Een verwoestende relatie loslaten: hoe doe je dat? In deze gastblog geeft psychotherapeut en medium Fabio je tips en een stappenplan.

Dagelijks verneem ik hoe zowel mannen als vrouwen vastzitten in een verwoestende relatie. Ze weten niet hoe ze hiermee moeten omgaan of hoe ze de knoop kunnen doorhakken om zo naar bevrijding toe te werken en zich los te koppelen van de relatie die niet goed voor hen is.

Of je nu een relatie hebt met een narcist, iemand die verslaafd is of met iemand die een andere vorm van een persoonlijkheidsproblematiek heeft, op een bepaald moment is deze vorm van ‘relatie hebben’ uitputtend waardoor je geen energie meer hebt.

Iedereen die hier mee te kampen heeft stelt zich ongetwijfeld de vraag: hoe heeft mij dit nu kunnen overkomen? Hoe kan dit nu dat ik me zo heb laten lam leggen zonder een halt te roepen.

Dit zijn allemaal vragen die een begin signaal betekenen dat je er nu iets aan moet doen. Verwoestende of vernielende relaties zijn erg complex en zijn niet altijd makkelijk te begrijpen en zelfs vaak onpeilbaar.

Wat doe je eraan? Wat kan je ondernemen? Met deze blog wil ik jullie het één en ander toelichten over dit onderwerp.

Kies voor jezelf

Van zodra je beseft en inziet dat je in een vernielende relatie zit is de eerste stap om voor jezelf te kiezen. Je zult een balans moeten opmaken en eens nagaan voor jezelf wat er precies misloopt en wat er voor jou anders kan.

Voor jezelf kiezen is niet altijd makkelijk, schuldgevoelens tegenover jouw partner kunnen snel de bovenhand nemen. Toch is het belangrijk dat je de stap zet met het oog op het ‘genezen’ van het mentaal misbruik dat je geleden hebt.

Vaak wordt me de vraag gesteld: “Fabio, hoe kies je nu eigenlijk voor jezelf?” Wel ik zal jullie hier een aantal tips meegeven die ik zelf ook al heb toegepast in de praktijk.

  • Open communiceren.
  • De dingen niet laten aanmodderen.
  • Eerlijk zijn wat het met jou doet.
  • Een time-out inlassen (Op deze manier kan jouw partner ook nadenken en heb jij alle ruimte om je emotioneel te gaan loskoppelen).
  • Zelf een coach of psycholoog onder de arm nemen.
  • Voet bij stuk houden (anders neemt jouw partner je niet serieus).

Heb je besloten om er een punt achter te zetten? Verbreek dan alle mogelijke vormen van contact. Ga niet in op zijn/haar berichten en blijf ook steeds je grenzen aangeven.

Een kwestie van gewoontes

Als je beseft dat alles een kwestie van gewoontes is dan ben je al een heel eind ver. Tenslotte is samen zijn met iemand gedurende een aantal jaren niet iets dat je van vandaag op morgen afbreekt. Er zijn intussentijd heel wat gewoontes ontstaan die ook heel erg snel eigen worden aan ons. Hierdoor is het eens zo moeilijk om de relatie te verbreken.

Deze gewoontes zijn dan ook niet makkelijk te doorbreken waardoor het van uiterst belang is dat je nagaat waarom je niet voor jezelf kan kiezen. Veel voorkomende problemen die ik in mijn praktijk verneem van cliënten:

  • Ze denken dat ze de partner financieel nodig hebben.
  • Ze hebben angst dat ze niet alleen kunnen zijn (hierdoor vervaagt de autonomiteit).
  • Hebben angst omdat er kinderen in het spel zitten (vaak zijn kinderen het slachtoffer van één van de manipulerende ouder).
  • Willen zorgen voor de ‘ongezonde houding’ van de partner (vaak gaat dit gepaard dat de zorgzame persoon zelf heel wat dingen heeft meegemaakt in het verleden en deze zorg dan ook op zich wilt nemen).
  • De partner heeft een persoonlijkheidsstoornis.
  • De partner dreigt met zelfmoord.
  • De partner gaat vreemd (in de hoop jouw op die manier niet te laten gaan zodat je nog wat afhankelijker wordt).

Bovenstaande problemen komen dus ook heel vaak voor. Van zodra je één of meerdere van deze dingen verneemt of meemaakt in jouw relatie dan is de relatie niet meer gezond. Vanaf dat moment is het belangrijk om voor jezelf te gaan kiezen en de gewoontes die je hebt ontwikkeld doorheen de jaren ook te gaan loslaten.

Beslissen om de relatie stop te zetten

Deze beslissing is niet de makkelijkste die er is en gaat dan ook gepaard met onzekerheid en angst hebben om er alleen voor te staan. Deze mensen staan niet stil bij de ernst van de situatie omdat ze dusdanig de gewoonte hebben om te leven in het mentale misbruik van hun partner. Het basisfundament van ‘een gezonde relatie’ hebben is een vraag die niet meer gesteld wordt want de dagelijkse beslommeringen (gewoontes) komen hier op de eerste plaats.

Het is zeker niet simpel om de knoop door te hakken maar het is ook niet onmogelijk. Je hebt doorheen de relatie een onveilige ‘hechtingssysteem’ ontwikkeld waardoor jouw partner jouw zwakheden van in het begin al door had. Hechtingssystemen komen voort uit ons verleden: wat wij hebben meegemaakt en hoe wij onze opvoeding hebben ervaren, zijn belangrijke punten om naar te kijken. Hechtingsproblemen komen altijd vanuit een moeilijk verleden, daarin hebben wij nooit echt geleerd om voor onszelf op te komen en hebben wij nooit een veilige manier van leven kunnen ervaren. Dit kan ook vanuit een allereerste relatie voorvloeien die wij als zo extreem pijnlijk ervaren hebben maar kan ook voortvloeien uit een gebrek aan liefde van de ouder/ouders, verstoten op school, er nergens bij horen, enzovoort…

Ook wanneer dat je dit kan inzien is de stap ‘makkelijker’ te zetten tot het verbreken van de relatie. Op deze manier weet je ook vanwaar het komt. Veel mensen zijn zich niet altijd bewust vanwaar sommige dingen uit kunnen voortvloeien. Nu kan ik jullie wel meedelen dat het vaak voorvloeit van ons verleden.

Het beëindigen van de relatie

Hier gaan we een stappenplan overlopen hoe je op een goede en constructieve manier de relatie kan beëindigen.

Als je zover bent om de relatie te beëindigen, neem deze verantwoordelijkheid dan ook volledig voor jezelf. In veel gevallen wachten mensen tot hun partner zelf de relatie zal verbreken: zo hoeven zij niet uit hun comfortzone te stappen.

  • Spreek met je partner hierover dat je dit wenst te stoppen en voer dit gesprek dan ook face-to-face. Reden hierachter is dat wij op die manier de dingen meer kunnen toelichten, onze partner zijn/haar vragen kunnen beantwoorden als er dingen onduidelijk zijn. Bij een facce-to-face gesprek is de non-verbale communicatie ook belangrijk.
  • Maak het niet uit via sms, facebook, whatsapp, enzovoort… Er is niets zo erg en onvolwassen om het op deze manier te doen! Behandel elkaar met respect en heb ook respect voor elkaars keuzes.
  • Een relatie beëindigen zorgt er altijd voor dat emoties de hoogte ingaan en niemand zit erop te wachten om gedumpt te worden. Het feit dat jij de vernielende relatie inziet en er ook mee wilt stoppen is de kans vaak ook groot dat jou partner zich niet bewust is van de destructieve relatie. Daarom is het belangrijk dat je uitlegt waarom je deze stap wenst te zetten.
  • Zeg de zaken eenmalig en val niet steeds in herhaling van wat er wel en niet goed ging. Op deze manier start je een welles-nietes-spelletje en zullen jullie mekaar ongetwijfeld weer overhalen om mekaar toch terug een kans te geven. Op deze manier geef je valse hoop.
  • Beloof je partner niet “wij zullen vrienden blijven”, hij/zij zal hoop koesteren. Vaak doen mensen dit omdat ze de situatie en de gevoelens van hun partner willen verzachten.
  • Laat de ‘friends with benefits’ buiten schot. Door intimiteit te onderhouden na een relatiebreuk loop je het gevaar dat oftewel jij of je partner terug gevoelens gaan koesteren. Dit wordt een kat en muis spel en zo voorkom je mekaar om verder te gaan.
  • Accepteer de beslissing of jij er nu een punt achter stelt of je partner. Belangrijk is dat je acceptatie toont en dat je niet in tranen uitbarst in de hoop dat hij/zij van gedachten verandert.
  • Accepteer jouw rouwproces en dat je de komende dagen en weken nog wel hartzeer kunt ervaren en het gemis wel eens de kop op kan steken. Het is een normaal gegeven.
  • Denk niet dat je mekaar ‘nodig’ hebt. Liefde laat zich niet dwingen en maak jezelf of je partner ook niet wijs dat jullie de enige zijn/waren voor mekaar. Dit behoort ook in het stuk ‘gewoontes’ die jullie gezamenlijk gedeeld hebben.

Ik wens jullie veel succes en liefde toe. Moest je overhoop geraken met het lezen van mijn blog of je zou ergens wat meer diepgang in willen hebben.

Dit artikel is geschreven door medium Fabio. Neem zeker ook een kijkje op de andere blogberichten. Daar kan je allerlei informatie terugvinden over spirituele en relationele thema’s.

Lees het originele artikel hier.

Advertenties

Ze zorgde voor haar twee zorgkinderen, waarna haar man er vandoor ging met een ander. Hieronder lees je het persoonlijke verhaal van een (anonieme) moeder.

Dit is mijn verhaal: het verhaal van een (strijdbare) moeder met kinderen met leerproblemen. Mijn verhaal gaat over de zoektocht naar hulp voor mijn kinderen, maar ook over het overwinnen van een verdrietige, voor mij ingewikkelde echtscheiding. Na al het vechten, zorgen, mezelf wegcijferen, vallen en weer opstaan kan ik nu met recht zeggen: Ik sta er weer! Ik heb al die zware jaren overleefd. Ik ben er misschien nog niet helemaal, maar ik ben blij en trots! Super trots, als  alleenstaande (zorg)-moeder van twee fantastische, bijzondere kinderen. Ik zeg tegenwoordig altijd, vooral tegen moeders rondom hun kinderen: volg je gevoel, je intuïtie, altijd! Als jij denkt dat er iets met je kinderen is, dan IS dat ook bijna altijd zo.

Geen zorgeloze start
De start van mijn verhaal is eigenlijk al begonnen op het moment dat mijn oudste dochter (nu puber/jong-volwassene, 2e jaar  Voortgezet Onderwijs) de kleuterschooltijd al niet helemaal zorgeloos en ‘standaard’ door kwam. Ze was een enorme lieve, zachte en verlegen kleuter, dus ze viel niet echt op. Ik maakte mij daar als moeder niet direct zorgen over, want tja, niet alle kinderen ontwikkelen zich op dezelfde manier, dus dat komt allemaal wel. Toch heb ik heel vaak het idee gehad dat ze gewoon moeite had met bepaalde dingen, dat ze haar best er wel degelijk voor deed, maar dat het haar gewoon niet lukte. Toen ze in groep drie moest starten met letters, woordjes en zinnen lezen en dit in best wel een sneltreinvaart moest gebeuren, begon ze langzaam achter te lopen.
De letters gingen niet vanzelf, het automatiseren ging niet vanzelf, de woorden kwamen niet vanzelf, het lezen kwam niet lekker op gang, het bleef lange tijd bij ‘hakken en plakken’.

Leesproblemen en dyslexie
Toen ben ik mij als moeder maar eens gaan verdiepen in leesproblemen, oftewel dyslexie en wat zoal symptomen en kenmerken waren. Toen werd het me vrij snel duidelijk. Mijn dochter deed haar uiterste best, maar het lukte gewoon niet. Kon het niet zo zijn dat ze dyslectisch was?! Op school werd hier toen eigenlijk nog nauwelijks over gerept. Toen groep vier in zicht kwam, bleek mijn dochter zo erg achter te lopen dat groep vier een brug te ver was, dus werd er geopperd groep drie nogmaals te doen. Ik stemde hier mee in en vond het – gezien haar ontwikkeling en het feit dat ze in haar doen en laten nog wel ‘jong’ was – een prima idee. Dit zou haar goed doen en we konden, met elkaar, bekijken hoe haar leesontwikkeling in de tussentijd zou verlopen. Maar ondanks twee maal groep drie bij een lieve juf wat haar best goed deed, ging het op school en expliciet rondom lezen, schrijven, spelling en taal, toch nog steeds niet zoals het hoorde. Toen heb ik op school eens aangekaart of het mogelijk was dyslectisch dat mijn dochter dyslectisch is en of ze hierop getest kon worden. Helaas gaat daar dan geruime tijd overheen, omdat school eerst van alles moet aantonen wat ze aan extra hulp hebben aangeboden, papieren moeten aanleveren en je niet direct aan de beurt bent met testen bij een bureau. Het zelfbeeld van mijn dochter ging helaas steeds verder naar achteruit, ze werd steeds stiller, huilde veel, durfde nauwelijks meer om hulp of extra uitleg te vragen en hield zich maar op de achtergrond.

pexels-photo-247195

EED
Het ging zienderogen achteruit met haar (zelfbeeld). Totdat uiteindelijk de uitslag van het dyslexieonderzoek daar was: ze had EED (ernstige enkelvoudige dyslexie). Iets wat ik eigenlijk vanaf de kleuterklas al vermoed had, maar waaraan weinig en veel te laat gehoor is gegeven door school. Mijn eerste ervaring met negativiteit rondom (h)erkenning, het doorverwijzen van ‘het kastje naar de muur’, het niet voor ‘serieus’ te worden aangezien, de ‘zeurmoeder’ op school, de moeder die zich véél te veel zorgen maakt…  Mijn dochter gaf een presentatie over (haar) dyslexie, zodat haar klasgenoten ook wisten wat ze had, waarom ze extra hulp en tijd kreeg en moeite met lezen en waarom ze bijvoorbeeld een tafel- of spellingskaart mocht gebruiken. Ze knapte er enorm van op nu ze wist wat ze had, maar ook nu ze de goede specialistische hulp en begeleiding kreeg en er aan haar weerbaarheid en zelfbeeld werd gewerkt. Zo fijn!

De zoektocht ging verder
Toen ik in het traject zat met mijn dochter voor dyslexiebegeleiding, begon mijn zoon, inmiddels ook in groep drie, vast te lopen rondom letters, lezen, spelling, maar ook rekenen. Hoewel ik het idee had dat mijn dochter hele dyslectische kenmerken had en ik dit niet zo bemerkte bij mijn zoon, gingen wel bij mij wel een aantal welbekende alarmbellen af. Ook omdat dyslexie vastgesteld bij een zus de kans procentueel erg groot maakt dat er ook dyslexie bij een (volgende) broer of zus wordt vastgesteld. Toen mijn zoon maar bleef goochelen met het omdraaien van letters en van rechts naar links schrijven en hakken en plakken met lezen, wist ik al vrij snel hoe laat het was. Ook mijn zoon heeft groep drie vanwege dezelfde redenen als mijn dochter nog een keer gedaan, echter hij was er, in tegenstelling tot dochter, eind (tweede keer) groep drie nog veel slechter aan toe. Op het depressieve af én helemaal gestrest. Een jongetje van zeven die zei zijn leven niet meer leuk te vinden, zelfs niet meer te willen leven…., die school en alles wat hij daar moest doen vreselijk vond, die met afgehangen schouders, hoofd naar beneden, over het schoolplein liep, die lichamelijke klachten kreeg, op school eigenlijk niet meer mee wilde doen en.. het ergste van alles is dat ze op school allerlei signalen niet serieus (genoeg) hebben genomen, niet van mij, terwijl ik van alles aankaartte, maar ook niet van mijn zoon zelf.

Het gaat helemaal niet goed
Ik vergeet nooit meer dat mijn zoon zei ‘Juf zegt, het gaat wel goed toch?’ ….., gevolgd door: `Maar mam, het gaat helemaal niet goed’.  In de tussentijd had ik hem al aangemeld bij het dyslexiebureau waar we al naar toe gingen met onze dochter, dus het onderzoek was daar zo geregeld en inderdaad: het zelfde verhaal, ook dyslexie in ernstige mate (en mogelijk meer problematiek). In de tussentijd had ik stappen gezet om mijn zoon van de reguliere school af te halen (mijn tweede ervaring met het gevoel niet (h)erkend te worden in de problematiek, nu rondom mijn zoon, ‘weer dat kastje en die muur’, weer het (inwendig) schreeuwen: word ik nog gehoord?, zien jullie de ernst van de situatie?, is er nog iemand die met mij meedenkt wat de beste oplossing is? Maar nee, ik was de enige die zag hoe het écht met mijn zoon ging, NIET! Het ging gewoon echt niet!! Hij moest naar een andere, specialistische school en wel heel snel!, anders ging het echt niet goed komen met hem.

pexels-photo-236147

Noodkreet
Met het lood in mijn schoenen ben ik naar de dichtstbijzijnde speciaal onderwijs school gereden en heb daar een gesprek gehad. Huilend, in de stress en eigenlijk óp van alles heb ik mijn verhaal gedaan en binnen een maand was mijn zoon van school af en zat hij op het SBO. De beste keuze ooit! Langzaam bloeide mijn mannetje weer op en hij kreeg daar de rust, maar ook de begeleiding en hulp die zo wenselijk en nodig was! Dáár werd hij gewoon gezien en gehoord! Binnen een paar weken was hij opgebloeid en wisten de leerkrachten al meer over hem, dan de leerkrachten van de andere school in al die jaren daarvoor. Ik was dankbaar! Zó dankbaar dat het weer goed met hem ging. Makkelijk was het ook op deze school niet voor hem, want naast lezen, spelling, taal, was rekenen ook een lastige voor hem. Zijn leerproblemen waren gewoon complexer en eigenlijk heb ik toen al het gevoel gehad dat er méér dan alleen dyslexie aan de hand was…(ook weer zo’n intuïtief moedergevoel..) Inmiddels weet ik dat er meer aan de hand is (hij is daarvoor anderhalf jaar geleden onderzocht). In die periode heb ik, als moeder, twee kinderen begeleid met hun dyslexietrajecten. Naast school, werk, huishouden, verplichtingen, vrijwilligerswerk (ja, zelfs dát deed ik toen nog). et cetera. Het was er gewoon een baan naast! Elke week naar een andere plaats waar de begeleiding plaats vond en daarnaast veel, heel veel thuis oefenen. Bijna twee jaar lang!

Relatieproblemen
Langzamerhand voelde ik mij in mijn relatie, met de vader van mijn kinderen, steeds eenzamer. Ik voelde mijn partner van me weglopen, zich afkeren van dit complexe ‘zorggezin’ en ik had het gevoel dat ik werkelijk alles alleen moest doen, ik voelde me toen eigenlijk al een ‘alleenstaande moeder’ met de zorgen van kinderen waarbij het niet normaal verloopt op school, het voelde alsof ik alles alleen moest dragen en ik alleen die zorgen kende en zag, want ook hierin werd ik door diverse partijen niet serieus genomen. Onze relatie ging op veel punten zienderogen achteruit en ik heb meermaals gedacht: ‘Als ik de kinderen weer op de rit heb, ligt mijn huwelijk in puin’. En wat ik intuïtief gewoon wist en voelde, gebeurde…! Mijn (inmiddels ex) partner had al geruime tijd een ander pad bewandeld. Niet het pad wat ik met de kinderen had bewandeld. Hij was naast zijn gezin een ander leven gestart.  En ik probeerde zo goed en zo kwaad als het ging, mijzelf en de kinderen overeind te houden. In de tussentijd aangeklopt voor hulp bij onze gemeente, maar ook hierop is niet adequaat gereageerd, de zoveelste keer dat ik niet serieus (genoeg) genomen ben, me niet gehoord heb gevoeld en zo ‘op’ van het vechten, dat ik dacht: laat maar… en toen ik uiteindelijk het gevoel had dat het écht niet meer ging tussen ons, er constant ruzies waren en onbegrip én ik eigenlijk helemaal ‘op’ was van al die jaren ‘buffelen’, werd ‘de bom’ onder onze meer dan 20 jarige relatie/verstandhouding gelegd.. Er was een ander.

Klap in mijn gezicht
Nog nooit heb ik zo’n klap in mijn gezicht gehad. Nog nooit waren de dagen zo donker en nog nooit heb ik me zo aan de kant gezet gevoeld…ingeruild, maar ik had er maar mee te dealen.  Ik ben in dat jaar voor mijzelf de boel op een rij gaan zetten. Wonend met de kinderen in onze (koop)woning, hij wonend bij zijn vriendin in een huurwoning en ik ben stap voor stap de dingen gaan regelen… in eerste instantie: de keuze maken dat ik ook niet meer met hem verder wilde! Dat ik het prima kon redden met de kinderen zelf, want dat had ik inmiddels wel bewezen. Maar ja, je hele leven ligt in duigen, je weet van voren niet dat je van achter leeft, je weet niet hoe je iets moet regelen, wat je moet regelen, wat eerst en wat daarna. Het voelt alsof je loopt op een moeras onder zware donderwolken. Overmand door een enorm verdriet, boosheid, teleurstelling, frustratie, eenzaamheid, heb ik dat jaar overleefd. In onze woning – waarvan ik wist dat ik eruit moest.. In de tussentijd moest ik me inschrijven voor een huurwoning, de scheiding regelen bij de mediator, zaken regelen rondom het ouderschapsplan, de boedelscheiding, gesprekken voeren met psycholoog en maatschappelijk werk, gesprekken voeren met de kinderpsychiatrie vanwege nog een onderzoek en dan daarnaast ‘gewoon’ werken, kinderen naar school brengen, doorleven, want alles loopt gewoon door en je blijft je maar afvragen hoe je hier überhaupt uit komt.

Nieuwe start
Een huurwoning krijgen viel niet mee, lange wachtlijsten, geen urgentie en dan financieel, pfff. Ik zag mezelf al zitten in een (tijdelijke) sta caravan op een vreselijke camping met .. niks…. en kinderen waarvoor dat helemaal niet goed is, die juist stabiliteit en rust zouden moeten hebben, na die heftige jaren op school!. In dat jaar ging er heel wat door me heen: de goede tijden, slechte tijden, emmers vol tranen, boosheid, frustraties, onmacht, onzekerheid en stress, bergen stress. Op het moment waarop ik dacht,… dit moet niet nóg een half jaar duren, inmiddels bij de mediator de boel op orde en ik wachtende op een huurwoning, kwám er die woning!!
Na een klein jaartje ‘wonen’ in onze koopwoning (wat echt niet meer fijn voelde met al die herinneringen..), kon ik over naar een mooie huurwoning en kon het koophuis op mijn ex naam gezet worden en kon hij terug naar de (oude) woning met zijn vriendin. Inmiddels woon ik een jaar in mijn eigen fijne woning en het voelt ook echt als MIJN woning (met mijn kinderen).

Tot rust komen
Vorig jaar stond nogal in het teken van regelen, verhuizen, verven/behangen, het ‘eigen maken’, tuin opknappen, de laatste scheiding/verhuizingszaken regelen en vooral tot rust komen, enorm tot rust komen en verwerken.…. Want jeetje, wat een impact heeft dit alles op mij gehad, maar ook op de kinderen en ongetwijfeld ook op mijn ex-partner, hoewel die, zoals het lijkt, zijn leven met haar heeft opgepakt en ogenschijnlijk ‘schepen achter zich verbrand heeft’ en ‘gewoon opnieuw begonnen is’. De omgangsregeling is gelukkig op orde en we wonen beiden (weer) in dezelfde woonplaats. De kinderen kunnen dus makkelijk op en neer. Zolang we het niet hebben over ingewikkelde dingen of gevoelszaken gaat de omgang goed, de kinderen zijn tevreden en ik moet zeggen het gaat me allemaal best af, met hulp en ondersteuning van lieve familie en vrienden, vriendinnen én professionele externe hulp, want alles heeft zo veel impact op mijzelf en ons gezin gehad, dat ik gesprekken heb met een gezinstherapeut om mijzelf weer te vinden, veel te verwerken en een plek te geven, om er weer helemaal zelf te zijn en er goed te kunnen zijn voor mijn kinderen, die noodzakelijke zorg en begeleiding nodig hebben en de nodige ups en down kennen en soms nog hebben.

Ik vertrouw blind op mijn intuïtie
Ik vaar blind op mijn gevoel en intuïtie en ik weet en voel wat goed is voor mijn kinderen en wanneer het wat minder gaat. Helaas sta ik hier wel vrij alleen in, aangezien mijn ex en ik de problematiek rondom de kinderen verschillend zien: dat maakt het soms moeilijk. Maar met de juiste hulpverlening, mijn vrienden en familie red ik het prima. Ik zie gelukkig de zon (steeds meer) schijnen! Ik ben zo dankbaar voor mijn huisje, mijn spullen, mijn (flexibele) baan, vrienden en familie die aan mijn zijde zijn gebleven én zijn gekomen en dankbaar voor alles wat ik overleefd heb.

spiritual2

Trots op mezelf
En trots ben ik ook, ja trots, omdat ik dit alles wel heb (moeten) doorstaan, ik een sterke vrouw ben (geworden), omdat ik er ook mooie, dankbare dingen aan over heb gehouden en ik ben trots op mijn kinderen, die het ondanks hun niet zichtbare ‘handicaps’ en de zeker geen ‘standaard scheiding’, toch heel goed doen (ook op school)! Het alleenstaande leven met ‘zorgkinderen’ is zeker niet vanzelfsprekend, soms ook lastig uit te leggen aan mensen die niet snappen hoe het werkt en soms echt heel zwaar, maar ik wéét dat ik het aan kan en ik kan eigenlijk best nu al wel zeggen dat ik gelukkig ben met mijn leven alleen met de kinderen. Ik voel het nog niet helemaal tot in mijn tenen en ik moet zeker nog verder met mijzelf aan de slag, maar ik ben op de goede weg! En ik moet alles tijd geven, tijd om te verwerken, alles een plek te geven, het verdriet te laten slijten en tijd om anders in mijn leven te gaan staan. Te gaan staan waar IK voor wil staan en wat goed voelt voor mij en tijd geven … om er weer helemaal te zijn!

Een strijdbare en trotse moeder.

Kritiek: we geven het graag, maar kritiek krijgen, dat is vaak een heel ander verhaal.

Overal waar je komt kun je kritiek krijgen: thuis, van je partner, op je werk, of zelfs van vreemden in het openbaar. Kritiek krijgen kan een vervelend gevoel oproepen: met name als deze niet zo prettig gebracht wordt.

Jezelf ontwikkelen

Toch is het goed leren ontvangen van kritiek een manier om jezelf positief te ontwikkelen. Niet alle kritiek is terecht; het is dan ook goed om kritisch (haha) te bepalen van wie je kritiek wil ontvangen.

Herhaalde kritiek

Als je bepaalde kritiek meerdere keren te horen krijgt, bijvoorbeeld dat je slecht luistert, dan is dit vaak een teken dat je daar bijvoorbeeld toch beter wel naar kunt luisteren.

Dat doe ik helemaal niet!

Veel mensen zijn geneigd bij het ontvangen van kritiek meteen in de verdediging te gaan. Dit is een menselijke, maar emotionele reactie op het gevoel dat je aangevallen wordt. Het is goed om je op zo’n momenten af te vragen:

  1. Word ik echt aangevallen?
  2. Zit er een kern van waarheid in de kritiek die ik krijg?
  3. Reageer ik nu op een redelijke manier of vanuit emoties?

Koop tijd

Weet je niet goed wat je aan moet met de ontvangen kritiek? Dat is helemaal niet erg. Bedank je gesprekspartner voor zijn eerlijkheid en geef aan dat je even wilt nadenken over wat je te horen hebt gekregen. Zo voorkom je dat je vanuit een emotie over-reageert en kun je er op een rustig moment even over nadenken.

Je hoeft niet altijd direct te reageren.

Oneens?

Zo veel mensen, zo veel meningen. Ben je het – ook na een moment van reflectie – oneens met de ontvangen kritiek? Je kunt er dan voor kiezen om de ontvangen kritiek naast je neer te leggen, of om de kritiek gever aan te spreken om desgewenst te onderbouwen waarom jij het oneens bent. Vraag je hierbij wel af, of je eerlijk en neutraal naar jezelf gekeken hebt: dit is namelijk heel moeilijk voor mensen; hun eigen gedrag objectief beoordelen. Vraag als je daar behoefte aan hebt de verzender om nadere toelichting. Misschien berust de kritiek wel op een misverstand, dat je gemakkelijk uit de weg kunt helpen.

Onterechte kritiek

Soms is kritiek echt onterecht. Sommige mensen zijn geneigd veel kritiek te gaan uiten op mensen met eigenschappen die hun jaloezie opwekken, of die gedrag vertonen dat ze zelf benijden. Als je merkt dat iemand vooral kritiek geeft om het kritiek geven, kun je wederom de kritiek naast je neerleggen, of zelf kritisch doorvragen bij de verzender wat nu precies het probleem is. Hoe ga jij om met kritiek? Geef je zelf veel kritiek aan anderen? Reageer jij verdedigend vanuit emotie op ontvangen kritiek? Laat het weten in een reactie!

Je kent het gezegde wel: scheiden doet lijden. Ik ben het daar voor een groot deel absoluut niet mee eens. Ongelukkig getrouwd blijven, dát doet vaak pas lijden.

Massaal vragen Nederlanders zich af: moet ik scheiden of blijven? Het blijft een moeilijk vraagstuk. Want: Heb je alles geprobeerd? Heb je gedaan wat je kon om je relatie te herstellen? Heb je relatietherapie geprobeerd? De keuze is reuze. Er bestaat geen quick fix. Er staat veel op het spel: wonen, financiën, het “ideale plaatje” richting de buitenwereld.

Ja. Scheiden doet soms lijden, maar dit hangt er grotendeels van af hoe volwassen je er mee om gaat. Steeds meer ouders doen anno 2018 hun uiterste best om op een vreedzame manier uit elkaar te gaan, vanwege de verdrietig genoeg enige – maar oh zo belangrijke! – liefde die onder de streep nog over blijft als het huwelijk of de relatie strandt: de liefde voor hun kinderen. Compromissen worden gezocht. Trots wordt ingeslikt. De middenweg wordt gezocht. Scheiden is dus niet altijd die gruwelijke lijdensweg die je ziet op televisie, voor het woord scheiding komt steeds minder het woord vecht te staan.

Mediators worden steeds meer ingeschakeld om de stormschade na de storm die echtscheiding heet te beperken, met als doel om het huwelijk voor de kinderen op een zo ruzie-vrij mogelijke manier te beëindigen. Dit getuigt niet alleen van heel veel moed, volwassenheid en redelijkheid; het getuigt ook van een hele grote liefde voor de kinderen en het bereid zijn om – van beide kanten – het ego opzij te zetten, om de kinderen leed te besparen.

Getrouwd blijven doet vaak ook lijden. Dit onderwerp wordt echter lang niet genoeg belicht. Ongelukkig getrouwde ouders zorgen -of ze dat willen of niet- met hun ruzies, onderlinge spanning en de vervelende sfeer voor een mijnenveld-huishouden.

Kinderen voelen het intuïtief feilloos aan, als ouders niet meer van elkaar houden. Vaak hebben kinderen het al langer in de gaten dan de ouders zelf. De schade die aangericht wordt als je ouders niet meer van elkaar houden, wordt echter vaak jaren later pas zichtbaar: als het kind niet weet hoe een gezonde, respectvolle relatie er uit ziet en onbewust ongezonde partners uitzoekt, omdat die emotionele onveiligheid in de jeugd een vertrouwdheid heeft gekregen.

Als kind voel je je loyaal aan beide ouders. Als beide ouders ongelukkig in een huis blijven leven, langs elkaar door of ruziënd, voelen kinderen dagelijks deze ongezonde sfeer, de spanning, de ongemakkelijkheid, het ongeloof als er visite komt en er opeens wel leuk gedaan kan worden. Geen gezonde lessen voor een kind van hoe een gelukkige relatie hoort te zijn.

Scheiden doet lijden, maar ongelukkig getrouwd blijven voor de lieve vrede, het geld of de buitenwereld richt vaak nog veel meer schade aan.

Deze gaat echter verhuld achter een façade, een masker dat naar buiten toe wordt vastgehouden in de vorm van op elkaar geklemde kaken op de gezinsfoto: even lachen naar de camera jongens, we zijn verdomme een gelukkig gezin.

In mijn brief “Sorry, lief kind” sprak ik met en over het anders lerende kind. Honderden emotionele reacties van moeders uit alle uithoeken van Nederland waren een gevolg van het moment waarop ik aan de keukentafel simpelweg een eerlijke brief schreef aan het kind in mezelf.

De moeders van deze anders lerende kinderen hebben het vaak best zwaar: zij leveren dagelijks een strijd om hun kind te laten leren en groeien; een strijd die voor andere moeders wellicht niet in te beelden is.

De zoektocht is vaak vermoeiend, want: waar moet je naar toe als je kind niet “mee kan met de meute”? Waar begin je? Logopedie? Ergotherapie? Kinderpsycholoog? Naar de huisarts? Een psychiater? Een kindercoach? De keuze is reuze. Vaak veel té reuze zelfs.

Het web van zorgaanbieders en mogelijkheden is voor de nietsvermoedende moeder vaak simpelweg ingewikkeld. Soms zelfs overweldigend. Niet altijd schakelt de huisarts de juiste hulp in, niet altijd wordt de juiste diagnose gesteld, niet altijd helpt de diagnose ook richting de juiste hulp. Waar mensen werken worden immers ook wel eens fouten gemaakt.

Terwijl de ontwikkeling op gang komt richting het vinden van de juiste hulp voor je kind, kan deze zich helaas ook tegen je keren. Misdiagnose, van het kastje naar de muur gestuurd worden; moeders en vaders rijden vaak urenlang stad en land af op zoek naar de juiste begeleiding, of dit nu op medisch gebied is of op het gebied van gedragsproblemen en leerproblemen, soms gecombineerd.

Ik werd bijvoorbeeld eens voor mijn kind naar een organisatie gestuurd die haar zouden kunnen begeleiden met een specifiek leerprobleem. Ik nam verlof, reed er naar toe, praatte anderhalf uur met de mevrouw van die organisatie, waarna we tot de conclusie kwamen dat ik totaal verkeerd terecht was gekomen: zij boden helemaal geen leerbegeleiding, zij boden gezinsbegeleiding.

Na dat uur wist die mevrouw net zo zeker als ik dat dat niet was wat wij specifiek nodig hadden. Haar collega had toen ik belde ook niet goed geweten wat ze met mijn kritische vragen moest, want ze hadden net een reorganisatie achter de rug en er was een hoop onduidelijkheid. Niets ten nadele van die mevrouw – ze leek me kundig in haar werk – wilde ik als moeder zijnde al niet meer met deze organisatie samenwerken, als zij zelf nog niet eens precies wisten wat hun zorgaanbod was.

Als ouders moet je tegenwoordig behoorlijk mondig zijn om je staande te houden in de zoektocht naar hulp voor je kind. Meedenken moet je sowieso, dat is je taak als ouder, vind ik.

Veel ouders zoeken, zoeken, zoeken en zoeken nog eens. Het kind krijgt vaak onderweg diverse labels opgeplakt, diagnoses worden herroepen, wat het taboe rondom diagnoses (in de volksmond etiketjes en labels) helaas ook alleen maar doet groeien. Toch zoeken ouders door, hopend op het moment dat hun kind eindelijk de hulp krijgt die nodig is, op welk gebied dat dan ook is.

Zorgaanbieders concurreren, reorganisaties binnen grote organisaties volgen elkaar in een rap tempo op en terwijl dat allemaal gebeurt, groeit de onduidelijkheid voor de ouders – en daarmee hun kinderen – alleen maar door.

Moeders en vaders van Nederland worden “zorgmoe”, juist door die talloze kastjes en muren, het doolhof waar ze vol goede bedoelingen in waren gelopen, maar niet meer uit weten te komen. Dus wat doen we dan? In eerste instantie zoeken we door, blijven we dwalen en hetzelfde rondje door het doolhof herhalen, net zo lang totdat we hopelijk ergens per geluk toch struikelen over de juiste zorgaanbieder. En als dat te lang duurt, doen we wat ieder mens wil als het zich gevangen voelt zonder uitzicht: we vluchten. We willen geen hulp meer zoeken, want het zoeken putte ons uit.

En als we die juiste hulp eindelijk wel vinden, nou, dan houden we daar stevig aan vast. Een ergotherapeut die ik erg goed vond zei eens: mijn eerste en belangrijkste doel wordt ontdekken: hoe leert jouw kind.

Hèhè, eindelijk! Eindelijk, dacht ik, eindelijk iemand die zich daar echt in gaat verdiepen. Dat deed hij, en met succes. Ook de logopedist waar we uiteindelijk bij eindigden ging kalm en gestaag te werk, met succes.

Alleen vond ik het ergens ook best wel verdrietig, want: zou dat niet ook al op scholen moeten gebeuren? Moeten we niet juist meer investeren in de basis? De basis zijnde: het onderwijs en de opvoeding? Het aantal leerlingen per leerkracht? Waarom is de conclusie landelijk nog niet getrokken dat de grens van dertig kinderen in een klas de lat voor leraren én kinderen veel te hoog legt?

Het probleem van het anders lerende kind komt nu terecht in een doolhof van zorgaanbieders, en waarom? Is dat omdat scholen doorgaans niet voldoende middelen krijgen om ook anders lerende kinderen binnen boord te houden?Is het omdat de klassen te vol zijn en leraren overspoeld worden? Is er niet voldoende geld voor bijscholing van leraren? Of krijgen leraren wel voldoende bijscholing, maar simpelweg niet voldoende tijd om het geleerde ook op individuele basis te investeren?

Is het omdat ouders goedbedoeld verdwalen in de zoektocht naar hulp, terwijl concrete en praktische informatie voor het opvoeden van een anders lerend kind ook al heel veel problemen kan voorkomen?

Misschien ligt het antwoord op deze zoektocht wel precies in de wanhoop die zo veel ouders voelen: je ziet door de bomen het bos niet meer, je wilt je kind dolgraag helpen, maar je weet op een gegeven moment simpelweg niet meer hoe. Er is te veel keuze, er zijn te veel experts die allemaal hun eigen mening hebben. Iets met bomen en een bos zien.

Ik stel me graag een toekomst voor waar alle kinderen, anders lerend of niet, terecht kunnen op één school, in een klas waarin het niet noodgedwongen maar een nummer is, waarin de leerkracht voldoende rust en tijd krijgt om niet alleen in groepsverband, maar ook een op een meer te kunnen praten met het kind.

Dat laatste wordt overigens helaas nog veel te vaak vergeten: praten met het kind zelf. Zorgaanbieders, ouders en leerkrachten roepen met de beste bedoelingen over het kind heen, wijzen zelfs vaak met de vinger naar de ander. Helaas, want ik als ouder zie bij de gesprekken over ons kind gelukkig uitermate betrokken professionals die niet alleen beroepsmatig maar ook persoonlijk het beste met ons kind voor hebben.

Ik vraag me te midden van al die bomen, bossen, kastjes en muren af, wie tegenwoordig nog er aan denkt om aan het kind zelf te vragen wat het nodig heeft.

Anders lerende kinderen zijn vaak namelijk uitermate eerlijk en creatief, maar als ze de vraag niet krijgen, zullen ze wellicht zelf ook niet altijd met een antwoord komen.

Als je er naar vraagt, zullen de antwoorden gegarandeerd verbazen, vermoed ik zomaar.

Op schoot bij mama of papa. Er is geen veiligere of gezelligere plek.

Je kunt het niet vaak genoeg doen, vind ik. Hoe gehaast je bestaan ook is en hoe veel je ook moet.
Ik weet het, je hebt het druk. Het leven is druk. De wereld is druk. Haast, haast, haast. Maar op schoot staat de tijd stil. Je kunt elkaar aankijken. Je kunt kijken naar de details van hun wimpers en wenkbrauwen. Je kunt kietelen, knuffelen en gewoon lekker tegen elkaar aan hangen.

Kinderen moeten zo vaak mogelijk op schoot. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Nu nog wel. Want in al die haast ontgroeien ze – zomaar, in wat een oogwenk lijkt – je schoot.
Zijn ze opeens boven je uit gegroeid, of willen ze niet meer.

En dan opeens komt de dag dat ze het ouderlijk nest verlaten. Daar gaan ze, met hun koffers, hun leven als volwassene tegemoet.

Dan wens je dat ze nog even zo klein waren dat ze op je schoot pasten. Dat je nog even kon ruiken, knuffelen en kijken. Dat die handen nog handjes waren, of knuistjes met kuiltjes er in.

Dus laat alles vallen waar je mee bezig bent, schuif je iPad of laptop van je schoot af en roep je kind bij je.

Nu kan het nog.
De rest komt later wel.

pexels-photo-12628-largeVrouwen zijn vaak in hun hoofd bezig met allerlei projecten. In het weekend, als er niet gewerkt hoeft te worden, komen er heel vaak allerlei leuke Projecten op in het hoofd van de vrouw.
Zoals bijvoorbeeld project Nieuwe Meubels, project Ruimere kast, of project Tuin Winterklaar maken. Project Kledingkast uitmesten en Oude Kleding Vervangen Door Nieuwe komt ook regelmatig voor.

Mannen zetten vaak in het weekend hun hoofd het liefst in rust stand. Na een week werken zijn ze blij als ze gewoon, Al Bundy style, een beetje kunnen chillen op de bank. Balletje trappen, beetje lezen of spelletjes spelen op de smartphone, dat soort dingen. Na een week waarin hun baas al met drie projecten aan hun bureau / werkplek stond, is het laatste waar mannen zin in hebben in het weekend: nog meer projecten.

Toch hebben vrouwen daar vaak wel zin in. Want laten we eerlijk zijn, zonder projecten is het leven niet leuk. Wij vrouwen willen ons graag nuttig voelen, willen resultaten zien. En daar hebben we soms ook onze mannen bij nodig. En dat hij na een week werken geen zin heeft in een twee uur durend slagveld in de plaatselijke Hornbach of Meubelzaak, nou, daar hebben we niet zo’n boodschap aan. Wij hebben ook gewerkt deze week, achter de kinderen aan gerend, het huis gepoetst en een ratrace gedaan van het zwembad naar de voetbalclub, dus: niet zeuren.

Dus mokt hij achter zijn Vrolijke Vrouw en kinderen aan door de Hornbach, waar hij zich in tegenstelling tot de reclame verre van Kamijajaajippiejippiejeej voelt, terwijl zijn vrouw de oren van zijn hoofd vraagt over soorten laminaat / behang / verf soort die al dan niet schadelijk is voor de luchtwegen. Hij loopt achteraan door de Ikea, waar hij gebroederlijk naar andere vaders met zijn ogen rolt, en kijkt om zich heen of er nog lekkere mokkels door de Ikea lopen. Als verzachting voor de pijn zeg maar, van die onverbiddelijke vrouw met een snor, die net haar winkelkar op zijn voet parkeerde.

En als ze dan terug rijden naar huis, hun auto volgeladen met praktische rotdingen waar hij straks weer iets mee moet, mogen ze ook nog eens niet stoppen bij de Kentucky, want e-nummers en suikers. Of zoiets. Langzaam begint hij uit te kijken naar maandag: misschien kan hij stiekem wel ergens een dutje doen, op het werk. Mijmerend denkt hij terug aan de tijd dat ze nog kinderloos waren; de tijd dat ze nog drie keer per week seks hadden in plaats van drie keer per jaar, de tijd dat hij nog meer haar / minder grijs haar had en meer testosteron, meer vrije tijd, minder projecten. Om de dag compleet te maken, werd hij vandaag getagd op Facebook als  geschikte deelnemer van Nationale Kale Koppendag, en al zijn Facebook vrienden lachten er om. Hij ook hoor. Maar dan wel als een kalende boer met kiespijn.

Veel tijd om daar over verdrietig te zijn krijgt hij echter niet. Want thuis gekomen moet hij aan de bak. Projecten uitvoeren, ondertussen poepluiers ontwijkend (“Ik kan dit nu niet uit mijn handen laten vallen schat!”), Ikea kasten met veel te veel schroefjes in elkaar schroeven, de hele dag een vloekbui onderdrukkend.

Aan het eind van de dag, als de kinderen in bed liggen, zijn vrouw tevreden zit te kijken naar het eindresultaat van het project van deze week, verwijdert hij de Kale Koppen tag van zijn Facebook tijdlijn en nestelt hij zich voor de televisie. Hij zoekt nog eens mijmerend op Schoolbank naar oud klasgenotes, uit een ver, minder grijs verleden, en kijkt geïnteresseerd op bij de reclame van “Second Love”, waarbij zijn vrouw altijd een zuur mondje trekt. “Ben jij gelukkig getrouwd? Ik ook.” zegt de zwoele vrouwenstem vanaf de televisie.

Vermoeid krabt hij aan zijn hoofd.
Second Love. Een tweede vrouw. Klinkt te mooi om waar te zijn. Nog meer projecten: veel te vermoeiend. Zacht valt hij weg in een fijn, rustig dutje; het eind van de dag kan hij wel afsluiten zoals hij hem had willen beginnen: Al Bundy style op de bank.

Een op de drie mensen gaat vreemd. En nee, heus niet alleen mannen. Vrouwen net zo goed. Of ja, net zo fout eigenlijk.

In dit artikel een paar tips om te ontdekken of jouw partner die ene van de drie is!

1. Je partner laat zijn / haar telefoon slingeren.
Ben je gerust omdat je partner zijn of haar mobiel overal laat slingeren? Dit kan juist bewust zijn, om je op het verkeerde been te zetten. Misschien is er wel een geheim mobieltje waar jij niks van af weet, of gebruikt ie een cover me app of zoiets.

2. Je partner laat zijn / haar telefoon nooit slingeren.
Dan moeten alle alarmbellen af gaan. Dit kan betekenen dat je partner van alles voor je verbergt.

3. Je partner heeft zijn / haar telefoon altijd op stil staan.
Waarom is dat nodig? Wat mag jij niet horen? Waarom zo geheimzinnig? Dit klopt vast van geen kant.

4. Je partner heeft zijn / haar telefoon altijd op geluid staan.
Wat wil hij of zij duidelijk maken? Zie voor meer achterdocht: punt 1.

5. Je partner heeft een telefoon en zit daar heel veel mee te spelen.
Wat speelt hij of zij dan? En belangrijker; met WIE?

6. Je partner bezit een telefoon.
Dit is sowieso al uiterst verdacht.

7. Je partner heeft vrienden op Facebook.
Hier bij moet je al direct oppassen. Vrienden op Facebook, met name die van vroeger, zijn een uitermate groot gevaar voor je relatie. Grote kans dat er ook vrienden bij zitten die je niet kent. Als dit waar is, vraag jezelf dan af waarom je die niet kent.

8. Je partner speelt veel spelletjes op zijn of haar telefoon.
Als je partner nooit scrabble met jou wil spelen, waarom zou hij dan wel uren Wordfeud willen spelen op zijn telefoon? Hè? Hè? Hè?

9. Je hebt een buurman en buurvrouw.
Waarom zou je partner het ver van huis zoeken? Het hebben van een buurvrouw of buurman is zeer risicovol. Wees vooral alert als de suiker opeens verdacht vaak op is.

10. Het hebben van een melkboer of melkboerin die aan huis levert.
Iedereen weet dat melkboeren bijzonder onbetrouwbaar zijn. En bovendien zeer vruchtbaar. Geen goede combinatie!

Heb jij zelf nog tips?
Vul gerust aan!

ECHTE liefde heeft geen label.
Het valt niet in één hokje te persen.
Liefde kent geen geslacht, ras of afkomst.
Liefde heeft geen interesse in geld, tijd of geboorteland.
Echte liefde is niet in zoiets simpels als romantiek samen te vatten. Voor liefde bestaat er geen keurslijf.

Liefde is het accepteren van verschillen, het omhelzen van imperfecties en het willen zeggen: “Jij bent anders dan ik, en ik accepteer je volledig.” Liefde is het zorgen voor de ander, als die ziek is. Het is het onvoorwaardelijke gevoel van geluk dat je kunt ervaren, wanneer je bij je geliefden bent.

Maar echte liefde kan ook moeilijk zijn. Het kan gevechten met jezelf kosten om te blijven houden van. Het kan moeite kosten om verschillen te blijven accepteren. De ander niet proberen te veranderen in wie jij denkt dat ze zouden moeten zijn.

Liefde is jezelf kwetsbaar durven opstellen, juist ook als je grote kans loopt gekwetst te worden. Het is met bibberende handen over die drempel van je eigen angsten heen stappen, niet wetend wat er aan de andere kant zal zijn.

Liefde is ook vriendschap, kameraadschap, humor, geduld en vergeving. Want wie lang samen wil blijven, zal juist ook die eigenschappen nodig hebben.