan een nieuwe baan langskomt, waarbij je met een tijdelijk contract in een geheel nieuw bedrijf moet beginnen waar je nog niemand kent, slaat de twijfel toe. Zo erg heb ik het nu toch niet? Ik heb nu wel vastigheid en ik weet waar ik aan toe ben. Dit soort gedachten zorgen er vaak voor dat je dan toch maar bedankt voor die uitdagender job.

    Hetzelfde geldt voor relaties. Als een relatie je al lang niet meer gelukkig maakt, zou je eigenlijk er mee moeten stoppen. Toch blijven veel mensen langer in een uitgebluste relatie zitten dan nodig, uit angst. Angst voor het onbekende, angst om alleen verder te moeten gaan, angst om al het vertrouwde op te moeten geven. Dus worden de dagen weken, de weken maanden, en worden ze op hun zestigste wakker met het besef dat ze jaren lang in een ongelukkige relatie hebben gezeten. De comfort zone kan wat dat betreft een vals soort gevoel van veiligheid geven: achteraf is er dan vaak alleen maar ruimte voor spijt.

    Urgentie maakt twijfelen moeilijker

    Wat nu als je opeens zonder werk komt te zitten? Dan valt je vangnet weg en je comfort zone verdwijnt zonder dat je daar zelf iets aan kon doen: zou je dan wel solliciteren op die baan die uitdaging biedt? Waarschijnlijk wel. Zou je het droomhuis wel kopen als je plotseling te horen kreeg dat je eigen woning gesloopt gaat worden? Vast wel. Het wegvallen van die comfort zone dwingt je er toe beslissingen te nemen: wat dat betreft is het soms gemakkelijker om beslissingen te nemen vanuit het principe “Ik heb nu toch niets te verliezen.” Urgentie dwingt: en soms is dat niet eens verkeerd.

    Eeuwige twijfel

    Voor de eeuwige twijfelaar is het goed om je af te vragen wat je bereikt met het ellenlange twijfelen. Geef je jezelf zo een excuus om comfortabel te mogen blijven leven zonder risico’s te nemen? Geef je jezelf hier mee een mooie reden om je angsten niet onder ogen te hoeven komen? Houd je je eigen onzekerheid hiermee in stand?

    Iets nieuws proberen, een nieuw avontuur aangaan, betekent vaak dat je een risico moet nemen. Het is een sprong in het diepe waar niet iedereen zich aan waagt. En ja, het kan misgaan, maar het kan ook ontzettend goed gaan. Vraag jezelf eens af: waar heb je straks meer spijt van; als je het nooit hebt gedurfd of als je dat wel hebt gedaan en het niet is gelukt? Wat is het ergste dat er kan gebeuren? En kun je daarmee leven?

    Het leven gaat snel voorbij. De sleur van alledag zorgt er voor dat dagen overgaan in weken, maanden, jaren. Wil je terugkijken op een leven vol twijfels, waarin je jezelf mooie kansen hebt ontnomen? Of wil je terugkijken en denken: ach, ik heb risico’s genomen, but I did it my way!

    Ik weet waarvoor ik kies. Jij ook?

    Kun jij omgaan met een compliment?

    door VIP blogger Susan Schuitema

    Enkele weken geleden kreeg ik via app een compliment. Ik merkte direct dat ik me ongemakkelijk begon te voelen. Wat moet ik ermee? Ergens voel ik mij dankbaar voor het compliment en zou ik dus gewoon ‘dankjewel’ moeten sturen. Aan de andere kant heb ik allerlei excuses in mijn hoofd en begin ik grapjes te maken om het compliment weg te wuiven.

    Dit bracht mij op het idee om te schrijven over het geven en ontvangen van complimenten: ik ging op onderzoek uit.

    Hoe reageren mensen over het algemeen op een compliment? Is er verschil tussen mannen en vrouwen? Tussen jong en ‘oud’? En heeft het misschien te maken met hoe zeker jij je voelt over jezelf? Mijn onderzoek gaf mij het volgende beeld.

    Vrouwen
    Met hier en daar een enkele uitzondering reageren vrouwen over het algemeen hetzelfde op complimenten. Echter zit er wel verschil tussen het soort compliment en de reactie hierop. Een compliment over het uiterlijk wordt vaak gewaardeerd, maar de meeste vrouwen weten niet goed hoe ze hierop moeten reageren. Wanneer het compliment gaat over een kledingstuk wordt er vaak gereageerd met ‘oh, die kostte maar vijf euro bij die ene winkel.’ Aan de andere kant wordt er op een compliment over kleding ook gereageerd met een logische reactie ‘dankje, vind ik ook, anders had ik het niet gedragen.’

    Vaak wordt het een ‘dankjewel, ik vind jouw ogen mooier’ of ‘oh joh, jij bent veel knapper.’ Er wordt dus snel vergeleken met de ander. Een aantal vrouwen geven wel aan gewoon ‘dankjewel’ te zeggen en blij te worden van het compliment.

    Wat erg naar voren komt is dat het vooral te maken heeft met jouw beeld van jezelf. Ben jij zeker van jezelf? Dan zeg je sneller gewoon ‘dankjewel’ zonder het compliment weg te lachen of weg te praten met een excuus. 
    Er wordt over het algemeen door de vrouwen gedacht dat de manier van ontvangen te maken heeft met dat wat je in jouw opvoeding geleerd hebt. Goed (of slecht) voorbeeld doet volgen, zeggen ze dan. De vrouwen die ik sprak gaven aan dat ze zelf snel complimenten geven en dat ze absoluut anders worden ontvangen door een man. Waar de vrouwen onzeker reageren, zijn de mannen vaak nuchter en zeggen ze écht gewoon ‘dankjewel’ en gaan weer verder met hun dag. Terwijl ik als vrouw toch wel een hele dag kan teren op een gemeend compliment.

    En daar ga ik alweer he?  ‘Gemeend compliment’ want tja, is een compliment gemeend of wil iemand er iets mee bereiken? 

    Mannen
    Wat mij erg op viel uit de antwoorden die ik kreeg van mannen, is dat de complimenten vanuit een man snel anders opgevangen worden door de vrouw. Enkele mannen geven aan, soms geen compliment te durven geven omdat vrouwen dan zouden kunnen denken dat er iets achter zit. Dit wordt dan geassocieerd met seks. Een man zou dus niet ‘zomaar’ een compliment kunnen geven zonder dat hier iets achter gezocht wordt. Bijzonder toch? 


    Ook enkele mannen geven aan dat zij vroeger (meer onzeker) aankwamen met excuses als antwoord op een compliment. Een compliment over een behaalde opdracht of goed resultaat werd dan weggewuifd met ‘oh joh zo moeilijk was het niet hoor, het stelde niks voor.’ Nu, ouder en zekerder van zichzelf zeggen zij over het algemeen gewoon ‘bedankt.’

    Onzekerheid
    Vrouwen lijken over het algemeen onzekerder te zijn dan de mannen. Of dit echt zo is, of dat mannen niet voor hun onzekerheid uit durven komen? Dat blijft natuurlijk altijd de vraag. Wat mij opgevallen is door met mensen in gesprek te gaan, is dat het wegwuiven van complimenten vooral te maken heeft met hoe je over jezelf denkt. Ben jij onzeker? Dan ben je sneller geneigd om een compliment voor jezelf om te denken naar iets negatiefs. Wat wil iemand van mij? Waarom zouden ze dit zeggen? Menen ze het echt? 

    Ik ben erg geneigd om mezelf naar beneden te halen zodra iemand bijvoorbeeld zegt: ‘wat zie je er leuk uit!’  Vaak denk ik dan: ‘Joh, ik ben 15 kilo aangekomen, doen je ogen het wel?’. Mijn reactie is eigenlijk altijd eerlijk. Ik ontvang het compliment door te bedanken maar vervolg dit wel met hoe ik er zelf over denk. Waarom? Dat is een goede om over na te denken aankomende tijd!

    Vanaf nu ga ik er eens bewust op letten, hoe reageer ik, waarom reageer ik zo en kan/wil ik dit ook veranderen? Complimenten zijn eigenlijk cadeautjes. Je krijgt ze, je mag ze ontvangen, open maken en gebruiken. Ergens is het voor de gever, niet leuk om het cadeautje verfrommeld weer terug te krijgen omdat jij er niks mee kunt. Best wel iets om over na te denken!

    Wat het meest uit mijn onderzoek naar voren kwam is dat je met complimenten iemand kunt helpen. Zie jij iets goeds, iets moois, iets leuks? Zie je dat iemand onwijs zijn best doet voor iets? Geef een compliment en laat mensen stralen. Het kan je dag maken, je net even dat laatste zetje geven om door te gaan of je leren anders naar jezelf te kijken.

    Hoe reageer jij op complimenten? Voel jij je ongemakkelijk of vind je het alleen maar leuk om te horen?

    Vanaf nu neem ik mezelf voor om minimaal één compliment op een dag te geven, uiteraard wel oprecht! En ik neem mezelf voor, om het compliment van een ander ‘gewoon’ te ontvangen en ‘dankjewel’ te zeggen en dit ook uiteindelijk te gaan voelen.

    Liefs,

    Susan


    “Ach, elk kind heeft wel wat!”

    Als moeder van een kind met een diagnose zoals autisme krijg je vaak nogal wat voor de kiezen, qua onwetendheid van mensen.

    “Ach, elk kind heeft tegenwoordig wel iets!”

    “Tegenwoordig delen ze etiketjes uit, niemand is meer normaal!”

    “Mensen moeten hun kinderen gewoon weer gaan ópvoeden!”

    Deze – en talloze andere – tenenkrommende opmerkingen krijgen we te horen van mensen die werkelijk geen flauw idee hebben van wat onze kinderen – en wij – meemaken in het dagelijks leven.

    Ze hebben geen flauw idee. Geen idee van hoe veel energie wij moeten steken in voor anderen heel normale zaken, die vaak al snel vanzelf goed gaan bij kinderen zonder diagnose.

    Hoe veel avonden oefenen – met bijbehorend verdriet en boosheid – omdat veters strikken / huiswerk maken / leren voor een toets niet lukt. Hoe veel tijd we kwijt zijn aan het vinden van kleding die niet prikt, geen naadjes of etiketten op de verkeerde plek heeft omdat het kind daardoor niets anders meer voelt dan alleen dat.

    Hoe vaak we bezig zijn met het uitleggen van doodnormale sociale situaties die voor onze kinderen nu eenmaal moeilijker in te schatten zijn. Hoe vaak we een uur langer dan het gemiddelde tien minuten gesprek zitten te praten met leraren, logopedisten, ergotherapeuten en andere professionals.

    Hoe we in de loop der tijd zelf autisme expert worden omdat we er alles voor over hebben om ook onze kinderen goed voor te bereiden op de buitenwereld met al haar ongeschreven regels en grijze gebieden.

    Lees verder onder de afbeelding

    Hoe we constant bewust bezig moeten zijn met structuur aanbrengen, een ritme, vaste rituelen. Hoe we moeten anticiperen op onverwachte situaties en hoe we ons kind daarop kunnen voorbereiden. Hoe vaak we onze kinderen moeten helpen in de interactie met andere kinderen, omdat zij hen niet begrijpen – of andersom.

    Hoe we bij elke maaltijd die we bereiden, bij elk uitje dat we plannen, elke dag en ieder uur rekening houden met de mogelijkheden en beperkingen van onze kinderen.

    En dan zwijg ik nog over hoe lang we aan onszelf getwijfeld hebben, hoe veel bloed, zweet en tranen het kostte op weg naar de diagnose, hoe kritisch we op onszelf zijn en hoe moeilijk we het soms zelf hebben met altijd de rust en kalmte bewaren.

    Nee, niet elk kind krijgt een diagnose. Nee, het ligt niet aan de opvoeding. Sterker nog: de opvoeders die ik ken met kinderen met een diagnose zijn stuk voor stuk bikkels die vechten voor hun kinderen.

    Dus de volgende keer dat je iemand hoort zeggen dat elk kind wel wat heeft: laat diegene even dit blog lezen of ga er in elk geval niet in mee, want het is onterecht en beledigend voor talloze ouders.

    WhatsApp-ruzie: praten is beter

    We kennen het allemaal wel: je bent met iemand aan het appen en belandt in een soort van beginnende discussie. Deze discussie loopt via WhatsApp sneller uit de hand dan in het echt. Voordat je het doorhebt ben je beland in een verhitte discussie of zelfs in een ruzie! Hoe kan dat?

    Geschreven tekst
    Via geschreven tekst komt alles harder binnen. Je ziet geen lichaamstaal, hoort geen intonatie; kortom: er is veel ruimte voor misverstanden. De woorden “Oké dan.” kunnen bijvoorbeeld op verschillende manieren gelezen worden: “Oke dan. Doen we  het zo!” Of als: “Oké dan. Beetje jammer dit.” Zo zijn er talloze voorbeelden waarbij geschreven woorden veel botter of zakelijker over kunnen komen dan gesproken woorden.

    pexels-photo-377909

    Je laat je sneller gaan
    Via WhatsApp spreek je iemand niet rechtstreeks. Er zitten twee schermen tussen jullie. Je kunt niet alleen niet horen hoe iemand bedoelt wat hij zegt, je kunt ook nog eens niet direct reageren. Door de afwezigheid van de ander in persoon, kun je feller gaan reageren dan je eigenlijk bedoeld had. Als je heel fel iets wil gaan schrijven, vraag je je lang niet altijd af of je dit ook face to face zou zeggen. Toch is het goed om jezelf die vraag af en toe te stellen: zou ik dit in het echt ook zeggen, of durf ik dit nu alleen omdat er twee schermen tussen ons in zitten?

    facebook-logo-thumbs-upBellen of afspreken is beter
    Als een gesprek via WhatsApp uit de hand dreigt te lopen, is het beter om even een time-out in te lassen en elkaar te bellen of op te zoeken. Lukt dat om een of andere reden niet, dan is een spraakbericht sturen altijd nog een beter alternatief dan geschreven tekst. Bij een spraakbericht hoort de ander jouw stem in ieder geval nog – en kan die daar meer context uit halen dan wanneer je het zwart op wit zet. Bovendien kun je hiermee je emoties beter kenbaar maken, wat weer kan zorgen voor meer begrip bij de ander.

    WhatsApp is een super handig medium, maar niet voor discussies. Die voer je toch het best face to face – of in elk geval ear to ear!

    De pil: meer nadelen dan voordelen

    door Chrisje VIP blogger, Michelle-Anne Lucas

    De pil, stop daar nu eens mee!

    Oké, misschien ben ik nu wel meteen erg direct met de deur in huis gevallen. Maar als je dit leest weet ik tenminste dat ik je aandacht heb. Ik ga het namelijk hebben over iets wat een te groot deel van mijn leven heeft bepaald; de pil. Misschien denk je: Wat een extreem statement om te maken, de pil redt mij juist! Misschien snap je juist precies wat ik bedoel. Hoe dan ook hoop ik dat het je tot denken aan zet…

     Ik ben namelijk bijna twee jaar geleden gestopt met de pil. Waarom? Ik vroeg me af wat er zou gebeuren. Mijn relatie was ten einde, ik had even helemaal geen behoefte aan mannen en vroeg mij af ‘Waarom neem ik zo min mogelijk pijnstilling, maar gebruik ik wel al zes jaar achter elkaar de pil?’ Het was voor mij zo normaal geworden om iedere dag een pilletje te slikken tegen zwangerschap, dat ik niet meer stil stond bij de bijwerkingen. En die zijn er!

    Ik vraag me af of de term ‘de pil’ daar wat mee te maken had. Er lijkt een discrepantie tussen het woord ‘de pil’ en de betekenis ervan te zitten. Het is vergelijkbaar met tequila gewoon een ‘drankje’ noemen. Stel je voor dat iemand zegt: ‘Ik heb gisteren vijf drankjes gehad tijdens de lunch’ óf iemand zegt tegen je: ‘Ik heb gisteren vijf tequila’s gehad tijdens de lunch’. Ik weet welke ik alarmerender zou vinden.

    Lees verder onder de afbeelding

    Daarom zeg ik ook niet ‘Ik heb vijftienhonderd ladingen hormonen geslikt in de afgelopen zes jaar’.

    Maar nu naar het resultaat: Na een aantal dagen opgehouden te zijn met de pil, voelde ik al heel veel verschil! Het voelde alsof er een last van mijn schouders viel. Ik voelde passie, verliefdheid, honger, stabiliteit en vooral ook kracht. Ik dacht dat ik deze dingen kwijt was geraakt door veranderingen in mijn leven. Zo was ik over de jaren heen mijn dagritme kwijtgeraakt, at ik de meest willekeurige dingen op willekeurige momenten en verloor ik mijn passie.

    Dat allemaal vond ik terug binnen een paar dagen stoppen met de pil. Een paar maanden later waren zelfs mijn hypermobiliteitsklachten afgenomen!

    Hoe weet ik dat het aan de pil lag en niet aan het feit dat ik mijn leven weer was veranderd? Goede vraag, want dat wist ik namelijk ook een tijd lang niet. Toen ik begin dit jaar weer in een relatie kwam, vond ik het dan ook niet meer dan normaal om maar weer aan de pil te beginnen. Het zorgde voor het tegenovergestelde resultaat. Binnen een maand was ik weer hetzelfde persoon als in die zes jaar.

    Ik dacht al snel na over alternatieven, maar juist de Michelle aan de pil was ook de onbeslissende, onzekere Michelle die liever geen nieuwe gekke dingen met haar lichaam deed. Een paar maanden later besloot ik toch – door het verergeren van mijn hypermobiliteitsklachten – gewoon ervoor te gaan; ik nam een koperspiraaltje. Weg met de hormonen! Het liefst zou ik de pil ritueel verbranden zoals ze in de seventies met beha’s deden (al zou ik daar ook nog wel aan mee willen doen). Wat ben ik blij met mijn keuze! Ik voel me weer zoveel beter, zoveel méér mezelf.

    Frappant is dat ik nadat ik deze keuze heb gemaakt, ineens zoveel vergelijkbare verhalen ben gaan horen erover. Ik hoorde van kennissen, vriendinnen, medebloggers (😉) ineens allemaal hetzelfde verhaal. Hormonen onderdrukten ons ‘vrouw zijn’. 

    Ik ben blij dat ik me weer goed voel en van die dagelijkse portie hormonen verlost ben! Wat zijn jullie ervaringen?

    Veel liefs,

    Michelle

    Bestaat dé ware liefde?

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema

    Bestaat er zoiets als ware liefde?

    Als je mij tien jaar geleden had gevraagd of ik in de ware liefde geloofde, had ik ja gezegd, net als nu, maar daarbij had ik toen een compleet ander beeld.

    Ooit dacht ik bij de ware liefde aan een totaal plaatje, het perfecte plaatje, en wanneer ik alles van mijn lijstje kon afvinken, dan was ‘het’ de ware. Dat wat je ziet in films.

    Wanneer ik nu denk aan de ware liefde, dan denk ik er achteraan: is er ook zoiets als onware liefde dan?

    Ik denk niet alleen meer aan een liefdesrelatie maar aan pure liefde op zichzelf. Ik geloof niet in ware liefde, want elke manier van liefde is waar. Onware liefde bestaat niet. Gewoon ‘liefde’ is genoeg.  Ja ik geloof in liefde, absoluut. Ik hou van ongelooflijk veel mensen. En van ieder op een ander niveau, een andere  frequentie. Niet meer, of minder, maar anders. 

    Mijn kind is mijn allergrootste liefde. Zijn verdriet is mijn verdriet, zijn geluk geeft mij tranen van blijdschap. Zijn emoties zijn zo met die van mij verbonden, hij is een deel van mij. Wat hij ook zal kiezen, doen of zeggen, die liefde zal nooit stoppen en nooit veranderen. Onvoorwaardelijk een deel van mij. Deze manier van houden van zal ook altijd boven alles en iedereen uitsteken. Hij zal altijd mijn nummer één zijn. (samen met eventuele toekomstige kinderen natuurlijk) 

    Dan natuurlijk mijn man, waar ik ‘ja’ tegen zei, tegen een leven samen, dag in, dag uit voor de rest van ons leven. Dat doe je niet zomaar. Hij is degene waar ik naast wakker word iedere dag en waar ik naast in slaap val. Waar ik mijn dromen mee deel. Waar ik mijn allereerste hysterische nieuw bedachte ideeën mee bespreek. Degene waar ik mij op af kan reageren als dingen niet gaan zoals ik zou willen. Iemand met wie ik 24/7 samen kan zijn, zonder elkaar de hersens in te slaan. Voor iemand zoals ik, iemand die heel graag alleen is, zonder teveel prikkels en gedoe, is het best een wonder dat ik 24/7 samen kan zijn met twee levende wezens in één huis. We voelen elkaar aan én we vullen elkaar aan waar nodig.  

    Ik weet zeker dat onze relatie zo goed werkt doordat we elkaar vrij laten. Twee compleet verschillende mensen, maar toch zo hetzelfde. Mijn man heeft zijn hobby’s waar ik niet aan moet denken om ze uit te voeren, ik heb mijn interesses waar mijn man niks mee heeft, maar toch tonen we interesse in elkaars dingen en laten we elkaar vrij hierin. Hij wordt enthousiast wanneer ik enthousiast ben en ik word blij wanneer hij iets doet waar hij blij van wordt. En daarnaast hebben we onze gezamenlijke dingen. We vinden het heerlijk om te wandelen, we hebben beide een verslaving aan notitieboekjes kopen, zijn allebei creatief maar op een ander vlak, kijken samen series en films, en oh wee als je verder kijkt zonder mij. 

    En natuurlijk hebben wij samen een zoon. Één grote peuter vol met liefde, van ons samen, dat verbindt je uiteraard op een hele speciale manier aan iemand. 

    Daarnaast houd ik van mijn vriendinnen, hoe ze allemaal hun eigen karakters hebben, hoe ze allemaal van elkaar verschillen. Met de één ga ik shoppen, met de ander deel ik mijn spirituele  levensstijl. Met de één deel ik mijn hele levensgeschiedenis omdat we elkaar al 20 jaar kennen, en met de ander kan ik een heel gesprek voeren alleen door elkaar GIFS te sturen en ja we snappen elkaar ook nog. Met de één praat ik over relaties, seks en alle persoonlijke onderwerpen, van de ander heb ik wijn leren drinken.  Zo zijn ze allemaal zo anders, en zo mooi verschillend. Ook vriendschap is een vorm van liefde, een manier van houden van, niks meer of minder ‘waar’  dan een relatie. Alle liefde is waar.

    We delen onze ervaringen en levens met elkaar, niet vanuit het zelfde huis zoals ik met mijn man doe, maar zeker gevoelsmatig dichtbij. 

    Waar het op neer komt is dat er in mijn wereld geen ‘onware’ liefde mogelijk is. Ik voel liefde voor iedereen in mijn leven. En ál die liefdes zijn waar.  Dus ja, ware liefde bestaat, op verschillende vlakken, op verschillende manieren en niveaus.

    Niet één ware, zoals in de films of zoals ik ooit dacht, 10 jaar geleden. Mijn liefde is voor iedereen, ongeacht geslacht, ongeacht leeftijd, huidskleur of wat voor verschil. Liefde kent geen grens, liefde kent geen eisen of vormen, liefde is gewoon liefde.  En zeker niet ‘onwaar’.


    ‘Ware liefde’

    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan denk ik meteen aan alles en iedereen.
    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan kijk ik gelukkig om mij heen.

    Ik zie de mensen en de dieren,
    de liefde voor natuur.
    Ik zie het leven liefde vieren,
    iedere seconde, ieder uur.

    Overal is liefde, nooit is dit ‘onwaar’,
    doe je ogen dicht, en voel het maar.
    Overal is liefde, iedere vorm is ‘waar’,
    ik voel het zelfs, wanneer ik naar de sterren staar.

    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan denk ik aan alles en iedereen,
    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan ben ik nooit alleen.

    Liefs,

    Susan

    Vechten tegen een depressie: het verhaal van Susan

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema.

    Haar boek over haar postnatale depressie is hier te bestellen.


    Een depressie is iets wat snel veroordeeld wordt, iets wat niet uit te leggen valt. Iets waar je vaak geen enkele grip op hebt, het overkomt je. Iets waarbij je snel hoort “Ga even lekker naar buiten, dan voel je je snel beter” of “Maar je hebt toch helemaal geen reden om depressief te zijn?” En iets wat ik vaak hoorde was: “Jij? maar je bent altijd zo vrolijk.”

    Van mijn twaalfde tot 5/6 jaar geleden was ik met fases depressief. Het ging weg, maar kwam ook weer terug. Inmiddels kan ik zeggen dat ik het kwijt ben, dat ik niet snel weer depressief zal raken omdat ik weet hoe ik mezelf eruit kan halen. Maar door mijn ervaring weet ik dat er vele mensen zijn die nog iedere dag rondlopen met negatieve gedachten. 
    Mensen die genoeg leuke dingen doen, soms juist teveel, om maar niet te hoeven denken, niet alleen te hoeven zijn. Mensen die het hardste lachen en waarvan je denkt dat ze een geweldig leven hebben. Maar weet jij hoe een depressie werkt?

    Een depressie zit in je. Waar je ook bent. Hoe vaak je ook buiten komt. Hoeveel leuke afleidende dingen je ook doet. Hoeveel lieve mensen je ook om je heen hebt, die van je houden en alles voor je zouden doen om je te helpen. Die depressie is een schaduw die je overal achtervolgt. En zelfs als je een dag hebt dat je je beter voelt, dan kom je ’s avonds thuis en zit je weer met dat monster op de bank.

    Dat is hoe ik de depressie noem, een monster.
    Het achtervolgt je, het maakt je kapot, het heeft controle over jou in plaats van andersom. Je voelt je leeg, niet geliefd, alleen en onbegrepen. Wat een ander ook doet, zegt of probeert uit alle liefde die ze in zich hebben: je staat machteloos aan de zijlijn toe te kijken. Toe te kijken naar het gevecht tussen het monster en degene waar jij van houdt.

    ❤️ lees verder onder de afbeelding

    Mijn vraag aan iedereen is: 
    Alsjeblieft, veroordeel het niet, omdat jij het niet begrijpt.

    Ga naast iemand staan en vecht mee. En geef eens wat extra aandacht aan de mensen om je heen. Eén berichtje, één telefoontje of een ‘Goedemorgen’ op straat, kan al zoveel betekenen.

    Is er nog iemand aan wie je eigenlijk weer eens zou moeten vragen hoe het gaat? Is er nog iemand aan wie je veel denkt maar het er nooit van komt om contact te zoeken? Doe het vandaag. Je kunt het niet voorkomen, maar je kunt zeker een steun zijn. En vergeet niet: niet iedereen met een lach, lacht van binnen. Let op de mensen om je heen.

    Wat heeft mij dan zo geholpen om eruit te komen? En hoe voorkom ik dat ik weer in een depressie beland?
    Natuurlijk ben ik geen psycholoog en zeker niet één of ander medisch wonder dat depressies heeft opgelost maar ik heb wel een soort knopje in mezelf gevonden, die voorkomt dat ik weer in een depressie weg zak. Regelmatig wordt mij gevraagd waar dat knopje dan zit. Helaas komt een mens niet met een gebruiksaanwijzing en zal bij iedere persoon deze knop ergens anders zitten. De één komt er uit door te praten, de ander door te schrijven, weer een ander door zichzelf op te sluiten en te wachten tot het over gaat.

    Wanneer ik een depressieve periode had, vond ik mezelf vooral heel zielig. Alles wat rot, niks was goed, ik zag er niet uit vond ik en alles en iedereen om me heen liet me stikken, voor mijn gevoel op dat moment. Wat mij op dat moment hielp en wat mij nog altijd helpt, is om te schrijven. Schrijven is mijn manier om mij te uiten, op papier ben ik mezelf, daar ben ik eerlijk en open. Ik schreef op zo’n moment mijn gevoel op, waar ik mee zit, al mijn gedachten. Ook de meest kleine (in mijn ogen soms domme) gedachten, alles schrijf ik op, zodat ik het kwijt ben. Ook schreef ik feiten voor mezelf op, welke mensen had ik om mij heen, wat waren de positieve dingen op dat moment, welke negatieve dingen waren er en hoe groot waren die eigenlijk?

    Wat mij ook helpt is om mezelf serieus te nemen, niet de grond in te trappen, maar te accepteren wat ik voel. Waar ik vroeger mezelf echt naar beneden kon halen omdat ik vond dat ik mij niet depressief mocht voelen, accepteer ik nu gewoon dat ik mij even niet zo goed voel. Het gevoel is er gewoon, klaar. Dat mag. Waar ik mijn eigen gevoel en energielevel vroeger negeerde, accepteer ik nu dat ik gewoon even geen energie heb. Ik zeg afspraken af, zoek even geen contact of reageer even wat minder op appjes en telefoontjes. Waar ik eerst maar door bleef razen en geen nee durfde te zeggen, doe ik dat nu wel. Daarnaast deelde ik nooit hoe ik mij voelde en dat doe ik nu wel. Zit ik niet lekker in mijn vel, dan geef ik dat aan. En waar ik eigenlijk niet op durfde te hopen, ik krijg nu wél steun en begrip van de mensen om mij heen. En heel soms doe ik het juist andersom, ik zoek mensen op, spreek ze aan, ga bewust de deur uit. Leg alle verplichtingen aan de kant en neem tijd voor mezelf, tijd voor ‘even niks’. 

    Het klinkt zo standaard, maar wat mij ook hielp was om naar buiten te gaan, te gaan wandelen. Bewegen en buitenlucht maken een stofje aan, waardoor je je beter voelt, dat is bewezen. Dit ging ik dus proberen en ik moet zeggen dat het echt hielp. De ene keer alleen, met muziek in mijn oren, de andere keer samen en dat kletst goed hoor zo’n wandeltocht! 

    Nou ben ik wel een beetje een zweefteef en houd ik van spiritualiteit en edelstenen: dat is niet voor iedereen een hulpmiddel, omdat mensen er snel bang voor zijn of het onzin vinden, maar het heeft mij geholpen. Door mijn ervaringen met geven/ontvangen van energetische behandelingen, het voelen van energie en de werking van edelstenen ben ik mij erg bewust geworden van wie ik ben, en wat ik kan. Het is een prachtig talent waar ik onwijs dankbaar voor ben, dat ik die mag hebben. Hierdoor heb ik gevonden wie ik ben, gevonden wie ik mag zijn en ik accepteer nu mijn goede en minder goede kanten. Het gevoel dat er altijd iemand bij mij is, waar ik hulp aan kan vragen, het vertrouwen op de energie om mij heen, de kaarten die ik leg en de stenen die ik bij mij draag, geven mij een veilig gevoel. Ik ben niet alleen en ik heb gevonden waar ik goed in ben. Mijn zelfvertrouwen groeit en het doemdenken waar ik heel goed in ben, laat ik stap voor stap meer achter mij. Het doemdenken wat mij toch altijd wel terugtrekt in een negatieve cirkel.

    Mijn tip voor iedereen die te maken heeft met een depressie (en nee, het is absoluut niet zo makkelijk als dat ik het neer zet) is:


    Koop een schriftje voor jezelf en schrijf iedere ochtend op, wat jij die dag wilt bereiken. Al is het maar één klein doel, iets positiefs ( ik begon met het opmaken van ons bed), schrijf het op. En houd je die dag bezig met wat jij opgeschreven hebt.