Tagarchief: onzekerheid

Wist ik toen maar wat ik nu weet: wat onzekerheid met je doet – door Chrisje VIP blogger Inge

Wist ik toen maar, wat ik nu weet. Dat had een hoop ellende bespaart, zowel voor en bij mij als “die ander” (in de ruimste zin van het woord). Ik begrijp uiteraard, dat ik al die leermomenten heb moeten opdoen om juist hier te kunnen staan. Maar het pijn doen van mezelf en ook de ander, is niet echt iets om trots op te zijn en is sowieso geen fijne gedachte.

Ik heb altijd vanuit de verkeerde emotie gehandeld: onzekerheid. Dat is – net als angst  – geen goede raadgever. Onzekerheid brengt je constant in de nesten en als die er even niet zijn, dan creëert deze raadgever het wel. Al die stemmetjes in je hoofd, die je een verkeerde realiteit doen geloven.

Nu handel ik vanuit mijn hart en dat gaat uiteraard echt nog niet altijd goed (maar ja, wat is goed?). Soms is er wat ruis op de lijn, omdat er dan nog wat wild lopende raadgevers aan het blèren zijn. Ik ben immers elke dag moe, heb elke dag pijn en dat is niet altijd een goede combinatie.

Het is denk ik moeilijk voor te stellen, wat onzekerheid met je doet.

Je wordt daar echt geen leuker mens van, ik althans niet. Altijd maar dat éne gevoel in je hoofd, “je bent niet goed genoeg”. En met dat gevoel betrek je alles wat er gebeurt en gezegd wordt op jezelf en ziet de wereld er alles behalve dan rooskleurig uit. Dat gevoel gooit alles over hoop en dan wil je eigenlijk van alles en iedereen wegrennen. Totaal geen eigen waarde en dat wat je van waarde in je handen hebt, durf je amper vast te pakken en / of te houden (lees; je jaagt het zelfs weg). Kortom, elke dag in gevecht met de saboterende gedachtes en je leuke zelf.

Inmiddels wéét ik beter (alhoewel het nog niet altijd zo voelt), ik ben wel goed genoeg!! En of dat genoeg is voor die ander, dat ligt niet aan mij, maar aan die ander. En dat zegt niets over mij, maar over de ander. Iets met een potje en een dekseltje, het past of het past niet: maar dan moet je uiteraard niet het schroefdraad gaan forceren.

Warme groet,

Inge Heutenik

Inge’s blog kun je volgen via Instagram:
https://instagram.com/lief.dagboek2.0

Facebook: lief.dagboek2.0

img_4999

19 april – Dag tegen Pesten: zet de middenmoot in!

Morgen is het de landelijke Dag tegen Pesten. Dat is belangrijk, want pesten verwoest levens.
Is die stelling niet iets te dramatisch? Nee.

Als voormalig lijdend voorwerp van pesterijen kan ik beamen dat het nogal wat met je doet. Het ondermijnt je zelfvertrouwen en maakt dat je continu in een staat van angst verkeert. Het thuis vertellen, aan mijn ouders, was niet denkbaar. Dat lag niet aan mijn ouders, maar wel aan de diepgewortelde angst dat het pesten daarna alleen erger zou worden. Dus zweeg ik. Ik kan me de buikpijn op zondag nog herinneren, als ik er aan dacht dat ik de dag er na weer moest gaan. En het jezelf continu afvragen wat je verkeerd doet. Ik kon het me niet bedenken. En dat was niet bepaald goed, want daardoor ging ik er dus in geloven dat ik verkeerd was.

Toen ik naar de middelbare school ging, was ik erg bang. Ik nam me voor om de meest stoere jongen of meid uit te zoeken en daar naast te gaan zitten. Als ik maar blufte, leek ik misschien niet zo kwetsbaar. Het werkte: De middelbare schooltijd was fantastisch. Ik had vriendinnen en vrienden en zelfs vriendjes. Ik blufte mezelf gelukkig.

Uiteindelijk is alles goed gekomen met mij. De middelbare school tijd was fijn en gaf me vertrouwen. Maar het diep gewortelde, eenzame gevoel van onveiligheid in een groep kan me tot op de dag van vandaag nog wel eens overvallen. Dan zet ik mijn bluf weer in, want daar ben ik goed in. Terug pesten of zelf pesten zal ik nooit doen. Ik heb ook nooit mee gepest. Als ik het zag gebeuren, nam ik het op voor de gepeste persoon. Niet omdat mij dat bepaald populairder maakte, maar omdat ik het simpelweg niet kon aanzien (en nog steeds niet, want het stopt niet op de middelbare school; ook veel volwassenen hebben er last van).

In plaats van voornamelijk te focussen op de twee meest in het oog springende groepen, de gepeste en de pestende  kinderen, moet naar mijn mening ook veel meer gelet worden op de middenmoot; de kinderen die niet gepest worden maar ook niet pesten. De kinderen die aan de zijlijn staan en toekijken. Als die zich inzetten om de gepeste persoon te beschermen en verdedigen, wordt de pester vanzelf meer geïsoleerd. En dat maakt dat de pester juist niet bereikt wat hij wil: macht over de groep.

Misschien iets om over na te denken.