Tagarchief: vertrouwen

Dit is mijn talent!

Herken je dat je jezelf regelmatig “omlaag haalt”? Dat je bijvoorbeeld een compliment weg wuift, of zegt dat iets niet veel voorstelde? Ben je vaak (te) bescheiden?

Het lijken goede eigenschappen: bescheidenheid, niet te zeer naast de schoenen lopen, nuchter zijn en niet opscheppen of pronken met je verdiensten. Toch zijn dit eigenschappen die je vaak juist tegenhouden in het bereiken van wat je écht wil.

Waar ben je goed in? Wat is je talent? Waar blink jij in uit?

Iedereen heeft wel een talent; of het nu een muzikaal talent is, of een creatief talent, of een talent om met mensen om te gaan; iedereen heeft er minstens een. Weet jij wat jouw talent is? En hoe vaak kun en mag je dat inzetten in je dagelijks leven?

Het herkennen, erkennen en benoemen van jouw talent kan je op veel vlakken helpen. Natuurlijk is er niets mis mee om je eigen valkuilen en mindere kanten te kennen; het kennen van je talenten is minstens net zo belangrijk om succesvol door het leven te gaan.

pexels-photo-2029239Wie ooit het boek “The Secret” heeft gelezen, weet dat er een waarheid schuilt achter “Wat je uitzendt, komt naar je toe”. Als jij in jezelf gelooft, gaat de wereld om jou heen ook meer in jou geloven. Als je je altijd verschuilt achter bescheidenheid, zullen anderen daar ook niet echt op letten. Als jij durft op te staan en durft te zeggen “Hier ben ik goed in. Dit is mijn talent / passie. Dit is waar ik voor sta.”, dan pas gaan mensen opletten.

Maar… kom je dan niet als arrogant over?

Nee! Tenzij je jouw pitch te pas en te onpas gaat rondbazuinen, of gaat overdrijven wat je allemaal kunt terwijl het in werkelijkheid minder voorstelt, kun je gerust vertellen waar je goed in bent. Je hoeft niets te overdrijven, en je voelt je niet meer of beter dan een ander: je hebt gewoon gezond zelfvertrouwen wat betreft jouw sterke eigenschappen en talenten. Waarom zou je iets afkraken wat juist zo bij jou hoort en wat je zo goed kunt?

pexels-photo-761993Of het nu de Nederlandse Nuchterheid is of het Bescheiden Vrouwen syndroom dat er in is geslopen van generatie op generatie: schud het van je af. Je mag gezien worden. Jouw talent hoeft niet verborgen te blijven voor de wereld. Als jij ergens goed in bent, mag je dat best kenbaar maken; je mag het zelfs promoten!

Uit je comfort zone

Het kan in het begin ongemakkelijk aanvoelen: je bent het misschien niet gewend om je talenten met anderen te delen. Toch is het goed om uit je comfort zone te stappen en te laten zien wat je kunt: je zult zien dat mensen er over het algemeen verrassend fijn op reageren. Laat je niet weerhouden als iemand niet prettig reageert: haters gonna hate!  Jaloezie kan meespelen, zelfs al was het maar jaloezie vanwege jouw vertrouwen in jezelf.

Afgunst is een – helaas – veel voorkomend fenomeen, maar laat je hier niet door tegenhouden: de grootste talenten zijn ook tig keer afgewezen voordat ze doorbraken of ontdekt werden. 

pexels-photo-2157173

 

 

 

Advertenties

Worden we Dom-Dom van de Tom-Tom?

navigation-car-drive-road-largeOp nu.nl bij de rubriek opmerkelijk las ik dat een vrouw in Wijhe haar navigatiesysteem gevolgd was: het water in wel te verstaan. Volgens de navigatie moest er een veerpont aan de oever liggen, maar die was toevallig even aan de overkant. Veerponden doen dat nog wel eens, wegens hun enige doel in het leven. De vrouw negeerde de stoptekens natuurlijk, want als de navigatie zegt dat daar een veerpont ligt, dan ligt het daar toch, toch? 

Toch niet. De vrouw raakte met haar vrouw te water en kon gelukkig zonder verwondingen uit het water gehaald worden.  Dit gezegd hebbende rijst bij mij de vraag: worden we Dom-Dom van de Tom-Tom? Als ik heel eerlijk naar mezelf kijk (en dat doe ik niet graag, zoals jullie weten), dan moet ik daar toch ja op antwoorden. Mensen zoals ik worden inderdaad een beetje Dom-Dom van de Tom-Tom.

Ik kan die vrouw nu wel heel gemakkelijk helemaal er door halen, maar zelf ben ik ook niet bepaald intelligenter geworden door het gebruik van mijn navigatie. Ik snap het wel hoor, dat mensen een rivier in rijden, of een struik, of opeens op een busbaan belanden. Dat zijn namelijk mensen zoals ik, met de unieke combinatie van een compleet gebrek aan oriëntatievermogen en een te groot vertrouwen in de navigatie.

Zo reed ik laatst – blind vertrouwend op mijn navigatie systeempje – de snelweg af, in de stad waar ik moest zijn. Ik volgde de navigatie, ook al leek het af en toe alsof ik door een veld reed en leek mijn allerliefste Tom-Tom ook niet te weten dat deze nieuwe weg was gelegd, reed naar rechts, reed nog eens naar rechts.
Zelfs toen de Tom-Tom mevrouw begon te stotteren en haperen, bleef ik precies doen wat ze me vertelde. Keer-hier-om-oh-nee-ga-naar-rechts-sla-rechtsaf-probeer-om-te-draaien. Als je een beetje ADD hebt en het richtingsgevoel van een stoeptegel, zoals ik, dan doe je nu eenmaal wat die mevrouw zegt. Ook als het nergens op slaat.

En zo zag ik mezelf opeens een oprit naar de snelweg op rijden, de compleet tegenovergestelde richting uit. “Wat doe je nu? Ik ben terug naar huis aan het rijden!” gilde ik tegen de mevrouw van de Tom-Tom. Ze zei daarop “Probeer om te draaien.” Dat was het moment waarop ik besloot haar advies maar eens niet al te serieus te gaan nemen, want omkeren midden op de snelweg lijkt me nu niet zo veilig. 

Had die mevrouw van de auto bij het veerpont ook moeten doen eigenlijk. Vertrouwen op haar eigen zicht. Lesje voor de toekomst?

Controle freak

Niemand mag me optillen. Ik ben daar heel raar in. Zodra iemand me ook maar enigszins dreigt op te gaan tillen, om wat voor reden dan ook, schreeuw ik moord en brand. Tenzij ik buiten bewustzijn ben, dan mag het, maar alleen als het absoluut noodzakelijk is. Mijn ergste nachtmerrie als tiener was dat ik in het zwembad gegooid zou worden. Niet omdat ik bang was voor water; ik kon best zwemmen. Maar je zag het vaker bij andere meiden gebeuren: nietsvermoedend lagen ze op hun handdoek, en uit het niets kwamen een paar jongens er op af geslopen, om haar vervolgens luid gillend en op zeer onhandige wijze op te tillen en spartelend naar het zwembad te dragen. Daar zwiepten ze haar dan een paar keer heen en weer om zeker te zijn dat ze geen beton zou raken van de rand, en om zeker te weten dat iedereen het zou zien, om haar vervolgens met een grote plons in het water te doen belanden. Af-schu-we-lijk.

Ik was een jaar of veertien, schat ik. Ik stond in de gymles (waar ik toch al zo’n fan van was) mentaal dood te gaan. De leraar vroeg namelijk het onmogelijke van me. Hij stond klaar, samen met de sterkste klasgenoot van de klas, te wachten op mij. Ik moest een aanloop nemen, op zo’n springplank springen, mijn armen strekken en een salto maken. Zij zouden dan mijn armen vast houden zodat ik niet genadeloos neer zou komen. Ik vond het vreselijk. Het idee dat men mij moest opvangen, en dat dat ook mis kon gaan. Al een keer of dertig had ik een schijnbeweging gemaakt. De aanloop lukte nog wel, maar last minute blokkeerde mijn lijf dan. En liep ik weer terug.
“Je kunt het!” zei de gymleraar. “Vertrouw ons nu maar. We vangen je op!”
Nagelbijtend dacht ik er over na. Ik vond er niks aan. Maar de gymleraar leek niet op te gaan geven vandaag. Ik overwoog om een plotselinge ziekte te veinzen, maar daar zou hij vast niet intrappen.
Na een eindeloos durende paar minuten besloot ik de sprong te wagen. Ik pepte mezelf van binnen op en nam de aanloop. Ik strekte mijn armen, sloot mijn ogen en sprong. Daarna was er een genadeloze klap, en werd het verdacht donker om me heen.
De leraar had niet verwacht dat ik nog zou gaan springen, en was in gesprek met iemand verwikkeld geraakt tijdens het wachten. De sterke klasgenoot had hem ook niet meer zien aankomen, mijn sprong.

Springen, vliegen, je laten dragen.. het is niet aan mij besteed. Ik heb wel eens in een training gestaan waarbij je jezelf achterover moest laten vallen, om een of andere les te leren. Ik weiger het pertinent. Ik hoef die les niet te leren. “Dan is dit mijn persoonlijke les in assertiviteit.” zei ik tegen de trainer die aandrong. “Want ik zeg nu nee.” Ik ga me toch zeker niet achterover laten vallen. Er hoeft maar net iemand even een seconde afgeleid te zijn, en daar lig je dan, met al je vertrouwen.

Ik heb een vriendin, die heeft dat bij de tandarts. Ze vertrouwt er niets van, die tandarts. Zodra hij ook maar met een spiegeltje in de buurt van haar mond komt, veert ze op uit de stoel met de woorden “En wat denken wij te gaan doen?”. De tandarts moet alles wat hij gaat doen, ruim van te voren, liefst schriftelijk in drievoud aankondigen. Ik snap dat wel.

Het heeft alles te maken met de controle los durven laten, dat weet ik. Maar weet je, tenzij het absoluut noodzakelijk is om de controle af te geven, wegens medische reden of iets dergelijks, doe ik het niet. Gelukkig vertrouw ik mezelf wel: Ik vang me wel op als er iets gebeurt: ik let tenminste zeker op.