Tagarchief: kort

Vervolg kort verhaal: deel 2

Deel 1 nog niet gelezen? Klik hier!

Terwijl ik terug liep van het toilet naar de barkruk waar ik mezelf zojuist op voor paal had gezet, zag ik dat Masha Joris aan de praat hield. Ze lachte veel te hard en zwiepte nog harder met haar haren. Joris praatte beleefd terug. Ik hees mezelf op de kruk naast Masha en verdiepte me in het schaaltje met nootjes alsof ik nog nooit nootjes had gezien. 

“Deze gast!” riep Masha veel te hard in mijn oor.
“Hij is hi-la-risch!” ze klopte hem hard op zijn schouder, waardoor hij zich haast verslikte in zijn bier.
“Ik weet jullie namen niet..”  zei hij.
“Ik ben Masha, en dit is natuurlijk mijn wonderschone collega Amy!” Ze wees naar me alsof ik een te winnen wasmachine was in een spelprogramma.
“Hallo Amy, hallo Masha.” zei Joris – en ik meende dat hij naar me knipoogde, maar het ging zo snel dat het ook kan dat hij gewoon een vuiltje in zijn oog had.
“Ober! Mag ik nog twee glazen wijn en een biertje?!” schalde Masha door het café. Ik had mijn glas nog half vol, maar hield haar niet tegen. Allereerst omdat Masha niet tegen te houden is als ze eenmaal op dreef raakt en ten tweede omdat ik voelde dat vanavond zo;’n avond was waarop je gewoon even niet de verantwoordelijke volwassene hoefde uit te hangen. Niet dat er veel avonden waren waarop ik dat wel deed, tenzij uit verveling.

De laatste tijd bleef wel vaker iets in mijn gedachten opkomen over verantwoordelijk en volwassen zijn, moet ik bekennen. Ik was vijfendertig en om mij heen hadden alle vrouwen wel op zijn minst een echtgenoot (of al lang een vriend), minstens een kind en een hypotheek. Ik daarentegen had geen relatie, geen hypotheek en zeker geen kind. Ik had ook nooit de urgente wens gevoeld om aan kinderen te beginnen; mijn eierstokken rammelden nooit. Een hypotheek leek me heel benauwend en een relatie lukte mij gewoon meestal niet: op de een of andere manier trok ik alleen óf bezette mannen aan, of mannen (en af en toe vrouwen) die psychisch totaal de weg kwijt waren, dubbellevens leidden, nooit zouden settelen – en al zeker niet met mij.

Ik leek voor iedereen vooral de ideale minnares te zijn; een rol waar ik mezelf nooit helemaal prettig bij voelde. En hoe ouder ik werd, hoe vaker de gelegenheid zich voordeed dat het klikte met mensen die al bezet waren. Natuurlijk wist ik wel dat het niet netjes is om met bezette mannen of vrouwen de kroeg uit te rollen, maar hé, ik ben ook maar een mens. Ik heb ook behoeften. Ik had mezelf plechtig beloofd nooit meer verliefd te worden; zo hield ik de afstand tussen mijzelf en de bezette mensen of psychotische types. Maar ergens knaagde het de laatste tijd wel aan me: wanneer zou het moment dan eindelijk komen waarop ik ooit wel een serieuze relatie zou krijgen met iemand die mij niet als “Collega Bas” in zijn telefoon zou zetten?

Ik keek schuin van achter mijn wijnglas naar Joris, terwijl Masha onophoudelijk bleef tetteren in zijn oor. Zou hij bezet zijn? Psychisch niet helemaal lekker? Zou hij een gezin hebben? Ik zag geen ring aan zijn vingers, maar wist wel beter dan dat. Hij was erg aantrekkelijk. Meestal vond ik mannen niet zo snel aantrekkelijk. Hij had een bepaalde uitstraling, iets gevaarlijks. Ik wist niet wat het was, maar ik wist wel dat het foute boel zou zijn. Ik zette mijn wijnglas aan mijn lippen en dronk met gulzige slokken, wachtend op het moment dat onvermijdelijk zou komen: het moment dat na een glas wijn of drie, vier onherroepelijk komt: Het moment waarop het me allemaal niet meer kan schelen.

Drie uur (en talloze glazen wijn) later strompelde ik met Masha en Joris de kroeg uit. “Als ik niet getrouwd was met die vervelende kerel van me, nou, nou, noouuuu, dan wist ik het wel!” sprak ze met consumptie tegen hem aan. Hij lachte en sloeg haar op haar schouder. “Jongensh, ik wens het jullie, slaap lekker hè!” giechelde ze, waarop ze naar links begon te lopen en ik haar snel nog naar rechts kon bijsturen. “Je huis is die kant op, Masha. Lukt het wel?” “Jaaaaa joh!” gierde ze het uit en wankelde verder de goede richting uit. Ik vroeg me nog af of ik met haar mee zou lopen, maar bedacht me net op tijd dat a) het me niet interesseerde en b) Masha wekelijks dronken haar weg naar huis weet te vinden zonder mijn hulp.
Nu Masha en al haar geluiden weg waren was het opeens akelig stil. Ik stak mijn handen in mijn jaszakken en probeerde nonchalant richting mijn eigen huis te lopen. Of nou ja, mini-huisje. Joris stapte aarzelend naast me en vroeg “Mag ik met je mee lopen?”
“Heb je niks beters te doen dan?”
Het kwam er bitser uit dan ik bedoelde. Ik schrok er zelf een beetje van.
“Momenteel niet.” lachte hij.
“Dan kan het.”
We liepen een tijdje zwijgend naast elkaar.
“Je bent niet zo’n typische vrouw geloof ik, hè?”
“Hoe bedoel je dat?”
“Nou, je praat iets minder, je bent wat directer, niet zoals …”
“Mijn collega Masha?” Ik lachte hardop. “Nee, gelukkig niet.”
“Inderdaad, gelukkig niet.”
Plotseling hield hij me staande. Zo plotseling dat ik bijna struikelde. Ik herpakte mezelf en vond mijn balans weer enigszins terug, terwijl ik hem aankeek.
“Jij bent gevaarlijk voor mij.” zei hij, terwijl hij met zijn hand mijn kin vast hield.
“Gevaarlijk?”
“Ja, gevaarlijk. Ik weet nog niet waarom maar ik weet wel dat je het bent.”
Ik keek hem strak aan een glimlachte.
“Er is maar een manier om daar achter te komen, denk je niet?”
Hij kuste me heel vluchtig, maar lang genoeg voor mij om te weten dat hij nou ook weer niet zó dronken was.

Ik had vaker mensen in een kroeg ontmoet, en ook vaker op deze manier naar huis gelopen. Maar vanavond voelde er iets anders. Joris voelde anders. Ik voelde me minder kil en koud van binnen, minder gevoelloos als de jaren daarvoor. Het voelde vreemd, onwennig. De nacht voelde anders. De lucht voelde kouder.
Niet verliefd worden – zei ik tegen mezelf in mijn hoofd. Wat je ook doet, word niet verliefd. Voor hetzelfde geld heeft hij een vrouw en drie kinderen en zit jij straks een jaar op hem te wachten terwijl hij je voorliegt. 
Ik had je nooit geloofd als je me toen verteld zou hebben dat ik een half jaar later zélf de bezette vrouw zou zijn – met de minnares.

pexels-photo-92248

 

 

Kort verhaal: Het dilemma

Ik had nooit verwacht dat ik in een situatie zoals deze terecht zou komen. Als ik wel eens verhalen hoorde van anderen die iets soortgelijks meemaakten, dacht ik altijd: tsss, wat een drama queen moet je dan zijn zeg, om jezelf zo in de nesten te werken. En nu sta ik hier toch, met hetzelfde dilemma. 

Het begon allemaal verbluffend simpel. Ik ontmoette Joris op een donderdagavond na mijn werk, in de kroeg die om de hoek lag van het uitzendbureau waar ik werkte. Ik had geen zin om weer thuis op de bank te zitten met een kant-en-klaar-maaltijd op schoot en mijn kat er naast, te azen naar whatever ik naast mijn bord knoeide (en dat was altijd wel iets).

Samen met mijn collega Masha liep ik door de stromende regen naar de kroeg. Met Masha had ik niks gemeen, behalve dan dat zij ook nooit veel te doen had in de avonduren. Ze had wel een man, maar die was volgens haar “bijzonder saai en vervelend”. Dat vond ik ook van haar, dus ze pasten wel goed bij elkaar, maar ik besloot dat maar niet te zeggen. (In het verleden ben ik vaak berispt op het eerlijk ventileren van mijn mening; inmiddels heb ik een soort noodrem ontwikkeld die goddank al best vaak ingrijpt, precies tussen het moment waarop ik ademhaal om iets ongelofelijk onbeschoft te zeggen en het moment dat de woorden daadwerkelijk uit mijn mond rollen – om verwoesting aan te brengen in welke relatie dan ook). Toch kon ik haar net lang genoeg tolereren, vooral omdat de wanhoop die weer een avond alleen opriep sterker was dan mijn weerzin tegen Masha. Kort samengevat: liever een avond Masha verteren dan weer een avond Netflix kijken op de bank.

bar2.jpegJoris zat al aan de bar toen we binnen kwamen. Hij keek even op terwijl ik mijn jas uit trok. Zijn ogen scanden me, dat was duidelijk zichtbaar. Ik weet niet waarom, want ik word hier normaliter ongemakkelijk van, maar ik vond het fijn dat hij tenminste niet snel weer weg keek. Hij keek me nog even kort aan, waarna hij zijn blik weer vooruit richtte en een slok nam van zijn bier.

Masha had dit hele ritueel compleet gemist, omdat ze verwikkeld was in een monoloog over Action aanbiedingen. Ze plantte haar achterste dan ook precies op de barkruk naast die van Joris, zodat we ongemakkelijk dichtbij hem zaten, maar dichtbij genoeg om te ruiken dat hij lekker rook. Ik bestelde een glas wijn, Masha een cola. Ik probeerde mijn aandacht te houden bij haar monoloog over – waar had ze het ook alweer over? Oh ja, – kastanjechampignons, en waarom die veel lekkerder zijn dan de normale.

Als ik Masha’s man was en ik moest deze monologen dagelijks aanhoren, zou ik mezelf ook uitermate vervelend gaan gedragen, dacht ik, terwijl ik met een bierviltje speelde. Telkens als ik me naar Masha toe draaide, meende ik Joris even opzij te zien kijken. Waar ik al bang voor was, gebeurde na een kleine twintig minuten: Masha moest naar het toilet. Onhandig liet ze zichzelf van de barkruk afglijden, mij achterlatend met een half glas wijn en een heel ongemakkelijk gevoel.

“Smaakt het?” vroeg hij met een donker stemgeluid.
“Oh, de wijn?”
“Nee, het bierviltje.”
Ik lachte onnatuurlijk hard, waarna ik mezelf in gedachten met een bazooka van mijn kruk af schoot.
“Sorry,” zei ik, toen ik uit gehinnikt was. “Ja, het smaakt goed.”
“Ik ben Joris.” Hij tikte tegen een denkbeeldige hoed.
“Goed om te weten!” antwoordde ik.
“Jij hebt geen naam?”
“Oh! Ja, zeker wel.” zei ik, terwijl ik heel handig een nootje uit het schaaltje op de bar in mijn mond probeerde te mikken, wat natuurlijk naast mijn mond eindigde – en in mijn trui.
“Ik eh, ik ga even naar het toilet.” 
Met een vuurrood hoofd – zonder mijn naam gezegd te hebben – en met een nootje tussen mijn borsten liep ik naar het toilet, waar ik minstens vijf minuten heb gewacht totdat het schaamrood van mijn wangen verdwenen was.

Als ik die avond had geweten in welke situatie ik me nu – zes maanden later – zou bevinden door deze ontmoeting, was ik waarschijnlijk via het toiletraampje naar buiten gekropen en zonder om te kijken naar huis gelopen. 

Lees hier deel 2