Tagarchief: man

Burn-out: de wereld door een waas

Er wordt zoveel gezegd en geschreven over het begrip burn-out: het zou een hype zijn, mensen zouden veel te snel roepen dat ze een burn-out hebben.

Ja, het lijkt nu inderdaad veel vaker voor te komen. Maar dit kan ook te maken hebben met de hoeveelheid aan keuzes die onze generatie heeft, de crisis en het feit dat mensen sinds de crisis met minder uren meer werk moeten verrichten. Of simpelweg met het feit dat er minder taboe heerst en mensen er dus vaker openlijk voor uit komen dan vroeger. Wie zal het zeggen.

Ik zelf heb een burn-out gekregen in december vorig jaar. Opeens kon ik geen antwoord meer geven op vragen van mensen: ik, die daarvoor overal ja op zei.

Opeens kon ik geen drukte meer aan: ik, die altijd de drukte juist op zocht en het niet druk genoeg kon hebben. Mijn hoofd leek te ontploffen; zelfs een bezoekje aan de supermarkt zorgde al voor hevige paniek.

Dat is overigens een minder besproken onderwerp; de symptomen van een burn-out. Voordat ik zelf een burn-out kreeg, dacht ik dat een burn-out hebben inhield dat je alleen nog maar kon huilen en slapen. Nu zijn dat zeker wel symptomen, maar lang niet de enige.

Een korter lontje, geheugenproblemen, paniekaanvallen, hoofdpijn, buikklachten, duizeligheid, hyperventilatie en slaapproblemen hoor je veel minder over, maar zijn net zo heftig.

Ook een depressie ligt op de loer; daar zit je dan met je verantwoordelijkheidsbesef en je perfectionisme: thuis, op de bank, als een bang, ziek vogeltje. Je hebt zoveel verantwoordelijkheden en opeens kun je amper nog iets aan. Als iemand aan je vraagt of je volgende week wil afspreken, moet je van triestheid bijna lachen: je weet immers niet eens wat je vanmiddag kunt!

Er bestaan heel veel “oplossingen” voor een burn-out: gedragstherapie, meditatie, wandelen, rustgevende middelen om te slapen, etc. Ook online beloven veel bedrijven dé oplossing voor je te hebben, als je je inschrijft voor een tien weken durend peperduur programma bijvoorbeeld.

Want uiteraard wil iemand met een burn-out er zo snel mogelijk weer van af: er wordt handig ingespeeld op het karakter van de persoon met de burn-out: zelfs in het herstel willen we zo goed mogelijk zijn.

Het antwoord is niet zo simpel. Dé instant oplossing bestaat ook niet. Het herstel heeft tijd nodig. Als je een burn-out hebt ben je vaak maanden of zelfs jaren over je eigen grenzen heen gedenderd: dat herstel je niet in een paar weken.

Je zet soms twee stappen vooruit en weer drie terug. Je wil soms de haren uit je hoofd trekken omdat je je gewoon weer “normaal” wilt voelen, zoals voor je burn-out. Maar dat gaat niet. Dat accepteren is misschien wel het moeilijkste van een burn-out.

Ik ben nog herstellende, en daar ben ik me volledig bewust van. De ene dag kan ik me al best aardig concentreren en de andere dag lukt dat voor geen meter. De ene dag kan ik de drukte best aardig aan, de andere dag wil ik al huilend weg rennen als er drie mensen om me heen staan, of als ik een gesprek moet volgen.

Dan welt de paniek op en wil ik het liefst mijn bed in kruipen. En het meest frustrerende hieraan is dat ik het zelf ook niet wil; ik wil me gewoon alleen maar weer de oude voelen. Maar de oude zal ik denk ik nooit meer worden. Dan hopelijk in elk geval een assertievere versie van mijn oude zelf, die goed voor zichzelf zorgt en opkomt. Ook al kost me dat nu nog heel veel energie.

Advertenties

“Ik zorgde voor onze twee zorgkinderen, hij ging er vandoor met een ander.”

Ze zorgde voor haar twee zorgkinderen, waarna haar man er vandoor ging met een ander. Hieronder lees je het persoonlijke verhaal van een (anonieme) moeder.

Dit is mijn verhaal: het verhaal van een (strijdbare) moeder met kinderen met leerproblemen. Mijn verhaal gaat over de zoektocht naar hulp voor mijn kinderen, maar ook over het overwinnen van een verdrietige, voor mij ingewikkelde echtscheiding. Na al het vechten, zorgen, mezelf wegcijferen, vallen en weer opstaan kan ik nu met recht zeggen: Ik sta er weer! Ik heb al die zware jaren overleefd. Ik ben er misschien nog niet helemaal, maar ik ben blij en trots! Super trots, als  alleenstaande (zorg)-moeder van twee fantastische, bijzondere kinderen. Ik zeg tegenwoordig altijd, vooral tegen moeders rondom hun kinderen: volg je gevoel, je intuïtie, altijd! Als jij denkt dat er iets met je kinderen is, dan IS dat ook bijna altijd zo.

Geen zorgeloze start
De start van mijn verhaal is eigenlijk al begonnen op het moment dat mijn oudste dochter (nu puber/jong-volwassene, 2e jaar  Voortgezet Onderwijs) de kleuterschooltijd al niet helemaal zorgeloos en ‘standaard’ door kwam. Ze was een enorme lieve, zachte en verlegen kleuter, dus ze viel niet echt op. Ik maakte mij daar als moeder niet direct zorgen over, want tja, niet alle kinderen ontwikkelen zich op dezelfde manier, dus dat komt allemaal wel. Toch heb ik heel vaak het idee gehad dat ze gewoon moeite had met bepaalde dingen, dat ze haar best er wel degelijk voor deed, maar dat het haar gewoon niet lukte. Toen ze in groep drie moest starten met letters, woordjes en zinnen lezen en dit in best wel een sneltreinvaart moest gebeuren, begon ze langzaam achter te lopen.
De letters gingen niet vanzelf, het automatiseren ging niet vanzelf, de woorden kwamen niet vanzelf, het lezen kwam niet lekker op gang, het bleef lange tijd bij ‘hakken en plakken’.

Leesproblemen en dyslexie
Toen ben ik mij als moeder maar eens gaan verdiepen in leesproblemen, oftewel dyslexie en wat zoal symptomen en kenmerken waren. Toen werd het me vrij snel duidelijk. Mijn dochter deed haar uiterste best, maar het lukte gewoon niet. Kon het niet zo zijn dat ze dyslectisch was?! Op school werd hier toen eigenlijk nog nauwelijks over gerept. Toen groep vier in zicht kwam, bleek mijn dochter zo erg achter te lopen dat groep vier een brug te ver was, dus werd er geopperd groep drie nogmaals te doen. Ik stemde hier mee in en vond het – gezien haar ontwikkeling en het feit dat ze in haar doen en laten nog wel ‘jong’ was – een prima idee. Dit zou haar goed doen en we konden, met elkaar, bekijken hoe haar leesontwikkeling in de tussentijd zou verlopen. Maar ondanks twee maal groep drie bij een lieve juf wat haar best goed deed, ging het op school en expliciet rondom lezen, schrijven, spelling en taal, toch nog steeds niet zoals het hoorde. Toen heb ik op school eens aangekaart of het mogelijk was dyslectisch dat mijn dochter dyslectisch is en of ze hierop getest kon worden. Helaas gaat daar dan geruime tijd overheen, omdat school eerst van alles moet aantonen wat ze aan extra hulp hebben aangeboden, papieren moeten aanleveren en je niet direct aan de beurt bent met testen bij een bureau. Het zelfbeeld van mijn dochter ging helaas steeds verder naar achteruit, ze werd steeds stiller, huilde veel, durfde nauwelijks meer om hulp of extra uitleg te vragen en hield zich maar op de achtergrond.

pexels-photo-247195

EED
Het ging zienderogen achteruit met haar (zelfbeeld). Totdat uiteindelijk de uitslag van het dyslexieonderzoek daar was: ze had EED (ernstige enkelvoudige dyslexie). Iets wat ik eigenlijk vanaf de kleuterklas al vermoed had, maar waaraan weinig en veel te laat gehoor is gegeven door school. Mijn eerste ervaring met negativiteit rondom (h)erkenning, het doorverwijzen van ‘het kastje naar de muur’, het niet voor ‘serieus’ te worden aangezien, de ‘zeurmoeder’ op school, de moeder die zich véél te veel zorgen maakt…  Mijn dochter gaf een presentatie over (haar) dyslexie, zodat haar klasgenoten ook wisten wat ze had, waarom ze extra hulp en tijd kreeg en moeite met lezen en waarom ze bijvoorbeeld een tafel- of spellingskaart mocht gebruiken. Ze knapte er enorm van op nu ze wist wat ze had, maar ook nu ze de goede specialistische hulp en begeleiding kreeg en er aan haar weerbaarheid en zelfbeeld werd gewerkt. Zo fijn!

De zoektocht ging verder
Toen ik in het traject zat met mijn dochter voor dyslexiebegeleiding, begon mijn zoon, inmiddels ook in groep drie, vast te lopen rondom letters, lezen, spelling, maar ook rekenen. Hoewel ik het idee had dat mijn dochter hele dyslectische kenmerken had en ik dit niet zo bemerkte bij mijn zoon, gingen wel bij mij wel een aantal welbekende alarmbellen af. Ook omdat dyslexie vastgesteld bij een zus de kans procentueel erg groot maakt dat er ook dyslexie bij een (volgende) broer of zus wordt vastgesteld. Toen mijn zoon maar bleef goochelen met het omdraaien van letters en van rechts naar links schrijven en hakken en plakken met lezen, wist ik al vrij snel hoe laat het was. Ook mijn zoon heeft groep drie vanwege dezelfde redenen als mijn dochter nog een keer gedaan, echter hij was er, in tegenstelling tot dochter, eind (tweede keer) groep drie nog veel slechter aan toe. Op het depressieve af én helemaal gestrest. Een jongetje van zeven die zei zijn leven niet meer leuk te vinden, zelfs niet meer te willen leven…., die school en alles wat hij daar moest doen vreselijk vond, die met afgehangen schouders, hoofd naar beneden, over het schoolplein liep, die lichamelijke klachten kreeg, op school eigenlijk niet meer mee wilde doen en.. het ergste van alles is dat ze op school allerlei signalen niet serieus (genoeg) hebben genomen, niet van mij, terwijl ik van alles aankaartte, maar ook niet van mijn zoon zelf.

Het gaat helemaal niet goed
Ik vergeet nooit meer dat mijn zoon zei ‘Juf zegt, het gaat wel goed toch?’ ….., gevolgd door: `Maar mam, het gaat helemaal niet goed’.  In de tussentijd had ik hem al aangemeld bij het dyslexiebureau waar we al naar toe gingen met onze dochter, dus het onderzoek was daar zo geregeld en inderdaad: het zelfde verhaal, ook dyslexie in ernstige mate (en mogelijk meer problematiek). In de tussentijd had ik stappen gezet om mijn zoon van de reguliere school af te halen (mijn tweede ervaring met het gevoel niet (h)erkend te worden in de problematiek, nu rondom mijn zoon, ‘weer dat kastje en die muur’, weer het (inwendig) schreeuwen: word ik nog gehoord?, zien jullie de ernst van de situatie?, is er nog iemand die met mij meedenkt wat de beste oplossing is? Maar nee, ik was de enige die zag hoe het écht met mijn zoon ging, NIET! Het ging gewoon echt niet!! Hij moest naar een andere, specialistische school en wel heel snel!, anders ging het echt niet goed komen met hem.

pexels-photo-236147

Noodkreet
Met het lood in mijn schoenen ben ik naar de dichtstbijzijnde speciaal onderwijs school gereden en heb daar een gesprek gehad. Huilend, in de stress en eigenlijk óp van alles heb ik mijn verhaal gedaan en binnen een maand was mijn zoon van school af en zat hij op het SBO. De beste keuze ooit! Langzaam bloeide mijn mannetje weer op en hij kreeg daar de rust, maar ook de begeleiding en hulp die zo wenselijk en nodig was! Dáár werd hij gewoon gezien en gehoord! Binnen een paar weken was hij opgebloeid en wisten de leerkrachten al meer over hem, dan de leerkrachten van de andere school in al die jaren daarvoor. Ik was dankbaar! Zó dankbaar dat het weer goed met hem ging. Makkelijk was het ook op deze school niet voor hem, want naast lezen, spelling, taal, was rekenen ook een lastige voor hem. Zijn leerproblemen waren gewoon complexer en eigenlijk heb ik toen al het gevoel gehad dat er méér dan alleen dyslexie aan de hand was…(ook weer zo’n intuïtief moedergevoel..) Inmiddels weet ik dat er meer aan de hand is (hij is daarvoor anderhalf jaar geleden onderzocht). In die periode heb ik, als moeder, twee kinderen begeleid met hun dyslexietrajecten. Naast school, werk, huishouden, verplichtingen, vrijwilligerswerk (ja, zelfs dát deed ik toen nog). et cetera. Het was er gewoon een baan naast! Elke week naar een andere plaats waar de begeleiding plaats vond en daarnaast veel, heel veel thuis oefenen. Bijna twee jaar lang!

Relatieproblemen
Langzamerhand voelde ik mij in mijn relatie, met de vader van mijn kinderen, steeds eenzamer. Ik voelde mijn partner van me weglopen, zich afkeren van dit complexe ‘zorggezin’ en ik had het gevoel dat ik werkelijk alles alleen moest doen, ik voelde me toen eigenlijk al een ‘alleenstaande moeder’ met de zorgen van kinderen waarbij het niet normaal verloopt op school, het voelde alsof ik alles alleen moest dragen en ik alleen die zorgen kende en zag, want ook hierin werd ik door diverse partijen niet serieus genomen. Onze relatie ging op veel punten zienderogen achteruit en ik heb meermaals gedacht: ‘Als ik de kinderen weer op de rit heb, ligt mijn huwelijk in puin’. En wat ik intuïtief gewoon wist en voelde, gebeurde…! Mijn (inmiddels ex) partner had al geruime tijd een ander pad bewandeld. Niet het pad wat ik met de kinderen had bewandeld. Hij was naast zijn gezin een ander leven gestart.  En ik probeerde zo goed en zo kwaad als het ging, mijzelf en de kinderen overeind te houden. In de tussentijd aangeklopt voor hulp bij onze gemeente, maar ook hierop is niet adequaat gereageerd, de zoveelste keer dat ik niet serieus (genoeg) genomen ben, me niet gehoord heb gevoeld en zo ‘op’ van het vechten, dat ik dacht: laat maar… en toen ik uiteindelijk het gevoel had dat het écht niet meer ging tussen ons, er constant ruzies waren en onbegrip én ik eigenlijk helemaal ‘op’ was van al die jaren ‘buffelen’, werd ‘de bom’ onder onze meer dan 20 jarige relatie/verstandhouding gelegd.. Er was een ander.

Klap in mijn gezicht
Nog nooit heb ik zo’n klap in mijn gezicht gehad. Nog nooit waren de dagen zo donker en nog nooit heb ik me zo aan de kant gezet gevoeld…ingeruild, maar ik had er maar mee te dealen.  Ik ben in dat jaar voor mijzelf de boel op een rij gaan zetten. Wonend met de kinderen in onze (koop)woning, hij wonend bij zijn vriendin in een huurwoning en ik ben stap voor stap de dingen gaan regelen… in eerste instantie: de keuze maken dat ik ook niet meer met hem verder wilde! Dat ik het prima kon redden met de kinderen zelf, want dat had ik inmiddels wel bewezen. Maar ja, je hele leven ligt in duigen, je weet van voren niet dat je van achter leeft, je weet niet hoe je iets moet regelen, wat je moet regelen, wat eerst en wat daarna. Het voelt alsof je loopt op een moeras onder zware donderwolken. Overmand door een enorm verdriet, boosheid, teleurstelling, frustratie, eenzaamheid, heb ik dat jaar overleefd. In onze woning – waarvan ik wist dat ik eruit moest.. In de tussentijd moest ik me inschrijven voor een huurwoning, de scheiding regelen bij de mediator, zaken regelen rondom het ouderschapsplan, de boedelscheiding, gesprekken voeren met psycholoog en maatschappelijk werk, gesprekken voeren met de kinderpsychiatrie vanwege nog een onderzoek en dan daarnaast ‘gewoon’ werken, kinderen naar school brengen, doorleven, want alles loopt gewoon door en je blijft je maar afvragen hoe je hier überhaupt uit komt.

Nieuwe start
Een huurwoning krijgen viel niet mee, lange wachtlijsten, geen urgentie en dan financieel, pfff. Ik zag mezelf al zitten in een (tijdelijke) sta caravan op een vreselijke camping met .. niks…. en kinderen waarvoor dat helemaal niet goed is, die juist stabiliteit en rust zouden moeten hebben, na die heftige jaren op school!. In dat jaar ging er heel wat door me heen: de goede tijden, slechte tijden, emmers vol tranen, boosheid, frustraties, onmacht, onzekerheid en stress, bergen stress. Op het moment waarop ik dacht,… dit moet niet nóg een half jaar duren, inmiddels bij de mediator de boel op orde en ik wachtende op een huurwoning, kwám er die woning!!
Na een klein jaartje ‘wonen’ in onze koopwoning (wat echt niet meer fijn voelde met al die herinneringen..), kon ik over naar een mooie huurwoning en kon het koophuis op mijn ex naam gezet worden en kon hij terug naar de (oude) woning met zijn vriendin. Inmiddels woon ik een jaar in mijn eigen fijne woning en het voelt ook echt als MIJN woning (met mijn kinderen).

Tot rust komen
Vorig jaar stond nogal in het teken van regelen, verhuizen, verven/behangen, het ‘eigen maken’, tuin opknappen, de laatste scheiding/verhuizingszaken regelen en vooral tot rust komen, enorm tot rust komen en verwerken.…. Want jeetje, wat een impact heeft dit alles op mij gehad, maar ook op de kinderen en ongetwijfeld ook op mijn ex-partner, hoewel die, zoals het lijkt, zijn leven met haar heeft opgepakt en ogenschijnlijk ‘schepen achter zich verbrand heeft’ en ‘gewoon opnieuw begonnen is’. De omgangsregeling is gelukkig op orde en we wonen beiden (weer) in dezelfde woonplaats. De kinderen kunnen dus makkelijk op en neer. Zolang we het niet hebben over ingewikkelde dingen of gevoelszaken gaat de omgang goed, de kinderen zijn tevreden en ik moet zeggen het gaat me allemaal best af, met hulp en ondersteuning van lieve familie en vrienden, vriendinnen én professionele externe hulp, want alles heeft zo veel impact op mijzelf en ons gezin gehad, dat ik gesprekken heb met een gezinstherapeut om mijzelf weer te vinden, veel te verwerken en een plek te geven, om er weer helemaal zelf te zijn en er goed te kunnen zijn voor mijn kinderen, die noodzakelijke zorg en begeleiding nodig hebben en de nodige ups en down kennen en soms nog hebben.

Ik vertrouw blind op mijn intuïtie
Ik vaar blind op mijn gevoel en intuïtie en ik weet en voel wat goed is voor mijn kinderen en wanneer het wat minder gaat. Helaas sta ik hier wel vrij alleen in, aangezien mijn ex en ik de problematiek rondom de kinderen verschillend zien: dat maakt het soms moeilijk. Maar met de juiste hulpverlening, mijn vrienden en familie red ik het prima. Ik zie gelukkig de zon (steeds meer) schijnen! Ik ben zo dankbaar voor mijn huisje, mijn spullen, mijn (flexibele) baan, vrienden en familie die aan mijn zijde zijn gebleven én zijn gekomen en dankbaar voor alles wat ik overleefd heb.

spiritual2

Trots op mezelf
En trots ben ik ook, ja trots, omdat ik dit alles wel heb (moeten) doorstaan, ik een sterke vrouw ben (geworden), omdat ik er ook mooie, dankbare dingen aan over heb gehouden en ik ben trots op mijn kinderen, die het ondanks hun niet zichtbare ‘handicaps’ en de zeker geen ‘standaard scheiding’, toch heel goed doen (ook op school)! Het alleenstaande leven met ‘zorgkinderen’ is zeker niet vanzelfsprekend, soms ook lastig uit te leggen aan mensen die niet snappen hoe het werkt en soms echt heel zwaar, maar ik wéét dat ik het aan kan en ik kan eigenlijk best nu al wel zeggen dat ik gelukkig ben met mijn leven alleen met de kinderen. Ik voel het nog niet helemaal tot in mijn tenen en ik moet zeker nog verder met mijzelf aan de slag, maar ik ben op de goede weg! En ik moet alles tijd geven, tijd om te verwerken, alles een plek te geven, het verdriet te laten slijten en tijd om anders in mijn leven te gaan staan. Te gaan staan waar IK voor wil staan en wat goed voelt voor mij en tijd geven … om er weer helemaal te zijn!

Een strijdbare en trotse moeder.

Whatsapp Man versus Vrouw: Gastblog door Mick

WhatsApp en de liefde: een onhandige combinatie. We krijgen er allemaal mee te maken en ik vermoed steeds meer. Bijna iedereen maakt gebruik van WhatsApp, dus ook als je met een potentiële liefdespartner appt. En dan gebeuren er soms vreemde dingen…

‘Kamp mannen’ en ‘kamp vrouwen’

Hoe ga je met beginnende vlinders in je buik om? Naar mijn idee begint alles bij iets heel, heel gevaarlijks, namelijk bij het hebben van: verwachtingen! Het woord alleen al. Iedereen die je een goed bedoeld wijs advies geeft gebruikt het woord ‘verwachtingen’ wel ergens in zijn of haar boodschap.

We weten natuurlijk allemaal dat het hebben van verwachtingen niet goed is. Want verwachtingen leiden tot (jawel) teleurstellingen!

Hij zal toch wel binnen een uur reageren? Hij zal toch wel ‘zus’ terugschrijven als ik ‘zo’ naar hem schrijf? Ai, als hij dit schrijft zal hij mij wel niet meer echt leuk vinden, want anders had hij wel iets anders geschreven, toch? Allemaal vragen die je jezelf gaat stellen tijdens zulke momenten. Ik heb het idee, dat de meeste mannen hier minder last van hebben. Naar mijn weten denken de meeste mannen niet zo veel, in ieder geval niet over zulke onderwerpen. Mannen zijn over het algemeen nuchterder. Dit is meer iets voor de meeste vrouwen.

Even voor de duidelijkheid; ik hoor in dezen absoluut bij ‘kamp vrouwen’. En daar ben ik blij mee!

Ik denk liever iets te veel na, dan net iets te weinig. Als dat betekent dat we dan ook net iets te veel verwachtingen hebben dan goed voor ons is, dan vind ik dat ook wel best. Aan een aantal stevige teleurstellingen is nog niemand overleden.

De wc-theorie

Blauwe vinkjes; één van de grootste irritaties binnen WhatsApp. Je ziet dat hij het heeft gelezen, maar niet reageert. Dan zal hij me wel niet meer écht interessant vinden. Meestal is dat de eerste gedachte, terwijl die persoon ook gewoon een enorm drukke dag kan hebben. Misschien moet ik deze gedachte wel even beargumenteren. Dit doe ik door middel van de wc-theorie.

De wc-theorie houdt in dat als die persoon al een enorm drukke dag zou hebben, hij of zij nog altijd op de wc op jouw berichtje kan reageren. Iedereen poept en plast, dus een bezoek aan de wc is er iedere dag wel een aantal keren bij. Als die persoon jou echt leuk vindt, dan maakt het hem of haar niet uit om op de wc snel een berichtje te sturen. Is hier een oplossing voor? Ja, gewoon de blauwe vinkjes uitzetten.

Het hahaha-virus

Hier volgt een goed bedoeld wijs advies van mijzelf. Als je contact met iemand hebt en die persoon schrijft opeens heel vaak ‘hahaha’ terwijl je géén grap maakt, dan weet je dat het voorbij is. Stel je schrijft: ik vond het vanavond wederom heel gezellig met je. En die persoon reageert met: hahaha ik ook hahaha. Stop er dan maar heel snel mee! Irritant vaak ‘hahaha’ schrijven slaat op ontwijkend gedrag. Het object van de liefde lijdt simpelweg aan het ‘hahaha-virus’. Heb ik daar onderzoek naar gedaan? Nee, maar neem nou maar van mij aan dat het waar is.

Dé perfecte match?

WhatsApp en ‘de liefde’: nog steeds een onhandige combinatie. Toch laat deze tijd ons geen keus. De blauwe vinkjes zullen ons in de toekomst nog wel meerdere malen stress bezorgen en het ‘hahaha-virus’ zal zonder twijfel zorgen voor een aantal epidemieën onder singles.

En het verschil tussen kamp ‘mannen’ en ‘vrouwen’? Als jij zelf zorgt dat je van beide kampen iets meeneemt in je zoektocht naar de ware; een beetje overenthousiast én een beetje nuchter? Dan is een perfecte match geboren!      

   

Deze gastblog werd geschreven door Mick Duschak. (www.Mixblog.nl)

 

Waarom mannen vrouwen niet begrijpen

Sorry dames, maar ik snap wel waarom mannen vrouwen soms niet begrijpen. Mannen zijn over het algemeen wat rationeler ingesteld en vinden duidelijkheid prettig. Zeg nou zelf: Een demonstratief geplaatste toiletrol op de trap is toch vooral leuk om overheen te springen?

Mannen willen gewoon dat vrouwen duidelijk zijn. Duidelijke vragen stellen. Dan zeggen zij daar ja of nee op. Niet zo moeilijk, toch?
En wat doen wij vrouwen?
Wij stellen geen duidelijke vragen. Wij geven HINTS.

We gaan op de bank zitten, het ene been over het andere, wiebelen onrustig heen en weer. En we zuchten. We zuchten wat af. We zuchten net zo lang en net zo hard, totdat de man wel moet opkijken van zijn gadget.

Dan vraagt de man, terwijl zijn laatste Angry Bird door de lucht vliegt: “Is er iets?”
Als we het echt op onze heupen hebben, zeggen we dan eerst: “Nee, er is niks, hoor.” met bijbehorende pruillip en blik richting parketvloer of nagels.

De man denkt dan: Mooi. Er is niks. En katapulteert vrolijk weer een vogel op zijn touchscreen. Ondertussen ontploffen wij bijna, want natúúrlijk is er wel iets, ziet hij dat dan niet?

Nee, dat ziet hij niet.
Hij werd gestoord omdat we wat harder ademden, maar toen hij ons vroeg of er iets was, zeiden wij nee. Daarmee is de kous af.
En natuurlijk is die kous niet af.
We HINTEN. We hopen dat hij onze lichaamstaal leest, dat hij in de oeverloze diepte van onze ogen kijkt en zegt “Schat, lieverd, ik zíe aan je dat er iets is, hoe kan ik je dag op empatische wijze weer goed maken?”

Maar dat doet hij meestal niet. Niet omdat hij niet wil: hij is zich gewoon van geen kwaad bewust. En dat Kwaad, waar hij zich niet van bewust is, zit naast hem op de bank, te wiebelen met haar pumps. Het wordt steeds kwader. Als we dan nog niet snappen hoe mannen communiceren, zuchten we nog eens heel diep, staan we demonstratief op, lopen we – onze hakken in het parket borend –  naar de keuken, waar we luidruchtig de vaatwasser gaan staan in- of uitruimen. Daarbij laten we pannen extra hard in de kast kledderen, kijken we van hoe ver af we het bestek in de besteklade kunnen mikken, en als we écht irritant zijn – en dat zijn we soms – mompelen we ook nog wat binnensmonds, net hard genoeg dat hij het kan horen, maar te zacht om te verstaan.

Soms schrikt de man dan op van zijn Angry Birds spelletje, door zijn eigen vleesgeworden angry bird, die in de keuken smijt met pasta-tangen en bakjes. Hij denkt dan, huh, er was toch niks, waarom is ze dan zo luidruchtig bezig? en krabt zich eens achter zijn oor. Als hij niet al te bang aangelegd is voor lichamelijk letsel, brengt hij zijn gadget in veiligheid en durft hij de keuken in te komen lopen om te vragen of het gaat.

En dan, nou, dan is het prijs.
De man staat niets vermoedend te kijken terwijl de tsunami achter hem opdoemt en losbreekt. Een stortvloed van verwijten, die zich uren, dagen, weken, of zelfs jarenlang hebben opgehoopt, wordt in één keer op die arme kerel losgelaten. “Natuurlijk gaat het niet!” schalt het door de keuken, gevolgd door een stroom van verwijten, meestal opgebouwd in de loop van de dag – en als we het echt op onze heupen hebben, zit in de stroom van verwijten nog een aantal verwijten van vorige week, vorige maand, die ene keer dat hij flirtte in de Efteling, of een oude koe van tien jaar geleden.

De man vraagt zich af waar dit alles in godsnaam vandaan komt, en hoe het kan dat zijn anders toch best lieve en redelijke vrouw nu door de keuken raast als een oververhitte vrouwelijke Donald Trump. Hij snapt niet waar ze het vandaan haalt, al die verwijten, en wat hij in vredesnaam misdaan heeft. Bovendien had hij bijna level 32 van Angry Birds gehaald, en dat wil hij eigenlijk graag af gaan maken.

Maar de vrouw interesseert zich niet voor zijn gadget of vogels; zij weet weet wél wat hij misdaan heeft. Ze zal het hem eens haarfijn uitleggen, nu ze toch bezig is. Aan het einde van zo’n tsunami – die opvallend vaak voorkomen tijdens de hormonale, maandelijkse death wish dagen – laat ze de man verbouwereerd achter, terwijl ze haar heus gaat snuiten op het toilet, en vraagt hij zich af hoe zijn leven er uit zal zien als vrijgezel. De vrouw echter, is de tsunami kwijt, voelt zich wellicht ook een tikkeltje schuldig, want zo kwaad had ze het nou ook weer niet bedoeld.

Mannen zeggen meestal direct wat hen dwars zit. Ik vind dat heerlijk.
Vrouwen zijn daar soms een beetje jaloers op. Want de hele week rondlopen met zo’n opgebouwde tsunami van in je buik, dat is niet fijn hoor. Dat blijft borrelen, en ten slotte, tja, dan moet-ie er uit. De vraag is alleen wanneer. Vrouwen spelen fervent hints met mannen, maar het spelletje wordt nooit echt begrepen aan de andere kant.
Als wij zeggen “Pffff, de zolder moet weer eens opgeruimd worden.” denken mannen “Daar heeft ze gelijk in.” en hij gaat verder met zijn denkbeeldige vechtscène in Modern Warfare.

Hij gaat echter op geen enkele wijze er van uit dat wij daar mee bedoelen “JIJ moet de zolder weer eens opruimen. En met weer eens bedoel ik NU.” Aangezien we geen vraagteken achter de zin zetten, voelt hij zich in het geheel niet aangesproken. En als we heel eerlijk zijn, is dat ook niet zo gek. Want als we willen dat hij iets doet, waarom vrágen we het dan niet gewoon? Hij denkt dat we gewoon een feit constateren. En mannen zijn de flauwste niet: dat mag!

Enfin. Om een lang verhaal niet nog langer te maken, snap ik dus wel, dat mannen ons soms niet begrijpen. Godzijdank kunnen we ondanks alle emancipatie toch nog best lief zijn, die andere 28 dagen van de maand. Genoeg tijd voor de man om weer op te laden en de vrouw om verwijten te verzamelen voor de volgende keer.

Zo herken je een manipulator

Manipumanipulatorleren. Het gebeurt zo slinks, dat je het vaak niet eens in de gaten hebt. Daarbij heb je het vaak pas door als het te laat is: Mensen die graag en veel manipuleren  pikken jou er uit in een ruimte vol mensen. Daar hoef je overigens geen woord voor te zeggen: Je hulpvaardige, zorgzame en vriendelijke uitstraling hebben daar waarschijnlijk al voor gezorgd voordat jij hallo zegt.

Iedereen manipuleert wel eens. Iedereen liegt ook wel eens. Maar waar een weldenkend mens last krijgt van zijn of haar geweten als dit te ver gaat, gaat een echte manipulator onverstoorbaar door. Als je niet op let, vreet het jouw energie weg, net zolang totdat deze op is of je het door krijgt.

Manipulators kom je overal tegen: dat kan op je school, werk of in je privé situatie zijn. Ze kunnen bovendien gemakkelijk diverse gedaantes aannemen: lief en charmant, maar ook verwijtend of zelfs boos: dit hangt af van wat men precies van jou gedaan wil krijgen én hoe ze dat het best denken te bereiken. Waar manipulators in uitblinken, is het uitbuiten van situaties en mensen. Meestal smeren ze je veelvuldig stroop om de mond en word je op handen gedragen: ze willen immers iets van je.

Jij hebt iets wat zij willen, dus zetten ze een uitgebreid charme offensief in.

Dit doen ze net zo lang als nodig is. Net zo lang totdat het werkt. Doorzie je dit niet tijdig, dan heb je een groot probleem. Plotseling kun je jezelf in een situatie bevinden waar je uit jezelf nooit in zou zijn gestapt. Vaak heb je het echter pas door als het al te laat is. Het herkennen van manipulatie is daarom ontzettend belangrijk, vooral voor hulpvaardige, empathische mensen met een groot hart.

We kennen ze allemaal wel: energiezuigers. Mensen die continu van hun probleem jouw probleem proberen te maken. Dit kunnen ze overigens ook onbewust doen: vaak is het een gedragspatroon dat ingesleten is omdat het ooit bleek te werken. 

Manipulatoren maken van hun probleem jouw probleem met verschillende redenen:

  • De manipulator wil jouw aandacht, dus bedenkt hij een probleem, zodat jij dat op kan lossen. Als je dit vaak meemaakt, spreekt de manipulator jou aan op jouw hulpvaardigheid en empathie. Overkomt dit jou, dan is het goed om in gedachten te houden dat volwassen mensen stuk voor stuk verantwoordelijk zijn voor hun eigen problemen. Natuurlijk kun je mensen wel eens met iets helpen. Maar als iemand problemen op jou af blijft vuren met de verwachting dat jij het voor hem oplost, heb je vaak te maken met een manipulator. In dat geval kun je best even adviseren, maar je hoeft helemaal niets op te lossen: het is immers niet jouw probleem. Je kunt betrokkenheid tonen, en toch de verantwoordelijkheid daar laten liggen waar die thuis hoort.
  • Hij wil dat je iets voor hem doet, dus vertelt hij jou hoe ontzettend goed jij bent in juist dat ene ding, en hoe slecht hij er in is…. dus… zou jij dit misschien willen doen? Als dit eenmalig gebeurt, is er vaak niets aan de hand. Maar als je dit met één persoon wel erg vaak meemaakt, heb je meestal te maken met een manipulator die jouw ego streelt om te krijgen wat hij wil:
    • dat jij zijn werk voor hem doet,
    • dat jij zijn probleem oplost (zie punt 1) of
    • dat hij zijn zin krijgt.

Hij maakt daarbij dankbaar gebruik van jouw inlevingsvermogen en streelt tegelijkertijd je ego zodanig, dat het moeilijk wordt om nog nee te zeggen. Toch is nee zeggen altijd een optie. Dit kan ook in de vorm van een spiegeltechniek: “Goh, dat klopt, ik ben daar inderdaad goed in. Maar ik weet zeker dat het jou ook gaat lukken. Ik heb het mezelf immers ook geleerd door te oefenen.” En hop, zo leg je de bal weer terug. Jij bent immers (zie punt 1) alleen verantwoordelijk voor jouw eigen leven en jouw eigen verantwoordelijkheden.

Als je merkt dat je vaak het werk van anderen op aan het knappen bent of dat problemen jouw kant uit geschoven worden, heb je waarschijnlijk te maken met mensen die donders goed weten hoe lief en zorgzaam jij bent, en daar dankbaar gebruik (of misbruik) van maken.

Een simpele truc om te testen of je met een manipulator te maken hebt?
Los eens een paar weken geen enkel probleem meer voor hem op. Hoor je na een paar weken steeds minder? Dan heeft de manipulator waarschijnlijk gemerkt dat hij bij jou geen antwoord meer krijgt en al een nieuw slachtoffer gevonden, die er wel nog intrapt.

 

Hoe goed kun jij tegen kritiek?

Kritiek: we geven het graag, maar kritiek krijgen, dat is vaak een heel ander verhaal.

Overal waar je komt kun je kritiek krijgen: thuis, van je partner, op je werk, of zelfs van vreemden in het openbaar. Kritiek krijgen kan een vervelend gevoel oproepen: met name als deze niet zo prettig gebracht wordt.

Jezelf ontwikkelen

Toch is het goed leren ontvangen van kritiek een manier om jezelf positief te ontwikkelen. Niet alle kritiek is terecht; het is dan ook goed om kritisch (haha) te bepalen van wie je kritiek wil ontvangen.

Herhaalde kritiek

Als je bepaalde kritiek meerdere keren te horen krijgt, bijvoorbeeld dat je slecht luistert, dan is dit vaak een teken dat je daar bijvoorbeeld toch beter wel naar kunt luisteren.

Dat doe ik helemaal niet!

Veel mensen zijn geneigd bij het ontvangen van kritiek meteen in de verdediging te gaan. Dit is een menselijke, maar emotionele reactie op het gevoel dat je aangevallen wordt. Het is goed om je op zo’n momenten af te vragen:

  1. Word ik echt aangevallen?
  2. Zit er een kern van waarheid in de kritiek die ik krijg?
  3. Reageer ik nu op een redelijke manier of vanuit emoties?

Koop tijd

Weet je niet goed wat je aan moet met de ontvangen kritiek? Dat is helemaal niet erg. Bedank je gesprekspartner voor zijn eerlijkheid en geef aan dat je even wilt nadenken over wat je te horen hebt gekregen. Zo voorkom je dat je vanuit een emotie over-reageert en kun je er op een rustig moment even over nadenken.

Je hoeft niet altijd direct te reageren.

Oneens?

Zo veel mensen, zo veel meningen. Ben je het – ook na een moment van reflectie – oneens met de ontvangen kritiek? Je kunt er dan voor kiezen om de ontvangen kritiek naast je neer te leggen, of om de kritiek gever aan te spreken om desgewenst te onderbouwen waarom jij het oneens bent. Vraag je hierbij wel af, of je eerlijk en neutraal naar jezelf gekeken hebt: dit is namelijk heel moeilijk voor mensen; hun eigen gedrag objectief beoordelen. Vraag als je daar behoefte aan hebt de verzender om nadere toelichting. Misschien berust de kritiek wel op een misverstand, dat je gemakkelijk uit de weg kunt helpen.

Onterechte kritiek

Soms is kritiek echt onterecht. Sommige mensen zijn geneigd veel kritiek te gaan uiten op mensen met eigenschappen die hun jaloezie opwekken, of die gedrag vertonen dat ze zelf benijden. Als je merkt dat iemand vooral kritiek geeft om het kritiek geven, kun je wederom de kritiek naast je neerleggen, of zelf kritisch doorvragen bij de verzender wat nu precies het probleem is. Hoe ga jij om met kritiek? Geef je zelf veel kritiek aan anderen? Reageer jij verdedigend vanuit emotie op ontvangen kritiek? Laat het weten in een reactie!

Chronisch tijdgebrek? Lees dit!

Iedereen is tegenwoordig druk, drukker, drukst. Deze tips gaan jou ontzettend veel tijd besparen!

Een tijdje geleden zag ik voor het eerst dit magische filmpje over problemen op YouTube. Het is een filmpje van een paar minuten, maar de boodschap is zo krachtig dat het ook niet langer hoeft te duren. Kijk zelf maar: Why Worry. Als je geen zin of tijd hebt om op de link te klikken: Kort samengevat komt het filmpje neer op de volgende boodschap: Mensen spenderen veel te veel tijd aan piekeren. Terwijl piekeren nooit nodig is, want:

Heb je een probleem?

A) nee —> waarom zou je dan piekeren?

B) ja —> Kun je er iets aan doen?

A) ja —> waarom zou je dan piekeren?

B) nee —> waarom zou je dan piekeren?

Kort en krachtig vat dit filmpje dus samen dat het eigenlijk nooit nut heeft om (overmatig) te piekeren over je problemen.

Maar daar komt nog een belangrijke les bij, die jou ook veel tijd kan besparen.

We hebben allemaal best veel problemen, vinden we. Maar ís dat ook echt zo? Of zijn het problemen die we ons laten toebedelen?

Maak eens een lijstje van je problemen. Vraag je dan eens af, welke problemen écht van JOU zijn.

Heb je bijvoorbeeld problemen die je door een ander in de maag zijn gesplitst, omdat die ander geen zin, tijd of energie had om het op te lossen, of omdat jij te gemakkelijk ja zegt, dan kun je dat probleem terug geven aan de rechtmatige eigenaar.

Heeft iemand je bijvoorbeeld opgezadeld met iets wat hij zelf net zo goed kan oplossen: geef het probleem terug.

Heeft iemand jou gevraagd een oplossing te bedenken “want ik weet het allemaal niet meer hoor en jij bent daar zó goed in!”: besef dan dat diegene jou misschien voor zijn karretje probeert te spannen of (on)bewust probeert te manipuleren, want diegene doet vaak niet voor niets een beroep op jou!

De combinatie van hulpvaardigheid, inlevingsvermogen en gebrek aan assertiviteit is een gevaarlijke, waar mensen die gewoon liever lui dan moe zijn graag slim gebruik van maken.

Stel jezelf elke dag de twee simpele vragen:

Welke problemen ervaar ik en welke daarvan zijn echt van mij?

Welke problemen zijn van een ander? Geef die problemen terug aan de afzender.

Als je dit toepast zul je er versteld van staan hoe veel tijd je terug krijgt voor jezelf.

Scheiden doet lijden: getrouwd blijven vaak nog erger

Je kent het gezegde wel: scheiden doet lijden. Ik ben het daar voor een groot deel absoluut niet mee eens. Ongelukkig getrouwd blijven, dát doet vaak pas lijden.

Massaal vragen Nederlanders zich af: moet ik scheiden of blijven? Het blijft een moeilijk vraagstuk. Want: Heb je alles geprobeerd? Heb je gedaan wat je kon om je relatie te herstellen? Heb je relatietherapie geprobeerd? De keuze is reuze. Er bestaat geen quick fix. Er staat veel op het spel: wonen, financiën, het “ideale plaatje” richting de buitenwereld.

Ja. Scheiden doet soms lijden, maar dit hangt er grotendeels van af hoe volwassen je er mee om gaat. Steeds meer ouders doen anno 2018 hun uiterste best om op een vreedzame manier uit elkaar te gaan, vanwege de verdrietig genoeg enige – maar oh zo belangrijke! – liefde die onder de streep nog over blijft als het huwelijk of de relatie strandt: de liefde voor hun kinderen. Compromissen worden gezocht. Trots wordt ingeslikt. De middenweg wordt gezocht. Scheiden is dus niet altijd die gruwelijke lijdensweg die je ziet op televisie, voor het woord scheiding komt steeds minder het woord vecht te staan.

Mediators worden steeds meer ingeschakeld om de stormschade na de storm die echtscheiding heet te beperken, met als doel om het huwelijk voor de kinderen op een zo ruzie-vrij mogelijke manier te beëindigen. Dit getuigt niet alleen van heel veel moed, volwassenheid en redelijkheid; het getuigt ook van een hele grote liefde voor de kinderen en het bereid zijn om – van beide kanten – het ego opzij te zetten, om de kinderen leed te besparen.

Getrouwd blijven doet vaak ook lijden. Dit onderwerp wordt echter lang niet genoeg belicht. Ongelukkig getrouwde ouders zorgen -of ze dat willen of niet- met hun ruzies, onderlinge spanning en de vervelende sfeer voor een mijnenveld-huishouden.

Kinderen voelen het intuïtief feilloos aan, als ouders niet meer van elkaar houden. Vaak hebben kinderen het al langer in de gaten dan de ouders zelf. De schade die aangericht wordt als je ouders niet meer van elkaar houden, wordt echter vaak jaren later pas zichtbaar: als het kind niet weet hoe een gezonde, respectvolle relatie er uit ziet en onbewust ongezonde partners uitzoekt, omdat die emotionele onveiligheid in de jeugd een vertrouwdheid heeft gekregen.

Als kind voel je je loyaal aan beide ouders. Als beide ouders ongelukkig in een huis blijven leven, langs elkaar door of ruziënd, voelen kinderen dagelijks deze ongezonde sfeer, de spanning, de ongemakkelijkheid, het ongeloof als er visite komt en er opeens wel leuk gedaan kan worden. Geen gezonde lessen voor een kind van hoe een gelukkige relatie hoort te zijn.

Scheiden doet lijden, maar ongelukkig getrouwd blijven voor de lieve vrede, het geld of de buitenwereld richt vaak nog veel meer schade aan.

Deze gaat echter verhuld achter een façade, een masker dat naar buiten toe wordt vastgehouden in de vorm van op elkaar geklemde kaken op de gezinsfoto: even lachen naar de camera jongens, we zijn verdomme een gelukkig gezin.

Viraal Verhaal: Mannen hebben óók gevoelens!

Arme mannen. Terwijl wij vrouwen het hele wereld wijde web vol schrijven over onze gevoelens, gedachten, emoties en dat soort dingen, zitten mannen daar dan, op de bank, met hun gevoelens. Ja, je leest het goed, hun gevoelens.
Waar wij altijd dachten dat mannen heerlijk gevoelsvrij en dartel door het leven huppelden, blijken ook mannen last te hebben van gevoelens, ook wel bekend als emoties: Recentelijk onderzoek wijst namelijk uit dat ook mannen wel degelijk last hebben van gevoelens. Ze omschrijven de symptomen onder meer als “alsof je erg naar het toilet moet, en er dan toch niks komt”, “een vlaag van misselijkheid maar dan in mijn hoofd” en “een zeer onaangename sensatie in mij”. Het herkennen van het hebben van deze gevoelens is volgens experts de eerste stap richting acceptatie.

Waar de emancipatie van gevoelens van vrouwen al eeuwenlang evolueerde, staat die van mannen nog in de kinderschoenen. Gevoelens hebben is natuurlijk eng, zo bewijst deze bier reclame maar al te duidelijk:

Mannen overal in het land geven aan zich geen raad te weten met dit fenomeen. Er heerst vooral schaamte en schuldgevoel.

“Het is nogal wat, je gaat het niet zomaar effe delen met je maten, in de kroeg.” zegt N., die wegens privacy liever anoniem zijn gevoelens deelt. “Ik voel me regelmatig, hoe zeg je dat, verdrietig, maar denk maar niet dat ik daar snel iets over zeg. Tegen andere mannen al helemaal niet. Ze lachen je vierkant uit. Ik zit dus gewoon opgesloten met mijn eigen gevoel. Alleen al door dit anoniem aan jou te vertellen voel ik me schuldig.”
N. heeft even tijd nodig voor een tissue.
“Maar mijn vrouw zit er ook niet op te wachten hoor. Vrouwen zeggen wel dat ze willen dat we gevoelig zijn, of gevoel tonen. Maar toen ik laatst na maanden moed verzamelen eindelijk vertelde dat ik nog steeds verdrietig werd van de film Bambi, zei ze dat ik maar eens volwassen moest worden. Dat zeg je toch niet, zoiets?”
N. blaast nog een keer in zijn tissue. Zijn ogen naar de grond gericht,  vol schaamte.

“Het is ook gewoon allemaal zo verwarrend. We moeten modern zijn, maar niet te, we moeten onze vrouwen maar alles laten overnemen, je weet wel, werk, geld, wat we voor kleren dragen en zo, maar als we gevoelens gaan tonen dan worden we opeens met de nek aangekeken.”

Ook P. heeft last van gevoelens. “Het begon toen mijn vrouw me opdroeg om Nivea creme te gaan gebruiken vanwege mijn achteruitgaande huid. Kreeg ik een klodder van die zooi in mijn oog. Tranen als een bezetene. Ik zag mezelf zo in de spiegel, met die klodder in mijn oog, en dacht: nou, is dit het dan? Sta je daar, met je terugtrekkende haargrens en je bierbuikje, met een klodder Nivea in je oog. Voor ik het wist stond ik te huilen als een klein kind. Sindsdien is het hek van de dam. Ik hoef maar naar een Nivea reclame te kijken, of ik begin al. Ik heb het op Google opgezocht. Ik denk dat ik lijd aan PTSS. Dat moet wel.”

N. neemt me verder in vertrouwen. “Laatst zat ik naar het darten te kijken op TV. Barney verloor. Ik dacht dat ik het niet meer had. Een dartpijl in mijn hart, weet je wel. Ik kon me amper groot houden. Mijn jongste zoon had het door. Papa, huil je? Vroeg hij. Natuurlijk heb ik gezegd dat ik iets in mijn oog had. Soms ben ik wel eens jaloers op hem, wou ik dat ook nog zes was. Dan is het nog oké om te huilen, als man zijnde. Gek toch, eigenlijk?”

Er valt nog een hele inhaalslag te maken op het gebied van mannengevoelens. Gek genoeg ligt de grootste verantwoordelijkheid in het acceptatieproces van mannengevoelens bij vrouwen. “Als je vrouw achter je staat, je niet meer uitlacht en je gevoelens valideert, voel je je in elk geval in je eigen huis al veilig als je eens moet huilen om een gemist doelpunt of als je die promotie weer niet gemaakt hebt. Dat zou al een mooi begin zijn, een uitgangspunt, weet je wel. Als je thuis veilig je emoties kwijt kunt, wie weet wat de volgende stap dan is. Wie weet, ooit is het misschien de normaalste zaak van de wereld om een potje te janken als je geen strike hebt gegooid met bowlen. Misschien mag je tegen die tijd gewoon wel even lekker emotioneel worden om dat perfect getapte biertje, met twee vingers schuim. Ondanks alles blijf ik goede hoop houden dat we over een aantal jaren misschien ook buiten de badkamer onze gevoelens de vrije loop mogen geven.”

Vrouwen van Nederland, jullie lezen het goed: de emancipatie van de gevoelens van onze mannen ligt in jullie handen. Ga er wijs mee om. couch-conference-startup-bro-concentration-large

 

 

 

 

Waarom “Trek het je niet aan” SLECHT advies is

https://static.pexels.com/photos/23008/pexels-photo.jpg

We zeggen het tegen elkaar. We zeggen het tegen onze kinderen. “Trek het je niet aan.” Waarom trek het je niet aan naar mijn mening slecht advies is, zal ik uitleggen.

Degene die jou net over zijn probleem heeft verteld, zou het je waarschijnlijk niet verteld hebben als hij het zich niet al lang wel had aangetrokken. Er is een probleem, die persoon zit er mee, en dan kom jij met trek het je niet aan. Daar heb je dus helemaal niks aan, met je probleem.

Allereerst zeg je met trek het je niet aan eigenlijk: je moet je er niet druk om maken. Dat is heel goed bedoeld natuurlijk, maar daar heb je niet zo veel aan als je je er wel druk om maakt. Want dat doe je al. Anders zou je er niet over praten, toch?

Tegen kinderen zeggen we ook vaak dat ze het zich niet aan moeten trekken. Wat ik daar persoonlijk niet zo handig aan vind, is dat een kind dan het gevoel kan krijgen dat het probleem waar het mee zit, niet belangrijk genoeg is, niet mee telt, of in het ergste geval, dat het zich aanstelt. Want jij vindt dat het zich van dit probleem niets moet aantrekken, toch?

In plaats van trek het je niet aan kun je misschien beter het probleem valideren en samen op zoek gaan naar oplossingen. Want hoewel jij misschien denkt dat de ander dit probleem makkelijk naast zich zou moeten kunnen neerleggen, voor diegene is dat (op dit moment) niet zo gemakkelijk. Toch?