Tagarchief: kinderen

Ontplofte kinderkamer 

Mijn telefoon roept dat ik een whatsapp heb. Ik open het scherm.

“Zeg!!”

Het is vriendin Kim die aan de andere kant van het land woont. 

“Zeg het eens?”

“Had je me niet even kunnen waarschuwen?”

Ik vraag me snel af waarvoor: dat het woensdag is? Dat de wintertijd in is gegaan? Dat Trump niet aan de macht had moeten komen?

“Eh, waarvoor?” antwoord ik voorzichtig. 

“Nou, jouw kind is vier jaar ouder dan mijn kind. En ik wist dus niet dat dit zou gebeuren als kinderen alleen boven spelen!”

Prompt volgde er een foto:


“Aha, je hebt ze alleen boven laten spelen!” stuur ik terug, nadat ik een beetje tot bedaren ben gekomen van het lachen.

“Ja! Ik dacht ik kan wel even buurten met die moeder beneden!”

Oh, die onschuld. 

“En kijk!” 


“En er ligt een halve zandbak in het bed van onder hun schoenen! FML!”

“Oké, listen up.” stuurde ik terug. “Drie basis regels bij speel afspraakjes: 1. Schoenen uit beneden aan de trap, 2. Kwartier voor einde speeltijd samen opruimen en 3. Kostbare spullen vooraf weg zetten.” 

“Oké, Thanks. Maar eh, kun je geen handboek maken ter voorkoming van toekomstige rampen?”

“Dat zou ik kunnen doen, maar dit is toch veel leuker?” 

Ze heeft me daarna niet meer terug geappt. Vast omdat ze bezig is met opruimen. 

Advertenties

“Ik wil niet spelen met mijn kind.”

Je leest wel vaker van die artikelen van moeders (of vaders) die dan schaamtevol bekennen dat ze liever niet spelen met hun kind. Of althans, niet lang. Of niet vaak. Of gewoon, helemaal niet. Nu kun je daar dan wel heel hard boe over gaan roepen, maar ik denk dat er stiekem wel veel ouders iets er van herkennen. pexels-photo-208974

Ik snap die ouders wel een beetje hoor. Tuurlijk, je krijgt geen kinderen als je er niets mee wil doen. Dat is zo. Maar laten we wel wezen, als je voor de zevenhonderdste keer Bumba’s ogen zo akelig ziet wegdraaien of voor de achtenveertigste keer als paardje in galop over de grond kruipt met blauwe knieën, is er altijd wel ergens een moment waarop je denkt: Spelen is niet voor niets voor Kinderen.

Maar… voor de wanhopende moeders en vaders die zich schuldig voelen omdat ze Pedagogisch Gezien Niet Genoeg Spelen Met Hun Kind: er zijn alternatieven. Jippie!

Zo is het bijvoorbeeld best leuk om in een binnenspeeltuin eens met je koter mee te gaan, zo’n klim toestel in. Als je de triljoenen bacteriën die daar rond zwermen van los vliegende snotjes en ongewassen handjes weg kunt denken, is het opeens best wel leuk om met zo’n ballenbakballenkanon op dingen te schieten.

Ook is het een verdomd goede work-out, want om de ranja verkoop te stimuleren stoken ze het daar binnen op tot helse sauna temperaturen; eer je jezelf weer een weg hebt weten te banen uit zo’n klimparadijs, ben je drie kilo kwijt, alleen al aan vocht. En met een beetje geluk loop je nog ergens gratis een norovirus op onderweg naar buiten; weer drie kilo er af. 

Gezondere alternatieven zoeken kan ook, bijvoorbeeld door met je kind naar buiten te gaan. Túúrlijk kun je Thomas de Trein op een gegeven moment niet meer zien of luchten. Maar buiten een potje voetballen of badmintonnen met je kind, dat is toch al een stuk gezelliger? Of als het regent de regenlaarzen aan trekken en lekker gaan stampen in de plassen in het bos. Komt je eigen innerlijke kind ook weer naar boven. Eh, dat zeggen ze, althans.

Wat ook handig is, is om je kind aan het werk te zetten terwijl jij iets anders nuttigs doet. Bijvoorbeeld: “Nou, als jij even met de klei speelt, komt mama naast jou zitten, de aardappelen schillen.” Later liet ik haar dan de aardappelen “wassen”, vond ze ook heel leuk. Je krijgt alleen een klein waterballet in je keuken, maar dat moet je dan maar voor lief nemen.

Overigens ook een goede manier om ergens van af te komen; iets per ongeluk gigantisch verkloten. Hoewel het helemaal niet mijn intentie was om het te laten misgaan, heb ik ooit wel eens cupcakes gebakken voor dochter. Ze zagen er uit als ontplofte steenpuisten en de keuken, daar zwijg ik nog maar over.
Sindsdien zet ze automatisch een paar stappen achteruit zodra ik de mixer in mijn hand neem. Tegen haar vriendin die op bezoek was: “Als mama gaat mixen moet je altijd heel ver weg blijven, want dan komt er altijd een grote stofwolk in de keuken.”

Ik ben heel benieuwd naar jullie ervaringen. Wat doe jij allemaal met je kind samen? Speel jij veel met je kind? En wat voor alternatieven heb jij bedacht om dingen te combineren?

 

NINJAKINDEREN (je hoort ze nooit aankomen)

Kinderen hè. Die hebben een gáve. Het is de gave van de aanwezigheid. Want, echt hè. Ze zijn er altijd, overal. Waar je ook gaat. Als een soort ninja’s besluipen ze je op de meest onverwachte momenten. Ongehoord.
Als ik bijvoorbeeld mezelf eindelijk eens een lekker koekje wil gunnen, en er is er nog maar één van, dan kan het natuurlijk eens zo zijn dat ik denk; sorry hoor, vandaag is het mama-time, die laatste is dit keer gewoon voor mij.

Even daarvoor had ik nog gecontroleerd; Kind zat nog met half open hangend mondje gehypnotiseerd televisie te kijken, al zeker een half uur. Me veilig wanend sloop ik naar de keukenkast, waar ik behoedzaam en geruisloos de kastdeur opende en als in een mission impossible film de doos koekjes richting aanrecht verplaatste, en BAM: naast me stond Kind, als uit het niets verschenen op ninjasokjes, verontwaardigd naar mijn koekje te kijken. “Voor mij?”

Girl Watching the Cake on White Ceramic Round PlateEen goede moeder zou dan natuurlijk lieflijk glimlachen en zeggen “Natuurlijk, schatje.”. Maar ik, als soms wel oververmoeide, dietijdvandemaandoverlevende alleenstaande moeder, moest daar dan toch echt even over nadenken. Want, natuurlijk, je kind is je alles en zo. Maar, van de andere kant, CHOCOLA.

Vertwijfeld stond ik me af te vragen waar Kind toch dat zesde zintuig vandaan haalt als het om lekkers gaat. Van de andere kant groeide mijn respect voor haar, terwijl ze standvastig deelnam aan de langste staredown van haar leven, hier in de keuken. Het koekje bleef tussen ons in liggen, de wedstrijd van de langste adem was begonnen.

Na een tijdje keek ze op van het koekje, keek mij aan en zei “Weet je wat, ik breek hem, en dan mag jij het grootste stuk. Want precies doormidden lukt me toch bijna nooit. Is dat een oplossing?” Ik knikte, aaide haar over haar hoofd en sprak mezelf van binnen vermanend toe, want ik hoopte in mijn hoofd op een heel groot stuk. Daarna bedacht ik dat ik haar wel probleemoplossend denkvermogen bij breng op deze manier, en voelde ik me iets minder slecht, met mijn 60% koekje.

Nee, compleet vreemde, je hoeft mijn kind niet op te voeden!

Als ik een ding moet noemen dat irritant is aan moeder zijn, dan staat met stip op 1: anderen die denken je kind te moeten opvoeden. Meestal compleet vreemden die niets beters te doen hebben dan zich in de supermarkt te gaan bemoeien met jouw struggle.

Want ja, de struggle is soms real, als je een kind hebt. En soms, als de struggle iets te lang real is geweest, heb je wel eens iets minder geduld over. Zo kun je bijvoorbeeld eens een keer helemaal klaar zijn met het gedrag van je kind, midden in de supermarkt. Als je voor de derde keer je kind moet vermanen omdat het niet luistert, en je bent het echt zat, dan wil zo’n kind wel eens denken: dit is een goed moment om hartverscheurend te gaan huilen.

En nee, complete bemoeizuchtige vreemde (waarom zijn dat trouwens meestal vrouwen?); dat is niet – ik herhaal: niet! – het moment voor jou om je er in te mengen. Ook niet als je mijn kind zielig vindt. En ook niet als je vindt dat ik te streng ben. Oh, en ook niet als je denkt dat ik te soft of toegeeflijk ben.

Want laten we wel wezen: je krijgt vijf seconden van mijn dag mee. En ook maar vijf seconden van het gedrag van een kind. Je weet niet wat er allemaal gebeurd is, gezegd is en geprobeerd is. Je hebt dus geen flauw benul waar je je mee bemoeit. Maar een ding staat vast:  niet met je eigen zaken. Terwijl dat de dag van veel ouders een stuk gemakkelijker zou maken, als ons kind geen ongevraagde bijval van een complete vreemde zou krijgen tijdens zijn of haar tantrum.

Want weet je, complete vreemde; ik heb dit kind op de wereld gezet. Ik doe mijn stinkende best het goed op te voeden. Op mijn manier. Je hebt geen enkel recht om iets over mijn opvoedingsmethode te zeggen. Of je me nu te streng vindt of te soft. Niet jouw kind, niet jouw zaak.

image

De andere kant van moederdag

Ah, moederdag. Je kunt er niet om heen; niet in de winkels, niet op de radio, niet op social media. Voor veel moeders is het dan ook een geweldige dag, met blote voetjes op de vloer die aan komen sluipen, met zelfgemaakte knutselwerken. downloadfile-1.jpeg

Maar voor veel mensen lijkt het me vervelend dat je er niet om heen kunt. Lijkt het me een moeilijke, pijnlijke dag; bijvoorbeeld voor de mensen die hun moeder niet meer bij zich hebben. Behalve in hun hart en hun herinneringen.

Ook voor de moeders die hun kindje verloren, lijkt het me een loodzware dag. Moeders die hun hart openstelden voor een kindje. Een kindje
dat zo gewenst werd, maar dat nooit kwam. Waar zij al hun hoop op gericht hadden. De teleurstelling, de pijn en het verdriet zal op moederdag voelbaar aanwezig zijn, misschien nog meer dan op andere dagen.

Op moederdag laat ik mezelf verrassen met een ontbijt op bed en een knutselwerk. Met extra knuffels en kusjes. En besef ik meer nog dan op andere dagen hoe veel geluk ik heb, dat mij dit gegund is. Dat ik dit mag meemaken, deze titel mag dragen. En denk ik aan al die moeders die er niet meer zijn, die gemist worden, die moeder zijn zonder kind.

Als ik dan al die plaatjes en reclames hoor langs komen, dat je op moederdag niets hoeft te doen, niet hoeft te zorgen (hoe lief dat ook bedoeld is), dan denk ik: vandaag vier ik juist dat ik dat wel mag doen. Dat ik er nog ben om te zorgen. Dat ik niet naar het toilet kan gaan zonder gestoord te worden met vragen. Dat ik die blote voetjes op de vloer hoor aan komen sluipen. Ik ben er dankbaar voor.

Waarom je je kind zo vaak mogelijk op schoot moet pakken

Op schoot bij mama of papa. Er is geen veiligere of gezelligere plek.

Je kunt het niet vaak genoeg doen, vind ik. Hoe gehaast je bestaan ook is en hoe veel je ook moet.
Ik weet het, je hebt het druk. Het leven is druk. De wereld is druk. Haast, haast, haast. Maar op schoot staat de tijd stil. Je kunt elkaar aankijken. Je kunt kijken naar de details van hun wimpers en wenkbrauwen. Je kunt kietelen, knuffelen en gewoon lekker tegen elkaar aan hangen.

Kinderen moeten zo vaak mogelijk op schoot. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Nu nog wel. Want in al die haast ontgroeien ze – zomaar, in wat een oogwenk lijkt – je schoot.
Zijn ze opeens boven je uit gegroeid, of willen ze niet meer.

En dan opeens komt de dag dat ze het ouderlijk nest verlaten. Daar gaan ze, met hun koffers, hun leven als volwassene tegemoet.

Dan wens je dat ze nog even zo klein waren dat ze op je schoot pasten. Dat je nog even kon ruiken, knuffelen en kijken. Dat die handen nog handjes waren, of knuistjes met kuiltjes er in.

Dus laat alles vallen waar je mee bezig bent, schuif je iPad of laptop van je schoot af en roep je kind bij je.

Nu kan het nog.
De rest komt later wel.