Tagarchief: psychisch

Leven met angst en paniek: zo ga je de strijd aan

Paniek en angst: de twee grote vijanden voor 1,1 miljoen Nederlanders. Een paniekaanval ervaren is doodeng en kost ontzettend veel energie. En als je niet op let, gaat angst zelfs je leven beheersen. 

pexels-photo-736843
“Een mens lijdt ’t meest
Door ’t lijden dat hij vreest
dat nooit op komt dagen.”

Als puber had ik er voor het eerst bewust last van: paniekaanvallen. Ik hyperventileerde vaak. Ik viel flauw op de gekste plekken: in de snackbar, in de rij voor de discotheek, boven aan de trap in mijn ouderlijk huis. Ik kreeg toen fysiotherapie om te leren hoe ik mijn ademhaling weer onder controle kreeg bij een hyperventilatie-aanval. Dat was fijn, maar voorkwam niet dat ik ze kreeg.

Sommige mensen reageren op stress met hoofdpijn, woedeaanvallen, maagklachten, et cetera. Mensen die gevoelig zijn voor paniekaanvallen en angst reageren op stress met, je raadt het al, paniek en angst.
Als ik (te lang) aan te veel stress word blootgesteld, krijg ik duizelingen, hartkloppingen en hyperventilatie: allemaal bij elkaar heet dat dan een paniekaanval. Een paniek- of angststoornis is niet gemakkelijk om mee te leven. Paniekaanvallen kunnen je dag verpesten, je verlammen: Verlamd zijn van angst is niet voor niets een uitdrukking. Paniekaanvallen zijn heel eng om mee te maken: je krijgt klamme handen, kunt duizelig worden, voelt je ´opgesloten´ en radeloos. Als je angstig genoeg bent geworden voor je paniekaanvallen en er aan toe gaat geven (wat heel begrijpelijk is!), ga je die plaatsen vermijden waar je angst de kop op stak. Als je een paniekaanval kreeg in een supermarkt, probeer je daar weg te blijven. Als je een paniekaanval kreeg in een kroeg, kun je kroegen gaan vermijden. Kreeg je een paniekaanval op je werk, dan durf je daar wellicht niet meer naartoe.

Helaas werkt juist dat – toegeven aan de angst en paniek – averechts. Hoe meer je toegeeft aan je angsten, des te groter worden ze. Vermijding vergroot namelijk angst. Blootstelling aan je angsten is dan ook een van de beste manieren om over je angsten heen te komen, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt. Accepteren dat je iets eng vindt, en het desondanks toch doen.

stop-shield-traffic-sign-road-sign-39080Snel weg van de snelweg
Toen ik net mijn rijbewijs had gehaald, had ik een behoorlijke angst voor de snelweg. Ik had tijdens mijn rijles-periode een ongeluk gehad (als bijrijder) en ik vond het rijden op de snelweg doodeng: het ging te snel, ik was heel erg bang om door anderen aangereden te worden of om de controle over het stuur kwijt te raken. Dus vermeed ik de eerste tijd alle snelwegen.

Toch knaagde iets aan me: nu had ik eindelijk mijn rijbewijs, en reed ik alleen maar rondjes om de kerk. Aangezien ik alle routes binnendoor reed was ik veel meer benzine en tijd kwijt. Dit was toch absurd?

Klaar met die angst
Op een dag besloot ik dat ik klaar was met die angst voor de snelweg. Dan maar een paniekaanval overleven: ik wilde die angst nu echt achter me laten. Dus daar ging ik: met hartkloppingen, angstzweet op mijn voorhoofd en vol doodsangst reed ik met knikkende knieën de snelweg op. (dat laatste is op zich al een prestatie: probeer maar eens te rijden met knikkende knieën!) De eerstvolgende afrit reed ik er direct weer van af, maar wat was ik trots: ik had een stukje snelweg durven rijden! Ik had mijn angst onder ogen gezien en ik leefde nog. Het leek zo klein, maar voor mij was het een enorme overwinning. De week er na reed ik de oprit weer op, en ging ik er na twee afslagen weer af. Weer een stapje gezet. Ik bleef oefenen, steeds een stukje verder. Ik nam er de tijd voor, was blij met iedere overwinning. Elke keer als ik weer een stukje over de snelweg reed, knikten mijn knieën iets minder. Elke keer als ik het weer probeerde, zweette ik wat minder. Het abnormale werd normaal. Ik leerde letterlijk dat ik het kon, door het te doen, ondanks mijn angst.

Een paar jaar later reed ik voor het eerst de Frans-Spaanse grens over, juichend. Het was me gelukt: mijn angst voor de snelweg was weg! Ik had mijn angst onder ogen gezien en daarmee letterlijk weggejaagd, stapje voor stapje, maar het was me gelukt. 
Rijden op de snelweg roept voor mij inmiddels een heel ander gevoel op: het geeft me een gevoel van vrijheid, blijdschap en onafhankelijkheid. Ik ben in de auto ontspannen, ik luister naar muziek, concentreer me op de weg en rijd al jaren met plezier overal naar toe.

pexels-photo-271418
Praat over je angst met mensen die je vertrouwt of met je huisarts. Je zult ervaren dat je niet de enige bent!

En daar waren ze weer
Sinds mijn burn-out heb ik weer last gekregen van paniekaanvallen. Ze zijn er zodra ik drukte opzoek. Zodra het drukker om me heen wordt, met name als ik ergens binnen ben, overvalt me die duizeligheid en lichte staat van paniek weer. Mijn spieren spannen aan, mijn nek verkrampt en ik voel me benauwd. Ik word licht in mijn hoofd en ik weet: daar zijn ze weer, mijn twee vijanden.

Ik geef niet op!
Maar net als jaren geleden met de snelweg zal ik ook dit keer niet weg rennen of plaatsmaken voor angst en paniek, hoe akelig ze ook zijn om te ervaren. Ik zal weer blijven doorgaan, met kleine stapjes, op mijn eigen tempo. Weer zal ik mijn vrijheid terugwinnen. Ik heb het eerder gedaan – en ik zal het weer doen. Beter bang zijn en toch doorgaan dan me verschuilen en het leven aan me voorbij laten gaan, omdat ik op de vlucht ben voor de paniek. Ik weet: Als ik er voor weg ren, rennen de angst en paniek alleen maar harder achter me aan: ze zullen me altijd inhalen. Hoe meer ruimte ik ze geef, hoe groter ze kunnen worden.

Dus kies ik er voor om wederom niet ervoor weg te rennen, maar mijn angst recht in de ogen te kijken, stil te staan en er tegen te zeggen: “Prima, ben er maar. Je mag er zijn. Ik vecht niet tegen je, dat heeft toch geen nut. Maar of je er bent of niet, ik ga door met leven, want ik ben sterker dan jij. Dus maak me maar bang: ik ga het toch doen.”

medical-appointment-doctor-healthcare-40568
Ga naar je huisarts: hij of zij zal je helpen

Ten slotte nog een paar tips en trucs:

  • Heb je last van paniekaanvallen? Ga praten met je huisarts. Hij of zij kan je doorverwijzen naar een praktijkondersteuner of andere hulpverlener. Gedragstherapie kan je helpen met het uitdagen en overwinnen van angstgedachten.
  • Het is best eng om voor het eerst iets te gaan doen waar je al zo lang bang voor bent. Vraag als jou dit helpt, iemand in je omgeving om met je mee te gaan. Kies iemand die jou goed kent, die je vertrouwt en die weet wat hij moet doen als je een paniekaanval krijgt. Dit kan je gerust stellen en de kans op succes vergroten.
  • Praat er over. Je bent niet de enige: ontzettend veel Nederlanders hebben last van angst- en paniekstoornissen. Je leest hier hoeveel. Je bent dus absoluut niet de enige, en je kunt er iets aan doen.
  • Een paniekaanval voelt heel akelig aan, maar is niet gevaarlijk. Dit is belangrijk om te beseffen.

 

Advertenties

Burn-out is voor people-pleasers die geen prioriteiten kunnen stellen

Chrisje
“Burn-out is voor people pleasers die geen prioriteiten kunnen stellen.”

Mensen met een burn-out komen vaak met één harde klap tot stilstand. Als een auto waar te lang niet mee getankt werd: opeens is de brandstof op. Het is acuut: opeens kun je nergens meer naar toe, totdat op zijn minst de energie wordt aangevuld.

Op het moment dat het mij overkwam, gebeurde precies dat. Mijn breinkneuzing, noem ik het wel eens gekscherend. Maar in feite is dit geen grapje, want zo heb ik het echt ervaren: alsof mijn brein gekneusd was. Ik had al een paar dagen een forse hoofdpijn en last van duizeligheid, toen mijn benzinetank definitief leeg bleek te zijn. Ik wankelde ook al een paar dagen letterlijk op mijn benen: ik moest soms letterlijk houvast zoeken: tafels, stoelen en muren om tegen te leunen – om overeind te blijven staan. Een hele vreemde gewaarwording, waar ik op dat moment totaal niets van begreep: dit had ik nog nooit meegemaakt.

Opeens was de tank leeg. Prompt viel al mijn jarenlang geoefend, sociaal wenselijk gedrag weg. Ik kon letterlijk niet meer op mijn benen blijven staan, geen vraag meer beantwoorden.

En dan zit je thuis, met je goede gedrag
Dus daar zat ik dan, met mijn goede gedrag: thuis, volkomen overstuur. Ik had geen idee wat ik moest doen. Ik zag het leven overigens wel nog zitten; depressief heb ik me niet gevoeld. Sterker nog, ik leef echt graag. Ik hou van het leven. En ik hou van mensen. Sterker nog; ik leef zo graag en hou zo van mensen, dat ik mede daardoor burn-out raakte. Ik ben van nature een positief, vrolijk en energiek mens. Hoe kwam ik dan in vredesnaam opeens thuis te zitten? Hoe kon het dat ik in een klap van moeiteloos multi-tasken naar volledig opgebrand op de bank was gegaan?

Hoe kon het dat ik – als liefhebber van mensen – opeens totaal geen mensen meer kon verdragen?

Ik begreep er werkelijk helemaal niets van. Ik probeerde naar de supermarkt te gaan, maar alleen al het licht, de geluiden en de mensen: allemaal te veel. Ik was letterlijk bang, puur omdat mensen met me zouden kunnen komen praten. Ik voelde me de eerste tijd constant opgejaagd, alsof ik elk moment een marathon moest gaan rennen en in de startblokken stond, vol adrenaline.

Prioriteiten en assertiviteit
Mensen die een burn-out krijgen, werken vaak te hard aan de verkeerde dingen, voelen zich te verantwoordelijk voor problemen (of mensen) waar ze helemaal niet verantwoordelijk voor zijn. Mezelf meegerekend zijn mensen die een burn-out krijgen stuk voor stuk te harde werkers met een te groot verantwoordelijkheidsbesef.

Peoplepleasers dus, die twee essentiële eigenschappen missen: prioriteiten kunnen stellen en assertiviteit.

Mensen die voor zichzelf op komen en prioriteiten kunnen stellen, raken niet (zo snel) burn-out als mensen die dat nog niet geleerd hebben. Een burn-out kan dan wel getriggerd worden door grote gebeurtenissen, zoals echtscheiding, verhuizing, verlies van een naaste of het verkeerde beroep, maar als je geen prioriteiten leert stellen en geen nee leert te zeggen, heb je – ook na het verwerken van deze gebeurtenissen – grote kans op een terugval.

Spiegel
Mensen geven altijd liever anderen de schuld van hun problemen. Dat is menselijk, want je eigen probleem onder ogen zien is niet zo gemakkelijk en voelt heel onprettig. Dus geef je eerst liever zo lang mogelijk een ander de schuld. Naar een ander kijk je gemakkelijker dan naar jezelf. Dat heb ik overigens wel gedaan – letterlijk. Ik stond op de badkamer en keek voor het eerst sinds lange tijd écht naar mezelf in de spiegel.

Daar stond ik dan, en ik keek naar mij. Het beviel me maar niets wat ik daar zag. Ik was bleek, zag er vermoeid uit en mijn lach was weg. Mijn schouders waren gespannen. ´Zo wil ik niet meer zijn,´ zei ik hardop tegen mezelf.

Ik wilde ook niet meer zo zijn.
Ik wilde niet meer met een masker op leven: overal ja op zeggen, omdat mensen me anders niet meer aardig zouden vinden. Ik wilde niet langer dingen doen omdat ik dacht dat ´men´ dat verwachtte. Ik had letterlijk geen enkele energie meer over om nog maar een seconde langer te doen alsof.

Eerlijk
Als mensen me vroegen hoe het met me ging, zei ik eerlijk dat het niet goed met me ging. Dat is eng, maar ook verfrissend. Mensen reageerden helemaal niet negatief, waar ik altijd zo bang voor was geweest, als ik echt mezelf zou zijn. Integendeel zelfs. Ze gaven me opeens een knuffel, lieten inlevingsvermogen zien, boden me hun hulp aan of vertelden me dat zij dit ook hadden meegemaakt – of nog mee maakten. Dat bood ontzettend veel troost: weten dat je niet de enige bent.

Doordat ik geen kracht meer had om te doen alsof, deden anderen dat plots ook niet meer.

Als je letterlijk niets meer kunt, terwijl je al je hele leven gedacht hebt dat mensen met je omgaan vanwege de dingen die je doet, kom je er achter wie in je leven is vanwege wie je bent. Als je niemand meer kunt helpen, komen de mensen die echt om je geven vanzelf naar jou toe, om je te steunen. Dat was een nieuwe, maar ook ontroerende ervaring voor me. Plotseling bleek dat mijn vrienden onvoorwaardelijk in mijn leven zijn, zelfs als ik helemaal niets behalve mijn aanwezigheid te bieden heb. Zelfs als ik niets kan doen, behalve er bij zitten. En zelfs ook als ik dat niet eens kan. Dat ik er ben is voor hen genoeg. Het besef dat ik al die jaren keihard gewerkt had voor iets wat helemaal niet nodig was, kwam hard binnen.

Waarom dacht ik altijd dat ik dingen moest doen in ruil voor aardig gevonden worden?

Waarom moest ik altijd zo veel van mezelf? Waarom legde ik die lat altijd zo hoog dat ik er niet bij kon? Waarom was goed niet goed genoeg?

Voor en sinds: de positieve kant van een burn-out
Mijn leven is sinds de burn-out drastisch aan het veranderen, in de positieve zin. Ik ben nog steeds een vrouw, moeder, vriendin, schrijfster en werknemer. Voor mijn burn-out stond ik midden in het leven en ontmoette ik heel veel mensen, wiens problemen ik probeerde op te lossen in ruil voor hun vriendschap of waardering.
Sinds mijn burn-out stopte dat voor-wat-hoort-wat-gedrag, maar er kwam iets mooiers voor in de plaats: ik ontmoette mezelf en ging eindelijk met mijn eigen problemen aan de slag. Voor mijn burn-out had ik altijd heel veel mensen en drukte om me heen omdat ik lief en zorgzaam was: sinds mijn burn-out zoek ik meer de stilte op, ben ik bevriend geraakt met mezelf en zorg ik beter voor mij.

Vroeger steunde ik altijd alles en iedereen: nu heb ik steun durven terug vragen en accepteren.

Dat is een van de lessen die ik geleerd heb door mijn burn-out: dat zorgen voor anderen geen must is – dat kunnen ze doorgaans zelf prima! – en dat steun bieden geen eenrichtingsverkeer is; je mag het ook terug vragen. Mijn burn-out is dus zeker ook positief, ook al voelt mijn gekneusde brein niet bepaald prettig. Daarmee komt het wel goed, maar het is nog niet wat het moest zijn: mijn concentratie, geheugen en energie hebben een flinke tik gekregen.

Doordat ik beperkte energie heb, werd ik gedwongen prioriteiten te leren stellen: ik kijk dag voor dag wat ik kan én wil doen, en met wie.

Om te eindigen met die auto langs de kant van de weg: iedere dag kijk ik even op mijn dashboard hoe het er voor staat met de brandstof: sommige dagen kan ik halverwege de dag nog maar vijf kilometer, sommige dagen twintig. Daar pas ik mijn dag op aan. Veel verder dan vandaag kijk ik niet meer vooruit: wie iets met me wil plannen mag dat proberen, maar het is altijd onder voorbehoud. Dat heeft ook met eerlijkheid te maken: ik weet vandaag immers nog niet hoe veel brandstof ik morgen heb.

Ik denk dat ik dat dashboard controleren maar blijf doen voortaan, zodat ik nooit meer leeg en zonder brandstof langs de weg beland.

Liever een gebroken been deel 2: Zo help je een naaste met een depressie / burn-out

Als iemand een gebroken been heeft, kun je als naaste helpen door hem of haar naar de dokter te rijden, door te helpen met praktische zaken. Maar wat kun je doen als je naaste een depressie of burn-out heeft?

Een paar jaar geleden schreef ik de blog Liever een gebroken been: over depressies, burn-out en andere psychische klachten. In deze blog beschreef ik dat de goedbedoelde tips en adviezen zoals “Trek het je niet zo aan.” en “Misschien moet je dit eens proberen!” vaak helaas averechts werken.

depression3Maar wat kun je dan als naaste wel doen, als iemand van wie je houdt een depressie of burn-out heeft? Je leeft immers mee en wilt diegene graag helpen. Hieronder lees je hoe je dat kunt doen. 

Toon begrip
Sleutelwoord is begrip: ook al heb je het zelf nog nooit meegemaakt, je kunt wel begrip tonen en proberen je in te leven. Ook als je niet weet hoe het voelt. Je naaste zal zich hierdoor in elk geval minder alleen voelen. Dat is belangrijker dan welk goedbedoeld advies dan ook.

Aanwezigheid, op afstand of dichtbij
Wees aanwezig. Dit hoeft niet altijd fysiek te zijn, maar je kunt vragen of je mag langskomen. Laat je horen, bel, stuur eens een berichtje, om te laten weten dat je aan hem of haar denkt. Soms hebben mensen die in een depressie of burn-out zitten geen behoefte aan gezelschap, maar aanbieden kan altijd. Laat weten dat je er bent, als hij of zij wil praten. Misschien gebeurt dat niet meteen, maar als de tijd dan rijp is, weet hij of zij in elk geval dat het kan. Een lief kaartje of een mooie brief doen ook vaak al wonderen, als iemand diep zit.  depression4

Luisteren
Je naaste zit in een depressie of burn-out, dus wil je graag helpen. Je houdt van hem of haar, dus wil je opvrolijken en problemen oplossen. Dat is heel begrijpelijk en menselijk. Maar hoe goed dit ook bedoeld is, dit kun jij niet voor hem of haar doen.In feite is iemand vaak al erg blij als er simpelweg geluisterd wordt. Luisteren lijkt heel simpel, maar dat is het niet. Luisteren zonder oordeel en zonder meteen met oplossingen te komen is best moeilijk. Maar luisteren is wel bijzonder behulpzaam voor de ander, want waar jij rustig luistert zonder oordeel voelt de ander zich veilig, kan hij of zij gevoelens uiten. Praten lucht op. Wees dus een klankbord. Dit is vaak al genoeg.

Wees geen hulpverlener
Bovendien ben je geen hulpverlener, je bent zijn of haar vriendin, zus, moeder, etc.
Je kunt en hoeft het probleem niet op te lossen; dat is niet jouw verantwoordelijkheid. Voor professionele hulp en begeleiding zijn deskundigen, die emotioneel verder af staan van jouw naaste, en alleen al daardoor vaak beter kunnen helpen.

Hulp
depressionAls jouw naaste (nog) geen hulp heeft gezocht voor zijn of haar klachten, is dit wel handig om aan te raden / te adviseren. Een gesprek met de huisarts of praktijkondersteuner kan voor jouw naaste de juiste hulp op gang brengen. Je kunt aanbieden om mee te gaan naar de huisarts, als dit de drempel lager maakt.
Als je je zorgen maakt om je naaste, is het goed om te benadrukken dat hulp nodig is: mensen met een depressie of burn-out komen hier vaak zonder begeleiding niet zelf uit.

Heb je zelf een depressie of burn-out klachten? Ga dan naar je huisarts, hij of zij zal je verwijzen naar de juiste hulpverlener. depression