Tagarchief: moeder

Het is onbeschoft om aan een moeder te vragen hoe ze werk en privé gaat combineren!

Zodra een vrouw een kind krijgt komt onherroepelijk uit haar omgeving de vraag: hoe combineer je werk en gezin? Of: en hoe veel uren ga je minder werken?

Dit is waarom dit een onbeschofte vraag is:

Allereerst: Niemand vraagt het aan mannen. Ik heb nooit iemand aan een kersverse vader horen vragen: “En hoe ga je dat nou doen, de zorg voor de baby combineren met je werk?”

Het insinueert dat de vrouw automatisch minder moet gaan werken wanneer zij moeder wordt, terwijl de meeste mannen net zo goed minder uren kunnen gaan werken.

Als je deze lijn doortrekt hoor je er zelfs het vooroordeel in dat een moeder geen goede moeder kan zijn als ze niet minder gaat werken.

Vaders zijn net zo verantwoordelijk voor (en in staat tot) het opvoeden van hun kinderen en alles wat daarbij komt kijken als moeders.

Ten slotte: Niemand heeft er wat mee te maken hoe je als moeder je werk combineert met je gezin. Voor iedere moeder en vader is dit anders, iedere individu heeft zijn eigen behoeftes. Daarbij zijn ouders prima in staat te beoordelen bij welke vorm van opvang hun kind goed gedijt.

Advertenties

“Zolang je maar gelukkig wordt!” – door Chrisje’s VIP blogger Rosan van der Zee

pexels-photo-1282169“Zolang je maar gelukkig wordt.” Dat was wat mijn moeder vroeger altijd tegen me zei. Er lag een hele wereld voor me open. Duizenden of zelfs miljoenen mogelijkheden. Zolang ik maar hard werk, kan ik alles bereiken. The American Dream, maar dan op zijn Nederlands.

Met deze gedachtegang in mijn achterhoofd ging ik vol goede moed de grote wereld tegemoet. Echter kwam ik er al snel achter dat geluk nog niet zo makkelijk te bereiken is als ik dacht. Ik kwam erachter dat ik ondanks hard werken echt niet alles zou kunnen bereiken wat ik als doel stelde.

Daarbij liep ik ook nog eens tegen een andere muur op: psychische kwetsbaarheid.

Want ik heb last van depressies, paniekaanvallen PTSS (in remissie) en autisme. Een mooie cocktail aan labels die ik altijd met me meedraag. Dat klinkt als het perfecte recept voor een leuk feestje, maar van cocktails moet je niet te veel drinken want dan wordt het één groot zooitje. Een beetje is namelijk wel gezellig, maar voor je het weet ben je heel de boel aan het onderkotsen. Nou, dat is dus ongeveer mijn dagelijkse hoeveelheid aan cocktails.

Hoe ga ik echter samen met mijn cocktail aan labels – mijn psychische kwetsbaarheid – zoiets als geluk vinden? De wereld ligt voor me open en ik lijk maar niet bij dat stukje ‘geluk’ te kunnen komen. Alsof het zich constant in alle hoekjes en gaatjes voor me verbergt en me bij voorbaat al heeft afgewezen. Kan ik wel aan mijn moeders wens voldoen om ‘gelukkig’ te worden? Want hoe meer ik ervoor vecht om gelukkig te worden hoe verder het van mij weg lijkt te vluchten. Moet ik misschien stoppen met zoeken naar iets wat zich niet laat vinden? Moet ik accepteren dat ik niet gelukkig word? Is het beter als ik ook het ‘ongeluk’ een plekje geef? Dan hoef ik het niet meer weg te duwen en dat scheelt heel veel energie.

Geluk bestaat immers eerder uit het beleven van momenten in plaats van een constante aanwezigheid te zijn. Het leven is nu eenmaal best wel lelijk af en toe, maar in de aller lelijkste lelijkheid is ook schoonheid te vinden. Misschien is mijn cocktail aan labels ook niet alleen maar slecht. Wellicht kan ik er zelfs van genieten als ik het leer te doseren en het om vorm tot een aanwezigheid die ook iets positiefs kan brengen. Misschien dat ik wel leer te leven met de kunst van het (on)gelukkig zijn.

Dus sorry mam, ‘gelukkig’ zal ik waarschijnlijk niet worden. Laat ik dan maar gewoon mezelf zijn en het leven nemen zoals het is. Misschien kunnen we met mijn cocktail toch soms wel een leuk feestje bouwen? Ik schenk alvast een glaasje voor je in. Proost op het (on)geluk!

Liefs,

Rosan van der Zee

pf

Voetbalmoeder!

Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema

Van alle sporten had ik altijd een aantal op de ‘liever niet’ lijst staan.  Één daarvan is voetbal. De meest gekozen sport bij (voornamelijk) jongens. Ten eerste omdat ik zelf echt 0% interesse heb in voetbal, nou ja, in het voetbalwereldje dan. Althans, het beeld dat ik heb van het voetbalwereldje. Waar vooral de ouders vanaf de zijlijn voetballen en de kinderen opgefokt worden om de 2e Sneijder te worden. Een sport waar het voornamelijk gaat om winnen en niet om het plezier. Een onderwerp waar je over mee moet kunnen praten, anders hoor je er niet bij. 

Helaas: mijn zoon kiest toch voor voetbal

Ondanks mijn voorkeur voor alles behalve voetbal, mag mijn peuter zelf kiezen wat hij leuk vindt. Daarin ga en wil ik hem niet beïnvloeden. Hij moet namelijk op het veld staan, en ik niet. Nu kan het natuurlijk nog alle kanten op: dat hij nu begint met kaboutervoetbal, wil niet zeggen dat hij dit op zijn zestiende nog doet. Of misschien is hij er na het eerste seizoen al compleet op uitgekeken. Maar voor nu, mag ik iedere week dertig minuten kijken naar peutertjes die voetballen. Nu moet ik zeggen, dat dát beeld wel heel aandoenlijk is. En dat ik het stiekem best leuk vind om een soort van ‘voetbalmama’ te zijn.

Toekomst

Mocht dit nu zijn definitieve sportkeuze zijn, dan is dat natuurlijk niet anders. Daar waar vele ouders hun kinderen een bepaalde kant opduwen, omdat zíj iets leuk vinden, zal ik dat nooit doen. Omdat ik iets niet leuk vind, betekent dat niet dat ik hem daarin ook ga beperken. Ik hoop gewoon van harte dat mijn beeld van voetbal mee zal vallen. Dat het niet alléén maar mensen zijn die 24/7 met voetbal bezig zijn. Dat ze niet per se iedere wedstrijd hoeven te volgen. Dat ze niet alleen maar bier drinken in de derde helft én dat er ook ouders aan de zijlijn zullen staan, die hun kinderen vooral aanmoedigen om het leuk te hebben. Dat wanneer ‘we’ verliezen, want je bent opeens een eenheid, dat je dan even baalt maar het niet je dag laat verknallen.

Fanatiek

En ja, wanneer mijn zoon een echte voetballer wordt inclusief alle vooroordelen vanuit mij, zal ik aan de zijlijn staan. Ik zal geen wedstrijd missen en oprecht blij zijn wanneer ‘we’ winnen. Regen en wind, ik zal er staan. De grasgeur en vieze voetbalkleding, ik zal ze wassen. En ja, hij mag bier drinken met zijn voetbalvrienden in de derde helft. En mocht hij zó fanatiek zijn om elke wedstrijd te volgen, dan zijn zelfs zijn vrienden welkom om dat hier thuis te komen doen. Zijn geluk is het mijne. Maar ik hoop en blijf hopen dat hij naast voetbal ook nog andere interesses zal hebben. Dat voetbal niet iets wordt wat moet om erbij te horen. Dat hij niet de grond ingeboord wordt bij het missen van een doelpunt. En dat hij mag zijn wie hij is.

Voor nu, kaboutervoetbal

Maar voor nu, eerst kaboutervoetbal. Een mega schattig beeld, een blij kind en een trotse mama. En wie weet, verandert mijn beeld in de toekomst nog.

Liefs,

Susan

“Ik verloor mijn wimpers, wenkbrauwen en haren op mijn hoofd.”

Chrisje’s VIP blogger Susan Schuitema heeft Alopecia areata, waardoor zij last heeft van (soms blijvend) haarverlies.

Wat bijna niemand van mij weet, maar ik wel graag wil vertellen: Een tijdje na de geboorte van mijn zoon, viel het mij op dat mijn ene wenkbrauw begon uit te vallen. Vervelend, maar niet zorgelijk. Ik dacht dat het wel weer aan zou groeien. Steeds meer haartjes vielen uit, en voordat ik het wist was ik bijna een hele wenkbrauw kwijt. Via de huisarts kwam ik terecht bij een dermatoloog. Ze bekeek mijn wenkbrauwen en gaf mij de diagnose Alopecia areata. Juist ja, en dat is?

Het komt er dus op neer, dat je eigen lichaam je haartjes niet herkent en daarom zoiets heeft van, rot maar lekker op. Het zou kunnen dat het weer aangroeit, het zou ook kunnen dat het wegblijft. Daar had ik dus drie keer niks aan. Er is dan ook weinig aan te doen, er bestaan een aantal opties en ik begon met de meest makkelijke. Een lotion die ik kon aanbrengen. Dit heb ik enkele maanden geprobeerd, zonder effect. Na een hele lange tijd zag ik dat langzaamaan mijn wenkbrauw terug begon te komen. Het nadeel daarvan, is dat mijn andere wenkbrauw begon uit te vallen. En daarnaast ook nog aan één kant mijn wimpers. Wat een feest!

Hoewel ik het heel vervelend vond, had ik overal wel een oplossing voor. Mijn wenkbrauwen tekende ik bij. Wat nog best een uitdaging is. Ik liep er in het begin dan ook vaak bij als clown. Te dunne wenkbrauwen, te dik, te lang, te donker. Vooral het laatste, veel te donker! 

Mijn wimpers kon ik weinig aan doen, dat accepteerde ik dan maar. Ik durfde alleen geen make-up meer te dragen, ik was veel te bang dat er nog meer uit zou vallen. Wat wel zorgde voor onzekerheid, want ik voelde me vaak heel kaal. Letterlijk en figuurlijk, kaal. 

Beide wenkbrauwen zijn weer op zijn retour. Ze zijn nog niet zo vol en compleet als dat ze waren, jaren geleden, maar goed, ze zijn weer onderweg. Ook mijn wimpers groeien weer aan, maar wel in de totaal verkeerde richting. Hierdoor sta ik dus iedere ochtend voor de spiegel, met een wimpertang, mijn wimpers in de goede richting te dwingen. Allemaal te overzien.

En toen kwam voor mij de zwaarste klap. Tijdens het borstelen van mijn haar, na het douchen, zag ik in de spiegel een kale plek.

Bovenop mijn hoofd, een kleintje nog maar, maar toch. Er zat een kale plek en ik wist hoe snel dat kon veranderen. Mijn haar ging in een staart, niemand die het zag, niet meer over nadenken, klaar. In de hoop dat het bij dit kleine plekje bleef, maar helaas. Het werd groter en groter, en tot op de dag van vandaag groeit het niet terug, maar valt er alleen maar meer uit. De kale plek is niet meer te verbergen met los haar. 

Daar waar ik geen make-up meer durf te dragen, durf ik nu ook mijn haar niet meer los te dragen. Terwijl ik mezelf toch écht mooier vind met losse haren. Mijn krullen, het staat zoveel vrouwelijker dan mijn strakke staart. Een bezoekje aan de kapper, waar ik mij altijd op kon verheugen, is nu een ‘knip de puntjes maar’ en ik doe snel mijn haar weer vast.

En zelfs nu met staart in, als ik het niet op de juiste manier vast doe, zie je de kale plek. De enige optie is dus echt een hele strakke staart. En daar moet ik het voorlopig mee doen.

Na ieder douchebeurt ben ik bang dat er nog meer haar weg is.

Haren verven durf ik niet meer. En iedere keer als ik in de spiegel kijk, word ik niet blij van wat ik zie. Mezelf lelijk noemen, daar ben ik een tijd geleden mee gestopt, want dat ben ik niet. Maar aantrekkelijk? Dat voel ik mij absoluut niet. Ik zie niet de Susan, die ik eigenlijk van binnen wil zijn. Ik zie een saai en leeg persoon, terwijl ik eigenlijk die krullenbol met een beetje make-up wil zijn. 

Tot nu toe kan ik het nog redelijk verbergen, maar ik denk er steeds vaker over na, wat als? Wat als het niet terug groeit? Wat als het nóg groter wordt en het wel te zien is, als ik mijn haren vast draag? Wat als er nog een kale plek bij komt? Ik krijg de neiging om mijn haar dan weg te halen en een pruik te gaan dragen. Dat stel ik uit, tot het echt niet meer anders kan, maar dat idee alleen al, doet mij pijn. Ik wil het niet, maar ik wil me graag weer mooi voelen. 

Dus de volgende keer dat je mij ziet lopen, en je ziet mij met mijn haren vast en mijn make-uploze gezicht. Denk dan niet dat ik zo’n moeder ben die zichzelf niet meer verzorgt. Zie dan alsjeblieft de vrouw die ik ben, onder mijn naturelmaskertje. Besef dan dat ik in gedachten de blije krullenbol ben mét een beetje make-up. Dan blijf ik heel hard duimen, dat mijn lichaam mijn haar weer wil kennen en dat we elkaar binnenkort weer mogen ontmoeten.

Liefs,

Susan

Vijf redenen waarom je kind niet naar je luistert

Je kent het vast wel: als ouder heb je wel eens van die dagen / weken / jaren (haha) wanneer het lijkt alsof je kind pas naar je luistert als je voor de derde / achtste keer iets zegt. Of pas luistert wanneer je je stem verheft, wat voor niemand leuk is. 

Jij: “Kind?”
Kind: “Pomptiedom.”
Jij: “Kind?”
Kind: “Tralala…”
Jij: “Kind? Joehoe?”
Kind:  loopt kamer uit.
Jij: “KIND!”
Kind: “Nou zeg, je hoeft niet te schreeuwen!”

Zucht.

Waarom horen kinderen ons niet? En bovendien: Horen ze ons echt niet, of horen ze ons wel maar willen ze ons niet horen?

Het is natuurlijk erg gemakkelijk om te roepen “Hij / zij luistert de laatste tijd voor geen méter!”, maar daarmee leg je alle ‘schuld’ bij het kind, terwijl je met een beetje gezonde zelfreflectie vaak ziet dat het niet luisteren voortkomt uit een onderliggende oorzaak. Soms ligt die bij (de ontwikkeling van) je kind, soms bij jou, soms bij jullie interactie. 

Hieronder vijf mogelijke redenen waarom je kind niet luistert:

Optie 1: Je kind zit in zijn of haar bubbel!
Kinderen zitten graag en veel in hun eigen wereldje. Ze fantaseren, spelen, bedenken, dagdromen: dat hoort allemaal er bij als je een super cool kind bent. Hoewel het voor jou misschien lijkt alsof je kind niks zit te doen, kan er in zijn of haar hoofdje een hele wereldreis of spannend avontuur plaatsvinden: Net als bij een echte droom duurt het even eer je daar weer van terug komt en met je voeten op aarde landt.

Lees verder onder de afbeeldingen

 

Optie 2: Verwerkingssnelheid
Niet ieder kind heeft een al te beste concentratie of (informatie)verwerkingssnelheid. Door zijn of haar naam te roepen kun jij dan misschien een directe reactie verwachten, maar je kind heeft het misschien in eerste instantie nog niet door dat wat jij zegt of roept van toepassing is op hem of haar.

Optie 3: Maak meer / beter contact
Veel kinderen horen je veel beter als ze je er bij zien. Om beter contact met je kind te maken loop je er naar toe of ga je op ooghoogte van je kind zitten terwijl je hem of haar aanspreekt.

Optie 4: Je vraagt te veel
Soms kun je in de valkuil schieten van het te veel vragen aan je kind. Je bent natuurlijk moeder en geen politieagent. Je kind hoeft niet constant opdrachten van je te krijgen. Als je jezelf er op betrapt dat je aan de lopende band opdrachten geeft of controleert (“Niet doen, zit rechtop, dat is gevaarlijk, hou eens op”) is het niet zo héél vreemd als je kind op een gegeven moment niet meer echt luistert. Er komt dan te veel informatie binnen, waardoor niets meer veel indruk maakt.

Optie 5: Je kind maakt zich los van jou
Je kind maakt zich tijdens het opgroeien steeds meer los van jou. Hoe vervelend dat soms ook is omdat we onze kinderen het liefst zo klein mogelijk houden, toch is dit een goede en gezonde ontwikkeling. Je kind wordt steeds meer zijn eigen individu en wil dan ook steeds meer eigen inspraak over zijn doen en laten. Wanneer je kind erg veel weerstand toont, is het dus goed om je af te vragen of je jouw kind voldoende verantwoordelijkheden en vrijheid geeft die passen bij de leeftijd, en of je misschien een beetje te bemoederend bent op dit moment. Niet gemakkelijk, maar het proberen waard.

christianne

 

BOOS op carnavalsmaandag: een gastblog van VIP blogger Selina

Ik ben boos. Het is carnavalsmaandag. Ik zit tegenover mijn wederhelft aan de keukentafel.

Onze laptops staan tussen ons in. Hij is aan het studeren. Ik een les aan het voorbereiden. Het gebrom van onze computers wordt overstemd door het gedreun van carnavalsmuziek. Hoempa muziek doet onze concentratie ietwat verslappen. De grote optocht lijkt dan ook door onze achtertuin te trekken. Mijn lief spitst zijn oren, vangt een paar klanken van ‘Anton aus Tirol’ op en schudt zijn hoofd. Hij verzucht dat hij het niet erg vindt om de carnavalsfestiviteiten dit jaar eens over te slaan. De buitenwereld trekt zich echter weinig van zijn gezucht aan. Carnavalsvierders in de meest kleurrijke kostuums lopen ons raam voorbij. Twee piraten. Een eenhoorn. Een non met een kleine leeuw op de arm. Buiten wordt feest gevierd. Gedronken. Gelachen. Gehost. Maar binnen zit ik tegenover mijn wederhelft aan de keukentafel. Op carnavalszondag. Tijdens het voorbereiden van mijn les. Binnen. Ben ik boos.

Normaliter ben ik niet iemand die haar politieke standpunten of morele principes hoog van de toren blaast. Verschrikkelijke beelden uit slachthuizen met schreeuwerige teksten op mijn sociale mediakanalen laten mijn ogen vooral rollen in plaats van mijn gedachten veranderen. Verkondigers van het hoge woord vermijd ik als het even kan. Blogposts over platte-aarde-propaganda of anti-vaccinatie betogen lees ik niet. Maatschappelijk-relevante fanatici die de waarheid in pacht denken te hebben ontvolg ik met één simpele klik. Maar het nieuws dat de Minister van Volksgezondheid het advies van het Zorginstituut heeft overgenomen om kunstmatige inseminatie voor alleenstaanden en lesbische koppels niet meer onder de basisverzekering te laten vallenvind ik toch moeilijker te behappen dan een zure haring op Aswoensdag. Als alleenstaande of homoseksueel met een kinderwens krijgt de dame in kwestie enkel nog een vruchtbaarheidsbehandeling vergoed als er een medische noodzaak is. Het ontbreken van een man of het onvermogen van een lesbische partner om zaad te produceren is blijkbaar geen medisch probleem. Dan hadden de dames in kwestie maar beter moeten trainen op het kweken van kwakjes! Heterovrouwen met partners die om wat voor reden dan ook geen zaad kan produceren, worden uiteraard wel gewoon geholpen. “Sjiek is miech dat!”

Boos ben ik. Op carnavalsmaandag. Binnen. Want terwijl buiten twee voorbijgangers in glitterende baljurken synchroon op een fluitje blazen, denk ik aan de lesbische dames die met één besluit uit de vruchtbaarheidsoptocht geweerd worden. Het insemineren van lesbische koppels is te duur, aldus het Zorginstituut. En terwijl Fabrizio door onze achtertuin echoot, voel ik medelijden met mijn alleenstaande medemens die met één besluit uit de fertiliteitspolonaise gegooid worden. Het insemineren van single ladies zet druk op de betaalbaarheid en kwaliteit van het verzekerde pakket, aldus de minister. En het hier samen voor betalen “kan de solidariteit ondergraven”.

De minister is blijkbaar nog nooit met carnaval in Limburg geweest. Waar solidariteit en saamhorigheid hand in hand gaan met ‘Zaate Hermeniekes’ en ‘Prinsezittingen’. Waar de prinses van het Bokkeriek net zo veel recht heeft op een baby dan de hele raad van elf van het Piëlhaazeriek. En waar het een hossende menigte op het Vrijthof in Maastricht waarschijnlijk een worst zal wezen om mee te betalen aan de vruchtbaarheidsbehandelingen van de lesbische eenhoorns en alleenstaande nonnen onder hen. Want, in tegenstelling tot onze Minister van Volksgezondheid en het Zorginstituut, beseffen de Zuiderse carnavalisten waarschijnlijk wél dat fertiliteitstrajecten net zo leuk zijn als regen tijdens de kinderoptocht. Dat geen enkele dame, ongeacht haar geaardheid of huwelijkse status, liever haar lijf volpropt met hormonen dan met nonnevotten. En dat alle mama’s-in-spé recht hebben op een kleintje pils, volledig vergoed en al.

Dus maak ik me boos. Op carnavalsmaandag. Binnen. Constateer ik mopperend dat de Minister waarschijnlijk een carnavalsplaat voor zijn hoofd heeft. Want besluiten die Nederland 2×11 jaren terug in de tijd sjoenkelen nemen alleen mensen die écht diep in het glaasje hebben gekeken. Die de tap zo vaak hebben opgezocht dat ze niet in de gaten hebben dat ze eigenlijk indirecte discriminatie in de hand werken. Die zo duizelig zijn van het polonaiselopen dat ze niet inzien dat ze een land een stap terug laten nemen. Want dat het terugdraaien van de vergoeding kan leiden tot schimmige situaties, dat verbloemen de confetti en serpentines wel. Dat vrouwen nu genoodzaakt worden hun toevlucht te nemen tot donoren die niet gescreend zijn op geslachtsziekten of met onbekende spermakwaliteitis voor ná de grote optocht. En de dames wiens levens nu plotsklaps op de kop staanzijn niet gered met wat schmink en een kleurrijke outfit. Maar ach, dat is voor na de carnaval. Alaaf! Alaaf! Alaaf!

P.S. Erger je je ook groen-geel-en-rood aan het besluit van de Minister van Volksgezondheid? Laat de hoempapa muziek dan eventjes voor wat het is en teken de petitie: https://petities.nl/petitions/vergoeding-vruchtbaarheidsbehandeling-voor-elke-vrouw?locale=nl

Alleen, met de billen bloot

Door Chrisje VIP blogger Selina.

“Komt u maar mee, mevrouw”. Een verpleegster met een groen operatiepak wijst naar de deur. Ik sta op van het bedje. Ze trekt de gordijnen achter me dicht. Ik doe hetzelfde met het operatiehemd dat ik aan heb. Dat dicht is van voren en open van achter. Dat mijn kadetjes ongewild in de schijnwerpers plaatst. Een reetspleet, noemde mijn wederhelft de achterkant van mijn openhangede tenue zojuist.

Hij probeerde me ermee aan het lachen te maken. Wetende dat dat de zenuwen voor de ingreep die me stond te wachten ietwat zou wegnemen. Ik kijk naar hem terwijl ik de gang op loop. Hij knikt me bemoedigend toe. “Succes en tot zo, lief”. Ik doe mijn best een glimlach te produceren. Het lukt me maar half. Dan trekt de verpleegster de deur achter me dicht. Daar ga ik. Alleen. Met de billen bloot. Letterlijk.

Ik begin mijn weg naar de operatiekamer. Mijn blik richtend op de rug van de verpleegster. Op de automatische piloot volg ik haar voetstappen. Het gepiep van haar plastieken slippers op de linoleum vloer zouden me normaliter irriteren. Maar mijn gedachten zijn er niet bij. Ik ben te afwezig om er wat van te vinden. De gang lijkt eindeloos te duren. Een koude rilling loopt over mijn rug. Een huivering die van mijn onderrug, via mijn schouders, mijn kruin in schiet. Ik vraag me af of het door de zenuwen komt. Door de kilte van de vloer die via mijn blote voeten mijn lichaam binnendringt. Door mijn koude kont. Of door het gevoel er helemaal alleen voor te staan.

Dat gevoel is ondertussen een bekende geworden, gedurende de afgelopen twee jaar. Onverwachts. Want vanaf het begin van ons fertiliteitstraject hebben mijn echtgenoot en ik steun gevoeld. Medeleven. Liefde. Uit de directe en minder directe omgeving. Uit zowel verwachte als onverwachte hoeken. Al twee jaar horen we lieve woorden van onze families. Verrassen ze ons met uitstapjes, cadeaus of andere ruggensteuntjes. Al twee jaar laten vrienden en vriendinnen op stel en sprong alles uit de handen vallen om langs te komen. Soms met taart. Soms met bloemen. Soms gewoon om er te zijn. Al twee jaar geven collega’s ons knuffels, gelukswensen of bemoedigende petsen op onze derrières. Al twee jaar raken we soms overweldigd door het aantal berichtjes, telefoontjes en kaartjes. En toch is de moeizame weg naar het moederschap het eenzaamste wat ik tot nu toe in mijn leven heb moeten ondernemen.

Want aan het einde van de rit staan mijn gemaal en ik er alleen voor. Als de kaartjes gelezen zijn en de cadeautjes zijn uitgepakt. Als de vrienden en vriendinnen weer naar huis toe zijn. Als de knuffels gegeven zijn en de berichtjes gelezen. Dan blijven mijn eega en ik over. Alleen. Omringd door een resem aan doctoren, verpleegsters, apothekers en zielenknijpers. Maar alleen. Want ook onze families kunnen er niet voor zorgen dat wij eindelijk potten met augurken in kunnen slaan. En ook vrienden en vriendinnen zijn er nog niet in geslaagd om een broodje in de oven te krijgen (hoewel de taart die ze soms meebrengen wel voor dikke buiken zorgt). Ook van knuffels raak je normaal gezien niet zwanger. Laat staan van kaartjes. En zelfs de mannen en vrouwen in de groene operatiepakken zijn er tot dusver niet in geslaagd om mijn tikkende biologische klok te doen veranderen in poepluiers en fopspenen. En dus zijn wij het die steeds met de billen bloot moeten.

Alleen.

En zelfs de liefde van mijn leven moet mij zo nu en dan aan mijn lot overlaten. Soms kan ook hij niks anders doen dan kijken hoe mijn naakte spleet het omkleedkamertje verlaat. Want hoewel hij al twee jaar lang een rots in de branding is. Een steun en toeverlaat. Een houvast in emotionele tijden. Uiteindelijk is het mijn buikwand die doorboort wordt met injectienaalden. Aan het einde van de rit is het mijn hormoonhuishouding die overhoop gegooid wordt. Wanneer alles voorbij is, is het mijn lijf dat het lijdend voorwerp is. En ook mijn wederhelft wou soms dat het anders was. Ook hij had liever gezien dat de lasten op een wat eerlijkere manier gedeeld konden worden. Maar ook hij beseft dat het niet veel zin heeft om zijn eigen zitvlak te ontbloten. Dat een scopie van zijn binnenste niet zinvol gaat zijn om in verwachting te raken. En dat hetgeen dat hij kan baren aanzienlijk bruiner en stinkender is dan hetgeen dat – hopelijk – ooit uit mij gaat komen. En dus doet hij het enige dat hij kan. Grapjes maken om mijn zenuwen tegen te gaan. Op mij wachten. Me knuffelen als het erop zit. En alle emotionele steun bieden die hij kan.

Maar fysiek sta ik er alleen voor. Besef ik, terwijl de verpleegster voor mij de operatiekamer binnen wandelt. “Gaat u maar liggen, mevrouw”. Alleen. Omringd door een resem aan doctoren en verpleegsters in een operatiekamer. Maar alleen. Want uiteindelijk is het mijn lichaam waar over een paar minuten een camera in gestoken wordt. Aan het einde van de rit zijn het mijn benen die zo dadelijk in de steunen moeten. Wanneer alles voorbij is, is het mijn lijf dat verkrampt om de golven van ongemak op te vangen. En per slot van rekening ben ik degene die in een operatiekamer staat. Alleen. Op blote voeten. In een openhangend operatiehemd. Met reetspleet.

Deze column verscheen ook op Selina’s eigen blog: https://slienaa.blogspot.com/2019/01/alleen-met-de-billen-bloot.html

Europakinderhulp: Een kind van een ander, bij jou op vakantie! Door VIP blogger Susan Schuitema

Ik kende dit idee al een aantal jaar, en ik heb meerdere keren op het punt gestaan mij aan te melden. Europakinderhulp is de organisatie die bemiddelt tussen de vakantiekinderen en de gastgezinnen. Ik zie het nog steeds met regelmaat voorbij komen en het bleef mijn aandacht trekken.

Kinderen waarbij het thuis niet optimaal is, een zieke ouder, geen financiële middelen of wat je ook kunt bedenken. Deze kinderen worden aangemeld voor een vakantie, en deze vakantie vindt plaats in een gastgezin.

Aanmelding

Na overleg met mijn man, heb ik dit jaar wél een aanmelding gedaan. Ook met het oog op ons plan om het traject in te gaan voor pleegzorg, leek het ons goed om eerst kortdurend te ervaren hoe het is. Een kind in huis, van een ander. Past dat bij ons, tegen welke dingen lopen wij aan en nog belangrijker, hoe reageert ons eigen kind hierop? Nu is de pleegzorg niet hetzelfde als een vakantie, maar wij willen graag ervaren hoe het is om voor het kind van een ander te zorgen.

De aanmelding is gedaan, het kennismakingsgesprek/screening is geweest. Hierin wordt alle informatie verteld, kun je vragen stellen en ook jouw wensen aangeven. Natúúrlijk kun je geen kind ‘bestellen’ naar wens maar er wordt wel gekeken naar wat er binnen ons gezin matcht. Wij geven onze voorkeur aan een kindje uit België of Nederland. Dit omdat het onze eerste keer is en het ons nog wat lastiger lijkt wanneer je niet dezelfde taal spreekt. Daarnaast geven wij de voorkeur aan voor de leeftijdscategorie 5-9 jaar. Dit met oog op ons eigen mannetje.

Kun je je zomaar aanmelden?

Ja en nee.

Je kunt je aanmelden wanneer je 18+ bent, maar zoals hierboven genoemd wordt er gescreend. Wat wil zeggen dat ze op huisbezoek komen voor de kennismaking, je levert referenties in en je vraagt een VOG ( verklaring omtrent gedrag ) aan. Daarnaast zijn ze altijd met zijn tweeën en letten ze op veel punten, of jij als gezin geschikt bent. Er wordt gekeken naar de buurt, de veiligheid en de gezinssamenstelling. Of je alleen bent of getrouwd, wel of niet geloofd, het maakt niks uit. Ook is het helemaal niet verplicht de hele vakantie van alles te ondernemen. Het mag maar het hoeft niet. In principe is de bedoeling dat hij of zij meedraait in het gezin. Koekjes bakken, spelen in de tuin, boekjes lezen uit de bibliotheek, de kinderboerderij. Bij ons logeren is al vakantie genoeg. Alles eromheen is extra.

En nu?

Onze gegevens worden om het systeem gezet, de aanvraag voor de VOG wordt gedaan, wij sturen nog referentieformulieren op en wanneer dit alles afgerond is, gaan we in juni naar de informatieavond. Hier krijg je de laatste info, data en vaak is er dan ook al iets bekend over wie er nou precies bij jou komt logeren. En dan is het wachten op de grote dag, de dag dat we ons vakantiekind mogen ophalen bij de bus. Hoe zal het gaan, is er een klik? Spannend maar leuk! Ik weet nog niet wie er komt, maar je bent nu al zo welkom. Ik kijk er met spanning en plezier naar uit.

Op zoek

Er is nog zoveel meer vraag naar gastgezinnen. Spreekt het jou aan? En heb je ruimte in huis, in je agenda en nog wat liefde over? Kijk dan ook eens bij Europakinderhulp. Het gaat om 2 of 3 weken aaneensluitend. Ik gun ieder kind een leuke vakantie, jij ook?

Liefs,

Susan

De To-Do Lijst: de eerste blog van VIP blogger Selina!

27912564_1671562342881232_8079869513555132976_oChrisje’s nieuwste VIP blogger Selina deelt in haar blogs de perikelen rondom haar werk, leven en IVF traject. 

To Do:

  • Middelbaar schoolpapiertje behalen. 
  • Universiteit succesvol doorlopen. 
  • Een deftige carrière starten. En behouden, indien mogelijk.
  • De liefde vinden. Vrijen, Verlieven, Verloven. 
  • Trouwen. Met 28 jaar, zoiets. 
  • Als dertiger, kindjes krijgen. Drie. Twee jongens en een meisje. Als het effe kan.
  • Dan: huisje, boompje, beestje. En meer van al dat. 

Zelfs als elfjarige had ik een vrij goed idee van hoe mij leven eruit zou moeten zien. Dol op lijstjes maken, stippelde ik toekomstplannen netjes uit, maakte ik bucket lists en vereeuwigde ik te behalen ambities op papier. En ik denk aan die brave beugelbek, terwijl ik een Little Boy aan hormonen mijn buik voel in stromen. Net als het stukje huid waar ik zojuist de injectienaald in prikte, raak ik een beetje geïrriteerd. En vervloek ik mijn puberende puistenkop een beetje, in al haar onnozelheid. Bedenk me zelfs waar ik haar die spuit zou zetten als ik een tijdmachine had en terug kon in de tijd (ergens waar de zon niet schijnt, luidt de conclusie). Mijn negatieve gedachten zwier ik met het vuile, desinfecterende alcoholdoekje bij het vuilnis. “Ik ben weer te hard voor mezelf.” Want mijn elfjarige ik kon in al haar groene onschuld natuurlijk ook niet weten dat kindjes maken niet altijd vanzelfsprekend is. Dat haar lijst aan levensdoelen na twintig jaar allemaal afgecheckt zouden zijn, op het voorlaatste puntje na. Dat een gezond binnenwerk, perfect gekookte eitjes en een tikkende biologische klok alléén niet voldoende zou zijn om een broodje in de oven te krijgen. Dat wederhelften op alle gebieden kunnen uitblinken, behalve in het trainen van zwemmers. Dat soms dokters, zielenknijpers en donoren moeten inspringen om potten met augurken in te kunnen slaan. En dat kindjes maken gewoon kut kan zijn.

Letterlijk. Want niemand vertelt een elfjarige dat ze twintig jaar later wekelijks gemiddeld meer gynaecologen tussen haar benen heeft zitten dan minnaars. Dat er dagen zijn dat er meer foto’s getrokken worden van haar eierstokken dan dat ze op selfies staat. Of dat het zal aanvoelen alsof de status van haar lady parts gewijzigd wordt van privédomein naar publieke ruimte. Niemand springt in de tijdmachine om een brave beugelbek te waarschuwen voor de fysieke pijnen en kwalen die sommige onderzoeken en behandelingen met zich meebrengen (en wiens namen veelal klinken als een stevige nies). Voor goedbedoelde, online forums, die haar zeker niet doen voelen als een Noorse vruchtbaarheidsgodin of haar nog langer in de fabel van ooievaars doen geloven. Of voor zorgkosten die zo hoog zijn, dat een benoeming van groot aandeelhouder van een Belgisch ziekenhuis binnen handbereik ligt. En niemand haalt het in zijn hoofd om een puberende puistenkop ervan te overtuigen dat bij het maken van kindjes soms meer tranen komen kijken dan welke lichaamssappen dan ook. Dat haar hartje zou breken bij het zien van de machteloosheid van haar wederhelft, die niks méér zou kunnen doen voor haar dan grappen over hoe hij de lasten graag had willen delen en gerust bruine, stinkende toiletbaby’s had willen baren. Of dat hormonen Satan’s sidekick zijn natuurlijk, en alleen maar bestaan om het leven van een mens zuur te maken.

Niet dat dat zin zou hebben. Want mijn elfjarige ik had waarschijnlijk nooit geloofd dat ze als éénendertiger de werking van haar voortplantingssysteem haarfijn onder de knie zou hebben. Dat ze bij het maken van kindjes meer tranen zou huilen dan Alice in Wonderland nadat ze een koekje at dat haar deed groeien. En zonder met haar ogen te knipperen haar buikvel zou doorboren met naalden. Ze zou niet aannemen dat ze als éénendertiger – met de liefde van haar leven aan haar zijde, een mooi koophuis, een scala aan diploma’s en een goedlopende carrière – de moeilijkste tijd van haar leven zou beleven. Dat ze ingewikkelde, Latijnse namen van medicijnen gememoriseerd zou hebben. Dat ze in anderhalf jaar tijd meer bloed zou moeten laten prikken dan dat er uit de lift stroomt in The Shining. Of überhaupt dat het maken van kindjes zich in steriel, kil geschilderde ziekenhuiskamertjes afspeelt en niet in halfdonkere slaapkamers met theelichtjes en zwoele muziek.

En terwijl ik de dop op de naald van de spuit zet en een druppeltje bloed van mijn buik veeg, hoop ik eventjes dat mijn éénenvijftigjarige ik aan mij zal verschijnen. Dat ze in haar tijdmachine is gesprongen en naar me toe is gereisd, hier en nu. Net zoals ik dat zojuist nog bij mijn puberende tienerzelf had willen doen. Ik hoop dat ze me geruststellend toe spreekt, me vertelt dat ik me er doorheen zal slaan. Dat ze weet dat mijn buik, mijn eierstokken en alles daarrond pijn doet, maar dat het het waard zal zijn. Ik hoop dat ze me foto’s laat zien, van haar gezinnetje, van haar kroost. Van twee jongens en een meisje. Als het even kan. “Ach”, verzucht ik. “Niet dat dat zin zou hebben”. Want mijn éénendertigjarige ik had haar waarschijnlijk nooit geloofd. Had haar boos aangekeken. Haar wenkbrauwen opgetrokken. Misschien zelfs de spuit die ze nog in mijn handen had ergens gezet waar de zon niet schijnt. En naar haar gesnauwd. “Of ze niet wist dat kindjes maken gewoon kut kan zijn?!”Letterlijk.

Meer lezen van Selina? Dat kan op haar website! https://slienaa.blogspot.com/

 

 

 

 

Het mooiste kado voor jouw kind voor later maak je zo!

Ik weet niet meer waar ik er voor het eerst van hoorde, maar jaren geleden ben ik begonnen met het sturen van e-mails naar mijn dochter.

Ze was toen denk ik een jaar of drie, vier. Ik maakte een e-mailadres voor haar aan, waar ze als ze ouder is het wachtwoord van zal krijgen.

Naar dat e-mailadres heb ik door de jaren heen heel veel mails gestuurd, met bijlagen:

  • het filmpje van toen ze de eerste keer kroop,
  • foto’s van verjaardagen,
  • rapporten,
  • leuke evenementen op school,
  • eerste keren,
  • foto’s van de huisdieren,
  • grappige uitspraken die ze deed,
  • e-mails over bijzondere gebeurtenissen en
  • vooral ook veel “zomaar mails”, om haar te vertellen hoe bijzonder ze is.
  • Zo kan ze als ze ouder is altijd terug kijken. Een mooier kado kun je denk ik niet krijgen, toch?
  • Verhuisstress: door VIP blogger Susan

    Verhuizen, stress en twijfels

    Vijf jaar geleden leerde ik mijn man kennen, ik woonde destijds in mijn flatje in Leeuwarden en vertrok zonder enkele twijfel en trok bij hem in. Ik liet hierbij mijn opleiding achter en ging op best wel verre afstand wonen van mijn familie en vriendinnen. Als iets goed voelt, voelt het goed toch? En van die keuze heb ik tot op de dag van vandaag nooit spijt gehad. Natuurlijk was het, vooral zonder rijbewijs in het begin, lastiger om af te spreken maar goed, ook een goede vriendschapstest denk ik dan maar. 


    Het was soms lastig want ik had hier niks, ik kende de omgeving niet en had helemaal geen netwerk om mij heen. Gelukkig ben ik wel een type wat op onderzoek uitgaat, dus ik had mijn weg snel gevonden en leerde langszaamaan mensen kennen en begon mijn eigen kringetje op te bouwen. Verhuizen is mij niet vreemd, dus dat kwam allemaal wel weer.

    De woning van mijn man, nu dus onze woning, stond al 6 jaar te koop voordat wij ons eerste bod kregen een aantal maanden geleden. Waar je het eerst niet kan geloven, word je daarna onzeker over of alles wel door gaat. Of deze ene kans om hier weg te gaan, niet alsnog voor onze neus weggeveegd wordt. Maar nee, een aantal weken later was alles rond en ondertekend, het was echt, het ging door! En vanaf dat moment ging ik denken.

    Opeens kwamen dromen en wensen weer naar boven, die ik had weggestopt omdat dat hier nou eenmaal niet mogelijk was. En het idee om ooit weer dichterbij mijn familie en vriendinnen te gaan wonen, had ik allang losgelaten omdat ik ergens niet meer durfde te hopen dat we het huis gingen verkopen. Opeens werd alles dus weer mogelijk en omdat we maar een paar maand hadden, moesten we toch snel keuzes gaan maken, we hadden namelijk nog totaal geen zicht op een nieuwe woning. Toen ik op mijn 19e uit huis ging schreef ik mij direct in bij een woningbouwvereniging in Friesland, dus daar had ik al bijna 10 jaar inschrijftijd, het meest logische was dus om daar op huizen te gaan reageren. Nadat ik met een vriendin had afgesproken en weer naar huis reed voelde ik pas, hoe erg ik het eigenlijk mis. Hoe erg ik het mis om gewoon even op de koffie te gaan en niet eerst 1,5u hoef te rijden. Ik wilde niet per se om de hoek wonen, maar iets dichterbij, dat was voor mij echt wel een wens geworden.

    Hoe ga ik dit bespreekbaar maken, want mijn man en Friesland, is geen combinatie. En aan de andere kant, was ik het na 5 jaar ook wel zat om zo ver weg te wonen. Er zou dus ergens een compromis gesloten moeten worden. Gelukkig is binnen onze relatie alles bespreekbaar en hebben we dit ook naar elkaar uitgesproken. Dan sta je opeens lijnrecht tegenover elkaars wensen, en uit liefde ben je geneigd om toe te geven aan de wens van de ander. Ik wilde niet dat hij voor mij zou verhuizen, want ik wilde dat hij gelukkig zou zijn. En andersom, wilde hij niet dat ik ongelukkig zou worden als we het niet deden. Daar zit je dan, en nu?

    Het waren voor mij weken van heen en weer geslinger tussen emoties en gedachten. Wat wil ik? En word ik ook echt wel gelukkig als ik hier in de omgeving blijf? En hoe realistisch is het om van hem te wensen om mee te gaan naar Friesland. Erg lastig.

    Uiteindelijk kwamen we tot op een oplossing, we lieten het over aan het universum. We bleven reageren op woningen hier in de buurt, maar wanneer er een woning op de site zou komen meer richting Friesland, die voldeed aan onze wensen, dan zouden we daar op reageren. Dus eigenlijk, dat wat als eerst komt, dat wordt het. Ergens gaf mij dit wel een rustig gevoel, want ik vertrouw nou eenmaal op het universum en dat alles loopt zoals het moet lopen. De woningen in Friesland waren spontaan niet meer in de aanbieding en ik begon ook meer zonder gevoel te denken.

    Onze zoon zit hier op de peuterschool en heeft het hier erg naar zijn zin. Als we hier blijven wonen, kan hij daar blijven, als we verder weg gaan zou hij moeten switchen. En uit ervaring weet ik dat dát geen strak plan is. Daarnaast, zou mijn man vanuit Friesland minimaal 45min moeten rijden naar zijn werk, kan ik dat van hem vragen? 
    Het enige voordeel was, dat alles en iedereen voor mij dichtbij zou zijn en dat maakte het idee van Friesland voor mij gewoon heel fijn.

    We werden gebeld, een makelaar hier uit de buurt had een woning, in Veendam. We hoefden niet te zoeken, niet te reageren, we werden gewoon gebeld en we kregen zo een woning aangeboden. Dit was wel een erg duidelijk teken van boven voor mij. Dit konden we niet weigeren.  De woning voldoet aan onze wensen, is groot genoeg, staat in een leuke buurt en alles is op loopafstand te doen. Mijn gevoel zei aan alle kanten ja en we hadden nog maar twee maanden om een huis te vinden. We moesten wel, dus ik leg mij er gewoon bij neer.
    Ik was blij met de woning, oprecht blij. Blij voor mijn man, blij voor mijn kind omdat alles wat hij nodig heeft hier ook aanwezig is. De speeltuin voor huis, de kinderen in de buurt, de school op loopafstand, alles wat we voor hem willen. Dus nee, afwijzen kon ik dit niet.

    Iedereen reageerde blij, enthousiast en de hulp kwam van alle kanten. En toch kreeg ik van een aantal lieve mensen ook de vraag: ‘maar Suus, jij dan? Word jij daar gelukkig?’ En zelfs mijn schoonvader die zei: ‘als het niet goed voelt, of als je twijfelt, moet je het niet doen.’
    Dat vond ik zo onwijs lief, dater mensen waren die zagen en voelden dat dit goed zat, maar ook aan mij dachten omdat ze wisten dat ik een andere wens had. En ja, ik heb enorm aan het idee moeten wennen, omdat ik een compleet ander toekomstbeeld had, vooral voor mezelf. Het was en is soms dubbel omdat ik kies voor het geluk van mijn gezin. Zet ik daar dan mijn eigen geluk mee aan de kant? Dat absoluut niet, want ik ben pas gelukkig wanneer mijn hele gezin gelukkig is. En dat was in Friesland niet zo geweest. 

    We kregen de sleutels, we begonnen heen en weer te tillen met dozen. Onze woning wordt met de dag leger en de nieuwe woning met de dag voller. Het behang zit bijna overal al op de muren, in twee kamers ligt al laminaat. De datum voor het verhuizen staat vast en beetje bij beetje verplaatsen wij ons ‘thuis’ naar daar. Ik begin de voordelen in te zien van de andere woning, ik begin mijn beeld bij te stellen naar een toekomst daar. En dan zeggen mensen wel: ‘maar jullie kunnen toch alsnog verhuizen als het jullie niet aan staat?’ Ja, wel naar een ander huis, maar niet naar een andere woonplaats. Er is één eis die ik heb en dat is dat onze zoon de basisschooltijd doorbrengt op één school. Dus dat maakt het voor mij definitief, dat we de aankomende 9 jaar in ieder geval vastzitten aan deze omgeving. 

    Niet erg, maar ik begin het eng te vinden. Een nieuwe start, de eerste woning waar we écht samen beginnen, een nieuwe omgeving, nieuwe buren. Mijn man heeft zijn familie en vrienden daar, ik moet nog een netwerk gaan opbouwen. En ook al weet ik dat dit bij mij meestal niet zo moeilijk verloopt, ik vind het spannend. Wie zit er op mij te wachten? Ik ben niet iemand die je deur plat loopt of onaangekondigd binnen komt maar af en toe even koffie drinken en kletsen, graag! 

    Nu het allemaal bezonken is, heb ik er erg veel zin in, ik vind het leuk om daar bezig te zijn, het is spannend maar het we vinden ons plekje wel weer! Ik had van te voren nooit verwacht dat verhuizen zoveel los zou maken, maar ach, als we samen maar gelukkig zijn, dan komen we er wel! 

    Liefs,

    Susan

    ACTIE: IK STUUR GEEN KERSTKAART, ik gun een kind zijn ouders dichtbij!

    Jaarlijks geven we veel geld uit aan kerstkaarten, die in januari vaak bij het oud papier eindigen. Ondertussen zijn er talloze zieke kinderen die hun ouders dichtbij zich nodig hebben om te vechten tegen hun ziekte en te herstellen.

    Als je dit leest, roep ik jou dan ook op om dit jaar dat geld dat je normaliter aan kerstkaarten en postzegels spendeert te doneren aan het Kinderfonds van de Ronald McDonald huizen, zodat meer ouders van zieke kinderen bij hun kind in de buurt zijn.

    Doneer het bedrag van je kerstkaarten, deel deze blog op je social media onder de hashtag #geenkerstkaart en stimuleer zo anderen om dit initiatief over te nemen!

    Het Kinderfonds krijgt geen subsidie en is dus afhankelijk van donoren! Je kunt maandelijks donateur worden, maar eenmalig is ook mogelijk via deze link: https://www.kinderfonds.nl/hoe-kunt-u-helpen/doneren

    Bedankt en zeg het voort! ❤️

    Grote mensen die niet vragen, worden overgeslagen!

    “Kinderen die vragen, worden overgeslagen!”

    Hoe vaak heb jij dit gehoord als kind?

    Wellicht was het wel eens terecht: als je voor de derde keer zeurde om een koekje bijvoorbeeld.

    Toch lijken volwassenen gaandeweg af te leren te vragen om wat ze willen. Vrouwen lijken daar het meest last van te hebben. Bescheiden zijn, netjes zijn, niet brutaal doen… we krijgen het allemaal af- en aangeleerd.

    Als volwassene kun je dan te maken krijgen met een probleem: je leeft niet het leven dat je graag zou willen leven, bijvoorbeeld. Je wil veranderingen aanbrengen, maar je weet niet goed hoe. Je wil heel veel, maar hebt het jezelf afgeleerd er om te vragen. Toch is hier helemaal niets mis mee: vragen mag altijd en daarbij: het is prettig om te weten én uit te spreken wat je wil.

    Als niemand weet wat jij wil, is dat waarschijnlijk omdat je het niemand vertelt. En als je het niemand vertelt, kun je dat je omgeving ook niet kwalijk nemen!

    Lees verder onder de afbeelding

    Gelukkig is het nooit te laat om afgeleerd gedrag weer aan te leren. Je kunt vandaag nog beginnen met oefenen! Start met kleine dingen: schrijf op een lijstje welke dingen jij graag zou willen, en kies de meest laagdrempelige daarvan uit om als eerste mee te beginnen. Of het nu gaat om iets dat je heel graag wil krijgen voor kerst, of een cursus die je graag wil volgen op je werk: het maakt niet uit: als jij het maar vraagt!

    Hoe vaker jij hardop kenbaar maakt wat je graag wil, hoe vaker je het ook zult krijgen. Let maar op!

    Voor wie twijfels zijn leven laat bepalen

    Twijfelen: iedereen doet het wel eens. Zeker bij grote beslissingen. Twijfelen is een gezond mechanisme om voor- en nadelen goed af te wegen voordat je een beslissing neemt. Toch kan te veel twijfelen je ook tegenhouden in het leven leiden dat jij graag wil.

    Hoe gezond twijfel ook kan zijn, één van de grootste “killers” van vooruitgang is zonder meer overmatige twijfel. Twijfel slaat vaak toe bij het nemen van levensbeslissingen; hoe groter de beslissing, hoe harder de twijfel toe kan slaan.

    Waarom twijfelen we vaak te lang? Wat is het nut van twijfel? En vooral: hoe kom je er van af als het je afremt in het bereiken van je doelen?

    Twijfelaar
    Een geboren twijfelaar, zo heb ik mezelf wel eens genoemd vroeger. Bij het nemen van een grote beslissing (Ga ik voor die baan? Blijf ik bij mijn partner? Moet ik nu wel of niet verhuizen?) slaat bij veel mensen de twijfel toe: logisch, want het is ook niet zomaar een beslissing die je moet nemen.

    Een verhuizing, een andere baan, een relatie verbreken: het zijn allemaal beslissingen die vergrijpende gevolgen kunnen hebben in je verdere leven. Dat is niet per se negatief, maar het kán het wel zijn; Want wat nou als die nieuwe baan toch niet zo leuk is als het lijkt? Wat als je spijt krijgt van je verhuizing? Wat als je je partner toch gaat missen en niet meer terug kunt?

    Twijfel slaat de meeste dromen en plannen dood, omdat het gepaard gaat met angst. Angst om de verkeerde beslissing te nemen (“Wat als ik hier verkeerd aan doe?”) kan je verlammen, waardoor je onnodig lang in de twijfel modus blijft. Onzekerheid kan ook een grote rol spelen: het vergt nogal wat zelfvertrouwen om te zeggen: en vanaf nu gaat het anders.

    Waar twijfel het hardst toeslaat
    Twijfel slaat vaak het hardst toe in situaties waarin weinig urgentie bestaat. Wat ik daarmee bedoel, kan ik het best toelichten aan de hand van een voorbeeld. Stel, je hebt een baan waar je wel tevreden mee bent, maar waar je niet veel uitdaging uit haalt. Het werk is niet verschrikkelijk, maar ook niet heel leuk. Je haalt er weinig vreugde uit, maar je doet het wel goed en krijgt goede beoordelingen. Daarnaast heb je een vast contract en geen hele vervelende collega’s. Met andere woorden: er is weinig uitdaging, maar ook geen echte urgentie om weg te gaan. Dat je wellicht hele andere doelen voor je loopbaan had – en door tien of twintig jaar in deze baan te blijven hangen die doelen niet bereikt – is achteraf bezien natuurlijk zonde. Toch blijven veel mensen vaak lang hangen op een plek waar ze niet tot hun recht komen.

    Waarom?
    Niet altijd leuk om te horen, maar wel waar: Mensen zijn gewoontedieren. We voelen ons graag veilig en geborgen. Onze comfort zone is ons vaak meer waard dan ons geluk, hoe gek het ook klinkt. We houden van nature nu eenmaal doorgaans niet erg van verandering. Verandering vinden we maar eng.

    Zeker als we een vast contract hebben weten te bemachtigen in deze onzekere tijden, geven we dat niet zomaar op. Een vaste relatie ook niet. De gemoedsrust die komt kijken bij het kunnen betalen van de hypotheek of huur wint het dan van het knagende gevoel dat er meer moet bestaan dan deze sleur van werk dat eigenlijk beneden je niveau ligt.

    Als er dan een nieuwe baan langskomt, waarbij je met een tijdelijk contract in een geheel nieuw bedrijf moet beginnen waar je nog niemand kent, slaat de twijfel toe. Zo erg heb ik het nu toch niet? Ik heb nu wel vastigheid en ik weet waar ik aan toe ben. Dit soort gedachten zorgen er vaak voor dat je dan toch maar bedankt voor die uitdagender job.

    Hetzelfde geldt voor relaties. Als een relatie je al lang niet meer gelukkig maakt, zou je eigenlijk er mee moeten stoppen. Toch blijven veel mensen langer in een uitgebluste relatie zitten dan nodig, uit angst. Angst voor het onbekende, angst om alleen verder te moeten gaan, angst om al het vertrouwde op te moeten geven. Dus worden de dagen weken, de weken maanden, en worden ze op hun zestigste wakker met het besef dat ze jaren lang in een ongelukkige relatie hebben gezeten. De comfort zone kan wat dat betreft een vals soort gevoel van veiligheid geven: achteraf is er dan vaak alleen maar ruimte voor spijt.

    Urgentie maakt twijfelen moeilijker

    Wat nu als je opeens zonder werk komt te zitten? Dan valt je vangnet weg en je comfort zone verdwijnt zonder dat je daar zelf iets aan kon doen: zou je dan wel solliciteren op die baan die uitdaging biedt? Waarschijnlijk wel. Zou je het droomhuis wel kopen als je plotseling te horen kreeg dat je eigen woning gesloopt gaat worden? Vast wel. Het wegvallen van die comfort zone dwingt je er toe beslissingen te nemen: wat dat betreft is het soms gemakkelijker om beslissingen te nemen vanuit het principe “Ik heb nu toch niets te verliezen.” Urgentie dwingt: en soms is dat niet eens verkeerd.

    Eeuwige twijfel

    Voor de eeuwige twijfelaar is het goed om je af te vragen wat je bereikt met het ellenlange twijfelen. Geef je jezelf zo een excuus om comfortabel te mogen blijven leven zonder risico’s te nemen? Geef je jezelf hier mee een mooie reden om je angsten niet onder ogen te hoeven komen? Houd je je eigen onzekerheid hiermee in stand?

    Iets nieuws proberen, een nieuw avontuur aangaan, betekent vaak dat je een risico moet nemen. Het is een sprong in het diepe waar niet iedereen zich aan waagt. En ja, het kan misgaan, maar het kan ook ontzettend goed gaan. Vraag jezelf eens af: waar heb je straks meer spijt van; als je het nooit hebt gedurfd of als je dat wel hebt gedaan en het niet is gelukt? Wat is het ergste dat er kan gebeuren? En kun je daarmee leven?

    Het leven gaat snel voorbij. De sleur van alledag zorgt er voor dat dagen overgaan in weken, maanden, jaren. Wil je terugkijken op een leven vol twijfels, waarin je jezelf mooie kansen hebt ontnomen? Of wil je terugkijken en denken: ach, ik heb risico’s genomen, but I did it my way!

    Ik weet waarvoor ik kies. Jij ook?

    “Ach, elk kind heeft wel wat!”

    Als moeder van een kind met een diagnose zoals autisme krijg je vaak nogal wat voor de kiezen, qua onwetendheid van mensen.

    “Ach, elk kind heeft tegenwoordig wel iets!”

    “Tegenwoordig delen ze etiketjes uit, niemand is meer normaal!”

    “Mensen moeten hun kinderen gewoon weer gaan ópvoeden!”

    Deze – en talloze andere – tenenkrommende opmerkingen krijgen we te horen van mensen die werkelijk geen flauw idee hebben van wat onze kinderen – en wij – meemaken in het dagelijks leven.

    Ze hebben geen flauw idee. Geen idee van hoe veel energie wij moeten steken in voor anderen heel normale zaken, die vaak al snel vanzelf goed gaan bij kinderen zonder diagnose.

    Hoe veel avonden oefenen – met bijbehorend verdriet en boosheid – omdat veters strikken / huiswerk maken / leren voor een toets niet lukt. Hoe veel tijd we kwijt zijn aan het vinden van kleding die niet prikt, geen naadjes of etiketten op de verkeerde plek heeft omdat het kind daardoor niets anders meer voelt dan alleen dat.

    Hoe vaak we bezig zijn met het uitleggen van doodnormale sociale situaties die voor onze kinderen nu eenmaal moeilijker in te schatten zijn. Hoe vaak we een uur langer dan het gemiddelde tien minuten gesprek zitten te praten met leraren, logopedisten, ergotherapeuten en andere professionals.

    Hoe we in de loop der tijd zelf autisme expert worden omdat we er alles voor over hebben om ook onze kinderen goed voor te bereiden op de buitenwereld met al haar ongeschreven regels en grijze gebieden.

    Lees verder onder de afbeelding

    Hoe we constant bewust bezig moeten zijn met structuur aanbrengen, een ritme, vaste rituelen. Hoe we moeten anticiperen op onverwachte situaties en hoe we ons kind daarop kunnen voorbereiden. Hoe vaak we onze kinderen moeten helpen in de interactie met andere kinderen, omdat zij hen niet begrijpen – of andersom.

    Hoe we bij elke maaltijd die we bereiden, bij elk uitje dat we plannen, elke dag en ieder uur rekening houden met de mogelijkheden en beperkingen van onze kinderen.

    En dan zwijg ik nog over hoe lang we aan onszelf getwijfeld hebben, hoe veel bloed, zweet en tranen het kostte op weg naar de diagnose, hoe kritisch we op onszelf zijn en hoe moeilijk we het soms zelf hebben met altijd de rust en kalmte bewaren.

    Nee, niet elk kind krijgt een diagnose. Nee, het ligt niet aan de opvoeding. Sterker nog: de opvoeders die ik ken met kinderen met een diagnose zijn stuk voor stuk bikkels die vechten voor hun kinderen.

    Dus de volgende keer dat je iemand hoort zeggen dat elk kind wel wat heeft: laat diegene even dit blog lezen of ga er in elk geval niet in mee, want het is onterecht en beledigend voor talloze ouders.

    Bestaat dé ware liefde?

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema

    Bestaat er zoiets als ware liefde?

    Als je mij tien jaar geleden had gevraagd of ik in de ware liefde geloofde, had ik ja gezegd, net als nu, maar daarbij had ik toen een compleet ander beeld.

    Ooit dacht ik bij de ware liefde aan een totaal plaatje, het perfecte plaatje, en wanneer ik alles van mijn lijstje kon afvinken, dan was ‘het’ de ware. Dat wat je ziet in films.

    Wanneer ik nu denk aan de ware liefde, dan denk ik er achteraan: is er ook zoiets als onware liefde dan?

    Ik denk niet alleen meer aan een liefdesrelatie maar aan pure liefde op zichzelf. Ik geloof niet in ware liefde, want elke manier van liefde is waar. Onware liefde bestaat niet. Gewoon ‘liefde’ is genoeg.  Ja ik geloof in liefde, absoluut. Ik hou van ongelooflijk veel mensen. En van ieder op een ander niveau, een andere  frequentie. Niet meer, of minder, maar anders. 

    Mijn kind is mijn allergrootste liefde. Zijn verdriet is mijn verdriet, zijn geluk geeft mij tranen van blijdschap. Zijn emoties zijn zo met die van mij verbonden, hij is een deel van mij. Wat hij ook zal kiezen, doen of zeggen, die liefde zal nooit stoppen en nooit veranderen. Onvoorwaardelijk een deel van mij. Deze manier van houden van zal ook altijd boven alles en iedereen uitsteken. Hij zal altijd mijn nummer één zijn. (samen met eventuele toekomstige kinderen natuurlijk) 

    Dan natuurlijk mijn man, waar ik ‘ja’ tegen zei, tegen een leven samen, dag in, dag uit voor de rest van ons leven. Dat doe je niet zomaar. Hij is degene waar ik naast wakker word iedere dag en waar ik naast in slaap val. Waar ik mijn dromen mee deel. Waar ik mijn allereerste hysterische nieuw bedachte ideeën mee bespreek. Degene waar ik mij op af kan reageren als dingen niet gaan zoals ik zou willen. Iemand met wie ik 24/7 samen kan zijn, zonder elkaar de hersens in te slaan. Voor iemand zoals ik, iemand die heel graag alleen is, zonder teveel prikkels en gedoe, is het best een wonder dat ik 24/7 samen kan zijn met twee levende wezens in één huis. We voelen elkaar aan én we vullen elkaar aan waar nodig.  

    Ik weet zeker dat onze relatie zo goed werkt doordat we elkaar vrij laten. Twee compleet verschillende mensen, maar toch zo hetzelfde. Mijn man heeft zijn hobby’s waar ik niet aan moet denken om ze uit te voeren, ik heb mijn interesses waar mijn man niks mee heeft, maar toch tonen we interesse in elkaars dingen en laten we elkaar vrij hierin. Hij wordt enthousiast wanneer ik enthousiast ben en ik word blij wanneer hij iets doet waar hij blij van wordt. En daarnaast hebben we onze gezamenlijke dingen. We vinden het heerlijk om te wandelen, we hebben beide een verslaving aan notitieboekjes kopen, zijn allebei creatief maar op een ander vlak, kijken samen series en films, en oh wee als je verder kijkt zonder mij. 

    En natuurlijk hebben wij samen een zoon. Één grote peuter vol met liefde, van ons samen, dat verbindt je uiteraard op een hele speciale manier aan iemand. 

    Daarnaast houd ik van mijn vriendinnen, hoe ze allemaal hun eigen karakters hebben, hoe ze allemaal van elkaar verschillen. Met de één ga ik shoppen, met de ander deel ik mijn spirituele  levensstijl. Met de één deel ik mijn hele levensgeschiedenis omdat we elkaar al 20 jaar kennen, en met de ander kan ik een heel gesprek voeren alleen door elkaar GIFS te sturen en ja we snappen elkaar ook nog. Met de één praat ik over relaties, seks en alle persoonlijke onderwerpen, van de ander heb ik wijn leren drinken.  Zo zijn ze allemaal zo anders, en zo mooi verschillend. Ook vriendschap is een vorm van liefde, een manier van houden van, niks meer of minder ‘waar’  dan een relatie. Alle liefde is waar.

    We delen onze ervaringen en levens met elkaar, niet vanuit het zelfde huis zoals ik met mijn man doe, maar zeker gevoelsmatig dichtbij. 

    Waar het op neer komt is dat er in mijn wereld geen ‘onware’ liefde mogelijk is. Ik voel liefde voor iedereen in mijn leven. En ál die liefdes zijn waar.  Dus ja, ware liefde bestaat, op verschillende vlakken, op verschillende manieren en niveaus.

    Niet één ware, zoals in de films of zoals ik ooit dacht, 10 jaar geleden. Mijn liefde is voor iedereen, ongeacht geslacht, ongeacht leeftijd, huidskleur of wat voor verschil. Liefde kent geen grens, liefde kent geen eisen of vormen, liefde is gewoon liefde.  En zeker niet ‘onwaar’.


    ‘Ware liefde’

    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan denk ik meteen aan alles en iedereen.
    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan kijk ik gelukkig om mij heen.

    Ik zie de mensen en de dieren,
    de liefde voor natuur.
    Ik zie het leven liefde vieren,
    iedere seconde, ieder uur.

    Overal is liefde, nooit is dit ‘onwaar’,
    doe je ogen dicht, en voel het maar.
    Overal is liefde, iedere vorm is ‘waar’,
    ik voel het zelfs, wanneer ik naar de sterren staar.

    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan denk ik aan alles en iedereen,
    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan ben ik nooit alleen.

    Liefs,

    Susan

    Vechten tegen een depressie: het verhaal van Susan

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema.

    Haar boek over haar postnatale depressie is hier te bestellen.


    Een depressie is iets wat snel veroordeeld wordt, iets wat niet uit te leggen valt. Iets waar je vaak geen enkele grip op hebt, het overkomt je. Iets waarbij je snel hoort “Ga even lekker naar buiten, dan voel je je snel beter” of “Maar je hebt toch helemaal geen reden om depressief te zijn?” En iets wat ik vaak hoorde was: “Jij? maar je bent altijd zo vrolijk.”

    Van mijn twaalfde tot 5/6 jaar geleden was ik met fases depressief. Het ging weg, maar kwam ook weer terug. Inmiddels kan ik zeggen dat ik het kwijt ben, dat ik niet snel weer depressief zal raken omdat ik weet hoe ik mezelf eruit kan halen. Maar door mijn ervaring weet ik dat er vele mensen zijn die nog iedere dag rondlopen met negatieve gedachten. 
    Mensen die genoeg leuke dingen doen, soms juist teveel, om maar niet te hoeven denken, niet alleen te hoeven zijn. Mensen die het hardste lachen en waarvan je denkt dat ze een geweldig leven hebben. Maar weet jij hoe een depressie werkt?

    Een depressie zit in je. Waar je ook bent. Hoe vaak je ook buiten komt. Hoeveel leuke afleidende dingen je ook doet. Hoeveel lieve mensen je ook om je heen hebt, die van je houden en alles voor je zouden doen om je te helpen. Die depressie is een schaduw die je overal achtervolgt. En zelfs als je een dag hebt dat je je beter voelt, dan kom je ’s avonds thuis en zit je weer met dat monster op de bank.

    Dat is hoe ik de depressie noem, een monster.
    Het achtervolgt je, het maakt je kapot, het heeft controle over jou in plaats van andersom. Je voelt je leeg, niet geliefd, alleen en onbegrepen. Wat een ander ook doet, zegt of probeert uit alle liefde die ze in zich hebben: je staat machteloos aan de zijlijn toe te kijken. Toe te kijken naar het gevecht tussen het monster en degene waar jij van houdt.

    ❤️ lees verder onder de afbeelding

    Mijn vraag aan iedereen is: 
    Alsjeblieft, veroordeel het niet, omdat jij het niet begrijpt.

    Ga naast iemand staan en vecht mee. En geef eens wat extra aandacht aan de mensen om je heen. Eén berichtje, één telefoontje of een ‘Goedemorgen’ op straat, kan al zoveel betekenen.

    Is er nog iemand aan wie je eigenlijk weer eens zou moeten vragen hoe het gaat? Is er nog iemand aan wie je veel denkt maar het er nooit van komt om contact te zoeken? Doe het vandaag. Je kunt het niet voorkomen, maar je kunt zeker een steun zijn. En vergeet niet: niet iedereen met een lach, lacht van binnen. Let op de mensen om je heen.

    Wat heeft mij dan zo geholpen om eruit te komen? En hoe voorkom ik dat ik weer in een depressie beland?
    Natuurlijk ben ik geen psycholoog en zeker niet één of ander medisch wonder dat depressies heeft opgelost maar ik heb wel een soort knopje in mezelf gevonden, die voorkomt dat ik weer in een depressie weg zak. Regelmatig wordt mij gevraagd waar dat knopje dan zit. Helaas komt een mens niet met een gebruiksaanwijzing en zal bij iedere persoon deze knop ergens anders zitten. De één komt er uit door te praten, de ander door te schrijven, weer een ander door zichzelf op te sluiten en te wachten tot het over gaat.

    Wanneer ik een depressieve periode had, vond ik mezelf vooral heel zielig. Alles wat rot, niks was goed, ik zag er niet uit vond ik en alles en iedereen om me heen liet me stikken, voor mijn gevoel op dat moment. Wat mij op dat moment hielp en wat mij nog altijd helpt, is om te schrijven. Schrijven is mijn manier om mij te uiten, op papier ben ik mezelf, daar ben ik eerlijk en open. Ik schreef op zo’n moment mijn gevoel op, waar ik mee zit, al mijn gedachten. Ook de meest kleine (in mijn ogen soms domme) gedachten, alles schrijf ik op, zodat ik het kwijt ben. Ook schreef ik feiten voor mezelf op, welke mensen had ik om mij heen, wat waren de positieve dingen op dat moment, welke negatieve dingen waren er en hoe groot waren die eigenlijk?

    Wat mij ook helpt is om mezelf serieus te nemen, niet de grond in te trappen, maar te accepteren wat ik voel. Waar ik vroeger mezelf echt naar beneden kon halen omdat ik vond dat ik mij niet depressief mocht voelen, accepteer ik nu gewoon dat ik mij even niet zo goed voel. Het gevoel is er gewoon, klaar. Dat mag. Waar ik mijn eigen gevoel en energielevel vroeger negeerde, accepteer ik nu dat ik gewoon even geen energie heb. Ik zeg afspraken af, zoek even geen contact of reageer even wat minder op appjes en telefoontjes. Waar ik eerst maar door bleef razen en geen nee durfde te zeggen, doe ik dat nu wel. Daarnaast deelde ik nooit hoe ik mij voelde en dat doe ik nu wel. Zit ik niet lekker in mijn vel, dan geef ik dat aan. En waar ik eigenlijk niet op durfde te hopen, ik krijg nu wél steun en begrip van de mensen om mij heen. En heel soms doe ik het juist andersom, ik zoek mensen op, spreek ze aan, ga bewust de deur uit. Leg alle verplichtingen aan de kant en neem tijd voor mezelf, tijd voor ‘even niks’. 

    Het klinkt zo standaard, maar wat mij ook hielp was om naar buiten te gaan, te gaan wandelen. Bewegen en buitenlucht maken een stofje aan, waardoor je je beter voelt, dat is bewezen. Dit ging ik dus proberen en ik moet zeggen dat het echt hielp. De ene keer alleen, met muziek in mijn oren, de andere keer samen en dat kletst goed hoor zo’n wandeltocht! 

    Nou ben ik wel een beetje een zweefteef en houd ik van spiritualiteit en edelstenen: dat is niet voor iedereen een hulpmiddel, omdat mensen er snel bang voor zijn of het onzin vinden, maar het heeft mij geholpen. Door mijn ervaringen met geven/ontvangen van energetische behandelingen, het voelen van energie en de werking van edelstenen ben ik mij erg bewust geworden van wie ik ben, en wat ik kan. Het is een prachtig talent waar ik onwijs dankbaar voor ben, dat ik die mag hebben. Hierdoor heb ik gevonden wie ik ben, gevonden wie ik mag zijn en ik accepteer nu mijn goede en minder goede kanten. Het gevoel dat er altijd iemand bij mij is, waar ik hulp aan kan vragen, het vertrouwen op de energie om mij heen, de kaarten die ik leg en de stenen die ik bij mij draag, geven mij een veilig gevoel. Ik ben niet alleen en ik heb gevonden waar ik goed in ben. Mijn zelfvertrouwen groeit en het doemdenken waar ik heel goed in ben, laat ik stap voor stap meer achter mij. Het doemdenken wat mij toch altijd wel terugtrekt in een negatieve cirkel.

    Mijn tip voor iedereen die te maken heeft met een depressie (en nee, het is absoluut niet zo makkelijk als dat ik het neer zet) is:


    Koop een schriftje voor jezelf en schrijf iedere ochtend op, wat jij die dag wilt bereiken. Al is het maar één klein doel, iets positiefs ( ik begon met het opmaken van ons bed), schrijf het op. En houd je die dag bezig met wat jij opgeschreven hebt. Daarnaast schrijf je op waar jij van droomt, jouw wens, je grootste droom wat je het liefst zou willen bereiken. Op die manier zet je jouw mindset om van piekeren naar dromen, iets positiefs.  En natuurlijk komt die droom niet per se die dag uit, maar blijf het iedere dag opschrijven. Ik ben er van overtuigd dat waar jij je energie naar toe stuurt, dat je dat uit laat komen. Aan het einde van de dag, lees je jouw doel of doelen voor die dag en vink je ze af. WAUW wat een trots gevoel had ik als ik ons opgemaakte bed zag. Niet omdat dat nou zo moeilijk was om te doen, maar omdat ik, wat voor dag ik ook had gehad, wel iets bereikt had en ik in een heerlijk opgemaakt bed de dag kon afsluiten.

    Daarnaast schreef ik iedere dag, aan het einde van de dag drie punten op. Wat maakte mij blij vandaag? Wat heb ik goed gedaan vandaag? Waar ben ik trots op vandaag? Dat is in het begin moeilijk omdat je vaak alleen de rottige dingen onthoud, maar het laat je nadenken en anders denken.

    Dwing jezelf om te delen hoe jij je voelt, blijf er niet alleen mee rondlopen. En als je niet durft te praten, ga dan schrijven net als ik, schrijf het van je af. Zing desnoods, of teken. Wat jou ook maar mag helpen om je emoties te uiten. Vraag om hulp, geef je grenzen aan en blijf hier ook bij. Nee is nee. Heb je geen energie, dan ga je lekker een uurtje liggen, de was komt straks wel. Heb je zin in iets zoets? Ga lekker wandelend naar de snackbar en koop een ijsje. Wees niet streng voor jezelf, maar lief. 

    Wees precies die persoon, die jij bent voor de belangrijkste mensen om jou heen. Wat als jouw beste vriendin diep in de put zit? Wat doe je dan? Wat zeg je dan? Wat denk je dan? Behandel jezelf als je eigen beste vriendin. Zet jezelf vanaf nu op één! Dat verdien je!

    Eerst jij, dan de rest, want zonder jezelf kom je nergens.

    Liefs,

    Susan

    Borstvoeding: een eigen keuze

    Er wordt zo veel over gesproken en geschreven: borstvoeding. De een is van mening dat je een slechte moeder bent als je je kind borstvoeding ontzegt, de ander moet er niet aan denken en begint meteen met flesvoeding.

    Niets is zo persoonlijk als deze beslissing die iedere vrouw voor of na haar bevalling moet nemen: ga ik wel of geen borstvoeding geven?

    En zelfs al wil een vrouw haar baby graag borstvoeding geven, dan nog is dit geen garantie dat ook lukt. Soms komt de melkproductie simpelweg niet op gang.

    Persoonlijk vind ik dat iedere vrouw voor zichzelf moet kunnen beslissen wat zij doet.

    Als zij borstvoeding wil geven moet dit mogelijk zijn of gemaakt worden, als zij dit niet wil, hoeft het niet.

    De eerste weken na de geboorte van je kind ben je sowieso fysiek al kwetsbaar, zijn er vaak gebroken nachten en kraamtranen: daar hoeft niet ook nog eens de druk bij van het borstvoeding moeten geven.

    Waar ik niet zo goed tegen kan, is de sociale druk die moeders opgelegd wordt. Dit begint vaak al in het ziekenhuis. Als je om een fopspeen vraagt wordt dit afgeraden vanwege tepelspeenverwarring, of zoiets. Ik kan het me niet meer precies herinneren, omdat mijn kind er non-stop heel hard doorheen huilde, omdat de borstvoeding niet op gang kwam en ze dus honger had.

    Toen ik vroeg om bijvoeding via fles, werd dat ook ten zeerste afgeraden. Daar lig je dan: oververmoeid, met een hongerige en schreeuwende baby, aan te horen dat borstvoeding – die niet op gang komt – toch echt het allerbeste is voor je kind. Eh, bedankt, en nu hier met die fles….

    Elke vrouw moet naar mijn mening kunnen beschikken over alle informatie om de voors en tegens tegen elkaar af te wegen. Maar elke vrouw moet ook vrij zijn in haar keuze om over te stappen op flesvoeding, wat haar reden hiervoor dan ook is.

    Wel of niet: je kind laten vaccineren

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema.

    Lang heb ik nagedacht over het onderwerp vaccineren en het feit dat ik hierover wilde schrijven. Hoe schrijf je een blog over zo’n beladen onderwerp, zonder je eigen mening te geven? Ik wil een poging wagen. Het sluit namelijk ook aan op mijn eersteblog, de angst voor een tweede kind.

    De laatste tijd wordt er gesproken over het verplichten van vaccinaties in Nederland.

    Het volledig verplichten van de vaccinaties schijnt nog niet te kunnen, maar er wordt gesproken over een verplichting wanneer je je kind naar de opvang wilt brengen. Dat de kinderopvang jouw kind mag weigeren wanneer deze niet voldoet aan de vaccinatie eis.

    Dat zou dus betekenen, dat een ieder die ervoor kiest geen vaccinaties te laten zetten, niet meer terecht kan bij alle kinderopvangen. Wat daarvan eventueel een gevolg kan zijn, is dat er meer gastouders komen waarbij alle kinderen welkom zijn, gevaccineerd of niet gevaccineerd. Er zouden dan twee groepen komen en wat ik lees in de reacties  op andere blogs, staan deze groepen vaak lijnrecht tegenover elkaar. Hard tegen hard. 

    Lees verder onder de afbeelding


    Al jaren geleden ben ik mij gaan verdiepen in vaccinaties, het effect hiervan en eventuele gevaren.  Niet alleen van het vaccineren zelf, maar ook van de andere kant, wat als je niet vaccineert? Wat zijn de cijfers, de feiten en ervaringen van beide kanten? En wat als ik een kind zou krijgen, wat zou ik dan doen? Inmiddels zijn we hier uit. Tijdens mijn onderzoek kwam ik erachterdat er eigenlijk drie groepen zijn, gelinkt aan dit onderwerp. 

    • Ouders die wel vaccineren
    • Ouders die niet vaccineren
    • Ouders die ontzettend twijfelen/
    • Ouders die een aangepast programma volgen

    Er zijn ouders die vaccineren zonder ooit onderzoek gedaan te hebben naar de effecten of gevaren hiervan, zij hebben hier geen enkele twijfel over en vertrouwen op de artsen. Er zijn ouders die vaccineren, juist omdat ze zoveel onderzoek gedaan hebben naar de effecten en gevaren van beide kanten, omdat ze bang zijn dat zonder deze vaccinaties, hun kind ernstig ziek kan worden. 
    Daarnaast zijn er ouders, die wel vaccineren maar dit doen doormiddel van een aangepast programma. Zij zoeken per vaccinatie uit of zij deze wel of niet willen geven en geven dus een gedeelte van het vaccinatieprogramma.

    Daarnaast zijn er ouders die na veel onderzoek besluiten om niet te vaccineren. De gevaren van het vaccineren wegen voor hen zwaarder, dan de gevaren van één van de ziektes waarvoor ingeënt wordt. Zij besluiten om het volledige programma te weigeren, gaan wel of niet naar het consultatiebureau voor de overige controles maar vaccineren dus niet. 
    Uiteraard zijn er ook ouders die vanwege geloofsovertuigingen en gezondsheidsredenen (allergie) niet vaccineren.

    Als laatste zijn er de twijfelaars, ouders die niet weten wat ze moeten doen. Aan de ene kant kan je kindje onwijs ziek worden van de vaccinatie en hier schade aan overhouden, aan de andere kant kan je kindje, wanneer je niet ent, één van de ziektes oplopen en hier schade aan overhouden. Vaak zijn deze ouders bang voor de mening van de mensen om hen heen, bang voor een oordeel wanneer ze niet zouden vaccineren, maar ook bang voor een oordeel wanneer ze besluiten wel te vaccineren.
    Het is kiezen tussen twee kwaden, voor hun gevoel.



    In mijn omgeving ken ik mensen van beide kanten.

    Er zijn veel mensen in mijn omgeving overtuigd van het nut van vaccinaties en hierover valt niet te discussieren. Ook zijn er veel mensen in mijn omgeving die ervoor kiezen om niet te vaccineren en zij zijn ook heilig overtuigd van hun standpunt. In mijn geval lastig om uit te komen voor wat wij kiezen want van beide kanten komt hoe dan ook een oordeel.

    Ondanks dat wij als ouders een bewuste keuze maken op dit vlak, begrijp ik de angst van een grote groep mensen.
    Na alle boeken, artikelen, gesprekken en documentaires over het vaccineren vind ik het nog steeds onwijs moeilijk om 100% achter onze keuze te staan. En heel soms twijfel ik ook nog of we wel de juiste keuze maken. Ik snap daarom echt onwijs goed dat het lastig is te kiezen en vooral wanneer je weet dat wat je ook kiest, er altijd mensen zullen zijn die een oordeel klaar hebben. Angst voor de vaccinaties, angst voor wanneer je niet vaccineert, angst voor de aanwezigheid van kinderen die geen vaccinaties krijgen, angst voor het oordeel van een ander. Angt overheerst bij dit onderwerp, en uit angst zeggen en doen mensen soms gemene dingen.

    Over de mensen die niet vaccineren hoor ik zelfs opmerkingen als ‘geef ze maar een markering op hun kleding, dan herkennen we de kinderen waarmee onze kinderen niet mogen spelen.’ Over de mensen die wel vaccineren lees ik dingen als ‘zij maken hun kinderen bewust ziek en jagen ze de dood in.’ En over beide kanten lees ik meerdere malen per week het volgende ‘zij zouden geen kinderen mogen krijgen en wat een slechte ouders!’

    Wat ik heel graag mee wil geven in mijn blog is: probeer open te staan voor de keuzes van een ander.
    Probeer vanuit hun oogpunt te kijken, waarom zij bepaalde keuzes maken of je het hier nou mee eens bent of niet. Ik ben er van overtuigd dat alle ouders, hoe moeilijk ook, vanuit hun hart kiezen voor het beste voor hun kinderen. Uit liefde voor hun kinderen dat kiezen, wat hen het beste lijkt. 

    En ik zou heel graag zien dat er meer liefde kwam en minder haat. Meer begrip en minder oordeel. Meer openheid en minder woede. 

    Of wij als ouders nu wel of niet vaccineren, dat doet er niet toe, het enige waar ik op hoop is dat iedere ouder die voor deze keuze staat, dat mag kiezen wat het beste voelt voor hen. Dat een ieder de vrijheid krijgt om zelf te belissen. Want nog een kind op deze wereld zetten, waarin zoveel haat leeft? Ik vind het eng. Op dit moment heb ik zelf de keuze om wel of niet te vaccineren, maar wat als ik dat straks niet meer heb? Wil ik dat die keuze voor mij gemaakt wordt? Wil ik dat mijn kind straks buitengesloten wordt omdat hij/zij vaccinaties heeft gehad of juist omdat wij ervoor gekozen hebben dit niet te doen? Nee, ik wil dat mijn kind geaccepteerd wordt, in welke situatie dan ook. En alle haat die naar boven komt wat betreft dit onderwerp, dat maakt het voor mij extra lastig om te kiezen. Niet of ik wel of niet vaccineer, maar over een tweede kind en het beperken van mijn vrijheid op dit gebied. Ik wil kunnen kiezen, ik wil kunnen twijfelen, ik wil op ieder moment kunnen besluiten het toch wel, of toch niet te doen. Moeten, dat maakt mij angstig. 

    Laten we alsjeblieft wat meer beseffen, dat iedere ouder uit liefde handelt en dat er geen goed of fout bestaat.

    Susan Schuitema

    Chrisje VIP Blogger

    Nieuwe opvoedingsmethode of oud nieuws? Slow Parenting..

    Er is een nieuwe opvoedmethode die helemaal trending is: Slow Parenting.

    Jaag jij van afspraak naar afspraak of van school naar sportclub en weer terug met je kind? En kun je door dit drukke schema niet gewoon lekker genieten van je kind? Dan is Slow Parenting misschien wel wat voor jou.

    Hier vind je een uitgebreide (Engelstalige) uitleg, maar voor de gehaaste lezer houdt de methode kort samengevat in, dat je met deze nieuwe opvoedingsaanpak meer in het moment leeft, minder met technologie bezig bent en minder met vooruit plannen.

    Je overlaadt je kinderen niet langer met activiteiten maar geeft ze de vrijheid om te genieten van wat ze (thuis) kunnen doen. Hiermee verlaag je zowel de druk op je kind als op jezelf. Mindful opvoeden dus.

    Nu wil ik niet vervelend doen, en ik juich deze methode absoluut toe, maar volgens mij deden ouders dat in de jaren tachtig al massaal.

    Als wij vroeger weekend hadden, mochten we buiten spelen, of binnen. Dat was het wel zo’n beetje. Wij gingen niet elke zondag naar een binnenspeeltuin, pretpark of bioscoop. Hooguit af en toe naar opa en oma of een familieverjaardag. En als je je verveelde, tja, dan verbeelde je je maar. “Daar word je creatief van,” zei mijn moeder dan. En dat was zo.

    Ik ben zelf overigens onbewust voor een groot deel al heel lang een slow parent, trouwens. Op zondag houd ik heel vaak “pyjamadag” met mijn dochter, die het heerlijk vindt om de eerste uren in haar pyjama en ochtendjas te zitten knutselen. Soms verveelt ze zich wel eens op pyjamadag, maar dan gaat ze vanzelf buiten kijken of haar vrienden er zijn of spelen we een potje badminton in de achtertuin.

    Dus… Ja, ik sta absoluut achter de nieuwste trend van Slow Parenting. Ik zou het zelfs iedereen aanraden. Het is alleen naar mijn mening helemaal niet nieuw.

    Gratis weekmenu en gastblog Babette: zelf aan de slag met je voeding!

    Deze week vind je het voorlopige laatste weekmenu voor Chrisje. Ik denk dat ze de afgelopen weken behoorlijk inzicht heeft gekregen aan wat er nu gegeten mag worden aan kcal en producten. Het is altijd goed om op een gegeven moment er zelf verder mee te gaan. En uiteraard stopt de begeleiding nu niet, we zullen korte lijntjes houden en ik zal haar zeker blijven helpen.
    MAAR IK GA NIET STOPPEN MET BLOGGEN HOOR!

    Ik vind het zo ontzettend leuk om te doen, dus daar ga ik mee door. Als jij dat ook leuk vind 😉

    In deze blog geef ik je een aantal tips voor handige apps welke je kunt gebruiken om te zien of je genoeg eet en de goede voedingsstoffen binnen krijgt. Er zijn er uiteraard nog meer, maar deze vind ik persoonlijk erg fijn.

    Mijn Eetmeter App;

    hier kun je precies invullen wat je gegeten hebt en geeft een overzicht of dit gezonde keuzes zijn en wat eventueel alternatieven zijn.

    KiesIkGezond App; heel handig om in de winkel producten te scannen en te zien of dit een gezonde keus is. Ook geeft deze gelijk een gezond alternatief.

    SlimKoken App; heb je restjes over of wil je een bepaald ingrediënt eten, deze app laat je de meest heerlijke gerechten zien, waarbij ook nog eens vermeld staat hoe je het moet bereiden en wat de voedingswaarde is.

    De weekmenu’s voor Chrisje waren gebaseerd op een aantal aanbevolen producten die zij nodig heeft. Eigenlijk is het voor iedereen gezond om dit te eten. De hoeveelheid van wat je moet eten van die producten varieert per leeftijd, geslacht en activiteit. Maar wat zijn nou die gezonde aanbevolen producten:

    Minimaal 250 gram groente

    2 stuks fruit

    Volkoren brood

    Aardappelen of volkoren graanproducten

    Noten of 100% pindakaas of notenpasta

    1 portie vlees/vis/peulvruchten, ik verdeel het meestal zo over de week (nogmaals het is maatwerk, dus altijd in overleg)

    1 x vis

    1 x peulvruchten

    1 x vegetarisch

    1 x ei

    2 x kip

    1 x vlees

    Zuivel

    Kaas

    Smeer- en bereidingsvetten

    1,5 – 2 liter vocht (water, thee of koffie zonder suiker)

    Als je deze producten eet in de juiste hoeveelheden krijg je ook voldoende mineralen, vitamines, eiwitten, koolhydraten, vetten en vezels binnen.
    Daarnaast is het belangrijk om zoveel mogelijk onbewerkte en pure producten te eten. Op de site van het Voedingscentrum vindt je per productgroep een overzicht van wat de meest verantwoorde keuzes zijn.

    Ik hoop je zo een beetje inzicht te hebben gegeven in welke voedingsstoffen je nodig hebt en welke Apps handig zijn om te gebruiken. Zoals gezegd is het altijd maatwerk. Heb je hier vragen over dan mag je me natuurlijk altijd een berichtje sturen.

    En dan heb ik nog wel een vraag aan jou; HEB JIJ NOG HANDIGE TIPS WELKE APPS JIJ GEBRUIKT?

    Ook deze week is er weer een weekmenu voor Chrisje, het menu van de vorige week hebben we besproken en het menu is naar wens van Chrisje aangepast voor haar. Naast hetgeen wat aan drinken hier genoemd wordt, zorgt Chrisje er voor dat ze voldoende drinkt (water, koffie zonder suiker en melk, thee)

    Lieve groet,

    Babette

    Je kunt me ook vinden op Facebook: www.facebook.com/FriendsofFood of op mijn website www.friendsoffood.nl

    Heb je nog ideeën voor een volgende blog? Laat het even weten!

    GRATIS WEEKMENU:

    Gratis weekmenu 3 + Gastblog “Help, hoe kom ik de vakantie door zonder kilo’s aan te komen?” door Gastblogger Babette

    Help! Hoe voorkom ik dat ik kilo’s aan kom in de vakantie?  

    De meesten zullen het vast wel herkennen…………..VAKANTIE!! En nu gaan ALLE REMMEN LOS! Maar waarom?

    Jaren geleden gebeurde dat bij mij ook hoor. Lekker op vakantie, ontspannen, gezellig sfeertje en nergens op letten. Mezelf gewoon overeten, te veel lekkere dingen eten, zelfs zoveel dat ik gewoon last van mijn buik kreeg. Maar ja, het was allemaal zo lekker, dus ik had het er wel voor over. Maar eigenlijk voelde ik me er gewoon helemaal niet lekker bij.

    Tegenwoordig gebeurd me dat echt niet meer. Gewoon omdat ik het niet wil. Geniet ik dan niet op vakantie, zeker wel, net zoveel als toen, het grote verschil is dat ik nu geen last meer van mijn buik heb. Hoe doe ik dat dan?

    Ik zorg dat ik ook op vakantie voldoende beweging krijg. En dat doe ik door soms de hardloopschoenen aan te trekken, maar is het te warm dan doe ik het niet. Dan pak ik mijn wandelschoenen. Heerlijk een stuk wandelen en genieten van de omgeving. Je hoeft geen uren te lopen, maar loop eens een half uurtje lekker stevig door, elke dag. Wat is nu een half uurtje op een dag? Je verbrand energie en je zult merken dat je je er echt beter van gaat voelen. Je komt op mooie plekjes en geniet daardoor heerlijk van de omgeving.

    Ik zorg dat ik goed ontbijt, een goed begin van de dag; ‘s ochtends verbrandt je de meeste energie, dus zorg ook dat je die binnenkrijgt. Daarnaast is het ook zo, als je zorg dat je goed gevuld bent, heb je ook niet zo snel de neiging om te gaan snaaien.

    Ga lekker naar de markt in de omgeving. Koop daar het fruit van de omgeving en maak een lekkere fruitsalade, zet deze lekker in de koelkast, zodat je daar 2 x per dag een lekker schaaltje van kan eten. Doe er desnoods een beetje magere yoghurt of kwark doorheen en je hebt ook gelijk weer wat melkproducten binnen. Je zou zelfs als lunch een heerlijke fruitsalade met kwark kunnen eten.

    Heb je ‘s avonds met het warme weer geen zin om te koken? Een salade is zo gemaakt. Lekker allerlei soorten rauwkost door elkaar doen en doe er een blikje peulvruchten (kikkererwten, kidneybonen) door. Je kan de peulvruchten ook afwisselen met gerookte of een hard gekookt ei of een blikje tonijn of stukjes kaas. Serveer het met een stuk brood of doe er een andere dag afgekoelde volkoren pasta doorheen of kook wat krieltjes en laat deze afkoelen tot ze lauwwarm zijn. Wissel de groente ook af, waardoor het toch gevarieerd is en je elke dag toch kunt genieten van het eten. De afgelopen weken stonden in het menu ook diverse salades, misschien kun je hier ook nog inspiratie uit halen.

    Drink veel water, voeg eventueel wat fruit er aan toe of wat citroensap. Ook dat is heerlijk.

    En heb je zin in wat lekkers ongezonds, ook dat moet uiteraard kunnen en daar kom je echt niet gelijk kilo’s van aan. Als je de basis goed hebt, dan kan dit prima.

    Weet dat je ook van gezond eten echt kunt genieten en dat dit heerlijk is!

    En vooral ook: LUISTER NAAR JE LIJF! Genoeg is genoeg, meer hoeft niet. Geniet van hetgeen je wel eet.

    Heb je nog leuke tips of aanvullingen? Ik lees ze graag, reageer dan graag hieronder.

    Ik wens jullie allemaal een hele fijne vakantie! Geniet er van.

    Lieve groet

    Babette

    Je kunt me ook vinden op Facebook: www.facebook.com/FriendsofFood of op mijn website www.friendsoffood.nl

    Heb je nog ideeën voor een volgende blog? Wat wil je weten? Ook dat hoor ik graag.

    Ook deze week is er weer een weekmenu voor Chrisje, je ziet dat eigenlijk vooral de wijzigingen zitten in het avondeten. De rest van de dag is eigenlijk hetzelfde gebleven. Als je dat bevalt is het prima om dit hetzelfde te houden. Er zit genoeg variatie in de week. Wat werkt, hoef je niet te veranderen 🙂

    Naast hetgeen wat aan drinken hier genoemd wordt, zorgt Chrisje er voor dat ze voldoende drinkt (water, koffie zonder suiker en melk, thee).

    GRATIS WEEKMENU #3

    Pretpark Bobbejaanland (België): zeker een bezoek waard!

    Vandaag bezocht ik samen met mijn dochter (8) het pretpark Bobbejaanland in België.

    Voor wie de Efteling wat aan de te dure kant is (€80,- entree plus €10,- parkeerkosten, kom op, dat is toch amper te betalen?) is Bobbejaanland in België een goed alternatief. Via de dagje uit muntjes van de Jumbo betaalde ik in plaats van circa €65,- slechts €40,- voor de twee entreekaarten. De parkeerplaats (overigens goed aangegeven) kostte €8,-.

    Voorafgaand aan dit dagje uit las ik online wat reviews van andere bezoekers: ik werd er niet heel vrolijk van. Zo zou het park er onverzorgd en gedateerd uitzien en het personeel werd beschreven als onvriendelijk.

    Behalve de wandelende knuffel die alleen op de foto wil met je kind als de park fotograaf er een foto van maakt (zelf met je telefoon wordt niet op prijs gesteld), vond ik het alleszins enorm meevallen:

    • Het park zag er verzorgd uit,
    • We hebben niet lang hoeven wachten bij de entree,
    • De attracties waren prima in orde
    • … en het personeel was hartstikke aardig en behulpzaam.
    • Daarbij: Ondanks dat het best druk was, vielen de wachttijden bij de attracties ook reuze mee!

    We hebben genoten van de achtbanen, de wildwaterbanen (één buiten en één binnen: gelukkig scheen de zon en waren onze kleren snel weer droog: voor de droogcabines betaal je €2,-!), een klein strandje met hangmatten, een binnen- en buitenspeeltuin en nog veel meer.

    Daarnaast waren er voldoende plekken waar je (beschut) mocht picknicken: ideaal voor een kleiner budget en je eigen thuis gesmeerde broodjes.

    Oh, en nog een voordeel: het park is wat kleiner en overzichtelijker, waardoor alles goed te voet te doen is!

    Kortom: Bobbejaanland is zeker nog aan te raden voor een leuk dagje uit!

    Voor meer informatie over dit pretpark ga je naar : https://www.bobbejaanland.be

    Voor meer info over de dagje uit actie van de jumbo, klik je hier!

    Burn-out: de wereld door een waas

    Er wordt zoveel gezegd en geschreven over het begrip burn-out: het zou een hype zijn, mensen zouden veel te snel roepen dat ze een burn-out hebben.

    Ja, het lijkt nu inderdaad veel vaker voor te komen. Maar dit kan ook te maken hebben met de hoeveelheid aan keuzes die onze generatie heeft, de crisis en het feit dat mensen sinds de crisis met minder uren meer werk moeten verrichten. Of simpelweg met het feit dat er minder taboe heerst en mensen er dus vaker openlijk voor uit komen dan vroeger. Wie zal het zeggen.

    Ik zelf heb een burn-out gekregen in december vorig jaar. Opeens kon ik geen antwoord meer geven op vragen van mensen: ik, die daarvoor overal ja op zei.

    Opeens kon ik geen drukte meer aan: ik, die altijd de drukte juist op zocht en het niet druk genoeg kon hebben. Mijn hoofd leek te ontploffen; zelfs een bezoekje aan de supermarkt zorgde al voor hevige paniek.

    Dat is overigens een minder besproken onderwerp; de symptomen van een burn-out. Voordat ik zelf een burn-out kreeg, dacht ik dat een burn-out hebben inhield dat je alleen nog maar kon huilen en slapen. Nu zijn dat zeker wel symptomen, maar lang niet de enige.

    Een korter lontje, geheugenproblemen, paniekaanvallen, hoofdpijn, buikklachten, duizeligheid, hyperventilatie en slaapproblemen hoor je veel minder over, maar zijn net zo heftig.

    Ook een depressie ligt op de loer; daar zit je dan met je verantwoordelijkheidsbesef en je perfectionisme: thuis, op de bank, als een bang, ziek vogeltje. Je hebt zoveel verantwoordelijkheden en opeens kun je amper nog iets aan. Als iemand aan je vraagt of je volgende week wil afspreken, moet je van triestheid bijna lachen: je weet immers niet eens wat je vanmiddag kunt!

    Er bestaan heel veel “oplossingen” voor een burn-out: gedragstherapie, meditatie, wandelen, rustgevende middelen om te slapen, etc. Ook online beloven veel bedrijven dé oplossing voor je te hebben, als je je inschrijft voor een tien weken durend peperduur programma bijvoorbeeld.

    Want uiteraard wil iemand met een burn-out er zo snel mogelijk weer van af: er wordt handig ingespeeld op het karakter van de persoon met de burn-out: zelfs in het herstel willen we zo goed mogelijk zijn.

    Het antwoord is niet zo simpel. Dé instant oplossing bestaat ook niet. Het herstel heeft tijd nodig. Als je een burn-out hebt ben je vaak maanden of zelfs jaren over je eigen grenzen heen gedenderd: dat herstel je niet in een paar weken.

    Je zet soms twee stappen vooruit en weer drie terug. Je wil soms de haren uit je hoofd trekken omdat je je gewoon weer “normaal” wilt voelen, zoals voor je burn-out. Maar dat gaat niet. Dat accepteren is misschien wel het moeilijkste van een burn-out.

    Ik ben nog herstellende, en daar ben ik me volledig bewust van. De ene dag kan ik me al best aardig concentreren en de andere dag lukt dat voor geen meter. De ene dag kan ik de drukte best aardig aan, de andere dag wil ik al huilend weg rennen als er drie mensen om me heen staan, of als ik een gesprek moet volgen.

    Dan welt de paniek op en wil ik het liefst mijn bed in kruipen. En het meest frustrerende hieraan is dat ik het zelf ook niet wil; ik wil me gewoon alleen maar weer de oude voelen. Maar de oude zal ik denk ik nooit meer worden. Dan hopelijk in elk geval een assertievere versie van mijn oude zelf, die goed voor zichzelf zorgt en opkomt. Ook al kost me dat nu nog heel veel energie.

    Mijn puber is een gamer: Gastblog door Ellen!

    Er is een spreuk, die gaat als volgt: “Het krijgen van kleinkinderen is de beloning voor het niet vermoorden van je pubers”. Ik ben benieuwd of ik ooit oma word.

    Want die pubers, die puberen wat af. Ik heb er twee. Een mannelijke, en een vrouwelijke variant. De mannelijke variant is een gamer.

    De meest gehoorde uitspraak van hem is: “Wacht effe”. “Kom je eten?” “Wacht effe.” “Ben je klaar?” “Wacht effe.” “Ga je douchen?” “Wacht effe.” “Ruim je dat even op?” “Wacht effe”. Als er iets is waar ik een hekel aan heb, dan is het wel wachten. Dit leidt dus tot behoorlijk wat ergernissen hier in huis. Ik snap het ook niet. Ik kondig het avondeten aan, vanaf een kwartier van te voren. Ik kondig het inmiddels al drie keer aan. En dan nog volgt steevast het antwoord….wacht effe. Want die games, die zijn van levensbelang. Fortnite speelt hij. Inclusief dansjes, tenminste, moves. Hij ging het me uitleggen, want moeders snappen niks van de jeugd van tegenwoordig. Daar zijn mijn mannelijke puber en ik het dan wèl over eens.Een online game kun je dus niet zomaar afsluiten. Want je speelt in een team. En als je offline gaat, laat je dat team in de steek, of je wordt vermoord. Uuuuh wat?? “Nee mahaaam,” (met dikke oogrol en een zucht vanuit zijn tenen), “…jouw karakter in de game wordt dan vermoord.” Ooooh… dat klinkt al minder ernstig. De uitspraak die met stip op nummer twee komt: “Ik moet hier ook alles doen”. En nee, dat zeg ik niet, maar hij! Ik ben een gescheiden moeder, de pubers zijn om de week bij mij. Ze krijgen hun natje en hun droogje op een presenteerblaadje aangeboden. Toegegeven, hier zit een stukje schuldgevoel in. Maar dat hoeven de modelpubers niet te weten. Ik werk, ik doe het huishouden, de boodschappen.. enfin, dat hoef ik jullie allemaal niet te vertellen. Doen jullie ook allemaal. Dan is de chips er niet die meneer blieft. Mag hij zelf met mijn geld naar de winkel, om de goede chips te kopen. Moet hij alles doen. Daar krijg je toch moordneigingen van? En dan de elastiekjes. Die vind ik o-ver-al. Op zijn kamer, op de badkamer, in de keuken. Overal, behalve in de prullenbak. Gelukkig is de hoeveelheid elastiekjes gehalveerd, want de vrouwelijke puber is inmiddels beugelvrij. Daarnaast moet ik elke avond vragen of hij ze in heeft, wat nooit het geval is. En deze gek brengt meneer de puber dan zijn elastiekjes… Maar toegegeven, als hij daar dan zo lekker in zijn bed ligt, met zijn pyjamaatje aan, en ik toch nog een stevige knuffel krijg, realiseer ik me dat het ondanks alles best een leuke puber is.

    Ellen Boonstra

    Wil jij ook eens een column schrijven als Gastblogger voor Chrisje? Stuur dan jouw leukste column naar redactiechrisje@gmail.com en wie weet, misschien verschijnt jouw gastblog wel op Chrisje.info!

     

    “Ik zorgde voor onze twee zorgkinderen, hij ging er vandoor met een ander.”

    Ze zorgde voor haar twee zorgkinderen, waarna haar man er vandoor ging met een ander. Hieronder lees je het persoonlijke verhaal van een (anonieme) moeder.

    Dit is mijn verhaal: het verhaal van een (strijdbare) moeder met kinderen met leerproblemen. Mijn verhaal gaat over de zoektocht naar hulp voor mijn kinderen, maar ook over het overwinnen van een verdrietige, voor mij ingewikkelde echtscheiding. Na al het vechten, zorgen, mezelf wegcijferen, vallen en weer opstaan kan ik nu met recht zeggen: Ik sta er weer! Ik heb al die zware jaren overleefd. Ik ben er misschien nog niet helemaal, maar ik ben blij en trots! Super trots, als  alleenstaande (zorg)-moeder van twee fantastische, bijzondere kinderen. Ik zeg tegenwoordig altijd, vooral tegen moeders rondom hun kinderen: volg je gevoel, je intuïtie, altijd! Als jij denkt dat er iets met je kinderen is, dan IS dat ook bijna altijd zo.

    Geen zorgeloze start
    De start van mijn verhaal is eigenlijk al begonnen op het moment dat mijn oudste dochter (nu puber/jong-volwassene, 2e jaar  Voortgezet Onderwijs) de kleuterschooltijd al niet helemaal zorgeloos en ‘standaard’ door kwam. Ze was een enorme lieve, zachte en verlegen kleuter, dus ze viel niet echt op. Ik maakte mij daar als moeder niet direct zorgen over, want tja, niet alle kinderen ontwikkelen zich op dezelfde manier, dus dat komt allemaal wel. Toch heb ik heel vaak het idee gehad dat ze gewoon moeite had met bepaalde dingen, dat ze haar best er wel degelijk voor deed, maar dat het haar gewoon niet lukte. Toen ze in groep drie moest starten met letters, woordjes en zinnen lezen en dit in best wel een sneltreinvaart moest gebeuren, begon ze langzaam achter te lopen.
    De letters gingen niet vanzelf, het automatiseren ging niet vanzelf, de woorden kwamen niet vanzelf, het lezen kwam niet lekker op gang, het bleef lange tijd bij ‘hakken en plakken’.

    Leesproblemen en dyslexie
    Toen ben ik mij als moeder maar eens gaan verdiepen in leesproblemen, oftewel dyslexie en wat zoal symptomen en kenmerken waren. Toen werd het me vrij snel duidelijk. Mijn dochter deed haar uiterste best, maar het lukte gewoon niet. Kon het niet zo zijn dat ze dyslectisch was?! Op school werd hier toen eigenlijk nog nauwelijks over gerept. Toen groep vier in zicht kwam, bleek mijn dochter zo erg achter te lopen dat groep vier een brug te ver was, dus werd er geopperd groep drie nogmaals te doen. Ik stemde hier mee in en vond het – gezien haar ontwikkeling en het feit dat ze in haar doen en laten nog wel ‘jong’ was – een prima idee. Dit zou haar goed doen en we konden, met elkaar, bekijken hoe haar leesontwikkeling in de tussentijd zou verlopen. Maar ondanks twee maal groep drie bij een lieve juf wat haar best goed deed, ging het op school en expliciet rondom lezen, schrijven, spelling en taal, toch nog steeds niet zoals het hoorde. Toen heb ik op school eens aangekaart of het mogelijk was dyslectisch dat mijn dochter dyslectisch is en of ze hierop getest kon worden. Helaas gaat daar dan geruime tijd overheen, omdat school eerst van alles moet aantonen wat ze aan extra hulp hebben aangeboden, papieren moeten aanleveren en je niet direct aan de beurt bent met testen bij een bureau. Het zelfbeeld van mijn dochter ging helaas steeds verder naar achteruit, ze werd steeds stiller, huilde veel, durfde nauwelijks meer om hulp of extra uitleg te vragen en hield zich maar op de achtergrond.

    pexels-photo-247195

    EED
    Het ging zienderogen achteruit met haar (zelfbeeld). Totdat uiteindelijk de uitslag van het dyslexieonderzoek daar was: ze had EED (ernstige enkelvoudige dyslexie). Iets wat ik eigenlijk vanaf de kleuterklas al vermoed had, maar waaraan weinig en veel te laat gehoor is gegeven door school. Mijn eerste ervaring met negativiteit rondom (h)erkenning, het doorverwijzen van ‘het kastje naar de muur’, het niet voor ‘serieus’ te worden aangezien, de ‘zeurmoeder’ op school, de moeder die zich véél te veel zorgen maakt…  Mijn dochter gaf een presentatie over (haar) dyslexie, zodat haar klasgenoten ook wisten wat ze had, waarom ze extra hulp en tijd kreeg en moeite met lezen en waarom ze bijvoorbeeld een tafel- of spellingskaart mocht gebruiken. Ze knapte er enorm van op nu ze wist wat ze had, maar ook nu ze de goede specialistische hulp en begeleiding kreeg en er aan haar weerbaarheid en zelfbeeld werd gewerkt. Zo fijn!

    De zoektocht ging verder
    Toen ik in het traject zat met mijn dochter voor dyslexiebegeleiding, begon mijn zoon, inmiddels ook in groep drie, vast te lopen rondom letters, lezen, spelling, maar ook rekenen. Hoewel ik het idee had dat mijn dochter hele dyslectische kenmerken had en ik dit niet zo bemerkte bij mijn zoon, gingen wel bij mij wel een aantal welbekende alarmbellen af. Ook omdat dyslexie vastgesteld bij een zus de kans procentueel erg groot maakt dat er ook dyslexie bij een (volgende) broer of zus wordt vastgesteld. Toen mijn zoon maar bleef goochelen met het omdraaien van letters en van rechts naar links schrijven en hakken en plakken met lezen, wist ik al vrij snel hoe laat het was. Ook mijn zoon heeft groep drie vanwege dezelfde redenen als mijn dochter nog een keer gedaan, echter hij was er, in tegenstelling tot dochter, eind (tweede keer) groep drie nog veel slechter aan toe. Op het depressieve af én helemaal gestrest. Een jongetje van zeven die zei zijn leven niet meer leuk te vinden, zelfs niet meer te willen leven…., die school en alles wat hij daar moest doen vreselijk vond, die met afgehangen schouders, hoofd naar beneden, over het schoolplein liep, die lichamelijke klachten kreeg, op school eigenlijk niet meer mee wilde doen en.. het ergste van alles is dat ze op school allerlei signalen niet serieus (genoeg) hebben genomen, niet van mij, terwijl ik van alles aankaartte, maar ook niet van mijn zoon zelf.

    Het gaat helemaal niet goed
    Ik vergeet nooit meer dat mijn zoon zei ‘Juf zegt, het gaat wel goed toch?’ ….., gevolgd door: `Maar mam, het gaat helemaal niet goed’.  In de tussentijd had ik hem al aangemeld bij het dyslexiebureau waar we al naar toe gingen met onze dochter, dus het onderzoek was daar zo geregeld en inderdaad: het zelfde verhaal, ook dyslexie in ernstige mate (en mogelijk meer problematiek). In de tussentijd had ik stappen gezet om mijn zoon van de reguliere school af te halen (mijn tweede ervaring met het gevoel niet (h)erkend te worden in de problematiek, nu rondom mijn zoon, ‘weer dat kastje en die muur’, weer het (inwendig) schreeuwen: word ik nog gehoord?, zien jullie de ernst van de situatie?, is er nog iemand die met mij meedenkt wat de beste oplossing is? Maar nee, ik was de enige die zag hoe het écht met mijn zoon ging, NIET! Het ging gewoon echt niet!! Hij moest naar een andere, specialistische school en wel heel snel!, anders ging het echt niet goed komen met hem.

    pexels-photo-236147

    Noodkreet
    Met het lood in mijn schoenen ben ik naar de dichtstbijzijnde speciaal onderwijs school gereden en heb daar een gesprek gehad. Huilend, in de stress en eigenlijk óp van alles heb ik mijn verhaal gedaan en binnen een maand was mijn zoon van school af en zat hij op het SBO. De beste keuze ooit! Langzaam bloeide mijn mannetje weer op en hij kreeg daar de rust, maar ook de begeleiding en hulp die zo wenselijk en nodig was! Dáár werd hij gewoon gezien en gehoord! Binnen een paar weken was hij opgebloeid en wisten de leerkrachten al meer over hem, dan de leerkrachten van de andere school in al die jaren daarvoor. Ik was dankbaar! Zó dankbaar dat het weer goed met hem ging. Makkelijk was het ook op deze school niet voor hem, want naast lezen, spelling, taal, was rekenen ook een lastige voor hem. Zijn leerproblemen waren gewoon complexer en eigenlijk heb ik toen al het gevoel gehad dat er méér dan alleen dyslexie aan de hand was…(ook weer zo’n intuïtief moedergevoel..) Inmiddels weet ik dat er meer aan de hand is (hij is daarvoor anderhalf jaar geleden onderzocht). In die periode heb ik, als moeder, twee kinderen begeleid met hun dyslexietrajecten. Naast school, werk, huishouden, verplichtingen, vrijwilligerswerk (ja, zelfs dát deed ik toen nog). et cetera. Het was er gewoon een baan naast! Elke week naar een andere plaats waar de begeleiding plaats vond en daarnaast veel, heel veel thuis oefenen. Bijna twee jaar lang!

    Relatieproblemen
    Langzamerhand voelde ik mij in mijn relatie, met de vader van mijn kinderen, steeds eenzamer. Ik voelde mijn partner van me weglopen, zich afkeren van dit complexe ‘zorggezin’ en ik had het gevoel dat ik werkelijk alles alleen moest doen, ik voelde me toen eigenlijk al een ‘alleenstaande moeder’ met de zorgen van kinderen waarbij het niet normaal verloopt op school, het voelde alsof ik alles alleen moest dragen en ik alleen die zorgen kende en zag, want ook hierin werd ik door diverse partijen niet serieus genomen. Onze relatie ging op veel punten zienderogen achteruit en ik heb meermaals gedacht: ‘Als ik de kinderen weer op de rit heb, ligt mijn huwelijk in puin’. En wat ik intuïtief gewoon wist en voelde, gebeurde…! Mijn (inmiddels ex) partner had al geruime tijd een ander pad bewandeld. Niet het pad wat ik met de kinderen had bewandeld. Hij was naast zijn gezin een ander leven gestart.  En ik probeerde zo goed en zo kwaad als het ging, mijzelf en de kinderen overeind te houden. In de tussentijd aangeklopt voor hulp bij onze gemeente, maar ook hierop is niet adequaat gereageerd, de zoveelste keer dat ik niet serieus (genoeg) genomen ben, me niet gehoord heb gevoeld en zo ‘op’ van het vechten, dat ik dacht: laat maar… en toen ik uiteindelijk het gevoel had dat het écht niet meer ging tussen ons, er constant ruzies waren en onbegrip én ik eigenlijk helemaal ‘op’ was van al die jaren ‘buffelen’, werd ‘de bom’ onder onze meer dan 20 jarige relatie/verstandhouding gelegd.. Er was een ander.

    Klap in mijn gezicht
    Nog nooit heb ik zo’n klap in mijn gezicht gehad. Nog nooit waren de dagen zo donker en nog nooit heb ik me zo aan de kant gezet gevoeld…ingeruild, maar ik had er maar mee te dealen.  Ik ben in dat jaar voor mijzelf de boel op een rij gaan zetten. Wonend met de kinderen in onze (koop)woning, hij wonend bij zijn vriendin in een huurwoning en ik ben stap voor stap de dingen gaan regelen… in eerste instantie: de keuze maken dat ik ook niet meer met hem verder wilde! Dat ik het prima kon redden met de kinderen zelf, want dat had ik inmiddels wel bewezen. Maar ja, je hele leven ligt in duigen, je weet van voren niet dat je van achter leeft, je weet niet hoe je iets moet regelen, wat je moet regelen, wat eerst en wat daarna. Het voelt alsof je loopt op een moeras onder zware donderwolken. Overmand door een enorm verdriet, boosheid, teleurstelling, frustratie, eenzaamheid, heb ik dat jaar overleefd. In onze woning – waarvan ik wist dat ik eruit moest.. In de tussentijd moest ik me inschrijven voor een huurwoning, de scheiding regelen bij de mediator, zaken regelen rondom het ouderschapsplan, de boedelscheiding, gesprekken voeren met psycholoog en maatschappelijk werk, gesprekken voeren met de kinderpsychiatrie vanwege nog een onderzoek en dan daarnaast ‘gewoon’ werken, kinderen naar school brengen, doorleven, want alles loopt gewoon door en je blijft je maar afvragen hoe je hier überhaupt uit komt.

    Nieuwe start
    Een huurwoning krijgen viel niet mee, lange wachtlijsten, geen urgentie en dan financieel, pfff. Ik zag mezelf al zitten in een (tijdelijke) sta caravan op een vreselijke camping met .. niks…. en kinderen waarvoor dat helemaal niet goed is, die juist stabiliteit en rust zouden moeten hebben, na die heftige jaren op school!. In dat jaar ging er heel wat door me heen: de goede tijden, slechte tijden, emmers vol tranen, boosheid, frustraties, onmacht, onzekerheid en stress, bergen stress. Op het moment waarop ik dacht,… dit moet niet nóg een half jaar duren, inmiddels bij de mediator de boel op orde en ik wachtende op een huurwoning, kwám er die woning!!
    Na een klein jaartje ‘wonen’ in onze koopwoning (wat echt niet meer fijn voelde met al die herinneringen..), kon ik over naar een mooie huurwoning en kon het koophuis op mijn ex naam gezet worden en kon hij terug naar de (oude) woning met zijn vriendin. Inmiddels woon ik een jaar in mijn eigen fijne woning en het voelt ook echt als MIJN woning (met mijn kinderen).

    Tot rust komen
    Vorig jaar stond nogal in het teken van regelen, verhuizen, verven/behangen, het ‘eigen maken’, tuin opknappen, de laatste scheiding/verhuizingszaken regelen en vooral tot rust komen, enorm tot rust komen en verwerken.…. Want jeetje, wat een impact heeft dit alles op mij gehad, maar ook op de kinderen en ongetwijfeld ook op mijn ex-partner, hoewel die, zoals het lijkt, zijn leven met haar heeft opgepakt en ogenschijnlijk ‘schepen achter zich verbrand heeft’ en ‘gewoon opnieuw begonnen is’. De omgangsregeling is gelukkig op orde en we wonen beiden (weer) in dezelfde woonplaats. De kinderen kunnen dus makkelijk op en neer. Zolang we het niet hebben over ingewikkelde dingen of gevoelszaken gaat de omgang goed, de kinderen zijn tevreden en ik moet zeggen het gaat me allemaal best af, met hulp en ondersteuning van lieve familie en vrienden, vriendinnen én professionele externe hulp, want alles heeft zo veel impact op mijzelf en ons gezin gehad, dat ik gesprekken heb met een gezinstherapeut om mijzelf weer te vinden, veel te verwerken en een plek te geven, om er weer helemaal zelf te zijn en er goed te kunnen zijn voor mijn kinderen, die noodzakelijke zorg en begeleiding nodig hebben en de nodige ups en down kennen en soms nog hebben.

    Ik vertrouw blind op mijn intuïtie
    Ik vaar blind op mijn gevoel en intuïtie en ik weet en voel wat goed is voor mijn kinderen en wanneer het wat minder gaat. Helaas sta ik hier wel vrij alleen in, aangezien mijn ex en ik de problematiek rondom de kinderen verschillend zien: dat maakt het soms moeilijk. Maar met de juiste hulpverlening, mijn vrienden en familie red ik het prima. Ik zie gelukkig de zon (steeds meer) schijnen! Ik ben zo dankbaar voor mijn huisje, mijn spullen, mijn (flexibele) baan, vrienden en familie die aan mijn zijde zijn gebleven én zijn gekomen en dankbaar voor alles wat ik overleefd heb.

    spiritual2

    Trots op mezelf
    En trots ben ik ook, ja trots, omdat ik dit alles wel heb (moeten) doorstaan, ik een sterke vrouw ben (geworden), omdat ik er ook mooie, dankbare dingen aan over heb gehouden en ik ben trots op mijn kinderen, die het ondanks hun niet zichtbare ‘handicaps’ en de zeker geen ‘standaard scheiding’, toch heel goed doen (ook op school)! Het alleenstaande leven met ‘zorgkinderen’ is zeker niet vanzelfsprekend, soms ook lastig uit te leggen aan mensen die niet snappen hoe het werkt en soms echt heel zwaar, maar ik wéét dat ik het aan kan en ik kan eigenlijk best nu al wel zeggen dat ik gelukkig ben met mijn leven alleen met de kinderen. Ik voel het nog niet helemaal tot in mijn tenen en ik moet zeker nog verder met mijzelf aan de slag, maar ik ben op de goede weg! En ik moet alles tijd geven, tijd om te verwerken, alles een plek te geven, het verdriet te laten slijten en tijd om anders in mijn leven te gaan staan. Te gaan staan waar IK voor wil staan en wat goed voelt voor mij en tijd geven … om er weer helemaal te zijn!

    Een strijdbare en trotse moeder.

    Ode aan het Loeder! door Gastblogger Talitha

    Gastblogger Talitha maakt een diepe buiging voor de volgens haar meest stoere wezens op dit moment: LOEDERS!

    Het Loeder dat alle hypes op het gebied van moederen heeft overleefd: Van de Oei! Ik groei tot de quinoa generatie, maar toch lekker haar eigen weg volgt. Ze doet maar wat en ze doet het goed.

    Tijgerstrepen

    De Loeders met tijgerstrepen  – die ze hebben verdiend door niet alleen hun lichaamsgewicht tijdens de zwangerschap te verdubbelen 😉 maar vooral omdat ze sterker zijn dan wie dan ook. De klauwen uit de mouwen steken om een kind te maken, te baren en op te voeden.

    Het Loeder dat zich zorgen maakt of haar baby wel genoeg drinkt en lef genoeg heeft om dwars door tachtig adviezen haar eigen weg in te slaan. Die durft te huilen wanneer iets haar niet lukt maar op de kiezen bijt en weer verder gaat.

    Zweetsnor

    Loeders zijn geen kleffe hapjes die koffie drinken om tien uur om het huishouden te ontlopen. Zij zijn het, die al voor de klok half negen slaat een complete werkdag achter de rug hebben en hijgend met een zweetsnor achter het stuur zitten om nog enigszins op tijd te komen op kantoor.

    Loeders zijn geen krengen, maar bewaken hun leven en kroost met passie. Een loeder verandert pas in een bitch als je dreigt haar territorium te ont-eren en glimlacht als ze een mede-loeder in de ogen kijkt.

    Loeders zijn slim, werken keihard en hebben banen om passies in kwijt te kunnen. En waar een ander een schouderklopje wil, rent zij alweer verder om ingrediënten te halen voor de taart die ze gaat bakken op de vrije woensdagmiddag. Ode aan het Loeder dat het probeert, ook al eindigt de taart als een kruimelvlaai in een kastje met een zielig hoopje marsepein on top.

    Snottekening

    Ode aan het loeder dat zucht als ze in de spiegel kijkt en een prachtige print op haar kleding ontdekt, het waarderend dat haar kind een prachtige snottekening maakte op haar zwarte pantalon bij de afscheidsknuffel in de klas. Ze lacht fronsend wanneer ze in de rij bij de kassa barbieschoenen in haar jaszak vindt.

    Ode aan zij die niet pretendeert de wijsheid in pacht te hebben maar je aanmoedigt je eigen weg te kiezen dwars door het woud van de pedagogisch uitgekiende opvoedboeken en leefwijzen ondersteund door artsen en specialisten.

    Zij verdient het om lyrisch te worden aanbeden, want ik vrees dat weinig mensen beseffen hoeveel werk het Loeder verzet. Dat er op haar rug duizend zorgen balanceren die ze moeiteloos weg lacht bij het maken van huiswerk als de afwas net achter de rug is. Zij die lief een liedje zingt voordat de draken gaan slapen en moeiteloos verhalen verzint om monsters in het donker te verslaan.

    Foodbaby

    Het Loeder dat wel kookt, maar waar een cheat day trots bovenaan het weekmenu shined. Ze kookt geen vijf gangen maar prijst vijf happen en wint als ze zelf een bord voor zichzelf heeft staan.

    Zij die de term fitgirl tot een lachertje heeft gemaakt omdat ze haar best doet te bewegen, maar haar leven tot topsport is verheven.

    Het Loeder dat trots de welving van buik aait wanneer ze haar foodbaby ontdekt, daar waar een ander hem inhoudt om op instagram te plaatsen.

    LoederLuier

    Zij die niet alleen praat over luiers maar er ook wel eens zelf een nodig heeft, als ze met haar vriendinnen wijntjes drinkt en te hard moet lachen.

    Ze is grappig en tilt niet te zwaar aan het leven. Haar huis is niet brandschoon; de deur van het washok dichtgooien is ook opruimen en vervolgens zet ze Netflix aan om ultiem te chillen. Zij, zij heeft het leven verstaan.

    Ze doet alsof ze het begrijpt: het moederschap, mode, voeding, lifestyle, het leven: maar ze doet maar wat.

    Ik breng een ode aan de loeder! Het loeder is een vrouw met ballen. Een loeder is een moeder die leeft. Het loeder dat kan alles aan!

    Cheers, bitches!

    Talitha

    Meer van Talitha lees je op haar website.

    Een kinderverjaardag organiseren met ADHD – door gastblogger Karina

    Chrisje´s Gastblogger, Karina Dorresteijn, is ADHD-moeder. Zij schrijft graag over haar avonturen. Haar eerste gastblog voor Chrisje gaat over het organiseren van een kinderfeest met ADHD – en alles wat
    daarbij komt kijken.

    Lang zal ze leven… en iets met slingers en een partytent
    Verjaardagen en ik: twee dingen die niet matchen. Of dit specifiek ADHD-gerelateerd is weet ik niet, maar het zal er in ieder geval niet aan bijdragen om een relaxte fuif te organiseren. Mijn eigen verjaardag sla ik dan ook al jaren over. Maar voor de kinderen kan ik dat niet maken, dus ben ik minimaal drie keer per jaar overgeleverd aan die killing stressdagen van hapjes, drankjes, taarten, kadootjes, het slepen met stoelen en statafels, binnen of toch buiten en last but not least..de soms uiterst ingewikkelde relaties tussen bepaalde familieleden en vrienden.

    pexels-photo-796605Stuiterend op en neer naar de supermarkt
    Het familiediner van Bert van Leeuwen is er niks bij. Mijn wederhelft zegt dan altijd doodleuk: joh, daar hoef jij je toch niet druk om te maken? Eh, niet druk maken? Dat zeg je tegen mij?? Ik stuiter al dagen van te voren met welke culinaire hoogstandjes ik dit jaar de familie ga verblijden, ik heb ooit een avond een taartenworkshop gevolgd dus hé die taart voor veertig man kan ik best zelf bakken en decoreren. Vijf keer rijden om alles te halen bij de supermarkt, die lollige caissière die bij de vijfde keer weer dezelfde grap maakt (of ik soms een hongerwinter verwacht..) Ik voel dan een ontzettend *HJB tje aankomen, maar slik de lelijke woorden die opborrelen in en kan nog net op tijd redelijk neutraal de tent verlaten.

    Bloedvaart voor de partytenten
    pexels-photo-296878Een avond van te voren zie ik per ongeluk een weerbericht langskomen en dat stemt mij verre van vrolijk. Ik geef wederhelft de opdracht om met een bloedvaart naar mijn ouders te rijden om de partytenten op te halen. Ze wonen hier zo’n honderd kilometer vandaan, dus dat is al gauw een avondvullend programma. Gelukkig kent hij deze buien van mij en hij weet niet hoe snel hij achter het stuur moet kruipen om dat ding op te halen. Twee van de drie kinderen zijn hoogzomer jarig, dus in gedachten zie ik dan altijd een zonnig tuinfeest voor me. Maar als de grote dag dan is aangebroken, regent het vaak pijpenstelen en spoelt mijn laatste beetje goede humeur met de regenbuien mee de put in. Donderwolken pakken zich samen boven mijn hoofd en huis, ik wil voor mijn jarige kind een vrolijke zonnige dag met bijbehorende blije olijke moeder uit de Bona-boter reclames die de boel op rolletjes laat lopen. Ik wil de opgeruimde moeder zijn die dartelend met koffie en bitterballen langs de visite gaat. Zonder vlekken op haar nieuwe jurk, de hond in de slagroomtaart of smoezelige glazen omdat de vaatwasser of ikzelf die toch waren vergeten te wassen.

    Vergeten hapjes
    Wat ook zo leuk is: als je aan het eind van de feestdag je koelkast opentrekt en er nog hapjes voor een heel weeshuis staan te wachten. Oeps, vergeten. Sorry kinderen, jullie hebben geen olijke Bona boter-moeder getroffen. Hoe lief ik ze ook vind en hoe ik ook mijn stinkende best doe, ik heb op de dag des onheils altijd heel erg de behoefte om de eerste de beste trein naar Fucking Nowhere te nemen. Als iemand mij die ochtend een enkele reis Siberië zou aanbieden zou ik meteen gaan, terwijl ik kou haat en ook nog eens heimwee heb.

    Waarom voelt het of dat mijn leven er van afhangt als een verjaardagspartijtje niet perfect verloopt? En heeft mijn kind een minder leuke dag als de tent weg waait of de statafels niet helemaal in VT Wonen stijl zijn versierd? Nooit tevreden met 80% maar altijd 200% van mijzelf eisen, dat is wel een typische ADHD-eigenschap.

    pexels-photo-587741

    Georganiseerd plan….
    Mijn psychologe gaf mij ooit de tip om een overzichtelijk plan te maken en alles af te vinken om rust te creëren in mijn chaotische warhoofd. Op zich geen verkeerd idee, dus bij de eerstvolgende verjaardag maar in de praktijk gebracht…. Maar… waar heb ik dat verrekte ding gelaten? Hele dag dat plan aan het zoeken geweest .. Zucht, schat haal jij toch maar even snel die partytenten op, Piet Paulusma voorspelt regen morgen.

    (*betekenis van HJB tje: een iets vriendelijkere afkorting voor; hou je bek)

    Meer van Karina lezen? -> Kaatsbarn.wordpress.com/

    karina dorresteijn profielfoto

    Interview met Aisha Scheuer van DIWMOTZ: “Ik kan heel goed loslaten.”

    diwmotz
    Ze is bedenker en oprichter van de populaire Facebook pagina DIWMOTZ (Dit Is Waarom Mensen Op Twitter Zitten, 116.000 volgers): Aisha Scheuer, een vrouw met een modern gezin, een neus voor grappige tweets, zakenvrouw met twee bedrijven, een achtergrond in de kinderopvang en een – tot voor kort verborgen – talent voor (slaap)coachen. Toch mag ik haar geen powervrouw noemen, tenzij ik succesvolle mannen ook powerman ga noemen. 

    Hoe is het idee ontstaan voor DIWMOTZ?
    DIWMOTZ is oorspronkelijk ontstaan als een grap. Ik werkte in die tijd nog in de kinderopvang. Ik ontdekte Facebook en op een gegeven moment ook hoe je een Facebook pagina kan starten. Voor de grap verzamelde ik grappige tweets en plaatste deze op mijn pagina. In het begin had de pagina maar 50 likes, voornamelijk van vrienden en familie. Maar opeens ging één van die tweets viraal, en kreeg de pagina in een paar dagen tijd 20.000 volgers.

    Opvallend: op Facebook hebben jullie meer volgers dan op Twitter. Moet er dan niet ook een DIWMOFZ komen?
    Het is wel eens door mijn hoofd gegaan. Mensen zeggen ook wel eens: “Moet je nu niet ook een pagina maken met Dit Is Waarom Mensen op Instgram of Facebook Zitten?”. Maar ik heb de pagina nooit zo willen uitbreiden. Daarbij vind ik dat ik dan van het begin af aan de pagina “Dit Is Waarom Mensen Op Internet Zitten” had moeten noemen.

    Beheer je je pagina en website (www.diwmotz.nl) in je eentje?
    In het eerste jaar deed ik alles alleen. Dat was op een gegeven moment niet meer te doen. Inmiddels werk ik met drie freelancers samen, waarvan één mijn vriendin Marleen is. Zij schrijven ook veel van de webcontent. Ik heb geen journalistieke achtergrond, het echte schrijfwerk moet je niet aan me overlaten: ik beleef daar ook niet echt plezier aan.

    Werk je nog in de kinderopvang?
    Nee. Sinds 31 december 2016 ben ik gestopt met mijn werk in de kinderopvang. Toen ben ik me gaan richten op de website en Facebook pagina. Daarnaast ben ik sinds kort aan de slag gegaan als slaapcoach. Een vrouw op Twitter vertelde dat haar zoontje zo slecht sliep. Ik had hier persoonlijk veel ervaring mee, vanuit mijn werk in de kinderopvang maar ook doordat mijn eigen zoon als baby ook erg slecht sliep. Hiervoor heb ik toen een slaapplan opgesteld, wat direct werkte. Voor de vrouw op Twitter heb ik een slaapplan opgesteld;  dit werkte ontzettend goed. Daarna ben ik steeds meer ouders gaan coachen. Het coachen is waar mijn talent ligt. Ik coach ouders overigens op afstand, telefonisch of via e-mail. Dit is de meest effectieve methode: ouders zitten er meestal niet op te wachten dat ik mee kom kijken. Bovendien werkt de aanpak erg goed. Ik ben me gaandeweg steeds meer in slapen en coaching gaan verdiepen, startte met een opleiding tot coach. Overige inkomsten genereer ik uit de website.Voor mij is het een combinatie die goed werkt. Af en toe geef ik social media trainingen, waarbij ik mensen inspireer met mijn levensverhaal.

    080372ef-1f4d-4b7f-8085-02e30a96c5cfOp je website staat dat je ook in te huren bent om zalen leeg te laten lopen, haha.
    Ja, haha, dat klopt. Dit is ook nog eens serieus zo overgenomen door een grote website: Aisha is in te huren voor feesten en partijen, haha. Ik werd ook eens genomineerd voor de VIVA400 award, als powerwoman. Ik las het laatst al op Twitter, waar iemand zei: zodra een vrouw iets bijzonders presteert is het opeens een powervrouw. Terwijl je nooit iets hoort over een powerman: succesvolle mannen noemen ze gewoon man.  Daar kan ik me ook echt over verbazen.

    Je bent ook columnist voor KEK mama en LindaNIEUWS.
    Klopt. Voor LindaNIEUWS schrijf ik geen columns, ik maak er overzichten voor van de leukste tweets. Voor KEKmama schrijf ik columns over mijn privéleven en ervaringen als moeder. Dit gaat bijvoorbeeld ook over de manier waarop Shai verwekt is: via een bekende donorvader. Mensen zijn vaak wel heel nieuwsgierig hoe dit dan in zijn werk gaat, maar durven het niet te vragen. Ik heb daar geen moeite mee: ik heb er nooit geheimzinnig over gedaan, ook naar Shai toe niet. Uiteraard bepaalt ieder koppel dit voor zichzelf.

    Hoe ziet een gemiddelde doordeweekse dag er voor jou uit?
    Sinds kort heb ik een kantoor. Daarvoor werkte ik vanuit thuis. Ik vind het prettig om een eigen kantoor te hebben: daar zit ik elke dag van negen tot vijf. De freelancers werken op afstand mee. Mijn kantoor is echt mijn eigen domein: door daar te werken creëer ik rust en afstand, een duidelijker afscheiding tussen werk en privé. Het coachen gebeurt ook vanuit mijn kantoor.

    Doe je met jouw kanaal ook dingen voor de LGBT community?
    Nee. Ik zie dit los van elkaar. Toen de pagina zo groot werd, heb ik nagedacht over welk standpunt ik ging innemen. Het enige waar ik nog wel eens een standpunt over kan hebben is bijvoorbeeld over Trump. Ik zal niet snel een politieke mening geven. Mijn site gaat over humor, over luchtige zaken. Politieke standpunten horen daar zo min mogelijk thuis, wat mij betreft.

    Als je vanaf morgen nog maar één van je werkzaamheden mocht verrichten, welke zou dat dan zijn?
    Het coachen. Oh, dat kwam er wel heel snel uit hè? Ja, het coachen is echt mijn talent. Mijn vriendin zei laatst trouwens, dat ik altijd heel kort en bondig antwoord kan geven en snel kan beslissen. Ik durf inderdaad duidelijk te zijn. Ik heb een burn-out gehad ten tijde van de geboorte van mijn zoontje. Misschien heeft dat er ook mee te maken: Ik heb geen geduld meer om lang te twijfelen. Je wordt ook nooit meer de oude volgens mij, na een burn-out.

    Moet je dat willen dan?
    Nee, ik denk van niet. Je bent immers niet voor niets in een burn-out terecht gekomen. Als je het niet nog eens wilt krijgen, zul je dingen moeten veranderen. Ik hak nu veel gemakkelijker knopen door.

    Wat heeft de burn-out gedaan met jou als moeder?
    Mensen doen soms zo hysterisch over hun kind. Ik vraag me dan altijd af:  hoe kun je die energie opbrengen? Ik heb niet de energie om alles zo perfect te doen. Ik ben ook heel open tegenover mijn zoon. Ik maak het leven niet mooier dan het is. Als ik druk in mijn hoofd ben, vertel ik hem dat. Dat hoort ook bij het leven. Ouders doen vaak richting hun kinderen alsof ze alles aankunnen: daarmee geef je zo´n vertekend beeld van het leven aan je kind. Hierdoor creëer je een generatie die denkt dat iedereen alleen maar altijd gelukkig moet zijn en dat alles altijd perfect hoort te zijn. Als je naar social media kijkt, zie je vaak ook alleen de mooie buitenkant. Maar schijn bedriegt: de realiteit is nu eenmaal vaak hard.

    IMG-4932Daar heb je helemaal gelijk in! Om nog even terug te komen op je website en pagina. Om welke tweet moest jij zelf het hardst lachen?
    De tweet van Arjen Lubach, over een uitje fruiten. En het gedichtje over pijnboompitten. Ik zal ze je doorsturen, wacht, ik app ze je nu direct even door. Daarnaast vind ik tweets over kinderen erg leuk. Op Twitter lijken mensen (goddank) veel eerlijker te zijn over opvoeden. Ik vind dat verfrissend en vaak hilarisch.

    Je hebt een vriendin, Marleen. Samen met je ex heb je een zoon, Shai. Jullie zijn dus een echte ‘modern family’. Loop je tegen veel vooroordelen aan, of valt dat wel mee?

    05bf4404-33a5-4f19-b187-8ad582eaf5fa
    Aisha met haar vriendin, Marleen

    Iedereen in onze omgeving weet hoe het zit, dus dat valt gelukkig erg mee. Toen ik nog in de kinderopvang werkte kreeg ik af en toe nieuwe collega’s; dan was het soms wel grappig om te zien hoe men reageerde als ze vroegen of ik een vriend had, en ik daarop antwoordde dat ik een vriendin had. Dan kwam ook ter sprake dat ik een zoontje heb: op dat punt werd het soms wat ingewikkeld. Toen ik een keer zei dat mijn vrouw zwanger was, kreeg ik wel eens een reactie van een heel gelovige collega,die zei dat ze daar vanuit haar geloof niets mee kon. Dat vond ik wel erg lomp: dan zeg je eigenlijk dat je vindt dat wij geen ouders zouden mogen zijn. Shai is het beste wat me overkomen is, dus daar raak je me dan wel mee, ja.

    gaykrant-vlag-sloganZou je ook eens een gastblog willen schrijven voor de Gaykrant?
    Oh, dat lijkt me heel leuk!

     


    Waar loop jij trouwens als vrouw zijnde tegenaan in het zaken doen?
    Ik heb twee bedrijven en waar ik tegenaan loop, is dat ik vind dat ik eigenlijk nog te soft ben. Ik heb geen zin om bijvoorbeeld mensen rond te commanderen. Dat zit niet in mijn aard. Ook onderhandelingen vind ik moeilijk. Vrouwen durven vaak niet te onderhandelen, heb ik gemerkt. Maar weet je wat het ook is: vrouwen die zichzelf ondergewaardeerd voelen gaan vaak zodanig uit hun plaat dat mannen daar van slag raken van raken en daar niets meer mee kunnen. Emotioneel gezien ben ik echt een vrouw, ik ben heel sensitief. Maar op het moment dat ik bij Marleen voel dat er wat gaande is en als ik dan vraag of er iets is en ze zegt nee, dan ga ik ook gerust slapen. Dat is dan misschien weer heel mannelijk van me, haha. Vrouwen wisselen vaker in hun emoties dan mannen. Als je qua emoties vijf lijnen hebt, zitten mannen meestal mooi op de middelste lijn. Vrouwen schommelen heel veel tussen de bovenste en de onderste lijn. Op het moment dat je helemaal onderin die lijn schiet heb je veel meer last van zaken zoals schaamte en schuldgevoel.

    Hoe ga jij om met je eigen emoties?
    Ik kan heel goed loslaten. Ik kon het altijd al best aardig, maar toen ik bewust werd van de stappen die je daarvoor moet zetten, werd ik er steeds beter in. Stel, je zit in een relatie en je wil loslaten maar je krijgt de boel niet veranderd, dan stop je met de relatie omdat je niet verder kan. De kunst is dan om dit te blijven volhouden, niet terug te krabbelen en diegene los te laten.  Veel mensen blijven veel te lang denken: ja, maar als dit nu verandert, dan zou het misschien toch kunnen werken.. terwijl dat meestal niet kan.

    39a40fe8-f1cf-41f6-bd10-969553d72c3eTen slotte: als je het stokje moest doorgeven, wie zou je aanraden om als volgende te interviewen? Waarom?
    Ik was al aan het hopen dat je dat zou vragen! Zjos Dekker, zij is zo ontzettend leuk. Ze is autistisch, lesbisch, depressief: over het laatste wil ze graag vertellen. Zjos wil namelijk dat er meer ruimte komt voor mensen die depressief zijn en het is haar missie om zich er hard voor te maken dat mensen op een goede manier worden geholpen. Ze schrijft heel open over haar depressie. Ze is bovendien ook echt een leuk mens. Ik ga met haar midgetgolfen in het donker binnenkort.

    Meer over Aisha of DIWMOTZ? Ga naar www.diwmotz.nl of naar de gelijknamige Facebookpagina.

    Verslag van De Luizenmoeder, aflevering 4: Laat ze maar glanzen!

    Voor Luizenmoeders en andere wezens die de laatste aflevering van De Luizenmoeder gemist hebben, hier de samenvatting:

    De nieuwe snuffelstagiaire, Bobby, mag de hele dag meelopen met de directeur. Want, zoals Anton zelf zegt: Kinderen zijn ruwe diamanten die we mogen slijpen tot blinkende, glimmende kanjers. Bobby hangt letterlijk aan zijn lippen, maar met haar neus valt ze in de boter, want: de tienminutengesprekken zijn vanavond! Anton regelt zelfs, als de glanzende kanjer die hij is, met haar thuisfront dat ze tot ruim na haar bedtijd mag blijven vandaag, zodat Bobby mee mag genieten van de allernieuwste onderwijsmethode: de glansmethode. Zo kan hij haar de hele dag laten meegenieten van al zijn zorgvuldig opgebouwde, oeverloze kennis en ervaring. En als kers op de taart natuurlijk van zijn geweldige people skills.

    luizenmoederLief-en-leedpotje
    Ondertussen wordt op het schoolplein druk geroddeld over het lief-en-leedpotje. Terwijl ze dat absoluut niet wil, wordt Hannah verantwoordelijk gemaakt voor dit potje. Terwijl Anton snuffelBobby de nieuwe glansmethode aan elkaar laat nieten terwijl ze over de tafel heen bukt, kijkt hij toe vanuit zijn stoel en praat hij haar bij over hoe jong hij innerlijk nog is. Juf Ank verstoort op brute wijze de ontluikende romance door snuffelBobby te attenderen op haar eigen truitje. Als Juf Ank de glansmethode weigert te gebruiken, ontsnapt snuffelBobby uit het kantoor van Anton.

    Scheiding in het klaslokaal
    De ouderraad maakt zich ondertussen vreselijk onnodig druk om futiliteiten rondom de tienminutengesprekkenavond. Juf Ank krijgt privé bezoek op haar werk; haar echtgenoot – Bert – komt haar vlak voor het begin van de schooldag vertellen dat hij haar niet meer wil. Wat hij wel wil, is werken aan zichzelf. Zonder haar. Juf Ank sterft een beetje af van binnen, terwijl de ouders versteld staan van het feit dat juf Ank überhaupt een man heeft. Met priemende ogen in haar rug bespreekt juf Ank haar huwelijksproblemen, seconden voor de klas vol zal stromen met glanzende, blinkende kanjers. Terwijl haar echtgenoot af taait en juf Ank van binnen nog een beetje meer afsterft, heet ze de kinderen welkom met haar welkomstliedje. “Hallo allemaal, wat fijn dat je er bent…”

    SnuffelBobby
    Anton zoekt achter zijn geslachtsdeel aan naarstig naar snuffelBobby, zodat hij haar nog meer imponeren met zijn oeverloze kennis. Ondertussen probeert hij Nancy af te schudden, die er over klaagt dat niet iedereen luistert als zij mensen haar wil de strot af probeert te duwen. Hannah komt haast niet weg van het schoolplein, terwijl ze uitgehoord wordt over de nieuwe vriendin van haar ex, die vanavond plots ook bij het tienminutengesprek aanwezig zal zijn. Anton vindt ondertussen zijn Bobby weer terug: ze heeft zich inmiddels helemaal verdiept in de glansmethode! In snuffelBobby vindt Anton eindelijk wat hij verdient: een aanbiddende stagiaire die hem wel nog aanbidt en die bovendien zijn nieuwe methode wel serieus neemt, terwijl hij dat laatste stiekem bij haar wil doen.

    Empathie
    Hannah wordt ondertussen verder bedolven onder ongevraagde empathie op het schoolplein, omdat iedereen al heeft gehoord dat de nieuwe vriendin van haar ex mee komt vanavond. Anton vertelt snuffelBobby in een intiem één op één gesprek dat ze mag Glanzen. “Glans maar,” zegt hij bemoedigend, waarna snuffelBobby zichzelf op hem werpt, omdat ze zich logischerwijs niet langer kon beheersen. Gelukkig wordt deze pijnlijke integriteitskwestie net op tijd in de kiem gesmoord: Volkert komt binnen. SnuffelBobby is er helemaal stuk van, maar Anton lost dit op subtiele wijze op door haar schouder half uit de kom te slaan in een poging om haar gerust te stellen. Als Anton handig door Volkert gechanteerd wordt tot het afwijken van de traditie, wordt besloten dat er dit keer een bar en live muziek zullen zijn tijdens de tienminutengesprekkenavond, verklaart hij dit aan de ouderraad door te vertellen hoe belangrijk hij gezelligheid vindt op school.

    Bipolair en de eierwekker
    Tijdens de tienminutengesprekken vertelt een moeder in tranen over haar bipolaire stoornis en eenzaamheid. Dit is natuurlijk een ideaal moment voor Anton om indruk te maken met zijn glansmethode. Op ongepaste wijze neemt hij het gesprek over, door moeder te stimuleren om te glanzen. Helaas krijgt deze huilende moeder niet lang de kans om lang te glanzen, want na een minuut gaat de eierwekker al. De tijd is om! SnuffelBobby begint zich langzaam af te vragen in wat voor situatie ze terecht gekomen: de glans begint al wat van Anton af te gaan.

    Held juf Ank
    Hannah gaat met frisse tegenzin rond met het lief en leed potje, waarbij ze onverwacht veel geld ophaalt, omdat iedereen haar zielig vindt. Terwijl ze dit doet, verschijnen achter haar de Ex en zijn nieuwe Liefste ten tonele. De ouders nemen het unaniem voor Hannah op. Tijdens het volgende tienminutengesprek dat Anton voert, samen met zijn snuffelBobby, komt hij er na veel te veel privé gegevens te hebben gedeeld achter dat het niet over het kind van die vader gaat. Over het echte kind kan echter niet meer gesproken worden, want de eierwekker gaat. De tijd is om!
    Juf Ank houdt het tienminutengesprek met Hannah en haar Ex-met-nieuwe-Liefde. Als de Ex wat dingen vertelt over Floor (dus niet Floortje, nee, Floor), neemt juf Ank het voor Hannah op, door Ex er op te wijzen dat Floor misschien wel ander gedrag laat zien omdat ze bang is om voor een tweede keer haar vader te verliezen. Terwijl haar ogen vuur spuwen, vertelt juf Ank aan Ex dat Floor misschien wel zo lief doet, omdat haar vader een nieuwe vriendin heeft en wil doen alsof alles goed gaat, omdat hij zich niet schuldig wilt voelen. Hannah blijft verbaasd achter, terwijl Ex afdruipt met zijn verbouwereerde nieuwe liefde.
    Juf Ank sterft nog steeds een beetje van binnen, tussen de gesprekken door.

    Eind goed, al goed
    SnuffelBobby sluit haar snuffelstage verrassend genoeg af met een acht, of nee, toch een negen! Ze is kei-trots op haar prestatie, en bovendien blij met de vele mensen die haar vandaag gecomplimenteerd hebben om haar strakke truitje. Door de aanwezigheid van een bar en de overall compleet andere aanpak van de tienminutengesprekkenavond, is er een flink rommeltje ontstaan, maar dat is niet erg: Volkert besluit dat Anton dit wel kan opruimen. Dit wil Anton natuurlijk niet, maar het moet, omdat Volkert hem chanteert nadat hij hem betrapte met zijn op verkeerde plekken snuffelende stagiaire.
    Hannah vindt ten slotte een goede bestemming voor het lief en leed potje: juf Ank. Met een bos bloemen en een fles wijn bedankt ze juf Ank voor haar moedige actie.

    img_3512Volgende week: Sinterklaas wordt aangepast tot Winterklaas!

    Zorgvuldig voor u samengevat door: Chrisje. 

    2B06A40F-3780-4EE8-9FAF-B8051E1A6025

    Hoe goed kun jij tegen kritiek?

    Kritiek: we geven het graag, maar kritiek krijgen, dat is vaak een heel ander verhaal.

    Overal waar je komt kun je kritiek krijgen: thuis, van je partner, op je werk, of zelfs van vreemden in het openbaar. Kritiek krijgen kan een vervelend gevoel oproepen: met name als deze niet zo prettig gebracht wordt.

    Jezelf ontwikkelen

    Toch is het goed leren ontvangen van kritiek een manier om jezelf positief te ontwikkelen. Niet alle kritiek is terecht; het is dan ook goed om kritisch (haha) te bepalen van wie je kritiek wil ontvangen.

    Herhaalde kritiek

    Als je bepaalde kritiek meerdere keren te horen krijgt, bijvoorbeeld dat je slecht luistert, dan is dit vaak een teken dat je daar bijvoorbeeld toch beter wel naar kunt luisteren.

    Dat doe ik helemaal niet!

    Veel mensen zijn geneigd bij het ontvangen van kritiek meteen in de verdediging te gaan. Dit is een menselijke, maar emotionele reactie op het gevoel dat je aangevallen wordt. Het is goed om je op zo’n momenten af te vragen:

    1. Word ik echt aangevallen?
    2. Zit er een kern van waarheid in de kritiek die ik krijg?
    3. Reageer ik nu op een redelijke manier of vanuit emoties?

    Koop tijd

    Weet je niet goed wat je aan moet met de ontvangen kritiek? Dat is helemaal niet erg. Bedank je gesprekspartner voor zijn eerlijkheid en geef aan dat je even wilt nadenken over wat je te horen hebt gekregen. Zo voorkom je dat je vanuit een emotie over-reageert en kun je er op een rustig moment even over nadenken.

    Je hoeft niet altijd direct te reageren.

    Oneens?

    Zo veel mensen, zo veel meningen. Ben je het – ook na een moment van reflectie – oneens met de ontvangen kritiek? Je kunt er dan voor kiezen om de ontvangen kritiek naast je neer te leggen, of om de kritiek gever aan te spreken om desgewenst te onderbouwen waarom jij het oneens bent. Vraag je hierbij wel af, of je eerlijk en neutraal naar jezelf gekeken hebt: dit is namelijk heel moeilijk voor mensen; hun eigen gedrag objectief beoordelen. Vraag als je daar behoefte aan hebt de verzender om nadere toelichting. Misschien berust de kritiek wel op een misverstand, dat je gemakkelijk uit de weg kunt helpen.

    Onterechte kritiek

    Soms is kritiek echt onterecht. Sommige mensen zijn geneigd veel kritiek te gaan uiten op mensen met eigenschappen die hun jaloezie opwekken, of die gedrag vertonen dat ze zelf benijden. Als je merkt dat iemand vooral kritiek geeft om het kritiek geven, kun je wederom de kritiek naast je neerleggen, of zelf kritisch doorvragen bij de verzender wat nu precies het probleem is. Hoe ga jij om met kritiek? Geef je zelf veel kritiek aan anderen? Reageer jij verdedigend vanuit emotie op ontvangen kritiek? Laat het weten in een reactie!

    Chronisch tijdgebrek? Lees dit!

    Iedereen is tegenwoordig druk, drukker, drukst. Deze tips gaan jou ontzettend veel tijd besparen!

    Een tijdje geleden zag ik voor het eerst dit magische filmpje over problemen op YouTube. Het is een filmpje van een paar minuten, maar de boodschap is zo krachtig dat het ook niet langer hoeft te duren. Kijk zelf maar: Why Worry. Als je geen zin of tijd hebt om op de link te klikken: Kort samengevat komt het filmpje neer op de volgende boodschap: Mensen spenderen veel te veel tijd aan piekeren. Terwijl piekeren nooit nodig is, want:

    Heb je een probleem?

    A) nee —> waarom zou je dan piekeren?

    B) ja —> Kun je er iets aan doen?

    A) ja —> waarom zou je dan piekeren?

    B) nee —> waarom zou je dan piekeren?

    Kort en krachtig vat dit filmpje dus samen dat het eigenlijk nooit nut heeft om (overmatig) te piekeren over je problemen.

    Maar daar komt nog een belangrijke les bij, die jou ook veel tijd kan besparen.

    We hebben allemaal best veel problemen, vinden we. Maar ís dat ook echt zo? Of zijn het problemen die we ons laten toebedelen?

    Maak eens een lijstje van je problemen. Vraag je dan eens af, welke problemen écht van JOU zijn.

    Heb je bijvoorbeeld problemen die je door een ander in de maag zijn gesplitst, omdat die ander geen zin, tijd of energie had om het op te lossen, of omdat jij te gemakkelijk ja zegt, dan kun je dat probleem terug geven aan de rechtmatige eigenaar.

    Heeft iemand je bijvoorbeeld opgezadeld met iets wat hij zelf net zo goed kan oplossen: geef het probleem terug.

    Heeft iemand jou gevraagd een oplossing te bedenken “want ik weet het allemaal niet meer hoor en jij bent daar zó goed in!”: besef dan dat diegene jou misschien voor zijn karretje probeert te spannen of (on)bewust probeert te manipuleren, want diegene doet vaak niet voor niets een beroep op jou!

    De combinatie van hulpvaardigheid, inlevingsvermogen en gebrek aan assertiviteit is een gevaarlijke, waar mensen die gewoon liever lui dan moe zijn graag slim gebruik van maken.

    Stel jezelf elke dag de twee simpele vragen:

    Welke problemen ervaar ik en welke daarvan zijn echt van mij?

    Welke problemen zijn van een ander? Geef die problemen terug aan de afzender.

    Als je dit toepast zul je er versteld van staan hoe veel tijd je terug krijgt voor jezelf.

    Scheiden doet lijden: getrouwd blijven vaak nog erger

    Je kent het gezegde wel: scheiden doet lijden. Ik ben het daar voor een groot deel absoluut niet mee eens. Ongelukkig getrouwd blijven, dát doet vaak pas lijden.

    Massaal vragen Nederlanders zich af: moet ik scheiden of blijven? Het blijft een moeilijk vraagstuk. Want: Heb je alles geprobeerd? Heb je gedaan wat je kon om je relatie te herstellen? Heb je relatietherapie geprobeerd? De keuze is reuze. Er bestaat geen quick fix. Er staat veel op het spel: wonen, financiën, het “ideale plaatje” richting de buitenwereld.

    Ja. Scheiden doet soms lijden, maar dit hangt er grotendeels van af hoe volwassen je er mee om gaat. Steeds meer ouders doen anno 2018 hun uiterste best om op een vreedzame manier uit elkaar te gaan, vanwege de verdrietig genoeg enige – maar oh zo belangrijke! – liefde die onder de streep nog over blijft als het huwelijk of de relatie strandt: de liefde voor hun kinderen. Compromissen worden gezocht. Trots wordt ingeslikt. De middenweg wordt gezocht. Scheiden is dus niet altijd die gruwelijke lijdensweg die je ziet op televisie, voor het woord scheiding komt steeds minder het woord vecht te staan.

    Mediators worden steeds meer ingeschakeld om de stormschade na de storm die echtscheiding heet te beperken, met als doel om het huwelijk voor de kinderen op een zo ruzie-vrij mogelijke manier te beëindigen. Dit getuigt niet alleen van heel veel moed, volwassenheid en redelijkheid; het getuigt ook van een hele grote liefde voor de kinderen en het bereid zijn om – van beide kanten – het ego opzij te zetten, om de kinderen leed te besparen.

    Getrouwd blijven doet vaak ook lijden. Dit onderwerp wordt echter lang niet genoeg belicht. Ongelukkig getrouwde ouders zorgen -of ze dat willen of niet- met hun ruzies, onderlinge spanning en de vervelende sfeer voor een mijnenveld-huishouden.

    Kinderen voelen het intuïtief feilloos aan, als ouders niet meer van elkaar houden. Vaak hebben kinderen het al langer in de gaten dan de ouders zelf. De schade die aangericht wordt als je ouders niet meer van elkaar houden, wordt echter vaak jaren later pas zichtbaar: als het kind niet weet hoe een gezonde, respectvolle relatie er uit ziet en onbewust ongezonde partners uitzoekt, omdat die emotionele onveiligheid in de jeugd een vertrouwdheid heeft gekregen.

    Als kind voel je je loyaal aan beide ouders. Als beide ouders ongelukkig in een huis blijven leven, langs elkaar door of ruziënd, voelen kinderen dagelijks deze ongezonde sfeer, de spanning, de ongemakkelijkheid, het ongeloof als er visite komt en er opeens wel leuk gedaan kan worden. Geen gezonde lessen voor een kind van hoe een gelukkige relatie hoort te zijn.

    Scheiden doet lijden, maar ongelukkig getrouwd blijven voor de lieve vrede, het geld of de buitenwereld richt vaak nog veel meer schade aan.

    Deze gaat echter verhuld achter een façade, een masker dat naar buiten toe wordt vastgehouden in de vorm van op elkaar geklemde kaken op de gezinsfoto: even lachen naar de camera jongens, we zijn verdomme een gelukkig gezin.

    Kastjes, muren, bomen en het bos: de zoektocht van ouders voor anders lerende kinderen in het doolhof van mogelijkheden

    In mijn brief “Sorry, lief kind” sprak ik met en over het anders lerende kind. Honderden emotionele reacties van moeders uit alle uithoeken van Nederland waren een gevolg van het moment waarop ik aan de keukentafel simpelweg een eerlijke brief schreef aan het kind in mezelf.

    De moeders van deze anders lerende kinderen hebben het vaak best zwaar: zij leveren dagelijks een strijd om hun kind te laten leren en groeien; een strijd die voor andere moeders wellicht niet in te beelden is.

    De zoektocht is vaak vermoeiend, want: waar moet je naar toe als je kind niet “mee kan met de meute”? Waar begin je? Logopedie? Ergotherapie? Kinderpsycholoog? Naar de huisarts? Een psychiater? Een kindercoach? De keuze is reuze. Vaak veel té reuze zelfs.

    Het web van zorgaanbieders en mogelijkheden is voor de nietsvermoedende moeder vaak simpelweg ingewikkeld. Soms zelfs overweldigend. Niet altijd schakelt de huisarts de juiste hulp in, niet altijd wordt de juiste diagnose gesteld, niet altijd helpt de diagnose ook richting de juiste hulp. Waar mensen werken worden immers ook wel eens fouten gemaakt.

    Terwijl de ontwikkeling op gang komt richting het vinden van de juiste hulp voor je kind, kan deze zich helaas ook tegen je keren. Misdiagnose, van het kastje naar de muur gestuurd worden; moeders en vaders rijden vaak urenlang stad en land af op zoek naar de juiste begeleiding, of dit nu op medisch gebied is of op het gebied van gedragsproblemen en leerproblemen, soms gecombineerd.

    Ik werd bijvoorbeeld eens voor mijn kind naar een organisatie gestuurd die haar zouden kunnen begeleiden met een specifiek leerprobleem. Ik nam verlof, reed er naar toe, praatte anderhalf uur met de mevrouw van die organisatie, waarna we tot de conclusie kwamen dat ik totaal verkeerd terecht was gekomen: zij boden helemaal geen leerbegeleiding, zij boden gezinsbegeleiding.

    Na dat uur wist die mevrouw net zo zeker als ik dat dat niet was wat wij specifiek nodig hadden. Haar collega had toen ik belde ook niet goed geweten wat ze met mijn kritische vragen moest, want ze hadden net een reorganisatie achter de rug en er was een hoop onduidelijkheid. Niets ten nadele van die mevrouw – ze leek me kundig in haar werk – wilde ik als moeder zijnde al niet meer met deze organisatie samenwerken, als zij zelf nog niet eens precies wisten wat hun zorgaanbod was.

    Als ouders moet je tegenwoordig behoorlijk mondig zijn om je staande te houden in de zoektocht naar hulp voor je kind. Meedenken moet je sowieso, dat is je taak als ouder, vind ik.

    Veel ouders zoeken, zoeken, zoeken en zoeken nog eens. Het kind krijgt vaak onderweg diverse labels opgeplakt, diagnoses worden herroepen, wat het taboe rondom diagnoses (in de volksmond etiketjes en labels) helaas ook alleen maar doet groeien. Toch zoeken ouders door, hopend op het moment dat hun kind eindelijk de hulp krijgt die nodig is, op welk gebied dat dan ook is.

    Zorgaanbieders concurreren, reorganisaties binnen grote organisaties volgen elkaar in een rap tempo op en terwijl dat allemaal gebeurt, groeit de onduidelijkheid voor de ouders – en daarmee hun kinderen – alleen maar door.

    Moeders en vaders van Nederland worden “zorgmoe”, juist door die talloze kastjes en muren, het doolhof waar ze vol goede bedoelingen in waren gelopen, maar niet meer uit weten te komen. Dus wat doen we dan? In eerste instantie zoeken we door, blijven we dwalen en hetzelfde rondje door het doolhof herhalen, net zo lang totdat we hopelijk ergens per geluk toch struikelen over de juiste zorgaanbieder. En als dat te lang duurt, doen we wat ieder mens wil als het zich gevangen voelt zonder uitzicht: we vluchten. We willen geen hulp meer zoeken, want het zoeken putte ons uit.

    En als we die juiste hulp eindelijk wel vinden, nou, dan houden we daar stevig aan vast. Een ergotherapeut die ik erg goed vond zei eens: mijn eerste en belangrijkste doel wordt ontdekken: hoe leert jouw kind.

    Hèhè, eindelijk! Eindelijk, dacht ik, eindelijk iemand die zich daar echt in gaat verdiepen. Dat deed hij, en met succes. Ook de logopedist waar we uiteindelijk bij eindigden ging kalm en gestaag te werk, met succes.

    Alleen vond ik het ergens ook best wel verdrietig, want: zou dat niet ook al op scholen moeten gebeuren? Moeten we niet juist meer investeren in de basis? De basis zijnde: het onderwijs en de opvoeding? Het aantal leerlingen per leerkracht? Waarom is de conclusie landelijk nog niet getrokken dat de grens van dertig kinderen in een klas de lat voor leraren én kinderen veel te hoog legt?

    Het probleem van het anders lerende kind komt nu terecht in een doolhof van zorgaanbieders, en waarom? Is dat omdat scholen doorgaans niet voldoende middelen krijgen om ook anders lerende kinderen binnen boord te houden?Is het omdat de klassen te vol zijn en leraren overspoeld worden? Is er niet voldoende geld voor bijscholing van leraren? Of krijgen leraren wel voldoende bijscholing, maar simpelweg niet voldoende tijd om het geleerde ook op individuele basis te investeren?

    Is het omdat ouders goedbedoeld verdwalen in de zoektocht naar hulp, terwijl concrete en praktische informatie voor het opvoeden van een anders lerend kind ook al heel veel problemen kan voorkomen?

    Misschien ligt het antwoord op deze zoektocht wel precies in de wanhoop die zo veel ouders voelen: je ziet door de bomen het bos niet meer, je wilt je kind dolgraag helpen, maar je weet op een gegeven moment simpelweg niet meer hoe. Er is te veel keuze, er zijn te veel experts die allemaal hun eigen mening hebben. Iets met bomen en een bos zien.

    Ik stel me graag een toekomst voor waar alle kinderen, anders lerend of niet, terecht kunnen op één school, in een klas waarin het niet noodgedwongen maar een nummer is, waarin de leerkracht voldoende rust en tijd krijgt om niet alleen in groepsverband, maar ook een op een meer te kunnen praten met het kind.

    Dat laatste wordt overigens helaas nog veel te vaak vergeten: praten met het kind zelf. Zorgaanbieders, ouders en leerkrachten roepen met de beste bedoelingen over het kind heen, wijzen zelfs vaak met de vinger naar de ander. Helaas, want ik als ouder zie bij de gesprekken over ons kind gelukkig uitermate betrokken professionals die niet alleen beroepsmatig maar ook persoonlijk het beste met ons kind voor hebben.

    Ik vraag me te midden van al die bomen, bossen, kastjes en muren af, wie tegenwoordig nog er aan denkt om aan het kind zelf te vragen wat het nodig heeft.

    Anders lerende kinderen zijn vaak namelijk uitermate eerlijk en creatief, maar als ze de vraag niet krijgen, zullen ze wellicht zelf ook niet altijd met een antwoord komen.

    Als je er naar vraagt, zullen de antwoorden gegarandeerd verbazen, vermoed ik zomaar.

    Help SOS wij hebben een terreurkitten

    Ik liep de gang in en ontdekte dat ons kleine terreurkitten Mimi met hele belangrijke zaken bezig was: Het eeuwenoude traditionele spel van Kat en nepMuis. nepMuis is, tja, nep, maar dat vindt Mimi helemaal niet zo erg. Ze speelt er immers mee alsof hij echter dan echt is.

    Als Mimi met nepMuis speelt, dan haalt het hele huishouden even opgelucht adem. Haar spelletjes met hem geven ons zeg maar wat ruimte en lucht, want sinds ze bij ons woont is de sfeer in huis wat veranderd.

    Ook speelt ze goddank nog haar dagelijkse spelletje OHMYGODIKHEBEENSTAART. Dat is een van haar minder gevaarlijke spelletjes, voor ons dan. Of het spelletje “sjoelen met de brokken van de hond”. Dan pakt ze brutaal een brokje uit de voerbak van de hond, die op zijn aller simpelst er naast staat te kijken want hij heeft last van zijn eigen trauma genaamd OHMYGODDEKATHEEFTNAGELSDIEMIJNNEUSPIJNDOEN. Die weet inmiddels wel beter dan dat hij ons terreurkitten gaat tegenhouden.

    Zij is de baas en dat weet hij. Zij weet dat ook. Ook Kind weet inmiddels dat ons huiskitten de baas is, want die loopt “écht niet meer” op blote voeten rond, sinds haar tenen plots bruut werden aangevallen van onder de bank tijdens een kittenterreur ambush.

    Ja, als ik er zo over nadenk heeft Mimi eigenlijk wel het hele huishouden een beetje onder controle. We gaan nog net niet te gebukt onder de angst, maar je voelt het zoals gezegd wel een beetje in huis hangen.

    Niemand weet wanneer de volgende weer aan de beurt is, dat maakt het nog het akeligst eigenlijk. Wie zal het zijn? Zal het de hond zijn, wiens neus een veeg met nagels krijgt? Zal het de kerstboom zijn? Zal het een onaangekondigde beklimming zijn van mijn been, waarbij haar vlijmscherpe nageltjes zich door mijn jeans haken? Zal het de hand van Kind zijn, of een ritssluiting? Je weet het nooit, wie de volgende is.

    Je ziet het ook eigenlijk al hè, aan haar onverschrokken blik. Als je die al te zien krijgt, want vaak verblijft ze in haar schuilplaats, van waar uit aanvallen worden gepland.

    Wij liggen er soms wakker van.

    Het leek zo leuk, een kitten. Maar eh, ja, nou, wij vinden het vooral spannend.

    De hond is ook vaker verdrietig, want zelfs zijn speeltjes zijn niet meer helemaal van hem. Soms wil zij er mee spelen, gewoon, zodat hij lijdzaam moet toekijken.

    Als ze moe is van het terroriseren van het huishouden, dan kunnen we allemaal ontspannen. Dan kruipt ze op schoot en knort ze alles bij elkaar. Dan wil ze aaitjes. Die geven we haar dan ook, uiteraard, want tja, we willen haar met zijn allen immers vooral niet boos maken.

    Ontplofte kinderkamer 

    Mijn telefoon roept dat ik een whatsapp heb. Ik open het scherm.

    “Zeg!!”

    Het is vriendin Kim die aan de andere kant van het land woont. 

    “Zeg het eens?”

    “Had je me niet even kunnen waarschuwen?”

    Ik vraag me snel af waarvoor: dat het woensdag is? Dat de wintertijd in is gegaan? Dat Trump niet aan de macht had moeten komen?

    “Eh, waarvoor?” antwoord ik voorzichtig. 

    “Nou, jouw kind is vier jaar ouder dan mijn kind. En ik wist dus niet dat dit zou gebeuren als kinderen alleen boven spelen!”

    Prompt volgde er een foto:


    “Aha, je hebt ze alleen boven laten spelen!” stuur ik terug, nadat ik een beetje tot bedaren ben gekomen van het lachen.

    “Ja! Ik dacht ik kan wel even buurten met die moeder beneden!”

    Oh, die onschuld. 

    “En kijk!” 


    “En er ligt een halve zandbak in het bed van onder hun schoenen! FML!”

    “Oké, listen up.” stuurde ik terug. “Drie basis regels bij speel afspraakjes: 1. Schoenen uit beneden aan de trap, 2. Kwartier voor einde speeltijd samen opruimen en 3. Kostbare spullen vooraf weg zetten.” 

    “Oké, Thanks. Maar eh, kun je geen handboek maken ter voorkoming van toekomstige rampen?”

    “Dat zou ik kunnen doen, maar dit is toch veel leuker?” 

    Ze heeft me daarna niet meer terug geappt. Vast omdat ze bezig is met opruimen. 

    Vraag NOOIT aan een vrouw of ze zwanger is!

    Nee, het is nooit, ik herhaal NOOIT een goed idee om aan een vrouw te vragen of ze zwanger is. Voor diegenen die zich afvragen waarom: Luister. Als een vrouw inderdaad zwanger is, is er een reden dat ze het jou nog niet heeft verteld. Misschien heeft ze eerder wel al eens een miskraam gehad en is ze bang om het te vertellen, of wil ze gewoon wat langer wachten. Hoe dan ook; je hebt er niets mee te maken en als ze het wil delen, dan doet ze dat vanzelf wel.

    Als een vrouw niet zwanger is, dan heb je grote kans dat je haar zojuist enorm beledigd hebt met je ongevraagde bemoeienis. Ja, zo werkt dat bij veel vrouwen. Daarbij zijn er vrouwen die na de bevalling nog een tijdje (in mijn geval, bijna acht jaar, maar daar hoeven we het niet over te hebben, haha) nodig hebben om weer even back in shape te komen. Hoe dan ook: be-moei-je-er-niet-mee!

    man-couple-people-woman

    Ik heb de beruchte vraag zelf gelukkig nog nooit gekregen, maar ik ken slankere vrouwen in mijn omgeving die ‘m wel kregen, bijvoorbeeld doordat ze een wat holle rug hebben, een paar kilo’s aangekomen waren na de kerst, of omdat ze toevallig een opgeblazen dag hadden. Naast het feit dat je er al buitenstaander niets mee te maken hebt, kun je met deze bemoeizuchtige en ongepaste vraag ook nog eens een heel gênant moment creëren voor jezelf, met een rotgevoel voor de dame in kwestie aan wie je de vraag stelt. Enige manier om dit te voorkomen: Gewoon. Nooit. Vragen! 

    WAARSCHUWING: denk GOED na voordat je een fidget spinner koopt!

    fidget-spinner-redOpeens verschenen ze o-ver-al: De fidget spinners. Een klein stukje concentratieverhogend speelgoed (alhoewel ik u kan vertellen dat mijn dochter niet geconcentreerd met haar boek bezig kan zijn terwijl ze één spinner op haar voorhoofd balanceert en de ander op haar schoen), dat opeens in ieder huishouden te vinden is.


    “Wat een onzin is dat nu weer.” dacht ik. Totdat de buurtvriendjes van mijn dochter een korte maar effectieve demonstratie gaven, met totaal niet onopvallende hints van mijn dochter er bij.

    Nou, vooruit. Eentje kan geen kwaad. Dacht ik. Dus ik kocht nietsvermoedend zo’n ding voor zes euro. Maar lieve ouders: PAS OP. Denk goed na voordat je zo’n ding in huis haalt. Er schuilt namelijk wel degelijk gevaar in die kleine rond draaiende dingen!!
    Zoals dat ik al twee avonden niet toe ben gekomen aan de afwas, bijvoorbeeld, omdat ik tijdens het Netflixen totaal afgeleid werd door het fidget spinnen. Vooral het balanceren op mijn duim gaat steeds beter. Op mijn dikke teen lukt helaas nog steeds niet.
    Ik geef het eerlijk toe: ik speel met de fidget spinner als Dochter slaapt. En het is ook nog leuk ook. Behalve als je hem per ongeluk volop draaiend tegen je wang houdt, bij wijze van experiment. Dat is minder leuk. 

    Het wordt dan wel concentratiebevorderend genoemd, maar ik heb een stapel afwas, een niet gedweilde keuken en een al ruim twee dagen stof vangende vloer die u anders zullen vertellen. 

    Aan het typen…

    downloadfile-34.jpegAan het typen…
    Aan het typen…
    Aan het typen…

    Al zeker drie minuten zag ik dat ze aan het typen was, maar er kwam nog steeds niks. Ik verwachtte inmiddels minstens een heel lang en smeuïg verhaal. Wat ik kreeg, na ruim vier minuten wachten?
    “Ik ben de was aan het doen.”
    Oh. Thanks, moeder. Ik dacht ondertussen dat er iets spectaculairs onderweg was, dus dat viel ietwat tegen.

    Mijn oma (zaliger) had eens een computer cursus gedaan, samen met opa (zaliger). Opeens kreeg ik regelmatig een email van oma. Oma had echter haar scherm instellingen op slechtzienden staan, waardoor ze typte in Arial 400. Best lastig lezen zo, een letter per A4 pagina.Toch las ik haar e-mails heel graag.

    Opa belde na die cursus wel eens, over computer problemen. Of ik wist hoe Powerpaint werkte. PowerPoint? Vroeg ik. Nee, Powerpaint. Maar opa, het is of PowerPoint, of Paint…Er bestaat helemaal geen Power… oké. Goed.
    Ga naar de rechter bovenhoek en zoek het kruisje.
    Te lief.

    Enfin.
    Er is natuurlijk in korte tijd ook veel veranderd.

    Soms moeten we ook accepteren dat er nu eenmaal mensen zijn die niet zo mee gaan met de nieuwste en snelste technieken, want ooit zijn we zelf ouder en houden we het ook allemaal niet meer bij. In het vervolg ga ik gewoon even de was vouwen als ik “Aan het typen…” zie. Doe ik ook iets nuttigs met mijn tijd.

     

     

    Zwaar leeefuh – Must watch liedje voor pessimisten, notoire klagers en beroepsazijnzeikers! (en mensen die dat niet zijn)

     

    Ken je dat lied, van Brigitte Kaandorp, ik heb een heel zwaar leven? Ik ben er zo dol op.

    Op sommige dagen, waar op alles lijkt tegen te zitten, zet ik dit lied op.

    Het is zo overdreven en hilarisch, hoe ze zwelgt in zelfmedelijden (“…en dan lig ik in mijn grafffff…. en dan denk ik, gelukkig is het af…”), hoe ze er bij kijkt (lodderig), hoe lang ze de woorden rekt, dat je vanzelf zo hard moet lachen dat je dag alweer mee lijkt te vallen.

    Dochter kent het lied inmiddels ook. Als ze bijvoorbeeld boos op me is om de zeer logische reden dat het beláchelijk is dat ze geen snoep van me krijgt om negen uur ’s ochtends, dan verzucht ik “Ik heb een héél zwáár leeefuuuuuhh, nee maar echt waar… moeilukmoeilukmoeilukmoeiluuuuuuuuuk..”.

    Ja, ik ben zo’n irritante moeder.

    Maar ik mag dat, want ik heb ook een zwaar leefuh.

    Basisdingen om te voorkomen dat je je kind opvoedt tot professioneel hufter.

    Er zijn een aantal dingen die je als ouder kunt doen, om er voor te zorgen dat je kind later geen onnoemelijke rothufter wordt. Het lijkt voor de hand liggend, maar toch.

    Dankjewel en alsjeblieft 

    Van onschatbare waarde. Als iemand zegt “doe mij eens friet” zal ik niet snel geneigd zijn om te gaan rennen. “Mag ik alsjeblieft …” klinkt een stuk vriendelijker, het kost niets en het opent deuren die anders gesloten blijven. 

    Dankjewel zeggen is ook al zoiets, dat sommige kinderen tegenwoordig niet meer lijken te kennen. Blijf er op hameren dat je kind netjes dankjewel zegt; het hoort bij de basis van beleefdheid en ze hebben er de rest van hun leven profijt van, als ze in de grote mensen wereld verder willen later.

    Bescheidenheid

    Je bent niet meer of beter dan een ander. Dus ook je kind niet. Voorkom prinsessen en prinsen syndromen en zorg ervoor dat je kind bescheiden is en vooral dat het leert niet neer te kijken op anderen, hoe anders het ook denkt dat ze zijn. Niemand is meer waard dan een ander. Nooit.

    Zerotolerance beleid voor pesten

    Hoe zeer ik ook van mijn kind houd, als ik er achter zou komen dat het andere kinderen zou pesten, dan zwaait er wat. Natuurlijk denk je in eerste instantie altijd, dat doet mijn kind toch niet? Maar als dan blijkt dat je kind dat toch echt wel doet; grijp in. Je kunt hier niet de oogkleppen voor op doen, hoe lief je je kind ook hebt.

    Niet wijzen in het openbaar

    Het lijkt heel simpel, maar dat is het niet. Kinderen merken snel op als er iets anders is dan anders, en zijn geneigd dan te wijzen of te staren. Leer je kind zo vroeg mogelijk dat het niet netjes is om te wijzen, al is het maar omdat dat heel onprettig is voor de persoon waar naar gewezen wordt (die weet immers misschien niet eens waarom je kind wijst).

    Telefoon of tablet 

    Als je een telefoon of tablet hebt, wil dat niet zeggen dat dat je vrijpleit van enige sociale interactie. Prima als kinderen zo’n apparaat bij zich hebben als ze ergens heel lang moeten wachten of op een verjaardag met alleen maar ubersaaie volwassenen (boring!), maar zorg er voor dat je kind wel nog echt antwoord geeft wanneer hem of haar iets gevraagd wordt, dat er nog fatsoenlijke begroetingen uit komen en dat er interactie blijft. 

    Anders heb je zo’n suf zombie kind, dat later niet kan netwerken voor zijn carrière, of dat heel veel spijt krijgt, van te weinig gesprekken met oma. 

    Eigenlijk zijn al deze punten zo voor de hand liggend als maar kan zijn. Toch denk ik, dat het niet verkeerd is om het de wereld in te slingeren. Je weet wel, voor het geval dat. 

    NINJAKINDEREN (je hoort ze nooit aankomen)

    Kinderen hè. Die hebben een gáve. Het is de gave van de aanwezigheid. Want, echt hè. Ze zijn er altijd, overal. Waar je ook gaat. Als een soort ninja’s besluipen ze je op de meest onverwachte momenten. Ongehoord.
    Als ik bijvoorbeeld mezelf eindelijk eens een lekker koekje wil gunnen, en er is er nog maar één van, dan kan het natuurlijk eens zo zijn dat ik denk; sorry hoor, vandaag is het mama-time, die laatste is dit keer gewoon voor mij.

    Even daarvoor had ik nog gecontroleerd; Kind zat nog met half open hangend mondje gehypnotiseerd televisie te kijken, al zeker een half uur. Me veilig wanend sloop ik naar de keukenkast, waar ik behoedzaam en geruisloos de kastdeur opende en als in een mission impossible film de doos koekjes richting aanrecht verplaatste, en BAM: naast me stond Kind, als uit het niets verschenen op ninjasokjes, verontwaardigd naar mijn koekje te kijken. “Voor mij?”

    Girl Watching the Cake on White Ceramic Round PlateEen goede moeder zou dan natuurlijk lieflijk glimlachen en zeggen “Natuurlijk, schatje.”. Maar ik, als soms wel oververmoeide, dietijdvandemaandoverlevende alleenstaande moeder, moest daar dan toch echt even over nadenken. Want, natuurlijk, je kind is je alles en zo. Maar, van de andere kant, CHOCOLA.

    Vertwijfeld stond ik me af te vragen waar Kind toch dat zesde zintuig vandaan haalt als het om lekkers gaat. Van de andere kant groeide mijn respect voor haar, terwijl ze standvastig deelnam aan de langste staredown van haar leven, hier in de keuken. Het koekje bleef tussen ons in liggen, de wedstrijd van de langste adem was begonnen.

    Na een tijdje keek ze op van het koekje, keek mij aan en zei “Weet je wat, ik breek hem, en dan mag jij het grootste stuk. Want precies doormidden lukt me toch bijna nooit. Is dat een oplossing?” Ik knikte, aaide haar over haar hoofd en sprak mezelf van binnen vermanend toe, want ik hoopte in mijn hoofd op een heel groot stuk. Daarna bedacht ik dat ik haar wel probleemoplossend denkvermogen bij breng op deze manier, en voelde ik me iets minder slecht, met mijn 60% koekje.

    Leerkrachten, jullie zijn Bazen!

    pens, school, colorful

    Ze krijgen tegenwoordig de meest uiteenlopende problemen voorgeschoteld; leraren en leraressen. Waar vroeger de leerkracht meer op een afstand stond, is hij of zij tegenwoordig veel meer betrokken bij kinderen en hun ouders.

    Diagnoses, onderzoeken, rugzakjes, speciale behandelingen, dyslexie, concentratieproblemen…. Met de betere manier van onderzoeken en diagnoses stellen worden (gelukkig) steeds meer kinderen op tijd gediagnosticeerd. Maar met deze diagnoses komen ook extra taken. Extra uitleg.

    In het kader van passend onderwijs proberen scholen zo goed mogelijk het onderwijs aanbod aan te passen aan de behoeften van het kind. Waardoor leerkrachten veel flexibeler moeten omspringen met de wensen en behoeften van het kind. En dan te midden van een (vaak volle!) klas met 25 kinderen of zelfs meer.

    Ik moet zeggen, ik heb er veel respect voor. Leerkrachten krijgen geen tonnen salaris voor hun werk, maar zij doen het vaak wel vol overgave en met oog voor de kinderen.

    Ze horen de verhalen aan, troosten bij verdriet, moeten altijd up-to-date blijven qua vakkennis, hebben vaak na schooltijd nog tig uren werk aan vergaderingen en toetsen beoordelen, ze bemiddelen bij conflicten en moeten tussendoor ook nog er voor zorgen dat ze genoeg kennis overbrengen op onze kinderen, zodat ze klaargestoomd worden voor de toekomst. Ga er maar aan staan.

    En of het nu de meest dankbare job ter wereld is…? Vaak wordt bij problemen direct met het verwijtende vingertje richting leerkracht gewezen. Ik vind dat niet terecht. Ga jij maar eens een hele werkdag voor een grote groep kinderen staan met allemaal verschillende karakters, en zie dat maar eens de hele dag onder controle te houden.

    Natuurlijk gebeuren er dingen buiten hun zicht, simpelweg omdat ook leerkrachten geen ogen op hun rug hebben.

    Ik vind dat men wel eens vaker wat waardering voor leerkrachten mag uitspreken. Dus heeft jouw kind zo’n fijne juf of meester / leerkracht? Laat het ze ook eens weten. Ze krijgen al genoeg ellende te horen, een keer een compliment is ook fijn. Ze zijn immers ook sleutelfiguren in het klaarstomen van onze kinderen voor de toekomst.

    Hoe weet je of je een goede moeder bent?

    Elke moeder vraagt het zich wel eens af; ben ik een goede moeder? Zeker op de dagen waarop je wallen je knieën bereiken, je geduld nog maar minimaal aanwezig is en je het gevoel hebt op je tandvlees te lopen.

    Een goede moeder zijn heeft niets te maken met alles kunnen kopen voor je kind. Ook niet met een perfect gepoetst huis. Merkkleding (leuk hoor) zijn ook geen garantie. Een goede moeder zijn heeft ook niks te maken met het perfecte plaatje. Dat perfecte plaatje bestaat namelijk helemaal niet. Want nergens is het perfect. Zelfs niet bij die ene moeder, die alles altijd zo onder controle lijkt te hebben.

    Een goede moeder ben je, als je je af en toe afvraagt waar je in godsnaam mee bezig bent. Als je af en toe denkt: ben ik wel een goede moeder?
    Want juist dat bewijst dat je het als moeder graag zo goed mogelijk wil doen voor je kind.

    Een goede moeder heeft ook wel eens een slechte dag, een slechte week of een rot humeur. Een goede moeder verliest ook wel eens haar engelengeduld. En een goede moeder zegt ook sorry als ze iets verkeerd heeft gedaan.

    Want guess what: juist daarvan leren kinderen. Kijk, mama is ook niet perfect, mama heeft ook wel eens angst of een rotdag of verdriet. Dus als mama dat kan, mag ik dat ook. Mama zegt sorry als ze een fout maakt, en dat maakt haar juist menselijk.

    Laatst was ik in een speeltuin met dochter. Er doemde een super hoge glijbaan met matjes voor ons op. “Toe, ga je mee mama?”
    Maar deze mama heeft een ietsepietsie klein beetje heul veul last van hoogtevrees.
    “Uhhh…”
    “Kom op mama, je kunt het wel hoor!” moedigde haar stemmetje me aan. “Het lijkt nu misschien eng, maar het is echt heel leuk!”
    Zeg daar maar eens nee tegen.

    Dus daar ging ik, van de hoge glijbaan met mijn matje. Zij ging voorop. “Ik kom er aan!”  zei ik met bevende stem.
    En daar ging ik.
    Wat ik niet wist, was dat zo’n pokke-hoge glijbaan echt pokkesnel gaat. Dus ik gilde. En ik gilde hárd.
    Als een gillende keukenmeid kwam ik met een rotvaart ter aarde.

    “Mama, je moest er van gillen hè!” zei dochter verrukt.
    “Ja, ik vond het best spannend.” probeerde ik nog cool.
    “Ik ben trots op je hoor, mama. Maar jij zegt ook altijd; van proberen kun je leren en dat heb je nu ook gedaan!”

    Samen liepen we verder. Ik was zelf ook best trots. Imperfecties maken de moeder.

    Zwangere buik aanraken? Can’t Touch This!

    Het is alweer een hele tijd geleden dat ik zwanger was van ons kind. Maar wat ik me nog maar al te goed herinner, is hoe versteld ik er van stond hoe veel mensen aan je buik dachten te mogen zitten.
    En gek genoeg waren dat niet eens mijn vriendinnen of mensen die dicht bij me staan, maar vaak zelfs vage kennissen, toevallige voorbijgangers en collega’s. Nu weet ik niet hoe het met jullie zit, maar ik ben best wel gehecht aan mijn personal space. Natuurlijk, ik knuffel mijn naasten en goede vriendinnen graag. Maar van vreemden wil ik toch eerst wat meer weten, alvorens ze fysiek toenadering mogen zoeken.

    Ik begrijp dat zo’n uitpuilende buik (zeker die van mij, ik leek wel een drieling te dragen!) uitnodigend is. Een soort fysiek uithangbord. En ik vond het helemaal niet erg als mensen iets zeiden of vroegen over de zwangerschap. Maar dat aanraken, dat hoefde van mij nou ook weer niet. Er was zelfs een collega die het leuk vond om me telkens te verrassen door me van achteren te besluipen, en dan opeens die twee handen op mijn buik. Uh. Pardon?

    Er waren ook mensen die mijn loopje gingen na doen. Vonden ze grappig. Waggel, waggel, waggel. Hilarisch hoor, althans dat vonden zij. Ik niet zo. Ach ja.
    Als er vrouwen in mijn naaste omgeving zwanger zijn, voel ik ook wel die behoefte om er even een hand op te leggen. Maar wetende dat niet iedereen daar zomaar van gediend is, vraag ik het altijd even van te voren. Wel zo netjes, toch?

    Aan de starende volwassene – ja, mijn kind is anders!

    people, child, boyIk zie de statussen op mijn tijdlijn voorbij komen, over kinderen met speciale behoeften. Misschien lijkt het weer zo’n kettingstatus waar niemand iets aan heeft, maar ik begrijp dat mensen die status kopiëren en op hun tijdlijn zetten. Kinderen met een handicap – lichamelijk of psychisch – hebben behoefte om geaccepteerd te worden. Precies zoals ze zijn! Want ook al is er veel meer bekend over ziektes, lichamelijke en psychische beperkingen, je zou er van versteld staan hoe weinig mensen daar nog iets over lijken te weten in de praktijk.

    Want ook al denk je misschien dat alleen kinderen ongegeneerd staren naar een ziek kind, een gehandicapt kind of een kind met een mentale beperking; was het maar waar. Volwassenen kunnen er wat van. Kinderen komen in al hun eerlijkheid tenminste vaak nog vragen wat er aan de hand is met het kindje (daar kun je tenminste nog een dialoog mee hebben en uitleg geven), volwassenen staren gewoon van een afstand onbeschaamd naar het kind. En met staren bedoel ik soms ook echt schaamteloos aangapen. Nog net niet (of soms zelfs wel) met open hangende mond.

    Ja. Ja! Onze kinderen zijn anders, meneer of mevrouw die onze kinderen aanstaart. Ze zijn anders, in de fysieke zin of in mentale zin, of misschien wel allebei. Onze kinderen hebben moeilijkheden in dit leven waar u misschien nog nooit van gehoord heeft, of zelf nooit mee te maken heeft gehad. Onze kinderen moeten iedere dag vechten; of dat nu is om te overleven, om de wereld om zich heen te begrijpen of (helaas) om om te leren omgaan met starende mensen zoals u.

    Ja, misschien zien onze kinderen er anders uit. Ja, misschien gedragen ze zich niet exact zoals u dat sociaal wenselijk acht; misschien krijgen onze kinderen midden op de kermis een paniekaanval omdat het geluid te hard is en de prikkels te hard binnen komen. En ja, dat ziet er misschien uit alsof ik een kind heb dat out of control is.

    Maar wat de reden ook is dat dit blijkbaar een soort afkeer opwekkend schouwspel voor u is geworden; voor ons is dit de dagelijkse praktijk. En die afkeuring in uw blik – we zien hem wel! En erger nog, misschien zien onze kinderen het ook wel – snijdt dwars door onze ziel. Want u kijkt zo afkeurend naar onze kinderen, ons vlees en bloed waar wij zo trots op zijn en zielsveel van houden. Onze kleine mensjes die echt niets anders willen dan alleen maar een gewoon kind te zijn.

    Soms staren we net zo lang naar u terug, totdat u enigszins beschaamd uw blik moet afwenden. Maar meestal hebben we daar de tijd niet voor. We zijn namelijk bezig met belangrijkere zaken, namelijk onze kinderen. Het zou u sieren als u in het vervolg met uw starende, afkeurende blik de dichtst bijzijnde spiegel opzoekt en hem daar in stuurt; dan komt hij precies goed terecht.

    Roze wolk? Zeg maar gerust donderwolk! (Persoonlijk verhaal / Gastblog door Susan Schuitema)

    Gastblogger Susan Schuitema heeft een huilbaby. Haar wolk is verre van roze. Ze wil graag haar persoonlijke verhaal delen met andere moeders.

    Een roze wolk? Zeg maar gerust een donderwolk met spoelende regen.
    Zo’n hoosbui waarvan je compleet doorweekt raakt en eerst 3 uur onder de douche moet staan om het weer warm te krijgen. Een hoosbui waarbij je met een grote paraplu rondloopt en nog aan alle kanten nat wordt.

    Een emmer die iedere dag een beetje voller loopt en meerdere malen per week geleegd wordt om weer opnieuw te beginnen met vullen. Hij loopt vol met tranen, tranen van verdriet, van frustratie, van wanhoop en ook van blijdschap.

    De eerste tranen kwamen tegelijk met een luide huil door de operatiekamer, ditmaal van blijdschap. Volledige blijdschap zonder twijfel, trots en opluchting omdat hij er was. De opluchting die je voelt omdat de bevalling eindelijk voorbij is en je kind eindelijk na 9 maanden ongeduld, op de wereld is. Trots op het geluid dat door de ruimte gaat, de harde huil van jouw baby.

    De harde huil die je nu – weken later – zelfs onder de douche nog hoort, terwijl hij toch écht eindelijk ligt te slapen.
    De huil die je zo graag wilde horen al die tijd, waar je naar uit keek toen je nog zwanger was, omdat dat een teken zou zijn van een gezonde baby. Die zelfde huil maakt je zes weken later wanhopig, gefrustreerd, bang, zelfs wel eens boos.

    En dan kun je denken, boos op je baby? Nee, boos op jezelf. Als jij, als enige veilige haven voor je kind, na 9 maanden samen te zijn geweest, je kind niet kunt troosten, wat ben je dan voor moeder? Als je je kind zo gigantisch hard hoort huilen, uren lang, dagen lang, weken lang, dan is het geen roze wolk waar je op je leeft, dan leef je in een storm waarbij de wind af en toe even gaat liggen maar steeds weer terugkomt.

    Iedere minuut van de dag kruipt voorbij, met een donderwolk boven je hoofd die je aan alle kanten probeert te ontwijken. En als het dan even windstil is en je in alle rust kunt schuilen omdat hij eindelijk slaapt, durf je geen stap te zetten uit angst om weer in een zee van tranen te belanden.

    De adviezen die je naar je hoofd geslingerd krijgt, hoe goed bedoeld dan ook: je kunt er op den duur niks meer mee. Probeer je het uit? Natuurlijk. Je probeert alles uit, je bedenkt de gekste dingen als er ook maar 1% kans is dat het zou kunnen helpen. Je cijfert jezelf weg want het enige wat belangrijk is, is hij. Je leeft niet meer van dag tot dag, maar van huil tot huil en van fles tot fles. In de hoop dat de dag snel voorbij gaat en hij de nacht goed zal slapen. Je kijkt uit naar de leeftijd van 6 weken, want dan zou toch alles makkelijker worden? Als met makkelijker bedoeld wordt dat je went aan het huilen en dat je went aan het constant bedenken van nieuwe oplossingen om je kind tevreden te maken, niet dus. De zes weken zijn namelijk bereikt en er staan inmiddels 100 emmers die over zijn gelopen, ik heb al meerdere malen onder de douche gestaan om mezelf weer op te warmen en door te gaan.

    Een grote paraplu van de mensen om je heen die je aan alle kanten proberen te beschermen. Die je proberen op te vrolijken, moed in te spreken dat het allemaal beter wordt en dat je er even doorheen moet. En hoe fijn het ook is, zo’n grote paraplu ter bescherming tegen de regen, je wordt nog steeds aan alle kanten geraakt.

    Je probeert af te gaan op je gevoel, want het is jouw kind dus je gevoel hoort je te wijzen op de oorzaak van zijn verdriet. Aan alle kanten word je weggestuurd door mensen die deskundig zouden moeten zijn. Door mensen die leven via de theoretische paden en er van overtuigd zijn dat dit voor ieder kind zo werkt. En oh wee als je afwijkt van dat ritme en die patronen, dan is dát de oorzaak van jouw ontevreden kind.

    Mensen die je er dagelijks op wijzen dat je wel moet genieten omdat deze tijd zo snel voorbij zal zijn en je het niet weer terug kunt krijgen. Terwijl jij maar denkt, hoezo snel? De dagen kruipen voorbij. En hoezo genieten? Waarvan? Die prachtige roze donderwolk die alsmaar groter lijkt te worden? Dat is niet genieten, dat is overleven. En ja, ik ben dankbaar dat ik zwanger heb mogen zijn, dat ik een kind heb mogen krijgen en moeder heb kunnen worden, maar dat maakt het niet minder zwaar.

    Moeder zijn is leren leven met de verantwoordelijkheid die je hebt voor een wezentje die compleet afhankelijk is van jou. En hoewel je geniet van de momenten dat hij zijn troost wél bij je vindt, en die keer dat hij voor het eerst bewust naar je begint te lachen, nieuwe geluidjes gaat maken of tevreden ligt te slapen, die roze wolk is nog niet voorbij gekomen. Maar, wie weet, heel misschien, zit hij verstopt achter die laatste hoosbui, vandaag of morgen. Zoals ze altijd zeggen, na regen komt zonneschijn. En ergens moet je de hoop blijven houden op een mooie regenboog tussen de zon en regen door, met aan het einde van de lange zware vermoeiende weg, jouw grote pot met goud: een tevreden kindje en dus een tevreden moeder.

    Dus de welbekende roze wolk? Nee, stel je eerder een wolk voor met alle kleuren van de regenboog die staan voor je eigen gevoel. Met alle weersoorten die je kunt bedenken eraan vast. Zon, regen, hagel, storm, wind vanuit alle windrichtingen en inderdaad ook genoeg wolken, maar of ze altijd roze zijn? Absoluut niet.

    Herken jij het verhaal van Susan? Heb jij dit ook meegemaakt met jouw kindje? Hoe ben je er door heen gekomen?

    Anti super food moeders, verzamelt u!

    Nee, nee, nee, nee, nee!
    Ik word er niet goed van, al die artikelen en vingerwijzende betweters, over hun gojibessen en andere super foods. Ik bedoel: kom op man! Ik zocht me laatst helemaal het apezuur naar een pak gewone ordinaire cruesli, omdat ik eerst honderdduizend dozen speciale super food cruesli met bessen, super zaad en godweetwat er in aan de kant moest mikken.

    Kunnen we even met zijn allen normaal gaan doen, ja? Welke moeder heeft nu in vredesnaam tijd om elke dag een lunch box met drie honderd compartimenten vol haver, spelt, speciale super bessen en raw food in elkaar te mikken, zonder zich na verloop van tijd (lees: twee dagen) de haren uit het hoofd te trekken van ellende?

    Dus, nee, nee, nee! Ik doe er niet aan mee. Gewoon, volkoren boterhammen met gezond en oei, ja, soms ook zoet beleg. En meestal krijgt ze een flesje water mee, maar soms ook gewoon ordinair appelsap, in plaats van biologisch geconcentreerd extract van welopgevoede, genetisch verantwoorde appels, die uit zichzelf vrijwillig uit een boom zijn gevallen.

    Ik bedoel, kom op, die kinderen maken tegenwoordig al genoeg mee: het is al erg genoeg dat ze al als peuter de cito toets moeten afnemen. Met al die druk kunnen ze best dat beetje extra suiker gebruiken. Joe!

    Lieve mama!

    Lieve mama,

    Deze brief is voor jou. Ja, voor jou!

    Als ik om me heen kijk naar de moeders in mijn omgeving, word ik zo trots.
    Ze werken, zorgen, regelen, organiseren, troosten, doen alles voor het welzijn van hun kind(eren).

    Vaak zet je jezelf op de laatste plek: dat is begrijpelijk, maar ook zonde. Want mama’s verdienen een standbeeld!

    Al die moeders, die zo veel doorstaan om zwanger te raken.
    Al die moeders, die zware bevallingen doorstaan om hun kind veilig op de wereld te zetten.
    Al die mama’s die hun eigen angsten overwinnen om hun kind lessen te leren.

    Toch zijn mama’s vaak veel te streng voor zichzelf. Doe ik het wel goed, ben ik niet te streng / te inconsequent? Help ik genoeg met huiswerk, zorg ik fysiek goed voor mijn kind? En zo gaat de lijst met twijfels aan het eigen kunnen eindeloos verder.

    Relax, mama. Je doet het goed. Je geeft je liefde, tijd, zorg, je onbetaalbare aanwezigheid. Je bent trots, streng als dat nodig is, de rots in de branding.

    Laat het maar eens gaan, lieve mama: goed genoeg ís goed genoeg. We zijn allemaal niet perfect. Eén geluk: dat hoeft ook helemaal niet.

    Een kind leert ook er van als je een fout maakt, en daarna durft toe te geven dat je het mis had. Een kind leert ook van tegengas; daar gaan ze niet dood van. Een kind leert ook er van, als jij eens moet huilen: mama heeft ook gevoelens; dus mogen die van mij er ook zijn.

    Je hoeft helemaal niet perfect te zijn. Jezelf zijn is meer dan genoeg.

    Liefs,

    een andere niet perfecte mama

    Zo herkent u een moeder!

    Het kan zijn dat u er wel eens onzeker van wordt, als u het moeilijk vindt om moeders te herkennen. Voor die mensen hebben wij onderstaande opsomming geschreven, waardoor u het gros van de moeders moeiteloos er uit zult pikken op de volgende verjaardag / bedrijfsborrel / bijeenkomst.

    Een moeder herkent u in de beginperiode vrij gemakkelijk. De eerste negen maanden draagt ze haar kind namelijk in haar buik, en dat wordt zoals we allemaal weten meestal steeds beter zichtbaar. (Behalve sommige vrouwen met superbijzondere krachten dan, die zulke buikspieren hebben dat ze denken gewoon wat opgeblazen te zijn de laatste tijd, totdat er opeens een baby in het toilet ligt. Maar die zijn er niet zo veel.)

    Pas altijd op met informeren: een vrouw die u feliciteert met haar zwangerschap, die alleen toevallig wat last heeft van opgeblazenheid, zal u dit zeker niet in dank afnemen. Ook vlak na de geboorte is doorgaans geen goed moment om te vragen naar de uitgerekende datum. Omdat die dan al in de verleden tijd ligt, levert dit pijnlijke momenten op, soms ook voor de vragende partij.

    Waar u na de geboorte een moeder meestal aan kunt herkennen, is haar kind. Dat is meestal een miniatuur versie van haar, of van de mannelijke verwekker. Heeft ze dat schattige miniatuur exemplaar toevallig niet bij zich, dan zijn ze vaak toch te herkennen aan bijvoorbeeld een immer gejaagde blik in de ogen, het per abuis snuiten van de neus in een Zwitsal billendoekje, een bijzonder gespierde maxi cosi arm, opgedroogde spuugvlekjes op de schouder of op het decolleté, eventueel wallen tot onder haar knieën of zonneschermen van woezel en pip op de zij – achter ramen van haar auto.

    Groepen moeders zijn ten slotte nog makkelijker te herkennen. U hoeft alleen (stilletjes!) op een gepaste afstand binnen gehoorbereik te gaan staan en te wachten. Als het goed is hoort u binnen tien minuten het woord kinderen / mijn jongste / mijn oudste / spuitluier of consultatiebureau.

    Wilt u een moeder benaderen, maar weet u niet meer hoe haar kroost heet? Begin dan met “Hoe gaat het met jouw schatjes?”. Altijd goed.
    Indien u niet thuis bent in het vakjargon der moeders, strooi dan af en toe eens met “Hoe gaat het met slapen?” of met termen zoals tandjes, opvang, bewerkelijkheid, de kledingmaat, dat kinderschoenen net zo duur zijn als volwassen schoenen, maar nooit op een verwijtende of veroordelende toon.

    Indien u weet dat een moeder pas bevallen is, zegt u liefst bewonderend: “Daar is niets meer van te zien, die zwangerschap!”.

    Gegarandeerd succes.

    Mijn kind is niet de beste!

    Ik weet het, iedereen is trots op zijn kind. En iedereen wil dat van de daken schreeuwen, dat snap ik ook wel. Maar bah, wat word ik er soms naar van, hoe sommige moeders opscheppen over hun kroost. Mijn kind kan al dit, mijn kind ligt al vijftien jaar vooruit op zijn klasgenootjes, mijn kind is superieur en mag nu – met zes jaar – al doorstromen naar het middelbaar onderwijs. Fok of met je wonderkind! Om het maar even netjes te zeggen.

    Wie denk je nou eigenlijk dat je bent, dat jouw kind een of ander superkind moet zijn? Hoe bevalt het jouw kind trouwens, al die verwachtingen die nu al drukken op zijn of haar jonge schoudertjes? En, belangrijker nog: waarom moet jouw kind per se perfect zijn? En, belangrijkerderderder nog: Wat zegt dat over jou? Ben je zo perfectionistisch dat je zelfs je kind hebt omgebogen tot een project dat een goede en voorspoedige doorlooptijd moet hebben?

    “Mijn kind was al met een jaar of anderhalf zindelijk.” Oh, echt? Die van mij kon toen net haar tenen in haar neusgaten stoppen, met haar volgens het consternatiebureau te mollige – maar zeer lenige! – beentjes. Vond ik ook knap.

    “Mijn kind eet al raw food en olijven.”
    Gefeliciteerd, de mijne eet Olvarit macaroni, en die met spinazie kan ze al heel doelgericht op de muur mikken met haar koddige vingertjes.

    Weet je, ik snap het allemaal wel. Ik zat ook te glunderen van trots dat ze zo goed was in puzzelen. Tegelijkertijd vroeg ik me ook wel eens vertwijfeld af of ze ooit nog zou gaan lopen, voordat ze met 19 maanden pas door de woonkamer liep.

    Maar weet je, mijn kind is niet de beste. En ik ben er maar wat trots op. Ze zal in sommige dingen goed zijn en in sommige dingen minder goed. Ze zal fouten maken, vallen, weer opstaan, ze zal geen wonderbaarlijk talent in ALLES hebben. Geen wonderkind. Maar weet je? Juist die dingen die je niet goed kunt, maken dat je nederig blijft. Dat je nieuwsgierig blijft. Dat er altijd in het leven nog iets te leren zal zijn. Lijkt me veel leuker opgroeien, overigens, wetende dat je fouten mag maken en zonder die ouderlijke druk om alles perfect te moeten kunnen.

    Waarom alleenstaande moeders Bazen zijn

    bron: pexels.com
    bron: pexels.com

    In Nederland waren er in 2011 320.000 alleenstaande ouders, waarvan 87% vrouw is: dat betekent dat er ongeveer 278.400 vrouwen in Nederland zijn die hun kinderen alleen opvoeden.

    Ga er maar aan staan: je kind(eren) alleen opvoeden. Het lijkt me loodzwaar. Als ons kind bijvoorbeeld ziek is, en ik trek het even meer niet na slapeloze nacht nummer drie, dan neemt mijn man het van me over. Als alleenstaande ouder heb je die hulp lang niet altijd, of is dat in elk geval niet vanzelfsprekend: Het leeuwendeel komt op jou neer. Dat lijkt me verre van gemakkelijk.

    Maar ook de rest; de dagelijkse verzorging, het huishouden, de administratie, de regel dingen, het naar school brengen en weer ophalen, de doktersafspraken, de begeleiding bij het huiswerk, de tandarts afspraken, gesprekken op school…. de pijntjes, de was, de strijk, de maaltijden die bereid moeten worden.

    Ik herhaal het nog maar eens: ga er maar aan staan. Ik heb er een immens respect voor, die moeders (en ook de vaders!) die deze verantwoordelijkheid alleen dragen. Je moet er stevig voor in je schoenen staan, zowel emotioneel als fysiek.

    Ik ben benieuwd naar de ervaringen van alleenstaande moeders: waar loop je tegen aan, wat zijn de problemen / uitdagingen, wat zijn de mooie kanten?

    Heb je een sociaal vangnet waar je gebruik van maakt om toch ook tijd voor jezelf te creëren? 

    De Boze Doos

    Leuk hoor; zwanger zijn. Allerlei roze wolken, vol verwachting, en zo verder. Zo mag je de Blije Doos gaan halen. Gratis en voor noppes. Geweldig. Dat deed ik dan ook, een aantal jaren geleden, toen ik in verwachting was van mini-me. Spenen, badgel voor je baby, noem maar op. Fantastisch natuurlijk!

    Toen kwam de Kraamdoos. Jippie! Dacht ik nog. Weer zo’n leuke doos!

    Totdat ik hem open maakte. Gigantische reuze-verbanden, watten, dingen waarvan ik niet wist wat het was maar die er veel te medisch uit zagen. En een fles alcohol, maar niet eens drinkbaar.

    Ze zouden er eigenlijk een waarschuwing sticker op moeten plakken, die Boze Doos. Als je nog romantische beelden had van bevallen bij kaarslicht en dolfijnengeboortemuziek, dan spat die zeepbel wel uit elkaar zodra je die doos opent.

    Ontgoocheld kroop ik op de bank met mijn Blije Doos. Nog even Zwitsal snuiven.

    Bloedlijn (gastblog door Dagmar)

    Soms kom ik als schrijfster stukken tekst en verhalen tegen van mensen, en dan denk ik: daar moet je iets mee doen! Zo ook met het verhaal van Dagmar. Haar eerlijke verhaal zal ongetwijfeld herkenbaar zijn voor veel moeders. Wat een talent!

    Gastblog door: Dagmar

    image
    Gastblogger Dagmar

    Bloedlijn

    ‘Ik walg van je.’  De woorden dreunen nog door als nieuwe alweer mijn oren laten suizen.  ‘Ik had veel eerder bij jullie weg moeten gaan……’  Alles in mijn lichaam schreeuwt dat ik moet ophangen, maar ik kan het niet. Iets houdt mijn stem rustig en laat mijn adem circuleren als ik rustig aangeef dat je geen band met je kinderen krijgt door een keer in de week je gezicht een uurtje te laten zien.

    Het heeft allemaal geen zin, aan de andere kant van de lijn blijft de onredelijkheid doorklinken. Het verleden heeft zijn sporen getrokken en ik zou willen dat de toekomst ze niet meer tegenkwam. Als hij dat stukje van mijn toekomst erbij haalt dat sinds kort tot mijn verleden hoort, is de maat vol en flikker ik de hoorn erop.  De zelfingenomenheid van hem die belangrijk wil zijn in plaats van iets belangrijk te vinden, namelijk zijn kinderen, is niet meer belangrijk voor mij. Zo klaar ben ik ermee!

    Als de dag om 6 uur aan mijn nacht trekt, zoek ik op de tast naar mijn gsm en snooze. Het moest verboden worden, denk ik. Mijn lichaam voelt alsof ze net pas is gevallen in het duister van de nacht. Ik krul mezelf nog even in wit als ik me voor de zoveelste keer voorneem om vanavond echt vroeg naar bed te gaan. Al weet ik nu al dat ik dat vanavond alweer vergeten ben. Om half zeven ruil ik mijn warme bed voor warme druppels die mijn lichaam langzaam wakker maken. Als de klok bijna zeven slaat, ga ik op de rand van haar bed zitten en laat mijn vingers door haar blonde krullen gaan als ik haar zachtjes wakker kus. ‘Schatje, wordt eens wakker.’ Ik kriebel haar door de zon gebruinde lichaam en voel mijn hart warm worden als een slaperige lach om haar lippen danst. ‘Hej slaapkopje, is daar iemand?’ Als ze haar ogen opent, weet ik waarom ik de vroege ochtenden stiekem toch fijn vind.

    Ik zie haar zo graag wakker worden en over 20 minuutjes beleef ik hetzelfde ritueel op de andere kamer. ‘Kom opstaan jij!’  Ik maak hun tasjes klaar en smeer ons brood als 5 voor de tv haar broodje eet en ik 3 wakker ga maken. Hij slaapt vaster en heeft zijn tijd nodig. ‘Liefje, wordt eens wakker.’ Hij is nog veel te ver weg om dichtbij te komen dus kriebel ik zijn blote buik. Ik zie een lach op zijn gezicht verschijnen, maar zijn oogjes blijven dicht. ‘Word je een beetje wakker, gaat mama zich even opmaken in de badkamer?’ Hij knikt als óók hij zich nog even in wit krult en driftig op zijn duim zuigt. Een paar minuten later loopt hij slaapdronken de badkamer op, trekt zijn luier uit en gaat op het potje zitten. ‘Morgen lieverd.’ ‘Morgen lieve mama.’ Om twintig voor acht trek ik de deur achter ons dicht om de kinderen naar de opvang te brengen en zelf te gaan werken. ‘Kom je ons weer halen mama?’ ‘Tuurlijk lieffie.’ ‘Echt?’ ‘Ja, echt gekkie.’ Ik vang zijn knuffel en lief zijn hals als ik zie dat zijn lip gaat trillen. ‘Tot straks schatje.’ ‘Doei lieve mama tot de wereld.’ Ik loop naar buiten als hij wordt opgetild door Lisa, zij samen zwaaien, ik een handkusje blaas en nog even omhoog kijk, naar haar boven aan het raam om nog een kusje op mijn hand te laten dansen voor ik het naar boven blaas.

    Zij was ruim twee jaar en hij was amper vier maanden, toen hij ging, zomaar omdat het leven hem te zwaar viel. Hij pakte zijn koffer naast zíjn wiegje, liep langs háár kamer door en bleef hangen in de woonkamer waar hij de woorden niet kon vinden en de oplossing zocht in zijn vlucht. Zijn vlucht die begon toen ik zijn koffer buiten zetten en zijn jas er achteraan liet vliegen want die laatste stap nam hij niet. Geen idee wat hem tegenhield, mijn woorden niet in ieder geval want die lagen als ongelezen letters verspreid door de huiskamer en mijn tranen bevroren op zijn hart. Maar hij was niet mans genoeg om daadwerkelijk te gaan. ‘Als je over de drempel stapt hoeft je nooit meer terug te komen,’ zei ik uiteindelijk met een tong vol gif. Je had hem moeten zien, als een klein kind sprong hij over de drempel van zijn leven terwijl hij vrolijk zei: ’Kijk.’ En weg was hij. Vertrokken in het duister van de nacht.

    De nacht die mijn kinderen nu nog veilig hield, waar hun dromen onschuldig speelden met de sterren, om straks wakker te worden in de dag die hun leven voorgoed veranderde. Haar tranen druppelen op mijn hart als zout in een open wond. ‘Mama, wanneer gaan we nu het vaderdagkado geven?’ Ze vraagt er zelden naar, de eerste twee jaar heeft ze er zelfs helemaal niet naar gevraagd, maar voor vaderdag heeft ook zij driftig zitten knutselen en natuurlijk moet dit kunstwerk worden uitgepakt. Ik weet werkelijk niet wat te antwoorden. Welke stap te nemen, maar het zien van haar verdrietige gezichtje is een klap in de mijne. Hoe leg je een kind uit dat papa haar liefde niet verdient, haar liefde niet waard is.

    Hoe vertel je een kind dat je niet weet wanneer papa weer langskomt. Dat papa de confrontatie gewoon niet aan kan, liever zijn kop in het zand steekt. Hoe vertel je een kind dat je haar wilt beschermen tegen het verdriet dat hij haar steeds doet door langs te komen, maar sneller dan de wijzers van de klok draaien weer te gaan. Ik neem haar op mijn schoot en veeg haar traantjes weg als mijn liefde een afdruk op haar wang achterlaat. ‘Weet je nog dat Alex niet zo lief was voor mama en mama verdrietig was?’ Ik zie de uitdrukking op haar gezicht veranderen als ze zelf haar laatste traantje wegveegt. ‘Ja,’ zegt ze als ze dichter tegen me aankruipt. ‘Hij moet uit zichzelf komen lieverd. Hoe graag ik het ook anders voor je zou willen zien, hij moet het zelf doen.’ Ze weet heel goed wat ik bedoel want ze noemt hem niet voor niks Alex, maar de drang naar haar vader, gaat dwars door mijn moederhart. Op weg naar huis voel ik de drukte van de werkdag in mijn lichaam hangen, maar als ik op de opvang aankom en hij me in de armen valt, lijkt alle drukte verdwenen, al weet ik dat er snel een andere drukte voor in de plaats komt.

    We lopen samen naar boven om haar achter de voetbaltafel uit te halen. ’Nog een goal mama.’ ’Nee schatje, mama wil naar huis, ik moet koken.’ In de auto vertellen ze over hun dag en benadrukt hij dat hij lief is geweest en niet in de hoek heeft gestaan, de boef. Terwijl het eten suddert, spelen zij en laat ook de drukte van de dag zijn sporen na in hun lichaam. Ze zijn lastig en druk en het valt niet mee ze aan tafel te houden. ‘Mama je moet me helpen.’ ‘Mij ook mama.’ Ik zucht als ik ze moedeloos aankijk. ‘Lieverds, mama moet zelf ook eten en hoe oud zijn jullie? Kom eten nu.’ ‘Nee, jij moet helpen,’ zeggen ze in koor. Ik geef me over want ik ben te moe voor een lange zit daar waar de avond met hen al zo kort is en het badje roept.  Ik wikkel haar in een handdoek als hij op zijn billen rondjes in bad draait op de laatste schuimkraagjes. ‘Kiki lieverd, blijf nu even staan zo kan ik je toch niet afdrogen! Ze dollen samen, niet in de gaten hebbende dat ik er dol van word. ‘Kiki! Blijf nu even staan! Dank u!’ 

    Daar waar ik hem vanmorgen als laatste wakker maakte, stop ik hem nu als eerste in. ‘Ga je lekker slapen liefje,’ zeg ik als mijn handen door zijn haren gaan en ik zijn dag weg kus. ‘Slaap lekker lieve Kaja.’ ‘Slaap lekker lieve mama tot de wereld,’ fluistert hij liefjes als ik zijn kamer verlaat.  ‘En jij dame, ga jij ook lekker slapen,’ zeg ik als ik op de rand van haar bed ga zitten. ’Nog heel even vertellen mama en kriebel je dan op mijn buik? Vind ik zo lekker,’ zegt ze als ze haar pyjama omhoog trekt. ’Heel even dan.’ De glimlach op haar gezicht en de twinkeling in haar ogen laten even iets langer worden. ‘Kom kletsmajoor, slapen nu.’ Ik kus ook haar dag weg en fluister haar mooie dromen toe. ‘Tot morgen lieverd.’

    Een bloedlijn, hij zit er voor het leven en met een reden. Je kiest er samen voor je bloedlijn te delen en vanaf dat moment zal je het bloed moeten laten stromen, onvoorwaardelijk. Ik weet dat het belangrijk is dat mijn kinderen zich niet afgewezen voelen, dat ik de lijn naar hun vader openhoud ook al is hij degene die hem steeds afsnijdt. Ik wil niks liever dan hun moeder én vader zijn, maar er is er maar een die, die laatste rol kan vervullen en dat is hij, al is het maar in de wetenschap dat hij er is en dat ze hem kunnen bereiken als ze dat zouden willen. En ook al rept mijn jongste er nooit met een woord over, ik weet dat ook hij de behoefte heeft.  Ik kom zelf uit een warm en liefdevol gezin en had niks liever gewild dan mijn kinderen te omringen met dezelfde onvoorwaardelijke liefde, geborgenheid, en warmte van een thuis, van een gezin, van een papa en een mama, maar het liep anders, het liep zoals het leven soms loopt en ik kon er niks aan doen toen het uit elkaar viel in ontelbaar kleine stukjes.

    Toen ik nog niet zag hoeveel stukjes het waren, heb ik nog geprobeerd ze te lijmen, maar ze waren te scherp, ik bleef mijn vingers er aan snijden en de stukjes zonder scherpe randjes bleven gewoon niet meer plakken.  Ik weet, zie en voel dat mijn kinderen gelukkig zijn en dat ik in mijn eentje een heel eind gekomen ben om ze wél een gezin te bieden, een warm thuis waar ze zich geborgen voelen en waar de liefde dagelijks onvoorwaardelijk stroomt.

    Nu rest me nog het stukje om de band naar hun vader open te houden. En God weet hoe moeilijk dat soms is, maar voor hen zet ik alles opzij, laat ik het bloed stromen ook daar waar het klontert. Dus daar waar ik vond dat het bij hem lag, leg ik het weer terug bij mezelf en zal ik haar laten bellen als ze weer naar hem vraagt ook al is het inmiddels 6 maanden geleden dat híj naar zijn kinderen vroeg….

    Dagmar

    Droomkind.

    Daar sta ik dan. In de supermarkt, oververhit, met achter en voor me twee perfecte mama’s met perfect luisterende kinderen. Mijn kind daarentegen hangt vast met haar voet achter een railing langs de kassa, omdat ze niet stil kon staan. Wat ze overigens nooit lijkt te kunnen: stil staan.

    Hoe doen andere moeders dat, hun kind vooraf drogeren of zo? Nah, dat zal wel niet. Terwijl ik de zweetdruppels van mijn voorhoofd veeg, probeer ik met mijn andere hand Kindmens te bevrijden uit benarde positie nummer 36. Benarde positie nummer 36 van vandaag, ja.

    Maar als ik dan weer eens struikel over mijn eigen voeten op een verder recht oppervlak, dan weet ik het. Of als ik weer eens tegelijkertijd aan het stofzuigen en afwassen ben. Of als ik mijn telefoon weer eens tegenkom in de koelkast. Als ik me hardop afvraag waarom ze de hele dag door aan een stuk door praat, antwoordt echtgenoot met een sarcastisch “Ja, hoe zou dát nou kunnen hè?”

    Dan dringt het tot me door. Ze lijkt gewoon op mij, het arm schaap. Ze wil alles mee krijgen, alles tegelijk doen. Een rij voor de kassa is voor haar geen rij voor de kassa. Die gang is voor haar een speel paradijs met dingen waar ze op kan klimmen. Ze praat de hele dag, om de wereld om zich heen te begrijpen. Zo doet ze dat.

    Natuurlijk leg ik haar grenzen op. En natuurlijk moet ze op sommige momenten gewoon bij de les blijven. Maar een dromer is ze al van baby af aan. Dat zal ze ook altijd blijven. Gelukkig maar.

    Hoe een Bugaboo advertentie zich de woede van moeders wereldwijd op de hals haalt

    De bugaboo reclame foto die tot een hoop verontwaardiging leidde bij moeders wereldwijd.  Bron foto: adweek.com
    De bugaboo reclame foto die tot een hoop verontwaardiging leidde bij moeders wereldwijd.
    Bron foto: adweek.com

    Bugaboo dacht haar potentiële klanten aan te spreken door het top fitte, strak uitziende model Ymre Stiekema te laten rennen achter hun kinderwagen in het Nederlandse Vogue Magazine. 

    Ze konden er niet verder naast zitten.

    Het internet stroomde vol met verontwaardigde moeders. Naar mijn mening is dat wel terecht, want laten we eerlijk zijn: zo strak ziet de gemiddelde kersverse moeder er echt niet uit. Daarbij ziet het kindje in de kinderwagen er een beetje uit alsof het door alle G-krachten achterover gedrukt zit in de kinderwagen; lijkt me nou niet bepaald genieten van de uitzichten om je heen, als mama zo hard rent dat je niks in je op kunt nemen. Maar goed, ik kan niet oordelen over de moeder-kwaliteiten van het model, dus dat laatste is enkel een aanname.

    Maar, Bugaboo, kom op. Jullie weten toch hopelijk ook wel, dat de gemiddelde moeder er niet zo strak en gespierd bij loopt? Misschien zouden we dat wel willen, he, maar we zitten met een paar minuscule obstakeltjes, zoals genetische aanleg, chronisch slaapgebrek, en dat soort dingen. Daarbij; al zouden we zo’n figuur hebben, dan zouden we nog niet snel in zo’n inimini bikini gaan rond rennen achter de kinderwagen.

    Want, A) zo’n bikini lijkt me niet comfortabel (plus, waar laat je de spuugdoekjes, je huissleutel en je los hangend vel?) Ze heeft ook nog eens geen babytas bij zich. Nu weet ik niet of haar kind over dezelfde geweldige genen beschikt als moeder, maar mijn kind heeft altijd te pas en te onpas haar luier vol gemaakt op de meest ongemakkelijke momenten. Er dus van uit gaande dat ze in die bikini allerlei magische vakjes heeft zitten voor haar telefoon en haar sleutels, snap ik dan nog steeds niet waar ze haar luierdoekjes, luiers, snoetenpoetsers en reserve fles heeft gelaten.

    Daarbij zie ik ook geen reserve parka; en iedereen weet dat het in Nederland nooit slim is om zonder je regenlaarzen en parka de deur uit te gaan. Ook niet in juli.
    En dan nog iets; als ze gaat zwemmen, want daar ga ik wel van uit gezien de bikini, dan had ze nog veel meer bij zich moeten hebben. Zwembandjes, zonnebrand crème voor baby’s en volwassenen, handdoeken en crocs voor in het zwembad. Waar heeft ze die dan gelaten? Nee, ik vind dit geen logische reclame foto. Maar ja, het is dan ook een reclame foto, schijnbaar hoeft daar geen logica aan ten grondslag te liggen.

    Nee, Bugaboo, de meeste moeders worden niet blij van zo’n reclame foto. Want A) het is niet realistisch of haalbaar voor de meeste vrouwen en B) het ziet er niet comfortabel uit en C) ons kind vereist dat wij een heleboel meenemen voor onderweg. Als jullie volgende keer een iets meer gemiddeld model zoeken, met kleding aan en maat 40 en zo, inclusief hier en daar wat los hangend vel, een uitpuilende luiertas en de voor moeders herkenbare wallen, dan mag u mij een bericht sturen.

    Bron foto: dailymail.co.uk

    Waarom ALLE moeders bazen zijn

    Moeders zijn echte bazen. En nee, niet alleen de moeders die zonder pijnstilling zijn bevallen, via de natuurlijke weg, die vervolgens drie jaar borstvoeding gegeven hebben.

    ALLE MOEDERS ZIJN BAZEN.
    En hieronder staan ze voor je neer gezet; alle moeders die baas zijn, omdat ze alles voor hun kinderen over hebben, op welke manier dan ook.

    De moeders die met een keizersnede bevallen zijn.
    De moeders die pijnstilling nodig hadden tijdens hun bevalling.
    De moeders waarbij borstvoeding niet lukte.
    De moeders waarbij borstvoeding wel lukte ook.
    De moeders die via IVF zwanger raakten zijn al helemaal bazen, want zij hebben niet alleen een pijnlijke bevalling er voor over, maar ook een vaak pijnlijk voor traject richting zwangerschap.
    De moeders die niet (meer) zwanger kunnen raken.
    De moeders die hun kindje veel te vroeg moesten loslaten en moesten afstaan aan het hiernamaals, om welke oneerlijke reden dan ook.
    De moeders die miskramen te verwerken krijgen zijn bazen.
    Moeders die ziek zijn, en zichzelf ondanks hun ziekte toch blijven inzetten voor hun kinderen, zijn megabazen.
    De moeders die oververmoeid zijn, zijn bazen.
    De moeders die een kind adopteren zijn super bazen.
    De pleegmoeders die de kinderen van andere moeders opvangen in tijden van crisis, zijn bazen.
    De moeders die het niet meer weten, zijn bazen.
    De moeders die een postnatale depressie krijgen zijn bazen.
    De moeders die oma worden, zijn opperbazen.
    De moeders die fulltime werken zijn bazen, maar moeders die parttime werken of thuis blijven zijn dat net zo goed.
    Oh, en moeders die hun kind(eren) alleen opvoeden, zijn net zo’n bazen als de moeders die het met partner doen.

    Zo veel moeders, zo veel omstandigheden. En geen een moeder is meer of minder waard dan de andere.

    Chrisje interviewt Mariska Bauer!

    IMG_8198 KL
    Chrisje op de bank bij Mariska Bauer              Foto door: TwinFlame Photography

    Voor mijn blog mocht ik Mariska Bauer, echtgenote van de bekende zanger Frans Bauer, interviewen in hun huis in Noord-Brabant. What you see is what you get, dat is wat me het meest bij is gebleven van de ontmoeting met deze hartelijke, spontane vrouw. Naast vrouw van een van de meest geliefde zangers van Nederland is ze vooral ook trotse vrouw en moeder met een grote liefde voor haar gezin.

    Mariska leer ik kennen als een vrouw die midden in het leven staat en met veel liefde zorgt voor haar gezin; nuchter, met een grote dosis humor en gastvrijheid. Geen sterallures hoor, al helemaal geen kapsones: gewoon een hele leuke vrouw met een net zo leuk gezin. 

    Vier kinderen hebben, een druk bezette echtgenoot: hoe krijg je dat allemaal geregeld?
    Dat gaat eigenlijk vanzelf! Mijn motto is: gewoon doorgaan. Ik heb ook een flexibele instelling. Ik rijd met de kinderen 35.000 kilometer per jaar. Ik vind het eigenlijk helemaal niet erg dat het druk is; ik ben dat zo gewend! Als moeder ben je politieagent, chauffeur, huiswerkbegeleider, Wikipedia, verpleegster… haha! Dat hoort er bij, en ik geniet er van.

    Lukt het jullie om met al die drukke schema’s nog quality time te hebben als gezin en als koppel?
    Ja hoor. Dat hoeven we overigens niet te plannen; dat doen we gewoon. Frans en ik gaan graag winkelen; in Rotterdam, Antwerpen of Eindhoven.. heerlijk vinden we dat! We gaan ook heel graag samen uit eten. We zijn gewend aan veel reizen, dus dat vinden we niet erg. Als we thuis zijn eten we elke dag om vijf uur gewoon samen. Dat vind ik belangrijk. We maken ook graag regelmatig uitstapjes naar het strand, of naar Alphen aan de Rijn voor de sushi! Heerlijk.

    Is er binnen zo’n druk gezin ook tijd voor jezelf? Wat doe je om te ontspannen?
    Een goede vriendin van me heeft een kapsalon. Daar ga ik graag naar toe, alleen heb ik niet altijd even veel geduld. Vroeger speelde ik het zelfs wel eens klaar om met de haren nog in de verf naar huis te rijden. Alleen, als er dan toevallig net een camera ploeg voor je deur staat, rijd je vanzelf een blokje om, haha! Dat doe ik dus maar niet meer. Ik heb eigenlijk niet echt specifieke hobby’s. Die heb ik ook niet echt nodig, want ik vind eigenlijk alles leuk wat ik doe. Ik kan gerust een tijdje fanatiek gaan hardlopen bijvoorbeeld, om het vervolgens weer weken niet te doen. Maar dat vind ik ook prima.

    Als jij Frans in vijf woorden moest omschrijven, welke vijf woorden zou je dan kiezen?
    Geweldig, lief, romantisch, humoristisch, maatje! En als ik het in één woord moest doen: Alles!

    Foto door: TwinFlame Photography (www.twinflame.nl) En als Frans jou in vijf woorden moest omschrijven, welke vijf woorden denk je dat hij zou kiezen?
    Dezelfde! Frans en ik zijn al samen sinds ik 16 jaar was. We zijn echt samen volwassen geworden. We zijn beste vrienden, en echt met elkaar vergroeid. We hebben aan één blik genoeg.

    Wat is jouw beauty geheim?
    Ik kan niet echt één geheim noemen. Ik zorg graag goed voor mezelf. Maar ik loop er heel graag casual bij hoor! Ik loop echt niet altijd perfect gekapt rond. Ik ben ook gewoon een moeder en ik heb er geen problemen mee om zonder make-up de boodschappen te gaan doen bij de Jumbo in het dorp. Het is niet allemaal zo glitter en glamour als mensen verwachten. Althans, niet bij ons!

    Wat is je grootste angst?
    Dat er iets met mijn kinderen gebeurt. Ik heb mijn broertje op zeventienjarige leeftijd verloren, de pijn die daarbij komt kijken hoop ik nooit meer mee te maken. Ik heb enorm respect voor mijn moeder, dat ze ondanks dat grote verlies toch de kracht vond om door te gaan, iedere dag weer opnieuw. Het maakt niet uit hoe oud je kind is; je hoort je kind niet te overleven. Dat is gewoon niet natuurlijk.

    Foto door: TwinFlame Photography (www.twinflame.nl)

    Hoe ervaar je het om BN’er te zijn?
    Ik weet niet beter. Ik ben daar samen met Frans in meegegroeid. Ik vind het ook helemaal niet erg als mensen me herkennen of aanspreken. Sommige fans van Frans, de fans van het eerste uur, zijn zelfs vrienden van ons geworden. Ik vind het helemaal geen probleem, ben er helemaal aan gewend! Wel houd ik rekening met de privacy van de kinderen. Zij hebben recht er op om op te groeien in een zo normaal mogelijke gezinssituatie. Daarom zal ik niet meer zoals vroeger iedereen zomaar verwelkomen. Zij hebben ook recht op hun rust. Dat moet je respecteren als ouders zijnde.

    Waar gaan jouw nekharen van overeind staan?
    Mensen die hun kinderen of dieren in de auto achterlaten op een warme dag. Vréselijk! Je vergeet je autosleutels niet, maar je kind of dier wel? Daar kan ik met mijn verstand niet bij. Je weet toch dat die auto een oven wordt op warme dagen?
    Of mensen die hun hond in het bos aan een boom binden. Daar kan ik écht niet tegen! Als je dan zo graag van je hond af wilt, breng hem dan op zijn minst naar het asiel, dan heeft het beestje nog kans op een nieuw leven. Ik begrijp dat gewoon echt niet.

    MariskaMariska’s Favorieten

    Favoriete kleding: Jeans.
    Favoriete eten: Vietnamese loempia’s. Héérlijk!
    Favoriete merk: Heb ik niet. Ik koop wat ik leuk vind.
    Favoriete film: The Hobbit!
    Favoriete boek: Alles van Saskia Noort. Fantastische boeken!

    Waarop ben je het meest trots als je naar jullie kinderen kijkt?
    Op alles eigenlijk, alle vier, alles wat ze doen! Ik vind ook alle leeftijdsfasen leuk! Toen mijn oudste zoons nog zo klein waren dacht ik vaak, bleven ze maar zo klein! Maar nu ze ouder worden denk ik: ook die fase is weer zo ontzettend leuk!

    Waarop ben je het meest trots van jezelf?
    Ik zeg altijd: als je niet van jezelf houdt, kun je ook niet van een ander houden. Ik ben er trots op dat alles hier thuis goed loopt .Ik ben wel een perfectionist, dat geef ik eerlijk toe. Als Frans kookt moet ik eigenlijk maken dat ik de keuken uit kom, anders ga ik me overal mee staan bemoeien, ha ha! Ik ben gewoon heel blij met ons leven en hoe alles loopt. Ik ben zelf opgegroeid in een groot gezin waarin iedereen zijn steentje bij moest dragen. Dat probeer ik onze kinderen ook bij te brengen.

    Heb je een gouden tip voor andere moeders?
    Adem in, adem uit! Ha ha! Dat zeg ik wel eens tegen mezelf als alles in het honderd loopt. Je moet gewoon doorgaan. Klagen helpt toch niet, ha ha!

    Wat zijn jouw persoonlijke ambities?
    Als de kinderen groot zijn, wil ik misschien ooit wel weer iets voor mezelf gaan doen. Wellicht iets in de kleding, daar heb ik veel affiniteit mee.

    Als je een dag voor jezelf hebt, wat doe je dan?
    Als de kinderen op school zitten, ga ik graag boodschappen doen, lunchen met een vriendin of ergens koffie drinken. Maar ik ben ook gewoon heel graag thuis; je zou mij wel een echte huismus kunnen noemen! There’s no place like home.

    Als je als dier terug mocht komen in een volgen leven, welk dier zou je dan kiezen en waarom?
    Een hond! Heerlijk lijkt me dat. Lekker wat rennen, languit liggen, af en toe een aai over mijn bol krijgen, zalig, haha!

    Foto’s door: TwinFlame Photography

    Drukdrukdrukdrukdruk? Vijf GOUDEN tips voor werkende moeders

    Veel moeders werken tegenwoordig buitenshuis. Dat is leuk, maar het zijn vaak wel erg veel ballen die je tegelijkertijd in de lucht moet houden. Weet je af en toe niet meer hoe je het moet regelen allemaal? Groeit het werk je boven het hoofd? In deze blog vind je vijf tips die je leven als werkende moeder wat gemakkelijker maken. Heb je aanvullingen op deze tips? Laat hieronder een reactie achter!

    1. Bestel je boodschappen!

    Bestel online je boodschappen; dat scheelt je een hoop tijd.  Bron foto: www.ah.nl
    Bestel online je boodschappen; dat scheelt je een hoop tijd.
    Bron foto: http://www.ah.nl

    Ik begin meteen met dé gouden tip voor iedereen die zijn tijd efficiënter wil indelen. Want natuurlijk is het niet je hobby om iedere dag weer die supermarkt in en uit te zeulen met tassen vol spullen. Al helemaal niet met een vermoeid, hongerig en te pas en te onpas weg rennend kind bij je.
    Wat je kunt delegeren, is het halen van boodschappen. De meeste supermarkten bezorgen tegen een kleine vergoeding je boodschappen gewoon aan de voordeur. Vul online je boodschappenbestelling in, of stuur een e-mail naar je buurtsuper met je bestelling, en je hebt in één keer al je weekboodschappen in huis. It’s so simple!

    2. Verdeel de taken goed (en eerlijk)
    Als je een partner hebt, is het goed om vaste afspraken te maken over wie wat doet. Klinkt misschien kinderachtig, maar aan het eind van de dag wil jij niet degene zijn die alles doet, terwijl je partner lekker onderuit ligt op de bank. Eerlijk verdelen dus, die taken. Zorg er voor dat je beiden doet waar je goed in bent, en ben ook niet te beroerd om wat water bij de wijn te doen.

    3. Je kids kunnen ook iets
    Ook al doen ze misschien zeer vakkundig alsof dit niet zo is, toch kunnen kinderen (vanaf een bepaalde leeftijd) ook echt wel een handje helpen in het huishouden. Wijs een vaste tafeldekker aan, een vaste woonkamertafelopruimer, en spreek een dag in de week af waarop de kinderen zelf hun eigen kamer op moeten ruimen. Want laten we eerlijk zijn; als ze zich nog net niet verwaardigen om hun voeten op te tillen als jij langs komt met de stofzuiger, terwijl zij bezig zijn met hun spelletje op de i-pad, weet je dat het tijd wordt voor wat meer samenwerking binnen je gezin. Desnoods zet je een beloningssysteem op: wie zijn taken goed uitvoert, verdient het zakgeld van die week bij elkaar.

    4. Poetsen
    Als je je een huishoudelijke hulp kunt veroorloven, is het absoluut aan te bevelen om hulp van buitenaf in te schakelen. Zeker als je jezelf er op betrapt dat je om half twaalf ’s avonds nog de badkamer aan het poetsen bent. Bespreek het met je partner en bekijk of een hulp in de huishouding budgettair te doen is. Is dat niet zo? Spreek dan een vaste dag in de week af waarop jij en je partner het huis onder handen nemen. Teamwerk zorgt voor een stuk minder frustraties en een geëmancipeerde relatie, wat anno 2015 gewoon zo hoort natuurlijk.

    5. Telefoon uit
    Eh… wat zegt u? Telefoon uit?
    We kunnen het ons bijna niet meer voorstellen: een mobiel die uit staat. Want hoe moeten we in vredesnaam een paar uur zonder Facebook, Twitter, Instagram, Pinterest, Snapchat, etcetera? Nou, gewoon, die knop in duwen en uit zetten. Je zult er van versteld staan hoe creatief je wordt, als je eens even niet aangekoppeld bent aan de rest van de wereld via je telefoon. Plotseling heb je weer tijd voor dat ene project dat je al zo lang wilde starten, zit je opeens toch dat fotoalbum in te plakken dat al vijf jaar lag te wachten, of haal je je hometrainer opeens toch van zolder. Telefoon UIT; leven AAN. Enjoy!

    Postnatale Depressie: het Taboe van de Grijze Wolk

    Ik kan er nu over schrijven. Dat heeft wel heel lang geduurd. Om er over te kunnen praten heeft drie jaar geduurd. Als je bevalt van je kind, verwachten jij en je omgeving een roze wolk. Beschuit met muisjes, een gelukkige, stralende, blije moeder. Toen ik beviel van onze dochter, hield ik meteen van haar. Maar de wolk was verre van roze.

    Vaak heb ik er over nagedacht om mijn ervaring met anderen te delen; ik ben immers schrijfster, ik blog, ik deel, dus waarom dit niet? Omdat het te zwaar op de hand is? Misschien. Te persoonlijk? Ook wel een beetje. Taboe? Ja, dat ook wel vrees ik. Toch deel ik het.

    Omdat ik denk dat er nog steeds een te groot taboe rust op postnatale ellende. Omdat ik denk dat er veel vrouwen zullen zijn, die zich kunnen herkennen in mijn verhaal. Om die vrouwen te helpen, die helemaal geen roze wolk hebben en denken dat ze daar misschien wel helemaal alleen in zijn: dat zijn ze dus niet.

    Voor mij begon het allemaal al tijdens de zwangerschap. Ik was erg blij om in verwachting te zijn, maar voelde me onder invloed van de zwangerschapshormonen al vaak verre van mezelf. Toen er tijdens de zwangerschap ook nog een medische complicatie werd ontdekt bij ons kindje, waarvan niet direct bekend was of het ernstig was of niet, werd het een stuk erger. Ik sliep steeds slechter, maakte me ontzettend veel zorgen. De bevalling kwam twee weken na de uitgerekende datum op gang en was zwaar. Na de bevalling moesten er testen gedaan worden, echo’s, MRI scans. Daar lag mijn baby’tje dan, in zo’n groot MRI apparaat. Het ging allemaal niet zo als het in de boekjes stond; althans niet die boekjes die ik gelezen had. Daar boven op kon ik de enorme hormoon wisseling die bij de bevalling kwam kijken niet aan. Ik heb een aantal weken lang elke dag gehuild. Waarom wist ik ook niet precies. Normaal gesproken ben ik een optimistisch mens en huil ik zelden! Ik durfde pas na een week of zes naar buiten met de kinderwagen. Overal maakte ik me zorgen over; de risico’s, de verantwoordelijkheid, de angst, het greep me naar de strot. Hoewel ik verstandelijk ook wel wist, dat dat niet nodig was. Tijdens de babyborrel die we gaven ter viering van de geboorte, zat ik als een moeder leeuwin naast de kinderwagen waar ons kindje in sliep: de Mexicaanse griep heerste op dat moment en niemand mocht te dicht in de buurt komen. Ik weet alleen nog dat ik dankbaar was toen het weer voorbij was. Ik was zo overbezorgd, dat genieten, zelfs op die mooie dag, voor mij niet mogelijk was.

    Ik kan me nog goed herinneren dat iemand van het consultatiebureau op bezoek kwam. Mijn man en ik vroegen haar of het kon dat ik een postnatale depressie had, omdat ik zo veel moest huilen. Ze vroeg of ik liefde voelde voor mijn kind. Ja, was daarop mijn eerlijke antwoord. “Dan heb je geen postnatale depressie. Want als je dat zou hebben dan voel je helemaal niets.” was de conclusie. Ruim twee jaar later leerde ik pas dat die conclusie volkomen onterecht was. Postnatale depressie heeft vele symptomen, maar het is niet per definitie zo dat je bij een postnatale depressie niets voelt voor je kind. Dat kán een symptoom zijn, maar sommige moeders met een postnatale depressie zijn juist enorm overbezorgd. Ze voelen zich zo overweldigd door de zorgen, dat dat gaat overheersen. Dat was dus bij mij het geval.

    Het was alsof iemand een grijze deken over mijn bestaan had gegooid. Ik probeerde naar de buitenwereld toe de blije, nieuwe moeder te zijn. Speelde de rol waarvan ik dacht dat die van me verwacht werd. Thuis was ik overbezorgd, gespannen en bang. Ik zorgde uitstekend voor ons kind, maar dat was dan ook het enige dat ik kon doen. Meer energie had ik niet. Omstaanders blijken zich achteraf toch zorgen te hebben gemaakt, maar net niet genoeg om aan de bel te trekken. Pas na twee jaar kwam ik er achter dat ik een postnatale depressie had gehad, en begon ik langzaam weer een beetje mezelf te worden. Er kwam een einde aan de tranen, langzaam voelde ik mijn vertrouwen in mijn eigen kunnen weer groeien. De storm was voorbij; sindsdien zit ik gelukkig op mijn – verlate – roze wolk. Ik geniet nu al bijna vier jaar met volle teugen van alles wat het moederschap te bieden heeft.

    De invloed die hormonale veranderingen op een vrouw kunnen hebben, worden nog veel te vaak onderschat. Mensen die een zwangere en pas bevallen vrouw begeleiden, moeten het verschil herkennen en erkennen tussen een paar dagen babyblues en een postnatale depressie.
    De symptomen moeten bekend zijn, want het is voor moeders al moeilijk genoeg om zich kwetsbaar op te stellen. Ik had zelf nooit verwacht dat ik – een van nature positief, optimistisch en doorgaans vrolijk mens – me ooit zo diep ellendig zou kunnen voelen.

    Waarom vrouwen andere vrouwen niet begrijpen

    Na mijn blog over waarom mannen vrouwen niet begrijpen, wordt het nu hoog tijd voor een blog over een ander bekend fenomeen: haat en nijd onder vrouwen.

    Want ook vrouwen begrijpen hun eigen geslacht niet altijd even fantastisch.
    Zoals de bekende spreuk luidt: als mannen de wereld leiden, is er oorlog. Als vrouwen de wereld zouden leiden, zouden er alleen een heleboel landen vuil naar elkaar kijken. Wat is dat toch, met vrouwen onder elkaar? Waarom is het vaak zo ingewikkeld? Waarom gunnen we elkaar niet zo veel?

    Om te beginnen kijken vrouwen naar andere vrouwen om zich met dat exemplaar te vergelijken. Is ze mooier? Is ze slanker? Is ze grappiger? Waarom kan ik niet zo op hoge pumps lopen zonder om de meter een enkel te verstuiken? Waarom kan zij wel bevallig lachen en waarom kan ik niet lachen zonder te knorren? Waarom staat dat jurkje haar zo goed? En waarom staat dat zelfde jurkje mij als een vuilniszak? Waarom kan zij wel kroketten bunkeren zonder een gram bij te komen en word ik van die zelfde kroket de dag er na een kilo zwaarder wakker? Waarom heeft zij haar huis altijd zo netjes en is het bij mij maar een keer per week, namelijk de eerste drie minuten na het poetsen, alweer alsof er een tornado door ons huis heeft geraasd? Waarom Waarom Waarom? En zo verder.

    Vrouwen zijn vaak (niet allemaal, maar dat begrijpt u wel) naar mijn mening veel te perfectionistisch. We willen graag de perfecte vrouw zijn, de uitmuntende werknemer, de goede vriendin en de perfecte moeder. We zijn soms zo diep onzeker over ons zelf, dat we het altijd wel op één vlak verliezen van welke andere vrouw dan ook. 
    En dat vergelijken, daar zouden we eens mee moeten stoppen. Want we maken het elkaar niet makkelijk er mee. En ons zelf ook niet.

    Die ene slanke vrouw wil misschien juist graag wat bijkomen. Of heeft een mega complex over haar neus. Die vrouw met die prachtige krullen droomt misschien al haar hele leven van steil, glad haar. Die vrouw met de super carrière en veel geld, huilt zichzelf misschien wel in slaap vanwege de druk die op haar schouders rust. Die vrouw die dat jurkje zo mooi draagt heeft misschien wel een enorm slecht huwelijk. Je kunt de mensen immers niet in het hoofd kijken.

    In plaats van te misgunnen, zouden we elkaar juist eens wat meer de hemel in moeten prijzen. In plaats van vuil kijken vanwege jaloezie, zouden we ons wat vaker kunnen concentreren op onze eigen pluspunten.

    Dat gaat ongeveer zo: Ja, ik ben dan misschien geen perfecte moeder, en ik heb geen maat 34, maar ik doe wel mijn stinkende best. En ja, mijn huis is vaak tornado waardig, maar er wordt wel geleefd. En ja, zij lacht bevallig, maar die vervloekte knor aan het einde van mijn lach, maakt andere mensen wel altijd aan het lachen. En ja, zij lijkt perfecter, maar zij heeft vast weer andere problemen.

    Kortom: een beetje liever voor jezelf = een beetje liever voor anderen. We doen immers allemaal maar ons best. Toch?

    KIPPENVEL: “Thank You Mom” – Inspirerend én ontroerend voor alle moeders!

    Een ontzettend mooi, inspirerend en ontroerend filmpje: hoe moeders hun kinderen, mét vallen en opstaan, leren om te gaan met het leven:

    Wanhopig, angstig en alleen, in je bed….

    Stel je voor, je ligt alleen in een bed. Je voelt je niet goed, hebt behoorlijke buikpijn, of je voelt je erg alleen en angstig. Of je hebt jezelf onder gespuugd, of onder gepoept in je slaap!
    Probleem is alleen: je kunt niet uit bed komen. Het is donker, de spijlen om je bed heen zijn te hoog om er uit te klimmen. Bovendien lig je stevig ingepakt in bed en heb je niet de kracht om jezelf los te wurmen. Je begint te huilen; eerst zacht, maar daarna steeds harder.
    Je voelt je opgesloten in je eigen bed, helemaal alleen met je pijn of angst. Iemand moet je toch horen? Er zijn toch nog andere mensen in huis? Ondertussen wordt de pijn alleen maar erger, door de stress die je voelt. Je wordt wanhopig; een gevoel van eenzaamheid maakt zich meester van jou. Je kunt niet praten, niet opstaan uit bed, niets.

    Zo – stel ik me voor – voelt een baby zich, die men door laat huilen. En bovenop al die gevoelens van angst, stress en pijn, is die baby dan ook nog eens niet in staat te praten, niet in staat om om hulp te roepen. Het enige wat hij kan, is huilen.
    Dankzij allerlei “opvoedingsadviezen” zit beneden, een verdieping lager, een moeder die het huilen van haar baby door merg en been voelt gaan, maar er niet op af durft te gaan, omdat ze bang is dat ze haar baby daarmee zou verwennen. Terwijl verwennen bij kleine baby’s helemaal niet mogelijk is. En het wetenschappelijk is aangetoond dat baby’s door het (lang) huilen te veel stresshormonen aanmaken.

    Bron foto: lekker slapen zonder huilen: http://www.bol.com/nl/p/lekker-slapen-zonder-huilen/1001004002604885/
    Bron foto: lekker slapen zonder huilen: http://www.bol.com/nl/p/lekker-slapen-zonder-huilen/1001004002604885/

    Uiteraard is het niet aan te raden om je baby bij ieder geluidje uit bed te pakken. Je mag je baby best eens een paar minuten laten huilen. Maar voor de gevoelens van geborgenheid, troost en veiligheid is het voor je baby nu eenmaal beter als je wel iedere vijf minuten even naar hem of haar toe gaat, al is het maar om te zien of ze geen volle luier hebben of bijvoorbeeld klem zitten, gespuugd hebben, of niet fijn liggen.

    Er zijn overigens talloze tussenoplossingen die uitgeprobeerd kunnen worden, zoals de “Lekker slapen zonder huilen” methode, waarbij je je baby in elk geval geen uur aan een stuk door hoeft te laten huilen in zijn uppie. Je baby huilt immers niet om jou te pesten. En laten we eerlijk zijn, hoe zou jij je voelen, als je geen kant op kon?

    Brief aan alle vaders van Nederland

    Beste vaders van Nederland,

    Er wordt zo ontzettend veel gezegd over het moederschap, zo veel geschreven, zo veel geroepen, dat jullie misschien bijna zouden vergeten hoe belangrijk jullie zijn. Maar vergis jullie niet: vaders zijn net zo belangrijk voor hun kinderen als moeders. Natuurlijk, lichamelijk heeft de vrouw een paar dingen die jullie nu eenmaal van de natuur niet hebben gekregen, zoals de mogelijkheid om te baren of borstvoeding te geven. Maar laat jullie daar niet door ontmoedigen: jullie zijn essentieel voor jullie kinderen.

    Vaders zijn vaak net zo hard in shock als dat kleine wonder zich aan doet; leven mee met de echo’s en de bevalling, kijken net zo hard mee uit naar de komst van de kleine als moeder. Ze veren mee met hormonale schommelingen die hen totaal onbekend zijn. De goede exemplaren staan net zo vaak mee op in het holst van de nacht om te troosten, te sussen of te voeden. Vaders troosten moeders als zij het niet meer zien zitten, maken zich net zo veel zorgen. Al lijkt dat misschien niet altijd zo, omdat ze er niet altijd even veel over praten als moeders. Vaders nemen ook ouderschapsverlof en papadagen, ze ondernemen veel met hun kinderen.

    Maar los van alle praktische zaken kan ik jullie vertellen, hoe belangrijk een vader is in emotioneel opzicht. Een vader is iemand tegen wie je opkijkt, die je trots wil maken, waar je naar toe gaat als je het niet meer weet. Mijn vader is geen man van heel veel woorden, maar ik weet dat hij trots op mij is en van me houdt. De wetenschap, dat je vader er altijd voor je is, is onbetaalbaar. En ook al zijn vaders niet altijd de grootste praters, toch zie je steeds meer dat zij een grotere rol vervullen in het leven van hun kind. En dat is iets om toe te juichen. Jullie worden steeds meer “de man die elke dag het vlees snijdt”, in plaats van alleen op zondag.

    Helaas staan jullie er ook wel eens alleen voor. Zo krijgen jullie weinig verlof als een kind geboren is, is een papadag in sommige bedrijven nog taboe en staan jullie soms machteloos toe te kijken wanneer er een echtscheiding plaats vindt en de omgangsregeling beperkt wordt tot de weekenden. Alsof de vader minder belangrijk is dan de moeder. Zonde, want de invloed van vaders is zo groot en belangrijk.

    Deze brief is dan ook speciaal voor jullie: jullie zijn nodig. Jullie kleine prinsen en prinsessen kunnen niet zonder jullie. Ook niet als ze al ouder zijn. Ook niet als ze jullie te streng vinden. Jullie zoons en dochters leren van jullie, hoe een man met een vrouw hoort om te gaan: ze zullen precies dat ook verwachten in hun relatie. Jullie tellen mee en maken een verschil. Jullie worden geliefd en aanbeden.

    En ook al wordt van jullie misschien niet verwacht dat jullie dingen over gevoelens en emoties delen: misschien is het juist een goed idee om deze blog toch met andere vaders te delen. Helpen jullie weer een vooroordeel de wereld uit.

    De wensen van een moeder

    Ik hoef geen liposuctie, ik ga wel meer bewegen voor mijn gezondheid.

    Ik hoef geen grotere borsten, ik ben al dankbaar als ze gezond blijven.

    Ik wil geen MILF zijn, ik wil een goede moeder zijn voor mijn kind.

    Ik hoef geen fillers of botox, ik wil veel lachrimpels; de naam zegt waarom.

    Ik hoef geen nep haar, ik wil het haar dat ik heb houden en koesteren: er zijn al zo veel vrouwen die daar een moord voor zouden doen.

    Ik hoef geen torenhoge hakken: ik ben gewoon klein en dat is ook best fijn.

    Ik hoef niet per se vijftig kilo te wegen: ik wil reserves hebben voor als ik eens ziek word.

    Ik wil geen honger hoeven lijden voor een schoonheidsideaal of size zero. Marilyn Monroe was prachtig en had maat 42/44.

    Ik wil niet super populair zijn: ik ben dankbaar voor en blij met de lieve vriendinnen die ik heb. Zij zijn mijn heldinnen, met wie ik lach en huil, en die ik zo bewonder. Liever vier goede vrienden dan duizend kennissen.

    Ik hoef geen super spannend, avontuurlijk leven: ik wil dat mijn gezin, familie en vrienden gezond zijn en dat we samen gezellige dingen kunnen doen.

    Ik hoef geen loterij te winnen (maar het zou wel leuk zijn 🙂 ), ik ben al blij als ik werk heb, houd en een boterham kan verdienen.

    Ik hoef geen perfect kind, ik wil een gelukkig kind opvoeden, dat zich geaccepteerd voelt, inclusief de fouten die het zal maken.

    Ik hoef geen dikke auto, ik ben blij met mijn veilige auto, die me heelhuids van A naar B brengt.

    Natuurlijk zijn alle dingen hierboven (misschien) wel eens leuk, maar als je gaat kijken naar wat je nodig hebt, wordt je inventarisatie van geluk veel positiever.
    Wie het kleine niet eert…

    Baas in eigen Borst

    kinderkamer-2Vandaag was het weer zo ver. De discussie over borstvoeding laaide weer op, naar aanleiding van een nieuws item over het st. Antoniusziekenhuis in Nieuwegein, waar een rel was ontstaan na een voorlichtingsavond. In dat ziekenhuis zou tijdens die voorlichtingsavond onder andere gezegd zijn, dat je kind niet de nodige liefde krijgt als het geen borstvoeding krijgt, en dat het een plat hoofd kan ontwikkelen. Het ziekenhuis distantieert zich van de uitspraken en gaat onderzoek doen naar deze uitspraken. Maar als dit inderdaad waar blijkt te zijn, dan vraag ik me af waar het naar toe moet met de moeders van Nederland. Als dit de informatie is die we in ziekenhuizen krijgen voorgeschoteld, waar eindigt het dan? Het is natuurlijk klinkklare onzin, dat je je kind niet de nodige liefde kunt geven, als je het met de fles voedt. Dit soort uitspraken (als ze echt zo gezegd zijn) strijken in tegen de haren van alle moeders, die geen borstvoeding hebben gegeven, om welke reden dan ook.

    Wordt er dan geen rekening gehouden met vrouwen waarbij borstvoeding geven medisch gezien niet mogelijk is? Of met vrouwen waarbij de borstvoeding niet op gang komt? Of met vrouwen, die wegens oververmoeidheid en uitputting de borstvoeding staken? Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen: Mijn eigen ervaring met de zogeheten `borstvoedingsmaffia´ was ook niet al te positief. Dat begon al in mijn eigen ziekenhuis, waar ik te horen kreeg dat ik beter geen bijvoeding kon geven aan mijn hongerig brullende baby, vanwege tepel/speen verwarring. Daar sta je dan: postnataal, hormonaal, zwak, al drie dagen aan een stuk door wakker, uitgeput, doodmoe, met een baby die niets binnen krijgt omdat je simpelweg niets produceert, te luisteren naar een vrouw die je vertelt dat het niet goed is voor de baby.

    Het moet wat mij betreft nu maar eens snel afgelopen zijn met die pro borstvoeding propaganda. Natuurlijk is het mooi, als je je kind op natuurlijke wijze kunt voeden. Prachtig! Als het lukt, is het een hele mooie manier om je kind te voorzien van voedingsstoffen, en zo verder. Maar laat het aan de individuele vrouw zelf over om te beslissen hier over, zonder daar een waardeoordeel aan te verbinden. Sommige vrouwen vinden het heel verdrietig als borstvoeding geven niet lukt; die zitten echt niet er op te wachten dat iemand hen vertelt hoe veel liefde hun kindje tekort zou komen door het staken van poging vierhonderdzevenendertig. Sommige vrouwen kunnen geen borstvoeding geven: die vinden dat misschien ook al jammer genoeg. En dan zijn er ook talloze vrouwen die geen borstvoeding willen geven, en ook dat moet mogen.

    Want gelukkig zijn we al heel lang baas over eigen lichaam. Toch? Als je dit soort uitspraken hoort, zou je denken van niet. Als er zo wordt ingehamerd op het schuldgevoel van de nieuwe moeder, is dat op zijn zachtst gezegd zeer kwalijk. Ik hoop dat het bericht niet waar blijkt te zijn. Maar als het wel waar blijkt te zijn: Hoe veel vrouwen zijn dan al op die manier voorgelicht? Hoe veel vrouwen zouden die voorlichtingsbijeenkomst uitgelopen zijn, met een gevoel tekort te zullen schieten, als borstvoeding niet lukt?

    Gelukkig zijn er ook aan de pro-borstvoedingskant genoeg geluiden van verontwaardiging te horen, naar aanleiding van deze “rel”. Gelukkig ook van moeders die pro borstvoeding zijn, maar vooral ook pro eigen keuze. Zo zou het moeten zijn: iedere vrouw doet wat voor haar goed voelt, laat zich op neutrale wijze informeren over de voors en tegens van borst- én flesvoeding, en maakt dan op basis van haar eigen ervaringen en omstandigheden een keuze. Vrij van enig schuldgevoel dat haar aangepraat wordt, als ze nietsvermoedend naar een voorlichtingsavond gaat.

    Baas in eigen borst!

    Bron: http://www.gooieneemlander.nl/regionaal/gooivechtstreek/article27302547.ece/Borstvoedingsmaffia?lref=SL_1

    Hoe het echt is om een moeder te zijn!

    moedeMoeder zijn is in het begin vooral pijnlijk, maar dat fysieke deel houdt gelukkig meestal op, (een tijdje) na de bevalling. Daarna is het vooral mooi, prachtig, zwaar en grappig, onzeker makend, verwarrend, angstaanjagend en tegelijkertijd het mooiste ooit, uitdagend maar ook vervullend. Moeders zijn nooit zonder zorgen. Of het nu kleine zorgen zijn, of grote. Moeders dragen hun kind, letterlijk en figuurlijk. Moeders stoppen pas met zich zorgen maken om hun kind(eren), op het moment dat ze hun laatste adem uitblazen, en gaan waarschijnlijk zelfs daarna nog door, vanuit het hiernamaals.

    Vragen
    Moeders stellen vooral veel vragen: Hoe was je dag? wil je een kusje er op? Waar heb je dat kraaltje precies ingeduwd? Waarom heb je op de muur getekend? Wil je dat ik je help met je huiswerk? Waarom zou mama nou haar telefoon in de koelkast hebben gelegd? Zal ik de juf dan vragen of dat kan? Waarom heb je de rol toiletpapier helemaal uitgerold en om je bed heen gespannen? Sta je op? Sta je nu dan op? Kom je nu echt uit bed? Je weet dat ik van je hou, toch?
    Maar meer nog, beantwoorden moeders dagelijks honderden vragen. Over de gekste dingen. Van waarom de aarde draait, of rond is, tot waarom een pleister nodig is, of niet, waarom iets niet mag (een keer of dertig per dag) waarom de verf nog niet droog is, waarom die jongen haar plaagt, waarom de juf hem niet begrijpt, waar kinderen vandaan komen, waarom in je neus peuteren in het openbaar niet netjes is, waarom je goed moet eten, en zo verder (en verder, en verder, en verder…)

    Moeders. Het zijn net echte mensen.
    Moeders slapen vaak licht. Worden wakker zodra het alarmerende MAMAAAA uit de naastgelegen kamer klinkt. Moeders offeren zich op, gaan mee in het ritme, zouden hun leven in een seconde geven voor hun kind. Moeders lachen, huilen, kunnen leugens ruiken en boze dromen verjagen. Moeders pakken aan, nemen uit handen, vangen op, rapen op, verlenen eerste hulp, leren schrijven, leren lezen, leren rekenen, en proberen te leren los te laten. Moeders proberen de andere kant op te kijken en hun kind zelf fouten te laten maken. Moeders vergoelijken, vergeten, vergeven en verwijten bij momenten ook. Het zijn net echte mensen.

    Strenge moeder
    En het strengst zijn moeders niet voor hun kinderen, maar voor zichzelf. Doe ik het goed? Help ik mijn kind goed genoeg? Help ik mijn kind niet te veel? Geef ik hem of haar genoeg aandacht, of te veel? Stimuleer ik hem of haar genoeg, of moet ik hem of haar wat meer loslaten? Praat ik genoeg met de juf en de moeders op het schoolplein? Moet ik nu wel of niet ondersteunen bij de voorbereiding voor de Cito toets? Moet ik nu wel of niet iets zeggen tegen dat kind dat mijn kind pest? Moet ik wel of niet zorgen voor extra begeleiding? Geef ik nu te veel of te weinig cadeau’s, zakgeld, kleding, eten? Moet ik mijn kind nu al inschrijven voor die school, of ben ik dan beschamend vroeg? Maar als ik wacht, ben ik dan niet asociaal laat? Hoe pakken andere moeders dit aan? Vragen andere moeders wel eens om hulp? Ben ik een slechte moeder, nu ik na zeven nachten met amper slaap mijn kind een nachtje naar oma breng? Gaat mijn kind te veel naar de opvang? Of houd ik het te veel thuis? Knuffel ik mijn kind te weinig, of knuffel ik het te veel? Geef ik mijn kind genoeg complimenten of te weinig?

    Snikken boven de babykleertjes
    Het is het zwaarste wat er is, en het mooist. Het verschuiven van je eigen belang voor het belang van je kind gaat vanzelf, vanaf de eerste dag. Vanaf het moment dat je een kind hebt ga je shoppen voor jezelf en kom je terug met een zak vol kleren voor je kind, ga je een dagje weg voor jezelf en denk je de hele dag aan je kind, ga je werken met plezier, maar ga je met nog meer plezier daarna je kind weer ophalen. Ruik je aan babyhaartjes, gewoon, omdat ze zo lekker ruiken. Mis je de babytijd als die voorbij is, hoe zwaar die ook was. Sta je te slikken en te snikken bij het weg doen van babykleertjes, huil je bijna mee als de lievelingsknuffel kwijt is geraakt, loop je met een brok in je keel weg als je je kind voor de eerste keer naar de opvang, peuterspeelzaal of school brengt. Waar je vroeger nog met droge ogen kon kijken naar geboortes op televisie, schiet je nu vol. Het moederschap verandert je leven compleet, en het houdt je constant een spiegel voor. Ook als wat je in die spiegel ziet, confronterend of niet fijn is. Het maakt je zwakke plekken zwakker en je sterke punten krachtiger. Wie aan je kind komt, maakt de leeuwin in je los, waarvan je vroeger het bestaan misschien niet eens kende.

    Achtbaan
    Het is nooit voorspelbaar, geen dag hetzelfde, en hoe zeer je ook probeert alles te plannen, het loopt altijd net iets anders dan je had gedacht. Je hebt de rest van je leven vierentwintiguursdienst, zelfs als ze de deur uit zijn. Alsof het moederschap een achtbaan is: beangstigend, en net als je denkt “Waar ben ik aan begonnen?” wordt het weer zo leuk dat je zelf weer zo blij wordt als een kind. Je wordt aanbeden, op handen gedragen, weggeduwd en terug geroepen. En hoe vermoeiend en verwarrend het ook allemaal lijkt te zijn; het gaat precies zoals het moet.

    PS: De naam moeder kan overal vervangen worden door vader, behalve dan wat betreft de bevalling.

    De Kolfoorlog: Moeders, ga van Verloedering naar Verzustering!

    Zo gemakkelijk hebben vrouwen het niet, wanneer ze plotseling hun maatje 38 in moeten ruilen voor een extra flexibele zwangerschapsbroek. Met het verlies van hun taille worden ze plotseling onderworpen aan een heel aantal uitdagingen, om precies te zijn vanaf het moment dat het tweede streepje op de zwangerschapstest kleur bekent. Tussen dat moment en het ontvangen van de Blije Doos (wat ik overigens een behoorlijk sadistische naam vind, want zo blij is een doos doorgaans niet, na een bevalling), komen vrouwen voor een fiks aantal keuzes te staan. Zoals: wat gaat ze met haar werk doen? Gaat ze fulltime, parttime of helemaal niet meer buitenshuis werken? Voor kinderopvang moet ze haar nog niet bestaande embryo in sommige steden al inschrijven nog voordat ze overweegt te stoppen met de pil, dus er moet een heleboel nagedacht worden. Al aan het kraambed in het ziekenhuis staat de – duidelijk door de borstvoedingsmaffia geïndoctrineerde – verpleegster te pleiten voor borstvoeding, als antwoord op haar simpele verzoek voor een flesje bijvoeding, bij gebrek aan toeschietende tepels, of omdat haar baby van de honger de ramen bijna doet barsten.

    Moeders kunnen het in feite nooit goed doen. Met het uitbreiden van de rechten van de vrouw zijn ook een aantal obstakels tevoorschijn gekomen. Want: Als ze thuis blijft nadat het kind gebaard is, zoals vroeger zo normaal was, is ze plots de paria van de maatschappij, denkt men dat ze de hele dag op hun achterwerk zit te oefenen voor beroepsmatig neuspeuteraar. Als ze weer fulltime gaat werken, zegt men dat je er geen kind ‘bij neemt’, dat ze het zelf moet opvoeden, krijgt ze te horen dat haar kind verpest zal zijn voordat het zijn eerste woordjes kan zeggen, en vertrekt ze ’s ochtends met een luiertas vol schuldgevoel naar haar werk. Als ze parttime gaat werken, krijgt ze van sommige werkgevers duidelijke signalen dat ze niet echt meer mee telt, want ja, op donderdag en vrijdag gebeurt ‘alles’ en tja, toen was je er niet!
    Maar de moederverloedering gaat verder dan dat. Degenen die nog het hardste oordelen, zijn – heel verrassend – de moeders zelf. Ze bekijken elkaar uitgebreid, uiteraard via hun smartphones, met social media apps. Dat doen ze zodanig, omdat ze geen tijd meer hebben voor ouderwetse bakjes koffie met elkaar, dus bespieden ze elkaar publiekelijk op Facebook, Twitter en zo verder, om te zien hoe die ander het doet. Goh, zij heeft al kind nummer drie gekregen, die komt tot haar tachtigste niet meer toe aan zichzelf, fluisteren ze dan.

    Op enig moment bezwijkt de moeder onder de groepsdruk. Al tijdens haar zwangerschap krijgt ze het zwaar te verduren, met ongevraagde opmerkingen over haar figuur, vragen over wanneer ze moet ´werpen´, afkeurende blikken op het wel of niet thuis bevallen. Vrouwen vinden het vooral leuk om de nieuwe aanstaande moeder bang te maken voor haar bevalling, door de meest gruwelijke horrorverhalen aan haar op te dringen. Wanneer ze zien hoe de aangeslagen zwangere zich staat te bedenken over een keizersnede, sussen ze haar met het feit dat moeder natuur er voor gezorgd heeft, dat je het daarna zó vergeten bent. Het kiezen van een matras voor de baby kan ook al tot een zenuwinzinking leiden, want al leek die commerciële, luchtdoorlatende matras heel veilig in verband met de wiegendood, wanneer de kraamhulp haar intrede doet krijgt de matras al gauw een enkele reis richting grof vuil. Wanneer er een kruik gaat lekken verbrandt het kind levend. Dat had de verkoper er niet bij vermeld tijdens het verkooppraatje.

    Maar ook na de bevalling maken vrouwen het elkaar niet gemakkelijk. Ze plaatsen enkel en alleen de aller liefste foto’s van hun kleuters, peuters en baby’s op Facebook en Twitter, voorzien van hartjes en smiley´s en kijk-ons-toch-eens-perfect-zijn foto’s. Vrouwen die binnen drie weken na de lancering van Kind 2.0 hun oude figuur weer terug hebben, worden acuut ontvriend op Facebook. Trouwens, voordat ze die foto nemen van hun baby, die ondertussen al bijna lasogen krijgt van al die flitsen, schuiven ze alle troep en zooi even met één voet aan de kant, zodat de kamer op de achtergrond ook al netjes opgeruimd lijkt. Het sliertje Nutrilon spuug in het haar is dankzij Photoshop ook geen obstakel meer, dat poetsen ze zo weg. Wat overigens wel zo handig is voor moeders met licht hypochondrische neigingen zoals ondergetekende; op Facebook razen de griepgolven `live´ door je tijdlijn, dus kun je precies bijhouden welke kinderen ziek zijn en dus tijdens de besmettelijke periode gemeden moeten worden.
    “Slaapt die van jou nog niet door?” vragen sommige etterbaksters al na drie weken aan de kersverse moeder, waar na deze zich door de (hor)monstrueuze kraamtranen heen worstelt om zich daarbij ook nog eens af te vragen of haar kind al zou horen door te slapen dan, en zo ja, wat zij in godsnaam mis doet, waardoor haar baby zes keer per nacht om een voeding jammert.

    We pochen wat af op de social media: Uiteraard kleden we ons wonderkind in dure merkkleding van Gaastra, Hilfiger en weet ik wat nog, puur voor de foto, daarna mag hij zich weer lekker vuil en vadsig maken in de modder met een Zeeman jeans. (Die Zeeman en Wibra broeken zijn overigens de meest degelijke, goedkope en leuke broeken die ik ken voor kinderen. Niet kapot te krijgen.) Uiteraard kan onze baby van 4 maanden al zelf hardop zijn Nijntje boekjes lezen, want bijna al onze kinderen zijn tegenwoordig Hoogbegaafd, of erger nog, Hoogsensitief, want hij keek zo lang naar die hoek van de kamer, dat moet wel de geest van overleden tante Marie zijn geweest.

    De binnenspeeltuinen schieten als paddenstoelen uit de grond, want waar onze ouders het vroeger volkomen normaal vonden om gewoon absoluut helemaal nergens naar toe te gaan in het weekend, gaan werkende moeders gebukt onder zo’n schuldgevoel, dat ze dit in het weekend menen te moeten compenseren. Waardoor onze kinderen natuurlijk weer pedagogisch onverantwoord compleet overprikkeld worden met een overdaad aan krijsende kinderen, kleuren, kabaal en onhygiënische ballenbakken.
    Dan worden daar van natuurlijk meteen foto’s van op Facebook geplant, wordt online ingecheckt bij de desbetreffende speeltuin, gevolgd door een voldaan gevoel; het kind heeft plezier, de hele wereld weet er van. Andere moeders reageren dan weer op die foto’s, “Wat leuk, dat bloesje had Noah vorig jaar ook!” (met andere woorden, je kleedt je kind in de mode van vorig jaar) of “Oh, daar zijn wij ook al heel vaak geweest!” (Vertaling: Ontdek je die speeltuin echt nu pas?) en meer van dat soort opmerkingen, waarmee de andere ouder zichzelf weer even beter wil voelen door aan te geven hoe actief zij zijn met hun kleintje.
    Hoewel ik als werkende moeder, met een vorm van social media verslaving (ik krijg sms’jes van vriendinnen als ik een dag geen status op Facebook heb gezet; of ik ziek ben?), eerlijk toe geef volop mee te doen met de moederverloedering, vind ik toch dat deze tot een einde moet komen. Of er moet in elk geval ook een tegengeluid komen. Meer eerlijkheid en openheid. Moeders (inclusief ondergetekende, overigens) moeten voor eens en voor altijd stoppen met dat (ver)oordelen van andere moeders, en dan ook meteen maar kappen met dat knagende schuldgevoel, of ze nu thuis werken of buitenshuis. We maken het onszelf veel te moeilijk, met ons perfectionisme, ons openlijke gluurgedrag en ons kijk-mij-nou-gedoe.

    Al tijdens de zwangerschap worden we bedolven onder goedbedoelde, ongevraagde adviezen, waar we ons meestal alleen nog slechter door voelen. Als we dan gaan werken zitten we in de auto met de fopspeen in de mond en de laptop op de bijrijderstoel, als een idioot gassend door de woonwijk. Maar dat mag dan zogenaamd, want we hebben natuurlijk de allerduurste, aller veiligste autostoel inclusief mini airbags voor onze junior gekocht. Hem zal niets gebeuren.

    Die verloedering moet omslaan in verbroedering, of in het geval van moeders, Verzustering. Het Kind mag zich ook heus wel eens een dagje vervelen in het weekend; juist dan spelen ze het hardst met hun bergen speelgoed, de kat, de hond of hun tenen. Kinderen hebben helemaal niet zo veel nodig. Onze dochter kan zichzelf een uur amuseren met een Tupperware bakje, wat water en een lepel. Doet ze alsof ze de kater te eten geeft. En de kater blijft trouw zitten, wachtend tot er misschien eens wel iets interessants zijn kant op komt. Kinderen zijn gewoon al blij dat ze in je buurt vertoeven. Zeker als hun ouders eens niet zo gestrest zijn.

    De afgelopen maanden heb ik geëxperimenteerd met wat ik het ´nieuwe delen´ noem. Het werkt vrij simpel. Je doet het tegenovergestelde van wat de meesten doen (`Hele huis gepoetst, met ukkie naar speeltuin geweest, geweldige kleren gekocht´); Je deelt niet langer alleen de positieve kanten van je leven in je digitale vriendenkring, maar gooit er ook eens een minder florissante status tussen. ´Vandaag kom ik serieus behang tekort hier thuis.´ bijvoorbeeld. Of: ´Ik heb besloten vandaag helemaal niets te doen en op mijn luie reet te zitten. Dan maar een goed genoeg moeder.´ De reacties die daarop binnen stromen zijn verfrissend, eerlijk, een zucht van verademing lijkt door je digitale tijdlijn te gaan. Als het startschot is gegeven, komt er geen eind aan de ontboezemingen, zo lijkt het wel. Eindelijk, eindelijk hoeven we niet meer te doen alsof alles perfect is. Andere moeders reageren met ´Die van mij was een draak deze week!´ of met ´Ik ben zo blij dat ik de enige niet ben. Heb geen behang meer over.´
    Over vaders hoor je trouwens wat minder na de gezinsuitbreiding; voor hen verandert er schijnbaar verrassend weinig met de komst van een kleintje. Weinig vaders die tegen mij klagen, dat ze zich moeten verantwoorden voor hun fulltime baan. Niemand die fronst als een vader fulltime blijft werken na het ouder worden. Maar er zijn (gelukkig!) steeds meer moderne kerels om me heen die een papadag hebben in de week; hoe meer hoe beter! Om de druk van de moderne vrouw af te halen, heb je vooral ook meer moderne mannen nodig. Hoe meer moderne vaders, des te meer keuze vrijheid voor hun vrouwen. Zeker nu de kinderopvang steeds duurder wordt. Moderne moeders kunnen alleen goed gedijen bij moderne vaders (of een andere moderne moeder als partner, dat is mij om het even).

    Ik hoop dan ook dat er over vijf jaar steeds meer vaders op de Facebook tijdlijn actief zullen zijn. “Gebadderd met Stijn Junior, zo naar kinderboerderij, daarna een potje voetballen.” En dan een hoop andere vaders die dat vind-ik-leuken, en daarop informeren of Stijn al hersteld is van zijn griepje, want dan komen zij ook even langs. Potje bier doen.

    Wat niemand zegt over bevallen

    Alle vrouwen die bevallen zijn, dragen een collectief geheim met zich mee. Het geheim, dat kennen mannen niet. Ze zullen het ook nooit kennen. Misschien weten ze het wel, of proberen ze het te begrijpen, maar als ze het echt zouden kennen zouden ze massaal naar hun moeder gaan om haar te bedanken.
    Er zijn veel verhalen over bevallen. De meeste gaan over het lichamelijke aspect, want laten we wel wezen: het is ook nog al wat. Je laat een mens in je buik groeien, en als het af is, laat je het er uit. Het klinkt als een soort sciencefiction filmscript, als je er over na gaat denken. Puur feitelijk gezien is het ook een bizar gegeven, ook al is het de reden van ieders bestaan.

    Waar minder op in wordt gegaan is de andere kant van bevallen. En dan bedoel ik niet het “ik lag met dolfijnengeboortemuziek in bad en nam zelf mijn kind aan” gedoe.
    Je zult, behalve op je laatste levensdag, nooit dichter komen bij de dood, dan bij een geboorte. Wat er met je gebeurt wanneer je gaat bevallen, is dat je in een soort isolement terecht komt, wat veel vrouwen “je eigen wereld” noemen. Je isoleert je totaal van de buitenwereld, omdat je al je kracht nodig hebt voor de wereld die in je lijf leeft. Je lichaam gaat iets ongekends doen en zowel je lichaam als je geest moeten zich samen spannen, als een vuist, om de allerzwaarste inspanning te leveren. Ik merkte het zelf ook tijdens mijn bevalling. Ik sloot me af, sloot me op in mijn eigen lijf.

    Je bent nooit kwetsbaarder dan wanneer je aan het bevallen bent. Je lichaam neemt het van je over en begint met bevallen, of je er nu klaar voor bent of niet. Vergelijk het met een python achtbaan die begint te rijden terwijl je nog niet zeker weet of je beveiliging goed vast zit. Om te bevallen moet je alle controle loslaten. Alle besef van tijd ook. Je moet alles laten gaan en je concentreren op je taak; want iets anders is er niet. Je hebt amper controle over je eigen stem, over je hartslag, ademhaling. En of je nu wil of niet, je lichaam gaat verder. Het blijft een wonder. Op het moment dat je als vrouw voor de eerste (of enige) keer moeder wordt, staat de tijd stil. Je neemt daar ter plekke afscheid van de vrouw die je daarvoor was. Misschien niet bewust, op dat moment. Want vaak weet je nog niet welke gevoelens, zorgen en blijdschap je te wachten staat. Dat kindje dat op je buik wordt gelegd na het bevallen, dat is je nieuwe leven. Vanaf dat moment ben je moeder, en ziet je prioriteiten pakket er voor altijd anders uit. Zoals mijn vriendin een keer zei: “Het zorgeloze leven is voorbij op het moment dat je moeder wordt.” En niets is minder waar dan dat.

    De stille seconden waarin ik besefte dat mijn kind geboren was, die paar seconden voor haar eerste geluidje, ging de wereld weer open. Waar ben ik? dacht ik even. Alsof ik uit een diepe slaap wakker werd. Hoe laat het was wist ik niet, hoe lang ik er over gedaan had ook niet. Wat mijn lichaam had gedaan, ook daar van had ik geen idee. Ik werd alleen overmeesterd door een – nooit eerder zo gevoeld – gevoel van respect voor mijn lijf. Dat het zulk natuurgeweld had aangekund.

    En op het moment dat je kind op je buik wordt gelegd, wordt alles duidelijk. Dan ben je moeder. Onwennig wel nog. Onzeker ook. Als moeder word je constant met je eigen kwetsbaarheid en onzekerheid geconfronteerd. Maar ook dat zal wennen. De gordijnen gaan open, je bent niet meer alleen, het isolement ebt weg uit je lijf, via je benen. Je hoort weer stemmen, je voelt eens voorzichtig aan de vingertjes van je kind, en daar begint dan langzaam de tocht die de verdere rest van je leven zal duren: het leren kennen van je kind, het leren leven met de zorgen en het ervaren van een onvoorwaardelijke liefde, die dieper gaat dan welk ander gevoel dan ook.