Tagarchief: mensen

Zo irritant is het als mensen je personal space niet respecteren

Je kent het vast wel: die oom of tante die op een nieuwjaarsreceptie iets te dicht bij staat en je ongewild lang knuffelt inclusief natte lippenstiftkussen op je wang. Of die collega die het normaal vindt om over je heen te leunen en je schouder vast te pakken elke keer als hij je iets komt vragen.

Personal space: het is heel persoonlijk. De een houdt van knuffelen en lekker klef, de ander vindt een stevige handdruk al iets te intiem.

Hoe houd je nu de ander op gepaste afstand als jij vindt: tot hier en niet verder?

Gewoon zeggen

Het voelt misschien even ongemakkelijk, maar je kunt en mag er gewoon iets van zeggen. “Sorry, maar je staat me iets te dichtbij.” Helemaal niks mis mee.

Zeg het met je lichaam

Niets zo duidelijk als lichaamstaal. Kun je een stap achteruit zetten? Doe dat gerust. Als iemand je ongewenst aanraakt, mag je gerust die hand weg pakken en weg leggen. Zij vroegen immers ook niet jouw toestemming om jou aan te raken, toch?

Houd bij voorbaat afstand

Weet je dat iemand te klef is naar jouw smaak? Geef dan een ferme handdruk, maar met gestrekte arm. Zo geef je geen ruimte om in te komen leunen voor een pakkerd.

Hebben jullie nog tips om je personal space te bewaken? Laat een reactie achter onder dit artikel!

Liefs,

Chrisje

Advertenties

“Ik ben een verschrikking voor deur aan deur verkopers!” – door Chrisje VIP blogger Rosan

Ik ben mij er altijd erg van bewust dat ik een verschrikking ben voor deur aan deur verkopers. Niet alleen omdat ik thuis standaard de meest lelijke pyjama combinaties draag en de ‘zombie-look’ als een fashionstatement zie, maar vooral omdat ik ze altijd netjes uit laat praten en ze onbedoeld net te veel hoop geef. Wellicht heeft dat met mijn autisme te maken, maar misschien ben ik hier ook gewoon niet goed in.

Dat was ook met iemand voor een inzameling van het Rode Kruis…

Ik ben druk bezig met schoolzaken te ontcijferen als ik de bel hoor gaan. Zoals het hoort, sta ik op en loop ik in mijn prachtige roze badjas, mijn stippeltjes pyjamabroek en gestreept topje naar de deur om open te doen.

Als ik de deur open, zie ik een jonge spontane knul voor me staan met een rood jasje waarop op zijn linkerborst in het groot ‘Rode Kruis’ staat. Eventjes kijken we elkaar aan en ik verwelkom tegelijkertijd de warmte van de zon die ik vandaag in mijn kluizenaarsbestaan nog niet had gevoeld.

De jongen steekt zijn hand uit en ik kijk er even naar. Ik realiseer me al snel dat dit een begroeting moet voorstellen dus ik pak zijn hand en rammel een beetje met mijn arm op en neer. Het begin van de conversatie en overtuigingsstrategie van de jongen is hierbij in gang gezet. Enthousiast begint hij zijn verhaal over mensen in Syrië die honger hebben en waarvoor zij voedselpakketten doneren. Terwijl hij zijn verhaal doet met allerlei details die voor mij in de warmte van de zon al snel wegsmelten probeer ik me te bedenken of ik het gesprek niet moet afkappen. De jongen doet zijn best en vertelt zijn verhaal op overtuigende wijze, maar ik weet nu al dat ik hem niet kan helpen. Ik heb nu eenmaal met mezelf de afspraak om telefonisch of aan de deur niks te kopen. Zeker sinds ik over de psychologie van de overtuiging heb geleerd. Aan de andere kant pakt het enthousiasme van de jongen mij wel en laat ik mij graag even in de warmte van de zon naar een andere wereld brengen. Wellicht is het voor hem ook wel een goede oefening tussendoor qua presentatie. Zoals verwacht leidt het verhaal ook naar een conclusie: ze hebben geld nodig en ik ben de persoon die dat gaat geven.

Omdat ik de jongen niet gelijk in een put van teleurstelling wil gooien, reageer ik hier nog niet direct afwijzend op, maar laat ik hem mij een boekje zien waarmee ik me ook weer kan uitschrijven van de maandelijkse betaling. Hierbij vertelt hij hoe fantastisch hij het boekje wel niet vindt. Terwijl hij dit vertelt, vouwt hij het boekje open waardoor het zich ontluikt tot een groot rood kruis. “Kijk hoe fantastisch! Daar word ik nou echt blij van!” Zegt hij nog even ter bevestiging hoe fantastisch dit boekje wel niet is.

Ik wil antwoorden dat het zeker fantastisch is dat het rodekruis ook nog heeft gedacht aan de esthetische kwaliteit van het boekje waarmee je de betaling kunt beëindigen die mensenlevens redt en dat ze het daarbij ook nog bijna als een cadeautje presenteren dat ik echt moet willen hebben. Maar ik houd mijn mond uiteindelijk maar. In plaats daarvan knik ik vriendelijk.

Vervolgens legt de jongen uit dat het om een maandelijkse betaling aan het Rode Kruis gaat van minimaal 8 euro en dat is natuurlijk geen geld. Na die woorden wilde ik antwoorden dat ik aan mijn persoonlijke rode kruis maandelijks al genoeg doneer in de vorm van maandverbandjes, maar ik houd toch maar weer mijn mond.

De jongen vraagt ook nog even hoe oud ik ben en in plaats van het slimme antwoord (15) zeg ik braaf: 22. Nu wordt hij extra enthousiast en vervolgt hij met de vraag: “Ben je toevallig student?” Daarop antwoord ik bevestigend. Zijn ogen beginnen te sprankelen en hij maakt nog net geen huppeltje en zegt blij: “Dan heb ik voor ‘jou’ een speciale aanbieding! Jij hoeft dan maar minimaal 6 euro per maand te betalen!”

‘Nou, wat fantastisch. Krijg ik én een esthetisch goedogend Rodekruis uitschrijfboekje en 2 euro korting op mijn donaties.’ Denk ik in mijn meest Rotterdamse accent.

Nu besluit ik dat ik toch maar moet zeggen dat dit hem niet gaat worden, hoe lastig dat ook is. Ik kijk de jongen vriendelijk aan en zeg hem dat ik een erg dure maand heb gehad (Wat ook daadwerkelijk zo is). Daarop antwoordt hij dat hij dat ook heeft gehad, maar dat hij speciaal voor dit goede doel tijdens het uitgaan twee biertjes heeft laten. Zo kwam hij al snel aan zijn 6 euro. Daarop antwoord ik droogjes: “Ik ga niet uit…”

De jongen kijkt me even aan alsof ik hem zojuist heb vertelt dat ik net in mijn achtertuin een zeehondje heb doodgeknuppeld. “Ga je… ga je ook niet soms gezellig weg met vriendinnen?” vraagt hij aarzelend en ik zie hoe hij een nieuwe verkoopstrategie probeert te vinden.

“Nope.” Antwoord ik kort maar krachtig. “Maarrr… Ik heb wel een paard en dat is vooral duur.” Ik wil me even voor mijn hoofd slaan want ik weet dat ik hem zojuist een nieuwe strategie in de handen heb geduwd en dat is ‘de kracht van overeenkomsten’. Zijn ogen beginnen dan ook te fonkelen en hij antwoordt snel: “Mijn zusje heeft ook een paard! Hoe lang rijd je al paard?… Wauw, zo lang al… Is het een mannetje of een vrouwtje? …Een ruin? Nou ik zie dat je vrij slank bent, kan je dan zo’n sterk mannetjes paard wel aan?”

Eventjes kijk ik hem aan met een vriendelijke dodenblik en vraag me af of dit nu zojuist een compliment was of meer een negatieve gender gerelateerde opmerking. Omdat het me eigenlijk niet zoveel uitmaakt antwoord ik slechts kort: “Ja.”

Nu wendt hij zich weer snel naar het feit dat hij me wel kan helpen met het invullen van het formulier en dat ik daarna ook nog zo’n fantastisch esthetisch goedogend Rode Kruis uitschrijfboekje krijg. Hierop zeg ik dat ik er liever nog even over nadenk voordat ik me gelijk aan iets vastleg. Hij wijst me er echter snel op dat deze actie in Hellevoetsluis slechts vandaag geldt en alleen aan de deur kan worden afgesloten. Ik frons vervolgens met mijn wenkbrauwen. Want welk goed doel wil slechts één moment gebruiken om geld in te zamelen voor hun actie? Vervolgens realiseer ik me dat juist dat ook een verkoopstrategie is omdat het schaars en tijdelijk is en daarom dus aanlokkelijk. Wanneer hij zegt dat ik misschien volgende week spijt heb als ik dit nu niet doe, weet ik zeker dat ik klaar ben met dit gesprek.

Ik zeg snel dat het hem voor mij niet gaat worden als het nu gelijk moet, maar dat ik het nog wel even aan mijn vader zal vragen. Vervolgens roep ik willekeurig door het huis naar mijn vader en doe ik alsof ik naar hem opzoek ben. Ik weet dat hij in de tuin is, maar ga hem hier nu niet mee belasten (en ik weet zijn reactie al).

Zonder hoorbare reactie van mijn vader loop ik terug naar de voordeur en zeg ik teleurgesteld dat hij niet thuis is en ik hem helaas niet verder kan helpen. De hoop verdwijnt uit de ogen van de jongen en even voel ik mij schuldig. Hij herpakt zich en zegt dat hij het dan maar bij iemand anders probeert. Hij laat zijn schouders zakken, draait zich om en loopt weg. Ik wend mijn blik nog even naar de zon en neem het laatste beetje warmte in mij op voor ik de deur sluit. Ik draai me nu ook om en loop in mijn prachtige roze badjas, mijn stippeltjes pyjamabroek en gestreept topje richting het bureau waaraan ik in mijn kluizenaarsbestaan aan het werk was. “Zo, nu weer verder met het voorbereiden van mijn stage.” Zeg ik terwijl ik nog nageniet van het warme zonnetje van daarnet.

Dit is hoe het bij mij vaker gaat bij deur aan deur verkoop. Ik denk er veel te veel over na en kan het niet in me opbrengen om iemand gelijk te vertellen dat hij/zij het beter ergens anders kan proberen. In plaats daarvan zoek ik allerlei omwegen die uiteindelijk naar hetzelfde leiden, maar dan op een veel onhandigere en langere manier. Ook doe ik onbewust aan een analyse omtrent een verkoopstrategie (waar ik een hekel aan heb). Daarbij vind ik het Rode Kruis oprecht een goed doel, maar ik wil altijd ergens over na kunnen denken voordat ik een donatie doe. Als dat van me wordt afgenomen, houdt het voor mij op.

Een zeer lang verhaal over een terugkerend fenomeen in mijn leven. Wellicht dat mensen zich er wel in herkennen. Toch hoop ik voor jullie dat jullie de ander wel gewoon vriendelijk kunnen afwijzen om deze heisa te voorkomen.

Liefs,

Rosan

Word jij gek van eetgeluiden?

Word jij bijna gek als iemand met open mond eet en daarbij luid smakt? Krijg je mep neigingen van mensen die hard op hun toetsenbord rammen, luidruchtig een appel eten, nootjes of chips verorberen? Vraag je je af of die agressieve gevoelens die je hierbij krijgt normaal zijn? Dan kan het goed zijn dat je misofonie hebt.

Misofonie is een aandoening waarbij specifieke geluiden heftige gevoelens van woede, haat of walging oproepen. Letterlijk betekent misofonie haat van geluid.

pexels-photo-469676Mensen met misofonie hebben hier last van bij veel verschillende geluiden (ook wel triggers genoemd). Dit kan variëren van iemand die zijn eten luidruchtig kauwt tot het tikken op een toetsenbord. Bij het horen van deze triggers is het voor de persoon met misofonie onmogelijk om dit geluid niet te horen; sterker nog, men hoort vanaf dat moment niets anders meer.

Misofonie gaat wel verder dan wat lichte irritatie, volgens de website van de vereniging voor misofonie: “Misofonie is een hersenaandoening waarbij specifieke geluiden extreme gevoelens van woede, walging of haat opwekken. Het gaat veel verder dan ergernis of irritatie.”

pexels-photo-2128817Waar misofonie precies vandaan komt, daar zijn de geleerden nog niet helemaal achter. Vaak begint het tijdens de puberteit. Men is er nog niet achter of het een psychiatrische of neurologische aandoening is. Maar dat het beperkend is om misofonie te hebben, dat is wel duidelijk; sommige mensen gaan de deur zelfs bijna niet meer uit.

Ben jij of ken jij iemand met misofonie? Op de website van de vereniging voor misofonie kun je het testen. 

apple-bite-diet-eat-41660

“Ik verloor mijn wimpers, wenkbrauwen en haren op mijn hoofd.”

Chrisje’s VIP blogger Susan Schuitema heeft Alopecia areata, waardoor zij last heeft van (soms blijvend) haarverlies.

Wat bijna niemand van mij weet, maar ik wel graag wil vertellen: Een tijdje na de geboorte van mijn zoon, viel het mij op dat mijn ene wenkbrauw begon uit te vallen. Vervelend, maar niet zorgelijk. Ik dacht dat het wel weer aan zou groeien. Steeds meer haartjes vielen uit, en voordat ik het wist was ik bijna een hele wenkbrauw kwijt. Via de huisarts kwam ik terecht bij een dermatoloog. Ze bekeek mijn wenkbrauwen en gaf mij de diagnose Alopecia areata. Juist ja, en dat is?

Het komt er dus op neer, dat je eigen lichaam je haartjes niet herkent en daarom zoiets heeft van, rot maar lekker op. Het zou kunnen dat het weer aangroeit, het zou ook kunnen dat het wegblijft. Daar had ik dus drie keer niks aan. Er is dan ook weinig aan te doen, er bestaan een aantal opties en ik begon met de meest makkelijke. Een lotion die ik kon aanbrengen. Dit heb ik enkele maanden geprobeerd, zonder effect. Na een hele lange tijd zag ik dat langzaamaan mijn wenkbrauw terug begon te komen. Het nadeel daarvan, is dat mijn andere wenkbrauw begon uit te vallen. En daarnaast ook nog aan één kant mijn wimpers. Wat een feest!

Hoewel ik het heel vervelend vond, had ik overal wel een oplossing voor. Mijn wenkbrauwen tekende ik bij. Wat nog best een uitdaging is. Ik liep er in het begin dan ook vaak bij als clown. Te dunne wenkbrauwen, te dik, te lang, te donker. Vooral het laatste, veel te donker! 

Mijn wimpers kon ik weinig aan doen, dat accepteerde ik dan maar. Ik durfde alleen geen make-up meer te dragen, ik was veel te bang dat er nog meer uit zou vallen. Wat wel zorgde voor onzekerheid, want ik voelde me vaak heel kaal. Letterlijk en figuurlijk, kaal. 

Beide wenkbrauwen zijn weer op zijn retour. Ze zijn nog niet zo vol en compleet als dat ze waren, jaren geleden, maar goed, ze zijn weer onderweg. Ook mijn wimpers groeien weer aan, maar wel in de totaal verkeerde richting. Hierdoor sta ik dus iedere ochtend voor de spiegel, met een wimpertang, mijn wimpers in de goede richting te dwingen. Allemaal te overzien.

En toen kwam voor mij de zwaarste klap. Tijdens het borstelen van mijn haar, na het douchen, zag ik in de spiegel een kale plek.

Bovenop mijn hoofd, een kleintje nog maar, maar toch. Er zat een kale plek en ik wist hoe snel dat kon veranderen. Mijn haar ging in een staart, niemand die het zag, niet meer over nadenken, klaar. In de hoop dat het bij dit kleine plekje bleef, maar helaas. Het werd groter en groter, en tot op de dag van vandaag groeit het niet terug, maar valt er alleen maar meer uit. De kale plek is niet meer te verbergen met los haar. 

Daar waar ik geen make-up meer durf te dragen, durf ik nu ook mijn haar niet meer los te dragen. Terwijl ik mezelf toch écht mooier vind met losse haren. Mijn krullen, het staat zoveel vrouwelijker dan mijn strakke staart. Een bezoekje aan de kapper, waar ik mij altijd op kon verheugen, is nu een ‘knip de puntjes maar’ en ik doe snel mijn haar weer vast.

En zelfs nu met staart in, als ik het niet op de juiste manier vast doe, zie je de kale plek. De enige optie is dus echt een hele strakke staart. En daar moet ik het voorlopig mee doen.

Na ieder douchebeurt ben ik bang dat er nog meer haar weg is.

Haren verven durf ik niet meer. En iedere keer als ik in de spiegel kijk, word ik niet blij van wat ik zie. Mezelf lelijk noemen, daar ben ik een tijd geleden mee gestopt, want dat ben ik niet. Maar aantrekkelijk? Dat voel ik mij absoluut niet. Ik zie niet de Susan, die ik eigenlijk van binnen wil zijn. Ik zie een saai en leeg persoon, terwijl ik eigenlijk die krullenbol met een beetje make-up wil zijn. 

Tot nu toe kan ik het nog redelijk verbergen, maar ik denk er steeds vaker over na, wat als? Wat als het niet terug groeit? Wat als het nóg groter wordt en het wel te zien is, als ik mijn haren vast draag? Wat als er nog een kale plek bij komt? Ik krijg de neiging om mijn haar dan weg te halen en een pruik te gaan dragen. Dat stel ik uit, tot het echt niet meer anders kan, maar dat idee alleen al, doet mij pijn. Ik wil het niet, maar ik wil me graag weer mooi voelen. 

Dus de volgende keer dat je mij ziet lopen, en je ziet mij met mijn haren vast en mijn make-uploze gezicht. Denk dan niet dat ik zo’n moeder ben die zichzelf niet meer verzorgt. Zie dan alsjeblieft de vrouw die ik ben, onder mijn naturelmaskertje. Besef dan dat ik in gedachten de blije krullenbol ben mét een beetje make-up. Dan blijf ik heel hard duimen, dat mijn lichaam mijn haar weer wil kennen en dat we elkaar binnenkort weer mogen ontmoeten.

Liefs,

Susan

Eigenwijs? Dat maakt je juist succesvol!

Ik geloof dat het bij een foto stond van toen ik een jaar of één was: de tekst “Hoezo eigenwijs?”. Ja, al op jonge leeftijd was ik een eigenwijs figuur. Dat ben ik trouwens nog steeds, en ik zou het nooit aan mezelf veranderen.

Eigenwijs zijn wordt wel eens bestempeld als negatief. En natuurlijk is het niet altijd handig om iemand in je leven te hebben (of het nou op het werk is of privé) die heel eigenwijs is. Toch zijn eigenwijze mensen ontzettend belangrijk en hard nodig!

Eigenwijze mensen nemen – hoe graag je dat ook wil – niet zomaar iets aan. We nemen zaken niet direct voor waar aan.

We stellen eerder kritische vragen: waarom? Kan dat niet handiger? Of sneller? Wat als ik het nou eens zo doe? Of een andere aanpak kies?

Eigenwijze mensen zijn creatief, vinden onverwachte oplossingen, accepteren niet zomaar nee als antwoord. Gaat niet bestaat niet!

Natuurlijk moeten we ons ook wel eens schikken. Komen we soms over als betweters. Accepteren we ook wel eens (met tegenzin) nee. Maar als niemand ooit eigenwijs was geweest, waren een heleboel dingen bij het oude gebleven, waren uitvindingen niet uitgevonden en was er geen vernieuwing.

Heb je een eigenwijs persoon in je omgeving? Koester hem of haar! Zonder eigenwijze mensen zou het leven al snel een hele saaie bedoening worden.

Het mooiste kado voor jouw kind voor later maak je zo!

Ik weet niet meer waar ik er voor het eerst van hoorde, maar jaren geleden ben ik begonnen met het sturen van e-mails naar mijn dochter.

Ze was toen denk ik een jaar of drie, vier. Ik maakte een e-mailadres voor haar aan, waar ze als ze ouder is het wachtwoord van zal krijgen.

Naar dat e-mailadres heb ik door de jaren heen heel veel mails gestuurd, met bijlagen:

  • het filmpje van toen ze de eerste keer kroop,
  • foto’s van verjaardagen,
  • rapporten,
  • leuke evenementen op school,
  • eerste keren,
  • foto’s van de huisdieren,
  • grappige uitspraken die ze deed,
  • e-mails over bijzondere gebeurtenissen en
  • vooral ook veel “zomaar mails”, om haar te vertellen hoe bijzonder ze is.
  • Zo kan ze als ze ouder is altijd terug kijken. Een mooier kado kun je denk ik niet krijgen, toch?
  • Ben jij een people pleaser en medeafhankelijk?

    Ben jij een notoire people pleaser? Spring jij altijd als eerste op om anderen te helpen? Komen mensen als eerste naar jou toe met hun problemen? Vind je het moeilijk om je grenzen te bewaken en kom je vaak in (liefdes)relaties terecht die niet gezond voor jou zijn, met mensen die jou manipuleren of gebruiken? Grote kans dat jij last hebt van codependency, oftewel medeafhankelijkheid.

    Mensen die codependent zijn, hebben vaak een laag zelfbeeld en passen zichzelf helemaal aan aan de ander. Eigen behoeften worden volledig weg gecijferd om de ander tevreden te stellen. Vaak schuilt daarachter een diepe angst om verlaten te worden en alleen te zijn.

    Dit gedrag ontstaat meestal bij mensen waarvan in hun jeugd niet aan hun emotionele behoeften werd voldaan: Codependency ontstaat immers meestal door een onveilige hechting in je (moeilijke) jeugd, waardoor je niet geleerd hebt hoe een gezonde relatie er uit ziet. Je hebt wellicht geleerd dat houden van hetzelfde is als zorgen voor en geeft daarmee al je energie aan de ander. Je stelt je veel te afhankelijk op van de ander, waarmee je die persoon alle macht en controle over jou geeft.

    Een relatieverslaving kan hier een gevolg van zijn: je hecht je aan emotioneel beschadigde mensen waar je voor denkt te kunnen of moeten zorgen. Dat jij hierdoor vaak gekwetst wordt neem je voor lief: dit ben je immers gewend. Het ongezonde patroon is onveilig, maar doordat je dit herkent uit je jeugd voelt het onterecht veilig. Rationeel weet je wel dat dit niet goed is, maar emotioneel lukt het je niet om hier afstand van te nemen.

    Hoe doorbreek je nu de spiraal van codependency? Hoe zorg je er voor dat ook jouw behoeften worden bevredigd en niet al je energie gaat naar het helpen van anderen? Hoe zorg je er voor dat je van jezelf mag kiezen voor gezonde relaties waarin geen misbruik van jou wordt gemaakt?

    Erkennen in welke patronen je vast zit is een eerste stap; begrijpen hoe dit heeft kunnen gebeuren. Hyponose therapie kan ook een stap zijn: onder begeleiding van een professional kun je “terug gaan” naar je jeugd en de behoeften die je had uitspreken. Leren van jezelf te houden is de belangrijkste stap: als je van jezelf leert te houden, pik je het niet wanneer een ander over jouw grenzen heen gaat of misbruik van jou maakt. Bovendien ben je niet langer bang om alleen te zijn, omdat je genoeg van jezelf houdt.

    Wanneer je genoeg om jezelf geeft, maak je gezondere keuzes voor jezelf. Met het beëindigen van destructieve en ongezonde relaties maak je ruimte voor gezonde relaties waarin geven en nemen in balans zijn en jij jezelf niet meer kwijt raakt.

     

    Leestips:

    Als hij maar gelukkig is

    door Robin Norwood

     

    Leef je eigen leven

    door Melodie Beattie

    Kerstfile

    ‘Wat ben ik toch een goed georganiseerd persoon’, dacht ik vandaag. ‘Het is nog niet eens de dag van kerstavond en ik denk er nu al aan dat ik nog wat in huis moet halen!’

    Dus toog ik vol goede moed naar een winkelcentrum in de buurt, compleet met een incompleet boodschappenlijstje. Drie straten voor het winkelcentrum ging het verkeer iets langzamer rijden.

    “Het regent ook,” dacht ik nog, “dan rijden mensen wat langzamer.”

    Twee straten voor het winkelcentrum reden we wel erg langzaam, waarmee ik bedoel te zeggen dat we feitelijk stil stonden. “Zou er een ongeluk gebeurd zijn?” vroeg ik aan mijn dochter. “Ik zie niks,” zei ze, “..misschien is het file.” “File? Hahaha! Hier staat nooit file!” lachte ik terug. Toch gingen we wel opvallend langzaam vooruit.

    Nadat we drie kwartier later de bocht om gekropen waren werd het me pijnlijk duidelijk: er stond een file richting het winkelcentrum. Maar liefst twee straten vol. “Hier heb ik geen geduld voor.” zuchtte ik, terwijl ik mezelf in gedachten al over de hoofden zag lopen in het winkelcentrum na drie uur file en twee zenuwinzinkingen. “Gelukkig, want ik ook niet.” zuchtte dochter. Dus gingen we de eerste zijstraat in om de ontsnappen aan de file vol mensen zoals ik; mensen die op de laatste dag nog even ALLES gaan kopen.

    Kerstfiles: ik wen er nooit aan. Waarom doen met zijn allen alsof het de allerlaatste dag is waarop de wereld bestaat? En waarom besluiten we dan ook nog dat we -paradoxaal genoeg- wel een proviand moeten kopen voor zes jaar?

    Morgenvroeg gaat de wekker extra vroeg. Dan zijn we de eersten in de winkel, filevrij, en kopen we gewoon wat er nog over is gebleven van de plunderingen van vandaag.

    Liefs,

    Chrisje

    christianne.jpg

     

    Ik voel ik voel wat jij niet ziet: onzichtbaar ziek

    Fibromyalgie, andere vormen van reuma, migraine, burn-out, depressie, et cetera: Er zijn veel ziektes die niet zichtbaar zijn aan de buitenkant.

    Waar iemand met een gebroken been vanzelf begrip en medewerking krijgt van mensen vanwege bijvoorbeeld het dragen van gips of lopen met krukken, moeten mensen met een onzichtbare ziekte of aandoening vaak twee gevechten leveren: één gevecht tegen hun aandoening en het andere gevecht tegen onbegrip en vooroordelen van de omgeving.

    lees verder onder de afbeelding

    Veel mensen denken dat alles goed met je gaat omdat er niets aan jou te zien is. Hoe lang je er over gedaan hebt om uit bed te komen (psychisch of fysiek) ziet men niet. Hoe vermoeid je bent (mentaal of lichamelijk) na een activiteit ziet men evenmin.

    Het hebben van een onzichtbare aandoening blijft een dubbele strijd. Goede vrienden, professionele begeleiding en “insiders” die echt weten en begrijpen wat je doormaakt zijn daarbij onmisbaar.

    Soms is het ziektebeeld ook grillig: de ene dag kun je bijvoorbeeld meer aan dan de andere dag, grenzen verschuiven, zowel op het psychische vlak als lichamelijk. Het is dan soms verwarrend voor de omgeving, want: waarom kun je vandaag niet mee doen als je gisteren wel nog op de been was?

    Dit telkens maar uitleggen en er begrip voor vragen is moeilijk: vaak is het nodig dat je zelf erg stevig in je schoenen staat en er voor waakt dat je niet over je grenzen heen gaat. Onder voorbehoud afspraken plannen kan een optie zijn: je houdt een slag om de arm en geeft dat vooraf duidelijk aan: “Als ik me goed voel die dag ga ik heel graag mee.”. Zo voorkom je teleurstellingen voor je omgeving en bewaak je je eigen grenzen, door op de dag zelf te beoordelen of iets al dan niet mogelijk is.

    Het is en blijft een strijd om te luisteren naar je lijf en naar je grenzen. Je zult jezelf zeker blijven tegenkomen, totdat je leert jezelf te beschermen en je grenzen te bewaken.

    Soms zul je hiermee ook vrienden verliezen, als ze niet kunnen omgaan met de veranderde jij, die niet meer alles kan.

    De vraag is dan uiteraard wel of dat in de eerste plaats echte vrienden waren…

    Verhuisstress: door VIP blogger Susan

    Verhuizen, stress en twijfels

    Vijf jaar geleden leerde ik mijn man kennen, ik woonde destijds in mijn flatje in Leeuwarden en vertrok zonder enkele twijfel en trok bij hem in. Ik liet hierbij mijn opleiding achter en ging op best wel verre afstand wonen van mijn familie en vriendinnen. Als iets goed voelt, voelt het goed toch? En van die keuze heb ik tot op de dag van vandaag nooit spijt gehad. Natuurlijk was het, vooral zonder rijbewijs in het begin, lastiger om af te spreken maar goed, ook een goede vriendschapstest denk ik dan maar. 


    Het was soms lastig want ik had hier niks, ik kende de omgeving niet en had helemaal geen netwerk om mij heen. Gelukkig ben ik wel een type wat op onderzoek uitgaat, dus ik had mijn weg snel gevonden en leerde langszaamaan mensen kennen en begon mijn eigen kringetje op te bouwen. Verhuizen is mij niet vreemd, dus dat kwam allemaal wel weer.

    De woning van mijn man, nu dus onze woning, stond al 6 jaar te koop voordat wij ons eerste bod kregen een aantal maanden geleden. Waar je het eerst niet kan geloven, word je daarna onzeker over of alles wel door gaat. Of deze ene kans om hier weg te gaan, niet alsnog voor onze neus weggeveegd wordt. Maar nee, een aantal weken later was alles rond en ondertekend, het was echt, het ging door! En vanaf dat moment ging ik denken.

    Opeens kwamen dromen en wensen weer naar boven, die ik had weggestopt omdat dat hier nou eenmaal niet mogelijk was. En het idee om ooit weer dichterbij mijn familie en vriendinnen te gaan wonen, had ik allang losgelaten omdat ik ergens niet meer durfde te hopen dat we het huis gingen verkopen. Opeens werd alles dus weer mogelijk en omdat we maar een paar maand hadden, moesten we toch snel keuzes gaan maken, we hadden namelijk nog totaal geen zicht op een nieuwe woning. Toen ik op mijn 19e uit huis ging schreef ik mij direct in bij een woningbouwvereniging in Friesland, dus daar had ik al bijna 10 jaar inschrijftijd, het meest logische was dus om daar op huizen te gaan reageren. Nadat ik met een vriendin had afgesproken en weer naar huis reed voelde ik pas, hoe erg ik het eigenlijk mis. Hoe erg ik het mis om gewoon even op de koffie te gaan en niet eerst 1,5u hoef te rijden. Ik wilde niet per se om de hoek wonen, maar iets dichterbij, dat was voor mij echt wel een wens geworden.

    Hoe ga ik dit bespreekbaar maken, want mijn man en Friesland, is geen combinatie. En aan de andere kant, was ik het na 5 jaar ook wel zat om zo ver weg te wonen. Er zou dus ergens een compromis gesloten moeten worden. Gelukkig is binnen onze relatie alles bespreekbaar en hebben we dit ook naar elkaar uitgesproken. Dan sta je opeens lijnrecht tegenover elkaars wensen, en uit liefde ben je geneigd om toe te geven aan de wens van de ander. Ik wilde niet dat hij voor mij zou verhuizen, want ik wilde dat hij gelukkig zou zijn. En andersom, wilde hij niet dat ik ongelukkig zou worden als we het niet deden. Daar zit je dan, en nu?

    Het waren voor mij weken van heen en weer geslinger tussen emoties en gedachten. Wat wil ik? En word ik ook echt wel gelukkig als ik hier in de omgeving blijf? En hoe realistisch is het om van hem te wensen om mee te gaan naar Friesland. Erg lastig.

    Uiteindelijk kwamen we tot op een oplossing, we lieten het over aan het universum. We bleven reageren op woningen hier in de buurt, maar wanneer er een woning op de site zou komen meer richting Friesland, die voldeed aan onze wensen, dan zouden we daar op reageren. Dus eigenlijk, dat wat als eerst komt, dat wordt het. Ergens gaf mij dit wel een rustig gevoel, want ik vertrouw nou eenmaal op het universum en dat alles loopt zoals het moet lopen. De woningen in Friesland waren spontaan niet meer in de aanbieding en ik begon ook meer zonder gevoel te denken.

    Onze zoon zit hier op de peuterschool en heeft het hier erg naar zijn zin. Als we hier blijven wonen, kan hij daar blijven, als we verder weg gaan zou hij moeten switchen. En uit ervaring weet ik dat dát geen strak plan is. Daarnaast, zou mijn man vanuit Friesland minimaal 45min moeten rijden naar zijn werk, kan ik dat van hem vragen? 
    Het enige voordeel was, dat alles en iedereen voor mij dichtbij zou zijn en dat maakte het idee van Friesland voor mij gewoon heel fijn.

    We werden gebeld, een makelaar hier uit de buurt had een woning, in Veendam. We hoefden niet te zoeken, niet te reageren, we werden gewoon gebeld en we kregen zo een woning aangeboden. Dit was wel een erg duidelijk teken van boven voor mij. Dit konden we niet weigeren.  De woning voldoet aan onze wensen, is groot genoeg, staat in een leuke buurt en alles is op loopafstand te doen. Mijn gevoel zei aan alle kanten ja en we hadden nog maar twee maanden om een huis te vinden. We moesten wel, dus ik leg mij er gewoon bij neer.
    Ik was blij met de woning, oprecht blij. Blij voor mijn man, blij voor mijn kind omdat alles wat hij nodig heeft hier ook aanwezig is. De speeltuin voor huis, de kinderen in de buurt, de school op loopafstand, alles wat we voor hem willen. Dus nee, afwijzen kon ik dit niet.

    Iedereen reageerde blij, enthousiast en de hulp kwam van alle kanten. En toch kreeg ik van een aantal lieve mensen ook de vraag: ‘maar Suus, jij dan? Word jij daar gelukkig?’ En zelfs mijn schoonvader die zei: ‘als het niet goed voelt, of als je twijfelt, moet je het niet doen.’
    Dat vond ik zo onwijs lief, dater mensen waren die zagen en voelden dat dit goed zat, maar ook aan mij dachten omdat ze wisten dat ik een andere wens had. En ja, ik heb enorm aan het idee moeten wennen, omdat ik een compleet ander toekomstbeeld had, vooral voor mezelf. Het was en is soms dubbel omdat ik kies voor het geluk van mijn gezin. Zet ik daar dan mijn eigen geluk mee aan de kant? Dat absoluut niet, want ik ben pas gelukkig wanneer mijn hele gezin gelukkig is. En dat was in Friesland niet zo geweest. 

    We kregen de sleutels, we begonnen heen en weer te tillen met dozen. Onze woning wordt met de dag leger en de nieuwe woning met de dag voller. Het behang zit bijna overal al op de muren, in twee kamers ligt al laminaat. De datum voor het verhuizen staat vast en beetje bij beetje verplaatsen wij ons ‘thuis’ naar daar. Ik begin de voordelen in te zien van de andere woning, ik begin mijn beeld bij te stellen naar een toekomst daar. En dan zeggen mensen wel: ‘maar jullie kunnen toch alsnog verhuizen als het jullie niet aan staat?’ Ja, wel naar een ander huis, maar niet naar een andere woonplaats. Er is één eis die ik heb en dat is dat onze zoon de basisschooltijd doorbrengt op één school. Dus dat maakt het voor mij definitief, dat we de aankomende 9 jaar in ieder geval vastzitten aan deze omgeving. 

    Niet erg, maar ik begin het eng te vinden. Een nieuwe start, de eerste woning waar we écht samen beginnen, een nieuwe omgeving, nieuwe buren. Mijn man heeft zijn familie en vrienden daar, ik moet nog een netwerk gaan opbouwen. En ook al weet ik dat dit bij mij meestal niet zo moeilijk verloopt, ik vind het spannend. Wie zit er op mij te wachten? Ik ben niet iemand die je deur plat loopt of onaangekondigd binnen komt maar af en toe even koffie drinken en kletsen, graag! 

    Nu het allemaal bezonken is, heb ik er erg veel zin in, ik vind het leuk om daar bezig te zijn, het is spannend maar het we vinden ons plekje wel weer! Ik had van te voren nooit verwacht dat verhuizen zoveel los zou maken, maar ach, als we samen maar gelukkig zijn, dan komen we er wel! 

    Liefs,

    Susan

    ACTIE: IK STUUR GEEN KERSTKAART, ik gun een kind zijn ouders dichtbij!

    Jaarlijks geven we veel geld uit aan kerstkaarten, die in januari vaak bij het oud papier eindigen. Ondertussen zijn er talloze zieke kinderen die hun ouders dichtbij zich nodig hebben om te vechten tegen hun ziekte en te herstellen.

    Als je dit leest, roep ik jou dan ook op om dit jaar dat geld dat je normaliter aan kerstkaarten en postzegels spendeert te doneren aan het Kinderfonds van de Ronald McDonald huizen, zodat meer ouders van zieke kinderen bij hun kind in de buurt zijn.

    Doneer het bedrag van je kerstkaarten, deel deze blog op je social media onder de hashtag #geenkerstkaart en stimuleer zo anderen om dit initiatief over te nemen!

    Het Kinderfonds krijgt geen subsidie en is dus afhankelijk van donoren! Je kunt maandelijks donateur worden, maar eenmalig is ook mogelijk via deze link: https://www.kinderfonds.nl/hoe-kunt-u-helpen/doneren

    Bedankt en zeg het voort! ❤️

    Grote mensen die niet vragen, worden overgeslagen!

    “Kinderen die vragen, worden overgeslagen!”

    Hoe vaak heb jij dit gehoord als kind?

    Wellicht was het wel eens terecht: als je voor de derde keer zeurde om een koekje bijvoorbeeld.

    Toch lijken volwassenen gaandeweg af te leren te vragen om wat ze willen. Vrouwen lijken daar het meest last van te hebben. Bescheiden zijn, netjes zijn, niet brutaal doen… we krijgen het allemaal af- en aangeleerd.

    Als volwassene kun je dan te maken krijgen met een probleem: je leeft niet het leven dat je graag zou willen leven, bijvoorbeeld. Je wil veranderingen aanbrengen, maar je weet niet goed hoe. Je wil heel veel, maar hebt het jezelf afgeleerd er om te vragen. Toch is hier helemaal niets mis mee: vragen mag altijd en daarbij: het is prettig om te weten én uit te spreken wat je wil.

    Als niemand weet wat jij wil, is dat waarschijnlijk omdat je het niemand vertelt. En als je het niemand vertelt, kun je dat je omgeving ook niet kwalijk nemen!

    Lees verder onder de afbeelding

    Gelukkig is het nooit te laat om afgeleerd gedrag weer aan te leren. Je kunt vandaag nog beginnen met oefenen! Start met kleine dingen: schrijf op een lijstje welke dingen jij graag zou willen, en kies de meest laagdrempelige daarvan uit om als eerste mee te beginnen. Of het nu gaat om iets dat je heel graag wil krijgen voor kerst, of een cursus die je graag wil volgen op je werk: het maakt niet uit: als jij het maar vraagt!

    Hoe vaker jij hardop kenbaar maakt wat je graag wil, hoe vaker je het ook zult krijgen. Let maar op!

    Wat je straks niet zult zien aan mijn instagram foto’s

    door VIP blogger Michelle-Anne Lucas

    Het is bijna zover.. Over zes dagen vertrek ik naar Bali. Als ik mensen vertel dat ik op reis ga krijg ik vaak dezelfde reacties: ‘Oh wat geweldig. Ik ben jaloers’ of ‘ Als ik jouw leeftijd had zou ik precies hetzelfde doen’. Mijn antwoord hierop lijkt mensen vaak nogal te verrassen: ‘Het is moeilijk om te leven wetende dat je weg gaat.’ De reis zelf is ideaal om te leren genieten van het moment, maar de tijd die er naartoe leidt is juist het tegenovergestelde. Je bent continu bezig met je leven inrichten zodat je op reis kan gaan.

    Voordat ik in het paradijs ben aangekomen deel ik mijn ervaring van de afgelopen maanden. Niet om je bang te maken om mijn voetstappen te volgen, maar om je het verhaal te vertellen achter de prachtige Instagram foto’s:

    Eind 2017 kreeg ik met mijn reisgenoot het wilde idee om samen te gaan reizen. Toen ik besloot niet verder te gaan met mijn Masteropleiding, wist ik zeker dat ik dit wilde gaan doen. April van dit jaar boekte ik mijn one way ticket en was ik super enthousiast. Op dat moment woonde ik nog in Leuven, maar een paar maanden later zou ik hier weg moeten. Omdat ik een tijdelijke woning nodig had was mijn keuze al snel gemaakt; Ik ging bij mijn vriend wonen.

    Toen ik weer terug naar Limburg verhuisde wist ik niet goed wat ik met mijzelf moest. Ik moest wel gaan werken om voor mijn reis te kunnen betalen, maar wie zou iemand aannemen die maar een paar maanden aan de slag kon gaan? Ik solliciteerde erop los, maar beperkte mijzelf enorm door steeds netjes aan te geven dat ik op reis zou gaan. Gelukkig vond ik twee fijne tijdelijke banen, waar ik ontzettend leuke collega’s heb gehad. Toch bleef ik mij niet op mijn plek voelen. Ik ben altijd ontzettend planmatig en carrière gedreven geweest. Wetende dat ik niet met passie voor de langere termijn kon werken, zorgde ervoor dat ik mij vaak nutteloos voelde.

    Ik zou juist daar mijn passie in moeten vinden in naar mijn reis toe werken, maar dat vond ik erg moeilijk. In het begin probeerde ik zo min mogelijk geld uit te geven. Ik moest mijn streefspaarbedrag halen. Geld maakt niet gelukkig, maar thuis zitten omdat je continu aan het sparen bent ook niet! Mijn sociale leven werd door mijn gierigheid anders. Normaal kocht ik spontaan concerttickets voor mijzelf en mijn vrienden. Nu twijfelde ik zelfs als mijn vrienden wat wilden gaan drinken. Toen ik erover sprak met mijn reisgenootje, bleek dat zij precies hetzelfde had. Ik ben blij dat mijn vriend mij toen wakker heeft geschud. Ik gaf weer wat geld uit en begon weer te genieten van mijn sociale leven.

    Samen met mijn vriend heb ik ontzettend leuke dingen gedaan. We hebben vanaf die tijd vooral België ontdekt met z’n tweeën. Omdat we allebei in afwachting waren van onze grote levenskeuzes hadden we alle tijd voor elkaar. We sleepten elkaar door deze periode heen en deelden onze onzekerheden van de toekomst.

    Toen hij begin oktober begon met zijn opleiding van defensie, was ik gelukkig nog aan het werk. Het was een redmiddel om een paar dagen in de week de deur uit te moeten om te gaan werken. De dagen dat ik thuiszat voelde ik mij vooral eenzaam en nutteloos. Als ik nadacht over mijn reis, voelde het soms meer als een obstakel dan een doel.

    Pas een week geleden begon het echt realistisch te worden. Een paar berichtjes van mijn reisgenootje die al in Australië zit, een ingepakte tas en een toch wel rijk gevulde spaarrekening zorgen er nu eindelijk voor dat ik begin te genieten. Ik kan niet wachten tot ik mijn voeten in het zand kan steken, ik eindelijk weer verder kan met mijn geweldige surftechnieken (uhumuhum) en ik een kokosnoot van het strand kan rapen en opeten.

    Het enige wat ik nu nog echt moeilijk vind is mijn vriend en familie missen.

    Maar het voorruitzicht om naar hen terug te mogen komen zorgt ervoor dat het alles waard is. En wanneer ik terug kom kan ik dan ook écht met mijn toekomst te beginnen. Maar nu eerst gaan genieten van mijn reis!

    Veel liefs,

    Michelle Anne

    Voor wie twijfels zijn leven laat bepalen

    Twijfelen: iedereen doet het wel eens. Zeker bij grote beslissingen. Twijfelen is een gezond mechanisme om voor- en nadelen goed af te wegen voordat je een beslissing neemt. Toch kan te veel twijfelen je ook tegenhouden in het leven leiden dat jij graag wil.

    Hoe gezond twijfel ook kan zijn, één van de grootste “killers” van vooruitgang is zonder meer overmatige twijfel. Twijfel slaat vaak toe bij het nemen van levensbeslissingen; hoe groter de beslissing, hoe harder de twijfel toe kan slaan.

    Waarom twijfelen we vaak te lang? Wat is het nut van twijfel? En vooral: hoe kom je er van af als het je afremt in het bereiken van je doelen?

    Twijfelaar
    Een geboren twijfelaar, zo heb ik mezelf wel eens genoemd vroeger. Bij het nemen van een grote beslissing (Ga ik voor die baan? Blijf ik bij mijn partner? Moet ik nu wel of niet verhuizen?) slaat bij veel mensen de twijfel toe: logisch, want het is ook niet zomaar een beslissing die je moet nemen.

    Een verhuizing, een andere baan, een relatie verbreken: het zijn allemaal beslissingen die vergrijpende gevolgen kunnen hebben in je verdere leven. Dat is niet per se negatief, maar het kán het wel zijn; Want wat nou als die nieuwe baan toch niet zo leuk is als het lijkt? Wat als je spijt krijgt van je verhuizing? Wat als je je partner toch gaat missen en niet meer terug kunt?

    Twijfel slaat de meeste dromen en plannen dood, omdat het gepaard gaat met angst. Angst om de verkeerde beslissing te nemen (“Wat als ik hier verkeerd aan doe?”) kan je verlammen, waardoor je onnodig lang in de twijfel modus blijft. Onzekerheid kan ook een grote rol spelen: het vergt nogal wat zelfvertrouwen om te zeggen: en vanaf nu gaat het anders.

    Waar twijfel het hardst toeslaat
    Twijfel slaat vaak het hardst toe in situaties waarin weinig urgentie bestaat. Wat ik daarmee bedoel, kan ik het best toelichten aan de hand van een voorbeeld. Stel, je hebt een baan waar je wel tevreden mee bent, maar waar je niet veel uitdaging uit haalt. Het werk is niet verschrikkelijk, maar ook niet heel leuk. Je haalt er weinig vreugde uit, maar je doet het wel goed en krijgt goede beoordelingen. Daarnaast heb je een vast contract en geen hele vervelende collega’s. Met andere woorden: er is weinig uitdaging, maar ook geen echte urgentie om weg te gaan. Dat je wellicht hele andere doelen voor je loopbaan had – en door tien of twintig jaar in deze baan te blijven hangen die doelen niet bereikt – is achteraf bezien natuurlijk zonde. Toch blijven veel mensen vaak lang hangen op een plek waar ze niet tot hun recht komen.

    Waarom?
    Niet altijd leuk om te horen, maar wel waar: Mensen zijn gewoontedieren. We voelen ons graag veilig en geborgen. Onze comfort zone is ons vaak meer waard dan ons geluk, hoe gek het ook klinkt. We houden van nature nu eenmaal doorgaans niet erg van verandering. Verandering vinden we maar eng.

    Zeker als we een vast contract hebben weten te bemachtigen in deze onzekere tijden, geven we dat niet zomaar op. Een vaste relatie ook niet. De gemoedsrust die komt kijken bij het kunnen betalen van de hypotheek of huur wint het dan van het knagende gevoel dat er meer moet bestaan dan deze sleur van werk dat eigenlijk beneden je niveau ligt.

    Als er dan een nieuwe baan langskomt, waarbij je met een tijdelijk contract in een geheel nieuw bedrijf moet beginnen waar je nog niemand kent, slaat de twijfel toe. Zo erg heb ik het nu toch niet? Ik heb nu wel vastigheid en ik weet waar ik aan toe ben. Dit soort gedachten zorgen er vaak voor dat je dan toch maar bedankt voor die uitdagender job.

    Hetzelfde geldt voor relaties. Als een relatie je al lang niet meer gelukkig maakt, zou je eigenlijk er mee moeten stoppen. Toch blijven veel mensen langer in een uitgebluste relatie zitten dan nodig, uit angst. Angst voor het onbekende, angst om alleen verder te moeten gaan, angst om al het vertrouwde op te moeten geven. Dus worden de dagen weken, de weken maanden, en worden ze op hun zestigste wakker met het besef dat ze jaren lang in een ongelukkige relatie hebben gezeten. De comfort zone kan wat dat betreft een vals soort gevoel van veiligheid geven: achteraf is er dan vaak alleen maar ruimte voor spijt.

    Urgentie maakt twijfelen moeilijker

    Wat nu als je opeens zonder werk komt te zitten? Dan valt je vangnet weg en je comfort zone verdwijnt zonder dat je daar zelf iets aan kon doen: zou je dan wel solliciteren op die baan die uitdaging biedt? Waarschijnlijk wel. Zou je het droomhuis wel kopen als je plotseling te horen kreeg dat je eigen woning gesloopt gaat worden? Vast wel. Het wegvallen van die comfort zone dwingt je er toe beslissingen te nemen: wat dat betreft is het soms gemakkelijker om beslissingen te nemen vanuit het principe “Ik heb nu toch niets te verliezen.” Urgentie dwingt: en soms is dat niet eens verkeerd.

    Eeuwige twijfel

    Voor de eeuwige twijfelaar is het goed om je af te vragen wat je bereikt met het ellenlange twijfelen. Geef je jezelf zo een excuus om comfortabel te mogen blijven leven zonder risico’s te nemen? Geef je jezelf hier mee een mooie reden om je angsten niet onder ogen te hoeven komen? Houd je je eigen onzekerheid hiermee in stand?

    Iets nieuws proberen, een nieuw avontuur aangaan, betekent vaak dat je een risico moet nemen. Het is een sprong in het diepe waar niet iedereen zich aan waagt. En ja, het kan misgaan, maar het kan ook ontzettend goed gaan. Vraag jezelf eens af: waar heb je straks meer spijt van; als je het nooit hebt gedurfd of als je dat wel hebt gedaan en het niet is gelukt? Wat is het ergste dat er kan gebeuren? En kun je daarmee leven?

    Het leven gaat snel voorbij. De sleur van alledag zorgt er voor dat dagen overgaan in weken, maanden, jaren. Wil je terugkijken op een leven vol twijfels, waarin je jezelf mooie kansen hebt ontnomen? Of wil je terugkijken en denken: ach, ik heb risico’s genomen, but I did it my way!

    Ik weet waarvoor ik kies. Jij ook?

    Kun jij omgaan met een compliment?

    door VIP blogger Susan Schuitema

    Enkele weken geleden kreeg ik via app een compliment. Ik merkte direct dat ik me ongemakkelijk begon te voelen. Wat moet ik ermee? Ergens voel ik mij dankbaar voor het compliment en zou ik dus gewoon ‘dankjewel’ moeten sturen. Aan de andere kant heb ik allerlei excuses in mijn hoofd en begin ik grapjes te maken om het compliment weg te wuiven.

    Dit bracht mij op het idee om te schrijven over het geven en ontvangen van complimenten: ik ging op onderzoek uit.

    Hoe reageren mensen over het algemeen op een compliment? Is er verschil tussen mannen en vrouwen? Tussen jong en ‘oud’? En heeft het misschien te maken met hoe zeker jij je voelt over jezelf? Mijn onderzoek gaf mij het volgende beeld.

    Vrouwen
    Met hier en daar een enkele uitzondering reageren vrouwen over het algemeen hetzelfde op complimenten. Echter zit er wel verschil tussen het soort compliment en de reactie hierop. Een compliment over het uiterlijk wordt vaak gewaardeerd, maar de meeste vrouwen weten niet goed hoe ze hierop moeten reageren. Wanneer het compliment gaat over een kledingstuk wordt er vaak gereageerd met ‘oh, die kostte maar vijf euro bij die ene winkel.’ Aan de andere kant wordt er op een compliment over kleding ook gereageerd met een logische reactie ‘dankje, vind ik ook, anders had ik het niet gedragen.’

    Vaak wordt het een ‘dankjewel, ik vind jouw ogen mooier’ of ‘oh joh, jij bent veel knapper.’ Er wordt dus snel vergeleken met de ander. Een aantal vrouwen geven wel aan gewoon ‘dankjewel’ te zeggen en blij te worden van het compliment.

    Wat erg naar voren komt is dat het vooral te maken heeft met jouw beeld van jezelf. Ben jij zeker van jezelf? Dan zeg je sneller gewoon ‘dankjewel’ zonder het compliment weg te lachen of weg te praten met een excuus. 
    Er wordt over het algemeen door de vrouwen gedacht dat de manier van ontvangen te maken heeft met dat wat je in jouw opvoeding geleerd hebt. Goed (of slecht) voorbeeld doet volgen, zeggen ze dan. De vrouwen die ik sprak gaven aan dat ze zelf snel complimenten geven en dat ze absoluut anders worden ontvangen door een man. Waar de vrouwen onzeker reageren, zijn de mannen vaak nuchter en zeggen ze écht gewoon ‘dankjewel’ en gaan weer verder met hun dag. Terwijl ik als vrouw toch wel een hele dag kan teren op een gemeend compliment.

    En daar ga ik alweer he?  ‘Gemeend compliment’ want tja, is een compliment gemeend of wil iemand er iets mee bereiken? 

    Mannen
    Wat mij erg op viel uit de antwoorden die ik kreeg van mannen, is dat de complimenten vanuit een man snel anders opgevangen worden door de vrouw. Enkele mannen geven aan, soms geen compliment te durven geven omdat vrouwen dan zouden kunnen denken dat er iets achter zit. Dit wordt dan geassocieerd met seks. Een man zou dus niet ‘zomaar’ een compliment kunnen geven zonder dat hier iets achter gezocht wordt. Bijzonder toch? 


    Ook enkele mannen geven aan dat zij vroeger (meer onzeker) aankwamen met excuses als antwoord op een compliment. Een compliment over een behaalde opdracht of goed resultaat werd dan weggewuifd met ‘oh joh zo moeilijk was het niet hoor, het stelde niks voor.’ Nu, ouder en zekerder van zichzelf zeggen zij over het algemeen gewoon ‘bedankt.’

    Onzekerheid
    Vrouwen lijken over het algemeen onzekerder te zijn dan de mannen. Of dit echt zo is, of dat mannen niet voor hun onzekerheid uit durven komen? Dat blijft natuurlijk altijd de vraag. Wat mij opgevallen is door met mensen in gesprek te gaan, is dat het wegwuiven van complimenten vooral te maken heeft met hoe je over jezelf denkt. Ben jij onzeker? Dan ben je sneller geneigd om een compliment voor jezelf om te denken naar iets negatiefs. Wat wil iemand van mij? Waarom zouden ze dit zeggen? Menen ze het echt? 

    Ik ben erg geneigd om mezelf naar beneden te halen zodra iemand bijvoorbeeld zegt: ‘wat zie je er leuk uit!’  Vaak denk ik dan: ‘Joh, ik ben 15 kilo aangekomen, doen je ogen het wel?’. Mijn reactie is eigenlijk altijd eerlijk. Ik ontvang het compliment door te bedanken maar vervolg dit wel met hoe ik er zelf over denk. Waarom? Dat is een goede om over na te denken aankomende tijd!

    Vanaf nu ga ik er eens bewust op letten, hoe reageer ik, waarom reageer ik zo en kan/wil ik dit ook veranderen? Complimenten zijn eigenlijk cadeautjes. Je krijgt ze, je mag ze ontvangen, open maken en gebruiken. Ergens is het voor de gever, niet leuk om het cadeautje verfrommeld weer terug te krijgen omdat jij er niks mee kunt. Best wel iets om over na te denken!

    Wat het meest uit mijn onderzoek naar voren kwam is dat je met complimenten iemand kunt helpen. Zie jij iets goeds, iets moois, iets leuks? Zie je dat iemand onwijs zijn best doet voor iets? Geef een compliment en laat mensen stralen. Het kan je dag maken, je net even dat laatste zetje geven om door te gaan of je leren anders naar jezelf te kijken.

    Hoe reageer jij op complimenten? Voel jij je ongemakkelijk of vind je het alleen maar leuk om te horen?

    Vanaf nu neem ik mezelf voor om minimaal één compliment op een dag te geven, uiteraard wel oprecht! En ik neem mezelf voor, om het compliment van een ander ‘gewoon’ te ontvangen en ‘dankjewel’ te zeggen en dit ook uiteindelijk te gaan voelen.

    Liefs,

    Susan


    WhatsApp-ruzie: praten is beter

    We kennen het allemaal wel: je bent met iemand aan het appen en belandt in een soort van beginnende discussie. Deze discussie loopt via WhatsApp sneller uit de hand dan in het echt. Voordat je het doorhebt ben je beland in een verhitte discussie of zelfs in een ruzie! Hoe kan dat?

    Geschreven tekst
    Via geschreven tekst komt alles harder binnen. Je ziet geen lichaamstaal, hoort geen intonatie; kortom: er is veel ruimte voor misverstanden. De woorden “Oké dan.” kunnen bijvoorbeeld op verschillende manieren gelezen worden: “Oke dan. Doen we  het zo!” Of als: “Oké dan. Beetje jammer dit.” Zo zijn er talloze voorbeelden waarbij geschreven woorden veel botter of zakelijker over kunnen komen dan gesproken woorden.

    pexels-photo-377909

    Je laat je sneller gaan
    Via WhatsApp spreek je iemand niet rechtstreeks. Er zitten twee schermen tussen jullie. Je kunt niet alleen niet horen hoe iemand bedoelt wat hij zegt, je kunt ook nog eens niet direct reageren. Door de afwezigheid van de ander in persoon, kun je feller gaan reageren dan je eigenlijk bedoeld had. Als je heel fel iets wil gaan schrijven, vraag je je lang niet altijd af of je dit ook face to face zou zeggen. Toch is het goed om jezelf die vraag af en toe te stellen: zou ik dit in het echt ook zeggen, of durf ik dit nu alleen omdat er twee schermen tussen ons in zitten?

    facebook-logo-thumbs-upBellen of afspreken is beter
    Als een gesprek via WhatsApp uit de hand dreigt te lopen, is het beter om even een time-out in te lassen en elkaar te bellen of op te zoeken. Lukt dat om een of andere reden niet, dan is een spraakbericht sturen altijd nog een beter alternatief dan geschreven tekst. Bij een spraakbericht hoort de ander jouw stem in ieder geval nog – en kan die daar meer context uit halen dan wanneer je het zwart op wit zet. Bovendien kun je hiermee je emoties beter kenbaar maken, wat weer kan zorgen voor meer begrip bij de ander.

    WhatsApp is een super handig medium, maar niet voor discussies. Die voer je toch het best face to face – of in elk geval ear to ear!

    Bestaat dé ware liefde?

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema

    Bestaat er zoiets als ware liefde?

    Als je mij tien jaar geleden had gevraagd of ik in de ware liefde geloofde, had ik ja gezegd, net als nu, maar daarbij had ik toen een compleet ander beeld.

    Ooit dacht ik bij de ware liefde aan een totaal plaatje, het perfecte plaatje, en wanneer ik alles van mijn lijstje kon afvinken, dan was ‘het’ de ware. Dat wat je ziet in films.

    Wanneer ik nu denk aan de ware liefde, dan denk ik er achteraan: is er ook zoiets als onware liefde dan?

    Ik denk niet alleen meer aan een liefdesrelatie maar aan pure liefde op zichzelf. Ik geloof niet in ware liefde, want elke manier van liefde is waar. Onware liefde bestaat niet. Gewoon ‘liefde’ is genoeg.  Ja ik geloof in liefde, absoluut. Ik hou van ongelooflijk veel mensen. En van ieder op een ander niveau, een andere  frequentie. Niet meer, of minder, maar anders. 

    Mijn kind is mijn allergrootste liefde. Zijn verdriet is mijn verdriet, zijn geluk geeft mij tranen van blijdschap. Zijn emoties zijn zo met die van mij verbonden, hij is een deel van mij. Wat hij ook zal kiezen, doen of zeggen, die liefde zal nooit stoppen en nooit veranderen. Onvoorwaardelijk een deel van mij. Deze manier van houden van zal ook altijd boven alles en iedereen uitsteken. Hij zal altijd mijn nummer één zijn. (samen met eventuele toekomstige kinderen natuurlijk) 

    Dan natuurlijk mijn man, waar ik ‘ja’ tegen zei, tegen een leven samen, dag in, dag uit voor de rest van ons leven. Dat doe je niet zomaar. Hij is degene waar ik naast wakker word iedere dag en waar ik naast in slaap val. Waar ik mijn dromen mee deel. Waar ik mijn allereerste hysterische nieuw bedachte ideeën mee bespreek. Degene waar ik mij op af kan reageren als dingen niet gaan zoals ik zou willen. Iemand met wie ik 24/7 samen kan zijn, zonder elkaar de hersens in te slaan. Voor iemand zoals ik, iemand die heel graag alleen is, zonder teveel prikkels en gedoe, is het best een wonder dat ik 24/7 samen kan zijn met twee levende wezens in één huis. We voelen elkaar aan én we vullen elkaar aan waar nodig.  

    Ik weet zeker dat onze relatie zo goed werkt doordat we elkaar vrij laten. Twee compleet verschillende mensen, maar toch zo hetzelfde. Mijn man heeft zijn hobby’s waar ik niet aan moet denken om ze uit te voeren, ik heb mijn interesses waar mijn man niks mee heeft, maar toch tonen we interesse in elkaars dingen en laten we elkaar vrij hierin. Hij wordt enthousiast wanneer ik enthousiast ben en ik word blij wanneer hij iets doet waar hij blij van wordt. En daarnaast hebben we onze gezamenlijke dingen. We vinden het heerlijk om te wandelen, we hebben beide een verslaving aan notitieboekjes kopen, zijn allebei creatief maar op een ander vlak, kijken samen series en films, en oh wee als je verder kijkt zonder mij. 

    En natuurlijk hebben wij samen een zoon. Één grote peuter vol met liefde, van ons samen, dat verbindt je uiteraard op een hele speciale manier aan iemand. 

    Daarnaast houd ik van mijn vriendinnen, hoe ze allemaal hun eigen karakters hebben, hoe ze allemaal van elkaar verschillen. Met de één ga ik shoppen, met de ander deel ik mijn spirituele  levensstijl. Met de één deel ik mijn hele levensgeschiedenis omdat we elkaar al 20 jaar kennen, en met de ander kan ik een heel gesprek voeren alleen door elkaar GIFS te sturen en ja we snappen elkaar ook nog. Met de één praat ik over relaties, seks en alle persoonlijke onderwerpen, van de ander heb ik wijn leren drinken.  Zo zijn ze allemaal zo anders, en zo mooi verschillend. Ook vriendschap is een vorm van liefde, een manier van houden van, niks meer of minder ‘waar’  dan een relatie. Alle liefde is waar.

    We delen onze ervaringen en levens met elkaar, niet vanuit het zelfde huis zoals ik met mijn man doe, maar zeker gevoelsmatig dichtbij. 

    Waar het op neer komt is dat er in mijn wereld geen ‘onware’ liefde mogelijk is. Ik voel liefde voor iedereen in mijn leven. En ál die liefdes zijn waar.  Dus ja, ware liefde bestaat, op verschillende vlakken, op verschillende manieren en niveaus.

    Niet één ware, zoals in de films of zoals ik ooit dacht, 10 jaar geleden. Mijn liefde is voor iedereen, ongeacht geslacht, ongeacht leeftijd, huidskleur of wat voor verschil. Liefde kent geen grens, liefde kent geen eisen of vormen, liefde is gewoon liefde.  En zeker niet ‘onwaar’.


    ‘Ware liefde’

    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan denk ik meteen aan alles en iedereen.
    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan kijk ik gelukkig om mij heen.

    Ik zie de mensen en de dieren,
    de liefde voor natuur.
    Ik zie het leven liefde vieren,
    iedere seconde, ieder uur.

    Overal is liefde, nooit is dit ‘onwaar’,
    doe je ogen dicht, en voel het maar.
    Overal is liefde, iedere vorm is ‘waar’,
    ik voel het zelfs, wanneer ik naar de sterren staar.

    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan denk ik aan alles en iedereen,
    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan ben ik nooit alleen.

    Liefs,

    Susan

    Vechten tegen een depressie: het verhaal van Susan

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema.

    Haar boek over haar postnatale depressie is hier te bestellen.


    Een depressie is iets wat snel veroordeeld wordt, iets wat niet uit te leggen valt. Iets waar je vaak geen enkele grip op hebt, het overkomt je. Iets waarbij je snel hoort “Ga even lekker naar buiten, dan voel je je snel beter” of “Maar je hebt toch helemaal geen reden om depressief te zijn?” En iets wat ik vaak hoorde was: “Jij? maar je bent altijd zo vrolijk.”

    Van mijn twaalfde tot 5/6 jaar geleden was ik met fases depressief. Het ging weg, maar kwam ook weer terug. Inmiddels kan ik zeggen dat ik het kwijt ben, dat ik niet snel weer depressief zal raken omdat ik weet hoe ik mezelf eruit kan halen. Maar door mijn ervaring weet ik dat er vele mensen zijn die nog iedere dag rondlopen met negatieve gedachten. 
    Mensen die genoeg leuke dingen doen, soms juist teveel, om maar niet te hoeven denken, niet alleen te hoeven zijn. Mensen die het hardste lachen en waarvan je denkt dat ze een geweldig leven hebben. Maar weet jij hoe een depressie werkt?

    Een depressie zit in je. Waar je ook bent. Hoe vaak je ook buiten komt. Hoeveel leuke afleidende dingen je ook doet. Hoeveel lieve mensen je ook om je heen hebt, die van je houden en alles voor je zouden doen om je te helpen. Die depressie is een schaduw die je overal achtervolgt. En zelfs als je een dag hebt dat je je beter voelt, dan kom je ’s avonds thuis en zit je weer met dat monster op de bank.

    Dat is hoe ik de depressie noem, een monster.
    Het achtervolgt je, het maakt je kapot, het heeft controle over jou in plaats van andersom. Je voelt je leeg, niet geliefd, alleen en onbegrepen. Wat een ander ook doet, zegt of probeert uit alle liefde die ze in zich hebben: je staat machteloos aan de zijlijn toe te kijken. Toe te kijken naar het gevecht tussen het monster en degene waar jij van houdt.

    ❤️ lees verder onder de afbeelding

    Mijn vraag aan iedereen is: 
    Alsjeblieft, veroordeel het niet, omdat jij het niet begrijpt.

    Ga naast iemand staan en vecht mee. En geef eens wat extra aandacht aan de mensen om je heen. Eén berichtje, één telefoontje of een ‘Goedemorgen’ op straat, kan al zoveel betekenen.

    Is er nog iemand aan wie je eigenlijk weer eens zou moeten vragen hoe het gaat? Is er nog iemand aan wie je veel denkt maar het er nooit van komt om contact te zoeken? Doe het vandaag. Je kunt het niet voorkomen, maar je kunt zeker een steun zijn. En vergeet niet: niet iedereen met een lach, lacht van binnen. Let op de mensen om je heen.

    Wat heeft mij dan zo geholpen om eruit te komen? En hoe voorkom ik dat ik weer in een depressie beland?
    Natuurlijk ben ik geen psycholoog en zeker niet één of ander medisch wonder dat depressies heeft opgelost maar ik heb wel een soort knopje in mezelf gevonden, die voorkomt dat ik weer in een depressie weg zak. Regelmatig wordt mij gevraagd waar dat knopje dan zit. Helaas komt een mens niet met een gebruiksaanwijzing en zal bij iedere persoon deze knop ergens anders zitten. De één komt er uit door te praten, de ander door te schrijven, weer een ander door zichzelf op te sluiten en te wachten tot het over gaat.

    Wanneer ik een depressieve periode had, vond ik mezelf vooral heel zielig. Alles wat rot, niks was goed, ik zag er niet uit vond ik en alles en iedereen om me heen liet me stikken, voor mijn gevoel op dat moment. Wat mij op dat moment hielp en wat mij nog altijd helpt, is om te schrijven. Schrijven is mijn manier om mij te uiten, op papier ben ik mezelf, daar ben ik eerlijk en open. Ik schreef op zo’n moment mijn gevoel op, waar ik mee zit, al mijn gedachten. Ook de meest kleine (in mijn ogen soms domme) gedachten, alles schrijf ik op, zodat ik het kwijt ben. Ook schreef ik feiten voor mezelf op, welke mensen had ik om mij heen, wat waren de positieve dingen op dat moment, welke negatieve dingen waren er en hoe groot waren die eigenlijk?

    Wat mij ook helpt is om mezelf serieus te nemen, niet de grond in te trappen, maar te accepteren wat ik voel. Waar ik vroeger mezelf echt naar beneden kon halen omdat ik vond dat ik mij niet depressief mocht voelen, accepteer ik nu gewoon dat ik mij even niet zo goed voel. Het gevoel is er gewoon, klaar. Dat mag. Waar ik mijn eigen gevoel en energielevel vroeger negeerde, accepteer ik nu dat ik gewoon even geen energie heb. Ik zeg afspraken af, zoek even geen contact of reageer even wat minder op appjes en telefoontjes. Waar ik eerst maar door bleef razen en geen nee durfde te zeggen, doe ik dat nu wel. Daarnaast deelde ik nooit hoe ik mij voelde en dat doe ik nu wel. Zit ik niet lekker in mijn vel, dan geef ik dat aan. En waar ik eigenlijk niet op durfde te hopen, ik krijg nu wél steun en begrip van de mensen om mij heen. En heel soms doe ik het juist andersom, ik zoek mensen op, spreek ze aan, ga bewust de deur uit. Leg alle verplichtingen aan de kant en neem tijd voor mezelf, tijd voor ‘even niks’. 

    Het klinkt zo standaard, maar wat mij ook hielp was om naar buiten te gaan, te gaan wandelen. Bewegen en buitenlucht maken een stofje aan, waardoor je je beter voelt, dat is bewezen. Dit ging ik dus proberen en ik moet zeggen dat het echt hielp. De ene keer alleen, met muziek in mijn oren, de andere keer samen en dat kletst goed hoor zo’n wandeltocht! 

    Nou ben ik wel een beetje een zweefteef en houd ik van spiritualiteit en edelstenen: dat is niet voor iedereen een hulpmiddel, omdat mensen er snel bang voor zijn of het onzin vinden, maar het heeft mij geholpen. Door mijn ervaringen met geven/ontvangen van energetische behandelingen, het voelen van energie en de werking van edelstenen ben ik mij erg bewust geworden van wie ik ben, en wat ik kan. Het is een prachtig talent waar ik onwijs dankbaar voor ben, dat ik die mag hebben. Hierdoor heb ik gevonden wie ik ben, gevonden wie ik mag zijn en ik accepteer nu mijn goede en minder goede kanten. Het gevoel dat er altijd iemand bij mij is, waar ik hulp aan kan vragen, het vertrouwen op de energie om mij heen, de kaarten die ik leg en de stenen die ik bij mij draag, geven mij een veilig gevoel. Ik ben niet alleen en ik heb gevonden waar ik goed in ben. Mijn zelfvertrouwen groeit en het doemdenken waar ik heel goed in ben, laat ik stap voor stap meer achter mij. Het doemdenken wat mij toch altijd wel terugtrekt in een negatieve cirkel.

    Mijn tip voor iedereen die te maken heeft met een depressie (en nee, het is absoluut niet zo makkelijk als dat ik het neer zet) is:


    Koop een schriftje voor jezelf en schrijf iedere ochtend op, wat jij die dag wilt bereiken. Al is het maar één klein doel, iets positiefs ( ik begon met het opmaken van ons bed), schrijf het op. En houd je die dag bezig met wat jij opgeschreven hebt. Daarnaast schrijf je op waar jij van droomt, jouw wens, je grootste droom wat je het liefst zou willen bereiken. Op die manier zet je jouw mindset om van piekeren naar dromen, iets positiefs.  En natuurlijk komt die droom niet per se die dag uit, maar blijf het iedere dag opschrijven. Ik ben er van overtuigd dat waar jij je energie naar toe stuurt, dat je dat uit laat komen. Aan het einde van de dag, lees je jouw doel of doelen voor die dag en vink je ze af. WAUW wat een trots gevoel had ik als ik ons opgemaakte bed zag. Niet omdat dat nou zo moeilijk was om te doen, maar omdat ik, wat voor dag ik ook had gehad, wel iets bereikt had en ik in een heerlijk opgemaakt bed de dag kon afsluiten.

    Daarnaast schreef ik iedere dag, aan het einde van de dag drie punten op. Wat maakte mij blij vandaag? Wat heb ik goed gedaan vandaag? Waar ben ik trots op vandaag? Dat is in het begin moeilijk omdat je vaak alleen de rottige dingen onthoud, maar het laat je nadenken en anders denken.

    Dwing jezelf om te delen hoe jij je voelt, blijf er niet alleen mee rondlopen. En als je niet durft te praten, ga dan schrijven net als ik, schrijf het van je af. Zing desnoods, of teken. Wat jou ook maar mag helpen om je emoties te uiten. Vraag om hulp, geef je grenzen aan en blijf hier ook bij. Nee is nee. Heb je geen energie, dan ga je lekker een uurtje liggen, de was komt straks wel. Heb je zin in iets zoets? Ga lekker wandelend naar de snackbar en koop een ijsje. Wees niet streng voor jezelf, maar lief. 

    Wees precies die persoon, die jij bent voor de belangrijkste mensen om jou heen. Wat als jouw beste vriendin diep in de put zit? Wat doe je dan? Wat zeg je dan? Wat denk je dan? Behandel jezelf als je eigen beste vriendin. Zet jezelf vanaf nu op één! Dat verdien je!

    Eerst jij, dan de rest, want zonder jezelf kom je nergens.

    Liefs,

    Susan

    Kunnen vrouwen wel hetzelfde aan als mannen, qua werk? – door Chrisje VIP blogger Michelle-Anne

    Door Chrisje VIP blogger Michelle-Anne

    Jarenlang heb ik gedacht dat vrouwen net zo sterk zijn als mannen. Ik droomde toen ik jong was dat ik Xena de warrior princess was. Ik had zelfs een bamboestok naast mijn bed liggen waar ik mee oefende, zodat ik een goede zwaardvechter zou zijn in geval van nood. Én als er iemand jarenlang heeft gedroomd van een real life bond girl zijn, dan ben ik het wel.

    Maar…

    Dan kickt de werkelijkheid in; Ik heb namelijk hypermobiliteit syndroom, een reumatische aandoening die nog niet erkend wordt door de overheid. Het is natuurlijk ook moeilijk om te bedenken hoe ‘te lenig zijn’ echt een probleem kan zijn. Er zijn genoeg stijve mensen die mijn lenigheid zouden willen hebben, maar geloof me, het liefst gaf ik dit aan ze!

    Vanaf jongs af aan heb ik bepaalde klachten gehad. Zo kon ik bij gymles rennen nog geen minuut volhouden, omdat ik anders door mijn enkels zakte. Ik had op 8 jarige leeftijd last van spierspanningshoofdpijnen. De dokter zei dat het door stress kon komen. Als 8 jarig kind was mijn stressniveau gemiddeld 0%. Ik geloofde dus niks van wat ze zeiden en wist toen al dat het aan iets anders moest liggen. Pas jaren later toen ik subluxaties aan mijn schouder kreeg, werd het voor mij duidelijk dat ik hypermobiel ben. Met alle gevolgen van dien.

    Inmiddels was ik keihard aan het knallen als horecamedewerker. Hier zette ik vaak mijn eigen gezondheid op het spel om maar te laten zien dat je als vrouw ook twee kratjes bier op een kar kon zetten in een keer. Misschien was dat een beetje dom. Tja de warrior princess in mij had iets te bewijzen…

    Enerzijds hield het mij fit, omdat ik soms wel 25.000 stappen op een dag zette. Anderzijds tilde ik zware dingen met de mannen alsof ik een van hen was. Het zorgde ervoor dat ik juist bewegingen maakte die mijn lichaam niet aan kon. Hierdoor kreeg ik vaak ontstekingen in gewrichten. Iets wat nu bij mij gediagnostiseerd is als fibromyalgie. Omdat ik vergelijkbare verhalen ken van andere vrouwelijke horecatoppers, ben ik mij iets af gaan vragen:

    Zijn we doorgeslagen in ons feminisme om te denken dat vrouwen hetzelfde werk aan kunnen als mannen?

    Mijn trots vindt van niet, maar mijn lichaam zegt iets anders.

    Wat ik wel weet is dat de keuze voor mij om zwaar werk te doen tot geweldige dingen heeft geleid. Zo heb ik door het horecawerk super veel meegemaakt. Ik heb bij de vetste feestjes, op de coolste festivals en in de chicste hotels gewerkt. Oh en ik heb er zelfs mijn vriend leren kennen! (Maar daarover later meer). Als ik een tijdje niet in de horeca werk, merk ik dat ik het ontzettend mis. Het is namelijk een ontzettend leuk beroep en de sociale voordelen zijn niet te vergelijken met ander werk.

    Toch heb ik tegenwoordig besloten om een stapje terug te doen van de horeca. Het leven met een aandoening is namelijk zoeken naar balans. Dat zorgt er ook voor dat mijn toekomstplannen beperkter worden. Wat kan mijn lichaam en wat wilt mijn brein? Mijn lichaam lijkt soms een gevangenis voor mijn brein. Hopelijk zorgt zwemmen, yoga en goed eten ervoor dat ik weer een beetje beter wordt!

    En in de tussentijd ben ik vooral ook benieuwd naar jouw mening, zijn wij vrouwen wel gemaakt voor dit soort werk?

    Veel liefs,

    Michelle-Anne

    Heilige Handtas!

    Als je de gemiddelde vrouw vraagt om haar handtas om te kiepen boven tafel, komt er een ongelofelijke hoeveelheid praktische zaken uit: zakdoekjes, pleisters, Labello, een Bosch Boormachine, noem het maar op: het zit er in.

    En dan heb je zo’n prachtexemplaar van zeventig kilo aan je inmiddels doorgezakte schouder hangen, komt er vaak een man bij, die er ook nog even zijn portemonnee, sleutelhangerset met bieropener er aan vast in wil dumpen. Voeg daar dan nog de Nintendo aan toe die je kind per se mee wil nemen naar het feestje en je komt met een nekhernia op het feestje aan.

    Toch is de handtas van essentieel belang. Plotseling dunne ontlasting? Een ongelofelijke migraine die opeens op komt zetten? Geen zorgen: in de handtas zitten medicijnen. Een onverwacht vroege menstruatie of probleem met urine ophouden? Geen zorgen: in de handtas zitten damesluiers.

    Pennen, pillen, halve koekjes, aanstekers, oude fruitella’s, agenda, geld, pasjes, kortingspasjes, versteende tampons, huissleutels van twee verhuizingen geleden: you name it, en het zit in de handtas. Er zit zelfs zo veel in dat wij vrouwen zelf het niet eens precies weten. Hoe langer je in het bezit bent van een handtas, hoe meer lagen zich opstapelen. Dan heeft een handtas ook nog allerlei handige vakjes en ritsen, waarachter dingen verdwijnen die er vaak jaren later pas uit komen, als de alcohol al lang uit de brillendoekjes verdampt is.

    Naast alle inhoud zijn handtassen ook uitermate geschikt voor andere zaken. Zo kun je er best ideaal iemand mee neerknuppelen. Ook kun je hem boven je hoofd houden als je paraplu vergeten bent, mits je het leer goed hebt ingespoten. Als je een dikke dag hebt, zet je je tas op je schoot en ziet niemand dat je wat opgeblazen bent. Als je een hele grote shopper handbag hebt en je bent niet al te groot, kun je je er bovendien best goed achter verstoppen als je iemand niet wil spreken.

    Wat doe jij nog meer met je handtas? Ik ben benieuwd! 

    pexels-photo-463467

     

    Nieuwe opvoedingsmethode of oud nieuws? Slow Parenting..

    Er is een nieuwe opvoedmethode die helemaal trending is: Slow Parenting.

    Jaag jij van afspraak naar afspraak of van school naar sportclub en weer terug met je kind? En kun je door dit drukke schema niet gewoon lekker genieten van je kind? Dan is Slow Parenting misschien wel wat voor jou.

    Hier vind je een uitgebreide (Engelstalige) uitleg, maar voor de gehaaste lezer houdt de methode kort samengevat in, dat je met deze nieuwe opvoedingsaanpak meer in het moment leeft, minder met technologie bezig bent en minder met vooruit plannen.

    Je overlaadt je kinderen niet langer met activiteiten maar geeft ze de vrijheid om te genieten van wat ze (thuis) kunnen doen. Hiermee verlaag je zowel de druk op je kind als op jezelf. Mindful opvoeden dus.

    Nu wil ik niet vervelend doen, en ik juich deze methode absoluut toe, maar volgens mij deden ouders dat in de jaren tachtig al massaal.

    Als wij vroeger weekend hadden, mochten we buiten spelen, of binnen. Dat was het wel zo’n beetje. Wij gingen niet elke zondag naar een binnenspeeltuin, pretpark of bioscoop. Hooguit af en toe naar opa en oma of een familieverjaardag. En als je je verveelde, tja, dan verbeelde je je maar. “Daar word je creatief van,” zei mijn moeder dan. En dat was zo.

    Ik ben zelf overigens onbewust voor een groot deel al heel lang een slow parent, trouwens. Op zondag houd ik heel vaak “pyjamadag” met mijn dochter, die het heerlijk vindt om de eerste uren in haar pyjama en ochtendjas te zitten knutselen. Soms verveelt ze zich wel eens op pyjamadag, maar dan gaat ze vanzelf buiten kijken of haar vrienden er zijn of spelen we een potje badminton in de achtertuin.

    Dus… Ja, ik sta absoluut achter de nieuwste trend van Slow Parenting. Ik zou het zelfs iedereen aanraden. Het is alleen naar mijn mening helemaal niet nieuw.

    Burn-out: de wereld door een waas

    Er wordt zoveel gezegd en geschreven over het begrip burn-out: het zou een hype zijn, mensen zouden veel te snel roepen dat ze een burn-out hebben.

    Ja, het lijkt nu inderdaad veel vaker voor te komen. Maar dit kan ook te maken hebben met de hoeveelheid aan keuzes die onze generatie heeft, de crisis en het feit dat mensen sinds de crisis met minder uren meer werk moeten verrichten. Of simpelweg met het feit dat er minder taboe heerst en mensen er dus vaker openlijk voor uit komen dan vroeger. Wie zal het zeggen.

    Ik zelf heb een burn-out gekregen in december vorig jaar. Opeens kon ik geen antwoord meer geven op vragen van mensen: ik, die daarvoor overal ja op zei.

    Opeens kon ik geen drukte meer aan: ik, die altijd de drukte juist op zocht en het niet druk genoeg kon hebben. Mijn hoofd leek te ontploffen; zelfs een bezoekje aan de supermarkt zorgde al voor hevige paniek.

    Dat is overigens een minder besproken onderwerp; de symptomen van een burn-out. Voordat ik zelf een burn-out kreeg, dacht ik dat een burn-out hebben inhield dat je alleen nog maar kon huilen en slapen. Nu zijn dat zeker wel symptomen, maar lang niet de enige.

    Een korter lontje, geheugenproblemen, paniekaanvallen, hoofdpijn, buikklachten, duizeligheid, hyperventilatie en slaapproblemen hoor je veel minder over, maar zijn net zo heftig.

    Ook een depressie ligt op de loer; daar zit je dan met je verantwoordelijkheidsbesef en je perfectionisme: thuis, op de bank, als een bang, ziek vogeltje. Je hebt zoveel verantwoordelijkheden en opeens kun je amper nog iets aan. Als iemand aan je vraagt of je volgende week wil afspreken, moet je van triestheid bijna lachen: je weet immers niet eens wat je vanmiddag kunt!

    Er bestaan heel veel “oplossingen” voor een burn-out: gedragstherapie, meditatie, wandelen, rustgevende middelen om te slapen, etc. Ook online beloven veel bedrijven dé oplossing voor je te hebben, als je je inschrijft voor een tien weken durend peperduur programma bijvoorbeeld.

    Want uiteraard wil iemand met een burn-out er zo snel mogelijk weer van af: er wordt handig ingespeeld op het karakter van de persoon met de burn-out: zelfs in het herstel willen we zo goed mogelijk zijn.

    Het antwoord is niet zo simpel. Dé instant oplossing bestaat ook niet. Het herstel heeft tijd nodig. Als je een burn-out hebt ben je vaak maanden of zelfs jaren over je eigen grenzen heen gedenderd: dat herstel je niet in een paar weken.

    Je zet soms twee stappen vooruit en weer drie terug. Je wil soms de haren uit je hoofd trekken omdat je je gewoon weer “normaal” wilt voelen, zoals voor je burn-out. Maar dat gaat niet. Dat accepteren is misschien wel het moeilijkste van een burn-out.

    Ik ben nog herstellende, en daar ben ik me volledig bewust van. De ene dag kan ik me al best aardig concentreren en de andere dag lukt dat voor geen meter. De ene dag kan ik de drukte best aardig aan, de andere dag wil ik al huilend weg rennen als er drie mensen om me heen staan, of als ik een gesprek moet volgen.

    Dan welt de paniek op en wil ik het liefst mijn bed in kruipen. En het meest frustrerende hieraan is dat ik het zelf ook niet wil; ik wil me gewoon alleen maar weer de oude voelen. Maar de oude zal ik denk ik nooit meer worden. Dan hopelijk in elk geval een assertievere versie van mijn oude zelf, die goed voor zichzelf zorgt en opkomt. Ook al kost me dat nu nog heel veel energie.

    Sorry voor je rotdag

    fileStel, je hebt een rotdag. Je kent ze wel: iedereen heeft er wel eens eentje.
    Zo’n dag waarop alles tegen zit. Niks loopt zoals je wilde, alles valt uit je handen. De hele dag door lijkt dan ook werkelijk alles mis te gaan: 

    Je reed ´s ochtends al vol ergernis naar het werk, stapvoets, omdat er een behoorlijke file stond. Heb ik weer, dacht je. Je was bovendien al aan de late kant, doordat voor school een moeder haar auto heel asociaal scheef geparkeerd had, waardoor jij niet soepel door de kiss and ride zone kon rijden. Je was al wat kribbig opgestaan en de kinderen waren lastig, dus van ergernis foeterde je op hen. Op je werk goot je jouw kop koffie half over je nieuwe blouse, omdat jouw collega heel onhandig langs jou rende, zonder even uit zijn doppen te kijken.

    Daarna startte je laptop niet op, waarop je ook nog eens een zeer onvriendelijke helpdeskmedewerker te woord moest staan om op gang geholpen te worden. Aan het eind van de dag, nadat je gehaast door de supermarkt rende voor een paar boodschappen, stond je je weer te ergeren in de rij, omdat het maar niet opschoot. Waarom zijn mensen toch altijd extra langzaam als ik net mijn dag niet hebt? dacht je, terwijl je ongeduldig van de ene voet op de andere voet wipte.

    “Bah, alles zat vandaag tegen,” zei je ’s avonds tegen je partner, terwijl je het eten opschepte en iedereen aanschoof aan tafel.

    Een echte typische rotdag, ja.

    Alleen was je niet de enige.

    De file waar jij in stond was veroorzaakt door een ongeval waarbij een moeder en een kind ernstig gewond raakten. De rest van jouw rotdag lagen zij in het ziekenhuis te vechten voor hun leven.

    De “asociale” moeder die de kiss and ride zone blokkeerde was finaal de weg kwijt, omdat haar man haar de avond ervoor plots had verteld dat hij van haar ging scheiden.

    Je kinderen waren lastig, omdat jij al kribbig op was gestaan ’s ochtends en zij jou probeerden op te vrolijken door een beetje onhandig de clown uit te gaan hangen.

    koffievlekDe collega die jou de kop koffie over je blouse deed gooien, was overspannen en had een zieke vrouw thuis zitten, waar hij zo snel mogelijk weer naar terug moest, omdat hij mantelzorger voor haar is.

    De onvriendelijke helpdesk collega had net vóór jouw telefoontje te horen gekregen dat zijn contract niet verlengd zou worden.

    En aan het eind van de dag, toen jij je stond te ergeren aan die extra langzame mensen in de rij van de supermarkt, werd deze rij veroorzaakt door een vrouw met de ziekte van Parkinson, die aan de kassa met veel moeite het kleingeld uit haar portemonnee te voorschijn probeerde te halen.

    Jij had een rotdag. Klopt. Zij ook.

    Leven met angst en paniek: zo ga je de strijd aan

    Paniek en angst: de twee grote vijanden voor 1,1 miljoen Nederlanders. Een paniekaanval ervaren is doodeng en kost ontzettend veel energie. En als je niet op let, gaat angst zelfs je leven beheersen. 

    pexels-photo-736843
    “Een mens lijdt ’t meest
    Door ’t lijden dat hij vreest
    dat nooit op komt dagen.”

    Als puber had ik er voor het eerst bewust last van: paniekaanvallen. Ik hyperventileerde vaak. Ik viel flauw op de gekste plekken: in de snackbar, in de rij voor de discotheek, boven aan de trap in mijn ouderlijk huis. Ik kreeg toen fysiotherapie om te leren hoe ik mijn ademhaling weer onder controle kreeg bij een hyperventilatie-aanval. Dat was fijn, maar voorkwam niet dat ik ze kreeg.

    Sommige mensen reageren op stress met hoofdpijn, woedeaanvallen, maagklachten, et cetera. Mensen die gevoelig zijn voor paniekaanvallen en angst reageren op stress met, je raadt het al, paniek en angst.
    Als ik (te lang) aan te veel stress word blootgesteld, krijg ik duizelingen, hartkloppingen en hyperventilatie: allemaal bij elkaar heet dat dan een paniekaanval. Een paniek- of angststoornis is niet gemakkelijk om mee te leven. Paniekaanvallen kunnen je dag verpesten, je verlammen: Verlamd zijn van angst is niet voor niets een uitdrukking. Paniekaanvallen zijn heel eng om mee te maken: je krijgt klamme handen, kunt duizelig worden, voelt je ´opgesloten´ en radeloos. Als je angstig genoeg bent geworden voor je paniekaanvallen en er aan toe gaat geven (wat heel begrijpelijk is!), ga je die plaatsen vermijden waar je angst de kop op stak. Als je een paniekaanval kreeg in een supermarkt, probeer je daar weg te blijven. Als je een paniekaanval kreeg in een kroeg, kun je kroegen gaan vermijden. Kreeg je een paniekaanval op je werk, dan durf je daar wellicht niet meer naartoe.

    Helaas werkt juist dat – toegeven aan de angst en paniek – averechts. Hoe meer je toegeeft aan je angsten, des te groter worden ze. Vermijding vergroot namelijk angst. Blootstelling aan je angsten is dan ook een van de beste manieren om over je angsten heen te komen, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt. Accepteren dat je iets eng vindt, en het desondanks toch doen.

    stop-shield-traffic-sign-road-sign-39080Snel weg van de snelweg
    Toen ik net mijn rijbewijs had gehaald, had ik een behoorlijke angst voor de snelweg. Ik had tijdens mijn rijles-periode een ongeluk gehad (als bijrijder) en ik vond het rijden op de snelweg doodeng: het ging te snel, ik was heel erg bang om door anderen aangereden te worden of om de controle over het stuur kwijt te raken. Dus vermeed ik de eerste tijd alle snelwegen.

    Toch knaagde iets aan me: nu had ik eindelijk mijn rijbewijs, en reed ik alleen maar rondjes om de kerk. Aangezien ik alle routes binnendoor reed was ik veel meer benzine en tijd kwijt. Dit was toch absurd?

    Klaar met die angst
    Op een dag besloot ik dat ik klaar was met die angst voor de snelweg. Dan maar een paniekaanval overleven: ik wilde die angst nu echt achter me laten. Dus daar ging ik: met hartkloppingen, angstzweet op mijn voorhoofd en vol doodsangst reed ik met knikkende knieën de snelweg op. (dat laatste is op zich al een prestatie: probeer maar eens te rijden met knikkende knieën!) De eerstvolgende afrit reed ik er direct weer van af, maar wat was ik trots: ik had een stukje snelweg durven rijden! Ik had mijn angst onder ogen gezien en ik leefde nog. Het leek zo klein, maar voor mij was het een enorme overwinning. De week er na reed ik de oprit weer op, en ging ik er na twee afslagen weer af. Weer een stapje gezet. Ik bleef oefenen, steeds een stukje verder. Ik nam er de tijd voor, was blij met iedere overwinning. Elke keer als ik weer een stukje over de snelweg reed, knikten mijn knieën iets minder. Elke keer als ik het weer probeerde, zweette ik wat minder. Het abnormale werd normaal. Ik leerde letterlijk dat ik het kon, door het te doen, ondanks mijn angst.

    Een paar jaar later reed ik voor het eerst de Frans-Spaanse grens over, juichend. Het was me gelukt: mijn angst voor de snelweg was weg! Ik had mijn angst onder ogen gezien en daarmee letterlijk weggejaagd, stapje voor stapje, maar het was me gelukt. 
    Rijden op de snelweg roept voor mij inmiddels een heel ander gevoel op: het geeft me een gevoel van vrijheid, blijdschap en onafhankelijkheid. Ik ben in de auto ontspannen, ik luister naar muziek, concentreer me op de weg en rijd al jaren met plezier overal naar toe.

    pexels-photo-271418
    Praat over je angst met mensen die je vertrouwt of met je huisarts. Je zult ervaren dat je niet de enige bent!

    En daar waren ze weer
    Sinds mijn burn-out heb ik weer last gekregen van paniekaanvallen. Ze zijn er zodra ik drukte opzoek. Zodra het drukker om me heen wordt, met name als ik ergens binnen ben, overvalt me die duizeligheid en lichte staat van paniek weer. Mijn spieren spannen aan, mijn nek verkrampt en ik voel me benauwd. Ik word licht in mijn hoofd en ik weet: daar zijn ze weer, mijn twee vijanden.

    Ik geef niet op!
    Maar net als jaren geleden met de snelweg zal ik ook dit keer niet weg rennen of plaatsmaken voor angst en paniek, hoe akelig ze ook zijn om te ervaren. Ik zal weer blijven doorgaan, met kleine stapjes, op mijn eigen tempo. Weer zal ik mijn vrijheid terugwinnen. Ik heb het eerder gedaan – en ik zal het weer doen. Beter bang zijn en toch doorgaan dan me verschuilen en het leven aan me voorbij laten gaan, omdat ik op de vlucht ben voor de paniek. Ik weet: Als ik er voor weg ren, rennen de angst en paniek alleen maar harder achter me aan: ze zullen me altijd inhalen. Hoe meer ruimte ik ze geef, hoe groter ze kunnen worden.

    Dus kies ik er voor om wederom niet ervoor weg te rennen, maar mijn angst recht in de ogen te kijken, stil te staan en er tegen te zeggen: “Prima, ben er maar. Je mag er zijn. Ik vecht niet tegen je, dat heeft toch geen nut. Maar of je er bent of niet, ik ga door met leven, want ik ben sterker dan jij. Dus maak me maar bang: ik ga het toch doen.”

    medical-appointment-doctor-healthcare-40568
    Ga naar je huisarts: hij of zij zal je helpen

    Ten slotte nog een paar tips en trucs:

    • Heb je last van paniekaanvallen? Ga praten met je huisarts. Hij of zij kan je doorverwijzen naar een praktijkondersteuner of andere hulpverlener. Gedragstherapie kan je helpen met het uitdagen en overwinnen van angstgedachten.
    • Het is best eng om voor het eerst iets te gaan doen waar je al zo lang bang voor bent. Vraag als jou dit helpt, iemand in je omgeving om met je mee te gaan. Kies iemand die jou goed kent, die je vertrouwt en die weet wat hij moet doen als je een paniekaanval krijgt. Dit kan je gerust stellen en de kans op succes vergroten.
    • Praat er over. Je bent niet de enige: ontzettend veel Nederlanders hebben last van angst- en paniekstoornissen. Je leest hier hoeveel. Je bent dus absoluut niet de enige, en je kunt er iets aan doen.
    • Een paniekaanval voelt heel akelig aan, maar is niet gevaarlijk. Dit is belangrijk om te beseffen.

     

    Hoe goed kun jij tegen kritiek?

    Kritiek: we geven het graag, maar kritiek krijgen, dat is vaak een heel ander verhaal.

    Overal waar je komt kun je kritiek krijgen: thuis, van je partner, op je werk, of zelfs van vreemden in het openbaar. Kritiek krijgen kan een vervelend gevoel oproepen: met name als deze niet zo prettig gebracht wordt.

    Jezelf ontwikkelen

    Toch is het goed leren ontvangen van kritiek een manier om jezelf positief te ontwikkelen. Niet alle kritiek is terecht; het is dan ook goed om kritisch (haha) te bepalen van wie je kritiek wil ontvangen.

    Herhaalde kritiek

    Als je bepaalde kritiek meerdere keren te horen krijgt, bijvoorbeeld dat je slecht luistert, dan is dit vaak een teken dat je daar bijvoorbeeld toch beter wel naar kunt luisteren.

    Dat doe ik helemaal niet!

    Veel mensen zijn geneigd bij het ontvangen van kritiek meteen in de verdediging te gaan. Dit is een menselijke, maar emotionele reactie op het gevoel dat je aangevallen wordt. Het is goed om je op zo’n momenten af te vragen:

    1. Word ik echt aangevallen?
    2. Zit er een kern van waarheid in de kritiek die ik krijg?
    3. Reageer ik nu op een redelijke manier of vanuit emoties?

    Koop tijd

    Weet je niet goed wat je aan moet met de ontvangen kritiek? Dat is helemaal niet erg. Bedank je gesprekspartner voor zijn eerlijkheid en geef aan dat je even wilt nadenken over wat je te horen hebt gekregen. Zo voorkom je dat je vanuit een emotie over-reageert en kun je er op een rustig moment even over nadenken.

    Je hoeft niet altijd direct te reageren.

    Oneens?

    Zo veel mensen, zo veel meningen. Ben je het – ook na een moment van reflectie – oneens met de ontvangen kritiek? Je kunt er dan voor kiezen om de ontvangen kritiek naast je neer te leggen, of om de kritiek gever aan te spreken om desgewenst te onderbouwen waarom jij het oneens bent. Vraag je hierbij wel af, of je eerlijk en neutraal naar jezelf gekeken hebt: dit is namelijk heel moeilijk voor mensen; hun eigen gedrag objectief beoordelen. Vraag als je daar behoefte aan hebt de verzender om nadere toelichting. Misschien berust de kritiek wel op een misverstand, dat je gemakkelijk uit de weg kunt helpen.

    Onterechte kritiek

    Soms is kritiek echt onterecht. Sommige mensen zijn geneigd veel kritiek te gaan uiten op mensen met eigenschappen die hun jaloezie opwekken, of die gedrag vertonen dat ze zelf benijden. Als je merkt dat iemand vooral kritiek geeft om het kritiek geven, kun je wederom de kritiek naast je neerleggen, of zelf kritisch doorvragen bij de verzender wat nu precies het probleem is. Hoe ga jij om met kritiek? Geef je zelf veel kritiek aan anderen? Reageer jij verdedigend vanuit emotie op ontvangen kritiek? Laat het weten in een reactie!

    Burn-out is voor people-pleasers die geen prioriteiten kunnen stellen

    Mensen met een burn-out komen vaak met één harde klap tot stilstand. Als een auto waar te lang niet mee getankt werd: opeens is de brandstof op. Het is acuut: opeens kun je nergens meer naar toe, totdat op zijn minst de energie wordt aangevuld.

    Op het moment dat het mij overkwam, gebeurde precies dat. Mijn breinkneuzing, noem ik het wel eens gekscherend. Maar in feite is dit geen grapje, want zo heb ik het echt ervaren: alsof mijn brein gekneusd was. Ik had al een paar dagen een forse hoofdpijn en last van duizeligheid, toen mijn benzinetank definitief leeg bleek te zijn. Ik wankelde ook al een paar dagen letterlijk op mijn benen: ik moest soms letterlijk houvast zoeken: tafels, stoelen en muren om tegen te leunen – om overeind te blijven staan. Een hele vreemde gewaarwording, waar ik op dat moment totaal niets van begreep: dit had ik nog nooit meegemaakt.

    Opeens was de tank leeg. Prompt viel al mijn jarenlang geoefend, sociaal wenselijk gedrag weg. Ik kon letterlijk niet meer op mijn benen blijven staan, geen vraag meer beantwoorden.

    En dan zit je thuis, met je goede gedrag
    Dus daar zat ik dan, met mijn goede gedrag: thuis, volkomen overstuur. Ik had geen idee wat ik moest doen. Ik zag het leven overigens wel nog zitten; depressief heb ik me niet gevoeld. Sterker nog, ik leef echt graag. Ik hou van het leven. En ik hou van mensen. Sterker nog; ik leef zo graag en hou zo van mensen, dat ik mede daardoor burn-out raakte. Ik ben van nature een positief, vrolijk en energiek mens. Hoe kwam ik dan in vredesnaam opeens thuis te zitten? Hoe kon het dat ik in een klap van moeiteloos multi-tasken naar volledig opgebrand op de bank was gegaan?

    Hoe kon het dat ik – als liefhebber van mensen – opeens totaal geen mensen meer kon verdragen?

    Ik begreep er werkelijk helemaal niets van. Ik probeerde naar de supermarkt te gaan, maar alleen al het licht, de geluiden en de mensen: allemaal te veel. Ik was letterlijk bang, puur omdat mensen met me zouden kunnen komen praten. Ik voelde me de eerste tijd constant opgejaagd, alsof ik elk moment een marathon moest gaan rennen en in de startblokken stond, vol adrenaline.

    Prioriteiten en assertiviteit
    Mensen die een burn-out krijgen, werken vaak te hard aan de verkeerde dingen, voelen zich te verantwoordelijk voor problemen (of mensen) waar ze helemaal niet verantwoordelijk voor zijn. Mezelf meegerekend zijn mensen die een burn-out krijgen stuk voor stuk te harde werkers met een te groot verantwoordelijkheidsbesef.

    Peoplepleasers dus, die twee essentiële eigenschappen missen: prioriteiten kunnen stellen en assertiviteit.

    Mensen die voor zichzelf op komen en prioriteiten kunnen stellen, raken niet (zo snel) burn-out als mensen die dat nog niet geleerd hebben. Een burn-out kan dan wel getriggerd worden door grote gebeurtenissen, zoals echtscheiding, verhuizing, verlies van een naaste of het verkeerde beroep, maar als je geen prioriteiten leert stellen en geen nee leert te zeggen, heb je – ook na het verwerken van deze gebeurtenissen – grote kans op een terugval.

    Spiegel
    Mensen geven altijd liever anderen de schuld van hun problemen. Dat is menselijk, want je eigen probleem onder ogen zien is niet zo gemakkelijk en voelt heel onprettig. Dus geef je eerst liever zo lang mogelijk een ander de schuld. Naar een ander kijk je gemakkelijker dan naar jezelf. Dat heb ik overigens wel gedaan – letterlijk. Ik stond op de badkamer en keek voor het eerst sinds lange tijd écht naar mezelf in de spiegel.

    Daar stond ik dan, en ik keek naar mij. Het beviel me maar niets wat ik daar zag. Ik was bleek, zag er vermoeid uit en mijn lach was weg. Mijn schouders waren gespannen. ´Zo wil ik niet meer zijn,´ zei ik hardop tegen mezelf.

    Ik wilde ook niet meer zo zijn.
    Ik wilde niet meer met een masker op leven: overal ja op zeggen, omdat mensen me anders niet meer aardig zouden vinden. Ik wilde niet langer dingen doen omdat ik dacht dat ´men´ dat verwachtte. Ik had letterlijk geen enkele energie meer over om nog maar een seconde langer te doen alsof.

    Eerlijk
    Als mensen me vroegen hoe het met me ging, zei ik eerlijk dat het niet goed met me ging. Dat is eng, maar ook verfrissend. Mensen reageerden helemaal niet negatief, waar ik altijd zo bang voor was geweest, als ik echt mezelf zou zijn. Integendeel zelfs. Ze gaven me opeens een knuffel, lieten inlevingsvermogen zien, boden me hun hulp aan of vertelden me dat zij dit ook hadden meegemaakt – of nog mee maakten. Dat bood ontzettend veel troost: weten dat je niet de enige bent.

    Doordat ik geen kracht meer had om te doen alsof, deden anderen dat plots ook niet meer.

    Als je letterlijk niets meer kunt, terwijl je al je hele leven gedacht hebt dat mensen met je omgaan vanwege de dingen die je doet, kom je er achter wie in je leven is vanwege wie je bent. Als je niemand meer kunt helpen, komen de mensen die echt om je geven vanzelf naar jou toe, om je te steunen. Dat was een nieuwe, maar ook ontroerende ervaring voor me. Plotseling bleek dat mijn vrienden onvoorwaardelijk in mijn leven zijn, zelfs als ik helemaal niets behalve mijn aanwezigheid te bieden heb. Zelfs als ik niets kan doen, behalve er bij zitten. En zelfs ook als ik dat niet eens kan. Dat ik er ben is voor hen genoeg. Het besef dat ik al die jaren keihard gewerkt had voor iets wat helemaal niet nodig was, kwam hard binnen.

    Waarom dacht ik altijd dat ik dingen moest doen in ruil voor aardig gevonden worden?

    Waarom moest ik altijd zo veel van mezelf? Waarom legde ik die lat altijd zo hoog dat ik er niet bij kon? Waarom was goed niet goed genoeg?

    Voor en sinds: de positieve kant van een burn-out
    Mijn leven is sinds de burn-out drastisch aan het veranderen, in de positieve zin. Ik ben nog steeds een vrouw, moeder, vriendin, schrijfster en werknemer. Voor mijn burn-out stond ik midden in het leven en ontmoette ik heel veel mensen, wiens problemen ik probeerde op te lossen in ruil voor hun vriendschap of waardering.
    Sinds mijn burn-out stopte dat voor-wat-hoort-wat-gedrag, maar er kwam iets mooiers voor in de plaats: ik ontmoette mezelf en ging eindelijk met mijn eigen problemen aan de slag. Voor mijn burn-out had ik altijd heel veel mensen en drukte om me heen omdat ik lief en zorgzaam was: sinds mijn burn-out zoek ik meer de stilte op, ben ik bevriend geraakt met mezelf en zorg ik beter voor mij.

    Vroeger steunde ik altijd alles en iedereen: nu heb ik steun durven terug vragen en accepteren.

    Dat is een van de lessen die ik geleerd heb door mijn burn-out: dat zorgen voor anderen geen must is – dat kunnen ze doorgaans zelf prima! – en dat steun bieden geen eenrichtingsverkeer is; je mag het ook terug vragen. Mijn burn-out is dus zeker ook positief, ook al voelt mijn gekneusde brein niet bepaald prettig. Daarmee komt het wel goed, maar het is nog niet wat het moest zijn: mijn concentratie, geheugen en energie hebben een flinke tik gekregen.

    Doordat ik beperkte energie heb, werd ik gedwongen prioriteiten te leren stellen: ik kijk dag voor dag wat ik kan én wil doen, en met wie.

    Om te eindigen met die auto langs de kant van de weg: iedere dag kijk ik even op mijn dashboard hoe het er voor staat met de brandstof: sommige dagen kan ik halverwege de dag nog maar vijf kilometer, sommige dagen twintig. Daar pas ik mijn dag op aan. Veel verder dan vandaag kijk ik niet meer vooruit: wie iets met me wil plannen mag dat proberen, maar het is altijd onder voorbehoud. Dat heeft ook met eerlijkheid te maken: ik weet vandaag immers nog niet hoe veel brandstof ik morgen heb.

    Ik denk dat ik dat dashboard controleren maar blijf doen voortaan, zodat ik nooit meer leeg en zonder brandstof langs de weg beland.

    Chronisch tijdgebrek? Lees dit!

    Iedereen is tegenwoordig druk, drukker, drukst. Deze tips gaan jou ontzettend veel tijd besparen!

    Een tijdje geleden zag ik voor het eerst dit magische filmpje over problemen op YouTube. Het is een filmpje van een paar minuten, maar de boodschap is zo krachtig dat het ook niet langer hoeft te duren. Kijk zelf maar: Why Worry. Als je geen zin of tijd hebt om op de link te klikken: Kort samengevat komt het filmpje neer op de volgende boodschap: Mensen spenderen veel te veel tijd aan piekeren. Terwijl piekeren nooit nodig is, want:

    Heb je een probleem?

    A) nee —> waarom zou je dan piekeren?

    B) ja —> Kun je er iets aan doen?

    A) ja —> waarom zou je dan piekeren?

    B) nee —> waarom zou je dan piekeren?

    Kort en krachtig vat dit filmpje dus samen dat het eigenlijk nooit nut heeft om (overmatig) te piekeren over je problemen.

    Maar daar komt nog een belangrijke les bij, die jou ook veel tijd kan besparen.

    We hebben allemaal best veel problemen, vinden we. Maar ís dat ook echt zo? Of zijn het problemen die we ons laten toebedelen?

    Maak eens een lijstje van je problemen. Vraag je dan eens af, welke problemen écht van JOU zijn.

    Heb je bijvoorbeeld problemen die je door een ander in de maag zijn gesplitst, omdat die ander geen zin, tijd of energie had om het op te lossen, of omdat jij te gemakkelijk ja zegt, dan kun je dat probleem terug geven aan de rechtmatige eigenaar.

    Heeft iemand je bijvoorbeeld opgezadeld met iets wat hij zelf net zo goed kan oplossen: geef het probleem terug.

    Heeft iemand jou gevraagd een oplossing te bedenken “want ik weet het allemaal niet meer hoor en jij bent daar zó goed in!”: besef dan dat diegene jou misschien voor zijn karretje probeert te spannen of (on)bewust probeert te manipuleren, want diegene doet vaak niet voor niets een beroep op jou!

    De combinatie van hulpvaardigheid, inlevingsvermogen en gebrek aan assertiviteit is een gevaarlijke, waar mensen die gewoon liever lui dan moe zijn graag slim gebruik van maken.

    Stel jezelf elke dag de twee simpele vragen:

    Welke problemen ervaar ik en welke daarvan zijn echt van mij?

    Welke problemen zijn van een ander? Geef die problemen terug aan de afzender.

    Als je dit toepast zul je er versteld van staan hoe veel tijd je terug krijgt voor jezelf.

    Scheiden doet lijden: getrouwd blijven vaak nog erger

    Je kent het gezegde wel: scheiden doet lijden. Ik ben het daar voor een groot deel absoluut niet mee eens. Ongelukkig getrouwd blijven, dát doet vaak pas lijden.

    Massaal vragen Nederlanders zich af: moet ik scheiden of blijven? Het blijft een moeilijk vraagstuk. Want: Heb je alles geprobeerd? Heb je gedaan wat je kon om je relatie te herstellen? Heb je relatietherapie geprobeerd? De keuze is reuze. Er bestaat geen quick fix. Er staat veel op het spel: wonen, financiën, het “ideale plaatje” richting de buitenwereld.

    Ja. Scheiden doet soms lijden, maar dit hangt er grotendeels van af hoe volwassen je er mee om gaat. Steeds meer ouders doen anno 2018 hun uiterste best om op een vreedzame manier uit elkaar te gaan, vanwege de verdrietig genoeg enige – maar oh zo belangrijke! – liefde die onder de streep nog over blijft als het huwelijk of de relatie strandt: de liefde voor hun kinderen. Compromissen worden gezocht. Trots wordt ingeslikt. De middenweg wordt gezocht. Scheiden is dus niet altijd die gruwelijke lijdensweg die je ziet op televisie, voor het woord scheiding komt steeds minder het woord vecht te staan.

    Mediators worden steeds meer ingeschakeld om de stormschade na de storm die echtscheiding heet te beperken, met als doel om het huwelijk voor de kinderen op een zo ruzie-vrij mogelijke manier te beëindigen. Dit getuigt niet alleen van heel veel moed, volwassenheid en redelijkheid; het getuigt ook van een hele grote liefde voor de kinderen en het bereid zijn om – van beide kanten – het ego opzij te zetten, om de kinderen leed te besparen.

    Getrouwd blijven doet vaak ook lijden. Dit onderwerp wordt echter lang niet genoeg belicht. Ongelukkig getrouwde ouders zorgen -of ze dat willen of niet- met hun ruzies, onderlinge spanning en de vervelende sfeer voor een mijnenveld-huishouden.

    Kinderen voelen het intuïtief feilloos aan, als ouders niet meer van elkaar houden. Vaak hebben kinderen het al langer in de gaten dan de ouders zelf. De schade die aangericht wordt als je ouders niet meer van elkaar houden, wordt echter vaak jaren later pas zichtbaar: als het kind niet weet hoe een gezonde, respectvolle relatie er uit ziet en onbewust ongezonde partners uitzoekt, omdat die emotionele onveiligheid in de jeugd een vertrouwdheid heeft gekregen.

    Als kind voel je je loyaal aan beide ouders. Als beide ouders ongelukkig in een huis blijven leven, langs elkaar door of ruziënd, voelen kinderen dagelijks deze ongezonde sfeer, de spanning, de ongemakkelijkheid, het ongeloof als er visite komt en er opeens wel leuk gedaan kan worden. Geen gezonde lessen voor een kind van hoe een gelukkige relatie hoort te zijn.

    Scheiden doet lijden, maar ongelukkig getrouwd blijven voor de lieve vrede, het geld of de buitenwereld richt vaak nog veel meer schade aan.

    Deze gaat echter verhuld achter een façade, een masker dat naar buiten toe wordt vastgehouden in de vorm van op elkaar geklemde kaken op de gezinsfoto: even lachen naar de camera jongens, we zijn verdomme een gelukkig gezin.

    De obstakels van de Sterke Vrouw!

    Je zou denken dat het in deze moderne tijd oké is om een sterke vrouw te zijn. Dat gezegd hebbende, is dat in de praktijk vaak absoluut niet waar. Glazen plafonds, dates die zich bedreigd voelen door je emotionele of financiële onafhankelijkheid, mensen die niet gewend zijn dat een vrouw ook het woord nee in haar vocabulaire kan hebben, et cetera.

    Als je er als vrouw lief en schattig uitziet, maar dat niet bent, raken mensen nog wel eens in de war.
    als je nee zegt

    Als je voor de zoveelste keer moet uitleggen dat je geen man nodig hebt om te overleven in deze wereld, is dat wel eens vermoeiend.als je niet meer kunt

    Als mensen zeggen “lach eens!” of “kijk eens niet zo serieus!” terwijl jij gewoon geconcentreerd bent en je eigen resting bitch face omarmd hebt. als je serieus kijkt

    Als mensen je een bitch noemen, alleen maar omdat je net zo assertief bent als een man, terwijl het bij een man als teken van daadkracht wordt gezien. assertief

    Als je je eigen innerlijke Bazin geaccepteerd hebt. baas vrouw

    Soms is het wel frustrerend, om als sterke onafhankelijke vrouw te leven in een wereld die er van uit gaat dat je dat niet kunt of wilt. being a woman sucks

    Zeker als mensen ook je zwarte humor niet begrijpen en niet snappen dat je met je vriendinnen op stap gaat, NIET om schattig uit te zien of om versierd te worden maar gewoon om ongegeneerd lol te maken met je vriendinnen. crazy

    Als mannen zeggen “goh, jij bent wel mondig hè, voor een blond vrouwtje?”eyeroll

    Als je een SQUAD hebt met gelijkgestemde vriendinnen en je bent er trots op: groep

    Dat je PMS hebt en iemand begrijpt het niet:niet je dag

    Als je je goed genoeg in je vel voelt om je eigen rolmodel te zijn:rolmodel

    Dat mensen er van uit gaan dat jij wel even de koffie maakt of afwast, terwijl niemand dit vraagt aan de mannen in het gezelschap:sarcastisch

    Dat je jezelf weer even moet herinneren aan wie je bent:sterke vrouw

    Als je er schattig uitziet maar wel vloekt als een bootwerker:vloeken mag ook al niet

    Zwangere buik aanraken? Can’t Touch This!

    Het is alweer een hele tijd geleden dat ik zwanger was van ons kind. Maar wat ik me nog maar al te goed herinner, is hoe versteld ik er van stond hoe veel mensen aan je buik dachten te mogen zitten.
    En gek genoeg waren dat niet eens mijn vriendinnen of mensen die dicht bij me staan, maar vaak zelfs vage kennissen, toevallige voorbijgangers en collega’s. Nu weet ik niet hoe het met jullie zit, maar ik ben best wel gehecht aan mijn personal space. Natuurlijk, ik knuffel mijn naasten en goede vriendinnen graag. Maar van vreemden wil ik toch eerst wat meer weten, alvorens ze fysiek toenadering mogen zoeken.

    Ik begrijp dat zo’n uitpuilende buik (zeker die van mij, ik leek wel een drieling te dragen!) uitnodigend is. Een soort fysiek uithangbord. En ik vond het helemaal niet erg als mensen iets zeiden of vroegen over de zwangerschap. Maar dat aanraken, dat hoefde van mij nou ook weer niet. Er was zelfs een collega die het leuk vond om me telkens te verrassen door me van achteren te besluipen, en dan opeens die twee handen op mijn buik. Uh. Pardon?

    Er waren ook mensen die mijn loopje gingen na doen. Vonden ze grappig. Waggel, waggel, waggel. Hilarisch hoor, althans dat vonden zij. Ik niet zo. Ach ja.
    Als er vrouwen in mijn naaste omgeving zwanger zijn, voel ik ook wel die behoefte om er even een hand op te leggen. Maar wetende dat niet iedereen daar zomaar van gediend is, vraag ik het altijd even van te voren. Wel zo netjes, toch?

    Aan de starende volwassene – ja, mijn kind is anders!

    people, child, boyIk zie de statussen op mijn tijdlijn voorbij komen, over kinderen met speciale behoeften. Misschien lijkt het weer zo’n kettingstatus waar niemand iets aan heeft, maar ik begrijp dat mensen die status kopiëren en op hun tijdlijn zetten. Kinderen met een handicap – lichamelijk of psychisch – hebben behoefte om geaccepteerd te worden. Precies zoals ze zijn! Want ook al is er veel meer bekend over ziektes, lichamelijke en psychische beperkingen, je zou er van versteld staan hoe weinig mensen daar nog iets over lijken te weten in de praktijk.

    Want ook al denk je misschien dat alleen kinderen ongegeneerd staren naar een ziek kind, een gehandicapt kind of een kind met een mentale beperking; was het maar waar. Volwassenen kunnen er wat van. Kinderen komen in al hun eerlijkheid tenminste vaak nog vragen wat er aan de hand is met het kindje (daar kun je tenminste nog een dialoog mee hebben en uitleg geven), volwassenen staren gewoon van een afstand onbeschaamd naar het kind. En met staren bedoel ik soms ook echt schaamteloos aangapen. Nog net niet (of soms zelfs wel) met open hangende mond.

    Ja. Ja! Onze kinderen zijn anders, meneer of mevrouw die onze kinderen aanstaart. Ze zijn anders, in de fysieke zin of in mentale zin, of misschien wel allebei. Onze kinderen hebben moeilijkheden in dit leven waar u misschien nog nooit van gehoord heeft, of zelf nooit mee te maken heeft gehad. Onze kinderen moeten iedere dag vechten; of dat nu is om te overleven, om de wereld om zich heen te begrijpen of (helaas) om om te leren omgaan met starende mensen zoals u.

    Ja, misschien zien onze kinderen er anders uit. Ja, misschien gedragen ze zich niet exact zoals u dat sociaal wenselijk acht; misschien krijgen onze kinderen midden op de kermis een paniekaanval omdat het geluid te hard is en de prikkels te hard binnen komen. En ja, dat ziet er misschien uit alsof ik een kind heb dat out of control is.

    Maar wat de reden ook is dat dit blijkbaar een soort afkeer opwekkend schouwspel voor u is geworden; voor ons is dit de dagelijkse praktijk. En die afkeuring in uw blik – we zien hem wel! En erger nog, misschien zien onze kinderen het ook wel – snijdt dwars door onze ziel. Want u kijkt zo afkeurend naar onze kinderen, ons vlees en bloed waar wij zo trots op zijn en zielsveel van houden. Onze kleine mensjes die echt niets anders willen dan alleen maar een gewoon kind te zijn.

    Soms staren we net zo lang naar u terug, totdat u enigszins beschaamd uw blik moet afwenden. Maar meestal hebben we daar de tijd niet voor. We zijn namelijk bezig met belangrijkere zaken, namelijk onze kinderen. Het zou u sieren als u in het vervolg met uw starende, afkeurende blik de dichtst bijzijnde spiegel opzoekt en hem daar in stuurt; dan komt hij precies goed terecht.

    Stop met zeuren! 😈

    Ik lees tegenwoordig bijna alleen nog maar gezeur in reacties op online media. Als iemand mee doet aan Serious Request, wordt er meteen geroepen dat je eigen volk eerst moet helpen. Als iemand geld doneert, wordt gezegd dat het naar de ouderen of armen in Nederland moet gaan.

    Natuurlijk mag iedereen vinden wat hij of zij vindt, maar stiekem bekruipt me dan toch de gedachte: en wat doe jij dan zelf, reageerder?
    Hoe vaak ga jij vrijwillig ergens hulp aanbieden?
    Hoe vaak doneer jij geld of spullen aan de voedselbank?

    Bovendien, waarom moet het eigenlijk altijd zo zwart wit zijn? Waarom zou allebei niet mogen? Als ik iets kan missen, moet ik toch zeker zelf weten aan wie ik het geef?

    Nou, weet je. Ik geef regelmatig goede kleding weg aan locale mensen die dat hard nodig hebben. Ik werk een uur per week vrijwillig op de school van mijn kind. Ik geef geld aan de voedselbank. Maar ik doe óók mijn bijdrage aan Serious Request voor KINDEREN in oorlogsgebieden. En ik steun ook mijn lieve neefje, die rondjes door de gymzaal rende om geld in te zamelen voor de kinderen in die oorlogsgebieden. Foei, wat moreel onverantwoord hè?

    Bah. Wat zijn we hard geworden, veroordelend en koud. En wat staan we hard te roepen en te blaaskaken langs de zijlijn. Nee, dan heb ik meer respect voor mensen die in plaats van zeuren iets doen. Of het nou voor mensen in Nederland is, of voor mensen ver weg. We wonen immers nog altijd samen, met zijn allen op dezelfde aardbol.

    PS: met dank aan de Inspiratiebron voor deze blog: Ruud. 😙

    Ze stond in de rij voor de kassa toen een man haar mandje pakte….

    Ik stond vanmiddag in de rij voor de kassa in onze – op de dag van pakjesavond natuurlijk stampvolle – plaatselijke supermarkt. Ik had zo’n mandje dat je vooruit kunt trekken, en uiteraard had ik deze veel te vol geladen.

    Terwijl ik een tas aan het pakken was, merkte ik dat een man achter me zich bukte om mijn mandje op te tillen. Hij zette het op de verhoging voor de band neer. Eerst dacht ik dat hij mijn mandje met de zijne verwarde. Totdat hij me vriendelijk aan keek en zei: “Dat is gemakkelijker om uit te laden.”

    Enigszins verbaasd bedankte ik de hoffelijke man en begon boodschappen op de bank te leggen. Toen alles er op lag, zag ik dat hij alleen een pak baby voeding had om af te rekenen. “Gaat u maar voor hoor,” zei ik, maar hij bedankte vriendelijk.

    “Ik heb geen haast. Dankuwel.”

    Misschien verwacht je nu een of ander plot of een onverwacht element in het verhaal. Dat komt er niet. Ik was ook niet opeens mijn portemonnee kwijt. Er gebeurde verder niets.

    Ik was er gewoon even stil van: te midden van het gehaast en gejakker, te midden van de hectiek rondom sinterklaas: hoffelijkheid en geduld.

    Misschien is dat wel wat we allemaal zo hard nodig hebben in deze tijd: hoffelijkheid en geduld.

    Gisteren liep ik naar mijn auto na het werk en zag ik dat een man zijn vrouw uit haar rolstoel in de auto wilde helpen, op een heel steil stuk weg. Het zag er moeilijk uit. Toen ik stopte om te vragen of ze hulp nodig hadden, keken ze me in eerste instantie wat geschrokken aan, totdat ze door kregen dat ik alleen maar wou helpen.

    Waarom schrikken mensen als iemand wil helpen? Waarom roept dat zo veel verbazing op? Omdat – en dat is zo jammer – het nauwelijks nog voor lijkt te komen dat mensen elkaar spontaan helpen, gewoon, omdat iemand dat kan gebruiken op dat moment.

    Dus. Wie nog goede voornemens zoekt voor 2016: hoffelijkheid en geduld weer normaal maken lijkt me best een goede.

    Hoe het zou zijn als we niet zouden kunnen liegen

    Iedereen is het er over eens: liegen is niet oké. Toch? Als je mensen vraagt naar hun eerlijkheid, zeggen de meesten dat ze heel eerlijk zijn. Maar is dat wel echt zo? En hoe zou het zijn als we niet zouden kunnen liegen?

    Kinderen kunnen tot een bepaalde leeftijd nog niet liegen; een enkel talent daargelaten. Daar krijg je soms hilarische, maar soms ook regelrecht gênante momenten door.
    “Mama, die mevrouw heeft een snor!”
    Nooit grappig als dat in de rij voor de kassa wordt geroepen, ook al is je kind nog zo snoezig en ook al heeft de vrouw in de rij inderdaad een stevige begroeiing op haar bovenlip. Wegkijken en negeren heeft vaak een averechts effect: “Kijk dan! Daar!”
    Plotseling kijkt de hele rij bij de Albert Heijn naar de bovenlip van de mevrouw.
    Enfin.

    Wat als volwassenen niet konden liegen?
    Ik stel me dan direct een commercieel telefoontje naar mijn huistelefoon voor.  Je weet wel, zo’n irritant verkoop gesprek, als je net aan tafel zit.
    “Goedenavond mevrouw, u spreekt met huppeldepup, ik bel u om u te vragen of u even een momentje tijd heeft om onze aanbieding te beluisteren? Mooi. Wij bellen u namelijk omdat wij een zeer geringe korting verschaffen bij het afsluiten van een wurgcontract, waar u de komende vijf jaar grondig spijt van zult krijgen als u ja zegt!”

    Verjaar-dahag!
    Of dat je de verjaardag van een kennis wil gaan afbellen.
    “Sorry, wij kunnen helaas niet komen, maar eigenlijk kunnen we dat wel, we willen het gewoon niet omdat we je stiekem een enorme sufmuts vinden en omdat je hond altijd direct mijn kruis besnuffelt bij binnenkomst. Toch een fijne verjaardag gewenst, wij gaan de hele avond opgelucht zijn dat we er niet bij hoeven zijn. Nou, dag he?”

    Brulpeuter
    Of dat je vriendin belt, of je een avond op haar kindje kunt passen, want ze zit met de handen in het haar.
    “Dat kan wel, maar nee, want we vragen ons af of het hart van mijn man het zou overleven om drie uur lang het ongecontroleerde gekrijs van je kind aan te horen. We vragen ons sowieso al langere tijd af wanneer jullie naast voeden ook aan ópvoeden gaan doen. Sterkte er mee!”

    Het ligt niet aan mij, het ligt aan jou
    Of dat je je date na lang moed verzamelen opbelt, nadat hij een week  niets heeft laten horen.
    “Ik vond het ook best gezellig. Het ligt echter niet aan mij, maar aan jou. Je praat net iets te luidruchtig naar mijn smaak en je had een uur nodig om eten te bestellen. Als je daar al zo lang over doet… maar bedankt voor je telefoontje!”

    Je kont lijkt niet dik door die broek
    Hoeveel huwelijken zouden er nog bestaan, als mannen op de beroemde maaktdezebroekmijnkontdik-vraag zouden antwoorden: “Dat komt niet door de broek, schat.”

    Kortom, ookal roepen we nog zo hard dat we nooit liegen, we doen het allemaal. Ookal ontkennen we het soms nóg zo hard, we maken ons er allemaal wel eens schuldig aan, al is het maar met een leugentje om bestwil of om de lieve vrede de te bewaren of iemands gevoelens te sparen.

    Want ook al is de leugen nog zo snel, de waarheid zeggen is ook niet altijd ideaal.

    WAT ZULLEN DE MENSEN WEL NIET DENKEN?

    Wat zullen de mensen wel niet denken?
    Je kent de uitdrukking vast wel. De inhoud van die uitdrukking staat me steeds meer tegen. Al mijn hele leven ben ik getraind en zeer vaardig geworden in wat de mensen wel niet zullen denken. Dat wordt al jong aangeleerd, want sociaal onwenselijk gedrag vertonen staat garant voor een correctie inclusief een herinnering aan wat de mensen wel niet zullen denken. Ik ben de genoemde mensen zelf overigens nog nooit persoonlijk tegen gekomen; in mijn fantasie zijn het een soort afkeurend blikkende zombies geworden, die van een afstandje alles bekijken wat ik doe, “Kijk nouuuu wat ze doettt…” fluisterend, gepaard met vermanende vingertjes en een hoop afkeurend gemompel.

    Buiten de box denken
    Wat de mensen wel niet zouden denken kan je afremmen op allerlei gebieden. Als je bij alles wat je doet gaat nadenken over wat de mensen er van gaan denken, durf je amper nog je veters te strikken. En toch heeft het me jaren gekost om te komen tot het besef dat ik nu heb.

    Al van kinds af aan wordt ons geleerd om rekening te houden met. We passen ons aan, doen wat van ons gevraagd wordt en willen zo weinig mogelijk opvallen, om vervolgens, als we dertig of veertig zijn, trainingen te moeten volgen waarin ons geleerd wordt om `outside the box´ te denken. Dat voelt dan weer heel onnatuurlijk, want ja, je hebt net dertig of veertig jaar gespendeerd aan het afleren van exact dat.

    Natuurlijk is het niet de bedoeling dat mensen als volwassene in de metro trots hun neus-inhoud-vangst aan omstanders tonen, maar bepaalde dingen die kinderen van nature doen, zijn bijzonder creatief en zouden naar mijn mening niet afgeremd moeten worden om wat een vreemde groep buitenstaanders er misschien wel niet van zou kunnen denken. Bovendien is het een te vaag begrip, en is ook niet duidelijk wíe dan bedoeld wordt, wát ze dan zouden kunnen denken, en bovendien wordt zelden de vraag gesteld of dat dan erg is, als mensen van buitenaf een mening hebben. Néé, we moeten dat vóór zijn, we moeten zorgen dat ons gedrag zo gewoon is en zo normaal en netjes binnen de lijntjes, dat men met een vergrootglas zou moeten gaan zoeken naar iets dat abnormaal of incorrect is volgens de maatstaven van ´de mensen´.

    Eén, twee, uit de maat
    Volgens mij zijn de beste inventies gedaan juist door diegenen die zich weinig aantrokken van wat de mensen zouden kunnen denken. Want iets nieuws bedenken vergt juist datgene doen wat nog nooit iemand eerder heeft gedaan of gedurfd. En verandering, goed of fout, dat wekt vaak in eerste instantie verzet op bij mensen. Dat is gewoon een natuurlijke reactie, omdat mensen in eerste instantie graag bij het oude vertrouwde blijven. Maar als alles bij het oude was gebleven, tja, dan had ik nu met een vulpen deze blog moeten schrijven en honderd keer moeten overschrijven om deze dan bij mensen in de brievenbus te gooien, of gewoon voor de deur, want de brievenbus was dan nog niet uitgevonden, of eigenlijk had ik het dan dus iedereen moeten vertéllen, of moeten omzetten in een grottekening, want als niemand ooit iets uitgevonden had waren er ook geen pennen geweest en geen papier. Dus. Ik wil maar zeggen.

    Tegendraads
    Om heel eerlijk te zijn, hoe hard ik ook geprobeerd heb om altijd rekening te houden met wat de mensen wel niet zouden denken, is het me nooit helemaal gelukt. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. En dus blijf ik toch doen wat ik van nature altijd al wilde: creëren, fantaseren, ook al betekent dit dat dit soms misschien als tegendraads en eigenwijs word ervaren. En wat de mensen daar wel niet van zouden denken? Weet ik veel. Misschien denken ze er wel niet van, dat het een goed idee van me is. Wat ze ook denken, ik laat me er niet meer door tegenhouden. Zonde van al mijn ideeën en creatieve oprispingen. Ik raad het echt iedereen aan, vooral ook die mensen, die er wel niet iets van zouden denken.

    Kippenvel, ontroering en tranen bij dit filmpje… te mooi om niet te delen!

    Dit filmpje raakte me. Het toont perfect aan dat LIEFDE geen verschillen kent in ras, geloof, geslacht, leeftijd, beperkingen of wat dan ook.

    Te mooi om niet te delen…. Zeker in de huidige tijden blijft het belangrijk om te laten zien, dat echte liefde en vriendschap blind zijn voor uiterlijke verschillen. Dat mensen juist die verschillen in elkaar kunnen waarderen en koesteren. Dat een roze gezin net zo echt en liefdevol is als een hetero gezin. Dat een mens met een verstandelijke of lichamelijke beperking, net zo zeer in staat is om lief te hebben als een mens zonder.  Dat mensen met een verschillend geloof vreedzaam naast elkaar kunnen leven. Dat liefde verschil in huidskleur niet belangrijk vindt. Daarom: te mooi om niet te delen.

    Instant Happiness: Katten in Dozen, met honden, en zo verder.

    Katten zijn een apart diersoort. Ze hebben het formaat niet van een leeuw of een tijger, maar wel het karakter. Ze zien dan ook niet in waarom hen niet alles zou moeten komen aanwaaien, ze kunnen behoorlijk arrogant zijn en bovendien zijn ze zeer selectief in het aangaan van vriendschappen.

    Dozen hebben een onweerstaanbare aantrekkingskracht op de meeste katten. Ik weet niet precies waarom. Misschien is het de geborgenheid om tussen de kartonnen planken te zitten, misschien zijn het die kleine hoekjes onder in de doos, waar het donker is en waar katten áltijd iets in lijken te zien zitten.

    Misschien is het gewoon leuk, om te kijken of ze er in passen. En zo niet, waarom niet. En zo nog niet, waarom dan niet op een andere manier. Of nog een andere manier. Katten laten zich toch zeker niet door zo’n dóós tegenhouden om er in te passen? Niet alleen dozen, ook vissenkommen en andere kleine ruimtes nodigen katten uit om te kijken hoe lenig lenig nou precies kan zijn.

    Honden: Noodzakelijk kwaad, de huisgenoot die nooit snapt wie de baas is.
    Honden hebben een iets andere uitwerking op de meeste katten. In 99,999% van de huishoudens zijn de katten de baas over de hond. En dat vergt regelmatig op de plaats zetten van die vrolijke, kwispelende, nietsvermoedende viervoeter.

    Mensen: Leuk om te irriteren.
    Mensen zijn voor katten ideaal om te irriteren. De keuze is reuze: zo kun je als kat zijnde lampen om gooien, glazen van de tafel af wippen en op toetsenborden gaan liggen snurken terwijl je Onderdaan nog een belangrijke presentatie moet afmaken voor zijn werk. Het enige dat noodzakelijk is, is dat je het met een vanzelfsprekende nonchalance doet, waardoor het bijna niet opvalt.

    Afpoeieren van vermeende vriendschap, of, god forbid, méér.
    Om nog even terug te komen op honden: die willen natuurlijk altijd maar al te graag vriendjes zijn met katten. Want honden willen meestal wel met iedereen vriendjes zijn. Katten zien dat vaak niet zo zitten. Een beetje kat van kwaliteit laat zich natuurlijk niet overhalen door al dat achtervolgen, schattige kwispelstaarten en uitnodigende likjes.