Categorie archief: blog

Chronisch tijdgebrek? Lees dit!

Iedereen is tegenwoordig druk, drukker, drukst. Deze tips gaan jou ontzettend veel tijd besparen!

Een tijdje geleden zag ik voor het eerst dit magische filmpje over problemen op YouTube. Het is een filmpje van een paar minuten, maar de boodschap is zo krachtig dat het ook niet langer hoeft te duren. Kijk zelf maar: Why Worry. Als je geen zin of tijd hebt om op de link te klikken: Kort samengevat komt het filmpje neer op de volgende boodschap: Mensen spenderen veel te veel tijd aan piekeren. Terwijl piekeren nooit nodig is, want:

Heb je een probleem?

A) nee —> waarom zou je dan piekeren?

B) ja —> Kun je er iets aan doen?

A) ja —> waarom zou je dan piekeren?

B) nee —> waarom zou je dan piekeren?

Kort en krachtig vat dit filmpje dus samen dat het eigenlijk nooit nut heeft om (overmatig) te piekeren over je problemen.

Maar daar komt nog een belangrijke les bij, die jou ook veel tijd kan besparen.

We hebben allemaal best veel problemen, vinden we. Maar ís dat ook echt zo? Of zijn het problemen die we ons laten toebedelen?

Maak eens een lijstje van je problemen. Vraag je dan eens af, welke problemen écht van JOU zijn.

Heb je bijvoorbeeld problemen die je door een ander in de maag zijn gesplitst, omdat die ander geen zin, tijd of energie had om het op te lossen, of omdat jij te gemakkelijk ja zegt, dan kun je dat probleem terug geven aan de rechtmatige eigenaar.

Heeft iemand je bijvoorbeeld opgezadeld met iets wat hij zelf net zo goed kan oplossen: geef het probleem terug.

Heeft iemand jou gevraagd een oplossing te bedenken “want ik weet het allemaal niet meer hoor en jij bent daar zó goed in!”: besef dan dat diegene jou misschien voor zijn karretje probeert te spannen of (on)bewust probeert te manipuleren, want diegene doet vaak niet voor niets een beroep op jou!

De combinatie van hulpvaardigheid, inlevingsvermogen en gebrek aan assertiviteit is een gevaarlijke, waar mensen die gewoon liever lui dan moe zijn graag slim gebruik van maken.

Stel jezelf elke dag de twee simpele vragen:

Welke problemen ervaar ik en welke daarvan zijn echt van mij?

Welke problemen zijn van een ander? Geef die problemen terug aan de afzender.

Als je dit toepast zul je er versteld van staan hoe veel tijd je terug krijgt voor jezelf.

Advertenties

Afvallen is een Hoofdzaak!

pexels-photo-723031.jpegAfvallen: het lijkt zo simpel. Je eet minder en/of beweegt meer: je valt af. Simpel, toch? Waarom lukt het dan zo veel mensen maar niet om gewicht te verliezen of hun streefgewicht te behouden? 

Diëten zijn er genoeg. Diëtisten ook. Afslank goeroes. Diëetboeken. Afslankpoeders. Shakes….. het aanbod van manieren om af te vallen is enorm: waarom zijn dan nog steeds zo veel mensen (ondergetekende meegerekend) te zwaar? 

Verkeerde focus?
Veel mensen gaan tijdelijk anders eten. Of ze gaan tijdelijk heel fanatiek sporten. Of allebei! Vol motivatie vliegen al snel de eerste kilo’s er af. Ja! Het werkt! Maar lange termijn afvallen houdt veel meer dan alleen minder eten en meer bewegen: een blijvend effect wordt alleen bereikt als je een samenwerking tussen je hersens en je lichaam bewerkstelligt. Head first, body follows!

Wie niet voldoende aandacht besteedt aan de psychologische kant van het over-eten, gaat op een dag geheid voor de bijl.

Want: oude gewoontes sluipen er vanzelf weer in. Jojo-en is niet voor niets zo’n bekend fenomeen. Er gebeurt iets naars en hup – voor je het weet zit je weer met die zak chips op de bank.

Blijvend afvallen: Hoofdzaakgirl-woman-beach-female-157662 (1)
De enige mensen die ik blijvend gewicht heb zien verliezen, pakten ook de psychologische redenen voor hun overgewicht aan. Gezonde, degelijke lifestyle programma’s (dus geen crash diëten!) hebben dit goed gezien en nemen in hun langdurige programma dan ook altijd een psycholoog of coach op, die samen met de cliënt gaat kijken naar het psychologisch aspect van het over-eten.

Gedragspatronen vanuit je verleden
Emo-eten. Stress-eten. Je kent al die uitdrukkingen wel. En ze spreken boekdelen: eten is vaak een reactie op emoties; met eten we nare gevoelens te onderdrukken. Ook cultuur en opvoeding spelen mee. Assertiviteit heeft er zeker ook mee te maken, want: hoe vaak zwicht je onder de groepsdruk als op een verjaardag drie keer er op wordt aangedrongen dat je toch gezellig een stuk taart mee moet eten?pexels-photo-799255.jpeg

Verlies het probleem achter je eetprobleem

Trauma’s uit je jeugd, een ongelukkige relatie, te veel stress of een ongezond zelfbeeld: allemaal redenen die er voor kunnen zorgen dat je na een paar dagen of drie weken weer terugvalt op je oude, ongezonde eetpatroon.

Ik durf dan ook te stellen: Wil je afvallen? Dump dan dat ongezonde crashdieet en ga op zoek naar een goede coach of psycholoog!

Heb jij ervaring met blijvend afvallen? Hoe is het jou gelukt? Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen! 

 

Scheiden doet lijden: getrouwd blijven vaak nog erger

Je kent het gezegde wel: scheiden doet lijden. Ik ben het daar voor een groot deel absoluut niet mee eens. Ongelukkig getrouwd blijven, dát doet vaak pas lijden.

Massaal vragen Nederlanders zich af: moet ik scheiden of blijven? Het blijft een moeilijk vraagstuk. Want: Heb je alles geprobeerd? Heb je gedaan wat je kon om je relatie te herstellen? Heb je relatietherapie geprobeerd? De keuze is reuze. Er bestaat geen quick fix. Er staat veel op het spel: wonen, financiën, het “ideale plaatje” richting de buitenwereld.

Ja. Scheiden doet soms lijden, maar dit hangt er grotendeels van af hoe volwassen je er mee om gaat. Steeds meer ouders doen anno 2018 hun uiterste best om op een vreedzame manier uit elkaar te gaan, vanwege de verdrietig genoeg enige – maar oh zo belangrijke! – liefde die onder de streep nog over blijft als het huwelijk of de relatie strandt: de liefde voor hun kinderen. Compromissen worden gezocht. Trots wordt ingeslikt. De middenweg wordt gezocht. Scheiden is dus niet altijd die gruwelijke lijdensweg die je ziet op televisie, voor het woord scheiding komt steeds minder het woord vecht te staan.

Mediators worden steeds meer ingeschakeld om de stormschade na de storm die echtscheiding heet te beperken, met als doel om het huwelijk voor de kinderen op een zo ruzie-vrij mogelijke manier te beëindigen. Dit getuigt niet alleen van heel veel moed, volwassenheid en redelijkheid; het getuigt ook van een hele grote liefde voor de kinderen en het bereid zijn om – van beide kanten – het ego opzij te zetten, om de kinderen leed te besparen.

Getrouwd blijven doet vaak ook lijden. Dit onderwerp wordt echter lang niet genoeg belicht. Ongelukkig getrouwde ouders zorgen -of ze dat willen of niet- met hun ruzies, onderlinge spanning en de vervelende sfeer voor een mijnenveld-huishouden.

Kinderen voelen het intuïtief feilloos aan, als ouders niet meer van elkaar houden. Vaak hebben kinderen het al langer in de gaten dan de ouders zelf. De schade die aangericht wordt als je ouders niet meer van elkaar houden, wordt echter vaak jaren later pas zichtbaar: als het kind niet weet hoe een gezonde, respectvolle relatie er uit ziet en onbewust ongezonde partners uitzoekt, omdat die emotionele onveiligheid in de jeugd een vertrouwdheid heeft gekregen.

Als kind voel je je loyaal aan beide ouders. Als beide ouders ongelukkig in een huis blijven leven, langs elkaar door of ruziënd, voelen kinderen dagelijks deze ongezonde sfeer, de spanning, de ongemakkelijkheid, het ongeloof als er visite komt en er opeens wel leuk gedaan kan worden. Geen gezonde lessen voor een kind van hoe een gelukkige relatie hoort te zijn.

Scheiden doet lijden, maar ongelukkig getrouwd blijven voor de lieve vrede, het geld of de buitenwereld richt vaak nog veel meer schade aan.

Deze gaat echter verhuld achter een façade, een masker dat naar buiten toe wordt vastgehouden in de vorm van op elkaar geklemde kaken op de gezinsfoto: even lachen naar de camera jongens, we zijn verdomme een gelukkig gezin.

Kastjes, muren, bomen en het bos: de zoektocht van ouders voor anders lerende kinderen in het doolhof van mogelijkheden

In mijn brief “Sorry, lief kind” sprak ik met en over het anders lerende kind. Honderden emotionele reacties van moeders uit alle uithoeken van Nederland waren een gevolg van het moment waarop ik aan de keukentafel simpelweg een eerlijke brief schreef aan het kind in mezelf.

De moeders van deze anders lerende kinderen hebben het vaak best zwaar: zij leveren dagelijks een strijd om hun kind te laten leren en groeien; een strijd die voor andere moeders wellicht niet in te beelden is.

De zoektocht is vaak vermoeiend, want: waar moet je naar toe als je kind niet “mee kan met de meute”? Waar begin je? Logopedie? Ergotherapie? Kinderpsycholoog? Naar de huisarts? Een psychiater? Een kindercoach? De keuze is reuze. Vaak veel té reuze zelfs.

Het web van zorgaanbieders en mogelijkheden is voor de nietsvermoedende moeder vaak simpelweg ingewikkeld. Soms zelfs overweldigend. Niet altijd schakelt de huisarts de juiste hulp in, niet altijd wordt de juiste diagnose gesteld, niet altijd helpt de diagnose ook richting de juiste hulp. Waar mensen werken worden immers ook wel eens fouten gemaakt.

Terwijl de ontwikkeling op gang komt richting het vinden van de juiste hulp voor je kind, kan deze zich helaas ook tegen je keren. Misdiagnose, van het kastje naar de muur gestuurd worden; moeders en vaders rijden vaak urenlang stad en land af op zoek naar de juiste begeleiding, of dit nu op medisch gebied is of op het gebied van gedragsproblemen en leerproblemen, soms gecombineerd.

Ik werd bijvoorbeeld eens voor mijn kind naar een organisatie gestuurd die haar zouden kunnen begeleiden met een specifiek leerprobleem. Ik nam verlof, reed er naar toe, praatte anderhalf uur met de mevrouw van die organisatie, waarna we tot de conclusie kwamen dat ik totaal verkeerd terecht was gekomen: zij boden helemaal geen leerbegeleiding, zij boden gezinsbegeleiding.

Na dat uur wist die mevrouw net zo zeker als ik dat dat niet was wat wij specifiek nodig hadden. Haar collega had toen ik belde ook niet goed geweten wat ze met mijn kritische vragen moest, want ze hadden net een reorganisatie achter de rug en er was een hoop onduidelijkheid. Niets ten nadele van die mevrouw – ze leek me kundig in haar werk – wilde ik als moeder zijnde al niet meer met deze organisatie samenwerken, als zij zelf nog niet eens precies wisten wat hun zorgaanbod was.

Als ouders moet je tegenwoordig behoorlijk mondig zijn om je staande te houden in de zoektocht naar hulp voor je kind. Meedenken moet je sowieso, dat is je taak als ouder, vind ik.

Veel ouders zoeken, zoeken, zoeken en zoeken nog eens. Het kind krijgt vaak onderweg diverse labels opgeplakt, diagnoses worden herroepen, wat het taboe rondom diagnoses (in de volksmond etiketjes en labels) helaas ook alleen maar doet groeien. Toch zoeken ouders door, hopend op het moment dat hun kind eindelijk de hulp krijgt die nodig is, op welk gebied dat dan ook is.

Zorgaanbieders concurreren, reorganisaties binnen grote organisaties volgen elkaar in een rap tempo op en terwijl dat allemaal gebeurt, groeit de onduidelijkheid voor de ouders – en daarmee hun kinderen – alleen maar door.

Moeders en vaders van Nederland worden “zorgmoe”, juist door die talloze kastjes en muren, het doolhof waar ze vol goede bedoelingen in waren gelopen, maar niet meer uit weten te komen. Dus wat doen we dan? In eerste instantie zoeken we door, blijven we dwalen en hetzelfde rondje door het doolhof herhalen, net zo lang totdat we hopelijk ergens per geluk toch struikelen over de juiste zorgaanbieder. En als dat te lang duurt, doen we wat ieder mens wil als het zich gevangen voelt zonder uitzicht: we vluchten. We willen geen hulp meer zoeken, want het zoeken putte ons uit.

En als we die juiste hulp eindelijk wel vinden, nou, dan houden we daar stevig aan vast. Een ergotherapeut die ik erg goed vond zei eens: mijn eerste en belangrijkste doel wordt ontdekken: hoe leert jouw kind.

Hèhè, eindelijk! Eindelijk, dacht ik, eindelijk iemand die zich daar echt in gaat verdiepen. Dat deed hij, en met succes. Ook de logopedist waar we uiteindelijk bij eindigden ging kalm en gestaag te werk, met succes.

Alleen vond ik het ergens ook best wel verdrietig, want: zou dat niet ook al op scholen moeten gebeuren? Moeten we niet juist meer investeren in de basis? De basis zijnde: het onderwijs en de opvoeding? Het aantal leerlingen per leerkracht? Waarom is de conclusie landelijk nog niet getrokken dat de grens van dertig kinderen in een klas de lat voor leraren én kinderen veel te hoog legt?

Het probleem van het anders lerende kind komt nu terecht in een doolhof van zorgaanbieders, en waarom? Is dat omdat scholen doorgaans niet voldoende middelen krijgen om ook anders lerende kinderen binnen boord te houden?Is het omdat de klassen te vol zijn en leraren overspoeld worden? Is er niet voldoende geld voor bijscholing van leraren? Of krijgen leraren wel voldoende bijscholing, maar simpelweg niet voldoende tijd om het geleerde ook op individuele basis te investeren?

Is het omdat ouders goedbedoeld verdwalen in de zoektocht naar hulp, terwijl concrete en praktische informatie voor het opvoeden van een anders lerend kind ook al heel veel problemen kan voorkomen?

Misschien ligt het antwoord op deze zoektocht wel precies in de wanhoop die zo veel ouders voelen: je ziet door de bomen het bos niet meer, je wilt je kind dolgraag helpen, maar je weet op een gegeven moment simpelweg niet meer hoe. Er is te veel keuze, er zijn te veel experts die allemaal hun eigen mening hebben. Iets met bomen en een bos zien.

Ik stel me graag een toekomst voor waar alle kinderen, anders lerend of niet, terecht kunnen op één school, in een klas waarin het niet noodgedwongen maar een nummer is, waarin de leerkracht voldoende rust en tijd krijgt om niet alleen in groepsverband, maar ook een op een meer te kunnen praten met het kind.

Dat laatste wordt overigens helaas nog veel te vaak vergeten: praten met het kind zelf. Zorgaanbieders, ouders en leerkrachten roepen met de beste bedoelingen over het kind heen, wijzen zelfs vaak met de vinger naar de ander. Helaas, want ik als ouder zie bij de gesprekken over ons kind gelukkig uitermate betrokken professionals die niet alleen beroepsmatig maar ook persoonlijk het beste met ons kind voor hebben.

Ik vraag me te midden van al die bomen, bossen, kastjes en muren af, wie tegenwoordig nog er aan denkt om aan het kind zelf te vragen wat het nodig heeft.

Anders lerende kinderen zijn vaak namelijk uitermate eerlijk en creatief, maar als ze de vraag niet krijgen, zullen ze wellicht zelf ook niet altijd met een antwoord komen.

Als je er naar vraagt, zullen de antwoorden gegarandeerd verbazen, vermoed ik zomaar.

Creëren we mobielverslaafde, slechtziende kinderen?

Vier en een half uur per dag zit een kind op zijn mobiel apparaat. Gemiddeld, in Amerika. Maar volgens deze universiteitshoogleraar zal dat gemiddelde in Nederland niet veel lager liggen.

Vier en een half uur per dag.

Dat zijn tweehonderdzeventig minuten.

Per dag.

Nu kan ik wel heel gemakkelijk met het vingertje gaan wijzen, maar dat doe ik niet, want ik vraag me direct af: hoe veel minuten per dag zit mijn kind op haar mobiel of tablet?

Als ik heel eerlijk ben: waarschijnlijk ook al te veel. Maar ik ben er de laatste tijd ook meer op gaan letten, sinds ik hoorde dat steeds meer kinderen slechtziend of blind worden er van.

Ik wil geen mobielverslaafd kind creëren, en ook niet dat mijn kind slechtziend of zelfs blind wordt door te veel beeldschermtijd.

Maar… Wat te doen? Het is soms natuurlijk wel gemakkelijk. Want: iedereen heeft het druk, spelletjes zijn vaak leerzaam en soms is het gewoon gemakkelijk.

Hoe beperk je dan dat beeldscherm gebruik?

1. Vaste tijdstippen op een dag waarop het apparaat voor bepaalde tijd gebruikt mag worden;

2. Kinderen zo veel mogelijk buiten laten spelen: meer speeltuinen, meer er op uit trekken, meer fietsen, wandelen, buitenspellen bedenken, skates, skateboards, gaan dansen, zwemmen, schaatsen!

3. Kinderen die afspreken na school meer stimuleren om samen naar buiten te gaan (als straat niet veilig is in de tuin)

4. Kennis is macht: kinderen informeren over wat te veel op een beeldscherm kijken met je ogen kan doen!

Ik ben erg benieuwd naar jullie creatieve ideeën en oplossingen.

Liever een gebroken been deel 2: Zo help je een naaste met een depressie / burn-out

Als iemand een gebroken been heeft, kun je als naaste helpen door hem of haar naar de dokter te rijden, door te helpen met praktische zaken. Maar wat kun je doen als je naaste een depressie of burn-out heeft?

Een paar jaar geleden schreef ik de blog Liever een gebroken been: over depressies, burn-out en andere psychische klachten. In deze blog beschreef ik dat de goedbedoelde tips en adviezen zoals “Trek het je niet zo aan.” en “Misschien moet je dit eens proberen!” vaak helaas averechts werken.

depression3Maar wat kun je dan als naaste wel doen, als iemand van wie je houdt een depressie of burn-out heeft? Je leeft immers mee en wilt diegene graag helpen. Hieronder lees je hoe je dat kunt doen. 

Toon begrip
Sleutelwoord is begrip: ook al heb je het zelf nog nooit meegemaakt, je kunt wel begrip tonen en proberen je in te leven. Ook als je niet weet hoe het voelt. Je naaste zal zich hierdoor in elk geval minder alleen voelen. Dat is belangrijker dan welk goedbedoeld advies dan ook.

Aanwezigheid, op afstand of dichtbij
Wees aanwezig. Dit hoeft niet altijd fysiek te zijn, maar je kunt vragen of je mag langskomen. Laat je horen, bel, stuur eens een berichtje, om te laten weten dat je aan hem of haar denkt. Soms hebben mensen die in een depressie of burn-out zitten geen behoefte aan gezelschap, maar aanbieden kan altijd. Laat weten dat je er bent, als hij of zij wil praten. Misschien gebeurt dat niet meteen, maar als de tijd dan rijp is, weet hij of zij in elk geval dat het kan. Een lief kaartje of een mooie brief doen ook vaak al wonderen, als iemand diep zit.  depression4

Luisteren
Je naaste zit in een depressie of burn-out, dus wil je graag helpen. Je houdt van hem of haar, dus wil je opvrolijken en problemen oplossen. Dat is heel begrijpelijk en menselijk. Maar hoe goed dit ook bedoeld is, dit kun jij niet voor hem of haar doen.In feite is iemand vaak al erg blij als er simpelweg geluisterd wordt. Luisteren lijkt heel simpel, maar dat is het niet. Luisteren zonder oordeel en zonder meteen met oplossingen te komen is best moeilijk. Maar luisteren is wel bijzonder behulpzaam voor de ander, want waar jij rustig luistert zonder oordeel voelt de ander zich veilig, kan hij of zij gevoelens uiten. Praten lucht op. Wees dus een klankbord. Dit is vaak al genoeg.

Wees geen hulpverlener
Bovendien ben je geen hulpverlener, je bent zijn of haar vriendin, zus, moeder, etc.
Je kunt en hoeft het probleem niet op te lossen; dat is niet jouw verantwoordelijkheid. Voor professionele hulp en begeleiding zijn deskundigen, die emotioneel verder af staan van jouw naaste, en alleen al daardoor vaak beter kunnen helpen.

Hulp
depressionAls jouw naaste (nog) geen hulp heeft gezocht voor zijn of haar klachten, is dit wel handig om aan te raden / te adviseren. Een gesprek met de huisarts of praktijkondersteuner kan voor jouw naaste de juiste hulp op gang brengen. Je kunt aanbieden om mee te gaan naar de huisarts, als dit de drempel lager maakt.
Als je je zorgen maakt om je naaste, is het goed om te benadrukken dat hulp nodig is: mensen met een depressie of burn-out komen hier vaak zonder begeleiding niet zelf uit.

Heb je zelf een depressie of burn-out klachten? Ga dan naar je huisarts, hij of zij zal je verwijzen naar de juiste hulpverlener. depression

Sorry, lief kind. (Een brief voor alle onderwijzers, ouders en begeleiders van Nederland)

Deze brief heb ik geschreven aan het kind in mij, maar deel ik voor alle ouders, begeleiders en onderwijzers, zodat er meer begrip en begeleiding komt voor het anders lerende kind in het onderwijs van vandaag.

Lief innerlijk kind,

Ik zie je wel hoor. Je zit dan wel opgesloten en soms zorgvuldig weggestopt in een volwassen lijf met een volwassen brein, maar je bent er nog steeds. 

Ik zie je. 

Ik maak dan wel soms grapjes over je, als ik te hard lach of te enthousiast begon te dansen op een feestje; dan gaf ik jou de schuld. “Mijn innerlijke kind komt naar boven hoor!”. Maar dat ik grapjes over je maak betekent niet dat ik je uitlach, lief innerlijk kind. Ik maak namelijk meestal grapjes over mensen waar ik van hou.  

Wat heb je het soms zwaar gehad.

Je gebrek aan concentratie werd zo vaak verkeerd opgevat; men noemde dat vaak “geen zin”, “dromerig” of “met haar hoofd in de wolken”.

Men vond dat je “eerst moest denken, dan doen.” Maar wat begrepen ze jou verkeerd; door te doen dacht jij. Je kon niet slecht leren, je leerde anders. Eerst de praktijk, dan de theorie.

Verkeerd om! zei de wereld.
Andersom! zeg ik je nu.
Jij kende geen andere volgorde; toch werd jou verteld dat jouw volgorde verkeerd was en die van de wereld goed.

Je kon niet goed studeren, zei men, wegens dat gebrek aan concentratie. Je werd een dromer genoemd, een zwever, te druk, te beweeglijk, je moest eens met beide voeten op de grond belanden. Dat jij tijdens het dromen de informatie verwerkte die je daarvoor al snel had gelezen of gehoord, wisten ze niet. Jij zelf wist dat ook niet, want daar was je te jong voor. Je wist alleen dat je wel je best had gedaan.

En dat was ook zo.

Wat had je het soms moeilijk, als je uit het raam staarde en daarop betrapt werd, terwijl je niet eens wist dat dat verkeerd was, of waarom. Dat je uit het raam staarde maar in gedachten rekensommen maakte of geschiedenisverhalen voor je ogen zag gebeuren, wist men niet. Of dat je uit het raam staarde omdat je hoorde dat een ander kind gepest werd en jij een oplossing daarvoor zocht. Ook dat zag men niet.
Het naar buiten staren was alleen een andere manier van informatie verwerken, die voor jou goed werkte.

Wat was het fijn geweest als meer onderwijzers of begeleiders jou hadden begrepen. Als iemand had gezien dat jouw manier van leren gewoon anders was, niet meer en ook zeker niet minder. Wat had het je veel ellende gescheeld als men jouw “afwezigheid” tijdens uitleg in de klas niet ten onrechte had geïnterpreteerd als desinteresse. Want dat je niet de goede kant uit keek, betekende lang niet altijd dat je niet luisterde.

Lief kind, wat heb je het moeilijk gehad. Je werd door al deze dingen naar een vervolgopleiding gestuurd die op een lager niveau lag dan wat jij aankon, dus zette de verveling door. Je bladerde door de boeken en dacht; waarom is dit zo saai? Je motivatie zakte tot een dieptepunt, dus ging je je afzetten, door bijvoorbeeld helemaal niet meer te leren, want waar bleef toch die uitdaging?

Je motivatie ging langzaam verloren ergens tussen verbale, theoretische uitleg en mensen die jou hun beperkende overtuigingen opdrongen. Helaas net zo lang totdat jij ze zelf ging geloven.

Je was geen kind dat braaf uren studeerde: Je klom in bomen, bouwde dingen, schreef verhalen of maakte muziek. Je vormde melodieën in je hoofd, schreef liedjes, teksten, gedichten, of bedacht hele nieuwe dingen met je handen. Men noemde dat afkeurend dromerig, zelfs dom of in elk geval ongeïnteresseerd, terwijl je in werkelijkheid creatief was.

De wereld gaat uit van leren op basis van theorie: pas als je die beheerst mag je in de praktijk gaan uitproberen, voelen, zien, aanraken. Jij leerde juist door eerst uit te proberen, voelen, zien en aanraken; daarna werd de theorie vanzelf behapbaar. Dat maakte je niet minder slim (wat ze ook zeiden!); je was gewoon een beelddenker, heel visueel ingesteld. Laat het me zien, dan begrijp ik het. 

Lief kind, wat heb je moeten worstelen om je te bewijzen, omdat je wel wou maar niet mee kon met de meute. Wat was je jaloers op die kinderen die blijkbaar heel gemakkelijk de theorie tot zich namen. Wat benijdde je die kinderen, die uren lang met hun neus in de boeken konden zitten. Je voelde je heel vaak onbegrepen.

De onmacht die ontstaat omdat mensen er van uitgaan dat je niet wilt, is groot. Zo groot, dat je hem mee zult nemen in je volwassenheid, als er geen begeleider komt die begrijpt hoe jouw brein werkt.

Nu ben ik volwassen, lief kind. Ik ben nu een vrouw van 37 jaar en ik zeg namens alle volwassenen sorry tegen jou, lief kind. Je was gewoon een hartstikke leuk Pipi Langkous kind: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.”.

Je was een doener, een maker, een oplosser, een bedenker. Je nam niet alles zomaar aan, je verzette je er zelfs tegen als je iets niet logisch of rechtvaardig vond, of dacht dat het beter kon. Nog zoiets waar niet alle begeleiders van kinderen goed tegen kunnen: kritiek van een kleiner mens.

Sorry lief kind, namens alle volwassenen, die jou niet geloofden, niet vertrouwden, niet begrepen of je standjes gaven. Je was anders dan de rest, je paste niet in het keurslijf van de meute, dus propte men net zo lang aan je tot je er in paste, alhoewel dat was alsof je een vierkant in een cirkel propt; het kan er wel in, maar het past nog steeds niet.

Je deed alles andersom, ondersteboven, vroeger of later; maar dat maakte het allemaal nog steeds niet verkeerd.

P.S.: Wat was het fijn hè, die ene leraar die niet op je foeterde als je uit het raam keek, maar jou juist een “creatief kind” noemde.
Of die leerkracht die jouw talent zag en je stimuleerde om er meer mee te doen. Die mensen die wél zagen wat je kon, en je op jouw manier lieten leren. Waren er daar maar meer van geweest.

Liefs,

Chrisje

img_1109-1

Ik schreef deze blog op doktersadvies

Als je dit leest is de kans groot dat je me kent van mijn Facebook pagina of website Chrisje, waarop ik meestal grappige (hoop ik dan) quotes en blogs schrijf.

Ik schrijf al van kinds af aan, omdat ik het een gemakkelijke en veilige manier vond om mijn gevoelens te uiten, en later ook te delen. Al snel kwam ik er achter hoe fijn het is om mensen aan het lachen te maken met mijn schrijven. Dat vond ik zelfs zo fijn dat ik er meer mee ging doen: zo ontstond de Facebook pagina en de website. Het lijkt op mijn pagina en website misschien alsof ik één en al plezier ben, door wat ik publiceer. Het thema achter veel van wat ik schrijf is dat lachen gezond is en jezelf eens grondig uitlachen nog gezonder.

Maar in realiteit ben ik overspannen.

Hoe ik me de laatste tijd voel is verre van grappig. Er valt niet veel aan te lachen, als je plotseling niet meer weet hoe je in vredesnaam van A naar B moet komen, terwijl je dat eerder altijd zonder enige moeite kon.

Toch deel ik dit met je, omdat ik wil laten zien dat niet altijd alles is wat het lijkt, van buiten af.

Ja, ik schrijf grappige blogs en quotes, ik sta breed lachend op de foto en het lijkt alsof ik het best allemaal voor elkaar heb. Ik héb ook een mooi leven, een prachtig kind, lieve vrienden en familie. Toch ben ik er niet minder overspannen door.

Er is nog een reden waarom ik al jaren schrijf: ik help graag mensen. Ik neem mensen graag mee in mijn gedachtenwereld omdat ik zelf over dingen nadenk én graag anderen help, al is het maar omdat ze herkennen wat ik voel of denk en zich daardoor minder alleen voelen.

Daarom dat ik dit – hoe persoonlijk ook – deel. Want ook dit hoort bij mij. En al kan ik nog zo lachen en grapjes maken en lollig doen, ook ik ben dus een mens met gevoel en ook ik kan overspannen raken.

Ik schaam me er bewust niet voor om dit te zeggen, omdat er al te veel taboe heerst over psychische klachten.

Mijn huisarts vroeg mij een paar weken geleden – toen ik huilend tegenover hem zat – wat mij ontspanning brengt. “Wandelen met mijn hond… en schrijven.” waren de eerste twee dingen die ik noemde.

“Dan doe dat, als het je lukt.” zei de huisarts.

Bij deze.

Stiller nieuwjaar ❤️

Voor 2018 wens ik jou wat ik mezelf ook wens: Een jaar dat rust brengt, overzicht en duidelijkheid om keuzes te maken.

Ik wens je een jaar waarin social wint van media, waarin echte gesprekken winnen van tags en likes.

Een jaar waarin kinderen meer buiten spelen dan dat ze op hun tablet blind zitten worden.

Een jaar waarin groenten winnen van smaakstoffen, waardering wint van kritiek en rust wint van lawaai.

Een jaar waarin ruzies worden uitgepraat aan tafel, in plaats van opgeblazen via whatsapp.

Een jaar waarin het bos wint van de binnenspeeltuin en weerstand van antibiotica.

Een jaar waarin seks hebben en liefde bedrijven wint van porno, second love en sexting.

Een jaar waarin de deurbel wint van de whatsapp melding op je telefoon en waarin bellen wint van appen.

Een jaar waarin met je collega gaat praten wint van mailen.

Een jaar waarin samen koken wint van thuisbezorgd en waarin aan de eettafel eten wint van dineren voor de televisie.

Ja, ik wens je een jaar waarin langzaam wint van snel, lachen wint van zeuren, liefde wint van ego.

Een jaar waarin rouwen om verlies wint van wegstoppen en doorgaan.

We denken al zo veel, dat we geen tijd meer hebben om te voelen.

Dus ik wens je een jaar waarin even stilstaan en voelen wint van jakkeren en jagen.

Een stiller jaar dus, waarin je tijd en rust kunt nemen om te onderzoeken wat je echt nodig hebt en wat je wilt, want met alle hulpmiddelen en hectiek van nu zijn we vooral dat laatste kwijt geraakt.

Yogastress 🙏🏻

Ik ging ooit eens op yoga. Heerlijk, even ontspannen. Hoe moeilijk kon het zijn? Toch?

Vrolijk liep ik het lokaal in en snoof ik de wierooklucht op. Ahhh, ik voel me acuut zen worden.

Ik pakte een matje, legde mijn handdoek er op en ging in kleermakerszit zitten. “Namasté.” zei de yoga juf. Ik keek om me heen wie zijn hand op zou steken, maar het bleek iemand te zijn die deze les niet gekomen was.

Namasté had gewoon ook moeten komen, dacht ik, want ik ben nu al ontspannen, en ik sloot mijn ogen weer.

De yogajuf zette een muziekje aan. Ik hoorde een dolfijnengeboorte, denk ik. En een walvis. Oeh, walvissen! Dat doet me aan vorige zomer denken, toen ik door die forse golf aanspoelde op het strand. Grappig was dat.

“Alle gedachten mogen er zijn,” zei de yogajuf. “Laat ze komen, bekijk ze even, en laat ze weer gaan.”

Wat heerlijk zeg, normaal laat ik gedachten alleen komen, en pieker ik er drie maanden over.

“Laat jezelf helemaal ontspannen, adem vanuit je buik. Wsshhhhhh…”

Dit is fijn zeg. Wsssshhh. Oh, dit doet me denken aan mijn bevalling. Toen moest ik ook zo ademen. Nu we het toch over ademen hebben: mijn buurvrouw lijkt daar weinig aan te doen. Sterker nog, ik hoor haar helemaal niet meer.

Voorzichtig doe ik één oog open en kijk naast me. Mijn buurvrouw ligt plat op haar rug en verroert zich niet.

Oh lieve help, zou ze niet meer ademen? Ze ademt echt niet meer! Wsshhhh! Ik laat elke gedachte komen, en gaan.

Komen, en gaan.

In tegenstelling tot haar ademhaling! Die komt niet meer. Heb ik weer natuurlijk! Zou de yogajuf het doorhebben?

Ik open mijn andere oog en kijk naar de yogajuf. Die zit volledig in trance met haar ogen dicht te chillen.

Zij wel. Hier ligt gewoon iemand die besloten heeft te stoppen met ademen, zou zij dit niet in de gaten moeten houden?

Maar als ik nu iets er van ga zeggen, dan verbreek ik ieders eh, derde chakra, of zonnevlecht. Wat als ze gewoon iemand is die genoeg heeft aan drie ademhalingen per dag? Bestaat zo iemand? Zou dat kunnen?

Nee, ontspan. Hou je kop, en ontspan, verdomme! Gewoon niet concentreren op haar, maar op jezelf, Chrisje. Focussss. Wssshhhhhh. Wssshhhhhh…. oh, dit gaat best aardig. Kijk mij eens ontspannen!

Jemig, zo ontspannen ben ik zelden geweest. Dit is uniek. Hier moet ik eigenlijk eens selfie van maken.. Oh nee. Wsssshh… wsshhhhh… wsshhhhhhalleluja mens, ádem! Laat je horen!

Ik kijk weer naast me. Nog steeds ligt de vrouw er verdacht roerloos bij.

Dit kan toch niet menselijk mogelijk zijn, zo lang in één houding liggen? Wat als er echt iets mis met haar is? Wat als ze echt niet meer ademt? Wat als ik het nu gewoon heel zachtjes ga zeggen tegen de yogajuf? Dan verstoor ik de wsssshhh van de rest tenminste niet.

Ik besluit soepel en geruisloos op te staan, en begin als een ninja op mijn tenen de tocht richting de yogajuf. Ik kijk om me heen en zie dat iedereen nog in diepe rust verkeert.

Zie je, ik kan dit heel subtiel. Ik kan dit – ik ben volkomen zen, ik voel mijn zonnevlecht bijna wapperen in de wind- waar blijft mijn voet nu achter steken? Waarom lig ik op de grond? En wat was in vredesnaam dat hels kabaal?

Vanaf de grond zie ik opeens allemaal geschrokken gezichten boven me. “Een een twee!” roep ik nog hard, net voordat ik registreer dat de ademloze vrouw me ook geschrokken bestudeert van boven af. “Zij ademde al een uur niet meer..” prevelde ik nog, maar mijn wijsvinger stond wat onnatuurlijk er bij, dus ik wees maar niet.

Ik sloot de deur van de yoga zaal zachtjes achter me.

Ja, het beviel best goed, voor een eerste keer. Morgen even de verzekeringsmaatschappij bellen om te kijken of ze ook stereo-installaties van yogajuffen vergoeden. En een free Willy CD.

Ik ben in elk geval toch wel ontspannen.

Wsshhh… ik ga dit thuis ook doen, mediteren. En zodra ik weer mag terugkomen van de yogajuf, ga ik zeker weer.

Schaamtevol

Ik besloot ooit eens – vlak na kerst en nieuwjaar – om mijn papieren sportabonnement weer eens in de praktijk uit te gaan voeren. Ik ga van stille donateur naar actieve sportieveling! besloot ik, dus wurmde ik mezelf vrolijk in een sportbroek uit betere tijden en besloot ter plekke dat ik ook best zonder te ademen moest kunnen sporten.

“Hallo allemaal!” zei ik amicaal, terwijl ik de sportschool binnen wandelde, “..daar ben ik weer hoor, alles goed?” Ik knikte naar de receptioniste van de sportschool, die een wenkbrauw op trok, want geen flauw idee wie ik was, omdat in 2015 nog een hele andere receptioniste in de sportschool werkte. Een high five geven wilde ze ook al niet. Dat vond ik wel flauw, maar ik liet me hierdoor natuurlijk niet uit het veld slaan. Ook niet door het poortje dat opeens niet meer open ging, waardoor ik een vaginale kneuzing opliep omdat ik dacht dat ik soepel door zou kunnen lopen. Ik hapte even naar adem, en liep toen vrolijk met mijn pasje terug naar de receptioniste. “Het pasje doet het niet.” Ik overhandigde haar het pasje. “Oh, dat is nog een oude.” zei de receptioniste. Ze gaf me een nieuw pasje. Een glimmend en sterker exemplaar: passend bij hoe ik er vast over drie weken (of liefst morgen) al uit zou zien, dacht ik content.

Vrolijk hupste ik met mijn nieuwe pasje, mijn te strakke sportbroek en mijn oude handdoek naar de kleedkamers, om mijn tas op te bergen. Ik had haast om te beginnen, dus rende ik best hard de kleedkamers binnen. Wat is het hier warm zeg, en waarom is iedereen eigenlijk bezweet en naakt? De kleedkamers bleken een sauna te zijn geworden. En de mensen die daar in zaten hadden een lijf waarvan ik prompt verdrietig werd. “Sorry, verkeerd verbonden!” lachte ik, maar ze lachten niet terug. Flauw. Ik kreeg het er maar warm van, dus liep ik snel terug de grote fitness ruimte in, op zoek naar het kleedlokaal.

Hoe moeilijk kan het zijn om een kleedlokaal te vinden? Niet moeilijk toch? Moedig bleef ik rond lopen, en zelfs toen ik een soort stenen bowlingbal op volle kracht tegen mijn scheenbeen kreeg omdat ik toevallig even de andere kant op keek en iemand me blijkbaar for no reason dood wou hebben, bleef ik vrolijk doch mankend verder zoeken naar het kleedlokaal.

Ik weet niet meer precies of het gebeurde vóór of nadat iemand me behulpzaam aansprak met “Als u de diëtiste zoekt, die zit boven!”, maar opeens voelde ik me weer als de brugpieper op de eerste dag van de middelbare school: Klamme handjes, molliger dan de rest, precies de verkeerde kleding en een veel te zware tas, waarvan ik nog steeds niet wist waar ik die moest laten.

Ik was al wat vermoeid geraakt van het rondlopen door die sportschool, en mijn scheenbeen begon te roepen om amputatie, toen ik een milde, allerverwoestende paniekaanval voelde opkomen. Ik liet ik mezelf dus maar even op de grond zakken met mijn rug tegen de waterautomaat, in elk geval totdat de sterretjes zouden verdwijnen.

“Mevrouw?”

Wel ja, noem me ook nog mevrouw, dacht ik, dat kan er ook nog wel bij. Het klonk ver weg, maar ze stond dichtbij, want ik zag haar roze hippe sportschoentjes, maat 35 of zo.

“Ja?”

“Gaat het een beetje?”

“Ja hoor. Ik moet alleen even bijkomen.”

“Oh, heeft u te intensief gesport? Of te weinig eiwitten gehad soms?”

Nou, ik weet niet waar zij het over had, want ik had al heel lang geen broodje ei meer gehad. En ik doe het prima zonder. Alhoewel het nu wel zou smaken, met wat mayonaise er op.

“Ik eh, ik werd een beetje overweldigd..”

Ik keek omhoog. Het meisje keek me wat bevreemd aan. De sterretjes dansten drukker en drukker voor mijn ogen. Waarom stond ze niet gewoon even stil?

“Ik heb al lang niet meer gesport.”

“Ja, dan is het even wennen hè? Om weer te beginnen.”

“Ja, ik moet alleen even op adem komen…”

Ik hoorde haar nog iets antwoorden, maar ze klonk steeds verder weg. Ik dacht nog dat ze geen zin meer had in het gesprek en gewoon weg begon te lopen tijdens het praten zodat ik niet zou merken dat ze zich langzaam terug trok, wat ik zou begrijpen.

Maar toen ik een keer met mijn ogen geknipperd had, was ik opeens ergens anders.

“Waar ben ik?”

“U bent in de personeelskantine van de sportschool. U bent flauwgevallen, waarschijnlijk van te intensief sporten. We geven u even een banaan om weer op krachten te komen.”

Hm, dat smaakt wel, een banaan. Ik nam een paar happen en terwijl ik hap drie doorslikte besefte ik dat ik zojuist was flauwgevallen van NIET sporten. De schaamte kwam omhoog terwijl de banaan door mijn keel omlaag wilde: ze maakten even ruzie met elkaar, waardoor ik uiteraard ook nog bijna stikte.

“Ik eh, ik zal maar eens gaan.” zei ik, nadat een veel te jonge fitness instructeur me heel ongemakkelijk weer tot leven had gebracht met de heimlichmanoeuvre.

Terwijl ik weg liep, liet ik heel terloops mijn blinkende pasje in een prullenbak glijden, samen met mijn bananenschil, terwijl ik bedacht hoe hard ze zouden lachen als ze op camerabeelden zouden gaan terug kijken waar ik dan precies van was flauwgevallen, om er achter te komen dat het van helemaal niks doen was.

De frisse lucht was zalig toen ik buiten kwam. De schuifdeuren van de sportschool schoven definitief achter me dicht. De receptioniste had nog gezegd dat er op dinsdagavond een gymnastiekles was die gecombineerd werd met voedingsadvies, en ik heb haar daar verbaal heel vriendelijk voor bedankt en mentaal drie keer met haar kop op de balie geramd.

Ik wandelde naar mijn auto, mijn sportbroek was inmiddels één geworden met mijn vlees. Terwijl ik er naar toe wandelde, hoorde ik om me heen vogeltjes fluiten, ademde ik diep de frisse lucht in en voelde ik me opeens een stuk beter. Ja, wandelen, dat is veel beter, dacht ik. Dat ga ik doen.

Waarom je beter een hond kunt hebben dan een man

Eigenlijk kun je beter een hond hebben dan een man. Huh? Hoor ik je denken. Maar wacht. Ik heb daar meerdere redenen voor.

Trouw en loyaal

Een hond is altijd blij om je te zien. Hij wacht trouw op je, gaat niet terwijl jij werken bent stiekem achter loopse teefjes aan. Als hij dat al doet, doet hij het waar jij bij bent, aan de riem, zodat je hem ter plekke kunt corrigeren.

Geen telefoon

Ook heeft een hond geen telefoon, waarmee hij stiekem andere baasjes gaat zoeken, terwijl hij naast je op de bank ligt. Nee, een hond ligt gewoon naast je en slaapt.

Geen aanstel

Als een hond pijn heeft, zal hij dat niet snel laten merken. En als hij dat wel doet en hij doet zielig, dan is hij ook echt zielig. Dan moet je hem verzorgen omdat hij pijn heeft en niet alleen maar omdat hij heel zielig doet voor de aandacht.

Dankbaar voor eten

Als je een hond zijn eten geeft, is hij altijd dankbaar en blij. Hij kwispelt en rent er enthousiast op af. Hij legt zijn telefoon niet naast de voerbak. Nee, hij geniet van wat jij hem gegeven hebt.

Dankbaar voor activiteiten

Als je met je hond gaat wandelen of iets leuks gaat doen, dan wordt hij ontzettend blij en enthousiast. Hij vindt het ook leuk om met andere honden te spelen, maar jij mag er altijd bij zijn van hem. Hij zeurt niet na een uur wandelen of we al naar huis kunnen. Jij gooit een stok en hij brengt hem netjes terug. Simpel, gezellig en leuk.

Duidelijke communicatie

Oh ja. Nog zoiets: aandacht. Als een hond je aandacht wil, dan komt hij die gewoon aan je vragen. Hij legt een bal op je voet, springt op je schoot of blaft. Heerlijk duidelijk: baas, ik wil aandacht, nu graag. Hij gaat niet ongeïnteresseerd tegen jou doen maar dan wel op het grasveld de pias uithangen. Wat hij buiten doet, doet ie ook binnen. Maar het meest nog bij jou, want jij bent zijn baasje en die vindt hij nou eenmaal het leukst.

Als een hond boos wordt, gromt hij meestal een tijdje voordat hij bijt. Hiermee waarschuwt hij je, dat je iets doet wat hij niet fijn vindt. Hij geeft duidelijk zijn grens aan en doet dat op het moment zelf.

Ook zal hij jou nooit bijten omdat een andere hond hem overdag op het werk heeft geïrriteerd. Degene die hem irriteert, daar wordt naar gegromd.

Ja, doe mij maar een hond. Je kan er dan wel verder romantisch gezien helemaal niks mee, maar gezien mijn geaardheid is dat ook helemaal niet nodig, en laten we eerlijk zijn: de meeste relaties eindigen uiteindelijk in hooguit wat geknuffel op de dinsdagavond.

Ja, ik raad het iedereen aan, een hond als levensgezel. Ze worden dan niet zo oud, maar toch kun je vaak meer jaren op hun liefde rekenen dan bij de menselijke variant.

Ik zie ik zie wat jij niet ziet: over Hoogsensitieve mensen

Je kent het spelletje van vroeger wel: ik zie ik zie wat jij niet ziet. En het is…… blauw! Hoogsensitieve mensen (ook wel HSP’ers genoemd, omdat mensen lange woorden combinaties nu eenmaal graag afkorten) nemen gedetailleerder waar. Ze pikken details op die anderen met het blote oog niet zo snel zien. Deze details komen zonder filter binnen.

Een op de vier mensen is hoogsensitief. Er bestaan veel andere namen voor, maar het komt op hetzelfde neer: deze mensen zien wat anderen vaak niet zien.

En met zien bedoel ik niet altijd het soort zien dat je visueel doet: het is meer waarnemen: soms voel je het letterlijk in je lijf, soms proef je het, soms weet je het gewoon met elke vezel in je lichaam. Bijvoorbeeld: Iemand komt in je buurt en je weet acuut dat het niet goed gaat met diegene. Je weet bij andere mensen vaak ook al wat er aan scheelt, zelfs (lang) voordat diegene zelf er achter komt. Dit kan voor de hoogsensitieve persoon zelf heel naar zijn, maar ook voor de mensen er om heen. Want vaak zijn mensen er nog (lang) niet aan toe om te ontdekken wat jij in twee seconden al aanvoelde toen je hen zag.

Veel mensen weten van zichzelf niet eens dat ze hoogsensitief zijn, of weten het wel maar hebben nog niet geleerd hun grenzen te bewaken. Omdat je als je hoogsensitief bent zo gemakkelijk de energie (ook negatieve!) van anderen oppikt, kan dit veel stress veroorzaken.  Het is dan ook – zeker voor hoogsensitieve mensen – heel belangrijk om te leren hoe je omgaat met al die informatie die bij je binnenkomt – en wat je er aan kunt doen om het niet allemaal bij je binnen te laten komen.

Ben jij zelf hoogsensitief? Hoe heb jij geleerd hier mee om te gaan, of ben je nog zoekende? Ik ben heel benieuwd naar jullie reacties!

Help SOS wij hebben een terreurkitten

Ik liep de gang in en ontdekte dat ons kleine terreurkitten Mimi met hele belangrijke zaken bezig was: Het eeuwenoude traditionele spel van Kat en nepMuis. nepMuis is, tja, nep, maar dat vindt Mimi helemaal niet zo erg. Ze speelt er immers mee alsof hij echter dan echt is.

Als Mimi met nepMuis speelt, dan haalt het hele huishouden even opgelucht adem. Haar spelletjes met hem geven ons zeg maar wat ruimte en lucht, want sinds ze bij ons woont is de sfeer in huis wat veranderd.

Ook speelt ze goddank nog haar dagelijkse spelletje OHMYGODIKHEBEENSTAART. Dat is een van haar minder gevaarlijke spelletjes, voor ons dan. Of het spelletje “sjoelen met de brokken van de hond”. Dan pakt ze brutaal een brokje uit de voerbak van de hond, die op zijn aller simpelst er naast staat te kijken want hij heeft last van zijn eigen trauma genaamd OHMYGODDEKATHEEFTNAGELSDIEMIJNNEUSPIJNDOEN. Die weet inmiddels wel beter dan dat hij ons terreurkitten gaat tegenhouden.

Zij is de baas en dat weet hij. Zij weet dat ook. Ook Kind weet inmiddels dat ons huiskitten de baas is, want die loopt “écht niet meer” op blote voeten rond, sinds haar tenen plots bruut werden aangevallen van onder de bank tijdens een kittenterreur ambush.

Ja, als ik er zo over nadenk heeft Mimi eigenlijk wel het hele huishouden een beetje onder controle. We gaan nog net niet te gebukt onder de angst, maar je voelt het zoals gezegd wel een beetje in huis hangen.

Niemand weet wanneer de volgende weer aan de beurt is, dat maakt het nog het akeligst eigenlijk. Wie zal het zijn? Zal het de hond zijn, wiens neus een veeg met nagels krijgt? Zal het de kerstboom zijn? Zal het een onaangekondigde beklimming zijn van mijn been, waarbij haar vlijmscherpe nageltjes zich door mijn jeans haken? Zal het de hand van Kind zijn, of een ritssluiting? Je weet het nooit, wie de volgende is.

Je ziet het ook eigenlijk al hè, aan haar onverschrokken blik. Als je die al te zien krijgt, want vaak verblijft ze in haar schuilplaats, van waar uit aanvallen worden gepland.

Wij liggen er soms wakker van.

Het leek zo leuk, een kitten. Maar eh, ja, nou, wij vinden het vooral spannend.

De hond is ook vaker verdrietig, want zelfs zijn speeltjes zijn niet meer helemaal van hem. Soms wil zij er mee spelen, gewoon, zodat hij lijdzaam moet toekijken.

Als ze moe is van het terroriseren van het huishouden, dan kunnen we allemaal ontspannen. Dan kruipt ze op schoot en knort ze alles bij elkaar. Dan wil ze aaitjes. Die geven we haar dan ook, uiteraard, want tja, we willen haar met zijn allen immers vooral niet boos maken.

Stop met onnodig sorry zeggen!

Ik kwam op Twitter een te herkenbare tweet tegen. Iemand bekende dat ze sorry had gezegd tegen een verkoopster omdat ze kleding had gepast, maar toch niet ging kopen. Oh, oh, oh! Wat is dát the story of my life. Ik zeg veel te vaak en veel te onnodig sorry. Ik ben de Koningin van de Sorry!

Ik zeg sorry als iemand veel te dicht bij gaat staan als ik moet pinnen. “Sorry, maar kunt u even iets afstand nemen?”

Ik zeg zelfs sorry als iemand me asociaal omver ramt tijdens het spitsuur in de winkel. Zelfs als ik zie dat ze het bewust doen! En daarna ben ik kwaad op mezelf omdat ik sorry zei, terwijl die aso gewoon met z’n neus in de lucht door loopt.

Waarom zeg ik in vredesnaam sorry voor dingen die ik helemaal niet verkeerd heb gedaan? Het frustreert me. Ik wil het niet meer. Mensen wijzen me er ook wel eens op, dat ik niet zo vaak sorry hoef te zeggen. Dan zeg ik meestal sorry daarvoor.

In een serie hoorde ik eens de spreuk “Je hebt twee soorten mensen in de wereld: Er zijn de mensen die sorry zeggen als je per ongeluk tegen elkaar aan knalt, en je hebt mensen die direct beginnen te schelden.”

Zou dit waar zijn?

Als dit waar is, dan wil ik een derde soort mensen creëren. Het soort dat bij onbedoelde botsing niet meteen sorry zegt of scheldt, maar gewoon “oeps” zegt. Want als beiden partijen geen blaam treft, hoeft geen van beiden sorry te zeggen of te schelden.

Ja! Dat is het! Ik begin vanaf vandaag mijn eigen soort: de oeps-soort. Generatie Oeps. Zonder ruzie te maken met alles en iedereen, maar ook zonder constant te verontschuldigen voor dingen die onze schuld niet zijn.

Een laatste sorry wil ik wel nog zeggen: tegen mezelf, voor de ontelbare keren dat ik sorry zei tegen al die mensen die gewoon asociaal en gemeen tegen me waren.

Mensen die me omver maaiden, onnodig bits deden of me gebruikten voor hun eigen plezier, om zich beter over zichzelf te voelen. Ze verdienden mijn sorry helemaal niet. Sorry, ik!

En nu moet ik verder, mijn eigen soort, generatie Oeps, oprichten. Als je er bij wilt: ik zal aanmeldformulieren maken. Wordt vervolgd!

Killer Clown Mama? 🤡

Bliep!

Een appje. “Help!” zegt het beeldscherm van mijn telefoon. Het is de vriendin die me onlangs de foto van haar ontplofte woonkamer appte.

Mijn kind kwam naar me toe en zei, heel trots, mama ik heb je getekend!” En kijk wat ze getekend had!

Bliep! Een afbeelding komt binnen. Ik open de afbeelding en sproei van het lachen mijn thee over het aanrecht.

Als ik klaar ben met lachen, stuur ik een berichtje terug.

Spre-kend! Hahaha!”

Bliep!

Ik sta geportretteerd als een psycho clown met statisch haar!

Plotseling herinner ik me het eerste mama-portret dat ik van mijn Kind ontving. Volop glimlachend nam ik nietsvermoedend een tekening in ontvangst, waarop ik zei “wat een mooie lichtgevende aardappel heb je getekend, schat!“.

Waarop Kind zei “Nee, niet aardappel, máma!

Mijn kind had me getekend als een neon kleurige, vormeloze aardappel.

Geen nood!” bliepte ik terug. “De portretten gaan steeds meer vorm en gelijkenis krijgen, hou vol.

Maar lijk ik dus niet echt op een statische killer clown?

Nee!” bliepte ik terug, gevolgd door een aantal voorbeeld portretten die ik sinds de neonkleurige aardappel had gekregen.

Zie! Er is hoop! Ik ging van neonkleurige aardappel naar half-giraf half-mens!” bliepte ik bemoedigend verder.

Oké, dan verlies ik nog even geen moed.

Altijd fijn, om je medemoeders gerust te stellen. Ik ben ook wel heel benieuwd naar jullie portretten!

Wat je beter niet kunt zeggen tegen single mensen 🤣

Van sommige opmerkingen wil je als single persoon echt spontaan gaan bungeejumpen, maar dan zonder bungee, ook al zijn ze nog zo lief en goed bedoeld. Wil je weten welke dingen? Lees hieronder de dooddoeners en de mogelijke antwoorden, en bespaar jezelf en je single vrienden ongemakkelijke momenten!

Er zijn nog zoveel visjes in de zee!

Dat weet ik, maar ik val niet zo op tonijn. Of zalm. Bovendien ga je er vanzelfsprekend vanuit dat ik alleen zijn niet ook prima vind. Heb ik dat gezegd?

Volgend jaar wordt vast jouw jaar!

Dit jaar was ook best wel mijn jaar hoor. Ik heb van alles bereikt en beleefd. Of, wacht, tellen de jaren die je als single leeft niet mee? WAAROM heeft niemand me dit gezegd? Wacht, dan pas ik snel even ten gunste mijn leeftijd aan, dan haal ik nog iets positiefs aan je opmerking!

Je komt jouw wederhelft vast snel tegen hoor. Op ieder potje past een dekseltje!

Natuurlijk. Hoe goed past jouw dekseltje eigenlijk? (Wacht op de meestal ongemakkelijke stilte!)

Ben je nog stééds alleen?

Ben jij nog steeds bemoeizuchtig en kortzichtig?

Niet alle singles zijn hulpeloos, wanhopig en zielig. Sommigen genieten er zelfs best wel van om alleen te zijn. Dus voordat je een dooddoener het gesprek in torpedeert: Check even of de single het wel erg vindt!

DELEN HELPT VELEN!

80% minder appen en mailen: je lost veel op!

Ga eens na bij jezelf: hoe vaak kom je in een conflict terecht door geschreven gespreksvormen zoals Whatsapp en e-mail, en hoe vaak gebeurt dat via een live gesprek (tijdens een telefoongesprek of persoonlijke ontmoeting)?

Hoe handig de moderne technologieën ook zijn en hoe efficiënt en kostenbesparend ze ook lijken, e-mails en whatsapp worden helaas ook steeds vaker gebruikt als een middel om je achter te verschuilen.

Ik durf het niet zo goed live te zeggen, dus app ik het maar. Dat is vaak de reden achter dit gedrag. Conflict vermijding is dan vaak onbewust de bedoeling, maar de methode werkt vaak averechts.

Ik heb dat zelf ook geleerd uit eigen ervaring: Als ik iets moeilijk vind om “live” te zeggen, mail of app ik het. Dat is niet goed. Het is menselijk, en ook wel begrijpelijk, maar niet goed. Want als je het niet rechtstreeks zou durven zeggen, waarom dan wel via een tekstbericht?

Bij een tekstbericht dat binnenkomt zie je geen gezicht. Je hoort geen intonatie. Je hoort geen humor. Je kunt niet direct reageren. Een tekstbericht – in welke vorm dan ook – komt vaak hard en onpersoonlijk binnen; harder dan de afzender eigenlijk bedoelt.

Maar ook in positieve zin krijg je veel meer voor elkaar door live contact. Als je op je werk iets wil regelen en je stuurt een e-mail, kan het makkelijk een week duren eer je collega jouw verzoek leest. En dan is er ook nog de vraag of hij er iets mee doet. Zoek je hem op, of bel je, dan heb je direct een menselijker contact. Dan maak je het persoonlijk, hoor je elkaars stem, kun je een leuk ongepast grapje maken over, of vragen hoe het gaat met – ik noem maar wat – zijn vrouw. Doe je dat via mail, nou, dan komt dat heel anders over.

We verschuilen ons met zijn allen letterlijk achter ons scherm. Of dat nu een telefoonscherm is of een pc scherm. Verschuilen is nooit goed. En natuurlijk is het soms noodzakelijk. Maar voor de relatie die je met mensen onderhoudt, is het altijd beter om menselijk contact te verkiezen boven techniek.

Maar het is ook een gewoonte. En we hebben het ook zo druk!

Dat klopt. Maar je kunt je wel aanwennen om jezelf bij contact momenten af te vragen:

– kan ik naar hem of haar toe gaan?

– zo niet, kan ik hem of haar dan bellen?

– als je echt niet anders kunt dan een tekstbericht via telefoon sturen, is een spraakbericht nog altijd een beter alternatief. De ander kan dan misschien niet meteen reageren, maar hoort wel je stem.

Deze vragen probeer ik mezelf te stellen de laatste tijd, en de resultaten hiervan zijn ongelofelijk. Ik heb betere contacten, zowel zakelijk als privé. Ik krijg meer dingen geregeld en door het menselijk contact heb ik meer plezier. Ik zet me over mijn angst voor conflicten heen en verschuil me niet meer achter mijn scherm. Maar daardoor word ik voor anderen ook letterlijk zichtbaar; mijn persoon, mijn kwaliteiten en mijn humor. Dat helpt vervolgens als je weer eens iets moet afhandelen samen.

Een heleboel misverstanden ontstaan simpelweg door geschreven tekst. Dingen die je schrijft kunnen verkeerd worden geïnterpreteerd. Dat kan ook gebeuren in een live gesprek, maar dan kun je dat zien gebeuren bij de ander en ingrijpen, uitleg geven of context.

Helemaal zonder de techniek leven is waarschijnlijk onmogelijk. Maar dat de techniek bestaat, wil niet zeggen dat we deze altijd moeten gebruiken. Dat is als een brief schrijven aan je buurvrouw: het kan, maar het is beter, sneller en handiger om er gewoon naar toe te lopen.

Ik ben hier zo van overtuigd dat ik het jullie liefst allemaal persoonlijk zou vertellen!

Maar aangezien dat niet kan, hieronder een filmpje dat het heel treffend weergeeft:

https://youtu.be/XZtD4p5p7ec

Ontplofte kinderkamer 

Mijn telefoon roept dat ik een whatsapp heb. Ik open het scherm.

“Zeg!!”

Het is vriendin Kim die aan de andere kant van het land woont. 

“Zeg het eens?”

“Had je me niet even kunnen waarschuwen?”

Ik vraag me snel af waarvoor: dat het woensdag is? Dat de wintertijd in is gegaan? Dat Trump niet aan de macht had moeten komen?

“Eh, waarvoor?” antwoord ik voorzichtig. 

“Nou, jouw kind is vier jaar ouder dan mijn kind. En ik wist dus niet dat dit zou gebeuren als kinderen alleen boven spelen!”

Prompt volgde er een foto:


“Aha, je hebt ze alleen boven laten spelen!” stuur ik terug, nadat ik een beetje tot bedaren ben gekomen van het lachen.

“Ja! Ik dacht ik kan wel even buurten met die moeder beneden!”

Oh, die onschuld. 

“En kijk!” 


“En er ligt een halve zandbak in het bed van onder hun schoenen! FML!”

“Oké, listen up.” stuurde ik terug. “Drie basis regels bij speel afspraakjes: 1. Schoenen uit beneden aan de trap, 2. Kwartier voor einde speeltijd samen opruimen en 3. Kostbare spullen vooraf weg zetten.” 

“Oké, Thanks. Maar eh, kun je geen handboek maken ter voorkoming van toekomstige rampen?”

“Dat zou ik kunnen doen, maar dit is toch veel leuker?” 

Ze heeft me daarna niet meer terug geappt. Vast omdat ze bezig is met opruimen. 

De waarheid over moeder zijn 👩‍👧👩‍👦

Het moederschap is natuurlijk een en al glorie, liefde en halleluja momenten. Een onuitputtelijke bron van prachtige liefdevolle en waardevolle momenten waarop je als moeder nog jaren kunt teren. Absoluut. 

Behalve soms. Soms sta je gewoon heel even, ietwat hallucinerend over een film genaamd Thelma and Louise, met een trekkend oog te wachten tot de tijd van de dag komt die de poorten opent naar Netflix: Bedtijd.

Een beetje zoals je tijdens de bevalling tussen de weeën door ligt bij te komen, wetend dat er zometeen weer een pijn scheut komt waar je van gaat jammeren om genade. 

Soms heb je van die dagen dat niks goed loopt, niks goed gaat, alles aanbrandt inclusief jij zelf. Dat je kind een en al verwijt lijkt richting jou, want jij wou niet even een klei kasteel maken, terwijl jij ondertussen je uiterste best deed om allerlei dingen te regelen tussendoor, die ook belangrijk waren. Zoals helpen met huiswerk en voeding. 

De ene “wee” na de andere wordt op je afgevuurd; je probeert alle ballen (verantwoordelijkheden) in de lucht te houden terwijl je het gevoel hebt het allemaal eigenlijk voor niks te doen, want niemand (NIEMAND!)  ziet immers in hoe veel moeite je doet. Gedwee en lichtelijk apathisch ga je maar mee op de golven van de dag, tolereer je de drama en probeer je de moeilijkste momenten weg te puffen. 

Maar net als bij die bevalling komt er ook een einde aan die dag. Bedtijd is gearriveerd. Netflix roept vanuit de woonkamer: kom maar! Ik wil je! Ik verlos je! Ik ben je ontsnapping!

Uitgeput en leeg en moe en met een trekkend oog en hunkerend naar televisie en bank en dekentje, breng je je kind naar bed. We hebben de dag overleefd, denk je. Wat een bevalling. En dan kijkt je kind opeens naar je, met die lieve oogjes, en krijg je een opmerking zoals “jij kan echt goed dingen maken hè mama.” Of “ik vond het leukste vandaag toen we gingen koken samen”. Of “ik vond het zo grappig toen je per ongeluk viel.”.

En dan zie je je kind weer, zoals net na de bevalling. Warm, lief, en nog zo heerlijk zonder flauw benul van volwassen problemen of verantwoordelijkheden. 

Dus knuffel je Het Kind, en dan nog eens, gewoon omdat het kan. En omdat je van Het Kind en De Knuffels van Het Kind meer houdt dan van Netflix. Netflix wacht maar even.

#metoo: het abnormale normaal: ik grijp mannen ook niet bij hun kruis?


“Ik kan toch helemaal geen blog schrijven over de #metoo beweging,” zei ik tegen mijn vriendin. “Ik ben nooit verkracht of aangerand. Alleen wel eens vaker ongewenst betast. Het kroeg werk; je kent het wel, je kont grijpen of je borsten. Of dat ze ongemakkelijk en veel te dichtbij je komen staan.”

“Maar dat is toch eigenlijk ook al te erg voor woorden, dat we het normaal zijn gaan vinden dat we in de kroeg betast worden of bij onze private parts gegrepen worden?” antwoordde ze. En toen werd het heel stil in mijn auto. Verrek. Dat is inderdaad helemaal niet normaal! 

Ik heb nog nooit maar dan ook nooit een kerel ongevraagd bij zijn geslachtsdelen gegrepen. Sterker nog, ik moet er niet aan denken. 

Mijn gedachten gingen verder terug in de tijd. Borsten gegrepen in cafés. Kont geknepen in het langslopen. De jongen die in het café het dames toilet binnen kwam rennen en me zonder aankondiging of toestemming vol op mijn mond kuste en zijn tong in mijn mond stak, omdat hij een weddenschap met zijn vrienden om dat te doen. 

De collega van tig jaar terug die toen ik mijn haar had geverfd, verlekkerd vroeg of dat het enige haar was dat ik geverfd had. De collega die zijn bed taferelen en overwinningen tot in detail opnoemde terwijl ik aan gaf dat niet te willen weten. 

Het is eigenlijk wel erg, wat we normaal zijn gaan vinden. Wat we oogluikend toestaan omdat ons verteld werd dat we ons niet moesten aanstellen. 

Goed voorbeeld voor de jongens en meisjes. Het is oké om een meisje bij haar borsten of kont te grijpen. De grens van het toelaatbare vervaagt. Het verkeerde voorbeeld wordt ongemerkt gegeven. Ik heb me voorgenomen om, wanneer het weer gebeurt, het niet meer af te doen met “ach, dat gebeurt in de kroeg nu eenmaal.” Ik doe het bij anderen ook niet, het heeft met respect en persoonlijke grenzen te maken. En wie me dan een bitch of aansteller vindt als ik van me af bijt, zal me eigenlijk worst wezen. Het vergoelijken en gedogen is juist een van de redenen dat sommige mannen dit denken te kunnen maken. 

De obstakels van de Sterke Vrouw!

Je zou denken dat het in deze moderne tijd oké is om een sterke vrouw te zijn. Dat gezegd hebbende, is dat in de praktijk vaak absoluut niet waar. Glazen plafonds, dates die zich bedreigd voelen door je emotionele of financiële onafhankelijkheid, mensen die niet gewend zijn dat een vrouw ook het woord nee in haar vocabulaire kan hebben, et cetera.

Als je er als vrouw lief en schattig uitziet, maar dat niet bent, raken mensen nog wel eens in de war.
als je nee zegt

Als je voor de zoveelste keer moet uitleggen dat je geen man nodig hebt om te overleven in deze wereld, is dat wel eens vermoeiend.als je niet meer kunt

Als mensen zeggen “lach eens!” of “kijk eens niet zo serieus!” terwijl jij gewoon geconcentreerd bent en je eigen resting bitch face omarmd hebt. als je serieus kijkt

Als mensen je een bitch noemen, alleen maar omdat je net zo assertief bent als een man, terwijl het bij een man als teken van daadkracht wordt gezien. assertief

Als je je eigen innerlijke Bazin geaccepteerd hebt. baas vrouw

Soms is het wel frustrerend, om als sterke onafhankelijke vrouw te leven in een wereld die er van uit gaat dat je dat niet kunt of wilt. being a woman sucks

Zeker als mensen ook je zwarte humor niet begrijpen en niet snappen dat je met je vriendinnen op stap gaat, NIET om schattig uit te zien of om versierd te worden maar gewoon om ongegeneerd lol te maken met je vriendinnen. crazy

Als mannen zeggen “goh, jij bent wel mondig hè, voor een blond vrouwtje?”eyeroll

Als je een SQUAD hebt met gelijkgestemde vriendinnen en je bent er trots op: groep

Dat je PMS hebt en iemand begrijpt het niet:niet je dag

Als je je goed genoeg in je vel voelt om je eigen rolmodel te zijn:rolmodel

Dat mensen er van uit gaan dat jij wel even de koffie maakt of afwast, terwijl niemand dit vraagt aan de mannen in het gezelschap:sarcastisch

Dat je jezelf weer even moet herinneren aan wie je bent:sterke vrouw

Als je er schattig uitziet maar wel vloekt als een bootwerker:vloeken mag ook al niet

Even lachen: Dit is het moederschap in 12 stappen!

Ja, roze wolken. En ja, het is het waard. Maar in de opsomming hieronder zullen toch veel moeders zich herkennen, hoe dol ze ook zijn op hun eigen persoonlijke vermenigvuldiging(en).

1. Wanneer andere moeders je vertellen dat hún kind al lang kan lopen, als die van jou nog roerloos op een teen zit te sabbelen, zonder enige ambitie zich voort te bewegen. 

act like caring

2. Als je net een baby hebt gekregen en er achter komt dat slaap de komende jaren niet bestaat. 

annoying

3. Als je baby al weken krampjes heeft en niet. stopt. met. huilen. 

breakdown moeder

4. Als je wanhopig probeert de coole moeder te zijn en daar in faalt.

coole moeder

5. Als je alle zicht op je eigen gedrag bent kwijtgeraakt doordat je toch ietsiepietsie veel te veel van je eigen hoop en dromen op je kind hebt geprojecteerd: 

crazy pageant mom

6. Als je kinderen al niet meer toe zijn aan dutjes overdag, maar jij er wel nog steeds aan toe bent.

nap time

7. Als je nog niet weet dat je een gênante bemoeizuchtige moeder aan het worden bent:

ongemakkelijkevragen

8. Als je probeert je kind op te voeden, maar dit niet lukt:

proberen op te voeden

9. Als mensen zonder kinderen klagen dat ze moe zijn:

really eyeroll

10. Als je moeder gênant doet of gaat huilen van trots in het openbaar, en je ter plekke beseft dat je zelf ook zo aan het worden bent:

stop met huilen

11. Als je er achter komt dat je met al je goedbedoelde liefde, aandacht en energie een tot het bot verwend duivelskind hebt gecreëerd: 

verwend kind

12. Als je de dag bent doorgekomen met school, sportclubs, gesprekken, huiswerk, zweetgympen, wasmachines, koken en opruimen en iemand vraagt of je een fijne vrije dag had:

breakdown

 

 

 

Alleen wonen: Alleen betekent niet altijd eenzaam!

pexels-photo-154161Alleen wonen. Het klinkt zo treurig, een beetje eenzaam zelfs. Je krijgt misschien spontaan beelden van een zielig hoopje mens dat in de woonkamer ligt te slapen in het schijnsel van de televisie, die op testbeeld staat. Want een mens is toch niet gemaakt om alleen te zijn?

Nou, dat valt nogal reuze mee, heb ik gemerkt. Sterker nog: Alleen wonen is eigenlijk best wel een aanrader! Ik durf zelfs te zeggen: Iedereen zou het minstens een keer in zijn leven geprobeerd moeten hebben.

Alleen wonen heeft namelijk best veel voordelen. Je kunt op televisie kijken wat je wilt, muziek draaien die je mooi vindt, je kunt komen en gaan hoe het je uitkomt, je hoeft niet te overleggen of vriendinnen van je op bezoek kunnen komen en je kookt precies waar je zin in hebt.

In bed is het trouwens ook heerlijk. Je hebt alle ruimte, dus kun je diagonaal en / of ondersteboven in je bed gaan liggen met een zak Dorito’s in de aanslag en een jankfilm op de buis, zonder dat iemand daar ook maar iets van vindt. En als jij het noodzakelijk vindt om voor de driehonderdachtste keer Dirty Dancing of When Harry met Sally te kijken, nou, dan doe je dat toch lekker?

Natuurlijk zijn er ook mindere momenten. Als je ziek bent bijvoorbeeld, is het niet zo leuk. Of als je thuis komt en je hebt iets heel bijzonders meegemaakt, en je moet dat dan vol enthousiasme aan je cavia vertellen, gewoon, omdat er niemand anders is.

pexels-photo-269063Of als het kerstmis is, en je heb jezelf per ongeluk vastgedraaid in de kerstverlichting en je komt er niet meer uit. Of als het überhaupt kerstmis is en je moet in je eentje naar dingen waar mensen dan – met licht gekanteld gezicht – vragen of je nog steeds alleen bent. Maar goed, afgezien van die momenten is alleen wonen echt zo slecht nog niet.

Alleen zijn betekent lang niet altijd dat je ook eenzaam bent; dat is waar mensen zich wel eens in vergissen. Ik woon alleen, maar ik voel me maar zeer zelden eenzaam. Ik heb een dochter, een hond die altijd blij is om me te zien, lieve buren, vriendinnen die komen buurten, familie en vrienden. Eenzaam? Verre van!

Gisteren bedacht ik me: Er zijn misschien zelfs wel talloze mensen die dan wel samen op de bank zitten, maar zich vele malen eenzamer voelen dan ik. 

 

 

Loslaten is ook liefhebben

Een van de moeilijkste onderdelen van het ouderschap is loslaten. Hoe graag je je kind ook ten alle tijden wil beschermen en bewaken, om er een gelukkige volwassene van te maken op den duur moet je je kind vrijheid geven. Zelfs – nee, vooral! – om zelf fouten te maken. Want van zelf gemaakte fouten leer je nu eenmaal het meest.

Ik vind het nogal wat, dat loslaten. Ja hoor, ga maar naar die speeltuin, drie straten verderop. Kijk je wel uit met oversteken? Het liefst zou ik er als een ninja-moeder achteraan sluipen, om het hoekje kijken of ze het goed doet. Maar dat doe ik niet (ahum, oké, dat doe ik niet meer); ik geef haar het vertrouwen. Dat vergt soms heel wat hartkloppingen en innerlijk conflict, maar daar mag zij geen last van hebben.

Uiteindelijk hoop je maar, dat je kind uiteindelijk goed voorbereid is op de gevaren in de wereld, zonder dat je het al te bang hebt gemaakt.
“Ik heb geleerd over Anne Frank,” zei dochter laatst peinzend aan het avondeten. “Anne Frank… dat was een meisje… zij woonde in de oorlog. Maar ik kreeg er een nachtmerrie van en toen heb ik papa gevraagd of wij ook oorlog hebben. Maar papa zei van niet, dus toen kon ik weer slapen. En nu wil ik het er niet meer over hebben want ik ben bang voor oorlog.”

downloadfile-23.jpegDaar is dat moment dan opeens. Je kind heeft het niet meer over K3, maar over de tweede wereldoorlog. Haar begrip van de wereld groeit; daarmee ook het besef dat de wereld niet altijd en niet overal een veilige plek is. En ik wou zo graag dat dat wel zo was.

Kort daarna kwam er overigens een uitgebreide beschrijving van waarom Alvin van de Chipmunks zo leuk is. Opgelucht haalde ik adem. Ze is voorlopig ook nog even kind.

 

Arme Pietertje: Intolerantie voor onopgevoede kinderen (en vooral hun ouders)

Lieve ouders. Het maakt me niet uit. Het maakt me echt niet uit of je kind Tommy Hilfiger kleding draagt, of Gaastra. Het maakt me niet uit of je kind knap is of een cool kapsel heeft. Kinderen zijn immers kinderen, en het maakt geen bal uit of ze de nieuwste mode dragen of een leuke jeans van de Zeeman.


Wat mij wél uitmaakt, is of je je kind opvoedt. Want dat heeft invloed op mijn kind, als het zich luid gillend en stompend een weg baant door de binnenspeeltuin, ondertussen onschuldige voorbijgangertjes neer maaiend. Het maakt me wel uit, als jouw kind de rest van de kinderen terroriseert. Want daar hebben andere kinderen last van. Waaronder de mijne. 

Ik weet het; kinderen testen je geduld als ouder. Kinderen kijken hoe ver ze kunnen gaan. Dat doen kinderen nou eenmaal. En ja, door te spelen leren ze voor zichzelf op komen, et cetera. 

Wat ik kwalijk vind, is als je niet eens op kijkt van je tablet, omdat “ons Pietertje dat niet zou doen”. Of als je de schuld geeft aan Pietertjes koemelk intolerantie. De rest van de kinderen hebben last van Pietertje intolerantie, maar dat lijkt je niet te deren, van achter je krant en je laptop of je tablet of je telefoon. De speeltuin is geen magische plek waar je als ouder heerlijk achterover kunt leuken om te verdwijnen in je eigen wereld; ook daar moet je je kind in de gaten houden. 

Er zijn steeds meer Pietertjes, want er zijn steeds meer ouders die de oogkleppen op hebben als het hun eigen kind betreft. En oh wee als Pietertje brullend de verkeerde neer maait, en een mooi iets genaamd het fenomeen “boontje komt om zijn loontje” tegen komt; dan zijn de ouders vaak opeens in alle staten. Tja, dan had je misschien eens iets meer tijd in Pietertjes gedrag moeten steken, in plaats van in je tablet. Pietertjes voeden zichzelf helaas niet op; dat doen onze kinderen ook niet. Pietertjes hebben geen behoefte aan een joviale beste vriend als ouder:  ze hebben behoefte aan duidelijkheid, consequenties en (liefdevol) ouderlijk gezag. 

Het trieste van alles is; als ouders die oogkleppen ophouden, worden die Pietertjes hele sneue volwassenen. Die telkens terug zullen blijven rennen naar hun ouders als iemand terug mept. Die niet leren sorry zeggen, die niet leren wat empathie is, en al helemaal niet leren dat je mensen met respect moet behandelen. Zielig hoor, die Pietertje. 

Voeten in het zand

Wanneer ben je gelukkig? Is geluk eigenlijk wel te vangen? Zijn er mensen die elke dag gelukkig zijn?
Ik denk dat geluk meer schuilt in momenten. Misschien ben je wel gelukkiger dan je denkt, alleen zie je het soms pas als je achterom kijkt op een moment dat je het niet voelt. Dan denk je, ah, toen was ik gelukkig. 
Het is net als met gezond zijn; vaak merk je pas hoe gezond je was op het moment dat je ziek wordt. Verdomme, denk je dan, waarom stond ik er niet bij stil hoe gezond ik was toen ik nergens last van had? Nou, precies daarom. Je had nergens last van, dus stond je er ook niet bij stil.

Zo gaat het vaak ook met vriendschappen en relaties, vrees ik. De neiging om zaken vanzelfsprekend te gaan vinden is menselijk, maar ook gevaarlijk. Vanzelfsprekend vinden moet niet omslaan in voor lief nemen. Want als je denkt dat je niets meer hoeft te doen voor je vriendschappen of relaties, dan juist loop je het risico ze kwijt te raken.

Een van de plekken waar ik al van kinds af aan altijd direct geluk voel, is het strand. Mijn voeten in het zand, door het water lopen, het geluid van de golven, los rennende honden die zich duidelijk net zo voelen als ik; vrij, kalm en gelukkig. Dus ga ik zodra ik de kans krijg naar de zee. Het maakt me niet uit waar. Ik kan uren naar de zee kijken. Dat kost geen enkele moeite. Mijn hoofd wordt er stil van; mijn hart blij. Terwijl ik daar laatst zat, met mijn voeten in het zand, dacht ik er over na hoe raar wij mensen eigenlijk zijn. Gezondheid wordt pas gewaardeerd bij ziekte, de waarheid wordt pas gewaardeerd bij leugens, mensen worden te vaak pas gewaardeerd als ze weg vallen.

Alles wat recht voor je neus staat lijkt er niet toe te doen, want we lijken altijd wel onderweg naar het volgende doel, de volgende aankoop, het volgende succes. Terwijl dat allemaal zo onbeduidend is. Als je later ooit op je sterfbed ligt en terug kijkt, zie je geen bezittingen, geen spullen. Dan zie je die mensen waar je van houdt. Dan hebben al die voorwaarden, eisen en controle drang totaal geen nut meer, want dat doet er immers niet meer toe.

Ik hoop dat ik tegen die tijd vaak genoeg op het strand heb gezeten, met mijn voeten in het zand.

Pompidom, ladieda, pompi-OEH EEN KITTEN! HIER KITTY!

Je hebt van die mensen, die kunnen over straat lopen en dan denken “Pompidom, oh, daar loopt een kat.”. Die mensen lopen dan ook gewoon door, en die kat ook.

Dat kan ik dus gewoon niet hè.

Ik loop over straat en denk “Pompidom, ladiedaaa, pompi-OEH EEN KITTEN!!! HIER KITTY KITTY KITTY KITTY KITTY KITTY!!! HIER KITTYYYYYYYYYY!!! Zou ze alleen zijn? Zou ze geen adoptiegezin hebben? Zou ze zwerven? Is ze wel een ze? Zal ik haar adopteren? OEH, dan wordt Kitty van mij! Van mij alleen! Geluk! Liefde! Hartjes! Ohw, crap, ze draagt een bandje. En ze ziet er eigenlijk ook veel te goed verzorgd uit voor een zwerfkat. Nou, dan ga ik maar voor korte termijn geluk. Even door de hurken, en kijken of ze komt kroelen. Krrrrrrrroeeeeellll… kom maar Kitty! Kitty! Kitty! Kít-ty! Kom hier! Prrr, prrr, prr!! Ah, kijk, daar is ze toch… ach wat lief! Ik krijg een kopje! Zie je wel, Kitty en ik zijn bestemd voor elkaar! Ahh…. AAAHHHH ik ging naar de bus! En die vertrekt over twee minuten! Maar, maar, maar Kitty dan! Wat moet van haar worden als ik haar verlaat? Ohh… het moet echt… nou, dan loop ik maar. Nou, dag, Kitty. Ik ga. Kijk maar, hier ga ik. Doei Kitty! Oh, je gaat gewoon nonchalant je poot likken. Nou, dan valt het wel weer mee met die wederzijdse lief- ohhh, ze komt me achterna! Kitty, nee! Ik moet de bus halen Kitty! Je kunt niet met me mee… het spijt me Kitty! Ik kom binnenkort weer hier langs lopen en als je er dan verwaarloosd uitziet neem ik je mee! Daggggggggg! Ksssst! Ksssst!”

Overigens heb ik dit soort stuiptrekkingen niet alleen bij katten hoor. Ook bij honden. Oh, en hamsters, maar alleen echte gangster hamsters kom je op straat tegen.

 

 

Vaders die zeggen dat ze “oppassen” op de kinderen

“Vanavond pas ik op de kids, kan moedertje er ook eens uit.”
Als u iets hoort hier na, dan is het mijn lunch die zich een weg terug naar boven baant. In de verte hoor je wellicht nog een triljoen feministen die zich omdraaien in hun graf.

man-person-cute-young

Vaders die zeggen dat ze “oppassen” op hun eigen vlees en bloed; er is zo veel mis mee, dat je er bijna hysterisch van in lachen zou uitbarsten. Je past niet op je eigen kinderen, je hebt ze zelf gemaakt en bent er net zo verantwoordelijk voor als ‘moedertje’.

Sowieso vind ik dat alle vrouwen die zichzelf ‘moedertje’ laten noemen verplicht alleen een week op vakantie zouden moeten gaan inclusief heel veel avonden in een club met tequilla shots. Net zo lang totdat ze zich nooit meer, door wie dan ook, ‘moedertje’ laten noemen zonder dat te beantwoorden met de gepaste nekslag of een welgemikt knietje.

Oppasvaders, oppassen is niet de bedoeling. Als jullie dat werkelijk denken, hadden jullie beter thuis kunnen blijven wonen bij jullie eigen moeders, in plaats van een gezin te stichten.
Echte vaders passen niet op, die voeden op. Daar zit een wezenlijk verschil. Echte vaders begrijpen dat.

Vraag NOOIT aan een vrouw of ze zwanger is!

Nee, het is nooit, ik herhaal NOOIT een goed idee om aan een vrouw te vragen of ze zwanger is. Voor diegenen die zich afvragen waarom: Luister. Als een vrouw inderdaad zwanger is, is er een reden dat ze het jou nog niet heeft verteld. Misschien heeft ze eerder wel al eens een miskraam gehad en is ze bang om het te vertellen, of wil ze gewoon wat langer wachten. Hoe dan ook; je hebt er niets mee te maken en als ze het wil delen, dan doet ze dat vanzelf wel.

Als een vrouw niet zwanger is, dan heb je grote kans dat je haar zojuist enorm beledigd hebt met je ongevraagde bemoeienis. Ja, zo werkt dat bij veel vrouwen. Daarbij zijn er vrouwen die na de bevalling nog een tijdje (in mijn geval, bijna acht jaar, maar daar hoeven we het niet over te hebben, haha) nodig hebben om weer even back in shape te komen. Hoe dan ook: be-moei-je-er-niet-mee!

man-couple-people-woman

Ik heb de beruchte vraag zelf gelukkig nog nooit gekregen, maar ik ken slankere vrouwen in mijn omgeving die ‘m wel kregen, bijvoorbeeld doordat ze een wat holle rug hebben, een paar kilo’s aangekomen waren na de kerst, of omdat ze toevallig een opgeblazen dag hadden. Naast het feit dat je er al buitenstaander niets mee te maken hebt, kun je met deze bemoeizuchtige en ongepaste vraag ook nog eens een heel gênant moment creëren voor jezelf, met een rotgevoel voor de dame in kwestie aan wie je de vraag stelt. Enige manier om dit te voorkomen: Gewoon. Nooit. Vragen! 

Lesbisch: Ik zie er niet zo uit, maar ik ben het wel.

“Maar je ziet er helemaal niet lesbisch uit!”

Als ik een euro kreeg voor elke keer dat ik die zin te horen kreeg, was ik nu rijk.

Ik schrijf niet vaak over mijn geaardheid. Ik ben ook pas heel laat uit de kast gekomen, zoals ze dat zo mooi zeggen. Beter laat dan nooit, zeg ik altijd maar. Want ja: ook in 2017 leven nog heel veel mensen in de kast; misschien wel een van je beste vrienden of familieleden. Waarom ze dat doen is meestal heel persoonlijk. 


Ookal willen we nog zo graag geloven dat Nederland super tolerant is; helaas is dat nog niet zo. Kijk maar naar de verdrietige voorbeelden van mishandelingen in ons eigen land. Hetero’s hoeven zich niet af te vragen of ze hand in hand kunnen lopen zonder toegetakeld te worden met een betonschaar. Homo’s, transgenders en lesbiennes helaas wel. Nog steeds.

Dus ga ik er eens wat vaker over schrijven. Want wie angst laat winnen is nooit helemaal vrij. 

Ik zie er dan misschien niet lesbisch uit, ik ben het wel. Dat is vooral in kroegen wel eens jammer, want ik trek zogezegd het verkeerde publiek aan. Domme opmerkingen ook, zoals “Oh, je bent lesbisch? Maar dat krijg ik er wel uit hoor, whahaha!”. 

Een bijkomstigheid van laat uit de kast komen is trouwens dat je omgeving er ook aan moet wennen. Ik heb daar alle begrip voor. Ik begrijp dat mensen er vragen over hebben, of aan moeten wennen. Zolang het in een open dialoog kan ben ik bereid heel veel vragen te beantwoorden. 

Dus nee, mijn lange lokken en mijn rokjes zijn niet stereotype lesbisch. Maar ik weiger me te schamen voor wie ik ben en waar ik van houd. En dat blijf ik doen, net zolang totdat ieder homoseksueel koppel veilig hand in hand over straat kan lopen. 

Hoe om te gaan met de gevaarlijke dagen die PMS heten

Diep van binnen wordt haar ziel binnen een paar uur tijd aardedonker. Haar zachtaardige karakter zet het op een hollen om plaats te maken voor deze andere kant van haar, die zich eens per maand bruut opdringt.
Het fluiten van de vogels verstomt, de hond laat zichzelf maar even uit; zelfs de melkboer rijdt vrijwillig een blokje extra om. Donkere wolken pakken zich samen boven haar huis, waar de mensen die met haar samen wonen op hun tenen proberen te ontsnappen. U raadt het al, het is  die tijd van de maand.
Ze heeft PMS, en wie slim is, laat haar vooral met rust.

Ah, PMS. Wat is het toch een verschijnsel. Ik blijf me er over verbazen. Zodra de hormonen vrij spel hebben verander ik – en met mij velen – van een vrolijke, doorgaans lieve vrouw in een lijpe versie van mezelf, met een strikt zero tolerance beleid, minder inlevingsvermogen dan een stoeptegel, met instortingen en explosiegevaar.

angry womanWie toch probeert me iets te vragen krijgt geen normaal antwoord, hooguit een sissend zoek het je zélf eens even lekker uit of een WAA-ROM MOET IEDEREEN MIJ ALTIJD ALLES VRAGEN!?.
Als je minder geluk hebt terwijl je per ongeluk de fout maakte een vraag te stellen, zet je dan schrap voor een stroom verwijten, inclusief dingen die je zelfs nog voor de eeuwwisseling fout hebt gedaan. Gewoon, omdat ik me die dan opeens herinner, en ze je opeens ook weer enorm kwalijk neem. Omdat het kan.

Ik hoorde tijdens een training eens dat ik als vrouw mijn innerlijke bitch wat meer zou mogen koesteren. “Dan heeft u mijn innerlijke bitch net gemist, vorige week was ze er nog.” zei ik.

Als ik iemand een tip zou mogen geven, hoe met mij om te gaan tijdens die dagen, dan zou ik als eerste zeggen: Hoe? Nou, gewoon, niet. Maar kun je er nu echt niet omheen, voer me dan chocolade (het mag vanaf gepaste afstand toegeschoven worden, onder de badkamerdeur door mag ook), vermijd oogcontact, geef waar mogelijk voorzichtige aaitjes, vertel me dat ik lief ben. Geef me vooral en boven alles chocolade. Als het kan, laat me dan in foetushouding in de bank opkrullen met Knuffelrock muziek op repeat, zodat ik kan zwelgen. Het zijn de hormonen, heus. Ik kan er niets aan doen.

En daarna, als de hormonen weer gekalmeerd zijn en de lucht is geklaard, is er opeens niets meer aan de hand. De vogels fluiten weer voorzichtig een lied, de hond kwispelt weer, het grootste deel van het servies is nog heel. Het enige waaraan je nog merkt dat de PMS-orkaan zojuist hier gewoed heeft, is een leeg pak melk chocolade vlokken en een geplunderde koekjeskast.

WAARSCHUWING: denk GOED na voordat je een fidget spinner koopt!

fidget-spinner-redOpeens verschenen ze o-ver-al: De fidget spinners. Een klein stukje concentratieverhogend speelgoed (alhoewel ik u kan vertellen dat mijn dochter niet geconcentreerd met haar boek bezig kan zijn terwijl ze één spinner op haar voorhoofd balanceert en de ander op haar schoen), dat opeens in ieder huishouden te vinden is.


“Wat een onzin is dat nu weer.” dacht ik. Totdat de buurtvriendjes van mijn dochter een korte maar effectieve demonstratie gaven, met totaal niet onopvallende hints van mijn dochter er bij.

Nou, vooruit. Eentje kan geen kwaad. Dacht ik. Dus ik kocht nietsvermoedend zo’n ding voor zes euro. Maar lieve ouders: PAS OP. Denk goed na voordat je zo’n ding in huis haalt. Er schuilt namelijk wel degelijk gevaar in die kleine rond draaiende dingen!!
Zoals dat ik al twee avonden niet toe ben gekomen aan de afwas, bijvoorbeeld, omdat ik tijdens het Netflixen totaal afgeleid werd door het fidget spinnen. Vooral het balanceren op mijn duim gaat steeds beter. Op mijn dikke teen lukt helaas nog steeds niet.
Ik geef het eerlijk toe: ik speel met de fidget spinner als Dochter slaapt. En het is ook nog leuk ook. Behalve als je hem per ongeluk volop draaiend tegen je wang houdt, bij wijze van experiment. Dat is minder leuk. 

Het wordt dan wel concentratiebevorderend genoemd, maar ik heb een stapel afwas, een niet gedweilde keuken en een al ruim twee dagen stof vangende vloer die u anders zullen vertellen. 

Snoozers Unite!

Er zijn twee soorten mensen in deze wereld;
1) mensen die snoozen en
2) mensen die de mensen die snoozen dood willen maken 

De definitie van snoozen is: langzaam wakker worden, de wekker met tussenpozen laten afgaan. Ik doe dat dus. En vaak. Als ik mijn wekker zet voor een doordeweekse werkdag, dan gaat dat zo:

06.35 uur – Melissa Etheridge met Come to my Window
06.40 uur – Een ringtone met een of ander hels kabaal
06.45 uur – Melissa Etheridge met Come to my Window
06.50 uur – Best I ever had van Gavin DeGraw
06.55 uur – Nog eens Best I ever had van Gavin DeGraw
07.00 uur – Melissa brult nog één keer
07.05 uur – Gavin DeGraw haalt ook nog eens goed hard uit

En die wekkers, die staan ieder op ‘herhalen’, wat betekent dat iedere afzonderlijke wekker nog eens tien keer om de vijf minuten herhaald wordt. Uiteindelijk is het dus een soort herrie mix van helse ringtones, Gavin en Melissa.

Ik weet dat het raar is. En zonde van mijn slaap, want ik kan natuurlijk ook om zeven uur opstaan en dan heb ik dat hele halve uur gewonnen. Maar zo werkt het dus niet. Mijn hersens hebben even nodig om op gang te komen.
Ik vind het dan ook heerlijk om nog even (om precies te zijn vijfendertig seconden) terug in mijn bed te springen en mezelf als een rolmops op te rollen in de dekens totdat de volgende wekker gaat.

“Ik hou heel veel van je, maar als jouw wekkers gaan dan wil ik je altijd een beetje killen.” zei een goede vriendin van me, nadat ik bij haar was blijven slapen na een avond doorzakken in de stad.
“En dan kijk ik naar je,” zei ze, “..en dan lig je zó vredig te slapen, met dat godvergeten klotekabaal in je oor toeterend, en dan draai je je gewoon nog eens om.”
“Maar! Maar! Vroeger was ik nog erger. Als puber versliep ik me regelmatig. Nu ik het zo zeg, ik werd vroeger altijd pas echt wakker als mijn vader heeeeeeeel hard riep dat het nu echt afgelopen moest zijn met de flauwekul en dat ik NU uit mijn bed moest komen. Omdat ik het de eerste tien keer niet gehoord had toen men me wakker riep. Ja, ik denk dat de gewoonte toen ontstaan is in mijn hersenen: Geen aanhoudend hard kabaal? Geen nood om wakker te worden!” 
“Gelukkig ben je verder wel heel lief.” verzuchtte de vriendin, hoofdschuddend.
Daar had ze gelijk in.
Als ik eenmaal wakker ben althans.

Kettingbrief-liefdûh

Ik bedacht me iets gisteren. Als alle dreigementen in de zogeheten digitale kettingbrieven die ik ooit gekregen heb zouden zijn uitgekomen, omdat ik er geen gehoor aan gaf of niet binnen zeven uur iets naar zevenentwintig vriendinnen terug stuurde, dan had ik inmiddels al dertig keer zeven jaar ongeluk gehad, wisten mijn vriendinnen niet dat ik ze zo ook een goede moeder vind en was er al tweeduizend-driehonderdachtenveertig keer iets WERKELIJK AFSCHUWELIJK VERSCHRIKKELIJKS gebeurd.

Daarnaast zou ik pak-em-beet vijfenveertig jaar slechte seks hebben, twaalf beschermengelen niet op mijn schouder hebben zitten en zou ik definitief naar de hel zijn gegaan wegens het niet typen van AMEN onder de meest afschuwelijke foto’s van gemartelde dieren en zieke kinderen, wat schijnbaar automatisch betekent dat ik geen hart heb. Of ziel.

Oh, en by the way, als ik per ongeluk op een rare status reageer, wil dat niet zeggen dat ik MOET meedoen met een of ander slecht bedacht spel, verzonnen door iemand die duidelijk tijd te veel had en moe werd van met zijn eigen tenen spelen.

Maar goed, misschien vergis ik me en zit ik er morgen vanuit de brandende hel om te balen. Dat kan natuurlijk ook.
Ik waag het er op.

Hufterboete

Ik word er zo moe van soms. Al die verwachtingen die we maar van onszelf hebben. Of je nu moeder bent, of vader, of niet moeder, of niet vader, of jong volwassene, of oud volwassene; zodra je boven de achttien bent moet je opeens van alles. En waarom? Je wordt geboren, er overkomen je allerlei dingen en dan ga je de pijp uit. Dus wat maakt het eigenlijk allemaal uit, toch?

Soms zou ik zo graag eens ontsnappen van al die verplichtingen. Zou ik eens mijn GFT-bak op woensdag aan straat willen zetten, gewoon, uit protest. Of zou ik stiekem eens wat papier in mijn plastic recycle zak willen doen, om rebels te zijn. Oké, misschien is het overdreven om je rekeningen niet te gaan betalen omdat je daarmee veel geld bespaart. Maar soms wil ik stiekem eens wel vertrouwen op de recentelijk ingenomen shots tequila, bij de afweging of ik wel of niet de dansvloer op moet gaan – met mijn bassie en adriaan moves. En soms wil ik in mijn brave burger stationwagon met woezel en pip zonnescherm snoeihard Eminem rapnummers mee luisteren én ‘rappen’… (of zoals mijn dochter zegt: “Mama stop eens met zo snel praten, ja. Ik hoor het liedje niet.”).

Laatst viel er opeens een boete oo mijn deurmat, voor het eerst in mijn achttienjarige carrière als weggebruiker. Ik was diep verontwaardigd dat ik een boete van €140,- kreeg voor ‘niet zo veel mogelijk rechts rijden op de snelweg’. Wel, verdomme nog aan toe, ik krijg in achttien jaar tijd nooit een boete, en dan nu een voor zoiets debiels als onnodig links rijden? Ik vroeg eens rond, want ik vond het natuurlijk ook een kul reden voor een boete. 

Toen werd me verteld dat ik een heuse Hufter boete had gekregen. Een Hufter Boete? Schijnbaar is onnodig lang links rijden op de snelweg een Hufter Actie en één van de grootste ergernissen van medeweggebruikers.
“Maar iedereen rechts reed zo langzaam de hele tijd!” riep ik verontwaardigd.
“Echt? De hele weg van Amsterdam naar huis?”
Ik wilde antwoord geven, maar hield mijn mond toen ik besefte dat ik gewoon een Heuse Hufter Boete had gekregen.

Goh, zei mijn brein tegen me, ik wist niet dat je het nog in je had. Het was dan wel volkomen onbewust huftergedrag, want ik had geen idee dat ik fout zat, maar toch.
Eigenlijk voelde ik me zelfs een beetje trots. Eindelijk! Ik, een braaf belasting betalend, rekeningen voor de termijn betalend, hard werkende braaf moedertje had een ware Hufter Boete gekregen. Wat betekent dat ik rijd als een Hufter, wat betekent dat ik toch best nog op het randje leef. Dat was eigenlijk alles wat ik even nodig had om te weten.

Uiteraard heb ik de Hufter Boete wel meteen betaald, want de termijn verstreek al over drie weken; ik ga natuurlijk niet over het randje.

 

Als je zevenjarige dochter opeens met Snapchat in de weer gaat.. 🍋🍋🍋

Vaak heeft mijn dochter hele goede ideeën, voor een zevenjarige. Alleen soms, soms wou ik dat ik niet altijd zo snel ja zei op haar lightbulb momenten. 

“Mama, kom, we gaan snapchatten. Dan kom jij in beeld en druk ik op foto!” Het klonk zo onschuldig.

Totdat ik in de camera lachte en mijn hoofd zag veranderen in een gigantische, lachende citroen. 


Ik moest er om lachen, dat wel. Snel drukte ze op de camera knop. En opeens was er dan een lachende citroen moeder met een “mijn plannetje is gelukt”-lachende zevenjarige op de achtergrond. 

Ach, ik ben dan ook weer niet zo zuur dat ik dat niet kan waarderen. 

Hand in hand

Ik las over de twee mannen die aangevallen werden met een betonschaar, omdat ze hand in hand over straat liepen. 

Alexander Pechthold liep vandaag hand in hand met zijn collega naar de formatiebesprekingen om een statement te maken. Vele bekende anderen volgden. 

Meteen zijn er natuurlijk ook weer azijnpissers die vinden dat dat maar een hype is, dat het een publiciteitsstunt is. Maar zij doen tenminste wel iets, laten zich zien, ze maken hun standpunt bekend. Dat is altijd nog beter dan niets doen en achterover leunend zitten zeiken, vind ik dan. 

Wie denkt dat homohaat anno 2017 niet meer bestaat zit er flink naast, en dat is helaas met dit incident weer bewezen. 

Ik ben lesbisch, en ik wil – als ik een relatie krijg – met mijn vriendin over straat kunnen lopen. Hand in hand. Niet angstig, niet om ons heen kijkend wie het zou kunnen zien. Zonder angst voor malloten met een betonschaar, rot opmerkingen of agressie. 

Dus ik zeg: laat zo veel mogelijk mannen met mannen hand in hand lopen, en zo veel mogelijk vrouwen met vrouwen. If you can’t beat them, confuse them. 

Zorg dat het normaal wordt, zorg dat er zo veel mensen hand in hand lopen dat er geen beginnen meer aan is voor de haters, ongeacht hun afkomst, want er zijn absoluut ook nog genoeg homofobe blanken in Nederland.

Crap! Het is rokjesweer! – over melkfleswitte benen, stoppels en putjes.

Afgelopen week zag ik hem weer langskomen; de mededeling op social media dat het weer Rokjesdag was. Well, crap. Rokjesdag.
Moet dat nou echt weer?

Ik bedoel, allemaal heel leuk en aardig hoor, voor de dames die atletische stelten hebben tot onder hun oksels met een natuurlijk pigment. Als ik zo’n gazelle was, zou ik me ook vlug naar huis haasten om mezelf direct een über kek rokje aan te passen.

Maar helaas is slechts een klein percentage van de vrouwen gezegend met deze genetische voorsprong en moet – met mij – een heleboel dames het doen met melkfles-witte, ’s ochtends-geschoren-‘s-middags-al-weer-een-stoppelbaard-begroeide benen.

En als je dan ook nog eens maar 1 meter 67 bent zoals ik, en je hebt best korte benen, dan leid je niet alleen een zeer aards bestaan, maar dan zie je er al helemaal niet charmant uit in een rokje. Tel daarbij op dat ik een kantoorbaan heb, waardoor mijn melkfles witte, korte, stevige benen dan ook nog eens last hebben van putjes. Wat wel weer mooi afsteekt tegen de stoppels trouwens.

Ze zeggen wel een dat leggings echt niet kunnen. Nou, da’s waar, als je een witte legging draagt en daarover niks. Maar als je benen hebt zoals ik, dan zijn leggings wel degelijk je redding, als je in de zomer ook eens een keer iets anders dan een broek wilt dragen. Hip of niet, kan me eigenlijk niet schelen.

Ik krijg dus in de zomer altijd hele plaatselijke, bruine kuiten en scheenbenen. Wie daarboven wil kijken, moet zijn zonnebril opzetten, want mijn niet gebruinde RAL9010 kleurtje weerkaatst best veel daglicht.

Trouwens, wie iets naars over mijn legging zegt, verblind ik gewoon met mijn natuurlijke RAL-kleur benen. Kan ik toch nog lekker “shinen” op het terras. Opgelost! 

 

alcohol-bar-drinks-party

Nationale Vriendinnendag  

Vandaag is het nationale vriendinnendag. Ik kan nu natuurlijk een heel gezellige blog schrijven over alle keuvel dingen die vriendinnen samen doen, maar dat is niet genoeg. 

Vriendinnen zijn van levensbelang. Of je er nu een hebt of tien, maakt niet uit. Als de vriendschap maar echt is. 

Dat mijn vriendinnen echt zijn, wist ik altijd al. Maar hoe ontzettend onmisbaar ze voor me zijn hebben ze afgelopen jaar ongevraagd bewezen, door met zijn allen voor me klaar te staan tijdens een moeilijke periode. Toen ik verhuisde stonden ze stuk voor stuk ongevraagd klaar om mee te klussen, verhuizen, meubels in elkaar te zetten, te poetsen en tussendoor mijn tranen op te vangen met knuffels en humor. Want lachen, dat kunnen we net zo goed samen als huilen. 

Je vriendinnnen zijn niet zomaar vriendinnen, althans, niet als je vriendinnen hebt zoals ik. Ze zijn je zelf gekozen familieleden, ieder met hun eigen wereld. En die wereld bespreken we met elkaar, we lachen en huilen met elkaar, we vertellen elkaar de dingen die we niet willen, maar wel moeten horen.

Dus geen keuvel blog, maar een welgemeende blog, voor mijn ontzettend lieve en dierbare vriendinnen – jullie zijn badass, te gek, onvervangbaar en we kunnen niet zonder jullie. 

Waarom je je moeder moet bellen, vandaag nog – als het kan

Je moeder: Als klein kind koesterde je haar, bij tijd en wijlen haalde je het bloed onder haar nagels uit, je zette je misschien enorm tegen haar af toen je puberde. 

Ondanks dat er helaas ook moeders zijn die niet het goede voorbeeld geven of niet zijn zoals een kind verdient, zijn er gelukkig ook ontzettend veel moeders die alles op alles zetten voor het geluk van hun kind.

Ze lag naast je als je ziek was. Ze hield je vast als je verdriet had. Ze troostte, bood advies, gaf je een duwtje in de rug als je aangemoedigd moest worden. Ze maakte eten voor je, dag in dag uit. Ze zorgde voor je als ze zelf ziek was. 

Ze maakte zich waarschijnlijk meer zorgen over jou dan je ooit zult weten. Misschien nu nog steeds. Zelfs nu je volwassen bent en je eigen leven leidt. 



Als je het geluk hebt dat je je moeder nog hebt, bel haar dan. Ga bij haar op visite.
Laat haar weten hoe blij je met haar bent. Zet haar in het zonnetje. Omdat het kan. 

Want ooit komt de dag dat ze er niet meer is. Dat je haar wil bellen, maar dat niet meer kan. Dat je haar advies wil vragen, maar ze je dit niet meer kan geven. 

Aan het typen…

downloadfile-34.jpegAan het typen…
Aan het typen…
Aan het typen…

Al zeker drie minuten zag ik dat ze aan het typen was, maar er kwam nog steeds niks. Ik verwachtte inmiddels minstens een heel lang en smeuïg verhaal. Wat ik kreeg, na ruim vier minuten wachten?
“Ik ben de was aan het doen.”
Oh. Thanks, moeder. Ik dacht ondertussen dat er iets spectaculairs onderweg was, dus dat viel ietwat tegen.

Mijn oma (zaliger) had eens een computer cursus gedaan, samen met opa (zaliger). Opeens kreeg ik regelmatig een email van oma. Oma had echter haar scherm instellingen op slechtzienden staan, waardoor ze typte in Arial 400. Best lastig lezen zo, een letter per A4 pagina.Toch las ik haar e-mails heel graag.

Opa belde na die cursus wel eens, over computer problemen. Of ik wist hoe Powerpaint werkte. PowerPoint? Vroeg ik. Nee, Powerpaint. Maar opa, het is of PowerPoint, of Paint…Er bestaat helemaal geen Power… oké. Goed.
Ga naar de rechter bovenhoek en zoek het kruisje.
Te lief.

Enfin.
Er is natuurlijk in korte tijd ook veel veranderd.

Soms moeten we ook accepteren dat er nu eenmaal mensen zijn die niet zo mee gaan met de nieuwste en snelste technieken, want ooit zijn we zelf ouder en houden we het ook allemaal niet meer bij. In het vervolg ga ik gewoon even de was vouwen als ik “Aan het typen…” zie. Doe ik ook iets nuttigs met mijn tijd.

 

 

Zwaar leeefuh – Must watch liedje voor pessimisten, notoire klagers en beroepsazijnzeikers! (en mensen die dat niet zijn)

 

Ken je dat lied, van Brigitte Kaandorp, ik heb een heel zwaar leven? Ik ben er zo dol op.

Op sommige dagen, waar op alles lijkt tegen te zitten, zet ik dit lied op.

Het is zo overdreven en hilarisch, hoe ze zwelgt in zelfmedelijden (“…en dan lig ik in mijn grafffff…. en dan denk ik, gelukkig is het af…”), hoe ze er bij kijkt (lodderig), hoe lang ze de woorden rekt, dat je vanzelf zo hard moet lachen dat je dag alweer mee lijkt te vallen.

Dochter kent het lied inmiddels ook. Als ze bijvoorbeeld boos op me is om de zeer logische reden dat het beláchelijk is dat ze geen snoep van me krijgt om negen uur ’s ochtends, dan verzucht ik “Ik heb een héél zwáár leeefuuuuuhh, nee maar echt waar… moeilukmoeilukmoeilukmoeiluuuuuuuuuk..”.

Ja, ik ben zo’n irritante moeder.

Maar ik mag dat, want ik heb ook een zwaar leefuh.

De Ongeschreven Regels Rondom Carnaval Voor Niet-Limburgers

Als je niet uit Limburg komt, maar je durft je wel te wagen aan carnaval, is het goed om een aantal dingen te weten

1. Zonder zachte G tel je niet mee
Niet-Limburgers die toch mee willen komen vieren zijn natuurlijk welkom, mits men zich aanpast aan de gebruikelijke gedragscode tijdens deze rood geel en groene dagen. Dat betekent, allereerst, zo veel mogelijk met een zachte G spreken. Lallend mag. Dubbele tong ook. Zolang die G maar zacht is. En als je dat dan echt niet lukt, dan vergeven we je dat nog wel, zolang je maar geen flauwe grapjes gaat maken over onze zachte G. We weten namelijk al jaren dat ie zacht is. Zijn we trots op.

2. De mogelijkheden en risico’s van ademen in het café
In het café is het stampvol, wat betekent dat je op de weg naar het toilet waarschijnlijk een aantal minuten niet kunt ademhalen. Dit moet je op de koop toe nemen. Het hoort er bij. Als je dan toch op een schaars moment net genoeg lichaamsruimte krijgt om te ademen, is de geur die je neus dan binnendringt vaak niet de meest frisse. Met carnaval stinkt alles een beetje. Deal with it.

3. Roetewisser!

Oktoberfest_artiesten_30sept_fabrizio
bron foto: Oktoberfest Roermond

Voordat je naar Limburg komt, bekijk dan hieronder op zijn minst Roetewisser! (ruitenwisser) van Fabrizio een aantal keer. Dit dansje moet je minimaal een beetje soepel kunnen uitvoeren, anders sta je tussen de zwiepende Roetewisser!-armen, niet wetend waarom half Limburg tegelijkertijd een rolberoerte heeft gekregen, inclusief bijpassend dansje. Mocht je te lui zijn om te zoeken, dit is de link: Fabrizio – Roetewisser. Verder hoor je te weten hoe “Iech bin zoe verleef” van Beppie Kraft gaat en is het ook handig als je Sjiek is miech dat (chique is me dat) kunt meezingen. Scoor je punten mee.

4. Polonaise
Loop je nietsvermoedend richting de bar voor een pilsje, pakt opeens iemand je bij de schouders. En diegene blijft ook nog achter je lopen! Hij laat niet los! Voordat je diegene een linkse hoek verkoopt, bedenk tijdig dat dit gaat om een onschuldige maar vooral ook zinloze kant van carnaval: polonaisevorming.
Wie het ooit bedacht heeft weet ik zelf ook niet, waarom al helemaal niet, maar de beste manier om er mee om te gaan is om een paar meter mee te lopen (als je er niet onderuit kunt) en dan er uit te stappen alsof je een bekende ziet die je dringend moet spreken. Het spijt me als je dit overkomt, het overkomt de besten.

5. We kennen je morgen (waarschijnlijk) niet meer
Door het jaar heen zijn Limburgers over het algemeen best bescheiden en op zichzelf. Dat doen wij Limburgers nu eenmaal. Maar met carnaval gaan alle remmen los, want alcohol. Dus kunnen we enorm joviaal, hartelijk en soms zelfs een beetje klef reageren. Maar vergis je niet; morgen weten we waarschijnlijk niet meer wie je bent. Dat is niet erg. Dat hoort bij carnaval. Het is niet persoonlijk.

6. Wisselende pekskes (pakjes)
Als je op carnavalszondag een leuke persoon hebt ontmoet, en je hoopt die zelfde persoon de dag er na weer te treffen, verheug je dan niet te zeer. Want sowieso, zie punt 5 (we kennen je morgen waarschijnlijk niet meer) en daarbij: Wij Limburgers hebben meestal meerdere outfits in onze carnavalskast hangen, wat betekent dat je ons vandaag ziet rondlopen als half gepelde banaan, en morgen als bloederige verpleegster. Je weet het niet. En dat is juist het leuke.

7. Jeukende pruiken en oververhitting

Afbeeldingsresultaat voor carnaval maastricht
Bron foto: 1limburg

Als je niet veel ervaring hebt met verkleden, houd dan rekening met een aantal basis regels.
Pruiken zien er leuk uit in de winkel, maar kunnen gaan jeuken als een bezetene als je in een warm café staat te hossen. Bedenk dus altijd een plan B!
Verkleed gaan als mama beer is natuurlijk geweldig als je buiten naar een optocht staat te kijken, maar als je een café in moet zweet je je al snel te pleuris. Het geheim: Draag laagjes en pas je outfit aan op je omgeving.

8. Nooit, maar dan ook nooit!!!!! een dure jas mee
Neem overigens nooit, maar dan ook nooit een dure jas mee met carnaval; tenzij je er toch al op uitgekeken was en hem graag wil doneren aan een toevallige voorbijganger, die van dronkenschap er van overtuigd raakt dat jouw dure bruine leren jas genoeg lijkt op zijn vaalgroene jack uit 1979 en hem meeneemt.

Dat gezegd hebbende, vinden wij het natuurlijk hartstikke gezellig dat zo veel niet-Limburgers van heinde en verre komen om mee te genieten van onze jaarlijkse traditie. Welkom en alaaf!

 

Het leed dat Binnenspeeltuin heet

Vroeger bestonden ze volgens mij niet eens: binnenspeeltuinen. Je had alleen buiten speeltuinen en als het koud was, was er geen binnenspeeltuin; dan had je gewoon een dikke jas aan en een muts op. En als het regende? Nou, dan ging je toch buiten spelen, maar werd je nat.

Ik was gek op de speeltuin naast ons huis. Ik won wedstrijdjes wie het langs op de kop kon blijven hangen aan een stang. Toen lagen er ook nog geen dikke plastic matten onder die stang, dus ik viel regelmatig akelig hard op mijn hoofd. Ik heb er geloof ik niet veel bijzonders aan overgehouden, behalve dan misschien een iets lager cito-advies aan het eind van de lagere school. Gelukkig heb ik niet zo’n best geheugen meer sinds die tijd, anders zou ik daar vaker verdrietig om zijn.

Enfin. De binnenspeeltuin. Je betaalt vijf zuurverdiende euro vijftig voor een kan aanleng ranja waar voor 99,99 procent kraanwater in zit en 0,01 procent ranja. Je eet een tosti die slapjes in je hand bungelt als je hem oppakt, zoekend naar je kind dat zich ergens ondersteboven in die gigantische bouwwerken bevindt, ballen schietend naar andere kinderen in de ballenbak. Het geluid van tig kinderen die schreeuwen, blèren en huilen vormt zich tot één constante massa-ruis in je communicatie met andere volwassenen. Dus kijk je wat om je heen, kauwend op je taaie tosti.

Het zou me niets verbazen als binnenspeeltuinen ooit nog eens de oerbron blijken te zijn van bijna alle Nederlandse griepepidemieën en tevens de oorsprong van het Noro-virus. Een flesje vloeibare ontsmettingsalcohol zou eigenlijk een vereiste moeten zijn in mijn handtas op zulke gelegenheden. Over flesjes alcohol gesproken: ik wilde eigenlijk nooit meer gaan, naar zo’n binnenspeeltuin. Totdat een bevriende moeder me mee loodste naar de catering corner en met geheimzinnige gebaren mijn aandacht vestigde op de kleine flesjes witte wijn die in de koeling stonden. Eindelijk was daar dan toch een lichtpuntje in deze met snotjes en ongewassen handjes besmeurde weekendkinderopvang!

Maar toch; als het even kan ga ik met mini-me naar een kinderboerderij, een buitenspeeltuin of gewoon het bos in. Frisse lucht voor alles!

 

Bevriend 

Vriendschap is een van de meest bijzondere dingen, vind je ook niet? Ik bedoel, van alle mensen die er rondlopen op deze aardbol, kies je een select aantal wezens om vriendendingen mee te doen. 

Sommige vriendschappen ontstaan al vroeg; zo koos ik mijn oudste vriendin (niet qua leeftijd), op vijfjarige leeftijd, vanwege de kuiltjes in haar wangen en omdat ze katten net zo leuk vond als ik. Dertig jaar later en we zijn nog steeds vriendinnen, ze heeft nog steeds schattige kuiltjes in haar wangen en ze heeft ook weer schattige katten, unlike me. 

Een andere vriendin koos ik op basis van het feit dat ze heel hard lachte, bijzonder veel spullen kwijt kon in de kleinste tasjes, en omdat dat ze nooit door had dat ze VEEL HARDER ging praten als ze haar oordopjes muziek afspeelde in haar hoofd. 

Nog een vriendin koos ik omdat ze zo lekker agressief kon zijn. Ik kan dat niet zo goed, dus ik benijdde dat. Zij zei de dingen hardop die ik van binnen dacht maar nooit zou durven zeggen. Et voilá: besties for life.

Het is vreemd eigenlijk, je kiest een mens en zegt “Jij bent raar, ik vind jou leuk.” en dan ben je vrienden. Toch werkt dat zo. 

Soms sturen mijn vriendinnen me de meest afschuwelijke plaatjes. Gisteren werd ik nog getagd in een vreselijk slechte hit van Ben en Ruurd (zie hieronder). Te vreselijk voor woorden, ik kon het liedje bijna niet af luisteren, zo pijnlijk. Ik lach dan en denk: daarom ben je mijn vriendin. 

Soms sturen we elkaar vreselijke onderkin selfies, of appjes zo van “Ik ben een MONSTER en ik heb PMS en ie-de-reen moet dood!!”. En dat kan, want mijn vriendinnen zijn daarop geselecteerd. 
Vrienden en vriendinnen zijn belangrijk, waardevol en absoluut een medaille, een kampioensbeker en een high five waard. Oh, en een lolly of een stickertje.

Als je deze blog leest omdat je getagd werd door een vriend of vriendin, ga dan er van uit dat er iemand is die van je houdt juist omdat je zo raar en bijzonder bent. Of natuurlijk omdat je kuiltjeswangen of katten had toen je vijf was. Maar ook dat is heel bijzonder! 

Valenpijnsdag


Hè, gadverdamme. Hij komt er weer aan hoor, die commercieel georganiseerde niet-spontane dag der liefdesverklaringen. Ik kreeg wel eens zo’n kaart, je weet wel, zo een zonder afzender. Bijzonder jammer vond ik dat altijd, want tenzij ik het handschrift herkende kon ik niemand bedanken of voortaan hoogst ongemakkelijk ontwijken. 

Tegenwoordig is het een verplicht nummert; de winkels varen er wel bij (goed voor de economie, dat dan weer wel), de horeca ook. Mensen die single zijn zoals ik varen er minder wel bij. Want waar je je normaliter als alleenstaande moeder zelden alleen hoeft te voelen (druk genoeg met kind, werken, vriendinnen en andere leuke dingen), wordt de eenzaamheid je op Valentijnsdag bijkans de strot af geduwd. 

Ik krijg er maar uitslag van, die gedwongen toestanden. Dat kreeg ik ook al toen ik nog niet vrijgezel was, overigens. 

Dus deze Valentijnsdag kruip ik met twee chocolade repen onder mijn oksels onder mij pinguïn deken op de bank, zet ik een absoluut onromantische film op, ga ik er niet om treuren dat er nog geen leuke vrouw naast me slaapt, vier ik de extra ruimte in mijn bed en laat ik het aan anderen over om anonieme post te ontvangen of geraakt te worden door liefdespijlen. 

Ik schiet toch al liever met mijn eigen pijlen.  

Huisregels

Gisteren pakte ik een groot vel papier, waarop ik met dikke zwarte letters de regels van ons huis zette. Aan de keukentafel welteverstaan, met een nieuwsgierige dochter naast me. “Wat is dit?” vroeg ze nieuwsgierig.
“Dit zijn onze huisregels.” zei ik, en ik begon te schrijven.
“Oh, maar daar kan ik je mee helpen! Ik weet al heel veel regels!” zei ze trots. “Dan mag jij ook mee denken, denk maar hardop, ik schrijf.” zei ik.
“Niet rennen op de trap! En de trapleuning vast houden!” riep ze enthousiast.
Instemmend schreef ik haar regels op. Tien minuten later was ze nog steeds regels op aan het noemen, en zat ik enigszins verbouwereerd te luisteren hoe goed ze ze blijkbaar toch kent, die regels, die ze zo vaak toch wel aan haar laars lapt.

“Lief zijn voor elkaar!”
“Niet zomaar de straat op rennen.”
“Niet gillen, schreeuwen of brutaal zijn.”
“Niet in je neus peuteren en zeker niet daarna op de telefoon spelletjes gaan spelen!”
“Na het plassen handen wassen. En na het poepen ook hè!”
“Niet op sokken over de parketvloer rennen, want dan breek je je nek nog.”
“Even vragen of je weg mag en zeggen waar je naar toe gaat voordat je de deur uit gaat.”
“Lief zijn voor de hond en hem niet wakker maken als hij een dutje doet.”

IJverig maakten we een hele lijst, met dringende en iets minder dringende regels. “Hier gaan we ons echt aan houden, hè mama?” zei ze ernstig. Ik knikte. Eigenlijk zijn er overal van die basis regels, waar je eigenlijk niet bij stilstaat, omdat ze zo normaal worden. Of omdat ze stelselmatig niet nageleefd worden.

Lijkt me zo ontzettend frustrerend, als je opeens een nieuwe huisbaas hebt, die alle regels die er al zo lang zijn teniet gaat doen en aan de lopende band absurde nieuwe regels gaat maken, waar ook nog eens miljoenen bewoners niet achter staan. 

Plechtig hing ik de huisregels op, waarvan ik tenminste wel zeker weet dat ze niets absurds eisen, niemand buitensluiten of discrimineren, en dat ik ze zeker niet morgen opeens compleet om ga gooien. Als first lady van mijn huis doe ik dat niet slecht.

Gastblogger Hanneke Post over boyfriend jeans en gatenkaas

Zoals jullie weten laat ik graag ook eens andere schrijvers en schrijfsters hun werk hier delen. Vandaag is weer zo’n dag! Ontmoet Hanneke Post, die in de tandartsstoel mijmert over boyfriend jeans en meer.


Gatenkaas en gebakken lucht

Over de (come)back van de ‘Boyfriend Jeans’

Deze keer even geen zin in the usual ‘wachtkamerroddelbladentraditie’ (Twee keer per jaar smullen om hoe bekendheden er zonder personal make-up artist uitzien, moet kunnen. Toch?!). Ik kies deze keer voor een, très chique, modeblad en word vrijwel direct teruggegooid in de tijd en meegenomen naar een stukje ‘fashion history’, zo blijkt. 2009 om precies te zijn. “Katie Holmes start in broek van manlief Tom Cruise een nieuwe trend,” las ik dus in dat modeblad. Ze werd gevolgd door meerdere, skinny beroemdheden in niet meer skinny jeans. En toen… las ik het daarop volgende, voor mij lichtelijk zorgwekkende of beter gezegd direct voor een minor panic attack zorgende, zinnetje: “Ze zijn terug van (nooit) weggeweest! De Boyfriend Jeans”.

In de herfst van dit jaar zullen ‘s lands fashionista’s, die scoren met hun, liefst gescheurde en reeds gedragen (ehm… iew!), a.k.a. ‘torn en worn’, hippe jeans, ons straatbeeld vullen.

Dit hippe modelletje zou “stylish en comfy” zijn, lees ik verder. Stylish wordt bepaald door beroemdheden, designers, de modewereld. De trendsetters. Het comfy-gedeelte door de trendvolgers, hoop ik voorzichtig. Comfy blijkt synoniem voor ‘wijd’ en ook de scheuren zouden meer bewegingsvrijheid bieden dan de skinny jeans die volgens het blad verdwijnen zal. Ik vraag me ondertussen af of de gaten die het torngedeelte belichamen niet uit simpele noodzaak zijn bedacht om de lucht van het worngedeelte op een of andere manier te compenseren! Lijkt mij, de leek dan, een plausibele verklaring. Om de, blijkbaar universele, mening “we like” kan ik trouwens niet heen.

Maar… Er zit een, blijkbaar uiterst zwaar wegende, andere kant aan de promotie van de gatenkaas (je betaalt er even veel, zo niet meer voor dan een compleet p(l)akje; gevalletje gebakken lucht dus) in dit reclame-, ehm… vakblad. Er bestaat namelijk een kans dat ‘we’ bang zouden kunnen zijn slordig te lijken door de wijde, mannelijke pasvorm (bijzondere woordkeus, vind ik). ‘We’, ik denk dat ze het nog steeds over een algemene ‘we’ hebben en wij vrouwen als soort aangesproken worden. “Daar heb ik persoonlijk mijn, letterlijke, ‘straight-from-bedlook al’ voor,” denk ik, soortgenoot.

“Mevrouw Post,” klinkt het door de wachtkamer, dus ik sla het modeblad dicht; back to reality. Terwijl mijn tandarts, man in ribbroek, mijn tanden checkt op gaatjes, leggen mijn hersenen de link met het ‘torngedeelte’ van de hippe Boyfriend Jeans; in normale mensentaal ook wel ‘gaten in broek’. Mijn hersenen linken nog even door en zo kom ik tot de conclusie dat mijn zoon dus eigenlijk minstens wekelijks soort van een heel hip moment creëert door een, blijkbaar, fashionably verantwoord gat in zijn broek te vallen!

Gebit gecheckt. Wederom geen gaatjes. Hiermee lijkt mijn trend van ver, héél ver, voor 2oo9 ook voortgezet te worden. Ik kijk zonder het door te hebben naar beneden. Mijn spijkerbroek, model skinny (hij zit i.i.g. ‘passend’, laten we het daar maar op houden) met zonder gaten, zet me toch even op het verkeerde been.

Dus, dames… Leg het me alsjeblieft uit, want ik snap er eigenlijk gewoon geen reet van. ‘Boyfriend Jeans’… Als ik mijn achterste al in een mannenmodel geperst krijg, dan zit hij dus strak. Dit maakt het tot een model ‘skinny jeans’. Is dit dan een ‘Boyfriend Wears Skinny Jeans’ of ligt het aan mijn ‘model’ billen dat niet lijkt te matchen met dit model jeans? 

En al die arme ‘billenmannen’? Willen zij een vrouw in een mannenbroek zien? Schiet mij maar lek, of nog beter mijn billen; dan kan ik het een keer proberen! Voor nu, de billen, ehm… ballen! 

©Hanneke Post

Hoe kán het in vredesnaam dat ik EVENTJES naar boven ga voor een nagelvijl en een pincet en drie uur later…

…de hele slaapkamer opnieuw gedecoreerd is, een boel was gevouwen is, het toilet gepoetst is en de bedden verschoond zijn, en ik beneden kom zonder nagelvijl of pincet? 

Echt hè. Ik snap dat niet. Ik ging toch echt alleen naar boven voor die twee simpele dingen. 

Maar ja, dan kom ik boven, begin ik te zoeken naar de pincet-die-gloeiendegloeiende-nooit-op-de-zelfde-plek-ligt, kom ik allerlei troep tegen in een nachtkastje, en dan begint het geëmmer. Plots kijk ik om me heen en zie ik – als in een openbaring! – driehonderdzevenenveertig projecten die gevoelsmatig acute urgentie hebben. 

Pas als ik drie uur later weer beneden kom, bezweet en moe van zeker drie van die driehonderdzevenenveertig projecten, realiseer ik me: wacht even. Ho eens eventjes. Ik ging toch met een andere reden naar boven?

Vertwijfeld bijt ik in gedachten verzonken op een nagel. Een gescheurde nagel. Oh, crap! Dat ging ik doen! De nagelvijl. En de pincet, want ik begin akelig veel op Bert (ja, die van Ernie) te lijken. 

Iedere keer hè. Iedere keer. 

Basisdingen om te voorkomen dat je je kind opvoedt tot professioneel hufter.

Er zijn een aantal dingen die je als ouder kunt doen, om er voor te zorgen dat je kind later geen onnoemelijke rothufter wordt. Het lijkt voor de hand liggend, maar toch.

Dankjewel en alsjeblieft 

Van onschatbare waarde. Als iemand zegt “doe mij eens friet” zal ik niet snel geneigd zijn om te gaan rennen. “Mag ik alsjeblieft …” klinkt een stuk vriendelijker, het kost niets en het opent deuren die anders gesloten blijven. 

Dankjewel zeggen is ook al zoiets, dat sommige kinderen tegenwoordig niet meer lijken te kennen. Blijf er op hameren dat je kind netjes dankjewel zegt; het hoort bij de basis van beleefdheid en ze hebben er de rest van hun leven profijt van, als ze in de grote mensen wereld verder willen later.

Bescheidenheid

Je bent niet meer of beter dan een ander. Dus ook je kind niet. Voorkom prinsessen en prinsen syndromen en zorg ervoor dat je kind bescheiden is en vooral dat het leert niet neer te kijken op anderen, hoe anders het ook denkt dat ze zijn. Niemand is meer waard dan een ander. Nooit.

Zerotolerance beleid voor pesten

Hoe zeer ik ook van mijn kind houd, als ik er achter zou komen dat het andere kinderen zou pesten, dan zwaait er wat. Natuurlijk denk je in eerste instantie altijd, dat doet mijn kind toch niet? Maar als dan blijkt dat je kind dat toch echt wel doet; grijp in. Je kunt hier niet de oogkleppen voor op doen, hoe lief je je kind ook hebt.

Niet wijzen in het openbaar

Het lijkt heel simpel, maar dat is het niet. Kinderen merken snel op als er iets anders is dan anders, en zijn geneigd dan te wijzen of te staren. Leer je kind zo vroeg mogelijk dat het niet netjes is om te wijzen, al is het maar omdat dat heel onprettig is voor de persoon waar naar gewezen wordt (die weet immers misschien niet eens waarom je kind wijst).

Telefoon of tablet 

Als je een telefoon of tablet hebt, wil dat niet zeggen dat dat je vrijpleit van enige sociale interactie. Prima als kinderen zo’n apparaat bij zich hebben als ze ergens heel lang moeten wachten of op een verjaardag met alleen maar ubersaaie volwassenen (boring!), maar zorg er voor dat je kind wel nog echt antwoord geeft wanneer hem of haar iets gevraagd wordt, dat er nog fatsoenlijke begroetingen uit komen en dat er interactie blijft. 

Anders heb je zo’n suf zombie kind, dat later niet kan netwerken voor zijn carrière, of dat heel veel spijt krijgt, van te weinig gesprekken met oma. 

Eigenlijk zijn al deze punten zo voor de hand liggend als maar kan zijn. Toch denk ik, dat het niet verkeerd is om het de wereld in te slingeren. Je weet wel, voor het geval dat. 

Help jij nog iemand die gevallen is?

Vallen. Ouderwets enkeltje stoeptegels. Normaliter gebeurt het mensen vooral in de eerste paar jaren van hun leven, dat stoeptegelhappen. Toch kun je ook op volwassen leeftijd nog wel eens een smak maken. Het gebeurde me gisteren nog; ik liep naar buiten, bleef met mijn voet achter een opstaande stoeptegel steken en maakte een verrassend snelle duikvlucht richting kinderkopjes. 

Inflexibel als ik ben plofte ik plat op de koude grond, waarbij de inhoud van mijn tas nog een meter verder schoof. Het resultaat: een blauwe knie, elleboog en heup. 

Terwijl ik daar lag, dacht ik ook wel even: waarom helpt niemand me even? Ik bedoel, het was niet alsof ik op een afgelegen plek lag; het was midden in de stad. Verderop hoorde ik een man zeggen “Zo, die viel hard zeg!” maar als je dacht dat hij daarna acties meende te moeten verbinden aan zijn scherpe bevindingen, heb je het mis. Niemand kwam. Niemand hielp me opkrabbelen, dus deed ik het maar zelf.

Dit was niet de eerste keer overigens. Ik ben al op diverse druk bezochte plekken gevallen, en dat doe ik echt niet alleen op blue monday om mijn huidkleur aan te passen aan laatstgenoemde dag. Niemand raapt je op. Iedereen staat er bij en kijkt er naar. Is dat iets van tegenwoordig? 

Is het “wat op de grond ligt is vies!”? – maar dan voor volwassenen? Is het laksheid? Denken mensen, ach die hoort niet bij mijn roedel, lamaliggen? 

Ik snap het niet. Als ik iemand zie vallen, ga ik er op af. Kijk ik of ik kan helpen. Tenzij iemand zeer agressief en zwaar onder invloed lijkt, dan zal ik misschien hulp vragen. 

Waarom helpen we elkaar niet meer overeind? Zijn we zo ver van elkaar verwijderd?

Gisteren viel het me op dat mijn dochter zo veel vriendinnetjes en vriendjes heeft op school. Ik besprak met haar dat zij haar zo aardig vinden. “Dat komt omdat ik altijd kinderen help, denk ik.” zei ze bedachtzaam. “Als kindjes ruzie hebben of zich pijn doen, ga ik ze helpen.” 

Ik hoop dat zij later als ze groot is ook nog steeds mensen overeind helpt. Dat ze het niet verleert. Want er zijn er nog maar veel te weinig van over.

Pas op voor Fakebook: alles lijkt perfect…

Op Facebook lijkt alles perfect. Alle koppeltjes zijn na honderd jaar nog steeds smoorverliefd, alle huizen zijn opgeruimd en netjes, alle levens zijn gelukkig. Althans, zo lijkt het als je op je tijdlijn kijkt. 

Dat de waarheid daar vaak best ver van af ligt weten we allemaal wel. Toch? 

Toch vraag ik me wel eens af in hoeverre we niet gehersenspoeld worden door al die zogenaamd gelukkige berichten. Vertwijfeld krab je je zelf dan toch eens op je hoofd; doe ik het verkeerd? Vast wel. Want als iedereen continu zo blij is, wat doe ik dan verkeerd? Is mijn blij stuk? Heb ik een defect geluksdinges? 

Toch werk je er dan zelf ook aan mee, merk ik. Oh, shit, iedereen is weer blij hoor. Dan zal ik maar een blije foto er op zetten, want als ik nu als enige er tussen door ga roepen dat ik me redelijk ruk voel vandaag, dan ben ik natuurlijk de digitale dorpsgek. 

Maar weet je, kan mij het ook schelen eigenlijk. Nee, Facebook and friends, ik ben niet altijd blij. Er zijn zelfs dagen bij dat ik ontzettend onblij ben. Dat mijn haar niet wil en dat mijn lijf kraakt en rammelt, dat ik niks nuttigs doe en dat alles wat ik voor het avondeten kook er uit ziet alsof het al eens eerder gegeten is. There, I said it! 

Zo, en nu eens kijken wie nog meer durft. 

En, hoe is het nu met je goede voornemens? Hè? Hè? Hè? 

Zelden hoor je ergens na 1 januari nog maar zo weinig van als van goede voornemens.

Heb je je nog zo voorgenomen om minstens heel januari – en liefst langer! – biologisch voer kauwend door te brengen in de sportschool, sta je al na de eerste week enorm per ongeluk een bossche bol naar binnen te werken met een glas wijn toe. What the..?

Voor het jaareinde heeft ie-de-reen het er over: gezonder, fitter, rookvrij, minder alcoholisch, minder vet, minder gevit, minder vlees, minder …oh nee meer sporten (of überhaupt, bewégen)… En zo voort.

De sportscholen maken niet voor niks extra reclame voor de jaarwisseling: dat zijn immers weer tig slapende abonnees die van februari tot december hun schuldgevoel maandelijks moeten afkopen zonder een druppel zweet daar achter te laten. Makkelijk cashen hoor! 

Enfin, heb je schuimbekkend en al die zak chips alweer uit de vuilnisbak gevist, je eerste glas wijn toch al gedronken of kwam je er halverwege een frikadel achter dat dat ook (voor een deel..) vlees is; adem in, adem uit. Je bent alleen menselijk. 

Misschien is het sowieso beter om je voornemens op een lijstje te zetten. Heb je de rest van het jaar ook nog dingen te doen of laten. Of, als je op mij lijkt, heb je dan nog een heel jaar de tijd om dat lijstje te zoeken omdat je het bewaard hebt op een special place, wat meestal betekent dat het voor eeuwig verloren is gegaan. 

Enfin, Proost op 2017!

NINJAKINDEREN (je hoort ze nooit aankomen)

Kinderen hè. Die hebben een gáve. Het is de gave van de aanwezigheid. Want, echt hè. Ze zijn er altijd, overal. Waar je ook gaat. Als een soort ninja’s besluipen ze je op de meest onverwachte momenten. Ongehoord.
Als ik bijvoorbeeld mezelf eindelijk eens een lekker koekje wil gunnen, en er is er nog maar één van, dan kan het natuurlijk eens zo zijn dat ik denk; sorry hoor, vandaag is het mama-time, die laatste is dit keer gewoon voor mij.

Even daarvoor had ik nog gecontroleerd; Kind zat nog met half open hangend mondje gehypnotiseerd televisie te kijken, al zeker een half uur. Me veilig wanend sloop ik naar de keukenkast, waar ik behoedzaam en geruisloos de kastdeur opende en als in een mission impossible film de doos koekjes richting aanrecht verplaatste, en BAM: naast me stond Kind, als uit het niets verschenen op ninjasokjes, verontwaardigd naar mijn koekje te kijken. “Voor mij?”

Girl Watching the Cake on White Ceramic Round PlateEen goede moeder zou dan natuurlijk lieflijk glimlachen en zeggen “Natuurlijk, schatje.”. Maar ik, als soms wel oververmoeide, dietijdvandemaandoverlevende alleenstaande moeder, moest daar dan toch echt even over nadenken. Want, natuurlijk, je kind is je alles en zo. Maar, van de andere kant, CHOCOLA.

Vertwijfeld stond ik me af te vragen waar Kind toch dat zesde zintuig vandaan haalt als het om lekkers gaat. Van de andere kant groeide mijn respect voor haar, terwijl ze standvastig deelnam aan de langste staredown van haar leven, hier in de keuken. Het koekje bleef tussen ons in liggen, de wedstrijd van de langste adem was begonnen.

Na een tijdje keek ze op van het koekje, keek mij aan en zei “Weet je wat, ik breek hem, en dan mag jij het grootste stuk. Want precies doormidden lukt me toch bijna nooit. Is dat een oplossing?” Ik knikte, aaide haar over haar hoofd en sprak mezelf van binnen vermanend toe, want ik hoopte in mijn hoofd op een heel groot stuk. Daarna bedacht ik dat ik haar wel probleemoplossend denkvermogen bij breng op deze manier, en voelde ik me iets minder slecht, met mijn 60% koekje.

Laat onze hulpverleners met rust!

Dan denk je, goed. Een nieuw jaar, nieuwe kansen. 2017 wordt vast minder verrot dan 2016, zeg maar. Kan haast niet nog slechter dan 2016, dus: optimisme. 

En dan zie je tussen al die mooie nieuwjaarswensen dit, als je je telefoon bekijkt. 

Dit zijn dus de mensen die ons helpen als we in nood zijn, hè. Politiemensen, brandweerlieden, ambulance personeel. Allemaal mensen die vaak al met genoeg gevaar voor eigen leven hun werk doen. 

Maar dat ze dan ook nog gevaar lopen tijdens hun werk door juist die burgers die ze willen beschermen, ja, daar krijg ik dus een verse nieuwjaarsportie plaatsvervangende schaamte van. 

Waar zijn de ouders van dit soort idioten? Waar is het mis gegaan precies, tijdens hun opvoeding? 

Terwijl ik daar op voort borduur in gedachten, dringt een gedachte zich aan me op: Kunnen we niet een register maken van mensen die hulpverleners mishandelen, zodat zij niet geholpen worden als ze zelf in nood verkeren? Zou dat hun doel zijn? Dat er iemand bij hun moeder aan de deur komt en zegt “Sorry mevrouw, uw zoon had gered kunnen worden, maar het kind dat gestorven is omdat uw zoon de hulpverlener niet verder liet gaan, kon ook niet meer gered worden.” Willen we dat soort karma spellen gaan spelen? Is dit hoe de maatschappij tegenwoordig moet werken? 

Ik schaam me dood, dat dit dieptepunt bereikt wordt. En ik weet niet hoe het met u zit, maar ik houd mijn hart vast voor 2017.

Bron : NOS 

Hohoho.. kerstwens: Help Michelle naar de rendieren! 


​Ontmoet Michelle van Rosseberg: een jonge vrouw die in het verkeerde land geboren is. Al een aantal jaren heeft zij hevige heimwee naar het land waar haar hart ligt: Noorwegen. Nu maakt ze kans op een reis naar het land waar ze het liefst verblijft, maar daarvoor heeft ze onze stemmen hard nodig… 

Wat maakt deze wedstrijd zo belangrijk voor jou?

Deze wedstrijd heeft een hoofdprijs die voor mij een gelukscocktail is van alle dingen in het leven waar ik blij van word. Honden, Noorwegen en winterweer. Het is zo’n mooie kans, die kan ik gewoon niet laten liggen. Ik weet zeker dat ik vijf dagen alleen maar ga huilen als ik win, haha. Ja, dit is gewoon mijn leven. Mijn naam staat hier op. Ik MOET dit gewoon winnen. 

Waarom wil je zo graag naar Noorwegen? 

Noorwegen heeft drie jaar geleden mijn hart gestolen. Het is er zo prachtig mooi! Het is net één groot schilderij waar je in loopt. Alles is er zo groots en wijds en stil en schoon en rustig en prachtig. Ik kan er geen genoeg van krijgen. Daarnaast vind ik de mensen en de cultuur heel prettig. Noren spreken elkaar niet zomaar aan voor chitchat, maar zijn er wel door dik en dun voor elkaar. Ik houd daar wel van. Lekker op jezelf zijn, maar wel weten dat je op mensen terug kan vallen. En verder hebben ze er rendieren en ik ben DOL op rendieren, haha. 

Dat begrijp ik! Wil je uiteindelijk in Noorwegen gaan wonen?

Absoluut. Ik verwacht niet dat het in 2017 nog gaat gebeuren, maar ergens over vijf tot tien jaar wil ik toch echt wel mijn biezen pakken en die kant uit. Het voelt gewoon echt alsof ik daar thuis hoor, dus ik kan dat gevoel moeilijk uit de weg blijven gaan. 

Oke, wij zijn overtuigd. Jij moet die prijs winnen. Waar kunnen we op jou stemmen? 

Op de website van Fjällräven! http://polar.fjallraven.com/contestant/?id=505&backpage=1

Nee, nee, nee!

Jezus ontvangt geen likes in de hemel
Godsamme zeg. Mag ik even? Nee, een ziek kind wordt niet beter van een triljoen keer klikken op die like knop. En nee, als je niet op de like knop klikt, wil dat niet zeggen dat je niets geeft om zieke kinderen. Of dat je geen hart hebt. Het enige wat dat wel wil zeggen, is dat je niet meedoet met schaapachtig gedoe.
jesus deciding likes

OMG! Een zogenaamde jurist heeft ooit eens ergens iets geroepen over privacy op Facebook en nu delen we het massaal!
Die uiterst hardnekkige en bloed irritante hoax , die zegt dat al je gegevens openbaar worden als je niet snel iets deelt… echt, mensen! Zolang internet bestaat, zijn je gegevens al openbaar. Dat weet toch iedereen?
Veilig iets op internet zetten is alleen mogelijk, door er niks op te zetten. 

Ik durf te wedden…Afbeeldingsresultaat voor no privacy posting status
En dan van die dreigende, chanterende k–berichten, die beginnen met: “Ik durf te wedden dat niet veel van mijn vrienden dit echt lezen.”
Nee, liefje, natuurlijk niet.
Want als een bericht begint met ikdurfteweddendatnietveelvanmijnvriendenditlezen hè, dan weet je al dat het om zo’n kettingbericht gaat, met een flinke portie tergende morele chantage er aan vast gekoppeld.
Zoals dat wanneer je dit bericht niet deelt, je in een volgend leven vertrapt zult worden door zeven kamelen of zo.
Ik. Doe. Er. Niet. Aan. Mee.

Why do I keep coming here? 
Toch blijf ik af en toe op mijn tijdlijn kijken. Hopend dat tussen al die gemartelde dieren, arme zieke kinderen zonder privacy, gewelddadige filmpjes en racistische leuzen toch nog ergens wat liefde te vinden is.

Of een leuke foto van iemands hutspot.
Of schattige kattenfilmpjes.
Want laten we eerlijk zijn, daarvoor zitten we uiteindelijk allemaal op Facebook.

 

Waarom het einde van de zomervakantie ook fijn is

Natuurlijk, we zijn allemaal verdrietig dat de zomervakantie weer voorbij is. Heerlijk uitslapen, beetje willekeurig met je tenen spelen, keuzes maken tussen rosé of witte. Of, althans, als je die keuze al nodig vond, én én kan natuurlijk ook, want vakantie.
Toch zijn er ook voordelen aan het einde van de zomervakantie. Want ik weet niet hoe het met jullie is, maar ik vind dat normale, saaie dagelijkse sleurtje ook wel weer iets hebben. Vast ritme, zelfde tijdstippen, de boterhammen smeren voor de dag er na en zo.

Oh, en als je kinderen hebt, dan snap je misschien wel wat ik bedoel als ik zeg dat ik niet rouwig ben om al die terugkerende rust en regelmaat. Want hoe leuk en gezellig het ook is om je kind tot tien uur ’s avonds helemaal hyper door de woonkamer te hebben rennen, en hoe fantastisch het ook is om zes weken lang een leuke dagbesteding te bedenken voor een kind dat zich al verveelt als het twee minuten (“eeeeeuwig!!”) binnen moet wachten wegens regenbui; het is toch ook wel weer aanlokkelijk om na acht uur je eigen tijd weer te hebben voor Netflix&Chill. Of word ik nu gecast voor het vervolg op de film Bad Moms? 

Anyhow.. Het gewone leven gaat ook hier in het zuiden des lands weer beginnen, en ik heb er best zin in. Alhoewel het natuurlijk wel tot de dag voor kerstavond warm moet blijven, dat begrijp je wel.

Halfvolle melk, en toch vol. 


Sinds dochter kan lezen is het hek van de dam. Ze leest de hele dag door alles wat voorhanden is. Leuk, zou je denken. Leerzaam, dat ook. Positieve ontwikkeling ook. Absoluut. Zeer trots. Ook leest ze nu de ondertiteling op televisie mee. Dat is goed voor het leren snel lezen, natuurlijk. Want ondertiteling gaat verrekte snel hoor, als je een groep 3 leerling bent en alleen een paar woorden Dora-Engels kent.
Heel trots is ze dan ook als het haar lukt om hele zinnen kan lezen, of woorden in de ondertiteling die ze eigenlijk van ons niet mag zeggen, zoals godverdomme. “Als ik het zeg weet ik pas wat ik lees hoor!” volgt er verontschuldigend en ondeugend achter aan. 

“Spoel eens even terug, dat ging te snel om te lezen!” Dat gaan we natuurlijk niet te vaak doen.

Maar soms is het wel eens een beetje ingewikkeld. Zo moest ik laatst in het spitsuur in de supermarkt aan haar uitleggen waarom er halfvolle melk op de melkfles stond. 

Want die fles was toch echt helemaal vol, niet half vol. 
Er gaat een wereld voor haar open, en voor mij ook. Maar hoe veel extra tijd dit ook kost, ik kan er als schrijfster en moeder niet omheen dat ik dit toch een hele leuke ontwikkeling vind. Dus zie ik het glas maar halfvol, als ik voor de zevende keer even moet wachten omdat ze de ingrediënten lijst van etenswaren staat te ontcijferen. 

Bijna zomervakantie. (Of moet ik zeggen herfstvakantie?).

Proost! 

Hoe leg ik het je uit?

Toen je nog nietsvermoedend in je wieg lag, wist ik het niet. Nu je al een heus schoolkind bent, weet ik het nog steeds niet. Sterker nog, ik weet het steeds minder. Ik kijk naar je onbevangenheid, je onschuld, en ik voel me haast schuldig. Schuldig voor de wereld waar ik je op gezet heb. Want wat voor wereld is dat nu geworden? Eentje waar oorlog woedt. Waar aanslagen aan de orde van de dag zijn. Een wereld waarin je neer geschoten kunt worden vanwege je geslacht, je huidskleur, je geaardheid, of simpelweg voor je merk schoenen. 

Ik kijk naar je en vraag me steeds weer af hoe ik het je uit moet leggen. Je krijgt steeds meer mee van de wereld om je heen. Dat mensen zinloos doodgaan, dat verdriet en leed bestaan. Het liefst zou ik je opsluiten in een glazen kooi, zodat je veilig blijft. Maar ik weet dat dat egoïstisch is. Ik weet dat ik je niet eeuwig kan beschermen. Het kwaad hoort al zo lang bij het leven. Ik kan je er niet voor behoeden. Wel kan ik je er voor waarschuwen. Maar of dat helpt?

Die onschuldige mensen in die nachtclub, die mooie lieve mensen die bruut werden vermoord vanwege hun geaardheid. Die hadden ook ouders. Ouders die net zo veel hielden van hun kind als ik van jou. Ouders die hun kind veel te vroeg moest  begraven. En waarom?

Toch wil ik je niet te veel waarschuwen. Want als ik je te veel waarschuw, boezem ik je juist die angst in waar zij op hopen. Gaat angst je leven regeren. 

En het leven is juist op zijn mooist, als je vrij bent van angst. Leeft zoals je dat wilt. Naar de bioscoop gaat als je daar zin in hebt. Naar school kunt gaan zonder een detector bij de ingang. Overal naar toe kunt vliegen, omdat de wereld ook zo veel mooie plekken heeft om te ontdekken. Zonder over je schouder te hoeven kijken. 

Nee, compleet vreemde, je hoeft mijn kind niet op te voeden!

Als ik een ding moet noemen dat irritant is aan moeder zijn, dan staat met stip op 1: anderen die denken je kind te moeten opvoeden. Meestal compleet vreemden die niets beters te doen hebben dan zich in de supermarkt te gaan bemoeien met jouw struggle.

Want ja, de struggle is soms real, als je een kind hebt. En soms, als de struggle iets te lang real is geweest, heb je wel eens iets minder geduld over. Zo kun je bijvoorbeeld eens een keer helemaal klaar zijn met het gedrag van je kind, midden in de supermarkt. Als je voor de derde keer je kind moet vermanen omdat het niet luistert, en je bent het echt zat, dan wil zo’n kind wel eens denken: dit is een goed moment om hartverscheurend te gaan huilen.

En nee, complete bemoeizuchtige vreemde (waarom zijn dat trouwens meestal vrouwen?); dat is niet – ik herhaal: niet! – het moment voor jou om je er in te mengen. Ook niet als je mijn kind zielig vindt. En ook niet als je vindt dat ik te streng ben. Oh, en ook niet als je denkt dat ik te soft of toegeeflijk ben.

Want laten we wel wezen: je krijgt vijf seconden van mijn dag mee. En ook maar vijf seconden van het gedrag van een kind. Je weet niet wat er allemaal gebeurd is, gezegd is en geprobeerd is. Je hebt dus geen flauw benul waar je je mee bemoeit. Maar een ding staat vast:  niet met je eigen zaken. Terwijl dat de dag van veel ouders een stuk gemakkelijker zou maken, als ons kind geen ongevraagde bijval van een complete vreemde zou krijgen tijdens zijn of haar tantrum.

Want weet je, complete vreemde; ik heb dit kind op de wereld gezet. Ik doe mijn stinkende best het goed op te voeden. Op mijn manier. Je hebt geen enkel recht om iets over mijn opvoedingsmethode te zeggen. Of je me nu te streng vindt of te soft. Niet jouw kind, niet jouw zaak.

image

Waarom je geluk niet kunt najagen

image

Geluk wordt tegenwoordig nagejaagd alsof het een ding is. Zoals een telefoon of een broek die je kunt kopen. Maar geluk is geen ding. Het is niet iets dat je kunt grijpen om voor altijd bij je te dragen. Het is niet tastbaar, alleen voelbaar.

Geluk komt ook niet alleen voor onder de perfecte omstandigheden. Juist de minder leuke omstandigheden maken de waardering voor mooie dingen groter.

Het najagen van geluk heeft weinig nut. Je blijft immers achter iets aan rennen wat je niet kunt vangen. Je kunt het niet altijd controleren en al helemaal niet afdwingen.

De beste manier om geluk te vinden is om dicht bij jezelf te blijven; wat vind je van nature fijn? Waar gaat je hart sneller van kloppen? Daar kun je meer van doen.

Maar ook de dingen die net buiten je comfort zone liggen, kunnen je een geluksgevoel bezorgen. Juist omdat je iets nieuws doet, iets onbekends. Dat je denkt: wow, doe ik dit?

Jezelf omringen met mensen die je respecteren, van je houden en waar je mee kunt lachen vergroot ook je geluksgevoel (en dat van die mensen!). Iets voor niks weggeven of aanbieden. Vrijwillig iets doen om een ander blij te maken.

Geluk is juist zo mooi, omdat het er niet altijd is.
Geluk is niet te koop. Maar je kunt het soms wel even een poosje lenen. Vergeet je er dan niet ook van te genieten?

Leerkrachten, jullie zijn Bazen!

pens, school, colorful

Ze krijgen tegenwoordig de meest uiteenlopende problemen voorgeschoteld; leraren en leraressen. Waar vroeger de leerkracht meer op een afstand stond, is hij of zij tegenwoordig veel meer betrokken bij kinderen en hun ouders.

Diagnoses, onderzoeken, rugzakjes, speciale behandelingen, dyslexie, concentratieproblemen…. Met de betere manier van onderzoeken en diagnoses stellen worden (gelukkig) steeds meer kinderen op tijd gediagnosticeerd. Maar met deze diagnoses komen ook extra taken. Extra uitleg.

In het kader van passend onderwijs proberen scholen zo goed mogelijk het onderwijs aanbod aan te passen aan de behoeften van het kind. Waardoor leerkrachten veel flexibeler moeten omspringen met de wensen en behoeften van het kind. En dan te midden van een (vaak volle!) klas met 25 kinderen of zelfs meer.

Ik moet zeggen, ik heb er veel respect voor. Leerkrachten krijgen geen tonnen salaris voor hun werk, maar zij doen het vaak wel vol overgave en met oog voor de kinderen.

Ze horen de verhalen aan, troosten bij verdriet, moeten altijd up-to-date blijven qua vakkennis, hebben vaak na schooltijd nog tig uren werk aan vergaderingen en toetsen beoordelen, ze bemiddelen bij conflicten en moeten tussendoor ook nog er voor zorgen dat ze genoeg kennis overbrengen op onze kinderen, zodat ze klaargestoomd worden voor de toekomst. Ga er maar aan staan.

En of het nu de meest dankbare job ter wereld is…? Vaak wordt bij problemen direct met het verwijtende vingertje richting leerkracht gewezen. Ik vind dat niet terecht. Ga jij maar eens een hele werkdag voor een grote groep kinderen staan met allemaal verschillende karakters, en zie dat maar eens de hele dag onder controle te houden.

Natuurlijk gebeuren er dingen buiten hun zicht, simpelweg omdat ook leerkrachten geen ogen op hun rug hebben.

Ik vind dat men wel eens vaker wat waardering voor leerkrachten mag uitspreken. Dus heeft jouw kind zo’n fijne juf of meester / leerkracht? Laat het ze ook eens weten. Ze krijgen al genoeg ellende te horen, een keer een compliment is ook fijn. Ze zijn immers ook sleutelfiguren in het klaarstomen van onze kinderen voor de toekomst.

Inspirerend: Wees de hotdog in een kamer vol prinsessen!

Soms vergeet je wel eens even bijna wat voor Bazen kinderen kunnen zijn. Totdat je een foto zoals deze

De koddige Ainsley ging viraal, nadat zij op prinsessendag kwam opdagen als Hotdog bij de lokale dansschool.

 

tegenkomt: Ainsley, het meisje links op de foto in het Hotdog kostuum, vond het niet nodig zich te verkleden als prinses op prinsessendag bij de lokale dansschool.

Nee, Ainsley vond het veel leuker om verkleed te gaan als hotdog; zij was immers “een prinses aan de binnenkant”.

Wat een geweldig kind. Hoppa, gewoon niks aantrekken van prinsessendag, niks aantrekken van de druk om er als een prinses bij te lopen.

Er bij willen horen? Niet op willen vallen? Niet buiten de box denken?
Daar trekt Ainsley zich niet zo veel van aan.

Het enige wat Ainsley zich wel aantrekt, is een kick-ass hotdog pak.

Ik ben alvast fan.

Giel Beelen: Dikke vrouwen “hebben geen doorzettingsvermogen en zijn onverzorgd”

image
Giel Beelen in de sorry video (bron nu.nl)

Giel Beelen deed een paar niet zo slimme uitspraken in een interview met uitgerekend Vrouw. Zo zei hij bijvoorbeeld dat hij niet zou kunnen vallen op een echt dikke vrouw.

Maar dat is natuurlijk niet het probleem. Iedereen heeft immers zo zijn eigen voorkeur qua type persoon waar hij of zij op valt; niks mis mee als Giel op slanke dames valt.

Wat menig lezer wel in het verkeerde keelgat schoot, was de opmerking die daarop volgde. Namelijk dat dikke vrouwen geen doorzettingsvermogen hebben en zichzelf niet verzorgen.

En daar vliegt Nederlands bekendste radio DJ wel degelijk uit de bocht. Want in een adem zeggen dat dik meteen ook zwak en onverzorgd betekent, dat is natuurlijk een vooroordeel van jewelste.

Want weet je, Giel. Eten kan net zo zeer een verslaving zijn als roken, drinken of drugs gebruiken. Waar je jezelf mee troost, of je gevoelens mee weg drukt maakt in feite niet zo veel uit.
En weet je wat nog erger is, Giel? Een van de dingen waardoor vrouwen nog obsessiever met eten omgaan, zijn die oordelen van mensen. Uitspraken zoals de jouwe. Die het gevoel bevestigen dat je alleen echt meetelt als je slank bent. Dat je alleen voor vol *figuurlijk dan* wordt aangezien als je maatje 36 hebt.

Dat is – zoals je in je PR rectificatie excuus filmpje aangaf – natuurlijk een enorm vooroordeel. Er zijn hele mooie, verzorgde, dikke vrouwen die oersterk zijn.

Vaak moeten dikke vrouwen zelfs nog veel sterker zijn, doordat ze op moeten boksen tegen al die vooroordelen zoals jij ze hebt.
Vaak moeten ze nóg harder hun best doen om aangenomen te worden voor een baan, omdat men – net als jij – die slanke kandidaat direct associeert met sterker en verzorgder. Zelfs als die slanke kandidaat een minder goed CV heeft. Zelfs ondanks dat ze niet weten of die slanke kandidaat zich misschien wel elke avond steevast tien whiskey inschenkt.

Ik stel voor dat Giel als tegenprestatie voor deze uitspraken niet alleen een sorry-datwasnietzoslim-filmpje maakt, maar de daad bij het woord voegt en eens een paar dagen als dik persoon de wereld in stapt. Zelf ervaren hoe dat is.

Eens kijken of hij daarna nog zo makkelijk roept dat dikke mensen zwak zijn. Uitdaging? Ook meteen weer goed voor de luister- en kijkcijfers. Daar doen ze het misschien wel voor.

Nee, ik doe niet mee aan zinloze kettingbrieven. 😒

image

Elke dag kom ik ze tegen. Soms in iets andere bewoordingen.

Maar altijd komt het er op neer dat je min of meer opgedragen krijgt om te reageren op iemands status met één woord, iets over hoe je iemand kent, of waarvan je iemand kent, of wat je leuk vindt aan iemand die je kent.

Nou, ik kan iemand heel leuk vinden, maar hoe leuk ik hem of haar ook vind, ik voel me niet moreel verplicht te reageren. En al helemaal niet om de zelfde tekst te kopiëren en te plakken in een status voor mezelf.

Zelfs niet als het nalaten daarvan me zeven jaar ongeluk oplevert, en ook niet als het wel delen daarvan er voor zal zorgen dat de engelen mijn wensen zullen laten uitkomen, of whatever.

Want laten we eerlijk zijn, het gaat helemaal nergens over.
Het delen brengt je geen geluk, het brengt alleen je mede Facebook gebruikers een moreel dilemma of op zijn minst lichte irritatie.
Het niet delen brengt je evenmin ongeluk, want het is gewoon dikke vette onzin natuurlijk, dat weet iedereen.

Overigens: als ik een foto van een doodziek kindje of een status over ernstige ziektes geen like geef en evenmin deel, betekent dat niet dat het me niet raakt. Het lijkt me alleen dat het effectiever is (en beter voor de privacy van dat kind) dat ik geld doneer aan het KWF. Maar dat kan aan mij liggen natuurlijk.

Om een kort verhaal lang te maken: ik deel die statussen niet, vind ze nog irritanter als ik ze zelfs via WhatsApp toegestuurd krijg. Ik doe er gewoon niet aan mee. En nu kan ik wel zeggen dat iedereen die het met deze tekst eens is deze blog moet delen, maar ja, dat zou dan weer hypocriet zijn. Toch? 😎

Sorry, zon.

Het regent. Het regent al heel lang, heel hard. Ik dacht een paar avonden terug: oh, dat plasje kan ik wel doorheen rijden met mijn auto. Ik dacht verkeerd en veroorzaakte een tsunami.
Het is Nederland, dus wij zijn wel gewend aan een goede portie regen. Kelders die vol lopen, dijken die bijna bezwijken; we staan nergens van te kijken.

Maar na regen komt zonneschijn. Wanneer dat “na regen” precies is, dat weten we nog niet, maar ooit komt ie! En dan stel ik voor dat we onze landelijke klaagcultuur eens voor een keer aan de kant zetten en gaan doen waar de zon voor bedoeld is: aanbidden.

Met zijn allen “sorry hè, zon.” zeggen en niet klagen dat het te warm is. Niet eens denken dat het te warm is. Want ik heb zomaar zo’n vermoeden dat het een soort karma op ons afroept waardoor we de dag erna weer in onze poncho over straat moeten.

Dus tenzij je oud, ziek of een baby bent, waardoor je echt last hebt van de zon : stil zijn, en genieten. Vitamine D opsnuiven. Aanbidden. Slippers aan en in het gras gaan liggen. Doet voor ons humeur ook wonderen.

Hoe weet je of je een goede moeder bent?

Elke moeder vraagt het zich wel eens af; ben ik een goede moeder? Zeker op de dagen waarop je wallen je knieën bereiken, je geduld nog maar minimaal aanwezig is en je het gevoel hebt op je tandvlees te lopen.

Een goede moeder zijn heeft niets te maken met alles kunnen kopen voor je kind. Ook niet met een perfect gepoetst huis. Merkkleding (leuk hoor) zijn ook geen garantie. Een goede moeder zijn heeft ook niks te maken met het perfecte plaatje. Dat perfecte plaatje bestaat namelijk helemaal niet. Want nergens is het perfect. Zelfs niet bij die ene moeder, die alles altijd zo onder controle lijkt te hebben.

Een goede moeder ben je, als je je af en toe afvraagt waar je in godsnaam mee bezig bent. Als je af en toe denkt: ben ik wel een goede moeder?
Want juist dat bewijst dat je het als moeder graag zo goed mogelijk wil doen voor je kind.

Een goede moeder heeft ook wel eens een slechte dag, een slechte week of een rot humeur. Een goede moeder verliest ook wel eens haar engelengeduld. En een goede moeder zegt ook sorry als ze iets verkeerd heeft gedaan.

Want guess what: juist daarvan leren kinderen. Kijk, mama is ook niet perfect, mama heeft ook wel eens angst of een rotdag of verdriet. Dus als mama dat kan, mag ik dat ook. Mama zegt sorry als ze een fout maakt, en dat maakt haar juist menselijk.

Laatst was ik in een speeltuin met dochter. Er doemde een super hoge glijbaan met matjes voor ons op. “Toe, ga je mee mama?”
Maar deze mama heeft een ietsepietsie klein beetje heul veul last van hoogtevrees.
“Uhhh…”
“Kom op mama, je kunt het wel hoor!” moedigde haar stemmetje me aan. “Het lijkt nu misschien eng, maar het is echt heel leuk!”
Zeg daar maar eens nee tegen.

Dus daar ging ik, van de hoge glijbaan met mijn matje. Zij ging voorop. “Ik kom er aan!”  zei ik met bevende stem.
En daar ging ik.
Wat ik niet wist, was dat zo’n pokke-hoge glijbaan echt pokkesnel gaat. Dus ik gilde. En ik gilde hárd.
Als een gillende keukenmeid kwam ik met een rotvaart ter aarde.

“Mama, je moest er van gillen hè!” zei dochter verrukt.
“Ja, ik vond het best spannend.” probeerde ik nog cool.
“Ik ben trots op je hoor, mama. Maar jij zegt ook altijd; van proberen kun je leren en dat heb je nu ook gedaan!”

Samen liepen we verder. Ik was zelf ook best trots. Imperfecties maken de moeder.

Ik doe het niet perfect en dat bevalt perfect!

Ik ben best een mislukte moeder. Althans, als je de magazines moet geloven.

Ik wou zonder pijnstilling bevallen, maar dat bleek niet mogelijk.
Ik wou borstvoeding geven, maar dat lukte niet.
Ik wou best thuis blijven, maar wou ook werken.
Dus bracht ik haar naar de kinderopvang.
Ik wil niet vloeken waar ze bij is, maar als ik onverwacht mijn kleine teentje stoot aan de keukenkast vloek ik als een bootwerker.
En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Maar weet je, ik smijt die magazines het vierkant archief in. Of de vuurkorf in. Met hun kolf pompen en hun draagdoek. Ik verbrand ritueel ieder artikel dat moeders een schuldgevoel aanpraat.

Ik ben niet perfect, en dat bevalt me perfect. Ik hou van mijn kind, voed haar op, maak fouten en geef die ook toe. Ik doe alles voor haar wat binnen mijn mogelijkheden ligt.

Dus mijn rug op met de oordelen. Die kunnen recht achter de magazines aan, de vuurkorf in.

Overstappen doe je zo

Overstappen. Nederlanders zijn er gek op. We stappen wat over met zijn allen. Jaarlijks wisselen we vrolijk van energie leverancier, zorgverzekeraar en telefonie aanbieder. Helaas levert dat niet altijd de beste resultaten op, maar hee, wie niet waagt…

Wie zeker goed is in overstappen, is Max. Je weet wel, die jonge gast, zoon van. Ziggo gebruikte Max al in de Ooooo-verstappen campagne. Slimme zet, want nu hij daadwerkelijk naar Red Bull overstapte ging de hele wereld uit zijn plaat.

18 jaar. 18 jaar is hij.
Toen ik 18 was kon ik amper mijn bijbaantje achter de kassa aan.
En dan dat zelfvertrouwen. Zo beheerst en kalm. Hoe kan dat schuilen in iemand van achttien jaar?

Ik ben geen formule 1 fan. Ik geef het eerlijk toe. Bijna niemand op mijn tijdlijn ook. Althans, tot vandaag.
Vandaag is er een nieuwe Nederlandse held opgestaan. En iedereen heeft het er over. Opeens kijkt iedereen de race. En viert iedereen mee.

Douwe bleef steken op 11, (overigens onterecht naar mijn mening, hij had minstens in de top 5 moeten eindigen), maar nog geen 24 uur later heeft Nederland dan alsnog reden om te feesten.

En feesten, dat kunnen we wel.
Maar zelfs voor mensen zoals ik, die niet veel aan de formule 1 vinden, is dit een prestatie van formaat. Achttien jaar, en dan zo’n prestatie neerzetten.
Ga er maar aanstaan. De Oooooverstappen weken zijn nu officieel begonnen.

image

Bron foto: Ziggo

De andere kant van moederdag

Ah, moederdag. Je kunt er niet om heen; niet in de winkels, niet op de radio, niet op social media. Voor veel moeders is het dan ook een geweldige dag, met blote voetjes op de vloer die aan komen sluipen, met zelfgemaakte knutselwerken. downloadfile-1.jpeg

Maar voor veel mensen lijkt het me vervelend dat je er niet om heen kunt. Lijkt het me een moeilijke, pijnlijke dag; bijvoorbeeld voor de mensen die hun moeder niet meer bij zich hebben. Behalve in hun hart en hun herinneringen.

Ook voor de moeders die hun kindje verloren, lijkt het me een loodzware dag. Moeders die hun hart openstelden voor een kindje. Een kindje
dat zo gewenst werd, maar dat nooit kwam. Waar zij al hun hoop op gericht hadden. De teleurstelling, de pijn en het verdriet zal op moederdag voelbaar aanwezig zijn, misschien nog meer dan op andere dagen.

Op moederdag laat ik mezelf verrassen met een ontbijt op bed en een knutselwerk. Met extra knuffels en kusjes. En besef ik meer nog dan op andere dagen hoe veel geluk ik heb, dat mij dit gegund is. Dat ik dit mag meemaken, deze titel mag dragen. En denk ik aan al die moeders die er niet meer zijn, die gemist worden, die moeder zijn zonder kind.

Als ik dan al die plaatjes en reclames hoor langs komen, dat je op moederdag niets hoeft te doen, niet hoeft te zorgen (hoe lief dat ook bedoeld is), dan denk ik: vandaag vier ik juist dat ik dat wel mag doen. Dat ik er nog ben om te zorgen. Dat ik niet naar het toilet kan gaan zonder gestoord te worden met vragen. Dat ik die blote voetjes op de vloer hoor aan komen sluipen. Ik ben er dankbaar voor.

Worden we Dom-Dom van de Tom-Tom?

navigation-car-drive-road-largeOp nu.nl bij de rubriek opmerkelijk las ik dat een vrouw in Wijhe haar navigatiesysteem gevolgd was: het water in wel te verstaan. Volgens de navigatie moest er een veerpont aan de oever liggen, maar die was toevallig even aan de overkant. Veerponden doen dat nog wel eens, wegens hun enige doel in het leven. De vrouw negeerde de stoptekens natuurlijk, want als de navigatie zegt dat daar een veerpont ligt, dan ligt het daar toch, toch? 

Toch niet. De vrouw raakte met haar vrouw te water en kon gelukkig zonder verwondingen uit het water gehaald worden.  Dit gezegd hebbende rijst bij mij de vraag: worden we Dom-Dom van de Tom-Tom? Als ik heel eerlijk naar mezelf kijk (en dat doe ik niet graag, zoals jullie weten), dan moet ik daar toch ja op antwoorden. Mensen zoals ik worden inderdaad een beetje Dom-Dom van de Tom-Tom.

Ik kan die vrouw nu wel heel gemakkelijk helemaal er door halen, maar zelf ben ik ook niet bepaald intelligenter geworden door het gebruik van mijn navigatie. Ik snap het wel hoor, dat mensen een rivier in rijden, of een struik, of opeens op een busbaan belanden. Dat zijn namelijk mensen zoals ik, met de unieke combinatie van een compleet gebrek aan oriëntatievermogen en een te groot vertrouwen in de navigatie.

Zo reed ik laatst – blind vertrouwend op mijn navigatie systeempje – de snelweg af, in de stad waar ik moest zijn. Ik volgde de navigatie, ook al leek het af en toe alsof ik door een veld reed en leek mijn allerliefste Tom-Tom ook niet te weten dat deze nieuwe weg was gelegd, reed naar rechts, reed nog eens naar rechts.
Zelfs toen de Tom-Tom mevrouw begon te stotteren en haperen, bleef ik precies doen wat ze me vertelde. Keer-hier-om-oh-nee-ga-naar-rechts-sla-rechtsaf-probeer-om-te-draaien. Als je een beetje ADD hebt en het richtingsgevoel van een stoeptegel, zoals ik, dan doe je nu eenmaal wat die mevrouw zegt. Ook als het nergens op slaat.

En zo zag ik mezelf opeens een oprit naar de snelweg op rijden, de compleet tegenovergestelde richting uit. “Wat doe je nu? Ik ben terug naar huis aan het rijden!” gilde ik tegen de mevrouw van de Tom-Tom. Ze zei daarop “Probeer om te draaien.” Dat was het moment waarop ik besloot haar advies maar eens niet al te serieus te gaan nemen, want omkeren midden op de snelweg lijkt me nu niet zo veilig. 

Had die mevrouw van de auto bij het veerpont ook moeten doen eigenlijk. Vertrouwen op haar eigen zicht. Lesje voor de toekomst?

Bezint eer ge aan Facebook begint

“Hoe zou je het vinden om dagelijks op je mobiele telefoon foto’s te zien van gemartelde dieren, ernstig zieke kinderen, spreuken van je buurman (die opeens een racist blijkt te zijn en roept dat iedereen met een andere afkomst “maar gauw moet tyfusoprotten”), foto’s van ernstige ongelukken en van de onder gepoepte kleren van de kinderen van je buurvrouw?”

Als iemand ons een aantal jaren geleden, toen we nog rondliepen met onze joekels van Hi-toestellen met dikke batterij en (letterlijk en figuurlijk) uitstekende antenne, het voorgaande had verteld, hadden we waarschijnlijk eens heel hard en hartelijk gelachen. Alsof dat ooit zou gebeuren! Ha!

Toch is het nu aan de hand. Of je wil of niet, als je Facebook hebt krijg je ongevraagd de politieke voorkeur van je kennissen te lezen, vragen mensen om LIKES voor een ernstigSwing200GSM ziek kind (ik snap nog steeds niet hoe je daar zo’n arm kind mee helpt, want
A) het is NIET leuk en
B) het kind wordt niet beter van al die likes en
C) vraag ik me af: heeft het kind toestemming gegeven tot het delen van zijn of haar foto in ernstig zieke toestand? Zo ja, wie controleert dat? Is het kind in staat te beoordelen wat er met die foto gebeurt?).

Als er ergens een ramp gebeurt, delen media (en hun volgers) zonder na te denken de meest gruwelijke foto’s en filmpjes van het hele gebeuren. Alsof het niet erg genoeg is om ziek te zijn of in een ernstige crisis situatie terecht komen, dan heb je ook nog die figuren die jouw privacy met één klik op de knop wereldwijd te grabbel gooien.

Soms, als ik die beelden zie langskomen, mis ik oprecht mijn oude Hi toestel. Waarmee ik alleen kon bellen. Met zo’n dikke batterij en uitstekende antenne. Waarmee de wereld met al deze verontrustende beelden niet constant kon binnendringen in mijn leven. Die oude, lelijke, simpele telefoon met zijn dikke batterij hield wel mooi alle ellende van de wereld buiten.

 

Als we in gesprek zijn en je blijft naar je telefoon kijken, gooi ik hem door het raam naar buiten!

Ik vind het een van de meest asociale dingen die je kunt doen: midden in een gesprek opeens je telefoon pakken en er op gaan zitten kijken. Of erger nog: iets typen. Toch zie ik het steeds vaker gebeuren. Zo onbeschoft!

Ik bedoel: Halloooo? We zijn toch in gesprek met elkaar, of niet?

Als mensen met elkaar in gesprek zijn, is er sprake van wat men noemt “rapport”: je kijkt elkaar aan, praat met elkaar, houdt elkaars lichaamstaal in de gaten. Het dialoog gaat vanzelf, juist omdat beide deelnemers met hun aandacht bij het gesprek zijn.

Door midden in het gesprek zomaar op je telefoon te gaan kijken, verbreek je alle rapport. Je kijkt de ander niet meer aan, je concentratie is weg.

De persoon waarmee je in gesprek was, voelt zich acuut onbelangrijk en niet serieus genomen. ZO ASOCIAAL! Dus – tenzij dat is wat je wil duidelijk maken –  gewoon niet doen!

Echte liefde – het anti Valentijnsgedicht

Echte liefde denkt niet in hokjes
In kleur of afkomst evenmin
Echte liefde is niet oppervlakkig
Maar groeit haar wortels binnen in

Echte liefde kent geen geloof
Behalve het geloof in houden van
Echte liefde is samen doen
Wat je eigenlijk alleen ook kan

Echte liefde is nooit een dag per jaar
Romantisch doen omdat het moet
Echte liefde zit in elke dag verstopt
Niet in wat je zegt, maar in wat je doet

Echte liefde is niet vierkant
Maar een cirkel, eeuwig rond
Echte liefde is iets heel hard voelen
Waarvan je niet wist dat het bestond

Echte liefde is niet een dag per jaar
Het gaat elke dag opnieuw
Er om dat je bewust de keuze maakt
Voor de ander, voor elkaar

Dingen die echte vriendinnen anno 2016 doen!

Het is niet de diepgang van de gesprekken waaraan je het level van vriendschap kunt aflezen bij vrouwen. Nee, dat denk je maar.

Het level van vriendschap tussen vrouwen is af te lezen aan heel andere dingen. Zoals….

Heb ik iets tussen mijn tanden?
En dan je gebit heel charmant vooruit steken richting vriendin, die liefdevol een kritische blik werpt op je tanden, op zoek naar een verdwaald stuk spinazie of erger.

Eerlijkheid
“Ik ga wel even met je mee naar het toilet, anders verdwaal je toch op de terugweg.” Een echte vriendin mag je zwakheden kennen, benoemen, ja, ze mag er zelfs de spot mee drijven. Nou ja, een beetje dan.

Stink ik?
Wanneer de arm omhoog gaat en de vrouw zich laat okselsnuiven door een vriendin, weet je dat er een onbreekbare band tussen hen bestaat.

Stel ik me aan?
Als een vrouw dit durft te vragen, en het antwoord is JA, dan is er sprake van een oprechte BFF waarde. Want minder goede vriendinnen zeggen dan altijd nee, ook al vinden ze stiekem dat je je wel aanstelt.

Dat staat je niet zo goed
Als een vrouw dit tegen een vriendin durft te zeggen in een pashokje, weet je dat het ware vriendschap is. Je kunt het maar beter horen voordat je het koopt, toch?

Sorry voor wat ik zei toen ik honger had / ongesteld was / wijn op had
Een echte vriendin durft toe te geven als ze er naast zat. Onder invloed van honger, hormonen of alcohol kan het vrouwelijk brein rare sprongen maken. Een echte vriendin vergeeft je daarvoor. (Als je het maar niet te vaak flikt)

Snottertelefoon
Echte vriendinnen mogen elkaar bellen in het diepste der dalen. Zelfs als je het eerste kwartier geen woord kunt verstaan van wat ze zeggen, tussen het gierend snikken en luid snotteren door. Woorden zoals “ach meisje toch” en “rustig maar” zijn prima om deze onverstaanbare eerste minuten terug te zeggen, alvorens het echte gesprek kan plaatsvinden.

Maak mijn beha even vast, wil je?
Het is niet alleen fijn om echte vriendinnen te hebben,maar ook verrekte handig. Als je beha bandje los is gesprongen van het dansen bijvoorbeeld, of als je een zeker dames artikel niet bij je hebt, of als je opeens een gat in je panty hebt.

Echte vriendinnen anno 2016 zijn geen bedeesde, beleefde Libelle dames. Anno nu gaan ze door weer en wind met elkaar, door ziekte en gezondheid, door gênant en ongemakkelijk. Ze doen alles, durven alles te vragen en terug te geven, ze zijn je “sister from another mister” en zijn altijd eerlijk, zelfs als dat pijn doet.

❤ Waarom ❤ iedereen ❤ Valentijnsdag ❤ zou ❤ moeten ❤ boycotten❤.

Valentijnsdag zuigt voor alle betrokken partijen. (Behalve voor de winkeliers die alles een paar euro duurder maken vlak voor Valentijnsdag.)

Waarom zuigt Valentijnsdag, vraag je?

Daarom:

Single
Als je single bent is Valentijnsdag zo’n dag waarop je met coupe vogelnest op de bank wil zitten janken (met snot) bij een romantische film vol onwaarheden over liefde, jezelf vol proppend met diverse soorten chocolade, omdat je geen Valentijn hebt. Niet eens een anonieme.

Relatie
Als je in een relatie zit, moet je iets verzinnen voor je geliefde, (tenzij je het geluk hebt dat je net als ik een partner hebt die ook vindt dat Valentijnsdag zuigt.) en dat is niet gemakkelijk. Want: wat ga je krijgen? Wat kost dat? En hoe moet je dan weten wat voor materialistisch liefdes teken je daarvoor in ruil moet aanbieden? Beetje lullig, als je partner een superdure horloge heeft gekocht, en jij daar dan zit, met je hart gemaakt van karton en verf, en een kaart met beertjes van de action.

Anonieme cupido
Helemaal tenenkrommend is het als iemand je oldskool een anonieme kaart stuurt. Als je single bent, en je ontvangt zo’n kaart, dan blijf je op straat om je heen kijken, zoekend naar cupido. Opeens bekijk je je collega met andere ogen (zou hij?) en ook de man die het vuilnis op komt halen wordt opeens argwanend gade geslagen. Je zult het nooit weten, en dat is juist zo frustrerend.

Maar nog erger is het, als je zo’n anonieme kaart ontvangt terwijl je wel een relatie hebt, en je weet bij God niet van wie je die kaart gekregen hebt. Ga dat maar eens uitleggen!

Kortom: Valentijnsdag is een commerciële, opgeklopte, op kosten jagende traditie waar helemaal niemand wel bij vaart. Ik zeg: boycotten die handel! 

Het Mysterie van de Handtas!

fashion-woman-cute-airportIedereen weet dat vrouwen superkrachten hebben, als het goed is. Zoals Batman Robin heeft, hebben vrouwen hun handtas. Wat ogenschijnlijk een klein buideltje is, ontpopt zich tot een omhulsel waarin verbazingwekkend veel meegezeuld wordt.

Ik heb ook zo’n tassen. Zelfs uit mijn kleinste handtas, die ik zo op het oog zeer nonchalant om mijn schouder heb hangen, verschijnen als ik iets aan het zoeken ben desgewenst:

  • drie pakjes zakdoeken,
  • een portemonnee,
  • een Labello en een lipstick,
  • een pakje pleisters,
  • een make-up mapje,
  • een flesje water,
  • drie aangebroken pakjes kauwgum,
  • een fles bodylotion of handcrème,
  • een liga (Voor als ik opeens hongerklop heb.)
  • een zonnebril,
  • een EHBO pakket,
  • een mapje met dames-artikelen,
  • een mapje met autopapieren en paspoort er in,
  • een bus deodorant,
  • een flesje parfum,
  • een reserve panty,
  • een telefoon,
  • een reserve telefoon (Mijn wekker!)
  • een föhn,
  • een kam,
  • en drie dikke leesboeken. (Voor als ik ooit in de trein zit en me verveel.)

Het spreekt voor zich dat ik het benodigde item zelden snel vind. Dan moet echt eerst die hele handtas binnenstebuiten worden gekeerd. En het laatste wat ik er uit vis, is natuurlijk wat ik zocht.

Sleutelbossen zijn ook rotzakken. Die hebben de gave om af te dalen naar de bodem van de tas, of zich te verstoppen achter de voering van de tas, als daar onverhoopt een scheurtje in gekomen is. Leuk, als je dringend weg moet.

Natuurlijk, ik kan er minder in doen. Maar het geeft me zo’n fijn gevoel van controle, dat ik mijn halve huisraad mee sleep. Dat me bijna alles kan overkomen, en dat dat dan altijd opgelost kan worden door mijn magische buidel. Heel rustgevend.

Toch ben ik wel eens jaloers op mannen (of vrouwen zonder handtas-afwijking), als ik zie dat die alleen hun telefoon en sleutels pakken en -hop- de deur uit kunnen. Sta ik dan, te graaien in mijn buidel, naar die verrekte sleutelbos. Maar als ik dan eindelijk de deur uit kan, heb ik wel alles onder controle. Nou ja, bijna alles dan.

HOERA voor Zeeman! Je trouwjurk hoeft niet duur te zijn!

Hoera voor Zeeman! Ook bruiden met een kleiner budget kunnen nu trouwen in een trouwjurk, zonder zich voor duizenden euro’s in de schulden te hoeven steken. Een gat in de markt, als je het mij vraagt.

image
Bron: Zeeman

De jurk kost maar €29,99.. en ziet er (zeker voor dat bedrag) echt helemaal niet slecht uit, als je het mij vraagt!

Online was ie vandaag al uitverkocht.
Zou jij de jurk kopen of dragen?

image
Bron: Zeeman

Scherp nieuws: De koksmessen van Albert Heijn zijn SCHERP!

Oh. My. God. Ik las dit artikel en lachte mezelf van de bank af: De koksmessen die je kunt sparen bij de Albert Heijn maken nogal wat tongen (en vingers) los, omdat ze erg scherp zijn! Ja, je leest het goed. De koksmessen zijn scherp, en daar klaagt men dan over.

Met het zorgvuldig sparen van de zegeltjes snijdt men zichzelf niet alleen figuurlijk in de vingers, zo blijkt.

Ik wil er niet vervelend over doen, maar het is natuurlijk ook te grappig voor woorden! Bij het kopen van koksmessen verwacht je toch ook niet dat je een bot mes ontvangt?

Maar goed, zonder met de vinger te willen wijzen (ik heb ze nog alle tien, maar ik heb die zegels dan ook niet gespaard), we gaan toch ook niet:

– terug naar de kapper omdat ons haar korter was na de knip beurt?

– zeuren bij de bakker over een brood dat te vers was?

– klagen bij onze werkgever omdat we echt geld hebben ontvangen voor ons werk?

– onze reisagent aanklagen omdat het zonnig was op Malorca?

– zeuren bij de pil fabrikant omdat we maar niet zwanger raken ondanks dat we hem elke dag trouw slikken?

– klagen over de koeriersdienst die het pakketje precies op tijd kwam brengen?

Ik kan zo nog wel even doorgaan.

Maar het is leuker als jullie de lijst aanvullen! 😁

CONFRONTATIES: Ik weet altijd heel goed wat ik had moeten zeggen, een dag nadat ik het had moeten zeggen!

Confrontatie: brrr! Daar houd ik niet van. Nooit mijn hobby geweest ook, overigens. Ik ben zo iemand die altijd héél erg goed weet wat ze had moeten zeggen… Maar dan pas vierentwintig uur ná het moment waarop ik het had moeten zeggen. Woest word ik er van!

Malend en stampvoetend in mijn bed herhaal ik dan alles wat ik had willen zeggen, als ik maar niet zo’n duffe koekwous was geweest op het moment suprême.

Het heeft te maken met het schrik effect. Je ziet het meestal niet echt aankomen, als iemand je op de persoon aanvalt. Zeker niet als het een vreemde is.

In nood heb je drie opties: vluchten, vechten of bevriezen. Ik bevries bij confrontaties meestal direct. Zit wat te staren of te bazelen als een onnozele. Omdat het me raakt, of omdat ik het niet had zien aankomen. En door dat schrik effect gaat mijn brein op tilt. Er komt geen woord meer uit.

De dag er na echter! Dan weet ik alles haarfijn uit te leggen. Alleen die vreemde mevrouw die me zo agressief benaderde, die kan ik moeilijk gaan opsporen, om vervolgens veel te laat bij haar aan te kloppen en te zeggen: “Wat ik had wíllen zeggen, is dat u een asociaal randfiguur bent en dat ik er van overtuigd ben dat karma dit vanzelf oplost. Dus! Puh!”

Maar ja. Dat kun je niet maken hè.

Ik ben er overigens over aan het denken om in de toekomst die mensen om hun telefoonnummer te vragen. Dan kan ik boos zeggen “Ik kom hier op terug!” en ze achteraf even bellen. Als ik de tijd heb gehad om mijn gedachten te ordenen en al mijn spitsvondigheden klaar heb liggen. Veel fijner. En veiliger ook, via de telefoon kunnen ze me niet naar de keel vliegen en zo.

Wat dronken mensen met peuters gemeen hebben

Heb je er al eens op gelet? Zeker met carnaval is het eigenlijk best een leuk schouwspel: dronken mensen worden weer even net peuters in een groot lijf.

Gebrabbel en gewaggel
Met genoeg alcohol in het bloed gaan ze allereerst een beetje binnensmonds brabbelen. Peuterstyle, je weet wel. Zit er genoeg alcohol in, dan gaan ze net zo waggelen als een kind dat net heeft leren lopen. Opeens wordt het toch wel een uitdaging, die ene voet voor de andere zetten.

Slabbetje nodig, anyone?
Hebben dronken mensen honger, dan vallen ze aan op hun broodje shoarma zoals een peuter op zijn broodje pindakaas; met een niet volkomen ontwikkelde hand oog coördinatie. Het eten eindigt zelden rechtstreeks in de mond, alle etiquette is foetsie gegaan, kleren worden bevuild.

Fopspeen of erger
Met carnaval hebben mensen overigens niet voor niets allerlei atributen bij zich; die worden naarmate het promillage stijgt ingezet als rammelaar, nep microfoon, fopspeen of erger. Opeens lijkt het ook een bijzonder goed idee om heel vaak rondjes te gaan draaien, om te kijken hoe vaak je dat kunt doen voordat je omvalt. Peuters doen dat ook.

Luierbehoevend eindstadium
Het dieptepunt der overeenkomsten (en zo ver kun je het echt beter niet laten komen) is aan het einde van de avond, als plotseling ook zindelijkheid een hele opgaaf blijkt te zijn. Bij peuters is dit nog schattig, bij dronken volwassenen is het ronduit ranzig. Als je dit luierbehoevende level bereikt hebt, ben je te ver gegaan. Pak dan maar snel een taxi naar huis, want net als peuters kunnen dronken mensen niet zelf rijden.

Waarom je kind je pas hoort na de VIJFDE KEER DAT JE IETS ZEGT 😁

Kinderen van een bepaalde leeftijd horen precies wat ze willen horen. Logisch, daar zijn ze immers kind voor.
Toch?
Dat wetende, word ik er af en toe echt horendol van.

Ik kan bij wijze van spreken door een megafoon roepen dat ze haar laarzen moet aantrekken. En dan nog kan ze onverstoorbaar door gaan met spelen. Maar als ik van een afstand heeeeeel zachtjes het woord snoepje fluister (of alleen maar dénk), kijken mij direct twee grote ogen aan.

Soms ben je als moeder een soort langspeelplaat die blijft hangen. Sta je in de deur te vragen of ze alsjeblieft nu hun jas willen aan doen – nu hun jas willen aandoen – NU HUN JAS WILLEN AANDOEN – en bij die laatste schrikken ze verontwaardigd op.

Dan krijg je – voordat tot actie wordt overgegaan – eerst nog uitvoerig te horen dat je niet zo hard hoefde te roepen, hoor.
“Dan moet je de éérste keer dat ik het vraag eens gelijk luisteren,” hoorde ik mezelf antwoorden.

Terwijl ik het zei, had ik een de ja vu.
Ik had dit al eerder meegemaakt.
Maar dan als kind. Dat ik in een bubbel zat te spelen, in mijn eigen wereldje, totdat opeens de stem van mijn moeder er doorheen prikte. Bubbel kapot, schijnbaar was ik al een paar keer geroepen. Het zit bij ons in de familie. Bij jullie ook?

Zelfvertrouwen krijgen doe je zo!

Zelfvertrouwen opbouwen is niet zo moeilijk als je zou denken. Toegegeven, iedereen heeft onzekerheden. Ja, iedereen. Zelfs de meest zelf zekere personen die je kent zijn onzeker over iets aan zichzelf. Alleen dat al moet je enigszins gerust stellen: onzekerheden zijn menselijk.

Wil je je zelfvertrouwen toch een boost geven, probeer dan eens:

– vanaf nu jezelf niet meer af te kraken. En dan echt helemaal niet meer. Jezelf neerhalen is vanaf nu verboden! Dat spreek je met jezelf af. En nee, ook niet als “grapje”. Want als ervaringsdeskundige weet ik dat als mensen dan lachen om dat grapje dat je zelf maakte over je dikke kont, jij het toch ziet als bevestiging van je onzekerheid (“zie je wel, zij lachen er om, dus het is zo!”)

– bedenk elke dag iets wat je positief vindt aan jezelf. Dat mag uiterlijk zijn, maar ook innerlijk.

– schrijf deze positieve eigenschappen op in een schriftje. Altijd goed om terug te lezen op een slechte dag. Je zult je verbazen over hoe veel dingen heel positief zijn aan jou!

– vraag je omgeving om positieve feedback. En nee, dat is niet hetzelfde als bedelen om complimentjes. Je echte vrienden (of partner, familie, kinderen) zullen je graag vertellen wat zij zo bijzonder of mooi aan jou vinden.
Schrijf ook die feedback die je krijgt op in je schriftje.

– stop met vergelijken. Of probeer het althans flink af te bouwen. Die super slanke vrouw is misschien wel jaloers op jouw decolleté. Vergelijken is menselijk, maar word jezelf bewust van hoe vaak je het doet en of het wel zo realistisch is.

– schrijf eens je nadelen (volgens jou!) op en check deze met je partner of vriendin. Klopt het echt, of zit het tussen je oren? Wat vinden zij?

– bedenk jezelf hoe kritisch je kijkt naar bijvoorbeeld je vriendinnen. Ben je naar hen toe net zo streng als naar jezelf? Vast niet. Probeer jezelf eens te bekijken zoals je je vriendinnen bekijkt. Het vergt even wat moeite, maar het is het wel waard.

Succes!

Vroeger was alles beter, toch?

Uhm, nou, nee.

Ja, er is van alles mis met de wereld en we leven veel te digitaal. Maar als je door al die narigheid heen kijkt vind je ook berichten waarbij door social media ook héle mooie dingen gebeuren. De kracht van mensen die zich samen inspannen om andere mensen te helpen, bijvoorbeeld.

En ja, vroeger speelden kinderen meer buiten en waren moeders meer thuis. Maar dat maakt moeders van nu niets minder waard. En al helemaal geen slechtere moeders. De tijden zijn gewoon veranderd en vrouwen hebben hard gevochten voor het recht om te mogen stemmen, werken en zo verder.

Vroeger was niet alles beter.
Vroeger was heel veel wel anders. Zoals het nu is, is het. Daar kunnen we van alles over roepen, “want vroeger…”, maar vroeger is niet meer.

Het is net als met je persoonlijke verleden: de successen neem je mee de toekomst in om te zien of het weer zo goed werkt.
De mindere dingen, daar trek je als het goed is lering uit en verder laat je ze rusten daar waar ze thuis horen; in het verleden.

Waarom je je kind zo vaak mogelijk op schoot moet pakken

Op schoot bij mama of papa. Er is geen veiligere of gezelligere plek.

Je kunt het niet vaak genoeg doen, vind ik. Hoe gehaast je bestaan ook is en hoe veel je ook moet.
Ik weet het, je hebt het druk. Het leven is druk. De wereld is druk. Haast, haast, haast. Maar op schoot staat de tijd stil. Je kunt elkaar aankijken. Je kunt kijken naar de details van hun wimpers en wenkbrauwen. Je kunt kietelen, knuffelen en gewoon lekker tegen elkaar aan hangen.

Kinderen moeten zo vaak mogelijk op schoot. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Nu nog wel. Want in al die haast ontgroeien ze – zomaar, in wat een oogwenk lijkt – je schoot.
Zijn ze opeens boven je uit gegroeid, of willen ze niet meer.

En dan opeens komt de dag dat ze het ouderlijk nest verlaten. Daar gaan ze, met hun koffers, hun leven als volwassene tegemoet.

Dan wens je dat ze nog even zo klein waren dat ze op je schoot pasten. Dat je nog even kon ruiken, knuffelen en kijken. Dat die handen nog handjes waren, of knuistjes met kuiltjes er in.

Dus laat alles vallen waar je mee bezig bent, schuif je iPad of laptop van je schoot af en roep je kind bij je.

Nu kan het nog.
De rest komt later wel.

Waarom ik liever twee dorpen verderop parkeer dan dat ik file parkeer!

Sorry, maar nee. Achteruit in parkeren; fileparkeren: brrr! Als ik er aan denk krijg ik al uitslag.

Ik zou het misschien wel kunnen leren, het is alleen dat ik het niet wil, er geen zin in heb en het ook niet ambieer.

Ik hou sowieso van grote auto’s. Stationwagons, grote, lange, brede, four wheel drive auto’s. Waarmee ik heel goed kan rijden of verdwalen omdat ik slecht heb geluisterd naar de navigatie (in combinatie met een niet bestaand richtingsgevoel).

Maar met zo’n grote auto vind ik het al helemaal onmogelijk om in te schatten hoe ver ik nog achter uit kan rijden. Als je nagaat dat ik dát al moeilijk vind, dan snap je dat daarbij ook nog eens indraaien en sturen schier onmogelijk is.

Als alleen fileparkeren mogelijk is, parkeer ik oprecht twee dorpen verder op. Echt.
Ik zweer het op alle mooie auto’s ter wereld, die nu geen deuken hebben door mijn toedoen.

Waarom moeders top werknemers zijn

Oké, we komen soms werken met wallen tot op onze knieën, vanwege een nachtelijk snottebellenfestijn. Maar ondanks dat zijn moeders vaak top werknemers, om de volgende redenen:

Opgeven is geen optie
Al eens een hele nacht wakker gebleven met je kind en daarna de hele dag gewerkt? Nee? Moeders doen dat regelmatig. Maar zo’n beetje slaapgebrek houdt ons niet tegen.

We werken Hard met een grote H
Ja, we hebben een of meer nakomelingen. En die wachten op ons, na onze werkdag. Daardoor hebben we dus geen tijd om een uur bij de koffieautomaat te kletsen of om uren te internetten: wij willen het werk af hebben, voordat we stipt op tijd weg gaan: efficiënt werkende medewerkers dus, die het bedrijf niet onnodig overuren laten uitbetalen.

Klantvriendelijk en stressbestendig
Schreeuwende klant? Boze patiënt? Tierende mensen aan de telefoon? Nou en? Wij zijn niet zo snel onder de indruk.  Probeer maar eens een legoblokje uit de neus van je kind te halen terwijl het andere kind krijsend in de gordijnen klimt, met Dora op standje hardhorenden op TV, omdat je peuter aan de volumeknop van de afstandsbediening zat voordat ie hem verstopte, terwijl hij multitaskend en al een sterk riekende spuitluier fabriceerde.

Plannen en organiseren
Wij kunnen plannen en organiseren als de beste. Ingewikkelde roosters in Excel? Puh, wij organiseren een heel gezin inclusief alle buitenschoolse activiteiten, bezoekjes aan de tandarts, dokter en kapper, in combinatie met wat er ’s avonds op tafel moet staan en het organiseren van het huishouden, terwijl we ondertussen nog helpen met huiswerk maken. Zo’n Excel schemaatje, daar krijgen wij geen stress.

Verantwoordelijk en perfectionistisch
We hebben dan wel kinderen thuis, maar we hebben ook hart voor de zaak. Tegenwoordig ben je blij als je werk hebt, zeker als dat ook nog eens leuk werk is met genoeg uitdaging.

Weet jij nog meer redenen waarom moeders goede werknemers zijn? Laat je horen in een reactie!

Als iemand je keihard laat vallen…

We hebben het allemaal wel al eens meegemaakt: een vriend of vriendin die je laat vallen. Zomaar, uit het niets. Of misschien waren er wel al signalen, die je intuïtief oppikte, maar niet wilde erkennen.

Het gebeurt. Hoe goed je ook dacht dat de vriendschap was – sommige mensen kunnen gekke sprongen maken en laten je vallen als een baksteen wanneer het hen zo uitkomt.

Mijn advies is wellicht vreemd maar effectief: Als iemand je uit het niets keihard laat vallen, blijf dan vooral liggen. Of beter nog: sta op en loop zo ver mogelijk weg!

Ga er onder geen beding achter aan lopen, maar trek je conclusies en leer er van. Steek energie in de vrienden die wel loyaal zijn en je niet inwisselen als een statiegeld fles. Ik kan er wel een heel verhaal om heen schrijven, maar de realiteit is dat zulke mensen het doorgaans niet waard zijn. Of ze duiken opeens weer op, een half jaar of drie jaar later, als ze je toevallig weer nodig hebben.

Vooral aan je voorbij laten gaan, tenzij je je neus graag twee keer stoot.

Eerlijke Mama Visioen

Ja, ik doe ook maar wat. Ja, ik lees veel te veel artikelen over opvoeden. Ja, ik twijfel aan mezelf. There, I said it. Ja, ik neem me elke dag voor om kalm, beheerst en consequent te zijn. En om niet te veel op mijn telefoon te kijken, op Facebook, naar creatieve dingen die andere moeders uit hun mouw schudden die ik never nooit zal kunnen maken. En een deel van de tijd lukt dat ook.

Maar een deel van de tijd ben ik ook maar een mens. Sommige dagen wil ik mijn haren een voor een uit mijn hoofd trekken. Tel ik dertig keer tot tien. Sommige dagen heb ik visioenen. Visioenen van een week alleen, op een zonnig eiland, zonder zorgen, in een hangmat. Met een cocktail er bij, én een boek dat ik in één ruk uit kan lezen. Met een toilet waar niemand me stoort tijdens mijn bezigheden. Zonder wekkers. Zonder neusspray, zwemwratjes en zetpillen, zonder een schooltas die klaar gemaakt moet worden.

Ja, ik doe maar wat. Ik probeer te leren van mijn fouten. Ik probeer te kijken naar hoe andere moeders het doen en daar de positieve dingen uit op te pikken. Stiekem dromend van die week op mijn eiland. Die week van mij – en mij alleen. Met een inloopdouche waar ik een half uur onder kan staan, zonder vragen waar die ene barbie is gebleven, waarom ik moet douchen, hoe lang ik er nog onder staaaaaaa. Oh, die inloopdouche, die stilte, die rust en vrede…

image

Wat zou het heerlijk zijn. Een week alleen, met mezelf. Ik zie mezelf al voor me. Helemaal alleen met mijn gedachten. Pompiedompiedom. Oh, heerlijk. Zie je me al liggen, in die hangmat? In gedachten ben ik overigens wél heel slank en heel bruin en alles. Want hee, het is wel mijn visioen hè. Daar lig ik dan. Ik hoor de zee ruisen, vogeltjes fluiten, de zeewind verkoelt zachtjes mijn zongebruinde huid…

En terwijl ik daar zou liggen, zou ik denken aan mijn kindje. Wat is ze aan het doen? Mist ze me? Ik mis haar wel. Ik denk aan haar stem. Haar oogjes. Haar vrolijke neusje. Haar geur. Haar handjes om mijn nek. Hoe ze loopt, praat, lacht.

In mijn visioen ga ik overeind zitten in mijn hangmat (in mijn visioen kan ik zoiets zonder er acuut uit te vallen namelijk), pak ik mijn telefoon en boek ik het eerst mogelijke ticket terug naar huis, al kost het me mijn laatste spaarcent. Ik moet naar mijn kind terug, en wel nu!

Opgelucht haal ik adem. Het was maar een visioen, gelukkig.

Bereken hoe laat jouw kind naar bed moet

Met deze handige calculator kun je berekenen hoe laat jouw kind ’s avonds het beste naar bed kan gaan, op basis van de leeftijd. Best handig!

PS: Uiteraard is ieder kind anders en geeft deze calculator slechts een indicatie. Het ene kind is het andere niet; ook niet qua slaap behoefte.

image

Hoe laat gaat jouw kind naar bed?

Zwangere buik aanraken? Can’t Touch This!

Het is alweer een hele tijd geleden dat ik zwanger was van ons kind. Maar wat ik me nog maar al te goed herinner, is hoe versteld ik er van stond hoe veel mensen aan je buik dachten te mogen zitten.
En gek genoeg waren dat niet eens mijn vriendinnen of mensen die dicht bij me staan, maar vaak zelfs vage kennissen, toevallige voorbijgangers en collega’s. Nu weet ik niet hoe het met jullie zit, maar ik ben best wel gehecht aan mijn personal space. Natuurlijk, ik knuffel mijn naasten en goede vriendinnen graag. Maar van vreemden wil ik toch eerst wat meer weten, alvorens ze fysiek toenadering mogen zoeken.

Ik begrijp dat zo’n uitpuilende buik (zeker die van mij, ik leek wel een drieling te dragen!) uitnodigend is. Een soort fysiek uithangbord. En ik vond het helemaal niet erg als mensen iets zeiden of vroegen over de zwangerschap. Maar dat aanraken, dat hoefde van mij nou ook weer niet. Er was zelfs een collega die het leuk vond om me telkens te verrassen door me van achteren te besluipen, en dan opeens die twee handen op mijn buik. Uh. Pardon?

Er waren ook mensen die mijn loopje gingen na doen. Vonden ze grappig. Waggel, waggel, waggel. Hilarisch hoor, althans dat vonden zij. Ik niet zo. Ach ja.
Als er vrouwen in mijn naaste omgeving zwanger zijn, voel ik ook wel die behoefte om er even een hand op te leggen. Maar wetende dat niet iedereen daar zomaar van gediend is, vraag ik het altijd even van te voren. Wel zo netjes, toch?

Moeder (31) met borstkanker waarschuwt vrouwen: “Doe regelmatig zelfonderzoek!” (anonieme gastblog)

Dit keer een bijzondere gastblog, door een anonieme moeder met borstkanker.

“Mijn dochtertje is zestien maanden oud. Twee weken geleden waren we op een zondag samen aan het douchen, toen ik een knobbel in mijn borst voelde. Volgende dag dokter gebeld. Hij kon niet zeggen wat het was.. ik werd doorgestuurd naar het ziekenhuis voor een echo en mammografie.
Ik kon op vrijdag terecht. Ik dacht dat worden 4 lange dagen, zo ongeduldig als ik ben heb ik andere ziekenhuizen gebeld en kon ik de dag er na, op dinsdag, al terecht. Mammografie gehad. Dat is gewoon mishandeling van je borsten, en erna de echo. Toen de echo genomen werd zei de radioloog: we zien wat je voelt dus we nemen gelijk een biopt. Een biopt wordt gedaan onder verdoving, dan halen ze een stuk weefsel door middel van een holle naald uit de knobbel. Ik voelde er niets van. En toen zeiden ze dat ik op maandag terug moest komen voor de uitslag. Dus niet van “oh het kan een cyste zijn” of “we zien toch iets kwaadaardigs..” Nee, helemaal niets… Dus daar kon ik helemaal niets mee natuurlijk. Dit was een hele lange week.. Veel zitten googlen (moet ik niet doen maar volgens mij doet iedereen dit) zitten stressen, slecht geslapen, veel geknuffeld met mijn dochter. Die zondag had ik besloten dat het een bindweefselknobbel was, het voelde precies zo zoals ze het omschreven, en komt heel vaak voor bij vrouwen van mijn leeftijd. Zondagnacht super goed geslapen. Maandag ging mijn moeder mee voor de uitslag. De arts kwam supervrolijk binnen dus ik dacht dat zit goed. “Mevrouw, we hebben kwaadaardige cellen gevonden.” Slik! Dit kan niet waar zijn.. terwijl de tranen over mijn wangen rolden luisterde ik naar de woorden chemo en operatie.. een kwartier later stonden we buiten. Ik belde mijn vriend, mijn baas. Ik appte iedereen die met mij samen in spanning zat te wachten op het nieuws en iedereen was er stil van. Die donderdag had ik een vervolgafspraak en ik moet nu een half jaar aan de chemo, mag een pruik uitzoeken en erna hopelijk een borstbesparende operatie. Ze gaan uitzoeken of ik gendrager ben, dan gaat alles eraf en kan mijn dochter ook gendrager zijn. Nog een kind krijgen zit er niet meer in; ik krijg 5 jaar lang hormoonpillen en dan is zwanger worden niet verstandig. Deze hele week krijg ik scans en volgende week vrijdag krijg ik te horen of er uitzaaiingen zijn, dat wordt de spannendste dag van mijn leven. Zolang die er niet zijn kan ik alles aan! Wat ik hier kwijt wil, is dat dit niet vaak voorkomt bij een vrouw van mijn leeftijd, maar het komt helaas wel voor.

Ik heb het per ongeluk ontdekt, deed nooit zelfonderzoek maar ik raad het iedereen ten zeerste aan en als je iets ontdekt om heel snel actie te ondernemen. Op een jonge leeftijd groeien tumors sneller.

Ik ga vechten, voor mijn dochter vooral, ik wil haar zien opgroeien en daar zal ik alles voor doen!

M.

Aan de starende volwassene – ja, mijn kind is anders!

people, child, boyIk zie de statussen op mijn tijdlijn voorbij komen, over kinderen met speciale behoeften. Misschien lijkt het weer zo’n kettingstatus waar niemand iets aan heeft, maar ik begrijp dat mensen die status kopiëren en op hun tijdlijn zetten. Kinderen met een handicap – lichamelijk of psychisch – hebben behoefte om geaccepteerd te worden. Precies zoals ze zijn! Want ook al is er veel meer bekend over ziektes, lichamelijke en psychische beperkingen, je zou er van versteld staan hoe weinig mensen daar nog iets over lijken te weten in de praktijk.

Want ook al denk je misschien dat alleen kinderen ongegeneerd staren naar een ziek kind, een gehandicapt kind of een kind met een mentale beperking; was het maar waar. Volwassenen kunnen er wat van. Kinderen komen in al hun eerlijkheid tenminste vaak nog vragen wat er aan de hand is met het kindje (daar kun je tenminste nog een dialoog mee hebben en uitleg geven), volwassenen staren gewoon van een afstand onbeschaamd naar het kind. En met staren bedoel ik soms ook echt schaamteloos aangapen. Nog net niet (of soms zelfs wel) met open hangende mond.

Ja. Ja! Onze kinderen zijn anders, meneer of mevrouw die onze kinderen aanstaart. Ze zijn anders, in de fysieke zin of in mentale zin, of misschien wel allebei. Onze kinderen hebben moeilijkheden in dit leven waar u misschien nog nooit van gehoord heeft, of zelf nooit mee te maken heeft gehad. Onze kinderen moeten iedere dag vechten; of dat nu is om te overleven, om de wereld om zich heen te begrijpen of (helaas) om om te leren omgaan met starende mensen zoals u.

Ja, misschien zien onze kinderen er anders uit. Ja, misschien gedragen ze zich niet exact zoals u dat sociaal wenselijk acht; misschien krijgen onze kinderen midden op de kermis een paniekaanval omdat het geluid te hard is en de prikkels te hard binnen komen. En ja, dat ziet er misschien uit alsof ik een kind heb dat out of control is.

Maar wat de reden ook is dat dit blijkbaar een soort afkeer opwekkend schouwspel voor u is geworden; voor ons is dit de dagelijkse praktijk. En die afkeuring in uw blik – we zien hem wel! En erger nog, misschien zien onze kinderen het ook wel – snijdt dwars door onze ziel. Want u kijkt zo afkeurend naar onze kinderen, ons vlees en bloed waar wij zo trots op zijn en zielsveel van houden. Onze kleine mensjes die echt niets anders willen dan alleen maar een gewoon kind te zijn.

Soms staren we net zo lang naar u terug, totdat u enigszins beschaamd uw blik moet afwenden. Maar meestal hebben we daar de tijd niet voor. We zijn namelijk bezig met belangrijkere zaken, namelijk onze kinderen. Het zou u sieren als u in het vervolg met uw starende, afkeurende blik de dichtst bijzijnde spiegel opzoekt en hem daar in stuurt; dan komt hij precies goed terecht.

Aan de mensen die niet meer bij ons zijn ❤

Soms hoop ik je te zien, tussen de sterren. Soms meen ik je stem te horen, in de verte. Alsof je aanwezigheid plots bij me is, vertrouwd als altijd. Dan meen ik zelfs je geur te ruiken, maar het is maar een zweem, die ik als ik kon, zou vangen en in een potje zou bewaren voor die ontelbare momenten dat het gemis te zwaar lijkt om te dragen.

Voor die dagen die beginnen in het donker, en nooit licht lijken te worden. Als ik mezelf al die vragen stel, die ik niet wil horen, omdat ik ze niet meer aan jou kan stellen. Op foto’s lijkt het ook al alsof je er gewoon nog bent.

Alsof je steeds opnieuw weer zomaar de kamer binnen kunt komen wandelen. Steeds opnieuw word ik verpletterd door de onmogelijkheid daarvan. Maar het ergste is de stilte die je achter laat. Ik wist niet eens dat zo stil bestond, totdat jij naar de andere kant verdween.

Je zult nooit terug komen, dat weet ik. Hoe vaak ik het ook wens, wil, droom of hoop, het kan niet.

Maar, zoals ik ooit schreef in een gedicht:

het hart stopt ooit met kloppen
het hoofd houdt op met denken
de handen kunnen niets meer
geven of schenken

maar wat niemand kan bewijzen
is waar de ziel naar toe zal gaan
dus geloof ik, wat ze ook zeggen
dat die altijd blijft bestaan.

Viraal Verhaal: Mannen hebben óók gevoelens!

Arme mannen. Terwijl wij vrouwen het hele wereld wijde web vol schrijven over onze gevoelens, gedachten, emoties en dat soort dingen, zitten mannen daar dan, op de bank, met hun gevoelens. Ja, je leest het goed, hun gevoelens.
Waar wij altijd dachten dat mannen heerlijk gevoelsvrij en dartel door het leven huppelden, blijken ook mannen last te hebben van gevoelens, ook wel bekend als emoties: Recentelijk onderzoek wijst namelijk uit dat ook mannen wel degelijk last hebben van gevoelens. Ze omschrijven de symptomen onder meer als “alsof je erg naar het toilet moet, en er dan toch niks komt”, “een vlaag van misselijkheid maar dan in mijn hoofd” en “een zeer onaangename sensatie in mij”. Het herkennen van het hebben van deze gevoelens is volgens experts de eerste stap richting acceptatie.

Waar de emancipatie van gevoelens van vrouwen al eeuwenlang evolueerde, staat die van mannen nog in de kinderschoenen. Gevoelens hebben is natuurlijk eng, zo bewijst deze bier reclame maar al te duidelijk:

Mannen overal in het land geven aan zich geen raad te weten met dit fenomeen. Er heerst vooral schaamte en schuldgevoel.

“Het is nogal wat, je gaat het niet zomaar effe delen met je maten, in de kroeg.” zegt N., die wegens privacy liever anoniem zijn gevoelens deelt. “Ik voel me regelmatig, hoe zeg je dat, verdrietig, maar denk maar niet dat ik daar snel iets over zeg. Tegen andere mannen al helemaal niet. Ze lachen je vierkant uit. Ik zit dus gewoon opgesloten met mijn eigen gevoel. Alleen al door dit anoniem aan jou te vertellen voel ik me schuldig.”
N. heeft even tijd nodig voor een tissue.
“Maar mijn vrouw zit er ook niet op te wachten hoor. Vrouwen zeggen wel dat ze willen dat we gevoelig zijn, of gevoel tonen. Maar toen ik laatst na maanden moed verzamelen eindelijk vertelde dat ik nog steeds verdrietig werd van de film Bambi, zei ze dat ik maar eens volwassen moest worden. Dat zeg je toch niet, zoiets?”
N. blaast nog een keer in zijn tissue. Zijn ogen naar de grond gericht,  vol schaamte.

“Het is ook gewoon allemaal zo verwarrend. We moeten modern zijn, maar niet te, we moeten onze vrouwen maar alles laten overnemen, je weet wel, werk, geld, wat we voor kleren dragen en zo, maar als we gevoelens gaan tonen dan worden we opeens met de nek aangekeken.”

Ook P. heeft last van gevoelens. “Het begon toen mijn vrouw me opdroeg om Nivea creme te gaan gebruiken vanwege mijn achteruitgaande huid. Kreeg ik een klodder van die zooi in mijn oog. Tranen als een bezetene. Ik zag mezelf zo in de spiegel, met die klodder in mijn oog, en dacht: nou, is dit het dan? Sta je daar, met je terugtrekkende haargrens en je bierbuikje, met een klodder Nivea in je oog. Voor ik het wist stond ik te huilen als een klein kind. Sindsdien is het hek van de dam. Ik hoef maar naar een Nivea reclame te kijken, of ik begin al. Ik heb het op Google opgezocht. Ik denk dat ik lijd aan PTSS. Dat moet wel.”

N. neemt me verder in vertrouwen. “Laatst zat ik naar het darten te kijken op TV. Barney verloor. Ik dacht dat ik het niet meer had. Een dartpijl in mijn hart, weet je wel. Ik kon me amper groot houden. Mijn jongste zoon had het door. Papa, huil je? Vroeg hij. Natuurlijk heb ik gezegd dat ik iets in mijn oog had. Soms ben ik wel eens jaloers op hem, wou ik dat ook nog zes was. Dan is het nog oké om te huilen, als man zijnde. Gek toch, eigenlijk?”

Er valt nog een hele inhaalslag te maken op het gebied van mannengevoelens. Gek genoeg ligt de grootste verantwoordelijkheid in het acceptatieproces van mannengevoelens bij vrouwen. “Als je vrouw achter je staat, je niet meer uitlacht en je gevoelens valideert, voel je je in elk geval in je eigen huis al veilig als je eens moet huilen om een gemist doelpunt of als je die promotie weer niet gemaakt hebt. Dat zou al een mooi begin zijn, een uitgangspunt, weet je wel. Als je thuis veilig je emoties kwijt kunt, wie weet wat de volgende stap dan is. Wie weet, ooit is het misschien de normaalste zaak van de wereld om een potje te janken als je geen strike hebt gegooid met bowlen. Misschien mag je tegen die tijd gewoon wel even lekker emotioneel worden om dat perfect getapte biertje, met twee vingers schuim. Ondanks alles blijf ik goede hoop houden dat we over een aantal jaren misschien ook buiten de badkamer onze gevoelens de vrije loop mogen geven.”

Vrouwen van Nederland, jullie lezen het goed: de emancipatie van de gevoelens van onze mannen ligt in jullie handen. Ga er wijs mee om. couch-conference-startup-bro-concentration-large

 

 

 

 

Waarom “Trek het je niet aan” SLECHT advies is

https://static.pexels.com/photos/23008/pexels-photo.jpg

We zeggen het tegen elkaar. We zeggen het tegen onze kinderen. “Trek het je niet aan.” Waarom trek het je niet aan naar mijn mening slecht advies is, zal ik uitleggen.

Degene die jou net over zijn probleem heeft verteld, zou het je waarschijnlijk niet verteld hebben als hij het zich niet al lang wel had aangetrokken. Er is een probleem, die persoon zit er mee, en dan kom jij met trek het je niet aan. Daar heb je dus helemaal niks aan, met je probleem.

Allereerst zeg je met trek het je niet aan eigenlijk: je moet je er niet druk om maken. Dat is heel goed bedoeld natuurlijk, maar daar heb je niet zo veel aan als je je er wel druk om maakt. Want dat doe je al. Anders zou je er niet over praten, toch?

Tegen kinderen zeggen we ook vaak dat ze het zich niet aan moeten trekken. Wat ik daar persoonlijk niet zo handig aan vind, is dat een kind dan het gevoel kan krijgen dat het probleem waar het mee zit, niet belangrijk genoeg is, niet mee telt, of in het ergste geval, dat het zich aanstelt. Want jij vindt dat het zich van dit probleem niets moet aantrekken, toch?

In plaats van trek het je niet aan kun je misschien beter het probleem valideren en samen op zoek gaan naar oplossingen. Want hoewel jij misschien denkt dat de ander dit probleem makkelijk naast zich zou moeten kunnen neerleggen, voor diegene is dat (op dit moment) niet zo gemakkelijk. Toch?

Waarom we zo’n verdriet hebben om huisdieren die overlijden

image

Er wordt wel eens gezegd dat mensen net zo hevig om het verlies van een dier kunnen rouwen als om een mens. Ik weet niet of dat klopt, maar dat je erg veel verdriet kunt hebben van een huisdier dat sterft, weet ik wel. Logisch ook eigenlijk. Ze zijn hartstikke trouw, elke dag blij om je te zien, voelen vaak instinctief aan of je je verdrietig voelt.. dat kun je niet van alle mensen zeggen. Dieren vergeven, zijn loyaal, spelen graag en dwingen je tot beweging. Het is niet voor niets bewezen dat mensen met huisdieren een lagere bloeddruk hebben! Het hebben van een kameraad met vacht is nou eenmaal erg ontspannend. Huisdieren horen vaak bij het gezin; kinderen leren veel van dieren en groeien met ze op.
Als je dan na een aantal jaren afscheid moet nemen van zo’n kleine vriend, blijft er vaak een lege plek achter in het gezin.

Hebben jullie ervaring met het afscheid nemen van huisdieren?

Vaccineren kinderen: wel of niet?

hand, young, babyIn Nederland hebben we het Rijksvaccinatieprogramma, waardoor alle kinderen kunnen worden ingeënt tegen besmettelijke en gevaarlijke infectieziektes zoals de bof, mazelen (kan leiden tot longontsteking en hersenvliesontsteking), difterie, kinkhoest, polio en rode hond (kan bij zwangere vrouwen leiden tot miskraam, vroeggeboorte of aangeboren afwijkingen van de baby).

Sinds de introductie van deze vaccinaties is de kindersterfte in West Europa drastisch gedaald. Toch zijn er ook nog steeds ouders die er  – ondanks de risico’s – voor kiezen hun kind niet te laten vaccineren, wegens religieuze redenen of uit angst voor het effect van de vaccinaties op de gezondheid van hun kind.

Hoe meer ouders echter weigeren hun kind te laten vaccineren, des te groter is de kans dat deze gevaarlijke infectieziektes weer de kop op gaan steken. Door je kind te laten vaccineren bescherm je dus niet alleen je eigen kind, maar ook de gehele bevolkingsgezondheid.

Op internet gaan er veel verhalen rond dat kinderen autisme zouden kunnen ontwikkelen door vaccinaties. De arts die dit beweerde is echter inmiddels uit functie gezet omdat hij fraudeerde en omdat zijn onderzoeksresultaten niet kloppend bleken te zijn. Het onderzoek waar hij aan werkte werd later om die redenen ingetrokken.

Op de website van het RIVM vind je een video waarin antwoord wordt gegeven op de meest gestelde vragen die ouders hebben over de vaccinaties.

Hoe heb jij de afweging gemaakt?
Heb jij je kind laten vaccineren of niet?

De lat te hoog! Model Michelle-Anne luidt de noodklok: Holland’s Next Top Model en modellenbureaus meten met twee maten

DSC_80_view
Foto door: Laura Marijn (www.lauramarijnphotography.com)

Al sinds haar vijftiende is Michelle-Anne Lucas bezig met modellenwerk. Ze is ingeschreven geweest bij vier modellenbureaus en twee castingbureaus, maar heeft tot nu toe pas twee opdrachten gekregen via bureaus.

Ze heeft meegedaan aan een aantal modellenwedstrijden, maar kwam ondanks lovende woorden nooit verder dan de catwalk ronde. Per jaar stuurt ze minimaal tien bureaus aanmeldingsformulieren, waarop meestal afwijzingen volgen. Al drie keer schreef ze zich in voor Hollands Next Top Model, maar ook daar wordt ze telkens afgewezen. Je zou – als je bovenstaande leest – bijna gaan denken dat Michelle-Anne (21 jaar, 1,68, 59 kilo) geen mooi model is, of niet getalenteerd genoeg. Niets is echter minder waar. Tijd om de noodklok te luiden, aldus Michelle-Anne.

De branche legt de lat hoog. Te hoog. Letterlijk. Als je niet minstens 1.74 meter lang bent, kom je niet in aanmerking voor deelname. Hoe vastberaden, gemotiveerd of mooi je ook bent; als je niet lang genoeg bent, val je al bij voorbaat af.

IMG_4649-KL-fb
Foto door: Robbert Ridderbeekx (www.robbertridderbeekx.com)

Michelle-Anne is een graag gezien model onder  fotografen in Nederland. Ze is professioneel, getalenteerd, werkt hard, doet alles voor de perfecte foto. Ze is punctueel, betrouwbaar, zeer ervaren  en poseert gemakkelijk. “Natuurlijk zijn er duizenden meiden die graag model willen zijn. En natuurlijk is het moeilijk om er uit te springen tussen al die mensen met dezelfde grote droom. Toch bekruipt me de gedachte dat ik meestal puur op basis van mijn lengte word afgewezen.”

In Duitsland is Germany’s Next Top Model al een stuk minder gaan discrimineren op lichaamslengte: daar stonden al modellen van 1,66 meter in de finale. In Amerika heeft men de laatste jaren regelmatig plus size modellen die het ver schoppen in hun wedstrijd. Waarom doet Holland’s Next Top Model dan nog alsof er geen mogelijkheden zijn om af te wijken van hun maatstaven?
Het argument dat een model lang en ultra dun moet zijn, is al lang onderwerp van discussie. Vrouwen zien graag vrouwen op de catwalk waarmee zij zich kunnen identificeren: dat betekent dus in alle lengtes en vormen.

Markderoo.png
Foto door: Mark de Roo (www.markderoophotography.com)

Een werkgever mag een werknemer niet weigeren op basis van geslacht, ras, afkomst, geloof of handicap. Discriminatie heet dat. Waarom mag Holland’s Next Top Model dan wel afwijzen op basis van zoiets als lichaamslengte? Als een model verder wel aantoonbaar zeer geschikt is voor de job? Zelfs op het aanmeldformulier van de wedstrijd is het onmogelijk om een lengte korter dan 1.74 meter in te vullen.

“Het is uiterst frustrerend. Ik wil zo graag professioneel verder komen in  mijn vak, ik knok er al jaren keihard voor. Ik krijg complimenten van alle fotografen waar ik mee werk; dat ik fotogeniek ben, professioneel, veelzijdig, getalenteerd, dat ik geheid ver ga komen. Maar zolang de modebranche, de (meeste) modellen- en castingbureaus en wedstrijden zoals Holland’s Next Top Model met twee maten blijven meten, kom ik nergens. Ik heb zelf al eens een e-mail gestuurd naar HNTM naar aanleiding van een afwijzing. Ik heb in die mail letterlijk gevraagd: vertel me dan wat er mis is met mijn foto’s, afgezien van mijn lengte. Ik kreeg geen antwoord meer.”

America’s Next Top Model heeft zelfs een hele serie gewijd aan de kleinere modellen, nadat Tyra Banks talloze vragen kreeg van modellen die niet aan de norm voldeden qua lengte. Kate Moss, een van ’s werelds “grootste” modellen ooit, is zelf maar 1 meter 70 lang. 

Het wordt tijd voor vernieuwing; niet alleen bij Holland’s Next Top Models, maar ook bij de fashion designers, de (meeste) modellenbureaus en de castingbureaus. Vrouwen willen echte vrouwen zien op TV, op de catwalk, in de bladen. Het zal veel moed en durf vergen, maar als Amerika en Duitsland al het goede voorbeeld kunnen geven, waarom kan dat in Nederland dan niet?

“Ik ben me er van bewust dat ik met deze uitspraken mijn nek uitsteek. Ik doe dit niet alleen voor mezelf, maar voor alle mooie, getalenteerde modellen die niet verder kunnen komen in dit wereldje, simpelweg omdat ze niet aan alle maatstaven voldoen. Iemand moet de eerste zijn die het hardop durft uit te spreken: dit is gewoon niet eerlijk.”

Het klinkt inderdaad ronduit oneerlijk, riekt naar discriminatie en het is ook niet meer van deze tijd. Zo worden gigantisch veel gemotiveerde, getalenteerde en veelbelovende modellen letterlijk over het hoofd gezien. Wellicht een tip voor de volgende redactievergadering, Anouk Smulders?

Facebook-20141228-113920
Foto door: Marius Suiker

 

 

 

Als je twijfelt aan jezelf als moeder….. ❤

Het leven kan zwaar zijn als je moeder bent. Soms voel je je een voetveeg, of degene die alles op moet vangen. Maar hoe zwaar je het ook vindt, bedenk wel dit:

– als je er van baalt dat je kind snotverkouden is, bedenk dan dat er moeders in ziekenhuizen zitten nu, op dit zelfde moment, naast het bed van hun ernstig zieke kind, biddend dat het beter mag worden.

– als je moe wordt van de drukte, bedenk dan hoe stil het later zal zijn als ze met hun koffers vertrekken om op kamers te gaan.

– als je denkt dat je het niet goed genoeg doet, kijk dan eens naar je kind als het naar je lacht. Luister naar het gekwebbel. Hóór de complimenten die ze je geven op hun eigen manier, en vang ze in je hart. Ze menen het immers. Jij bent hun heldin!

– als je je zorgen maakt of je ze financieel wel alles kunt bieden, vraag je dan eens af wat belangrijker is: een gelukkig kind met liefdevolle ouder(s) of een verwend kind met veel te veel spullen.

– als je denkt dat ze je háten en je nooit meer normaal zullen behandelen, bedenk dan dat ze zich zo veilig bij je voelen dat ze hun emoties durven te laten gaan en hun frustraties durven uiten. Zo belangrijk ben jij dus! Blijf door ademen: this too shall pass.

– als ze woedend worden omdat iets niet mag van jou, bedenk dan dat je ze voorbereidt op het volwassen leven: later mag ook niet alles.

– als je jezelf een zeur vindt omdat je ze voor de zoveelste keer maant om rechtop te gaan zitten en netjes te gaan eten, bedenk dan dat je ze voor de rest van hun leven etiquette mee geeft die in allerlei situaties handig van pas zullen komen.

– als je hart pijn doet van het loslaten, bedenk dan dat ze het meest groeien van het maken van hun eigen fouten en het oplossen van problemen.

– als ze je verwijten dat je ze een krantenwijk laat doen of in de supermarkt een bijbaantje laat nemen; hier leren ze belangrijke dingen voor later: voor niets gaat de zon op, klantvriendelijkheid en omgaan met een baas.

– als je twijfelt aan je moeder instinct: niet doen. Het klopt 99,9% van de keren.

– als je het allemaal even niet meer weet: bedenk dan dat er op dat moment nog duizenden andere moeders met de handen in het haar zitten en het ook niet weten.

Kruidvat: steeds verrassend, altijd die irritante stem!

Lieve Kruidvat,

Willen jullie alsjeblieft eens een andere stem gebruiken voor jullie reclames? Het is al vervelend genoeg dat we voor die kortingen als een soort Tom Cruise in Mission Impossible tussen jullie karren heen moeten manoeuvreren om bij die rekken met afgeprijsde producten te komen.

Maar die stem hè, in jullie reclames. Die is zo irritant. Het zal vast een geweldige vrouw zijn, maar de manier waarop ze Nederland aanspreekt, is alsof ze het tegen een stelletje infantiele randdebielen heeft.

Natuurlijk, ik ben me ook bewust van het feit dat reclames herkenbaar moeten zijn en dat het werkt, zelfs als mensen zich er aan ergeren (“Aahh, wat was dat? Was dat het luchtalarm?” “Nee, maak ramen en deuren maar weer open, dat was die vrouw van Kruidvat lieverd.”), maar voor een bedrijf dat als slogan “Steeds VERRASSEND, altijd voordelig” mogen jullie het winkelend publiek wel eens een plezier doen door ons te verrassen met een iets minder erge schreeuwerd in jullie reclames.

Liefs,
Half Nederland.

Hekel aan Bumba!

Ik schreef eerder een bekentenis over Dora. Dat luchtte zo op, dat ik besloten heb het nieuwe jaar nog eerlijker in te gaan met de bekentenis dat ik een zo mogelijk nog grotere hekel heb aan Bumba. En met hekel bedoel ik niet gewoon hekel, maar eigenlijk bedoel ik dat ik er jaren na dato nog af en toe over droom, waarna ik badend in het zweet wakker word.

Dat muziekje, de stem van die man die je nooit ziet (“Waar is die kleine clown?”)… ik ben er van overtuigd dat er een hypnose effect in dat programma zit waardoor kinderen vanzelf in de staarmodus gaan.

Nu heb ik het sinds de film IT toch al niet op clowns. Maar na zevenhonderdveertig afleveringen van Bumba weet ik het zeker.

Die akelig wegdraaiende ogen bijvoorbeeld. Daar lopen de rillingen toch van over je rug? En dat hij alle conflicten oplost door heel hard BUMBALOOOOO!!! te roepen siert hem ook niet. Ik heb het eens geprobeerd in een conflict: werkt niet.

Soms hoor ik hem in de verte. “NONNINONNINONNI!” roept hij dan.

We kwamen hem ook eens in het echt tegen, in Plopsaland. Hij gaf daar een theatershow weg waar geen touw aan vast te knopen was. Dochter wilde met hem op de foto. Ik durfde eigenlijk niet, maar dat kon ik natuurlijk niet maken.

Dus zette ik me over mijn angst en afkeer heen en poseerde trots met dochter voor de foto. Met die grote vingerloze bumba hand in mijn nek. Brrr.

Asociaal gedrag bij Kinderen (en de blinde vlek van ouders)

Ik schreef eens een quote over Pietertje. Pietertje rende door de speeltuin en maaide met zijn armpjes onschuldige voorbijgangertjes neer. “Dat komt door zijn koemelkintolerantie.” zuchtte zijn moeder tegen me.
Totdat Pietertje een kindje tegenkwam met Pietertje intolerantie.

Die quote werd me toch een triljoen keer gedeeld, zeg. En ik snap ook wel waarom. Het lijkt alsof sommige kinderen tegenwoordig alleen nog gekleed en gevoed worden, maar niet meer opgevoed. En hoewel mijn eigen kind absoluut niet perfect is (en dat ook niet hoeft te zijn), kan ik het niet helpen dat de volgende gedachte zich aan mij opdringt:

Als ouders toe zitten te kijken terwijl hun kind gigantisch over alle fatsoensnormen heen dendert, fysiek of verbaal faliekant meermaals de mist in gaat en asociaal gedrag vertoont, dan wordt dat al voor een groot deel verklaard door exact dat: de toekijkende ouder die niet ingrijpt.

Je kunt kinderen niet met honden vergelijken. Want foei, dat is niet hetzelfde. Maar toch. Stel dat ik dat toch stiekem een keer zou doen. Dan zou je die ouders die niet ingrijpen kunnen vergelijken met hondeneigenaren die bij een bijtincident er naast staan en verbouwereerd zeggen: “Dat doet ie anders nooit.”

Toch is het bijtincident meestal een gevolg van een hele reeks gebeurtenissen waarin de hond zijn grenzen niet duidelijk gemaakt krijgt, waardoor hij nerveus en angstig wordt (want een hond houdt van duidelijkheid… kinderen ook. Tot zo ver mag je gaan.) uiteindelijk een bijtincident kan plaatsvinden.

Het kan natuurlijk zo zijn dat dat agressieve gedrag van je kind een (veel) dieper liggende oorzaak heeft dan enkel het opzoeken van grenzen. Maar  dan nog; dan ga je als ouder op zoek naar die dieper liggende oorzaak, en laat je dit soort incidenten niet zomaar voorbij gaan zonder enige reactie te geven richting je kind, toch? Ik begrijp oprecht niet waarom mensen niet ingrijpen als hun kind zo asociaal of agressief is naar andere kinderen. Is het de blinde vlek, die ouders hebben voor hun kind? Zien ze het niet zoals wij het zien? Zie ik dingen bij mijn eigen kind dan misschien ook niet? Het zou best kunnen. Toch weet ik zeker dat wanneer mijn kind op zo’n bewuste, gemene manier een ander kind pijn zou (proberen te) doen, ik er binnen twee tellen bij zou zijn, met bijbehorende consequenties.

Dat zeg ik niet uit de hoogte, maar omdat ik fatsoen wil overbrengen op mijn kind en omdat ik me verantwoordelijk voel. Als je ziet hoe veel zinloos geweld er is tegenwoordig, bekruipt me toch de gedachte, dat meer mensen dit zouden moeten proberen.

Haat jij Dora ook? There it is! 😂 #herkennenisdelen

image
Dora.

Ah, Dora. Welke moeder kent haar niet? Het vrolijke poppetje met haar vriendjes op televisie, dat half Nederlands half English speaks to her little viewers.

Naast dat dit al incredibly annoying is, is dat natuurlijk pedagogisch super verantwoord en spreken de helft van onze kinderen dankzij Dora al Engels nog voordat ze zindelijk zijn. We waren een keer in een binnenspeeltuin met onze dochter toen ze drie was. Opeens zag ik haar niet meer. Totdat ik een klein stemmetje uit een hoekje van het klimrek hoorde komen: “Please, rescue me, I’m stuck!”
Ja, dat moet je Dora toch nageven.

But all madness on a little stick, ik zou er als kind echt ho-ren-dol van worden, die vragen de hele tijd. ZIE JIJ DE WALVIS? vragen ze dan, terwijl rechtsboven in beeld overduidelijk een walvis komt opdoemen, terwijl voor de zekerheid links en rechts nog twee gigantische neon pijlen staan te knipperen. THERE IT IS!!

Mijn kind heeft overigens nooit meegedaan met die interactie. “Als je even wacht, zegt Dora het zelf al, dus je hoeft niks te zeggen.” was haar droge conclusie. Gelijk heeft ze.

Maar wat ik Dora wel moet nageven; ze was zo ideaal om even bij weg te dromen. Althans, voor het kind. Waardoor de moeder dan even tijd heeft voor een wasje, een dutje of een ongestoorde number two kan doen. Daarom – en daarom alleen! – tolereerde ik Dora.

Swieber ook, met zijn eeuwige gejat, die kon ik wel wurgen op het laatst. “Met Christmas mag je niet stelen Swieber!” riep Dora de huiskamer in.
Ah, mooi.
Alleen met kerst mag je niet stelen. 
De rest van het jaar, ach, als je het met kerst maar niet doet.
“Zie jij de hypocrisie in Dora?” mompelde ik interactief en al tegen het televisie scherm.
“There it is! You did it!”

BIZAR: Voorspelling voor 2016!

Via deze weg wil ik graag even voorspellen wat komend jaar allemaal gaat gebeuren, voor degenen die graag een kijkje in de toekomst willen.

Meer verwondingen door selfiesticks in 2016
Met de opkomst van selfiesticks is het wachten op het eerste nieuwsbericht op Nu.nl, waarbij iemand zwaar gewond is geraakt of zelfs om het leven is gekomen, door toedoen van een selfiestick. Want laten we eerlijk zijn, die dingen zijn – naast handig om je rug mee te krabben op die plek waar je niet aan komt met je hand – ideaal om mee te meppen.
Zelfs als je ze op de juiste wijze gebruikt kan het nog zomaar gebeuren dat die telefoon er uit valt, recht op je oog kleddert en jij met nog maar een oog een rechtszaak aanspant tegen de selfiestickmakers.

Steeds minder mensen winnen
in 2016
Steeds minder mensen zullen badkamers / woonkamermeubels / juwelen / dwergparkieten winnen via win acties op Facebook. Doordat de übercommerciële pagina’s op Facebook steeds groter gevolg krijgen, wordt de kans om echt iets te winnen nog kleiner dan de kans dat je verhuist naar een villa in een wijk waar net de week er na de postcodeloterij jackpot valt. Zelfs die droeftoeters die hun hele levensverhaal delen en de ellende daarin flink aandikken in de hoop te winnen (“Die nieuwe badkamer zou wel erg goed uitkomen, zeker na het rotjaar dat ik gehad heb, me oma is gestorve en me papegaai viel ook al zomaar van ze stokkie, pffff, en dat met me dubbele hernia en clusterkoppijn, hoop echt dat ik mag winnen dit x”), maken geen schijn van kans meer.

Steeds meer mensen zullen denken dat ze geld van Mark Zuckerberg zullen krijgen
Ook al ligt het nog zo voor de hand dat Mark Zuckerberg echt NIEMAND een groot deel van zijn aandelen gaat schenken, en al helemaal niet aan iemand die zo goedgelovig is om een status daarover te delen op Facebook (think,people, think!), voorspel ik dat ook dit gerucht in 2016 hardnekkiger zal rond blijven gaan dan het norovirus. Ook al is het overduidelijk een dikke vette HOAX.

Paul McCartney zal muzikaal doorbreken…. ?#@$%

Zoals al veel rasechte muziekkenners en cultuurliefhebbers die ook nog eens niet kunnen Googlen op Twitter voorspelden, zal Paul Mc Cartney dit jaar geheid doorbreken muzikaal. Want Kanye West, die weet wel talent uit te zoeken natuurlijk. #facepalm

Steeds meer mensen zullen zonder na te denken grof reageren
Als het zo doorgaat zoals het nu gaat, zullen in 2016 nog meer mensen dan ooit tevoren in het geheel zonder na te denken grof reageren op artikelen op internet, gehuld in de waan van anonimiteit op Facebook. Onderzoek heeft uitgewezen, dat met name seksueel gefrustreerde en intellectueel minder bedeelde mensen op deze manier hun agressie botvieren op de buitenwereld. Aan de andere kant hiervan staan mensen met kennis van  blokkeer functies.

Spelling en grammatica zullen nog verder achteruit gaan
Terwijl de mensen die nog gewoon “mijn moeder” schrijven in plaats van “me moedertje” in 2015 in aantal al steeds verder terug liepen, zal in 2016 de kennis van spelling en grammatica nog verder kelderen. Ik voorspel dat tegen de tijd dat het 2020 is, we enkel nog fonetisch zullen schrijven.
Je weet wel, gewoon, zoals juh ut zegt. Met juh skatjuh op juh bankjuh. Lekkah me eige dingetju doen.

Kettingbrieven die vroeger al mega irritant waren, zullen onverstoord verergeren via WhatsApp
Was je blij dat je van de kettingbrieven van vroeger af was, dan heb ik slecht nieuws voor je. Kettingberichten op WhatsApp (“Als je dit bericht niet binnen drie minuten doorstuurt naar negen vriendinnen waarvan jij de innerlijke Godin herkent, zul je acht jaar ongeluk over jezelf afroepen, zeven jaar slechte seks, zes jaar financiële problemen en vijf jaar dagelijks struikelen over je eigen voeten.” Zucht.)

2016 wordt het jaar waarin o-ve-ral de bejaarden bij betrokken worden
Bij ieder nieuwsbericht, ieder goed doel en iedere goede actie voor de mensheid in het algemeen, zul je zien dat de ouderen of binnenlandse arme mensen er bij gesleept worden. Want ja, ook al is het geweldig van je dat je met je laatste geld een weeshuis in Kenya gered hebt van de ondergang waardoor vijfentwintig onschuldige kindertjes veilig kunnen blijven, of ja, ook al heb je net je nier gegeven aan een ander, of ook al heb je per ongeluk vijf euro gegeven aan een buitenlands goed doel…. er zal altijd, ja echt al-tijd wel iemand zijn die je er op wijst hoe slecht de ouderen of mensen in het algemeen het hebben in ons land. Dus denk maar niet dat je een held bent, hoor!

Vuurwerkoverlast
Aangezien dit jaar de vuurwerkoverlast door ging tot ongeveer drie uur ’s nachts, voorspel ik dat de vuurwerkoverlast volgend jaar door zal gaan tot ongeveer 3 januari 2017.

Heb jij nog leuke voorspellingen voor 2016? Deel ze in een reactie!

https://static.pexels.com/photos/23179/pexels-photo.jpg
Wat voorspel jij voor 2016?

 

 

 

 

Roze wolk? Zeg maar gerust donderwolk! (Persoonlijk verhaal / Gastblog door Susan Schuitema)

Gastblogger Susan Schuitema heeft een huilbaby. Haar wolk is verre van roze. Ze wil graag haar persoonlijke verhaal delen met andere moeders.

Een roze wolk? Zeg maar gerust een donderwolk met spoelende regen.
Zo’n hoosbui waarvan je compleet doorweekt raakt en eerst 3 uur onder de douche moet staan om het weer warm te krijgen. Een hoosbui waarbij je met een grote paraplu rondloopt en nog aan alle kanten nat wordt.

Een emmer die iedere dag een beetje voller loopt en meerdere malen per week geleegd wordt om weer opnieuw te beginnen met vullen. Hij loopt vol met tranen, tranen van verdriet, van frustratie, van wanhoop en ook van blijdschap.

De eerste tranen kwamen tegelijk met een luide huil door de operatiekamer, ditmaal van blijdschap. Volledige blijdschap zonder twijfel, trots en opluchting omdat hij er was. De opluchting die je voelt omdat de bevalling eindelijk voorbij is en je kind eindelijk na 9 maanden ongeduld, op de wereld is. Trots op het geluid dat door de ruimte gaat, de harde huil van jouw baby.

De harde huil die je nu – weken later – zelfs onder de douche nog hoort, terwijl hij toch écht eindelijk ligt te slapen.
De huil die je zo graag wilde horen al die tijd, waar je naar uit keek toen je nog zwanger was, omdat dat een teken zou zijn van een gezonde baby. Die zelfde huil maakt je zes weken later wanhopig, gefrustreerd, bang, zelfs wel eens boos.

En dan kun je denken, boos op je baby? Nee, boos op jezelf. Als jij, als enige veilige haven voor je kind, na 9 maanden samen te zijn geweest, je kind niet kunt troosten, wat ben je dan voor moeder? Als je je kind zo gigantisch hard hoort huilen, uren lang, dagen lang, weken lang, dan is het geen roze wolk waar je op je leeft, dan leef je in een storm waarbij de wind af en toe even gaat liggen maar steeds weer terugkomt.

Iedere minuut van de dag kruipt voorbij, met een donderwolk boven je hoofd die je aan alle kanten probeert te ontwijken. En als het dan even windstil is en je in alle rust kunt schuilen omdat hij eindelijk slaapt, durf je geen stap te zetten uit angst om weer in een zee van tranen te belanden.

De adviezen die je naar je hoofd geslingerd krijgt, hoe goed bedoeld dan ook: je kunt er op den duur niks meer mee. Probeer je het uit? Natuurlijk. Je probeert alles uit, je bedenkt de gekste dingen als er ook maar 1% kans is dat het zou kunnen helpen. Je cijfert jezelf weg want het enige wat belangrijk is, is hij. Je leeft niet meer van dag tot dag, maar van huil tot huil en van fles tot fles. In de hoop dat de dag snel voorbij gaat en hij de nacht goed zal slapen. Je kijkt uit naar de leeftijd van 6 weken, want dan zou toch alles makkelijker worden? Als met makkelijker bedoeld wordt dat je went aan het huilen en dat je went aan het constant bedenken van nieuwe oplossingen om je kind tevreden te maken, niet dus. De zes weken zijn namelijk bereikt en er staan inmiddels 100 emmers die over zijn gelopen, ik heb al meerdere malen onder de douche gestaan om mezelf weer op te warmen en door te gaan.

Een grote paraplu van de mensen om je heen die je aan alle kanten proberen te beschermen. Die je proberen op te vrolijken, moed in te spreken dat het allemaal beter wordt en dat je er even doorheen moet. En hoe fijn het ook is, zo’n grote paraplu ter bescherming tegen de regen, je wordt nog steeds aan alle kanten geraakt.

Je probeert af te gaan op je gevoel, want het is jouw kind dus je gevoel hoort je te wijzen op de oorzaak van zijn verdriet. Aan alle kanten word je weggestuurd door mensen die deskundig zouden moeten zijn. Door mensen die leven via de theoretische paden en er van overtuigd zijn dat dit voor ieder kind zo werkt. En oh wee als je afwijkt van dat ritme en die patronen, dan is dát de oorzaak van jouw ontevreden kind.

Mensen die je er dagelijks op wijzen dat je wel moet genieten omdat deze tijd zo snel voorbij zal zijn en je het niet weer terug kunt krijgen. Terwijl jij maar denkt, hoezo snel? De dagen kruipen voorbij. En hoezo genieten? Waarvan? Die prachtige roze donderwolk die alsmaar groter lijkt te worden? Dat is niet genieten, dat is overleven. En ja, ik ben dankbaar dat ik zwanger heb mogen zijn, dat ik een kind heb mogen krijgen en moeder heb kunnen worden, maar dat maakt het niet minder zwaar.

Moeder zijn is leren leven met de verantwoordelijkheid die je hebt voor een wezentje die compleet afhankelijk is van jou. En hoewel je geniet van de momenten dat hij zijn troost wél bij je vindt, en die keer dat hij voor het eerst bewust naar je begint te lachen, nieuwe geluidjes gaat maken of tevreden ligt te slapen, die roze wolk is nog niet voorbij gekomen. Maar, wie weet, heel misschien, zit hij verstopt achter die laatste hoosbui, vandaag of morgen. Zoals ze altijd zeggen, na regen komt zonneschijn. En ergens moet je de hoop blijven houden op een mooie regenboog tussen de zon en regen door, met aan het einde van de lange zware vermoeiende weg, jouw grote pot met goud: een tevreden kindje en dus een tevreden moeder.

Dus de welbekende roze wolk? Nee, stel je eerder een wolk voor met alle kleuren van de regenboog die staan voor je eigen gevoel. Met alle weersoorten die je kunt bedenken eraan vast. Zon, regen, hagel, storm, wind vanuit alle windrichtingen en inderdaad ook genoeg wolken, maar of ze altijd roze zijn? Absoluut niet.

Herken jij het verhaal van Susan? Heb jij dit ook meegemaakt met jouw kindje? Hoe ben je er door heen gekomen?

Kerstkilo’s? Zo raak je ze snel kwijt!

Loop je al sinds kerstavond stiekem met het bovenste knoopje van je jeans los rond, gewoon, om te kunnen blijven ademen? 😩 Heb je weer net iets te veel genoten van het kerstdiner of iets te vaak chocolaatjes uit de boom gegrist toen je kinderen even niet keken?

Of, erger nog: Heb je de kerstkilo’s die er nog aan hingen van vorig jaar zorgvuldig bewaard en zich laten vermenigvuldigen tijdens deze kerst, omdat “het nu toch allemaal geen nut meer heeft”?

Denk je er over om de sonja boeken weer eens achter uit de kast te vissen of om een blokje om te gaan hardlopen (want verder lukt niet wegens geen conditie)?

Wees niet verdrietig (ja, ik heb dat verdriet al vaak meegemaakt, ik ben ervaringsdeskundige!) en maak een plan!

(Dit jaar heb ik het zelf voor de verandering overigens eens wel slim aangepakt, door al vorig jaar november te beginnen met afvallen. Als je dan na een jaar 12 kilo lichter bent, ga je die kilo’s er echt niet weer in een romantisch verlichte omgeving bij vratsen onder het mom van gezelligheid. Dus at ik de helft van wat men me voorschotelde op kerst avond, en ging ik met het gourmetten los op de salade en rauwkost in plaats van op het vlees en brood.)

EN WAT IS DAT PLAN DAN?! hoor ik je ongeduldig vragen, terwijl je gefrustreerd van opgeblazenheid nog een dubbele Oreo naar binnen schuift..

Nou, dat plan gaat als volgt:

1. Denk NIET: Alles is verloren!! Boe!!! dus ik vreet me ongans tot 1 januari. Wie wil zich nu een oliebol voelen op de eerste dag van het nieuwe jaar? 😨 Begin vandaag. Niet morgen, niet overmorgen, niet op 1 januari, nee: vandaag nog.

2. Drink veel water! 💧Reinig je lichaam met een heel aantal glazen water per dag. Al die kerstafvalstoffen er uit spoelen. Joe!

3. Vermijd crash diëten waarin je hele voedingscategorieën moet vermijden. Kun je een jaar lang zonder brood? Nee? Dan gewoon niet doen, dat schrappen van brood of andere (langzame!) koolhydraten. 🍞

4. Houd een dagboek bij. Vooral aan te raden voor emo-eters! Wat je opschrijft hoef je niet op je heupen te plakken. 📚

5. Tel calorieën met een handige app zoals myfitnesspal (gratis op iphone en Android apparaten!). Krijg inzicht in je calorieën inname. Vergeet je drankjes niet ook mee te tellen! 😆

6. Plak een oude “dikke” foto van jezelf (of een foto van hoe slank je (weer) wil worden) op of in de buurt van je koelkast. Gek, maar effectief! 😎

7. Ga wandelen, fietsen, dansen, zwemmen of wat je ook leuk vindt. Wel iets wat je leuk vindt, anders stop je er zo weer mee. (Been there, got the T-shirt..) 🏆

8. Houd in gedachten; de meeste kilo’s kom je aan tussen nieuwjaar en kerst, niet tussen kerst en nieuwjaar! 😁

Deze voornemens kun je wel volhouden! (en ze zijn nog leuker dan de standaard voornemens)

image

Ieder jaar opnieuw nemen we ons weer voor om vanaf 1 januari meer te sporten / minder te roken of drinken / twintig kilo af te vallen / vul zelf maar in wat nog meer. Vanaf die eerste dag van het nieuwe jaar willen we in één klap een nieuwe verbeterde versie van ons zelf zijn. Ik hoef u niet te vertellen hoe weinig mensen dit volhouden.

Misschien is het dus een idee om eens andere voornemens te maken. Voornemens die misschien niet direct leiden tot een strak figuur of de conditie van een topsporter, maar je ongetwijfeld wel meer geluk brengen in het nieuwe jaar.

♡ als je je in de gelukkige positie bevindt dat je ouders nog leven, ga dan regelmatig naar ze toe of bel ze op. Er komt een tijd waarin je terug zult verlangen naar de mogelijkheid om even te bellen of binnen te wippen.

♡ geef complimenten aan mensen om je heen. Complimenten die je meent. Vertel mensen wat je bijzonder aan ze vindt, wat je bewondert en mooi vindt. Je zult zien: wat je stuurt, zul je ook terug krijgen.

♡ verwijder energie vreters. Of het nu mensen zijn die op een negatieve manier energie van je vreten, of je telefoon die met je hand vergroeid was in 2015; maak concrete plannen om meer midden in het leven te staan en leg die telefoon eens wat vaker aan de kant.

♡ maak behalve plannen voor je werk en plannen voor je huishouden ook eens plannen voor jezelf. Plan een feestje, een weekend weg of die stedentrip die je al zo lang wilde doen.

♡ knuffel elke dag je geliefden / kinderen / mensen die je lief hebt. Het leven gaat snel voorbij, voor je het weet is het alweer kerst. Zorg dat je zonder spijt kunt gaan slapen ’s avonds.

♡ Lach of huil lekker ongegeneerd als je daar zin in hebt. Dat mag gewoon!

♡ herstel dat contact waar je al jaren met weemoed aan terug denkt. Kijk of die breuk weer hersteld kan worden, maak het goed. Zeg sorry als je er naast zat. Vind vergeving in jezelf. Het leven is te kort voor wrok en haat.

Wat je je ook voorneemt, ik wens je in elk geval een fantastisch 2016! 😙 xxx Chrisje

image

Ik ben niet boos: Dit is gewoon mijn makkelijkste gezicht!

Al van kinds af aan krijg ik regelmatig te horen dat ik “vuil kijk”.
Ben ik nietsvermoedend, braaf, rustig en geconcentreerd aan het werk, dan deinzen sommigen zelfs verschrikt terug als ik op kijk. “Kijk niet zo boos!” is dan steevast de opmerking. Terwijl ik het toch raar zou vinden als ik de hele dag geforceerd glimlachend naar mijn pc zou moeten staren, voor het geval dat iemand naar me toe komt.

Als ik op stap ging was het ook wel eens een pickup line die men meende te kunnen gebruiken.
“Kijk je altijd zo boos, meisje?”
Nee, dat doe ik speciaal voor jou.
Ook zo’n leuke: “Lach eens!”
Waarom eigenlijk? Geef me een reden en ik geef je een lach. Eerlijk toch?

Maar alle gekheid op een stokje, en om nu maar eens voor eens en voor altijd er mee klaar te zijn: ik ben niet boos. Dit is gewoon mijn gemakkelijkste gezicht!

Ik kijk zo als ik er niet over nadenk hoe ik kijk. En dat is goddank best vaak. Ik ben gewoon met een boos gezicht geboren, althans, mijn baby foto’s doen dat wel vermoeden. Daar lag ik dan, helemaal rozig, kwam niks tekort, op schoot bij mijn moeder, vuil te kijken als een echte baby gangster. Vuil is gewoon mijn look.

En wie dat niet bevalt, nou, die kijk ik extra vuil aan de volgende keer! 😉

Kerstmis voor Moeders en Vaders

Kerstmis staat voor de deur. Jammer daar aan, is onder andere natuurlijk dat het niet sneeuwt, dat je allerlei films in de zevenhonderddertigste herhaling moet kijken, en dat je eigenlijk nog helemaal niet was toegekomen aan je goede voornemens van afgelopen oud en nieuw, wat pas drie weken geleden lijkt.

Helaas prop je jezelf dus met een pijnlijk gezicht (en door jezelf af te zetten tegen een muur) moeizaam in die jurk of dat pak waarvan je in de sale maanden geleden nog geloofde dat het tegen deze tijd wel zou passen, plan je je agenda vol met familie bezoeken en vraag je je af waarom je geen vakantie geboekt hebt naar een zonnig oord.

Als je kinderen hebt, dan heb je nog een uitdaging er bij. Want jouw dwarse ik ben twee en ik zeg nee variant gaat echt niet zitten peuzelen aan konijn of kalkoen (“IKKE WILLE MAC DONALDS MAMA!”) dus moet je daar ook iets handigs op verzinnen (zou die nog Olvarit lusten als alternatief voor zeven gangen bah?).

Toch hè. Wij gingen een keer een week weg met kerst. Met kind. En we gingen niet eens ver weg, het was redelijk dichtbij. We waren daar een week en eerst dacht ik: joepie! Rust! Vrijheid!
Geen wifi, geen drukte, geen geren van hot naar her!
Maar na een paar dagen werd ik toch best wel een beetje verdrietig. Want kerstmis zonder je eigen boom, je familie en je gratis wifi signaal, dat is toch eigenlijk helemaal om te janken.

Dus: hop! Wurm je in die jurk of dat pak, gooi een potje Olvarit in je tas en ga naar je familie. Geniet van de kerstboom en elkaar. Je hebt immers nog een jaar om al die andere dingen te doen. En je weet maar nooit: misschien maak je deze kerst wel herinneringen die je de rest van je leven zult koesteren, als die mensen er niet meer zijn.

De keerzijde van kerstmis

Veel mensen verheugen zich op kerstmis: gezellig samen zijn met familie en vrienden, pakjes onder de boom, lekker eten…. en dat is dan ook erg gezellig.

Toch is kerstmis voor sommige mensen ook een hele moeilijke, donkere periode waarvan ze hopen dat deze maar snel voorbij mag zijn.

Geliefden die niet meer in ons midden zijn, worden hard gemist, meer nog rond deze tijd van het jaar. Eenzaamheid komt harder binnen als je iedereen om je heen gezellig ziet keuvelen bij de kerstboom. Verdriet neemt dan gemakkelijk de overhand.

Dus dan bij deze een oproep: Let in deze tijd van het jaar extra goed op mensen in je omgeving die het moeilijk hebben.
Nodig iemand uit.
Ga een praatje maken.
Vraag hoe het gaat en hoor het antwoord ook echt.
Maak echt contact (dus niet digitaal, maar face to face!)

En in al dat gehaast en gejakker: Sta even stil, brand een kaars voor de mensen die we zo graag nog bij ons hadden willen hebben.

In deze maatschappij, die tegenwoordig alleen maar harder lijkt te worden, is juist die verbondenheid en betrokkenheid zo immens belangrijk. Daar kan geen kerstkaart tegenop.

Welkom in Limburg, Nederland!

Met het glazen huis in het mooie Heerlen is het dan weer zover: Nederland komt naar Limburg. En Limburg is natuurlijk fantastisch; dat weet iedereen die er woont.

Ja, we spreken dialect. Daar wordt nogal eens lacherig over gedaan. Maar hoe veel grapjes er ook over gemaakt worden en hoe neerbuigend er zelfs over gedaan wordt soms: wij Limburgers zijn er trots op. Trots op onze zachte G, trots op ons dialect.

Een dialect is overigens, behalve onze trots, ook echt heel handig om te hebben. Wij hoeven maar ergens boven de rivieren op vakantie gaan, en we spreken al een geheimtaal die niemand begrijpt.
“Huh?” zie je andere mensen dan denken, “..zijn het nou Belgen, Duitsers of Fransen?”.
Wij Limburgers lachen dan heimelijk, met een zachte G natuurlijk.

Zelfs onderling kunnen mensen elkaar soms niet verstaan in Limburg. Zelf heb ik een Maastrichtse vader en een moeder uit Meerssen, en ben ik zelf opgevoed in Elsloo. Dan heb je dus al drie dialecten door elkaar.

Het dialect van Maastricht is volkomen anders dan dat van Kerkrade, bijvoorbeeld. Zo had ik ooit een collega uit Kerkrade. Een hele lieve meid, ik kon het echt goed met haar vinden. Ik verstond echter pas na twee jaar samenwerken wat ze nou eigenlijk allemaal zei. Maar gelachen, dat hebben we!

Dus kom allemaal gezellig naar Heerlen, geniet van onze mooie provincie en luister eens goed of je ons kunt verstaan. We hebben namelijk – behalve een zachte G – ook een voorliefde voor het bourgondisch leven, gastvrijheid, het beste bier en een bruisend cultureel leven. En als je dan toch hier bent, doe dan meteen ook een donatie voor Serious Request!

Stop met zeuren! 😈

Ik lees tegenwoordig bijna alleen nog maar gezeur in reacties op online media. Als iemand mee doet aan Serious Request, wordt er meteen geroepen dat je eigen volk eerst moet helpen. Als iemand geld doneert, wordt gezegd dat het naar de ouderen of armen in Nederland moet gaan.

Natuurlijk mag iedereen vinden wat hij of zij vindt, maar stiekem bekruipt me dan toch de gedachte: en wat doe jij dan zelf, reageerder?
Hoe vaak ga jij vrijwillig ergens hulp aanbieden?
Hoe vaak doneer jij geld of spullen aan de voedselbank?

Bovendien, waarom moet het eigenlijk altijd zo zwart wit zijn? Waarom zou allebei niet mogen? Als ik iets kan missen, moet ik toch zeker zelf weten aan wie ik het geef?

Nou, weet je. Ik geef regelmatig goede kleding weg aan locale mensen die dat hard nodig hebben. Ik werk een uur per week vrijwillig op de school van mijn kind. Ik geef geld aan de voedselbank. Maar ik doe óók mijn bijdrage aan Serious Request voor KINDEREN in oorlogsgebieden. En ik steun ook mijn lieve neefje, die rondjes door de gymzaal rende om geld in te zamelen voor de kinderen in die oorlogsgebieden. Foei, wat moreel onverantwoord hè?

Bah. Wat zijn we hard geworden, veroordelend en koud. En wat staan we hard te roepen en te blaaskaken langs de zijlijn. Nee, dan heb ik meer respect voor mensen die in plaats van zeuren iets doen. Of het nou voor mensen in Nederland is, of voor mensen ver weg. We wonen immers nog altijd samen, met zijn allen op dezelfde aardbol.

PS: met dank aan de Inspiratiebron voor deze blog: Ruud. 😙

Als je het de bakker niet zou vragen, waarom dan wel aan de freelancer / fotograaf / schrijfster / kapster?

Als schrijfster – met een aantal zelfstandigen in mijn naaste omgeving – heb ik al veel domme, mind blowing en zelfs ronduit onbeschofte vragen gekregen:

– Als je (gratis!) een artikel voor ons schrijft, krijg je wel naamsvermelding op onze website!
(Uhh, naamsvermelding is een wettelijke plicht, geen gunst!)

– Als je voor ons een aantal columns gratis schrijft, is dat heel goed voor je netwerk. En als deze (gratis!) opdracht goed bevalt, volgen er in de toekomst wellicht zelfs betaalde opdrachten!
(Tegen de bakker: als je me nu vier gratis broden geeft, kom ik morgen misschien wel een brood kopen!)

– We hebben per ongeluk je artikel gestolen en daar tien duizenden hits en dus advertentie opbrengsten mee gegenereerd voor onze website. Maar we wisten echt niet dat dat niet de bedoeling was!
(Ga gauw iemand anders iets wijsmaken!)

– Je mag je website komen promoten op onze beurs, we zien je zelfs wel als spreker want die kunnen we ook nog gebruiken! Oh, we hebben alleen geen budget en je krijgt ook geen reiskostenvergoeding om het hele land door te reizen. Maar je kunt je wel goed profileren, joe!

– Kun je even een blog voor me schrijven? Jij kunt dat veel sneller.

En het houdt niet alleen op bij schrijvers, fotografen en journalisten.

Research bij vriendin K. leert me dat ook kappers dergelijke onbeschofte verzoeken regelmatig krijgen. Zoals het verzoek om een gereduceerd tarief, want “je hebt toch alleen de puntjes geknipt?”, alsof het wassen en föhnen en de handelingen geen tijd kostten.

Het is tegenwoordig schijnbaar heel normaal om schaamteloos te vragen of je dingen gratis of goedkoper kunt krijgen, puur omdat je niet inziet dat er een vakmens tegenover je staat.

Iemand die jaren ervaring heeft opgedaan, energie er in heeft gestoken en er in heeft moeten investeren. Even nadenken voordat je het normaal vindt om iets voor niks te krijgen is niet alleen fatsoenlijker, het gaat ook het kapotmaken van de complete markt tegen. Voor niets gaat de zon op!

Voor vrouwen met echte mannen (en mannen die durven te lezen!) 😂

Stil maar. Hij bedoelt het niet verkeerd. Heus niet. Die stofzuiger die hij je trots overhandigde voor je verjaardag was echt niet verkeerd bedoeld, en al helemaal niet seksistisch. Hij had er zelfs drieëndertig pogingen voor over om die mooie strik er om heen te krijgen!

En ja: hij houdt van je. Ookal denk je in het diepst van de nacht, terwijl je door de aardschokken – veroorzaakt door zijn gesnurk – bijna je bed uit getrild wordt, allerlei andere dingen. Toch houdt hij van je.

Ook als hij de trouwdag eens per ongeluk vergeet, of je verjaardag, dan zegt dat niet dat hij niet van je houdt. Het zegt hooguit over hem dat hij slecht is in dingen onthouden.

Over slecht zijn in dingen onthouden gesproken: dit kan ook optreden in het huishouden, bij bijvoorbeeld:

● dopjes vergeten terug te doen op de tube tandpasta
● onderbroeken laten slingeren
● ongegeneerd staan krabben terwijl jij al een triljoen keer hebt gezegd hoe vies je dat vindt
● de deksel van het toilet!! (!!!!!!)
● en zo verder

Hij houdt heus wel van je, ook als hij je liefkozend vraagt om aan zijn vinger te trekken, en we weten allemaal wat daar op volgt.

Dat hij nooit de weg wil vragen, zelfs niet als jullie ingesneeuwd vast staan op een modderig pad in the middle of nowhere, zonder mobiel bereik of kaart en de laatste persoon ter aarde komt net langslopen, wil ook niet zeggen dat hij niet van je houdt. Hij wil gewoon de weg niet vragen.

De vraag is alleen: kun jij ook nog van hém houden, met dat gat in zijn geheugen, zijn koppigheid, aardse geluiden en uitlaatgassen?

Laten we wel zijn: wij vrouwen zijn ook niet altijd de gemakkelijkste. Eens per maand veranderen we in een boze monster versie van ons zelf en verwijten we hem zelfs dat hij te hard ademt. We willen altijd heel veel; misschien zelfs te veel.

Mannen zijn gewoon aardser, minder gecompliceerd en sneller tevreden. Het lijkt me heerlijk om te kunnen relaxen in een woonkamer die er uit ziet alsof er net een gigantische explosie heeft plaats gevonden.

Enfin. Liefde is ook het accepteren van elkaars tekortkomingen en nukken. Maar liefde is ook een compromis zoeken. Water bij de wijn willen doen.
Als mannen én vrouwen dat leren, is de gulden middenweg vaak het relatie redmiddel dat door de beste relatietherapeut niet gemaakt kan worden.

Ik sta voor je klaar……

…..Ik sta voor je klaar, als je vrolijk bent, maar ook als je boos bent. Ik sta voor je klaar als je verdriet hebt, maar ook als je de wereld niet begrijpt. Ik zal alles doen wat binnen mijn mogelijkheden ligt om jou te laten groeien en ontwikkelen.

Ik zal consequent zijn, ook als je dat op dat moment niet fijn vindt, maar het wel beter voor je is. Ik zal je leren dat de wereld veel lagen heeft, dat veel mensen goed zijn, maar sommige mensen ook helemaal niet. Ik zal je stap voor stap het vertrouwen geven om zelfstandig dingen te doen, omdat ik weet dat je meer leert van je eigen fouten en successen dan van iemand die je altijd opvangt voordat je valt.

Ik zal over je piekeren. Ik zal me zorgen maken. Ik zal mijn eigen grenzen verleggen om jou te leren vertrouwen op de jouwe. Ik zal om je huilen, met je lachen, mee lijden als je pijn hebt.

En ondanks alles wat ik nu zeg, zullen er momenten komen dat je me een hele vervelende moeder zult vinden. Dat je mijn zorgen niet begrijpt. Dat je mijn beslissingen verafschuwt. Dat je je zult gaan afzetten tegen mij, gewoon omdat ik voor jou veilig ben om op te oefenen. En dat mag.

Je mag me elke dag vertellen wat je mee hebt gemaakt. Ik zal iedere dag vragen hoe je dag is geweest. Ik zal naar alle kleine problemen luisteren, en ze stuk voor stuk serieus nemen, omdat ik hoop dat dat de basis is waarop je later ook grote problemen met me zult durven delen.

Ondanks dat ik alles met mijn hart zal doen, en ondanks dat mijn liefde voor jou oneindig is, zullen er momenten zijn dat je mij tekort vindt schieten. Ik ben me daar van bewust en ik hoop dat al die goede momenten een fundament leggen, dat door moeilijke momenten niet zomaar in elkaar zal storten.

Mijn moeder zei vroeger altijd: “Wacht maar, als je later zelf kinderen krijgt, dan zul je mij gaan begrijpen.” “Nee hoor!” zei ik dan met mijn puberbrein.
Maar: Ja hoor.
Het is zo.

Privacy verklaring op je Facebook tijdlijn zetten: ZINLOOS! (HOAX)

Onder de noemer hardnekkigste HOAX berichten op Facebook valt toch zeker het bericht met betrekking tot privacy, dat door mensen wordt gekopieerd.

Dit bericht zou je gegevens en foto’s et cetera beschermen. Dit is hele grote lariekoek: het is niet mogelijk om je overeenkomst met Facebook eenzijdig te veranderen.

HOAX wijzer komt dan ook met dit bericht. Ik stel voor dat iedereen dit bericht op zijn tijdlijn zet; dat is slimmer dan die volkomen nutteloze status die je nergens voor beschermt.