Tagarchief: ouders

“Ik ben een verschrikking voor deur aan deur verkopers!” – door Chrisje VIP blogger Rosan

Ik ben mij er altijd erg van bewust dat ik een verschrikking ben voor deur aan deur verkopers. Niet alleen omdat ik thuis standaard de meest lelijke pyjama combinaties draag en de ‘zombie-look’ als een fashionstatement zie, maar vooral omdat ik ze altijd netjes uit laat praten en ze onbedoeld net te veel hoop geef. Wellicht heeft dat met mijn autisme te maken, maar misschien ben ik hier ook gewoon niet goed in.

Dat was ook met iemand voor een inzameling van het Rode Kruis…

Ik ben druk bezig met schoolzaken te ontcijferen als ik de bel hoor gaan. Zoals het hoort, sta ik op en loop ik in mijn prachtige roze badjas, mijn stippeltjes pyjamabroek en gestreept topje naar de deur om open te doen.

Als ik de deur open, zie ik een jonge spontane knul voor me staan met een rood jasje waarop op zijn linkerborst in het groot ‘Rode Kruis’ staat. Eventjes kijken we elkaar aan en ik verwelkom tegelijkertijd de warmte van de zon die ik vandaag in mijn kluizenaarsbestaan nog niet had gevoeld.

De jongen steekt zijn hand uit en ik kijk er even naar. Ik realiseer me al snel dat dit een begroeting moet voorstellen dus ik pak zijn hand en rammel een beetje met mijn arm op en neer. Het begin van de conversatie en overtuigingsstrategie van de jongen is hierbij in gang gezet. Enthousiast begint hij zijn verhaal over mensen in Syrië die honger hebben en waarvoor zij voedselpakketten doneren. Terwijl hij zijn verhaal doet met allerlei details die voor mij in de warmte van de zon al snel wegsmelten probeer ik me te bedenken of ik het gesprek niet moet afkappen. De jongen doet zijn best en vertelt zijn verhaal op overtuigende wijze, maar ik weet nu al dat ik hem niet kan helpen. Ik heb nu eenmaal met mezelf de afspraak om telefonisch of aan de deur niks te kopen. Zeker sinds ik over de psychologie van de overtuiging heb geleerd. Aan de andere kant pakt het enthousiasme van de jongen mij wel en laat ik mij graag even in de warmte van de zon naar een andere wereld brengen. Wellicht is het voor hem ook wel een goede oefening tussendoor qua presentatie. Zoals verwacht leidt het verhaal ook naar een conclusie: ze hebben geld nodig en ik ben de persoon die dat gaat geven.

Omdat ik de jongen niet gelijk in een put van teleurstelling wil gooien, reageer ik hier nog niet direct afwijzend op, maar laat ik hem mij een boekje zien waarmee ik me ook weer kan uitschrijven van de maandelijkse betaling. Hierbij vertelt hij hoe fantastisch hij het boekje wel niet vindt. Terwijl hij dit vertelt, vouwt hij het boekje open waardoor het zich ontluikt tot een groot rood kruis. “Kijk hoe fantastisch! Daar word ik nou echt blij van!” Zegt hij nog even ter bevestiging hoe fantastisch dit boekje wel niet is.

Ik wil antwoorden dat het zeker fantastisch is dat het rodekruis ook nog heeft gedacht aan de esthetische kwaliteit van het boekje waarmee je de betaling kunt beëindigen die mensenlevens redt en dat ze het daarbij ook nog bijna als een cadeautje presenteren dat ik echt moet willen hebben. Maar ik houd mijn mond uiteindelijk maar. In plaats daarvan knik ik vriendelijk.

Vervolgens legt de jongen uit dat het om een maandelijkse betaling aan het Rode Kruis gaat van minimaal 8 euro en dat is natuurlijk geen geld. Na die woorden wilde ik antwoorden dat ik aan mijn persoonlijke rode kruis maandelijks al genoeg doneer in de vorm van maandverbandjes, maar ik houd toch maar weer mijn mond.

De jongen vraagt ook nog even hoe oud ik ben en in plaats van het slimme antwoord (15) zeg ik braaf: 22. Nu wordt hij extra enthousiast en vervolgt hij met de vraag: “Ben je toevallig student?” Daarop antwoord ik bevestigend. Zijn ogen beginnen te sprankelen en hij maakt nog net geen huppeltje en zegt blij: “Dan heb ik voor ‘jou’ een speciale aanbieding! Jij hoeft dan maar minimaal 6 euro per maand te betalen!”

‘Nou, wat fantastisch. Krijg ik én een esthetisch goedogend Rodekruis uitschrijfboekje en 2 euro korting op mijn donaties.’ Denk ik in mijn meest Rotterdamse accent.

Nu besluit ik dat ik toch maar moet zeggen dat dit hem niet gaat worden, hoe lastig dat ook is. Ik kijk de jongen vriendelijk aan en zeg hem dat ik een erg dure maand heb gehad (Wat ook daadwerkelijk zo is). Daarop antwoordt hij dat hij dat ook heeft gehad, maar dat hij speciaal voor dit goede doel tijdens het uitgaan twee biertjes heeft laten. Zo kwam hij al snel aan zijn 6 euro. Daarop antwoord ik droogjes: “Ik ga niet uit…”

De jongen kijkt me even aan alsof ik hem zojuist heb vertelt dat ik net in mijn achtertuin een zeehondje heb doodgeknuppeld. “Ga je… ga je ook niet soms gezellig weg met vriendinnen?” vraagt hij aarzelend en ik zie hoe hij een nieuwe verkoopstrategie probeert te vinden.

“Nope.” Antwoord ik kort maar krachtig. “Maarrr… Ik heb wel een paard en dat is vooral duur.” Ik wil me even voor mijn hoofd slaan want ik weet dat ik hem zojuist een nieuwe strategie in de handen heb geduwd en dat is ‘de kracht van overeenkomsten’. Zijn ogen beginnen dan ook te fonkelen en hij antwoordt snel: “Mijn zusje heeft ook een paard! Hoe lang rijd je al paard?… Wauw, zo lang al… Is het een mannetje of een vrouwtje? …Een ruin? Nou ik zie dat je vrij slank bent, kan je dan zo’n sterk mannetjes paard wel aan?”

Eventjes kijk ik hem aan met een vriendelijke dodenblik en vraag me af of dit nu zojuist een compliment was of meer een negatieve gender gerelateerde opmerking. Omdat het me eigenlijk niet zoveel uitmaakt antwoord ik slechts kort: “Ja.”

Nu wendt hij zich weer snel naar het feit dat hij me wel kan helpen met het invullen van het formulier en dat ik daarna ook nog zo’n fantastisch esthetisch goedogend Rode Kruis uitschrijfboekje krijg. Hierop zeg ik dat ik er liever nog even over nadenk voordat ik me gelijk aan iets vastleg. Hij wijst me er echter snel op dat deze actie in Hellevoetsluis slechts vandaag geldt en alleen aan de deur kan worden afgesloten. Ik frons vervolgens met mijn wenkbrauwen. Want welk goed doel wil slechts één moment gebruiken om geld in te zamelen voor hun actie? Vervolgens realiseer ik me dat juist dat ook een verkoopstrategie is omdat het schaars en tijdelijk is en daarom dus aanlokkelijk. Wanneer hij zegt dat ik misschien volgende week spijt heb als ik dit nu niet doe, weet ik zeker dat ik klaar ben met dit gesprek.

Ik zeg snel dat het hem voor mij niet gaat worden als het nu gelijk moet, maar dat ik het nog wel even aan mijn vader zal vragen. Vervolgens roep ik willekeurig door het huis naar mijn vader en doe ik alsof ik naar hem opzoek ben. Ik weet dat hij in de tuin is, maar ga hem hier nu niet mee belasten (en ik weet zijn reactie al).

Zonder hoorbare reactie van mijn vader loop ik terug naar de voordeur en zeg ik teleurgesteld dat hij niet thuis is en ik hem helaas niet verder kan helpen. De hoop verdwijnt uit de ogen van de jongen en even voel ik mij schuldig. Hij herpakt zich en zegt dat hij het dan maar bij iemand anders probeert. Hij laat zijn schouders zakken, draait zich om en loopt weg. Ik wend mijn blik nog even naar de zon en neem het laatste beetje warmte in mij op voor ik de deur sluit. Ik draai me nu ook om en loop in mijn prachtige roze badjas, mijn stippeltjes pyjamabroek en gestreept topje richting het bureau waaraan ik in mijn kluizenaarsbestaan aan het werk was. “Zo, nu weer verder met het voorbereiden van mijn stage.” Zeg ik terwijl ik nog nageniet van het warme zonnetje van daarnet.

Dit is hoe het bij mij vaker gaat bij deur aan deur verkoop. Ik denk er veel te veel over na en kan het niet in me opbrengen om iemand gelijk te vertellen dat hij/zij het beter ergens anders kan proberen. In plaats daarvan zoek ik allerlei omwegen die uiteindelijk naar hetzelfde leiden, maar dan op een veel onhandigere en langere manier. Ook doe ik onbewust aan een analyse omtrent een verkoopstrategie (waar ik een hekel aan heb). Daarbij vind ik het Rode Kruis oprecht een goed doel, maar ik wil altijd ergens over na kunnen denken voordat ik een donatie doe. Als dat van me wordt afgenomen, houdt het voor mij op.

Een zeer lang verhaal over een terugkerend fenomeen in mijn leven. Wellicht dat mensen zich er wel in herkennen. Toch hoop ik voor jullie dat jullie de ander wel gewoon vriendelijk kunnen afwijzen om deze heisa te voorkomen.

Liefs,

Rosan

Advertenties

En opeens ben je co-ouder

Het overkomt veel ouders die – ondanks de liefde voor hun kinderen – besluiten dat het huwelijk op is: plotseling word je co-ouders. Vader of moeder van je kind blijf je natuurlijk vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week. Maar na de scheiding zul je je kind – indien je samen ervoor blijft zorgen – niet meer honderd procent van de tijd bij je hebben.

Ik ben zelf een kind van gescheiden ouders. Daarbij ben ik zelf een gescheiden moeder. Ik ken best veel gescheiden papa’s en mama’s. De een ‘heeft’ de kinderen de ene week wel en de andere week niet, de ander heeft weer een “ouderwetser” omgangsregeling (om het weekend en op woensdag naar vader). En zo zijn er talloze varianten te bedenken, afhankelijk van hoe je als ouders de zorg het beste kunt verdelen.

Je kunt wel stellen dat het voor het hele gezin aanpassen is, voor de kinderen nog het meest: opeens zijn je ouders niet meer samen, én heb je twee huizen, twee slaapkamers, en alles wat daarbij komt kijken. In de omgangsregeling van het co-ouderschap moet je als kind wennen aan dan hier slapen, dan daar slapen. Natuurlijk zijn er ook leuke kanten: zo krijg je vaak meer cadeaus als je jarig bent, of zelfs twee feestjes. Toch vergt het omschakelen bij kinderen vaak best veel. Bijvoorbeeld:

Waar blijft de lievelingsknuffel? Wat verhuist mee heen en weer en wat blijft op de zelfde plek? Wat moet je doen als je bij mama bent en je mist papa, of andersom?

Lees verder onder de afbeelding

pexels-photo-265702

Ook ouders hebben het tijdens en na hun scheiding zwaar. Er is vaak veel verdriet. Hierdoor wordt helaas (vaak onbewust) niet altijd even goed gelet op hoe veel impact de scheiding en alle veranderingen van dien op de kinderen hebben.

Hoe kun je je kind beschermen? Hoe zorg je er voor dat je kind zo weinig mogelijk pijn heeft van de scheiding?

Ik sprak ooit met een volwassen man wiens ouders gescheiden waren toen hij vrij jong was. Hij had zelf erg weinig last gehad van die scheiding, zo vertelde hij: “De reden waarom ik heel weinig last heb gehad van de scheiding van mijn ouders, was omdat ze ook na de scheiding goed met elkaar bleven communiceren en beslissingen over mij altijd samen namen. Ik vond dat heel prettig, dat mijn ouders toch gewoon normaal met elkaar bleven praten en dat zij één lijn trokken wanneer het op mij aan kwam.”

Co-ouderschap is niet waar je voor kiest wanneer je aan kinderen begint. Je hoopt je kinderen een liefdevol en stabiel gezin te kunnen bieden. Als dit niet lukt en je gaat ondanks alle inspanningen toch uit elkaar, voel je je vaak schuldig. Goed blijven communiceren met je ex-partner is niet altijd het eerste waar je behoefte aan hebt, maar voor je kinderen is het van groot belang: als papa en mama op één lijn blijven, geeft dat een veel veilig(er) gevoel.

Hieronder nog een aantal tips:

  • Stel elkaar direct op de hoogte van belangrijke zaken / urgente situaties zoals bijvoorbeeld een ziekenhuisbezoek.
  • Ga als dit kan samen kijken op belangrijke momenten, zoals bij uitvoeringen op school, wedstrijden etc. Als het je niet lukt om naast elkaar te staan, zorg dan dat je er wel allebei bent, ook al sta je niet naast elkaar te kijken. Je kind weet dan wel dat jullie beiden de moeite hebben genomen.
  • Neem beslissingen samen: bijvoorbeeld over grotere cadeau’s, rijlessen, hobby’s, etc. Communiceer hierover zo veel mogelijk samen richting je kind. Als dit niet gaat, kun je wel in de wij vorm praten: “Je moeder en ik hebben samen besloten dat..”
  • Maak onderling duidelijke afspraken over wat wel en niet mag, in beide huishoudens!
  • Indien het mogelijk is: drink dan een kopje koffie bij de overdracht; als kinderen zien dat hun ouders ondanks de scheiding toch nog steeds vriendelijk en normaal met elkaar omgaan zonder elkaar in de haren te vliegen, kan dit loyaliteitsproblemen voorkomen.
  • Deze kan ik niet vaak genoeg herhalen: Spreek NIET negatief over je ex-partner waar je kinderen bij zijn! En nee, ook niet tegen een vriendin aan de telefoon, als je kinderen bij je in de kamer zitten. Jij denkt misschien dat ze het niet horen: geloof me, niets is minder waar.
  • Een kind houdt van beide ouders even veel en wil niet kiezen: door negatief over de andere ouder te praten geef je je kind een ontzettend verdrietig gevoel dat – indien herhaald – voor psychische problemen kan zorgen op lange termijn.

Heb jij nog co-ouderschapstips? Laat het weten door een reactie achter te laten!

img_1139-1

Vijf redenen waarom je kind niet naar je luistert

Je kent het vast wel: als ouder heb je wel eens van die dagen / weken / jaren (haha) wanneer het lijkt alsof je kind pas naar je luistert als je voor de derde / achtste keer iets zegt. Of pas luistert wanneer je je stem verheft, wat voor niemand leuk is. 

Jij: “Kind?”
Kind: “Pomptiedom.”
Jij: “Kind?”
Kind: “Tralala…”
Jij: “Kind? Joehoe?”
Kind:  loopt kamer uit.
Jij: “KIND!”
Kind: “Nou zeg, je hoeft niet te schreeuwen!”

Zucht.

Waarom horen kinderen ons niet? En bovendien: Horen ze ons echt niet, of horen ze ons wel maar willen ze ons niet horen?

Het is natuurlijk erg gemakkelijk om te roepen “Hij / zij luistert de laatste tijd voor geen méter!”, maar daarmee leg je alle ‘schuld’ bij het kind, terwijl je met een beetje gezonde zelfreflectie vaak ziet dat het niet luisteren voortkomt uit een onderliggende oorzaak. Soms ligt die bij (de ontwikkeling van) je kind, soms bij jou, soms bij jullie interactie. 

Hieronder vijf mogelijke redenen waarom je kind niet luistert:

Optie 1: Je kind zit in zijn of haar bubbel!
Kinderen zitten graag en veel in hun eigen wereldje. Ze fantaseren, spelen, bedenken, dagdromen: dat hoort allemaal er bij als je een super cool kind bent. Hoewel het voor jou misschien lijkt alsof je kind niks zit te doen, kan er in zijn of haar hoofdje een hele wereldreis of spannend avontuur plaatsvinden: Net als bij een echte droom duurt het even eer je daar weer van terug komt en met je voeten op aarde landt.

Lees verder onder de afbeeldingen

 

Optie 2: Verwerkingssnelheid
Niet ieder kind heeft een al te beste concentratie of (informatie)verwerkingssnelheid. Door zijn of haar naam te roepen kun jij dan misschien een directe reactie verwachten, maar je kind heeft het misschien in eerste instantie nog niet door dat wat jij zegt of roept van toepassing is op hem of haar.

Optie 3: Maak meer / beter contact
Veel kinderen horen je veel beter als ze je er bij zien. Om beter contact met je kind te maken loop je er naar toe of ga je op ooghoogte van je kind zitten terwijl je hem of haar aanspreekt.

Optie 4: Je vraagt te veel
Soms kun je in de valkuil schieten van het te veel vragen aan je kind. Je bent natuurlijk moeder en geen politieagent. Je kind hoeft niet constant opdrachten van je te krijgen. Als je jezelf er op betrapt dat je aan de lopende band opdrachten geeft of controleert (“Niet doen, zit rechtop, dat is gevaarlijk, hou eens op”) is het niet zo héél vreemd als je kind op een gegeven moment niet meer echt luistert. Er komt dan te veel informatie binnen, waardoor niets meer veel indruk maakt.

Optie 5: Je kind maakt zich los van jou
Je kind maakt zich tijdens het opgroeien steeds meer los van jou. Hoe vervelend dat soms ook is omdat we onze kinderen het liefst zo klein mogelijk houden, toch is dit een goede en gezonde ontwikkeling. Je kind wordt steeds meer zijn eigen individu en wil dan ook steeds meer eigen inspraak over zijn doen en laten. Wanneer je kind erg veel weerstand toont, is het dus goed om je af te vragen of je jouw kind voldoende verantwoordelijkheden en vrijheid geeft die passen bij de leeftijd, en of je misschien een beetje te bemoederend bent op dit moment. Niet gemakkelijk, maar het proberen waard.

christianne

 

Het mooiste kado voor jouw kind voor later maak je zo!

Ik weet niet meer waar ik er voor het eerst van hoorde, maar jaren geleden ben ik begonnen met het sturen van e-mails naar mijn dochter.

Ze was toen denk ik een jaar of drie, vier. Ik maakte een e-mailadres voor haar aan, waar ze als ze ouder is het wachtwoord van zal krijgen.

Naar dat e-mailadres heb ik door de jaren heen heel veel mails gestuurd, met bijlagen:

  • het filmpje van toen ze de eerste keer kroop,
  • foto’s van verjaardagen,
  • rapporten,
  • leuke evenementen op school,
  • eerste keren,
  • foto’s van de huisdieren,
  • grappige uitspraken die ze deed,
  • e-mails over bijzondere gebeurtenissen en
  • vooral ook veel “zomaar mails”, om haar te vertellen hoe bijzonder ze is.
  • Zo kan ze als ze ouder is altijd terug kijken. Een mooier kado kun je denk ik niet krijgen, toch?
  • Verhuisstress: door VIP blogger Susan

    Verhuizen, stress en twijfels

    Vijf jaar geleden leerde ik mijn man kennen, ik woonde destijds in mijn flatje in Leeuwarden en vertrok zonder enkele twijfel en trok bij hem in. Ik liet hierbij mijn opleiding achter en ging op best wel verre afstand wonen van mijn familie en vriendinnen. Als iets goed voelt, voelt het goed toch? En van die keuze heb ik tot op de dag van vandaag nooit spijt gehad. Natuurlijk was het, vooral zonder rijbewijs in het begin, lastiger om af te spreken maar goed, ook een goede vriendschapstest denk ik dan maar. 


    Het was soms lastig want ik had hier niks, ik kende de omgeving niet en had helemaal geen netwerk om mij heen. Gelukkig ben ik wel een type wat op onderzoek uitgaat, dus ik had mijn weg snel gevonden en leerde langszaamaan mensen kennen en begon mijn eigen kringetje op te bouwen. Verhuizen is mij niet vreemd, dus dat kwam allemaal wel weer.

    De woning van mijn man, nu dus onze woning, stond al 6 jaar te koop voordat wij ons eerste bod kregen een aantal maanden geleden. Waar je het eerst niet kan geloven, word je daarna onzeker over of alles wel door gaat. Of deze ene kans om hier weg te gaan, niet alsnog voor onze neus weggeveegd wordt. Maar nee, een aantal weken later was alles rond en ondertekend, het was echt, het ging door! En vanaf dat moment ging ik denken.

    Opeens kwamen dromen en wensen weer naar boven, die ik had weggestopt omdat dat hier nou eenmaal niet mogelijk was. En het idee om ooit weer dichterbij mijn familie en vriendinnen te gaan wonen, had ik allang losgelaten omdat ik ergens niet meer durfde te hopen dat we het huis gingen verkopen. Opeens werd alles dus weer mogelijk en omdat we maar een paar maand hadden, moesten we toch snel keuzes gaan maken, we hadden namelijk nog totaal geen zicht op een nieuwe woning. Toen ik op mijn 19e uit huis ging schreef ik mij direct in bij een woningbouwvereniging in Friesland, dus daar had ik al bijna 10 jaar inschrijftijd, het meest logische was dus om daar op huizen te gaan reageren. Nadat ik met een vriendin had afgesproken en weer naar huis reed voelde ik pas, hoe erg ik het eigenlijk mis. Hoe erg ik het mis om gewoon even op de koffie te gaan en niet eerst 1,5u hoef te rijden. Ik wilde niet per se om de hoek wonen, maar iets dichterbij, dat was voor mij echt wel een wens geworden.

    Hoe ga ik dit bespreekbaar maken, want mijn man en Friesland, is geen combinatie. En aan de andere kant, was ik het na 5 jaar ook wel zat om zo ver weg te wonen. Er zou dus ergens een compromis gesloten moeten worden. Gelukkig is binnen onze relatie alles bespreekbaar en hebben we dit ook naar elkaar uitgesproken. Dan sta je opeens lijnrecht tegenover elkaars wensen, en uit liefde ben je geneigd om toe te geven aan de wens van de ander. Ik wilde niet dat hij voor mij zou verhuizen, want ik wilde dat hij gelukkig zou zijn. En andersom, wilde hij niet dat ik ongelukkig zou worden als we het niet deden. Daar zit je dan, en nu?

    Het waren voor mij weken van heen en weer geslinger tussen emoties en gedachten. Wat wil ik? En word ik ook echt wel gelukkig als ik hier in de omgeving blijf? En hoe realistisch is het om van hem te wensen om mee te gaan naar Friesland. Erg lastig.

    Uiteindelijk kwamen we tot op een oplossing, we lieten het over aan het universum. We bleven reageren op woningen hier in de buurt, maar wanneer er een woning op de site zou komen meer richting Friesland, die voldeed aan onze wensen, dan zouden we daar op reageren. Dus eigenlijk, dat wat als eerst komt, dat wordt het. Ergens gaf mij dit wel een rustig gevoel, want ik vertrouw nou eenmaal op het universum en dat alles loopt zoals het moet lopen. De woningen in Friesland waren spontaan niet meer in de aanbieding en ik begon ook meer zonder gevoel te denken.

    Onze zoon zit hier op de peuterschool en heeft het hier erg naar zijn zin. Als we hier blijven wonen, kan hij daar blijven, als we verder weg gaan zou hij moeten switchen. En uit ervaring weet ik dat dát geen strak plan is. Daarnaast, zou mijn man vanuit Friesland minimaal 45min moeten rijden naar zijn werk, kan ik dat van hem vragen? 
    Het enige voordeel was, dat alles en iedereen voor mij dichtbij zou zijn en dat maakte het idee van Friesland voor mij gewoon heel fijn.

    We werden gebeld, een makelaar hier uit de buurt had een woning, in Veendam. We hoefden niet te zoeken, niet te reageren, we werden gewoon gebeld en we kregen zo een woning aangeboden. Dit was wel een erg duidelijk teken van boven voor mij. Dit konden we niet weigeren.  De woning voldoet aan onze wensen, is groot genoeg, staat in een leuke buurt en alles is op loopafstand te doen. Mijn gevoel zei aan alle kanten ja en we hadden nog maar twee maanden om een huis te vinden. We moesten wel, dus ik leg mij er gewoon bij neer.
    Ik was blij met de woning, oprecht blij. Blij voor mijn man, blij voor mijn kind omdat alles wat hij nodig heeft hier ook aanwezig is. De speeltuin voor huis, de kinderen in de buurt, de school op loopafstand, alles wat we voor hem willen. Dus nee, afwijzen kon ik dit niet.

    Iedereen reageerde blij, enthousiast en de hulp kwam van alle kanten. En toch kreeg ik van een aantal lieve mensen ook de vraag: ‘maar Suus, jij dan? Word jij daar gelukkig?’ En zelfs mijn schoonvader die zei: ‘als het niet goed voelt, of als je twijfelt, moet je het niet doen.’
    Dat vond ik zo onwijs lief, dater mensen waren die zagen en voelden dat dit goed zat, maar ook aan mij dachten omdat ze wisten dat ik een andere wens had. En ja, ik heb enorm aan het idee moeten wennen, omdat ik een compleet ander toekomstbeeld had, vooral voor mezelf. Het was en is soms dubbel omdat ik kies voor het geluk van mijn gezin. Zet ik daar dan mijn eigen geluk mee aan de kant? Dat absoluut niet, want ik ben pas gelukkig wanneer mijn hele gezin gelukkig is. En dat was in Friesland niet zo geweest. 

    We kregen de sleutels, we begonnen heen en weer te tillen met dozen. Onze woning wordt met de dag leger en de nieuwe woning met de dag voller. Het behang zit bijna overal al op de muren, in twee kamers ligt al laminaat. De datum voor het verhuizen staat vast en beetje bij beetje verplaatsen wij ons ‘thuis’ naar daar. Ik begin de voordelen in te zien van de andere woning, ik begin mijn beeld bij te stellen naar een toekomst daar. En dan zeggen mensen wel: ‘maar jullie kunnen toch alsnog verhuizen als het jullie niet aan staat?’ Ja, wel naar een ander huis, maar niet naar een andere woonplaats. Er is één eis die ik heb en dat is dat onze zoon de basisschooltijd doorbrengt op één school. Dus dat maakt het voor mij definitief, dat we de aankomende 9 jaar in ieder geval vastzitten aan deze omgeving. 

    Niet erg, maar ik begin het eng te vinden. Een nieuwe start, de eerste woning waar we écht samen beginnen, een nieuwe omgeving, nieuwe buren. Mijn man heeft zijn familie en vrienden daar, ik moet nog een netwerk gaan opbouwen. En ook al weet ik dat dit bij mij meestal niet zo moeilijk verloopt, ik vind het spannend. Wie zit er op mij te wachten? Ik ben niet iemand die je deur plat loopt of onaangekondigd binnen komt maar af en toe even koffie drinken en kletsen, graag! 

    Nu het allemaal bezonken is, heb ik er erg veel zin in, ik vind het leuk om daar bezig te zijn, het is spannend maar het we vinden ons plekje wel weer! Ik had van te voren nooit verwacht dat verhuizen zoveel los zou maken, maar ach, als we samen maar gelukkig zijn, dan komen we er wel! 

    Liefs,

    Susan

    ACTIE: IK STUUR GEEN KERSTKAART, ik gun een kind zijn ouders dichtbij!

    Jaarlijks geven we veel geld uit aan kerstkaarten, die in januari vaak bij het oud papier eindigen. Ondertussen zijn er talloze zieke kinderen die hun ouders dichtbij zich nodig hebben om te vechten tegen hun ziekte en te herstellen.

    Als je dit leest, roep ik jou dan ook op om dit jaar dat geld dat je normaliter aan kerstkaarten en postzegels spendeert te doneren aan het Kinderfonds van de Ronald McDonald huizen, zodat meer ouders van zieke kinderen bij hun kind in de buurt zijn.

    Doneer het bedrag van je kerstkaarten, deel deze blog op je social media onder de hashtag #geenkerstkaart en stimuleer zo anderen om dit initiatief over te nemen!

    Het Kinderfonds krijgt geen subsidie en is dus afhankelijk van donoren! Je kunt maandelijks donateur worden, maar eenmalig is ook mogelijk via deze link: https://www.kinderfonds.nl/hoe-kunt-u-helpen/doneren

    Bedankt en zeg het voort! ❤️

    Voor wie twijfels zijn leven laat bepalen

    Twijfelen: iedereen doet het wel eens. Zeker bij grote beslissingen. Twijfelen is een gezond mechanisme om voor- en nadelen goed af te wegen voordat je een beslissing neemt. Toch kan te veel twijfelen je ook tegenhouden in het leven leiden dat jij graag wil.

    Hoe gezond twijfel ook kan zijn, één van de grootste “killers” van vooruitgang is zonder meer overmatige twijfel. Twijfel slaat vaak toe bij het nemen van levensbeslissingen; hoe groter de beslissing, hoe harder de twijfel toe kan slaan.

    Waarom twijfelen we vaak te lang? Wat is het nut van twijfel? En vooral: hoe kom je er van af als het je afremt in het bereiken van je doelen?

    Twijfelaar
    Een geboren twijfelaar, zo heb ik mezelf wel eens genoemd vroeger. Bij het nemen van een grote beslissing (Ga ik voor die baan? Blijf ik bij mijn partner? Moet ik nu wel of niet verhuizen?) slaat bij veel mensen de twijfel toe: logisch, want het is ook niet zomaar een beslissing die je moet nemen.

    Een verhuizing, een andere baan, een relatie verbreken: het zijn allemaal beslissingen die vergrijpende gevolgen kunnen hebben in je verdere leven. Dat is niet per se negatief, maar het kán het wel zijn; Want wat nou als die nieuwe baan toch niet zo leuk is als het lijkt? Wat als je spijt krijgt van je verhuizing? Wat als je je partner toch gaat missen en niet meer terug kunt?

    Twijfel slaat de meeste dromen en plannen dood, omdat het gepaard gaat met angst. Angst om de verkeerde beslissing te nemen (“Wat als ik hier verkeerd aan doe?”) kan je verlammen, waardoor je onnodig lang in de twijfel modus blijft. Onzekerheid kan ook een grote rol spelen: het vergt nogal wat zelfvertrouwen om te zeggen: en vanaf nu gaat het anders.

    Waar twijfel het hardst toeslaat
    Twijfel slaat vaak het hardst toe in situaties waarin weinig urgentie bestaat. Wat ik daarmee bedoel, kan ik het best toelichten aan de hand van een voorbeeld. Stel, je hebt een baan waar je wel tevreden mee bent, maar waar je niet veel uitdaging uit haalt. Het werk is niet verschrikkelijk, maar ook niet heel leuk. Je haalt er weinig vreugde uit, maar je doet het wel goed en krijgt goede beoordelingen. Daarnaast heb je een vast contract en geen hele vervelende collega’s. Met andere woorden: er is weinig uitdaging, maar ook geen echte urgentie om weg te gaan. Dat je wellicht hele andere doelen voor je loopbaan had – en door tien of twintig jaar in deze baan te blijven hangen die doelen niet bereikt – is achteraf bezien natuurlijk zonde. Toch blijven veel mensen vaak lang hangen op een plek waar ze niet tot hun recht komen.

    Waarom?
    Niet altijd leuk om te horen, maar wel waar: Mensen zijn gewoontedieren. We voelen ons graag veilig en geborgen. Onze comfort zone is ons vaak meer waard dan ons geluk, hoe gek het ook klinkt. We houden van nature nu eenmaal doorgaans niet erg van verandering. Verandering vinden we maar eng.

    Zeker als we een vast contract hebben weten te bemachtigen in deze onzekere tijden, geven we dat niet zomaar op. Een vaste relatie ook niet. De gemoedsrust die komt kijken bij het kunnen betalen van de hypotheek of huur wint het dan van het knagende gevoel dat er meer moet bestaan dan deze sleur van werk dat eigenlijk beneden je niveau ligt.

    Als er dan een nieuwe baan langskomt, waarbij je met een tijdelijk contract in een geheel nieuw bedrijf moet beginnen waar je nog niemand kent, slaat de twijfel toe. Zo erg heb ik het nu toch niet? Ik heb nu wel vastigheid en ik weet waar ik aan toe ben. Dit soort gedachten zorgen er vaak voor dat je dan toch maar bedankt voor die uitdagender job.

    Hetzelfde geldt voor relaties. Als een relatie je al lang niet meer gelukkig maakt, zou je eigenlijk er mee moeten stoppen. Toch blijven veel mensen langer in een uitgebluste relatie zitten dan nodig, uit angst. Angst voor het onbekende, angst om alleen verder te moeten gaan, angst om al het vertrouwde op te moeten geven. Dus worden de dagen weken, de weken maanden, en worden ze op hun zestigste wakker met het besef dat ze jaren lang in een ongelukkige relatie hebben gezeten. De comfort zone kan wat dat betreft een vals soort gevoel van veiligheid geven: achteraf is er dan vaak alleen maar ruimte voor spijt.

    Urgentie maakt twijfelen moeilijker

    Wat nu als je opeens zonder werk komt te zitten? Dan valt je vangnet weg en je comfort zone verdwijnt zonder dat je daar zelf iets aan kon doen: zou je dan wel solliciteren op die baan die uitdaging biedt? Waarschijnlijk wel. Zou je het droomhuis wel kopen als je plotseling te horen kreeg dat je eigen woning gesloopt gaat worden? Vast wel. Het wegvallen van die comfort zone dwingt je er toe beslissingen te nemen: wat dat betreft is het soms gemakkelijker om beslissingen te nemen vanuit het principe “Ik heb nu toch niets te verliezen.” Urgentie dwingt: en soms is dat niet eens verkeerd.

    Eeuwige twijfel

    Voor de eeuwige twijfelaar is het goed om je af te vragen wat je bereikt met het ellenlange twijfelen. Geef je jezelf zo een excuus om comfortabel te mogen blijven leven zonder risico’s te nemen? Geef je jezelf hier mee een mooie reden om je angsten niet onder ogen te hoeven komen? Houd je je eigen onzekerheid hiermee in stand?

    Iets nieuws proberen, een nieuw avontuur aangaan, betekent vaak dat je een risico moet nemen. Het is een sprong in het diepe waar niet iedereen zich aan waagt. En ja, het kan misgaan, maar het kan ook ontzettend goed gaan. Vraag jezelf eens af: waar heb je straks meer spijt van; als je het nooit hebt gedurfd of als je dat wel hebt gedaan en het niet is gelukt? Wat is het ergste dat er kan gebeuren? En kun je daarmee leven?

    Het leven gaat snel voorbij. De sleur van alledag zorgt er voor dat dagen overgaan in weken, maanden, jaren. Wil je terugkijken op een leven vol twijfels, waarin je jezelf mooie kansen hebt ontnomen? Of wil je terugkijken en denken: ach, ik heb risico’s genomen, but I did it my way!

    Ik weet waarvoor ik kies. Jij ook?

    “Ach, elk kind heeft wel wat!”

    Als moeder van een kind met een diagnose zoals autisme krijg je vaak nogal wat voor de kiezen, qua onwetendheid van mensen.

    “Ach, elk kind heeft tegenwoordig wel iets!”

    “Tegenwoordig delen ze etiketjes uit, niemand is meer normaal!”

    “Mensen moeten hun kinderen gewoon weer gaan ópvoeden!”

    Deze – en talloze andere – tenenkrommende opmerkingen krijgen we te horen van mensen die werkelijk geen flauw idee hebben van wat onze kinderen – en wij – meemaken in het dagelijks leven.

    Ze hebben geen flauw idee. Geen idee van hoe veel energie wij moeten steken in voor anderen heel normale zaken, die vaak al snel vanzelf goed gaan bij kinderen zonder diagnose.

    Hoe veel avonden oefenen – met bijbehorend verdriet en boosheid – omdat veters strikken / huiswerk maken / leren voor een toets niet lukt. Hoe veel tijd we kwijt zijn aan het vinden van kleding die niet prikt, geen naadjes of etiketten op de verkeerde plek heeft omdat het kind daardoor niets anders meer voelt dan alleen dat.

    Hoe vaak we bezig zijn met het uitleggen van doodnormale sociale situaties die voor onze kinderen nu eenmaal moeilijker in te schatten zijn. Hoe vaak we een uur langer dan het gemiddelde tien minuten gesprek zitten te praten met leraren, logopedisten, ergotherapeuten en andere professionals.

    Hoe we in de loop der tijd zelf autisme expert worden omdat we er alles voor over hebben om ook onze kinderen goed voor te bereiden op de buitenwereld met al haar ongeschreven regels en grijze gebieden.

    Lees verder onder de afbeelding

    Hoe we constant bewust bezig moeten zijn met structuur aanbrengen, een ritme, vaste rituelen. Hoe we moeten anticiperen op onverwachte situaties en hoe we ons kind daarop kunnen voorbereiden. Hoe vaak we onze kinderen moeten helpen in de interactie met andere kinderen, omdat zij hen niet begrijpen – of andersom.

    Hoe we bij elke maaltijd die we bereiden, bij elk uitje dat we plannen, elke dag en ieder uur rekening houden met de mogelijkheden en beperkingen van onze kinderen.

    En dan zwijg ik nog over hoe lang we aan onszelf getwijfeld hebben, hoe veel bloed, zweet en tranen het kostte op weg naar de diagnose, hoe kritisch we op onszelf zijn en hoe moeilijk we het soms zelf hebben met altijd de rust en kalmte bewaren.

    Nee, niet elk kind krijgt een diagnose. Nee, het ligt niet aan de opvoeding. Sterker nog: de opvoeders die ik ken met kinderen met een diagnose zijn stuk voor stuk bikkels die vechten voor hun kinderen.

    Dus de volgende keer dat je iemand hoort zeggen dat elk kind wel wat heeft: laat diegene even dit blog lezen of ga er in elk geval niet in mee, want het is onterecht en beledigend voor talloze ouders.

    Bestaat dé ware liefde?

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema

    Bestaat er zoiets als ware liefde?

    Als je mij tien jaar geleden had gevraagd of ik in de ware liefde geloofde, had ik ja gezegd, net als nu, maar daarbij had ik toen een compleet ander beeld.

    Ooit dacht ik bij de ware liefde aan een totaal plaatje, het perfecte plaatje, en wanneer ik alles van mijn lijstje kon afvinken, dan was ‘het’ de ware. Dat wat je ziet in films.

    Wanneer ik nu denk aan de ware liefde, dan denk ik er achteraan: is er ook zoiets als onware liefde dan?

    Ik denk niet alleen meer aan een liefdesrelatie maar aan pure liefde op zichzelf. Ik geloof niet in ware liefde, want elke manier van liefde is waar. Onware liefde bestaat niet. Gewoon ‘liefde’ is genoeg.  Ja ik geloof in liefde, absoluut. Ik hou van ongelooflijk veel mensen. En van ieder op een ander niveau, een andere  frequentie. Niet meer, of minder, maar anders. 

    Mijn kind is mijn allergrootste liefde. Zijn verdriet is mijn verdriet, zijn geluk geeft mij tranen van blijdschap. Zijn emoties zijn zo met die van mij verbonden, hij is een deel van mij. Wat hij ook zal kiezen, doen of zeggen, die liefde zal nooit stoppen en nooit veranderen. Onvoorwaardelijk een deel van mij. Deze manier van houden van zal ook altijd boven alles en iedereen uitsteken. Hij zal altijd mijn nummer één zijn. (samen met eventuele toekomstige kinderen natuurlijk) 

    Dan natuurlijk mijn man, waar ik ‘ja’ tegen zei, tegen een leven samen, dag in, dag uit voor de rest van ons leven. Dat doe je niet zomaar. Hij is degene waar ik naast wakker word iedere dag en waar ik naast in slaap val. Waar ik mijn dromen mee deel. Waar ik mijn allereerste hysterische nieuw bedachte ideeën mee bespreek. Degene waar ik mij op af kan reageren als dingen niet gaan zoals ik zou willen. Iemand met wie ik 24/7 samen kan zijn, zonder elkaar de hersens in te slaan. Voor iemand zoals ik, iemand die heel graag alleen is, zonder teveel prikkels en gedoe, is het best een wonder dat ik 24/7 samen kan zijn met twee levende wezens in één huis. We voelen elkaar aan én we vullen elkaar aan waar nodig.  

    Ik weet zeker dat onze relatie zo goed werkt doordat we elkaar vrij laten. Twee compleet verschillende mensen, maar toch zo hetzelfde. Mijn man heeft zijn hobby’s waar ik niet aan moet denken om ze uit te voeren, ik heb mijn interesses waar mijn man niks mee heeft, maar toch tonen we interesse in elkaars dingen en laten we elkaar vrij hierin. Hij wordt enthousiast wanneer ik enthousiast ben en ik word blij wanneer hij iets doet waar hij blij van wordt. En daarnaast hebben we onze gezamenlijke dingen. We vinden het heerlijk om te wandelen, we hebben beide een verslaving aan notitieboekjes kopen, zijn allebei creatief maar op een ander vlak, kijken samen series en films, en oh wee als je verder kijkt zonder mij. 

    En natuurlijk hebben wij samen een zoon. Één grote peuter vol met liefde, van ons samen, dat verbindt je uiteraard op een hele speciale manier aan iemand. 

    Daarnaast houd ik van mijn vriendinnen, hoe ze allemaal hun eigen karakters hebben, hoe ze allemaal van elkaar verschillen. Met de één ga ik shoppen, met de ander deel ik mijn spirituele  levensstijl. Met de één deel ik mijn hele levensgeschiedenis omdat we elkaar al 20 jaar kennen, en met de ander kan ik een heel gesprek voeren alleen door elkaar GIFS te sturen en ja we snappen elkaar ook nog. Met de één praat ik over relaties, seks en alle persoonlijke onderwerpen, van de ander heb ik wijn leren drinken.  Zo zijn ze allemaal zo anders, en zo mooi verschillend. Ook vriendschap is een vorm van liefde, een manier van houden van, niks meer of minder ‘waar’  dan een relatie. Alle liefde is waar.

    We delen onze ervaringen en levens met elkaar, niet vanuit het zelfde huis zoals ik met mijn man doe, maar zeker gevoelsmatig dichtbij. 

    Waar het op neer komt is dat er in mijn wereld geen ‘onware’ liefde mogelijk is. Ik voel liefde voor iedereen in mijn leven. En ál die liefdes zijn waar.  Dus ja, ware liefde bestaat, op verschillende vlakken, op verschillende manieren en niveaus.

    Niet één ware, zoals in de films of zoals ik ooit dacht, 10 jaar geleden. Mijn liefde is voor iedereen, ongeacht geslacht, ongeacht leeftijd, huidskleur of wat voor verschil. Liefde kent geen grens, liefde kent geen eisen of vormen, liefde is gewoon liefde.  En zeker niet ‘onwaar’.


    ‘Ware liefde’

    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan denk ik meteen aan alles en iedereen.
    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan kijk ik gelukkig om mij heen.

    Ik zie de mensen en de dieren,
    de liefde voor natuur.
    Ik zie het leven liefde vieren,
    iedere seconde, ieder uur.

    Overal is liefde, nooit is dit ‘onwaar’,
    doe je ogen dicht, en voel het maar.
    Overal is liefde, iedere vorm is ‘waar’,
    ik voel het zelfs, wanneer ik naar de sterren staar.

    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan denk ik aan alles en iedereen,
    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan ben ik nooit alleen.

    Liefs,

    Susan

    Borstvoeding: een eigen keuze

    Er wordt zo veel over gesproken en geschreven: borstvoeding. De een is van mening dat je een slechte moeder bent als je je kind borstvoeding ontzegt, de ander moet er niet aan denken en begint meteen met flesvoeding.

    Niets is zo persoonlijk als deze beslissing die iedere vrouw voor of na haar bevalling moet nemen: ga ik wel of geen borstvoeding geven?

    En zelfs al wil een vrouw haar baby graag borstvoeding geven, dan nog is dit geen garantie dat ook lukt. Soms komt de melkproductie simpelweg niet op gang.

    Persoonlijk vind ik dat iedere vrouw voor zichzelf moet kunnen beslissen wat zij doet.

    Als zij borstvoeding wil geven moet dit mogelijk zijn of gemaakt worden, als zij dit niet wil, hoeft het niet.

    De eerste weken na de geboorte van je kind ben je sowieso fysiek al kwetsbaar, zijn er vaak gebroken nachten en kraamtranen: daar hoeft niet ook nog eens de druk bij van het borstvoeding moeten geven.

    Waar ik niet zo goed tegen kan, is de sociale druk die moeders opgelegd wordt. Dit begint vaak al in het ziekenhuis. Als je om een fopspeen vraagt wordt dit afgeraden vanwege tepelspeenverwarring, of zoiets. Ik kan het me niet meer precies herinneren, omdat mijn kind er non-stop heel hard doorheen huilde, omdat de borstvoeding niet op gang kwam en ze dus honger had.

    Toen ik vroeg om bijvoeding via fles, werd dat ook ten zeerste afgeraden. Daar lig je dan: oververmoeid, met een hongerige en schreeuwende baby, aan te horen dat borstvoeding – die niet op gang komt – toch echt het allerbeste is voor je kind. Eh, bedankt, en nu hier met die fles….

    Elke vrouw moet naar mijn mening kunnen beschikken over alle informatie om de voors en tegens tegen elkaar af te wegen. Maar elke vrouw moet ook vrij zijn in haar keuze om over te stappen op flesvoeding, wat haar reden hiervoor dan ook is.

    Wel of niet: je kind laten vaccineren

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema.

    Lang heb ik nagedacht over het onderwerp vaccineren en het feit dat ik hierover wilde schrijven. Hoe schrijf je een blog over zo’n beladen onderwerp, zonder je eigen mening te geven? Ik wil een poging wagen. Het sluit namelijk ook aan op mijn eersteblog, de angst voor een tweede kind.

    De laatste tijd wordt er gesproken over het verplichten van vaccinaties in Nederland.

    Het volledig verplichten van de vaccinaties schijnt nog niet te kunnen, maar er wordt gesproken over een verplichting wanneer je je kind naar de opvang wilt brengen. Dat de kinderopvang jouw kind mag weigeren wanneer deze niet voldoet aan de vaccinatie eis.

    Dat zou dus betekenen, dat een ieder die ervoor kiest geen vaccinaties te laten zetten, niet meer terecht kan bij alle kinderopvangen. Wat daarvan eventueel een gevolg kan zijn, is dat er meer gastouders komen waarbij alle kinderen welkom zijn, gevaccineerd of niet gevaccineerd. Er zouden dan twee groepen komen en wat ik lees in de reacties  op andere blogs, staan deze groepen vaak lijnrecht tegenover elkaar. Hard tegen hard. 

    Lees verder onder de afbeelding


    Al jaren geleden ben ik mij gaan verdiepen in vaccinaties, het effect hiervan en eventuele gevaren.  Niet alleen van het vaccineren zelf, maar ook van de andere kant, wat als je niet vaccineert? Wat zijn de cijfers, de feiten en ervaringen van beide kanten? En wat als ik een kind zou krijgen, wat zou ik dan doen? Inmiddels zijn we hier uit. Tijdens mijn onderzoek kwam ik erachterdat er eigenlijk drie groepen zijn, gelinkt aan dit onderwerp. 

    • Ouders die wel vaccineren
    • Ouders die niet vaccineren
    • Ouders die ontzettend twijfelen/
    • Ouders die een aangepast programma volgen

    Er zijn ouders die vaccineren zonder ooit onderzoek gedaan te hebben naar de effecten of gevaren hiervan, zij hebben hier geen enkele twijfel over en vertrouwen op de artsen. Er zijn ouders die vaccineren, juist omdat ze zoveel onderzoek gedaan hebben naar de effecten en gevaren van beide kanten, omdat ze bang zijn dat zonder deze vaccinaties, hun kind ernstig ziek kan worden. 
    Daarnaast zijn er ouders, die wel vaccineren maar dit doen doormiddel van een aangepast programma. Zij zoeken per vaccinatie uit of zij deze wel of niet willen geven en geven dus een gedeelte van het vaccinatieprogramma.

    Daarnaast zijn er ouders die na veel onderzoek besluiten om niet te vaccineren. De gevaren van het vaccineren wegen voor hen zwaarder, dan de gevaren van één van de ziektes waarvoor ingeënt wordt. Zij besluiten om het volledige programma te weigeren, gaan wel of niet naar het consultatiebureau voor de overige controles maar vaccineren dus niet. 
    Uiteraard zijn er ook ouders die vanwege geloofsovertuigingen en gezondsheidsredenen (allergie) niet vaccineren.

    Als laatste zijn er de twijfelaars, ouders die niet weten wat ze moeten doen. Aan de ene kant kan je kindje onwijs ziek worden van de vaccinatie en hier schade aan overhouden, aan de andere kant kan je kindje, wanneer je niet ent, één van de ziektes oplopen en hier schade aan overhouden. Vaak zijn deze ouders bang voor de mening van de mensen om hen heen, bang voor een oordeel wanneer ze niet zouden vaccineren, maar ook bang voor een oordeel wanneer ze besluiten wel te vaccineren.
    Het is kiezen tussen twee kwaden, voor hun gevoel.



    In mijn omgeving ken ik mensen van beide kanten.

    Er zijn veel mensen in mijn omgeving overtuigd van het nut van vaccinaties en hierover valt niet te discussieren. Ook zijn er veel mensen in mijn omgeving die ervoor kiezen om niet te vaccineren en zij zijn ook heilig overtuigd van hun standpunt. In mijn geval lastig om uit te komen voor wat wij kiezen want van beide kanten komt hoe dan ook een oordeel.

    Ondanks dat wij als ouders een bewuste keuze maken op dit vlak, begrijp ik de angst van een grote groep mensen.
    Na alle boeken, artikelen, gesprekken en documentaires over het vaccineren vind ik het nog steeds onwijs moeilijk om 100% achter onze keuze te staan. En heel soms twijfel ik ook nog of we wel de juiste keuze maken. Ik snap daarom echt onwijs goed dat het lastig is te kiezen en vooral wanneer je weet dat wat je ook kiest, er altijd mensen zullen zijn die een oordeel klaar hebben. Angst voor de vaccinaties, angst voor wanneer je niet vaccineert, angst voor de aanwezigheid van kinderen die geen vaccinaties krijgen, angst voor het oordeel van een ander. Angt overheerst bij dit onderwerp, en uit angst zeggen en doen mensen soms gemene dingen.

    Over de mensen die niet vaccineren hoor ik zelfs opmerkingen als ‘geef ze maar een markering op hun kleding, dan herkennen we de kinderen waarmee onze kinderen niet mogen spelen.’ Over de mensen die wel vaccineren lees ik dingen als ‘zij maken hun kinderen bewust ziek en jagen ze de dood in.’ En over beide kanten lees ik meerdere malen per week het volgende ‘zij zouden geen kinderen mogen krijgen en wat een slechte ouders!’

    Wat ik heel graag mee wil geven in mijn blog is: probeer open te staan voor de keuzes van een ander.
    Probeer vanuit hun oogpunt te kijken, waarom zij bepaalde keuzes maken of je het hier nou mee eens bent of niet. Ik ben er van overtuigd dat alle ouders, hoe moeilijk ook, vanuit hun hart kiezen voor het beste voor hun kinderen. Uit liefde voor hun kinderen dat kiezen, wat hen het beste lijkt. 

    En ik zou heel graag zien dat er meer liefde kwam en minder haat. Meer begrip en minder oordeel. Meer openheid en minder woede. 

    Of wij als ouders nu wel of niet vaccineren, dat doet er niet toe, het enige waar ik op hoop is dat iedere ouder die voor deze keuze staat, dat mag kiezen wat het beste voelt voor hen. Dat een ieder de vrijheid krijgt om zelf te belissen. Want nog een kind op deze wereld zetten, waarin zoveel haat leeft? Ik vind het eng. Op dit moment heb ik zelf de keuze om wel of niet te vaccineren, maar wat als ik dat straks niet meer heb? Wil ik dat die keuze voor mij gemaakt wordt? Wil ik dat mijn kind straks buitengesloten wordt omdat hij/zij vaccinaties heeft gehad of juist omdat wij ervoor gekozen hebben dit niet te doen? Nee, ik wil dat mijn kind geaccepteerd wordt, in welke situatie dan ook. En alle haat die naar boven komt wat betreft dit onderwerp, dat maakt het voor mij extra lastig om te kiezen. Niet of ik wel of niet vaccineer, maar over een tweede kind en het beperken van mijn vrijheid op dit gebied. Ik wil kunnen kiezen, ik wil kunnen twijfelen, ik wil op ieder moment kunnen besluiten het toch wel, of toch niet te doen. Moeten, dat maakt mij angstig. 

    Laten we alsjeblieft wat meer beseffen, dat iedere ouder uit liefde handelt en dat er geen goed of fout bestaat.

    Susan Schuitema

    Chrisje VIP Blogger

    Nieuwe opvoedingsmethode of oud nieuws? Slow Parenting..

    Er is een nieuwe opvoedmethode die helemaal trending is: Slow Parenting.

    Jaag jij van afspraak naar afspraak of van school naar sportclub en weer terug met je kind? En kun je door dit drukke schema niet gewoon lekker genieten van je kind? Dan is Slow Parenting misschien wel wat voor jou.

    Hier vind je een uitgebreide (Engelstalige) uitleg, maar voor de gehaaste lezer houdt de methode kort samengevat in, dat je met deze nieuwe opvoedingsaanpak meer in het moment leeft, minder met technologie bezig bent en minder met vooruit plannen.

    Je overlaadt je kinderen niet langer met activiteiten maar geeft ze de vrijheid om te genieten van wat ze (thuis) kunnen doen. Hiermee verlaag je zowel de druk op je kind als op jezelf. Mindful opvoeden dus.

    Nu wil ik niet vervelend doen, en ik juich deze methode absoluut toe, maar volgens mij deden ouders dat in de jaren tachtig al massaal.

    Als wij vroeger weekend hadden, mochten we buiten spelen, of binnen. Dat was het wel zo’n beetje. Wij gingen niet elke zondag naar een binnenspeeltuin, pretpark of bioscoop. Hooguit af en toe naar opa en oma of een familieverjaardag. En als je je verveelde, tja, dan verbeelde je je maar. “Daar word je creatief van,” zei mijn moeder dan. En dat was zo.

    Ik ben zelf overigens onbewust voor een groot deel al heel lang een slow parent, trouwens. Op zondag houd ik heel vaak “pyjamadag” met mijn dochter, die het heerlijk vindt om de eerste uren in haar pyjama en ochtendjas te zitten knutselen. Soms verveelt ze zich wel eens op pyjamadag, maar dan gaat ze vanzelf buiten kijken of haar vrienden er zijn of spelen we een potje badminton in de achtertuin.

    Dus… Ja, ik sta absoluut achter de nieuwste trend van Slow Parenting. Ik zou het zelfs iedereen aanraden. Het is alleen naar mijn mening helemaal niet nieuw.

    Gratis weekmenu 3 + Gastblog “Help, hoe kom ik de vakantie door zonder kilo’s aan te komen?” door Gastblogger Babette

    Help! Hoe voorkom ik dat ik kilo’s aan kom in de vakantie?  

    De meesten zullen het vast wel herkennen…………..VAKANTIE!! En nu gaan ALLE REMMEN LOS! Maar waarom?

    Jaren geleden gebeurde dat bij mij ook hoor. Lekker op vakantie, ontspannen, gezellig sfeertje en nergens op letten. Mezelf gewoon overeten, te veel lekkere dingen eten, zelfs zoveel dat ik gewoon last van mijn buik kreeg. Maar ja, het was allemaal zo lekker, dus ik had het er wel voor over. Maar eigenlijk voelde ik me er gewoon helemaal niet lekker bij.

    Tegenwoordig gebeurd me dat echt niet meer. Gewoon omdat ik het niet wil. Geniet ik dan niet op vakantie, zeker wel, net zoveel als toen, het grote verschil is dat ik nu geen last meer van mijn buik heb. Hoe doe ik dat dan?

    Ik zorg dat ik ook op vakantie voldoende beweging krijg. En dat doe ik door soms de hardloopschoenen aan te trekken, maar is het te warm dan doe ik het niet. Dan pak ik mijn wandelschoenen. Heerlijk een stuk wandelen en genieten van de omgeving. Je hoeft geen uren te lopen, maar loop eens een half uurtje lekker stevig door, elke dag. Wat is nu een half uurtje op een dag? Je verbrand energie en je zult merken dat je je er echt beter van gaat voelen. Je komt op mooie plekjes en geniet daardoor heerlijk van de omgeving.

    Ik zorg dat ik goed ontbijt, een goed begin van de dag; ‘s ochtends verbrandt je de meeste energie, dus zorg ook dat je die binnenkrijgt. Daarnaast is het ook zo, als je zorg dat je goed gevuld bent, heb je ook niet zo snel de neiging om te gaan snaaien.

    Ga lekker naar de markt in de omgeving. Koop daar het fruit van de omgeving en maak een lekkere fruitsalade, zet deze lekker in de koelkast, zodat je daar 2 x per dag een lekker schaaltje van kan eten. Doe er desnoods een beetje magere yoghurt of kwark doorheen en je hebt ook gelijk weer wat melkproducten binnen. Je zou zelfs als lunch een heerlijke fruitsalade met kwark kunnen eten.

    Heb je ‘s avonds met het warme weer geen zin om te koken? Een salade is zo gemaakt. Lekker allerlei soorten rauwkost door elkaar doen en doe er een blikje peulvruchten (kikkererwten, kidneybonen) door. Je kan de peulvruchten ook afwisselen met gerookte of een hard gekookt ei of een blikje tonijn of stukjes kaas. Serveer het met een stuk brood of doe er een andere dag afgekoelde volkoren pasta doorheen of kook wat krieltjes en laat deze afkoelen tot ze lauwwarm zijn. Wissel de groente ook af, waardoor het toch gevarieerd is en je elke dag toch kunt genieten van het eten. De afgelopen weken stonden in het menu ook diverse salades, misschien kun je hier ook nog inspiratie uit halen.

    Drink veel water, voeg eventueel wat fruit er aan toe of wat citroensap. Ook dat is heerlijk.

    En heb je zin in wat lekkers ongezonds, ook dat moet uiteraard kunnen en daar kom je echt niet gelijk kilo’s van aan. Als je de basis goed hebt, dan kan dit prima.

    Weet dat je ook van gezond eten echt kunt genieten en dat dit heerlijk is!

    En vooral ook: LUISTER NAAR JE LIJF! Genoeg is genoeg, meer hoeft niet. Geniet van hetgeen je wel eet.

    Heb je nog leuke tips of aanvullingen? Ik lees ze graag, reageer dan graag hieronder.

    Ik wens jullie allemaal een hele fijne vakantie! Geniet er van.

    Lieve groet

    Babette

    Je kunt me ook vinden op Facebook: www.facebook.com/FriendsofFood of op mijn website www.friendsoffood.nl

    Heb je nog ideeën voor een volgende blog? Wat wil je weten? Ook dat hoor ik graag.

    Ook deze week is er weer een weekmenu voor Chrisje, je ziet dat eigenlijk vooral de wijzigingen zitten in het avondeten. De rest van de dag is eigenlijk hetzelfde gebleven. Als je dat bevalt is het prima om dit hetzelfde te houden. Er zit genoeg variatie in de week. Wat werkt, hoef je niet te veranderen 🙂

    Naast hetgeen wat aan drinken hier genoemd wordt, zorgt Chrisje er voor dat ze voldoende drinkt (water, koffie zonder suiker en melk, thee).

    GRATIS WEEKMENU #3

    Pretpark Bobbejaanland (België): zeker een bezoek waard!

    Vandaag bezocht ik samen met mijn dochter (8) het pretpark Bobbejaanland in België.

    Voor wie de Efteling wat aan de te dure kant is (€80,- entree plus €10,- parkeerkosten, kom op, dat is toch amper te betalen?) is Bobbejaanland in België een goed alternatief. Via de dagje uit muntjes van de Jumbo betaalde ik in plaats van circa €65,- slechts €40,- voor de twee entreekaarten. De parkeerplaats (overigens goed aangegeven) kostte €8,-.

    Voorafgaand aan dit dagje uit las ik online wat reviews van andere bezoekers: ik werd er niet heel vrolijk van. Zo zou het park er onverzorgd en gedateerd uitzien en het personeel werd beschreven als onvriendelijk.

    Behalve de wandelende knuffel die alleen op de foto wil met je kind als de park fotograaf er een foto van maakt (zelf met je telefoon wordt niet op prijs gesteld), vond ik het alleszins enorm meevallen:

    • Het park zag er verzorgd uit,
    • We hebben niet lang hoeven wachten bij de entree,
    • De attracties waren prima in orde
    • … en het personeel was hartstikke aardig en behulpzaam.
    • Daarbij: Ondanks dat het best druk was, vielen de wachttijden bij de attracties ook reuze mee!

    We hebben genoten van de achtbanen, de wildwaterbanen (één buiten en één binnen: gelukkig scheen de zon en waren onze kleren snel weer droog: voor de droogcabines betaal je €2,-!), een klein strandje met hangmatten, een binnen- en buitenspeeltuin en nog veel meer.

    Daarnaast waren er voldoende plekken waar je (beschut) mocht picknicken: ideaal voor een kleiner budget en je eigen thuis gesmeerde broodjes.

    Oh, en nog een voordeel: het park is wat kleiner en overzichtelijker, waardoor alles goed te voet te doen is!

    Kortom: Bobbejaanland is zeker nog aan te raden voor een leuk dagje uit!

    Voor meer informatie over dit pretpark ga je naar : https://www.bobbejaanland.be

    Voor meer info over de dagje uit actie van de jumbo, klik je hier!

    Gastblog Ellen deel 2: de Vrouwelijke Pubervariant

    De vrouwelijke variant wordt nooit vervelend, dwars of puberaal. Dat zijn haar eigen woorden. Ik heb ze direct vastgelegd, schriftelijk, ondertekend en in drievoud.

    Het is wel waar, ze is heel gemakkelijk in de omgang. Ze snapt dat het leven een stuk prettiger is wanneer ze meewerkt. Ze gaat mee boodschappen doen, dekt zonder commentaar de tafel, en eet wat de pot schaft.

    Daar zit dus een klein probleem. De mannelijke puber leeft voornamelijk van de P’s. Patat, Pizza, Pasta, Pannenkoek, en, toegegeven, Paksoistamppot. Maar de vrouwelijke variant. Zij lust dat dus allemaal niet. Ook geen appelmoes, mayonaise, alles wat nagenoeg alle kinderen lusten, dat hoeft ze niet. Zij zat als tweejarig hummeltje naar mijn asperges te kijken en vroeg: “Mama, wat zijn dat voor een stengels?” Weg asperges. Inclusief biefstuk, aardappeltjes, ham en ei.

    Het is dus nooit goed, qua eten. Maar dat ligt niet aan de vrouwelijke puber.

    Ze is ook inderdaad nooit heel erg vervelend. Soms dan, als je haar wakker maakt vóór 12 uur ‘s middags. Ze heeft een masterclass uitslapen gedaan. Misschien maakt dat het zo makkelijk, ze is er gewoon niet, want ze ligt tot minstens 12 uur in bed.

    Ze kan ook heel goed haar broer opvoeden. Dat leidt tot discussies. Ik vraag me dan af waarom ze niet allebei perfect zijn, aangezien ze het beiden heel goed blijken te weten. Maar zelfreflectie is nog een brug te ver. Logisch ook, het zijn pas pubers. Ze beginnen wel steeds meer op echte mensen te lijken, dat wel.

    Min dochter stapte vorig jaar al met een vriendin in de trein om te gaan shoppen in Venlo. Of in Maastricht. Of in Den Bosch. En natuurlijk vind ik dat stoer, maar kom op zeg. Ze is nu pas 13. Ik wil haar vervoeren in een kinderzitje achter op mijn fiets, niet zelfstandig in de trein. Ze krijgen beiden kleedgeld. Dus dan komt ze thuis, met lamme armen van alle tassen, die ze ook allemaal meesleept in de trein. Ze heeft haar eerste piercing. Dat mag vanaf 12. Ze ontdekte dat toen ze nog 11 was. Met 12 jaar en twee dagen zaten we in de tattoo shop, om een gat in haar oorschelp te laten schieten. Wanneer je mij nu een onverantwoordelijke moeder vindt, dat mogen ze vanaf 12 jaar zelf regelen, zonder toestemming van ouders. Het leek me dus verstandig met haar mee te gaan en een gedegen shop uit te zoeken, om te voorkomen dat ze zelf een breinaald in haar oor zou steken.

    De vrouwelijke puber gaat wel een weekje naar lenteschool, in de meivakantie. Om wat vakken bij te spijkeren. Ze heeft namelijk nooit huiswerk. Ook nooit proefwerken. Zelfs niet in de proefwerkweek. Nooit hoeft ze iets te doen. Ze weet alles al. Ze wilt medicijnen gaan studeren, en ik zie al heel veel geld verdwijnen in een studentendispuut. Want het is een feestbeest. Ze mist geen enkel uitje, geen enkel feestje, ze is overal bij, en wanneer ze er niet bij kan zijn, dan zorgt ze wel dat het verzet wordt. Het lijkt wel een voorbeeldige puber, maar ik houd mijn hart vast voor de toekomst.

    Kortom, pubers. En kleinkinderen. Niet vermoorden dus, die pubers, denk eraan. Dat is momenteel mijn mantra.

    Ellen Boonstra

    Wil jij ook als Gastblogger jouw blog delen met 30.000 volgers? Stuur dan je leukste blog via e-mail naar de redactie!

    Een kinderverjaardag organiseren met ADHD – door gastblogger Karina

    Chrisje´s Gastblogger, Karina Dorresteijn, is ADHD-moeder. Zij schrijft graag over haar avonturen. Haar eerste gastblog voor Chrisje gaat over het organiseren van een kinderfeest met ADHD – en alles wat
    daarbij komt kijken.

    Lang zal ze leven… en iets met slingers en een partytent
    Verjaardagen en ik: twee dingen die niet matchen. Of dit specifiek ADHD-gerelateerd is weet ik niet, maar het zal er in ieder geval niet aan bijdragen om een relaxte fuif te organiseren. Mijn eigen verjaardag sla ik dan ook al jaren over. Maar voor de kinderen kan ik dat niet maken, dus ben ik minimaal drie keer per jaar overgeleverd aan die killing stressdagen van hapjes, drankjes, taarten, kadootjes, het slepen met stoelen en statafels, binnen of toch buiten en last but not least..de soms uiterst ingewikkelde relaties tussen bepaalde familieleden en vrienden.

    pexels-photo-796605Stuiterend op en neer naar de supermarkt
    Het familiediner van Bert van Leeuwen is er niks bij. Mijn wederhelft zegt dan altijd doodleuk: joh, daar hoef jij je toch niet druk om te maken? Eh, niet druk maken? Dat zeg je tegen mij?? Ik stuiter al dagen van te voren met welke culinaire hoogstandjes ik dit jaar de familie ga verblijden, ik heb ooit een avond een taartenworkshop gevolgd dus hé die taart voor veertig man kan ik best zelf bakken en decoreren. Vijf keer rijden om alles te halen bij de supermarkt, die lollige caissière die bij de vijfde keer weer dezelfde grap maakt (of ik soms een hongerwinter verwacht..) Ik voel dan een ontzettend *HJB tje aankomen, maar slik de lelijke woorden die opborrelen in en kan nog net op tijd redelijk neutraal de tent verlaten.

    Bloedvaart voor de partytenten
    pexels-photo-296878Een avond van te voren zie ik per ongeluk een weerbericht langskomen en dat stemt mij verre van vrolijk. Ik geef wederhelft de opdracht om met een bloedvaart naar mijn ouders te rijden om de partytenten op te halen. Ze wonen hier zo’n honderd kilometer vandaan, dus dat is al gauw een avondvullend programma. Gelukkig kent hij deze buien van mij en hij weet niet hoe snel hij achter het stuur moet kruipen om dat ding op te halen. Twee van de drie kinderen zijn hoogzomer jarig, dus in gedachten zie ik dan altijd een zonnig tuinfeest voor me. Maar als de grote dag dan is aangebroken, regent het vaak pijpenstelen en spoelt mijn laatste beetje goede humeur met de regenbuien mee de put in. Donderwolken pakken zich samen boven mijn hoofd en huis, ik wil voor mijn jarige kind een vrolijke zonnige dag met bijbehorende blije olijke moeder uit de Bona-boter reclames die de boel op rolletjes laat lopen. Ik wil de opgeruimde moeder zijn die dartelend met koffie en bitterballen langs de visite gaat. Zonder vlekken op haar nieuwe jurk, de hond in de slagroomtaart of smoezelige glazen omdat de vaatwasser of ikzelf die toch waren vergeten te wassen.

    Vergeten hapjes
    Wat ook zo leuk is: als je aan het eind van de feestdag je koelkast opentrekt en er nog hapjes voor een heel weeshuis staan te wachten. Oeps, vergeten. Sorry kinderen, jullie hebben geen olijke Bona boter-moeder getroffen. Hoe lief ik ze ook vind en hoe ik ook mijn stinkende best doe, ik heb op de dag des onheils altijd heel erg de behoefte om de eerste de beste trein naar Fucking Nowhere te nemen. Als iemand mij die ochtend een enkele reis Siberië zou aanbieden zou ik meteen gaan, terwijl ik kou haat en ook nog eens heimwee heb.

    Waarom voelt het of dat mijn leven er van afhangt als een verjaardagspartijtje niet perfect verloopt? En heeft mijn kind een minder leuke dag als de tent weg waait of de statafels niet helemaal in VT Wonen stijl zijn versierd? Nooit tevreden met 80% maar altijd 200% van mijzelf eisen, dat is wel een typische ADHD-eigenschap.

    pexels-photo-587741

    Georganiseerd plan….
    Mijn psychologe gaf mij ooit de tip om een overzichtelijk plan te maken en alles af te vinken om rust te creëren in mijn chaotische warhoofd. Op zich geen verkeerd idee, dus bij de eerstvolgende verjaardag maar in de praktijk gebracht…. Maar… waar heb ik dat verrekte ding gelaten? Hele dag dat plan aan het zoeken geweest .. Zucht, schat haal jij toch maar even snel die partytenten op, Piet Paulusma voorspelt regen morgen.

    (*betekenis van HJB tje: een iets vriendelijkere afkorting voor; hou je bek)

    Meer van Karina lezen? -> Kaatsbarn.wordpress.com/

    karina dorresteijn profielfoto

    Hoe goed kun jij tegen kritiek?

    Kritiek: we geven het graag, maar kritiek krijgen, dat is vaak een heel ander verhaal.

    Overal waar je komt kun je kritiek krijgen: thuis, van je partner, op je werk, of zelfs van vreemden in het openbaar. Kritiek krijgen kan een vervelend gevoel oproepen: met name als deze niet zo prettig gebracht wordt.

    Jezelf ontwikkelen

    Toch is het goed leren ontvangen van kritiek een manier om jezelf positief te ontwikkelen. Niet alle kritiek is terecht; het is dan ook goed om kritisch (haha) te bepalen van wie je kritiek wil ontvangen.

    Herhaalde kritiek

    Als je bepaalde kritiek meerdere keren te horen krijgt, bijvoorbeeld dat je slecht luistert, dan is dit vaak een teken dat je daar bijvoorbeeld toch beter wel naar kunt luisteren.

    Dat doe ik helemaal niet!

    Veel mensen zijn geneigd bij het ontvangen van kritiek meteen in de verdediging te gaan. Dit is een menselijke, maar emotionele reactie op het gevoel dat je aangevallen wordt. Het is goed om je op zo’n momenten af te vragen:

    1. Word ik echt aangevallen?
    2. Zit er een kern van waarheid in de kritiek die ik krijg?
    3. Reageer ik nu op een redelijke manier of vanuit emoties?

    Koop tijd

    Weet je niet goed wat je aan moet met de ontvangen kritiek? Dat is helemaal niet erg. Bedank je gesprekspartner voor zijn eerlijkheid en geef aan dat je even wilt nadenken over wat je te horen hebt gekregen. Zo voorkom je dat je vanuit een emotie over-reageert en kun je er op een rustig moment even over nadenken.

    Je hoeft niet altijd direct te reageren.

    Oneens?

    Zo veel mensen, zo veel meningen. Ben je het – ook na een moment van reflectie – oneens met de ontvangen kritiek? Je kunt er dan voor kiezen om de ontvangen kritiek naast je neer te leggen, of om de kritiek gever aan te spreken om desgewenst te onderbouwen waarom jij het oneens bent. Vraag je hierbij wel af, of je eerlijk en neutraal naar jezelf gekeken hebt: dit is namelijk heel moeilijk voor mensen; hun eigen gedrag objectief beoordelen. Vraag als je daar behoefte aan hebt de verzender om nadere toelichting. Misschien berust de kritiek wel op een misverstand, dat je gemakkelijk uit de weg kunt helpen.

    Onterechte kritiek

    Soms is kritiek echt onterecht. Sommige mensen zijn geneigd veel kritiek te gaan uiten op mensen met eigenschappen die hun jaloezie opwekken, of die gedrag vertonen dat ze zelf benijden. Als je merkt dat iemand vooral kritiek geeft om het kritiek geven, kun je wederom de kritiek naast je neerleggen, of zelf kritisch doorvragen bij de verzender wat nu precies het probleem is. Hoe ga jij om met kritiek? Geef je zelf veel kritiek aan anderen? Reageer jij verdedigend vanuit emotie op ontvangen kritiek? Laat het weten in een reactie!

    Ik werd gepest: Geef meer positieve aandacht aan pestende kinderen!

    pestenIk werd als kind gepest. Jaren lang. Op de basisschool.

    Wat dit met me deed als kind, is moeilijk te beschrijven: het is ook lastig uit te leggen aan iemand die nooit gepest werd. Structureel gepest worden zorgt er voor dat je je als kind (of volwassene) nooit helemaal veilig voelt in je omgeving, waar je vijf dagen per week verblijft.

    Alsof je verplicht wordt vijf dagen per week de hele dag een dreiging te voelen. Wanneer begint het weer? Ben ik wel veilig in de pauze? Wat gaan ze nu weer doen? Je voelt je ongemakkelijk, ongewild, intens ongelukkig en in het beste geval niet welkom in je omgeving. Pesten maakt heel wat kapot, en als het tijdens je jeugd gebeurt vormt het je, want het overkomt je immers terwijl je zelf letterlijk nog in ontwikkeling bent.

    Een op de tien kinderen in Nederland wordt gepest. Scholen zijn wettelijk verplicht om pesten tegen te gaan. Toch gebeurt het nog steeds, en beperkt het zich lang niet alleen tot het schoolplein: met de komst van de mobiele telefoon heeft het pesten zich verplaatst naar de cyber-omgeving, wat het nog moeilijker maakt om deze vorm van geweld (want dat is pesten) te herkennen en aan te pakken.

    Ik kan me herinneren dat ik op zondag vaak de hele dag op zag tegen maandag. Het idee dat het gepest de dag er na weer zou beginnen, zorgde er voor dat ik op zag tegen maandag, uit keek naar weekenden en vakanties, en in mijn bed stiekem lag te wensen dat er een magische oplossing zou komen voor mijn probleem. Ik praatte er thuis ook niet over: ik was bang dat mijn ouders dan naar school zouden stappen en dat zou het alleen nog maar erger maken, dacht ik.

    Het beste kon ik er maar over zwijgen en het ondergaan.

    Veilige omgeving
    Toen ik naar de middelbare school ging, veranderde alles. Plotseling kwam ik in een hele andere omgeving terecht. Die kinderen wisten niet dat ik gepest werd op mijn vorige school. Ik voelde me alsof ik ontsnapt was uit een gevangenis, zo blij. Hier was ik niet het gepeste kind, hier kon ik opnieuw beginnen! En dat deed ik. Mijn middelbare schooltijd was een van de mooiste periodes uit mijn leven. Ik maakte veel vrienden en vriendinnen, zat bij toneel, de redactie van de schoolkrant, zong zelfs in een band terwijl ik niet kon zingen. De middelbare school was een geweldige plek, omdat mijn zelfvertrouwen daar eindelijk kon groeien. Omdat ik me er thuis voelde, welkom én veilig.

    Dé oplossing tegen pesten bestaat niet
    Er is niet één pasklare oplossing tegen pesten. Er is geen magische sleutel die alles oplost. Kinderen (en sommige volwassenen..) hebben simpelweg nog niet het inlevingsvermogen ontwikkeld om te voelen wat ze een ander kind aandoen met hun pesten. Ze zien het als een spelletje: die ga ik pesten want die is heel lief, dus die huilt snel. Of: die ga ik pesten want dan leid ik de aandacht af van dat ik zelf onzeker ben. Heel basaal. Want het inlevingsvermogen om te voelen wat je slachtoffer voelt, dat is er simpelweg (nog) niet.

    Pesten is een symptoom
    Het is goed dat de overheid scholen wettelijk verplicht pesten aan te pakken. Ook ouders hebben hier in een taak en verantwoordelijkheid. Niemand wil dat zijn kind pest, en niemand wil dat zijn kind gepest wordt: beide situaties zijn voor ouders ook niet fijn. Oplossingen in de vorm van een goede communicatie tussen ouders en school, de leerkracht zelf die pesten signaleert en aanpakt, de overheid die er op toe ziet dat scholen hun wettelijke plicht nakomen, zijn goed en belangrijk. Maar het dekt de lading nog niet helemaal.

    Geef meer aandacht aan het pestende kind!
    Hoe tegenstrijdig het ook klinkt, aangezien ik zelf slachtoffer van pesten ben: ik wil het opnemen voor het pestende kind. Niet alleen het slachtoffer van pesten heeft aandacht nodig, het pestende kind heeft minstens net zo veel aandacht nodig. Besteed dus meer aandacht aan het pestende kind, en het pesten stopt. Dat klinkt misschien raar. Toch meen ik ieder woord er van. Pestende kinderen hebben namelijk die positieve aandacht het hardst nodig.

    Auto-ongeluk
    Als er een auto-ongeluk gebeurt, gaat er in de crisis meteen alle aandacht naar de slachtoffers. Zij moeten immers in veiligheid gebracht worden, of acuut verzorgd worden. Dit is goed. Maar geen positieve aandacht besteden aan de pester, is hetzelfde als honderd ongelukken opruimen en niet kijken naar de verkeerssituatie: je lost het probleem achter het probleem niet op, dus blijven er botsingen plaatsvinden.

     Pesten is niet meer en niet minder dan een symptoom
    Als er kinderen gepest worden, gaat dus vaak automatisch alle aandacht naar het slachtoffer. Dat is begrijpelijk, en het gepeste kind heeft die (na)zorg ook hard nodig.

    Maar ook het pestende kind heeft zorg nodig.

    Het pestende kind, daar weet men niet zo goed mee om te gaan. Ouders van het pestende kind schamen zich wellicht, of weten niet goed wat ze kunnen doen omdat het kind thuis gewoon lief is. Het ligt vaak heel gevoelig en is een pijnlijke kwestie. We stoppen het het liefst weg.

    We weten niet goed hoe te reageren, behalve boos en straffend. Terwijl juist dat het pesten alleen maar erger maakt.
    Een pester met weinig inlevingsvermogen of een laag zelfbeeld zal daarna alleen maar denken: door hem of haar (het gepeste kind) heb ik nu straf gekregen. En in het ergste geval denkt het kind: dit (straf) overkomt mij door hem of haar, dus die zal ik eens een lesje leren. En zo begint het hele probleem weer van voren af aan.

    Terwijl juist dáár de kracht ligt van het terugdringen van pesten. Een kind dat pest heeft óók een probleem. Minstens net zo groot als dat van het slachtoffer. Het enige wat het pestende kind doet, is zijn probleem proberen door te geven aan een slachtoffer. Blijkbaar weet het niet hoe het zelf zijn probleem moet oplossen, dus gaat het negatief aandacht vragen. Wat het probleem is van het pestende kind, kan variëren: Het kan thuis problemen hebben, zelf ooit gepest zijn en nu zelf pesten als tegenreactie, het kan heel onzeker zijn, zich lelijk voelen en een knap kind gaan pesten, zich dom voelen en uit jaloezie een slim kind gaan pesten, het kan wat hulp nodig hebben met het  ontwikkelen van zelfvertrouwen.

    Dus in plaats van het kind dat gepest wordt alle aandacht te geven, zeg ik als slachtoffer: verplaats een groot deel van die aandacht op een positieve manier naar de pester, en je dringt vanzelf het pesten terug. Pesten is niets meer en niets minder dan op een negatieve manier aandacht vragen.

    Als daar mee omgegaan wordt op een consequente maar liefdevolle manier, wordt het probleem van het pestende kind opgelost of beter te hanteren. Als het pestende kind zich prettiger gaat voelen, zal het het pesten niet meer nodig hebben. 

    Wie niet horen kan, moet maar voelen! De Horen, Zien en Zelf Ervaren-methode voor anders lerende kinderen

    Wie niet horen kan, moet maar voelen. Dat werd vroeger – toen dat nog normaal gevonden werd – vast ook vaak gezegd tegen anders lerende kinderen. Maar wat ik te vertellen heb, komt op een positieve manier neer op exact die woorden; alleen – geen zorgen! – wel met een tegenovergestelde betekenis.

    Mijn brief “Sorry, lief kind” werd duizenden keren gedeeld. Honderden reacties kwamen binnen; vooral van ouders, maar ook van leerkrachten en begeleiders die zich zorgen maakten. Vooral veel herkenning, maar ook veel verdriet en wanhoop. Ouders die niet meer wisten wat ze moesten doen. Leerkrachten die hun zorgen uitten. In deze blog deel ik mijn persoonlijke mening en mijn eigen methode die ik uit persoonlijke ervaringen ontwikkelde: de Horen, Zien en Zelf Ervaren methode. Ik hoop hiermee te bereiken dat meer ouders en leerkrachten gaan werken op deze manier, waardoor anders lerende kinderen makkelijker op hun unieke manier kunnen blijven leren en opgroeien, binnen hun eigen vertrouwde omgeving.  blog horen zien voelen methode

    Kijk me aan als ik tegen je praat!
    Een anders lerend kind verwerkt prikkels en informatie anders. Kinderen met bijvoorbeeld autisme en ADHD hebben moeite met concentreren. Ze worden vaak dromerig, snel afgeleid, (te) beweeglijk of storend genoemd.

    De leerkracht kan zijn of haar werk voor de hele groep bijvoorbeeld niet naar behoren doen, omdat het kind met de prikkelverwerkingsproblemen met zijn of haar drukke gedrag de aandacht van andere leerlingen afleidt.

    anderslerendkindWat gebeurt er dan in de regel? Ieder kind wil in de kern graag leren. Toch wordt het anders lerende kind helaas verkeerd begrepen en wordt het drukke of afgeleide gedrag enkel bestraft. Leerkrachten zijn mensen die ontzettend hard werken en hart hebben voor kinderen, anders waren ze dit belangrijkste beroep niet gaan uitvoeren. Maar het werken met anders lerende kinderen, zoals kinderen met bijvoorbeeld autisme of ADHD, is óók anders en soms moeilijker, want; als je iemand iets wil vertellen, heb je als leerkracht misschien graag dat het kind je ook aankijkt. Als je een groep iets wil vertellen, heb je een nog grotere klus. Dat kind dat continue afgeleid is of anderen afleidt met zijn beweeglijkheid, kan voor de leraar een pittige uitdaging worden om aan het eind van de dag zijn taak te volbrengen.

    Maar moeten we dan het kind forceren zich aan te passen aan de lesmethode, of de lesmethode aanpassen aan de kinderen?

    anderslerendkind2Scholen, leraren en ouders: we willen allemaal graag dat het kind zichzelf kan zijn. Toch kunnen veel anders lerende kinderen dit nog niet (genoeg) zijn, simpelweg omdat het onderwijs methode of de opvoedmethode nog niet voldoende is ingericht op hun manier van leren. Dus stroomden de laatste jaren ontelbare kinderen door naar het speciaal basisonderwijs. Met speciaal basisonderwijs is absoluut niets mis, maar de vraag is wel of dit echt altijd noodzakelijk is. Natuurlijk is in het geval van ernstige gedragsproblematiek en bij kinderen met bijvoorbeeld een chronische ziekte speciaal onderwijs noodzakelijk. Toch blijft dan de vraag over: zou het gros van de anders lerende kinderen niet veel vaker in het regulier onderwijs kunnen blijven, als we de boodschap simpelweg beter geschikt maken voor anders lerende kinderen?

    anderslerendkind8Beelddenkers en bewegers
    Veel anders lerende kinderen zijn beelddenkers. Zij denken en leren in plaatjes, beelden. Vertel het me en ik vergeet het; laat het me zien of (beter nog) ervaren, en ik onthoud het. Dus in plaats van een enkel verbale, theoretische instructie die juist daardoor gemist wordt door anders lerende kinderen, hou je als school door simpelweg visuele en praktische hulpmiddelen direct bij die theoretische boodschap in te sluiten ook je anders lerende kinderen bij de les.

    Anders lerende kinderen leren niet door te luisteren, zij leren door te zien of te doen. Geef die kinderen die zo prettiger leren letterlijk iets te DOEN tijdens de instructie, en je hebt hun aandacht. Iets doen kan zijn iets bekijken, iets aanraken, iets zien bewegen, iets ruiken. Iets doen kan ook zijn: uitleg geven door vragen te stellen aan het anders lerende kind. Iets doen kan ook zijn: het anders lerende kind positief betrekken bij de boodschap door het een taak te geven. Geef het anders lerende kind een activiteit bij de theorie en het kan zich veel gemakkelijker concentreren. Toon altijd een praktisch voorbeeld tijdens je theoretische uitleg, en je hebt ook de aandacht van anders lerende kinderen.

    anderslerendkind7Laat de boodschap altijd aansluiten bij meer zintuigen!
    Een praktisch voorbeeld: Een kind met autisme heeft moeite met oogcontact maken en lang naar het gezicht van de leerkracht kijken tijdens instructie momenten. Dit vergt van een kind met autisme enorm veel energie: daarbij wordt het kind afgeleid door bijvoorbeeld interessantere details, zoals bewegende wenkbrauwen, een knoop die iets scheef zit, of een ring die mooi glinstert: zelfs als het kind wel naar de leerkracht kijkt is het dus nog maar de vraag of de verbale informatie binnen komt.

    anderslerendkind10
    Lang moeten luisteren: Boooooring, en niet alleen voor kinderen!

    Zelf val je als volwassene toch ook wel eens bijna in slaap tijdens verbale presentaties die te lang duren? Lang stilzitten en niks kunnen (of mogen) doen zorgt voor onrust en gebrek aan concentratie. Heus niet alleen bij anders lerende kinderen. Dat heeft niets te maken met de inhoud van de boodschap, en alles met hoe de boodschap gebracht wordt. Daarbij heeft een kind doorgaans nog een veel kortere aandachtsboog dan een volwassene.

    Voetjes van de vloer
    Een leerkracht op de basisschool van mijn dochter had een hele goede en leuke manier gevonden: als hij merkte dat de groep onrustig werd of dat de aandacht verslapte, deed hij een korte beweegoefening met de klas. Hup, allemaal opstaan, en even een aantal keren springen en klappen. Niet alleen de anders lerende kinderen hadden er baat bij (want zij konden hun energie even kwijt en konden zich daarna weer makkelijker concentreren), ook de andere kinderen vonden het fantastisch. Om het hoofd te legen moet het lijf bewegen. Dat helpt niet alleen anders lerende kinderen, dat helpt de hele klas. Op een andere basisschool die ik ken hebben ze praktische buiten oefeningen in het standaard lesprogramma opgenomen, met fantastische resultaten. Laat kinderen bewegen en actief deelnemen, en ze leren sneller.

    anderslerendkind9Horen, zien en zelf ervaren – Spreek zo veel mogelijk zintuigen aan!
    Ik rende maanden lang achter mijn anders lerende kind aan met haar fietsje, toen ze zonder zijwieltjes leerde fietsen. Het probleem was alleen dat ze het niet leerde. Ik deed exact wat ik andere ouders altijd had zien doen, en toch zorgde het bij mijn kind voor paniek. Wat ik ook probeerde en hoe vaak ik ook met haar ging oefenen, het lukte niet. Ik was ondertussen radeloos.

    Op dat moment besloot ik kritisch te gaan kijken naar mijn eigen aanpak, me verplaatsend in haar belevingswereld.

    Daarop besloot ik mijn aanpak aan te passen: Ik ging niet meer met haar naar buiten; ik liet haar enkel een filmpje zien van een kind dat leerde fietsen. Ze bekeek het filmpje van drie minuten, keek me aan en zei `Oh, nu kan ik het!´Ik liep met haar naar buiten en tot mijn grote verbazing stapte ze – zonder nog maar een greintje angst!-  op en fietste weg. Ze had gezien wat het kind in het filmpje met haar voeten deed, iets waarvan zij tot dat moment nog niet wist dat dat kon. Ik had het haar wel verteld, maar dat hoorde ze niet want ze had paniek en ik bood haar alleen maar telkens dezelfde auditief informatie, terwijl zij visueel leert! Ik paste dus mijn leermethode aan (de eerste manier leidde alleen tot weerstand en angst), en door te kijken wat aansloot bij haar manier van leren, leerde ze het verbazingwekkend gemakkelijk.

    Als een kind moeite heeft met luisteren, kunnen we er heel lang over gaan mopperen dat het moeite heeft met luisteren. We kunnen het kind zelfs straf geven omdat het niet luistert. Maar wat we ook kunnen, is even diep ademhalen, het probleem omdenken en zoeken naar manieren waarop de boodschap het kind wél bereikt.

    Dit wiel hoeft helemaal niet individueel telkens uitgevonden te worden: de boodschap moet structureel veranderen. Als op alle leermomenten (op school, maar ook thuis) de zintuig-methode Horen, Zien en Zelf Ervaren toegepast wordt gaat het anders lerende kind doen én vertrouwen krijgen in wat het kan: op zijn eigen manier leren.

    Wie vroeger niet horen wilde, moest maar voelen. Wie vandaag de dag niet horen wil, kan misschien wel zien, ervaren, proeven, ruiken, aanraken, en op die manier hetzelfde leren. 

    Chronisch tijdgebrek? Lees dit!

    Iedereen is tegenwoordig druk, drukker, drukst. Deze tips gaan jou ontzettend veel tijd besparen!

    Een tijdje geleden zag ik voor het eerst dit magische filmpje over problemen op YouTube. Het is een filmpje van een paar minuten, maar de boodschap is zo krachtig dat het ook niet langer hoeft te duren. Kijk zelf maar: Why Worry. Als je geen zin of tijd hebt om op de link te klikken: Kort samengevat komt het filmpje neer op de volgende boodschap: Mensen spenderen veel te veel tijd aan piekeren. Terwijl piekeren nooit nodig is, want:

    Heb je een probleem?

    A) nee —> waarom zou je dan piekeren?

    B) ja —> Kun je er iets aan doen?

    A) ja —> waarom zou je dan piekeren?

    B) nee —> waarom zou je dan piekeren?

    Kort en krachtig vat dit filmpje dus samen dat het eigenlijk nooit nut heeft om (overmatig) te piekeren over je problemen.

    Maar daar komt nog een belangrijke les bij, die jou ook veel tijd kan besparen.

    We hebben allemaal best veel problemen, vinden we. Maar ís dat ook echt zo? Of zijn het problemen die we ons laten toebedelen?

    Maak eens een lijstje van je problemen. Vraag je dan eens af, welke problemen écht van JOU zijn.

    Heb je bijvoorbeeld problemen die je door een ander in de maag zijn gesplitst, omdat die ander geen zin, tijd of energie had om het op te lossen, of omdat jij te gemakkelijk ja zegt, dan kun je dat probleem terug geven aan de rechtmatige eigenaar.

    Heeft iemand je bijvoorbeeld opgezadeld met iets wat hij zelf net zo goed kan oplossen: geef het probleem terug.

    Heeft iemand jou gevraagd een oplossing te bedenken “want ik weet het allemaal niet meer hoor en jij bent daar zó goed in!”: besef dan dat diegene jou misschien voor zijn karretje probeert te spannen of (on)bewust probeert te manipuleren, want diegene doet vaak niet voor niets een beroep op jou!

    De combinatie van hulpvaardigheid, inlevingsvermogen en gebrek aan assertiviteit is een gevaarlijke, waar mensen die gewoon liever lui dan moe zijn graag slim gebruik van maken.

    Stel jezelf elke dag de twee simpele vragen:

    Welke problemen ervaar ik en welke daarvan zijn echt van mij?

    Welke problemen zijn van een ander? Geef die problemen terug aan de afzender.

    Als je dit toepast zul je er versteld van staan hoe veel tijd je terug krijgt voor jezelf.

    Scheiden doet lijden: getrouwd blijven vaak nog erger

    Je kent het gezegde wel: scheiden doet lijden. Ik ben het daar voor een groot deel absoluut niet mee eens. Ongelukkig getrouwd blijven, dát doet vaak pas lijden.

    Massaal vragen Nederlanders zich af: moet ik scheiden of blijven? Het blijft een moeilijk vraagstuk. Want: Heb je alles geprobeerd? Heb je gedaan wat je kon om je relatie te herstellen? Heb je relatietherapie geprobeerd? De keuze is reuze. Er bestaat geen quick fix. Er staat veel op het spel: wonen, financiën, het “ideale plaatje” richting de buitenwereld.

    Ja. Scheiden doet soms lijden, maar dit hangt er grotendeels van af hoe volwassen je er mee om gaat. Steeds meer ouders doen anno 2018 hun uiterste best om op een vreedzame manier uit elkaar te gaan, vanwege de verdrietig genoeg enige – maar oh zo belangrijke! – liefde die onder de streep nog over blijft als het huwelijk of de relatie strandt: de liefde voor hun kinderen. Compromissen worden gezocht. Trots wordt ingeslikt. De middenweg wordt gezocht. Scheiden is dus niet altijd die gruwelijke lijdensweg die je ziet op televisie, voor het woord scheiding komt steeds minder het woord vecht te staan.

    Mediators worden steeds meer ingeschakeld om de stormschade na de storm die echtscheiding heet te beperken, met als doel om het huwelijk voor de kinderen op een zo ruzie-vrij mogelijke manier te beëindigen. Dit getuigt niet alleen van heel veel moed, volwassenheid en redelijkheid; het getuigt ook van een hele grote liefde voor de kinderen en het bereid zijn om – van beide kanten – het ego opzij te zetten, om de kinderen leed te besparen.

    Getrouwd blijven doet vaak ook lijden. Dit onderwerp wordt echter lang niet genoeg belicht. Ongelukkig getrouwde ouders zorgen -of ze dat willen of niet- met hun ruzies, onderlinge spanning en de vervelende sfeer voor een mijnenveld-huishouden.

    Kinderen voelen het intuïtief feilloos aan, als ouders niet meer van elkaar houden. Vaak hebben kinderen het al langer in de gaten dan de ouders zelf. De schade die aangericht wordt als je ouders niet meer van elkaar houden, wordt echter vaak jaren later pas zichtbaar: als het kind niet weet hoe een gezonde, respectvolle relatie er uit ziet en onbewust ongezonde partners uitzoekt, omdat die emotionele onveiligheid in de jeugd een vertrouwdheid heeft gekregen.

    Als kind voel je je loyaal aan beide ouders. Als beide ouders ongelukkig in een huis blijven leven, langs elkaar door of ruziënd, voelen kinderen dagelijks deze ongezonde sfeer, de spanning, de ongemakkelijkheid, het ongeloof als er visite komt en er opeens wel leuk gedaan kan worden. Geen gezonde lessen voor een kind van hoe een gelukkige relatie hoort te zijn.

    Scheiden doet lijden, maar ongelukkig getrouwd blijven voor de lieve vrede, het geld of de buitenwereld richt vaak nog veel meer schade aan.

    Deze gaat echter verhuld achter een façade, een masker dat naar buiten toe wordt vastgehouden in de vorm van op elkaar geklemde kaken op de gezinsfoto: even lachen naar de camera jongens, we zijn verdomme een gelukkig gezin.

    Kastjes, muren, bomen en het bos: de zoektocht van ouders voor anders lerende kinderen in het doolhof van mogelijkheden

    In mijn brief “Sorry, lief kind” sprak ik met en over het anders lerende kind. Honderden emotionele reacties van moeders uit alle uithoeken van Nederland waren een gevolg van het moment waarop ik aan de keukentafel simpelweg een eerlijke brief schreef aan het kind in mezelf.

    De moeders van deze anders lerende kinderen hebben het vaak best zwaar: zij leveren dagelijks een strijd om hun kind te laten leren en groeien; een strijd die voor andere moeders wellicht niet in te beelden is.

    De zoektocht is vaak vermoeiend, want: waar moet je naar toe als je kind niet “mee kan met de meute”? Waar begin je? Logopedie? Ergotherapie? Kinderpsycholoog? Naar de huisarts? Een psychiater? Een kindercoach? De keuze is reuze. Vaak veel té reuze zelfs.

    Het web van zorgaanbieders en mogelijkheden is voor de nietsvermoedende moeder vaak simpelweg ingewikkeld. Soms zelfs overweldigend. Niet altijd schakelt de huisarts de juiste hulp in, niet altijd wordt de juiste diagnose gesteld, niet altijd helpt de diagnose ook richting de juiste hulp. Waar mensen werken worden immers ook wel eens fouten gemaakt.

    Terwijl de ontwikkeling op gang komt richting het vinden van de juiste hulp voor je kind, kan deze zich helaas ook tegen je keren. Misdiagnose, van het kastje naar de muur gestuurd worden; moeders en vaders rijden vaak urenlang stad en land af op zoek naar de juiste begeleiding, of dit nu op medisch gebied is of op het gebied van gedragsproblemen en leerproblemen, soms gecombineerd.

    Ik werd bijvoorbeeld eens voor mijn kind naar een organisatie gestuurd die haar zouden kunnen begeleiden met een specifiek leerprobleem. Ik nam verlof, reed er naar toe, praatte anderhalf uur met de mevrouw van die organisatie, waarna we tot de conclusie kwamen dat ik totaal verkeerd terecht was gekomen: zij boden helemaal geen leerbegeleiding, zij boden gezinsbegeleiding.

    Na dat uur wist die mevrouw net zo zeker als ik dat dat niet was wat wij specifiek nodig hadden. Haar collega had toen ik belde ook niet goed geweten wat ze met mijn kritische vragen moest, want ze hadden net een reorganisatie achter de rug en er was een hoop onduidelijkheid. Niets ten nadele van die mevrouw – ze leek me kundig in haar werk – wilde ik als moeder zijnde al niet meer met deze organisatie samenwerken, als zij zelf nog niet eens precies wisten wat hun zorgaanbod was.

    Als ouders moet je tegenwoordig behoorlijk mondig zijn om je staande te houden in de zoektocht naar hulp voor je kind. Meedenken moet je sowieso, dat is je taak als ouder, vind ik.

    Veel ouders zoeken, zoeken, zoeken en zoeken nog eens. Het kind krijgt vaak onderweg diverse labels opgeplakt, diagnoses worden herroepen, wat het taboe rondom diagnoses (in de volksmond etiketjes en labels) helaas ook alleen maar doet groeien. Toch zoeken ouders door, hopend op het moment dat hun kind eindelijk de hulp krijgt die nodig is, op welk gebied dat dan ook is.

    Zorgaanbieders concurreren, reorganisaties binnen grote organisaties volgen elkaar in een rap tempo op en terwijl dat allemaal gebeurt, groeit de onduidelijkheid voor de ouders – en daarmee hun kinderen – alleen maar door.

    Moeders en vaders van Nederland worden “zorgmoe”, juist door die talloze kastjes en muren, het doolhof waar ze vol goede bedoelingen in waren gelopen, maar niet meer uit weten te komen. Dus wat doen we dan? In eerste instantie zoeken we door, blijven we dwalen en hetzelfde rondje door het doolhof herhalen, net zo lang totdat we hopelijk ergens per geluk toch struikelen over de juiste zorgaanbieder. En als dat te lang duurt, doen we wat ieder mens wil als het zich gevangen voelt zonder uitzicht: we vluchten. We willen geen hulp meer zoeken, want het zoeken putte ons uit.

    En als we die juiste hulp eindelijk wel vinden, nou, dan houden we daar stevig aan vast. Een ergotherapeut die ik erg goed vond zei eens: mijn eerste en belangrijkste doel wordt ontdekken: hoe leert jouw kind.

    Hèhè, eindelijk! Eindelijk, dacht ik, eindelijk iemand die zich daar echt in gaat verdiepen. Dat deed hij, en met succes. Ook de logopedist waar we uiteindelijk bij eindigden ging kalm en gestaag te werk, met succes.

    Alleen vond ik het ergens ook best wel verdrietig, want: zou dat niet ook al op scholen moeten gebeuren? Moeten we niet juist meer investeren in de basis? De basis zijnde: het onderwijs en de opvoeding? Het aantal leerlingen per leerkracht? Waarom is de conclusie landelijk nog niet getrokken dat de grens van dertig kinderen in een klas de lat voor leraren én kinderen veel te hoog legt?

    Het probleem van het anders lerende kind komt nu terecht in een doolhof van zorgaanbieders, en waarom? Is dat omdat scholen doorgaans niet voldoende middelen krijgen om ook anders lerende kinderen binnen boord te houden?Is het omdat de klassen te vol zijn en leraren overspoeld worden? Is er niet voldoende geld voor bijscholing van leraren? Of krijgen leraren wel voldoende bijscholing, maar simpelweg niet voldoende tijd om het geleerde ook op individuele basis te investeren?

    Is het omdat ouders goedbedoeld verdwalen in de zoektocht naar hulp, terwijl concrete en praktische informatie voor het opvoeden van een anders lerend kind ook al heel veel problemen kan voorkomen?

    Misschien ligt het antwoord op deze zoektocht wel precies in de wanhoop die zo veel ouders voelen: je ziet door de bomen het bos niet meer, je wilt je kind dolgraag helpen, maar je weet op een gegeven moment simpelweg niet meer hoe. Er is te veel keuze, er zijn te veel experts die allemaal hun eigen mening hebben. Iets met bomen en een bos zien.

    Ik stel me graag een toekomst voor waar alle kinderen, anders lerend of niet, terecht kunnen op één school, in een klas waarin het niet noodgedwongen maar een nummer is, waarin de leerkracht voldoende rust en tijd krijgt om niet alleen in groepsverband, maar ook een op een meer te kunnen praten met het kind.

    Dat laatste wordt overigens helaas nog veel te vaak vergeten: praten met het kind zelf. Zorgaanbieders, ouders en leerkrachten roepen met de beste bedoelingen over het kind heen, wijzen zelfs vaak met de vinger naar de ander. Helaas, want ik als ouder zie bij de gesprekken over ons kind gelukkig uitermate betrokken professionals die niet alleen beroepsmatig maar ook persoonlijk het beste met ons kind voor hebben.

    Ik vraag me te midden van al die bomen, bossen, kastjes en muren af, wie tegenwoordig nog er aan denkt om aan het kind zelf te vragen wat het nodig heeft.

    Anders lerende kinderen zijn vaak namelijk uitermate eerlijk en creatief, maar als ze de vraag niet krijgen, zullen ze wellicht zelf ook niet altijd met een antwoord komen.

    Als je er naar vraagt, zullen de antwoorden gegarandeerd verbazen, vermoed ik zomaar.

    Sorry, lief kind. (Een brief voor alle onderwijzers, ouders en begeleiders van Nederland)

    Deze brief heb ik geschreven aan het kind in mij, maar deel ik voor alle ouders, begeleiders en onderwijzers, zodat er meer begrip en begeleiding komt voor het anders lerende kind in het onderwijs van vandaag.

    Lief innerlijk kind,

    Ik zie je wel hoor. Je zit dan wel opgesloten en soms zorgvuldig weggestopt in een volwassen lijf met een volwassen brein, maar je bent er nog steeds. 

    Ik zie je. 

    Ik maak dan wel soms grapjes over je, als ik te hard lach of te enthousiast begon te dansen op een feestje; dan gaf ik jou de schuld. “Mijn innerlijke kind komt naar boven hoor!”. Maar dat ik grapjes over je maak betekent niet dat ik je uitlach, lief innerlijk kind. Ik maak namelijk meestal grapjes over mensen waar ik van hou.  

    Wat heb je het soms zwaar gehad.

    Je gebrek aan concentratie werd zo vaak verkeerd opgevat; men noemde dat vaak “geen zin”, “dromerig” of “met haar hoofd in de wolken”.

    Men vond dat je “eerst moest denken, dan doen.” Maar wat begrepen ze jou verkeerd; door te doen dacht jij. Je kon niet slecht leren, je leerde anders. Eerst de praktijk, dan de theorie.

    Verkeerd om! zei de wereld.
    Andersom! zeg ik je nu.
    Jij kende geen andere volgorde; toch werd jou verteld dat jouw volgorde verkeerd was en die van de wereld goed.

    Je kon niet goed studeren, zei men, wegens dat gebrek aan concentratie. Je werd een dromer genoemd, een zwever, te druk, te beweeglijk, je moest eens met beide voeten op de grond belanden. Dat jij tijdens het dromen de informatie verwerkte die je daarvoor al snel had gelezen of gehoord, wisten ze niet. Jij zelf wist dat ook niet, want daar was je te jong voor. Je wist alleen dat je wel je best had gedaan.

    En dat was ook zo.

    Wat had je het soms moeilijk, als je uit het raam staarde en daarop betrapt werd, terwijl je niet eens wist dat dat verkeerd was, of waarom. Dat je uit het raam staarde maar in gedachten rekensommen maakte of geschiedenisverhalen voor je ogen zag gebeuren, wist men niet. Of dat je uit het raam staarde omdat je hoorde dat een ander kind gepest werd en jij een oplossing daarvoor zocht. Ook dat zag men niet.
    Het naar buiten staren was alleen een andere manier van informatie verwerken, die voor jou goed werkte.

    Wat was het fijn geweest als meer onderwijzers of begeleiders jou hadden begrepen. Als iemand had gezien dat jouw manier van leren gewoon anders was, niet meer en ook zeker niet minder. Wat had het je veel ellende gescheeld als men jouw “afwezigheid” tijdens uitleg in de klas niet ten onrechte had geïnterpreteerd als desinteresse. Want dat je niet de goede kant uit keek, betekende lang niet altijd dat je niet luisterde.

    Lief kind, wat heb je het moeilijk gehad. Je werd door al deze dingen naar een vervolgopleiding gestuurd die op een lager niveau lag dan wat jij aankon, dus zette de verveling door. Je bladerde door de boeken en dacht; waarom is dit zo saai? Je motivatie zakte tot een dieptepunt, dus ging je je afzetten, door bijvoorbeeld helemaal niet meer te leren, want waar bleef toch die uitdaging?

    Je motivatie ging langzaam verloren ergens tussen verbale, theoretische uitleg en mensen die jou hun beperkende overtuigingen opdrongen. Helaas net zo lang totdat jij ze zelf ging geloven.

    Je was geen kind dat braaf uren studeerde: Je klom in bomen, bouwde dingen, schreef verhalen of maakte muziek. Je vormde melodieën in je hoofd, schreef liedjes, teksten, gedichten, of bedacht hele nieuwe dingen met je handen. Men noemde dat afkeurend dromerig, zelfs dom of in elk geval ongeïnteresseerd, terwijl je in werkelijkheid creatief was.

    De wereld gaat uit van leren op basis van theorie: pas als je die beheerst mag je in de praktijk gaan uitproberen, voelen, zien, aanraken. Jij leerde juist door eerst uit te proberen, voelen, zien en aanraken; daarna werd de theorie vanzelf behapbaar. Dat maakte je niet minder slim (wat ze ook zeiden!); je was gewoon een beelddenker, heel visueel ingesteld. Laat het me zien, dan begrijp ik het. 

    Lief kind, wat heb je moeten worstelen om je te bewijzen, omdat je wel wou maar niet mee kon met de meute. Wat was je jaloers op die kinderen die blijkbaar heel gemakkelijk de theorie tot zich namen. Wat benijdde je die kinderen, die uren lang met hun neus in de boeken konden zitten. Je voelde je heel vaak onbegrepen.

    De onmacht die ontstaat omdat mensen er van uitgaan dat je niet wilt, is groot. Zo groot, dat je hem mee zult nemen in je volwassenheid, als er geen begeleider komt die begrijpt hoe jouw brein werkt.

    Nu ben ik volwassen, lief kind. Ik ben nu een vrouw van 37 jaar en ik zeg namens alle volwassenen sorry tegen jou, lief kind. Je was gewoon een hartstikke leuk Pipi Langkous kind: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.”.

    Je was een doener, een maker, een oplosser, een bedenker. Je nam niet alles zomaar aan, je verzette je er zelfs tegen als je iets niet logisch of rechtvaardig vond, of dacht dat het beter kon. Nog zoiets waar niet alle begeleiders van kinderen goed tegen kunnen: kritiek van een kleiner mens.

    Sorry lief kind, namens alle volwassenen, die jou niet geloofden, niet vertrouwden, niet begrepen of je standjes gaven. Je was anders dan de rest, je paste niet in het keurslijf van de meute, dus propte men net zo lang aan je tot je er in paste, alhoewel dat was alsof je een vierkant in een cirkel propt; het kan er wel in, maar het past nog steeds niet.

    Je deed alles andersom, ondersteboven, vroeger of later; maar dat maakte het allemaal nog steeds niet verkeerd.

    P.S.: Wat was het fijn hè, die ene leraar die niet op je foeterde als je uit het raam keek, maar jou juist een “creatief kind” noemde.
    Of die leerkracht die jouw talent zag en je stimuleerde om er meer mee te doen. Die mensen die wél zagen wat je kon, en je op jouw manier lieten leren. Waren er daar maar meer van geweest.

    Liefs,

    Chrisje

    img_1109-1

    Ontplofte kinderkamer 

    Mijn telefoon roept dat ik een whatsapp heb. Ik open het scherm.

    “Zeg!!”

    Het is vriendin Kim die aan de andere kant van het land woont. 

    “Zeg het eens?”

    “Had je me niet even kunnen waarschuwen?”

    Ik vraag me snel af waarvoor: dat het woensdag is? Dat de wintertijd in is gegaan? Dat Trump niet aan de macht had moeten komen?

    “Eh, waarvoor?” antwoord ik voorzichtig. 

    “Nou, jouw kind is vier jaar ouder dan mijn kind. En ik wist dus niet dat dit zou gebeuren als kinderen alleen boven spelen!”

    Prompt volgde er een foto:


    “Aha, je hebt ze alleen boven laten spelen!” stuur ik terug, nadat ik een beetje tot bedaren ben gekomen van het lachen.

    “Ja! Ik dacht ik kan wel even buurten met die moeder beneden!”

    Oh, die onschuld. 

    “En kijk!” 


    “En er ligt een halve zandbak in het bed van onder hun schoenen! FML!”

    “Oké, listen up.” stuurde ik terug. “Drie basis regels bij speel afspraakjes: 1. Schoenen uit beneden aan de trap, 2. Kwartier voor einde speeltijd samen opruimen en 3. Kostbare spullen vooraf weg zetten.” 

    “Oké, Thanks. Maar eh, kun je geen handboek maken ter voorkoming van toekomstige rampen?”

    “Dat zou ik kunnen doen, maar dit is toch veel leuker?” 

    Ze heeft me daarna niet meer terug geappt. Vast omdat ze bezig is met opruimen. 

    WAARSCHUWING: denk GOED na voordat je een fidget spinner koopt!

    fidget-spinner-redOpeens verschenen ze o-ver-al: De fidget spinners. Een klein stukje concentratieverhogend speelgoed (alhoewel ik u kan vertellen dat mijn dochter niet geconcentreerd met haar boek bezig kan zijn terwijl ze één spinner op haar voorhoofd balanceert en de ander op haar schoen), dat opeens in ieder huishouden te vinden is.


    “Wat een onzin is dat nu weer.” dacht ik. Totdat de buurtvriendjes van mijn dochter een korte maar effectieve demonstratie gaven, met totaal niet onopvallende hints van mijn dochter er bij.

    Nou, vooruit. Eentje kan geen kwaad. Dacht ik. Dus ik kocht nietsvermoedend zo’n ding voor zes euro. Maar lieve ouders: PAS OP. Denk goed na voordat je zo’n ding in huis haalt. Er schuilt namelijk wel degelijk gevaar in die kleine rond draaiende dingen!!
    Zoals dat ik al twee avonden niet toe ben gekomen aan de afwas, bijvoorbeeld, omdat ik tijdens het Netflixen totaal afgeleid werd door het fidget spinnen. Vooral het balanceren op mijn duim gaat steeds beter. Op mijn dikke teen lukt helaas nog steeds niet.
    Ik geef het eerlijk toe: ik speel met de fidget spinner als Dochter slaapt. En het is ook nog leuk ook. Behalve als je hem per ongeluk volop draaiend tegen je wang houdt, bij wijze van experiment. Dat is minder leuk. 

    Het wordt dan wel concentratiebevorderend genoemd, maar ik heb een stapel afwas, een niet gedweilde keuken en een al ruim twee dagen stof vangende vloer die u anders zullen vertellen. 

    Basisdingen om te voorkomen dat je je kind opvoedt tot professioneel hufter.

    Er zijn een aantal dingen die je als ouder kunt doen, om er voor te zorgen dat je kind later geen onnoemelijke rothufter wordt. Het lijkt voor de hand liggend, maar toch.

    Dankjewel en alsjeblieft 

    Van onschatbare waarde. Als iemand zegt “doe mij eens friet” zal ik niet snel geneigd zijn om te gaan rennen. “Mag ik alsjeblieft …” klinkt een stuk vriendelijker, het kost niets en het opent deuren die anders gesloten blijven. 

    Dankjewel zeggen is ook al zoiets, dat sommige kinderen tegenwoordig niet meer lijken te kennen. Blijf er op hameren dat je kind netjes dankjewel zegt; het hoort bij de basis van beleefdheid en ze hebben er de rest van hun leven profijt van, als ze in de grote mensen wereld verder willen later.

    Bescheidenheid

    Je bent niet meer of beter dan een ander. Dus ook je kind niet. Voorkom prinsessen en prinsen syndromen en zorg ervoor dat je kind bescheiden is en vooral dat het leert niet neer te kijken op anderen, hoe anders het ook denkt dat ze zijn. Niemand is meer waard dan een ander. Nooit.

    Zerotolerance beleid voor pesten

    Hoe zeer ik ook van mijn kind houd, als ik er achter zou komen dat het andere kinderen zou pesten, dan zwaait er wat. Natuurlijk denk je in eerste instantie altijd, dat doet mijn kind toch niet? Maar als dan blijkt dat je kind dat toch echt wel doet; grijp in. Je kunt hier niet de oogkleppen voor op doen, hoe lief je je kind ook hebt.

    Niet wijzen in het openbaar

    Het lijkt heel simpel, maar dat is het niet. Kinderen merken snel op als er iets anders is dan anders, en zijn geneigd dan te wijzen of te staren. Leer je kind zo vroeg mogelijk dat het niet netjes is om te wijzen, al is het maar omdat dat heel onprettig is voor de persoon waar naar gewezen wordt (die weet immers misschien niet eens waarom je kind wijst).

    Telefoon of tablet 

    Als je een telefoon of tablet hebt, wil dat niet zeggen dat dat je vrijpleit van enige sociale interactie. Prima als kinderen zo’n apparaat bij zich hebben als ze ergens heel lang moeten wachten of op een verjaardag met alleen maar ubersaaie volwassenen (boring!), maar zorg er voor dat je kind wel nog echt antwoord geeft wanneer hem of haar iets gevraagd wordt, dat er nog fatsoenlijke begroetingen uit komen en dat er interactie blijft. 

    Anders heb je zo’n suf zombie kind, dat later niet kan netwerken voor zijn carrière, of dat heel veel spijt krijgt, van te weinig gesprekken met oma. 

    Eigenlijk zijn al deze punten zo voor de hand liggend als maar kan zijn. Toch denk ik, dat het niet verkeerd is om het de wereld in te slingeren. Je weet wel, voor het geval dat. 

    NINJAKINDEREN (je hoort ze nooit aankomen)

    Kinderen hè. Die hebben een gáve. Het is de gave van de aanwezigheid. Want, echt hè. Ze zijn er altijd, overal. Waar je ook gaat. Als een soort ninja’s besluipen ze je op de meest onverwachte momenten. Ongehoord.
    Als ik bijvoorbeeld mezelf eindelijk eens een lekker koekje wil gunnen, en er is er nog maar één van, dan kan het natuurlijk eens zo zijn dat ik denk; sorry hoor, vandaag is het mama-time, die laatste is dit keer gewoon voor mij.

    Even daarvoor had ik nog gecontroleerd; Kind zat nog met half open hangend mondje gehypnotiseerd televisie te kijken, al zeker een half uur. Me veilig wanend sloop ik naar de keukenkast, waar ik behoedzaam en geruisloos de kastdeur opende en als in een mission impossible film de doos koekjes richting aanrecht verplaatste, en BAM: naast me stond Kind, als uit het niets verschenen op ninjasokjes, verontwaardigd naar mijn koekje te kijken. “Voor mij?”

    Girl Watching the Cake on White Ceramic Round PlateEen goede moeder zou dan natuurlijk lieflijk glimlachen en zeggen “Natuurlijk, schatje.”. Maar ik, als soms wel oververmoeide, dietijdvandemaandoverlevende alleenstaande moeder, moest daar dan toch echt even over nadenken. Want, natuurlijk, je kind is je alles en zo. Maar, van de andere kant, CHOCOLA.

    Vertwijfeld stond ik me af te vragen waar Kind toch dat zesde zintuig vandaan haalt als het om lekkers gaat. Van de andere kant groeide mijn respect voor haar, terwijl ze standvastig deelnam aan de langste staredown van haar leven, hier in de keuken. Het koekje bleef tussen ons in liggen, de wedstrijd van de langste adem was begonnen.

    Na een tijdje keek ze op van het koekje, keek mij aan en zei “Weet je wat, ik breek hem, en dan mag jij het grootste stuk. Want precies doormidden lukt me toch bijna nooit. Is dat een oplossing?” Ik knikte, aaide haar over haar hoofd en sprak mezelf van binnen vermanend toe, want ik hoopte in mijn hoofd op een heel groot stuk. Daarna bedacht ik dat ik haar wel probleemoplossend denkvermogen bij breng op deze manier, en voelde ik me iets minder slecht, met mijn 60% koekje.

    Leerkrachten, jullie zijn Bazen!

    pens, school, colorful

    Ze krijgen tegenwoordig de meest uiteenlopende problemen voorgeschoteld; leraren en leraressen. Waar vroeger de leerkracht meer op een afstand stond, is hij of zij tegenwoordig veel meer betrokken bij kinderen en hun ouders.

    Diagnoses, onderzoeken, rugzakjes, speciale behandelingen, dyslexie, concentratieproblemen…. Met de betere manier van onderzoeken en diagnoses stellen worden (gelukkig) steeds meer kinderen op tijd gediagnosticeerd. Maar met deze diagnoses komen ook extra taken. Extra uitleg.

    In het kader van passend onderwijs proberen scholen zo goed mogelijk het onderwijs aanbod aan te passen aan de behoeften van het kind. Waardoor leerkrachten veel flexibeler moeten omspringen met de wensen en behoeften van het kind. En dan te midden van een (vaak volle!) klas met 25 kinderen of zelfs meer.

    Ik moet zeggen, ik heb er veel respect voor. Leerkrachten krijgen geen tonnen salaris voor hun werk, maar zij doen het vaak wel vol overgave en met oog voor de kinderen.

    Ze horen de verhalen aan, troosten bij verdriet, moeten altijd up-to-date blijven qua vakkennis, hebben vaak na schooltijd nog tig uren werk aan vergaderingen en toetsen beoordelen, ze bemiddelen bij conflicten en moeten tussendoor ook nog er voor zorgen dat ze genoeg kennis overbrengen op onze kinderen, zodat ze klaargestoomd worden voor de toekomst. Ga er maar aan staan.

    En of het nu de meest dankbare job ter wereld is…? Vaak wordt bij problemen direct met het verwijtende vingertje richting leerkracht gewezen. Ik vind dat niet terecht. Ga jij maar eens een hele werkdag voor een grote groep kinderen staan met allemaal verschillende karakters, en zie dat maar eens de hele dag onder controle te houden.

    Natuurlijk gebeuren er dingen buiten hun zicht, simpelweg omdat ook leerkrachten geen ogen op hun rug hebben.

    Ik vind dat men wel eens vaker wat waardering voor leerkrachten mag uitspreken. Dus heeft jouw kind zo’n fijne juf of meester / leerkracht? Laat het ze ook eens weten. Ze krijgen al genoeg ellende te horen, een keer een compliment is ook fijn. Ze zijn immers ook sleutelfiguren in het klaarstomen van onze kinderen voor de toekomst.

    Waarom moeders top werknemers zijn

    Oké, we komen soms werken met wallen tot op onze knieën, vanwege een nachtelijk snottebellenfestijn. Maar ondanks dat zijn moeders vaak top werknemers, om de volgende redenen:

    Opgeven is geen optie
    Al eens een hele nacht wakker gebleven met je kind en daarna de hele dag gewerkt? Nee? Moeders doen dat regelmatig. Maar zo’n beetje slaapgebrek houdt ons niet tegen.

    We werken Hard met een grote H
    Ja, we hebben een of meer nakomelingen. En die wachten op ons, na onze werkdag. Daardoor hebben we dus geen tijd om een uur bij de koffieautomaat te kletsen of om uren te internetten: wij willen het werk af hebben, voordat we stipt op tijd weg gaan: efficiënt werkende medewerkers dus, die het bedrijf niet onnodig overuren laten uitbetalen.

    Klantvriendelijk en stressbestendig
    Schreeuwende klant? Boze patiënt? Tierende mensen aan de telefoon? Nou en? Wij zijn niet zo snel onder de indruk.  Probeer maar eens een legoblokje uit de neus van je kind te halen terwijl het andere kind krijsend in de gordijnen klimt, met Dora op standje hardhorenden op TV, omdat je peuter aan de volumeknop van de afstandsbediening zat voordat ie hem verstopte, terwijl hij multitaskend en al een sterk riekende spuitluier fabriceerde.

    Plannen en organiseren
    Wij kunnen plannen en organiseren als de beste. Ingewikkelde roosters in Excel? Puh, wij organiseren een heel gezin inclusief alle buitenschoolse activiteiten, bezoekjes aan de tandarts, dokter en kapper, in combinatie met wat er ’s avonds op tafel moet staan en het organiseren van het huishouden, terwijl we ondertussen nog helpen met huiswerk maken. Zo’n Excel schemaatje, daar krijgen wij geen stress.

    Verantwoordelijk en perfectionistisch
    We hebben dan wel kinderen thuis, maar we hebben ook hart voor de zaak. Tegenwoordig ben je blij als je werk hebt, zeker als dat ook nog eens leuk werk is met genoeg uitdaging.

    Weet jij nog meer redenen waarom moeders goede werknemers zijn? Laat je horen in een reactie!

    Aan de starende volwassene – ja, mijn kind is anders!

    people, child, boyIk zie de statussen op mijn tijdlijn voorbij komen, over kinderen met speciale behoeften. Misschien lijkt het weer zo’n kettingstatus waar niemand iets aan heeft, maar ik begrijp dat mensen die status kopiëren en op hun tijdlijn zetten. Kinderen met een handicap – lichamelijk of psychisch – hebben behoefte om geaccepteerd te worden. Precies zoals ze zijn! Want ook al is er veel meer bekend over ziektes, lichamelijke en psychische beperkingen, je zou er van versteld staan hoe weinig mensen daar nog iets over lijken te weten in de praktijk.

    Want ook al denk je misschien dat alleen kinderen ongegeneerd staren naar een ziek kind, een gehandicapt kind of een kind met een mentale beperking; was het maar waar. Volwassenen kunnen er wat van. Kinderen komen in al hun eerlijkheid tenminste vaak nog vragen wat er aan de hand is met het kindje (daar kun je tenminste nog een dialoog mee hebben en uitleg geven), volwassenen staren gewoon van een afstand onbeschaamd naar het kind. En met staren bedoel ik soms ook echt schaamteloos aangapen. Nog net niet (of soms zelfs wel) met open hangende mond.

    Ja. Ja! Onze kinderen zijn anders, meneer of mevrouw die onze kinderen aanstaart. Ze zijn anders, in de fysieke zin of in mentale zin, of misschien wel allebei. Onze kinderen hebben moeilijkheden in dit leven waar u misschien nog nooit van gehoord heeft, of zelf nooit mee te maken heeft gehad. Onze kinderen moeten iedere dag vechten; of dat nu is om te overleven, om de wereld om zich heen te begrijpen of (helaas) om om te leren omgaan met starende mensen zoals u.

    Ja, misschien zien onze kinderen er anders uit. Ja, misschien gedragen ze zich niet exact zoals u dat sociaal wenselijk acht; misschien krijgen onze kinderen midden op de kermis een paniekaanval omdat het geluid te hard is en de prikkels te hard binnen komen. En ja, dat ziet er misschien uit alsof ik een kind heb dat out of control is.

    Maar wat de reden ook is dat dit blijkbaar een soort afkeer opwekkend schouwspel voor u is geworden; voor ons is dit de dagelijkse praktijk. En die afkeuring in uw blik – we zien hem wel! En erger nog, misschien zien onze kinderen het ook wel – snijdt dwars door onze ziel. Want u kijkt zo afkeurend naar onze kinderen, ons vlees en bloed waar wij zo trots op zijn en zielsveel van houden. Onze kleine mensjes die echt niets anders willen dan alleen maar een gewoon kind te zijn.

    Soms staren we net zo lang naar u terug, totdat u enigszins beschaamd uw blik moet afwenden. Maar meestal hebben we daar de tijd niet voor. We zijn namelijk bezig met belangrijkere zaken, namelijk onze kinderen. Het zou u sieren als u in het vervolg met uw starende, afkeurende blik de dichtst bijzijnde spiegel opzoekt en hem daar in stuurt; dan komt hij precies goed terecht.

    Vaccineren kinderen: wel of niet?

    hand, young, babyIn Nederland hebben we het Rijksvaccinatieprogramma, waardoor alle kinderen kunnen worden ingeënt tegen besmettelijke en gevaarlijke infectieziektes zoals de bof, mazelen (kan leiden tot longontsteking en hersenvliesontsteking), difterie, kinkhoest, polio en rode hond (kan bij zwangere vrouwen leiden tot miskraam, vroeggeboorte of aangeboren afwijkingen van de baby).

    Sinds de introductie van deze vaccinaties is de kindersterfte in West Europa drastisch gedaald. Toch zijn er ook nog steeds ouders die er  – ondanks de risico’s – voor kiezen hun kind niet te laten vaccineren, wegens religieuze redenen of uit angst voor het effect van de vaccinaties op de gezondheid van hun kind.

    Hoe meer ouders echter weigeren hun kind te laten vaccineren, des te groter is de kans dat deze gevaarlijke infectieziektes weer de kop op gaan steken. Door je kind te laten vaccineren bescherm je dus niet alleen je eigen kind, maar ook de gehele bevolkingsgezondheid.

    Op internet gaan er veel verhalen rond dat kinderen autisme zouden kunnen ontwikkelen door vaccinaties. De arts die dit beweerde is echter inmiddels uit functie gezet omdat hij fraudeerde en omdat zijn onderzoeksresultaten niet kloppend bleken te zijn. Het onderzoek waar hij aan werkte werd later om die redenen ingetrokken.

    Op de website van het RIVM vind je een video waarin antwoord wordt gegeven op de meest gestelde vragen die ouders hebben over de vaccinaties.

    Hoe heb jij de afweging gemaakt?
    Heb jij je kind laten vaccineren of niet?

    Het ouderschap: Fantastisch, maar ook heel vies.

    Het is fantastisch om moeder te zijn. Echt, geweldig. Ik zou het nooit anders willen. Maar het ouderschap is naast geweldig en mooi en fantastisch ook vaak bijzonder vies.
    “Mama, kijk! Ik heb een hele grote neuzevreutel gevangen!” Of je wil of niet (je wil niet), daar staat je kleuter, vlak voor je neus, met een wonderbaarlijk grote vangst uit de zijne. Natuurlijk gebeurt dit niet thuis, waar tissues en stromend water voorhanden zijn. Dit gebeurt midden in de supermarkt, net die ene keer dat je geen tissues bij je hebt.

    Kerstavond, bijvoorbeeld. De mooiste tijd van het jaar. Je maakt je kleintje klaar om te vertrekken naar het Familie Diner. Al weken hingen de allermooiste kleertjes klaar, ver weg van de andere gewone kleren, zoals die geweldige, onverwoestbare jeans van de Zeeman en de Hema. Nadat je je kleine wolk hebt gebadderd en ze fris ruikend in haar mooiste kerstjurkje hebt gehesen (dat meer kostte dan jouw complete kerst outfit bij elkaar) en exact drie minuten voordat je moet vertrekken naar het Diner, ruik je opeens een verdachte geur. Alsjeblieft, laat het niet waar zijn, fluister je tegen de kerststal onder de boom, terwijl je je omdraait en je peuter in slow motion lachend weg ziet kruipen met een bruin-groenig plakaat van peuterdiarree op haar rug. Dwars door het veel te dure stof heen.

    Ouderschap is gewoon vies. Je leert dingen die je nog nooit geweten hebt, zoals hoe ver een kraaltje omhoog kan in een neus, hoe ver een kind kan projectiel braken, en hoe smerig zwemwratjes zijn als ze open gekrabd worden. En: hoe hygiënisch je het ook probeert aan te pakken, het is nooit genoeg. Hoe steriel je huis ook is, iedere dag worden er gratis en voor niets school- en opvang bacillen mee naar binnen gedragen. Je kunt nog zo er tegen vechten; dat helpt niet.

    “Pietertje moest poepen vanmiddag, tijdens de pauze op school.” vertelde kindlief ons eens, uiteraard toen we zaten te eten. “Oh, uh, oke.”
    “Maar de juf had geen tijd om met hem mee te gaan naar binnen.”
    “Waarom zou de juf mee moeten gaan naar binnen?”
    “Ja, omdat hij zijn billen nog niet zelf kan af vegen!”
    “Oh, zo.”  zei ik, en nam een hap van mijn eten.
    “Dus heb ik het maar gedaan.”
    Mijn eten bleef ergens halverwege mijn keel steken.”Wat heb je gedaan?”
    “Zijn billen voor hem afgeveegd! Want het was zo zielig voor hem en hij moest echt erg veel poepen!”
    Mijn hoofd had een gevecht met mijn eten: wel of niet terug omhoog komen. U kent het wel.
    Ik overwoog of ik moest vragen of ze haar handen wel had gewassen, maar besloot dat ik het niet wilde weten.

    Ouderschap. Het is geweldig. Het is bijzonder mooi, liefdevol, maar vaak ook stinkend, vies, en groen.

     

    Aan de ouders die langs het voetbalveld staan te schelden op de scheids

    Ik las in de column van Youp (die van ’t Hek) dat hij op de radio hoorde dat er een psycholoog was, die ouders begeleidt, die langs het voetbalveld staan te schreeuwen.
    Ik moest de zin een paar keer opnieuw lezen. Waarschijnlijk omdat ik het niet wilde begrijpen. Ouders begeleiden om te leren niet te schelden en foeteren langs de kant van het voetbalveld?

    Echt waar? Ja, echt waar. Zo diep zijn we dus gezonken. Ouders kunnen hun kind niet gewoon meer kind laten zijn, en al helemaal niet de scheids de scheids laten zijn. Nee, die ouders, die weten het natuurlijk allemaal veel beter dan een getrainde professional. Als u me zoekt: ik ben even ergens met mijn hoofd tegen een muur aan het bonken met een straaltje kwijl uit mijn mond.

    Dames en heren, dit gaat toch zevenhonderddrieëndertig stations te ver. Waar zijn we als ouders mee bezig, als we de scheids niet meer zijn werk laten doen? Als we zo fanatiek worden dat we moeten schelden en schreeuwen tijdens een SPEL?

    Goed voorbeeld, hoor.

    Maakt niet uit als je een foutje maakt tijdens het voetballen, Hans junior, want papa of mama zal er altijd zijn voor je. Met een rood hoofd en een torenhoge bloeddruk. In je nek hijgend en scheldend als een viswijf. Dat wel. Maar er is altijd, altijd iemand voor je, Hans junior, die je zal leren dat verliezen geen optie is en dat jouw fouten al-tijd goed te praten zijn. Je zult nooit de vervelende ervaring hoeven meemaken van, ik noem maar wat, eigen verantwoordelijkheid, vallen en weer opstaan, je eigen lessen leren. Ik zal er altijd staan, klaar om je fouten goed te schreeuwen, je straf af te nemen en je voor de rest van je leven te verpesten. Zo veel houd ik van je, Hans junior.

    Die psycholoog heeft natuurlijk slim gehandeld. Een zwart, gapend gat in de markt. Want het zijn natuurlijk vooral de echte strebers, die die begeleiding richting gezond boeren verstand nodig hebben. Ik vrees echter dat die weg een hele, hele lange zal zijn.

    Ouders van kind (3) rijden weg zonder kind en merken dit pas op na 200 kilometer..

    De Franse ouders van drie kinderen lieten hun dochtertje (3) achter op een rustplaats onderweg.

    Het achtergebleven kindje werd opgevangen door voorbijgangers en kon alleen melden dat haar ouders, broertje en zusje waren weg gereden.

    Toen de Franse politie via de radio een oproep deed, kwamen de ouders van het kind er achter en keerden ze terug om haar op te halen.
    (Bron: NOS.nl)

    Wat vind jij: ongelofelijk, of kun je je er iets bij voorstellen?

    Waarom kinderen hun ouders soms niet begrijpen

    Ik snap het wel hoor, dat kinderen hun ouders soms niet begrijpen.

    Liegen is fout! (Tenzij wij het doen.)
    Allereerst leren ouders hun kinderen (hopelijk) om netjes te zijn, beleefd, en eerlijk. Maar kinderen zijn van nature al vaak eerlijker dan volwassenen. Wij prenten het ze toch nog eens extra in, hoe belangrijk het is dat ze altijd de waarheid spreken. Totdat de leeftijd komt waarop kinderen ontdekken dat de man met de mijter niet bestaat. Na jaren braaf oefenen met eerlijk zijn, niet liegen, ook niet om bestwil, komen ze er dan achter dat ze jarenlang glashard voorgelogen werden door hun eigen ouders nota bene, op een akelig moeiteloze manier. En dan heb ik het nog niet over de pieten, de paashaas, de kerstman en zo verder.

    Gij zult verdomme nog niet vloeken
    Vervolgens zeggen ouders dat ze geen foute woorden mogen gebruiken. Scheldwoorden zijn uit den boze, want zo ben je niet opgevoed. Totdat mama of papa in de auto afgesneden wordt door een andere automobilist, of totdat een ipad per ongeluk in duizend stukjes kapot valt op de keukenvloer. Dan vliegen de scheldwoorden door het huis, wat niet mag, maar als je ouders het zeggen is dat natuurlijk wel rechtvaardigd, toch?

    (Zelf lijd ik overigens aan “pijnschelden”. Ik zeg altijd netjes “sjips” in plaats van shit. Tenzij ik me écht hard pijn doe. Dan komt er een willekeurig scheldwoord uit. Dat komt omdat ik niet nadenk als ik echt pijn heb. Maar leg dat maar eens uit, als je je kind wil bijbrengen dat schelden niet mag.)

    Het mobiele tijdperk
    Dan heb je nog zoiets moois. Kinderen moeten zo veel mogelijk bewegen, buiten spelen, binnen spelen, niet te lang televisie kijken of op hun tablet spelen. Want nee, dat is ongezond en niet verantwoord!

    Papa en mama zitten echter regelmatig vrolijk en onbewust vast geplakt aan hun telefoon of ipad, checken direct in als ze het pretpark betreden. Kijk maar eens om je heen in een binnenspeeltuin: geen ouder die geen mobiel of tablet bij zich heeft. Als de kinderen maar bewegen!

    Ik zag eens een peuter van twee gevaarlijk hoor klimmen in een binnenspeeltuin. Zo hoog, dat ze bijna in de voor haar veel te gevaarlijke tunnel glijbaan kon vallen. De ouders zagen het niet: ze zaten beiden verzonken in hun tablet of telefoon, mét mp3 speler in de oren.

    Nobody is perfect
    Geen enkele ouder is perfect. De meeste ouders doen dingen in het belang van hun kind en gelukkig meestal met de allerbeste intenties. Vaak gaan dingen onbewust. Maar ja, ik snap dus wel waarom kinderen hun ouders af en toe niet begrijpen.

    Hoe zeggen ze dat ook alweer?
    Children won’t do what you say,
    Children will do what you do.
    Lead by example.

    Ali B barst in tranen uit tijdens ode aan zijn kinderen bij DWDD

    Ali B bracht in DWDD een muzikale ode aan zijn kinderen. Hij hield het daarbij niet droog. De mensen bij DWDD trouwens ook niet.  En ik ook niet. Wat een mooie beschrijving van het proces dat ieder ouder doorloopt in het zien opgroeien en daarmee loslaten van zijn kinderen. Hulde aan Ali!

    Baas in eigen Borst

    kinderkamer-2Vandaag was het weer zo ver. De discussie over borstvoeding laaide weer op, naar aanleiding van een nieuws item over het st. Antoniusziekenhuis in Nieuwegein, waar een rel was ontstaan na een voorlichtingsavond. In dat ziekenhuis zou tijdens die voorlichtingsavond onder andere gezegd zijn, dat je kind niet de nodige liefde krijgt als het geen borstvoeding krijgt, en dat het een plat hoofd kan ontwikkelen. Het ziekenhuis distantieert zich van de uitspraken en gaat onderzoek doen naar deze uitspraken. Maar als dit inderdaad waar blijkt te zijn, dan vraag ik me af waar het naar toe moet met de moeders van Nederland. Als dit de informatie is die we in ziekenhuizen krijgen voorgeschoteld, waar eindigt het dan? Het is natuurlijk klinkklare onzin, dat je je kind niet de nodige liefde kunt geven, als je het met de fles voedt. Dit soort uitspraken (als ze echt zo gezegd zijn) strijken in tegen de haren van alle moeders, die geen borstvoeding hebben gegeven, om welke reden dan ook.

    Wordt er dan geen rekening gehouden met vrouwen waarbij borstvoeding geven medisch gezien niet mogelijk is? Of met vrouwen waarbij de borstvoeding niet op gang komt? Of met vrouwen, die wegens oververmoeidheid en uitputting de borstvoeding staken? Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen: Mijn eigen ervaring met de zogeheten `borstvoedingsmaffia´ was ook niet al te positief. Dat begon al in mijn eigen ziekenhuis, waar ik te horen kreeg dat ik beter geen bijvoeding kon geven aan mijn hongerig brullende baby, vanwege tepel/speen verwarring. Daar sta je dan: postnataal, hormonaal, zwak, al drie dagen aan een stuk door wakker, uitgeput, doodmoe, met een baby die niets binnen krijgt omdat je simpelweg niets produceert, te luisteren naar een vrouw die je vertelt dat het niet goed is voor de baby.

    Het moet wat mij betreft nu maar eens snel afgelopen zijn met die pro borstvoeding propaganda. Natuurlijk is het mooi, als je je kind op natuurlijke wijze kunt voeden. Prachtig! Als het lukt, is het een hele mooie manier om je kind te voorzien van voedingsstoffen, en zo verder. Maar laat het aan de individuele vrouw zelf over om te beslissen hier over, zonder daar een waardeoordeel aan te verbinden. Sommige vrouwen vinden het heel verdrietig als borstvoeding geven niet lukt; die zitten echt niet er op te wachten dat iemand hen vertelt hoe veel liefde hun kindje tekort zou komen door het staken van poging vierhonderdzevenendertig. Sommige vrouwen kunnen geen borstvoeding geven: die vinden dat misschien ook al jammer genoeg. En dan zijn er ook talloze vrouwen die geen borstvoeding willen geven, en ook dat moet mogen.

    Want gelukkig zijn we al heel lang baas over eigen lichaam. Toch? Als je dit soort uitspraken hoort, zou je denken van niet. Als er zo wordt ingehamerd op het schuldgevoel van de nieuwe moeder, is dat op zijn zachtst gezegd zeer kwalijk. Ik hoop dat het bericht niet waar blijkt te zijn. Maar als het wel waar blijkt te zijn: Hoe veel vrouwen zijn dan al op die manier voorgelicht? Hoe veel vrouwen zouden die voorlichtingsbijeenkomst uitgelopen zijn, met een gevoel tekort te zullen schieten, als borstvoeding niet lukt?

    Gelukkig zijn er ook aan de pro-borstvoedingskant genoeg geluiden van verontwaardiging te horen, naar aanleiding van deze “rel”. Gelukkig ook van moeders die pro borstvoeding zijn, maar vooral ook pro eigen keuze. Zo zou het moeten zijn: iedere vrouw doet wat voor haar goed voelt, laat zich op neutrale wijze informeren over de voors en tegens van borst- én flesvoeding, en maakt dan op basis van haar eigen ervaringen en omstandigheden een keuze. Vrij van enig schuldgevoel dat haar aangepraat wordt, als ze nietsvermoedend naar een voorlichtingsavond gaat.

    Baas in eigen borst!

    Bron: http://www.gooieneemlander.nl/regionaal/gooivechtstreek/article27302547.ece/Borstvoedingsmaffia?lref=SL_1

    Hoe het echt is om een moeder te zijn!

    moedeMoeder zijn is in het begin vooral pijnlijk, maar dat fysieke deel houdt gelukkig meestal op, (een tijdje) na de bevalling. Daarna is het vooral mooi, prachtig, zwaar en grappig, onzeker makend, verwarrend, angstaanjagend en tegelijkertijd het mooiste ooit, uitdagend maar ook vervullend. Moeders zijn nooit zonder zorgen. Of het nu kleine zorgen zijn, of grote. Moeders dragen hun kind, letterlijk en figuurlijk. Moeders stoppen pas met zich zorgen maken om hun kind(eren), op het moment dat ze hun laatste adem uitblazen, en gaan waarschijnlijk zelfs daarna nog door, vanuit het hiernamaals.

    Vragen
    Moeders stellen vooral veel vragen: Hoe was je dag? wil je een kusje er op? Waar heb je dat kraaltje precies ingeduwd? Waarom heb je op de muur getekend? Wil je dat ik je help met je huiswerk? Waarom zou mama nou haar telefoon in de koelkast hebben gelegd? Zal ik de juf dan vragen of dat kan? Waarom heb je de rol toiletpapier helemaal uitgerold en om je bed heen gespannen? Sta je op? Sta je nu dan op? Kom je nu echt uit bed? Je weet dat ik van je hou, toch?
    Maar meer nog, beantwoorden moeders dagelijks honderden vragen. Over de gekste dingen. Van waarom de aarde draait, of rond is, tot waarom een pleister nodig is, of niet, waarom iets niet mag (een keer of dertig per dag) waarom de verf nog niet droog is, waarom die jongen haar plaagt, waarom de juf hem niet begrijpt, waar kinderen vandaan komen, waarom in je neus peuteren in het openbaar niet netjes is, waarom je goed moet eten, en zo verder (en verder, en verder, en verder…)

    Moeders. Het zijn net echte mensen.
    Moeders slapen vaak licht. Worden wakker zodra het alarmerende MAMAAAA uit de naastgelegen kamer klinkt. Moeders offeren zich op, gaan mee in het ritme, zouden hun leven in een seconde geven voor hun kind. Moeders lachen, huilen, kunnen leugens ruiken en boze dromen verjagen. Moeders pakken aan, nemen uit handen, vangen op, rapen op, verlenen eerste hulp, leren schrijven, leren lezen, leren rekenen, en proberen te leren los te laten. Moeders proberen de andere kant op te kijken en hun kind zelf fouten te laten maken. Moeders vergoelijken, vergeten, vergeven en verwijten bij momenten ook. Het zijn net echte mensen.

    Strenge moeder
    En het strengst zijn moeders niet voor hun kinderen, maar voor zichzelf. Doe ik het goed? Help ik mijn kind goed genoeg? Help ik mijn kind niet te veel? Geef ik hem of haar genoeg aandacht, of te veel? Stimuleer ik hem of haar genoeg, of moet ik hem of haar wat meer loslaten? Praat ik genoeg met de juf en de moeders op het schoolplein? Moet ik nu wel of niet ondersteunen bij de voorbereiding voor de Cito toets? Moet ik nu wel of niet iets zeggen tegen dat kind dat mijn kind pest? Moet ik wel of niet zorgen voor extra begeleiding? Geef ik nu te veel of te weinig cadeau’s, zakgeld, kleding, eten? Moet ik mijn kind nu al inschrijven voor die school, of ben ik dan beschamend vroeg? Maar als ik wacht, ben ik dan niet asociaal laat? Hoe pakken andere moeders dit aan? Vragen andere moeders wel eens om hulp? Ben ik een slechte moeder, nu ik na zeven nachten met amper slaap mijn kind een nachtje naar oma breng? Gaat mijn kind te veel naar de opvang? Of houd ik het te veel thuis? Knuffel ik mijn kind te weinig, of knuffel ik het te veel? Geef ik mijn kind genoeg complimenten of te weinig?

    Snikken boven de babykleertjes
    Het is het zwaarste wat er is, en het mooist. Het verschuiven van je eigen belang voor het belang van je kind gaat vanzelf, vanaf de eerste dag. Vanaf het moment dat je een kind hebt ga je shoppen voor jezelf en kom je terug met een zak vol kleren voor je kind, ga je een dagje weg voor jezelf en denk je de hele dag aan je kind, ga je werken met plezier, maar ga je met nog meer plezier daarna je kind weer ophalen. Ruik je aan babyhaartjes, gewoon, omdat ze zo lekker ruiken. Mis je de babytijd als die voorbij is, hoe zwaar die ook was. Sta je te slikken en te snikken bij het weg doen van babykleertjes, huil je bijna mee als de lievelingsknuffel kwijt is geraakt, loop je met een brok in je keel weg als je je kind voor de eerste keer naar de opvang, peuterspeelzaal of school brengt. Waar je vroeger nog met droge ogen kon kijken naar geboortes op televisie, schiet je nu vol. Het moederschap verandert je leven compleet, en het houdt je constant een spiegel voor. Ook als wat je in die spiegel ziet, confronterend of niet fijn is. Het maakt je zwakke plekken zwakker en je sterke punten krachtiger. Wie aan je kind komt, maakt de leeuwin in je los, waarvan je vroeger het bestaan misschien niet eens kende.

    Achtbaan
    Het is nooit voorspelbaar, geen dag hetzelfde, en hoe zeer je ook probeert alles te plannen, het loopt altijd net iets anders dan je had gedacht. Je hebt de rest van je leven vierentwintiguursdienst, zelfs als ze de deur uit zijn. Alsof het moederschap een achtbaan is: beangstigend, en net als je denkt “Waar ben ik aan begonnen?” wordt het weer zo leuk dat je zelf weer zo blij wordt als een kind. Je wordt aanbeden, op handen gedragen, weggeduwd en terug geroepen. En hoe vermoeiend en verwarrend het ook allemaal lijkt te zijn; het gaat precies zoals het moet.

    PS: De naam moeder kan overal vervangen worden door vader, behalve dan wat betreft de bevalling.

    Wat ouders (meestal) niet vertellen, maar wel (vaak) doen

    Natuurlijk zouden we graag zeggen, dat we als ouders altijd en overal super consequent zijn, ons kind al vanaf vijf maanden uitsluitend ‘raw food‘ laten knabbelen, het kind nooit voor de televisie laten zitten en dat er louter biologische maaltijden zonder E-nummers of conserveringsmiddelen op tafel worden gezet. In een perfecte wereld, met perfecte ouders, zou dat inderdaad zo zijn.


    Suikervrij, E-nummervrij en Rotzooivrij

    Maar daar heb je meteen het probleem: geen enkel mens is perfect, en ouders dus ook niet. Toch wordt er nogal krampachtig omgegaan met opvoeden, want: iedereen weet hoe het beter kan, zou kunnen of moet. De artikelen over opvoeding vliegen je als ouder om de oren. De adviezen die we krijgen zijn veelal tegenstrijdig: we moeten complimenten geven, maar liefst toch niet te veel, want dan creëer je een narcistisch monstertje. We moeten ons kind liefst suikervrij, glutenvrij, E-nummer vrij en rotzooivrij te eten geven, maar de schappen staan vol met juist die troep. We zouden ons kind het liefst niet te veel op de I-pad of telefoon laten spelen, maar toch barst het van de online kinderspelletjes.

    Negeren is het nieuwe foeteren
    We zouden het kind een paar uur per dag buiten moeten laten spelen, maar sommige mensen hebben nu eenmaal geen geld voor een huis met een tuin of in een rustige wijk, waar kinderen veilig buiten kunnen spelen. Zijn dat dan meteen slechte ouders? Lijkt me toch van niet. We willen graag opvoeden zonder te straffen, maar in de praktijk blijkt dat toch vaak lastig. Waar we eerder dachten dat de ‘naughty chair’ (stoute stoel) van de Nanny dé oplossing was, blijkt nu weer uit onderzoeken dat in de hoek of op de stoel gestuurd worden net zo veel pijn doet als schelden. Negeren schijnt volgens experts een even grote straf te zijn als foeteren. We kunnen het eigenlijk ook niet meer goed doen!
    Oh, en het is niet goed om je kind bij ieder huiltje op te tillen, wisten jullie dat al? Nee, het is beter om het met een gezonde methode te laten wennen aan het zelf in slaap vallen en doorslapen. Dus.
    Wat veel ouders niet toegeven, maar wel doen
    Ik zal het dan maar toegeven namens de (meeste) ouders van nu: JA! Ja, we laten ons kind wel eens langer dan een kwartier televisie fotokijken. En ja, soms ook gewoon om eens heel even rustig de krant te kunnen lezen of gewoon, om even op adem te komen na de zevenhonderdste waarom vraag. En oh ja: JA, we geven ons kind wel eens de i-pad in de wachtkamer bij de dokter of tandarts, zodat ze de andere bezoekers niet helemaal wild maken. En ja, we koken ook wel eens een snelle hap mét conserveringsmiddelen, we zetten ons kind wel eens in de hoek om af te koelen of om na te denken, en we vergeten wel eens consequent te zijn. En last but not least: ondanks alle adviezen breken wij ouders ook wel eens, en lopen we toch midden in de nacht met ons kleine minimens door de woonkamer, slaapliedjes te neuriën. Gewoon, omdat onze ouderlijke ziel het gehuil niet meer aan kon horen en omdat dat verdrietige stemmetje gewoonweg door merg en been gaat.

    Zo erg is af en toe in de hoek zetten niet, tenzij je structureel vergeet je kind er weer uit te halen
    Vroeger was dat misschien allemaal anders, maar vroeger is niet nu. De tijden zijn veranderd. Dus veranderen de ouders en kinderen mee. Maar ik geloof niet dat kinderen er zo veel slechter van worden, zolang je ze niet als een zombie uren lang voor de televisie plant. Zo erg zal het in de hoek zetten niet zijn, tenzij je ze structureel vergeet er ook weer uit te halen. En als je je kind je telefoon geeft in de wachtkamer is dat ook niet zo´n ramp, zolang je het niet vergeet mee naar de dokter te nemen als jullie naam geroepen wordt.

    Ouders: het zijn net echte mensenfoto2
    Oh, en nog iets: zo erg is het niet om eens een keer boos te worden op je kind. (uiteraard zonder geweld! maar dat spreekt voor zich, hoop ik.) Niet iedere ouder heeft immers een ongelimiteerd geduld. Slaapgebrek en stress creëren nu eenmaal iets kortere lontjes. Zolang het niet al te vaak voorkomt, je het daarna ook weer uitpraat en ook niet te koppig bent om sorry te zeggen, is het echt niet zo´n ramp. Want weet je, ouders, dat zijn net echte mensen.
    Zo vreselijk slecht is televisie kijken of spelen op de I-pad niet, zolang je zorgt dat ze ook regelmatig in beweging zijn, op wat voor manier dan ook.

    Wie denkt dat het wel perfect kan…
    Zolang we als ouders onze kinderen regelmatig laten merken dat we van ze houden, trouw blijven aan onze eigen principes en onze kinderen voldoende aanmoedigen om zich te ontwikkelen op zijn of haar eigen manier, is het allemaal zo slecht nog niet met ons gesteld. En wie denkt dat het wel perfect kan allemaal, nou, die heeft waarschijnlijk zelf geen kinderen. Ha!

    Scheidende koppels: denk om uw kinderen!

    Scheiden. Een gevoelig onderwerp. Hoe moeilijk het is als je ouders uit elkaar gaan, hangt voor een groot deel ook samen met hoe je ouders dat doen. Doen ze dat met respect naar elkaar toe, communiceren ze eerlijk met hun kinderen zonder de andere ouder door het slijk te halen? Stellen ze het belang van de kinderen voorop, ondanks de verdrietige omstandigheden die een scheiding met zich mee brengt? Is er ruimte voor de emoties, de vragen – ja, ook de pijnlijke! – en de gedachten van het kind?

    Er is al zo veel over geschreven, gescheiden ouders. Iedereen heeft er een mening over. Moeten mensen dan maar eeuwig bij elkaar blijven voor de kinderen? Ook al is dat huwelijk een schijnvertoning? Nee. Natuurlijk niet. Sterker nog: een slecht huwelijk is ook geen gezonde omgeving voor een kind.
    Een scheiding gaat voor ouders gepaard met veel verdriet, pijn, vaak ook woede. Emoties die soms de overhand kunnen nemen.

    Maar wat ouders vaak niet volledig lijken te beseffen, is dat hun pijn in het niet valt bij de pijn van hun kinderen.

    Zeker als de scheiding gepaard gaat met modder gooien over en weer, het bewust of onbewust inzetten van kinderen in het gevecht, of het uitstorten van volwassen problemen over een kind dat altijd loyaal wil zijn – aan beide ouders. Kinderen zijn vaak de dupe. Ze vragen er niet om, ze weten zich er geen raad mee en ze worden maar geacht overal in mee te gaan. Het verbaal neerhalen van de andere ouder in het bijzijn van het kind is gewoonweg karaktermoord. Je houdt als kind van niemand méér dan van je ouders.
    Goede begeleiding is nodig, zeker bij vechtscheidingen. Het is van immens groot belang voor de veilige ontwikkeling van een kind. Ik schreef er ooit een gedicht over. Het zijn maar vier regels, maar ze zeggen eigenlijk genoeg.

    Alsof ze me in tweeën scheuren
    Aan elke kant staat er één
    Ik blijf maar in het midden staan
    Al is het helemaal alleen

    .