Tag: psychisch

Zeven jaar schrijven

Ik schrijf al zeven jaar voor jullie – en voor mezelf – op deze website. Ik deel met jullie mijn verwonderingen, ergernissen, dieptepunten en hoogtepunten. Ik verdiep me in onderwerpen die me boeien en schrijf er over. Jullie reacties laten me lachen, ontroeren me, geven me nieuwe inzichten.

Toen ik zeven jaar geleden met mijn website en Facebook pagina begon, dacht ik: wie zit er nu te wachten op wat ik schrijf? Maar inmiddels – zeven jaar en 30.000 volgers op social media later – denk ik dat niet meer.

Laatst kreeg ik een bericht van een vrouw die schreef dat ze dankzij mijn blogs het roer om had durven gooien in haar leven. Ze had een stap gezet in haar carrière die ze jaren lang voor zich uit had geschoven. Dat raakt me.

Het doet iets met me dat ik mensen help, ook al is het van een afstand. Ik kreeg ook een bericht van iemand die een zware depressie had en zich eindelijk begrepen en gesteund voelde door mijn columns over burn-out en depressies. Het doet me heel veel om dat te lezen.

Ik schrijf al van kinds af aan om dingen te verwerken, te begrijpen, te delen. Ik vind het mooi als ik daarmee andere mensen help. Er is zo veel haat en negatief gedoe op internet, dat ik blij ben een positief steentje bij te dragen. En dat zou ik niet kunnen zonder jullie!

Liefs,

Chrisje

Ben je jezelf kwijt geraakt?

Als ik iets vaak heb gelezen op social media het laatste jaar, is het wel:

“Ik loop helemaal vast.”

“Ik liep tegen mezelf aan.”

“Ik ben mezelf kwijt geraakt.”

“Ik weet niet meer wat ik moet doen.”

“Ik ga op stilte retraite om mijn innerlijke pad te vinden.”

…….. en talloze varianten hierop.

Misschien is het antwoord in deze blog niet het antwoord dat je wil horen, maar wellicht is het wel het antwoord dat je nodig hebt om te horen:

Word wakker! En volwassen!

Lees verder onder de afbeelding

Heb je het gevoel dat je ver van jezelf verwijderd bent? Gooi eens een glas water in je eigen gezicht: je bent al dichtbij jezelf! Je bent jij! Je bent alleen verwijderd geraakt van wat je wil in je leven. Om daar achter te komen moet je keuzes maken.

En nee, dat is niet altijd gemakkelijk. Maar ja, het is wel nodig, anders ging jij niet van die termen rond slingeren als dat je op zoek bent naar jezelf en andere van dit soort grijs-gebied-kreten waar half Nederland ondertussen allergisch voor is geworden.

Je bent niet op zoek naar jezelf, je bent al jezelf. Je bent gewoon niet gelukkig!

Lees verder onder de afbeelding

Je wentelen in zelfmedelijden en zelfbeklag en vage termen waar niets concreet uit te halen is, is altijd gemakkelijker dan opstaan, je voeten in je schoenen zetten en EINDELIJK:

• die nieuwe baan zoeken,

• professionele hulp zoeken,

• een relatie beëindigen of herstellen,

• je excuses aanbieden voor iets waar je al veel te lang spijt van hebt,

• aan een opleiding beginnen

• etc.

Wacht je op iemand die je over je bol aait en je leven verbetert of verandert? Wacht je op iemand die jouw beslissingen voor je gaat nemen? Wil je dat? Het is niet realistisch – en niet gezond! – om te wachten tot anderen je problemen oplossen; welke eer behaal je daaraan?

Lees verder onder de afbeelding

Hoe mooi is het als het jou zelf is gelukt om je angsten onder ogen te komen? Als je je eigen demonen zelf te lijf gaat (indien nodig met professionele hulp)?

Hoe badass vind jij jezelf volgend jaar als je kunt terugkijken op een 2020 waarin je keuzes voor jezelf bent gaan durven maken? Waarin je uit die – oh zo comfortabele! – slachtofferrol bent gekropen en hebt laten zien dat je wel nog een ruggengraat hebt?

Het hele “op zoek zijn naar mezelf” is niet meer en niet minder dan een noodkreet en een roep om aandacht van mensen die heel verdrietig en bang zijn, en niet meer durven opstaan en zeggen: hier stopt dit geitenwollensokkengedoe, ik ben bewust van wat ik moet doen en ik ga NU mijn zaken aanpakken.

Zo. Dat moest ik even kwijt. 😊

Liefs

Chrisje

Hoe voorkom je dat de narcist je manipuleert?

Mensen stellen mij vaak vragen naar aanleiding van mijn quotes en blogs over manipulatie en narcisme. Een van die vragen is: Hoe voorkom ik dat ik gemanipuleerd word? Of: Hoe stap ik uit een relatie of vriendschap met een manipulatief persoon?

Ik wil je zo goed mogelijk antwoord geven op deze vragen. Ik wil daarbij wel benadrukken dat ik geen psycholoog of arts ben. Ik ben ervaringsdeskundige en deel mijn ervaringen graag met mensen die in ongezonde (werk- of privé) relaties of vriendschappen zitten en daar maar moeilijk mee om kunnen gaan.

Om uit een narcistische relatie te stappen, moet je eerst een bewustwordingsproces doorlopen. Dit begint bij:

Herkennen en erkennen

De eerste stap is: herkennen en erkennen. Om gedrag te erkennen moet je het eerst herkennen. Heb je het door als je gemanipuleerd wordt? Zie je het patroon in gedrag? Narcistische mensen en manipulators zijn vaak zeer bedreven in het geleidelijk aanpakken van misbruik. Ze gaan stap voor stap te werk en verdiepen zich uitgebreid in jou: wat zijn je zwakke kanten? Wat zijn je grenzen? Waar ben je gevoelig voor? Pas als ze weten hoe je in elkaar steekt (en narcisten zijn hier zeer bedreven in!) gaan ze voorzichtig jouw grenzen opzoeken. Om narcistisch misbruik en manipulaties te stoppen moet je dus eerst weten en erkennen dat het gebeurt. Voelen wanneer het gebeurt. Meestal herken je het aan een onderbuikgevoel: dit klopt niet, fluistert een stemmetje. Dit onderbuikgevoel is je intuïtie: een heel waardevol iets wat je hard nodig gaat hebben terwijl je je losmaakt.

Charme, snelheid en schuld

Als narcisten iets hebben, is het charme. Krijg je het gevoel dat je gepaaid wordt, dat er geslijmd wordt waarna je wel bijna ja moet zeggen? Heb je vaak het idee dat een situatie zich zo snel ontwikkelde dat je pas later in de gaten had waar je precies mee had ingestemd? Narcisten en manipulators zijn charmant en snel. Ze weten dat de meeste mensen niet bedacht zijn op hun spelletjes en manipulaties. Daar maken ze dankbaar gebruik van.

Een narcist kan een idee nog zo spontaan lijken te opperen; negen van de tien keer is dit vooraf uitgebreid voorbereid. Voor jou lijkt het snel te gaan, omdat de narcist je meestal tien stappen voor is. Charme + snelheid = ja zeggen op iets wat je niet wil. Precies wat de narcist van je verlangt. Heb je naderhand pas door dat je iets hebt toegezegd wat je niet wil doen? Oefen met het er op terugkomen. Een voorbeeld: “Je vroeg me of ik mee ging naar …, ik heb er over nagedacht en me bedacht. Ik wil daar niet heen, maar ik wens je veel plezier!”

Een echte narcist of manipulator zal – als charme en snelheid niet meer werken – op je schuldgevoel in gaan spelen.

Mensen die het slachtoffer worden van een manipulatieve relatie zijn vaak meevoelend, verantwoordelijk en zorgzaam. Zorgzame mensen willen een ander geen pijn doen. Dat weet de narcist: hij of zij maakt hier dan ook dankbaar gebruik van.

Besef dat de narcist een studie heeft gemaakt van jou en je gedrag.

Hij weet je zwakke punten precies te raken.

Een narcist kan je een schuldgevoel aanpraten en/of manipuleren door:

• …Plotseling heel verdrietig, maar wel begripvol te reageren. Hij of zij hoopt hiermee te bereiken dat je je bedenkt omdat je voelt dat hij of zij verdriet heeft.

• …Zaken te noemen die hij of zij voor jou gedaan heeft. “Jammer, toen ik je hielp met… hoopte ik dat jij mij ook zou helpen.” Trap er niet in: in een gezonde relatie bezorgt iemand je geen schuldgevoel alleen omdat je iets niet wil.

• …een extra charme offensief er tegen aan de gooien. “Ah, toe, liefje, alsjeblieft? Ik beloof je dat ik….”

• …als een kleuter te gaan stampvoeten en dreinen. Narcisten schuwen geen enkele leugen of dreiging als het er op aankomt dat ze hun zin willen krijgen. Plotseling op sterven liggende familieleden, zieke huisdieren, geen leugen wordt geschuwd. Achteraf valt het dan opeens toch wel mee, maar dan heb jij al gedaan wat de narcist wilde en verzint hij of zij wel een reden waarom die urgente situatie opeens toch wel mee bleek te vallen. Trap er niet in. Hoe moeilijk ook.

• …je te negeren. Narcisten weten precies hoe gevoelig je er voor bent. Ze negeren je plots uren of dagen lang om je te laten voelen hoe vervelend het is als ze niet in de buurt zijn. Op berichtjes wordt niet of amper gereageerd. Zinnen worden korter. Er wordt niet meer gelachen of gekust, er wordt alleen ijzige stilte op je af gestuurd, waardoor je onbewust of bewust zult voelen: dit krijg je als je niet doet wat ik wil.

Herken je veel in bovenstaande tekst? In een volgende blog ga ik verder in op de stappen die je kunt zetten om te ontsnappen uit een relatie met een narcist.

Luisteren naar je onderbuikgevoel en herkennen wanneer je gemanipuleerd wordt is een proces van oefenen, maar als je het eenmaal doorhebt, wordt het steeds gemakkelijker te herkennen.

liefs,

Chrisje

“Ik begrijp haar keuze. Ook ik ben misbruikt.” – door VIP blogger Rosan

door Chrisje VIP blogger Rosan van der Zee

pfIk voel me niet goed. Waarom? Er is een meisje overleden; Noa. Ze was pas 17 jaar. Ik ken haar niet. Ik wist pas dat ze bestond toen ik las dat ze was overleden. Een zelfgekozen dood. Op de ene pagina stond dat het kwam door euthanasie en ergens anders werd dit gerectificeerd: er was geen sprake van euthanasie.

Volgens de teksten wilde ze niet meer leven door haar trauma’s. Ze mocht geen euthanasie, want daarvoor was ze te jong. Eerst nog traumabehandeling. Was er ook nog een andere optie? Nee. Uiteindelijk besloot ze te stoppen met eten en drinken, begeleid door haar artsen. Blijkbaar kon dat wel.
Jezelf uit moeten hongeren om zo uiteindelijk te sterven. Na een leven lang vechten.

Voor haar was de weg die er nog werd uitgezet niet te bewandelen, maar er was geen andere weg meer om te bewandelen. Die weg bestond immers niet. Ze was losgelaten en spartelend achtergelaten in een wereld die zei niets anders meer te kunnen bieden dan die ene weg.

Ze was zeventien jaar. Ze was een strijder. Nu is ze dood. Maar dat deed ze natuurlijk zelf. Het was haar keuze. Niemand die daar meer iets aan kon doen. Vogelvrij verklaard.
Iets in mij voelt zich schuldig om dit allemaal te lezen. Alsof ik inbreek in iemand anders leven. In iemands anders gevecht waar ik niet zomaar een oordeel over kan vellen. Echter: de hele wereld lijkt hier opeens over te kunnen oordelen. Er wordt van alles geschreeuwd en iedereen lijkt de enige waarheid te kennen.

En ik?

Ik zit op de bank. In stilte.

Eigenlijk wilde ik er niks over schrijven. Wilde ik het voorbij laten gaan en de pijn er dan maar laten zijn. Maar ik kan mijn ogen hier niet voor sluiten.

Ik herken mezelf in dit meisje. Ook ik ben zwaar misbruikt. Ik heb dingen meegemaakt die niemand mee zou moeten maken. Ook mijn lichaam heeft altijd als mijn vijand gevoeld. Ook ik wilde op mijn zeventiende dood. Soms wil ik dat nog. Maar ik leef nog. Ik ben er nog.

Toch kan ik niet zeggen dat zij dan ook maar door had moeten leven. Dat ze niet op had moeten geven. Want ik kan nooit weten wat zij allemaal heeft gevoeld en hoezeer ze heeft geleden. Hoeveel ik ook in haar verhaal herken. Ik geloof haar als ze zegt dat haar lijden ondraaglijk was. Als er dan slechts nog één weg wordt aangeboden om verder te kunnen gaan – een weg die niet door haarzelf kon worden bepaald – dan begrijp ik dat dat als een onmogelijk obstakel voelt.

Wel heb ik het er moeilijk mee. Want ik had het fijn gevonden als dit nieuws nooit de wereld had bereikt. Als het nooit was gebeurd. Als ze op haar manier haar leven weer had kunnen leiden in plaats van lijden.

Maar wie ben ik, om daar over te oordelen. Ik ben slechts iemand die een tekst leest op een pagina waarvan ik weet dat het nooit het verhaal volledig kan vertellen zoals het is. Waarvan ik niet eens weet of het wel de volledige waarheid vertelt. Ik ben slechts een toeschouwer van iemand anders verhaal. Een verhaal dat op mijn verhaal lijkt weliswaar, maar het is niet mijn verhaal. Ik lees het en ik neem het met me mee zonder een definitief oordeel te vellen. Ik heb dus slechts een beleving zonder duidelijk kader. Dat is oké. Want ook dat telt mee.

Daar zit ik dan. Op de bank. Een hoofd gevuld met zorgen, maar toch nog denkend aan morgen. Ik leef nog. Ik ben er nog. Maar dat is mijn verhaal. Van niemand anders. Dat weet iedereen, toch?

Ik hoop dat je je rust hebt gevonden, Noa.

Rosan van der Zee 
Chrisje VIP Blogger

Heb jij hulp nodig? Dan kun je contact opnemen met Stichting 113 Zelfmoordpreventie via 0900-0113 (24 uur per dag, zeven dagen per week bereikbaar) en 113.nl. 

 

Word jij gek van eetgeluiden?

Word jij bijna gek als iemand met open mond eet en daarbij luid smakt? Krijg je mep neigingen van mensen die hard op hun toetsenbord rammen, luidruchtig een appel eten, nootjes of chips verorberen? Vraag je je af of die agressieve gevoelens die je hierbij krijgt normaal zijn? Dan kan het goed zijn dat je misofonie hebt.

Misofonie is een aandoening waarbij specifieke geluiden heftige gevoelens van woede, haat of walging oproepen. Letterlijk betekent misofonie haat van geluid.

pexels-photo-469676Mensen met misofonie hebben hier last van bij veel verschillende geluiden (ook wel triggers genoemd). Dit kan variëren van iemand die zijn eten luidruchtig kauwt tot het tikken op een toetsenbord. Bij het horen van deze triggers is het voor de persoon met misofonie onmogelijk om dit geluid niet te horen; sterker nog, men hoort vanaf dat moment niets anders meer.

Misofonie gaat wel verder dan wat lichte irritatie, volgens de website van de vereniging voor misofonie: “Misofonie is een hersenaandoening waarbij specifieke geluiden extreme gevoelens van woede, walging of haat opwekken. Het gaat veel verder dan ergernis of irritatie.”

pexels-photo-2128817Waar misofonie precies vandaan komt, daar zijn de geleerden nog niet helemaal achter. Vaak begint het tijdens de puberteit. Men is er nog niet achter of het een psychiatrische of neurologische aandoening is. Maar dat het beperkend is om misofonie te hebben, dat is wel duidelijk; sommige mensen gaan de deur zelfs bijna niet meer uit.

Ben jij of ken jij iemand met misofonie? Op de website van de vereniging voor misofonie kun je het testen. 

apple-bite-diet-eat-41660

Het accepteren van een lichamelijke of psychische aandoening: hoe doe je dat?

Reuma, fibromyalgie, depressie, angststoornis… het maakt niet zo veel uit of de diagnose die je krijgt een lichamelijke of psychische aandoening betreft: indien het gaat om chronische klachten, doorloop je na het ontvangen van de diagnose een proces. “Leer er maar mee leven.” of “Je kunt er honderd jaar mee worden!” zijn niet bepaald bemoedigende woorden om te horen, als je zojuist hebt vernomen dat datgene waar jij zo veel psychische of lichamelijke pijn van ondervindt, chronisch is en dus niet meer weg gaat. 

“Je moet leren naar je lichaam / geest te luisteren, je grenzen leren bewaken en op tijd rust nemen.”

Dit is een goed bedoeld, maar moeilijk uitvoerbaar advies. Want: ook al heb jij een psychische of lichamelijke aandoening, dat maakt niet dat je je er automatisch zomaar opeens bij kunt neerleggen dat sommige dingen niet (altijd) meer kunnen. Toch is het leren luisteren naar je lijf en geest wel de belangrijkste stap in het proces om je aandoening te accepteren.

Wat het nog moeilijker maakt: vaak hebben mensen met chronische aandoeningen goede en slechte periodes. Periodes waar in je lichaam en psyche meer aankunnen (bijvoorbeeld door beter weer, of na een vakantie, of gewoon zonder aanwijsbare reden) dan normaal. Ook heb je slechtere periodes, waarin opeens nog maar heel weinig lijkt te lukken.

Voor de omgeving is het vaak ook moeilijk te begrijpen: Vorige maand kon ze nog naar dat feestje en nu is het haar opeens te veel? Dat pijn en je psychische toestand per dag, week of maand kunnen veranderen is erg moeilijk uit te leggen, omdat je er vaak zelf ook weinig grip op hebt.

Wat helpt dan wel om te accepteren dat je een chronische aandoening hebt?

Erken je aandoening
Dit is de belangrijkste stap. Zolang je in ontkenning blijft, kun je jouw aandoening niet accepteren. Hoe harder jij vecht tegen je aandoening, des te zwaarder zul je het krijgen. Het erkennen en herkennen van je eigen aandoening is noodzakelijk als eerste stap in het verwerkingsproces.

Praat er over
Je kunt er zelf mee blijven rondlopen, maar praten over je aandoening zal zeker helpen. Je creëert er meer begrip mee vanuit je omgeving, kunt meer bewustwording creëren, uitleggen wat jouw aandoening inhoudt en wat dit voor jou betekent. Ook kun je aangeven dat je goede weken en slechte weken of dagen hebt, dus dat het niet persoonlijk is als je eens iets moet afzeggen. Dit betekent overigens niet dat je je altijd moet verantwoorden naar anderen toe, maar voor goede vrienden en familie is het handig om te weten wat er met je aan de hand is.

Vangnet
Creëer een vangnet: een vriendin waar mee je kunt praten, een lotgenoot die dezelfde aandoening heeft, ga naar een praatgroep of bel je moeder: als het maar iemand is die jou begrijpt, niet veroordeelt en die jou troost als je het even moeilijk hebt.

Bescherm jezelf
In tijden van nood leer je je vrienden kennen. Er zullen vaak mensen zijn die minder begrip opbrengen voor jouw aandoening dan je zou verwachten: sterker nog, sommige mensen tonen helemaal geen begrip. Dit is natuurlijk een grote teleurstelling, zeker als het om mensen gaat die jij voor jouw diagnose als goede vriend of vriendin beschouwde.

Houd een agenda / planner bij
Om meer inzicht te krijgen in wat je lijf / hoofd aan kan, is het verstandig om een agenda / planner / dagboek bij te houden. Was je bekaf na twee aaneengesloten avonden met verplichtingen? Kun je twee verjaardagen op een dag aan? Hoe voel je je na het weekend? Als je meer inzicht krijgt in je planning en klachten, ga je sneller het verband zien en herken je eerder wanneer jij jouw grenzen overschrijdt. Als je dit in kaart brengt voor jezelf, leer je sneller hoe je hier voortaan beter mee om kunt gaan. Dit werkt ook erg goed als je lichaam op bepaalde voedingsstoffen (niet goed) reageert: een eetdagboek is dan een uitkomst om te ontdekken wat goed gaat en wat niet.

Ten slotte: heb geduld met jezelf
De weg naar een diagnose is vaak al lang: het proces richting acceptatie van je aandoening duurt vaak nog langer. Heb geduld met jezelf, en wees boven alles lief voor jou. Het accepteren van een aandoening gaat met vallen en opstaan. In plaats van jezelf te straffen voor het vallen, kun je beter vieren dat je weer op bent gestaan: veel mensen weten niet hoe veel energie dit kost als je chronisch ziek bent. Heb geduld met jezelf; je hoeft niet van de ene op de andere dag te accepteren dat je lijf of geest plots niet meer alles kan. Als je weer een poos verder bent zul je pas zien dat je toch weer grote stappen hebt gezet, ook al zag je die onderweg wellicht niet direct.

Liefs,

Chrisje

logo chrisje

Leven met angst en paniek: zo ga je de strijd aan

Paniek en angst: de twee grote vijanden voor 1,1 miljoen Nederlanders. Een paniekaanval ervaren is doodeng en kost ontzettend veel energie. En als je niet op let, gaat angst zelfs je leven beheersen. 

pexels-photo-736843
“Een mens lijdt ’t meest
Door ’t lijden dat hij vreest
dat nooit op komt dagen.”

Als puber had ik er voor het eerst bewust last van: paniekaanvallen. Ik hyperventileerde vaak. Ik viel flauw op de gekste plekken: in de snackbar, in de rij voor de discotheek, boven aan de trap in mijn ouderlijk huis. Ik kreeg toen fysiotherapie om te leren hoe ik mijn ademhaling weer onder controle kreeg bij een hyperventilatie-aanval. Dat was fijn, maar voorkwam niet dat ik ze kreeg.

Sommige mensen reageren op stress met hoofdpijn, woedeaanvallen, maagklachten, et cetera. Mensen die gevoelig zijn voor paniekaanvallen en angst reageren op stress met, je raadt het al, paniek en angst.
Als ik (te lang) aan te veel stress word blootgesteld, krijg ik duizelingen, hartkloppingen en hyperventilatie: allemaal bij elkaar heet dat dan een paniekaanval. Een paniek- of angststoornis is niet gemakkelijk om mee te leven. Paniekaanvallen kunnen je dag verpesten, je verlammen: Verlamd zijn van angst is niet voor niets een uitdrukking. Paniekaanvallen zijn heel eng om mee te maken: je krijgt klamme handen, kunt duizelig worden, voelt je ´opgesloten´ en radeloos. Als je angstig genoeg bent geworden voor je paniekaanvallen en er aan toe gaat geven (wat heel begrijpelijk is!), ga je die plaatsen vermijden waar je angst de kop op stak. Als je een paniekaanval kreeg in een supermarkt, probeer je daar weg te blijven. Als je een paniekaanval kreeg in een kroeg, kun je kroegen gaan vermijden. Kreeg je een paniekaanval op je werk, dan durf je daar wellicht niet meer naartoe.

Helaas werkt juist dat – toegeven aan de angst en paniek – averechts. Hoe meer je toegeeft aan je angsten, des te groter worden ze. Vermijding vergroot namelijk angst. Blootstelling aan je angsten is dan ook een van de beste manieren om over je angsten heen te komen, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt. Accepteren dat je iets eng vindt, en het desondanks toch doen.

stop-shield-traffic-sign-road-sign-39080Snel weg van de snelweg
Toen ik net mijn rijbewijs had gehaald, had ik een behoorlijke angst voor de snelweg. Ik had tijdens mijn rijles-periode een ongeluk gehad (als bijrijder) en ik vond het rijden op de snelweg doodeng: het ging te snel, ik was heel erg bang om door anderen aangereden te worden of om de controle over het stuur kwijt te raken. Dus vermeed ik de eerste tijd alle snelwegen.

Toch knaagde iets aan me: nu had ik eindelijk mijn rijbewijs, en reed ik alleen maar rondjes om de kerk. Aangezien ik alle routes binnendoor reed was ik veel meer benzine en tijd kwijt. Dit was toch absurd?

Klaar met die angst
Op een dag besloot ik dat ik klaar was met die angst voor de snelweg. Dan maar een paniekaanval overleven: ik wilde die angst nu echt achter me laten. Dus daar ging ik: met hartkloppingen, angstzweet op mijn voorhoofd en vol doodsangst reed ik met knikkende knieën de snelweg op. (dat laatste is op zich al een prestatie: probeer maar eens te rijden met knikkende knieën!) De eerstvolgende afrit reed ik er direct weer van af, maar wat was ik trots: ik had een stukje snelweg durven rijden! Ik had mijn angst onder ogen gezien en ik leefde nog. Het leek zo klein, maar voor mij was het een enorme overwinning. De week er na reed ik de oprit weer op, en ging ik er na twee afslagen weer af. Weer een stapje gezet. Ik bleef oefenen, steeds een stukje verder. Ik nam er de tijd voor, was blij met iedere overwinning. Elke keer als ik weer een stukje over de snelweg reed, knikten mijn knieën iets minder. Elke keer als ik het weer probeerde, zweette ik wat minder. Het abnormale werd normaal. Ik leerde letterlijk dat ik het kon, door het te doen, ondanks mijn angst.

Een paar jaar later reed ik voor het eerst de Frans-Spaanse grens over, juichend. Het was me gelukt: mijn angst voor de snelweg was weg! Ik had mijn angst onder ogen gezien en daarmee letterlijk weggejaagd, stapje voor stapje, maar het was me gelukt. 
Rijden op de snelweg roept voor mij inmiddels een heel ander gevoel op: het geeft me een gevoel van vrijheid, blijdschap en onafhankelijkheid. Ik ben in de auto ontspannen, ik luister naar muziek, concentreer me op de weg en rijd al jaren met plezier overal naar toe.

pexels-photo-271418
Praat over je angst met mensen die je vertrouwt of met je huisarts. Je zult ervaren dat je niet de enige bent!

En daar waren ze weer
Sinds mijn burn-out heb ik weer last gekregen van paniekaanvallen. Ze zijn er zodra ik drukte opzoek. Zodra het drukker om me heen wordt, met name als ik ergens binnen ben, overvalt me die duizeligheid en lichte staat van paniek weer. Mijn spieren spannen aan, mijn nek verkrampt en ik voel me benauwd. Ik word licht in mijn hoofd en ik weet: daar zijn ze weer, mijn twee vijanden.

Ik geef niet op!
Maar net als jaren geleden met de snelweg zal ik ook dit keer niet weg rennen of plaatsmaken voor angst en paniek, hoe akelig ze ook zijn om te ervaren. Ik zal weer blijven doorgaan, met kleine stapjes, op mijn eigen tempo. Weer zal ik mijn vrijheid terugwinnen. Ik heb het eerder gedaan – en ik zal het weer doen. Beter bang zijn en toch doorgaan dan me verschuilen en het leven aan me voorbij laten gaan, omdat ik op de vlucht ben voor de paniek. Ik weet: Als ik er voor weg ren, rennen de angst en paniek alleen maar harder achter me aan: ze zullen me altijd inhalen. Hoe meer ruimte ik ze geef, hoe groter ze kunnen worden.

Dus kies ik er voor om wederom niet ervoor weg te rennen, maar mijn angst recht in de ogen te kijken, stil te staan en er tegen te zeggen: “Prima, ben er maar. Je mag er zijn. Ik vecht niet tegen je, dat heeft toch geen nut. Maar of je er bent of niet, ik ga door met leven, want ik ben sterker dan jij. Dus maak me maar bang: ik ga het toch doen.”

medical-appointment-doctor-healthcare-40568
Ga naar je huisarts: hij of zij zal je helpen

Ten slotte nog een paar tips en trucs:

  • Heb je last van paniekaanvallen? Ga praten met je huisarts. Hij of zij kan je doorverwijzen naar een praktijkondersteuner of andere hulpverlener. Gedragstherapie kan je helpen met het uitdagen en overwinnen van angstgedachten.
  • Het is best eng om voor het eerst iets te gaan doen waar je al zo lang bang voor bent. Vraag als jou dit helpt, iemand in je omgeving om met je mee te gaan. Kies iemand die jou goed kent, die je vertrouwt en die weet wat hij moet doen als je een paniekaanval krijgt. Dit kan je gerust stellen en de kans op succes vergroten.
  • Praat er over. Je bent niet de enige: ontzettend veel Nederlanders hebben last van angst- en paniekstoornissen. Je leest hier hoeveel. Je bent dus absoluut niet de enige, en je kunt er iets aan doen.
  • Een paniekaanval voelt heel akelig aan, maar is niet gevaarlijk. Dit is belangrijk om te beseffen.

 

Burn-out is voor people-pleasers die geen prioriteiten kunnen stellen

Mensen met een burn-out komen vaak met één harde klap tot stilstand. Als een auto waar te lang niet mee getankt werd: opeens is de brandstof op. Het is acuut: opeens kun je nergens meer naar toe, totdat op zijn minst de energie wordt aangevuld.

Op het moment dat het mij overkwam, gebeurde precies dat. Mijn breinkneuzing, noem ik het wel eens gekscherend. Maar in feite is dit geen grapje, want zo heb ik het echt ervaren: alsof mijn brein gekneusd was. Ik had al een paar dagen een forse hoofdpijn en last van duizeligheid, toen mijn benzinetank definitief leeg bleek te zijn. Ik wankelde ook al een paar dagen letterlijk op mijn benen: ik moest soms letterlijk houvast zoeken: tafels, stoelen en muren om tegen te leunen – om overeind te blijven staan. Een hele vreemde gewaarwording, waar ik op dat moment totaal niets van begreep: dit had ik nog nooit meegemaakt.

Opeens was de tank leeg. Prompt viel al mijn jarenlang geoefend, sociaal wenselijk gedrag weg. Ik kon letterlijk niet meer op mijn benen blijven staan, geen vraag meer beantwoorden.

En dan zit je thuis, met je goede gedrag
Dus daar zat ik dan, met mijn goede gedrag: thuis, volkomen overstuur. Ik had geen idee wat ik moest doen. Ik zag het leven overigens wel nog zitten; depressief heb ik me niet gevoeld. Sterker nog, ik leef echt graag. Ik hou van het leven. En ik hou van mensen. Sterker nog; ik leef zo graag en hou zo van mensen, dat ik mede daardoor burn-out raakte. Ik ben van nature een positief, vrolijk en energiek mens. Hoe kwam ik dan in vredesnaam opeens thuis te zitten? Hoe kon het dat ik in een klap van moeiteloos multi-tasken naar volledig opgebrand op de bank was gegaan?

Hoe kon het dat ik – als liefhebber van mensen – opeens totaal geen mensen meer kon verdragen?

Ik begreep er werkelijk helemaal niets van. Ik probeerde naar de supermarkt te gaan, maar alleen al het licht, de geluiden en de mensen: allemaal te veel. Ik was letterlijk bang, puur omdat mensen met me zouden kunnen komen praten. Ik voelde me de eerste tijd constant opgejaagd, alsof ik elk moment een marathon moest gaan rennen en in de startblokken stond, vol adrenaline.

Prioriteiten en assertiviteit
Mensen die een burn-out krijgen, werken vaak te hard aan de verkeerde dingen, voelen zich te verantwoordelijk voor problemen (of mensen) waar ze helemaal niet verantwoordelijk voor zijn. Mezelf meegerekend zijn mensen die een burn-out krijgen stuk voor stuk te harde werkers met een te groot verantwoordelijkheidsbesef.

Peoplepleasers dus, die twee essentiële eigenschappen missen: prioriteiten kunnen stellen en assertiviteit.

Mensen die voor zichzelf op komen en prioriteiten kunnen stellen, raken niet (zo snel) burn-out als mensen die dat nog niet geleerd hebben. Een burn-out kan dan wel getriggerd worden door grote gebeurtenissen, zoals echtscheiding, verhuizing, verlies van een naaste of het verkeerde beroep, maar als je geen prioriteiten leert stellen en geen nee leert te zeggen, heb je – ook na het verwerken van deze gebeurtenissen – grote kans op een terugval.

Spiegel
Mensen geven altijd liever anderen de schuld van hun problemen. Dat is menselijk, want je eigen probleem onder ogen zien is niet zo gemakkelijk en voelt heel onprettig. Dus geef je eerst liever zo lang mogelijk een ander de schuld. Naar een ander kijk je gemakkelijker dan naar jezelf. Dat heb ik overigens wel gedaan – letterlijk. Ik stond op de badkamer en keek voor het eerst sinds lange tijd écht naar mezelf in de spiegel.

Daar stond ik dan, en ik keek naar mij. Het beviel me maar niets wat ik daar zag. Ik was bleek, zag er vermoeid uit en mijn lach was weg. Mijn schouders waren gespannen. ´Zo wil ik niet meer zijn,´ zei ik hardop tegen mezelf.

Ik wilde ook niet meer zo zijn.
Ik wilde niet meer met een masker op leven: overal ja op zeggen, omdat mensen me anders niet meer aardig zouden vinden. Ik wilde niet langer dingen doen omdat ik dacht dat ´men´ dat verwachtte. Ik had letterlijk geen enkele energie meer over om nog maar een seconde langer te doen alsof.

Eerlijk
Als mensen me vroegen hoe het met me ging, zei ik eerlijk dat het niet goed met me ging. Dat is eng, maar ook verfrissend. Mensen reageerden helemaal niet negatief, waar ik altijd zo bang voor was geweest, als ik echt mezelf zou zijn. Integendeel zelfs. Ze gaven me opeens een knuffel, lieten inlevingsvermogen zien, boden me hun hulp aan of vertelden me dat zij dit ook hadden meegemaakt – of nog mee maakten. Dat bood ontzettend veel troost: weten dat je niet de enige bent.

Doordat ik geen kracht meer had om te doen alsof, deden anderen dat plots ook niet meer.

Als je letterlijk niets meer kunt, terwijl je al je hele leven gedacht hebt dat mensen met je omgaan vanwege de dingen die je doet, kom je er achter wie in je leven is vanwege wie je bent. Als je niemand meer kunt helpen, komen de mensen die echt om je geven vanzelf naar jou toe, om je te steunen. Dat was een nieuwe, maar ook ontroerende ervaring voor me. Plotseling bleek dat mijn vrienden onvoorwaardelijk in mijn leven zijn, zelfs als ik helemaal niets behalve mijn aanwezigheid te bieden heb. Zelfs als ik niets kan doen, behalve er bij zitten. En zelfs ook als ik dat niet eens kan. Dat ik er ben is voor hen genoeg. Het besef dat ik al die jaren keihard gewerkt had voor iets wat helemaal niet nodig was, kwam hard binnen.

Waarom dacht ik altijd dat ik dingen moest doen in ruil voor aardig gevonden worden?

Waarom moest ik altijd zo veel van mezelf? Waarom legde ik die lat altijd zo hoog dat ik er niet bij kon? Waarom was goed niet goed genoeg?

Voor en sinds: de positieve kant van een burn-out
Mijn leven is sinds de burn-out drastisch aan het veranderen, in de positieve zin. Ik ben nog steeds een vrouw, moeder, vriendin, schrijfster en werknemer. Voor mijn burn-out stond ik midden in het leven en ontmoette ik heel veel mensen, wiens problemen ik probeerde op te lossen in ruil voor hun vriendschap of waardering.
Sinds mijn burn-out stopte dat voor-wat-hoort-wat-gedrag, maar er kwam iets mooiers voor in de plaats: ik ontmoette mezelf en ging eindelijk met mijn eigen problemen aan de slag. Voor mijn burn-out had ik altijd heel veel mensen en drukte om me heen omdat ik lief en zorgzaam was: sinds mijn burn-out zoek ik meer de stilte op, ben ik bevriend geraakt met mezelf en zorg ik beter voor mij.

Vroeger steunde ik altijd alles en iedereen: nu heb ik steun durven terug vragen en accepteren.

Dat is een van de lessen die ik geleerd heb door mijn burn-out: dat zorgen voor anderen geen must is – dat kunnen ze doorgaans zelf prima! – en dat steun bieden geen eenrichtingsverkeer is; je mag het ook terug vragen. Mijn burn-out is dus zeker ook positief, ook al voelt mijn gekneusde brein niet bepaald prettig. Daarmee komt het wel goed, maar het is nog niet wat het moest zijn: mijn concentratie, geheugen en energie hebben een flinke tik gekregen.

Doordat ik beperkte energie heb, werd ik gedwongen prioriteiten te leren stellen: ik kijk dag voor dag wat ik kan én wil doen, en met wie.

Om te eindigen met die auto langs de kant van de weg: iedere dag kijk ik even op mijn dashboard hoe het er voor staat met de brandstof: sommige dagen kan ik halverwege de dag nog maar vijf kilometer, sommige dagen twintig. Daar pas ik mijn dag op aan. Veel verder dan vandaag kijk ik niet meer vooruit: wie iets met me wil plannen mag dat proberen, maar het is altijd onder voorbehoud. Dat heeft ook met eerlijkheid te maken: ik weet vandaag immers nog niet hoe veel brandstof ik morgen heb.

Ik denk dat ik dat dashboard controleren maar blijf doen voortaan, zodat ik nooit meer leeg en zonder brandstof langs de weg beland.

Liever een gebroken been deel 2: Zo help je een naaste met een depressie / burn-out

Als iemand een gebroken been heeft, kun je als naaste helpen door hem of haar naar de dokter te rijden, door te helpen met praktische zaken. Maar wat kun je doen als je naaste een depressie of burn-out heeft?

Een paar jaar geleden schreef ik de blog Liever een gebroken been: over depressies, burn-out en andere psychische klachten. In deze blog beschreef ik dat de goedbedoelde tips en adviezen zoals “Trek het je niet zo aan.” en “Misschien moet je dit eens proberen!” vaak helaas averechts werken.

depression3Maar wat kun je dan als naaste wel doen, als iemand van wie je houdt een depressie of burn-out heeft? Je leeft immers mee en wilt diegene graag helpen. Hieronder lees je hoe je dat kunt doen. 

Toon begrip
Sleutelwoord is begrip: ook al heb je het zelf nog nooit meegemaakt, je kunt wel begrip tonen en proberen je in te leven. Ook als je niet weet hoe het voelt. Je naaste zal zich hierdoor in elk geval minder alleen voelen. Dat is belangrijker dan welk goedbedoeld advies dan ook.

Aanwezigheid, op afstand of dichtbij
Wees aanwezig. Dit hoeft niet altijd fysiek te zijn, maar je kunt vragen of je mag langskomen. Laat je horen, bel, stuur eens een berichtje, om te laten weten dat je aan hem of haar denkt. Soms hebben mensen die in een depressie of burn-out zitten geen behoefte aan gezelschap, maar aanbieden kan altijd. Laat weten dat je er bent, als hij of zij wil praten. Misschien gebeurt dat niet meteen, maar als de tijd dan rijp is, weet hij of zij in elk geval dat het kan. Een lief kaartje of een mooie brief doen ook vaak al wonderen, als iemand diep zit.  depression4

Luisteren
Je naaste zit in een depressie of burn-out, dus wil je graag helpen. Je houdt van hem of haar, dus wil je opvrolijken en problemen oplossen. Dat is heel begrijpelijk en menselijk. Maar hoe goed dit ook bedoeld is, dit kun jij niet voor hem of haar doen.In feite is iemand vaak al erg blij als er simpelweg geluisterd wordt. Luisteren lijkt heel simpel, maar dat is het niet. Luisteren zonder oordeel en zonder meteen met oplossingen te komen is best moeilijk. Maar luisteren is wel bijzonder behulpzaam voor de ander, want waar jij rustig luistert zonder oordeel voelt de ander zich veilig, kan hij of zij gevoelens uiten. Praten lucht op. Wees dus een klankbord. Dit is vaak al genoeg.

Wees geen hulpverlener
Bovendien ben je geen hulpverlener, je bent zijn of haar vriendin, zus, moeder, etc.
Je kunt en hoeft het probleem niet op te lossen; dat is niet jouw verantwoordelijkheid. Voor professionele hulp en begeleiding zijn deskundigen, die emotioneel verder af staan van jouw naaste, en alleen al daardoor vaak beter kunnen helpen.

Hulp
depressionAls jouw naaste (nog) geen hulp heeft gezocht voor zijn of haar klachten, is dit wel handig om aan te raden / te adviseren. Een gesprek met de huisarts of praktijkondersteuner kan voor jouw naaste de juiste hulp op gang brengen. Je kunt aanbieden om mee te gaan naar de huisarts, als dit de drempel lager maakt.
Als je je zorgen maakt om je naaste, is het goed om te benadrukken dat hulp nodig is: mensen met een depressie of burn-out komen hier vaak zonder begeleiding niet zelf uit.

Heb je zelf een depressie of burn-out klachten? Ga dan naar je huisarts, hij of zij zal je verwijzen naar de juiste hulpverlener. depression