Lieve Kruidvat,

Willen jullie alsjeblieft eens een andere stem gebruiken voor jullie reclames? Het is al vervelend genoeg dat we voor die kortingen als een soort Tom Cruise in Mission Impossible tussen jullie karren heen moeten manoeuvreren om bij die rekken met afgeprijsde producten te komen.

Maar die stem hè, in jullie reclames. Die is zo irritant. Het zal vast een geweldige vrouw zijn, maar de manier waarop ze Nederland aanspreekt, is alsof ze het tegen een stelletje infantiele randdebielen heeft.

Natuurlijk, ik ben me ook bewust van het feit dat reclames herkenbaar moeten zijn en dat het werkt, zelfs als mensen zich er aan ergeren (“Aahh, wat was dat? Was dat het luchtalarm?” “Nee, maak ramen en deuren maar weer open, dat was die vrouw van Kruidvat lieverd.”), maar voor een bedrijf dat als slogan “Steeds VERRASSEND, altijd voordelig” mogen jullie het winkelend publiek wel eens een plezier doen door ons te verrassen met een iets minder erge schreeuwerd in jullie reclames.

Liefs,
Half Nederland.

Advertenties

Vrouwen shoppen meestal graag. En veel. Zeker als er sale is, want dan kun je het procentueel voor jezelf vergoelijken, financieel gezien, ookal heb je zojuist toch een half maandloon verbrast.

Er zijn echter nogal wat valkuilen te noemen waarmee je rekening moet houden als je gaat shoppen, om het gemak te maximaliseren.

1) Blijf weg bij winkels met hard TL licht in de pashokjes.
Op de mannequin kan het heel mooi lijken; in zo’n pashokje met het sfeerlicht van een bouwlamp ziet niets er flatteus uit.

2) Let op gordijn hokjes
Oh, wat zijn ze irritant: hokjes met gordijn. Want dat gordijn is meestal net vijf centimeter te kort in de breedte. Sta je je om te kleden, zie je door die spleet hoe een wachtende echtgenoot steelse blikken je hokje in werpt 👀, terwijl jij je hemelse dijen in een iets te smalle jeans probeert te hijsen (lees: met kleine hupjes en dan heel hard omhoog trekken). Not fun.

3) Vermijd opdringerige verkoopsters
Sta je net een BH te passen, staat ze opeens naast je…. 😨 De overijverige verkoopster die nog nooit van privacy heeft gehoord, laat staan van op een deur kloppen. Terwijl ze behendig de riempjes van je beha verstelt, sta jij versteld. No-no.

4) Het te goedkoop om waar te zijn effect
Pas op hiervoor. Twee voor de prijs van een: het klinkt zo mooi…. 💕 Zo mooi zelfs, dat het soms meteen de neiging opwekt om acuut tot aankoop over te gaan. Maar twee lelijk passende truitjes voor de prijs van één is dan wel maar één keer zonde, maar daardoor niet minder zonde.

5) De impuls aankoop!!!!
Dit is de meest venijnige: de impuls aankoop. Ben je netjes binnen je budget gebleven, word je onderweg naar de kassa praktisch geforceerd om die leuke armbanden te kopen die in de vijf euro bak naast de kassa staan. En ja, het is moeilijk te weerstaan, zeker als er een rij staat, en je verder niets te doen hebt behalve wachten.😩
Zo heb ik in mijn leven al driehonderd waszakjes gekocht voor delicate was die ik niet heb (niet meer: die delicate was sneuvelt meestal, omdat ik de waszakjes altijd kwijt raak en mijn delicate was dus altijd kraal-loos de wasmachine uit komt), een heel peleton aan armbanden en hebbedingetjes die ik niet nodig heb, en een keer zelfs een zonnebril die al in tweeën brak voordat ik de winkel uit liep.

6. De schrijf-je-in-voor-onze-wekelijkse-spam verkoop truc
Soooo annoying! Sta je aan de kassa af te rekenen, vragen ze naar je postcode en huisnummer. Of naar je emailadres. Nog net niet naar je pincode in ieder geval. Voordat je het weet geef je antwoord, uit beleefdheid of automatisme. En voordat je het weet ontvang je dagelijkse “shop nu online met korting!” mails, die weer leiden naar een website waar je onnodig dingen gaat kopen omdat je jezelf zo zielig vindt, deze drie dagen van de maand bijvoorbeeld. Niet doe-hoen! Just say no. 😮

Dat gezegd hebbende, is shoppen geweldig op slanke dagen. En met deze tips ga jij vast veel beter voorbereid de wereld die mode heet induiken. Winkel ze! 🙂

Soms moet je in het leven goed nadenken, voordat je een belofte maakt. Zo lijkt Jumbo het niet zo goed te doen met hun vierde in de rij = gratis boodschappen belofte.

Het schijnt toch een dingetje te zijn, dat vierde in de rij zijn bij de Jumbo.
Als er nou één of twee klagers waren, zou ik nog denken dat het wel mee valt. Of als het alleen mensen waren die gebukt achter de diepgevroren kroketten wachten tot ze kunnen toeslaan als vierde… maar nee. Steeds vaker kom ik hele waslijsten tegen aan reacties van mensen die vierde in de rij zijn, terwijl een andere kassa nog beschikbaar is, waarbij men dan toch niet de boodschappen gratis krijgt.

Sterker nog; mensen lijken te worden afgepoeierd met een bosje bloemen van drie euro, een snauw van de bedrijfsleider of een plotseling wel opvallend snel scannende kassa medewerker die zegt “Nee hoor, u bent nu derde in de rij!”

Het wordt nog sterker. Sommige Jumbo filialen lijken te lijden aan een zeer zeldzaam kassa virus, waarbij de laatste kassa die nog vrij lijkt te zijn plotseling vreselijk defect is, of niet, maar in elk geval staat er dan opeens een bordje “Deze kassa is defect.” Slimme oplossing om mensen te bedonderen, of een zeer zwak kassa systeem, zou je zo denken. Bij ons in de plaatselijke Plus is in de acht jaar dat ik er mijn boodschappen haal overigens nog nooit een kassa defect geweest, maar goed. Daar krijg je dan ook niks gratis, al ben je de zevenendertigste in de rij. Misschien verklaart dat iets.

Enfin. Ik stel voor dat er een gedegen onderzoek komt naar de kassa praktijken van de Jumbo. Verborgen camera stunts wellicht, Alberto Stegeman bijvoorbeeld, of we sturen er Willibrord Frequin naar toe die dan heel irritant “Vind je dat nou nog normaal man, hè? Hè? Hè?” gaat zeggen tegen de Jumbo.

Of we sturen Peter R. De Vries er naar toe, want als het werkelijk waar is dat zo veel onschuldige klanten per jaar geen gratis boodschappen krijgen, dan kunnen we “Hallo!” natuurlijk beter vervangen voor “Toedeledokie Jumbo!”.
Voor de medewerkers van de Jumbo lijkt me dit fenomeen overigens ook bepaald geen pretje. Misschien is het een goed idee om hier ervaringen te verzamelen, gewoon, alvast als bewijslast. Want belofte maakt nou eenmaal schuld. Toch? Ik stel voor dat we allemaal gaan proberen vierde in de rij te zijn, met camera op zak, of filmen als het defect bordje wordt weg gepakt zodra de vierde in de rij de winkel verlaten heeft.

Ik voel hier een groots schandaal aankomen. Ik krijg het er spontaan een week lang heel erg warm van. Of misschien ben ik gewoon door de hitte bevangen en is er helemaal geen complot. Wie weet.

Ik begrijp echt heel goed, waarom het gros van de mannen niet van winkelen houdt. Ik houd er zelf ook niet van, althans, niet van de manier waarop de meeste vrouwen die ik ken winkelen. (sorry, meeste vrouwen die ik ken)
Als ik ga winkelen, doe ik dat zoals de meeste mannen dat doen: ik loop een winkel binnen, kijk door de rekken (twee minuten in plaats van twee uur) en als ik iets zie dat me bevalt, pas ik het. Staat het niet, dan loop ik niet nog drie rondjes door de winkel, maar ga ik naar de volgende. Of beter nog: naar een bruin café. Of een terras. Ik twijfel ook geen uur of ik iets wel of niet moet kopen: als het goed zit, zit het goed. Zo niet, dan niet. Bij twijfel doe ik het niet. Want laten we eerlijk zijn: als je in de winkel al zo twijfelt, wordt dat thuis echt niet minder.

Slimme winkels hebben in de loop der jaren handig ingespeeld op de verveling die optreedt bij mannen tijdens het wachten: ze plaatsen bankjes en koffie corners in hun winkels om het wacht leed te verzachten. Dat scheelt een hoop ongeduld en bovendien gemiddeld twintig voor de deur wachtende mannen per dag. Toch zie je ze nog wel eens staan, buiten de winkel deur, meestal met een paar tassen in hun handen, want “als je toch buiten wacht dan houd dit maar even vast”. Arme kerels.

Ik ben wel eens vaker naast ze gaan staan, als ik met een vrouw aan het winkelen was die er langer over deed dan ik mentaal aan kon. Verbaasd werd ik dan terloops bekeken, vanuit hun ooghoeken. Ik kan er niets aan doen: ik heb na een tijdje gewoon niets meer te zoeken in zo’n winkel. Met de seconde groeit dan mijn verlangen stilte en frisse lucht. Veel vrouwen praten namelijk ook oeverloos over of dit wel past bij dat, of dit nog ingenomen of verkort kan worden, en het aller ergste: of dit misschien even achter de toonbank bewaard kan worden bij wijze van reservering, totdat ze zeker weet dat die broek die er bij leek te passen in die winkel aan de andere kant van de stad, er nog is.

Nee, dan sta ik liever buiten, op straat, tussen mijn lotgenoten, de zwijgende mannen. Ze begrijpen misschien niet waarom ik daar naast ze sta, maar dat is het fijne aan mannen: het interesseert ze ook niet echt. Zo lang ik maar mijn mond houd, word ik stilzwijgend geaccepteerd.

Veel mensen denken, dat communicatie vooral gaat om wat je zegt. Dat is absoluut niet waar. Het gaat vooral om wat je niet zegt. Je weet nooit precies hoe veel macht je bezit, totdat je de macht van de lichaamstaal beheerst.

bron foto: wildsmilesbydrkapus.blogspot.com
bron foto: wildsmilesbydrkapus.blogspot.com

Een voorbeeld. Ik sta in de winkel. In de rij voor de kassa, welteverstaan. Het meisje achter de kassa heeft licht rood gekleurde blosjes op haar wangen. Ik zie haar blik nerveus van links naar rechts schieten. We staan al best een tijdje in de rij, want de klant die aan de beurt is, heeft twee gewone broden gekocht. Nu is daar niets mis mee, maar zij dacht dat die in de aanbieding waren. En dat waren ze niet; dat waren alleen de vloerbroden. “De aanbieding geldt alleen voor de vloerbroden.” mompelt het meisje voorzichtig. “Dat was niet echt duidelijk aangegeven.” zegt de klant, zichtbaar niet op haar gemak. Er wordt wat gemompeld in het microfoontje van het oortje van de caissiere, zo’n apparaatje dat vroeger alleen uitsmijters in discotheken hadden, en er wordt druk heen en weer gemompeld.

“Geeft niks, ik haal de goede wel even.” zegt de klant. Het meisje kijkt maar zegt niets. Ze is nog niet zo goed in problemen oplossen, vermoed ik. Maar daar heeft ze de leeftijd ook nog niet voor. De klant baant zich een weg door de kassa’s, terug de winkel in. Ondertussen worden de klanten die voor mij staan plotseling steeds onrustiger. Je ziet het gebeuren: wiebelen van het ene been op het andere, zuchten, verontwaardigd om zich heen kijken. Wat dan gebeurt, is belangrijk. Het kan het verschil maken tussen een rustige zondagmiddag in de supermarkt, en een uit de hand gelopen discussie die verhit eindigt met als slot act waarschijnlijk biggelende caissière tranen. De wachtende klanten in de rij beginnen elkaar aan te kijken. Ze zeggen (nog) niets, maar hun blikken doen het werk. “Godsamme.” zie je ze tegen elkaar kijken. Ik word als derde in de rij ook gretig aangekeken. Men wacht op antwoord. Op mijn rollende ogen, of mijn zucht, of mijn geïrriteerde blik. Ik besluit mijn tanden bloot te lachen en eens mijn schouders op te  halen. Heel subtiel, zo van “Ach, het is zondag.” De – zojuist nog zo geïrriteerde – klant die mij mijn schouders ziet ophalen knippert even met zijn ogen, maar lacht dan terug en haalt ook zijn schouders op. “Ach ja, het is toch lekker weekend hè.” zegt hij. Ik knik. De caissiere glimlacht opgelucht, ja, zelfs bijna van blijdschap. De klant komt terug met haar vloerbroden, rekent af, en iedereen is blij.

En dat alleen maar door mijn tanden en schouders.