Tagarchief: opvoeding

Probleem-fixer? Zo kom je er van af!

Ik ben van nature een probleemoplosser. Ik wil niet in cliché’s vervallen, maar ik ben er echt zo eentje: ik denk niet in problemen maar in oplossingen. Ik kijk niet naar wat er niet meer kan, maar liever naar wat wél mogelijk is. Vreselijk optimistisch. Ik weet het. Het kan ook irritant zijn, op het opdringerige af.

Als iemand mij een probleem vertelt, leef ik me zodanig in dat ik het allerliefst direct het probleem wil oplossen. Weet ik geen oplossing uit mijn eigen levens- of werkervaring? Dan grijp ik direct mijn telefoon als een pistool uit mijn holster, ram ik driftig op het toetsenbord en zoek oplossingen. Ik heb nooit geteld hoe veel vragen ik per maand aan Google stel , maar het zijn er ongetwijfeld veel. Te veel.

De oorzaak van problematisch problemen oplossen
Waarom wil ik altijd direct het probleem van de ander oplossen? Hier heb ik een tijdje over nagedacht. Allereerst omdat ik me snel inleef, empathisch ben en graag wil dat het goed gaat met de mensen om me heen. Ik trek me het lot van anderen aan. Soms te veel. Ik wil graag dat iedereen om me heen gelukkig is, want dan ben ik dat ook. Wellicht laat ik mijn eigen geluksgevoel zelfs te veel afhangen van hoe het gaat met de mensen om mij heen. Zij happy, ik happy. Toch? Nee. Zo werkt het niet altijd. Soms moet je de ander de ruimte bieden door gewoon te luisteren. Je hoeft niet altijd ieder probleem direct op te lossen. Voor mij is dat echter heel erg moeilijk, omdat ik soms de oplossing al zie liggen, voor het oprapen. Toch heeft het vaak veel meer waarde om het een ander zelf te laten ontdekken.

Probleemoplossingsstress: Niet nodig!

Het probleem (haha) van problemen direct voor iemand anders willen oplossen is meervoudig:

1. Je wordt probleemoplossings-dealer
Allereerst merken mensen dat jij de ‘problem-fixer’ bent. Als ze een beetje lui aangelegd zijn, hobbelen ze dus direct met ieder nieuw probleem naar… juist, jou! Jij bent toch zo goed in fixen? Nou, hier, dit is mijn probleem, fixen maar!

2. Probleemoplossingsstress
Het tweede probleem is dat je het er erg druk mee kan krijgen. Voor je het weet spreekt het zich rond en komen steeds meer mensen met hun problemen op je af. Sterker nog, als je niet uitkijkt ben je opeens een onbetaalde coach waar mensen op leunen, gewoon omdat het kan. Daardoor kun je een bepaalde druk gaan voelen, waardoor je niet meer toe komt aan rust of ontspanning. En dát is dan weer jouw eigen probleem!

3. Blinde vlek voor je eigen problemen
Het derde probleem als je een probleem-fixer bent zoals ik, is dat je gaat denken dat je ook al je eigen problemen allemaal moet kunnen oplossen. Dus blijf je vaak veeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeel te lang doorlopen met een probleem, omdat je het koste wat het kost zelf wil oplossen. Terwijl soms een ander perspectief je op goede ideeën kan brengen, omdat je bij jezelf een blinde hoek hebt. Zo heb ik twee jaar lang met angstklachten rondgelopen, omdat ik dacht en vond dat ik ze zelf moest kunnen oplossen. Dit lukte niet, waardoor ik uiteindelijk letterlijk en figuurlijk aan het eind van mijn Latijn was. Voor mij was het lange tijd moeilijker om toe te geven dat ik mijn eigen probleem niet kon oplossen, dan hulp te zoeken. Put jezelf niet uit: je bent geen psycholoog en je weet niet alles. Je bent ook maar gewoon een mens… en ieder mens heeft gebreken.

Relax! Je hoeft niet ieder probleem op te lossen.

4. Je wordt een makkelijk slachtoffer voor manipulatieve types
Dit heb ik al vaker beschreven in mijn blogs over manipulaties en narcisme: Mensen die manipulatief zijn pikken probleem-fixers er zo uit in een menigte. Ze voelen snel aan dat jij empathisch bent, een positieve en helpende persoonlijkheid. Dit maakt jou tot een lief klein konijntje in de ogen van de roofvogel die narcist heet. Hij cirkelt een tijdje om je heen van verre, waarna hij je bij de strot grijpt. Je verantwoordelijkheidsbesef en neiging tot snelle gevoelens van schuld maken van jou de ideale prooi; jij wil me toch helpen? Jij laat me toch zeker niet in de steek?
(Trouwens: Als je wil weten hoe je narcisme in relaties en vriendschappen kunt herkennen en hoe je met manipulaties om kunt leren gaan, lees dan deze blogs eens)

5. Niet alle problemen hoeven door jou opgelost te worden!
Het klinkt hard, maar don’t flatter yourself. Jij bent niet de enige die problemen kan oplossen. Geef mensen meer credits en laat iemand zelf zijn probleem oplossen! Als je dit moeilijk te geloven vindt, bedenk dan eens hoe veel jij er zelf van leert als je iets zelf bereikt versus wanneer iemand je bij de hand pakt en alles voorkauwt.

6. Soms wíllen mensen helemaal niet dat jij het oplost
Soms willen mensen alleen maar even hun gal spuwen en hun verhaal kwijt. Ze willen dan helemaal niet dat jij hun problemen direct te lijf gaat! Soms kan dit dus averechts werken – waardoor mensen denken: nou, als ik weer een probleem heb, vertel ik het haar zeker niet meer. Je weet zelf vast ook wel dat je het soms gewoon nodig hebt om een tijdje na te denken en eventueel te praten over een probleem, voordat je er klaar voor bent om het (zelf!) op te lossen. Waarom verwacht je dit dan wel van anderen?

Help! Ik ben een probleemfixer! Hoe kom ik hier van af?
Oké, ik kan dit niet voor je oplossen (goed van mij hè), maar ik heb wel wat tips die ik kan delen. Ready? Komt-ie dan hè!

Wachten…. wachten… en zwijgen
Ja, dit is veel lastiger dan het lijkt. Wachten en zwijgen. Vertelt iemand je zijn of haar probleem? Luister, knik, wacht en zwijg. Als het ongemakkelijk stil wordt, zeg dan iets in de trant van een welgemeend “Wat vervelend voor je, zeg.”. En dan wacht en zwijg je verder. Mensen komen dan zelf meestal wel met pogingen die ze gedaan hebben om het probleem op te lossen, gaan hardop nadenken en komen soms ter plekke zelf er achter wat de oplossing is, ook zonder jouw hulp! Soms weten mensen ook al verdomd goed wat de oplossing is, ze willen het alleen nog niet weten of hardop uitspreken.

Mijn moeder zegt altijd dat wanneer je tien problemen hebt – en je doet er helemaal niets mee – gemiddeld acht van de tien problemen zich vanzelf oplossen.

Je kunt je – als controlevragen – ook dit afvragen:

– Is dit mijn probleem? (zo nee, waarom moet jij het dan oplossen?)
– Moet IK hier iets mee?
– Kan degene tegenover mij dit zelf ook oplossen? (zo ja, waarom doet hij of zij dit dan niet?) (spoiler alert: Het antwoord is meestal ja!)
– Moet ik hier NU iets mee? (zo nee, dan is het niet urgent en geef je het wat tijd; grote kans dat diegene het probleem dan al zelf opgelost heeft en al lang vergeten is dat hij of zij jou er mee ‘belast’ heeft!)

Problemen zelf laten oplossen zorgt voor meer zelfvertrouwen bij je kind!

Probleem-fixende ouders: help je je kind daar echt mee?
Ook als ouder is het soms moeilijk om niet alle problemen voor je kind direct op te willen lossen. Toch is dit niet de beste manier om je kind voor te bereiden op de toekomst, zeker niet als je als ‘curling-moeder’ alle problemen weg veegt voor de voeten van je kind. Als kind leerde je het meest van die keren dat je keihard op je bek ging, toch? Laat het kind zijn eigen fouten maken, zijn eigen problemen hebben en oplossen (voor zover dit naar zijn of haar leeftijd haalbaar is uiteraard); daar zal het zelfvertrouwen van groeien. Veel van de sterkste mensen die ik ken hebben in hun jeugd heel wat problemen gehad; hierdoor zijn ze juist zulke sterke volwassenen geworden.

Wat niemand zegt voordat je kinderen krijgt!

Ja, je krijgt er heel veel voor terug: het ouderschap. Mooie momenten, een mini versie van jezelf, liefde, kusjes knuffels. Maar…. ook griep, driehonderd verkoudheden, buikloop en grijze haren. Je moet er immers wel wat voor over hebben.

Dit is wat niemand je zegt voordat je kinderen krijgt:

  • Snot. Snot is overal.
  • Je gaat je veel meer dan ooit tevoren met poep en plas bezighouden.
  • Je gaat merken op precies hoe weinig slaap je toch nog je werk kunt doen.
  • Slaap wordt waardevoller dan ooit.
  • Je gaat uren lang Dora, Bumba, of andere visueel traumatische zaken zien langskomen op televisie, keer op keer.
  • Je toiletbezoek wordt het enige moment van de dag waarop je misschien drie minuten privacy hebt. En met misschien bedoel ik waarschijnlijk niet.
  • Je gaat regelmatig wallen creëren waar men in Amsterdam jaloers op is.
  • Je zult zurige babykots op meestal je allerbeste kleding krijgen.
  • Baby’s hebben perfecte timing: meestal krijgen ze een spuitluier tot achter in de nek twee minuten nádat je ze in hun nieuwste dure pakje hebt gehesen nadat je al te laat was voor een afspraak.
  • Je komt naar alle waarschijnlijkheid nooit meer op tijd op een afspraak.
  • Je komt op plekken die audiovisueel belastend of zelfs traumatiserend zijn, zoals binnenspeeltuinen, ook wel bekend als de broedhaard van vele virale infecties.
  • Je gaat je basisschooltijd herleven door het helpen met huiswerk en het wachten op een schoolplein.
  • Speelafspraken met kinderen uit de klas van je kind lijken in het begin heel leuk, totdat je een vriendje op bezoek krijgt dat non-stop schreeuwt en met een stift op de muren begint te tekenen. Daarna word je selectiever in wie je kind mee op de hut af mag slepen na school.
  • De eerste paar jaar verbruik je ongeveer zeshonderdtwaalf pakjes billendoekjes en snoetenpoetsers.
  • De geur van Zwitsal zal je voor altijd je baby laten missen.
  • Wie verzonnen heeft dat je de pijn van een bevalling zo weer vergeet, heeft waarschijnlijk een schroefje los.
  • Je zult ongeveer 836 zetpillen toedienen, die er tien procent van de tijd direct weer uit gelanceerd worden door een hoestbui van je mini-me.

Lees verder onder de afbeelding

  • Je zult naar pretparken gaan en geen een achtbaan beleven omdat je de grootste deel van de tijd met een kinderwagen in het sprookjesbos op zoek bent naar een toilet met verschoontafel.
  • Je zult ijsjes kopen die binnen een minuut op de grond liggen, waardoor je weer nieuwe ijsjes moet kopen. Je moet hiervoor weer opnieuw in de rij, en je krijgt ook nog eens geen korting op het nieuwe ijsje, tenzij je je kind zelf laat vragen, en dan nog vaak niet.
  • Op vakantie gaan wordt een ander verhaal: je kunt pas veilig naar Spanje rijden als je auto beschikt over minstens twee dvd schermen op de kopsteun, gemiddeld twee tablets en een bereidheid om bij iedere afrit tussen hier en Spanje te stoppen omdat er altijd wel iemand moet plassen.
  • Snot en poep zijn leidend.
  • Zindelijk maken betekent minstens een keer ondergeplast worden.
  • Je krijgt waarschijnlijk heel veel tekeningen en knutselwerkjes mee van de opvang, school en dagverblijf. Je moet hier altijd enthousiast op reageren, ook als je geen idee hebt wat het moet voorstellen of waar je naar toe moet met het voorwerp.
  • Je zult alle mogelijke oplossingen tegen krampjes gaan googlen, uitproberen en kopen. Als die krampjes maar stoppen en het krijsen daarmee ook.
  • Je kunt soms je kind nog horen huilen, zelfs als het twee dorpen verderop bij je moeder logeert. Dit is een teken dat je even rustig aan moet doen.
  • Je gaat geheid een keer je sleutels terugvinden in de koelkast.
  • Je auto wordt een verzamelplaats van snoeppapiertjes, snoetenpoetsers, vergeten knuffels en stukjes happy meal verrassingen.

Maar…. boven alles krijg je er heel veel voor terug! ❤️

Eet je bord leeg! Of niet…

Door Chrisje VIP Blogger Mama-Ri

Slierten spaghetti verlengen haar blonde lokken, gehakt steekt uit haar oren, kleine stukjes groente plakken aan haar wangen en er zit pastasaus in haar wimpers. Voor mensen met smetvrees zal het klinken als een ware nachtmerrie, wij vinden het nogal vermakelijk om onze dochter van anderhalf te zien eten. Nee, niet in een restaurant, nee, en degene die binnen een straal van een meter in haar buurt zit, denkt er waarschijnlijk ook anders over. Zo ook degene die daarna alles rondom de eettafel moet schoonmaken, maar vermakelijk is het wel. En een beetje vermaak in de tropenjaren met een peuter, mag er wat ons betreft wel zijn.
Volgens mij is het een eeuwenoude discussie en tegelijk een gebed zonder eind:

Moet een kind zijn bord leeg eten, of bepaalt een kind zelf hoeveel hij eet? De grote afweging blijft, in mijn ogen, wat jij als ouder belangrijker vindt: het bijbrengen van tafeletiquette, dus je eet gewoon je bord leeg, of het ‘zelf leren eten’ met de gedachte: als je niet meer eet, heb je blijkbaar geen honger.
Met respect voor ieders mening en manier van opvoeden, wij gaan voor het laatste.

Voor ons geen strijd aan tafel, eet je niet, dan eet je niet. We proberen met het hele ouderschap zo creatief mogelijk om te gaan, zo doen we dat dus ook met het eten. Daarom verzinnen we verschillende alternatieven. Na een ‘slechte’ avondmaaltijd krijgt ze geen ijsje, maar bieden we haar fruit aan (eventueel door de yoghurt) en dat wordt gewoon als waardig toetje geaccepteerd. Eet ze haar brood niet op, dan doen we een extra schep pap door de fles.

Wij zijn er van overtuigd dat wanneer ze honger heeft, ze dit zal aangeven. Oké, dat doet ze dan wel op haar peutermanier, door te roepen om ‘Koekè’, maar deze vraag beantwoorden wij dan ook gewoon weer creatief en bieden haar een gezonder alternatief. Van een fruithapje, tot een snackkomkommer, bij haar gaat gelukkig alles er in als ze maar trek heeft.
Er zijn natuurlijk nog meer creatieve oplossingen te bedenken om je kind meer en gezonder te laten eten, waarvan ik uithongeren wil benoemen tot de minst verantwoorde variant.

• Zo ken ik vakjesborden, die zelfs bestaan in bordspelvariant.
• Er bestaan verschillende soorten groente- en fruitspreads voor op brood, of gebruik ik wel eens avocado of humus in plaats van boter.
• Ik noemde al de snackkomkommer, maar er bestaan ook snack paprika’s en tomaatjes.
• Het leuk opmaken van een maaltijd of bord, kan ook wonderen verrichten.
• Fruit smoothies vallen hier prima in de smaak en als je ze invriest met een stokje erin, krijg je lekkere én gezonde ijsjes.
• Wij zijn ook overtuigd van het spreekwoord ‘Zien eten, doet eten’. Samen, aan tafel wordt er aanzienlijk beter gegeten dan met een bord op schoot, kijkend naar de televisie.
• Regelmaat, een goud codewoord. Onze dochter weet dan ook precies dat ze een koekje krijgt als papa uit zijn werk komt. De biologische klok verricht wonderen. En zo werkt dat hier in huis dus ook met het fruitmoment.

En in het alleruiterste geval, mocht ik echt bang zijn dat ze voedingsstoffen te kort komt, dan bestaan er altijd nog duizend-en-een voedingssupplementen. Wij maken er niet zo’n big deal van, zolang ze actief is en netjes groeit. Er zijn zoveel andere wereldproblemen waar we ons druk over kunnen maken…

Wil je meer lezen van Mama-Ri?

Volg dan haar Facebook pagina Mama-Ri:

https://www.facebook.com/blogMamaRi/

Vijf redenen waarom je kind niet naar je luistert

Je kent het vast wel: als ouder heb je wel eens van die dagen / weken / jaren (haha) wanneer het lijkt alsof je kind pas naar je luistert als je voor de derde / achtste keer iets zegt. Of pas luistert wanneer je je stem verheft, wat voor niemand leuk is. 

Jij: “Kind?”
Kind: “Pomptiedom.”
Jij: “Kind?”
Kind: “Tralala…”
Jij: “Kind? Joehoe?”
Kind:  loopt kamer uit.
Jij: “KIND!”
Kind: “Nou zeg, je hoeft niet te schreeuwen!”

Zucht.

Waarom horen kinderen ons niet? En bovendien: Horen ze ons echt niet, of horen ze ons wel maar willen ze ons niet horen?

Het is natuurlijk erg gemakkelijk om te roepen “Hij / zij luistert de laatste tijd voor geen méter!”, maar daarmee leg je alle ‘schuld’ bij het kind, terwijl je met een beetje gezonde zelfreflectie vaak ziet dat het niet luisteren voortkomt uit een onderliggende oorzaak. Soms ligt die bij (de ontwikkeling van) je kind, soms bij jou, soms bij jullie interactie. 

Hieronder vijf mogelijke redenen waarom je kind niet luistert:

Optie 1: Je kind zit in zijn of haar bubbel!
Kinderen zitten graag en veel in hun eigen wereldje. Ze fantaseren, spelen, bedenken, dagdromen: dat hoort allemaal er bij als je een super cool kind bent. Hoewel het voor jou misschien lijkt alsof je kind niks zit te doen, kan er in zijn of haar hoofdje een hele wereldreis of spannend avontuur plaatsvinden: Net als bij een echte droom duurt het even eer je daar weer van terug komt en met je voeten op aarde landt.

Lees verder onder de afbeeldingen

 

Optie 2: Verwerkingssnelheid
Niet ieder kind heeft een al te beste concentratie of (informatie)verwerkingssnelheid. Door zijn of haar naam te roepen kun jij dan misschien een directe reactie verwachten, maar je kind heeft het misschien in eerste instantie nog niet door dat wat jij zegt of roept van toepassing is op hem of haar.

Optie 3: Maak meer / beter contact
Veel kinderen horen je veel beter als ze je er bij zien. Om beter contact met je kind te maken loop je er naar toe of ga je op ooghoogte van je kind zitten terwijl je hem of haar aanspreekt.

Optie 4: Je vraagt te veel
Soms kun je in de valkuil schieten van het te veel vragen aan je kind. Je bent natuurlijk moeder en geen politieagent. Je kind hoeft niet constant opdrachten van je te krijgen. Als je jezelf er op betrapt dat je aan de lopende band opdrachten geeft of controleert (“Niet doen, zit rechtop, dat is gevaarlijk, hou eens op”) is het niet zo héél vreemd als je kind op een gegeven moment niet meer echt luistert. Er komt dan te veel informatie binnen, waardoor niets meer veel indruk maakt.

Optie 5: Je kind maakt zich los van jou
Je kind maakt zich tijdens het opgroeien steeds meer los van jou. Hoe vervelend dat soms ook is omdat we onze kinderen het liefst zo klein mogelijk houden, toch is dit een goede en gezonde ontwikkeling. Je kind wordt steeds meer zijn eigen individu en wil dan ook steeds meer eigen inspraak over zijn doen en laten. Wanneer je kind erg veel weerstand toont, is het dus goed om je af te vragen of je jouw kind voldoende verantwoordelijkheden en vrijheid geeft die passen bij de leeftijd, en of je misschien een beetje te bemoederend bent op dit moment. Niet gemakkelijk, maar het proberen waard.

christianne

 

Ben jij een people pleaser en medeafhankelijk?

Ben jij een notoire people pleaser? Spring jij altijd als eerste op om anderen te helpen? Komen mensen als eerste naar jou toe met hun problemen? Vind je het moeilijk om je grenzen te bewaken en kom je vaak in (liefdes)relaties terecht die niet gezond voor jou zijn, met mensen die jou manipuleren of gebruiken? Grote kans dat jij last hebt van codependency, oftewel medeafhankelijkheid.

Mensen die codependent zijn, hebben vaak een laag zelfbeeld en passen zichzelf helemaal aan aan de ander. Eigen behoeften worden volledig weg gecijferd om de ander tevreden te stellen. Vaak schuilt daarachter een diepe angst om verlaten te worden en alleen te zijn.

Dit gedrag ontstaat meestal bij mensen waarvan in hun jeugd niet aan hun emotionele behoeften werd voldaan: Codependency ontstaat immers meestal door een onveilige hechting in je (moeilijke) jeugd, waardoor je niet geleerd hebt hoe een gezonde relatie er uit ziet. Je hebt wellicht geleerd dat houden van hetzelfde is als zorgen voor en geeft daarmee al je energie aan de ander. Je stelt je veel te afhankelijk op van de ander, waarmee je die persoon alle macht en controle over jou geeft.

Een relatieverslaving kan hier een gevolg van zijn: je hecht je aan emotioneel beschadigde mensen waar je voor denkt te kunnen of moeten zorgen. Dat jij hierdoor vaak gekwetst wordt neem je voor lief: dit ben je immers gewend. Het ongezonde patroon is onveilig, maar doordat je dit herkent uit je jeugd voelt het onterecht veilig. Rationeel weet je wel dat dit niet goed is, maar emotioneel lukt het je niet om hier afstand van te nemen.

Hoe doorbreek je nu de spiraal van codependency? Hoe zorg je er voor dat ook jouw behoeften worden bevredigd en niet al je energie gaat naar het helpen van anderen? Hoe zorg je er voor dat je van jezelf mag kiezen voor gezonde relaties waarin geen misbruik van jou wordt gemaakt?

Erkennen in welke patronen je vast zit is een eerste stap; begrijpen hoe dit heeft kunnen gebeuren. Hyponose therapie kan ook een stap zijn: onder begeleiding van een professional kun je “terug gaan” naar je jeugd en de behoeften die je had uitspreken. Leren van jezelf te houden is de belangrijkste stap: als je van jezelf leert te houden, pik je het niet wanneer een ander over jouw grenzen heen gaat of misbruik van jou maakt. Bovendien ben je niet langer bang om alleen te zijn, omdat je genoeg van jezelf houdt.

Wanneer je genoeg om jezelf geeft, maak je gezondere keuzes voor jezelf. Met het beëindigen van destructieve en ongezonde relaties maak je ruimte voor gezonde relaties waarin geven en nemen in balans zijn en jij jezelf niet meer kwijt raakt.

 

Leestips:

Als hij maar gelukkig is

door Robin Norwood

 

Leef je eigen leven

door Melodie Beattie

Kun jij omgaan met een compliment?

door VIP blogger Susan Schuitema

Enkele weken geleden kreeg ik via app een compliment. Ik merkte direct dat ik me ongemakkelijk begon te voelen. Wat moet ik ermee? Ergens voel ik mij dankbaar voor het compliment en zou ik dus gewoon ‘dankjewel’ moeten sturen. Aan de andere kant heb ik allerlei excuses in mijn hoofd en begin ik grapjes te maken om het compliment weg te wuiven.

Dit bracht mij op het idee om te schrijven over het geven en ontvangen van complimenten: ik ging op onderzoek uit.

Hoe reageren mensen over het algemeen op een compliment? Is er verschil tussen mannen en vrouwen? Tussen jong en ‘oud’? En heeft het misschien te maken met hoe zeker jij je voelt over jezelf? Mijn onderzoek gaf mij het volgende beeld.

Vrouwen
Met hier en daar een enkele uitzondering reageren vrouwen over het algemeen hetzelfde op complimenten. Echter zit er wel verschil tussen het soort compliment en de reactie hierop. Een compliment over het uiterlijk wordt vaak gewaardeerd, maar de meeste vrouwen weten niet goed hoe ze hierop moeten reageren. Wanneer het compliment gaat over een kledingstuk wordt er vaak gereageerd met ‘oh, die kostte maar vijf euro bij die ene winkel.’ Aan de andere kant wordt er op een compliment over kleding ook gereageerd met een logische reactie ‘dankje, vind ik ook, anders had ik het niet gedragen.’

Vaak wordt het een ‘dankjewel, ik vind jouw ogen mooier’ of ‘oh joh, jij bent veel knapper.’ Er wordt dus snel vergeleken met de ander. Een aantal vrouwen geven wel aan gewoon ‘dankjewel’ te zeggen en blij te worden van het compliment.

Wat erg naar voren komt is dat het vooral te maken heeft met jouw beeld van jezelf. Ben jij zeker van jezelf? Dan zeg je sneller gewoon ‘dankjewel’ zonder het compliment weg te lachen of weg te praten met een excuus. 
Er wordt over het algemeen door de vrouwen gedacht dat de manier van ontvangen te maken heeft met dat wat je in jouw opvoeding geleerd hebt. Goed (of slecht) voorbeeld doet volgen, zeggen ze dan. De vrouwen die ik sprak gaven aan dat ze zelf snel complimenten geven en dat ze absoluut anders worden ontvangen door een man. Waar de vrouwen onzeker reageren, zijn de mannen vaak nuchter en zeggen ze écht gewoon ‘dankjewel’ en gaan weer verder met hun dag. Terwijl ik als vrouw toch wel een hele dag kan teren op een gemeend compliment.

En daar ga ik alweer he?  ‘Gemeend compliment’ want tja, is een compliment gemeend of wil iemand er iets mee bereiken? 

Mannen
Wat mij erg op viel uit de antwoorden die ik kreeg van mannen, is dat de complimenten vanuit een man snel anders opgevangen worden door de vrouw. Enkele mannen geven aan, soms geen compliment te durven geven omdat vrouwen dan zouden kunnen denken dat er iets achter zit. Dit wordt dan geassocieerd met seks. Een man zou dus niet ‘zomaar’ een compliment kunnen geven zonder dat hier iets achter gezocht wordt. Bijzonder toch? 


Ook enkele mannen geven aan dat zij vroeger (meer onzeker) aankwamen met excuses als antwoord op een compliment. Een compliment over een behaalde opdracht of goed resultaat werd dan weggewuifd met ‘oh joh zo moeilijk was het niet hoor, het stelde niks voor.’ Nu, ouder en zekerder van zichzelf zeggen zij over het algemeen gewoon ‘bedankt.’

Onzekerheid
Vrouwen lijken over het algemeen onzekerder te zijn dan de mannen. Of dit echt zo is, of dat mannen niet voor hun onzekerheid uit durven komen? Dat blijft natuurlijk altijd de vraag. Wat mij opgevallen is door met mensen in gesprek te gaan, is dat het wegwuiven van complimenten vooral te maken heeft met hoe je over jezelf denkt. Ben jij onzeker? Dan ben je sneller geneigd om een compliment voor jezelf om te denken naar iets negatiefs. Wat wil iemand van mij? Waarom zouden ze dit zeggen? Menen ze het echt? 

Ik ben erg geneigd om mezelf naar beneden te halen zodra iemand bijvoorbeeld zegt: ‘wat zie je er leuk uit!’  Vaak denk ik dan: ‘Joh, ik ben 15 kilo aangekomen, doen je ogen het wel?’. Mijn reactie is eigenlijk altijd eerlijk. Ik ontvang het compliment door te bedanken maar vervolg dit wel met hoe ik er zelf over denk. Waarom? Dat is een goede om over na te denken aankomende tijd!

Vanaf nu ga ik er eens bewust op letten, hoe reageer ik, waarom reageer ik zo en kan/wil ik dit ook veranderen? Complimenten zijn eigenlijk cadeautjes. Je krijgt ze, je mag ze ontvangen, open maken en gebruiken. Ergens is het voor de gever, niet leuk om het cadeautje verfrommeld weer terug te krijgen omdat jij er niks mee kunt. Best wel iets om over na te denken!

Wat het meest uit mijn onderzoek naar voren kwam is dat je met complimenten iemand kunt helpen. Zie jij iets goeds, iets moois, iets leuks? Zie je dat iemand onwijs zijn best doet voor iets? Geef een compliment en laat mensen stralen. Het kan je dag maken, je net even dat laatste zetje geven om door te gaan of je leren anders naar jezelf te kijken.

Hoe reageer jij op complimenten? Voel jij je ongemakkelijk of vind je het alleen maar leuk om te horen?

Vanaf nu neem ik mezelf voor om minimaal één compliment op een dag te geven, uiteraard wel oprecht! En ik neem mezelf voor, om het compliment van een ander ‘gewoon’ te ontvangen en ‘dankjewel’ te zeggen en dit ook uiteindelijk te gaan voelen.

Liefs,

Susan


“Ach, elk kind heeft wel wat!”

Als moeder van een kind met een diagnose zoals autisme krijg je vaak nogal wat voor de kiezen, qua onwetendheid van mensen.

“Ach, elk kind heeft tegenwoordig wel iets!”

“Tegenwoordig delen ze etiketjes uit, niemand is meer normaal!”

“Mensen moeten hun kinderen gewoon weer gaan ópvoeden!”

Deze – en talloze andere – tenenkrommende opmerkingen krijgen we te horen van mensen die werkelijk geen flauw idee hebben van wat onze kinderen – en wij – meemaken in het dagelijks leven.

Ze hebben geen flauw idee. Geen idee van hoe veel energie wij moeten steken in voor anderen heel normale zaken, die vaak al snel vanzelf goed gaan bij kinderen zonder diagnose.

Hoe veel avonden oefenen – met bijbehorend verdriet en boosheid – omdat veters strikken / huiswerk maken / leren voor een toets niet lukt. Hoe veel tijd we kwijt zijn aan het vinden van kleding die niet prikt, geen naadjes of etiketten op de verkeerde plek heeft omdat het kind daardoor niets anders meer voelt dan alleen dat.

Hoe vaak we bezig zijn met het uitleggen van doodnormale sociale situaties die voor onze kinderen nu eenmaal moeilijker in te schatten zijn. Hoe vaak we een uur langer dan het gemiddelde tien minuten gesprek zitten te praten met leraren, logopedisten, ergotherapeuten en andere professionals.

Hoe we in de loop der tijd zelf autisme expert worden omdat we er alles voor over hebben om ook onze kinderen goed voor te bereiden op de buitenwereld met al haar ongeschreven regels en grijze gebieden.

Lees verder onder de afbeelding

Hoe we constant bewust bezig moeten zijn met structuur aanbrengen, een ritme, vaste rituelen. Hoe we moeten anticiperen op onverwachte situaties en hoe we ons kind daarop kunnen voorbereiden. Hoe vaak we onze kinderen moeten helpen in de interactie met andere kinderen, omdat zij hen niet begrijpen – of andersom.

Hoe we bij elke maaltijd die we bereiden, bij elk uitje dat we plannen, elke dag en ieder uur rekening houden met de mogelijkheden en beperkingen van onze kinderen.

En dan zwijg ik nog over hoe lang we aan onszelf getwijfeld hebben, hoe veel bloed, zweet en tranen het kostte op weg naar de diagnose, hoe kritisch we op onszelf zijn en hoe moeilijk we het soms zelf hebben met altijd de rust en kalmte bewaren.

Nee, niet elk kind krijgt een diagnose. Nee, het ligt niet aan de opvoeding. Sterker nog: de opvoeders die ik ken met kinderen met een diagnose zijn stuk voor stuk bikkels die vechten voor hun kinderen.

Dus de volgende keer dat je iemand hoort zeggen dat elk kind wel wat heeft: laat diegene even dit blog lezen of ga er in elk geval niet in mee, want het is onterecht en beledigend voor talloze ouders.

Wel of niet: je kind laten vaccineren

Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema.

Lang heb ik nagedacht over het onderwerp vaccineren en het feit dat ik hierover wilde schrijven. Hoe schrijf je een blog over zo’n beladen onderwerp, zonder je eigen mening te geven? Ik wil een poging wagen. Het sluit namelijk ook aan op mijn eersteblog, de angst voor een tweede kind.

De laatste tijd wordt er gesproken over het verplichten van vaccinaties in Nederland.

Het volledig verplichten van de vaccinaties schijnt nog niet te kunnen, maar er wordt gesproken over een verplichting wanneer je je kind naar de opvang wilt brengen. Dat de kinderopvang jouw kind mag weigeren wanneer deze niet voldoet aan de vaccinatie eis.

Dat zou dus betekenen, dat een ieder die ervoor kiest geen vaccinaties te laten zetten, niet meer terecht kan bij alle kinderopvangen. Wat daarvan eventueel een gevolg kan zijn, is dat er meer gastouders komen waarbij alle kinderen welkom zijn, gevaccineerd of niet gevaccineerd. Er zouden dan twee groepen komen en wat ik lees in de reacties  op andere blogs, staan deze groepen vaak lijnrecht tegenover elkaar. Hard tegen hard. 

Lees verder onder de afbeelding


Al jaren geleden ben ik mij gaan verdiepen in vaccinaties, het effect hiervan en eventuele gevaren.  Niet alleen van het vaccineren zelf, maar ook van de andere kant, wat als je niet vaccineert? Wat zijn de cijfers, de feiten en ervaringen van beide kanten? En wat als ik een kind zou krijgen, wat zou ik dan doen? Inmiddels zijn we hier uit. Tijdens mijn onderzoek kwam ik erachterdat er eigenlijk drie groepen zijn, gelinkt aan dit onderwerp. 

  • Ouders die wel vaccineren
  • Ouders die niet vaccineren
  • Ouders die ontzettend twijfelen/
  • Ouders die een aangepast programma volgen

Er zijn ouders die vaccineren zonder ooit onderzoek gedaan te hebben naar de effecten of gevaren hiervan, zij hebben hier geen enkele twijfel over en vertrouwen op de artsen. Er zijn ouders die vaccineren, juist omdat ze zoveel onderzoek gedaan hebben naar de effecten en gevaren van beide kanten, omdat ze bang zijn dat zonder deze vaccinaties, hun kind ernstig ziek kan worden. 
Daarnaast zijn er ouders, die wel vaccineren maar dit doen doormiddel van een aangepast programma. Zij zoeken per vaccinatie uit of zij deze wel of niet willen geven en geven dus een gedeelte van het vaccinatieprogramma.

Daarnaast zijn er ouders die na veel onderzoek besluiten om niet te vaccineren. De gevaren van het vaccineren wegen voor hen zwaarder, dan de gevaren van één van de ziektes waarvoor ingeënt wordt. Zij besluiten om het volledige programma te weigeren, gaan wel of niet naar het consultatiebureau voor de overige controles maar vaccineren dus niet. 
Uiteraard zijn er ook ouders die vanwege geloofsovertuigingen en gezondsheidsredenen (allergie) niet vaccineren.

Als laatste zijn er de twijfelaars, ouders die niet weten wat ze moeten doen. Aan de ene kant kan je kindje onwijs ziek worden van de vaccinatie en hier schade aan overhouden, aan de andere kant kan je kindje, wanneer je niet ent, één van de ziektes oplopen en hier schade aan overhouden. Vaak zijn deze ouders bang voor de mening van de mensen om hen heen, bang voor een oordeel wanneer ze niet zouden vaccineren, maar ook bang voor een oordeel wanneer ze besluiten wel te vaccineren.
Het is kiezen tussen twee kwaden, voor hun gevoel.



In mijn omgeving ken ik mensen van beide kanten.

Er zijn veel mensen in mijn omgeving overtuigd van het nut van vaccinaties en hierover valt niet te discussieren. Ook zijn er veel mensen in mijn omgeving die ervoor kiezen om niet te vaccineren en zij zijn ook heilig overtuigd van hun standpunt. In mijn geval lastig om uit te komen voor wat wij kiezen want van beide kanten komt hoe dan ook een oordeel.

Ondanks dat wij als ouders een bewuste keuze maken op dit vlak, begrijp ik de angst van een grote groep mensen.
Na alle boeken, artikelen, gesprekken en documentaires over het vaccineren vind ik het nog steeds onwijs moeilijk om 100% achter onze keuze te staan. En heel soms twijfel ik ook nog of we wel de juiste keuze maken. Ik snap daarom echt onwijs goed dat het lastig is te kiezen en vooral wanneer je weet dat wat je ook kiest, er altijd mensen zullen zijn die een oordeel klaar hebben. Angst voor de vaccinaties, angst voor wanneer je niet vaccineert, angst voor de aanwezigheid van kinderen die geen vaccinaties krijgen, angst voor het oordeel van een ander. Angt overheerst bij dit onderwerp, en uit angst zeggen en doen mensen soms gemene dingen.

Over de mensen die niet vaccineren hoor ik zelfs opmerkingen als ‘geef ze maar een markering op hun kleding, dan herkennen we de kinderen waarmee onze kinderen niet mogen spelen.’ Over de mensen die wel vaccineren lees ik dingen als ‘zij maken hun kinderen bewust ziek en jagen ze de dood in.’ En over beide kanten lees ik meerdere malen per week het volgende ‘zij zouden geen kinderen mogen krijgen en wat een slechte ouders!’

Wat ik heel graag mee wil geven in mijn blog is: probeer open te staan voor de keuzes van een ander.
Probeer vanuit hun oogpunt te kijken, waarom zij bepaalde keuzes maken of je het hier nou mee eens bent of niet. Ik ben er van overtuigd dat alle ouders, hoe moeilijk ook, vanuit hun hart kiezen voor het beste voor hun kinderen. Uit liefde voor hun kinderen dat kiezen, wat hen het beste lijkt. 

En ik zou heel graag zien dat er meer liefde kwam en minder haat. Meer begrip en minder oordeel. Meer openheid en minder woede. 

Of wij als ouders nu wel of niet vaccineren, dat doet er niet toe, het enige waar ik op hoop is dat iedere ouder die voor deze keuze staat, dat mag kiezen wat het beste voelt voor hen. Dat een ieder de vrijheid krijgt om zelf te belissen. Want nog een kind op deze wereld zetten, waarin zoveel haat leeft? Ik vind het eng. Op dit moment heb ik zelf de keuze om wel of niet te vaccineren, maar wat als ik dat straks niet meer heb? Wil ik dat die keuze voor mij gemaakt wordt? Wil ik dat mijn kind straks buitengesloten wordt omdat hij/zij vaccinaties heeft gehad of juist omdat wij ervoor gekozen hebben dit niet te doen? Nee, ik wil dat mijn kind geaccepteerd wordt, in welke situatie dan ook. En alle haat die naar boven komt wat betreft dit onderwerp, dat maakt het voor mij extra lastig om te kiezen. Niet of ik wel of niet vaccineer, maar over een tweede kind en het beperken van mijn vrijheid op dit gebied. Ik wil kunnen kiezen, ik wil kunnen twijfelen, ik wil op ieder moment kunnen besluiten het toch wel, of toch niet te doen. Moeten, dat maakt mij angstig. 

Laten we alsjeblieft wat meer beseffen, dat iedere ouder uit liefde handelt en dat er geen goed of fout bestaat.

Susan Schuitema

Chrisje VIP Blogger

Nieuwe opvoedingsmethode of oud nieuws? Slow Parenting..

Er is een nieuwe opvoedmethode die helemaal trending is: Slow Parenting.

Jaag jij van afspraak naar afspraak of van school naar sportclub en weer terug met je kind? En kun je door dit drukke schema niet gewoon lekker genieten van je kind? Dan is Slow Parenting misschien wel wat voor jou.

Hier vind je een uitgebreide (Engelstalige) uitleg, maar voor de gehaaste lezer houdt de methode kort samengevat in, dat je met deze nieuwe opvoedingsaanpak meer in het moment leeft, minder met technologie bezig bent en minder met vooruit plannen.

Je overlaadt je kinderen niet langer met activiteiten maar geeft ze de vrijheid om te genieten van wat ze (thuis) kunnen doen. Hiermee verlaag je zowel de druk op je kind als op jezelf. Mindful opvoeden dus.

Nu wil ik niet vervelend doen, en ik juich deze methode absoluut toe, maar volgens mij deden ouders dat in de jaren tachtig al massaal.

Als wij vroeger weekend hadden, mochten we buiten spelen, of binnen. Dat was het wel zo’n beetje. Wij gingen niet elke zondag naar een binnenspeeltuin, pretpark of bioscoop. Hooguit af en toe naar opa en oma of een familieverjaardag. En als je je verveelde, tja, dan verbeelde je je maar. “Daar word je creatief van,” zei mijn moeder dan. En dat was zo.

Ik ben zelf overigens onbewust voor een groot deel al heel lang een slow parent, trouwens. Op zondag houd ik heel vaak “pyjamadag” met mijn dochter, die het heerlijk vindt om de eerste uren in haar pyjama en ochtendjas te zitten knutselen. Soms verveelt ze zich wel eens op pyjamadag, maar dan gaat ze vanzelf buiten kijken of haar vrienden er zijn of spelen we een potje badminton in de achtertuin.

Dus… Ja, ik sta absoluut achter de nieuwste trend van Slow Parenting. Ik zou het zelfs iedereen aanraden. Het is alleen naar mijn mening helemaal niet nieuw.

Waarom “Trek het je niet aan” SLECHT advies is

https://static.pexels.com/photos/23008/pexels-photo.jpg

We zeggen het tegen elkaar. We zeggen het tegen onze kinderen. “Trek het je niet aan.” Waarom trek het je niet aan naar mijn mening slecht advies is, zal ik uitleggen.

Degene die jou net over zijn probleem heeft verteld, zou het je waarschijnlijk niet verteld hebben als hij het zich niet al lang wel had aangetrokken. Er is een probleem, die persoon zit er mee, en dan kom jij met trek het je niet aan. Daar heb je dus helemaal niks aan, met je probleem.

Allereerst zeg je met trek het je niet aan eigenlijk: je moet je er niet druk om maken. Dat is heel goed bedoeld natuurlijk, maar daar heb je niet zo veel aan als je je er wel druk om maakt. Want dat doe je al. Anders zou je er niet over praten, toch?

Tegen kinderen zeggen we ook vaak dat ze het zich niet aan moeten trekken. Wat ik daar persoonlijk niet zo handig aan vind, is dat een kind dan het gevoel kan krijgen dat het probleem waar het mee zit, niet belangrijk genoeg is, niet mee telt, of in het ergste geval, dat het zich aanstelt. Want jij vindt dat het zich van dit probleem niets moet aantrekken, toch?

In plaats van trek het je niet aan kun je misschien beter het probleem valideren en samen op zoek gaan naar oplossingen. Want hoewel jij misschien denkt dat de ander dit probleem makkelijk naast zich zou moeten kunnen neerleggen, voor diegene is dat (op dit moment) niet zo gemakkelijk. Toch?

Asociaal gedrag bij Kinderen (en de blinde vlek van ouders)

Ik schreef eens een quote over Pietertje. Pietertje rende door de speeltuin en maaide met zijn armpjes onschuldige voorbijgangertjes neer. “Dat komt door zijn koemelkintolerantie.” zuchtte zijn moeder tegen me.
Totdat Pietertje een kindje tegenkwam met Pietertje intolerantie.

Die quote werd me toch een triljoen keer gedeeld, zeg. En ik snap ook wel waarom. Het lijkt alsof sommige kinderen tegenwoordig alleen nog gekleed en gevoed worden, maar niet meer opgevoed. En hoewel mijn eigen kind absoluut niet perfect is (en dat ook niet hoeft te zijn), kan ik het niet helpen dat de volgende gedachte zich aan mij opdringt:

Als ouders toe zitten te kijken terwijl hun kind gigantisch over alle fatsoensnormen heen dendert, fysiek of verbaal faliekant meermaals de mist in gaat en asociaal gedrag vertoont, dan wordt dat al voor een groot deel verklaard door exact dat: de toekijkende ouder die niet ingrijpt.

Je kunt kinderen niet met honden vergelijken. Want foei, dat is niet hetzelfde. Maar toch. Stel dat ik dat toch stiekem een keer zou doen. Dan zou je die ouders die niet ingrijpen kunnen vergelijken met hondeneigenaren die bij een bijtincident er naast staan en verbouwereerd zeggen: “Dat doet ie anders nooit.”

Toch is het bijtincident meestal een gevolg van een hele reeks gebeurtenissen waarin de hond zijn grenzen niet duidelijk gemaakt krijgt, waardoor hij nerveus en angstig wordt (want een hond houdt van duidelijkheid… kinderen ook. Tot zo ver mag je gaan.) uiteindelijk een bijtincident kan plaatsvinden.

Het kan natuurlijk zo zijn dat dat agressieve gedrag van je kind een (veel) dieper liggende oorzaak heeft dan enkel het opzoeken van grenzen. Maar  dan nog; dan ga je als ouder op zoek naar die dieper liggende oorzaak, en laat je dit soort incidenten niet zomaar voorbij gaan zonder enige reactie te geven richting je kind, toch? Ik begrijp oprecht niet waarom mensen niet ingrijpen als hun kind zo asociaal of agressief is naar andere kinderen. Is het de blinde vlek, die ouders hebben voor hun kind? Zien ze het niet zoals wij het zien? Zie ik dingen bij mijn eigen kind dan misschien ook niet? Het zou best kunnen. Toch weet ik zeker dat wanneer mijn kind op zo’n bewuste, gemene manier een ander kind pijn zou (proberen te) doen, ik er binnen twee tellen bij zou zijn, met bijbehorende consequenties.

Dat zeg ik niet uit de hoogte, maar omdat ik fatsoen wil overbrengen op mijn kind en omdat ik me verantwoordelijk voel. Als je ziet hoe veel zinloos geweld er is tegenwoordig, bekruipt me toch de gedachte, dat meer mensen dit zouden moeten proberen.

Waarom kinderen hun ouders soms niet begrijpen

Ik snap het wel hoor, dat kinderen hun ouders soms niet begrijpen.

Liegen is fout! (Tenzij wij het doen.)
Allereerst leren ouders hun kinderen (hopelijk) om netjes te zijn, beleefd, en eerlijk. Maar kinderen zijn van nature al vaak eerlijker dan volwassenen. Wij prenten het ze toch nog eens extra in, hoe belangrijk het is dat ze altijd de waarheid spreken. Totdat de leeftijd komt waarop kinderen ontdekken dat de man met de mijter niet bestaat. Na jaren braaf oefenen met eerlijk zijn, niet liegen, ook niet om bestwil, komen ze er dan achter dat ze jarenlang glashard voorgelogen werden door hun eigen ouders nota bene, op een akelig moeiteloze manier. En dan heb ik het nog niet over de pieten, de paashaas, de kerstman en zo verder.

Gij zult verdomme nog niet vloeken
Vervolgens zeggen ouders dat ze geen foute woorden mogen gebruiken. Scheldwoorden zijn uit den boze, want zo ben je niet opgevoed. Totdat mama of papa in de auto afgesneden wordt door een andere automobilist, of totdat een ipad per ongeluk in duizend stukjes kapot valt op de keukenvloer. Dan vliegen de scheldwoorden door het huis, wat niet mag, maar als je ouders het zeggen is dat natuurlijk wel rechtvaardigd, toch?

(Zelf lijd ik overigens aan “pijnschelden”. Ik zeg altijd netjes “sjips” in plaats van shit. Tenzij ik me écht hard pijn doe. Dan komt er een willekeurig scheldwoord uit. Dat komt omdat ik niet nadenk als ik echt pijn heb. Maar leg dat maar eens uit, als je je kind wil bijbrengen dat schelden niet mag.)

Het mobiele tijdperk
Dan heb je nog zoiets moois. Kinderen moeten zo veel mogelijk bewegen, buiten spelen, binnen spelen, niet te lang televisie kijken of op hun tablet spelen. Want nee, dat is ongezond en niet verantwoord!

Papa en mama zitten echter regelmatig vrolijk en onbewust vast geplakt aan hun telefoon of ipad, checken direct in als ze het pretpark betreden. Kijk maar eens om je heen in een binnenspeeltuin: geen ouder die geen mobiel of tablet bij zich heeft. Als de kinderen maar bewegen!

Ik zag eens een peuter van twee gevaarlijk hoor klimmen in een binnenspeeltuin. Zo hoog, dat ze bijna in de voor haar veel te gevaarlijke tunnel glijbaan kon vallen. De ouders zagen het niet: ze zaten beiden verzonken in hun tablet of telefoon, mét mp3 speler in de oren.

Nobody is perfect
Geen enkele ouder is perfect. De meeste ouders doen dingen in het belang van hun kind en gelukkig meestal met de allerbeste intenties. Vaak gaan dingen onbewust. Maar ja, ik snap dus wel waarom kinderen hun ouders af en toe niet begrijpen.

Hoe zeggen ze dat ook alweer?
Children won’t do what you say,
Children will do what you do.
Lead by example.

Excuses aan alle mannen: de Mannengriep bestaat!

Nu het griepseizoen op volle toeren draait, is het goed om weer eens aandacht aan het fenomeen Man en Griep te besteden.

De Mannengriep.

Ik heb het vaker gehoord, van vrouwen om me heen; de Man lijkt te denken dat hij doodgaat aan de griep. Het gekke is dan weer, dat hij zich bij het breken van – ik noem maar wat – een been, bikkelhard opstelt. “Ach, gaat wel over.” mompelt hij, terwijl het betreffende been een wel akelig onnatuurlijke houding heeft. Zodra echter het griepvirus zich meester maakt van deze stoere kerel, ligt hij sniffend in bed met de dekens over zijn hoofd, “kan hij echt niks meer” (behalve jammeren dat het Einde der Tijden gearriveerd is).

De heren voelen zich dus sneller beroerd en zielig dan de dames, zo lijkt het.

Maar als dat waar is, is het dan echt Aanstelleritis? Of is er een legitieme reden voor?

Zijn mannen echt zieker dan vrouwen door de griep?

Dat vraagt om wat onderzoek.

Er komen uit wetenschappelijke hoek geluiden die stellen, dat mannen een X-chromosoom minder hebben dan vrouwen, waardoor hun lichaam vatbaarder is voor virussen en zich dus minder kan verweren.

Daarbij schijnen mannen meer temperatuurreceptoren te hebben dan vrouwen (omdat dat deel van de hersenen bij mannen groter is), zo stellen neurowetenschappers van de universiteit van Durham. Hierdoor krijgen mannen sneller (hogere) koorts, wat het ellendige gevoel van een naderend einde bij de man kan veroorzaken.

Dit zou wel het één en ander kunnen verklaren. Het groeien van dat bewuste deel van de hersenen is de schuld van testosteron. En wij maar denken dat alleen vrouwen last hebben van hun hormonen…

Je kan het mannen dus feitelijk niet kwalijk nemen, dat ze heviger geveld raken door hetzelfde virus.

Namens alle vrouwen van Nederland wil ik dus even een welgemeende sorry zeggen: Sorry, mannen! We zaten er naast. We dachten dat jullie doodsangst bij griep overeen kwam met jullie fobie voor opruimen of iets mee naar boven nemen wat op de trap staat. We zaten er alleen dit keer faliekant naast.

We weten dat jullie het niet gewend zijn om dit van ons te horen, maar: mannen, in dit geval hadden jullie gelijk. Jullie zijn – bij griep – absoluut zieliger!