Tagarchief: rouw

Het accepteren van een lichamelijke of psychische aandoening: hoe doe je dat?

Reuma, fibromyalgie, depressie, angststoornis… het maakt niet zo veel uit of de diagnose die je krijgt een lichamelijke of psychische aandoening betreft: indien het gaat om chronische klachten, doorloop je na het ontvangen van de diagnose een proces. “Leer er maar mee leven.” of “Je kunt er honderd jaar mee worden!” zijn niet bepaald bemoedigende woorden om te horen, als je zojuist hebt vernomen dat datgene waar jij zo veel psychische of lichamelijke pijn van ondervindt, chronisch is en dus niet meer weg gaat. 

“Je moet leren naar je lichaam / geest te luisteren, je grenzen leren bewaken en op tijd rust nemen.”

Dit is een goed bedoeld, maar moeilijk uitvoerbaar advies. Want: ook al heb jij een psychische of lichamelijke aandoening, dat maakt niet dat je je er automatisch zomaar opeens bij kunt neerleggen dat sommige dingen niet (altijd) meer kunnen. Toch is het leren luisteren naar je lijf en geest wel de belangrijkste stap in het proces om je aandoening te accepteren.

Wat het nog moeilijker maakt: vaak hebben mensen met chronische aandoeningen goede en slechte periodes. Periodes waar in je lichaam en psyche meer aankunnen (bijvoorbeeld door beter weer, of na een vakantie, of gewoon zonder aanwijsbare reden) dan normaal. Ook heb je slechtere periodes, waarin opeens nog maar heel weinig lijkt te lukken.

Voor de omgeving is het vaak ook moeilijk te begrijpen: Vorige maand kon ze nog naar dat feestje en nu is het haar opeens te veel? Dat pijn en je psychische toestand per dag, week of maand kunnen veranderen is erg moeilijk uit te leggen, omdat je er vaak zelf ook weinig grip op hebt.

Wat helpt dan wel om te accepteren dat je een chronische aandoening hebt?

Erken je aandoening
Dit is de belangrijkste stap. Zolang je in ontkenning blijft, kun je jouw aandoening niet accepteren. Hoe harder jij vecht tegen je aandoening, des te zwaarder zul je het krijgen. Het erkennen en herkennen van je eigen aandoening is noodzakelijk als eerste stap in het verwerkingsproces.

Praat er over
Je kunt er zelf mee blijven rondlopen, maar praten over je aandoening zal zeker helpen. Je creëert er meer begrip mee vanuit je omgeving, kunt meer bewustwording creëren, uitleggen wat jouw aandoening inhoudt en wat dit voor jou betekent. Ook kun je aangeven dat je goede weken en slechte weken of dagen hebt, dus dat het niet persoonlijk is als je eens iets moet afzeggen. Dit betekent overigens niet dat je je altijd moet verantwoorden naar anderen toe, maar voor goede vrienden en familie is het handig om te weten wat er met je aan de hand is.

Vangnet
Creëer een vangnet: een vriendin waar mee je kunt praten, een lotgenoot die dezelfde aandoening heeft, ga naar een praatgroep of bel je moeder: als het maar iemand is die jou begrijpt, niet veroordeelt en die jou troost als je het even moeilijk hebt.

Bescherm jezelf
In tijden van nood leer je je vrienden kennen. Er zullen vaak mensen zijn die minder begrip opbrengen voor jouw aandoening dan je zou verwachten: sterker nog, sommige mensen tonen helemaal geen begrip. Dit is natuurlijk een grote teleurstelling, zeker als het om mensen gaat die jij voor jouw diagnose als goede vriend of vriendin beschouwde.

Houd een agenda / planner bij
Om meer inzicht te krijgen in wat je lijf / hoofd aan kan, is het verstandig om een agenda / planner / dagboek bij te houden. Was je bekaf na twee aaneengesloten avonden met verplichtingen? Kun je twee verjaardagen op een dag aan? Hoe voel je je na het weekend? Als je meer inzicht krijgt in je planning en klachten, ga je sneller het verband zien en herken je eerder wanneer jij jouw grenzen overschrijdt. Als je dit in kaart brengt voor jezelf, leer je sneller hoe je hier voortaan beter mee om kunt gaan. Dit werkt ook erg goed als je lichaam op bepaalde voedingsstoffen (niet goed) reageert: een eetdagboek is dan een uitkomst om te ontdekken wat goed gaat en wat niet.

Ten slotte: heb geduld met jezelf
De weg naar een diagnose is vaak al lang: het proces richting acceptatie van je aandoening duurt vaak nog langer. Heb geduld met jezelf, en wees boven alles lief voor jou. Het accepteren van een aandoening gaat met vallen en opstaan. In plaats van jezelf te straffen voor het vallen, kun je beter vieren dat je weer op bent gestaan: veel mensen weten niet hoe veel energie dit kost als je chronisch ziek bent. Heb geduld met jezelf; je hoeft niet van de ene op de andere dag te accepteren dat je lijf of geest plots niet meer alles kan. Als je weer een poos verder bent zul je pas zien dat je toch weer grote stappen hebt gezet, ook al zag je die onderweg wellicht niet direct.

Liefs,

Chrisje

logo chrisje

Advertenties

Aan de mensen die niet meer bij ons zijn ❤

Soms hoop ik je te zien, tussen de sterren. Soms meen ik je stem te horen, in de verte. Alsof je aanwezigheid plots bij me is, vertrouwd als altijd. Dan meen ik zelfs je geur te ruiken, maar het is maar een zweem, die ik als ik kon, zou vangen en in een potje zou bewaren voor die ontelbare momenten dat het gemis te zwaar lijkt om te dragen.

Voor die dagen die beginnen in het donker, en nooit licht lijken te worden. Als ik mezelf al die vragen stel, die ik niet wil horen, omdat ik ze niet meer aan jou kan stellen. Op foto’s lijkt het ook al alsof je er gewoon nog bent.

Alsof je steeds opnieuw weer zomaar de kamer binnen kunt komen wandelen. Steeds opnieuw word ik verpletterd door de onmogelijkheid daarvan. Maar het ergste is de stilte die je achter laat. Ik wist niet eens dat zo stil bestond, totdat jij naar de andere kant verdween.

Je zult nooit terug komen, dat weet ik. Hoe vaak ik het ook wens, wil, droom of hoop, het kan niet.

Maar, zoals ik ooit schreef in een gedicht:

het hart stopt ooit met kloppen
het hoofd houdt op met denken
de handen kunnen niets meer
geven of schenken

maar wat niemand kan bewijzen
is waar de ziel naar toe zal gaan
dus geloof ik, wat ze ook zeggen
dat die altijd blijft bestaan.

Als iemand in rouw is

Het onderwerp wordt niet vaak besproken, omdat het geen fijn onderwerp is om over na te denken. Toch is het goed om dat wel te doen, want veel mensen die aan het rouwen zijn om een geliefde, voelen zich al eenzaam genoeg.

Woorden schieten te kort
Allereerst: woorden schieten vaak te kort bij omstanders. Dat is niet zo gek, want er vált dan ook weinig troostends te zeggen wanneer iemand zojuist een geliefde heeft verloren. Wat kun je dan zeggen? In ieder geval niet: de tijd zal het helen. Of: het komt goed. Want ook al kan het verdriet van rouw in de loop der jaren wellicht een plek krijgen en ook al zal degene uiteindelijk moeten leren leven met het verlies; dat wil je niet horen zo vlak nadat je iemand kwijt bent geraakt.
De geliefde die heen gegaan is, komt niet meer terug. Dat is een rauw en pijnlijk gegeven, en het kan een nabestaande jaren lang kosten om enigszins te accepteren.

Ieder contact is beter dan geen contact
Wat je ook beter niet kunt doen, is geen contact zoeken met de persoon die rouwt. Of denken: op mij zit hij of zij vast niet te wachten nu. Als dat zo is, merk je dat vanzelf wel. Dus tenzij de persoon in kwestie zelf aangeeft met rust gelaten te willen worden; laat zien dat je er bent. Vraag hoe het gaat, ook al weet je dat het slecht gaat. Bied een luisterend oor. Bied een schouder om op te huilen. Bied je volledige acceptatie van het proces, ook als je het niet begrijpt of nog nooit van zo dichtbij mee hebt gemaakt. Weet je niet wat je moet zeggen? Zeg dat dan gewoon. Zeg: “Ik vind het zo erg voor je, ik weet niet wat ik moet zeggen.” Het zal begrepen worden. Alles is beter dan helemaal niets zeggen.

Oogkleppen af
De dood is eng. Het komt soms heel akelig dicht bij. Soms is het aanlokkelijk om de oogkleppen op te zetten en te doen alsof het er niet is. Maar zelfs als je het eng vindt, dan nog is het voor de persoon in rouw nog honderd duizend maal enger. En heeft die persoon de mensen om zich heen harder nodig dan ooit. Besef ook dat rouw een erg langdurig proces is. Het houdt niet op na de begrafenis. Het houdt niet op na de koffietafel. Het houdt ook niet op na de jaardienst. Vaak begint het dan pas.

Die alledaagse momenten
Probeer het je maar voor te stellen: Al die verjaardagen die nooit meer het zelfde zullen zijn. Al die kerstmissen. Al die bijzondere dagen. En al die hele alledaagse momenten waarop het verlies als een mokerslag toeslaat. Het omgaan met spullen, die de overledene nalaat. Het omgaan met praktische zaken, die net zo pijnlijk kunnen zijn, zoals bijvoorbeeld brieven van instanties die niet op de hoogte zijn van het overlijden. Je kunt het zo gek niet bedenken of er is weer iets dat de rouwende persoon helemaal terug naar af kan gooien, in slechts een seconde. Een bepaalde geur, een bepaalde melodie. Een bepaalde uitspraak. Het zijn de grote dingen én de kleine dingen.

Hoe dan ook: Blijf begripvol, blijf vragen, blijf open. Als je zelf ooit voor een rouwproces komt te staan, sta je er hopelijk zelf ook niet alleen voor.