Tagarchief: thuis

De To-Do Lijst: de eerste blog van VIP blogger Selina!

27912564_1671562342881232_8079869513555132976_oChrisje’s nieuwste VIP blogger Selina deelt in haar blogs de perikelen rondom haar werk, leven en IVF traject. 

To Do:

  • Middelbaar schoolpapiertje behalen. 
  • Universiteit succesvol doorlopen. 
  • Een deftige carrière starten. En behouden, indien mogelijk.
  • De liefde vinden. Vrijen, Verlieven, Verloven. 
  • Trouwen. Met 28 jaar, zoiets. 
  • Als dertiger, kindjes krijgen. Drie. Twee jongens en een meisje. Als het effe kan.
  • Dan: huisje, boompje, beestje. En meer van al dat. 

Zelfs als elfjarige had ik een vrij goed idee van hoe mij leven eruit zou moeten zien. Dol op lijstjes maken, stippelde ik toekomstplannen netjes uit, maakte ik bucket lists en vereeuwigde ik te behalen ambities op papier. En ik denk aan die brave beugelbek, terwijl ik een Little Boy aan hormonen mijn buik voel in stromen. Net als het stukje huid waar ik zojuist de injectienaald in prikte, raak ik een beetje geïrriteerd. En vervloek ik mijn puberende puistenkop een beetje, in al haar onnozelheid. Bedenk me zelfs waar ik haar die spuit zou zetten als ik een tijdmachine had en terug kon in de tijd (ergens waar de zon niet schijnt, luidt de conclusie). Mijn negatieve gedachten zwier ik met het vuile, desinfecterende alcoholdoekje bij het vuilnis. “Ik ben weer te hard voor mezelf.” Want mijn elfjarige ik kon in al haar groene onschuld natuurlijk ook niet weten dat kindjes maken niet altijd vanzelfsprekend is. Dat haar lijst aan levensdoelen na twintig jaar allemaal afgecheckt zouden zijn, op het voorlaatste puntje na. Dat een gezond binnenwerk, perfect gekookte eitjes en een tikkende biologische klok alléén niet voldoende zou zijn om een broodje in de oven te krijgen. Dat wederhelften op alle gebieden kunnen uitblinken, behalve in het trainen van zwemmers. Dat soms dokters, zielenknijpers en donoren moeten inspringen om potten met augurken in te kunnen slaan. En dat kindjes maken gewoon kut kan zijn.

Letterlijk. Want niemand vertelt een elfjarige dat ze twintig jaar later wekelijks gemiddeld meer gynaecologen tussen haar benen heeft zitten dan minnaars. Dat er dagen zijn dat er meer foto’s getrokken worden van haar eierstokken dan dat ze op selfies staat. Of dat het zal aanvoelen alsof de status van haar lady parts gewijzigd wordt van privédomein naar publieke ruimte. Niemand springt in de tijdmachine om een brave beugelbek te waarschuwen voor de fysieke pijnen en kwalen die sommige onderzoeken en behandelingen met zich meebrengen (en wiens namen veelal klinken als een stevige nies). Voor goedbedoelde, online forums, die haar zeker niet doen voelen als een Noorse vruchtbaarheidsgodin of haar nog langer in de fabel van ooievaars doen geloven. Of voor zorgkosten die zo hoog zijn, dat een benoeming van groot aandeelhouder van een Belgisch ziekenhuis binnen handbereik ligt. En niemand haalt het in zijn hoofd om een puberende puistenkop ervan te overtuigen dat bij het maken van kindjes soms meer tranen komen kijken dan welke lichaamssappen dan ook. Dat haar hartje zou breken bij het zien van de machteloosheid van haar wederhelft, die niks méér zou kunnen doen voor haar dan grappen over hoe hij de lasten graag had willen delen en gerust bruine, stinkende toiletbaby’s had willen baren. Of dat hormonen Satan’s sidekick zijn natuurlijk, en alleen maar bestaan om het leven van een mens zuur te maken.

Niet dat dat zin zou hebben. Want mijn elfjarige ik had waarschijnlijk nooit geloofd dat ze als éénendertiger de werking van haar voortplantingssysteem haarfijn onder de knie zou hebben. Dat ze bij het maken van kindjes meer tranen zou huilen dan Alice in Wonderland nadat ze een koekje at dat haar deed groeien. En zonder met haar ogen te knipperen haar buikvel zou doorboren met naalden. Ze zou niet aannemen dat ze als éénendertiger – met de liefde van haar leven aan haar zijde, een mooi koophuis, een scala aan diploma’s en een goedlopende carrière – de moeilijkste tijd van haar leven zou beleven. Dat ze ingewikkelde, Latijnse namen van medicijnen gememoriseerd zou hebben. Dat ze in anderhalf jaar tijd meer bloed zou moeten laten prikken dan dat er uit de lift stroomt in The Shining. Of überhaupt dat het maken van kindjes zich in steriel, kil geschilderde ziekenhuiskamertjes afspeelt en niet in halfdonkere slaapkamers met theelichtjes en zwoele muziek.

En terwijl ik de dop op de naald van de spuit zet en een druppeltje bloed van mijn buik veeg, hoop ik eventjes dat mijn éénenvijftigjarige ik aan mij zal verschijnen. Dat ze in haar tijdmachine is gesprongen en naar me toe is gereisd, hier en nu. Net zoals ik dat zojuist nog bij mijn puberende tienerzelf had willen doen. Ik hoop dat ze me geruststellend toe spreekt, me vertelt dat ik me er doorheen zal slaan. Dat ze weet dat mijn buik, mijn eierstokken en alles daarrond pijn doet, maar dat het het waard zal zijn. Ik hoop dat ze me foto’s laat zien, van haar gezinnetje, van haar kroost. Van twee jongens en een meisje. Als het even kan. “Ach”, verzucht ik. “Niet dat dat zin zou hebben”. Want mijn éénendertigjarige ik had haar waarschijnlijk nooit geloofd. Had haar boos aangekeken. Haar wenkbrauwen opgetrokken. Misschien zelfs de spuit die ze nog in mijn handen had ergens gezet waar de zon niet schijnt. En naar haar gesnauwd. “Of ze niet wist dat kindjes maken gewoon kut kan zijn?!”Letterlijk.

Meer lezen van Selina? Dat kan op haar website! https://slienaa.blogspot.com/

 

 

 

 

Advertenties

Mensen die tegen hun huisdieren praten…

Mensen die tegen hun huisdieren praten. Ja, ik geef toe: ik ben er ook zo een.

Als ik thuis kom begroet ik mijn hond en kat. Ik vertel mijn hond dat hij een lief hondje is, als hij komt nadat ik hem roep. Niet alleen omdat hij mijn commando’s lang niet altijd zo braaf opvolgt, maar ook omdat ik heb gelezen dat honden letterlijk een stress verlagend geluksstofje in hun hersens aanmaken als je met een vriendelijke stem tegen ze spreekt.

Het hebben van een kat of hond verlaagt bovendien je bloeddruk, verbetert je welbevinden en reduceert stress bij mensen. Even een vriendelijk woord tegen je dier zeggen is dus wel het minste wat je terug kunt doen, als baas zijnde. Voor wat hoort wat.

Daarbij heeft mijn hond de neiging om heel wijs te gaan kijken als ik op vrolijke toon tegen hem praat. Zijn hoofd draait dan zo, dat het soms bijna lijkt alsof het er af gaat vallen. Dat vind ik elke keer weer grappig.

Mijn kat negeert overigens structureel alles wat ik zeg. Ze negeert me sowieso, behalve als ik paté uit de koelkast pak. Toch praat ik ook tegen haar. Want ooit kende ik een kat die op alles wat je zei antwoord gaf, en ik heb de hoop nog niet opgegeven dat zij dit ook gaat doen.

Mensen die tegen hun huisdieren praten zijn overigens vaak hele lieve mensen, heb ik geleerd. Daarbij is het hebben van huisdieren ideaal tegen eenzaamheid: er is altijd iemand thuis die blij is om je te zien (en de kat is er ook.)

Dierenpraters zijn dierenvrienden, en dierenvrienden zijn vaak ook lief tegen medemensen.

Dat is mijn conclusie, en daar zult u het mee moeten doen.

Sorry voor je rotdag

fileStel, je hebt een rotdag. Je kent ze wel: iedereen heeft er wel eens eentje.
Zo’n dag waarop alles tegen zit. Niks loopt zoals je wilde, alles valt uit je handen. De hele dag door lijkt dan ook werkelijk alles mis te gaan: 

Je reed ´s ochtends al vol ergernis naar het werk, stapvoets, omdat er een behoorlijke file stond. Heb ik weer, dacht je. Je was bovendien al aan de late kant, doordat voor school een moeder haar auto heel asociaal scheef geparkeerd had, waardoor jij niet soepel door de kiss and ride zone kon rijden. Je was al wat kribbig opgestaan en de kinderen waren lastig, dus van ergernis foeterde je op hen. Op je werk goot je jouw kop koffie half over je nieuwe blouse, omdat jouw collega heel onhandig langs jou rende, zonder even uit zijn doppen te kijken.

Daarna startte je laptop niet op, waarop je ook nog eens een zeer onvriendelijke helpdeskmedewerker te woord moest staan om op gang geholpen te worden. Aan het eind van de dag, nadat je gehaast door de supermarkt rende voor een paar boodschappen, stond je je weer te ergeren in de rij, omdat het maar niet opschoot. Waarom zijn mensen toch altijd extra langzaam als ik net mijn dag niet hebt? dacht je, terwijl je ongeduldig van de ene voet op de andere voet wipte.

“Bah, alles zat vandaag tegen,” zei je ’s avonds tegen je partner, terwijl je het eten opschepte en iedereen aanschoof aan tafel.

Een echte typische rotdag, ja.

Alleen was je niet de enige.

De file waar jij in stond was veroorzaakt door een ongeval waarbij een moeder en een kind ernstig gewond raakten. De rest van jouw rotdag lagen zij in het ziekenhuis te vechten voor hun leven.

De “asociale” moeder die de kiss and ride zone blokkeerde was finaal de weg kwijt, omdat haar man haar de avond ervoor plots had verteld dat hij van haar ging scheiden.

Je kinderen waren lastig, omdat jij al kribbig op was gestaan ’s ochtends en zij jou probeerden op te vrolijken door een beetje onhandig de clown uit te gaan hangen.

koffievlekDe collega die jou de kop koffie over je blouse deed gooien, was overspannen en had een zieke vrouw thuis zitten, waar hij zo snel mogelijk weer naar terug moest, omdat hij mantelzorger voor haar is.

De onvriendelijke helpdesk collega had net vóór jouw telefoontje te horen gekregen dat zijn contract niet verlengd zou worden.

En aan het eind van de dag, toen jij je stond te ergeren aan die extra langzame mensen in de rij van de supermarkt, werd deze rij veroorzaakt door een vrouw met de ziekte van Parkinson, die aan de kassa met veel moeite het kleingeld uit haar portemonnee te voorschijn probeerde te halen.

Jij had een rotdag. Klopt. Zij ook.

Zo herken je een manipulator

Manipumanipulatorleren. Het gebeurt zo slinks, dat je het vaak niet eens in de gaten hebt. Daarbij heb je het vaak pas door als het te laat is: Mensen die graag en veel manipuleren  pikken jou er uit in een ruimte vol mensen. Daar hoef je overigens geen woord voor te zeggen: Je hulpvaardige, zorgzame en vriendelijke uitstraling hebben daar waarschijnlijk al voor gezorgd voordat jij hallo zegt.

Iedereen manipuleert wel eens. Iedereen liegt ook wel eens. Maar waar een weldenkend mens last krijgt van zijn of haar geweten als dit te ver gaat, gaat een echte manipulator onverstoorbaar door. Als je niet op let, vreet het jouw energie weg, net zolang totdat deze op is of je het door krijgt.

Manipulators kom je overal tegen: dat kan op je school, werk of in je privé situatie zijn. Ze kunnen bovendien gemakkelijk diverse gedaantes aannemen: lief en charmant, maar ook verwijtend of zelfs boos: dit hangt af van wat men precies van jou gedaan wil krijgen én hoe ze dat het best denken te bereiken. Waar manipulators in uitblinken, is het uitbuiten van situaties en mensen. Meestal smeren ze je veelvuldig stroop om de mond en word je op handen gedragen: ze willen immers iets van je.

Jij hebt iets wat zij willen, dus zetten ze een uitgebreid charme offensief in.

Dit doen ze net zo lang als nodig is. Net zo lang totdat het werkt. Doorzie je dit niet tijdig, dan heb je een groot probleem. Plotseling kun je jezelf in een situatie bevinden waar je uit jezelf nooit in zou zijn gestapt. Vaak heb je het echter pas door als het al te laat is. Het herkennen van manipulatie is daarom ontzettend belangrijk, vooral voor hulpvaardige, empathische mensen met een groot hart.

We kennen ze allemaal wel: energiezuigers. Mensen die continu van hun probleem jouw probleem proberen te maken. Dit kunnen ze overigens ook onbewust doen: vaak is het een gedragspatroon dat ingesleten is omdat het ooit bleek te werken. 

Manipulatoren maken van hun probleem jouw probleem met verschillende redenen:

  • De manipulator wil jouw aandacht, dus bedenkt hij een probleem, zodat jij dat op kan lossen. Als je dit vaak meemaakt, spreekt de manipulator jou aan op jouw hulpvaardigheid en empathie. Overkomt dit jou, dan is het goed om in gedachten te houden dat volwassen mensen stuk voor stuk verantwoordelijk zijn voor hun eigen problemen. Natuurlijk kun je mensen wel eens met iets helpen. Maar als iemand problemen op jou af blijft vuren met de verwachting dat jij het voor hem oplost, heb je vaak te maken met een manipulator. In dat geval kun je best even adviseren, maar je hoeft helemaal niets op te lossen: het is immers niet jouw probleem. Je kunt betrokkenheid tonen, en toch de verantwoordelijkheid daar laten liggen waar die thuis hoort.
  • Hij wil dat je iets voor hem doet, dus vertelt hij jou hoe ontzettend goed jij bent in juist dat ene ding, en hoe slecht hij er in is…. dus… zou jij dit misschien willen doen? Als dit eenmalig gebeurt, is er vaak niets aan de hand. Maar als je dit met één persoon wel erg vaak meemaakt, heb je meestal te maken met een manipulator die jouw ego streelt om te krijgen wat hij wil:
    • dat jij zijn werk voor hem doet,
    • dat jij zijn probleem oplost (zie punt 1) of
    • dat hij zijn zin krijgt.

Hij maakt daarbij dankbaar gebruik van jouw inlevingsvermogen en streelt tegelijkertijd je ego zodanig, dat het moeilijk wordt om nog nee te zeggen. Toch is nee zeggen altijd een optie. Dit kan ook in de vorm van een spiegeltechniek: “Goh, dat klopt, ik ben daar inderdaad goed in. Maar ik weet zeker dat het jou ook gaat lukken. Ik heb het mezelf immers ook geleerd door te oefenen.” En hop, zo leg je de bal weer terug. Jij bent immers (zie punt 1) alleen verantwoordelijk voor jouw eigen leven en jouw eigen verantwoordelijkheden.

Als je merkt dat je vaak het werk van anderen op aan het knappen bent of dat problemen jouw kant uit geschoven worden, heb je waarschijnlijk te maken met mensen die donders goed weten hoe lief en zorgzaam jij bent, en daar dankbaar gebruik (of misbruik) van maken.

Een simpele truc om te testen of je met een manipulator te maken hebt?
Los eens een paar weken geen enkel probleem meer voor hem op. Hoor je na een paar weken steeds minder? Dan heeft de manipulator waarschijnlijk gemerkt dat hij bij jou geen antwoord meer krijgt en al een nieuw slachtoffer gevonden, die er wel nog intrapt.

 

Second Love: Waarom ook veel mannen NIET voor een affaire kiezen

pexels-photo-12628-largeVrouwen zijn vaak in hun hoofd bezig met allerlei projecten. In het weekend, als er niet gewerkt hoeft te worden, komen er heel vaak allerlei leuke Projecten op in het hoofd van de vrouw.
Zoals bijvoorbeeld project Nieuwe Meubels, project Ruimere kast, of project Tuin Winterklaar maken. Project Kledingkast uitmesten en Oude Kleding Vervangen Door Nieuwe komt ook regelmatig voor.

Mannen zetten vaak in het weekend hun hoofd het liefst in rust stand. Na een week werken zijn ze blij als ze gewoon, Al Bundy style, een beetje kunnen chillen op de bank. Balletje trappen, beetje lezen of spelletjes spelen op de smartphone, dat soort dingen. Na een week waarin hun baas al met drie projecten aan hun bureau / werkplek stond, is het laatste waar mannen zin in hebben in het weekend: nog meer projecten.

Toch hebben vrouwen daar vaak wel zin in. Want laten we eerlijk zijn, zonder projecten is het leven niet leuk. Wij vrouwen willen ons graag nuttig voelen, willen resultaten zien. En daar hebben we soms ook onze mannen bij nodig. En dat hij na een week werken geen zin heeft in een twee uur durend slagveld in de plaatselijke Hornbach of Meubelzaak, nou, daar hebben we niet zo’n boodschap aan. Wij hebben ook gewerkt deze week, achter de kinderen aan gerend, het huis gepoetst en een ratrace gedaan van het zwembad naar de voetbalclub, dus: niet zeuren.

Dus mokt hij achter zijn Vrolijke Vrouw en kinderen aan door de Hornbach, waar hij zich in tegenstelling tot de reclame verre van Kamijajaajippiejippiejeej voelt, terwijl zijn vrouw de oren van zijn hoofd vraagt over soorten laminaat / behang / verf soort die al dan niet schadelijk is voor de luchtwegen. Hij loopt achteraan door de Ikea, waar hij gebroederlijk naar andere vaders met zijn ogen rolt, en kijkt om zich heen of er nog lekkere mokkels door de Ikea lopen. Als verzachting voor de pijn zeg maar, van die onverbiddelijke vrouw met een snor, die net haar winkelkar op zijn voet parkeerde.

En als ze dan terug rijden naar huis, hun auto volgeladen met praktische rotdingen waar hij straks weer iets mee moet, mogen ze ook nog eens niet stoppen bij de Kentucky, want e-nummers en suikers. Of zoiets. Langzaam begint hij uit te kijken naar maandag: misschien kan hij stiekem wel ergens een dutje doen, op het werk. Mijmerend denkt hij terug aan de tijd dat ze nog kinderloos waren; de tijd dat ze nog drie keer per week seks hadden in plaats van drie keer per jaar, de tijd dat hij nog meer haar / minder grijs haar had en meer testosteron, meer vrije tijd, minder projecten. Om de dag compleet te maken, werd hij vandaag getagd op Facebook als  geschikte deelnemer van Nationale Kale Koppendag, en al zijn Facebook vrienden lachten er om. Hij ook hoor. Maar dan wel als een kalende boer met kiespijn.

Veel tijd om daar over verdrietig te zijn krijgt hij echter niet. Want thuis gekomen moet hij aan de bak. Projecten uitvoeren, ondertussen poepluiers ontwijkend (“Ik kan dit nu niet uit mijn handen laten vallen schat!”), Ikea kasten met veel te veel schroefjes in elkaar schroeven, de hele dag een vloekbui onderdrukkend.

Aan het eind van de dag, als de kinderen in bed liggen, zijn vrouw tevreden zit te kijken naar het eindresultaat van het project van deze week, verwijdert hij de Kale Koppen tag van zijn Facebook tijdlijn en nestelt hij zich voor de televisie. Hij zoekt nog eens mijmerend op Schoolbank naar oud klasgenotes, uit een ver, minder grijs verleden, en kijkt geïnteresseerd op bij de reclame van “Second Love”, waarbij zijn vrouw altijd een zuur mondje trekt. “Ben jij gelukkig getrouwd? Ik ook.” zegt de zwoele vrouwenstem vanaf de televisie.

Vermoeid krabt hij aan zijn hoofd.
Second Love. Een tweede vrouw. Klinkt te mooi om waar te zijn. Nog meer projecten: veel te vermoeiend. Zacht valt hij weg in een fijn, rustig dutje; het eind van de dag kan hij wel afsluiten zoals hij hem had willen beginnen: Al Bundy style op de bank.