Help! Hoe voorkom ik dat ik kilo’s aan kom in de vakantie?  

De meesten zullen het vast wel herkennen…………..VAKANTIE!! En nu gaan ALLE REMMEN LOS! Maar waarom?

Jaren geleden gebeurde dat bij mij ook hoor. Lekker op vakantie, ontspannen, gezellig sfeertje en nergens op letten. Mezelf gewoon overeten, te veel lekkere dingen eten, zelfs zoveel dat ik gewoon last van mijn buik kreeg. Maar ja, het was allemaal zo lekker, dus ik had het er wel voor over. Maar eigenlijk voelde ik me er gewoon helemaal niet lekker bij.

Tegenwoordig gebeurd me dat echt niet meer. Gewoon omdat ik het niet wil. Geniet ik dan niet op vakantie, zeker wel, net zoveel als toen, het grote verschil is dat ik nu geen last meer van mijn buik heb. Hoe doe ik dat dan?

Ik zorg dat ik ook op vakantie voldoende beweging krijg. En dat doe ik door soms de hardloopschoenen aan te trekken, maar is het te warm dan doe ik het niet. Dan pak ik mijn wandelschoenen. Heerlijk een stuk wandelen en genieten van de omgeving. Je hoeft geen uren te lopen, maar loop eens een half uurtje lekker stevig door, elke dag. Wat is nu een half uurtje op een dag? Je verbrand energie en je zult merken dat je je er echt beter van gaat voelen. Je komt op mooie plekjes en geniet daardoor heerlijk van de omgeving.

Ik zorg dat ik goed ontbijt, een goed begin van de dag; ‘s ochtends verbrandt je de meeste energie, dus zorg ook dat je die binnenkrijgt. Daarnaast is het ook zo, als je zorg dat je goed gevuld bent, heb je ook niet zo snel de neiging om te gaan snaaien.

Ga lekker naar de markt in de omgeving. Koop daar het fruit van de omgeving en maak een lekkere fruitsalade, zet deze lekker in de koelkast, zodat je daar 2 x per dag een lekker schaaltje van kan eten. Doe er desnoods een beetje magere yoghurt of kwark doorheen en je hebt ook gelijk weer wat melkproducten binnen. Je zou zelfs als lunch een heerlijke fruitsalade met kwark kunnen eten.

Heb je ‘s avonds met het warme weer geen zin om te koken? Een salade is zo gemaakt. Lekker allerlei soorten rauwkost door elkaar doen en doe er een blikje peulvruchten (kikkererwten, kidneybonen) door. Je kan de peulvruchten ook afwisselen met gerookte of een hard gekookt ei of een blikje tonijn of stukjes kaas. Serveer het met een stuk brood of doe er een andere dag afgekoelde volkoren pasta doorheen of kook wat krieltjes en laat deze afkoelen tot ze lauwwarm zijn. Wissel de groente ook af, waardoor het toch gevarieerd is en je elke dag toch kunt genieten van het eten. De afgelopen weken stonden in het menu ook diverse salades, misschien kun je hier ook nog inspiratie uit halen.

Drink veel water, voeg eventueel wat fruit er aan toe of wat citroensap. Ook dat is heerlijk.

En heb je zin in wat lekkers ongezonds, ook dat moet uiteraard kunnen en daar kom je echt niet gelijk kilo’s van aan. Als je de basis goed hebt, dan kan dit prima.

Weet dat je ook van gezond eten echt kunt genieten en dat dit heerlijk is!

En vooral ook: LUISTER NAAR JE LIJF! Genoeg is genoeg, meer hoeft niet. Geniet van hetgeen je wel eet.

Heb je nog leuke tips of aanvullingen? Ik lees ze graag, reageer dan graag hieronder.

Ik wens jullie allemaal een hele fijne vakantie! Geniet er van.

Lieve groet

Babette

Je kunt me ook vinden op Facebook: www.facebook.com/FriendsofFood of op mijn website www.friendsoffood.nl

Heb je nog ideeën voor een volgende blog? Wat wil je weten? Ook dat hoor ik graag.

Ook deze week is er weer een weekmenu voor Chrisje, je ziet dat eigenlijk vooral de wijzigingen zitten in het avondeten. De rest van de dag is eigenlijk hetzelfde gebleven. Als je dat bevalt is het prima om dit hetzelfde te houden. Er zit genoeg variatie in de week. Wat werkt, hoef je niet te veranderen 🙂

Naast hetgeen wat aan drinken hier genoemd wordt, zorgt Chrisje er voor dat ze voldoende drinkt (water, koffie zonder suiker en melk, thee).

GRATIS WEEKMENU #3

Advertenties

Vandaag bezocht ik samen met mijn dochter (8) het pretpark Bobbejaanland in België.

Voor wie de Efteling wat aan de te dure kant is (€80,- entree plus €10,- parkeerkosten, kom op, dat is toch amper te betalen?) is Bobbejaanland in België een goed alternatief. Via de dagje uit muntjes van de Jumbo betaalde ik in plaats van circa €65,- slechts €40,- voor de twee entreekaarten. De parkeerplaats (overigens goed aangegeven) kostte €8,-.

Voorafgaand aan dit dagje uit las ik online wat reviews van andere bezoekers: ik werd er niet heel vrolijk van. Zo zou het park er onverzorgd en gedateerd uitzien en het personeel werd beschreven als onvriendelijk.

Behalve de wandelende knuffel die alleen op de foto wil met je kind als de park fotograaf er een foto van maakt (zelf met je telefoon wordt niet op prijs gesteld), vond ik het alleszins enorm meevallen:

  • Het park zag er verzorgd uit,
  • We hebben niet lang hoeven wachten bij de entree,
  • De attracties waren prima in orde
  • … en het personeel was hartstikke aardig en behulpzaam.
  • Daarbij: Ondanks dat het best druk was, vielen de wachttijden bij de attracties ook reuze mee!

We hebben genoten van de achtbanen, de wildwaterbanen (één buiten en één binnen: gelukkig scheen de zon en waren onze kleren snel weer droog: voor de droogcabines betaal je €2,-!), een klein strandje met hangmatten, een binnen- en buitenspeeltuin en nog veel meer.

Daarnaast waren er voldoende plekken waar je (beschut) mocht picknicken: ideaal voor een kleiner budget en je eigen thuis gesmeerde broodjes.

Oh, en nog een voordeel: het park is wat kleiner en overzichtelijker, waardoor alles goed te voet te doen is!

Kortom: Bobbejaanland is zeker nog aan te raden voor een leuk dagje uit!

Voor meer informatie over dit pretpark ga je naar : https://www.bobbejaanland.be

Voor meer info over de dagje uit actie van de jumbo, klik je hier!

De vrouwelijke variant wordt nooit vervelend, dwars of puberaal. Dat zijn haar eigen woorden. Ik heb ze direct vastgelegd, schriftelijk, ondertekend en in drievoud.

Het is wel waar, ze is heel gemakkelijk in de omgang. Ze snapt dat het leven een stuk prettiger is wanneer ze meewerkt. Ze gaat mee boodschappen doen, dekt zonder commentaar de tafel, en eet wat de pot schaft.

Daar zit dus een klein probleem. De mannelijke puber leeft voornamelijk van de P’s. Patat, Pizza, Pasta, Pannenkoek, en, toegegeven, Paksoistamppot. Maar de vrouwelijke variant. Zij lust dat dus allemaal niet. Ook geen appelmoes, mayonaise, alles wat nagenoeg alle kinderen lusten, dat hoeft ze niet. Zij zat als tweejarig hummeltje naar mijn asperges te kijken en vroeg: “Mama, wat zijn dat voor een stengels?” Weg asperges. Inclusief biefstuk, aardappeltjes, ham en ei.

Het is dus nooit goed, qua eten. Maar dat ligt niet aan de vrouwelijke puber.

Ze is ook inderdaad nooit heel erg vervelend. Soms dan, als je haar wakker maakt vóór 12 uur ‘s middags. Ze heeft een masterclass uitslapen gedaan. Misschien maakt dat het zo makkelijk, ze is er gewoon niet, want ze ligt tot minstens 12 uur in bed.

Ze kan ook heel goed haar broer opvoeden. Dat leidt tot discussies. Ik vraag me dan af waarom ze niet allebei perfect zijn, aangezien ze het beiden heel goed blijken te weten. Maar zelfreflectie is nog een brug te ver. Logisch ook, het zijn pas pubers. Ze beginnen wel steeds meer op echte mensen te lijken, dat wel.

Min dochter stapte vorig jaar al met een vriendin in de trein om te gaan shoppen in Venlo. Of in Maastricht. Of in Den Bosch. En natuurlijk vind ik dat stoer, maar kom op zeg. Ze is nu pas 13. Ik wil haar vervoeren in een kinderzitje achter op mijn fiets, niet zelfstandig in de trein. Ze krijgen beiden kleedgeld. Dus dan komt ze thuis, met lamme armen van alle tassen, die ze ook allemaal meesleept in de trein. Ze heeft haar eerste piercing. Dat mag vanaf 12. Ze ontdekte dat toen ze nog 11 was. Met 12 jaar en twee dagen zaten we in de tattoo shop, om een gat in haar oorschelp te laten schieten. Wanneer je mij nu een onverantwoordelijke moeder vindt, dat mogen ze vanaf 12 jaar zelf regelen, zonder toestemming van ouders. Het leek me dus verstandig met haar mee te gaan en een gedegen shop uit te zoeken, om te voorkomen dat ze zelf een breinaald in haar oor zou steken.

De vrouwelijke puber gaat wel een weekje naar lenteschool, in de meivakantie. Om wat vakken bij te spijkeren. Ze heeft namelijk nooit huiswerk. Ook nooit proefwerken. Zelfs niet in de proefwerkweek. Nooit hoeft ze iets te doen. Ze weet alles al. Ze wilt medicijnen gaan studeren, en ik zie al heel veel geld verdwijnen in een studentendispuut. Want het is een feestbeest. Ze mist geen enkel uitje, geen enkel feestje, ze is overal bij, en wanneer ze er niet bij kan zijn, dan zorgt ze wel dat het verzet wordt. Het lijkt wel een voorbeeldige puber, maar ik houd mijn hart vast voor de toekomst.

Kortom, pubers. En kleinkinderen. Niet vermoorden dus, die pubers, denk eraan. Dat is momenteel mijn mantra.

Ellen Boonstra

Wil jij ook als Gastblogger jouw blog delen met 30.000 volgers? Stuur dan je leukste blog via e-mail naar de redactie!

Chrisje´s Gastblogger, Karina Dorresteijn, is ADHD-moeder. Zij schrijft graag over haar avonturen. Haar eerste gastblog voor Chrisje gaat over het organiseren van een kinderfeest met ADHD – en alles wat
daarbij komt kijken.

Lang zal ze leven… en iets met slingers en een partytent
Verjaardagen en ik: twee dingen die niet matchen. Of dit specifiek ADHD-gerelateerd is weet ik niet, maar het zal er in ieder geval niet aan bijdragen om een relaxte fuif te organiseren. Mijn eigen verjaardag sla ik dan ook al jaren over. Maar voor de kinderen kan ik dat niet maken, dus ben ik minimaal drie keer per jaar overgeleverd aan die killing stressdagen van hapjes, drankjes, taarten, kadootjes, het slepen met stoelen en statafels, binnen of toch buiten en last but not least..de soms uiterst ingewikkelde relaties tussen bepaalde familieleden en vrienden.

pexels-photo-796605Stuiterend op en neer naar de supermarkt
Het familiediner van Bert van Leeuwen is er niks bij. Mijn wederhelft zegt dan altijd doodleuk: joh, daar hoef jij je toch niet druk om te maken? Eh, niet druk maken? Dat zeg je tegen mij?? Ik stuiter al dagen van te voren met welke culinaire hoogstandjes ik dit jaar de familie ga verblijden, ik heb ooit een avond een taartenworkshop gevolgd dus hé die taart voor veertig man kan ik best zelf bakken en decoreren. Vijf keer rijden om alles te halen bij de supermarkt, die lollige caissière die bij de vijfde keer weer dezelfde grap maakt (of ik soms een hongerwinter verwacht..) Ik voel dan een ontzettend *HJB tje aankomen, maar slik de lelijke woorden die opborrelen in en kan nog net op tijd redelijk neutraal de tent verlaten.

Bloedvaart voor de partytenten
pexels-photo-296878Een avond van te voren zie ik per ongeluk een weerbericht langskomen en dat stemt mij verre van vrolijk. Ik geef wederhelft de opdracht om met een bloedvaart naar mijn ouders te rijden om de partytenten op te halen. Ze wonen hier zo’n honderd kilometer vandaan, dus dat is al gauw een avondvullend programma. Gelukkig kent hij deze buien van mij en hij weet niet hoe snel hij achter het stuur moet kruipen om dat ding op te halen. Twee van de drie kinderen zijn hoogzomer jarig, dus in gedachten zie ik dan altijd een zonnig tuinfeest voor me. Maar als de grote dag dan is aangebroken, regent het vaak pijpenstelen en spoelt mijn laatste beetje goede humeur met de regenbuien mee de put in. Donderwolken pakken zich samen boven mijn hoofd en huis, ik wil voor mijn jarige kind een vrolijke zonnige dag met bijbehorende blije olijke moeder uit de Bona-boter reclames die de boel op rolletjes laat lopen. Ik wil de opgeruimde moeder zijn die dartelend met koffie en bitterballen langs de visite gaat. Zonder vlekken op haar nieuwe jurk, de hond in de slagroomtaart of smoezelige glazen omdat de vaatwasser of ikzelf die toch waren vergeten te wassen.

Vergeten hapjes
Wat ook zo leuk is: als je aan het eind van de feestdag je koelkast opentrekt en er nog hapjes voor een heel weeshuis staan te wachten. Oeps, vergeten. Sorry kinderen, jullie hebben geen olijke Bona boter-moeder getroffen. Hoe lief ik ze ook vind en hoe ik ook mijn stinkende best doe, ik heb op de dag des onheils altijd heel erg de behoefte om de eerste de beste trein naar Fucking Nowhere te nemen. Als iemand mij die ochtend een enkele reis Siberië zou aanbieden zou ik meteen gaan, terwijl ik kou haat en ook nog eens heimwee heb.

Waarom voelt het of dat mijn leven er van afhangt als een verjaardagspartijtje niet perfect verloopt? En heeft mijn kind een minder leuke dag als de tent weg waait of de statafels niet helemaal in VT Wonen stijl zijn versierd? Nooit tevreden met 80% maar altijd 200% van mijzelf eisen, dat is wel een typische ADHD-eigenschap.

pexels-photo-587741

Georganiseerd plan….
Mijn psychologe gaf mij ooit de tip om een overzichtelijk plan te maken en alles af te vinken om rust te creëren in mijn chaotische warhoofd. Op zich geen verkeerd idee, dus bij de eerstvolgende verjaardag maar in de praktijk gebracht…. Maar… waar heb ik dat verrekte ding gelaten? Hele dag dat plan aan het zoeken geweest .. Zucht, schat haal jij toch maar even snel die partytenten op, Piet Paulusma voorspelt regen morgen.

(*betekenis van HJB tje: een iets vriendelijkere afkorting voor; hou je bek)

Meer van Karina lezen? -> Kaatsbarn.wordpress.com/

karina dorresteijn profielfoto

Kritiek: we geven het graag, maar kritiek krijgen, dat is vaak een heel ander verhaal.

Overal waar je komt kun je kritiek krijgen: thuis, van je partner, op je werk, of zelfs van vreemden in het openbaar. Kritiek krijgen kan een vervelend gevoel oproepen: met name als deze niet zo prettig gebracht wordt.

Jezelf ontwikkelen

Toch is het goed leren ontvangen van kritiek een manier om jezelf positief te ontwikkelen. Niet alle kritiek is terecht; het is dan ook goed om kritisch (haha) te bepalen van wie je kritiek wil ontvangen.

Herhaalde kritiek

Als je bepaalde kritiek meerdere keren te horen krijgt, bijvoorbeeld dat je slecht luistert, dan is dit vaak een teken dat je daar bijvoorbeeld toch beter wel naar kunt luisteren.

Dat doe ik helemaal niet!

Veel mensen zijn geneigd bij het ontvangen van kritiek meteen in de verdediging te gaan. Dit is een menselijke, maar emotionele reactie op het gevoel dat je aangevallen wordt. Het is goed om je op zo’n momenten af te vragen:

  1. Word ik echt aangevallen?
  2. Zit er een kern van waarheid in de kritiek die ik krijg?
  3. Reageer ik nu op een redelijke manier of vanuit emoties?

Koop tijd

Weet je niet goed wat je aan moet met de ontvangen kritiek? Dat is helemaal niet erg. Bedank je gesprekspartner voor zijn eerlijkheid en geef aan dat je even wilt nadenken over wat je te horen hebt gekregen. Zo voorkom je dat je vanuit een emotie over-reageert en kun je er op een rustig moment even over nadenken.

Je hoeft niet altijd direct te reageren.

Oneens?

Zo veel mensen, zo veel meningen. Ben je het – ook na een moment van reflectie – oneens met de ontvangen kritiek? Je kunt er dan voor kiezen om de ontvangen kritiek naast je neer te leggen, of om de kritiek gever aan te spreken om desgewenst te onderbouwen waarom jij het oneens bent. Vraag je hierbij wel af, of je eerlijk en neutraal naar jezelf gekeken hebt: dit is namelijk heel moeilijk voor mensen; hun eigen gedrag objectief beoordelen. Vraag als je daar behoefte aan hebt de verzender om nadere toelichting. Misschien berust de kritiek wel op een misverstand, dat je gemakkelijk uit de weg kunt helpen.

Onterechte kritiek

Soms is kritiek echt onterecht. Sommige mensen zijn geneigd veel kritiek te gaan uiten op mensen met eigenschappen die hun jaloezie opwekken, of die gedrag vertonen dat ze zelf benijden. Als je merkt dat iemand vooral kritiek geeft om het kritiek geven, kun je wederom de kritiek naast je neerleggen, of zelf kritisch doorvragen bij de verzender wat nu precies het probleem is. Hoe ga jij om met kritiek? Geef je zelf veel kritiek aan anderen? Reageer jij verdedigend vanuit emotie op ontvangen kritiek? Laat het weten in een reactie!

pestenIk werd als kind gepest. Jaren lang. Op de basisschool.

Wat dit met me deed als kind, is moeilijk te beschrijven: het is ook lastig uit te leggen aan iemand die nooit gepest werd. Structureel gepest worden zorgt er voor dat je je als kind (of volwassene) nooit helemaal veilig voelt in je omgeving, waar je vijf dagen per week verblijft.

Alsof je verplicht wordt vijf dagen per week de hele dag een dreiging te voelen. Wanneer begint het weer? Ben ik wel veilig in de pauze? Wat gaan ze nu weer doen? Je voelt je ongemakkelijk, ongewild, intens ongelukkig en in het beste geval niet welkom in je omgeving. Pesten maakt heel wat kapot, en als het tijdens je jeugd gebeurt vormt het je, want het overkomt je immers terwijl je zelf letterlijk nog in ontwikkeling bent.

Een op de tien kinderen in Nederland wordt gepest. Scholen zijn wettelijk verplicht om pesten tegen te gaan. Toch gebeurt het nog steeds, en beperkt het zich lang niet alleen tot het schoolplein: met de komst van de mobiele telefoon heeft het pesten zich verplaatst naar de cyber-omgeving, wat het nog moeilijker maakt om deze vorm van geweld (want dat is pesten) te herkennen en aan te pakken.

Ik kan me herinneren dat ik op zondag vaak de hele dag op zag tegen maandag. Het idee dat het gepest de dag er na weer zou beginnen, zorgde er voor dat ik op zag tegen maandag, uit keek naar weekenden en vakanties, en in mijn bed stiekem lag te wensen dat er een magische oplossing zou komen voor mijn probleem. Ik praatte er thuis ook niet over: ik was bang dat mijn ouders dan naar school zouden stappen en dat zou het alleen nog maar erger maken, dacht ik.

Het beste kon ik er maar over zwijgen en het ondergaan.

Veilige omgeving
Toen ik naar de middelbare school ging, veranderde alles. Plotseling kwam ik in een hele andere omgeving terecht. Die kinderen wisten niet dat ik gepest werd op mijn vorige school. Ik voelde me alsof ik ontsnapt was uit een gevangenis, zo blij. Hier was ik niet het gepeste kind, hier kon ik opnieuw beginnen! En dat deed ik. Mijn middelbare schooltijd was een van de mooiste periodes uit mijn leven. Ik maakte veel vrienden en vriendinnen, zat bij toneel, de redactie van de schoolkrant, zong zelfs in een band terwijl ik niet kon zingen. De middelbare school was een geweldige plek, omdat mijn zelfvertrouwen daar eindelijk kon groeien. Omdat ik me er thuis voelde, welkom én veilig.

Dé oplossing tegen pesten bestaat niet
Er is niet één pasklare oplossing tegen pesten. Er is geen magische sleutel die alles oplost. Kinderen (en sommige volwassenen..) hebben simpelweg nog niet het inlevingsvermogen ontwikkeld om te voelen wat ze een ander kind aandoen met hun pesten. Ze zien het als een spelletje: die ga ik pesten want die is heel lief, dus die huilt snel. Of: die ga ik pesten want dan leid ik de aandacht af van dat ik zelf onzeker ben. Heel basaal. Want het inlevingsvermogen om te voelen wat je slachtoffer voelt, dat is er simpelweg (nog) niet.

Pesten is een symptoom
Het is goed dat de overheid scholen wettelijk verplicht pesten aan te pakken. Ook ouders hebben hier in een taak en verantwoordelijkheid. Niemand wil dat zijn kind pest, en niemand wil dat zijn kind gepest wordt: beide situaties zijn voor ouders ook niet fijn. Oplossingen in de vorm van een goede communicatie tussen ouders en school, de leerkracht zelf die pesten signaleert en aanpakt, de overheid die er op toe ziet dat scholen hun wettelijke plicht nakomen, zijn goed en belangrijk. Maar het dekt de lading nog niet helemaal.

Geef meer aandacht aan het pestende kind!
Hoe tegenstrijdig het ook klinkt, aangezien ik zelf slachtoffer van pesten ben: ik wil het opnemen voor het pestende kind. Niet alleen het slachtoffer van pesten heeft aandacht nodig, het pestende kind heeft minstens net zo veel aandacht nodig. Besteed dus meer aandacht aan het pestende kind, en het pesten stopt. Dat klinkt misschien raar. Toch meen ik ieder woord er van. Pestende kinderen hebben namelijk die positieve aandacht het hardst nodig.

Auto-ongeluk
Als er een auto-ongeluk gebeurt, gaat er in de crisis meteen alle aandacht naar de slachtoffers. Zij moeten immers in veiligheid gebracht worden, of acuut verzorgd worden. Dit is goed. Maar geen positieve aandacht besteden aan de pester, is hetzelfde als honderd ongelukken opruimen en niet kijken naar de verkeerssituatie: je lost het probleem achter het probleem niet op, dus blijven er botsingen plaatsvinden.

 Pesten is niet meer en niet minder dan een symptoom
Als er kinderen gepest worden, gaat dus vaak automatisch alle aandacht naar het slachtoffer. Dat is begrijpelijk, en het gepeste kind heeft die (na)zorg ook hard nodig.

Maar ook het pestende kind heeft zorg nodig.

Het pestende kind, daar weet men niet zo goed mee om te gaan. Ouders van het pestende kind schamen zich wellicht, of weten niet goed wat ze kunnen doen omdat het kind thuis gewoon lief is. Het ligt vaak heel gevoelig en is een pijnlijke kwestie. We stoppen het het liefst weg.

We weten niet goed hoe te reageren, behalve boos en straffend. Terwijl juist dat het pesten alleen maar erger maakt.
Een pester met weinig inlevingsvermogen of een laag zelfbeeld zal daarna alleen maar denken: door hem of haar (het gepeste kind) heb ik nu straf gekregen. En in het ergste geval denkt het kind: dit (straf) overkomt mij door hem of haar, dus die zal ik eens een lesje leren. En zo begint het hele probleem weer van voren af aan.

Terwijl juist dáár de kracht ligt van het terugdringen van pesten. Een kind dat pest heeft óók een probleem. Minstens net zo groot als dat van het slachtoffer. Het enige wat het pestende kind doet, is zijn probleem proberen door te geven aan een slachtoffer. Blijkbaar weet het niet hoe het zelf zijn probleem moet oplossen, dus gaat het negatief aandacht vragen. Wat het probleem is van het pestende kind, kan variëren: Het kan thuis problemen hebben, zelf ooit gepest zijn en nu zelf pesten als tegenreactie, het kan heel onzeker zijn, zich lelijk voelen en een knap kind gaan pesten, zich dom voelen en uit jaloezie een slim kind gaan pesten, het kan wat hulp nodig hebben met het  ontwikkelen van zelfvertrouwen.

Dus in plaats van het kind dat gepest wordt alle aandacht te geven, zeg ik als slachtoffer: verplaats een groot deel van die aandacht op een positieve manier naar de pester, en je dringt vanzelf het pesten terug. Pesten is niets meer en niets minder dan op een negatieve manier aandacht vragen.

Als daar mee omgegaan wordt op een consequente maar liefdevolle manier, wordt het probleem van het pestende kind opgelost of beter te hanteren. Als het pestende kind zich prettiger gaat voelen, zal het het pesten niet meer nodig hebben. 

Wie niet horen kan, moet maar voelen. Dat werd vroeger – toen dat nog normaal gevonden werd – vast ook vaak gezegd tegen anders lerende kinderen. Maar wat ik te vertellen heb, komt op een positieve manier neer op exact die woorden; alleen – geen zorgen! – wel met een tegenovergestelde betekenis.

Mijn brief “Sorry, lief kind” werd duizenden keren gedeeld. Honderden reacties kwamen binnen; vooral van ouders, maar ook van leerkrachten en begeleiders die zich zorgen maakten. Vooral veel herkenning, maar ook veel verdriet en wanhoop. Ouders die niet meer wisten wat ze moesten doen. Leerkrachten die hun zorgen uitten. In deze blog deel ik mijn persoonlijke mening en mijn eigen methode die ik uit persoonlijke ervaringen ontwikkelde: de Horen, Zien en Zelf Ervaren methode. Ik hoop hiermee te bereiken dat meer ouders en leerkrachten gaan werken op deze manier, waardoor anders lerende kinderen makkelijker op hun unieke manier kunnen blijven leren en opgroeien, binnen hun eigen vertrouwde omgeving.  blog horen zien voelen methode

Kijk me aan als ik tegen je praat!
Een anders lerend kind verwerkt prikkels en informatie anders. Kinderen met bijvoorbeeld autisme en ADHD hebben moeite met concentreren. Ze worden vaak dromerig, snel afgeleid, (te) beweeglijk of storend genoemd.

De leerkracht kan zijn of haar werk voor de hele groep bijvoorbeeld niet naar behoren doen, omdat het kind met de prikkelverwerkingsproblemen met zijn of haar drukke gedrag de aandacht van andere leerlingen afleidt.

anderslerendkindWat gebeurt er dan in de regel? Ieder kind wil in de kern graag leren. Toch wordt het anders lerende kind helaas verkeerd begrepen en wordt het drukke of afgeleide gedrag enkel bestraft. Leerkrachten zijn mensen die ontzettend hard werken en hart hebben voor kinderen, anders waren ze dit belangrijkste beroep niet gaan uitvoeren. Maar het werken met anders lerende kinderen, zoals kinderen met bijvoorbeeld autisme of ADHD, is óók anders en soms moeilijker, want; als je iemand iets wil vertellen, heb je als leerkracht misschien graag dat het kind je ook aankijkt. Als je een groep iets wil vertellen, heb je een nog grotere klus. Dat kind dat continue afgeleid is of anderen afleidt met zijn beweeglijkheid, kan voor de leraar een pittige uitdaging worden om aan het eind van de dag zijn taak te volbrengen.

Maar moeten we dan het kind forceren zich aan te passen aan de lesmethode, of de lesmethode aanpassen aan de kinderen?

anderslerendkind2Scholen, leraren en ouders: we willen allemaal graag dat het kind zichzelf kan zijn. Toch kunnen veel anders lerende kinderen dit nog niet (genoeg) zijn, simpelweg omdat het onderwijs methode of de opvoedmethode nog niet voldoende is ingericht op hun manier van leren. Dus stroomden de laatste jaren ontelbare kinderen door naar het speciaal basisonderwijs. Met speciaal basisonderwijs is absoluut niets mis, maar de vraag is wel of dit echt altijd noodzakelijk is. Natuurlijk is in het geval van ernstige gedragsproblematiek en bij kinderen met bijvoorbeeld een chronische ziekte speciaal onderwijs noodzakelijk. Toch blijft dan de vraag over: zou het gros van de anders lerende kinderen niet veel vaker in het regulier onderwijs kunnen blijven, als we de boodschap simpelweg beter geschikt maken voor anders lerende kinderen?

anderslerendkind8Beelddenkers en bewegers
Veel anders lerende kinderen zijn beelddenkers. Zij denken en leren in plaatjes, beelden. Vertel het me en ik vergeet het; laat het me zien of (beter nog) ervaren, en ik onthoud het. Dus in plaats van een enkel verbale, theoretische instructie die juist daardoor gemist wordt door anders lerende kinderen, hou je als school door simpelweg visuele en praktische hulpmiddelen direct bij die theoretische boodschap in te sluiten ook je anders lerende kinderen bij de les.

Anders lerende kinderen leren niet door te luisteren, zij leren door te zien of te doen. Geef die kinderen die zo prettiger leren letterlijk iets te DOEN tijdens de instructie, en je hebt hun aandacht. Iets doen kan zijn iets bekijken, iets aanraken, iets zien bewegen, iets ruiken. Iets doen kan ook zijn: uitleg geven door vragen te stellen aan het anders lerende kind. Iets doen kan ook zijn: het anders lerende kind positief betrekken bij de boodschap door het een taak te geven. Geef het anders lerende kind een activiteit bij de theorie en het kan zich veel gemakkelijker concentreren. Toon altijd een praktisch voorbeeld tijdens je theoretische uitleg, en je hebt ook de aandacht van anders lerende kinderen.

anderslerendkind7Laat de boodschap altijd aansluiten bij meer zintuigen!
Een praktisch voorbeeld: Een kind met autisme heeft moeite met oogcontact maken en lang naar het gezicht van de leerkracht kijken tijdens instructie momenten. Dit vergt van een kind met autisme enorm veel energie: daarbij wordt het kind afgeleid door bijvoorbeeld interessantere details, zoals bewegende wenkbrauwen, een knoop die iets scheef zit, of een ring die mooi glinstert: zelfs als het kind wel naar de leerkracht kijkt is het dus nog maar de vraag of de verbale informatie binnen komt.

anderslerendkind10
Lang moeten luisteren: Boooooring, en niet alleen voor kinderen!

Zelf val je als volwassene toch ook wel eens bijna in slaap tijdens verbale presentaties die te lang duren? Lang stilzitten en niks kunnen (of mogen) doen zorgt voor onrust en gebrek aan concentratie. Heus niet alleen bij anders lerende kinderen. Dat heeft niets te maken met de inhoud van de boodschap, en alles met hoe de boodschap gebracht wordt. Daarbij heeft een kind doorgaans nog een veel kortere aandachtsboog dan een volwassene.

Voetjes van de vloer
Een leerkracht op de basisschool van mijn dochter had een hele goede en leuke manier gevonden: als hij merkte dat de groep onrustig werd of dat de aandacht verslapte, deed hij een korte beweegoefening met de klas. Hup, allemaal opstaan, en even een aantal keren springen en klappen. Niet alleen de anders lerende kinderen hadden er baat bij (want zij konden hun energie even kwijt en konden zich daarna weer makkelijker concentreren), ook de andere kinderen vonden het fantastisch. Om het hoofd te legen moet het lijf bewegen. Dat helpt niet alleen anders lerende kinderen, dat helpt de hele klas. Op een andere basisschool die ik ken hebben ze praktische buiten oefeningen in het standaard lesprogramma opgenomen, met fantastische resultaten. Laat kinderen bewegen en actief deelnemen, en ze leren sneller.

anderslerendkind9Horen, zien en zelf ervaren – Spreek zo veel mogelijk zintuigen aan!
Ik rende maanden lang achter mijn anders lerende kind aan met haar fietsje, toen ze zonder zijwieltjes leerde fietsen. Het probleem was alleen dat ze het niet leerde. Ik deed exact wat ik andere ouders altijd had zien doen, en toch zorgde het bij mijn kind voor paniek. Wat ik ook probeerde en hoe vaak ik ook met haar ging oefenen, het lukte niet. Ik was ondertussen radeloos.

Op dat moment besloot ik kritisch te gaan kijken naar mijn eigen aanpak, me verplaatsend in haar belevingswereld.

Daarop besloot ik mijn aanpak aan te passen: Ik ging niet meer met haar naar buiten; ik liet haar enkel een filmpje zien van een kind dat leerde fietsen. Ze bekeek het filmpje van drie minuten, keek me aan en zei `Oh, nu kan ik het!´Ik liep met haar naar buiten en tot mijn grote verbazing stapte ze – zonder nog maar een greintje angst!-  op en fietste weg. Ze had gezien wat het kind in het filmpje met haar voeten deed, iets waarvan zij tot dat moment nog niet wist dat dat kon. Ik had het haar wel verteld, maar dat hoorde ze niet want ze had paniek en ik bood haar alleen maar telkens dezelfde auditief informatie, terwijl zij visueel leert! Ik paste dus mijn leermethode aan (de eerste manier leidde alleen tot weerstand en angst), en door te kijken wat aansloot bij haar manier van leren, leerde ze het verbazingwekkend gemakkelijk.

Als een kind moeite heeft met luisteren, kunnen we er heel lang over gaan mopperen dat het moeite heeft met luisteren. We kunnen het kind zelfs straf geven omdat het niet luistert. Maar wat we ook kunnen, is even diep ademhalen, het probleem omdenken en zoeken naar manieren waarop de boodschap het kind wél bereikt.

Dit wiel hoeft helemaal niet individueel telkens uitgevonden te worden: de boodschap moet structureel veranderen. Als op alle leermomenten (op school, maar ook thuis) de zintuig-methode Horen, Zien en Zelf Ervaren toegepast wordt gaat het anders lerende kind doen én vertrouwen krijgen in wat het kan: op zijn eigen manier leren.

Wie vroeger niet horen wilde, moest maar voelen. Wie vandaag de dag niet horen wil, kan misschien wel zien, ervaren, proeven, ruiken, aanraken, en op die manier hetzelfde leren. 

Iedereen is tegenwoordig druk, drukker, drukst. Deze tips gaan jou ontzettend veel tijd besparen!

Een tijdje geleden zag ik voor het eerst dit magische filmpje over problemen op YouTube. Het is een filmpje van een paar minuten, maar de boodschap is zo krachtig dat het ook niet langer hoeft te duren. Kijk zelf maar: Why Worry. Als je geen zin of tijd hebt om op de link te klikken: Kort samengevat komt het filmpje neer op de volgende boodschap: Mensen spenderen veel te veel tijd aan piekeren. Terwijl piekeren nooit nodig is, want:

Heb je een probleem?

A) nee —> waarom zou je dan piekeren?

B) ja —> Kun je er iets aan doen?

A) ja —> waarom zou je dan piekeren?

B) nee —> waarom zou je dan piekeren?

Kort en krachtig vat dit filmpje dus samen dat het eigenlijk nooit nut heeft om (overmatig) te piekeren over je problemen.

Maar daar komt nog een belangrijke les bij, die jou ook veel tijd kan besparen.

We hebben allemaal best veel problemen, vinden we. Maar ís dat ook echt zo? Of zijn het problemen die we ons laten toebedelen?

Maak eens een lijstje van je problemen. Vraag je dan eens af, welke problemen écht van JOU zijn.

Heb je bijvoorbeeld problemen die je door een ander in de maag zijn gesplitst, omdat die ander geen zin, tijd of energie had om het op te lossen, of omdat jij te gemakkelijk ja zegt, dan kun je dat probleem terug geven aan de rechtmatige eigenaar.

Heeft iemand je bijvoorbeeld opgezadeld met iets wat hij zelf net zo goed kan oplossen: geef het probleem terug.

Heeft iemand jou gevraagd een oplossing te bedenken “want ik weet het allemaal niet meer hoor en jij bent daar zó goed in!”: besef dan dat diegene jou misschien voor zijn karretje probeert te spannen of (on)bewust probeert te manipuleren, want diegene doet vaak niet voor niets een beroep op jou!

De combinatie van hulpvaardigheid, inlevingsvermogen en gebrek aan assertiviteit is een gevaarlijke, waar mensen die gewoon liever lui dan moe zijn graag slim gebruik van maken.

Stel jezelf elke dag de twee simpele vragen:

Welke problemen ervaar ik en welke daarvan zijn echt van mij?

Welke problemen zijn van een ander? Geef die problemen terug aan de afzender.

Als je dit toepast zul je er versteld van staan hoe veel tijd je terug krijgt voor jezelf.

Je kent het gezegde wel: scheiden doet lijden. Ik ben het daar voor een groot deel absoluut niet mee eens. Ongelukkig getrouwd blijven, dát doet vaak pas lijden.

Massaal vragen Nederlanders zich af: moet ik scheiden of blijven? Het blijft een moeilijk vraagstuk. Want: Heb je alles geprobeerd? Heb je gedaan wat je kon om je relatie te herstellen? Heb je relatietherapie geprobeerd? De keuze is reuze. Er bestaat geen quick fix. Er staat veel op het spel: wonen, financiën, het “ideale plaatje” richting de buitenwereld.

Ja. Scheiden doet soms lijden, maar dit hangt er grotendeels van af hoe volwassen je er mee om gaat. Steeds meer ouders doen anno 2018 hun uiterste best om op een vreedzame manier uit elkaar te gaan, vanwege de verdrietig genoeg enige – maar oh zo belangrijke! – liefde die onder de streep nog over blijft als het huwelijk of de relatie strandt: de liefde voor hun kinderen. Compromissen worden gezocht. Trots wordt ingeslikt. De middenweg wordt gezocht. Scheiden is dus niet altijd die gruwelijke lijdensweg die je ziet op televisie, voor het woord scheiding komt steeds minder het woord vecht te staan.

Mediators worden steeds meer ingeschakeld om de stormschade na de storm die echtscheiding heet te beperken, met als doel om het huwelijk voor de kinderen op een zo ruzie-vrij mogelijke manier te beëindigen. Dit getuigt niet alleen van heel veel moed, volwassenheid en redelijkheid; het getuigt ook van een hele grote liefde voor de kinderen en het bereid zijn om – van beide kanten – het ego opzij te zetten, om de kinderen leed te besparen.

Getrouwd blijven doet vaak ook lijden. Dit onderwerp wordt echter lang niet genoeg belicht. Ongelukkig getrouwde ouders zorgen -of ze dat willen of niet- met hun ruzies, onderlinge spanning en de vervelende sfeer voor een mijnenveld-huishouden.

Kinderen voelen het intuïtief feilloos aan, als ouders niet meer van elkaar houden. Vaak hebben kinderen het al langer in de gaten dan de ouders zelf. De schade die aangericht wordt als je ouders niet meer van elkaar houden, wordt echter vaak jaren later pas zichtbaar: als het kind niet weet hoe een gezonde, respectvolle relatie er uit ziet en onbewust ongezonde partners uitzoekt, omdat die emotionele onveiligheid in de jeugd een vertrouwdheid heeft gekregen.

Als kind voel je je loyaal aan beide ouders. Als beide ouders ongelukkig in een huis blijven leven, langs elkaar door of ruziënd, voelen kinderen dagelijks deze ongezonde sfeer, de spanning, de ongemakkelijkheid, het ongeloof als er visite komt en er opeens wel leuk gedaan kan worden. Geen gezonde lessen voor een kind van hoe een gelukkige relatie hoort te zijn.

Scheiden doet lijden, maar ongelukkig getrouwd blijven voor de lieve vrede, het geld of de buitenwereld richt vaak nog veel meer schade aan.

Deze gaat echter verhuld achter een façade, een masker dat naar buiten toe wordt vastgehouden in de vorm van op elkaar geklemde kaken op de gezinsfoto: even lachen naar de camera jongens, we zijn verdomme een gelukkig gezin.

In mijn brief “Sorry, lief kind” sprak ik met en over het anders lerende kind. Honderden emotionele reacties van moeders uit alle uithoeken van Nederland waren een gevolg van het moment waarop ik aan de keukentafel simpelweg een eerlijke brief schreef aan het kind in mezelf.

De moeders van deze anders lerende kinderen hebben het vaak best zwaar: zij leveren dagelijks een strijd om hun kind te laten leren en groeien; een strijd die voor andere moeders wellicht niet in te beelden is.

De zoektocht is vaak vermoeiend, want: waar moet je naar toe als je kind niet “mee kan met de meute”? Waar begin je? Logopedie? Ergotherapie? Kinderpsycholoog? Naar de huisarts? Een psychiater? Een kindercoach? De keuze is reuze. Vaak veel té reuze zelfs.

Het web van zorgaanbieders en mogelijkheden is voor de nietsvermoedende moeder vaak simpelweg ingewikkeld. Soms zelfs overweldigend. Niet altijd schakelt de huisarts de juiste hulp in, niet altijd wordt de juiste diagnose gesteld, niet altijd helpt de diagnose ook richting de juiste hulp. Waar mensen werken worden immers ook wel eens fouten gemaakt.

Terwijl de ontwikkeling op gang komt richting het vinden van de juiste hulp voor je kind, kan deze zich helaas ook tegen je keren. Misdiagnose, van het kastje naar de muur gestuurd worden; moeders en vaders rijden vaak urenlang stad en land af op zoek naar de juiste begeleiding, of dit nu op medisch gebied is of op het gebied van gedragsproblemen en leerproblemen, soms gecombineerd.

Ik werd bijvoorbeeld eens voor mijn kind naar een organisatie gestuurd die haar zouden kunnen begeleiden met een specifiek leerprobleem. Ik nam verlof, reed er naar toe, praatte anderhalf uur met de mevrouw van die organisatie, waarna we tot de conclusie kwamen dat ik totaal verkeerd terecht was gekomen: zij boden helemaal geen leerbegeleiding, zij boden gezinsbegeleiding.

Na dat uur wist die mevrouw net zo zeker als ik dat dat niet was wat wij specifiek nodig hadden. Haar collega had toen ik belde ook niet goed geweten wat ze met mijn kritische vragen moest, want ze hadden net een reorganisatie achter de rug en er was een hoop onduidelijkheid. Niets ten nadele van die mevrouw – ze leek me kundig in haar werk – wilde ik als moeder zijnde al niet meer met deze organisatie samenwerken, als zij zelf nog niet eens precies wisten wat hun zorgaanbod was.

Als ouders moet je tegenwoordig behoorlijk mondig zijn om je staande te houden in de zoektocht naar hulp voor je kind. Meedenken moet je sowieso, dat is je taak als ouder, vind ik.

Veel ouders zoeken, zoeken, zoeken en zoeken nog eens. Het kind krijgt vaak onderweg diverse labels opgeplakt, diagnoses worden herroepen, wat het taboe rondom diagnoses (in de volksmond etiketjes en labels) helaas ook alleen maar doet groeien. Toch zoeken ouders door, hopend op het moment dat hun kind eindelijk de hulp krijgt die nodig is, op welk gebied dat dan ook is.

Zorgaanbieders concurreren, reorganisaties binnen grote organisaties volgen elkaar in een rap tempo op en terwijl dat allemaal gebeurt, groeit de onduidelijkheid voor de ouders – en daarmee hun kinderen – alleen maar door.

Moeders en vaders van Nederland worden “zorgmoe”, juist door die talloze kastjes en muren, het doolhof waar ze vol goede bedoelingen in waren gelopen, maar niet meer uit weten te komen. Dus wat doen we dan? In eerste instantie zoeken we door, blijven we dwalen en hetzelfde rondje door het doolhof herhalen, net zo lang totdat we hopelijk ergens per geluk toch struikelen over de juiste zorgaanbieder. En als dat te lang duurt, doen we wat ieder mens wil als het zich gevangen voelt zonder uitzicht: we vluchten. We willen geen hulp meer zoeken, want het zoeken putte ons uit.

En als we die juiste hulp eindelijk wel vinden, nou, dan houden we daar stevig aan vast. Een ergotherapeut die ik erg goed vond zei eens: mijn eerste en belangrijkste doel wordt ontdekken: hoe leert jouw kind.

Hèhè, eindelijk! Eindelijk, dacht ik, eindelijk iemand die zich daar echt in gaat verdiepen. Dat deed hij, en met succes. Ook de logopedist waar we uiteindelijk bij eindigden ging kalm en gestaag te werk, met succes.

Alleen vond ik het ergens ook best wel verdrietig, want: zou dat niet ook al op scholen moeten gebeuren? Moeten we niet juist meer investeren in de basis? De basis zijnde: het onderwijs en de opvoeding? Het aantal leerlingen per leerkracht? Waarom is de conclusie landelijk nog niet getrokken dat de grens van dertig kinderen in een klas de lat voor leraren én kinderen veel te hoog legt?

Het probleem van het anders lerende kind komt nu terecht in een doolhof van zorgaanbieders, en waarom? Is dat omdat scholen doorgaans niet voldoende middelen krijgen om ook anders lerende kinderen binnen boord te houden?Is het omdat de klassen te vol zijn en leraren overspoeld worden? Is er niet voldoende geld voor bijscholing van leraren? Of krijgen leraren wel voldoende bijscholing, maar simpelweg niet voldoende tijd om het geleerde ook op individuele basis te investeren?

Is het omdat ouders goedbedoeld verdwalen in de zoektocht naar hulp, terwijl concrete en praktische informatie voor het opvoeden van een anders lerend kind ook al heel veel problemen kan voorkomen?

Misschien ligt het antwoord op deze zoektocht wel precies in de wanhoop die zo veel ouders voelen: je ziet door de bomen het bos niet meer, je wilt je kind dolgraag helpen, maar je weet op een gegeven moment simpelweg niet meer hoe. Er is te veel keuze, er zijn te veel experts die allemaal hun eigen mening hebben. Iets met bomen en een bos zien.

Ik stel me graag een toekomst voor waar alle kinderen, anders lerend of niet, terecht kunnen op één school, in een klas waarin het niet noodgedwongen maar een nummer is, waarin de leerkracht voldoende rust en tijd krijgt om niet alleen in groepsverband, maar ook een op een meer te kunnen praten met het kind.

Dat laatste wordt overigens helaas nog veel te vaak vergeten: praten met het kind zelf. Zorgaanbieders, ouders en leerkrachten roepen met de beste bedoelingen over het kind heen, wijzen zelfs vaak met de vinger naar de ander. Helaas, want ik als ouder zie bij de gesprekken over ons kind gelukkig uitermate betrokken professionals die niet alleen beroepsmatig maar ook persoonlijk het beste met ons kind voor hebben.

Ik vraag me te midden van al die bomen, bossen, kastjes en muren af, wie tegenwoordig nog er aan denkt om aan het kind zelf te vragen wat het nodig heeft.

Anders lerende kinderen zijn vaak namelijk uitermate eerlijk en creatief, maar als ze de vraag niet krijgen, zullen ze wellicht zelf ook niet altijd met een antwoord komen.

Als je er naar vraagt, zullen de antwoorden gegarandeerd verbazen, vermoed ik zomaar.