Tagarchief: werken

Waarom blijft kritiek altijd langer hangen dan een compliment?

Tegenwoordig puilt social media uit van #zelfontwikkeling, #zelfontplooiing, #kracht en #groei. Maar toch: Het compliment dat je gisteren kreeg heb je weggewuifd (“Ahh joh, dat was heel simpel!”) en ben je misschien al weer vergeten. Maar de kritiek die je drie jaar geleden kreeg op je werk, lijk je maar niet te kunnen vergeten. Hoe kan dat?

Kort samengevat zijn we biologisch geprogrammeerd om aardig gevonden te willen worden. Want als je aardig gevonden wordt, is je overlevingskans van oudsher groter. Als je kritiek krijgt, voel je je automatisch aangevallen. Je hersens maken het stresshormoon cortisol aan op het moment dat je kritiek ontvangt: misschien word je wel uitgestoten! Door de stress die vrijkomt met het stresshormoon schiet je in de verdediging. Begrijpelijk en menselijk, maar: leer je dan wel iets van de feedback die je krijgt?

We kennen allemaal wel mensen die hun hele leven lang dezelfde kritiek of feedback krijgen en er nooit iets mee doen.

Het ligt aan anderen, het kwam door de omstandigheden. Alles zit hem of haar gewoon áltijd tegen. Toch? Soms is het voor buitenstaanders duidelijk zichtbaar dat iemand een gedragsprobleem heeft. Maar omdat diegene zich zo in het nauw gedreven voelt bij het ontvangen van kritiek houdt hij vakkundig alle opmerkingen op afstand: Dit is natuurlijk niet waar! Het ligt aan alle anderen!

Wat zo moeilijk is aan het ontvangen van kritiek, is dat het je vaak dieper raakt dan je denkt.

Het raakt je onzekerheden. Het raakt kanten van je karakter waar je misschien zelf al niet zo blij mee bent. Het kan oude wonden openrijten. Misschien reageer je wel extreem fel op een goedbedoelde, opbouwende opmerking over je gedrag van een collega omdat je ouders je jarenlang hebben doorgezaagd over dit specifieke karaktertrekje. En misschien kijk je wel heel erg op tegen de persoon die jou kritiek geeft, waardoor deze nog harder aankomt.

Hoe moeilijk het ook is om kritiek te krijgen. toch is het goed om je reactie onder de loep te nemen.

Soms heeft dat gewoon even wat tijd nodig en moet je die eerste – verdedigende! – neiging die je door de biologie ingegeven voelt, de kop indrukken. Als de emoties wat gezakt zijn en de stress is wat weggeëbd, kun je vaak waardevolle lessen leren van feedback. Misschien lijkt het makkelijker om te zeggen “Ach, zo ben ik nu eenmaal!” en iedere paar jaar nieuwe vrienden te moeten maken of ander werk te zoeken omdat je merkt dat mensen het uiteindelijk maar opgeven. Echter: pas wanneer je leert feedback te omarmen en om te zetten in een les, verdiep je je vriendschappen en (werk-)relaties. Want laten we wel wezen: diep van binnen voel je meestal haarfijn aan of kritiek terecht is of niet. De vraag is alleen: wat wil jij er mee doen?

Lees ook (met een korreltje zout!): Waarom mannen niet begrijpen

Wie heeft er op mijn kop gepoept?

Wie heeft er op mijn kop gepoept
Bron foto: http://www.bol.com

Misschien ken je het boekje wel. Wie heeft er op mijn kop gepoept? gaat over een bijziend molletje met een bril, die plots een keutel op zijn kop aantreft. Wraaklustig gaat hij op zoek naar de dader.
Soms moet je gewoon “schijt” aan dingen hebben, zeggen ze. Maar ik hoor eerder bij de groep mensen die niet zo gauw ergens schijt aan heeft. Ik hoor bij die groep mensen, die alles braaf volgens het boekje doet. Die groep mensen, die als hun garage afbrandt, ook echt alleen een oude fiets en een driewieler opgeven aan de verzekering. De mensen die het vaakst slachtoffers zijn van uitwerpselen van mensen die “schijt” aan de maatschappij hebben, zijn doorgaans brave burgers. Ze houden zich aan alle regeltjes. Ze houden rekening met anderen. Parkeren in één parkeervak, in plaats van schuin in twee. Snijden niemand bewust af met de auto. Drinken niet als ze nog moeten rijden. Stelen niets. Zetten niks in de fik. Zijn niet agressief. Die arme, brave mensen krijgen helaas wel het vaakst een keutel van een ander op hun hoofd.

De brave burgers denken dan: “Dát had ik moeten zeggen!”, drie uur nadat ze grof benaderd worden. Ze laten een oude dame brutaal voorkruipen in de rij, omdat ze op leeftijd is. Ze zeggen “U” in plaats van “Verrekte Idioot”, “Bedankt” in plaats van “Dat zou je netjes staan”, “Alstublieft” in plaats van niks en zeggen “Tot ziens” tegen de caissière, in plaats van iets in hun telefoon aan de kassa. Brave burgers gaan werken. En als ze geen werk hebben, solliciteren ze. Met echte brieven, een heus curriculum, met een echte motivatie in plaats van “Ja dit leek me wel vet om te proberen.” Ze melken hun uitkering niet onnodig uit, winnen meestal niets in de loterij en hebben niet de halve wereld.
Nu lijkt het misschien, alsof de groep brave burgers in dit land er bekaaid af komen. Ze trekken immers meestal aan het kortste eind, zou u zo denken. Misschien is dat ook wel zo. Maar wat deze mensen wel hebben, is in geld niet uit te drukken. Ze hebben normen, waarden en een schoon geweten. Een bescheten hoofd weliswaar, maar wel een schoon geweten. En dat blijft toch beter dan een vies geweten en een schoon hoofd. Zeker met bepaalde dingen, zoals jezelf aankijken in de spiegel, of ’s nachts in slaap komen.
Enfin.
Je kunt natuurlijk, als je er als brave burger echt genoeg van krijgt, altijd nog doen wat het molletje deed. De schuldige opspeuren en terug poepen.
Succes niet gegarandeerd.

Meer vrouwen aan de top vereist flexibelere top

Ik loop al maanden rond met de priemende vraag in mijn hoofd: waarom zijn er zo weinig vrouwen aan de top? Er wordt zo veel over gezegd, geroepen, gedeeld. Maar wat is er nu wezenlijk aan de hand? Waarom bereiken maar zo weinig vrouwen de top? Laten we het vergelijken met de top van een echte berg. Mannen en vrouwen kunnen beiden op hun eigen manier een berg beklimmen. Waarom zou de vrouw de berg op dezelfde manier moeten beklimmen als de man? Misschien moeten we niet kijken naar het doel (de top), als wel naar de klim methode. Als de top voor beide seksen bereikbaar moet zijn, wat maakt het dan uit als een vrouw het op een andere manier doet? Of samen met een andere vrouw?

Volgens een artikel dat ik las om research te doen naar dit onderwerp, zijn dit de hoofdredenen waarom vrouwen de top moeilijker vinden om te bereiken: Managementstijl, organisatiecultuur, werving, discriminatie (bewust of onbewust), doorgroeimogelijkheden, werkervaring, positieve discriminatie, uiterlijk, quota, netwerken, kinderopvang, internationale ervaring en zelfvertrouwen. Al deze punten wegen ongetwijfeld zwaar mee. Managers kiezen vaak mensen die op hen lijken (dus mannen, die net zo zijn) als opvolger. Er is nog steeds discriminatie, bewust én onbewust, tegen vrouwen. Netwerken bestaan vaak grotendeels uit mannen. En zo voorts. Toch ontbreekt er een belangrijke reden aan dit lijstje. Ik mis één belangrijk aspect. Als we willen dat het voor vrouwen makkelijker wordt om de top te bereiken, moet de top bereid zijn verandering niet alleen te accepteren, maar ook te omarmen. Het is alsof we zeggen: we laten bij een voetbalclub waar alleen mannen voetballen, opeens ook vrouwen toe. Maar we laten de kleedkamers hetzelfde, de doucheruimtes hetzelfde, we passen niets aan. Een knappe vrouw die daar naar toe gaat, als er voor haar geen privacy is om zich om te kleden of te douchen, zonder meteen tussen een bezweet mannen elftal te staan. De top moet zich openstellen voor vrouwen en inzien dat vrouwen op hun eigen manier een zeer wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan de organisatie. Vrouwen hebben hun eigen ideeën, hun eigen managementstijl, hun eigen inzichten en ervaring, waarmee ze een enorme toegevoegde waarde kunnen hebben in ieder bedrijf.

Maar als topvrouw moet je fulltime werken, zeggen ze. Meer dan fulltime zelfs. Topbanen vereisen een volledige inzet, minstens 50 uur per week.

Moeders vallen dan bijna automatisch af, want – zo gaat het toch vaak! – het gros van de moeders, hoe ambitieus ook, wil hun kroost liever niet zo veel onderbrengen bij de opvang. Ook niet als hun man een minder betalende baan heeft. Veel mannen, hoog opgeleid of niet, voelen er weinig voor om meer thuis te blijven dan hooguit een papa dag per week. Maar waarom moet je als topvrouw per definitie fulltime werken? Is dat werkelijk noodzakelijk? Of wordt dat van oudsher gedacht, omdat het nu eenmaal door mannen altijd zo werd gedaan? Omdat mannen vaak een (part-time of niet werkende) vrouw thuis hadden die de rest regelde?

Waarom worden er in de top van het bedrijfsleven en de overheid geen duo-topbanen mogelijk gemaakt?

Twee managers die beiden drie dagen werken in één functie, bijvoorbeeld?

Natuurlijk moet er dan wel een goede samenwerking zijn tussen de duo-partners, mogen de ego’s niet te groot zijn. Maar als die klik er is, en er is een goede overdracht, dan moet dit te verwezenlijken zijn. Zeker in de huidige tijd, met alle mogelijkheden van dien; smartphones met e-mail van het werk, thuis werk mogelijkheden, gedeelde agenda’s. Waarom gebeurt dat zo weinig? Zijn vrouwen bang om het voor te stelllen? Of wordt er argwanend gekeken naar duo-banen door het top management van bedrijven? Het gebeurt wel al her en der, leer ik uit mijn research, maar nog lang niet genoeg. Er zijn al bedrijven, instellingen en overheidsinstellingen waar duo-topbanen bestaan, maar het is nog lang geen breed geaccepteerd fenomeen.

Wat mij betreft zou de duo-optie een verplichte optie moeten zijn bij nieuwe vacatures, óók op top niveau.

Zo nodig je vrouwen uit, die hoogopgeleid zijn en barsten van de potentie, maar daarnaast toevallig ook moeder zijn. Hiermee wordt een zee van mogelijkheden geopend voor de hoog opgeleide vrouwen met ambities, die nu niet durven te solliciteren, vanwege de angst voor de werk-privé disbalans die die topfunctie met zich mee zou brengen. Natuurlijk is een goede samenwerking vereist om een duo-baan succesvol uit te voeren. En natuurlijk zitten er ook haken en ogen aan. Maar duo-banen hebben ook veel voordelen: Zo kunnen vakanties en ziektes gemakkelijker opgevangen worden door de duo-partner, valt er een minder groot gat bij zwangerschapsverlof én bij vertrek van één van de duo-partners, kan de ander een opvolger gemakkelijk inwerken. Dat is allemaal behoorlijk voordelig voor de werkgever.

Misschien moeten bedrijven en instellingen aan de top bereid worden om oude denkbeelden wat meer los te laten, om ruimte te maken voor nieuwe manieren van denken én werken. Misschien moeten topmanagers hun vooroordelen over werkende vrouwen laten varen, en nieuwe methoden een kans geven. Wellicht zelfs aangemoedigd door de overheid. Als vrouwen nu amper de top kunnen bereiken, en dat niet ligt aan hun opleiding of ambitie, dan moet er iets veranderen aan de top. Met het eisen van meer dan 50 uur per week werkende carrière tijgerinnen, wordt de deur voor topvrouwen met een gezin immers op een kier gezet. Want lang niet iedere hoogopgeleide, potentiële topvrouw heeft een man die bereid is meer thuis te blijven.

Met het mogelijk maken van duo-(top)banen zet je de deur wagenwijd open voor deze groep vrouwen en laat je als bedrijf of instelling zien dat je met je tijd mee gaat en open staat voor (meer) vrouwvriendelijke veranderingen.

Veel vrouwen haken nu immers af, onderweg naar de top. Niet vanwege een gebrek aan ambitie of kennis, maar simpelweg omdat ze moeder worden en het meer dan fulltime werken niet gecombineerd krijgen met het opvoeden van hun kinderen. Dan wordt er met ´minder´genoegen genomen omdat ze niet anders kunnen en zich gedwongen voelen om gas terug te nemen. Doodzonde van al dat talent, als je het mij vraagt.

De Kolfoorlog: Moeders, ga van Verloedering naar Verzustering!

Zo gemakkelijk hebben vrouwen het niet, wanneer ze plotseling hun maatje 38 in moeten ruilen voor een extra flexibele zwangerschapsbroek. Met het verlies van hun taille worden ze plotseling onderworpen aan een heel aantal uitdagingen, om precies te zijn vanaf het moment dat het tweede streepje op de zwangerschapstest kleur bekent. Tussen dat moment en het ontvangen van de Blije Doos (wat ik overigens een behoorlijk sadistische naam vind, want zo blij is een doos doorgaans niet, na een bevalling), komen vrouwen voor een fiks aantal keuzes te staan. Zoals: wat gaat ze met haar werk doen? Gaat ze fulltime, parttime of helemaal niet meer buitenshuis werken? Voor kinderopvang moet ze haar nog niet bestaande embryo in sommige steden al inschrijven nog voordat ze overweegt te stoppen met de pil, dus er moet een heleboel nagedacht worden. Al aan het kraambed in het ziekenhuis staat de – duidelijk door de borstvoedingsmaffia geïndoctrineerde – verpleegster te pleiten voor borstvoeding, als antwoord op haar simpele verzoek voor een flesje bijvoeding, bij gebrek aan toeschietende tepels, of omdat haar baby van de honger de ramen bijna doet barsten.

Moeders kunnen het in feite nooit goed doen. Met het uitbreiden van de rechten van de vrouw zijn ook een aantal obstakels tevoorschijn gekomen. Want: Als ze thuis blijft nadat het kind gebaard is, zoals vroeger zo normaal was, is ze plots de paria van de maatschappij, denkt men dat ze de hele dag op hun achterwerk zit te oefenen voor beroepsmatig neuspeuteraar. Als ze weer fulltime gaat werken, zegt men dat je er geen kind ‘bij neemt’, dat ze het zelf moet opvoeden, krijgt ze te horen dat haar kind verpest zal zijn voordat het zijn eerste woordjes kan zeggen, en vertrekt ze ’s ochtends met een luiertas vol schuldgevoel naar haar werk. Als ze parttime gaat werken, krijgt ze van sommige werkgevers duidelijke signalen dat ze niet echt meer mee telt, want ja, op donderdag en vrijdag gebeurt ‘alles’ en tja, toen was je er niet!
Maar de moederverloedering gaat verder dan dat. Degenen die nog het hardste oordelen, zijn – heel verrassend – de moeders zelf. Ze bekijken elkaar uitgebreid, uiteraard via hun smartphones, met social media apps. Dat doen ze zodanig, omdat ze geen tijd meer hebben voor ouderwetse bakjes koffie met elkaar, dus bespieden ze elkaar publiekelijk op Facebook, Twitter en zo verder, om te zien hoe die ander het doet. Goh, zij heeft al kind nummer drie gekregen, die komt tot haar tachtigste niet meer toe aan zichzelf, fluisteren ze dan.

Op enig moment bezwijkt de moeder onder de groepsdruk. Al tijdens haar zwangerschap krijgt ze het zwaar te verduren, met ongevraagde opmerkingen over haar figuur, vragen over wanneer ze moet ´werpen´, afkeurende blikken op het wel of niet thuis bevallen. Vrouwen vinden het vooral leuk om de nieuwe aanstaande moeder bang te maken voor haar bevalling, door de meest gruwelijke horrorverhalen aan haar op te dringen. Wanneer ze zien hoe de aangeslagen zwangere zich staat te bedenken over een keizersnede, sussen ze haar met het feit dat moeder natuur er voor gezorgd heeft, dat je het daarna zó vergeten bent. Het kiezen van een matras voor de baby kan ook al tot een zenuwinzinking leiden, want al leek die commerciële, luchtdoorlatende matras heel veilig in verband met de wiegendood, wanneer de kraamhulp haar intrede doet krijgt de matras al gauw een enkele reis richting grof vuil. Wanneer er een kruik gaat lekken verbrandt het kind levend. Dat had de verkoper er niet bij vermeld tijdens het verkooppraatje.

Maar ook na de bevalling maken vrouwen het elkaar niet gemakkelijk. Ze plaatsen enkel en alleen de aller liefste foto’s van hun kleuters, peuters en baby’s op Facebook en Twitter, voorzien van hartjes en smiley´s en kijk-ons-toch-eens-perfect-zijn foto’s. Vrouwen die binnen drie weken na de lancering van Kind 2.0 hun oude figuur weer terug hebben, worden acuut ontvriend op Facebook. Trouwens, voordat ze die foto nemen van hun baby, die ondertussen al bijna lasogen krijgt van al die flitsen, schuiven ze alle troep en zooi even met één voet aan de kant, zodat de kamer op de achtergrond ook al netjes opgeruimd lijkt. Het sliertje Nutrilon spuug in het haar is dankzij Photoshop ook geen obstakel meer, dat poetsen ze zo weg. Wat overigens wel zo handig is voor moeders met licht hypochondrische neigingen zoals ondergetekende; op Facebook razen de griepgolven `live´ door je tijdlijn, dus kun je precies bijhouden welke kinderen ziek zijn en dus tijdens de besmettelijke periode gemeden moeten worden.
“Slaapt die van jou nog niet door?” vragen sommige etterbaksters al na drie weken aan de kersverse moeder, waar na deze zich door de (hor)monstrueuze kraamtranen heen worstelt om zich daarbij ook nog eens af te vragen of haar kind al zou horen door te slapen dan, en zo ja, wat zij in godsnaam mis doet, waardoor haar baby zes keer per nacht om een voeding jammert.

We pochen wat af op de social media: Uiteraard kleden we ons wonderkind in dure merkkleding van Gaastra, Hilfiger en weet ik wat nog, puur voor de foto, daarna mag hij zich weer lekker vuil en vadsig maken in de modder met een Zeeman jeans. (Die Zeeman en Wibra broeken zijn overigens de meest degelijke, goedkope en leuke broeken die ik ken voor kinderen. Niet kapot te krijgen.) Uiteraard kan onze baby van 4 maanden al zelf hardop zijn Nijntje boekjes lezen, want bijna al onze kinderen zijn tegenwoordig Hoogbegaafd, of erger nog, Hoogsensitief, want hij keek zo lang naar die hoek van de kamer, dat moet wel de geest van overleden tante Marie zijn geweest.

De binnenspeeltuinen schieten als paddenstoelen uit de grond, want waar onze ouders het vroeger volkomen normaal vonden om gewoon absoluut helemaal nergens naar toe te gaan in het weekend, gaan werkende moeders gebukt onder zo’n schuldgevoel, dat ze dit in het weekend menen te moeten compenseren. Waardoor onze kinderen natuurlijk weer pedagogisch onverantwoord compleet overprikkeld worden met een overdaad aan krijsende kinderen, kleuren, kabaal en onhygiënische ballenbakken.
Dan worden daar van natuurlijk meteen foto’s van op Facebook geplant, wordt online ingecheckt bij de desbetreffende speeltuin, gevolgd door een voldaan gevoel; het kind heeft plezier, de hele wereld weet er van. Andere moeders reageren dan weer op die foto’s, “Wat leuk, dat bloesje had Noah vorig jaar ook!” (met andere woorden, je kleedt je kind in de mode van vorig jaar) of “Oh, daar zijn wij ook al heel vaak geweest!” (Vertaling: Ontdek je die speeltuin echt nu pas?) en meer van dat soort opmerkingen, waarmee de andere ouder zichzelf weer even beter wil voelen door aan te geven hoe actief zij zijn met hun kleintje.
Hoewel ik als werkende moeder, met een vorm van social media verslaving (ik krijg sms’jes van vriendinnen als ik een dag geen status op Facebook heb gezet; of ik ziek ben?), eerlijk toe geef volop mee te doen met de moederverloedering, vind ik toch dat deze tot een einde moet komen. Of er moet in elk geval ook een tegengeluid komen. Meer eerlijkheid en openheid. Moeders (inclusief ondergetekende, overigens) moeten voor eens en voor altijd stoppen met dat (ver)oordelen van andere moeders, en dan ook meteen maar kappen met dat knagende schuldgevoel, of ze nu thuis werken of buitenshuis. We maken het onszelf veel te moeilijk, met ons perfectionisme, ons openlijke gluurgedrag en ons kijk-mij-nou-gedoe.

Al tijdens de zwangerschap worden we bedolven onder goedbedoelde, ongevraagde adviezen, waar we ons meestal alleen nog slechter door voelen. Als we dan gaan werken zitten we in de auto met de fopspeen in de mond en de laptop op de bijrijderstoel, als een idioot gassend door de woonwijk. Maar dat mag dan zogenaamd, want we hebben natuurlijk de allerduurste, aller veiligste autostoel inclusief mini airbags voor onze junior gekocht. Hem zal niets gebeuren.

Die verloedering moet omslaan in verbroedering, of in het geval van moeders, Verzustering. Het Kind mag zich ook heus wel eens een dagje vervelen in het weekend; juist dan spelen ze het hardst met hun bergen speelgoed, de kat, de hond of hun tenen. Kinderen hebben helemaal niet zo veel nodig. Onze dochter kan zichzelf een uur amuseren met een Tupperware bakje, wat water en een lepel. Doet ze alsof ze de kater te eten geeft. En de kater blijft trouw zitten, wachtend tot er misschien eens wel iets interessants zijn kant op komt. Kinderen zijn gewoon al blij dat ze in je buurt vertoeven. Zeker als hun ouders eens niet zo gestrest zijn.

De afgelopen maanden heb ik geëxperimenteerd met wat ik het ´nieuwe delen´ noem. Het werkt vrij simpel. Je doet het tegenovergestelde van wat de meesten doen (`Hele huis gepoetst, met ukkie naar speeltuin geweest, geweldige kleren gekocht´); Je deelt niet langer alleen de positieve kanten van je leven in je digitale vriendenkring, maar gooit er ook eens een minder florissante status tussen. ´Vandaag kom ik serieus behang tekort hier thuis.´ bijvoorbeeld. Of: ´Ik heb besloten vandaag helemaal niets te doen en op mijn luie reet te zitten. Dan maar een goed genoeg moeder.´ De reacties die daarop binnen stromen zijn verfrissend, eerlijk, een zucht van verademing lijkt door je digitale tijdlijn te gaan. Als het startschot is gegeven, komt er geen eind aan de ontboezemingen, zo lijkt het wel. Eindelijk, eindelijk hoeven we niet meer te doen alsof alles perfect is. Andere moeders reageren met ´Die van mij was een draak deze week!´ of met ´Ik ben zo blij dat ik de enige niet ben. Heb geen behang meer over.´
Over vaders hoor je trouwens wat minder na de gezinsuitbreiding; voor hen verandert er schijnbaar verrassend weinig met de komst van een kleintje. Weinig vaders die tegen mij klagen, dat ze zich moeten verantwoorden voor hun fulltime baan. Niemand die fronst als een vader fulltime blijft werken na het ouder worden. Maar er zijn (gelukkig!) steeds meer moderne kerels om me heen die een papadag hebben in de week; hoe meer hoe beter! Om de druk van de moderne vrouw af te halen, heb je vooral ook meer moderne mannen nodig. Hoe meer moderne vaders, des te meer keuze vrijheid voor hun vrouwen. Zeker nu de kinderopvang steeds duurder wordt. Moderne moeders kunnen alleen goed gedijen bij moderne vaders (of een andere moderne moeder als partner, dat is mij om het even).

Ik hoop dan ook dat er over vijf jaar steeds meer vaders op de Facebook tijdlijn actief zullen zijn. “Gebadderd met Stijn Junior, zo naar kinderboerderij, daarna een potje voetballen.” En dan een hoop andere vaders die dat vind-ik-leuken, en daarop informeren of Stijn al hersteld is van zijn griepje, want dan komen zij ook even langs. Potje bier doen.