Tagarchief: onderwijs

Lieve juf en meester

Lieve juf en meester,

We wisten altijd al dat jullie werk belangrijk was. Iedere week vertrouwden we immers onze kinderen aan jullie toe, om te leren, te ontdekken en te groeien.

Als ons kind een huisdier verloor of een tand los had zitten, waren jullie de eersten die het hoorden op maandagochtend. Als wij als ouders bij jullie moesten komen op oudergesprek, waren jullie er niet alleen voor de kinderen, maar stiekem ook een beetje voor ons.

Nu onze kinderen niet naar school kunnen door Corona, zijn we ons nog veel bewuster geworden van hoe ontzettend waardevol en belangrijk jullie werk is. Als wij niet weten hoe we – in ons hoofd reeds bestaande – kennis moeten overbrengen op onze kinderen, mailen we jullie. Er wordt gebeld, waarbij we de gezichten van onze kinderen zien oplichten bij het horen van jullie stem.

We zien nu gemiddeld een fractie van wat jullie op een dag aan moeten kunnen. En dat is al veel.

Ik denk dat geen enkele ouder na deze periode – als onze kinderen eindelijk weer naar school mogen – jullie werk meer zal onderschatten. Onze kinderen missen jullie, hun klasgenoten, het klaslokaal. De liedjes, de verhalen, het plezier, het buiten spelen op het schoolplein.

Dus wanneer jullie onze kinderen missen, weet dan dat dat volledig wederzijds is.

Liefs,

Ouders Van Nederland

Interview met Trendwatcher Lieke Lamb

27751709_1996612403688422_2558537857180198047_n
Trendwatcher Lieke Lamb voor RTL nieuws

Ik sprak met Nederlands bekendste Trendwatcher: Lieke Lamb. Een veelzijdige vrouw: spreker, trendwatcher, radiobekendheid, columnist en mede-eigenaar van het bedrijf Trendwatcher.com, dat zij samen met haar man Richard runt. Daarbij is ze moeder van vier kinderen en hoofdredacteur van de websites www.balancebabes.com en mama.nl. Geboren in Rotterdam in 1973, werkend en wonend met Richard en hun vier kinderen in Wassenaar. Een getalenteerde zakenvrouw met een neus voor trends, maatschappij en technologie. 

Je bent een veel gevraagd spreker. Hoe verliep jouw weg naar het podium?

“In de begin periode van ons bedrijf ging ik zelf het podium niet op. Ik vond dat niets voor mij. Er kwamen echter steeds meer aanvragen binnen voor lezingen over vrouwenzaken, waarop ik besloot het toch te doen. Mijn eerste lezing was meteen een grote: een zaal vol vrouwelijke CEO’s; de lezing moest bovendien in het Engels gegeven worden. Een echte sprong in het diepe dus, ontzettend spannend om te doen. Richard heeft me hier vanuit zijn ervaring in begeleid; ik heb er geen trainingen voor gevolgd. Na een heleboel lezingen te hebben gegeven over vrouwenzaken zoals het glazen plafond, ben ik ook langzaam steeds meer lezingen gaan geven met een technische achtergrond: ook over zaken waarmee ik vanuit mijn andere werkzaamheden (bijvoorbeeld adviestrajecten) te maken had.  Richard heeft aan de TU Delft gestudeerd: hij heeft van huis uit die technische achtergrond. Ik ben veel praktischer ingesteld en maak de vertaalslag naar de maatschappij: wat betekenen al deze ontwikkelingen voor het dagelijks leven? Hoe passen we de nieuwe technologieën toe?”
img_4705

Hoe heeft jullie bedrijf zich ontwikkeld?

“Als bedrijf zijn we snel gegroeid maar tegelijkertijd ook bewust klein gebleven. Er deden zich mooie kansen voor om ons bedrijf groter te maken, met een groter pand en personeel. Toch hebben we hier niet voor gekozen, ook vanwege onze vier kinderen. Ik ben naast zakenvrouw ook echt een familiemens. Mijn gezin staat voor mij altijd op één. Ik heb regelmatig nee gezegd tegen mooie carrière kansen. Ik zou dan zo veel in het buitenland moeten verblijven dat ik mijn kinderen amper zou zien. Dit was voor mij geen optie. Richard liet me hier overigens geheel vrij in: hij support alles wat ik wil doen.

16105560_1552721784744155_8533150096816045241_n
Lieke bij Omroep Max

Je gezin staat dus echt altijd op nummer één.

“Absoluut. Onze oudste dochter valt bijvoorbeeld buiten het onderwijssysteem. Wij hebben er een tijd voor gekozen haar toch zelf vanuit thuis  te gaan scholen. Dit jaar doet zij eindexamen aan het VMBO. Dat we haar op deze manier kunnen begeleiden kostte weliswaar veel tijd, maar ik zou het allemaal exact zo overdoen. Vanuit deze ervaring heb ik overigens ook de drive gevonden om het onderwijssysteem te wijzen op mogelijke verbeteringen. We moeten er voor vechten om kinderen die hun eigen manier van leren hebben, toch te laten leren.” 

14947892_1461215817228086_5988439113813996392_n

Samen wonen én werken. Is dat niet lastig? 

“Toen Richard en ik elkaar leerden kennen was hij al bezig met het oprichten van een eigen bedrijf, ik ben er dus vanuit mijn studententijd direct in mee gegroeid. We gingen samenwonen vlakbij een bedrijventerrein, waar we letterlijk briefjes in de brievenbus stopten van bedrijven, met de mededeling dat ze een website moesten hebben en dat wij die konden maken. Achteraf zo leuk om aan terug te denken! Richard en ik werken goed samen, onze huiskamer is ingericht in een L-vorm, waarbij de punt van de L met een glazen deur is afgescheiden: daarin zit onze werk-cockpit zoals we deze altijd noemen. Hierin werken wij samen. We weten altijd precies met welke projecten de ander bezig is, we vullen elkaar goed aan. Richard geeft me alle ruimte om te groeien. Ook met het betreden van het podium voor lezingen heeft hij me altijd gestimuleerd en gemotiveerd. Hij is dan heel trots. Ik heb geen trainingen gevolgd in het geven van lezingen, maar voordat ik het podium zelf betrad had ik wel al talloze lezingen bijgewoond en geanalyseerd, van Richard en andere sprekers. Toch is het dan weer anders om het zelf te gaan doen! Op een podium staan is confronterend; je kunt last krijgen van je eigen onzekerheden. Ik ben over die onzekerheid heen gegroeid, enerzijds door het opbouwen van steeds meer expertise en kennis, maar ook door het simpelweg te blijven doen. Wat mij in het begin hielp, was doen alsof ik een actrice was die speelde dat ze een spreker was met jarenlange ervaring. Klinkt gek, maar dat werkte onwijs goed.”

22688887_1866740123342318_2409836117543477088_n - kopie

Wat is jouw grootste talent?

“Met humor kort en krachtig informatie overbrengen. Daarnaast ben ik goed in het toepassen van de informatie op de luisteraar. Ik weet snel voor welk publiek ik spreek, wie mijn doelgroep is. Ik praat gemakkelijk, dat helpt. Ik zet de boodschap altijd duidelijk neer met concrete voorbeelden.”

Je bent van heel veel markten thuis en doet ontzettend veel. Als je vanaf vandaag nog maar één ding mocht blijven doen, wat zou dat dan zijn?

In het leven: Mijn kinderen begeleiden. Op werkgebied: Spreker zijn. Televisie maken is heel leuk maar ook eng: voor een zaal staan is veel fijner dan ik vroeger ooit zou hebben gedacht. De energie die je direct uit de zaal krijgt, de interactie met het publiek en daarop inspelen. Dat blijft uitdagend, ontzettend leuk en leerzaam. Een zaal meekrijgen geeft elke keer weer een enorme kick.”

Je richt je in je werk ook op trends rondom de feminisering van de maatschappij. Waar moeten we dan aan denken?

“Ik heb ontzettend veel lezingen gegeven over feminisering: lezingen over het glazen plafond en de work life balance. In eerste instantie was ik niet zo geëmancipeerd: ik was bijvoorbeeld de eerste van mijn vriendinnen die trouwde, ik nam Richards achternaam aan en startte als eerste met een gezin. Wel had ik een geëmancipeerde familie. Een van mijn tantes was zelfs een van de eerste gynaecologen in Nederland. Mijn moeder hamerde er ook altijd op dat vrouwen hun eigen broek moesten kunnen ophouden: mijn zus ging dan ook medicijnen studeren en werd huisarts. In de loop der jaren ben ik gegroeid in mijn emancipatie; door de lezingen die ik bijwoonde én zelf gaf, ging ik steeds meer nadenken over feminisering. Ik vind het belangrijk om onderwerpen bespreekbaar te blijven maken. Ik ben daar ook ontzettend mee aan de slag gegaan in de periode dat ik lezingen over deze onderwerpen gaf en heb een enorme liefde voor vrouwen vanuit de historie die iets groots hebben gepresteerd. Deze voorbeelden gebruikte ik dan ook in mijn lezingen. De maatschappij richt zich op een bepaalde manier in; ik vind het dan interessant om te kijken naar of iets heel gefeminiseerd of juist heel onderdanig is? Waar ligt de grens?”

23905636_1907024252647238_3138319992146646327_nWat is jullie toekomstvisie?

“Elk jaar geven wij een trendverwachting uit (gratis te downloaden op Trends2018.nl) waarin we ontwikkelingen samenvatten en op papier zetten. Richard en ik worden vaak geleefd door ons bedrijf en gezin. Eigenlijk willen we graag voor ons eigen bedrijf eens een heidag organiseren om met zijn tweeën onze toekomstvisie ook helder in kaart te brengen, maar het komt er tot nu toe nog niet van. Van de andere kant zijn we allebei ook erg flexibel en blij met hoe goed we kunnen inspelen op de behoefte vanuit de markt. Daar ligt ook onze kracht: we kijken wat er op ons pad komt. Zo vond ik het bijvoorbeeld fantastisch toen ik  politici mocht onderwijzen over wat er op technologisch gebied gebeurt: dit was echt onwijs gaaf om te doen en leverde weer een bak aan kennis en ervaring op. Onze manier van werken in combinatie met dat we klein zijn gebleven, maakt ons erg flexibel en snel. 

Die flexibiliteit past dus echt bij je bedrijf.

“Absoluut. Ook op persoonlijk vlak bleken we overigens enorm flexibel te zijn:  Vorig jaar hadden we een grote brand in ons huis, waardoor we acht maanden lang met ons gezin en bedrijf in andere huizen moesten bivakkeren. We hebben in die periode echt per dag geleefd. We moesten wel: iedere dag was het weer afwachten of het huis waar we in woonden nog wel beschikbaar zou zijn. Het was lange tijd ook maar afwachten wanneer ons eigen huis weer bewoonbaar zou zijn. Mijn kracht is om daar dan ook weer iets leerzaams uit halen. Ik vond het een waardevolle ervaring om mee te maken. Ik heb Syrische mensen Nederlandse les gegeven, die alles achter hadden moeten laten. Pas toen ons eigen huis in brand vloog, we onze eigen spullen kwijt waren, voelde ik zelf hoe je blijkbaar dus toch hecht aan je huis en spullen. Hier heb ik heel veel met de Syrische mensen over gepraat: zij lieten niet alleen hun huis achter, maar maakten daarbij natuurlijk ook nog verschrikkelijke dingen mee. Het relativeert je eigen situatie.”

Wat kunnen we nog verwachten? 

“We zijn momenteel bezig met de opstart van www.Trendwatcher.TV, omdat we zien dat veel kleine bedrijven zoeken naar een uitlaatklep in de media om zich te uiten. We willen via een eigen kanaal, Trendwatcher TV, bedrijven de kans geven om hun verhaal te doen.”

Voor meer informatie over Lieke en haar werk kun je terecht op haar website, www.liekelamb.nl

Ik werd gepest: Geef meer positieve aandacht aan pestende kinderen!

pestenIk werd als kind gepest. Jaren lang. Op de basisschool.

Wat dit met me deed als kind, is moeilijk te beschrijven: het is ook lastig uit te leggen aan iemand die nooit gepest werd. Structureel gepest worden zorgt er voor dat je je als kind (of volwassene) nooit helemaal veilig voelt in je omgeving, waar je vijf dagen per week verblijft.

Alsof je verplicht wordt vijf dagen per week de hele dag een dreiging te voelen. Wanneer begint het weer? Ben ik wel veilig in de pauze? Wat gaan ze nu weer doen? Je voelt je ongemakkelijk, ongewild, intens ongelukkig en in het beste geval niet welkom in je omgeving. Pesten maakt heel wat kapot, en als het tijdens je jeugd gebeurt vormt het je, want het overkomt je immers terwijl je zelf letterlijk nog in ontwikkeling bent.

Een op de tien kinderen in Nederland wordt gepest. Scholen zijn wettelijk verplicht om pesten tegen te gaan. Toch gebeurt het nog steeds, en beperkt het zich lang niet alleen tot het schoolplein: met de komst van de mobiele telefoon heeft het pesten zich verplaatst naar de cyber-omgeving, wat het nog moeilijker maakt om deze vorm van geweld (want dat is pesten) te herkennen en aan te pakken.

Ik kan me herinneren dat ik op zondag vaak de hele dag op zag tegen maandag. Het idee dat het gepest de dag er na weer zou beginnen, zorgde er voor dat ik op zag tegen maandag, uit keek naar weekenden en vakanties, en in mijn bed stiekem lag te wensen dat er een magische oplossing zou komen voor mijn probleem. Ik praatte er thuis ook niet over: ik was bang dat mijn ouders dan naar school zouden stappen en dat zou het alleen nog maar erger maken, dacht ik.

Het beste kon ik er maar over zwijgen en het ondergaan.

Veilige omgeving
Toen ik naar de middelbare school ging, veranderde alles. Plotseling kwam ik in een hele andere omgeving terecht. Die kinderen wisten niet dat ik gepest werd op mijn vorige school. Ik voelde me alsof ik ontsnapt was uit een gevangenis, zo blij. Hier was ik niet het gepeste kind, hier kon ik opnieuw beginnen! En dat deed ik. Mijn middelbare schooltijd was een van de mooiste periodes uit mijn leven. Ik maakte veel vrienden en vriendinnen, zat bij toneel, de redactie van de schoolkrant, zong zelfs in een band terwijl ik niet kon zingen. De middelbare school was een geweldige plek, omdat mijn zelfvertrouwen daar eindelijk kon groeien. Omdat ik me er thuis voelde, welkom én veilig.

Dé oplossing tegen pesten bestaat niet
Er is niet één pasklare oplossing tegen pesten. Er is geen magische sleutel die alles oplost. Kinderen (en sommige volwassenen..) hebben simpelweg nog niet het inlevingsvermogen ontwikkeld om te voelen wat ze een ander kind aandoen met hun pesten. Ze zien het als een spelletje: die ga ik pesten want die is heel lief, dus die huilt snel. Of: die ga ik pesten want dan leid ik de aandacht af van dat ik zelf onzeker ben. Heel basaal. Want het inlevingsvermogen om te voelen wat je slachtoffer voelt, dat is er simpelweg (nog) niet.

Pesten is een symptoom
Het is goed dat de overheid scholen wettelijk verplicht pesten aan te pakken. Ook ouders hebben hier in een taak en verantwoordelijkheid. Niemand wil dat zijn kind pest, en niemand wil dat zijn kind gepest wordt: beide situaties zijn voor ouders ook niet fijn. Oplossingen in de vorm van een goede communicatie tussen ouders en school, de leerkracht zelf die pesten signaleert en aanpakt, de overheid die er op toe ziet dat scholen hun wettelijke plicht nakomen, zijn goed en belangrijk. Maar het dekt de lading nog niet helemaal.

Geef meer aandacht aan het pestende kind!
Hoe tegenstrijdig het ook klinkt, aangezien ik zelf slachtoffer van pesten ben: ik wil het opnemen voor het pestende kind. Niet alleen het slachtoffer van pesten heeft aandacht nodig, het pestende kind heeft minstens net zo veel aandacht nodig. Besteed dus meer aandacht aan het pestende kind, en het pesten stopt. Dat klinkt misschien raar. Toch meen ik ieder woord er van. Pestende kinderen hebben namelijk die positieve aandacht het hardst nodig.

Auto-ongeluk
Als er een auto-ongeluk gebeurt, gaat er in de crisis meteen alle aandacht naar de slachtoffers. Zij moeten immers in veiligheid gebracht worden, of acuut verzorgd worden. Dit is goed. Maar geen positieve aandacht besteden aan de pester, is hetzelfde als honderd ongelukken opruimen en niet kijken naar de verkeerssituatie: je lost het probleem achter het probleem niet op, dus blijven er botsingen plaatsvinden.

 Pesten is niet meer en niet minder dan een symptoom
Als er kinderen gepest worden, gaat dus vaak automatisch alle aandacht naar het slachtoffer. Dat is begrijpelijk, en het gepeste kind heeft die (na)zorg ook hard nodig.

Maar ook het pestende kind heeft zorg nodig.

Het pestende kind, daar weet men niet zo goed mee om te gaan. Ouders van het pestende kind schamen zich wellicht, of weten niet goed wat ze kunnen doen omdat het kind thuis gewoon lief is. Het ligt vaak heel gevoelig en is een pijnlijke kwestie. We stoppen het het liefst weg.

We weten niet goed hoe te reageren, behalve boos en straffend. Terwijl juist dat het pesten alleen maar erger maakt.
Een pester met weinig inlevingsvermogen of een laag zelfbeeld zal daarna alleen maar denken: door hem of haar (het gepeste kind) heb ik nu straf gekregen. En in het ergste geval denkt het kind: dit (straf) overkomt mij door hem of haar, dus die zal ik eens een lesje leren. En zo begint het hele probleem weer van voren af aan.

Terwijl juist dáár de kracht ligt van het terugdringen van pesten. Een kind dat pest heeft óók een probleem. Minstens net zo groot als dat van het slachtoffer. Het enige wat het pestende kind doet, is zijn probleem proberen door te geven aan een slachtoffer. Blijkbaar weet het niet hoe het zelf zijn probleem moet oplossen, dus gaat het negatief aandacht vragen. Wat het probleem is van het pestende kind, kan variëren: Het kan thuis problemen hebben, zelf ooit gepest zijn en nu zelf pesten als tegenreactie, het kan heel onzeker zijn, zich lelijk voelen en een knap kind gaan pesten, zich dom voelen en uit jaloezie een slim kind gaan pesten, het kan wat hulp nodig hebben met het  ontwikkelen van zelfvertrouwen.

Dus in plaats van het kind dat gepest wordt alle aandacht te geven, zeg ik als slachtoffer: verplaats een groot deel van die aandacht op een positieve manier naar de pester, en je dringt vanzelf het pesten terug. Pesten is niets meer en niets minder dan op een negatieve manier aandacht vragen.

Als daar mee omgegaan wordt op een consequente maar liefdevolle manier, wordt het probleem van het pestende kind opgelost of beter te hanteren. Als het pestende kind zich prettiger gaat voelen, zal het het pesten niet meer nodig hebben. 

Sorry, lief kind. (Een brief voor alle onderwijzers, ouders en begeleiders van Nederland)

Deze brief heb ik geschreven aan het kind in mij, maar deel ik voor alle ouders, begeleiders en onderwijzers, zodat er meer begrip en begeleiding komt voor het anders lerende kind in het onderwijs van vandaag.

Lief innerlijk kind,

Ik zie je wel hoor. Je zit dan wel opgesloten en soms zorgvuldig weggestopt in een volwassen lijf met een volwassen brein, maar je bent er nog steeds. 

Ik zie je. 

Ik maak dan wel soms grapjes over je, als ik te hard lach of te enthousiast begon te dansen op een feestje; dan gaf ik jou de schuld. “Mijn innerlijke kind komt naar boven hoor!”. Maar dat ik grapjes over je maak betekent niet dat ik je uitlach, lief innerlijk kind. Ik maak namelijk meestal grapjes over mensen waar ik van hou.  

Wat heb je het soms zwaar gehad.

Je gebrek aan concentratie werd zo vaak verkeerd opgevat; men noemde dat vaak “geen zin”, “dromerig” of “met haar hoofd in de wolken”.

Men vond dat je “eerst moest denken, dan doen.” Maar wat begrepen ze jou verkeerd; door te doen dacht jij. Je kon niet slecht leren, je leerde anders. Eerst de praktijk, dan de theorie.

Verkeerd om! zei de wereld.
Andersom! zeg ik je nu.
Jij kende geen andere volgorde; toch werd jou verteld dat jouw volgorde verkeerd was en die van de wereld goed.

Je kon niet goed studeren, zei men, wegens dat gebrek aan concentratie. Je werd een dromer genoemd, een zwever, te druk, te beweeglijk, je moest eens met beide voeten op de grond belanden. Dat jij tijdens het dromen de informatie verwerkte die je daarvoor al snel had gelezen of gehoord, wisten ze niet. Jij zelf wist dat ook niet, want daar was je te jong voor. Je wist alleen dat je wel je best had gedaan.

En dat was ook zo.

Wat had je het soms moeilijk, als je uit het raam staarde en daarop betrapt werd, terwijl je niet eens wist dat dat verkeerd was, of waarom. Dat je uit het raam staarde maar in gedachten rekensommen maakte of geschiedenisverhalen voor je ogen zag gebeuren, wist men niet. Of dat je uit het raam staarde omdat je hoorde dat een ander kind gepest werd en jij een oplossing daarvoor zocht. Ook dat zag men niet.
Het naar buiten staren was alleen een andere manier van informatie verwerken, die voor jou goed werkte.

Wat was het fijn geweest als meer onderwijzers of begeleiders jou hadden begrepen. Als iemand had gezien dat jouw manier van leren gewoon anders was, niet meer en ook zeker niet minder. Wat had het je veel ellende gescheeld als men jouw “afwezigheid” tijdens uitleg in de klas niet ten onrechte had geïnterpreteerd als desinteresse. Want dat je niet de goede kant uit keek, betekende lang niet altijd dat je niet luisterde.

Lief kind, wat heb je het moeilijk gehad. Je werd door al deze dingen naar een vervolgopleiding gestuurd die op een lager niveau lag dan wat jij aankon, dus zette de verveling door. Je bladerde door de boeken en dacht; waarom is dit zo saai? Je motivatie zakte tot een dieptepunt, dus ging je je afzetten, door bijvoorbeeld helemaal niet meer te leren, want waar bleef toch die uitdaging?

Je motivatie ging langzaam verloren ergens tussen verbale, theoretische uitleg en mensen die jou hun beperkende overtuigingen opdrongen. Helaas net zo lang totdat jij ze zelf ging geloven.

Je was geen kind dat braaf uren studeerde: Je klom in bomen, bouwde dingen, schreef verhalen of maakte muziek. Je vormde melodieën in je hoofd, schreef liedjes, teksten, gedichten, of bedacht hele nieuwe dingen met je handen. Men noemde dat afkeurend dromerig, zelfs dom of in elk geval ongeïnteresseerd, terwijl je in werkelijkheid creatief was.

De wereld gaat uit van leren op basis van theorie: pas als je die beheerst mag je in de praktijk gaan uitproberen, voelen, zien, aanraken. Jij leerde juist door eerst uit te proberen, voelen, zien en aanraken; daarna werd de theorie vanzelf behapbaar. Dat maakte je niet minder slim (wat ze ook zeiden!); je was gewoon een beelddenker, heel visueel ingesteld. Laat het me zien, dan begrijp ik het. 

Lief kind, wat heb je moeten worstelen om je te bewijzen, omdat je wel wou maar niet mee kon met de meute. Wat was je jaloers op die kinderen die blijkbaar heel gemakkelijk de theorie tot zich namen. Wat benijdde je die kinderen, die uren lang met hun neus in de boeken konden zitten. Je voelde je heel vaak onbegrepen.

De onmacht die ontstaat omdat mensen er van uitgaan dat je niet wilt, is groot. Zo groot, dat je hem mee zult nemen in je volwassenheid, als er geen begeleider komt die begrijpt hoe jouw brein werkt.

Nu ben ik volwassen, lief kind. Ik ben nu een vrouw van 37 jaar en ik zeg namens alle volwassenen sorry tegen jou, lief kind. Je was gewoon een hartstikke leuk Pipi Langkous kind: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.”.

Je was een doener, een maker, een oplosser, een bedenker. Je nam niet alles zomaar aan, je verzette je er zelfs tegen als je iets niet logisch of rechtvaardig vond, of dacht dat het beter kon. Nog zoiets waar niet alle begeleiders van kinderen goed tegen kunnen: kritiek van een kleiner mens.

Sorry lief kind, namens alle volwassenen, die jou niet geloofden, niet vertrouwden, niet begrepen of je standjes gaven. Je was anders dan de rest, je paste niet in het keurslijf van de meute, dus propte men net zo lang aan je tot je er in paste, alhoewel dat was alsof je een vierkant in een cirkel propt; het kan er wel in, maar het past nog steeds niet.

Je deed alles andersom, ondersteboven, vroeger of later; maar dat maakte het allemaal nog steeds niet verkeerd.

P.S.: Wat was het fijn hè, die ene leraar die niet op je foeterde als je uit het raam keek, maar jou juist een “creatief kind” noemde.
Of die leerkracht die jouw talent zag en je stimuleerde om er meer mee te doen. Die mensen die wél zagen wat je kon, en je op jouw manier lieten leren. Waren er daar maar meer van geweest.

Liefs,

Chrisje