Tagarchief: school

Lieve juf en meester

Lieve juf en meester,

We wisten altijd al dat jullie werk belangrijk was. Iedere week vertrouwden we immers onze kinderen aan jullie toe, om te leren, te ontdekken en te groeien.

Als ons kind een huisdier verloor of een tand los had zitten, waren jullie de eersten die het hoorden op maandagochtend. Als wij als ouders bij jullie moesten komen op oudergesprek, waren jullie er niet alleen voor de kinderen, maar stiekem ook een beetje voor ons.

Nu onze kinderen niet naar school kunnen door Corona, zijn we ons nog veel bewuster geworden van hoe ontzettend waardevol en belangrijk jullie werk is. Als wij niet weten hoe we – in ons hoofd reeds bestaande – kennis moeten overbrengen op onze kinderen, mailen we jullie. Er wordt gebeld, waarbij we de gezichten van onze kinderen zien oplichten bij het horen van jullie stem.

We zien nu gemiddeld een fractie van wat jullie op een dag aan moeten kunnen. En dat is al veel.

Ik denk dat geen enkele ouder na deze periode – als onze kinderen eindelijk weer naar school mogen – jullie werk meer zal onderschatten. Onze kinderen missen jullie, hun klasgenoten, het klaslokaal. De liedjes, de verhalen, het plezier, het buiten spelen op het schoolplein.

Dus wanneer jullie onze kinderen missen, weet dan dat dat volledig wederzijds is.

Liefs,

Ouders Van Nederland

Wat niemand zegt voordat je kinderen krijgt!

Ja, je krijgt er heel veel voor terug: het ouderschap. Mooie momenten, een mini versie van jezelf, liefde, kusjes knuffels. Maar…. ook griep, driehonderd verkoudheden, buikloop en grijze haren. Je moet er immers wel wat voor over hebben.

Dit is wat niemand je zegt voordat je kinderen krijgt:

  • Snot. Snot is overal.
  • Je gaat je veel meer dan ooit tevoren met poep en plas bezighouden.
  • Je gaat merken op precies hoe weinig slaap je toch nog je werk kunt doen.
  • Slaap wordt waardevoller dan ooit.
  • Je gaat uren lang Dora, Bumba, of andere visueel traumatische zaken zien langskomen op televisie, keer op keer.
  • Je toiletbezoek wordt het enige moment van de dag waarop je misschien drie minuten privacy hebt. En met misschien bedoel ik waarschijnlijk niet.
  • Je gaat regelmatig wallen creëren waar men in Amsterdam jaloers op is.
  • Je zult zurige babykots op meestal je allerbeste kleding krijgen.
  • Baby’s hebben perfecte timing: meestal krijgen ze een spuitluier tot achter in de nek twee minuten nádat je ze in hun nieuwste dure pakje hebt gehesen nadat je al te laat was voor een afspraak.
  • Je komt naar alle waarschijnlijkheid nooit meer op tijd op een afspraak.
  • Je komt op plekken die audiovisueel belastend of zelfs traumatiserend zijn, zoals binnenspeeltuinen, ook wel bekend als de broedhaard van vele virale infecties.
  • Je gaat je basisschooltijd herleven door het helpen met huiswerk en het wachten op een schoolplein.
  • Speelafspraken met kinderen uit de klas van je kind lijken in het begin heel leuk, totdat je een vriendje op bezoek krijgt dat non-stop schreeuwt en met een stift op de muren begint te tekenen. Daarna word je selectiever in wie je kind mee op de hut af mag slepen na school.
  • De eerste paar jaar verbruik je ongeveer zeshonderdtwaalf pakjes billendoekjes en snoetenpoetsers.
  • De geur van Zwitsal zal je voor altijd je baby laten missen.
  • Wie verzonnen heeft dat je de pijn van een bevalling zo weer vergeet, heeft waarschijnlijk een schroefje los.
  • Je zult ongeveer 836 zetpillen toedienen, die er tien procent van de tijd direct weer uit gelanceerd worden door een hoestbui van je mini-me.

Lees verder onder de afbeelding

  • Je zult naar pretparken gaan en geen een achtbaan beleven omdat je de grootste deel van de tijd met een kinderwagen in het sprookjesbos op zoek bent naar een toilet met verschoontafel.
  • Je zult ijsjes kopen die binnen een minuut op de grond liggen, waardoor je weer nieuwe ijsjes moet kopen. Je moet hiervoor weer opnieuw in de rij, en je krijgt ook nog eens geen korting op het nieuwe ijsje, tenzij je je kind zelf laat vragen, en dan nog vaak niet.
  • Op vakantie gaan wordt een ander verhaal: je kunt pas veilig naar Spanje rijden als je auto beschikt over minstens twee dvd schermen op de kopsteun, gemiddeld twee tablets en een bereidheid om bij iedere afrit tussen hier en Spanje te stoppen omdat er altijd wel iemand moet plassen.
  • Snot en poep zijn leidend.
  • Zindelijk maken betekent minstens een keer ondergeplast worden.
  • Je krijgt waarschijnlijk heel veel tekeningen en knutselwerkjes mee van de opvang, school en dagverblijf. Je moet hier altijd enthousiast op reageren, ook als je geen idee hebt wat het moet voorstellen of waar je naar toe moet met het voorwerp.
  • Je zult alle mogelijke oplossingen tegen krampjes gaan googlen, uitproberen en kopen. Als die krampjes maar stoppen en het krijsen daarmee ook.
  • Je kunt soms je kind nog horen huilen, zelfs als het twee dorpen verderop bij je moeder logeert. Dit is een teken dat je even rustig aan moet doen.
  • Je gaat geheid een keer je sleutels terugvinden in de koelkast.
  • Je auto wordt een verzamelplaats van snoeppapiertjes, snoetenpoetsers, vergeten knuffels en stukjes happy meal verrassingen.

Maar…. boven alles krijg je er heel veel voor terug! ❤️

Leven met ADHD: Er gaat zoveel om in mijn hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen

Leven met ADHD is veel dingen, maar nooit saai. ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Wie ADHD heeft zal dit wellicht ervaren als een zegen en een vloek. Het is niet altijd gemakkelijk, maar tegelijkertijd ook nooit saai om ADHD te hebben.  Dit stuk is goed om te lezen en te delen, omdat er veel negatieve informatie over ADHD bekend is, maar er ook heel veel positieve kanten zitten aan het hebben van ADHD. Stuiter lees je mee? 

Mensen met ADHD zijn snel afgeleid, vandaar het Attention Deficit stukje. De aandacht er bij houden kost ons vaak immens veel moeite, tenzij we ergens ontzettend in geïnteresseerd zijn, en dan nog kost het vaak moeite om niet afgeleid te raken door de langs rijdende auto, de vlieg op de muur of doordat we simpelweg een merknaam op je T-shirt zien staan, waardoor we opeens ongecontroleerd hard nadenken over mode-ontwerpers en catwalks. We hebben dit zelf vaak niet door, het gebeurt automatisch. Het is geen desinteresse in jou als persoon; we willen er niemand kwaad mee doen. Ons brein is gewoon overactief, waardoor we soms zouden willen dat we met een honkbalknuppel alle inkomende ideeën en gedachten er uit konden meppen.

We zijn creatief

pexels-photo-213775Heb je behoefte aan mensen met veel ideeën om mee te brainstormen? Dan heb je aan mensen met ADHD goede gesprekspartners. Tenminste, als we niet halverwege bedenken dat we nog boodschappen moesten doen. We zijn een oeverloze bron van creativiteit en ideeën, we bedenken graag creatieve oplossingen voor problemen, soms nog voordat deze problemen ontstaan. We zijn vaak goed in creatieve beroepen. Veel bekende artiesten en kunstenaars hebben ADHD! Plekken waar vooral wordt verwacht dat je om kunt gaan met ad hoc situaties, zijn vaak de plekken waar mensen met ADHD uitblinken. Zet ons echter niet te vaak aan een saaie routinematige klus, want dan raken we volledig in de ban van alles behalve waar we mee bezig moeten zijn. Tijdens stressvolle situaties kunnen we vaak bijzonder helder nadenken en direct handelen waar anderen bevriezen; wel moeten we daarna een aantal uren bijkomen hiervan. Want hey, we zijn ook maar mensen. En ja, al die stress prikkels kunnen ook ons te veel worden.

We kunnen impulsief zijn

Impulsiviteit is een onderdeel van ADHD waar veel mensen last van hebben – in meer of mindere mate. Naarmate we ouder worden, wordt de impulsiviteit gelukkig vaak wel wat minder heftig. We kunnen ’s ochtends nog een rustdag gepland hebben, en om twaalf uur ’s middags die zelfde dag kun je ons tegenkomen in de GAMMA, omdat we plotseling besloten hebben dat we ons verveelden en het de hoogste tijd was om de bovenverdieping te gaan renoveren. Dat is toch leuk? We denken snel, reageren snel, en daardoor kunnen we soms voor een ander onnavolgbaar lijken. Vraag ons echter naar de reden en we leggen je met liefde onze logica uit. Wellicht is het voor jou niet logisch, maar voor ons wel. Ook hier proberen we niemand pijn te doen met onze impulsieve acties: soms kunnen we onszelf gewoon niet beheersen.

Speedyyyyyyyy! 

We kunnen soms sneller gaan dan de wereld normaal vindt. We geven bijvoorbeeld al antwoord op je vraag voordat je hem (helemaal) gesteld hebt. We jump in to conclusions, soms sneller dan noodzakelijk. Dat brengt ons wel eens in de problemen. Van de andere kant kunnen we wel ontzettend snel schakelen en reageren als de situatie daarom vraagt.

Veel mensen met ADHD hebben een groot empathisch vermogen en zijn zeer meelevend; daarnaast zijn we in staat om situaties van alle kanten te bekijken en ons goed in te leven in anderen.

Met ons grote probleemoplossend vermogen – doordat we outside the box denken – werpen we vaak een frisse blik op situaties of problemen.

pexels-photo-127968

Soms gaat het mis en lopen we tegen problemen aan door onze impulsiviteit of hyperactiviteit. Dat gebeurt wel eens vaker in het leven van iemand met ADHD, zeker als je nog jong bent. Maar daar leren we wel van dat we gewoon weer moeten en kunnen opstaan en opnieuw beginnen. Mensen met ADHD hebben dan ook vaak een grote veerkracht ontwikkeld.

Hyperfocus

Wanneer iets onze interesse heeft, kunnen we ons bijzonder goed concentreren. Of het nu werken op de PC is, of een film over een onderwerp dat ons bijzonder interesseert: als we eenmaal geconcentreerd zijn kun je een bom naast ons laten afgaan; we zullen niet op of om kijken.

Hyperactiviteit

Jaaaa, we hebben een berg energie, maar ook als we doodmoe zijn kunnen we hyperactief zijn. Ja, we friemelen, wiebelen, tikken met een voet, tikken met een pen, frutselen. We kunnen hier niets aan doen; dit zijn foefjes en trucjes die we onszelf hebben aangeleerd om stil te kunnen blijven zitten  en niet door de kamer te gaan rennen. Stil zitten en opletten tegelijk zijn voor iemand met ADHD heel moeilijk te combineren. Het liefst bewegen we, dan leren we het meest. Maar als we dan toch stil moeten blijven zitten, moet er in ieder geval een hand of een voet in beweging zijn, dus mocht je je er aan storen, bedenk dan: het gewiebel voorkomt nog veel erger gedrag, haha!

Hilariteit, bloopers en vriendschap

ADHD kan vervelend zijn, maar ook leiden tot hilarische situaties. Zo kun je met iemand met ADHD in de grappigste situaties belanden, al is het maar vanwege hun spontane ideeën en briljante blunders. Mensen met ADHD zijn dan ook leuk om bevriend mee te zijn, alhoewel je hen wellicht wel iets vaker dan gemiddeld zult moeten herinneren aan gemaakte afspraken. Want…. we hebben vaak wel een agenda, maar soms ook twee agenda’s omdat agenda twee er leuker uit zag met al die kleurtjes en alles, en de afspraak stond nog in die oude agenda, maar die waren we helemaal vergeten door de mooie kleurtjes van de nieuwe agenda en waren net bezig met het overschrijven van de afspraken uit de oude agenda in de nieuewe agenda maar toen roken we dat de lasagne in de oven begon te verbranden omdat we vergeten waren een timer te zetten en toen zijn we vergeten door te gaan met afspraken overschrijven.. en bovendien hadden we het niet in onze digitale agenda gezet, waardoor we geen herinnering op ons scherm kregen en het dus straal vergeten waren! Logisch, toch? Kortom; wil je zeker weten dat we ergens bij zijn, bel of app ons dan even van te voren. Succes gegarandeerd!

Liefs,

Chrisje

img_0562

 

Zo herken je een manipulator

Manipumanipulatorleren. Het gebeurt zo slinks, dat je het vaak niet eens in de gaten hebt. Daarbij heb je het vaak pas door als het te laat is: Mensen die graag en veel manipuleren  pikken jou er uit in een ruimte vol mensen. Daar hoef je overigens geen woord voor te zeggen: Je hulpvaardige, zorgzame en vriendelijke uitstraling hebben daar waarschijnlijk al voor gezorgd voordat jij hallo zegt.

Iedereen manipuleert wel eens. Iedereen liegt ook wel eens. Maar waar een weldenkend mens last krijgt van zijn of haar geweten als dit te ver gaat, gaat een echte manipulator onverstoorbaar door. Als je niet op let, vreet het jouw energie weg, net zolang totdat deze op is of je het door krijgt.

Manipulators kom je overal tegen: dat kan op je school, werk of in je privé situatie zijn. Ze kunnen bovendien gemakkelijk diverse gedaantes aannemen: lief en charmant, maar ook verwijtend of zelfs boos: dit hangt af van wat men precies van jou gedaan wil krijgen én hoe ze dat het best denken te bereiken. Waar manipulators in uitblinken, is het uitbuiten van situaties en mensen. Meestal smeren ze je veelvuldig stroop om de mond en word je op handen gedragen: ze willen immers iets van je.

Jij hebt iets wat zij willen, dus zetten ze een uitgebreid charme offensief in.

Dit doen ze net zo lang als nodig is. Net zo lang totdat het werkt. Doorzie je dit niet tijdig, dan heb je een groot probleem. Plotseling kun je jezelf in een situatie bevinden waar je uit jezelf nooit in zou zijn gestapt. Vaak heb je het echter pas door als het al te laat is. Het herkennen van manipulatie is daarom ontzettend belangrijk, vooral voor hulpvaardige, empathische mensen met een groot hart.

We kennen ze allemaal wel: energiezuigers. Mensen die continu van hun probleem jouw probleem proberen te maken. Dit kunnen ze overigens ook onbewust doen: vaak is het een gedragspatroon dat ingesleten is omdat het ooit bleek te werken. 

Manipulatoren maken van hun probleem jouw probleem met verschillende redenen:

  • De manipulator wil jouw aandacht, dus bedenkt hij een probleem, zodat jij dat op kan lossen. Als je dit vaak meemaakt, spreekt de manipulator jou aan op jouw hulpvaardigheid en empathie. Overkomt dit jou, dan is het goed om in gedachten te houden dat volwassen mensen stuk voor stuk verantwoordelijk zijn voor hun eigen problemen. Natuurlijk kun je mensen wel eens met iets helpen. Maar als iemand problemen op jou af blijft vuren met de verwachting dat jij het voor hem oplost, heb je vaak te maken met een manipulator. In dat geval kun je best even adviseren, maar je hoeft helemaal niets op te lossen: het is immers niet jouw probleem. Je kunt betrokkenheid tonen, en toch de verantwoordelijkheid daar laten liggen waar die thuis hoort.
  • Hij wil dat je iets voor hem doet, dus vertelt hij jou hoe ontzettend goed jij bent in juist dat ene ding, en hoe slecht hij er in is…. dus… zou jij dit misschien willen doen? Als dit eenmalig gebeurt, is er vaak niets aan de hand. Maar als je dit met één persoon wel erg vaak meemaakt, heb je meestal te maken met een manipulator die jouw ego streelt om te krijgen wat hij wil:
    • dat jij zijn werk voor hem doet,
    • dat jij zijn probleem oplost (zie punt 1) of
    • dat hij zijn zin krijgt.

Hij maakt daarbij dankbaar gebruik van jouw inlevingsvermogen en streelt tegelijkertijd je ego zodanig, dat het moeilijk wordt om nog nee te zeggen. Toch is nee zeggen altijd een optie. Dit kan ook in de vorm van een spiegeltechniek: “Goh, dat klopt, ik ben daar inderdaad goed in. Maar ik weet zeker dat het jou ook gaat lukken. Ik heb het mezelf immers ook geleerd door te oefenen.” En hop, zo leg je de bal weer terug. Jij bent immers (zie punt 1) alleen verantwoordelijk voor jouw eigen leven en jouw eigen verantwoordelijkheden.

Als je merkt dat je vaak het werk van anderen op aan het knappen bent of dat problemen jouw kant uit geschoven worden, heb je waarschijnlijk te maken met mensen die donders goed weten hoe lief en zorgzaam jij bent, en daar dankbaar gebruik (of misbruik) van maken.

Een simpele truc om te testen of je met een manipulator te maken hebt?
Los eens een paar weken geen enkel probleem meer voor hem op. Hoor je na een paar weken steeds minder? Dan heeft de manipulator waarschijnlijk gemerkt dat hij bij jou geen antwoord meer krijgt en al een nieuw slachtoffer gevonden, die er wel nog intrapt.

 

Ik werd gepest: Geef meer positieve aandacht aan pestende kinderen!

pestenIk werd als kind gepest. Jaren lang. Op de basisschool.

Wat dit met me deed als kind, is moeilijk te beschrijven: het is ook lastig uit te leggen aan iemand die nooit gepest werd. Structureel gepest worden zorgt er voor dat je je als kind (of volwassene) nooit helemaal veilig voelt in je omgeving, waar je vijf dagen per week verblijft.

Alsof je verplicht wordt vijf dagen per week de hele dag een dreiging te voelen. Wanneer begint het weer? Ben ik wel veilig in de pauze? Wat gaan ze nu weer doen? Je voelt je ongemakkelijk, ongewild, intens ongelukkig en in het beste geval niet welkom in je omgeving. Pesten maakt heel wat kapot, en als het tijdens je jeugd gebeurt vormt het je, want het overkomt je immers terwijl je zelf letterlijk nog in ontwikkeling bent.

Een op de tien kinderen in Nederland wordt gepest. Scholen zijn wettelijk verplicht om pesten tegen te gaan. Toch gebeurt het nog steeds, en beperkt het zich lang niet alleen tot het schoolplein: met de komst van de mobiele telefoon heeft het pesten zich verplaatst naar de cyber-omgeving, wat het nog moeilijker maakt om deze vorm van geweld (want dat is pesten) te herkennen en aan te pakken.

Ik kan me herinneren dat ik op zondag vaak de hele dag op zag tegen maandag. Het idee dat het gepest de dag er na weer zou beginnen, zorgde er voor dat ik op zag tegen maandag, uit keek naar weekenden en vakanties, en in mijn bed stiekem lag te wensen dat er een magische oplossing zou komen voor mijn probleem. Ik praatte er thuis ook niet over: ik was bang dat mijn ouders dan naar school zouden stappen en dat zou het alleen nog maar erger maken, dacht ik.

Het beste kon ik er maar over zwijgen en het ondergaan.

Veilige omgeving
Toen ik naar de middelbare school ging, veranderde alles. Plotseling kwam ik in een hele andere omgeving terecht. Die kinderen wisten niet dat ik gepest werd op mijn vorige school. Ik voelde me alsof ik ontsnapt was uit een gevangenis, zo blij. Hier was ik niet het gepeste kind, hier kon ik opnieuw beginnen! En dat deed ik. Mijn middelbare schooltijd was een van de mooiste periodes uit mijn leven. Ik maakte veel vrienden en vriendinnen, zat bij toneel, de redactie van de schoolkrant, zong zelfs in een band terwijl ik niet kon zingen. De middelbare school was een geweldige plek, omdat mijn zelfvertrouwen daar eindelijk kon groeien. Omdat ik me er thuis voelde, welkom én veilig.

Dé oplossing tegen pesten bestaat niet
Er is niet één pasklare oplossing tegen pesten. Er is geen magische sleutel die alles oplost. Kinderen (en sommige volwassenen..) hebben simpelweg nog niet het inlevingsvermogen ontwikkeld om te voelen wat ze een ander kind aandoen met hun pesten. Ze zien het als een spelletje: die ga ik pesten want die is heel lief, dus die huilt snel. Of: die ga ik pesten want dan leid ik de aandacht af van dat ik zelf onzeker ben. Heel basaal. Want het inlevingsvermogen om te voelen wat je slachtoffer voelt, dat is er simpelweg (nog) niet.

Pesten is een symptoom
Het is goed dat de overheid scholen wettelijk verplicht pesten aan te pakken. Ook ouders hebben hier in een taak en verantwoordelijkheid. Niemand wil dat zijn kind pest, en niemand wil dat zijn kind gepest wordt: beide situaties zijn voor ouders ook niet fijn. Oplossingen in de vorm van een goede communicatie tussen ouders en school, de leerkracht zelf die pesten signaleert en aanpakt, de overheid die er op toe ziet dat scholen hun wettelijke plicht nakomen, zijn goed en belangrijk. Maar het dekt de lading nog niet helemaal.

Geef meer aandacht aan het pestende kind!
Hoe tegenstrijdig het ook klinkt, aangezien ik zelf slachtoffer van pesten ben: ik wil het opnemen voor het pestende kind. Niet alleen het slachtoffer van pesten heeft aandacht nodig, het pestende kind heeft minstens net zo veel aandacht nodig. Besteed dus meer aandacht aan het pestende kind, en het pesten stopt. Dat klinkt misschien raar. Toch meen ik ieder woord er van. Pestende kinderen hebben namelijk die positieve aandacht het hardst nodig.

Auto-ongeluk
Als er een auto-ongeluk gebeurt, gaat er in de crisis meteen alle aandacht naar de slachtoffers. Zij moeten immers in veiligheid gebracht worden, of acuut verzorgd worden. Dit is goed. Maar geen positieve aandacht besteden aan de pester, is hetzelfde als honderd ongelukken opruimen en niet kijken naar de verkeerssituatie: je lost het probleem achter het probleem niet op, dus blijven er botsingen plaatsvinden.

 Pesten is niet meer en niet minder dan een symptoom
Als er kinderen gepest worden, gaat dus vaak automatisch alle aandacht naar het slachtoffer. Dat is begrijpelijk, en het gepeste kind heeft die (na)zorg ook hard nodig.

Maar ook het pestende kind heeft zorg nodig.

Het pestende kind, daar weet men niet zo goed mee om te gaan. Ouders van het pestende kind schamen zich wellicht, of weten niet goed wat ze kunnen doen omdat het kind thuis gewoon lief is. Het ligt vaak heel gevoelig en is een pijnlijke kwestie. We stoppen het het liefst weg.

We weten niet goed hoe te reageren, behalve boos en straffend. Terwijl juist dat het pesten alleen maar erger maakt.
Een pester met weinig inlevingsvermogen of een laag zelfbeeld zal daarna alleen maar denken: door hem of haar (het gepeste kind) heb ik nu straf gekregen. En in het ergste geval denkt het kind: dit (straf) overkomt mij door hem of haar, dus die zal ik eens een lesje leren. En zo begint het hele probleem weer van voren af aan.

Terwijl juist dáár de kracht ligt van het terugdringen van pesten. Een kind dat pest heeft óók een probleem. Minstens net zo groot als dat van het slachtoffer. Het enige wat het pestende kind doet, is zijn probleem proberen door te geven aan een slachtoffer. Blijkbaar weet het niet hoe het zelf zijn probleem moet oplossen, dus gaat het negatief aandacht vragen. Wat het probleem is van het pestende kind, kan variëren: Het kan thuis problemen hebben, zelf ooit gepest zijn en nu zelf pesten als tegenreactie, het kan heel onzeker zijn, zich lelijk voelen en een knap kind gaan pesten, zich dom voelen en uit jaloezie een slim kind gaan pesten, het kan wat hulp nodig hebben met het  ontwikkelen van zelfvertrouwen.

Dus in plaats van het kind dat gepest wordt alle aandacht te geven, zeg ik als slachtoffer: verplaats een groot deel van die aandacht op een positieve manier naar de pester, en je dringt vanzelf het pesten terug. Pesten is niets meer en niets minder dan op een negatieve manier aandacht vragen.

Als daar mee omgegaan wordt op een consequente maar liefdevolle manier, wordt het probleem van het pestende kind opgelost of beter te hanteren. Als het pestende kind zich prettiger gaat voelen, zal het het pesten niet meer nodig hebben. 

Sorry, lief kind. (Een brief voor alle onderwijzers, ouders en begeleiders van Nederland)

Deze brief heb ik geschreven aan het kind in mij, maar deel ik voor alle ouders, begeleiders en onderwijzers, zodat er meer begrip en begeleiding komt voor het anders lerende kind in het onderwijs van vandaag.

Lief innerlijk kind,

Ik zie je wel hoor. Je zit dan wel opgesloten en soms zorgvuldig weggestopt in een volwassen lijf met een volwassen brein, maar je bent er nog steeds. 

Ik zie je. 

Ik maak dan wel soms grapjes over je, als ik te hard lach of te enthousiast begon te dansen op een feestje; dan gaf ik jou de schuld. “Mijn innerlijke kind komt naar boven hoor!”. Maar dat ik grapjes over je maak betekent niet dat ik je uitlach, lief innerlijk kind. Ik maak namelijk meestal grapjes over mensen waar ik van hou.  

Wat heb je het soms zwaar gehad.

Je gebrek aan concentratie werd zo vaak verkeerd opgevat; men noemde dat vaak “geen zin”, “dromerig” of “met haar hoofd in de wolken”.

Men vond dat je “eerst moest denken, dan doen.” Maar wat begrepen ze jou verkeerd; door te doen dacht jij. Je kon niet slecht leren, je leerde anders. Eerst de praktijk, dan de theorie.

Verkeerd om! zei de wereld.
Andersom! zeg ik je nu.
Jij kende geen andere volgorde; toch werd jou verteld dat jouw volgorde verkeerd was en die van de wereld goed.

Je kon niet goed studeren, zei men, wegens dat gebrek aan concentratie. Je werd een dromer genoemd, een zwever, te druk, te beweeglijk, je moest eens met beide voeten op de grond belanden. Dat jij tijdens het dromen de informatie verwerkte die je daarvoor al snel had gelezen of gehoord, wisten ze niet. Jij zelf wist dat ook niet, want daar was je te jong voor. Je wist alleen dat je wel je best had gedaan.

En dat was ook zo.

Wat had je het soms moeilijk, als je uit het raam staarde en daarop betrapt werd, terwijl je niet eens wist dat dat verkeerd was, of waarom. Dat je uit het raam staarde maar in gedachten rekensommen maakte of geschiedenisverhalen voor je ogen zag gebeuren, wist men niet. Of dat je uit het raam staarde omdat je hoorde dat een ander kind gepest werd en jij een oplossing daarvoor zocht. Ook dat zag men niet.
Het naar buiten staren was alleen een andere manier van informatie verwerken, die voor jou goed werkte.

Wat was het fijn geweest als meer onderwijzers of begeleiders jou hadden begrepen. Als iemand had gezien dat jouw manier van leren gewoon anders was, niet meer en ook zeker niet minder. Wat had het je veel ellende gescheeld als men jouw “afwezigheid” tijdens uitleg in de klas niet ten onrechte had geïnterpreteerd als desinteresse. Want dat je niet de goede kant uit keek, betekende lang niet altijd dat je niet luisterde.

Lief kind, wat heb je het moeilijk gehad. Je werd door al deze dingen naar een vervolgopleiding gestuurd die op een lager niveau lag dan wat jij aankon, dus zette de verveling door. Je bladerde door de boeken en dacht; waarom is dit zo saai? Je motivatie zakte tot een dieptepunt, dus ging je je afzetten, door bijvoorbeeld helemaal niet meer te leren, want waar bleef toch die uitdaging?

Je motivatie ging langzaam verloren ergens tussen verbale, theoretische uitleg en mensen die jou hun beperkende overtuigingen opdrongen. Helaas net zo lang totdat jij ze zelf ging geloven.

Je was geen kind dat braaf uren studeerde: Je klom in bomen, bouwde dingen, schreef verhalen of maakte muziek. Je vormde melodieën in je hoofd, schreef liedjes, teksten, gedichten, of bedacht hele nieuwe dingen met je handen. Men noemde dat afkeurend dromerig, zelfs dom of in elk geval ongeïnteresseerd, terwijl je in werkelijkheid creatief was.

De wereld gaat uit van leren op basis van theorie: pas als je die beheerst mag je in de praktijk gaan uitproberen, voelen, zien, aanraken. Jij leerde juist door eerst uit te proberen, voelen, zien en aanraken; daarna werd de theorie vanzelf behapbaar. Dat maakte je niet minder slim (wat ze ook zeiden!); je was gewoon een beelddenker, heel visueel ingesteld. Laat het me zien, dan begrijp ik het. 

Lief kind, wat heb je moeten worstelen om je te bewijzen, omdat je wel wou maar niet mee kon met de meute. Wat was je jaloers op die kinderen die blijkbaar heel gemakkelijk de theorie tot zich namen. Wat benijdde je die kinderen, die uren lang met hun neus in de boeken konden zitten. Je voelde je heel vaak onbegrepen.

De onmacht die ontstaat omdat mensen er van uitgaan dat je niet wilt, is groot. Zo groot, dat je hem mee zult nemen in je volwassenheid, als er geen begeleider komt die begrijpt hoe jouw brein werkt.

Nu ben ik volwassen, lief kind. Ik ben nu een vrouw van 37 jaar en ik zeg namens alle volwassenen sorry tegen jou, lief kind. Je was gewoon een hartstikke leuk Pipi Langkous kind: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.”.

Je was een doener, een maker, een oplosser, een bedenker. Je nam niet alles zomaar aan, je verzette je er zelfs tegen als je iets niet logisch of rechtvaardig vond, of dacht dat het beter kon. Nog zoiets waar niet alle begeleiders van kinderen goed tegen kunnen: kritiek van een kleiner mens.

Sorry lief kind, namens alle volwassenen, die jou niet geloofden, niet vertrouwden, niet begrepen of je standjes gaven. Je was anders dan de rest, je paste niet in het keurslijf van de meute, dus propte men net zo lang aan je tot je er in paste, alhoewel dat was alsof je een vierkant in een cirkel propt; het kan er wel in, maar het past nog steeds niet.

Je deed alles andersom, ondersteboven, vroeger of later; maar dat maakte het allemaal nog steeds niet verkeerd.

P.S.: Wat was het fijn hè, die ene leraar die niet op je foeterde als je uit het raam keek, maar jou juist een “creatief kind” noemde.
Of die leerkracht die jouw talent zag en je stimuleerde om er meer mee te doen. Die mensen die wél zagen wat je kon, en je op jouw manier lieten leren. Waren er daar maar meer van geweest.

Liefs,

Chrisje

Leerkrachten, jullie zijn Bazen!

pens, school, colorful

Ze krijgen tegenwoordig de meest uiteenlopende problemen voorgeschoteld; leraren en leraressen. Waar vroeger de leerkracht meer op een afstand stond, is hij of zij tegenwoordig veel meer betrokken bij kinderen en hun ouders.

Diagnoses, onderzoeken, rugzakjes, speciale behandelingen, dyslexie, concentratieproblemen…. Met de betere manier van onderzoeken en diagnoses stellen worden (gelukkig) steeds meer kinderen op tijd gediagnosticeerd. Maar met deze diagnoses komen ook extra taken. Extra uitleg.

In het kader van passend onderwijs proberen scholen zo goed mogelijk het onderwijs aanbod aan te passen aan de behoeften van het kind. Waardoor leerkrachten veel flexibeler moeten omspringen met de wensen en behoeften van het kind. En dan te midden van een (vaak volle!) klas met 25 kinderen of zelfs meer.

Ik moet zeggen, ik heb er veel respect voor. Leerkrachten krijgen geen tonnen salaris voor hun werk, maar zij doen het vaak wel vol overgave en met oog voor de kinderen.

Ze horen de verhalen aan, troosten bij verdriet, moeten altijd up-to-date blijven qua vakkennis, hebben vaak na schooltijd nog tig uren werk aan vergaderingen en toetsen beoordelen, ze bemiddelen bij conflicten en moeten tussendoor ook nog er voor zorgen dat ze genoeg kennis overbrengen op onze kinderen, zodat ze klaargestoomd worden voor de toekomst. Ga er maar aan staan.

En of het nu de meest dankbare job ter wereld is…? Vaak wordt bij problemen direct met het verwijtende vingertje richting leerkracht gewezen. Ik vind dat niet terecht. Ga jij maar eens een hele werkdag voor een grote groep kinderen staan met allemaal verschillende karakters, en zie dat maar eens de hele dag onder controle te houden.

Natuurlijk gebeuren er dingen buiten hun zicht, simpelweg omdat ook leerkrachten geen ogen op hun rug hebben.

Ik vind dat men wel eens vaker wat waardering voor leerkrachten mag uitspreken. Dus heeft jouw kind zo’n fijne juf of meester / leerkracht? Laat het ze ook eens weten. Ze krijgen al genoeg ellende te horen, een keer een compliment is ook fijn. Ze zijn immers ook sleutelfiguren in het klaarstomen van onze kinderen voor de toekomst.

Het ouderschap: Fantastisch, maar ook heel vies.

Het is fantastisch om moeder te zijn. Echt, geweldig. Ik zou het nooit anders willen. Maar het ouderschap is naast geweldig en mooi en fantastisch ook vaak bijzonder vies.
“Mama, kijk! Ik heb een hele grote neuzevreutel gevangen!” Of je wil of niet (je wil niet), daar staat je kleuter, vlak voor je neus, met een wonderbaarlijk grote vangst uit de zijne. Natuurlijk gebeurt dit niet thuis, waar tissues en stromend water voorhanden zijn. Dit gebeurt midden in de supermarkt, net die ene keer dat je geen tissues bij je hebt.

Kerstavond, bijvoorbeeld. De mooiste tijd van het jaar. Je maakt je kleintje klaar om te vertrekken naar het Familie Diner. Al weken hingen de allermooiste kleertjes klaar, ver weg van de andere gewone kleren, zoals die geweldige, onverwoestbare jeans van de Zeeman en de Hema. Nadat je je kleine wolk hebt gebadderd en ze fris ruikend in haar mooiste kerstjurkje hebt gehesen (dat meer kostte dan jouw complete kerst outfit bij elkaar) en exact drie minuten voordat je moet vertrekken naar het Diner, ruik je opeens een verdachte geur. Alsjeblieft, laat het niet waar zijn, fluister je tegen de kerststal onder de boom, terwijl je je omdraait en je peuter in slow motion lachend weg ziet kruipen met een bruin-groenig plakaat van peuterdiarree op haar rug. Dwars door het veel te dure stof heen.

Ouderschap is gewoon vies. Je leert dingen die je nog nooit geweten hebt, zoals hoe ver een kraaltje omhoog kan in een neus, hoe ver een kind kan projectiel braken, en hoe smerig zwemwratjes zijn als ze open gekrabd worden. En: hoe hygiënisch je het ook probeert aan te pakken, het is nooit genoeg. Hoe steriel je huis ook is, iedere dag worden er gratis en voor niets school- en opvang bacillen mee naar binnen gedragen. Je kunt nog zo er tegen vechten; dat helpt niet.

“Pietertje moest poepen vanmiddag, tijdens de pauze op school.” vertelde kindlief ons eens, uiteraard toen we zaten te eten. “Oh, uh, oke.”
“Maar de juf had geen tijd om met hem mee te gaan naar binnen.”
“Waarom zou de juf mee moeten gaan naar binnen?”
“Ja, omdat hij zijn billen nog niet zelf kan af vegen!”
“Oh, zo.”  zei ik, en nam een hap van mijn eten.
“Dus heb ik het maar gedaan.”
Mijn eten bleef ergens halverwege mijn keel steken.”Wat heb je gedaan?”
“Zijn billen voor hem afgeveegd! Want het was zo zielig voor hem en hij moest echt erg veel poepen!”
Mijn hoofd had een gevecht met mijn eten: wel of niet terug omhoog komen. U kent het wel.
Ik overwoog of ik moest vragen of ze haar handen wel had gewassen, maar besloot dat ik het niet wilde weten.

Ouderschap. Het is geweldig. Het is bijzonder mooi, liefdevol, maar vaak ook stinkend, vies, en groen.

 

Aan die idioten die met 60 km per uur door de woonwijk scheuren.

Beste idioot,

Regelmatig zie ik je door mijn straat rijden. Soms ben je net 20, soms ben je al in de 40.

Ik weet het, je hebt haast.
Je hebt enorme, verschrikkelijke haast. Of je bent geboren met een veel te zware rechtervoet. Of je hebt een hele vette nieuwe auto. Of je wil gewoon heel stoer doen.

Wat je reden ook is om met minstens 60 kilometer per uur door de woonwijk te scheuren; ik snap het. Je bent jong, stoer, je wil niet onderdoen voor anderen. Of je bent ouder en hebt chronisch last van opgejaagdheid. Ik snap dat heus wel.

Maar denk eens even terug aan toen jij jong was. Als het goed is, heb je wel eens op straat gespeeld. Als het nog beter is, heb je dat heel vaak gedaan. Herinner je je het nog? Voetballen met je vrienden, beetje rondhangen, beetje fietsen, naar de speeltuin lopen en rond hangen met je vriendjes.

Een kind dat achter een geparkeerde auto uit komt, zie jij nooit aankomen met jouw snelheid. Laat staan dat je nog kunt ontwijken. Of op tijd remmen. Wil je dat echt, een moordenaar worden? Wil je echt een kind dood rijden? Nee? Waarom speel je dan Russische roulette met kinderlevens? Want dat doe je wel namelijk, met je ingetrapte gaspedaal.

Denk je dat het jou niet zal overkomen? Denk je dat jij goed genoeg overzicht hebt? Denk je dat jij wel snel genoeg kunt remmen? Denk dan eens opnieuw. Denk dan meteen ook even goed aan je neefje, nichtje, je eigen kind of de kinderen die je kent.

Denk aan hoe zij lekker in hun eigen wereldje zitten te spelen op de stoep.
De bal van een van de kindjes rolt de straat op. Hij gaat er snel achteraan en let niet op. En daar kom jij de bocht om, met je gaspedaal. Het kindje kijkt nog net op, voordat je het raakt met je auto. En dan -want jij bent het enige wat jou interesseert, toch?- is jouw leven opeens nooit meer hetzelfde. Om over het leven van zo’n kindje nog maar te zwijgen.

Dit is geen onmogelijk scenario, dit gebeurt heel vaak. En het kan jou ook overkomen. Tenzij je besluit je gaspedaal niet zo hard in te trappen in de bebouwde kom. Ook niet omdat je haast hebt. Ook niet omdat je boos bent op wie dan ook, en al helemaal niet omdat je stoer wil zijn.

De scholen zijn weer begonnen. Goed moment om met je hart te gaan rijden.

Hoe het echt is om een moeder te zijn!

moedeMoeder zijn is in het begin vooral pijnlijk, maar dat fysieke deel houdt gelukkig meestal op, (een tijdje) na de bevalling. Daarna is het vooral mooi, prachtig, zwaar en grappig, onzeker makend, verwarrend, angstaanjagend en tegelijkertijd het mooiste ooit, uitdagend maar ook vervullend. Moeders zijn nooit zonder zorgen. Of het nu kleine zorgen zijn, of grote. Moeders dragen hun kind, letterlijk en figuurlijk. Moeders stoppen pas met zich zorgen maken om hun kind(eren), op het moment dat ze hun laatste adem uitblazen, en gaan waarschijnlijk zelfs daarna nog door, vanuit het hiernamaals.

Vragen
Moeders stellen vooral veel vragen: Hoe was je dag? wil je een kusje er op? Waar heb je dat kraaltje precies ingeduwd? Waarom heb je op de muur getekend? Wil je dat ik je help met je huiswerk? Waarom zou mama nou haar telefoon in de koelkast hebben gelegd? Zal ik de juf dan vragen of dat kan? Waarom heb je de rol toiletpapier helemaal uitgerold en om je bed heen gespannen? Sta je op? Sta je nu dan op? Kom je nu echt uit bed? Je weet dat ik van je hou, toch?
Maar meer nog, beantwoorden moeders dagelijks honderden vragen. Over de gekste dingen. Van waarom de aarde draait, of rond is, tot waarom een pleister nodig is, of niet, waarom iets niet mag (een keer of dertig per dag) waarom de verf nog niet droog is, waarom die jongen haar plaagt, waarom de juf hem niet begrijpt, waar kinderen vandaan komen, waarom in je neus peuteren in het openbaar niet netjes is, waarom je goed moet eten, en zo verder (en verder, en verder, en verder…)

Moeders. Het zijn net echte mensen.
Moeders slapen vaak licht. Worden wakker zodra het alarmerende MAMAAAA uit de naastgelegen kamer klinkt. Moeders offeren zich op, gaan mee in het ritme, zouden hun leven in een seconde geven voor hun kind. Moeders lachen, huilen, kunnen leugens ruiken en boze dromen verjagen. Moeders pakken aan, nemen uit handen, vangen op, rapen op, verlenen eerste hulp, leren schrijven, leren lezen, leren rekenen, en proberen te leren los te laten. Moeders proberen de andere kant op te kijken en hun kind zelf fouten te laten maken. Moeders vergoelijken, vergeten, vergeven en verwijten bij momenten ook. Het zijn net echte mensen.

Strenge moeder
En het strengst zijn moeders niet voor hun kinderen, maar voor zichzelf. Doe ik het goed? Help ik mijn kind goed genoeg? Help ik mijn kind niet te veel? Geef ik hem of haar genoeg aandacht, of te veel? Stimuleer ik hem of haar genoeg, of moet ik hem of haar wat meer loslaten? Praat ik genoeg met de juf en de moeders op het schoolplein? Moet ik nu wel of niet ondersteunen bij de voorbereiding voor de Cito toets? Moet ik nu wel of niet iets zeggen tegen dat kind dat mijn kind pest? Moet ik wel of niet zorgen voor extra begeleiding? Geef ik nu te veel of te weinig cadeau’s, zakgeld, kleding, eten? Moet ik mijn kind nu al inschrijven voor die school, of ben ik dan beschamend vroeg? Maar als ik wacht, ben ik dan niet asociaal laat? Hoe pakken andere moeders dit aan? Vragen andere moeders wel eens om hulp? Ben ik een slechte moeder, nu ik na zeven nachten met amper slaap mijn kind een nachtje naar oma breng? Gaat mijn kind te veel naar de opvang? Of houd ik het te veel thuis? Knuffel ik mijn kind te weinig, of knuffel ik het te veel? Geef ik mijn kind genoeg complimenten of te weinig?

Snikken boven de babykleertjes
Het is het zwaarste wat er is, en het mooist. Het verschuiven van je eigen belang voor het belang van je kind gaat vanzelf, vanaf de eerste dag. Vanaf het moment dat je een kind hebt ga je shoppen voor jezelf en kom je terug met een zak vol kleren voor je kind, ga je een dagje weg voor jezelf en denk je de hele dag aan je kind, ga je werken met plezier, maar ga je met nog meer plezier daarna je kind weer ophalen. Ruik je aan babyhaartjes, gewoon, omdat ze zo lekker ruiken. Mis je de babytijd als die voorbij is, hoe zwaar die ook was. Sta je te slikken en te snikken bij het weg doen van babykleertjes, huil je bijna mee als de lievelingsknuffel kwijt is geraakt, loop je met een brok in je keel weg als je je kind voor de eerste keer naar de opvang, peuterspeelzaal of school brengt. Waar je vroeger nog met droge ogen kon kijken naar geboortes op televisie, schiet je nu vol. Het moederschap verandert je leven compleet, en het houdt je constant een spiegel voor. Ook als wat je in die spiegel ziet, confronterend of niet fijn is. Het maakt je zwakke plekken zwakker en je sterke punten krachtiger. Wie aan je kind komt, maakt de leeuwin in je los, waarvan je vroeger het bestaan misschien niet eens kende.

Achtbaan
Het is nooit voorspelbaar, geen dag hetzelfde, en hoe zeer je ook probeert alles te plannen, het loopt altijd net iets anders dan je had gedacht. Je hebt de rest van je leven vierentwintiguursdienst, zelfs als ze de deur uit zijn. Alsof het moederschap een achtbaan is: beangstigend, en net als je denkt “Waar ben ik aan begonnen?” wordt het weer zo leuk dat je zelf weer zo blij wordt als een kind. Je wordt aanbeden, op handen gedragen, weggeduwd en terug geroepen. En hoe vermoeiend en verwarrend het ook allemaal lijkt te zijn; het gaat precies zoals het moet.

PS: De naam moeder kan overal vervangen worden door vader, behalve dan wat betreft de bevalling.