Tagarchief: opvoeding

Wie niet horen kan, moet maar voelen! De Horen, Zien en Zelf Ervaren-methode voor anders lerende kinderen

Wie niet horen kan, moet maar voelen. Dat werd vroeger – toen dat nog normaal gevonden werd – vast ook vaak gezegd tegen anders lerende kinderen. Maar wat ik te vertellen heb, komt op een positieve manier neer op exact die woorden; alleen – geen zorgen! – wel met een tegenovergestelde betekenis.

Mijn brief “Sorry, lief kind” werd duizenden keren gedeeld. Honderden reacties kwamen binnen; vooral van ouders, maar ook van leerkrachten en begeleiders die zich zorgen maakten. Vooral veel herkenning, maar ook veel verdriet en wanhoop. Ouders die niet meer wisten wat ze moesten doen. Leerkrachten die hun zorgen uitten. In deze blog deel ik mijn persoonlijke mening en mijn eigen methode die ik uit persoonlijke ervaringen ontwikkelde: de Horen, Zien en Zelf Ervaren methode. Ik hoop hiermee te bereiken dat meer ouders en leerkrachten gaan werken op deze manier, waardoor anders lerende kinderen makkelijker op hun unieke manier kunnen blijven leren en opgroeien, binnen hun eigen vertrouwde omgeving.  blog horen zien voelen methode

Kijk me aan als ik tegen je praat!
Een anders lerend kind verwerkt prikkels en informatie anders. Kinderen met bijvoorbeeld autisme en ADHD hebben moeite met concentreren. Ze worden vaak dromerig, snel afgeleid, (te) beweeglijk of storend genoemd.

De leerkracht kan zijn of haar werk voor de hele groep bijvoorbeeld niet naar behoren doen, omdat het kind met de prikkelverwerkingsproblemen met zijn of haar drukke gedrag de aandacht van andere leerlingen afleidt.

anderslerendkindWat gebeurt er dan in de regel? Ieder kind wil in de kern graag leren. Toch wordt het anders lerende kind helaas verkeerd begrepen en wordt het drukke of afgeleide gedrag enkel bestraft. Leerkrachten zijn mensen die ontzettend hard werken en hart hebben voor kinderen, anders waren ze dit belangrijkste beroep niet gaan uitvoeren. Maar het werken met anders lerende kinderen, zoals kinderen met bijvoorbeeld autisme of ADHD, is óók anders en soms moeilijker, want; als je iemand iets wil vertellen, heb je als leerkracht misschien graag dat het kind je ook aankijkt. Als je een groep iets wil vertellen, heb je een nog grotere klus. Dat kind dat continue afgeleid is of anderen afleidt met zijn beweeglijkheid, kan voor de leraar een pittige uitdaging worden om aan het eind van de dag zijn taak te volbrengen.

Maar moeten we dan het kind forceren zich aan te passen aan de lesmethode, of de lesmethode aanpassen aan de kinderen?

anderslerendkind2Scholen, leraren en ouders: we willen allemaal graag dat het kind zichzelf kan zijn. Toch kunnen veel anders lerende kinderen dit nog niet (genoeg) zijn, simpelweg omdat het onderwijs methode of de opvoedmethode nog niet voldoende is ingericht op hun manier van leren. Dus stroomden de laatste jaren ontelbare kinderen door naar het speciaal basisonderwijs. Met speciaal basisonderwijs is absoluut niets mis, maar de vraag is wel of dit echt altijd noodzakelijk is. Natuurlijk is in het geval van ernstige gedragsproblematiek en bij kinderen met bijvoorbeeld een chronische ziekte speciaal onderwijs noodzakelijk. Toch blijft dan de vraag over: zou het gros van de anders lerende kinderen niet veel vaker in het regulier onderwijs kunnen blijven, als we de boodschap simpelweg beter geschikt maken voor anders lerende kinderen?

anderslerendkind8Beelddenkers en bewegers
Veel anders lerende kinderen zijn beelddenkers. Zij denken en leren in plaatjes, beelden. Vertel het me en ik vergeet het; laat het me zien of (beter nog) ervaren, en ik onthoud het. Dus in plaats van een enkel verbale, theoretische instructie die juist daardoor gemist wordt door anders lerende kinderen, hou je als school door simpelweg visuele en praktische hulpmiddelen direct bij die theoretische boodschap in te sluiten ook je anders lerende kinderen bij de les.

Anders lerende kinderen leren niet door te luisteren, zij leren door te zien of te doen. Geef die kinderen die zo prettiger leren letterlijk iets te DOEN tijdens de instructie, en je hebt hun aandacht. Iets doen kan zijn iets bekijken, iets aanraken, iets zien bewegen, iets ruiken. Iets doen kan ook zijn: uitleg geven door vragen te stellen aan het anders lerende kind. Iets doen kan ook zijn: het anders lerende kind positief betrekken bij de boodschap door het een taak te geven. Geef het anders lerende kind een activiteit bij de theorie en het kan zich veel gemakkelijker concentreren. Toon altijd een praktisch voorbeeld tijdens je theoretische uitleg, en je hebt ook de aandacht van anders lerende kinderen.

anderslerendkind7Laat de boodschap altijd aansluiten bij meer zintuigen!
Een praktisch voorbeeld: Een kind met autisme heeft moeite met oogcontact maken en lang naar het gezicht van de leerkracht kijken tijdens instructie momenten. Dit vergt van een kind met autisme enorm veel energie: daarbij wordt het kind afgeleid door bijvoorbeeld interessantere details, zoals bewegende wenkbrauwen, een knoop die iets scheef zit, of een ring die mooi glinstert: zelfs als het kind wel naar de leerkracht kijkt is het dus nog maar de vraag of de verbale informatie binnen komt.

anderslerendkind10
Lang moeten luisteren: Boooooring, en niet alleen voor kinderen!

Zelf val je als volwassene toch ook wel eens bijna in slaap tijdens verbale presentaties die te lang duren? Lang stilzitten en niks kunnen (of mogen) doen zorgt voor onrust en gebrek aan concentratie. Heus niet alleen bij anders lerende kinderen. Dat heeft niets te maken met de inhoud van de boodschap, en alles met hoe de boodschap gebracht wordt. Daarbij heeft een kind doorgaans nog een veel kortere aandachtsboog dan een volwassene.

Voetjes van de vloer
Een leerkracht op de basisschool van mijn dochter had een hele goede en leuke manier gevonden: als hij merkte dat de groep onrustig werd of dat de aandacht verslapte, deed hij een korte beweegoefening met de klas. Hup, allemaal opstaan, en even een aantal keren springen en klappen. Niet alleen de anders lerende kinderen hadden er baat bij (want zij konden hun energie even kwijt en konden zich daarna weer makkelijker concentreren), ook de andere kinderen vonden het fantastisch. Om het hoofd te legen moet het lijf bewegen. Dat helpt niet alleen anders lerende kinderen, dat helpt de hele klas. Op een andere basisschool die ik ken hebben ze praktische buiten oefeningen in het standaard lesprogramma opgenomen, met fantastische resultaten. Laat kinderen bewegen en actief deelnemen, en ze leren sneller.

anderslerendkind9Horen, zien en zelf ervaren – Spreek zo veel mogelijk zintuigen aan!
Ik rende maanden lang achter mijn anders lerende kind aan met haar fietsje, toen ze zonder zijwieltjes leerde fietsen. Het probleem was alleen dat ze het niet leerde. Ik deed exact wat ik andere ouders altijd had zien doen, en toch zorgde het bij mijn kind voor paniek. Wat ik ook probeerde en hoe vaak ik ook met haar ging oefenen, het lukte niet. Ik was ondertussen radeloos.

Op dat moment besloot ik kritisch te gaan kijken naar mijn eigen aanpak, me verplaatsend in haar belevingswereld.

Daarop besloot ik mijn aanpak aan te passen: Ik ging niet meer met haar naar buiten; ik liet haar enkel een filmpje zien van een kind dat leerde fietsen. Ze bekeek het filmpje van drie minuten, keek me aan en zei `Oh, nu kan ik het!´Ik liep met haar naar buiten en tot mijn grote verbazing stapte ze – zonder nog maar een greintje angst!-  op en fietste weg. Ze had gezien wat het kind in het filmpje met haar voeten deed, iets waarvan zij tot dat moment nog niet wist dat dat kon. Ik had het haar wel verteld, maar dat hoorde ze niet want ze had paniek en ik bood haar alleen maar telkens dezelfde auditief informatie, terwijl zij visueel leert! Ik paste dus mijn leermethode aan (de eerste manier leidde alleen tot weerstand en angst), en door te kijken wat aansloot bij haar manier van leren, leerde ze het verbazingwekkend gemakkelijk.

Als een kind moeite heeft met luisteren, kunnen we er heel lang over gaan mopperen dat het moeite heeft met luisteren. We kunnen het kind zelfs straf geven omdat het niet luistert. Maar wat we ook kunnen, is even diep ademhalen, het probleem omdenken en zoeken naar manieren waarop de boodschap het kind wél bereikt.

Dit wiel hoeft helemaal niet individueel telkens uitgevonden te worden: de boodschap moet structureel veranderen. Als op alle leermomenten (op school, maar ook thuis) de zintuig-methode Horen, Zien en Zelf Ervaren toegepast wordt gaat het anders lerende kind doen én vertrouwen krijgen in wat het kan: op zijn eigen manier leren.

Wie vroeger niet horen wilde, moest maar voelen. Wie vandaag de dag niet horen wil, kan misschien wel zien, ervaren, proeven, ruiken, aanraken, en op die manier hetzelfde leren. 

Advertenties

NINJAKINDEREN (je hoort ze nooit aankomen)

Kinderen hè. Die hebben een gáve. Het is de gave van de aanwezigheid. Want, echt hè. Ze zijn er altijd, overal. Waar je ook gaat. Als een soort ninja’s besluipen ze je op de meest onverwachte momenten. Ongehoord.
Als ik bijvoorbeeld mezelf eindelijk eens een lekker koekje wil gunnen, en er is er nog maar één van, dan kan het natuurlijk eens zo zijn dat ik denk; sorry hoor, vandaag is het mama-time, die laatste is dit keer gewoon voor mij.

Even daarvoor had ik nog gecontroleerd; Kind zat nog met half open hangend mondje gehypnotiseerd televisie te kijken, al zeker een half uur. Me veilig wanend sloop ik naar de keukenkast, waar ik behoedzaam en geruisloos de kastdeur opende en als in een mission impossible film de doos koekjes richting aanrecht verplaatste, en BAM: naast me stond Kind, als uit het niets verschenen op ninjasokjes, verontwaardigd naar mijn koekje te kijken. “Voor mij?”

Girl Watching the Cake on White Ceramic Round PlateEen goede moeder zou dan natuurlijk lieflijk glimlachen en zeggen “Natuurlijk, schatje.”. Maar ik, als soms wel oververmoeide, dietijdvandemaandoverlevende alleenstaande moeder, moest daar dan toch echt even over nadenken. Want, natuurlijk, je kind is je alles en zo. Maar, van de andere kant, CHOCOLA.

Vertwijfeld stond ik me af te vragen waar Kind toch dat zesde zintuig vandaan haalt als het om lekkers gaat. Van de andere kant groeide mijn respect voor haar, terwijl ze standvastig deelnam aan de langste staredown van haar leven, hier in de keuken. Het koekje bleef tussen ons in liggen, de wedstrijd van de langste adem was begonnen.

Na een tijdje keek ze op van het koekje, keek mij aan en zei “Weet je wat, ik breek hem, en dan mag jij het grootste stuk. Want precies doormidden lukt me toch bijna nooit. Is dat een oplossing?” Ik knikte, aaide haar over haar hoofd en sprak mezelf van binnen vermanend toe, want ik hoopte in mijn hoofd op een heel groot stuk. Daarna bedacht ik dat ik haar wel probleemoplossend denkvermogen bij breng op deze manier, en voelde ik me iets minder slecht, met mijn 60% koekje.

Waarom “Trek het je niet aan” SLECHT advies is

https://static.pexels.com/photos/23008/pexels-photo.jpg

We zeggen het tegen elkaar. We zeggen het tegen onze kinderen. “Trek het je niet aan.” Waarom trek het je niet aan naar mijn mening slecht advies is, zal ik uitleggen.

Degene die jou net over zijn probleem heeft verteld, zou het je waarschijnlijk niet verteld hebben als hij het zich niet al lang wel had aangetrokken. Er is een probleem, die persoon zit er mee, en dan kom jij met trek het je niet aan. Daar heb je dus helemaal niks aan, met je probleem.

Allereerst zeg je met trek het je niet aan eigenlijk: je moet je er niet druk om maken. Dat is heel goed bedoeld natuurlijk, maar daar heb je niet zo veel aan als je je er wel druk om maakt. Want dat doe je al. Anders zou je er niet over praten, toch?

Tegen kinderen zeggen we ook vaak dat ze het zich niet aan moeten trekken. Wat ik daar persoonlijk niet zo handig aan vind, is dat een kind dan het gevoel kan krijgen dat het probleem waar het mee zit, niet belangrijk genoeg is, niet mee telt, of in het ergste geval, dat het zich aanstelt. Want jij vindt dat het zich van dit probleem niets moet aantrekken, toch?

In plaats van trek het je niet aan kun je misschien beter het probleem valideren en samen op zoek gaan naar oplossingen. Want hoewel jij misschien denkt dat de ander dit probleem makkelijk naast zich zou moeten kunnen neerleggen, voor diegene is dat (op dit moment) niet zo gemakkelijk. Toch?

Asociaal gedrag bij Kinderen (en de blinde vlek van ouders)

Ik schreef eens een quote over Pietertje. Pietertje rende door de speeltuin en maaide met zijn armpjes onschuldige voorbijgangertjes neer. “Dat komt door zijn koemelkintolerantie.” zuchtte zijn moeder tegen me.
Totdat Pietertje een kindje tegenkwam met Pietertje intolerantie.

Die quote werd me toch een triljoen keer gedeeld, zeg. En ik snap ook wel waarom. Het lijkt alsof sommige kinderen tegenwoordig alleen nog gekleed en gevoed worden, maar niet meer opgevoed. En hoewel mijn eigen kind absoluut niet perfect is (en dat ook niet hoeft te zijn), kan ik het niet helpen dat de volgende gedachte zich aan mij opdringt:

Als ouders toe zitten te kijken terwijl hun kind gigantisch over alle fatsoensnormen heen dendert, fysiek of verbaal faliekant meermaals de mist in gaat en asociaal gedrag vertoont, dan wordt dat al voor een groot deel verklaard door exact dat: de toekijkende ouder die niet ingrijpt.

Je kunt kinderen niet met honden vergelijken. Want foei, dat is niet hetzelfde. Maar toch. Stel dat ik dat toch stiekem een keer zou doen. Dan zou je die ouders die niet ingrijpen kunnen vergelijken met hondeneigenaren die bij een bijtincident er naast staan en verbouwereerd zeggen: “Dat doet ie anders nooit.”

Toch is het bijtincident meestal een gevolg van een hele reeks gebeurtenissen waarin de hond zijn grenzen niet duidelijk gemaakt krijgt, waardoor hij nerveus en angstig wordt (want een hond houdt van duidelijkheid… kinderen ook. Tot zo ver mag je gaan.) uiteindelijk een bijtincident kan plaatsvinden.

Het kan natuurlijk zo zijn dat dat agressieve gedrag van je kind een (veel) dieper liggende oorzaak heeft dan enkel het opzoeken van grenzen. Maar  dan nog; dan ga je als ouder op zoek naar die dieper liggende oorzaak, en laat je dit soort incidenten niet zomaar voorbij gaan zonder enige reactie te geven richting je kind, toch? Ik begrijp oprecht niet waarom mensen niet ingrijpen als hun kind zo asociaal of agressief is naar andere kinderen. Is het de blinde vlek, die ouders hebben voor hun kind? Zien ze het niet zoals wij het zien? Zie ik dingen bij mijn eigen kind dan misschien ook niet? Het zou best kunnen. Toch weet ik zeker dat wanneer mijn kind op zo’n bewuste, gemene manier een ander kind pijn zou (proberen te) doen, ik er binnen twee tellen bij zou zijn, met bijbehorende consequenties.

Dat zeg ik niet uit de hoogte, maar omdat ik fatsoen wil overbrengen op mijn kind en omdat ik me verantwoordelijk voel. Als je ziet hoe veel zinloos geweld er is tegenwoordig, bekruipt me toch de gedachte, dat meer mensen dit zouden moeten proberen.

Waarom kinderen hun ouders soms niet begrijpen

Ik snap het wel hoor, dat kinderen hun ouders soms niet begrijpen.

Liegen is fout! (Tenzij wij het doen.)
Allereerst leren ouders hun kinderen (hopelijk) om netjes te zijn, beleefd, en eerlijk. Maar kinderen zijn van nature al vaak eerlijker dan volwassenen. Wij prenten het ze toch nog eens extra in, hoe belangrijk het is dat ze altijd de waarheid spreken. Totdat de leeftijd komt waarop kinderen ontdekken dat de man met de mijter niet bestaat. Na jaren braaf oefenen met eerlijk zijn, niet liegen, ook niet om bestwil, komen ze er dan achter dat ze jarenlang glashard voorgelogen werden door hun eigen ouders nota bene, op een akelig moeiteloze manier. En dan heb ik het nog niet over de pieten, de paashaas, de kerstman en zo verder.

Gij zult verdomme nog niet vloeken
Vervolgens zeggen ouders dat ze geen foute woorden mogen gebruiken. Scheldwoorden zijn uit den boze, want zo ben je niet opgevoed. Totdat mama of papa in de auto afgesneden wordt door een andere automobilist, of totdat een ipad per ongeluk in duizend stukjes kapot valt op de keukenvloer. Dan vliegen de scheldwoorden door het huis, wat niet mag, maar als je ouders het zeggen is dat natuurlijk wel rechtvaardigd, toch?

(Zelf lijd ik overigens aan “pijnschelden”. Ik zeg altijd netjes “sjips” in plaats van shit. Tenzij ik me écht hard pijn doe. Dan komt er een willekeurig scheldwoord uit. Dat komt omdat ik niet nadenk als ik echt pijn heb. Maar leg dat maar eens uit, als je je kind wil bijbrengen dat schelden niet mag.)

Het mobiele tijdperk
Dan heb je nog zoiets moois. Kinderen moeten zo veel mogelijk bewegen, buiten spelen, binnen spelen, niet te lang televisie kijken of op hun tablet spelen. Want nee, dat is ongezond en niet verantwoord!

Papa en mama zitten echter regelmatig vrolijk en onbewust vast geplakt aan hun telefoon of ipad, checken direct in als ze het pretpark betreden. Kijk maar eens om je heen in een binnenspeeltuin: geen ouder die geen mobiel of tablet bij zich heeft. Als de kinderen maar bewegen!

Ik zag eens een peuter van twee gevaarlijk hoor klimmen in een binnenspeeltuin. Zo hoog, dat ze bijna in de voor haar veel te gevaarlijke tunnel glijbaan kon vallen. De ouders zagen het niet: ze zaten beiden verzonken in hun tablet of telefoon, mét mp3 speler in de oren.

Nobody is perfect
Geen enkele ouder is perfect. De meeste ouders doen dingen in het belang van hun kind en gelukkig meestal met de allerbeste intenties. Vaak gaan dingen onbewust. Maar ja, ik snap dus wel waarom kinderen hun ouders af en toe niet begrijpen.

Hoe zeggen ze dat ook alweer?
Children won’t do what you say,
Children will do what you do.
Lead by example.

Excuses aan alle mannen: de Mannengriep bestaat!

Nu het griepseizoen op volle toeren draait, is het goed om weer eens aandacht aan het fenomeen Man en Griep te besteden.

De Mannengriep.

Ik heb het vaker gehoord, van vrouwen om me heen; de Man lijkt te denken dat hij doodgaat aan de griep. Het gekke is dan weer, dat hij zich bij het breken van – ik noem maar wat – een been, bikkelhard opstelt. “Ach, gaat wel over.” mompelt hij, terwijl het betreffende been een wel akelig onnatuurlijke houding heeft. Zodra echter het griepvirus zich meester maakt van deze stoere kerel, ligt hij sniffend in bed met de dekens over zijn hoofd, “kan hij echt niks meer” (behalve jammeren dat het Einde der Tijden gearriveerd is).

De heren voelen zich dus sneller beroerd en zielig dan de dames, zo lijkt het.

Maar als dat waar is, is het dan echt Aanstelleritis? Of is er een legitieme reden voor?

Zijn mannen echt zieker dan vrouwen door de griep?

Dat vraagt om wat onderzoek.

Er komen uit wetenschappelijke hoek geluiden die stellen, dat mannen een X-chromosoom minder hebben dan vrouwen, waardoor hun lichaam vatbaarder is voor virussen en zich dus minder kan verweren.

Daarbij schijnen mannen meer temperatuurreceptoren te hebben dan vrouwen (omdat dat deel van de hersenen bij mannen groter is), zo stellen neurowetenschappers van de universiteit van Durham. Hierdoor krijgen mannen sneller (hogere) koorts, wat het ellendige gevoel van een naderend einde bij de man kan veroorzaken.

Dit zou wel het één en ander kunnen verklaren. Het groeien van dat bewuste deel van de hersenen is de schuld van testosteron. En wij maar denken dat alleen vrouwen last hebben van hun hormonen…

Je kan het mannen dus feitelijk niet kwalijk nemen, dat ze heviger geveld raken door hetzelfde virus.

Namens alle vrouwen van Nederland wil ik dus even een welgemeende sorry zeggen: Sorry, mannen! We zaten er naast. We dachten dat jullie doodsangst bij griep overeen kwam met jullie fobie voor opruimen of iets mee naar boven nemen wat op de trap staat. We zaten er alleen dit keer faliekant naast.

We weten dat jullie het niet gewend zijn om dit van ons te horen, maar: mannen, in dit geval hadden jullie gelijk. Jullie zijn – bij griep – absoluut zieliger!