Tagarchief: psychisch

hypochondrie

De officiële definitie van hypochondrie is volgens Wikipedia: Hypochondrie[3], ofwel ziektevrees, is een stoornis waarbij een persoon ervan overtuigd is een ernstige ziekte te hebben. Allerlei gewone of onschuldige lichamelijke verschijnselen worden gezien als teken van een ernstige ziekte, zoals een steek, jeuk of kramp. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot uitgebreid zoeken op internet naar de vermeende ziekte of het dwangmatig checken van het eigen lichaam.

Iedereen heeft wel iets. De een is een beetje dwangmatig, de ander heeft een “woedeprobleempje”. Weer een ander heeft depressieve neigingen. Sommige mensen met de specialisatie angst – zoals ik – hebben ook wel eens hypochondrische neigingen.

Daar hoor en lees je echter bijna niets over. Zeker tijdens de huidige pandemie is het geen pretje om hypochondrisch geneigd te zijn. Anderzijds zijn er – nu we gedwongen worden beter op ons lijf en symptomen te letten en een test te laten doen als we een beetje snotteren – nu misschien wel veel meer mensen die hypochondrie beter zullen begrijpen nu dan ooit tevoren.

Hypochondrische neigingen heb ik al van kinds af aan. Het begon tijdens de puberteit. Het was een soort duiveltje dat op mijn schouder zat, altijd. Soms sliep het duiveltje en was er niets aan de hand. Maar het duiveltje sliep nooit heel vast, het was gemakkelijk wakker te maken. Als ik bijvoorbeeld iets op televisie hoorde over bepaalde ziektes. Ik zapte dan snel weg.

Als ik iets ´geks´ of anders voelde in mijn lijf, fluisterde het duiveltje in mijn oor dat het vast iets ernstigs was. Iets héél ernstigs. Ik raakte dan in paniek en kon er soms weken niet van slapen. In tegenstelling tot veel andere mensen met hypochondrische klachten, ging ik juist niet snel naar de dokter. Ik vermeed de dokter het liefst, want dat was immers de plek waar je officieel te horen kon krijgen dat je angst gegrond bleek te zijn. Daar moest ik dus niet zijn! Met als gevolg dat ik soms weken, maanden en in een enkel geval zelfs jaren rond liep met vrij onschuldige klachten die soms verdomd gemakkelijk te verhelpen waren. Als ik dan eindelijk naar de dokter durfde te gaan, had ik het nummer van de begrafenisondernemer bij wijze van spreken al op speed dial staan. Overdreven? Ja. Niet realistisch? Nee, absoluut niet realistisch. Maar ik deed het niet expres. Ik werd gewoon verlamd en verblind door de angst om dood te gaan. Daardoor leek alles veel enger, echter.

Ik deed het ook niet om aandacht te krijgen, sterker nog: ik sprak er heel lang met niemand over, uit schaamte. Want in mijn hoofd wist ik wel dat mijn angstige reactie op lichamelijke sensaties veel sterker was dan nodig. Daarom sprak ik er juist niet over. Bang dat mensen me een aansteller zouden vinden.

Sinds ik bezig ben met therapie om van mijn angstklachten en paniekaanvallen af te komen, komen ook de hypochondrische neigingen wel eens ter sprake. Hoe ik daar het beste mee om kan gaan, wanneer het duiveltje weer wakker schrikt en mij de stuipen op het lijf jaagt. Hoe ik mijn eigen gedachten dan kan uitdagen en wat ik dan het beste kan doen.

Ook met mijn huisarts heb ik het onderwerp besproken, wat ik lange tijd niet durfde, omdat ik me schaamde en bang was dat hij me dan niet meer serieus zou nemen. Het tegendeel bleek waar te zijn; hij nam me zeker serieus en drukte me op het hart om gewoon meteen te komen als ik klachten heb. Hij zou altijd tijd voor me maken en wilde niet dat ik hem vermijd uit angst voor de uitkomst of uit angst om niet serieus genomen te worden. Dit gesprekje met mijn huisarts luchtte enorm op. Want het hebben van hypochondrische neigingen is niet gemakkelijk. Zeker niet tijdens een pandemie – waarbij ieder kuchje al paniek bij jezelf en de mensen om je heen kan veroorzaken.

Liefs,

Chrisje

“Lieve mam,…”

Chrisje’s nieuwe VIP Blogger, W.B. schrijft in deze openhartige eerste bijdrage een ontroerende brief aan zijn overleden moeder.

Lieve mams,

De foto van jou in je jonge jaren met je zusje is de enige foto die ik heb waar je echt blij en gelukkig op staat. Zonder zorgen in je blik. Jammer dat ik je niet meer kan vragen hoe dat kan. Van ons samen zijn er bijna geen foto’s gemaakt. Een paar net na mijn geboorte en een enkele op een van de vele feesten in die jaren. Steevast met de flessen drank op tafel en sigaretten in de hand of mond. Ergens tekenend voor ons gezin, waar dan toch geen vader was die eens heeft gedacht: “Laat ik eens een foto van die 2 maken.”. Enfin, het is geen dag van verwijten en eerlijk is eerlijk, ik was allergisch voor camera’s.

Nu – bijna twintig jaar na je dood – denk ik dat er een hoop dingen zijn geweest die je graag had willen meemaken en ik weet dat er momenten zijn geweest waarop ik jou heel hard nodig had of je gewoon ergens bij heb gewenst.

Zo heb je een belangrijke liefde gemist, een best wel goede baan in Brussel waar ik een poosje woonde, het meedenken met de keuze van een appartement, wat kleinschalige tv-momenten en een enkel optreden, maar ook een wat belangrijker interview dat de wereld is rond gegaan in zigeunerjazz-kringen.

Wat had ik graag je gezicht willen zien op het moment dat ik een lokaal programma kreeg en de wethouders in de eerste uitzending aanschoven. Je zou om de verhalen van de af/aankondiging hard gelachen hebben, die moest zeker 20 keer opnieuw, maar je zou vast ook gepocht hebben bij je vriendinnen onder het kienen. Van atheist ging ik naar gelovig, maar niet religieus.

Anderzijds heb je ook een boel ellende gemist. Zo heb je niet gezien hoe het pa en mij verging na je dood. We vielen in een groot gat en de relatie is verder verslechterd tot het punt dat we geen contact meer hadden. Ondanks dat we geen vaarwel meer bij leven tegen elkaar hebben gezegd, heb ik er wel voor gezorgd dat iedereen om hem heen afscheid kon nemen.

Zijn wens: ‘strooi me hier ook uit’, toen we de as in jouw urn bij de rozenstruik in de tuin hebben uitgestrooid heb ik waargemaakt. Dat kostte nogal wat moeite, want het huis was verhuurd toen hij kwam te overlijden. Twee jaar lang stond hij op de kast. Je zou sowieso niet kunnen geloven wat er in de familie nog allemaal aan vijandigheid is geweest, maar het is je ook bespaard gebleven dat ons nichtje een ernstig en levenspad veranderend ongeluk heeft gehad.

Net zoals er in jouw leven geen 9/11 of moord op Fortuyn is geweest. Geen Karst T. of ISIS en geen wegversperringen en barrières met carnaval, omdat die als je ze niet hebt, soms nodig blijken. Of je had kunnen en willen wennen aan de mobieltjestijd en het toegenomen egoïsme en een steeds onverschilliger voelende maatschappij waag ik te betwijfelen. En ook zorgen over droogte en klimaat zijn je bespaard gebleven.

Maar mams, ik moet goed zoeken om één dag in de laatste 20 jaar te vinden waar ik niet aan je heb gedacht. Het blijft een groot gemis dat we niet meer samen met een glas port de dag kunnen bespreken, bovendien was je de enige persoon die echt invloed op me had.

Vanavond drink ik een glas goede port op alle mooie herinneringen in de jaren die ons wel gegund waren. Zal ik me nog eens schamen voor de fouten die ik heb gemaakt en ik zal nog eens lachen om alle geintjes en onzin die we hebben uitgehaald. Weet je nog? Dat we Gertie een drinkbakje voor de goudvis hebben laten kopen in de dierenzaak? Wat konden we lachen om die ongein.

Bedankt voor alles, mam. Proficiat vandaag, daar boven. Tijd voor een uurtje Kollenberg. Je zou het hier vast prachtig vinden.

Je liefhebbende zoon,
W.B.

Met een paniekstoornis winkelen in een paniekwereld

Het leven met een angst- en paniekstoornis gaat normaliter al niet over rozen… Maar sinds de corona crisis gaat het leven niet eens over onkruid.

Ik moest even naar het winkelcentrum voor wat zomerkleding en schoenen voor mijn dochter. Dit is al een hele opgave als je een angst- en paniekstoornis hebt, want je moet naar een winkelcentrum, je moet interactie hebben met mensen die je niet kent. Aangezien ik mezelf tegenwoordig iedere dag een opdracht geef (in de zin van iets spannends toch doen) was dit vandaag mijn uitdaging.

Aangekomen bij het winkelcentrum wijzen de pijlen op de grond aan aan welke kant ik mag lopen en in welke richting. Ik zie dat niet eens de helft van de mensen zich hier aan houdt, maar toch probeer ik het. Ik ga eerst naar een kledingwinkel. Daar hangt een grote lijst met regels voordat je de winkel betreedt. Houd anderhalve meter afstand, et cetera. Lijkt me logisch, maar ik begrijp dat ze dit moeten ophangen. Ik kijk wat rond, gelukkig is het rustig in de winkel. Ik vind wat leuke kleren en reken af, waarbij de verkoopster van achter een kunststof scherm heel vriendelijk tegen me is. Ze zegt nog van alles tegen me over kortingen, maar in mijn haast om het gesprek af te ronden onthoud ik niet wat ze zei. Opgelucht sta ik even later weer buiten.

Ik loop naar de schoenenwinkel, maar deze blijkt gesloten te zijn tot 13.00 uur. Shit. Het is pas 12.30 uur. Wat nu te doen? Ik bedenk dat ik de tijd dan maar om moet zien te krijgen totdat deze winkel opent, want dochter heeft echt nieuwe schoenen nodig en hier verkopen ze tenminste fatsoenlijke kinderschoenen. Ik loop langs de Zeeman. Hier kan ik ook nog even kijken voor ondergoed. De stapel mandjes halveert de ingang. Er hangt een groot bord boven: als hier geen mandjes meer staan is het maximaal aantal klanten in de winkel.

Steun Chrisje eenmalig!

Lees jij de Chrisje blogs graag? Steun haar dan via een eenmalige donatie zodat zij haar artikelen voor jou kan blijven schrijven!

€5,00

Oh ja, weer een reminder voor als je het drie seconden zou vergeten: er gaat een potentieel dodelijk virus rond. Heerlijk, zo winkelen met om de meter een herinnering aan hoe gevaarlijk de wereld tegenwoordig is. Ik zucht eens diep, pak een mandje dat uit elkaar valt van de drie triljoen desinfectie beurten en loop naar het ondergoed. Ondertussen slalom ik om de overige klanten heen, met beleefd corona glimlachje en al. De winkel medewerkster begint direct na het afrekenen driftig mijn mandje te desinfecteren. Ik loop naar buiten en zie dat ik pas tien minuten om heb gekregen. Dus besluit ik om mezelf nog een Challenge op te leggen: ik ga een glaasje drinken op het terras buiten.

Een terras is best spannend voor mij, zeker als ik alleen ben, want mensen kijken altijd. Waarom dat wat uitmaakt weet ik niet, maar ik vind het verschrikkelijk. Toch doe ik het. Ik loop naar een tafeltje in de schaduw en ga zitten. Het meisje dat in de bediening werkt komt naar me toe gesneld en zegt “U mag niet plaatsnemen zonder dat u zich heeft aangemeld bij de statafel.” Ze wijst op een statafel aan de andere kant van het terras. Al spijt hebbend van mijn besluit loop ik volgzaam achter haar aan naar de statafel. Ondertussen voelt het alsof ik de ogen van alle bezoekers in mijn rug voel branden.

Aan de statafel wordt mijn naam gevraagd en of ik de afgelopen 24 uur klachten heb gehad. “Nee, althans geen klachten over corona.” antwoord ik. Ze begrijpt het grapje niet. Ze wijst me op een desinfectie zuil en vraagt of ik mijn handen wil desinfecteren. Ik ben geneigd haar te vragen of ze mijn pincode ook wil weten. Maar ik bedenk net op tijd dat dit meisje ook maar doet wat haar baas haar gevraagd heeft om te doen. Ondernemers zijn blij dat hun zaak weer open mag. Zij houden zich dus aan de regels voor het geval handhaving ziet dat ze dit niet doen. Ik houd mijn mond, desinfecteer mijn handen en loop terug naar het tafeltje. Ik bestel een drankje, waarbij het meisje vraagt of ik weet dat ik alleen met pin mag betalen. “Geen probleem.” zeg ik. Als ze weg loopt slaak ik een diepe zucht.

“Wat een ellende hè?” zegt een vriendelijke vrouw die een tafeltje verderop zit. “Ha, ja, ik wilde alleen even iets drinken, ik wist niet dat het zo’n gedoe zou zijn.”

We praten even over corona, alle maatregelen, alle tegenstrijdige berichten. We hebben het over begrafenissen en bruiloften die anders of niet of op een later tijdstip pas door kunnen gaan. We hebben het over kapotte handen en kinderen en oudere mensen. Mijn paniek zakt wat weg. Een kennis van haar werkt op de IC en die zei dat alle nieuwsberichten erg aangedikt worden. Verderop zit een moeder met een klein zoontje van een jaar of drie. Het mannetje wil even bij mij komen buurten, maar ze roept hem streng terug. Ik begrijp het, als moeder zijnde. Ik vraag me af wat dit allemaal voor impact op onze kinderen gaat hebben.

Als ik even later mijn drankje op heb zeg ik gedag tegen de vrouw, betaal via pin en loop braaf via de aangegeven paden en pijlen naar de schoenenwinkel, die inmiddels weer open is.

Als je nog geen angst- en paniekstoornis had, zou je hem nu alsnog wel krijgen. Wat een gekke wereld.

Liefs,

Chrisje

Het corona-lachje

Sinds de corona crisis is er een nieuw fenomeen ontstaan: het corona-lachje noem ik het.

Het corona-lachje bestaat uit verschillende onderdelen: mensen maken meer oogcontact en glimlachen naar elkaar ten teken van verstandhouding: ja, ik zie je, ik houd afstand van je.

Maar ook: ja, ik zie je en ik wacht hier even zodat je langs kunt lopen op afstand. En ook: ja, ik zie je, ik stuur je mijn corona-lachje ten teken van verstandhouding maar ook zodat je weet dat ik je om leg als je binnen de anderhalve meter komt.

Het is een lachje dat specifiek vriendelijkheid mengt met een waarschuwing: ik doe aardig, maar blijf uit mijn buurt.

Soms wordt er ook een eyeroll aan toegevoegd, zodat je weet van elkaar dat je het allebei beu begint te raken, het in de rij staan voor een drogist alsof je in de Efteling staat te wachten tot je de python in mag.

Ik moest net door het winkelcentrum lopen voor een bezoekje aan mijn juwelier. Ik kreeg 28 corona-lachjes en deelde er minstens even zo veel uit. Hoe veel corona-lachjes tel jij vandaag?

Stilstand is vooruitgang

Stilstand is achteruitgang. Dit gezegde spookt al een paar dagen door mijn hoofd. Ik heb namelijk vaak het gevoel dat ik stil sta. En daarmee ook dat ik achteruit ga.

Na een bijzonder slechte dag barstte ik in tranen uit. “Ik heb het gevoel alsof ik al weken, maanden stil sta. Alsof er niets gebeurt. Alsof ik achteruit ga.” Mijn wederhelft herinnerde me aan alles wat ik in de afgelopen weken wél gedaan en bereikt had. De gesprekken die ik had gevoerd, de dingen die ik had gedaan, ook al vond ik ze doodeng.

De dag er na werd ik vroeg wakker. De zware dag er voor was te zien aan de dikte van mijn ogen en de diepte van mijn wallen. Ik begon de dag – zoals wel vaker – door voor me uit te staren en te denken aan alle dingen die ik wilde, moest en kon doen.

Klopte het wat zij zei? Ga ik wel vooruit, zonder het zelf in de gaten te hebben? Ga ik op een soort slakken tempo, waardoor ik zelf niet eens door heb dat ik wel vooruitgang boek?

Stilstand is achteruitgang? Ja, soms. Maar soms is stilstand juist de tijd die ik nodig heb om me voor te bereiden. Als je niet beter weet zie je me twee uur zitten niksen. Als je in mijn hoofd zou kunnen kijken zie je dat ik de scenario’s bedenk die kunnen gebeuren als ik tot actie over ga en het huis verlaat. Wat er in de winkel zou kunnen gebeuren. Wat ik moet doen als ik een paniekaanval krijg. Waar ik kan parkeren. Hoe ik er naar toe ga rijden. Wat ik er ga halen. Wat ik daar na ga doen. Hoe ik mezelf moed in spreek: je kunt het wel, je vindt het alleen eng. Dat wil niet zeggen dat je het niet kunt. Ook als je iets eng vindt kun je het toch doen.

Twee uur later sta ik op, pak mijn tas en vertrek naar de tuinwinkel, haal de plantjes, kom weer terug en werk een paar uur in de tuin. Die twee uur “stilstand” waren nodig om mij voor te bereiden. Ze waren niet nutteloos. Er gebeurde van alles, alleen niet zichtbaar.

De plantjes die nu in onze achtertuin groeien, zijn een blijvende herinnering voor mezelf dat stilstand soms ook vooruitgang kan betekenen.

Ik had vandaag een mooie rotdag

Ik had vandaag een mooie rotdag. Het fijne aan afbouwen van medicatie (in afwachting van andere aanpak) is dat mijn energie opeens volop terug kwam, alsof er een mist op trok en ik plots weer helder kon zien, voor het eerst sinds maanden. “Aha!” zei mijn brein, “We kunnen weer!”. En het ging volledig op hol. Ik poetste het huis terwijl ik achterstallige dingen regelde en eten maakte. Ik deed honderdtwintig dingen tegelijk en voelde me – heel even – onoverwinnelijk en sterk en vrolijk.

Helaas kwam daar abrupt een eind aan toen halverwege de dag mijn energie plots een snoekduik in het diepe nam.

Mijn lijf werd moe, mijn brein nog vermoeider en de waterlanders stroomden onophoudelijk langs mijn wangen. Opeens was de wereld weer eng, groot en onbereikbaar, mijn gevoel wanhopig en ik een falend wezen. “Waarom kan ik me niet gewoon één dag onbezorgd goed voelen?” vroeg ik aan niemand in het bijzonder. Er kwam geen antwoord. Er is ook geen antwoord.

In deze rare tijd is iedereen al angstig en bezorgd. Ik was al voor deze rare tijd heel angstig en bezorgd. Dit kwam er alleen maar bovenop.

Toen kwamen mijn lieve dochter en vriendin thuis, met hun verhalen over school en werk. Verhalen over die grote buitenwereld. Ik was trots op ze en luisterde graag naar hun verhalen. We aten samen en langzaam zakte mijn verdriet weer wat verder weg.

Het was een mooie rotdag, zoals alleen een mooie rotdag mooi kan zijn. En soms is dat ook oké.

Liever een gebroken been: wat je in corona tijden kunt doen voor mensen met een depressie of burn-out

Eerder schreef ik in mijn (vaak gedeelde!) blog over wat je kunt doen voor mensen met een depressie, burnout of andere klachten.

Echter, nu in deze bijzondere, vreemde en vaak moeilijke tijd is het nog moeilijker om er voor mensen met een depressie of andere mentale klachten te zijn, vanwege de afstand die bewaard moet worden.

Wat kun je in quarantaine tijd dan wél doen voor geliefden die worstelen met een depressie, angst klachten, burn-out? Hieronder een aantal tips waar ik ook zelf veel aan gehad heb (en nog):

Laat weten dat je er bent. Bel (regelmatig!), app, video bel, stuur een kaartje, een bosje bloemen, of een brief. Ga op raamvisite of nodig uit voor een leuk online spelletje, als diegene daar zin in heeft tenminste. Laat weten dat je aan die persoon blijft denken, ook al is het op afstand.

Lees verder onder de afbeelding

Stimuleer het zoeken naar hulp.

Stimuleer het inschakelen van hulp. Heeft je geliefde nog geen hulp gekregen met zijn of haar problemen? Adviseer dan een telefonisch consult met de huisarts. Deze kan doorverwijzen, ook in deze tijd, naar professionele hulp. Veel hulpverleningsinstanties werken met telefonische en video gesprekken. Natuurlijk is een live gesprek meestal beter, maar iets is zeker beter dan niets!

Ga wandelen op afstand. Als er een geschikte omgeving voor is, ga dan wandelen op afstand. In rustige dorpen of omgevingen is het prima mogelijk om – op veilige afstand – met elkaar te wandelen. Zo haal je iemand even zijn huis (isolement) uit en kun je rustig praten zonder elkaar constant aan te hoeven kijken. Dit praat vaak gemakkelijker. Wandelen is voor iedereen goed: je komt even op andere gedachten en beweging is sowieso goed tegen depressieve gedachten.

Wees begripvol. Bied een luisterend oor. Geef geen goedbedoelde adviezen en kom niet met standaard cliché antwoorden zoals “het komt wel goed” of “kop op, niet bij de pakken neer gaan zitten”. Luister geduldig, toon inlevingsvermogen en vraag of je iets kunt doen. Vaak is luisteren al genoeg. Ook even praten over je eigen leven is vaak fijn voor de ander: het leidt even af.

Heb jij nog andere tips? Laat ze achter in een reactie!

Als angst je wereld is

Wat me op een of andere manier een beetje “troost” in deze periode, is dat niets voor niemand hetzelfde is gebleven. Iedereen raakt het. Direct of indirect. Zelfs de mensen die in ontkenning zijn en nog hutje mutje op elkaar geplakt in een bus gaan zitten. Zelfs de leiders van landen, zelfs de miljonairs en celebrities. Iedereen is uit zijn comfort zone gedwongen. Iedereen moet een nieuwe dagindeling vinden, een nieuwe manier zoeken om om te gaan met deze andere manier van leven. Collectief aanpassen om elkaar te redden.

Wat voor mij persoonlijk extra moeilijk is, is de angst. De angst in de nieuwsberichten, op social media, in de gesprekken met mensen (op afstand). Ik heb een angststoornis en daarmee leef ik eigenlijk al jaren zoals de meeste mensen nu leven: bang voor sociale contacten, bang om ziek te worden, bang voor van alles en nog wat. Eigenlijk ervaart iedereen nu een klein deel van hoe het is om met een angststoornis te leven: overal waar je komt is het bij je. Je staat er mee op en gaat er mee naar bed. En als je net even niet er aan denkt, komt er wel een fragment op de radio, een bericht op je telefoon, dat je weer er aan herinnert: ik ben er nog.

Wat moeilijk is aan een angststoornis hebben in een periode waarin angst regeert is dat hulp nu moeilijk op gang komt of zelfs stagneert. Waar ik eigenlijk zou moeten oefenen met sociale situaties, mag dat nu niet. Veilig thuis blijven is het advies en dat volg ik uiteraard op. Maar de wereld wordt zo klein dat ik nu al (hoe verrassend) bang ben voor hoe veel stappen terug ik hiermee maak, door niet te kunnen oefenen met kleine stapjes.

Maar dan denk ik aan de mensen die ziek worden en overlijden in de ziekenhuizen, dan denk ik aan de nabestaanden van die mensen, en dan relativeer ik mijn eigen problemen. Stel je niet aan, zegt mijn strenge brein tegen mezelf, wees dankbaar dat je nog leeft. En dat ben ik.

Maar wanneer straks alles weer mag, zullen de mensen met psychische klachten een extra inhaalslag moeten maken. Want de wereld die zo eng was – en recentelijk nog enger werd – moet dan weer betreden worden. Wat normaal al eng was, maar nu driedubbel zo akelig.

Stay safe, lieve mensen ❤️

Liefs,

Chrisje

Juist nu: blijf contact houden met eenzame mensen, mensen met een depressie, burnout en andere psychische klachten

Zeker nu het coronavirus het hele sociale leven plat gooit, evenementen niet meer doorgaan en thuis blijven het advies is, is het van nog groter belang dan normaal om een (telefonisch of digitaal) oogje in het zeil te houden bij de mensen in je vriendenkring die psychisch kwetsbaar zijn.

Eenzame mensen, maar ook mensen met psychische klachten zoals een depressie, burnout of andere klachten zijn juist nu extra kwetsbaar. Regelmatig even telefonisch contact zoeken, beeldbellen of een whatsapp sturen doorbreekt al de stilte, kan helpen om gedachten te relativeren en even afleiding bieden.

Houd contact via telefoon, beeldbellen of whatsapp

Niet alleen bellen of WhatsAppen is goed om te doen. Met de mobiele telefoons van tegenwoordig kun je ook nog heel veel andere dingen samen online doen, om de eenzaamheid te verminderen. Je kunt bijvoorbeeld online spelletjes met elkaar spelen, zoals Draw Something, WordFeud, Kryss (een woord puzzel die je samen maakt om beurten), Snapchat.

Contact houden is belangrijk. Zeker mensen met psychische klachten zitten vaak veel ‘in hun hoofd’, hebben moeite met het verzetten van hun gedachten. Zeker nu mensen beperkt zijn in hun doen en laten en ook de hulpverlening meestal moet werken met telefonisch contact (wat begrijpelijk is voor ieders veiligheid!) is het des te belangrijker om te laten weten dat je aan iemand denkt.

Direct hulp in crisissituatie

Narcistisch gereedschap: Jouw schuldgevoel

Er werd gevraagd naar een vervolg op mijn blog over narcisme in vriendschappen en relaties. In deze blog zal ik verder toelichten hoe narcisten in relaties en vriendschappen te werk gaan.

Een van de gereedschappen van de narcist, waarmee hij / zij je in een wurggreep kan houden, is schuldgevoel. Jouw schuldgevoel welteverstaan, want de narcist heeft dit zelf niet. Zoals ik al eerder uitlegde, gebruiken veel narcisten “gaslighting” als een manipulatieve methode om jou aan jezelf te laten twijfelen. Daarbij maken ze dankbaar gebruik van jouw verantwoordelijkheidsbesef. Immers, als ze jou een schuldgevoel kunnen bezorgen, of dit nu terecht is of niet, dan hebben ze iets om tegen je te gebruiken en je mee te manipuleren.

Lees verder onder de afbeelding

Misschien vraag je je regelmatig af: maar ik deed toch niets verkeerd? Waarschijnlijk is dat ook zo. Je deed niks verkeerd. De narcist weet zaken feilloos te verdraaien dat het er op neer komt dat jij iets verkeerd hebt gedaan, waarvoor je moet boeten in de vorm van iets wat de narcist van je wil.

Al snel nadat je het schuldgevoel in je schoenen hebt laten schuiven zal de aap uit de mouw komen: de narcist wil dat je iets doet, wil meer macht, wil jou meer in zijn of haar grip houden. Zolang jij je schuldig voelt en probeert iets goed te maken, heeft de narcist de touwtjes in handen. Precies wat hij of zij wil.

Een andere manier waarop de narcist de touwtjes in handen probeert te houden is negeren.

Als je iets doet wat de narcist niet bevalt, bijvoorbeeld kritiek uiten of iets voor jezelf doen, of iets doen waar de narcist jaloers van wordt, wordt negeren vaak ingezet als straf. Plotseling hoor je uren, dagen of zelfs weken niets meer. Je hebt de narcist gekrenkt, ookal was dit door bijvoorbeeld gewoon gelukkig te zijn. Dit kan niet, want jouw geluk draait niet om de narcist. De narcist wil al jouw onverdeelde aandacht. Dus neemt hij of zij precies dat weg: aandacht. Je wordt genegeerd totdat men vindt dat je het weer een beetje waard bent om tegen te praten. Dan volgt overigens vaak ook weer de verwijtende fase, waarin je schuldgevoelens aangesproken worden.

Zo gaat deze giftige cirkel door, totdat je door hebt wat er gebeurt en in wat voor relatie je terecht bent gekomen.

Zeven jaar schrijven

Ik schrijf al zeven jaar voor jullie – en voor mezelf – op deze website. Ik deel met jullie mijn verwonderingen, ergernissen, dieptepunten en hoogtepunten. Ik verdiep me in onderwerpen die me boeien en schrijf er over. Jullie reacties laten me lachen, ontroeren me, geven me nieuwe inzichten.

Toen ik zeven jaar geleden met mijn website en Facebook pagina begon, dacht ik: wie zit er nu te wachten op wat ik schrijf? Maar inmiddels – zeven jaar en 30.000 volgers op social media later – denk ik dat niet meer.

Laatst kreeg ik een bericht van een vrouw die schreef dat ze dankzij mijn blogs het roer om had durven gooien in haar leven. Ze had een stap gezet in haar carrière die ze jaren lang voor zich uit had geschoven. Dat raakt me.

Het doet iets met me dat ik mensen help, ook al is het van een afstand. Ik kreeg ook een bericht van iemand die een zware depressie had en zich eindelijk begrepen en gesteund voelde door mijn columns over burn-out en depressies. Het doet me heel veel om dat te lezen.

Ik schrijf al van kinds af aan om dingen te verwerken, te begrijpen, te delen. Ik vind het mooi als ik daarmee andere mensen help. Er is zo veel haat en negatief gedoe op internet, dat ik blij ben een positief steentje bij te dragen. En dat zou ik niet kunnen zonder jullie!

Liefs,

Chrisje

Ben je jezelf kwijt geraakt?

Als ik iets vaak heb gelezen op social media het laatste jaar, is het wel:

“Ik loop helemaal vast.”

“Ik liep tegen mezelf aan.”

“Ik ben mezelf kwijt geraakt.”

“Ik weet niet meer wat ik moet doen.”

“Ik ga op stilte retraite om mijn innerlijke pad te vinden.”

…….. en talloze varianten hierop.

Misschien is het antwoord in deze blog niet het antwoord dat je wil horen, maar wellicht is het wel het antwoord dat je nodig hebt om te horen:

Word wakker! En volwassen!

Lees verder onder de afbeelding

Heb je het gevoel dat je ver van jezelf verwijderd bent? Gooi eens een glas water in je eigen gezicht: je bent al dichtbij jezelf! Je bent jij! Je bent alleen verwijderd geraakt van wat je wil in je leven. Om daar achter te komen moet je keuzes maken.

En nee, dat is niet altijd gemakkelijk. Maar ja, het is wel nodig, anders ging jij niet van die termen rond slingeren als dat je op zoek bent naar jezelf en andere van dit soort grijs-gebied-kreten waar half Nederland ondertussen allergisch voor is geworden.

Je bent niet op zoek naar jezelf, je bent al jezelf. Je bent gewoon niet gelukkig!

Lees verder onder de afbeelding

Je wentelen in zelfmedelijden en zelfbeklag en vage termen waar niets concreet uit te halen is, is altijd gemakkelijker dan opstaan, je voeten in je schoenen zetten en EINDELIJK:

• die nieuwe baan zoeken,

• professionele hulp zoeken,

• een relatie beëindigen of herstellen,

• je excuses aanbieden voor iets waar je al veel te lang spijt van hebt,

• aan een opleiding beginnen

• etc.

Wacht je op iemand die je over je bol aait en je leven verbetert of verandert? Wacht je op iemand die jouw beslissingen voor je gaat nemen? Wil je dat? Het is niet realistisch – en niet gezond! – om te wachten tot anderen je problemen oplossen; welke eer behaal je daaraan?

Lees verder onder de afbeelding

Hoe mooi is het als het jou zelf is gelukt om je angsten onder ogen te komen? Als je je eigen demonen zelf te lijf gaat (indien nodig met professionele hulp)?

Hoe badass vind jij jezelf volgend jaar als je kunt terugkijken op een 2020 waarin je keuzes voor jezelf bent gaan durven maken? Waarin je uit die – oh zo comfortabele! – slachtofferrol bent gekropen en hebt laten zien dat je wel nog een ruggengraat hebt?

Het hele “op zoek zijn naar mezelf” is niet meer en niet minder dan een noodkreet en een roep om aandacht van mensen die heel verdrietig en bang zijn, en niet meer durven opstaan en zeggen: hier stopt dit geitenwollensokkengedoe, ik ben bewust van wat ik moet doen en ik ga NU mijn zaken aanpakken.

Zo. Dat moest ik even kwijt. 😊

Liefs

Chrisje

Hoe voorkom je dat de narcist je manipuleert?

Mensen stellen mij vaak vragen naar aanleiding van mijn quotes en blogs over manipulatie en narcisme. Een van die vragen is: Hoe voorkom ik dat ik gemanipuleerd word? Of: Hoe stap ik uit een relatie of vriendschap met een manipulatief persoon?

Ik wil je zo goed mogelijk antwoord geven op deze vragen. Ik wil daarbij wel benadrukken dat ik geen psycholoog of arts ben. Ik ben ervaringsdeskundige en deel mijn ervaringen graag met mensen die in ongezonde (werk- of privé) relaties of vriendschappen zitten en daar maar moeilijk mee om kunnen gaan.

Om uit een narcistische relatie te stappen, moet je eerst een bewustwordingsproces doorlopen. Dit begint bij:

Herkennen en erkennen

De eerste stap is: herkennen en erkennen. Om gedrag te erkennen moet je het eerst herkennen. Heb je het door als je gemanipuleerd wordt? Zie je het patroon in gedrag? Narcistische mensen en manipulators zijn vaak zeer bedreven in het geleidelijk aanpakken van misbruik. Ze gaan stap voor stap te werk en verdiepen zich uitgebreid in jou: wat zijn je zwakke kanten? Wat zijn je grenzen? Waar ben je gevoelig voor? Pas als ze weten hoe je in elkaar steekt (en narcisten zijn hier zeer bedreven in!) gaan ze voorzichtig jouw grenzen opzoeken. Om narcistisch misbruik en manipulaties te stoppen moet je dus eerst weten en erkennen dat het gebeurt. Voelen wanneer het gebeurt. Meestal herken je het aan een onderbuikgevoel: dit klopt niet, fluistert een stemmetje. Dit onderbuikgevoel is je intuïtie: een heel waardevol iets wat je hard nodig gaat hebben terwijl je je losmaakt.

Charme, snelheid en schuld

Als narcisten iets hebben, is het charme. Krijg je het gevoel dat je gepaaid wordt, dat er geslijmd wordt waarna je wel bijna ja moet zeggen? Heb je vaak het idee dat een situatie zich zo snel ontwikkelde dat je pas later in de gaten had waar je precies mee had ingestemd? Narcisten en manipulators zijn charmant en snel. Ze weten dat de meeste mensen niet bedacht zijn op hun spelletjes en manipulaties. Daar maken ze dankbaar gebruik van.

Een narcist kan een idee nog zo spontaan lijken te opperen; negen van de tien keer is dit vooraf uitgebreid voorbereid. Voor jou lijkt het snel te gaan, omdat de narcist je meestal tien stappen voor is. Charme + snelheid = ja zeggen op iets wat je niet wil. Precies wat de narcist van je verlangt. Heb je naderhand pas door dat je iets hebt toegezegd wat je niet wil doen? Oefen met het er op terugkomen. Een voorbeeld: “Je vroeg me of ik mee ging naar …, ik heb er over nagedacht en me bedacht. Ik wil daar niet heen, maar ik wens je veel plezier!”

Een echte narcist of manipulator zal – als charme en snelheid niet meer werken – op je schuldgevoel in gaan spelen.

Mensen die het slachtoffer worden van een manipulatieve relatie zijn vaak meevoelend, verantwoordelijk en zorgzaam. Zorgzame mensen willen een ander geen pijn doen. Dat weet de narcist: hij of zij maakt hier dan ook dankbaar gebruik van.

Besef dat de narcist een studie heeft gemaakt van jou en je gedrag.

Hij weet je zwakke punten precies te raken.

Een narcist kan je een schuldgevoel aanpraten en/of manipuleren door:

• …Plotseling heel verdrietig, maar wel begripvol te reageren. Hij of zij hoopt hiermee te bereiken dat je je bedenkt omdat je voelt dat hij of zij verdriet heeft.

• …Zaken te noemen die hij of zij voor jou gedaan heeft. “Jammer, toen ik je hielp met… hoopte ik dat jij mij ook zou helpen.” Trap er niet in: in een gezonde relatie bezorgt iemand je geen schuldgevoel alleen omdat je iets niet wil.

• …een extra charme offensief er tegen aan de gooien. “Ah, toe, liefje, alsjeblieft? Ik beloof je dat ik….”

• …als een kleuter te gaan stampvoeten en dreinen. Narcisten schuwen geen enkele leugen of dreiging als het er op aankomt dat ze hun zin willen krijgen. Plotseling op sterven liggende familieleden, zieke huisdieren, geen leugen wordt geschuwd. Achteraf valt het dan opeens toch wel mee, maar dan heb jij al gedaan wat de narcist wilde en verzint hij of zij wel een reden waarom die urgente situatie opeens toch wel mee bleek te vallen. Trap er niet in. Hoe moeilijk ook.

• …je te negeren. Narcisten weten precies hoe gevoelig je er voor bent. Ze negeren je plots uren of dagen lang om je te laten voelen hoe vervelend het is als ze niet in de buurt zijn. Op berichtjes wordt niet of amper gereageerd. Zinnen worden korter. Er wordt niet meer gelachen of gekust, er wordt alleen ijzige stilte op je af gestuurd, waardoor je onbewust of bewust zult voelen: dit krijg je als je niet doet wat ik wil.

Herken je veel in bovenstaande tekst? In een volgende blog ga ik verder in op de stappen die je kunt zetten om te ontsnappen uit een relatie met een narcist.

Luisteren naar je onderbuikgevoel en herkennen wanneer je gemanipuleerd wordt is een proces van oefenen, maar als je het eenmaal doorhebt, wordt het steeds gemakkelijker te herkennen.

liefs,

Chrisje

“Ik begrijp haar keuze. Ook ik ben misbruikt.” – door VIP blogger Rosan

door Chrisje VIP blogger Rosan van der Zee

pfIk voel me niet goed. Waarom? Er is een meisje overleden; Noa. Ze was pas 17 jaar. Ik ken haar niet. Ik wist pas dat ze bestond toen ik las dat ze was overleden. Een zelfgekozen dood. Op de ene pagina stond dat het kwam door euthanasie en ergens anders werd dit gerectificeerd: er was geen sprake van euthanasie.

Volgens de teksten wilde ze niet meer leven door haar trauma’s. Ze mocht geen euthanasie, want daarvoor was ze te jong. Eerst nog traumabehandeling. Was er ook nog een andere optie? Nee. Uiteindelijk besloot ze te stoppen met eten en drinken, begeleid door haar artsen. Blijkbaar kon dat wel.
Jezelf uit moeten hongeren om zo uiteindelijk te sterven. Na een leven lang vechten.

Voor haar was de weg die er nog werd uitgezet niet te bewandelen, maar er was geen andere weg meer om te bewandelen. Die weg bestond immers niet. Ze was losgelaten en spartelend achtergelaten in een wereld die zei niets anders meer te kunnen bieden dan die ene weg.

Ze was zeventien jaar. Ze was een strijder. Nu is ze dood. Maar dat deed ze natuurlijk zelf. Het was haar keuze. Niemand die daar meer iets aan kon doen. Vogelvrij verklaard.
Iets in mij voelt zich schuldig om dit allemaal te lezen. Alsof ik inbreek in iemand anders leven. In iemands anders gevecht waar ik niet zomaar een oordeel over kan vellen. Echter: de hele wereld lijkt hier opeens over te kunnen oordelen. Er wordt van alles geschreeuwd en iedereen lijkt de enige waarheid te kennen.

En ik?

Ik zit op de bank. In stilte.

Eigenlijk wilde ik er niks over schrijven. Wilde ik het voorbij laten gaan en de pijn er dan maar laten zijn. Maar ik kan mijn ogen hier niet voor sluiten.

Ik herken mezelf in dit meisje. Ook ik ben zwaar misbruikt. Ik heb dingen meegemaakt die niemand mee zou moeten maken. Ook mijn lichaam heeft altijd als mijn vijand gevoeld. Ook ik wilde op mijn zeventiende dood. Soms wil ik dat nog. Maar ik leef nog. Ik ben er nog.

Toch kan ik niet zeggen dat zij dan ook maar door had moeten leven. Dat ze niet op had moeten geven. Want ik kan nooit weten wat zij allemaal heeft gevoeld en hoezeer ze heeft geleden. Hoeveel ik ook in haar verhaal herken. Ik geloof haar als ze zegt dat haar lijden ondraaglijk was. Als er dan slechts nog één weg wordt aangeboden om verder te kunnen gaan – een weg die niet door haarzelf kon worden bepaald – dan begrijp ik dat dat als een onmogelijk obstakel voelt.

Wel heb ik het er moeilijk mee. Want ik had het fijn gevonden als dit nieuws nooit de wereld had bereikt. Als het nooit was gebeurd. Als ze op haar manier haar leven weer had kunnen leiden in plaats van lijden.

Maar wie ben ik, om daar over te oordelen. Ik ben slechts iemand die een tekst leest op een pagina waarvan ik weet dat het nooit het verhaal volledig kan vertellen zoals het is. Waarvan ik niet eens weet of het wel de volledige waarheid vertelt. Ik ben slechts een toeschouwer van iemand anders verhaal. Een verhaal dat op mijn verhaal lijkt weliswaar, maar het is niet mijn verhaal. Ik lees het en ik neem het met me mee zonder een definitief oordeel te vellen. Ik heb dus slechts een beleving zonder duidelijk kader. Dat is oké. Want ook dat telt mee.

Daar zit ik dan. Op de bank. Een hoofd gevuld met zorgen, maar toch nog denkend aan morgen. Ik leef nog. Ik ben er nog. Maar dat is mijn verhaal. Van niemand anders. Dat weet iedereen, toch?

Ik hoop dat je je rust hebt gevonden, Noa.

Rosan van der Zee 
Chrisje VIP Blogger

Heb jij hulp nodig? Dan kun je contact opnemen met Stichting 113 Zelfmoordpreventie via 0900-0113 (24 uur per dag, zeven dagen per week bereikbaar) en 113.nl. 

 

Word jij gek van eetgeluiden?

Word jij bijna gek als iemand met open mond eet en daarbij luid smakt? Krijg je mep neigingen van mensen die hard op hun toetsenbord rammen, luidruchtig een appel eten, nootjes of chips verorberen? Vraag je je af of die agressieve gevoelens die je hierbij krijgt normaal zijn? Dan kan het goed zijn dat je misofonie hebt.

Misofonie is een aandoening waarbij specifieke geluiden heftige gevoelens van woede, haat of walging oproepen. Letterlijk betekent misofonie haat van geluid.

pexels-photo-469676Mensen met misofonie hebben hier last van bij veel verschillende geluiden (ook wel triggers genoemd). Dit kan variëren van iemand die zijn eten luidruchtig kauwt tot het tikken op een toetsenbord. Bij het horen van deze triggers is het voor de persoon met misofonie onmogelijk om dit geluid niet te horen; sterker nog, men hoort vanaf dat moment niets anders meer.

Misofonie gaat wel verder dan wat lichte irritatie, volgens de website van de vereniging voor misofonie: “Misofonie is een hersenaandoening waarbij specifieke geluiden extreme gevoelens van woede, walging of haat opwekken. Het gaat veel verder dan ergernis of irritatie.”

pexels-photo-2128817Waar misofonie precies vandaan komt, daar zijn de geleerden nog niet helemaal achter. Vaak begint het tijdens de puberteit. Men is er nog niet achter of het een psychiatrische of neurologische aandoening is. Maar dat het beperkend is om misofonie te hebben, dat is wel duidelijk; sommige mensen gaan de deur zelfs bijna niet meer uit.

Ben jij of ken jij iemand met misofonie? Op de website van de vereniging voor misofonie kun je het testen. 

apple-bite-diet-eat-41660

Het accepteren van een lichamelijke of psychische aandoening: hoe doe je dat?

Reuma, fibromyalgie, depressie, angststoornis… het maakt niet zo veel uit of de diagnose die je krijgt een lichamelijke of psychische aandoening betreft: indien het gaat om chronische klachten, doorloop je na het ontvangen van de diagnose een proces. “Leer er maar mee leven.” of “Je kunt er honderd jaar mee worden!” zijn niet bepaald bemoedigende woorden om te horen, als je zojuist hebt vernomen dat datgene waar jij zo veel psychische of lichamelijke pijn van ondervindt, chronisch is en dus niet meer weg gaat. 

“Je moet leren naar je lichaam / geest te luisteren, je grenzen leren bewaken en op tijd rust nemen.”

Dit is een goed bedoeld, maar moeilijk uitvoerbaar advies. Want: ook al heb jij een psychische of lichamelijke aandoening, dat maakt niet dat je je er automatisch zomaar opeens bij kunt neerleggen dat sommige dingen niet (altijd) meer kunnen. Toch is het leren luisteren naar je lijf en geest wel de belangrijkste stap in het proces om je aandoening te accepteren.

Wat het nog moeilijker maakt: vaak hebben mensen met chronische aandoeningen goede en slechte periodes. Periodes waar in je lichaam en psyche meer aankunnen (bijvoorbeeld door beter weer, of na een vakantie, of gewoon zonder aanwijsbare reden) dan normaal. Ook heb je slechtere periodes, waarin opeens nog maar heel weinig lijkt te lukken.

Voor de omgeving is het vaak ook moeilijk te begrijpen: Vorige maand kon ze nog naar dat feestje en nu is het haar opeens te veel? Dat pijn en je psychische toestand per dag, week of maand kunnen veranderen is erg moeilijk uit te leggen, omdat je er vaak zelf ook weinig grip op hebt.

Wat helpt dan wel om te accepteren dat je een chronische aandoening hebt?

Erken je aandoening
Dit is de belangrijkste stap. Zolang je in ontkenning blijft, kun je jouw aandoening niet accepteren. Hoe harder jij vecht tegen je aandoening, des te zwaarder zul je het krijgen. Het erkennen en herkennen van je eigen aandoening is noodzakelijk als eerste stap in het verwerkingsproces.

Praat er over
Je kunt er zelf mee blijven rondlopen, maar praten over je aandoening zal zeker helpen. Je creëert er meer begrip mee vanuit je omgeving, kunt meer bewustwording creëren, uitleggen wat jouw aandoening inhoudt en wat dit voor jou betekent. Ook kun je aangeven dat je goede weken en slechte weken of dagen hebt, dus dat het niet persoonlijk is als je eens iets moet afzeggen. Dit betekent overigens niet dat je je altijd moet verantwoorden naar anderen toe, maar voor goede vrienden en familie is het handig om te weten wat er met je aan de hand is.

Vangnet
Creëer een vangnet: een vriendin waar mee je kunt praten, een lotgenoot die dezelfde aandoening heeft, ga naar een praatgroep of bel je moeder: als het maar iemand is die jou begrijpt, niet veroordeelt en die jou troost als je het even moeilijk hebt.

Bescherm jezelf
In tijden van nood leer je je vrienden kennen. Er zullen vaak mensen zijn die minder begrip opbrengen voor jouw aandoening dan je zou verwachten: sterker nog, sommige mensen tonen helemaal geen begrip. Dit is natuurlijk een grote teleurstelling, zeker als het om mensen gaat die jij voor jouw diagnose als goede vriend of vriendin beschouwde.

Houd een agenda / planner bij
Om meer inzicht te krijgen in wat je lijf / hoofd aan kan, is het verstandig om een agenda / planner / dagboek bij te houden. Was je bekaf na twee aaneengesloten avonden met verplichtingen? Kun je twee verjaardagen op een dag aan? Hoe voel je je na het weekend? Als je meer inzicht krijgt in je planning en klachten, ga je sneller het verband zien en herken je eerder wanneer jij jouw grenzen overschrijdt. Als je dit in kaart brengt voor jezelf, leer je sneller hoe je hier voortaan beter mee om kunt gaan. Dit werkt ook erg goed als je lichaam op bepaalde voedingsstoffen (niet goed) reageert: een eetdagboek is dan een uitkomst om te ontdekken wat goed gaat en wat niet.

Ten slotte: heb geduld met jezelf
De weg naar een diagnose is vaak al lang: het proces richting acceptatie van je aandoening duurt vaak nog langer. Heb geduld met jezelf, en wees boven alles lief voor jou. Het accepteren van een aandoening gaat met vallen en opstaan. In plaats van jezelf te straffen voor het vallen, kun je beter vieren dat je weer op bent gestaan: veel mensen weten niet hoe veel energie dit kost als je chronisch ziek bent. Heb geduld met jezelf; je hoeft niet van de ene op de andere dag te accepteren dat je lijf of geest plots niet meer alles kan. Als je weer een poos verder bent zul je pas zien dat je toch weer grote stappen hebt gezet, ook al zag je die onderweg wellicht niet direct.

Liefs,

Chrisje

logo chrisje

Leven met angst en paniek: zo ga je de strijd aan

Paniek en angst: de twee grote vijanden voor 1,1 miljoen Nederlanders. Een paniekaanval ervaren is doodeng en kost ontzettend veel energie. En als je niet op let, gaat angst zelfs je leven beheersen. 

pexels-photo-736843
“Een mens lijdt ’t meest
Door ’t lijden dat hij vreest
dat nooit op komt dagen.”

Als puber had ik er voor het eerst bewust last van: paniekaanvallen. Ik hyperventileerde vaak. Ik viel flauw op de gekste plekken: in de snackbar, in de rij voor de discotheek, boven aan de trap in mijn ouderlijk huis. Ik kreeg toen fysiotherapie om te leren hoe ik mijn ademhaling weer onder controle kreeg bij een hyperventilatie-aanval. Dat was fijn, maar voorkwam niet dat ik ze kreeg.

Sommige mensen reageren op stress met hoofdpijn, woedeaanvallen, maagklachten, et cetera. Mensen die gevoelig zijn voor paniekaanvallen en angst reageren op stress met, je raadt het al, paniek en angst.
Als ik (te lang) aan te veel stress word blootgesteld, krijg ik duizelingen, hartkloppingen en hyperventilatie: allemaal bij elkaar heet dat dan een paniekaanval. Een paniek- of angststoornis is niet gemakkelijk om mee te leven. Paniekaanvallen kunnen je dag verpesten, je verlammen: Verlamd zijn van angst is niet voor niets een uitdrukking. Paniekaanvallen zijn heel eng om mee te maken: je krijgt klamme handen, kunt duizelig worden, voelt je ´opgesloten´ en radeloos. Als je angstig genoeg bent geworden voor je paniekaanvallen en er aan toe gaat geven (wat heel begrijpelijk is!), ga je die plaatsen vermijden waar je angst de kop op stak. Als je een paniekaanval kreeg in een supermarkt, probeer je daar weg te blijven. Als je een paniekaanval kreeg in een kroeg, kun je kroegen gaan vermijden. Kreeg je een paniekaanval op je werk, dan durf je daar wellicht niet meer naartoe.

Helaas werkt juist dat – toegeven aan de angst en paniek – averechts. Hoe meer je toegeeft aan je angsten, des te groter worden ze. Vermijding vergroot namelijk angst. Blootstelling aan je angsten is dan ook een van de beste manieren om over je angsten heen te komen, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt. Accepteren dat je iets eng vindt, en het desondanks toch doen.

stop-shield-traffic-sign-road-sign-39080Snel weg van de snelweg
Toen ik net mijn rijbewijs had gehaald, had ik een behoorlijke angst voor de snelweg. Ik had tijdens mijn rijles-periode een ongeluk gehad (als bijrijder) en ik vond het rijden op de snelweg doodeng: het ging te snel, ik was heel erg bang om door anderen aangereden te worden of om de controle over het stuur kwijt te raken. Dus vermeed ik de eerste tijd alle snelwegen.

Toch knaagde iets aan me: nu had ik eindelijk mijn rijbewijs, en reed ik alleen maar rondjes om de kerk. Aangezien ik alle routes binnendoor reed was ik veel meer benzine en tijd kwijt. Dit was toch absurd?

Klaar met die angst
Op een dag besloot ik dat ik klaar was met die angst voor de snelweg. Dan maar een paniekaanval overleven: ik wilde die angst nu echt achter me laten. Dus daar ging ik: met hartkloppingen, angstzweet op mijn voorhoofd en vol doodsangst reed ik met knikkende knieën de snelweg op. (dat laatste is op zich al een prestatie: probeer maar eens te rijden met knikkende knieën!) De eerstvolgende afrit reed ik er direct weer van af, maar wat was ik trots: ik had een stukje snelweg durven rijden! Ik had mijn angst onder ogen gezien en ik leefde nog. Het leek zo klein, maar voor mij was het een enorme overwinning. De week er na reed ik de oprit weer op, en ging ik er na twee afslagen weer af. Weer een stapje gezet. Ik bleef oefenen, steeds een stukje verder. Ik nam er de tijd voor, was blij met iedere overwinning. Elke keer als ik weer een stukje over de snelweg reed, knikten mijn knieën iets minder. Elke keer als ik het weer probeerde, zweette ik wat minder. Het abnormale werd normaal. Ik leerde letterlijk dat ik het kon, door het te doen, ondanks mijn angst.

Een paar jaar later reed ik voor het eerst de Frans-Spaanse grens over, juichend. Het was me gelukt: mijn angst voor de snelweg was weg! Ik had mijn angst onder ogen gezien en daarmee letterlijk weggejaagd, stapje voor stapje, maar het was me gelukt. 
Rijden op de snelweg roept voor mij inmiddels een heel ander gevoel op: het geeft me een gevoel van vrijheid, blijdschap en onafhankelijkheid. Ik ben in de auto ontspannen, ik luister naar muziek, concentreer me op de weg en rijd al jaren met plezier overal naar toe.

pexels-photo-271418
Praat over je angst met mensen die je vertrouwt of met je huisarts. Je zult ervaren dat je niet de enige bent!

En daar waren ze weer
Sinds mijn burn-out heb ik weer last gekregen van paniekaanvallen. Ze zijn er zodra ik drukte opzoek. Zodra het drukker om me heen wordt, met name als ik ergens binnen ben, overvalt me die duizeligheid en lichte staat van paniek weer. Mijn spieren spannen aan, mijn nek verkrampt en ik voel me benauwd. Ik word licht in mijn hoofd en ik weet: daar zijn ze weer, mijn twee vijanden.

Ik geef niet op!
Maar net als jaren geleden met de snelweg zal ik ook dit keer niet weg rennen of plaatsmaken voor angst en paniek, hoe akelig ze ook zijn om te ervaren. Ik zal weer blijven doorgaan, met kleine stapjes, op mijn eigen tempo. Weer zal ik mijn vrijheid terugwinnen. Ik heb het eerder gedaan – en ik zal het weer doen. Beter bang zijn en toch doorgaan dan me verschuilen en het leven aan me voorbij laten gaan, omdat ik op de vlucht ben voor de paniek. Ik weet: Als ik er voor weg ren, rennen de angst en paniek alleen maar harder achter me aan: ze zullen me altijd inhalen. Hoe meer ruimte ik ze geef, hoe groter ze kunnen worden.

Dus kies ik er voor om wederom niet ervoor weg te rennen, maar mijn angst recht in de ogen te kijken, stil te staan en er tegen te zeggen: “Prima, ben er maar. Je mag er zijn. Ik vecht niet tegen je, dat heeft toch geen nut. Maar of je er bent of niet, ik ga door met leven, want ik ben sterker dan jij. Dus maak me maar bang: ik ga het toch doen.”

medical-appointment-doctor-healthcare-40568
Ga naar je huisarts: hij of zij zal je helpen

Ten slotte nog een paar tips en trucs:

  • Heb je last van paniekaanvallen? Ga praten met je huisarts. Hij of zij kan je doorverwijzen naar een praktijkondersteuner of andere hulpverlener. Gedragstherapie kan je helpen met het uitdagen en overwinnen van angstgedachten.
  • Het is best eng om voor het eerst iets te gaan doen waar je al zo lang bang voor bent. Vraag als jou dit helpt, iemand in je omgeving om met je mee te gaan. Kies iemand die jou goed kent, die je vertrouwt en die weet wat hij moet doen als je een paniekaanval krijgt. Dit kan je gerust stellen en de kans op succes vergroten.
  • Praat er over. Je bent niet de enige: ontzettend veel Nederlanders hebben last van angst- en paniekstoornissen. Je leest hier hoeveel. Je bent dus absoluut niet de enige, en je kunt er iets aan doen.
  • Een paniekaanval voelt heel akelig aan, maar is niet gevaarlijk. Dit is belangrijk om te beseffen.

 

Burn-out is voor people-pleasers die geen prioriteiten kunnen stellen

Mensen met een burn-out komen vaak met één harde klap tot stilstand. Als een auto waar te lang niet mee getankt werd: opeens is de brandstof op. Het is acuut: opeens kun je nergens meer naar toe, totdat op zijn minst de energie wordt aangevuld.

Op het moment dat het mij overkwam, gebeurde precies dat. Mijn breinkneuzing, noem ik het wel eens gekscherend. Maar in feite is dit geen grapje, want zo heb ik het echt ervaren: alsof mijn brein gekneusd was. Ik had al een paar dagen een forse hoofdpijn en last van duizeligheid, toen mijn benzinetank definitief leeg bleek te zijn. Ik wankelde ook al een paar dagen letterlijk op mijn benen: ik moest soms letterlijk houvast zoeken: tafels, stoelen en muren om tegen te leunen – om overeind te blijven staan. Een hele vreemde gewaarwording, waar ik op dat moment totaal niets van begreep: dit had ik nog nooit meegemaakt.

Opeens was de tank leeg. Prompt viel al mijn jarenlang geoefend, sociaal wenselijk gedrag weg. Ik kon letterlijk niet meer op mijn benen blijven staan, geen vraag meer beantwoorden.

En dan zit je thuis, met je goede gedrag
Dus daar zat ik dan, met mijn goede gedrag: thuis, volkomen overstuur. Ik had geen idee wat ik moest doen. Ik zag het leven overigens wel nog zitten; depressief heb ik me niet gevoeld. Sterker nog, ik leef echt graag. Ik hou van het leven. En ik hou van mensen. Sterker nog; ik leef zo graag en hou zo van mensen, dat ik mede daardoor burn-out raakte. Ik ben van nature een positief, vrolijk en energiek mens. Hoe kwam ik dan in vredesnaam opeens thuis te zitten? Hoe kon het dat ik in een klap van moeiteloos multi-tasken naar volledig opgebrand op de bank was gegaan?

Hoe kon het dat ik – als liefhebber van mensen – opeens totaal geen mensen meer kon verdragen?

Ik begreep er werkelijk helemaal niets van. Ik probeerde naar de supermarkt te gaan, maar alleen al het licht, de geluiden en de mensen: allemaal te veel. Ik was letterlijk bang, puur omdat mensen met me zouden kunnen komen praten. Ik voelde me de eerste tijd constant opgejaagd, alsof ik elk moment een marathon moest gaan rennen en in de startblokken stond, vol adrenaline.

Prioriteiten en assertiviteit
Mensen die een burn-out krijgen, werken vaak te hard aan de verkeerde dingen, voelen zich te verantwoordelijk voor problemen (of mensen) waar ze helemaal niet verantwoordelijk voor zijn. Mezelf meegerekend zijn mensen die een burn-out krijgen stuk voor stuk te harde werkers met een te groot verantwoordelijkheidsbesef.

Peoplepleasers dus, die twee essentiële eigenschappen missen: prioriteiten kunnen stellen en assertiviteit.

Mensen die voor zichzelf op komen en prioriteiten kunnen stellen, raken niet (zo snel) burn-out als mensen die dat nog niet geleerd hebben. Een burn-out kan dan wel getriggerd worden door grote gebeurtenissen, zoals echtscheiding, verhuizing, verlies van een naaste of het verkeerde beroep, maar als je geen prioriteiten leert stellen en geen nee leert te zeggen, heb je – ook na het verwerken van deze gebeurtenissen – grote kans op een terugval.

Spiegel
Mensen geven altijd liever anderen de schuld van hun problemen. Dat is menselijk, want je eigen probleem onder ogen zien is niet zo gemakkelijk en voelt heel onprettig. Dus geef je eerst liever zo lang mogelijk een ander de schuld. Naar een ander kijk je gemakkelijker dan naar jezelf. Dat heb ik overigens wel gedaan – letterlijk. Ik stond op de badkamer en keek voor het eerst sinds lange tijd écht naar mezelf in de spiegel.

Daar stond ik dan, en ik keek naar mij. Het beviel me maar niets wat ik daar zag. Ik was bleek, zag er vermoeid uit en mijn lach was weg. Mijn schouders waren gespannen. ´Zo wil ik niet meer zijn,´ zei ik hardop tegen mezelf.

Ik wilde ook niet meer zo zijn.
Ik wilde niet meer met een masker op leven: overal ja op zeggen, omdat mensen me anders niet meer aardig zouden vinden. Ik wilde niet langer dingen doen omdat ik dacht dat ´men´ dat verwachtte. Ik had letterlijk geen enkele energie meer over om nog maar een seconde langer te doen alsof.

Eerlijk
Als mensen me vroegen hoe het met me ging, zei ik eerlijk dat het niet goed met me ging. Dat is eng, maar ook verfrissend. Mensen reageerden helemaal niet negatief, waar ik altijd zo bang voor was geweest, als ik echt mezelf zou zijn. Integendeel zelfs. Ze gaven me opeens een knuffel, lieten inlevingsvermogen zien, boden me hun hulp aan of vertelden me dat zij dit ook hadden meegemaakt – of nog mee maakten. Dat bood ontzettend veel troost: weten dat je niet de enige bent.

Doordat ik geen kracht meer had om te doen alsof, deden anderen dat plots ook niet meer.

Als je letterlijk niets meer kunt, terwijl je al je hele leven gedacht hebt dat mensen met je omgaan vanwege de dingen die je doet, kom je er achter wie in je leven is vanwege wie je bent. Als je niemand meer kunt helpen, komen de mensen die echt om je geven vanzelf naar jou toe, om je te steunen. Dat was een nieuwe, maar ook ontroerende ervaring voor me. Plotseling bleek dat mijn vrienden onvoorwaardelijk in mijn leven zijn, zelfs als ik helemaal niets behalve mijn aanwezigheid te bieden heb. Zelfs als ik niets kan doen, behalve er bij zitten. En zelfs ook als ik dat niet eens kan. Dat ik er ben is voor hen genoeg. Het besef dat ik al die jaren keihard gewerkt had voor iets wat helemaal niet nodig was, kwam hard binnen.

Waarom dacht ik altijd dat ik dingen moest doen in ruil voor aardig gevonden worden?

Waarom moest ik altijd zo veel van mezelf? Waarom legde ik die lat altijd zo hoog dat ik er niet bij kon? Waarom was goed niet goed genoeg?

Voor en sinds: de positieve kant van een burn-out
Mijn leven is sinds de burn-out drastisch aan het veranderen, in de positieve zin. Ik ben nog steeds een vrouw, moeder, vriendin, schrijfster en werknemer. Voor mijn burn-out stond ik midden in het leven en ontmoette ik heel veel mensen, wiens problemen ik probeerde op te lossen in ruil voor hun vriendschap of waardering.
Sinds mijn burn-out stopte dat voor-wat-hoort-wat-gedrag, maar er kwam iets mooiers voor in de plaats: ik ontmoette mezelf en ging eindelijk met mijn eigen problemen aan de slag. Voor mijn burn-out had ik altijd heel veel mensen en drukte om me heen omdat ik lief en zorgzaam was: sinds mijn burn-out zoek ik meer de stilte op, ben ik bevriend geraakt met mezelf en zorg ik beter voor mij.

Vroeger steunde ik altijd alles en iedereen: nu heb ik steun durven terug vragen en accepteren.

Dat is een van de lessen die ik geleerd heb door mijn burn-out: dat zorgen voor anderen geen must is – dat kunnen ze doorgaans zelf prima! – en dat steun bieden geen eenrichtingsverkeer is; je mag het ook terug vragen. Mijn burn-out is dus zeker ook positief, ook al voelt mijn gekneusde brein niet bepaald prettig. Daarmee komt het wel goed, maar het is nog niet wat het moest zijn: mijn concentratie, geheugen en energie hebben een flinke tik gekregen.

Doordat ik beperkte energie heb, werd ik gedwongen prioriteiten te leren stellen: ik kijk dag voor dag wat ik kan én wil doen, en met wie.

Om te eindigen met die auto langs de kant van de weg: iedere dag kijk ik even op mijn dashboard hoe het er voor staat met de brandstof: sommige dagen kan ik halverwege de dag nog maar vijf kilometer, sommige dagen twintig. Daar pas ik mijn dag op aan. Veel verder dan vandaag kijk ik niet meer vooruit: wie iets met me wil plannen mag dat proberen, maar het is altijd onder voorbehoud. Dat heeft ook met eerlijkheid te maken: ik weet vandaag immers nog niet hoe veel brandstof ik morgen heb.

Ik denk dat ik dat dashboard controleren maar blijf doen voortaan, zodat ik nooit meer leeg en zonder brandstof langs de weg beland.

Liever een gebroken been deel 2: Zo help je een naaste met een depressie / burn-out

Als iemand een gebroken been heeft, kun je als naaste helpen door hem of haar naar de dokter te rijden, door te helpen met praktische zaken. Maar wat kun je doen als je naaste een depressie of burn-out heeft?

Een paar jaar geleden schreef ik de blog Liever een gebroken been: over depressies, burn-out en andere psychische klachten. In deze blog beschreef ik dat de goedbedoelde tips en adviezen zoals “Trek het je niet zo aan.” en “Misschien moet je dit eens proberen!” vaak helaas averechts werken.

depression3Maar wat kun je dan als naaste wel doen, als iemand van wie je houdt een depressie of burn-out heeft? Je leeft immers mee en wilt diegene graag helpen. Hieronder lees je hoe je dat kunt doen. 

Toon begrip
Sleutelwoord is begrip: ook al heb je het zelf nog nooit meegemaakt, je kunt wel begrip tonen en proberen je in te leven. Ook als je niet weet hoe het voelt. Je naaste zal zich hierdoor in elk geval minder alleen voelen. Dat is belangrijker dan welk goedbedoeld advies dan ook.

Aanwezigheid, op afstand of dichtbij
Wees aanwezig. Dit hoeft niet altijd fysiek te zijn, maar je kunt vragen of je mag langskomen. Laat je horen, bel, stuur eens een berichtje, om te laten weten dat je aan hem of haar denkt. Soms hebben mensen die in een depressie of burn-out zitten geen behoefte aan gezelschap, maar aanbieden kan altijd. Laat weten dat je er bent, als hij of zij wil praten. Misschien gebeurt dat niet meteen, maar als de tijd dan rijp is, weet hij of zij in elk geval dat het kan. Een lief kaartje of een mooie brief doen ook vaak al wonderen, als iemand diep zit.  depression4

Luisteren
Je naaste zit in een depressie of burn-out, dus wil je graag helpen. Je houdt van hem of haar, dus wil je opvrolijken en problemen oplossen. Dat is heel begrijpelijk en menselijk. Maar hoe goed dit ook bedoeld is, dit kun jij niet voor hem of haar doen.In feite is iemand vaak al erg blij als er simpelweg geluisterd wordt. Luisteren lijkt heel simpel, maar dat is het niet. Luisteren zonder oordeel en zonder meteen met oplossingen te komen is best moeilijk. Maar luisteren is wel bijzonder behulpzaam voor de ander, want waar jij rustig luistert zonder oordeel voelt de ander zich veilig, kan hij of zij gevoelens uiten. Praten lucht op. Wees dus een klankbord. Dit is vaak al genoeg.

Wees geen hulpverlener
Bovendien ben je geen hulpverlener, je bent zijn of haar vriendin, zus, moeder, etc.
Je kunt en hoeft het probleem niet op te lossen; dat is niet jouw verantwoordelijkheid. Voor professionele hulp en begeleiding zijn deskundigen, die emotioneel verder af staan van jouw naaste, en alleen al daardoor vaak beter kunnen helpen.

Hulp
depressionAls jouw naaste (nog) geen hulp heeft gezocht voor zijn of haar klachten, is dit wel handig om aan te raden / te adviseren. Een gesprek met de huisarts of praktijkondersteuner kan voor jouw naaste de juiste hulp op gang brengen. Je kunt aanbieden om mee te gaan naar de huisarts, als dit de drempel lager maakt.
Als je je zorgen maakt om je naaste, is het goed om te benadrukken dat hulp nodig is: mensen met een depressie of burn-out komen hier vaak zonder begeleiding niet zelf uit.

Heb je zelf een depressie of burn-out klachten? Ga dan naar je huisarts, hij of zij zal je verwijzen naar de juiste hulpverlener. depression