Links

Zo voelt een opvlieger!

Voor degenen die nog nooit een opvlieger hebben gehad of er nooit een zullen meemaken (mannen): dit is hoe een opvlieger aanvoelt.

Een maandagochtend, zoals zovelen. Je bent je gewoon met je eigen zaken aan het bemoeien, of met die van anderen, op kantoor of thuis. Plotseling draait iemand de radiator omhoog naar standje hittegolf in het kwadraat. Je temperatuur stijgt, de hitte golft van je borst omhoog naar je kruin, je hoofd loopt rood aan, je begint te zweten als een idioot en je hart klopt zowat uit je borst.

Wie heeft in vredesnaam de verwarming op 38 graden gezet? Je kijkt om je heen en ziet dat verder niemand in de fik lijkt te staan. Wat raar! Je loopt naar de radiator en ziet dat die gewoon uitstaat. Je twijfelt tussen naar de dichtstbijzijnde kraan rennen of met je hoofd uit het raam gaan hangen. Liefst doe je allebei. Zijn er nergens ijsklontjes? Of een diepvries waar je even in kunt gaan liggen? Je gebruikt de papieren van de nietsvermoedende collega die naast je zit om jezelf frisse lucht mee toe te wapperen. Wat een hel! Waarom voelt niemand dit behalve ik?

Gefeliciteerd, je hebt je eerste opvlieger gehad. Vanaf nu zul je deze te pas en te onpas krijgen. Overdag, ’s nachts, op de meest onmogelijke momenten zul je uit je lichaam willen treden van deze hitte. Als je een beetje pech hebt houdt dit de komende tien jaar aan.

Leuk hè, vrouw zijn?

Liefs,

Chrisje

Avondmensen: Wat ochtendmensen over ons moeten begrijpen

Een zonsopkomst kennen we alleen van verhalen en foto’s, gemaakt door anderen. Om vijf uur opstaan om alvast een rondje te gaan rennen voor het werk? Wij draaien ons nog een keer of dertig om, in onze slaap glimlachend om deze absúrde gedachte. Avondmensen, deze is voor jullie.

Lieve ochtendmensen,

We zijn als mensheid verdeeld over twee kampen; ochtendmensen en avondmensen. Daar is helemaal niks mis mee, want dankzij onze verschillen houden we de economie 24/7 draaiende. Als iedereen een ochtendmens zou zijn, zouden er geen nachtwinkels zijn, bijvoorbeeld, voor als je toch nog even onverwacht een fles wijn nodig hebt.

Wat wij niet begrijpen en nooit zullen begrijpen, is hoe jullie het voor elkaar krijgen om al om half zes wakker en fruitig te zijn. Wij zijn pas uren later wakker, en pas in de namiddag fruitig te noemen. Voor tien uur ’s ochtends moet je een hele goede reden hebben om ons aan te spreken, vergezeld door lage verwachtingen wat ons antwoord betreft. Wij rollen dan mentaal – als we al opgestaan zijn – nog door de lakens, dromend van slapen.

Het kraaien van de haan? Nooit gehoord. Het zien van een zonsopkomst? Da’s toch een zonsondergang maar dan andersom? Waarom zouden we daarvoor opstaan?

Een goed gesprek op de vroege ochtend? WAAROM? Wij komen langzaam op gang en zijn ongeveer na een uur of tien, doe maar elf, nee doe maar twaalf wel in staat een gesprek aan te gaan. Mits er voldoende cafeïne in zit tegen die tijd. Om zes uur opstaan? Waarom zou je dat vrijwillig doen, midden in de nacht? Wij begrijpen dat niet.

Maar, lieve ochtendmensen, als jullie ’s avonds rond negen uur half tien in bed kruipen omdat jullie alle energie op hebben gemaakt, komen wij avondmensen tot leven. We zijn op ons aller fitst, bedenken de meest creatieve oplossingen voor complexe vraagstukken, je kunt urenlang met ons debatteren en we zijn zowel online als offline hyperactief. Wij zien de zonsondergang als ultiem moment om op ons aller energiekst te zijn. De maan is onze zon, lieve ochtendmensen!

Maar alle gekheid op een stokje, wij zouden niet zonder jullie kunnen.

Jullie zijn de ochtendploeg, wij de avondploeg.

We vullen elkaar aan.

We completeren elkaar.

We zijn als yin en yang, in perfecte harmonie.

Tenzij jullie ons vragen stellen voor tien uur ’s ochtends.

Liefs,

Chrisje

Chrisje’s persoonlijk ontwikkelingsplan!

Hee jij daar! Wil je een maand lang iedere dag werken aan je persoonlijke ontwikkeling? Sla onderstaand persoonlijk ontwikkelingsplan op of print het uit en hang het op je koelkast!

Veel plezier er mee!

Liefs,

Chrisje

Je bent mijn grootste ergernis – omdat ik van je hou – Door Rosan van der Zee

Ik haat de manier waarop je kauwt.

Het walgelijke geluid als je doorslikt gaat door merg en been.

Je ademt veel te hard.

Waarom nies je niet gewoon normaal?

Heel je aanwezigheid maakt te veel kabaal.

Waarom kijk je me zo aan!?

Ik kan je niet uitstaan!

Je haalt echt het bloed onder mijn nagels vandaan.

Ik krimp ineen om de kleinste dingetjes.

Ergens weet ik dat het nergens op slaat want wat kan jij eraan doen dat jij die dingen doet die voor ieder mens normaal zijn. Om een of andere reden is het zo anders als jij dit doet. Het komt allemaal veel intenser binnen. Ik word er gewoon boos van. Zelfs als je stil bent maak je nog te veel herrie.

Wie weet komt het omdat ik je zo goed ken dat ik elk klein detail van jouw ‘zijn’ onderdeel van mezelf voelt. Dat is ergens ook iets moois. Als ik je niet zie kan ik je herkennen aan de manier waarop je zucht of zelfs de manier waarop je je neus snuit. Je voetstappen zijn een herkenbaar ritme geworden. Soms hoef je niet eens iets te doen en ik weet al dat jij er bent.

Tegelijkertijd voel ik me opgesloten. Wil ik je weghebben. Word ik chagrijnig om de meest irrationele oorzaken. Zitten we te kibbelen om niets. Ben je soms de meest vervelende persoon die ik ken!

Maar ik ben graag bij je. Jouw aanwezigheid is me zo vertrouwd. Ik kan op je bouwen en weet dat je er altijd voor me bent. Dat is iets wat zoveel belangrijker is dan die kleine ergernissen waarmee ik mezelf soms verblind. Waar we elkaar soms mee verblinden.

Misschien zijn die ergernissen niet zo erg als het soms lijkt. Is het zelfs iets wat ik mag koesteren. Want het feit dat al die kleine stukjes ‘jij’ bij mij door merg en been gaan, betekent dat je ook in mijn hart zit. Dat is waarom ik je zoveel intenser aanvoel. Onze verbinding is zo sterk dat het soms pijn doet.

Laat me maar aan je irriteren. Laat ons kibbelen over de stomste en onnozele zaken. Laat ons onszelf maar ergeren aan onze liefde voor elkaar. Want dat is wat het is ‘liefde’. Een intense vorm van ‘houden van’ die tot in het diepste van ons zijn doordringt. Het maakt ons kwetsbaar en misschien zelfs wat angstig om iemand zo dichtbij te hebben en voelen. Een opsluiting van warmte en liefde. Dat maakt wellicht dat we de kilte van de irritatie zo sterk ervaren, omdat de warmte ons anders zo benauwt.

Ik laat het zijn, maar ben me ook steeds meer bewust van de ware betekenis die erachter ligt. Jij bent mijn grootste ergernis, omdat ik van je hou.

Rosan van der Zee

Dit is waarom je een eindbaas bent als je geboren bent voor 1990!

Als je geboren bent vóór 1990, ben je per definitie een eindbaas. Waarom? Nou, daar zijn een heel aantal goede redenen voor te noemen.

Allereerst heb je je jeugd waarschijnlijk grotendeels doorgebracht zonder mobiele telefoons, tablets, laptops, of überhaupt een computer.
Als je wilde afspreken met een vriendje of vriendinnetje moest je een pleuris eind rijden op je (niet elektrische!) fiets naar dat huis, om er daar vaak achter te komen dat dat kind helemaal niet thuis was, of erger nog, toch niet daar woonde. Oh, en je moeder kon de juf nooit appen, e-mailen of Facebooken.

Verdwaald
Ze kon ook niet via een GPS app bijhouden waar je fietste, dus als je verdwaalde was je de pineut en kwam echt totaal niemand je redden. Als je thuiskwam met een kapotte knie na een valpartij, vroegen je ouders meestal eerst of er niets aan de fiets was. Want dat was duur – en toen kon nog geen fiets op afbetaling online besteld worden. Je fiets en jij werden gewoon weer aan elkaar gelapt. Er was nog geen vallen-en-stoten-gel, dus als je zo lomp was geweest om te vallen kreeg je hooguit een natte lap en een pleister er op.

Muziek
Als je je favoriete muziek wilde beluisteren, moest je geluk hebben met een cassetterecorder en een goed gevoel voor timing, want zodra jouw liedje op de radio was drukte je op record en als het liedje afgelopen was op stop. Als je onderweg naar school muziek wilde luisteren had je geen i-pod of coole oortjes; je had een walkman met schuimrubber oordoppen die na een poosje van ellende afbrokkelden. Als je pech had bleef het bandje hangen en was je al je favoriete muziek kwijt, zonder back-up. Als je een liedje opnieuw wilde beluisteren, moest je óf heel geduldig lang op rewind drukken en hopen dat je op het goede moment op play drukte, of het hele bandje afluisteren en weer opnieuw starten. Een back-up had je overigens nergens van: als je iets kwijt was, was je het kwijt. Als je te laat was kon je niet even naar huis appen; het enige wat je kon doen was door trappen en hopen dat je nog binnen gelaten zou worden zonder preek.

Televisie
Qua televisie kijken was het aanbod een stuk schaarser dan nu. Je kon kijken naar meneer de Uil, Vrienden voor het Leven en het journaal. Als je geluk had mocht je soms wel eens MTV kijken, maar als de teksten te schunnig werden, zetten je ouders de televisie gewoon uit.
Je had geen Netflix, Videoland of YouTube. Als je een uitzending gemist had, kon je hem nooit meer terug kijken, tenzij je het toevallig op een videoband had opgenomen. En als je vervelende zusje dan per ongeluk Sesamstraat had opgenomen over die video-opname, kreeg je het nooit meer terug te zien.

Telefoonsnoer
Er was maar één telefoon in huis en dat was een vaste telefoon met een snoer. Privacy? Wasda? Je kon alleen bellen, meestal midden in de woonkamer. Praten met vrienden gebeurde dus meestal in codetaal of per postduif. Als er iemand belde, kon je niet zien wie het was. Verwachtte je een belangrijk telefoontje, dan moest je dicht bij de telefoon op de uitkijk gaan liggen en hopen dat jij als eerste bij de telefoon was. Was je te laat bij de telefoon? Dan kon je niet terug zien wie er gebeld had.



Chillen met vrienden?
Over vrienden gesproken: Op zondag kon je niet lekker chillen met je vrienden op TikTok of Facetimen, want dan ging je meestal met je ouders naar je opa en oma, die overigens absoluut geen speelgoed voor je hadden klaarliggen. Je vervelen werd gezien als leerzaam, dus ging je naar buiten met je neefjes en nichtjes om de buurt te terroriseren. Werd je hard van – en snel, als je betrapt werd.

Speeltuin
In die tijd had je alleen buitenspeeltuinen. Binnenspeeltuinen waren er niet. Je kon geen gehoorbeschadiging oplopen tussen de gillende kinderen of gezellig bacillen uitwisselen in de ballenbak van Ballorig want dat bestond nog niet. De enige speeltuin die er was, was een buitenspeeltuin, als je geluk had. Daar lagen trouwens geen rubberen tegels op de grond onder een speeltoestel; als je viel, viel je hard. Als het regende, moest je je maar gewoon niet aanstellen. Als het warm was, verbrandde je je kont en benen aan de ijzeren glijbaan. Ook daarvoor had je moeder geen zalf.

Pesten
Je werd alleen offline gepest, want online pesten bestond nog niet. Nadelig was wel, dat je je gehele basisschoolperiode meestal met dezelfde groep kinderen doorbracht. Als men jou het mikpunt van pesterijen had gemaakt, bleef je dat ook een aantal jaren. Er waren geen anti-pesten protocollen of projecten.

Vloggen, slijm en boeken
Je had geen YouTube vlog kanaal en het enige slijm dat je mocht maken was smurvensnot. Als je je verveelde ging je gewoon buiten stoepranden. Als je boeken wilde lezen, moest je naar een echte bibliotheek fietsen, want e-books bestonden nog niet. Bol.com bestond ook nog niet. Als je lichtelijk vergeetachtig was en de boeken het jaar daarna pas terug bracht, kreeg je een boete waar je een half jaar kinderarbeid voor moest verrichten.

Communicatie
Als je wilde communiceren met je vrienden kon je niet met elkaar appen. Je kon elkaar een brief schrijven en hopen dat niemand die envelop zou openen. In de klas gaf je elkaar kleine briefjes door. Of je kalkte de ander zijn agenda vol met onzin.

Cijferkaarten
Er waren nog geen school-apps waar ouders in konden zien of je op school was geweest die dag en welke cijfers je haalde. Op de middelbare school had je cijferkaarten, waarop je je eigen voortgang mocht noteren. Hier op schreef je alle cijfers voor proefwerken. Als je een beetje handig was kon je die gunstig aanpassen voor het thuisfront. Moest je wel er voor zorgen dat je alsnog over ging naar de volgende groep, anders had je heel wat uit te leggen thuis. Als je spijbelde, kwam daar meestal niemand achter. Tenzij je er je hobby van maakte.

Schoolboeken
Op school werd nul digitaal gewerkt. Je kreeg dan ook driehonderd schoolboeken die je meestal mee moest slepen in een rugzak. Als je aan het eind van je schooltijd geen versleten ruggenwervels had, had je iets niet goed gedaan.

Weekenden
In het weekend naar een betaalde speeltuin, een dagje uit, naar een pretpark of familiepark? Weekendjes weg? Ben je wel helemaal lekker? In het weekend was je meestal gewoon thuis. Wat je daar moest doen? Dat mocht je zelf uitzoeken. Als je je te luidruchtig verveelde kreeg je klusjes toegeschoven, dus verveelde je je zachtjes.

Gamen
Er waren geen apps en games. Als je geluk had, had je Mario Brothers en eventueel een GameBoy. Of je kon kleiduiven kapot schieten op de televisie. Als je dat allemaal ook niet had, was de enige game in huis vaak Monopoly of Mens Erger je Niet.

Hunger games
De enige hunger games die er waren vroeger, had je als je gezeurd had over het eten. Dan kreeg je namelijk niet zestien alternatieven aangeboden door je ouders; als je niet at wat de pot schafte, dan ging je maar met honger naar bed.

Kuiven en matjes
Als je een meisje was had je vaak een met gel in elkaar gemetselde kuif die met winkracht 7 nog fier rechtop bleef staan. Als je een jongen was had je vaak een matje. Voor beiden schaam je je nog tot lang na 2020. Toen was dat helemaal het einde.

De lijst kan nog veel langer worden, maar de strekking is wel duidelijk lijkt me zo. Wie voor 1990 geboren is, is sowieso een eindbaas. Als je nog onderwerpen toe wil voegen: wees welkom! Laat ze in een reactie achter, hier, op Facebook of op Instagram.

Liefs,

Chrisje

Is er leven na de dood? Door Rosan van der Zee

Het meisje lacht
zonder te lachen.
Het meisje huilt
zonder te huilen.

Hoe te leven met de ondraaglijkheid van gevoelloosheid? Een demping die niets ontziet en alles naar de vergetelheid duwt.
Hoe te leven met de leegte van het gat dat zich door je hart heen wroet? Een ‘niets’ wat je immer herinnert aan de zinloosheid van het bestaan.
Als ik niet beter wist zou ik denken dat ik dood was. Niet meer hier was. Slechts een herinnering was.
Een traan.
Trillende stem.
Gefronste wenkbrauwen.
Een teken van leven.

De leegte vult zich met zwarte donkere wolken. Het overweldigt me. Het beangstigt me. Is dit echt? Het doet pijn om zoveel te voelen. Om te voelen hoe het is om mens te zijn. Maar het is ook fijn.
Wetende dat achter de wolken de zon schijnt. Omdat ik het nu niet kan zien betekent dat nog niet dat het er niet is.
Is er leven na de dood?
Ik voelde niks.
Leegte.
Stilte.
Vergankelijkheid.

En nu? Nu voel ik alles.
Ik sta op en voel het leven in me stromen terwijl ik de stortvloed aan gevoelens over me heen laat komen.
Het breekt me, beleeft me en geeft me het gevoel mens te zijn.
Tranen stromen.
Laat de pijn maar komen.
Het ongeluk als een prachtig goed.
Wetende dat ik eindelijk het leven ontmoet.

Wat als verdriet niet iets slechts hoeft te zijn? Wat als breken een teken van leven is?

Ik reanimeer mezelf met mijn kwetsbaarheid. Ik zak diep in de put omdat ik weet dat ik tijdens de klim naar boven weer sterker kan worden.
Daar zijn de wolken. Die wonderschone donkere wolken met ontelbare regendruppels die gezien willen worden.
De wolk breekt.
Het meisje breekt.
Een regenboog laat zichzelf zien vanuit de voorzichtige zonnestralen die zich door het wolkendek heen vechten. Het is prachtig om te zien.
Duizenden kleuren laten zich vangen door het licht. De koude regen als onderdeel van dit wonderschone spektakel waarmee het leven zich laat zien.

Het meisje huilt.
Het meisje lacht.
Het meisje straalt
Het meisje voelt.
Het meisje leeft.

Er is leven na de dood.

Rosan

Meer lezen van Rosan? Volg haar dan op Facebook: https://www.facebook.com/roosvindteenweg

Rosan van der Zee

Probleem-fixer? Zo kom je er van af!

Ik ben van nature een probleemoplosser. Ik wil niet in cliché’s vervallen, maar ik ben er echt zo eentje: ik denk niet in problemen maar in oplossingen. Ik kijk niet naar wat er niet meer kan, maar liever naar wat wél mogelijk is. Vreselijk optimistisch. Ik weet het. Het kan ook irritant zijn, op het opdringerige af.

Als iemand mij een probleem vertelt, leef ik me zodanig in dat ik het allerliefst direct het probleem wil oplossen. Weet ik geen oplossing uit mijn eigen levens- of werkervaring? Dan grijp ik direct mijn telefoon als een pistool uit mijn holster, ram ik driftig op het toetsenbord en zoek oplossingen. Ik heb nooit geteld hoe veel vragen ik per maand aan Google stel , maar het zijn er ongetwijfeld veel. Te veel.

De oorzaak van problematisch problemen oplossen
Waarom wil ik altijd direct het probleem van de ander oplossen? Hier heb ik een tijdje over nagedacht. Allereerst omdat ik me snel inleef, empathisch ben en graag wil dat het goed gaat met de mensen om me heen. Ik trek me het lot van anderen aan. Soms te veel. Ik wil graag dat iedereen om me heen gelukkig is, want dan ben ik dat ook. Wellicht laat ik mijn eigen geluksgevoel zelfs te veel afhangen van hoe het gaat met de mensen om mij heen. Zij happy, ik happy. Toch? Nee. Zo werkt het niet altijd. Soms moet je de ander de ruimte bieden door gewoon te luisteren. Je hoeft niet altijd ieder probleem direct op te lossen. Voor mij is dat echter heel erg moeilijk, omdat ik soms de oplossing al zie liggen, voor het oprapen. Toch heeft het vaak veel meer waarde om het een ander zelf te laten ontdekken.

Probleemoplossingsstress: Niet nodig!

Het probleem (haha) van problemen direct voor iemand anders willen oplossen is meervoudig:

1. Je wordt probleemoplossings-dealer
Allereerst merken mensen dat jij de ‘problem-fixer’ bent. Als ze een beetje lui aangelegd zijn, hobbelen ze dus direct met ieder nieuw probleem naar… juist, jou! Jij bent toch zo goed in fixen? Nou, hier, dit is mijn probleem, fixen maar!

2. Probleemoplossingsstress
Het tweede probleem is dat je het er erg druk mee kan krijgen. Voor je het weet spreekt het zich rond en komen steeds meer mensen met hun problemen op je af. Sterker nog, als je niet uitkijkt ben je opeens een onbetaalde coach waar mensen op leunen, gewoon omdat het kan. Daardoor kun je een bepaalde druk gaan voelen, waardoor je niet meer toe komt aan rust of ontspanning. En dát is dan weer jouw eigen probleem!

Steun Chrisje met een eenmalige bijdrage van €5,-!

Lees jij Chrisje's columns graag? Steun dan haar website met een eenmalige bijdrage van €5,-!

€5,00

3. Blinde vlek voor je eigen problemen
Het derde probleem als je een probleem-fixer bent zoals ik, is dat je gaat denken dat je ook al je eigen problemen allemaal moet kunnen oplossen. Dus blijf je vaak veeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeel te lang doorlopen met een probleem, omdat je het koste wat het kost zelf wil oplossen. Terwijl soms een ander perspectief je op goede ideeën kan brengen, omdat je bij jezelf een blinde hoek hebt. Zo heb ik twee jaar lang met angstklachten rondgelopen, omdat ik dacht en vond dat ik ze zelf moest kunnen oplossen. Dit lukte niet, waardoor ik uiteindelijk letterlijk en figuurlijk aan het eind van mijn Latijn was. Voor mij was het lange tijd moeilijker om toe te geven dat ik mijn eigen probleem niet kon oplossen, dan hulp te zoeken. Put jezelf niet uit: je bent geen psycholoog en je weet niet alles. Je bent ook maar gewoon een mens… en ieder mens heeft gebreken.

Relax! Je hoeft niet ieder probleem op te lossen.

4. Je wordt een makkelijk slachtoffer voor manipulatieve types
Dit heb ik al vaker beschreven in mijn blogs over manipulaties en narcisme: Mensen die manipulatief zijn pikken probleem-fixers er zo uit in een menigte. Ze voelen snel aan dat jij empathisch bent, een positieve en helpende persoonlijkheid. Dit maakt jou tot een lief klein konijntje in de ogen van de roofvogel die narcist heet. Hij cirkelt een tijdje om je heen van verre, waarna hij je bij de strot grijpt. Je verantwoordelijkheidsbesef en neiging tot snelle gevoelens van schuld maken van jou de ideale prooi; jij wil me toch helpen? Jij laat me toch zeker niet in de steek?
(Trouwens: Als je wil weten hoe je narcisme in relaties en vriendschappen kunt herkennen en hoe je met manipulaties om kunt leren gaan, lees dan deze blogs eens)

5. Niet alle problemen hoeven door jou opgelost te worden!
Het klinkt hard, maar don’t flatter yourself. Jij bent niet de enige die problemen kan oplossen. Geef mensen meer credits en laat iemand zelf zijn probleem oplossen! Als je dit moeilijk te geloven vindt, bedenk dan eens hoe veel jij er zelf van leert als je iets zelf bereikt versus wanneer iemand je bij de hand pakt en alles voorkauwt.

6. Soms wíllen mensen helemaal niet dat jij het oplost
Soms willen mensen alleen maar even hun gal spuwen en hun verhaal kwijt. Ze willen dan helemaal niet dat jij hun problemen direct te lijf gaat! Soms kan dit dus averechts werken – waardoor mensen denken: nou, als ik weer een probleem heb, vertel ik het haar zeker niet meer. Je weet zelf vast ook wel dat je het soms gewoon nodig hebt om een tijdje na te denken en eventueel te praten over een probleem, voordat je er klaar voor bent om het (zelf!) op te lossen. Waarom verwacht je dit dan wel van anderen?

Help! Ik ben een probleemfixer! Hoe kom ik hier van af?
Oké, ik kan dit niet voor je oplossen (goed van mij hè), maar ik heb wel wat tips die ik kan delen. Ready? Komt-ie dan hè!

Wachten…. wachten… en zwijgen
Ja, dit is veel lastiger dan het lijkt. Wachten en zwijgen. Vertelt iemand je zijn of haar probleem? Luister, knik, wacht en zwijg. Als het ongemakkelijk stil wordt, zeg dan iets in de trant van een welgemeend “Wat vervelend voor je, zeg.”. En dan wacht en zwijg je verder. Mensen komen dan zelf meestal wel met pogingen die ze gedaan hebben om het probleem op te lossen, gaan hardop nadenken en komen soms ter plekke zelf er achter wat de oplossing is, ook zonder jouw hulp! Soms weten mensen ook al verdomd goed wat de oplossing is, ze willen het alleen nog niet weten of hardop uitspreken.

Mijn moeder zegt altijd dat wanneer je tien problemen hebt – en je doet er helemaal niets mee – gemiddeld acht van de tien problemen zich vanzelf oplossen.

Je kunt je – als controlevragen – ook dit afvragen:

– Is dit mijn probleem? (zo nee, waarom moet jij het dan oplossen?)
– Moet IK hier iets mee?
– Kan degene tegenover mij dit zelf ook oplossen? (zo ja, waarom doet hij of zij dit dan niet?) (spoiler alert: Het antwoord is meestal ja!)
– Moet ik hier NU iets mee? (zo nee, dan is het niet urgent en geef je het wat tijd; grote kans dat diegene het probleem dan al zelf opgelost heeft en al lang vergeten is dat hij of zij jou er mee ‘belast’ heeft!)

Problemen zelf laten oplossen zorgt voor meer zelfvertrouwen bij je kind!

Probleem-fixende ouders: help je je kind daar echt mee?
Ook als ouder is het soms moeilijk om niet alle problemen voor je kind direct op te willen lossen. Toch is dit niet de beste manier om je kind voor te bereiden op de toekomst, zeker niet als je als ‘curling-moeder’ alle problemen weg veegt voor de voeten van je kind. Als kind leerde je het meest van die keren dat je keihard op je bek ging, toch? Laat het kind zijn eigen fouten maken, zijn eigen problemen hebben en oplossen (voor zover dit naar zijn of haar leeftijd haalbaar is uiteraard); daar zal het zelfvertrouwen van groeien. Veel van de sterkste mensen die ik ken hebben in hun jeugd heel wat problemen gehad; hierdoor zijn ze juist zulke sterke volwassenen geworden.

Lees jij Chrisje’s columns graag?

Steun dan de website met een eenmalige bijdrage van €5,-!

€5,00

hypochondrie

De officiële definitie van hypochondrie is volgens Wikipedia: Hypochondrie[3], ofwel ziektevrees, is een stoornis waarbij een persoon ervan overtuigd is een ernstige ziekte te hebben. Allerlei gewone of onschuldige lichamelijke verschijnselen worden gezien als teken van een ernstige ziekte, zoals een steek, jeuk of kramp. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot uitgebreid zoeken op internet naar de vermeende ziekte of het dwangmatig checken van het eigen lichaam.

Iedereen heeft wel iets. De een is een beetje dwangmatig, de ander heeft een “woedeprobleempje”. Weer een ander heeft depressieve neigingen. Sommige mensen met de specialisatie angst – zoals ik – hebben ook wel eens hypochondrische neigingen.

Daar hoor en lees je echter bijna niets over. Zeker tijdens de huidige pandemie is het geen pretje om hypochondrisch geneigd te zijn. Anderzijds zijn er – nu we gedwongen worden beter op ons lijf en symptomen te letten en een test te laten doen als we een beetje snotteren – nu misschien wel veel meer mensen die hypochondrie beter zullen begrijpen nu dan ooit tevoren.

Hypochondrische neigingen heb ik al van kinds af aan. Het begon tijdens de puberteit. Het was een soort duiveltje dat op mijn schouder zat, altijd. Soms sliep het duiveltje en was er niets aan de hand. Maar het duiveltje sliep nooit heel vast, het was gemakkelijk wakker te maken. Als ik bijvoorbeeld iets op televisie hoorde over bepaalde ziektes. Ik zapte dan snel weg.

Als ik iets ´geks´ of anders voelde in mijn lijf, fluisterde het duiveltje in mijn oor dat het vast iets ernstigs was. Iets héél ernstigs. Ik raakte dan in paniek en kon er soms weken niet van slapen. In tegenstelling tot veel andere mensen met hypochondrische klachten, ging ik juist niet snel naar de dokter. Ik vermeed de dokter het liefst, want dat was immers de plek waar je officieel te horen kon krijgen dat je angst gegrond bleek te zijn. Daar moest ik dus niet zijn! Met als gevolg dat ik soms weken, maanden en in een enkel geval zelfs jaren rond liep met vrij onschuldige klachten die soms verdomd gemakkelijk te verhelpen waren. Als ik dan eindelijk naar de dokter durfde te gaan, had ik het nummer van de begrafenisondernemer bij wijze van spreken al op speed dial staan. Overdreven? Ja. Niet realistisch? Nee, absoluut niet realistisch. Maar ik deed het niet expres. Ik werd gewoon verlamd en verblind door de angst om dood te gaan. Daardoor leek alles veel enger, echter.

Ik deed het ook niet om aandacht te krijgen, sterker nog: ik sprak er heel lang met niemand over, uit schaamte. Want in mijn hoofd wist ik wel dat mijn angstige reactie op lichamelijke sensaties veel sterker was dan nodig. Daarom sprak ik er juist niet over. Bang dat mensen me een aansteller zouden vinden.

Sinds ik bezig ben met therapie om van mijn angstklachten en paniekaanvallen af te komen, komen ook de hypochondrische neigingen wel eens ter sprake. Hoe ik daar het beste mee om kan gaan, wanneer het duiveltje weer wakker schrikt en mij de stuipen op het lijf jaagt. Hoe ik mijn eigen gedachten dan kan uitdagen en wat ik dan het beste kan doen.

Ook met mijn huisarts heb ik het onderwerp besproken, wat ik lange tijd niet durfde, omdat ik me schaamde en bang was dat hij me dan niet meer serieus zou nemen. Het tegendeel bleek waar te zijn; hij nam me zeker serieus en drukte me op het hart om gewoon meteen te komen als ik klachten heb. Hij zou altijd tijd voor me maken en wilde niet dat ik hem vermijd uit angst voor de uitkomst of uit angst om niet serieus genomen te worden. Dit gesprekje met mijn huisarts luchtte enorm op. Want het hebben van hypochondrische neigingen is niet gemakkelijk. Zeker niet tijdens een pandemie – waarbij ieder kuchje al paniek bij jezelf en de mensen om je heen kan veroorzaken.

Liefs,

Chrisje

Lieve Fred van Leer,

Lieve Fred,

Ademloos heb ik zojuist de docu-serie over jou in één ruk afgekeken op Videoland. Jou alleen kennende van je televisie performances en je hilarische quote pagina (“Leer van Fred”) verwachtte ik één en al lachen, gieren, brullen. Precies zoals jij in je docu-serie aangeeft: mensen denken vaak dat Fred van Leer alleen maar lachen gieren brullen betekent. Ik moet bekennen dat ik me daar deels ook schuldig aan maakte voordat ik deze documentaireserie bekeek.

Maar lieve Fred, wat vind ik het ongelófelijk dapper en mooi dat je in deze docu-serie je andere gezicht laat zien. Je laat zien dat jouw bestaan twee kanten heeft: de glitter en glamour – en de echte kant. Je briljante humor is aan beide kanten aanwezig, maar je bent ook stoer genoeg om je tranen te laten zien, je pieken én dalen.

Als LHBT-persoon met een angststoornis herken ik mezelf in veel van wat jij vertelt. Ik ben natuurlijk geen BN’er of media-icoon (dat kan ik beter aan jou overlaten), maar ik herken wel wat je vertelt over wat wij mensen aan de buitenkant laten zien versus wat er werkelijk speelt op de achtergrond – in het echte leven.

Het perfectionisme in je werk om altijd maar door te gaan omdat het nooit ‘af’ is beschrijft goed de vloek van een creatief brein. Als je vertelt dat je hoofd ‘aan’ gaat zodra je hoofd het kussen raakt, wil ik je alleen maar een hele dikke knuffel geven. Na een dag vol prikkels komen alle gedachten (goed en slecht), alle angsten, alle zorgen en ideeën in één stroom op gang. Liefst nog zou je jezelf in slaap knuppelen.

Zo mooi dat je geen ‘kijk mij eens’ docu hebt gemaakt, waarin alleen de glimmende kerstballen buitenkant wordt getoond (hoewel die kerstballen wel echt superleuk zijn). Mooi dat je het publiek ook laat zien dat je kwetsbaar bent, emoties toont, hardop nadenkt over het leven en dit met ons wilde delen.

In mijn column “liever een gebroken been – wat niemand zegt over depressies en burn-out” schreef ik ook al: als je een gebroken been hebt, ziet iedereen het gips en houdt automatisch rekening met je. Als je psychische problemen hebt, ziet niemand dat van buiten aan je. Daarom wil ik je bedanken, lieve Fred, namens alle mensen met psychische problemen, aandoeningen en ziektes. Jij maakt voor ons het taboe met jouw openheid weer een stukje kleiner, voorbijgaand aan de schaamte en schuldgevoelens die er vaak voor zorgen dat mensen zoals ik hun mond er maar over houden.

Liefs,

Chrisje

“Lieve mam,…”

Chrisje’s nieuwe VIP Blogger, W.B. schrijft in deze openhartige eerste bijdrage een ontroerende brief aan zijn overleden moeder.

Lieve mams,

De foto van jou in je jonge jaren met je zusje is de enige foto die ik heb waar je echt blij en gelukkig op staat. Zonder zorgen in je blik. Jammer dat ik je niet meer kan vragen hoe dat kan. Van ons samen zijn er bijna geen foto’s gemaakt. Een paar net na mijn geboorte en een enkele op een van de vele feesten in die jaren. Steevast met de flessen drank op tafel en sigaretten in de hand of mond. Ergens tekenend voor ons gezin, waar dan toch geen vader was die eens heeft gedacht: “Laat ik eens een foto van die 2 maken.”. Enfin, het is geen dag van verwijten en eerlijk is eerlijk, ik was allergisch voor camera’s.

Nu – bijna twintig jaar na je dood – denk ik dat er een hoop dingen zijn geweest die je graag had willen meemaken en ik weet dat er momenten zijn geweest waarop ik jou heel hard nodig had of je gewoon ergens bij heb gewenst.

Zo heb je een belangrijke liefde gemist, een best wel goede baan in Brussel waar ik een poosje woonde, het meedenken met de keuze van een appartement, wat kleinschalige tv-momenten en een enkel optreden, maar ook een wat belangrijker interview dat de wereld is rond gegaan in zigeunerjazz-kringen.

Wat had ik graag je gezicht willen zien op het moment dat ik een lokaal programma kreeg en de wethouders in de eerste uitzending aanschoven. Je zou om de verhalen van de af/aankondiging hard gelachen hebben, die moest zeker 20 keer opnieuw, maar je zou vast ook gepocht hebben bij je vriendinnen onder het kienen. Van atheist ging ik naar gelovig, maar niet religieus.

Anderzijds heb je ook een boel ellende gemist. Zo heb je niet gezien hoe het pa en mij verging na je dood. We vielen in een groot gat en de relatie is verder verslechterd tot het punt dat we geen contact meer hadden. Ondanks dat we geen vaarwel meer bij leven tegen elkaar hebben gezegd, heb ik er wel voor gezorgd dat iedereen om hem heen afscheid kon nemen.

Zijn wens: ‘strooi me hier ook uit’, toen we de as in jouw urn bij de rozenstruik in de tuin hebben uitgestrooid heb ik waargemaakt. Dat kostte nogal wat moeite, want het huis was verhuurd toen hij kwam te overlijden. Twee jaar lang stond hij op de kast. Je zou sowieso niet kunnen geloven wat er in de familie nog allemaal aan vijandigheid is geweest, maar het is je ook bespaard gebleven dat ons nichtje een ernstig en levenspad veranderend ongeluk heeft gehad.

Net zoals er in jouw leven geen 9/11 of moord op Fortuyn is geweest. Geen Karst T. of ISIS en geen wegversperringen en barrières met carnaval, omdat die als je ze niet hebt, soms nodig blijken. Of je had kunnen en willen wennen aan de mobieltjestijd en het toegenomen egoïsme en een steeds onverschilliger voelende maatschappij waag ik te betwijfelen. En ook zorgen over droogte en klimaat zijn je bespaard gebleven.

Maar mams, ik moet goed zoeken om één dag in de laatste 20 jaar te vinden waar ik niet aan je heb gedacht. Het blijft een groot gemis dat we niet meer samen met een glas port de dag kunnen bespreken, bovendien was je de enige persoon die echt invloed op me had.

Vanavond drink ik een glas goede port op alle mooie herinneringen in de jaren die ons wel gegund waren. Zal ik me nog eens schamen voor de fouten die ik heb gemaakt en ik zal nog eens lachen om alle geintjes en onzin die we hebben uitgehaald. Weet je nog? Dat we Gertie een drinkbakje voor de goudvis hebben laten kopen in de dierenzaak? Wat konden we lachen om die ongein.

Bedankt voor alles, mam. Proficiat vandaag, daar boven. Tijd voor een uurtje Kollenberg. Je zou het hier vast prachtig vinden.

Je liefhebbende zoon,
W.B.

ik ben niet altijd gelukkig (en dat is prima)

Gelukkig zijn. Gelukkig worden. Het houdt hele hordes Nederlanders dagelijks bezig. We willen allemaal blakend van gelukzaligheid over straat lopen. We zijn er naar op zoek, hunkeren er naar, streven, proberen, betalen zelfs grof geld om het te bereiken: Geluk.

Maar wat als geluk nu niet zo simpel werkt? Wat als geluk soms gewoon een momentopname is? Wat als geluk komt en gaat, net zoals emoties, gebeurtenissen, herinneringen? Moeten we er naar streven om altijd gelukkig te zijn, of is dit een utopie?

Gelukkig zijn is niet iets wat je 100% van de tijd kunt halen. Er komt altijd wel een baaldag, een tegenslag, ergernissen, discussies, ziekte, pijn, problemen van jezelf of van je geliefden die er voor zorgen dat je je niet altijd constant gelukkig kunt voelen. Moet je hier dan naar streven?

Als je op Instagram en Facebook kijkt, lijkt het soms wel de grote geluksshow. Iedereen straalt, lacht zijn tanden bloot. We posten de fijne momenten, de mooie momenten, de eerste stapjes, die nieuwe coole outfit en het uitzicht met de mooie zonsondergang. Als je hier te veel naar kijkt zou je haast gaan denken dat je iets verkeerd doet: waarom zijn al die mensen constant zo gelukkig? Waarom ben ik niet constant gelukkig? Wat is er mis met mij?

Goed nieuws: er is helemaal niets mis met jou. De foto’s en filmpjes die je van je vrienden en kennissen ziet langskomen zijn momentopnames. Misschien hadden ze net van te voren wel een gigantische ruzie gehad compleet met ugly crying. Misschien kregen ze na dat uitstapje wel een flinke boete omdat ze vergeten waren het parkeergeld te betalen. Misschien huilden ze zichzelf die avond wel in slaap, hopend dat niemand daar ooit achter zou komen.

Facebook en Instagram zijn de voordeuren van de maatschappij. Je ziet wat mensen willen laten zien als ze naar buiten gaan. Je ziet niet wat er achter de voordeur gebeurt, hoe veel leed er is, hoe veel problemen. Dat ene perfecte hoekje van de woonkamer dat je zag met die leuke plant op dat kekke tafeltje? Misschien zijn er wel wasmanden vol stapels niet opgevouwen was van af geknipt. Die leuke outfit en dat stralende gezicht? Misschien heeft ze wel een eetstoornis waar ze dagelijks mee worstelt en uit schaamte niets over durft te zeggen. Die vrouw die zo mooi zingt en daar filmpjes van deelt? Misschien heeft ze wel een depressie, waarbij muziek haar helpt. Je weet het niet. Die influencer met een tijdlijn vol zen yoga houdingen heeft misschien wel een woedeprobleem waar jij niets van af weet. Je weet alleen wat men online buiten de voordeur laat zien. Je ziet niet wat er achter gesloten deuren gebeurt. Daarom is het ook niet realistisch om je hier mee te vergelijken.

Sinds enige tijd heb ik de voordeur van mijn Instagram en Facebook op een kier gezet. Af en toe laat ik zien wat er schuil gaat achter mijn voordeur. Ik vertel over mijn angststoornis, paniekaanvallen en de burn-out die ik gehad heb. Het is best eng, je ‘vuile was’ delen met de buren. Anderzijds werkt het ook bevrijdend. Je laat zien: hee, dit ben ik, ik ben niet perfect. Ik heb problemen en uitdagingen en ik doe vaak ook maar wat. De reacties van mensen hier op zijn vaak hartverwarmend, herkenbaar, mooi en liefdevol. Kwetsbaarheid kan ook je kracht zijn. Mensen herkennen zich in mijn openheid, mijn blogs en gedichten over mijn angststoornis bijvoorbeeld. Ik krijg naast de openbare reacties ook veel privéberichten van mensen waarin ze schrijven dat ze zich zo herkennen in wat ik schrijf. Ik vind dat zo fijn dat ik de kier steeds een centimetertje groter durf te maken. Ik vind het prettig dat ik mensen er mee kan helpen, troosten, zij het op afstand. Over geluk gesproken: dat zijn de momenten waar ik gelukkig van word.

Liefs,

Chrisje

Een CV dat er uit springt? Zo schrijf je dat!

Wie wel eens gesolliciteerd heeft, weet: een pakkend CV (dat voor een potentiele werkgever direct in het oog springt!) schrijven is nog niet zo gemakkelijk.

Want: wat moet je in een goed CV allemaal vertellen? En wat vooral niet? Hoe uitgebreid moet je je voorgaande functies beschrijven?

Hieronder deel ik 10 tips met je die je helpen om jouw CV er uit te laten ‘knallen’ bij jouw toekomstige werkgever.

  1. Voeg een foto van jezelf toe! En nee, dan bedoel ik geen vakantiekiekje in bikini, geen foto met je hond of met je baby (hoe schattig ze ook zijn!). Een scherpe, heldere foto waarop je goed in beeld bent (zonder zonnebril, ook al staat hij je nog zo cool), vriendelijk op kijkt of lacht (nee, niet dat moment waarop je de slappe lach had en de cola uit je neus spoot net toen de foto gemaakt werd). Een goede foto trekt direct de aandacht en geeft de werkgever alvast een eerste indruk van jouw persoonlijkheid.
  2. Vermeld eerst de meest recente werkervaring en opleidingen! Begin niet met het opnoemen wat je in de jaren tachtig en negentig allemaal gedaan hebt; het is relevanter om van het heden terug te gaan naar het verleden. Wat je laatste werkervaring is (en dus bovenaan staat!) is voor de werkgever die je aanschrijft belangrijker dan wat je twintig jaar geleden deed.
  3. Verdiep je goed in de functieomschrijving van de vacature waar je op schrijft. Zoek in je verleden (werkervaring en opleidingen, cursussen) naar wat je daaruit kunt benadrukken dat behulpzaam kan zijn in de functie die je ambieert.
  4. Vermeld altijd je persoonsgegevens, zoals je officiele namen, geboortedatum, adres, emailadres, telefoonnummer (wel zo handig dat je bereikbaar bent!), je geboorteplaats et cetera. Er zijn op internet tal van voorbeeld CV’s te vinden, mocht je bang zijn dat je informatie vergeet te vermelden.
  5. Beschrijf je profiel! Begin met een kort profielbeschrijving. Dit kan bijvoorbeeld zijn: “Ik ben een jonge, enthousiaste en hardwerkende … met een grote interesse in …, die op zoek is naar een uitdaging in de … branche. Mijn sterke kanten zijn pro-activiteit, integriteit en klantgerichtheid. “
  6. Wees niet te langdradig: houd de informatie compact en wijd niet oeverloos uit over bepaalde zaken. Bewaar de toelichting voor het kennismakingsgesprek. Te veel tekst laat werkgevers afdwalen. Zorg voor een overzichtelijk CV van zeker niet meer dan 2 pagina’s.
  7. Check de spelling! Het mag voor de hand liggend klinken, maar spelfouten in je CV staan niet netjes. Laat je tekst controleren door iemand anders op spelfouten, of haal de spellingcorrectie van Word er doorheen. Zo gepiept, en het voorkomt slordigheidsfouten, tikfouten en grammaticale fouten.
  8. Gebruik geen afkortingen die niet algemeen bekend zijn. Gebruik je deze wel, zet er dan tussen haakjes achter wat de afkorting betekent.
  9. Voeg een kopje “overig” toe waar in je je hobby’s vermeldt, maar ook of je een rijbewijs hebt en zo ja welk, per wanneer je beschikbaar bent (bijvoorbeeld “Beschikbaarheid: één kalendermaand opzegtermijn).
  10. Last but not least: voeg ook altijd een kopje “computervaardigheden” toe, waarin je vermeldt of je kennis van Word, Excel, office, Powerpoint of andere software systemen hebt, en zo ja, hoe goed die kennis is (bijvoorbeeld Excel: gevorderde gebruiker). Indien dit voor je toekomstige functie belangrijk is, vermeld dan ook een kopje met talenkennis.

Heb jij nog meer CV tips? Laat het weten via een reactie hieronder, je helpt er anderen mee!

Heel veel succes!

Steun Chrisje eenmalig!

Lees jij de Chrisje blogs graag? Steun haar dan via een eenmalige donatie zodat zij haar artikelen voor jou kan blijven schrijven!

€5,00

Afvallen? Zo coach je jezelf naar een slanker lijf!

Als gecertificeerd NLP Coach (practitioner) heb ik geleerd hoe ik mensen kan coachen in het bereiken van hun doelen. Een veel gehoord doel is het verliezen van gewicht (iets waar ik zelf ook al jaren mee worstel, haha). Mensen willen gewicht verliezen voor hun gezondheid of omdat ze zich dan prettiger in hun vel voelen. Uiteraard zijn er talloze diëten, afvalprogramma’s en boeken te verkrijgen. Je kunt shakes kopen, repen, poedertjes en pilletjes, maar veelal hebben deze slechts een tijdelijk effect.

Hoe dat komt? Je houdt het maar een beperkte tijd vol. Net als bijvoorbeeld een dieet zonder koolhydraten, wat maar enkele mensen echt langdurig volhouden en in hun levensstijl opnemen. Het gros van de mensen die dit probeert, valt er tijdelijk mee af – en komt vervolgens alles weer bij. Het jojo-effect is zoals we allemaal wel weten best schadelijk, zeker als het om grote hoeveelheden gewicht gaat. Dit wil je dus ook voorkomen.

Zelf heb ik al een jaar of tien een kilo of tien overgewicht. Mijn streefgewicht heb ik al jaren niet gewogen. Het mooie is wel dat ik niet steeds meer bij kom; het jammere is dat ik ook niet veel af val, haha. Herken je dit?

Het is beter om tien jaar wat kilo’s extra te hebben dan om te jojo-en als een gek, dus wat dat betreft is dit minder schadelijk. Toch ging ik er over nadenken hoe ik mezelf nu kan stimuleren om toch die kilo’s die ik te veel mee sleep er af te krijgen. Naast het feit dat ik de laatste maanden al veel meer ben gaan bewegen (voornamelijk wandelen en fietsen, door de corona crisis), wilde ik er nog een manier bij bedenken om af te vallen. Ik eet al drie maanden geen vlees meer (wel vis), en ook dat zorgde wel voor een klein voordeel, maar ik viel er ook geen tien kilo van af.

Wat de aller, aller, allerbelangrijkste sleutel is in gewichtsverlies, is naar mijn mening de psychische kant van het afvallen. De bekende “knop” die om moet gaan, de juiste motivatie vinden, jezelf stimuleren en niet korte termijn denken (OEH! KOEKJES! GIMME!) maar op lange termijn (als ik nu gezonde keuzes maak heb ik straks profijt er van). Maar.. hoe doe je dat? Hoe zet je die knop om? Hoe vind je je innerlijke tijgert en blijf je af van al dat lekkers?

Ik heb een methode op mezelf toegepast, die in de NLP Coaching verankeren wordt genoemd. Je roept een gevoel op, verankert dit ergens op je lijf (vaak worden hiervoor de handen gekozen, omdat je dit makkelijk altijd kunt aanraken zonder dat mensen je vreemd gaan aankijken), en roept het op wanneer je het nodig hebt.

Steun Chrisje eenmalig!

Lees jij de Chrisje blogs graag? Steun haar dan via een eenmalige donatie zodat zij haar artikelen voor jou kan blijven schrijven!

€5,00

Hoe doe je dat, een gevoel oproepen?
Nou, je zorgt er voor dat je op een plek bent waar je rustig kunt zitten of staan. Je zorgt dat je niet gestoord kunt worden. Je denkt terug aan een moment in je leven waarop je het gewicht had dat je nu wil bereiken, waarop je je goed voelde in je vel. Een moment liefst, waarop het je lukte om goed voor jezelf te zorgen. Als je dat gevoel en die herinnering op hebt geroepen, beschrijf dan voor jezelf hardop hoe je je voelde op dat moment, hoe het er uit zag, wat je voelde in je lijf, hoe je er mentaal aan toe was (bijvoorbeeld: ik voelde me sterk). Hoe concreter je beschrijft hoe je je destijds voelde, hoe krachtiger het anker wordt.

Hoe veranker je het gevoel?
Wanneer je “in dit gevoel” bent, veranker het dan door bijvoorbeeld met je duim en wijsvinger op een specifieke plek op je pols of hand te drukken (niet te hard hoor!). Wanneer je hier behoefte aan hebt, spreek je nog eens hardop uit hoe je je voelde, hoe het er uit zag en wat je dacht toen je je zo fit en sterk voelde, en veranker je nogmaals op dezelfde plek op je hand.

En dan…
Wanneer je klaar bent met deze oefening, heb je maar één opdracht. Je hoeft geen speciaal dieet te volgen, geen bijzondere dingen te doen of laten, behalve dit: Elke keer wanneer je iets wil gaan eten, vraag je je af of dit gezond voor je is. Wanneer dit niet zo is, gebruik je het anker op je hand en roep je het gevoel daarmee weer op. Je onderbreekt hiermee onbewuste gedragspatronen; je maakt jezelf bewust van je gedrag. Door het positieve gevoel via het anker op te roepen, kun je een andere keuze maken.

Ik ben er zelf nog niet zo lang mee bezig.. en ik ben dan ook erg benieuwd hoe dit jullie bevalt! Je kunt dit doorgeven via het formulier onderaan deze blog! Binnenkort zal ik weer een blog aan dit onderwerp wijden en verder in gaan op methodes waarmee je jezelf kunt helpen om die ‘knop’ om te krijgen en houden.

Liefs,
Chrisje

Narcisme en het addertje onder het gras

Iedereen die weet dat hij of zij met een narcist te maken heeft, weet dat er bij een narcist altijd een addertje onder het gras zit. Hoe zeer zijn of haar actie ook om jou lijkt te draaien of in jouw voordeel lijkt te zijn: er is (vaak achteraf pas) altijd een addertje onder het gras.

Een narcist is van nature een ontzettende charmeur: charismatisch, intelligent, goed met woorden, aantrekkelijk. Hij of zij geeft je het gevoel dat je de meest bijzondere persoon ter wereld bent, totdat hun ware aard naar boven komt.

Van tijd tot tijd gooit de narcist echter toch weer even zijn charmes in de strijd: je krijgt te horen hoe lief, goed, mooi of bijzonder je bent en direct daarna wordt je medegedeeld dat er iets leuks gaat gebeuren voor jou. Het wordt zo slim gebracht dat je het gevoel krijgt dat je vereerd moet zijn met dit gulle gebaar: en dat klopt. De narcist wil ook dat je je vereerd voelt, want jij krijgt immers zijn of haar onverdeelde aandacht en energie – wie wil dat nu niet?

Verder lezen? Word voor €1,99 per maand Chrisje Member en lees onbeperkt alle content op deze website!

Als je Chrisje Member wordt voor €1,99 per maand kun je alle content onbeperkt lezen, wanneer jij dat wil!

Meer lezen over narcisme? Lees dan ook:

Hoe herken je een relatie met een narcist?

Hoe voorkom je dat de narcist je manipuleert?

Met een paniekstoornis winkelen in een paniekwereld

Het leven met een angst- en paniekstoornis gaat normaliter al niet over rozen… Maar sinds de corona crisis gaat het leven niet eens over onkruid.

Ik moest even naar het winkelcentrum voor wat zomerkleding en schoenen voor mijn dochter. Dit is al een hele opgave als je een angst- en paniekstoornis hebt, want je moet naar een winkelcentrum, je moet interactie hebben met mensen die je niet kent. Aangezien ik mezelf tegenwoordig iedere dag een opdracht geef (in de zin van iets spannends toch doen) was dit vandaag mijn uitdaging.

Aangekomen bij het winkelcentrum wijzen de pijlen op de grond aan aan welke kant ik mag lopen en in welke richting. Ik zie dat niet eens de helft van de mensen zich hier aan houdt, maar toch probeer ik het. Ik ga eerst naar een kledingwinkel. Daar hangt een grote lijst met regels voordat je de winkel betreedt. Houd anderhalve meter afstand, et cetera. Lijkt me logisch, maar ik begrijp dat ze dit moeten ophangen. Ik kijk wat rond, gelukkig is het rustig in de winkel. Ik vind wat leuke kleren en reken af, waarbij de verkoopster van achter een kunststof scherm heel vriendelijk tegen me is. Ze zegt nog van alles tegen me over kortingen, maar in mijn haast om het gesprek af te ronden onthoud ik niet wat ze zei. Opgelucht sta ik even later weer buiten.

Ik loop naar de schoenenwinkel, maar deze blijkt gesloten te zijn tot 13.00 uur. Shit. Het is pas 12.30 uur. Wat nu te doen? Ik bedenk dat ik de tijd dan maar om moet zien te krijgen totdat deze winkel opent, want dochter heeft echt nieuwe schoenen nodig en hier verkopen ze tenminste fatsoenlijke kinderschoenen. Ik loop langs de Zeeman. Hier kan ik ook nog even kijken voor ondergoed. De stapel mandjes halveert de ingang. Er hangt een groot bord boven: als hier geen mandjes meer staan is het maximaal aantal klanten in de winkel.

Steun Chrisje eenmalig!

Lees jij de Chrisje blogs graag? Steun haar dan via een eenmalige donatie zodat zij haar artikelen voor jou kan blijven schrijven!

€5,00

Oh ja, weer een reminder voor als je het drie seconden zou vergeten: er gaat een potentieel dodelijk virus rond. Heerlijk, zo winkelen met om de meter een herinnering aan hoe gevaarlijk de wereld tegenwoordig is. Ik zucht eens diep, pak een mandje dat uit elkaar valt van de drie triljoen desinfectie beurten en loop naar het ondergoed. Ondertussen slalom ik om de overige klanten heen, met beleefd corona glimlachje en al. De winkel medewerkster begint direct na het afrekenen driftig mijn mandje te desinfecteren. Ik loop naar buiten en zie dat ik pas tien minuten om heb gekregen. Dus besluit ik om mezelf nog een Challenge op te leggen: ik ga een glaasje drinken op het terras buiten.

Een terras is best spannend voor mij, zeker als ik alleen ben, want mensen kijken altijd. Waarom dat wat uitmaakt weet ik niet, maar ik vind het verschrikkelijk. Toch doe ik het. Ik loop naar een tafeltje in de schaduw en ga zitten. Het meisje dat in de bediening werkt komt naar me toe gesneld en zegt “U mag niet plaatsnemen zonder dat u zich heeft aangemeld bij de statafel.” Ze wijst op een statafel aan de andere kant van het terras. Al spijt hebbend van mijn besluit loop ik volgzaam achter haar aan naar de statafel. Ondertussen voelt het alsof ik de ogen van alle bezoekers in mijn rug voel branden.

Aan de statafel wordt mijn naam gevraagd en of ik de afgelopen 24 uur klachten heb gehad. “Nee, althans geen klachten over corona.” antwoord ik. Ze begrijpt het grapje niet. Ze wijst me op een desinfectie zuil en vraagt of ik mijn handen wil desinfecteren. Ik ben geneigd haar te vragen of ze mijn pincode ook wil weten. Maar ik bedenk net op tijd dat dit meisje ook maar doet wat haar baas haar gevraagd heeft om te doen. Ondernemers zijn blij dat hun zaak weer open mag. Zij houden zich dus aan de regels voor het geval handhaving ziet dat ze dit niet doen. Ik houd mijn mond, desinfecteer mijn handen en loop terug naar het tafeltje. Ik bestel een drankje, waarbij het meisje vraagt of ik weet dat ik alleen met pin mag betalen. “Geen probleem.” zeg ik. Als ze weg loopt slaak ik een diepe zucht.

“Wat een ellende hè?” zegt een vriendelijke vrouw die een tafeltje verderop zit. “Ha, ja, ik wilde alleen even iets drinken, ik wist niet dat het zo’n gedoe zou zijn.”

We praten even over corona, alle maatregelen, alle tegenstrijdige berichten. We hebben het over begrafenissen en bruiloften die anders of niet of op een later tijdstip pas door kunnen gaan. We hebben het over kapotte handen en kinderen en oudere mensen. Mijn paniek zakt wat weg. Een kennis van haar werkt op de IC en die zei dat alle nieuwsberichten erg aangedikt worden. Verderop zit een moeder met een klein zoontje van een jaar of drie. Het mannetje wil even bij mij komen buurten, maar ze roept hem streng terug. Ik begrijp het, als moeder zijnde. Ik vraag me af wat dit allemaal voor impact op onze kinderen gaat hebben.

Als ik even later mijn drankje op heb zeg ik gedag tegen de vrouw, betaal via pin en loop braaf via de aangegeven paden en pijlen naar de schoenenwinkel, die inmiddels weer open is.

Als je nog geen angst- en paniekstoornis had, zou je hem nu alsnog wel krijgen. Wat een gekke wereld.

Liefs,

Chrisje

Zo krijg je meer volgers op Instagram!

Je hebt een leuke hobby, zoals fotograferen, schrijven, art work of koken en je vindt het leuk om jouw werk te delen op social media! Maar… op instagram groeit je aantal volgers niet zo snel als je zou willen.

In deze blog geef ik je een aantal handige tips om je instagram volgers te laten groeien!

#hashtag #hashtag #hashtag!

Gebruik relevante hashtags om je vindbaarheid op instagram te vergroten! Hashtags helpen bovendien een publiek op te bouwen van mensen die echt geïnteresseerd zijn in jouw hobby of bedrijf en die gericht hier naar zijn gaan zoeken. Help het algoritme van instagram om mensen jouw profiel te laten vinden!

Mag ik me even voorstellen?

Een pakkend bio is een absolute musthave. Zorg dat er duidelijk staat wat mensen kunnen verwachten van jouw account! Let ook even extra goed op spelfouten in je bio: dit komt niet zo goed over. 😉

Aannnddd… Interaction!

Interactie is erg belangrijk. Door te reageren op mensen die op jouw posts reageren, zorg je niet alleen er voor dat mensen waarderen dat je hier de tijd voor neemt, het is ook nog eens leuk en gezellig. 😊 Daarbij vergroot je met interactie de zichtbaarheid van je account, wederom door het almachtige algoritme van instagram 😂

One post a day makes people stay!

Iedere dag iets posten is belangrijk zodat je relevant blijft. Mensen weten dat ze iedere dag op een mooie post van jou kunnen rekenen. Door jouw trouwe aanwezigheid groeit ook het aantal trouwe volgers! 📲

Volg je inspirators

Niet alleen is het leuk om je tijdlijn voor jezelf inspirerend te houden. Het laat ook zien dat je interesse hebt in andere instagrammers.

Deel je verhaal

Leer hoe je een verhaal kunt posten op instagram. Mensen kijken veel naar de verhalen en zien zo jouw naam vaker langskomen.

Stel vragen aan je volgers

Stel vragen aan je volgers! Het nodigt uit om te communiceren met elkaar, je leert je volgers beter kennen en krijgt een persoonlijker contact. Beantwoord ook vragen die je volgers aan jou stellen.

Koppel je instagram profiel aan je Facebook pagina

Heb je ook een Facebook pagina? Koppel dan je instagram account aan je Facebook pagina. Het scheelt je enorm veel tikwerk, want als je iets op instagram plaatst verschijnt het (als je die optie aanklikt) ook direct op je Facebook pagina!

Linkerdelink

Heb je een website? Zet de link dan in je bio! Als mensen interesse hebben in jouw werk, klikken ze vanzelf eens verder.

Veel succes!

PS: Heb je zelf nog tips? Deel deze dan in een reactie! ❤️

Steun Chrisje eenmalig!

Lees jij de Chrisje blogs graag? Steun haar dan via een eenmalige donatie zodat zij haar artikelen voor jou kan blijven schrijven!

€5,00

Kopieer en plak deze tekst in je tijdlijn als je er ook zo moe van wordt dat mensen je vragen een tekst te kopiëren en plakken in je tijdlijn.

Ik zie het vaak voorbij komen: van die vage teksten op Facebook, waarin je wordt gevraagd deze tekst te kopiëren en plakken in je tijdlijn als je ook – vul zelf maar in waar je last van hebt.

Standaard staat er dan nog bij dat veel mensen deze tekst niet zullen lezen, niet zullen kopiëren of wat dan ook, omdat ze geen hart hebben voor – vul hier zelf bijvoorbeeld een ziekte in – of omdat ze de statussen van hun vrienden niet eens lezen (ja, hier leest u terecht een verwijt in).

De reden dat mensen de tekst niet kopiëren en plakken in hun tijdlijn is niet omdat ze geen hart hebben voor een ziekte. Het is ook niet omdat ze je status niet lezen en ook niet omdat ze je niet aardig vinden. Het is zelfs niet omdat ze niet geloven dat als ze dit niet doen er ergens een papegaaiensoort uit zal sterven of omdat ze niet geloven dat ze zeven jaar wc papier moeten eten als ze het niet doen.

Het is – hou je vast! – omdat die kopieer en plak deze tekst teksten nergens over gaan en bijzonder vervelend zijn.

There, I said it.

Dus nee, ik weiger niet je tekst te kopiëren en plakken omdat ik niet om je geef. Ik weiger dit te kopiëren en plakken omdat het niet jouw echte verhaal is, niet eens jouw tekst is en ik me zeker niet onder druk laat zetten door de dreiging van het uitsterven van zeemeerminnen, overal ter wereld.

Schrijf zelf een tekst over hoe je je voelt, en je krijgt mijn oprechte reactie. Deel een serieuze link over je ziekte en ik zal hem lezen. Schrijf iets uit je hart en je hebt mijn onverdeelde aandacht.

Maar ik blijf weigeren een slecht opgestelde, verwijtende tekst te kopiëren en plakken omdat dit alleen maar Facebook vervuiling is.

Liefs,

Chrisje

Geef me de tijd om mijn woorden te vinden – Rosan over haar telefonische therapie

Ik hoor mijn telefoon overgaan. Op het scherm zie ik de naam van mijn therapeute verschijnen. Mijn adem stokt even en ik staar slechts naar mijn trillende mobiel. Ik ben de belafspraak vergeten.

Alles in me zegt dat ik niet moet opnemen. Het is te veel. Ik kan dit niet. Ik zal dichtklappen. Maar ik wil mijn therapeute ook niet zomaar laten zitten. Ze weet dat ik bel angst heb en houdt daar vast wel rekening mee. Voordat mijn mobiel overgaat op de voicemail neem ik dus maar op en loop ik direct naar een ruimte in het huis waar ik hoop dat mijn ouders me niet kunnen horen.

“Hey, bel ik gelegen?” Ze klinkt vrolijk, maar ook wat afwachtend. De laatste belafspraken waren immers een beetje een flater omdat ik dichtsloeg en ze slechts een gesprek voerde met mijn stilte.

“Uhm, ja je belt wel gelegen.” Mijn twijfelende stem verraad dat ik de belafspraak was vergeten. 

“Fijn, is er iets waar je het nu over wilt hebben?” 

Stilte… Ik denk en ik denk, maar er komt niets naar boven. Er is eigenlijk heel veel waar ik het over wil hebben, maar het komt er niet zo snel uit. Het voelt alsof er een muur staat tussen alles wat ik te zeggen heb en de weg naar mijn mond. 

“Uhh, ik weet nu even niet specifiek iets.” stamel ik onzeker.

Het blijft even stil aan de andere kant van de lijn. Een kleine zucht vertaal ik naar haar teleurstelling. Dit lijkt immers alweer een zinloos gesprek te gaan worden. “Wist je niet meer dat ik zou bellen? Dan begrijp ik wel dat je het nu even niet weet. We kunnen ook gewoon afspreken dat ik je over twee weken weer face to face zie? Dan laten we het nu even voor wat het is.” 

Ik probeer er tussen te komen en te benoemen wat er juist allemaal gebeurd is. Om een of andere reden verkeert mijn mond in een ‘ja en amen’ staat van zijn terwijl dit helemaal niet is wat mijn brein wil. Er is zoveel te zeggen, zoveel te benoemen, maar ik heb tijd nodig. Tijd die nu tussen mijn vingers vandaan glipt alsof het er nooit echt is geweest. Ik moet eerst overzichtelijk krijgen wat ik allemaal wil zeggen voordat ik iets kan zeggen. Gun me alsjeblieft die tijd!

Nadat ik alleen maar stilletjes ‘ja’ heb geantwoord op de afsluitende woorden van mijn therapeute hoor ik dat ze al gedag gaat zeggen. Het is nu aan mij om op de rem te drukken want ze lijkt niet door te hebben waar ik mee zit. Hoe kan ze dat ook weten, ze ziet me niet eens… Ze hoort alleen mijn instemming. 

Er moet iets zijn, maar waar is het? Waar zijn de woorden waar ik zo naarstig naar zoek? Ik bonk tegen de muur die alles tegenhoudt waar ik over wil praten. Ik schop en ik brul, maar de muur blijft stevig staan. In de tussentijd voel ik de afstand tussen mij en de therapeute groter worden. Terwijl ik nog opzoek ben naar de juiste woorden achter die grote muur lijkt zij vooral opzoek naar het knopje om op te hangen en weer verder te gaan met haar werk van de dag.

Lees verder onder de afbeelding

“Wacht!” zeg ik haastig om tijd te rekken. “Er is nog iets wat ik wil vragen.” 

“Oh, vraag maar. Dat vind ik fijn om te horen.” 

Ik voel de afstand tussen mij en de therapeute weer kleiner worden. Ze staat weer dichterbij mij en de muur. Ik weet alleen niet voor hoe lang ik haar hier kan houden want wat ik net zei was meer bluf omdat ik eigenlijk geen concrete vraag heb. Die verrotte muur blijft maar in de weg staan. 

Haastig ga ik op zoek naar kiertjes en gaatjes waardoor ik misschien door de muur kan gluren. “Ja, ik moet even bedenken hoe ik dit ga zeggen,” zeg ik maar om nog meer tijd te rekken. 

“Natuurlijk, neem je tijd.”

Tijd, daar krijg ik het eindelijk! Dat heb ik nodig! Ik voel langs de muur en voel een oneffenheid. Een kier! Ik gluur er tussendoor en krijg zicht op wat woorden achter de muur. ‘Paniek, thuis, isolatie, buiten, alleen, medicatie, belangst, psychiater…’Het is nu vooral nog een brei, maar langzaamaan wordt het me helderder. Ik besluit dat ik het beste kan beginnen met één specifiek woord.

Lees verder onder de afbeelding

“De psychiater…” Komt er na een tijdje ietwat willekeurig uit mijn mond. 

Zodra ik het woord benoem volgt al snel de rest van het verhaal. De woorden beginnen steeds sneller door de kier in de muur stromen. De brei wordt een duidelijk verhaal en zo volgt er werkelijk een telefonisch consult tussen mij en mijn therapeute. Zoveel mogelijk van wat er op mijn hart rust laat ik naar buiten. Iets wat me eigenlijk bijna nooit lukt. Ditmaal heb ik op tijd op de rem gedrukt.

Het enige wat ik nodig heb is tijd… Ja, het duurt wat langer, maar dat zou niet erg moeten zijn zolang het me helpt. Dan vind ik misschien nog wel mijn woorden, maar als je ophangt is het te laat. Dus wil je even op me wachten voordat je weggaat? Alleen zo krijg ik mijn stilte aan de praat.

Rosan van der Zee

Meer lezen van Rosan kan hier!

Het corona-lachje

Sinds de corona crisis is er een nieuw fenomeen ontstaan: het corona-lachje noem ik het.

Het corona-lachje bestaat uit verschillende onderdelen: mensen maken meer oogcontact en glimlachen naar elkaar ten teken van verstandhouding: ja, ik zie je, ik houd afstand van je.

Maar ook: ja, ik zie je en ik wacht hier even zodat je langs kunt lopen op afstand. En ook: ja, ik zie je, ik stuur je mijn corona-lachje ten teken van verstandhouding maar ook zodat je weet dat ik je om leg als je binnen de anderhalve meter komt.

Het is een lachje dat specifiek vriendelijkheid mengt met een waarschuwing: ik doe aardig, maar blijf uit mijn buurt.

Soms wordt er ook een eyeroll aan toegevoegd, zodat je weet van elkaar dat je het allebei beu begint te raken, het in de rij staan voor een drogist alsof je in de Efteling staat te wachten tot je de python in mag.

Ik moest net door het winkelcentrum lopen voor een bezoekje aan mijn juwelier. Ik kreeg 28 corona-lachjes en deelde er minstens even zo veel uit. Hoe veel corona-lachjes tel jij vandaag?

Stilstand is vooruitgang

Stilstand is achteruitgang. Dit gezegde spookt al een paar dagen door mijn hoofd. Ik heb namelijk vaak het gevoel dat ik stil sta. En daarmee ook dat ik achteruit ga.

Na een bijzonder slechte dag barstte ik in tranen uit. “Ik heb het gevoel alsof ik al weken, maanden stil sta. Alsof er niets gebeurt. Alsof ik achteruit ga.” Mijn wederhelft herinnerde me aan alles wat ik in de afgelopen weken wél gedaan en bereikt had. De gesprekken die ik had gevoerd, de dingen die ik had gedaan, ook al vond ik ze doodeng.

De dag er na werd ik vroeg wakker. De zware dag er voor was te zien aan de dikte van mijn ogen en de diepte van mijn wallen. Ik begon de dag – zoals wel vaker – door voor me uit te staren en te denken aan alle dingen die ik wilde, moest en kon doen.

Klopte het wat zij zei? Ga ik wel vooruit, zonder het zelf in de gaten te hebben? Ga ik op een soort slakken tempo, waardoor ik zelf niet eens door heb dat ik wel vooruitgang boek?

Stilstand is achteruitgang? Ja, soms. Maar soms is stilstand juist de tijd die ik nodig heb om me voor te bereiden. Als je niet beter weet zie je me twee uur zitten niksen. Als je in mijn hoofd zou kunnen kijken zie je dat ik de scenario’s bedenk die kunnen gebeuren als ik tot actie over ga en het huis verlaat. Wat er in de winkel zou kunnen gebeuren. Wat ik moet doen als ik een paniekaanval krijg. Waar ik kan parkeren. Hoe ik er naar toe ga rijden. Wat ik er ga halen. Wat ik daar na ga doen. Hoe ik mezelf moed in spreek: je kunt het wel, je vindt het alleen eng. Dat wil niet zeggen dat je het niet kunt. Ook als je iets eng vindt kun je het toch doen.

Twee uur later sta ik op, pak mijn tas en vertrek naar de tuinwinkel, haal de plantjes, kom weer terug en werk een paar uur in de tuin. Die twee uur “stilstand” waren nodig om mij voor te bereiden. Ze waren niet nutteloos. Er gebeurde van alles, alleen niet zichtbaar.

De plantjes die nu in onze achtertuin groeien, zijn een blijvende herinnering voor mezelf dat stilstand soms ook vooruitgang kan betekenen.

Hoe ik mijn broer feliciteerde en dit grandioos mis ging

Ik belde vanochtend mijn broer. Hij is jarig, en een geweldige broer, dus ik dacht, dat moeten we wel even goed doen.

Ik belde hem op. Met videobellen en al zelfs, hoewel mijn gezicht daarvoor niet geschikt was, want slaapvouwen en wallen. Je moet iets over hebben er voor.

Toen hij op nam haalde ik diep adem en zei: “Ah-one! Ah-two! Ah-one-to-three-four!” en vervolgde met een uitgebreid, vals en lang gerekt langzalieleven, uitgebreid met een outro van veel hieperdepiephoera’s. Hij wachtte geduldig tot deze valse wall of sound voorbij was, en sprak toen de legendarische woorden “Dankjewel zus, maar ik ben morgen pas jarig. Het is vandaag de veertiende.”

Even was het stil. Ik hoorde vogeltjes tjielpen in mijn hoofd. Ik meende zelfs een paar krekels te horen. Mijn gezicht trok zich weer in de plooi vanuit de toestand waarin het was blijven hangen. “Maar.. Het is toch vrijdag vandaag?” stamelde ik.”Nee hoor; het is donderdag. Donderdag de veertiende.”

Ik krabbelde achter mijn oor. “Is het wel nog steeds 2020?” vroeg ik, me afvragend hoe lang ik precies geslapen had. “Ja, dat wel.” lachte mijn broer.

“Oké; luister. Ik bel je morgen terug, doe dit opnieuw en dan doen we net alsof dit gesprek nooit heeft plaats gevonden.”

“Nee. Ik ga je hier eeuwig mee plagen. Tot aan het einde van tijden.” Dat leek me niet meer dan redelijk.

Morgen ga ik hem opnieuw bellen, met liedje en al. Als ik het niet vergeet.

Ik had vandaag een mooie rotdag

Ik had vandaag een mooie rotdag. Het fijne aan afbouwen van medicatie (in afwachting van andere aanpak) is dat mijn energie opeens volop terug kwam, alsof er een mist op trok en ik plots weer helder kon zien, voor het eerst sinds maanden. “Aha!” zei mijn brein, “We kunnen weer!”. En het ging volledig op hol. Ik poetste het huis terwijl ik achterstallige dingen regelde en eten maakte. Ik deed honderdtwintig dingen tegelijk en voelde me – heel even – onoverwinnelijk en sterk en vrolijk.

Helaas kwam daar abrupt een eind aan toen halverwege de dag mijn energie plots een snoekduik in het diepe nam.

Mijn lijf werd moe, mijn brein nog vermoeider en de waterlanders stroomden onophoudelijk langs mijn wangen. Opeens was de wereld weer eng, groot en onbereikbaar, mijn gevoel wanhopig en ik een falend wezen. “Waarom kan ik me niet gewoon één dag onbezorgd goed voelen?” vroeg ik aan niemand in het bijzonder. Er kwam geen antwoord. Er is ook geen antwoord.

In deze rare tijd is iedereen al angstig en bezorgd. Ik was al voor deze rare tijd heel angstig en bezorgd. Dit kwam er alleen maar bovenop.

Toen kwamen mijn lieve dochter en vriendin thuis, met hun verhalen over school en werk. Verhalen over die grote buitenwereld. Ik was trots op ze en luisterde graag naar hun verhalen. We aten samen en langzaam zakte mijn verdriet weer wat verder weg.

Het was een mooie rotdag, zoals alleen een mooie rotdag mooi kan zijn. En soms is dat ook oké.

Morgen ga je weer naar school..

Morgen gaat mijn kind weer naar school. 11 mei 2020 zal een datum zijn die veel mensen zich nog lang zullen heugen, denk ik.

Het was wikken en wegen, piekeren, piekeren en nog veel meer piekeren. Sommige ouders zeiden “Ik laat mijn kind geen proefkonijn zijn!” en besloten hun kind thuis te houden. Een besluit waar ik als ouder zeker begrip voor heb. Het was ook een moeilijke beslissing. Laat je je kind thuis, waardoor het nog meer achterstand op loopt en zijn of haar vriendjes en meester of juf nog langer moet missen? Of laat je het naar school gaan, met het (weliswaar kleine) gezondheidsrisico dat daarbij komt kijken?

Ik denk dat er geen goede of foute beslissing bestaat. Ik denk dat iedere ouder met de beste bedoelingen kijkt naar de risico’s en behoeften van zijn of haar eigen kind. Natuurlijk wil je dat je kind gezond blijft! Maar je wil ook niet dat het een verdere achterstand in leren oploopt. Of sociaal in de knoei komt door het gemis van de contacten op school die ook zo belangrijk zijn voor het welzijn van je kind. Waar doe je dan goed aan?

Na het doorlezen van het uitgebreide protocol van school werd de knoop doorgehakt. Ze gaat naar school. Halve dagen, halve klassen. Extra hygiëne maatregelen in en rondom de school. Pauze houden in de klas. Niet meer op het schoolplein, maar bij de auto wachten. Extra instructies voor je kind. Extra spanningen, bij de ouders, kinderen en ongetwijfeld ook bij de leerkrachten. Ga er maar aan staan. Afstand houden van tig kinderen die jou weken lang hebben gemist.

Toch heb ik – ondanks de angst – ook vertrouwen. Vertrouwen in de regering, in de wetenschappers en gezondheidsadviseurs, in de school van mijn kind, in de leerkrachten en – niet in de laatste plaats – in mijn kind. Waarmee ik niet wil zeggen dat ouders die hun kind thuis houden dat niet hebben. Ik begrijp hun keuze. Laten we – ook als ouders – vooral begrip tonen voor elkaar. We willen allemaal maar een ding: het beste voor onze kinderen. En dat doen we op onze eigen manier. Ruzie maken hierover heeft geen zin. We hebben – zeker nu – veel belangrijkere dingen te doen.

Liefs,

Chrisje

Jumbo avontuur in quarantaine tijden

Ik moest even naar de supermarkt. Ik reed naar de Jan Linders, maar kreeg al een lichte paniekaanval bij aanzien van de parkeerplaats. Dus reed ik door naar de kleine Jumbo in een dorpje vlakbij. Ik parkeerde mijn oldtimer op een bijna lege parkeerplaats. Mijn hart maakte een sprongetje: maar drie auto’s! Heerlijk! Rust!

Vrolijk huppelde ik naar mijn gedesinfecteerde karretje. Ik begroette vriendelijk het personeel, waarbij me langzaam maar vrijwel zeker op begon te vallen dat de enige homo sapiens die ik tegenkwam, een geel anderhalve-meter-kom-niet-in-mijn-aura-hesje droegen. Bazinga, wat een perfect moment had ik gekozen om te shoppen!

Ter hoogte van de hagelslag en afbakbroodjes werd ik vriendelijk begroet door een vulploegmedewerker. Door de afwezigheid van de mij zo bekende paniek durfde ik zowaar even een praatje met hem te maken. “Wat is het hier heerlijk rustig zeg!” zei ik.”Ja fijn hè?” antwoordde hij. Even wachtte hij, alsof hij wachtte tot er iets doordrong. Ik had echter een flatliner van wat heb ik jou daar, overdonderd door de blijdschap van de lege winkel die ik aangetroffen had. “Dat komt waarschijnlijk, omdat de winkel nu sluit.” zei hij vriendelijk. Huh?

“Oh echt? Hoe laat is het dan?” Verschrikt bedacht ik me of het ongemerkt al negen uur was geworden of zo. De tijd neemt wel eens een loopje met me sinds de quarantaine tijd. Ik vroeg me meteen angstvallig af of het nog wel 2020 was en hoe lang ik geslapen had vanmiddag. “Het is zes uur. We sluiten op zondag om zes uur, mevrouw.”

Ik stamelde wat verontschuldigingen en beloofde mijn boodschappen in no time te verzamelen. Dat ging overigens ook bijzonder snel, omdat ik om niemand heen hoefde te slalommen en niemand in mijn aura kwam, behalve nog een andere medewerker die kwam zeggen dat de winkel ging sluiten.

Bij het verlaten van de parkeerplaats slaakte ik een diepe zucht, nadat ik mezelf, mijn handtas en alle grepen van de auto zorgvuldig had gedesinfecteerd met dettol doekjes. Wat zou het toch fijn zijn als deze rare tijd voorbij was. Als doorgaans toch al erg angstig persoon krijg je er in deze periode gratis smetvrees bij kado.

Gratis: moederdagkaart!

Omdat alles al geld kost tegenwoordig. Omdat je je moeder gaat missen, of al mist, of omdat je haar wil verrassen met iets leuks op moederdag:

Print een van onderstaande kaarten uit, of sla de afbeelding op en stuur deze op moederdag naar je moeder!

PS: er staan diverse met dezelfde tekst maar in een ander lettertype. Kies degene die jij het leukst vindt en printen maar! 😊❤️

Liefs

Chrisje

Liever een gebroken been: wat je in corona tijden kunt doen voor mensen met een depressie of burn-out

Eerder schreef ik in mijn (vaak gedeelde!) blog over wat je kunt doen voor mensen met een depressie, burnout of andere klachten.

Echter, nu in deze bijzondere, vreemde en vaak moeilijke tijd is het nog moeilijker om er voor mensen met een depressie of andere mentale klachten te zijn, vanwege de afstand die bewaard moet worden.

Wat kun je in quarantaine tijd dan wél doen voor geliefden die worstelen met een depressie, angst klachten, burn-out? Hieronder een aantal tips waar ik ook zelf veel aan gehad heb (en nog):

Laat weten dat je er bent. Bel (regelmatig!), app, video bel, stuur een kaartje, een bosje bloemen, of een brief. Ga op raamvisite of nodig uit voor een leuk online spelletje, als diegene daar zin in heeft tenminste. Laat weten dat je aan die persoon blijft denken, ook al is het op afstand.

Lees verder onder de afbeelding

Stimuleer het zoeken naar hulp.

Stimuleer het inschakelen van hulp. Heeft je geliefde nog geen hulp gekregen met zijn of haar problemen? Adviseer dan een telefonisch consult met de huisarts. Deze kan doorverwijzen, ook in deze tijd, naar professionele hulp. Veel hulpverleningsinstanties werken met telefonische en video gesprekken. Natuurlijk is een live gesprek meestal beter, maar iets is zeker beter dan niets!

Ga wandelen op afstand. Als er een geschikte omgeving voor is, ga dan wandelen op afstand. In rustige dorpen of omgevingen is het prima mogelijk om – op veilige afstand – met elkaar te wandelen. Zo haal je iemand even zijn huis (isolement) uit en kun je rustig praten zonder elkaar constant aan te hoeven kijken. Dit praat vaak gemakkelijker. Wandelen is voor iedereen goed: je komt even op andere gedachten en beweging is sowieso goed tegen depressieve gedachten.

Wees begripvol. Bied een luisterend oor. Geef geen goedbedoelde adviezen en kom niet met standaard cliché antwoorden zoals “het komt wel goed” of “kop op, niet bij de pakken neer gaan zitten”. Luister geduldig, toon inlevingsvermogen en vraag of je iets kunt doen. Vaak is luisteren al genoeg. Ook even praten over je eigen leven is vaak fijn voor de ander: het leidt even af.

Heb jij nog andere tips? Laat ze achter in een reactie!

Dé tips tegen wespen!

Wespen: voor de natuur nuttig, voor de mens iets minder aangenaam. Veel mensen zijn panisch voor de steken van dit insect. Sommige mensen zijn zelfs allergisch. Wat kun je nu doen om de overlast van wespen tegen te gaan, zonder ze direct massaal af te slachten of de hele dag met je mepper om je heen te slaan in de tuin?

Kruidnagel 

De relatie van een wesp tot kruidnagel is als die van een kind tot spruiten: JAK! Kruidnagel koop je gewoon in de supermarkt. Je kunt deze in een bakje met warm water op de tuintafel zetten, maar ook in een doorgesneden citroen. Je zult weinig wespen meer bespeuren!

Ga niet slaan of hysterisch doen, en kijk een beetje uit

Het klinkt logisch maar veel mensen vinden dit moeilijk: ga niet hysterisch doen of slaan als er een wesp in je buurt is. De wesp zal zich opgejaagd voelen en eerder steken. Let ook even op voordat je gaat zitten op een stoel: als ik een wesp was en je ging op mij zitten, zou ik je immers ook steken.

Lees verder onder de afbeelding

wasp2

Fake it til you make it: Koop een nep wespennest

Voor wie er wat geld tegen aan wil gooien: koop een nep wespennest, bijvoorbeeld bij bol.com! Wespen zijn erg van hun territorium en zullen dan ook niet gauw komen waar zij denken dat al een andere groep wespen aanwezig is. Het nep wespennest kun je hier aanschaffen voor rond de €20,-.

Azijn: da’s pas fijn!

Ook de geur van azijn vinden wespen niet fijn. Zet er een bakje van op tafel (je kunt het ook verwarmen) en ze blijven vanzelf ver weg!

Wierook / Koffie

Koffie en wierook vinden wespen ook al niet lekker ruiken. Kijk wat je in huis hebt en probeer het maar uit!

Op internet zijn er nog veel meer tips te vinden, zoals een zak met water vullen, maar de beste ervaring heb ik persoonlijk met kruidnagel. Van 20 wespen op een middag naar geen een gezien de middag er na, sinds ik de bakjes met kruidnagel heb neergezet.. 

Veel succes!

PS: Heb jij nog meer handige tips? Laat ze in een reactie achter!

wasp1

Samen alleen

Samen met Rosan van der Zee schreef ik onderstaand lied, Samen Alleen.

Het is bedoeld om mensen een hart onder de riem te steken tijdens deze bijzondere tijd. ❤️

Zang en muziek: Rosan van der Zee

Tekst: Chrisje en Rosan van der Zee

Yoga in pyjama met een zak chips

Door Rosan van der Zee

Je ziet het momenteel overal voorbijkomen op Facebook en Instagram. Foto’s en filmpjes van mensen die in de meeste vreemde houdingen liggen en obsessief op hun ademhaling focussen. Stretchend en kreunend zijn ze naarstig opzoek naar hun innerlijke rust ten tijde van quarantaine.

Het antwoord is ‘yoga’. Een zin die ik maar al te vaak voorbij heb horen komen als tip om mezelf in deze tijd te helpen. Ik heb het geprobeerd, echt waar. Ik heb mezelf in de meest ongemakkelijke houdingen gemanoeuvreerd in de hoop dat ik vanuit die vreemde houding mijn rust ergens zie liggen. Die rust is helaas nog net zo ver te zoeken. Deze quarantainetijd is voor mij namelijk pure chaos. 

Iedereen komt met tips over hoe ik met deze situatie om moet gaan. Mijn psycholoog probeert het al weken voor elkaar te krijgen dat ik een planning maak. Steeds als ik aan het maken van een planning denk schiet ik al in de stress. Want het maken van een planning maakt de afwezigheid van alle zaken die er kortgeleden nog waren nog zoveel duidelijker. Bij elk gesprek moet ik haar dan ook vertellen dat het me nog niet is gelukt om een planning te maken omdat ik er zoveel paniek door ervaar. Nu hebben we eindelijk afgesproken dat we dan nog maar even wachten met een planning maken omdat het momenteel voor mij averechts werkt. Na die afspraak ervaarde ik eindelijk een klein beetje rust.

Heel de wereld lijkt te weten hoe ik met deze situatie om moet gaan… Ik moet een planning maken. Ik moet een nieuw patroon krijgen. Ik moet aan yoga doen. Ik moet mijn lessen blijven volgen via beeldbellen. Ik moet gezond eten. Ik moet vroeg op blijven staan. Ik moet blijven sporten. Ik moet me geen zorgen maken en me niet laten meeslepen. Ik moet mezelf niet te veel verplichten, maar ik moet me wel aan de afspraken houden.  

In een wereld die even stilstaat en een moment van rust gebaart, blijf ik voor mijn gevoel constant rennen.

Mijn wereld is een grote chaos, maar krampachtig blijf ik alles doen wat men zegt dat ik moet doen om de orde weer te vinden. Ik heb mezelf er zelfs op betrapt dat ik andere mensen dezelfde tips ging geven, terwijl ik er zelf helemaal niks aan heb.

Al dit ‘moeten’ zorgt voor mij helaas alleen maar voor het ervaren van nog meer paniek omdat ik constant het idee krijg dat ik het niet goed genoeg doe. Want waarom ervaar ik anders nog steeds zoveel stress, angst en paniek? Vergetend dat het heel normaal is om al die gevoelens te ervaren in deze tijd waar er zoveel verandert en onzekerheid is. 

Hoe ga ik er dan mee om? Ik heb geen planning en kijk elke dag wat ik aankan. Mijn patroon bestaat vooral uit mijn vaste eetmomenten en de vooraf bedachte gerechten omdat ik daar wel rust in vindt. Verder is het vooral een soort willekeurig ‘iene miene mutte’ spel. Ik volg geen van mijn lessen via beeldbellen omdat dit door mijn bel angst te veel paniek veroorzaakt. Wanneer ik sport doe ik dat omdat ik het leuk vind, het me fit houdt en omdat het me rust geeft, maar als ik er geen zin in heb dan doe ik het gewoon niet. Ik maak me regelmatig zorgen en barst dan in tranen uit als de paniek rondom de situatie me weer eens overvalt. Dat is niet erg, dat mag er zijn en is zelfs een logische uiting van emoties. Meestal geef ik mezelf daarna de rest van de dag vrij waarna ik lamlendig op mijn bed ga liggen. En ja, dat is op dat moment heerlijk.

Mijn tip die ik jullie wil geven: niks moet.

Zoek je eigen weg en manier om hiermee om te gaan. Ga yoga doen als dat je leuk lijkt, maar doe het ook vooral niet als het je niet leuk lijkt. Ga wandelen, een zak chips leegvreten, hardlopen, je favoriete series bingewatchen, schrijf een boek, blijf heel de dag in bed, maak een planning, houd je pyjama aan, ga naar je werk (kan eventueel ook in pyjama), voel je lamlendig, etc. Doe vooral niet wat niet bij ‘jou’ past. Mensen mogen je alle tips van de wereld geven, maar jij bent stuurman op je eigen schip en jij kiest via welke wateren je naar jebestemming komt. 

Deze tijd van quarantaine moeten we samen doorkomen, maar dat doen we allemaal op onze eigen manier. Tips zijn altijd welkom, maar ik kies zelf wat me wel of niet verder helpt. Er is geen goede of slechte aanpak, er is vooral gewoon een ‘aanpak’. Niemand kent mij beter dan ik dus ik heb er vertrouwen in dat ik mezelf hier doorheen kan slepen ook al zit ik het overgrote deel van die tijd in mijn pyjama.

Liefs,

Rosan van der Zee

Wil je meer lezen van Rosan? Ga dan naar haar Facebook pagina: https://www.facebook.com/roosvindteenweg/

Als angst je wereld is

Wat me op een of andere manier een beetje “troost” in deze periode, is dat niets voor niemand hetzelfde is gebleven. Iedereen raakt het. Direct of indirect. Zelfs de mensen die in ontkenning zijn en nog hutje mutje op elkaar geplakt in een bus gaan zitten. Zelfs de leiders van landen, zelfs de miljonairs en celebrities. Iedereen is uit zijn comfort zone gedwongen. Iedereen moet een nieuwe dagindeling vinden, een nieuwe manier zoeken om om te gaan met deze andere manier van leven. Collectief aanpassen om elkaar te redden.

Wat voor mij persoonlijk extra moeilijk is, is de angst. De angst in de nieuwsberichten, op social media, in de gesprekken met mensen (op afstand). Ik heb een angststoornis en daarmee leef ik eigenlijk al jaren zoals de meeste mensen nu leven: bang voor sociale contacten, bang om ziek te worden, bang voor van alles en nog wat. Eigenlijk ervaart iedereen nu een klein deel van hoe het is om met een angststoornis te leven: overal waar je komt is het bij je. Je staat er mee op en gaat er mee naar bed. En als je net even niet er aan denkt, komt er wel een fragment op de radio, een bericht op je telefoon, dat je weer er aan herinnert: ik ben er nog.

Wat moeilijk is aan een angststoornis hebben in een periode waarin angst regeert is dat hulp nu moeilijk op gang komt of zelfs stagneert. Waar ik eigenlijk zou moeten oefenen met sociale situaties, mag dat nu niet. Veilig thuis blijven is het advies en dat volg ik uiteraard op. Maar de wereld wordt zo klein dat ik nu al (hoe verrassend) bang ben voor hoe veel stappen terug ik hiermee maak, door niet te kunnen oefenen met kleine stapjes.

Maar dan denk ik aan de mensen die ziek worden en overlijden in de ziekenhuizen, dan denk ik aan de nabestaanden van die mensen, en dan relativeer ik mijn eigen problemen. Stel je niet aan, zegt mijn strenge brein tegen mezelf, wees dankbaar dat je nog leeft. En dat ben ik.

Maar wanneer straks alles weer mag, zullen de mensen met psychische klachten een extra inhaalslag moeten maken. Want de wereld die zo eng was – en recentelijk nog enger werd – moet dan weer betreden worden. Wat normaal al eng was, maar nu driedubbel zo akelig.

Stay safe, lieve mensen ❤️

Liefs,

Chrisje

Lieve juf en meester

Lieve juf en meester,

We wisten altijd al dat jullie werk belangrijk was. Iedere week vertrouwden we immers onze kinderen aan jullie toe, om te leren, te ontdekken en te groeien.

Als ons kind een huisdier verloor of een tand los had zitten, waren jullie de eersten die het hoorden op maandagochtend. Als wij als ouders bij jullie moesten komen op oudergesprek, waren jullie er niet alleen voor de kinderen, maar stiekem ook een beetje voor ons.

Nu onze kinderen niet naar school kunnen door Corona, zijn we ons nog veel bewuster geworden van hoe ontzettend waardevol en belangrijk jullie werk is. Als wij niet weten hoe we – in ons hoofd reeds bestaande – kennis moeten overbrengen op onze kinderen, mailen we jullie. Er wordt gebeld, waarbij we de gezichten van onze kinderen zien oplichten bij het horen van jullie stem.

We zien nu gemiddeld een fractie van wat jullie op een dag aan moeten kunnen. En dat is al veel.

Ik denk dat geen enkele ouder na deze periode – als onze kinderen eindelijk weer naar school mogen – jullie werk meer zal onderschatten. Onze kinderen missen jullie, hun klasgenoten, het klaslokaal. De liedjes, de verhalen, het plezier, het buiten spelen op het schoolplein.

Dus wanneer jullie onze kinderen missen, weet dan dat dat volledig wederzijds is.

Liefs,

Ouders Van Nederland

Bodem – Hoofdstuk 7

Ik ontdekte pas dat Pascal een bewogen verleden had, toen we al een half jaar samenwoonden. Ik zat op een doordeweekse avond op de bank met een kop thee toen ik een melding kreeg op mijn telefoon. “Joyce Stevens stuurt u een berichtverzoek.” Ik wist niet wie ze was, maar accepteerde haar verzoek, omdat ik nieuwsgierig was.

“Hallo,” kwam het bericht binnen op messenger.

“Hoi.” stuurde ik terug.

Het bleef lang stil. Ik werd nog nieuwsgieriger.

“Je kent me niet, maar ik ben een ex van Pascal. Ik wil je voor hem waarschuwen.”

Waarschuwen? Ex van Pascal? Razendsnel groef ik in mijn geheugen. Ik was al nooit sterk in namen, maar ik wist het bijna zeker: Hij had het nooit over een Joyce gehad.

Een naar gevoel bekroop me.

“Eh, oké…” stuurde ik terug.

Ik zag dat ze terug begon te typen. Wederom duurde het ellendig lang. Ik werd steeds nerveuzer en was blij dat Pascal niet thuis was. Hij moest overwerken en zou pas over een half uurtje thuis komen.

“Ik hoop dat je hem niet vertelt dat ik je dit stuur. Ik stuur dit om jou te waarschuwen. Pascal is agressief, gevaarlijk en hij gaat vreemd bij de vleet. Pas op jezelf. Je bent niet de eerste en niet de laatste.”

Gevaarlijk.. agressief? Zo was Pascal helemaal niet! Ik kende hem alleen als lief en zorgzaam. Ik voelde me meestal juist een prinses bij hem, hij droeg me op handen. En dit moest ik dan maar aannemen van een ex die ik niet eens kende?

“Bedankt, maar zo ken ik Pascal helemaal niet.”

Misschien was het zo’n ex die boos was omdat het uit was, dacht ik.

“Dan ken je Pascal nog niet. Stap er uit, echt, voordat het te laat is.” schreef ze, en drie seconden er na was ze weg. Ik kon niets meer terug sturen: ze had me geblokkeerd.

Ik voelde me heel ellendig. Mijn handen begonnen te trillen. Snel wiste ik het gesprek uit mijn lijst.

Toen Pascal thuis kwam, zei ik voorzichtig dat ik benaderd was door ene Joyce. Hij stond aan het aanrecht een fles bier open te maken en bij het horen van haar naam verstarde hij – het was maar een fractie van een seconde. Toen trok hij zijn schouders op.

“Ik was er al bang voor. Die heeft altijd al een obsessie gehad. Blokkeren die handel, liefje.”

“Dat hoeft niet; ze heeft mij al geblokkeerd.” grapte ik.

Hij draaide zich om, liep naar me toe en zei met een iets hardere stem: “Ik zei, blokkéren die handel.” Zijn blik was opeens ijskoud; zo had ik hem nooit eerder zien kijken.

“Oh, oké..”

Hij merkte dat ik schrok en ontdooide snel weer.

“Liefje, luister even naar me. Die Joyce is een borderliner met een obsessie. En die heeft ze helaas voor mij. Ze heeft me nooit vergeven dat ik het uitmaakte. Je wil niet weten op hoe veel manieren ze me bleef lastig vallen nadat ik het uit had gemaakt. Ze is niet helemaal goed bij haar hoofd, schatje. Het is echt beter als je haar blokkeert, anders gaat ze mij via jou blijven stalken. En ik wil niet dat jij last van haar krijgt. Echt.”

Hij wachtte niet eens af of ik ja of nee zou zeggen, tilde me snel op en kuste me. Hij draaide me rond in de woonkamer zoals hij dat zo vaak deed en ik moest weer vreselijk hard lachen. Gerustgesteld kroop ik tegen hem aan op de bank om een film te kijken.

Toch sliep ik amper, die nacht. Ik werd een aantal keren geschrokken wakker, pakte mijn telefoon, keek naar het scherm van Facebook, maar ik blokkeerde Joyce niet.

Als ze echt nog eens zou beginnen zou ik dat wel doen, dacht ik, voordat ik weg zakte in een onrustige slaap.

Bodem – Hoofdstuk 8

Ik voelde niets, toen ik Anna het water in duwde.

Het spartelen en happen naar lucht bezorgde me wel bijna een lachstuip, maar dat kon ook komen omdat ik net nog gesnoven had, op het toilet van het restaurant. Wellicht ook van de zenuwen, want deze keer ging ik wel een stap verder dan ooit tevoren. Ik wist dat ik tot veel in staat was, maar niet dat ik dit zou kunnen, en al helemaal niet zonder iets te voelen.

Nadat ik haar het water in duwde stond ik even stil. Ik keek op mijn horloge. Na een minuut liep ik weg. Ik had het koud en verborg mijn gezicht in mijn kraag; ik moest snel een kroeg vinden.

Ze had niet moeten gaan graven, dan was dit allemaal niet nodig geweest. Als ze gewoon was gebleven zoals ze dat eerste jaar was, goedgelovig en naïef, een beetje dommig, dan was er niks aan de hand geweest. Maar nee, uiteindelijk gaan ze graven. Allemaal. Het lijkt wel een collectief ritueel; ze zien eerst alleen het beste in je, maar na verloop van tijd zoeken ze allemaal iets om over te zeiken. Bij een normale man vinden ze dan wellicht iets onbenulligs. Dat hij te veel bier drinkt, of lui is. Aangezien ik geen normale man ben, schrikken ze zich dood als ze ontdekken wie ik echt ben.

Het is bijna om te lachen.

Meestal gaf ik dan gewoon wat waarschuwingen af, zodat ze zich uiteindelijk vanzelf gedeisd houden en uiteindelijk er vandoor gaan. Wat dat betreft was Anna de eerste die niet ophield. Die alles ontdekte. Toen ze zag wat ik allemaal op mijn kerfstok had – ik wist meteen wanneer ze het wist, dat merk je aan het witte kleurtje en de stilte – ging ze nog verder graven. Ze beet zich vast in mijn verleden, alsof ze ergens een antwoord zou vinden. Misschien zelfs een oplossing. Kinderlijk naïef eigenlijk, want er is geen oplossing. Ik had bijna medelijden met haar; ze bleef maar zoeken naar het waarom en naar oplossingen. Maar al snel vond ik het vooral heel irritant. Dat heb ik haar ook verteld tijdens ons laatste avondmaal; Je moet kappen met dat graven en zoeken, ik ben wat je ontdekt hebt. Ik ben niet te redden. Al zeker niet door jou. Haar tranen en stem irriteerden me mateloos, terwijl ze maar door bleef zagen.

Zoals zo vaak deed ze me weer aan mijn moeder denken: betrokkenheid veinzen, terwijl ik heel goed wist dat ze uiteindelijk zou doen wat ze allemaal doen: de benen nemen. Dat doen ze uiteindelijk, allemaal. Maar Anna was anders dan anderen. Ze had een extreem sterk geweten. Ik zag het aan haar gezicht. Ze zou me verlaten, uiteindelijk, maar dan zou ze toch bezwijken onder wat ze allemaal van me wist. Ze zou gaan praten, met vriendinnen, haar moeder, collega’s. Alles wat ik al die jaren zo zorgvuldig opgebouwd had zou in één klap kapot gaan, omdat zij haar mond niet zou kunnen houden. Terwijl ze nerveus aan haar servet bleef friemelen, moest ik de grootste moeite doen om haar niet ter plekke een hengst te verkopen. Ze kon nog zo goedgelovig denken dat er hulp was voor me, dat ik kon “helen”, ik wist dat het niet mogelijk was. Ze zag nog hoop, en dat zou me de kop gaan kosten.

Razendsnel bedacht ik hoe ik hier een eind aan kon maken. Mijn kop werkte niet mee. Ik wilde zo snel mogelijk weg uit dat klote restaurant, waar ik niet kon nadenken. Ik wil weg, dacht ik, en zij moet ook weg. Ik zou haar kunnen dumpen, maar dan nog zou ze actie ondernemen. Ze hield van me, dat wist ik. Ze voelde dingen die ik nooit kon voelen. Daarom zou ze me niet opgeven. Zou ze alles kapot maken. Terwijl ik haar in haar jas hielp, zag ik dat ze rilde. Toen we naar buiten liepen, werd ik heel rustig. We liepen langs de waterkant richting de parkeergarage. Ik wist wat ik ging doen. Ze was al jaren moed aan het verzamelen om zwemles te nemen, maar het was nooit gelukt. Ze schaamde zich dat ze als volwassene niet kon zwemmen. Verderop kwam een rustig stuk, een paar honderd meter voor de parkeerplaats. Als daar geen mensen zouden lopen, zou ik haar met het grootste gemak het water in kunnen duwen. Ik ging links naast haar lopen en pakte haar hand vast. Dat laatste deed ik niet meer vaak, dus keek ze me wat verbaasd aan. Met moeite ko

n ik nog een glimlach er uit persen. “Het eten was lekker, vind je niet?”

“Ja, het was heerlijk.” antwoordde ze vertwijfeld.

Toen we langs het stuk liepen waar het rustig was, keek ik snel om me heen. Er was niemand. In de verte hoorde ik mensen een kroeg uit lopen, maar dat was ver weg genoeg. Als ik het ga doen, moet het nu, dacht ik, en ik dacht aan al die keren dat ik er over fantaseerde hoe ik mijn moeders leven zou beëindigen. Als ik daar over fantaseerde, werd ik altijd heel opgewonden en nerveus. Nu was ik kalm.

Ik dacht aan alles wat Anna me af zou nemen met haar geweten; mijn carrière, mijn vrijheid, mijn geld. Ik nam een diepe teug adem en verstrakte mijn grip om haar hand. Ze keek me direct aan, alsof ze wist wat er ging gebeuren.

Ik stopte met lopen.

“Wat is er, Pascal?” Ze keek me angstig aan.

“Ik moet dit doen.” Ze wilde iets terug zeggen, maar ik duwde al. En hard. Ze struikelde achteruit, wankelde even op de rand. Haar mond ging open, ze sloeg wild met haar armen. Ik keek haar aan. Ze had beter kunnen weten. Met een stille plons viel ze in het water.

Een uur later stond ik in een kroeg, ik had bijna al mijn contant geld uitgegeven aan wodka. Een of andere scharrel die ik ooit eens mee naar huis had genomen zat op mijn schoot en tetterde in mijn oor. Ze rook niet naar Anna, ze rook naar goedkope wijn. Ik zag telkens Anna´s gezicht voor me. Dat irriteerde me. Maar ergens was ik ook opgelucht en blij dat het me gelukt was. Ik was veilig. Althans, voor nu. Ik had het ergste gedaan, na al die jaren denken dat ik zoiets niet zou kunnen. Ik dacht dat zelfs ik een grens had. Blijkbaar niet. Alles was verloren, en dat gaf me een rustig gevoel. Het was nu kop of munt: of Anna´s dood zou me achtervolgen en ik zou alles kwijt raken, of ik zou door kunnen leven zoals ik altijd leefde. Maar zolang ik nog kon leven zoals ik dat altijd deed, moest ik dat ook maar goed doen, bedacht ik, terwijl ik van mijn barkruk af stapte en wankelde. Ik moest eerst maar eens een nacht slaap hebben, morgen zou ik weer helder kunnen denken. De coke en de alcohol maakten me alleen maar suf en in de war.

Ik liep de kroeg uit en belde een taxi. Vanavond is niet de avond om dronken achter het stuur betrapt te worden, zo helder was ik nog. Terwijl ik stond te wachten op de taxi, voelde ik een hand op mijn schouder. Het was dat irritante mens uit de kroeg. Ze wilde met me mee, natuurlijk.

“Vanavond niet, schatje.” zei ik, en ik schonk haar nog een glimlach.

“Niet? Vond je het vorige keer niet fijn dan?”

Vorige keer, ik wist niet eens meer wanneer dat was. Ik kon me alleen herinneren dat ze het prettig vond dat ik hardhandig ben. Veel vrouwen vinden dat prettig, heb ik gemerkt. Maar ze zullen het nooit toegeven. “Jawel liefje, maar ik ga nu naar huis.” zei ik nog schappelijk, maar ze bleef aan me plakken. Haar handen verdwenen onder mijn jas, ze probeerde me in mijn nek te kussen, precies op de plek waar Anna me altijd kuste, voordat ze ontdekte wie ik was.

“Ik zei, ik ga nu naar huis.” zei ik, en ik duwde haar – nog veel harder dan Anna – van me weg.

Ze vloog haast door de lucht, viel wat ongelukkig tegen een paaltje aan. Jammerend van schrik en pijn lag ze daar, met haar veel te korte rokje opgekropen tot in haar taille. “Wat ben jij voor beest!” schreeuwde ze.

Ik liep weg, ik zou wel ergens anders wachten op een taxi.

“Na vanavond zal alles anders zijn.” zei ik nog tegen de taxichauffeur.

“You speak English?” antwoordde hij.

Alle gepubliceerde hoofdstukken van Bodem lees je hier

Zo kom je de quarantaine tijd door: 15 thuis toe te passen tips!

In deze tijd, waarin het sociale leven grotendeels stil is komen te liggen en we afstand van elkaar moeten houden, is het moeilijk om niet eenzaam en suf uren voor de televisie te blijven hangen. In deze blog dan ook 15 tips om de quarantaine tijd door te komen. Maar ook een oproep aan jou (ja, jou!): Heb jij nog leuke tips? Stuur ze mij via een privé bericht op de Chrisje Facebook pagina!

EEN
Burenliefde was nog nooit zo belangrijk als nu. Maak een praatje met je buurvrouw / buurman via de schutting (op afstand), of via je balkon. Heb je oudere buren? Informeer dan of het goed gaat met hun gezondheid en of je misschien iets kunt betekenen (mits je zelf geen klachten hebt natuurlijk).

TWEE
Creativiteit! Tekenen, knutselen, kleurboeken voor volwassenen, breien, haken, diamond painting, de keuze is reuze! Op YouTube vind je bovendien heel veel gemakkelijke tutorials op het gebied van tekenen voor beginners, maar eigenlijk wel van iedere mogelijk denkbare hobby. Tutorial zoeken, en beginnen maar!

DRIE
Die kast die je al drie jaar wilde reorganiseren, maar waar je niet aan toe kwam wegens tijdgebrek? Ga hem nu te lijf! Dit is het moment! Haal leeg die kast, even een sopje er door, en ruim hem weer zodanig in dat je al je 746 tupperware bakjes nu wel mét deksel bij elkaar hebt.

VIER
Als je het geluk hebt dat je een achtertuin hebt, zijn spelletjes zoals overgooien, badminton, basketballen goede manieren om aan je beweging te komen. Ook touwtjespringen, hinkelen (dankzij het hinkelpad van mijn dochter) zijn manieren om in beweging te blijven. En bovendien stiekem best wel leuk!

quarantine

VIJF
Heb je thuis fitness apparatuur? Afstoffen, die hometrainer! Pak die abbroller van zolder af! Gebruik je fitness apparaat niet langer als kledingrek! Dit is de tijd om je spieren weer sterker te maken 🙂

ZES
Yoga. Het klinkt misschien zweverig, maar dat is het heus niet. Ik probeer iedere dag minstens een à twee keer tien tot vijftien minuten yoga in te bouwen. Goed voor het lijf, je rekt de spieren, bouwt kracht op én je maakt je hoofd even leeg. Goed voor de ontspanning! Op YouTube zijn genoeg voorbeelden te vinden. Dit vind ik een goed beginnersfilmpje: https://www.youtube.com/watch?v=VaoV1PrYft4

ZEVEN
Schrijven. Schrijf een brief, start een dagboek, schrijf gedichten, een blog, wat je maar wilt! Op WordPress kun je met een beetje kennis van zaken een gratis blog starten. Wat houdt je tegen?

ACHT
Heb je een hond? Wilde je hem altijd al meer commando’s leren? Dan is dit het moment! Zolang je het leuk houdt voor je hond natuurlijk, dus niet te lang en op een positieve manier.

NEGEN
Lego voor volwassenen: een ideale manier om veel tijd mee om te krijgen, als je het kunt betalen 🙂

TIEN
Gezelschapsspelletjes! Monopoly, een potje kaarten, Uno, Halli Galli, 30 seconds, genoeg te spelen! Alleen moet je even iemand vinden die met je wil spelen…

quarantaine

ELF
Zing je graag? Download dan een karaoke app en zing er op los!

TWAALF
Skype, videobellen, FaceTimen.. er zijn heel veel manieren om in contact met elkaar te blijven en je vrienden en familie te blijven zien! Sommige mensen eten zelfs op deze manier samen op afstand. Hoe gezellig is dat?

DERTIEN
Grote lente-schoonmaak: Zeker nu is het geen overbodige luxe om je huis eens grondig van boven tot beneden schoon te maken. Gooi de ramen open, lucht het huis, ververs de lakens op je bed en maak de hele toko weer eens ouderwets helemaal schoon.

VEERTIEN
Belde je altijd te weinig met je ouders? Ook voor hen is het nu fijn als je eens wat vaker belt. En nee, je hoeft niet ieder uur aan de telefoon te hangen, maar ook voor hen is het fijn als je even interesse toont.

VIJFTIEN
Klusjestijd! En neeeeeeeee, niet allemaal naar de bouwmarkt rennen nu..! Je kunt vast wel iets bedenken wat je in huis kan doen, waarvoor je geen spullen hoeft te halen toch? Misschien heb je nog oude spullen die je met een beetje creativiteit leuk kunt pimpen!

Heb jij nog leuke tips?

Stuur ze mij via een privé bericht op de Chrisje Facebook pagina!

 

Bescherm winkelpersoneel: houd afstand!

Ik moest vandaag naar de winkel voor een boodschap. Ik verbaasde me werkelijk over het ronduit asociale gedrag van mensen richting winkelpersoneel.

Men houdt geen enkele rekening met de mensen die dag in dag uit ons eten in de schappen leggen en zorgen dat wij te eten hebben. Mensen leunen over hen heen, gaan vlak langs hen door, hoesten gewoon in hun richting.

Waar de cassières inmiddels gelukkig schermen voor hun kassa’s hebben gekregen in de meeste winkels, loopt het personeel van de vulploeg en de versafdeling onbeschermd rond tussen de mensen, dag in dag uit.

Gelukkig komen er nu beperkende maatregelen, zodat er geen ongelimiteerd aantal mensen de winkel meer in mag, maar als mensen dan nog zo asociaal dichtbij het personeel gaan staan hebben zij daar weinig aan.

Bij deze dus mijn oproep: wees geen droeftoeter. Denk na en houd ook minstens anderhalve meter afstand van winkelpersoneel. Voor jezelf en de mensen die er werken.

Steun Chrisje eenmalig!

Lees jij de Chrisje blogs graag? Steun haar dan via een eenmalige donatie zodat zij haar artikelen voor jou kan blijven schrijven!

€5,00

Juist nu: blijf contact houden met eenzame mensen, mensen met een depressie, burnout en andere psychische klachten

Zeker nu het coronavirus het hele sociale leven plat gooit, evenementen niet meer doorgaan en thuis blijven het advies is, is het van nog groter belang dan normaal om een (telefonisch of digitaal) oogje in het zeil te houden bij de mensen in je vriendenkring die psychisch kwetsbaar zijn.

Eenzame mensen, maar ook mensen met psychische klachten zoals een depressie, burnout of andere klachten zijn juist nu extra kwetsbaar. Regelmatig even telefonisch contact zoeken, beeldbellen of een whatsapp sturen doorbreekt al de stilte, kan helpen om gedachten te relativeren en even afleiding bieden.

Houd contact via telefoon, beeldbellen of whatsapp

Niet alleen bellen of WhatsAppen is goed om te doen. Met de mobiele telefoons van tegenwoordig kun je ook nog heel veel andere dingen samen online doen, om de eenzaamheid te verminderen. Je kunt bijvoorbeeld online spelletjes met elkaar spelen, zoals Draw Something, WordFeud, Kryss (een woord puzzel die je samen maakt om beurten), Snapchat.

Contact houden is belangrijk. Zeker mensen met psychische klachten zitten vaak veel ‘in hun hoofd’, hebben moeite met het verzetten van hun gedachten. Zeker nu mensen beperkt zijn in hun doen en laten en ook de hulpverlening meestal moet werken met telefonisch contact (wat begrijpelijk is voor ieders veiligheid!) is het des te belangrijker om te laten weten dat je aan iemand denkt.

Direct hulp in crisissituatie

Zo ziet onvoorwaardelijke liefde er uit! – door Annabelle Voogd

Annabelle Voogd – Wauwtist op instagram

Ik liep gisteren langs een weilandje met paarden, een jonge merrie kwam voorzichtig dichterbij. Ik streelde zachtjes haar nek, haar manen. Zo’n tien minuutjes stond ze rustig te genieten van de aandacht. Vervolgens snuffelde ze wat aan mijn kleren, probeerde ze nog een hapje te nemen van mijn haar en vertrok toen weer. Schreeuwde ik dat ze terug moest komen? Dat ze maar beter kon zorgen dat ze hier morgen, zelfde tijd, weer zou staan? Ging ik hysterisch rondrennen om andere mensen tegen te houden om haar lief te hebben? Nee, natuurlijk niet.
Wil je een pro worden in het geven van onvoorwaardelijke liefde? Grote kans dat je leermeester vlakbij je in de buurt is.
Ben je ooit teleurgesteld geweest in je hond, toen hij je niet bedankte voor die fijne wandeling? Of in je kat die geen cadeautje kocht toen je zijn kattenbak verschoonde?

Onvoorwaardelijk liefhebben betekent dat je iemand liefhebt zonder dat daar bepaalde eisen aan worden gesteld. We hebben lief in het huidige moment, maar als we het idee hebben dat onze gevoelens voor iemand morgen niet meer beantwoord zouden worden, trekken we onze liefde liever in. We zijn zo gewend geraakt om dingen te willen beheersen, om bepaalde uitkomsten te beïnvloeden, dat onze liefde vaak met een checklist komt.
Gek genoeg laten we die checklist vallen bij onze huisdieren. Als we terug willen komen bij het gevoel van onvoorwaardelijke liefde, helpt het om stil te staan bij onze relatie met onze dieren.
Er zitten geen verwachtingen aan deze liefde, en weet je wat daar zo ontzettend mooi aan is? Dat alles mogelijk is en dat het je keer op keer verrast. Hoe vaak ik niet een mega ‘Awwwwww’ moment heb omdat mijn hond spontaan met zijn hoofd op m’n schoot komt liggen, of wanneer ik in de stad een kat tegenkom die uit zichzelf even komt kroelen.
Sta eens bewust stil bij de liefde die je voelt voor een dier, voel je de rust die hier bij komt kijken? Geen eisen, geen verwachtingen, geen teleurstellingen.
Voel je dat? Zen he?
Pfoe. Dat lieve mensen. Dat is liefde.

Wil je meer van Annabelle lezen? Op http://www.instagram.com/wauwtist deelt ze wekelijks haar prachtige schrijfsels. ❤️

Narcistisch gereedschap: Jouw schuldgevoel

Er werd gevraagd naar een vervolg op mijn blog over narcisme in vriendschappen en relaties. In deze blog zal ik verder toelichten hoe narcisten in relaties en vriendschappen te werk gaan.

Een van de gereedschappen van de narcist, waarmee hij / zij je in een wurggreep kan houden, is schuldgevoel. Jouw schuldgevoel welteverstaan, want de narcist heeft dit zelf niet. Zoals ik al eerder uitlegde, gebruiken veel narcisten “gaslighting” als een manipulatieve methode om jou aan jezelf te laten twijfelen. Daarbij maken ze dankbaar gebruik van jouw verantwoordelijkheidsbesef. Immers, als ze jou een schuldgevoel kunnen bezorgen, of dit nu terecht is of niet, dan hebben ze iets om tegen je te gebruiken en je mee te manipuleren.

Lees verder onder de afbeelding

Misschien vraag je je regelmatig af: maar ik deed toch niets verkeerd? Waarschijnlijk is dat ook zo. Je deed niks verkeerd. De narcist weet zaken feilloos te verdraaien dat het er op neer komt dat jij iets verkeerd hebt gedaan, waarvoor je moet boeten in de vorm van iets wat de narcist van je wil.

Al snel nadat je het schuldgevoel in je schoenen hebt laten schuiven zal de aap uit de mouw komen: de narcist wil dat je iets doet, wil meer macht, wil jou meer in zijn of haar grip houden. Zolang jij je schuldig voelt en probeert iets goed te maken, heeft de narcist de touwtjes in handen. Precies wat hij of zij wil.

Een andere manier waarop de narcist de touwtjes in handen probeert te houden is negeren.

Als je iets doet wat de narcist niet bevalt, bijvoorbeeld kritiek uiten of iets voor jezelf doen, of iets doen waar de narcist jaloers van wordt, wordt negeren vaak ingezet als straf. Plotseling hoor je uren, dagen of zelfs weken niets meer. Je hebt de narcist gekrenkt, ookal was dit door bijvoorbeeld gewoon gelukkig te zijn. Dit kan niet, want jouw geluk draait niet om de narcist. De narcist wil al jouw onverdeelde aandacht. Dus neemt hij of zij precies dat weg: aandacht. Je wordt genegeerd totdat men vindt dat je het weer een beetje waard bent om tegen te praten. Dan volgt overigens vaak ook weer de verwijtende fase, waarin je schuldgevoelens aangesproken worden.

Zo gaat deze giftige cirkel door, totdat je door hebt wat er gebeurt en in wat voor relatie je terecht bent gekomen.

Samen alleen – Corona bij depressie – door Rosan van der Zee

De mens die zo gewend is om constant bloot te worden gesteld aan oneindig veel prikkels wordt opeens gedwongen om terug te keren naar een staat van onderprikkeling. De wereld die altijd zo oneindig leek, beperkt zich tot onze huizen. We willen van alles, maar kunnen bijna niets. Altijd tijd te kort verandert in altijd tijd te veel. Wat te doen met die leegte? 

De eerste keer dat ik het hoorde was ik me er nog niet van bewust. Ik wist dat het er was en dat het zich verspreidde. Het leek zo langzaam, maar de exponentiële kenmerken ervan maakt het onhoudbaar. Soms lachte ik erom en eigenlijk doe ik dat nog steeds. Nu lach ik alleen niet meer omdat ik het wat overdreven vind, maar puur om de situatie dragelijk te maken.

De verveling slaat toe en negatieve gedachtespinsels krijgen vrij spel om in mijn hoofd rond te zwermen. Ze vermenigvuldigen zich bijna nog sneller dan het virus zich verspreidt. Iedereen zegt dat ik positief moet blijven want we zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Dit begrijp ik en ik probeer het zo goed mogelijk toe te passen, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De hele situatie beangstigt me en het vreet aan me. Het laat me niet met rust. Hiervoor had ik al behoorlijk te maken met mentale disbalans en ik weet zelfs nog dat ik zei dat corona er echt niet meer bij kon komen. Het is alleen een onafwendbare aanwezigheid geworden. 

Waar ik al gevoelig ben voor existentiële depressies komt dit gevoel nu genadeloos binnengestormd. Teksten als: ‘Het is zo mooi dat corona laat zien dat de wereld de mensheid helemaal niet nodig heeft en het zelfs misschien beter af is zonder.’ zijn voor mij niet bepaald motiverend want het beschrijft ongeveer de essentie van mijn depressies.

Het lastige is vooral dat ik naast de angst voor het onvoorspelbare net als velen te maken heb met verveling wat voor mij ook gepaard gaat met een gevoel van doelloosheid.Voor mij is ‘stilstand’ als het ware de ‘eindstand’ van mijn verhaal. Het zorgt er namelijk direct voor dat ik last krijg van depressie en suïcidale gedachtes. Essentieel is voor mij dan ook dat ik hier niet aan toegeef en dat ik mezelf bewust bezig blijf houden. Onder andere door deze tekst te schrijven.

Wat me ook niet helpt in deze tijd is het lezen van al het nieuws. Tja, waarom doe ik dat dan? Omdat ik ergens ook wel weer ‘up to date’ wil blijven. 

Al met al is dit alles niet de beste receptuur om met de situatie om te gaan. Wat kan ik dan juist wel doen om mezelf te helpen? Misschien is dat wel een veel belangrijkere vraag dan wat ik juist niet moet doen. Het menselijke brein kent immers het woordje ‘niet’ niet. Daarom maak ik voor mezelf een lijstje van zaken die ik al doe en die ik kan doen die bevorderend werken:

De corona survivalgids voor deze depressivo: • Teksten schrijven;• Gedichten schrijven; • Tekenen; • Aan boek werken;• Buiten wandelen; • Naar mijn paard gaan; • Met mijn katten knuffelen; • Muziek schrijven; • Huiswerk maken; • Sociaal contact via social media;• Planning opschrijven; • Wielrennen;• Hardlopen; • Stretchoefeningen (het lichaam moet wel soepel blijven); • Avondjes op de bank met familie koesteren; • Uitzoeken hoe ik misschien anderen kan helpen; • Reflecteren op positieve momenten;• Etc.

Eigenlijk is de lijst van zaken die ik wel kan doen best wel lang. Het einde ervan is niet eens bekend want hij blijft groeien. Zo krijg ik toch nog een beetje een positief gevoel. 

Ook vind ik het belangrijk om me er bewust van te blijven dat deze afzondering helemaal niet duidt op eenzaamheid. Ik denk eigenlijk dat we nog nooit zo verbonden zijn geweest met elkaar als nu. We doen dit immers allemaal voor elkaar en zijn samen alleen. Elke dag van isolatie is juist weer een dag waar we er voor de ander zijn. Daarbij kan ik ook bedenken wat ikeventueel nog meer zou kunnen doen om te helpen, maar dit besef alleen is voor mij al een heel belangrijk uitgangspunt. Als ik me dan zo doelloos en nutteloos voel, kan ik me bedenken dat ik nu juist elk moment van nut ben voor anderen. Misschien word ik uiteindelijk ook ziek, dat is zelfs waarschijnlijk. Als dat gebeurt, werk ik weer mee aan de groepsimmuniteit waarmee ik dus ook weer anderen help.

Dus ja, het is lastig om met mijn brein positief te blijven in deze bizarre situatie (want dat is het). Toch heb ik hoop dat we hier sterker uitkomen. Dat we juist nu leren wat werkelijk belangrijk is. Dat al die prikkels voorheen misschien vooral een afleiding zijn van het werkelijke leven. Het leven dat ik vrees, maar tegelijkertijd ook zoveel lief heb. Ik heb het zelfs zoveel lief dat ik me er niet goed genoeg voor voel. Nu krijg ik de kans om werkelijk mijn steentje bij te dragen. Zo verandert de ‘stilstand’ plots in een ‘opstand’. Een opstand tegen de negatieve gedachtespinsels die nu vrij spel denken te kunnen krijgen. Ik geef me niet zomaar gewonnen en strijd door. Corona is voor mij naast het toeslaan van depressie ook de kans om er zonder prikkels als vluchtweg mee om te leren gaan. Zo ontdek ik in al het negatieve ook nog het positieve. Dit is mijn survivalgids om deze periode te doorstaan endaarna hopelijk zelfs sterker door te kunnen gaan.

Liefs,

Rosan

Samen met Rosan schreef Chrisje dit lied :

Zang en instrument: Rosan van der Zee

Tekst: Chrisje en Rosan van der Zee

Netflix: “I am a killer”

Sinds kort kijk ik op Netflix de serie “I am a killer”: een bloedstollende portret reeks van mensen die levenslang of on death row in Amerikaanse gevangenissen verblijven.

Iedere aflevering vertelt het verhaal van een moordenaar. Minder dan tien procent van de gepleegde moorden wordt gepleegd door een vrouw, maar ook zij komen aan bod.

Wat er voor zorgde dat ik met ingehouden adem blijf verder kijken, is de manier waarop het verhaal rond de moorden van verschillende kanten wordt belicht. Iedere aflevering begint met het verhaal, verteld door de moordenaar zelf; daarna volgen de verhalen van de mensen die er (zijdelings) bij betrokken waren: broers, zussen, ouders en andere familieleden van slachtoffers, vrienden van de daders, politieagenten, rechercheurs, leerkrachten en advocaten. Gedurende iedere aflevering wordt diep ingegaan op de omstandigheden waarin de persoon opgroeide en andere zaken die beïnvloeden hoe een mens zich gedurende zijn leven ontwikkelt.

De verhalen zijn natuurlijk stuk voor stuk schrijnend: een achtergrond van geweld, mishandeling, seksueel misbruik, verslaving en armoede vormt meestal de rode draad. In de meeste gevallen was de moordenaar eerder in zijn of haar leven zelf ook slachtoffer van geweld, mishandeling of misbruik.

Met deze serie biedt Netflix een nieuwe kijk op moordzaken die (gelukkig!) een ver van je bed show lijken, en laat de mensen zien die moorden gepleegd hebben, wat het met hun leven en de levens van mensen om hen heen heeft gedaan. Er zijn verdrietige stukken bij, er zijn verhalen van vergeving en verantwoordelijkheid nemen, maar ook worden er situaties geschetst waar je na het kijken van de aflevering nog wel een tijd over na blijft denken. Bijvoorbeeld bij het verhaal van de man die in zijn jeugd structureel zo hevig mishandeld en misbruikt was geworden dat het hem uiteindelijk zwart voor ogen werd en hij in een manische woede aanval zijn grootouders om het leven bracht.

Een aanrader om te bekijken.

Bron foto: Netflix

Narcisme en emotionele chantage!

“Het zal wel weer aan mij liggen. Ik doe ook niets goed.”
“Ja, laat mij maar weer in de steek.”
“Je weet hoe veel pijn dit me doet en toch doe je mij dit aan.”

Dit zijn een paar voorbeelden van emotionele chantage en manipulaties die narcisten handig inzetten om iets van je gedaan te krijgen. Ze gaan als het nodig is nog veel verder dan dat (faken hele ziektes of doen alsof ze zelf stervende zijn), maar vaak is dat niet nodig, omdat de slachtoffers van narcisten vaak hele verantwoordelijke mensen zijn met een groot plichtsbesef, die zich al snel schuldig voelen.

Als je niet oplet, doe je dingen die je eigenlijk niet wilde doen. Of zeg je ja op iets terwijl je nee wilde zeggen. Gooi je zelfs je hele agenda om, om de narcist te pleasen. Allemaal omdat ze feilloos weten waar jij gevoelig voor bent.
Narcisten zijn mensen waarvan je altijd dacht dat ze alleen in films bestaan. Die dingen doen waarvan jij dacht dat niemand dat ooit écht deed. Die liegen op een manier waarvan jij nog niet wist dat het mogelijk was. Veel mensen die in een relatie met een narcist terecht zijn gekomen, zien pas jaren later ‘het licht’.

Steun jij Chrisje met een eenmalige bijdrage van €5.-?

Lees jij graag de artikelen op deze website? Steun dan eenmalig de website door een bijdrage van slechts €5,-!

€5,00

“Hoe heb ik dit al die jaren niet gezien? Hoe heb ik de signalen kunnen missen?”
Dit vragen ex-partners en ex-vrienden van narcisten zich vaak af, op het moment dat ze beseffen hoe hevig het bedrog was.

Narcisten maken gebruik van jouw gevoel. Jouw liefde. En ja, ook van jouw naïviteit. Zodra jij geeft om of houdt van de narcist, heeft hij of zij vrij spel; het afwisselen van aardig en gemeen gedrag om je in verwarring te houden, het liegen en het manipuleren. Bovendien is de narcist er zo bedreven in dat mensen om hem of haar heen vaak pas veel later zien wat er eigenlijk echt gebeurde; hoe de narcist de mensen om zich heen als pionnen inzette voor zijn of haar eigen belang. Want dat laatste is het enige waar het voor de narcist om draait: zijn of haar eigen belang. Niets of niemand anders doet er toe. Zelfs hun eigen kinderen manipuleren ze van jongs af aan, zodat ook deze nergens meer tegen in durven gaan, óf zo beïnvloed zijn dat ze niet eens meer weten wat ze zelf willen.

Emotionele chantage is gemakkelijk te herkennen, als je weet waar je op moet letten. Waar je vooral op kunt letten is de slachtofferrol – dit is een rol die door de narcist Oscarwaardig gespeeld wordt. Op een slachtoffer kun je immers moeilijk boos worden, toch?

Hieronder enkele praktijkvoorbeelden van narcistische / emotioneel chanterende uitspraken:

  • “Ja, laat me maar weer allemaal in de steek.”
  • “Ik tel toch niet mee.”
  • “Niemand houdt van me.”
  • “Ik hou altijd rekening met jou!… (is meestal helemaal niet zo, maar dit klinkt zo mooi hè?)… En nu houd jij totaal geen rekening met mijn gevoel.”
  • “Ik doe mezelf wat aan / spring van de brug / ben suïcidaal.”
  • “Als jij weg gaat bij me, heeft het leven geen zin meer.”
  • “Ik wil je niet delen met anderen. Je bent mijn bezit.”
  • “Ik ben intens verdrietig en nu wil jij toch voor jezelf kiezen? Hoe kún je mij dit aandoen? Heb je dan helemaal geen gevoel?”
  • “Ik ben heel erg ziek en ik heb niemand anders om voor me te zorgen behalve jij.”
  • “Ik wist wel dat ook jij me uiteindelijk zou teleurstellen.”
  • “Ik ben heel erg diep teleurgesteld, maar doe maar wat je wil.”
  • “Als we dat gaan doen / daarheen gaan, moet jij …. (iets doen, of bij diegene blijven) want dan kan ik… (vul hier het eigenbelang van de narcist in).”

Binnenkort ga ik verder in op emotionele chantage en de gevolgen hier van.

Lees hier alvast de eerdere blogs over narcistische relaties en vriendschappen:

Een relatie met een narcist, hoe herken je het
https://chrisje.info/2019/12/02/een-relatie-met-een-narcist-hoe-herken-je-het/

Hoe voorkom je dat een narcist je manipuleert
https://chrisje.info/2019/12/06/hoe-voorkom-je-dat-de-narcist-je-manipuleert/

Steun Chrisje eenmalig!

Lees jij de Chrisje blogs graag? Steun haar dan via een eenmalige donatie zodat zij haar artikelen voor jou kan blijven schrijven!

€5,00

Rosan kreeg een aanval tijdens het hardlopen: “Zonder mijn redders had ik waarschijnlijk uren op het koude asfalt gelegen.”

Zoals jullie waarschijnlijk weten kreeg ik op 24 januari (2020) een psychogene niet-epileptische aanval tijdens het hardlopen. Deze gebeurtenis was ontzettend beangstigend en het heeft heel veel met me gedaan. Daarom heb ik er deze tekst over geschreven om mijn ervaring hiervan duidelijk te maken voor (vooral) mezelf en anderen.

Elk einde is de afsprong naar een nieuw begin. Steeds kom ik het weer tegen. De ene keer voelt het als een zijden laken die op me neerdaalt, de andere keer stort het op me als een allesvernietigende bom.

Ditmaal was het een kernbom en deze vernietigde bijna mijn lichaam. De grote rode knop om die kernwapens af te vuren bevond zich in mijn brein en zat er slechts voor de allergrootste noodsituatie. Die noodsituatie vond plaats op 24 januari. De dag waarop ik weer een einde tegenkwam en zelfs de dood in de ogen leek te staren. Het mentale werd een met het fysieke.
Ik had plannen. Veel plannen. Veel te veel plannen. Na een intensieve week op mijn opleiding waar ik me al niet helemaal mezelf voelde, zou ik van vrijdag tot en met zondag ook nog een weekend gaan werken. Voor ik hier in de middag naartoe zou gaan moest ik wel nog even mijn huiswerk maken, reflecteren, bellen over therapie, hardlopen en paardrijden. Niks moest natuurlijk, maar eigenlijk moest het allemaal wel.

Had ik het kunnen zien aankomen? Achteraf gezien wel, maar in alle eerlijkheid had ik dit nooit verwacht…

Daar liep ik dan door de polder. Muziek in mijn oren. Mijn benen die mijn lichaam voortdragen. De ‘runner’s high’ die me altijd weer tot rust kan brengen. Toch denk ik dat er ditmaal geen rust was. Want ik moest dit doen. Het hoorde bij de planning dus het moest uitgevoerd worden. Zo veranderde de ontspanning in overspanning.
Het is nu vooral een waas. Korte flitsen van de gebeurtenis komen soms terug. Een blauwe lucht; boomtoppen; een intense kou; pijn in mijn hoofd; het dichtklappen van een autodeur en iemand die over me heen buigt. “Het komt allemaal goed…” Een zin die bevestigt dat het echt niet goed gaat. Het zijn woorden die door me heen galmen, maar waarvan ik niet zeker weet of ik ze daadwerkelijk heb gehoord.

Een ambulance. Pijn. Zwart licht. Niets… Ben ik dood? Kalmte…
Had het hier beter kunnen eindigen? Gewoon stoppen. Hier. Klaar. Punt. Geen nieuw begin meer. Niet meer te hoeven vrezen voor het leven. Geen verdriet omdat ik zelf het leven heb verlaten, maar omdat het me is ontnomen. Je kunt immers beter stoppen op je hoogtepunt.

Het ging toch zo goed?
Ja, het ging zo goed. Alles leek me te lukken. Ik leek opeens de hele wereld aan te kunnen. Na jaren nergens meer energie voor te hebben, mijn zin kwijt te zijn geweest en slechts te hebben bestaan vanuit een onoverbrugbare zinloosheid. Nu ging het eindelijk goed! Is dat niet het beste moment om de pijp uit te gaan? Een hartstilstand met een definitief einde. Misschien komt er een voorzichtig kopje in de plaatselijke krant en een klein afscheid voor de paar mensen die het wat doet. Daarna kan ik gewoon weer vergeten worden. Zoals het hoort. Zo moet het zijn. Vind ik ook eindelijk mijn ‘nooit meer slapen’.

Wakker. Ik ben wakker. Waar ben ik?
Mijn moeder; ze staat voor me. Ze zegt dingen. “Ziekenhuis… Gevallen… Onderzoeken…” Ik hoor het half. Weet niet meer wat ik eigenlijk aan het doen was of wat ik aan het doen ben. De situatie dringt niet tot me door. Alles suist. Mijn hoofd bonkt. Mijn hart bonkt. Sneller en sneller. Ik adem. Ik adem. Ik stop. Waar is mijn adem!?
Ik verstijf en ik verkramp. Weet me niet goed te beseffen waarom. Ik ben er, maar ik ben er niet. Beelden en geluiden schieten door mijn hoofd: blauwe lucht; een man; een dichtklappende autodeur; boomtoppen; ambulance; ziekenhuis; een man; boomtoppen; een dichtklappende autodeur; ambulance…  De ruimte om me heen siddert en beeft waarna het zich vult met mensen in witte jassen. Ik word vastgepakt. Zacht en hard tegelijk. Ze grijpen en graaien. Ik probeer mijn adem te vinden, maar deze lijkt niet meer te bestaan.

Ik leef… maar ga ik nu toch dood?
Dood, dood, dood, was ik maar dood.
Nee! Ik wil niet dood.
Ga ik dood?

Iemand houdt een zak voor mijn mond. Het voelt alsof ik stik. Ik krijg geen adem! Mijn lichaam lijkt kapot te scheuren door alle verkrampingen. Alsof mijn spieren hun uiterste best doen om al mijn botten te breken.

Ze proberen een soort puf in mijn mond te stoppen, maar het lukt niet omdat mijn mond en kaken volledig verstijfd zijn. Ze spuiten iets in mijn neus, maar het lijkt niet veel te helpen. Ik voel een naald in mijn linker pols en er wordt een onbekende vloeistof mijn lichaam ingespoten terwijl iemand mijn arm in bedwang houdt. Iemand plakt een soort grote sticker op mijn borst die met kabels aan een groot apparaat verbonden is. Reanimatie!?

Ik ga dood.
Ik ga dood.
IK GA DOOD.

Dan stopt alles… Ik weet niet meer hoe, maar het stopt. Was het de onbekende vloeistof? Was het de spray in mijn neus? Was het iets dat ik zelf deed? Is dit nu een nieuw begin?
Ik krijg een masker op om me extra zuurstof te geven. Blijkbaar vroeg ik daarna aan mijn moeder of ze daar een foto van kon maken. Een foto die later in de krant te zien zou zijn. Ik kan me niet herinneren dat deze is genomen, maar blijkbaar is dat een soort primaire behoefte van me. Achteraf gezien niet een heel logisch reflex. Ik ben officieel onderdeel van de moderne mens.

Conclusie van de innerlijke kernbom: een psychogene niet-epileptische aanval. Gelukkig. Het was maar mijn brein. Het zit slechts tussen mijn oren. Een gedachte waar ik me even aan vastklamp, maar welke ik al snel loslaat.

De noodklokken zijn gaan luiden en de grote rode knop is ingedrukt. Ja, ik heb het overleefd. Ik heb het geluk gehad dat ik ben gevonden en dat mensen me konden helpen toen ik dat zelf niet meer kon.

Een dankbaarheid omsluit mijn hart. Want ik wil helemaal niet dood, ik wil leven. Dat is iets wat ik nu zeker weet. Ik besluit dat ik deze mensen wil vinden om ze te kunnen bedanken en zodat ze de situatie positief kunnen afsluiten. Dit kan ik het beste via een Facebookpost doen. Een post die later ietwat escaleert nadat het bijna 7000 keer is gedeeld. Maar goed, het bracht me wel wat ik wilde.

Er komt de volgende dag in het ziekenhuis nog een gesprek met een crisisteam, maar zoals altijd weet mijn rationele brein als snel de overhand te nemen en analyseert hij de boel feilloos. Ik mag naar huis. Toch moet ik beloven dat ik wat ga veranderen en dat ik hulp zoek.

Het ging toch zo goed? Eigenlijk wil ik niet veranderen… Toch weet ik dat ik naar mezelf moet luisteren. Al die anderen dingen die ‘moeten’ zijn daaraan onderhevig. Dit is het enige dat echt ‘moet’. Ik wil zoveel liever zijn voor mijn brein en lichaam. Ik wil liever zijn voor mezelf.

Zelfs als iets misschien goed voelt, hoeft het niet per se goed te zijn. Het is als de energie die je voelt als je koffie of energydrank hebt gedronken. Eventjes lijkt het je goed te doen. Toch is dit slechts valse energie. Een illusie van verkwikking die na overmaat verandert in een inzinking.

In dit geval ben ik mijn eigen koffie, mijn drugs, mijn eigen verslaving. Want door alles te doen wat goed voelt en mezelf hiertoe te gaan verplichten, ren ik juist mezelf voorbij. Ben ik slechts aan het doen zonder te beleven. Alsof ik alles wil inhalen wat me vroeger nooit is gelukt.

Ik kan het nu toch allemaal? Ik wil alles tegelijk en liever gisteren dan vandaag. Dat lukt me en dat lukt me goed. Tot ik het niet meer kan. Tot ik instort.

Ik kan het zo goed verwoorden. Ik kan het zo goed uitleggen. Toch stap ik onbewust in diezelfde valkuil. Ook ik ben helaas niet bestemd tegen de zwaartekracht.

Als alles dan lijkt te vallen, sta ik op. Dat zou ik normaal doen… Wat doe ik nu? Ik blijf nog even zitten. Ik kijk om me heen en onderzoek waar ik in terechtgekomen ben. We moeten doorgaan, maar ik doe het zittend. Ditmaal leg ik eerst een stevige fundering zodat het nieuwe einde langer wegblijft.

Geef me even.
Heel even.
Ik leer straks weer hoe te staan.
Ik kan altijd nog leren lopen.
Moet even bijkomen.
Dromen…
Over morgen.
Vandaag blijf ik zitten.
Niks moet.
Het komt goed.
Dit heb ik nodig.
Niet overbodig,
Tijd te geven,
Tijd te gunnen,
Voor een nieuw begin.

Rosan van der Zee

Volg Rosan hier op Facebook

Wat niemand zegt voordat je kinderen krijgt!

Ja, je krijgt er heel veel voor terug: het ouderschap. Mooie momenten, een mini versie van jezelf, liefde, kusjes knuffels. Maar…. ook griep, driehonderd verkoudheden, buikloop en grijze haren. Je moet er immers wel wat voor over hebben.

Dit is wat niemand je zegt voordat je kinderen krijgt:

  • Snot. Snot is overal.
  • Je gaat je veel meer dan ooit tevoren met poep en plas bezighouden.
  • Je gaat merken op precies hoe weinig slaap je toch nog je werk kunt doen.
  • Slaap wordt waardevoller dan ooit.
  • Je gaat uren lang Dora, Bumba, of andere visueel traumatische zaken zien langskomen op televisie, keer op keer.
  • Je toiletbezoek wordt het enige moment van de dag waarop je misschien drie minuten privacy hebt. En met misschien bedoel ik waarschijnlijk niet.
  • Je gaat regelmatig wallen creëren waar men in Amsterdam jaloers op is.
  • Je zult zurige babykots op meestal je allerbeste kleding krijgen.
  • Baby’s hebben perfecte timing: meestal krijgen ze een spuitluier tot achter in de nek twee minuten nádat je ze in hun nieuwste dure pakje hebt gehesen nadat je al te laat was voor een afspraak.
  • Je komt naar alle waarschijnlijkheid nooit meer op tijd op een afspraak.
  • Je komt op plekken die audiovisueel belastend of zelfs traumatiserend zijn, zoals binnenspeeltuinen, ook wel bekend als de broedhaard van vele virale infecties.
  • Je gaat je basisschooltijd herleven door het helpen met huiswerk en het wachten op een schoolplein.
  • Speelafspraken met kinderen uit de klas van je kind lijken in het begin heel leuk, totdat je een vriendje op bezoek krijgt dat non-stop schreeuwt en met een stift op de muren begint te tekenen. Daarna word je selectiever in wie je kind mee op de hut af mag slepen na school.
  • De eerste paar jaar verbruik je ongeveer zeshonderdtwaalf pakjes billendoekjes en snoetenpoetsers.
  • De geur van Zwitsal zal je voor altijd je baby laten missen.
  • Wie verzonnen heeft dat je de pijn van een bevalling zo weer vergeet, heeft waarschijnlijk een schroefje los.
  • Je zult ongeveer 836 zetpillen toedienen, die er tien procent van de tijd direct weer uit gelanceerd worden door een hoestbui van je mini-me.

Lees verder onder de afbeelding

  • Je zult naar pretparken gaan en geen een achtbaan beleven omdat je de grootste deel van de tijd met een kinderwagen in het sprookjesbos op zoek bent naar een toilet met verschoontafel.
  • Je zult ijsjes kopen die binnen een minuut op de grond liggen, waardoor je weer nieuwe ijsjes moet kopen. Je moet hiervoor weer opnieuw in de rij, en je krijgt ook nog eens geen korting op het nieuwe ijsje, tenzij je je kind zelf laat vragen, en dan nog vaak niet.
  • Op vakantie gaan wordt een ander verhaal: je kunt pas veilig naar Spanje rijden als je auto beschikt over minstens twee dvd schermen op de kopsteun, gemiddeld twee tablets en een bereidheid om bij iedere afrit tussen hier en Spanje te stoppen omdat er altijd wel iemand moet plassen.
  • Snot en poep zijn leidend.
  • Zindelijk maken betekent minstens een keer ondergeplast worden.
  • Je krijgt waarschijnlijk heel veel tekeningen en knutselwerkjes mee van de opvang, school en dagverblijf. Je moet hier altijd enthousiast op reageren, ook als je geen idee hebt wat het moet voorstellen of waar je naar toe moet met het voorwerp.
  • Je zult alle mogelijke oplossingen tegen krampjes gaan googlen, uitproberen en kopen. Als die krampjes maar stoppen en het krijsen daarmee ook.
  • Je kunt soms je kind nog horen huilen, zelfs als het twee dorpen verderop bij je moeder logeert. Dit is een teken dat je even rustig aan moet doen.
  • Je gaat geheid een keer je sleutels terugvinden in de koelkast.
  • Je auto wordt een verzamelplaats van snoeppapiertjes, snoetenpoetsers, vergeten knuffels en stukjes happy meal verrassingen.

Maar…. boven alles krijg je er heel veel voor terug! ❤️

Leven met ADHD: Er gaat zoveel om in mijn hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen

Leven met ADHD is veel dingen, maar nooit saai. ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Wie ADHD heeft zal dit wellicht ervaren als een zegen en een vloek. Het is niet altijd gemakkelijk, maar tegelijkertijd ook nooit saai om ADHD te hebben.  Dit stuk is goed om te lezen en te delen, omdat er veel negatieve informatie over ADHD bekend is, maar er ook heel veel positieve kanten zitten aan het hebben van ADHD. Stuiter lees je mee? 

Mensen met ADHD zijn snel afgeleid, vandaar het Attention Deficit stukje. De aandacht er bij houden kost ons vaak immens veel moeite, tenzij we ergens ontzettend in geïnteresseerd zijn, en dan nog kost het vaak moeite om niet afgeleid te raken door de langs rijdende auto, de vlieg op de muur of doordat we simpelweg een merknaam op je T-shirt zien staan, waardoor we opeens ongecontroleerd hard nadenken over mode-ontwerpers en catwalks. We hebben dit zelf vaak niet door, het gebeurt automatisch. Het is geen desinteresse in jou als persoon; we willen er niemand kwaad mee doen. Ons brein is gewoon overactief, waardoor we soms zouden willen dat we met een honkbalknuppel alle inkomende ideeën en gedachten er uit konden meppen.

We zijn creatief

pexels-photo-213775Heb je behoefte aan mensen met veel ideeën om mee te brainstormen? Dan heb je aan mensen met ADHD goede gesprekspartners. Tenminste, als we niet halverwege bedenken dat we nog boodschappen moesten doen. We zijn een oeverloze bron van creativiteit en ideeën, we bedenken graag creatieve oplossingen voor problemen, soms nog voordat deze problemen ontstaan. We zijn vaak goed in creatieve beroepen. Veel bekende artiesten en kunstenaars hebben ADHD! Plekken waar vooral wordt verwacht dat je om kunt gaan met ad hoc situaties, zijn vaak de plekken waar mensen met ADHD uitblinken. Zet ons echter niet te vaak aan een saaie routinematige klus, want dan raken we volledig in de ban van alles behalve waar we mee bezig moeten zijn. Tijdens stressvolle situaties kunnen we vaak bijzonder helder nadenken en direct handelen waar anderen bevriezen; wel moeten we daarna een aantal uren bijkomen hiervan. Want hey, we zijn ook maar mensen. En ja, al die stress prikkels kunnen ook ons te veel worden.

We kunnen impulsief zijn

Impulsiviteit is een onderdeel van ADHD waar veel mensen last van hebben – in meer of mindere mate. Naarmate we ouder worden, wordt de impulsiviteit gelukkig vaak wel wat minder heftig. We kunnen ’s ochtends nog een rustdag gepland hebben, en om twaalf uur ’s middags die zelfde dag kun je ons tegenkomen in de GAMMA, omdat we plotseling besloten hebben dat we ons verveelden en het de hoogste tijd was om de bovenverdieping te gaan renoveren. Dat is toch leuk? We denken snel, reageren snel, en daardoor kunnen we soms voor een ander onnavolgbaar lijken. Vraag ons echter naar de reden en we leggen je met liefde onze logica uit. Wellicht is het voor jou niet logisch, maar voor ons wel. Ook hier proberen we niemand pijn te doen met onze impulsieve acties: soms kunnen we onszelf gewoon niet beheersen.

Speedyyyyyyyy! 

We kunnen soms sneller gaan dan de wereld normaal vindt. We geven bijvoorbeeld al antwoord op je vraag voordat je hem (helemaal) gesteld hebt. We jump in to conclusions, soms sneller dan noodzakelijk. Dat brengt ons wel eens in de problemen. Van de andere kant kunnen we wel ontzettend snel schakelen en reageren als de situatie daarom vraagt.

Veel mensen met ADHD hebben een groot empathisch vermogen en zijn zeer meelevend; daarnaast zijn we in staat om situaties van alle kanten te bekijken en ons goed in te leven in anderen.

Met ons grote probleemoplossend vermogen – doordat we outside the box denken – werpen we vaak een frisse blik op situaties of problemen.

pexels-photo-127968

Soms gaat het mis en lopen we tegen problemen aan door onze impulsiviteit of hyperactiviteit. Dat gebeurt wel eens vaker in het leven van iemand met ADHD, zeker als je nog jong bent. Maar daar leren we wel van dat we gewoon weer moeten en kunnen opstaan en opnieuw beginnen. Mensen met ADHD hebben dan ook vaak een grote veerkracht ontwikkeld.

Hyperfocus

Wanneer iets onze interesse heeft, kunnen we ons bijzonder goed concentreren. Of het nu werken op de PC is, of een film over een onderwerp dat ons bijzonder interesseert: als we eenmaal geconcentreerd zijn kun je een bom naast ons laten afgaan; we zullen niet op of om kijken.

Hyperactiviteit

Jaaaa, we hebben een berg energie, maar ook als we doodmoe zijn kunnen we hyperactief zijn. Ja, we friemelen, wiebelen, tikken met een voet, tikken met een pen, frutselen. We kunnen hier niets aan doen; dit zijn foefjes en trucjes die we onszelf hebben aangeleerd om stil te kunnen blijven zitten  en niet door de kamer te gaan rennen. Stil zitten en opletten tegelijk zijn voor iemand met ADHD heel moeilijk te combineren. Het liefst bewegen we, dan leren we het meest. Maar als we dan toch stil moeten blijven zitten, moet er in ieder geval een hand of een voet in beweging zijn, dus mocht je je er aan storen, bedenk dan: het gewiebel voorkomt nog veel erger gedrag, haha!

Hilariteit, bloopers en vriendschap

ADHD kan vervelend zijn, maar ook leiden tot hilarische situaties. Zo kun je met iemand met ADHD in de grappigste situaties belanden, al is het maar vanwege hun spontane ideeën en briljante blunders. Mensen met ADHD zijn dan ook leuk om bevriend mee te zijn, alhoewel je hen wellicht wel iets vaker dan gemiddeld zult moeten herinneren aan gemaakte afspraken. Want…. we hebben vaak wel een agenda, maar soms ook twee agenda’s omdat agenda twee er leuker uit zag met al die kleurtjes en alles, en de afspraak stond nog in die oude agenda, maar die waren we helemaal vergeten door de mooie kleurtjes van de nieuwe agenda en waren net bezig met het overschrijven van de afspraken uit de oude agenda in de nieuewe agenda maar toen roken we dat de lasagne in de oven begon te verbranden omdat we vergeten waren een timer te zetten en toen zijn we vergeten door te gaan met afspraken overschrijven.. en bovendien hadden we het niet in onze digitale agenda gezet, waardoor we geen herinnering op ons scherm kregen en het dus straal vergeten waren! Logisch, toch? Kortom; wil je zeker weten dat we ergens bij zijn, bel of app ons dan even van te voren. Succes gegarandeerd!

Liefs,

Chrisje

img_0562

 

Zeven jaar schrijven

Ik schrijf al zeven jaar voor jullie – en voor mezelf – op deze website. Ik deel met jullie mijn verwonderingen, ergernissen, dieptepunten en hoogtepunten. Ik verdiep me in onderwerpen die me boeien en schrijf er over. Jullie reacties laten me lachen, ontroeren me, geven me nieuwe inzichten.

Toen ik zeven jaar geleden met mijn website en Facebook pagina begon, dacht ik: wie zit er nu te wachten op wat ik schrijf? Maar inmiddels – zeven jaar en 30.000 volgers op social media later – denk ik dat niet meer.

Laatst kreeg ik een bericht van een vrouw die schreef dat ze dankzij mijn blogs het roer om had durven gooien in haar leven. Ze had een stap gezet in haar carrière die ze jaren lang voor zich uit had geschoven. Dat raakt me.

Het doet iets met me dat ik mensen help, ook al is het van een afstand. Ik kreeg ook een bericht van iemand die een zware depressie had en zich eindelijk begrepen en gesteund voelde door mijn columns over burn-out en depressies. Het doet me heel veel om dat te lezen.

Ik schrijf al van kinds af aan om dingen te verwerken, te begrijpen, te delen. Ik vind het mooi als ik daarmee andere mensen help. Er is zo veel haat en negatief gedoe op internet, dat ik blij ben een positief steentje bij te dragen. En dat zou ik niet kunnen zonder jullie!

Liefs,

Chrisje

Waarom praat niemand over de overgang?

Pas geleden was ik bij mijn huisarts. Daar ontdekte ik dat ik vervroegd in de overgang* ben.

Terwijl ik dit nieuws liet bezinken, drong het langzaam tot me door hoe weinig ik eigenlijk wist over de overgang, of – om het helemaal correct te zeggen – de *perimenopauze, want in de overgang ben je officieel pas als je al een jaar niet hebt gemenstrueerd. Als je je nu afvraagt wat dat is, de perimenopauze, dan begrijp ik dat, want ik wist ook niet wat het was. De perimenopauze is de periode voorafgaand aan de menopauze (overgang). Tijdens die periode die leidt tot de overgang schommelen je hormoonspiegels als een malle en kun je daardoor last hebben van een heel aantal zeer vervelende symptomen die veroorzaakt worden door die wisselende hormoonspiegels, zoals:

  • depressieve gevoelens
  • heviger bloedverlies
  • onregelmatigere menstruaties
  • hartkloppingen
  • voedsel intoleranties (die je voorheen niet had)
  • verandering in lichaamshaar
  • opvliegers
  • nachtelijk zweten
  • overgewicht
  • vaginale droogte
  • mood-swings: innerlijke onrust, neerslachtigheid
  • drogere en slappere huid
  • droge / geïrriteerde ogen
  • veranderd slaappatroon

De perimenopauze is eigenlijk de verandering voor de verandering. Het wordt ook wel vergeleken met de puberteit, want die hormonen kunnen je ook tijdens de perimenopauze best van slag maken. Veel vrouwen zijn zich er niet eens van bewust dat hun klachten hiermee te maken kunnen hebben, en ook huisartsen zijn lang niet altijd goed op de hoogte van overgangsklachten. 

menopauze 2Toen ik er achter kwam dat ik dus duidelijk beland ben in de perimenopauze, ging ik eens informeren bij vrouwen in mijn omgeving, aangezien ik er nooit iemand over gehoord had. Plotseling kreeg ik hele verhalen te horen over hevig bloedverlies, hartkloppingen, slapeloze nachten en depressies. Waarom wordt hier zo weinig over gesproken? Moet je je als vrouw schamen als je lichaam zich klaar begint te maken voor de onvruchtbare jaren? Is het dat we ons er voor schamen dat we ouder worden? Maar dat worden we hopelijk toch allemaal als het goed is?

Het taboe rondom de overgang (en de aanloop daar naar toe) is jammer; veel vrouwen zullen rondlopen met zorgen om onverklaarbare, vage klachten die wel heel hinderlijk zijn in het dagelijks leven. Jammer dat we daar en masse over zwijgen. Het is immers een heel natuurlijk proces. Ook weten te weinig vrouwen dat er zoiets bestaat als een overgangsconsulent; vaak worden een aantal consulten zelfs vergoed door de zorgverzekering. Daar kunnen vrouwen praten met iemand die heel veel verstand heeft van de overgang, hormonen en alles wat daarbij komt kijken.

Gelukkig heeft niet iedere vrouw even veel last van klachten door de overgang of de perimenopauze. Maar wat zou het mooi zijn als er opener over gesproken zou worden: menig vrouw zou daarin herkenning vinden en wellicht ook opluchting.

Liefs,

Chrisje

img_0562

 

 

Strookt je gevoel vaak niet met je verstand? Dit is waarom!

Als kind – tot de leeftijd van ongeveer acht jaar – is je brein niet veel meer of minder dan een computer met een taperecorder die constant aangesloten is op de harde schijf die ‘je onderbewustzijn’ heet. Je brein downloadt de informatie die je krijgt van je omgeving.

Je onderbewustzijn downloadt alle informatie die je krijgt en is nog niet in staat om te bepalen wat correct is en wat niet. Alles wat je opslaat ziet het onderbewustzijn als waarheid. Pas later – rond je twaalfde – gaat je brein zaken ontwikkelen zoals logica.

Een baby heeft maar twee angsten: de angst voor harde geluiden en de angst om te vallen. Alle andere angsten loop je dus later in je leven op: waarschijnlijk vanuit je omgeving, gedownload door je onderbewustzijn.

Bang voor spinnen? Waarschijnlijk was een van je ouders er bang voor. Ben je er van overtuigd dat je dom bent? Waarschijnlijk heb je dan voor je achtste levensjaar vaak te horen gekregen “ben je nu echt zo dom?”.

Natuurlijk weet je als volwassene wel dat je bepaalde kwaliteiten en talenten hebt. Je bewustzijn weet dat je bepaalde dingen gewoon zou moeten kunnen. Je bewuste brein weet bijvoorbeeld dat je die bepaalde taak moet kunnen uitoefenen of leren. Wat is dan het probleem?

Negentig procent van wat we doen gaat vanuit ons onderbewustzijn. Slechts tien procent van onze handelingen op een dag zijn dus bewust. De rest gaat op automatische piloot. Je bewuste zelf weet dat het kan leren en overwinnen, maar je onderbewustzijn steekt daar maar al te graag een stokje voor: je bandrecorder heeft namelijk opgenomen dat je te dom bent om iets te leren en dat je er bovendien bang voor moet zijn.

Als je het in dit daglicht bekijkt, begrijp je beter waarom volwassen mensen zich vaak kunnen gedragen als peuters in een volwassen lijft. Snap je waarom de vrouw van in de veertig een woedeaanval krijgt alsof ze vijf jaar oud is omdat ze haar zin niet krijgt. Of waarom een volwassen man gillend op zijn stoel springt als hij een spin of een muis ziet. Het zijn “gekke” gedragingen bij een volwassene, maar logisch als je beseft dat we voor 90% automatisch vanuit ons onderbewustzijn reageren.

Daarom zijn bepaalde angsten of destructieve gedragingen ook zo moeilijk af te leren: het staat op de harde schijf gebrand die je onderbewustzijn heet. Om er van af te komen, zul je net zo lang het gewenste gedrag moeten repeteren en oefenen, tot het onderbewustzijn dit in de betreffende map in de verkenner heeft overschreven.

Aan de vrouw die ons weg keek uit de LIDL – omdat we hand in hand liepen

Aan sommige dingen kan ik niet wennen. Zoals sommige lezers van mijn blog al weten, ben ik lesbisch en heb ik in 2016 mijn coming out gehad. Sinds begin van dit jaar heb ik een relatie met een vrouw; en niet zomaar een vrouw, maar de liefste die er is.

Als je als twee vrouwen hand in hand over straat en door de winkel loopt, krijg je nog wel eens wat blikken toegeworpen. Meestal zijn het verbaasde of nieuwsgierige blikken: zoals mensen wel vaker kijken als ze iets zien dat afwijkt van het “normale”, whatever that may be. Die blikken, daar was ik vrij snel aan gewend. Ze kijken even, ik glimlach vriendelijk en meestal krijg je dan een glimlach terug. Ja, wij lesbiennes zijn net mensen.

Maar een tijdje geleden ging het mis. Het ging mis in mijn hart. Ik stond hand in hand met mijn liefde in de winkel, te bedenken wat we allemaal nog moesten halen. Terwijl we daar stonden kwam een vrouw langzaam langs lopen. Zij wierp geen vluchtige nieuwsgierige blik: haar blik sprak boekdelen.

Ze bekeek ons uitvoerig met een afkeurende blik die duidelijk maakte dat wij zouden branden in de hel. Ze schudde haar hoofd en keek vol walging naar ons. Ik wilde intuïtief de confrontatie aangaan en deze mevrouw aanspreken op haar gedrag. Gelukkig werd ik tegen gehouden.

Homofobie is helaas toch nog steeds alive and kicking in Nederland. Veel te vaak zie ik nieuwsberichten langskomen van LHBTI mensen die aangevallen, mishandeld -of erger- worden om hun geaardheid. Natuurlijk denk je daarover na en ben je daar ook wel wat angstig voor. Op sommige plekken let je ook wel extra op je omgeving. Soms let je zelfs te goed op. Soms denk ik er ook helemaal niet over na, totdat ik de blikken zie en weer bewust er van word dat onze liefde voor anderen blijkbaar een bezienswaardigheid is.

Maar hoe veel mensen ons ook afkeurende blikken toewerpen: ik blijf hand in hand lopen met mijn lief, om de simpele reden dat ik hun goedkeuring niet nodig heb of belangrijk vind.

Tolerantie, leven en laten leven; ik hoop dat dat meer gaat gebeuren in 2020.

Liefs,

Chrisje

Vervolg kort verhaal: deel 2

Deel 1 nog niet gelezen? Klik hier!

Terwijl ik terug liep van het toilet naar de barkruk waar ik mezelf zojuist op voor paal had gezet, zag ik dat Masha Joris aan de praat hield. Ze lachte veel te hard en zwiepte nog harder met haar haren. Joris praatte beleefd terug. Ik hees mezelf op de kruk naast Masha en verdiepte me in het schaaltje met nootjes alsof ik nog nooit nootjes had gezien. 

“Deze gast!” riep Masha veel te hard in mijn oor.
“Hij is hi-la-risch!” ze klopte hem hard op zijn schouder, waardoor hij zich haast verslikte in zijn bier.
“Ik weet jullie namen niet..”  zei hij.
“Ik ben Masha, en dit is natuurlijk mijn wonderschone collega Amy!” Ze wees naar me alsof ik een te winnen wasmachine was in een spelprogramma.
“Hallo Amy, hallo Masha.” zei Joris – en ik meende dat hij naar me knipoogde, maar het ging zo snel dat het ook kan dat hij gewoon een vuiltje in zijn oog had.
“Ober! Mag ik nog twee glazen wijn en een biertje?!” schalde Masha door het café. Ik had mijn glas nog half vol, maar hield haar niet tegen. Allereerst omdat Masha niet tegen te houden is als ze eenmaal op dreef raakt en ten tweede omdat ik voelde dat vanavond zo;’n avond was waarop je gewoon even niet de verantwoordelijke volwassene hoefde uit te hangen. Niet dat er veel avonden waren waarop ik dat wel deed, tenzij uit verveling.

De laatste tijd bleef wel vaker iets in mijn gedachten opkomen over verantwoordelijk en volwassen zijn, moet ik bekennen. Ik was vijfendertig en om mij heen hadden alle vrouwen wel op zijn minst een echtgenoot (of al lang een vriend), minstens een kind en een hypotheek. Ik daarentegen had geen relatie, geen hypotheek en zeker geen kind. Ik had ook nooit de urgente wens gevoeld om aan kinderen te beginnen; mijn eierstokken rammelden nooit. Een hypotheek leek me heel benauwend en een relatie lukte mij gewoon meestal niet: op de een of andere manier trok ik alleen óf bezette mannen aan, of mannen (en af en toe vrouwen) die psychisch totaal de weg kwijt waren, dubbellevens leidden, nooit zouden settelen – en al zeker niet met mij.

Ik leek voor iedereen vooral de ideale minnares te zijn; een rol waar ik mezelf nooit helemaal prettig bij voelde. En hoe ouder ik werd, hoe vaker de gelegenheid zich voordeed dat het klikte met mensen die al bezet waren. Natuurlijk wist ik wel dat het niet netjes is om met bezette mannen of vrouwen de kroeg uit te rollen, maar hé, ik ben ook maar een mens. Ik heb ook behoeften. Ik had mezelf plechtig beloofd nooit meer verliefd te worden; zo hield ik de afstand tussen mijzelf en de bezette mensen of psychotische types. Maar ergens knaagde het de laatste tijd wel aan me: wanneer zou het moment dan eindelijk komen waarop ik ooit wel een serieuze relatie zou krijgen met iemand die mij niet als “Collega Bas” in zijn telefoon zou zetten?

Ik keek schuin van achter mijn wijnglas naar Joris, terwijl Masha onophoudelijk bleef tetteren in zijn oor. Zou hij bezet zijn? Psychisch niet helemaal lekker? Zou hij een gezin hebben? Ik zag geen ring aan zijn vingers, maar wist wel beter dan dat. Hij was erg aantrekkelijk. Meestal vond ik mannen niet zo snel aantrekkelijk. Hij had een bepaalde uitstraling, iets gevaarlijks. Ik wist niet wat het was, maar ik wist wel dat het foute boel zou zijn. Ik zette mijn wijnglas aan mijn lippen en dronk met gulzige slokken, wachtend op het moment dat onvermijdelijk zou komen: het moment dat na een glas wijn of drie, vier onherroepelijk komt: Het moment waarop het me allemaal niet meer kan schelen.

Drie uur (en talloze glazen wijn) later strompelde ik met Masha en Joris de kroeg uit. “Als ik niet getrouwd was met die vervelende kerel van me, nou, nou, noouuuu, dan wist ik het wel!” sprak ze met consumptie tegen hem aan. Hij lachte en sloeg haar op haar schouder. “Jongensh, ik wens het jullie, slaap lekker hè!” giechelde ze, waarop ze naar links begon te lopen en ik haar snel nog naar rechts kon bijsturen. “Je huis is die kant op, Masha. Lukt het wel?” “Jaaaaa joh!” gierde ze het uit en wankelde verder de goede richting uit. Ik vroeg me nog af of ik met haar mee zou lopen, maar bedacht me net op tijd dat a) het me niet interesseerde en b) Masha wekelijks dronken haar weg naar huis weet te vinden zonder mijn hulp.
Nu Masha en al haar geluiden weg waren was het opeens akelig stil. Ik stak mijn handen in mijn jaszakken en probeerde nonchalant richting mijn eigen huis te lopen. Of nou ja, mini-huisje. Joris stapte aarzelend naast me en vroeg “Mag ik met je mee lopen?”
“Heb je niks beters te doen dan?”
Het kwam er bitser uit dan ik bedoelde. Ik schrok er zelf een beetje van.
“Momenteel niet.” lachte hij.
“Dan kan het.”
We liepen een tijdje zwijgend naast elkaar.
“Je bent niet zo’n typische vrouw geloof ik, hè?”
“Hoe bedoel je dat?”
“Nou, je praat iets minder, je bent wat directer, niet zoals …”
“Mijn collega Masha?” Ik lachte hardop. “Nee, gelukkig niet.”
“Inderdaad, gelukkig niet.”
Plotseling hield hij me staande. Zo plotseling dat ik bijna struikelde. Ik herpakte mezelf en vond mijn balans weer enigszins terug, terwijl ik hem aankeek.
“Jij bent gevaarlijk voor mij.” zei hij, terwijl hij met zijn hand mijn kin vast hield.
“Gevaarlijk?”
“Ja, gevaarlijk. Ik weet nog niet waarom maar ik weet wel dat je het bent.”
Ik keek hem strak aan een glimlachte.
“Er is maar een manier om daar achter te komen, denk je niet?”
Hij kuste me heel vluchtig, maar lang genoeg voor mij om te weten dat hij nou ook weer niet zó dronken was.

Ik had vaker mensen in een kroeg ontmoet, en ook vaker op deze manier naar huis gelopen. Maar vanavond voelde er iets anders. Joris voelde anders. Ik voelde me minder kil en koud van binnen, minder gevoelloos als de jaren daarvoor. Het voelde vreemd, onwennig. De nacht voelde anders. De lucht voelde kouder.
Niet verliefd worden – zei ik tegen mezelf in mijn hoofd. Wat je ook doet, word niet verliefd. Voor hetzelfde geld heeft hij een vrouw en drie kinderen en zit jij straks een jaar op hem te wachten terwijl hij je voorliegt. 
Ik had je nooit geloofd als je me toen verteld zou hebben dat ik een half jaar later zélf de bezette vrouw zou zijn – met de minnares.

pexels-photo-92248

 

 

Eten met Michael!

Michael is onze nieuwe kat een jongetje en wil je weten wat hij graag doet dan moet je door lezen. zijn lievelings hobby’s zijn eten en eten en eten en spelen.

michael1als Michael kon praten ging hij dit zeggen: als ik ga slapen ga ik eerst eten. dan ga ik slapen en dan als ik wakker word ga ik eten. voordat ik ga spelen ga ik eten en als ik klaar ben met spelen ga ik eten. dan ga ik mijn moeder vervelen, en daar krijg ik altijd honger van, dus ga ik eten.

sinds ik niet meer naar buiten mag, omdat ik steeds met mijn moeder in de tuin van de buren ging poepen, ben ik meer binnen en ben ik dus vaker dichter bij het eten.

michael2ik ben vaak moe maar toch wil ik meer energie krijgen en ga ik eten en dan ga ik alweer mijn moeder vervelen. soms heb ik mijn buikje zo rond gegeten dat ik tussen het spelen door in slaap val. maar raad eens waar ik dan van wakker word?

juist! van de honger!

 

groetjes de dochter van Chrisje

Britt

michael3

Dit wist je nog niet over lesbiennes

Af en toe krijgen mijn vriendin en ik de vraag: “Wie is bij jullie nou het mannetje?”.

Dat is natuurlijk een hilarische vraag als je er over na gaat denken, want als lesbisch stel gaat het er natuurlijk een beetje om dat niemand de man is, haha.

Sommige gay mensen vinden het vervelend om deze vraag te krijgen, maar wij proberen er met humor mee om te gaan. Dus gaan we het gesprek aan, want tegenwoordig zijn – als je doorvraagt – ook bij hetero stellen de rollen niet meer per definitie traditioneel verdeeld. Het is echt niet altijd de man die het vuilnis buiten zet of de vrouw die het eten kookt.

Bij ons is dus niemand “het mannetje”, ook al zie ik er uiterlijk vrouwelijker uit dan mijn vriendin.

We hebben dus ook geen traditionele rolverdeling. We koken om beurten of samen, poetsen ook allebei. Zij is wel handiger dan ik met klussen, maar daar laat ik me niet door weerhouden om mee te doen. Fysiek is ze ook wat sterker. Maar verder doen we de meeste dingen gewoon samen.

Hoe hebben jullie seks?

Nog zo’n veel gestelde vraag, vooral op plekken waar alcohol geschonken wordt 😆. Echter, deze beantwoorden we niet, want a) het is een onbeschofte vraag en b) daar heeft niemand iets mee te maken.

Mis je dan nooit… een man?

Nee. We missen nooit een man. We zijn niet voor niets lesbisch. 😂 Dat we lesbisch zijn maakt ons overigens geen mannenhaters: onze beste vrienden en familieleden zijn mannen. En ja, daar houden we heel veel van, op een platonische manier.

Wist je het niet altijd al?

Mijn vriendin kwam zowat lesbisch uit de wieg; ik kwam er pas heel laat, op mijn zesendertigste, achter. Iedereen heeft zijn eigen proces. Niet iedere gay zegt als eerste woordje “regenboog!”. Wel was er altijd een gevoel van anders zijn.

Als je op stoere vrouwen valt, val je dan niet gewoon toch op mannen?

Ehm, nee. Natuurlijk niet. Een stoer uitziende vrouw is nog steeds een vrouw.

Ik kan me niet voorstellen hoe het zou zijn om met een vrouw samen te wonen.

Deze horen we ook vaker. Zo heel anders is het niet, behalve dat je van hetzelfde geslacht bent en elkaar dus soms wel wat gemakkelijker begrijpt.

Wel moet je stevig in je schoenen staan als koppel van hetzelfde geslacht. Mensen begrijpen vaak niet wat je bent, kijken je raar of zelfs boos na als je hand in hand over straat loopt, of als je voor de ander iets gaat regelen.

Organisaties denken bij “mijn partner” vaak aan een man, totdat ik zeg dat ze een vrouw is. Maar gelukkig krijgen we ook hele mooie, open minded en lieve reacties, en hebben onze families aan beide kanten ons warm verwelkomd. Dat kan niet iedereen zeggen, helaas.

Liefs,

Chrisje

Ben je jezelf kwijt geraakt?

Als ik iets vaak heb gelezen op social media het laatste jaar, is het wel:

“Ik loop helemaal vast.”

“Ik liep tegen mezelf aan.”

“Ik ben mezelf kwijt geraakt.”

“Ik weet niet meer wat ik moet doen.”

“Ik ga op stilte retraite om mijn innerlijke pad te vinden.”

…….. en talloze varianten hierop.

Misschien is het antwoord in deze blog niet het antwoord dat je wil horen, maar wellicht is het wel het antwoord dat je nodig hebt om te horen:

Word wakker! En volwassen!

Lees verder onder de afbeelding

Heb je het gevoel dat je ver van jezelf verwijderd bent? Gooi eens een glas water in je eigen gezicht: je bent al dichtbij jezelf! Je bent jij! Je bent alleen verwijderd geraakt van wat je wil in je leven. Om daar achter te komen moet je keuzes maken.

En nee, dat is niet altijd gemakkelijk. Maar ja, het is wel nodig, anders ging jij niet van die termen rond slingeren als dat je op zoek bent naar jezelf en andere van dit soort grijs-gebied-kreten waar half Nederland ondertussen allergisch voor is geworden.

Je bent niet op zoek naar jezelf, je bent al jezelf. Je bent gewoon niet gelukkig!

Lees verder onder de afbeelding

Je wentelen in zelfmedelijden en zelfbeklag en vage termen waar niets concreet uit te halen is, is altijd gemakkelijker dan opstaan, je voeten in je schoenen zetten en EINDELIJK:

• die nieuwe baan zoeken,

• professionele hulp zoeken,

• een relatie beëindigen of herstellen,

• je excuses aanbieden voor iets waar je al veel te lang spijt van hebt,

• aan een opleiding beginnen

• etc.

Wacht je op iemand die je over je bol aait en je leven verbetert of verandert? Wacht je op iemand die jouw beslissingen voor je gaat nemen? Wil je dat? Het is niet realistisch – en niet gezond! – om te wachten tot anderen je problemen oplossen; welke eer behaal je daaraan?

Lees verder onder de afbeelding

Hoe mooi is het als het jou zelf is gelukt om je angsten onder ogen te komen? Als je je eigen demonen zelf te lijf gaat (indien nodig met professionele hulp)?

Hoe badass vind jij jezelf volgend jaar als je kunt terugkijken op een 2020 waarin je keuzes voor jezelf bent gaan durven maken? Waarin je uit die – oh zo comfortabele! – slachtofferrol bent gekropen en hebt laten zien dat je wel nog een ruggengraat hebt?

Het hele “op zoek zijn naar mezelf” is niet meer en niet minder dan een noodkreet en een roep om aandacht van mensen die heel verdrietig en bang zijn, en niet meer durven opstaan en zeggen: hier stopt dit geitenwollensokkengedoe, ik ben bewust van wat ik moet doen en ik ga NU mijn zaken aanpakken.

Zo. Dat moest ik even kwijt. 😊

Liefs

Chrisje

Mooie Voornemens voor 2020

Er zijn altijd mensen die aan de standaard goede voornemens doen voor het nieuwe jaar. Twintig kilo afvallen bijvoorbeeld, of stoppen met drinken of roken.

Hoewel daar helemaal niks mis mee is, heb ik nog wat suggesties waarmee je in het nieuwe jaar meer rust en geluk creëert voor jezelf. En geen zorgen: je mag er ook al dit jaar mee beginnen.

Doe elke dag iets leuks voor jezelf

Heb lief met heel je hart. Ook als dat eng is.

Durf kwetsbaar te zijn – het maakt je sterker

Wees liever voor jezelf

Lees verder onder de foto

Veroordeel anderen minder

Veroordeel jezelf minder

Laat schuld en haat los – het vergt te veel energie

Vergeef anderen om jezelf rust te gunnen

Lees verder onder de foto

Wees eerlijker, óók als de waarheid pijn doet

Geef vaker gratis spullen weg aan mensen die het nodig hebben

Geef het toe als je een fout hebt gemaakt

Lees verder onder de foto

  • En ten slotte:
  • Durf sorry te zeggen

    Doe elke dag één ding waar je bang voor bent – je wordt er minder angstig van

    Praat minder, luister meer

    Wat zijn jullie mooie voornemens?

    Liefs,

    Chrisje

    Hoe voorkom je dat de narcist je manipuleert?

    Mensen stellen mij vaak vragen naar aanleiding van mijn quotes en blogs over manipulatie en narcisme. Een van die vragen is: Hoe voorkom ik dat ik gemanipuleerd word? Of: Hoe stap ik uit een relatie of vriendschap met een manipulatief persoon?

    Ik wil je zo goed mogelijk antwoord geven op deze vragen. Ik wil daarbij wel benadrukken dat ik geen psycholoog of arts ben. Ik ben ervaringsdeskundige en deel mijn ervaringen graag met mensen die in ongezonde (werk- of privé) relaties of vriendschappen zitten en daar maar moeilijk mee om kunnen gaan.

    Om uit een narcistische relatie te stappen, moet je eerst een bewustwordingsproces doorlopen. Dit begint bij:

    Herkennen en erkennen

    De eerste stap is: herkennen en erkennen. Om gedrag te erkennen moet je het eerst herkennen. Heb je het door als je gemanipuleerd wordt? Zie je het patroon in gedrag? Narcistische mensen en manipulators zijn vaak zeer bedreven in het geleidelijk aanpakken van misbruik. Ze gaan stap voor stap te werk en verdiepen zich uitgebreid in jou: wat zijn je zwakke kanten? Wat zijn je grenzen? Waar ben je gevoelig voor? Pas als ze weten hoe je in elkaar steekt (en narcisten zijn hier zeer bedreven in!) gaan ze voorzichtig jouw grenzen opzoeken. Om narcistisch misbruik en manipulaties te stoppen moet je dus eerst weten en erkennen dat het gebeurt. Voelen wanneer het gebeurt. Meestal herken je het aan een onderbuikgevoel: dit klopt niet, fluistert een stemmetje. Dit onderbuikgevoel is je intuïtie: een heel waardevol iets wat je hard nodig gaat hebben terwijl je je losmaakt.

    Charme, snelheid en schuld

    Als narcisten iets hebben, is het charme. Krijg je het gevoel dat je gepaaid wordt, dat er geslijmd wordt waarna je wel bijna ja moet zeggen? Heb je vaak het idee dat een situatie zich zo snel ontwikkelde dat je pas later in de gaten had waar je precies mee had ingestemd? Narcisten en manipulators zijn charmant en snel. Ze weten dat de meeste mensen niet bedacht zijn op hun spelletjes en manipulaties. Daar maken ze dankbaar gebruik van.

    Een narcist kan een idee nog zo spontaan lijken te opperen; negen van de tien keer is dit vooraf uitgebreid voorbereid. Voor jou lijkt het snel te gaan, omdat de narcist je meestal tien stappen voor is. Charme + snelheid = ja zeggen op iets wat je niet wil. Precies wat de narcist van je verlangt. Heb je naderhand pas door dat je iets hebt toegezegd wat je niet wil doen? Oefen met het er op terugkomen. Een voorbeeld: “Je vroeg me of ik mee ging naar …, ik heb er over nagedacht en me bedacht. Ik wil daar niet heen, maar ik wens je veel plezier!”

    Een echte narcist of manipulator zal – als charme en snelheid niet meer werken – op je schuldgevoel in gaan spelen.

    Mensen die het slachtoffer worden van een manipulatieve relatie zijn vaak meevoelend, verantwoordelijk en zorgzaam. Zorgzame mensen willen een ander geen pijn doen. Dat weet de narcist: hij of zij maakt hier dan ook dankbaar gebruik van.

    Besef dat de narcist een studie heeft gemaakt van jou en je gedrag.

    Hij weet je zwakke punten precies te raken.

    Een narcist kan je een schuldgevoel aanpraten en/of manipuleren door:

    • …Plotseling heel verdrietig, maar wel begripvol te reageren. Hij of zij hoopt hiermee te bereiken dat je je bedenkt omdat je voelt dat hij of zij verdriet heeft.

    • …Zaken te noemen die hij of zij voor jou gedaan heeft. “Jammer, toen ik je hielp met… hoopte ik dat jij mij ook zou helpen.” Trap er niet in: in een gezonde relatie bezorgt iemand je geen schuldgevoel alleen omdat je iets niet wil.

    • …een extra charme offensief er tegen aan de gooien. “Ah, toe, liefje, alsjeblieft? Ik beloof je dat ik….”

    • …als een kleuter te gaan stampvoeten en dreinen. Narcisten schuwen geen enkele leugen of dreiging als het er op aankomt dat ze hun zin willen krijgen. Plotseling op sterven liggende familieleden, zieke huisdieren, geen leugen wordt geschuwd. Achteraf valt het dan opeens toch wel mee, maar dan heb jij al gedaan wat de narcist wilde en verzint hij of zij wel een reden waarom die urgente situatie opeens toch wel mee bleek te vallen. Trap er niet in. Hoe moeilijk ook.

    • …je te negeren. Narcisten weten precies hoe gevoelig je er voor bent. Ze negeren je plots uren of dagen lang om je te laten voelen hoe vervelend het is als ze niet in de buurt zijn. Op berichtjes wordt niet of amper gereageerd. Zinnen worden korter. Er wordt niet meer gelachen of gekust, er wordt alleen ijzige stilte op je af gestuurd, waardoor je onbewust of bewust zult voelen: dit krijg je als je niet doet wat ik wil.

    Herken je veel in bovenstaande tekst? In een volgende blog ga ik verder in op de stappen die je kunt zetten om te ontsnappen uit een relatie met een narcist.

    Luisteren naar je onderbuikgevoel en herkennen wanneer je gemanipuleerd wordt is een proces van oefenen, maar als je het eenmaal doorhebt, wordt het steeds gemakkelijker te herkennen.

    liefs,

    Chrisje

    De dingen die ik zeg in mijn slaap

    Als kind slaapwandelde ik. Ik liep slapend regelmatig naar de badkamer en terug.

    Ook viel ik heel vaak uit bed en sliep dan op de grond verder. Sinds ik Pfeiffer had in mijn puberteit kan ik ontzettend vast en lang slapen. Ik heb wel eens meegemaakt dat ik de wekker vergat te zetten en bijna vierentwintig uur later wakker werd. Daarbij schijn ik al jaren zelfs niet mijn mond te kunnen houden als ik slaap.

    Aangezien mijn liefste vrij gemakkelijk wakker wordt en dan ook direct redelijk alert is, krijg ik tegenwoordig regelmatig verslag van mijn slaap monologen. Ook is er volgens haar best een aardig gesprekje met me te voeren als ik slaap.

    Je vraagt je nu misschien af met wat voor bijzondere dingen ik me in mijn slaap bezig houd.

    Het antwoord is misschien teleurstellend qua heftigheid, maar wel grappig: ik heb het regelmatig over de Mc Donalds (“Dat hebben ze niet bij Mc Donalds!”), terwijl ik daar zelden kom. Laatst was ik heel erg verontwaardigd omdat we “echt geen zwart leren bankstel” moesten kopen want “dat ziet er niet uit.” Ook instrueer ik mijn lief schijnbaar dat ze “Direct na het werk naar huis moet komen!” 😂 en roep ik schijnbaar regelmatig dat ik iemand helaas niet kan helpen. Waarom ik dat allemaal roep? Geen flauw idee!

    Praten jullie wel eens in jullie slaap? Waar hadden jullie het dan over?

    Liefs,

    Chrisje

    Een relatie met een narcist: hoe herken je het?

    Allereerst dit: Ik ben geen psycholoog, arts of psychiater. Ik ben alleen ervaringsdeskundige. Heb je te maken met een agressieve narcist en voel je je onveilig, zoek dan hulp via je huisarts of een vertrouwenspersoon. Ben je in acute nood, bel dan 112. In dit artikel heb ik het over hem en hij; hier kan uiteraard net zo goed zij of haar staan. 

    Het kan je zomaar overkomen: je ontwikkelt een vriendschap of een relatie met een narcist. Narcistische mensen herken je meestal niet direct; ze zijn er bedreven in om jou voor zich te winnen met hun charmante, vlotte babbel. Tegen de tijd dat je een narcist écht leert kennen, ben je vaak al ver in het drijfzand gezakt dat zij creëren.

    Een narcist windt mensen om zijn vinger. Andere mensen zijn voor een narcist niet belangrijk, tenzij. En met tenzij bedoel ik: tenzij je iets kunt doen wat de narcist nodig heeft of wil dat jij doet. Een narcist gebruikt de mensen om zich heen enkel en alleen om zijn eigenbelang te dienen.

    narcist1

    Als de relatie of vriendschap met de narcist start, denk je waarschijnlijk de leukste persoon ooit te hebben leren kennen; een narcist verdiept zich in jou, je interesses, je sterke en zwakke kanten en speelt daar heel behendig op in. It’s not his first rodeo. Je bent waarschijnlijk een van de velen die door de narcist misbruikt werden en op deze manier binnen “gehengeld”. 

    Wanneer je je in een relatie met een narcist bevindt, is het goed om te beseffen dat deze persoon geen geweten heeft. Natuurlijk weet hij wel dat het liegen, bedriegen en manipuleren dat hij doet fout is; het interesseert hem gewoonweg niet. Hij voelt niet wat een niet narcistisch persoon voelt als die de fout in gaat. Er is geen sprake van gewetenswroeging, schuldgevoel, berouw of spijt. Wellicht alleen spijt dat hij betrapt is geworden, maar daar houdt het dan ook mee op. Als een narcist huilend voor je zit met trillende onderlip, is dit niet omdat hij echt spijt heeft; het is om je terug te winnen. Hij wil jou niet kwijt, omdat je gemakkelijk te manipuleren bent.

    Lees ook: Zo herken je een Manipulator

    Het ontbreekt de narcist aan empathie, waardoor hij niet bezig is met jou of jouw gevoelens. Een narcist is alleen bezig met het bereiken van wat hij wil via psychische spelletjes, dominant gedrag en misbruiken van de mensen om zich heen. Dit gebeurt echter vaak zo subtiel, dat je het niet direct doorhebt; de narcist is heel geraffineerd hierin.

    Als meelevend, empathisch mens kun je je amper voorstellen hoe koud, diep triest en akelig het narcistisch brein werkt.

    Verder lezen? Word Chrisje Member voor €1,99 per maand en krijg onbeperkte toegang tot alle premium columns!

    Abonneer je vandaag nog om de rest van de column te lezen.

    Hieronder een aantal links over narcisme:

    Kenmerken van een narcist

    Informatie over gaslighting (een vorm van psychische manipulatie door de narcist)

    Zo pik je een narcist er uit (AD)

    IMG_20191012_192855_850.jpg

    Lees ook: 

    Relatie beëindigen of toch doorgaan: hoe bepaal je wat wijsheid is?

    Waaaaaaaaarom… loopt iedereen om de spullen op de trap heen??

    Je kent het misschien wel: je beseft bij het naar beneden lopen dat je het laatste toiletpapier hebt opgemaakt. Je bent de beroerdste niet, dus je pakt een wc rol, legt hem demonstratief op de trap, zodat de eerstvolgende die naar boven gaat deze mee kan nemen zodat hij of zij niet hoeft te airdryen na het toiletbezoek. Sociaal en hoffelijk, toch?

    Fout!

    Die wc rol, die wordt dan niet meegenomen. Nee nee. Die wc rol wordt een klein obstakel om omheen te lopen, overheen te stappen, of zelfs aan de kant te schuiven, want: wat staat dat ding hier onhandig?

    Zo geldt dat overigens ook voor theedoeken die boven in de was moeten, haarspelden die in de strijd van de dag op de vloer eindigden, gekochte cosmetica die naar de badkamer meegenomen dienen te worden. Behendig wordt er omheen gecirkeld, er over heen gestapt en zelfs over gestruikeld (“wat ligt hier voor rotding!”) waarna het nog een week blijft liggen. Serieus, menschen: doe je huisgenoten een lol en neem het mee!

    Dat gebrek aan pro-activiteit en hoffelijkheid lijkt wel een ziekte van deze moderne tijd.

    Je zou denken: dit is geen hogere wiskunde, dit snapt iedereen met meer dan twee cellen.

    Toch zou je je verbazen over hoe veel intelligente mensen het niet kunnen opbrengen om pro-actief te zijn.

    Daarom trap ik nog even wat meer open deuren in, nu ik toch op dreef ben:

    • Staat er een vuilniszak bij de achterdeur? Gooi hem even in de bak buiten!
    • Staat er iemand in de trein te wachten om uit te stappen? Wacht dan even met instappen, hork!
    • Heb je op het werk gegeten en servies vuil gemaakt? Zet het even in de vaatwasser of was het zelf even af: je collega’s zijn niet je butler!
    • Heb je drinken besteld bij horeca personeel en komen ze het brengen? Wees dan zo sociaal om even op te kijken van je telefoon en dankjewel te zeggen.

    Ten slotte nog een leuk filmpje van een (toevalligerwijs) man, die hoffelijkheid niet begrijpt, maar wel hilarisch is:

    (dit is de link: https://youtu.be/D3MI8v4gHk4)

    Wait, what?? Zo bespaar je minstens 45 minuten per dag!

    Druk, drukker, drukst! We leven in een maatschappij die veel van ons vergt. We moeten werken, kinderen naar sportclubs brengen, sociale contacten onderhouden, het huishouden bijhouden enz. enz. enz..

    Hieronder vind je tien tips waarmee je minstens een 45 minuten per dag tijd kunt besparen:

    1. Bestel je boodschappen online
    Als je zoals ik vijf dagen per week werkt, kost het bijna iedere dag wel minstens een kwartier om naar de supermarkt te gaan voor (onder andere) het kopen van avondeten. Bestel je alle boodschappen voor de week in één keer, bespaar je minstens 4 à 5 keer per week een kwartier lang boodschappen doen. En ja, je betaalt een paar euro aan bezorgkosten, maar die verdien je makkelijk terug aan de impuls aankopen die je niet doet door online te bestellen.

    2. Concentreer je huishoudelijke taken
    Als je het gevoel hebt dat je lukraak wat doet in het huishouden, kun je er ook voor kiezen om een of twee vaste momenten per week een uur of twee uit te trekken voor het huishouden. Dan heb je er gelijk routine in en kun je aan één stuk door poetsen; zo heb je sneller alles aan kant én bespaar je dagelijks tijd.

    time1

    3. Leg je telefoon eens wat vaker weg
    Heb je het gevoel dat de tijd een loopje met je neemt? Is de dag “opeens” voorbij? Leg je telefoon eens wat vaker een uurtje of twee weg! De smartphone leidt ons meer dan eens af van waar we ons eigenlijk bezig mee zouden moeten houden, zoals poetsen, de administratie doen, in de tuin werken, kinderen opvoeden, ik noem maar wat.. 😉 Leg dat apparaat eens weg en zie hoe efficiënt je kunt zijn als je je ogen eenmaal van het scherm af haalt!

    4. Zet je meldingen op stil
    Nu we het toch over telefoongebruik hebben: zet (als dat kan) eens wat vaker je telefoon meldingen op stil. Zo raak je niet door ieder binnenkomend appje afgeleid van waar je mee bezig was. Hocus Focus!

    time4

    5. Slaap genoeg
    Het klinkt tegenstrijdig, ik snap het. Maar: wie goed slaapt, heeft goede focus gedurende de dag. Als je moe bent verlies je snel het overzicht van je prioriteiten. Slaap lekker!

    Lees ook: Dit is waarom mannen vrouwen niet begrijpen

    6. Maak een to-do-lijstje
    Knullig, zo’n lijstje? Mwah. Het helpt je wel verdomd goed met focussen op je prioriteiten en zorgt bovendien voor een nuttig en voldaan gevoel aan het eind van de dag, als je een hoop zaken kunt weg strepen!

    7. Neem je telefoon niet mee naar (jaja..) het toilet
    Veel mensen nemen hun telefoon mee naar het kleinste kamertje van het huis. Maar hoe vaak betrap je jezelf er niet op dat je al veertig minuten langer op het toilet zat dan nodig, of kom je met slapende benen van het toilet af gestrompeld omdat je 36 potjes Candy Crush te veel speelde? Natuurlijk is het fijn om je even terug te trekken van de prikkels in de wereld, maar als je zonder telefoon naar het toilet gaat sta je waarschijnlijk vijf à tien minuten later weer buiten. Zeer tijdsbesparend!

    time2

    8. Meten is weten!
    Wil je weten waar al je tijd naar toe gaat? Meten is weten! Houd eens een lijstje bij van hoe veel tijd op een dag je waar mee bezig was. Het geeft je veel inzicht in tijdrovende zaken!

    9. Vaste plekken voor spullen
    Hoe veel tijd per week ben jij bezig met zoeken naar spullen, omdat je niet meer weet waar je ze gelaten hebt? (Eerlijk is eerlijk: ik als ADD’er spendeer daar veel te veel tijd aan!) Hoe georganiseerder je te werk gaat op je werk en thuis, des te minder van je kostbare tijd ben je bezig met zoeken naar spullen. Bedenk vaste plekken voor je spullen en maak er een gewoonte van om ze daar consequent terug te leggen.

    10. Combineer taken
    De vaatwasser leeg maken / vullen terwijl je kookt; de douche schoonmaken terwijl je er in staat; er zijn veel taken die je slim met elkaar kunt combineren. Vooral de taken (zoals koken) waar ook nogal wat wachten bij komt kijken zijn ideale combineer-taken.

    Geniet van je extra vrije tijd!
    P.S.: Heb jij nog tijdbesparende tips? Deel ze hieronder in een reactie!

    Liefs,

    Chrisje

    Meer lezen? Lees dan ook eens: Burn-out is voor people pleasers die geen prioriteiten kunnen stellen

    IMG_20191012_192855_850.jpg

    Kort verhaal: Het dilemma

    Ik had nooit verwacht dat ik in een situatie zoals deze terecht zou komen. Als ik wel eens verhalen hoorde van anderen die iets soortgelijks meemaakten, dacht ik altijd: tsss, wat een drama queen moet je dan zijn zeg, om jezelf zo in de nesten te werken. En nu sta ik hier toch, met hetzelfde dilemma. 

    Het begon allemaal verbluffend simpel. Ik ontmoette Joris op een donderdagavond na mijn werk, in de kroeg die om de hoek lag van het uitzendbureau waar ik werkte. Ik had geen zin om weer thuis op de bank te zitten met een kant-en-klaar-maaltijd op schoot en mijn kat er naast, te azen naar whatever ik naast mijn bord knoeide (en dat was altijd wel iets).

    Samen met mijn collega Masha liep ik door de stromende regen naar de kroeg. Met Masha had ik niks gemeen, behalve dan dat zij ook nooit veel te doen had in de avonduren. Ze had wel een man, maar die was volgens haar “bijzonder saai en vervelend”. Dat vond ik ook van haar, dus ze pasten wel goed bij elkaar, maar ik besloot dat maar niet te zeggen. (In het verleden ben ik vaak berispt op het eerlijk ventileren van mijn mening; inmiddels heb ik een soort noodrem ontwikkeld die goddank al best vaak ingrijpt, precies tussen het moment waarop ik ademhaal om iets ongelofelijk onbeschoft te zeggen en het moment dat de woorden daadwerkelijk uit mijn mond rollen – om verwoesting aan te brengen in welke relatie dan ook). Toch kon ik haar net lang genoeg tolereren, vooral omdat de wanhoop die weer een avond alleen opriep sterker was dan mijn weerzin tegen Masha. Kort samengevat: liever een avond Masha verteren dan weer een avond Netflix kijken op de bank.

    bar2.jpegJoris zat al aan de bar toen we binnen kwamen. Hij keek even op terwijl ik mijn jas uit trok. Zijn ogen scanden me, dat was duidelijk zichtbaar. Ik weet niet waarom, want ik word hier normaliter ongemakkelijk van, maar ik vond het fijn dat hij tenminste niet snel weer weg keek. Hij keek me nog even kort aan, waarna hij zijn blik weer vooruit richtte en een slok nam van zijn bier.

    Masha had dit hele ritueel compleet gemist, omdat ze verwikkeld was in een monoloog over Action aanbiedingen. Ze plantte haar achterste dan ook precies op de barkruk naast die van Joris, zodat we ongemakkelijk dichtbij hem zaten, maar dichtbij genoeg om te ruiken dat hij lekker rook. Ik bestelde een glas wijn, Masha een cola. Ik probeerde mijn aandacht te houden bij haar monoloog over – waar had ze het ook alweer over? Oh ja, – kastanjechampignons, en waarom die veel lekkerder zijn dan de normale.

    Als ik Masha’s man was en ik moest deze monologen dagelijks aanhoren, zou ik mezelf ook uitermate vervelend gaan gedragen, dacht ik, terwijl ik met een bierviltje speelde. Telkens als ik me naar Masha toe draaide, meende ik Joris even opzij te zien kijken. Waar ik al bang voor was, gebeurde na een kleine twintig minuten: Masha moest naar het toilet. Onhandig liet ze zichzelf van de barkruk afglijden, mij achterlatend met een half glas wijn en een heel ongemakkelijk gevoel.

    “Smaakt het?” vroeg hij met een donker stemgeluid.
    “Oh, de wijn?”
    “Nee, het bierviltje.”
    Ik lachte onnatuurlijk hard, waarna ik mezelf in gedachten met een bazooka van mijn kruk af schoot.
    “Sorry,” zei ik, toen ik uit gehinnikt was. “Ja, het smaakt goed.”
    “Ik ben Joris.” Hij tikte tegen een denkbeeldige hoed.
    “Goed om te weten!” antwoordde ik.
    “Jij hebt geen naam?”
    “Oh! Ja, zeker wel.” zei ik, terwijl ik heel handig een nootje uit het schaaltje op de bar in mijn mond probeerde te mikken, wat natuurlijk naast mijn mond eindigde – en in mijn trui.
    “Ik eh, ik ga even naar het toilet.” 
    Met een vuurrood hoofd – zonder mijn naam gezegd te hebben – en met een nootje tussen mijn borsten liep ik naar het toilet, waar ik minstens vijf minuten heb gewacht totdat het schaamrood van mijn wangen verdwenen was.

    Als ik die avond had geweten in welke situatie ik me nu – zes maanden later – zou bevinden door deze ontmoeting, was ik waarschijnlijk via het toiletraampje naar buiten gekropen en zonder om te kijken naar huis gelopen. 

    Lees hier deel 2 

    Zo irritant is het als mensen je personal space niet respecteren

    Je kent het vast wel: die oom of tante die op een nieuwjaarsreceptie iets te dicht bij staat en je ongewild lang knuffelt inclusief natte lippenstiftkussen op je wang. Of die collega die het normaal vindt om over je heen te leunen en je schouder vast te pakken elke keer als hij je iets komt vragen.

    Personal space: het is heel persoonlijk. De een houdt van knuffelen en lekker klef, de ander vindt een stevige handdruk al iets te intiem.

    Hoe houd je nu de ander op gepaste afstand als jij vindt: tot hier en niet verder?

    Gewoon zeggen

    Het voelt misschien even ongemakkelijk, maar je kunt en mag er gewoon iets van zeggen. “Sorry, maar je staat me iets te dichtbij.” Helemaal niks mis mee.

    Zeg het met je lichaam

    Niets zo duidelijk als lichaamstaal. Kun je een stap achteruit zetten? Doe dat gerust. Als iemand je ongewenst aanraakt, mag je gerust die hand weg pakken en weg leggen. Zij vroegen immers ook niet jouw toestemming om jou aan te raken, toch?

    Houd bij voorbaat afstand

    Weet je dat iemand te klef is naar jouw smaak? Geef dan een ferme handdruk, maar met gestrekte arm. Zo geef je geen ruimte om in te komen leunen voor een pakkerd.

    Hebben jullie nog tips om je personal space te bewaken? Laat een reactie achter onder dit artikel!

    Liefs,

    Chrisje

    Eet je bord leeg! Of niet…

    Door Chrisje VIP Blogger Mama-Ri

    Slierten spaghetti verlengen haar blonde lokken, gehakt steekt uit haar oren, kleine stukjes groente plakken aan haar wangen en er zit pastasaus in haar wimpers. Voor mensen met smetvrees zal het klinken als een ware nachtmerrie, wij vinden het nogal vermakelijk om onze dochter van anderhalf te zien eten. Nee, niet in een restaurant, nee, en degene die binnen een straal van een meter in haar buurt zit, denkt er waarschijnlijk ook anders over. Zo ook degene die daarna alles rondom de eettafel moet schoonmaken, maar vermakelijk is het wel. En een beetje vermaak in de tropenjaren met een peuter, mag er wat ons betreft wel zijn.
    Volgens mij is het een eeuwenoude discussie en tegelijk een gebed zonder eind:

    Moet een kind zijn bord leeg eten, of bepaalt een kind zelf hoeveel hij eet? De grote afweging blijft, in mijn ogen, wat jij als ouder belangrijker vindt: het bijbrengen van tafeletiquette, dus je eet gewoon je bord leeg, of het ‘zelf leren eten’ met de gedachte: als je niet meer eet, heb je blijkbaar geen honger.
    Met respect voor ieders mening en manier van opvoeden, wij gaan voor het laatste.

    Voor ons geen strijd aan tafel, eet je niet, dan eet je niet. We proberen met het hele ouderschap zo creatief mogelijk om te gaan, zo doen we dat dus ook met het eten. Daarom verzinnen we verschillende alternatieven. Na een ‘slechte’ avondmaaltijd krijgt ze geen ijsje, maar bieden we haar fruit aan (eventueel door de yoghurt) en dat wordt gewoon als waardig toetje geaccepteerd. Eet ze haar brood niet op, dan doen we een extra schep pap door de fles.

    Wij zijn er van overtuigd dat wanneer ze honger heeft, ze dit zal aangeven. Oké, dat doet ze dan wel op haar peutermanier, door te roepen om ‘Koekè’, maar deze vraag beantwoorden wij dan ook gewoon weer creatief en bieden haar een gezonder alternatief. Van een fruithapje, tot een snackkomkommer, bij haar gaat gelukkig alles er in als ze maar trek heeft.
    Er zijn natuurlijk nog meer creatieve oplossingen te bedenken om je kind meer en gezonder te laten eten, waarvan ik uithongeren wil benoemen tot de minst verantwoorde variant.

    • Zo ken ik vakjesborden, die zelfs bestaan in bordspelvariant.
    • Er bestaan verschillende soorten groente- en fruitspreads voor op brood, of gebruik ik wel eens avocado of humus in plaats van boter.
    • Ik noemde al de snackkomkommer, maar er bestaan ook snack paprika’s en tomaatjes.
    • Het leuk opmaken van een maaltijd of bord, kan ook wonderen verrichten.
    • Fruit smoothies vallen hier prima in de smaak en als je ze invriest met een stokje erin, krijg je lekkere én gezonde ijsjes.
    • Wij zijn ook overtuigd van het spreekwoord ‘Zien eten, doet eten’. Samen, aan tafel wordt er aanzienlijk beter gegeten dan met een bord op schoot, kijkend naar de televisie.
    • Regelmaat, een goud codewoord. Onze dochter weet dan ook precies dat ze een koekje krijgt als papa uit zijn werk komt. De biologische klok verricht wonderen. En zo werkt dat hier in huis dus ook met het fruitmoment.

    En in het alleruiterste geval, mocht ik echt bang zijn dat ze voedingsstoffen te kort komt, dan bestaan er altijd nog duizend-en-een voedingssupplementen. Wij maken er niet zo’n big deal van, zolang ze actief is en netjes groeit. Er zijn zoveel andere wereldproblemen waar we ons druk over kunnen maken…

    Wil je meer lezen van Mama-Ri?

    Volg dan haar Facebook pagina Mama-Ri:

    https://www.facebook.com/blogMamaRi/

    Ik wil mijn autisme niet meer verantwoorden!

    Door Chrisje VIP Blogger Rosan van der Zee

    Autisme? Dat hebben we toch allemaal wel een beetje…

    Labels, we zien ze overal. Op jassen, broeken, shirts en tegenwoordig zelfs op mensen. Het lastige van deze labels bij mensen is dat het ervoor zorgt dat we onbewust mensen gaan categoriseren alsof het kledingstukken zijn. Een van mijn labels is autisme.
    Regelmatig vertellen mensen me dat ze niet geloven dat ik autisme heb. Iedereen krijgt tegenwoordig namelijk zomaar een label en zij zullen het dan ook wel hebben. Vervolgens krijg ik de vraag waarbij het zich dan uit en wordt er van me verwacht dat ik altijd een lijstje van voorbeelden gereed heb staan. Dan sta ik even met een mond vol tanden en geef ik maar wat voorbeelden waarvan ik denk dat het ermee te maken heeft. Uiteindelijk blijkt dat die voorbeelden overeenkomen met het alledaagse leven van de meeste mensen en wordt er geconcludeerd dat mijn label nergens op slaat.
    In zekere mate ben ik het ermee eens dat het label nergens op slaat want ik ben geen kledingstuk.

    Aan de andere vind ik het belachelijk dat ik mijn ‘autisme’ aan ieder willekeurig persoon moet kunnen verantwoorden.

    Alsof ik in de rechtbank sta en de jury moet bepalen of mijn pleidooi wel overtuigend genoeg is. Het is soms gewoon lastig om te onderscheiden welk deel van mij bij het ‘autisme’ hoort en welk deel er bij mijn ‘normaal zijn’ hoort. Het punt is namelijk dat er helemaal geen scheidingslijn is en het gewoon een door elkaar lopend zooitje van onduidelijkheid is.

    Zelfs al klinkt het woord ‘autisme’ als een kant en klaar concept; dat is het niet. Het voldoet aan bepaalde kenmerken, maar diezelfde kenmerken kunnen ook weer binnen andere diagnoses vallen (bijv. ADHD, ADD, borderline, HSP, hoogbegaafdheid, etc.). Dit maakt het lastig om je eigen diagnose volledig af te bakenen alsof het een opzichzelfstaand geheel is. Het is slechts een woordje dat je persoonlijke kenmerken het beste samenvat terwijl het er tegelijkertijd nooit precies op aansluit.

    Toch wil ik duidelijk maken dat ik oké ben met het label. Dit omdat het ervoor zorgt dat anderen me beter begrijpen als ik ondersteuning nodig heb. Voor mezelf verandert het niet zoveel omdat ik voor de diagnose ook al wist waar mijn struikelpunten lagen. Nu hebben die struikelpunten een naampje gekregen, maar ze zijn inhoudelijk niet veranderd. Wel vind ik het vervelend dat het iets is geworden wat ik moet gaan verdedigen. Er wordt verwacht dat ik de inhoud van mijn brein open en bloot op tafel leg. Die inhoud is een functioneel zooitje dus dan kan het zijn dat ik net de verkeerde stukjes hersencellen neerleg. Ook heb ik – net zoals de meeste mensen – niet altijd zin om de binnenkant van mijn hoofd aan de hele wereld te tonen.
    Goed, laat ik de mensen die daar zo naar verlangen toch een soort verantwoording bieden:

    Ja, ik heb autisme. Tegenwoordig noemen we dat Autisme Spectrum Stoornis (ASS).
    Inderdaad, de DSM-5 maakt het een erg breed concept. Na een lang diagnostisch onderzoek bleek dat ik er ruim binnenviel. Door een hoge intelligentie kan ik goed compenseren waardoor je het niet direct aan me merkt, maar waardoor ik wel snel moe ben en jarenlang onbewust met een burn-out heb rondgelopen.

    Ik ben pas laat begonnen met lopen en praten waardoor ik een achterstand heb gehad, maar dit heb ik ruimschoots ingehaald. Hierdoor is mijn verbale communicatie wel ietwat formeler geworden dan dat van de meeste mensen. Iets waar ik momenteel aan werk.
    Ik ben sociaal in groepen en ik kan emotionele cues goed oppikken. Soms zelfs iets té goed waardoor ik niet weet wat ik ermee aan moet.

    Een op een contact kan ik lastiger vinden. Zeker als het intiemer wordt omdat ik dan niet meer mezelf kan ‘presenteren’, maar het meer om de kleine interactionele uitingen gaat. Wel ben ik altijd oprecht tegen anderen.
    Ik heb meerdere tikken en vaste patronen die me helpen om goed de dag door te komen (bijv. trommelen, spieren aanspannen, mijn mond spoelen nadat ik iets heb gegeten en daarna een kauwgompje nemen, bepaalde punten op mijn lichaam aanraken, rollen in bed, heen en weer wiegen, bepaalde woorden of zinnetjes zeggen/liedjes zingen, etc.). Die tikken weet ik redelijk goed te verbergen omdat ik weet dat het niet maatschappelijk verantwoord gedrag is.
    Als het ergens te druk is, kan ik snel overprikkeld raken en me volledig van mijn omgeving afsluiten of soms zelfs een paniekaanval krijgen.

    Ik kan niet (altijd) tegen: hard geluid, mensen die fluisteren, het geluid van kauwen, het geluid van ademen, mensen die door elkaar praten, onverwacht lichamelijk contact, chit-chat over kleine zaken en vast nog meer dingen.
    Mijn interesses zijn redelijk ruim en ik kan me daardoor verdiepen in verscheidene onderwerpen. Hieronder valt o.a. psychologie, muziek, natuur, sport, dieren, schrijven en het milieu. Door mijn hyperfocus kan ik me ergens volledig in gaan verdiepen en het eigen maken.

    Ik ben autodidactisch en kan mezelf bijna alles aanleren. Het voordeel is dat ik mezelf hierdoor goed heb kunnen ontwikkelen. Het nadeel is dat ik niet goed tegen uitgestippelde planningen kan omdat ik iets liever op mijn eigen manier wil uitvinden. Hier leer ik namelijk het beste door.
    Zo, nu heb ik dat lijstje altijd klaarliggen voor een ieder die een verantwoording van me verwacht.
    Die mensen verwijs ik dan ook graag door naar deze tekst. Misschien herken je jezelf wel in het lijstje en bevestigt het voor je dat mijn diagnose niet klopt. Dat mag. Het kan ook betekenen dat je zelf autisme hebt. Ook leuk. Toch denk ik dat het eerder laat zien dat ik bovenal gewoon mens ben en we allemaal onze struikelblokken hebben. Op sommige punten heb ik gewoon weer net wat andere struikelblokken dan de gemiddelde mens. Dit maakt me niet per se beperkt want het zorgt er ook weer voor dat ik juist goed ben in dingen waar anderen misschien niet goed in zijn. In essentie zorgt dat dus eerder voor een verruiming van de maatschappij.

    Dit is wie ik ben en wie ik altijd zal zijn.

    Zonder diagnose hoefde ik dat aan niemand uit te leggen en nu hoeft dat ook niet. Er is namelijk niks veranderd aan wie ik ben. Ja, ik ben een beetje anders dan gemiddeld, maar misschien is dat ook wel goed. Ik heb het heel lang lastig gevonden om dit te accepteren en het heeft me flink wat kracht gekost om er open over te zijn. Als vervolgens de reactie is dat mensen je niet geloven en je verhaal slechts onderuithalen, voelt dat als een flinke messteek wat me weer erg aan mezelf doet twijfelen.

    De volgende keer dat iemand eerlijk iets deelt over zichzelf, vraag dan niet gelijk naar een soort pleidooi die je kunt gaan beoordelen op accuraatheid.

    Sta erbij stil dat iemand zojuist de kracht heeft gevonden om zich kwetsbaar op te stellen. In plaats van iemands verhaal opzij te slaan, kan je er ook voor openstaan en iemand bedanken voor dit gebaar van vertrouwen. Zo zorgen we voor een wereld waarin we elkaar accepteren voor wie we zijn. Een wereld waarin labels hopelijk straks niet meer nodig zijn omdat men inziet dat we geen categoriseerbare kledingstukken zijn. We zijn allemaal mens en we zijn nu eenmaal allemaal anders. De een misschien een beetje meer dan gemiddeld, maar daar is niks mis mee.

    Laten we afgaan op het individu en niet angstig vasthouden aan de hokjes die we voor ons eigen overzicht hebben bedacht.

    Liefs,

    Rosan

    Wil je meer lezen van Rosan? Like dan haar Facebook pagina : Roos vindt een weg

    Ik ben niet goed in groeps-apps!

    Iedereen met een mobieltje kent het wel: opeens word je toegevoegd aan een groepsgesprek op WhatsApp.

    Of het nu gaat om een uitje dat gepland moet worden, een familie reünie die elf van de tien keer nooit helemaal van de grond komt of een zomaar lollig groepje: opeens zit je er middenin en begint iedereen door elkaar te kletsen.

    Waar het eerst vaak nog over één onderwerp gaat en nog enigzins te volgen is, gaat het al gauw over allerlei zaken die moeilijker te volgen zijn en in het geheel niks meer te maken hebben met het te plannen uitje, zoals een ingegroeide teennagel die hardnekkig terug komt of andere berichten waar niemand op zit te wachten.

    Daarbij wordt ondertussen vaak hevig gezocht naar een datum, waarop dan altijd wel iemand toch niet kan en waarvan twee mensen per ongeluk alsnog de verkeerde datum in de agenda noteren (meestal ben ik een van die twee mensen).

    Leg je je telefoon per ongeluk een uur of drie aan de kant omdat je aan het werken bent, schrik je je helemaal te pleuris zodra je je toestel weer oppakt: je hebt 346 WhatsApp meldingen! En nee, er is niks ernstigs, dit is alleen een teken dat zich een paar mensen op de groepsapp die dag verveelden en dusdoende ter vermaak de volledige portretserie van hun goudvis door hebben gestuurd.

    Enfin. Als ADD’er kan ik heel weinig met groepsapps. Als er te veel gezegd wordt heb ik de concentratie niet om alles terug te lezen, ik word onrustig van alle meldingen en als ik al probeer terug te lezen heb ik het talent om over de echt wezenlijke berichten heen te lezen.

    Ik zet meldingen tegenwoordig uit, zodat ik op een rustig moment kan terug lezen.

    Wat ik meestal vergeet.

    Maar gelukkig kennen mijn vrienden en familie me goed genoeg om me even apart te appen als er echt iets belangrijks te melden is.

    Liefs,

    Chrisje

    Oriëntatie

    Als ik iets niet heb, is het wel oriëntatievermogen, oftewel richtingsgevoel. Ik loop steevast de verkeerde kant uit als ik een winkel uit kom, wijs nietsvermoedende vreemden de compleet verkeerde weg naar hun bestemming en calculeer automatische verdwaalkilometers in als ik moet tanken onderweg naar iets.Sinds het wonder der navigatie bestaat kom ik wel overal. Maar dan nog lukt het me soms om te verdwalen.

    Mijn navigatie herberekent er dan ook vaak op los. Ook vergat ik eens “snelwegen vermijden” uit te zetten waardoor ik volledig binnendoor van Limburg naar Brabant reed. Ik was lang onderweg, maar zag gelukkig wel veel koeien.”Ik verdwaal nooit, ik ontdek nieuwe routes” is dan ook al jaren mijn motto. Soms is het helemaal niet zo erg om te verdwalen. De kunst is om je er niet al te druk om te maken.

    Net zoals op je levensweg: het is fijn als niet alle wegen even voorspelbaar zijn, soms moet je een omweg nemen om dingen te ontdekken, het belangrijkste is dat je geniet van wat je onderweg ziet… en dat je blij bent als je weer thuis komt.

    Liefs,

    Chrisje

    5 tips om de oplopende druk in je leven te verlagen – Door VIP Blogger Mama-Ri

    Door VIP Blogger Mama-Ri

    Waar vroeger de taken heel strak verdeeld waren, vergt het ouderschap tegenwoordig veel meer van beide ouders dan alleen het vervullen van de ouderrol. Naast het feit dat beide ouders een verzorgende taak hebben, moeten zij veel meer verschillende ballen in de lucht zien te houden. In de meeste gevallen hebben beide ouders een baan en zullen zij dus ook de taken in het huishouden onderling moeten verdelen. Daarnaast komen er nog meer verwachtingen en verplichtingen om de hoek kijken, zoals mantelzorgtaken, sport, vrienden of andere sociale contacten, hobby’s en als er ergens nog een klein uurtje overblijft kan die best besteed worden als vrijwilliger bij de plaatselijke speeltuin, de school van de kinderen, een zorginstelling of andere vereniging die staat te springen om mensen.

    De prestatiedruk op deze generatie lijkt op alle vlakken te groeien en het aantal burn-outs rijst dan ook de pan uit. Op sommige factoren heb je uiteraard geen invloed, maar toch kunnen we hier, met elkaar, best een klein beetje aan veranderen:

    1. Verlaag je verwachtingspatroon
    Niet alleen de maatschappij verwacht een heleboel van ons, ook kunnen we onszelf een hoop irreële eisen opleggen. Soms is het fijn om even te bedenken dat voldoende ook goed is, echt niet alles hoeft perfect te zijn. Misschien helpt het om jezelf soms wat kritische vragen te stellen: ‘Is het nou echt zo erg als de was na het weekend nog niet is opgevouwen?’ (tenzij niemand meer een schone onderbroek in de kast heeft liggen) of ‘Wat is het ergste dat er gebeurt je een keer niet bij de vrijwilligersbijeenkomst bent?’ Echt waar, het is geen wereldramp om een keer niet naar een verjaardag te gaan, om welke reden dan ook. Je bent in principe ook niemand een verantwoording schuldig, een afmelding zou overigens wel op zijn plaats zijn.

    2. Kijk voor de grap eens hoe groen je eigen gras is
    Op social media plaatsen we de mooiste foto’s van ons gezin, de meest gekke feestjes in combinatie met een fantastisch liefdesleven. Wat (bijna) niemand op social media plaatst, is hoe vol zijn agenda staat met suffe verplichtingen. Hoe uitgeteld iemand ’s avonds naar bed is gegaan, doordat de kinderen niet te genieten waren. Hoe hard iemand gehuild heeft, omdat hij het even niet meer zag zitten. Nee, op social media is het gras altijd groener aan de overkant en laten we ons gras ook allemaal groener lijken dan het werkelijk is. Vergelijk jezelf niet op social media, zorg liever dat je gelukkig bent in de echte wereld.

    3. Nog een stukje social media/telefoongebruik
    Je kunt jezelf afvragen of je werkelijk iedere mail of ieder bericht dat binnenkomt direct moet lezen én beantwoorden? Het lezen van dat bericht kan ook als de kinderen op bed liggen en je heerlijk de bank ploft in plaats van in de supermarkt of nog erger, achter het stuur! Het uitzetten van bepaalde meldingen kan hierbij zorgen voor rust.

    4. Geef opbouwende feedback i.p.v. kritiek
    Als iemand zijn problemen bij je uitstort, is een stukje opbouwende feedback natuurlijk nooit weg. Als je worstelt met een probleem kan een goede tip echt goud waard zijn! Daarentegen is het ongevraagd je mening geven over een opvoedkwestie, voor de ontvanger echt niet fijn. Het zorgt waarschijnlijk eerder voor een gevoel van onzekerheid, onmacht of falen met de daarbij behorende emotionele lading.

    5. Hulp vragen is geen falen
    Of het nu hulp is van je ouders, vrienden of van een professional: Het leven bestaat nou eenmaal uit vallen en opstaan, dat is tenminste wel wat we onze kinderen meegeven. Zelf hulp inschakelen kan moeilijk zijn of voelen als falen, maar niets is minder waar. Op ieder gebied, dus ook in de ouderrol, kun je altijd blijven leren en daar wordt echt niemand slechter van, in tegendeel.

    Kortom, laten we met z’n allen niet zo streng zijn, niet voor onszelf en niet voor een ander. Wees vriendelijk, behulpzaam, toon een beetje empathie, maar laat vooral jezelf niet in de steek. Zonder jou lukt het je zeker niet!

    Liefs,

    Mama-Ri

    Sex sells.. Alleen niet voor mij. Door VIP Blogger Rosan

    VIP Blogger Rosan van der Zee schrijft ophaar eigen pagina “Roos vindt een weg” over haar ervaringen. In deze blog vertelt ze over haar eigen ervaring met intimiteit en relaties.

    Je ziet ze overal. In de straten barst het ervan, Facebook en Instagram staat er vol mee en er gaat bijna geen dag voorbij zonder dat iemand me vraagt of ik het ook al heb. Relaties…
    Ze zijn natuurlijk ook niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven; die tortelduifjes. Stelletjes die smoorverliefd in de metro zitten en met secondelijm aan elkaar vast lijken te zijn geplakt. Soms vraag ik me af of er niet een verstikkingsgevaar is, maar ze lijken het altijd weer te overleven.
    Nu vind ik het leuk om te zien dat mensen zo gelukkig met elkaar zijn, maar ik kan ook zeggen dat ik dat verlangen zelf niet heb.
    Als ik dit vertel kijken mensen me vol verbijstering aan en krijg ik vaak de vraag of ik dan echt niet bepaalde seksuele verlangens heb. Is er niet een oerinstinct in me dat wacht totdat het bevrijd wordt? Het beest dat eindelijk kan handelen naar haar innerlijke driften!
    Mijn antwoord: nee.

    Vervolgens krijg ik dan ook nog weleens de opmerking dat ik dan echt eens een goede beurt moet krijgen. Wellicht wordt er hier onbewust vergeten dat ik een mens ben en geen auto. Het is namelijk niet zo dat ik nooit iets qua intimiteit heb geprobeerd. Ik ben zelfs opzoek gegaan naar mijn innerlijke seksuele oerinstinct. Dit instinct was alleen in de verste verte nergens te bekennen.
    Ja, mijn lichamelijke reacties werken. Dus het is geen fysiek gebrek. Het is alleen zo dat het me mentaal niet interesseert. Ik krijg er geen adrenaline of endorfine aanmaak van. Het is een handeling die me geen vuurwerk gevoelens geeft.
    Is dit voor mij erg? Nee, in essentie niet. Toch ben ik er wel heel onzeker door geworden. Telkens als ik namelijk iemand leuk vind ontstaat er weer die druk. Een verwachting vanuit de andere persoon waar ik niet aan kan voldoen. Een streling die ik niet als dusdanig beleef, maar vooral gewoon onderga. Het is zelfs tot het punt gekomen dat ik het slechts onderging om de ander een plezier te doen. De verwachtingen leken met de tijd slechts te groeien en ik voelde me steeds meer gespannen. Tot dusdanige mate dat ik de ander ging ontwijken. Dat is niet gezond voor een relatie.

    Omdat de intimiteit die vaak bij een relatie komt kijken me afschrikt, heb ik mezelf als het ware aangeleerd om me ervoor af te sluiten. Het vervelende hiervan is dat ik iemand echt heel erg leuk kan vinden, maar hier vervolgens niets over uit. Die ander heeft immers toch niks aan me.
    Met die laatste zin ben ik het alleen niet eens. Want een relatie betreft voor mij zoveel meer diepgang dan slechts het fysieke. Daarbij geloof ik ook niet dat ik de enige ben die dit ervaart. Er wordt alleen heel weinig over gesproken. Mensen geloven me namelijk vaak niet of ze moeten er zelfs om lachen. In deze wereld waar ‘sex sells’ bijna een basisregel is, is het namelijk vreemd om daar niet in mee te gaan.
    Ben ik dan aseksueel? Misschien, misschien niet. Het kan namelijk zijn dat het nog komt. Dat ik de juiste persoon niet heb ontmoet en dat voor mij het verlangen meer ontstaat vanuit een innerlijke aantrekkingskracht dan vanuit het fysieke. Het kan zijn dat ik meer tijd nodig heb dan de gemiddelde mens. Wat het antwoord ook is, het is allemaal goed. Ik ben gewoon wie ik ben.

    Toch vind ik het belangrijk om hier ook open over te zijn. Het is namelijk iets waardoor ik me vaak een ‘alien’ heb gevoeld. Zeker na de afwijzende of plagerige reacties van mensen.
    Het voelt dan alsof er een stukje menselijkheid bij me ontbreekt waardoor ik ‘gedoemd’ ben om alleen te blijven.

    Ik besef nu gelukkig dat er helemaal niks mis mee is. Uit onderzoek blijkt ook dat bij vrouwen met autisme (ASS) bijna een op de vijf aseksueel is terwijl dit bij de doorsneepopulatie een op de honderd is (Venhuizen, 2017). Dat is nogal een verschil. Een verschil dat mogelijk kan worden uitgelegd door de vele prikkels die bij intimiteit komen kijken.
    Of ik nou aseksueel, panseksueel, biseksueel of wat dan ook ben, maakt in dit verhaal eigenlijk niet zoveel uit. Het gaat erom dat mijn seksueel verlangen niet zo sterk aanwezig is als sommige mensen verwachten en dat dit helemaal niet erg is. Ja, het kan zo zijn dat dit nog gaat komen, maar het kan ook zo zijn dat het wegblijft. Beide mogelijkheden zijn prima en daar hoef ik me niet voor te schamen.
    Als iemand nogmaals tegen me zegt dat ik maar eens een goede beurt moet krijgen, kan ik eerder diegene uitlachen om zijn eigen bekrompenheid. Want een relatie bestaat uit zoveel meer dan fysiek contact en dat is wat ik juist wel heel sterk beleef.

    Het wordt tijd dat ‘seks’ en ‘fysieke intimiteit’ niet meer wordt gezien als de leidraad in een relatie. Niemand hoeft iets te ondergaan om een ander een plezier te doen. Je mag hier eerlijk over zijn en als de ander dat niet aanstaat, is dat het probleem van de ander.

    Als je echt van elkaar houdt, is die liefde genoeg. Voor mij kan geen enkele aanraking dat overtreffen.

    Liefs,

    Rosan

    PS: volg ook Rosan’s Facebook pagina!

    Zinloze adviezen aan je kind

    Er zijn een aantal ouderschapsvalkuilen waar je als ouder onbewust en ongemerkt in kunt trappen. Soms geef je antwoord vanuit je onderbewustzijn, omdat het nu eenmaal al jaren foutief in je brein geprogrammeerd staat. Hieronder een aantal zinloze adviezen, waar kinderen doorgaans niets aan hebben.

    Trek het je niet aan!

    Stel, je kind komt naar je toe omdat het gepest werd op school die dag. Goedbedoeld en vanuit je onderbewustzijn zijn zeg je “Ach, trek het je niet aan.” Iedereen kan zich wel iets er bij voorstellen dat het ronduit verschrikkelijk is om gepest te worden en dat kinderen aardig gevonden willen worden. Met het advies om het je niet aan te trekken bereik je dan ook niets, behalve dat je kind zich niet gehoord zal voelen en je wellicht een volgende keer niets meer zal zeggen.

    Daar moet je boven staan

    Ook zo’n dooddoener. Daar moet je boven staan. Als volwassene is dat vaak al heel moeilijk, maar een kind snapt vaak niet eens wat dat is of hoe dat moet, ergens boven staan.

    Daar hoef je toch niet om te huilen?

    Jawel, want het kind huilt al, dus blijkbaar is het wel nodig. Hiermee geef je je kind het gevoel dat zijn of haar emoties er niet mogen zijn. Praat liever met je kind over andere manieren om om te gaan met datgene wat het moeilijk vindt. Hiermee negeer je zijn gevoelens niet en geef je het niet het gevoel dat het een aansteller is en dat het te gevoelig is.

    Je moet niet zo gevoelig zijn!

    Veel ouders proberen hun kind wat te harden om later in de maatschappij mee te kunnen. Daar is op zich niets mis mee, maar een kind mag natuurlijk wel gewoon gevoelig zijn. Daarbij ben ik er van overtuigd dat iedereen met momenten gevoelig is en dat daar niks mis mee is. Help liever je kind om beter om te leren gaan met kritiek en situaties, in plaats van te zeggen dat het niet zo gevoelig moet zijn.

    Stel je niet zo aan!

    Soms reageren kinderen op een voor ons gevoel overdreven manier op dingen. Maar vaak is daar een reden voor. Als je het kind vaak vertelt dat het zich niet moet aanstellen is dat precies hoe het zichzelf gaat zien, als een aansteller. En twijfelt het nog jaren lang over alles wat het voelt omdat het denkt “misschien ben ik een aansteller”.

    Het is onbeschoft om aan een moeder te vragen hoe ze werk en privé gaat combineren!

    Zodra een vrouw een kind krijgt komt onherroepelijk uit haar omgeving de vraag: hoe combineer je werk en gezin? Of: en hoe veel uren ga je minder werken?

    Dit is waarom dit een onbeschofte vraag is:

    Allereerst: Niemand vraagt het aan mannen. Ik heb nooit iemand aan een kersverse vader horen vragen: “En hoe ga je dat nou doen, de zorg voor de baby combineren met je werk?”

    Het insinueert dat de vrouw automatisch minder moet gaan werken wanneer zij moeder wordt, terwijl de meeste mannen net zo goed minder uren kunnen gaan werken.

    Als je deze lijn doortrekt hoor je er zelfs het vooroordeel in dat een moeder geen goede moeder kan zijn als ze niet minder gaat werken.

    Vaders zijn net zo verantwoordelijk voor (en in staat tot) het opvoeden van hun kinderen en alles wat daarbij komt kijken als moeders.

    Ten slotte: Niemand heeft er wat mee te maken hoe je als moeder je werk combineert met je gezin. Voor iedere moeder en vader is dit anders, iedere individu heeft zijn eigen behoeftes. Daarbij zijn ouders prima in staat te beoordelen bij welke vorm van opvang hun kind goed gedijt.

    Ik wilde geen veertiger worden, maar het bevalt me toch erg goed! – door Kim

    Twee jaar geleden werd ik veertig. Een dag die ik niet wilde vieren. Mijn jeugd was voorbij, nu hoorde ik bij de ouderen.

    Nu, twee jaar later, zie ik in dat ik het zo ontzettend mis had. Veertiger is leuk! Ik voel me niet oud en merk dat ik de twintigers en dertigers nog erg goed bijhoud in hun doen en laten. Op mijn werk hebben we de leukste gesprekken met elkaar en lachen ze om mijn grapjes…ja, ik ben nog jong!
    Ik ga graag op stap en rol als laatste het café uit, kan er geen genoeg van krijgen.

    Maar de vijftigers en ouder nemen me nu ook serieus. Ik ben niet meer die snotneus die pas komt kijken. Ik heb ook al mijn portie levenservaring. Ze waarderen mijn mening en nemen me in vertrouwen over de dingen die voor hun belangrijk zijn. Ja, ik ben volwassen!

    Als moeder van twee kinderen met ieder hun eigen rugzakje, doe ik alles voor ze en maak me sterk voor mijn kuikens. Zo volwassen!
    Maar als ik dan van de kinderen hoor dat hun vrienden me zo “chill” vinden en ze met me moeten lachen, voel ik me weer best cool.

    Qua gevoel is het ook anders. Ik maak me niet meer druk om kleine dingen. Doordat ik al grote zorgen heb ervaren kan ik beter relativeren. Ik heb nog steeds puistjes, denk dan toch de jeugd die er nog inzit. Maar de rimpels liggen ook al op de loer. Waar dit vroeger redenen waren om onzeker te worden, boeit het me nu niet meer. Er zijn ergere dingen in het leven.

    Het maakt mij tot wie ik ben. Ik zorg goed voor mezelf.

    Ik heb nog nooit zoveel gesport als nu. Heb na jaren, met behulp van therapie, eindelijk de balans gevonden tussen genieten en goed voor mezelf zorgen. Zit lekker in mijn vel. Ik ben zoals ik ben..en ik ben goed. Waar ik me vroeger nog kon druk maken of anderen me ook wel leuk vonden, maakt me dat nu niets meer uit. Vroeger moest iedereen me aardig vinden. Nu denk ik, vind je me niet aardig? Jammer dan, een gemis voor jou, want ik ben het wel.

    Het is mooi meegenomen als mensen me leuk vinden, maar zolang ikzelf en de mensen van wie ik houd me maar waarderen, dan vind ik het prima.
    Ik zorg, heb lief, geniet, maak fouten, los ze op, en probeer er voor iedereen te zijn. Ja..ik mag er zijn..

    Dat 40+ zijn is zo gek nog niet..
    Ik vier het alsnog ..iedere dag opnieuw!

    Liefs,

    Kim

    Volg Kim op Facebook via haar pagina Hoe dann!

    Vakantiemodus: op vliegvakantie met een kind van anderhalf.. door Mama-Ri

    Door Chrisje VIP Blogger Mama-Ri

    Ik zal deze blog beginnen met verontschuldigingen naar mijn lieve, trouwe volgers, naar mijn alter ego Mama-Ri, naar iedereen die mijn ‘sorry’ ontvangen wil. Ik ben echt heel lui geweest: Ik heb gewoon bijna drie weken geen fatsoenlijke blog geschreven, terwijl mijn streven was om iedere week bij te blijven. Mijn laatste blog Campinglife was de aftrap van onze zomervakantie en ik ben me er bewust van dat ik het woord vakantie daarna wel erg serieus heb genomen. Daarom wil ik het bij deze proberen goed te maken met een extra lange blog over onze vakantietafrelen.

    Komt ‘ie dan hè!

    Zeker vanaf begin juli kropen de dagen voorbij terwijl wij aan het aftellen waren naar ons avontuur. Hoe oud je ook bent, het aftellen naar je vakantie blijft best leuk. Leuk en een ietsiepietsie beetje stressvol tegelijk, zoals jullie hebben kunnen lezen in mijn eerdere blog: Inpakstress. Af en toe sturen we in de groepsapp aftel-berichtjes, hele flauwe, met het aantal dagen, uren, minuten tot ons vertrek. In diezelfde app houden we elkaar op de hoogte over de laatste recensies en ik wijs mijn medereizigers vooral heel graag op de nieuwste filmpjes van het enorme buffet aldaar. Als je ons ziet, zou je het waarschijnlijk niet zeggen, maar wij zijn gék op eten. Dus wat mag er niet ontbreken aan een goede vakantie? Juist:

    FOOD
    Eerder schreef ik dus over de voorbereidingen van onze eerste, echte vakantie met onze dochter van anderhalf. Voor de oplettende lezer: 1 jaar en 7 maanden, oftewel (ik voel een allergie opkomen) 19 maanden. Ja, helder, je weet wel, gewoon een jong kind met een enorme eigen wil. Een jong kind waarvan ik dacht, of stiekem hoopte, dat ze heerlijk zou gaan slapen onderweg naar onze bestemming. Want wat hadden wij twee top vluchttijden joh! ’s Ochtends om half 6 heen en ’s avonds om half 10 pas weer terug. Hierdoor konden we optimaal gebruik maken van onze vakantiedagen. Ideaal en optimaal.

    Maar niets is wat het lijkt met een kind van anderhalf…

    Op de vertrekdag ben ik zenuwachtig as hell, vraag me niet waarom, ik heb namelijk alles al weken prima onder controle. In mijn hoofd kan ik relativeren wat ik wil, maar die spanning in mijn lijf blijft zitten waar die zit. (Gevalletje: accepteer het nou maar, anders heb je er alleen maar meer last van.) Zo rommelen we de laatste dag wat aan en doen we een poging om, vrijwel tegelijk met ons meisje, naar bed te gaan om in ieder geval een paar uurtjes slaap te pakken. Half 8 naar bed, je raadt het niet, we doen natuurlijk geen oog dicht. Dus besluiten we na een heleboel gemopper en gedraai, een half uur eerder dan nodig, uit bed te gaan. Lars brengt de koffers naar mijn vader (ideaal, de goede man woont een straat verderop) en ik pak de laatste dingen voor in de handbagage. Wanneer ik uiteindelijk ons meisje uit bed haal, begroet ze me alsof het de normaalste zaak van de wereld is om om 1 uur ’s nachts uit bed gehaald te worden. Zo rustig mogelijk zeggen we beneden ons gevleugelde meisje gedag (niet dat zij teruggroet als ze ligt te slapen, maar oké) en zo vertrekken we richting mijn vader.

    Ook opa en ome ‘Coco’ hebben een ietwat afwijkende nachtrust gehad, ze staan nog net niet achter de voordeur op ons te wachten en duiken vrijwel direct de kinderwagen in. En ja hoor, midden in de nacht, maar onze kleine reiziger staat de komende nacht dus gewoon AAN.
    Helemaal super, of toch niet.
    De taxi staat vrij snel voor de deur, dat is op zich helemaal super. Hij heeft alleen niet de aangevraagde kinderstoel bij zich, maar goed, ik laat me niet kennen en neem haar ‘wel even’ op schoot. Als het straks drieënhalf uur moet, dan lukt dit ritje van een kwartier ook wel. Nou niet echt, maar we komen aan op de luchthaven en staan er verder maar niet te lang bij stil. We lopen zo snel mogelijk naar ‘Tate’ (tante) en Ome ‘Toto’ met onze koffers op zo’n vliegveldkar, zo’n klereding dat alleen rijdt als je de dubbele handgreep inknijpt, waar je echt enorme (sterke) handen voor nodig hebt. Mooi geregeld, deze mama zorgt voor haar kleine meisje en iemand anders regelt die rotte kofferkar maar. We checken de koffers in, deze blijven lekker op de weegschaal staan, er is een storing. Achter ons vormt een enorme rij, maar ons geeft het niks, onze koffers zijn gewogen dus wij mogen doorlopen. Door proberen te lopen want onze tickets werken niet. Blijft raar als je bij de verkeerde gate probeert in te checken. Onze vakantie begint al weer erg typisch, al zeg ik het zelf.

    Het went hoor, echt.
    Na de douane eten we een veel te dure burger, we drinken een veel te dure kop koffie om de nacht te overleven en vertrekken richting het vliegtuig. De kleine dame is inmiddels echt niet meer van plan in de kinderwagen te blijven zitten en vliegt als een soort pingpongbal door de enorme hallen van de luchthaven. Ze trekt dan ook redelijk wat bekijks: ze kruipt onder de meest onmogelijke hekjes door, breekt bijna haar hele lichaam terwijl die lieve vrouwenstem nog roept: ‘Mind your step’ en ze kust wildvreemde kinderen die ook geen oog dicht hebben gedaan vannacht. Gelukkig kunnen mensen wel lachen om haar en haar ongeremde gedrag en zo zorgt ze voor wat vertier voor menig wachtende reiziger. Om half 6 zitten we dan eindelijk in het vliegtuig, ze is nog altijd spring- en springlevend en ik begin toch wel lichtelijk te vrezen voor de komende drieënhalf uur. Tijdens die paar uur wachten op de luchthaven, spoken er normaal allerlei onnozele vragen door mijn hoofd, maar deze was mij nog niet bekend:
    ‘Hoelang zal ze dit nog volhouden?’

    Het antwoord komt vrij snel: ongeveer een uur. Na een spelletje, een filmpje, een knuffel en een schone luier, komt daar de verlossing: een lekkere, volle fles en haar ogen vallen dicht. Zo zit ik dus nog zeker 2 uur, met mijn ruggengraat in een S-vorm, op mijn arm een kind van een kilo of 12, tussen mijn voeten een ontplofte luiertas met alle crisisbenodigdheden voor een vierling en het enige dat ik kan doen, is met mijn andere arm het raampje naast mij open en dicht doen of iets proberen te pakken wat binnen handbereik ligt. Alles voor de nachtrust van mijn meisje. Grapje, voor de nachtrust van het hele vliegtuig.

    Spoiler!! Nou niet meteen doorscrollen, maar dit loopt op de terugweg nét iets anders.
    De landing wordt ingezet.
    Met dubbele gevoelens hoor ik een mannenstem vertellen dat de landing wordt ingezet. Ook vertelt hij wat de temperatuur en tijd op onze bestemming is en we worden vriendelijk, doch dringend, verzocht onze gordels om te doen. Dus ook die kindergordel… Terwijl ik eigenlijk heel blij ben dat ze nog even slaapt, wurmen Lars en ik haar samen, op zeer subtiele wijze in haar eigen gordeltje, terwijl ik een poging doe mijn gordel vast te klikken met een kind languit op schoot. Ze gaf tijdens het opstijgen geen kick, toch vind ik de daling ook best spannend, maar waarom?! Als we bijna op de grond staan, doet mevrouw haar ogen een keer open, de motoren beginnen te remmen en haar reactie is enkel: ‘Waaaauuuw’.

    Hallo Turkije!
    Held die hij is, heeft mijn vader een hotel uitgezocht dat heel dichtbij de luchthaven ligt. Ik zal het nog sterker vertellen, we stappen niet in zo’n touringcar, maar in een 6 persoonsbusje met geblindeerde ramen en leren bekleding waarin we direct gratis flesjes water aangeboden krijgen. Wederom geen kinderstoel, daar doen ze in Turkije niet aan. Dus, hoppa, met de kleine druktemaker in het midden vertrekken we nu écht naar ons hotel. Als niet een van ons zijn koffer had laten staan, maar deze is gelukkig snel terecht.
    In het hotel aangekomen, leuk zo’n nachtvlucht, zijn de kamers nog niet klaar. Dus als schrale troost, duiken we direct het restaurant in voor ons ontbijt. Hierop volgt een rare dag, zonder ritme. Volgens mij doen we allemaal mee aan het middagslaapje van de kleinste, testen we even de watertemperatuur in één van de zwembaden, eten we wat, bestellen we een paar Mojito’s en belanden vrij op tijd in bed, omdat iedereen kapot is.

    (Een klein pijnlijk festivalmama-momentje: We maken nog een paar foto’s met de Dominator-vlag die ik gewonnen heb en sturen deze naar de organisatie. De meest uiteenlopende emoties maken ruzie in mijn festivalmama-hoofd. Eigenlijk kon ik hem namelijk laten signeren door mijn favoriete DJ (Korsakoff) op mijn favoriete festival, maar de dag dat Dominator is, zat ik dus al in Turkije. Goed… Het doet zeer, maar ik waag later zeker nog een poging….)

    De volgende dag zorgen we dat we op tijd bij de reisleidster zijn, we luisteren naar haar verhaal over veel te dure excursies, vinden haar eigenlijk allemaal maar een opdringerig mens, we maken een vervolgafspraak voor die avond en vergeten die afspraak allemaal. Echt, per ongeluk…
    En de daarop volgende dagen:
    Nou moet ik bekennen dat de komende dagen veel op elkaar lijken. We doen een poging gezamenlijk te ontbijten, mijn favoriete maaltijd, ook al moet ik alleen. Iedere dag vers gebakken omeletten met wat je er maar op wilt, croissantjes, broodjes, tosti’s, worst, fruit, je kunt het zo gek niet bedenken, en ons meisje hapt overal wat mee. Niet echt overbodig met een gemiddelde temperatuur van 35 graden: we gaan zwemmen, glijden, bommetjes maken en ons meisje doet overal aan mee. Als het aan haar ligt, raast ze de hele dag door, maar we lassen verplicht een middagdutje in en doen daar zelf ook heerlijk aan mee. Het dinerbuffet gaat om 7 uur pas open, normaal gaat ze dan al naar bed, maar ze prikt gewoon weer een vorkje mee. ’s Avonds naar de kinderdisco, de shows in het amfitheater of shoppen in de stad en ons meisje gaat met ons mee. Soms verandert ons plan door haar krijsconcert, soms valt ze in slaap in de wagen, wij bewegen gewoon met haar mee.
    Verder gaan we jetskiën, parasailen (uiteraard zonder kind), naar een markt in een stad verder op, we zoeken een telefoonwinkel omdat een van ons zijn waterdichte telefoon heeft weten te verdrinken, we kopen kleding, cadeautjes en souvenirs, oftewel we doen wat een toerist doet. Met of zonder kind. En dan nu een gênante bijkomstigheid met kind: we verontschuldigen onszelf 2 (!!!!) keer, tegenover alle ouders bij het kinderbad, omdat door onze dochter het bad moet worden gereinigd. Eigenlijk wil ik hier nooit meer aan terug denken en ik ga dan ook niet in detail uitleggen waar ik op doel, één ding weet ik wel: ik koop nooit meer zwemluiers bij die ene drogisterij….
    Na ruim een week, breekt de laatste dag aan.

    De dag waarop alle ouders nog altijd even aardig doen, maar ik mijzelf en mijn dochter eigenlijk niet meer durf te laten zien bij het kinderbad. Ze zeggen het allemaal en ik weet het ook heus wel, dit kan iedereen overkomen, maar ik schaam me de ogen uit mijn kop…
    De laatste uurtjes…
    De laatste uurtjes brengen we door in de lobby. We hebben, godzijdank, een kamer weten te behouden tot 3 uur, waardoor onze draak wel een middagslaapje heeft kunnen doen. De rit naar de luchthaven duurt langer dan de heenweg, deze keer mogen we wel mee met zo’n fantastische touringbus en zijn we zeker niet een van de laatste hotels waar hij mensen moet ophalen.
    En dan komt het leukste deel van de vakantie…

    Daar sta je dan, op een luchthaven die nog veel kan leren van die van ons. De rijen mensen lachen ons al toe, terwijl we de bus nog niet uit zijn. Eerst door een metaaldetector en fouillering. Echt niet dat ze je even helpen met je rondrennende dochter, dan wel met je kinderwagen op die band leggen. En een vraag beantwoorden? Ho maar! Ik kan het hem eigenlijk niet eens kwalijk nemen, hij wordt natuurlijk continu aangestaard door die enorme mensenmassa achter me. Dacht ik dat overleefd te hebben, kunnen we de koffers nog niet inchecken. Ik maak voor de kleine een flesje en loop wat heen en weer in die overvolle hal met mensen. Wát een prikkels, voor mij al, laat staan voor zo’n kleintje. Met een XL hydrofiel probeer ik haar hiervan af te schermen, maar wat is er nou leuker dan die doek van de wagen af te trekken. Poging 1 is mislukt en maar goed ook, want na de koffers en de douane volgt er spontaan nog een metaaldetector en fouillering. Dus… Zij weer uit de kinderwagen, deze keer hebben we geleerd van de vorige controle dus mijn lieftallige familieleden zorgen voor onze handbagage en de kinderwagen. Ik loop met mijn dochter door de metaaldetector die nu opeens wel af gaat.

    Deze mevrouw is net zo aardig als de meneer bij de vorige controle en roept: ‘Baby’, terwijl ze mijn dochter uit mijn handen grist en gebaart dat ik nog een keer door de detector moet. Dit keer gaat hij niet af, mijn zusje zorgt dat de wagen klaar staat, we worden nog even vluchtig gefouilleerd en dan zou je toch wel zeggen dat je de controles gehad hebt. Tot we bij de gate in de zoveelste rij gaan staan, waar serieus mensen hun hele tassen worden leeggehaald en gecontroleerd worden op drugs of explosieven, ik heb eigenlijk geen idee. In ieder geval, ook al heb ik niks te vrezen, hier word ik toch vrij moedeloos van. Mijn gebeden worden gehoord, uh nee daar doe ik niet aan, maar gelukkig mogen wij zo doorlopen de bus in.
    Inmiddels is het bijna half 10 en nog steeds slaapt het meisje niet.
    Weer begin ik me zorgen te maken, dit kan twee kanten op en helaas, deze ronde valt het kwartje de verkeerde kant op. Na tien spelletjes, tien filmpjes, tien knuffels en een schone luier, komt daar de zoveelste fles, maar haar ogen vallen niet dicht.

    Zo tobben we nog een uur aan en wordt de kleine dame steeds meer onhandelbaar. Gelukkig is hij daar, mijn steun en toeverlaat, de papa die het nu over een andere boeg gaat gooien. De boeg waar ik nooit voor had gekozen, maar die wel resultaat heeft. Hij presteert het om haar in slaap te krijgen door haar een minuut of 10 in een houdgreep te houden, en je begrijpt het wel, daarop volgt gekrijs. Ik maak geen grapje, ik bedoel ook écht gekrijs. Waar ik ieder moment in huilen uit kan barsten, omdat mijn moederhart breekt, heb ik gelukkig aan mijn andere zijde, mijn zusje die mij probeert te kalmeren. En halleluja het is hem gelukt! Deze vlucht is het papa die dus nog zeker 2 uur, met zijn ruggengraat in een S-vorm mag blijven zitten, met op zijn arm een kind van een kilo of 12 en tussen zijn voeten een ontplofte luiertas. Zoals ik al zei: Alles voor de nachtrust van mijn meisje en die van het hele vliegtuig.
    Hoe ongelofelijk ook, voor ik het weet, zit ik gewoon weer op mijn eigen vertrouwde bank, achter mijn eigen vertrouwde laptop, met op de achtergrond het keiharde gekletter van een typisch Nederlands zomerverschijnsel: regen!

    Ja hoor, wat mij betreft kan het volgende feest beginnen:
    We gaan aftellen naar kerst!

    Liefs

    Mama-Ri

    Wil je meer lezen van Mama-Ri? Dat kan!

    http://www.Mama-Ri.blog
    Facebook: Mama-Ri