Tagarchief: kind

Waaaaaaaaarom… loopt iedereen om de spullen op de trap heen??

Je kent het misschien wel: je beseft bij het naar beneden lopen dat je het laatste toiletpapier hebt opgemaakt. Je bent de beroerdste niet, dus je pakt een wc rol, legt hem demonstratief op de trap, zodat de eerstvolgende die naar boven gaat deze mee kan nemen zodat hij of zij niet hoeft te airdryen na het toiletbezoek. Sociaal en hoffelijk, toch?

Fout!

Die wc rol, die wordt dan niet meegenomen. Nee nee. Die wc rol wordt een klein obstakel om omheen te lopen, overheen te stappen, of zelfs aan de kant te schuiven, want: wat staat dat ding hier onhandig?

Zo geldt dat overigens ook voor theedoeken die boven in de was moeten, haarspelden die in de strijd van de dag op de vloer eindigden, gekochte cosmetica die naar de badkamer meegenomen dienen te worden. Behendig wordt er omheen gecirkeld, er over heen gestapt en zelfs over gestruikeld (“wat ligt hier voor rotding!”) waarna het nog een week blijft liggen. Serieus, menschen: doe je huisgenoten een lol en neem het mee!

Dat gebrek aan pro-activiteit en hoffelijkheid lijkt wel een ziekte van deze moderne tijd.

Je zou denken: dit is geen hogere wiskunde, dit snapt iedereen met meer dan twee cellen.

Toch zou je je verbazen over hoe veel intelligente mensen het niet kunnen opbrengen om pro-actief te zijn.

Daarom trap ik nog even wat meer open deuren in, nu ik toch op dreef ben:

  • Staat er een vuilniszak bij de achterdeur? Gooi hem even in de bak buiten!
  • Staat er iemand in de trein te wachten om uit te stappen? Wacht dan even met instappen, hork!
  • Heb je op het werk gegeten en servies vuil gemaakt? Zet het even in de vaatwasser of was het zelf even af: je collega’s zijn niet je butler!
  • Heb je drinken besteld bij horeca personeel en komen ze het brengen? Wees dan zo sociaal om even op te kijken van je telefoon en dankjewel te zeggen.

Ten slotte nog een leuk filmpje van een (toevalligerwijs) man, die hoffelijkheid niet begrijpt, maar wel hilarisch is:

(dit is de link: https://youtu.be/D3MI8v4gHk4)

Eet je bord leeg! Of niet…

Door Chrisje VIP Blogger Mama-Ri

Slierten spaghetti verlengen haar blonde lokken, gehakt steekt uit haar oren, kleine stukjes groente plakken aan haar wangen en er zit pastasaus in haar wimpers. Voor mensen met smetvrees zal het klinken als een ware nachtmerrie, wij vinden het nogal vermakelijk om onze dochter van anderhalf te zien eten. Nee, niet in een restaurant, nee, en degene die binnen een straal van een meter in haar buurt zit, denkt er waarschijnlijk ook anders over. Zo ook degene die daarna alles rondom de eettafel moet schoonmaken, maar vermakelijk is het wel. En een beetje vermaak in de tropenjaren met een peuter, mag er wat ons betreft wel zijn.
Volgens mij is het een eeuwenoude discussie en tegelijk een gebed zonder eind:

Moet een kind zijn bord leeg eten, of bepaalt een kind zelf hoeveel hij eet? De grote afweging blijft, in mijn ogen, wat jij als ouder belangrijker vindt: het bijbrengen van tafeletiquette, dus je eet gewoon je bord leeg, of het ‘zelf leren eten’ met de gedachte: als je niet meer eet, heb je blijkbaar geen honger.
Met respect voor ieders mening en manier van opvoeden, wij gaan voor het laatste.

Voor ons geen strijd aan tafel, eet je niet, dan eet je niet. We proberen met het hele ouderschap zo creatief mogelijk om te gaan, zo doen we dat dus ook met het eten. Daarom verzinnen we verschillende alternatieven. Na een ‘slechte’ avondmaaltijd krijgt ze geen ijsje, maar bieden we haar fruit aan (eventueel door de yoghurt) en dat wordt gewoon als waardig toetje geaccepteerd. Eet ze haar brood niet op, dan doen we een extra schep pap door de fles.

Wij zijn er van overtuigd dat wanneer ze honger heeft, ze dit zal aangeven. Oké, dat doet ze dan wel op haar peutermanier, door te roepen om ‘Koekè’, maar deze vraag beantwoorden wij dan ook gewoon weer creatief en bieden haar een gezonder alternatief. Van een fruithapje, tot een snackkomkommer, bij haar gaat gelukkig alles er in als ze maar trek heeft.
Er zijn natuurlijk nog meer creatieve oplossingen te bedenken om je kind meer en gezonder te laten eten, waarvan ik uithongeren wil benoemen tot de minst verantwoorde variant.

• Zo ken ik vakjesborden, die zelfs bestaan in bordspelvariant.
• Er bestaan verschillende soorten groente- en fruitspreads voor op brood, of gebruik ik wel eens avocado of humus in plaats van boter.
• Ik noemde al de snackkomkommer, maar er bestaan ook snack paprika’s en tomaatjes.
• Het leuk opmaken van een maaltijd of bord, kan ook wonderen verrichten.
• Fruit smoothies vallen hier prima in de smaak en als je ze invriest met een stokje erin, krijg je lekkere én gezonde ijsjes.
• Wij zijn ook overtuigd van het spreekwoord ‘Zien eten, doet eten’. Samen, aan tafel wordt er aanzienlijk beter gegeten dan met een bord op schoot, kijkend naar de televisie.
• Regelmaat, een goud codewoord. Onze dochter weet dan ook precies dat ze een koekje krijgt als papa uit zijn werk komt. De biologische klok verricht wonderen. En zo werkt dat hier in huis dus ook met het fruitmoment.

En in het alleruiterste geval, mocht ik echt bang zijn dat ze voedingsstoffen te kort komt, dan bestaan er altijd nog duizend-en-een voedingssupplementen. Wij maken er niet zo’n big deal van, zolang ze actief is en netjes groeit. Er zijn zoveel andere wereldproblemen waar we ons druk over kunnen maken…

Wil je meer lezen van Mama-Ri?

Volg dan haar Facebook pagina Mama-Ri:

https://www.facebook.com/blogMamaRi/

Zinloze adviezen aan je kind

Er zijn een aantal ouderschapsvalkuilen waar je als ouder onbewust en ongemerkt in kunt trappen. Soms geef je antwoord vanuit je onderbewustzijn, omdat het nu eenmaal al jaren foutief in je brein geprogrammeerd staat. Hieronder een aantal zinloze adviezen, waar kinderen doorgaans niets aan hebben.

Trek het je niet aan!

Stel, je kind komt naar je toe omdat het gepest werd op school die dag. Goedbedoeld en vanuit je onderbewustzijn zijn zeg je “Ach, trek het je niet aan.” Iedereen kan zich wel iets er bij voorstellen dat het ronduit verschrikkelijk is om gepest te worden en dat kinderen aardig gevonden willen worden. Met het advies om het je niet aan te trekken bereik je dan ook niets, behalve dat je kind zich niet gehoord zal voelen en je wellicht een volgende keer niets meer zal zeggen.

Daar moet je boven staan

Ook zo’n dooddoener. Daar moet je boven staan. Als volwassene is dat vaak al heel moeilijk, maar een kind snapt vaak niet eens wat dat is of hoe dat moet, ergens boven staan.

Daar hoef je toch niet om te huilen?

Jawel, want het kind huilt al, dus blijkbaar is het wel nodig. Hiermee geef je je kind het gevoel dat zijn of haar emoties er niet mogen zijn. Praat liever met je kind over andere manieren om om te gaan met datgene wat het moeilijk vindt. Hiermee negeer je zijn gevoelens niet en geef je het niet het gevoel dat het een aansteller is en dat het te gevoelig is.

Je moet niet zo gevoelig zijn!

Veel ouders proberen hun kind wat te harden om later in de maatschappij mee te kunnen. Daar is op zich niets mis mee, maar een kind mag natuurlijk wel gewoon gevoelig zijn. Daarbij ben ik er van overtuigd dat iedereen met momenten gevoelig is en dat daar niks mis mee is. Help liever je kind om beter om te leren gaan met kritiek en situaties, in plaats van te zeggen dat het niet zo gevoelig moet zijn.

Stel je niet zo aan!

Soms reageren kinderen op een voor ons gevoel overdreven manier op dingen. Maar vaak is daar een reden voor. Als je het kind vaak vertelt dat het zich niet moet aanstellen is dat precies hoe het zichzelf gaat zien, als een aansteller. En twijfelt het nog jaren lang over alles wat het voelt omdat het denkt “misschien ben ik een aansteller”.

“Zolang je maar gelukkig wordt!” – door Chrisje’s VIP blogger Rosan van der Zee

pexels-photo-1282169“Zolang je maar gelukkig wordt.” Dat was wat mijn moeder vroeger altijd tegen me zei. Er lag een hele wereld voor me open. Duizenden of zelfs miljoenen mogelijkheden. Zolang ik maar hard werk, kan ik alles bereiken. The American Dream, maar dan op zijn Nederlands.

Met deze gedachtegang in mijn achterhoofd ging ik vol goede moed de grote wereld tegemoet. Echter kwam ik er al snel achter dat geluk nog niet zo makkelijk te bereiken is als ik dacht. Ik kwam erachter dat ik ondanks hard werken echt niet alles zou kunnen bereiken wat ik als doel stelde.

Daarbij liep ik ook nog eens tegen een andere muur op: psychische kwetsbaarheid.

Want ik heb last van depressies, paniekaanvallen PTSS (in remissie) en autisme. Een mooie cocktail aan labels die ik altijd met me meedraag. Dat klinkt als het perfecte recept voor een leuk feestje, maar van cocktails moet je niet te veel drinken want dan wordt het één groot zooitje. Een beetje is namelijk wel gezellig, maar voor je het weet ben je heel de boel aan het onderkotsen. Nou, dat is dus ongeveer mijn dagelijkse hoeveelheid aan cocktails.

Hoe ga ik echter samen met mijn cocktail aan labels – mijn psychische kwetsbaarheid – zoiets als geluk vinden? De wereld ligt voor me open en ik lijk maar niet bij dat stukje ‘geluk’ te kunnen komen. Alsof het zich constant in alle hoekjes en gaatjes voor me verbergt en me bij voorbaat al heeft afgewezen. Kan ik wel aan mijn moeders wens voldoen om ‘gelukkig’ te worden? Want hoe meer ik ervoor vecht om gelukkig te worden hoe verder het van mij weg lijkt te vluchten. Moet ik misschien stoppen met zoeken naar iets wat zich niet laat vinden? Moet ik accepteren dat ik niet gelukkig word? Is het beter als ik ook het ‘ongeluk’ een plekje geef? Dan hoef ik het niet meer weg te duwen en dat scheelt heel veel energie.

Geluk bestaat immers eerder uit het beleven van momenten in plaats van een constante aanwezigheid te zijn. Het leven is nu eenmaal best wel lelijk af en toe, maar in de aller lelijkste lelijkheid is ook schoonheid te vinden. Misschien is mijn cocktail aan labels ook niet alleen maar slecht. Wellicht kan ik er zelfs van genieten als ik het leer te doseren en het om vorm tot een aanwezigheid die ook iets positiefs kan brengen. Misschien dat ik wel leer te leven met de kunst van het (on)gelukkig zijn.

Dus sorry mam, ‘gelukkig’ zal ik waarschijnlijk niet worden. Laat ik dan maar gewoon mezelf zijn en het leven nemen zoals het is. Misschien kunnen we met mijn cocktail toch soms wel een leuk feestje bouwen? Ik schenk alvast een glaasje voor je in. Proost op het (on)geluk!

Liefs,

Rosan van der Zee

pf

“Ik ben een verschrikking voor deur aan deur verkopers!” – door Chrisje VIP blogger Rosan

Ik ben mij er altijd erg van bewust dat ik een verschrikking ben voor deur aan deur verkopers. Niet alleen omdat ik thuis standaard de meest lelijke pyjama combinaties draag en de ‘zombie-look’ als een fashionstatement zie, maar vooral omdat ik ze altijd netjes uit laat praten en ze onbedoeld net te veel hoop geef. Wellicht heeft dat met mijn autisme te maken, maar misschien ben ik hier ook gewoon niet goed in.

Dat was ook met iemand voor een inzameling van het Rode Kruis…

Ik ben druk bezig met schoolzaken te ontcijferen als ik de bel hoor gaan. Zoals het hoort, sta ik op en loop ik in mijn prachtige roze badjas, mijn stippeltjes pyjamabroek en gestreept topje naar de deur om open te doen.

Als ik de deur open, zie ik een jonge spontane knul voor me staan met een rood jasje waarop op zijn linkerborst in het groot ‘Rode Kruis’ staat. Eventjes kijken we elkaar aan en ik verwelkom tegelijkertijd de warmte van de zon die ik vandaag in mijn kluizenaarsbestaan nog niet had gevoeld.

De jongen steekt zijn hand uit en ik kijk er even naar. Ik realiseer me al snel dat dit een begroeting moet voorstellen dus ik pak zijn hand en rammel een beetje met mijn arm op en neer. Het begin van de conversatie en overtuigingsstrategie van de jongen is hierbij in gang gezet. Enthousiast begint hij zijn verhaal over mensen in Syrië die honger hebben en waarvoor zij voedselpakketten doneren. Terwijl hij zijn verhaal doet met allerlei details die voor mij in de warmte van de zon al snel wegsmelten probeer ik me te bedenken of ik het gesprek niet moet afkappen. De jongen doet zijn best en vertelt zijn verhaal op overtuigende wijze, maar ik weet nu al dat ik hem niet kan helpen. Ik heb nu eenmaal met mezelf de afspraak om telefonisch of aan de deur niks te kopen. Zeker sinds ik over de psychologie van de overtuiging heb geleerd. Aan de andere kant pakt het enthousiasme van de jongen mij wel en laat ik mij graag even in de warmte van de zon naar een andere wereld brengen. Wellicht is het voor hem ook wel een goede oefening tussendoor qua presentatie. Zoals verwacht leidt het verhaal ook naar een conclusie: ze hebben geld nodig en ik ben de persoon die dat gaat geven.

Omdat ik de jongen niet gelijk in een put van teleurstelling wil gooien, reageer ik hier nog niet direct afwijzend op, maar laat ik hem mij een boekje zien waarmee ik me ook weer kan uitschrijven van de maandelijkse betaling. Hierbij vertelt hij hoe fantastisch hij het boekje wel niet vindt. Terwijl hij dit vertelt, vouwt hij het boekje open waardoor het zich ontluikt tot een groot rood kruis. “Kijk hoe fantastisch! Daar word ik nou echt blij van!” Zegt hij nog even ter bevestiging hoe fantastisch dit boekje wel niet is.

Ik wil antwoorden dat het zeker fantastisch is dat het rodekruis ook nog heeft gedacht aan de esthetische kwaliteit van het boekje waarmee je de betaling kunt beëindigen die mensenlevens redt en dat ze het daarbij ook nog bijna als een cadeautje presenteren dat ik echt moet willen hebben. Maar ik houd mijn mond uiteindelijk maar. In plaats daarvan knik ik vriendelijk.

Vervolgens legt de jongen uit dat het om een maandelijkse betaling aan het Rode Kruis gaat van minimaal 8 euro en dat is natuurlijk geen geld. Na die woorden wilde ik antwoorden dat ik aan mijn persoonlijke rode kruis maandelijks al genoeg doneer in de vorm van maandverbandjes, maar ik houd toch maar weer mijn mond.

De jongen vraagt ook nog even hoe oud ik ben en in plaats van het slimme antwoord (15) zeg ik braaf: 22. Nu wordt hij extra enthousiast en vervolgt hij met de vraag: “Ben je toevallig student?” Daarop antwoord ik bevestigend. Zijn ogen beginnen te sprankelen en hij maakt nog net geen huppeltje en zegt blij: “Dan heb ik voor ‘jou’ een speciale aanbieding! Jij hoeft dan maar minimaal 6 euro per maand te betalen!”

‘Nou, wat fantastisch. Krijg ik én een esthetisch goedogend Rodekruis uitschrijfboekje en 2 euro korting op mijn donaties.’ Denk ik in mijn meest Rotterdamse accent.

Nu besluit ik dat ik toch maar moet zeggen dat dit hem niet gaat worden, hoe lastig dat ook is. Ik kijk de jongen vriendelijk aan en zeg hem dat ik een erg dure maand heb gehad (Wat ook daadwerkelijk zo is). Daarop antwoordt hij dat hij dat ook heeft gehad, maar dat hij speciaal voor dit goede doel tijdens het uitgaan twee biertjes heeft laten. Zo kwam hij al snel aan zijn 6 euro. Daarop antwoord ik droogjes: “Ik ga niet uit…”

De jongen kijkt me even aan alsof ik hem zojuist heb vertelt dat ik net in mijn achtertuin een zeehondje heb doodgeknuppeld. “Ga je… ga je ook niet soms gezellig weg met vriendinnen?” vraagt hij aarzelend en ik zie hoe hij een nieuwe verkoopstrategie probeert te vinden.

“Nope.” Antwoord ik kort maar krachtig. “Maarrr… Ik heb wel een paard en dat is vooral duur.” Ik wil me even voor mijn hoofd slaan want ik weet dat ik hem zojuist een nieuwe strategie in de handen heb geduwd en dat is ‘de kracht van overeenkomsten’. Zijn ogen beginnen dan ook te fonkelen en hij antwoordt snel: “Mijn zusje heeft ook een paard! Hoe lang rijd je al paard?… Wauw, zo lang al… Is het een mannetje of een vrouwtje? …Een ruin? Nou ik zie dat je vrij slank bent, kan je dan zo’n sterk mannetjes paard wel aan?”

Eventjes kijk ik hem aan met een vriendelijke dodenblik en vraag me af of dit nu zojuist een compliment was of meer een negatieve gender gerelateerde opmerking. Omdat het me eigenlijk niet zoveel uitmaakt antwoord ik slechts kort: “Ja.”

Nu wendt hij zich weer snel naar het feit dat hij me wel kan helpen met het invullen van het formulier en dat ik daarna ook nog zo’n fantastisch esthetisch goedogend Rode Kruis uitschrijfboekje krijg. Hierop zeg ik dat ik er liever nog even over nadenk voordat ik me gelijk aan iets vastleg. Hij wijst me er echter snel op dat deze actie in Hellevoetsluis slechts vandaag geldt en alleen aan de deur kan worden afgesloten. Ik frons vervolgens met mijn wenkbrauwen. Want welk goed doel wil slechts één moment gebruiken om geld in te zamelen voor hun actie? Vervolgens realiseer ik me dat juist dat ook een verkoopstrategie is omdat het schaars en tijdelijk is en daarom dus aanlokkelijk. Wanneer hij zegt dat ik misschien volgende week spijt heb als ik dit nu niet doe, weet ik zeker dat ik klaar ben met dit gesprek.

Ik zeg snel dat het hem voor mij niet gaat worden als het nu gelijk moet, maar dat ik het nog wel even aan mijn vader zal vragen. Vervolgens roep ik willekeurig door het huis naar mijn vader en doe ik alsof ik naar hem opzoek ben. Ik weet dat hij in de tuin is, maar ga hem hier nu niet mee belasten (en ik weet zijn reactie al).

Zonder hoorbare reactie van mijn vader loop ik terug naar de voordeur en zeg ik teleurgesteld dat hij niet thuis is en ik hem helaas niet verder kan helpen. De hoop verdwijnt uit de ogen van de jongen en even voel ik mij schuldig. Hij herpakt zich en zegt dat hij het dan maar bij iemand anders probeert. Hij laat zijn schouders zakken, draait zich om en loopt weg. Ik wend mijn blik nog even naar de zon en neem het laatste beetje warmte in mij op voor ik de deur sluit. Ik draai me nu ook om en loop in mijn prachtige roze badjas, mijn stippeltjes pyjamabroek en gestreept topje richting het bureau waaraan ik in mijn kluizenaarsbestaan aan het werk was. “Zo, nu weer verder met het voorbereiden van mijn stage.” Zeg ik terwijl ik nog nageniet van het warme zonnetje van daarnet.

Dit is hoe het bij mij vaker gaat bij deur aan deur verkoop. Ik denk er veel te veel over na en kan het niet in me opbrengen om iemand gelijk te vertellen dat hij/zij het beter ergens anders kan proberen. In plaats daarvan zoek ik allerlei omwegen die uiteindelijk naar hetzelfde leiden, maar dan op een veel onhandigere en langere manier. Ook doe ik onbewust aan een analyse omtrent een verkoopstrategie (waar ik een hekel aan heb). Daarbij vind ik het Rode Kruis oprecht een goed doel, maar ik wil altijd ergens over na kunnen denken voordat ik een donatie doe. Als dat van me wordt afgenomen, houdt het voor mij op.

Een zeer lang verhaal over een terugkerend fenomeen in mijn leven. Wellicht dat mensen zich er wel in herkennen. Toch hoop ik voor jullie dat jullie de ander wel gewoon vriendelijk kunnen afwijzen om deze heisa te voorkomen.

Liefs,

Rosan

“Ik begrijp haar keuze. Ook ik ben misbruikt.” – door VIP blogger Rosan

door Chrisje VIP blogger Rosan van der Zee

pfIk voel me niet goed. Waarom? Er is een meisje overleden; Noa. Ze was pas 17 jaar. Ik ken haar niet. Ik wist pas dat ze bestond toen ik las dat ze was overleden. Een zelfgekozen dood. Op de ene pagina stond dat het kwam door euthanasie en ergens anders werd dit gerectificeerd: er was geen sprake van euthanasie.

Volgens de teksten wilde ze niet meer leven door haar trauma’s. Ze mocht geen euthanasie, want daarvoor was ze te jong. Eerst nog traumabehandeling. Was er ook nog een andere optie? Nee. Uiteindelijk besloot ze te stoppen met eten en drinken, begeleid door haar artsen. Blijkbaar kon dat wel.
Jezelf uit moeten hongeren om zo uiteindelijk te sterven. Na een leven lang vechten.

Voor haar was de weg die er nog werd uitgezet niet te bewandelen, maar er was geen andere weg meer om te bewandelen. Die weg bestond immers niet. Ze was losgelaten en spartelend achtergelaten in een wereld die zei niets anders meer te kunnen bieden dan die ene weg.

Ze was zeventien jaar. Ze was een strijder. Nu is ze dood. Maar dat deed ze natuurlijk zelf. Het was haar keuze. Niemand die daar meer iets aan kon doen. Vogelvrij verklaard.
Iets in mij voelt zich schuldig om dit allemaal te lezen. Alsof ik inbreek in iemand anders leven. In iemands anders gevecht waar ik niet zomaar een oordeel over kan vellen. Echter: de hele wereld lijkt hier opeens over te kunnen oordelen. Er wordt van alles geschreeuwd en iedereen lijkt de enige waarheid te kennen.

En ik?

Ik zit op de bank. In stilte.

Eigenlijk wilde ik er niks over schrijven. Wilde ik het voorbij laten gaan en de pijn er dan maar laten zijn. Maar ik kan mijn ogen hier niet voor sluiten.

Ik herken mezelf in dit meisje. Ook ik ben zwaar misbruikt. Ik heb dingen meegemaakt die niemand mee zou moeten maken. Ook mijn lichaam heeft altijd als mijn vijand gevoeld. Ook ik wilde op mijn zeventiende dood. Soms wil ik dat nog. Maar ik leef nog. Ik ben er nog.

Toch kan ik niet zeggen dat zij dan ook maar door had moeten leven. Dat ze niet op had moeten geven. Want ik kan nooit weten wat zij allemaal heeft gevoeld en hoezeer ze heeft geleden. Hoeveel ik ook in haar verhaal herken. Ik geloof haar als ze zegt dat haar lijden ondraaglijk was. Als er dan slechts nog één weg wordt aangeboden om verder te kunnen gaan – een weg die niet door haarzelf kon worden bepaald – dan begrijp ik dat dat als een onmogelijk obstakel voelt.

Wel heb ik het er moeilijk mee. Want ik had het fijn gevonden als dit nieuws nooit de wereld had bereikt. Als het nooit was gebeurd. Als ze op haar manier haar leven weer had kunnen leiden in plaats van lijden.

Maar wie ben ik, om daar over te oordelen. Ik ben slechts iemand die een tekst leest op een pagina waarvan ik weet dat het nooit het verhaal volledig kan vertellen zoals het is. Waarvan ik niet eens weet of het wel de volledige waarheid vertelt. Ik ben slechts een toeschouwer van iemand anders verhaal. Een verhaal dat op mijn verhaal lijkt weliswaar, maar het is niet mijn verhaal. Ik lees het en ik neem het met me mee zonder een definitief oordeel te vellen. Ik heb dus slechts een beleving zonder duidelijk kader. Dat is oké. Want ook dat telt mee.

Daar zit ik dan. Op de bank. Een hoofd gevuld met zorgen, maar toch nog denkend aan morgen. Ik leef nog. Ik ben er nog. Maar dat is mijn verhaal. Van niemand anders. Dat weet iedereen, toch?

Ik hoop dat je je rust hebt gevonden, Noa.

Rosan van der Zee 
Chrisje VIP Blogger

Heb jij hulp nodig? Dan kun je contact opnemen met Stichting 113 Zelfmoordpreventie via 0900-0113 (24 uur per dag, zeven dagen per week bereikbaar) en 113.nl. 

 

“Het komt niet goed”

Door Chrisje VIP blogger Selina

“en nu zie je het wat somber in 

maar dat wordt erger met de tijd 

dus wat je steeds onthouden moet 

het komt nooit meer goed” 

– Sara kroos, nooit meer goed

 “Het komt wel goed”. Ik krijg het vaak te horen. Te pas en te onpas. Van familie. Vrienden. Of mensen die wat verder van me af staan. Als leuze om me te troosten. Me moed in te spreken. Me weer te doen lachen. Om het gesprek wat luchtiger te maken. En soms om de conversatie te beëindigen. Als discussiedoder. Maar meestal gewoon goed bedoeld. Als hart onder de riem. Als opkikker. Of om me duidelijk te maken dat een luisterend oor geboden wordt. En een schouder om op te huilen. Het is een slogan van goede intenties. Het is de verwoording van een bosje bloemen. Een kaartje. Of een kus. Het is een kreet van hoop. Het gunnen van een “ze leefden nog lang en gelukkig”. Een goede afloop. Al het beste voor de persoon in kwestie. En begrijp me niet verkeerd: Ik maak me er ook wel eens schuldig aan. Gebruik dezelfde woorden regelmatig. Ik ben immers geen natuurtalent in het troosten van de mensen waar ik van hou. Voel me ongemakkelijk bij het geven van knuffels. Of het drogen van tranen. Heb vaak moeite met het vinden van de juiste woorden. En dus zoek ik mijn toevlucht in het “het komt wel goed” credo. Om een vriendin te troosten. Een schoonzus te laten uithuilen. Mijn kleine neefje van zes op te beuren als hij pijn heeft. “Het komt wel goed”. Soms wordt die slagzin gekoppeld aan andere clichés. Iets in de trant van “hou moed”. “Geef niet op”. Een “ik denk aan je”. “Een “sterkte ermee”. Of een “blijf positief”. “Schatje” is ook een populaire, dankzij de schattige krullenbol uit een reclamespot voor vruchtensiroop van zo’n dikke tien jaar geleden.

“Het komt wel goed”. Mijn wederhelft geloof er heilig in. Herhaalt de mantra om de zoveel tijd eens wanneer hij denkt dat ik het nodig heb. De beste man staat dan ook zo positief in het leven dat het misselijkmakend is. En niet het type ochtendmisselijkheid: een misselijkheid waar we al een jaar of twee naar uit kijken. Nee. Elke vezel in mijn echtgenoot zijn lichaam is walgelijk optimistisch. Hoopgevend. Overtuigd – utterly disgusting- rooskleurig. Het is een karaktertrek waar ik bewondering voor heb en tegelijkertijd verwens (in het geval van hormoonoverdosissen ligt die grens dicht bij elkaar, trust me). En geloof me, ik heb geprobeerd het eruit te schelden. Dat optimisme. Eruit te janken. Eruit te negeren. Eruit te slaan. Maar het mag niet baten. De pisvlek blijft geloven in zonneschijn na de regen. In eind goed, al goed. In morgen wordt het beter. In “het komt wel goed”. Ik heb het hart niet om hem te vertellen dat rozengeur en maneschijn soms achterwege blijven. Dat er niet noodzakelijk regenbogen en eenhoorns op ons te wachten staan aan het einde van de rit. Dat het soms blijft regenen. Lang en hard. Pijpenstelen. Zonder einde. Zonder zonneschijn aan het einde van de bui “En het wordt morgen ook niet beter”, zong Sara Kroos eens. “Er zijn momenten dat het beter gaat, maar die momenten gaan voorbij”. Want soms komt het niet goed. De dingen niet. Het einde niet. Al ook niet. En nee hoor. Dat is niet bitter. Dat is niet cynisch. Dat is niet overtuigd – utterly disgusting – pessimistisch. Ik ben niet verdrietig. Niet depressief. En ook niet zielig. Het is gewoon hoe het is. Hoe het leven in elkaar zit. The way the cookie crumbles. Niet alle dingen komen goed. Het is een objectieve constatering. De waarheid als een koe. Wijsheid op een wc-tegeltje. Het motto is onzin. Onwaar. Dikke quatsch. “Het komt wel goed”, ammehoela! Soms. Soms komt het gewoonweg niet goed.

En dat is ook oké. Denk ik. Want hoe ik daar mee om moet gaan, daar ben ik nog niet over uit. Want ergens geloof ik nog steeds een beetje in het “het komt wel goed” devies. Werkt het optimisme van mijn eega soms aanstekelijk. En ga ik elke nacht slapen met een klein sprankje hoop op een betere morgen. Wil ik de zonneschijn na de regen nog niet opgeven. En geloof ik de woorden van familie, vrienden, of mensen die wat verder van me af staan.Ergens ben ik nog niet klaar met het vechten voor een goed eind, goed al. Ligt de witte vlag nog opgeborgen in de kast. En denk ik, hóóp ik, dat als ik maar lang genoeg knok. Dat als is ik tot het gaatje ga. En hard genoeg geloof dat alles wel goed komt. Ik regenbogen en eenhoorns zal aantreffen aan het einde van de rit. Rozengeur en maneschijn zal aantreffen. Maar vechten is natuurlijk geen garantie op een happy ending. Knokken en hard genoeg geloven ook niet. Want “als je maar echt wil, als je maar echt wil, dan kan iets toch gewoon mislukken”. En dat is zoals het is. Soms. Soms komt het gewoonweg niet goed.

Selina

Meer lezen van Selina?

https://slienaa.blogspot.com/2019/06/het-komt-niet-goed-schatje.html

Dit is waarom vrouwen langer leven dan mannen

Het is algemeen bekend dat vrouwen langer leven dan mannen. Hoe veel dit met de Mannengriep te maken heeft, waar mannen overduidelijk veel heftiger onder lijden dan vrouwen met hun regulier griepje, is nog niet door wetenschappers aangetoond.

Waarom vrouwen dan wel langer leven dan mannen? Hieronder een greep uit de talloze mogelijke antwoorden die deze vraag kunnen beantwoorden:

Man Holding the Steering Wheel While DrivingVrouwen zijn betere chauffeurs

Negen van de tien keer dat je wordt ingehaald door een tachtig kilometer te hard rijdende auto, zit er een man in. Waarom ze lijken te vinden dat ze met honderdtien kilometer per uur door een woonwijk moeten rijden weet niemand, misschien speelt testosteron en haantjesgedrag een rol. Het zorgt er wel voor dat mannen vaker in een (dodelijk) verkeersongeval terecht komen dan vrouwen.

Man in Red Crew-neck Sweatshirt PhotographyMannen zijn eigenwijs  

Mannen zijn eigenwijs. Ze blijven dan ook veel langer lopen met gezondheidsklachten dan vrouwen, zo is bewezen. Ze gaan doorgaans liever niet naar een huisarts en al helemaal niet naar een (brrr!) ziekenhuis. Doordat ze hun bezoek aan een medische post het liefst zo lang mogelijk uitstellen, worden eventuele ernstige gezondheidsproblemen dan ook vaak pas laat ontdekt.

Vrouwen worden beschermd door hormonen

Deze is tweeledig uit te leggen: Enerzijds zouden het vrouwelijke hormoon oestrogeen het DNA van de vrouw langer beschermen tegen ziektes. Long live the female. 
Anderzijds kunnen vrouwelijke hormonen tot uiting komen in de vorm van PMS, wat bekend staat als zeer gevaarlijk tot soms zelfs levensbedreigend voor de man die zich dicht bij de vrouw met PMS bevindt. Run, mannen, run!

Mannen halen meer stunts uit

Bless his heart: De man blijft vaak van binnen toch nog een béétje dat kleine jongetje. Mannen betrap je ook op latere leeftijd nog wel vaker op risicovol gedrag, zoals dronken van een fiets vallen, wedstrijdje wie kan het meeste bier drinken, iets te heldhaftig met een ladder omgaan, proberen hoe ver je kunt springen vanaf een muurtje, dat werk. Heel grappig, behalve wanneer het mis gaat.

19-motivos-porque-as-mulheres-vivem-mais-anos-do-que-os-homens-parte-2-19
Bron: India Today
Gerelateerde afbeelding
Bron: Top Men Magazine

En opeens ben je co-ouder

Het overkomt veel ouders die – ondanks de liefde voor hun kinderen – besluiten dat het huwelijk op is: plotseling word je co-ouders. Vader of moeder van je kind blijf je natuurlijk vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week. Maar na de scheiding zul je je kind – indien je samen ervoor blijft zorgen – niet meer honderd procent van de tijd bij je hebben.

Ik ben zelf een kind van gescheiden ouders. Daarbij ben ik zelf een gescheiden moeder. Ik ken best veel gescheiden papa’s en mama’s. De een ‘heeft’ de kinderen de ene week wel en de andere week niet, de ander heeft weer een “ouderwetser” omgangsregeling (om het weekend en op woensdag naar vader). En zo zijn er talloze varianten te bedenken, afhankelijk van hoe je als ouders de zorg het beste kunt verdelen.

Je kunt wel stellen dat het voor het hele gezin aanpassen is, voor de kinderen nog het meest: opeens zijn je ouders niet meer samen, én heb je twee huizen, twee slaapkamers, en alles wat daarbij komt kijken. In de omgangsregeling van het co-ouderschap moet je als kind wennen aan dan hier slapen, dan daar slapen. Natuurlijk zijn er ook leuke kanten: zo krijg je vaak meer cadeaus als je jarig bent, of zelfs twee feestjes. Toch vergt het omschakelen bij kinderen vaak best veel. Bijvoorbeeld:

Waar blijft de lievelingsknuffel? Wat verhuist mee heen en weer en wat blijft op de zelfde plek? Wat moet je doen als je bij mama bent en je mist papa, of andersom?

Lees verder onder de afbeelding

pexels-photo-265702

Ook ouders hebben het tijdens en na hun scheiding zwaar. Er is vaak veel verdriet. Hierdoor wordt helaas (vaak onbewust) niet altijd even goed gelet op hoe veel impact de scheiding en alle veranderingen van dien op de kinderen hebben.

Hoe kun je je kind beschermen? Hoe zorg je er voor dat je kind zo weinig mogelijk pijn heeft van de scheiding?

Ik sprak ooit met een volwassen man wiens ouders gescheiden waren toen hij vrij jong was. Hij had zelf erg weinig last gehad van die scheiding, zo vertelde hij: “De reden waarom ik heel weinig last heb gehad van de scheiding van mijn ouders, was omdat ze ook na de scheiding goed met elkaar bleven communiceren en beslissingen over mij altijd samen namen. Ik vond dat heel prettig, dat mijn ouders toch gewoon normaal met elkaar bleven praten en dat zij één lijn trokken wanneer het op mij aan kwam.”

Co-ouderschap is niet waar je voor kiest wanneer je aan kinderen begint. Je hoopt je kinderen een liefdevol en stabiel gezin te kunnen bieden. Als dit niet lukt en je gaat ondanks alle inspanningen toch uit elkaar, voel je je vaak schuldig. Goed blijven communiceren met je ex-partner is niet altijd het eerste waar je behoefte aan hebt, maar voor je kinderen is het van groot belang: als papa en mama op één lijn blijven, geeft dat een veel veilig(er) gevoel.

Hieronder nog een aantal tips:

  • Stel elkaar direct op de hoogte van belangrijke zaken / urgente situaties zoals bijvoorbeeld een ziekenhuisbezoek.
  • Ga als dit kan samen kijken op belangrijke momenten, zoals bij uitvoeringen op school, wedstrijden etc. Als het je niet lukt om naast elkaar te staan, zorg dan dat je er wel allebei bent, ook al sta je niet naast elkaar te kijken. Je kind weet dan wel dat jullie beiden de moeite hebben genomen.
  • Neem beslissingen samen: bijvoorbeeld over grotere cadeau’s, rijlessen, hobby’s, etc. Communiceer hierover zo veel mogelijk samen richting je kind. Als dit niet gaat, kun je wel in de wij vorm praten: “Je moeder en ik hebben samen besloten dat..”
  • Maak onderling duidelijke afspraken over wat wel en niet mag, in beide huishoudens!
  • Indien het mogelijk is: drink dan een kopje koffie bij de overdracht; als kinderen zien dat hun ouders ondanks de scheiding toch nog steeds vriendelijk en normaal met elkaar omgaan zonder elkaar in de haren te vliegen, kan dit loyaliteitsproblemen voorkomen.
  • Deze kan ik niet vaak genoeg herhalen: Spreek NIET negatief over je ex-partner waar je kinderen bij zijn! En nee, ook niet tegen een vriendin aan de telefoon, als je kinderen bij je in de kamer zitten. Jij denkt misschien dat ze het niet horen: geloof me, niets is minder waar.
  • Een kind houdt van beide ouders even veel en wil niet kiezen: door negatief over de andere ouder te praten geef je je kind een ontzettend verdrietig gevoel dat – indien herhaald – voor psychische problemen kan zorgen op lange termijn.

Heb jij nog co-ouderschapstips? Laat het weten door een reactie achter te laten!

img_1139-1

Slapen, knuffelen, wandelen met een ALPACA…😍

  • Alpaca’s knuffelen? Alpaca my bags!

  • Alpaca’s zijn ontzettend leuke, lieve dieren die de laatste jaren razend populair zijn geworden.

  • Op meerdere plekken in het land kun je nu golfen tussen, wandelen, knuffelen of slapen met alpaca’s.. wie wil dat nu niet?
  • Hieronder een aantal leuke locaties voor de alpaca liefhebber:
  • Bamby Alpaca Farm
  • https://bamby-alpaca-farm.business.site
  • Quality Line Alpaca’s
  • http://www.qualitylinealpacas.com/?p=thuis
  • Alpaca Mountain (Zuid-Limburg)
  • https://www.alpacamountain.nl

  • Zonneveld Alpacas
  • https://www.zonneveldalpacas.nl/nl/activiteiten-and-arrangementen/overnachten-bij-zonneveld-alpacas.html?gclid=EAIaIQobChMIkr7M4MHr4QIVGZzVCh1iTA24EAAYASAAEgKt4vD_BwE

    Hier vind je een zoekmachine waar je kunt zoeken op locatie/regio:

    https://www.alpacafarms.nl

    Wil je meer weten over deze leuke dieren? Lees dan dit artikel eens:

    https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Alpaca_(dier)

    Vijf redenen waarom je kind niet naar je luistert

    Je kent het vast wel: als ouder heb je wel eens van die dagen / weken / jaren (haha) wanneer het lijkt alsof je kind pas naar je luistert als je voor de derde / achtste keer iets zegt. Of pas luistert wanneer je je stem verheft, wat voor niemand leuk is. 

    Jij: “Kind?”
    Kind: “Pomptiedom.”
    Jij: “Kind?”
    Kind: “Tralala…”
    Jij: “Kind? Joehoe?”
    Kind:  loopt kamer uit.
    Jij: “KIND!”
    Kind: “Nou zeg, je hoeft niet te schreeuwen!”

    Zucht.

    Waarom horen kinderen ons niet? En bovendien: Horen ze ons echt niet, of horen ze ons wel maar willen ze ons niet horen?

    Het is natuurlijk erg gemakkelijk om te roepen “Hij / zij luistert de laatste tijd voor geen méter!”, maar daarmee leg je alle ‘schuld’ bij het kind, terwijl je met een beetje gezonde zelfreflectie vaak ziet dat het niet luisteren voortkomt uit een onderliggende oorzaak. Soms ligt die bij (de ontwikkeling van) je kind, soms bij jou, soms bij jullie interactie. 

    Hieronder vijf mogelijke redenen waarom je kind niet luistert:

    Optie 1: Je kind zit in zijn of haar bubbel!
    Kinderen zitten graag en veel in hun eigen wereldje. Ze fantaseren, spelen, bedenken, dagdromen: dat hoort allemaal er bij als je een super cool kind bent. Hoewel het voor jou misschien lijkt alsof je kind niks zit te doen, kan er in zijn of haar hoofdje een hele wereldreis of spannend avontuur plaatsvinden: Net als bij een echte droom duurt het even eer je daar weer van terug komt en met je voeten op aarde landt.

    Lees verder onder de afbeeldingen

     

    Optie 2: Verwerkingssnelheid
    Niet ieder kind heeft een al te beste concentratie of (informatie)verwerkingssnelheid. Door zijn of haar naam te roepen kun jij dan misschien een directe reactie verwachten, maar je kind heeft het misschien in eerste instantie nog niet door dat wat jij zegt of roept van toepassing is op hem of haar.

    Optie 3: Maak meer / beter contact
    Veel kinderen horen je veel beter als ze je er bij zien. Om beter contact met je kind te maken loop je er naar toe of ga je op ooghoogte van je kind zitten terwijl je hem of haar aanspreekt.

    Optie 4: Je vraagt te veel
    Soms kun je in de valkuil schieten van het te veel vragen aan je kind. Je bent natuurlijk moeder en geen politieagent. Je kind hoeft niet constant opdrachten van je te krijgen. Als je jezelf er op betrapt dat je aan de lopende band opdrachten geeft of controleert (“Niet doen, zit rechtop, dat is gevaarlijk, hou eens op”) is het niet zo héél vreemd als je kind op een gegeven moment niet meer echt luistert. Er komt dan te veel informatie binnen, waardoor niets meer veel indruk maakt.

    Optie 5: Je kind maakt zich los van jou
    Je kind maakt zich tijdens het opgroeien steeds meer los van jou. Hoe vervelend dat soms ook is omdat we onze kinderen het liefst zo klein mogelijk houden, toch is dit een goede en gezonde ontwikkeling. Je kind wordt steeds meer zijn eigen individu en wil dan ook steeds meer eigen inspraak over zijn doen en laten. Wanneer je kind erg veel weerstand toont, is het dus goed om je af te vragen of je jouw kind voldoende verantwoordelijkheden en vrijheid geeft die passen bij de leeftijd, en of je misschien een beetje te bemoederend bent op dit moment. Niet gemakkelijk, maar het proberen waard.

    christianne

     

    Alleen, met de billen bloot

    Door Chrisje VIP blogger Selina.

    “Komt u maar mee, mevrouw”. Een verpleegster met een groen operatiepak wijst naar de deur. Ik sta op van het bedje. Ze trekt de gordijnen achter me dicht. Ik doe hetzelfde met het operatiehemd dat ik aan heb. Dat dicht is van voren en open van achter. Dat mijn kadetjes ongewild in de schijnwerpers plaatst. Een reetspleet, noemde mijn wederhelft de achterkant van mijn openhangede tenue zojuist.

    Hij probeerde me ermee aan het lachen te maken. Wetende dat dat de zenuwen voor de ingreep die me stond te wachten ietwat zou wegnemen. Ik kijk naar hem terwijl ik de gang op loop. Hij knikt me bemoedigend toe. “Succes en tot zo, lief”. Ik doe mijn best een glimlach te produceren. Het lukt me maar half. Dan trekt de verpleegster de deur achter me dicht. Daar ga ik. Alleen. Met de billen bloot. Letterlijk.

    Ik begin mijn weg naar de operatiekamer. Mijn blik richtend op de rug van de verpleegster. Op de automatische piloot volg ik haar voetstappen. Het gepiep van haar plastieken slippers op de linoleum vloer zouden me normaliter irriteren. Maar mijn gedachten zijn er niet bij. Ik ben te afwezig om er wat van te vinden. De gang lijkt eindeloos te duren. Een koude rilling loopt over mijn rug. Een huivering die van mijn onderrug, via mijn schouders, mijn kruin in schiet. Ik vraag me af of het door de zenuwen komt. Door de kilte van de vloer die via mijn blote voeten mijn lichaam binnendringt. Door mijn koude kont. Of door het gevoel er helemaal alleen voor te staan.

    Dat gevoel is ondertussen een bekende geworden, gedurende de afgelopen twee jaar. Onverwachts. Want vanaf het begin van ons fertiliteitstraject hebben mijn echtgenoot en ik steun gevoeld. Medeleven. Liefde. Uit de directe en minder directe omgeving. Uit zowel verwachte als onverwachte hoeken. Al twee jaar horen we lieve woorden van onze families. Verrassen ze ons met uitstapjes, cadeaus of andere ruggensteuntjes. Al twee jaar laten vrienden en vriendinnen op stel en sprong alles uit de handen vallen om langs te komen. Soms met taart. Soms met bloemen. Soms gewoon om er te zijn. Al twee jaar geven collega’s ons knuffels, gelukswensen of bemoedigende petsen op onze derrières. Al twee jaar raken we soms overweldigd door het aantal berichtjes, telefoontjes en kaartjes. En toch is de moeizame weg naar het moederschap het eenzaamste wat ik tot nu toe in mijn leven heb moeten ondernemen.

    Want aan het einde van de rit staan mijn gemaal en ik er alleen voor. Als de kaartjes gelezen zijn en de cadeautjes zijn uitgepakt. Als de vrienden en vriendinnen weer naar huis toe zijn. Als de knuffels gegeven zijn en de berichtjes gelezen. Dan blijven mijn eega en ik over. Alleen. Omringd door een resem aan doctoren, verpleegsters, apothekers en zielenknijpers. Maar alleen. Want ook onze families kunnen er niet voor zorgen dat wij eindelijk potten met augurken in kunnen slaan. En ook vrienden en vriendinnen zijn er nog niet in geslaagd om een broodje in de oven te krijgen (hoewel de taart die ze soms meebrengen wel voor dikke buiken zorgt). Ook van knuffels raak je normaal gezien niet zwanger. Laat staan van kaartjes. En zelfs de mannen en vrouwen in de groene operatiepakken zijn er tot dusver niet in geslaagd om mijn tikkende biologische klok te doen veranderen in poepluiers en fopspenen. En dus zijn wij het die steeds met de billen bloot moeten.

    Alleen.

    En zelfs de liefde van mijn leven moet mij zo nu en dan aan mijn lot overlaten. Soms kan ook hij niks anders doen dan kijken hoe mijn naakte spleet het omkleedkamertje verlaat. Want hoewel hij al twee jaar lang een rots in de branding is. Een steun en toeverlaat. Een houvast in emotionele tijden. Uiteindelijk is het mijn buikwand die doorboort wordt met injectienaalden. Aan het einde van de rit is het mijn hormoonhuishouding die overhoop gegooid wordt. Wanneer alles voorbij is, is het mijn lijf dat het lijdend voorwerp is. En ook mijn wederhelft wou soms dat het anders was. Ook hij had liever gezien dat de lasten op een wat eerlijkere manier gedeeld konden worden. Maar ook hij beseft dat het niet veel zin heeft om zijn eigen zitvlak te ontbloten. Dat een scopie van zijn binnenste niet zinvol gaat zijn om in verwachting te raken. En dat hetgeen dat hij kan baren aanzienlijk bruiner en stinkender is dan hetgeen dat – hopelijk – ooit uit mij gaat komen. En dus doet hij het enige dat hij kan. Grapjes maken om mijn zenuwen tegen te gaan. Op mij wachten. Me knuffelen als het erop zit. En alle emotionele steun bieden die hij kan.

    Maar fysiek sta ik er alleen voor. Besef ik, terwijl de verpleegster voor mij de operatiekamer binnen wandelt. “Gaat u maar liggen, mevrouw”. Alleen. Omringd door een resem aan doctoren en verpleegsters in een operatiekamer. Maar alleen. Want uiteindelijk is het mijn lichaam waar over een paar minuten een camera in gestoken wordt. Aan het einde van de rit zijn het mijn benen die zo dadelijk in de steunen moeten. Wanneer alles voorbij is, is het mijn lijf dat verkrampt om de golven van ongemak op te vangen. En per slot van rekening ben ik degene die in een operatiekamer staat. Alleen. Op blote voeten. In een openhangend operatiehemd. Met reetspleet.

    Deze column verscheen ook op Selina’s eigen blog: https://slienaa.blogspot.com/2019/01/alleen-met-de-billen-bloot.html

    Europakinderhulp: Een kind van een ander, bij jou op vakantie! Door VIP blogger Susan Schuitema

    Ik kende dit idee al een aantal jaar, en ik heb meerdere keren op het punt gestaan mij aan te melden. Europakinderhulp is de organisatie die bemiddelt tussen de vakantiekinderen en de gastgezinnen. Ik zie het nog steeds met regelmaat voorbij komen en het bleef mijn aandacht trekken.

    Kinderen waarbij het thuis niet optimaal is, een zieke ouder, geen financiële middelen of wat je ook kunt bedenken. Deze kinderen worden aangemeld voor een vakantie, en deze vakantie vindt plaats in een gastgezin.

    Aanmelding

    Na overleg met mijn man, heb ik dit jaar wél een aanmelding gedaan. Ook met het oog op ons plan om het traject in te gaan voor pleegzorg, leek het ons goed om eerst kortdurend te ervaren hoe het is. Een kind in huis, van een ander. Past dat bij ons, tegen welke dingen lopen wij aan en nog belangrijker, hoe reageert ons eigen kind hierop? Nu is de pleegzorg niet hetzelfde als een vakantie, maar wij willen graag ervaren hoe het is om voor het kind van een ander te zorgen.

    De aanmelding is gedaan, het kennismakingsgesprek/screening is geweest. Hierin wordt alle informatie verteld, kun je vragen stellen en ook jouw wensen aangeven. Natúúrlijk kun je geen kind ‘bestellen’ naar wens maar er wordt wel gekeken naar wat er binnen ons gezin matcht. Wij geven onze voorkeur aan een kindje uit België of Nederland. Dit omdat het onze eerste keer is en het ons nog wat lastiger lijkt wanneer je niet dezelfde taal spreekt. Daarnaast geven wij de voorkeur aan voor de leeftijdscategorie 5-9 jaar. Dit met oog op ons eigen mannetje.

    Kun je je zomaar aanmelden?

    Ja en nee.

    Je kunt je aanmelden wanneer je 18+ bent, maar zoals hierboven genoemd wordt er gescreend. Wat wil zeggen dat ze op huisbezoek komen voor de kennismaking, je levert referenties in en je vraagt een VOG ( verklaring omtrent gedrag ) aan. Daarnaast zijn ze altijd met zijn tweeën en letten ze op veel punten, of jij als gezin geschikt bent. Er wordt gekeken naar de buurt, de veiligheid en de gezinssamenstelling. Of je alleen bent of getrouwd, wel of niet geloofd, het maakt niks uit. Ook is het helemaal niet verplicht de hele vakantie van alles te ondernemen. Het mag maar het hoeft niet. In principe is de bedoeling dat hij of zij meedraait in het gezin. Koekjes bakken, spelen in de tuin, boekjes lezen uit de bibliotheek, de kinderboerderij. Bij ons logeren is al vakantie genoeg. Alles eromheen is extra.

    En nu?

    Onze gegevens worden om het systeem gezet, de aanvraag voor de VOG wordt gedaan, wij sturen nog referentieformulieren op en wanneer dit alles afgerond is, gaan we in juni naar de informatieavond. Hier krijg je de laatste info, data en vaak is er dan ook al iets bekend over wie er nou precies bij jou komt logeren. En dan is het wachten op de grote dag, de dag dat we ons vakantiekind mogen ophalen bij de bus. Hoe zal het gaan, is er een klik? Spannend maar leuk! Ik weet nog niet wie er komt, maar je bent nu al zo welkom. Ik kijk er met spanning en plezier naar uit.

    Op zoek

    Er is nog zoveel meer vraag naar gastgezinnen. Spreekt het jou aan? En heb je ruimte in huis, in je agenda en nog wat liefde over? Kijk dan ook eens bij Europakinderhulp. Het gaat om 2 of 3 weken aaneensluitend. Ik gun ieder kind een leuke vakantie, jij ook?

    Liefs,

    Susan

    Persoonlijke reisdoelen – door VIP blogger Michelle-Anne

    Vandaag besteed ik een laatste dagje in Singapore. Een geweldige stad die ik niet anders kan omschrijven dan ‘tropisch London uit de toekomst’. Hierna moet ik nog bijna 24 uur naar huis reizen. En boh wat ben ik blij als ik weer thuis ben.

    De laatste dagen ben ik alleen geweest en dat heeft mij ruimte tot nadenken gegeven. Voordat ik met deze reis begon had ik wat reisdoelen gesteld. Sommige mensen stellen als doelen de mooie bezienswaardigheden en activiteiten bezoeken, maar ik niet. Mijn doelen waren vooral persoonlijk en vandaag blik ik daarop terug.

    Om je mee te nemen in mijn doelen is het belangrijk dat je wat meer van mij af weet. Misschien denk je gaandeweg wel ‘Wat een blog, ik hoef toch niet over iemand anders leven te lezen’, maar hey wat doen we dan op Facebook de hele dag. Ik geloof dat herkenning in andermans verhalen jou een stapje dichterbij zelfreflectie en persoonlijke acceptatie kan brengen.

    Dus even terug naar af. Ik ben Michelle Anne Lucas, 24 jaar. De eerste 1,5 jaar van mijn leven heb ik in Italië gewoond, daar komt mijn liefde voor pasta en pizza vandaan zeg ik altijd. Mijn vader is een Engelsman en mijn moeder Nederlandse. Toen ik jong was voelde ik mij altijd anders dan andere kindjes en als ik mij niet zo voelde werd mij wel gezegd dat ik ‘apart’ was. Ik gooide namelijk melk in mijn thee, droeg ander soort kleding, maar was vooral ook al heel goed met woorden. Thuis gingen de gesprekken namelijk niet alleen over kinderdingen en keek ik niet alleen kinderfilms, maar werd ik blootgesteld aan de geschiedenis van de wereld en geleerd om kritisch te zijn. Als andere kindjes mij anders of apart noemde reageerde ik dan ook met ‘hoezo ben ik anders dan? Ik ga toch ook gewoon naar de wc’. Mijn moeder leerde me de beste tegenwoorden voor het commentaar.

    Op de middelbare school gebeurde hetzelfde. Alleen toen werd ik niet meer apart genoemd, maar intimiderend. Mijn ouders waren inmiddels gescheiden en de talloze uren in de auto met mijn vader naar zijn nieuwe woonplek zorgde ervoor dat ik als puber nog meer blootgesteld werd aan  volwassen gesprekken. Ik werd dan ook vaak als ouder bestempeld dan ik was en dat was intimiderend. Ook mijn kledingkeuzes waren weer een reden om mij te pesten. Thuis leerde ik dat ik moest aantrekken waar ik mij het beste in voelde, maar op school leerde ik het tegenovergestelde.

    Gaandeweg verloor ik zogenaamde vrienden aan mijn sterke persoonlijkheid. Ik maakte gelukkig nieuwe vrienden door diezelfde persoonlijkheid, maar beetje bij beetje werd ik milder, minder Michelle, minder sterk.

    En het ergste van alles: ik ontwikkelde schaamte en sociale angsten.

    Sinds die tijd denk ik altijd twee keer na voordat ik iets doe. Het is niet meer iets bewust, maar een draadje in mijn hersenen die gecreëerd is door keer op keer mezelf te moeten verantwoorden. Ik wil namelijk niet continu mensen verliezen aan mijn grote mond of anders zijn omdat ik andere kleding draag en gebruiken heb. En helaas zijn volwassenen niet veel beter dan die kindjes en pubers. Maar juist door daarnaar te leven heb ik mijzelf tegengehouden om te zijn wie ik ben.

    Dus vandaar mijn reisdoelen: ‘minder schamen, meer leven’ en ‘zeggen wat ik denk’. Is het mij gelukt? Goede vraag!

    Ik denk dat ik tijdens deze reis zeker stappen in de goede richting heb gezet. Mijn reisgenootje die 0 schaamte ervaart heeft daarbij enorm geholpen. Omdat niemand Nederlands sprak, konden we vrijuit praten over menstruatie, darmklachten enzovoorts. Zo nu en dan liep er een Nederlander langs net als we een woord als ‘diarree’ zeiden, dan schoten we heel hard in de lach. Ik droeg de lelijkste kleding, want ja wie hier zou me ooit nog eens zien.

    Daarnaast heb ik twee aanvaringen gehad op reis. Soms worden dingen niet geregeld zoals je hoopt en dan moet je er wel wat van zeggen. Het hielp enorm dat deze mensen niet mijn vrienden waren en dit nooit zouden worden. Ik zei tegen mezelf dat ik mijn reis niet minder leuk moest laten worden door het gedrag van anderen en ik het recht had om er wat van te zeggen. Van die aanvaringen is één door het gesprek verbeterd en de andere is mijn tijd niet eens meer waard!

    Voor mij was op reis gaan niet alleen een manier om te genieten van het leven, maar heeft het een stapje richting de oude Michelle gegeven.

    Ik hoop dat ik mijn schaamte ook in Nederland aan de kant kan zetten. Want ja, misschien ben ik anders, maar iedereen is anders. Dat maakt ons juist mooie mensen!

    Veel liefs,

    Michelle Anne

    De To-Do Lijst: de eerste blog van VIP blogger Selina!

    27912564_1671562342881232_8079869513555132976_oChrisje’s nieuwste VIP blogger Selina deelt in haar blogs de perikelen rondom haar werk, leven en IVF traject. 

    To Do:

    • Middelbaar schoolpapiertje behalen. 
    • Universiteit succesvol doorlopen. 
    • Een deftige carrière starten. En behouden, indien mogelijk.
    • De liefde vinden. Vrijen, Verlieven, Verloven. 
    • Trouwen. Met 28 jaar, zoiets. 
    • Als dertiger, kindjes krijgen. Drie. Twee jongens en een meisje. Als het effe kan.
    • Dan: huisje, boompje, beestje. En meer van al dat. 

    Zelfs als elfjarige had ik een vrij goed idee van hoe mij leven eruit zou moeten zien. Dol op lijstjes maken, stippelde ik toekomstplannen netjes uit, maakte ik bucket lists en vereeuwigde ik te behalen ambities op papier. En ik denk aan die brave beugelbek, terwijl ik een Little Boy aan hormonen mijn buik voel in stromen. Net als het stukje huid waar ik zojuist de injectienaald in prikte, raak ik een beetje geïrriteerd. En vervloek ik mijn puberende puistenkop een beetje, in al haar onnozelheid. Bedenk me zelfs waar ik haar die spuit zou zetten als ik een tijdmachine had en terug kon in de tijd (ergens waar de zon niet schijnt, luidt de conclusie). Mijn negatieve gedachten zwier ik met het vuile, desinfecterende alcoholdoekje bij het vuilnis. “Ik ben weer te hard voor mezelf.” Want mijn elfjarige ik kon in al haar groene onschuld natuurlijk ook niet weten dat kindjes maken niet altijd vanzelfsprekend is. Dat haar lijst aan levensdoelen na twintig jaar allemaal afgecheckt zouden zijn, op het voorlaatste puntje na. Dat een gezond binnenwerk, perfect gekookte eitjes en een tikkende biologische klok alléén niet voldoende zou zijn om een broodje in de oven te krijgen. Dat wederhelften op alle gebieden kunnen uitblinken, behalve in het trainen van zwemmers. Dat soms dokters, zielenknijpers en donoren moeten inspringen om potten met augurken in te kunnen slaan. En dat kindjes maken gewoon kut kan zijn.

    Letterlijk. Want niemand vertelt een elfjarige dat ze twintig jaar later wekelijks gemiddeld meer gynaecologen tussen haar benen heeft zitten dan minnaars. Dat er dagen zijn dat er meer foto’s getrokken worden van haar eierstokken dan dat ze op selfies staat. Of dat het zal aanvoelen alsof de status van haar lady parts gewijzigd wordt van privédomein naar publieke ruimte. Niemand springt in de tijdmachine om een brave beugelbek te waarschuwen voor de fysieke pijnen en kwalen die sommige onderzoeken en behandelingen met zich meebrengen (en wiens namen veelal klinken als een stevige nies). Voor goedbedoelde, online forums, die haar zeker niet doen voelen als een Noorse vruchtbaarheidsgodin of haar nog langer in de fabel van ooievaars doen geloven. Of voor zorgkosten die zo hoog zijn, dat een benoeming van groot aandeelhouder van een Belgisch ziekenhuis binnen handbereik ligt. En niemand haalt het in zijn hoofd om een puberende puistenkop ervan te overtuigen dat bij het maken van kindjes soms meer tranen komen kijken dan welke lichaamssappen dan ook. Dat haar hartje zou breken bij het zien van de machteloosheid van haar wederhelft, die niks méér zou kunnen doen voor haar dan grappen over hoe hij de lasten graag had willen delen en gerust bruine, stinkende toiletbaby’s had willen baren. Of dat hormonen Satan’s sidekick zijn natuurlijk, en alleen maar bestaan om het leven van een mens zuur te maken.

    Niet dat dat zin zou hebben. Want mijn elfjarige ik had waarschijnlijk nooit geloofd dat ze als éénendertiger de werking van haar voortplantingssysteem haarfijn onder de knie zou hebben. Dat ze bij het maken van kindjes meer tranen zou huilen dan Alice in Wonderland nadat ze een koekje at dat haar deed groeien. En zonder met haar ogen te knipperen haar buikvel zou doorboren met naalden. Ze zou niet aannemen dat ze als éénendertiger – met de liefde van haar leven aan haar zijde, een mooi koophuis, een scala aan diploma’s en een goedlopende carrière – de moeilijkste tijd van haar leven zou beleven. Dat ze ingewikkelde, Latijnse namen van medicijnen gememoriseerd zou hebben. Dat ze in anderhalf jaar tijd meer bloed zou moeten laten prikken dan dat er uit de lift stroomt in The Shining. Of überhaupt dat het maken van kindjes zich in steriel, kil geschilderde ziekenhuiskamertjes afspeelt en niet in halfdonkere slaapkamers met theelichtjes en zwoele muziek.

    En terwijl ik de dop op de naald van de spuit zet en een druppeltje bloed van mijn buik veeg, hoop ik eventjes dat mijn éénenvijftigjarige ik aan mij zal verschijnen. Dat ze in haar tijdmachine is gesprongen en naar me toe is gereisd, hier en nu. Net zoals ik dat zojuist nog bij mijn puberende tienerzelf had willen doen. Ik hoop dat ze me geruststellend toe spreekt, me vertelt dat ik me er doorheen zal slaan. Dat ze weet dat mijn buik, mijn eierstokken en alles daarrond pijn doet, maar dat het het waard zal zijn. Ik hoop dat ze me foto’s laat zien, van haar gezinnetje, van haar kroost. Van twee jongens en een meisje. Als het even kan. “Ach”, verzucht ik. “Niet dat dat zin zou hebben”. Want mijn éénendertigjarige ik had haar waarschijnlijk nooit geloofd. Had haar boos aangekeken. Haar wenkbrauwen opgetrokken. Misschien zelfs de spuit die ze nog in mijn handen had ergens gezet waar de zon niet schijnt. En naar haar gesnauwd. “Of ze niet wist dat kindjes maken gewoon kut kan zijn?!”Letterlijk.

    Meer lezen van Selina? Dat kan op haar website! https://slienaa.blogspot.com/

     

     

     

     

    Het mooiste kado voor jouw kind voor later maak je zo!

    Ik weet niet meer waar ik er voor het eerst van hoorde, maar jaren geleden ben ik begonnen met het sturen van e-mails naar mijn dochter.

    Ze was toen denk ik een jaar of drie, vier. Ik maakte een e-mailadres voor haar aan, waar ze als ze ouder is het wachtwoord van zal krijgen.

    Naar dat e-mailadres heb ik door de jaren heen heel veel mails gestuurd, met bijlagen:

    • het filmpje van toen ze de eerste keer kroop,
    • foto’s van verjaardagen,
    • rapporten,
    • leuke evenementen op school,
    • eerste keren,
    • foto’s van de huisdieren,
    • grappige uitspraken die ze deed,
    • e-mails over bijzondere gebeurtenissen en
    • vooral ook veel “zomaar mails”, om haar te vertellen hoe bijzonder ze is.
  • Zo kan ze als ze ouder is altijd terug kijken. Een mooier kado kun je denk ik niet krijgen, toch?
  • Verhuisstress: door VIP blogger Susan

    Verhuizen, stress en twijfels

    Vijf jaar geleden leerde ik mijn man kennen, ik woonde destijds in mijn flatje in Leeuwarden en vertrok zonder enkele twijfel en trok bij hem in. Ik liet hierbij mijn opleiding achter en ging op best wel verre afstand wonen van mijn familie en vriendinnen. Als iets goed voelt, voelt het goed toch? En van die keuze heb ik tot op de dag van vandaag nooit spijt gehad. Natuurlijk was het, vooral zonder rijbewijs in het begin, lastiger om af te spreken maar goed, ook een goede vriendschapstest denk ik dan maar. 


    Het was soms lastig want ik had hier niks, ik kende de omgeving niet en had helemaal geen netwerk om mij heen. Gelukkig ben ik wel een type wat op onderzoek uitgaat, dus ik had mijn weg snel gevonden en leerde langszaamaan mensen kennen en begon mijn eigen kringetje op te bouwen. Verhuizen is mij niet vreemd, dus dat kwam allemaal wel weer.

    De woning van mijn man, nu dus onze woning, stond al 6 jaar te koop voordat wij ons eerste bod kregen een aantal maanden geleden. Waar je het eerst niet kan geloven, word je daarna onzeker over of alles wel door gaat. Of deze ene kans om hier weg te gaan, niet alsnog voor onze neus weggeveegd wordt. Maar nee, een aantal weken later was alles rond en ondertekend, het was echt, het ging door! En vanaf dat moment ging ik denken.

    Opeens kwamen dromen en wensen weer naar boven, die ik had weggestopt omdat dat hier nou eenmaal niet mogelijk was. En het idee om ooit weer dichterbij mijn familie en vriendinnen te gaan wonen, had ik allang losgelaten omdat ik ergens niet meer durfde te hopen dat we het huis gingen verkopen. Opeens werd alles dus weer mogelijk en omdat we maar een paar maand hadden, moesten we toch snel keuzes gaan maken, we hadden namelijk nog totaal geen zicht op een nieuwe woning. Toen ik op mijn 19e uit huis ging schreef ik mij direct in bij een woningbouwvereniging in Friesland, dus daar had ik al bijna 10 jaar inschrijftijd, het meest logische was dus om daar op huizen te gaan reageren. Nadat ik met een vriendin had afgesproken en weer naar huis reed voelde ik pas, hoe erg ik het eigenlijk mis. Hoe erg ik het mis om gewoon even op de koffie te gaan en niet eerst 1,5u hoef te rijden. Ik wilde niet per se om de hoek wonen, maar iets dichterbij, dat was voor mij echt wel een wens geworden.

    Hoe ga ik dit bespreekbaar maken, want mijn man en Friesland, is geen combinatie. En aan de andere kant, was ik het na 5 jaar ook wel zat om zo ver weg te wonen. Er zou dus ergens een compromis gesloten moeten worden. Gelukkig is binnen onze relatie alles bespreekbaar en hebben we dit ook naar elkaar uitgesproken. Dan sta je opeens lijnrecht tegenover elkaars wensen, en uit liefde ben je geneigd om toe te geven aan de wens van de ander. Ik wilde niet dat hij voor mij zou verhuizen, want ik wilde dat hij gelukkig zou zijn. En andersom, wilde hij niet dat ik ongelukkig zou worden als we het niet deden. Daar zit je dan, en nu?

    Het waren voor mij weken van heen en weer geslinger tussen emoties en gedachten. Wat wil ik? En word ik ook echt wel gelukkig als ik hier in de omgeving blijf? En hoe realistisch is het om van hem te wensen om mee te gaan naar Friesland. Erg lastig.

    Uiteindelijk kwamen we tot op een oplossing, we lieten het over aan het universum. We bleven reageren op woningen hier in de buurt, maar wanneer er een woning op de site zou komen meer richting Friesland, die voldeed aan onze wensen, dan zouden we daar op reageren. Dus eigenlijk, dat wat als eerst komt, dat wordt het. Ergens gaf mij dit wel een rustig gevoel, want ik vertrouw nou eenmaal op het universum en dat alles loopt zoals het moet lopen. De woningen in Friesland waren spontaan niet meer in de aanbieding en ik begon ook meer zonder gevoel te denken.

    Onze zoon zit hier op de peuterschool en heeft het hier erg naar zijn zin. Als we hier blijven wonen, kan hij daar blijven, als we verder weg gaan zou hij moeten switchen. En uit ervaring weet ik dat dát geen strak plan is. Daarnaast, zou mijn man vanuit Friesland minimaal 45min moeten rijden naar zijn werk, kan ik dat van hem vragen? 
    Het enige voordeel was, dat alles en iedereen voor mij dichtbij zou zijn en dat maakte het idee van Friesland voor mij gewoon heel fijn.

    We werden gebeld, een makelaar hier uit de buurt had een woning, in Veendam. We hoefden niet te zoeken, niet te reageren, we werden gewoon gebeld en we kregen zo een woning aangeboden. Dit was wel een erg duidelijk teken van boven voor mij. Dit konden we niet weigeren.  De woning voldoet aan onze wensen, is groot genoeg, staat in een leuke buurt en alles is op loopafstand te doen. Mijn gevoel zei aan alle kanten ja en we hadden nog maar twee maanden om een huis te vinden. We moesten wel, dus ik leg mij er gewoon bij neer.
    Ik was blij met de woning, oprecht blij. Blij voor mijn man, blij voor mijn kind omdat alles wat hij nodig heeft hier ook aanwezig is. De speeltuin voor huis, de kinderen in de buurt, de school op loopafstand, alles wat we voor hem willen. Dus nee, afwijzen kon ik dit niet.

    Iedereen reageerde blij, enthousiast en de hulp kwam van alle kanten. En toch kreeg ik van een aantal lieve mensen ook de vraag: ‘maar Suus, jij dan? Word jij daar gelukkig?’ En zelfs mijn schoonvader die zei: ‘als het niet goed voelt, of als je twijfelt, moet je het niet doen.’
    Dat vond ik zo onwijs lief, dater mensen waren die zagen en voelden dat dit goed zat, maar ook aan mij dachten omdat ze wisten dat ik een andere wens had. En ja, ik heb enorm aan het idee moeten wennen, omdat ik een compleet ander toekomstbeeld had, vooral voor mezelf. Het was en is soms dubbel omdat ik kies voor het geluk van mijn gezin. Zet ik daar dan mijn eigen geluk mee aan de kant? Dat absoluut niet, want ik ben pas gelukkig wanneer mijn hele gezin gelukkig is. En dat was in Friesland niet zo geweest. 

    We kregen de sleutels, we begonnen heen en weer te tillen met dozen. Onze woning wordt met de dag leger en de nieuwe woning met de dag voller. Het behang zit bijna overal al op de muren, in twee kamers ligt al laminaat. De datum voor het verhuizen staat vast en beetje bij beetje verplaatsen wij ons ‘thuis’ naar daar. Ik begin de voordelen in te zien van de andere woning, ik begin mijn beeld bij te stellen naar een toekomst daar. En dan zeggen mensen wel: ‘maar jullie kunnen toch alsnog verhuizen als het jullie niet aan staat?’ Ja, wel naar een ander huis, maar niet naar een andere woonplaats. Er is één eis die ik heb en dat is dat onze zoon de basisschooltijd doorbrengt op één school. Dus dat maakt het voor mij definitief, dat we de aankomende 9 jaar in ieder geval vastzitten aan deze omgeving. 

    Niet erg, maar ik begin het eng te vinden. Een nieuwe start, de eerste woning waar we écht samen beginnen, een nieuwe omgeving, nieuwe buren. Mijn man heeft zijn familie en vrienden daar, ik moet nog een netwerk gaan opbouwen. En ook al weet ik dat dit bij mij meestal niet zo moeilijk verloopt, ik vind het spannend. Wie zit er op mij te wachten? Ik ben niet iemand die je deur plat loopt of onaangekondigd binnen komt maar af en toe even koffie drinken en kletsen, graag! 

    Nu het allemaal bezonken is, heb ik er erg veel zin in, ik vind het leuk om daar bezig te zijn, het is spannend maar het we vinden ons plekje wel weer! Ik had van te voren nooit verwacht dat verhuizen zoveel los zou maken, maar ach, als we samen maar gelukkig zijn, dan komen we er wel! 

    Liefs,

    Susan

    ACTIE: IK STUUR GEEN KERSTKAART, ik gun een kind zijn ouders dichtbij!

    Jaarlijks geven we veel geld uit aan kerstkaarten, die in januari vaak bij het oud papier eindigen. Ondertussen zijn er talloze zieke kinderen die hun ouders dichtbij zich nodig hebben om te vechten tegen hun ziekte en te herstellen.

    Als je dit leest, roep ik jou dan ook op om dit jaar dat geld dat je normaliter aan kerstkaarten en postzegels spendeert te doneren aan het Kinderfonds van de Ronald McDonald huizen, zodat meer ouders van zieke kinderen bij hun kind in de buurt zijn.

    Doneer het bedrag van je kerstkaarten, deel deze blog op je social media onder de hashtag #geenkerstkaart en stimuleer zo anderen om dit initiatief over te nemen!

    Het Kinderfonds krijgt geen subsidie en is dus afhankelijk van donoren! Je kunt maandelijks donateur worden, maar eenmalig is ook mogelijk via deze link: https://www.kinderfonds.nl/hoe-kunt-u-helpen/doneren

    Bedankt en zeg het voort! ❤️

    “Ach, elk kind heeft wel wat!”

    Als moeder van een kind met een diagnose zoals autisme krijg je vaak nogal wat voor de kiezen, qua onwetendheid van mensen.

    “Ach, elk kind heeft tegenwoordig wel iets!”

    “Tegenwoordig delen ze etiketjes uit, niemand is meer normaal!”

    “Mensen moeten hun kinderen gewoon weer gaan ópvoeden!”

    Deze – en talloze andere – tenenkrommende opmerkingen krijgen we te horen van mensen die werkelijk geen flauw idee hebben van wat onze kinderen – en wij – meemaken in het dagelijks leven.

    Ze hebben geen flauw idee. Geen idee van hoe veel energie wij moeten steken in voor anderen heel normale zaken, die vaak al snel vanzelf goed gaan bij kinderen zonder diagnose.

    Hoe veel avonden oefenen – met bijbehorend verdriet en boosheid – omdat veters strikken / huiswerk maken / leren voor een toets niet lukt. Hoe veel tijd we kwijt zijn aan het vinden van kleding die niet prikt, geen naadjes of etiketten op de verkeerde plek heeft omdat het kind daardoor niets anders meer voelt dan alleen dat.

    Hoe vaak we bezig zijn met het uitleggen van doodnormale sociale situaties die voor onze kinderen nu eenmaal moeilijker in te schatten zijn. Hoe vaak we een uur langer dan het gemiddelde tien minuten gesprek zitten te praten met leraren, logopedisten, ergotherapeuten en andere professionals.

    Hoe we in de loop der tijd zelf autisme expert worden omdat we er alles voor over hebben om ook onze kinderen goed voor te bereiden op de buitenwereld met al haar ongeschreven regels en grijze gebieden.

    Lees verder onder de afbeelding

    Hoe we constant bewust bezig moeten zijn met structuur aanbrengen, een ritme, vaste rituelen. Hoe we moeten anticiperen op onverwachte situaties en hoe we ons kind daarop kunnen voorbereiden. Hoe vaak we onze kinderen moeten helpen in de interactie met andere kinderen, omdat zij hen niet begrijpen – of andersom.

    Hoe we bij elke maaltijd die we bereiden, bij elk uitje dat we plannen, elke dag en ieder uur rekening houden met de mogelijkheden en beperkingen van onze kinderen.

    En dan zwijg ik nog over hoe lang we aan onszelf getwijfeld hebben, hoe veel bloed, zweet en tranen het kostte op weg naar de diagnose, hoe kritisch we op onszelf zijn en hoe moeilijk we het soms zelf hebben met altijd de rust en kalmte bewaren.

    Nee, niet elk kind krijgt een diagnose. Nee, het ligt niet aan de opvoeding. Sterker nog: de opvoeders die ik ken met kinderen met een diagnose zijn stuk voor stuk bikkels die vechten voor hun kinderen.

    Dus de volgende keer dat je iemand hoort zeggen dat elk kind wel wat heeft: laat diegene even dit blog lezen of ga er in elk geval niet in mee, want het is onterecht en beledigend voor talloze ouders.

    Bestaat dé ware liefde?

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema

    Bestaat er zoiets als ware liefde?

    Als je mij tien jaar geleden had gevraagd of ik in de ware liefde geloofde, had ik ja gezegd, net als nu, maar daarbij had ik toen een compleet ander beeld.

    Ooit dacht ik bij de ware liefde aan een totaal plaatje, het perfecte plaatje, en wanneer ik alles van mijn lijstje kon afvinken, dan was ‘het’ de ware. Dat wat je ziet in films.

    Wanneer ik nu denk aan de ware liefde, dan denk ik er achteraan: is er ook zoiets als onware liefde dan?

    Ik denk niet alleen meer aan een liefdesrelatie maar aan pure liefde op zichzelf. Ik geloof niet in ware liefde, want elke manier van liefde is waar. Onware liefde bestaat niet. Gewoon ‘liefde’ is genoeg.  Ja ik geloof in liefde, absoluut. Ik hou van ongelooflijk veel mensen. En van ieder op een ander niveau, een andere  frequentie. Niet meer, of minder, maar anders. 

    Mijn kind is mijn allergrootste liefde. Zijn verdriet is mijn verdriet, zijn geluk geeft mij tranen van blijdschap. Zijn emoties zijn zo met die van mij verbonden, hij is een deel van mij. Wat hij ook zal kiezen, doen of zeggen, die liefde zal nooit stoppen en nooit veranderen. Onvoorwaardelijk een deel van mij. Deze manier van houden van zal ook altijd boven alles en iedereen uitsteken. Hij zal altijd mijn nummer één zijn. (samen met eventuele toekomstige kinderen natuurlijk) 

    Dan natuurlijk mijn man, waar ik ‘ja’ tegen zei, tegen een leven samen, dag in, dag uit voor de rest van ons leven. Dat doe je niet zomaar. Hij is degene waar ik naast wakker word iedere dag en waar ik naast in slaap val. Waar ik mijn dromen mee deel. Waar ik mijn allereerste hysterische nieuw bedachte ideeën mee bespreek. Degene waar ik mij op af kan reageren als dingen niet gaan zoals ik zou willen. Iemand met wie ik 24/7 samen kan zijn, zonder elkaar de hersens in te slaan. Voor iemand zoals ik, iemand die heel graag alleen is, zonder teveel prikkels en gedoe, is het best een wonder dat ik 24/7 samen kan zijn met twee levende wezens in één huis. We voelen elkaar aan én we vullen elkaar aan waar nodig.  

    Ik weet zeker dat onze relatie zo goed werkt doordat we elkaar vrij laten. Twee compleet verschillende mensen, maar toch zo hetzelfde. Mijn man heeft zijn hobby’s waar ik niet aan moet denken om ze uit te voeren, ik heb mijn interesses waar mijn man niks mee heeft, maar toch tonen we interesse in elkaars dingen en laten we elkaar vrij hierin. Hij wordt enthousiast wanneer ik enthousiast ben en ik word blij wanneer hij iets doet waar hij blij van wordt. En daarnaast hebben we onze gezamenlijke dingen. We vinden het heerlijk om te wandelen, we hebben beide een verslaving aan notitieboekjes kopen, zijn allebei creatief maar op een ander vlak, kijken samen series en films, en oh wee als je verder kijkt zonder mij. 

    En natuurlijk hebben wij samen een zoon. Één grote peuter vol met liefde, van ons samen, dat verbindt je uiteraard op een hele speciale manier aan iemand. 

    Daarnaast houd ik van mijn vriendinnen, hoe ze allemaal hun eigen karakters hebben, hoe ze allemaal van elkaar verschillen. Met de één ga ik shoppen, met de ander deel ik mijn spirituele  levensstijl. Met de één deel ik mijn hele levensgeschiedenis omdat we elkaar al 20 jaar kennen, en met de ander kan ik een heel gesprek voeren alleen door elkaar GIFS te sturen en ja we snappen elkaar ook nog. Met de één praat ik over relaties, seks en alle persoonlijke onderwerpen, van de ander heb ik wijn leren drinken.  Zo zijn ze allemaal zo anders, en zo mooi verschillend. Ook vriendschap is een vorm van liefde, een manier van houden van, niks meer of minder ‘waar’  dan een relatie. Alle liefde is waar.

    We delen onze ervaringen en levens met elkaar, niet vanuit het zelfde huis zoals ik met mijn man doe, maar zeker gevoelsmatig dichtbij. 

    Waar het op neer komt is dat er in mijn wereld geen ‘onware’ liefde mogelijk is. Ik voel liefde voor iedereen in mijn leven. En ál die liefdes zijn waar.  Dus ja, ware liefde bestaat, op verschillende vlakken, op verschillende manieren en niveaus.

    Niet één ware, zoals in de films of zoals ik ooit dacht, 10 jaar geleden. Mijn liefde is voor iedereen, ongeacht geslacht, ongeacht leeftijd, huidskleur of wat voor verschil. Liefde kent geen grens, liefde kent geen eisen of vormen, liefde is gewoon liefde.  En zeker niet ‘onwaar’.


    ‘Ware liefde’

    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan denk ik meteen aan alles en iedereen.
    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan kijk ik gelukkig om mij heen.

    Ik zie de mensen en de dieren,
    de liefde voor natuur.
    Ik zie het leven liefde vieren,
    iedere seconde, ieder uur.

    Overal is liefde, nooit is dit ‘onwaar’,
    doe je ogen dicht, en voel het maar.
    Overal is liefde, iedere vorm is ‘waar’,
    ik voel het zelfs, wanneer ik naar de sterren staar.

    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan denk ik aan alles en iedereen,
    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan ben ik nooit alleen.

    Liefs,

    Susan

    Borstvoeding: een eigen keuze

    Er wordt zo veel over gesproken en geschreven: borstvoeding. De een is van mening dat je een slechte moeder bent als je je kind borstvoeding ontzegt, de ander moet er niet aan denken en begint meteen met flesvoeding.

    Niets is zo persoonlijk als deze beslissing die iedere vrouw voor of na haar bevalling moet nemen: ga ik wel of geen borstvoeding geven?

    En zelfs al wil een vrouw haar baby graag borstvoeding geven, dan nog is dit geen garantie dat ook lukt. Soms komt de melkproductie simpelweg niet op gang.

    Persoonlijk vind ik dat iedere vrouw voor zichzelf moet kunnen beslissen wat zij doet.

    Als zij borstvoeding wil geven moet dit mogelijk zijn of gemaakt worden, als zij dit niet wil, hoeft het niet.

    De eerste weken na de geboorte van je kind ben je sowieso fysiek al kwetsbaar, zijn er vaak gebroken nachten en kraamtranen: daar hoeft niet ook nog eens de druk bij van het borstvoeding moeten geven.

    Waar ik niet zo goed tegen kan, is de sociale druk die moeders opgelegd wordt. Dit begint vaak al in het ziekenhuis. Als je om een fopspeen vraagt wordt dit afgeraden vanwege tepelspeenverwarring, of zoiets. Ik kan het me niet meer precies herinneren, omdat mijn kind er non-stop heel hard doorheen huilde, omdat de borstvoeding niet op gang kwam en ze dus honger had.

    Toen ik vroeg om bijvoeding via fles, werd dat ook ten zeerste afgeraden. Daar lig je dan: oververmoeid, met een hongerige en schreeuwende baby, aan te horen dat borstvoeding – die niet op gang komt – toch echt het allerbeste is voor je kind. Eh, bedankt, en nu hier met die fles….

    Elke vrouw moet naar mijn mening kunnen beschikken over alle informatie om de voors en tegens tegen elkaar af te wegen. Maar elke vrouw moet ook vrij zijn in haar keuze om over te stappen op flesvoeding, wat haar reden hiervoor dan ook is.

    Wel of niet: je kind laten vaccineren

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema.

    Lang heb ik nagedacht over het onderwerp vaccineren en het feit dat ik hierover wilde schrijven. Hoe schrijf je een blog over zo’n beladen onderwerp, zonder je eigen mening te geven? Ik wil een poging wagen. Het sluit namelijk ook aan op mijn eersteblog, de angst voor een tweede kind.

    De laatste tijd wordt er gesproken over het verplichten van vaccinaties in Nederland.

    Het volledig verplichten van de vaccinaties schijnt nog niet te kunnen, maar er wordt gesproken over een verplichting wanneer je je kind naar de opvang wilt brengen. Dat de kinderopvang jouw kind mag weigeren wanneer deze niet voldoet aan de vaccinatie eis.

    Dat zou dus betekenen, dat een ieder die ervoor kiest geen vaccinaties te laten zetten, niet meer terecht kan bij alle kinderopvangen. Wat daarvan eventueel een gevolg kan zijn, is dat er meer gastouders komen waarbij alle kinderen welkom zijn, gevaccineerd of niet gevaccineerd. Er zouden dan twee groepen komen en wat ik lees in de reacties  op andere blogs, staan deze groepen vaak lijnrecht tegenover elkaar. Hard tegen hard. 

    Lees verder onder de afbeelding


    Al jaren geleden ben ik mij gaan verdiepen in vaccinaties, het effect hiervan en eventuele gevaren.  Niet alleen van het vaccineren zelf, maar ook van de andere kant, wat als je niet vaccineert? Wat zijn de cijfers, de feiten en ervaringen van beide kanten? En wat als ik een kind zou krijgen, wat zou ik dan doen? Inmiddels zijn we hier uit. Tijdens mijn onderzoek kwam ik erachterdat er eigenlijk drie groepen zijn, gelinkt aan dit onderwerp. 

    • Ouders die wel vaccineren
    • Ouders die niet vaccineren
    • Ouders die ontzettend twijfelen/
    • Ouders die een aangepast programma volgen

    Er zijn ouders die vaccineren zonder ooit onderzoek gedaan te hebben naar de effecten of gevaren hiervan, zij hebben hier geen enkele twijfel over en vertrouwen op de artsen. Er zijn ouders die vaccineren, juist omdat ze zoveel onderzoek gedaan hebben naar de effecten en gevaren van beide kanten, omdat ze bang zijn dat zonder deze vaccinaties, hun kind ernstig ziek kan worden. 
    Daarnaast zijn er ouders, die wel vaccineren maar dit doen doormiddel van een aangepast programma. Zij zoeken per vaccinatie uit of zij deze wel of niet willen geven en geven dus een gedeelte van het vaccinatieprogramma.

    Daarnaast zijn er ouders die na veel onderzoek besluiten om niet te vaccineren. De gevaren van het vaccineren wegen voor hen zwaarder, dan de gevaren van één van de ziektes waarvoor ingeënt wordt. Zij besluiten om het volledige programma te weigeren, gaan wel of niet naar het consultatiebureau voor de overige controles maar vaccineren dus niet. 
    Uiteraard zijn er ook ouders die vanwege geloofsovertuigingen en gezondsheidsredenen (allergie) niet vaccineren.

    Als laatste zijn er de twijfelaars, ouders die niet weten wat ze moeten doen. Aan de ene kant kan je kindje onwijs ziek worden van de vaccinatie en hier schade aan overhouden, aan de andere kant kan je kindje, wanneer je niet ent, één van de ziektes oplopen en hier schade aan overhouden. Vaak zijn deze ouders bang voor de mening van de mensen om hen heen, bang voor een oordeel wanneer ze niet zouden vaccineren, maar ook bang voor een oordeel wanneer ze besluiten wel te vaccineren.
    Het is kiezen tussen twee kwaden, voor hun gevoel.



    In mijn omgeving ken ik mensen van beide kanten.

    Er zijn veel mensen in mijn omgeving overtuigd van het nut van vaccinaties en hierover valt niet te discussieren. Ook zijn er veel mensen in mijn omgeving die ervoor kiezen om niet te vaccineren en zij zijn ook heilig overtuigd van hun standpunt. In mijn geval lastig om uit te komen voor wat wij kiezen want van beide kanten komt hoe dan ook een oordeel.

    Ondanks dat wij als ouders een bewuste keuze maken op dit vlak, begrijp ik de angst van een grote groep mensen.
    Na alle boeken, artikelen, gesprekken en documentaires over het vaccineren vind ik het nog steeds onwijs moeilijk om 100% achter onze keuze te staan. En heel soms twijfel ik ook nog of we wel de juiste keuze maken. Ik snap daarom echt onwijs goed dat het lastig is te kiezen en vooral wanneer je weet dat wat je ook kiest, er altijd mensen zullen zijn die een oordeel klaar hebben. Angst voor de vaccinaties, angst voor wanneer je niet vaccineert, angst voor de aanwezigheid van kinderen die geen vaccinaties krijgen, angst voor het oordeel van een ander. Angt overheerst bij dit onderwerp, en uit angst zeggen en doen mensen soms gemene dingen.

    Over de mensen die niet vaccineren hoor ik zelfs opmerkingen als ‘geef ze maar een markering op hun kleding, dan herkennen we de kinderen waarmee onze kinderen niet mogen spelen.’ Over de mensen die wel vaccineren lees ik dingen als ‘zij maken hun kinderen bewust ziek en jagen ze de dood in.’ En over beide kanten lees ik meerdere malen per week het volgende ‘zij zouden geen kinderen mogen krijgen en wat een slechte ouders!’

    Wat ik heel graag mee wil geven in mijn blog is: probeer open te staan voor de keuzes van een ander.
    Probeer vanuit hun oogpunt te kijken, waarom zij bepaalde keuzes maken of je het hier nou mee eens bent of niet. Ik ben er van overtuigd dat alle ouders, hoe moeilijk ook, vanuit hun hart kiezen voor het beste voor hun kinderen. Uit liefde voor hun kinderen dat kiezen, wat hen het beste lijkt. 

    En ik zou heel graag zien dat er meer liefde kwam en minder haat. Meer begrip en minder oordeel. Meer openheid en minder woede. 

    Of wij als ouders nu wel of niet vaccineren, dat doet er niet toe, het enige waar ik op hoop is dat iedere ouder die voor deze keuze staat, dat mag kiezen wat het beste voelt voor hen. Dat een ieder de vrijheid krijgt om zelf te belissen. Want nog een kind op deze wereld zetten, waarin zoveel haat leeft? Ik vind het eng. Op dit moment heb ik zelf de keuze om wel of niet te vaccineren, maar wat als ik dat straks niet meer heb? Wil ik dat die keuze voor mij gemaakt wordt? Wil ik dat mijn kind straks buitengesloten wordt omdat hij/zij vaccinaties heeft gehad of juist omdat wij ervoor gekozen hebben dit niet te doen? Nee, ik wil dat mijn kind geaccepteerd wordt, in welke situatie dan ook. En alle haat die naar boven komt wat betreft dit onderwerp, dat maakt het voor mij extra lastig om te kiezen. Niet of ik wel of niet vaccineer, maar over een tweede kind en het beperken van mijn vrijheid op dit gebied. Ik wil kunnen kiezen, ik wil kunnen twijfelen, ik wil op ieder moment kunnen besluiten het toch wel, of toch niet te doen. Moeten, dat maakt mij angstig. 

    Laten we alsjeblieft wat meer beseffen, dat iedere ouder uit liefde handelt en dat er geen goed of fout bestaat.

    Susan Schuitema

    Chrisje VIP Blogger

    Nieuwe opvoedingsmethode of oud nieuws? Slow Parenting..

    Er is een nieuwe opvoedmethode die helemaal trending is: Slow Parenting.

    Jaag jij van afspraak naar afspraak of van school naar sportclub en weer terug met je kind? En kun je door dit drukke schema niet gewoon lekker genieten van je kind? Dan is Slow Parenting misschien wel wat voor jou.

    Hier vind je een uitgebreide (Engelstalige) uitleg, maar voor de gehaaste lezer houdt de methode kort samengevat in, dat je met deze nieuwe opvoedingsaanpak meer in het moment leeft, minder met technologie bezig bent en minder met vooruit plannen.

    Je overlaadt je kinderen niet langer met activiteiten maar geeft ze de vrijheid om te genieten van wat ze (thuis) kunnen doen. Hiermee verlaag je zowel de druk op je kind als op jezelf. Mindful opvoeden dus.

    Nu wil ik niet vervelend doen, en ik juich deze methode absoluut toe, maar volgens mij deden ouders dat in de jaren tachtig al massaal.

    Als wij vroeger weekend hadden, mochten we buiten spelen, of binnen. Dat was het wel zo’n beetje. Wij gingen niet elke zondag naar een binnenspeeltuin, pretpark of bioscoop. Hooguit af en toe naar opa en oma of een familieverjaardag. En als je je verveelde, tja, dan verbeelde je je maar. “Daar word je creatief van,” zei mijn moeder dan. En dat was zo.

    Ik ben zelf overigens onbewust voor een groot deel al heel lang een slow parent, trouwens. Op zondag houd ik heel vaak “pyjamadag” met mijn dochter, die het heerlijk vindt om de eerste uren in haar pyjama en ochtendjas te zitten knutselen. Soms verveelt ze zich wel eens op pyjamadag, maar dan gaat ze vanzelf buiten kijken of haar vrienden er zijn of spelen we een potje badminton in de achtertuin.

    Dus… Ja, ik sta absoluut achter de nieuwste trend van Slow Parenting. Ik zou het zelfs iedereen aanraden. Het is alleen naar mijn mening helemaal niet nieuw.

    Pretpark Bobbejaanland (België): zeker een bezoek waard!

    Vandaag bezocht ik samen met mijn dochter (8) het pretpark Bobbejaanland in België.

    Voor wie de Efteling wat aan de te dure kant is (€80,- entree plus €10,- parkeerkosten, kom op, dat is toch amper te betalen?) is Bobbejaanland in België een goed alternatief. Via de dagje uit muntjes van de Jumbo betaalde ik in plaats van circa €65,- slechts €40,- voor de twee entreekaarten. De parkeerplaats (overigens goed aangegeven) kostte €8,-.

    Voorafgaand aan dit dagje uit las ik online wat reviews van andere bezoekers: ik werd er niet heel vrolijk van. Zo zou het park er onverzorgd en gedateerd uitzien en het personeel werd beschreven als onvriendelijk.

    Behalve de wandelende knuffel die alleen op de foto wil met je kind als de park fotograaf er een foto van maakt (zelf met je telefoon wordt niet op prijs gesteld), vond ik het alleszins enorm meevallen:

    • Het park zag er verzorgd uit,
    • We hebben niet lang hoeven wachten bij de entree,
    • De attracties waren prima in orde
    • … en het personeel was hartstikke aardig en behulpzaam.
    • Daarbij: Ondanks dat het best druk was, vielen de wachttijden bij de attracties ook reuze mee!

    We hebben genoten van de achtbanen, de wildwaterbanen (één buiten en één binnen: gelukkig scheen de zon en waren onze kleren snel weer droog: voor de droogcabines betaal je €2,-!), een klein strandje met hangmatten, een binnen- en buitenspeeltuin en nog veel meer.

    Daarnaast waren er voldoende plekken waar je (beschut) mocht picknicken: ideaal voor een kleiner budget en je eigen thuis gesmeerde broodjes.

    Oh, en nog een voordeel: het park is wat kleiner en overzichtelijker, waardoor alles goed te voet te doen is!

    Kortom: Bobbejaanland is zeker nog aan te raden voor een leuk dagje uit!

    Voor meer informatie over dit pretpark ga je naar : https://www.bobbejaanland.be

    Voor meer info over de dagje uit actie van de jumbo, klik je hier!

    Gastblog Ellen deel 2: de Vrouwelijke Pubervariant

    De vrouwelijke variant wordt nooit vervelend, dwars of puberaal. Dat zijn haar eigen woorden. Ik heb ze direct vastgelegd, schriftelijk, ondertekend en in drievoud.

    Het is wel waar, ze is heel gemakkelijk in de omgang. Ze snapt dat het leven een stuk prettiger is wanneer ze meewerkt. Ze gaat mee boodschappen doen, dekt zonder commentaar de tafel, en eet wat de pot schaft.

    Daar zit dus een klein probleem. De mannelijke puber leeft voornamelijk van de P’s. Patat, Pizza, Pasta, Pannenkoek, en, toegegeven, Paksoistamppot. Maar de vrouwelijke variant. Zij lust dat dus allemaal niet. Ook geen appelmoes, mayonaise, alles wat nagenoeg alle kinderen lusten, dat hoeft ze niet. Zij zat als tweejarig hummeltje naar mijn asperges te kijken en vroeg: “Mama, wat zijn dat voor een stengels?” Weg asperges. Inclusief biefstuk, aardappeltjes, ham en ei.

    Het is dus nooit goed, qua eten. Maar dat ligt niet aan de vrouwelijke puber.

    Ze is ook inderdaad nooit heel erg vervelend. Soms dan, als je haar wakker maakt vóór 12 uur ‘s middags. Ze heeft een masterclass uitslapen gedaan. Misschien maakt dat het zo makkelijk, ze is er gewoon niet, want ze ligt tot minstens 12 uur in bed.

    Ze kan ook heel goed haar broer opvoeden. Dat leidt tot discussies. Ik vraag me dan af waarom ze niet allebei perfect zijn, aangezien ze het beiden heel goed blijken te weten. Maar zelfreflectie is nog een brug te ver. Logisch ook, het zijn pas pubers. Ze beginnen wel steeds meer op echte mensen te lijken, dat wel.

    Min dochter stapte vorig jaar al met een vriendin in de trein om te gaan shoppen in Venlo. Of in Maastricht. Of in Den Bosch. En natuurlijk vind ik dat stoer, maar kom op zeg. Ze is nu pas 13. Ik wil haar vervoeren in een kinderzitje achter op mijn fiets, niet zelfstandig in de trein. Ze krijgen beiden kleedgeld. Dus dan komt ze thuis, met lamme armen van alle tassen, die ze ook allemaal meesleept in de trein. Ze heeft haar eerste piercing. Dat mag vanaf 12. Ze ontdekte dat toen ze nog 11 was. Met 12 jaar en twee dagen zaten we in de tattoo shop, om een gat in haar oorschelp te laten schieten. Wanneer je mij nu een onverantwoordelijke moeder vindt, dat mogen ze vanaf 12 jaar zelf regelen, zonder toestemming van ouders. Het leek me dus verstandig met haar mee te gaan en een gedegen shop uit te zoeken, om te voorkomen dat ze zelf een breinaald in haar oor zou steken.

    De vrouwelijke puber gaat wel een weekje naar lenteschool, in de meivakantie. Om wat vakken bij te spijkeren. Ze heeft namelijk nooit huiswerk. Ook nooit proefwerken. Zelfs niet in de proefwerkweek. Nooit hoeft ze iets te doen. Ze weet alles al. Ze wilt medicijnen gaan studeren, en ik zie al heel veel geld verdwijnen in een studentendispuut. Want het is een feestbeest. Ze mist geen enkel uitje, geen enkel feestje, ze is overal bij, en wanneer ze er niet bij kan zijn, dan zorgt ze wel dat het verzet wordt. Het lijkt wel een voorbeeldige puber, maar ik houd mijn hart vast voor de toekomst.

    Kortom, pubers. En kleinkinderen. Niet vermoorden dus, die pubers, denk eraan. Dat is momenteel mijn mantra.

    Ellen Boonstra

    Wil jij ook als Gastblogger jouw blog delen met 30.000 volgers? Stuur dan je leukste blog via e-mail naar de redactie!

    Mijn puber is een gamer: Gastblog door Ellen!

    Er is een spreuk, die gaat als volgt: “Het krijgen van kleinkinderen is de beloning voor het niet vermoorden van je pubers”. Ik ben benieuwd of ik ooit oma word.

    Want die pubers, die puberen wat af. Ik heb er twee. Een mannelijke, en een vrouwelijke variant. De mannelijke variant is een gamer.

    De meest gehoorde uitspraak van hem is: “Wacht effe”. “Kom je eten?” “Wacht effe.” “Ben je klaar?” “Wacht effe.” “Ga je douchen?” “Wacht effe.” “Ruim je dat even op?” “Wacht effe”. Als er iets is waar ik een hekel aan heb, dan is het wel wachten. Dit leidt dus tot behoorlijk wat ergernissen hier in huis. Ik snap het ook niet. Ik kondig het avondeten aan, vanaf een kwartier van te voren. Ik kondig het inmiddels al drie keer aan. En dan nog volgt steevast het antwoord….wacht effe. Want die games, die zijn van levensbelang. Fortnite speelt hij. Inclusief dansjes, tenminste, moves. Hij ging het me uitleggen, want moeders snappen niks van de jeugd van tegenwoordig. Daar zijn mijn mannelijke puber en ik het dan wèl over eens.Een online game kun je dus niet zomaar afsluiten. Want je speelt in een team. En als je offline gaat, laat je dat team in de steek, of je wordt vermoord. Uuuuh wat?? “Nee mahaaam,” (met dikke oogrol en een zucht vanuit zijn tenen), “…jouw karakter in de game wordt dan vermoord.” Ooooh… dat klinkt al minder ernstig. De uitspraak die met stip op nummer twee komt: “Ik moet hier ook alles doen”. En nee, dat zeg ik niet, maar hij! Ik ben een gescheiden moeder, de pubers zijn om de week bij mij. Ze krijgen hun natje en hun droogje op een presenteerblaadje aangeboden. Toegegeven, hier zit een stukje schuldgevoel in. Maar dat hoeven de modelpubers niet te weten. Ik werk, ik doe het huishouden, de boodschappen.. enfin, dat hoef ik jullie allemaal niet te vertellen. Doen jullie ook allemaal. Dan is de chips er niet die meneer blieft. Mag hij zelf met mijn geld naar de winkel, om de goede chips te kopen. Moet hij alles doen. Daar krijg je toch moordneigingen van? En dan de elastiekjes. Die vind ik o-ver-al. Op zijn kamer, op de badkamer, in de keuken. Overal, behalve in de prullenbak. Gelukkig is de hoeveelheid elastiekjes gehalveerd, want de vrouwelijke puber is inmiddels beugelvrij. Daarnaast moet ik elke avond vragen of hij ze in heeft, wat nooit het geval is. En deze gek brengt meneer de puber dan zijn elastiekjes… Maar toegegeven, als hij daar dan zo lekker in zijn bed ligt, met zijn pyjamaatje aan, en ik toch nog een stevige knuffel krijg, realiseer ik me dat het ondanks alles best een leuke puber is.

    Ellen Boonstra

    Wil jij ook eens een column schrijven als Gastblogger voor Chrisje? Stuur dan jouw leukste column naar redactiechrisje@gmail.com en wie weet, misschien verschijnt jouw gastblog wel op Chrisje.info!

     

    “Ik zorgde voor onze twee zorgkinderen, hij ging er vandoor met een ander.”

    Ze zorgde voor haar twee zorgkinderen, waarna haar man er vandoor ging met een ander. Hieronder lees je het persoonlijke verhaal van een (anonieme) moeder.

    Dit is mijn verhaal: het verhaal van een (strijdbare) moeder met kinderen met leerproblemen. Mijn verhaal gaat over de zoektocht naar hulp voor mijn kinderen, maar ook over het overwinnen van een verdrietige, voor mij ingewikkelde echtscheiding. Na al het vechten, zorgen, mezelf wegcijferen, vallen en weer opstaan kan ik nu met recht zeggen: Ik sta er weer! Ik heb al die zware jaren overleefd. Ik ben er misschien nog niet helemaal, maar ik ben blij en trots! Super trots, als  alleenstaande (zorg)-moeder van twee fantastische, bijzondere kinderen. Ik zeg tegenwoordig altijd, vooral tegen moeders rondom hun kinderen: volg je gevoel, je intuïtie, altijd! Als jij denkt dat er iets met je kinderen is, dan IS dat ook bijna altijd zo.

    Geen zorgeloze start
    De start van mijn verhaal is eigenlijk al begonnen op het moment dat mijn oudste dochter (nu puber/jong-volwassene, 2e jaar  Voortgezet Onderwijs) de kleuterschooltijd al niet helemaal zorgeloos en ‘standaard’ door kwam. Ze was een enorme lieve, zachte en verlegen kleuter, dus ze viel niet echt op. Ik maakte mij daar als moeder niet direct zorgen over, want tja, niet alle kinderen ontwikkelen zich op dezelfde manier, dus dat komt allemaal wel. Toch heb ik heel vaak het idee gehad dat ze gewoon moeite had met bepaalde dingen, dat ze haar best er wel degelijk voor deed, maar dat het haar gewoon niet lukte. Toen ze in groep drie moest starten met letters, woordjes en zinnen lezen en dit in best wel een sneltreinvaart moest gebeuren, begon ze langzaam achter te lopen.
    De letters gingen niet vanzelf, het automatiseren ging niet vanzelf, de woorden kwamen niet vanzelf, het lezen kwam niet lekker op gang, het bleef lange tijd bij ‘hakken en plakken’.

    Leesproblemen en dyslexie
    Toen ben ik mij als moeder maar eens gaan verdiepen in leesproblemen, oftewel dyslexie en wat zoal symptomen en kenmerken waren. Toen werd het me vrij snel duidelijk. Mijn dochter deed haar uiterste best, maar het lukte gewoon niet. Kon het niet zo zijn dat ze dyslectisch was?! Op school werd hier toen eigenlijk nog nauwelijks over gerept. Toen groep vier in zicht kwam, bleek mijn dochter zo erg achter te lopen dat groep vier een brug te ver was, dus werd er geopperd groep drie nogmaals te doen. Ik stemde hier mee in en vond het – gezien haar ontwikkeling en het feit dat ze in haar doen en laten nog wel ‘jong’ was – een prima idee. Dit zou haar goed doen en we konden, met elkaar, bekijken hoe haar leesontwikkeling in de tussentijd zou verlopen. Maar ondanks twee maal groep drie bij een lieve juf wat haar best goed deed, ging het op school en expliciet rondom lezen, schrijven, spelling en taal, toch nog steeds niet zoals het hoorde. Toen heb ik op school eens aangekaart of het mogelijk was dyslectisch dat mijn dochter dyslectisch is en of ze hierop getest kon worden. Helaas gaat daar dan geruime tijd overheen, omdat school eerst van alles moet aantonen wat ze aan extra hulp hebben aangeboden, papieren moeten aanleveren en je niet direct aan de beurt bent met testen bij een bureau. Het zelfbeeld van mijn dochter ging helaas steeds verder naar achteruit, ze werd steeds stiller, huilde veel, durfde nauwelijks meer om hulp of extra uitleg te vragen en hield zich maar op de achtergrond.

    pexels-photo-247195

    EED
    Het ging zienderogen achteruit met haar (zelfbeeld). Totdat uiteindelijk de uitslag van het dyslexieonderzoek daar was: ze had EED (ernstige enkelvoudige dyslexie). Iets wat ik eigenlijk vanaf de kleuterklas al vermoed had, maar waaraan weinig en veel te laat gehoor is gegeven door school. Mijn eerste ervaring met negativiteit rondom (h)erkenning, het doorverwijzen van ‘het kastje naar de muur’, het niet voor ‘serieus’ te worden aangezien, de ‘zeurmoeder’ op school, de moeder die zich véél te veel zorgen maakt…  Mijn dochter gaf een presentatie over (haar) dyslexie, zodat haar klasgenoten ook wisten wat ze had, waarom ze extra hulp en tijd kreeg en moeite met lezen en waarom ze bijvoorbeeld een tafel- of spellingskaart mocht gebruiken. Ze knapte er enorm van op nu ze wist wat ze had, maar ook nu ze de goede specialistische hulp en begeleiding kreeg en er aan haar weerbaarheid en zelfbeeld werd gewerkt. Zo fijn!

    De zoektocht ging verder
    Toen ik in het traject zat met mijn dochter voor dyslexiebegeleiding, begon mijn zoon, inmiddels ook in groep drie, vast te lopen rondom letters, lezen, spelling, maar ook rekenen. Hoewel ik het idee had dat mijn dochter hele dyslectische kenmerken had en ik dit niet zo bemerkte bij mijn zoon, gingen wel bij mij wel een aantal welbekende alarmbellen af. Ook omdat dyslexie vastgesteld bij een zus de kans procentueel erg groot maakt dat er ook dyslexie bij een (volgende) broer of zus wordt vastgesteld. Toen mijn zoon maar bleef goochelen met het omdraaien van letters en van rechts naar links schrijven en hakken en plakken met lezen, wist ik al vrij snel hoe laat het was. Ook mijn zoon heeft groep drie vanwege dezelfde redenen als mijn dochter nog een keer gedaan, echter hij was er, in tegenstelling tot dochter, eind (tweede keer) groep drie nog veel slechter aan toe. Op het depressieve af én helemaal gestrest. Een jongetje van zeven die zei zijn leven niet meer leuk te vinden, zelfs niet meer te willen leven…., die school en alles wat hij daar moest doen vreselijk vond, die met afgehangen schouders, hoofd naar beneden, over het schoolplein liep, die lichamelijke klachten kreeg, op school eigenlijk niet meer mee wilde doen en.. het ergste van alles is dat ze op school allerlei signalen niet serieus (genoeg) hebben genomen, niet van mij, terwijl ik van alles aankaartte, maar ook niet van mijn zoon zelf.

    Het gaat helemaal niet goed
    Ik vergeet nooit meer dat mijn zoon zei ‘Juf zegt, het gaat wel goed toch?’ ….., gevolgd door: `Maar mam, het gaat helemaal niet goed’.  In de tussentijd had ik hem al aangemeld bij het dyslexiebureau waar we al naar toe gingen met onze dochter, dus het onderzoek was daar zo geregeld en inderdaad: het zelfde verhaal, ook dyslexie in ernstige mate (en mogelijk meer problematiek). In de tussentijd had ik stappen gezet om mijn zoon van de reguliere school af te halen (mijn tweede ervaring met het gevoel niet (h)erkend te worden in de problematiek, nu rondom mijn zoon, ‘weer dat kastje en die muur’, weer het (inwendig) schreeuwen: word ik nog gehoord?, zien jullie de ernst van de situatie?, is er nog iemand die met mij meedenkt wat de beste oplossing is? Maar nee, ik was de enige die zag hoe het écht met mijn zoon ging, NIET! Het ging gewoon echt niet!! Hij moest naar een andere, specialistische school en wel heel snel!, anders ging het echt niet goed komen met hem.

    pexels-photo-236147

    Noodkreet
    Met het lood in mijn schoenen ben ik naar de dichtstbijzijnde speciaal onderwijs school gereden en heb daar een gesprek gehad. Huilend, in de stress en eigenlijk óp van alles heb ik mijn verhaal gedaan en binnen een maand was mijn zoon van school af en zat hij op het SBO. De beste keuze ooit! Langzaam bloeide mijn mannetje weer op en hij kreeg daar de rust, maar ook de begeleiding en hulp die zo wenselijk en nodig was! Dáár werd hij gewoon gezien en gehoord! Binnen een paar weken was hij opgebloeid en wisten de leerkrachten al meer over hem, dan de leerkrachten van de andere school in al die jaren daarvoor. Ik was dankbaar! Zó dankbaar dat het weer goed met hem ging. Makkelijk was het ook op deze school niet voor hem, want naast lezen, spelling, taal, was rekenen ook een lastige voor hem. Zijn leerproblemen waren gewoon complexer en eigenlijk heb ik toen al het gevoel gehad dat er méér dan alleen dyslexie aan de hand was…(ook weer zo’n intuïtief moedergevoel..) Inmiddels weet ik dat er meer aan de hand is (hij is daarvoor anderhalf jaar geleden onderzocht). In die periode heb ik, als moeder, twee kinderen begeleid met hun dyslexietrajecten. Naast school, werk, huishouden, verplichtingen, vrijwilligerswerk (ja, zelfs dát deed ik toen nog). et cetera. Het was er gewoon een baan naast! Elke week naar een andere plaats waar de begeleiding plaats vond en daarnaast veel, heel veel thuis oefenen. Bijna twee jaar lang!

    Relatieproblemen
    Langzamerhand voelde ik mij in mijn relatie, met de vader van mijn kinderen, steeds eenzamer. Ik voelde mijn partner van me weglopen, zich afkeren van dit complexe ‘zorggezin’ en ik had het gevoel dat ik werkelijk alles alleen moest doen, ik voelde me toen eigenlijk al een ‘alleenstaande moeder’ met de zorgen van kinderen waarbij het niet normaal verloopt op school, het voelde alsof ik alles alleen moest dragen en ik alleen die zorgen kende en zag, want ook hierin werd ik door diverse partijen niet serieus genomen. Onze relatie ging op veel punten zienderogen achteruit en ik heb meermaals gedacht: ‘Als ik de kinderen weer op de rit heb, ligt mijn huwelijk in puin’. En wat ik intuïtief gewoon wist en voelde, gebeurde…! Mijn (inmiddels ex) partner had al geruime tijd een ander pad bewandeld. Niet het pad wat ik met de kinderen had bewandeld. Hij was naast zijn gezin een ander leven gestart.  En ik probeerde zo goed en zo kwaad als het ging, mijzelf en de kinderen overeind te houden. In de tussentijd aangeklopt voor hulp bij onze gemeente, maar ook hierop is niet adequaat gereageerd, de zoveelste keer dat ik niet serieus (genoeg) genomen ben, me niet gehoord heb gevoeld en zo ‘op’ van het vechten, dat ik dacht: laat maar… en toen ik uiteindelijk het gevoel had dat het écht niet meer ging tussen ons, er constant ruzies waren en onbegrip én ik eigenlijk helemaal ‘op’ was van al die jaren ‘buffelen’, werd ‘de bom’ onder onze meer dan 20 jarige relatie/verstandhouding gelegd.. Er was een ander.

    Klap in mijn gezicht
    Nog nooit heb ik zo’n klap in mijn gezicht gehad. Nog nooit waren de dagen zo donker en nog nooit heb ik me zo aan de kant gezet gevoeld…ingeruild, maar ik had er maar mee te dealen.  Ik ben in dat jaar voor mijzelf de boel op een rij gaan zetten. Wonend met de kinderen in onze (koop)woning, hij wonend bij zijn vriendin in een huurwoning en ik ben stap voor stap de dingen gaan regelen… in eerste instantie: de keuze maken dat ik ook niet meer met hem verder wilde! Dat ik het prima kon redden met de kinderen zelf, want dat had ik inmiddels wel bewezen. Maar ja, je hele leven ligt in duigen, je weet van voren niet dat je van achter leeft, je weet niet hoe je iets moet regelen, wat je moet regelen, wat eerst en wat daarna. Het voelt alsof je loopt op een moeras onder zware donderwolken. Overmand door een enorm verdriet, boosheid, teleurstelling, frustratie, eenzaamheid, heb ik dat jaar overleefd. In onze woning – waarvan ik wist dat ik eruit moest.. In de tussentijd moest ik me inschrijven voor een huurwoning, de scheiding regelen bij de mediator, zaken regelen rondom het ouderschapsplan, de boedelscheiding, gesprekken voeren met psycholoog en maatschappelijk werk, gesprekken voeren met de kinderpsychiatrie vanwege nog een onderzoek en dan daarnaast ‘gewoon’ werken, kinderen naar school brengen, doorleven, want alles loopt gewoon door en je blijft je maar afvragen hoe je hier überhaupt uit komt.

    Nieuwe start
    Een huurwoning krijgen viel niet mee, lange wachtlijsten, geen urgentie en dan financieel, pfff. Ik zag mezelf al zitten in een (tijdelijke) sta caravan op een vreselijke camping met .. niks…. en kinderen waarvoor dat helemaal niet goed is, die juist stabiliteit en rust zouden moeten hebben, na die heftige jaren op school!. In dat jaar ging er heel wat door me heen: de goede tijden, slechte tijden, emmers vol tranen, boosheid, frustraties, onmacht, onzekerheid en stress, bergen stress. Op het moment waarop ik dacht,… dit moet niet nóg een half jaar duren, inmiddels bij de mediator de boel op orde en ik wachtende op een huurwoning, kwám er die woning!!
    Na een klein jaartje ‘wonen’ in onze koopwoning (wat echt niet meer fijn voelde met al die herinneringen..), kon ik over naar een mooie huurwoning en kon het koophuis op mijn ex naam gezet worden en kon hij terug naar de (oude) woning met zijn vriendin. Inmiddels woon ik een jaar in mijn eigen fijne woning en het voelt ook echt als MIJN woning (met mijn kinderen).

    Tot rust komen
    Vorig jaar stond nogal in het teken van regelen, verhuizen, verven/behangen, het ‘eigen maken’, tuin opknappen, de laatste scheiding/verhuizingszaken regelen en vooral tot rust komen, enorm tot rust komen en verwerken.…. Want jeetje, wat een impact heeft dit alles op mij gehad, maar ook op de kinderen en ongetwijfeld ook op mijn ex-partner, hoewel die, zoals het lijkt, zijn leven met haar heeft opgepakt en ogenschijnlijk ‘schepen achter zich verbrand heeft’ en ‘gewoon opnieuw begonnen is’. De omgangsregeling is gelukkig op orde en we wonen beiden (weer) in dezelfde woonplaats. De kinderen kunnen dus makkelijk op en neer. Zolang we het niet hebben over ingewikkelde dingen of gevoelszaken gaat de omgang goed, de kinderen zijn tevreden en ik moet zeggen het gaat me allemaal best af, met hulp en ondersteuning van lieve familie en vrienden, vriendinnen én professionele externe hulp, want alles heeft zo veel impact op mijzelf en ons gezin gehad, dat ik gesprekken heb met een gezinstherapeut om mijzelf weer te vinden, veel te verwerken en een plek te geven, om er weer helemaal zelf te zijn en er goed te kunnen zijn voor mijn kinderen, die noodzakelijke zorg en begeleiding nodig hebben en de nodige ups en down kennen en soms nog hebben.

    Ik vertrouw blind op mijn intuïtie
    Ik vaar blind op mijn gevoel en intuïtie en ik weet en voel wat goed is voor mijn kinderen en wanneer het wat minder gaat. Helaas sta ik hier wel vrij alleen in, aangezien mijn ex en ik de problematiek rondom de kinderen verschillend zien: dat maakt het soms moeilijk. Maar met de juiste hulpverlening, mijn vrienden en familie red ik het prima. Ik zie gelukkig de zon (steeds meer) schijnen! Ik ben zo dankbaar voor mijn huisje, mijn spullen, mijn (flexibele) baan, vrienden en familie die aan mijn zijde zijn gebleven én zijn gekomen en dankbaar voor alles wat ik overleefd heb.

    spiritual2

    Trots op mezelf
    En trots ben ik ook, ja trots, omdat ik dit alles wel heb (moeten) doorstaan, ik een sterke vrouw ben (geworden), omdat ik er ook mooie, dankbare dingen aan over heb gehouden en ik ben trots op mijn kinderen, die het ondanks hun niet zichtbare ‘handicaps’ en de zeker geen ‘standaard scheiding’, toch heel goed doen (ook op school)! Het alleenstaande leven met ‘zorgkinderen’ is zeker niet vanzelfsprekend, soms ook lastig uit te leggen aan mensen die niet snappen hoe het werkt en soms echt heel zwaar, maar ik wéét dat ik het aan kan en ik kan eigenlijk best nu al wel zeggen dat ik gelukkig ben met mijn leven alleen met de kinderen. Ik voel het nog niet helemaal tot in mijn tenen en ik moet zeker nog verder met mijzelf aan de slag, maar ik ben op de goede weg! En ik moet alles tijd geven, tijd om te verwerken, alles een plek te geven, het verdriet te laten slijten en tijd om anders in mijn leven te gaan staan. Te gaan staan waar IK voor wil staan en wat goed voelt voor mij en tijd geven … om er weer helemaal te zijn!

    Een strijdbare en trotse moeder.

    Ode aan het Loeder! door Gastblogger Talitha

    Gastblogger Talitha maakt een diepe buiging voor de volgens haar meest stoere wezens op dit moment: LOEDERS!

    Het Loeder dat alle hypes op het gebied van moederen heeft overleefd: Van de Oei! Ik groei tot de quinoa generatie, maar toch lekker haar eigen weg volgt. Ze doet maar wat en ze doet het goed.

    Tijgerstrepen

    De Loeders met tijgerstrepen  – die ze hebben verdiend door niet alleen hun lichaamsgewicht tijdens de zwangerschap te verdubbelen 😉 maar vooral omdat ze sterker zijn dan wie dan ook. De klauwen uit de mouwen steken om een kind te maken, te baren en op te voeden.

    Het Loeder dat zich zorgen maakt of haar baby wel genoeg drinkt en lef genoeg heeft om dwars door tachtig adviezen haar eigen weg in te slaan. Die durft te huilen wanneer iets haar niet lukt maar op de kiezen bijt en weer verder gaat.

    Zweetsnor

    Loeders zijn geen kleffe hapjes die koffie drinken om tien uur om het huishouden te ontlopen. Zij zijn het, die al voor de klok half negen slaat een complete werkdag achter de rug hebben en hijgend met een zweetsnor achter het stuur zitten om nog enigszins op tijd te komen op kantoor.

    Loeders zijn geen krengen, maar bewaken hun leven en kroost met passie. Een loeder verandert pas in een bitch als je dreigt haar territorium te ont-eren en glimlacht als ze een mede-loeder in de ogen kijkt.

    Loeders zijn slim, werken keihard en hebben banen om passies in kwijt te kunnen. En waar een ander een schouderklopje wil, rent zij alweer verder om ingrediënten te halen voor de taart die ze gaat bakken op de vrije woensdagmiddag. Ode aan het Loeder dat het probeert, ook al eindigt de taart als een kruimelvlaai in een kastje met een zielig hoopje marsepein on top.

    Snottekening

    Ode aan het loeder dat zucht als ze in de spiegel kijkt en een prachtige print op haar kleding ontdekt, het waarderend dat haar kind een prachtige snottekening maakte op haar zwarte pantalon bij de afscheidsknuffel in de klas. Ze lacht fronsend wanneer ze in de rij bij de kassa barbieschoenen in haar jaszak vindt.

    Ode aan zij die niet pretendeert de wijsheid in pacht te hebben maar je aanmoedigt je eigen weg te kiezen dwars door het woud van de pedagogisch uitgekiende opvoedboeken en leefwijzen ondersteund door artsen en specialisten.

    Zij verdient het om lyrisch te worden aanbeden, want ik vrees dat weinig mensen beseffen hoeveel werk het Loeder verzet. Dat er op haar rug duizend zorgen balanceren die ze moeiteloos weg lacht bij het maken van huiswerk als de afwas net achter de rug is. Zij die lief een liedje zingt voordat de draken gaan slapen en moeiteloos verhalen verzint om monsters in het donker te verslaan.

    Foodbaby

    Het Loeder dat wel kookt, maar waar een cheat day trots bovenaan het weekmenu shined. Ze kookt geen vijf gangen maar prijst vijf happen en wint als ze zelf een bord voor zichzelf heeft staan.

    Zij die de term fitgirl tot een lachertje heeft gemaakt omdat ze haar best doet te bewegen, maar haar leven tot topsport is verheven.

    Het Loeder dat trots de welving van buik aait wanneer ze haar foodbaby ontdekt, daar waar een ander hem inhoudt om op instagram te plaatsen.

    LoederLuier

    Zij die niet alleen praat over luiers maar er ook wel eens zelf een nodig heeft, als ze met haar vriendinnen wijntjes drinkt en te hard moet lachen.

    Ze is grappig en tilt niet te zwaar aan het leven. Haar huis is niet brandschoon; de deur van het washok dichtgooien is ook opruimen en vervolgens zet ze Netflix aan om ultiem te chillen. Zij, zij heeft het leven verstaan.

    Ze doet alsof ze het begrijpt: het moederschap, mode, voeding, lifestyle, het leven: maar ze doet maar wat.

    Ik breng een ode aan de loeder! Het loeder is een vrouw met ballen. Een loeder is een moeder die leeft. Het loeder dat kan alles aan!

    Cheers, bitches!

    Talitha

    Meer van Talitha lees je op haar website.

    Ik werd gepest: Geef meer positieve aandacht aan pestende kinderen!

    pestenIk werd als kind gepest. Jaren lang. Op de basisschool.

    Wat dit met me deed als kind, is moeilijk te beschrijven: het is ook lastig uit te leggen aan iemand die nooit gepest werd. Structureel gepest worden zorgt er voor dat je je als kind (of volwassene) nooit helemaal veilig voelt in je omgeving, waar je vijf dagen per week verblijft.

    Alsof je verplicht wordt vijf dagen per week de hele dag een dreiging te voelen. Wanneer begint het weer? Ben ik wel veilig in de pauze? Wat gaan ze nu weer doen? Je voelt je ongemakkelijk, ongewild, intens ongelukkig en in het beste geval niet welkom in je omgeving. Pesten maakt heel wat kapot, en als het tijdens je jeugd gebeurt vormt het je, want het overkomt je immers terwijl je zelf letterlijk nog in ontwikkeling bent.

    Een op de tien kinderen in Nederland wordt gepest. Scholen zijn wettelijk verplicht om pesten tegen te gaan. Toch gebeurt het nog steeds, en beperkt het zich lang niet alleen tot het schoolplein: met de komst van de mobiele telefoon heeft het pesten zich verplaatst naar de cyber-omgeving, wat het nog moeilijker maakt om deze vorm van geweld (want dat is pesten) te herkennen en aan te pakken.

    Ik kan me herinneren dat ik op zondag vaak de hele dag op zag tegen maandag. Het idee dat het gepest de dag er na weer zou beginnen, zorgde er voor dat ik op zag tegen maandag, uit keek naar weekenden en vakanties, en in mijn bed stiekem lag te wensen dat er een magische oplossing zou komen voor mijn probleem. Ik praatte er thuis ook niet over: ik was bang dat mijn ouders dan naar school zouden stappen en dat zou het alleen nog maar erger maken, dacht ik.

    Het beste kon ik er maar over zwijgen en het ondergaan.

    Veilige omgeving
    Toen ik naar de middelbare school ging, veranderde alles. Plotseling kwam ik in een hele andere omgeving terecht. Die kinderen wisten niet dat ik gepest werd op mijn vorige school. Ik voelde me alsof ik ontsnapt was uit een gevangenis, zo blij. Hier was ik niet het gepeste kind, hier kon ik opnieuw beginnen! En dat deed ik. Mijn middelbare schooltijd was een van de mooiste periodes uit mijn leven. Ik maakte veel vrienden en vriendinnen, zat bij toneel, de redactie van de schoolkrant, zong zelfs in een band terwijl ik niet kon zingen. De middelbare school was een geweldige plek, omdat mijn zelfvertrouwen daar eindelijk kon groeien. Omdat ik me er thuis voelde, welkom én veilig.

    Dé oplossing tegen pesten bestaat niet
    Er is niet één pasklare oplossing tegen pesten. Er is geen magische sleutel die alles oplost. Kinderen (en sommige volwassenen..) hebben simpelweg nog niet het inlevingsvermogen ontwikkeld om te voelen wat ze een ander kind aandoen met hun pesten. Ze zien het als een spelletje: die ga ik pesten want die is heel lief, dus die huilt snel. Of: die ga ik pesten want dan leid ik de aandacht af van dat ik zelf onzeker ben. Heel basaal. Want het inlevingsvermogen om te voelen wat je slachtoffer voelt, dat is er simpelweg (nog) niet.

    Pesten is een symptoom
    Het is goed dat de overheid scholen wettelijk verplicht pesten aan te pakken. Ook ouders hebben hier in een taak en verantwoordelijkheid. Niemand wil dat zijn kind pest, en niemand wil dat zijn kind gepest wordt: beide situaties zijn voor ouders ook niet fijn. Oplossingen in de vorm van een goede communicatie tussen ouders en school, de leerkracht zelf die pesten signaleert en aanpakt, de overheid die er op toe ziet dat scholen hun wettelijke plicht nakomen, zijn goed en belangrijk. Maar het dekt de lading nog niet helemaal.

    Geef meer aandacht aan het pestende kind!
    Hoe tegenstrijdig het ook klinkt, aangezien ik zelf slachtoffer van pesten ben: ik wil het opnemen voor het pestende kind. Niet alleen het slachtoffer van pesten heeft aandacht nodig, het pestende kind heeft minstens net zo veel aandacht nodig. Besteed dus meer aandacht aan het pestende kind, en het pesten stopt. Dat klinkt misschien raar. Toch meen ik ieder woord er van. Pestende kinderen hebben namelijk die positieve aandacht het hardst nodig.

    Auto-ongeluk
    Als er een auto-ongeluk gebeurt, gaat er in de crisis meteen alle aandacht naar de slachtoffers. Zij moeten immers in veiligheid gebracht worden, of acuut verzorgd worden. Dit is goed. Maar geen positieve aandacht besteden aan de pester, is hetzelfde als honderd ongelukken opruimen en niet kijken naar de verkeerssituatie: je lost het probleem achter het probleem niet op, dus blijven er botsingen plaatsvinden.

     Pesten is niet meer en niet minder dan een symptoom
    Als er kinderen gepest worden, gaat dus vaak automatisch alle aandacht naar het slachtoffer. Dat is begrijpelijk, en het gepeste kind heeft die (na)zorg ook hard nodig.

    Maar ook het pestende kind heeft zorg nodig.

    Het pestende kind, daar weet men niet zo goed mee om te gaan. Ouders van het pestende kind schamen zich wellicht, of weten niet goed wat ze kunnen doen omdat het kind thuis gewoon lief is. Het ligt vaak heel gevoelig en is een pijnlijke kwestie. We stoppen het het liefst weg.

    We weten niet goed hoe te reageren, behalve boos en straffend. Terwijl juist dat het pesten alleen maar erger maakt.
    Een pester met weinig inlevingsvermogen of een laag zelfbeeld zal daarna alleen maar denken: door hem of haar (het gepeste kind) heb ik nu straf gekregen. En in het ergste geval denkt het kind: dit (straf) overkomt mij door hem of haar, dus die zal ik eens een lesje leren. En zo begint het hele probleem weer van voren af aan.

    Terwijl juist dáár de kracht ligt van het terugdringen van pesten. Een kind dat pest heeft óók een probleem. Minstens net zo groot als dat van het slachtoffer. Het enige wat het pestende kind doet, is zijn probleem proberen door te geven aan een slachtoffer. Blijkbaar weet het niet hoe het zelf zijn probleem moet oplossen, dus gaat het negatief aandacht vragen. Wat het probleem is van het pestende kind, kan variëren: Het kan thuis problemen hebben, zelf ooit gepest zijn en nu zelf pesten als tegenreactie, het kan heel onzeker zijn, zich lelijk voelen en een knap kind gaan pesten, zich dom voelen en uit jaloezie een slim kind gaan pesten, het kan wat hulp nodig hebben met het  ontwikkelen van zelfvertrouwen.

    Dus in plaats van het kind dat gepest wordt alle aandacht te geven, zeg ik als slachtoffer: verplaats een groot deel van die aandacht op een positieve manier naar de pester, en je dringt vanzelf het pesten terug. Pesten is niets meer en niets minder dan op een negatieve manier aandacht vragen.

    Als daar mee omgegaan wordt op een consequente maar liefdevolle manier, wordt het probleem van het pestende kind opgelost of beter te hanteren. Als het pestende kind zich prettiger gaat voelen, zal het het pesten niet meer nodig hebben. 

    Wie niet horen kan, moet maar voelen! De Horen, Zien en Zelf Ervaren-methode voor anders lerende kinderen

    Wie niet horen kan, moet maar voelen. Dat werd vroeger – toen dat nog normaal gevonden werd – vast ook vaak gezegd tegen anders lerende kinderen. Maar wat ik te vertellen heb, komt op een positieve manier neer op exact die woorden; alleen – geen zorgen! – wel met een tegenovergestelde betekenis.

    Mijn brief “Sorry, lief kind” werd duizenden keren gedeeld. Honderden reacties kwamen binnen; vooral van ouders, maar ook van leerkrachten en begeleiders die zich zorgen maakten. Vooral veel herkenning, maar ook veel verdriet en wanhoop. Ouders die niet meer wisten wat ze moesten doen. Leerkrachten die hun zorgen uitten. In deze blog deel ik mijn persoonlijke mening en mijn eigen methode die ik uit persoonlijke ervaringen ontwikkelde: de Horen, Zien en Zelf Ervaren methode. Ik hoop hiermee te bereiken dat meer ouders en leerkrachten gaan werken op deze manier, waardoor anders lerende kinderen makkelijker op hun unieke manier kunnen blijven leren en opgroeien, binnen hun eigen vertrouwde omgeving.  blog horen zien voelen methode

    Kijk me aan als ik tegen je praat!
    Een anders lerend kind verwerkt prikkels en informatie anders. Kinderen met bijvoorbeeld autisme en ADHD hebben moeite met concentreren. Ze worden vaak dromerig, snel afgeleid, (te) beweeglijk of storend genoemd.

    De leerkracht kan zijn of haar werk voor de hele groep bijvoorbeeld niet naar behoren doen, omdat het kind met de prikkelverwerkingsproblemen met zijn of haar drukke gedrag de aandacht van andere leerlingen afleidt.

    anderslerendkindWat gebeurt er dan in de regel? Ieder kind wil in de kern graag leren. Toch wordt het anders lerende kind helaas verkeerd begrepen en wordt het drukke of afgeleide gedrag enkel bestraft. Leerkrachten zijn mensen die ontzettend hard werken en hart hebben voor kinderen, anders waren ze dit belangrijkste beroep niet gaan uitvoeren. Maar het werken met anders lerende kinderen, zoals kinderen met bijvoorbeeld autisme of ADHD, is óók anders en soms moeilijker, want; als je iemand iets wil vertellen, heb je als leerkracht misschien graag dat het kind je ook aankijkt. Als je een groep iets wil vertellen, heb je een nog grotere klus. Dat kind dat continue afgeleid is of anderen afleidt met zijn beweeglijkheid, kan voor de leraar een pittige uitdaging worden om aan het eind van de dag zijn taak te volbrengen.

    Maar moeten we dan het kind forceren zich aan te passen aan de lesmethode, of de lesmethode aanpassen aan de kinderen?

    anderslerendkind2Scholen, leraren en ouders: we willen allemaal graag dat het kind zichzelf kan zijn. Toch kunnen veel anders lerende kinderen dit nog niet (genoeg) zijn, simpelweg omdat het onderwijs methode of de opvoedmethode nog niet voldoende is ingericht op hun manier van leren. Dus stroomden de laatste jaren ontelbare kinderen door naar het speciaal basisonderwijs. Met speciaal basisonderwijs is absoluut niets mis, maar de vraag is wel of dit echt altijd noodzakelijk is. Natuurlijk is in het geval van ernstige gedragsproblematiek en bij kinderen met bijvoorbeeld een chronische ziekte speciaal onderwijs noodzakelijk. Toch blijft dan de vraag over: zou het gros van de anders lerende kinderen niet veel vaker in het regulier onderwijs kunnen blijven, als we de boodschap simpelweg beter geschikt maken voor anders lerende kinderen?

    anderslerendkind8Beelddenkers en bewegers
    Veel anders lerende kinderen zijn beelddenkers. Zij denken en leren in plaatjes, beelden. Vertel het me en ik vergeet het; laat het me zien of (beter nog) ervaren, en ik onthoud het. Dus in plaats van een enkel verbale, theoretische instructie die juist daardoor gemist wordt door anders lerende kinderen, hou je als school door simpelweg visuele en praktische hulpmiddelen direct bij die theoretische boodschap in te sluiten ook je anders lerende kinderen bij de les.

    Anders lerende kinderen leren niet door te luisteren, zij leren door te zien of te doen. Geef die kinderen die zo prettiger leren letterlijk iets te DOEN tijdens de instructie, en je hebt hun aandacht. Iets doen kan zijn iets bekijken, iets aanraken, iets zien bewegen, iets ruiken. Iets doen kan ook zijn: uitleg geven door vragen te stellen aan het anders lerende kind. Iets doen kan ook zijn: het anders lerende kind positief betrekken bij de boodschap door het een taak te geven. Geef het anders lerende kind een activiteit bij de theorie en het kan zich veel gemakkelijker concentreren. Toon altijd een praktisch voorbeeld tijdens je theoretische uitleg, en je hebt ook de aandacht van anders lerende kinderen.

    anderslerendkind7Laat de boodschap altijd aansluiten bij meer zintuigen!
    Een praktisch voorbeeld: Een kind met autisme heeft moeite met oogcontact maken en lang naar het gezicht van de leerkracht kijken tijdens instructie momenten. Dit vergt van een kind met autisme enorm veel energie: daarbij wordt het kind afgeleid door bijvoorbeeld interessantere details, zoals bewegende wenkbrauwen, een knoop die iets scheef zit, of een ring die mooi glinstert: zelfs als het kind wel naar de leerkracht kijkt is het dus nog maar de vraag of de verbale informatie binnen komt.

    anderslerendkind10
    Lang moeten luisteren: Boooooring, en niet alleen voor kinderen!

    Zelf val je als volwassene toch ook wel eens bijna in slaap tijdens verbale presentaties die te lang duren? Lang stilzitten en niks kunnen (of mogen) doen zorgt voor onrust en gebrek aan concentratie. Heus niet alleen bij anders lerende kinderen. Dat heeft niets te maken met de inhoud van de boodschap, en alles met hoe de boodschap gebracht wordt. Daarbij heeft een kind doorgaans nog een veel kortere aandachtsboog dan een volwassene.

    Voetjes van de vloer
    Een leerkracht op de basisschool van mijn dochter had een hele goede en leuke manier gevonden: als hij merkte dat de groep onrustig werd of dat de aandacht verslapte, deed hij een korte beweegoefening met de klas. Hup, allemaal opstaan, en even een aantal keren springen en klappen. Niet alleen de anders lerende kinderen hadden er baat bij (want zij konden hun energie even kwijt en konden zich daarna weer makkelijker concentreren), ook de andere kinderen vonden het fantastisch. Om het hoofd te legen moet het lijf bewegen. Dat helpt niet alleen anders lerende kinderen, dat helpt de hele klas. Op een andere basisschool die ik ken hebben ze praktische buiten oefeningen in het standaard lesprogramma opgenomen, met fantastische resultaten. Laat kinderen bewegen en actief deelnemen, en ze leren sneller.

    anderslerendkind9Horen, zien en zelf ervaren – Spreek zo veel mogelijk zintuigen aan!
    Ik rende maanden lang achter mijn anders lerende kind aan met haar fietsje, toen ze zonder zijwieltjes leerde fietsen. Het probleem was alleen dat ze het niet leerde. Ik deed exact wat ik andere ouders altijd had zien doen, en toch zorgde het bij mijn kind voor paniek. Wat ik ook probeerde en hoe vaak ik ook met haar ging oefenen, het lukte niet. Ik was ondertussen radeloos.

    Op dat moment besloot ik kritisch te gaan kijken naar mijn eigen aanpak, me verplaatsend in haar belevingswereld.

    Daarop besloot ik mijn aanpak aan te passen: Ik ging niet meer met haar naar buiten; ik liet haar enkel een filmpje zien van een kind dat leerde fietsen. Ze bekeek het filmpje van drie minuten, keek me aan en zei `Oh, nu kan ik het!´Ik liep met haar naar buiten en tot mijn grote verbazing stapte ze – zonder nog maar een greintje angst!-  op en fietste weg. Ze had gezien wat het kind in het filmpje met haar voeten deed, iets waarvan zij tot dat moment nog niet wist dat dat kon. Ik had het haar wel verteld, maar dat hoorde ze niet want ze had paniek en ik bood haar alleen maar telkens dezelfde auditief informatie, terwijl zij visueel leert! Ik paste dus mijn leermethode aan (de eerste manier leidde alleen tot weerstand en angst), en door te kijken wat aansloot bij haar manier van leren, leerde ze het verbazingwekkend gemakkelijk.

    Als een kind moeite heeft met luisteren, kunnen we er heel lang over gaan mopperen dat het moeite heeft met luisteren. We kunnen het kind zelfs straf geven omdat het niet luistert. Maar wat we ook kunnen, is even diep ademhalen, het probleem omdenken en zoeken naar manieren waarop de boodschap het kind wél bereikt.

    Dit wiel hoeft helemaal niet individueel telkens uitgevonden te worden: de boodschap moet structureel veranderen. Als op alle leermomenten (op school, maar ook thuis) de zintuig-methode Horen, Zien en Zelf Ervaren toegepast wordt gaat het anders lerende kind doen én vertrouwen krijgen in wat het kan: op zijn eigen manier leren.

    Wie vroeger niet horen wilde, moest maar voelen. Wie vandaag de dag niet horen wil, kan misschien wel zien, ervaren, proeven, ruiken, aanraken, en op die manier hetzelfde leren. 

    Scheiden doet lijden: getrouwd blijven vaak nog erger

    Je kent het gezegde wel: scheiden doet lijden. Ik ben het daar voor een groot deel absoluut niet mee eens. Ongelukkig getrouwd blijven, dát doet vaak pas lijden.

    Massaal vragen Nederlanders zich af: moet ik scheiden of blijven? Het blijft een moeilijk vraagstuk. Want: Heb je alles geprobeerd? Heb je gedaan wat je kon om je relatie te herstellen? Heb je relatietherapie geprobeerd? De keuze is reuze. Er bestaat geen quick fix. Er staat veel op het spel: wonen, financiën, het “ideale plaatje” richting de buitenwereld.

    Ja. Scheiden doet soms lijden, maar dit hangt er grotendeels van af hoe volwassen je er mee om gaat. Steeds meer ouders doen anno 2018 hun uiterste best om op een vreedzame manier uit elkaar te gaan, vanwege de verdrietig genoeg enige – maar oh zo belangrijke! – liefde die onder de streep nog over blijft als het huwelijk of de relatie strandt: de liefde voor hun kinderen. Compromissen worden gezocht. Trots wordt ingeslikt. De middenweg wordt gezocht. Scheiden is dus niet altijd die gruwelijke lijdensweg die je ziet op televisie, voor het woord scheiding komt steeds minder het woord vecht te staan.

    Mediators worden steeds meer ingeschakeld om de stormschade na de storm die echtscheiding heet te beperken, met als doel om het huwelijk voor de kinderen op een zo ruzie-vrij mogelijke manier te beëindigen. Dit getuigt niet alleen van heel veel moed, volwassenheid en redelijkheid; het getuigt ook van een hele grote liefde voor de kinderen en het bereid zijn om – van beide kanten – het ego opzij te zetten, om de kinderen leed te besparen.

    Getrouwd blijven doet vaak ook lijden. Dit onderwerp wordt echter lang niet genoeg belicht. Ongelukkig getrouwde ouders zorgen -of ze dat willen of niet- met hun ruzies, onderlinge spanning en de vervelende sfeer voor een mijnenveld-huishouden.

    Kinderen voelen het intuïtief feilloos aan, als ouders niet meer van elkaar houden. Vaak hebben kinderen het al langer in de gaten dan de ouders zelf. De schade die aangericht wordt als je ouders niet meer van elkaar houden, wordt echter vaak jaren later pas zichtbaar: als het kind niet weet hoe een gezonde, respectvolle relatie er uit ziet en onbewust ongezonde partners uitzoekt, omdat die emotionele onveiligheid in de jeugd een vertrouwdheid heeft gekregen.

    Als kind voel je je loyaal aan beide ouders. Als beide ouders ongelukkig in een huis blijven leven, langs elkaar door of ruziënd, voelen kinderen dagelijks deze ongezonde sfeer, de spanning, de ongemakkelijkheid, het ongeloof als er visite komt en er opeens wel leuk gedaan kan worden. Geen gezonde lessen voor een kind van hoe een gelukkige relatie hoort te zijn.

    Scheiden doet lijden, maar ongelukkig getrouwd blijven voor de lieve vrede, het geld of de buitenwereld richt vaak nog veel meer schade aan.

    Deze gaat echter verhuld achter een façade, een masker dat naar buiten toe wordt vastgehouden in de vorm van op elkaar geklemde kaken op de gezinsfoto: even lachen naar de camera jongens, we zijn verdomme een gelukkig gezin.

    Kastjes, muren, bomen en het bos: de zoektocht van ouders voor anders lerende kinderen in het doolhof van mogelijkheden

    In mijn brief “Sorry, lief kind” sprak ik met en over het anders lerende kind. Honderden emotionele reacties van moeders uit alle uithoeken van Nederland waren een gevolg van het moment waarop ik aan de keukentafel simpelweg een eerlijke brief schreef aan het kind in mezelf.

    De moeders van deze anders lerende kinderen hebben het vaak best zwaar: zij leveren dagelijks een strijd om hun kind te laten leren en groeien; een strijd die voor andere moeders wellicht niet in te beelden is.

    De zoektocht is vaak vermoeiend, want: waar moet je naar toe als je kind niet “mee kan met de meute”? Waar begin je? Logopedie? Ergotherapie? Kinderpsycholoog? Naar de huisarts? Een psychiater? Een kindercoach? De keuze is reuze. Vaak veel té reuze zelfs.

    Het web van zorgaanbieders en mogelijkheden is voor de nietsvermoedende moeder vaak simpelweg ingewikkeld. Soms zelfs overweldigend. Niet altijd schakelt de huisarts de juiste hulp in, niet altijd wordt de juiste diagnose gesteld, niet altijd helpt de diagnose ook richting de juiste hulp. Waar mensen werken worden immers ook wel eens fouten gemaakt.

    Terwijl de ontwikkeling op gang komt richting het vinden van de juiste hulp voor je kind, kan deze zich helaas ook tegen je keren. Misdiagnose, van het kastje naar de muur gestuurd worden; moeders en vaders rijden vaak urenlang stad en land af op zoek naar de juiste begeleiding, of dit nu op medisch gebied is of op het gebied van gedragsproblemen en leerproblemen, soms gecombineerd.

    Ik werd bijvoorbeeld eens voor mijn kind naar een organisatie gestuurd die haar zouden kunnen begeleiden met een specifiek leerprobleem. Ik nam verlof, reed er naar toe, praatte anderhalf uur met de mevrouw van die organisatie, waarna we tot de conclusie kwamen dat ik totaal verkeerd terecht was gekomen: zij boden helemaal geen leerbegeleiding, zij boden gezinsbegeleiding.

    Na dat uur wist die mevrouw net zo zeker als ik dat dat niet was wat wij specifiek nodig hadden. Haar collega had toen ik belde ook niet goed geweten wat ze met mijn kritische vragen moest, want ze hadden net een reorganisatie achter de rug en er was een hoop onduidelijkheid. Niets ten nadele van die mevrouw – ze leek me kundig in haar werk – wilde ik als moeder zijnde al niet meer met deze organisatie samenwerken, als zij zelf nog niet eens precies wisten wat hun zorgaanbod was.

    Als ouders moet je tegenwoordig behoorlijk mondig zijn om je staande te houden in de zoektocht naar hulp voor je kind. Meedenken moet je sowieso, dat is je taak als ouder, vind ik.

    Veel ouders zoeken, zoeken, zoeken en zoeken nog eens. Het kind krijgt vaak onderweg diverse labels opgeplakt, diagnoses worden herroepen, wat het taboe rondom diagnoses (in de volksmond etiketjes en labels) helaas ook alleen maar doet groeien. Toch zoeken ouders door, hopend op het moment dat hun kind eindelijk de hulp krijgt die nodig is, op welk gebied dat dan ook is.

    Zorgaanbieders concurreren, reorganisaties binnen grote organisaties volgen elkaar in een rap tempo op en terwijl dat allemaal gebeurt, groeit de onduidelijkheid voor de ouders – en daarmee hun kinderen – alleen maar door.

    Moeders en vaders van Nederland worden “zorgmoe”, juist door die talloze kastjes en muren, het doolhof waar ze vol goede bedoelingen in waren gelopen, maar niet meer uit weten te komen. Dus wat doen we dan? In eerste instantie zoeken we door, blijven we dwalen en hetzelfde rondje door het doolhof herhalen, net zo lang totdat we hopelijk ergens per geluk toch struikelen over de juiste zorgaanbieder. En als dat te lang duurt, doen we wat ieder mens wil als het zich gevangen voelt zonder uitzicht: we vluchten. We willen geen hulp meer zoeken, want het zoeken putte ons uit.

    En als we die juiste hulp eindelijk wel vinden, nou, dan houden we daar stevig aan vast. Een ergotherapeut die ik erg goed vond zei eens: mijn eerste en belangrijkste doel wordt ontdekken: hoe leert jouw kind.

    Hèhè, eindelijk! Eindelijk, dacht ik, eindelijk iemand die zich daar echt in gaat verdiepen. Dat deed hij, en met succes. Ook de logopedist waar we uiteindelijk bij eindigden ging kalm en gestaag te werk, met succes.

    Alleen vond ik het ergens ook best wel verdrietig, want: zou dat niet ook al op scholen moeten gebeuren? Moeten we niet juist meer investeren in de basis? De basis zijnde: het onderwijs en de opvoeding? Het aantal leerlingen per leerkracht? Waarom is de conclusie landelijk nog niet getrokken dat de grens van dertig kinderen in een klas de lat voor leraren én kinderen veel te hoog legt?

    Het probleem van het anders lerende kind komt nu terecht in een doolhof van zorgaanbieders, en waarom? Is dat omdat scholen doorgaans niet voldoende middelen krijgen om ook anders lerende kinderen binnen boord te houden?Is het omdat de klassen te vol zijn en leraren overspoeld worden? Is er niet voldoende geld voor bijscholing van leraren? Of krijgen leraren wel voldoende bijscholing, maar simpelweg niet voldoende tijd om het geleerde ook op individuele basis te investeren?

    Is het omdat ouders goedbedoeld verdwalen in de zoektocht naar hulp, terwijl concrete en praktische informatie voor het opvoeden van een anders lerend kind ook al heel veel problemen kan voorkomen?

    Misschien ligt het antwoord op deze zoektocht wel precies in de wanhoop die zo veel ouders voelen: je ziet door de bomen het bos niet meer, je wilt je kind dolgraag helpen, maar je weet op een gegeven moment simpelweg niet meer hoe. Er is te veel keuze, er zijn te veel experts die allemaal hun eigen mening hebben. Iets met bomen en een bos zien.

    Ik stel me graag een toekomst voor waar alle kinderen, anders lerend of niet, terecht kunnen op één school, in een klas waarin het niet noodgedwongen maar een nummer is, waarin de leerkracht voldoende rust en tijd krijgt om niet alleen in groepsverband, maar ook een op een meer te kunnen praten met het kind.

    Dat laatste wordt overigens helaas nog veel te vaak vergeten: praten met het kind zelf. Zorgaanbieders, ouders en leerkrachten roepen met de beste bedoelingen over het kind heen, wijzen zelfs vaak met de vinger naar de ander. Helaas, want ik als ouder zie bij de gesprekken over ons kind gelukkig uitermate betrokken professionals die niet alleen beroepsmatig maar ook persoonlijk het beste met ons kind voor hebben.

    Ik vraag me te midden van al die bomen, bossen, kastjes en muren af, wie tegenwoordig nog er aan denkt om aan het kind zelf te vragen wat het nodig heeft.

    Anders lerende kinderen zijn vaak namelijk uitermate eerlijk en creatief, maar als ze de vraag niet krijgen, zullen ze wellicht zelf ook niet altijd met een antwoord komen.

    Als je er naar vraagt, zullen de antwoorden gegarandeerd verbazen, vermoed ik zomaar.

    Creëren we mobielverslaafde, slechtziende kinderen?

    Vier en een half uur per dag zit een kind op zijn mobiel apparaat. Gemiddeld, in Amerika. Maar volgens deze universiteitshoogleraar zal dat gemiddelde in Nederland niet veel lager liggen.

    Vier en een half uur per dag.

    Dat zijn tweehonderdzeventig minuten.

    Per dag.

    Nu kan ik wel heel gemakkelijk met het vingertje gaan wijzen, maar dat doe ik niet, want ik vraag me direct af: hoe veel minuten per dag zit mijn kind op haar mobiel of tablet?

    Als ik heel eerlijk ben: waarschijnlijk ook al te veel. Maar ik ben er de laatste tijd ook meer op gaan letten, sinds ik hoorde dat steeds meer kinderen slechtziend of blind worden er van.

    Ik wil geen mobielverslaafd kind creëren, en ook niet dat mijn kind slechtziend of zelfs blind wordt door te veel beeldschermtijd.

    Maar… Wat te doen? Het is soms natuurlijk wel gemakkelijk. Want: iedereen heeft het druk, spelletjes zijn vaak leerzaam en soms is het gewoon gemakkelijk.

    Hoe beperk je dan dat beeldscherm gebruik?

    1. Vaste tijdstippen op een dag waarop het apparaat voor bepaalde tijd gebruikt mag worden;

    2. Kinderen zo veel mogelijk buiten laten spelen: meer speeltuinen, meer er op uit trekken, meer fietsen, wandelen, buitenspellen bedenken, skates, skateboards, gaan dansen, zwemmen, schaatsen!

    3. Kinderen die afspreken na school meer stimuleren om samen naar buiten te gaan (als straat niet veilig is in de tuin)

    4. Kennis is macht: kinderen informeren over wat te veel op een beeldscherm kijken met je ogen kan doen!

    Ik ben erg benieuwd naar jullie creatieve ideeën en oplossingen.

    Sorry, lief kind. (Een brief voor alle onderwijzers, ouders en begeleiders van Nederland)

    Deze brief heb ik geschreven aan het kind in mij, maar deel ik voor alle ouders, begeleiders en onderwijzers, zodat er meer begrip en begeleiding komt voor het anders lerende kind in het onderwijs van vandaag.

    Lief innerlijk kind,

    Ik zie je wel hoor. Je zit dan wel opgesloten en soms zorgvuldig weggestopt in een volwassen lijf met een volwassen brein, maar je bent er nog steeds. 

    Ik zie je. 

    Ik maak dan wel soms grapjes over je, als ik te hard lach of te enthousiast begon te dansen op een feestje; dan gaf ik jou de schuld. “Mijn innerlijke kind komt naar boven hoor!”. Maar dat ik grapjes over je maak betekent niet dat ik je uitlach, lief innerlijk kind. Ik maak namelijk meestal grapjes over mensen waar ik van hou.  

    Wat heb je het soms zwaar gehad.

    Je gebrek aan concentratie werd zo vaak verkeerd opgevat; men noemde dat vaak “geen zin”, “dromerig” of “met haar hoofd in de wolken”.

    Men vond dat je “eerst moest denken, dan doen.” Maar wat begrepen ze jou verkeerd; door te doen dacht jij. Je kon niet slecht leren, je leerde anders. Eerst de praktijk, dan de theorie.

    Verkeerd om! zei de wereld.
    Andersom! zeg ik je nu.
    Jij kende geen andere volgorde; toch werd jou verteld dat jouw volgorde verkeerd was en die van de wereld goed.

    Je kon niet goed studeren, zei men, wegens dat gebrek aan concentratie. Je werd een dromer genoemd, een zwever, te druk, te beweeglijk, je moest eens met beide voeten op de grond belanden. Dat jij tijdens het dromen de informatie verwerkte die je daarvoor al snel had gelezen of gehoord, wisten ze niet. Jij zelf wist dat ook niet, want daar was je te jong voor. Je wist alleen dat je wel je best had gedaan.

    En dat was ook zo.

    Wat had je het soms moeilijk, als je uit het raam staarde en daarop betrapt werd, terwijl je niet eens wist dat dat verkeerd was, of waarom. Dat je uit het raam staarde maar in gedachten rekensommen maakte of geschiedenisverhalen voor je ogen zag gebeuren, wist men niet. Of dat je uit het raam staarde omdat je hoorde dat een ander kind gepest werd en jij een oplossing daarvoor zocht. Ook dat zag men niet.
    Het naar buiten staren was alleen een andere manier van informatie verwerken, die voor jou goed werkte.

    Wat was het fijn geweest als meer onderwijzers of begeleiders jou hadden begrepen. Als iemand had gezien dat jouw manier van leren gewoon anders was, niet meer en ook zeker niet minder. Wat had het je veel ellende gescheeld als men jouw “afwezigheid” tijdens uitleg in de klas niet ten onrechte had geïnterpreteerd als desinteresse. Want dat je niet de goede kant uit keek, betekende lang niet altijd dat je niet luisterde.

    Lief kind, wat heb je het moeilijk gehad. Je werd door al deze dingen naar een vervolgopleiding gestuurd die op een lager niveau lag dan wat jij aankon, dus zette de verveling door. Je bladerde door de boeken en dacht; waarom is dit zo saai? Je motivatie zakte tot een dieptepunt, dus ging je je afzetten, door bijvoorbeeld helemaal niet meer te leren, want waar bleef toch die uitdaging?

    Je motivatie ging langzaam verloren ergens tussen verbale, theoretische uitleg en mensen die jou hun beperkende overtuigingen opdrongen. Helaas net zo lang totdat jij ze zelf ging geloven.

    Je was geen kind dat braaf uren studeerde: Je klom in bomen, bouwde dingen, schreef verhalen of maakte muziek. Je vormde melodieën in je hoofd, schreef liedjes, teksten, gedichten, of bedacht hele nieuwe dingen met je handen. Men noemde dat afkeurend dromerig, zelfs dom of in elk geval ongeïnteresseerd, terwijl je in werkelijkheid creatief was.

    De wereld gaat uit van leren op basis van theorie: pas als je die beheerst mag je in de praktijk gaan uitproberen, voelen, zien, aanraken. Jij leerde juist door eerst uit te proberen, voelen, zien en aanraken; daarna werd de theorie vanzelf behapbaar. Dat maakte je niet minder slim (wat ze ook zeiden!); je was gewoon een beelddenker, heel visueel ingesteld. Laat het me zien, dan begrijp ik het. 

    Lief kind, wat heb je moeten worstelen om je te bewijzen, omdat je wel wou maar niet mee kon met de meute. Wat was je jaloers op die kinderen die blijkbaar heel gemakkelijk de theorie tot zich namen. Wat benijdde je die kinderen, die uren lang met hun neus in de boeken konden zitten. Je voelde je heel vaak onbegrepen.

    De onmacht die ontstaat omdat mensen er van uitgaan dat je niet wilt, is groot. Zo groot, dat je hem mee zult nemen in je volwassenheid, als er geen begeleider komt die begrijpt hoe jouw brein werkt.

    Nu ben ik volwassen, lief kind. Ik ben nu een vrouw van 37 jaar en ik zeg namens alle volwassenen sorry tegen jou, lief kind. Je was gewoon een hartstikke leuk Pipi Langkous kind: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.”.

    Je was een doener, een maker, een oplosser, een bedenker. Je nam niet alles zomaar aan, je verzette je er zelfs tegen als je iets niet logisch of rechtvaardig vond, of dacht dat het beter kon. Nog zoiets waar niet alle begeleiders van kinderen goed tegen kunnen: kritiek van een kleiner mens.

    Sorry lief kind, namens alle volwassenen, die jou niet geloofden, niet vertrouwden, niet begrepen of je standjes gaven. Je was anders dan de rest, je paste niet in het keurslijf van de meute, dus propte men net zo lang aan je tot je er in paste, alhoewel dat was alsof je een vierkant in een cirkel propt; het kan er wel in, maar het past nog steeds niet.

    Je deed alles andersom, ondersteboven, vroeger of later; maar dat maakte het allemaal nog steeds niet verkeerd.

    P.S.: Wat was het fijn hè, die ene leraar die niet op je foeterde als je uit het raam keek, maar jou juist een “creatief kind” noemde.
    Of die leerkracht die jouw talent zag en je stimuleerde om er meer mee te doen. Die mensen die wél zagen wat je kon, en je op jouw manier lieten leren. Waren er daar maar meer van geweest.

    Liefs,

    Chrisje

    img_1109-1

    Help SOS wij hebben een terreurkitten

    Ik liep de gang in en ontdekte dat ons kleine terreurkitten Mimi met hele belangrijke zaken bezig was: Het eeuwenoude traditionele spel van Kat en nepMuis. nepMuis is, tja, nep, maar dat vindt Mimi helemaal niet zo erg. Ze speelt er immers mee alsof hij echter dan echt is.

    Als Mimi met nepMuis speelt, dan haalt het hele huishouden even opgelucht adem. Haar spelletjes met hem geven ons zeg maar wat ruimte en lucht, want sinds ze bij ons woont is de sfeer in huis wat veranderd.

    Ook speelt ze goddank nog haar dagelijkse spelletje OHMYGODIKHEBEENSTAART. Dat is een van haar minder gevaarlijke spelletjes, voor ons dan. Of het spelletje “sjoelen met de brokken van de hond”. Dan pakt ze brutaal een brokje uit de voerbak van de hond, die op zijn aller simpelst er naast staat te kijken want hij heeft last van zijn eigen trauma genaamd OHMYGODDEKATHEEFTNAGELSDIEMIJNNEUSPIJNDOEN. Die weet inmiddels wel beter dan dat hij ons terreurkitten gaat tegenhouden.

    Zij is de baas en dat weet hij. Zij weet dat ook. Ook Kind weet inmiddels dat ons huiskitten de baas is, want die loopt “écht niet meer” op blote voeten rond, sinds haar tenen plots bruut werden aangevallen van onder de bank tijdens een kittenterreur ambush.

    Ja, als ik er zo over nadenk heeft Mimi eigenlijk wel het hele huishouden een beetje onder controle. We gaan nog net niet te gebukt onder de angst, maar je voelt het zoals gezegd wel een beetje in huis hangen.

    Niemand weet wanneer de volgende weer aan de beurt is, dat maakt het nog het akeligst eigenlijk. Wie zal het zijn? Zal het de hond zijn, wiens neus een veeg met nagels krijgt? Zal het de kerstboom zijn? Zal het een onaangekondigde beklimming zijn van mijn been, waarbij haar vlijmscherpe nageltjes zich door mijn jeans haken? Zal het de hand van Kind zijn, of een ritssluiting? Je weet het nooit, wie de volgende is.

    Je ziet het ook eigenlijk al hè, aan haar onverschrokken blik. Als je die al te zien krijgt, want vaak verblijft ze in haar schuilplaats, van waar uit aanvallen worden gepland.

    Wij liggen er soms wakker van.

    Het leek zo leuk, een kitten. Maar eh, ja, nou, wij vinden het vooral spannend.

    De hond is ook vaker verdrietig, want zelfs zijn speeltjes zijn niet meer helemaal van hem. Soms wil zij er mee spelen, gewoon, zodat hij lijdzaam moet toekijken.

    Als ze moe is van het terroriseren van het huishouden, dan kunnen we allemaal ontspannen. Dan kruipt ze op schoot en knort ze alles bij elkaar. Dan wil ze aaitjes. Die geven we haar dan ook, uiteraard, want tja, we willen haar met zijn allen immers vooral niet boos maken.

    Ontplofte kinderkamer 

    Mijn telefoon roept dat ik een whatsapp heb. Ik open het scherm.

    “Zeg!!”

    Het is vriendin Kim die aan de andere kant van het land woont. 

    “Zeg het eens?”

    “Had je me niet even kunnen waarschuwen?”

    Ik vraag me snel af waarvoor: dat het woensdag is? Dat de wintertijd in is gegaan? Dat Trump niet aan de macht had moeten komen?

    “Eh, waarvoor?” antwoord ik voorzichtig. 

    “Nou, jouw kind is vier jaar ouder dan mijn kind. En ik wist dus niet dat dit zou gebeuren als kinderen alleen boven spelen!”

    Prompt volgde er een foto:


    “Aha, je hebt ze alleen boven laten spelen!” stuur ik terug, nadat ik een beetje tot bedaren ben gekomen van het lachen.

    “Ja! Ik dacht ik kan wel even buurten met die moeder beneden!”

    Oh, die onschuld. 

    “En kijk!” 


    “En er ligt een halve zandbak in het bed van onder hun schoenen! FML!”

    “Oké, listen up.” stuurde ik terug. “Drie basis regels bij speel afspraakjes: 1. Schoenen uit beneden aan de trap, 2. Kwartier voor einde speeltijd samen opruimen en 3. Kostbare spullen vooraf weg zetten.” 

    “Oké, Thanks. Maar eh, kun je geen handboek maken ter voorkoming van toekomstige rampen?”

    “Dat zou ik kunnen doen, maar dit is toch veel leuker?” 

    Ze heeft me daarna niet meer terug geappt. Vast omdat ze bezig is met opruimen. 

    WAARSCHUWING: denk GOED na voordat je een fidget spinner koopt!

    fidget-spinner-redOpeens verschenen ze o-ver-al: De fidget spinners. Een klein stukje concentratieverhogend speelgoed (alhoewel ik u kan vertellen dat mijn dochter niet geconcentreerd met haar boek bezig kan zijn terwijl ze één spinner op haar voorhoofd balanceert en de ander op haar schoen), dat opeens in ieder huishouden te vinden is.


    “Wat een onzin is dat nu weer.” dacht ik. Totdat de buurtvriendjes van mijn dochter een korte maar effectieve demonstratie gaven, met totaal niet onopvallende hints van mijn dochter er bij.

    Nou, vooruit. Eentje kan geen kwaad. Dacht ik. Dus ik kocht nietsvermoedend zo’n ding voor zes euro. Maar lieve ouders: PAS OP. Denk goed na voordat je zo’n ding in huis haalt. Er schuilt namelijk wel degelijk gevaar in die kleine rond draaiende dingen!!
    Zoals dat ik al twee avonden niet toe ben gekomen aan de afwas, bijvoorbeeld, omdat ik tijdens het Netflixen totaal afgeleid werd door het fidget spinnen. Vooral het balanceren op mijn duim gaat steeds beter. Op mijn dikke teen lukt helaas nog steeds niet.
    Ik geef het eerlijk toe: ik speel met de fidget spinner als Dochter slaapt. En het is ook nog leuk ook. Behalve als je hem per ongeluk volop draaiend tegen je wang houdt, bij wijze van experiment. Dat is minder leuk. 

    Het wordt dan wel concentratiebevorderend genoemd, maar ik heb een stapel afwas, een niet gedweilde keuken en een al ruim twee dagen stof vangende vloer die u anders zullen vertellen. 

    Basisdingen om te voorkomen dat je je kind opvoedt tot professioneel hufter.

    Er zijn een aantal dingen die je als ouder kunt doen, om er voor te zorgen dat je kind later geen onnoemelijke rothufter wordt. Het lijkt voor de hand liggend, maar toch.

    Dankjewel en alsjeblieft 

    Van onschatbare waarde. Als iemand zegt “doe mij eens friet” zal ik niet snel geneigd zijn om te gaan rennen. “Mag ik alsjeblieft …” klinkt een stuk vriendelijker, het kost niets en het opent deuren die anders gesloten blijven. 

    Dankjewel zeggen is ook al zoiets, dat sommige kinderen tegenwoordig niet meer lijken te kennen. Blijf er op hameren dat je kind netjes dankjewel zegt; het hoort bij de basis van beleefdheid en ze hebben er de rest van hun leven profijt van, als ze in de grote mensen wereld verder willen later.

    Bescheidenheid

    Je bent niet meer of beter dan een ander. Dus ook je kind niet. Voorkom prinsessen en prinsen syndromen en zorg ervoor dat je kind bescheiden is en vooral dat het leert niet neer te kijken op anderen, hoe anders het ook denkt dat ze zijn. Niemand is meer waard dan een ander. Nooit.

    Zerotolerance beleid voor pesten

    Hoe zeer ik ook van mijn kind houd, als ik er achter zou komen dat het andere kinderen zou pesten, dan zwaait er wat. Natuurlijk denk je in eerste instantie altijd, dat doet mijn kind toch niet? Maar als dan blijkt dat je kind dat toch echt wel doet; grijp in. Je kunt hier niet de oogkleppen voor op doen, hoe lief je je kind ook hebt.

    Niet wijzen in het openbaar

    Het lijkt heel simpel, maar dat is het niet. Kinderen merken snel op als er iets anders is dan anders, en zijn geneigd dan te wijzen of te staren. Leer je kind zo vroeg mogelijk dat het niet netjes is om te wijzen, al is het maar omdat dat heel onprettig is voor de persoon waar naar gewezen wordt (die weet immers misschien niet eens waarom je kind wijst).

    Telefoon of tablet 

    Als je een telefoon of tablet hebt, wil dat niet zeggen dat dat je vrijpleit van enige sociale interactie. Prima als kinderen zo’n apparaat bij zich hebben als ze ergens heel lang moeten wachten of op een verjaardag met alleen maar ubersaaie volwassenen (boring!), maar zorg er voor dat je kind wel nog echt antwoord geeft wanneer hem of haar iets gevraagd wordt, dat er nog fatsoenlijke begroetingen uit komen en dat er interactie blijft. 

    Anders heb je zo’n suf zombie kind, dat later niet kan netwerken voor zijn carrière, of dat heel veel spijt krijgt, van te weinig gesprekken met oma. 

    Eigenlijk zijn al deze punten zo voor de hand liggend als maar kan zijn. Toch denk ik, dat het niet verkeerd is om het de wereld in te slingeren. Je weet wel, voor het geval dat. 

    NINJAKINDEREN (je hoort ze nooit aankomen)

    Kinderen hè. Die hebben een gáve. Het is de gave van de aanwezigheid. Want, echt hè. Ze zijn er altijd, overal. Waar je ook gaat. Als een soort ninja’s besluipen ze je op de meest onverwachte momenten. Ongehoord.
    Als ik bijvoorbeeld mezelf eindelijk eens een lekker koekje wil gunnen, en er is er nog maar één van, dan kan het natuurlijk eens zo zijn dat ik denk; sorry hoor, vandaag is het mama-time, die laatste is dit keer gewoon voor mij.

    Even daarvoor had ik nog gecontroleerd; Kind zat nog met half open hangend mondje gehypnotiseerd televisie te kijken, al zeker een half uur. Me veilig wanend sloop ik naar de keukenkast, waar ik behoedzaam en geruisloos de kastdeur opende en als in een mission impossible film de doos koekjes richting aanrecht verplaatste, en BAM: naast me stond Kind, als uit het niets verschenen op ninjasokjes, verontwaardigd naar mijn koekje te kijken. “Voor mij?”

    Girl Watching the Cake on White Ceramic Round PlateEen goede moeder zou dan natuurlijk lieflijk glimlachen en zeggen “Natuurlijk, schatje.”. Maar ik, als soms wel oververmoeide, dietijdvandemaandoverlevende alleenstaande moeder, moest daar dan toch echt even over nadenken. Want, natuurlijk, je kind is je alles en zo. Maar, van de andere kant, CHOCOLA.

    Vertwijfeld stond ik me af te vragen waar Kind toch dat zesde zintuig vandaan haalt als het om lekkers gaat. Van de andere kant groeide mijn respect voor haar, terwijl ze standvastig deelnam aan de langste staredown van haar leven, hier in de keuken. Het koekje bleef tussen ons in liggen, de wedstrijd van de langste adem was begonnen.

    Na een tijdje keek ze op van het koekje, keek mij aan en zei “Weet je wat, ik breek hem, en dan mag jij het grootste stuk. Want precies doormidden lukt me toch bijna nooit. Is dat een oplossing?” Ik knikte, aaide haar over haar hoofd en sprak mezelf van binnen vermanend toe, want ik hoopte in mijn hoofd op een heel groot stuk. Daarna bedacht ik dat ik haar wel probleemoplossend denkvermogen bij breng op deze manier, en voelde ik me iets minder slecht, met mijn 60% koekje.

    Nee, compleet vreemde, je hoeft mijn kind niet op te voeden!

    Als ik een ding moet noemen dat irritant is aan moeder zijn, dan staat met stip op 1: anderen die denken je kind te moeten opvoeden. Meestal compleet vreemden die niets beters te doen hebben dan zich in de supermarkt te gaan bemoeien met jouw struggle.

    Want ja, de struggle is soms real, als je een kind hebt. En soms, als de struggle iets te lang real is geweest, heb je wel eens iets minder geduld over. Zo kun je bijvoorbeeld eens een keer helemaal klaar zijn met het gedrag van je kind, midden in de supermarkt. Als je voor de derde keer je kind moet vermanen omdat het niet luistert, en je bent het echt zat, dan wil zo’n kind wel eens denken: dit is een goed moment om hartverscheurend te gaan huilen.

    En nee, complete bemoeizuchtige vreemde (waarom zijn dat trouwens meestal vrouwen?); dat is niet – ik herhaal: niet! – het moment voor jou om je er in te mengen. Ook niet als je mijn kind zielig vindt. En ook niet als je vindt dat ik te streng ben. Oh, en ook niet als je denkt dat ik te soft of toegeeflijk ben.

    Want laten we wel wezen: je krijgt vijf seconden van mijn dag mee. En ook maar vijf seconden van het gedrag van een kind. Je weet niet wat er allemaal gebeurd is, gezegd is en geprobeerd is. Je hebt dus geen flauw benul waar je je mee bemoeit. Maar een ding staat vast:  niet met je eigen zaken. Terwijl dat de dag van veel ouders een stuk gemakkelijker zou maken, als ons kind geen ongevraagde bijval van een complete vreemde zou krijgen tijdens zijn of haar tantrum.

    Want weet je, complete vreemde; ik heb dit kind op de wereld gezet. Ik doe mijn stinkende best het goed op te voeden. Op mijn manier. Je hebt geen enkel recht om iets over mijn opvoedingsmethode te zeggen. Of je me nu te streng vindt of te soft. Niet jouw kind, niet jouw zaak.

    image

    Leerkrachten, jullie zijn Bazen!

    pens, school, colorful

    Ze krijgen tegenwoordig de meest uiteenlopende problemen voorgeschoteld; leraren en leraressen. Waar vroeger de leerkracht meer op een afstand stond, is hij of zij tegenwoordig veel meer betrokken bij kinderen en hun ouders.

    Diagnoses, onderzoeken, rugzakjes, speciale behandelingen, dyslexie, concentratieproblemen…. Met de betere manier van onderzoeken en diagnoses stellen worden (gelukkig) steeds meer kinderen op tijd gediagnosticeerd. Maar met deze diagnoses komen ook extra taken. Extra uitleg.

    In het kader van passend onderwijs proberen scholen zo goed mogelijk het onderwijs aanbod aan te passen aan de behoeften van het kind. Waardoor leerkrachten veel flexibeler moeten omspringen met de wensen en behoeften van het kind. En dan te midden van een (vaak volle!) klas met 25 kinderen of zelfs meer.

    Ik moet zeggen, ik heb er veel respect voor. Leerkrachten krijgen geen tonnen salaris voor hun werk, maar zij doen het vaak wel vol overgave en met oog voor de kinderen.

    Ze horen de verhalen aan, troosten bij verdriet, moeten altijd up-to-date blijven qua vakkennis, hebben vaak na schooltijd nog tig uren werk aan vergaderingen en toetsen beoordelen, ze bemiddelen bij conflicten en moeten tussendoor ook nog er voor zorgen dat ze genoeg kennis overbrengen op onze kinderen, zodat ze klaargestoomd worden voor de toekomst. Ga er maar aan staan.

    En of het nu de meest dankbare job ter wereld is…? Vaak wordt bij problemen direct met het verwijtende vingertje richting leerkracht gewezen. Ik vind dat niet terecht. Ga jij maar eens een hele werkdag voor een grote groep kinderen staan met allemaal verschillende karakters, en zie dat maar eens de hele dag onder controle te houden.

    Natuurlijk gebeuren er dingen buiten hun zicht, simpelweg omdat ook leerkrachten geen ogen op hun rug hebben.

    Ik vind dat men wel eens vaker wat waardering voor leerkrachten mag uitspreken. Dus heeft jouw kind zo’n fijne juf of meester / leerkracht? Laat het ze ook eens weten. Ze krijgen al genoeg ellende te horen, een keer een compliment is ook fijn. Ze zijn immers ook sleutelfiguren in het klaarstomen van onze kinderen voor de toekomst.

    Hoe weet je of je een goede moeder bent?

    Elke moeder vraagt het zich wel eens af; ben ik een goede moeder? Zeker op de dagen waarop je wallen je knieën bereiken, je geduld nog maar minimaal aanwezig is en je het gevoel hebt op je tandvlees te lopen.

    Een goede moeder zijn heeft niets te maken met alles kunnen kopen voor je kind. Ook niet met een perfect gepoetst huis. Merkkleding (leuk hoor) zijn ook geen garantie. Een goede moeder zijn heeft ook niks te maken met het perfecte plaatje. Dat perfecte plaatje bestaat namelijk helemaal niet. Want nergens is het perfect. Zelfs niet bij die ene moeder, die alles altijd zo onder controle lijkt te hebben.

    Een goede moeder ben je, als je je af en toe afvraagt waar je in godsnaam mee bezig bent. Als je af en toe denkt: ben ik wel een goede moeder?
    Want juist dat bewijst dat je het als moeder graag zo goed mogelijk wil doen voor je kind.

    Een goede moeder heeft ook wel eens een slechte dag, een slechte week of een rot humeur. Een goede moeder verliest ook wel eens haar engelengeduld. En een goede moeder zegt ook sorry als ze iets verkeerd heeft gedaan.

    Want guess what: juist daarvan leren kinderen. Kijk, mama is ook niet perfect, mama heeft ook wel eens angst of een rotdag of verdriet. Dus als mama dat kan, mag ik dat ook. Mama zegt sorry als ze een fout maakt, en dat maakt haar juist menselijk.

    Laatst was ik in een speeltuin met dochter. Er doemde een super hoge glijbaan met matjes voor ons op. “Toe, ga je mee mama?”
    Maar deze mama heeft een ietsepietsie klein beetje heul veul last van hoogtevrees.
    “Uhhh…”
    “Kom op mama, je kunt het wel hoor!” moedigde haar stemmetje me aan. “Het lijkt nu misschien eng, maar het is echt heel leuk!”
    Zeg daar maar eens nee tegen.

    Dus daar ging ik, van de hoge glijbaan met mijn matje. Zij ging voorop. “Ik kom er aan!”  zei ik met bevende stem.
    En daar ging ik.
    Wat ik niet wist, was dat zo’n pokke-hoge glijbaan echt pokkesnel gaat. Dus ik gilde. En ik gilde hárd.
    Als een gillende keukenmeid kwam ik met een rotvaart ter aarde.

    “Mama, je moest er van gillen hè!” zei dochter verrukt.
    “Ja, ik vond het best spannend.” probeerde ik nog cool.
    “Ik ben trots op je hoor, mama. Maar jij zegt ook altijd; van proberen kun je leren en dat heb je nu ook gedaan!”

    Samen liepen we verder. Ik was zelf ook best trots. Imperfecties maken de moeder.

    De andere kant van moederdag

    Ah, moederdag. Je kunt er niet om heen; niet in de winkels, niet op de radio, niet op social media. Voor veel moeders is het dan ook een geweldige dag, met blote voetjes op de vloer die aan komen sluipen, met zelfgemaakte knutselwerken. downloadfile-1.jpeg

    Maar voor veel mensen lijkt het me vervelend dat je er niet om heen kunt. Lijkt het me een moeilijke, pijnlijke dag; bijvoorbeeld voor de mensen die hun moeder niet meer bij zich hebben. Behalve in hun hart en hun herinneringen.

    Ook voor de moeders die hun kindje verloren, lijkt het me een loodzware dag. Moeders die hun hart openstelden voor een kindje. Een kindje
    dat zo gewenst werd, maar dat nooit kwam. Waar zij al hun hoop op gericht hadden. De teleurstelling, de pijn en het verdriet zal op moederdag voelbaar aanwezig zijn, misschien nog meer dan op andere dagen.

    Op moederdag laat ik mezelf verrassen met een ontbijt op bed en een knutselwerk. Met extra knuffels en kusjes. En besef ik meer nog dan op andere dagen hoe veel geluk ik heb, dat mij dit gegund is. Dat ik dit mag meemaken, deze titel mag dragen. En denk ik aan al die moeders die er niet meer zijn, die gemist worden, die moeder zijn zonder kind.

    Als ik dan al die plaatjes en reclames hoor langs komen, dat je op moederdag niets hoeft te doen, niet hoeft te zorgen (hoe lief dat ook bedoeld is), dan denk ik: vandaag vier ik juist dat ik dat wel mag doen. Dat ik er nog ben om te zorgen. Dat ik niet naar het toilet kan gaan zonder gestoord te worden met vragen. Dat ik die blote voetjes op de vloer hoor aan komen sluipen. Ik ben er dankbaar voor.

    Waarom je je kind zo vaak mogelijk op schoot moet pakken

    Op schoot bij mama of papa. Er is geen veiligere of gezelligere plek.

    Je kunt het niet vaak genoeg doen, vind ik. Hoe gehaast je bestaan ook is en hoe veel je ook moet.
    Ik weet het, je hebt het druk. Het leven is druk. De wereld is druk. Haast, haast, haast. Maar op schoot staat de tijd stil. Je kunt elkaar aankijken. Je kunt kijken naar de details van hun wimpers en wenkbrauwen. Je kunt kietelen, knuffelen en gewoon lekker tegen elkaar aan hangen.

    Kinderen moeten zo vaak mogelijk op schoot. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Nu nog wel. Want in al die haast ontgroeien ze – zomaar, in wat een oogwenk lijkt – je schoot.
    Zijn ze opeens boven je uit gegroeid, of willen ze niet meer.

    En dan opeens komt de dag dat ze het ouderlijk nest verlaten. Daar gaan ze, met hun koffers, hun leven als volwassene tegemoet.

    Dan wens je dat ze nog even zo klein waren dat ze op je schoot pasten. Dat je nog even kon ruiken, knuffelen en kijken. Dat die handen nog handjes waren, of knuistjes met kuiltjes er in.

    Dus laat alles vallen waar je mee bezig bent, schuif je iPad of laptop van je schoot af en roep je kind bij je.

    Nu kan het nog.
    De rest komt later wel.

    Waarom moeders top werknemers zijn

    Oké, we komen soms werken met wallen tot op onze knieën, vanwege een nachtelijk snottebellenfestijn. Maar ondanks dat zijn moeders vaak top werknemers, om de volgende redenen:

    Opgeven is geen optie
    Al eens een hele nacht wakker gebleven met je kind en daarna de hele dag gewerkt? Nee? Moeders doen dat regelmatig. Maar zo’n beetje slaapgebrek houdt ons niet tegen.

    We werken Hard met een grote H
    Ja, we hebben een of meer nakomelingen. En die wachten op ons, na onze werkdag. Daardoor hebben we dus geen tijd om een uur bij de koffieautomaat te kletsen of om uren te internetten: wij willen het werk af hebben, voordat we stipt op tijd weg gaan: efficiënt werkende medewerkers dus, die het bedrijf niet onnodig overuren laten uitbetalen.

    Klantvriendelijk en stressbestendig
    Schreeuwende klant? Boze patiënt? Tierende mensen aan de telefoon? Nou en? Wij zijn niet zo snel onder de indruk.  Probeer maar eens een legoblokje uit de neus van je kind te halen terwijl het andere kind krijsend in de gordijnen klimt, met Dora op standje hardhorenden op TV, omdat je peuter aan de volumeknop van de afstandsbediening zat voordat ie hem verstopte, terwijl hij multitaskend en al een sterk riekende spuitluier fabriceerde.

    Plannen en organiseren
    Wij kunnen plannen en organiseren als de beste. Ingewikkelde roosters in Excel? Puh, wij organiseren een heel gezin inclusief alle buitenschoolse activiteiten, bezoekjes aan de tandarts, dokter en kapper, in combinatie met wat er ’s avonds op tafel moet staan en het organiseren van het huishouden, terwijl we ondertussen nog helpen met huiswerk maken. Zo’n Excel schemaatje, daar krijgen wij geen stress.

    Verantwoordelijk en perfectionistisch
    We hebben dan wel kinderen thuis, maar we hebben ook hart voor de zaak. Tegenwoordig ben je blij als je werk hebt, zeker als dat ook nog eens leuk werk is met genoeg uitdaging.

    Weet jij nog meer redenen waarom moeders goede werknemers zijn? Laat je horen in een reactie!

    Zwangere buik aanraken? Can’t Touch This!

    Het is alweer een hele tijd geleden dat ik zwanger was van ons kind. Maar wat ik me nog maar al te goed herinner, is hoe versteld ik er van stond hoe veel mensen aan je buik dachten te mogen zitten.
    En gek genoeg waren dat niet eens mijn vriendinnen of mensen die dicht bij me staan, maar vaak zelfs vage kennissen, toevallige voorbijgangers en collega’s. Nu weet ik niet hoe het met jullie zit, maar ik ben best wel gehecht aan mijn personal space. Natuurlijk, ik knuffel mijn naasten en goede vriendinnen graag. Maar van vreemden wil ik toch eerst wat meer weten, alvorens ze fysiek toenadering mogen zoeken.

    Ik begrijp dat zo’n uitpuilende buik (zeker die van mij, ik leek wel een drieling te dragen!) uitnodigend is. Een soort fysiek uithangbord. En ik vond het helemaal niet erg als mensen iets zeiden of vroegen over de zwangerschap. Maar dat aanraken, dat hoefde van mij nou ook weer niet. Er was zelfs een collega die het leuk vond om me telkens te verrassen door me van achteren te besluipen, en dan opeens die twee handen op mijn buik. Uh. Pardon?

    Er waren ook mensen die mijn loopje gingen na doen. Vonden ze grappig. Waggel, waggel, waggel. Hilarisch hoor, althans dat vonden zij. Ik niet zo. Ach ja.
    Als er vrouwen in mijn naaste omgeving zwanger zijn, voel ik ook wel die behoefte om er even een hand op te leggen. Maar wetende dat niet iedereen daar zomaar van gediend is, vraag ik het altijd even van te voren. Wel zo netjes, toch?

    Aan de starende volwassene – ja, mijn kind is anders!

    people, child, boyIk zie de statussen op mijn tijdlijn voorbij komen, over kinderen met speciale behoeften. Misschien lijkt het weer zo’n kettingstatus waar niemand iets aan heeft, maar ik begrijp dat mensen die status kopiëren en op hun tijdlijn zetten. Kinderen met een handicap – lichamelijk of psychisch – hebben behoefte om geaccepteerd te worden. Precies zoals ze zijn! Want ook al is er veel meer bekend over ziektes, lichamelijke en psychische beperkingen, je zou er van versteld staan hoe weinig mensen daar nog iets over lijken te weten in de praktijk.

    Want ook al denk je misschien dat alleen kinderen ongegeneerd staren naar een ziek kind, een gehandicapt kind of een kind met een mentale beperking; was het maar waar. Volwassenen kunnen er wat van. Kinderen komen in al hun eerlijkheid tenminste vaak nog vragen wat er aan de hand is met het kindje (daar kun je tenminste nog een dialoog mee hebben en uitleg geven), volwassenen staren gewoon van een afstand onbeschaamd naar het kind. En met staren bedoel ik soms ook echt schaamteloos aangapen. Nog net niet (of soms zelfs wel) met open hangende mond.

    Ja. Ja! Onze kinderen zijn anders, meneer of mevrouw die onze kinderen aanstaart. Ze zijn anders, in de fysieke zin of in mentale zin, of misschien wel allebei. Onze kinderen hebben moeilijkheden in dit leven waar u misschien nog nooit van gehoord heeft, of zelf nooit mee te maken heeft gehad. Onze kinderen moeten iedere dag vechten; of dat nu is om te overleven, om de wereld om zich heen te begrijpen of (helaas) om om te leren omgaan met starende mensen zoals u.

    Ja, misschien zien onze kinderen er anders uit. Ja, misschien gedragen ze zich niet exact zoals u dat sociaal wenselijk acht; misschien krijgen onze kinderen midden op de kermis een paniekaanval omdat het geluid te hard is en de prikkels te hard binnen komen. En ja, dat ziet er misschien uit alsof ik een kind heb dat out of control is.

    Maar wat de reden ook is dat dit blijkbaar een soort afkeer opwekkend schouwspel voor u is geworden; voor ons is dit de dagelijkse praktijk. En die afkeuring in uw blik – we zien hem wel! En erger nog, misschien zien onze kinderen het ook wel – snijdt dwars door onze ziel. Want u kijkt zo afkeurend naar onze kinderen, ons vlees en bloed waar wij zo trots op zijn en zielsveel van houden. Onze kleine mensjes die echt niets anders willen dan alleen maar een gewoon kind te zijn.

    Soms staren we net zo lang naar u terug, totdat u enigszins beschaamd uw blik moet afwenden. Maar meestal hebben we daar de tijd niet voor. We zijn namelijk bezig met belangrijkere zaken, namelijk onze kinderen. Het zou u sieren als u in het vervolg met uw starende, afkeurende blik de dichtst bijzijnde spiegel opzoekt en hem daar in stuurt; dan komt hij precies goed terecht.

    Viraal Verhaal: Mannen hebben óók gevoelens!

    Arme mannen. Terwijl wij vrouwen het hele wereld wijde web vol schrijven over onze gevoelens, gedachten, emoties en dat soort dingen, zitten mannen daar dan, op de bank, met hun gevoelens. Ja, je leest het goed, hun gevoelens.
    Waar wij altijd dachten dat mannen heerlijk gevoelsvrij en dartel door het leven huppelden, blijken ook mannen last te hebben van gevoelens, ook wel bekend als emoties: Recentelijk onderzoek wijst namelijk uit dat ook mannen wel degelijk last hebben van gevoelens. Ze omschrijven de symptomen onder meer als “alsof je erg naar het toilet moet, en er dan toch niks komt”, “een vlaag van misselijkheid maar dan in mijn hoofd” en “een zeer onaangename sensatie in mij”. Het herkennen van het hebben van deze gevoelens is volgens experts de eerste stap richting acceptatie.

    Waar de emancipatie van gevoelens van vrouwen al eeuwenlang evolueerde, staat die van mannen nog in de kinderschoenen. Gevoelens hebben is natuurlijk eng, zo bewijst deze bier reclame maar al te duidelijk:

    Mannen overal in het land geven aan zich geen raad te weten met dit fenomeen. Er heerst vooral schaamte en schuldgevoel.

    “Het is nogal wat, je gaat het niet zomaar effe delen met je maten, in de kroeg.” zegt N., die wegens privacy liever anoniem zijn gevoelens deelt. “Ik voel me regelmatig, hoe zeg je dat, verdrietig, maar denk maar niet dat ik daar snel iets over zeg. Tegen andere mannen al helemaal niet. Ze lachen je vierkant uit. Ik zit dus gewoon opgesloten met mijn eigen gevoel. Alleen al door dit anoniem aan jou te vertellen voel ik me schuldig.”
    N. heeft even tijd nodig voor een tissue.
    “Maar mijn vrouw zit er ook niet op te wachten hoor. Vrouwen zeggen wel dat ze willen dat we gevoelig zijn, of gevoel tonen. Maar toen ik laatst na maanden moed verzamelen eindelijk vertelde dat ik nog steeds verdrietig werd van de film Bambi, zei ze dat ik maar eens volwassen moest worden. Dat zeg je toch niet, zoiets?”
    N. blaast nog een keer in zijn tissue. Zijn ogen naar de grond gericht,  vol schaamte.

    “Het is ook gewoon allemaal zo verwarrend. We moeten modern zijn, maar niet te, we moeten onze vrouwen maar alles laten overnemen, je weet wel, werk, geld, wat we voor kleren dragen en zo, maar als we gevoelens gaan tonen dan worden we opeens met de nek aangekeken.”

    Ook P. heeft last van gevoelens. “Het begon toen mijn vrouw me opdroeg om Nivea creme te gaan gebruiken vanwege mijn achteruitgaande huid. Kreeg ik een klodder van die zooi in mijn oog. Tranen als een bezetene. Ik zag mezelf zo in de spiegel, met die klodder in mijn oog, en dacht: nou, is dit het dan? Sta je daar, met je terugtrekkende haargrens en je bierbuikje, met een klodder Nivea in je oog. Voor ik het wist stond ik te huilen als een klein kind. Sindsdien is het hek van de dam. Ik hoef maar naar een Nivea reclame te kijken, of ik begin al. Ik heb het op Google opgezocht. Ik denk dat ik lijd aan PTSS. Dat moet wel.”

    N. neemt me verder in vertrouwen. “Laatst zat ik naar het darten te kijken op TV. Barney verloor. Ik dacht dat ik het niet meer had. Een dartpijl in mijn hart, weet je wel. Ik kon me amper groot houden. Mijn jongste zoon had het door. Papa, huil je? Vroeg hij. Natuurlijk heb ik gezegd dat ik iets in mijn oog had. Soms ben ik wel eens jaloers op hem, wou ik dat ook nog zes was. Dan is het nog oké om te huilen, als man zijnde. Gek toch, eigenlijk?”

    Er valt nog een hele inhaalslag te maken op het gebied van mannengevoelens. Gek genoeg ligt de grootste verantwoordelijkheid in het acceptatieproces van mannengevoelens bij vrouwen. “Als je vrouw achter je staat, je niet meer uitlacht en je gevoelens valideert, voel je je in elk geval in je eigen huis al veilig als je eens moet huilen om een gemist doelpunt of als je die promotie weer niet gemaakt hebt. Dat zou al een mooi begin zijn, een uitgangspunt, weet je wel. Als je thuis veilig je emoties kwijt kunt, wie weet wat de volgende stap dan is. Wie weet, ooit is het misschien de normaalste zaak van de wereld om een potje te janken als je geen strike hebt gegooid met bowlen. Misschien mag je tegen die tijd gewoon wel even lekker emotioneel worden om dat perfect getapte biertje, met twee vingers schuim. Ondanks alles blijf ik goede hoop houden dat we over een aantal jaren misschien ook buiten de badkamer onze gevoelens de vrije loop mogen geven.”

    Vrouwen van Nederland, jullie lezen het goed: de emancipatie van de gevoelens van onze mannen ligt in jullie handen. Ga er wijs mee om. couch-conference-startup-bro-concentration-large

     

     

     

     

    Waarom “Trek het je niet aan” SLECHT advies is

    https://static.pexels.com/photos/23008/pexels-photo.jpg

    We zeggen het tegen elkaar. We zeggen het tegen onze kinderen. “Trek het je niet aan.” Waarom trek het je niet aan naar mijn mening slecht advies is, zal ik uitleggen.

    Degene die jou net over zijn probleem heeft verteld, zou het je waarschijnlijk niet verteld hebben als hij het zich niet al lang wel had aangetrokken. Er is een probleem, die persoon zit er mee, en dan kom jij met trek het je niet aan. Daar heb je dus helemaal niks aan, met je probleem.

    Allereerst zeg je met trek het je niet aan eigenlijk: je moet je er niet druk om maken. Dat is heel goed bedoeld natuurlijk, maar daar heb je niet zo veel aan als je je er wel druk om maakt. Want dat doe je al. Anders zou je er niet over praten, toch?

    Tegen kinderen zeggen we ook vaak dat ze het zich niet aan moeten trekken. Wat ik daar persoonlijk niet zo handig aan vind, is dat een kind dan het gevoel kan krijgen dat het probleem waar het mee zit, niet belangrijk genoeg is, niet mee telt, of in het ergste geval, dat het zich aanstelt. Want jij vindt dat het zich van dit probleem niets moet aantrekken, toch?

    In plaats van trek het je niet aan kun je misschien beter het probleem valideren en samen op zoek gaan naar oplossingen. Want hoewel jij misschien denkt dat de ander dit probleem makkelijk naast zich zou moeten kunnen neerleggen, voor diegene is dat (op dit moment) niet zo gemakkelijk. Toch?

    Vaccineren kinderen: wel of niet?

    hand, young, babyIn Nederland hebben we het Rijksvaccinatieprogramma, waardoor alle kinderen kunnen worden ingeënt tegen besmettelijke en gevaarlijke infectieziektes zoals de bof, mazelen (kan leiden tot longontsteking en hersenvliesontsteking), difterie, kinkhoest, polio en rode hond (kan bij zwangere vrouwen leiden tot miskraam, vroeggeboorte of aangeboren afwijkingen van de baby).

    Sinds de introductie van deze vaccinaties is de kindersterfte in West Europa drastisch gedaald. Toch zijn er ook nog steeds ouders die er  – ondanks de risico’s – voor kiezen hun kind niet te laten vaccineren, wegens religieuze redenen of uit angst voor het effect van de vaccinaties op de gezondheid van hun kind.

    Hoe meer ouders echter weigeren hun kind te laten vaccineren, des te groter is de kans dat deze gevaarlijke infectieziektes weer de kop op gaan steken. Door je kind te laten vaccineren bescherm je dus niet alleen je eigen kind, maar ook de gehele bevolkingsgezondheid.

    Op internet gaan er veel verhalen rond dat kinderen autisme zouden kunnen ontwikkelen door vaccinaties. De arts die dit beweerde is echter inmiddels uit functie gezet omdat hij fraudeerde en omdat zijn onderzoeksresultaten niet kloppend bleken te zijn. Het onderzoek waar hij aan werkte werd later om die redenen ingetrokken.

    Op de website van het RIVM vind je een video waarin antwoord wordt gegeven op de meest gestelde vragen die ouders hebben over de vaccinaties.

    Hoe heb jij de afweging gemaakt?
    Heb jij je kind laten vaccineren of niet?

    Haat jij Dora ook? There it is! 😂 #herkennenisdelen

    image
    Dora.

    Ah, Dora. Welke moeder kent haar niet? Het vrolijke poppetje met haar vriendjes op televisie, dat half Nederlands half English speaks to her little viewers.

    Naast dat dit al incredibly annoying is, is dat natuurlijk pedagogisch super verantwoord en spreken de helft van onze kinderen dankzij Dora al Engels nog voordat ze zindelijk zijn. We waren een keer in een binnenspeeltuin met onze dochter toen ze drie was. Opeens zag ik haar niet meer. Totdat ik een klein stemmetje uit een hoekje van het klimrek hoorde komen: “Please, rescue me, I’m stuck!”
    Ja, dat moet je Dora toch nageven.

    But all madness on a little stick, ik zou er als kind echt ho-ren-dol van worden, die vragen de hele tijd. ZIE JIJ DE WALVIS? vragen ze dan, terwijl rechtsboven in beeld overduidelijk een walvis komt opdoemen, terwijl voor de zekerheid links en rechts nog twee gigantische neon pijlen staan te knipperen. THERE IT IS!!

    Mijn kind heeft overigens nooit meegedaan met die interactie. “Als je even wacht, zegt Dora het zelf al, dus je hoeft niks te zeggen.” was haar droge conclusie. Gelijk heeft ze.

    Maar wat ik Dora wel moet nageven; ze was zo ideaal om even bij weg te dromen. Althans, voor het kind. Waardoor de moeder dan even tijd heeft voor een wasje, een dutje of een ongestoorde number two kan doen. Daarom – en daarom alleen! – tolereerde ik Dora.

    Swieber ook, met zijn eeuwige gejat, die kon ik wel wurgen op het laatst. “Met Christmas mag je niet stelen Swieber!” riep Dora de huiskamer in.
    Ah, mooi.
    Alleen met kerst mag je niet stelen. 
    De rest van het jaar, ach, als je het met kerst maar niet doet.
    “Zie jij de hypocrisie in Dora?” mompelde ik interactief en al tegen het televisie scherm.
    “There it is! You did it!”

    Roze wolk? Zeg maar gerust donderwolk! (Persoonlijk verhaal / Gastblog door Susan Schuitema)

    Gastblogger Susan Schuitema heeft een huilbaby. Haar wolk is verre van roze. Ze wil graag haar persoonlijke verhaal delen met andere moeders.

    Een roze wolk? Zeg maar gerust een donderwolk met spoelende regen.
    Zo’n hoosbui waarvan je compleet doorweekt raakt en eerst 3 uur onder de douche moet staan om het weer warm te krijgen. Een hoosbui waarbij je met een grote paraplu rondloopt en nog aan alle kanten nat wordt.

    Een emmer die iedere dag een beetje voller loopt en meerdere malen per week geleegd wordt om weer opnieuw te beginnen met vullen. Hij loopt vol met tranen, tranen van verdriet, van frustratie, van wanhoop en ook van blijdschap.

    De eerste tranen kwamen tegelijk met een luide huil door de operatiekamer, ditmaal van blijdschap. Volledige blijdschap zonder twijfel, trots en opluchting omdat hij er was. De opluchting die je voelt omdat de bevalling eindelijk voorbij is en je kind eindelijk na 9 maanden ongeduld, op de wereld is. Trots op het geluid dat door de ruimte gaat, de harde huil van jouw baby.

    De harde huil die je nu – weken later – zelfs onder de douche nog hoort, terwijl hij toch écht eindelijk ligt te slapen.
    De huil die je zo graag wilde horen al die tijd, waar je naar uit keek toen je nog zwanger was, omdat dat een teken zou zijn van een gezonde baby. Die zelfde huil maakt je zes weken later wanhopig, gefrustreerd, bang, zelfs wel eens boos.

    En dan kun je denken, boos op je baby? Nee, boos op jezelf. Als jij, als enige veilige haven voor je kind, na 9 maanden samen te zijn geweest, je kind niet kunt troosten, wat ben je dan voor moeder? Als je je kind zo gigantisch hard hoort huilen, uren lang, dagen lang, weken lang, dan is het geen roze wolk waar je op je leeft, dan leef je in een storm waarbij de wind af en toe even gaat liggen maar steeds weer terugkomt.

    Iedere minuut van de dag kruipt voorbij, met een donderwolk boven je hoofd die je aan alle kanten probeert te ontwijken. En als het dan even windstil is en je in alle rust kunt schuilen omdat hij eindelijk slaapt, durf je geen stap te zetten uit angst om weer in een zee van tranen te belanden.

    De adviezen die je naar je hoofd geslingerd krijgt, hoe goed bedoeld dan ook: je kunt er op den duur niks meer mee. Probeer je het uit? Natuurlijk. Je probeert alles uit, je bedenkt de gekste dingen als er ook maar 1% kans is dat het zou kunnen helpen. Je cijfert jezelf weg want het enige wat belangrijk is, is hij. Je leeft niet meer van dag tot dag, maar van huil tot huil en van fles tot fles. In de hoop dat de dag snel voorbij gaat en hij de nacht goed zal slapen. Je kijkt uit naar de leeftijd van 6 weken, want dan zou toch alles makkelijker worden? Als met makkelijker bedoeld wordt dat je went aan het huilen en dat je went aan het constant bedenken van nieuwe oplossingen om je kind tevreden te maken, niet dus. De zes weken zijn namelijk bereikt en er staan inmiddels 100 emmers die over zijn gelopen, ik heb al meerdere malen onder de douche gestaan om mezelf weer op te warmen en door te gaan.

    Een grote paraplu van de mensen om je heen die je aan alle kanten proberen te beschermen. Die je proberen op te vrolijken, moed in te spreken dat het allemaal beter wordt en dat je er even doorheen moet. En hoe fijn het ook is, zo’n grote paraplu ter bescherming tegen de regen, je wordt nog steeds aan alle kanten geraakt.

    Je probeert af te gaan op je gevoel, want het is jouw kind dus je gevoel hoort je te wijzen op de oorzaak van zijn verdriet. Aan alle kanten word je weggestuurd door mensen die deskundig zouden moeten zijn. Door mensen die leven via de theoretische paden en er van overtuigd zijn dat dit voor ieder kind zo werkt. En oh wee als je afwijkt van dat ritme en die patronen, dan is dát de oorzaak van jouw ontevreden kind.

    Mensen die je er dagelijks op wijzen dat je wel moet genieten omdat deze tijd zo snel voorbij zal zijn en je het niet weer terug kunt krijgen. Terwijl jij maar denkt, hoezo snel? De dagen kruipen voorbij. En hoezo genieten? Waarvan? Die prachtige roze donderwolk die alsmaar groter lijkt te worden? Dat is niet genieten, dat is overleven. En ja, ik ben dankbaar dat ik zwanger heb mogen zijn, dat ik een kind heb mogen krijgen en moeder heb kunnen worden, maar dat maakt het niet minder zwaar.

    Moeder zijn is leren leven met de verantwoordelijkheid die je hebt voor een wezentje die compleet afhankelijk is van jou. En hoewel je geniet van de momenten dat hij zijn troost wél bij je vindt, en die keer dat hij voor het eerst bewust naar je begint te lachen, nieuwe geluidjes gaat maken of tevreden ligt te slapen, die roze wolk is nog niet voorbij gekomen. Maar, wie weet, heel misschien, zit hij verstopt achter die laatste hoosbui, vandaag of morgen. Zoals ze altijd zeggen, na regen komt zonneschijn. En ergens moet je de hoop blijven houden op een mooie regenboog tussen de zon en regen door, met aan het einde van de lange zware vermoeiende weg, jouw grote pot met goud: een tevreden kindje en dus een tevreden moeder.

    Dus de welbekende roze wolk? Nee, stel je eerder een wolk voor met alle kleuren van de regenboog die staan voor je eigen gevoel. Met alle weersoorten die je kunt bedenken eraan vast. Zon, regen, hagel, storm, wind vanuit alle windrichtingen en inderdaad ook genoeg wolken, maar of ze altijd roze zijn? Absoluut niet.

    Herken jij het verhaal van Susan? Heb jij dit ook meegemaakt met jouw kindje? Hoe ben je er door heen gekomen?

    Vechten na de hersenbloeding – Het verhaal van Benjamin

    Benjamin, een kerngezonde jonge man in opleiding voor luchtverkeersleider, kreeg in 2010 – op zijn zevenentwintigste – plotseling een hersenbloeding door een aangeboren defect in zijn hersenen.

    Hij vocht twee maanden in het ziekenhuis voor zijn leven, waarna hij nog ruim een jaar voor zijn herstel vocht in revalidatiekliniek Adelante.

    image
    Benjamin in het ziekenhuis

    Van de ene op de andere dag stond het leven van Benjamin en zijn vrouw Marieke op zijn kop. Benjamin was toevallig die avond nog thuis gebleven; de dag er na zou hij vertrekken naar Amsterdam, waar hij doordeweeks verbleef om zijn opleiding tot luchtverkeersleider te volgen.

    Op de badkamer voelde hij een enorme hoofdpijn en merkte hij dat de linkerkant van zijn lichaam het niet meer deed.

    Hij riep zijn vriendin: “Marieke, er is iets mis.” Toen Marieke de badkamer op kwam, zag ze dat de linkerkant van zijn gezicht was gaan hangen en dat zijn linker arm niet meer werkte, waarna ze direct de nooddiensten inschakelde.

    image
    Benjamin in het ziekenhuis. Onder een koeldeken vanwege de hoge koorts / bacterie

    Vanaf dat moment begint de achtbaan. In het ziekenhuis wordt hij geopereerd aan een aangeboren defect in zijn hersenen. Artsen kunnen lange tijd geen prognose geven. Het stel en hun familie leven weken lang in grote spanning. Daarnaast wordt Benjamin geteisterd door een bacterie, die zorgt voor langdurige hoge koorts en uiteindelijk ligt Benjamin een maand lang in coma op de intensive care.

    image
    Benjamin in het ziekenhuis (2010)

    “Vanaf dat moment word je geleefd. Het enige dat telt is overleven. Je denkt nergens anders meer aan.”
    Benjamin komt uit het ziekenhuis met een halfzijdige verlamming. Zijn lichaam is aan de linkerkant volledig verlamd. Artsen verwachten niet dat hij ooit nog zal kunnen lopen. Maar Benjamin en zijn vriendin Marieke houden hoop. “Ik dacht, ik zal ze laten zien dat ik het wel weer kan leren.”

    Nu, vijf jaar later, loopt Benjamin weer. Er is veel gebeurd sinds die noodlottige avond. Na de revalidatie periode komt Benjamin in een tevens moeilijke periode terecht. “Wanneer je uitbehandeld bent, laat het revalidatie centrum je los. Je moet alles zelf doen. Alles is anders. Ik was altijd super zelfstandig en vroeg niet graag om hulp. Plotseling word je op jezelf terug geworpen. Het was een echt gevecht.”

    Terug naar de opleiding in Amsterdam kan hij helaas niet meer. Maar thuis blijven zitten is geen optie: Benjamin zoekt net zo lang totdat hij Dynalean vindt, een werkgever die hem in zijn oude vakgebied (ICT) aanneemt.

    “Na die gitzwarte periode heb ik Marieke ten huwelijk gevraagd. Ze is altijd naast me blijven staan, heeft me nooit los gelaten. Ik heb een enorm respect voor haar kracht en haar vertrouwen in mij. Ze zei volmondig ja. De trouwdag was emotioneel en erg mooi. Ik was zo trots dat zij mijn vrouw was geworden.”

    image
    Benjamin en Marieke op hun trouwdag

    Na de bruiloft raakt Marieke in verwachting van hun zoontje, Dastan.
    “Het is een wonder dat ook deze droom, die we ooit vanzelfsprekend achtten, ook uit kwam voor ons. Maar ook het krijgen van een kindje was een uitdaging. Met name in de dagelijkse verzorging is het wel eens pittig en probeer ik zo veel mogelijk om mijn verlamming heen te werken. Ik ben trots op onze zoon en hoe goed hij het doet. Ik had jaren geleden nooit durven dromen dat we nog eens een gezin zouden vormen.”

    “De ambulance broeders dachten dat ik het ziekenhuis niet zou halen. De chirurg dacht dat ik de operatie niet uit zou komen. De fysiotherapeuten in het ziekenhuis dachten dat ik niet meer zou leren lopen. De mensen van de revalidatie kliniek dachten niet dat ik ooit nog voor een normale werkgever kon werken. Gelukkig ben ik eigenwijs en altijd vol blijven houden, en is me uiteindelijk meer gelukt dan wie dan ook ooit had verwacht.”

    Nu, anno 2015, leeft het gezin samen en zijn ze sterker dan ooit. Benjamin weet nog steeds niet van opgeven.
    “Dit was dan ook een goed moment om iets te doen voor Serious Request. Ik wil laten zien dat je alles kunt bereiken, als je er maar voor knokt. Ik besloot te gaan trainen voor een halve triatlon. Ik train daarvoor bij Anytime Fitness in Geleen. Ik hoop met mijn actie zo veel mogelijk geld in te zamelen voor kinderen in oorlogsgebied. Zodat zij ook kunnen vechten voor hun toekomst.”

    Wil jij Benjamin steunen in zijn actie? Ga dan naar https://kominactie.3fm.nl/actie/ben-unstoppable en sponsor zijn actie!

    Het ouderschap: Fantastisch, maar ook heel vies.

    Het is fantastisch om moeder te zijn. Echt, geweldig. Ik zou het nooit anders willen. Maar het ouderschap is naast geweldig en mooi en fantastisch ook vaak bijzonder vies.
    “Mama, kijk! Ik heb een hele grote neuzevreutel gevangen!” Of je wil of niet (je wil niet), daar staat je kleuter, vlak voor je neus, met een wonderbaarlijk grote vangst uit de zijne. Natuurlijk gebeurt dit niet thuis, waar tissues en stromend water voorhanden zijn. Dit gebeurt midden in de supermarkt, net die ene keer dat je geen tissues bij je hebt.

    Kerstavond, bijvoorbeeld. De mooiste tijd van het jaar. Je maakt je kleintje klaar om te vertrekken naar het Familie Diner. Al weken hingen de allermooiste kleertjes klaar, ver weg van de andere gewone kleren, zoals die geweldige, onverwoestbare jeans van de Zeeman en de Hema. Nadat je je kleine wolk hebt gebadderd en ze fris ruikend in haar mooiste kerstjurkje hebt gehesen (dat meer kostte dan jouw complete kerst outfit bij elkaar) en exact drie minuten voordat je moet vertrekken naar het Diner, ruik je opeens een verdachte geur. Alsjeblieft, laat het niet waar zijn, fluister je tegen de kerststal onder de boom, terwijl je je omdraait en je peuter in slow motion lachend weg ziet kruipen met een bruin-groenig plakaat van peuterdiarree op haar rug. Dwars door het veel te dure stof heen.

    Ouderschap is gewoon vies. Je leert dingen die je nog nooit geweten hebt, zoals hoe ver een kraaltje omhoog kan in een neus, hoe ver een kind kan projectiel braken, en hoe smerig zwemwratjes zijn als ze open gekrabd worden. En: hoe hygiënisch je het ook probeert aan te pakken, het is nooit genoeg. Hoe steriel je huis ook is, iedere dag worden er gratis en voor niets school- en opvang bacillen mee naar binnen gedragen. Je kunt nog zo er tegen vechten; dat helpt niet.

    “Pietertje moest poepen vanmiddag, tijdens de pauze op school.” vertelde kindlief ons eens, uiteraard toen we zaten te eten. “Oh, uh, oke.”
    “Maar de juf had geen tijd om met hem mee te gaan naar binnen.”
    “Waarom zou de juf mee moeten gaan naar binnen?”
    “Ja, omdat hij zijn billen nog niet zelf kan af vegen!”
    “Oh, zo.”  zei ik, en nam een hap van mijn eten.
    “Dus heb ik het maar gedaan.”
    Mijn eten bleef ergens halverwege mijn keel steken.”Wat heb je gedaan?”
    “Zijn billen voor hem afgeveegd! Want het was zo zielig voor hem en hij moest echt erg veel poepen!”
    Mijn hoofd had een gevecht met mijn eten: wel of niet terug omhoog komen. U kent het wel.
    Ik overwoog of ik moest vragen of ze haar handen wel had gewassen, maar besloot dat ik het niet wilde weten.

    Ouderschap. Het is geweldig. Het is bijzonder mooi, liefdevol, maar vaak ook stinkend, vies, en groen.

     

    Waarom de “Pedagogische Tik” helemaal niet pedagogisch is

    Een lel om je oren, of een pak billenkoek. Vroeger was het de normaalste zaak van de wereld. Tegenwoordig vinden zelfs nog veel mensen dat de “Pedagogische Tik” moet kunnen op zijn tijd.

    Ik ben daar zelf 100% op tegen. Allereerst omdat je daarmee een kind voordoet, dat wanneer je onmachtig bent om een conflict op te lossen, fysiek ingrijpen geoorloofd is. Die “Pedagogische Tik” is helemaal niet pedagogisch, juist eerder een teken van onmacht en frustratie van de ouder.

    Onderzoek wijst uit dat kinderen die die pedagogische tik wel eens vaker krijgen, op latere leeftijd een ontregeld stress systeem hebben en meer last krijgen van hart en vaatziekten, depressie en andere ziekten zoals fybromialgie en chronisch vermoeidheid syndroom.

    Zo onschuldig is die pedagogische tik dus niet op lange termijn. Tevens stijgt de kans dat de ouder wel fysiek gaat ingrijpen bij het overschrijden van de fysieke grens. Dat alleen al is voor mij reden genoeg om bij mijn standpunt te blijven; fysiek tikken uitdelen is onnodig en schadelijk voor je kind.

    Helft jonge kinderen kiest schoonmaakmiddelen boven speelgoed!

    Je moet er niet aan denken dat je kind per ongeluk schoonmaakmiddelen binnen krijgt. Toch gebeuren er jaarlijks nog duizenden ongelukken met huishoudchemicaliën.

    Kinderen tussen de 0 en 4 jaar lopen het grootste risico. De oorzaak? Kinderen zien het gevaar niet en vinden de producten interessant.

    image
    Bron: VeiligheidNL

    Om te voorkomen dat kleine kinderen deze schoonmaakmiddelen innemen dienen deze altijd buiten handbereik van kinderen te staan, dus: hoe hoger, hoe beter!

    Zorg dat je kind er niet aan kan komen op een onbewaakt ogenblik. Dus ook niet heel even die fles chloor op het toilet laten staan, niet de vaatwastabletten laten slingeren, et cetera.

    Hoe hebben jullie de schoonmaakmiddelen opgeborgen?

    Het hele artikel van VeiligheidNL lees je hier.

    Bron: VeiligheidNL.

    Anti super food moeders, verzamelt u!

    Nee, nee, nee, nee, nee!
    Ik word er niet goed van, al die artikelen en vingerwijzende betweters, over hun gojibessen en andere super foods. Ik bedoel: kom op man! Ik zocht me laatst helemaal het apezuur naar een pak gewone ordinaire cruesli, omdat ik eerst honderdduizend dozen speciale super food cruesli met bessen, super zaad en godweetwat er in aan de kant moest mikken.

    Kunnen we even met zijn allen normaal gaan doen, ja? Welke moeder heeft nu in vredesnaam tijd om elke dag een lunch box met drie honderd compartimenten vol haver, spelt, speciale super bessen en raw food in elkaar te mikken, zonder zich na verloop van tijd (lees: twee dagen) de haren uit het hoofd te trekken van ellende?

    Dus, nee, nee, nee! Ik doe er niet aan mee. Gewoon, volkoren boterhammen met gezond en oei, ja, soms ook zoet beleg. En meestal krijgt ze een flesje water mee, maar soms ook gewoon ordinair appelsap, in plaats van biologisch geconcentreerd extract van welopgevoede, genetisch verantwoorde appels, die uit zichzelf vrijwillig uit een boom zijn gevallen.

    Ik bedoel, kom op, die kinderen maken tegenwoordig al genoeg mee: het is al erg genoeg dat ze al als peuter de cito toets moeten afnemen. Met al die druk kunnen ze best dat beetje extra suiker gebruiken. Joe!

    Twee gigagoede redenen om geen foto’s van je (half) naakte kind op Facebook te zetten

    Je ziet ze vast regelmatig op je tijdlijn voorbij komen: het super schattige kindje van de buren in het badje, op het potje, noem maar op. Misschien zet je zelf ook wel eens van die snoezige foto’s online.

    Er zijn echter twee gigagoede redenen om dat niet te doen, en als je dat wel al hebt gedaan, om dan een aantal foto’s alsnog te verwijderen.

    Internet stikt van de creeps

    Je denkt misschien dat je foto’s goed afgeschermd zijn, maar is dat wel zo? En hoe weet je zeker dat die verre oud achterbuurman van je ouders in jouw vriendenlijst niet toevallig een pedofiel met verkeerde gedachten is?

    Online struinen creeps het Internet af, op zoek naar deze foto’s, die jij volkomen nietsvermoedend als trotse ouder deelt met je vrienden. Je moet er toch niet aan denken dat de dierbare potjes foto’s van jouw kindje in verkeerde handen komen? Gewoon niet doen. Leuk voor in het babyalbum, niet online.

    Wat vindt je kind er later van?

    Wij hadden vroeger, in de tijd dat er nog niets online ging, heerlijk anonieme privacy, als kind. Onze ouders zetten niets online. Ik moet er niet aan denken dat mijn vrienden in mijn puberteit half naakte baby/peuter foto’s van mij hadden kunnen terugvinden op mijn moeders facebook. Gun je kinderen wat privacy.

    Ze kunnen er zelf nu misschien nog niets van vinden; reden te meer voor ons als ouders, om hun privacy te bewaken.

    Mijn kind is niet de beste!

    Ik weet het, iedereen is trots op zijn kind. En iedereen wil dat van de daken schreeuwen, dat snap ik ook wel. Maar bah, wat word ik er soms naar van, hoe sommige moeders opscheppen over hun kroost. Mijn kind kan al dit, mijn kind ligt al vijftien jaar vooruit op zijn klasgenootjes, mijn kind is superieur en mag nu – met zes jaar – al doorstromen naar het middelbaar onderwijs. Fok of met je wonderkind! Om het maar even netjes te zeggen.

    Wie denk je nou eigenlijk dat je bent, dat jouw kind een of ander superkind moet zijn? Hoe bevalt het jouw kind trouwens, al die verwachtingen die nu al drukken op zijn of haar jonge schoudertjes? En, belangrijker nog: waarom moet jouw kind per se perfect zijn? En, belangrijkerderderder nog: Wat zegt dat over jou? Ben je zo perfectionistisch dat je zelfs je kind hebt omgebogen tot een project dat een goede en voorspoedige doorlooptijd moet hebben?

    “Mijn kind was al met een jaar of anderhalf zindelijk.” Oh, echt? Die van mij kon toen net haar tenen in haar neusgaten stoppen, met haar volgens het consternatiebureau te mollige – maar zeer lenige! – beentjes. Vond ik ook knap.

    “Mijn kind eet al raw food en olijven.”
    Gefeliciteerd, de mijne eet Olvarit macaroni, en die met spinazie kan ze al heel doelgericht op de muur mikken met haar koddige vingertjes.

    Weet je, ik snap het allemaal wel. Ik zat ook te glunderen van trots dat ze zo goed was in puzzelen. Tegelijkertijd vroeg ik me ook wel eens vertwijfeld af of ze ooit nog zou gaan lopen, voordat ze met 19 maanden pas door de woonkamer liep.

    Maar weet je, mijn kind is niet de beste. En ik ben er maar wat trots op. Ze zal in sommige dingen goed zijn en in sommige dingen minder goed. Ze zal fouten maken, vallen, weer opstaan, ze zal geen wonderbaarlijk talent in ALLES hebben. Geen wonderkind. Maar weet je? Juist die dingen die je niet goed kunt, maken dat je nederig blijft. Dat je nieuwsgierig blijft. Dat er altijd in het leven nog iets te leren zal zijn. Lijkt me veel leuker opgroeien, overigens, wetende dat je fouten mag maken en zonder die ouderlijke druk om alles perfect te moeten kunnen.

    Waarom alleenstaande moeders Bazen zijn

    bron: pexels.com
    bron: pexels.com

    In Nederland waren er in 2011 320.000 alleenstaande ouders, waarvan 87% vrouw is: dat betekent dat er ongeveer 278.400 vrouwen in Nederland zijn die hun kinderen alleen opvoeden.

    Ga er maar aan staan: je kind(eren) alleen opvoeden. Het lijkt me loodzwaar. Als ons kind bijvoorbeeld ziek is, en ik trek het even meer niet na slapeloze nacht nummer drie, dan neemt mijn man het van me over. Als alleenstaande ouder heb je die hulp lang niet altijd, of is dat in elk geval niet vanzelfsprekend: Het leeuwendeel komt op jou neer. Dat lijkt me verre van gemakkelijk.

    Maar ook de rest; de dagelijkse verzorging, het huishouden, de administratie, de regel dingen, het naar school brengen en weer ophalen, de doktersafspraken, de begeleiding bij het huiswerk, de tandarts afspraken, gesprekken op school…. de pijntjes, de was, de strijk, de maaltijden die bereid moeten worden.

    Ik herhaal het nog maar eens: ga er maar aan staan. Ik heb er een immens respect voor, die moeders (en ook de vaders!) die deze verantwoordelijkheid alleen dragen. Je moet er stevig voor in je schoenen staan, zowel emotioneel als fysiek.

    Ik ben benieuwd naar de ervaringen van alleenstaande moeders: waar loop je tegen aan, wat zijn de problemen / uitdagingen, wat zijn de mooie kanten?

    Heb je een sociaal vangnet waar je gebruik van maakt om toch ook tijd voor jezelf te creëren? 

    Dreigement van een Heilige Knuffel

    image
    De Heilige Knuffel

    Ik ben de woordvoerder van alle Heilige Knuffels van kinderen, ja, zelfs overal ter wereld.

    Voor jou lijk ik misschien maar een lapje stof met een koddig hoofdje er op, maar voor je kind ben ik écht. Ik heb een naam, ik word overal mee naar toe gesleept, ik word bij alles betrokken, ik hoor alle verhaaltjes en dromen en geheimpjes van je kind. En boven alles: zonder mij wordt er niet geslapen. Ik herhaal: zonder mij wordt er niet geslapen. Ahá! Nu heb ik je aandacht.

    Aangezien slapen erg hoog staat op de prioriteitenlijst van ouders wereldwijd, lijkt het me goed te benadrukken wat voor onvervangbare rol ik speel, óók in jullie nachtrust. Zonder mij kan jullie kindje niet slapen. Ergo: Zonder mij doet u geen oog meer dicht. En denk vooral niet: we kopen een reserve. Jullie kind is slimmer dan dat.

    Ja… In feite zijn jullie dus net zo afhankelijk van mij, als jullie kind. Wat voor duur betaalde baan je ook hebt, of je nu directeur of hotemetoot of wat dan ook bent: bedenk je eens hoe snel het bergafwaarts kan gaan, bij genoeg gebrek aan slaap.

    Of dat een dreigement is? Chantage, zegt u?

    Kom kom, ik ben maar een simpele knuffel.

    Het enige wat ik vraag, is het volgende bescheiden eisenpakket:

    1. Een regelmatige wasbeurt
    2. Geen ongewenste intimiteiten meer door de hond des huizes!
    3. Indien bovenstaande onverhoopt toch weer gebeurt, herhaal 1.
    4. Bij verkoudheid  van mijn kleine baas: herhaal punt 1. Bij buikgriep: herhaal drie maal. Maar niet te heet, dan krimp ik.
    5. Ik wens niet meer onderin de logeertas te belanden. Ik ben van cruciaal belang voor het welbevinden van het hele gezin. Behandel mij ook als zodanig. Bovendien ben ik licht claustrofobisch.

    Je ziet: het zijn maar een paar simpele wensen, die je verzekeren van een goede nachtrust.

    Vind je dat te veeleisend?
    Ik ben niet de moeilijkste: ik kan me met gemak eens een dag en een nacht goed verstoppen, ergens in huis. Bespreken we het de dag er na gewoon opnieuw.

    Toedels uit Knuffelland!

    Beertje.

    Aan de ouders die langs het voetbalveld staan te schelden op de scheids

    Ik las in de column van Youp (die van ’t Hek) dat hij op de radio hoorde dat er een psycholoog was, die ouders begeleidt, die langs het voetbalveld staan te schreeuwen.
    Ik moest de zin een paar keer opnieuw lezen. Waarschijnlijk omdat ik het niet wilde begrijpen. Ouders begeleiden om te leren niet te schelden en foeteren langs de kant van het voetbalveld?

    Echt waar? Ja, echt waar. Zo diep zijn we dus gezonken. Ouders kunnen hun kind niet gewoon meer kind laten zijn, en al helemaal niet de scheids de scheids laten zijn. Nee, die ouders, die weten het natuurlijk allemaal veel beter dan een getrainde professional. Als u me zoekt: ik ben even ergens met mijn hoofd tegen een muur aan het bonken met een straaltje kwijl uit mijn mond.

    Dames en heren, dit gaat toch zevenhonderddrieëndertig stations te ver. Waar zijn we als ouders mee bezig, als we de scheids niet meer zijn werk laten doen? Als we zo fanatiek worden dat we moeten schelden en schreeuwen tijdens een SPEL?

    Goed voorbeeld, hoor.

    Maakt niet uit als je een foutje maakt tijdens het voetballen, Hans junior, want papa of mama zal er altijd zijn voor je. Met een rood hoofd en een torenhoge bloeddruk. In je nek hijgend en scheldend als een viswijf. Dat wel. Maar er is altijd, altijd iemand voor je, Hans junior, die je zal leren dat verliezen geen optie is en dat jouw fouten al-tijd goed te praten zijn. Je zult nooit de vervelende ervaring hoeven meemaken van, ik noem maar wat, eigen verantwoordelijkheid, vallen en weer opstaan, je eigen lessen leren. Ik zal er altijd staan, klaar om je fouten goed te schreeuwen, je straf af te nemen en je voor de rest van je leven te verpesten. Zo veel houd ik van je, Hans junior.

    Die psycholoog heeft natuurlijk slim gehandeld. Een zwart, gapend gat in de markt. Want het zijn natuurlijk vooral de echte strebers, die die begeleiding richting gezond boeren verstand nodig hebben. Ik vrees echter dat die weg een hele, hele lange zal zijn.

    Droomkind.

    Daar sta ik dan. In de supermarkt, oververhit, met achter en voor me twee perfecte mama’s met perfect luisterende kinderen. Mijn kind daarentegen hangt vast met haar voet achter een railing langs de kassa, omdat ze niet stil kon staan. Wat ze overigens nooit lijkt te kunnen: stil staan.

    Hoe doen andere moeders dat, hun kind vooraf drogeren of zo? Nah, dat zal wel niet. Terwijl ik de zweetdruppels van mijn voorhoofd veeg, probeer ik met mijn andere hand Kindmens te bevrijden uit benarde positie nummer 36. Benarde positie nummer 36 van vandaag, ja.

    Maar als ik dan weer eens struikel over mijn eigen voeten op een verder recht oppervlak, dan weet ik het. Of als ik weer eens tegelijkertijd aan het stofzuigen en afwassen ben. Of als ik mijn telefoon weer eens tegenkom in de koelkast. Als ik me hardop afvraag waarom ze de hele dag door aan een stuk door praat, antwoordt echtgenoot met een sarcastisch “Ja, hoe zou dát nou kunnen hè?”

    Dan dringt het tot me door. Ze lijkt gewoon op mij, het arm schaap. Ze wil alles mee krijgen, alles tegelijk doen. Een rij voor de kassa is voor haar geen rij voor de kassa. Die gang is voor haar een speel paradijs met dingen waar ze op kan klimmen. Ze praat de hele dag, om de wereld om zich heen te begrijpen. Zo doet ze dat.

    Natuurlijk leg ik haar grenzen op. En natuurlijk moet ze op sommige momenten gewoon bij de les blijven. Maar een dromer is ze al van baby af aan. Dat zal ze ook altijd blijven. Gelukkig maar.

    Aan die idioten die met 60 km per uur door de woonwijk scheuren.

    Beste idioot,

    Regelmatig zie ik je door mijn straat rijden. Soms ben je net 20, soms ben je al in de 40.

    Ik weet het, je hebt haast.
    Je hebt enorme, verschrikkelijke haast. Of je bent geboren met een veel te zware rechtervoet. Of je hebt een hele vette nieuwe auto. Of je wil gewoon heel stoer doen.

    Wat je reden ook is om met minstens 60 kilometer per uur door de woonwijk te scheuren; ik snap het. Je bent jong, stoer, je wil niet onderdoen voor anderen. Of je bent ouder en hebt chronisch last van opgejaagdheid. Ik snap dat heus wel.

    Maar denk eens even terug aan toen jij jong was. Als het goed is, heb je wel eens op straat gespeeld. Als het nog beter is, heb je dat heel vaak gedaan. Herinner je je het nog? Voetballen met je vrienden, beetje rondhangen, beetje fietsen, naar de speeltuin lopen en rond hangen met je vriendjes.

    Een kind dat achter een geparkeerde auto uit komt, zie jij nooit aankomen met jouw snelheid. Laat staan dat je nog kunt ontwijken. Of op tijd remmen. Wil je dat echt, een moordenaar worden? Wil je echt een kind dood rijden? Nee? Waarom speel je dan Russische roulette met kinderlevens? Want dat doe je wel namelijk, met je ingetrapte gaspedaal.

    Denk je dat het jou niet zal overkomen? Denk je dat jij goed genoeg overzicht hebt? Denk je dat jij wel snel genoeg kunt remmen? Denk dan eens opnieuw. Denk dan meteen ook even goed aan je neefje, nichtje, je eigen kind of de kinderen die je kent.

    Denk aan hoe zij lekker in hun eigen wereldje zitten te spelen op de stoep.
    De bal van een van de kindjes rolt de straat op. Hij gaat er snel achteraan en let niet op. En daar kom jij de bocht om, met je gaspedaal. Het kindje kijkt nog net op, voordat je het raakt met je auto. En dan -want jij bent het enige wat jou interesseert, toch?- is jouw leven opeens nooit meer hetzelfde. Om over het leven van zo’n kindje nog maar te zwijgen.

    Dit is geen onmogelijk scenario, dit gebeurt heel vaak. En het kan jou ook overkomen. Tenzij je besluit je gaspedaal niet zo hard in te trappen in de bebouwde kom. Ook niet omdat je haast hebt. Ook niet omdat je boos bent op wie dan ook, en al helemaal niet omdat je stoer wil zijn.

    De scholen zijn weer begonnen. Goed moment om met je hart te gaan rijden.

    Ouders van kind (3) rijden weg zonder kind en merken dit pas op na 200 kilometer..

    De Franse ouders van drie kinderen lieten hun dochtertje (3) achter op een rustplaats onderweg.

    Het achtergebleven kindje werd opgevangen door voorbijgangers en kon alleen melden dat haar ouders, broertje en zusje waren weg gereden.

    Toen de Franse politie via de radio een oproep deed, kwamen de ouders van het kind er achter en keerden ze terug om haar op te halen.
    (Bron: NOS.nl)

    Wat vind jij: ongelofelijk, of kun je je er iets bij voorstellen?

    Hoe een Bugaboo advertentie zich de woede van moeders wereldwijd op de hals haalt

    De bugaboo reclame foto die tot een hoop verontwaardiging leidde bij moeders wereldwijd.  Bron foto: adweek.com
    De bugaboo reclame foto die tot een hoop verontwaardiging leidde bij moeders wereldwijd.
    Bron foto: adweek.com

    Bugaboo dacht haar potentiële klanten aan te spreken door het top fitte, strak uitziende model Ymre Stiekema te laten rennen achter hun kinderwagen in het Nederlandse Vogue Magazine. 

    Ze konden er niet verder naast zitten.

    Het internet stroomde vol met verontwaardigde moeders. Naar mijn mening is dat wel terecht, want laten we eerlijk zijn: zo strak ziet de gemiddelde kersverse moeder er echt niet uit. Daarbij ziet het kindje in de kinderwagen er een beetje uit alsof het door alle G-krachten achterover gedrukt zit in de kinderwagen; lijkt me nou niet bepaald genieten van de uitzichten om je heen, als mama zo hard rent dat je niks in je op kunt nemen. Maar goed, ik kan niet oordelen over de moeder-kwaliteiten van het model, dus dat laatste is enkel een aanname.

    Maar, Bugaboo, kom op. Jullie weten toch hopelijk ook wel, dat de gemiddelde moeder er niet zo strak en gespierd bij loopt? Misschien zouden we dat wel willen, he, maar we zitten met een paar minuscule obstakeltjes, zoals genetische aanleg, chronisch slaapgebrek, en dat soort dingen. Daarbij; al zouden we zo’n figuur hebben, dan zouden we nog niet snel in zo’n inimini bikini gaan rond rennen achter de kinderwagen.

    Want, A) zo’n bikini lijkt me niet comfortabel (plus, waar laat je de spuugdoekjes, je huissleutel en je los hangend vel?) Ze heeft ook nog eens geen babytas bij zich. Nu weet ik niet of haar kind over dezelfde geweldige genen beschikt als moeder, maar mijn kind heeft altijd te pas en te onpas haar luier vol gemaakt op de meest ongemakkelijke momenten. Er dus van uit gaande dat ze in die bikini allerlei magische vakjes heeft zitten voor haar telefoon en haar sleutels, snap ik dan nog steeds niet waar ze haar luierdoekjes, luiers, snoetenpoetsers en reserve fles heeft gelaten.

    Daarbij zie ik ook geen reserve parka; en iedereen weet dat het in Nederland nooit slim is om zonder je regenlaarzen en parka de deur uit te gaan. Ook niet in juli.
    En dan nog iets; als ze gaat zwemmen, want daar ga ik wel van uit gezien de bikini, dan had ze nog veel meer bij zich moeten hebben. Zwembandjes, zonnebrand crème voor baby’s en volwassenen, handdoeken en crocs voor in het zwembad. Waar heeft ze die dan gelaten? Nee, ik vind dit geen logische reclame foto. Maar ja, het is dan ook een reclame foto, schijnbaar hoeft daar geen logica aan ten grondslag te liggen.

    Nee, Bugaboo, de meeste moeders worden niet blij van zo’n reclame foto. Want A) het is niet realistisch of haalbaar voor de meeste vrouwen en B) het ziet er niet comfortabel uit en C) ons kind vereist dat wij een heleboel meenemen voor onderweg. Als jullie volgende keer een iets meer gemiddeld model zoeken, met kleding aan en maat 40 en zo, inclusief hier en daar wat los hangend vel, een uitpuilende luiertas en de voor moeders herkenbare wallen, dan mag u mij een bericht sturen.

    Bron foto: dailymail.co.uk

    Waarom ALLE moeders bazen zijn

    Moeders zijn echte bazen. En nee, niet alleen de moeders die zonder pijnstilling zijn bevallen, via de natuurlijke weg, die vervolgens drie jaar borstvoeding gegeven hebben.

    ALLE MOEDERS ZIJN BAZEN.
    En hieronder staan ze voor je neer gezet; alle moeders die baas zijn, omdat ze alles voor hun kinderen over hebben, op welke manier dan ook.

    De moeders die met een keizersnede bevallen zijn.
    De moeders die pijnstilling nodig hadden tijdens hun bevalling.
    De moeders waarbij borstvoeding niet lukte.
    De moeders waarbij borstvoeding wel lukte ook.
    De moeders die via IVF zwanger raakten zijn al helemaal bazen, want zij hebben niet alleen een pijnlijke bevalling er voor over, maar ook een vaak pijnlijk voor traject richting zwangerschap.
    De moeders die niet (meer) zwanger kunnen raken.
    De moeders die hun kindje veel te vroeg moesten loslaten en moesten afstaan aan het hiernamaals, om welke oneerlijke reden dan ook.
    De moeders die miskramen te verwerken krijgen zijn bazen.
    Moeders die ziek zijn, en zichzelf ondanks hun ziekte toch blijven inzetten voor hun kinderen, zijn megabazen.
    De moeders die oververmoeid zijn, zijn bazen.
    De moeders die een kind adopteren zijn super bazen.
    De pleegmoeders die de kinderen van andere moeders opvangen in tijden van crisis, zijn bazen.
    De moeders die het niet meer weten, zijn bazen.
    De moeders die een postnatale depressie krijgen zijn bazen.
    De moeders die oma worden, zijn opperbazen.
    De moeders die fulltime werken zijn bazen, maar moeders die parttime werken of thuis blijven zijn dat net zo goed.
    Oh, en moeders die hun kind(eren) alleen opvoeden, zijn net zo’n bazen als de moeders die het met partner doen.

    Zo veel moeders, zo veel omstandigheden. En geen een moeder is meer of minder waard dan de andere.

    GEVANGEN IN EEN HETE OVEN

    Vandaag begon als een mooie dag. We gingen naar buiten en daarna nog even snel om een boodschap. Ik had zin in de rest van de dag; meestal met dit mooie weer gaan we dan nog ergens naar een park, of naar een meer om te zwemmen, of iets anders leuks doen. Ik was er helemaal klaar voor.

    Maar wat begon als een mooie dag, begint nu in snel tempo een nachtmerrie te worden. Ze moesten nog heel even een boodschap halen, zei ze tegen hem. Alleen een pak zout en een paar flessen frisdrank. Dus lieten ze me hier achter. Alleen. Opgesloten. Warm. Heet. De eerste minuten ging het nog wel een beetje; de auto staat in de schaduw en het raampje op een kier.

    Maar ergens in de afgelopen minuten veranderde deze auto, waar ik me normaal zo fijn in voel, in een bakoven. Het wordt steeds warmer en ik voel me steeds ellendiger. Ik zweet enorm en krijg steeds minder lucht. Ik heb me nog nooit zo angstig en benauwd gevoeld. Ik kom er ook niet uit; ze hebben me opgesloten. Hoe konden ze dit nu doen?

    Ik hoop telkens dat ik ze terug zie komen, maar ondertussen duurt het steeds langer en word ik steeds zwakker. Ik heb geroepen om hulp, maar ik heb er inmiddels geen lucht meer voor. Het voelt alsof iets heel hard mijn keel dicht knijpt.

    Ze zouden maar een paar minuutjes weg blijven, zei ze. Dat heeft ze beloofd. Ik voel me zo opgesloten en alleen.. Ik wou dat ze me meegenomen hadden.
    Het blijft maar duren. Ik ben bang dat het niet goed met me gaat aflopen; ik heb geen kracht meer om te roepen of te proberen te ontsnappen. Ik begrijp niet wat er met me gebeurt, maar ik zal maar gaan liggen. Ze zullen zo hopelijk wel komen.. hopelijk gaan we dan nog naar een park of naar een meer.

    Maar eerst moet ik mijn ogen even sluiten. Het is gewoon te heet. Even maar….

    OUDERS, leg jullie telefoons eens wat vaker weg…

    Leg die telefoon eens wat vaker weg... (bron foto: Pexels.com
    Leg die telefoon eens wat vaker weg…
    (bron foto: Pexels.com

    Een tijd geleden zag ik hoe een kind een ander kind behoorlijk agressief toetakelde. Moeder van de toetakelende jongen stond er bij, maar keek er niet naar. Ze stond namelijk op haar mobiel te kijken. Dat was veel belangrijker.

    Een tijd geleden hoorde ik een kindje meermaals haar vader roepen om hulp. Papa reageerde niet, want hij was druk bezig met zijn mobiel. Pas toen het kindje begon te gillen schrok hij wakker.

    Ook zag ik een kindje van nog geen twee jaar oud gevaarlijke stunts uithalen in het grote kinderen gedeelte van een speeltuin, waar ze duidelijk nog niet klaar voor was. Papa en mama zaten verzonken in hun mobiel op een stoeltje, heel erg mentaal afwezig te zijn.
    En even dáárvoor zag ik een vader bijna een flink ongeluk veroorzaken, doordat hij hands-unfree zat te bellen achter het stuur, met kind achterin.

    En dit was allemaal in het afgelopen jaar.

    Toegegeven: Een beetje verslaafd aan ons mobieltje zijn we bijna allemaal wel. Toch heb ik de laatste jaren een zinvolle gewoonte ontwikkeld: ik leg overdag regelmatig een hele tijd mijn telefoon weg. Dat rot ding – alhoewel zinvol communicatie middel – zorgde er namelijk voor dat ik regelmatig afgeleid was in het contact met mijn kind.
    Dus besloot ik om mijn mobieltje tijdens “de wakkere uren” van mijn kind zo weinig mogelijk aan te raken.

    Want hoe leuk al die statussen op Facebook ook zijn en hoe verslavend die spelletjes ook werken, je wil niet dat je kind zich later van zijn jeugd voornamelijk jouw gebogen hoofd en afwezigheid herinnert.

    Zwembaden luidden eerder ook al de noodklok: ouders gaan zó op in hun mobiel of laptop, dat ze slecht toezicht houden,  waardoor kinderen steeds vaker in nood komen of dreigen te verdrinken. Je zou het jezelf toch nooit vergeven.

    We willen dan misschien niets missen; altijd op de hoogte van het laatste nieuws en de meest recente berichten op Facebook. Maar als we ons daar in verliezen, worden we geheid over tien tot twintig jaar wakker met wroeging; onze kinderen opgegroeid, het ging zo snel, hebben we wel genoeg met ze geknuffeld? Genoeg met ze gespeeld? Hebben we voldoende echte een op een aandacht gegeven? Of stonden wij op die mooiste momenten net in te checken op facebook? Waren we met onze volle aandacht bij het moment, of zaten we net bij een digitale kennis te neuzen?

    Het leven vliegt voorbij, kinderen groeien voor onze ogen op. Voor je het weet staan ze met hun koffers in de gang, klaar om op zichzelf te gaan. Als je op dat moment geen enkele spijt wilt voelen, leg dat ding dan eens wat vaker weg. Althans, op zijn minst tijdens de wakkere uren.

    Waarom kinderen hun ouders soms niet begrijpen

    Ik snap het wel hoor, dat kinderen hun ouders soms niet begrijpen.

    Liegen is fout! (Tenzij wij het doen.)
    Allereerst leren ouders hun kinderen (hopelijk) om netjes te zijn, beleefd, en eerlijk. Maar kinderen zijn van nature al vaak eerlijker dan volwassenen. Wij prenten het ze toch nog eens extra in, hoe belangrijk het is dat ze altijd de waarheid spreken. Totdat de leeftijd komt waarop kinderen ontdekken dat de man met de mijter niet bestaat. Na jaren braaf oefenen met eerlijk zijn, niet liegen, ook niet om bestwil, komen ze er dan achter dat ze jarenlang glashard voorgelogen werden door hun eigen ouders nota bene, op een akelig moeiteloze manier. En dan heb ik het nog niet over de pieten, de paashaas, de kerstman en zo verder.

    Gij zult verdomme nog niet vloeken
    Vervolgens zeggen ouders dat ze geen foute woorden mogen gebruiken. Scheldwoorden zijn uit den boze, want zo ben je niet opgevoed. Totdat mama of papa in de auto afgesneden wordt door een andere automobilist, of totdat een ipad per ongeluk in duizend stukjes kapot valt op de keukenvloer. Dan vliegen de scheldwoorden door het huis, wat niet mag, maar als je ouders het zeggen is dat natuurlijk wel rechtvaardigd, toch?

    (Zelf lijd ik overigens aan “pijnschelden”. Ik zeg altijd netjes “sjips” in plaats van shit. Tenzij ik me écht hard pijn doe. Dan komt er een willekeurig scheldwoord uit. Dat komt omdat ik niet nadenk als ik echt pijn heb. Maar leg dat maar eens uit, als je je kind wil bijbrengen dat schelden niet mag.)

    Het mobiele tijdperk
    Dan heb je nog zoiets moois. Kinderen moeten zo veel mogelijk bewegen, buiten spelen, binnen spelen, niet te lang televisie kijken of op hun tablet spelen. Want nee, dat is ongezond en niet verantwoord!

    Papa en mama zitten echter regelmatig vrolijk en onbewust vast geplakt aan hun telefoon of ipad, checken direct in als ze het pretpark betreden. Kijk maar eens om je heen in een binnenspeeltuin: geen ouder die geen mobiel of tablet bij zich heeft. Als de kinderen maar bewegen!

    Ik zag eens een peuter van twee gevaarlijk hoor klimmen in een binnenspeeltuin. Zo hoog, dat ze bijna in de voor haar veel te gevaarlijke tunnel glijbaan kon vallen. De ouders zagen het niet: ze zaten beiden verzonken in hun tablet of telefoon, mét mp3 speler in de oren.

    Nobody is perfect
    Geen enkele ouder is perfect. De meeste ouders doen dingen in het belang van hun kind en gelukkig meestal met de allerbeste intenties. Vaak gaan dingen onbewust. Maar ja, ik snap dus wel waarom kinderen hun ouders af en toe niet begrijpen.

    Hoe zeggen ze dat ook alweer?
    Children won’t do what you say,
    Children will do what you do.
    Lead by example.

    Stress? Doe eens heel langzaam aan!

    Stress is verraderlijk. Te veel stress is op lange termijn zelfs heel ongezond. Toch overkomt het veel mensen: je agenda is continu overvol, aan je werk lijkt geen eind te komen en uiteraard luisteren je kinderen voor geen meter, net op het moment dat je écht haast hebt en het je niet kunt permitteren om vertraging op te lopen. Juist dan is het goed om in de slow motion modus te gaan!

    Professioneel stresskip

    Al jaren was ik professioneel stresskip. Met een druk bestaan, een gezin, een huishouden en een leuke maar drukke baan er bij was er altijd wel iets dat niet lukt. Vroeger kon ik dan ook regelmatig “overkoken”. Ik liet me volledig opjagen door het dagelijks leven en ademde pas rustig als ik in bed lag. En zelfs dan vaak nog niet. Mensen om me heen zeiden wel eens dat het toch wel goed zou zijn als ik er aan zou denken om tussen twee zinnen door adem te halen. Dat soort adviezen kreeg ik wel vaker.

    Op een dag was ik het gestrest zijn zo beu, dat ik besloot iets zeer tegennatuurlijks te doen. Althans, voor mij voelde het zeker niet natuurlijk; zeker de eerste tijd niet. Ik besloot om op de meest stressvolle momenten op mijn dooie gemakje te gaan doen. Doen alsof ik aaaaalle tijd van de wereld had.
    Ik begon bij een van de meest stressvolle momenten die ik me kon bedenken: je weet wel, na het werk, met honger en een vermoeid kind, in de supermarkt. Eerder was ik dan gehaast, geïrriteerd en moe. Aan dat vermoeide kon ik niet veel doen, maar aan het geïrriteerd en gehaast zijn wél, bedacht ik. Bovendien was ik het beu om altijd maar te moeten rennen, om bij de winkel buiten te komen met maar de helft van de boodschappen die ik nodig had.

    Op je dooie gemakje door de winkel

    Dus probeerde ik het. Ik deed op mijn dooie gemak de boodschappen. Dacht rustig na over de aankopen. Bekeek de dingen die mijn kind opmerkte in de winkel. Bewonderde rustig met haar de aardbeien en de bananen. Door mijn relaxte houding – al was het nog onwennig – werd mijn kind een stuk minder jengelig. Ze voelde mijn ontspannen houding feilloos aan en werd er zelf ook een stuk gezelliger van.
    In de rij voor de kassa, waar ik me normaal altijd stond af te vragen waarom het zo lang moest duren, maakte ik nu een praatje met de vrouw voor ons.

    Resultaat: alle boodschappen binnen, kind blij, ik blij, en we hadden er geen vijf minuten langer over gedaan dan normaal.

    Do try this at home!

    Ben jij ook voortdurend gestrest? Altijd maar aan het haasten? Zet jezelf eens in de slow motion stand: Druk letterlijk op je eigen rem. Probeer het eens uit. Hoe vaker je het doet, hoe beter het je zal lukken.

    Ali B barst in tranen uit tijdens ode aan zijn kinderen bij DWDD

    Ali B bracht in DWDD een muzikale ode aan zijn kinderen. Hij hield het daarbij niet droog. De mensen bij DWDD trouwens ook niet.  En ik ook niet. Wat een mooie beschrijving van het proces dat ieder ouder doorloopt in het zien opgroeien en daarmee loslaten van zijn kinderen. Hulde aan Ali!

    Drukdrukdrukdrukdruk? Vijf GOUDEN tips voor werkende moeders

    Veel moeders werken tegenwoordig buitenshuis. Dat is leuk, maar het zijn vaak wel erg veel ballen die je tegelijkertijd in de lucht moet houden. Weet je af en toe niet meer hoe je het moet regelen allemaal? Groeit het werk je boven het hoofd? In deze blog vind je vijf tips die je leven als werkende moeder wat gemakkelijker maken. Heb je aanvullingen op deze tips? Laat hieronder een reactie achter!

    1. Bestel je boodschappen!

    Bestel online je boodschappen; dat scheelt je een hoop tijd.  Bron foto: www.ah.nl
    Bestel online je boodschappen; dat scheelt je een hoop tijd.
    Bron foto: http://www.ah.nl

    Ik begin meteen met dé gouden tip voor iedereen die zijn tijd efficiënter wil indelen. Want natuurlijk is het niet je hobby om iedere dag weer die supermarkt in en uit te zeulen met tassen vol spullen. Al helemaal niet met een vermoeid, hongerig en te pas en te onpas weg rennend kind bij je.
    Wat je kunt delegeren, is het halen van boodschappen. De meeste supermarkten bezorgen tegen een kleine vergoeding je boodschappen gewoon aan de voordeur. Vul online je boodschappenbestelling in, of stuur een e-mail naar je buurtsuper met je bestelling, en je hebt in één keer al je weekboodschappen in huis. It’s so simple!

    2. Verdeel de taken goed (en eerlijk)
    Als je een partner hebt, is het goed om vaste afspraken te maken over wie wat doet. Klinkt misschien kinderachtig, maar aan het eind van de dag wil jij niet degene zijn die alles doet, terwijl je partner lekker onderuit ligt op de bank. Eerlijk verdelen dus, die taken. Zorg er voor dat je beiden doet waar je goed in bent, en ben ook niet te beroerd om wat water bij de wijn te doen.

    3. Je kids kunnen ook iets
    Ook al doen ze misschien zeer vakkundig alsof dit niet zo is, toch kunnen kinderen (vanaf een bepaalde leeftijd) ook echt wel een handje helpen in het huishouden. Wijs een vaste tafeldekker aan, een vaste woonkamertafelopruimer, en spreek een dag in de week af waarop de kinderen zelf hun eigen kamer op moeten ruimen. Want laten we eerlijk zijn; als ze zich nog net niet verwaardigen om hun voeten op te tillen als jij langs komt met de stofzuiger, terwijl zij bezig zijn met hun spelletje op de i-pad, weet je dat het tijd wordt voor wat meer samenwerking binnen je gezin. Desnoods zet je een beloningssysteem op: wie zijn taken goed uitvoert, verdient het zakgeld van die week bij elkaar.

    4. Poetsen
    Als je je een huishoudelijke hulp kunt veroorloven, is het absoluut aan te bevelen om hulp van buitenaf in te schakelen. Zeker als je jezelf er op betrapt dat je om half twaalf ’s avonds nog de badkamer aan het poetsen bent. Bespreek het met je partner en bekijk of een hulp in de huishouding budgettair te doen is. Is dat niet zo? Spreek dan een vaste dag in de week af waarop jij en je partner het huis onder handen nemen. Teamwerk zorgt voor een stuk minder frustraties en een geëmancipeerde relatie, wat anno 2015 gewoon zo hoort natuurlijk.

    5. Telefoon uit
    Eh… wat zegt u? Telefoon uit?
    We kunnen het ons bijna niet meer voorstellen: een mobiel die uit staat. Want hoe moeten we in vredesnaam een paar uur zonder Facebook, Twitter, Instagram, Pinterest, Snapchat, etcetera? Nou, gewoon, die knop in duwen en uit zetten. Je zult er van versteld staan hoe creatief je wordt, als je eens even niet aangekoppeld bent aan de rest van de wereld via je telefoon. Plotseling heb je weer tijd voor dat ene project dat je al zo lang wilde starten, zit je opeens toch dat fotoalbum in te plakken dat al vijf jaar lag te wachten, of haal je je hometrainer opeens toch van zolder. Telefoon UIT; leven AAN. Enjoy!

    Postnatale Depressie: het Taboe van de Grijze Wolk

    Ik kan er nu over schrijven. Dat heeft wel heel lang geduurd. Om er over te kunnen praten heeft drie jaar geduurd. Als je bevalt van je kind, verwachten jij en je omgeving een roze wolk. Beschuit met muisjes, een gelukkige, stralende, blije moeder. Toen ik beviel van onze dochter, hield ik meteen van haar. Maar de wolk was verre van roze.

    Vaak heb ik er over nagedacht om mijn ervaring met anderen te delen; ik ben immers schrijfster, ik blog, ik deel, dus waarom dit niet? Omdat het te zwaar op de hand is? Misschien. Te persoonlijk? Ook wel een beetje. Taboe? Ja, dat ook wel vrees ik. Toch deel ik het.

    Omdat ik denk dat er nog steeds een te groot taboe rust op postnatale ellende. Omdat ik denk dat er veel vrouwen zullen zijn, die zich kunnen herkennen in mijn verhaal. Om die vrouwen te helpen, die helemaal geen roze wolk hebben en denken dat ze daar misschien wel helemaal alleen in zijn: dat zijn ze dus niet.

    Voor mij begon het allemaal al tijdens de zwangerschap. Ik was erg blij om in verwachting te zijn, maar voelde me onder invloed van de zwangerschapshormonen al vaak verre van mezelf. Toen er tijdens de zwangerschap ook nog een medische complicatie werd ontdekt bij ons kindje, waarvan niet direct bekend was of het ernstig was of niet, werd het een stuk erger. Ik sliep steeds slechter, maakte me ontzettend veel zorgen. De bevalling kwam twee weken na de uitgerekende datum op gang en was zwaar. Na de bevalling moesten er testen gedaan worden, echo’s, MRI scans. Daar lag mijn baby’tje dan, in zo’n groot MRI apparaat. Het ging allemaal niet zo als het in de boekjes stond; althans niet die boekjes die ik gelezen had. Daar boven op kon ik de enorme hormoon wisseling die bij de bevalling kwam kijken niet aan. Ik heb een aantal weken lang elke dag gehuild. Waarom wist ik ook niet precies. Normaal gesproken ben ik een optimistisch mens en huil ik zelden! Ik durfde pas na een week of zes naar buiten met de kinderwagen. Overal maakte ik me zorgen over; de risico’s, de verantwoordelijkheid, de angst, het greep me naar de strot. Hoewel ik verstandelijk ook wel wist, dat dat niet nodig was. Tijdens de babyborrel die we gaven ter viering van de geboorte, zat ik als een moeder leeuwin naast de kinderwagen waar ons kindje in sliep: de Mexicaanse griep heerste op dat moment en niemand mocht te dicht in de buurt komen. Ik weet alleen nog dat ik dankbaar was toen het weer voorbij was. Ik was zo overbezorgd, dat genieten, zelfs op die mooie dag, voor mij niet mogelijk was.

    Ik kan me nog goed herinneren dat iemand van het consultatiebureau op bezoek kwam. Mijn man en ik vroegen haar of het kon dat ik een postnatale depressie had, omdat ik zo veel moest huilen. Ze vroeg of ik liefde voelde voor mijn kind. Ja, was daarop mijn eerlijke antwoord. “Dan heb je geen postnatale depressie. Want als je dat zou hebben dan voel je helemaal niets.” was de conclusie. Ruim twee jaar later leerde ik pas dat die conclusie volkomen onterecht was. Postnatale depressie heeft vele symptomen, maar het is niet per definitie zo dat je bij een postnatale depressie niets voelt voor je kind. Dat kán een symptoom zijn, maar sommige moeders met een postnatale depressie zijn juist enorm overbezorgd. Ze voelen zich zo overweldigd door de zorgen, dat dat gaat overheersen. Dat was dus bij mij het geval.

    Het was alsof iemand een grijze deken over mijn bestaan had gegooid. Ik probeerde naar de buitenwereld toe de blije, nieuwe moeder te zijn. Speelde de rol waarvan ik dacht dat die van me verwacht werd. Thuis was ik overbezorgd, gespannen en bang. Ik zorgde uitstekend voor ons kind, maar dat was dan ook het enige dat ik kon doen. Meer energie had ik niet. Omstaanders blijken zich achteraf toch zorgen te hebben gemaakt, maar net niet genoeg om aan de bel te trekken. Pas na twee jaar kwam ik er achter dat ik een postnatale depressie had gehad, en begon ik langzaam weer een beetje mezelf te worden. Er kwam een einde aan de tranen, langzaam voelde ik mijn vertrouwen in mijn eigen kunnen weer groeien. De storm was voorbij; sindsdien zit ik gelukkig op mijn – verlate – roze wolk. Ik geniet nu al bijna vier jaar met volle teugen van alles wat het moederschap te bieden heeft.

    De invloed die hormonale veranderingen op een vrouw kunnen hebben, worden nog veel te vaak onderschat. Mensen die een zwangere en pas bevallen vrouw begeleiden, moeten het verschil herkennen en erkennen tussen een paar dagen babyblues en een postnatale depressie.
    De symptomen moeten bekend zijn, want het is voor moeders al moeilijk genoeg om zich kwetsbaar op te stellen. Ik had zelf nooit verwacht dat ik – een van nature positief, optimistisch en doorgaans vrolijk mens – me ooit zo diep ellendig zou kunnen voelen.

    19 april – Dag tegen Pesten: zet de middenmoot in!

    Morgen is het de landelijke Dag tegen Pesten. Dat is belangrijk, want pesten verwoest levens.
    Is die stelling niet iets te dramatisch? Nee.

    Als voormalig lijdend voorwerp van pesterijen kan ik beamen dat het nogal wat met je doet. Het ondermijnt je zelfvertrouwen en maakt dat je continu in een staat van angst verkeert. Het thuis vertellen, aan mijn ouders, was niet denkbaar. Dat lag niet aan mijn ouders, maar wel aan de diepgewortelde angst dat het pesten daarna alleen erger zou worden. Dus zweeg ik. Ik kan me de buikpijn op zondag nog herinneren, als ik er aan dacht dat ik de dag er na weer moest gaan. En het jezelf continu afvragen wat je verkeerd doet. Ik kon het me niet bedenken. En dat was niet bepaald goed, want daardoor ging ik er dus in geloven dat ik verkeerd was.

    Toen ik naar de middelbare school ging, was ik erg bang. Ik nam me voor om de meest stoere jongen of meid uit te zoeken en daar naast te gaan zitten. Als ik maar blufte, leek ik misschien niet zo kwetsbaar. Het werkte: De middelbare schooltijd was fantastisch. Ik had vriendinnen en vrienden en zelfs vriendjes. Ik blufte mezelf gelukkig.

    Uiteindelijk is alles goed gekomen met mij. De middelbare school tijd was fijn en gaf me vertrouwen. Maar het diep gewortelde, eenzame gevoel van onveiligheid in een groep kan me tot op de dag van vandaag nog wel eens overvallen. Dan zet ik mijn bluf weer in, want daar ben ik goed in. Terug pesten of zelf pesten zal ik nooit doen. Ik heb ook nooit mee gepest. Als ik het zag gebeuren, nam ik het op voor de gepeste persoon. Niet omdat mij dat bepaald populairder maakte, maar omdat ik het simpelweg niet kon aanzien (en nog steeds niet, want het stopt niet op de middelbare school; ook veel volwassenen hebben er last van).

    In plaats van voornamelijk te focussen op de twee meest in het oog springende groepen, de gepeste en de pestende  kinderen, moet naar mijn mening ook veel meer gelet worden op de middenmoot; de kinderen die niet gepest worden maar ook niet pesten. De kinderen die aan de zijlijn staan en toekijken. Als die zich inzetten om de gepeste persoon te beschermen en verdedigen, wordt de pester vanzelf meer geïsoleerd. En dat maakt dat de pester juist niet bereikt wat hij wil: macht over de groep.

    Misschien iets om over na te denken.

    WAT ZULLEN DE MENSEN WEL NIET DENKEN?

    Wat zullen de mensen wel niet denken?
    Je kent de uitdrukking vast wel. De inhoud van die uitdrukking staat me steeds meer tegen. Al mijn hele leven ben ik getraind en zeer vaardig geworden in wat de mensen wel niet zullen denken. Dat wordt al jong aangeleerd, want sociaal onwenselijk gedrag vertonen staat garant voor een correctie inclusief een herinnering aan wat de mensen wel niet zullen denken. Ik ben de genoemde mensen zelf overigens nog nooit persoonlijk tegen gekomen; in mijn fantasie zijn het een soort afkeurend blikkende zombies geworden, die van een afstandje alles bekijken wat ik doe, “Kijk nouuuu wat ze doettt…” fluisterend, gepaard met vermanende vingertjes en een hoop afkeurend gemompel.

    Buiten de box denken
    Wat de mensen wel niet zouden denken kan je afremmen op allerlei gebieden. Als je bij alles wat je doet gaat nadenken over wat de mensen er van gaan denken, durf je amper nog je veters te strikken. En toch heeft het me jaren gekost om te komen tot het besef dat ik nu heb.

    Al van kinds af aan wordt ons geleerd om rekening te houden met. We passen ons aan, doen wat van ons gevraagd wordt en willen zo weinig mogelijk opvallen, om vervolgens, als we dertig of veertig zijn, trainingen te moeten volgen waarin ons geleerd wordt om `outside the box´ te denken. Dat voelt dan weer heel onnatuurlijk, want ja, je hebt net dertig of veertig jaar gespendeerd aan het afleren van exact dat.

    Natuurlijk is het niet de bedoeling dat mensen als volwassene in de metro trots hun neus-inhoud-vangst aan omstanders tonen, maar bepaalde dingen die kinderen van nature doen, zijn bijzonder creatief en zouden naar mijn mening niet afgeremd moeten worden om wat een vreemde groep buitenstaanders er misschien wel niet van zou kunnen denken. Bovendien is het een te vaag begrip, en is ook niet duidelijk wíe dan bedoeld wordt, wát ze dan zouden kunnen denken, en bovendien wordt zelden de vraag gesteld of dat dan erg is, als mensen van buitenaf een mening hebben. Néé, we moeten dat vóór zijn, we moeten zorgen dat ons gedrag zo gewoon is en zo normaal en netjes binnen de lijntjes, dat men met een vergrootglas zou moeten gaan zoeken naar iets dat abnormaal of incorrect is volgens de maatstaven van ´de mensen´.

    Eén, twee, uit de maat
    Volgens mij zijn de beste inventies gedaan juist door diegenen die zich weinig aantrokken van wat de mensen zouden kunnen denken. Want iets nieuws bedenken vergt juist datgene doen wat nog nooit iemand eerder heeft gedaan of gedurfd. En verandering, goed of fout, dat wekt vaak in eerste instantie verzet op bij mensen. Dat is gewoon een natuurlijke reactie, omdat mensen in eerste instantie graag bij het oude vertrouwde blijven. Maar als alles bij het oude was gebleven, tja, dan had ik nu met een vulpen deze blog moeten schrijven en honderd keer moeten overschrijven om deze dan bij mensen in de brievenbus te gooien, of gewoon voor de deur, want de brievenbus was dan nog niet uitgevonden, of eigenlijk had ik het dan dus iedereen moeten vertéllen, of moeten omzetten in een grottekening, want als niemand ooit iets uitgevonden had waren er ook geen pennen geweest en geen papier. Dus. Ik wil maar zeggen.

    Tegendraads
    Om heel eerlijk te zijn, hoe hard ik ook geprobeerd heb om altijd rekening te houden met wat de mensen wel niet zouden denken, is het me nooit helemaal gelukt. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. En dus blijf ik toch doen wat ik van nature altijd al wilde: creëren, fantaseren, ook al betekent dit dat dit soms misschien als tegendraads en eigenwijs word ervaren. En wat de mensen daar wel niet van zouden denken? Weet ik veel. Misschien denken ze er wel niet van, dat het een goed idee van me is. Wat ze ook denken, ik laat me er niet meer door tegenhouden. Zonde van al mijn ideeën en creatieve oprispingen. Ik raad het echt iedereen aan, vooral ook die mensen, die er wel niet iets van zouden denken.

    KIPPENVEL: “Thank You Mom” – Inspirerend én ontroerend voor alle moeders!

    Een ontzettend mooi, inspirerend en ontroerend filmpje: hoe moeders hun kinderen, mét vallen en opstaan, leren om te gaan met het leven:

    GASTBLOG + Creatieve Wedstrijd oproep voor tekenaars! Gastblogger Jessica vraagt zich af waarom er zo weinig “roze” kleurplaten zijn

    Gastblogger Jessica Maes vraagt zich af, waarom er nog zo weinig “roze” kleurplaten zijn, waar kinderen die uit een roze gezin komen zich mee kunnen identificeren. Want anno 2015 moet dat toch eigenlijk heel vanzelfsprekend zijn?

    Een gastblog door Jessica Maes: Buiten de Lijntjes.

    Gastblogger Jessica Maes

    Afgelopen week was voor mij een week van verwondering. Een eerste verwondering was dat ik gevraagd werd voor dit gastblog (dank je wel, Chrisje!) en een tweede was toen ik het fenomeen `kleurboek voor volwassenen` ontdekte.

    Bij kleurplaten voor volwassenen dacht ik direct aan niet-zo-kindvriendelijke, beetje vadsige prentjes, die je enkele kwartslagen moet draaien voordat je precies ziet wat het is… Dat mijn fantasie op hol was geslagen werd duidelijk toen ik de mandala´s en de bloemenpatronen in handen kreeg. Nu ik moet zeggen dat al het kleuren best meditatief werkte. Je gedachten dwalen af. Wel moet ik erbij vertellen dat ik er ook licht gefrustreerd van raakte. Ja, Ik kreeg het namelijk niet precies zoals ik het wilde en zo af en toe kleurde ik per ongeluk buiten de lijntjes… en kleurplaten die horen nu eenmaal binnen de lijntjes gekleurd te worden. Dat het maken van een kleurplaat helemaal hot and happening is, hoef ik hier niet meer te vertellen. Wie had dat ooit kunnen bedenken? Heel apart, zeker in een tijd met I-pads en andere nieuwe vrije tijdsbestedingen. Toch keren we terug naar het oude vertrouwde. De kleurplaat.

    Kleurplaten de tand des tijds flink hebben doorstaan. Momenteel kleuren kinderen nog steeds dezelfde exemplaren in, die ruim 20 jaar geleden in zat te kleuren. Eigenlijk wel een gewaarwording! Er worden nog steeds heel standaard zaken afgebeeld. Neem nu bijvoorbeeld een kleurplaat met trouwen als onderwerp. Ik vond (via google) enkel trouwplaten waarbij een man en een vrouw trouwde. Geen enkele kleurplaat waar twee vrouwen elkaar het ja woord geven. En we zitten 2015… in Nederland… Kijk als we nu in 1902 in Oeganda zaten dan zou ik het begrijpelijk vinden. Maar hier en nu? Persoonlijk voelde deze ontdekking best wrang. Momenteel heb ik nog geen kindjes, wel heb ik een heel erge kinderwens. Ook val ik op vrouwen. Een combinatie die in 2015 best mogelijk en beginnend maatschappelijk aanvaard wordt. Echter; dit vind je dit niet terug in kleurplaten. Na enig zoek werk kwam ik wel bij een leuke website uit. Gayandschool. Daar zijn wel leuke kleurplaten terug te vinden. Met twee mama´s / papa´s… Lekker divers. Wel spijtig dat het er maar zo weinig zijn…

    Vandaar dat ik samen met COC Limburg de stoute schoenen heb aangetrokken en hierin verandering wil zien. We besloten dat we op 20 juni een heel kleurboek gaan uitbrengen, met als hoofdthema gezinsdiversiteit. Dit doen we aan de hand van een wedstrijd. Mensen mogen dan een kleurplaat ontwerpen en inzenden. De 10 leukste halen het kleurboek. Meer weten? Surf dan naar http://www.veiligeschoollimburg.nl/component/content/article/18.html of mail je creatieve inzending naar: veiligeschoollimburg@coclimburg.nl. Zo worden ook kleurplaten weer helemaal actueel!

    Alle kinderen een “etiket”?

    Tegenwoordig lijkt het alsof veel meer kinderen dan vroeger een diagnose krijgen (in de volksmond vaak stempel of etiketje genoemd): hoogbegaafd, ADHD, autisme, ADD, noem maar op. 

    Vroeger werd een kind met ADHD gewoon “dat drukke kind” genoemd, dat altijd in bomen klom. En het kind met autisme werd misschien verlegen genoemd, of apart, terug getrokken, of juist overgevoelig.

    Er worden tegenwoordig ongetwijfeld meer diagnoses gesteld, maar dat is ook logisch; er is tegenwoordig veel meer kennis van het autistisch spectrum en aanverwanten. Daarbij zijn er nu meer mogelijkheden om een kind te laten testen.

    De ondertoon in opmerkingen zoals “Ach, elk kind krijgt tegenwoordig wel een etiketje.”, die zo vervelend en soms zelfs ronduit pijnlijk is voor ouders met een kind met diagnose: het veronderstelt dat die etiketten allemaal onzin zijn. 

    En dat terwijl ouders die terecht komen bij hulpinstanties meestal al een hele zoektocht afgelegd hebben en de beste bedoelingen hebben. Sterker nog: aan zo’n hulpvraag of onderzoek gaan vaak jaren van worstelen, vertwijfeling en onbegrip vooraf.

    En daarbij – vaak onterecht – de twijfels aan de eigen manier van opvoeden, de radeloosheid als een kind niet gelukkig is, niet kan slapen, niet eet, angstig is, niet kan genieten of leren zoals te verwachten zou zijn.

    Dus voordat je roept dat “alle kinderen tegenwoordig zomaar een etiket krijgen!” is het goed om je af te vragen hoe veel generaties mensen met autisme en AD(H)D ongelofelijk hebben geworsteld met het leven, vaak zonder te weten waarom.

    Hoe veel kinderen met autisme werden vroeger gepest of niet begrepen, zonder dat ze begrepen hoe het kon dat zij zich telkens zo anders voelden?

    Hoe veel mensen behaalden vroeger lagere resultaten op school door hun leerproblemen die te maken hadden met autisme of AD(H)D?

    Hoe veel relaties zijn erdoor stuk gelopen? Hoe veel banen zijn er verloren?

    Dan valt zo’n diagnose toch nog wel mee. Die diagnose is er niet voor niets, en wordt ook zeker niet zomaar gesteld.

    Misschien helpt het juist om een kind te leren dat het niet “dat drukke kind” wordt genoemd, maar dat erkend wordt dat er zo veel meer in zit dan alleen de drukke buitenkant. Misschien helpt een diagnose juist het hoogbegaafde kind om zijn of haar talenten in te zetten en creatief om te gaan met uitdagingen.

    Misschien redden die diagnoses waar vaak zo negatief, kortzichtig of onwetend maar wat over wordt geroepen, wel hele gezinnen en huwelijken, omdat eindelijk herkend en erkend wordt wat er speelt. De wetenschap dat er geen sprake is van onwil, maar van onmacht, bijvoorbeeld:

    Dat verschil in twee kleine woorden, maakt een wereld van verschil in beleving.

    Laten we tenslotte vooral niet vergeten dat een kind geen autisme, AD(H)D of hoogbegaafdheid IS. Ieder kind met een diagnose is een uniek individu, met zijn of haar eigen talent, wat de diagnose ook is.

    Kinderen zullen bijvoorbeeld nooit roepen dat “elke volwassene tegenwoordig maar een diagnose krijgt”. Daar kunnen sommige volwassenen een voorbeeld aan nemen. 

    Dringende oproep: Help Jasper Valentijn (3 jaar)


    Dit is Jasper Valentijn. Hij is bijna vier jaar oud. Jasper woont
    met zijn oudere broertjes en ouders in het Brabantse Willemstad. Jasper heeft een zeer zeldzame stofwisselings-ziekte, genaamd Infantiele Neuroaxonale Dystrofie (INAD), ofwel de ziekte van Seitelberger.

    Dinsdag avond, 25 februari. Ik krijg een bericht van Mariska Bauer, of ik dit artikel al gelezen heb. En of ik er misschien een blog aan wil wijden. Ik lees het artikel en schiet direct vol. Als moeder en als mens grijpt het verhaal van Jasper me enorm aan. Ik besluit direct: hier ga ik iets mee doen.

    Er is amper iets bekend over de stofwisselingsziekte die Jasper heeft. Omdat de ziekte zo zeldzaam is (1 op de miljoen), is er weinig geld voor onderzoek. Ondertussen betekent dat voor Jasper en zijn familie dat zijn levensverwachting tussen de vier en tien jaar oud is. Zijn gezondheid gaat hard achteruit, maar Jasper blijft vrolijk en lief. Zijn ouders hebben de stichting Jasper Valentijn Foundation opgericht om geld in te zamelen voor onderzoek.

    jasper-valentijn-foundation-ziekte-inad-medicijn-onderzoek-730x350

    Als je de foto’s van Jasper ziet op de vandaag opgerichte website van de stichting, word je op slag verliefd. Dan zie je dat vrolijke gezichtje, dat deze sombere vooruitzichten niet verdient. Dan gun je hem en zijn familie vooral hoop: hoop op behandelingen, hoop op meer kennis over de ziekte, en hoop op een veel langere toekomst voor Jasper.

    Er is kennis en geld nodig om te zorgen voor een toekomst voor Jasper. 

    Daarom ook dat ik jullie dringend oproep om zo veel mogelijk deze blog te delen, de pagina van de stichting massaal te volgen op Facebook en vooral ook (net als ik) geld te doneren voor onderzoek naar de ziekte van Jasper. Iedere donatie is welkom, hoe klein of groot ook. 

    jasper-valentijn-inad-foundation

    Wanhopig, angstig en alleen, in je bed….

    Stel je voor, je ligt alleen in een bed. Je voelt je niet goed, hebt behoorlijke buikpijn, of je voelt je erg alleen en angstig. Of je hebt jezelf onder gespuugd, of onder gepoept in je slaap!
    Probleem is alleen: je kunt niet uit bed komen. Het is donker, de spijlen om je bed heen zijn te hoog om er uit te klimmen. Bovendien lig je stevig ingepakt in bed en heb je niet de kracht om jezelf los te wurmen. Je begint te huilen; eerst zacht, maar daarna steeds harder.
    Je voelt je opgesloten in je eigen bed, helemaal alleen met je pijn of angst. Iemand moet je toch horen? Er zijn toch nog andere mensen in huis? Ondertussen wordt de pijn alleen maar erger, door de stress die je voelt. Je wordt wanhopig; een gevoel van eenzaamheid maakt zich meester van jou. Je kunt niet praten, niet opstaan uit bed, niets.

    Zo – stel ik me voor – voelt een baby zich, die men door laat huilen. En bovenop al die gevoelens van angst, stress en pijn, is die baby dan ook nog eens niet in staat te praten, niet in staat om om hulp te roepen. Het enige wat hij kan, is huilen.
    Dankzij allerlei “opvoedingsadviezen” zit beneden, een verdieping lager, een moeder die het huilen van haar baby door merg en been voelt gaan, maar er niet op af durft te gaan, omdat ze bang is dat ze haar baby daarmee zou verwennen. Terwijl verwennen bij kleine baby’s helemaal niet mogelijk is. En het wetenschappelijk is aangetoond dat baby’s door het (lang) huilen te veel stresshormonen aanmaken.

    Bron foto: lekker slapen zonder huilen: http://www.bol.com/nl/p/lekker-slapen-zonder-huilen/1001004002604885/
    Bron foto: lekker slapen zonder huilen: http://www.bol.com/nl/p/lekker-slapen-zonder-huilen/1001004002604885/

    Uiteraard is het niet aan te raden om je baby bij ieder geluidje uit bed te pakken. Je mag je baby best eens een paar minuten laten huilen. Maar voor de gevoelens van geborgenheid, troost en veiligheid is het voor je baby nu eenmaal beter als je wel iedere vijf minuten even naar hem of haar toe gaat, al is het maar om te zien of ze geen volle luier hebben of bijvoorbeeld klem zitten, gespuugd hebben, of niet fijn liggen.

    Er zijn overigens talloze tussenoplossingen die uitgeprobeerd kunnen worden, zoals de “Lekker slapen zonder huilen” methode, waarbij je je baby in elk geval geen uur aan een stuk door hoeft te laten huilen in zijn uppie. Je baby huilt immers niet om jou te pesten. En laten we eerlijk zijn, hoe zou jij je voelen, als je geen kant op kon?

    Baas in eigen Borst

    kinderkamer-2Vandaag was het weer zo ver. De discussie over borstvoeding laaide weer op, naar aanleiding van een nieuws item over het st. Antoniusziekenhuis in Nieuwegein, waar een rel was ontstaan na een voorlichtingsavond. In dat ziekenhuis zou tijdens die voorlichtingsavond onder andere gezegd zijn, dat je kind niet de nodige liefde krijgt als het geen borstvoeding krijgt, en dat het een plat hoofd kan ontwikkelen. Het ziekenhuis distantieert zich van de uitspraken en gaat onderzoek doen naar deze uitspraken. Maar als dit inderdaad waar blijkt te zijn, dan vraag ik me af waar het naar toe moet met de moeders van Nederland. Als dit de informatie is die we in ziekenhuizen krijgen voorgeschoteld, waar eindigt het dan? Het is natuurlijk klinkklare onzin, dat je je kind niet de nodige liefde kunt geven, als je het met de fles voedt. Dit soort uitspraken (als ze echt zo gezegd zijn) strijken in tegen de haren van alle moeders, die geen borstvoeding hebben gegeven, om welke reden dan ook.

    Wordt er dan geen rekening gehouden met vrouwen waarbij borstvoeding geven medisch gezien niet mogelijk is? Of met vrouwen waarbij de borstvoeding niet op gang komt? Of met vrouwen, die wegens oververmoeidheid en uitputting de borstvoeding staken? Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen: Mijn eigen ervaring met de zogeheten `borstvoedingsmaffia´ was ook niet al te positief. Dat begon al in mijn eigen ziekenhuis, waar ik te horen kreeg dat ik beter geen bijvoeding kon geven aan mijn hongerig brullende baby, vanwege tepel/speen verwarring. Daar sta je dan: postnataal, hormonaal, zwak, al drie dagen aan een stuk door wakker, uitgeput, doodmoe, met een baby die niets binnen krijgt omdat je simpelweg niets produceert, te luisteren naar een vrouw die je vertelt dat het niet goed is voor de baby.

    Het moet wat mij betreft nu maar eens snel afgelopen zijn met die pro borstvoeding propaganda. Natuurlijk is het mooi, als je je kind op natuurlijke wijze kunt voeden. Prachtig! Als het lukt, is het een hele mooie manier om je kind te voorzien van voedingsstoffen, en zo verder. Maar laat het aan de individuele vrouw zelf over om te beslissen hier over, zonder daar een waardeoordeel aan te verbinden. Sommige vrouwen vinden het heel verdrietig als borstvoeding geven niet lukt; die zitten echt niet er op te wachten dat iemand hen vertelt hoe veel liefde hun kindje tekort zou komen door het staken van poging vierhonderdzevenendertig. Sommige vrouwen kunnen geen borstvoeding geven: die vinden dat misschien ook al jammer genoeg. En dan zijn er ook talloze vrouwen die geen borstvoeding willen geven, en ook dat moet mogen.

    Want gelukkig zijn we al heel lang baas over eigen lichaam. Toch? Als je dit soort uitspraken hoort, zou je denken van niet. Als er zo wordt ingehamerd op het schuldgevoel van de nieuwe moeder, is dat op zijn zachtst gezegd zeer kwalijk. Ik hoop dat het bericht niet waar blijkt te zijn. Maar als het wel waar blijkt te zijn: Hoe veel vrouwen zijn dan al op die manier voorgelicht? Hoe veel vrouwen zouden die voorlichtingsbijeenkomst uitgelopen zijn, met een gevoel tekort te zullen schieten, als borstvoeding niet lukt?

    Gelukkig zijn er ook aan de pro-borstvoedingskant genoeg geluiden van verontwaardiging te horen, naar aanleiding van deze “rel”. Gelukkig ook van moeders die pro borstvoeding zijn, maar vooral ook pro eigen keuze. Zo zou het moeten zijn: iedere vrouw doet wat voor haar goed voelt, laat zich op neutrale wijze informeren over de voors en tegens van borst- én flesvoeding, en maakt dan op basis van haar eigen ervaringen en omstandigheden een keuze. Vrij van enig schuldgevoel dat haar aangepraat wordt, als ze nietsvermoedend naar een voorlichtingsavond gaat.

    Baas in eigen borst!

    Bron: http://www.gooieneemlander.nl/regionaal/gooivechtstreek/article27302547.ece/Borstvoedingsmaffia?lref=SL_1