Tagarchief: mensen

Hoe goed kun jij tegen kritiek?

Kritiek: we geven het graag, maar kritiek krijgen, dat is vaak een heel ander verhaal.

Overal waar je komt kun je kritiek krijgen: thuis, van je partner, op je werk, of zelfs van vreemden in het openbaar. Kritiek krijgen kan een vervelend gevoel oproepen: met name als deze niet zo prettig gebracht wordt.

Jezelf ontwikkelen

Toch is het goed leren ontvangen van kritiek een manier om jezelf positief te ontwikkelen. Niet alle kritiek is terecht; het is dan ook goed om kritisch (haha) te bepalen van wie je kritiek wil ontvangen.

Herhaalde kritiek

Als je bepaalde kritiek meerdere keren te horen krijgt, bijvoorbeeld dat je slecht luistert, dan is dit vaak een teken dat je daar bijvoorbeeld toch beter wel naar kunt luisteren.

Dat doe ik helemaal niet!

Veel mensen zijn geneigd bij het ontvangen van kritiek meteen in de verdediging te gaan. Dit is een menselijke, maar emotionele reactie op het gevoel dat je aangevallen wordt. Het is goed om je op zo’n momenten af te vragen:

  1. Word ik echt aangevallen?
  2. Zit er een kern van waarheid in de kritiek die ik krijg?
  3. Reageer ik nu op een redelijke manier of vanuit emoties?

Koop tijd

Weet je niet goed wat je aan moet met de ontvangen kritiek? Dat is helemaal niet erg. Bedank je gesprekspartner voor zijn eerlijkheid en geef aan dat je even wilt nadenken over wat je te horen hebt gekregen. Zo voorkom je dat je vanuit een emotie over-reageert en kun je er op een rustig moment even over nadenken.

Je hoeft niet altijd direct te reageren.

Oneens?

Zo veel mensen, zo veel meningen. Ben je het – ook na een moment van reflectie – oneens met de ontvangen kritiek? Je kunt er dan voor kiezen om de ontvangen kritiek naast je neer te leggen, of om de kritiek gever aan te spreken om desgewenst te onderbouwen waarom jij het oneens bent. Vraag je hierbij wel af, of je eerlijk en neutraal naar jezelf gekeken hebt: dit is namelijk heel moeilijk voor mensen; hun eigen gedrag objectief beoordelen. Vraag als je daar behoefte aan hebt de verzender om nadere toelichting. Misschien berust de kritiek wel op een misverstand, dat je gemakkelijk uit de weg kunt helpen.

Onterechte kritiek

Soms is kritiek echt onterecht. Sommige mensen zijn geneigd veel kritiek te gaan uiten op mensen met eigenschappen die hun jaloezie opwekken, of die gedrag vertonen dat ze zelf benijden. Als je merkt dat iemand vooral kritiek geeft om het kritiek geven, kun je wederom de kritiek naast je neerleggen, of zelf kritisch doorvragen bij de verzender wat nu precies het probleem is. Hoe ga jij om met kritiek? Geef je zelf veel kritiek aan anderen? Reageer jij verdedigend vanuit emotie op ontvangen kritiek? Laat het weten in een reactie!

Advertenties

Burn-out is voor people-pleasers die geen prioriteiten kunnen stellen

Chrisje
“Burn-out is voor people pleasers die geen prioriteiten kunnen stellen.”

Mensen met een burn-out komen vaak met één harde klap tot stilstand. Als een auto waar te lang niet mee getankt werd: opeens is de brandstof op. Het is acuut: opeens kun je nergens meer naar toe, totdat op zijn minst de energie wordt aangevuld.

Op het moment dat het mij overkwam, gebeurde precies dat. Mijn breinkneuzing, noem ik het wel eens gekscherend. Maar in feite is dit geen grapje, want zo heb ik het echt ervaren: alsof mijn brein gekneusd was. Ik had al een paar dagen een forse hoofdpijn en last van duizeligheid, toen mijn benzinetank definitief leeg bleek te zijn. Ik wankelde ook al een paar dagen letterlijk op mijn benen: ik moest soms letterlijk houvast zoeken: tafels, stoelen en muren om tegen te leunen – om overeind te blijven staan. Een hele vreemde gewaarwording, waar ik op dat moment totaal niets van begreep: dit had ik nog nooit meegemaakt.

Opeens was de tank leeg. Prompt viel al mijn jarenlang geoefend, sociaal wenselijk gedrag weg. Ik kon letterlijk niet meer op mijn benen blijven staan, geen vraag meer beantwoorden.

En dan zit je thuis, met je goede gedrag
Dus daar zat ik dan, met mijn goede gedrag: thuis, volkomen overstuur. Ik had geen idee wat ik moest doen. Ik zag het leven overigens wel nog zitten; depressief heb ik me niet gevoeld. Sterker nog, ik leef echt graag. Ik hou van het leven. En ik hou van mensen. Sterker nog; ik leef zo graag en hou zo van mensen, dat ik mede daardoor burn-out raakte. Ik ben van nature een positief, vrolijk en energiek mens. Hoe kwam ik dan in vredesnaam opeens thuis te zitten? Hoe kon het dat ik in een klap van moeiteloos multi-tasken naar volledig opgebrand op de bank was gegaan?

Hoe kon het dat ik – als liefhebber van mensen – opeens totaal geen mensen meer kon verdragen?

Ik begreep er werkelijk helemaal niets van. Ik probeerde naar de supermarkt te gaan, maar alleen al het licht, de geluiden en de mensen: allemaal te veel. Ik was letterlijk bang, puur omdat mensen met me zouden kunnen komen praten. Ik voelde me de eerste tijd constant opgejaagd, alsof ik elk moment een marathon moest gaan rennen en in de startblokken stond, vol adrenaline.

Prioriteiten en assertiviteit
Mensen die een burn-out krijgen, werken vaak te hard aan de verkeerde dingen, voelen zich te verantwoordelijk voor problemen (of mensen) waar ze helemaal niet verantwoordelijk voor zijn. Mezelf meegerekend zijn mensen die een burn-out krijgen stuk voor stuk te harde werkers met een te groot verantwoordelijkheidsbesef.

Peoplepleasers dus, die twee essentiële eigenschappen missen: prioriteiten kunnen stellen en assertiviteit.

Mensen die voor zichzelf op komen en prioriteiten kunnen stellen, raken niet (zo snel) burn-out als mensen die dat nog niet geleerd hebben. Een burn-out kan dan wel getriggerd worden door grote gebeurtenissen, zoals echtscheiding, verhuizing, verlies van een naaste of het verkeerde beroep, maar als je geen prioriteiten leert stellen en geen nee leert te zeggen, heb je – ook na het verwerken van deze gebeurtenissen – grote kans op een terugval.

Spiegel
Mensen geven altijd liever anderen de schuld van hun problemen. Dat is menselijk, want je eigen probleem onder ogen zien is niet zo gemakkelijk en voelt heel onprettig. Dus geef je eerst liever zo lang mogelijk een ander de schuld. Naar een ander kijk je gemakkelijker dan naar jezelf. Dat heb ik overigens wel gedaan – letterlijk. Ik stond op de badkamer en keek voor het eerst sinds lange tijd écht naar mezelf in de spiegel.

Daar stond ik dan, en ik keek naar mij. Het beviel me maar niets wat ik daar zag. Ik was bleek, zag er vermoeid uit en mijn lach was weg. Mijn schouders waren gespannen. ´Zo wil ik niet meer zijn,´ zei ik hardop tegen mezelf.

Ik wilde ook niet meer zo zijn.
Ik wilde niet meer met een masker op leven: overal ja op zeggen, omdat mensen me anders niet meer aardig zouden vinden. Ik wilde niet langer dingen doen omdat ik dacht dat ´men´ dat verwachtte. Ik had letterlijk geen enkele energie meer over om nog maar een seconde langer te doen alsof.

Eerlijk
Als mensen me vroegen hoe het met me ging, zei ik eerlijk dat het niet goed met me ging. Dat is eng, maar ook verfrissend. Mensen reageerden helemaal niet negatief, waar ik altijd zo bang voor was geweest, als ik echt mezelf zou zijn. Integendeel zelfs. Ze gaven me opeens een knuffel, lieten inlevingsvermogen zien, boden me hun hulp aan of vertelden me dat zij dit ook hadden meegemaakt – of nog mee maakten. Dat bood ontzettend veel troost: weten dat je niet de enige bent.

Doordat ik geen kracht meer had om te doen alsof, deden anderen dat plots ook niet meer.

Als je letterlijk niets meer kunt, terwijl je al je hele leven gedacht hebt dat mensen met je omgaan vanwege de dingen die je doet, kom je er achter wie in je leven is vanwege wie je bent. Als je niemand meer kunt helpen, komen de mensen die echt om je geven vanzelf naar jou toe, om je te steunen. Dat was een nieuwe, maar ook ontroerende ervaring voor me. Plotseling bleek dat mijn vrienden onvoorwaardelijk in mijn leven zijn, zelfs als ik helemaal niets behalve mijn aanwezigheid te bieden heb. Zelfs als ik niets kan doen, behalve er bij zitten. En zelfs ook als ik dat niet eens kan. Dat ik er ben is voor hen genoeg. Het besef dat ik al die jaren keihard gewerkt had voor iets wat helemaal niet nodig was, kwam hard binnen.

Waarom dacht ik altijd dat ik dingen moest doen in ruil voor aardig gevonden worden?

Waarom moest ik altijd zo veel van mezelf? Waarom legde ik die lat altijd zo hoog dat ik er niet bij kon? Waarom was goed niet goed genoeg?

Voor en sinds: de positieve kant van een burn-out
Mijn leven is sinds de burn-out drastisch aan het veranderen, in de positieve zin. Ik ben nog steeds een vrouw, moeder, vriendin, schrijfster en werknemer. Voor mijn burn-out stond ik midden in het leven en ontmoette ik heel veel mensen, wiens problemen ik probeerde op te lossen in ruil voor hun vriendschap of waardering.
Sinds mijn burn-out stopte dat voor-wat-hoort-wat-gedrag, maar er kwam iets mooiers voor in de plaats: ik ontmoette mezelf en ging eindelijk met mijn eigen problemen aan de slag. Voor mijn burn-out had ik altijd heel veel mensen en drukte om me heen omdat ik lief en zorgzaam was: sinds mijn burn-out zoek ik meer de stilte op, ben ik bevriend geraakt met mezelf en zorg ik beter voor mij.

Vroeger steunde ik altijd alles en iedereen: nu heb ik steun durven terug vragen en accepteren.

Dat is een van de lessen die ik geleerd heb door mijn burn-out: dat zorgen voor anderen geen must is – dat kunnen ze doorgaans zelf prima! – en dat steun bieden geen eenrichtingsverkeer is; je mag het ook terug vragen. Mijn burn-out is dus zeker ook positief, ook al voelt mijn gekneusde brein niet bepaald prettig. Daarmee komt het wel goed, maar het is nog niet wat het moest zijn: mijn concentratie, geheugen en energie hebben een flinke tik gekregen.

Doordat ik beperkte energie heb, werd ik gedwongen prioriteiten te leren stellen: ik kijk dag voor dag wat ik kan én wil doen, en met wie.

Om te eindigen met die auto langs de kant van de weg: iedere dag kijk ik even op mijn dashboard hoe het er voor staat met de brandstof: sommige dagen kan ik halverwege de dag nog maar vijf kilometer, sommige dagen twintig. Daar pas ik mijn dag op aan. Veel verder dan vandaag kijk ik niet meer vooruit: wie iets met me wil plannen mag dat proberen, maar het is altijd onder voorbehoud. Dat heeft ook met eerlijkheid te maken: ik weet vandaag immers nog niet hoe veel brandstof ik morgen heb.

Ik denk dat ik dat dashboard controleren maar blijf doen voortaan, zodat ik nooit meer leeg en zonder brandstof langs de weg beland.

Chronisch tijdgebrek? Lees dit!

Iedereen is tegenwoordig druk, drukker, drukst. Deze tips gaan jou ontzettend veel tijd besparen!

Een tijdje geleden zag ik voor het eerst dit magische filmpje over problemen op YouTube. Het is een filmpje van een paar minuten, maar de boodschap is zo krachtig dat het ook niet langer hoeft te duren. Kijk zelf maar: Why Worry. Als je geen zin of tijd hebt om op de link te klikken: Kort samengevat komt het filmpje neer op de volgende boodschap: Mensen spenderen veel te veel tijd aan piekeren. Terwijl piekeren nooit nodig is, want:

Heb je een probleem?

A) nee —> waarom zou je dan piekeren?

B) ja —> Kun je er iets aan doen?

A) ja —> waarom zou je dan piekeren?

B) nee —> waarom zou je dan piekeren?

Kort en krachtig vat dit filmpje dus samen dat het eigenlijk nooit nut heeft om (overmatig) te piekeren over je problemen.

Maar daar komt nog een belangrijke les bij, die jou ook veel tijd kan besparen.

We hebben allemaal best veel problemen, vinden we. Maar ís dat ook echt zo? Of zijn het problemen die we ons laten toebedelen?

Maak eens een lijstje van je problemen. Vraag je dan eens af, welke problemen écht van JOU zijn.

Heb je bijvoorbeeld problemen die je door een ander in de maag zijn gesplitst, omdat die ander geen zin, tijd of energie had om het op te lossen, of omdat jij te gemakkelijk ja zegt, dan kun je dat probleem terug geven aan de rechtmatige eigenaar.

Heeft iemand je bijvoorbeeld opgezadeld met iets wat hij zelf net zo goed kan oplossen: geef het probleem terug.

Heeft iemand jou gevraagd een oplossing te bedenken “want ik weet het allemaal niet meer hoor en jij bent daar zó goed in!”: besef dan dat diegene jou misschien voor zijn karretje probeert te spannen of (on)bewust probeert te manipuleren, want diegene doet vaak niet voor niets een beroep op jou!

De combinatie van hulpvaardigheid, inlevingsvermogen en gebrek aan assertiviteit is een gevaarlijke, waar mensen die gewoon liever lui dan moe zijn graag slim gebruik van maken.

Stel jezelf elke dag de twee simpele vragen:

Welke problemen ervaar ik en welke daarvan zijn echt van mij?

Welke problemen zijn van een ander? Geef die problemen terug aan de afzender.

Als je dit toepast zul je er versteld van staan hoe veel tijd je terug krijgt voor jezelf.

Scheiden doet lijden: getrouwd blijven vaak nog erger

Je kent het gezegde wel: scheiden doet lijden. Ik ben het daar voor een groot deel absoluut niet mee eens. Ongelukkig getrouwd blijven, dát doet vaak pas lijden.

Massaal vragen Nederlanders zich af: moet ik scheiden of blijven? Het blijft een moeilijk vraagstuk. Want: Heb je alles geprobeerd? Heb je gedaan wat je kon om je relatie te herstellen? Heb je relatietherapie geprobeerd? De keuze is reuze. Er bestaat geen quick fix. Er staat veel op het spel: wonen, financiën, het “ideale plaatje” richting de buitenwereld.

Ja. Scheiden doet soms lijden, maar dit hangt er grotendeels van af hoe volwassen je er mee om gaat. Steeds meer ouders doen anno 2018 hun uiterste best om op een vreedzame manier uit elkaar te gaan, vanwege de verdrietig genoeg enige – maar oh zo belangrijke! – liefde die onder de streep nog over blijft als het huwelijk of de relatie strandt: de liefde voor hun kinderen. Compromissen worden gezocht. Trots wordt ingeslikt. De middenweg wordt gezocht. Scheiden is dus niet altijd die gruwelijke lijdensweg die je ziet op televisie, voor het woord scheiding komt steeds minder het woord vecht te staan.

Mediators worden steeds meer ingeschakeld om de stormschade na de storm die echtscheiding heet te beperken, met als doel om het huwelijk voor de kinderen op een zo ruzie-vrij mogelijke manier te beëindigen. Dit getuigt niet alleen van heel veel moed, volwassenheid en redelijkheid; het getuigt ook van een hele grote liefde voor de kinderen en het bereid zijn om – van beide kanten – het ego opzij te zetten, om de kinderen leed te besparen.

Getrouwd blijven doet vaak ook lijden. Dit onderwerp wordt echter lang niet genoeg belicht. Ongelukkig getrouwde ouders zorgen -of ze dat willen of niet- met hun ruzies, onderlinge spanning en de vervelende sfeer voor een mijnenveld-huishouden.

Kinderen voelen het intuïtief feilloos aan, als ouders niet meer van elkaar houden. Vaak hebben kinderen het al langer in de gaten dan de ouders zelf. De schade die aangericht wordt als je ouders niet meer van elkaar houden, wordt echter vaak jaren later pas zichtbaar: als het kind niet weet hoe een gezonde, respectvolle relatie er uit ziet en onbewust ongezonde partners uitzoekt, omdat die emotionele onveiligheid in de jeugd een vertrouwdheid heeft gekregen.

Als kind voel je je loyaal aan beide ouders. Als beide ouders ongelukkig in een huis blijven leven, langs elkaar door of ruziënd, voelen kinderen dagelijks deze ongezonde sfeer, de spanning, de ongemakkelijkheid, het ongeloof als er visite komt en er opeens wel leuk gedaan kan worden. Geen gezonde lessen voor een kind van hoe een gelukkige relatie hoort te zijn.

Scheiden doet lijden, maar ongelukkig getrouwd blijven voor de lieve vrede, het geld of de buitenwereld richt vaak nog veel meer schade aan.

Deze gaat echter verhuld achter een façade, een masker dat naar buiten toe wordt vastgehouden in de vorm van op elkaar geklemde kaken op de gezinsfoto: even lachen naar de camera jongens, we zijn verdomme een gelukkig gezin.

De obstakels van de Sterke Vrouw!

Je zou denken dat het in deze moderne tijd oké is om een sterke vrouw te zijn. Dat gezegd hebbende, is dat in de praktijk vaak absoluut niet waar. Glazen plafonds, dates die zich bedreigd voelen door je emotionele of financiële onafhankelijkheid, mensen die niet gewend zijn dat een vrouw ook het woord nee in haar vocabulaire kan hebben, et cetera.

Als je er als vrouw lief en schattig uitziet, maar dat niet bent, raken mensen nog wel eens in de war.
als je nee zegt

Als je voor de zoveelste keer moet uitleggen dat je geen man nodig hebt om te overleven in deze wereld, is dat wel eens vermoeiend.als je niet meer kunt

Als mensen zeggen “lach eens!” of “kijk eens niet zo serieus!” terwijl jij gewoon geconcentreerd bent en je eigen resting bitch face omarmd hebt. als je serieus kijkt

Als mensen je een bitch noemen, alleen maar omdat je net zo assertief bent als een man, terwijl het bij een man als teken van daadkracht wordt gezien. assertief

Als je je eigen innerlijke Bazin geaccepteerd hebt. baas vrouw

Soms is het wel frustrerend, om als sterke onafhankelijke vrouw te leven in een wereld die er van uit gaat dat je dat niet kunt of wilt. being a woman sucks

Zeker als mensen ook je zwarte humor niet begrijpen en niet snappen dat je met je vriendinnen op stap gaat, NIET om schattig uit te zien of om versierd te worden maar gewoon om ongegeneerd lol te maken met je vriendinnen. crazy

Als mannen zeggen “goh, jij bent wel mondig hè, voor een blond vrouwtje?”eyeroll

Als je een SQUAD hebt met gelijkgestemde vriendinnen en je bent er trots op: groep

Dat je PMS hebt en iemand begrijpt het niet:niet je dag

Als je je goed genoeg in je vel voelt om je eigen rolmodel te zijn:rolmodel

Dat mensen er van uit gaan dat jij wel even de koffie maakt of afwast, terwijl niemand dit vraagt aan de mannen in het gezelschap:sarcastisch

Dat je jezelf weer even moet herinneren aan wie je bent:sterke vrouw

Als je er schattig uitziet maar wel vloekt als een bootwerker:vloeken mag ook al niet

Zwangere buik aanraken? Can’t Touch This!

Het is alweer een hele tijd geleden dat ik zwanger was van ons kind. Maar wat ik me nog maar al te goed herinner, is hoe versteld ik er van stond hoe veel mensen aan je buik dachten te mogen zitten.
En gek genoeg waren dat niet eens mijn vriendinnen of mensen die dicht bij me staan, maar vaak zelfs vage kennissen, toevallige voorbijgangers en collega’s. Nu weet ik niet hoe het met jullie zit, maar ik ben best wel gehecht aan mijn personal space. Natuurlijk, ik knuffel mijn naasten en goede vriendinnen graag. Maar van vreemden wil ik toch eerst wat meer weten, alvorens ze fysiek toenadering mogen zoeken.

Ik begrijp dat zo’n uitpuilende buik (zeker die van mij, ik leek wel een drieling te dragen!) uitnodigend is. Een soort fysiek uithangbord. En ik vond het helemaal niet erg als mensen iets zeiden of vroegen over de zwangerschap. Maar dat aanraken, dat hoefde van mij nou ook weer niet. Er was zelfs een collega die het leuk vond om me telkens te verrassen door me van achteren te besluipen, en dan opeens die twee handen op mijn buik. Uh. Pardon?

Er waren ook mensen die mijn loopje gingen na doen. Vonden ze grappig. Waggel, waggel, waggel. Hilarisch hoor, althans dat vonden zij. Ik niet zo. Ach ja.
Als er vrouwen in mijn naaste omgeving zwanger zijn, voel ik ook wel die behoefte om er even een hand op te leggen. Maar wetende dat niet iedereen daar zomaar van gediend is, vraag ik het altijd even van te voren. Wel zo netjes, toch?

Aan de starende volwassene – ja, mijn kind is anders!

people, child, boyIk zie de statussen op mijn tijdlijn voorbij komen, over kinderen met speciale behoeften. Misschien lijkt het weer zo’n kettingstatus waar niemand iets aan heeft, maar ik begrijp dat mensen die status kopiëren en op hun tijdlijn zetten. Kinderen met een handicap – lichamelijk of psychisch – hebben behoefte om geaccepteerd te worden. Precies zoals ze zijn! Want ook al is er veel meer bekend over ziektes, lichamelijke en psychische beperkingen, je zou er van versteld staan hoe weinig mensen daar nog iets over lijken te weten in de praktijk.

Want ook al denk je misschien dat alleen kinderen ongegeneerd staren naar een ziek kind, een gehandicapt kind of een kind met een mentale beperking; was het maar waar. Volwassenen kunnen er wat van. Kinderen komen in al hun eerlijkheid tenminste vaak nog vragen wat er aan de hand is met het kindje (daar kun je tenminste nog een dialoog mee hebben en uitleg geven), volwassenen staren gewoon van een afstand onbeschaamd naar het kind. En met staren bedoel ik soms ook echt schaamteloos aangapen. Nog net niet (of soms zelfs wel) met open hangende mond.

Ja. Ja! Onze kinderen zijn anders, meneer of mevrouw die onze kinderen aanstaart. Ze zijn anders, in de fysieke zin of in mentale zin, of misschien wel allebei. Onze kinderen hebben moeilijkheden in dit leven waar u misschien nog nooit van gehoord heeft, of zelf nooit mee te maken heeft gehad. Onze kinderen moeten iedere dag vechten; of dat nu is om te overleven, om de wereld om zich heen te begrijpen of (helaas) om om te leren omgaan met starende mensen zoals u.

Ja, misschien zien onze kinderen er anders uit. Ja, misschien gedragen ze zich niet exact zoals u dat sociaal wenselijk acht; misschien krijgen onze kinderen midden op de kermis een paniekaanval omdat het geluid te hard is en de prikkels te hard binnen komen. En ja, dat ziet er misschien uit alsof ik een kind heb dat out of control is.

Maar wat de reden ook is dat dit blijkbaar een soort afkeer opwekkend schouwspel voor u is geworden; voor ons is dit de dagelijkse praktijk. En die afkeuring in uw blik – we zien hem wel! En erger nog, misschien zien onze kinderen het ook wel – snijdt dwars door onze ziel. Want u kijkt zo afkeurend naar onze kinderen, ons vlees en bloed waar wij zo trots op zijn en zielsveel van houden. Onze kleine mensjes die echt niets anders willen dan alleen maar een gewoon kind te zijn.

Soms staren we net zo lang naar u terug, totdat u enigszins beschaamd uw blik moet afwenden. Maar meestal hebben we daar de tijd niet voor. We zijn namelijk bezig met belangrijkere zaken, namelijk onze kinderen. Het zou u sieren als u in het vervolg met uw starende, afkeurende blik de dichtst bijzijnde spiegel opzoekt en hem daar in stuurt; dan komt hij precies goed terecht.

Stop met zeuren! 😈

Ik lees tegenwoordig bijna alleen nog maar gezeur in reacties op online media. Als iemand mee doet aan Serious Request, wordt er meteen geroepen dat je eigen volk eerst moet helpen. Als iemand geld doneert, wordt gezegd dat het naar de ouderen of armen in Nederland moet gaan.

Natuurlijk mag iedereen vinden wat hij of zij vindt, maar stiekem bekruipt me dan toch de gedachte: en wat doe jij dan zelf, reageerder?
Hoe vaak ga jij vrijwillig ergens hulp aanbieden?
Hoe vaak doneer jij geld of spullen aan de voedselbank?

Bovendien, waarom moet het eigenlijk altijd zo zwart wit zijn? Waarom zou allebei niet mogen? Als ik iets kan missen, moet ik toch zeker zelf weten aan wie ik het geef?

Nou, weet je. Ik geef regelmatig goede kleding weg aan locale mensen die dat hard nodig hebben. Ik werk een uur per week vrijwillig op de school van mijn kind. Ik geef geld aan de voedselbank. Maar ik doe óók mijn bijdrage aan Serious Request voor KINDEREN in oorlogsgebieden. En ik steun ook mijn lieve neefje, die rondjes door de gymzaal rende om geld in te zamelen voor de kinderen in die oorlogsgebieden. Foei, wat moreel onverantwoord hè?

Bah. Wat zijn we hard geworden, veroordelend en koud. En wat staan we hard te roepen en te blaaskaken langs de zijlijn. Nee, dan heb ik meer respect voor mensen die in plaats van zeuren iets doen. Of het nou voor mensen in Nederland is, of voor mensen ver weg. We wonen immers nog altijd samen, met zijn allen op dezelfde aardbol.

PS: met dank aan de Inspiratiebron voor deze blog: Ruud. 😙

Ze stond in de rij voor de kassa toen een man haar mandje pakte….

Ik stond vanmiddag in de rij voor de kassa in onze – op de dag van pakjesavond natuurlijk stampvolle – plaatselijke supermarkt. Ik had zo’n mandje dat je vooruit kunt trekken, en uiteraard had ik deze veel te vol geladen.

Terwijl ik een tas aan het pakken was, merkte ik dat een man achter me zich bukte om mijn mandje op te tillen. Hij zette het op de verhoging voor de band neer. Eerst dacht ik dat hij mijn mandje met de zijne verwarde. Totdat hij me vriendelijk aan keek en zei: “Dat is gemakkelijker om uit te laden.”

Enigszins verbaasd bedankte ik de hoffelijke man en begon boodschappen op de bank te leggen. Toen alles er op lag, zag ik dat hij alleen een pak baby voeding had om af te rekenen. “Gaat u maar voor hoor,” zei ik, maar hij bedankte vriendelijk.

“Ik heb geen haast. Dankuwel.”

Misschien verwacht je nu een of ander plot of een onverwacht element in het verhaal. Dat komt er niet. Ik was ook niet opeens mijn portemonnee kwijt. Er gebeurde verder niets.

Ik was er gewoon even stil van: te midden van het gehaast en gejakker, te midden van de hectiek rondom sinterklaas: hoffelijkheid en geduld.

Misschien is dat wel wat we allemaal zo hard nodig hebben in deze tijd: hoffelijkheid en geduld.

Gisteren liep ik naar mijn auto na het werk en zag ik dat een man zijn vrouw uit haar rolstoel in de auto wilde helpen, op een heel steil stuk weg. Het zag er moeilijk uit. Toen ik stopte om te vragen of ze hulp nodig hadden, keken ze me in eerste instantie wat geschrokken aan, totdat ze door kregen dat ik alleen maar wou helpen.

Waarom schrikken mensen als iemand wil helpen? Waarom roept dat zo veel verbazing op? Omdat – en dat is zo jammer – het nauwelijks nog voor lijkt te komen dat mensen elkaar spontaan helpen, gewoon, omdat iemand dat kan gebruiken op dat moment.

Dus. Wie nog goede voornemens zoekt voor 2016: hoffelijkheid en geduld weer normaal maken lijkt me best een goede.

Hoe het zou zijn als we niet zouden kunnen liegen

Iedereen is het er over eens: liegen is niet oké. Toch? Als je mensen vraagt naar hun eerlijkheid, zeggen de meesten dat ze heel eerlijk zijn. Maar is dat wel echt zo? En hoe zou het zijn als we niet zouden kunnen liegen?

Kinderen kunnen tot een bepaalde leeftijd nog niet liegen; een enkel talent daargelaten. Daar krijg je soms hilarische, maar soms ook regelrecht gênante momenten door.
“Mama, die mevrouw heeft een snor!”
Nooit grappig als dat in de rij voor de kassa wordt geroepen, ook al is je kind nog zo snoezig en ook al heeft de vrouw in de rij inderdaad een stevige begroeiing op haar bovenlip. Wegkijken en negeren heeft vaak een averechts effect: “Kijk dan! Daar!”
Plotseling kijkt de hele rij bij de Albert Heijn naar de bovenlip van de mevrouw.
Enfin.

Wat als volwassenen niet konden liegen?
Ik stel me dan direct een commercieel telefoontje naar mijn huistelefoon voor.  Je weet wel, zo’n irritant verkoop gesprek, als je net aan tafel zit.
“Goedenavond mevrouw, u spreekt met huppeldepup, ik bel u om u te vragen of u even een momentje tijd heeft om onze aanbieding te beluisteren? Mooi. Wij bellen u namelijk omdat wij een zeer geringe korting verschaffen bij het afsluiten van een wurgcontract, waar u de komende vijf jaar grondig spijt van zult krijgen als u ja zegt!”

Verjaar-dahag!
Of dat je de verjaardag van een kennis wil gaan afbellen.
“Sorry, wij kunnen helaas niet komen, maar eigenlijk kunnen we dat wel, we willen het gewoon niet omdat we je stiekem een enorme sufmuts vinden en omdat je hond altijd direct mijn kruis besnuffelt bij binnenkomst. Toch een fijne verjaardag gewenst, wij gaan de hele avond opgelucht zijn dat we er niet bij hoeven zijn. Nou, dag he?”

Brulpeuter
Of dat je vriendin belt, of je een avond op haar kindje kunt passen, want ze zit met de handen in het haar.
“Dat kan wel, maar nee, want we vragen ons af of het hart van mijn man het zou overleven om drie uur lang het ongecontroleerde gekrijs van je kind aan te horen. We vragen ons sowieso al langere tijd af wanneer jullie naast voeden ook aan ópvoeden gaan doen. Sterkte er mee!”

Het ligt niet aan mij, het ligt aan jou
Of dat je je date na lang moed verzamelen opbelt, nadat hij een week  niets heeft laten horen.
“Ik vond het ook best gezellig. Het ligt echter niet aan mij, maar aan jou. Je praat net iets te luidruchtig naar mijn smaak en je had een uur nodig om eten te bestellen. Als je daar al zo lang over doet… maar bedankt voor je telefoontje!”

Je kont lijkt niet dik door die broek
Hoeveel huwelijken zouden er nog bestaan, als mannen op de beroemde maaktdezebroekmijnkontdik-vraag zouden antwoorden: “Dat komt niet door de broek, schat.”

Kortom, ookal roepen we nog zo hard dat we nooit liegen, we doen het allemaal. Ookal ontkennen we het soms nóg zo hard, we maken ons er allemaal wel eens schuldig aan, al is het maar met een leugentje om bestwil of om de lieve vrede de te bewaren of iemands gevoelens te sparen.

Want ook al is de leugen nog zo snel, de waarheid zeggen is ook niet altijd ideaal.