Tagarchief: leven

Wist ik toen maar wat ik nu weet: wat onzekerheid met je doet – door Chrisje VIP blogger Inge

Wist ik toen maar, wat ik nu weet. Dat had een hoop ellende bespaart, zowel voor en bij mij als “die ander” (in de ruimste zin van het woord). Ik begrijp uiteraard, dat ik al die leermomenten heb moeten opdoen om juist hier te kunnen staan. Maar het pijn doen van mezelf en ook de ander, is niet echt iets om trots op te zijn en is sowieso geen fijne gedachte.

Ik heb altijd vanuit de verkeerde emotie gehandeld: onzekerheid. Dat is – net als angst  – geen goede raadgever. Onzekerheid brengt je constant in de nesten en als die er even niet zijn, dan creëert deze raadgever het wel. Al die stemmetjes in je hoofd, die je een verkeerde realiteit doen geloven.

Nu handel ik vanuit mijn hart en dat gaat uiteraard echt nog niet altijd goed (maar ja, wat is goed?). Soms is er wat ruis op de lijn, omdat er dan nog wat wild lopende raadgevers aan het blèren zijn. Ik ben immers elke dag moe, heb elke dag pijn en dat is niet altijd een goede combinatie.

Het is denk ik moeilijk voor te stellen, wat onzekerheid met je doet.

Je wordt daar echt geen leuker mens van, ik althans niet. Altijd maar dat éne gevoel in je hoofd, “je bent niet goed genoeg”. En met dat gevoel betrek je alles wat er gebeurt en gezegd wordt op jezelf en ziet de wereld er alles behalve dan rooskleurig uit. Dat gevoel gooit alles over hoop en dan wil je eigenlijk van alles en iedereen wegrennen. Totaal geen eigen waarde en dat wat je van waarde in je handen hebt, durf je amper vast te pakken en / of te houden (lees; je jaagt het zelfs weg). Kortom, elke dag in gevecht met de saboterende gedachtes en je leuke zelf.

Inmiddels wéét ik beter (alhoewel het nog niet altijd zo voelt), ik ben wel goed genoeg!! En of dat genoeg is voor die ander, dat ligt niet aan mij, maar aan die ander. En dat zegt niets over mij, maar over de ander. Iets met een potje en een dekseltje, het past of het past niet: maar dan moet je uiteraard niet het schroefdraad gaan forceren.

Warme groet,

Inge Heutenik

Inge’s blog kun je volgen via Instagram:
https://instagram.com/lief.dagboek2.0

Facebook: lief.dagboek2.0

img_4999

Advertenties

“Zolang je maar gelukkig wordt!” – door Chrisje’s VIP blogger Rosan van der Zee

pexels-photo-1282169“Zolang je maar gelukkig wordt.” Dat was wat mijn moeder vroeger altijd tegen me zei. Er lag een hele wereld voor me open. Duizenden of zelfs miljoenen mogelijkheden. Zolang ik maar hard werk, kan ik alles bereiken. The American Dream, maar dan op zijn Nederlands.

Met deze gedachtegang in mijn achterhoofd ging ik vol goede moed de grote wereld tegemoet. Echter kwam ik er al snel achter dat geluk nog niet zo makkelijk te bereiken is als ik dacht. Ik kwam erachter dat ik ondanks hard werken echt niet alles zou kunnen bereiken wat ik als doel stelde.

Daarbij liep ik ook nog eens tegen een andere muur op: psychische kwetsbaarheid.

Want ik heb last van depressies, paniekaanvallen PTSS (in remissie) en autisme. Een mooie cocktail aan labels die ik altijd met me meedraag. Dat klinkt als het perfecte recept voor een leuk feestje, maar van cocktails moet je niet te veel drinken want dan wordt het één groot zooitje. Een beetje is namelijk wel gezellig, maar voor je het weet ben je heel de boel aan het onderkotsen. Nou, dat is dus ongeveer mijn dagelijkse hoeveelheid aan cocktails.

Hoe ga ik echter samen met mijn cocktail aan labels – mijn psychische kwetsbaarheid – zoiets als geluk vinden? De wereld ligt voor me open en ik lijk maar niet bij dat stukje ‘geluk’ te kunnen komen. Alsof het zich constant in alle hoekjes en gaatjes voor me verbergt en me bij voorbaat al heeft afgewezen. Kan ik wel aan mijn moeders wens voldoen om ‘gelukkig’ te worden? Want hoe meer ik ervoor vecht om gelukkig te worden hoe verder het van mij weg lijkt te vluchten. Moet ik misschien stoppen met zoeken naar iets wat zich niet laat vinden? Moet ik accepteren dat ik niet gelukkig word? Is het beter als ik ook het ‘ongeluk’ een plekje geef? Dan hoef ik het niet meer weg te duwen en dat scheelt heel veel energie.

Geluk bestaat immers eerder uit het beleven van momenten in plaats van een constante aanwezigheid te zijn. Het leven is nu eenmaal best wel lelijk af en toe, maar in de aller lelijkste lelijkheid is ook schoonheid te vinden. Misschien is mijn cocktail aan labels ook niet alleen maar slecht. Wellicht kan ik er zelfs van genieten als ik het leer te doseren en het om vorm tot een aanwezigheid die ook iets positiefs kan brengen. Misschien dat ik wel leer te leven met de kunst van het (on)gelukkig zijn.

Dus sorry mam, ‘gelukkig’ zal ik waarschijnlijk niet worden. Laat ik dan maar gewoon mezelf zijn en het leven nemen zoals het is. Misschien kunnen we met mijn cocktail toch soms wel een leuk feestje bouwen? Ik schenk alvast een glaasje voor je in. Proost op het (on)geluk!

Liefs,

Rosan van der Zee

pf

“Ik ben een verschrikking voor deur aan deur verkopers!” – door Chrisje VIP blogger Rosan

Ik ben mij er altijd erg van bewust dat ik een verschrikking ben voor deur aan deur verkopers. Niet alleen omdat ik thuis standaard de meest lelijke pyjama combinaties draag en de ‘zombie-look’ als een fashionstatement zie, maar vooral omdat ik ze altijd netjes uit laat praten en ze onbedoeld net te veel hoop geef. Wellicht heeft dat met mijn autisme te maken, maar misschien ben ik hier ook gewoon niet goed in.

Dat was ook met iemand voor een inzameling van het Rode Kruis…

Ik ben druk bezig met schoolzaken te ontcijferen als ik de bel hoor gaan. Zoals het hoort, sta ik op en loop ik in mijn prachtige roze badjas, mijn stippeltjes pyjamabroek en gestreept topje naar de deur om open te doen.

Als ik de deur open, zie ik een jonge spontane knul voor me staan met een rood jasje waarop op zijn linkerborst in het groot ‘Rode Kruis’ staat. Eventjes kijken we elkaar aan en ik verwelkom tegelijkertijd de warmte van de zon die ik vandaag in mijn kluizenaarsbestaan nog niet had gevoeld.

De jongen steekt zijn hand uit en ik kijk er even naar. Ik realiseer me al snel dat dit een begroeting moet voorstellen dus ik pak zijn hand en rammel een beetje met mijn arm op en neer. Het begin van de conversatie en overtuigingsstrategie van de jongen is hierbij in gang gezet. Enthousiast begint hij zijn verhaal over mensen in Syrië die honger hebben en waarvoor zij voedselpakketten doneren. Terwijl hij zijn verhaal doet met allerlei details die voor mij in de warmte van de zon al snel wegsmelten probeer ik me te bedenken of ik het gesprek niet moet afkappen. De jongen doet zijn best en vertelt zijn verhaal op overtuigende wijze, maar ik weet nu al dat ik hem niet kan helpen. Ik heb nu eenmaal met mezelf de afspraak om telefonisch of aan de deur niks te kopen. Zeker sinds ik over de psychologie van de overtuiging heb geleerd. Aan de andere kant pakt het enthousiasme van de jongen mij wel en laat ik mij graag even in de warmte van de zon naar een andere wereld brengen. Wellicht is het voor hem ook wel een goede oefening tussendoor qua presentatie. Zoals verwacht leidt het verhaal ook naar een conclusie: ze hebben geld nodig en ik ben de persoon die dat gaat geven.

Omdat ik de jongen niet gelijk in een put van teleurstelling wil gooien, reageer ik hier nog niet direct afwijzend op, maar laat ik hem mij een boekje zien waarmee ik me ook weer kan uitschrijven van de maandelijkse betaling. Hierbij vertelt hij hoe fantastisch hij het boekje wel niet vindt. Terwijl hij dit vertelt, vouwt hij het boekje open waardoor het zich ontluikt tot een groot rood kruis. “Kijk hoe fantastisch! Daar word ik nou echt blij van!” Zegt hij nog even ter bevestiging hoe fantastisch dit boekje wel niet is.

Ik wil antwoorden dat het zeker fantastisch is dat het rodekruis ook nog heeft gedacht aan de esthetische kwaliteit van het boekje waarmee je de betaling kunt beëindigen die mensenlevens redt en dat ze het daarbij ook nog bijna als een cadeautje presenteren dat ik echt moet willen hebben. Maar ik houd mijn mond uiteindelijk maar. In plaats daarvan knik ik vriendelijk.

Vervolgens legt de jongen uit dat het om een maandelijkse betaling aan het Rode Kruis gaat van minimaal 8 euro en dat is natuurlijk geen geld. Na die woorden wilde ik antwoorden dat ik aan mijn persoonlijke rode kruis maandelijks al genoeg doneer in de vorm van maandverbandjes, maar ik houd toch maar weer mijn mond.

De jongen vraagt ook nog even hoe oud ik ben en in plaats van het slimme antwoord (15) zeg ik braaf: 22. Nu wordt hij extra enthousiast en vervolgt hij met de vraag: “Ben je toevallig student?” Daarop antwoord ik bevestigend. Zijn ogen beginnen te sprankelen en hij maakt nog net geen huppeltje en zegt blij: “Dan heb ik voor ‘jou’ een speciale aanbieding! Jij hoeft dan maar minimaal 6 euro per maand te betalen!”

‘Nou, wat fantastisch. Krijg ik én een esthetisch goedogend Rodekruis uitschrijfboekje en 2 euro korting op mijn donaties.’ Denk ik in mijn meest Rotterdamse accent.

Nu besluit ik dat ik toch maar moet zeggen dat dit hem niet gaat worden, hoe lastig dat ook is. Ik kijk de jongen vriendelijk aan en zeg hem dat ik een erg dure maand heb gehad (Wat ook daadwerkelijk zo is). Daarop antwoordt hij dat hij dat ook heeft gehad, maar dat hij speciaal voor dit goede doel tijdens het uitgaan twee biertjes heeft laten. Zo kwam hij al snel aan zijn 6 euro. Daarop antwoord ik droogjes: “Ik ga niet uit…”

De jongen kijkt me even aan alsof ik hem zojuist heb vertelt dat ik net in mijn achtertuin een zeehondje heb doodgeknuppeld. “Ga je… ga je ook niet soms gezellig weg met vriendinnen?” vraagt hij aarzelend en ik zie hoe hij een nieuwe verkoopstrategie probeert te vinden.

“Nope.” Antwoord ik kort maar krachtig. “Maarrr… Ik heb wel een paard en dat is vooral duur.” Ik wil me even voor mijn hoofd slaan want ik weet dat ik hem zojuist een nieuwe strategie in de handen heb geduwd en dat is ‘de kracht van overeenkomsten’. Zijn ogen beginnen dan ook te fonkelen en hij antwoordt snel: “Mijn zusje heeft ook een paard! Hoe lang rijd je al paard?… Wauw, zo lang al… Is het een mannetje of een vrouwtje? …Een ruin? Nou ik zie dat je vrij slank bent, kan je dan zo’n sterk mannetjes paard wel aan?”

Eventjes kijk ik hem aan met een vriendelijke dodenblik en vraag me af of dit nu zojuist een compliment was of meer een negatieve gender gerelateerde opmerking. Omdat het me eigenlijk niet zoveel uitmaakt antwoord ik slechts kort: “Ja.”

Nu wendt hij zich weer snel naar het feit dat hij me wel kan helpen met het invullen van het formulier en dat ik daarna ook nog zo’n fantastisch esthetisch goedogend Rode Kruis uitschrijfboekje krijg. Hierop zeg ik dat ik er liever nog even over nadenk voordat ik me gelijk aan iets vastleg. Hij wijst me er echter snel op dat deze actie in Hellevoetsluis slechts vandaag geldt en alleen aan de deur kan worden afgesloten. Ik frons vervolgens met mijn wenkbrauwen. Want welk goed doel wil slechts één moment gebruiken om geld in te zamelen voor hun actie? Vervolgens realiseer ik me dat juist dat ook een verkoopstrategie is omdat het schaars en tijdelijk is en daarom dus aanlokkelijk. Wanneer hij zegt dat ik misschien volgende week spijt heb als ik dit nu niet doe, weet ik zeker dat ik klaar ben met dit gesprek.

Ik zeg snel dat het hem voor mij niet gaat worden als het nu gelijk moet, maar dat ik het nog wel even aan mijn vader zal vragen. Vervolgens roep ik willekeurig door het huis naar mijn vader en doe ik alsof ik naar hem opzoek ben. Ik weet dat hij in de tuin is, maar ga hem hier nu niet mee belasten (en ik weet zijn reactie al).

Zonder hoorbare reactie van mijn vader loop ik terug naar de voordeur en zeg ik teleurgesteld dat hij niet thuis is en ik hem helaas niet verder kan helpen. De hoop verdwijnt uit de ogen van de jongen en even voel ik mij schuldig. Hij herpakt zich en zegt dat hij het dan maar bij iemand anders probeert. Hij laat zijn schouders zakken, draait zich om en loopt weg. Ik wend mijn blik nog even naar de zon en neem het laatste beetje warmte in mij op voor ik de deur sluit. Ik draai me nu ook om en loop in mijn prachtige roze badjas, mijn stippeltjes pyjamabroek en gestreept topje richting het bureau waaraan ik in mijn kluizenaarsbestaan aan het werk was. “Zo, nu weer verder met het voorbereiden van mijn stage.” Zeg ik terwijl ik nog nageniet van het warme zonnetje van daarnet.

Dit is hoe het bij mij vaker gaat bij deur aan deur verkoop. Ik denk er veel te veel over na en kan het niet in me opbrengen om iemand gelijk te vertellen dat hij/zij het beter ergens anders kan proberen. In plaats daarvan zoek ik allerlei omwegen die uiteindelijk naar hetzelfde leiden, maar dan op een veel onhandigere en langere manier. Ook doe ik onbewust aan een analyse omtrent een verkoopstrategie (waar ik een hekel aan heb). Daarbij vind ik het Rode Kruis oprecht een goed doel, maar ik wil altijd ergens over na kunnen denken voordat ik een donatie doe. Als dat van me wordt afgenomen, houdt het voor mij op.

Een zeer lang verhaal over een terugkerend fenomeen in mijn leven. Wellicht dat mensen zich er wel in herkennen. Toch hoop ik voor jullie dat jullie de ander wel gewoon vriendelijk kunnen afwijzen om deze heisa te voorkomen.

Liefs,

Rosan

“Ik begrijp haar keuze. Ook ik ben misbruikt.” – door VIP blogger Rosan

door Chrisje VIP blogger Rosan van der Zee

pfIk voel me niet goed. Waarom? Er is een meisje overleden; Noa. Ze was pas 17 jaar. Ik ken haar niet. Ik wist pas dat ze bestond toen ik las dat ze was overleden. Een zelfgekozen dood. Op de ene pagina stond dat het kwam door euthanasie en ergens anders werd dit gerectificeerd: er was geen sprake van euthanasie.

Volgens de teksten wilde ze niet meer leven door haar trauma’s. Ze mocht geen euthanasie, want daarvoor was ze te jong. Eerst nog traumabehandeling. Was er ook nog een andere optie? Nee. Uiteindelijk besloot ze te stoppen met eten en drinken, begeleid door haar artsen. Blijkbaar kon dat wel.
Jezelf uit moeten hongeren om zo uiteindelijk te sterven. Na een leven lang vechten.

Voor haar was de weg die er nog werd uitgezet niet te bewandelen, maar er was geen andere weg meer om te bewandelen. Die weg bestond immers niet. Ze was losgelaten en spartelend achtergelaten in een wereld die zei niets anders meer te kunnen bieden dan die ene weg.

Ze was zeventien jaar. Ze was een strijder. Nu is ze dood. Maar dat deed ze natuurlijk zelf. Het was haar keuze. Niemand die daar meer iets aan kon doen. Vogelvrij verklaard.
Iets in mij voelt zich schuldig om dit allemaal te lezen. Alsof ik inbreek in iemand anders leven. In iemands anders gevecht waar ik niet zomaar een oordeel over kan vellen. Echter: de hele wereld lijkt hier opeens over te kunnen oordelen. Er wordt van alles geschreeuwd en iedereen lijkt de enige waarheid te kennen.

En ik?

Ik zit op de bank. In stilte.

Eigenlijk wilde ik er niks over schrijven. Wilde ik het voorbij laten gaan en de pijn er dan maar laten zijn. Maar ik kan mijn ogen hier niet voor sluiten.

Ik herken mezelf in dit meisje. Ook ik ben zwaar misbruikt. Ik heb dingen meegemaakt die niemand mee zou moeten maken. Ook mijn lichaam heeft altijd als mijn vijand gevoeld. Ook ik wilde op mijn zeventiende dood. Soms wil ik dat nog. Maar ik leef nog. Ik ben er nog.

Toch kan ik niet zeggen dat zij dan ook maar door had moeten leven. Dat ze niet op had moeten geven. Want ik kan nooit weten wat zij allemaal heeft gevoeld en hoezeer ze heeft geleden. Hoeveel ik ook in haar verhaal herken. Ik geloof haar als ze zegt dat haar lijden ondraaglijk was. Als er dan slechts nog één weg wordt aangeboden om verder te kunnen gaan – een weg die niet door haarzelf kon worden bepaald – dan begrijp ik dat dat als een onmogelijk obstakel voelt.

Wel heb ik het er moeilijk mee. Want ik had het fijn gevonden als dit nieuws nooit de wereld had bereikt. Als het nooit was gebeurd. Als ze op haar manier haar leven weer had kunnen leiden in plaats van lijden.

Maar wie ben ik, om daar over te oordelen. Ik ben slechts iemand die een tekst leest op een pagina waarvan ik weet dat het nooit het verhaal volledig kan vertellen zoals het is. Waarvan ik niet eens weet of het wel de volledige waarheid vertelt. Ik ben slechts een toeschouwer van iemand anders verhaal. Een verhaal dat op mijn verhaal lijkt weliswaar, maar het is niet mijn verhaal. Ik lees het en ik neem het met me mee zonder een definitief oordeel te vellen. Ik heb dus slechts een beleving zonder duidelijk kader. Dat is oké. Want ook dat telt mee.

Daar zit ik dan. Op de bank. Een hoofd gevuld met zorgen, maar toch nog denkend aan morgen. Ik leef nog. Ik ben er nog. Maar dat is mijn verhaal. Van niemand anders. Dat weet iedereen, toch?

Ik hoop dat je je rust hebt gevonden, Noa.

Rosan van der Zee 
Chrisje VIP Blogger

Heb jij hulp nodig? Dan kun je contact opnemen met Stichting 113 Zelfmoordpreventie via 0900-0113 (24 uur per dag, zeven dagen per week bereikbaar) en 113.nl. 

 

Dit is waarom vrouwen langer leven dan mannen

Het is algemeen bekend dat vrouwen langer leven dan mannen. Hoe veel dit met de Mannengriep te maken heeft, waar mannen overduidelijk veel heftiger onder lijden dan vrouwen met hun regulier griepje, is nog niet door wetenschappers aangetoond.

Waarom vrouwen dan wel langer leven dan mannen? Hieronder een greep uit de talloze mogelijke antwoorden die deze vraag kunnen beantwoorden:

Man Holding the Steering Wheel While DrivingVrouwen zijn betere chauffeurs

Negen van de tien keer dat je wordt ingehaald door een tachtig kilometer te hard rijdende auto, zit er een man in. Waarom ze lijken te vinden dat ze met honderdtien kilometer per uur door een woonwijk moeten rijden weet niemand, misschien speelt testosteron en haantjesgedrag een rol. Het zorgt er wel voor dat mannen vaker in een (dodelijk) verkeersongeval terecht komen dan vrouwen.

Man in Red Crew-neck Sweatshirt PhotographyMannen zijn eigenwijs  

Mannen zijn eigenwijs. Ze blijven dan ook veel langer lopen met gezondheidsklachten dan vrouwen, zo is bewezen. Ze gaan doorgaans liever niet naar een huisarts en al helemaal niet naar een (brrr!) ziekenhuis. Doordat ze hun bezoek aan een medische post het liefst zo lang mogelijk uitstellen, worden eventuele ernstige gezondheidsproblemen dan ook vaak pas laat ontdekt.

Vrouwen worden beschermd door hormonen

Deze is tweeledig uit te leggen: Enerzijds zouden het vrouwelijke hormoon oestrogeen het DNA van de vrouw langer beschermen tegen ziektes. Long live the female. 
Anderzijds kunnen vrouwelijke hormonen tot uiting komen in de vorm van PMS, wat bekend staat als zeer gevaarlijk tot soms zelfs levensbedreigend voor de man die zich dicht bij de vrouw met PMS bevindt. Run, mannen, run!

Mannen halen meer stunts uit

Bless his heart: De man blijft vaak van binnen toch nog een béétje dat kleine jongetje. Mannen betrap je ook op latere leeftijd nog wel vaker op risicovol gedrag, zoals dronken van een fiets vallen, wedstrijdje wie kan het meeste bier drinken, iets te heldhaftig met een ladder omgaan, proberen hoe ver je kunt springen vanaf een muurtje, dat werk. Heel grappig, behalve wanneer het mis gaat.

19-motivos-porque-as-mulheres-vivem-mais-anos-do-que-os-homens-parte-2-19
Bron: India Today
Gerelateerde afbeelding
Bron: Top Men Magazine

“Ik verloor mijn wimpers, wenkbrauwen en haren op mijn hoofd.”

Chrisje’s VIP blogger Susan Schuitema heeft Alopecia areata, waardoor zij last heeft van (soms blijvend) haarverlies.

Wat bijna niemand van mij weet, maar ik wel graag wil vertellen: Een tijdje na de geboorte van mijn zoon, viel het mij op dat mijn ene wenkbrauw begon uit te vallen. Vervelend, maar niet zorgelijk. Ik dacht dat het wel weer aan zou groeien. Steeds meer haartjes vielen uit, en voordat ik het wist was ik bijna een hele wenkbrauw kwijt. Via de huisarts kwam ik terecht bij een dermatoloog. Ze bekeek mijn wenkbrauwen en gaf mij de diagnose Alopecia areata. Juist ja, en dat is?

Het komt er dus op neer, dat je eigen lichaam je haartjes niet herkent en daarom zoiets heeft van, rot maar lekker op. Het zou kunnen dat het weer aangroeit, het zou ook kunnen dat het wegblijft. Daar had ik dus drie keer niks aan. Er is dan ook weinig aan te doen, er bestaan een aantal opties en ik begon met de meest makkelijke. Een lotion die ik kon aanbrengen. Dit heb ik enkele maanden geprobeerd, zonder effect. Na een hele lange tijd zag ik dat langzaamaan mijn wenkbrauw terug begon te komen. Het nadeel daarvan, is dat mijn andere wenkbrauw begon uit te vallen. En daarnaast ook nog aan één kant mijn wimpers. Wat een feest!

Hoewel ik het heel vervelend vond, had ik overal wel een oplossing voor. Mijn wenkbrauwen tekende ik bij. Wat nog best een uitdaging is. Ik liep er in het begin dan ook vaak bij als clown. Te dunne wenkbrauwen, te dik, te lang, te donker. Vooral het laatste, veel te donker! 

Mijn wimpers kon ik weinig aan doen, dat accepteerde ik dan maar. Ik durfde alleen geen make-up meer te dragen, ik was veel te bang dat er nog meer uit zou vallen. Wat wel zorgde voor onzekerheid, want ik voelde me vaak heel kaal. Letterlijk en figuurlijk, kaal. 

Beide wenkbrauwen zijn weer op zijn retour. Ze zijn nog niet zo vol en compleet als dat ze waren, jaren geleden, maar goed, ze zijn weer onderweg. Ook mijn wimpers groeien weer aan, maar wel in de totaal verkeerde richting. Hierdoor sta ik dus iedere ochtend voor de spiegel, met een wimpertang, mijn wimpers in de goede richting te dwingen. Allemaal te overzien.

En toen kwam voor mij de zwaarste klap. Tijdens het borstelen van mijn haar, na het douchen, zag ik in de spiegel een kale plek.

Bovenop mijn hoofd, een kleintje nog maar, maar toch. Er zat een kale plek en ik wist hoe snel dat kon veranderen. Mijn haar ging in een staart, niemand die het zag, niet meer over nadenken, klaar. In de hoop dat het bij dit kleine plekje bleef, maar helaas. Het werd groter en groter, en tot op de dag van vandaag groeit het niet terug, maar valt er alleen maar meer uit. De kale plek is niet meer te verbergen met los haar. 

Daar waar ik geen make-up meer durf te dragen, durf ik nu ook mijn haar niet meer los te dragen. Terwijl ik mezelf toch écht mooier vind met losse haren. Mijn krullen, het staat zoveel vrouwelijker dan mijn strakke staart. Een bezoekje aan de kapper, waar ik mij altijd op kon verheugen, is nu een ‘knip de puntjes maar’ en ik doe snel mijn haar weer vast.

En zelfs nu met staart in, als ik het niet op de juiste manier vast doe, zie je de kale plek. De enige optie is dus echt een hele strakke staart. En daar moet ik het voorlopig mee doen.

Na ieder douchebeurt ben ik bang dat er nog meer haar weg is.

Haren verven durf ik niet meer. En iedere keer als ik in de spiegel kijk, word ik niet blij van wat ik zie. Mezelf lelijk noemen, daar ben ik een tijd geleden mee gestopt, want dat ben ik niet. Maar aantrekkelijk? Dat voel ik mij absoluut niet. Ik zie niet de Susan, die ik eigenlijk van binnen wil zijn. Ik zie een saai en leeg persoon, terwijl ik eigenlijk die krullenbol met een beetje make-up wil zijn. 

Tot nu toe kan ik het nog redelijk verbergen, maar ik denk er steeds vaker over na, wat als? Wat als het niet terug groeit? Wat als het nóg groter wordt en het wel te zien is, als ik mijn haren vast draag? Wat als er nog een kale plek bij komt? Ik krijg de neiging om mijn haar dan weg te halen en een pruik te gaan dragen. Dat stel ik uit, tot het echt niet meer anders kan, maar dat idee alleen al, doet mij pijn. Ik wil het niet, maar ik wil me graag weer mooi voelen. 

Dus de volgende keer dat je mij ziet lopen, en je ziet mij met mijn haren vast en mijn make-uploze gezicht. Denk dan niet dat ik zo’n moeder ben die zichzelf niet meer verzorgt. Zie dan alsjeblieft de vrouw die ik ben, onder mijn naturelmaskertje. Besef dan dat ik in gedachten de blije krullenbol ben mét een beetje make-up. Dan blijf ik heel hard duimen, dat mijn lichaam mijn haar weer wil kennen en dat we elkaar binnenkort weer mogen ontmoeten.

Liefs,

Susan

Het leven is een rijsttafel – over keuzestress in het leven – door Chrisje’s VIP blogger Selina

“Het leven is een Chinese rijsttafel”. Mijn wederhelft kijkt me aan alsof hij het in Peking heeft horen donderen.

We hebben zojuist onze bestelling doorgegeven aan de dame achter de balie. Een Chinese rijsttafel voor 2 personen. Met een bakje saté erbij. En extra kroepoek, alstublieft. Blijkbaar is maandag geen populaire dag in de week om Chinees af te halen. En dus zitten mijn lief en ik alleen op de rood leren bankjes te wachten op onze bestelling. Hij bladert door één van de autobladen die hij van de gouden koffietafel gegrist heeft. Zijn elleboog leunt op groot, gouden beeld van een leeuw met opengesperde bek. Lampions kleuren het licht in de wachtruimte zacht rood. En Aziatische muziek vult met grof geweld mijn gehoorgang. Ik heb een damesblad van zeven maanden geleden in mijn handen. Waarin Karlijn van 34 – zo heb ik net gelezen – het moeilijk heeft om de verschillende onderdelen van haar leven te combineren. Haar huwelijk met Mark, de kinderen, het huis, de hond, haar parttime job, de sportlessen, vrienden en vriendinnen, haar reislust, … Alsof ze gerechten van een menu af leest. Karlijn vindt het maar moeilijk om de balans ertussen te houden. En voelt zich vaak alsof ze een jongleur is, die meer ballen in de lucht moet houden dan ze aankan (of dat in- of exclusief die van Mark zijn laat ze overigens in het midden).

Waarschijnlijk onbedoeld zorgen Karlijn en haar ballen ervoor dat ik, tussen de Chinese vazen en Boeddhabeelden in, mijn eigen leven eens onder de loep neem.

Mijn huwelijk met mijn eega, het intensieve en ellenlange fertiliteitstraject dat vooralsnog niet resulteerde in kinderen, het huis, mijn fulltime job, sportlessen, vrienden en vriendinnen, mijn reislust, … Alleen de hond ontbreekt nog op het menu, besef ik (terwijl ik mezelf er maar net van weet te behoeden dat niet hardop uit te spreken). Ook ik heb soms het gevoel genoeg op mijn bord te hebben liggen. Meer te moeten slikken dan dat ik aankan. Dat mijn ogen zo nu en dan groter dan mijn maag zijn. En ik vermoed dat dat een gekend recept is voor veel mensen. Voor vrouwen in mijn naaste omgeving en daarbuiten. Voor mannen ook, uiteraard. Het schipperen tussen de verschillende ingrediënten van ons leven is niet altijd evident. Het mixen van onze privélevens, professionele carrières en sociale contacten resulteert niet altijd in een smeuïge tomatensaus. En, net als Karlijn, heb ik dan ook soms het gevoel meer ballen in de lucht te moeten houden dan dat ik aan kan. “Ku lo yuk ballen!”, flap ik eruit. Voordat ik mijn verpopzakte echtgenoot besluit in te lichten over mijn zojuist opgedane wijsheid dat het leven een rijsttafel is.

“Want alle aspecten van mijn leven zijn de onderdelen van het grotere menu“, zo begin ik met het uiteenzetten van de rijsttafelmetafoor. Je beslist zelf hoeveel je van elk op je bord schept. Hoeveel tijd je ergens in steekt. En er uiteindelijk van eet. Hoewel je soms geen keuze hebt, en meer bami (lees: sportlessen) naar binnen moet schuiven om de rijsttafel op te krijgen (lees: de conditie te behouden). Mijn eega doet alsof hij luistert. Zijn blik schippert tussen het autoblad en mijn groene kijkers. De ene ku lo yuk bal is wat makkelijker te verteren dan de andere, net zoals mijn huwelijk mij aanzienlijk minder buikpijn bezorgt dan het huis. Sommige gerechten zijn goed te combineren met elkaar, zoals rijst en satésaus of mijn vriendinnen en (onze gedeelde) reislust. Sommige wat minder, zoals Foeyonghai en Babi pangang of mijn fulltime job en het fertiliteitstraject. “Het ene gerecht is wat pittiger dan het ander”. De liefde van mijn leven besluit mee te doen aan mijn gedachteexperiment. Maar als je te veel sambal op je loempia smeert, maak je je leven uiteindelijk pittiger dan nodig. Nuchterheid en luchtig in het leven staan is belangrijk, net als goeie kroepoek die wat lichtheid biedt in de zwaarte van de rijsttafel.

“En jij, jij bent mijn gebakken banaan”. Ik geef mijn levensgezel een dikke knipoog. Hij weet dondersgoed dat hij al bijna tien jaar het toetje van mijn rijsttafel vormt. De spreekwoordelijke kers op mijn taart is. Ik maak hem regelmatig duidelijk dat hij soms een beetje zwaar valt. Dat ik hem, zelfs met wat extra poedersuiker, soms niet te pruimen vind. Maar dat hij altijd net dat beetje extra toevoegt aan mijn menu. Mij, op het einde van de maaltijd, altijd blij maakt. Dat mijn rijsttafel niet compleet is zonder hem, zonder mijn Pisang Goreng. En terwijl hij in schaterlachen uitbarst roept de dame achter de balie dat onze bestelling klaar is. Mijn lief gooit het autoblad terug op de stapel en neemt de plastieken tas lachend van haar aan. Ik sta op terwijl hij zijn arm naar me uitreikt om richting de uitgang te lopen. “Kom, Confucius! Dat we die ballen hier eens keizer gaan maken.”

Wil je meer lezen van Selina’s blogs? Neem dan een kijkje op haar website: https://slienaa.blogspot.com

27912564_1671562342881232_8079869513555132976_o

 

Eigenwijs? Dat maakt je juist succesvol!

Ik geloof dat het bij een foto stond van toen ik een jaar of één was: de tekst “Hoezo eigenwijs?”. Ja, al op jonge leeftijd was ik een eigenwijs figuur. Dat ben ik trouwens nog steeds, en ik zou het nooit aan mezelf veranderen.

Eigenwijs zijn wordt wel eens bestempeld als negatief. En natuurlijk is het niet altijd handig om iemand in je leven te hebben (of het nou op het werk is of privé) die heel eigenwijs is. Toch zijn eigenwijze mensen ontzettend belangrijk en hard nodig!

Eigenwijze mensen nemen – hoe graag je dat ook wil – niet zomaar iets aan. We nemen zaken niet direct voor waar aan.

We stellen eerder kritische vragen: waarom? Kan dat niet handiger? Of sneller? Wat als ik het nou eens zo doe? Of een andere aanpak kies?

Eigenwijze mensen zijn creatief, vinden onverwachte oplossingen, accepteren niet zomaar nee als antwoord. Gaat niet bestaat niet!

Natuurlijk moeten we ons ook wel eens schikken. Komen we soms over als betweters. Accepteren we ook wel eens (met tegenzin) nee. Maar als niemand ooit eigenwijs was geweest, waren een heleboel dingen bij het oude gebleven, waren uitvindingen niet uitgevonden en was er geen vernieuwing.

Heb je een eigenwijs persoon in je omgeving? Koester hem of haar! Zonder eigenwijze mensen zou het leven al snel een hele saaie bedoening worden.

De To-Do Lijst: de eerste blog van VIP blogger Selina!

27912564_1671562342881232_8079869513555132976_oChrisje’s nieuwste VIP blogger Selina deelt in haar blogs de perikelen rondom haar werk, leven en IVF traject. 

To Do:

  • Middelbaar schoolpapiertje behalen. 
  • Universiteit succesvol doorlopen. 
  • Een deftige carrière starten. En behouden, indien mogelijk.
  • De liefde vinden. Vrijen, Verlieven, Verloven. 
  • Trouwen. Met 28 jaar, zoiets. 
  • Als dertiger, kindjes krijgen. Drie. Twee jongens en een meisje. Als het effe kan.
  • Dan: huisje, boompje, beestje. En meer van al dat. 

Zelfs als elfjarige had ik een vrij goed idee van hoe mij leven eruit zou moeten zien. Dol op lijstjes maken, stippelde ik toekomstplannen netjes uit, maakte ik bucket lists en vereeuwigde ik te behalen ambities op papier. En ik denk aan die brave beugelbek, terwijl ik een Little Boy aan hormonen mijn buik voel in stromen. Net als het stukje huid waar ik zojuist de injectienaald in prikte, raak ik een beetje geïrriteerd. En vervloek ik mijn puberende puistenkop een beetje, in al haar onnozelheid. Bedenk me zelfs waar ik haar die spuit zou zetten als ik een tijdmachine had en terug kon in de tijd (ergens waar de zon niet schijnt, luidt de conclusie). Mijn negatieve gedachten zwier ik met het vuile, desinfecterende alcoholdoekje bij het vuilnis. “Ik ben weer te hard voor mezelf.” Want mijn elfjarige ik kon in al haar groene onschuld natuurlijk ook niet weten dat kindjes maken niet altijd vanzelfsprekend is. Dat haar lijst aan levensdoelen na twintig jaar allemaal afgecheckt zouden zijn, op het voorlaatste puntje na. Dat een gezond binnenwerk, perfect gekookte eitjes en een tikkende biologische klok alléén niet voldoende zou zijn om een broodje in de oven te krijgen. Dat wederhelften op alle gebieden kunnen uitblinken, behalve in het trainen van zwemmers. Dat soms dokters, zielenknijpers en donoren moeten inspringen om potten met augurken in te kunnen slaan. En dat kindjes maken gewoon kut kan zijn.

Letterlijk. Want niemand vertelt een elfjarige dat ze twintig jaar later wekelijks gemiddeld meer gynaecologen tussen haar benen heeft zitten dan minnaars. Dat er dagen zijn dat er meer foto’s getrokken worden van haar eierstokken dan dat ze op selfies staat. Of dat het zal aanvoelen alsof de status van haar lady parts gewijzigd wordt van privédomein naar publieke ruimte. Niemand springt in de tijdmachine om een brave beugelbek te waarschuwen voor de fysieke pijnen en kwalen die sommige onderzoeken en behandelingen met zich meebrengen (en wiens namen veelal klinken als een stevige nies). Voor goedbedoelde, online forums, die haar zeker niet doen voelen als een Noorse vruchtbaarheidsgodin of haar nog langer in de fabel van ooievaars doen geloven. Of voor zorgkosten die zo hoog zijn, dat een benoeming van groot aandeelhouder van een Belgisch ziekenhuis binnen handbereik ligt. En niemand haalt het in zijn hoofd om een puberende puistenkop ervan te overtuigen dat bij het maken van kindjes soms meer tranen komen kijken dan welke lichaamssappen dan ook. Dat haar hartje zou breken bij het zien van de machteloosheid van haar wederhelft, die niks méér zou kunnen doen voor haar dan grappen over hoe hij de lasten graag had willen delen en gerust bruine, stinkende toiletbaby’s had willen baren. Of dat hormonen Satan’s sidekick zijn natuurlijk, en alleen maar bestaan om het leven van een mens zuur te maken.

Niet dat dat zin zou hebben. Want mijn elfjarige ik had waarschijnlijk nooit geloofd dat ze als éénendertiger de werking van haar voortplantingssysteem haarfijn onder de knie zou hebben. Dat ze bij het maken van kindjes meer tranen zou huilen dan Alice in Wonderland nadat ze een koekje at dat haar deed groeien. En zonder met haar ogen te knipperen haar buikvel zou doorboren met naalden. Ze zou niet aannemen dat ze als éénendertiger – met de liefde van haar leven aan haar zijde, een mooi koophuis, een scala aan diploma’s en een goedlopende carrière – de moeilijkste tijd van haar leven zou beleven. Dat ze ingewikkelde, Latijnse namen van medicijnen gememoriseerd zou hebben. Dat ze in anderhalf jaar tijd meer bloed zou moeten laten prikken dan dat er uit de lift stroomt in The Shining. Of überhaupt dat het maken van kindjes zich in steriel, kil geschilderde ziekenhuiskamertjes afspeelt en niet in halfdonkere slaapkamers met theelichtjes en zwoele muziek.

En terwijl ik de dop op de naald van de spuit zet en een druppeltje bloed van mijn buik veeg, hoop ik eventjes dat mijn éénenvijftigjarige ik aan mij zal verschijnen. Dat ze in haar tijdmachine is gesprongen en naar me toe is gereisd, hier en nu. Net zoals ik dat zojuist nog bij mijn puberende tienerzelf had willen doen. Ik hoop dat ze me geruststellend toe spreekt, me vertelt dat ik me er doorheen zal slaan. Dat ze weet dat mijn buik, mijn eierstokken en alles daarrond pijn doet, maar dat het het waard zal zijn. Ik hoop dat ze me foto’s laat zien, van haar gezinnetje, van haar kroost. Van twee jongens en een meisje. Als het even kan. “Ach”, verzucht ik. “Niet dat dat zin zou hebben”. Want mijn éénendertigjarige ik had haar waarschijnlijk nooit geloofd. Had haar boos aangekeken. Haar wenkbrauwen opgetrokken. Misschien zelfs de spuit die ze nog in mijn handen had ergens gezet waar de zon niet schijnt. En naar haar gesnauwd. “Of ze niet wist dat kindjes maken gewoon kut kan zijn?!”Letterlijk.

Meer lezen van Selina? Dat kan op haar website! https://slienaa.blogspot.com/

 

 

 

 

Het mooiste kado voor jouw kind voor later maak je zo!

Ik weet niet meer waar ik er voor het eerst van hoorde, maar jaren geleden ben ik begonnen met het sturen van e-mails naar mijn dochter.

Ze was toen denk ik een jaar of drie, vier. Ik maakte een e-mailadres voor haar aan, waar ze als ze ouder is het wachtwoord van zal krijgen.

Naar dat e-mailadres heb ik door de jaren heen heel veel mails gestuurd, met bijlagen:

  • het filmpje van toen ze de eerste keer kroop,
  • foto’s van verjaardagen,
  • rapporten,
  • leuke evenementen op school,
  • eerste keren,
  • foto’s van de huisdieren,
  • grappige uitspraken die ze deed,
  • e-mails over bijzondere gebeurtenissen en
  • vooral ook veel “zomaar mails”, om haar te vertellen hoe bijzonder ze is.
  • Zo kan ze als ze ouder is altijd terug kijken. Een mooier kado kun je denk ik niet krijgen, toch?
  • Ben jij een people pleaser en medeafhankelijk?

    Ben jij een notoire people pleaser? Spring jij altijd als eerste op om anderen te helpen? Komen mensen als eerste naar jou toe met hun problemen? Vind je het moeilijk om je grenzen te bewaken en kom je vaak in (liefdes)relaties terecht die niet gezond voor jou zijn, met mensen die jou manipuleren of gebruiken? Grote kans dat jij last hebt van codependency, oftewel medeafhankelijkheid.

    Mensen die codependent zijn, hebben vaak een laag zelfbeeld en passen zichzelf helemaal aan aan de ander. Eigen behoeften worden volledig weg gecijferd om de ander tevreden te stellen. Vaak schuilt daarachter een diepe angst om verlaten te worden en alleen te zijn.

    Dit gedrag ontstaat meestal bij mensen waarvan in hun jeugd niet aan hun emotionele behoeften werd voldaan: Codependency ontstaat immers meestal door een onveilige hechting in je (moeilijke) jeugd, waardoor je niet geleerd hebt hoe een gezonde relatie er uit ziet. Je hebt wellicht geleerd dat houden van hetzelfde is als zorgen voor en geeft daarmee al je energie aan de ander. Je stelt je veel te afhankelijk op van de ander, waarmee je die persoon alle macht en controle over jou geeft.

    Een relatieverslaving kan hier een gevolg van zijn: je hecht je aan emotioneel beschadigde mensen waar je voor denkt te kunnen of moeten zorgen. Dat jij hierdoor vaak gekwetst wordt neem je voor lief: dit ben je immers gewend. Het ongezonde patroon is onveilig, maar doordat je dit herkent uit je jeugd voelt het onterecht veilig. Rationeel weet je wel dat dit niet goed is, maar emotioneel lukt het je niet om hier afstand van te nemen.

    Hoe doorbreek je nu de spiraal van codependency? Hoe zorg je er voor dat ook jouw behoeften worden bevredigd en niet al je energie gaat naar het helpen van anderen? Hoe zorg je er voor dat je van jezelf mag kiezen voor gezonde relaties waarin geen misbruik van jou wordt gemaakt?

    Erkennen in welke patronen je vast zit is een eerste stap; begrijpen hoe dit heeft kunnen gebeuren. Hyponose therapie kan ook een stap zijn: onder begeleiding van een professional kun je “terug gaan” naar je jeugd en de behoeften die je had uitspreken. Leren van jezelf te houden is de belangrijkste stap: als je van jezelf leert te houden, pik je het niet wanneer een ander over jouw grenzen heen gaat of misbruik van jou maakt. Bovendien ben je niet langer bang om alleen te zijn, omdat je genoeg van jezelf houdt.

    Wanneer je genoeg om jezelf geeft, maak je gezondere keuzes voor jezelf. Met het beëindigen van destructieve en ongezonde relaties maak je ruimte voor gezonde relaties waarin geven en nemen in balans zijn en jij jezelf niet meer kwijt raakt.

     

    Leestips:

    Als hij maar gelukkig is

    door Robin Norwood

     

    Leef je eigen leven

    door Melodie Beattie

    Ik voel ik voel wat jij niet ziet: onzichtbaar ziek

    Fibromyalgie, andere vormen van reuma, migraine, burn-out, depressie, et cetera: Er zijn veel ziektes die niet zichtbaar zijn aan de buitenkant.

    Waar iemand met een gebroken been vanzelf begrip en medewerking krijgt van mensen vanwege bijvoorbeeld het dragen van gips of lopen met krukken, moeten mensen met een onzichtbare ziekte of aandoening vaak twee gevechten leveren: één gevecht tegen hun aandoening en het andere gevecht tegen onbegrip en vooroordelen van de omgeving.

    lees verder onder de afbeelding

    Veel mensen denken dat alles goed met je gaat omdat er niets aan jou te zien is. Hoe lang je er over gedaan hebt om uit bed te komen (psychisch of fysiek) ziet men niet. Hoe vermoeid je bent (mentaal of lichamelijk) na een activiteit ziet men evenmin.

    Het hebben van een onzichtbare aandoening blijft een dubbele strijd. Goede vrienden, professionele begeleiding en “insiders” die echt weten en begrijpen wat je doormaakt zijn daarbij onmisbaar.

    Soms is het ziektebeeld ook grillig: de ene dag kun je bijvoorbeeld meer aan dan de andere dag, grenzen verschuiven, zowel op het psychische vlak als lichamelijk. Het is dan soms verwarrend voor de omgeving, want: waarom kun je vandaag niet mee doen als je gisteren wel nog op de been was?

    Dit telkens maar uitleggen en er begrip voor vragen is moeilijk: vaak is het nodig dat je zelf erg stevig in je schoenen staat en er voor waakt dat je niet over je grenzen heen gaat. Onder voorbehoud afspraken plannen kan een optie zijn: je houdt een slag om de arm en geeft dat vooraf duidelijk aan: “Als ik me goed voel die dag ga ik heel graag mee.”. Zo voorkom je teleurstellingen voor je omgeving en bewaak je je eigen grenzen, door op de dag zelf te beoordelen of iets al dan niet mogelijk is.

    Het is en blijft een strijd om te luisteren naar je lijf en naar je grenzen. Je zult jezelf zeker blijven tegenkomen, totdat je leert jezelf te beschermen en je grenzen te bewaken.

    Soms zul je hiermee ook vrienden verliezen, als ze niet kunnen omgaan met de veranderde jij, die niet meer alles kan.

    De vraag is dan uiteraard wel of dat in de eerste plaats echte vrienden waren…

    Verhuisstress: door VIP blogger Susan

    Verhuizen, stress en twijfels

    Vijf jaar geleden leerde ik mijn man kennen, ik woonde destijds in mijn flatje in Leeuwarden en vertrok zonder enkele twijfel en trok bij hem in. Ik liet hierbij mijn opleiding achter en ging op best wel verre afstand wonen van mijn familie en vriendinnen. Als iets goed voelt, voelt het goed toch? En van die keuze heb ik tot op de dag van vandaag nooit spijt gehad. Natuurlijk was het, vooral zonder rijbewijs in het begin, lastiger om af te spreken maar goed, ook een goede vriendschapstest denk ik dan maar. 


    Het was soms lastig want ik had hier niks, ik kende de omgeving niet en had helemaal geen netwerk om mij heen. Gelukkig ben ik wel een type wat op onderzoek uitgaat, dus ik had mijn weg snel gevonden en leerde langszaamaan mensen kennen en begon mijn eigen kringetje op te bouwen. Verhuizen is mij niet vreemd, dus dat kwam allemaal wel weer.

    De woning van mijn man, nu dus onze woning, stond al 6 jaar te koop voordat wij ons eerste bod kregen een aantal maanden geleden. Waar je het eerst niet kan geloven, word je daarna onzeker over of alles wel door gaat. Of deze ene kans om hier weg te gaan, niet alsnog voor onze neus weggeveegd wordt. Maar nee, een aantal weken later was alles rond en ondertekend, het was echt, het ging door! En vanaf dat moment ging ik denken.

    Opeens kwamen dromen en wensen weer naar boven, die ik had weggestopt omdat dat hier nou eenmaal niet mogelijk was. En het idee om ooit weer dichterbij mijn familie en vriendinnen te gaan wonen, had ik allang losgelaten omdat ik ergens niet meer durfde te hopen dat we het huis gingen verkopen. Opeens werd alles dus weer mogelijk en omdat we maar een paar maand hadden, moesten we toch snel keuzes gaan maken, we hadden namelijk nog totaal geen zicht op een nieuwe woning. Toen ik op mijn 19e uit huis ging schreef ik mij direct in bij een woningbouwvereniging in Friesland, dus daar had ik al bijna 10 jaar inschrijftijd, het meest logische was dus om daar op huizen te gaan reageren. Nadat ik met een vriendin had afgesproken en weer naar huis reed voelde ik pas, hoe erg ik het eigenlijk mis. Hoe erg ik het mis om gewoon even op de koffie te gaan en niet eerst 1,5u hoef te rijden. Ik wilde niet per se om de hoek wonen, maar iets dichterbij, dat was voor mij echt wel een wens geworden.

    Hoe ga ik dit bespreekbaar maken, want mijn man en Friesland, is geen combinatie. En aan de andere kant, was ik het na 5 jaar ook wel zat om zo ver weg te wonen. Er zou dus ergens een compromis gesloten moeten worden. Gelukkig is binnen onze relatie alles bespreekbaar en hebben we dit ook naar elkaar uitgesproken. Dan sta je opeens lijnrecht tegenover elkaars wensen, en uit liefde ben je geneigd om toe te geven aan de wens van de ander. Ik wilde niet dat hij voor mij zou verhuizen, want ik wilde dat hij gelukkig zou zijn. En andersom, wilde hij niet dat ik ongelukkig zou worden als we het niet deden. Daar zit je dan, en nu?

    Het waren voor mij weken van heen en weer geslinger tussen emoties en gedachten. Wat wil ik? En word ik ook echt wel gelukkig als ik hier in de omgeving blijf? En hoe realistisch is het om van hem te wensen om mee te gaan naar Friesland. Erg lastig.

    Uiteindelijk kwamen we tot op een oplossing, we lieten het over aan het universum. We bleven reageren op woningen hier in de buurt, maar wanneer er een woning op de site zou komen meer richting Friesland, die voldeed aan onze wensen, dan zouden we daar op reageren. Dus eigenlijk, dat wat als eerst komt, dat wordt het. Ergens gaf mij dit wel een rustig gevoel, want ik vertrouw nou eenmaal op het universum en dat alles loopt zoals het moet lopen. De woningen in Friesland waren spontaan niet meer in de aanbieding en ik begon ook meer zonder gevoel te denken.

    Onze zoon zit hier op de peuterschool en heeft het hier erg naar zijn zin. Als we hier blijven wonen, kan hij daar blijven, als we verder weg gaan zou hij moeten switchen. En uit ervaring weet ik dat dát geen strak plan is. Daarnaast, zou mijn man vanuit Friesland minimaal 45min moeten rijden naar zijn werk, kan ik dat van hem vragen? 
    Het enige voordeel was, dat alles en iedereen voor mij dichtbij zou zijn en dat maakte het idee van Friesland voor mij gewoon heel fijn.

    We werden gebeld, een makelaar hier uit de buurt had een woning, in Veendam. We hoefden niet te zoeken, niet te reageren, we werden gewoon gebeld en we kregen zo een woning aangeboden. Dit was wel een erg duidelijk teken van boven voor mij. Dit konden we niet weigeren.  De woning voldoet aan onze wensen, is groot genoeg, staat in een leuke buurt en alles is op loopafstand te doen. Mijn gevoel zei aan alle kanten ja en we hadden nog maar twee maanden om een huis te vinden. We moesten wel, dus ik leg mij er gewoon bij neer.
    Ik was blij met de woning, oprecht blij. Blij voor mijn man, blij voor mijn kind omdat alles wat hij nodig heeft hier ook aanwezig is. De speeltuin voor huis, de kinderen in de buurt, de school op loopafstand, alles wat we voor hem willen. Dus nee, afwijzen kon ik dit niet.

    Iedereen reageerde blij, enthousiast en de hulp kwam van alle kanten. En toch kreeg ik van een aantal lieve mensen ook de vraag: ‘maar Suus, jij dan? Word jij daar gelukkig?’ En zelfs mijn schoonvader die zei: ‘als het niet goed voelt, of als je twijfelt, moet je het niet doen.’
    Dat vond ik zo onwijs lief, dater mensen waren die zagen en voelden dat dit goed zat, maar ook aan mij dachten omdat ze wisten dat ik een andere wens had. En ja, ik heb enorm aan het idee moeten wennen, omdat ik een compleet ander toekomstbeeld had, vooral voor mezelf. Het was en is soms dubbel omdat ik kies voor het geluk van mijn gezin. Zet ik daar dan mijn eigen geluk mee aan de kant? Dat absoluut niet, want ik ben pas gelukkig wanneer mijn hele gezin gelukkig is. En dat was in Friesland niet zo geweest. 

    We kregen de sleutels, we begonnen heen en weer te tillen met dozen. Onze woning wordt met de dag leger en de nieuwe woning met de dag voller. Het behang zit bijna overal al op de muren, in twee kamers ligt al laminaat. De datum voor het verhuizen staat vast en beetje bij beetje verplaatsen wij ons ‘thuis’ naar daar. Ik begin de voordelen in te zien van de andere woning, ik begin mijn beeld bij te stellen naar een toekomst daar. En dan zeggen mensen wel: ‘maar jullie kunnen toch alsnog verhuizen als het jullie niet aan staat?’ Ja, wel naar een ander huis, maar niet naar een andere woonplaats. Er is één eis die ik heb en dat is dat onze zoon de basisschooltijd doorbrengt op één school. Dus dat maakt het voor mij definitief, dat we de aankomende 9 jaar in ieder geval vastzitten aan deze omgeving. 

    Niet erg, maar ik begin het eng te vinden. Een nieuwe start, de eerste woning waar we écht samen beginnen, een nieuwe omgeving, nieuwe buren. Mijn man heeft zijn familie en vrienden daar, ik moet nog een netwerk gaan opbouwen. En ook al weet ik dat dit bij mij meestal niet zo moeilijk verloopt, ik vind het spannend. Wie zit er op mij te wachten? Ik ben niet iemand die je deur plat loopt of onaangekondigd binnen komt maar af en toe even koffie drinken en kletsen, graag! 

    Nu het allemaal bezonken is, heb ik er erg veel zin in, ik vind het leuk om daar bezig te zijn, het is spannend maar het we vinden ons plekje wel weer! Ik had van te voren nooit verwacht dat verhuizen zoveel los zou maken, maar ach, als we samen maar gelukkig zijn, dan komen we er wel! 

    Liefs,

    Susan

    ACTIE: IK STUUR GEEN KERSTKAART, ik gun een kind zijn ouders dichtbij!

    Jaarlijks geven we veel geld uit aan kerstkaarten, die in januari vaak bij het oud papier eindigen. Ondertussen zijn er talloze zieke kinderen die hun ouders dichtbij zich nodig hebben om te vechten tegen hun ziekte en te herstellen.

    Als je dit leest, roep ik jou dan ook op om dit jaar dat geld dat je normaliter aan kerstkaarten en postzegels spendeert te doneren aan het Kinderfonds van de Ronald McDonald huizen, zodat meer ouders van zieke kinderen bij hun kind in de buurt zijn.

    Doneer het bedrag van je kerstkaarten, deel deze blog op je social media onder de hashtag #geenkerstkaart en stimuleer zo anderen om dit initiatief over te nemen!

    Het Kinderfonds krijgt geen subsidie en is dus afhankelijk van donoren! Je kunt maandelijks donateur worden, maar eenmalig is ook mogelijk via deze link: https://www.kinderfonds.nl/hoe-kunt-u-helpen/doneren

    Bedankt en zeg het voort! ❤️

    Grote mensen die niet vragen, worden overgeslagen!

    “Kinderen die vragen, worden overgeslagen!”

    Hoe vaak heb jij dit gehoord als kind?

    Wellicht was het wel eens terecht: als je voor de derde keer zeurde om een koekje bijvoorbeeld.

    Toch lijken volwassenen gaandeweg af te leren te vragen om wat ze willen. Vrouwen lijken daar het meest last van te hebben. Bescheiden zijn, netjes zijn, niet brutaal doen… we krijgen het allemaal af- en aangeleerd.

    Als volwassene kun je dan te maken krijgen met een probleem: je leeft niet het leven dat je graag zou willen leven, bijvoorbeeld. Je wil veranderingen aanbrengen, maar je weet niet goed hoe. Je wil heel veel, maar hebt het jezelf afgeleerd er om te vragen. Toch is hier helemaal niets mis mee: vragen mag altijd en daarbij: het is prettig om te weten én uit te spreken wat je wil.

    Als niemand weet wat jij wil, is dat waarschijnlijk omdat je het niemand vertelt. En als je het niemand vertelt, kun je dat je omgeving ook niet kwalijk nemen!

    Lees verder onder de afbeelding

    Gelukkig is het nooit te laat om afgeleerd gedrag weer aan te leren. Je kunt vandaag nog beginnen met oefenen! Start met kleine dingen: schrijf op een lijstje welke dingen jij graag zou willen, en kies de meest laagdrempelige daarvan uit om als eerste mee te beginnen. Of het nu gaat om iets dat je heel graag wil krijgen voor kerst, of een cursus die je graag wil volgen op je werk: het maakt niet uit: als jij het maar vraagt!

    Hoe vaker jij hardop kenbaar maakt wat je graag wil, hoe vaker je het ook zult krijgen. Let maar op!

    Wat je straks niet zult zien aan mijn instagram foto’s

    door VIP blogger Michelle-Anne Lucas

    Het is bijna zover.. Over zes dagen vertrek ik naar Bali. Als ik mensen vertel dat ik op reis ga krijg ik vaak dezelfde reacties: ‘Oh wat geweldig. Ik ben jaloers’ of ‘ Als ik jouw leeftijd had zou ik precies hetzelfde doen’. Mijn antwoord hierop lijkt mensen vaak nogal te verrassen: ‘Het is moeilijk om te leven wetende dat je weg gaat.’ De reis zelf is ideaal om te leren genieten van het moment, maar de tijd die er naartoe leidt is juist het tegenovergestelde. Je bent continu bezig met je leven inrichten zodat je op reis kan gaan.

    Voordat ik in het paradijs ben aangekomen deel ik mijn ervaring van de afgelopen maanden. Niet om je bang te maken om mijn voetstappen te volgen, maar om je het verhaal te vertellen achter de prachtige Instagram foto’s:

    Eind 2017 kreeg ik met mijn reisgenoot het wilde idee om samen te gaan reizen. Toen ik besloot niet verder te gaan met mijn Masteropleiding, wist ik zeker dat ik dit wilde gaan doen. April van dit jaar boekte ik mijn one way ticket en was ik super enthousiast. Op dat moment woonde ik nog in Leuven, maar een paar maanden later zou ik hier weg moeten. Omdat ik een tijdelijke woning nodig had was mijn keuze al snel gemaakt; Ik ging bij mijn vriend wonen.

    Toen ik weer terug naar Limburg verhuisde wist ik niet goed wat ik met mijzelf moest. Ik moest wel gaan werken om voor mijn reis te kunnen betalen, maar wie zou iemand aannemen die maar een paar maanden aan de slag kon gaan? Ik solliciteerde erop los, maar beperkte mijzelf enorm door steeds netjes aan te geven dat ik op reis zou gaan. Gelukkig vond ik twee fijne tijdelijke banen, waar ik ontzettend leuke collega’s heb gehad. Toch bleef ik mij niet op mijn plek voelen. Ik ben altijd ontzettend planmatig en carrière gedreven geweest. Wetende dat ik niet met passie voor de langere termijn kon werken, zorgde ervoor dat ik mij vaak nutteloos voelde.

    Ik zou juist daar mijn passie in moeten vinden in naar mijn reis toe werken, maar dat vond ik erg moeilijk. In het begin probeerde ik zo min mogelijk geld uit te geven. Ik moest mijn streefspaarbedrag halen. Geld maakt niet gelukkig, maar thuis zitten omdat je continu aan het sparen bent ook niet! Mijn sociale leven werd door mijn gierigheid anders. Normaal kocht ik spontaan concerttickets voor mijzelf en mijn vrienden. Nu twijfelde ik zelfs als mijn vrienden wat wilden gaan drinken. Toen ik erover sprak met mijn reisgenootje, bleek dat zij precies hetzelfde had. Ik ben blij dat mijn vriend mij toen wakker heeft geschud. Ik gaf weer wat geld uit en begon weer te genieten van mijn sociale leven.

    Samen met mijn vriend heb ik ontzettend leuke dingen gedaan. We hebben vanaf die tijd vooral België ontdekt met z’n tweeën. Omdat we allebei in afwachting waren van onze grote levenskeuzes hadden we alle tijd voor elkaar. We sleepten elkaar door deze periode heen en deelden onze onzekerheden van de toekomst.

    Toen hij begin oktober begon met zijn opleiding van defensie, was ik gelukkig nog aan het werk. Het was een redmiddel om een paar dagen in de week de deur uit te moeten om te gaan werken. De dagen dat ik thuiszat voelde ik mij vooral eenzaam en nutteloos. Als ik nadacht over mijn reis, voelde het soms meer als een obstakel dan een doel.

    Pas een week geleden begon het echt realistisch te worden. Een paar berichtjes van mijn reisgenootje die al in Australië zit, een ingepakte tas en een toch wel rijk gevulde spaarrekening zorgen er nu eindelijk voor dat ik begin te genieten. Ik kan niet wachten tot ik mijn voeten in het zand kan steken, ik eindelijk weer verder kan met mijn geweldige surftechnieken (uhumuhum) en ik een kokosnoot van het strand kan rapen en opeten.

    Het enige wat ik nu nog echt moeilijk vind is mijn vriend en familie missen.

    Maar het voorruitzicht om naar hen terug te mogen komen zorgt ervoor dat het alles waard is. En wanneer ik terug kom kan ik dan ook écht met mijn toekomst te beginnen. Maar nu eerst gaan genieten van mijn reis!

    Veel liefs,

    Michelle Anne

    Voor wie twijfels zijn leven laat bepalen

    Twijfelen: iedereen doet het wel eens. Zeker bij grote beslissingen. Twijfelen is een gezond mechanisme om voor- en nadelen goed af te wegen voordat je een beslissing neemt. Toch kan te veel twijfelen je ook tegenhouden in het leven leiden dat jij graag wil.

    Hoe gezond twijfel ook kan zijn, één van de grootste “killers” van vooruitgang is zonder meer overmatige twijfel. Twijfel slaat vaak toe bij het nemen van levensbeslissingen; hoe groter de beslissing, hoe harder de twijfel toe kan slaan.

    Waarom twijfelen we vaak te lang? Wat is het nut van twijfel? En vooral: hoe kom je er van af als het je afremt in het bereiken van je doelen?

    Twijfelaar
    Een geboren twijfelaar, zo heb ik mezelf wel eens genoemd vroeger. Bij het nemen van een grote beslissing (Ga ik voor die baan? Blijf ik bij mijn partner? Moet ik nu wel of niet verhuizen?) slaat bij veel mensen de twijfel toe: logisch, want het is ook niet zomaar een beslissing die je moet nemen.

    Een verhuizing, een andere baan, een relatie verbreken: het zijn allemaal beslissingen die vergrijpende gevolgen kunnen hebben in je verdere leven. Dat is niet per se negatief, maar het kán het wel zijn; Want wat nou als die nieuwe baan toch niet zo leuk is als het lijkt? Wat als je spijt krijgt van je verhuizing? Wat als je je partner toch gaat missen en niet meer terug kunt?

    Twijfel slaat de meeste dromen en plannen dood, omdat het gepaard gaat met angst. Angst om de verkeerde beslissing te nemen (“Wat als ik hier verkeerd aan doe?”) kan je verlammen, waardoor je onnodig lang in de twijfel modus blijft. Onzekerheid kan ook een grote rol spelen: het vergt nogal wat zelfvertrouwen om te zeggen: en vanaf nu gaat het anders.

    Waar twijfel het hardst toeslaat
    Twijfel slaat vaak het hardst toe in situaties waarin weinig urgentie bestaat. Wat ik daarmee bedoel, kan ik het best toelichten aan de hand van een voorbeeld. Stel, je hebt een baan waar je wel tevreden mee bent, maar waar je niet veel uitdaging uit haalt. Het werk is niet verschrikkelijk, maar ook niet heel leuk. Je haalt er weinig vreugde uit, maar je doet het wel goed en krijgt goede beoordelingen. Daarnaast heb je een vast contract en geen hele vervelende collega’s. Met andere woorden: er is weinig uitdaging, maar ook geen echte urgentie om weg te gaan. Dat je wellicht hele andere doelen voor je loopbaan had – en door tien of twintig jaar in deze baan te blijven hangen die doelen niet bereikt – is achteraf bezien natuurlijk zonde. Toch blijven veel mensen vaak lang hangen op een plek waar ze niet tot hun recht komen.

    Waarom?
    Niet altijd leuk om te horen, maar wel waar: Mensen zijn gewoontedieren. We voelen ons graag veilig en geborgen. Onze comfort zone is ons vaak meer waard dan ons geluk, hoe gek het ook klinkt. We houden van nature nu eenmaal doorgaans niet erg van verandering. Verandering vinden we maar eng.

    Zeker als we een vast contract hebben weten te bemachtigen in deze onzekere tijden, geven we dat niet zomaar op. Een vaste relatie ook niet. De gemoedsrust die komt kijken bij het kunnen betalen van de hypotheek of huur wint het dan van het knagende gevoel dat er meer moet bestaan dan deze sleur van werk dat eigenlijk beneden je niveau ligt.

    Als er dan een nieuwe baan langskomt, waarbij je met een tijdelijk contract in een geheel nieuw bedrijf moet beginnen waar je nog niemand kent, slaat de twijfel toe. Zo erg heb ik het nu toch niet? Ik heb nu wel vastigheid en ik weet waar ik aan toe ben. Dit soort gedachten zorgen er vaak voor dat je dan toch maar bedankt voor die uitdagender job.

    Hetzelfde geldt voor relaties. Als een relatie je al lang niet meer gelukkig maakt, zou je eigenlijk er mee moeten stoppen. Toch blijven veel mensen langer in een uitgebluste relatie zitten dan nodig, uit angst. Angst voor het onbekende, angst om alleen verder te moeten gaan, angst om al het vertrouwde op te moeten geven. Dus worden de dagen weken, de weken maanden, en worden ze op hun zestigste wakker met het besef dat ze jaren lang in een ongelukkige relatie hebben gezeten. De comfort zone kan wat dat betreft een vals soort gevoel van veiligheid geven: achteraf is er dan vaak alleen maar ruimte voor spijt.

    Urgentie maakt twijfelen moeilijker

    Wat nu als je opeens zonder werk komt te zitten? Dan valt je vangnet weg en je comfort zone verdwijnt zonder dat je daar zelf iets aan kon doen: zou je dan wel solliciteren op die baan die uitdaging biedt? Waarschijnlijk wel. Zou je het droomhuis wel kopen als je plotseling te horen kreeg dat je eigen woning gesloopt gaat worden? Vast wel. Het wegvallen van die comfort zone dwingt je er toe beslissingen te nemen: wat dat betreft is het soms gemakkelijker om beslissingen te nemen vanuit het principe “Ik heb nu toch niets te verliezen.” Urgentie dwingt: en soms is dat niet eens verkeerd.

    Eeuwige twijfel

    Voor de eeuwige twijfelaar is het goed om je af te vragen wat je bereikt met het ellenlange twijfelen. Geef je jezelf zo een excuus om comfortabel te mogen blijven leven zonder risico’s te nemen? Geef je jezelf hier mee een mooie reden om je angsten niet onder ogen te hoeven komen? Houd je je eigen onzekerheid hiermee in stand?

    Iets nieuws proberen, een nieuw avontuur aangaan, betekent vaak dat je een risico moet nemen. Het is een sprong in het diepe waar niet iedereen zich aan waagt. En ja, het kan misgaan, maar het kan ook ontzettend goed gaan. Vraag jezelf eens af: waar heb je straks meer spijt van; als je het nooit hebt gedurfd of als je dat wel hebt gedaan en het niet is gelukt? Wat is het ergste dat er kan gebeuren? En kun je daarmee leven?

    Het leven gaat snel voorbij. De sleur van alledag zorgt er voor dat dagen overgaan in weken, maanden, jaren. Wil je terugkijken op een leven vol twijfels, waarin je jezelf mooie kansen hebt ontnomen? Of wil je terugkijken en denken: ach, ik heb risico’s genomen, but I did it my way!

    Ik weet waarvoor ik kies. Jij ook?

    Kun jij omgaan met een compliment?

    door VIP blogger Susan Schuitema

    Enkele weken geleden kreeg ik via app een compliment. Ik merkte direct dat ik me ongemakkelijk begon te voelen. Wat moet ik ermee? Ergens voel ik mij dankbaar voor het compliment en zou ik dus gewoon ‘dankjewel’ moeten sturen. Aan de andere kant heb ik allerlei excuses in mijn hoofd en begin ik grapjes te maken om het compliment weg te wuiven.

    Dit bracht mij op het idee om te schrijven over het geven en ontvangen van complimenten: ik ging op onderzoek uit.

    Hoe reageren mensen over het algemeen op een compliment? Is er verschil tussen mannen en vrouwen? Tussen jong en ‘oud’? En heeft het misschien te maken met hoe zeker jij je voelt over jezelf? Mijn onderzoek gaf mij het volgende beeld.

    Vrouwen
    Met hier en daar een enkele uitzondering reageren vrouwen over het algemeen hetzelfde op complimenten. Echter zit er wel verschil tussen het soort compliment en de reactie hierop. Een compliment over het uiterlijk wordt vaak gewaardeerd, maar de meeste vrouwen weten niet goed hoe ze hierop moeten reageren. Wanneer het compliment gaat over een kledingstuk wordt er vaak gereageerd met ‘oh, die kostte maar vijf euro bij die ene winkel.’ Aan de andere kant wordt er op een compliment over kleding ook gereageerd met een logische reactie ‘dankje, vind ik ook, anders had ik het niet gedragen.’

    Vaak wordt het een ‘dankjewel, ik vind jouw ogen mooier’ of ‘oh joh, jij bent veel knapper.’ Er wordt dus snel vergeleken met de ander. Een aantal vrouwen geven wel aan gewoon ‘dankjewel’ te zeggen en blij te worden van het compliment.

    Wat erg naar voren komt is dat het vooral te maken heeft met jouw beeld van jezelf. Ben jij zeker van jezelf? Dan zeg je sneller gewoon ‘dankjewel’ zonder het compliment weg te lachen of weg te praten met een excuus. 
    Er wordt over het algemeen door de vrouwen gedacht dat de manier van ontvangen te maken heeft met dat wat je in jouw opvoeding geleerd hebt. Goed (of slecht) voorbeeld doet volgen, zeggen ze dan. De vrouwen die ik sprak gaven aan dat ze zelf snel complimenten geven en dat ze absoluut anders worden ontvangen door een man. Waar de vrouwen onzeker reageren, zijn de mannen vaak nuchter en zeggen ze écht gewoon ‘dankjewel’ en gaan weer verder met hun dag. Terwijl ik als vrouw toch wel een hele dag kan teren op een gemeend compliment.

    En daar ga ik alweer he?  ‘Gemeend compliment’ want tja, is een compliment gemeend of wil iemand er iets mee bereiken? 

    Mannen
    Wat mij erg op viel uit de antwoorden die ik kreeg van mannen, is dat de complimenten vanuit een man snel anders opgevangen worden door de vrouw. Enkele mannen geven aan, soms geen compliment te durven geven omdat vrouwen dan zouden kunnen denken dat er iets achter zit. Dit wordt dan geassocieerd met seks. Een man zou dus niet ‘zomaar’ een compliment kunnen geven zonder dat hier iets achter gezocht wordt. Bijzonder toch? 


    Ook enkele mannen geven aan dat zij vroeger (meer onzeker) aankwamen met excuses als antwoord op een compliment. Een compliment over een behaalde opdracht of goed resultaat werd dan weggewuifd met ‘oh joh zo moeilijk was het niet hoor, het stelde niks voor.’ Nu, ouder en zekerder van zichzelf zeggen zij over het algemeen gewoon ‘bedankt.’

    Onzekerheid
    Vrouwen lijken over het algemeen onzekerder te zijn dan de mannen. Of dit echt zo is, of dat mannen niet voor hun onzekerheid uit durven komen? Dat blijft natuurlijk altijd de vraag. Wat mij opgevallen is door met mensen in gesprek te gaan, is dat het wegwuiven van complimenten vooral te maken heeft met hoe je over jezelf denkt. Ben jij onzeker? Dan ben je sneller geneigd om een compliment voor jezelf om te denken naar iets negatiefs. Wat wil iemand van mij? Waarom zouden ze dit zeggen? Menen ze het echt? 

    Ik ben erg geneigd om mezelf naar beneden te halen zodra iemand bijvoorbeeld zegt: ‘wat zie je er leuk uit!’  Vaak denk ik dan: ‘Joh, ik ben 15 kilo aangekomen, doen je ogen het wel?’. Mijn reactie is eigenlijk altijd eerlijk. Ik ontvang het compliment door te bedanken maar vervolg dit wel met hoe ik er zelf over denk. Waarom? Dat is een goede om over na te denken aankomende tijd!

    Vanaf nu ga ik er eens bewust op letten, hoe reageer ik, waarom reageer ik zo en kan/wil ik dit ook veranderen? Complimenten zijn eigenlijk cadeautjes. Je krijgt ze, je mag ze ontvangen, open maken en gebruiken. Ergens is het voor de gever, niet leuk om het cadeautje verfrommeld weer terug te krijgen omdat jij er niks mee kunt. Best wel iets om over na te denken!

    Wat het meest uit mijn onderzoek naar voren kwam is dat je met complimenten iemand kunt helpen. Zie jij iets goeds, iets moois, iets leuks? Zie je dat iemand onwijs zijn best doet voor iets? Geef een compliment en laat mensen stralen. Het kan je dag maken, je net even dat laatste zetje geven om door te gaan of je leren anders naar jezelf te kijken.

    Hoe reageer jij op complimenten? Voel jij je ongemakkelijk of vind je het alleen maar leuk om te horen?

    Vanaf nu neem ik mezelf voor om minimaal één compliment op een dag te geven, uiteraard wel oprecht! En ik neem mezelf voor, om het compliment van een ander ‘gewoon’ te ontvangen en ‘dankjewel’ te zeggen en dit ook uiteindelijk te gaan voelen.

    Liefs,

    Susan


    Bestaat dé ware liefde?

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema

    Bestaat er zoiets als ware liefde?

    Als je mij tien jaar geleden had gevraagd of ik in de ware liefde geloofde, had ik ja gezegd, net als nu, maar daarbij had ik toen een compleet ander beeld.

    Ooit dacht ik bij de ware liefde aan een totaal plaatje, het perfecte plaatje, en wanneer ik alles van mijn lijstje kon afvinken, dan was ‘het’ de ware. Dat wat je ziet in films.

    Wanneer ik nu denk aan de ware liefde, dan denk ik er achteraan: is er ook zoiets als onware liefde dan?

    Ik denk niet alleen meer aan een liefdesrelatie maar aan pure liefde op zichzelf. Ik geloof niet in ware liefde, want elke manier van liefde is waar. Onware liefde bestaat niet. Gewoon ‘liefde’ is genoeg.  Ja ik geloof in liefde, absoluut. Ik hou van ongelooflijk veel mensen. En van ieder op een ander niveau, een andere  frequentie. Niet meer, of minder, maar anders. 

    Mijn kind is mijn allergrootste liefde. Zijn verdriet is mijn verdriet, zijn geluk geeft mij tranen van blijdschap. Zijn emoties zijn zo met die van mij verbonden, hij is een deel van mij. Wat hij ook zal kiezen, doen of zeggen, die liefde zal nooit stoppen en nooit veranderen. Onvoorwaardelijk een deel van mij. Deze manier van houden van zal ook altijd boven alles en iedereen uitsteken. Hij zal altijd mijn nummer één zijn. (samen met eventuele toekomstige kinderen natuurlijk) 

    Dan natuurlijk mijn man, waar ik ‘ja’ tegen zei, tegen een leven samen, dag in, dag uit voor de rest van ons leven. Dat doe je niet zomaar. Hij is degene waar ik naast wakker word iedere dag en waar ik naast in slaap val. Waar ik mijn dromen mee deel. Waar ik mijn allereerste hysterische nieuw bedachte ideeën mee bespreek. Degene waar ik mij op af kan reageren als dingen niet gaan zoals ik zou willen. Iemand met wie ik 24/7 samen kan zijn, zonder elkaar de hersens in te slaan. Voor iemand zoals ik, iemand die heel graag alleen is, zonder teveel prikkels en gedoe, is het best een wonder dat ik 24/7 samen kan zijn met twee levende wezens in één huis. We voelen elkaar aan én we vullen elkaar aan waar nodig.  

    Ik weet zeker dat onze relatie zo goed werkt doordat we elkaar vrij laten. Twee compleet verschillende mensen, maar toch zo hetzelfde. Mijn man heeft zijn hobby’s waar ik niet aan moet denken om ze uit te voeren, ik heb mijn interesses waar mijn man niks mee heeft, maar toch tonen we interesse in elkaars dingen en laten we elkaar vrij hierin. Hij wordt enthousiast wanneer ik enthousiast ben en ik word blij wanneer hij iets doet waar hij blij van wordt. En daarnaast hebben we onze gezamenlijke dingen. We vinden het heerlijk om te wandelen, we hebben beide een verslaving aan notitieboekjes kopen, zijn allebei creatief maar op een ander vlak, kijken samen series en films, en oh wee als je verder kijkt zonder mij. 

    En natuurlijk hebben wij samen een zoon. Één grote peuter vol met liefde, van ons samen, dat verbindt je uiteraard op een hele speciale manier aan iemand. 

    Daarnaast houd ik van mijn vriendinnen, hoe ze allemaal hun eigen karakters hebben, hoe ze allemaal van elkaar verschillen. Met de één ga ik shoppen, met de ander deel ik mijn spirituele  levensstijl. Met de één deel ik mijn hele levensgeschiedenis omdat we elkaar al 20 jaar kennen, en met de ander kan ik een heel gesprek voeren alleen door elkaar GIFS te sturen en ja we snappen elkaar ook nog. Met de één praat ik over relaties, seks en alle persoonlijke onderwerpen, van de ander heb ik wijn leren drinken.  Zo zijn ze allemaal zo anders, en zo mooi verschillend. Ook vriendschap is een vorm van liefde, een manier van houden van, niks meer of minder ‘waar’  dan een relatie. Alle liefde is waar.

    We delen onze ervaringen en levens met elkaar, niet vanuit het zelfde huis zoals ik met mijn man doe, maar zeker gevoelsmatig dichtbij. 

    Waar het op neer komt is dat er in mijn wereld geen ‘onware’ liefde mogelijk is. Ik voel liefde voor iedereen in mijn leven. En ál die liefdes zijn waar.  Dus ja, ware liefde bestaat, op verschillende vlakken, op verschillende manieren en niveaus.

    Niet één ware, zoals in de films of zoals ik ooit dacht, 10 jaar geleden. Mijn liefde is voor iedereen, ongeacht geslacht, ongeacht leeftijd, huidskleur of wat voor verschil. Liefde kent geen grens, liefde kent geen eisen of vormen, liefde is gewoon liefde.  En zeker niet ‘onwaar’.


    ‘Ware liefde’

    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan denk ik meteen aan alles en iedereen.
    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan kijk ik gelukkig om mij heen.

    Ik zie de mensen en de dieren,
    de liefde voor natuur.
    Ik zie het leven liefde vieren,
    iedere seconde, ieder uur.

    Overal is liefde, nooit is dit ‘onwaar’,
    doe je ogen dicht, en voel het maar.
    Overal is liefde, iedere vorm is ‘waar’,
    ik voel het zelfs, wanneer ik naar de sterren staar.

    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan denk ik aan alles en iedereen,
    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan ben ik nooit alleen.

    Liefs,

    Susan

    Kunnen vrouwen wel hetzelfde aan als mannen, qua werk? – door Chrisje VIP blogger Michelle-Anne

    Door Chrisje VIP blogger Michelle-Anne

    Jarenlang heb ik gedacht dat vrouwen net zo sterk zijn als mannen. Ik droomde toen ik jong was dat ik Xena de warrior princess was. Ik had zelfs een bamboestok naast mijn bed liggen waar ik mee oefende, zodat ik een goede zwaardvechter zou zijn in geval van nood. Én als er iemand jarenlang heeft gedroomd van een real life bond girl zijn, dan ben ik het wel.

    Maar…

    Dan kickt de werkelijkheid in; Ik heb namelijk hypermobiliteit syndroom, een reumatische aandoening die nog niet erkend wordt door de overheid. Het is natuurlijk ook moeilijk om te bedenken hoe ‘te lenig zijn’ echt een probleem kan zijn. Er zijn genoeg stijve mensen die mijn lenigheid zouden willen hebben, maar geloof me, het liefst gaf ik dit aan ze!

    Vanaf jongs af aan heb ik bepaalde klachten gehad. Zo kon ik bij gymles rennen nog geen minuut volhouden, omdat ik anders door mijn enkels zakte. Ik had op 8 jarige leeftijd last van spierspanningshoofdpijnen. De dokter zei dat het door stress kon komen. Als 8 jarig kind was mijn stressniveau gemiddeld 0%. Ik geloofde dus niks van wat ze zeiden en wist toen al dat het aan iets anders moest liggen. Pas jaren later toen ik subluxaties aan mijn schouder kreeg, werd het voor mij duidelijk dat ik hypermobiel ben. Met alle gevolgen van dien.

    Inmiddels was ik keihard aan het knallen als horecamedewerker. Hier zette ik vaak mijn eigen gezondheid op het spel om maar te laten zien dat je als vrouw ook twee kratjes bier op een kar kon zetten in een keer. Misschien was dat een beetje dom. Tja de warrior princess in mij had iets te bewijzen…

    Enerzijds hield het mij fit, omdat ik soms wel 25.000 stappen op een dag zette. Anderzijds tilde ik zware dingen met de mannen alsof ik een van hen was. Het zorgde ervoor dat ik juist bewegingen maakte die mijn lichaam niet aan kon. Hierdoor kreeg ik vaak ontstekingen in gewrichten. Iets wat nu bij mij gediagnostiseerd is als fibromyalgie. Omdat ik vergelijkbare verhalen ken van andere vrouwelijke horecatoppers, ben ik mij iets af gaan vragen:

    Zijn we doorgeslagen in ons feminisme om te denken dat vrouwen hetzelfde werk aan kunnen als mannen?

    Mijn trots vindt van niet, maar mijn lichaam zegt iets anders.

    Wat ik wel weet is dat de keuze voor mij om zwaar werk te doen tot geweldige dingen heeft geleid. Zo heb ik door het horecawerk super veel meegemaakt. Ik heb bij de vetste feestjes, op de coolste festivals en in de chicste hotels gewerkt. Oh en ik heb er zelfs mijn vriend leren kennen! (Maar daarover later meer). Als ik een tijdje niet in de horeca werk, merk ik dat ik het ontzettend mis. Het is namelijk een ontzettend leuk beroep en de sociale voordelen zijn niet te vergelijken met ander werk.

    Toch heb ik tegenwoordig besloten om een stapje terug te doen van de horeca. Het leven met een aandoening is namelijk zoeken naar balans. Dat zorgt er ook voor dat mijn toekomstplannen beperkter worden. Wat kan mijn lichaam en wat wilt mijn brein? Mijn lichaam lijkt soms een gevangenis voor mijn brein. Hopelijk zorgt zwemmen, yoga en goed eten ervoor dat ik weer een beetje beter wordt!

    En in de tussentijd ben ik vooral ook benieuwd naar jouw mening, zijn wij vrouwen wel gemaakt voor dit soort werk?

    Veel liefs,

    Michelle-Anne

    Heilige Handtas!

    Als je de gemiddelde vrouw vraagt om haar handtas om te kiepen boven tafel, komt er een ongelofelijke hoeveelheid praktische zaken uit: zakdoekjes, pleisters, Labello, een Bosch Boormachine, noem het maar op: het zit er in.

    En dan heb je zo’n prachtexemplaar van zeventig kilo aan je inmiddels doorgezakte schouder hangen, komt er vaak een man bij, die er ook nog even zijn portemonnee, sleutelhangerset met bieropener er aan vast in wil dumpen. Voeg daar dan nog de Nintendo aan toe die je kind per se mee wil nemen naar het feestje en je komt met een nekhernia op het feestje aan.

    Toch is de handtas van essentieel belang. Plotseling dunne ontlasting? Een ongelofelijke migraine die opeens op komt zetten? Geen zorgen: in de handtas zitten medicijnen. Een onverwacht vroege menstruatie of probleem met urine ophouden? Geen zorgen: in de handtas zitten damesluiers.

    Pennen, pillen, halve koekjes, aanstekers, oude fruitella’s, agenda, geld, pasjes, kortingspasjes, versteende tampons, huissleutels van twee verhuizingen geleden: you name it, en het zit in de handtas. Er zit zelfs zo veel in dat wij vrouwen zelf het niet eens precies weten. Hoe langer je in het bezit bent van een handtas, hoe meer lagen zich opstapelen. Dan heeft een handtas ook nog allerlei handige vakjes en ritsen, waarachter dingen verdwijnen die er vaak jaren later pas uit komen, als de alcohol al lang uit de brillendoekjes verdampt is.

    Naast alle inhoud zijn handtassen ook uitermate geschikt voor andere zaken. Zo kun je er best ideaal iemand mee neerknuppelen. Ook kun je hem boven je hoofd houden als je paraplu vergeten bent, mits je het leer goed hebt ingespoten. Als je een dikke dag hebt, zet je je tas op je schoot en ziet niemand dat je wat opgeblazen bent. Als je een hele grote shopper handbag hebt en je bent niet al te groot, kun je je er bovendien best goed achter verstoppen als je iemand niet wil spreken.

    Wat doe jij nog meer met je handtas? Ik ben benieuwd! 

    pexels-photo-463467

     

    Nieuwe opvoedingsmethode of oud nieuws? Slow Parenting..

    Er is een nieuwe opvoedmethode die helemaal trending is: Slow Parenting.

    Jaag jij van afspraak naar afspraak of van school naar sportclub en weer terug met je kind? En kun je door dit drukke schema niet gewoon lekker genieten van je kind? Dan is Slow Parenting misschien wel wat voor jou.

    Hier vind je een uitgebreide (Engelstalige) uitleg, maar voor de gehaaste lezer houdt de methode kort samengevat in, dat je met deze nieuwe opvoedingsaanpak meer in het moment leeft, minder met technologie bezig bent en minder met vooruit plannen.

    Je overlaadt je kinderen niet langer met activiteiten maar geeft ze de vrijheid om te genieten van wat ze (thuis) kunnen doen. Hiermee verlaag je zowel de druk op je kind als op jezelf. Mindful opvoeden dus.

    Nu wil ik niet vervelend doen, en ik juich deze methode absoluut toe, maar volgens mij deden ouders dat in de jaren tachtig al massaal.

    Als wij vroeger weekend hadden, mochten we buiten spelen, of binnen. Dat was het wel zo’n beetje. Wij gingen niet elke zondag naar een binnenspeeltuin, pretpark of bioscoop. Hooguit af en toe naar opa en oma of een familieverjaardag. En als je je verveelde, tja, dan verbeelde je je maar. “Daar word je creatief van,” zei mijn moeder dan. En dat was zo.

    Ik ben zelf overigens onbewust voor een groot deel al heel lang een slow parent, trouwens. Op zondag houd ik heel vaak “pyjamadag” met mijn dochter, die het heerlijk vindt om de eerste uren in haar pyjama en ochtendjas te zitten knutselen. Soms verveelt ze zich wel eens op pyjamadag, maar dan gaat ze vanzelf buiten kijken of haar vrienden er zijn of spelen we een potje badminton in de achtertuin.

    Dus… Ja, ik sta absoluut achter de nieuwste trend van Slow Parenting. Ik zou het zelfs iedereen aanraden. Het is alleen naar mijn mening helemaal niet nieuw.

    Burn-out: de wereld door een waas

    Er wordt zoveel gezegd en geschreven over het begrip burn-out: het zou een hype zijn, mensen zouden veel te snel roepen dat ze een burn-out hebben.

    Ja, het lijkt nu inderdaad veel vaker voor te komen. Maar dit kan ook te maken hebben met de hoeveelheid aan keuzes die onze generatie heeft, de crisis en het feit dat mensen sinds de crisis met minder uren meer werk moeten verrichten. Of simpelweg met het feit dat er minder taboe heerst en mensen er dus vaker openlijk voor uit komen dan vroeger. Wie zal het zeggen.

    Ik zelf heb een burn-out gekregen in december vorig jaar. Opeens kon ik geen antwoord meer geven op vragen van mensen: ik, die daarvoor overal ja op zei.

    Opeens kon ik geen drukte meer aan: ik, die altijd de drukte juist op zocht en het niet druk genoeg kon hebben. Mijn hoofd leek te ontploffen; zelfs een bezoekje aan de supermarkt zorgde al voor hevige paniek.

    Dat is overigens een minder besproken onderwerp; de symptomen van een burn-out. Voordat ik zelf een burn-out kreeg, dacht ik dat een burn-out hebben inhield dat je alleen nog maar kon huilen en slapen. Nu zijn dat zeker wel symptomen, maar lang niet de enige.

    Een korter lontje, geheugenproblemen, paniekaanvallen, hoofdpijn, buikklachten, duizeligheid, hyperventilatie en slaapproblemen hoor je veel minder over, maar zijn net zo heftig.

    Ook een depressie ligt op de loer; daar zit je dan met je verantwoordelijkheidsbesef en je perfectionisme: thuis, op de bank, als een bang, ziek vogeltje. Je hebt zoveel verantwoordelijkheden en opeens kun je amper nog iets aan. Als iemand aan je vraagt of je volgende week wil afspreken, moet je van triestheid bijna lachen: je weet immers niet eens wat je vanmiddag kunt!

    Er bestaan heel veel “oplossingen” voor een burn-out: gedragstherapie, meditatie, wandelen, rustgevende middelen om te slapen, etc. Ook online beloven veel bedrijven dé oplossing voor je te hebben, als je je inschrijft voor een tien weken durend peperduur programma bijvoorbeeld.

    Want uiteraard wil iemand met een burn-out er zo snel mogelijk weer van af: er wordt handig ingespeeld op het karakter van de persoon met de burn-out: zelfs in het herstel willen we zo goed mogelijk zijn.

    Het antwoord is niet zo simpel. Dé instant oplossing bestaat ook niet. Het herstel heeft tijd nodig. Als je een burn-out hebt ben je vaak maanden of zelfs jaren over je eigen grenzen heen gedenderd: dat herstel je niet in een paar weken.

    Je zet soms twee stappen vooruit en weer drie terug. Je wil soms de haren uit je hoofd trekken omdat je je gewoon weer “normaal” wilt voelen, zoals voor je burn-out. Maar dat gaat niet. Dat accepteren is misschien wel het moeilijkste van een burn-out.

    Ik ben nog herstellende, en daar ben ik me volledig bewust van. De ene dag kan ik me al best aardig concentreren en de andere dag lukt dat voor geen meter. De ene dag kan ik de drukte best aardig aan, de andere dag wil ik al huilend weg rennen als er drie mensen om me heen staan, of als ik een gesprek moet volgen.

    Dan welt de paniek op en wil ik het liefst mijn bed in kruipen. En het meest frustrerende hieraan is dat ik het zelf ook niet wil; ik wil me gewoon alleen maar weer de oude voelen. Maar de oude zal ik denk ik nooit meer worden. Dan hopelijk in elk geval een assertievere versie van mijn oude zelf, die goed voor zichzelf zorgt en opkomt. Ook al kost me dat nu nog heel veel energie.

    “Ik zorgde voor onze twee zorgkinderen, hij ging er vandoor met een ander.”

    Ze zorgde voor haar twee zorgkinderen, waarna haar man er vandoor ging met een ander. Hieronder lees je het persoonlijke verhaal van een (anonieme) moeder.

    Dit is mijn verhaal: het verhaal van een (strijdbare) moeder met kinderen met leerproblemen. Mijn verhaal gaat over de zoektocht naar hulp voor mijn kinderen, maar ook over het overwinnen van een verdrietige, voor mij ingewikkelde echtscheiding. Na al het vechten, zorgen, mezelf wegcijferen, vallen en weer opstaan kan ik nu met recht zeggen: Ik sta er weer! Ik heb al die zware jaren overleefd. Ik ben er misschien nog niet helemaal, maar ik ben blij en trots! Super trots, als  alleenstaande (zorg)-moeder van twee fantastische, bijzondere kinderen. Ik zeg tegenwoordig altijd, vooral tegen moeders rondom hun kinderen: volg je gevoel, je intuïtie, altijd! Als jij denkt dat er iets met je kinderen is, dan IS dat ook bijna altijd zo.

    Geen zorgeloze start
    De start van mijn verhaal is eigenlijk al begonnen op het moment dat mijn oudste dochter (nu puber/jong-volwassene, 2e jaar  Voortgezet Onderwijs) de kleuterschooltijd al niet helemaal zorgeloos en ‘standaard’ door kwam. Ze was een enorme lieve, zachte en verlegen kleuter, dus ze viel niet echt op. Ik maakte mij daar als moeder niet direct zorgen over, want tja, niet alle kinderen ontwikkelen zich op dezelfde manier, dus dat komt allemaal wel. Toch heb ik heel vaak het idee gehad dat ze gewoon moeite had met bepaalde dingen, dat ze haar best er wel degelijk voor deed, maar dat het haar gewoon niet lukte. Toen ze in groep drie moest starten met letters, woordjes en zinnen lezen en dit in best wel een sneltreinvaart moest gebeuren, begon ze langzaam achter te lopen.
    De letters gingen niet vanzelf, het automatiseren ging niet vanzelf, de woorden kwamen niet vanzelf, het lezen kwam niet lekker op gang, het bleef lange tijd bij ‘hakken en plakken’.

    Leesproblemen en dyslexie
    Toen ben ik mij als moeder maar eens gaan verdiepen in leesproblemen, oftewel dyslexie en wat zoal symptomen en kenmerken waren. Toen werd het me vrij snel duidelijk. Mijn dochter deed haar uiterste best, maar het lukte gewoon niet. Kon het niet zo zijn dat ze dyslectisch was?! Op school werd hier toen eigenlijk nog nauwelijks over gerept. Toen groep vier in zicht kwam, bleek mijn dochter zo erg achter te lopen dat groep vier een brug te ver was, dus werd er geopperd groep drie nogmaals te doen. Ik stemde hier mee in en vond het – gezien haar ontwikkeling en het feit dat ze in haar doen en laten nog wel ‘jong’ was – een prima idee. Dit zou haar goed doen en we konden, met elkaar, bekijken hoe haar leesontwikkeling in de tussentijd zou verlopen. Maar ondanks twee maal groep drie bij een lieve juf wat haar best goed deed, ging het op school en expliciet rondom lezen, schrijven, spelling en taal, toch nog steeds niet zoals het hoorde. Toen heb ik op school eens aangekaart of het mogelijk was dyslectisch dat mijn dochter dyslectisch is en of ze hierop getest kon worden. Helaas gaat daar dan geruime tijd overheen, omdat school eerst van alles moet aantonen wat ze aan extra hulp hebben aangeboden, papieren moeten aanleveren en je niet direct aan de beurt bent met testen bij een bureau. Het zelfbeeld van mijn dochter ging helaas steeds verder naar achteruit, ze werd steeds stiller, huilde veel, durfde nauwelijks meer om hulp of extra uitleg te vragen en hield zich maar op de achtergrond.

    pexels-photo-247195

    EED
    Het ging zienderogen achteruit met haar (zelfbeeld). Totdat uiteindelijk de uitslag van het dyslexieonderzoek daar was: ze had EED (ernstige enkelvoudige dyslexie). Iets wat ik eigenlijk vanaf de kleuterklas al vermoed had, maar waaraan weinig en veel te laat gehoor is gegeven door school. Mijn eerste ervaring met negativiteit rondom (h)erkenning, het doorverwijzen van ‘het kastje naar de muur’, het niet voor ‘serieus’ te worden aangezien, de ‘zeurmoeder’ op school, de moeder die zich véél te veel zorgen maakt…  Mijn dochter gaf een presentatie over (haar) dyslexie, zodat haar klasgenoten ook wisten wat ze had, waarom ze extra hulp en tijd kreeg en moeite met lezen en waarom ze bijvoorbeeld een tafel- of spellingskaart mocht gebruiken. Ze knapte er enorm van op nu ze wist wat ze had, maar ook nu ze de goede specialistische hulp en begeleiding kreeg en er aan haar weerbaarheid en zelfbeeld werd gewerkt. Zo fijn!

    De zoektocht ging verder
    Toen ik in het traject zat met mijn dochter voor dyslexiebegeleiding, begon mijn zoon, inmiddels ook in groep drie, vast te lopen rondom letters, lezen, spelling, maar ook rekenen. Hoewel ik het idee had dat mijn dochter hele dyslectische kenmerken had en ik dit niet zo bemerkte bij mijn zoon, gingen wel bij mij wel een aantal welbekende alarmbellen af. Ook omdat dyslexie vastgesteld bij een zus de kans procentueel erg groot maakt dat er ook dyslexie bij een (volgende) broer of zus wordt vastgesteld. Toen mijn zoon maar bleef goochelen met het omdraaien van letters en van rechts naar links schrijven en hakken en plakken met lezen, wist ik al vrij snel hoe laat het was. Ook mijn zoon heeft groep drie vanwege dezelfde redenen als mijn dochter nog een keer gedaan, echter hij was er, in tegenstelling tot dochter, eind (tweede keer) groep drie nog veel slechter aan toe. Op het depressieve af én helemaal gestrest. Een jongetje van zeven die zei zijn leven niet meer leuk te vinden, zelfs niet meer te willen leven…., die school en alles wat hij daar moest doen vreselijk vond, die met afgehangen schouders, hoofd naar beneden, over het schoolplein liep, die lichamelijke klachten kreeg, op school eigenlijk niet meer mee wilde doen en.. het ergste van alles is dat ze op school allerlei signalen niet serieus (genoeg) hebben genomen, niet van mij, terwijl ik van alles aankaartte, maar ook niet van mijn zoon zelf.

    Het gaat helemaal niet goed
    Ik vergeet nooit meer dat mijn zoon zei ‘Juf zegt, het gaat wel goed toch?’ ….., gevolgd door: `Maar mam, het gaat helemaal niet goed’.  In de tussentijd had ik hem al aangemeld bij het dyslexiebureau waar we al naar toe gingen met onze dochter, dus het onderzoek was daar zo geregeld en inderdaad: het zelfde verhaal, ook dyslexie in ernstige mate (en mogelijk meer problematiek). In de tussentijd had ik stappen gezet om mijn zoon van de reguliere school af te halen (mijn tweede ervaring met het gevoel niet (h)erkend te worden in de problematiek, nu rondom mijn zoon, ‘weer dat kastje en die muur’, weer het (inwendig) schreeuwen: word ik nog gehoord?, zien jullie de ernst van de situatie?, is er nog iemand die met mij meedenkt wat de beste oplossing is? Maar nee, ik was de enige die zag hoe het écht met mijn zoon ging, NIET! Het ging gewoon echt niet!! Hij moest naar een andere, specialistische school en wel heel snel!, anders ging het echt niet goed komen met hem.

    pexels-photo-236147

    Noodkreet
    Met het lood in mijn schoenen ben ik naar de dichtstbijzijnde speciaal onderwijs school gereden en heb daar een gesprek gehad. Huilend, in de stress en eigenlijk óp van alles heb ik mijn verhaal gedaan en binnen een maand was mijn zoon van school af en zat hij op het SBO. De beste keuze ooit! Langzaam bloeide mijn mannetje weer op en hij kreeg daar de rust, maar ook de begeleiding en hulp die zo wenselijk en nodig was! Dáár werd hij gewoon gezien en gehoord! Binnen een paar weken was hij opgebloeid en wisten de leerkrachten al meer over hem, dan de leerkrachten van de andere school in al die jaren daarvoor. Ik was dankbaar! Zó dankbaar dat het weer goed met hem ging. Makkelijk was het ook op deze school niet voor hem, want naast lezen, spelling, taal, was rekenen ook een lastige voor hem. Zijn leerproblemen waren gewoon complexer en eigenlijk heb ik toen al het gevoel gehad dat er méér dan alleen dyslexie aan de hand was…(ook weer zo’n intuïtief moedergevoel..) Inmiddels weet ik dat er meer aan de hand is (hij is daarvoor anderhalf jaar geleden onderzocht). In die periode heb ik, als moeder, twee kinderen begeleid met hun dyslexietrajecten. Naast school, werk, huishouden, verplichtingen, vrijwilligerswerk (ja, zelfs dát deed ik toen nog). et cetera. Het was er gewoon een baan naast! Elke week naar een andere plaats waar de begeleiding plaats vond en daarnaast veel, heel veel thuis oefenen. Bijna twee jaar lang!

    Relatieproblemen
    Langzamerhand voelde ik mij in mijn relatie, met de vader van mijn kinderen, steeds eenzamer. Ik voelde mijn partner van me weglopen, zich afkeren van dit complexe ‘zorggezin’ en ik had het gevoel dat ik werkelijk alles alleen moest doen, ik voelde me toen eigenlijk al een ‘alleenstaande moeder’ met de zorgen van kinderen waarbij het niet normaal verloopt op school, het voelde alsof ik alles alleen moest dragen en ik alleen die zorgen kende en zag, want ook hierin werd ik door diverse partijen niet serieus genomen. Onze relatie ging op veel punten zienderogen achteruit en ik heb meermaals gedacht: ‘Als ik de kinderen weer op de rit heb, ligt mijn huwelijk in puin’. En wat ik intuïtief gewoon wist en voelde, gebeurde…! Mijn (inmiddels ex) partner had al geruime tijd een ander pad bewandeld. Niet het pad wat ik met de kinderen had bewandeld. Hij was naast zijn gezin een ander leven gestart.  En ik probeerde zo goed en zo kwaad als het ging, mijzelf en de kinderen overeind te houden. In de tussentijd aangeklopt voor hulp bij onze gemeente, maar ook hierop is niet adequaat gereageerd, de zoveelste keer dat ik niet serieus (genoeg) genomen ben, me niet gehoord heb gevoeld en zo ‘op’ van het vechten, dat ik dacht: laat maar… en toen ik uiteindelijk het gevoel had dat het écht niet meer ging tussen ons, er constant ruzies waren en onbegrip én ik eigenlijk helemaal ‘op’ was van al die jaren ‘buffelen’, werd ‘de bom’ onder onze meer dan 20 jarige relatie/verstandhouding gelegd.. Er was een ander.

    Klap in mijn gezicht
    Nog nooit heb ik zo’n klap in mijn gezicht gehad. Nog nooit waren de dagen zo donker en nog nooit heb ik me zo aan de kant gezet gevoeld…ingeruild, maar ik had er maar mee te dealen.  Ik ben in dat jaar voor mijzelf de boel op een rij gaan zetten. Wonend met de kinderen in onze (koop)woning, hij wonend bij zijn vriendin in een huurwoning en ik ben stap voor stap de dingen gaan regelen… in eerste instantie: de keuze maken dat ik ook niet meer met hem verder wilde! Dat ik het prima kon redden met de kinderen zelf, want dat had ik inmiddels wel bewezen. Maar ja, je hele leven ligt in duigen, je weet van voren niet dat je van achter leeft, je weet niet hoe je iets moet regelen, wat je moet regelen, wat eerst en wat daarna. Het voelt alsof je loopt op een moeras onder zware donderwolken. Overmand door een enorm verdriet, boosheid, teleurstelling, frustratie, eenzaamheid, heb ik dat jaar overleefd. In onze woning – waarvan ik wist dat ik eruit moest.. In de tussentijd moest ik me inschrijven voor een huurwoning, de scheiding regelen bij de mediator, zaken regelen rondom het ouderschapsplan, de boedelscheiding, gesprekken voeren met psycholoog en maatschappelijk werk, gesprekken voeren met de kinderpsychiatrie vanwege nog een onderzoek en dan daarnaast ‘gewoon’ werken, kinderen naar school brengen, doorleven, want alles loopt gewoon door en je blijft je maar afvragen hoe je hier überhaupt uit komt.

    Nieuwe start
    Een huurwoning krijgen viel niet mee, lange wachtlijsten, geen urgentie en dan financieel, pfff. Ik zag mezelf al zitten in een (tijdelijke) sta caravan op een vreselijke camping met .. niks…. en kinderen waarvoor dat helemaal niet goed is, die juist stabiliteit en rust zouden moeten hebben, na die heftige jaren op school!. In dat jaar ging er heel wat door me heen: de goede tijden, slechte tijden, emmers vol tranen, boosheid, frustraties, onmacht, onzekerheid en stress, bergen stress. Op het moment waarop ik dacht,… dit moet niet nóg een half jaar duren, inmiddels bij de mediator de boel op orde en ik wachtende op een huurwoning, kwám er die woning!!
    Na een klein jaartje ‘wonen’ in onze koopwoning (wat echt niet meer fijn voelde met al die herinneringen..), kon ik over naar een mooie huurwoning en kon het koophuis op mijn ex naam gezet worden en kon hij terug naar de (oude) woning met zijn vriendin. Inmiddels woon ik een jaar in mijn eigen fijne woning en het voelt ook echt als MIJN woning (met mijn kinderen).

    Tot rust komen
    Vorig jaar stond nogal in het teken van regelen, verhuizen, verven/behangen, het ‘eigen maken’, tuin opknappen, de laatste scheiding/verhuizingszaken regelen en vooral tot rust komen, enorm tot rust komen en verwerken.…. Want jeetje, wat een impact heeft dit alles op mij gehad, maar ook op de kinderen en ongetwijfeld ook op mijn ex-partner, hoewel die, zoals het lijkt, zijn leven met haar heeft opgepakt en ogenschijnlijk ‘schepen achter zich verbrand heeft’ en ‘gewoon opnieuw begonnen is’. De omgangsregeling is gelukkig op orde en we wonen beiden (weer) in dezelfde woonplaats. De kinderen kunnen dus makkelijk op en neer. Zolang we het niet hebben over ingewikkelde dingen of gevoelszaken gaat de omgang goed, de kinderen zijn tevreden en ik moet zeggen het gaat me allemaal best af, met hulp en ondersteuning van lieve familie en vrienden, vriendinnen én professionele externe hulp, want alles heeft zo veel impact op mijzelf en ons gezin gehad, dat ik gesprekken heb met een gezinstherapeut om mijzelf weer te vinden, veel te verwerken en een plek te geven, om er weer helemaal zelf te zijn en er goed te kunnen zijn voor mijn kinderen, die noodzakelijke zorg en begeleiding nodig hebben en de nodige ups en down kennen en soms nog hebben.

    Ik vertrouw blind op mijn intuïtie
    Ik vaar blind op mijn gevoel en intuïtie en ik weet en voel wat goed is voor mijn kinderen en wanneer het wat minder gaat. Helaas sta ik hier wel vrij alleen in, aangezien mijn ex en ik de problematiek rondom de kinderen verschillend zien: dat maakt het soms moeilijk. Maar met de juiste hulpverlening, mijn vrienden en familie red ik het prima. Ik zie gelukkig de zon (steeds meer) schijnen! Ik ben zo dankbaar voor mijn huisje, mijn spullen, mijn (flexibele) baan, vrienden en familie die aan mijn zijde zijn gebleven én zijn gekomen en dankbaar voor alles wat ik overleefd heb.

    spiritual2

    Trots op mezelf
    En trots ben ik ook, ja trots, omdat ik dit alles wel heb (moeten) doorstaan, ik een sterke vrouw ben (geworden), omdat ik er ook mooie, dankbare dingen aan over heb gehouden en ik ben trots op mijn kinderen, die het ondanks hun niet zichtbare ‘handicaps’ en de zeker geen ‘standaard scheiding’, toch heel goed doen (ook op school)! Het alleenstaande leven met ‘zorgkinderen’ is zeker niet vanzelfsprekend, soms ook lastig uit te leggen aan mensen die niet snappen hoe het werkt en soms echt heel zwaar, maar ik wéét dat ik het aan kan en ik kan eigenlijk best nu al wel zeggen dat ik gelukkig ben met mijn leven alleen met de kinderen. Ik voel het nog niet helemaal tot in mijn tenen en ik moet zeker nog verder met mijzelf aan de slag, maar ik ben op de goede weg! En ik moet alles tijd geven, tijd om te verwerken, alles een plek te geven, het verdriet te laten slijten en tijd om anders in mijn leven te gaan staan. Te gaan staan waar IK voor wil staan en wat goed voelt voor mij en tijd geven … om er weer helemaal te zijn!

    Een strijdbare en trotse moeder.

    Hoe goed kun jij tegen kritiek?

    Kritiek: we geven het graag, maar kritiek krijgen, dat is vaak een heel ander verhaal.

    Overal waar je komt kun je kritiek krijgen: thuis, van je partner, op je werk, of zelfs van vreemden in het openbaar. Kritiek krijgen kan een vervelend gevoel oproepen: met name als deze niet zo prettig gebracht wordt.

    Jezelf ontwikkelen

    Toch is het goed leren ontvangen van kritiek een manier om jezelf positief te ontwikkelen. Niet alle kritiek is terecht; het is dan ook goed om kritisch (haha) te bepalen van wie je kritiek wil ontvangen.

    Herhaalde kritiek

    Als je bepaalde kritiek meerdere keren te horen krijgt, bijvoorbeeld dat je slecht luistert, dan is dit vaak een teken dat je daar bijvoorbeeld toch beter wel naar kunt luisteren.

    Dat doe ik helemaal niet!

    Veel mensen zijn geneigd bij het ontvangen van kritiek meteen in de verdediging te gaan. Dit is een menselijke, maar emotionele reactie op het gevoel dat je aangevallen wordt. Het is goed om je op zo’n momenten af te vragen:

    1. Word ik echt aangevallen?
    2. Zit er een kern van waarheid in de kritiek die ik krijg?
    3. Reageer ik nu op een redelijke manier of vanuit emoties?

    Koop tijd

    Weet je niet goed wat je aan moet met de ontvangen kritiek? Dat is helemaal niet erg. Bedank je gesprekspartner voor zijn eerlijkheid en geef aan dat je even wilt nadenken over wat je te horen hebt gekregen. Zo voorkom je dat je vanuit een emotie over-reageert en kun je er op een rustig moment even over nadenken.

    Je hoeft niet altijd direct te reageren.

    Oneens?

    Zo veel mensen, zo veel meningen. Ben je het – ook na een moment van reflectie – oneens met de ontvangen kritiek? Je kunt er dan voor kiezen om de ontvangen kritiek naast je neer te leggen, of om de kritiek gever aan te spreken om desgewenst te onderbouwen waarom jij het oneens bent. Vraag je hierbij wel af, of je eerlijk en neutraal naar jezelf gekeken hebt: dit is namelijk heel moeilijk voor mensen; hun eigen gedrag objectief beoordelen. Vraag als je daar behoefte aan hebt de verzender om nadere toelichting. Misschien berust de kritiek wel op een misverstand, dat je gemakkelijk uit de weg kunt helpen.

    Onterechte kritiek

    Soms is kritiek echt onterecht. Sommige mensen zijn geneigd veel kritiek te gaan uiten op mensen met eigenschappen die hun jaloezie opwekken, of die gedrag vertonen dat ze zelf benijden. Als je merkt dat iemand vooral kritiek geeft om het kritiek geven, kun je wederom de kritiek naast je neerleggen, of zelf kritisch doorvragen bij de verzender wat nu precies het probleem is. Hoe ga jij om met kritiek? Geef je zelf veel kritiek aan anderen? Reageer jij verdedigend vanuit emotie op ontvangen kritiek? Laat het weten in een reactie!

    Burn-out is voor people-pleasers die geen prioriteiten kunnen stellen

    Mensen met een burn-out komen vaak met één harde klap tot stilstand. Als een auto waar te lang niet mee getankt werd: opeens is de brandstof op. Het is acuut: opeens kun je nergens meer naar toe, totdat op zijn minst de energie wordt aangevuld.

    Op het moment dat het mij overkwam, gebeurde precies dat. Mijn breinkneuzing, noem ik het wel eens gekscherend. Maar in feite is dit geen grapje, want zo heb ik het echt ervaren: alsof mijn brein gekneusd was. Ik had al een paar dagen een forse hoofdpijn en last van duizeligheid, toen mijn benzinetank definitief leeg bleek te zijn. Ik wankelde ook al een paar dagen letterlijk op mijn benen: ik moest soms letterlijk houvast zoeken: tafels, stoelen en muren om tegen te leunen – om overeind te blijven staan. Een hele vreemde gewaarwording, waar ik op dat moment totaal niets van begreep: dit had ik nog nooit meegemaakt.

    Opeens was de tank leeg. Prompt viel al mijn jarenlang geoefend, sociaal wenselijk gedrag weg. Ik kon letterlijk niet meer op mijn benen blijven staan, geen vraag meer beantwoorden.

    En dan zit je thuis, met je goede gedrag
    Dus daar zat ik dan, met mijn goede gedrag: thuis, volkomen overstuur. Ik had geen idee wat ik moest doen. Ik zag het leven overigens wel nog zitten; depressief heb ik me niet gevoeld. Sterker nog, ik leef echt graag. Ik hou van het leven. En ik hou van mensen. Sterker nog; ik leef zo graag en hou zo van mensen, dat ik mede daardoor burn-out raakte. Ik ben van nature een positief, vrolijk en energiek mens. Hoe kwam ik dan in vredesnaam opeens thuis te zitten? Hoe kon het dat ik in een klap van moeiteloos multi-tasken naar volledig opgebrand op de bank was gegaan?

    Hoe kon het dat ik – als liefhebber van mensen – opeens totaal geen mensen meer kon verdragen?

    Ik begreep er werkelijk helemaal niets van. Ik probeerde naar de supermarkt te gaan, maar alleen al het licht, de geluiden en de mensen: allemaal te veel. Ik was letterlijk bang, puur omdat mensen met me zouden kunnen komen praten. Ik voelde me de eerste tijd constant opgejaagd, alsof ik elk moment een marathon moest gaan rennen en in de startblokken stond, vol adrenaline.

    Prioriteiten en assertiviteit
    Mensen die een burn-out krijgen, werken vaak te hard aan de verkeerde dingen, voelen zich te verantwoordelijk voor problemen (of mensen) waar ze helemaal niet verantwoordelijk voor zijn. Mezelf meegerekend zijn mensen die een burn-out krijgen stuk voor stuk te harde werkers met een te groot verantwoordelijkheidsbesef.

    Peoplepleasers dus, die twee essentiële eigenschappen missen: prioriteiten kunnen stellen en assertiviteit.

    Mensen die voor zichzelf op komen en prioriteiten kunnen stellen, raken niet (zo snel) burn-out als mensen die dat nog niet geleerd hebben. Een burn-out kan dan wel getriggerd worden door grote gebeurtenissen, zoals echtscheiding, verhuizing, verlies van een naaste of het verkeerde beroep, maar als je geen prioriteiten leert stellen en geen nee leert te zeggen, heb je – ook na het verwerken van deze gebeurtenissen – grote kans op een terugval.

    Spiegel
    Mensen geven altijd liever anderen de schuld van hun problemen. Dat is menselijk, want je eigen probleem onder ogen zien is niet zo gemakkelijk en voelt heel onprettig. Dus geef je eerst liever zo lang mogelijk een ander de schuld. Naar een ander kijk je gemakkelijker dan naar jezelf. Dat heb ik overigens wel gedaan – letterlijk. Ik stond op de badkamer en keek voor het eerst sinds lange tijd écht naar mezelf in de spiegel.

    Daar stond ik dan, en ik keek naar mij. Het beviel me maar niets wat ik daar zag. Ik was bleek, zag er vermoeid uit en mijn lach was weg. Mijn schouders waren gespannen. ´Zo wil ik niet meer zijn,´ zei ik hardop tegen mezelf.

    Ik wilde ook niet meer zo zijn.
    Ik wilde niet meer met een masker op leven: overal ja op zeggen, omdat mensen me anders niet meer aardig zouden vinden. Ik wilde niet langer dingen doen omdat ik dacht dat ´men´ dat verwachtte. Ik had letterlijk geen enkele energie meer over om nog maar een seconde langer te doen alsof.

    Eerlijk
    Als mensen me vroegen hoe het met me ging, zei ik eerlijk dat het niet goed met me ging. Dat is eng, maar ook verfrissend. Mensen reageerden helemaal niet negatief, waar ik altijd zo bang voor was geweest, als ik echt mezelf zou zijn. Integendeel zelfs. Ze gaven me opeens een knuffel, lieten inlevingsvermogen zien, boden me hun hulp aan of vertelden me dat zij dit ook hadden meegemaakt – of nog mee maakten. Dat bood ontzettend veel troost: weten dat je niet de enige bent.

    Doordat ik geen kracht meer had om te doen alsof, deden anderen dat plots ook niet meer.

    Als je letterlijk niets meer kunt, terwijl je al je hele leven gedacht hebt dat mensen met je omgaan vanwege de dingen die je doet, kom je er achter wie in je leven is vanwege wie je bent. Als je niemand meer kunt helpen, komen de mensen die echt om je geven vanzelf naar jou toe, om je te steunen. Dat was een nieuwe, maar ook ontroerende ervaring voor me. Plotseling bleek dat mijn vrienden onvoorwaardelijk in mijn leven zijn, zelfs als ik helemaal niets behalve mijn aanwezigheid te bieden heb. Zelfs als ik niets kan doen, behalve er bij zitten. En zelfs ook als ik dat niet eens kan. Dat ik er ben is voor hen genoeg. Het besef dat ik al die jaren keihard gewerkt had voor iets wat helemaal niet nodig was, kwam hard binnen.

    Waarom dacht ik altijd dat ik dingen moest doen in ruil voor aardig gevonden worden?

    Waarom moest ik altijd zo veel van mezelf? Waarom legde ik die lat altijd zo hoog dat ik er niet bij kon? Waarom was goed niet goed genoeg?

    Voor en sinds: de positieve kant van een burn-out
    Mijn leven is sinds de burn-out drastisch aan het veranderen, in de positieve zin. Ik ben nog steeds een vrouw, moeder, vriendin, schrijfster en werknemer. Voor mijn burn-out stond ik midden in het leven en ontmoette ik heel veel mensen, wiens problemen ik probeerde op te lossen in ruil voor hun vriendschap of waardering.
    Sinds mijn burn-out stopte dat voor-wat-hoort-wat-gedrag, maar er kwam iets mooiers voor in de plaats: ik ontmoette mezelf en ging eindelijk met mijn eigen problemen aan de slag. Voor mijn burn-out had ik altijd heel veel mensen en drukte om me heen omdat ik lief en zorgzaam was: sinds mijn burn-out zoek ik meer de stilte op, ben ik bevriend geraakt met mezelf en zorg ik beter voor mij.

    Vroeger steunde ik altijd alles en iedereen: nu heb ik steun durven terug vragen en accepteren.

    Dat is een van de lessen die ik geleerd heb door mijn burn-out: dat zorgen voor anderen geen must is – dat kunnen ze doorgaans zelf prima! – en dat steun bieden geen eenrichtingsverkeer is; je mag het ook terug vragen. Mijn burn-out is dus zeker ook positief, ook al voelt mijn gekneusde brein niet bepaald prettig. Daarmee komt het wel goed, maar het is nog niet wat het moest zijn: mijn concentratie, geheugen en energie hebben een flinke tik gekregen.

    Doordat ik beperkte energie heb, werd ik gedwongen prioriteiten te leren stellen: ik kijk dag voor dag wat ik kan én wil doen, en met wie.

    Om te eindigen met die auto langs de kant van de weg: iedere dag kijk ik even op mijn dashboard hoe het er voor staat met de brandstof: sommige dagen kan ik halverwege de dag nog maar vijf kilometer, sommige dagen twintig. Daar pas ik mijn dag op aan. Veel verder dan vandaag kijk ik niet meer vooruit: wie iets met me wil plannen mag dat proberen, maar het is altijd onder voorbehoud. Dat heeft ook met eerlijkheid te maken: ik weet vandaag immers nog niet hoe veel brandstof ik morgen heb.

    Ik denk dat ik dat dashboard controleren maar blijf doen voortaan, zodat ik nooit meer leeg en zonder brandstof langs de weg beland.

    Eerlijkheid duurt het kortst!

    Over het algemeen duurt eerlijkheid natuurlijk – gelukkig! – altijd het langst.

    Maar in gesprekken duurt eerlijkheid vaak het kortst.

    Let er maar eens op: mensen doen er veel langer over om te liegen, dan om de waarheid te spreken. Kijk maar eens naar de volgende voorbeeldvragen en -antwoorden.

    “Heb je even tijd voor me?”

    Leugen: “Ja, maar ik heb een hele drukke dag vandaag en ik moet zo nog weg, maar het kan wel even.”

    Waarheid: “Nee.”

    “Hoe gaat het met jou?”

    Leugen: “Ja, wel goed, het gaat zijn gangetje, wat druk op het werk en weinig tijd, en de kinderen zijn wat lastig te handelen de laatste tijd, maar ja, waar is dat niet hè?”

    Waarheid: “Niet zo goed. Het is me te druk.”

    Wie de waarheid niet spreekt, heeft veel woorden nodig.

    Het gevoel zegt nee, dus het brein zoekt naarstig naar uitvluchten of andere redenen waarom iets niet kan, omdat we zelf niet durven te zeggen wat we echt bedoelen.

    Of het brein zoekt paniekerig naar manieren om recht te praten wat krom is. Dat kost tijd en veel woorden.

    Soms is het zelfs de vraag of we met al die woorden eigenlijk wel de ander willen overtuigen, of onszelf.

    Sinds ik overspannen ben geraakt heb ik geleerd te zeggen wat ik écht voel en denk. Respectvol, maar duidelijk. Daarmee leer ik mezelf te beschermen: Tegen een agenda die te vol is, bijvoorbeeld, tegen dagen die te veel drukte hebben, tegen mensen die mij hun probleem in de schoenen schuiven- en vooral om mezelf meer rust te gunnen. Door eerlijk te leren zijn tegen anderen ben ik liever geworden voor mezelf.

    Eerlijk zijn werkt bijzonder verfrissend. Mensen kunnen best goed tegen de waarheid, merkte ik. En soms is het ook goed als sommige mensen er niet tegen kunnen, want:

    Als iemand mijn grenzen niet kan of wil respecteren, wil ik zo iemand dan überhaupt in mijn leven?

    Ik stond in de supermarkt, van de week. Ik was aan de beurt toen een man voorkroop om tussendoor nog snel een los item te betalen. Schijnbaar was hij al aan de kassa geweest, en was hij dit item vergeten. Hij vroeg echter niet aan me of hij even tussendoor mocht komen: waarschijnlijk had ik hier overigens geen punt van gemaakt- als hij het gevraagd had. Maar hij vroeg niets, hij deed het gewoon. Vervolgens begon hij luidkeels grappen te maken en wilde hij zijn eigen gedrag vergoelijken door tegen mij te bulderen: “Wel onbeleefd van mij hè, dat ik zomaar voorkruip? Hahaha!”. Vroeger zou ik gezegd hebben “Ach, kan gebeuren.” Of “Geeft niks hoor.” Maar tijden veranderen: vroeger was ik immers ook niet eerlijk naar mezelf toe en kwam ik zelden voor mezelf op.

    Dus keek ik hem aan en zei ik simpelweg “Ja.”

    Want tja, het wás ook onbeleefd.

    “Hahaha, haha, ha, eh, oh.” stamelde de man, terwijl hij mijn bevestigend antwoord liet inwerken. Ik bleef hem rustig aankijken, toen tot hem doordrong dat ik bevestigde dat het onbeleefd van hem was. Hij liep wat rood aan, liet zijn kleingeld van ongemakkelijkheid bijna uit zijn portemonnee rollen en maakte zich snel uit de voeten. De caissière wachtte tot hij weg was, knikte toen naar me en zei “Goed gezegd!”.

    Die man wist zelf ook donders goed dat zijn actie onbeleefd was, anders had hij het zelf niet benoemd. Waarom zou ik het dan voor hem moeten vergoelijken?

    Het kost veel tijd om te liegen. Eerlijk zijn kost weinig tijd, maar wel wat moed. Bovendien maak je met iedere leugen niet alleen anderen, maar uiteindelijk ook jezelf wat wijs.

    Hoe groter de leugens of hoe vaker je liegt, des te verder raak je verwijderd van jezelf. En van een fijn leven.

    Dan verzamel ik liever elke dag een paar keer wat moed.

    Zwaar leeefuh – Must watch liedje voor pessimisten, notoire klagers en beroepsazijnzeikers! (en mensen die dat niet zijn)

     

    Ken je dat lied, van Brigitte Kaandorp, ik heb een heel zwaar leven? Ik ben er zo dol op.

    Op sommige dagen, waar op alles lijkt tegen te zitten, zet ik dit lied op.

    Het is zo overdreven en hilarisch, hoe ze zwelgt in zelfmedelijden (“…en dan lig ik in mijn grafffff…. en dan denk ik, gelukkig is het af…”), hoe ze er bij kijkt (lodderig), hoe lang ze de woorden rekt, dat je vanzelf zo hard moet lachen dat je dag alweer mee lijkt te vallen.

    Dochter kent het lied inmiddels ook. Als ze bijvoorbeeld boos op me is om de zeer logische reden dat het beláchelijk is dat ze geen snoep van me krijgt om negen uur ’s ochtends, dan verzucht ik “Ik heb een héél zwáár leeefuuuuuhh, nee maar echt waar… moeilukmoeilukmoeilukmoeiluuuuuuuuuk..”.

    Ja, ik ben zo’n irritante moeder.

    Maar ik mag dat, want ik heb ook een zwaar leefuh.

    Brief aan mijn Lijf

    Lief Lijf,

    Wat haat ik je soms. Op sommige dagen kijk ik naar je in de spiegel en wil ik gewoon weer terug in bed gaan liggen. Dan staar je me brutaal aan, alsof je wilt zeggen: Ha! Je wordt oud! En rimpelig! En de zwaartekracht heeft je te pakken!
    Er zijn dagen waarop ik denk: Ach, lijf, zolang je me vandaag maar van A naar B brengt, ben ik al gelukkig met je.

    Er zijn ook dagen waarop ik blij met je ben, je mooi vind en tevreden naar je kijk in de spiegel. Maar er zijn ook dagen waarop ik je af beul, met wandeltochten van kilometers lang, avonden dansen of sporten. Daar straf je me dan meestal de dag er na voor (en die daar na is stiekem nog erger!).

    Soms heb ik echt een hekel aan je: die huid, die kwabbels, putjes, rimpels.. Op die dagen heb ik spijt van die tijd die nooit meer terug komt; toen ik nog zo jong was dat niks mee zwaaide als ik zwaaide. Toen ik nog niet wist wat striae was. Toen ik nog geen stretch marks op je had gemaakt met het dragen van mijn kind.

    Maar, lief Lijf, toch houd ik van je.
    Oké, je bent niet meer zo strak. Oké, er begint overal wat na te laten. Maar: je draagt me. Je bent gezond, en daar ben ik dankbaar voor als ik zie hoe veel mensen dat geluk niet (meer) hebben.

    Je geeft mijn ziel een tijdelijk huis om in te wonen. Het huis is niet perfect, maar iedereen weet: de gezelligste huizen zijn juist die huizen waarin geleefd wordt. Ik hou van je, met al je voegen, barsten, onvolmaaktheden. Want je bent van mij, je bent onderdeel van mij, en – waar ik het meest dankbaar voor ben – ik heb je nog.

    Ik zal je ook ten alle tijden proberen te beschermen, lief Lijf. Je bent van mij en van niemand anders. Als ik lees over vrouwen wiens lijf zonder toestemming wordt gebruikt als voorwerp, huil ik van verschrikking. Verruil die goedbedoelde gedragscode voor een cursus zelfverdediging! Geen enkele vrouw is een gebruiksvoorwerp, ongeacht kleding, afkomst of oriëntatie!

    Ik zal je altijd proberen te verdedigen, tot de laatste snik. Het recht om zelf te bepalen over het eigen lijf zou veel vanzelfsprekender moeten zijn voor vrouwen (en mannen!) op deze wereld. Je lijf is je huis en niemand behalve jij zelf hoort te bepalen wie je uitnodigt.

    Ooit, lief Lijf, zal ik je moeten verlaten. Als ik de zon de laatste keer heb zien opkomen, ben ik je dankbaar voor alles waarmee je me geholpen hebt: lief te hebben, spanning te voelen, een kind te baren, de wereld te bewandelen, ontroerd kippenvel te hebben, te leren, te vluchten, te vechten, dapper te blijven staan, te huilen, hunkeren en knuffelen.

    Je bent niet perfect, maar je bent wel van mij.

    Liefs…

    Stress? Doe eens heel langzaam aan!

    Stress is verraderlijk. Te veel stress is op lange termijn zelfs heel ongezond. Toch overkomt het veel mensen: je agenda is continu overvol, aan je werk lijkt geen eind te komen en uiteraard luisteren je kinderen voor geen meter, net op het moment dat je écht haast hebt en het je niet kunt permitteren om vertraging op te lopen. Juist dan is het goed om in de slow motion modus te gaan!

    Professioneel stresskip

    Al jaren was ik professioneel stresskip. Met een druk bestaan, een gezin, een huishouden en een leuke maar drukke baan er bij was er altijd wel iets dat niet lukt. Vroeger kon ik dan ook regelmatig “overkoken”. Ik liet me volledig opjagen door het dagelijks leven en ademde pas rustig als ik in bed lag. En zelfs dan vaak nog niet. Mensen om me heen zeiden wel eens dat het toch wel goed zou zijn als ik er aan zou denken om tussen twee zinnen door adem te halen. Dat soort adviezen kreeg ik wel vaker.

    Op een dag was ik het gestrest zijn zo beu, dat ik besloot iets zeer tegennatuurlijks te doen. Althans, voor mij voelde het zeker niet natuurlijk; zeker de eerste tijd niet. Ik besloot om op de meest stressvolle momenten op mijn dooie gemakje te gaan doen. Doen alsof ik aaaaalle tijd van de wereld had.
    Ik begon bij een van de meest stressvolle momenten die ik me kon bedenken: je weet wel, na het werk, met honger en een vermoeid kind, in de supermarkt. Eerder was ik dan gehaast, geïrriteerd en moe. Aan dat vermoeide kon ik niet veel doen, maar aan het geïrriteerd en gehaast zijn wél, bedacht ik. Bovendien was ik het beu om altijd maar te moeten rennen, om bij de winkel buiten te komen met maar de helft van de boodschappen die ik nodig had.

    Op je dooie gemakje door de winkel

    Dus probeerde ik het. Ik deed op mijn dooie gemak de boodschappen. Dacht rustig na over de aankopen. Bekeek de dingen die mijn kind opmerkte in de winkel. Bewonderde rustig met haar de aardbeien en de bananen. Door mijn relaxte houding – al was het nog onwennig – werd mijn kind een stuk minder jengelig. Ze voelde mijn ontspannen houding feilloos aan en werd er zelf ook een stuk gezelliger van.
    In de rij voor de kassa, waar ik me normaal altijd stond af te vragen waarom het zo lang moest duren, maakte ik nu een praatje met de vrouw voor ons.

    Resultaat: alle boodschappen binnen, kind blij, ik blij, en we hadden er geen vijf minuten langer over gedaan dan normaal.

    Do try this at home!

    Ben jij ook voortdurend gestrest? Altijd maar aan het haasten? Zet jezelf eens in de slow motion stand: Druk letterlijk op je eigen rem. Probeer het eens uit. Hoe vaker je het doet, hoe beter het je zal lukken.

    ONGEMAKKELIJK: ALS MENSEN ZICH IN HET ECHT ZOUDEN GEDRAGEN ZOALS OP SOCIAL MEDIA

    Mensen doen gekke dingen op social media. Stel je toch eens voor, dat we die dingen in het echte leven ook gingen doen.

    Ik ben er helemaal klaar mee!
    Dat je op straat zou gaan staan, en zou roepen: “Ik ben er helemaal klaar mee!”, en dat mensen om je heen dan vragen wat er is. Maar jij geeft verder geen antwoord. Nee, je houdt je lippen stijf op elkaar gedrukt, want waarmee je helemaal klaar bent, dat wil je geheim houden. Stel je toch eens voor, hoe ongemakkelijk dat zou zijn, en hoe snel je vrienden je dramatische gedrag zat zouden worden.

    Retweet
    Stel je voor dat je een goede mop vertelt in het café. En dat je vrienden om je heen acuut beginnen te herhalen wat jij net zei. Awkward!

    Ont-vrienden
    Hoe bizar zou het zijn, als je op een feestje een discussie krijgt met iemand, die toevallig over een bepaald onderwerp lijnrecht tegenover je staat qua mening. En dat je dan meteen zou zeggen “De vriendschap is voorbij.”, om die persoon vervolgens voor iedere verdere reactie te blokkeren door hem of haar letterlijk te barricaderen.  Ongelofelijk, zeg je? Op Facebook gebeurt het dagelijks.

    Of dat je in de kroeg zou staan, gezellig met je vrienden, en je plotseling zou zeggen: “Wie hier morgenavond nog staat, heeft geluk! Want ik ga morgen mijn vriendenlijst bijwerken, dus!”

    Porretje
    Over porren hoef je ook niet lang te denken. Stel je voor hoe irritant het zou zijn als je buurman elke dag opnieuw op je af zou komen om je in je zij te porren, terwijl je net de boodschappen in laadt of net even rustig in je tuin zit. Naast vervelend is dit ook zeer ongemakkelijk. Nou ja, afhankelijk van hoe aantrekkelijk je je buurman vindt dan.

    Vriendschapsverzoek
    Stel, je bent heimelijk verliefd op een leuke man of vrouw. En dat je dan, terwijl je ze nog nooit gesproken hebt, verlegen op ze af loopt in de supermarkt met de vraag: “Mag ik je uitnodigen om vrienden te worden?” Het is óf creepy, óf de beste nieuwe openingszin ooit.

    Spelletjes
    Iedereen doet wel eens graag een spelletje. Maar vervelend wordt het wel, als je elke dag bij je nicht langs gaat om te vragen of ze je een nieuw leven wil schenken. Je nicht is natuurlijk geen draagmoeder, en het zou vast niet in goede aarde vallen.

    Sneeuw
    Stel je voor, je staat buiten met je vrienden. Het heeft gesneeuwd en er ligt een dik pak. Jij maakt enthousiast een foto en laat die aan al je vrienden zien. “Kijk, er ligt sneeuw!!!!!”

    Muziek
    Laten we als voorbeeld nemen, dat je op een buurt barbecue zit, en dat je terloops je MP3 speler dopjes in je oren duwt, om vervolgens om de drie minuten te roepen “IK LUISTER NUMMER HUPPELDEPUP VAN DE ARTIEST ZUS EN ZO!”. Zullen we wedden of je volgend jaar weer uitgenodigd wordt? Nobody cares!

    Spuit-luier
    Zelfs online kan ik amper geloven dat mensen zoiets met anderen delen, maar laten we voor de gein eens even doen alsof je dat in het echte leven zou doen: Met je baby in zijn romper de straat over rennen om de buurvrouw de spuitluier te laten zien.

    Verrukkelijk
    Op Facebook snap ik het al niet, maar hoe raar zou het in het echte leven zijn als je met je bord over straat rent om bij iedereen aan te bellen; “Kijk eens wat ik zo ga opwarmen?” Ziet het er niet verrukkelijk uit? Wil je het recept? Nee? Oké, ik heb drie aardappels gekookt, vier winterpenen geraspt…”

    Rare wereld
    Het is maar een rare wereld, die online wereld. We delen meer dan anderen willen weten, we delen minder dan anderen willen weten, en als je niet op let, ben je morgen een vriend kwijt. Gelukkig is het allemaal zo vluchtig, dat je het snel weer vergeet.

    De sleutel tot een rijker leven: Een Nieuw Motto

    Ik heb een aantal jaren geleden een nieuw motto ingebracht in mijn leven. En eerlijk is eerlijk: Het heeft me meer gebracht dan ik ooit had durven denken. Het is best moeilijk soms, maar toch ook weer verrassend simpel.

    Ben je er klaar voor? Oké. Hier komt ie:

    Wat je eng vindt, moet je doen.

    Ik weet niet meer precies wanneer ik besloot dat dit mijn nieuwe levensmotto was, maar het zal een jaar of vijf geleden zijn geweest dat ik het implementeerde. Ik ben nogal beschermd opgegroeid. Ik ben er van nature zo een van de veiligste weg. Niet te veel risico’s nemen, niet te avontuurlijk doen, doe maar normaal, dan doe je gek genoeg. Dit nieuwe motto heb ik geïmplementeerd om mezelf wakker te schudden en wakker te houden. Om mezelf uit te dagen. Om minder angstig door het leven te gaan, want ook ik heb er maar één. Nu zou je denken dat zo’n simpel zinnetje niet zo veel teweeg kan brengen. Maar dan denk je verkeerd.

    Iedere keer als ik in een situatie belandde waarin ik voelde dat ik iets stiekem wel wilde doen, maar het normaal gesproken zou overslaan wegens te angstig, hoorde ik mezelf zeggen: “Wat je eng vindt, moet je doen.”
    En dus reed ik zelf van Nederland, door België, door Frankrijk, naar Spanje. Solliciteerde ik op die baan, waarvan ik dacht dat die te hoog gegrepen was voor mij. Startte ik mijn eigen pagina op Facebook, met mijn eigen quotes en blogs. En groeide die uit tot een aantal volgers van 10.000+. Volgde ik die training, voor mezelf, of ging ik toch die uitdaging aan.
    En dus ging ik die confrontatie aan die ik al zo lang vermeed, met knikkende knieën en bevende vingers. Stapte ik naar voren tijdens een presentatie, om als vrijwilliger voor de groep te staan. Zei ik ja, op het last minute verzoek om als verslaggever naar een groot festival te gaan en een bekende band te interviewen, waar ik niet op voorbereid was. En zo verder, en zo verder.

    Je staat er van versteld, wat je kunt bereiken, als je je angsten en onzekerheden besluit te negeren, om er toch voor te gaan. Je zult zien dat je veel meer kunt bereiken, dan je zelf ooit had gedacht. En weet je wat het meest frappante is? Achteraf werden juist die momenten de mooiste gebeurtenissen. De beste herinneringen. De momenten waar ik het meest trots op mezelf werd, juist omdat het zich ver buiten mijn comfort zone begaf. En ja, het was soms eng. En nee, ik doe niet alles waar ik bang voor ben. Ook ik heb grenzen. Maar mijn motto, dat houd ik vast.

    En via deze blog geef ik mijn motto weer door aan jou. Wat vind jij eng, en wil je toch stiekem wel doen? Wat durf je niet, maar zou je eigenlijk toch moeten proberen? 

    Moraal van het verhaal: Als je het eng vindt om dit motto over te nemen, moet je het juist doen.