Tagarchief: leugens

Eerlijkheid duurt het kortst!

Over het algemeen duurt eerlijkheid natuurlijk – gelukkig! – altijd het langst.

Maar in gesprekken duurt eerlijkheid vaak het kortst.

Let er maar eens op: mensen doen er veel langer over om te liegen, dan om de waarheid te spreken. Kijk maar eens naar de volgende voorbeeldvragen en -antwoorden.

“Heb je even tijd voor me?”

Leugen: “Ja, maar ik heb een hele drukke dag vandaag en ik moet zo nog weg, maar het kan wel even.”

Waarheid: “Nee.”

“Hoe gaat het met jou?”

Leugen: “Ja, wel goed, het gaat zijn gangetje, wat druk op het werk en weinig tijd, en de kinderen zijn wat lastig te handelen de laatste tijd, maar ja, waar is dat niet hè?”

Waarheid: “Niet zo goed. Het is me te druk.”

Wie de waarheid niet spreekt, heeft veel woorden nodig.

Het gevoel zegt nee, dus het brein zoekt naarstig naar uitvluchten of andere redenen waarom iets niet kan, omdat we zelf niet durven te zeggen wat we echt bedoelen.

Of het brein zoekt paniekerig naar manieren om recht te praten wat krom is. Dat kost tijd en veel woorden.

Soms is het zelfs de vraag of we met al die woorden eigenlijk wel de ander willen overtuigen, of onszelf.

Sinds ik overspannen ben geraakt heb ik geleerd te zeggen wat ik écht voel en denk. Respectvol, maar duidelijk. Daarmee leer ik mezelf te beschermen: Tegen een agenda die te vol is, bijvoorbeeld, tegen dagen die te veel drukte hebben, tegen mensen die mij hun probleem in de schoenen schuiven- en vooral om mezelf meer rust te gunnen. Door eerlijk te leren zijn tegen anderen ben ik liever geworden voor mezelf.

Eerlijk zijn werkt bijzonder verfrissend. Mensen kunnen best goed tegen de waarheid, merkte ik. En soms is het ook goed als sommige mensen er niet tegen kunnen, want:

Als iemand mijn grenzen niet kan of wil respecteren, wil ik zo iemand dan überhaupt in mijn leven?

Ik stond in de supermarkt, van de week. Ik was aan de beurt toen een man voorkroop om tussendoor nog snel een los item te betalen. Schijnbaar was hij al aan de kassa geweest, en was hij dit item vergeten. Hij vroeg echter niet aan me of hij even tussendoor mocht komen: waarschijnlijk had ik hier overigens geen punt van gemaakt- als hij het gevraagd had. Maar hij vroeg niets, hij deed het gewoon. Vervolgens begon hij luidkeels grappen te maken en wilde hij zijn eigen gedrag vergoelijken door tegen mij te bulderen: “Wel onbeleefd van mij hè, dat ik zomaar voorkruip? Hahaha!”. Vroeger zou ik gezegd hebben “Ach, kan gebeuren.” Of “Geeft niks hoor.” Maar tijden veranderen: vroeger was ik immers ook niet eerlijk naar mezelf toe en kwam ik zelden voor mezelf op.

Dus keek ik hem aan en zei ik simpelweg “Ja.”

Want tja, het wás ook onbeleefd.

“Hahaha, haha, ha, eh, oh.” stamelde de man, terwijl hij mijn bevestigend antwoord liet inwerken. Ik bleef hem rustig aankijken, toen tot hem doordrong dat ik bevestigde dat het onbeleefd van hem was. Hij liep wat rood aan, liet zijn kleingeld van ongemakkelijkheid bijna uit zijn portemonnee rollen en maakte zich snel uit de voeten. De caissière wachtte tot hij weg was, knikte toen naar me en zei “Goed gezegd!”.

Die man wist zelf ook donders goed dat zijn actie onbeleefd was, anders had hij het zelf niet benoemd. Waarom zou ik het dan voor hem moeten vergoelijken?

Het kost veel tijd om te liegen. Eerlijk zijn kost weinig tijd, maar wel wat moed. Bovendien maak je met iedere leugen niet alleen anderen, maar uiteindelijk ook jezelf wat wijs.

Hoe groter de leugens of hoe vaker je liegt, des te verder raak je verwijderd van jezelf. En van een fijn leven.

Dan verzamel ik liever elke dag een paar keer wat moed.

Hoe het zou zijn als we niet zouden kunnen liegen

Iedereen is het er over eens: liegen is niet oké. Toch? Als je mensen vraagt naar hun eerlijkheid, zeggen de meesten dat ze heel eerlijk zijn. Maar is dat wel echt zo? En hoe zou het zijn als we niet zouden kunnen liegen?

Kinderen kunnen tot een bepaalde leeftijd nog niet liegen; een enkel talent daargelaten. Daar krijg je soms hilarische, maar soms ook regelrecht gênante momenten door.
“Mama, die mevrouw heeft een snor!”
Nooit grappig als dat in de rij voor de kassa wordt geroepen, ook al is je kind nog zo snoezig en ook al heeft de vrouw in de rij inderdaad een stevige begroeiing op haar bovenlip. Wegkijken en negeren heeft vaak een averechts effect: “Kijk dan! Daar!”
Plotseling kijkt de hele rij bij de Albert Heijn naar de bovenlip van de mevrouw.
Enfin.

Wat als volwassenen niet konden liegen?
Ik stel me dan direct een commercieel telefoontje naar mijn huistelefoon voor.  Je weet wel, zo’n irritant verkoop gesprek, als je net aan tafel zit.
“Goedenavond mevrouw, u spreekt met huppeldepup, ik bel u om u te vragen of u even een momentje tijd heeft om onze aanbieding te beluisteren? Mooi. Wij bellen u namelijk omdat wij een zeer geringe korting verschaffen bij het afsluiten van een wurgcontract, waar u de komende vijf jaar grondig spijt van zult krijgen als u ja zegt!”

Verjaar-dahag!
Of dat je de verjaardag van een kennis wil gaan afbellen.
“Sorry, wij kunnen helaas niet komen, maar eigenlijk kunnen we dat wel, we willen het gewoon niet omdat we je stiekem een enorme sufmuts vinden en omdat je hond altijd direct mijn kruis besnuffelt bij binnenkomst. Toch een fijne verjaardag gewenst, wij gaan de hele avond opgelucht zijn dat we er niet bij hoeven zijn. Nou, dag he?”

Brulpeuter
Of dat je vriendin belt, of je een avond op haar kindje kunt passen, want ze zit met de handen in het haar.
“Dat kan wel, maar nee, want we vragen ons af of het hart van mijn man het zou overleven om drie uur lang het ongecontroleerde gekrijs van je kind aan te horen. We vragen ons sowieso al langere tijd af wanneer jullie naast voeden ook aan ópvoeden gaan doen. Sterkte er mee!”

Het ligt niet aan mij, het ligt aan jou
Of dat je je date na lang moed verzamelen opbelt, nadat hij een week  niets heeft laten horen.
“Ik vond het ook best gezellig. Het ligt echter niet aan mij, maar aan jou. Je praat net iets te luidruchtig naar mijn smaak en je had een uur nodig om eten te bestellen. Als je daar al zo lang over doet… maar bedankt voor je telefoontje!”

Je kont lijkt niet dik door die broek
Hoeveel huwelijken zouden er nog bestaan, als mannen op de beroemde maaktdezebroekmijnkontdik-vraag zouden antwoorden: “Dat komt niet door de broek, schat.”

Kortom, ookal roepen we nog zo hard dat we nooit liegen, we doen het allemaal. Ookal ontkennen we het soms nóg zo hard, we maken ons er allemaal wel eens schuldig aan, al is het maar met een leugentje om bestwil of om de lieve vrede de te bewaren of iemands gevoelens te sparen.

Want ook al is de leugen nog zo snel, de waarheid zeggen is ook niet altijd ideaal.