Tagarchief: vinden

Probleem-fixer? Zo kom je er van af!

Ik ben van nature een probleemoplosser. Ik wil niet in cliché’s vervallen, maar ik ben er echt zo eentje: ik denk niet in problemen maar in oplossingen. Ik kijk niet naar wat er niet meer kan, maar liever naar wat wél mogelijk is. Vreselijk optimistisch. Ik weet het. Het kan ook irritant zijn, op het opdringerige af.

Als iemand mij een probleem vertelt, leef ik me zodanig in dat ik het allerliefst direct het probleem wil oplossen. Weet ik geen oplossing uit mijn eigen levens- of werkervaring? Dan grijp ik direct mijn telefoon als een pistool uit mijn holster, ram ik driftig op het toetsenbord en zoek oplossingen. Ik heb nooit geteld hoe veel vragen ik per maand aan Google stel , maar het zijn er ongetwijfeld veel. Te veel.

De oorzaak van problematisch problemen oplossen
Waarom wil ik altijd direct het probleem van de ander oplossen? Hier heb ik een tijdje over nagedacht. Allereerst omdat ik me snel inleef, empathisch ben en graag wil dat het goed gaat met de mensen om me heen. Ik trek me het lot van anderen aan. Soms te veel. Ik wil graag dat iedereen om me heen gelukkig is, want dan ben ik dat ook. Wellicht laat ik mijn eigen geluksgevoel zelfs te veel afhangen van hoe het gaat met de mensen om mij heen. Zij happy, ik happy. Toch? Nee. Zo werkt het niet altijd. Soms moet je de ander de ruimte bieden door gewoon te luisteren. Je hoeft niet altijd ieder probleem direct op te lossen. Voor mij is dat echter heel erg moeilijk, omdat ik soms de oplossing al zie liggen, voor het oprapen. Toch heeft het vaak veel meer waarde om het een ander zelf te laten ontdekken.

Probleemoplossingsstress: Niet nodig!

Het probleem (haha) van problemen direct voor iemand anders willen oplossen is meervoudig:

1. Je wordt probleemoplossings-dealer
Allereerst merken mensen dat jij de ‘problem-fixer’ bent. Als ze een beetje lui aangelegd zijn, hobbelen ze dus direct met ieder nieuw probleem naar… juist, jou! Jij bent toch zo goed in fixen? Nou, hier, dit is mijn probleem, fixen maar!

2. Probleemoplossingsstress
Het tweede probleem is dat je het er erg druk mee kan krijgen. Voor je het weet spreekt het zich rond en komen steeds meer mensen met hun problemen op je af. Sterker nog, als je niet uitkijkt ben je opeens een onbetaalde coach waar mensen op leunen, gewoon omdat het kan. Daardoor kun je een bepaalde druk gaan voelen, waardoor je niet meer toe komt aan rust of ontspanning. En dát is dan weer jouw eigen probleem!

3. Blinde vlek voor je eigen problemen
Het derde probleem als je een probleem-fixer bent zoals ik, is dat je gaat denken dat je ook al je eigen problemen allemaal moet kunnen oplossen. Dus blijf je vaak veeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeel te lang doorlopen met een probleem, omdat je het koste wat het kost zelf wil oplossen. Terwijl soms een ander perspectief je op goede ideeën kan brengen, omdat je bij jezelf een blinde hoek hebt. Zo heb ik twee jaar lang met angstklachten rondgelopen, omdat ik dacht en vond dat ik ze zelf moest kunnen oplossen. Dit lukte niet, waardoor ik uiteindelijk letterlijk en figuurlijk aan het eind van mijn Latijn was. Voor mij was het lange tijd moeilijker om toe te geven dat ik mijn eigen probleem niet kon oplossen, dan hulp te zoeken. Put jezelf niet uit: je bent geen psycholoog en je weet niet alles. Je bent ook maar gewoon een mens… en ieder mens heeft gebreken.

Relax! Je hoeft niet ieder probleem op te lossen.

4. Je wordt een makkelijk slachtoffer voor manipulatieve types
Dit heb ik al vaker beschreven in mijn blogs over manipulaties en narcisme: Mensen die manipulatief zijn pikken probleem-fixers er zo uit in een menigte. Ze voelen snel aan dat jij empathisch bent, een positieve en helpende persoonlijkheid. Dit maakt jou tot een lief klein konijntje in de ogen van de roofvogel die narcist heet. Hij cirkelt een tijdje om je heen van verre, waarna hij je bij de strot grijpt. Je verantwoordelijkheidsbesef en neiging tot snelle gevoelens van schuld maken van jou de ideale prooi; jij wil me toch helpen? Jij laat me toch zeker niet in de steek?
(Trouwens: Als je wil weten hoe je narcisme in relaties en vriendschappen kunt herkennen en hoe je met manipulaties om kunt leren gaan, lees dan deze blogs eens)

5. Niet alle problemen hoeven door jou opgelost te worden!
Het klinkt hard, maar don’t flatter yourself. Jij bent niet de enige die problemen kan oplossen. Geef mensen meer credits en laat iemand zelf zijn probleem oplossen! Als je dit moeilijk te geloven vindt, bedenk dan eens hoe veel jij er zelf van leert als je iets zelf bereikt versus wanneer iemand je bij de hand pakt en alles voorkauwt.

6. Soms wíllen mensen helemaal niet dat jij het oplost
Soms willen mensen alleen maar even hun gal spuwen en hun verhaal kwijt. Ze willen dan helemaal niet dat jij hun problemen direct te lijf gaat! Soms kan dit dus averechts werken – waardoor mensen denken: nou, als ik weer een probleem heb, vertel ik het haar zeker niet meer. Je weet zelf vast ook wel dat je het soms gewoon nodig hebt om een tijdje na te denken en eventueel te praten over een probleem, voordat je er klaar voor bent om het (zelf!) op te lossen. Waarom verwacht je dit dan wel van anderen?

Help! Ik ben een probleemfixer! Hoe kom ik hier van af?
Oké, ik kan dit niet voor je oplossen (goed van mij hè), maar ik heb wel wat tips die ik kan delen. Ready? Komt-ie dan hè!

Wachten…. wachten… en zwijgen
Ja, dit is veel lastiger dan het lijkt. Wachten en zwijgen. Vertelt iemand je zijn of haar probleem? Luister, knik, wacht en zwijg. Als het ongemakkelijk stil wordt, zeg dan iets in de trant van een welgemeend “Wat vervelend voor je, zeg.”. En dan wacht en zwijg je verder. Mensen komen dan zelf meestal wel met pogingen die ze gedaan hebben om het probleem op te lossen, gaan hardop nadenken en komen soms ter plekke zelf er achter wat de oplossing is, ook zonder jouw hulp! Soms weten mensen ook al verdomd goed wat de oplossing is, ze willen het alleen nog niet weten of hardop uitspreken.

Mijn moeder zegt altijd dat wanneer je tien problemen hebt – en je doet er helemaal niets mee – gemiddeld acht van de tien problemen zich vanzelf oplossen.

Je kunt je – als controlevragen – ook dit afvragen:

– Is dit mijn probleem? (zo nee, waarom moet jij het dan oplossen?)
– Moet IK hier iets mee?
– Kan degene tegenover mij dit zelf ook oplossen? (zo ja, waarom doet hij of zij dit dan niet?) (spoiler alert: Het antwoord is meestal ja!)
– Moet ik hier NU iets mee? (zo nee, dan is het niet urgent en geef je het wat tijd; grote kans dat diegene het probleem dan al zelf opgelost heeft en al lang vergeten is dat hij of zij jou er mee ‘belast’ heeft!)

Problemen zelf laten oplossen zorgt voor meer zelfvertrouwen bij je kind!

Probleem-fixende ouders: help je je kind daar echt mee?
Ook als ouder is het soms moeilijk om niet alle problemen voor je kind direct op te willen lossen. Toch is dit niet de beste manier om je kind voor te bereiden op de toekomst, zeker niet als je als ‘curling-moeder’ alle problemen weg veegt voor de voeten van je kind. Als kind leerde je het meest van die keren dat je keihard op je bek ging, toch? Laat het kind zijn eigen fouten maken, zijn eigen problemen hebben en oplossen (voor zover dit naar zijn of haar leeftijd haalbaar is uiteraard); daar zal het zelfvertrouwen van groeien. Veel van de sterkste mensen die ik ken hebben in hun jeugd heel wat problemen gehad; hierdoor zijn ze juist zulke sterke volwassenen geworden.

Waarom mannen de weg altijd willen weten en vrouwen de handleiding wel gebruiken

“We zijn verdwaald, denk ik.” zei ik tegen mijn echtgenoot, terwijl we ergens in de middle of nowhere rond tuften, mijlenver van onze bestemming verwijderd.
“We zijn helemaal niet verdwaald.” zei hij. “Ik denk dat we daar achter naar links moeten.”
“Maar kijk, daar loopt een boer, zullen we het hem anders even vragen, voor de zekerheid?”
“Ik heb geen zekerheid nodig, en ook geen boer. We gaan de goede kant uit.” zei mijn man.
Nerveus keek ik op mijn horloge. We moesten toch echt op tijd op d

ik verdwaal nooit…

e plek van bestemming zijn. Mijn echtgenoot tuurde zelfverzekerd in de verte.
“Duurt het nog lang?” vroeg een kinderstemmetje van achter uit de auto. “Dat weet ik n… nee. Papa zegt dat het niet meer lang duurt.” zei ik terug. Maar ik was er nog niet zo zeker van. Eer mijn man er mentaal aan toe zou zijn om zijn hoofd te buigen en de weg te vragen aan iemand, was het feest al lang en breed afgelopen. Naarstig tuurde ik in de verte, op zoek naar een herkenbaar punt, dat er niet was.

Ik leef bij de gratie van de TomTom, de Google Maps, de navigatie die standaard op je telefoon zit tegenwoordig. Ik raak overal de weg kwijt. Mijn oriëntatievermogen heeft zich eigenlijk nooit ontwikkeld. Ik kan me herinneren dat ik bij een vriendin op bezoek ging. Vriendin woonde in een minuscuul dorp met maar drie straten, waarvan één straat overduidelijk de hoofdweg was. En zij woonde op die hoofdweg. Hoe het kan, weet ik niet, maar iedere keer weer dacht ik dat ik te ver door gereden was, sloeg ik een zijstraat in, draaide ik, en wist ik het niet meer. “Je huis is verhuisd!” zei ik eens tegen haar, toen ik weer moest bellen om te vragen waar ik heen moest. “Wat zie je nu voor je?” vroeg Vriendin. ik verdwaal nooit...“Een paar huizen!” zei ik ontredderd.
“Wat nog meer?” zuchtte ze.
“Eh… een kerk?”
“Rijd tien meter vooruit, sla links af, en rem dan.”
Ik reed tien meter vooruit, sloeg links af, remde, en zag haar staan janken van het lachen met de telefoon nog in haar hand.
Ik vraag – als ik geen navigatie bij me heb – overal de weg, in tegenstelling tot mijn echtgenoot. Bij het vragen van de weg zoek ik liefst oudere mensen uit; die wonen dan vast daar in de buurt. Jongere mensen vind ik minder betrouwbaar, want die sturen je wel vaker verkeerd, heb ik helaas gemerkt.
Ik vind het altijd lastig als mensen mij ergens om de weg vragen. Deels wil ik interessant overkomen en hen de instructies geven, omdat dat er heel verstandig uit ziet, maar deels wil ik ook gewoon eerlijk zijn en opbiechten dat ik zelf nergens de weg ken. Dilemma’s, dilemma’s….

Mijn man vraagt nooit de weg. Dat doen mannen schijnbaar niet. Net zo min als ze de gebruiksaanwijzing lezen die bij welk-apparaat-dan-ook geleverd wordt. Dat is een doodzonde, schijnbaar. Mannen lezen die gebruiksaanwijzing pas, als echt absoluut niets, maar dan ook niets anders meer mogelijk is. “Maar als we nou die gebruiksaanwijzing eens er bij nemen, dan gaat het misschien sneller?” opperde ik eens. Als blikken konden doden, had ik dit artikel niet meer kunnen schrijven. Mannen MAKEN dingen, ze BOUWEN dingen, ze zijn KAMIEJAJAJIPPIEJIPPIEJEEEEEH volgens de Hornbach.

Echte mannen lezen geen gebruiksaanwijzing. Die wéten gewoon vanzelf hoe iets in elkaar moet. En als ze het niet weten, dan proberen ze net zo lang, tot midden in de nacht, met het zweet op hun voorhoofd, tot het wel lukt. Ook al is het veel efficiënter om het gewoon meteen goed te doen, met behulp van de gebruiksaanwijzing. Net zoals wanneer ze verdwaald zijn. Ze moeten en zullen zelf die weg vinden, anders beschadigt dat hun eergevoel, of wat dan ook. Maar goed. Het zal iets met de oertijd te maken hebben; het zelf bouwen van dingen en de weg naar huis door de rimboe willen weten. Ach, ze zijn al zo ver geëmancipeerd, onze mannen; laat ze dit maar houden. En als het echt te ver gaat, dan vragen wij wel de weg, of lezen we toch gewoon stiekem de gebruiksaanwijzing.