Tagarchief: psyche

Je bent mijn grootste ergernis – omdat ik van je hou – Door Rosan van der Zee

Ik haat de manier waarop je kauwt.

Het walgelijke geluid als je doorslikt gaat door merg en been.

Je ademt veel te hard.

Waarom nies je niet gewoon normaal?

Heel je aanwezigheid maakt te veel kabaal.

Waarom kijk je me zo aan!?

Ik kan je niet uitstaan!

Je haalt echt het bloed onder mijn nagels vandaan.

Ik krimp ineen om de kleinste dingetjes.

Ergens weet ik dat het nergens op slaat want wat kan jij eraan doen dat jij die dingen doet die voor ieder mens normaal zijn. Om een of andere reden is het zo anders als jij dit doet. Het komt allemaal veel intenser binnen. Ik word er gewoon boos van. Zelfs als je stil bent maak je nog te veel herrie.

Wie weet komt het omdat ik je zo goed ken dat ik elk klein detail van jouw ‘zijn’ onderdeel van mezelf voelt. Dat is ergens ook iets moois. Als ik je niet zie kan ik je herkennen aan de manier waarop je zucht of zelfs de manier waarop je je neus snuit. Je voetstappen zijn een herkenbaar ritme geworden. Soms hoef je niet eens iets te doen en ik weet al dat jij er bent.

Tegelijkertijd voel ik me opgesloten. Wil ik je weghebben. Word ik chagrijnig om de meest irrationele oorzaken. Zitten we te kibbelen om niets. Ben je soms de meest vervelende persoon die ik ken!

Maar ik ben graag bij je. Jouw aanwezigheid is me zo vertrouwd. Ik kan op je bouwen en weet dat je er altijd voor me bent. Dat is iets wat zoveel belangrijker is dan die kleine ergernissen waarmee ik mezelf soms verblind. Waar we elkaar soms mee verblinden.

Misschien zijn die ergernissen niet zo erg als het soms lijkt. Is het zelfs iets wat ik mag koesteren. Want het feit dat al die kleine stukjes ‘jij’ bij mij door merg en been gaan, betekent dat je ook in mijn hart zit. Dat is waarom ik je zoveel intenser aanvoel. Onze verbinding is zo sterk dat het soms pijn doet.

Laat me maar aan je irriteren. Laat ons kibbelen over de stomste en onnozele zaken. Laat ons onszelf maar ergeren aan onze liefde voor elkaar. Want dat is wat het is ‘liefde’. Een intense vorm van ‘houden van’ die tot in het diepste van ons zijn doordringt. Het maakt ons kwetsbaar en misschien zelfs wat angstig om iemand zo dichtbij te hebben en voelen. Een opsluiting van warmte en liefde. Dat maakt wellicht dat we de kilte van de irritatie zo sterk ervaren, omdat de warmte ons anders zo benauwt.

Ik laat het zijn, maar ben me ook steeds meer bewust van de ware betekenis die erachter ligt. Jij bent mijn grootste ergernis, omdat ik van je hou.

Rosan van der Zee

Is er leven na de dood? Door Rosan van der Zee

Het meisje lacht
zonder te lachen.
Het meisje huilt
zonder te huilen.

Hoe te leven met de ondraaglijkheid van gevoelloosheid? Een demping die niets ontziet en alles naar de vergetelheid duwt.
Hoe te leven met de leegte van het gat dat zich door je hart heen wroet? Een ‘niets’ wat je immer herinnert aan de zinloosheid van het bestaan.
Als ik niet beter wist zou ik denken dat ik dood was. Niet meer hier was. Slechts een herinnering was.
Een traan.
Trillende stem.
Gefronste wenkbrauwen.
Een teken van leven.

De leegte vult zich met zwarte donkere wolken. Het overweldigt me. Het beangstigt me. Is dit echt? Het doet pijn om zoveel te voelen. Om te voelen hoe het is om mens te zijn. Maar het is ook fijn.
Wetende dat achter de wolken de zon schijnt. Omdat ik het nu niet kan zien betekent dat nog niet dat het er niet is.
Is er leven na de dood?
Ik voelde niks.
Leegte.
Stilte.
Vergankelijkheid.

En nu? Nu voel ik alles.
Ik sta op en voel het leven in me stromen terwijl ik de stortvloed aan gevoelens over me heen laat komen.
Het breekt me, beleeft me en geeft me het gevoel mens te zijn.
Tranen stromen.
Laat de pijn maar komen.
Het ongeluk als een prachtig goed.
Wetende dat ik eindelijk het leven ontmoet.

Wat als verdriet niet iets slechts hoeft te zijn? Wat als breken een teken van leven is?

Ik reanimeer mezelf met mijn kwetsbaarheid. Ik zak diep in de put omdat ik weet dat ik tijdens de klim naar boven weer sterker kan worden.
Daar zijn de wolken. Die wonderschone donkere wolken met ontelbare regendruppels die gezien willen worden.
De wolk breekt.
Het meisje breekt.
Een regenboog laat zichzelf zien vanuit de voorzichtige zonnestralen die zich door het wolkendek heen vechten. Het is prachtig om te zien.
Duizenden kleuren laten zich vangen door het licht. De koude regen als onderdeel van dit wonderschone spektakel waarmee het leven zich laat zien.

Het meisje huilt.
Het meisje lacht.
Het meisje straalt
Het meisje voelt.
Het meisje leeft.

Er is leven na de dood.

Rosan

Meer lezen van Rosan? Volg haar dan op Facebook: https://www.facebook.com/roosvindteenweg

Rosan van der Zee

Probleem-fixer? Zo kom je er van af!

Ik ben van nature een probleemoplosser. Ik wil niet in cliché’s vervallen, maar ik ben er echt zo eentje: ik denk niet in problemen maar in oplossingen. Ik kijk niet naar wat er niet meer kan, maar liever naar wat wél mogelijk is. Vreselijk optimistisch. Ik weet het. Het kan ook irritant zijn, op het opdringerige af.

Als iemand mij een probleem vertelt, leef ik me zodanig in dat ik het allerliefst direct het probleem wil oplossen. Weet ik geen oplossing uit mijn eigen levens- of werkervaring? Dan grijp ik direct mijn telefoon als een pistool uit mijn holster, ram ik driftig op het toetsenbord en zoek oplossingen. Ik heb nooit geteld hoe veel vragen ik per maand aan Google stel , maar het zijn er ongetwijfeld veel. Te veel.

De oorzaak van problematisch problemen oplossen
Waarom wil ik altijd direct het probleem van de ander oplossen? Hier heb ik een tijdje over nagedacht. Allereerst omdat ik me snel inleef, empathisch ben en graag wil dat het goed gaat met de mensen om me heen. Ik trek me het lot van anderen aan. Soms te veel. Ik wil graag dat iedereen om me heen gelukkig is, want dan ben ik dat ook. Wellicht laat ik mijn eigen geluksgevoel zelfs te veel afhangen van hoe het gaat met de mensen om mij heen. Zij happy, ik happy. Toch? Nee. Zo werkt het niet altijd. Soms moet je de ander de ruimte bieden door gewoon te luisteren. Je hoeft niet altijd ieder probleem direct op te lossen. Voor mij is dat echter heel erg moeilijk, omdat ik soms de oplossing al zie liggen, voor het oprapen. Toch heeft het vaak veel meer waarde om het een ander zelf te laten ontdekken.

Probleemoplossingsstress: Niet nodig!

Het probleem (haha) van problemen direct voor iemand anders willen oplossen is meervoudig:

1. Je wordt probleemoplossings-dealer
Allereerst merken mensen dat jij de ‘problem-fixer’ bent. Als ze een beetje lui aangelegd zijn, hobbelen ze dus direct met ieder nieuw probleem naar… juist, jou! Jij bent toch zo goed in fixen? Nou, hier, dit is mijn probleem, fixen maar!

2. Probleemoplossingsstress
Het tweede probleem is dat je het er erg druk mee kan krijgen. Voor je het weet spreekt het zich rond en komen steeds meer mensen met hun problemen op je af. Sterker nog, als je niet uitkijkt ben je opeens een onbetaalde coach waar mensen op leunen, gewoon omdat het kan. Daardoor kun je een bepaalde druk gaan voelen, waardoor je niet meer toe komt aan rust of ontspanning. En dát is dan weer jouw eigen probleem!

Steun Chrisje met een eenmalige bijdrage van €5,-!

Lees jij Chrisje's columns graag? Steun dan haar website met een eenmalige bijdrage van €5,-!

€5,00

3. Blinde vlek voor je eigen problemen
Het derde probleem als je een probleem-fixer bent zoals ik, is dat je gaat denken dat je ook al je eigen problemen allemaal moet kunnen oplossen. Dus blijf je vaak veeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeel te lang doorlopen met een probleem, omdat je het koste wat het kost zelf wil oplossen. Terwijl soms een ander perspectief je op goede ideeën kan brengen, omdat je bij jezelf een blinde hoek hebt. Zo heb ik twee jaar lang met angstklachten rondgelopen, omdat ik dacht en vond dat ik ze zelf moest kunnen oplossen. Dit lukte niet, waardoor ik uiteindelijk letterlijk en figuurlijk aan het eind van mijn Latijn was. Voor mij was het lange tijd moeilijker om toe te geven dat ik mijn eigen probleem niet kon oplossen, dan hulp te zoeken. Put jezelf niet uit: je bent geen psycholoog en je weet niet alles. Je bent ook maar gewoon een mens… en ieder mens heeft gebreken.

Relax! Je hoeft niet ieder probleem op te lossen.

4. Je wordt een makkelijk slachtoffer voor manipulatieve types
Dit heb ik al vaker beschreven in mijn blogs over manipulaties en narcisme: Mensen die manipulatief zijn pikken probleem-fixers er zo uit in een menigte. Ze voelen snel aan dat jij empathisch bent, een positieve en helpende persoonlijkheid. Dit maakt jou tot een lief klein konijntje in de ogen van de roofvogel die narcist heet. Hij cirkelt een tijdje om je heen van verre, waarna hij je bij de strot grijpt. Je verantwoordelijkheidsbesef en neiging tot snelle gevoelens van schuld maken van jou de ideale prooi; jij wil me toch helpen? Jij laat me toch zeker niet in de steek?
(Trouwens: Als je wil weten hoe je narcisme in relaties en vriendschappen kunt herkennen en hoe je met manipulaties om kunt leren gaan, lees dan deze blogs eens)

5. Niet alle problemen hoeven door jou opgelost te worden!
Het klinkt hard, maar don’t flatter yourself. Jij bent niet de enige die problemen kan oplossen. Geef mensen meer credits en laat iemand zelf zijn probleem oplossen! Als je dit moeilijk te geloven vindt, bedenk dan eens hoe veel jij er zelf van leert als je iets zelf bereikt versus wanneer iemand je bij de hand pakt en alles voorkauwt.

6. Soms wíllen mensen helemaal niet dat jij het oplost
Soms willen mensen alleen maar even hun gal spuwen en hun verhaal kwijt. Ze willen dan helemaal niet dat jij hun problemen direct te lijf gaat! Soms kan dit dus averechts werken – waardoor mensen denken: nou, als ik weer een probleem heb, vertel ik het haar zeker niet meer. Je weet zelf vast ook wel dat je het soms gewoon nodig hebt om een tijdje na te denken en eventueel te praten over een probleem, voordat je er klaar voor bent om het (zelf!) op te lossen. Waarom verwacht je dit dan wel van anderen?

Help! Ik ben een probleemfixer! Hoe kom ik hier van af?
Oké, ik kan dit niet voor je oplossen (goed van mij hè), maar ik heb wel wat tips die ik kan delen. Ready? Komt-ie dan hè!

Wachten…. wachten… en zwijgen
Ja, dit is veel lastiger dan het lijkt. Wachten en zwijgen. Vertelt iemand je zijn of haar probleem? Luister, knik, wacht en zwijg. Als het ongemakkelijk stil wordt, zeg dan iets in de trant van een welgemeend “Wat vervelend voor je, zeg.”. En dan wacht en zwijg je verder. Mensen komen dan zelf meestal wel met pogingen die ze gedaan hebben om het probleem op te lossen, gaan hardop nadenken en komen soms ter plekke zelf er achter wat de oplossing is, ook zonder jouw hulp! Soms weten mensen ook al verdomd goed wat de oplossing is, ze willen het alleen nog niet weten of hardop uitspreken.

Mijn moeder zegt altijd dat wanneer je tien problemen hebt – en je doet er helemaal niets mee – gemiddeld acht van de tien problemen zich vanzelf oplossen.

Je kunt je – als controlevragen – ook dit afvragen:

– Is dit mijn probleem? (zo nee, waarom moet jij het dan oplossen?)
– Moet IK hier iets mee?
– Kan degene tegenover mij dit zelf ook oplossen? (zo ja, waarom doet hij of zij dit dan niet?) (spoiler alert: Het antwoord is meestal ja!)
– Moet ik hier NU iets mee? (zo nee, dan is het niet urgent en geef je het wat tijd; grote kans dat diegene het probleem dan al zelf opgelost heeft en al lang vergeten is dat hij of zij jou er mee ‘belast’ heeft!)

Problemen zelf laten oplossen zorgt voor meer zelfvertrouwen bij je kind!

Probleem-fixende ouders: help je je kind daar echt mee?
Ook als ouder is het soms moeilijk om niet alle problemen voor je kind direct op te willen lossen. Toch is dit niet de beste manier om je kind voor te bereiden op de toekomst, zeker niet als je als ‘curling-moeder’ alle problemen weg veegt voor de voeten van je kind. Als kind leerde je het meest van die keren dat je keihard op je bek ging, toch? Laat het kind zijn eigen fouten maken, zijn eigen problemen hebben en oplossen (voor zover dit naar zijn of haar leeftijd haalbaar is uiteraard); daar zal het zelfvertrouwen van groeien. Veel van de sterkste mensen die ik ken hebben in hun jeugd heel wat problemen gehad; hierdoor zijn ze juist zulke sterke volwassenen geworden.

Lees jij Chrisje’s columns graag?

Steun dan de website met een eenmalige bijdrage van €5,-!

€5,00

hypochondrie

De officiële definitie van hypochondrie is volgens Wikipedia: Hypochondrie[3], ofwel ziektevrees, is een stoornis waarbij een persoon ervan overtuigd is een ernstige ziekte te hebben. Allerlei gewone of onschuldige lichamelijke verschijnselen worden gezien als teken van een ernstige ziekte, zoals een steek, jeuk of kramp. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot uitgebreid zoeken op internet naar de vermeende ziekte of het dwangmatig checken van het eigen lichaam.

Iedereen heeft wel iets. De een is een beetje dwangmatig, de ander heeft een “woedeprobleempje”. Weer een ander heeft depressieve neigingen. Sommige mensen met de specialisatie angst – zoals ik – hebben ook wel eens hypochondrische neigingen.

Daar hoor en lees je echter bijna niets over. Zeker tijdens de huidige pandemie is het geen pretje om hypochondrisch geneigd te zijn. Anderzijds zijn er – nu we gedwongen worden beter op ons lijf en symptomen te letten en een test te laten doen als we een beetje snotteren – nu misschien wel veel meer mensen die hypochondrie beter zullen begrijpen nu dan ooit tevoren.

Hypochondrische neigingen heb ik al van kinds af aan. Het begon tijdens de puberteit. Het was een soort duiveltje dat op mijn schouder zat, altijd. Soms sliep het duiveltje en was er niets aan de hand. Maar het duiveltje sliep nooit heel vast, het was gemakkelijk wakker te maken. Als ik bijvoorbeeld iets op televisie hoorde over bepaalde ziektes. Ik zapte dan snel weg.

Als ik iets ´geks´ of anders voelde in mijn lijf, fluisterde het duiveltje in mijn oor dat het vast iets ernstigs was. Iets héél ernstigs. Ik raakte dan in paniek en kon er soms weken niet van slapen. In tegenstelling tot veel andere mensen met hypochondrische klachten, ging ik juist niet snel naar de dokter. Ik vermeed de dokter het liefst, want dat was immers de plek waar je officieel te horen kon krijgen dat je angst gegrond bleek te zijn. Daar moest ik dus niet zijn! Met als gevolg dat ik soms weken, maanden en in een enkel geval zelfs jaren rond liep met vrij onschuldige klachten die soms verdomd gemakkelijk te verhelpen waren. Als ik dan eindelijk naar de dokter durfde te gaan, had ik het nummer van de begrafenisondernemer bij wijze van spreken al op speed dial staan. Overdreven? Ja. Niet realistisch? Nee, absoluut niet realistisch. Maar ik deed het niet expres. Ik werd gewoon verlamd en verblind door de angst om dood te gaan. Daardoor leek alles veel enger, echter.

Ik deed het ook niet om aandacht te krijgen, sterker nog: ik sprak er heel lang met niemand over, uit schaamte. Want in mijn hoofd wist ik wel dat mijn angstige reactie op lichamelijke sensaties veel sterker was dan nodig. Daarom sprak ik er juist niet over. Bang dat mensen me een aansteller zouden vinden.

Sinds ik bezig ben met therapie om van mijn angstklachten en paniekaanvallen af te komen, komen ook de hypochondrische neigingen wel eens ter sprake. Hoe ik daar het beste mee om kan gaan, wanneer het duiveltje weer wakker schrikt en mij de stuipen op het lijf jaagt. Hoe ik mijn eigen gedachten dan kan uitdagen en wat ik dan het beste kan doen.

Ook met mijn huisarts heb ik het onderwerp besproken, wat ik lange tijd niet durfde, omdat ik me schaamde en bang was dat hij me dan niet meer serieus zou nemen. Het tegendeel bleek waar te zijn; hij nam me zeker serieus en drukte me op het hart om gewoon meteen te komen als ik klachten heb. Hij zou altijd tijd voor me maken en wilde niet dat ik hem vermijd uit angst voor de uitkomst of uit angst om niet serieus genomen te worden. Dit gesprekje met mijn huisarts luchtte enorm op. Want het hebben van hypochondrische neigingen is niet gemakkelijk. Zeker niet tijdens een pandemie – waarbij ieder kuchje al paniek bij jezelf en de mensen om je heen kan veroorzaken.

Liefs,

Chrisje

Lieve Fred van Leer,

Lieve Fred,

Ademloos heb ik zojuist de docu-serie over jou in één ruk afgekeken op Videoland. Jou alleen kennende van je televisie performances en je hilarische quote pagina (“Leer van Fred”) verwachtte ik één en al lachen, gieren, brullen. Precies zoals jij in je docu-serie aangeeft: mensen denken vaak dat Fred van Leer alleen maar lachen gieren brullen betekent. Ik moet bekennen dat ik me daar deels ook schuldig aan maakte voordat ik deze documentaireserie bekeek.

Maar lieve Fred, wat vind ik het ongelófelijk dapper en mooi dat je in deze docu-serie je andere gezicht laat zien. Je laat zien dat jouw bestaan twee kanten heeft: de glitter en glamour – en de echte kant. Je briljante humor is aan beide kanten aanwezig, maar je bent ook stoer genoeg om je tranen te laten zien, je pieken én dalen.

Als LHBT-persoon met een angststoornis herken ik mezelf in veel van wat jij vertelt. Ik ben natuurlijk geen BN’er of media-icoon (dat kan ik beter aan jou overlaten), maar ik herken wel wat je vertelt over wat wij mensen aan de buitenkant laten zien versus wat er werkelijk speelt op de achtergrond – in het echte leven.

Het perfectionisme in je werk om altijd maar door te gaan omdat het nooit ‘af’ is beschrijft goed de vloek van een creatief brein. Als je vertelt dat je hoofd ‘aan’ gaat zodra je hoofd het kussen raakt, wil ik je alleen maar een hele dikke knuffel geven. Na een dag vol prikkels komen alle gedachten (goed en slecht), alle angsten, alle zorgen en ideeën in één stroom op gang. Liefst nog zou je jezelf in slaap knuppelen.

Zo mooi dat je geen ‘kijk mij eens’ docu hebt gemaakt, waarin alleen de glimmende kerstballen buitenkant wordt getoond (hoewel die kerstballen wel echt superleuk zijn). Mooi dat je het publiek ook laat zien dat je kwetsbaar bent, emoties toont, hardop nadenkt over het leven en dit met ons wilde delen.

In mijn column “liever een gebroken been – wat niemand zegt over depressies en burn-out” schreef ik ook al: als je een gebroken been hebt, ziet iedereen het gips en houdt automatisch rekening met je. Als je psychische problemen hebt, ziet niemand dat van buiten aan je. Daarom wil ik je bedanken, lieve Fred, namens alle mensen met psychische problemen, aandoeningen en ziektes. Jij maakt voor ons het taboe met jouw openheid weer een stukje kleiner, voorbijgaand aan de schaamte en schuldgevoelens die er vaak voor zorgen dat mensen zoals ik hun mond er maar over houden.

Liefs,

Chrisje

“Lieve mam,…”

Chrisje’s nieuwe VIP Blogger, W.B. schrijft in deze openhartige eerste bijdrage een ontroerende brief aan zijn overleden moeder.

Lieve mams,

De foto van jou in je jonge jaren met je zusje is de enige foto die ik heb waar je echt blij en gelukkig op staat. Zonder zorgen in je blik. Jammer dat ik je niet meer kan vragen hoe dat kan. Van ons samen zijn er bijna geen foto’s gemaakt. Een paar net na mijn geboorte en een enkele op een van de vele feesten in die jaren. Steevast met de flessen drank op tafel en sigaretten in de hand of mond. Ergens tekenend voor ons gezin, waar dan toch geen vader was die eens heeft gedacht: “Laat ik eens een foto van die 2 maken.”. Enfin, het is geen dag van verwijten en eerlijk is eerlijk, ik was allergisch voor camera’s.

Nu – bijna twintig jaar na je dood – denk ik dat er een hoop dingen zijn geweest die je graag had willen meemaken en ik weet dat er momenten zijn geweest waarop ik jou heel hard nodig had of je gewoon ergens bij heb gewenst.

Zo heb je een belangrijke liefde gemist, een best wel goede baan in Brussel waar ik een poosje woonde, het meedenken met de keuze van een appartement, wat kleinschalige tv-momenten en een enkel optreden, maar ook een wat belangrijker interview dat de wereld is rond gegaan in zigeunerjazz-kringen.

Wat had ik graag je gezicht willen zien op het moment dat ik een lokaal programma kreeg en de wethouders in de eerste uitzending aanschoven. Je zou om de verhalen van de af/aankondiging hard gelachen hebben, die moest zeker 20 keer opnieuw, maar je zou vast ook gepocht hebben bij je vriendinnen onder het kienen. Van atheist ging ik naar gelovig, maar niet religieus.

Anderzijds heb je ook een boel ellende gemist. Zo heb je niet gezien hoe het pa en mij verging na je dood. We vielen in een groot gat en de relatie is verder verslechterd tot het punt dat we geen contact meer hadden. Ondanks dat we geen vaarwel meer bij leven tegen elkaar hebben gezegd, heb ik er wel voor gezorgd dat iedereen om hem heen afscheid kon nemen.

Zijn wens: ‘strooi me hier ook uit’, toen we de as in jouw urn bij de rozenstruik in de tuin hebben uitgestrooid heb ik waargemaakt. Dat kostte nogal wat moeite, want het huis was verhuurd toen hij kwam te overlijden. Twee jaar lang stond hij op de kast. Je zou sowieso niet kunnen geloven wat er in de familie nog allemaal aan vijandigheid is geweest, maar het is je ook bespaard gebleven dat ons nichtje een ernstig en levenspad veranderend ongeluk heeft gehad.

Net zoals er in jouw leven geen 9/11 of moord op Fortuyn is geweest. Geen Karst T. of ISIS en geen wegversperringen en barrières met carnaval, omdat die als je ze niet hebt, soms nodig blijken. Of je had kunnen en willen wennen aan de mobieltjestijd en het toegenomen egoïsme en een steeds onverschilliger voelende maatschappij waag ik te betwijfelen. En ook zorgen over droogte en klimaat zijn je bespaard gebleven.

Maar mams, ik moet goed zoeken om één dag in de laatste 20 jaar te vinden waar ik niet aan je heb gedacht. Het blijft een groot gemis dat we niet meer samen met een glas port de dag kunnen bespreken, bovendien was je de enige persoon die echt invloed op me had.

Vanavond drink ik een glas goede port op alle mooie herinneringen in de jaren die ons wel gegund waren. Zal ik me nog eens schamen voor de fouten die ik heb gemaakt en ik zal nog eens lachen om alle geintjes en onzin die we hebben uitgehaald. Weet je nog? Dat we Gertie een drinkbakje voor de goudvis hebben laten kopen in de dierenzaak? Wat konden we lachen om die ongein.

Bedankt voor alles, mam. Proficiat vandaag, daar boven. Tijd voor een uurtje Kollenberg. Je zou het hier vast prachtig vinden.

Je liefhebbende zoon,
W.B.

Narcisme en het addertje onder het gras

Iedereen die weet dat hij of zij met een narcist te maken heeft, weet dat er bij een narcist altijd een addertje onder het gras zit. Hoe zeer zijn of haar actie ook om jou lijkt te draaien of in jouw voordeel lijkt te zijn: er is (vaak achteraf pas) altijd een addertje onder het gras.

Een narcist is van nature een ontzettende charmeur: charismatisch, intelligent, goed met woorden, aantrekkelijk. Hij of zij geeft je het gevoel dat je de meest bijzondere persoon ter wereld bent, totdat hun ware aard naar boven komt.

Van tijd tot tijd gooit de narcist echter toch weer even zijn charmes in de strijd: je krijgt te horen hoe lief, goed, mooi of bijzonder je bent en direct daarna wordt je medegedeeld dat er iets leuks gaat gebeuren voor jou. Het wordt zo slim gebracht dat je het gevoel krijgt dat je vereerd moet zijn met dit gulle gebaar: en dat klopt. De narcist wil ook dat je je vereerd voelt, want jij krijgt immers zijn of haar onverdeelde aandacht en energie – wie wil dat nu niet?

Verder lezen? Word voor €1,99 per maand Chrisje Member en lees onbeperkt alle content op deze website!

Als je Chrisje Member wordt voor €1,99 per maand kun je alle content onbeperkt lezen, wanneer jij dat wil!

Meer lezen over narcisme? Lees dan ook:

Hoe herken je een relatie met een narcist?

Hoe voorkom je dat de narcist je manipuleert?

Met een paniekstoornis winkelen in een paniekwereld

Het leven met een angst- en paniekstoornis gaat normaliter al niet over rozen… Maar sinds de corona crisis gaat het leven niet eens over onkruid.

Ik moest even naar het winkelcentrum voor wat zomerkleding en schoenen voor mijn dochter. Dit is al een hele opgave als je een angst- en paniekstoornis hebt, want je moet naar een winkelcentrum, je moet interactie hebben met mensen die je niet kent. Aangezien ik mezelf tegenwoordig iedere dag een opdracht geef (in de zin van iets spannends toch doen) was dit vandaag mijn uitdaging.

Aangekomen bij het winkelcentrum wijzen de pijlen op de grond aan aan welke kant ik mag lopen en in welke richting. Ik zie dat niet eens de helft van de mensen zich hier aan houdt, maar toch probeer ik het. Ik ga eerst naar een kledingwinkel. Daar hangt een grote lijst met regels voordat je de winkel betreedt. Houd anderhalve meter afstand, et cetera. Lijkt me logisch, maar ik begrijp dat ze dit moeten ophangen. Ik kijk wat rond, gelukkig is het rustig in de winkel. Ik vind wat leuke kleren en reken af, waarbij de verkoopster van achter een kunststof scherm heel vriendelijk tegen me is. Ze zegt nog van alles tegen me over kortingen, maar in mijn haast om het gesprek af te ronden onthoud ik niet wat ze zei. Opgelucht sta ik even later weer buiten.

Ik loop naar de schoenenwinkel, maar deze blijkt gesloten te zijn tot 13.00 uur. Shit. Het is pas 12.30 uur. Wat nu te doen? Ik bedenk dat ik de tijd dan maar om moet zien te krijgen totdat deze winkel opent, want dochter heeft echt nieuwe schoenen nodig en hier verkopen ze tenminste fatsoenlijke kinderschoenen. Ik loop langs de Zeeman. Hier kan ik ook nog even kijken voor ondergoed. De stapel mandjes halveert de ingang. Er hangt een groot bord boven: als hier geen mandjes meer staan is het maximaal aantal klanten in de winkel.

Steun Chrisje eenmalig!

Lees jij de Chrisje blogs graag? Steun haar dan via een eenmalige donatie zodat zij haar artikelen voor jou kan blijven schrijven!

€5,00

Oh ja, weer een reminder voor als je het drie seconden zou vergeten: er gaat een potentieel dodelijk virus rond. Heerlijk, zo winkelen met om de meter een herinnering aan hoe gevaarlijk de wereld tegenwoordig is. Ik zucht eens diep, pak een mandje dat uit elkaar valt van de drie triljoen desinfectie beurten en loop naar het ondergoed. Ondertussen slalom ik om de overige klanten heen, met beleefd corona glimlachje en al. De winkel medewerkster begint direct na het afrekenen driftig mijn mandje te desinfecteren. Ik loop naar buiten en zie dat ik pas tien minuten om heb gekregen. Dus besluit ik om mezelf nog een Challenge op te leggen: ik ga een glaasje drinken op het terras buiten.

Een terras is best spannend voor mij, zeker als ik alleen ben, want mensen kijken altijd. Waarom dat wat uitmaakt weet ik niet, maar ik vind het verschrikkelijk. Toch doe ik het. Ik loop naar een tafeltje in de schaduw en ga zitten. Het meisje dat in de bediening werkt komt naar me toe gesneld en zegt “U mag niet plaatsnemen zonder dat u zich heeft aangemeld bij de statafel.” Ze wijst op een statafel aan de andere kant van het terras. Al spijt hebbend van mijn besluit loop ik volgzaam achter haar aan naar de statafel. Ondertussen voelt het alsof ik de ogen van alle bezoekers in mijn rug voel branden.

Aan de statafel wordt mijn naam gevraagd en of ik de afgelopen 24 uur klachten heb gehad. “Nee, althans geen klachten over corona.” antwoord ik. Ze begrijpt het grapje niet. Ze wijst me op een desinfectie zuil en vraagt of ik mijn handen wil desinfecteren. Ik ben geneigd haar te vragen of ze mijn pincode ook wil weten. Maar ik bedenk net op tijd dat dit meisje ook maar doet wat haar baas haar gevraagd heeft om te doen. Ondernemers zijn blij dat hun zaak weer open mag. Zij houden zich dus aan de regels voor het geval handhaving ziet dat ze dit niet doen. Ik houd mijn mond, desinfecteer mijn handen en loop terug naar het tafeltje. Ik bestel een drankje, waarbij het meisje vraagt of ik weet dat ik alleen met pin mag betalen. “Geen probleem.” zeg ik. Als ze weg loopt slaak ik een diepe zucht.

“Wat een ellende hè?” zegt een vriendelijke vrouw die een tafeltje verderop zit. “Ha, ja, ik wilde alleen even iets drinken, ik wist niet dat het zo’n gedoe zou zijn.”

We praten even over corona, alle maatregelen, alle tegenstrijdige berichten. We hebben het over begrafenissen en bruiloften die anders of niet of op een later tijdstip pas door kunnen gaan. We hebben het over kapotte handen en kinderen en oudere mensen. Mijn paniek zakt wat weg. Een kennis van haar werkt op de IC en die zei dat alle nieuwsberichten erg aangedikt worden. Verderop zit een moeder met een klein zoontje van een jaar of drie. Het mannetje wil even bij mij komen buurten, maar ze roept hem streng terug. Ik begrijp het, als moeder zijnde. Ik vraag me af wat dit allemaal voor impact op onze kinderen gaat hebben.

Als ik even later mijn drankje op heb zeg ik gedag tegen de vrouw, betaal via pin en loop braaf via de aangegeven paden en pijlen naar de schoenenwinkel, die inmiddels weer open is.

Als je nog geen angst- en paniekstoornis had, zou je hem nu alsnog wel krijgen. Wat een gekke wereld.

Liefs,

Chrisje

Het corona-lachje

Sinds de corona crisis is er een nieuw fenomeen ontstaan: het corona-lachje noem ik het.

Het corona-lachje bestaat uit verschillende onderdelen: mensen maken meer oogcontact en glimlachen naar elkaar ten teken van verstandhouding: ja, ik zie je, ik houd afstand van je.

Maar ook: ja, ik zie je en ik wacht hier even zodat je langs kunt lopen op afstand. En ook: ja, ik zie je, ik stuur je mijn corona-lachje ten teken van verstandhouding maar ook zodat je weet dat ik je om leg als je binnen de anderhalve meter komt.

Het is een lachje dat specifiek vriendelijkheid mengt met een waarschuwing: ik doe aardig, maar blijf uit mijn buurt.

Soms wordt er ook een eyeroll aan toegevoegd, zodat je weet van elkaar dat je het allebei beu begint te raken, het in de rij staan voor een drogist alsof je in de Efteling staat te wachten tot je de python in mag.

Ik moest net door het winkelcentrum lopen voor een bezoekje aan mijn juwelier. Ik kreeg 28 corona-lachjes en deelde er minstens even zo veel uit. Hoe veel corona-lachjes tel jij vandaag?

Stilstand is vooruitgang

Stilstand is achteruitgang. Dit gezegde spookt al een paar dagen door mijn hoofd. Ik heb namelijk vaak het gevoel dat ik stil sta. En daarmee ook dat ik achteruit ga.

Na een bijzonder slechte dag barstte ik in tranen uit. “Ik heb het gevoel alsof ik al weken, maanden stil sta. Alsof er niets gebeurt. Alsof ik achteruit ga.” Mijn wederhelft herinnerde me aan alles wat ik in de afgelopen weken wél gedaan en bereikt had. De gesprekken die ik had gevoerd, de dingen die ik had gedaan, ook al vond ik ze doodeng.

De dag er na werd ik vroeg wakker. De zware dag er voor was te zien aan de dikte van mijn ogen en de diepte van mijn wallen. Ik begon de dag – zoals wel vaker – door voor me uit te staren en te denken aan alle dingen die ik wilde, moest en kon doen.

Klopte het wat zij zei? Ga ik wel vooruit, zonder het zelf in de gaten te hebben? Ga ik op een soort slakken tempo, waardoor ik zelf niet eens door heb dat ik wel vooruitgang boek?

Stilstand is achteruitgang? Ja, soms. Maar soms is stilstand juist de tijd die ik nodig heb om me voor te bereiden. Als je niet beter weet zie je me twee uur zitten niksen. Als je in mijn hoofd zou kunnen kijken zie je dat ik de scenario’s bedenk die kunnen gebeuren als ik tot actie over ga en het huis verlaat. Wat er in de winkel zou kunnen gebeuren. Wat ik moet doen als ik een paniekaanval krijg. Waar ik kan parkeren. Hoe ik er naar toe ga rijden. Wat ik er ga halen. Wat ik daar na ga doen. Hoe ik mezelf moed in spreek: je kunt het wel, je vindt het alleen eng. Dat wil niet zeggen dat je het niet kunt. Ook als je iets eng vindt kun je het toch doen.

Twee uur later sta ik op, pak mijn tas en vertrek naar de tuinwinkel, haal de plantjes, kom weer terug en werk een paar uur in de tuin. Die twee uur “stilstand” waren nodig om mij voor te bereiden. Ze waren niet nutteloos. Er gebeurde van alles, alleen niet zichtbaar.

De plantjes die nu in onze achtertuin groeien, zijn een blijvende herinnering voor mezelf dat stilstand soms ook vooruitgang kan betekenen.

Hoe ik mijn broer feliciteerde en dit grandioos mis ging

Ik belde vanochtend mijn broer. Hij is jarig, en een geweldige broer, dus ik dacht, dat moeten we wel even goed doen.

Ik belde hem op. Met videobellen en al zelfs, hoewel mijn gezicht daarvoor niet geschikt was, want slaapvouwen en wallen. Je moet iets over hebben er voor.

Toen hij op nam haalde ik diep adem en zei: “Ah-one! Ah-two! Ah-one-to-three-four!” en vervolgde met een uitgebreid, vals en lang gerekt langzalieleven, uitgebreid met een outro van veel hieperdepiephoera’s. Hij wachtte geduldig tot deze valse wall of sound voorbij was, en sprak toen de legendarische woorden “Dankjewel zus, maar ik ben morgen pas jarig. Het is vandaag de veertiende.”

Even was het stil. Ik hoorde vogeltjes tjielpen in mijn hoofd. Ik meende zelfs een paar krekels te horen. Mijn gezicht trok zich weer in de plooi vanuit de toestand waarin het was blijven hangen. “Maar.. Het is toch vrijdag vandaag?” stamelde ik.”Nee hoor; het is donderdag. Donderdag de veertiende.”

Ik krabbelde achter mijn oor. “Is het wel nog steeds 2020?” vroeg ik, me afvragend hoe lang ik precies geslapen had. “Ja, dat wel.” lachte mijn broer.

“Oké; luister. Ik bel je morgen terug, doe dit opnieuw en dan doen we net alsof dit gesprek nooit heeft plaats gevonden.”

“Nee. Ik ga je hier eeuwig mee plagen. Tot aan het einde van tijden.” Dat leek me niet meer dan redelijk.

Morgen ga ik hem opnieuw bellen, met liedje en al. Als ik het niet vergeet.

Ik had vandaag een mooie rotdag

Ik had vandaag een mooie rotdag. Het fijne aan afbouwen van medicatie (in afwachting van andere aanpak) is dat mijn energie opeens volop terug kwam, alsof er een mist op trok en ik plots weer helder kon zien, voor het eerst sinds maanden. “Aha!” zei mijn brein, “We kunnen weer!”. En het ging volledig op hol. Ik poetste het huis terwijl ik achterstallige dingen regelde en eten maakte. Ik deed honderdtwintig dingen tegelijk en voelde me – heel even – onoverwinnelijk en sterk en vrolijk.

Helaas kwam daar abrupt een eind aan toen halverwege de dag mijn energie plots een snoekduik in het diepe nam.

Mijn lijf werd moe, mijn brein nog vermoeider en de waterlanders stroomden onophoudelijk langs mijn wangen. Opeens was de wereld weer eng, groot en onbereikbaar, mijn gevoel wanhopig en ik een falend wezen. “Waarom kan ik me niet gewoon één dag onbezorgd goed voelen?” vroeg ik aan niemand in het bijzonder. Er kwam geen antwoord. Er is ook geen antwoord.

In deze rare tijd is iedereen al angstig en bezorgd. Ik was al voor deze rare tijd heel angstig en bezorgd. Dit kwam er alleen maar bovenop.

Toen kwamen mijn lieve dochter en vriendin thuis, met hun verhalen over school en werk. Verhalen over die grote buitenwereld. Ik was trots op ze en luisterde graag naar hun verhalen. We aten samen en langzaam zakte mijn verdriet weer wat verder weg.

Het was een mooie rotdag, zoals alleen een mooie rotdag mooi kan zijn. En soms is dat ook oké.

Liever een gebroken been: wat je in corona tijden kunt doen voor mensen met een depressie of burn-out

Eerder schreef ik in mijn (vaak gedeelde!) blog over wat je kunt doen voor mensen met een depressie, burnout of andere klachten.

Echter, nu in deze bijzondere, vreemde en vaak moeilijke tijd is het nog moeilijker om er voor mensen met een depressie of andere mentale klachten te zijn, vanwege de afstand die bewaard moet worden.

Wat kun je in quarantaine tijd dan wél doen voor geliefden die worstelen met een depressie, angst klachten, burn-out? Hieronder een aantal tips waar ik ook zelf veel aan gehad heb (en nog):

Laat weten dat je er bent. Bel (regelmatig!), app, video bel, stuur een kaartje, een bosje bloemen, of een brief. Ga op raamvisite of nodig uit voor een leuk online spelletje, als diegene daar zin in heeft tenminste. Laat weten dat je aan die persoon blijft denken, ook al is het op afstand.

Lees verder onder de afbeelding

Stimuleer het zoeken naar hulp.

Stimuleer het inschakelen van hulp. Heeft je geliefde nog geen hulp gekregen met zijn of haar problemen? Adviseer dan een telefonisch consult met de huisarts. Deze kan doorverwijzen, ook in deze tijd, naar professionele hulp. Veel hulpverleningsinstanties werken met telefonische en video gesprekken. Natuurlijk is een live gesprek meestal beter, maar iets is zeker beter dan niets!

Ga wandelen op afstand. Als er een geschikte omgeving voor is, ga dan wandelen op afstand. In rustige dorpen of omgevingen is het prima mogelijk om – op veilige afstand – met elkaar te wandelen. Zo haal je iemand even zijn huis (isolement) uit en kun je rustig praten zonder elkaar constant aan te hoeven kijken. Dit praat vaak gemakkelijker. Wandelen is voor iedereen goed: je komt even op andere gedachten en beweging is sowieso goed tegen depressieve gedachten.

Wees begripvol. Bied een luisterend oor. Geef geen goedbedoelde adviezen en kom niet met standaard cliché antwoorden zoals “het komt wel goed” of “kop op, niet bij de pakken neer gaan zitten”. Luister geduldig, toon inlevingsvermogen en vraag of je iets kunt doen. Vaak is luisteren al genoeg. Ook even praten over je eigen leven is vaak fijn voor de ander: het leidt even af.

Heb jij nog andere tips? Laat ze achter in een reactie!

Als angst je wereld is

Wat me op een of andere manier een beetje “troost” in deze periode, is dat niets voor niemand hetzelfde is gebleven. Iedereen raakt het. Direct of indirect. Zelfs de mensen die in ontkenning zijn en nog hutje mutje op elkaar geplakt in een bus gaan zitten. Zelfs de leiders van landen, zelfs de miljonairs en celebrities. Iedereen is uit zijn comfort zone gedwongen. Iedereen moet een nieuwe dagindeling vinden, een nieuwe manier zoeken om om te gaan met deze andere manier van leven. Collectief aanpassen om elkaar te redden.

Wat voor mij persoonlijk extra moeilijk is, is de angst. De angst in de nieuwsberichten, op social media, in de gesprekken met mensen (op afstand). Ik heb een angststoornis en daarmee leef ik eigenlijk al jaren zoals de meeste mensen nu leven: bang voor sociale contacten, bang om ziek te worden, bang voor van alles en nog wat. Eigenlijk ervaart iedereen nu een klein deel van hoe het is om met een angststoornis te leven: overal waar je komt is het bij je. Je staat er mee op en gaat er mee naar bed. En als je net even niet er aan denkt, komt er wel een fragment op de radio, een bericht op je telefoon, dat je weer er aan herinnert: ik ben er nog.

Wat moeilijk is aan een angststoornis hebben in een periode waarin angst regeert is dat hulp nu moeilijk op gang komt of zelfs stagneert. Waar ik eigenlijk zou moeten oefenen met sociale situaties, mag dat nu niet. Veilig thuis blijven is het advies en dat volg ik uiteraard op. Maar de wereld wordt zo klein dat ik nu al (hoe verrassend) bang ben voor hoe veel stappen terug ik hiermee maak, door niet te kunnen oefenen met kleine stapjes.

Maar dan denk ik aan de mensen die ziek worden en overlijden in de ziekenhuizen, dan denk ik aan de nabestaanden van die mensen, en dan relativeer ik mijn eigen problemen. Stel je niet aan, zegt mijn strenge brein tegen mezelf, wees dankbaar dat je nog leeft. En dat ben ik.

Maar wanneer straks alles weer mag, zullen de mensen met psychische klachten een extra inhaalslag moeten maken. Want de wereld die zo eng was – en recentelijk nog enger werd – moet dan weer betreden worden. Wat normaal al eng was, maar nu driedubbel zo akelig.

Stay safe, lieve mensen ❤️

Liefs,

Chrisje

Zo kom je de quarantaine tijd door: 15 thuis toe te passen tips!

In deze tijd, waarin het sociale leven grotendeels stil is komen te liggen en we afstand van elkaar moeten houden, is het moeilijk om niet eenzaam en suf uren voor de televisie te blijven hangen. In deze blog dan ook 15 tips om de quarantaine tijd door te komen. Maar ook een oproep aan jou (ja, jou!): Heb jij nog leuke tips? Stuur ze mij via een privé bericht op de Chrisje Facebook pagina!

EEN
Burenliefde was nog nooit zo belangrijk als nu. Maak een praatje met je buurvrouw / buurman via de schutting (op afstand), of via je balkon. Heb je oudere buren? Informeer dan of het goed gaat met hun gezondheid en of je misschien iets kunt betekenen (mits je zelf geen klachten hebt natuurlijk).

TWEE
Creativiteit! Tekenen, knutselen, kleurboeken voor volwassenen, breien, haken, diamond painting, de keuze is reuze! Op YouTube vind je bovendien heel veel gemakkelijke tutorials op het gebied van tekenen voor beginners, maar eigenlijk wel van iedere mogelijk denkbare hobby. Tutorial zoeken, en beginnen maar!

DRIE
Die kast die je al drie jaar wilde reorganiseren, maar waar je niet aan toe kwam wegens tijdgebrek? Ga hem nu te lijf! Dit is het moment! Haal leeg die kast, even een sopje er door, en ruim hem weer zodanig in dat je al je 746 tupperware bakjes nu wel mét deksel bij elkaar hebt.

VIER
Als je het geluk hebt dat je een achtertuin hebt, zijn spelletjes zoals overgooien, badminton, basketballen goede manieren om aan je beweging te komen. Ook touwtjespringen, hinkelen (dankzij het hinkelpad van mijn dochter) zijn manieren om in beweging te blijven. En bovendien stiekem best wel leuk!

quarantine

VIJF
Heb je thuis fitness apparatuur? Afstoffen, die hometrainer! Pak die abbroller van zolder af! Gebruik je fitness apparaat niet langer als kledingrek! Dit is de tijd om je spieren weer sterker te maken 🙂

ZES
Yoga. Het klinkt misschien zweverig, maar dat is het heus niet. Ik probeer iedere dag minstens een à twee keer tien tot vijftien minuten yoga in te bouwen. Goed voor het lijf, je rekt de spieren, bouwt kracht op én je maakt je hoofd even leeg. Goed voor de ontspanning! Op YouTube zijn genoeg voorbeelden te vinden. Dit vind ik een goed beginnersfilmpje: https://www.youtube.com/watch?v=VaoV1PrYft4

ZEVEN
Schrijven. Schrijf een brief, start een dagboek, schrijf gedichten, een blog, wat je maar wilt! Op WordPress kun je met een beetje kennis van zaken een gratis blog starten. Wat houdt je tegen?

ACHT
Heb je een hond? Wilde je hem altijd al meer commando’s leren? Dan is dit het moment! Zolang je het leuk houdt voor je hond natuurlijk, dus niet te lang en op een positieve manier.

NEGEN
Lego voor volwassenen: een ideale manier om veel tijd mee om te krijgen, als je het kunt betalen 🙂

TIEN
Gezelschapsspelletjes! Monopoly, een potje kaarten, Uno, Halli Galli, 30 seconds, genoeg te spelen! Alleen moet je even iemand vinden die met je wil spelen…

quarantaine

ELF
Zing je graag? Download dan een karaoke app en zing er op los!

TWAALF
Skype, videobellen, FaceTimen.. er zijn heel veel manieren om in contact met elkaar te blijven en je vrienden en familie te blijven zien! Sommige mensen eten zelfs op deze manier samen op afstand. Hoe gezellig is dat?

DERTIEN
Grote lente-schoonmaak: Zeker nu is het geen overbodige luxe om je huis eens grondig van boven tot beneden schoon te maken. Gooi de ramen open, lucht het huis, ververs de lakens op je bed en maak de hele toko weer eens ouderwets helemaal schoon.

VEERTIEN
Belde je altijd te weinig met je ouders? Ook voor hen is het nu fijn als je eens wat vaker belt. En nee, je hoeft niet ieder uur aan de telefoon te hangen, maar ook voor hen is het fijn als je even interesse toont.

VIJFTIEN
Klusjestijd! En neeeeeeeee, niet allemaal naar de bouwmarkt rennen nu..! Je kunt vast wel iets bedenken wat je in huis kan doen, waarvoor je geen spullen hoeft te halen toch? Misschien heb je nog oude spullen die je met een beetje creativiteit leuk kunt pimpen!

Heb jij nog leuke tips?

Stuur ze mij via een privé bericht op de Chrisje Facebook pagina!

 

Juist nu: blijf contact houden met eenzame mensen, mensen met een depressie, burnout en andere psychische klachten

Zeker nu het coronavirus het hele sociale leven plat gooit, evenementen niet meer doorgaan en thuis blijven het advies is, is het van nog groter belang dan normaal om een (telefonisch of digitaal) oogje in het zeil te houden bij de mensen in je vriendenkring die psychisch kwetsbaar zijn.

Eenzame mensen, maar ook mensen met psychische klachten zoals een depressie, burnout of andere klachten zijn juist nu extra kwetsbaar. Regelmatig even telefonisch contact zoeken, beeldbellen of een whatsapp sturen doorbreekt al de stilte, kan helpen om gedachten te relativeren en even afleiding bieden.

Houd contact via telefoon, beeldbellen of whatsapp

Niet alleen bellen of WhatsAppen is goed om te doen. Met de mobiele telefoons van tegenwoordig kun je ook nog heel veel andere dingen samen online doen, om de eenzaamheid te verminderen. Je kunt bijvoorbeeld online spelletjes met elkaar spelen, zoals Draw Something, WordFeud, Kryss (een woord puzzel die je samen maakt om beurten), Snapchat.

Contact houden is belangrijk. Zeker mensen met psychische klachten zitten vaak veel ‘in hun hoofd’, hebben moeite met het verzetten van hun gedachten. Zeker nu mensen beperkt zijn in hun doen en laten en ook de hulpverlening meestal moet werken met telefonisch contact (wat begrijpelijk is voor ieders veiligheid!) is het des te belangrijker om te laten weten dat je aan iemand denkt.

Direct hulp in crisissituatie

Narcistisch gereedschap: Jouw schuldgevoel

Er werd gevraagd naar een vervolg op mijn blog over narcisme in vriendschappen en relaties. In deze blog zal ik verder toelichten hoe narcisten in relaties en vriendschappen te werk gaan.

Een van de gereedschappen van de narcist, waarmee hij / zij je in een wurggreep kan houden, is schuldgevoel. Jouw schuldgevoel welteverstaan, want de narcist heeft dit zelf niet. Zoals ik al eerder uitlegde, gebruiken veel narcisten “gaslighting” als een manipulatieve methode om jou aan jezelf te laten twijfelen. Daarbij maken ze dankbaar gebruik van jouw verantwoordelijkheidsbesef. Immers, als ze jou een schuldgevoel kunnen bezorgen, of dit nu terecht is of niet, dan hebben ze iets om tegen je te gebruiken en je mee te manipuleren.

Lees verder onder de afbeelding

Misschien vraag je je regelmatig af: maar ik deed toch niets verkeerd? Waarschijnlijk is dat ook zo. Je deed niks verkeerd. De narcist weet zaken feilloos te verdraaien dat het er op neer komt dat jij iets verkeerd hebt gedaan, waarvoor je moet boeten in de vorm van iets wat de narcist van je wil.

Al snel nadat je het schuldgevoel in je schoenen hebt laten schuiven zal de aap uit de mouw komen: de narcist wil dat je iets doet, wil meer macht, wil jou meer in zijn of haar grip houden. Zolang jij je schuldig voelt en probeert iets goed te maken, heeft de narcist de touwtjes in handen. Precies wat hij of zij wil.

Een andere manier waarop de narcist de touwtjes in handen probeert te houden is negeren.

Als je iets doet wat de narcist niet bevalt, bijvoorbeeld kritiek uiten of iets voor jezelf doen, of iets doen waar de narcist jaloers van wordt, wordt negeren vaak ingezet als straf. Plotseling hoor je uren, dagen of zelfs weken niets meer. Je hebt de narcist gekrenkt, ookal was dit door bijvoorbeeld gewoon gelukkig te zijn. Dit kan niet, want jouw geluk draait niet om de narcist. De narcist wil al jouw onverdeelde aandacht. Dus neemt hij of zij precies dat weg: aandacht. Je wordt genegeerd totdat men vindt dat je het weer een beetje waard bent om tegen te praten. Dan volgt overigens vaak ook weer de verwijtende fase, waarin je schuldgevoelens aangesproken worden.

Zo gaat deze giftige cirkel door, totdat je door hebt wat er gebeurt en in wat voor relatie je terecht bent gekomen.

Samen alleen – Corona bij depressie – door Rosan van der Zee

De mens die zo gewend is om constant bloot te worden gesteld aan oneindig veel prikkels wordt opeens gedwongen om terug te keren naar een staat van onderprikkeling. De wereld die altijd zo oneindig leek, beperkt zich tot onze huizen. We willen van alles, maar kunnen bijna niets. Altijd tijd te kort verandert in altijd tijd te veel. Wat te doen met die leegte? 

De eerste keer dat ik het hoorde was ik me er nog niet van bewust. Ik wist dat het er was en dat het zich verspreidde. Het leek zo langzaam, maar de exponentiële kenmerken ervan maakt het onhoudbaar. Soms lachte ik erom en eigenlijk doe ik dat nog steeds. Nu lach ik alleen niet meer omdat ik het wat overdreven vind, maar puur om de situatie dragelijk te maken.

De verveling slaat toe en negatieve gedachtespinsels krijgen vrij spel om in mijn hoofd rond te zwermen. Ze vermenigvuldigen zich bijna nog sneller dan het virus zich verspreidt. Iedereen zegt dat ik positief moet blijven want we zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Dit begrijp ik en ik probeer het zo goed mogelijk toe te passen, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De hele situatie beangstigt me en het vreet aan me. Het laat me niet met rust. Hiervoor had ik al behoorlijk te maken met mentale disbalans en ik weet zelfs nog dat ik zei dat corona er echt niet meer bij kon komen. Het is alleen een onafwendbare aanwezigheid geworden. 

Waar ik al gevoelig ben voor existentiële depressies komt dit gevoel nu genadeloos binnengestormd. Teksten als: ‘Het is zo mooi dat corona laat zien dat de wereld de mensheid helemaal niet nodig heeft en het zelfs misschien beter af is zonder.’ zijn voor mij niet bepaald motiverend want het beschrijft ongeveer de essentie van mijn depressies.

Het lastige is vooral dat ik naast de angst voor het onvoorspelbare net als velen te maken heb met verveling wat voor mij ook gepaard gaat met een gevoel van doelloosheid.Voor mij is ‘stilstand’ als het ware de ‘eindstand’ van mijn verhaal. Het zorgt er namelijk direct voor dat ik last krijg van depressie en suïcidale gedachtes. Essentieel is voor mij dan ook dat ik hier niet aan toegeef en dat ik mezelf bewust bezig blijf houden. Onder andere door deze tekst te schrijven.

Wat me ook niet helpt in deze tijd is het lezen van al het nieuws. Tja, waarom doe ik dat dan? Omdat ik ergens ook wel weer ‘up to date’ wil blijven. 

Al met al is dit alles niet de beste receptuur om met de situatie om te gaan. Wat kan ik dan juist wel doen om mezelf te helpen? Misschien is dat wel een veel belangrijkere vraag dan wat ik juist niet moet doen. Het menselijke brein kent immers het woordje ‘niet’ niet. Daarom maak ik voor mezelf een lijstje van zaken die ik al doe en die ik kan doen die bevorderend werken:

De corona survivalgids voor deze depressivo: • Teksten schrijven;• Gedichten schrijven; • Tekenen; • Aan boek werken;• Buiten wandelen; • Naar mijn paard gaan; • Met mijn katten knuffelen; • Muziek schrijven; • Huiswerk maken; • Sociaal contact via social media;• Planning opschrijven; • Wielrennen;• Hardlopen; • Stretchoefeningen (het lichaam moet wel soepel blijven); • Avondjes op de bank met familie koesteren; • Uitzoeken hoe ik misschien anderen kan helpen; • Reflecteren op positieve momenten;• Etc.

Eigenlijk is de lijst van zaken die ik wel kan doen best wel lang. Het einde ervan is niet eens bekend want hij blijft groeien. Zo krijg ik toch nog een beetje een positief gevoel. 

Ook vind ik het belangrijk om me er bewust van te blijven dat deze afzondering helemaal niet duidt op eenzaamheid. Ik denk eigenlijk dat we nog nooit zo verbonden zijn geweest met elkaar als nu. We doen dit immers allemaal voor elkaar en zijn samen alleen. Elke dag van isolatie is juist weer een dag waar we er voor de ander zijn. Daarbij kan ik ook bedenken wat ikeventueel nog meer zou kunnen doen om te helpen, maar dit besef alleen is voor mij al een heel belangrijk uitgangspunt. Als ik me dan zo doelloos en nutteloos voel, kan ik me bedenken dat ik nu juist elk moment van nut ben voor anderen. Misschien word ik uiteindelijk ook ziek, dat is zelfs waarschijnlijk. Als dat gebeurt, werk ik weer mee aan de groepsimmuniteit waarmee ik dus ook weer anderen help.

Dus ja, het is lastig om met mijn brein positief te blijven in deze bizarre situatie (want dat is het). Toch heb ik hoop dat we hier sterker uitkomen. Dat we juist nu leren wat werkelijk belangrijk is. Dat al die prikkels voorheen misschien vooral een afleiding zijn van het werkelijke leven. Het leven dat ik vrees, maar tegelijkertijd ook zoveel lief heb. Ik heb het zelfs zoveel lief dat ik me er niet goed genoeg voor voel. Nu krijg ik de kans om werkelijk mijn steentje bij te dragen. Zo verandert de ‘stilstand’ plots in een ‘opstand’. Een opstand tegen de negatieve gedachtespinsels die nu vrij spel denken te kunnen krijgen. Ik geef me niet zomaar gewonnen en strijd door. Corona is voor mij naast het toeslaan van depressie ook de kans om er zonder prikkels als vluchtweg mee om te leren gaan. Zo ontdek ik in al het negatieve ook nog het positieve. Dit is mijn survivalgids om deze periode te doorstaan endaarna hopelijk zelfs sterker door te kunnen gaan.

Liefs,

Rosan

Samen met Rosan schreef Chrisje dit lied :

Zang en instrument: Rosan van der Zee

Tekst: Chrisje en Rosan van der Zee

Rosan kreeg een aanval tijdens het hardlopen: “Zonder mijn redders had ik waarschijnlijk uren op het koude asfalt gelegen.”

Zoals jullie waarschijnlijk weten kreeg ik op 24 januari (2020) een psychogene niet-epileptische aanval tijdens het hardlopen. Deze gebeurtenis was ontzettend beangstigend en het heeft heel veel met me gedaan. Daarom heb ik er deze tekst over geschreven om mijn ervaring hiervan duidelijk te maken voor (vooral) mezelf en anderen.

Elk einde is de afsprong naar een nieuw begin. Steeds kom ik het weer tegen. De ene keer voelt het als een zijden laken die op me neerdaalt, de andere keer stort het op me als een allesvernietigende bom.

Ditmaal was het een kernbom en deze vernietigde bijna mijn lichaam. De grote rode knop om die kernwapens af te vuren bevond zich in mijn brein en zat er slechts voor de allergrootste noodsituatie. Die noodsituatie vond plaats op 24 januari. De dag waarop ik weer een einde tegenkwam en zelfs de dood in de ogen leek te staren. Het mentale werd een met het fysieke.
Ik had plannen. Veel plannen. Veel te veel plannen. Na een intensieve week op mijn opleiding waar ik me al niet helemaal mezelf voelde, zou ik van vrijdag tot en met zondag ook nog een weekend gaan werken. Voor ik hier in de middag naartoe zou gaan moest ik wel nog even mijn huiswerk maken, reflecteren, bellen over therapie, hardlopen en paardrijden. Niks moest natuurlijk, maar eigenlijk moest het allemaal wel.

Had ik het kunnen zien aankomen? Achteraf gezien wel, maar in alle eerlijkheid had ik dit nooit verwacht…

Daar liep ik dan door de polder. Muziek in mijn oren. Mijn benen die mijn lichaam voortdragen. De ‘runner’s high’ die me altijd weer tot rust kan brengen. Toch denk ik dat er ditmaal geen rust was. Want ik moest dit doen. Het hoorde bij de planning dus het moest uitgevoerd worden. Zo veranderde de ontspanning in overspanning.
Het is nu vooral een waas. Korte flitsen van de gebeurtenis komen soms terug. Een blauwe lucht; boomtoppen; een intense kou; pijn in mijn hoofd; het dichtklappen van een autodeur en iemand die over me heen buigt. “Het komt allemaal goed…” Een zin die bevestigt dat het echt niet goed gaat. Het zijn woorden die door me heen galmen, maar waarvan ik niet zeker weet of ik ze daadwerkelijk heb gehoord.

Een ambulance. Pijn. Zwart licht. Niets… Ben ik dood? Kalmte…
Had het hier beter kunnen eindigen? Gewoon stoppen. Hier. Klaar. Punt. Geen nieuw begin meer. Niet meer te hoeven vrezen voor het leven. Geen verdriet omdat ik zelf het leven heb verlaten, maar omdat het me is ontnomen. Je kunt immers beter stoppen op je hoogtepunt.

Het ging toch zo goed?
Ja, het ging zo goed. Alles leek me te lukken. Ik leek opeens de hele wereld aan te kunnen. Na jaren nergens meer energie voor te hebben, mijn zin kwijt te zijn geweest en slechts te hebben bestaan vanuit een onoverbrugbare zinloosheid. Nu ging het eindelijk goed! Is dat niet het beste moment om de pijp uit te gaan? Een hartstilstand met een definitief einde. Misschien komt er een voorzichtig kopje in de plaatselijke krant en een klein afscheid voor de paar mensen die het wat doet. Daarna kan ik gewoon weer vergeten worden. Zoals het hoort. Zo moet het zijn. Vind ik ook eindelijk mijn ‘nooit meer slapen’.

Wakker. Ik ben wakker. Waar ben ik?
Mijn moeder; ze staat voor me. Ze zegt dingen. “Ziekenhuis… Gevallen… Onderzoeken…” Ik hoor het half. Weet niet meer wat ik eigenlijk aan het doen was of wat ik aan het doen ben. De situatie dringt niet tot me door. Alles suist. Mijn hoofd bonkt. Mijn hart bonkt. Sneller en sneller. Ik adem. Ik adem. Ik stop. Waar is mijn adem!?
Ik verstijf en ik verkramp. Weet me niet goed te beseffen waarom. Ik ben er, maar ik ben er niet. Beelden en geluiden schieten door mijn hoofd: blauwe lucht; een man; een dichtklappende autodeur; boomtoppen; ambulance; ziekenhuis; een man; boomtoppen; een dichtklappende autodeur; ambulance…  De ruimte om me heen siddert en beeft waarna het zich vult met mensen in witte jassen. Ik word vastgepakt. Zacht en hard tegelijk. Ze grijpen en graaien. Ik probeer mijn adem te vinden, maar deze lijkt niet meer te bestaan.

Ik leef… maar ga ik nu toch dood?
Dood, dood, dood, was ik maar dood.
Nee! Ik wil niet dood.
Ga ik dood?

Iemand houdt een zak voor mijn mond. Het voelt alsof ik stik. Ik krijg geen adem! Mijn lichaam lijkt kapot te scheuren door alle verkrampingen. Alsof mijn spieren hun uiterste best doen om al mijn botten te breken.

Ze proberen een soort puf in mijn mond te stoppen, maar het lukt niet omdat mijn mond en kaken volledig verstijfd zijn. Ze spuiten iets in mijn neus, maar het lijkt niet veel te helpen. Ik voel een naald in mijn linker pols en er wordt een onbekende vloeistof mijn lichaam ingespoten terwijl iemand mijn arm in bedwang houdt. Iemand plakt een soort grote sticker op mijn borst die met kabels aan een groot apparaat verbonden is. Reanimatie!?

Ik ga dood.
Ik ga dood.
IK GA DOOD.

Dan stopt alles… Ik weet niet meer hoe, maar het stopt. Was het de onbekende vloeistof? Was het de spray in mijn neus? Was het iets dat ik zelf deed? Is dit nu een nieuw begin?
Ik krijg een masker op om me extra zuurstof te geven. Blijkbaar vroeg ik daarna aan mijn moeder of ze daar een foto van kon maken. Een foto die later in de krant te zien zou zijn. Ik kan me niet herinneren dat deze is genomen, maar blijkbaar is dat een soort primaire behoefte van me. Achteraf gezien niet een heel logisch reflex. Ik ben officieel onderdeel van de moderne mens.

Conclusie van de innerlijke kernbom: een psychogene niet-epileptische aanval. Gelukkig. Het was maar mijn brein. Het zit slechts tussen mijn oren. Een gedachte waar ik me even aan vastklamp, maar welke ik al snel loslaat.

De noodklokken zijn gaan luiden en de grote rode knop is ingedrukt. Ja, ik heb het overleefd. Ik heb het geluk gehad dat ik ben gevonden en dat mensen me konden helpen toen ik dat zelf niet meer kon.

Een dankbaarheid omsluit mijn hart. Want ik wil helemaal niet dood, ik wil leven. Dat is iets wat ik nu zeker weet. Ik besluit dat ik deze mensen wil vinden om ze te kunnen bedanken en zodat ze de situatie positief kunnen afsluiten. Dit kan ik het beste via een Facebookpost doen. Een post die later ietwat escaleert nadat het bijna 7000 keer is gedeeld. Maar goed, het bracht me wel wat ik wilde.

Er komt de volgende dag in het ziekenhuis nog een gesprek met een crisisteam, maar zoals altijd weet mijn rationele brein als snel de overhand te nemen en analyseert hij de boel feilloos. Ik mag naar huis. Toch moet ik beloven dat ik wat ga veranderen en dat ik hulp zoek.

Het ging toch zo goed? Eigenlijk wil ik niet veranderen… Toch weet ik dat ik naar mezelf moet luisteren. Al die anderen dingen die ‘moeten’ zijn daaraan onderhevig. Dit is het enige dat echt ‘moet’. Ik wil zoveel liever zijn voor mijn brein en lichaam. Ik wil liever zijn voor mezelf.

Zelfs als iets misschien goed voelt, hoeft het niet per se goed te zijn. Het is als de energie die je voelt als je koffie of energydrank hebt gedronken. Eventjes lijkt het je goed te doen. Toch is dit slechts valse energie. Een illusie van verkwikking die na overmaat verandert in een inzinking.

In dit geval ben ik mijn eigen koffie, mijn drugs, mijn eigen verslaving. Want door alles te doen wat goed voelt en mezelf hiertoe te gaan verplichten, ren ik juist mezelf voorbij. Ben ik slechts aan het doen zonder te beleven. Alsof ik alles wil inhalen wat me vroeger nooit is gelukt.

Ik kan het nu toch allemaal? Ik wil alles tegelijk en liever gisteren dan vandaag. Dat lukt me en dat lukt me goed. Tot ik het niet meer kan. Tot ik instort.

Ik kan het zo goed verwoorden. Ik kan het zo goed uitleggen. Toch stap ik onbewust in diezelfde valkuil. Ook ik ben helaas niet bestemd tegen de zwaartekracht.

Als alles dan lijkt te vallen, sta ik op. Dat zou ik normaal doen… Wat doe ik nu? Ik blijf nog even zitten. Ik kijk om me heen en onderzoek waar ik in terechtgekomen ben. We moeten doorgaan, maar ik doe het zittend. Ditmaal leg ik eerst een stevige fundering zodat het nieuwe einde langer wegblijft.

Geef me even.
Heel even.
Ik leer straks weer hoe te staan.
Ik kan altijd nog leren lopen.
Moet even bijkomen.
Dromen…
Over morgen.
Vandaag blijf ik zitten.
Niks moet.
Het komt goed.
Dit heb ik nodig.
Niet overbodig,
Tijd te geven,
Tijd te gunnen,
Voor een nieuw begin.

Rosan van der Zee

Volg Rosan hier op Facebook

Leven met ADHD: Er gaat zoveel om in mijn hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen

Leven met ADHD is veel dingen, maar nooit saai. ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Wie ADHD heeft zal dit wellicht ervaren als een zegen en een vloek. Het is niet altijd gemakkelijk, maar tegelijkertijd ook nooit saai om ADHD te hebben.  Dit stuk is goed om te lezen en te delen, omdat er veel negatieve informatie over ADHD bekend is, maar er ook heel veel positieve kanten zitten aan het hebben van ADHD. Stuiter lees je mee? 

Mensen met ADHD zijn snel afgeleid, vandaar het Attention Deficit stukje. De aandacht er bij houden kost ons vaak immens veel moeite, tenzij we ergens ontzettend in geïnteresseerd zijn, en dan nog kost het vaak moeite om niet afgeleid te raken door de langs rijdende auto, de vlieg op de muur of doordat we simpelweg een merknaam op je T-shirt zien staan, waardoor we opeens ongecontroleerd hard nadenken over mode-ontwerpers en catwalks. We hebben dit zelf vaak niet door, het gebeurt automatisch. Het is geen desinteresse in jou als persoon; we willen er niemand kwaad mee doen. Ons brein is gewoon overactief, waardoor we soms zouden willen dat we met een honkbalknuppel alle inkomende ideeën en gedachten er uit konden meppen.

We zijn creatief

pexels-photo-213775Heb je behoefte aan mensen met veel ideeën om mee te brainstormen? Dan heb je aan mensen met ADHD goede gesprekspartners. Tenminste, als we niet halverwege bedenken dat we nog boodschappen moesten doen. We zijn een oeverloze bron van creativiteit en ideeën, we bedenken graag creatieve oplossingen voor problemen, soms nog voordat deze problemen ontstaan. We zijn vaak goed in creatieve beroepen. Veel bekende artiesten en kunstenaars hebben ADHD! Plekken waar vooral wordt verwacht dat je om kunt gaan met ad hoc situaties, zijn vaak de plekken waar mensen met ADHD uitblinken. Zet ons echter niet te vaak aan een saaie routinematige klus, want dan raken we volledig in de ban van alles behalve waar we mee bezig moeten zijn. Tijdens stressvolle situaties kunnen we vaak bijzonder helder nadenken en direct handelen waar anderen bevriezen; wel moeten we daarna een aantal uren bijkomen hiervan. Want hey, we zijn ook maar mensen. En ja, al die stress prikkels kunnen ook ons te veel worden.

We kunnen impulsief zijn

Impulsiviteit is een onderdeel van ADHD waar veel mensen last van hebben – in meer of mindere mate. Naarmate we ouder worden, wordt de impulsiviteit gelukkig vaak wel wat minder heftig. We kunnen ’s ochtends nog een rustdag gepland hebben, en om twaalf uur ’s middags die zelfde dag kun je ons tegenkomen in de GAMMA, omdat we plotseling besloten hebben dat we ons verveelden en het de hoogste tijd was om de bovenverdieping te gaan renoveren. Dat is toch leuk? We denken snel, reageren snel, en daardoor kunnen we soms voor een ander onnavolgbaar lijken. Vraag ons echter naar de reden en we leggen je met liefde onze logica uit. Wellicht is het voor jou niet logisch, maar voor ons wel. Ook hier proberen we niemand pijn te doen met onze impulsieve acties: soms kunnen we onszelf gewoon niet beheersen.

Speedyyyyyyyy! 

We kunnen soms sneller gaan dan de wereld normaal vindt. We geven bijvoorbeeld al antwoord op je vraag voordat je hem (helemaal) gesteld hebt. We jump in to conclusions, soms sneller dan noodzakelijk. Dat brengt ons wel eens in de problemen. Van de andere kant kunnen we wel ontzettend snel schakelen en reageren als de situatie daarom vraagt.

Veel mensen met ADHD hebben een groot empathisch vermogen en zijn zeer meelevend; daarnaast zijn we in staat om situaties van alle kanten te bekijken en ons goed in te leven in anderen.

Met ons grote probleemoplossend vermogen – doordat we outside the box denken – werpen we vaak een frisse blik op situaties of problemen.

pexels-photo-127968

Soms gaat het mis en lopen we tegen problemen aan door onze impulsiviteit of hyperactiviteit. Dat gebeurt wel eens vaker in het leven van iemand met ADHD, zeker als je nog jong bent. Maar daar leren we wel van dat we gewoon weer moeten en kunnen opstaan en opnieuw beginnen. Mensen met ADHD hebben dan ook vaak een grote veerkracht ontwikkeld.

Hyperfocus

Wanneer iets onze interesse heeft, kunnen we ons bijzonder goed concentreren. Of het nu werken op de PC is, of een film over een onderwerp dat ons bijzonder interesseert: als we eenmaal geconcentreerd zijn kun je een bom naast ons laten afgaan; we zullen niet op of om kijken.

Hyperactiviteit

Jaaaa, we hebben een berg energie, maar ook als we doodmoe zijn kunnen we hyperactief zijn. Ja, we friemelen, wiebelen, tikken met een voet, tikken met een pen, frutselen. We kunnen hier niets aan doen; dit zijn foefjes en trucjes die we onszelf hebben aangeleerd om stil te kunnen blijven zitten  en niet door de kamer te gaan rennen. Stil zitten en opletten tegelijk zijn voor iemand met ADHD heel moeilijk te combineren. Het liefst bewegen we, dan leren we het meest. Maar als we dan toch stil moeten blijven zitten, moet er in ieder geval een hand of een voet in beweging zijn, dus mocht je je er aan storen, bedenk dan: het gewiebel voorkomt nog veel erger gedrag, haha!

Hilariteit, bloopers en vriendschap

ADHD kan vervelend zijn, maar ook leiden tot hilarische situaties. Zo kun je met iemand met ADHD in de grappigste situaties belanden, al is het maar vanwege hun spontane ideeën en briljante blunders. Mensen met ADHD zijn dan ook leuk om bevriend mee te zijn, alhoewel je hen wellicht wel iets vaker dan gemiddeld zult moeten herinneren aan gemaakte afspraken. Want…. we hebben vaak wel een agenda, maar soms ook twee agenda’s omdat agenda twee er leuker uit zag met al die kleurtjes en alles, en de afspraak stond nog in die oude agenda, maar die waren we helemaal vergeten door de mooie kleurtjes van de nieuwe agenda en waren net bezig met het overschrijven van de afspraken uit de oude agenda in de nieuewe agenda maar toen roken we dat de lasagne in de oven begon te verbranden omdat we vergeten waren een timer te zetten en toen zijn we vergeten door te gaan met afspraken overschrijven.. en bovendien hadden we het niet in onze digitale agenda gezet, waardoor we geen herinnering op ons scherm kregen en het dus straal vergeten waren! Logisch, toch? Kortom; wil je zeker weten dat we ergens bij zijn, bel of app ons dan even van te voren. Succes gegarandeerd!

Liefs,

Chrisje

img_0562

 

Zeven jaar schrijven

Ik schrijf al zeven jaar voor jullie – en voor mezelf – op deze website. Ik deel met jullie mijn verwonderingen, ergernissen, dieptepunten en hoogtepunten. Ik verdiep me in onderwerpen die me boeien en schrijf er over. Jullie reacties laten me lachen, ontroeren me, geven me nieuwe inzichten.

Toen ik zeven jaar geleden met mijn website en Facebook pagina begon, dacht ik: wie zit er nu te wachten op wat ik schrijf? Maar inmiddels – zeven jaar en 30.000 volgers op social media later – denk ik dat niet meer.

Laatst kreeg ik een bericht van een vrouw die schreef dat ze dankzij mijn blogs het roer om had durven gooien in haar leven. Ze had een stap gezet in haar carrière die ze jaren lang voor zich uit had geschoven. Dat raakt me.

Het doet iets met me dat ik mensen help, ook al is het van een afstand. Ik kreeg ook een bericht van iemand die een zware depressie had en zich eindelijk begrepen en gesteund voelde door mijn columns over burn-out en depressies. Het doet me heel veel om dat te lezen.

Ik schrijf al van kinds af aan om dingen te verwerken, te begrijpen, te delen. Ik vind het mooi als ik daarmee andere mensen help. Er is zo veel haat en negatief gedoe op internet, dat ik blij ben een positief steentje bij te dragen. En dat zou ik niet kunnen zonder jullie!

Liefs,

Chrisje

Strookt je gevoel vaak niet met je verstand? Dit is waarom!

Als kind – tot de leeftijd van ongeveer acht jaar – is je brein niet veel meer of minder dan een computer met een taperecorder die constant aangesloten is op de harde schijf die ‘je onderbewustzijn’ heet. Je brein downloadt de informatie die je krijgt van je omgeving.

Je onderbewustzijn downloadt alle informatie die je krijgt en is nog niet in staat om te bepalen wat correct is en wat niet. Alles wat je opslaat ziet het onderbewustzijn als waarheid. Pas later – rond je twaalfde – gaat je brein zaken ontwikkelen zoals logica.

Een baby heeft maar twee angsten: de angst voor harde geluiden en de angst om te vallen. Alle andere angsten loop je dus later in je leven op: waarschijnlijk vanuit je omgeving, gedownload door je onderbewustzijn.

Bang voor spinnen? Waarschijnlijk was een van je ouders er bang voor. Ben je er van overtuigd dat je dom bent? Waarschijnlijk heb je dan voor je achtste levensjaar vaak te horen gekregen “ben je nu echt zo dom?”.

Natuurlijk weet je als volwassene wel dat je bepaalde kwaliteiten en talenten hebt. Je bewustzijn weet dat je bepaalde dingen gewoon zou moeten kunnen. Je bewuste brein weet bijvoorbeeld dat je die bepaalde taak moet kunnen uitoefenen of leren. Wat is dan het probleem?

Negentig procent van wat we doen gaat vanuit ons onderbewustzijn. Slechts tien procent van onze handelingen op een dag zijn dus bewust. De rest gaat op automatische piloot. Je bewuste zelf weet dat het kan leren en overwinnen, maar je onderbewustzijn steekt daar maar al te graag een stokje voor: je bandrecorder heeft namelijk opgenomen dat je te dom bent om iets te leren en dat je er bovendien bang voor moet zijn.

Als je het in dit daglicht bekijkt, begrijp je beter waarom volwassen mensen zich vaak kunnen gedragen als peuters in een volwassen lijft. Snap je waarom de vrouw van in de veertig een woedeaanval krijgt alsof ze vijf jaar oud is omdat ze haar zin niet krijgt. Of waarom een volwassen man gillend op zijn stoel springt als hij een spin of een muis ziet. Het zijn “gekke” gedragingen bij een volwassene, maar logisch als je beseft dat we voor 90% automatisch vanuit ons onderbewustzijn reageren.

Daarom zijn bepaalde angsten of destructieve gedragingen ook zo moeilijk af te leren: het staat op de harde schijf gebrand die je onderbewustzijn heet. Om er van af te komen, zul je net zo lang het gewenste gedrag moeten repeteren en oefenen, tot het onderbewustzijn dit in de betreffende map in de verkenner heeft overschreven.

Aan de vrouw die ons weg keek uit de LIDL – omdat we hand in hand liepen

Aan sommige dingen kan ik niet wennen. Zoals sommige lezers van mijn blog al weten, ben ik lesbisch en heb ik in 2016 mijn coming out gehad. Sinds begin van dit jaar heb ik een relatie met een vrouw; en niet zomaar een vrouw, maar de liefste die er is.

Als je als twee vrouwen hand in hand over straat en door de winkel loopt, krijg je nog wel eens wat blikken toegeworpen. Meestal zijn het verbaasde of nieuwsgierige blikken: zoals mensen wel vaker kijken als ze iets zien dat afwijkt van het “normale”, whatever that may be. Die blikken, daar was ik vrij snel aan gewend. Ze kijken even, ik glimlach vriendelijk en meestal krijg je dan een glimlach terug. Ja, wij lesbiennes zijn net mensen.

Maar een tijdje geleden ging het mis. Het ging mis in mijn hart. Ik stond hand in hand met mijn liefde in de winkel, te bedenken wat we allemaal nog moesten halen. Terwijl we daar stonden kwam een vrouw langzaam langs lopen. Zij wierp geen vluchtige nieuwsgierige blik: haar blik sprak boekdelen.

Ze bekeek ons uitvoerig met een afkeurende blik die duidelijk maakte dat wij zouden branden in de hel. Ze schudde haar hoofd en keek vol walging naar ons. Ik wilde intuïtief de confrontatie aangaan en deze mevrouw aanspreken op haar gedrag. Gelukkig werd ik tegen gehouden.

Homofobie is helaas toch nog steeds alive and kicking in Nederland. Veel te vaak zie ik nieuwsberichten langskomen van LHBTI mensen die aangevallen, mishandeld -of erger- worden om hun geaardheid. Natuurlijk denk je daarover na en ben je daar ook wel wat angstig voor. Op sommige plekken let je ook wel extra op je omgeving. Soms let je zelfs te goed op. Soms denk ik er ook helemaal niet over na, totdat ik de blikken zie en weer bewust er van word dat onze liefde voor anderen blijkbaar een bezienswaardigheid is.

Maar hoe veel mensen ons ook afkeurende blikken toewerpen: ik blijf hand in hand lopen met mijn lief, om de simpele reden dat ik hun goedkeuring niet nodig heb of belangrijk vind.

Tolerantie, leven en laten leven; ik hoop dat dat meer gaat gebeuren in 2020.

Liefs,

Chrisje

Dit wist je nog niet over lesbiennes

Af en toe krijgen mijn vriendin en ik de vraag: “Wie is bij jullie nou het mannetje?”.

Dat is natuurlijk een hilarische vraag als je er over na gaat denken, want als lesbisch stel gaat het er natuurlijk een beetje om dat niemand de man is, haha.

Sommige gay mensen vinden het vervelend om deze vraag te krijgen, maar wij proberen er met humor mee om te gaan. Dus gaan we het gesprek aan, want tegenwoordig zijn – als je doorvraagt – ook bij hetero stellen de rollen niet meer per definitie traditioneel verdeeld. Het is echt niet altijd de man die het vuilnis buiten zet of de vrouw die het eten kookt.

Bij ons is dus niemand “het mannetje”, ook al zie ik er uiterlijk vrouwelijker uit dan mijn vriendin.

We hebben dus ook geen traditionele rolverdeling. We koken om beurten of samen, poetsen ook allebei. Zij is wel handiger dan ik met klussen, maar daar laat ik me niet door weerhouden om mee te doen. Fysiek is ze ook wat sterker. Maar verder doen we de meeste dingen gewoon samen.

Hoe hebben jullie seks?

Nog zo’n veel gestelde vraag, vooral op plekken waar alcohol geschonken wordt 😆. Echter, deze beantwoorden we niet, want a) het is een onbeschofte vraag en b) daar heeft niemand iets mee te maken.

Mis je dan nooit… een man?

Nee. We missen nooit een man. We zijn niet voor niets lesbisch. 😂 Dat we lesbisch zijn maakt ons overigens geen mannenhaters: onze beste vrienden en familieleden zijn mannen. En ja, daar houden we heel veel van, op een platonische manier.

Wist je het niet altijd al?

Mijn vriendin kwam zowat lesbisch uit de wieg; ik kwam er pas heel laat, op mijn zesendertigste, achter. Iedereen heeft zijn eigen proces. Niet iedere gay zegt als eerste woordje “regenboog!”. Wel was er altijd een gevoel van anders zijn.

Als je op stoere vrouwen valt, val je dan niet gewoon toch op mannen?

Ehm, nee. Natuurlijk niet. Een stoer uitziende vrouw is nog steeds een vrouw.

Ik kan me niet voorstellen hoe het zou zijn om met een vrouw samen te wonen.

Deze horen we ook vaker. Zo heel anders is het niet, behalve dat je van hetzelfde geslacht bent en elkaar dus soms wel wat gemakkelijker begrijpt.

Wel moet je stevig in je schoenen staan als koppel van hetzelfde geslacht. Mensen begrijpen vaak niet wat je bent, kijken je raar of zelfs boos na als je hand in hand over straat loopt, of als je voor de ander iets gaat regelen.

Organisaties denken bij “mijn partner” vaak aan een man, totdat ik zeg dat ze een vrouw is. Maar gelukkig krijgen we ook hele mooie, open minded en lieve reacties, en hebben onze families aan beide kanten ons warm verwelkomd. Dat kan niet iedereen zeggen, helaas.

Liefs,

Chrisje

Ben je jezelf kwijt geraakt?

Als ik iets vaak heb gelezen op social media het laatste jaar, is het wel:

“Ik loop helemaal vast.”

“Ik liep tegen mezelf aan.”

“Ik ben mezelf kwijt geraakt.”

“Ik weet niet meer wat ik moet doen.”

“Ik ga op stilte retraite om mijn innerlijke pad te vinden.”

…….. en talloze varianten hierop.

Misschien is het antwoord in deze blog niet het antwoord dat je wil horen, maar wellicht is het wel het antwoord dat je nodig hebt om te horen:

Word wakker! En volwassen!

Lees verder onder de afbeelding

Heb je het gevoel dat je ver van jezelf verwijderd bent? Gooi eens een glas water in je eigen gezicht: je bent al dichtbij jezelf! Je bent jij! Je bent alleen verwijderd geraakt van wat je wil in je leven. Om daar achter te komen moet je keuzes maken.

En nee, dat is niet altijd gemakkelijk. Maar ja, het is wel nodig, anders ging jij niet van die termen rond slingeren als dat je op zoek bent naar jezelf en andere van dit soort grijs-gebied-kreten waar half Nederland ondertussen allergisch voor is geworden.

Je bent niet op zoek naar jezelf, je bent al jezelf. Je bent gewoon niet gelukkig!

Lees verder onder de afbeelding

Je wentelen in zelfmedelijden en zelfbeklag en vage termen waar niets concreet uit te halen is, is altijd gemakkelijker dan opstaan, je voeten in je schoenen zetten en EINDELIJK:

• die nieuwe baan zoeken,

• professionele hulp zoeken,

• een relatie beëindigen of herstellen,

• je excuses aanbieden voor iets waar je al veel te lang spijt van hebt,

• aan een opleiding beginnen

• etc.

Wacht je op iemand die je over je bol aait en je leven verbetert of verandert? Wacht je op iemand die jouw beslissingen voor je gaat nemen? Wil je dat? Het is niet realistisch – en niet gezond! – om te wachten tot anderen je problemen oplossen; welke eer behaal je daaraan?

Lees verder onder de afbeelding

Hoe mooi is het als het jou zelf is gelukt om je angsten onder ogen te komen? Als je je eigen demonen zelf te lijf gaat (indien nodig met professionele hulp)?

Hoe badass vind jij jezelf volgend jaar als je kunt terugkijken op een 2020 waarin je keuzes voor jezelf bent gaan durven maken? Waarin je uit die – oh zo comfortabele! – slachtofferrol bent gekropen en hebt laten zien dat je wel nog een ruggengraat hebt?

Het hele “op zoek zijn naar mezelf” is niet meer en niet minder dan een noodkreet en een roep om aandacht van mensen die heel verdrietig en bang zijn, en niet meer durven opstaan en zeggen: hier stopt dit geitenwollensokkengedoe, ik ben bewust van wat ik moet doen en ik ga NU mijn zaken aanpakken.

Zo. Dat moest ik even kwijt. 😊

Liefs

Chrisje

Hoe voorkom je dat de narcist je manipuleert?

Mensen stellen mij vaak vragen naar aanleiding van mijn quotes en blogs over manipulatie en narcisme. Een van die vragen is: Hoe voorkom ik dat ik gemanipuleerd word? Of: Hoe stap ik uit een relatie of vriendschap met een manipulatief persoon?

Ik wil je zo goed mogelijk antwoord geven op deze vragen. Ik wil daarbij wel benadrukken dat ik geen psycholoog of arts ben. Ik ben ervaringsdeskundige en deel mijn ervaringen graag met mensen die in ongezonde (werk- of privé) relaties of vriendschappen zitten en daar maar moeilijk mee om kunnen gaan.

Om uit een narcistische relatie te stappen, moet je eerst een bewustwordingsproces doorlopen. Dit begint bij:

Herkennen en erkennen

De eerste stap is: herkennen en erkennen. Om gedrag te erkennen moet je het eerst herkennen. Heb je het door als je gemanipuleerd wordt? Zie je het patroon in gedrag? Narcistische mensen en manipulators zijn vaak zeer bedreven in het geleidelijk aanpakken van misbruik. Ze gaan stap voor stap te werk en verdiepen zich uitgebreid in jou: wat zijn je zwakke kanten? Wat zijn je grenzen? Waar ben je gevoelig voor? Pas als ze weten hoe je in elkaar steekt (en narcisten zijn hier zeer bedreven in!) gaan ze voorzichtig jouw grenzen opzoeken. Om narcistisch misbruik en manipulaties te stoppen moet je dus eerst weten en erkennen dat het gebeurt. Voelen wanneer het gebeurt. Meestal herken je het aan een onderbuikgevoel: dit klopt niet, fluistert een stemmetje. Dit onderbuikgevoel is je intuïtie: een heel waardevol iets wat je hard nodig gaat hebben terwijl je je losmaakt.

Charme, snelheid en schuld

Als narcisten iets hebben, is het charme. Krijg je het gevoel dat je gepaaid wordt, dat er geslijmd wordt waarna je wel bijna ja moet zeggen? Heb je vaak het idee dat een situatie zich zo snel ontwikkelde dat je pas later in de gaten had waar je precies mee had ingestemd? Narcisten en manipulators zijn charmant en snel. Ze weten dat de meeste mensen niet bedacht zijn op hun spelletjes en manipulaties. Daar maken ze dankbaar gebruik van.

Een narcist kan een idee nog zo spontaan lijken te opperen; negen van de tien keer is dit vooraf uitgebreid voorbereid. Voor jou lijkt het snel te gaan, omdat de narcist je meestal tien stappen voor is. Charme + snelheid = ja zeggen op iets wat je niet wil. Precies wat de narcist van je verlangt. Heb je naderhand pas door dat je iets hebt toegezegd wat je niet wil doen? Oefen met het er op terugkomen. Een voorbeeld: “Je vroeg me of ik mee ging naar …, ik heb er over nagedacht en me bedacht. Ik wil daar niet heen, maar ik wens je veel plezier!”

Een echte narcist of manipulator zal – als charme en snelheid niet meer werken – op je schuldgevoel in gaan spelen.

Mensen die het slachtoffer worden van een manipulatieve relatie zijn vaak meevoelend, verantwoordelijk en zorgzaam. Zorgzame mensen willen een ander geen pijn doen. Dat weet de narcist: hij of zij maakt hier dan ook dankbaar gebruik van.

Besef dat de narcist een studie heeft gemaakt van jou en je gedrag.

Hij weet je zwakke punten precies te raken.

Een narcist kan je een schuldgevoel aanpraten en/of manipuleren door:

• …Plotseling heel verdrietig, maar wel begripvol te reageren. Hij of zij hoopt hiermee te bereiken dat je je bedenkt omdat je voelt dat hij of zij verdriet heeft.

• …Zaken te noemen die hij of zij voor jou gedaan heeft. “Jammer, toen ik je hielp met… hoopte ik dat jij mij ook zou helpen.” Trap er niet in: in een gezonde relatie bezorgt iemand je geen schuldgevoel alleen omdat je iets niet wil.

• …een extra charme offensief er tegen aan de gooien. “Ah, toe, liefje, alsjeblieft? Ik beloof je dat ik….”

• …als een kleuter te gaan stampvoeten en dreinen. Narcisten schuwen geen enkele leugen of dreiging als het er op aankomt dat ze hun zin willen krijgen. Plotseling op sterven liggende familieleden, zieke huisdieren, geen leugen wordt geschuwd. Achteraf valt het dan opeens toch wel mee, maar dan heb jij al gedaan wat de narcist wilde en verzint hij of zij wel een reden waarom die urgente situatie opeens toch wel mee bleek te vallen. Trap er niet in. Hoe moeilijk ook.

• …je te negeren. Narcisten weten precies hoe gevoelig je er voor bent. Ze negeren je plots uren of dagen lang om je te laten voelen hoe vervelend het is als ze niet in de buurt zijn. Op berichtjes wordt niet of amper gereageerd. Zinnen worden korter. Er wordt niet meer gelachen of gekust, er wordt alleen ijzige stilte op je af gestuurd, waardoor je onbewust of bewust zult voelen: dit krijg je als je niet doet wat ik wil.

Herken je veel in bovenstaande tekst? In een volgende blog ga ik verder in op de stappen die je kunt zetten om te ontsnappen uit een relatie met een narcist.

Luisteren naar je onderbuikgevoel en herkennen wanneer je gemanipuleerd wordt is een proces van oefenen, maar als je het eenmaal doorhebt, wordt het steeds gemakkelijker te herkennen.

liefs,

Chrisje

Wist ik toen maar wat ik nu weet: wat onzekerheid met je doet – door Chrisje VIP blogger Inge

Wist ik toen maar, wat ik nu weet. Dat had een hoop ellende bespaart, zowel voor en bij mij als “die ander” (in de ruimste zin van het woord). Ik begrijp uiteraard, dat ik al die leermomenten heb moeten opdoen om juist hier te kunnen staan. Maar het pijn doen van mezelf en ook de ander, is niet echt iets om trots op te zijn en is sowieso geen fijne gedachte.

Ik heb altijd vanuit de verkeerde emotie gehandeld: onzekerheid. Dat is – net als angst  – geen goede raadgever. Onzekerheid brengt je constant in de nesten en als die er even niet zijn, dan creëert deze raadgever het wel. Al die stemmetjes in je hoofd, die je een verkeerde realiteit doen geloven.

Nu handel ik vanuit mijn hart en dat gaat uiteraard echt nog niet altijd goed (maar ja, wat is goed?). Soms is er wat ruis op de lijn, omdat er dan nog wat wild lopende raadgevers aan het blèren zijn. Ik ben immers elke dag moe, heb elke dag pijn en dat is niet altijd een goede combinatie.

Het is denk ik moeilijk voor te stellen, wat onzekerheid met je doet.

Je wordt daar echt geen leuker mens van, ik althans niet. Altijd maar dat éne gevoel in je hoofd, “je bent niet goed genoeg”. En met dat gevoel betrek je alles wat er gebeurt en gezegd wordt op jezelf en ziet de wereld er alles behalve dan rooskleurig uit. Dat gevoel gooit alles over hoop en dan wil je eigenlijk van alles en iedereen wegrennen. Totaal geen eigen waarde en dat wat je van waarde in je handen hebt, durf je amper vast te pakken en / of te houden (lees; je jaagt het zelfs weg). Kortom, elke dag in gevecht met de saboterende gedachtes en je leuke zelf.

Inmiddels wéét ik beter (alhoewel het nog niet altijd zo voelt), ik ben wel goed genoeg!! En of dat genoeg is voor die ander, dat ligt niet aan mij, maar aan die ander. En dat zegt niets over mij, maar over de ander. Iets met een potje en een dekseltje, het past of het past niet: maar dan moet je uiteraard niet het schroefdraad gaan forceren.

Warme groet,

Inge Heutenik

Inge’s blog kun je volgen via Instagram:
https://instagram.com/lief.dagboek2.0

Facebook: lief.dagboek2.0

img_4999

Word jij gek van eetgeluiden?

Word jij bijna gek als iemand met open mond eet en daarbij luid smakt? Krijg je mep neigingen van mensen die hard op hun toetsenbord rammen, luidruchtig een appel eten, nootjes of chips verorberen? Vraag je je af of die agressieve gevoelens die je hierbij krijgt normaal zijn? Dan kan het goed zijn dat je misofonie hebt.

Misofonie is een aandoening waarbij specifieke geluiden heftige gevoelens van woede, haat of walging oproepen. Letterlijk betekent misofonie haat van geluid.

pexels-photo-469676Mensen met misofonie hebben hier last van bij veel verschillende geluiden (ook wel triggers genoemd). Dit kan variëren van iemand die zijn eten luidruchtig kauwt tot het tikken op een toetsenbord. Bij het horen van deze triggers is het voor de persoon met misofonie onmogelijk om dit geluid niet te horen; sterker nog, men hoort vanaf dat moment niets anders meer.

Misofonie gaat wel verder dan wat lichte irritatie, volgens de website van de vereniging voor misofonie: “Misofonie is een hersenaandoening waarbij specifieke geluiden extreme gevoelens van woede, walging of haat opwekken. Het gaat veel verder dan ergernis of irritatie.”

pexels-photo-2128817Waar misofonie precies vandaan komt, daar zijn de geleerden nog niet helemaal achter. Vaak begint het tijdens de puberteit. Men is er nog niet achter of het een psychiatrische of neurologische aandoening is. Maar dat het beperkend is om misofonie te hebben, dat is wel duidelijk; sommige mensen gaan de deur zelfs bijna niet meer uit.

Ben jij of ken jij iemand met misofonie? Op de website van de vereniging voor misofonie kun je het testen. 

apple-bite-diet-eat-41660

Dit is mijn talent!

Herken je dat je jezelf regelmatig “omlaag haalt”? Dat je bijvoorbeeld een compliment weg wuift, of zegt dat iets niet veel voorstelde? Ben je vaak (te) bescheiden?

Het lijken goede eigenschappen: bescheidenheid, niet te zeer naast de schoenen lopen, nuchter zijn en niet opscheppen of pronken met je verdiensten. Toch zijn dit eigenschappen die je vaak juist tegenhouden in het bereiken van wat je écht wil.

Waar ben je goed in? Wat is je talent? Waar blink jij in uit?

Iedereen heeft wel een talent; of het nu een muzikaal talent is, of een creatief talent, of een talent om met mensen om te gaan; iedereen heeft er minstens een. Weet jij wat jouw talent is? En hoe vaak kun en mag je dat inzetten in je dagelijks leven?

Het herkennen, erkennen en benoemen van jouw talent kan je op veel vlakken helpen. Natuurlijk is er niets mis mee om je eigen valkuilen en mindere kanten te kennen; het kennen van je talenten is minstens net zo belangrijk om succesvol door het leven te gaan.

pexels-photo-2029239Wie ooit het boek “The Secret” heeft gelezen, weet dat er een waarheid schuilt achter “Wat je uitzendt, komt naar je toe”. Als jij in jezelf gelooft, gaat de wereld om jou heen ook meer in jou geloven. Als je je altijd verschuilt achter bescheidenheid, zullen anderen daar ook niet echt op letten. Als jij durft op te staan en durft te zeggen “Hier ben ik goed in. Dit is mijn talent / passie. Dit is waar ik voor sta.”, dan pas gaan mensen opletten.

Maar… kom je dan niet als arrogant over?

Nee! Tenzij je jouw pitch te pas en te onpas gaat rondbazuinen, of gaat overdrijven wat je allemaal kunt terwijl het in werkelijkheid minder voorstelt, kun je gerust vertellen waar je goed in bent. Je hoeft niets te overdrijven, en je voelt je niet meer of beter dan een ander: je hebt gewoon gezond zelfvertrouwen wat betreft jouw sterke eigenschappen en talenten. Waarom zou je iets afkraken wat juist zo bij jou hoort en wat je zo goed kunt?

pexels-photo-761993Of het nu de Nederlandse Nuchterheid is of het Bescheiden Vrouwen syndroom dat er in is geslopen van generatie op generatie: schud het van je af. Je mag gezien worden. Jouw talent hoeft niet verborgen te blijven voor de wereld. Als jij ergens goed in bent, mag je dat best kenbaar maken; je mag het zelfs promoten!

Uit je comfort zone

Het kan in het begin ongemakkelijk aanvoelen: je bent het misschien niet gewend om je talenten met anderen te delen. Toch is het goed om uit je comfort zone te stappen en te laten zien wat je kunt: je zult zien dat mensen er over het algemeen verrassend fijn op reageren. Laat je niet weerhouden als iemand niet prettig reageert: haters gonna hate!  Jaloezie kan meespelen, zelfs al was het maar jaloezie vanwege jouw vertrouwen in jezelf.

Afgunst is een – helaas – veel voorkomend fenomeen, maar laat je hier niet door tegenhouden: de grootste talenten zijn ook tig keer afgewezen voordat ze doorbraken of ontdekt werden. 

pexels-photo-2157173

 

 

 

Het accepteren van een lichamelijke of psychische aandoening: hoe doe je dat?

Reuma, fibromyalgie, depressie, angststoornis… het maakt niet zo veel uit of de diagnose die je krijgt een lichamelijke of psychische aandoening betreft: indien het gaat om chronische klachten, doorloop je na het ontvangen van de diagnose een proces. “Leer er maar mee leven.” of “Je kunt er honderd jaar mee worden!” zijn niet bepaald bemoedigende woorden om te horen, als je zojuist hebt vernomen dat datgene waar jij zo veel psychische of lichamelijke pijn van ondervindt, chronisch is en dus niet meer weg gaat. 

“Je moet leren naar je lichaam / geest te luisteren, je grenzen leren bewaken en op tijd rust nemen.”

Dit is een goed bedoeld, maar moeilijk uitvoerbaar advies. Want: ook al heb jij een psychische of lichamelijke aandoening, dat maakt niet dat je je er automatisch zomaar opeens bij kunt neerleggen dat sommige dingen niet (altijd) meer kunnen. Toch is het leren luisteren naar je lijf en geest wel de belangrijkste stap in het proces om je aandoening te accepteren.

Wat het nog moeilijker maakt: vaak hebben mensen met chronische aandoeningen goede en slechte periodes. Periodes waar in je lichaam en psyche meer aankunnen (bijvoorbeeld door beter weer, of na een vakantie, of gewoon zonder aanwijsbare reden) dan normaal. Ook heb je slechtere periodes, waarin opeens nog maar heel weinig lijkt te lukken.

Voor de omgeving is het vaak ook moeilijk te begrijpen: Vorige maand kon ze nog naar dat feestje en nu is het haar opeens te veel? Dat pijn en je psychische toestand per dag, week of maand kunnen veranderen is erg moeilijk uit te leggen, omdat je er vaak zelf ook weinig grip op hebt.

Wat helpt dan wel om te accepteren dat je een chronische aandoening hebt?

Erken je aandoening
Dit is de belangrijkste stap. Zolang je in ontkenning blijft, kun je jouw aandoening niet accepteren. Hoe harder jij vecht tegen je aandoening, des te zwaarder zul je het krijgen. Het erkennen en herkennen van je eigen aandoening is noodzakelijk als eerste stap in het verwerkingsproces.

Praat er over
Je kunt er zelf mee blijven rondlopen, maar praten over je aandoening zal zeker helpen. Je creëert er meer begrip mee vanuit je omgeving, kunt meer bewustwording creëren, uitleggen wat jouw aandoening inhoudt en wat dit voor jou betekent. Ook kun je aangeven dat je goede weken en slechte weken of dagen hebt, dus dat het niet persoonlijk is als je eens iets moet afzeggen. Dit betekent overigens niet dat je je altijd moet verantwoorden naar anderen toe, maar voor goede vrienden en familie is het handig om te weten wat er met je aan de hand is.

Vangnet
Creëer een vangnet: een vriendin waar mee je kunt praten, een lotgenoot die dezelfde aandoening heeft, ga naar een praatgroep of bel je moeder: als het maar iemand is die jou begrijpt, niet veroordeelt en die jou troost als je het even moeilijk hebt.

Bescherm jezelf
In tijden van nood leer je je vrienden kennen. Er zullen vaak mensen zijn die minder begrip opbrengen voor jouw aandoening dan je zou verwachten: sterker nog, sommige mensen tonen helemaal geen begrip. Dit is natuurlijk een grote teleurstelling, zeker als het om mensen gaat die jij voor jouw diagnose als goede vriend of vriendin beschouwde.

Houd een agenda / planner bij
Om meer inzicht te krijgen in wat je lijf / hoofd aan kan, is het verstandig om een agenda / planner / dagboek bij te houden. Was je bekaf na twee aaneengesloten avonden met verplichtingen? Kun je twee verjaardagen op een dag aan? Hoe voel je je na het weekend? Als je meer inzicht krijgt in je planning en klachten, ga je sneller het verband zien en herken je eerder wanneer jij jouw grenzen overschrijdt. Als je dit in kaart brengt voor jezelf, leer je sneller hoe je hier voortaan beter mee om kunt gaan. Dit werkt ook erg goed als je lichaam op bepaalde voedingsstoffen (niet goed) reageert: een eetdagboek is dan een uitkomst om te ontdekken wat goed gaat en wat niet.

Ten slotte: heb geduld met jezelf
De weg naar een diagnose is vaak al lang: het proces richting acceptatie van je aandoening duurt vaak nog langer. Heb geduld met jezelf, en wees boven alles lief voor jou. Het accepteren van een aandoening gaat met vallen en opstaan. In plaats van jezelf te straffen voor het vallen, kun je beter vieren dat je weer op bent gestaan: veel mensen weten niet hoe veel energie dit kost als je chronisch ziek bent. Heb geduld met jezelf; je hoeft niet van de ene op de andere dag te accepteren dat je lijf of geest plots niet meer alles kan. Als je weer een poos verder bent zul je pas zien dat je toch weer grote stappen hebt gezet, ook al zag je die onderweg wellicht niet direct.

Liefs,

Chrisje

logo chrisje

Burn-out: de wereld door een waas

Er wordt zoveel gezegd en geschreven over het begrip burn-out: het zou een hype zijn, mensen zouden veel te snel roepen dat ze een burn-out hebben.

Ja, het lijkt nu inderdaad veel vaker voor te komen. Maar dit kan ook te maken hebben met de hoeveelheid aan keuzes die onze generatie heeft, de crisis en het feit dat mensen sinds de crisis met minder uren meer werk moeten verrichten. Of simpelweg met het feit dat er minder taboe heerst en mensen er dus vaker openlijk voor uit komen dan vroeger. Wie zal het zeggen.

Ik zelf heb een burn-out gekregen in december vorig jaar. Opeens kon ik geen antwoord meer geven op vragen van mensen: ik, die daarvoor overal ja op zei.

Opeens kon ik geen drukte meer aan: ik, die altijd de drukte juist op zocht en het niet druk genoeg kon hebben. Mijn hoofd leek te ontploffen; zelfs een bezoekje aan de supermarkt zorgde al voor hevige paniek.

Dat is overigens een minder besproken onderwerp; de symptomen van een burn-out. Voordat ik zelf een burn-out kreeg, dacht ik dat een burn-out hebben inhield dat je alleen nog maar kon huilen en slapen. Nu zijn dat zeker wel symptomen, maar lang niet de enige.

Een korter lontje, geheugenproblemen, paniekaanvallen, hoofdpijn, buikklachten, duizeligheid, hyperventilatie en slaapproblemen hoor je veel minder over, maar zijn net zo heftig.

Ook een depressie ligt op de loer; daar zit je dan met je verantwoordelijkheidsbesef en je perfectionisme: thuis, op de bank, als een bang, ziek vogeltje. Je hebt zoveel verantwoordelijkheden en opeens kun je amper nog iets aan. Als iemand aan je vraagt of je volgende week wil afspreken, moet je van triestheid bijna lachen: je weet immers niet eens wat je vanmiddag kunt!

Er bestaan heel veel “oplossingen” voor een burn-out: gedragstherapie, meditatie, wandelen, rustgevende middelen om te slapen, etc. Ook online beloven veel bedrijven dé oplossing voor je te hebben, als je je inschrijft voor een tien weken durend peperduur programma bijvoorbeeld.

Want uiteraard wil iemand met een burn-out er zo snel mogelijk weer van af: er wordt handig ingespeeld op het karakter van de persoon met de burn-out: zelfs in het herstel willen we zo goed mogelijk zijn.

Het antwoord is niet zo simpel. Dé instant oplossing bestaat ook niet. Het herstel heeft tijd nodig. Als je een burn-out hebt ben je vaak maanden of zelfs jaren over je eigen grenzen heen gedenderd: dat herstel je niet in een paar weken.

Je zet soms twee stappen vooruit en weer drie terug. Je wil soms de haren uit je hoofd trekken omdat je je gewoon weer “normaal” wilt voelen, zoals voor je burn-out. Maar dat gaat niet. Dat accepteren is misschien wel het moeilijkste van een burn-out.

Ik ben nog herstellende, en daar ben ik me volledig bewust van. De ene dag kan ik me al best aardig concentreren en de andere dag lukt dat voor geen meter. De ene dag kan ik de drukte best aardig aan, de andere dag wil ik al huilend weg rennen als er drie mensen om me heen staan, of als ik een gesprek moet volgen.

Dan welt de paniek op en wil ik het liefst mijn bed in kruipen. En het meest frustrerende hieraan is dat ik het zelf ook niet wil; ik wil me gewoon alleen maar weer de oude voelen. Maar de oude zal ik denk ik nooit meer worden. Dan hopelijk in elk geval een assertievere versie van mijn oude zelf, die goed voor zichzelf zorgt en opkomt. Ook al kost me dat nu nog heel veel energie.

Leven met angst en paniek: zo ga je de strijd aan

Paniek en angst: de twee grote vijanden voor 1,1 miljoen Nederlanders. Een paniekaanval ervaren is doodeng en kost ontzettend veel energie. En als je niet op let, gaat angst zelfs je leven beheersen. 

pexels-photo-736843
“Een mens lijdt ’t meest
Door ’t lijden dat hij vreest
dat nooit op komt dagen.”

Als puber had ik er voor het eerst bewust last van: paniekaanvallen. Ik hyperventileerde vaak. Ik viel flauw op de gekste plekken: in de snackbar, in de rij voor de discotheek, boven aan de trap in mijn ouderlijk huis. Ik kreeg toen fysiotherapie om te leren hoe ik mijn ademhaling weer onder controle kreeg bij een hyperventilatie-aanval. Dat was fijn, maar voorkwam niet dat ik ze kreeg.

Sommige mensen reageren op stress met hoofdpijn, woedeaanvallen, maagklachten, et cetera. Mensen die gevoelig zijn voor paniekaanvallen en angst reageren op stress met, je raadt het al, paniek en angst.
Als ik (te lang) aan te veel stress word blootgesteld, krijg ik duizelingen, hartkloppingen en hyperventilatie: allemaal bij elkaar heet dat dan een paniekaanval. Een paniek- of angststoornis is niet gemakkelijk om mee te leven. Paniekaanvallen kunnen je dag verpesten, je verlammen: Verlamd zijn van angst is niet voor niets een uitdrukking. Paniekaanvallen zijn heel eng om mee te maken: je krijgt klamme handen, kunt duizelig worden, voelt je ´opgesloten´ en radeloos. Als je angstig genoeg bent geworden voor je paniekaanvallen en er aan toe gaat geven (wat heel begrijpelijk is!), ga je die plaatsen vermijden waar je angst de kop op stak. Als je een paniekaanval kreeg in een supermarkt, probeer je daar weg te blijven. Als je een paniekaanval kreeg in een kroeg, kun je kroegen gaan vermijden. Kreeg je een paniekaanval op je werk, dan durf je daar wellicht niet meer naartoe.

Helaas werkt juist dat – toegeven aan de angst en paniek – averechts. Hoe meer je toegeeft aan je angsten, des te groter worden ze. Vermijding vergroot namelijk angst. Blootstelling aan je angsten is dan ook een van de beste manieren om over je angsten heen te komen, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt. Accepteren dat je iets eng vindt, en het desondanks toch doen.

stop-shield-traffic-sign-road-sign-39080Snel weg van de snelweg
Toen ik net mijn rijbewijs had gehaald, had ik een behoorlijke angst voor de snelweg. Ik had tijdens mijn rijles-periode een ongeluk gehad (als bijrijder) en ik vond het rijden op de snelweg doodeng: het ging te snel, ik was heel erg bang om door anderen aangereden te worden of om de controle over het stuur kwijt te raken. Dus vermeed ik de eerste tijd alle snelwegen.

Toch knaagde iets aan me: nu had ik eindelijk mijn rijbewijs, en reed ik alleen maar rondjes om de kerk. Aangezien ik alle routes binnendoor reed was ik veel meer benzine en tijd kwijt. Dit was toch absurd?

Klaar met die angst
Op een dag besloot ik dat ik klaar was met die angst voor de snelweg. Dan maar een paniekaanval overleven: ik wilde die angst nu echt achter me laten. Dus daar ging ik: met hartkloppingen, angstzweet op mijn voorhoofd en vol doodsangst reed ik met knikkende knieën de snelweg op. (dat laatste is op zich al een prestatie: probeer maar eens te rijden met knikkende knieën!) De eerstvolgende afrit reed ik er direct weer van af, maar wat was ik trots: ik had een stukje snelweg durven rijden! Ik had mijn angst onder ogen gezien en ik leefde nog. Het leek zo klein, maar voor mij was het een enorme overwinning. De week er na reed ik de oprit weer op, en ging ik er na twee afslagen weer af. Weer een stapje gezet. Ik bleef oefenen, steeds een stukje verder. Ik nam er de tijd voor, was blij met iedere overwinning. Elke keer als ik weer een stukje over de snelweg reed, knikten mijn knieën iets minder. Elke keer als ik het weer probeerde, zweette ik wat minder. Het abnormale werd normaal. Ik leerde letterlijk dat ik het kon, door het te doen, ondanks mijn angst.

Een paar jaar later reed ik voor het eerst de Frans-Spaanse grens over, juichend. Het was me gelukt: mijn angst voor de snelweg was weg! Ik had mijn angst onder ogen gezien en daarmee letterlijk weggejaagd, stapje voor stapje, maar het was me gelukt. 
Rijden op de snelweg roept voor mij inmiddels een heel ander gevoel op: het geeft me een gevoel van vrijheid, blijdschap en onafhankelijkheid. Ik ben in de auto ontspannen, ik luister naar muziek, concentreer me op de weg en rijd al jaren met plezier overal naar toe.

pexels-photo-271418
Praat over je angst met mensen die je vertrouwt of met je huisarts. Je zult ervaren dat je niet de enige bent!

En daar waren ze weer
Sinds mijn burn-out heb ik weer last gekregen van paniekaanvallen. Ze zijn er zodra ik drukte opzoek. Zodra het drukker om me heen wordt, met name als ik ergens binnen ben, overvalt me die duizeligheid en lichte staat van paniek weer. Mijn spieren spannen aan, mijn nek verkrampt en ik voel me benauwd. Ik word licht in mijn hoofd en ik weet: daar zijn ze weer, mijn twee vijanden.

Ik geef niet op!
Maar net als jaren geleden met de snelweg zal ik ook dit keer niet weg rennen of plaatsmaken voor angst en paniek, hoe akelig ze ook zijn om te ervaren. Ik zal weer blijven doorgaan, met kleine stapjes, op mijn eigen tempo. Weer zal ik mijn vrijheid terugwinnen. Ik heb het eerder gedaan – en ik zal het weer doen. Beter bang zijn en toch doorgaan dan me verschuilen en het leven aan me voorbij laten gaan, omdat ik op de vlucht ben voor de paniek. Ik weet: Als ik er voor weg ren, rennen de angst en paniek alleen maar harder achter me aan: ze zullen me altijd inhalen. Hoe meer ruimte ik ze geef, hoe groter ze kunnen worden.

Dus kies ik er voor om wederom niet ervoor weg te rennen, maar mijn angst recht in de ogen te kijken, stil te staan en er tegen te zeggen: “Prima, ben er maar. Je mag er zijn. Ik vecht niet tegen je, dat heeft toch geen nut. Maar of je er bent of niet, ik ga door met leven, want ik ben sterker dan jij. Dus maak me maar bang: ik ga het toch doen.”

medical-appointment-doctor-healthcare-40568
Ga naar je huisarts: hij of zij zal je helpen

Ten slotte nog een paar tips en trucs:

  • Heb je last van paniekaanvallen? Ga praten met je huisarts. Hij of zij kan je doorverwijzen naar een praktijkondersteuner of andere hulpverlener. Gedragstherapie kan je helpen met het uitdagen en overwinnen van angstgedachten.
  • Het is best eng om voor het eerst iets te gaan doen waar je al zo lang bang voor bent. Vraag als jou dit helpt, iemand in je omgeving om met je mee te gaan. Kies iemand die jou goed kent, die je vertrouwt en die weet wat hij moet doen als je een paniekaanval krijgt. Dit kan je gerust stellen en de kans op succes vergroten.
  • Praat er over. Je bent niet de enige: ontzettend veel Nederlanders hebben last van angst- en paniekstoornissen. Je leest hier hoeveel. Je bent dus absoluut niet de enige, en je kunt er iets aan doen.
  • Een paniekaanval voelt heel akelig aan, maar is niet gevaarlijk. Dit is belangrijk om te beseffen.

 

Zo herken je een manipulator

Manipumanipulatorleren. Het gebeurt zo slinks, dat je het vaak niet eens in de gaten hebt. Daarbij heb je het vaak pas door als het te laat is: Mensen die graag en veel manipuleren  pikken jou er uit in een ruimte vol mensen. Daar hoef je overigens geen woord voor te zeggen: Je hulpvaardige, zorgzame en vriendelijke uitstraling hebben daar waarschijnlijk al voor gezorgd voordat jij hallo zegt.

Iedereen manipuleert wel eens. Iedereen liegt ook wel eens. Maar waar een weldenkend mens last krijgt van zijn of haar geweten als dit te ver gaat, gaat een echte manipulator onverstoorbaar door. Als je niet op let, vreet het jouw energie weg, net zolang totdat deze op is of je het door krijgt.

Manipulators kom je overal tegen: dat kan op je school, werk of in je privé situatie zijn. Ze kunnen bovendien gemakkelijk diverse gedaantes aannemen: lief en charmant, maar ook verwijtend of zelfs boos: dit hangt af van wat men precies van jou gedaan wil krijgen én hoe ze dat het best denken te bereiken. Waar manipulators in uitblinken, is het uitbuiten van situaties en mensen. Meestal smeren ze je veelvuldig stroop om de mond en word je op handen gedragen: ze willen immers iets van je.

Jij hebt iets wat zij willen, dus zetten ze een uitgebreid charme offensief in.

Dit doen ze net zo lang als nodig is. Net zo lang totdat het werkt. Doorzie je dit niet tijdig, dan heb je een groot probleem. Plotseling kun je jezelf in een situatie bevinden waar je uit jezelf nooit in zou zijn gestapt. Vaak heb je het echter pas door als het al te laat is. Het herkennen van manipulatie is daarom ontzettend belangrijk, vooral voor hulpvaardige, empathische mensen met een groot hart.

We kennen ze allemaal wel: energiezuigers. Mensen die continu van hun probleem jouw probleem proberen te maken. Dit kunnen ze overigens ook onbewust doen: vaak is het een gedragspatroon dat ingesleten is omdat het ooit bleek te werken. 

Manipulatoren maken van hun probleem jouw probleem met verschillende redenen:

  • De manipulator wil jouw aandacht, dus bedenkt hij een probleem, zodat jij dat op kan lossen. Als je dit vaak meemaakt, spreekt de manipulator jou aan op jouw hulpvaardigheid en empathie. Overkomt dit jou, dan is het goed om in gedachten te houden dat volwassen mensen stuk voor stuk verantwoordelijk zijn voor hun eigen problemen. Natuurlijk kun je mensen wel eens met iets helpen. Maar als iemand problemen op jou af blijft vuren met de verwachting dat jij het voor hem oplost, heb je vaak te maken met een manipulator. In dat geval kun je best even adviseren, maar je hoeft helemaal niets op te lossen: het is immers niet jouw probleem. Je kunt betrokkenheid tonen, en toch de verantwoordelijkheid daar laten liggen waar die thuis hoort.
  • Hij wil dat je iets voor hem doet, dus vertelt hij jou hoe ontzettend goed jij bent in juist dat ene ding, en hoe slecht hij er in is…. dus… zou jij dit misschien willen doen? Als dit eenmalig gebeurt, is er vaak niets aan de hand. Maar als je dit met één persoon wel erg vaak meemaakt, heb je meestal te maken met een manipulator die jouw ego streelt om te krijgen wat hij wil:
    • dat jij zijn werk voor hem doet,
    • dat jij zijn probleem oplost (zie punt 1) of
    • dat hij zijn zin krijgt.

Hij maakt daarbij dankbaar gebruik van jouw inlevingsvermogen en streelt tegelijkertijd je ego zodanig, dat het moeilijk wordt om nog nee te zeggen. Toch is nee zeggen altijd een optie. Dit kan ook in de vorm van een spiegeltechniek: “Goh, dat klopt, ik ben daar inderdaad goed in. Maar ik weet zeker dat het jou ook gaat lukken. Ik heb het mezelf immers ook geleerd door te oefenen.” En hop, zo leg je de bal weer terug. Jij bent immers (zie punt 1) alleen verantwoordelijk voor jouw eigen leven en jouw eigen verantwoordelijkheden.

Als je merkt dat je vaak het werk van anderen op aan het knappen bent of dat problemen jouw kant uit geschoven worden, heb je waarschijnlijk te maken met mensen die donders goed weten hoe lief en zorgzaam jij bent, en daar dankbaar gebruik (of misbruik) van maken.

Een simpele truc om te testen of je met een manipulator te maken hebt?
Los eens een paar weken geen enkel probleem meer voor hem op. Hoor je na een paar weken steeds minder? Dan heeft de manipulator waarschijnlijk gemerkt dat hij bij jou geen antwoord meer krijgt en al een nieuw slachtoffer gevonden, die er wel nog intrapt.

 

WAT ZULLEN DE MENSEN WEL NIET DENKEN?

Wat zullen de mensen wel niet denken?
Je kent de uitdrukking vast wel. De inhoud van die uitdrukking staat me steeds meer tegen. Al mijn hele leven ben ik getraind en zeer vaardig geworden in wat de mensen wel niet zullen denken. Dat wordt al jong aangeleerd, want sociaal onwenselijk gedrag vertonen staat garant voor een correctie inclusief een herinnering aan wat de mensen wel niet zullen denken. Ik ben de genoemde mensen zelf overigens nog nooit persoonlijk tegen gekomen; in mijn fantasie zijn het een soort afkeurend blikkende zombies geworden, die van een afstandje alles bekijken wat ik doe, “Kijk nouuuu wat ze doettt…” fluisterend, gepaard met vermanende vingertjes en een hoop afkeurend gemompel.

Buiten de box denken
Wat de mensen wel niet zouden denken kan je afremmen op allerlei gebieden. Als je bij alles wat je doet gaat nadenken over wat de mensen er van gaan denken, durf je amper nog je veters te strikken. En toch heeft het me jaren gekost om te komen tot het besef dat ik nu heb.

Al van kinds af aan wordt ons geleerd om rekening te houden met. We passen ons aan, doen wat van ons gevraagd wordt en willen zo weinig mogelijk opvallen, om vervolgens, als we dertig of veertig zijn, trainingen te moeten volgen waarin ons geleerd wordt om `outside the box´ te denken. Dat voelt dan weer heel onnatuurlijk, want ja, je hebt net dertig of veertig jaar gespendeerd aan het afleren van exact dat.

Natuurlijk is het niet de bedoeling dat mensen als volwassene in de metro trots hun neus-inhoud-vangst aan omstanders tonen, maar bepaalde dingen die kinderen van nature doen, zijn bijzonder creatief en zouden naar mijn mening niet afgeremd moeten worden om wat een vreemde groep buitenstaanders er misschien wel niet van zou kunnen denken. Bovendien is het een te vaag begrip, en is ook niet duidelijk wíe dan bedoeld wordt, wát ze dan zouden kunnen denken, en bovendien wordt zelden de vraag gesteld of dat dan erg is, als mensen van buitenaf een mening hebben. Néé, we moeten dat vóór zijn, we moeten zorgen dat ons gedrag zo gewoon is en zo normaal en netjes binnen de lijntjes, dat men met een vergrootglas zou moeten gaan zoeken naar iets dat abnormaal of incorrect is volgens de maatstaven van ´de mensen´.

Eén, twee, uit de maat
Volgens mij zijn de beste inventies gedaan juist door diegenen die zich weinig aantrokken van wat de mensen zouden kunnen denken. Want iets nieuws bedenken vergt juist datgene doen wat nog nooit iemand eerder heeft gedaan of gedurfd. En verandering, goed of fout, dat wekt vaak in eerste instantie verzet op bij mensen. Dat is gewoon een natuurlijke reactie, omdat mensen in eerste instantie graag bij het oude vertrouwde blijven. Maar als alles bij het oude was gebleven, tja, dan had ik nu met een vulpen deze blog moeten schrijven en honderd keer moeten overschrijven om deze dan bij mensen in de brievenbus te gooien, of gewoon voor de deur, want de brievenbus was dan nog niet uitgevonden, of eigenlijk had ik het dan dus iedereen moeten vertéllen, of moeten omzetten in een grottekening, want als niemand ooit iets uitgevonden had waren er ook geen pennen geweest en geen papier. Dus. Ik wil maar zeggen.

Tegendraads
Om heel eerlijk te zijn, hoe hard ik ook geprobeerd heb om altijd rekening te houden met wat de mensen wel niet zouden denken, is het me nooit helemaal gelukt. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. En dus blijf ik toch doen wat ik van nature altijd al wilde: creëren, fantaseren, ook al betekent dit dat dit soms misschien als tegendraads en eigenwijs word ervaren. En wat de mensen daar wel niet van zouden denken? Weet ik veel. Misschien denken ze er wel niet van, dat het een goed idee van me is. Wat ze ook denken, ik laat me er niet meer door tegenhouden. Zonde van al mijn ideeën en creatieve oprispingen. Ik raad het echt iedereen aan, vooral ook die mensen, die er wel niet iets van zouden denken.