Vandaag bezocht ik samen met mijn dochter (8) het pretpark Bobbejaanland in België.

Voor wie de Efteling wat aan de te dure kant is (€80,- entree plus €10,- parkeerkosten, kom op, dat is toch amper te betalen?) is Bobbejaanland in België een goed alternatief. Via de dagje uit muntjes van de Jumbo betaalde ik in plaats van circa €65,- slechts €40,- voor de twee entreekaarten. De parkeerplaats (overigens goed aangegeven) kostte €8,-.

Voorafgaand aan dit dagje uit las ik online wat reviews van andere bezoekers: ik werd er niet heel vrolijk van. Zo zou het park er onverzorgd en gedateerd uitzien en het personeel werd beschreven als onvriendelijk.

Behalve de wandelende knuffel die alleen op de foto wil met je kind als de park fotograaf er een foto van maakt (zelf met je telefoon wordt niet op prijs gesteld), vond ik het alleszins enorm meevallen:

  • Het park zag er verzorgd uit,
  • We hebben niet lang hoeven wachten bij de entree,
  • De attracties waren prima in orde
  • … en het personeel was hartstikke aardig en behulpzaam.
  • Daarbij: Ondanks dat het best druk was, vielen de wachttijden bij de attracties ook reuze mee!

We hebben genoten van de achtbanen, de wildwaterbanen (één buiten en één binnen: gelukkig scheen de zon en waren onze kleren snel weer droog: voor de droogcabines betaal je €2,-!), een klein strandje met hangmatten, een binnen- en buitenspeeltuin en nog veel meer.

Daarnaast waren er voldoende plekken waar je (beschut) mocht picknicken: ideaal voor een kleiner budget en je eigen thuis gesmeerde broodjes.

Oh, en nog een voordeel: het park is wat kleiner en overzichtelijker, waardoor alles goed te voet te doen is!

Kortom: Bobbejaanland is zeker nog aan te raden voor een leuk dagje uit!

Voor meer informatie over dit pretpark ga je naar : https://www.bobbejaanland.be

Voor meer info over de dagje uit actie van de jumbo, klik je hier!

Advertenties

De vrouwelijke variant wordt nooit vervelend, dwars of puberaal. Dat zijn haar eigen woorden. Ik heb ze direct vastgelegd, schriftelijk, ondertekend en in drievoud.

Het is wel waar, ze is heel gemakkelijk in de omgang. Ze snapt dat het leven een stuk prettiger is wanneer ze meewerkt. Ze gaat mee boodschappen doen, dekt zonder commentaar de tafel, en eet wat de pot schaft.

Daar zit dus een klein probleem. De mannelijke puber leeft voornamelijk van de P’s. Patat, Pizza, Pasta, Pannenkoek, en, toegegeven, Paksoistamppot. Maar de vrouwelijke variant. Zij lust dat dus allemaal niet. Ook geen appelmoes, mayonaise, alles wat nagenoeg alle kinderen lusten, dat hoeft ze niet. Zij zat als tweejarig hummeltje naar mijn asperges te kijken en vroeg: “Mama, wat zijn dat voor een stengels?” Weg asperges. Inclusief biefstuk, aardappeltjes, ham en ei.

Het is dus nooit goed, qua eten. Maar dat ligt niet aan de vrouwelijke puber.

Ze is ook inderdaad nooit heel erg vervelend. Soms dan, als je haar wakker maakt vóór 12 uur ‘s middags. Ze heeft een masterclass uitslapen gedaan. Misschien maakt dat het zo makkelijk, ze is er gewoon niet, want ze ligt tot minstens 12 uur in bed.

Ze kan ook heel goed haar broer opvoeden. Dat leidt tot discussies. Ik vraag me dan af waarom ze niet allebei perfect zijn, aangezien ze het beiden heel goed blijken te weten. Maar zelfreflectie is nog een brug te ver. Logisch ook, het zijn pas pubers. Ze beginnen wel steeds meer op echte mensen te lijken, dat wel.

Min dochter stapte vorig jaar al met een vriendin in de trein om te gaan shoppen in Venlo. Of in Maastricht. Of in Den Bosch. En natuurlijk vind ik dat stoer, maar kom op zeg. Ze is nu pas 13. Ik wil haar vervoeren in een kinderzitje achter op mijn fiets, niet zelfstandig in de trein. Ze krijgen beiden kleedgeld. Dus dan komt ze thuis, met lamme armen van alle tassen, die ze ook allemaal meesleept in de trein. Ze heeft haar eerste piercing. Dat mag vanaf 12. Ze ontdekte dat toen ze nog 11 was. Met 12 jaar en twee dagen zaten we in de tattoo shop, om een gat in haar oorschelp te laten schieten. Wanneer je mij nu een onverantwoordelijke moeder vindt, dat mogen ze vanaf 12 jaar zelf regelen, zonder toestemming van ouders. Het leek me dus verstandig met haar mee te gaan en een gedegen shop uit te zoeken, om te voorkomen dat ze zelf een breinaald in haar oor zou steken.

De vrouwelijke puber gaat wel een weekje naar lenteschool, in de meivakantie. Om wat vakken bij te spijkeren. Ze heeft namelijk nooit huiswerk. Ook nooit proefwerken. Zelfs niet in de proefwerkweek. Nooit hoeft ze iets te doen. Ze weet alles al. Ze wilt medicijnen gaan studeren, en ik zie al heel veel geld verdwijnen in een studentendispuut. Want het is een feestbeest. Ze mist geen enkel uitje, geen enkel feestje, ze is overal bij, en wanneer ze er niet bij kan zijn, dan zorgt ze wel dat het verzet wordt. Het lijkt wel een voorbeeldige puber, maar ik houd mijn hart vast voor de toekomst.

Kortom, pubers. En kleinkinderen. Niet vermoorden dus, die pubers, denk eraan. Dat is momenteel mijn mantra.

Ellen Boonstra

Wil jij ook als Gastblogger jouw blog delen met 30.000 volgers? Stuur dan je leukste blog via e-mail naar de redactie!

Er is een spreuk, die gaat als volgt: “Het krijgen van kleinkinderen is de beloning voor het niet vermoorden van je pubers”. Ik ben benieuwd of ik ooit oma word.

Want die pubers, die puberen wat af. Ik heb er twee. Een mannelijke, en een vrouwelijke variant. De mannelijke variant is een gamer.

De meest gehoorde uitspraak van hem is: “Wacht effe”. “Kom je eten?” “Wacht effe.” “Ben je klaar?” “Wacht effe.” “Ga je douchen?” “Wacht effe.” “Ruim je dat even op?” “Wacht effe”. Als er iets is waar ik een hekel aan heb, dan is het wel wachten. Dit leidt dus tot behoorlijk wat ergernissen hier in huis. Ik snap het ook niet. Ik kondig het avondeten aan, vanaf een kwartier van te voren. Ik kondig het inmiddels al drie keer aan. En dan nog volgt steevast het antwoord….wacht effe. Want die games, die zijn van levensbelang. Fortnite speelt hij. Inclusief dansjes, tenminste, moves. Hij ging het me uitleggen, want moeders snappen niks van de jeugd van tegenwoordig. Daar zijn mijn mannelijke puber en ik het dan wèl over eens.Een online game kun je dus niet zomaar afsluiten. Want je speelt in een team. En als je offline gaat, laat je dat team in de steek, of je wordt vermoord. Uuuuh wat?? “Nee mahaaam,” (met dikke oogrol en een zucht vanuit zijn tenen), “…jouw karakter in de game wordt dan vermoord.” Ooooh… dat klinkt al minder ernstig. De uitspraak die met stip op nummer twee komt: “Ik moet hier ook alles doen”. En nee, dat zeg ik niet, maar hij! Ik ben een gescheiden moeder, de pubers zijn om de week bij mij. Ze krijgen hun natje en hun droogje op een presenteerblaadje aangeboden. Toegegeven, hier zit een stukje schuldgevoel in. Maar dat hoeven de modelpubers niet te weten. Ik werk, ik doe het huishouden, de boodschappen.. enfin, dat hoef ik jullie allemaal niet te vertellen. Doen jullie ook allemaal. Dan is de chips er niet die meneer blieft. Mag hij zelf met mijn geld naar de winkel, om de goede chips te kopen. Moet hij alles doen. Daar krijg je toch moordneigingen van? En dan de elastiekjes. Die vind ik o-ver-al. Op zijn kamer, op de badkamer, in de keuken. Overal, behalve in de prullenbak. Gelukkig is de hoeveelheid elastiekjes gehalveerd, want de vrouwelijke puber is inmiddels beugelvrij. Daarnaast moet ik elke avond vragen of hij ze in heeft, wat nooit het geval is. En deze gek brengt meneer de puber dan zijn elastiekjes… Maar toegegeven, als hij daar dan zo lekker in zijn bed ligt, met zijn pyjamaatje aan, en ik toch nog een stevige knuffel krijg, realiseer ik me dat het ondanks alles best een leuke puber is.

Ellen Boonstra

Wil jij ook eens een column schrijven als Gastblogger voor Chrisje? Stuur dan jouw leukste column naar redactiechrisje@gmail.com en wie weet, misschien verschijnt jouw gastblog wel op Chrisje.info!

 

Ze zorgde voor haar twee zorgkinderen, waarna haar man er vandoor ging met een ander. Hieronder lees je het persoonlijke verhaal van een (anonieme) moeder.

Dit is mijn verhaal: het verhaal van een (strijdbare) moeder met kinderen met leerproblemen. Mijn verhaal gaat over de zoektocht naar hulp voor mijn kinderen, maar ook over het overwinnen van een verdrietige, voor mij ingewikkelde echtscheiding. Na al het vechten, zorgen, mezelf wegcijferen, vallen en weer opstaan kan ik nu met recht zeggen: Ik sta er weer! Ik heb al die zware jaren overleefd. Ik ben er misschien nog niet helemaal, maar ik ben blij en trots! Super trots, als  alleenstaande (zorg)-moeder van twee fantastische, bijzondere kinderen. Ik zeg tegenwoordig altijd, vooral tegen moeders rondom hun kinderen: volg je gevoel, je intuïtie, altijd! Als jij denkt dat er iets met je kinderen is, dan IS dat ook bijna altijd zo.

Geen zorgeloze start
De start van mijn verhaal is eigenlijk al begonnen op het moment dat mijn oudste dochter (nu puber/jong-volwassene, 2e jaar  Voortgezet Onderwijs) de kleuterschooltijd al niet helemaal zorgeloos en ‘standaard’ door kwam. Ze was een enorme lieve, zachte en verlegen kleuter, dus ze viel niet echt op. Ik maakte mij daar als moeder niet direct zorgen over, want tja, niet alle kinderen ontwikkelen zich op dezelfde manier, dus dat komt allemaal wel. Toch heb ik heel vaak het idee gehad dat ze gewoon moeite had met bepaalde dingen, dat ze haar best er wel degelijk voor deed, maar dat het haar gewoon niet lukte. Toen ze in groep drie moest starten met letters, woordjes en zinnen lezen en dit in best wel een sneltreinvaart moest gebeuren, begon ze langzaam achter te lopen.
De letters gingen niet vanzelf, het automatiseren ging niet vanzelf, de woorden kwamen niet vanzelf, het lezen kwam niet lekker op gang, het bleef lange tijd bij ‘hakken en plakken’.

Leesproblemen en dyslexie
Toen ben ik mij als moeder maar eens gaan verdiepen in leesproblemen, oftewel dyslexie en wat zoal symptomen en kenmerken waren. Toen werd het me vrij snel duidelijk. Mijn dochter deed haar uiterste best, maar het lukte gewoon niet. Kon het niet zo zijn dat ze dyslectisch was?! Op school werd hier toen eigenlijk nog nauwelijks over gerept. Toen groep vier in zicht kwam, bleek mijn dochter zo erg achter te lopen dat groep vier een brug te ver was, dus werd er geopperd groep drie nogmaals te doen. Ik stemde hier mee in en vond het – gezien haar ontwikkeling en het feit dat ze in haar doen en laten nog wel ‘jong’ was – een prima idee. Dit zou haar goed doen en we konden, met elkaar, bekijken hoe haar leesontwikkeling in de tussentijd zou verlopen. Maar ondanks twee maal groep drie bij een lieve juf wat haar best goed deed, ging het op school en expliciet rondom lezen, schrijven, spelling en taal, toch nog steeds niet zoals het hoorde. Toen heb ik op school eens aangekaart of het mogelijk was dyslectisch dat mijn dochter dyslectisch is en of ze hierop getest kon worden. Helaas gaat daar dan geruime tijd overheen, omdat school eerst van alles moet aantonen wat ze aan extra hulp hebben aangeboden, papieren moeten aanleveren en je niet direct aan de beurt bent met testen bij een bureau. Het zelfbeeld van mijn dochter ging helaas steeds verder naar achteruit, ze werd steeds stiller, huilde veel, durfde nauwelijks meer om hulp of extra uitleg te vragen en hield zich maar op de achtergrond.

pexels-photo-247195

EED
Het ging zienderogen achteruit met haar (zelfbeeld). Totdat uiteindelijk de uitslag van het dyslexieonderzoek daar was: ze had EED (ernstige enkelvoudige dyslexie). Iets wat ik eigenlijk vanaf de kleuterklas al vermoed had, maar waaraan weinig en veel te laat gehoor is gegeven door school. Mijn eerste ervaring met negativiteit rondom (h)erkenning, het doorverwijzen van ‘het kastje naar de muur’, het niet voor ‘serieus’ te worden aangezien, de ‘zeurmoeder’ op school, de moeder die zich véél te veel zorgen maakt…  Mijn dochter gaf een presentatie over (haar) dyslexie, zodat haar klasgenoten ook wisten wat ze had, waarom ze extra hulp en tijd kreeg en moeite met lezen en waarom ze bijvoorbeeld een tafel- of spellingskaart mocht gebruiken. Ze knapte er enorm van op nu ze wist wat ze had, maar ook nu ze de goede specialistische hulp en begeleiding kreeg en er aan haar weerbaarheid en zelfbeeld werd gewerkt. Zo fijn!

De zoektocht ging verder
Toen ik in het traject zat met mijn dochter voor dyslexiebegeleiding, begon mijn zoon, inmiddels ook in groep drie, vast te lopen rondom letters, lezen, spelling, maar ook rekenen. Hoewel ik het idee had dat mijn dochter hele dyslectische kenmerken had en ik dit niet zo bemerkte bij mijn zoon, gingen wel bij mij wel een aantal welbekende alarmbellen af. Ook omdat dyslexie vastgesteld bij een zus de kans procentueel erg groot maakt dat er ook dyslexie bij een (volgende) broer of zus wordt vastgesteld. Toen mijn zoon maar bleef goochelen met het omdraaien van letters en van rechts naar links schrijven en hakken en plakken met lezen, wist ik al vrij snel hoe laat het was. Ook mijn zoon heeft groep drie vanwege dezelfde redenen als mijn dochter nog een keer gedaan, echter hij was er, in tegenstelling tot dochter, eind (tweede keer) groep drie nog veel slechter aan toe. Op het depressieve af én helemaal gestrest. Een jongetje van zeven die zei zijn leven niet meer leuk te vinden, zelfs niet meer te willen leven…., die school en alles wat hij daar moest doen vreselijk vond, die met afgehangen schouders, hoofd naar beneden, over het schoolplein liep, die lichamelijke klachten kreeg, op school eigenlijk niet meer mee wilde doen en.. het ergste van alles is dat ze op school allerlei signalen niet serieus (genoeg) hebben genomen, niet van mij, terwijl ik van alles aankaartte, maar ook niet van mijn zoon zelf.

Het gaat helemaal niet goed
Ik vergeet nooit meer dat mijn zoon zei ‘Juf zegt, het gaat wel goed toch?’ ….., gevolgd door: `Maar mam, het gaat helemaal niet goed’.  In de tussentijd had ik hem al aangemeld bij het dyslexiebureau waar we al naar toe gingen met onze dochter, dus het onderzoek was daar zo geregeld en inderdaad: het zelfde verhaal, ook dyslexie in ernstige mate (en mogelijk meer problematiek). In de tussentijd had ik stappen gezet om mijn zoon van de reguliere school af te halen (mijn tweede ervaring met het gevoel niet (h)erkend te worden in de problematiek, nu rondom mijn zoon, ‘weer dat kastje en die muur’, weer het (inwendig) schreeuwen: word ik nog gehoord?, zien jullie de ernst van de situatie?, is er nog iemand die met mij meedenkt wat de beste oplossing is? Maar nee, ik was de enige die zag hoe het écht met mijn zoon ging, NIET! Het ging gewoon echt niet!! Hij moest naar een andere, specialistische school en wel heel snel!, anders ging het echt niet goed komen met hem.

pexels-photo-236147

Noodkreet
Met het lood in mijn schoenen ben ik naar de dichtstbijzijnde speciaal onderwijs school gereden en heb daar een gesprek gehad. Huilend, in de stress en eigenlijk óp van alles heb ik mijn verhaal gedaan en binnen een maand was mijn zoon van school af en zat hij op het SBO. De beste keuze ooit! Langzaam bloeide mijn mannetje weer op en hij kreeg daar de rust, maar ook de begeleiding en hulp die zo wenselijk en nodig was! Dáár werd hij gewoon gezien en gehoord! Binnen een paar weken was hij opgebloeid en wisten de leerkrachten al meer over hem, dan de leerkrachten van de andere school in al die jaren daarvoor. Ik was dankbaar! Zó dankbaar dat het weer goed met hem ging. Makkelijk was het ook op deze school niet voor hem, want naast lezen, spelling, taal, was rekenen ook een lastige voor hem. Zijn leerproblemen waren gewoon complexer en eigenlijk heb ik toen al het gevoel gehad dat er méér dan alleen dyslexie aan de hand was…(ook weer zo’n intuïtief moedergevoel..) Inmiddels weet ik dat er meer aan de hand is (hij is daarvoor anderhalf jaar geleden onderzocht). In die periode heb ik, als moeder, twee kinderen begeleid met hun dyslexietrajecten. Naast school, werk, huishouden, verplichtingen, vrijwilligerswerk (ja, zelfs dát deed ik toen nog). et cetera. Het was er gewoon een baan naast! Elke week naar een andere plaats waar de begeleiding plaats vond en daarnaast veel, heel veel thuis oefenen. Bijna twee jaar lang!

Relatieproblemen
Langzamerhand voelde ik mij in mijn relatie, met de vader van mijn kinderen, steeds eenzamer. Ik voelde mijn partner van me weglopen, zich afkeren van dit complexe ‘zorggezin’ en ik had het gevoel dat ik werkelijk alles alleen moest doen, ik voelde me toen eigenlijk al een ‘alleenstaande moeder’ met de zorgen van kinderen waarbij het niet normaal verloopt op school, het voelde alsof ik alles alleen moest dragen en ik alleen die zorgen kende en zag, want ook hierin werd ik door diverse partijen niet serieus genomen. Onze relatie ging op veel punten zienderogen achteruit en ik heb meermaals gedacht: ‘Als ik de kinderen weer op de rit heb, ligt mijn huwelijk in puin’. En wat ik intuïtief gewoon wist en voelde, gebeurde…! Mijn (inmiddels ex) partner had al geruime tijd een ander pad bewandeld. Niet het pad wat ik met de kinderen had bewandeld. Hij was naast zijn gezin een ander leven gestart.  En ik probeerde zo goed en zo kwaad als het ging, mijzelf en de kinderen overeind te houden. In de tussentijd aangeklopt voor hulp bij onze gemeente, maar ook hierop is niet adequaat gereageerd, de zoveelste keer dat ik niet serieus (genoeg) genomen ben, me niet gehoord heb gevoeld en zo ‘op’ van het vechten, dat ik dacht: laat maar… en toen ik uiteindelijk het gevoel had dat het écht niet meer ging tussen ons, er constant ruzies waren en onbegrip én ik eigenlijk helemaal ‘op’ was van al die jaren ‘buffelen’, werd ‘de bom’ onder onze meer dan 20 jarige relatie/verstandhouding gelegd.. Er was een ander.

Klap in mijn gezicht
Nog nooit heb ik zo’n klap in mijn gezicht gehad. Nog nooit waren de dagen zo donker en nog nooit heb ik me zo aan de kant gezet gevoeld…ingeruild, maar ik had er maar mee te dealen.  Ik ben in dat jaar voor mijzelf de boel op een rij gaan zetten. Wonend met de kinderen in onze (koop)woning, hij wonend bij zijn vriendin in een huurwoning en ik ben stap voor stap de dingen gaan regelen… in eerste instantie: de keuze maken dat ik ook niet meer met hem verder wilde! Dat ik het prima kon redden met de kinderen zelf, want dat had ik inmiddels wel bewezen. Maar ja, je hele leven ligt in duigen, je weet van voren niet dat je van achter leeft, je weet niet hoe je iets moet regelen, wat je moet regelen, wat eerst en wat daarna. Het voelt alsof je loopt op een moeras onder zware donderwolken. Overmand door een enorm verdriet, boosheid, teleurstelling, frustratie, eenzaamheid, heb ik dat jaar overleefd. In onze woning – waarvan ik wist dat ik eruit moest.. In de tussentijd moest ik me inschrijven voor een huurwoning, de scheiding regelen bij de mediator, zaken regelen rondom het ouderschapsplan, de boedelscheiding, gesprekken voeren met psycholoog en maatschappelijk werk, gesprekken voeren met de kinderpsychiatrie vanwege nog een onderzoek en dan daarnaast ‘gewoon’ werken, kinderen naar school brengen, doorleven, want alles loopt gewoon door en je blijft je maar afvragen hoe je hier überhaupt uit komt.

Nieuwe start
Een huurwoning krijgen viel niet mee, lange wachtlijsten, geen urgentie en dan financieel, pfff. Ik zag mezelf al zitten in een (tijdelijke) sta caravan op een vreselijke camping met .. niks…. en kinderen waarvoor dat helemaal niet goed is, die juist stabiliteit en rust zouden moeten hebben, na die heftige jaren op school!. In dat jaar ging er heel wat door me heen: de goede tijden, slechte tijden, emmers vol tranen, boosheid, frustraties, onmacht, onzekerheid en stress, bergen stress. Op het moment waarop ik dacht,… dit moet niet nóg een half jaar duren, inmiddels bij de mediator de boel op orde en ik wachtende op een huurwoning, kwám er die woning!!
Na een klein jaartje ‘wonen’ in onze koopwoning (wat echt niet meer fijn voelde met al die herinneringen..), kon ik over naar een mooie huurwoning en kon het koophuis op mijn ex naam gezet worden en kon hij terug naar de (oude) woning met zijn vriendin. Inmiddels woon ik een jaar in mijn eigen fijne woning en het voelt ook echt als MIJN woning (met mijn kinderen).

Tot rust komen
Vorig jaar stond nogal in het teken van regelen, verhuizen, verven/behangen, het ‘eigen maken’, tuin opknappen, de laatste scheiding/verhuizingszaken regelen en vooral tot rust komen, enorm tot rust komen en verwerken.…. Want jeetje, wat een impact heeft dit alles op mij gehad, maar ook op de kinderen en ongetwijfeld ook op mijn ex-partner, hoewel die, zoals het lijkt, zijn leven met haar heeft opgepakt en ogenschijnlijk ‘schepen achter zich verbrand heeft’ en ‘gewoon opnieuw begonnen is’. De omgangsregeling is gelukkig op orde en we wonen beiden (weer) in dezelfde woonplaats. De kinderen kunnen dus makkelijk op en neer. Zolang we het niet hebben over ingewikkelde dingen of gevoelszaken gaat de omgang goed, de kinderen zijn tevreden en ik moet zeggen het gaat me allemaal best af, met hulp en ondersteuning van lieve familie en vrienden, vriendinnen én professionele externe hulp, want alles heeft zo veel impact op mijzelf en ons gezin gehad, dat ik gesprekken heb met een gezinstherapeut om mijzelf weer te vinden, veel te verwerken en een plek te geven, om er weer helemaal zelf te zijn en er goed te kunnen zijn voor mijn kinderen, die noodzakelijke zorg en begeleiding nodig hebben en de nodige ups en down kennen en soms nog hebben.

Ik vertrouw blind op mijn intuïtie
Ik vaar blind op mijn gevoel en intuïtie en ik weet en voel wat goed is voor mijn kinderen en wanneer het wat minder gaat. Helaas sta ik hier wel vrij alleen in, aangezien mijn ex en ik de problematiek rondom de kinderen verschillend zien: dat maakt het soms moeilijk. Maar met de juiste hulpverlening, mijn vrienden en familie red ik het prima. Ik zie gelukkig de zon (steeds meer) schijnen! Ik ben zo dankbaar voor mijn huisje, mijn spullen, mijn (flexibele) baan, vrienden en familie die aan mijn zijde zijn gebleven én zijn gekomen en dankbaar voor alles wat ik overleefd heb.

spiritual2

Trots op mezelf
En trots ben ik ook, ja trots, omdat ik dit alles wel heb (moeten) doorstaan, ik een sterke vrouw ben (geworden), omdat ik er ook mooie, dankbare dingen aan over heb gehouden en ik ben trots op mijn kinderen, die het ondanks hun niet zichtbare ‘handicaps’ en de zeker geen ‘standaard scheiding’, toch heel goed doen (ook op school)! Het alleenstaande leven met ‘zorgkinderen’ is zeker niet vanzelfsprekend, soms ook lastig uit te leggen aan mensen die niet snappen hoe het werkt en soms echt heel zwaar, maar ik wéét dat ik het aan kan en ik kan eigenlijk best nu al wel zeggen dat ik gelukkig ben met mijn leven alleen met de kinderen. Ik voel het nog niet helemaal tot in mijn tenen en ik moet zeker nog verder met mijzelf aan de slag, maar ik ben op de goede weg! En ik moet alles tijd geven, tijd om te verwerken, alles een plek te geven, het verdriet te laten slijten en tijd om anders in mijn leven te gaan staan. Te gaan staan waar IK voor wil staan en wat goed voelt voor mij en tijd geven … om er weer helemaal te zijn!

Een strijdbare en trotse moeder.

Gastblogger Talitha maakt een diepe buiging voor de volgens haar meest stoere wezens op dit moment: LOEDERS!

Het Loeder dat alle hypes op het gebied van moederen heeft overleefd: Van de Oei! Ik groei tot de quinoa generatie, maar toch lekker haar eigen weg volgt. Ze doet maar wat en ze doet het goed.

Tijgerstrepen

De Loeders met tijgerstrepen  – die ze hebben verdiend door niet alleen hun lichaamsgewicht tijdens de zwangerschap te verdubbelen 😉 maar vooral omdat ze sterker zijn dan wie dan ook. De klauwen uit de mouwen steken om een kind te maken, te baren en op te voeden.

Het Loeder dat zich zorgen maakt of haar baby wel genoeg drinkt en lef genoeg heeft om dwars door tachtig adviezen haar eigen weg in te slaan. Die durft te huilen wanneer iets haar niet lukt maar op de kiezen bijt en weer verder gaat.

Zweetsnor

Loeders zijn geen kleffe hapjes die koffie drinken om tien uur om het huishouden te ontlopen. Zij zijn het, die al voor de klok half negen slaat een complete werkdag achter de rug hebben en hijgend met een zweetsnor achter het stuur zitten om nog enigszins op tijd te komen op kantoor.

Loeders zijn geen krengen, maar bewaken hun leven en kroost met passie. Een loeder verandert pas in een bitch als je dreigt haar territorium te ont-eren en glimlacht als ze een mede-loeder in de ogen kijkt.

Loeders zijn slim, werken keihard en hebben banen om passies in kwijt te kunnen. En waar een ander een schouderklopje wil, rent zij alweer verder om ingrediënten te halen voor de taart die ze gaat bakken op de vrije woensdagmiddag. Ode aan het Loeder dat het probeert, ook al eindigt de taart als een kruimelvlaai in een kastje met een zielig hoopje marsepein on top.

Snottekening

Ode aan het loeder dat zucht als ze in de spiegel kijkt en een prachtige print op haar kleding ontdekt, het waarderend dat haar kind een prachtige snottekening maakte op haar zwarte pantalon bij de afscheidsknuffel in de klas. Ze lacht fronsend wanneer ze in de rij bij de kassa barbieschoenen in haar jaszak vindt.

Ode aan zij die niet pretendeert de wijsheid in pacht te hebben maar je aanmoedigt je eigen weg te kiezen dwars door het woud van de pedagogisch uitgekiende opvoedboeken en leefwijzen ondersteund door artsen en specialisten.

Zij verdient het om lyrisch te worden aanbeden, want ik vrees dat weinig mensen beseffen hoeveel werk het Loeder verzet. Dat er op haar rug duizend zorgen balanceren die ze moeiteloos weg lacht bij het maken van huiswerk als de afwas net achter de rug is. Zij die lief een liedje zingt voordat de draken gaan slapen en moeiteloos verhalen verzint om monsters in het donker te verslaan.

Foodbaby

Het Loeder dat wel kookt, maar waar een cheat day trots bovenaan het weekmenu shined. Ze kookt geen vijf gangen maar prijst vijf happen en wint als ze zelf een bord voor zichzelf heeft staan.

Zij die de term fitgirl tot een lachertje heeft gemaakt omdat ze haar best doet te bewegen, maar haar leven tot topsport is verheven.

Het Loeder dat trots de welving van buik aait wanneer ze haar foodbaby ontdekt, daar waar een ander hem inhoudt om op instagram te plaatsen.

LoederLuier

Zij die niet alleen praat over luiers maar er ook wel eens zelf een nodig heeft, als ze met haar vriendinnen wijntjes drinkt en te hard moet lachen.

Ze is grappig en tilt niet te zwaar aan het leven. Haar huis is niet brandschoon; de deur van het washok dichtgooien is ook opruimen en vervolgens zet ze Netflix aan om ultiem te chillen. Zij, zij heeft het leven verstaan.

Ze doet alsof ze het begrijpt: het moederschap, mode, voeding, lifestyle, het leven: maar ze doet maar wat.

Ik breng een ode aan de loeder! Het loeder is een vrouw met ballen. Een loeder is een moeder die leeft. Het loeder dat kan alles aan!

Cheers, bitches!

Talitha

Meer van Talitha lees je op haar website.

pestenIk werd als kind gepest. Jaren lang. Op de basisschool.

Wat dit met me deed als kind, is moeilijk te beschrijven: het is ook lastig uit te leggen aan iemand die nooit gepest werd. Structureel gepest worden zorgt er voor dat je je als kind (of volwassene) nooit helemaal veilig voelt in je omgeving, waar je vijf dagen per week verblijft.

Alsof je verplicht wordt vijf dagen per week de hele dag een dreiging te voelen. Wanneer begint het weer? Ben ik wel veilig in de pauze? Wat gaan ze nu weer doen? Je voelt je ongemakkelijk, ongewild, intens ongelukkig en in het beste geval niet welkom in je omgeving. Pesten maakt heel wat kapot, en als het tijdens je jeugd gebeurt vormt het je, want het overkomt je immers terwijl je zelf letterlijk nog in ontwikkeling bent.

Een op de tien kinderen in Nederland wordt gepest. Scholen zijn wettelijk verplicht om pesten tegen te gaan. Toch gebeurt het nog steeds, en beperkt het zich lang niet alleen tot het schoolplein: met de komst van de mobiele telefoon heeft het pesten zich verplaatst naar de cyber-omgeving, wat het nog moeilijker maakt om deze vorm van geweld (want dat is pesten) te herkennen en aan te pakken.

Ik kan me herinneren dat ik op zondag vaak de hele dag op zag tegen maandag. Het idee dat het gepest de dag er na weer zou beginnen, zorgde er voor dat ik op zag tegen maandag, uit keek naar weekenden en vakanties, en in mijn bed stiekem lag te wensen dat er een magische oplossing zou komen voor mijn probleem. Ik praatte er thuis ook niet over: ik was bang dat mijn ouders dan naar school zouden stappen en dat zou het alleen nog maar erger maken, dacht ik.

Het beste kon ik er maar over zwijgen en het ondergaan.

Veilige omgeving
Toen ik naar de middelbare school ging, veranderde alles. Plotseling kwam ik in een hele andere omgeving terecht. Die kinderen wisten niet dat ik gepest werd op mijn vorige school. Ik voelde me alsof ik ontsnapt was uit een gevangenis, zo blij. Hier was ik niet het gepeste kind, hier kon ik opnieuw beginnen! En dat deed ik. Mijn middelbare schooltijd was een van de mooiste periodes uit mijn leven. Ik maakte veel vrienden en vriendinnen, zat bij toneel, de redactie van de schoolkrant, zong zelfs in een band terwijl ik niet kon zingen. De middelbare school was een geweldige plek, omdat mijn zelfvertrouwen daar eindelijk kon groeien. Omdat ik me er thuis voelde, welkom én veilig.

Dé oplossing tegen pesten bestaat niet
Er is niet één pasklare oplossing tegen pesten. Er is geen magische sleutel die alles oplost. Kinderen (en sommige volwassenen..) hebben simpelweg nog niet het inlevingsvermogen ontwikkeld om te voelen wat ze een ander kind aandoen met hun pesten. Ze zien het als een spelletje: die ga ik pesten want die is heel lief, dus die huilt snel. Of: die ga ik pesten want dan leid ik de aandacht af van dat ik zelf onzeker ben. Heel basaal. Want het inlevingsvermogen om te voelen wat je slachtoffer voelt, dat is er simpelweg (nog) niet.

Pesten is een symptoom
Het is goed dat de overheid scholen wettelijk verplicht pesten aan te pakken. Ook ouders hebben hier in een taak en verantwoordelijkheid. Niemand wil dat zijn kind pest, en niemand wil dat zijn kind gepest wordt: beide situaties zijn voor ouders ook niet fijn. Oplossingen in de vorm van een goede communicatie tussen ouders en school, de leerkracht zelf die pesten signaleert en aanpakt, de overheid die er op toe ziet dat scholen hun wettelijke plicht nakomen, zijn goed en belangrijk. Maar het dekt de lading nog niet helemaal.

Geef meer aandacht aan het pestende kind!
Hoe tegenstrijdig het ook klinkt, aangezien ik zelf slachtoffer van pesten ben: ik wil het opnemen voor het pestende kind. Niet alleen het slachtoffer van pesten heeft aandacht nodig, het pestende kind heeft minstens net zo veel aandacht nodig. Besteed dus meer aandacht aan het pestende kind, en het pesten stopt. Dat klinkt misschien raar. Toch meen ik ieder woord er van. Pestende kinderen hebben namelijk die positieve aandacht het hardst nodig.

Auto-ongeluk
Als er een auto-ongeluk gebeurt, gaat er in de crisis meteen alle aandacht naar de slachtoffers. Zij moeten immers in veiligheid gebracht worden, of acuut verzorgd worden. Dit is goed. Maar geen positieve aandacht besteden aan de pester, is hetzelfde als honderd ongelukken opruimen en niet kijken naar de verkeerssituatie: je lost het probleem achter het probleem niet op, dus blijven er botsingen plaatsvinden.

 Pesten is niet meer en niet minder dan een symptoom
Als er kinderen gepest worden, gaat dus vaak automatisch alle aandacht naar het slachtoffer. Dat is begrijpelijk, en het gepeste kind heeft die (na)zorg ook hard nodig.

Maar ook het pestende kind heeft zorg nodig.

Het pestende kind, daar weet men niet zo goed mee om te gaan. Ouders van het pestende kind schamen zich wellicht, of weten niet goed wat ze kunnen doen omdat het kind thuis gewoon lief is. Het ligt vaak heel gevoelig en is een pijnlijke kwestie. We stoppen het het liefst weg.

We weten niet goed hoe te reageren, behalve boos en straffend. Terwijl juist dat het pesten alleen maar erger maakt.
Een pester met weinig inlevingsvermogen of een laag zelfbeeld zal daarna alleen maar denken: door hem of haar (het gepeste kind) heb ik nu straf gekregen. En in het ergste geval denkt het kind: dit (straf) overkomt mij door hem of haar, dus die zal ik eens een lesje leren. En zo begint het hele probleem weer van voren af aan.

Terwijl juist dáár de kracht ligt van het terugdringen van pesten. Een kind dat pest heeft óók een probleem. Minstens net zo groot als dat van het slachtoffer. Het enige wat het pestende kind doet, is zijn probleem proberen door te geven aan een slachtoffer. Blijkbaar weet het niet hoe het zelf zijn probleem moet oplossen, dus gaat het negatief aandacht vragen. Wat het probleem is van het pestende kind, kan variëren: Het kan thuis problemen hebben, zelf ooit gepest zijn en nu zelf pesten als tegenreactie, het kan heel onzeker zijn, zich lelijk voelen en een knap kind gaan pesten, zich dom voelen en uit jaloezie een slim kind gaan pesten, het kan wat hulp nodig hebben met het  ontwikkelen van zelfvertrouwen.

Dus in plaats van het kind dat gepest wordt alle aandacht te geven, zeg ik als slachtoffer: verplaats een groot deel van die aandacht op een positieve manier naar de pester, en je dringt vanzelf het pesten terug. Pesten is niets meer en niets minder dan op een negatieve manier aandacht vragen.

Als daar mee omgegaan wordt op een consequente maar liefdevolle manier, wordt het probleem van het pestende kind opgelost of beter te hanteren. Als het pestende kind zich prettiger gaat voelen, zal het het pesten niet meer nodig hebben. 

Wie niet horen kan, moet maar voelen. Dat werd vroeger – toen dat nog normaal gevonden werd – vast ook vaak gezegd tegen anders lerende kinderen. Maar wat ik te vertellen heb, komt op een positieve manier neer op exact die woorden; alleen – geen zorgen! – wel met een tegenovergestelde betekenis.

Mijn brief “Sorry, lief kind” werd duizenden keren gedeeld. Honderden reacties kwamen binnen; vooral van ouders, maar ook van leerkrachten en begeleiders die zich zorgen maakten. Vooral veel herkenning, maar ook veel verdriet en wanhoop. Ouders die niet meer wisten wat ze moesten doen. Leerkrachten die hun zorgen uitten. In deze blog deel ik mijn persoonlijke mening en mijn eigen methode die ik uit persoonlijke ervaringen ontwikkelde: de Horen, Zien en Zelf Ervaren methode. Ik hoop hiermee te bereiken dat meer ouders en leerkrachten gaan werken op deze manier, waardoor anders lerende kinderen makkelijker op hun unieke manier kunnen blijven leren en opgroeien, binnen hun eigen vertrouwde omgeving.  blog horen zien voelen methode

Kijk me aan als ik tegen je praat!
Een anders lerend kind verwerkt prikkels en informatie anders. Kinderen met bijvoorbeeld autisme en ADHD hebben moeite met concentreren. Ze worden vaak dromerig, snel afgeleid, (te) beweeglijk of storend genoemd.

De leerkracht kan zijn of haar werk voor de hele groep bijvoorbeeld niet naar behoren doen, omdat het kind met de prikkelverwerkingsproblemen met zijn of haar drukke gedrag de aandacht van andere leerlingen afleidt.

anderslerendkindWat gebeurt er dan in de regel? Ieder kind wil in de kern graag leren. Toch wordt het anders lerende kind helaas verkeerd begrepen en wordt het drukke of afgeleide gedrag enkel bestraft. Leerkrachten zijn mensen die ontzettend hard werken en hart hebben voor kinderen, anders waren ze dit belangrijkste beroep niet gaan uitvoeren. Maar het werken met anders lerende kinderen, zoals kinderen met bijvoorbeeld autisme of ADHD, is óók anders en soms moeilijker, want; als je iemand iets wil vertellen, heb je als leerkracht misschien graag dat het kind je ook aankijkt. Als je een groep iets wil vertellen, heb je een nog grotere klus. Dat kind dat continue afgeleid is of anderen afleidt met zijn beweeglijkheid, kan voor de leraar een pittige uitdaging worden om aan het eind van de dag zijn taak te volbrengen.

Maar moeten we dan het kind forceren zich aan te passen aan de lesmethode, of de lesmethode aanpassen aan de kinderen?

anderslerendkind2Scholen, leraren en ouders: we willen allemaal graag dat het kind zichzelf kan zijn. Toch kunnen veel anders lerende kinderen dit nog niet (genoeg) zijn, simpelweg omdat het onderwijs methode of de opvoedmethode nog niet voldoende is ingericht op hun manier van leren. Dus stroomden de laatste jaren ontelbare kinderen door naar het speciaal basisonderwijs. Met speciaal basisonderwijs is absoluut niets mis, maar de vraag is wel of dit echt altijd noodzakelijk is. Natuurlijk is in het geval van ernstige gedragsproblematiek en bij kinderen met bijvoorbeeld een chronische ziekte speciaal onderwijs noodzakelijk. Toch blijft dan de vraag over: zou het gros van de anders lerende kinderen niet veel vaker in het regulier onderwijs kunnen blijven, als we de boodschap simpelweg beter geschikt maken voor anders lerende kinderen?

anderslerendkind8Beelddenkers en bewegers
Veel anders lerende kinderen zijn beelddenkers. Zij denken en leren in plaatjes, beelden. Vertel het me en ik vergeet het; laat het me zien of (beter nog) ervaren, en ik onthoud het. Dus in plaats van een enkel verbale, theoretische instructie die juist daardoor gemist wordt door anders lerende kinderen, hou je als school door simpelweg visuele en praktische hulpmiddelen direct bij die theoretische boodschap in te sluiten ook je anders lerende kinderen bij de les.

Anders lerende kinderen leren niet door te luisteren, zij leren door te zien of te doen. Geef die kinderen die zo prettiger leren letterlijk iets te DOEN tijdens de instructie, en je hebt hun aandacht. Iets doen kan zijn iets bekijken, iets aanraken, iets zien bewegen, iets ruiken. Iets doen kan ook zijn: uitleg geven door vragen te stellen aan het anders lerende kind. Iets doen kan ook zijn: het anders lerende kind positief betrekken bij de boodschap door het een taak te geven. Geef het anders lerende kind een activiteit bij de theorie en het kan zich veel gemakkelijker concentreren. Toon altijd een praktisch voorbeeld tijdens je theoretische uitleg, en je hebt ook de aandacht van anders lerende kinderen.

anderslerendkind7Laat de boodschap altijd aansluiten bij meer zintuigen!
Een praktisch voorbeeld: Een kind met autisme heeft moeite met oogcontact maken en lang naar het gezicht van de leerkracht kijken tijdens instructie momenten. Dit vergt van een kind met autisme enorm veel energie: daarbij wordt het kind afgeleid door bijvoorbeeld interessantere details, zoals bewegende wenkbrauwen, een knoop die iets scheef zit, of een ring die mooi glinstert: zelfs als het kind wel naar de leerkracht kijkt is het dus nog maar de vraag of de verbale informatie binnen komt.

anderslerendkind10
Lang moeten luisteren: Boooooring, en niet alleen voor kinderen!

Zelf val je als volwassene toch ook wel eens bijna in slaap tijdens verbale presentaties die te lang duren? Lang stilzitten en niks kunnen (of mogen) doen zorgt voor onrust en gebrek aan concentratie. Heus niet alleen bij anders lerende kinderen. Dat heeft niets te maken met de inhoud van de boodschap, en alles met hoe de boodschap gebracht wordt. Daarbij heeft een kind doorgaans nog een veel kortere aandachtsboog dan een volwassene.

Voetjes van de vloer
Een leerkracht op de basisschool van mijn dochter had een hele goede en leuke manier gevonden: als hij merkte dat de groep onrustig werd of dat de aandacht verslapte, deed hij een korte beweegoefening met de klas. Hup, allemaal opstaan, en even een aantal keren springen en klappen. Niet alleen de anders lerende kinderen hadden er baat bij (want zij konden hun energie even kwijt en konden zich daarna weer makkelijker concentreren), ook de andere kinderen vonden het fantastisch. Om het hoofd te legen moet het lijf bewegen. Dat helpt niet alleen anders lerende kinderen, dat helpt de hele klas. Op een andere basisschool die ik ken hebben ze praktische buiten oefeningen in het standaard lesprogramma opgenomen, met fantastische resultaten. Laat kinderen bewegen en actief deelnemen, en ze leren sneller.

anderslerendkind9Horen, zien en zelf ervaren – Spreek zo veel mogelijk zintuigen aan!
Ik rende maanden lang achter mijn anders lerende kind aan met haar fietsje, toen ze zonder zijwieltjes leerde fietsen. Het probleem was alleen dat ze het niet leerde. Ik deed exact wat ik andere ouders altijd had zien doen, en toch zorgde het bij mijn kind voor paniek. Wat ik ook probeerde en hoe vaak ik ook met haar ging oefenen, het lukte niet. Ik was ondertussen radeloos.

Op dat moment besloot ik kritisch te gaan kijken naar mijn eigen aanpak, me verplaatsend in haar belevingswereld.

Daarop besloot ik mijn aanpak aan te passen: Ik ging niet meer met haar naar buiten; ik liet haar enkel een filmpje zien van een kind dat leerde fietsen. Ze bekeek het filmpje van drie minuten, keek me aan en zei `Oh, nu kan ik het!´Ik liep met haar naar buiten en tot mijn grote verbazing stapte ze – zonder nog maar een greintje angst!-  op en fietste weg. Ze had gezien wat het kind in het filmpje met haar voeten deed, iets waarvan zij tot dat moment nog niet wist dat dat kon. Ik had het haar wel verteld, maar dat hoorde ze niet want ze had paniek en ik bood haar alleen maar telkens dezelfde auditief informatie, terwijl zij visueel leert! Ik paste dus mijn leermethode aan (de eerste manier leidde alleen tot weerstand en angst), en door te kijken wat aansloot bij haar manier van leren, leerde ze het verbazingwekkend gemakkelijk.

Als een kind moeite heeft met luisteren, kunnen we er heel lang over gaan mopperen dat het moeite heeft met luisteren. We kunnen het kind zelfs straf geven omdat het niet luistert. Maar wat we ook kunnen, is even diep ademhalen, het probleem omdenken en zoeken naar manieren waarop de boodschap het kind wél bereikt.

Dit wiel hoeft helemaal niet individueel telkens uitgevonden te worden: de boodschap moet structureel veranderen. Als op alle leermomenten (op school, maar ook thuis) de zintuig-methode Horen, Zien en Zelf Ervaren toegepast wordt gaat het anders lerende kind doen én vertrouwen krijgen in wat het kan: op zijn eigen manier leren.

Wie vroeger niet horen wilde, moest maar voelen. Wie vandaag de dag niet horen wil, kan misschien wel zien, ervaren, proeven, ruiken, aanraken, en op die manier hetzelfde leren. 

Je kent het gezegde wel: scheiden doet lijden. Ik ben het daar voor een groot deel absoluut niet mee eens. Ongelukkig getrouwd blijven, dát doet vaak pas lijden.

Massaal vragen Nederlanders zich af: moet ik scheiden of blijven? Het blijft een moeilijk vraagstuk. Want: Heb je alles geprobeerd? Heb je gedaan wat je kon om je relatie te herstellen? Heb je relatietherapie geprobeerd? De keuze is reuze. Er bestaat geen quick fix. Er staat veel op het spel: wonen, financiën, het “ideale plaatje” richting de buitenwereld.

Ja. Scheiden doet soms lijden, maar dit hangt er grotendeels van af hoe volwassen je er mee om gaat. Steeds meer ouders doen anno 2018 hun uiterste best om op een vreedzame manier uit elkaar te gaan, vanwege de verdrietig genoeg enige – maar oh zo belangrijke! – liefde die onder de streep nog over blijft als het huwelijk of de relatie strandt: de liefde voor hun kinderen. Compromissen worden gezocht. Trots wordt ingeslikt. De middenweg wordt gezocht. Scheiden is dus niet altijd die gruwelijke lijdensweg die je ziet op televisie, voor het woord scheiding komt steeds minder het woord vecht te staan.

Mediators worden steeds meer ingeschakeld om de stormschade na de storm die echtscheiding heet te beperken, met als doel om het huwelijk voor de kinderen op een zo ruzie-vrij mogelijke manier te beëindigen. Dit getuigt niet alleen van heel veel moed, volwassenheid en redelijkheid; het getuigt ook van een hele grote liefde voor de kinderen en het bereid zijn om – van beide kanten – het ego opzij te zetten, om de kinderen leed te besparen.

Getrouwd blijven doet vaak ook lijden. Dit onderwerp wordt echter lang niet genoeg belicht. Ongelukkig getrouwde ouders zorgen -of ze dat willen of niet- met hun ruzies, onderlinge spanning en de vervelende sfeer voor een mijnenveld-huishouden.

Kinderen voelen het intuïtief feilloos aan, als ouders niet meer van elkaar houden. Vaak hebben kinderen het al langer in de gaten dan de ouders zelf. De schade die aangericht wordt als je ouders niet meer van elkaar houden, wordt echter vaak jaren later pas zichtbaar: als het kind niet weet hoe een gezonde, respectvolle relatie er uit ziet en onbewust ongezonde partners uitzoekt, omdat die emotionele onveiligheid in de jeugd een vertrouwdheid heeft gekregen.

Als kind voel je je loyaal aan beide ouders. Als beide ouders ongelukkig in een huis blijven leven, langs elkaar door of ruziënd, voelen kinderen dagelijks deze ongezonde sfeer, de spanning, de ongemakkelijkheid, het ongeloof als er visite komt en er opeens wel leuk gedaan kan worden. Geen gezonde lessen voor een kind van hoe een gelukkige relatie hoort te zijn.

Scheiden doet lijden, maar ongelukkig getrouwd blijven voor de lieve vrede, het geld of de buitenwereld richt vaak nog veel meer schade aan.

Deze gaat echter verhuld achter een façade, een masker dat naar buiten toe wordt vastgehouden in de vorm van op elkaar geklemde kaken op de gezinsfoto: even lachen naar de camera jongens, we zijn verdomme een gelukkig gezin.

In mijn brief “Sorry, lief kind” sprak ik met en over het anders lerende kind. Honderden emotionele reacties van moeders uit alle uithoeken van Nederland waren een gevolg van het moment waarop ik aan de keukentafel simpelweg een eerlijke brief schreef aan het kind in mezelf.

De moeders van deze anders lerende kinderen hebben het vaak best zwaar: zij leveren dagelijks een strijd om hun kind te laten leren en groeien; een strijd die voor andere moeders wellicht niet in te beelden is.

De zoektocht is vaak vermoeiend, want: waar moet je naar toe als je kind niet “mee kan met de meute”? Waar begin je? Logopedie? Ergotherapie? Kinderpsycholoog? Naar de huisarts? Een psychiater? Een kindercoach? De keuze is reuze. Vaak veel té reuze zelfs.

Het web van zorgaanbieders en mogelijkheden is voor de nietsvermoedende moeder vaak simpelweg ingewikkeld. Soms zelfs overweldigend. Niet altijd schakelt de huisarts de juiste hulp in, niet altijd wordt de juiste diagnose gesteld, niet altijd helpt de diagnose ook richting de juiste hulp. Waar mensen werken worden immers ook wel eens fouten gemaakt.

Terwijl de ontwikkeling op gang komt richting het vinden van de juiste hulp voor je kind, kan deze zich helaas ook tegen je keren. Misdiagnose, van het kastje naar de muur gestuurd worden; moeders en vaders rijden vaak urenlang stad en land af op zoek naar de juiste begeleiding, of dit nu op medisch gebied is of op het gebied van gedragsproblemen en leerproblemen, soms gecombineerd.

Ik werd bijvoorbeeld eens voor mijn kind naar een organisatie gestuurd die haar zouden kunnen begeleiden met een specifiek leerprobleem. Ik nam verlof, reed er naar toe, praatte anderhalf uur met de mevrouw van die organisatie, waarna we tot de conclusie kwamen dat ik totaal verkeerd terecht was gekomen: zij boden helemaal geen leerbegeleiding, zij boden gezinsbegeleiding.

Na dat uur wist die mevrouw net zo zeker als ik dat dat niet was wat wij specifiek nodig hadden. Haar collega had toen ik belde ook niet goed geweten wat ze met mijn kritische vragen moest, want ze hadden net een reorganisatie achter de rug en er was een hoop onduidelijkheid. Niets ten nadele van die mevrouw – ze leek me kundig in haar werk – wilde ik als moeder zijnde al niet meer met deze organisatie samenwerken, als zij zelf nog niet eens precies wisten wat hun zorgaanbod was.

Als ouders moet je tegenwoordig behoorlijk mondig zijn om je staande te houden in de zoektocht naar hulp voor je kind. Meedenken moet je sowieso, dat is je taak als ouder, vind ik.

Veel ouders zoeken, zoeken, zoeken en zoeken nog eens. Het kind krijgt vaak onderweg diverse labels opgeplakt, diagnoses worden herroepen, wat het taboe rondom diagnoses (in de volksmond etiketjes en labels) helaas ook alleen maar doet groeien. Toch zoeken ouders door, hopend op het moment dat hun kind eindelijk de hulp krijgt die nodig is, op welk gebied dat dan ook is.

Zorgaanbieders concurreren, reorganisaties binnen grote organisaties volgen elkaar in een rap tempo op en terwijl dat allemaal gebeurt, groeit de onduidelijkheid voor de ouders – en daarmee hun kinderen – alleen maar door.

Moeders en vaders van Nederland worden “zorgmoe”, juist door die talloze kastjes en muren, het doolhof waar ze vol goede bedoelingen in waren gelopen, maar niet meer uit weten te komen. Dus wat doen we dan? In eerste instantie zoeken we door, blijven we dwalen en hetzelfde rondje door het doolhof herhalen, net zo lang totdat we hopelijk ergens per geluk toch struikelen over de juiste zorgaanbieder. En als dat te lang duurt, doen we wat ieder mens wil als het zich gevangen voelt zonder uitzicht: we vluchten. We willen geen hulp meer zoeken, want het zoeken putte ons uit.

En als we die juiste hulp eindelijk wel vinden, nou, dan houden we daar stevig aan vast. Een ergotherapeut die ik erg goed vond zei eens: mijn eerste en belangrijkste doel wordt ontdekken: hoe leert jouw kind.

Hèhè, eindelijk! Eindelijk, dacht ik, eindelijk iemand die zich daar echt in gaat verdiepen. Dat deed hij, en met succes. Ook de logopedist waar we uiteindelijk bij eindigden ging kalm en gestaag te werk, met succes.

Alleen vond ik het ergens ook best wel verdrietig, want: zou dat niet ook al op scholen moeten gebeuren? Moeten we niet juist meer investeren in de basis? De basis zijnde: het onderwijs en de opvoeding? Het aantal leerlingen per leerkracht? Waarom is de conclusie landelijk nog niet getrokken dat de grens van dertig kinderen in een klas de lat voor leraren én kinderen veel te hoog legt?

Het probleem van het anders lerende kind komt nu terecht in een doolhof van zorgaanbieders, en waarom? Is dat omdat scholen doorgaans niet voldoende middelen krijgen om ook anders lerende kinderen binnen boord te houden?Is het omdat de klassen te vol zijn en leraren overspoeld worden? Is er niet voldoende geld voor bijscholing van leraren? Of krijgen leraren wel voldoende bijscholing, maar simpelweg niet voldoende tijd om het geleerde ook op individuele basis te investeren?

Is het omdat ouders goedbedoeld verdwalen in de zoektocht naar hulp, terwijl concrete en praktische informatie voor het opvoeden van een anders lerend kind ook al heel veel problemen kan voorkomen?

Misschien ligt het antwoord op deze zoektocht wel precies in de wanhoop die zo veel ouders voelen: je ziet door de bomen het bos niet meer, je wilt je kind dolgraag helpen, maar je weet op een gegeven moment simpelweg niet meer hoe. Er is te veel keuze, er zijn te veel experts die allemaal hun eigen mening hebben. Iets met bomen en een bos zien.

Ik stel me graag een toekomst voor waar alle kinderen, anders lerend of niet, terecht kunnen op één school, in een klas waarin het niet noodgedwongen maar een nummer is, waarin de leerkracht voldoende rust en tijd krijgt om niet alleen in groepsverband, maar ook een op een meer te kunnen praten met het kind.

Dat laatste wordt overigens helaas nog veel te vaak vergeten: praten met het kind zelf. Zorgaanbieders, ouders en leerkrachten roepen met de beste bedoelingen over het kind heen, wijzen zelfs vaak met de vinger naar de ander. Helaas, want ik als ouder zie bij de gesprekken over ons kind gelukkig uitermate betrokken professionals die niet alleen beroepsmatig maar ook persoonlijk het beste met ons kind voor hebben.

Ik vraag me te midden van al die bomen, bossen, kastjes en muren af, wie tegenwoordig nog er aan denkt om aan het kind zelf te vragen wat het nodig heeft.

Anders lerende kinderen zijn vaak namelijk uitermate eerlijk en creatief, maar als ze de vraag niet krijgen, zullen ze wellicht zelf ook niet altijd met een antwoord komen.

Als je er naar vraagt, zullen de antwoorden gegarandeerd verbazen, vermoed ik zomaar.

Vier en een half uur per dag zit een kind op zijn mobiel apparaat. Gemiddeld, in Amerika. Maar volgens deze universiteitshoogleraar zal dat gemiddelde in Nederland niet veel lager liggen.

Vier en een half uur per dag.

Dat zijn tweehonderdzeventig minuten.

Per dag.

Nu kan ik wel heel gemakkelijk met het vingertje gaan wijzen, maar dat doe ik niet, want ik vraag me direct af: hoe veel minuten per dag zit mijn kind op haar mobiel of tablet?

Als ik heel eerlijk ben: waarschijnlijk ook al te veel. Maar ik ben er de laatste tijd ook meer op gaan letten, sinds ik hoorde dat steeds meer kinderen slechtziend of blind worden er van.

Ik wil geen mobielverslaafd kind creëren, en ook niet dat mijn kind slechtziend of zelfs blind wordt door te veel beeldschermtijd.

Maar… Wat te doen? Het is soms natuurlijk wel gemakkelijk. Want: iedereen heeft het druk, spelletjes zijn vaak leerzaam en soms is het gewoon gemakkelijk.

Hoe beperk je dan dat beeldscherm gebruik?

1. Vaste tijdstippen op een dag waarop het apparaat voor bepaalde tijd gebruikt mag worden;

2. Kinderen zo veel mogelijk buiten laten spelen: meer speeltuinen, meer er op uit trekken, meer fietsen, wandelen, buitenspellen bedenken, skates, skateboards, gaan dansen, zwemmen, schaatsen!

3. Kinderen die afspreken na school meer stimuleren om samen naar buiten te gaan (als straat niet veilig is in de tuin)

4. Kennis is macht: kinderen informeren over wat te veel op een beeldscherm kijken met je ogen kan doen!

Ik ben erg benieuwd naar jullie creatieve ideeën en oplossingen.