Tagarchief: vader

Wat niemand zegt voordat je kinderen krijgt!

Ja, je krijgt er heel veel voor terug: het ouderschap. Mooie momenten, een mini versie van jezelf, liefde, kusjes knuffels. Maar…. ook griep, driehonderd verkoudheden, buikloop en grijze haren. Je moet er immers wel wat voor over hebben.

Dit is wat niemand je zegt voordat je kinderen krijgt:

  • Snot. Snot is overal.
  • Je gaat je veel meer dan ooit tevoren met poep en plas bezighouden.
  • Je gaat merken op precies hoe weinig slaap je toch nog je werk kunt doen.
  • Slaap wordt waardevoller dan ooit.
  • Je gaat uren lang Dora, Bumba, of andere visueel traumatische zaken zien langskomen op televisie, keer op keer.
  • Je toiletbezoek wordt het enige moment van de dag waarop je misschien drie minuten privacy hebt. En met misschien bedoel ik waarschijnlijk niet.
  • Je gaat regelmatig wallen creëren waar men in Amsterdam jaloers op is.
  • Je zult zurige babykots op meestal je allerbeste kleding krijgen.
  • Baby’s hebben perfecte timing: meestal krijgen ze een spuitluier tot achter in de nek twee minuten nádat je ze in hun nieuwste dure pakje hebt gehesen nadat je al te laat was voor een afspraak.
  • Je komt naar alle waarschijnlijkheid nooit meer op tijd op een afspraak.
  • Je komt op plekken die audiovisueel belastend of zelfs traumatiserend zijn, zoals binnenspeeltuinen, ook wel bekend als de broedhaard van vele virale infecties.
  • Je gaat je basisschooltijd herleven door het helpen met huiswerk en het wachten op een schoolplein.
  • Speelafspraken met kinderen uit de klas van je kind lijken in het begin heel leuk, totdat je een vriendje op bezoek krijgt dat non-stop schreeuwt en met een stift op de muren begint te tekenen. Daarna word je selectiever in wie je kind mee op de hut af mag slepen na school.
  • De eerste paar jaar verbruik je ongeveer zeshonderdtwaalf pakjes billendoekjes en snoetenpoetsers.
  • De geur van Zwitsal zal je voor altijd je baby laten missen.
  • Wie verzonnen heeft dat je de pijn van een bevalling zo weer vergeet, heeft waarschijnlijk een schroefje los.
  • Je zult ongeveer 836 zetpillen toedienen, die er tien procent van de tijd direct weer uit gelanceerd worden door een hoestbui van je mini-me.

Lees verder onder de afbeelding

  • Je zult naar pretparken gaan en geen een achtbaan beleven omdat je de grootste deel van de tijd met een kinderwagen in het sprookjesbos op zoek bent naar een toilet met verschoontafel.
  • Je zult ijsjes kopen die binnen een minuut op de grond liggen, waardoor je weer nieuwe ijsjes moet kopen. Je moet hiervoor weer opnieuw in de rij, en je krijgt ook nog eens geen korting op het nieuwe ijsje, tenzij je je kind zelf laat vragen, en dan nog vaak niet.
  • Op vakantie gaan wordt een ander verhaal: je kunt pas veilig naar Spanje rijden als je auto beschikt over minstens twee dvd schermen op de kopsteun, gemiddeld twee tablets en een bereidheid om bij iedere afrit tussen hier en Spanje te stoppen omdat er altijd wel iemand moet plassen.
  • Snot en poep zijn leidend.
  • Zindelijk maken betekent minstens een keer ondergeplast worden.
  • Je krijgt waarschijnlijk heel veel tekeningen en knutselwerkjes mee van de opvang, school en dagverblijf. Je moet hier altijd enthousiast op reageren, ook als je geen idee hebt wat het moet voorstellen of waar je naar toe moet met het voorwerp.
  • Je zult alle mogelijke oplossingen tegen krampjes gaan googlen, uitproberen en kopen. Als die krampjes maar stoppen en het krijsen daarmee ook.
  • Je kunt soms je kind nog horen huilen, zelfs als het twee dorpen verderop bij je moeder logeert. Dit is een teken dat je even rustig aan moet doen.
  • Je gaat geheid een keer je sleutels terugvinden in de koelkast.
  • Je auto wordt een verzamelplaats van snoeppapiertjes, snoetenpoetsers, vergeten knuffels en stukjes happy meal verrassingen.

Maar…. boven alles krijg je er heel veel voor terug! ❤️

Het is onbeschoft om aan een moeder te vragen hoe ze werk en privé gaat combineren!

Zodra een vrouw een kind krijgt komt onherroepelijk uit haar omgeving de vraag: hoe combineer je werk en gezin? Of: en hoe veel uren ga je minder werken?

Dit is waarom dit een onbeschofte vraag is:

Allereerst: Niemand vraagt het aan mannen. Ik heb nooit iemand aan een kersverse vader horen vragen: “En hoe ga je dat nou doen, de zorg voor de baby combineren met je werk?”

Het insinueert dat de vrouw automatisch minder moet gaan werken wanneer zij moeder wordt, terwijl de meeste mannen net zo goed minder uren kunnen gaan werken.

Als je deze lijn doortrekt hoor je er zelfs het vooroordeel in dat een moeder geen goede moeder kan zijn als ze niet minder gaat werken.

Vaders zijn net zo verantwoordelijk voor (en in staat tot) het opvoeden van hun kinderen en alles wat daarbij komt kijken als moeders.

Ten slotte: Niemand heeft er wat mee te maken hoe je als moeder je werk combineert met je gezin. Voor iedere moeder en vader is dit anders, iedere individu heeft zijn eigen behoeftes. Daarbij zijn ouders prima in staat te beoordelen bij welke vorm van opvang hun kind goed gedijt.

Vijf redenen waarom je kind niet naar je luistert

Je kent het vast wel: als ouder heb je wel eens van die dagen / weken / jaren (haha) wanneer het lijkt alsof je kind pas naar je luistert als je voor de derde / achtste keer iets zegt. Of pas luistert wanneer je je stem verheft, wat voor niemand leuk is. 

Jij: “Kind?”
Kind: “Pomptiedom.”
Jij: “Kind?”
Kind: “Tralala…”
Jij: “Kind? Joehoe?”
Kind:  loopt kamer uit.
Jij: “KIND!”
Kind: “Nou zeg, je hoeft niet te schreeuwen!”

Zucht.

Waarom horen kinderen ons niet? En bovendien: Horen ze ons echt niet, of horen ze ons wel maar willen ze ons niet horen?

Het is natuurlijk erg gemakkelijk om te roepen “Hij / zij luistert de laatste tijd voor geen méter!”, maar daarmee leg je alle ‘schuld’ bij het kind, terwijl je met een beetje gezonde zelfreflectie vaak ziet dat het niet luisteren voortkomt uit een onderliggende oorzaak. Soms ligt die bij (de ontwikkeling van) je kind, soms bij jou, soms bij jullie interactie. 

Hieronder vijf mogelijke redenen waarom je kind niet luistert:

Optie 1: Je kind zit in zijn of haar bubbel!
Kinderen zitten graag en veel in hun eigen wereldje. Ze fantaseren, spelen, bedenken, dagdromen: dat hoort allemaal er bij als je een super cool kind bent. Hoewel het voor jou misschien lijkt alsof je kind niks zit te doen, kan er in zijn of haar hoofdje een hele wereldreis of spannend avontuur plaatsvinden: Net als bij een echte droom duurt het even eer je daar weer van terug komt en met je voeten op aarde landt.

Lees verder onder de afbeeldingen

 

Optie 2: Verwerkingssnelheid
Niet ieder kind heeft een al te beste concentratie of (informatie)verwerkingssnelheid. Door zijn of haar naam te roepen kun jij dan misschien een directe reactie verwachten, maar je kind heeft het misschien in eerste instantie nog niet door dat wat jij zegt of roept van toepassing is op hem of haar.

Optie 3: Maak meer / beter contact
Veel kinderen horen je veel beter als ze je er bij zien. Om beter contact met je kind te maken loop je er naar toe of ga je op ooghoogte van je kind zitten terwijl je hem of haar aanspreekt.

Optie 4: Je vraagt te veel
Soms kun je in de valkuil schieten van het te veel vragen aan je kind. Je bent natuurlijk moeder en geen politieagent. Je kind hoeft niet constant opdrachten van je te krijgen. Als je jezelf er op betrapt dat je aan de lopende band opdrachten geeft of controleert (“Niet doen, zit rechtop, dat is gevaarlijk, hou eens op”) is het niet zo héél vreemd als je kind op een gegeven moment niet meer echt luistert. Er komt dan te veel informatie binnen, waardoor niets meer veel indruk maakt.

Optie 5: Je kind maakt zich los van jou
Je kind maakt zich tijdens het opgroeien steeds meer los van jou. Hoe vervelend dat soms ook is omdat we onze kinderen het liefst zo klein mogelijk houden, toch is dit een goede en gezonde ontwikkeling. Je kind wordt steeds meer zijn eigen individu en wil dan ook steeds meer eigen inspraak over zijn doen en laten. Wanneer je kind erg veel weerstand toont, is het dus goed om je af te vragen of je jouw kind voldoende verantwoordelijkheden en vrijheid geeft die passen bij de leeftijd, en of je misschien een beetje te bemoederend bent op dit moment. Niet gemakkelijk, maar het proberen waard.

christianne

 

Voor wie twijfels zijn leven laat bepalen

Twijfelen: iedereen doet het wel eens. Zeker bij grote beslissingen. Twijfelen is een gezond mechanisme om voor- en nadelen goed af te wegen voordat je een beslissing neemt. Toch kan te veel twijfelen je ook tegenhouden in het leven leiden dat jij graag wil.

Hoe gezond twijfel ook kan zijn, één van de grootste “killers” van vooruitgang is zonder meer overmatige twijfel. Twijfel slaat vaak toe bij het nemen van levensbeslissingen; hoe groter de beslissing, hoe harder de twijfel toe kan slaan.

Waarom twijfelen we vaak te lang? Wat is het nut van twijfel? En vooral: hoe kom je er van af als het je afremt in het bereiken van je doelen?

Twijfelaar
Een geboren twijfelaar, zo heb ik mezelf wel eens genoemd vroeger. Bij het nemen van een grote beslissing (Ga ik voor die baan? Blijf ik bij mijn partner? Moet ik nu wel of niet verhuizen?) slaat bij veel mensen de twijfel toe: logisch, want het is ook niet zomaar een beslissing die je moet nemen.

Een verhuizing, een andere baan, een relatie verbreken: het zijn allemaal beslissingen die vergrijpende gevolgen kunnen hebben in je verdere leven. Dat is niet per se negatief, maar het kán het wel zijn; Want wat nou als die nieuwe baan toch niet zo leuk is als het lijkt? Wat als je spijt krijgt van je verhuizing? Wat als je je partner toch gaat missen en niet meer terug kunt?

Twijfel slaat de meeste dromen en plannen dood, omdat het gepaard gaat met angst. Angst om de verkeerde beslissing te nemen (“Wat als ik hier verkeerd aan doe?”) kan je verlammen, waardoor je onnodig lang in de twijfel modus blijft. Onzekerheid kan ook een grote rol spelen: het vergt nogal wat zelfvertrouwen om te zeggen: en vanaf nu gaat het anders.

Waar twijfel het hardst toeslaat
Twijfel slaat vaak het hardst toe in situaties waarin weinig urgentie bestaat. Wat ik daarmee bedoel, kan ik het best toelichten aan de hand van een voorbeeld. Stel, je hebt een baan waar je wel tevreden mee bent, maar waar je niet veel uitdaging uit haalt. Het werk is niet verschrikkelijk, maar ook niet heel leuk. Je haalt er weinig vreugde uit, maar je doet het wel goed en krijgt goede beoordelingen. Daarnaast heb je een vast contract en geen hele vervelende collega’s. Met andere woorden: er is weinig uitdaging, maar ook geen echte urgentie om weg te gaan. Dat je wellicht hele andere doelen voor je loopbaan had – en door tien of twintig jaar in deze baan te blijven hangen die doelen niet bereikt – is achteraf bezien natuurlijk zonde. Toch blijven veel mensen vaak lang hangen op een plek waar ze niet tot hun recht komen.

Waarom?
Niet altijd leuk om te horen, maar wel waar: Mensen zijn gewoontedieren. We voelen ons graag veilig en geborgen. Onze comfort zone is ons vaak meer waard dan ons geluk, hoe gek het ook klinkt. We houden van nature nu eenmaal doorgaans niet erg van verandering. Verandering vinden we maar eng.

Zeker als we een vast contract hebben weten te bemachtigen in deze onzekere tijden, geven we dat niet zomaar op. Een vaste relatie ook niet. De gemoedsrust die komt kijken bij het kunnen betalen van de hypotheek of huur wint het dan van het knagende gevoel dat er meer moet bestaan dan deze sleur van werk dat eigenlijk beneden je niveau ligt.

Als er dan een nieuwe baan langskomt, waarbij je met een tijdelijk contract in een geheel nieuw bedrijf moet beginnen waar je nog niemand kent, slaat de twijfel toe. Zo erg heb ik het nu toch niet? Ik heb nu wel vastigheid en ik weet waar ik aan toe ben. Dit soort gedachten zorgen er vaak voor dat je dan toch maar bedankt voor die uitdagender job.

Hetzelfde geldt voor relaties. Als een relatie je al lang niet meer gelukkig maakt, zou je eigenlijk er mee moeten stoppen. Toch blijven veel mensen langer in een uitgebluste relatie zitten dan nodig, uit angst. Angst voor het onbekende, angst om alleen verder te moeten gaan, angst om al het vertrouwde op te moeten geven. Dus worden de dagen weken, de weken maanden, en worden ze op hun zestigste wakker met het besef dat ze jaren lang in een ongelukkige relatie hebben gezeten. De comfort zone kan wat dat betreft een vals soort gevoel van veiligheid geven: achteraf is er dan vaak alleen maar ruimte voor spijt.

Urgentie maakt twijfelen moeilijker

Wat nu als je opeens zonder werk komt te zitten? Dan valt je vangnet weg en je comfort zone verdwijnt zonder dat je daar zelf iets aan kon doen: zou je dan wel solliciteren op die baan die uitdaging biedt? Waarschijnlijk wel. Zou je het droomhuis wel kopen als je plotseling te horen kreeg dat je eigen woning gesloopt gaat worden? Vast wel. Het wegvallen van die comfort zone dwingt je er toe beslissingen te nemen: wat dat betreft is het soms gemakkelijker om beslissingen te nemen vanuit het principe “Ik heb nu toch niets te verliezen.” Urgentie dwingt: en soms is dat niet eens verkeerd.

Eeuwige twijfel

Voor de eeuwige twijfelaar is het goed om je af te vragen wat je bereikt met het ellenlange twijfelen. Geef je jezelf zo een excuus om comfortabel te mogen blijven leven zonder risico’s te nemen? Geef je jezelf hier mee een mooie reden om je angsten niet onder ogen te hoeven komen? Houd je je eigen onzekerheid hiermee in stand?

Iets nieuws proberen, een nieuw avontuur aangaan, betekent vaak dat je een risico moet nemen. Het is een sprong in het diepe waar niet iedereen zich aan waagt. En ja, het kan misgaan, maar het kan ook ontzettend goed gaan. Vraag jezelf eens af: waar heb je straks meer spijt van; als je het nooit hebt gedurfd of als je dat wel hebt gedaan en het niet is gelukt? Wat is het ergste dat er kan gebeuren? En kun je daarmee leven?

Het leven gaat snel voorbij. De sleur van alledag zorgt er voor dat dagen overgaan in weken, maanden, jaren. Wil je terugkijken op een leven vol twijfels, waarin je jezelf mooie kansen hebt ontnomen? Of wil je terugkijken en denken: ach, ik heb risico’s genomen, but I did it my way!

Ik weet waarvoor ik kies. Jij ook?

Nieuwe opvoedingsmethode of oud nieuws? Slow Parenting..

Er is een nieuwe opvoedmethode die helemaal trending is: Slow Parenting.

Jaag jij van afspraak naar afspraak of van school naar sportclub en weer terug met je kind? En kun je door dit drukke schema niet gewoon lekker genieten van je kind? Dan is Slow Parenting misschien wel wat voor jou.

Hier vind je een uitgebreide (Engelstalige) uitleg, maar voor de gehaaste lezer houdt de methode kort samengevat in, dat je met deze nieuwe opvoedingsaanpak meer in het moment leeft, minder met technologie bezig bent en minder met vooruit plannen.

Je overlaadt je kinderen niet langer met activiteiten maar geeft ze de vrijheid om te genieten van wat ze (thuis) kunnen doen. Hiermee verlaag je zowel de druk op je kind als op jezelf. Mindful opvoeden dus.

Nu wil ik niet vervelend doen, en ik juich deze methode absoluut toe, maar volgens mij deden ouders dat in de jaren tachtig al massaal.

Als wij vroeger weekend hadden, mochten we buiten spelen, of binnen. Dat was het wel zo’n beetje. Wij gingen niet elke zondag naar een binnenspeeltuin, pretpark of bioscoop. Hooguit af en toe naar opa en oma of een familieverjaardag. En als je je verveelde, tja, dan verbeelde je je maar. “Daar word je creatief van,” zei mijn moeder dan. En dat was zo.

Ik ben zelf overigens onbewust voor een groot deel al heel lang een slow parent, trouwens. Op zondag houd ik heel vaak “pyjamadag” met mijn dochter, die het heerlijk vindt om de eerste uren in haar pyjama en ochtendjas te zitten knutselen. Soms verveelt ze zich wel eens op pyjamadag, maar dan gaat ze vanzelf buiten kijken of haar vrienden er zijn of spelen we een potje badminton in de achtertuin.

Dus… Ja, ik sta absoluut achter de nieuwste trend van Slow Parenting. Ik zou het zelfs iedereen aanraden. Het is alleen naar mijn mening helemaal niet nieuw.

Hoe goed kun jij tegen kritiek?

Kritiek: we geven het graag, maar kritiek krijgen, dat is vaak een heel ander verhaal.

Overal waar je komt kun je kritiek krijgen: thuis, van je partner, op je werk, of zelfs van vreemden in het openbaar. Kritiek krijgen kan een vervelend gevoel oproepen: met name als deze niet zo prettig gebracht wordt.

Jezelf ontwikkelen

Toch is het goed leren ontvangen van kritiek een manier om jezelf positief te ontwikkelen. Niet alle kritiek is terecht; het is dan ook goed om kritisch (haha) te bepalen van wie je kritiek wil ontvangen.

Herhaalde kritiek

Als je bepaalde kritiek meerdere keren te horen krijgt, bijvoorbeeld dat je slecht luistert, dan is dit vaak een teken dat je daar bijvoorbeeld toch beter wel naar kunt luisteren.

Dat doe ik helemaal niet!

Veel mensen zijn geneigd bij het ontvangen van kritiek meteen in de verdediging te gaan. Dit is een menselijke, maar emotionele reactie op het gevoel dat je aangevallen wordt. Het is goed om je op zo’n momenten af te vragen:

  1. Word ik echt aangevallen?
  2. Zit er een kern van waarheid in de kritiek die ik krijg?
  3. Reageer ik nu op een redelijke manier of vanuit emoties?

Koop tijd

Weet je niet goed wat je aan moet met de ontvangen kritiek? Dat is helemaal niet erg. Bedank je gesprekspartner voor zijn eerlijkheid en geef aan dat je even wilt nadenken over wat je te horen hebt gekregen. Zo voorkom je dat je vanuit een emotie over-reageert en kun je er op een rustig moment even over nadenken.

Je hoeft niet altijd direct te reageren.

Oneens?

Zo veel mensen, zo veel meningen. Ben je het – ook na een moment van reflectie – oneens met de ontvangen kritiek? Je kunt er dan voor kiezen om de ontvangen kritiek naast je neer te leggen, of om de kritiek gever aan te spreken om desgewenst te onderbouwen waarom jij het oneens bent. Vraag je hierbij wel af, of je eerlijk en neutraal naar jezelf gekeken hebt: dit is namelijk heel moeilijk voor mensen; hun eigen gedrag objectief beoordelen. Vraag als je daar behoefte aan hebt de verzender om nadere toelichting. Misschien berust de kritiek wel op een misverstand, dat je gemakkelijk uit de weg kunt helpen.

Onterechte kritiek

Soms is kritiek echt onterecht. Sommige mensen zijn geneigd veel kritiek te gaan uiten op mensen met eigenschappen die hun jaloezie opwekken, of die gedrag vertonen dat ze zelf benijden. Als je merkt dat iemand vooral kritiek geeft om het kritiek geven, kun je wederom de kritiek naast je neerleggen, of zelf kritisch doorvragen bij de verzender wat nu precies het probleem is. Hoe ga jij om met kritiek? Geef je zelf veel kritiek aan anderen? Reageer jij verdedigend vanuit emotie op ontvangen kritiek? Laat het weten in een reactie!

Basisdingen om te voorkomen dat je je kind opvoedt tot professioneel hufter.

Er zijn een aantal dingen die je als ouder kunt doen, om er voor te zorgen dat je kind later geen onnoemelijke rothufter wordt. Het lijkt voor de hand liggend, maar toch.

Dankjewel en alsjeblieft 

Van onschatbare waarde. Als iemand zegt “doe mij eens friet” zal ik niet snel geneigd zijn om te gaan rennen. “Mag ik alsjeblieft …” klinkt een stuk vriendelijker, het kost niets en het opent deuren die anders gesloten blijven. 

Dankjewel zeggen is ook al zoiets, dat sommige kinderen tegenwoordig niet meer lijken te kennen. Blijf er op hameren dat je kind netjes dankjewel zegt; het hoort bij de basis van beleefdheid en ze hebben er de rest van hun leven profijt van, als ze in de grote mensen wereld verder willen later.

Bescheidenheid

Je bent niet meer of beter dan een ander. Dus ook je kind niet. Voorkom prinsessen en prinsen syndromen en zorg ervoor dat je kind bescheiden is en vooral dat het leert niet neer te kijken op anderen, hoe anders het ook denkt dat ze zijn. Niemand is meer waard dan een ander. Nooit.

Zerotolerance beleid voor pesten

Hoe zeer ik ook van mijn kind houd, als ik er achter zou komen dat het andere kinderen zou pesten, dan zwaait er wat. Natuurlijk denk je in eerste instantie altijd, dat doet mijn kind toch niet? Maar als dan blijkt dat je kind dat toch echt wel doet; grijp in. Je kunt hier niet de oogkleppen voor op doen, hoe lief je je kind ook hebt.

Niet wijzen in het openbaar

Het lijkt heel simpel, maar dat is het niet. Kinderen merken snel op als er iets anders is dan anders, en zijn geneigd dan te wijzen of te staren. Leer je kind zo vroeg mogelijk dat het niet netjes is om te wijzen, al is het maar omdat dat heel onprettig is voor de persoon waar naar gewezen wordt (die weet immers misschien niet eens waarom je kind wijst).

Telefoon of tablet 

Als je een telefoon of tablet hebt, wil dat niet zeggen dat dat je vrijpleit van enige sociale interactie. Prima als kinderen zo’n apparaat bij zich hebben als ze ergens heel lang moeten wachten of op een verjaardag met alleen maar ubersaaie volwassenen (boring!), maar zorg er voor dat je kind wel nog echt antwoord geeft wanneer hem of haar iets gevraagd wordt, dat er nog fatsoenlijke begroetingen uit komen en dat er interactie blijft. 

Anders heb je zo’n suf zombie kind, dat later niet kan netwerken voor zijn carrière, of dat heel veel spijt krijgt, van te weinig gesprekken met oma. 

Eigenlijk zijn al deze punten zo voor de hand liggend als maar kan zijn. Toch denk ik, dat het niet verkeerd is om het de wereld in te slingeren. Je weet wel, voor het geval dat. 

Vechten na de hersenbloeding – Het verhaal van Benjamin

Benjamin, een kerngezonde jonge man in opleiding voor luchtverkeersleider, kreeg in 2010 – op zijn zevenentwintigste – plotseling een hersenbloeding door een aangeboren defect in zijn hersenen.

Hij vocht twee maanden in het ziekenhuis voor zijn leven, waarna hij nog ruim een jaar voor zijn herstel vocht in revalidatiekliniek Adelante.

image
Benjamin in het ziekenhuis

Van de ene op de andere dag stond het leven van Benjamin en zijn vrouw Marieke op zijn kop. Benjamin was toevallig die avond nog thuis gebleven; de dag er na zou hij vertrekken naar Amsterdam, waar hij doordeweeks verbleef om zijn opleiding tot luchtverkeersleider te volgen.

Op de badkamer voelde hij een enorme hoofdpijn en merkte hij dat de linkerkant van zijn lichaam het niet meer deed.

Hij riep zijn vriendin: “Marieke, er is iets mis.” Toen Marieke de badkamer op kwam, zag ze dat de linkerkant van zijn gezicht was gaan hangen en dat zijn linker arm niet meer werkte, waarna ze direct de nooddiensten inschakelde.

image
Benjamin in het ziekenhuis. Onder een koeldeken vanwege de hoge koorts / bacterie

Vanaf dat moment begint de achtbaan. In het ziekenhuis wordt hij geopereerd aan een aangeboren defect in zijn hersenen. Artsen kunnen lange tijd geen prognose geven. Het stel en hun familie leven weken lang in grote spanning. Daarnaast wordt Benjamin geteisterd door een bacterie, die zorgt voor langdurige hoge koorts en uiteindelijk ligt Benjamin een maand lang in coma op de intensive care.

image
Benjamin in het ziekenhuis (2010)

“Vanaf dat moment word je geleefd. Het enige dat telt is overleven. Je denkt nergens anders meer aan.”
Benjamin komt uit het ziekenhuis met een halfzijdige verlamming. Zijn lichaam is aan de linkerkant volledig verlamd. Artsen verwachten niet dat hij ooit nog zal kunnen lopen. Maar Benjamin en zijn vriendin Marieke houden hoop. “Ik dacht, ik zal ze laten zien dat ik het wel weer kan leren.”

Nu, vijf jaar later, loopt Benjamin weer. Er is veel gebeurd sinds die noodlottige avond. Na de revalidatie periode komt Benjamin in een tevens moeilijke periode terecht. “Wanneer je uitbehandeld bent, laat het revalidatie centrum je los. Je moet alles zelf doen. Alles is anders. Ik was altijd super zelfstandig en vroeg niet graag om hulp. Plotseling word je op jezelf terug geworpen. Het was een echt gevecht.”

Terug naar de opleiding in Amsterdam kan hij helaas niet meer. Maar thuis blijven zitten is geen optie: Benjamin zoekt net zo lang totdat hij Dynalean vindt, een werkgever die hem in zijn oude vakgebied (ICT) aanneemt.

“Na die gitzwarte periode heb ik Marieke ten huwelijk gevraagd. Ze is altijd naast me blijven staan, heeft me nooit los gelaten. Ik heb een enorm respect voor haar kracht en haar vertrouwen in mij. Ze zei volmondig ja. De trouwdag was emotioneel en erg mooi. Ik was zo trots dat zij mijn vrouw was geworden.”

image
Benjamin en Marieke op hun trouwdag

Na de bruiloft raakt Marieke in verwachting van hun zoontje, Dastan.
“Het is een wonder dat ook deze droom, die we ooit vanzelfsprekend achtten, ook uit kwam voor ons. Maar ook het krijgen van een kindje was een uitdaging. Met name in de dagelijkse verzorging is het wel eens pittig en probeer ik zo veel mogelijk om mijn verlamming heen te werken. Ik ben trots op onze zoon en hoe goed hij het doet. Ik had jaren geleden nooit durven dromen dat we nog eens een gezin zouden vormen.”

“De ambulance broeders dachten dat ik het ziekenhuis niet zou halen. De chirurg dacht dat ik de operatie niet uit zou komen. De fysiotherapeuten in het ziekenhuis dachten dat ik niet meer zou leren lopen. De mensen van de revalidatie kliniek dachten niet dat ik ooit nog voor een normale werkgever kon werken. Gelukkig ben ik eigenwijs en altijd vol blijven houden, en is me uiteindelijk meer gelukt dan wie dan ook ooit had verwacht.”

Nu, anno 2015, leeft het gezin samen en zijn ze sterker dan ooit. Benjamin weet nog steeds niet van opgeven.
“Dit was dan ook een goed moment om iets te doen voor Serious Request. Ik wil laten zien dat je alles kunt bereiken, als je er maar voor knokt. Ik besloot te gaan trainen voor een halve triatlon. Ik train daarvoor bij Anytime Fitness in Geleen. Ik hoop met mijn actie zo veel mogelijk geld in te zamelen voor kinderen in oorlogsgebied. Zodat zij ook kunnen vechten voor hun toekomst.”

Wil jij Benjamin steunen in zijn actie? Ga dan naar https://kominactie.3fm.nl/actie/ben-unstoppable en sponsor zijn actie!

Het ouderschap: Fantastisch, maar ook heel vies.

Het is fantastisch om moeder te zijn. Echt, geweldig. Ik zou het nooit anders willen. Maar het ouderschap is naast geweldig en mooi en fantastisch ook vaak bijzonder vies.
“Mama, kijk! Ik heb een hele grote neuzevreutel gevangen!” Of je wil of niet (je wil niet), daar staat je kleuter, vlak voor je neus, met een wonderbaarlijk grote vangst uit de zijne. Natuurlijk gebeurt dit niet thuis, waar tissues en stromend water voorhanden zijn. Dit gebeurt midden in de supermarkt, net die ene keer dat je geen tissues bij je hebt.

Kerstavond, bijvoorbeeld. De mooiste tijd van het jaar. Je maakt je kleintje klaar om te vertrekken naar het Familie Diner. Al weken hingen de allermooiste kleertjes klaar, ver weg van de andere gewone kleren, zoals die geweldige, onverwoestbare jeans van de Zeeman en de Hema. Nadat je je kleine wolk hebt gebadderd en ze fris ruikend in haar mooiste kerstjurkje hebt gehesen (dat meer kostte dan jouw complete kerst outfit bij elkaar) en exact drie minuten voordat je moet vertrekken naar het Diner, ruik je opeens een verdachte geur. Alsjeblieft, laat het niet waar zijn, fluister je tegen de kerststal onder de boom, terwijl je je omdraait en je peuter in slow motion lachend weg ziet kruipen met een bruin-groenig plakaat van peuterdiarree op haar rug. Dwars door het veel te dure stof heen.

Ouderschap is gewoon vies. Je leert dingen die je nog nooit geweten hebt, zoals hoe ver een kraaltje omhoog kan in een neus, hoe ver een kind kan projectiel braken, en hoe smerig zwemwratjes zijn als ze open gekrabd worden. En: hoe hygiënisch je het ook probeert aan te pakken, het is nooit genoeg. Hoe steriel je huis ook is, iedere dag worden er gratis en voor niets school- en opvang bacillen mee naar binnen gedragen. Je kunt nog zo er tegen vechten; dat helpt niet.

“Pietertje moest poepen vanmiddag, tijdens de pauze op school.” vertelde kindlief ons eens, uiteraard toen we zaten te eten. “Oh, uh, oke.”
“Maar de juf had geen tijd om met hem mee te gaan naar binnen.”
“Waarom zou de juf mee moeten gaan naar binnen?”
“Ja, omdat hij zijn billen nog niet zelf kan af vegen!”
“Oh, zo.”  zei ik, en nam een hap van mijn eten.
“Dus heb ik het maar gedaan.”
Mijn eten bleef ergens halverwege mijn keel steken.”Wat heb je gedaan?”
“Zijn billen voor hem afgeveegd! Want het was zo zielig voor hem en hij moest echt erg veel poepen!”
Mijn hoofd had een gevecht met mijn eten: wel of niet terug omhoog komen. U kent het wel.
Ik overwoog of ik moest vragen of ze haar handen wel had gewassen, maar besloot dat ik het niet wilde weten.

Ouderschap. Het is geweldig. Het is bijzonder mooi, liefdevol, maar vaak ook stinkend, vies, en groen.

 

Dicht bij je zieke kind – het Ronald Mcdonald huis is onmisbaar!

Als je kind ziek is, wil je dicht bij hem of haar zijn. Deel deze video van het Ronald Mcdonald huis: het blijft onmisbaar!

Drukdrukdrukdrukdruk? Vijf GOUDEN tips voor werkende moeders

Veel moeders werken tegenwoordig buitenshuis. Dat is leuk, maar het zijn vaak wel erg veel ballen die je tegelijkertijd in de lucht moet houden. Weet je af en toe niet meer hoe je het moet regelen allemaal? Groeit het werk je boven het hoofd? In deze blog vind je vijf tips die je leven als werkende moeder wat gemakkelijker maken. Heb je aanvullingen op deze tips? Laat hieronder een reactie achter!

1. Bestel je boodschappen!

Bestel online je boodschappen; dat scheelt je een hoop tijd.  Bron foto: www.ah.nl
Bestel online je boodschappen; dat scheelt je een hoop tijd.
Bron foto: http://www.ah.nl

Ik begin meteen met dé gouden tip voor iedereen die zijn tijd efficiënter wil indelen. Want natuurlijk is het niet je hobby om iedere dag weer die supermarkt in en uit te zeulen met tassen vol spullen. Al helemaal niet met een vermoeid, hongerig en te pas en te onpas weg rennend kind bij je.
Wat je kunt delegeren, is het halen van boodschappen. De meeste supermarkten bezorgen tegen een kleine vergoeding je boodschappen gewoon aan de voordeur. Vul online je boodschappenbestelling in, of stuur een e-mail naar je buurtsuper met je bestelling, en je hebt in één keer al je weekboodschappen in huis. It’s so simple!

2. Verdeel de taken goed (en eerlijk)
Als je een partner hebt, is het goed om vaste afspraken te maken over wie wat doet. Klinkt misschien kinderachtig, maar aan het eind van de dag wil jij niet degene zijn die alles doet, terwijl je partner lekker onderuit ligt op de bank. Eerlijk verdelen dus, die taken. Zorg er voor dat je beiden doet waar je goed in bent, en ben ook niet te beroerd om wat water bij de wijn te doen.

3. Je kids kunnen ook iets
Ook al doen ze misschien zeer vakkundig alsof dit niet zo is, toch kunnen kinderen (vanaf een bepaalde leeftijd) ook echt wel een handje helpen in het huishouden. Wijs een vaste tafeldekker aan, een vaste woonkamertafelopruimer, en spreek een dag in de week af waarop de kinderen zelf hun eigen kamer op moeten ruimen. Want laten we eerlijk zijn; als ze zich nog net niet verwaardigen om hun voeten op te tillen als jij langs komt met de stofzuiger, terwijl zij bezig zijn met hun spelletje op de i-pad, weet je dat het tijd wordt voor wat meer samenwerking binnen je gezin. Desnoods zet je een beloningssysteem op: wie zijn taken goed uitvoert, verdient het zakgeld van die week bij elkaar.

4. Poetsen
Als je je een huishoudelijke hulp kunt veroorloven, is het absoluut aan te bevelen om hulp van buitenaf in te schakelen. Zeker als je jezelf er op betrapt dat je om half twaalf ’s avonds nog de badkamer aan het poetsen bent. Bespreek het met je partner en bekijk of een hulp in de huishouding budgettair te doen is. Is dat niet zo? Spreek dan een vaste dag in de week af waarop jij en je partner het huis onder handen nemen. Teamwerk zorgt voor een stuk minder frustraties en een geëmancipeerde relatie, wat anno 2015 gewoon zo hoort natuurlijk.

5. Telefoon uit
Eh… wat zegt u? Telefoon uit?
We kunnen het ons bijna niet meer voorstellen: een mobiel die uit staat. Want hoe moeten we in vredesnaam een paar uur zonder Facebook, Twitter, Instagram, Pinterest, Snapchat, etcetera? Nou, gewoon, die knop in duwen en uit zetten. Je zult er van versteld staan hoe creatief je wordt, als je eens even niet aangekoppeld bent aan de rest van de wereld via je telefoon. Plotseling heb je weer tijd voor dat ene project dat je al zo lang wilde starten, zit je opeens toch dat fotoalbum in te plakken dat al vijf jaar lag te wachten, of haal je je hometrainer opeens toch van zolder. Telefoon UIT; leven AAN. Enjoy!

Wanhopig, angstig en alleen, in je bed….

Stel je voor, je ligt alleen in een bed. Je voelt je niet goed, hebt behoorlijke buikpijn, of je voelt je erg alleen en angstig. Of je hebt jezelf onder gespuugd, of onder gepoept in je slaap!
Probleem is alleen: je kunt niet uit bed komen. Het is donker, de spijlen om je bed heen zijn te hoog om er uit te klimmen. Bovendien lig je stevig ingepakt in bed en heb je niet de kracht om jezelf los te wurmen. Je begint te huilen; eerst zacht, maar daarna steeds harder.
Je voelt je opgesloten in je eigen bed, helemaal alleen met je pijn of angst. Iemand moet je toch horen? Er zijn toch nog andere mensen in huis? Ondertussen wordt de pijn alleen maar erger, door de stress die je voelt. Je wordt wanhopig; een gevoel van eenzaamheid maakt zich meester van jou. Je kunt niet praten, niet opstaan uit bed, niets.

Zo – stel ik me voor – voelt een baby zich, die men door laat huilen. En bovenop al die gevoelens van angst, stress en pijn, is die baby dan ook nog eens niet in staat te praten, niet in staat om om hulp te roepen. Het enige wat hij kan, is huilen.
Dankzij allerlei “opvoedingsadviezen” zit beneden, een verdieping lager, een moeder die het huilen van haar baby door merg en been voelt gaan, maar er niet op af durft te gaan, omdat ze bang is dat ze haar baby daarmee zou verwennen. Terwijl verwennen bij kleine baby’s helemaal niet mogelijk is. En het wetenschappelijk is aangetoond dat baby’s door het (lang) huilen te veel stresshormonen aanmaken.

Bron foto: lekker slapen zonder huilen: http://www.bol.com/nl/p/lekker-slapen-zonder-huilen/1001004002604885/
Bron foto: lekker slapen zonder huilen: http://www.bol.com/nl/p/lekker-slapen-zonder-huilen/1001004002604885/

Uiteraard is het niet aan te raden om je baby bij ieder geluidje uit bed te pakken. Je mag je baby best eens een paar minuten laten huilen. Maar voor de gevoelens van geborgenheid, troost en veiligheid is het voor je baby nu eenmaal beter als je wel iedere vijf minuten even naar hem of haar toe gaat, al is het maar om te zien of ze geen volle luier hebben of bijvoorbeeld klem zitten, gespuugd hebben, of niet fijn liggen.

Er zijn overigens talloze tussenoplossingen die uitgeprobeerd kunnen worden, zoals de “Lekker slapen zonder huilen” methode, waarbij je je baby in elk geval geen uur aan een stuk door hoeft te laten huilen in zijn uppie. Je baby huilt immers niet om jou te pesten. En laten we eerlijk zijn, hoe zou jij je voelen, als je geen kant op kon?

Brief aan alle vaders van Nederland

Beste vaders van Nederland,

Er wordt zo ontzettend veel gezegd over het moederschap, zo veel geschreven, zo veel geroepen, dat jullie misschien bijna zouden vergeten hoe belangrijk jullie zijn. Maar vergis jullie niet: vaders zijn net zo belangrijk voor hun kinderen als moeders. Natuurlijk, lichamelijk heeft de vrouw een paar dingen die jullie nu eenmaal van de natuur niet hebben gekregen, zoals de mogelijkheid om te baren of borstvoeding te geven. Maar laat jullie daar niet door ontmoedigen: jullie zijn essentieel voor jullie kinderen.

Vaders zijn vaak net zo hard in shock als dat kleine wonder zich aan doet; leven mee met de echo’s en de bevalling, kijken net zo hard mee uit naar de komst van de kleine als moeder. Ze veren mee met hormonale schommelingen die hen totaal onbekend zijn. De goede exemplaren staan net zo vaak mee op in het holst van de nacht om te troosten, te sussen of te voeden. Vaders troosten moeders als zij het niet meer zien zitten, maken zich net zo veel zorgen. Al lijkt dat misschien niet altijd zo, omdat ze er niet altijd even veel over praten als moeders. Vaders nemen ook ouderschapsverlof en papadagen, ze ondernemen veel met hun kinderen.

Maar los van alle praktische zaken kan ik jullie vertellen, hoe belangrijk een vader is in emotioneel opzicht. Een vader is iemand tegen wie je opkijkt, die je trots wil maken, waar je naar toe gaat als je het niet meer weet. Mijn vader is geen man van heel veel woorden, maar ik weet dat hij trots op mij is en van me houdt. De wetenschap, dat je vader er altijd voor je is, is onbetaalbaar. En ook al zijn vaders niet altijd de grootste praters, toch zie je steeds meer dat zij een grotere rol vervullen in het leven van hun kind. En dat is iets om toe te juichen. Jullie worden steeds meer “de man die elke dag het vlees snijdt”, in plaats van alleen op zondag.

Helaas staan jullie er ook wel eens alleen voor. Zo krijgen jullie weinig verlof als een kind geboren is, is een papadag in sommige bedrijven nog taboe en staan jullie soms machteloos toe te kijken wanneer er een echtscheiding plaats vindt en de omgangsregeling beperkt wordt tot de weekenden. Alsof de vader minder belangrijk is dan de moeder. Zonde, want de invloed van vaders is zo groot en belangrijk.

Deze brief is dan ook speciaal voor jullie: jullie zijn nodig. Jullie kleine prinsen en prinsessen kunnen niet zonder jullie. Ook niet als ze al ouder zijn. Ook niet als ze jullie te streng vinden. Jullie zoons en dochters leren van jullie, hoe een man met een vrouw hoort om te gaan: ze zullen precies dat ook verwachten in hun relatie. Jullie tellen mee en maken een verschil. Jullie worden geliefd en aanbeden.

En ook al wordt van jullie misschien niet verwacht dat jullie dingen over gevoelens en emoties delen: misschien is het juist een goed idee om deze blog toch met andere vaders te delen. Helpen jullie weer een vooroordeel de wereld uit.

Corrigerend getikt

De Paus heeft het weer eens bont gemaakt. Zo heeft hij gezegd dat vaders hun kind corrigerende tikken mogen geven, maar niet in het gezicht, want dát zou vernederend zijn.

Mijn overtuiging is dat fysiek ingrijpen begint, precies daar waar de verbale ouderschapskwaliteiten ophouden. Een zwaktebod in mijn ogen: je leert je kind, dat het oké is om een tik uit te delen als je het met je stem niet meer opgelost krijgt.

Ik ben geen perfecte ouder, en evenmin is mijn kind perfect, maar ik heb het in die jaren nooit nodig gehad om mijn handen te gebruiken.
En ik ben ook niet van plan om ze nodig te gaan hebben. Bovendien is het zo dat kinderen er nou niet bepaald beter van groot worden, met de corrigerende tik.

Geengodzijdank ben ik overtuigd atheïst, en hoef ik dus sowieso niets te doen met zijn “adviezen”. Behalve mensen ontraden om het op te volgen dan. Waarvan akte!

Hoe het echt is om een moeder te zijn!

moedeMoeder zijn is in het begin vooral pijnlijk, maar dat fysieke deel houdt gelukkig meestal op, (een tijdje) na de bevalling. Daarna is het vooral mooi, prachtig, zwaar en grappig, onzeker makend, verwarrend, angstaanjagend en tegelijkertijd het mooiste ooit, uitdagend maar ook vervullend. Moeders zijn nooit zonder zorgen. Of het nu kleine zorgen zijn, of grote. Moeders dragen hun kind, letterlijk en figuurlijk. Moeders stoppen pas met zich zorgen maken om hun kind(eren), op het moment dat ze hun laatste adem uitblazen, en gaan waarschijnlijk zelfs daarna nog door, vanuit het hiernamaals.

Vragen
Moeders stellen vooral veel vragen: Hoe was je dag? wil je een kusje er op? Waar heb je dat kraaltje precies ingeduwd? Waarom heb je op de muur getekend? Wil je dat ik je help met je huiswerk? Waarom zou mama nou haar telefoon in de koelkast hebben gelegd? Zal ik de juf dan vragen of dat kan? Waarom heb je de rol toiletpapier helemaal uitgerold en om je bed heen gespannen? Sta je op? Sta je nu dan op? Kom je nu echt uit bed? Je weet dat ik van je hou, toch?
Maar meer nog, beantwoorden moeders dagelijks honderden vragen. Over de gekste dingen. Van waarom de aarde draait, of rond is, tot waarom een pleister nodig is, of niet, waarom iets niet mag (een keer of dertig per dag) waarom de verf nog niet droog is, waarom die jongen haar plaagt, waarom de juf hem niet begrijpt, waar kinderen vandaan komen, waarom in je neus peuteren in het openbaar niet netjes is, waarom je goed moet eten, en zo verder (en verder, en verder, en verder…)

Moeders. Het zijn net echte mensen.
Moeders slapen vaak licht. Worden wakker zodra het alarmerende MAMAAAA uit de naastgelegen kamer klinkt. Moeders offeren zich op, gaan mee in het ritme, zouden hun leven in een seconde geven voor hun kind. Moeders lachen, huilen, kunnen leugens ruiken en boze dromen verjagen. Moeders pakken aan, nemen uit handen, vangen op, rapen op, verlenen eerste hulp, leren schrijven, leren lezen, leren rekenen, en proberen te leren los te laten. Moeders proberen de andere kant op te kijken en hun kind zelf fouten te laten maken. Moeders vergoelijken, vergeten, vergeven en verwijten bij momenten ook. Het zijn net echte mensen.

Strenge moeder
En het strengst zijn moeders niet voor hun kinderen, maar voor zichzelf. Doe ik het goed? Help ik mijn kind goed genoeg? Help ik mijn kind niet te veel? Geef ik hem of haar genoeg aandacht, of te veel? Stimuleer ik hem of haar genoeg, of moet ik hem of haar wat meer loslaten? Praat ik genoeg met de juf en de moeders op het schoolplein? Moet ik nu wel of niet ondersteunen bij de voorbereiding voor de Cito toets? Moet ik nu wel of niet iets zeggen tegen dat kind dat mijn kind pest? Moet ik wel of niet zorgen voor extra begeleiding? Geef ik nu te veel of te weinig cadeau’s, zakgeld, kleding, eten? Moet ik mijn kind nu al inschrijven voor die school, of ben ik dan beschamend vroeg? Maar als ik wacht, ben ik dan niet asociaal laat? Hoe pakken andere moeders dit aan? Vragen andere moeders wel eens om hulp? Ben ik een slechte moeder, nu ik na zeven nachten met amper slaap mijn kind een nachtje naar oma breng? Gaat mijn kind te veel naar de opvang? Of houd ik het te veel thuis? Knuffel ik mijn kind te weinig, of knuffel ik het te veel? Geef ik mijn kind genoeg complimenten of te weinig?

Snikken boven de babykleertjes
Het is het zwaarste wat er is, en het mooist. Het verschuiven van je eigen belang voor het belang van je kind gaat vanzelf, vanaf de eerste dag. Vanaf het moment dat je een kind hebt ga je shoppen voor jezelf en kom je terug met een zak vol kleren voor je kind, ga je een dagje weg voor jezelf en denk je de hele dag aan je kind, ga je werken met plezier, maar ga je met nog meer plezier daarna je kind weer ophalen. Ruik je aan babyhaartjes, gewoon, omdat ze zo lekker ruiken. Mis je de babytijd als die voorbij is, hoe zwaar die ook was. Sta je te slikken en te snikken bij het weg doen van babykleertjes, huil je bijna mee als de lievelingsknuffel kwijt is geraakt, loop je met een brok in je keel weg als je je kind voor de eerste keer naar de opvang, peuterspeelzaal of school brengt. Waar je vroeger nog met droge ogen kon kijken naar geboortes op televisie, schiet je nu vol. Het moederschap verandert je leven compleet, en het houdt je constant een spiegel voor. Ook als wat je in die spiegel ziet, confronterend of niet fijn is. Het maakt je zwakke plekken zwakker en je sterke punten krachtiger. Wie aan je kind komt, maakt de leeuwin in je los, waarvan je vroeger het bestaan misschien niet eens kende.

Achtbaan
Het is nooit voorspelbaar, geen dag hetzelfde, en hoe zeer je ook probeert alles te plannen, het loopt altijd net iets anders dan je had gedacht. Je hebt de rest van je leven vierentwintiguursdienst, zelfs als ze de deur uit zijn. Alsof het moederschap een achtbaan is: beangstigend, en net als je denkt “Waar ben ik aan begonnen?” wordt het weer zo leuk dat je zelf weer zo blij wordt als een kind. Je wordt aanbeden, op handen gedragen, weggeduwd en terug geroepen. En hoe vermoeiend en verwarrend het ook allemaal lijkt te zijn; het gaat precies zoals het moet.

PS: De naam moeder kan overal vervangen worden door vader, behalve dan wat betreft de bevalling.