Tagarchief: VIP

Hoe het is om model te zijn: door Rosan

Door Chrisje VIP blogger Rosan

Hoe is het om model te zijn? Een vraag die ik soms krijg. Eigenlijk heb ik er niet direct een antwoord op. Ik ben namelijk gewoon ‘ik’. Ik ben niet ‘model’, ik ben Rosan. Daarbij ben ik ook geen ‘Doutzen Kroes’ die elke dag voor de camera’s staat en met lange elegante benen over de catwalk paradeert. Het is voor mij meer een bijbaantje. Ik pas verder niet echt in het beeld van een ‘model’ met mijn net iets te kleine postuur en te brede benen.

Om toch met een antwoord te komen zal ik vertellen over mijn ervaring in het modellenwerk. Het is namelijk niet zo glamorous als sommige mensen denken…

Pas geleden mocht ik een show lopen voor Schwarzkopf tijdens de Coiffure Award. Dat was erg leuk, maar mijn haar moest kort. Ik vond dat zelf uiteindelijk wel prima. Mijn omgeving was echter in diepe rouw omdat ze blijkbaar toch wel gehecht waren aan de keratine die zich op mijn hoofd bevond. Ondanks het leed dat ik eventueel bij mijn omgeving veroorzaakte besloot ik toch door te zetten.

Voor de dag van de show werkelijk was gearriveerd was er ook nog een prep-dag. Tijdens deze dag werd mijn haar geverfd, maar nog niet geknipt. Ik moest nog een paar dagen met een kapsel lopen dat voorop porno-blond was en achterop bijna zwart (donker koper). Toen ik mij dus tijdens de dagen voor de show weer tussen mijn medemensen voegde, was voor veel mensen het rouwproces al begonnen. Ik kon zelf op dat moment echter niet meer wachten tot het geknipt was. Zeker zodat alle andere mensen om me heen dan niet meer zo zenuwachtig zouden doen. Dat werd voor mij namelijk onbewust een rede om te gaan twijfelen. Uiteindelijk was het gelukkig maar haar en werd er niet een been geamputeerd om in het modebeeld te passen. Dus hop, op naar de bewuste dag des oordeels: De Coiffure Award.

Hoewel de show zelf pas om half negen ’s avonds begon, was ik al om half negen ’s ochtends in Hilversum bij Studio 21 te vinden. Hilversum ligt voor mij echter niet om de hoek dus dat was voor mij een vroege rit. Maar goed, ik was op tijd en ik had er zin in.

Toen ik daar aankwam zag ik al wat mensen bij de deur staan waar ik me dan ook snel bij voegde. We mochten echter nog niet naar binnen want dat kon pas om negen uur. Op zich was dat niet zo erg geweest als de temperatuur niet probeerde om Antarctica na te bootsen. De wind maakte het ook niet veel beter. Gelukkig ging om negen uur de deur naar onze salon open en konden we onszelf klappertandend en ietwat blauw aangelopen gereedmaken voor een lange dag.

Eenmaal binnen mochten de meeste andere modellen gelijk door naar de zaal waar de repetitie zou zijn. Ik moest echter in de salon blijven om mijn nieuwe kapsel te verwelkomen. Ik moest wel nog even wachten op de man die mijn haar zou gaan knippen. Tijdens de prep-dag had ik de andere kappers al over hem horen praten. Hij was blijkbaar best een belangrijk iemand. Toch moest je bij hem wel duidelijk aangeven wanneer je het kapsel te kort vindt worden omdat hij anders ongestoord door blijft knippen tot je het zelfde kapsel als hem hebt: kaal. Hoewel ik niet denk dat dat letterlijk zo is, nam ik me wel voor dat ik hiervoor moest waken.

Na een tijdje kwam de man ietwat gehaast binnen. Hij begon direct iedereen twee kussen op de wang te geven. Ook de modellen die hij al kende van een eerdere show werden op deze wijze begroet. Aan de gezichten van de modellen te zien waren ze ietwat overweldigd door deze begroeting, maar ze leken er aan de andere kant ook wel weer trots op. Want hé, deze man is best wel belangrijk.

Intussen zit ik al ietwat zenuwachtig op mijn stoel te draaien en de man lijkt al snel zijn weg naar mij gevonden te hebben. Hij is netjes gekleed in de werkkleding van Schwarzkopf en heeft een strak geschoren stoppeltjesbaard dat zijn kale schedel mooi accentueert. We schudden elkaars hand en stellen ons voor waarna ik al gelijk zijn naam vergeten ben. Ik kan mezelf dan ook wel voor mijn kop slaan omdat zijn naam waarschijnlijk best belangrijk is om te onthouden.  

In ieder geval begint hij al snel met knippen waarbij ik af en toe met mijn hand onder het schort de haren die er op zijn gevallen in verschillende etappes naar de grond begeleid. Hij vraagt nog of ik het spannend vind omdat het zo kort wordt. Daarop antwoord ik dat ik het wel mee vind vallen en dat ik niet zo gehecht ben aan mijn lange haar. Shit… Dat had ik wat voorzichtiger moeten zeggen. Nu krijg ik vast een kaal hoofd. Denk ik angstig. Echter durf ik nu niet meer te zeggen dat ik toch wel enige lengte over wil houden dus ik zwijg vervolgens en wacht gespannen mijn vonnis af. We maken nog wel wat grapjes over mijn kleine flapoortjes (waar ik zelf over begon) en het is vooral ook heel gezellig.

Uiteindelijk lijkt de schade van de knipbeurt mee te vallen. Wel zegt hij erbij dat dit slechts een beginnetje was en dat ik eerst nog geverfd ga worden. Prima, dan word ik straks kaal. Ik verplaats naar een andere stoel waar uiteindelijk drie mensen met mijn haar bezig zijn. Er worden steeds meer folies op mijn hoofd geplaatst met koperkleurige verf ertussen die de overgang van donker naar licht meer moet schakeren. Uiteindelijk hebben de folies mij volledig het zicht ontnomen en kan ik slechts nog naar de reflectie van mijn eigen ogen kijken. Folie is overigens ook niet het meest verkoelende materiaal ter wereld. Waar ik het in het begin van de ochtend dan ook ijskoud had, voelde ik nu hoe mijn hoofd steeds meer voelde alsof het in een oven was geplaatst. Omdat ik niks kon zien kon ik ook niet echt iets doen zoals op mijn telefoon kijken. Het folie zorgde er ook voor dat ik niks kon horen dus een wezenlijk gesprek zat er ook niet in. Dit hele proces heeft ruim anderhalf uur in beslag genomen.

Toen kwam eindelijk de bevrijding: het wassen. Ik werd naar de wastafel begeleid omdat ik niks zag. Vervolgens moest ik op een stoel zitten die ervoor stond en mijn nek achterover leggen in die altijd weer oncomfortabele positie. Terwijl mijn hals steeds meer verkrampte en ik voelde hoe er waarachtig een sixpack op mijn nek werd gekweekt, werden de folies een voor een van mijn hoofd gehaald en mijn haar uitgespoeld. Na een tijdje stopte de persoon die mijn haar aan het uitspoelen was echter plots. Hij riep er iemand bij om mee te kijken. “Hoe kan ik dit oplossen!?” Zei hij ietwat gespannen. Ik voelde op dat moment ook een spanning in mij opkruipen en verwachtte zo in de spiegel dan ook een monster tegen te komen met haar dat paars was met gele stippels. Echter bleek al snel dat het ging om vlekjes op de hoofdhuid van de verf. Gelukkig, dat valt wel mee.

De man kreeg vervolgens een soort subtiel schuursponsje aangereikt waarmee hij mijn hoofd begon te boenen. Hij vroeg nog of dit pijn deed en ik zei dat dit niet het geval was. Nadat ik dat had gezegd begon hij opeens als een bezetene op één punt te boenen wat dus wel heel erg pijn deed. Nu durfde ik er echter niks meer over te zeggen (wat niet heel slim was). Later bleek dat de hoofdhuid dusdanig was kapot geschuurd dat ik de halve dag een doekje tegen mijn hoofd aan moest houden om te voorkomen dat de vuurrode kapotte plek niet allemaal vocht over mijn gezicht deed sijpelen.

Enfin, ik had het eerste kleine debacle overleeft. Met mijn haren nog drijfnat werd ik plots met haastige spoed naar het podium gestuurd omdat mijn repetitie al begon. Ik rende ietwat overvallen en struikelend achter iemand aan die mij naar het podium begeleide. Vervolgens rende ik een donkere zaal in en ik had geen flauw idee waar ik heen moest. Uiteindelijk vond ik nog wat mede lotgenoten die in de zaal stonden en niet zo goed wisten wat ze moesten doen. Ik ging bij ze staan en deed alvast mijn hakken aan voor het oefenen. Vervolgens werden we snel het toneel op geroepen en kregen we soort van half uitgelegd wat we moesten doen.

Nu denk je waarschijnlijk: Maar je hoeft toch alleen maar even heen en weer te lopen op zo’n catwalk? Nou, nee dus. We kregen een ware choreografie. We hadden ongeveer zes punten waar we rekening mee moesten houden en momenten waar we moesten gaan dansen. Jazeker: dansen. Persoonlijk vond ik dat super tof, maar ik was ietwat overrompeld aangezien het binnen tien seconden werd uitgelegd en ik door mijn natte haar dat over mijn lichaam uitdruppelde langzaam onderkoelde. We werden snel naar onze plek begeleid, de muziek startte en de repetitie begon gelijk. Ietwat verdwaald acteerde ik maar alsof ik wist wat ik aan het doen was, maar eigenlijk had ik geen flauw idee waar we precies mee bezig waren. Bij de tweede keer begreep ik dat het de bedoeling was dat we tijdens het lopen gingen dansen en we met de dansers moesten samenwerken in plaats van erbij te lopen als een eendje dat was verdwaald in de grote oceaan. Ik dacht dat ik het de derde keer wellicht echt goed zou gaan doen. Echter was na de tweede keer de repetitie al afgelopen en moesten we door naar boven waar onze make-up en haar zou worden gedaan.

Ik mocht als een van de eerste mijn haar laten doen door de belangrijke man waarvan ik de naam niet meer wist. Hij was uiteindelijk helemaal blij met het kunstwerk dat hij had gecreëerd en ik vond het ook erg leuk. Echter was er nog een man in de ruimte: ‘de über-belangrijke man’. Deze man was zo belangrijk dat hij Engels sprak en maar gewoon een kloffie droeg omdat zijn imago geen dure kleding behoefte. Deze man vertelde dat mijn haar geheel overeind moest. “Put it up! Put it all up!” Dit betekende dat ik daar noch ongeveer een uur zat terwijl er aan mijn haar werd getrokken, geföhnd en gedaan om het maar overeind te krijgen.

Eindresultaat: ‘Jimmy Neutron’. Door een van de dansers werd ik ook vergeleken met zo’n speelgoedtrolletje van vroeger. Later werd het meer in de vorm van een hanenkam geboetseerd wat ik erg tof vond. Eindelijk kon ik er ook eens als een punker bijlopen. Toen de ‘über-belangrijke man’ mij vertelde de ik niet voorover mocht buigen omdat anders mijn haar zou afbreken, kreeg ik het wel een beetje benauwd. Maar dat mocht de pret niet drukken.

Bij de make-up werd mijn wilde look nog extra ‘alien-achtig’ gemaakt door mijn wenkbrauwen heel licht te maken zodat je ze bijna niet meer zag en mijn oogschaduw juist heel erg donker.

Tussendoor kon ik nog heel even een maaltijd naar binnenwerken, maar al snel moesten we de kleding voor de show aan gaan doen. Het punt is alleen dat je echt niks meer mag doen als je deze kleding aan hebt. Je mag niet meer zomaar zitten. Je mag niet meer zomaar bewegingen maken. Je mag niet meer eten. Je mag niet meer naar het toilet. Je mag alleen nog maar ademen en netjes blijven staan terwijl je langzaam verdrinkt in je eigen angstzweet. Toch mag dat angstzweet ook weer niet te veel zijn omdat je dan de kleding bevuilt. Vervolgens stond ik doodstil in een ruimte met vijftien andere modellen die geen enkel spiertje zomaar durfden te bewegen. Ondanks de verkrampingen in mijn lichaam was het nog best gezellig zo.

Om half negen was dan eindelijk de show. Na een dag lang voorbereiden konden we eindelijk de dertien minuten pakken waarvoor we dit allemaal deden. Van die dertien minuten stond ik ongeveer drie á vier minuten op het podium. Maar wat was het tof en wat heb ik onwijs genoten. Het was het allemaal waard om eerst in de kou te staan, vervolgens urenlang in de verf te zitten, mijn hoofd kapot te laten schuren, mogelijk mijn haar af te breken als ik vooroverboog en urenlang stil te moeten staan.

Eenmaal klaar waren we allemaal super tevreden en enthousiast, maar ook bekaf. We waren allemaal uitgenodigd voor de afterparty, maar we gingen allemaal na de show naar huis. Dat werd dus een feestje zonder modellen. Mijn haar werd nog even met grote spelden platgemaakt omdat ik anders niet in de auto paste. Daarna kon ook ik – moe maar voldoen – naar huis.

Eenmaal thuis haalde ik de make-up van mijn gezicht en stapte ik onder de douche. Ik liet het warme water de hairspray uit mijn haar spoelen waarna het langs mijn lichaam richting het doucheputje gleed. Ik stapte toen ik klaar was de douche uit en de zelfverzekerde punker was weer verandert in het meisje dat zich soms afvraagt waarom ze haar als model willen inzetten. Ik ben eigenlijk te klein. Mijn benen te breed. Mijn voorkomen ietwat klunzig. Ik ben maar gewoon een meisje. Ik ben maar gewoon Rosan. Toch ben ik blijkbaar ook model. Terwijl ik me zo totaal niet voel. Zou Doutzen Kroes dit soms ook van zichzelf denken?

Mijn lichaam verplaatst zich naar bed. Ik ga liggen en trek de dekens over me heen. Waar ik daarnet nog op een groot podium stond lig ik nu weer kwetsbaar in bed, omringt door mijn teddyberen. Ik sluit mijn ogen en verwelkom de slaap die mij de ongelooflijke dag van vandaag helpt verwerken. Vannacht kan ik nog even nagenieten, morgen ben ik weer het gewone meisje. Morgen ben ik weer gewoon Rosan.

 

Advertenties

“Zolang je maar gelukkig wordt!” – door Chrisje’s VIP blogger Rosan van der Zee

pexels-photo-1282169“Zolang je maar gelukkig wordt.” Dat was wat mijn moeder vroeger altijd tegen me zei. Er lag een hele wereld voor me open. Duizenden of zelfs miljoenen mogelijkheden. Zolang ik maar hard werk, kan ik alles bereiken. The American Dream, maar dan op zijn Nederlands.

Met deze gedachtegang in mijn achterhoofd ging ik vol goede moed de grote wereld tegemoet. Echter kwam ik er al snel achter dat geluk nog niet zo makkelijk te bereiken is als ik dacht. Ik kwam erachter dat ik ondanks hard werken echt niet alles zou kunnen bereiken wat ik als doel stelde.

Daarbij liep ik ook nog eens tegen een andere muur op: psychische kwetsbaarheid.

Want ik heb last van depressies, paniekaanvallen PTSS (in remissie) en autisme. Een mooie cocktail aan labels die ik altijd met me meedraag. Dat klinkt als het perfecte recept voor een leuk feestje, maar van cocktails moet je niet te veel drinken want dan wordt het één groot zooitje. Een beetje is namelijk wel gezellig, maar voor je het weet ben je heel de boel aan het onderkotsen. Nou, dat is dus ongeveer mijn dagelijkse hoeveelheid aan cocktails.

Hoe ga ik echter samen met mijn cocktail aan labels – mijn psychische kwetsbaarheid – zoiets als geluk vinden? De wereld ligt voor me open en ik lijk maar niet bij dat stukje ‘geluk’ te kunnen komen. Alsof het zich constant in alle hoekjes en gaatjes voor me verbergt en me bij voorbaat al heeft afgewezen. Kan ik wel aan mijn moeders wens voldoen om ‘gelukkig’ te worden? Want hoe meer ik ervoor vecht om gelukkig te worden hoe verder het van mij weg lijkt te vluchten. Moet ik misschien stoppen met zoeken naar iets wat zich niet laat vinden? Moet ik accepteren dat ik niet gelukkig word? Is het beter als ik ook het ‘ongeluk’ een plekje geef? Dan hoef ik het niet meer weg te duwen en dat scheelt heel veel energie.

Geluk bestaat immers eerder uit het beleven van momenten in plaats van een constante aanwezigheid te zijn. Het leven is nu eenmaal best wel lelijk af en toe, maar in de aller lelijkste lelijkheid is ook schoonheid te vinden. Misschien is mijn cocktail aan labels ook niet alleen maar slecht. Wellicht kan ik er zelfs van genieten als ik het leer te doseren en het om vorm tot een aanwezigheid die ook iets positiefs kan brengen. Misschien dat ik wel leer te leven met de kunst van het (on)gelukkig zijn.

Dus sorry mam, ‘gelukkig’ zal ik waarschijnlijk niet worden. Laat ik dan maar gewoon mezelf zijn en het leven nemen zoals het is. Misschien kunnen we met mijn cocktail toch soms wel een leuk feestje bouwen? Ik schenk alvast een glaasje voor je in. Proost op het (on)geluk!

Liefs,

Rosan van der Zee

pf

Mijn eerste kater!

Door Chrisje VIP blogger Inge

Ik heb vandaag voor het eerst in mijn leven een kater. En niet zo eentje die miauw zegt, nee eentje die loopt te rellen in je lichaam, die mi-auwww zegt dus. En ik weet nou niet of ik daar trots op moet zijn of me vreselijk moet gaan schamen. Ik weet wel dat het éénmalig is.

Het was gisteravond meer dan gezellig en dan wordt er niet gekeken naar een glaasje meer of minder. Ik heb überhaupt de glaasjes niet gezien ook, ik verkeerde in goed gezelschap en daar lag mijn focus. Vannacht had ik daar graag op terug willen komen, maar het is me niet gelukt om de tijd terug te draaien (heb ik weer).

En wat is het dan rot dat je alleen bent, dat niemand je even kan verzorgen. Niemand die even je handje vast houdt en over je rug wrijft.

Maar wat is het dan ook heerlijk dat je alleen bent. Ik heb heel charmant met een emmer onder mijn oksel door het huis kunnen slenteren (daar waar mijn make up inmiddels ook zat). Ik heb heerlijk zelfmedelijden kunnen hebben en me vooral ellendig zitten en liggen voelen.

Lesje geleerd! Nooit meer met een goede vriend doorhalen. Of lag het toch niet aan het gezelschap? En lag het toch aan die glaasjes? Volgende keer maar gewoon opletten, varifocus aanzetten en ik ga voorlopig aan de ranja met een rietje, dan ben ik namelijk net zo leuk.

Ik strooi wat liefde, vooral naar die kater……

Warme groet,

Inge 

Inge’s blog kun je volgen via Instagram: https://instagram.com/lief.dagboek2.0?igshid=4ne1ml3a16ch

Facebook: lief.dagboek2.0

Voetbalmoeder!

Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema

Van alle sporten had ik altijd een aantal op de ‘liever niet’ lijst staan.  Één daarvan is voetbal. De meest gekozen sport bij (voornamelijk) jongens. Ten eerste omdat ik zelf echt 0% interesse heb in voetbal, nou ja, in het voetbalwereldje dan. Althans, het beeld dat ik heb van het voetbalwereldje. Waar vooral de ouders vanaf de zijlijn voetballen en de kinderen opgefokt worden om de 2e Sneijder te worden. Een sport waar het voornamelijk gaat om winnen en niet om het plezier. Een onderwerp waar je over mee moet kunnen praten, anders hoor je er niet bij. 

Helaas: mijn zoon kiest toch voor voetbal

Ondanks mijn voorkeur voor alles behalve voetbal, mag mijn peuter zelf kiezen wat hij leuk vindt. Daarin ga en wil ik hem niet beïnvloeden. Hij moet namelijk op het veld staan, en ik niet. Nu kan het natuurlijk nog alle kanten op: dat hij nu begint met kaboutervoetbal, wil niet zeggen dat hij dit op zijn zestiende nog doet. Of misschien is hij er na het eerste seizoen al compleet op uitgekeken. Maar voor nu, mag ik iedere week dertig minuten kijken naar peutertjes die voetballen. Nu moet ik zeggen, dat dát beeld wel heel aandoenlijk is. En dat ik het stiekem best leuk vind om een soort van ‘voetbalmama’ te zijn.

Toekomst

Mocht dit nu zijn definitieve sportkeuze zijn, dan is dat natuurlijk niet anders. Daar waar vele ouders hun kinderen een bepaalde kant opduwen, omdat zíj iets leuk vinden, zal ik dat nooit doen. Omdat ik iets niet leuk vind, betekent dat niet dat ik hem daarin ook ga beperken. Ik hoop gewoon van harte dat mijn beeld van voetbal mee zal vallen. Dat het niet alléén maar mensen zijn die 24/7 met voetbal bezig zijn. Dat ze niet per se iedere wedstrijd hoeven te volgen. Dat ze niet alleen maar bier drinken in de derde helft én dat er ook ouders aan de zijlijn zullen staan, die hun kinderen vooral aanmoedigen om het leuk te hebben. Dat wanneer ‘we’ verliezen, want je bent opeens een eenheid, dat je dan even baalt maar het niet je dag laat verknallen.

Fanatiek

En ja, wanneer mijn zoon een echte voetballer wordt inclusief alle vooroordelen vanuit mij, zal ik aan de zijlijn staan. Ik zal geen wedstrijd missen en oprecht blij zijn wanneer ‘we’ winnen. Regen en wind, ik zal er staan. De grasgeur en vieze voetbalkleding, ik zal ze wassen. En ja, hij mag bier drinken met zijn voetbalvrienden in de derde helft. En mocht hij zó fanatiek zijn om elke wedstrijd te volgen, dan zijn zelfs zijn vrienden welkom om dat hier thuis te komen doen. Zijn geluk is het mijne. Maar ik hoop en blijf hopen dat hij naast voetbal ook nog andere interesses zal hebben. Dat voetbal niet iets wordt wat moet om erbij te horen. Dat hij niet de grond ingeboord wordt bij het missen van een doelpunt. En dat hij mag zijn wie hij is.

Voor nu, kaboutervoetbal

Maar voor nu, eerst kaboutervoetbal. Een mega schattig beeld, een blij kind en een trotse mama. En wie weet, verandert mijn beeld in de toekomst nog.

Liefs,

Susan

Alleen, met de billen bloot

Door Chrisje VIP blogger Selina.

“Komt u maar mee, mevrouw”. Een verpleegster met een groen operatiepak wijst naar de deur. Ik sta op van het bedje. Ze trekt de gordijnen achter me dicht. Ik doe hetzelfde met het operatiehemd dat ik aan heb. Dat dicht is van voren en open van achter. Dat mijn kadetjes ongewild in de schijnwerpers plaatst. Een reetspleet, noemde mijn wederhelft de achterkant van mijn openhangede tenue zojuist.

Hij probeerde me ermee aan het lachen te maken. Wetende dat dat de zenuwen voor de ingreep die me stond te wachten ietwat zou wegnemen. Ik kijk naar hem terwijl ik de gang op loop. Hij knikt me bemoedigend toe. “Succes en tot zo, lief”. Ik doe mijn best een glimlach te produceren. Het lukt me maar half. Dan trekt de verpleegster de deur achter me dicht. Daar ga ik. Alleen. Met de billen bloot. Letterlijk.

Ik begin mijn weg naar de operatiekamer. Mijn blik richtend op de rug van de verpleegster. Op de automatische piloot volg ik haar voetstappen. Het gepiep van haar plastieken slippers op de linoleum vloer zouden me normaliter irriteren. Maar mijn gedachten zijn er niet bij. Ik ben te afwezig om er wat van te vinden. De gang lijkt eindeloos te duren. Een koude rilling loopt over mijn rug. Een huivering die van mijn onderrug, via mijn schouders, mijn kruin in schiet. Ik vraag me af of het door de zenuwen komt. Door de kilte van de vloer die via mijn blote voeten mijn lichaam binnendringt. Door mijn koude kont. Of door het gevoel er helemaal alleen voor te staan.

Dat gevoel is ondertussen een bekende geworden, gedurende de afgelopen twee jaar. Onverwachts. Want vanaf het begin van ons fertiliteitstraject hebben mijn echtgenoot en ik steun gevoeld. Medeleven. Liefde. Uit de directe en minder directe omgeving. Uit zowel verwachte als onverwachte hoeken. Al twee jaar horen we lieve woorden van onze families. Verrassen ze ons met uitstapjes, cadeaus of andere ruggensteuntjes. Al twee jaar laten vrienden en vriendinnen op stel en sprong alles uit de handen vallen om langs te komen. Soms met taart. Soms met bloemen. Soms gewoon om er te zijn. Al twee jaar geven collega’s ons knuffels, gelukswensen of bemoedigende petsen op onze derrières. Al twee jaar raken we soms overweldigd door het aantal berichtjes, telefoontjes en kaartjes. En toch is de moeizame weg naar het moederschap het eenzaamste wat ik tot nu toe in mijn leven heb moeten ondernemen.

Want aan het einde van de rit staan mijn gemaal en ik er alleen voor. Als de kaartjes gelezen zijn en de cadeautjes zijn uitgepakt. Als de vrienden en vriendinnen weer naar huis toe zijn. Als de knuffels gegeven zijn en de berichtjes gelezen. Dan blijven mijn eega en ik over. Alleen. Omringd door een resem aan doctoren, verpleegsters, apothekers en zielenknijpers. Maar alleen. Want ook onze families kunnen er niet voor zorgen dat wij eindelijk potten met augurken in kunnen slaan. En ook vrienden en vriendinnen zijn er nog niet in geslaagd om een broodje in de oven te krijgen (hoewel de taart die ze soms meebrengen wel voor dikke buiken zorgt). Ook van knuffels raak je normaal gezien niet zwanger. Laat staan van kaartjes. En zelfs de mannen en vrouwen in de groene operatiepakken zijn er tot dusver niet in geslaagd om mijn tikkende biologische klok te doen veranderen in poepluiers en fopspenen. En dus zijn wij het die steeds met de billen bloot moeten.

Alleen.

En zelfs de liefde van mijn leven moet mij zo nu en dan aan mijn lot overlaten. Soms kan ook hij niks anders doen dan kijken hoe mijn naakte spleet het omkleedkamertje verlaat. Want hoewel hij al twee jaar lang een rots in de branding is. Een steun en toeverlaat. Een houvast in emotionele tijden. Uiteindelijk is het mijn buikwand die doorboort wordt met injectienaalden. Aan het einde van de rit is het mijn hormoonhuishouding die overhoop gegooid wordt. Wanneer alles voorbij is, is het mijn lijf dat het lijdend voorwerp is. En ook mijn wederhelft wou soms dat het anders was. Ook hij had liever gezien dat de lasten op een wat eerlijkere manier gedeeld konden worden. Maar ook hij beseft dat het niet veel zin heeft om zijn eigen zitvlak te ontbloten. Dat een scopie van zijn binnenste niet zinvol gaat zijn om in verwachting te raken. En dat hetgeen dat hij kan baren aanzienlijk bruiner en stinkender is dan hetgeen dat – hopelijk – ooit uit mij gaat komen. En dus doet hij het enige dat hij kan. Grapjes maken om mijn zenuwen tegen te gaan. Op mij wachten. Me knuffelen als het erop zit. En alle emotionele steun bieden die hij kan.

Maar fysiek sta ik er alleen voor. Besef ik, terwijl de verpleegster voor mij de operatiekamer binnen wandelt. “Gaat u maar liggen, mevrouw”. Alleen. Omringd door een resem aan doctoren en verpleegsters in een operatiekamer. Maar alleen. Want uiteindelijk is het mijn lichaam waar over een paar minuten een camera in gestoken wordt. Aan het einde van de rit zijn het mijn benen die zo dadelijk in de steunen moeten. Wanneer alles voorbij is, is het mijn lijf dat verkrampt om de golven van ongemak op te vangen. En per slot van rekening ben ik degene die in een operatiekamer staat. Alleen. Op blote voeten. In een openhangend operatiehemd. Met reetspleet.

Deze column verscheen ook op Selina’s eigen blog: https://slienaa.blogspot.com/2019/01/alleen-met-de-billen-bloot.html

Het leven is een rijsttafel – over keuzestress in het leven – door Chrisje’s VIP blogger Selina

“Het leven is een Chinese rijsttafel”. Mijn wederhelft kijkt me aan alsof hij het in Peking heeft horen donderen.

We hebben zojuist onze bestelling doorgegeven aan de dame achter de balie. Een Chinese rijsttafel voor 2 personen. Met een bakje saté erbij. En extra kroepoek, alstublieft. Blijkbaar is maandag geen populaire dag in de week om Chinees af te halen. En dus zitten mijn lief en ik alleen op de rood leren bankjes te wachten op onze bestelling. Hij bladert door één van de autobladen die hij van de gouden koffietafel gegrist heeft. Zijn elleboog leunt op groot, gouden beeld van een leeuw met opengesperde bek. Lampions kleuren het licht in de wachtruimte zacht rood. En Aziatische muziek vult met grof geweld mijn gehoorgang. Ik heb een damesblad van zeven maanden geleden in mijn handen. Waarin Karlijn van 34 – zo heb ik net gelezen – het moeilijk heeft om de verschillende onderdelen van haar leven te combineren. Haar huwelijk met Mark, de kinderen, het huis, de hond, haar parttime job, de sportlessen, vrienden en vriendinnen, haar reislust, … Alsof ze gerechten van een menu af leest. Karlijn vindt het maar moeilijk om de balans ertussen te houden. En voelt zich vaak alsof ze een jongleur is, die meer ballen in de lucht moet houden dan ze aankan (of dat in- of exclusief die van Mark zijn laat ze overigens in het midden).

Waarschijnlijk onbedoeld zorgen Karlijn en haar ballen ervoor dat ik, tussen de Chinese vazen en Boeddhabeelden in, mijn eigen leven eens onder de loep neem.

Mijn huwelijk met mijn eega, het intensieve en ellenlange fertiliteitstraject dat vooralsnog niet resulteerde in kinderen, het huis, mijn fulltime job, sportlessen, vrienden en vriendinnen, mijn reislust, … Alleen de hond ontbreekt nog op het menu, besef ik (terwijl ik mezelf er maar net van weet te behoeden dat niet hardop uit te spreken). Ook ik heb soms het gevoel genoeg op mijn bord te hebben liggen. Meer te moeten slikken dan dat ik aankan. Dat mijn ogen zo nu en dan groter dan mijn maag zijn. En ik vermoed dat dat een gekend recept is voor veel mensen. Voor vrouwen in mijn naaste omgeving en daarbuiten. Voor mannen ook, uiteraard. Het schipperen tussen de verschillende ingrediënten van ons leven is niet altijd evident. Het mixen van onze privélevens, professionele carrières en sociale contacten resulteert niet altijd in een smeuïge tomatensaus. En, net als Karlijn, heb ik dan ook soms het gevoel meer ballen in de lucht te moeten houden dan dat ik aan kan. “Ku lo yuk ballen!”, flap ik eruit. Voordat ik mijn verpopzakte echtgenoot besluit in te lichten over mijn zojuist opgedane wijsheid dat het leven een rijsttafel is.

“Want alle aspecten van mijn leven zijn de onderdelen van het grotere menu“, zo begin ik met het uiteenzetten van de rijsttafelmetafoor. Je beslist zelf hoeveel je van elk op je bord schept. Hoeveel tijd je ergens in steekt. En er uiteindelijk van eet. Hoewel je soms geen keuze hebt, en meer bami (lees: sportlessen) naar binnen moet schuiven om de rijsttafel op te krijgen (lees: de conditie te behouden). Mijn eega doet alsof hij luistert. Zijn blik schippert tussen het autoblad en mijn groene kijkers. De ene ku lo yuk bal is wat makkelijker te verteren dan de andere, net zoals mijn huwelijk mij aanzienlijk minder buikpijn bezorgt dan het huis. Sommige gerechten zijn goed te combineren met elkaar, zoals rijst en satésaus of mijn vriendinnen en (onze gedeelde) reislust. Sommige wat minder, zoals Foeyonghai en Babi pangang of mijn fulltime job en het fertiliteitstraject. “Het ene gerecht is wat pittiger dan het ander”. De liefde van mijn leven besluit mee te doen aan mijn gedachteexperiment. Maar als je te veel sambal op je loempia smeert, maak je je leven uiteindelijk pittiger dan nodig. Nuchterheid en luchtig in het leven staan is belangrijk, net als goeie kroepoek die wat lichtheid biedt in de zwaarte van de rijsttafel.

“En jij, jij bent mijn gebakken banaan”. Ik geef mijn levensgezel een dikke knipoog. Hij weet dondersgoed dat hij al bijna tien jaar het toetje van mijn rijsttafel vormt. De spreekwoordelijke kers op mijn taart is. Ik maak hem regelmatig duidelijk dat hij soms een beetje zwaar valt. Dat ik hem, zelfs met wat extra poedersuiker, soms niet te pruimen vind. Maar dat hij altijd net dat beetje extra toevoegt aan mijn menu. Mij, op het einde van de maaltijd, altijd blij maakt. Dat mijn rijsttafel niet compleet is zonder hem, zonder mijn Pisang Goreng. En terwijl hij in schaterlachen uitbarst roept de dame achter de balie dat onze bestelling klaar is. Mijn lief gooit het autoblad terug op de stapel en neemt de plastieken tas lachend van haar aan. Ik sta op terwijl hij zijn arm naar me uitreikt om richting de uitgang te lopen. “Kom, Confucius! Dat we die ballen hier eens keizer gaan maken.”

Wil je meer lezen van Selina’s blogs? Neem dan een kijkje op haar website: https://slienaa.blogspot.com

27912564_1671562342881232_8079869513555132976_o

 

De To-Do Lijst: de eerste blog van VIP blogger Selina!

27912564_1671562342881232_8079869513555132976_oChrisje’s nieuwste VIP blogger Selina deelt in haar blogs de perikelen rondom haar werk, leven en IVF traject. 

To Do:

  • Middelbaar schoolpapiertje behalen. 
  • Universiteit succesvol doorlopen. 
  • Een deftige carrière starten. En behouden, indien mogelijk.
  • De liefde vinden. Vrijen, Verlieven, Verloven. 
  • Trouwen. Met 28 jaar, zoiets. 
  • Als dertiger, kindjes krijgen. Drie. Twee jongens en een meisje. Als het effe kan.
  • Dan: huisje, boompje, beestje. En meer van al dat. 

Zelfs als elfjarige had ik een vrij goed idee van hoe mij leven eruit zou moeten zien. Dol op lijstjes maken, stippelde ik toekomstplannen netjes uit, maakte ik bucket lists en vereeuwigde ik te behalen ambities op papier. En ik denk aan die brave beugelbek, terwijl ik een Little Boy aan hormonen mijn buik voel in stromen. Net als het stukje huid waar ik zojuist de injectienaald in prikte, raak ik een beetje geïrriteerd. En vervloek ik mijn puberende puistenkop een beetje, in al haar onnozelheid. Bedenk me zelfs waar ik haar die spuit zou zetten als ik een tijdmachine had en terug kon in de tijd (ergens waar de zon niet schijnt, luidt de conclusie). Mijn negatieve gedachten zwier ik met het vuile, desinfecterende alcoholdoekje bij het vuilnis. “Ik ben weer te hard voor mezelf.” Want mijn elfjarige ik kon in al haar groene onschuld natuurlijk ook niet weten dat kindjes maken niet altijd vanzelfsprekend is. Dat haar lijst aan levensdoelen na twintig jaar allemaal afgecheckt zouden zijn, op het voorlaatste puntje na. Dat een gezond binnenwerk, perfect gekookte eitjes en een tikkende biologische klok alléén niet voldoende zou zijn om een broodje in de oven te krijgen. Dat wederhelften op alle gebieden kunnen uitblinken, behalve in het trainen van zwemmers. Dat soms dokters, zielenknijpers en donoren moeten inspringen om potten met augurken in te kunnen slaan. En dat kindjes maken gewoon kut kan zijn.

Letterlijk. Want niemand vertelt een elfjarige dat ze twintig jaar later wekelijks gemiddeld meer gynaecologen tussen haar benen heeft zitten dan minnaars. Dat er dagen zijn dat er meer foto’s getrokken worden van haar eierstokken dan dat ze op selfies staat. Of dat het zal aanvoelen alsof de status van haar lady parts gewijzigd wordt van privédomein naar publieke ruimte. Niemand springt in de tijdmachine om een brave beugelbek te waarschuwen voor de fysieke pijnen en kwalen die sommige onderzoeken en behandelingen met zich meebrengen (en wiens namen veelal klinken als een stevige nies). Voor goedbedoelde, online forums, die haar zeker niet doen voelen als een Noorse vruchtbaarheidsgodin of haar nog langer in de fabel van ooievaars doen geloven. Of voor zorgkosten die zo hoog zijn, dat een benoeming van groot aandeelhouder van een Belgisch ziekenhuis binnen handbereik ligt. En niemand haalt het in zijn hoofd om een puberende puistenkop ervan te overtuigen dat bij het maken van kindjes soms meer tranen komen kijken dan welke lichaamssappen dan ook. Dat haar hartje zou breken bij het zien van de machteloosheid van haar wederhelft, die niks méér zou kunnen doen voor haar dan grappen over hoe hij de lasten graag had willen delen en gerust bruine, stinkende toiletbaby’s had willen baren. Of dat hormonen Satan’s sidekick zijn natuurlijk, en alleen maar bestaan om het leven van een mens zuur te maken.

Niet dat dat zin zou hebben. Want mijn elfjarige ik had waarschijnlijk nooit geloofd dat ze als éénendertiger de werking van haar voortplantingssysteem haarfijn onder de knie zou hebben. Dat ze bij het maken van kindjes meer tranen zou huilen dan Alice in Wonderland nadat ze een koekje at dat haar deed groeien. En zonder met haar ogen te knipperen haar buikvel zou doorboren met naalden. Ze zou niet aannemen dat ze als éénendertiger – met de liefde van haar leven aan haar zijde, een mooi koophuis, een scala aan diploma’s en een goedlopende carrière – de moeilijkste tijd van haar leven zou beleven. Dat ze ingewikkelde, Latijnse namen van medicijnen gememoriseerd zou hebben. Dat ze in anderhalf jaar tijd meer bloed zou moeten laten prikken dan dat er uit de lift stroomt in The Shining. Of überhaupt dat het maken van kindjes zich in steriel, kil geschilderde ziekenhuiskamertjes afspeelt en niet in halfdonkere slaapkamers met theelichtjes en zwoele muziek.

En terwijl ik de dop op de naald van de spuit zet en een druppeltje bloed van mijn buik veeg, hoop ik eventjes dat mijn éénenvijftigjarige ik aan mij zal verschijnen. Dat ze in haar tijdmachine is gesprongen en naar me toe is gereisd, hier en nu. Net zoals ik dat zojuist nog bij mijn puberende tienerzelf had willen doen. Ik hoop dat ze me geruststellend toe spreekt, me vertelt dat ik me er doorheen zal slaan. Dat ze weet dat mijn buik, mijn eierstokken en alles daarrond pijn doet, maar dat het het waard zal zijn. Ik hoop dat ze me foto’s laat zien, van haar gezinnetje, van haar kroost. Van twee jongens en een meisje. Als het even kan. “Ach”, verzucht ik. “Niet dat dat zin zou hebben”. Want mijn éénendertigjarige ik had haar waarschijnlijk nooit geloofd. Had haar boos aangekeken. Haar wenkbrauwen opgetrokken. Misschien zelfs de spuit die ze nog in mijn handen had ergens gezet waar de zon niet schijnt. En naar haar gesnauwd. “Of ze niet wist dat kindjes maken gewoon kut kan zijn?!”Letterlijk.

Meer lezen van Selina? Dat kan op haar website! https://slienaa.blogspot.com/

 

 

 

 

Bestaat dé ware liefde?

Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema

Bestaat er zoiets als ware liefde?

Als je mij tien jaar geleden had gevraagd of ik in de ware liefde geloofde, had ik ja gezegd, net als nu, maar daarbij had ik toen een compleet ander beeld.

Ooit dacht ik bij de ware liefde aan een totaal plaatje, het perfecte plaatje, en wanneer ik alles van mijn lijstje kon afvinken, dan was ‘het’ de ware. Dat wat je ziet in films.

Wanneer ik nu denk aan de ware liefde, dan denk ik er achteraan: is er ook zoiets als onware liefde dan?

Ik denk niet alleen meer aan een liefdesrelatie maar aan pure liefde op zichzelf. Ik geloof niet in ware liefde, want elke manier van liefde is waar. Onware liefde bestaat niet. Gewoon ‘liefde’ is genoeg.  Ja ik geloof in liefde, absoluut. Ik hou van ongelooflijk veel mensen. En van ieder op een ander niveau, een andere  frequentie. Niet meer, of minder, maar anders. 

Mijn kind is mijn allergrootste liefde. Zijn verdriet is mijn verdriet, zijn geluk geeft mij tranen van blijdschap. Zijn emoties zijn zo met die van mij verbonden, hij is een deel van mij. Wat hij ook zal kiezen, doen of zeggen, die liefde zal nooit stoppen en nooit veranderen. Onvoorwaardelijk een deel van mij. Deze manier van houden van zal ook altijd boven alles en iedereen uitsteken. Hij zal altijd mijn nummer één zijn. (samen met eventuele toekomstige kinderen natuurlijk) 

Dan natuurlijk mijn man, waar ik ‘ja’ tegen zei, tegen een leven samen, dag in, dag uit voor de rest van ons leven. Dat doe je niet zomaar. Hij is degene waar ik naast wakker word iedere dag en waar ik naast in slaap val. Waar ik mijn dromen mee deel. Waar ik mijn allereerste hysterische nieuw bedachte ideeën mee bespreek. Degene waar ik mij op af kan reageren als dingen niet gaan zoals ik zou willen. Iemand met wie ik 24/7 samen kan zijn, zonder elkaar de hersens in te slaan. Voor iemand zoals ik, iemand die heel graag alleen is, zonder teveel prikkels en gedoe, is het best een wonder dat ik 24/7 samen kan zijn met twee levende wezens in één huis. We voelen elkaar aan én we vullen elkaar aan waar nodig.  

Ik weet zeker dat onze relatie zo goed werkt doordat we elkaar vrij laten. Twee compleet verschillende mensen, maar toch zo hetzelfde. Mijn man heeft zijn hobby’s waar ik niet aan moet denken om ze uit te voeren, ik heb mijn interesses waar mijn man niks mee heeft, maar toch tonen we interesse in elkaars dingen en laten we elkaar vrij hierin. Hij wordt enthousiast wanneer ik enthousiast ben en ik word blij wanneer hij iets doet waar hij blij van wordt. En daarnaast hebben we onze gezamenlijke dingen. We vinden het heerlijk om te wandelen, we hebben beide een verslaving aan notitieboekjes kopen, zijn allebei creatief maar op een ander vlak, kijken samen series en films, en oh wee als je verder kijkt zonder mij. 

En natuurlijk hebben wij samen een zoon. Één grote peuter vol met liefde, van ons samen, dat verbindt je uiteraard op een hele speciale manier aan iemand. 

Daarnaast houd ik van mijn vriendinnen, hoe ze allemaal hun eigen karakters hebben, hoe ze allemaal van elkaar verschillen. Met de één ga ik shoppen, met de ander deel ik mijn spirituele  levensstijl. Met de één deel ik mijn hele levensgeschiedenis omdat we elkaar al 20 jaar kennen, en met de ander kan ik een heel gesprek voeren alleen door elkaar GIFS te sturen en ja we snappen elkaar ook nog. Met de één praat ik over relaties, seks en alle persoonlijke onderwerpen, van de ander heb ik wijn leren drinken.  Zo zijn ze allemaal zo anders, en zo mooi verschillend. Ook vriendschap is een vorm van liefde, een manier van houden van, niks meer of minder ‘waar’  dan een relatie. Alle liefde is waar.

We delen onze ervaringen en levens met elkaar, niet vanuit het zelfde huis zoals ik met mijn man doe, maar zeker gevoelsmatig dichtbij. 

Waar het op neer komt is dat er in mijn wereld geen ‘onware’ liefde mogelijk is. Ik voel liefde voor iedereen in mijn leven. En ál die liefdes zijn waar.  Dus ja, ware liefde bestaat, op verschillende vlakken, op verschillende manieren en niveaus.

Niet één ware, zoals in de films of zoals ik ooit dacht, 10 jaar geleden. Mijn liefde is voor iedereen, ongeacht geslacht, ongeacht leeftijd, huidskleur of wat voor verschil. Liefde kent geen grens, liefde kent geen eisen of vormen, liefde is gewoon liefde.  En zeker niet ‘onwaar’.


‘Ware liefde’

Als je mij vraagt naar ware liefde,
dan denk ik meteen aan alles en iedereen.
Als je mij vraagt naar ware liefde,
dan kijk ik gelukkig om mij heen.

Ik zie de mensen en de dieren,
de liefde voor natuur.
Ik zie het leven liefde vieren,
iedere seconde, ieder uur.

Overal is liefde, nooit is dit ‘onwaar’,
doe je ogen dicht, en voel het maar.
Overal is liefde, iedere vorm is ‘waar’,
ik voel het zelfs, wanneer ik naar de sterren staar.

Als je mij vraagt naar ware liefde,
dan denk ik aan alles en iedereen,
Als je mij vraagt naar ware liefde,
dan ben ik nooit alleen.

Liefs,

Susan