Tagarchief: opvoeden

“Ik zorgde voor onze twee zorgkinderen, hij ging er vandoor met een ander.”

Ze zorgde voor haar twee zorgkinderen, waarna haar man er vandoor ging met een ander. Hieronder lees je het persoonlijke verhaal van een (anonieme) moeder.

Dit is mijn verhaal: het verhaal van een (strijdbare) moeder met kinderen met leerproblemen. Mijn verhaal gaat over de zoektocht naar hulp voor mijn kinderen, maar ook over het overwinnen van een verdrietige, voor mij ingewikkelde echtscheiding. Na al het vechten, zorgen, mezelf wegcijferen, vallen en weer opstaan kan ik nu met recht zeggen: Ik sta er weer! Ik heb al die zware jaren overleefd. Ik ben er misschien nog niet helemaal, maar ik ben blij en trots! Super trots, als  alleenstaande (zorg)-moeder van twee fantastische, bijzondere kinderen. Ik zeg tegenwoordig altijd, vooral tegen moeders rondom hun kinderen: volg je gevoel, je intuïtie, altijd! Als jij denkt dat er iets met je kinderen is, dan IS dat ook bijna altijd zo.

Geen zorgeloze start
De start van mijn verhaal is eigenlijk al begonnen op het moment dat mijn oudste dochter (nu puber/jong-volwassene, 2e jaar  Voortgezet Onderwijs) de kleuterschooltijd al niet helemaal zorgeloos en ‘standaard’ door kwam. Ze was een enorme lieve, zachte en verlegen kleuter, dus ze viel niet echt op. Ik maakte mij daar als moeder niet direct zorgen over, want tja, niet alle kinderen ontwikkelen zich op dezelfde manier, dus dat komt allemaal wel. Toch heb ik heel vaak het idee gehad dat ze gewoon moeite had met bepaalde dingen, dat ze haar best er wel degelijk voor deed, maar dat het haar gewoon niet lukte. Toen ze in groep drie moest starten met letters, woordjes en zinnen lezen en dit in best wel een sneltreinvaart moest gebeuren, begon ze langzaam achter te lopen.
De letters gingen niet vanzelf, het automatiseren ging niet vanzelf, de woorden kwamen niet vanzelf, het lezen kwam niet lekker op gang, het bleef lange tijd bij ‘hakken en plakken’.

Leesproblemen en dyslexie
Toen ben ik mij als moeder maar eens gaan verdiepen in leesproblemen, oftewel dyslexie en wat zoal symptomen en kenmerken waren. Toen werd het me vrij snel duidelijk. Mijn dochter deed haar uiterste best, maar het lukte gewoon niet. Kon het niet zo zijn dat ze dyslectisch was?! Op school werd hier toen eigenlijk nog nauwelijks over gerept. Toen groep vier in zicht kwam, bleek mijn dochter zo erg achter te lopen dat groep vier een brug te ver was, dus werd er geopperd groep drie nogmaals te doen. Ik stemde hier mee in en vond het – gezien haar ontwikkeling en het feit dat ze in haar doen en laten nog wel ‘jong’ was – een prima idee. Dit zou haar goed doen en we konden, met elkaar, bekijken hoe haar leesontwikkeling in de tussentijd zou verlopen. Maar ondanks twee maal groep drie bij een lieve juf wat haar best goed deed, ging het op school en expliciet rondom lezen, schrijven, spelling en taal, toch nog steeds niet zoals het hoorde. Toen heb ik op school eens aangekaart of het mogelijk was dyslectisch dat mijn dochter dyslectisch is en of ze hierop getest kon worden. Helaas gaat daar dan geruime tijd overheen, omdat school eerst van alles moet aantonen wat ze aan extra hulp hebben aangeboden, papieren moeten aanleveren en je niet direct aan de beurt bent met testen bij een bureau. Het zelfbeeld van mijn dochter ging helaas steeds verder naar achteruit, ze werd steeds stiller, huilde veel, durfde nauwelijks meer om hulp of extra uitleg te vragen en hield zich maar op de achtergrond.

pexels-photo-247195

EED
Het ging zienderogen achteruit met haar (zelfbeeld). Totdat uiteindelijk de uitslag van het dyslexieonderzoek daar was: ze had EED (ernstige enkelvoudige dyslexie). Iets wat ik eigenlijk vanaf de kleuterklas al vermoed had, maar waaraan weinig en veel te laat gehoor is gegeven door school. Mijn eerste ervaring met negativiteit rondom (h)erkenning, het doorverwijzen van ‘het kastje naar de muur’, het niet voor ‘serieus’ te worden aangezien, de ‘zeurmoeder’ op school, de moeder die zich véél te veel zorgen maakt…  Mijn dochter gaf een presentatie over (haar) dyslexie, zodat haar klasgenoten ook wisten wat ze had, waarom ze extra hulp en tijd kreeg en moeite met lezen en waarom ze bijvoorbeeld een tafel- of spellingskaart mocht gebruiken. Ze knapte er enorm van op nu ze wist wat ze had, maar ook nu ze de goede specialistische hulp en begeleiding kreeg en er aan haar weerbaarheid en zelfbeeld werd gewerkt. Zo fijn!

De zoektocht ging verder
Toen ik in het traject zat met mijn dochter voor dyslexiebegeleiding, begon mijn zoon, inmiddels ook in groep drie, vast te lopen rondom letters, lezen, spelling, maar ook rekenen. Hoewel ik het idee had dat mijn dochter hele dyslectische kenmerken had en ik dit niet zo bemerkte bij mijn zoon, gingen wel bij mij wel een aantal welbekende alarmbellen af. Ook omdat dyslexie vastgesteld bij een zus de kans procentueel erg groot maakt dat er ook dyslexie bij een (volgende) broer of zus wordt vastgesteld. Toen mijn zoon maar bleef goochelen met het omdraaien van letters en van rechts naar links schrijven en hakken en plakken met lezen, wist ik al vrij snel hoe laat het was. Ook mijn zoon heeft groep drie vanwege dezelfde redenen als mijn dochter nog een keer gedaan, echter hij was er, in tegenstelling tot dochter, eind (tweede keer) groep drie nog veel slechter aan toe. Op het depressieve af én helemaal gestrest. Een jongetje van zeven die zei zijn leven niet meer leuk te vinden, zelfs niet meer te willen leven…., die school en alles wat hij daar moest doen vreselijk vond, die met afgehangen schouders, hoofd naar beneden, over het schoolplein liep, die lichamelijke klachten kreeg, op school eigenlijk niet meer mee wilde doen en.. het ergste van alles is dat ze op school allerlei signalen niet serieus (genoeg) hebben genomen, niet van mij, terwijl ik van alles aankaartte, maar ook niet van mijn zoon zelf.

Het gaat helemaal niet goed
Ik vergeet nooit meer dat mijn zoon zei ‘Juf zegt, het gaat wel goed toch?’ ….., gevolgd door: `Maar mam, het gaat helemaal niet goed’.  In de tussentijd had ik hem al aangemeld bij het dyslexiebureau waar we al naar toe gingen met onze dochter, dus het onderzoek was daar zo geregeld en inderdaad: het zelfde verhaal, ook dyslexie in ernstige mate (en mogelijk meer problematiek). In de tussentijd had ik stappen gezet om mijn zoon van de reguliere school af te halen (mijn tweede ervaring met het gevoel niet (h)erkend te worden in de problematiek, nu rondom mijn zoon, ‘weer dat kastje en die muur’, weer het (inwendig) schreeuwen: word ik nog gehoord?, zien jullie de ernst van de situatie?, is er nog iemand die met mij meedenkt wat de beste oplossing is? Maar nee, ik was de enige die zag hoe het écht met mijn zoon ging, NIET! Het ging gewoon echt niet!! Hij moest naar een andere, specialistische school en wel heel snel!, anders ging het echt niet goed komen met hem.

pexels-photo-236147

Noodkreet
Met het lood in mijn schoenen ben ik naar de dichtstbijzijnde speciaal onderwijs school gereden en heb daar een gesprek gehad. Huilend, in de stress en eigenlijk óp van alles heb ik mijn verhaal gedaan en binnen een maand was mijn zoon van school af en zat hij op het SBO. De beste keuze ooit! Langzaam bloeide mijn mannetje weer op en hij kreeg daar de rust, maar ook de begeleiding en hulp die zo wenselijk en nodig was! Dáár werd hij gewoon gezien en gehoord! Binnen een paar weken was hij opgebloeid en wisten de leerkrachten al meer over hem, dan de leerkrachten van de andere school in al die jaren daarvoor. Ik was dankbaar! Zó dankbaar dat het weer goed met hem ging. Makkelijk was het ook op deze school niet voor hem, want naast lezen, spelling, taal, was rekenen ook een lastige voor hem. Zijn leerproblemen waren gewoon complexer en eigenlijk heb ik toen al het gevoel gehad dat er méér dan alleen dyslexie aan de hand was…(ook weer zo’n intuïtief moedergevoel..) Inmiddels weet ik dat er meer aan de hand is (hij is daarvoor anderhalf jaar geleden onderzocht). In die periode heb ik, als moeder, twee kinderen begeleid met hun dyslexietrajecten. Naast school, werk, huishouden, verplichtingen, vrijwilligerswerk (ja, zelfs dát deed ik toen nog). et cetera. Het was er gewoon een baan naast! Elke week naar een andere plaats waar de begeleiding plaats vond en daarnaast veel, heel veel thuis oefenen. Bijna twee jaar lang!

Relatieproblemen
Langzamerhand voelde ik mij in mijn relatie, met de vader van mijn kinderen, steeds eenzamer. Ik voelde mijn partner van me weglopen, zich afkeren van dit complexe ‘zorggezin’ en ik had het gevoel dat ik werkelijk alles alleen moest doen, ik voelde me toen eigenlijk al een ‘alleenstaande moeder’ met de zorgen van kinderen waarbij het niet normaal verloopt op school, het voelde alsof ik alles alleen moest dragen en ik alleen die zorgen kende en zag, want ook hierin werd ik door diverse partijen niet serieus genomen. Onze relatie ging op veel punten zienderogen achteruit en ik heb meermaals gedacht: ‘Als ik de kinderen weer op de rit heb, ligt mijn huwelijk in puin’. En wat ik intuïtief gewoon wist en voelde, gebeurde…! Mijn (inmiddels ex) partner had al geruime tijd een ander pad bewandeld. Niet het pad wat ik met de kinderen had bewandeld. Hij was naast zijn gezin een ander leven gestart.  En ik probeerde zo goed en zo kwaad als het ging, mijzelf en de kinderen overeind te houden. In de tussentijd aangeklopt voor hulp bij onze gemeente, maar ook hierop is niet adequaat gereageerd, de zoveelste keer dat ik niet serieus (genoeg) genomen ben, me niet gehoord heb gevoeld en zo ‘op’ van het vechten, dat ik dacht: laat maar… en toen ik uiteindelijk het gevoel had dat het écht niet meer ging tussen ons, er constant ruzies waren en onbegrip én ik eigenlijk helemaal ‘op’ was van al die jaren ‘buffelen’, werd ‘de bom’ onder onze meer dan 20 jarige relatie/verstandhouding gelegd.. Er was een ander.

Klap in mijn gezicht
Nog nooit heb ik zo’n klap in mijn gezicht gehad. Nog nooit waren de dagen zo donker en nog nooit heb ik me zo aan de kant gezet gevoeld…ingeruild, maar ik had er maar mee te dealen.  Ik ben in dat jaar voor mijzelf de boel op een rij gaan zetten. Wonend met de kinderen in onze (koop)woning, hij wonend bij zijn vriendin in een huurwoning en ik ben stap voor stap de dingen gaan regelen… in eerste instantie: de keuze maken dat ik ook niet meer met hem verder wilde! Dat ik het prima kon redden met de kinderen zelf, want dat had ik inmiddels wel bewezen. Maar ja, je hele leven ligt in duigen, je weet van voren niet dat je van achter leeft, je weet niet hoe je iets moet regelen, wat je moet regelen, wat eerst en wat daarna. Het voelt alsof je loopt op een moeras onder zware donderwolken. Overmand door een enorm verdriet, boosheid, teleurstelling, frustratie, eenzaamheid, heb ik dat jaar overleefd. In onze woning – waarvan ik wist dat ik eruit moest.. In de tussentijd moest ik me inschrijven voor een huurwoning, de scheiding regelen bij de mediator, zaken regelen rondom het ouderschapsplan, de boedelscheiding, gesprekken voeren met psycholoog en maatschappelijk werk, gesprekken voeren met de kinderpsychiatrie vanwege nog een onderzoek en dan daarnaast ‘gewoon’ werken, kinderen naar school brengen, doorleven, want alles loopt gewoon door en je blijft je maar afvragen hoe je hier überhaupt uit komt.

Nieuwe start
Een huurwoning krijgen viel niet mee, lange wachtlijsten, geen urgentie en dan financieel, pfff. Ik zag mezelf al zitten in een (tijdelijke) sta caravan op een vreselijke camping met .. niks…. en kinderen waarvoor dat helemaal niet goed is, die juist stabiliteit en rust zouden moeten hebben, na die heftige jaren op school!. In dat jaar ging er heel wat door me heen: de goede tijden, slechte tijden, emmers vol tranen, boosheid, frustraties, onmacht, onzekerheid en stress, bergen stress. Op het moment waarop ik dacht,… dit moet niet nóg een half jaar duren, inmiddels bij de mediator de boel op orde en ik wachtende op een huurwoning, kwám er die woning!!
Na een klein jaartje ‘wonen’ in onze koopwoning (wat echt niet meer fijn voelde met al die herinneringen..), kon ik over naar een mooie huurwoning en kon het koophuis op mijn ex naam gezet worden en kon hij terug naar de (oude) woning met zijn vriendin. Inmiddels woon ik een jaar in mijn eigen fijne woning en het voelt ook echt als MIJN woning (met mijn kinderen).

Tot rust komen
Vorig jaar stond nogal in het teken van regelen, verhuizen, verven/behangen, het ‘eigen maken’, tuin opknappen, de laatste scheiding/verhuizingszaken regelen en vooral tot rust komen, enorm tot rust komen en verwerken.…. Want jeetje, wat een impact heeft dit alles op mij gehad, maar ook op de kinderen en ongetwijfeld ook op mijn ex-partner, hoewel die, zoals het lijkt, zijn leven met haar heeft opgepakt en ogenschijnlijk ‘schepen achter zich verbrand heeft’ en ‘gewoon opnieuw begonnen is’. De omgangsregeling is gelukkig op orde en we wonen beiden (weer) in dezelfde woonplaats. De kinderen kunnen dus makkelijk op en neer. Zolang we het niet hebben over ingewikkelde dingen of gevoelszaken gaat de omgang goed, de kinderen zijn tevreden en ik moet zeggen het gaat me allemaal best af, met hulp en ondersteuning van lieve familie en vrienden, vriendinnen én professionele externe hulp, want alles heeft zo veel impact op mijzelf en ons gezin gehad, dat ik gesprekken heb met een gezinstherapeut om mijzelf weer te vinden, veel te verwerken en een plek te geven, om er weer helemaal zelf te zijn en er goed te kunnen zijn voor mijn kinderen, die noodzakelijke zorg en begeleiding nodig hebben en de nodige ups en down kennen en soms nog hebben.

Ik vertrouw blind op mijn intuïtie
Ik vaar blind op mijn gevoel en intuïtie en ik weet en voel wat goed is voor mijn kinderen en wanneer het wat minder gaat. Helaas sta ik hier wel vrij alleen in, aangezien mijn ex en ik de problematiek rondom de kinderen verschillend zien: dat maakt het soms moeilijk. Maar met de juiste hulpverlening, mijn vrienden en familie red ik het prima. Ik zie gelukkig de zon (steeds meer) schijnen! Ik ben zo dankbaar voor mijn huisje, mijn spullen, mijn (flexibele) baan, vrienden en familie die aan mijn zijde zijn gebleven én zijn gekomen en dankbaar voor alles wat ik overleefd heb.

spiritual2

Trots op mezelf
En trots ben ik ook, ja trots, omdat ik dit alles wel heb (moeten) doorstaan, ik een sterke vrouw ben (geworden), omdat ik er ook mooie, dankbare dingen aan over heb gehouden en ik ben trots op mijn kinderen, die het ondanks hun niet zichtbare ‘handicaps’ en de zeker geen ‘standaard scheiding’, toch heel goed doen (ook op school)! Het alleenstaande leven met ‘zorgkinderen’ is zeker niet vanzelfsprekend, soms ook lastig uit te leggen aan mensen die niet snappen hoe het werkt en soms echt heel zwaar, maar ik wéét dat ik het aan kan en ik kan eigenlijk best nu al wel zeggen dat ik gelukkig ben met mijn leven alleen met de kinderen. Ik voel het nog niet helemaal tot in mijn tenen en ik moet zeker nog verder met mijzelf aan de slag, maar ik ben op de goede weg! En ik moet alles tijd geven, tijd om te verwerken, alles een plek te geven, het verdriet te laten slijten en tijd om anders in mijn leven te gaan staan. Te gaan staan waar IK voor wil staan en wat goed voelt voor mij en tijd geven … om er weer helemaal te zijn!

Een strijdbare en trotse moeder.

Advertenties

Basisdingen om te voorkomen dat je je kind opvoedt tot professioneel hufter.

Er zijn een aantal dingen die je als ouder kunt doen, om er voor te zorgen dat je kind later geen onnoemelijke rothufter wordt. Het lijkt voor de hand liggend, maar toch.

Dankjewel en alsjeblieft 

Van onschatbare waarde. Als iemand zegt “doe mij eens friet” zal ik niet snel geneigd zijn om te gaan rennen. “Mag ik alsjeblieft …” klinkt een stuk vriendelijker, het kost niets en het opent deuren die anders gesloten blijven. 

Dankjewel zeggen is ook al zoiets, dat sommige kinderen tegenwoordig niet meer lijken te kennen. Blijf er op hameren dat je kind netjes dankjewel zegt; het hoort bij de basis van beleefdheid en ze hebben er de rest van hun leven profijt van, als ze in de grote mensen wereld verder willen later.

Bescheidenheid

Je bent niet meer of beter dan een ander. Dus ook je kind niet. Voorkom prinsessen en prinsen syndromen en zorg ervoor dat je kind bescheiden is en vooral dat het leert niet neer te kijken op anderen, hoe anders het ook denkt dat ze zijn. Niemand is meer waard dan een ander. Nooit.

Zerotolerance beleid voor pesten

Hoe zeer ik ook van mijn kind houd, als ik er achter zou komen dat het andere kinderen zou pesten, dan zwaait er wat. Natuurlijk denk je in eerste instantie altijd, dat doet mijn kind toch niet? Maar als dan blijkt dat je kind dat toch echt wel doet; grijp in. Je kunt hier niet de oogkleppen voor op doen, hoe lief je je kind ook hebt.

Niet wijzen in het openbaar

Het lijkt heel simpel, maar dat is het niet. Kinderen merken snel op als er iets anders is dan anders, en zijn geneigd dan te wijzen of te staren. Leer je kind zo vroeg mogelijk dat het niet netjes is om te wijzen, al is het maar omdat dat heel onprettig is voor de persoon waar naar gewezen wordt (die weet immers misschien niet eens waarom je kind wijst).

Telefoon of tablet 

Als je een telefoon of tablet hebt, wil dat niet zeggen dat dat je vrijpleit van enige sociale interactie. Prima als kinderen zo’n apparaat bij zich hebben als ze ergens heel lang moeten wachten of op een verjaardag met alleen maar ubersaaie volwassenen (boring!), maar zorg er voor dat je kind wel nog echt antwoord geeft wanneer hem of haar iets gevraagd wordt, dat er nog fatsoenlijke begroetingen uit komen en dat er interactie blijft. 

Anders heb je zo’n suf zombie kind, dat later niet kan netwerken voor zijn carrière, of dat heel veel spijt krijgt, van te weinig gesprekken met oma. 

Eigenlijk zijn al deze punten zo voor de hand liggend als maar kan zijn. Toch denk ik, dat het niet verkeerd is om het de wereld in te slingeren. Je weet wel, voor het geval dat. 

Nee, compleet vreemde, je hoeft mijn kind niet op te voeden!

Als ik een ding moet noemen dat irritant is aan moeder zijn, dan staat met stip op 1: anderen die denken je kind te moeten opvoeden. Meestal compleet vreemden die niets beters te doen hebben dan zich in de supermarkt te gaan bemoeien met jouw struggle.

Want ja, de struggle is soms real, als je een kind hebt. En soms, als de struggle iets te lang real is geweest, heb je wel eens iets minder geduld over. Zo kun je bijvoorbeeld eens een keer helemaal klaar zijn met het gedrag van je kind, midden in de supermarkt. Als je voor de derde keer je kind moet vermanen omdat het niet luistert, en je bent het echt zat, dan wil zo’n kind wel eens denken: dit is een goed moment om hartverscheurend te gaan huilen.

En nee, complete bemoeizuchtige vreemde (waarom zijn dat trouwens meestal vrouwen?); dat is niet – ik herhaal: niet! – het moment voor jou om je er in te mengen. Ook niet als je mijn kind zielig vindt. En ook niet als je vindt dat ik te streng ben. Oh, en ook niet als je denkt dat ik te soft of toegeeflijk ben.

Want laten we wel wezen: je krijgt vijf seconden van mijn dag mee. En ook maar vijf seconden van het gedrag van een kind. Je weet niet wat er allemaal gebeurd is, gezegd is en geprobeerd is. Je hebt dus geen flauw benul waar je je mee bemoeit. Maar een ding staat vast:  niet met je eigen zaken. Terwijl dat de dag van veel ouders een stuk gemakkelijker zou maken, als ons kind geen ongevraagde bijval van een complete vreemde zou krijgen tijdens zijn of haar tantrum.

Want weet je, complete vreemde; ik heb dit kind op de wereld gezet. Ik doe mijn stinkende best het goed op te voeden. Op mijn manier. Je hebt geen enkel recht om iets over mijn opvoedingsmethode te zeggen. Of je me nu te streng vindt of te soft. Niet jouw kind, niet jouw zaak.

image

Asociaal gedrag bij Kinderen (en de blinde vlek van ouders)

Ik schreef eens een quote over Pietertje. Pietertje rende door de speeltuin en maaide met zijn armpjes onschuldige voorbijgangertjes neer. “Dat komt door zijn koemelkintolerantie.” zuchtte zijn moeder tegen me.
Totdat Pietertje een kindje tegenkwam met Pietertje intolerantie.

Die quote werd me toch een triljoen keer gedeeld, zeg. En ik snap ook wel waarom. Het lijkt alsof sommige kinderen tegenwoordig alleen nog gekleed en gevoed worden, maar niet meer opgevoed. En hoewel mijn eigen kind absoluut niet perfect is (en dat ook niet hoeft te zijn), kan ik het niet helpen dat de volgende gedachte zich aan mij opdringt:

Als ouders toe zitten te kijken terwijl hun kind gigantisch over alle fatsoensnormen heen dendert, fysiek of verbaal faliekant meermaals de mist in gaat en asociaal gedrag vertoont, dan wordt dat al voor een groot deel verklaard door exact dat: de toekijkende ouder die niet ingrijpt.

Je kunt kinderen niet met honden vergelijken. Want foei, dat is niet hetzelfde. Maar toch. Stel dat ik dat toch stiekem een keer zou doen. Dan zou je die ouders die niet ingrijpen kunnen vergelijken met hondeneigenaren die bij een bijtincident er naast staan en verbouwereerd zeggen: “Dat doet ie anders nooit.”

Toch is het bijtincident meestal een gevolg van een hele reeks gebeurtenissen waarin de hond zijn grenzen niet duidelijk gemaakt krijgt, waardoor hij nerveus en angstig wordt (want een hond houdt van duidelijkheid… kinderen ook. Tot zo ver mag je gaan.) uiteindelijk een bijtincident kan plaatsvinden.

Het kan natuurlijk zo zijn dat dat agressieve gedrag van je kind een (veel) dieper liggende oorzaak heeft dan enkel het opzoeken van grenzen. Maar  dan nog; dan ga je als ouder op zoek naar die dieper liggende oorzaak, en laat je dit soort incidenten niet zomaar voorbij gaan zonder enige reactie te geven richting je kind, toch? Ik begrijp oprecht niet waarom mensen niet ingrijpen als hun kind zo asociaal of agressief is naar andere kinderen. Is het de blinde vlek, die ouders hebben voor hun kind? Zien ze het niet zoals wij het zien? Zie ik dingen bij mijn eigen kind dan misschien ook niet? Het zou best kunnen. Toch weet ik zeker dat wanneer mijn kind op zo’n bewuste, gemene manier een ander kind pijn zou (proberen te) doen, ik er binnen twee tellen bij zou zijn, met bijbehorende consequenties.

Dat zeg ik niet uit de hoogte, maar omdat ik fatsoen wil overbrengen op mijn kind en omdat ik me verantwoordelijk voel. Als je ziet hoe veel zinloos geweld er is tegenwoordig, bekruipt me toch de gedachte, dat meer mensen dit zouden moeten proberen.

Ali B barst in tranen uit tijdens ode aan zijn kinderen bij DWDD

Ali B bracht in DWDD een muzikale ode aan zijn kinderen. Hij hield het daarbij niet droog. De mensen bij DWDD trouwens ook niet.  En ik ook niet. Wat een mooie beschrijving van het proces dat ieder ouder doorloopt in het zien opgroeien en daarmee loslaten van zijn kinderen. Hulde aan Ali!

KIPPENVEL: “Thank You Mom” – Inspirerend én ontroerend voor alle moeders!

Een ontzettend mooi, inspirerend en ontroerend filmpje: hoe moeders hun kinderen, mét vallen en opstaan, leren om te gaan met het leven:

Wat ouders (meestal) niet vertellen, maar wel (vaak) doen

Natuurlijk zouden we graag zeggen, dat we als ouders altijd en overal super consequent zijn, ons kind al vanaf vijf maanden uitsluitend ‘raw food‘ laten knabbelen, het kind nooit voor de televisie laten zitten en dat er louter biologische maaltijden zonder E-nummers of conserveringsmiddelen op tafel worden gezet. In een perfecte wereld, met perfecte ouders, zou dat inderdaad zo zijn.


Suikervrij, E-nummervrij en Rotzooivrij

Maar daar heb je meteen het probleem: geen enkel mens is perfect, en ouders dus ook niet. Toch wordt er nogal krampachtig omgegaan met opvoeden, want: iedereen weet hoe het beter kan, zou kunnen of moet. De artikelen over opvoeding vliegen je als ouder om de oren. De adviezen die we krijgen zijn veelal tegenstrijdig: we moeten complimenten geven, maar liefst toch niet te veel, want dan creëer je een narcistisch monstertje. We moeten ons kind liefst suikervrij, glutenvrij, E-nummer vrij en rotzooivrij te eten geven, maar de schappen staan vol met juist die troep. We zouden ons kind het liefst niet te veel op de I-pad of telefoon laten spelen, maar toch barst het van de online kinderspelletjes.

Negeren is het nieuwe foeteren
We zouden het kind een paar uur per dag buiten moeten laten spelen, maar sommige mensen hebben nu eenmaal geen geld voor een huis met een tuin of in een rustige wijk, waar kinderen veilig buiten kunnen spelen. Zijn dat dan meteen slechte ouders? Lijkt me toch van niet. We willen graag opvoeden zonder te straffen, maar in de praktijk blijkt dat toch vaak lastig. Waar we eerder dachten dat de ‘naughty chair’ (stoute stoel) van de Nanny dé oplossing was, blijkt nu weer uit onderzoeken dat in de hoek of op de stoel gestuurd worden net zo veel pijn doet als schelden. Negeren schijnt volgens experts een even grote straf te zijn als foeteren. We kunnen het eigenlijk ook niet meer goed doen!
Oh, en het is niet goed om je kind bij ieder huiltje op te tillen, wisten jullie dat al? Nee, het is beter om het met een gezonde methode te laten wennen aan het zelf in slaap vallen en doorslapen. Dus.
Wat veel ouders niet toegeven, maar wel doen
Ik zal het dan maar toegeven namens de (meeste) ouders van nu: JA! Ja, we laten ons kind wel eens langer dan een kwartier televisie fotokijken. En ja, soms ook gewoon om eens heel even rustig de krant te kunnen lezen of gewoon, om even op adem te komen na de zevenhonderdste waarom vraag. En oh ja: JA, we geven ons kind wel eens de i-pad in de wachtkamer bij de dokter of tandarts, zodat ze de andere bezoekers niet helemaal wild maken. En ja, we koken ook wel eens een snelle hap mét conserveringsmiddelen, we zetten ons kind wel eens in de hoek om af te koelen of om na te denken, en we vergeten wel eens consequent te zijn. En last but not least: ondanks alle adviezen breken wij ouders ook wel eens, en lopen we toch midden in de nacht met ons kleine minimens door de woonkamer, slaapliedjes te neuriën. Gewoon, omdat onze ouderlijke ziel het gehuil niet meer aan kon horen en omdat dat verdrietige stemmetje gewoonweg door merg en been gaat.

Zo erg is af en toe in de hoek zetten niet, tenzij je structureel vergeet je kind er weer uit te halen
Vroeger was dat misschien allemaal anders, maar vroeger is niet nu. De tijden zijn veranderd. Dus veranderen de ouders en kinderen mee. Maar ik geloof niet dat kinderen er zo veel slechter van worden, zolang je ze niet als een zombie uren lang voor de televisie plant. Zo erg zal het in de hoek zetten niet zijn, tenzij je ze structureel vergeet er ook weer uit te halen. En als je je kind je telefoon geeft in de wachtkamer is dat ook niet zo´n ramp, zolang je het niet vergeet mee naar de dokter te nemen als jullie naam geroepen wordt.

Ouders: het zijn net echte mensenfoto2
Oh, en nog iets: zo erg is het niet om eens een keer boos te worden op je kind. (uiteraard zonder geweld! maar dat spreekt voor zich, hoop ik.) Niet iedere ouder heeft immers een ongelimiteerd geduld. Slaapgebrek en stress creëren nu eenmaal iets kortere lontjes. Zolang het niet al te vaak voorkomt, je het daarna ook weer uitpraat en ook niet te koppig bent om sorry te zeggen, is het echt niet zo´n ramp. Want weet je, ouders, dat zijn net echte mensen.
Zo vreselijk slecht is televisie kijken of spelen op de I-pad niet, zolang je zorgt dat ze ook regelmatig in beweging zijn, op wat voor manier dan ook.

Wie denkt dat het wel perfect kan…
Zolang we als ouders onze kinderen regelmatig laten merken dat we van ze houden, trouw blijven aan onze eigen principes en onze kinderen voldoende aanmoedigen om zich te ontwikkelen op zijn of haar eigen manier, is het allemaal zo slecht nog niet met ons gesteld. En wie denkt dat het wel perfect kan allemaal, nou, die heeft waarschijnlijk zelf geen kinderen. Ha!

Mamantwoorden

image

Moeder zijn is super leuk. Er is niets mooier dan je kind te begeleiden en te zien opgroeien.

Maar… als moeder krijg je vaak honderden vragen per dag. Zeker in de waarom fase vliegen de vragen je om de oren! In deze quote een samenvatting van de gemiddelde antwoorden die je zoal geeft aan je kind op een dag.

Welke vragen vind jij het moeilijkst te beantwoorden? Wat is de grappigste vraag die jij ooit van je kind gekregen hebt?