Tagarchief: pesten

Hoe pesten mijn leven veranderde

Op de basisschool werd ik gedurende langere tijd gepest. Wat ik me het meest levendig herinner uit die tijd is het benauwende, beklemmende gevoel. Afgewezen, buitengesloten, belachelijk gemaakt, zonder dat je precies weet (of kunt begrijpen) waarom. Gepest worden maakt dat je ontwikkeling als kind gaat wankelen. Voor volwassenen is pesten overigens net zo erg. Alleen is je wereld als kind nog erg klein en zijn oplossingen in jouw belevingswereld vaak ver buiten bereik.

Ik begrijp heel goed waarom kinderen er niet met hun ouders over praten (ook al zou dat nog zo opluchten). De angst om het probleem nog erger te maken, de angst voor consequenties als je ouders gaan praten met school; het zorgt ervoor dat je denkt, ik zwijg liever. Ook al is dit niet het beste om te doen.

Maar als je kind niets vertelt, wat kun je dan doen?

Signalen dat je kind gepest wordt kunnen zijn:

  • Gedragsveranderingen bij je kind.
  • Telkens toevallig weer buikpijn, vlak voor school.
  • Stiller worden, angstiger gedrag
  • Minder praten over / willen denken aan school
  • Een omslag in humeur als de vakantie eindigt / het weekend eindigt.
  • Vertelt je kind je dat het gepest wordt, onderschat dat dan niet. Er gaat vaak jaren lang geïsoleerd verdriet vooraf aan zo’n gesprek.

Wat mij hielp in de periode waarin ik gepest werd, was schrijven. Papier is veilig en bovendien geduldig. Ik schreef dagboeken vol. Hele verhalen, zelfs boeken. Van daaruit ontstonden uiteindelijk mijn blogs, quotes en een pagina op Facebook met 27.000 volgers. Er kan dus uit die ellende ook moois ontstaan, als je het doorleefd hebt en er uit bent gekomen. Schrijven was voor mij een uitlaatklep, een plek om veilig te verdwijnen. Het hielp me om mijn emoties te verwerken, ook al had ik dat zelf toen nog niet in de gaten.

Toch gun ik het geen enkel kind om gepest te worden. Ook geen enkele volwassene. Er ligt nog veel werk; bij diverse groepen. Bij ouders, die moeten ingrijpen als ze merken dat hun kind andere kinderen pest. Wat klein begint kan snel uit de hand lopen. Maar het ligt ook bij de scholen; snel signaleren, snel schakelen, vertrouwenspersonen inschakelen voor de kinderen, waar ze desnoods anoniem hun verhaal bij kwijt kunnen.

pexels-photo-2048434Wie roept dat pesten er nu eenmaal bij hoort, is vast nog nooit door een groep buitengesloten, verrot gescholden, uitgelachen of afgewezen. Als je niet weet hoe dat is, oordeel dan ook niet. Je gunt het niemand. Gepest worden kruipt onder je huid. Het kan je kapot maken. Als je geen hulp inschakelt kan het je zelfvertrouwen levenslang schaden.

Het is niet het probleem van de ouders alleen. Ook niet alleen van de scholen. Ook niet alleen van werkgevers. Het is wel een probleem van ons allemaal.

Word jij gepest op school? Praat er over met een volwassene die je vertrouwt: bijvoorbeeld met je ouders, een leerkracht, een vriend of vriendin van je ouders…. Dat is altijd beter dan er alleen mee blijven lopen! Kijk ook eens bij de volgende links voor hulp: 

https://www.stoppestennu.nl/pesten

https://www.pestweb.nl/bij-wie-kan-ik-terecht/

Voor ouders:

In deze video krijg je tips wat je het beste kunt doen als je kind gepest wordt: https://www.stoppestennu.nl/eerste-hulp-bij-pesten-3-tips 

 

Advertenties

Ik werd gepest: Geef meer positieve aandacht aan pestende kinderen!

pestenIk werd als kind gepest. Jaren lang. Op de basisschool.

Wat dit met me deed als kind, is moeilijk te beschrijven: het is ook lastig uit te leggen aan iemand die nooit gepest werd. Structureel gepest worden zorgt er voor dat je je als kind (of volwassene) nooit helemaal veilig voelt in je omgeving, waar je vijf dagen per week verblijft.

Alsof je verplicht wordt vijf dagen per week de hele dag een dreiging te voelen. Wanneer begint het weer? Ben ik wel veilig in de pauze? Wat gaan ze nu weer doen? Je voelt je ongemakkelijk, ongewild, intens ongelukkig en in het beste geval niet welkom in je omgeving. Pesten maakt heel wat kapot, en als het tijdens je jeugd gebeurt vormt het je, want het overkomt je immers terwijl je zelf letterlijk nog in ontwikkeling bent.

Een op de tien kinderen in Nederland wordt gepest. Scholen zijn wettelijk verplicht om pesten tegen te gaan. Toch gebeurt het nog steeds, en beperkt het zich lang niet alleen tot het schoolplein: met de komst van de mobiele telefoon heeft het pesten zich verplaatst naar de cyber-omgeving, wat het nog moeilijker maakt om deze vorm van geweld (want dat is pesten) te herkennen en aan te pakken.

Ik kan me herinneren dat ik op zondag vaak de hele dag op zag tegen maandag. Het idee dat het gepest de dag er na weer zou beginnen, zorgde er voor dat ik op zag tegen maandag, uit keek naar weekenden en vakanties, en in mijn bed stiekem lag te wensen dat er een magische oplossing zou komen voor mijn probleem. Ik praatte er thuis ook niet over: ik was bang dat mijn ouders dan naar school zouden stappen en dat zou het alleen nog maar erger maken, dacht ik.

Het beste kon ik er maar over zwijgen en het ondergaan.

Veilige omgeving
Toen ik naar de middelbare school ging, veranderde alles. Plotseling kwam ik in een hele andere omgeving terecht. Die kinderen wisten niet dat ik gepest werd op mijn vorige school. Ik voelde me alsof ik ontsnapt was uit een gevangenis, zo blij. Hier was ik niet het gepeste kind, hier kon ik opnieuw beginnen! En dat deed ik. Mijn middelbare schooltijd was een van de mooiste periodes uit mijn leven. Ik maakte veel vrienden en vriendinnen, zat bij toneel, de redactie van de schoolkrant, zong zelfs in een band terwijl ik niet kon zingen. De middelbare school was een geweldige plek, omdat mijn zelfvertrouwen daar eindelijk kon groeien. Omdat ik me er thuis voelde, welkom én veilig.

Dé oplossing tegen pesten bestaat niet
Er is niet één pasklare oplossing tegen pesten. Er is geen magische sleutel die alles oplost. Kinderen (en sommige volwassenen..) hebben simpelweg nog niet het inlevingsvermogen ontwikkeld om te voelen wat ze een ander kind aandoen met hun pesten. Ze zien het als een spelletje: die ga ik pesten want die is heel lief, dus die huilt snel. Of: die ga ik pesten want dan leid ik de aandacht af van dat ik zelf onzeker ben. Heel basaal. Want het inlevingsvermogen om te voelen wat je slachtoffer voelt, dat is er simpelweg (nog) niet.

Pesten is een symptoom
Het is goed dat de overheid scholen wettelijk verplicht pesten aan te pakken. Ook ouders hebben hier in een taak en verantwoordelijkheid. Niemand wil dat zijn kind pest, en niemand wil dat zijn kind gepest wordt: beide situaties zijn voor ouders ook niet fijn. Oplossingen in de vorm van een goede communicatie tussen ouders en school, de leerkracht zelf die pesten signaleert en aanpakt, de overheid die er op toe ziet dat scholen hun wettelijke plicht nakomen, zijn goed en belangrijk. Maar het dekt de lading nog niet helemaal.

Geef meer aandacht aan het pestende kind!
Hoe tegenstrijdig het ook klinkt, aangezien ik zelf slachtoffer van pesten ben: ik wil het opnemen voor het pestende kind. Niet alleen het slachtoffer van pesten heeft aandacht nodig, het pestende kind heeft minstens net zo veel aandacht nodig. Besteed dus meer aandacht aan het pestende kind, en het pesten stopt. Dat klinkt misschien raar. Toch meen ik ieder woord er van. Pestende kinderen hebben namelijk die positieve aandacht het hardst nodig.

Auto-ongeluk
Als er een auto-ongeluk gebeurt, gaat er in de crisis meteen alle aandacht naar de slachtoffers. Zij moeten immers in veiligheid gebracht worden, of acuut verzorgd worden. Dit is goed. Maar geen positieve aandacht besteden aan de pester, is hetzelfde als honderd ongelukken opruimen en niet kijken naar de verkeerssituatie: je lost het probleem achter het probleem niet op, dus blijven er botsingen plaatsvinden.

 Pesten is niet meer en niet minder dan een symptoom
Als er kinderen gepest worden, gaat dus vaak automatisch alle aandacht naar het slachtoffer. Dat is begrijpelijk, en het gepeste kind heeft die (na)zorg ook hard nodig.

Maar ook het pestende kind heeft zorg nodig.

Het pestende kind, daar weet men niet zo goed mee om te gaan. Ouders van het pestende kind schamen zich wellicht, of weten niet goed wat ze kunnen doen omdat het kind thuis gewoon lief is. Het ligt vaak heel gevoelig en is een pijnlijke kwestie. We stoppen het het liefst weg.

We weten niet goed hoe te reageren, behalve boos en straffend. Terwijl juist dat het pesten alleen maar erger maakt.
Een pester met weinig inlevingsvermogen of een laag zelfbeeld zal daarna alleen maar denken: door hem of haar (het gepeste kind) heb ik nu straf gekregen. En in het ergste geval denkt het kind: dit (straf) overkomt mij door hem of haar, dus die zal ik eens een lesje leren. En zo begint het hele probleem weer van voren af aan.

Terwijl juist dáár de kracht ligt van het terugdringen van pesten. Een kind dat pest heeft óók een probleem. Minstens net zo groot als dat van het slachtoffer. Het enige wat het pestende kind doet, is zijn probleem proberen door te geven aan een slachtoffer. Blijkbaar weet het niet hoe het zelf zijn probleem moet oplossen, dus gaat het negatief aandacht vragen. Wat het probleem is van het pestende kind, kan variëren: Het kan thuis problemen hebben, zelf ooit gepest zijn en nu zelf pesten als tegenreactie, het kan heel onzeker zijn, zich lelijk voelen en een knap kind gaan pesten, zich dom voelen en uit jaloezie een slim kind gaan pesten, het kan wat hulp nodig hebben met het  ontwikkelen van zelfvertrouwen.

Dus in plaats van het kind dat gepest wordt alle aandacht te geven, zeg ik als slachtoffer: verplaats een groot deel van die aandacht op een positieve manier naar de pester, en je dringt vanzelf het pesten terug. Pesten is niets meer en niets minder dan op een negatieve manier aandacht vragen.

Als daar mee omgegaan wordt op een consequente maar liefdevolle manier, wordt het probleem van het pestende kind opgelost of beter te hanteren. Als het pestende kind zich prettiger gaat voelen, zal het het pesten niet meer nodig hebben. 

Hoe pesten mijn leven veranderde

Wat ik me het meest herinner uit die tijd was het benauwende, beklemmende gevoel. Het gevoel van afgewezen worden, zonder dat je precies weet (of kunt begrijpen) waarom.

Gepest worden maakt dat je ontwikkeling als kind gaat wankelen.
Voor volwassenen is pesten overigens net zo erg. Alleen is je wereld als kind nog heel erg klein en zijn oplossingen in jouw belevingswereld nog buiten bereik.

Ik begrijp heel goed waarom kinderen er niet met hun ouders over praten (ook al zou dat nog zo opluchten). De angst om het probleem nog erger te maken, de angst voor consequenties als je ouders gaan praten met school…

Mijn moeder kwam er pas achter dat ik gepest werd, toen een hele groep kinderen besloot me op te wachten, pal voor mijn huis in de middagpauze. Dat gevoel van onheil zo dicht bij je veilige thuis kan ik me herinneren alsof het gisteren was.

Waar je als ouders op kunt letten, zijn gedragsveranderingen bij je kind. Of bijvoorbeeld telkens toevallig weer buikpijn, vlak voor school. Of een omslag in humeur als de vakantie eindigt. Dat zijn de stille signalen die kinderen soms afgeven. Vertelt je kind je dat het gepest wordt, onderschat dat dan niet. Er gaat vaak jaren lang geïsoleerd verdriet vooraf aan zo’n gesprek. 

Wat mij hielp in die periode was schrijven. Papier is veilig en bovendien geduldig. Dagboeken vol. Daaruit is uiteindelijk mijn schrijfster-zijn ontstaan. En van daaruit ontstonden mijn blogs, quotes en een pagina op Facebook met 14.000 volgers. Er kan dus uit die ellende ook moois ontstaan, als je het doorleefd hebt en er uit bent gekomen.

Toch gun ik het geen enkel kind. Ook geen enkele volwassene. Er ligt nog veel werk; bij diverse groepen. Allereerst de ouders, die moeten ingrijpen als ze merken dat hun kind pest. Wat klein begint kan snel uit de hand lopen. Het ligt ook bij de scholen; snel signaleren, snel schakelen, vertrouwenspersonen inschakelen voor de kinderen, waar ze desnoods anoniem hun verhaal bij kwijt kunnen.

Wie roept dat pesten er nu eenmaal bij hoort, is vast nog nooit keihard door een groep buitengesloten, verrot gescholden, uitgelachen of afgewezen. Als je niet weet hoe dat is, oordeel dan ook niet. Je gunt het niemand.

Gepest worden kruipt onder je huid. Het kan je kapot maken. Als je geen hulp inschakelt kan het je zelfvertrouwen levenslang schaden.

Het is niet het probleem van de ouders alleen.
Ook niet alleen van de scholen.
Ook niet alleen van werkgevers.
Het is wel een probleem van ons allemaal.

19 april – Dag tegen Pesten: zet de middenmoot in!

Morgen is het de landelijke Dag tegen Pesten. Dat is belangrijk, want pesten verwoest levens.
Is die stelling niet iets te dramatisch? Nee.

Als voormalig lijdend voorwerp van pesterijen kan ik beamen dat het nogal wat met je doet. Het ondermijnt je zelfvertrouwen en maakt dat je continu in een staat van angst verkeert. Het thuis vertellen, aan mijn ouders, was niet denkbaar. Dat lag niet aan mijn ouders, maar wel aan de diepgewortelde angst dat het pesten daarna alleen erger zou worden. Dus zweeg ik. Ik kan me de buikpijn op zondag nog herinneren, als ik er aan dacht dat ik de dag er na weer moest gaan. En het jezelf continu afvragen wat je verkeerd doet. Ik kon het me niet bedenken. En dat was niet bepaald goed, want daardoor ging ik er dus in geloven dat ik verkeerd was.

Toen ik naar de middelbare school ging, was ik erg bang. Ik nam me voor om de meest stoere jongen of meid uit te zoeken en daar naast te gaan zitten. Als ik maar blufte, leek ik misschien niet zo kwetsbaar. Het werkte: De middelbare schooltijd was fantastisch. Ik had vriendinnen en vrienden en zelfs vriendjes. Ik blufte mezelf gelukkig.

Uiteindelijk is alles goed gekomen met mij. De middelbare school tijd was fijn en gaf me vertrouwen. Maar het diep gewortelde, eenzame gevoel van onveiligheid in een groep kan me tot op de dag van vandaag nog wel eens overvallen. Dan zet ik mijn bluf weer in, want daar ben ik goed in. Terug pesten of zelf pesten zal ik nooit doen. Ik heb ook nooit mee gepest. Als ik het zag gebeuren, nam ik het op voor de gepeste persoon. Niet omdat mij dat bepaald populairder maakte, maar omdat ik het simpelweg niet kon aanzien (en nog steeds niet, want het stopt niet op de middelbare school; ook veel volwassenen hebben er last van).

In plaats van voornamelijk te focussen op de twee meest in het oog springende groepen, de gepeste en de pestende  kinderen, moet naar mijn mening ook veel meer gelet worden op de middenmoot; de kinderen die niet gepest worden maar ook niet pesten. De kinderen die aan de zijlijn staan en toekijken. Als die zich inzetten om de gepeste persoon te beschermen en verdedigen, wordt de pester vanzelf meer geïsoleerd. En dat maakt dat de pester juist niet bereikt wat hij wil: macht over de groep.

Misschien iets om over na te denken.

Wanhopig, angstig en alleen, in je bed….

Stel je voor, je ligt alleen in een bed. Je voelt je niet goed, hebt behoorlijke buikpijn, of je voelt je erg alleen en angstig. Of je hebt jezelf onder gespuugd, of onder gepoept in je slaap!
Probleem is alleen: je kunt niet uit bed komen. Het is donker, de spijlen om je bed heen zijn te hoog om er uit te klimmen. Bovendien lig je stevig ingepakt in bed en heb je niet de kracht om jezelf los te wurmen. Je begint te huilen; eerst zacht, maar daarna steeds harder.
Je voelt je opgesloten in je eigen bed, helemaal alleen met je pijn of angst. Iemand moet je toch horen? Er zijn toch nog andere mensen in huis? Ondertussen wordt de pijn alleen maar erger, door de stress die je voelt. Je wordt wanhopig; een gevoel van eenzaamheid maakt zich meester van jou. Je kunt niet praten, niet opstaan uit bed, niets.

Zo – stel ik me voor – voelt een baby zich, die men door laat huilen. En bovenop al die gevoelens van angst, stress en pijn, is die baby dan ook nog eens niet in staat te praten, niet in staat om om hulp te roepen. Het enige wat hij kan, is huilen.
Dankzij allerlei “opvoedingsadviezen” zit beneden, een verdieping lager, een moeder die het huilen van haar baby door merg en been voelt gaan, maar er niet op af durft te gaan, omdat ze bang is dat ze haar baby daarmee zou verwennen. Terwijl verwennen bij kleine baby’s helemaal niet mogelijk is. En het wetenschappelijk is aangetoond dat baby’s door het (lang) huilen te veel stresshormonen aanmaken.

Bron foto: lekker slapen zonder huilen: http://www.bol.com/nl/p/lekker-slapen-zonder-huilen/1001004002604885/
Bron foto: lekker slapen zonder huilen: http://www.bol.com/nl/p/lekker-slapen-zonder-huilen/1001004002604885/

Uiteraard is het niet aan te raden om je baby bij ieder geluidje uit bed te pakken. Je mag je baby best eens een paar minuten laten huilen. Maar voor de gevoelens van geborgenheid, troost en veiligheid is het voor je baby nu eenmaal beter als je wel iedere vijf minuten even naar hem of haar toe gaat, al is het maar om te zien of ze geen volle luier hebben of bijvoorbeeld klem zitten, gespuugd hebben, of niet fijn liggen.

Er zijn overigens talloze tussenoplossingen die uitgeprobeerd kunnen worden, zoals de “Lekker slapen zonder huilen” methode, waarbij je je baby in elk geval geen uur aan een stuk door hoeft te laten huilen in zijn uppie. Je baby huilt immers niet om jou te pesten. En laten we eerlijk zijn, hoe zou jij je voelen, als je geen kant op kon?