Tagarchief: traject

Alleen, met de billen bloot

Door Chrisje VIP blogger Selina.

“Komt u maar mee, mevrouw”. Een verpleegster met een groen operatiepak wijst naar de deur. Ik sta op van het bedje. Ze trekt de gordijnen achter me dicht. Ik doe hetzelfde met het operatiehemd dat ik aan heb. Dat dicht is van voren en open van achter. Dat mijn kadetjes ongewild in de schijnwerpers plaatst. Een reetspleet, noemde mijn wederhelft de achterkant van mijn openhangede tenue zojuist.

Hij probeerde me ermee aan het lachen te maken. Wetende dat dat de zenuwen voor de ingreep die me stond te wachten ietwat zou wegnemen. Ik kijk naar hem terwijl ik de gang op loop. Hij knikt me bemoedigend toe. “Succes en tot zo, lief”. Ik doe mijn best een glimlach te produceren. Het lukt me maar half. Dan trekt de verpleegster de deur achter me dicht. Daar ga ik. Alleen. Met de billen bloot. Letterlijk.

Ik begin mijn weg naar de operatiekamer. Mijn blik richtend op de rug van de verpleegster. Op de automatische piloot volg ik haar voetstappen. Het gepiep van haar plastieken slippers op de linoleum vloer zouden me normaliter irriteren. Maar mijn gedachten zijn er niet bij. Ik ben te afwezig om er wat van te vinden. De gang lijkt eindeloos te duren. Een koude rilling loopt over mijn rug. Een huivering die van mijn onderrug, via mijn schouders, mijn kruin in schiet. Ik vraag me af of het door de zenuwen komt. Door de kilte van de vloer die via mijn blote voeten mijn lichaam binnendringt. Door mijn koude kont. Of door het gevoel er helemaal alleen voor te staan.

Dat gevoel is ondertussen een bekende geworden, gedurende de afgelopen twee jaar. Onverwachts. Want vanaf het begin van ons fertiliteitstraject hebben mijn echtgenoot en ik steun gevoeld. Medeleven. Liefde. Uit de directe en minder directe omgeving. Uit zowel verwachte als onverwachte hoeken. Al twee jaar horen we lieve woorden van onze families. Verrassen ze ons met uitstapjes, cadeaus of andere ruggensteuntjes. Al twee jaar laten vrienden en vriendinnen op stel en sprong alles uit de handen vallen om langs te komen. Soms met taart. Soms met bloemen. Soms gewoon om er te zijn. Al twee jaar geven collega’s ons knuffels, gelukswensen of bemoedigende petsen op onze derrières. Al twee jaar raken we soms overweldigd door het aantal berichtjes, telefoontjes en kaartjes. En toch is de moeizame weg naar het moederschap het eenzaamste wat ik tot nu toe in mijn leven heb moeten ondernemen.

Want aan het einde van de rit staan mijn gemaal en ik er alleen voor. Als de kaartjes gelezen zijn en de cadeautjes zijn uitgepakt. Als de vrienden en vriendinnen weer naar huis toe zijn. Als de knuffels gegeven zijn en de berichtjes gelezen. Dan blijven mijn eega en ik over. Alleen. Omringd door een resem aan doctoren, verpleegsters, apothekers en zielenknijpers. Maar alleen. Want ook onze families kunnen er niet voor zorgen dat wij eindelijk potten met augurken in kunnen slaan. En ook vrienden en vriendinnen zijn er nog niet in geslaagd om een broodje in de oven te krijgen (hoewel de taart die ze soms meebrengen wel voor dikke buiken zorgt). Ook van knuffels raak je normaal gezien niet zwanger. Laat staan van kaartjes. En zelfs de mannen en vrouwen in de groene operatiepakken zijn er tot dusver niet in geslaagd om mijn tikkende biologische klok te doen veranderen in poepluiers en fopspenen. En dus zijn wij het die steeds met de billen bloot moeten.

Alleen.

En zelfs de liefde van mijn leven moet mij zo nu en dan aan mijn lot overlaten. Soms kan ook hij niks anders doen dan kijken hoe mijn naakte spleet het omkleedkamertje verlaat. Want hoewel hij al twee jaar lang een rots in de branding is. Een steun en toeverlaat. Een houvast in emotionele tijden. Uiteindelijk is het mijn buikwand die doorboort wordt met injectienaalden. Aan het einde van de rit is het mijn hormoonhuishouding die overhoop gegooid wordt. Wanneer alles voorbij is, is het mijn lijf dat het lijdend voorwerp is. En ook mijn wederhelft wou soms dat het anders was. Ook hij had liever gezien dat de lasten op een wat eerlijkere manier gedeeld konden worden. Maar ook hij beseft dat het niet veel zin heeft om zijn eigen zitvlak te ontbloten. Dat een scopie van zijn binnenste niet zinvol gaat zijn om in verwachting te raken. En dat hetgeen dat hij kan baren aanzienlijk bruiner en stinkender is dan hetgeen dat – hopelijk – ooit uit mij gaat komen. En dus doet hij het enige dat hij kan. Grapjes maken om mijn zenuwen tegen te gaan. Op mij wachten. Me knuffelen als het erop zit. En alle emotionele steun bieden die hij kan.

Maar fysiek sta ik er alleen voor. Besef ik, terwijl de verpleegster voor mij de operatiekamer binnen wandelt. “Gaat u maar liggen, mevrouw”. Alleen. Omringd door een resem aan doctoren en verpleegsters in een operatiekamer. Maar alleen. Want uiteindelijk is het mijn lichaam waar over een paar minuten een camera in gestoken wordt. Aan het einde van de rit zijn het mijn benen die zo dadelijk in de steunen moeten. Wanneer alles voorbij is, is het mijn lijf dat verkrampt om de golven van ongemak op te vangen. En per slot van rekening ben ik degene die in een operatiekamer staat. Alleen. Op blote voeten. In een openhangend operatiehemd. Met reetspleet.

Deze column verscheen ook op Selina’s eigen blog: https://slienaa.blogspot.com/2019/01/alleen-met-de-billen-bloot.html

Advertenties

De To-Do Lijst: de eerste blog van VIP blogger Selina!

27912564_1671562342881232_8079869513555132976_oChrisje’s nieuwste VIP blogger Selina deelt in haar blogs de perikelen rondom haar werk, leven en IVF traject. 

To Do:

  • Middelbaar schoolpapiertje behalen. 
  • Universiteit succesvol doorlopen. 
  • Een deftige carrière starten. En behouden, indien mogelijk.
  • De liefde vinden. Vrijen, Verlieven, Verloven. 
  • Trouwen. Met 28 jaar, zoiets. 
  • Als dertiger, kindjes krijgen. Drie. Twee jongens en een meisje. Als het effe kan.
  • Dan: huisje, boompje, beestje. En meer van al dat. 

Zelfs als elfjarige had ik een vrij goed idee van hoe mij leven eruit zou moeten zien. Dol op lijstjes maken, stippelde ik toekomstplannen netjes uit, maakte ik bucket lists en vereeuwigde ik te behalen ambities op papier. En ik denk aan die brave beugelbek, terwijl ik een Little Boy aan hormonen mijn buik voel in stromen. Net als het stukje huid waar ik zojuist de injectienaald in prikte, raak ik een beetje geïrriteerd. En vervloek ik mijn puberende puistenkop een beetje, in al haar onnozelheid. Bedenk me zelfs waar ik haar die spuit zou zetten als ik een tijdmachine had en terug kon in de tijd (ergens waar de zon niet schijnt, luidt de conclusie). Mijn negatieve gedachten zwier ik met het vuile, desinfecterende alcoholdoekje bij het vuilnis. “Ik ben weer te hard voor mezelf.” Want mijn elfjarige ik kon in al haar groene onschuld natuurlijk ook niet weten dat kindjes maken niet altijd vanzelfsprekend is. Dat haar lijst aan levensdoelen na twintig jaar allemaal afgecheckt zouden zijn, op het voorlaatste puntje na. Dat een gezond binnenwerk, perfect gekookte eitjes en een tikkende biologische klok alléén niet voldoende zou zijn om een broodje in de oven te krijgen. Dat wederhelften op alle gebieden kunnen uitblinken, behalve in het trainen van zwemmers. Dat soms dokters, zielenknijpers en donoren moeten inspringen om potten met augurken in te kunnen slaan. En dat kindjes maken gewoon kut kan zijn.

Letterlijk. Want niemand vertelt een elfjarige dat ze twintig jaar later wekelijks gemiddeld meer gynaecologen tussen haar benen heeft zitten dan minnaars. Dat er dagen zijn dat er meer foto’s getrokken worden van haar eierstokken dan dat ze op selfies staat. Of dat het zal aanvoelen alsof de status van haar lady parts gewijzigd wordt van privédomein naar publieke ruimte. Niemand springt in de tijdmachine om een brave beugelbek te waarschuwen voor de fysieke pijnen en kwalen die sommige onderzoeken en behandelingen met zich meebrengen (en wiens namen veelal klinken als een stevige nies). Voor goedbedoelde, online forums, die haar zeker niet doen voelen als een Noorse vruchtbaarheidsgodin of haar nog langer in de fabel van ooievaars doen geloven. Of voor zorgkosten die zo hoog zijn, dat een benoeming van groot aandeelhouder van een Belgisch ziekenhuis binnen handbereik ligt. En niemand haalt het in zijn hoofd om een puberende puistenkop ervan te overtuigen dat bij het maken van kindjes soms meer tranen komen kijken dan welke lichaamssappen dan ook. Dat haar hartje zou breken bij het zien van de machteloosheid van haar wederhelft, die niks méér zou kunnen doen voor haar dan grappen over hoe hij de lasten graag had willen delen en gerust bruine, stinkende toiletbaby’s had willen baren. Of dat hormonen Satan’s sidekick zijn natuurlijk, en alleen maar bestaan om het leven van een mens zuur te maken.

Niet dat dat zin zou hebben. Want mijn elfjarige ik had waarschijnlijk nooit geloofd dat ze als éénendertiger de werking van haar voortplantingssysteem haarfijn onder de knie zou hebben. Dat ze bij het maken van kindjes meer tranen zou huilen dan Alice in Wonderland nadat ze een koekje at dat haar deed groeien. En zonder met haar ogen te knipperen haar buikvel zou doorboren met naalden. Ze zou niet aannemen dat ze als éénendertiger – met de liefde van haar leven aan haar zijde, een mooi koophuis, een scala aan diploma’s en een goedlopende carrière – de moeilijkste tijd van haar leven zou beleven. Dat ze ingewikkelde, Latijnse namen van medicijnen gememoriseerd zou hebben. Dat ze in anderhalf jaar tijd meer bloed zou moeten laten prikken dan dat er uit de lift stroomt in The Shining. Of überhaupt dat het maken van kindjes zich in steriel, kil geschilderde ziekenhuiskamertjes afspeelt en niet in halfdonkere slaapkamers met theelichtjes en zwoele muziek.

En terwijl ik de dop op de naald van de spuit zet en een druppeltje bloed van mijn buik veeg, hoop ik eventjes dat mijn éénenvijftigjarige ik aan mij zal verschijnen. Dat ze in haar tijdmachine is gesprongen en naar me toe is gereisd, hier en nu. Net zoals ik dat zojuist nog bij mijn puberende tienerzelf had willen doen. Ik hoop dat ze me geruststellend toe spreekt, me vertelt dat ik me er doorheen zal slaan. Dat ze weet dat mijn buik, mijn eierstokken en alles daarrond pijn doet, maar dat het het waard zal zijn. Ik hoop dat ze me foto’s laat zien, van haar gezinnetje, van haar kroost. Van twee jongens en een meisje. Als het even kan. “Ach”, verzucht ik. “Niet dat dat zin zou hebben”. Want mijn éénendertigjarige ik had haar waarschijnlijk nooit geloofd. Had haar boos aangekeken. Haar wenkbrauwen opgetrokken. Misschien zelfs de spuit die ze nog in mijn handen had ergens gezet waar de zon niet schijnt. En naar haar gesnauwd. “Of ze niet wist dat kindjes maken gewoon kut kan zijn?!”Letterlijk.

Meer lezen van Selina? Dat kan op haar website! https://slienaa.blogspot.com/