Tagarchief: vrouw

Met een paniekstoornis winkelen in een paniekwereld

Het leven met een angst- en paniekstoornis gaat normaliter al niet over rozen… Maar sinds de corona crisis gaat het leven niet eens over onkruid.

Ik moest even naar het winkelcentrum voor wat zomerkleding en schoenen voor mijn dochter. Dit is al een hele opgave als je een angst- en paniekstoornis hebt, want je moet naar een winkelcentrum, je moet interactie hebben met mensen die je niet kent. Aangezien ik mezelf tegenwoordig iedere dag een opdracht geef (in de zin van iets spannends toch doen) was dit vandaag mijn uitdaging.

Aangekomen bij het winkelcentrum wijzen de pijlen op de grond aan aan welke kant ik mag lopen en in welke richting. Ik zie dat niet eens de helft van de mensen zich hier aan houdt, maar toch probeer ik het. Ik ga eerst naar een kledingwinkel. Daar hangt een grote lijst met regels voordat je de winkel betreedt. Houd anderhalve meter afstand, et cetera. Lijkt me logisch, maar ik begrijp dat ze dit moeten ophangen. Ik kijk wat rond, gelukkig is het rustig in de winkel. Ik vind wat leuke kleren en reken af, waarbij de verkoopster van achter een kunststof scherm heel vriendelijk tegen me is. Ze zegt nog van alles tegen me over kortingen, maar in mijn haast om het gesprek af te ronden onthoud ik niet wat ze zei. Opgelucht sta ik even later weer buiten.

Ik loop naar de schoenenwinkel, maar deze blijkt gesloten te zijn tot 13.00 uur. Shit. Het is pas 12.30 uur. Wat nu te doen? Ik bedenk dat ik de tijd dan maar om moet zien te krijgen totdat deze winkel opent, want dochter heeft echt nieuwe schoenen nodig en hier verkopen ze tenminste fatsoenlijke kinderschoenen. Ik loop langs de Zeeman. Hier kan ik ook nog even kijken voor ondergoed. De stapel mandjes halveert de ingang. Er hangt een groot bord boven: als hier geen mandjes meer staan is het maximaal aantal klanten in de winkel.

Steun Chrisje eenmalig!

Lees jij de Chrisje blogs graag? Steun haar dan via een eenmalige donatie zodat zij haar artikelen voor jou kan blijven schrijven!

€5,00

Oh ja, weer een reminder voor als je het drie seconden zou vergeten: er gaat een potentieel dodelijk virus rond. Heerlijk, zo winkelen met om de meter een herinnering aan hoe gevaarlijk de wereld tegenwoordig is. Ik zucht eens diep, pak een mandje dat uit elkaar valt van de drie triljoen desinfectie beurten en loop naar het ondergoed. Ondertussen slalom ik om de overige klanten heen, met beleefd corona glimlachje en al. De winkel medewerkster begint direct na het afrekenen driftig mijn mandje te desinfecteren. Ik loop naar buiten en zie dat ik pas tien minuten om heb gekregen. Dus besluit ik om mezelf nog een Challenge op te leggen: ik ga een glaasje drinken op het terras buiten.

Een terras is best spannend voor mij, zeker als ik alleen ben, want mensen kijken altijd. Waarom dat wat uitmaakt weet ik niet, maar ik vind het verschrikkelijk. Toch doe ik het. Ik loop naar een tafeltje in de schaduw en ga zitten. Het meisje dat in de bediening werkt komt naar me toe gesneld en zegt “U mag niet plaatsnemen zonder dat u zich heeft aangemeld bij de statafel.” Ze wijst op een statafel aan de andere kant van het terras. Al spijt hebbend van mijn besluit loop ik volgzaam achter haar aan naar de statafel. Ondertussen voelt het alsof ik de ogen van alle bezoekers in mijn rug voel branden.

Aan de statafel wordt mijn naam gevraagd en of ik de afgelopen 24 uur klachten heb gehad. “Nee, althans geen klachten over corona.” antwoord ik. Ze begrijpt het grapje niet. Ze wijst me op een desinfectie zuil en vraagt of ik mijn handen wil desinfecteren. Ik ben geneigd haar te vragen of ze mijn pincode ook wil weten. Maar ik bedenk net op tijd dat dit meisje ook maar doet wat haar baas haar gevraagd heeft om te doen. Ondernemers zijn blij dat hun zaak weer open mag. Zij houden zich dus aan de regels voor het geval handhaving ziet dat ze dit niet doen. Ik houd mijn mond, desinfecteer mijn handen en loop terug naar het tafeltje. Ik bestel een drankje, waarbij het meisje vraagt of ik weet dat ik alleen met pin mag betalen. “Geen probleem.” zeg ik. Als ze weg loopt slaak ik een diepe zucht.

“Wat een ellende hè?” zegt een vriendelijke vrouw die een tafeltje verderop zit. “Ha, ja, ik wilde alleen even iets drinken, ik wist niet dat het zo’n gedoe zou zijn.”

We praten even over corona, alle maatregelen, alle tegenstrijdige berichten. We hebben het over begrafenissen en bruiloften die anders of niet of op een later tijdstip pas door kunnen gaan. We hebben het over kapotte handen en kinderen en oudere mensen. Mijn paniek zakt wat weg. Een kennis van haar werkt op de IC en die zei dat alle nieuwsberichten erg aangedikt worden. Verderop zit een moeder met een klein zoontje van een jaar of drie. Het mannetje wil even bij mij komen buurten, maar ze roept hem streng terug. Ik begrijp het, als moeder zijnde. Ik vraag me af wat dit allemaal voor impact op onze kinderen gaat hebben.

Als ik even later mijn drankje op heb zeg ik gedag tegen de vrouw, betaal via pin en loop braaf via de aangegeven paden en pijlen naar de schoenenwinkel, die inmiddels weer open is.

Als je nog geen angst- en paniekstoornis had, zou je hem nu alsnog wel krijgen. Wat een gekke wereld.

Liefs,

Chrisje

Kopieer en plak deze tekst in je tijdlijn als je er ook zo moe van wordt dat mensen je vragen een tekst te kopiëren en plakken in je tijdlijn.

Ik zie het vaak voorbij komen: van die vage teksten op Facebook, waarin je wordt gevraagd deze tekst te kopiëren en plakken in je tijdlijn als je ook – vul zelf maar in waar je last van hebt.

Standaard staat er dan nog bij dat veel mensen deze tekst niet zullen lezen, niet zullen kopiëren of wat dan ook, omdat ze geen hart hebben voor – vul hier zelf bijvoorbeeld een ziekte in – of omdat ze de statussen van hun vrienden niet eens lezen (ja, hier leest u terecht een verwijt in).

De reden dat mensen de tekst niet kopiëren en plakken in hun tijdlijn is niet omdat ze geen hart hebben voor een ziekte. Het is ook niet omdat ze je status niet lezen en ook niet omdat ze je niet aardig vinden. Het is zelfs niet omdat ze niet geloven dat als ze dit niet doen er ergens een papegaaiensoort uit zal sterven of omdat ze niet geloven dat ze zeven jaar wc papier moeten eten als ze het niet doen.

Het is – hou je vast! – omdat die kopieer en plak deze tekst teksten nergens over gaan en bijzonder vervelend zijn.

There, I said it.

Dus nee, ik weiger niet je tekst te kopiëren en plakken omdat ik niet om je geef. Ik weiger dit te kopiëren en plakken omdat het niet jouw echte verhaal is, niet eens jouw tekst is en ik me zeker niet onder druk laat zetten door de dreiging van het uitsterven van zeemeerminnen, overal ter wereld.

Schrijf zelf een tekst over hoe je je voelt, en je krijgt mijn oprechte reactie. Deel een serieuze link over je ziekte en ik zal hem lezen. Schrijf iets uit je hart en je hebt mijn onverdeelde aandacht.

Maar ik blijf weigeren een slecht opgestelde, verwijtende tekst te kopiëren en plakken omdat dit alleen maar Facebook vervuiling is.

Liefs,

Chrisje

Geef me de tijd om mijn woorden te vinden – Rosan over haar telefonische therapie

Ik hoor mijn telefoon overgaan. Op het scherm zie ik de naam van mijn therapeute verschijnen. Mijn adem stokt even en ik staar slechts naar mijn trillende mobiel. Ik ben de belafspraak vergeten.

Alles in me zegt dat ik niet moet opnemen. Het is te veel. Ik kan dit niet. Ik zal dichtklappen. Maar ik wil mijn therapeute ook niet zomaar laten zitten. Ze weet dat ik bel angst heb en houdt daar vast wel rekening mee. Voordat mijn mobiel overgaat op de voicemail neem ik dus maar op en loop ik direct naar een ruimte in het huis waar ik hoop dat mijn ouders me niet kunnen horen.

“Hey, bel ik gelegen?” Ze klinkt vrolijk, maar ook wat afwachtend. De laatste belafspraken waren immers een beetje een flater omdat ik dichtsloeg en ze slechts een gesprek voerde met mijn stilte.

“Uhm, ja je belt wel gelegen.” Mijn twijfelende stem verraad dat ik de belafspraak was vergeten. 

“Fijn, is er iets waar je het nu over wilt hebben?” 

Stilte… Ik denk en ik denk, maar er komt niets naar boven. Er is eigenlijk heel veel waar ik het over wil hebben, maar het komt er niet zo snel uit. Het voelt alsof er een muur staat tussen alles wat ik te zeggen heb en de weg naar mijn mond. 

“Uhh, ik weet nu even niet specifiek iets.” stamel ik onzeker.

Het blijft even stil aan de andere kant van de lijn. Een kleine zucht vertaal ik naar haar teleurstelling. Dit lijkt immers alweer een zinloos gesprek te gaan worden. “Wist je niet meer dat ik zou bellen? Dan begrijp ik wel dat je het nu even niet weet. We kunnen ook gewoon afspreken dat ik je over twee weken weer face to face zie? Dan laten we het nu even voor wat het is.” 

Ik probeer er tussen te komen en te benoemen wat er juist allemaal gebeurd is. Om een of andere reden verkeert mijn mond in een ‘ja en amen’ staat van zijn terwijl dit helemaal niet is wat mijn brein wil. Er is zoveel te zeggen, zoveel te benoemen, maar ik heb tijd nodig. Tijd die nu tussen mijn vingers vandaan glipt alsof het er nooit echt is geweest. Ik moet eerst overzichtelijk krijgen wat ik allemaal wil zeggen voordat ik iets kan zeggen. Gun me alsjeblieft die tijd!

Nadat ik alleen maar stilletjes ‘ja’ heb geantwoord op de afsluitende woorden van mijn therapeute hoor ik dat ze al gedag gaat zeggen. Het is nu aan mij om op de rem te drukken want ze lijkt niet door te hebben waar ik mee zit. Hoe kan ze dat ook weten, ze ziet me niet eens… Ze hoort alleen mijn instemming. 

Er moet iets zijn, maar waar is het? Waar zijn de woorden waar ik zo naarstig naar zoek? Ik bonk tegen de muur die alles tegenhoudt waar ik over wil praten. Ik schop en ik brul, maar de muur blijft stevig staan. In de tussentijd voel ik de afstand tussen mij en de therapeute groter worden. Terwijl ik nog opzoek ben naar de juiste woorden achter die grote muur lijkt zij vooral opzoek naar het knopje om op te hangen en weer verder te gaan met haar werk van de dag.

Lees verder onder de afbeelding

“Wacht!” zeg ik haastig om tijd te rekken. “Er is nog iets wat ik wil vragen.” 

“Oh, vraag maar. Dat vind ik fijn om te horen.” 

Ik voel de afstand tussen mij en de therapeute weer kleiner worden. Ze staat weer dichterbij mij en de muur. Ik weet alleen niet voor hoe lang ik haar hier kan houden want wat ik net zei was meer bluf omdat ik eigenlijk geen concrete vraag heb. Die verrotte muur blijft maar in de weg staan. 

Haastig ga ik op zoek naar kiertjes en gaatjes waardoor ik misschien door de muur kan gluren. “Ja, ik moet even bedenken hoe ik dit ga zeggen,” zeg ik maar om nog meer tijd te rekken. 

“Natuurlijk, neem je tijd.”

Tijd, daar krijg ik het eindelijk! Dat heb ik nodig! Ik voel langs de muur en voel een oneffenheid. Een kier! Ik gluur er tussendoor en krijg zicht op wat woorden achter de muur. ‘Paniek, thuis, isolatie, buiten, alleen, medicatie, belangst, psychiater…’Het is nu vooral nog een brei, maar langzaamaan wordt het me helderder. Ik besluit dat ik het beste kan beginnen met één specifiek woord.

Lees verder onder de afbeelding

“De psychiater…” Komt er na een tijdje ietwat willekeurig uit mijn mond. 

Zodra ik het woord benoem volgt al snel de rest van het verhaal. De woorden beginnen steeds sneller door de kier in de muur stromen. De brei wordt een duidelijk verhaal en zo volgt er werkelijk een telefonisch consult tussen mij en mijn therapeute. Zoveel mogelijk van wat er op mijn hart rust laat ik naar buiten. Iets wat me eigenlijk bijna nooit lukt. Ditmaal heb ik op tijd op de rem gedrukt.

Het enige wat ik nodig heb is tijd… Ja, het duurt wat langer, maar dat zou niet erg moeten zijn zolang het me helpt. Dan vind ik misschien nog wel mijn woorden, maar als je ophangt is het te laat. Dus wil je even op me wachten voordat je weggaat? Alleen zo krijg ik mijn stilte aan de praat.

Rosan van der Zee

Meer lezen van Rosan kan hier!

Het corona-lachje

Sinds de corona crisis is er een nieuw fenomeen ontstaan: het corona-lachje noem ik het.

Het corona-lachje bestaat uit verschillende onderdelen: mensen maken meer oogcontact en glimlachen naar elkaar ten teken van verstandhouding: ja, ik zie je, ik houd afstand van je.

Maar ook: ja, ik zie je en ik wacht hier even zodat je langs kunt lopen op afstand. En ook: ja, ik zie je, ik stuur je mijn corona-lachje ten teken van verstandhouding maar ook zodat je weet dat ik je om leg als je binnen de anderhalve meter komt.

Het is een lachje dat specifiek vriendelijkheid mengt met een waarschuwing: ik doe aardig, maar blijf uit mijn buurt.

Soms wordt er ook een eyeroll aan toegevoegd, zodat je weet van elkaar dat je het allebei beu begint te raken, het in de rij staan voor een drogist alsof je in de Efteling staat te wachten tot je de python in mag.

Ik moest net door het winkelcentrum lopen voor een bezoekje aan mijn juwelier. Ik kreeg 28 corona-lachjes en deelde er minstens even zo veel uit. Hoe veel corona-lachjes tel jij vandaag?

Stilstand is vooruitgang

Stilstand is achteruitgang. Dit gezegde spookt al een paar dagen door mijn hoofd. Ik heb namelijk vaak het gevoel dat ik stil sta. En daarmee ook dat ik achteruit ga.

Na een bijzonder slechte dag barstte ik in tranen uit. “Ik heb het gevoel alsof ik al weken, maanden stil sta. Alsof er niets gebeurt. Alsof ik achteruit ga.” Mijn wederhelft herinnerde me aan alles wat ik in de afgelopen weken wél gedaan en bereikt had. De gesprekken die ik had gevoerd, de dingen die ik had gedaan, ook al vond ik ze doodeng.

De dag er na werd ik vroeg wakker. De zware dag er voor was te zien aan de dikte van mijn ogen en de diepte van mijn wallen. Ik begon de dag – zoals wel vaker – door voor me uit te staren en te denken aan alle dingen die ik wilde, moest en kon doen.

Klopte het wat zij zei? Ga ik wel vooruit, zonder het zelf in de gaten te hebben? Ga ik op een soort slakken tempo, waardoor ik zelf niet eens door heb dat ik wel vooruitgang boek?

Stilstand is achteruitgang? Ja, soms. Maar soms is stilstand juist de tijd die ik nodig heb om me voor te bereiden. Als je niet beter weet zie je me twee uur zitten niksen. Als je in mijn hoofd zou kunnen kijken zie je dat ik de scenario’s bedenk die kunnen gebeuren als ik tot actie over ga en het huis verlaat. Wat er in de winkel zou kunnen gebeuren. Wat ik moet doen als ik een paniekaanval krijg. Waar ik kan parkeren. Hoe ik er naar toe ga rijden. Wat ik er ga halen. Wat ik daar na ga doen. Hoe ik mezelf moed in spreek: je kunt het wel, je vindt het alleen eng. Dat wil niet zeggen dat je het niet kunt. Ook als je iets eng vindt kun je het toch doen.

Twee uur later sta ik op, pak mijn tas en vertrek naar de tuinwinkel, haal de plantjes, kom weer terug en werk een paar uur in de tuin. Die twee uur “stilstand” waren nodig om mij voor te bereiden. Ze waren niet nutteloos. Er gebeurde van alles, alleen niet zichtbaar.

De plantjes die nu in onze achtertuin groeien, zijn een blijvende herinnering voor mezelf dat stilstand soms ook vooruitgang kan betekenen.

Hoe ik mijn broer feliciteerde en dit grandioos mis ging

Ik belde vanochtend mijn broer. Hij is jarig, en een geweldige broer, dus ik dacht, dat moeten we wel even goed doen.

Ik belde hem op. Met videobellen en al zelfs, hoewel mijn gezicht daarvoor niet geschikt was, want slaapvouwen en wallen. Je moet iets over hebben er voor.

Toen hij op nam haalde ik diep adem en zei: “Ah-one! Ah-two! Ah-one-to-three-four!” en vervolgde met een uitgebreid, vals en lang gerekt langzalieleven, uitgebreid met een outro van veel hieperdepiephoera’s. Hij wachtte geduldig tot deze valse wall of sound voorbij was, en sprak toen de legendarische woorden “Dankjewel zus, maar ik ben morgen pas jarig. Het is vandaag de veertiende.”

Even was het stil. Ik hoorde vogeltjes tjielpen in mijn hoofd. Ik meende zelfs een paar krekels te horen. Mijn gezicht trok zich weer in de plooi vanuit de toestand waarin het was blijven hangen. “Maar.. Het is toch vrijdag vandaag?” stamelde ik.”Nee hoor; het is donderdag. Donderdag de veertiende.”

Ik krabbelde achter mijn oor. “Is het wel nog steeds 2020?” vroeg ik, me afvragend hoe lang ik precies geslapen had. “Ja, dat wel.” lachte mijn broer.

“Oké; luister. Ik bel je morgen terug, doe dit opnieuw en dan doen we net alsof dit gesprek nooit heeft plaats gevonden.”

“Nee. Ik ga je hier eeuwig mee plagen. Tot aan het einde van tijden.” Dat leek me niet meer dan redelijk.

Morgen ga ik hem opnieuw bellen, met liedje en al. Als ik het niet vergeet.

Ik had vandaag een mooie rotdag

Ik had vandaag een mooie rotdag. Het fijne aan afbouwen van medicatie (in afwachting van andere aanpak) is dat mijn energie opeens volop terug kwam, alsof er een mist op trok en ik plots weer helder kon zien, voor het eerst sinds maanden. “Aha!” zei mijn brein, “We kunnen weer!”. En het ging volledig op hol. Ik poetste het huis terwijl ik achterstallige dingen regelde en eten maakte. Ik deed honderdtwintig dingen tegelijk en voelde me – heel even – onoverwinnelijk en sterk en vrolijk.

Helaas kwam daar abrupt een eind aan toen halverwege de dag mijn energie plots een snoekduik in het diepe nam.

Mijn lijf werd moe, mijn brein nog vermoeider en de waterlanders stroomden onophoudelijk langs mijn wangen. Opeens was de wereld weer eng, groot en onbereikbaar, mijn gevoel wanhopig en ik een falend wezen. “Waarom kan ik me niet gewoon één dag onbezorgd goed voelen?” vroeg ik aan niemand in het bijzonder. Er kwam geen antwoord. Er is ook geen antwoord.

In deze rare tijd is iedereen al angstig en bezorgd. Ik was al voor deze rare tijd heel angstig en bezorgd. Dit kwam er alleen maar bovenop.

Toen kwamen mijn lieve dochter en vriendin thuis, met hun verhalen over school en werk. Verhalen over die grote buitenwereld. Ik was trots op ze en luisterde graag naar hun verhalen. We aten samen en langzaam zakte mijn verdriet weer wat verder weg.

Het was een mooie rotdag, zoals alleen een mooie rotdag mooi kan zijn. En soms is dat ook oké.

Morgen ga je weer naar school..

Morgen gaat mijn kind weer naar school. 11 mei 2020 zal een datum zijn die veel mensen zich nog lang zullen heugen, denk ik.

Het was wikken en wegen, piekeren, piekeren en nog veel meer piekeren. Sommige ouders zeiden “Ik laat mijn kind geen proefkonijn zijn!” en besloten hun kind thuis te houden. Een besluit waar ik als ouder zeker begrip voor heb. Het was ook een moeilijke beslissing. Laat je je kind thuis, waardoor het nog meer achterstand op loopt en zijn of haar vriendjes en meester of juf nog langer moet missen? Of laat je het naar school gaan, met het (weliswaar kleine) gezondheidsrisico dat daarbij komt kijken?

Ik denk dat er geen goede of foute beslissing bestaat. Ik denk dat iedere ouder met de beste bedoelingen kijkt naar de risico’s en behoeften van zijn of haar eigen kind. Natuurlijk wil je dat je kind gezond blijft! Maar je wil ook niet dat het een verdere achterstand in leren oploopt. Of sociaal in de knoei komt door het gemis van de contacten op school die ook zo belangrijk zijn voor het welzijn van je kind. Waar doe je dan goed aan?

Na het doorlezen van het uitgebreide protocol van school werd de knoop doorgehakt. Ze gaat naar school. Halve dagen, halve klassen. Extra hygiëne maatregelen in en rondom de school. Pauze houden in de klas. Niet meer op het schoolplein, maar bij de auto wachten. Extra instructies voor je kind. Extra spanningen, bij de ouders, kinderen en ongetwijfeld ook bij de leerkrachten. Ga er maar aan staan. Afstand houden van tig kinderen die jou weken lang hebben gemist.

Toch heb ik – ondanks de angst – ook vertrouwen. Vertrouwen in de regering, in de wetenschappers en gezondheidsadviseurs, in de school van mijn kind, in de leerkrachten en – niet in de laatste plaats – in mijn kind. Waarmee ik niet wil zeggen dat ouders die hun kind thuis houden dat niet hebben. Ik begrijp hun keuze. Laten we – ook als ouders – vooral begrip tonen voor elkaar. We willen allemaal maar een ding: het beste voor onze kinderen. En dat doen we op onze eigen manier. Ruzie maken hierover heeft geen zin. We hebben – zeker nu – veel belangrijkere dingen te doen.

Liefs,

Chrisje

Jumbo avontuur in quarantaine tijden

Ik moest even naar de supermarkt. Ik reed naar de Jan Linders, maar kreeg al een lichte paniekaanval bij aanzien van de parkeerplaats. Dus reed ik door naar de kleine Jumbo in een dorpje vlakbij. Ik parkeerde mijn oldtimer op een bijna lege parkeerplaats. Mijn hart maakte een sprongetje: maar drie auto’s! Heerlijk! Rust!

Vrolijk huppelde ik naar mijn gedesinfecteerde karretje. Ik begroette vriendelijk het personeel, waarbij me langzaam maar vrijwel zeker op begon te vallen dat de enige homo sapiens die ik tegenkwam, een geel anderhalve-meter-kom-niet-in-mijn-aura-hesje droegen. Bazinga, wat een perfect moment had ik gekozen om te shoppen!

Ter hoogte van de hagelslag en afbakbroodjes werd ik vriendelijk begroet door een vulploegmedewerker. Door de afwezigheid van de mij zo bekende paniek durfde ik zowaar even een praatje met hem te maken. “Wat is het hier heerlijk rustig zeg!” zei ik.”Ja fijn hè?” antwoordde hij. Even wachtte hij, alsof hij wachtte tot er iets doordrong. Ik had echter een flatliner van wat heb ik jou daar, overdonderd door de blijdschap van de lege winkel die ik aangetroffen had. “Dat komt waarschijnlijk, omdat de winkel nu sluit.” zei hij vriendelijk. Huh?

“Oh echt? Hoe laat is het dan?” Verschrikt bedacht ik me of het ongemerkt al negen uur was geworden of zo. De tijd neemt wel eens een loopje met me sinds de quarantaine tijd. Ik vroeg me meteen angstvallig af of het nog wel 2020 was en hoe lang ik geslapen had vanmiddag. “Het is zes uur. We sluiten op zondag om zes uur, mevrouw.”

Ik stamelde wat verontschuldigingen en beloofde mijn boodschappen in no time te verzamelen. Dat ging overigens ook bijzonder snel, omdat ik om niemand heen hoefde te slalommen en niemand in mijn aura kwam, behalve nog een andere medewerker die kwam zeggen dat de winkel ging sluiten.

Bij het verlaten van de parkeerplaats slaakte ik een diepe zucht, nadat ik mezelf, mijn handtas en alle grepen van de auto zorgvuldig had gedesinfecteerd met dettol doekjes. Wat zou het toch fijn zijn als deze rare tijd voorbij was. Als doorgaans toch al erg angstig persoon krijg je er in deze periode gratis smetvrees bij kado.

Liever een gebroken been: wat je in corona tijden kunt doen voor mensen met een depressie of burn-out

Eerder schreef ik in mijn (vaak gedeelde!) blog over wat je kunt doen voor mensen met een depressie, burnout of andere klachten.

Echter, nu in deze bijzondere, vreemde en vaak moeilijke tijd is het nog moeilijker om er voor mensen met een depressie of andere mentale klachten te zijn, vanwege de afstand die bewaard moet worden.

Wat kun je in quarantaine tijd dan wél doen voor geliefden die worstelen met een depressie, angst klachten, burn-out? Hieronder een aantal tips waar ik ook zelf veel aan gehad heb (en nog):

Laat weten dat je er bent. Bel (regelmatig!), app, video bel, stuur een kaartje, een bosje bloemen, of een brief. Ga op raamvisite of nodig uit voor een leuk online spelletje, als diegene daar zin in heeft tenminste. Laat weten dat je aan die persoon blijft denken, ook al is het op afstand.

Lees verder onder de afbeelding

Stimuleer het zoeken naar hulp.

Stimuleer het inschakelen van hulp. Heeft je geliefde nog geen hulp gekregen met zijn of haar problemen? Adviseer dan een telefonisch consult met de huisarts. Deze kan doorverwijzen, ook in deze tijd, naar professionele hulp. Veel hulpverleningsinstanties werken met telefonische en video gesprekken. Natuurlijk is een live gesprek meestal beter, maar iets is zeker beter dan niets!

Ga wandelen op afstand. Als er een geschikte omgeving voor is, ga dan wandelen op afstand. In rustige dorpen of omgevingen is het prima mogelijk om – op veilige afstand – met elkaar te wandelen. Zo haal je iemand even zijn huis (isolement) uit en kun je rustig praten zonder elkaar constant aan te hoeven kijken. Dit praat vaak gemakkelijker. Wandelen is voor iedereen goed: je komt even op andere gedachten en beweging is sowieso goed tegen depressieve gedachten.

Wees begripvol. Bied een luisterend oor. Geef geen goedbedoelde adviezen en kom niet met standaard cliché antwoorden zoals “het komt wel goed” of “kop op, niet bij de pakken neer gaan zitten”. Luister geduldig, toon inlevingsvermogen en vraag of je iets kunt doen. Vaak is luisteren al genoeg. Ook even praten over je eigen leven is vaak fijn voor de ander: het leidt even af.

Heb jij nog andere tips? Laat ze achter in een reactie!

Als angst je wereld is

Wat me op een of andere manier een beetje “troost” in deze periode, is dat niets voor niemand hetzelfde is gebleven. Iedereen raakt het. Direct of indirect. Zelfs de mensen die in ontkenning zijn en nog hutje mutje op elkaar geplakt in een bus gaan zitten. Zelfs de leiders van landen, zelfs de miljonairs en celebrities. Iedereen is uit zijn comfort zone gedwongen. Iedereen moet een nieuwe dagindeling vinden, een nieuwe manier zoeken om om te gaan met deze andere manier van leven. Collectief aanpassen om elkaar te redden.

Wat voor mij persoonlijk extra moeilijk is, is de angst. De angst in de nieuwsberichten, op social media, in de gesprekken met mensen (op afstand). Ik heb een angststoornis en daarmee leef ik eigenlijk al jaren zoals de meeste mensen nu leven: bang voor sociale contacten, bang om ziek te worden, bang voor van alles en nog wat. Eigenlijk ervaart iedereen nu een klein deel van hoe het is om met een angststoornis te leven: overal waar je komt is het bij je. Je staat er mee op en gaat er mee naar bed. En als je net even niet er aan denkt, komt er wel een fragment op de radio, een bericht op je telefoon, dat je weer er aan herinnert: ik ben er nog.

Wat moeilijk is aan een angststoornis hebben in een periode waarin angst regeert is dat hulp nu moeilijk op gang komt of zelfs stagneert. Waar ik eigenlijk zou moeten oefenen met sociale situaties, mag dat nu niet. Veilig thuis blijven is het advies en dat volg ik uiteraard op. Maar de wereld wordt zo klein dat ik nu al (hoe verrassend) bang ben voor hoe veel stappen terug ik hiermee maak, door niet te kunnen oefenen met kleine stapjes.

Maar dan denk ik aan de mensen die ziek worden en overlijden in de ziekenhuizen, dan denk ik aan de nabestaanden van die mensen, en dan relativeer ik mijn eigen problemen. Stel je niet aan, zegt mijn strenge brein tegen mezelf, wees dankbaar dat je nog leeft. En dat ben ik.

Maar wanneer straks alles weer mag, zullen de mensen met psychische klachten een extra inhaalslag moeten maken. Want de wereld die zo eng was – en recentelijk nog enger werd – moet dan weer betreden worden. Wat normaal al eng was, maar nu driedubbel zo akelig.

Stay safe, lieve mensen ❤️

Liefs,

Chrisje

Zo ziet onvoorwaardelijke liefde er uit! – door Annabelle Voogd

Annabelle Voogd – Wauwtist op instagram

Ik liep gisteren langs een weilandje met paarden, een jonge merrie kwam voorzichtig dichterbij. Ik streelde zachtjes haar nek, haar manen. Zo’n tien minuutjes stond ze rustig te genieten van de aandacht. Vervolgens snuffelde ze wat aan mijn kleren, probeerde ze nog een hapje te nemen van mijn haar en vertrok toen weer. Schreeuwde ik dat ze terug moest komen? Dat ze maar beter kon zorgen dat ze hier morgen, zelfde tijd, weer zou staan? Ging ik hysterisch rondrennen om andere mensen tegen te houden om haar lief te hebben? Nee, natuurlijk niet.
Wil je een pro worden in het geven van onvoorwaardelijke liefde? Grote kans dat je leermeester vlakbij je in de buurt is.
Ben je ooit teleurgesteld geweest in je hond, toen hij je niet bedankte voor die fijne wandeling? Of in je kat die geen cadeautje kocht toen je zijn kattenbak verschoonde?

Onvoorwaardelijk liefhebben betekent dat je iemand liefhebt zonder dat daar bepaalde eisen aan worden gesteld. We hebben lief in het huidige moment, maar als we het idee hebben dat onze gevoelens voor iemand morgen niet meer beantwoord zouden worden, trekken we onze liefde liever in. We zijn zo gewend geraakt om dingen te willen beheersen, om bepaalde uitkomsten te beïnvloeden, dat onze liefde vaak met een checklist komt.
Gek genoeg laten we die checklist vallen bij onze huisdieren. Als we terug willen komen bij het gevoel van onvoorwaardelijke liefde, helpt het om stil te staan bij onze relatie met onze dieren.
Er zitten geen verwachtingen aan deze liefde, en weet je wat daar zo ontzettend mooi aan is? Dat alles mogelijk is en dat het je keer op keer verrast. Hoe vaak ik niet een mega ‘Awwwwww’ moment heb omdat mijn hond spontaan met zijn hoofd op m’n schoot komt liggen, of wanneer ik in de stad een kat tegenkom die uit zichzelf even komt kroelen.
Sta eens bewust stil bij de liefde die je voelt voor een dier, voel je de rust die hier bij komt kijken? Geen eisen, geen verwachtingen, geen teleurstellingen.
Voel je dat? Zen he?
Pfoe. Dat lieve mensen. Dat is liefde.

Wil je meer van Annabelle lezen? Op http://www.instagram.com/wauwtist deelt ze wekelijks haar prachtige schrijfsels. ❤️

Narcistisch gereedschap: Jouw schuldgevoel

Er werd gevraagd naar een vervolg op mijn blog over narcisme in vriendschappen en relaties. In deze blog zal ik verder toelichten hoe narcisten in relaties en vriendschappen te werk gaan.

Een van de gereedschappen van de narcist, waarmee hij / zij je in een wurggreep kan houden, is schuldgevoel. Jouw schuldgevoel welteverstaan, want de narcist heeft dit zelf niet. Zoals ik al eerder uitlegde, gebruiken veel narcisten “gaslighting” als een manipulatieve methode om jou aan jezelf te laten twijfelen. Daarbij maken ze dankbaar gebruik van jouw verantwoordelijkheidsbesef. Immers, als ze jou een schuldgevoel kunnen bezorgen, of dit nu terecht is of niet, dan hebben ze iets om tegen je te gebruiken en je mee te manipuleren.

Lees verder onder de afbeelding

Misschien vraag je je regelmatig af: maar ik deed toch niets verkeerd? Waarschijnlijk is dat ook zo. Je deed niks verkeerd. De narcist weet zaken feilloos te verdraaien dat het er op neer komt dat jij iets verkeerd hebt gedaan, waarvoor je moet boeten in de vorm van iets wat de narcist van je wil.

Al snel nadat je het schuldgevoel in je schoenen hebt laten schuiven zal de aap uit de mouw komen: de narcist wil dat je iets doet, wil meer macht, wil jou meer in zijn of haar grip houden. Zolang jij je schuldig voelt en probeert iets goed te maken, heeft de narcist de touwtjes in handen. Precies wat hij of zij wil.

Een andere manier waarop de narcist de touwtjes in handen probeert te houden is negeren.

Als je iets doet wat de narcist niet bevalt, bijvoorbeeld kritiek uiten of iets voor jezelf doen, of iets doen waar de narcist jaloers van wordt, wordt negeren vaak ingezet als straf. Plotseling hoor je uren, dagen of zelfs weken niets meer. Je hebt de narcist gekrenkt, ookal was dit door bijvoorbeeld gewoon gelukkig te zijn. Dit kan niet, want jouw geluk draait niet om de narcist. De narcist wil al jouw onverdeelde aandacht. Dus neemt hij of zij precies dat weg: aandacht. Je wordt genegeerd totdat men vindt dat je het weer een beetje waard bent om tegen te praten. Dan volgt overigens vaak ook weer de verwijtende fase, waarin je schuldgevoelens aangesproken worden.

Zo gaat deze giftige cirkel door, totdat je door hebt wat er gebeurt en in wat voor relatie je terecht bent gekomen.

Samen alleen – Corona bij depressie – door Rosan van der Zee

De mens die zo gewend is om constant bloot te worden gesteld aan oneindig veel prikkels wordt opeens gedwongen om terug te keren naar een staat van onderprikkeling. De wereld die altijd zo oneindig leek, beperkt zich tot onze huizen. We willen van alles, maar kunnen bijna niets. Altijd tijd te kort verandert in altijd tijd te veel. Wat te doen met die leegte? 

De eerste keer dat ik het hoorde was ik me er nog niet van bewust. Ik wist dat het er was en dat het zich verspreidde. Het leek zo langzaam, maar de exponentiële kenmerken ervan maakt het onhoudbaar. Soms lachte ik erom en eigenlijk doe ik dat nog steeds. Nu lach ik alleen niet meer omdat ik het wat overdreven vind, maar puur om de situatie dragelijk te maken.

De verveling slaat toe en negatieve gedachtespinsels krijgen vrij spel om in mijn hoofd rond te zwermen. Ze vermenigvuldigen zich bijna nog sneller dan het virus zich verspreidt. Iedereen zegt dat ik positief moet blijven want we zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Dit begrijp ik en ik probeer het zo goed mogelijk toe te passen, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De hele situatie beangstigt me en het vreet aan me. Het laat me niet met rust. Hiervoor had ik al behoorlijk te maken met mentale disbalans en ik weet zelfs nog dat ik zei dat corona er echt niet meer bij kon komen. Het is alleen een onafwendbare aanwezigheid geworden. 

Waar ik al gevoelig ben voor existentiële depressies komt dit gevoel nu genadeloos binnengestormd. Teksten als: ‘Het is zo mooi dat corona laat zien dat de wereld de mensheid helemaal niet nodig heeft en het zelfs misschien beter af is zonder.’ zijn voor mij niet bepaald motiverend want het beschrijft ongeveer de essentie van mijn depressies.

Het lastige is vooral dat ik naast de angst voor het onvoorspelbare net als velen te maken heb met verveling wat voor mij ook gepaard gaat met een gevoel van doelloosheid.Voor mij is ‘stilstand’ als het ware de ‘eindstand’ van mijn verhaal. Het zorgt er namelijk direct voor dat ik last krijg van depressie en suïcidale gedachtes. Essentieel is voor mij dan ook dat ik hier niet aan toegeef en dat ik mezelf bewust bezig blijf houden. Onder andere door deze tekst te schrijven.

Wat me ook niet helpt in deze tijd is het lezen van al het nieuws. Tja, waarom doe ik dat dan? Omdat ik ergens ook wel weer ‘up to date’ wil blijven. 

Al met al is dit alles niet de beste receptuur om met de situatie om te gaan. Wat kan ik dan juist wel doen om mezelf te helpen? Misschien is dat wel een veel belangrijkere vraag dan wat ik juist niet moet doen. Het menselijke brein kent immers het woordje ‘niet’ niet. Daarom maak ik voor mezelf een lijstje van zaken die ik al doe en die ik kan doen die bevorderend werken:

De corona survivalgids voor deze depressivo: • Teksten schrijven;• Gedichten schrijven; • Tekenen; • Aan boek werken;• Buiten wandelen; • Naar mijn paard gaan; • Met mijn katten knuffelen; • Muziek schrijven; • Huiswerk maken; • Sociaal contact via social media;• Planning opschrijven; • Wielrennen;• Hardlopen; • Stretchoefeningen (het lichaam moet wel soepel blijven); • Avondjes op de bank met familie koesteren; • Uitzoeken hoe ik misschien anderen kan helpen; • Reflecteren op positieve momenten;• Etc.

Eigenlijk is de lijst van zaken die ik wel kan doen best wel lang. Het einde ervan is niet eens bekend want hij blijft groeien. Zo krijg ik toch nog een beetje een positief gevoel. 

Ook vind ik het belangrijk om me er bewust van te blijven dat deze afzondering helemaal niet duidt op eenzaamheid. Ik denk eigenlijk dat we nog nooit zo verbonden zijn geweest met elkaar als nu. We doen dit immers allemaal voor elkaar en zijn samen alleen. Elke dag van isolatie is juist weer een dag waar we er voor de ander zijn. Daarbij kan ik ook bedenken wat ikeventueel nog meer zou kunnen doen om te helpen, maar dit besef alleen is voor mij al een heel belangrijk uitgangspunt. Als ik me dan zo doelloos en nutteloos voel, kan ik me bedenken dat ik nu juist elk moment van nut ben voor anderen. Misschien word ik uiteindelijk ook ziek, dat is zelfs waarschijnlijk. Als dat gebeurt, werk ik weer mee aan de groepsimmuniteit waarmee ik dus ook weer anderen help.

Dus ja, het is lastig om met mijn brein positief te blijven in deze bizarre situatie (want dat is het). Toch heb ik hoop dat we hier sterker uitkomen. Dat we juist nu leren wat werkelijk belangrijk is. Dat al die prikkels voorheen misschien vooral een afleiding zijn van het werkelijke leven. Het leven dat ik vrees, maar tegelijkertijd ook zoveel lief heb. Ik heb het zelfs zoveel lief dat ik me er niet goed genoeg voor voel. Nu krijg ik de kans om werkelijk mijn steentje bij te dragen. Zo verandert de ‘stilstand’ plots in een ‘opstand’. Een opstand tegen de negatieve gedachtespinsels die nu vrij spel denken te kunnen krijgen. Ik geef me niet zomaar gewonnen en strijd door. Corona is voor mij naast het toeslaan van depressie ook de kans om er zonder prikkels als vluchtweg mee om te leren gaan. Zo ontdek ik in al het negatieve ook nog het positieve. Dit is mijn survivalgids om deze periode te doorstaan endaarna hopelijk zelfs sterker door te kunnen gaan.

Liefs,

Rosan

Samen met Rosan schreef Chrisje dit lied :

Zang en instrument: Rosan van der Zee

Tekst: Chrisje en Rosan van der Zee

Rosan kreeg een aanval tijdens het hardlopen: “Zonder mijn redders had ik waarschijnlijk uren op het koude asfalt gelegen.”

Zoals jullie waarschijnlijk weten kreeg ik op 24 januari (2020) een psychogene niet-epileptische aanval tijdens het hardlopen. Deze gebeurtenis was ontzettend beangstigend en het heeft heel veel met me gedaan. Daarom heb ik er deze tekst over geschreven om mijn ervaring hiervan duidelijk te maken voor (vooral) mezelf en anderen.

Elk einde is de afsprong naar een nieuw begin. Steeds kom ik het weer tegen. De ene keer voelt het als een zijden laken die op me neerdaalt, de andere keer stort het op me als een allesvernietigende bom.

Ditmaal was het een kernbom en deze vernietigde bijna mijn lichaam. De grote rode knop om die kernwapens af te vuren bevond zich in mijn brein en zat er slechts voor de allergrootste noodsituatie. Die noodsituatie vond plaats op 24 januari. De dag waarop ik weer een einde tegenkwam en zelfs de dood in de ogen leek te staren. Het mentale werd een met het fysieke.
Ik had plannen. Veel plannen. Veel te veel plannen. Na een intensieve week op mijn opleiding waar ik me al niet helemaal mezelf voelde, zou ik van vrijdag tot en met zondag ook nog een weekend gaan werken. Voor ik hier in de middag naartoe zou gaan moest ik wel nog even mijn huiswerk maken, reflecteren, bellen over therapie, hardlopen en paardrijden. Niks moest natuurlijk, maar eigenlijk moest het allemaal wel.

Had ik het kunnen zien aankomen? Achteraf gezien wel, maar in alle eerlijkheid had ik dit nooit verwacht…

Daar liep ik dan door de polder. Muziek in mijn oren. Mijn benen die mijn lichaam voortdragen. De ‘runner’s high’ die me altijd weer tot rust kan brengen. Toch denk ik dat er ditmaal geen rust was. Want ik moest dit doen. Het hoorde bij de planning dus het moest uitgevoerd worden. Zo veranderde de ontspanning in overspanning.
Het is nu vooral een waas. Korte flitsen van de gebeurtenis komen soms terug. Een blauwe lucht; boomtoppen; een intense kou; pijn in mijn hoofd; het dichtklappen van een autodeur en iemand die over me heen buigt. “Het komt allemaal goed…” Een zin die bevestigt dat het echt niet goed gaat. Het zijn woorden die door me heen galmen, maar waarvan ik niet zeker weet of ik ze daadwerkelijk heb gehoord.

Een ambulance. Pijn. Zwart licht. Niets… Ben ik dood? Kalmte…
Had het hier beter kunnen eindigen? Gewoon stoppen. Hier. Klaar. Punt. Geen nieuw begin meer. Niet meer te hoeven vrezen voor het leven. Geen verdriet omdat ik zelf het leven heb verlaten, maar omdat het me is ontnomen. Je kunt immers beter stoppen op je hoogtepunt.

Het ging toch zo goed?
Ja, het ging zo goed. Alles leek me te lukken. Ik leek opeens de hele wereld aan te kunnen. Na jaren nergens meer energie voor te hebben, mijn zin kwijt te zijn geweest en slechts te hebben bestaan vanuit een onoverbrugbare zinloosheid. Nu ging het eindelijk goed! Is dat niet het beste moment om de pijp uit te gaan? Een hartstilstand met een definitief einde. Misschien komt er een voorzichtig kopje in de plaatselijke krant en een klein afscheid voor de paar mensen die het wat doet. Daarna kan ik gewoon weer vergeten worden. Zoals het hoort. Zo moet het zijn. Vind ik ook eindelijk mijn ‘nooit meer slapen’.

Wakker. Ik ben wakker. Waar ben ik?
Mijn moeder; ze staat voor me. Ze zegt dingen. “Ziekenhuis… Gevallen… Onderzoeken…” Ik hoor het half. Weet niet meer wat ik eigenlijk aan het doen was of wat ik aan het doen ben. De situatie dringt niet tot me door. Alles suist. Mijn hoofd bonkt. Mijn hart bonkt. Sneller en sneller. Ik adem. Ik adem. Ik stop. Waar is mijn adem!?
Ik verstijf en ik verkramp. Weet me niet goed te beseffen waarom. Ik ben er, maar ik ben er niet. Beelden en geluiden schieten door mijn hoofd: blauwe lucht; een man; een dichtklappende autodeur; boomtoppen; ambulance; ziekenhuis; een man; boomtoppen; een dichtklappende autodeur; ambulance…  De ruimte om me heen siddert en beeft waarna het zich vult met mensen in witte jassen. Ik word vastgepakt. Zacht en hard tegelijk. Ze grijpen en graaien. Ik probeer mijn adem te vinden, maar deze lijkt niet meer te bestaan.

Ik leef… maar ga ik nu toch dood?
Dood, dood, dood, was ik maar dood.
Nee! Ik wil niet dood.
Ga ik dood?

Iemand houdt een zak voor mijn mond. Het voelt alsof ik stik. Ik krijg geen adem! Mijn lichaam lijkt kapot te scheuren door alle verkrampingen. Alsof mijn spieren hun uiterste best doen om al mijn botten te breken.

Ze proberen een soort puf in mijn mond te stoppen, maar het lukt niet omdat mijn mond en kaken volledig verstijfd zijn. Ze spuiten iets in mijn neus, maar het lijkt niet veel te helpen. Ik voel een naald in mijn linker pols en er wordt een onbekende vloeistof mijn lichaam ingespoten terwijl iemand mijn arm in bedwang houdt. Iemand plakt een soort grote sticker op mijn borst die met kabels aan een groot apparaat verbonden is. Reanimatie!?

Ik ga dood.
Ik ga dood.
IK GA DOOD.

Dan stopt alles… Ik weet niet meer hoe, maar het stopt. Was het de onbekende vloeistof? Was het de spray in mijn neus? Was het iets dat ik zelf deed? Is dit nu een nieuw begin?
Ik krijg een masker op om me extra zuurstof te geven. Blijkbaar vroeg ik daarna aan mijn moeder of ze daar een foto van kon maken. Een foto die later in de krant te zien zou zijn. Ik kan me niet herinneren dat deze is genomen, maar blijkbaar is dat een soort primaire behoefte van me. Achteraf gezien niet een heel logisch reflex. Ik ben officieel onderdeel van de moderne mens.

Conclusie van de innerlijke kernbom: een psychogene niet-epileptische aanval. Gelukkig. Het was maar mijn brein. Het zit slechts tussen mijn oren. Een gedachte waar ik me even aan vastklamp, maar welke ik al snel loslaat.

De noodklokken zijn gaan luiden en de grote rode knop is ingedrukt. Ja, ik heb het overleefd. Ik heb het geluk gehad dat ik ben gevonden en dat mensen me konden helpen toen ik dat zelf niet meer kon.

Een dankbaarheid omsluit mijn hart. Want ik wil helemaal niet dood, ik wil leven. Dat is iets wat ik nu zeker weet. Ik besluit dat ik deze mensen wil vinden om ze te kunnen bedanken en zodat ze de situatie positief kunnen afsluiten. Dit kan ik het beste via een Facebookpost doen. Een post die later ietwat escaleert nadat het bijna 7000 keer is gedeeld. Maar goed, het bracht me wel wat ik wilde.

Er komt de volgende dag in het ziekenhuis nog een gesprek met een crisisteam, maar zoals altijd weet mijn rationele brein als snel de overhand te nemen en analyseert hij de boel feilloos. Ik mag naar huis. Toch moet ik beloven dat ik wat ga veranderen en dat ik hulp zoek.

Het ging toch zo goed? Eigenlijk wil ik niet veranderen… Toch weet ik dat ik naar mezelf moet luisteren. Al die anderen dingen die ‘moeten’ zijn daaraan onderhevig. Dit is het enige dat echt ‘moet’. Ik wil zoveel liever zijn voor mijn brein en lichaam. Ik wil liever zijn voor mezelf.

Zelfs als iets misschien goed voelt, hoeft het niet per se goed te zijn. Het is als de energie die je voelt als je koffie of energydrank hebt gedronken. Eventjes lijkt het je goed te doen. Toch is dit slechts valse energie. Een illusie van verkwikking die na overmaat verandert in een inzinking.

In dit geval ben ik mijn eigen koffie, mijn drugs, mijn eigen verslaving. Want door alles te doen wat goed voelt en mezelf hiertoe te gaan verplichten, ren ik juist mezelf voorbij. Ben ik slechts aan het doen zonder te beleven. Alsof ik alles wil inhalen wat me vroeger nooit is gelukt.

Ik kan het nu toch allemaal? Ik wil alles tegelijk en liever gisteren dan vandaag. Dat lukt me en dat lukt me goed. Tot ik het niet meer kan. Tot ik instort.

Ik kan het zo goed verwoorden. Ik kan het zo goed uitleggen. Toch stap ik onbewust in diezelfde valkuil. Ook ik ben helaas niet bestemd tegen de zwaartekracht.

Als alles dan lijkt te vallen, sta ik op. Dat zou ik normaal doen… Wat doe ik nu? Ik blijf nog even zitten. Ik kijk om me heen en onderzoek waar ik in terechtgekomen ben. We moeten doorgaan, maar ik doe het zittend. Ditmaal leg ik eerst een stevige fundering zodat het nieuwe einde langer wegblijft.

Geef me even.
Heel even.
Ik leer straks weer hoe te staan.
Ik kan altijd nog leren lopen.
Moet even bijkomen.
Dromen…
Over morgen.
Vandaag blijf ik zitten.
Niks moet.
Het komt goed.
Dit heb ik nodig.
Niet overbodig,
Tijd te geven,
Tijd te gunnen,
Voor een nieuw begin.

Rosan van der Zee

Volg Rosan hier op Facebook

Wat niemand zegt voordat je kinderen krijgt!

Ja, je krijgt er heel veel voor terug: het ouderschap. Mooie momenten, een mini versie van jezelf, liefde, kusjes knuffels. Maar…. ook griep, driehonderd verkoudheden, buikloop en grijze haren. Je moet er immers wel wat voor over hebben.

Dit is wat niemand je zegt voordat je kinderen krijgt:

  • Snot. Snot is overal.
  • Je gaat je veel meer dan ooit tevoren met poep en plas bezighouden.
  • Je gaat merken op precies hoe weinig slaap je toch nog je werk kunt doen.
  • Slaap wordt waardevoller dan ooit.
  • Je gaat uren lang Dora, Bumba, of andere visueel traumatische zaken zien langskomen op televisie, keer op keer.
  • Je toiletbezoek wordt het enige moment van de dag waarop je misschien drie minuten privacy hebt. En met misschien bedoel ik waarschijnlijk niet.
  • Je gaat regelmatig wallen creëren waar men in Amsterdam jaloers op is.
  • Je zult zurige babykots op meestal je allerbeste kleding krijgen.
  • Baby’s hebben perfecte timing: meestal krijgen ze een spuitluier tot achter in de nek twee minuten nádat je ze in hun nieuwste dure pakje hebt gehesen nadat je al te laat was voor een afspraak.
  • Je komt naar alle waarschijnlijkheid nooit meer op tijd op een afspraak.
  • Je komt op plekken die audiovisueel belastend of zelfs traumatiserend zijn, zoals binnenspeeltuinen, ook wel bekend als de broedhaard van vele virale infecties.
  • Je gaat je basisschooltijd herleven door het helpen met huiswerk en het wachten op een schoolplein.
  • Speelafspraken met kinderen uit de klas van je kind lijken in het begin heel leuk, totdat je een vriendje op bezoek krijgt dat non-stop schreeuwt en met een stift op de muren begint te tekenen. Daarna word je selectiever in wie je kind mee op de hut af mag slepen na school.
  • De eerste paar jaar verbruik je ongeveer zeshonderdtwaalf pakjes billendoekjes en snoetenpoetsers.
  • De geur van Zwitsal zal je voor altijd je baby laten missen.
  • Wie verzonnen heeft dat je de pijn van een bevalling zo weer vergeet, heeft waarschijnlijk een schroefje los.
  • Je zult ongeveer 836 zetpillen toedienen, die er tien procent van de tijd direct weer uit gelanceerd worden door een hoestbui van je mini-me.

Lees verder onder de afbeelding

  • Je zult naar pretparken gaan en geen een achtbaan beleven omdat je de grootste deel van de tijd met een kinderwagen in het sprookjesbos op zoek bent naar een toilet met verschoontafel.
  • Je zult ijsjes kopen die binnen een minuut op de grond liggen, waardoor je weer nieuwe ijsjes moet kopen. Je moet hiervoor weer opnieuw in de rij, en je krijgt ook nog eens geen korting op het nieuwe ijsje, tenzij je je kind zelf laat vragen, en dan nog vaak niet.
  • Op vakantie gaan wordt een ander verhaal: je kunt pas veilig naar Spanje rijden als je auto beschikt over minstens twee dvd schermen op de kopsteun, gemiddeld twee tablets en een bereidheid om bij iedere afrit tussen hier en Spanje te stoppen omdat er altijd wel iemand moet plassen.
  • Snot en poep zijn leidend.
  • Zindelijk maken betekent minstens een keer ondergeplast worden.
  • Je krijgt waarschijnlijk heel veel tekeningen en knutselwerkjes mee van de opvang, school en dagverblijf. Je moet hier altijd enthousiast op reageren, ook als je geen idee hebt wat het moet voorstellen of waar je naar toe moet met het voorwerp.
  • Je zult alle mogelijke oplossingen tegen krampjes gaan googlen, uitproberen en kopen. Als die krampjes maar stoppen en het krijsen daarmee ook.
  • Je kunt soms je kind nog horen huilen, zelfs als het twee dorpen verderop bij je moeder logeert. Dit is een teken dat je even rustig aan moet doen.
  • Je gaat geheid een keer je sleutels terugvinden in de koelkast.
  • Je auto wordt een verzamelplaats van snoeppapiertjes, snoetenpoetsers, vergeten knuffels en stukjes happy meal verrassingen.

Maar…. boven alles krijg je er heel veel voor terug! ❤️

Leven met ADHD: Er gaat zoveel om in mijn hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen

Leven met ADHD is veel dingen, maar nooit saai. ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Wie ADHD heeft zal dit wellicht ervaren als een zegen en een vloek. Het is niet altijd gemakkelijk, maar tegelijkertijd ook nooit saai om ADHD te hebben.  Dit stuk is goed om te lezen en te delen, omdat er veel negatieve informatie over ADHD bekend is, maar er ook heel veel positieve kanten zitten aan het hebben van ADHD. Stuiter lees je mee? 

Mensen met ADHD zijn snel afgeleid, vandaar het Attention Deficit stukje. De aandacht er bij houden kost ons vaak immens veel moeite, tenzij we ergens ontzettend in geïnteresseerd zijn, en dan nog kost het vaak moeite om niet afgeleid te raken door de langs rijdende auto, de vlieg op de muur of doordat we simpelweg een merknaam op je T-shirt zien staan, waardoor we opeens ongecontroleerd hard nadenken over mode-ontwerpers en catwalks. We hebben dit zelf vaak niet door, het gebeurt automatisch. Het is geen desinteresse in jou als persoon; we willen er niemand kwaad mee doen. Ons brein is gewoon overactief, waardoor we soms zouden willen dat we met een honkbalknuppel alle inkomende ideeën en gedachten er uit konden meppen.

We zijn creatief

pexels-photo-213775Heb je behoefte aan mensen met veel ideeën om mee te brainstormen? Dan heb je aan mensen met ADHD goede gesprekspartners. Tenminste, als we niet halverwege bedenken dat we nog boodschappen moesten doen. We zijn een oeverloze bron van creativiteit en ideeën, we bedenken graag creatieve oplossingen voor problemen, soms nog voordat deze problemen ontstaan. We zijn vaak goed in creatieve beroepen. Veel bekende artiesten en kunstenaars hebben ADHD! Plekken waar vooral wordt verwacht dat je om kunt gaan met ad hoc situaties, zijn vaak de plekken waar mensen met ADHD uitblinken. Zet ons echter niet te vaak aan een saaie routinematige klus, want dan raken we volledig in de ban van alles behalve waar we mee bezig moeten zijn. Tijdens stressvolle situaties kunnen we vaak bijzonder helder nadenken en direct handelen waar anderen bevriezen; wel moeten we daarna een aantal uren bijkomen hiervan. Want hey, we zijn ook maar mensen. En ja, al die stress prikkels kunnen ook ons te veel worden.

We kunnen impulsief zijn

Impulsiviteit is een onderdeel van ADHD waar veel mensen last van hebben – in meer of mindere mate. Naarmate we ouder worden, wordt de impulsiviteit gelukkig vaak wel wat minder heftig. We kunnen ’s ochtends nog een rustdag gepland hebben, en om twaalf uur ’s middags die zelfde dag kun je ons tegenkomen in de GAMMA, omdat we plotseling besloten hebben dat we ons verveelden en het de hoogste tijd was om de bovenverdieping te gaan renoveren. Dat is toch leuk? We denken snel, reageren snel, en daardoor kunnen we soms voor een ander onnavolgbaar lijken. Vraag ons echter naar de reden en we leggen je met liefde onze logica uit. Wellicht is het voor jou niet logisch, maar voor ons wel. Ook hier proberen we niemand pijn te doen met onze impulsieve acties: soms kunnen we onszelf gewoon niet beheersen.

Speedyyyyyyyy! 

We kunnen soms sneller gaan dan de wereld normaal vindt. We geven bijvoorbeeld al antwoord op je vraag voordat je hem (helemaal) gesteld hebt. We jump in to conclusions, soms sneller dan noodzakelijk. Dat brengt ons wel eens in de problemen. Van de andere kant kunnen we wel ontzettend snel schakelen en reageren als de situatie daarom vraagt.

Veel mensen met ADHD hebben een groot empathisch vermogen en zijn zeer meelevend; daarnaast zijn we in staat om situaties van alle kanten te bekijken en ons goed in te leven in anderen.

Met ons grote probleemoplossend vermogen – doordat we outside the box denken – werpen we vaak een frisse blik op situaties of problemen.

pexels-photo-127968

Soms gaat het mis en lopen we tegen problemen aan door onze impulsiviteit of hyperactiviteit. Dat gebeurt wel eens vaker in het leven van iemand met ADHD, zeker als je nog jong bent. Maar daar leren we wel van dat we gewoon weer moeten en kunnen opstaan en opnieuw beginnen. Mensen met ADHD hebben dan ook vaak een grote veerkracht ontwikkeld.

Hyperfocus

Wanneer iets onze interesse heeft, kunnen we ons bijzonder goed concentreren. Of het nu werken op de PC is, of een film over een onderwerp dat ons bijzonder interesseert: als we eenmaal geconcentreerd zijn kun je een bom naast ons laten afgaan; we zullen niet op of om kijken.

Hyperactiviteit

Jaaaa, we hebben een berg energie, maar ook als we doodmoe zijn kunnen we hyperactief zijn. Ja, we friemelen, wiebelen, tikken met een voet, tikken met een pen, frutselen. We kunnen hier niets aan doen; dit zijn foefjes en trucjes die we onszelf hebben aangeleerd om stil te kunnen blijven zitten  en niet door de kamer te gaan rennen. Stil zitten en opletten tegelijk zijn voor iemand met ADHD heel moeilijk te combineren. Het liefst bewegen we, dan leren we het meest. Maar als we dan toch stil moeten blijven zitten, moet er in ieder geval een hand of een voet in beweging zijn, dus mocht je je er aan storen, bedenk dan: het gewiebel voorkomt nog veel erger gedrag, haha!

Hilariteit, bloopers en vriendschap

ADHD kan vervelend zijn, maar ook leiden tot hilarische situaties. Zo kun je met iemand met ADHD in de grappigste situaties belanden, al is het maar vanwege hun spontane ideeën en briljante blunders. Mensen met ADHD zijn dan ook leuk om bevriend mee te zijn, alhoewel je hen wellicht wel iets vaker dan gemiddeld zult moeten herinneren aan gemaakte afspraken. Want…. we hebben vaak wel een agenda, maar soms ook twee agenda’s omdat agenda twee er leuker uit zag met al die kleurtjes en alles, en de afspraak stond nog in die oude agenda, maar die waren we helemaal vergeten door de mooie kleurtjes van de nieuwe agenda en waren net bezig met het overschrijven van de afspraken uit de oude agenda in de nieuewe agenda maar toen roken we dat de lasagne in de oven begon te verbranden omdat we vergeten waren een timer te zetten en toen zijn we vergeten door te gaan met afspraken overschrijven.. en bovendien hadden we het niet in onze digitale agenda gezet, waardoor we geen herinnering op ons scherm kregen en het dus straal vergeten waren! Logisch, toch? Kortom; wil je zeker weten dat we ergens bij zijn, bel of app ons dan even van te voren. Succes gegarandeerd!

Liefs,

Chrisje

img_0562

 

Zeven jaar schrijven

Ik schrijf al zeven jaar voor jullie – en voor mezelf – op deze website. Ik deel met jullie mijn verwonderingen, ergernissen, dieptepunten en hoogtepunten. Ik verdiep me in onderwerpen die me boeien en schrijf er over. Jullie reacties laten me lachen, ontroeren me, geven me nieuwe inzichten.

Toen ik zeven jaar geleden met mijn website en Facebook pagina begon, dacht ik: wie zit er nu te wachten op wat ik schrijf? Maar inmiddels – zeven jaar en 30.000 volgers op social media later – denk ik dat niet meer.

Laatst kreeg ik een bericht van een vrouw die schreef dat ze dankzij mijn blogs het roer om had durven gooien in haar leven. Ze had een stap gezet in haar carrière die ze jaren lang voor zich uit had geschoven. Dat raakt me.

Het doet iets met me dat ik mensen help, ook al is het van een afstand. Ik kreeg ook een bericht van iemand die een zware depressie had en zich eindelijk begrepen en gesteund voelde door mijn columns over burn-out en depressies. Het doet me heel veel om dat te lezen.

Ik schrijf al van kinds af aan om dingen te verwerken, te begrijpen, te delen. Ik vind het mooi als ik daarmee andere mensen help. Er is zo veel haat en negatief gedoe op internet, dat ik blij ben een positief steentje bij te dragen. En dat zou ik niet kunnen zonder jullie!

Liefs,

Chrisje

Waarom praat niemand over de overgang?

Pas geleden was ik bij mijn huisarts. Daar ontdekte ik dat ik vervroegd in de overgang* ben.

Terwijl ik dit nieuws liet bezinken, drong het langzaam tot me door hoe weinig ik eigenlijk wist over de overgang, of – om het helemaal correct te zeggen – de *perimenopauze, want in de overgang ben je officieel pas als je al een jaar niet hebt gemenstrueerd. Als je je nu afvraagt wat dat is, de perimenopauze, dan begrijp ik dat, want ik wist ook niet wat het was. De perimenopauze is de periode voorafgaand aan de menopauze (overgang). Tijdens die periode die leidt tot de overgang schommelen je hormoonspiegels als een malle en kun je daardoor last hebben van een heel aantal zeer vervelende symptomen die veroorzaakt worden door die wisselende hormoonspiegels, zoals:

  • depressieve gevoelens
  • heviger bloedverlies
  • onregelmatigere menstruaties
  • hartkloppingen
  • voedsel intoleranties (die je voorheen niet had)
  • verandering in lichaamshaar
  • opvliegers
  • nachtelijk zweten
  • overgewicht
  • vaginale droogte
  • mood-swings: innerlijke onrust, neerslachtigheid
  • drogere en slappere huid
  • droge / geïrriteerde ogen
  • veranderd slaappatroon

De perimenopauze is eigenlijk de verandering voor de verandering. Het wordt ook wel vergeleken met de puberteit, want die hormonen kunnen je ook tijdens de perimenopauze best van slag maken. Veel vrouwen zijn zich er niet eens van bewust dat hun klachten hiermee te maken kunnen hebben, en ook huisartsen zijn lang niet altijd goed op de hoogte van overgangsklachten. 

menopauze 2Toen ik er achter kwam dat ik dus duidelijk beland ben in de perimenopauze, ging ik eens informeren bij vrouwen in mijn omgeving, aangezien ik er nooit iemand over gehoord had. Plotseling kreeg ik hele verhalen te horen over hevig bloedverlies, hartkloppingen, slapeloze nachten en depressies. Waarom wordt hier zo weinig over gesproken? Moet je je als vrouw schamen als je lichaam zich klaar begint te maken voor de onvruchtbare jaren? Is het dat we ons er voor schamen dat we ouder worden? Maar dat worden we hopelijk toch allemaal als het goed is?

Het taboe rondom de overgang (en de aanloop daar naar toe) is jammer; veel vrouwen zullen rondlopen met zorgen om onverklaarbare, vage klachten die wel heel hinderlijk zijn in het dagelijks leven. Jammer dat we daar en masse over zwijgen. Het is immers een heel natuurlijk proces. Ook weten te weinig vrouwen dat er zoiets bestaat als een overgangsconsulent; vaak worden een aantal consulten zelfs vergoed door de zorgverzekering. Daar kunnen vrouwen praten met iemand die heel veel verstand heeft van de overgang, hormonen en alles wat daarbij komt kijken.

Gelukkig heeft niet iedere vrouw even veel last van klachten door de overgang of de perimenopauze. Maar wat zou het mooi zijn als er opener over gesproken zou worden: menig vrouw zou daarin herkenning vinden en wellicht ook opluchting.

Liefs,

Chrisje

img_0562

 

 

Aan de vrouw die ons weg keek uit de LIDL – omdat we hand in hand liepen

Aan sommige dingen kan ik niet wennen. Zoals sommige lezers van mijn blog al weten, ben ik lesbisch en heb ik in 2016 mijn coming out gehad. Sinds begin van dit jaar heb ik een relatie met een vrouw; en niet zomaar een vrouw, maar de liefste die er is.

Als je als twee vrouwen hand in hand over straat en door de winkel loopt, krijg je nog wel eens wat blikken toegeworpen. Meestal zijn het verbaasde of nieuwsgierige blikken: zoals mensen wel vaker kijken als ze iets zien dat afwijkt van het “normale”, whatever that may be. Die blikken, daar was ik vrij snel aan gewend. Ze kijken even, ik glimlach vriendelijk en meestal krijg je dan een glimlach terug. Ja, wij lesbiennes zijn net mensen.

Maar een tijdje geleden ging het mis. Het ging mis in mijn hart. Ik stond hand in hand met mijn liefde in de winkel, te bedenken wat we allemaal nog moesten halen. Terwijl we daar stonden kwam een vrouw langzaam langs lopen. Zij wierp geen vluchtige nieuwsgierige blik: haar blik sprak boekdelen.

Ze bekeek ons uitvoerig met een afkeurende blik die duidelijk maakte dat wij zouden branden in de hel. Ze schudde haar hoofd en keek vol walging naar ons. Ik wilde intuïtief de confrontatie aangaan en deze mevrouw aanspreken op haar gedrag. Gelukkig werd ik tegen gehouden.

Homofobie is helaas toch nog steeds alive and kicking in Nederland. Veel te vaak zie ik nieuwsberichten langskomen van LHBTI mensen die aangevallen, mishandeld -of erger- worden om hun geaardheid. Natuurlijk denk je daarover na en ben je daar ook wel wat angstig voor. Op sommige plekken let je ook wel extra op je omgeving. Soms let je zelfs te goed op. Soms denk ik er ook helemaal niet over na, totdat ik de blikken zie en weer bewust er van word dat onze liefde voor anderen blijkbaar een bezienswaardigheid is.

Maar hoe veel mensen ons ook afkeurende blikken toewerpen: ik blijf hand in hand lopen met mijn lief, om de simpele reden dat ik hun goedkeuring niet nodig heb of belangrijk vind.

Tolerantie, leven en laten leven; ik hoop dat dat meer gaat gebeuren in 2020.

Liefs,

Chrisje

Dit wist je nog niet over lesbiennes

Af en toe krijgen mijn vriendin en ik de vraag: “Wie is bij jullie nou het mannetje?”.

Dat is natuurlijk een hilarische vraag als je er over na gaat denken, want als lesbisch stel gaat het er natuurlijk een beetje om dat niemand de man is, haha.

Sommige gay mensen vinden het vervelend om deze vraag te krijgen, maar wij proberen er met humor mee om te gaan. Dus gaan we het gesprek aan, want tegenwoordig zijn – als je doorvraagt – ook bij hetero stellen de rollen niet meer per definitie traditioneel verdeeld. Het is echt niet altijd de man die het vuilnis buiten zet of de vrouw die het eten kookt.

Bij ons is dus niemand “het mannetje”, ook al zie ik er uiterlijk vrouwelijker uit dan mijn vriendin.

We hebben dus ook geen traditionele rolverdeling. We koken om beurten of samen, poetsen ook allebei. Zij is wel handiger dan ik met klussen, maar daar laat ik me niet door weerhouden om mee te doen. Fysiek is ze ook wat sterker. Maar verder doen we de meeste dingen gewoon samen.

Hoe hebben jullie seks?

Nog zo’n veel gestelde vraag, vooral op plekken waar alcohol geschonken wordt 😆. Echter, deze beantwoorden we niet, want a) het is een onbeschofte vraag en b) daar heeft niemand iets mee te maken.

Mis je dan nooit… een man?

Nee. We missen nooit een man. We zijn niet voor niets lesbisch. 😂 Dat we lesbisch zijn maakt ons overigens geen mannenhaters: onze beste vrienden en familieleden zijn mannen. En ja, daar houden we heel veel van, op een platonische manier.

Wist je het niet altijd al?

Mijn vriendin kwam zowat lesbisch uit de wieg; ik kwam er pas heel laat, op mijn zesendertigste, achter. Iedereen heeft zijn eigen proces. Niet iedere gay zegt als eerste woordje “regenboog!”. Wel was er altijd een gevoel van anders zijn.

Als je op stoere vrouwen valt, val je dan niet gewoon toch op mannen?

Ehm, nee. Natuurlijk niet. Een stoer uitziende vrouw is nog steeds een vrouw.

Ik kan me niet voorstellen hoe het zou zijn om met een vrouw samen te wonen.

Deze horen we ook vaker. Zo heel anders is het niet, behalve dat je van hetzelfde geslacht bent en elkaar dus soms wel wat gemakkelijker begrijpt.

Wel moet je stevig in je schoenen staan als koppel van hetzelfde geslacht. Mensen begrijpen vaak niet wat je bent, kijken je raar of zelfs boos na als je hand in hand over straat loopt, of als je voor de ander iets gaat regelen.

Organisaties denken bij “mijn partner” vaak aan een man, totdat ik zeg dat ze een vrouw is. Maar gelukkig krijgen we ook hele mooie, open minded en lieve reacties, en hebben onze families aan beide kanten ons warm verwelkomd. Dat kan niet iedereen zeggen, helaas.

Liefs,

Chrisje

Ben je jezelf kwijt geraakt?

Als ik iets vaak heb gelezen op social media het laatste jaar, is het wel:

“Ik loop helemaal vast.”

“Ik liep tegen mezelf aan.”

“Ik ben mezelf kwijt geraakt.”

“Ik weet niet meer wat ik moet doen.”

“Ik ga op stilte retraite om mijn innerlijke pad te vinden.”

…….. en talloze varianten hierop.

Misschien is het antwoord in deze blog niet het antwoord dat je wil horen, maar wellicht is het wel het antwoord dat je nodig hebt om te horen:

Word wakker! En volwassen!

Lees verder onder de afbeelding

Heb je het gevoel dat je ver van jezelf verwijderd bent? Gooi eens een glas water in je eigen gezicht: je bent al dichtbij jezelf! Je bent jij! Je bent alleen verwijderd geraakt van wat je wil in je leven. Om daar achter te komen moet je keuzes maken.

En nee, dat is niet altijd gemakkelijk. Maar ja, het is wel nodig, anders ging jij niet van die termen rond slingeren als dat je op zoek bent naar jezelf en andere van dit soort grijs-gebied-kreten waar half Nederland ondertussen allergisch voor is geworden.

Je bent niet op zoek naar jezelf, je bent al jezelf. Je bent gewoon niet gelukkig!

Lees verder onder de afbeelding

Je wentelen in zelfmedelijden en zelfbeklag en vage termen waar niets concreet uit te halen is, is altijd gemakkelijker dan opstaan, je voeten in je schoenen zetten en EINDELIJK:

• die nieuwe baan zoeken,

• professionele hulp zoeken,

• een relatie beëindigen of herstellen,

• je excuses aanbieden voor iets waar je al veel te lang spijt van hebt,

• aan een opleiding beginnen

• etc.

Wacht je op iemand die je over je bol aait en je leven verbetert of verandert? Wacht je op iemand die jouw beslissingen voor je gaat nemen? Wil je dat? Het is niet realistisch – en niet gezond! – om te wachten tot anderen je problemen oplossen; welke eer behaal je daaraan?

Lees verder onder de afbeelding

Hoe mooi is het als het jou zelf is gelukt om je angsten onder ogen te komen? Als je je eigen demonen zelf te lijf gaat (indien nodig met professionele hulp)?

Hoe badass vind jij jezelf volgend jaar als je kunt terugkijken op een 2020 waarin je keuzes voor jezelf bent gaan durven maken? Waarin je uit die – oh zo comfortabele! – slachtofferrol bent gekropen en hebt laten zien dat je wel nog een ruggengraat hebt?

Het hele “op zoek zijn naar mezelf” is niet meer en niet minder dan een noodkreet en een roep om aandacht van mensen die heel verdrietig en bang zijn, en niet meer durven opstaan en zeggen: hier stopt dit geitenwollensokkengedoe, ik ben bewust van wat ik moet doen en ik ga NU mijn zaken aanpakken.

Zo. Dat moest ik even kwijt. 😊

Liefs

Chrisje

Hoe voorkom je dat de narcist je manipuleert?

Mensen stellen mij vaak vragen naar aanleiding van mijn quotes en blogs over manipulatie en narcisme. Een van die vragen is: Hoe voorkom ik dat ik gemanipuleerd word? Of: Hoe stap ik uit een relatie of vriendschap met een manipulatief persoon?

Ik wil je zo goed mogelijk antwoord geven op deze vragen. Ik wil daarbij wel benadrukken dat ik geen psycholoog of arts ben. Ik ben ervaringsdeskundige en deel mijn ervaringen graag met mensen die in ongezonde (werk- of privé) relaties of vriendschappen zitten en daar maar moeilijk mee om kunnen gaan.

Om uit een narcistische relatie te stappen, moet je eerst een bewustwordingsproces doorlopen. Dit begint bij:

Herkennen en erkennen

De eerste stap is: herkennen en erkennen. Om gedrag te erkennen moet je het eerst herkennen. Heb je het door als je gemanipuleerd wordt? Zie je het patroon in gedrag? Narcistische mensen en manipulators zijn vaak zeer bedreven in het geleidelijk aanpakken van misbruik. Ze gaan stap voor stap te werk en verdiepen zich uitgebreid in jou: wat zijn je zwakke kanten? Wat zijn je grenzen? Waar ben je gevoelig voor? Pas als ze weten hoe je in elkaar steekt (en narcisten zijn hier zeer bedreven in!) gaan ze voorzichtig jouw grenzen opzoeken. Om narcistisch misbruik en manipulaties te stoppen moet je dus eerst weten en erkennen dat het gebeurt. Voelen wanneer het gebeurt. Meestal herken je het aan een onderbuikgevoel: dit klopt niet, fluistert een stemmetje. Dit onderbuikgevoel is je intuïtie: een heel waardevol iets wat je hard nodig gaat hebben terwijl je je losmaakt.

Charme, snelheid en schuld

Als narcisten iets hebben, is het charme. Krijg je het gevoel dat je gepaaid wordt, dat er geslijmd wordt waarna je wel bijna ja moet zeggen? Heb je vaak het idee dat een situatie zich zo snel ontwikkelde dat je pas later in de gaten had waar je precies mee had ingestemd? Narcisten en manipulators zijn charmant en snel. Ze weten dat de meeste mensen niet bedacht zijn op hun spelletjes en manipulaties. Daar maken ze dankbaar gebruik van.

Een narcist kan een idee nog zo spontaan lijken te opperen; negen van de tien keer is dit vooraf uitgebreid voorbereid. Voor jou lijkt het snel te gaan, omdat de narcist je meestal tien stappen voor is. Charme + snelheid = ja zeggen op iets wat je niet wil. Precies wat de narcist van je verlangt. Heb je naderhand pas door dat je iets hebt toegezegd wat je niet wil doen? Oefen met het er op terugkomen. Een voorbeeld: “Je vroeg me of ik mee ging naar …, ik heb er over nagedacht en me bedacht. Ik wil daar niet heen, maar ik wens je veel plezier!”

Een echte narcist of manipulator zal – als charme en snelheid niet meer werken – op je schuldgevoel in gaan spelen.

Mensen die het slachtoffer worden van een manipulatieve relatie zijn vaak meevoelend, verantwoordelijk en zorgzaam. Zorgzame mensen willen een ander geen pijn doen. Dat weet de narcist: hij of zij maakt hier dan ook dankbaar gebruik van.

Besef dat de narcist een studie heeft gemaakt van jou en je gedrag.

Hij weet je zwakke punten precies te raken.

Een narcist kan je een schuldgevoel aanpraten en/of manipuleren door:

• …Plotseling heel verdrietig, maar wel begripvol te reageren. Hij of zij hoopt hiermee te bereiken dat je je bedenkt omdat je voelt dat hij of zij verdriet heeft.

• …Zaken te noemen die hij of zij voor jou gedaan heeft. “Jammer, toen ik je hielp met… hoopte ik dat jij mij ook zou helpen.” Trap er niet in: in een gezonde relatie bezorgt iemand je geen schuldgevoel alleen omdat je iets niet wil.

• …een extra charme offensief er tegen aan de gooien. “Ah, toe, liefje, alsjeblieft? Ik beloof je dat ik….”

• …als een kleuter te gaan stampvoeten en dreinen. Narcisten schuwen geen enkele leugen of dreiging als het er op aankomt dat ze hun zin willen krijgen. Plotseling op sterven liggende familieleden, zieke huisdieren, geen leugen wordt geschuwd. Achteraf valt het dan opeens toch wel mee, maar dan heb jij al gedaan wat de narcist wilde en verzint hij of zij wel een reden waarom die urgente situatie opeens toch wel mee bleek te vallen. Trap er niet in. Hoe moeilijk ook.

• …je te negeren. Narcisten weten precies hoe gevoelig je er voor bent. Ze negeren je plots uren of dagen lang om je te laten voelen hoe vervelend het is als ze niet in de buurt zijn. Op berichtjes wordt niet of amper gereageerd. Zinnen worden korter. Er wordt niet meer gelachen of gekust, er wordt alleen ijzige stilte op je af gestuurd, waardoor je onbewust of bewust zult voelen: dit krijg je als je niet doet wat ik wil.

Herken je veel in bovenstaande tekst? In een volgende blog ga ik verder in op de stappen die je kunt zetten om te ontsnappen uit een relatie met een narcist.

Luisteren naar je onderbuikgevoel en herkennen wanneer je gemanipuleerd wordt is een proces van oefenen, maar als je het eenmaal doorhebt, wordt het steeds gemakkelijker te herkennen.

liefs,

Chrisje

Waaaaaaaaarom… loopt iedereen om de spullen op de trap heen??

Je kent het misschien wel: je beseft bij het naar beneden lopen dat je het laatste toiletpapier hebt opgemaakt. Je bent de beroerdste niet, dus je pakt een wc rol, legt hem demonstratief op de trap, zodat de eerstvolgende die naar boven gaat deze mee kan nemen zodat hij of zij niet hoeft te airdryen na het toiletbezoek. Sociaal en hoffelijk, toch?

Fout!

Die wc rol, die wordt dan niet meegenomen. Nee nee. Die wc rol wordt een klein obstakel om omheen te lopen, overheen te stappen, of zelfs aan de kant te schuiven, want: wat staat dat ding hier onhandig?

Zo geldt dat overigens ook voor theedoeken die boven in de was moeten, haarspelden die in de strijd van de dag op de vloer eindigden, gekochte cosmetica die naar de badkamer meegenomen dienen te worden. Behendig wordt er omheen gecirkeld, er over heen gestapt en zelfs over gestruikeld (“wat ligt hier voor rotding!”) waarna het nog een week blijft liggen. Serieus, menschen: doe je huisgenoten een lol en neem het mee!

Dat gebrek aan pro-activiteit en hoffelijkheid lijkt wel een ziekte van deze moderne tijd.

Je zou denken: dit is geen hogere wiskunde, dit snapt iedereen met meer dan twee cellen.

Toch zou je je verbazen over hoe veel intelligente mensen het niet kunnen opbrengen om pro-actief te zijn.

Daarom trap ik nog even wat meer open deuren in, nu ik toch op dreef ben:

  • Staat er een vuilniszak bij de achterdeur? Gooi hem even in de bak buiten!
  • Staat er iemand in de trein te wachten om uit te stappen? Wacht dan even met instappen, hork!
  • Heb je op het werk gegeten en servies vuil gemaakt? Zet het even in de vaatwasser of was het zelf even af: je collega’s zijn niet je butler!
  • Heb je drinken besteld bij horeca personeel en komen ze het brengen? Wees dan zo sociaal om even op te kijken van je telefoon en dankjewel te zeggen.

Ten slotte nog een leuk filmpje van een (toevalligerwijs) man, die hoffelijkheid niet begrijpt, maar wel hilarisch is:

(dit is de link: https://youtu.be/D3MI8v4gHk4)

Wait, what?? Zo bespaar je minstens 45 minuten per dag!

Druk, drukker, drukst! We leven in een maatschappij die veel van ons vergt. We moeten werken, kinderen naar sportclubs brengen, sociale contacten onderhouden, het huishouden bijhouden enz. enz. enz..

Hieronder vind je tien tips waarmee je minstens een 45 minuten per dag tijd kunt besparen:

1. Bestel je boodschappen online
Als je zoals ik vijf dagen per week werkt, kost het bijna iedere dag wel minstens een kwartier om naar de supermarkt te gaan voor (onder andere) het kopen van avondeten. Bestel je alle boodschappen voor de week in één keer, bespaar je minstens 4 à 5 keer per week een kwartier lang boodschappen doen. En ja, je betaalt een paar euro aan bezorgkosten, maar die verdien je makkelijk terug aan de impuls aankopen die je niet doet door online te bestellen.

2. Concentreer je huishoudelijke taken
Als je het gevoel hebt dat je lukraak wat doet in het huishouden, kun je er ook voor kiezen om een of twee vaste momenten per week een uur of twee uit te trekken voor het huishouden. Dan heb je er gelijk routine in en kun je aan één stuk door poetsen; zo heb je sneller alles aan kant én bespaar je dagelijks tijd.

time1

3. Leg je telefoon eens wat vaker weg
Heb je het gevoel dat de tijd een loopje met je neemt? Is de dag “opeens” voorbij? Leg je telefoon eens wat vaker een uurtje of twee weg! De smartphone leidt ons meer dan eens af van waar we ons eigenlijk bezig mee zouden moeten houden, zoals poetsen, de administratie doen, in de tuin werken, kinderen opvoeden, ik noem maar wat.. 😉 Leg dat apparaat eens weg en zie hoe efficiënt je kunt zijn als je je ogen eenmaal van het scherm af haalt!

4. Zet je meldingen op stil
Nu we het toch over telefoongebruik hebben: zet (als dat kan) eens wat vaker je telefoon meldingen op stil. Zo raak je niet door ieder binnenkomend appje afgeleid van waar je mee bezig was. Hocus Focus!

time4

5. Slaap genoeg
Het klinkt tegenstrijdig, ik snap het. Maar: wie goed slaapt, heeft goede focus gedurende de dag. Als je moe bent verlies je snel het overzicht van je prioriteiten. Slaap lekker!

Lees ook: Dit is waarom mannen vrouwen niet begrijpen

6. Maak een to-do-lijstje
Knullig, zo’n lijstje? Mwah. Het helpt je wel verdomd goed met focussen op je prioriteiten en zorgt bovendien voor een nuttig en voldaan gevoel aan het eind van de dag, als je een hoop zaken kunt weg strepen!

7. Neem je telefoon niet mee naar (jaja..) het toilet
Veel mensen nemen hun telefoon mee naar het kleinste kamertje van het huis. Maar hoe vaak betrap je jezelf er niet op dat je al veertig minuten langer op het toilet zat dan nodig, of kom je met slapende benen van het toilet af gestrompeld omdat je 36 potjes Candy Crush te veel speelde? Natuurlijk is het fijn om je even terug te trekken van de prikkels in de wereld, maar als je zonder telefoon naar het toilet gaat sta je waarschijnlijk vijf à tien minuten later weer buiten. Zeer tijdsbesparend!

time2

8. Meten is weten!
Wil je weten waar al je tijd naar toe gaat? Meten is weten! Houd eens een lijstje bij van hoe veel tijd op een dag je waar mee bezig was. Het geeft je veel inzicht in tijdrovende zaken!

9. Vaste plekken voor spullen
Hoe veel tijd per week ben jij bezig met zoeken naar spullen, omdat je niet meer weet waar je ze gelaten hebt? (Eerlijk is eerlijk: ik als ADD’er spendeer daar veel te veel tijd aan!) Hoe georganiseerder je te werk gaat op je werk en thuis, des te minder van je kostbare tijd ben je bezig met zoeken naar spullen. Bedenk vaste plekken voor je spullen en maak er een gewoonte van om ze daar consequent terug te leggen.

10. Combineer taken
De vaatwasser leeg maken / vullen terwijl je kookt; de douche schoonmaken terwijl je er in staat; er zijn veel taken die je slim met elkaar kunt combineren. Vooral de taken (zoals koken) waar ook nogal wat wachten bij komt kijken zijn ideale combineer-taken.

Geniet van je extra vrije tijd!
P.S.: Heb jij nog tijdbesparende tips? Deel ze hieronder in een reactie!

Liefs,

Chrisje

Meer lezen? Lees dan ook eens: Burn-out is voor people pleasers die geen prioriteiten kunnen stellen

IMG_20191012_192855_850.jpg

Rosan: “Als ik aan mensen probeer uit te leggen dat ik gender fluid en panseksueel ben, merk ik hoe ingewikkeld het klinkt.”

Ik ben een vrouw, maar niet altijd evenveel. Soms voel ik me namelijk meer man. Hoewel ik mij er geheel van bewust ben dat ik in het bezit ben van een ‘flamoes’ en dus het vrouwelijke geslacht heb, identificeer ik me er niet altijd evenveel mee.

Waar ik de ene dag het meest ‘vrouwelijke’ schepsel op de planeet ben, kan ik een andere dag me toch echt gedragen als een vent. Althans, dat is hoe de maatschappij dat vaak ziet. Vanuit mijn perspectief is er namelijk niet direct zoiets als ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ gedrag. Er is vooral gewoon ‘gedrag’.

Op de dagen dat ik me meer als ‘man’ gedraag (volgens de maatschappelijke normen) zul je me ook echt niet in een jurkje met hakken zien. Dat past dan gewoon echt totaal niet bij me. Terwijl ik een andere dag in de meeste meisjes-achtige kleding door de straten huppel en alles ‘fabulous’ noem.

Heb ik dan een dubbele persoonlijkheid? Nee.

Dit valt onder de noemer: Gender Fluid. Een constante mix van het ervaren van de genders ‘jongen en meisje’ waarbij je je de ene dag meer als een van de twee voelt dan de andere dag.

Toch heb ik soms moeite met deze benaming omdat ik mijn ‘mannelijke’ dagen niet per se als mannelijk zie. Gedrag is voor mij immers niet direct aan gender gerelateerd. Toch kan ik me qua gevoel soms wel meer man voelen, ongeacht mijn gedrag.

Klinkt dat verwarrend?  Welkom in mijn hoofd… Gelukkig was ik al gek, dus dit kan er ook wel bij. 😉

Uiteindelijk zou het ook niet echt uit moeten maken of ik meer meisje of jongen ben of me zo gedraag. Ik ben bovenal gewoon mens.

Om het nog iets makkelijker te maken ben ik qua seksuele oriëntatie panseksueel. Dat betekent dat ik op pannen val en ik voel me vooral aangetrokken tot steelpannen. Oké, dat is niet wat het betekent. Ik val beide op mannen en vrouwen. Maar anders dan bij bi-seksualiteit, maakt het me eigenlijk helemaal niet uit of iemand zich als man, vrouw, non-binary, gender fluid, trans, etc. identificeert. Ik val namelijk op iemands persoonlijkheid en niet op het fysieke geslacht of gender.

Natuurlijk vind ik het ook fijn als iemand er lichamelijk goed en gezond uitziet. Echter maakt het me niet zoveel uit wat voor fysieke aspecten omtrent geslacht er aanwezig zijn. Heb je een flamoes? Top. Heb je een langer aanhangsel? Ook goed. Zie je eruit alsof je een langer aanhangsel hebt, maar heb je eigenlijk een flamoes? Ook helemaal oké. Piemels, vagina’s, slangen, poezen, aanhangsels, flamoes, derde been, punani, weet ik het wat allemaal. Het is mij allemaal om het even.

Sommige mensen lijken het niet helemaal te begrijpen als ik mijn gender en seksuele oriëntatie probeer uit te leggen. Als ik het uitleg kom ik er soms zelf ook achter dat het best ingewikkeld klinkt. Dan vertel ik de ander uiteindelijk maar gewoon dat het belangrijkste is dat ik liefheb en dat ik ben wie ik ben. Want daar gaat het toch uiteindelijk om?

Ook heb ik de hele wereld dus als potentiële partner. Dat is de luxe die ik dan weer wel heb. En zelfs dan ben ik nog single. Dat noemen we pas zelfcontrole. Of ligt het meer aan de gebreken in mijn sociale communicatie? Wie weet, maar dat is weer een onderwerp voor een andere blog….

Liefs,

Rosan

Wist ik toen maar wat ik nu weet: wat onzekerheid met je doet – door Chrisje VIP blogger Inge

Wist ik toen maar, wat ik nu weet. Dat had een hoop ellende bespaart, zowel voor en bij mij als “die ander” (in de ruimste zin van het woord). Ik begrijp uiteraard, dat ik al die leermomenten heb moeten opdoen om juist hier te kunnen staan. Maar het pijn doen van mezelf en ook de ander, is niet echt iets om trots op te zijn en is sowieso geen fijne gedachte.

Ik heb altijd vanuit de verkeerde emotie gehandeld: onzekerheid. Dat is – net als angst  – geen goede raadgever. Onzekerheid brengt je constant in de nesten en als die er even niet zijn, dan creëert deze raadgever het wel. Al die stemmetjes in je hoofd, die je een verkeerde realiteit doen geloven.

Nu handel ik vanuit mijn hart en dat gaat uiteraard echt nog niet altijd goed (maar ja, wat is goed?). Soms is er wat ruis op de lijn, omdat er dan nog wat wild lopende raadgevers aan het blèren zijn. Ik ben immers elke dag moe, heb elke dag pijn en dat is niet altijd een goede combinatie.

Het is denk ik moeilijk voor te stellen, wat onzekerheid met je doet.

Je wordt daar echt geen leuker mens van, ik althans niet. Altijd maar dat éne gevoel in je hoofd, “je bent niet goed genoeg”. En met dat gevoel betrek je alles wat er gebeurt en gezegd wordt op jezelf en ziet de wereld er alles behalve dan rooskleurig uit. Dat gevoel gooit alles over hoop en dan wil je eigenlijk van alles en iedereen wegrennen. Totaal geen eigen waarde en dat wat je van waarde in je handen hebt, durf je amper vast te pakken en / of te houden (lees; je jaagt het zelfs weg). Kortom, elke dag in gevecht met de saboterende gedachtes en je leuke zelf.

Inmiddels wéét ik beter (alhoewel het nog niet altijd zo voelt), ik ben wel goed genoeg!! En of dat genoeg is voor die ander, dat ligt niet aan mij, maar aan die ander. En dat zegt niets over mij, maar over de ander. Iets met een potje en een dekseltje, het past of het past niet: maar dan moet je uiteraard niet het schroefdraad gaan forceren.

Warme groet,

Inge Heutenik

Inge’s blog kun je volgen via Instagram:
https://instagram.com/lief.dagboek2.0

Facebook: lief.dagboek2.0

img_4999

“Zolang je maar gelukkig wordt!” – door Chrisje’s VIP blogger Rosan van der Zee

pexels-photo-1282169“Zolang je maar gelukkig wordt.” Dat was wat mijn moeder vroeger altijd tegen me zei. Er lag een hele wereld voor me open. Duizenden of zelfs miljoenen mogelijkheden. Zolang ik maar hard werk, kan ik alles bereiken. The American Dream, maar dan op zijn Nederlands.

Met deze gedachtegang in mijn achterhoofd ging ik vol goede moed de grote wereld tegemoet. Echter kwam ik er al snel achter dat geluk nog niet zo makkelijk te bereiken is als ik dacht. Ik kwam erachter dat ik ondanks hard werken echt niet alles zou kunnen bereiken wat ik als doel stelde.

Daarbij liep ik ook nog eens tegen een andere muur op: psychische kwetsbaarheid.

Want ik heb last van depressies, paniekaanvallen PTSS (in remissie) en autisme. Een mooie cocktail aan labels die ik altijd met me meedraag. Dat klinkt als het perfecte recept voor een leuk feestje, maar van cocktails moet je niet te veel drinken want dan wordt het één groot zooitje. Een beetje is namelijk wel gezellig, maar voor je het weet ben je heel de boel aan het onderkotsen. Nou, dat is dus ongeveer mijn dagelijkse hoeveelheid aan cocktails.

Hoe ga ik echter samen met mijn cocktail aan labels – mijn psychische kwetsbaarheid – zoiets als geluk vinden? De wereld ligt voor me open en ik lijk maar niet bij dat stukje ‘geluk’ te kunnen komen. Alsof het zich constant in alle hoekjes en gaatjes voor me verbergt en me bij voorbaat al heeft afgewezen. Kan ik wel aan mijn moeders wens voldoen om ‘gelukkig’ te worden? Want hoe meer ik ervoor vecht om gelukkig te worden hoe verder het van mij weg lijkt te vluchten. Moet ik misschien stoppen met zoeken naar iets wat zich niet laat vinden? Moet ik accepteren dat ik niet gelukkig word? Is het beter als ik ook het ‘ongeluk’ een plekje geef? Dan hoef ik het niet meer weg te duwen en dat scheelt heel veel energie.

Geluk bestaat immers eerder uit het beleven van momenten in plaats van een constante aanwezigheid te zijn. Het leven is nu eenmaal best wel lelijk af en toe, maar in de aller lelijkste lelijkheid is ook schoonheid te vinden. Misschien is mijn cocktail aan labels ook niet alleen maar slecht. Wellicht kan ik er zelfs van genieten als ik het leer te doseren en het om vorm tot een aanwezigheid die ook iets positiefs kan brengen. Misschien dat ik wel leer te leven met de kunst van het (on)gelukkig zijn.

Dus sorry mam, ‘gelukkig’ zal ik waarschijnlijk niet worden. Laat ik dan maar gewoon mezelf zijn en het leven nemen zoals het is. Misschien kunnen we met mijn cocktail toch soms wel een leuk feestje bouwen? Ik schenk alvast een glaasje voor je in. Proost op het (on)geluk!

Liefs,

Rosan van der Zee

pf

Mijn eerste kater!

Door Chrisje VIP blogger Inge

Ik heb vandaag voor het eerst in mijn leven een kater. En niet zo eentje die miauw zegt, nee eentje die loopt te rellen in je lichaam, die mi-auwww zegt dus. En ik weet nou niet of ik daar trots op moet zijn of me vreselijk moet gaan schamen. Ik weet wel dat het éénmalig is.

Het was gisteravond meer dan gezellig en dan wordt er niet gekeken naar een glaasje meer of minder. Ik heb überhaupt de glaasjes niet gezien ook, ik verkeerde in goed gezelschap en daar lag mijn focus. Vannacht had ik daar graag op terug willen komen, maar het is me niet gelukt om de tijd terug te draaien (heb ik weer).

En wat is het dan rot dat je alleen bent, dat niemand je even kan verzorgen. Niemand die even je handje vast houdt en over je rug wrijft.

Maar wat is het dan ook heerlijk dat je alleen bent. Ik heb heel charmant met een emmer onder mijn oksel door het huis kunnen slenteren (daar waar mijn make up inmiddels ook zat). Ik heb heerlijk zelfmedelijden kunnen hebben en me vooral ellendig zitten en liggen voelen.

Lesje geleerd! Nooit meer met een goede vriend doorhalen. Of lag het toch niet aan het gezelschap? En lag het toch aan die glaasjes? Volgende keer maar gewoon opletten, varifocus aanzetten en ik ga voorlopig aan de ranja met een rietje, dan ben ik namelijk net zo leuk.

Ik strooi wat liefde, vooral naar die kater……

Warme groet,

Inge 

Inge’s blog kun je volgen via Instagram: https://instagram.com/lief.dagboek2.0?igshid=4ne1ml3a16ch

Facebook: lief.dagboek2.0

“Ik begrijp haar keuze. Ook ik ben misbruikt.” – door VIP blogger Rosan

door Chrisje VIP blogger Rosan van der Zee

pfIk voel me niet goed. Waarom? Er is een meisje overleden; Noa. Ze was pas 17 jaar. Ik ken haar niet. Ik wist pas dat ze bestond toen ik las dat ze was overleden. Een zelfgekozen dood. Op de ene pagina stond dat het kwam door euthanasie en ergens anders werd dit gerectificeerd: er was geen sprake van euthanasie.

Volgens de teksten wilde ze niet meer leven door haar trauma’s. Ze mocht geen euthanasie, want daarvoor was ze te jong. Eerst nog traumabehandeling. Was er ook nog een andere optie? Nee. Uiteindelijk besloot ze te stoppen met eten en drinken, begeleid door haar artsen. Blijkbaar kon dat wel.
Jezelf uit moeten hongeren om zo uiteindelijk te sterven. Na een leven lang vechten.

Voor haar was de weg die er nog werd uitgezet niet te bewandelen, maar er was geen andere weg meer om te bewandelen. Die weg bestond immers niet. Ze was losgelaten en spartelend achtergelaten in een wereld die zei niets anders meer te kunnen bieden dan die ene weg.

Ze was zeventien jaar. Ze was een strijder. Nu is ze dood. Maar dat deed ze natuurlijk zelf. Het was haar keuze. Niemand die daar meer iets aan kon doen. Vogelvrij verklaard.
Iets in mij voelt zich schuldig om dit allemaal te lezen. Alsof ik inbreek in iemand anders leven. In iemands anders gevecht waar ik niet zomaar een oordeel over kan vellen. Echter: de hele wereld lijkt hier opeens over te kunnen oordelen. Er wordt van alles geschreeuwd en iedereen lijkt de enige waarheid te kennen.

En ik?

Ik zit op de bank. In stilte.

Eigenlijk wilde ik er niks over schrijven. Wilde ik het voorbij laten gaan en de pijn er dan maar laten zijn. Maar ik kan mijn ogen hier niet voor sluiten.

Ik herken mezelf in dit meisje. Ook ik ben zwaar misbruikt. Ik heb dingen meegemaakt die niemand mee zou moeten maken. Ook mijn lichaam heeft altijd als mijn vijand gevoeld. Ook ik wilde op mijn zeventiende dood. Soms wil ik dat nog. Maar ik leef nog. Ik ben er nog.

Toch kan ik niet zeggen dat zij dan ook maar door had moeten leven. Dat ze niet op had moeten geven. Want ik kan nooit weten wat zij allemaal heeft gevoeld en hoezeer ze heeft geleden. Hoeveel ik ook in haar verhaal herken. Ik geloof haar als ze zegt dat haar lijden ondraaglijk was. Als er dan slechts nog één weg wordt aangeboden om verder te kunnen gaan – een weg die niet door haarzelf kon worden bepaald – dan begrijp ik dat dat als een onmogelijk obstakel voelt.

Wel heb ik het er moeilijk mee. Want ik had het fijn gevonden als dit nieuws nooit de wereld had bereikt. Als het nooit was gebeurd. Als ze op haar manier haar leven weer had kunnen leiden in plaats van lijden.

Maar wie ben ik, om daar over te oordelen. Ik ben slechts iemand die een tekst leest op een pagina waarvan ik weet dat het nooit het verhaal volledig kan vertellen zoals het is. Waarvan ik niet eens weet of het wel de volledige waarheid vertelt. Ik ben slechts een toeschouwer van iemand anders verhaal. Een verhaal dat op mijn verhaal lijkt weliswaar, maar het is niet mijn verhaal. Ik lees het en ik neem het met me mee zonder een definitief oordeel te vellen. Ik heb dus slechts een beleving zonder duidelijk kader. Dat is oké. Want ook dat telt mee.

Daar zit ik dan. Op de bank. Een hoofd gevuld met zorgen, maar toch nog denkend aan morgen. Ik leef nog. Ik ben er nog. Maar dat is mijn verhaal. Van niemand anders. Dat weet iedereen, toch?

Ik hoop dat je je rust hebt gevonden, Noa.

Rosan van der Zee 
Chrisje VIP Blogger

Heb jij hulp nodig? Dan kun je contact opnemen met Stichting 113 Zelfmoordpreventie via 0900-0113 (24 uur per dag, zeven dagen per week bereikbaar) en 113.nl. 

 

Als je elke dag pijn hebt

Toen ik negentien was, kwam ik via mijn huisarts bij een reumatoloog terecht. Die vertelde mij na een aantal onderzoeken dat ik fibromyalgie heb, oftewel weke delen reuma. “Je kunt er honderd jaar mee worden, je moet alleen leren omgaan met de pijn.” zei de beste man, en daar stond ik weer, buiten. Op dat moment leek het leren omgaan met de pijn waar ik dagelijks door geplaagd werd onmogelijk. Hoe moest ik daar mee leren omgaan? Ik voelde me behoorlijk wanhopig. Ik besloot me (op advies) aan te sluiten bij een praatgroepje met lotgenoten. Ook zij hadden fibromyalgie. Ik ben denk ik een keer of drie gegaan, voordat ik besloot er mee te stoppen. Ieder zijn ding, maar ik werd ernstig depressief van hoe negatief zij spraken over hun pijn; het leek eerder een klaagclubje (een beetje een wedstrijd wie heeft de meeste pijn) dan een lotgenotengroep waarbij je echt steun kreeg.

Met alle begrip voor mensen die daar steun aan hebben; ik had juist behoefte aan lotgenotencontact met mensen die me positieve tips konden geven.

Uiteindelijk heb ik die lotgenotengroep niet gevonden, maar in de loop der jaren heb ik wel op eigen houtje goed leren omgaan met dagelijkse pijn. Je went er op de een of andere manier ook aan; je leert te leven met en ondanks. Daarbij ben ik dankbaar voor het feit dat ik heel eigenwijs ben; ik vertik het om mij door pijn er onder te laten krijgen. Ik weiger me te laten leiden door pijn. Ik wil er ook niet te veel over praten, want ik heb gemerkt dat hoe meer ik over mijn pijn praat, des te erger het lijkt te worden.

Als je alleen maar gaat focussen op je pijn, heb je bijna geen leven meer over.

Een paar jaar geleden kwam er artrose bij, in mijn nek en kaak. Dat vond ik wel weer even een moeilijk moment. Vooral omdat de beperkingen die er bij komen kijken blijvend zijn en simpelweg niet “weg te masseren”. Toch leer ik hier ook weer mee omgaan. Ik ga mijn pijn vooral praktisch te lijf: ik heb verschillende kussens uitgeprobeerd, heb fysio-oefeningen voor als het echt slecht gaat, wandel veel, en ik probeer er gewoon niet bij stil te staan dat artrose doorgaans niet beter maar erger wordt. Als ik daar te veel bij ga stilstaan of te veel over ga praten, zakt de moed me in de schoenen – dat weiger ik, want zo sta ik niet in het leven.

Misschien lijkt het nu alsof ik in ontkenning rond ren en mijn pijn alleen maar negeer; dat is niet zo. Ik houd wel degelijk rekening met de beperkingen die ik heb.

Als ik weet dat ik een stapavond, shop-dag of een festival heb, dan plan ik de dag er na niets. Dan moet mijn lichaam herstellen en kan ik heel weinig. Door de artrose in mijn kaak kan ik niet alles zomaar eten. Door de artrose in mijn nek zal ik een aanpassing nodig gaan hebben in de auto en op de fiets, omdat de dode hoek controleren nu nog lukt, maar niet meer van harte. Ik ga praktisch er mee om, maar schenk er verder niet veel aandacht aan; bij chronische pijn vind ik dat ook niet te doen: het leven is veel te leuk om altijd maar over mijn pijn na te denken of te praten.

Ik ben benieuwd hoe jullie omgaan met chronische pijn. Laat het weten via een reactie! 🙂

Liefs,

Chrisje 

“Het komt niet goed”

Door Chrisje VIP blogger Selina

“en nu zie je het wat somber in 

maar dat wordt erger met de tijd 

dus wat je steeds onthouden moet 

het komt nooit meer goed” 

– Sara kroos, nooit meer goed

 “Het komt wel goed”. Ik krijg het vaak te horen. Te pas en te onpas. Van familie. Vrienden. Of mensen die wat verder van me af staan. Als leuze om me te troosten. Me moed in te spreken. Me weer te doen lachen. Om het gesprek wat luchtiger te maken. En soms om de conversatie te beëindigen. Als discussiedoder. Maar meestal gewoon goed bedoeld. Als hart onder de riem. Als opkikker. Of om me duidelijk te maken dat een luisterend oor geboden wordt. En een schouder om op te huilen. Het is een slogan van goede intenties. Het is de verwoording van een bosje bloemen. Een kaartje. Of een kus. Het is een kreet van hoop. Het gunnen van een “ze leefden nog lang en gelukkig”. Een goede afloop. Al het beste voor de persoon in kwestie. En begrijp me niet verkeerd: Ik maak me er ook wel eens schuldig aan. Gebruik dezelfde woorden regelmatig. Ik ben immers geen natuurtalent in het troosten van de mensen waar ik van hou. Voel me ongemakkelijk bij het geven van knuffels. Of het drogen van tranen. Heb vaak moeite met het vinden van de juiste woorden. En dus zoek ik mijn toevlucht in het “het komt wel goed” credo. Om een vriendin te troosten. Een schoonzus te laten uithuilen. Mijn kleine neefje van zes op te beuren als hij pijn heeft. “Het komt wel goed”. Soms wordt die slagzin gekoppeld aan andere clichés. Iets in de trant van “hou moed”. “Geef niet op”. Een “ik denk aan je”. “Een “sterkte ermee”. Of een “blijf positief”. “Schatje” is ook een populaire, dankzij de schattige krullenbol uit een reclamespot voor vruchtensiroop van zo’n dikke tien jaar geleden.

“Het komt wel goed”. Mijn wederhelft geloof er heilig in. Herhaalt de mantra om de zoveel tijd eens wanneer hij denkt dat ik het nodig heb. De beste man staat dan ook zo positief in het leven dat het misselijkmakend is. En niet het type ochtendmisselijkheid: een misselijkheid waar we al een jaar of twee naar uit kijken. Nee. Elke vezel in mijn echtgenoot zijn lichaam is walgelijk optimistisch. Hoopgevend. Overtuigd – utterly disgusting- rooskleurig. Het is een karaktertrek waar ik bewondering voor heb en tegelijkertijd verwens (in het geval van hormoonoverdosissen ligt die grens dicht bij elkaar, trust me). En geloof me, ik heb geprobeerd het eruit te schelden. Dat optimisme. Eruit te janken. Eruit te negeren. Eruit te slaan. Maar het mag niet baten. De pisvlek blijft geloven in zonneschijn na de regen. In eind goed, al goed. In morgen wordt het beter. In “het komt wel goed”. Ik heb het hart niet om hem te vertellen dat rozengeur en maneschijn soms achterwege blijven. Dat er niet noodzakelijk regenbogen en eenhoorns op ons te wachten staan aan het einde van de rit. Dat het soms blijft regenen. Lang en hard. Pijpenstelen. Zonder einde. Zonder zonneschijn aan het einde van de bui “En het wordt morgen ook niet beter”, zong Sara Kroos eens. “Er zijn momenten dat het beter gaat, maar die momenten gaan voorbij”. Want soms komt het niet goed. De dingen niet. Het einde niet. Al ook niet. En nee hoor. Dat is niet bitter. Dat is niet cynisch. Dat is niet overtuigd – utterly disgusting – pessimistisch. Ik ben niet verdrietig. Niet depressief. En ook niet zielig. Het is gewoon hoe het is. Hoe het leven in elkaar zit. The way the cookie crumbles. Niet alle dingen komen goed. Het is een objectieve constatering. De waarheid als een koe. Wijsheid op een wc-tegeltje. Het motto is onzin. Onwaar. Dikke quatsch. “Het komt wel goed”, ammehoela! Soms. Soms komt het gewoonweg niet goed.

En dat is ook oké. Denk ik. Want hoe ik daar mee om moet gaan, daar ben ik nog niet over uit. Want ergens geloof ik nog steeds een beetje in het “het komt wel goed” devies. Werkt het optimisme van mijn eega soms aanstekelijk. En ga ik elke nacht slapen met een klein sprankje hoop op een betere morgen. Wil ik de zonneschijn na de regen nog niet opgeven. En geloof ik de woorden van familie, vrienden, of mensen die wat verder van me af staan.Ergens ben ik nog niet klaar met het vechten voor een goed eind, goed al. Ligt de witte vlag nog opgeborgen in de kast. En denk ik, hóóp ik, dat als ik maar lang genoeg knok. Dat als is ik tot het gaatje ga. En hard genoeg geloof dat alles wel goed komt. Ik regenbogen en eenhoorns zal aantreffen aan het einde van de rit. Rozengeur en maneschijn zal aantreffen. Maar vechten is natuurlijk geen garantie op een happy ending. Knokken en hard genoeg geloven ook niet. Want “als je maar echt wil, als je maar echt wil, dan kan iets toch gewoon mislukken”. En dat is zoals het is. Soms. Soms komt het gewoonweg niet goed.

Selina

Meer lezen van Selina?

https://slienaa.blogspot.com/2019/06/het-komt-niet-goed-schatje.html

Een mooie, sexy beha vinden voor dames met een maatje meer? Mission impossible! – door Chrisje’s VIP blogger Inge!

– door Inge Heutenik

Beha’s kopen vind ik toch wel zó ongelofelijk vrouwonvriendelijk, althans, dat is mijn persoonlijke mening. Op dat hangertje is alles prachtig, totdat ik het aantrek. Nou ja, een poging waag om het aan te krijgen.

Mijn maat hangt er eigenlijk nooit tussen en als dat wel zo is ga ik met frisse tegenzin dat zo waanzinnig foute verlichte pashokje in. Al vloekend op mezelf (want ik had vorig jaar met kerst toch echt iets anders met mezelf afgesproken), begin ik aan poging 1. Ik voel me direct een kerstrollade. Te snel vraagt de winkel medewerkster ook nog of het allemaal lukt. Zal ik deze kans grijpen en mijn hart uitstorten of bezorg ik dat arme mens dan voor de rest van haar leven een trauma? Ik neem een wijs besluit en zeg maar even niets.

Een vriendinnetje heeft mij er ooit op geattendeerd, dat je je onderkleding met grote zorg zou moeten uitzoeken. Stel dat er namelijk wat gebeurt, dan lig je er in ieder geval nog mooi bij. Echter, lijkt het er op, dat voor vrouwen met een maatje meer deze tip niet helemaal op gaat.

Onderkleding in grotere maten zijn vooral handig, degelijk en op de eerste plaats ondersteunend (en anders vooral onbetaalbaar). De meiden zijn vooral goed opgeborgen, hermetisch ook. Sexy lijkt niet bij de maker op te komen, want “wij vrouwen met een maatje meer” hoeven waarschijnlijk niet sexy te zijn. Hè shit! Dat heb ik weer!

Dus op de afdeling gebreide onderbroeken ben ik inmiddels glansrijk geslaagd, mijn meiden zijn de komende tijd weer handig, degelijk en goed ondersteund hermetisch opgeborgen. Dat sexy denk ik er wel gewoon bij en anders zal ik maar zwoel proberen te kijken.

Ik strooi wat liefde, naar vooral de makers……

Liefs,

Inge

Inge’s blog kun je volgen via Instagram: https://instagram.com/lief.dagboek2.0?igshid=4ne1ml3a16chFacebook: lief.dagboek2.0

Dit is mijn talent!

Herken je dat je jezelf regelmatig “omlaag haalt”? Dat je bijvoorbeeld een compliment weg wuift, of zegt dat iets niet veel voorstelde? Ben je vaak (te) bescheiden?

Het lijken goede eigenschappen: bescheidenheid, niet te zeer naast de schoenen lopen, nuchter zijn en niet opscheppen of pronken met je verdiensten. Toch zijn dit eigenschappen die je vaak juist tegenhouden in het bereiken van wat je écht wil.

Waar ben je goed in? Wat is je talent? Waar blink jij in uit?

Iedereen heeft wel een talent; of het nu een muzikaal talent is, of een creatief talent, of een talent om met mensen om te gaan; iedereen heeft er minstens een. Weet jij wat jouw talent is? En hoe vaak kun en mag je dat inzetten in je dagelijks leven?

Het herkennen, erkennen en benoemen van jouw talent kan je op veel vlakken helpen. Natuurlijk is er niets mis mee om je eigen valkuilen en mindere kanten te kennen; het kennen van je talenten is minstens net zo belangrijk om succesvol door het leven te gaan.

pexels-photo-2029239Wie ooit het boek “The Secret” heeft gelezen, weet dat er een waarheid schuilt achter “Wat je uitzendt, komt naar je toe”. Als jij in jezelf gelooft, gaat de wereld om jou heen ook meer in jou geloven. Als je je altijd verschuilt achter bescheidenheid, zullen anderen daar ook niet echt op letten. Als jij durft op te staan en durft te zeggen “Hier ben ik goed in. Dit is mijn talent / passie. Dit is waar ik voor sta.”, dan pas gaan mensen opletten.

Maar… kom je dan niet als arrogant over?

Nee! Tenzij je jouw pitch te pas en te onpas gaat rondbazuinen, of gaat overdrijven wat je allemaal kunt terwijl het in werkelijkheid minder voorstelt, kun je gerust vertellen waar je goed in bent. Je hoeft niets te overdrijven, en je voelt je niet meer of beter dan een ander: je hebt gewoon gezond zelfvertrouwen wat betreft jouw sterke eigenschappen en talenten. Waarom zou je iets afkraken wat juist zo bij jou hoort en wat je zo goed kunt?

pexels-photo-761993Of het nu de Nederlandse Nuchterheid is of het Bescheiden Vrouwen syndroom dat er in is geslopen van generatie op generatie: schud het van je af. Je mag gezien worden. Jouw talent hoeft niet verborgen te blijven voor de wereld. Als jij ergens goed in bent, mag je dat best kenbaar maken; je mag het zelfs promoten!

Uit je comfort zone

Het kan in het begin ongemakkelijk aanvoelen: je bent het misschien niet gewend om je talenten met anderen te delen. Toch is het goed om uit je comfort zone te stappen en te laten zien wat je kunt: je zult zien dat mensen er over het algemeen verrassend fijn op reageren. Laat je niet weerhouden als iemand niet prettig reageert: haters gonna hate!  Jaloezie kan meespelen, zelfs al was het maar jaloezie vanwege jouw vertrouwen in jezelf.

Afgunst is een – helaas – veel voorkomend fenomeen, maar laat je hier niet door tegenhouden: de grootste talenten zijn ook tig keer afgewezen voordat ze doorbraken of ontdekt werden. 

pexels-photo-2157173

 

 

 

Dit is waarom vrouwen langer leven dan mannen

Het is algemeen bekend dat vrouwen langer leven dan mannen. Hoe veel dit met de Mannengriep te maken heeft, waar mannen overduidelijk veel heftiger onder lijden dan vrouwen met hun regulier griepje, is nog niet door wetenschappers aangetoond.

Waarom vrouwen dan wel langer leven dan mannen? Hieronder een greep uit de talloze mogelijke antwoorden die deze vraag kunnen beantwoorden:

Man Holding the Steering Wheel While DrivingVrouwen zijn betere chauffeurs

Negen van de tien keer dat je wordt ingehaald door een tachtig kilometer te hard rijdende auto, zit er een man in. Waarom ze lijken te vinden dat ze met honderdtien kilometer per uur door een woonwijk moeten rijden weet niemand, misschien speelt testosteron en haantjesgedrag een rol. Het zorgt er wel voor dat mannen vaker in een (dodelijk) verkeersongeval terecht komen dan vrouwen.

Man in Red Crew-neck Sweatshirt PhotographyMannen zijn eigenwijs  

Mannen zijn eigenwijs. Ze blijven dan ook veel langer lopen met gezondheidsklachten dan vrouwen, zo is bewezen. Ze gaan doorgaans liever niet naar een huisarts en al helemaal niet naar een (brrr!) ziekenhuis. Doordat ze hun bezoek aan een medische post het liefst zo lang mogelijk uitstellen, worden eventuele ernstige gezondheidsproblemen dan ook vaak pas laat ontdekt.

Vrouwen worden beschermd door hormonen

Deze is tweeledig uit te leggen: Enerzijds zouden het vrouwelijke hormoon oestrogeen het DNA van de vrouw langer beschermen tegen ziektes. Long live the female. 
Anderzijds kunnen vrouwelijke hormonen tot uiting komen in de vorm van PMS, wat bekend staat als zeer gevaarlijk tot soms zelfs levensbedreigend voor de man die zich dicht bij de vrouw met PMS bevindt. Run, mannen, run!

Mannen halen meer stunts uit

Bless his heart: De man blijft vaak van binnen toch nog een béétje dat kleine jongetje. Mannen betrap je ook op latere leeftijd nog wel vaker op risicovol gedrag, zoals dronken van een fiets vallen, wedstrijdje wie kan het meeste bier drinken, iets te heldhaftig met een ladder omgaan, proberen hoe ver je kunt springen vanaf een muurtje, dat werk. Heel grappig, behalve wanneer het mis gaat.

19-motivos-porque-as-mulheres-vivem-mais-anos-do-que-os-homens-parte-2-19
Bron: India Today

Gerelateerde afbeelding
Bron: Top Men Magazine

“Ik verloor mijn wimpers, wenkbrauwen en haren op mijn hoofd.”

Chrisje’s VIP blogger Susan Schuitema heeft Alopecia areata, waardoor zij last heeft van (soms blijvend) haarverlies.

Wat bijna niemand van mij weet, maar ik wel graag wil vertellen: Een tijdje na de geboorte van mijn zoon, viel het mij op dat mijn ene wenkbrauw begon uit te vallen. Vervelend, maar niet zorgelijk. Ik dacht dat het wel weer aan zou groeien. Steeds meer haartjes vielen uit, en voordat ik het wist was ik bijna een hele wenkbrauw kwijt. Via de huisarts kwam ik terecht bij een dermatoloog. Ze bekeek mijn wenkbrauwen en gaf mij de diagnose Alopecia areata. Juist ja, en dat is?

Het komt er dus op neer, dat je eigen lichaam je haartjes niet herkent en daarom zoiets heeft van, rot maar lekker op. Het zou kunnen dat het weer aangroeit, het zou ook kunnen dat het wegblijft. Daar had ik dus drie keer niks aan. Er is dan ook weinig aan te doen, er bestaan een aantal opties en ik begon met de meest makkelijke. Een lotion die ik kon aanbrengen. Dit heb ik enkele maanden geprobeerd, zonder effect. Na een hele lange tijd zag ik dat langzaamaan mijn wenkbrauw terug begon te komen. Het nadeel daarvan, is dat mijn andere wenkbrauw begon uit te vallen. En daarnaast ook nog aan één kant mijn wimpers. Wat een feest!

Hoewel ik het heel vervelend vond, had ik overal wel een oplossing voor. Mijn wenkbrauwen tekende ik bij. Wat nog best een uitdaging is. Ik liep er in het begin dan ook vaak bij als clown. Te dunne wenkbrauwen, te dik, te lang, te donker. Vooral het laatste, veel te donker! 

Mijn wimpers kon ik weinig aan doen, dat accepteerde ik dan maar. Ik durfde alleen geen make-up meer te dragen, ik was veel te bang dat er nog meer uit zou vallen. Wat wel zorgde voor onzekerheid, want ik voelde me vaak heel kaal. Letterlijk en figuurlijk, kaal. 

Beide wenkbrauwen zijn weer op zijn retour. Ze zijn nog niet zo vol en compleet als dat ze waren, jaren geleden, maar goed, ze zijn weer onderweg. Ook mijn wimpers groeien weer aan, maar wel in de totaal verkeerde richting. Hierdoor sta ik dus iedere ochtend voor de spiegel, met een wimpertang, mijn wimpers in de goede richting te dwingen. Allemaal te overzien.

En toen kwam voor mij de zwaarste klap. Tijdens het borstelen van mijn haar, na het douchen, zag ik in de spiegel een kale plek.

Bovenop mijn hoofd, een kleintje nog maar, maar toch. Er zat een kale plek en ik wist hoe snel dat kon veranderen. Mijn haar ging in een staart, niemand die het zag, niet meer over nadenken, klaar. In de hoop dat het bij dit kleine plekje bleef, maar helaas. Het werd groter en groter, en tot op de dag van vandaag groeit het niet terug, maar valt er alleen maar meer uit. De kale plek is niet meer te verbergen met los haar. 

Daar waar ik geen make-up meer durf te dragen, durf ik nu ook mijn haar niet meer los te dragen. Terwijl ik mezelf toch écht mooier vind met losse haren. Mijn krullen, het staat zoveel vrouwelijker dan mijn strakke staart. Een bezoekje aan de kapper, waar ik mij altijd op kon verheugen, is nu een ‘knip de puntjes maar’ en ik doe snel mijn haar weer vast.

En zelfs nu met staart in, als ik het niet op de juiste manier vast doe, zie je de kale plek. De enige optie is dus echt een hele strakke staart. En daar moet ik het voorlopig mee doen.

Na ieder douchebeurt ben ik bang dat er nog meer haar weg is.

Haren verven durf ik niet meer. En iedere keer als ik in de spiegel kijk, word ik niet blij van wat ik zie. Mezelf lelijk noemen, daar ben ik een tijd geleden mee gestopt, want dat ben ik niet. Maar aantrekkelijk? Dat voel ik mij absoluut niet. Ik zie niet de Susan, die ik eigenlijk van binnen wil zijn. Ik zie een saai en leeg persoon, terwijl ik eigenlijk die krullenbol met een beetje make-up wil zijn. 

Tot nu toe kan ik het nog redelijk verbergen, maar ik denk er steeds vaker over na, wat als? Wat als het niet terug groeit? Wat als het nóg groter wordt en het wel te zien is, als ik mijn haren vast draag? Wat als er nog een kale plek bij komt? Ik krijg de neiging om mijn haar dan weg te halen en een pruik te gaan dragen. Dat stel ik uit, tot het echt niet meer anders kan, maar dat idee alleen al, doet mij pijn. Ik wil het niet, maar ik wil me graag weer mooi voelen. 

Dus de volgende keer dat je mij ziet lopen, en je ziet mij met mijn haren vast en mijn make-uploze gezicht. Denk dan niet dat ik zo’n moeder ben die zichzelf niet meer verzorgt. Zie dan alsjeblieft de vrouw die ik ben, onder mijn naturelmaskertje. Besef dan dat ik in gedachten de blije krullenbol ben mét een beetje make-up. Dan blijf ik heel hard duimen, dat mijn lichaam mijn haar weer wil kennen en dat we elkaar binnenkort weer mogen ontmoeten.

Liefs,

Susan

Slapen, knuffelen, wandelen met een ALPACA…😍

  • Alpaca’s knuffelen? Alpaca my bags!

  • Alpaca’s zijn ontzettend leuke, lieve dieren die de laatste jaren razend populair zijn geworden.

  • Op meerdere plekken in het land kun je nu golfen tussen, wandelen, knuffelen of slapen met alpaca’s.. wie wil dat nu niet?
  • Hieronder een aantal leuke locaties voor de alpaca liefhebber:
  • Bamby Alpaca Farm
  • https://bamby-alpaca-farm.business.site
  • Quality Line Alpaca’s
  • http://www.qualitylinealpacas.com/?p=thuis
  • Alpaca Mountain (Zuid-Limburg)
  • https://www.alpacamountain.nl

  • Zonneveld Alpacas
  • https://www.zonneveldalpacas.nl/nl/activiteiten-and-arrangementen/overnachten-bij-zonneveld-alpacas.html?gclid=EAIaIQobChMIkr7M4MHr4QIVGZzVCh1iTA24EAAYASAAEgKt4vD_BwE

    Hier vind je een zoekmachine waar je kunt zoeken op locatie/regio:

    https://www.alpacafarms.nl

    Wil je meer weten over deze leuke dieren? Lees dan dit artikel eens:

    https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Alpaca_(dier)

    BOOS op carnavalsmaandag: een gastblog van VIP blogger Selina

    Ik ben boos. Het is carnavalsmaandag. Ik zit tegenover mijn wederhelft aan de keukentafel.

    Onze laptops staan tussen ons in. Hij is aan het studeren. Ik een les aan het voorbereiden. Het gebrom van onze computers wordt overstemd door het gedreun van carnavalsmuziek. Hoempa muziek doet onze concentratie ietwat verslappen. De grote optocht lijkt dan ook door onze achtertuin te trekken. Mijn lief spitst zijn oren, vangt een paar klanken van ‘Anton aus Tirol’ op en schudt zijn hoofd. Hij verzucht dat hij het niet erg vindt om de carnavalsfestiviteiten dit jaar eens over te slaan. De buitenwereld trekt zich echter weinig van zijn gezucht aan. Carnavalsvierders in de meest kleurrijke kostuums lopen ons raam voorbij. Twee piraten. Een eenhoorn. Een non met een kleine leeuw op de arm. Buiten wordt feest gevierd. Gedronken. Gelachen. Gehost. Maar binnen zit ik tegenover mijn wederhelft aan de keukentafel. Op carnavalszondag. Tijdens het voorbereiden van mijn les. Binnen. Ben ik boos.

    Normaliter ben ik niet iemand die haar politieke standpunten of morele principes hoog van de toren blaast. Verschrikkelijke beelden uit slachthuizen met schreeuwerige teksten op mijn sociale mediakanalen laten mijn ogen vooral rollen in plaats van mijn gedachten veranderen. Verkondigers van het hoge woord vermijd ik als het even kan. Blogposts over platte-aarde-propaganda of anti-vaccinatie betogen lees ik niet. Maatschappelijk-relevante fanatici die de waarheid in pacht denken te hebben ontvolg ik met één simpele klik. Maar het nieuws dat de Minister van Volksgezondheid het advies van het Zorginstituut heeft overgenomen om kunstmatige inseminatie voor alleenstaanden en lesbische koppels niet meer onder de basisverzekering te laten vallenvind ik toch moeilijker te behappen dan een zure haring op Aswoensdag. Als alleenstaande of homoseksueel met een kinderwens krijgt de dame in kwestie enkel nog een vruchtbaarheidsbehandeling vergoed als er een medische noodzaak is. Het ontbreken van een man of het onvermogen van een lesbische partner om zaad te produceren is blijkbaar geen medisch probleem. Dan hadden de dames in kwestie maar beter moeten trainen op het kweken van kwakjes! Heterovrouwen met partners die om wat voor reden dan ook geen zaad kan produceren, worden uiteraard wel gewoon geholpen. “Sjiek is miech dat!”

    Boos ben ik. Op carnavalsmaandag. Binnen. Want terwijl buiten twee voorbijgangers in glitterende baljurken synchroon op een fluitje blazen, denk ik aan de lesbische dames die met één besluit uit de vruchtbaarheidsoptocht geweerd worden. Het insemineren van lesbische koppels is te duur, aldus het Zorginstituut. En terwijl Fabrizio door onze achtertuin echoot, voel ik medelijden met mijn alleenstaande medemens die met één besluit uit de fertiliteitspolonaise gegooid worden. Het insemineren van single ladies zet druk op de betaalbaarheid en kwaliteit van het verzekerde pakket, aldus de minister. En het hier samen voor betalen “kan de solidariteit ondergraven”.

    De minister is blijkbaar nog nooit met carnaval in Limburg geweest. Waar solidariteit en saamhorigheid hand in hand gaan met ‘Zaate Hermeniekes’ en ‘Prinsezittingen’. Waar de prinses van het Bokkeriek net zo veel recht heeft op een baby dan de hele raad van elf van het Piëlhaazeriek. En waar het een hossende menigte op het Vrijthof in Maastricht waarschijnlijk een worst zal wezen om mee te betalen aan de vruchtbaarheidsbehandelingen van de lesbische eenhoorns en alleenstaande nonnen onder hen. Want, in tegenstelling tot onze Minister van Volksgezondheid en het Zorginstituut, beseffen de Zuiderse carnavalisten waarschijnlijk wél dat fertiliteitstrajecten net zo leuk zijn als regen tijdens de kinderoptocht. Dat geen enkele dame, ongeacht haar geaardheid of huwelijkse status, liever haar lijf volpropt met hormonen dan met nonnevotten. En dat alle mama’s-in-spé recht hebben op een kleintje pils, volledig vergoed en al.

    Dus maak ik me boos. Op carnavalsmaandag. Binnen. Constateer ik mopperend dat de Minister waarschijnlijk een carnavalsplaat voor zijn hoofd heeft. Want besluiten die Nederland 2×11 jaren terug in de tijd sjoenkelen nemen alleen mensen die écht diep in het glaasje hebben gekeken. Die de tap zo vaak hebben opgezocht dat ze niet in de gaten hebben dat ze eigenlijk indirecte discriminatie in de hand werken. Die zo duizelig zijn van het polonaiselopen dat ze niet inzien dat ze een land een stap terug laten nemen. Want dat het terugdraaien van de vergoeding kan leiden tot schimmige situaties, dat verbloemen de confetti en serpentines wel. Dat vrouwen nu genoodzaakt worden hun toevlucht te nemen tot donoren die niet gescreend zijn op geslachtsziekten of met onbekende spermakwaliteitis voor ná de grote optocht. En de dames wiens levens nu plotsklaps op de kop staanzijn niet gered met wat schmink en een kleurrijke outfit. Maar ach, dat is voor na de carnaval. Alaaf! Alaaf! Alaaf!

    P.S. Erger je je ook groen-geel-en-rood aan het besluit van de Minister van Volksgezondheid? Laat de hoempapa muziek dan eventjes voor wat het is en teken de petitie: https://petities.nl/petitions/vergoeding-vruchtbaarheidsbehandeling-voor-elke-vrouw?locale=nl

    Het bestaan van toeval, voorbestemde zaken en zielenliefde – door VIP blogger Susan Schuitema

    door VIP blogger Susan Schuitema

    Geloof jij dat alles in je leven voorbestemd is, of is alles gewoon toeval?

    Die ene ontmoeting, dat toevallige telefoongesprek, het continue zien van dubbele getallen en zo nog veel meer. Ik neem jullie mee in mijn leven vol toevalligheden, wat in mijn ogen eigenlijk geen toeval is. Je leest het goed, ik geloof dat alles in verbinding staat, dat niks zomaar gebeurt. Nu ben ik sowieso wel een “zweefteef”, zoals ik mezelf altijd gekscherend noem maar ik zie teveel toevalligheden, ik word gedwongen te geloven in meer dan wat ik met mijn ogen kan zien. En sinds ik mijn ego aan de kant heb gezet, met gedachten als “wat zullen anderen denken?”, zie ik alleen nog maar meer signalen van boven. Tekenen dat ik niet alleen ben en steun krijg wanneer ik het nodig heb. Het is prachtig, wanneer je de angst en gedachten hebt losgelaten. Want ja, eng vond ik het in het begin zeker.

    Ik krijg antwoord op mijn vragen

    Vorige week had ik een momentje met mezelf, dat ik letterlijk omhoog keek en om hulp vroeg. Ik geloof niet zozeer in een God, maar meer in een gids en engelen. Ik vroeg om hulp en was even mijn vertrouwen kwijt op een bepaald vlak. Een aantal dagen later heb ik een hele lieve vrouw aan de telefoon die mij compleet uit het niks, over dat vlak aanspreekt en mij moet zeggen dat het goed gaat komen. Zij wist hier echt helemaal niks van af, maar het kwam in haar op en ze moest het aan mij kwijt. Ondertussen, zie ik deze zelfde week allemaal dubbele cijfers, op de klok, op mijn telefoon, tellers van de auto etc. Dit betekent voor mij dat ik niet alleen ben en dat ik vertrouwen mag hebben, en moet letten op tekenen om mij heen.

    Begin vorig jaar trokken wij een kaart, want dat is ook iets waar ik in geloof. Onze vraag was, of wij in 2018 onze woning zouden verkopen, na 6 jaar! Het antwoord was “ja, maar alleen als je de hulp van vele mensen kunt accepteren.” Tijdens de laatste maanden van het jaar, kregen wij een kijker, direct een bod en het huis was verkocht. Verhuizen was echter wel een dingetje want een nieuw huis was er niet en de financiën ook niet. En toch, met héél veel hulp van een groep mensen om ons heen, zijn wij net voor de kerst verhuisd. Toeval? Nadat mijn man, ook dit zelfde jaar, na 16 jaar een andere baan mocht vinden? Ik denk het niet.

    Nu wonen wij in het dorp, waar wij beide als kind, een straat van elkaar verwijdert, woonden met onze ouders. We kenden elkaar toen niet, maar toen wij elkaar leerden kennen, bleken wij vroeger bijna naast elkaar te hebben gewoond. We zijn weer terug, in de woonplaats waar onze connectie ooit is gestart. En het voelt zó onwijs aan als thuis, terwijl ik maar weinig ken.

    Toevallige muziek

    Een aantal jaar geleden, zat ik in de auto en dacht ik aan mijn overleden opa. Ik bedacht mij, dat ik hem heel graag nog eens zou willen spreken. Op die momenten vraag ik letterlijk om een teken van zijn aanwezigheid. Vlak daarna komen er 3 verschillende liedjes op de radio, die voor mij een connectie hadden met mijn opa. Dan heb ik kippenvel en tranen en op die momenten ben ik zo dankbaar dat ik zoiets mag ervaren.

    Energie

    Vorig jaar begon ik met het werken met energieën. Ik ben energetisch behandelaar, zoals het mooi genoemd wordt. Ieder levend wezen heeft energie, maar ook alle ruimtes en producten hebben energie om zich heen hangen. Ik ben letterlijk energie gaan voelen met mijn handen en ik voel ook de energie van mensen om mij heen. Soms zelfs van mensen die kilometers verderop zijn. Tijdens behandelingen, voel ik heel veel, krijg ik soms kleuren binnen, beelden en geluiden, alles is mogelijk. En waar ik het eerst best wel eng vond en niet durfde omdat ik het vast verkeerd zou doen. Voel ik mij nu een stuk zekerder en weet ik dat het niet verkeerd kán gaan. Tijdens zo’n behandeling laat ik de energie stromen door je lichaam. Meer in balans, meer energie, meer rust en het zelfgenezend vermogen van jouw lichaam in werking zetten. Het is prachtig om te ervaren, hoe je op dat moment verbonden bent met iemand.

    Zielenliefde

    En ook prachtig hoe je met een aantal mensen zo’n diepe connectie kunt voelen. Zielenliefde, las ik vandaag. Dat vind ik wel een hele mooie benaming voor de band die ik met een aantal mensen mag hebben in dit leven. (Ja ik geloof ook dat ik eerder geleefd heb.) Een band die verder gaat andere. Een band, die je met je ogen dicht, zonder spraak en aanraking kunt voelen. Een soort rood draadje wat je verbindt. Zo mooi, want dit hoeft niet eens te zijn met degene waar je een liefdesrelatie mee hebt, of een hechte vriendschap. Dit kan zijn met iemand die je net ontmoet hebt (fysiek dan). Je voelt het gewoon, prachtig toch? Soulmates, ze bestaan, in meervoud.

    Toeval bestaat niet, we zijn niet alleen

    Dit zijn natuurlijk maar een aantal voorbeelden waar van je kunt zeggen “het zal wel” en “wat een onzin”. Dat mag je uiteraard denken maar ik geloof met heel mijn ziel, in meer dan wat je met je ogen kunt zien. Je bent niet alleen, iedereen heeft een gids, een beschermengel, een God. En als je wil, en durft kijk dan eens om je heen, naar boodschappen, tekenen, die je anders nooit zag. Want echt, ze zijn er. Niemand komt zomaar op jouw pad, niks gebeurt zonder reden. Vraag je om hulp, dan krijg je hulp, soms moet je leren kijken op een andere manier. Het universum kent alleen maar liefde, durf het te zien.

    Liefs,

    Susan

    Het leven is een rijsttafel – over keuzestress in het leven – door Chrisje’s VIP blogger Selina

    “Het leven is een Chinese rijsttafel”. Mijn wederhelft kijkt me aan alsof hij het in Peking heeft horen donderen.

    We hebben zojuist onze bestelling doorgegeven aan de dame achter de balie. Een Chinese rijsttafel voor 2 personen. Met een bakje saté erbij. En extra kroepoek, alstublieft. Blijkbaar is maandag geen populaire dag in de week om Chinees af te halen. En dus zitten mijn lief en ik alleen op de rood leren bankjes te wachten op onze bestelling. Hij bladert door één van de autobladen die hij van de gouden koffietafel gegrist heeft. Zijn elleboog leunt op groot, gouden beeld van een leeuw met opengesperde bek. Lampions kleuren het licht in de wachtruimte zacht rood. En Aziatische muziek vult met grof geweld mijn gehoorgang. Ik heb een damesblad van zeven maanden geleden in mijn handen. Waarin Karlijn van 34 – zo heb ik net gelezen – het moeilijk heeft om de verschillende onderdelen van haar leven te combineren. Haar huwelijk met Mark, de kinderen, het huis, de hond, haar parttime job, de sportlessen, vrienden en vriendinnen, haar reislust, … Alsof ze gerechten van een menu af leest. Karlijn vindt het maar moeilijk om de balans ertussen te houden. En voelt zich vaak alsof ze een jongleur is, die meer ballen in de lucht moet houden dan ze aankan (of dat in- of exclusief die van Mark zijn laat ze overigens in het midden).

    Waarschijnlijk onbedoeld zorgen Karlijn en haar ballen ervoor dat ik, tussen de Chinese vazen en Boeddhabeelden in, mijn eigen leven eens onder de loep neem.

    Mijn huwelijk met mijn eega, het intensieve en ellenlange fertiliteitstraject dat vooralsnog niet resulteerde in kinderen, het huis, mijn fulltime job, sportlessen, vrienden en vriendinnen, mijn reislust, … Alleen de hond ontbreekt nog op het menu, besef ik (terwijl ik mezelf er maar net van weet te behoeden dat niet hardop uit te spreken). Ook ik heb soms het gevoel genoeg op mijn bord te hebben liggen. Meer te moeten slikken dan dat ik aankan. Dat mijn ogen zo nu en dan groter dan mijn maag zijn. En ik vermoed dat dat een gekend recept is voor veel mensen. Voor vrouwen in mijn naaste omgeving en daarbuiten. Voor mannen ook, uiteraard. Het schipperen tussen de verschillende ingrediënten van ons leven is niet altijd evident. Het mixen van onze privélevens, professionele carrières en sociale contacten resulteert niet altijd in een smeuïge tomatensaus. En, net als Karlijn, heb ik dan ook soms het gevoel meer ballen in de lucht te moeten houden dan dat ik aan kan. “Ku lo yuk ballen!”, flap ik eruit. Voordat ik mijn verpopzakte echtgenoot besluit in te lichten over mijn zojuist opgedane wijsheid dat het leven een rijsttafel is.

    “Want alle aspecten van mijn leven zijn de onderdelen van het grotere menu“, zo begin ik met het uiteenzetten van de rijsttafelmetafoor. Je beslist zelf hoeveel je van elk op je bord schept. Hoeveel tijd je ergens in steekt. En er uiteindelijk van eet. Hoewel je soms geen keuze hebt, en meer bami (lees: sportlessen) naar binnen moet schuiven om de rijsttafel op te krijgen (lees: de conditie te behouden). Mijn eega doet alsof hij luistert. Zijn blik schippert tussen het autoblad en mijn groene kijkers. De ene ku lo yuk bal is wat makkelijker te verteren dan de andere, net zoals mijn huwelijk mij aanzienlijk minder buikpijn bezorgt dan het huis. Sommige gerechten zijn goed te combineren met elkaar, zoals rijst en satésaus of mijn vriendinnen en (onze gedeelde) reislust. Sommige wat minder, zoals Foeyonghai en Babi pangang of mijn fulltime job en het fertiliteitstraject. “Het ene gerecht is wat pittiger dan het ander”. De liefde van mijn leven besluit mee te doen aan mijn gedachteexperiment. Maar als je te veel sambal op je loempia smeert, maak je je leven uiteindelijk pittiger dan nodig. Nuchterheid en luchtig in het leven staan is belangrijk, net als goeie kroepoek die wat lichtheid biedt in de zwaarte van de rijsttafel.

    “En jij, jij bent mijn gebakken banaan”. Ik geef mijn levensgezel een dikke knipoog. Hij weet dondersgoed dat hij al bijna tien jaar het toetje van mijn rijsttafel vormt. De spreekwoordelijke kers op mijn taart is. Ik maak hem regelmatig duidelijk dat hij soms een beetje zwaar valt. Dat ik hem, zelfs met wat extra poedersuiker, soms niet te pruimen vind. Maar dat hij altijd net dat beetje extra toevoegt aan mijn menu. Mij, op het einde van de maaltijd, altijd blij maakt. Dat mijn rijsttafel niet compleet is zonder hem, zonder mijn Pisang Goreng. En terwijl hij in schaterlachen uitbarst roept de dame achter de balie dat onze bestelling klaar is. Mijn lief gooit het autoblad terug op de stapel en neemt de plastieken tas lachend van haar aan. Ik sta op terwijl hij zijn arm naar me uitreikt om richting de uitgang te lopen. “Kom, Confucius! Dat we die ballen hier eens keizer gaan maken.”

    Wil je meer lezen van Selina’s blogs? Neem dan een kijkje op haar website: https://slienaa.blogspot.com

    27912564_1671562342881232_8079869513555132976_o

     

    Persoonlijke reisdoelen – door VIP blogger Michelle-Anne

    Vandaag besteed ik een laatste dagje in Singapore. Een geweldige stad die ik niet anders kan omschrijven dan ‘tropisch London uit de toekomst’. Hierna moet ik nog bijna 24 uur naar huis reizen. En boh wat ben ik blij als ik weer thuis ben.

    De laatste dagen ben ik alleen geweest en dat heeft mij ruimte tot nadenken gegeven. Voordat ik met deze reis begon had ik wat reisdoelen gesteld. Sommige mensen stellen als doelen de mooie bezienswaardigheden en activiteiten bezoeken, maar ik niet. Mijn doelen waren vooral persoonlijk en vandaag blik ik daarop terug.

    Om je mee te nemen in mijn doelen is het belangrijk dat je wat meer van mij af weet. Misschien denk je gaandeweg wel ‘Wat een blog, ik hoef toch niet over iemand anders leven te lezen’, maar hey wat doen we dan op Facebook de hele dag. Ik geloof dat herkenning in andermans verhalen jou een stapje dichterbij zelfreflectie en persoonlijke acceptatie kan brengen.

    Dus even terug naar af. Ik ben Michelle Anne Lucas, 24 jaar. De eerste 1,5 jaar van mijn leven heb ik in Italië gewoond, daar komt mijn liefde voor pasta en pizza vandaan zeg ik altijd. Mijn vader is een Engelsman en mijn moeder Nederlandse. Toen ik jong was voelde ik mij altijd anders dan andere kindjes en als ik mij niet zo voelde werd mij wel gezegd dat ik ‘apart’ was. Ik gooide namelijk melk in mijn thee, droeg ander soort kleding, maar was vooral ook al heel goed met woorden. Thuis gingen de gesprekken namelijk niet alleen over kinderdingen en keek ik niet alleen kinderfilms, maar werd ik blootgesteld aan de geschiedenis van de wereld en geleerd om kritisch te zijn. Als andere kindjes mij anders of apart noemde reageerde ik dan ook met ‘hoezo ben ik anders dan? Ik ga toch ook gewoon naar de wc’. Mijn moeder leerde me de beste tegenwoorden voor het commentaar.

    Op de middelbare school gebeurde hetzelfde. Alleen toen werd ik niet meer apart genoemd, maar intimiderend. Mijn ouders waren inmiddels gescheiden en de talloze uren in de auto met mijn vader naar zijn nieuwe woonplek zorgde ervoor dat ik als puber nog meer blootgesteld werd aan  volwassen gesprekken. Ik werd dan ook vaak als ouder bestempeld dan ik was en dat was intimiderend. Ook mijn kledingkeuzes waren weer een reden om mij te pesten. Thuis leerde ik dat ik moest aantrekken waar ik mij het beste in voelde, maar op school leerde ik het tegenovergestelde.

    Gaandeweg verloor ik zogenaamde vrienden aan mijn sterke persoonlijkheid. Ik maakte gelukkig nieuwe vrienden door diezelfde persoonlijkheid, maar beetje bij beetje werd ik milder, minder Michelle, minder sterk.

    En het ergste van alles: ik ontwikkelde schaamte en sociale angsten.

    Sinds die tijd denk ik altijd twee keer na voordat ik iets doe. Het is niet meer iets bewust, maar een draadje in mijn hersenen die gecreëerd is door keer op keer mezelf te moeten verantwoorden. Ik wil namelijk niet continu mensen verliezen aan mijn grote mond of anders zijn omdat ik andere kleding draag en gebruiken heb. En helaas zijn volwassenen niet veel beter dan die kindjes en pubers. Maar juist door daarnaar te leven heb ik mijzelf tegengehouden om te zijn wie ik ben.

    Dus vandaar mijn reisdoelen: ‘minder schamen, meer leven’ en ‘zeggen wat ik denk’. Is het mij gelukt? Goede vraag!

    Ik denk dat ik tijdens deze reis zeker stappen in de goede richting heb gezet. Mijn reisgenootje die 0 schaamte ervaart heeft daarbij enorm geholpen. Omdat niemand Nederlands sprak, konden we vrijuit praten over menstruatie, darmklachten enzovoorts. Zo nu en dan liep er een Nederlander langs net als we een woord als ‘diarree’ zeiden, dan schoten we heel hard in de lach. Ik droeg de lelijkste kleding, want ja wie hier zou me ooit nog eens zien.

    Daarnaast heb ik twee aanvaringen gehad op reis. Soms worden dingen niet geregeld zoals je hoopt en dan moet je er wel wat van zeggen. Het hielp enorm dat deze mensen niet mijn vrienden waren en dit nooit zouden worden. Ik zei tegen mezelf dat ik mijn reis niet minder leuk moest laten worden door het gedrag van anderen en ik het recht had om er wat van te zeggen. Van die aanvaringen is één door het gesprek verbeterd en de andere is mijn tijd niet eens meer waard!

    Voor mij was op reis gaan niet alleen een manier om te genieten van het leven, maar heeft het een stapje richting de oude Michelle gegeven.

    Ik hoop dat ik mijn schaamte ook in Nederland aan de kant kan zetten. Want ja, misschien ben ik anders, maar iedereen is anders. Dat maakt ons juist mooie mensen!

    Veel liefs,

    Michelle Anne

    Cupcakes, unicorns en tien (insta)gram lak aan de wereld

    Daar zat ik dan aan mijn keukentafel: lichte stress borrelde vanuit mijn maag op richting mijn hersenpan en bleef steken tussen mijn oren. In mijn handen een zakje kant en klare glazuur, roze.
    Af-zich-te-lijk.

    Mijn zus en ik zouden vrolijke cupcakes bakken voor het verjaardagsfeestje van mijn jongere zusje Madelief, inclusief eenhoorn sprinkles en prinsessenglazuur. Hoe oud ze werd? 22 jaar. Maar we zijn ooit alle drie blijven steken in een bepaald jaartal, waardoor we vaak graag even geloven dat we nog kinderen zijn. Sterker nog : het niveau waarop wij grapjes maken zou je kunnen doen vermoeden dat de tijd gewoon heeft stilgestaan.

    Anyway, de bedoeling was dat we samen zouden bakken. Alleen waar tijd onze vriend is als we terugdenken aan vroeger, zit hij tegenwoordig voornamelijk in de weg. Mijn zus was later klaar met werken en vroeg mij of ik alsjeblieft de cupcake taak alleen op me wilde nemen.
    Ik schoot een beetje in de stress. Mijn autisme en ik hadden namelijk al een bepaalde dagindeling afgesproken, en dit zou die planning toch wel weer in de war schoppen. Vooral omdat ik ondertussen ook al had beloofd aan een vriend om nog snel een cadeautje voor mijn zusje te halen, en ik had dan weer met Madelief afgesproken om nog wat kleine boodschapjes voor haar te doen.

    Met de telefoon, met daarin het open app-gesprek van mijn smekende zus in de hand, keek ik Autisme vragend aan. Hij had zijn handjes nors over elkaar gevouwen en schudde woest van nee. ‘No way Annabelle. Je hebt al genoeg op je bordje.’

    ‘Ja joh, geen probleem!’ Appte ik vrolijk naar mijn zus. Autisme was ondertussen als een boos kind schreeuwend door de kamer aan het stampvoeten, ik was in de war en een beetje aan het huilen, het was dus echt even super gezellig bij mij thuis.
    Dat ik hier nu zo zat, met mijn handen in het haar (niet letterlijk natuurlijk, geen cupcakes met blonde lokken erin), was dus volledig mijn eigen schuld.

    Maargoed, ik wilde dat mijn zusje een leuke avond zou hebben en ik wist dat haar glimlach een hoop goed zou maken. Autisme zat ondertussen rustig tegenover me aan de keukentafel. We hadden het bijgelegd na een meditatiesessie. Daarbij was het bakken van de cupcakes uiteindelijk best wel een rustgevende activiteit geweest, was het niet omdat we allebei gek op geuren zijn en mijn hele huis naar een soort kleine romantische patisserie in het centrum van Parijs rook.

    Maar nu kwam het decoreren. Ik keek naar het roze glazuur en naar de unicorn sprinkle mix, het zweet brak me uit. De hashtags vlogen rond mijn oren, want hoe ging ik hier nou ‘Instagram worthy’ cakejes van maken?
    Hysterisch begon ik te Googlen naar ‘cupcake glazing ideas’ en ‘unicorn sprinkle inspiration’. Dat sloeg natuurlijk helemaal nergens op, want het was niet de bedoeling dat ik nog even een retourtje supermarkt zou doen om nog meer ingrediënten in te slaan. Een beetje verslagen gaf ik de zoektocht op en knipte ik het zakje glazuur open.

    Ik drapeerde wat van het suikerige goedje over het cakeje heen. Het zag er niet uit. Ik hoopte dat de eenhoorn sprinkles een hoop goed zouden maken, tevergeefs.
    Gestressed ging ik over naar het volgende exemplaar. Het kon blijkbaar nog afzichtelijker want zodra deze cupcake klaar was, werd ik gebeld door het programma ‘Lelijke eendjes’ of ze mijn cakeje alsjeblieft mochten filmen voor hun nieuwe seizoen.

    Ik vraag me af of hetgeen wat toen gebeurde, ook gebeurd was als ik de volgende zin niet hardop had uitgesproken : ‘Jezus, als kind vond ik dit nog leuk om te doen.’
    Toen drong het tot me door : Waar was ik nou eigenlijk mee bezig?

    Vroeger waren we niet aan het bakken met de toekomst en de rest van de wereld in ons hoofd. We maakten koekjes, cakejes en andere baksels omdat we dat leuk vonden, én omdat het lekker was.
    We dachten niet na over Instagram, en we vroegen ons al helemaal niet af of mensen het wel mooi genoeg zouden vinden.


    Het was confronterend dat ik hier nu als 26-jarige een soort van hele rare prestatiedruk voelde bij iets waar ik vroeger, met heel veel plezier, de hele middag aan had kunnen besteden.
    Ik keek nog een keer naar mijn cakejes die af waren, toen naar de hele reeks die nog gedecoreerd moest worden en vervolgens naar mijn klauwen die nu al vol met glazuur zaten.

    Ik begon te lachen. En niet zo’n gierig volwassen lachje waarbij je het krullen van de mondhoeken met een microscoop moest waarnemen. Nee, ik gierde het uit. In mijn eentje, aan de keukentafel. Wat een waanzin! “Fuck it ook.” hinnikte ik vervolgens. Het uur dat daarop volgde was misschien wel het leukste moment wat ik in tijden had gehad. De wereld om mij heen kon me gestolen worden, het glazuur vloog alle kanten op en de eenhoorns paradeerden vrolijk om me heen. Het ene cakeje was nog maffer dan de andere, wetende dat ze uiteindelijk toch allemaal in twee happen in een maag vol bier zouden belanden.

    Toen ik eenmaal besefte dat het resultaat er niet toe deed, dat het ging om het plezier wat kleine Annabelle hier ook aan beleefde terug te vinden, ging er een wereld voor me open. Ik besefte dat het leven soms echt wel een piece of cake kan zijn. En als je een beetje geluk hebt, zitten er ook nog unicorn sprinkles op.

    Volg Annabelle en haar mooie gedichten op instagram!

    https://instagram.com/wauwtist

    Eigenwijs? Dat maakt je juist succesvol!

    Ik geloof dat het bij een foto stond van toen ik een jaar of één was: de tekst “Hoezo eigenwijs?”. Ja, al op jonge leeftijd was ik een eigenwijs figuur. Dat ben ik trouwens nog steeds, en ik zou het nooit aan mezelf veranderen.

    Eigenwijs zijn wordt wel eens bestempeld als negatief. En natuurlijk is het niet altijd handig om iemand in je leven te hebben (of het nou op het werk is of privé) die heel eigenwijs is. Toch zijn eigenwijze mensen ontzettend belangrijk en hard nodig!

    Eigenwijze mensen nemen – hoe graag je dat ook wil – niet zomaar iets aan. We nemen zaken niet direct voor waar aan.

    We stellen eerder kritische vragen: waarom? Kan dat niet handiger? Of sneller? Wat als ik het nou eens zo doe? Of een andere aanpak kies?

    Eigenwijze mensen zijn creatief, vinden onverwachte oplossingen, accepteren niet zomaar nee als antwoord. Gaat niet bestaat niet!

    Natuurlijk moeten we ons ook wel eens schikken. Komen we soms over als betweters. Accepteren we ook wel eens (met tegenzin) nee. Maar als niemand ooit eigenwijs was geweest, waren een heleboel dingen bij het oude gebleven, waren uitvindingen niet uitgevonden en was er geen vernieuwing.

    Heb je een eigenwijs persoon in je omgeving? Koester hem of haar! Zonder eigenwijze mensen zou het leven al snel een hele saaie bedoening worden.

    De To-Do Lijst: de eerste blog van VIP blogger Selina!

    27912564_1671562342881232_8079869513555132976_oChrisje’s nieuwste VIP blogger Selina deelt in haar blogs de perikelen rondom haar werk, leven en IVF traject. 

    To Do:

    • Middelbaar schoolpapiertje behalen. 
    • Universiteit succesvol doorlopen. 
    • Een deftige carrière starten. En behouden, indien mogelijk.
    • De liefde vinden. Vrijen, Verlieven, Verloven. 
    • Trouwen. Met 28 jaar, zoiets. 
    • Als dertiger, kindjes krijgen. Drie. Twee jongens en een meisje. Als het effe kan.
    • Dan: huisje, boompje, beestje. En meer van al dat. 

    Zelfs als elfjarige had ik een vrij goed idee van hoe mij leven eruit zou moeten zien. Dol op lijstjes maken, stippelde ik toekomstplannen netjes uit, maakte ik bucket lists en vereeuwigde ik te behalen ambities op papier. En ik denk aan die brave beugelbek, terwijl ik een Little Boy aan hormonen mijn buik voel in stromen. Net als het stukje huid waar ik zojuist de injectienaald in prikte, raak ik een beetje geïrriteerd. En vervloek ik mijn puberende puistenkop een beetje, in al haar onnozelheid. Bedenk me zelfs waar ik haar die spuit zou zetten als ik een tijdmachine had en terug kon in de tijd (ergens waar de zon niet schijnt, luidt de conclusie). Mijn negatieve gedachten zwier ik met het vuile, desinfecterende alcoholdoekje bij het vuilnis. “Ik ben weer te hard voor mezelf.” Want mijn elfjarige ik kon in al haar groene onschuld natuurlijk ook niet weten dat kindjes maken niet altijd vanzelfsprekend is. Dat haar lijst aan levensdoelen na twintig jaar allemaal afgecheckt zouden zijn, op het voorlaatste puntje na. Dat een gezond binnenwerk, perfect gekookte eitjes en een tikkende biologische klok alléén niet voldoende zou zijn om een broodje in de oven te krijgen. Dat wederhelften op alle gebieden kunnen uitblinken, behalve in het trainen van zwemmers. Dat soms dokters, zielenknijpers en donoren moeten inspringen om potten met augurken in te kunnen slaan. En dat kindjes maken gewoon kut kan zijn.

    Letterlijk. Want niemand vertelt een elfjarige dat ze twintig jaar later wekelijks gemiddeld meer gynaecologen tussen haar benen heeft zitten dan minnaars. Dat er dagen zijn dat er meer foto’s getrokken worden van haar eierstokken dan dat ze op selfies staat. Of dat het zal aanvoelen alsof de status van haar lady parts gewijzigd wordt van privédomein naar publieke ruimte. Niemand springt in de tijdmachine om een brave beugelbek te waarschuwen voor de fysieke pijnen en kwalen die sommige onderzoeken en behandelingen met zich meebrengen (en wiens namen veelal klinken als een stevige nies). Voor goedbedoelde, online forums, die haar zeker niet doen voelen als een Noorse vruchtbaarheidsgodin of haar nog langer in de fabel van ooievaars doen geloven. Of voor zorgkosten die zo hoog zijn, dat een benoeming van groot aandeelhouder van een Belgisch ziekenhuis binnen handbereik ligt. En niemand haalt het in zijn hoofd om een puberende puistenkop ervan te overtuigen dat bij het maken van kindjes soms meer tranen komen kijken dan welke lichaamssappen dan ook. Dat haar hartje zou breken bij het zien van de machteloosheid van haar wederhelft, die niks méér zou kunnen doen voor haar dan grappen over hoe hij de lasten graag had willen delen en gerust bruine, stinkende toiletbaby’s had willen baren. Of dat hormonen Satan’s sidekick zijn natuurlijk, en alleen maar bestaan om het leven van een mens zuur te maken.

    Niet dat dat zin zou hebben. Want mijn elfjarige ik had waarschijnlijk nooit geloofd dat ze als éénendertiger de werking van haar voortplantingssysteem haarfijn onder de knie zou hebben. Dat ze bij het maken van kindjes meer tranen zou huilen dan Alice in Wonderland nadat ze een koekje at dat haar deed groeien. En zonder met haar ogen te knipperen haar buikvel zou doorboren met naalden. Ze zou niet aannemen dat ze als éénendertiger – met de liefde van haar leven aan haar zijde, een mooi koophuis, een scala aan diploma’s en een goedlopende carrière – de moeilijkste tijd van haar leven zou beleven. Dat ze ingewikkelde, Latijnse namen van medicijnen gememoriseerd zou hebben. Dat ze in anderhalf jaar tijd meer bloed zou moeten laten prikken dan dat er uit de lift stroomt in The Shining. Of überhaupt dat het maken van kindjes zich in steriel, kil geschilderde ziekenhuiskamertjes afspeelt en niet in halfdonkere slaapkamers met theelichtjes en zwoele muziek.

    En terwijl ik de dop op de naald van de spuit zet en een druppeltje bloed van mijn buik veeg, hoop ik eventjes dat mijn éénenvijftigjarige ik aan mij zal verschijnen. Dat ze in haar tijdmachine is gesprongen en naar me toe is gereisd, hier en nu. Net zoals ik dat zojuist nog bij mijn puberende tienerzelf had willen doen. Ik hoop dat ze me geruststellend toe spreekt, me vertelt dat ik me er doorheen zal slaan. Dat ze weet dat mijn buik, mijn eierstokken en alles daarrond pijn doet, maar dat het het waard zal zijn. Ik hoop dat ze me foto’s laat zien, van haar gezinnetje, van haar kroost. Van twee jongens en een meisje. Als het even kan. “Ach”, verzucht ik. “Niet dat dat zin zou hebben”. Want mijn éénendertigjarige ik had haar waarschijnlijk nooit geloofd. Had haar boos aangekeken. Haar wenkbrauwen opgetrokken. Misschien zelfs de spuit die ze nog in mijn handen had ergens gezet waar de zon niet schijnt. En naar haar gesnauwd. “Of ze niet wist dat kindjes maken gewoon kut kan zijn?!”Letterlijk.

    Meer lezen van Selina? Dat kan op haar website! https://slienaa.blogspot.com/

     

     

     

     

    De Regenboogverklaring: het antwoord op de Nashville verklaring

    Naar aanleiding van de Nashville verklaring die ondertekend werd door een paar honderd othodox-protestante voorgangers, vond ik dat het tijd werd voor een Regenboog verklaring.

    Wie het eens is met deze verklaring mag hem ondertekenen in een reactie hieronder en delen.

    Wij zijn ervan overtuigd dat onze generatie een generatie is die verder kijkt dan gender, geaardheid, religie of afkomst.

    Wij leven in acceptatie van het bestaan van een diversiteit op het gebied van identiteit en geaardheid, met toewijding aan het oprecht behandelen van onze medemens, zonder die op welke manier dan ook te discrimineren.

    Dit is volgens ons de manier om ieder mens rechtvaardig te behandelen, ongeacht van wie hij of zij houdt – en of hij of zij zich als man, vrouw, of genderfluid identificeert.

    We zouden niet open minded en liefdevol zijn als wij niet zouden houden van mensen zoals ze zijn: homo, lesbisch, transgender, biseksueel, drag, hetero, fluent, monogaam, polygaam en alles daar tussenin. Wij hebben onszelf niet gemaakt. Maar we zijn wel van onszelf.

    Wij geloven dat de bedoeling van ons bestaan liefde is. Het is om die reden dat wij er voor kiezen deze verklaring af te leggen.

    WIJ BEVESTIGEN dat wij het huwelijk zien als een verbond tussen een man en een vrouw, een man en een man, of een vrouw en een vrouw waarbinnen seksualiteit een plaats heeft en waaruit kinderen kunnen voortkomen. Het doel van het huwelijk is de oprechte liefde tussen deze twee volwassenen die van elkaar houden zichtbaar te maken.

    WIJ ONTKENNEN dat het huwelijk alleen bedoeld is voor heteroseksuele mensen.

    WIJ BEVESTIGEN dat wij onze niet-hetero huwelijken net zo liefdevol aangaan als heteroseksuele koppels, waarbij we heldere afspraken maken binnen het huwelijk over wederzijds toegestaan gedrag buiten het huwelijk en trouw binnen het huwelijk.  

    Lees verder onder de afbeelding

    WIJ BEVESTIGEN dat uit de eerste mensen – ook al waren zij heteroseksueel (of homoseksueel maar nog niet uit de kast) ook duizenden mensen zijn geboren die homoseksueel, lesbisch, biseksueel of transseksueel zijn. Zij zijn allen gelijkwaardig, liefde waard en uniek.

    WIJ ONTKENNEN dat de verschillen tussen man en vrouw hen ongelijk maken in waardigheid.

    WIJ BEVESTIGEN de natuurlijke verschillen tussen man en vrouw en tevens dat het voorkomt dat mensen in het verkeerde lichaam geboren worden, waarna zij het recht hebben hun leven te gaan leiden zoals zij zich in hun hart voelen, ongeacht hun geslacht bij geboorte. 

    WIJ ONTKENNEN dat deze verschillen het gevolg zijn van de zonde. Homoseksualiteit en transgender zijn is geen zonde of ziekte: wij hoeven niet beter gemaakt te worden.

    WIJ BEVESTIGEN dat mensen die seksuele aantrekkingskracht ervaren tot mensen van hetzelfde geslacht een rijk en vruchtbaar leven moeten kunnen leiden zonder gediscrimineerd te worden. Wij gunnen hen dat zij omringd worden door mensen met een goed hart en de juiste normen en waarden.

    Het is belangrijk dat vooral ook deze mensen veel liefde ontvangen, omdat zij op straat maar ook vanuit de politiek en het geloof veel haat, stupiditeit, bekrompenheid en onbegrip over zich heen krijgen.

    WIJ BEVESTIGEN dat het menselijk en goed is om homoseksuele of transgender mensen goed te keuren, vriendschap er mee te sluiten en van ze te houden.

    WIJ ONTKENNEN dat het discrimineren van, en het gebruiken van geweld tegen homoseksuele mensen of transgenders op wat voor manier dan ook goed te praten is.

    WIJ BEVESTIGEN onze plicht om altijd de waarheid in liefde te spreken.

    Namens iedereen die liefdevol is,

    Chrisje.

    Het mooiste kado voor jouw kind voor later maak je zo!

    Ik weet niet meer waar ik er voor het eerst van hoorde, maar jaren geleden ben ik begonnen met het sturen van e-mails naar mijn dochter.

    Ze was toen denk ik een jaar of drie, vier. Ik maakte een e-mailadres voor haar aan, waar ze als ze ouder is het wachtwoord van zal krijgen.

    Naar dat e-mailadres heb ik door de jaren heen heel veel mails gestuurd, met bijlagen:

    • het filmpje van toen ze de eerste keer kroop,
    • foto’s van verjaardagen,
    • rapporten,
    • leuke evenementen op school,
    • eerste keren,
    • foto’s van de huisdieren,
    • grappige uitspraken die ze deed,
    • e-mails over bijzondere gebeurtenissen en
    • vooral ook veel “zomaar mails”, om haar te vertellen hoe bijzonder ze is.
  • Zo kan ze als ze ouder is altijd terug kijken. Een mooier kado kun je denk ik niet krijgen, toch?
  • Ben jij een people pleaser en medeafhankelijk?

    Ben jij een notoire people pleaser? Spring jij altijd als eerste op om anderen te helpen? Komen mensen als eerste naar jou toe met hun problemen? Vind je het moeilijk om je grenzen te bewaken en kom je vaak in (liefdes)relaties terecht die niet gezond voor jou zijn, met mensen die jou manipuleren of gebruiken? Grote kans dat jij last hebt van codependency, oftewel medeafhankelijkheid.

    Mensen die codependent zijn, hebben vaak een laag zelfbeeld en passen zichzelf helemaal aan aan de ander. Eigen behoeften worden volledig weg gecijferd om de ander tevreden te stellen. Vaak schuilt daarachter een diepe angst om verlaten te worden en alleen te zijn.

    Dit gedrag ontstaat meestal bij mensen waarvan in hun jeugd niet aan hun emotionele behoeften werd voldaan: Codependency ontstaat immers meestal door een onveilige hechting in je (moeilijke) jeugd, waardoor je niet geleerd hebt hoe een gezonde relatie er uit ziet. Je hebt wellicht geleerd dat houden van hetzelfde is als zorgen voor en geeft daarmee al je energie aan de ander. Je stelt je veel te afhankelijk op van de ander, waarmee je die persoon alle macht en controle over jou geeft.

    Een relatieverslaving kan hier een gevolg van zijn: je hecht je aan emotioneel beschadigde mensen waar je voor denkt te kunnen of moeten zorgen. Dat jij hierdoor vaak gekwetst wordt neem je voor lief: dit ben je immers gewend. Het ongezonde patroon is onveilig, maar doordat je dit herkent uit je jeugd voelt het onterecht veilig. Rationeel weet je wel dat dit niet goed is, maar emotioneel lukt het je niet om hier afstand van te nemen.

    Hoe doorbreek je nu de spiraal van codependency? Hoe zorg je er voor dat ook jouw behoeften worden bevredigd en niet al je energie gaat naar het helpen van anderen? Hoe zorg je er voor dat je van jezelf mag kiezen voor gezonde relaties waarin geen misbruik van jou wordt gemaakt?

    Erkennen in welke patronen je vast zit is een eerste stap; begrijpen hoe dit heeft kunnen gebeuren. Hyponose therapie kan ook een stap zijn: onder begeleiding van een professional kun je “terug gaan” naar je jeugd en de behoeften die je had uitspreken. Leren van jezelf te houden is de belangrijkste stap: als je van jezelf leert te houden, pik je het niet wanneer een ander over jouw grenzen heen gaat of misbruik van jou maakt. Bovendien ben je niet langer bang om alleen te zijn, omdat je genoeg van jezelf houdt.

    Wanneer je genoeg om jezelf geeft, maak je gezondere keuzes voor jezelf. Met het beëindigen van destructieve en ongezonde relaties maak je ruimte voor gezonde relaties waarin geven en nemen in balans zijn en jij jezelf niet meer kwijt raakt.

     

    Leestips:

    Als hij maar gelukkig is

    door Robin Norwood

     

    Leef je eigen leven

    door Melodie Beattie

    “Alles voelt oneindig” – gastblog vanuit Azië door Michelle-Anne Lucas

    Inmiddels ben ik al drie weken in Azië. De tijd vliegt voorbij, maar soms ook niet. Dat is een beetje afhankelijk van dag planning. Soms is een hotelkamer met airco een betere manier om te ontspannen dan een middagje op een strand. Dan lees ik vaak op mijn e-reader of scrol ik eindloos door social media (dag goede voornemen om minder op m’n telefoon te zitten). Vooral als je de dag vantevoren een intensieve hike hebt gedaan is zo’n dag wel nodig. Maar toch gaan de dagen met hikes sneller voorbij.

    De eerste dagen schreef ik veel over mijn bevindingen. Beetje bij beetje werd deze wereld steeds meer mijn werkelijkheid. Er is een groot verschil tussen op vakantie gaan en met op reis gaan. Behalve geldzaken voelt alles oneindig, oneindig veel mogelijkheden, oneindig veel tijd en vooral: oneindig veel nieuwe indrukken.

    Bali is een super diverse plek met stranden zoals in de Loret the Mar (bah), echte hipster sufplekken en plekken waar iedereen aan yoga doet. Daarnaast kun je op het eiland veel dingen bezoeken, zoals prachtige watervallen, hindoeïstische tempels en vulkanen. Inmiddels hebben we het allemaal wel gezien en gedaan.

    Gesprekken met locals zijn meestal heel oppervlakkig. In travel guides staat letterlijk wat je meestal gevraagd wordt zoals ‘where are you from?,’ holland’, ‘oh blanda, asbak, handdoek’. Ze noemen vaak een aantal dingen op die blijkbaar in het Indonesisch hetzelfde zijn als in het Nederlands. Meestal vrij onverstaanbaar, want met een Indonesisch accent klinkt het toch heel anders!

    De vrouwen vragen eerder of je getrouwd bent. Dat is eigenlijk wel vanzelfsprekend in hun ogen. Als je antwoordt dat je vriend thuis is, snappen ze het pas als je zegt dat hij werkt. In hun hoofd zie ik dan meteen een sugar daddy constructie.

    Ik vind het interessant om te observeren hoe de locals en toeristen hier met liefde om gaan. Als je op een plek als Canggu (surfspot) zit, valt het vooral op dat iedereen dezelfde oppervlakkige gesprekken voert over het leven en de liefde. Het is alsof je in Instagram bent beland. De meeste gesprekken gaan over tattoages, exen, de zoektocht van het leven, fitlife en een positief zelfbeeld. Grappig hoe we op zoektocht naar individualisme in Bali uiteindelijk allemaal dezelfde gesprekken voeren.

    Op de meer toeristische plekken zoals Kuta zie je blanke mannen met (al dan niet omgebouwde) Indonesische ‘vrouwen’. Dat terwijl de local mannen juist de blanke vrouw adoreren.

    Als ik dan toch liefde aanschouw in de vorm die ik van thuis ken, zijn het vaak de locals onderling. Zoals een jong stelletje (zestien jaar oud) waarvan de jongen trakteert op Italiaans wat in hun ogen een chique duur restaurant is. Of als ik de achtergrond foto zie van mijn taxi chauffeur, die liefdevol met zijn vriendin knuffelt. Het zijn die momenten dat ik vooral aan thuis denk.

    Ik begin te beseffen dat ik vroeger net zo was als de Instagram types. Ik zou op reis gaan om weg te zijn van de druk van thuis, maar ook in de hoop ooit iemand tegen te komen. Nu ik thuis al echte liefde heb, is zo’n reis heel anders. Ik mis mijn vriend enorm en met de kerstdagen die eraan zitten te komen mijn familie ook. Als ik thuis ben ga ik hen allemaal zo hard knuffelen!

    Ik hoef mijn geluk niet meer te vinden op vakantie, dat heb ik thuis al. Nu duurt het nog wel vijf weken voordat ik thuis ben, maar van dag tot dag geniet ik gelukkig wel heel erg. Ik kan hier puppies aaien, op het strand liggen, surfen, lekker eten en shoppen! En over een week vertrek ik alweer naar de Filipijnen. Dan krijg ik natuurlijk nog veel meer bevindingen en laat ik jullie zeker weer weten over mijn reis.

    Veel liefs,

    Michelle Anne

    Ik voel ik voel wat jij niet ziet: onzichtbaar ziek

    Fibromyalgie, andere vormen van reuma, migraine, burn-out, depressie, et cetera: Er zijn veel ziektes die niet zichtbaar zijn aan de buitenkant.

    Waar iemand met een gebroken been vanzelf begrip en medewerking krijgt van mensen vanwege bijvoorbeeld het dragen van gips of lopen met krukken, moeten mensen met een onzichtbare ziekte of aandoening vaak twee gevechten leveren: één gevecht tegen hun aandoening en het andere gevecht tegen onbegrip en vooroordelen van de omgeving.

    lees verder onder de afbeelding

    Veel mensen denken dat alles goed met je gaat omdat er niets aan jou te zien is. Hoe lang je er over gedaan hebt om uit bed te komen (psychisch of fysiek) ziet men niet. Hoe vermoeid je bent (mentaal of lichamelijk) na een activiteit ziet men evenmin.

    Het hebben van een onzichtbare aandoening blijft een dubbele strijd. Goede vrienden, professionele begeleiding en “insiders” die echt weten en begrijpen wat je doormaakt zijn daarbij onmisbaar.

    Soms is het ziektebeeld ook grillig: de ene dag kun je bijvoorbeeld meer aan dan de andere dag, grenzen verschuiven, zowel op het psychische vlak als lichamelijk. Het is dan soms verwarrend voor de omgeving, want: waarom kun je vandaag niet mee doen als je gisteren wel nog op de been was?

    Dit telkens maar uitleggen en er begrip voor vragen is moeilijk: vaak is het nodig dat je zelf erg stevig in je schoenen staat en er voor waakt dat je niet over je grenzen heen gaat. Onder voorbehoud afspraken plannen kan een optie zijn: je houdt een slag om de arm en geeft dat vooraf duidelijk aan: “Als ik me goed voel die dag ga ik heel graag mee.”. Zo voorkom je teleurstellingen voor je omgeving en bewaak je je eigen grenzen, door op de dag zelf te beoordelen of iets al dan niet mogelijk is.

    Het is en blijft een strijd om te luisteren naar je lijf en naar je grenzen. Je zult jezelf zeker blijven tegenkomen, totdat je leert jezelf te beschermen en je grenzen te bewaken.

    Soms zul je hiermee ook vrienden verliezen, als ze niet kunnen omgaan met de veranderde jij, die niet meer alles kan.

    De vraag is dan uiteraard wel of dat in de eerste plaats echte vrienden waren…

    Verhuisstress: door VIP blogger Susan

    Verhuizen, stress en twijfels

    Vijf jaar geleden leerde ik mijn man kennen, ik woonde destijds in mijn flatje in Leeuwarden en vertrok zonder enkele twijfel en trok bij hem in. Ik liet hierbij mijn opleiding achter en ging op best wel verre afstand wonen van mijn familie en vriendinnen. Als iets goed voelt, voelt het goed toch? En van die keuze heb ik tot op de dag van vandaag nooit spijt gehad. Natuurlijk was het, vooral zonder rijbewijs in het begin, lastiger om af te spreken maar goed, ook een goede vriendschapstest denk ik dan maar. 


    Het was soms lastig want ik had hier niks, ik kende de omgeving niet en had helemaal geen netwerk om mij heen. Gelukkig ben ik wel een type wat op onderzoek uitgaat, dus ik had mijn weg snel gevonden en leerde langszaamaan mensen kennen en begon mijn eigen kringetje op te bouwen. Verhuizen is mij niet vreemd, dus dat kwam allemaal wel weer.

    De woning van mijn man, nu dus onze woning, stond al 6 jaar te koop voordat wij ons eerste bod kregen een aantal maanden geleden. Waar je het eerst niet kan geloven, word je daarna onzeker over of alles wel door gaat. Of deze ene kans om hier weg te gaan, niet alsnog voor onze neus weggeveegd wordt. Maar nee, een aantal weken later was alles rond en ondertekend, het was echt, het ging door! En vanaf dat moment ging ik denken.

    Opeens kwamen dromen en wensen weer naar boven, die ik had weggestopt omdat dat hier nou eenmaal niet mogelijk was. En het idee om ooit weer dichterbij mijn familie en vriendinnen te gaan wonen, had ik allang losgelaten omdat ik ergens niet meer durfde te hopen dat we het huis gingen verkopen. Opeens werd alles dus weer mogelijk en omdat we maar een paar maand hadden, moesten we toch snel keuzes gaan maken, we hadden namelijk nog totaal geen zicht op een nieuwe woning. Toen ik op mijn 19e uit huis ging schreef ik mij direct in bij een woningbouwvereniging in Friesland, dus daar had ik al bijna 10 jaar inschrijftijd, het meest logische was dus om daar op huizen te gaan reageren. Nadat ik met een vriendin had afgesproken en weer naar huis reed voelde ik pas, hoe erg ik het eigenlijk mis. Hoe erg ik het mis om gewoon even op de koffie te gaan en niet eerst 1,5u hoef te rijden. Ik wilde niet per se om de hoek wonen, maar iets dichterbij, dat was voor mij echt wel een wens geworden.

    Hoe ga ik dit bespreekbaar maken, want mijn man en Friesland, is geen combinatie. En aan de andere kant, was ik het na 5 jaar ook wel zat om zo ver weg te wonen. Er zou dus ergens een compromis gesloten moeten worden. Gelukkig is binnen onze relatie alles bespreekbaar en hebben we dit ook naar elkaar uitgesproken. Dan sta je opeens lijnrecht tegenover elkaars wensen, en uit liefde ben je geneigd om toe te geven aan de wens van de ander. Ik wilde niet dat hij voor mij zou verhuizen, want ik wilde dat hij gelukkig zou zijn. En andersom, wilde hij niet dat ik ongelukkig zou worden als we het niet deden. Daar zit je dan, en nu?

    Het waren voor mij weken van heen en weer geslinger tussen emoties en gedachten. Wat wil ik? En word ik ook echt wel gelukkig als ik hier in de omgeving blijf? En hoe realistisch is het om van hem te wensen om mee te gaan naar Friesland. Erg lastig.

    Uiteindelijk kwamen we tot op een oplossing, we lieten het over aan het universum. We bleven reageren op woningen hier in de buurt, maar wanneer er een woning op de site zou komen meer richting Friesland, die voldeed aan onze wensen, dan zouden we daar op reageren. Dus eigenlijk, dat wat als eerst komt, dat wordt het. Ergens gaf mij dit wel een rustig gevoel, want ik vertrouw nou eenmaal op het universum en dat alles loopt zoals het moet lopen. De woningen in Friesland waren spontaan niet meer in de aanbieding en ik begon ook meer zonder gevoel te denken.

    Onze zoon zit hier op de peuterschool en heeft het hier erg naar zijn zin. Als we hier blijven wonen, kan hij daar blijven, als we verder weg gaan zou hij moeten switchen. En uit ervaring weet ik dat dát geen strak plan is. Daarnaast, zou mijn man vanuit Friesland minimaal 45min moeten rijden naar zijn werk, kan ik dat van hem vragen? 
    Het enige voordeel was, dat alles en iedereen voor mij dichtbij zou zijn en dat maakte het idee van Friesland voor mij gewoon heel fijn.

    We werden gebeld, een makelaar hier uit de buurt had een woning, in Veendam. We hoefden niet te zoeken, niet te reageren, we werden gewoon gebeld en we kregen zo een woning aangeboden. Dit was wel een erg duidelijk teken van boven voor mij. Dit konden we niet weigeren.  De woning voldoet aan onze wensen, is groot genoeg, staat in een leuke buurt en alles is op loopafstand te doen. Mijn gevoel zei aan alle kanten ja en we hadden nog maar twee maanden om een huis te vinden. We moesten wel, dus ik leg mij er gewoon bij neer.
    Ik was blij met de woning, oprecht blij. Blij voor mijn man, blij voor mijn kind omdat alles wat hij nodig heeft hier ook aanwezig is. De speeltuin voor huis, de kinderen in de buurt, de school op loopafstand, alles wat we voor hem willen. Dus nee, afwijzen kon ik dit niet.

    Iedereen reageerde blij, enthousiast en de hulp kwam van alle kanten. En toch kreeg ik van een aantal lieve mensen ook de vraag: ‘maar Suus, jij dan? Word jij daar gelukkig?’ En zelfs mijn schoonvader die zei: ‘als het niet goed voelt, of als je twijfelt, moet je het niet doen.’
    Dat vond ik zo onwijs lief, dater mensen waren die zagen en voelden dat dit goed zat, maar ook aan mij dachten omdat ze wisten dat ik een andere wens had. En ja, ik heb enorm aan het idee moeten wennen, omdat ik een compleet ander toekomstbeeld had, vooral voor mezelf. Het was en is soms dubbel omdat ik kies voor het geluk van mijn gezin. Zet ik daar dan mijn eigen geluk mee aan de kant? Dat absoluut niet, want ik ben pas gelukkig wanneer mijn hele gezin gelukkig is. En dat was in Friesland niet zo geweest. 

    We kregen de sleutels, we begonnen heen en weer te tillen met dozen. Onze woning wordt met de dag leger en de nieuwe woning met de dag voller. Het behang zit bijna overal al op de muren, in twee kamers ligt al laminaat. De datum voor het verhuizen staat vast en beetje bij beetje verplaatsen wij ons ‘thuis’ naar daar. Ik begin de voordelen in te zien van de andere woning, ik begin mijn beeld bij te stellen naar een toekomst daar. En dan zeggen mensen wel: ‘maar jullie kunnen toch alsnog verhuizen als het jullie niet aan staat?’ Ja, wel naar een ander huis, maar niet naar een andere woonplaats. Er is één eis die ik heb en dat is dat onze zoon de basisschooltijd doorbrengt op één school. Dus dat maakt het voor mij definitief, dat we de aankomende 9 jaar in ieder geval vastzitten aan deze omgeving. 

    Niet erg, maar ik begin het eng te vinden. Een nieuwe start, de eerste woning waar we écht samen beginnen, een nieuwe omgeving, nieuwe buren. Mijn man heeft zijn familie en vrienden daar, ik moet nog een netwerk gaan opbouwen. En ook al weet ik dat dit bij mij meestal niet zo moeilijk verloopt, ik vind het spannend. Wie zit er op mij te wachten? Ik ben niet iemand die je deur plat loopt of onaangekondigd binnen komt maar af en toe even koffie drinken en kletsen, graag! 

    Nu het allemaal bezonken is, heb ik er erg veel zin in, ik vind het leuk om daar bezig te zijn, het is spannend maar het we vinden ons plekje wel weer! Ik had van te voren nooit verwacht dat verhuizen zoveel los zou maken, maar ach, als we samen maar gelukkig zijn, dan komen we er wel! 

    Liefs,

    Susan

    Grote mensen die niet vragen, worden overgeslagen!

    “Kinderen die vragen, worden overgeslagen!”

    Hoe vaak heb jij dit gehoord als kind?

    Wellicht was het wel eens terecht: als je voor de derde keer zeurde om een koekje bijvoorbeeld.

    Toch lijken volwassenen gaandeweg af te leren te vragen om wat ze willen. Vrouwen lijken daar het meest last van te hebben. Bescheiden zijn, netjes zijn, niet brutaal doen… we krijgen het allemaal af- en aangeleerd.

    Als volwassene kun je dan te maken krijgen met een probleem: je leeft niet het leven dat je graag zou willen leven, bijvoorbeeld. Je wil veranderingen aanbrengen, maar je weet niet goed hoe. Je wil heel veel, maar hebt het jezelf afgeleerd er om te vragen. Toch is hier helemaal niets mis mee: vragen mag altijd en daarbij: het is prettig om te weten én uit te spreken wat je wil.

    Als niemand weet wat jij wil, is dat waarschijnlijk omdat je het niemand vertelt. En als je het niemand vertelt, kun je dat je omgeving ook niet kwalijk nemen!

    Lees verder onder de afbeelding

    Gelukkig is het nooit te laat om afgeleerd gedrag weer aan te leren. Je kunt vandaag nog beginnen met oefenen! Start met kleine dingen: schrijf op een lijstje welke dingen jij graag zou willen, en kies de meest laagdrempelige daarvan uit om als eerste mee te beginnen. Of het nu gaat om iets dat je heel graag wil krijgen voor kerst, of een cursus die je graag wil volgen op je werk: het maakt niet uit: als jij het maar vraagt!

    Hoe vaker jij hardop kenbaar maakt wat je graag wil, hoe vaker je het ook zult krijgen. Let maar op!

    Wat je straks niet zult zien aan mijn instagram foto’s

    door VIP blogger Michelle-Anne Lucas

    Het is bijna zover.. Over zes dagen vertrek ik naar Bali. Als ik mensen vertel dat ik op reis ga krijg ik vaak dezelfde reacties: ‘Oh wat geweldig. Ik ben jaloers’ of ‘ Als ik jouw leeftijd had zou ik precies hetzelfde doen’. Mijn antwoord hierop lijkt mensen vaak nogal te verrassen: ‘Het is moeilijk om te leven wetende dat je weg gaat.’ De reis zelf is ideaal om te leren genieten van het moment, maar de tijd die er naartoe leidt is juist het tegenovergestelde. Je bent continu bezig met je leven inrichten zodat je op reis kan gaan.

    Voordat ik in het paradijs ben aangekomen deel ik mijn ervaring van de afgelopen maanden. Niet om je bang te maken om mijn voetstappen te volgen, maar om je het verhaal te vertellen achter de prachtige Instagram foto’s:

    Eind 2017 kreeg ik met mijn reisgenoot het wilde idee om samen te gaan reizen. Toen ik besloot niet verder te gaan met mijn Masteropleiding, wist ik zeker dat ik dit wilde gaan doen. April van dit jaar boekte ik mijn one way ticket en was ik super enthousiast. Op dat moment woonde ik nog in Leuven, maar een paar maanden later zou ik hier weg moeten. Omdat ik een tijdelijke woning nodig had was mijn keuze al snel gemaakt; Ik ging bij mijn vriend wonen.

    Toen ik weer terug naar Limburg verhuisde wist ik niet goed wat ik met mijzelf moest. Ik moest wel gaan werken om voor mijn reis te kunnen betalen, maar wie zou iemand aannemen die maar een paar maanden aan de slag kon gaan? Ik solliciteerde erop los, maar beperkte mijzelf enorm door steeds netjes aan te geven dat ik op reis zou gaan. Gelukkig vond ik twee fijne tijdelijke banen, waar ik ontzettend leuke collega’s heb gehad. Toch bleef ik mij niet op mijn plek voelen. Ik ben altijd ontzettend planmatig en carrière gedreven geweest. Wetende dat ik niet met passie voor de langere termijn kon werken, zorgde ervoor dat ik mij vaak nutteloos voelde.

    Ik zou juist daar mijn passie in moeten vinden in naar mijn reis toe werken, maar dat vond ik erg moeilijk. In het begin probeerde ik zo min mogelijk geld uit te geven. Ik moest mijn streefspaarbedrag halen. Geld maakt niet gelukkig, maar thuis zitten omdat je continu aan het sparen bent ook niet! Mijn sociale leven werd door mijn gierigheid anders. Normaal kocht ik spontaan concerttickets voor mijzelf en mijn vrienden. Nu twijfelde ik zelfs als mijn vrienden wat wilden gaan drinken. Toen ik erover sprak met mijn reisgenootje, bleek dat zij precies hetzelfde had. Ik ben blij dat mijn vriend mij toen wakker heeft geschud. Ik gaf weer wat geld uit en begon weer te genieten van mijn sociale leven.

    Samen met mijn vriend heb ik ontzettend leuke dingen gedaan. We hebben vanaf die tijd vooral België ontdekt met z’n tweeën. Omdat we allebei in afwachting waren van onze grote levenskeuzes hadden we alle tijd voor elkaar. We sleepten elkaar door deze periode heen en deelden onze onzekerheden van de toekomst.

    Toen hij begin oktober begon met zijn opleiding van defensie, was ik gelukkig nog aan het werk. Het was een redmiddel om een paar dagen in de week de deur uit te moeten om te gaan werken. De dagen dat ik thuiszat voelde ik mij vooral eenzaam en nutteloos. Als ik nadacht over mijn reis, voelde het soms meer als een obstakel dan een doel.

    Pas een week geleden begon het echt realistisch te worden. Een paar berichtjes van mijn reisgenootje die al in Australië zit, een ingepakte tas en een toch wel rijk gevulde spaarrekening zorgen er nu eindelijk voor dat ik begin te genieten. Ik kan niet wachten tot ik mijn voeten in het zand kan steken, ik eindelijk weer verder kan met mijn geweldige surftechnieken (uhumuhum) en ik een kokosnoot van het strand kan rapen en opeten.

    Het enige wat ik nu nog echt moeilijk vind is mijn vriend en familie missen.

    Maar het voorruitzicht om naar hen terug te mogen komen zorgt ervoor dat het alles waard is. En wanneer ik terug kom kan ik dan ook écht met mijn toekomst te beginnen. Maar nu eerst gaan genieten van mijn reis!

    Veel liefs,

    Michelle Anne

    Voor wie twijfels zijn leven laat bepalen

    Twijfelen: iedereen doet het wel eens. Zeker bij grote beslissingen. Twijfelen is een gezond mechanisme om voor- en nadelen goed af te wegen voordat je een beslissing neemt. Toch kan te veel twijfelen je ook tegenhouden in het leven leiden dat jij graag wil.

    Hoe gezond twijfel ook kan zijn, één van de grootste “killers” van vooruitgang is zonder meer overmatige twijfel. Twijfel slaat vaak toe bij het nemen van levensbeslissingen; hoe groter de beslissing, hoe harder de twijfel toe kan slaan.

    Waarom twijfelen we vaak te lang? Wat is het nut van twijfel? En vooral: hoe kom je er van af als het je afremt in het bereiken van je doelen?

    Twijfelaar
    Een geboren twijfelaar, zo heb ik mezelf wel eens genoemd vroeger. Bij het nemen van een grote beslissing (Ga ik voor die baan? Blijf ik bij mijn partner? Moet ik nu wel of niet verhuizen?) slaat bij veel mensen de twijfel toe: logisch, want het is ook niet zomaar een beslissing die je moet nemen.

    Een verhuizing, een andere baan, een relatie verbreken: het zijn allemaal beslissingen die vergrijpende gevolgen kunnen hebben in je verdere leven. Dat is niet per se negatief, maar het kán het wel zijn; Want wat nou als die nieuwe baan toch niet zo leuk is als het lijkt? Wat als je spijt krijgt van je verhuizing? Wat als je je partner toch gaat missen en niet meer terug kunt?

    Twijfel slaat de meeste dromen en plannen dood, omdat het gepaard gaat met angst. Angst om de verkeerde beslissing te nemen (“Wat als ik hier verkeerd aan doe?”) kan je verlammen, waardoor je onnodig lang in de twijfel modus blijft. Onzekerheid kan ook een grote rol spelen: het vergt nogal wat zelfvertrouwen om te zeggen: en vanaf nu gaat het anders.

    Waar twijfel het hardst toeslaat
    Twijfel slaat vaak het hardst toe in situaties waarin weinig urgentie bestaat. Wat ik daarmee bedoel, kan ik het best toelichten aan de hand van een voorbeeld. Stel, je hebt een baan waar je wel tevreden mee bent, maar waar je niet veel uitdaging uit haalt. Het werk is niet verschrikkelijk, maar ook niet heel leuk. Je haalt er weinig vreugde uit, maar je doet het wel goed en krijgt goede beoordelingen. Daarnaast heb je een vast contract en geen hele vervelende collega’s. Met andere woorden: er is weinig uitdaging, maar ook geen echte urgentie om weg te gaan. Dat je wellicht hele andere doelen voor je loopbaan had – en door tien of twintig jaar in deze baan te blijven hangen die doelen niet bereikt – is achteraf bezien natuurlijk zonde. Toch blijven veel mensen vaak lang hangen op een plek waar ze niet tot hun recht komen.

    Waarom?
    Niet altijd leuk om te horen, maar wel waar: Mensen zijn gewoontedieren. We voelen ons graag veilig en geborgen. Onze comfort zone is ons vaak meer waard dan ons geluk, hoe gek het ook klinkt. We houden van nature nu eenmaal doorgaans niet erg van verandering. Verandering vinden we maar eng.

    Zeker als we een vast contract hebben weten te bemachtigen in deze onzekere tijden, geven we dat niet zomaar op. Een vaste relatie ook niet. De gemoedsrust die komt kijken bij het kunnen betalen van de hypotheek of huur wint het dan van het knagende gevoel dat er meer moet bestaan dan deze sleur van werk dat eigenlijk beneden je niveau ligt.

    Als er dan een nieuwe baan langskomt, waarbij je met een tijdelijk contract in een geheel nieuw bedrijf moet beginnen waar je nog niemand kent, slaat de twijfel toe. Zo erg heb ik het nu toch niet? Ik heb nu wel vastigheid en ik weet waar ik aan toe ben. Dit soort gedachten zorgen er vaak voor dat je dan toch maar bedankt voor die uitdagender job.

    Hetzelfde geldt voor relaties. Als een relatie je al lang niet meer gelukkig maakt, zou je eigenlijk er mee moeten stoppen. Toch blijven veel mensen langer in een uitgebluste relatie zitten dan nodig, uit angst. Angst voor het onbekende, angst om alleen verder te moeten gaan, angst om al het vertrouwde op te moeten geven. Dus worden de dagen weken, de weken maanden, en worden ze op hun zestigste wakker met het besef dat ze jaren lang in een ongelukkige relatie hebben gezeten. De comfort zone kan wat dat betreft een vals soort gevoel van veiligheid geven: achteraf is er dan vaak alleen maar ruimte voor spijt.

    Urgentie maakt twijfelen moeilijker

    Wat nu als je opeens zonder werk komt te zitten? Dan valt je vangnet weg en je comfort zone verdwijnt zonder dat je daar zelf iets aan kon doen: zou je dan wel solliciteren op die baan die uitdaging biedt? Waarschijnlijk wel. Zou je het droomhuis wel kopen als je plotseling te horen kreeg dat je eigen woning gesloopt gaat worden? Vast wel. Het wegvallen van die comfort zone dwingt je er toe beslissingen te nemen: wat dat betreft is het soms gemakkelijker om beslissingen te nemen vanuit het principe “Ik heb nu toch niets te verliezen.” Urgentie dwingt: en soms is dat niet eens verkeerd.

    Eeuwige twijfel

    Voor de eeuwige twijfelaar is het goed om je af te vragen wat je bereikt met het ellenlange twijfelen. Geef je jezelf zo een excuus om comfortabel te mogen blijven leven zonder risico’s te nemen? Geef je jezelf hier mee een mooie reden om je angsten niet onder ogen te hoeven komen? Houd je je eigen onzekerheid hiermee in stand?

    Iets nieuws proberen, een nieuw avontuur aangaan, betekent vaak dat je een risico moet nemen. Het is een sprong in het diepe waar niet iedereen zich aan waagt. En ja, het kan misgaan, maar het kan ook ontzettend goed gaan. Vraag jezelf eens af: waar heb je straks meer spijt van; als je het nooit hebt gedurfd of als je dat wel hebt gedaan en het niet is gelukt? Wat is het ergste dat er kan gebeuren? En kun je daarmee leven?

    Het leven gaat snel voorbij. De sleur van alledag zorgt er voor dat dagen overgaan in weken, maanden, jaren. Wil je terugkijken op een leven vol twijfels, waarin je jezelf mooie kansen hebt ontnomen? Of wil je terugkijken en denken: ach, ik heb risico’s genomen, but I did it my way!

    Ik weet waarvoor ik kies. Jij ook?

    Kun jij omgaan met een compliment?

    door VIP blogger Susan Schuitema

    Enkele weken geleden kreeg ik via app een compliment. Ik merkte direct dat ik me ongemakkelijk begon te voelen. Wat moet ik ermee? Ergens voel ik mij dankbaar voor het compliment en zou ik dus gewoon ‘dankjewel’ moeten sturen. Aan de andere kant heb ik allerlei excuses in mijn hoofd en begin ik grapjes te maken om het compliment weg te wuiven.

    Dit bracht mij op het idee om te schrijven over het geven en ontvangen van complimenten: ik ging op onderzoek uit.

    Hoe reageren mensen over het algemeen op een compliment? Is er verschil tussen mannen en vrouwen? Tussen jong en ‘oud’? En heeft het misschien te maken met hoe zeker jij je voelt over jezelf? Mijn onderzoek gaf mij het volgende beeld.

    Vrouwen
    Met hier en daar een enkele uitzondering reageren vrouwen over het algemeen hetzelfde op complimenten. Echter zit er wel verschil tussen het soort compliment en de reactie hierop. Een compliment over het uiterlijk wordt vaak gewaardeerd, maar de meeste vrouwen weten niet goed hoe ze hierop moeten reageren. Wanneer het compliment gaat over een kledingstuk wordt er vaak gereageerd met ‘oh, die kostte maar vijf euro bij die ene winkel.’ Aan de andere kant wordt er op een compliment over kleding ook gereageerd met een logische reactie ‘dankje, vind ik ook, anders had ik het niet gedragen.’

    Vaak wordt het een ‘dankjewel, ik vind jouw ogen mooier’ of ‘oh joh, jij bent veel knapper.’ Er wordt dus snel vergeleken met de ander. Een aantal vrouwen geven wel aan gewoon ‘dankjewel’ te zeggen en blij te worden van het compliment.

    Wat erg naar voren komt is dat het vooral te maken heeft met jouw beeld van jezelf. Ben jij zeker van jezelf? Dan zeg je sneller gewoon ‘dankjewel’ zonder het compliment weg te lachen of weg te praten met een excuus. 
    Er wordt over het algemeen door de vrouwen gedacht dat de manier van ontvangen te maken heeft met dat wat je in jouw opvoeding geleerd hebt. Goed (of slecht) voorbeeld doet volgen, zeggen ze dan. De vrouwen die ik sprak gaven aan dat ze zelf snel complimenten geven en dat ze absoluut anders worden ontvangen door een man. Waar de vrouwen onzeker reageren, zijn de mannen vaak nuchter en zeggen ze écht gewoon ‘dankjewel’ en gaan weer verder met hun dag. Terwijl ik als vrouw toch wel een hele dag kan teren op een gemeend compliment.

    En daar ga ik alweer he?  ‘Gemeend compliment’ want tja, is een compliment gemeend of wil iemand er iets mee bereiken? 

    Mannen
    Wat mij erg op viel uit de antwoorden die ik kreeg van mannen, is dat de complimenten vanuit een man snel anders opgevangen worden door de vrouw. Enkele mannen geven aan, soms geen compliment te durven geven omdat vrouwen dan zouden kunnen denken dat er iets achter zit. Dit wordt dan geassocieerd met seks. Een man zou dus niet ‘zomaar’ een compliment kunnen geven zonder dat hier iets achter gezocht wordt. Bijzonder toch? 


    Ook enkele mannen geven aan dat zij vroeger (meer onzeker) aankwamen met excuses als antwoord op een compliment. Een compliment over een behaalde opdracht of goed resultaat werd dan weggewuifd met ‘oh joh zo moeilijk was het niet hoor, het stelde niks voor.’ Nu, ouder en zekerder van zichzelf zeggen zij over het algemeen gewoon ‘bedankt.’

    Onzekerheid
    Vrouwen lijken over het algemeen onzekerder te zijn dan de mannen. Of dit echt zo is, of dat mannen niet voor hun onzekerheid uit durven komen? Dat blijft natuurlijk altijd de vraag. Wat mij opgevallen is door met mensen in gesprek te gaan, is dat het wegwuiven van complimenten vooral te maken heeft met hoe je over jezelf denkt. Ben jij onzeker? Dan ben je sneller geneigd om een compliment voor jezelf om te denken naar iets negatiefs. Wat wil iemand van mij? Waarom zouden ze dit zeggen? Menen ze het echt? 

    Ik ben erg geneigd om mezelf naar beneden te halen zodra iemand bijvoorbeeld zegt: ‘wat zie je er leuk uit!’  Vaak denk ik dan: ‘Joh, ik ben 15 kilo aangekomen, doen je ogen het wel?’. Mijn reactie is eigenlijk altijd eerlijk. Ik ontvang het compliment door te bedanken maar vervolg dit wel met hoe ik er zelf over denk. Waarom? Dat is een goede om over na te denken aankomende tijd!

    Vanaf nu ga ik er eens bewust op letten, hoe reageer ik, waarom reageer ik zo en kan/wil ik dit ook veranderen? Complimenten zijn eigenlijk cadeautjes. Je krijgt ze, je mag ze ontvangen, open maken en gebruiken. Ergens is het voor de gever, niet leuk om het cadeautje verfrommeld weer terug te krijgen omdat jij er niks mee kunt. Best wel iets om over na te denken!

    Wat het meest uit mijn onderzoek naar voren kwam is dat je met complimenten iemand kunt helpen. Zie jij iets goeds, iets moois, iets leuks? Zie je dat iemand onwijs zijn best doet voor iets? Geef een compliment en laat mensen stralen. Het kan je dag maken, je net even dat laatste zetje geven om door te gaan of je leren anders naar jezelf te kijken.

    Hoe reageer jij op complimenten? Voel jij je ongemakkelijk of vind je het alleen maar leuk om te horen?

    Vanaf nu neem ik mezelf voor om minimaal één compliment op een dag te geven, uiteraard wel oprecht! En ik neem mezelf voor, om het compliment van een ander ‘gewoon’ te ontvangen en ‘dankjewel’ te zeggen en dit ook uiteindelijk te gaan voelen.

    Liefs,

    Susan


    WhatsApp-ruzie: praten is beter

    We kennen het allemaal wel: je bent met iemand aan het appen en belandt in een soort van beginnende discussie. Deze discussie loopt via WhatsApp sneller uit de hand dan in het echt. Voordat je het doorhebt ben je beland in een verhitte discussie of zelfs in een ruzie! Hoe kan dat?

    Geschreven tekst
    Via geschreven tekst komt alles harder binnen. Je ziet geen lichaamstaal, hoort geen intonatie; kortom: er is veel ruimte voor misverstanden. De woorden “Oké dan.” kunnen bijvoorbeeld op verschillende manieren gelezen worden: “Oke dan. Doen we  het zo!” Of als: “Oké dan. Beetje jammer dit.” Zo zijn er talloze voorbeelden waarbij geschreven woorden veel botter of zakelijker over kunnen komen dan gesproken woorden.

    pexels-photo-377909

    Je laat je sneller gaan
    Via WhatsApp spreek je iemand niet rechtstreeks. Er zitten twee schermen tussen jullie. Je kunt niet alleen niet horen hoe iemand bedoelt wat hij zegt, je kunt ook nog eens niet direct reageren. Door de afwezigheid van de ander in persoon, kun je feller gaan reageren dan je eigenlijk bedoeld had. Als je heel fel iets wil gaan schrijven, vraag je je lang niet altijd af of je dit ook face to face zou zeggen. Toch is het goed om jezelf die vraag af en toe te stellen: zou ik dit in het echt ook zeggen, of durf ik dit nu alleen omdat er twee schermen tussen ons in zitten?

    facebook-logo-thumbs-upBellen of afspreken is beter
    Als een gesprek via WhatsApp uit de hand dreigt te lopen, is het beter om even een time-out in te lassen en elkaar te bellen of op te zoeken. Lukt dat om een of andere reden niet, dan is een spraakbericht sturen altijd nog een beter alternatief dan geschreven tekst. Bij een spraakbericht hoort de ander jouw stem in ieder geval nog – en kan die daar meer context uit halen dan wanneer je het zwart op wit zet. Bovendien kun je hiermee je emoties beter kenbaar maken, wat weer kan zorgen voor meer begrip bij de ander.

    WhatsApp is een super handig medium, maar niet voor discussies. Die voer je toch het best face to face – of in elk geval ear to ear!

    De pil: meer nadelen dan voordelen

    door Chrisje VIP blogger, Michelle-Anne Lucas

    De pil, stop daar nu eens mee!

    Oké, misschien ben ik nu wel meteen erg direct met de deur in huis gevallen. Maar als je dit leest weet ik tenminste dat ik je aandacht heb. Ik ga het namelijk hebben over iets wat een te groot deel van mijn leven heeft bepaald; de pil. Misschien denk je: Wat een extreem statement om te maken, de pil redt mij juist! Misschien snap je juist precies wat ik bedoel. Hoe dan ook hoop ik dat het je tot denken aan zet…

     Ik ben namelijk bijna twee jaar geleden gestopt met de pil. Waarom? Ik vroeg me af wat er zou gebeuren. Mijn relatie was ten einde, ik had even helemaal geen behoefte aan mannen en vroeg mij af ‘Waarom neem ik zo min mogelijk pijnstilling, maar gebruik ik wel al zes jaar achter elkaar de pil?’ Het was voor mij zo normaal geworden om iedere dag een pilletje te slikken tegen zwangerschap, dat ik niet meer stil stond bij de bijwerkingen. En die zijn er!

    Ik vraag me af of de term ‘de pil’ daar wat mee te maken had. Er lijkt een discrepantie tussen het woord ‘de pil’ en de betekenis ervan te zitten. Het is vergelijkbaar met tequila gewoon een ‘drankje’ noemen. Stel je voor dat iemand zegt: ‘Ik heb gisteren vijf drankjes gehad tijdens de lunch’ óf iemand zegt tegen je: ‘Ik heb gisteren vijf tequila’s gehad tijdens de lunch’. Ik weet welke ik alarmerender zou vinden.

    Lees verder onder de afbeelding

    Daarom zeg ik ook niet ‘Ik heb vijftienhonderd ladingen hormonen geslikt in de afgelopen zes jaar’.

    Maar nu naar het resultaat: Na een aantal dagen opgehouden te zijn met de pil, voelde ik al heel veel verschil! Het voelde alsof er een last van mijn schouders viel. Ik voelde passie, verliefdheid, honger, stabiliteit en vooral ook kracht. Ik dacht dat ik deze dingen kwijt was geraakt door veranderingen in mijn leven. Zo was ik over de jaren heen mijn dagritme kwijtgeraakt, at ik de meest willekeurige dingen op willekeurige momenten en verloor ik mijn passie.

    Dat allemaal vond ik terug binnen een paar dagen stoppen met de pil. Een paar maanden later waren zelfs mijn hypermobiliteitsklachten afgenomen!

    Hoe weet ik dat het aan de pil lag en niet aan het feit dat ik mijn leven weer was veranderd? Goede vraag, want dat wist ik namelijk ook een tijd lang niet. Toen ik begin dit jaar weer in een relatie kwam, vond ik het dan ook niet meer dan normaal om maar weer aan de pil te beginnen. Het zorgde voor het tegenovergestelde resultaat. Binnen een maand was ik weer hetzelfde persoon als in die zes jaar.

    Ik dacht al snel na over alternatieven, maar juist de Michelle aan de pil was ook de onbeslissende, onzekere Michelle die liever geen nieuwe gekke dingen met haar lichaam deed. Een paar maanden later besloot ik toch – door het verergeren van mijn hypermobiliteitsklachten – gewoon ervoor te gaan; ik nam een koperspiraaltje. Weg met de hormonen! Het liefst zou ik de pil ritueel verbranden zoals ze in de seventies met beha’s deden (al zou ik daar ook nog wel aan mee willen doen). Wat ben ik blij met mijn keuze! Ik voel me weer zoveel beter, zoveel méér mezelf.

    Frappant is dat ik nadat ik deze keuze heb gemaakt, ineens zoveel vergelijkbare verhalen ben gaan horen erover. Ik hoorde van kennissen, vriendinnen, medebloggers (😉) ineens allemaal hetzelfde verhaal. Hormonen onderdrukten ons ‘vrouw zijn’. 

    Ik ben blij dat ik me weer goed voel en van die dagelijkse portie hormonen verlost ben! Wat zijn jullie ervaringen?

    Veel liefs,

    Michelle

    Bestaat dé ware liefde?

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema

    Bestaat er zoiets als ware liefde?

    Als je mij tien jaar geleden had gevraagd of ik in de ware liefde geloofde, had ik ja gezegd, net als nu, maar daarbij had ik toen een compleet ander beeld.

    Ooit dacht ik bij de ware liefde aan een totaal plaatje, het perfecte plaatje, en wanneer ik alles van mijn lijstje kon afvinken, dan was ‘het’ de ware. Dat wat je ziet in films.

    Wanneer ik nu denk aan de ware liefde, dan denk ik er achteraan: is er ook zoiets als onware liefde dan?

    Ik denk niet alleen meer aan een liefdesrelatie maar aan pure liefde op zichzelf. Ik geloof niet in ware liefde, want elke manier van liefde is waar. Onware liefde bestaat niet. Gewoon ‘liefde’ is genoeg.  Ja ik geloof in liefde, absoluut. Ik hou van ongelooflijk veel mensen. En van ieder op een ander niveau, een andere  frequentie. Niet meer, of minder, maar anders. 

    Mijn kind is mijn allergrootste liefde. Zijn verdriet is mijn verdriet, zijn geluk geeft mij tranen van blijdschap. Zijn emoties zijn zo met die van mij verbonden, hij is een deel van mij. Wat hij ook zal kiezen, doen of zeggen, die liefde zal nooit stoppen en nooit veranderen. Onvoorwaardelijk een deel van mij. Deze manier van houden van zal ook altijd boven alles en iedereen uitsteken. Hij zal altijd mijn nummer één zijn. (samen met eventuele toekomstige kinderen natuurlijk) 

    Dan natuurlijk mijn man, waar ik ‘ja’ tegen zei, tegen een leven samen, dag in, dag uit voor de rest van ons leven. Dat doe je niet zomaar. Hij is degene waar ik naast wakker word iedere dag en waar ik naast in slaap val. Waar ik mijn dromen mee deel. Waar ik mijn allereerste hysterische nieuw bedachte ideeën mee bespreek. Degene waar ik mij op af kan reageren als dingen niet gaan zoals ik zou willen. Iemand met wie ik 24/7 samen kan zijn, zonder elkaar de hersens in te slaan. Voor iemand zoals ik, iemand die heel graag alleen is, zonder teveel prikkels en gedoe, is het best een wonder dat ik 24/7 samen kan zijn met twee levende wezens in één huis. We voelen elkaar aan én we vullen elkaar aan waar nodig.  

    Ik weet zeker dat onze relatie zo goed werkt doordat we elkaar vrij laten. Twee compleet verschillende mensen, maar toch zo hetzelfde. Mijn man heeft zijn hobby’s waar ik niet aan moet denken om ze uit te voeren, ik heb mijn interesses waar mijn man niks mee heeft, maar toch tonen we interesse in elkaars dingen en laten we elkaar vrij hierin. Hij wordt enthousiast wanneer ik enthousiast ben en ik word blij wanneer hij iets doet waar hij blij van wordt. En daarnaast hebben we onze gezamenlijke dingen. We vinden het heerlijk om te wandelen, we hebben beide een verslaving aan notitieboekjes kopen, zijn allebei creatief maar op een ander vlak, kijken samen series en films, en oh wee als je verder kijkt zonder mij. 

    En natuurlijk hebben wij samen een zoon. Één grote peuter vol met liefde, van ons samen, dat verbindt je uiteraard op een hele speciale manier aan iemand. 

    Daarnaast houd ik van mijn vriendinnen, hoe ze allemaal hun eigen karakters hebben, hoe ze allemaal van elkaar verschillen. Met de één ga ik shoppen, met de ander deel ik mijn spirituele  levensstijl. Met de één deel ik mijn hele levensgeschiedenis omdat we elkaar al 20 jaar kennen, en met de ander kan ik een heel gesprek voeren alleen door elkaar GIFS te sturen en ja we snappen elkaar ook nog. Met de één praat ik over relaties, seks en alle persoonlijke onderwerpen, van de ander heb ik wijn leren drinken.  Zo zijn ze allemaal zo anders, en zo mooi verschillend. Ook vriendschap is een vorm van liefde, een manier van houden van, niks meer of minder ‘waar’  dan een relatie. Alle liefde is waar.

    We delen onze ervaringen en levens met elkaar, niet vanuit het zelfde huis zoals ik met mijn man doe, maar zeker gevoelsmatig dichtbij. 

    Waar het op neer komt is dat er in mijn wereld geen ‘onware’ liefde mogelijk is. Ik voel liefde voor iedereen in mijn leven. En ál die liefdes zijn waar.  Dus ja, ware liefde bestaat, op verschillende vlakken, op verschillende manieren en niveaus.

    Niet één ware, zoals in de films of zoals ik ooit dacht, 10 jaar geleden. Mijn liefde is voor iedereen, ongeacht geslacht, ongeacht leeftijd, huidskleur of wat voor verschil. Liefde kent geen grens, liefde kent geen eisen of vormen, liefde is gewoon liefde.  En zeker niet ‘onwaar’.


    ‘Ware liefde’

    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan denk ik meteen aan alles en iedereen.
    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan kijk ik gelukkig om mij heen.

    Ik zie de mensen en de dieren,
    de liefde voor natuur.
    Ik zie het leven liefde vieren,
    iedere seconde, ieder uur.

    Overal is liefde, nooit is dit ‘onwaar’,
    doe je ogen dicht, en voel het maar.
    Overal is liefde, iedere vorm is ‘waar’,
    ik voel het zelfs, wanneer ik naar de sterren staar.

    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan denk ik aan alles en iedereen,
    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan ben ik nooit alleen.

    Liefs,

    Susan

    Vechten tegen een depressie: het verhaal van Susan

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema.

    Haar boek over haar postnatale depressie is hier te bestellen.


    Een depressie is iets wat snel veroordeeld wordt, iets wat niet uit te leggen valt. Iets waar je vaak geen enkele grip op hebt, het overkomt je. Iets waarbij je snel hoort “Ga even lekker naar buiten, dan voel je je snel beter” of “Maar je hebt toch helemaal geen reden om depressief te zijn?” En iets wat ik vaak hoorde was: “Jij? maar je bent altijd zo vrolijk.”

    Van mijn twaalfde tot 5/6 jaar geleden was ik met fases depressief. Het ging weg, maar kwam ook weer terug. Inmiddels kan ik zeggen dat ik het kwijt ben, dat ik niet snel weer depressief zal raken omdat ik weet hoe ik mezelf eruit kan halen. Maar door mijn ervaring weet ik dat er vele mensen zijn die nog iedere dag rondlopen met negatieve gedachten. 
    Mensen die genoeg leuke dingen doen, soms juist teveel, om maar niet te hoeven denken, niet alleen te hoeven zijn. Mensen die het hardste lachen en waarvan je denkt dat ze een geweldig leven hebben. Maar weet jij hoe een depressie werkt?

    Een depressie zit in je. Waar je ook bent. Hoe vaak je ook buiten komt. Hoeveel leuke afleidende dingen je ook doet. Hoeveel lieve mensen je ook om je heen hebt, die van je houden en alles voor je zouden doen om je te helpen. Die depressie is een schaduw die je overal achtervolgt. En zelfs als je een dag hebt dat je je beter voelt, dan kom je ’s avonds thuis en zit je weer met dat monster op de bank.

    Dat is hoe ik de depressie noem, een monster.
    Het achtervolgt je, het maakt je kapot, het heeft controle over jou in plaats van andersom. Je voelt je leeg, niet geliefd, alleen en onbegrepen. Wat een ander ook doet, zegt of probeert uit alle liefde die ze in zich hebben: je staat machteloos aan de zijlijn toe te kijken. Toe te kijken naar het gevecht tussen het monster en degene waar jij van houdt.

    ❤️ lees verder onder de afbeelding

    Mijn vraag aan iedereen is: 
    Alsjeblieft, veroordeel het niet, omdat jij het niet begrijpt.

    Ga naast iemand staan en vecht mee. En geef eens wat extra aandacht aan de mensen om je heen. Eén berichtje, één telefoontje of een ‘Goedemorgen’ op straat, kan al zoveel betekenen.

    Is er nog iemand aan wie je eigenlijk weer eens zou moeten vragen hoe het gaat? Is er nog iemand aan wie je veel denkt maar het er nooit van komt om contact te zoeken? Doe het vandaag. Je kunt het niet voorkomen, maar je kunt zeker een steun zijn. En vergeet niet: niet iedereen met een lach, lacht van binnen. Let op de mensen om je heen.

    Wat heeft mij dan zo geholpen om eruit te komen? En hoe voorkom ik dat ik weer in een depressie beland?
    Natuurlijk ben ik geen psycholoog en zeker niet één of ander medisch wonder dat depressies heeft opgelost maar ik heb wel een soort knopje in mezelf gevonden, die voorkomt dat ik weer in een depressie weg zak. Regelmatig wordt mij gevraagd waar dat knopje dan zit. Helaas komt een mens niet met een gebruiksaanwijzing en zal bij iedere persoon deze knop ergens anders zitten. De één komt er uit door te praten, de ander door te schrijven, weer een ander door zichzelf op te sluiten en te wachten tot het over gaat.

    Wanneer ik een depressieve periode had, vond ik mezelf vooral heel zielig. Alles wat rot, niks was goed, ik zag er niet uit vond ik en alles en iedereen om me heen liet me stikken, voor mijn gevoel op dat moment. Wat mij op dat moment hielp en wat mij nog altijd helpt, is om te schrijven. Schrijven is mijn manier om mij te uiten, op papier ben ik mezelf, daar ben ik eerlijk en open. Ik schreef op zo’n moment mijn gevoel op, waar ik mee zit, al mijn gedachten. Ook de meest kleine (in mijn ogen soms domme) gedachten, alles schrijf ik op, zodat ik het kwijt ben. Ook schreef ik feiten voor mezelf op, welke mensen had ik om mij heen, wat waren de positieve dingen op dat moment, welke negatieve dingen waren er en hoe groot waren die eigenlijk?

    Wat mij ook helpt is om mezelf serieus te nemen, niet de grond in te trappen, maar te accepteren wat ik voel. Waar ik vroeger mezelf echt naar beneden kon halen omdat ik vond dat ik mij niet depressief mocht voelen, accepteer ik nu gewoon dat ik mij even niet zo goed voel. Het gevoel is er gewoon, klaar. Dat mag. Waar ik mijn eigen gevoel en energielevel vroeger negeerde, accepteer ik nu dat ik gewoon even geen energie heb. Ik zeg afspraken af, zoek even geen contact of reageer even wat minder op appjes en telefoontjes. Waar ik eerst maar door bleef razen en geen nee durfde te zeggen, doe ik dat nu wel. Daarnaast deelde ik nooit hoe ik mij voelde en dat doe ik nu wel. Zit ik niet lekker in mijn vel, dan geef ik dat aan. En waar ik eigenlijk niet op durfde te hopen, ik krijg nu wél steun en begrip van de mensen om mij heen. En heel soms doe ik het juist andersom, ik zoek mensen op, spreek ze aan, ga bewust de deur uit. Leg alle verplichtingen aan de kant en neem tijd voor mezelf, tijd voor ‘even niks’. 

    Het klinkt zo standaard, maar wat mij ook hielp was om naar buiten te gaan, te gaan wandelen. Bewegen en buitenlucht maken een stofje aan, waardoor je je beter voelt, dat is bewezen. Dit ging ik dus proberen en ik moet zeggen dat het echt hielp. De ene keer alleen, met muziek in mijn oren, de andere keer samen en dat kletst goed hoor zo’n wandeltocht! 

    Nou ben ik wel een beetje een zweefteef en houd ik van spiritualiteit en edelstenen: dat is niet voor iedereen een hulpmiddel, omdat mensen er snel bang voor zijn of het onzin vinden, maar het heeft mij geholpen. Door mijn ervaringen met geven/ontvangen van energetische behandelingen, het voelen van energie en de werking van edelstenen ben ik mij erg bewust geworden van wie ik ben, en wat ik kan. Het is een prachtig talent waar ik onwijs dankbaar voor ben, dat ik die mag hebben. Hierdoor heb ik gevonden wie ik ben, gevonden wie ik mag zijn en ik accepteer nu mijn goede en minder goede kanten. Het gevoel dat er altijd iemand bij mij is, waar ik hulp aan kan vragen, het vertrouwen op de energie om mij heen, de kaarten die ik leg en de stenen die ik bij mij draag, geven mij een veilig gevoel. Ik ben niet alleen en ik heb gevonden waar ik goed in ben. Mijn zelfvertrouwen groeit en het doemdenken waar ik heel goed in ben, laat ik stap voor stap meer achter mij. Het doemdenken wat mij toch altijd wel terugtrekt in een negatieve cirkel.

    Mijn tip voor iedereen die te maken heeft met een depressie (en nee, het is absoluut niet zo makkelijk als dat ik het neer zet) is:


    Koop een schriftje voor jezelf en schrijf iedere ochtend op, wat jij die dag wilt bereiken. Al is het maar één klein doel, iets positiefs ( ik begon met het opmaken van ons bed), schrijf het op. En houd je die dag bezig met wat jij opgeschreven hebt. Daarnaast schrijf je op waar jij van droomt, jouw wens, je grootste droom wat je het liefst zou willen bereiken. Op die manier zet je jouw mindset om van piekeren naar dromen, iets positiefs.  En natuurlijk komt die droom niet per se die dag uit, maar blijf het iedere dag opschrijven. Ik ben er van overtuigd dat waar jij je energie naar toe stuurt, dat je dat uit laat komen. Aan het einde van de dag, lees je jouw doel of doelen voor die dag en vink je ze af. WAUW wat een trots gevoel had ik als ik ons opgemaakte bed zag. Niet omdat dat nou zo moeilijk was om te doen, maar omdat ik, wat voor dag ik ook had gehad, wel iets bereikt had en ik in een heerlijk opgemaakt bed de dag kon afsluiten.

    Daarnaast schreef ik iedere dag, aan het einde van de dag drie punten op. Wat maakte mij blij vandaag? Wat heb ik goed gedaan vandaag? Waar ben ik trots op vandaag? Dat is in het begin moeilijk omdat je vaak alleen de rottige dingen onthoud, maar het laat je nadenken en anders denken.

    Dwing jezelf om te delen hoe jij je voelt, blijf er niet alleen mee rondlopen. En als je niet durft te praten, ga dan schrijven net als ik, schrijf het van je af. Zing desnoods, of teken. Wat jou ook maar mag helpen om je emoties te uiten. Vraag om hulp, geef je grenzen aan en blijf hier ook bij. Nee is nee. Heb je geen energie, dan ga je lekker een uurtje liggen, de was komt straks wel. Heb je zin in iets zoets? Ga lekker wandelend naar de snackbar en koop een ijsje. Wees niet streng voor jezelf, maar lief. 

    Wees precies die persoon, die jij bent voor de belangrijkste mensen om jou heen. Wat als jouw beste vriendin diep in de put zit? Wat doe je dan? Wat zeg je dan? Wat denk je dan? Behandel jezelf als je eigen beste vriendin. Zet jezelf vanaf nu op één! Dat verdien je!

    Eerst jij, dan de rest, want zonder jezelf kom je nergens.

    Liefs,

    Susan

    Kunnen vrouwen wel hetzelfde aan als mannen, qua werk? – door Chrisje VIP blogger Michelle-Anne

    Door Chrisje VIP blogger Michelle-Anne

    Jarenlang heb ik gedacht dat vrouwen net zo sterk zijn als mannen. Ik droomde toen ik jong was dat ik Xena de warrior princess was. Ik had zelfs een bamboestok naast mijn bed liggen waar ik mee oefende, zodat ik een goede zwaardvechter zou zijn in geval van nood. Én als er iemand jarenlang heeft gedroomd van een real life bond girl zijn, dan ben ik het wel.

    Maar…

    Dan kickt de werkelijkheid in; Ik heb namelijk hypermobiliteit syndroom, een reumatische aandoening die nog niet erkend wordt door de overheid. Het is natuurlijk ook moeilijk om te bedenken hoe ‘te lenig zijn’ echt een probleem kan zijn. Er zijn genoeg stijve mensen die mijn lenigheid zouden willen hebben, maar geloof me, het liefst gaf ik dit aan ze!

    Vanaf jongs af aan heb ik bepaalde klachten gehad. Zo kon ik bij gymles rennen nog geen minuut volhouden, omdat ik anders door mijn enkels zakte. Ik had op 8 jarige leeftijd last van spierspanningshoofdpijnen. De dokter zei dat het door stress kon komen. Als 8 jarig kind was mijn stressniveau gemiddeld 0%. Ik geloofde dus niks van wat ze zeiden en wist toen al dat het aan iets anders moest liggen. Pas jaren later toen ik subluxaties aan mijn schouder kreeg, werd het voor mij duidelijk dat ik hypermobiel ben. Met alle gevolgen van dien.

    Inmiddels was ik keihard aan het knallen als horecamedewerker. Hier zette ik vaak mijn eigen gezondheid op het spel om maar te laten zien dat je als vrouw ook twee kratjes bier op een kar kon zetten in een keer. Misschien was dat een beetje dom. Tja de warrior princess in mij had iets te bewijzen…

    Enerzijds hield het mij fit, omdat ik soms wel 25.000 stappen op een dag zette. Anderzijds tilde ik zware dingen met de mannen alsof ik een van hen was. Het zorgde ervoor dat ik juist bewegingen maakte die mijn lichaam niet aan kon. Hierdoor kreeg ik vaak ontstekingen in gewrichten. Iets wat nu bij mij gediagnostiseerd is als fibromyalgie. Omdat ik vergelijkbare verhalen ken van andere vrouwelijke horecatoppers, ben ik mij iets af gaan vragen:

    Zijn we doorgeslagen in ons feminisme om te denken dat vrouwen hetzelfde werk aan kunnen als mannen?

    Mijn trots vindt van niet, maar mijn lichaam zegt iets anders.

    Wat ik wel weet is dat de keuze voor mij om zwaar werk te doen tot geweldige dingen heeft geleid. Zo heb ik door het horecawerk super veel meegemaakt. Ik heb bij de vetste feestjes, op de coolste festivals en in de chicste hotels gewerkt. Oh en ik heb er zelfs mijn vriend leren kennen! (Maar daarover later meer). Als ik een tijdje niet in de horeca werk, merk ik dat ik het ontzettend mis. Het is namelijk een ontzettend leuk beroep en de sociale voordelen zijn niet te vergelijken met ander werk.

    Toch heb ik tegenwoordig besloten om een stapje terug te doen van de horeca. Het leven met een aandoening is namelijk zoeken naar balans. Dat zorgt er ook voor dat mijn toekomstplannen beperkter worden. Wat kan mijn lichaam en wat wilt mijn brein? Mijn lichaam lijkt soms een gevangenis voor mijn brein. Hopelijk zorgt zwemmen, yoga en goed eten ervoor dat ik weer een beetje beter wordt!

    En in de tussentijd ben ik vooral ook benieuwd naar jouw mening, zijn wij vrouwen wel gemaakt voor dit soort werk?

    Veel liefs,

    Michelle-Anne

    Borstvoeding: een eigen keuze

    Er wordt zo veel over gesproken en geschreven: borstvoeding. De een is van mening dat je een slechte moeder bent als je je kind borstvoeding ontzegt, de ander moet er niet aan denken en begint meteen met flesvoeding.

    Niets is zo persoonlijk als deze beslissing die iedere vrouw voor of na haar bevalling moet nemen: ga ik wel of geen borstvoeding geven?

    En zelfs al wil een vrouw haar baby graag borstvoeding geven, dan nog is dit geen garantie dat ook lukt. Soms komt de melkproductie simpelweg niet op gang.

    Persoonlijk vind ik dat iedere vrouw voor zichzelf moet kunnen beslissen wat zij doet.

    Als zij borstvoeding wil geven moet dit mogelijk zijn of gemaakt worden, als zij dit niet wil, hoeft het niet.

    De eerste weken na de geboorte van je kind ben je sowieso fysiek al kwetsbaar, zijn er vaak gebroken nachten en kraamtranen: daar hoeft niet ook nog eens de druk bij van het borstvoeding moeten geven.

    Waar ik niet zo goed tegen kan, is de sociale druk die moeders opgelegd wordt. Dit begint vaak al in het ziekenhuis. Als je om een fopspeen vraagt wordt dit afgeraden vanwege tepelspeenverwarring, of zoiets. Ik kan het me niet meer precies herinneren, omdat mijn kind er non-stop heel hard doorheen huilde, omdat de borstvoeding niet op gang kwam en ze dus honger had.

    Toen ik vroeg om bijvoeding via fles, werd dat ook ten zeerste afgeraden. Daar lig je dan: oververmoeid, met een hongerige en schreeuwende baby, aan te horen dat borstvoeding – die niet op gang komt – toch echt het allerbeste is voor je kind. Eh, bedankt, en nu hier met die fles….

    Elke vrouw moet naar mijn mening kunnen beschikken over alle informatie om de voors en tegens tegen elkaar af te wegen. Maar elke vrouw moet ook vrij zijn in haar keuze om over te stappen op flesvoeding, wat haar reden hiervoor dan ook is.

    Heilige Handtas!

    Als je de gemiddelde vrouw vraagt om haar handtas om te kiepen boven tafel, komt er een ongelofelijke hoeveelheid praktische zaken uit: zakdoekjes, pleisters, Labello, een Bosch Boormachine, noem het maar op: het zit er in.

    En dan heb je zo’n prachtexemplaar van zeventig kilo aan je inmiddels doorgezakte schouder hangen, komt er vaak een man bij, die er ook nog even zijn portemonnee, sleutelhangerset met bieropener er aan vast in wil dumpen. Voeg daar dan nog de Nintendo aan toe die je kind per se mee wil nemen naar het feestje en je komt met een nekhernia op het feestje aan.

    Toch is de handtas van essentieel belang. Plotseling dunne ontlasting? Een ongelofelijke migraine die opeens op komt zetten? Geen zorgen: in de handtas zitten medicijnen. Een onverwacht vroege menstruatie of probleem met urine ophouden? Geen zorgen: in de handtas zitten damesluiers.

    Pennen, pillen, halve koekjes, aanstekers, oude fruitella’s, agenda, geld, pasjes, kortingspasjes, versteende tampons, huissleutels van twee verhuizingen geleden: you name it, en het zit in de handtas. Er zit zelfs zo veel in dat wij vrouwen zelf het niet eens precies weten. Hoe langer je in het bezit bent van een handtas, hoe meer lagen zich opstapelen. Dan heeft een handtas ook nog allerlei handige vakjes en ritsen, waarachter dingen verdwijnen die er vaak jaren later pas uit komen, als de alcohol al lang uit de brillendoekjes verdampt is.

    Naast alle inhoud zijn handtassen ook uitermate geschikt voor andere zaken. Zo kun je er best ideaal iemand mee neerknuppelen. Ook kun je hem boven je hoofd houden als je paraplu vergeten bent, mits je het leer goed hebt ingespoten. Als je een dikke dag hebt, zet je je tas op je schoot en ziet niemand dat je wat opgeblazen bent. Als je een hele grote shopper handbag hebt en je bent niet al te groot, kun je je er bovendien best goed achter verstoppen als je iemand niet wil spreken.

    Wat doe jij nog meer met je handtas? Ik ben benieuwd! 

    pexels-photo-463467

     

    “Mensen gaan tegenwoordig veel te snel uit elkaar.”

    Hoe vaak hoor je die zin niet:

    “Mensen gaan tegenwoordig om iedere scheet scheiden.”

    “Tegenwoordig gaan mensen veel te snel uit elkaar.”

    “Zodra het een beetje moeilijk wordt gaat men tegenwoordig scheiden.”

    Maar is dat wel zo? Of is dit weer zo’n dooddoener, die maar geroepen wordt, net zoals “Elk kind krijgt tegenwoordig een etiketje!”?

    Als ik naar mezelf en mijn omgeving kijk, ben en ken ik aardig wat gescheiden mensen. De mensen die ik ken die gescheiden zijn, gingen echt niet zomaar uit elkaar.

    Het is volgens mij echt zelden zo dat mensen op een dag ruzie krijgen om een open pak melk waarvan het dopje kwijt is en dan besluiten “Nou ja, dit werkt niet meer, laten we maar gaan scheiden.”

    De meeste mensen gaan niet zomaar trouwen, en ook niet zomaar scheiden. Sterker nog: de meeste mensen die ik ken die gescheiden zijn, hebben hier lang en hard over nagedacht, al helemaal als er kinderen in het spel zijn. Het is immers niet wat je van plan was toen je je gezin stichtte.

    Vroeger was alles beter, zeggen (opvallend) vaak diezelfde mensen die nu roepen dat mensen te snel scheiden. Maar vroeger werkten vrouwen ook niet en waren ze afhankelijk van hun man voor inkomen.

    Vroeger werd je misschien zelfs terug naar huis gestuurd als je man je bijvoorbeeld sloeg. Want je was immers in goede en slechte tijden getrouwd, toch?

    Tot de dood ons scheidt, het klinkt zo mooi, maar wat als de tijd het huwelijk doodt? Wat als mensen veranderen? Wat als ze niet meer bij elkaar passen of simpelweg niet meer van elkaar houden? Moet je dan maar tot je tachtigste blijven, omdat de dood er nog niet is om je te scheiden?

    Volgens mij denken mensen best goed na voordat ze gaan scheiden. Immers kost het een hoop verdriet, ellende en geld om te doen. Scheiden doe je echt niet voor je lol, en ook niet omdat het even een dagje of een maandje niet zo lekker loopt.

    Agressieve motorrijder in aanvaring met gastblogger Sharon

    We maken allemaal weleens een inschattingsfout in het verkeer. Uiteraard minder dan iedereen om je heen, want zelf rij je altijd het beste…toch?

    Gisteren maakte ik dus zo’n verkeerde inschatting. Uiteraard wil ik benadrukken dat dit de eerste was van 2018! Ik stond met één auto voor mij bij het stoplicht te wachten tot het groen was. De situatie voor mij op het kruispunt was als volgt: Mensen afkomstig uit Rotterdam reden de a20 op en omdat het druk was stonden er wat auto’s vast voor het stoplicht op de flyover richting de a20. En, je voelt het misschien al aankomen: het werd groen en de mooie Jaguar voor mij ging rijden… en de ietwat lelijke Peugeot 206, ik dus, ook.

    Het gevolg was echter dat ik met mijn kleine autokontje voor de helft op het kruispunt stil kwam te staan door de andere auto’s die er al stonden. Maar ik dacht: dat gaat zo wel rijden. Ik sta daar minimaal 5 dagen in de week en ik weet dat het meestal zo gaat. Nu niet dus. Helaas kon ik dus niet meer een baan opschuiven. Daar was ie dan: de inschattingsfout.

    Eerlijk is eerlijk: ook ik vind het irritant als ik iemand de boel zie blokkeren. Mopper ik in mijn auto? Jazeker. Als iemand dat kan ben ik het wel (in mijn hoofd hoor ik nu wat vrienden instemmend knikken en lachen). Zoals ik al eerder zei: je denkt altijd dat je beter auto rijdt dan de rest van de weggebruikers.

    Vervolgens begint iemand achter mij te toeteren. Dat hielp helaas niet: Mijn auto schoof er helaas niet opeens zes auto’s van op, maar deze claxonneer-meneer dacht blijkbaar dat het zou helpen. Ik wil er overigens bij vermelden dat je om mijn autokontje heen kon rijden. Maar inderdaad, wel met een kleine bocht en niet rechtdoor zoals normaal.

    Het bleek geen auto te zijn die toeterde, maar een motormeneer van naar schatting vijftig plus. Hij vond er kennelijk nogal wat van want hij kwam zelfs naast mijn auto staan om me dat te vertellen.

    Dus daar stonden we dan: Een volwassen man die vreselijk staat te schelden en tieren tegen een vrouw in een kleine auto. Hij stak boven mij uit, alleen al door de motor. Ik moest in ieder geval omhoog kijken en hij moest bukken.

    De vragen die ik kreeg waren o.a.:

    1) waar ik mijn rijbewijs had gehaald (heb ik maar niet serieus antwoord op gegeven)

    2) of mijn ogen wel goed werkten (ik heb wel een bril voor in de verte ja)

    3) of ik wel spoorde (daar zijn de meningen over verdeeld).

    Ik kreeg er ondanks zijn vragen geen speld (of antwoord) tussen en zag een rood aangelopen hoofd geperst in een helm woedend boven mij uit toornen. Zijn taalgebruik was tevens van zeer hoog niveau. Ik was een asociaal tyfuswijf: dat was zijn conclusie.

    Maar meneer de motorrijder….wat ik ervan vind, is dat ik al die vragen terug kan stellen. Spoort u wel? En waar heeft u uw rijbewijs gehaald? Je leert toch slalommen op de motor, of ben ik nu abuis? Zijn ogen waren verder wel prima in orde, want ik stond inderdaad niet goed.

    Wat een man ben je dan zeg, dat je daar zo boos om wordt dat je zo tegen een vrouw tekeer gaat en zelfs agressief wordt. Dus meneer, mijn conclusie is: ik vind u een asociaal zielig ventje.

    Oh, en ik vond zijn geschreeuw erg storend op de vroege morgen, dus heb mijn raampje dicht gedaan. Vond hij niet zo leuk.

    Sharon

    Nieuwe opvoedingsmethode of oud nieuws? Slow Parenting..

    Er is een nieuwe opvoedmethode die helemaal trending is: Slow Parenting.

    Jaag jij van afspraak naar afspraak of van school naar sportclub en weer terug met je kind? En kun je door dit drukke schema niet gewoon lekker genieten van je kind? Dan is Slow Parenting misschien wel wat voor jou.

    Hier vind je een uitgebreide (Engelstalige) uitleg, maar voor de gehaaste lezer houdt de methode kort samengevat in, dat je met deze nieuwe opvoedingsaanpak meer in het moment leeft, minder met technologie bezig bent en minder met vooruit plannen.

    Je overlaadt je kinderen niet langer met activiteiten maar geeft ze de vrijheid om te genieten van wat ze (thuis) kunnen doen. Hiermee verlaag je zowel de druk op je kind als op jezelf. Mindful opvoeden dus.

    Nu wil ik niet vervelend doen, en ik juich deze methode absoluut toe, maar volgens mij deden ouders dat in de jaren tachtig al massaal.

    Als wij vroeger weekend hadden, mochten we buiten spelen, of binnen. Dat was het wel zo’n beetje. Wij gingen niet elke zondag naar een binnenspeeltuin, pretpark of bioscoop. Hooguit af en toe naar opa en oma of een familieverjaardag. En als je je verveelde, tja, dan verbeelde je je maar. “Daar word je creatief van,” zei mijn moeder dan. En dat was zo.

    Ik ben zelf overigens onbewust voor een groot deel al heel lang een slow parent, trouwens. Op zondag houd ik heel vaak “pyjamadag” met mijn dochter, die het heerlijk vindt om de eerste uren in haar pyjama en ochtendjas te zitten knutselen. Soms verveelt ze zich wel eens op pyjamadag, maar dan gaat ze vanzelf buiten kijken of haar vrienden er zijn of spelen we een potje badminton in de achtertuin.

    Dus… Ja, ik sta absoluut achter de nieuwste trend van Slow Parenting. Ik zou het zelfs iedereen aanraden. Het is alleen naar mijn mening helemaal niet nieuw.

    Gratis weekmenu en gastblog Babette: zelf aan de slag met je voeding!

    Deze week vind je het voorlopige laatste weekmenu voor Chrisje. Ik denk dat ze de afgelopen weken behoorlijk inzicht heeft gekregen aan wat er nu gegeten mag worden aan kcal en producten. Het is altijd goed om op een gegeven moment er zelf verder mee te gaan. En uiteraard stopt de begeleiding nu niet, we zullen korte lijntjes houden en ik zal haar zeker blijven helpen.
    MAAR IK GA NIET STOPPEN MET BLOGGEN HOOR!

    Ik vind het zo ontzettend leuk om te doen, dus daar ga ik mee door. Als jij dat ook leuk vind 😉

    In deze blog geef ik je een aantal tips voor handige apps welke je kunt gebruiken om te zien of je genoeg eet en de goede voedingsstoffen binnen krijgt. Er zijn er uiteraard nog meer, maar deze vind ik persoonlijk erg fijn.

    Mijn Eetmeter App;

    hier kun je precies invullen wat je gegeten hebt en geeft een overzicht of dit gezonde keuzes zijn en wat eventueel alternatieven zijn.

    KiesIkGezond App; heel handig om in de winkel producten te scannen en te zien of dit een gezonde keus is. Ook geeft deze gelijk een gezond alternatief.

    SlimKoken App; heb je restjes over of wil je een bepaald ingrediënt eten, deze app laat je de meest heerlijke gerechten zien, waarbij ook nog eens vermeld staat hoe je het moet bereiden en wat de voedingswaarde is.

    De weekmenu’s voor Chrisje waren gebaseerd op een aantal aanbevolen producten die zij nodig heeft. Eigenlijk is het voor iedereen gezond om dit te eten. De hoeveelheid van wat je moet eten van die producten varieert per leeftijd, geslacht en activiteit. Maar wat zijn nou die gezonde aanbevolen producten:

    Minimaal 250 gram groente

    2 stuks fruit

    Volkoren brood

    Aardappelen of volkoren graanproducten

    Noten of 100% pindakaas of notenpasta

    1 portie vlees/vis/peulvruchten, ik verdeel het meestal zo over de week (nogmaals het is maatwerk, dus altijd in overleg)

    1 x vis

    1 x peulvruchten

    1 x vegetarisch

    1 x ei

    2 x kip

    1 x vlees

    Zuivel

    Kaas

    Smeer- en bereidingsvetten

    1,5 – 2 liter vocht (water, thee of koffie zonder suiker)

    Als je deze producten eet in de juiste hoeveelheden krijg je ook voldoende mineralen, vitamines, eiwitten, koolhydraten, vetten en vezels binnen.
    Daarnaast is het belangrijk om zoveel mogelijk onbewerkte en pure producten te eten. Op de site van het Voedingscentrum vindt je per productgroep een overzicht van wat de meest verantwoorde keuzes zijn.

    Ik hoop je zo een beetje inzicht te hebben gegeven in welke voedingsstoffen je nodig hebt en welke Apps handig zijn om te gebruiken. Zoals gezegd is het altijd maatwerk. Heb je hier vragen over dan mag je me natuurlijk altijd een berichtje sturen.

    En dan heb ik nog wel een vraag aan jou; HEB JIJ NOG HANDIGE TIPS WELKE APPS JIJ GEBRUIKT?

    Ook deze week is er weer een weekmenu voor Chrisje, het menu van de vorige week hebben we besproken en het menu is naar wens van Chrisje aangepast voor haar. Naast hetgeen wat aan drinken hier genoemd wordt, zorgt Chrisje er voor dat ze voldoende drinkt (water, koffie zonder suiker en melk, thee)

    Lieve groet,

    Babette

    Je kunt me ook vinden op Facebook: www.facebook.com/FriendsofFood of op mijn website www.friendsoffood.nl

    Heb je nog ideeën voor een volgende blog? Laat het even weten!

    GRATIS WEEKMENU:

    Gratis weekmenu 3 + Gastblog “Help, hoe kom ik de vakantie door zonder kilo’s aan te komen?” door Gastblogger Babette

    Help! Hoe voorkom ik dat ik kilo’s aan kom in de vakantie?  

    De meesten zullen het vast wel herkennen…………..VAKANTIE!! En nu gaan ALLE REMMEN LOS! Maar waarom?

    Jaren geleden gebeurde dat bij mij ook hoor. Lekker op vakantie, ontspannen, gezellig sfeertje en nergens op letten. Mezelf gewoon overeten, te veel lekkere dingen eten, zelfs zoveel dat ik gewoon last van mijn buik kreeg. Maar ja, het was allemaal zo lekker, dus ik had het er wel voor over. Maar eigenlijk voelde ik me er gewoon helemaal niet lekker bij.

    Tegenwoordig gebeurd me dat echt niet meer. Gewoon omdat ik het niet wil. Geniet ik dan niet op vakantie, zeker wel, net zoveel als toen, het grote verschil is dat ik nu geen last meer van mijn buik heb. Hoe doe ik dat dan?

    Ik zorg dat ik ook op vakantie voldoende beweging krijg. En dat doe ik door soms de hardloopschoenen aan te trekken, maar is het te warm dan doe ik het niet. Dan pak ik mijn wandelschoenen. Heerlijk een stuk wandelen en genieten van de omgeving. Je hoeft geen uren te lopen, maar loop eens een half uurtje lekker stevig door, elke dag. Wat is nu een half uurtje op een dag? Je verbrand energie en je zult merken dat je je er echt beter van gaat voelen. Je komt op mooie plekjes en geniet daardoor heerlijk van de omgeving.

    Ik zorg dat ik goed ontbijt, een goed begin van de dag; ‘s ochtends verbrandt je de meeste energie, dus zorg ook dat je die binnenkrijgt. Daarnaast is het ook zo, als je zorg dat je goed gevuld bent, heb je ook niet zo snel de neiging om te gaan snaaien.

    Ga lekker naar de markt in de omgeving. Koop daar het fruit van de omgeving en maak een lekkere fruitsalade, zet deze lekker in de koelkast, zodat je daar 2 x per dag een lekker schaaltje van kan eten. Doe er desnoods een beetje magere yoghurt of kwark doorheen en je hebt ook gelijk weer wat melkproducten binnen. Je zou zelfs als lunch een heerlijke fruitsalade met kwark kunnen eten.

    Heb je ‘s avonds met het warme weer geen zin om te koken? Een salade is zo gemaakt. Lekker allerlei soorten rauwkost door elkaar doen en doe er een blikje peulvruchten (kikkererwten, kidneybonen) door. Je kan de peulvruchten ook afwisselen met gerookte of een hard gekookt ei of een blikje tonijn of stukjes kaas. Serveer het met een stuk brood of doe er een andere dag afgekoelde volkoren pasta doorheen of kook wat krieltjes en laat deze afkoelen tot ze lauwwarm zijn. Wissel de groente ook af, waardoor het toch gevarieerd is en je elke dag toch kunt genieten van het eten. De afgelopen weken stonden in het menu ook diverse salades, misschien kun je hier ook nog inspiratie uit halen.

    Drink veel water, voeg eventueel wat fruit er aan toe of wat citroensap. Ook dat is heerlijk.

    En heb je zin in wat lekkers ongezonds, ook dat moet uiteraard kunnen en daar kom je echt niet gelijk kilo’s van aan. Als je de basis goed hebt, dan kan dit prima.

    Weet dat je ook van gezond eten echt kunt genieten en dat dit heerlijk is!

    En vooral ook: LUISTER NAAR JE LIJF! Genoeg is genoeg, meer hoeft niet. Geniet van hetgeen je wel eet.

    Heb je nog leuke tips of aanvullingen? Ik lees ze graag, reageer dan graag hieronder.

    Ik wens jullie allemaal een hele fijne vakantie! Geniet er van.

    Lieve groet

    Babette

    Je kunt me ook vinden op Facebook: www.facebook.com/FriendsofFood of op mijn website www.friendsoffood.nl

    Heb je nog ideeën voor een volgende blog? Wat wil je weten? Ook dat hoor ik graag.

    Ook deze week is er weer een weekmenu voor Chrisje, je ziet dat eigenlijk vooral de wijzigingen zitten in het avondeten. De rest van de dag is eigenlijk hetzelfde gebleven. Als je dat bevalt is het prima om dit hetzelfde te houden. Er zit genoeg variatie in de week. Wat werkt, hoef je niet te veranderen 🙂

    Naast hetgeen wat aan drinken hier genoemd wordt, zorgt Chrisje er voor dat ze voldoende drinkt (water, koffie zonder suiker en melk, thee).

    GRATIS WEEKMENU #3

    Burn-out: de wereld door een waas

    Er wordt zoveel gezegd en geschreven over het begrip burn-out: het zou een hype zijn, mensen zouden veel te snel roepen dat ze een burn-out hebben.

    Ja, het lijkt nu inderdaad veel vaker voor te komen. Maar dit kan ook te maken hebben met de hoeveelheid aan keuzes die onze generatie heeft, de crisis en het feit dat mensen sinds de crisis met minder uren meer werk moeten verrichten. Of simpelweg met het feit dat er minder taboe heerst en mensen er dus vaker openlijk voor uit komen dan vroeger. Wie zal het zeggen.

    Ik zelf heb een burn-out gekregen in december vorig jaar. Opeens kon ik geen antwoord meer geven op vragen van mensen: ik, die daarvoor overal ja op zei.

    Opeens kon ik geen drukte meer aan: ik, die altijd de drukte juist