Tagarchief: mannen

Hoe voorkom je dat de narcist je manipuleert?

Mensen stellen mij vaak vragen naar aanleiding van mijn quotes en blogs over manipulatie en narcisme. Een van die vragen is: Hoe voorkom ik dat ik gemanipuleerd word? Of: Hoe stap ik uit een relatie of vriendschap met een manipulatief persoon?

Ik wil je zo goed mogelijk antwoord geven op deze vragen. Ik wil daarbij wel benadrukken dat ik geen psycholoog of arts ben. Ik ben ervaringsdeskundige en deel mijn ervaringen graag met mensen die in ongezonde (werk- of privé) relaties of vriendschappen zitten en daar maar moeilijk mee om kunnen gaan.

Om uit een narcistische relatie te stappen, moet je eerst een bewustwordingsproces doorlopen. Dit begint bij:

Herkennen en erkennen

De eerste stap is: herkennen en erkennen. Om gedrag te erkennen moet je het eerst herkennen. Heb je het door als je gemanipuleerd wordt? Zie je het patroon in gedrag? Narcistische mensen en manipulators zijn vaak zeer bedreven in het geleidelijk aanpakken van misbruik. Ze gaan stap voor stap te werk en verdiepen zich uitgebreid in jou: wat zijn je zwakke kanten? Wat zijn je grenzen? Waar ben je gevoelig voor? Pas als ze weten hoe je in elkaar steekt (en narcisten zijn hier zeer bedreven in!) gaan ze voorzichtig jouw grenzen opzoeken. Om narcistisch misbruik en manipulaties te stoppen moet je dus eerst weten en erkennen dat het gebeurt. Voelen wanneer het gebeurt. Meestal herken je het aan een onderbuikgevoel: dit klopt niet, fluistert een stemmetje. Dit onderbuikgevoel is je intuïtie: een heel waardevol iets wat je hard nodig gaat hebben terwijl je je losmaakt.

Charme, snelheid en schuld

Als narcisten iets hebben, is het charme. Krijg je het gevoel dat je gepaaid wordt, dat er geslijmd wordt waarna je wel bijna ja moet zeggen? Heb je vaak het idee dat een situatie zich zo snel ontwikkelde dat je pas later in de gaten had waar je precies mee had ingestemd? Narcisten en manipulators zijn charmant en snel. Ze weten dat de meeste mensen niet bedacht zijn op hun spelletjes en manipulaties. Daar maken ze dankbaar gebruik van.

Een narcist kan een idee nog zo spontaan lijken te opperen; negen van de tien keer is dit vooraf uitgebreid voorbereid. Voor jou lijkt het snel te gaan, omdat de narcist je meestal tien stappen voor is. Charme + snelheid = ja zeggen op iets wat je niet wil. Precies wat de narcist van je verlangt. Heb je naderhand pas door dat je iets hebt toegezegd wat je niet wil doen? Oefen met het er op terugkomen. Een voorbeeld: “Je vroeg me of ik mee ging naar …, ik heb er over nagedacht en me bedacht. Ik wil daar niet heen, maar ik wens je veel plezier!”

Een echte narcist of manipulator zal – als charme en snelheid niet meer werken – op je schuldgevoel in gaan spelen.

Mensen die het slachtoffer worden van een manipulatieve relatie zijn vaak meevoelend, verantwoordelijk en zorgzaam. Zorgzame mensen willen een ander geen pijn doen. Dat weet de narcist: hij of zij maakt hier dan ook dankbaar gebruik van.

Besef dat de narcist een studie heeft gemaakt van jou en je gedrag.

Hij weet je zwakke punten precies te raken.

Een narcist kan je een schuldgevoel aanpraten en/of manipuleren door:

• …Plotseling heel verdrietig, maar wel begripvol te reageren. Hij of zij hoopt hiermee te bereiken dat je je bedenkt omdat je voelt dat hij of zij verdriet heeft.

• …Zaken te noemen die hij of zij voor jou gedaan heeft. “Jammer, toen ik je hielp met… hoopte ik dat jij mij ook zou helpen.” Trap er niet in: in een gezonde relatie bezorgt iemand je geen schuldgevoel alleen omdat je iets niet wil.

• …een extra charme offensief er tegen aan de gooien. “Ah, toe, liefje, alsjeblieft? Ik beloof je dat ik….”

• …als een kleuter te gaan stampvoeten en dreinen. Narcisten schuwen geen enkele leugen of dreiging als het er op aankomt dat ze hun zin willen krijgen. Plotseling op sterven liggende familieleden, zieke huisdieren, geen leugen wordt geschuwd. Achteraf valt het dan opeens toch wel mee, maar dan heb jij al gedaan wat de narcist wilde en verzint hij of zij wel een reden waarom die urgente situatie opeens toch wel mee bleek te vallen. Trap er niet in. Hoe moeilijk ook.

• …je te negeren. Narcisten weten precies hoe gevoelig je er voor bent. Ze negeren je plots uren of dagen lang om je te laten voelen hoe vervelend het is als ze niet in de buurt zijn. Op berichtjes wordt niet of amper gereageerd. Zinnen worden korter. Er wordt niet meer gelachen of gekust, er wordt alleen ijzige stilte op je af gestuurd, waardoor je onbewust of bewust zult voelen: dit krijg je als je niet doet wat ik wil.

Herken je veel in bovenstaande tekst? In een volgende blog ga ik verder in op de stappen die je kunt zetten om te ontsnappen uit een relatie met een narcist.

Luisteren naar je onderbuikgevoel en herkennen wanneer je gemanipuleerd wordt is een proces van oefenen, maar als je het eenmaal doorhebt, wordt het steeds gemakkelijker te herkennen.

liefs,

Chrisje

“Ik ben een verschrikking voor deur aan deur verkopers!” – door Chrisje VIP blogger Rosan

Ik ben mij er altijd erg van bewust dat ik een verschrikking ben voor deur aan deur verkopers. Niet alleen omdat ik thuis standaard de meest lelijke pyjama combinaties draag en de ‘zombie-look’ als een fashionstatement zie, maar vooral omdat ik ze altijd netjes uit laat praten en ze onbedoeld net te veel hoop geef. Wellicht heeft dat met mijn autisme te maken, maar misschien ben ik hier ook gewoon niet goed in.

Dat was ook met iemand voor een inzameling van het Rode Kruis…

Ik ben druk bezig met schoolzaken te ontcijferen als ik de bel hoor gaan. Zoals het hoort, sta ik op en loop ik in mijn prachtige roze badjas, mijn stippeltjes pyjamabroek en gestreept topje naar de deur om open te doen.

Als ik de deur open, zie ik een jonge spontane knul voor me staan met een rood jasje waarop op zijn linkerborst in het groot ‘Rode Kruis’ staat. Eventjes kijken we elkaar aan en ik verwelkom tegelijkertijd de warmte van de zon die ik vandaag in mijn kluizenaarsbestaan nog niet had gevoeld.

De jongen steekt zijn hand uit en ik kijk er even naar. Ik realiseer me al snel dat dit een begroeting moet voorstellen dus ik pak zijn hand en rammel een beetje met mijn arm op en neer. Het begin van de conversatie en overtuigingsstrategie van de jongen is hierbij in gang gezet. Enthousiast begint hij zijn verhaal over mensen in Syrië die honger hebben en waarvoor zij voedselpakketten doneren. Terwijl hij zijn verhaal doet met allerlei details die voor mij in de warmte van de zon al snel wegsmelten probeer ik me te bedenken of ik het gesprek niet moet afkappen. De jongen doet zijn best en vertelt zijn verhaal op overtuigende wijze, maar ik weet nu al dat ik hem niet kan helpen. Ik heb nu eenmaal met mezelf de afspraak om telefonisch of aan de deur niks te kopen. Zeker sinds ik over de psychologie van de overtuiging heb geleerd. Aan de andere kant pakt het enthousiasme van de jongen mij wel en laat ik mij graag even in de warmte van de zon naar een andere wereld brengen. Wellicht is het voor hem ook wel een goede oefening tussendoor qua presentatie. Zoals verwacht leidt het verhaal ook naar een conclusie: ze hebben geld nodig en ik ben de persoon die dat gaat geven.

Omdat ik de jongen niet gelijk in een put van teleurstelling wil gooien, reageer ik hier nog niet direct afwijzend op, maar laat ik hem mij een boekje zien waarmee ik me ook weer kan uitschrijven van de maandelijkse betaling. Hierbij vertelt hij hoe fantastisch hij het boekje wel niet vindt. Terwijl hij dit vertelt, vouwt hij het boekje open waardoor het zich ontluikt tot een groot rood kruis. “Kijk hoe fantastisch! Daar word ik nou echt blij van!” Zegt hij nog even ter bevestiging hoe fantastisch dit boekje wel niet is.

Ik wil antwoorden dat het zeker fantastisch is dat het rodekruis ook nog heeft gedacht aan de esthetische kwaliteit van het boekje waarmee je de betaling kunt beëindigen die mensenlevens redt en dat ze het daarbij ook nog bijna als een cadeautje presenteren dat ik echt moet willen hebben. Maar ik houd mijn mond uiteindelijk maar. In plaats daarvan knik ik vriendelijk.

Vervolgens legt de jongen uit dat het om een maandelijkse betaling aan het Rode Kruis gaat van minimaal 8 euro en dat is natuurlijk geen geld. Na die woorden wilde ik antwoorden dat ik aan mijn persoonlijke rode kruis maandelijks al genoeg doneer in de vorm van maandverbandjes, maar ik houd toch maar weer mijn mond.

De jongen vraagt ook nog even hoe oud ik ben en in plaats van het slimme antwoord (15) zeg ik braaf: 22. Nu wordt hij extra enthousiast en vervolgt hij met de vraag: “Ben je toevallig student?” Daarop antwoord ik bevestigend. Zijn ogen beginnen te sprankelen en hij maakt nog net geen huppeltje en zegt blij: “Dan heb ik voor ‘jou’ een speciale aanbieding! Jij hoeft dan maar minimaal 6 euro per maand te betalen!”

‘Nou, wat fantastisch. Krijg ik én een esthetisch goedogend Rodekruis uitschrijfboekje en 2 euro korting op mijn donaties.’ Denk ik in mijn meest Rotterdamse accent.

Nu besluit ik dat ik toch maar moet zeggen dat dit hem niet gaat worden, hoe lastig dat ook is. Ik kijk de jongen vriendelijk aan en zeg hem dat ik een erg dure maand heb gehad (Wat ook daadwerkelijk zo is). Daarop antwoordt hij dat hij dat ook heeft gehad, maar dat hij speciaal voor dit goede doel tijdens het uitgaan twee biertjes heeft laten. Zo kwam hij al snel aan zijn 6 euro. Daarop antwoord ik droogjes: “Ik ga niet uit…”

De jongen kijkt me even aan alsof ik hem zojuist heb vertelt dat ik net in mijn achtertuin een zeehondje heb doodgeknuppeld. “Ga je… ga je ook niet soms gezellig weg met vriendinnen?” vraagt hij aarzelend en ik zie hoe hij een nieuwe verkoopstrategie probeert te vinden.

“Nope.” Antwoord ik kort maar krachtig. “Maarrr… Ik heb wel een paard en dat is vooral duur.” Ik wil me even voor mijn hoofd slaan want ik weet dat ik hem zojuist een nieuwe strategie in de handen heb geduwd en dat is ‘de kracht van overeenkomsten’. Zijn ogen beginnen dan ook te fonkelen en hij antwoordt snel: “Mijn zusje heeft ook een paard! Hoe lang rijd je al paard?… Wauw, zo lang al… Is het een mannetje of een vrouwtje? …Een ruin? Nou ik zie dat je vrij slank bent, kan je dan zo’n sterk mannetjes paard wel aan?”

Eventjes kijk ik hem aan met een vriendelijke dodenblik en vraag me af of dit nu zojuist een compliment was of meer een negatieve gender gerelateerde opmerking. Omdat het me eigenlijk niet zoveel uitmaakt antwoord ik slechts kort: “Ja.”

Nu wendt hij zich weer snel naar het feit dat hij me wel kan helpen met het invullen van het formulier en dat ik daarna ook nog zo’n fantastisch esthetisch goedogend Rode Kruis uitschrijfboekje krijg. Hierop zeg ik dat ik er liever nog even over nadenk voordat ik me gelijk aan iets vastleg. Hij wijst me er echter snel op dat deze actie in Hellevoetsluis slechts vandaag geldt en alleen aan de deur kan worden afgesloten. Ik frons vervolgens met mijn wenkbrauwen. Want welk goed doel wil slechts één moment gebruiken om geld in te zamelen voor hun actie? Vervolgens realiseer ik me dat juist dat ook een verkoopstrategie is omdat het schaars en tijdelijk is en daarom dus aanlokkelijk. Wanneer hij zegt dat ik misschien volgende week spijt heb als ik dit nu niet doe, weet ik zeker dat ik klaar ben met dit gesprek.

Ik zeg snel dat het hem voor mij niet gaat worden als het nu gelijk moet, maar dat ik het nog wel even aan mijn vader zal vragen. Vervolgens roep ik willekeurig door het huis naar mijn vader en doe ik alsof ik naar hem opzoek ben. Ik weet dat hij in de tuin is, maar ga hem hier nu niet mee belasten (en ik weet zijn reactie al).

Zonder hoorbare reactie van mijn vader loop ik terug naar de voordeur en zeg ik teleurgesteld dat hij niet thuis is en ik hem helaas niet verder kan helpen. De hoop verdwijnt uit de ogen van de jongen en even voel ik mij schuldig. Hij herpakt zich en zegt dat hij het dan maar bij iemand anders probeert. Hij laat zijn schouders zakken, draait zich om en loopt weg. Ik wend mijn blik nog even naar de zon en neem het laatste beetje warmte in mij op voor ik de deur sluit. Ik draai me nu ook om en loop in mijn prachtige roze badjas, mijn stippeltjes pyjamabroek en gestreept topje richting het bureau waaraan ik in mijn kluizenaarsbestaan aan het werk was. “Zo, nu weer verder met het voorbereiden van mijn stage.” Zeg ik terwijl ik nog nageniet van het warme zonnetje van daarnet.

Dit is hoe het bij mij vaker gaat bij deur aan deur verkoop. Ik denk er veel te veel over na en kan het niet in me opbrengen om iemand gelijk te vertellen dat hij/zij het beter ergens anders kan proberen. In plaats daarvan zoek ik allerlei omwegen die uiteindelijk naar hetzelfde leiden, maar dan op een veel onhandigere en langere manier. Ook doe ik onbewust aan een analyse omtrent een verkoopstrategie (waar ik een hekel aan heb). Daarbij vind ik het Rode Kruis oprecht een goed doel, maar ik wil altijd ergens over na kunnen denken voordat ik een donatie doe. Als dat van me wordt afgenomen, houdt het voor mij op.

Een zeer lang verhaal over een terugkerend fenomeen in mijn leven. Wellicht dat mensen zich er wel in herkennen. Toch hoop ik voor jullie dat jullie de ander wel gewoon vriendelijk kunnen afwijzen om deze heisa te voorkomen.

Liefs,

Rosan

Dit is waarom vrouwen langer leven dan mannen

Het is algemeen bekend dat vrouwen langer leven dan mannen. Hoe veel dit met de Mannengriep te maken heeft, waar mannen overduidelijk veel heftiger onder lijden dan vrouwen met hun regulier griepje, is nog niet door wetenschappers aangetoond.

Waarom vrouwen dan wel langer leven dan mannen? Hieronder een greep uit de talloze mogelijke antwoorden die deze vraag kunnen beantwoorden:

Man Holding the Steering Wheel While DrivingVrouwen zijn betere chauffeurs

Negen van de tien keer dat je wordt ingehaald door een tachtig kilometer te hard rijdende auto, zit er een man in. Waarom ze lijken te vinden dat ze met honderdtien kilometer per uur door een woonwijk moeten rijden weet niemand, misschien speelt testosteron en haantjesgedrag een rol. Het zorgt er wel voor dat mannen vaker in een (dodelijk) verkeersongeval terecht komen dan vrouwen.

Man in Red Crew-neck Sweatshirt PhotographyMannen zijn eigenwijs  

Mannen zijn eigenwijs. Ze blijven dan ook veel langer lopen met gezondheidsklachten dan vrouwen, zo is bewezen. Ze gaan doorgaans liever niet naar een huisarts en al helemaal niet naar een (brrr!) ziekenhuis. Doordat ze hun bezoek aan een medische post het liefst zo lang mogelijk uitstellen, worden eventuele ernstige gezondheidsproblemen dan ook vaak pas laat ontdekt.

Vrouwen worden beschermd door hormonen

Deze is tweeledig uit te leggen: Enerzijds zouden het vrouwelijke hormoon oestrogeen het DNA van de vrouw langer beschermen tegen ziektes. Long live the female. 
Anderzijds kunnen vrouwelijke hormonen tot uiting komen in de vorm van PMS, wat bekend staat als zeer gevaarlijk tot soms zelfs levensbedreigend voor de man die zich dicht bij de vrouw met PMS bevindt. Run, mannen, run!

Mannen halen meer stunts uit

Bless his heart: De man blijft vaak van binnen toch nog een béétje dat kleine jongetje. Mannen betrap je ook op latere leeftijd nog wel vaker op risicovol gedrag, zoals dronken van een fiets vallen, wedstrijdje wie kan het meeste bier drinken, iets te heldhaftig met een ladder omgaan, proberen hoe ver je kunt springen vanaf een muurtje, dat werk. Heel grappig, behalve wanneer het mis gaat.

19-motivos-porque-as-mulheres-vivem-mais-anos-do-que-os-homens-parte-2-19
Bron: India Today
Gerelateerde afbeelding
Bron: Top Men Magazine

Eigenwijs? Dat maakt je juist succesvol!

Ik geloof dat het bij een foto stond van toen ik een jaar of één was: de tekst “Hoezo eigenwijs?”. Ja, al op jonge leeftijd was ik een eigenwijs figuur. Dat ben ik trouwens nog steeds, en ik zou het nooit aan mezelf veranderen.

Eigenwijs zijn wordt wel eens bestempeld als negatief. En natuurlijk is het niet altijd handig om iemand in je leven te hebben (of het nou op het werk is of privé) die heel eigenwijs is. Toch zijn eigenwijze mensen ontzettend belangrijk en hard nodig!

Eigenwijze mensen nemen – hoe graag je dat ook wil – niet zomaar iets aan. We nemen zaken niet direct voor waar aan.

We stellen eerder kritische vragen: waarom? Kan dat niet handiger? Of sneller? Wat als ik het nou eens zo doe? Of een andere aanpak kies?

Eigenwijze mensen zijn creatief, vinden onverwachte oplossingen, accepteren niet zomaar nee als antwoord. Gaat niet bestaat niet!

Natuurlijk moeten we ons ook wel eens schikken. Komen we soms over als betweters. Accepteren we ook wel eens (met tegenzin) nee. Maar als niemand ooit eigenwijs was geweest, waren een heleboel dingen bij het oude gebleven, waren uitvindingen niet uitgevonden en was er geen vernieuwing.

Heb je een eigenwijs persoon in je omgeving? Koester hem of haar! Zonder eigenwijze mensen zou het leven al snel een hele saaie bedoening worden.

Het mooiste kado voor jouw kind voor later maak je zo!

Ik weet niet meer waar ik er voor het eerst van hoorde, maar jaren geleden ben ik begonnen met het sturen van e-mails naar mijn dochter.

Ze was toen denk ik een jaar of drie, vier. Ik maakte een e-mailadres voor haar aan, waar ze als ze ouder is het wachtwoord van zal krijgen.

Naar dat e-mailadres heb ik door de jaren heen heel veel mails gestuurd, met bijlagen:

  • het filmpje van toen ze de eerste keer kroop,
  • foto’s van verjaardagen,
  • rapporten,
  • leuke evenementen op school,
  • eerste keren,
  • foto’s van de huisdieren,
  • grappige uitspraken die ze deed,
  • e-mails over bijzondere gebeurtenissen en
  • vooral ook veel “zomaar mails”, om haar te vertellen hoe bijzonder ze is.
  • Zo kan ze als ze ouder is altijd terug kijken. Een mooier kado kun je denk ik niet krijgen, toch?
  • Ben jij een people pleaser en medeafhankelijk?

    Ben jij een notoire people pleaser? Spring jij altijd als eerste op om anderen te helpen? Komen mensen als eerste naar jou toe met hun problemen? Vind je het moeilijk om je grenzen te bewaken en kom je vaak in (liefdes)relaties terecht die niet gezond voor jou zijn, met mensen die jou manipuleren of gebruiken? Grote kans dat jij last hebt van codependency, oftewel medeafhankelijkheid.

    Mensen die codependent zijn, hebben vaak een laag zelfbeeld en passen zichzelf helemaal aan aan de ander. Eigen behoeften worden volledig weg gecijferd om de ander tevreden te stellen. Vaak schuilt daarachter een diepe angst om verlaten te worden en alleen te zijn.

    Dit gedrag ontstaat meestal bij mensen waarvan in hun jeugd niet aan hun emotionele behoeften werd voldaan: Codependency ontstaat immers meestal door een onveilige hechting in je (moeilijke) jeugd, waardoor je niet geleerd hebt hoe een gezonde relatie er uit ziet. Je hebt wellicht geleerd dat houden van hetzelfde is als zorgen voor en geeft daarmee al je energie aan de ander. Je stelt je veel te afhankelijk op van de ander, waarmee je die persoon alle macht en controle over jou geeft.

    Een relatieverslaving kan hier een gevolg van zijn: je hecht je aan emotioneel beschadigde mensen waar je voor denkt te kunnen of moeten zorgen. Dat jij hierdoor vaak gekwetst wordt neem je voor lief: dit ben je immers gewend. Het ongezonde patroon is onveilig, maar doordat je dit herkent uit je jeugd voelt het onterecht veilig. Rationeel weet je wel dat dit niet goed is, maar emotioneel lukt het je niet om hier afstand van te nemen.

    Hoe doorbreek je nu de spiraal van codependency? Hoe zorg je er voor dat ook jouw behoeften worden bevredigd en niet al je energie gaat naar het helpen van anderen? Hoe zorg je er voor dat je van jezelf mag kiezen voor gezonde relaties waarin geen misbruik van jou wordt gemaakt?

    Erkennen in welke patronen je vast zit is een eerste stap; begrijpen hoe dit heeft kunnen gebeuren. Hyponose therapie kan ook een stap zijn: onder begeleiding van een professional kun je “terug gaan” naar je jeugd en de behoeften die je had uitspreken. Leren van jezelf te houden is de belangrijkste stap: als je van jezelf leert te houden, pik je het niet wanneer een ander over jouw grenzen heen gaat of misbruik van jou maakt. Bovendien ben je niet langer bang om alleen te zijn, omdat je genoeg van jezelf houdt.

    Wanneer je genoeg om jezelf geeft, maak je gezondere keuzes voor jezelf. Met het beëindigen van destructieve en ongezonde relaties maak je ruimte voor gezonde relaties waarin geven en nemen in balans zijn en jij jezelf niet meer kwijt raakt.

     

    Leestips:

    Als hij maar gelukkig is

    door Robin Norwood

     

    Leef je eigen leven

    door Melodie Beattie

    Ik voel ik voel wat jij niet ziet: onzichtbaar ziek

    Fibromyalgie, andere vormen van reuma, migraine, burn-out, depressie, et cetera: Er zijn veel ziektes die niet zichtbaar zijn aan de buitenkant.

    Waar iemand met een gebroken been vanzelf begrip en medewerking krijgt van mensen vanwege bijvoorbeeld het dragen van gips of lopen met krukken, moeten mensen met een onzichtbare ziekte of aandoening vaak twee gevechten leveren: één gevecht tegen hun aandoening en het andere gevecht tegen onbegrip en vooroordelen van de omgeving.

    lees verder onder de afbeelding

    Veel mensen denken dat alles goed met je gaat omdat er niets aan jou te zien is. Hoe lang je er over gedaan hebt om uit bed te komen (psychisch of fysiek) ziet men niet. Hoe vermoeid je bent (mentaal of lichamelijk) na een activiteit ziet men evenmin.

    Het hebben van een onzichtbare aandoening blijft een dubbele strijd. Goede vrienden, professionele begeleiding en “insiders” die echt weten en begrijpen wat je doormaakt zijn daarbij onmisbaar.

    Soms is het ziektebeeld ook grillig: de ene dag kun je bijvoorbeeld meer aan dan de andere dag, grenzen verschuiven, zowel op het psychische vlak als lichamelijk. Het is dan soms verwarrend voor de omgeving, want: waarom kun je vandaag niet mee doen als je gisteren wel nog op de been was?

    Dit telkens maar uitleggen en er begrip voor vragen is moeilijk: vaak is het nodig dat je zelf erg stevig in je schoenen staat en er voor waakt dat je niet over je grenzen heen gaat. Onder voorbehoud afspraken plannen kan een optie zijn: je houdt een slag om de arm en geeft dat vooraf duidelijk aan: “Als ik me goed voel die dag ga ik heel graag mee.”. Zo voorkom je teleurstellingen voor je omgeving en bewaak je je eigen grenzen, door op de dag zelf te beoordelen of iets al dan niet mogelijk is.

    Het is en blijft een strijd om te luisteren naar je lijf en naar je grenzen. Je zult jezelf zeker blijven tegenkomen, totdat je leert jezelf te beschermen en je grenzen te bewaken.

    Soms zul je hiermee ook vrienden verliezen, als ze niet kunnen omgaan met de veranderde jij, die niet meer alles kan.

    De vraag is dan uiteraard wel of dat in de eerste plaats echte vrienden waren…

    Verhuisstress: door VIP blogger Susan

    Verhuizen, stress en twijfels

    Vijf jaar geleden leerde ik mijn man kennen, ik woonde destijds in mijn flatje in Leeuwarden en vertrok zonder enkele twijfel en trok bij hem in. Ik liet hierbij mijn opleiding achter en ging op best wel verre afstand wonen van mijn familie en vriendinnen. Als iets goed voelt, voelt het goed toch? En van die keuze heb ik tot op de dag van vandaag nooit spijt gehad. Natuurlijk was het, vooral zonder rijbewijs in het begin, lastiger om af te spreken maar goed, ook een goede vriendschapstest denk ik dan maar. 


    Het was soms lastig want ik had hier niks, ik kende de omgeving niet en had helemaal geen netwerk om mij heen. Gelukkig ben ik wel een type wat op onderzoek uitgaat, dus ik had mijn weg snel gevonden en leerde langszaamaan mensen kennen en begon mijn eigen kringetje op te bouwen. Verhuizen is mij niet vreemd, dus dat kwam allemaal wel weer.

    De woning van mijn man, nu dus onze woning, stond al 6 jaar te koop voordat wij ons eerste bod kregen een aantal maanden geleden. Waar je het eerst niet kan geloven, word je daarna onzeker over of alles wel door gaat. Of deze ene kans om hier weg te gaan, niet alsnog voor onze neus weggeveegd wordt. Maar nee, een aantal weken later was alles rond en ondertekend, het was echt, het ging door! En vanaf dat moment ging ik denken.

    Opeens kwamen dromen en wensen weer naar boven, die ik had weggestopt omdat dat hier nou eenmaal niet mogelijk was. En het idee om ooit weer dichterbij mijn familie en vriendinnen te gaan wonen, had ik allang losgelaten omdat ik ergens niet meer durfde te hopen dat we het huis gingen verkopen. Opeens werd alles dus weer mogelijk en omdat we maar een paar maand hadden, moesten we toch snel keuzes gaan maken, we hadden namelijk nog totaal geen zicht op een nieuwe woning. Toen ik op mijn 19e uit huis ging schreef ik mij direct in bij een woningbouwvereniging in Friesland, dus daar had ik al bijna 10 jaar inschrijftijd, het meest logische was dus om daar op huizen te gaan reageren. Nadat ik met een vriendin had afgesproken en weer naar huis reed voelde ik pas, hoe erg ik het eigenlijk mis. Hoe erg ik het mis om gewoon even op de koffie te gaan en niet eerst 1,5u hoef te rijden. Ik wilde niet per se om de hoek wonen, maar iets dichterbij, dat was voor mij echt wel een wens geworden.

    Hoe ga ik dit bespreekbaar maken, want mijn man en Friesland, is geen combinatie. En aan de andere kant, was ik het na 5 jaar ook wel zat om zo ver weg te wonen. Er zou dus ergens een compromis gesloten moeten worden. Gelukkig is binnen onze relatie alles bespreekbaar en hebben we dit ook naar elkaar uitgesproken. Dan sta je opeens lijnrecht tegenover elkaars wensen, en uit liefde ben je geneigd om toe te geven aan de wens van de ander. Ik wilde niet dat hij voor mij zou verhuizen, want ik wilde dat hij gelukkig zou zijn. En andersom, wilde hij niet dat ik ongelukkig zou worden als we het niet deden. Daar zit je dan, en nu?

    Het waren voor mij weken van heen en weer geslinger tussen emoties en gedachten. Wat wil ik? En word ik ook echt wel gelukkig als ik hier in de omgeving blijf? En hoe realistisch is het om van hem te wensen om mee te gaan naar Friesland. Erg lastig.

    Uiteindelijk kwamen we tot op een oplossing, we lieten het over aan het universum. We bleven reageren op woningen hier in de buurt, maar wanneer er een woning op de site zou komen meer richting Friesland, die voldeed aan onze wensen, dan zouden we daar op reageren. Dus eigenlijk, dat wat als eerst komt, dat wordt het. Ergens gaf mij dit wel een rustig gevoel, want ik vertrouw nou eenmaal op het universum en dat alles loopt zoals het moet lopen. De woningen in Friesland waren spontaan niet meer in de aanbieding en ik begon ook meer zonder gevoel te denken.

    Onze zoon zit hier op de peuterschool en heeft het hier erg naar zijn zin. Als we hier blijven wonen, kan hij daar blijven, als we verder weg gaan zou hij moeten switchen. En uit ervaring weet ik dat dát geen strak plan is. Daarnaast, zou mijn man vanuit Friesland minimaal 45min moeten rijden naar zijn werk, kan ik dat van hem vragen? 
    Het enige voordeel was, dat alles en iedereen voor mij dichtbij zou zijn en dat maakte het idee van Friesland voor mij gewoon heel fijn.

    We werden gebeld, een makelaar hier uit de buurt had een woning, in Veendam. We hoefden niet te zoeken, niet te reageren, we werden gewoon gebeld en we kregen zo een woning aangeboden. Dit was wel een erg duidelijk teken van boven voor mij. Dit konden we niet weigeren.  De woning voldoet aan onze wensen, is groot genoeg, staat in een leuke buurt en alles is op loopafstand te doen. Mijn gevoel zei aan alle kanten ja en we hadden nog maar twee maanden om een huis te vinden. We moesten wel, dus ik leg mij er gewoon bij neer.
    Ik was blij met de woning, oprecht blij. Blij voor mijn man, blij voor mijn kind omdat alles wat hij nodig heeft hier ook aanwezig is. De speeltuin voor huis, de kinderen in de buurt, de school op loopafstand, alles wat we voor hem willen. Dus nee, afwijzen kon ik dit niet.

    Iedereen reageerde blij, enthousiast en de hulp kwam van alle kanten. En toch kreeg ik van een aantal lieve mensen ook de vraag: ‘maar Suus, jij dan? Word jij daar gelukkig?’ En zelfs mijn schoonvader die zei: ‘als het niet goed voelt, of als je twijfelt, moet je het niet doen.’
    Dat vond ik zo onwijs lief, dater mensen waren die zagen en voelden dat dit goed zat, maar ook aan mij dachten omdat ze wisten dat ik een andere wens had. En ja, ik heb enorm aan het idee moeten wennen, omdat ik een compleet ander toekomstbeeld had, vooral voor mezelf. Het was en is soms dubbel omdat ik kies voor het geluk van mijn gezin. Zet ik daar dan mijn eigen geluk mee aan de kant? Dat absoluut niet, want ik ben pas gelukkig wanneer mijn hele gezin gelukkig is. En dat was in Friesland niet zo geweest. 

    We kregen de sleutels, we begonnen heen en weer te tillen met dozen. Onze woning wordt met de dag leger en de nieuwe woning met de dag voller. Het behang zit bijna overal al op de muren, in twee kamers ligt al laminaat. De datum voor het verhuizen staat vast en beetje bij beetje verplaatsen wij ons ‘thuis’ naar daar. Ik begin de voordelen in te zien van de andere woning, ik begin mijn beeld bij te stellen naar een toekomst daar. En dan zeggen mensen wel: ‘maar jullie kunnen toch alsnog verhuizen als het jullie niet aan staat?’ Ja, wel naar een ander huis, maar niet naar een andere woonplaats. Er is één eis die ik heb en dat is dat onze zoon de basisschooltijd doorbrengt op één school. Dus dat maakt het voor mij definitief, dat we de aankomende 9 jaar in ieder geval vastzitten aan deze omgeving. 

    Niet erg, maar ik begin het eng te vinden. Een nieuwe start, de eerste woning waar we écht samen beginnen, een nieuwe omgeving, nieuwe buren. Mijn man heeft zijn familie en vrienden daar, ik moet nog een netwerk gaan opbouwen. En ook al weet ik dat dit bij mij meestal niet zo moeilijk verloopt, ik vind het spannend. Wie zit er op mij te wachten? Ik ben niet iemand die je deur plat loopt of onaangekondigd binnen komt maar af en toe even koffie drinken en kletsen, graag! 

    Nu het allemaal bezonken is, heb ik er erg veel zin in, ik vind het leuk om daar bezig te zijn, het is spannend maar het we vinden ons plekje wel weer! Ik had van te voren nooit verwacht dat verhuizen zoveel los zou maken, maar ach, als we samen maar gelukkig zijn, dan komen we er wel! 

    Liefs,

    Susan

    Voor wie twijfels zijn leven laat bepalen

    Twijfelen: iedereen doet het wel eens. Zeker bij grote beslissingen. Twijfelen is een gezond mechanisme om voor- en nadelen goed af te wegen voordat je een beslissing neemt. Toch kan te veel twijfelen je ook tegenhouden in het leven leiden dat jij graag wil.

    Hoe gezond twijfel ook kan zijn, één van de grootste “killers” van vooruitgang is zonder meer overmatige twijfel. Twijfel slaat vaak toe bij het nemen van levensbeslissingen; hoe groter de beslissing, hoe harder de twijfel toe kan slaan.

    Waarom twijfelen we vaak te lang? Wat is het nut van twijfel? En vooral: hoe kom je er van af als het je afremt in het bereiken van je doelen?

    Twijfelaar
    Een geboren twijfelaar, zo heb ik mezelf wel eens genoemd vroeger. Bij het nemen van een grote beslissing (Ga ik voor die baan? Blijf ik bij mijn partner? Moet ik nu wel of niet verhuizen?) slaat bij veel mensen de twijfel toe: logisch, want het is ook niet zomaar een beslissing die je moet nemen.

    Een verhuizing, een andere baan, een relatie verbreken: het zijn allemaal beslissingen die vergrijpende gevolgen kunnen hebben in je verdere leven. Dat is niet per se negatief, maar het kán het wel zijn; Want wat nou als die nieuwe baan toch niet zo leuk is als het lijkt? Wat als je spijt krijgt van je verhuizing? Wat als je je partner toch gaat missen en niet meer terug kunt?

    Twijfel slaat de meeste dromen en plannen dood, omdat het gepaard gaat met angst. Angst om de verkeerde beslissing te nemen (“Wat als ik hier verkeerd aan doe?”) kan je verlammen, waardoor je onnodig lang in de twijfel modus blijft. Onzekerheid kan ook een grote rol spelen: het vergt nogal wat zelfvertrouwen om te zeggen: en vanaf nu gaat het anders.

    Waar twijfel het hardst toeslaat
    Twijfel slaat vaak het hardst toe in situaties waarin weinig urgentie bestaat. Wat ik daarmee bedoel, kan ik het best toelichten aan de hand van een voorbeeld. Stel, je hebt een baan waar je wel tevreden mee bent, maar waar je niet veel uitdaging uit haalt. Het werk is niet verschrikkelijk, maar ook niet heel leuk. Je haalt er weinig vreugde uit, maar je doet het wel goed en krijgt goede beoordelingen. Daarnaast heb je een vast contract en geen hele vervelende collega’s. Met andere woorden: er is weinig uitdaging, maar ook geen echte urgentie om weg te gaan. Dat je wellicht hele andere doelen voor je loopbaan had – en door tien of twintig jaar in deze baan te blijven hangen die doelen niet bereikt – is achteraf bezien natuurlijk zonde. Toch blijven veel mensen vaak lang hangen op een plek waar ze niet tot hun recht komen.

    Waarom?
    Niet altijd leuk om te horen, maar wel waar: Mensen zijn gewoontedieren. We voelen ons graag veilig en geborgen. Onze comfort zone is ons vaak meer waard dan ons geluk, hoe gek het ook klinkt. We houden van nature nu eenmaal doorgaans niet erg van verandering. Verandering vinden we maar eng.

    Zeker als we een vast contract hebben weten te bemachtigen in deze onzekere tijden, geven we dat niet zomaar op. Een vaste relatie ook niet. De gemoedsrust die komt kijken bij het kunnen betalen van de hypotheek of huur wint het dan van het knagende gevoel dat er meer moet bestaan dan deze sleur van werk dat eigenlijk beneden je niveau ligt.

    Als er dan een nieuwe baan langskomt, waarbij je met een tijdelijk contract in een geheel nieuw bedrijf moet beginnen waar je nog niemand kent, slaat de twijfel toe. Zo erg heb ik het nu toch niet? Ik heb nu wel vastigheid en ik weet waar ik aan toe ben. Dit soort gedachten zorgen er vaak voor dat je dan toch maar bedankt voor die uitdagender job.

    Hetzelfde geldt voor relaties. Als een relatie je al lang niet meer gelukkig maakt, zou je eigenlijk er mee moeten stoppen. Toch blijven veel mensen langer in een uitgebluste relatie zitten dan nodig, uit angst. Angst voor het onbekende, angst om alleen verder te moeten gaan, angst om al het vertrouwde op te moeten geven. Dus worden de dagen weken, de weken maanden, en worden ze op hun zestigste wakker met het besef dat ze jaren lang in een ongelukkige relatie hebben gezeten. De comfort zone kan wat dat betreft een vals soort gevoel van veiligheid geven: achteraf is er dan vaak alleen maar ruimte voor spijt.

    Urgentie maakt twijfelen moeilijker

    Wat nu als je opeens zonder werk komt te zitten? Dan valt je vangnet weg en je comfort zone verdwijnt zonder dat je daar zelf iets aan kon doen: zou je dan wel solliciteren op die baan die uitdaging biedt? Waarschijnlijk wel. Zou je het droomhuis wel kopen als je plotseling te horen kreeg dat je eigen woning gesloopt gaat worden? Vast wel. Het wegvallen van die comfort zone dwingt je er toe beslissingen te nemen: wat dat betreft is het soms gemakkelijker om beslissingen te nemen vanuit het principe “Ik heb nu toch niets te verliezen.” Urgentie dwingt: en soms is dat niet eens verkeerd.

    Eeuwige twijfel

    Voor de eeuwige twijfelaar is het goed om je af te vragen wat je bereikt met het ellenlange twijfelen. Geef je jezelf zo een excuus om comfortabel te mogen blijven leven zonder risico’s te nemen? Geef je jezelf hier mee een mooie reden om je angsten niet onder ogen te hoeven komen? Houd je je eigen onzekerheid hiermee in stand?

    Iets nieuws proberen, een nieuw avontuur aangaan, betekent vaak dat je een risico moet nemen. Het is een sprong in het diepe waar niet iedereen zich aan waagt. En ja, het kan misgaan, maar het kan ook ontzettend goed gaan. Vraag jezelf eens af: waar heb je straks meer spijt van; als je het nooit hebt gedurfd of als je dat wel hebt gedaan en het niet is gelukt? Wat is het ergste dat er kan gebeuren? En kun je daarmee leven?

    Het leven gaat snel voorbij. De sleur van alledag zorgt er voor dat dagen overgaan in weken, maanden, jaren. Wil je terugkijken op een leven vol twijfels, waarin je jezelf mooie kansen hebt ontnomen? Of wil je terugkijken en denken: ach, ik heb risico’s genomen, but I did it my way!

    Ik weet waarvoor ik kies. Jij ook?

    Kun jij omgaan met een compliment?

    door VIP blogger Susan Schuitema

    Enkele weken geleden kreeg ik via app een compliment. Ik merkte direct dat ik me ongemakkelijk begon te voelen. Wat moet ik ermee? Ergens voel ik mij dankbaar voor het compliment en zou ik dus gewoon ‘dankjewel’ moeten sturen. Aan de andere kant heb ik allerlei excuses in mijn hoofd en begin ik grapjes te maken om het compliment weg te wuiven.

    Dit bracht mij op het idee om te schrijven over het geven en ontvangen van complimenten: ik ging op onderzoek uit.

    Hoe reageren mensen over het algemeen op een compliment? Is er verschil tussen mannen en vrouwen? Tussen jong en ‘oud’? En heeft het misschien te maken met hoe zeker jij je voelt over jezelf? Mijn onderzoek gaf mij het volgende beeld.

    Vrouwen
    Met hier en daar een enkele uitzondering reageren vrouwen over het algemeen hetzelfde op complimenten. Echter zit er wel verschil tussen het soort compliment en de reactie hierop. Een compliment over het uiterlijk wordt vaak gewaardeerd, maar de meeste vrouwen weten niet goed hoe ze hierop moeten reageren. Wanneer het compliment gaat over een kledingstuk wordt er vaak gereageerd met ‘oh, die kostte maar vijf euro bij die ene winkel.’ Aan de andere kant wordt er op een compliment over kleding ook gereageerd met een logische reactie ‘dankje, vind ik ook, anders had ik het niet gedragen.’

    Vaak wordt het een ‘dankjewel, ik vind jouw ogen mooier’ of ‘oh joh, jij bent veel knapper.’ Er wordt dus snel vergeleken met de ander. Een aantal vrouwen geven wel aan gewoon ‘dankjewel’ te zeggen en blij te worden van het compliment.

    Wat erg naar voren komt is dat het vooral te maken heeft met jouw beeld van jezelf. Ben jij zeker van jezelf? Dan zeg je sneller gewoon ‘dankjewel’ zonder het compliment weg te lachen of weg te praten met een excuus. 
    Er wordt over het algemeen door de vrouwen gedacht dat de manier van ontvangen te maken heeft met dat wat je in jouw opvoeding geleerd hebt. Goed (of slecht) voorbeeld doet volgen, zeggen ze dan. De vrouwen die ik sprak gaven aan dat ze zelf snel complimenten geven en dat ze absoluut anders worden ontvangen door een man. Waar de vrouwen onzeker reageren, zijn de mannen vaak nuchter en zeggen ze écht gewoon ‘dankjewel’ en gaan weer verder met hun dag. Terwijl ik als vrouw toch wel een hele dag kan teren op een gemeend compliment.

    En daar ga ik alweer he?  ‘Gemeend compliment’ want tja, is een compliment gemeend of wil iemand er iets mee bereiken? 

    Mannen
    Wat mij erg op viel uit de antwoorden die ik kreeg van mannen, is dat de complimenten vanuit een man snel anders opgevangen worden door de vrouw. Enkele mannen geven aan, soms geen compliment te durven geven omdat vrouwen dan zouden kunnen denken dat er iets achter zit. Dit wordt dan geassocieerd met seks. Een man zou dus niet ‘zomaar’ een compliment kunnen geven zonder dat hier iets achter gezocht wordt. Bijzonder toch? 


    Ook enkele mannen geven aan dat zij vroeger (meer onzeker) aankwamen met excuses als antwoord op een compliment. Een compliment over een behaalde opdracht of goed resultaat werd dan weggewuifd met ‘oh joh zo moeilijk was het niet hoor, het stelde niks voor.’ Nu, ouder en zekerder van zichzelf zeggen zij over het algemeen gewoon ‘bedankt.’

    Onzekerheid
    Vrouwen lijken over het algemeen onzekerder te zijn dan de mannen. Of dit echt zo is, of dat mannen niet voor hun onzekerheid uit durven komen? Dat blijft natuurlijk altijd de vraag. Wat mij opgevallen is door met mensen in gesprek te gaan, is dat het wegwuiven van complimenten vooral te maken heeft met hoe je over jezelf denkt. Ben jij onzeker? Dan ben je sneller geneigd om een compliment voor jezelf om te denken naar iets negatiefs. Wat wil iemand van mij? Waarom zouden ze dit zeggen? Menen ze het echt? 

    Ik ben erg geneigd om mezelf naar beneden te halen zodra iemand bijvoorbeeld zegt: ‘wat zie je er leuk uit!’  Vaak denk ik dan: ‘Joh, ik ben 15 kilo aangekomen, doen je ogen het wel?’. Mijn reactie is eigenlijk altijd eerlijk. Ik ontvang het compliment door te bedanken maar vervolg dit wel met hoe ik er zelf over denk. Waarom? Dat is een goede om over na te denken aankomende tijd!

    Vanaf nu ga ik er eens bewust op letten, hoe reageer ik, waarom reageer ik zo en kan/wil ik dit ook veranderen? Complimenten zijn eigenlijk cadeautjes. Je krijgt ze, je mag ze ontvangen, open maken en gebruiken. Ergens is het voor de gever, niet leuk om het cadeautje verfrommeld weer terug te krijgen omdat jij er niks mee kunt. Best wel iets om over na te denken!

    Wat het meest uit mijn onderzoek naar voren kwam is dat je met complimenten iemand kunt helpen. Zie jij iets goeds, iets moois, iets leuks? Zie je dat iemand onwijs zijn best doet voor iets? Geef een compliment en laat mensen stralen. Het kan je dag maken, je net even dat laatste zetje geven om door te gaan of je leren anders naar jezelf te kijken.

    Hoe reageer jij op complimenten? Voel jij je ongemakkelijk of vind je het alleen maar leuk om te horen?

    Vanaf nu neem ik mezelf voor om minimaal één compliment op een dag te geven, uiteraard wel oprecht! En ik neem mezelf voor, om het compliment van een ander ‘gewoon’ te ontvangen en ‘dankjewel’ te zeggen en dit ook uiteindelijk te gaan voelen.

    Liefs,

    Susan


    Bestaat dé ware liefde?

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema

    Bestaat er zoiets als ware liefde?

    Als je mij tien jaar geleden had gevraagd of ik in de ware liefde geloofde, had ik ja gezegd, net als nu, maar daarbij had ik toen een compleet ander beeld.

    Ooit dacht ik bij de ware liefde aan een totaal plaatje, het perfecte plaatje, en wanneer ik alles van mijn lijstje kon afvinken, dan was ‘het’ de ware. Dat wat je ziet in films.

    Wanneer ik nu denk aan de ware liefde, dan denk ik er achteraan: is er ook zoiets als onware liefde dan?

    Ik denk niet alleen meer aan een liefdesrelatie maar aan pure liefde op zichzelf. Ik geloof niet in ware liefde, want elke manier van liefde is waar. Onware liefde bestaat niet. Gewoon ‘liefde’ is genoeg.  Ja ik geloof in liefde, absoluut. Ik hou van ongelooflijk veel mensen. En van ieder op een ander niveau, een andere  frequentie. Niet meer, of minder, maar anders. 

    Mijn kind is mijn allergrootste liefde. Zijn verdriet is mijn verdriet, zijn geluk geeft mij tranen van blijdschap. Zijn emoties zijn zo met die van mij verbonden, hij is een deel van mij. Wat hij ook zal kiezen, doen of zeggen, die liefde zal nooit stoppen en nooit veranderen. Onvoorwaardelijk een deel van mij. Deze manier van houden van zal ook altijd boven alles en iedereen uitsteken. Hij zal altijd mijn nummer één zijn. (samen met eventuele toekomstige kinderen natuurlijk) 

    Dan natuurlijk mijn man, waar ik ‘ja’ tegen zei, tegen een leven samen, dag in, dag uit voor de rest van ons leven. Dat doe je niet zomaar. Hij is degene waar ik naast wakker word iedere dag en waar ik naast in slaap val. Waar ik mijn dromen mee deel. Waar ik mijn allereerste hysterische nieuw bedachte ideeën mee bespreek. Degene waar ik mij op af kan reageren als dingen niet gaan zoals ik zou willen. Iemand met wie ik 24/7 samen kan zijn, zonder elkaar de hersens in te slaan. Voor iemand zoals ik, iemand die heel graag alleen is, zonder teveel prikkels en gedoe, is het best een wonder dat ik 24/7 samen kan zijn met twee levende wezens in één huis. We voelen elkaar aan én we vullen elkaar aan waar nodig.  

    Ik weet zeker dat onze relatie zo goed werkt doordat we elkaar vrij laten. Twee compleet verschillende mensen, maar toch zo hetzelfde. Mijn man heeft zijn hobby’s waar ik niet aan moet denken om ze uit te voeren, ik heb mijn interesses waar mijn man niks mee heeft, maar toch tonen we interesse in elkaars dingen en laten we elkaar vrij hierin. Hij wordt enthousiast wanneer ik enthousiast ben en ik word blij wanneer hij iets doet waar hij blij van wordt. En daarnaast hebben we onze gezamenlijke dingen. We vinden het heerlijk om te wandelen, we hebben beide een verslaving aan notitieboekjes kopen, zijn allebei creatief maar op een ander vlak, kijken samen series en films, en oh wee als je verder kijkt zonder mij. 

    En natuurlijk hebben wij samen een zoon. Één grote peuter vol met liefde, van ons samen, dat verbindt je uiteraard op een hele speciale manier aan iemand. 

    Daarnaast houd ik van mijn vriendinnen, hoe ze allemaal hun eigen karakters hebben, hoe ze allemaal van elkaar verschillen. Met de één ga ik shoppen, met de ander deel ik mijn spirituele  levensstijl. Met de één deel ik mijn hele levensgeschiedenis omdat we elkaar al 20 jaar kennen, en met de ander kan ik een heel gesprek voeren alleen door elkaar GIFS te sturen en ja we snappen elkaar ook nog. Met de één praat ik over relaties, seks en alle persoonlijke onderwerpen, van de ander heb ik wijn leren drinken.  Zo zijn ze allemaal zo anders, en zo mooi verschillend. Ook vriendschap is een vorm van liefde, een manier van houden van, niks meer of minder ‘waar’  dan een relatie. Alle liefde is waar.

    We delen onze ervaringen en levens met elkaar, niet vanuit het zelfde huis zoals ik met mijn man doe, maar zeker gevoelsmatig dichtbij. 

    Waar het op neer komt is dat er in mijn wereld geen ‘onware’ liefde mogelijk is. Ik voel liefde voor iedereen in mijn leven. En ál die liefdes zijn waar.  Dus ja, ware liefde bestaat, op verschillende vlakken, op verschillende manieren en niveaus.

    Niet één ware, zoals in de films of zoals ik ooit dacht, 10 jaar geleden. Mijn liefde is voor iedereen, ongeacht geslacht, ongeacht leeftijd, huidskleur of wat voor verschil. Liefde kent geen grens, liefde kent geen eisen of vormen, liefde is gewoon liefde.  En zeker niet ‘onwaar’.


    ‘Ware liefde’

    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan denk ik meteen aan alles en iedereen.
    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan kijk ik gelukkig om mij heen.

    Ik zie de mensen en de dieren,
    de liefde voor natuur.
    Ik zie het leven liefde vieren,
    iedere seconde, ieder uur.

    Overal is liefde, nooit is dit ‘onwaar’,
    doe je ogen dicht, en voel het maar.
    Overal is liefde, iedere vorm is ‘waar’,
    ik voel het zelfs, wanneer ik naar de sterren staar.

    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan denk ik aan alles en iedereen,
    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan ben ik nooit alleen.

    Liefs,

    Susan

    Kunnen vrouwen wel hetzelfde aan als mannen, qua werk? – door Chrisje VIP blogger Michelle-Anne

    Door Chrisje VIP blogger Michelle-Anne

    Jarenlang heb ik gedacht dat vrouwen net zo sterk zijn als mannen. Ik droomde toen ik jong was dat ik Xena de warrior princess was. Ik had zelfs een bamboestok naast mijn bed liggen waar ik mee oefende, zodat ik een goede zwaardvechter zou zijn in geval van nood. Én als er iemand jarenlang heeft gedroomd van een real life bond girl zijn, dan ben ik het wel.

    Maar…

    Dan kickt de werkelijkheid in; Ik heb namelijk hypermobiliteit syndroom, een reumatische aandoening die nog niet erkend wordt door de overheid. Het is natuurlijk ook moeilijk om te bedenken hoe ‘te lenig zijn’ echt een probleem kan zijn. Er zijn genoeg stijve mensen die mijn lenigheid zouden willen hebben, maar geloof me, het liefst gaf ik dit aan ze!

    Vanaf jongs af aan heb ik bepaalde klachten gehad. Zo kon ik bij gymles rennen nog geen minuut volhouden, omdat ik anders door mijn enkels zakte. Ik had op 8 jarige leeftijd last van spierspanningshoofdpijnen. De dokter zei dat het door stress kon komen. Als 8 jarig kind was mijn stressniveau gemiddeld 0%. Ik geloofde dus niks van wat ze zeiden en wist toen al dat het aan iets anders moest liggen. Pas jaren later toen ik subluxaties aan mijn schouder kreeg, werd het voor mij duidelijk dat ik hypermobiel ben. Met alle gevolgen van dien.

    Inmiddels was ik keihard aan het knallen als horecamedewerker. Hier zette ik vaak mijn eigen gezondheid op het spel om maar te laten zien dat je als vrouw ook twee kratjes bier op een kar kon zetten in een keer. Misschien was dat een beetje dom. Tja de warrior princess in mij had iets te bewijzen…

    Enerzijds hield het mij fit, omdat ik soms wel 25.000 stappen op een dag zette. Anderzijds tilde ik zware dingen met de mannen alsof ik een van hen was. Het zorgde ervoor dat ik juist bewegingen maakte die mijn lichaam niet aan kon. Hierdoor kreeg ik vaak ontstekingen in gewrichten. Iets wat nu bij mij gediagnostiseerd is als fibromyalgie. Omdat ik vergelijkbare verhalen ken van andere vrouwelijke horecatoppers, ben ik mij iets af gaan vragen:

    Zijn we doorgeslagen in ons feminisme om te denken dat vrouwen hetzelfde werk aan kunnen als mannen?

    Mijn trots vindt van niet, maar mijn lichaam zegt iets anders.

    Wat ik wel weet is dat de keuze voor mij om zwaar werk te doen tot geweldige dingen heeft geleid. Zo heb ik door het horecawerk super veel meegemaakt. Ik heb bij de vetste feestjes, op de coolste festivals en in de chicste hotels gewerkt. Oh en ik heb er zelfs mijn vriend leren kennen! (Maar daarover later meer). Als ik een tijdje niet in de horeca werk, merk ik dat ik het ontzettend mis. Het is namelijk een ontzettend leuk beroep en de sociale voordelen zijn niet te vergelijken met ander werk.

    Toch heb ik tegenwoordig besloten om een stapje terug te doen van de horeca. Het leven met een aandoening is namelijk zoeken naar balans. Dat zorgt er ook voor dat mijn toekomstplannen beperkter worden. Wat kan mijn lichaam en wat wilt mijn brein? Mijn lichaam lijkt soms een gevangenis voor mijn brein. Hopelijk zorgt zwemmen, yoga en goed eten ervoor dat ik weer een beetje beter wordt!

    En in de tussentijd ben ik vooral ook benieuwd naar jouw mening, zijn wij vrouwen wel gemaakt voor dit soort werk?

    Veel liefs,

    Michelle-Anne

    Nieuwe opvoedingsmethode of oud nieuws? Slow Parenting..

    Er is een nieuwe opvoedmethode die helemaal trending is: Slow Parenting.

    Jaag jij van afspraak naar afspraak of van school naar sportclub en weer terug met je kind? En kun je door dit drukke schema niet gewoon lekker genieten van je kind? Dan is Slow Parenting misschien wel wat voor jou.

    Hier vind je een uitgebreide (Engelstalige) uitleg, maar voor de gehaaste lezer houdt de methode kort samengevat in, dat je met deze nieuwe opvoedingsaanpak meer in het moment leeft, minder met technologie bezig bent en minder met vooruit plannen.

    Je overlaadt je kinderen niet langer met activiteiten maar geeft ze de vrijheid om te genieten van wat ze (thuis) kunnen doen. Hiermee verlaag je zowel de druk op je kind als op jezelf. Mindful opvoeden dus.

    Nu wil ik niet vervelend doen, en ik juich deze methode absoluut toe, maar volgens mij deden ouders dat in de jaren tachtig al massaal.

    Als wij vroeger weekend hadden, mochten we buiten spelen, of binnen. Dat was het wel zo’n beetje. Wij gingen niet elke zondag naar een binnenspeeltuin, pretpark of bioscoop. Hooguit af en toe naar opa en oma of een familieverjaardag. En als je je verveelde, tja, dan verbeelde je je maar. “Daar word je creatief van,” zei mijn moeder dan. En dat was zo.

    Ik ben zelf overigens onbewust voor een groot deel al heel lang een slow parent, trouwens. Op zondag houd ik heel vaak “pyjamadag” met mijn dochter, die het heerlijk vindt om de eerste uren in haar pyjama en ochtendjas te zitten knutselen. Soms verveelt ze zich wel eens op pyjamadag, maar dan gaat ze vanzelf buiten kijken of haar vrienden er zijn of spelen we een potje badminton in de achtertuin.

    Dus… Ja, ik sta absoluut achter de nieuwste trend van Slow Parenting. Ik zou het zelfs iedereen aanraden. Het is alleen naar mijn mening helemaal niet nieuw.

    Whatsapp Man versus Vrouw: Gastblog door Mick

    WhatsApp en de liefde: een onhandige combinatie. We krijgen er allemaal mee te maken en ik vermoed steeds meer. Bijna iedereen maakt gebruik van WhatsApp, dus ook als je met een potentiële liefdespartner appt. En dan gebeuren er soms vreemde dingen…

    ‘Kamp mannen’ en ‘kamp vrouwen’

    Hoe ga je met beginnende vlinders in je buik om? Naar mijn idee begint alles bij iets heel, heel gevaarlijks, namelijk bij het hebben van: verwachtingen! Het woord alleen al. Iedereen die je een goed bedoeld wijs advies geeft gebruikt het woord ‘verwachtingen’ wel ergens in zijn of haar boodschap.

    We weten natuurlijk allemaal dat het hebben van verwachtingen niet goed is. Want verwachtingen leiden tot (jawel) teleurstellingen!

    Hij zal toch wel binnen een uur reageren? Hij zal toch wel ‘zus’ terugschrijven als ik ‘zo’ naar hem schrijf? Ai, als hij dit schrijft zal hij mij wel niet meer echt leuk vinden, want anders had hij wel iets anders geschreven, toch? Allemaal vragen die je jezelf gaat stellen tijdens zulke momenten. Ik heb het idee, dat de meeste mannen hier minder last van hebben. Naar mijn weten denken de meeste mannen niet zo veel, in ieder geval niet over zulke onderwerpen. Mannen zijn over het algemeen nuchterder. Dit is meer iets voor de meeste vrouwen.

    Even voor de duidelijkheid; ik hoor in dezen absoluut bij ‘kamp vrouwen’. En daar ben ik blij mee!

    Ik denk liever iets te veel na, dan net iets te weinig. Als dat betekent dat we dan ook net iets te veel verwachtingen hebben dan goed voor ons is, dan vind ik dat ook wel best. Aan een aantal stevige teleurstellingen is nog niemand overleden.

    De wc-theorie

    Blauwe vinkjes; één van de grootste irritaties binnen WhatsApp. Je ziet dat hij het heeft gelezen, maar niet reageert. Dan zal hij me wel niet meer écht interessant vinden. Meestal is dat de eerste gedachte, terwijl die persoon ook gewoon een enorm drukke dag kan hebben. Misschien moet ik deze gedachte wel even beargumenteren. Dit doe ik door middel van de wc-theorie.

    De wc-theorie houdt in dat als die persoon al een enorm drukke dag zou hebben, hij of zij nog altijd op de wc op jouw berichtje kan reageren. Iedereen poept en plast, dus een bezoek aan de wc is er iedere dag wel een aantal keren bij. Als die persoon jou echt leuk vindt, dan maakt het hem of haar niet uit om op de wc snel een berichtje te sturen. Is hier een oplossing voor? Ja, gewoon de blauwe vinkjes uitzetten.

    Het hahaha-virus

    Hier volgt een goed bedoeld wijs advies van mijzelf. Als je contact met iemand hebt en die persoon schrijft opeens heel vaak ‘hahaha’ terwijl je géén grap maakt, dan weet je dat het voorbij is. Stel je schrijft: ik vond het vanavond wederom heel gezellig met je. En die persoon reageert met: hahaha ik ook hahaha. Stop er dan maar heel snel mee! Irritant vaak ‘hahaha’ schrijven slaat op ontwijkend gedrag. Het object van de liefde lijdt simpelweg aan het ‘hahaha-virus’. Heb ik daar onderzoek naar gedaan? Nee, maar neem nou maar van mij aan dat het waar is.

    Dé perfecte match?

    WhatsApp en ‘de liefde’: nog steeds een onhandige combinatie. Toch laat deze tijd ons geen keus. De blauwe vinkjes zullen ons in de toekomst nog wel meerdere malen stress bezorgen en het ‘hahaha-virus’ zal zonder twijfel zorgen voor een aantal epidemieën onder singles.

    En het verschil tussen kamp ‘mannen’ en ‘vrouwen’? Als jij zelf zorgt dat je van beide kampen iets meeneemt in je zoektocht naar de ware; een beetje overenthousiast én een beetje nuchter? Dan is een perfecte match geboren!      

       

    Deze gastblog werd geschreven door Mick Duschak. (www.Mixblog.nl)

     

    Waarom mannen vrouwen niet begrijpen

    Sorry dames, maar ik snap wel waarom mannen vrouwen soms niet begrijpen. Mannen zijn over het algemeen wat rationeler ingesteld en vinden duidelijkheid prettig. Zeg nou zelf: Een demonstratief geplaatste toiletrol op de trap is toch vooral leuk om overheen te springen?

    Mannen willen gewoon dat vrouwen duidelijk zijn. Duidelijke vragen stellen. Dan zeggen zij daar ja of nee op. Niet zo moeilijk, toch?
    En wat doen wij vrouwen?
    Wij stellen geen duidelijke vragen. Wij geven HINTS.

    We gaan op de bank zitten, het ene been over het andere, wiebelen onrustig heen en weer. En we zuchten. We zuchten wat af. We zuchten net zo lang en net zo hard, totdat de man wel moet opkijken van zijn gadget.

    Dan vraagt de man, terwijl zijn laatste Angry Bird door de lucht vliegt: “Is er iets?”
    Als we het echt op onze heupen hebben, zeggen we dan eerst: “Nee, er is niks, hoor.” met bijbehorende pruillip en blik richting parketvloer of nagels.

    De man denkt dan: Mooi. Er is niks. En katapulteert vrolijk weer een vogel op zijn touchscreen. Ondertussen ontploffen wij bijna, want natúúrlijk is er wel iets, ziet hij dat dan niet?

    Nee, dat ziet hij niet.
    Hij werd gestoord omdat we wat harder ademden, maar toen hij ons vroeg of er iets was, zeiden wij nee. Daarmee is de kous af.
    En natuurlijk is die kous niet af.
    We HINTEN. We hopen dat hij onze lichaamstaal leest, dat hij in de oeverloze diepte van onze ogen kijkt en zegt “Schat, lieverd, ik zíe aan je dat er iets is, hoe kan ik je dag op empatische wijze weer goed maken?”

    Maar dat doet hij meestal niet. Niet omdat hij niet wil: hij is zich gewoon van geen kwaad bewust. En dat Kwaad, waar hij zich niet van bewust is, zit naast hem op de bank, te wiebelen met haar pumps. Het wordt steeds kwader. Als we dan nog niet snappen hoe mannen communiceren, zuchten we nog eens heel diep, staan we demonstratief op, lopen we – onze hakken in het parket borend –  naar de keuken, waar we luidruchtig de vaatwasser gaan staan in- of uitruimen. Daarbij laten we pannen extra hard in de kast kledderen, kijken we van hoe ver af we het bestek in de besteklade kunnen mikken, en als we écht irritant zijn – en dat zijn we soms – mompelen we ook nog wat binnensmonds, net hard genoeg dat hij het kan horen, maar te zacht om te verstaan.

    Soms schrikt de man dan op van zijn Angry Birds spelletje, door zijn eigen vleesgeworden angry bird, die in de keuken smijt met pasta-tangen en bakjes. Hij denkt dan, huh, er was toch niks, waarom is ze dan zo luidruchtig bezig? en krabt zich eens achter zijn oor. Als hij niet al te bang aangelegd is voor lichamelijk letsel, brengt hij zijn gadget in veiligheid en durft hij de keuken in te komen lopen om te vragen of het gaat.

    En dan, nou, dan is het prijs.
    De man staat niets vermoedend te kijken terwijl de tsunami achter hem opdoemt en losbreekt. Een stortvloed van verwijten, die zich uren, dagen, weken, of zelfs jarenlang hebben opgehoopt, wordt in één keer op die arme kerel losgelaten. “Natuurlijk gaat het niet!” schalt het door de keuken, gevolgd door een stroom van verwijten, meestal opgebouwd in de loop van de dag – en als we het echt op onze heupen hebben, zit in de stroom van verwijten nog een aantal verwijten van vorige week, vorige maand, die ene keer dat hij flirtte in de Efteling, of een oude koe van tien jaar geleden.

    De man vraagt zich af waar dit alles in godsnaam vandaan komt, en hoe het kan dat zijn anders toch best lieve en redelijke vrouw nu door de keuken raast als een oververhitte vrouwelijke Donald Trump. Hij snapt niet waar ze het vandaan haalt, al die verwijten, en wat hij in vredesnaam misdaan heeft. Bovendien had hij bijna level 32 van Angry Birds gehaald, en dat wil hij eigenlijk graag af gaan maken.

    Maar de vrouw interesseert zich niet voor zijn gadget of vogels; zij weet weet wél wat hij misdaan heeft. Ze zal het hem eens haarfijn uitleggen, nu ze toch bezig is. Aan het einde van zo’n tsunami – die opvallend vaak voorkomen tijdens de hormonale, maandelijkse death wish dagen – laat ze de man verbouwereerd achter, terwijl ze haar heus gaat snuiten op het toilet, en vraagt hij zich af hoe zijn leven er uit zal zien als vrijgezel. De vrouw echter, is de tsunami kwijt, voelt zich wellicht ook een tikkeltje schuldig, want zo kwaad had ze het nou ook weer niet bedoeld.

    Mannen zeggen meestal direct wat hen dwars zit. Ik vind dat heerlijk.
    Vrouwen zijn daar soms een beetje jaloers op. Want de hele week rondlopen met zo’n opgebouwde tsunami van in je buik, dat is niet fijn hoor. Dat blijft borrelen, en ten slotte, tja, dan moet-ie er uit. De vraag is alleen wanneer. Vrouwen spelen fervent hints met mannen, maar het spelletje wordt nooit echt begrepen aan de andere kant.
    Als wij zeggen “Pffff, de zolder moet weer eens opgeruimd worden.” denken mannen “Daar heeft ze gelijk in.” en hij gaat verder met zijn denkbeeldige vechtscène in Modern Warfare.

    Hij gaat echter op geen enkele wijze er van uit dat wij daar mee bedoelen “JIJ moet de zolder weer eens opruimen. En met weer eens bedoel ik NU.” Aangezien we geen vraagteken achter de zin zetten, voelt hij zich in het geheel niet aangesproken. En als we heel eerlijk zijn, is dat ook niet zo gek. Want als we willen dat hij iets doet, waarom vrágen we het dan niet gewoon? Hij denkt dat we gewoon een feit constateren. En mannen zijn de flauwste niet: dat mag!

    Enfin. Om een lang verhaal niet nog langer te maken, snap ik dus wel, dat mannen ons soms niet begrijpen. Godzijdank kunnen we ondanks alle emancipatie toch nog best lief zijn, die andere 28 dagen van de maand. Genoeg tijd voor de man om weer op te laden en de vrouw om verwijten te verzamelen voor de volgende keer.

    Hoe goed kun jij tegen kritiek?

    Kritiek: we geven het graag, maar kritiek krijgen, dat is vaak een heel ander verhaal.

    Overal waar je komt kun je kritiek krijgen: thuis, van je partner, op je werk, of zelfs van vreemden in het openbaar. Kritiek krijgen kan een vervelend gevoel oproepen: met name als deze niet zo prettig gebracht wordt.

    Jezelf ontwikkelen

    Toch is het goed leren ontvangen van kritiek een manier om jezelf positief te ontwikkelen. Niet alle kritiek is terecht; het is dan ook goed om kritisch (haha) te bepalen van wie je kritiek wil ontvangen.

    Herhaalde kritiek

    Als je bepaalde kritiek meerdere keren te horen krijgt, bijvoorbeeld dat je slecht luistert, dan is dit vaak een teken dat je daar bijvoorbeeld toch beter wel naar kunt luisteren.

    Dat doe ik helemaal niet!

    Veel mensen zijn geneigd bij het ontvangen van kritiek meteen in de verdediging te gaan. Dit is een menselijke, maar emotionele reactie op het gevoel dat je aangevallen wordt. Het is goed om je op zo’n momenten af te vragen:

    1. Word ik echt aangevallen?
    2. Zit er een kern van waarheid in de kritiek die ik krijg?
    3. Reageer ik nu op een redelijke manier of vanuit emoties?

    Koop tijd

    Weet je niet goed wat je aan moet met de ontvangen kritiek? Dat is helemaal niet erg. Bedank je gesprekspartner voor zijn eerlijkheid en geef aan dat je even wilt nadenken over wat je te horen hebt gekregen. Zo voorkom je dat je vanuit een emotie over-reageert en kun je er op een rustig moment even over nadenken.

    Je hoeft niet altijd direct te reageren.

    Oneens?

    Zo veel mensen, zo veel meningen. Ben je het – ook na een moment van reflectie – oneens met de ontvangen kritiek? Je kunt er dan voor kiezen om de ontvangen kritiek naast je neer te leggen, of om de kritiek gever aan te spreken om desgewenst te onderbouwen waarom jij het oneens bent. Vraag je hierbij wel af, of je eerlijk en neutraal naar jezelf gekeken hebt: dit is namelijk heel moeilijk voor mensen; hun eigen gedrag objectief beoordelen. Vraag als je daar behoefte aan hebt de verzender om nadere toelichting. Misschien berust de kritiek wel op een misverstand, dat je gemakkelijk uit de weg kunt helpen.

    Onterechte kritiek

    Soms is kritiek echt onterecht. Sommige mensen zijn geneigd veel kritiek te gaan uiten op mensen met eigenschappen die hun jaloezie opwekken, of die gedrag vertonen dat ze zelf benijden. Als je merkt dat iemand vooral kritiek geeft om het kritiek geven, kun je wederom de kritiek naast je neerleggen, of zelf kritisch doorvragen bij de verzender wat nu precies het probleem is. Hoe ga jij om met kritiek? Geef je zelf veel kritiek aan anderen? Reageer jij verdedigend vanuit emotie op ontvangen kritiek? Laat het weten in een reactie!

    Chronisch tijdgebrek? Lees dit!

    Iedereen is tegenwoordig druk, drukker, drukst. Deze tips gaan jou ontzettend veel tijd besparen!

    Een tijdje geleden zag ik voor het eerst dit magische filmpje over problemen op YouTube. Het is een filmpje van een paar minuten, maar de boodschap is zo krachtig dat het ook niet langer hoeft te duren. Kijk zelf maar: Why Worry. Als je geen zin of tijd hebt om op de link te klikken: Kort samengevat komt het filmpje neer op de volgende boodschap: Mensen spenderen veel te veel tijd aan piekeren. Terwijl piekeren nooit nodig is, want:

    Heb je een probleem?

    A) nee —> waarom zou je dan piekeren?

    B) ja —> Kun je er iets aan doen?

    A) ja —> waarom zou je dan piekeren?

    B) nee —> waarom zou je dan piekeren?

    Kort en krachtig vat dit filmpje dus samen dat het eigenlijk nooit nut heeft om (overmatig) te piekeren over je problemen.

    Maar daar komt nog een belangrijke les bij, die jou ook veel tijd kan besparen.

    We hebben allemaal best veel problemen, vinden we. Maar ís dat ook echt zo? Of zijn het problemen die we ons laten toebedelen?

    Maak eens een lijstje van je problemen. Vraag je dan eens af, welke problemen écht van JOU zijn.

    Heb je bijvoorbeeld problemen die je door een ander in de maag zijn gesplitst, omdat die ander geen zin, tijd of energie had om het op te lossen, of omdat jij te gemakkelijk ja zegt, dan kun je dat probleem terug geven aan de rechtmatige eigenaar.

    Heeft iemand je bijvoorbeeld opgezadeld met iets wat hij zelf net zo goed kan oplossen: geef het probleem terug.

    Heeft iemand jou gevraagd een oplossing te bedenken “want ik weet het allemaal niet meer hoor en jij bent daar zó goed in!”: besef dan dat diegene jou misschien voor zijn karretje probeert te spannen of (on)bewust probeert te manipuleren, want diegene doet vaak niet voor niets een beroep op jou!

    De combinatie van hulpvaardigheid, inlevingsvermogen en gebrek aan assertiviteit is een gevaarlijke, waar mensen die gewoon liever lui dan moe zijn graag slim gebruik van maken.

    Stel jezelf elke dag de twee simpele vragen:

    Welke problemen ervaar ik en welke daarvan zijn echt van mij?

    Welke problemen zijn van een ander? Geef die problemen terug aan de afzender.

    Als je dit toepast zul je er versteld van staan hoe veel tijd je terug krijgt voor jezelf.

    Scheiden doet lijden: getrouwd blijven vaak nog erger

    Je kent het gezegde wel: scheiden doet lijden. Ik ben het daar voor een groot deel absoluut niet mee eens. Ongelukkig getrouwd blijven, dát doet vaak pas lijden.

    Massaal vragen Nederlanders zich af: moet ik scheiden of blijven? Het blijft een moeilijk vraagstuk. Want: Heb je alles geprobeerd? Heb je gedaan wat je kon om je relatie te herstellen? Heb je relatietherapie geprobeerd? De keuze is reuze. Er bestaat geen quick fix. Er staat veel op het spel: wonen, financiën, het “ideale plaatje” richting de buitenwereld.

    Ja. Scheiden doet soms lijden, maar dit hangt er grotendeels van af hoe volwassen je er mee om gaat. Steeds meer ouders doen anno 2018 hun uiterste best om op een vreedzame manier uit elkaar te gaan, vanwege de verdrietig genoeg enige – maar oh zo belangrijke! – liefde die onder de streep nog over blijft als het huwelijk of de relatie strandt: de liefde voor hun kinderen. Compromissen worden gezocht. Trots wordt ingeslikt. De middenweg wordt gezocht. Scheiden is dus niet altijd die gruwelijke lijdensweg die je ziet op televisie, voor het woord scheiding komt steeds minder het woord vecht te staan.

    Mediators worden steeds meer ingeschakeld om de stormschade na de storm die echtscheiding heet te beperken, met als doel om het huwelijk voor de kinderen op een zo ruzie-vrij mogelijke manier te beëindigen. Dit getuigt niet alleen van heel veel moed, volwassenheid en redelijkheid; het getuigt ook van een hele grote liefde voor de kinderen en het bereid zijn om – van beide kanten – het ego opzij te zetten, om de kinderen leed te besparen.

    Getrouwd blijven doet vaak ook lijden. Dit onderwerp wordt echter lang niet genoeg belicht. Ongelukkig getrouwde ouders zorgen -of ze dat willen of niet- met hun ruzies, onderlinge spanning en de vervelende sfeer voor een mijnenveld-huishouden.

    Kinderen voelen het intuïtief feilloos aan, als ouders niet meer van elkaar houden. Vaak hebben kinderen het al langer in de gaten dan de ouders zelf. De schade die aangericht wordt als je ouders niet meer van elkaar houden, wordt echter vaak jaren later pas zichtbaar: als het kind niet weet hoe een gezonde, respectvolle relatie er uit ziet en onbewust ongezonde partners uitzoekt, omdat die emotionele onveiligheid in de jeugd een vertrouwdheid heeft gekregen.

    Als kind voel je je loyaal aan beide ouders. Als beide ouders ongelukkig in een huis blijven leven, langs elkaar door of ruziënd, voelen kinderen dagelijks deze ongezonde sfeer, de spanning, de ongemakkelijkheid, het ongeloof als er visite komt en er opeens wel leuk gedaan kan worden. Geen gezonde lessen voor een kind van hoe een gelukkige relatie hoort te zijn.

    Scheiden doet lijden, maar ongelukkig getrouwd blijven voor de lieve vrede, het geld of de buitenwereld richt vaak nog veel meer schade aan.

    Deze gaat echter verhuld achter een façade, een masker dat naar buiten toe wordt vastgehouden in de vorm van op elkaar geklemde kaken op de gezinsfoto: even lachen naar de camera jongens, we zijn verdomme een gelukkig gezin.

    Kastjes, muren, bomen en het bos: de zoektocht van ouders voor anders lerende kinderen in het doolhof van mogelijkheden

    In mijn brief “Sorry, lief kind” sprak ik met en over het anders lerende kind. Honderden emotionele reacties van moeders uit alle uithoeken van Nederland waren een gevolg van het moment waarop ik aan de keukentafel simpelweg een eerlijke brief schreef aan het kind in mezelf.

    De moeders van deze anders lerende kinderen hebben het vaak best zwaar: zij leveren dagelijks een strijd om hun kind te laten leren en groeien; een strijd die voor andere moeders wellicht niet in te beelden is.

    De zoektocht is vaak vermoeiend, want: waar moet je naar toe als je kind niet “mee kan met de meute”? Waar begin je? Logopedie? Ergotherapie? Kinderpsycholoog? Naar de huisarts? Een psychiater? Een kindercoach? De keuze is reuze. Vaak veel té reuze zelfs.

    Het web van zorgaanbieders en mogelijkheden is voor de nietsvermoedende moeder vaak simpelweg ingewikkeld. Soms zelfs overweldigend. Niet altijd schakelt de huisarts de juiste hulp in, niet altijd wordt de juiste diagnose gesteld, niet altijd helpt de diagnose ook richting de juiste hulp. Waar mensen werken worden immers ook wel eens fouten gemaakt.

    Terwijl de ontwikkeling op gang komt richting het vinden van de juiste hulp voor je kind, kan deze zich helaas ook tegen je keren. Misdiagnose, van het kastje naar de muur gestuurd worden; moeders en vaders rijden vaak urenlang stad en land af op zoek naar de juiste begeleiding, of dit nu op medisch gebied is of op het gebied van gedragsproblemen en leerproblemen, soms gecombineerd.

    Ik werd bijvoorbeeld eens voor mijn kind naar een organisatie gestuurd die haar zouden kunnen begeleiden met een specifiek leerprobleem. Ik nam verlof, reed er naar toe, praatte anderhalf uur met de mevrouw van die organisatie, waarna we tot de conclusie kwamen dat ik totaal verkeerd terecht was gekomen: zij boden helemaal geen leerbegeleiding, zij boden gezinsbegeleiding.

    Na dat uur wist die mevrouw net zo zeker als ik dat dat niet was wat wij specifiek nodig hadden. Haar collega had toen ik belde ook niet goed geweten wat ze met mijn kritische vragen moest, want ze hadden net een reorganisatie achter de rug en er was een hoop onduidelijkheid. Niets ten nadele van die mevrouw – ze leek me kundig in haar werk – wilde ik als moeder zijnde al niet meer met deze organisatie samenwerken, als zij zelf nog niet eens precies wisten wat hun zorgaanbod was.

    Als ouders moet je tegenwoordig behoorlijk mondig zijn om je staande te houden in de zoektocht naar hulp voor je kind. Meedenken moet je sowieso, dat is je taak als ouder, vind ik.

    Veel ouders zoeken, zoeken, zoeken en zoeken nog eens. Het kind krijgt vaak onderweg diverse labels opgeplakt, diagnoses worden herroepen, wat het taboe rondom diagnoses (in de volksmond etiketjes en labels) helaas ook alleen maar doet groeien. Toch zoeken ouders door, hopend op het moment dat hun kind eindelijk de hulp krijgt die nodig is, op welk gebied dat dan ook is.

    Zorgaanbieders concurreren, reorganisaties binnen grote organisaties volgen elkaar in een rap tempo op en terwijl dat allemaal gebeurt, groeit de onduidelijkheid voor de ouders – en daarmee hun kinderen – alleen maar door.

    Moeders en vaders van Nederland worden “zorgmoe”, juist door die talloze kastjes en muren, het doolhof waar ze vol goede bedoelingen in waren gelopen, maar niet meer uit weten te komen. Dus wat doen we dan? In eerste instantie zoeken we door, blijven we dwalen en hetzelfde rondje door het doolhof herhalen, net zo lang totdat we hopelijk ergens per geluk toch struikelen over de juiste zorgaanbieder. En als dat te lang duurt, doen we wat ieder mens wil als het zich gevangen voelt zonder uitzicht: we vluchten. We willen geen hulp meer zoeken, want het zoeken putte ons uit.

    En als we die juiste hulp eindelijk wel vinden, nou, dan houden we daar stevig aan vast. Een ergotherapeut die ik erg goed vond zei eens: mijn eerste en belangrijkste doel wordt ontdekken: hoe leert jouw kind.

    Hèhè, eindelijk! Eindelijk, dacht ik, eindelijk iemand die zich daar echt in gaat verdiepen. Dat deed hij, en met succes. Ook de logopedist waar we uiteindelijk bij eindigden ging kalm en gestaag te werk, met succes.

    Alleen vond ik het ergens ook best wel verdrietig, want: zou dat niet ook al op scholen moeten gebeuren? Moeten we niet juist meer investeren in de basis? De basis zijnde: het onderwijs en de opvoeding? Het aantal leerlingen per leerkracht? Waarom is de conclusie landelijk nog niet getrokken dat de grens van dertig kinderen in een klas de lat voor leraren én kinderen veel te hoog legt?

    Het probleem van het anders lerende kind komt nu terecht in een doolhof van zorgaanbieders, en waarom? Is dat omdat scholen doorgaans niet voldoende middelen krijgen om ook anders lerende kinderen binnen boord te houden?Is het omdat de klassen te vol zijn en leraren overspoeld worden? Is er niet voldoende geld voor bijscholing van leraren? Of krijgen leraren wel voldoende bijscholing, maar simpelweg niet voldoende tijd om het geleerde ook op individuele basis te investeren?

    Is het omdat ouders goedbedoeld verdwalen in de zoektocht naar hulp, terwijl concrete en praktische informatie voor het opvoeden van een anders lerend kind ook al heel veel problemen kan voorkomen?

    Misschien ligt het antwoord op deze zoektocht wel precies in de wanhoop die zo veel ouders voelen: je ziet door de bomen het bos niet meer, je wilt je kind dolgraag helpen, maar je weet op een gegeven moment simpelweg niet meer hoe. Er is te veel keuze, er zijn te veel experts die allemaal hun eigen mening hebben. Iets met bomen en een bos zien.

    Ik stel me graag een toekomst voor waar alle kinderen, anders lerend of niet, terecht kunnen op één school, in een klas waarin het niet noodgedwongen maar een nummer is, waarin de leerkracht voldoende rust en tijd krijgt om niet alleen in groepsverband, maar ook een op een meer te kunnen praten met het kind.

    Dat laatste wordt overigens helaas nog veel te vaak vergeten: praten met het kind zelf. Zorgaanbieders, ouders en leerkrachten roepen met de beste bedoelingen over het kind heen, wijzen zelfs vaak met de vinger naar de ander. Helaas, want ik als ouder zie bij de gesprekken over ons kind gelukkig uitermate betrokken professionals die niet alleen beroepsmatig maar ook persoonlijk het beste met ons kind voor hebben.

    Ik vraag me te midden van al die bomen, bossen, kastjes en muren af, wie tegenwoordig nog er aan denkt om aan het kind zelf te vragen wat het nodig heeft.

    Anders lerende kinderen zijn vaak namelijk uitermate eerlijk en creatief, maar als ze de vraag niet krijgen, zullen ze wellicht zelf ook niet altijd met een antwoord komen.

    Als je er naar vraagt, zullen de antwoorden gegarandeerd verbazen, vermoed ik zomaar.

    80% minder appen en mailen: je lost veel op!

    Ga eens na bij jezelf: hoe vaak kom je in een conflict terecht door geschreven gespreksvormen zoals Whatsapp en e-mail, en hoe vaak gebeurt dat via een live gesprek (tijdens een telefoongesprek of persoonlijke ontmoeting)?

    Hoe handig de moderne technologieën ook zijn en hoe efficiënt en kostenbesparend ze ook lijken, e-mails en whatsapp worden helaas ook steeds vaker gebruikt als een middel om je achter te verschuilen.

    Ik durf het niet zo goed live te zeggen, dus app ik het maar. Dat is vaak de reden achter dit gedrag. Conflict vermijding is dan vaak onbewust de bedoeling, maar de methode werkt vaak averechts.

    Ik heb dat zelf ook geleerd uit eigen ervaring: Als ik iets moeilijk vind om “live” te zeggen, mail of app ik het. Dat is niet goed. Het is menselijk, en ook wel begrijpelijk, maar niet goed. Want als je het niet rechtstreeks zou durven zeggen, waarom dan wel via een tekstbericht?

    Bij een tekstbericht dat binnenkomt zie je geen gezicht. Je hoort geen intonatie. Je hoort geen humor. Je kunt niet direct reageren. Een tekstbericht – in welke vorm dan ook – komt vaak hard en onpersoonlijk binnen; harder dan de afzender eigenlijk bedoelt.

    Maar ook in positieve zin krijg je veel meer voor elkaar door live contact. Als je op je werk iets wil regelen en je stuurt een e-mail, kan het makkelijk een week duren eer je collega jouw verzoek leest. En dan is er ook nog de vraag of hij er iets mee doet. Zoek je hem op, of bel je, dan heb je direct een menselijker contact. Dan maak je het persoonlijk, hoor je elkaars stem, kun je een leuk ongepast grapje maken over, of vragen hoe het gaat met – ik noem maar wat – zijn vrouw. Doe je dat via mail, nou, dan komt dat heel anders over.

    We verschuilen ons met zijn allen letterlijk achter ons scherm. Of dat nu een telefoonscherm is of een pc scherm. Verschuilen is nooit goed. En natuurlijk is het soms noodzakelijk. Maar voor de relatie die je met mensen onderhoudt, is het altijd beter om menselijk contact te verkiezen boven techniek.

    Maar het is ook een gewoonte. En we hebben het ook zo druk!

    Dat klopt. Maar je kunt je wel aanwennen om jezelf bij contact momenten af te vragen:

    – kan ik naar hem of haar toe gaan?

    – zo niet, kan ik hem of haar dan bellen?

    – als je echt niet anders kunt dan een tekstbericht via telefoon sturen, is een spraakbericht nog altijd een beter alternatief. De ander kan dan misschien niet meteen reageren, maar hoort wel je stem.

    Deze vragen probeer ik mezelf te stellen de laatste tijd, en de resultaten hiervan zijn ongelofelijk. Ik heb betere contacten, zowel zakelijk als privé. Ik krijg meer dingen geregeld en door het menselijk contact heb ik meer plezier. Ik zet me over mijn angst voor conflicten heen en verschuil me niet meer achter mijn scherm. Maar daardoor word ik voor anderen ook letterlijk zichtbaar; mijn persoon, mijn kwaliteiten en mijn humor. Dat helpt vervolgens als je weer eens iets moet afhandelen samen.

    Een heleboel misverstanden ontstaan simpelweg door geschreven tekst. Dingen die je schrijft kunnen verkeerd worden geïnterpreteerd. Dat kan ook gebeuren in een live gesprek, maar dan kun je dat zien gebeuren bij de ander en ingrijpen, uitleg geven of context.

    Helemaal zonder de techniek leven is waarschijnlijk onmogelijk. Maar dat de techniek bestaat, wil niet zeggen dat we deze altijd moeten gebruiken. Dat is als een brief schrijven aan je buurvrouw: het kan, maar het is beter, sneller en handiger om er gewoon naar toe te lopen.

    Ik ben hier zo van overtuigd dat ik het jullie liefst allemaal persoonlijk zou vertellen!

    Maar aangezien dat niet kan, hieronder een filmpje dat het heel treffend weergeeft:

    https://youtu.be/XZtD4p5p7ec

    Viraal Verhaal: Mannen hebben óók gevoelens!

    Arme mannen. Terwijl wij vrouwen het hele wereld wijde web vol schrijven over onze gevoelens, gedachten, emoties en dat soort dingen, zitten mannen daar dan, op de bank, met hun gevoelens. Ja, je leest het goed, hun gevoelens.
    Waar wij altijd dachten dat mannen heerlijk gevoelsvrij en dartel door het leven huppelden, blijken ook mannen last te hebben van gevoelens, ook wel bekend als emoties: Recentelijk onderzoek wijst namelijk uit dat ook mannen wel degelijk last hebben van gevoelens. Ze omschrijven de symptomen onder meer als “alsof je erg naar het toilet moet, en er dan toch niks komt”, “een vlaag van misselijkheid maar dan in mijn hoofd” en “een zeer onaangename sensatie in mij”. Het herkennen van het hebben van deze gevoelens is volgens experts de eerste stap richting acceptatie.

    Waar de emancipatie van gevoelens van vrouwen al eeuwenlang evolueerde, staat die van mannen nog in de kinderschoenen. Gevoelens hebben is natuurlijk eng, zo bewijst deze bier reclame maar al te duidelijk:

    Mannen overal in het land geven aan zich geen raad te weten met dit fenomeen. Er heerst vooral schaamte en schuldgevoel.

    “Het is nogal wat, je gaat het niet zomaar effe delen met je maten, in de kroeg.” zegt N., die wegens privacy liever anoniem zijn gevoelens deelt. “Ik voel me regelmatig, hoe zeg je dat, verdrietig, maar denk maar niet dat ik daar snel iets over zeg. Tegen andere mannen al helemaal niet. Ze lachen je vierkant uit. Ik zit dus gewoon opgesloten met mijn eigen gevoel. Alleen al door dit anoniem aan jou te vertellen voel ik me schuldig.”
    N. heeft even tijd nodig voor een tissue.
    “Maar mijn vrouw zit er ook niet op te wachten hoor. Vrouwen zeggen wel dat ze willen dat we gevoelig zijn, of gevoel tonen. Maar toen ik laatst na maanden moed verzamelen eindelijk vertelde dat ik nog steeds verdrietig werd van de film Bambi, zei ze dat ik maar eens volwassen moest worden. Dat zeg je toch niet, zoiets?”
    N. blaast nog een keer in zijn tissue. Zijn ogen naar de grond gericht,  vol schaamte.

    “Het is ook gewoon allemaal zo verwarrend. We moeten modern zijn, maar niet te, we moeten onze vrouwen maar alles laten overnemen, je weet wel, werk, geld, wat we voor kleren dragen en zo, maar als we gevoelens gaan tonen dan worden we opeens met de nek aangekeken.”

    Ook P. heeft last van gevoelens. “Het begon toen mijn vrouw me opdroeg om Nivea creme te gaan gebruiken vanwege mijn achteruitgaande huid. Kreeg ik een klodder van die zooi in mijn oog. Tranen als een bezetene. Ik zag mezelf zo in de spiegel, met die klodder in mijn oog, en dacht: nou, is dit het dan? Sta je daar, met je terugtrekkende haargrens en je bierbuikje, met een klodder Nivea in je oog. Voor ik het wist stond ik te huilen als een klein kind. Sindsdien is het hek van de dam. Ik hoef maar naar een Nivea reclame te kijken, of ik begin al. Ik heb het op Google opgezocht. Ik denk dat ik lijd aan PTSS. Dat moet wel.”

    N. neemt me verder in vertrouwen. “Laatst zat ik naar het darten te kijken op TV. Barney verloor. Ik dacht dat ik het niet meer had. Een dartpijl in mijn hart, weet je wel. Ik kon me amper groot houden. Mijn jongste zoon had het door. Papa, huil je? Vroeg hij. Natuurlijk heb ik gezegd dat ik iets in mijn oog had. Soms ben ik wel eens jaloers op hem, wou ik dat ook nog zes was. Dan is het nog oké om te huilen, als man zijnde. Gek toch, eigenlijk?”

    Er valt nog een hele inhaalslag te maken op het gebied van mannengevoelens. Gek genoeg ligt de grootste verantwoordelijkheid in het acceptatieproces van mannengevoelens bij vrouwen. “Als je vrouw achter je staat, je niet meer uitlacht en je gevoelens valideert, voel je je in elk geval in je eigen huis al veilig als je eens moet huilen om een gemist doelpunt of als je die promotie weer niet gemaakt hebt. Dat zou al een mooi begin zijn, een uitgangspunt, weet je wel. Als je thuis veilig je emoties kwijt kunt, wie weet wat de volgende stap dan is. Wie weet, ooit is het misschien de normaalste zaak van de wereld om een potje te janken als je geen strike hebt gegooid met bowlen. Misschien mag je tegen die tijd gewoon wel even lekker emotioneel worden om dat perfect getapte biertje, met twee vingers schuim. Ondanks alles blijf ik goede hoop houden dat we over een aantal jaren misschien ook buiten de badkamer onze gevoelens de vrije loop mogen geven.”

    Vrouwen van Nederland, jullie lezen het goed: de emancipatie van de gevoelens van onze mannen ligt in jullie handen. Ga er wijs mee om. couch-conference-startup-bro-concentration-large

     

     

     

     

    Waarom je nooit “We moeten praten.” tegen een man moet zeggen!

    Als je ooit in een langdurige, gelukkige relatie met een man terecht wil komen of blijven, knoop deze les dan goed in je oren. Zeg nooit, ik herhaal NOOIT, tegen een man dat “we moeten praten”! De man, die nietsvermoedend en vrolijk naar Studio Sport zit te kijken, verkrampt compleet tot een grote bal stress bij het horen van deze zo gevreesde woorden. 

    We moeten praten is een trigger voor mannen, dames, en geen positieve. Nu is praten sowieso al geen grote hobby van (een heel aantal) mannen. Maar de ervaring leert de man in de loop der jaren, dat we moeten praten vaak de inleiding is tot de grootste ruzies, de ergste discussies, of op zijn minst (maar ook dat is erg!) een periode van langdurig moeten luisteren naar zijn vrouw. En we weten allemaal, dat langdurig luisteren niet in de top 10 van mannenhobby’s voorkomt. Tenzij ze sport uitslagen voorleest of zo.

    Dus verkrampen zijn spieren, knijpt hij bijna zijn telefoon kapot, werpt hij een blik op de kalender om te zien of het (PLEASE GOD NO!) die tijd van de maand al is, en zet hij zich schrap op de bank, met samengeknepen billen. Daar komt ze, met haar we moeten praten! Snel verzamelt hij in zijn – inmiddels tamelijk bezwete – hoofd tegenargumenten tegen de meest bevochten onderwerpen van relationele discussies. Ik doe ook wel eens de afwas, ik heb minder lichaamsgassen laten ontsnappen, ik heb pas nog mijn onderbroek verschoond, ik heb de bril weer omlaag gedaan. Nagelbijtend en tandenknarsend zit hij klaar tijdens de angstaanjagende stilte voor de storm die we moeten praten heet. Dat heet; als hij het niet al op een lopen heeft gezet.

    We moeten praten zeggen tegen een man zet alle lichten op rood, het hoofd op tilt, de hartslag op standje hartaanval en komt geen enkel gesprek ten goede. Als je wel een ontspannen, open en gezellig gesprek met een man wilt voeren, doe dat dan vooral niet aangekondigd. Bijvoorbeeld in de auto, als de muziek op staat, hij relaxed is en jij ook.

    Of; als je zeker wil weten dat je zijn onverdeelde aandacht hebt, begin dan eens een gesprek als je samen een potje aan het kaarten bent, of in bed, of in bad. Maar wat je ook doet, kondig het nooit aan met de verboden woorden. Breng het terloops, met humor, of in ieder geval zonder al te veel poespas. Wedden dat hij een betere gesprekspartner is dan je had gedacht, nu hij niet verlamd is van angst?

    Tenzij je natuurlijk echt heel erg boos op hem bent en hij echt iets goed heeft te maken. In dat geval: go nuts!  

     

    WAT VROUWEN ECHT WILLEN.

    Wat willen vrouwen? Het schijnt een van de grootste Levensvragen te zijn. Naast het Nut van het Leven is Wat Vrouwen Willen een eeuwig raadsel, dat zo hardnekkig als babyspuug op een dure bloes onopgelost blijft bestaan.

    Nou, zoek niet verder. Hier komt ie dan. Het antwoord op de vraag die miljoenen mannen overal ter wereld zichzelf regelmatig stellen, terwijl ze met hun koffers weer op de stoep van hun ouderlijk huis belanden, terwijl hun haargrens daar echt al te ver voor is geweken.

    Vrouwen zijn ingewikkelde wezens, dat klopt. Ik ga dat niet eens ontkennen. Toch kom je als man al een heel eind, als je je aan HALOR houdt. Wat is HALOR in godsnaam? hoor ik je denken.
    Nou, HALOR is een magische combinatie van geweldige eigenschappen die je kunt toepassen in je relatie met een vrouw. Succes is in 99,9 % van de gevallen gegarandeerd.

    HALOR staat voor:

    Humor
    Een dag niet gelachen is een dag niet gevrijd. Eerlijk, heren, er is niets zo saai als een humorloze partner. Maak ons aan het lachen na een vermoeiende dag, en we ontspannen. En als we ontspannen, raken we onze vervelende gedachten of gevoelens gemakkelijker kwijt. Zoals ik al zei: een dag niet gelachen is een dag niet gevrijd. Dus: zie de humor in van dingen, zet eens een onderbroek op je hoofd (wel een schone!), vertel een mop (wel een goede!)… wat je ook doet: maak haar aan het lachen.

    Aandacht
    En nee, met aandacht bedoel ik niet een half gemompeld “hm-hm.” van achter je tablet of gsm. Met aandacht bedoel ik echte, in your face, aandacht. Kijk je vrouw eens aan, pak haar vast, knuffel haar, dans met haar, kietel haar, kus haar, laat haar merken dat je haar mooi vindt.

    En ja, ook (zeker!) als ze ziek is en ze eigenlijk best wel een grijsgrauwe kleur heeft in haar gezicht, terwijl ze in haar Snoopy pyjama en ochtendjas rondloopt met coupe vogelnestje. Aandacht, aandacht, aandacht.

    We weten dat je favoriete mannen-hobby iedere dag op je roept, vanuit je mancave of vanuit die geweldige televisie of PlayStation, maar echt: weersta die neiging ook eens en vraag haar eens hoe haar dag was. Luister dan ook echt als ze antwoord geeft. Geloof me; we voelen het feilloos aan als je tijdens ons verhaal aan tieten of bier (of beter nog natuurlijk: ALLEBEI) staat te denken. Zelfs als haar half uur durende verhaal over haar collega’s volgens jou ook best in drie zinnen kon worden samen gevat. Wij hebben dat half uur durende relaas nou eenmaal nodig, met zijsprongen en al.

    Liefde
    Liefde is de sleutel tot alles. Heb haar lief. Vind daar in wel een balans. Niet te weinig (als we alleen maar een roommate hadden gewild hadden we dat wel gezegd), maar je hoeft haar ook weer niet helemaal dood te kleffen. Laat haar zien dat je van haar houdt. Dat hoeft niet met dure cadeaus (alhoewel dat op zijn tijd ook eens leuk is, en een stofzuiger echt GEEN goed verjaardagscadeau is, ik herhaal, GEEN geschikt verjaardagscadeau!!).
    Vertel haar dat je van haar houdt. En nee, niet alleen na een ruzie. Schrijf het eens op een briefje voor haar. Maar vooral: laat het ook zien in je acties. Als zij de hele nacht op is gebleven met jullie offspring en jou heeft laten slapen, bied dan aan om de nacht er na de wacht te houden zodat zij bij kan slapen. Neem haar niet (onder geen beding!) voor lief. Zij is net zo min vanzelfsprekend als dat jij dat bent voor haar.

    Openheid
    Ook heel belangrijk: openheid. Natuurlijk hoef je niet te zeggen “Ja, nu je het zegt! Je kont lijkt inderdaad echt mega huge in die broek!” Zo open hoeft nu ook weer niet. Met openheid bedoel ik ook niet dat je in je onderbroek voor haar moet gaan staan, luid “Trek eens aan mijn vinger liefje!” roepend, waarna je – trots op de akoestiek van je scheet – op je borst gaat staan kloppen.

    Wat ik wél bedoel is: als je toch toevallig bepaalde gevoelens hebt, ambities of frustraties: probeer er eens iets over te vertellen, in plaats van je de hele week terug te trekken in voornoemde mancave. Wij vrouwen zijn er bijzonder goed in om te luisteren, en wie weet: misschien heb je zelfs nog baat bij onze vrouwelijke kijk op zaken, of leer je nog iets van onze oplossingen. Betrek ons bij jullie leven. Dan zijn we ook sneller geneigd dat andersom te doen.

    Respect
    Zonder respect bestaat er geen liefde. Behandel je vrouw met respect. Respectloos gedrag is een recept voor mislukking in relaties. Ik zie ze wel eens: mannen die hun vrouw afkraken waar anderen bijstaan. Zo sneu! Overigens is het net zo sneu om te doen waar geen anderen bij staan. Het is gewoon het laagste wat je kunt doen. En de snelste manier om de liefde van een vrouw kapot te maken. Vernederen past niet binnen liefde, agressie en geweld even min. Een echte man hoeft niet fysiek of mentaal zijn vrouw te kleineren of aan te vallen. Respect is het sleutelwoord.

    Zo, nu weet je het.
    Leer het even uit je hoofd, HALOR,  HALOR, HALOR.
    Zit ie er in? Mooi.

    PS. Zo ingewikkeld was het niet, toch?

    Second Love: Waarom ook veel mannen NIET voor een affaire kiezen

    pexels-photo-12628-largeVrouwen zijn vaak in hun hoofd bezig met allerlei projecten. In het weekend, als er niet gewerkt hoeft te worden, komen er heel vaak allerlei leuke Projecten op in het hoofd van de vrouw.
    Zoals bijvoorbeeld project Nieuwe Meubels, project Ruimere kast, of project Tuin Winterklaar maken. Project Kledingkast uitmesten en Oude Kleding Vervangen Door Nieuwe komt ook regelmatig voor.

    Mannen zetten vaak in het weekend hun hoofd het liefst in rust stand. Na een week werken zijn ze blij als ze gewoon, Al Bundy style, een beetje kunnen chillen op de bank. Balletje trappen, beetje lezen of spelletjes spelen op de smartphone, dat soort dingen. Na een week waarin hun baas al met drie projecten aan hun bureau / werkplek stond, is het laatste waar mannen zin in hebben in het weekend: nog meer projecten.

    Toch hebben vrouwen daar vaak wel zin in. Want laten we eerlijk zijn, zonder projecten is het leven niet leuk. Wij vrouwen willen ons graag nuttig voelen, willen resultaten zien. En daar hebben we soms ook onze mannen bij nodig. En dat hij na een week werken geen zin heeft in een twee uur durend slagveld in de plaatselijke Hornbach of Meubelzaak, nou, daar hebben we niet zo’n boodschap aan. Wij hebben ook gewerkt deze week, achter de kinderen aan gerend, het huis gepoetst en een ratrace gedaan van het zwembad naar de voetbalclub, dus: niet zeuren.

    Dus mokt hij achter zijn Vrolijke Vrouw en kinderen aan door de Hornbach, waar hij zich in tegenstelling tot de reclame verre van Kamijajaajippiejippiejeej voelt, terwijl zijn vrouw de oren van zijn hoofd vraagt over soorten laminaat / behang / verf soort die al dan niet schadelijk is voor de luchtwegen. Hij loopt achteraan door de Ikea, waar hij gebroederlijk naar andere vaders met zijn ogen rolt, en kijkt om zich heen of er nog lekkere mokkels door de Ikea lopen. Als verzachting voor de pijn zeg maar, van die onverbiddelijke vrouw met een snor, die net haar winkelkar op zijn voet parkeerde.

    En als ze dan terug rijden naar huis, hun auto volgeladen met praktische rotdingen waar hij straks weer iets mee moet, mogen ze ook nog eens niet stoppen bij de Kentucky, want e-nummers en suikers. Of zoiets. Langzaam begint hij uit te kijken naar maandag: misschien kan hij stiekem wel ergens een dutje doen, op het werk. Mijmerend denkt hij terug aan de tijd dat ze nog kinderloos waren; de tijd dat ze nog drie keer per week seks hadden in plaats van drie keer per jaar, de tijd dat hij nog meer haar / minder grijs haar had en meer testosteron, meer vrije tijd, minder projecten. Om de dag compleet te maken, werd hij vandaag getagd op Facebook als  geschikte deelnemer van Nationale Kale Koppendag, en al zijn Facebook vrienden lachten er om. Hij ook hoor. Maar dan wel als een kalende boer met kiespijn.

    Veel tijd om daar over verdrietig te zijn krijgt hij echter niet. Want thuis gekomen moet hij aan de bak. Projecten uitvoeren, ondertussen poepluiers ontwijkend (“Ik kan dit nu niet uit mijn handen laten vallen schat!”), Ikea kasten met veel te veel schroefjes in elkaar schroeven, de hele dag een vloekbui onderdrukkend.

    Aan het eind van de dag, als de kinderen in bed liggen, zijn vrouw tevreden zit te kijken naar het eindresultaat van het project van deze week, verwijdert hij de Kale Koppen tag van zijn Facebook tijdlijn en nestelt hij zich voor de televisie. Hij zoekt nog eens mijmerend op Schoolbank naar oud klasgenotes, uit een ver, minder grijs verleden, en kijkt geïnteresseerd op bij de reclame van “Second Love”, waarbij zijn vrouw altijd een zuur mondje trekt. “Ben jij gelukkig getrouwd? Ik ook.” zegt de zwoele vrouwenstem vanaf de televisie.

    Vermoeid krabt hij aan zijn hoofd.
    Second Love. Een tweede vrouw. Klinkt te mooi om waar te zijn. Nog meer projecten: veel te vermoeiend. Zacht valt hij weg in een fijn, rustig dutje; het eind van de dag kan hij wel afsluiten zoals hij hem had willen beginnen: Al Bundy style op de bank.

    Als de prins op het witte paard een groot kind op een Shetlandpony blijkt te zijn 😂

    “Ik heb hem al zo vaak gevraagd me meer te helpen, maar hij doet het maar niet!”

    Er zijn nog steeds veel mannen die zich in de begin periode van een relatie voordoen als een ware prins op het witte paard, waarna ze zich na verloop van tijd (lees: als de buit binnen is) ontpoppen tot hooguit nog een lui groot kind op een verwaarloosde Shetlandpony.

    De mannen die van thuis uit emancipatie hebben meegekregen – of het zichzelf hebben aangeleerd (omdat ze volwassen werden) zijn er gelukkig steeds meer, maar toch zijn er helaas ook nog steeds veel mannen die denken zich ernstig te zullen verwonden als ze eens een keer zouden poetsen.

    Daarbij halen ze van alles uit de kast: ze kunnen het toilet niet poetsen, want dan ontstaan plotselinge braakneigingen, ze “kunnen niet opruimen” want ze “zien rommel nu eenmaal niet liggen”. Geef me één huishoudelijke taak en dit soort mannen geeft je drie excuses om ze niet te doen.

    In de tijd die de vrouw vervolgens besteedt aan het onrecht dat hier aan ten grondslag ligt, heeft ze de betreffende taak al tien keer zelf gedaan, dus geeft ze van vermoeidheid maar op: en zo is het cirkeltje rond, en zijn doel bereikt. Vrouwen zijn er immers toch voor gemaakt om het huishouden te doen?

    Van pure ellende gooit ze de handdoek maar in de ring. En ze moet hem daarna zelf oprapen en wassen. Waarna ze hem zelf moet strijken en in de kast leggen, want dat zal haar liefste niet doen: die is veel te druk met gamen of hele belangrijke dutjes. Ook al heeft zij net zo hard gewerkt als hij.

    Waar de man de eerste tijd nog heel hoffelijk en galant was, zit hij nu ongeïnteresseerd voor zich uit te staren, met zijn tenen te spelen of met zijn telefoon, roept hij af en toe lachend “Liefje, trek eens aan mijn vinger!” naar haar en laat hij alle lichamelijke gassen vrolijk de vrije loop. Wat dan ook wel weer grappig kan zijn, alleen de vrouw heeft geen tijd meer om te lachen want ze is druk bezig met ALLES wat hij niet doet.

    Terwijl de allerlaatste vlinders uit de buik van de vrouw vertrekken, vraagt ze zich af wat er nou toch gebeurd is met die eens zo charmante man, die haar veroverde. De PlayStation is dingend, terwijl hij echt al drie dagen geleden dringend het vuilnis buiten moest zetten en inmiddels de vuilniszakken náást de afvalcontainer in grotere getale aanwezig zijn dan de zakken ín de afvalcontainer.

    Waar ging het allemaal mis? Vraagt de vrouw zich af, terwijl ze zich afbeult als huissloof in stralende afwezigheid van haar ooit zo geëmancipeerd lijkende prins. Als er ook nog kinderen bij zijn gekomen, mag ze vaak ook daar de volledige zorg voor dragen, want hij is immers véél te druk. (Je kunt inderdaad ook heel druk zijn met je ouderlijke verantwoordelijkheden ontwijken!)

    Kan dit ongeëmancipeerd exemplaar op zijn Shetlandpony veranderen? Kan zij hem er toe bewegen haar en haar behoeften wel te zien staan? Kan ze hem doen inzien dat zij heel veel dingen doet, meer dan hij inziet?

    Nou, dat weet ik niet. Veel van dit soort mannen veranderen helaas niet. Het enige wat de vrouw kan doen is stoppen met 100% doen en nog maar 50% doen. Grenzen stellen en voet bij stuk houden. Dit loslaten en als hij nog steeds niks doet, de boel maar eens laten lopen. Net zolang tot het voor hem ook eens vervelend wordt. Wie niet horen wil, moet het misschien eens zien, voelen, ja uiteindelijk zelfs ruiken.

    Als dat allemaal niet werkt, kan de vrouw ook eens een weekje of twee op vakantie vertrekken en hem alleen in huis laten, maar als het echt een onverbeterlijk groot kind is, belt hij zijn moeder (wiens rol jij zo mooi over had genomen) om hem te helpen. Als het laatste gebeurt, is het misschien een goed idee om als vrouw zijnde iets langer op vakantie te blijven. En met iets langer bedoel ik voor altijd. En met op vakantie bedoel ik in haar eigen huis, waar ze een kind minder heeft om voor te moederen. Zodat ze een gelijkwaardig partner kan vinden, in plaats van een extra kind, dat haar alleen charmeert om haar binnen te halen en vervolgens als voetveeg gebruikt als hij weer op zijn gemak is.

    Wanneer mannen NIET moeten doen wat hun vrouw hen vraagt

    De titel van deze blog gaat eigenlijk compleet tegen mijn natuur in. Normaal gesproken ben ik er helemaal vóór, dat mannen gehoor geven aan wat hun vrouw vraagt.

    Er zijn echter een paar gevaarlijke strikvragen, waarbij ik dat juist ten strengste afraad.

    Om een voorbeeld te noemen van zo’n strikvraag moment, put ik nu ik er toch ben maar even uit eigen ervaring: ik ben al een tijdje een beetje bezig met afvallen. En met een tijdje bedoel ik al sinds mijn puberteit. En met een beetje bedoel ik dag en nacht, continu, onophoudelijk. Enfin.

    Ik vroeg mijn man op een helder moment, om mij in het vervolg tegen te houden, als ik wilde gaan snoepen. Argwanend keek hij me aan: “Dat lijkt me niet zo’n goed idee schat.” Maar, zoals het een echte vrouw betaamd, haalde ik hem al snel over dankzij ontzettend overtuigende argumenten (“Ik eet vaak onbewust, ik wil me er bewust van worden, maar ik heb het vaak te laat pas in de gaten, dus jij kunt me daar perfect bij helpen”, et cetera.)

    Drie dagen later liep ik toevallig ’s avonds laat door de keuken. Ik had een ontzettende rotdag gehad, voelde me moe, hormonaal en gestrest, ik had al twee weken geen snoep aangeraakt en voelde me op dat moment zo slap als een vaatdoek.

    Om even snel mijn energie weer op te vijzelen, pakte ik een klein handje chips uit de open zak. Het zullen hooguit drie chipjes geweest zijn, echt waar. Terwijl ik het eerste chipje in mijn mond stopte, hoorde ik achter me voorzichtig klinken: “Ehhh… moet je dat nu wel doen?”

    En alhoewel ik me ergens achter in mijn door honger en hormonen vervulde hoofd nog heel vaag herinnerde dat ik hem gevraagd had dit te doen, werd ik overmeesterd door een intens gevoel van afkeuring, bekritiseerd worden en een vleugje betraptheid.

    Mijn reactie op zijn goed bedoelde actie zal ik u besparen; dat staat niet zo netjes, zwart op wit. Ik hoef denk ik niet uit te leggen dat mijn man mij daarna heeft medegedeeld, niet meer mee te doen aan deze landmijn van een grap van mij. Waarin ik hem overigens schoorvoetend gelijk heb gegeven.

    Zo zijn er nog een aantal valkuilen waar mannen in kunnen trappen. Ik kan ze wel allemaal gaan toelichten hier, maar zeg nou zelf: het is veel leuker om ze samen te ontdekken. Toch?

    ONGEMAKKELIJK: ALS MENSEN ZICH IN HET ECHT ZOUDEN GEDRAGEN ZOALS OP SOCIAL MEDIA

    Mensen doen gekke dingen op social media. Stel je toch eens voor, dat we die dingen in het echte leven ook gingen doen.

    Ik ben er helemaal klaar mee!
    Dat je op straat zou gaan staan, en zou roepen: “Ik ben er helemaal klaar mee!”, en dat mensen om je heen dan vragen wat er is. Maar jij geeft verder geen antwoord. Nee, je houdt je lippen stijf op elkaar gedrukt, want waarmee je helemaal klaar bent, dat wil je geheim houden. Stel je toch eens voor, hoe ongemakkelijk dat zou zijn, en hoe snel je vrienden je dramatische gedrag zat zouden worden.

    Retweet
    Stel je voor dat je een goede mop vertelt in het café. En dat je vrienden om je heen acuut beginnen te herhalen wat jij net zei. Awkward!

    Ont-vrienden
    Hoe bizar zou het zijn, als je op een feestje een discussie krijgt met iemand, die toevallig over een bepaald onderwerp lijnrecht tegenover je staat qua mening. En dat je dan meteen zou zeggen “De vriendschap is voorbij.”, om die persoon vervolgens voor iedere verdere reactie te blokkeren door hem of haar letterlijk te barricaderen.  Ongelofelijk, zeg je? Op Facebook gebeurt het dagelijks.

    Of dat je in de kroeg zou staan, gezellig met je vrienden, en je plotseling zou zeggen: “Wie hier morgenavond nog staat, heeft geluk! Want ik ga morgen mijn vriendenlijst bijwerken, dus!”

    Porretje
    Over porren hoef je ook niet lang te denken. Stel je voor hoe irritant het zou zijn als je buurman elke dag opnieuw op je af zou komen om je in je zij te porren, terwijl je net de boodschappen in laadt of net even rustig in je tuin zit. Naast vervelend is dit ook zeer ongemakkelijk. Nou ja, afhankelijk van hoe aantrekkelijk je je buurman vindt dan.

    Vriendschapsverzoek
    Stel, je bent heimelijk verliefd op een leuke man of vrouw. En dat je dan, terwijl je ze nog nooit gesproken hebt, verlegen op ze af loopt in de supermarkt met de vraag: “Mag ik je uitnodigen om vrienden te worden?” Het is óf creepy, óf de beste nieuwe openingszin ooit.

    Spelletjes
    Iedereen doet wel eens graag een spelletje. Maar vervelend wordt het wel, als je elke dag bij je nicht langs gaat om te vragen of ze je een nieuw leven wil schenken. Je nicht is natuurlijk geen draagmoeder, en het zou vast niet in goede aarde vallen.

    Sneeuw
    Stel je voor, je staat buiten met je vrienden. Het heeft gesneeuwd en er ligt een dik pak. Jij maakt enthousiast een foto en laat die aan al je vrienden zien. “Kijk, er ligt sneeuw!!!!!”

    Muziek
    Laten we als voorbeeld nemen, dat je op een buurt barbecue zit, en dat je terloops je MP3 speler dopjes in je oren duwt, om vervolgens om de drie minuten te roepen “IK LUISTER NUMMER HUPPELDEPUP VAN DE ARTIEST ZUS EN ZO!”. Zullen we wedden of je volgend jaar weer uitgenodigd wordt? Nobody cares!

    Spuit-luier
    Zelfs online kan ik amper geloven dat mensen zoiets met anderen delen, maar laten we voor de gein eens even doen alsof je dat in het echte leven zou doen: Met je baby in zijn romper de straat over rennen om de buurvrouw de spuitluier te laten zien.

    Verrukkelijk
    Op Facebook snap ik het al niet, maar hoe raar zou het in het echte leven zijn als je met je bord over straat rent om bij iedereen aan te bellen; “Kijk eens wat ik zo ga opwarmen?” Ziet het er niet verrukkelijk uit? Wil je het recept? Nee? Oké, ik heb drie aardappels gekookt, vier winterpenen geraspt…”

    Rare wereld
    Het is maar een rare wereld, die online wereld. We delen meer dan anderen willen weten, we delen minder dan anderen willen weten, en als je niet op let, ben je morgen een vriend kwijt. Gelukkig is het allemaal zo vluchtig, dat je het snel weer vergeet.

    BREAKING NEWS: Mindfulness leren hoeft geen geld te kosten: Leer het van mannen!

    Schokkend nieuws! Vrouwen hoeven niet langer grof geld te betalen voor mindfulness trainingen en workshops. Als je goed op de mannen om je heen let, leer je het gratis en voor niks.

    Vrouwen zijn meestal vaak in de weer. We piekeren terwijl we stof afnemen, we bedenken recepten tijdens het rijden naar het werk, we maken een weekplanning in ons hoofd terwijl we onze tanden poetsen. En omdat we constant bezig zijn, denken we wel eens, dat mannen dat ook maar moeten doen. Maar mannen willen dat meestal niet. Mannen zijn namelijk extreem goed in het doen van één ding tegelijk. En dat ene ding is bij voorkeur niks. Maar het mag ook best iets anders zijn.

    Dan maar niet aardig gevonden worden
    Als je een hele smak geld wilde gaan uitgeven aan een mindfulness cursus is mijn advies: doe eens een week je man na. Of je vriend, of je broer, of welke man in je leven dan ook.
    Een groot deel van de oorzaak dat vrouwen continu in de weer zijn, is volgens mij te vinden in het verlangen om aardig gevonden te worden. Mannen geven daar niet zo veel om. Vind je hen aardig, dan geven ze je groot gelijk. Vind je hen niet aardig, nou, dan niet. Dan niet: dat lijkt me zo’n verrukkelijke gedachte!
    Dus terwijl wij vrouwen ons een potje druk lopen te maken, over of de lerares van zoonlief ons wel aardig vindt, en zo niet of dat dan invloed heeft op zijn school scores, lopen mannen te denken aan he-le-maal niets. Hoe zalig is dat?

    Nergens aan denken
    “Waar denk je aan?” vraag ik mijn man wel eens.
    “Oh, nergens aan eigenlijk.”
    Jaloersmakend is het! Mannen kunnen mindful zijn, zonder daar een training voor gevolgd te hebben. Als ze televisie kijken, kijken ze dat zonder te denken dat de was nog ligt te wachten op de strijkplank, zonder te denken aan het briefje voor school.

    De kunst van het mindful leven is, dat je helemaal met je aandacht bij het hier en nu kunt zijn. Dat je kunt leven in het moment. Duizenden vrouwen bestuderen dit fenomeen de laatste jaren, terwijl mister Mindfulness Himself zalig over helemaal niets nadenkend op de bank zit. Misschien moeten we hem dat maar eens wat minder vaak kwalijk nemen, en wat vaker er naast gaan zitten.

    Waarom mannen niet van winkelen houden

    Ik begrijp echt heel goed, waarom het gros van de mannen niet van winkelen houdt. Ik houd er zelf ook niet van, althans, niet van de manier waarop de meeste vrouwen die ik ken winkelen. (sorry, meeste vrouwen die ik ken)
    Als ik ga winkelen, doe ik dat zoals de meeste mannen dat doen: ik loop een winkel binnen, kijk door de rekken (twee minuten in plaats van twee uur) en als ik iets zie dat me bevalt, pas ik het. Staat het niet, dan loop ik niet nog drie rondjes door de winkel, maar ga ik naar de volgende. Of beter nog: naar een bruin café. Of een terras. Ik twijfel ook geen uur of ik iets wel of niet moet kopen: als het goed zit, zit het goed. Zo niet, dan niet. Bij twijfel doe ik het niet. Want laten we eerlijk zijn: als je in de winkel al zo twijfelt, wordt dat thuis echt niet minder.

    Slimme winkels hebben in de loop der jaren handig ingespeeld op de verveling die optreedt bij mannen tijdens het wachten: ze plaatsen bankjes en koffie corners in hun winkels om het wacht leed te verzachten. Dat scheelt een hoop ongeduld en bovendien gemiddeld twintig voor de deur wachtende mannen per dag. Toch zie je ze nog wel eens staan, buiten de winkel deur, meestal met een paar tassen in hun handen, want “als je toch buiten wacht dan houd dit maar even vast”. Arme kerels.

    Ik ben wel eens vaker naast ze gaan staan, als ik met een vrouw aan het winkelen was die er langer over deed dan ik mentaal aan kon. Verbaasd werd ik dan terloops bekeken, vanuit hun ooghoeken. Ik kan er niets aan doen: ik heb na een tijdje gewoon niets meer te zoeken in zo’n winkel. Met de seconde groeit dan mijn verlangen stilte en frisse lucht. Veel vrouwen praten namelijk ook oeverloos over of dit wel past bij dat, of dit nog ingenomen of verkort kan worden, en het aller ergste: of dit misschien even achter de toonbank bewaard kan worden bij wijze van reservering, totdat ze zeker weet dat die broek die er bij leek te passen in die winkel aan de andere kant van de stad, er nog is.

    Nee, dan sta ik liever buiten, op straat, tussen mijn lotgenoten, de zwijgende mannen. Ze begrijpen misschien niet waarom ik daar naast ze sta, maar dat is het fijne aan mannen: het interesseert ze ook niet echt. Zo lang ik maar mijn mond houd, word ik stilzwijgend geaccepteerd.

    Vijf vragen die mannen beter niet aan een vrouw kunnen stellen

    1. Ben je zwanger?
    Voorop gesteld: als een vrouw daadwerkelijk zwanger is, dan kiest zij zelf het moment om het nieuws te vertellen. Er kunnen talloze redenen zijn waarom ze het nog even voor zich houdt. En als het niet zo is, dan heb je haar zojuist indirect dik genoemd. En dat is pas echt gevaarlijk. Dus tenzij een vrouw letterlijk met een Clear Blue zwangerschapstest voor je neus staat te wachten: niet vragen.

    2. Ben je bijgekomen?
    Dit is een vraag waarmee beide partijen altijd verliezen. Als het antwoord ja is, dan voelt ze zich daar al slecht genoeg over waarschijnlijk en strooit jouw vraag zout in de wond. Als het niet waar is, heb je alsnog een beledigde vrouw omdat jij dacht ze bijgekomen was. En dat maakt jou dan sowieso de root of all evil. Gewoon niet doen.

    3. Is het soms de tijd van de maand?
    Als je gelijk hebt, en het inderdaad de tijd van de maand is, dan begin maar vast te rennen. Als het niet de tijd van de maand is, dan begin uit voorzorg toch ook maar vast te rennen.

    4. Met hoeveel mannen ben je geweest?
    Laten we eerlijk zijn: hierover eerlijk zijn, is dan wel eerlijk, maar niet altijd leuk. Je moet je als man zijnde ook af vragen of je voorbereid bent op een eerlijk antwoord, denk ik.

    5. Waarom maak je je daar nu druk over?
    Hele logische vraag misschien, heren. Maar feit is, dat ze zich er al druk om maakt. En als dat zo is, gaat dat niet voorbij door deze vraag. Hooguit gaat ze zich nog drukker maken, omdat ze nu ook nog voelt dat jij haar een aansteller vindt.

    WhatsApp Man versus Vrouw

    Ik WhatsApp graag. En veel. Ik ben tevens een fanatiek gebruiker van de bijbehorende smileys. Uit nader onderzoek (van mijn eigen telefoon) is gebleken dat ik bijna bij elke zin die ik typ wel een smiley er aan toe voeg om, tja, extra weer te geven wat ik voel, vermoed ik.
    Ik typ ook geen korte zinnen. Nee, het zijn hele epistels. Ik ben niet voor niets schrijfster natuurlijk. Eerst tikte ik heel veel zinnen achter elkaar, en verstuurde ze allemaal apart, totdat ik van mijn echtgenoot te horen kreeg dat zijn telefoon van al die losse berichten letterlijk van zijn bureau af was getrild. Sindsdien combineer ik alles wat ik wil zeggen in één appje.

    image

    Probleem is dan alleen, als je meerdere vragen stuurt, en je krijgt een “Oké.” terug, je nog niet weet waarop hij oké zegt. Dus dan moet je wel weer een appje sturen, om te vragen wat hij bedoelde met oké.

    Sommige vrouwen die ik ken worden er gek van. Stuur je een prachtig verhaal met veel gevoel en hartjes en zo, krijg je “dank, tot straks” terug. Niets zo teleurstellend als zo’n kort, efficiënt mannen antwoord. Zonder smileys.

    Maar in plaats van je daar aan te gaan lopen ergeren, kun je het ook in je voordeel gebruiken, bijvoorbeeld door er stiekem en zeer terloops een vraag zoals “Jij kookt vanavond toch?” tussen alle andere vragen in te zetten. Kun je meteen testen of hij wel echt leest wat je geschreven hebt.

    Ik heb dit overigens uiteraard van een kennis gehoord, en zal in het geval van een confrontatie met mijn echtgenoot altijd ontkennen dat ik dit zelf bedacht heb en regelmatig probeer.

    Waarom mannen de weg altijd willen weten en vrouwen de handleiding wel gebruiken

    “We zijn verdwaald, denk ik.” zei ik tegen mijn echtgenoot, terwijl we ergens in de middle of nowhere rond tuften, mijlenver van onze bestemming verwijderd.
    “We zijn helemaal niet verdwaald.” zei hij. “Ik denk dat we daar achter naar links moeten.”
    “Maar kijk, daar loopt een boer, zullen we het hem anders even vragen, voor de zekerheid?”
    “Ik heb geen zekerheid nodig, en ook geen boer. We gaan de goede kant uit.” zei mijn man.
    Nerveus keek ik op mijn horloge. We moesten toch echt op tijd op d

    ik verdwaal nooit…

    e plek van bestemming zijn. Mijn echtgenoot tuurde zelfverzekerd in de verte.
    “Duurt het nog lang?” vroeg een kinderstemmetje van achter uit de auto. “Dat weet ik n… nee. Papa zegt dat het niet meer lang duurt.” zei ik terug. Maar ik was er nog niet zo zeker van. Eer mijn man er mentaal aan toe zou zijn om zijn hoofd te buigen en de weg te vragen aan iemand, was het feest al lang en breed afgelopen. Naarstig tuurde ik in de verte, op zoek naar een herkenbaar punt, dat er niet was.

    Ik leef bij de gratie van de TomTom, de Google Maps, de navigatie die standaard op je telefoon zit tegenwoordig. Ik raak overal de weg kwijt. Mijn oriëntatievermogen heeft zich eigenlijk nooit ontwikkeld. Ik kan me herinneren dat ik bij een vriendin op bezoek ging. Vriendin woonde in een minuscuul dorp met maar drie straten, waarvan één straat overduidelijk de hoofdweg was. En zij woonde op die hoofdweg. Hoe het kan, weet ik niet, maar iedere keer weer dacht ik dat ik te ver door gereden was, sloeg ik een zijstraat in, draaide ik, en wist ik het niet meer. “Je huis is verhuisd!” zei ik eens tegen haar, toen ik weer moest bellen om te vragen waar ik heen moest. “Wat zie je nu voor je?” vroeg Vriendin. ik verdwaal nooit...“Een paar huizen!” zei ik ontredderd.
    “Wat nog meer?” zuchtte ze.
    “Eh… een kerk?”
    “Rijd tien meter vooruit, sla links af, en rem dan.”
    Ik reed tien meter vooruit, sloeg links af, remde, en zag haar staan janken van het lachen met de telefoon nog in haar hand.
    Ik vraag – als ik geen navigatie bij me heb – overal de weg, in tegenstelling tot mijn echtgenoot. Bij het vragen van de weg zoek ik liefst oudere mensen uit; die wonen dan vast daar in de buurt. Jongere mensen vind ik minder betrouwbaar, want die sturen je wel vaker verkeerd, heb ik helaas gemerkt.
    Ik vind het altijd lastig als mensen mij ergens om de weg vragen. Deels wil ik interessant overkomen en hen de instructies geven, omdat dat er heel verstandig uit ziet, maar deels wil ik ook gewoon eerlijk zijn en opbiechten dat ik zelf nergens de weg ken. Dilemma’s, dilemma’s….

    Mijn man vraagt nooit de weg. Dat doen mannen schijnbaar niet. Net zo min als ze de gebruiksaanwijzing lezen die bij welk-apparaat-dan-ook geleverd wordt. Dat is een doodzonde, schijnbaar. Mannen lezen die gebruiksaanwijzing pas, als echt absoluut niets, maar dan ook niets anders meer mogelijk is. “Maar als we nou die gebruiksaanwijzing eens er bij nemen, dan gaat het misschien sneller?” opperde ik eens. Als blikken konden doden, had ik dit artikel niet meer kunnen schrijven. Mannen MAKEN dingen, ze BOUWEN dingen, ze zijn KAMIEJAJAJIPPIEJIPPIEJEEEEEH volgens de Hornbach.

    Echte mannen lezen geen gebruiksaanwijzing. Die wéten gewoon vanzelf hoe iets in elkaar moet. En als ze het niet weten, dan proberen ze net zo lang, tot midden in de nacht, met het zweet op hun voorhoofd, tot het wel lukt. Ook al is het veel efficiënter om het gewoon meteen goed te doen, met behulp van de gebruiksaanwijzing. Net zoals wanneer ze verdwaald zijn. Ze moeten en zullen zelf die weg vinden, anders beschadigt dat hun eergevoel, of wat dan ook. Maar goed. Het zal iets met de oertijd te maken hebben; het zelf bouwen van dingen en de weg naar huis door de rimboe willen weten. Ach, ze zijn al zo ver geëmancipeerd, onze mannen; laat ze dit maar houden. En als het echt te ver gaat, dan vragen wij wel de weg, of lezen we toch gewoon stiekem de gebruiksaanwijzing.

    Waarom mannen wel romantisch zijn

    bron foto: vrouwblog.nl

    Romantiek. Veel vrouwen verlangen er naar, slechts weinigen ervaren het. Althans, de standaard definitie van romantiek. Daarmee bedoel ik onder andere: Diner bij kaarslicht, rozenblaadjes op het dekbed, boottochten waarop je samen Titanic achtig staat te balanceren op het randje van de boot, pagina’s lange liefdesbrieven, elkaar diep in de ogen staren en dansen aan zee, met champagne.
    Dat is immers romantiek, toch?

    Of is dit soort romantiek een levensgrote leugen, sponsored by de filmindustrie?

    Als je aan dat soort dingen denkt bij het woord romantiek, zal je relatie op den duur onherroepelijk een aaneenschakeling van teleurstellingen zijn. Slechts een klein percentage mannen houdt het tien jaar vol om je regelmatig te blijven verrassen met zijn romantische gebaren. Laten we realistisch blijven: hoe langer de relatie duurt, hoe kleiner de kans op romantiek. Toch?

    Als de relatie al wat langer bestaat, het nieuwe er af is en de verliefdheidsvlinders zijn neergestreken in je buik, dan kost het wat meer moeite om de boel romantisch te houden. We worden vaak geleefd door ons werk, onze kinderen, onze huishoudens en zo verder. Een gejaagd bestaan, tussen kantoor, kinderdagverblijf en thuis; niets is zo killing voor je romantiek als de sleur van het dagelijks leven.

    Tenminste: als je romantiek blijft zien zoals de films het voorschrijven.

    Want romantiek, zo heb ik geleerd, zit verstopt in veel kleinere, minder opvallende, dagelijkse dingen. Romantiek in een langdurige relatie zit hem niet per se in het dansen, het zwiepen op een boot, het in katzwijm vallen in elkaars armen. Romantiek in een volwassen, langdurige relatie gaat verder dan dat. Je moet het alleen herkennen en erkennen als zijnde een vorm van romantiek.

    Dat hij midden in de nacht met je zieke kleuter liedjes staat te neuriën, zodat jij nog wat kunt proberen te slapen, bijvoorbeeld. Dat hij je angsten en onhebbelijkheden kent en toch bij je blijft. Dat hij je zonder er over na te denken beschermt, als er iets ergs dreigt te gebeuren. Dat hij het voor je opneemt als je aangevallen wordt. Dat hij volschiet op het moment dat jullie kindje geboren wordt. Dat hij je troost bij verlies, en van iedereen het meest blij voor je is als het goed gaat. Dat hij je een rolletje toiletpapier brengt, omdat hij weet dat het op is. (dat hij het soms ook zelf heeft opgemaakt, dat moet je dan maar even voor lief nemen). Dat hij precies weet hoe hij je aan het lachen kan maken, na een zware dag. Of dat je via via hoort dat hij zo trots op je is, en nog steeds over je opschept tegen zijn vrienden. Je kunt me voor gek verklaren, maar ik zie daar onvervalste romantiek in doorschemeren.

    De meeste mannen (en ook genoeg vrouwen, weet ik uit ervaring) hebben op den duur een probleem met romantiek in de film-vorm, omdat het vaak zo gemaakt aanvoelt. Geforceerd zelfs. Als je het niet van nature in je hebt om hele romantische daden te verrichten, dan voelt het alsof je een rol speelt, wanneer je die rozenblaadjes over het bed strooit.

    Maar als je romantiek ziet voor wat het is, namelijk het accepteren en aanvullen van elkaar, daar waar de ander het nodig heeft, dan zou het zomaar eens kunnen dat je relatie stiekem blijkt te barsten van de romantiek. Zelfs als je ook af en toe “Trek eens aan mijn vinger” te horen krijgt.

    De Liefde versus de Emotioneel Ontoegankelijke Man

    Als je als vrouw verliefd wordt op een man, en dat gebeurt vaak toch wel eens, dan heb je een aantal opties.
    Vroeger had je dat trouwens niet, veel opties. Toen had je naar het schijnt ongeveer één optie: afwachten. Langs de kant van de dansvloer gaan staan en af en toe sluiks een blik werpen. Je beste beentje voor zetten vanonder je rok, en afwachten of je gevraagd werd. Hoe anders is dat nu. Vrouwen zijn geëmancipeerd, betalen hun eigen rekeningen, verdienen hun eigen geld, hebben alle rechten die ze verdienen. En dat is maar goed ook. Maar het compliceert de boel wel een beetje, nu we een man niet meer per definitie nodig hebben om rond te komen. Tegenwoordig kan een beetje meid die op haar toekomst is voorbereid, haar eigen boontjes wel doppen. Ik ken haast geen vrouwen meer die niet werken, of hun eigen geld niet verdienen.
    Met het veranderen van de tijden veranderde ook het paringsritueel tussen mannen en vrouwen. Waar vroeger een afwachtende rol was toebedeeld aan de vrouw, past dat tegenwoordig niet meer in het plaatje. Maar wat dan? Sommige mannen houden er wel van als je als vrouw direct bent; anderen schrikt het af. Maar dan rijst meteen de vraag; wil je een man die meteen terugdeinst van een beetje eigen vrouwelijk initiatief? Of is dit terugdeinzen van de man een natuurlijk filter, dat jou aantoont of je een modern exemplaar voor je hebt?
    In ieder geval is het – zoals met zo veel dingen, gelukkig – veel meer tweerichtingsverkeer geworden.

    Helaas is er ook een nieuw fenomeen ontstaan, namelijk dat van de emotioneel onbereikbare man. Ontoegankelijk is hij, maar zo lijkt hij in het begin van de opbloeiende romance niet. Verre van zelfs. In het begin, als hij nog aan het jagen is, dan is niets hem te veel. Dan maakt hij haar het hof, vertelt hij haar de meest prachtige verhalen, kijkt hij haar diep in de ogen en fluistert hij haar naam alsof het poëzie is. Dat is allemaal heel erg mooi en prachtig. De vrouw bloeit langzaam op en vraagt zich heimelijk af of ze nu dan toch het winnende lot uit de loterij heeft getrokken. Totdat ze iets (voor hem) afschuwelijks doet: ze toont hem de eerste, voorzichtige signalen van affectie en liefde. Ze nodigt hém een keer uit voor een etentje met haar vrienden, of met haar zussen. Of ze stuurt een SMS te veel, met daar in iets te veel xxxjes. Dan begint plots het luchtkasteel in elkaar te donderen. Eerst denkt de vrouw nog; hij heeft het gewoon druk. Zijn baan is ook zo veeleisend, hij heeft het ook zwaar. Maar dan worden de dagen weken, en de weken maanden. De man begint steeds meer vage uitspraken te doen. Waar hij eerst nog zo welbespraakt en uitgesproken leek, worden zijn uitspraken nu een verzameling van onbegrijpelijk vage begrippen. Waar zijn blik zich normaliter vast zette in de hare, ontwijkt hij nu oogcontact alsof ze van de Jehova is en aan zijn deur staat.

    Vertwijfeld vraagt de vrouw zich af wat ze verkeerd gedaan heeft. Meestal heeft ze niets verkeerds gedaan, maar de emotioneel ontoegankelijke man zal dat niet toegeven. Nee, die zal het vooral zo vaag mogelijk houden. Totdat ze het niet meer aankan en hem een bericht stuurt, met de vraag wat hij nu eigenlijk wil. Dan komt de aap uit de man. Hij heeft bindingsangst. Durft zich niet te hechten. Iets met dat het leven te kort is, hij er niet klaar voor is, en meer van dat soort nonsens. Wat hij daarmee eigenlijk bedoelt te zeggen, is dat hij ergens een kink in de kabel heeft, want hij is alweer op zoek gegaan naar zijn volgende prooi, om exact te zijn vanaf het moment waarop zij zijn liefdesuitingen begon te geloven en beantwoorden. Het type ontoegankelijke man is van het desastreuze soort. Hij verwoest het vertrouwen van vrouwen. Hij jaagt totdat de buit binnen is; als die eenmaal binnen is, port hij er nog eens tegen als een kat tegen een dode muis. Niet meer interessant. Op naar de volgende.

    Voor vrouwen is het bovenstaande fenomeen enorm verwarrend. Want: wanneer weet je nu of je een oprechte man hebt getroffen, en wanneer loop je met open ogen in de val van de emotioneel ontoegankelijke player? Hoe voorkom je dat je hart gebroken wordt door iemand die dat niet eens waard is?
    Behalve vertrouwen op de eigen intuïtie, lijkt er niet veel aan te doen. Tref je ongelukkigerwijs zo’n man met bindingsangst, dan zit er maar één ding op: zo snel mogelijk alle contact verbreken (en dat ook zo houden als hij zich dan plots lijkt te bedenken: dat doet hij alleen omdat je dan weer opjaagbaar bent. Dan is zijn buit opeens weer buiten en kan hij hernieuwde interesse veinzen in combinatie met gemaakte spijt, die hij vaak zelf ook nog gelooft!).

    Gelukkig zijn er ook nog veel échte mannen. Goede mannen. Mannen met oprechte gevoelens, die verliefd op je worden, zonder bindingsangst. Die nog verliefder op je worden als je zijn liefde beantwoordt. En ook al is je hart verpletterd door de emotioneel onbereikbare soort, vergeet dan niet dat er ook mannen bestaan die je vertrouwen wel degelijk waard zijn.

    Mannen communicatie versus vrouwen communicatie

    Mijn echtgenoot kaart sinds een aantal jaren met vrienden. Dat doen ze iedere week op een vaste avond. Mijn man zit er sinds een paar jaar bij, maar de groep bestaat al ruim vijftien jaar. Het enige dat vast staat aan het hele gebeuren, is de vaste dag in de week. Die verandert nooit. Verder zijn er geen afspraken. Op de vaste Kaart Dag wordt pas na etenstijd gecommuniceerd over details. Het wordt elke week bij iemand anders gehouden. Ze beslissen pas op de laatste minuut waar het plaats zal vinden. Als iemand van de groep niet kan (het is best een grote groep), dan zegt die dat gewoon via de groepsapp. “Ik kan niet.” zegt zo’n man dan. “Oké.” zeggen de andere mannen dan, en daarmee is de kous af.

    Hoe anders is dat bij (de meeste) vrouwen. Allereerst zou ik er persoonlijk helemaal gek van worden dat ik nooit van te voren zou weten waar het plaats vindt. Is het bij die? Of bij die? Bij mij? Moet ik poetsen en nog snel even van alles op het oog opruimen? Moet ik het toilet nog even snel in de chloor zetten? Heb ik voldoende drinken in huis? Komen ze nou wel of niet hier vanavond? Helemaal opgefokt zou ik er van raken.
    Maar de mannen, die hebben daar geen last van. De eerste keer dat de kaart avond bij ons thuis gehouden werd, rende ik nerveus door de woonkamer. “Het is hier een rommel!” zuchtte ik. “Hoezo, dat valt toch wel mee?” zei mijn man. “En bovendien, hou maar op met opruimen hoor. We zijn mannen. Wij letten daar niet op.”
    Terwijl ik in de diepvries op zoek ging naar snacks om in de frituurpan te gooien, zei mijn man dat een zak chips in een kom ruim voldoende zou zijn. En die zak chips had hij al gevonden, in de keuken.

    Vrouwen zijn over het algemeen toch anders, althans, niet allemaal, maar veel in mijn omgeving wel, ikzelf inclusief. Met mijn vriendinnen heb ik maandelijks een vriendinnen avond. En dat gaat, tja, toch echt heel anders. Allereerst plannen we ruim op tijd, want anders kan niemand. Kinderen, sport lessen, noem maar op. Het is al een heel karwei om één datum per maand te vinden. Als een van ons niet kan, dan leggen we uit waarom, zonder dat dat gevraagd wordt. Maar als we dan vertellen dat Kind ziek is, dan geven we uitingen van medeleven, vragen we door,  bieden we aan om de datum te verplaatsen, noem maar op. Wij zouden nooit zeggen “ik kan niet.” zonder uitleg, en de rest zou daar nooit genoegen mee nemen. Daarbij zorgen we dat ons huis er toonbaar uit ziet voor bezoek, en neemt meestal iedere vrouw uit zichzelf iets lekkers mee, een baksel of in mijn geval (wegens gebrek aan bak talent) iets wat ik gekocht heb dat door iemand anders gebakken is en in een winkel gelegd. De mannen zouden er om lachen. Wij vinden het de normaalste zaak van de wereld.

    De meeste mannen die ik ken, vinden het ook wel prima als ze elkaar eens vijf maanden niet zien, toevallig. Bij ons, de vrouwen, is dat ondenkbaar. Dan moet er op zijn minst een wereldoorlog zijn uitgebroken, of er is iets anders aan de hand. Want anders zou je nooit zo lang niets van je laten horen. Dat is gewoon absoluut ondenkbaar en niet mogelijk! We hebben regelmatig contact nodig. En nee, dat hoeft heus niet elke week, maar toch wel minstens eens per maand! Anders klopt er iets niet.
    Maar voor de meeste mannen die ik ken, klopt dat prima. Die komen elkaar dan weer op een verjaardag tegen, slaan elkaar eens op de schouder en zeggen “Lang geleden! Leuk.” en drinken samen een biertje.

    Ach, zolang we het allemaal maar gezellig hebben. Met of zonder uitleg. En dat hebben we.

    Man krijgt Paniekaanval bij het zoeken naar een cadeau voor zijn vrouw

    Ik had het er met mijn echtgenoot over op mijn verjaardag. We hadden het over mannen, en het kopen van een cadeau voor een vrouw.
    Je weet wel, dat een deel van de mannen vaak niet weet wat ze voor hun vrouw kunnen kopen. Verjaardagen, trouwdagen, Valentijnsdag (oftewel Commerciedag); meerdere keren per jaar staat een aanzienlijk deel van de mannen er hulpeloos en reddeloos verloren bij. Sommige mannen zijn er goed in; anderen worden er wanhopig van. Met de ziel onder de arm vertrekken ze naar het dichtst bijzijnde winkelcentrum, om hopeloos om zich heen te kijken.

    Cruciale Fout

    Aangezien veel mannen niet vaak een juwelier of een damesmodewinkel vrijwillig van binnen bekijkt, komt men al gauw uit bij een praktischer winkel. En daar gaat de Man de fout in. What the hell moet ik haar kopen, denkt de man, en hij loopt nog maar een keer een rondje door de Hema, de Albert Heijn en de Xenos. Aha! denkt de man. Iets praktisch. Dat ze er iets mee kan, en zo. Dat zal ze fijn vinden. En dus komt de man trots thuis met een prachtig pakje met zwaar teleurstellende inhoud.

    Dat vraagt om wat onderzoek. Na zorgvuldig research in mijn directe omgeving blijkt dat een aantal mannen regelmatig de plank volledig mis slaat (en dan bedoel ik echt honderd meter naast de plank) bij het kopen van cadeaus. Navraag onder de vrouwen om mij heen wijst uit, dat het in ieder geval op zijn minst regelmatig voorkomt. Zo kreeg een vriendin een telefoonlader voor haar verjaardag. Een andere kennis kreeg van haar man maar liefst een stofzuiger. (Hij leeft nog. Maar het was kantje boord, en het feit dat hij zelf ook vaak stofzuigt redde zijn leven volgens Vriendin.) Weer een ander kreeg een hele dure, lelijke, zwarte USB stick. Wil overigens absoluut niet weten waar die geëindigd is, die stick.

    Veel Te Veel Keuze

    Enfin, een niet nader te noemen percentage van de mannelijke bevolking lijkt dus nog het een en ander te moeten leren. Als onderdeel van mijn research overlegde ik met diverse Mannen. De gemiddelde Man waarmee ik sprak, was van mening dat het moeilijk is, omdat er Veel Te Veel Keuze is.
    Tja. Daar moet ik de man toch wel gelijk in geven. Juweliers, modezaken, drogisterijen…
    Make-up? Nee, dan zal ze denken dat hij vindt dat zij er slecht uit ziet. Dat moeten we niet hebben. Welke oogpotlood van de 637 zal haar ogen complimenteren? En die driehonderd lipsticks, welke kleur past dan bij haar huid? En bij haar haren? Als de verkoopster vraagt welke huid soort zijn vrouw heeft, mompelt hij iets over te laat zijn en rent met piepende luchtwegen de make-up gang uit.
    Parfum? Maar welke dan? Wat is een merk waardoor ze niet naar een sinaasappel gaat ruiken, of naar een augurk? De verkoopster zwaait driehonderd monstertjes voor zijn neus heen en weer, waardoor hij nog misselijker wordt dan hij al was. `Ik kom er op terug.´ mompelt de man, en hij rent naar buiten.
    Een sieraad dan?
    Maar wat vindt ze leuk? En, indien hij iets vindt: Welke maat vinger, nek, arm heeft ze in godsnaam? En als de ketting te kort is, gaat ze dan huilen omdat ze tien kilo zwaarder is dan toen hij haar leerde kennen? Het angstzweet staat inmiddels als glinsterende diamantjes op het voorhoofd van de man. Voordat die druppeltjes op de toonbank vallen, tussen de tientallen sieraden, haast hij zich de juwelierszaak uit, en rent naar de Media Markt. Daar kan hij weer ademen.
    Het is ook niet gemakkelijk.

    De oplossing

    Ik stel voor, dat vrouwen die hun mannelijk exemplaar herkennen in bovenstaande omschrijving, vanaf nu doen alsof hun man Sinterklaas is. Heel simpel. Gewoon op tijd een wenslijstje maken. Opschrijven welk merk, kleur, type nummer. Welk sieraad, welke soort goud of zilver, of staal, welke maat je nek, vinger of arm heeft. Opschrijven die hap. Mannen wíllen wel graag iets leuks voor je kopen. De intentie is goed. Laten we het niet moeilijker maken dan nodig. Bovendien: Het bespaart je op den duur een hoop USB sticks en stofzuigers.