Tagarchief: psychologie

Juist nu: blijf contact houden met eenzame mensen, mensen met een depressie, burnout en andere psychische klachten

Zeker nu het coronavirus het hele sociale leven plat gooit, evenementen niet meer doorgaan en thuis blijven het advies is, is het van nog groter belang dan normaal om een (telefonisch of digitaal) oogje in het zeil te houden bij de mensen in je vriendenkring die psychisch kwetsbaar zijn.

Eenzame mensen, maar ook mensen met psychische klachten zoals een depressie, burnout of andere klachten zijn juist nu extra kwetsbaar. Regelmatig even telefonisch contact zoeken, beeldbellen of een whatsapp sturen doorbreekt al de stilte, kan helpen om gedachten te relativeren en even afleiding bieden.

Houd contact via telefoon, beeldbellen of whatsapp

Niet alleen bellen of WhatsAppen is goed om te doen. Met de mobiele telefoons van tegenwoordig kun je ook nog heel veel andere dingen samen online doen, om de eenzaamheid te verminderen. Je kunt bijvoorbeeld online spelletjes met elkaar spelen, zoals Draw Something, WordFeud, Kryss (een woord puzzel die je samen maakt om beurten), Snapchat.

Contact houden is belangrijk. Zeker mensen met psychische klachten zitten vaak veel ‘in hun hoofd’, hebben moeite met het verzetten van hun gedachten. Zeker nu mensen beperkt zijn in hun doen en laten en ook de hulpverlening meestal moet werken met telefonisch contact (wat begrijpelijk is voor ieders veiligheid!) is het des te belangrijker om te laten weten dat je aan iemand denkt.

Direct hulp in crisissituatie

Narcistisch gereedschap: Jouw schuldgevoel

Er werd gevraagd naar een vervolg op mijn blog over narcisme in vriendschappen en relaties. In deze blog zal ik verder toelichten hoe narcisten in relaties en vriendschappen te werk gaan.

Een van de gereedschappen van de narcist, waarmee hij / zij je in een wurggreep kan houden, is schuldgevoel. Jouw schuldgevoel welteverstaan, want de narcist heeft dit zelf niet. Zoals ik al eerder uitlegde, gebruiken veel narcisten “gaslighting” als een manipulatieve methode om jou aan jezelf te laten twijfelen. Daarbij maken ze dankbaar gebruik van jouw verantwoordelijkheidsbesef. Immers, als ze jou een schuldgevoel kunnen bezorgen, of dit nu terecht is of niet, dan hebben ze iets om tegen je te gebruiken en je mee te manipuleren.

Lees verder onder de afbeelding

Misschien vraag je je regelmatig af: maar ik deed toch niets verkeerd? Waarschijnlijk is dat ook zo. Je deed niks verkeerd. De narcist weet zaken feilloos te verdraaien dat het er op neer komt dat jij iets verkeerd hebt gedaan, waarvoor je moet boeten in de vorm van iets wat de narcist van je wil.

Al snel nadat je het schuldgevoel in je schoenen hebt laten schuiven zal de aap uit de mouw komen: de narcist wil dat je iets doet, wil meer macht, wil jou meer in zijn of haar grip houden. Zolang jij je schuldig voelt en probeert iets goed te maken, heeft de narcist de touwtjes in handen. Precies wat hij of zij wil.

Een andere manier waarop de narcist de touwtjes in handen probeert te houden is negeren.

Als je iets doet wat de narcist niet bevalt, bijvoorbeeld kritiek uiten of iets voor jezelf doen, of iets doen waar de narcist jaloers van wordt, wordt negeren vaak ingezet als straf. Plotseling hoor je uren, dagen of zelfs weken niets meer. Je hebt de narcist gekrenkt, ookal was dit door bijvoorbeeld gewoon gelukkig te zijn. Dit kan niet, want jouw geluk draait niet om de narcist. De narcist wil al jouw onverdeelde aandacht. Dus neemt hij of zij precies dat weg: aandacht. Je wordt genegeerd totdat men vindt dat je het weer een beetje waard bent om tegen te praten. Dan volgt overigens vaak ook weer de verwijtende fase, waarin je schuldgevoelens aangesproken worden.

Zo gaat deze giftige cirkel door, totdat je door hebt wat er gebeurt en in wat voor relatie je terecht bent gekomen.

Zeven jaar schrijven

Ik schrijf al zeven jaar voor jullie – en voor mezelf – op deze website. Ik deel met jullie mijn verwonderingen, ergernissen, dieptepunten en hoogtepunten. Ik verdiep me in onderwerpen die me boeien en schrijf er over. Jullie reacties laten me lachen, ontroeren me, geven me nieuwe inzichten.

Toen ik zeven jaar geleden met mijn website en Facebook pagina begon, dacht ik: wie zit er nu te wachten op wat ik schrijf? Maar inmiddels – zeven jaar en 30.000 volgers op social media later – denk ik dat niet meer.

Laatst kreeg ik een bericht van een vrouw die schreef dat ze dankzij mijn blogs het roer om had durven gooien in haar leven. Ze had een stap gezet in haar carrière die ze jaren lang voor zich uit had geschoven. Dat raakt me.

Het doet iets met me dat ik mensen help, ook al is het van een afstand. Ik kreeg ook een bericht van iemand die een zware depressie had en zich eindelijk begrepen en gesteund voelde door mijn columns over burn-out en depressies. Het doet me heel veel om dat te lezen.

Ik schrijf al van kinds af aan om dingen te verwerken, te begrijpen, te delen. Ik vind het mooi als ik daarmee andere mensen help. Er is zo veel haat en negatief gedoe op internet, dat ik blij ben een positief steentje bij te dragen. En dat zou ik niet kunnen zonder jullie!

Liefs,

Chrisje

Strookt je gevoel vaak niet met je verstand? Dit is waarom!

Als kind – tot de leeftijd van ongeveer acht jaar – is je brein niet veel meer of minder dan een computer met een taperecorder die constant aangesloten is op de harde schijf die ‘je onderbewustzijn’ heet. Je brein downloadt de informatie die je krijgt van je omgeving.

Je onderbewustzijn downloadt alle informatie die je krijgt en is nog niet in staat om te bepalen wat correct is en wat niet. Alles wat je opslaat ziet het onderbewustzijn als waarheid. Pas later – rond je twaalfde – gaat je brein zaken ontwikkelen zoals logica.

Een baby heeft maar twee angsten: de angst voor harde geluiden en de angst om te vallen. Alle andere angsten loop je dus later in je leven op: waarschijnlijk vanuit je omgeving, gedownload door je onderbewustzijn.

Bang voor spinnen? Waarschijnlijk was een van je ouders er bang voor. Ben je er van overtuigd dat je dom bent? Waarschijnlijk heb je dan voor je achtste levensjaar vaak te horen gekregen “ben je nu echt zo dom?”.

Natuurlijk weet je als volwassene wel dat je bepaalde kwaliteiten en talenten hebt. Je bewustzijn weet dat je bepaalde dingen gewoon zou moeten kunnen. Je bewuste brein weet bijvoorbeeld dat je die bepaalde taak moet kunnen uitoefenen of leren. Wat is dan het probleem?

Negentig procent van wat we doen gaat vanuit ons onderbewustzijn. Slechts tien procent van onze handelingen op een dag zijn dus bewust. De rest gaat op automatische piloot. Je bewuste zelf weet dat het kan leren en overwinnen, maar je onderbewustzijn steekt daar maar al te graag een stokje voor: je bandrecorder heeft namelijk opgenomen dat je te dom bent om iets te leren en dat je er bovendien bang voor moet zijn.

Als je het in dit daglicht bekijkt, begrijp je beter waarom volwassen mensen zich vaak kunnen gedragen als peuters in een volwassen lijft. Snap je waarom de vrouw van in de veertig een woedeaanval krijgt alsof ze vijf jaar oud is omdat ze haar zin niet krijgt. Of waarom een volwassen man gillend op zijn stoel springt als hij een spin of een muis ziet. Het zijn “gekke” gedragingen bij een volwassene, maar logisch als je beseft dat we voor 90% automatisch vanuit ons onderbewustzijn reageren.

Daarom zijn bepaalde angsten of destructieve gedragingen ook zo moeilijk af te leren: het staat op de harde schijf gebrand die je onderbewustzijn heet. Om er van af te komen, zul je net zo lang het gewenste gedrag moeten repeteren en oefenen, tot het onderbewustzijn dit in de betreffende map in de verkenner heeft overschreven.

Dit is mijn talent!

Herken je dat je jezelf regelmatig “omlaag haalt”? Dat je bijvoorbeeld een compliment weg wuift, of zegt dat iets niet veel voorstelde? Ben je vaak (te) bescheiden?

Het lijken goede eigenschappen: bescheidenheid, niet te zeer naast de schoenen lopen, nuchter zijn en niet opscheppen of pronken met je verdiensten. Toch zijn dit eigenschappen die je vaak juist tegenhouden in het bereiken van wat je écht wil.

Waar ben je goed in? Wat is je talent? Waar blink jij in uit?

Iedereen heeft wel een talent; of het nu een muzikaal talent is, of een creatief talent, of een talent om met mensen om te gaan; iedereen heeft er minstens een. Weet jij wat jouw talent is? En hoe vaak kun en mag je dat inzetten in je dagelijks leven?

Het herkennen, erkennen en benoemen van jouw talent kan je op veel vlakken helpen. Natuurlijk is er niets mis mee om je eigen valkuilen en mindere kanten te kennen; het kennen van je talenten is minstens net zo belangrijk om succesvol door het leven te gaan.

pexels-photo-2029239Wie ooit het boek “The Secret” heeft gelezen, weet dat er een waarheid schuilt achter “Wat je uitzendt, komt naar je toe”. Als jij in jezelf gelooft, gaat de wereld om jou heen ook meer in jou geloven. Als je je altijd verschuilt achter bescheidenheid, zullen anderen daar ook niet echt op letten. Als jij durft op te staan en durft te zeggen “Hier ben ik goed in. Dit is mijn talent / passie. Dit is waar ik voor sta.”, dan pas gaan mensen opletten.

Maar… kom je dan niet als arrogant over?

Nee! Tenzij je jouw pitch te pas en te onpas gaat rondbazuinen, of gaat overdrijven wat je allemaal kunt terwijl het in werkelijkheid minder voorstelt, kun je gerust vertellen waar je goed in bent. Je hoeft niets te overdrijven, en je voelt je niet meer of beter dan een ander: je hebt gewoon gezond zelfvertrouwen wat betreft jouw sterke eigenschappen en talenten. Waarom zou je iets afkraken wat juist zo bij jou hoort en wat je zo goed kunt?

pexels-photo-761993Of het nu de Nederlandse Nuchterheid is of het Bescheiden Vrouwen syndroom dat er in is geslopen van generatie op generatie: schud het van je af. Je mag gezien worden. Jouw talent hoeft niet verborgen te blijven voor de wereld. Als jij ergens goed in bent, mag je dat best kenbaar maken; je mag het zelfs promoten!

Uit je comfort zone

Het kan in het begin ongemakkelijk aanvoelen: je bent het misschien niet gewend om je talenten met anderen te delen. Toch is het goed om uit je comfort zone te stappen en te laten zien wat je kunt: je zult zien dat mensen er over het algemeen verrassend fijn op reageren. Laat je niet weerhouden als iemand niet prettig reageert: haters gonna hate!  Jaloezie kan meespelen, zelfs al was het maar jaloezie vanwege jouw vertrouwen in jezelf.

Afgunst is een – helaas – veel voorkomend fenomeen, maar laat je hier niet door tegenhouden: de grootste talenten zijn ook tig keer afgewezen voordat ze doorbraken of ontdekt werden. 

pexels-photo-2157173

 

 

 

Burn-out is voor people-pleasers die geen prioriteiten kunnen stellen

Mensen met een burn-out komen vaak met één harde klap tot stilstand. Als een auto waar te lang niet mee getankt werd: opeens is de brandstof op. Het is acuut: opeens kun je nergens meer naar toe, totdat op zijn minst de energie wordt aangevuld.

Op het moment dat het mij overkwam, gebeurde precies dat. Mijn breinkneuzing, noem ik het wel eens gekscherend. Maar in feite is dit geen grapje, want zo heb ik het echt ervaren: alsof mijn brein gekneusd was. Ik had al een paar dagen een forse hoofdpijn en last van duizeligheid, toen mijn benzinetank definitief leeg bleek te zijn. Ik wankelde ook al een paar dagen letterlijk op mijn benen: ik moest soms letterlijk houvast zoeken: tafels, stoelen en muren om tegen te leunen – om overeind te blijven staan. Een hele vreemde gewaarwording, waar ik op dat moment totaal niets van begreep: dit had ik nog nooit meegemaakt.

Opeens was de tank leeg. Prompt viel al mijn jarenlang geoefend, sociaal wenselijk gedrag weg. Ik kon letterlijk niet meer op mijn benen blijven staan, geen vraag meer beantwoorden.

En dan zit je thuis, met je goede gedrag
Dus daar zat ik dan, met mijn goede gedrag: thuis, volkomen overstuur. Ik had geen idee wat ik moest doen. Ik zag het leven overigens wel nog zitten; depressief heb ik me niet gevoeld. Sterker nog, ik leef echt graag. Ik hou van het leven. En ik hou van mensen. Sterker nog; ik leef zo graag en hou zo van mensen, dat ik mede daardoor burn-out raakte. Ik ben van nature een positief, vrolijk en energiek mens. Hoe kwam ik dan in vredesnaam opeens thuis te zitten? Hoe kon het dat ik in een klap van moeiteloos multi-tasken naar volledig opgebrand op de bank was gegaan?

Hoe kon het dat ik – als liefhebber van mensen – opeens totaal geen mensen meer kon verdragen?

Ik begreep er werkelijk helemaal niets van. Ik probeerde naar de supermarkt te gaan, maar alleen al het licht, de geluiden en de mensen: allemaal te veel. Ik was letterlijk bang, puur omdat mensen met me zouden kunnen komen praten. Ik voelde me de eerste tijd constant opgejaagd, alsof ik elk moment een marathon moest gaan rennen en in de startblokken stond, vol adrenaline.

Prioriteiten en assertiviteit
Mensen die een burn-out krijgen, werken vaak te hard aan de verkeerde dingen, voelen zich te verantwoordelijk voor problemen (of mensen) waar ze helemaal niet verantwoordelijk voor zijn. Mezelf meegerekend zijn mensen die een burn-out krijgen stuk voor stuk te harde werkers met een te groot verantwoordelijkheidsbesef.

Peoplepleasers dus, die twee essentiële eigenschappen missen: prioriteiten kunnen stellen en assertiviteit.

Mensen die voor zichzelf op komen en prioriteiten kunnen stellen, raken niet (zo snel) burn-out als mensen die dat nog niet geleerd hebben. Een burn-out kan dan wel getriggerd worden door grote gebeurtenissen, zoals echtscheiding, verhuizing, verlies van een naaste of het verkeerde beroep, maar als je geen prioriteiten leert stellen en geen nee leert te zeggen, heb je – ook na het verwerken van deze gebeurtenissen – grote kans op een terugval.

Spiegel
Mensen geven altijd liever anderen de schuld van hun problemen. Dat is menselijk, want je eigen probleem onder ogen zien is niet zo gemakkelijk en voelt heel onprettig. Dus geef je eerst liever zo lang mogelijk een ander de schuld. Naar een ander kijk je gemakkelijker dan naar jezelf. Dat heb ik overigens wel gedaan – letterlijk. Ik stond op de badkamer en keek voor het eerst sinds lange tijd écht naar mezelf in de spiegel.

Daar stond ik dan, en ik keek naar mij. Het beviel me maar niets wat ik daar zag. Ik was bleek, zag er vermoeid uit en mijn lach was weg. Mijn schouders waren gespannen. ´Zo wil ik niet meer zijn,´ zei ik hardop tegen mezelf.

Ik wilde ook niet meer zo zijn.
Ik wilde niet meer met een masker op leven: overal ja op zeggen, omdat mensen me anders niet meer aardig zouden vinden. Ik wilde niet langer dingen doen omdat ik dacht dat ´men´ dat verwachtte. Ik had letterlijk geen enkele energie meer over om nog maar een seconde langer te doen alsof.

Eerlijk
Als mensen me vroegen hoe het met me ging, zei ik eerlijk dat het niet goed met me ging. Dat is eng, maar ook verfrissend. Mensen reageerden helemaal niet negatief, waar ik altijd zo bang voor was geweest, als ik echt mezelf zou zijn. Integendeel zelfs. Ze gaven me opeens een knuffel, lieten inlevingsvermogen zien, boden me hun hulp aan of vertelden me dat zij dit ook hadden meegemaakt – of nog mee maakten. Dat bood ontzettend veel troost: weten dat je niet de enige bent.

Doordat ik geen kracht meer had om te doen alsof, deden anderen dat plots ook niet meer.

Als je letterlijk niets meer kunt, terwijl je al je hele leven gedacht hebt dat mensen met je omgaan vanwege de dingen die je doet, kom je er achter wie in je leven is vanwege wie je bent. Als je niemand meer kunt helpen, komen de mensen die echt om je geven vanzelf naar jou toe, om je te steunen. Dat was een nieuwe, maar ook ontroerende ervaring voor me. Plotseling bleek dat mijn vrienden onvoorwaardelijk in mijn leven zijn, zelfs als ik helemaal niets behalve mijn aanwezigheid te bieden heb. Zelfs als ik niets kan doen, behalve er bij zitten. En zelfs ook als ik dat niet eens kan. Dat ik er ben is voor hen genoeg. Het besef dat ik al die jaren keihard gewerkt had voor iets wat helemaal niet nodig was, kwam hard binnen.

Waarom dacht ik altijd dat ik dingen moest doen in ruil voor aardig gevonden worden?

Waarom moest ik altijd zo veel van mezelf? Waarom legde ik die lat altijd zo hoog dat ik er niet bij kon? Waarom was goed niet goed genoeg?

Voor en sinds: de positieve kant van een burn-out
Mijn leven is sinds de burn-out drastisch aan het veranderen, in de positieve zin. Ik ben nog steeds een vrouw, moeder, vriendin, schrijfster en werknemer. Voor mijn burn-out stond ik midden in het leven en ontmoette ik heel veel mensen, wiens problemen ik probeerde op te lossen in ruil voor hun vriendschap of waardering.
Sinds mijn burn-out stopte dat voor-wat-hoort-wat-gedrag, maar er kwam iets mooiers voor in de plaats: ik ontmoette mezelf en ging eindelijk met mijn eigen problemen aan de slag. Voor mijn burn-out had ik altijd heel veel mensen en drukte om me heen omdat ik lief en zorgzaam was: sinds mijn burn-out zoek ik meer de stilte op, ben ik bevriend geraakt met mezelf en zorg ik beter voor mij.

Vroeger steunde ik altijd alles en iedereen: nu heb ik steun durven terug vragen en accepteren.

Dat is een van de lessen die ik geleerd heb door mijn burn-out: dat zorgen voor anderen geen must is – dat kunnen ze doorgaans zelf prima! – en dat steun bieden geen eenrichtingsverkeer is; je mag het ook terug vragen. Mijn burn-out is dus zeker ook positief, ook al voelt mijn gekneusde brein niet bepaald prettig. Daarmee komt het wel goed, maar het is nog niet wat het moest zijn: mijn concentratie, geheugen en energie hebben een flinke tik gekregen.

Doordat ik beperkte energie heb, werd ik gedwongen prioriteiten te leren stellen: ik kijk dag voor dag wat ik kan én wil doen, en met wie.

Om te eindigen met die auto langs de kant van de weg: iedere dag kijk ik even op mijn dashboard hoe het er voor staat met de brandstof: sommige dagen kan ik halverwege de dag nog maar vijf kilometer, sommige dagen twintig. Daar pas ik mijn dag op aan. Veel verder dan vandaag kijk ik niet meer vooruit: wie iets met me wil plannen mag dat proberen, maar het is altijd onder voorbehoud. Dat heeft ook met eerlijkheid te maken: ik weet vandaag immers nog niet hoe veel brandstof ik morgen heb.

Ik denk dat ik dat dashboard controleren maar blijf doen voortaan, zodat ik nooit meer leeg en zonder brandstof langs de weg beland.

Ik zie ik zie wat jij niet ziet: over Hoogsensitieve mensen

Je kent het spelletje van vroeger wel: ik zie ik zie wat jij niet ziet. En het is…… blauw! Hoogsensitieve mensen (ook wel HSP’ers genoemd, omdat mensen lange woorden combinaties nu eenmaal graag afkorten) nemen gedetailleerder waar. Ze pikken details op die anderen met het blote oog niet zo snel zien. Deze details komen zonder filter binnen.

Een op de vier mensen is hoogsensitief. Er bestaan veel andere namen voor, maar het komt op hetzelfde neer: deze mensen zien wat anderen vaak niet zien.

En met zien bedoel ik niet altijd het soort zien dat je visueel doet: het is meer waarnemen: soms voel je het letterlijk in je lijf, soms proef je het, soms weet je het gewoon met elke vezel in je lichaam. Bijvoorbeeld: Iemand komt in je buurt en je weet acuut dat het niet goed gaat met diegene. Je weet bij andere mensen vaak ook al wat er aan scheelt, zelfs (lang) voordat diegene zelf er achter komt. Dit kan voor de hoogsensitieve persoon zelf heel naar zijn, maar ook voor de mensen er om heen. Want vaak zijn mensen er nog (lang) niet aan toe om te ontdekken wat jij in twee seconden al aanvoelde toen je hen zag.

Veel mensen weten van zichzelf niet eens dat ze hoogsensitief zijn, of weten het wel maar hebben nog niet geleerd hun grenzen te bewaken. Omdat je als je hoogsensitief bent zo gemakkelijk de energie (ook negatieve!) van anderen oppikt, kan dit veel stress veroorzaken.  Het is dan ook – zeker voor hoogsensitieve mensen – heel belangrijk om te leren hoe je omgaat met al die informatie die bij je binnenkomt – en wat je er aan kunt doen om het niet allemaal bij je binnen te laten komen.

Ben jij zelf hoogsensitief? Hoe heb jij geleerd hier mee om te gaan, of ben je nog zoekende? Ik ben heel benieuwd naar jullie reacties!

Viraal Verhaal: Mannen hebben óók gevoelens!

Arme mannen. Terwijl wij vrouwen het hele wereld wijde web vol schrijven over onze gevoelens, gedachten, emoties en dat soort dingen, zitten mannen daar dan, op de bank, met hun gevoelens. Ja, je leest het goed, hun gevoelens.
Waar wij altijd dachten dat mannen heerlijk gevoelsvrij en dartel door het leven huppelden, blijken ook mannen last te hebben van gevoelens, ook wel bekend als emoties: Recentelijk onderzoek wijst namelijk uit dat ook mannen wel degelijk last hebben van gevoelens. Ze omschrijven de symptomen onder meer als “alsof je erg naar het toilet moet, en er dan toch niks komt”, “een vlaag van misselijkheid maar dan in mijn hoofd” en “een zeer onaangename sensatie in mij”. Het herkennen van het hebben van deze gevoelens is volgens experts de eerste stap richting acceptatie.

Waar de emancipatie van gevoelens van vrouwen al eeuwenlang evolueerde, staat die van mannen nog in de kinderschoenen. Gevoelens hebben is natuurlijk eng, zo bewijst deze bier reclame maar al te duidelijk:

Mannen overal in het land geven aan zich geen raad te weten met dit fenomeen. Er heerst vooral schaamte en schuldgevoel.

“Het is nogal wat, je gaat het niet zomaar effe delen met je maten, in de kroeg.” zegt N., die wegens privacy liever anoniem zijn gevoelens deelt. “Ik voel me regelmatig, hoe zeg je dat, verdrietig, maar denk maar niet dat ik daar snel iets over zeg. Tegen andere mannen al helemaal niet. Ze lachen je vierkant uit. Ik zit dus gewoon opgesloten met mijn eigen gevoel. Alleen al door dit anoniem aan jou te vertellen voel ik me schuldig.”
N. heeft even tijd nodig voor een tissue.
“Maar mijn vrouw zit er ook niet op te wachten hoor. Vrouwen zeggen wel dat ze willen dat we gevoelig zijn, of gevoel tonen. Maar toen ik laatst na maanden moed verzamelen eindelijk vertelde dat ik nog steeds verdrietig werd van de film Bambi, zei ze dat ik maar eens volwassen moest worden. Dat zeg je toch niet, zoiets?”
N. blaast nog een keer in zijn tissue. Zijn ogen naar de grond gericht,  vol schaamte.

“Het is ook gewoon allemaal zo verwarrend. We moeten modern zijn, maar niet te, we moeten onze vrouwen maar alles laten overnemen, je weet wel, werk, geld, wat we voor kleren dragen en zo, maar als we gevoelens gaan tonen dan worden we opeens met de nek aangekeken.”

Ook P. heeft last van gevoelens. “Het begon toen mijn vrouw me opdroeg om Nivea creme te gaan gebruiken vanwege mijn achteruitgaande huid. Kreeg ik een klodder van die zooi in mijn oog. Tranen als een bezetene. Ik zag mezelf zo in de spiegel, met die klodder in mijn oog, en dacht: nou, is dit het dan? Sta je daar, met je terugtrekkende haargrens en je bierbuikje, met een klodder Nivea in je oog. Voor ik het wist stond ik te huilen als een klein kind. Sindsdien is het hek van de dam. Ik hoef maar naar een Nivea reclame te kijken, of ik begin al. Ik heb het op Google opgezocht. Ik denk dat ik lijd aan PTSS. Dat moet wel.”

N. neemt me verder in vertrouwen. “Laatst zat ik naar het darten te kijken op TV. Barney verloor. Ik dacht dat ik het niet meer had. Een dartpijl in mijn hart, weet je wel. Ik kon me amper groot houden. Mijn jongste zoon had het door. Papa, huil je? Vroeg hij. Natuurlijk heb ik gezegd dat ik iets in mijn oog had. Soms ben ik wel eens jaloers op hem, wou ik dat ook nog zes was. Dan is het nog oké om te huilen, als man zijnde. Gek toch, eigenlijk?”

Er valt nog een hele inhaalslag te maken op het gebied van mannengevoelens. Gek genoeg ligt de grootste verantwoordelijkheid in het acceptatieproces van mannengevoelens bij vrouwen. “Als je vrouw achter je staat, je niet meer uitlacht en je gevoelens valideert, voel je je in elk geval in je eigen huis al veilig als je eens moet huilen om een gemist doelpunt of als je die promotie weer niet gemaakt hebt. Dat zou al een mooi begin zijn, een uitgangspunt, weet je wel. Als je thuis veilig je emoties kwijt kunt, wie weet wat de volgende stap dan is. Wie weet, ooit is het misschien de normaalste zaak van de wereld om een potje te janken als je geen strike hebt gegooid met bowlen. Misschien mag je tegen die tijd gewoon wel even lekker emotioneel worden om dat perfect getapte biertje, met twee vingers schuim. Ondanks alles blijf ik goede hoop houden dat we over een aantal jaren misschien ook buiten de badkamer onze gevoelens de vrije loop mogen geven.”

Vrouwen van Nederland, jullie lezen het goed: de emancipatie van de gevoelens van onze mannen ligt in jullie handen. Ga er wijs mee om. couch-conference-startup-bro-concentration-large

 

 

 

 

WAT ZULLEN DE MENSEN WEL NIET DENKEN?

Wat zullen de mensen wel niet denken?
Je kent de uitdrukking vast wel. De inhoud van die uitdrukking staat me steeds meer tegen. Al mijn hele leven ben ik getraind en zeer vaardig geworden in wat de mensen wel niet zullen denken. Dat wordt al jong aangeleerd, want sociaal onwenselijk gedrag vertonen staat garant voor een correctie inclusief een herinnering aan wat de mensen wel niet zullen denken. Ik ben de genoemde mensen zelf overigens nog nooit persoonlijk tegen gekomen; in mijn fantasie zijn het een soort afkeurend blikkende zombies geworden, die van een afstandje alles bekijken wat ik doe, “Kijk nouuuu wat ze doettt…” fluisterend, gepaard met vermanende vingertjes en een hoop afkeurend gemompel.

Buiten de box denken
Wat de mensen wel niet zouden denken kan je afremmen op allerlei gebieden. Als je bij alles wat je doet gaat nadenken over wat de mensen er van gaan denken, durf je amper nog je veters te strikken. En toch heeft het me jaren gekost om te komen tot het besef dat ik nu heb.

Al van kinds af aan wordt ons geleerd om rekening te houden met. We passen ons aan, doen wat van ons gevraagd wordt en willen zo weinig mogelijk opvallen, om vervolgens, als we dertig of veertig zijn, trainingen te moeten volgen waarin ons geleerd wordt om `outside the box´ te denken. Dat voelt dan weer heel onnatuurlijk, want ja, je hebt net dertig of veertig jaar gespendeerd aan het afleren van exact dat.

Natuurlijk is het niet de bedoeling dat mensen als volwassene in de metro trots hun neus-inhoud-vangst aan omstanders tonen, maar bepaalde dingen die kinderen van nature doen, zijn bijzonder creatief en zouden naar mijn mening niet afgeremd moeten worden om wat een vreemde groep buitenstaanders er misschien wel niet van zou kunnen denken. Bovendien is het een te vaag begrip, en is ook niet duidelijk wíe dan bedoeld wordt, wát ze dan zouden kunnen denken, en bovendien wordt zelden de vraag gesteld of dat dan erg is, als mensen van buitenaf een mening hebben. Néé, we moeten dat vóór zijn, we moeten zorgen dat ons gedrag zo gewoon is en zo normaal en netjes binnen de lijntjes, dat men met een vergrootglas zou moeten gaan zoeken naar iets dat abnormaal of incorrect is volgens de maatstaven van ´de mensen´.

Eén, twee, uit de maat
Volgens mij zijn de beste inventies gedaan juist door diegenen die zich weinig aantrokken van wat de mensen zouden kunnen denken. Want iets nieuws bedenken vergt juist datgene doen wat nog nooit iemand eerder heeft gedaan of gedurfd. En verandering, goed of fout, dat wekt vaak in eerste instantie verzet op bij mensen. Dat is gewoon een natuurlijke reactie, omdat mensen in eerste instantie graag bij het oude vertrouwde blijven. Maar als alles bij het oude was gebleven, tja, dan had ik nu met een vulpen deze blog moeten schrijven en honderd keer moeten overschrijven om deze dan bij mensen in de brievenbus te gooien, of gewoon voor de deur, want de brievenbus was dan nog niet uitgevonden, of eigenlijk had ik het dan dus iedereen moeten vertéllen, of moeten omzetten in een grottekening, want als niemand ooit iets uitgevonden had waren er ook geen pennen geweest en geen papier. Dus. Ik wil maar zeggen.

Tegendraads
Om heel eerlijk te zijn, hoe hard ik ook geprobeerd heb om altijd rekening te houden met wat de mensen wel niet zouden denken, is het me nooit helemaal gelukt. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. En dus blijf ik toch doen wat ik van nature altijd al wilde: creëren, fantaseren, ook al betekent dit dat dit soms misschien als tegendraads en eigenwijs word ervaren. En wat de mensen daar wel niet van zouden denken? Weet ik veel. Misschien denken ze er wel niet van, dat het een goed idee van me is. Wat ze ook denken, ik laat me er niet meer door tegenhouden. Zonde van al mijn ideeën en creatieve oprispingen. Ik raad het echt iedereen aan, vooral ook die mensen, die er wel niet iets van zouden denken.