Tagarchief: liefde

Hoe goed kun jij tegen kritiek?

Kritiek: we geven het graag, maar kritiek krijgen, dat is vaak een heel ander verhaal.

Overal waar je komt kun je kritiek krijgen: thuis, van je partner, op je werk, of zelfs van vreemden in het openbaar. Kritiek krijgen kan een vervelend gevoel oproepen: met name als deze niet zo prettig gebracht wordt.

Jezelf ontwikkelen

Toch is het goed leren ontvangen van kritiek een manier om jezelf positief te ontwikkelen. Niet alle kritiek is terecht; het is dan ook goed om kritisch (haha) te bepalen van wie je kritiek wil ontvangen.

Herhaalde kritiek

Als je bepaalde kritiek meerdere keren te horen krijgt, bijvoorbeeld dat je slecht luistert, dan is dit vaak een teken dat je daar bijvoorbeeld toch beter wel naar kunt luisteren.

Dat doe ik helemaal niet!

Veel mensen zijn geneigd bij het ontvangen van kritiek meteen in de verdediging te gaan. Dit is een menselijke, maar emotionele reactie op het gevoel dat je aangevallen wordt. Het is goed om je op zo’n momenten af te vragen:

  1. Word ik echt aangevallen?
  2. Zit er een kern van waarheid in de kritiek die ik krijg?
  3. Reageer ik nu op een redelijke manier of vanuit emoties?

Koop tijd

Weet je niet goed wat je aan moet met de ontvangen kritiek? Dat is helemaal niet erg. Bedank je gesprekspartner voor zijn eerlijkheid en geef aan dat je even wilt nadenken over wat je te horen hebt gekregen. Zo voorkom je dat je vanuit een emotie over-reageert en kun je er op een rustig moment even over nadenken.

Je hoeft niet altijd direct te reageren.

Oneens?

Zo veel mensen, zo veel meningen. Ben je het – ook na een moment van reflectie – oneens met de ontvangen kritiek? Je kunt er dan voor kiezen om de ontvangen kritiek naast je neer te leggen, of om de kritiek gever aan te spreken om desgewenst te onderbouwen waarom jij het oneens bent. Vraag je hierbij wel af, of je eerlijk en neutraal naar jezelf gekeken hebt: dit is namelijk heel moeilijk voor mensen; hun eigen gedrag objectief beoordelen. Vraag als je daar behoefte aan hebt de verzender om nadere toelichting. Misschien berust de kritiek wel op een misverstand, dat je gemakkelijk uit de weg kunt helpen.

Onterechte kritiek

Soms is kritiek echt onterecht. Sommige mensen zijn geneigd veel kritiek te gaan uiten op mensen met eigenschappen die hun jaloezie opwekken, of die gedrag vertonen dat ze zelf benijden. Als je merkt dat iemand vooral kritiek geeft om het kritiek geven, kun je wederom de kritiek naast je neerleggen, of zelf kritisch doorvragen bij de verzender wat nu precies het probleem is. Hoe ga jij om met kritiek? Geef je zelf veel kritiek aan anderen? Reageer jij verdedigend vanuit emotie op ontvangen kritiek? Laat het weten in een reactie!

Advertenties

Scheiden doet lijden: getrouwd blijven vaak nog erger

Je kent het gezegde wel: scheiden doet lijden. Ik ben het daar voor een groot deel absoluut niet mee eens. Ongelukkig getrouwd blijven, dát doet vaak pas lijden.

Massaal vragen Nederlanders zich af: moet ik scheiden of blijven? Het blijft een moeilijk vraagstuk. Want: Heb je alles geprobeerd? Heb je gedaan wat je kon om je relatie te herstellen? Heb je relatietherapie geprobeerd? De keuze is reuze. Er bestaat geen quick fix. Er staat veel op het spel: wonen, financiën, het “ideale plaatje” richting de buitenwereld.

Ja. Scheiden doet soms lijden, maar dit hangt er grotendeels van af hoe volwassen je er mee om gaat. Steeds meer ouders doen anno 2018 hun uiterste best om op een vreedzame manier uit elkaar te gaan, vanwege de verdrietig genoeg enige – maar oh zo belangrijke! – liefde die onder de streep nog over blijft als het huwelijk of de relatie strandt: de liefde voor hun kinderen. Compromissen worden gezocht. Trots wordt ingeslikt. De middenweg wordt gezocht. Scheiden is dus niet altijd die gruwelijke lijdensweg die je ziet op televisie, voor het woord scheiding komt steeds minder het woord vecht te staan.

Mediators worden steeds meer ingeschakeld om de stormschade na de storm die echtscheiding heet te beperken, met als doel om het huwelijk voor de kinderen op een zo ruzie-vrij mogelijke manier te beëindigen. Dit getuigt niet alleen van heel veel moed, volwassenheid en redelijkheid; het getuigt ook van een hele grote liefde voor de kinderen en het bereid zijn om – van beide kanten – het ego opzij te zetten, om de kinderen leed te besparen.

Getrouwd blijven doet vaak ook lijden. Dit onderwerp wordt echter lang niet genoeg belicht. Ongelukkig getrouwde ouders zorgen -of ze dat willen of niet- met hun ruzies, onderlinge spanning en de vervelende sfeer voor een mijnenveld-huishouden.

Kinderen voelen het intuïtief feilloos aan, als ouders niet meer van elkaar houden. Vaak hebben kinderen het al langer in de gaten dan de ouders zelf. De schade die aangericht wordt als je ouders niet meer van elkaar houden, wordt echter vaak jaren later pas zichtbaar: als het kind niet weet hoe een gezonde, respectvolle relatie er uit ziet en onbewust ongezonde partners uitzoekt, omdat die emotionele onveiligheid in de jeugd een vertrouwdheid heeft gekregen.

Als kind voel je je loyaal aan beide ouders. Als beide ouders ongelukkig in een huis blijven leven, langs elkaar door of ruziënd, voelen kinderen dagelijks deze ongezonde sfeer, de spanning, de ongemakkelijkheid, het ongeloof als er visite komt en er opeens wel leuk gedaan kan worden. Geen gezonde lessen voor een kind van hoe een gelukkige relatie hoort te zijn.

Scheiden doet lijden, maar ongelukkig getrouwd blijven voor de lieve vrede, het geld of de buitenwereld richt vaak nog veel meer schade aan.

Deze gaat echter verhuld achter een façade, een masker dat naar buiten toe wordt vastgehouden in de vorm van op elkaar geklemde kaken op de gezinsfoto: even lachen naar de camera jongens, we zijn verdomme een gelukkig gezin.

Kastjes, muren, bomen en het bos: de zoektocht van ouders voor anders lerende kinderen in het doolhof van mogelijkheden

In mijn brief “Sorry, lief kind” sprak ik met en over het anders lerende kind. Honderden emotionele reacties van moeders uit alle uithoeken van Nederland waren een gevolg van het moment waarop ik aan de keukentafel simpelweg een eerlijke brief schreef aan het kind in mezelf.

De moeders van deze anders lerende kinderen hebben het vaak best zwaar: zij leveren dagelijks een strijd om hun kind te laten leren en groeien; een strijd die voor andere moeders wellicht niet in te beelden is.

De zoektocht is vaak vermoeiend, want: waar moet je naar toe als je kind niet “mee kan met de meute”? Waar begin je? Logopedie? Ergotherapie? Kinderpsycholoog? Naar de huisarts? Een psychiater? Een kindercoach? De keuze is reuze. Vaak veel té reuze zelfs.

Het web van zorgaanbieders en mogelijkheden is voor de nietsvermoedende moeder vaak simpelweg ingewikkeld. Soms zelfs overweldigend. Niet altijd schakelt de huisarts de juiste hulp in, niet altijd wordt de juiste diagnose gesteld, niet altijd helpt de diagnose ook richting de juiste hulp. Waar mensen werken worden immers ook wel eens fouten gemaakt.

Terwijl de ontwikkeling op gang komt richting het vinden van de juiste hulp voor je kind, kan deze zich helaas ook tegen je keren. Misdiagnose, van het kastje naar de muur gestuurd worden; moeders en vaders rijden vaak urenlang stad en land af op zoek naar de juiste begeleiding, of dit nu op medisch gebied is of op het gebied van gedragsproblemen en leerproblemen, soms gecombineerd.

Ik werd bijvoorbeeld eens voor mijn kind naar een organisatie gestuurd die haar zouden kunnen begeleiden met een specifiek leerprobleem. Ik nam verlof, reed er naar toe, praatte anderhalf uur met de mevrouw van die organisatie, waarna we tot de conclusie kwamen dat ik totaal verkeerd terecht was gekomen: zij boden helemaal geen leerbegeleiding, zij boden gezinsbegeleiding.

Na dat uur wist die mevrouw net zo zeker als ik dat dat niet was wat wij specifiek nodig hadden. Haar collega had toen ik belde ook niet goed geweten wat ze met mijn kritische vragen moest, want ze hadden net een reorganisatie achter de rug en er was een hoop onduidelijkheid. Niets ten nadele van die mevrouw – ze leek me kundig in haar werk – wilde ik als moeder zijnde al niet meer met deze organisatie samenwerken, als zij zelf nog niet eens precies wisten wat hun zorgaanbod was.

Als ouders moet je tegenwoordig behoorlijk mondig zijn om je staande te houden in de zoektocht naar hulp voor je kind. Meedenken moet je sowieso, dat is je taak als ouder, vind ik.

Veel ouders zoeken, zoeken, zoeken en zoeken nog eens. Het kind krijgt vaak onderweg diverse labels opgeplakt, diagnoses worden herroepen, wat het taboe rondom diagnoses (in de volksmond etiketjes en labels) helaas ook alleen maar doet groeien. Toch zoeken ouders door, hopend op het moment dat hun kind eindelijk de hulp krijgt die nodig is, op welk gebied dat dan ook is.

Zorgaanbieders concurreren, reorganisaties binnen grote organisaties volgen elkaar in een rap tempo op en terwijl dat allemaal gebeurt, groeit de onduidelijkheid voor de ouders – en daarmee hun kinderen – alleen maar door.

Moeders en vaders van Nederland worden “zorgmoe”, juist door die talloze kastjes en muren, het doolhof waar ze vol goede bedoelingen in waren gelopen, maar niet meer uit weten te komen. Dus wat doen we dan? In eerste instantie zoeken we door, blijven we dwalen en hetzelfde rondje door het doolhof herhalen, net zo lang totdat we hopelijk ergens per geluk toch struikelen over de juiste zorgaanbieder. En als dat te lang duurt, doen we wat ieder mens wil als het zich gevangen voelt zonder uitzicht: we vluchten. We willen geen hulp meer zoeken, want het zoeken putte ons uit.

En als we die juiste hulp eindelijk wel vinden, nou, dan houden we daar stevig aan vast. Een ergotherapeut die ik erg goed vond zei eens: mijn eerste en belangrijkste doel wordt ontdekken: hoe leert jouw kind.

Hèhè, eindelijk! Eindelijk, dacht ik, eindelijk iemand die zich daar echt in gaat verdiepen. Dat deed hij, en met succes. Ook de logopedist waar we uiteindelijk bij eindigden ging kalm en gestaag te werk, met succes.

Alleen vond ik het ergens ook best wel verdrietig, want: zou dat niet ook al op scholen moeten gebeuren? Moeten we niet juist meer investeren in de basis? De basis zijnde: het onderwijs en de opvoeding? Het aantal leerlingen per leerkracht? Waarom is de conclusie landelijk nog niet getrokken dat de grens van dertig kinderen in een klas de lat voor leraren én kinderen veel te hoog legt?

Het probleem van het anders lerende kind komt nu terecht in een doolhof van zorgaanbieders, en waarom? Is dat omdat scholen doorgaans niet voldoende middelen krijgen om ook anders lerende kinderen binnen boord te houden?Is het omdat de klassen te vol zijn en leraren overspoeld worden? Is er niet voldoende geld voor bijscholing van leraren? Of krijgen leraren wel voldoende bijscholing, maar simpelweg niet voldoende tijd om het geleerde ook op individuele basis te investeren?

Is het omdat ouders goedbedoeld verdwalen in de zoektocht naar hulp, terwijl concrete en praktische informatie voor het opvoeden van een anders lerend kind ook al heel veel problemen kan voorkomen?

Misschien ligt het antwoord op deze zoektocht wel precies in de wanhoop die zo veel ouders voelen: je ziet door de bomen het bos niet meer, je wilt je kind dolgraag helpen, maar je weet op een gegeven moment simpelweg niet meer hoe. Er is te veel keuze, er zijn te veel experts die allemaal hun eigen mening hebben. Iets met bomen en een bos zien.

Ik stel me graag een toekomst voor waar alle kinderen, anders lerend of niet, terecht kunnen op één school, in een klas waarin het niet noodgedwongen maar een nummer is, waarin de leerkracht voldoende rust en tijd krijgt om niet alleen in groepsverband, maar ook een op een meer te kunnen praten met het kind.

Dat laatste wordt overigens helaas nog veel te vaak vergeten: praten met het kind zelf. Zorgaanbieders, ouders en leerkrachten roepen met de beste bedoelingen over het kind heen, wijzen zelfs vaak met de vinger naar de ander. Helaas, want ik als ouder zie bij de gesprekken over ons kind gelukkig uitermate betrokken professionals die niet alleen beroepsmatig maar ook persoonlijk het beste met ons kind voor hebben.

Ik vraag me te midden van al die bomen, bossen, kastjes en muren af, wie tegenwoordig nog er aan denkt om aan het kind zelf te vragen wat het nodig heeft.

Anders lerende kinderen zijn vaak namelijk uitermate eerlijk en creatief, maar als ze de vraag niet krijgen, zullen ze wellicht zelf ook niet altijd met een antwoord komen.

Als je er naar vraagt, zullen de antwoorden gegarandeerd verbazen, vermoed ik zomaar.

Waarom je je kind zo vaak mogelijk op schoot moet pakken

Op schoot bij mama of papa. Er is geen veiligere of gezelligere plek.

Je kunt het niet vaak genoeg doen, vind ik. Hoe gehaast je bestaan ook is en hoe veel je ook moet.
Ik weet het, je hebt het druk. Het leven is druk. De wereld is druk. Haast, haast, haast. Maar op schoot staat de tijd stil. Je kunt elkaar aankijken. Je kunt kijken naar de details van hun wimpers en wenkbrauwen. Je kunt kietelen, knuffelen en gewoon lekker tegen elkaar aan hangen.

Kinderen moeten zo vaak mogelijk op schoot. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Nu nog wel. Want in al die haast ontgroeien ze – zomaar, in wat een oogwenk lijkt – je schoot.
Zijn ze opeens boven je uit gegroeid, of willen ze niet meer.

En dan opeens komt de dag dat ze het ouderlijk nest verlaten. Daar gaan ze, met hun koffers, hun leven als volwassene tegemoet.

Dan wens je dat ze nog even zo klein waren dat ze op je schoot pasten. Dat je nog even kon ruiken, knuffelen en kijken. Dat die handen nog handjes waren, of knuistjes met kuiltjes er in.

Dus laat alles vallen waar je mee bezig bent, schuif je iPad of laptop van je schoot af en roep je kind bij je.

Nu kan het nog.
De rest komt later wel.

Second Love: Waarom ook veel mannen NIET voor een affaire kiezen

pexels-photo-12628-largeVrouwen zijn vaak in hun hoofd bezig met allerlei projecten. In het weekend, als er niet gewerkt hoeft te worden, komen er heel vaak allerlei leuke Projecten op in het hoofd van de vrouw.
Zoals bijvoorbeeld project Nieuwe Meubels, project Ruimere kast, of project Tuin Winterklaar maken. Project Kledingkast uitmesten en Oude Kleding Vervangen Door Nieuwe komt ook regelmatig voor.

Mannen zetten vaak in het weekend hun hoofd het liefst in rust stand. Na een week werken zijn ze blij als ze gewoon, Al Bundy style, een beetje kunnen chillen op de bank. Balletje trappen, beetje lezen of spelletjes spelen op de smartphone, dat soort dingen. Na een week waarin hun baas al met drie projecten aan hun bureau / werkplek stond, is het laatste waar mannen zin in hebben in het weekend: nog meer projecten.

Toch hebben vrouwen daar vaak wel zin in. Want laten we eerlijk zijn, zonder projecten is het leven niet leuk. Wij vrouwen willen ons graag nuttig voelen, willen resultaten zien. En daar hebben we soms ook onze mannen bij nodig. En dat hij na een week werken geen zin heeft in een twee uur durend slagveld in de plaatselijke Hornbach of Meubelzaak, nou, daar hebben we niet zo’n boodschap aan. Wij hebben ook gewerkt deze week, achter de kinderen aan gerend, het huis gepoetst en een ratrace gedaan van het zwembad naar de voetbalclub, dus: niet zeuren.

Dus mokt hij achter zijn Vrolijke Vrouw en kinderen aan door de Hornbach, waar hij zich in tegenstelling tot de reclame verre van Kamijajaajippiejippiejeej voelt, terwijl zijn vrouw de oren van zijn hoofd vraagt over soorten laminaat / behang / verf soort die al dan niet schadelijk is voor de luchtwegen. Hij loopt achteraan door de Ikea, waar hij gebroederlijk naar andere vaders met zijn ogen rolt, en kijkt om zich heen of er nog lekkere mokkels door de Ikea lopen. Als verzachting voor de pijn zeg maar, van die onverbiddelijke vrouw met een snor, die net haar winkelkar op zijn voet parkeerde.

En als ze dan terug rijden naar huis, hun auto volgeladen met praktische rotdingen waar hij straks weer iets mee moet, mogen ze ook nog eens niet stoppen bij de Kentucky, want e-nummers en suikers. Of zoiets. Langzaam begint hij uit te kijken naar maandag: misschien kan hij stiekem wel ergens een dutje doen, op het werk. Mijmerend denkt hij terug aan de tijd dat ze nog kinderloos waren; de tijd dat ze nog drie keer per week seks hadden in plaats van drie keer per jaar, de tijd dat hij nog meer haar / minder grijs haar had en meer testosteron, meer vrije tijd, minder projecten. Om de dag compleet te maken, werd hij vandaag getagd op Facebook als  geschikte deelnemer van Nationale Kale Koppendag, en al zijn Facebook vrienden lachten er om. Hij ook hoor. Maar dan wel als een kalende boer met kiespijn.

Veel tijd om daar over verdrietig te zijn krijgt hij echter niet. Want thuis gekomen moet hij aan de bak. Projecten uitvoeren, ondertussen poepluiers ontwijkend (“Ik kan dit nu niet uit mijn handen laten vallen schat!”), Ikea kasten met veel te veel schroefjes in elkaar schroeven, de hele dag een vloekbui onderdrukkend.

Aan het eind van de dag, als de kinderen in bed liggen, zijn vrouw tevreden zit te kijken naar het eindresultaat van het project van deze week, verwijdert hij de Kale Koppen tag van zijn Facebook tijdlijn en nestelt hij zich voor de televisie. Hij zoekt nog eens mijmerend op Schoolbank naar oud klasgenotes, uit een ver, minder grijs verleden, en kijkt geïnteresseerd op bij de reclame van “Second Love”, waarbij zijn vrouw altijd een zuur mondje trekt. “Ben jij gelukkig getrouwd? Ik ook.” zegt de zwoele vrouwenstem vanaf de televisie.

Vermoeid krabt hij aan zijn hoofd.
Second Love. Een tweede vrouw. Klinkt te mooi om waar te zijn. Nog meer projecten: veel te vermoeiend. Zacht valt hij weg in een fijn, rustig dutje; het eind van de dag kan hij wel afsluiten zoals hij hem had willen beginnen: Al Bundy style op de bank.

Zo kom je er ONHERROEPELIJK achter of jouw partner vreemd gaat!

Een op de drie mensen gaat vreemd. En nee, heus niet alleen mannen. Vrouwen net zo goed. Of ja, net zo fout eigenlijk.

In dit artikel een paar tips om te ontdekken of jouw partner die ene van de drie is!

1. Je partner laat zijn / haar telefoon slingeren.
Ben je gerust omdat je partner zijn of haar mobiel overal laat slingeren? Dit kan juist bewust zijn, om je op het verkeerde been te zetten. Misschien is er wel een geheim mobieltje waar jij niks van af weet, of gebruikt ie een cover me app of zoiets.

2. Je partner laat zijn / haar telefoon nooit slingeren.
Dan moeten alle alarmbellen af gaan. Dit kan betekenen dat je partner van alles voor je verbergt.

3. Je partner heeft zijn / haar telefoon altijd op stil staan.
Waarom is dat nodig? Wat mag jij niet horen? Waarom zo geheimzinnig? Dit klopt vast van geen kant.

4. Je partner heeft zijn / haar telefoon altijd op geluid staan.
Wat wil hij of zij duidelijk maken? Zie voor meer achterdocht: punt 1.

5. Je partner heeft een telefoon en zit daar heel veel mee te spelen.
Wat speelt hij of zij dan? En belangrijker; met WIE?

6. Je partner bezit een telefoon.
Dit is sowieso al uiterst verdacht.

7. Je partner heeft vrienden op Facebook.
Hier bij moet je al direct oppassen. Vrienden op Facebook, met name die van vroeger, zijn een uitermate groot gevaar voor je relatie. Grote kans dat er ook vrienden bij zitten die je niet kent. Als dit waar is, vraag jezelf dan af waarom je die niet kent.

8. Je partner speelt veel spelletjes op zijn of haar telefoon.
Als je partner nooit scrabble met jou wil spelen, waarom zou hij dan wel uren Wordfeud willen spelen op zijn telefoon? Hè? Hè? Hè?

9. Je hebt een buurman en buurvrouw.
Waarom zou je partner het ver van huis zoeken? Het hebben van een buurvrouw of buurman is zeer risicovol. Wees vooral alert als de suiker opeens verdacht vaak op is.

10. Het hebben van een melkboer of melkboerin die aan huis levert.
Iedereen weet dat melkboeren bijzonder onbetrouwbaar zijn. En bovendien zeer vruchtbaar. Geen goede combinatie!

Heb jij zelf nog tips?
Vul gerust aan!

Over de liefde en zo.

ECHTE liefde heeft geen label.
Het valt niet in één hokje te persen.
Liefde kent geen geslacht, ras of afkomst.
Liefde heeft geen interesse in geld, tijd of geboorteland.
Echte liefde is niet in zoiets simpels als romantiek samen te vatten. Voor liefde bestaat er geen keurslijf.

Liefde is het accepteren van verschillen, het omhelzen van imperfecties en het willen zeggen: “Jij bent anders dan ik, en ik accepteer je volledig.” Liefde is het zorgen voor de ander, als die ziek is. Het is het onvoorwaardelijke gevoel van geluk dat je kunt ervaren, wanneer je bij je geliefden bent.

Maar echte liefde kan ook moeilijk zijn. Het kan gevechten met jezelf kosten om te blijven houden van. Het kan moeite kosten om verschillen te blijven accepteren. De ander niet proberen te veranderen in wie jij denkt dat ze zouden moeten zijn.

Liefde is jezelf kwetsbaar durven opstellen, juist ook als je grote kans loopt gekwetst te worden. Het is met bibberende handen over die drempel van je eigen angsten heen stappen, niet wetend wat er aan de andere kant zal zijn.

Liefde is ook vriendschap, kameraadschap, humor, geduld en vergeving. Want wie lang samen wil blijven, zal juist ook die eigenschappen nodig hebben.

Verfrissend: Tips om je partner te irriteren!

Als relationele ervaringsdeskundige vind ik het belangrijk dat mensen niet alleen “zo wordt jouw partner weer smoorverliefd op jou!”-artikelen tegenkomen op internet. Want laten we eerlijk zijn, die zijn er genoeg. En doorgaans voelen we ons er niet beter door.

Want ja, we weten allemaal wel dat het goed is om je partner eens te verrassen met een bloemetje of een geurtje. En om heel eerlijk te zijn doen we dat in de realiteit meestal toch niet. Want een bloemetje kan al gauw een averechts effect hebben – “En wat heb je gedaan, waardoor je dacht dat een bloemetje nodig is? Hè? Hè?” en een geurtje ook – “Zie je nu wel, je vindt dat ik stink!”

Nee, laten we stellen dat het na een jaar of zeven, of acht, of negen, of tien, of honderd, niet meer echt makkelijk is om te ontsnappen aan de dagelijkse sleur die een langdurige, stabiele relatie met zich mee brengt. Alhoewel ik er overigens van overtuigd ben dat sleur niet altijd negatief hoef te zijn; het betekent ook rust, vertrouwen, en zo.

Maar goed. Om het voor de verandering voor jezélf wat leuker te maken, die eeuwig durende Ground Hog Day relatie, zijn er diverse dingen die je kunt doen om het geheel wat afwisselender te maken, of in elk geval vermakelijker. Voor jezelf dan.

Zo kun je bijvoorbeeld wachten tot je partner op de bank zit, volledig in ontspannen toestand. Je gaat er lekker naast zitten, liefst er tegen aan, of met je hoofd op schoot. Als je dan comfortabel ligt, een tijdje, ga je met je vinger richting het oor van je partner, daarbij zigzaggende bewegingen makend met je vinger en gelijktijdig een zzzzzzzz geluid producerend, alsof er een vlieg op weg is naar zijn of haar oor. Als ze goed op gaan in hun televisie programma, duwen ze je hand eerst een paar keer weg. Dat betekent dat je nog even door kunt gaan. Maar ook niet te lang; het is belangrijk om het juiste level van irritatie op te roepen zonder knallende ruzie er aan over te houden.

Ook kun je doen wat mijn partner(s) in huidige en verleden tijd wel eens deden: het laatste wc papier op maken en de rol niet vervangen. Of de wc rol nét te ver weg zetten, zo ver dat je van het toilet af moet komen om er aan te kunnen komen. Heel irritant.

Wat ook een optie is om je partner te irriteren (want laten we wel zijn: het leuke van een lange relatie is toch dat je weg kunt komen met dit soort dingen), is doen alsof je door je rug gaat. Als ze dan bezorgd naar je toe komen, spring je heel onverwacht op en roep je “BAZINGA!” (Pas wel op dat je dan niet tijdens het op springen door je rug gaat; geen hond die je dan nog helpt!).

Ach, als relatiedeskundige heb ik nog zo veel mogelijkheden (zoals zeggen “We moeten eens goed praten.” Als ze dan bezorgd opkijken zeg je “Grapje! Natuurlijk hoeven we niet te praten! We zijn al honderd jaar samen, dus het fijne is juist dat we niet meer hoeven te praten! Hahahaha! Haha! Ha!!!”) maar het leukste blijft om ze zelf te bedenken.

Wat is jouw favoriete irritatie actie?
Ik ben heel benieuwd! 😉