Tagarchief: kind

Probleem-fixer? Zo kom je er van af!

Ik ben van nature een probleemoplosser. Ik wil niet in cliché’s vervallen, maar ik ben er echt zo eentje: ik denk niet in problemen maar in oplossingen. Ik kijk niet naar wat er niet meer kan, maar liever naar wat wél mogelijk is. Vreselijk optimistisch. Ik weet het. Het kan ook irritant zijn, op het opdringerige af.

Als iemand mij een probleem vertelt, leef ik me zodanig in dat ik het allerliefst direct het probleem wil oplossen. Weet ik geen oplossing uit mijn eigen levens- of werkervaring? Dan grijp ik direct mijn telefoon als een pistool uit mijn holster, ram ik driftig op het toetsenbord en zoek oplossingen. Ik heb nooit geteld hoe veel vragen ik per maand aan Google stel , maar het zijn er ongetwijfeld veel. Te veel.

De oorzaak van problematisch problemen oplossen
Waarom wil ik altijd direct het probleem van de ander oplossen? Hier heb ik een tijdje over nagedacht. Allereerst omdat ik me snel inleef, empathisch ben en graag wil dat het goed gaat met de mensen om me heen. Ik trek me het lot van anderen aan. Soms te veel. Ik wil graag dat iedereen om me heen gelukkig is, want dan ben ik dat ook. Wellicht laat ik mijn eigen geluksgevoel zelfs te veel afhangen van hoe het gaat met de mensen om mij heen. Zij happy, ik happy. Toch? Nee. Zo werkt het niet altijd. Soms moet je de ander de ruimte bieden door gewoon te luisteren. Je hoeft niet altijd ieder probleem direct op te lossen. Voor mij is dat echter heel erg moeilijk, omdat ik soms de oplossing al zie liggen, voor het oprapen. Toch heeft het vaak veel meer waarde om het een ander zelf te laten ontdekken.

Probleemoplossingsstress: Niet nodig!

Het probleem (haha) van problemen direct voor iemand anders willen oplossen is meervoudig:

1. Je wordt probleemoplossings-dealer
Allereerst merken mensen dat jij de ‘problem-fixer’ bent. Als ze een beetje lui aangelegd zijn, hobbelen ze dus direct met ieder nieuw probleem naar… juist, jou! Jij bent toch zo goed in fixen? Nou, hier, dit is mijn probleem, fixen maar!

2. Probleemoplossingsstress
Het tweede probleem is dat je het er erg druk mee kan krijgen. Voor je het weet spreekt het zich rond en komen steeds meer mensen met hun problemen op je af. Sterker nog, als je niet uitkijkt ben je opeens een onbetaalde coach waar mensen op leunen, gewoon omdat het kan. Daardoor kun je een bepaalde druk gaan voelen, waardoor je niet meer toe komt aan rust of ontspanning. En dát is dan weer jouw eigen probleem!

3. Blinde vlek voor je eigen problemen
Het derde probleem als je een probleem-fixer bent zoals ik, is dat je gaat denken dat je ook al je eigen problemen allemaal moet kunnen oplossen. Dus blijf je vaak veeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeel te lang doorlopen met een probleem, omdat je het koste wat het kost zelf wil oplossen. Terwijl soms een ander perspectief je op goede ideeën kan brengen, omdat je bij jezelf een blinde hoek hebt. Zo heb ik twee jaar lang met angstklachten rondgelopen, omdat ik dacht en vond dat ik ze zelf moest kunnen oplossen. Dit lukte niet, waardoor ik uiteindelijk letterlijk en figuurlijk aan het eind van mijn Latijn was. Voor mij was het lange tijd moeilijker om toe te geven dat ik mijn eigen probleem niet kon oplossen, dan hulp te zoeken. Put jezelf niet uit: je bent geen psycholoog en je weet niet alles. Je bent ook maar gewoon een mens… en ieder mens heeft gebreken.

Relax! Je hoeft niet ieder probleem op te lossen.

4. Je wordt een makkelijk slachtoffer voor manipulatieve types
Dit heb ik al vaker beschreven in mijn blogs over manipulaties en narcisme: Mensen die manipulatief zijn pikken probleem-fixers er zo uit in een menigte. Ze voelen snel aan dat jij empathisch bent, een positieve en helpende persoonlijkheid. Dit maakt jou tot een lief klein konijntje in de ogen van de roofvogel die narcist heet. Hij cirkelt een tijdje om je heen van verre, waarna hij je bij de strot grijpt. Je verantwoordelijkheidsbesef en neiging tot snelle gevoelens van schuld maken van jou de ideale prooi; jij wil me toch helpen? Jij laat me toch zeker niet in de steek?
(Trouwens: Als je wil weten hoe je narcisme in relaties en vriendschappen kunt herkennen en hoe je met manipulaties om kunt leren gaan, lees dan deze blogs eens)

5. Niet alle problemen hoeven door jou opgelost te worden!
Het klinkt hard, maar don’t flatter yourself. Jij bent niet de enige die problemen kan oplossen. Geef mensen meer credits en laat iemand zelf zijn probleem oplossen! Als je dit moeilijk te geloven vindt, bedenk dan eens hoe veel jij er zelf van leert als je iets zelf bereikt versus wanneer iemand je bij de hand pakt en alles voorkauwt.

6. Soms wíllen mensen helemaal niet dat jij het oplost
Soms willen mensen alleen maar even hun gal spuwen en hun verhaal kwijt. Ze willen dan helemaal niet dat jij hun problemen direct te lijf gaat! Soms kan dit dus averechts werken – waardoor mensen denken: nou, als ik weer een probleem heb, vertel ik het haar zeker niet meer. Je weet zelf vast ook wel dat je het soms gewoon nodig hebt om een tijdje na te denken en eventueel te praten over een probleem, voordat je er klaar voor bent om het (zelf!) op te lossen. Waarom verwacht je dit dan wel van anderen?

Help! Ik ben een probleemfixer! Hoe kom ik hier van af?
Oké, ik kan dit niet voor je oplossen (goed van mij hè), maar ik heb wel wat tips die ik kan delen. Ready? Komt-ie dan hè!

Wachten…. wachten… en zwijgen
Ja, dit is veel lastiger dan het lijkt. Wachten en zwijgen. Vertelt iemand je zijn of haar probleem? Luister, knik, wacht en zwijg. Als het ongemakkelijk stil wordt, zeg dan iets in de trant van een welgemeend “Wat vervelend voor je, zeg.”. En dan wacht en zwijg je verder. Mensen komen dan zelf meestal wel met pogingen die ze gedaan hebben om het probleem op te lossen, gaan hardop nadenken en komen soms ter plekke zelf er achter wat de oplossing is, ook zonder jouw hulp! Soms weten mensen ook al verdomd goed wat de oplossing is, ze willen het alleen nog niet weten of hardop uitspreken.

Mijn moeder zegt altijd dat wanneer je tien problemen hebt – en je doet er helemaal niets mee – gemiddeld acht van de tien problemen zich vanzelf oplossen.

Je kunt je – als controlevragen – ook dit afvragen:

– Is dit mijn probleem? (zo nee, waarom moet jij het dan oplossen?)
– Moet IK hier iets mee?
– Kan degene tegenover mij dit zelf ook oplossen? (zo ja, waarom doet hij of zij dit dan niet?) (spoiler alert: Het antwoord is meestal ja!)
– Moet ik hier NU iets mee? (zo nee, dan is het niet urgent en geef je het wat tijd; grote kans dat diegene het probleem dan al zelf opgelost heeft en al lang vergeten is dat hij of zij jou er mee ‘belast’ heeft!)

Problemen zelf laten oplossen zorgt voor meer zelfvertrouwen bij je kind!

Probleem-fixende ouders: help je je kind daar echt mee?
Ook als ouder is het soms moeilijk om niet alle problemen voor je kind direct op te willen lossen. Toch is dit niet de beste manier om je kind voor te bereiden op de toekomst, zeker niet als je als ‘curling-moeder’ alle problemen weg veegt voor de voeten van je kind. Als kind leerde je het meest van die keren dat je keihard op je bek ging, toch? Laat het kind zijn eigen fouten maken, zijn eigen problemen hebben en oplossen (voor zover dit naar zijn of haar leeftijd haalbaar is uiteraard); daar zal het zelfvertrouwen van groeien. Veel van de sterkste mensen die ik ken hebben in hun jeugd heel wat problemen gehad; hierdoor zijn ze juist zulke sterke volwassenen geworden.

Lieve juf en meester

Lieve juf en meester,

We wisten altijd al dat jullie werk belangrijk was. Iedere week vertrouwden we immers onze kinderen aan jullie toe, om te leren, te ontdekken en te groeien.

Als ons kind een huisdier verloor of een tand los had zitten, waren jullie de eersten die het hoorden op maandagochtend. Als wij als ouders bij jullie moesten komen op oudergesprek, waren jullie er niet alleen voor de kinderen, maar stiekem ook een beetje voor ons.

Nu onze kinderen niet naar school kunnen door Corona, zijn we ons nog veel bewuster geworden van hoe ontzettend waardevol en belangrijk jullie werk is. Als wij niet weten hoe we – in ons hoofd reeds bestaande – kennis moeten overbrengen op onze kinderen, mailen we jullie. Er wordt gebeld, waarbij we de gezichten van onze kinderen zien oplichten bij het horen van jullie stem.

We zien nu gemiddeld een fractie van wat jullie op een dag aan moeten kunnen. En dat is al veel.

Ik denk dat geen enkele ouder na deze periode – als onze kinderen eindelijk weer naar school mogen – jullie werk meer zal onderschatten. Onze kinderen missen jullie, hun klasgenoten, het klaslokaal. De liedjes, de verhalen, het plezier, het buiten spelen op het schoolplein.

Dus wanneer jullie onze kinderen missen, weet dan dat dat volledig wederzijds is.

Liefs,

Ouders Van Nederland

Wat niemand zegt voordat je kinderen krijgt!

Ja, je krijgt er heel veel voor terug: het ouderschap. Mooie momenten, een mini versie van jezelf, liefde, kusjes knuffels. Maar…. ook griep, driehonderd verkoudheden, buikloop en grijze haren. Je moet er immers wel wat voor over hebben.

Dit is wat niemand je zegt voordat je kinderen krijgt:

  • Snot. Snot is overal.
  • Je gaat je veel meer dan ooit tevoren met poep en plas bezighouden.
  • Je gaat merken op precies hoe weinig slaap je toch nog je werk kunt doen.
  • Slaap wordt waardevoller dan ooit.
  • Je gaat uren lang Dora, Bumba, of andere visueel traumatische zaken zien langskomen op televisie, keer op keer.
  • Je toiletbezoek wordt het enige moment van de dag waarop je misschien drie minuten privacy hebt. En met misschien bedoel ik waarschijnlijk niet.
  • Je gaat regelmatig wallen creëren waar men in Amsterdam jaloers op is.
  • Je zult zurige babykots op meestal je allerbeste kleding krijgen.
  • Baby’s hebben perfecte timing: meestal krijgen ze een spuitluier tot achter in de nek twee minuten nádat je ze in hun nieuwste dure pakje hebt gehesen nadat je al te laat was voor een afspraak.
  • Je komt naar alle waarschijnlijkheid nooit meer op tijd op een afspraak.
  • Je komt op plekken die audiovisueel belastend of zelfs traumatiserend zijn, zoals binnenspeeltuinen, ook wel bekend als de broedhaard van vele virale infecties.
  • Je gaat je basisschooltijd herleven door het helpen met huiswerk en het wachten op een schoolplein.
  • Speelafspraken met kinderen uit de klas van je kind lijken in het begin heel leuk, totdat je een vriendje op bezoek krijgt dat non-stop schreeuwt en met een stift op de muren begint te tekenen. Daarna word je selectiever in wie je kind mee op de hut af mag slepen na school.
  • De eerste paar jaar verbruik je ongeveer zeshonderdtwaalf pakjes billendoekjes en snoetenpoetsers.
  • De geur van Zwitsal zal je voor altijd je baby laten missen.
  • Wie verzonnen heeft dat je de pijn van een bevalling zo weer vergeet, heeft waarschijnlijk een schroefje los.
  • Je zult ongeveer 836 zetpillen toedienen, die er tien procent van de tijd direct weer uit gelanceerd worden door een hoestbui van je mini-me.

Lees verder onder de afbeelding

  • Je zult naar pretparken gaan en geen een achtbaan beleven omdat je de grootste deel van de tijd met een kinderwagen in het sprookjesbos op zoek bent naar een toilet met verschoontafel.
  • Je zult ijsjes kopen die binnen een minuut op de grond liggen, waardoor je weer nieuwe ijsjes moet kopen. Je moet hiervoor weer opnieuw in de rij, en je krijgt ook nog eens geen korting op het nieuwe ijsje, tenzij je je kind zelf laat vragen, en dan nog vaak niet.
  • Op vakantie gaan wordt een ander verhaal: je kunt pas veilig naar Spanje rijden als je auto beschikt over minstens twee dvd schermen op de kopsteun, gemiddeld twee tablets en een bereidheid om bij iedere afrit tussen hier en Spanje te stoppen omdat er altijd wel iemand moet plassen.
  • Snot en poep zijn leidend.
  • Zindelijk maken betekent minstens een keer ondergeplast worden.
  • Je krijgt waarschijnlijk heel veel tekeningen en knutselwerkjes mee van de opvang, school en dagverblijf. Je moet hier altijd enthousiast op reageren, ook als je geen idee hebt wat het moet voorstellen of waar je naar toe moet met het voorwerp.
  • Je zult alle mogelijke oplossingen tegen krampjes gaan googlen, uitproberen en kopen. Als die krampjes maar stoppen en het krijsen daarmee ook.
  • Je kunt soms je kind nog horen huilen, zelfs als het twee dorpen verderop bij je moeder logeert. Dit is een teken dat je even rustig aan moet doen.
  • Je gaat geheid een keer je sleutels terugvinden in de koelkast.
  • Je auto wordt een verzamelplaats van snoeppapiertjes, snoetenpoetsers, vergeten knuffels en stukjes happy meal verrassingen.

Maar…. boven alles krijg je er heel veel voor terug! ❤️

Leven met ADHD: Er gaat zoveel om in mijn hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen

Leven met ADHD is veel dingen, maar nooit saai. ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Wie ADHD heeft zal dit wellicht ervaren als een zegen en een vloek. Het is niet altijd gemakkelijk, maar tegelijkertijd ook nooit saai om ADHD te hebben.  Dit stuk is goed om te lezen en te delen, omdat er veel negatieve informatie over ADHD bekend is, maar er ook heel veel positieve kanten zitten aan het hebben van ADHD. Stuiter lees je mee? 

Mensen met ADHD zijn snel afgeleid, vandaar het Attention Deficit stukje. De aandacht er bij houden kost ons vaak immens veel moeite, tenzij we ergens ontzettend in geïnteresseerd zijn, en dan nog kost het vaak moeite om niet afgeleid te raken door de langs rijdende auto, de vlieg op de muur of doordat we simpelweg een merknaam op je T-shirt zien staan, waardoor we opeens ongecontroleerd hard nadenken over mode-ontwerpers en catwalks. We hebben dit zelf vaak niet door, het gebeurt automatisch. Het is geen desinteresse in jou als persoon; we willen er niemand kwaad mee doen. Ons brein is gewoon overactief, waardoor we soms zouden willen dat we met een honkbalknuppel alle inkomende ideeën en gedachten er uit konden meppen.

We zijn creatief

pexels-photo-213775Heb je behoefte aan mensen met veel ideeën om mee te brainstormen? Dan heb je aan mensen met ADHD goede gesprekspartners. Tenminste, als we niet halverwege bedenken dat we nog boodschappen moesten doen. We zijn een oeverloze bron van creativiteit en ideeën, we bedenken graag creatieve oplossingen voor problemen, soms nog voordat deze problemen ontstaan. We zijn vaak goed in creatieve beroepen. Veel bekende artiesten en kunstenaars hebben ADHD! Plekken waar vooral wordt verwacht dat je om kunt gaan met ad hoc situaties, zijn vaak de plekken waar mensen met ADHD uitblinken. Zet ons echter niet te vaak aan een saaie routinematige klus, want dan raken we volledig in de ban van alles behalve waar we mee bezig moeten zijn. Tijdens stressvolle situaties kunnen we vaak bijzonder helder nadenken en direct handelen waar anderen bevriezen; wel moeten we daarna een aantal uren bijkomen hiervan. Want hey, we zijn ook maar mensen. En ja, al die stress prikkels kunnen ook ons te veel worden.

We kunnen impulsief zijn

Impulsiviteit is een onderdeel van ADHD waar veel mensen last van hebben – in meer of mindere mate. Naarmate we ouder worden, wordt de impulsiviteit gelukkig vaak wel wat minder heftig. We kunnen ’s ochtends nog een rustdag gepland hebben, en om twaalf uur ’s middags die zelfde dag kun je ons tegenkomen in de GAMMA, omdat we plotseling besloten hebben dat we ons verveelden en het de hoogste tijd was om de bovenverdieping te gaan renoveren. Dat is toch leuk? We denken snel, reageren snel, en daardoor kunnen we soms voor een ander onnavolgbaar lijken. Vraag ons echter naar de reden en we leggen je met liefde onze logica uit. Wellicht is het voor jou niet logisch, maar voor ons wel. Ook hier proberen we niemand pijn te doen met onze impulsieve acties: soms kunnen we onszelf gewoon niet beheersen.

Speedyyyyyyyy! 

We kunnen soms sneller gaan dan de wereld normaal vindt. We geven bijvoorbeeld al antwoord op je vraag voordat je hem (helemaal) gesteld hebt. We jump in to conclusions, soms sneller dan noodzakelijk. Dat brengt ons wel eens in de problemen. Van de andere kant kunnen we wel ontzettend snel schakelen en reageren als de situatie daarom vraagt.

Veel mensen met ADHD hebben een groot empathisch vermogen en zijn zeer meelevend; daarnaast zijn we in staat om situaties van alle kanten te bekijken en ons goed in te leven in anderen.

Met ons grote probleemoplossend vermogen – doordat we outside the box denken – werpen we vaak een frisse blik op situaties of problemen.

pexels-photo-127968

Soms gaat het mis en lopen we tegen problemen aan door onze impulsiviteit of hyperactiviteit. Dat gebeurt wel eens vaker in het leven van iemand met ADHD, zeker als je nog jong bent. Maar daar leren we wel van dat we gewoon weer moeten en kunnen opstaan en opnieuw beginnen. Mensen met ADHD hebben dan ook vaak een grote veerkracht ontwikkeld.

Hyperfocus

Wanneer iets onze interesse heeft, kunnen we ons bijzonder goed concentreren. Of het nu werken op de PC is, of een film over een onderwerp dat ons bijzonder interesseert: als we eenmaal geconcentreerd zijn kun je een bom naast ons laten afgaan; we zullen niet op of om kijken.

Hyperactiviteit

Jaaaa, we hebben een berg energie, maar ook als we doodmoe zijn kunnen we hyperactief zijn. Ja, we friemelen, wiebelen, tikken met een voet, tikken met een pen, frutselen. We kunnen hier niets aan doen; dit zijn foefjes en trucjes die we onszelf hebben aangeleerd om stil te kunnen blijven zitten  en niet door de kamer te gaan rennen. Stil zitten en opletten tegelijk zijn voor iemand met ADHD heel moeilijk te combineren. Het liefst bewegen we, dan leren we het meest. Maar als we dan toch stil moeten blijven zitten, moet er in ieder geval een hand of een voet in beweging zijn, dus mocht je je er aan storen, bedenk dan: het gewiebel voorkomt nog veel erger gedrag, haha!

Hilariteit, bloopers en vriendschap

ADHD kan vervelend zijn, maar ook leiden tot hilarische situaties. Zo kun je met iemand met ADHD in de grappigste situaties belanden, al is het maar vanwege hun spontane ideeën en briljante blunders. Mensen met ADHD zijn dan ook leuk om bevriend mee te zijn, alhoewel je hen wellicht wel iets vaker dan gemiddeld zult moeten herinneren aan gemaakte afspraken. Want…. we hebben vaak wel een agenda, maar soms ook twee agenda’s omdat agenda twee er leuker uit zag met al die kleurtjes en alles, en de afspraak stond nog in die oude agenda, maar die waren we helemaal vergeten door de mooie kleurtjes van de nieuwe agenda en waren net bezig met het overschrijven van de afspraken uit de oude agenda in de nieuewe agenda maar toen roken we dat de lasagne in de oven begon te verbranden omdat we vergeten waren een timer te zetten en toen zijn we vergeten door te gaan met afspraken overschrijven.. en bovendien hadden we het niet in onze digitale agenda gezet, waardoor we geen herinnering op ons scherm kregen en het dus straal vergeten waren! Logisch, toch? Kortom; wil je zeker weten dat we ergens bij zijn, bel of app ons dan even van te voren. Succes gegarandeerd!

Liefs,

Chrisje

img_0562

 

Waaaaaaaaarom… loopt iedereen om de spullen op de trap heen??

Je kent het misschien wel: je beseft bij het naar beneden lopen dat je het laatste toiletpapier hebt opgemaakt. Je bent de beroerdste niet, dus je pakt een wc rol, legt hem demonstratief op de trap, zodat de eerstvolgende die naar boven gaat deze mee kan nemen zodat hij of zij niet hoeft te airdryen na het toiletbezoek. Sociaal en hoffelijk, toch?

Fout!

Die wc rol, die wordt dan niet meegenomen. Nee nee. Die wc rol wordt een klein obstakel om omheen te lopen, overheen te stappen, of zelfs aan de kant te schuiven, want: wat staat dat ding hier onhandig?

Zo geldt dat overigens ook voor theedoeken die boven in de was moeten, haarspelden die in de strijd van de dag op de vloer eindigden, gekochte cosmetica die naar de badkamer meegenomen dienen te worden. Behendig wordt er omheen gecirkeld, er over heen gestapt en zelfs over gestruikeld (“wat ligt hier voor rotding!”) waarna het nog een week blijft liggen. Serieus, menschen: doe je huisgenoten een lol en neem het mee!

Dat gebrek aan pro-activiteit en hoffelijkheid lijkt wel een ziekte van deze moderne tijd.

Je zou denken: dit is geen hogere wiskunde, dit snapt iedereen met meer dan twee cellen.

Toch zou je je verbazen over hoe veel intelligente mensen het niet kunnen opbrengen om pro-actief te zijn.

Daarom trap ik nog even wat meer open deuren in, nu ik toch op dreef ben:

  • Staat er een vuilniszak bij de achterdeur? Gooi hem even in de bak buiten!
  • Staat er iemand in de trein te wachten om uit te stappen? Wacht dan even met instappen, hork!
  • Heb je op het werk gegeten en servies vuil gemaakt? Zet het even in de vaatwasser of was het zelf even af: je collega’s zijn niet je butler!
  • Heb je drinken besteld bij horeca personeel en komen ze het brengen? Wees dan zo sociaal om even op te kijken van je telefoon en dankjewel te zeggen.

Ten slotte nog een leuk filmpje van een (toevalligerwijs) man, die hoffelijkheid niet begrijpt, maar wel hilarisch is:

(dit is de link: https://youtu.be/D3MI8v4gHk4)

Eet je bord leeg! Of niet…

Door Chrisje VIP Blogger Mama-Ri

Slierten spaghetti verlengen haar blonde lokken, gehakt steekt uit haar oren, kleine stukjes groente plakken aan haar wangen en er zit pastasaus in haar wimpers. Voor mensen met smetvrees zal het klinken als een ware nachtmerrie, wij vinden het nogal vermakelijk om onze dochter van anderhalf te zien eten. Nee, niet in een restaurant, nee, en degene die binnen een straal van een meter in haar buurt zit, denkt er waarschijnlijk ook anders over. Zo ook degene die daarna alles rondom de eettafel moet schoonmaken, maar vermakelijk is het wel. En een beetje vermaak in de tropenjaren met een peuter, mag er wat ons betreft wel zijn.
Volgens mij is het een eeuwenoude discussie en tegelijk een gebed zonder eind:

Moet een kind zijn bord leeg eten, of bepaalt een kind zelf hoeveel hij eet? De grote afweging blijft, in mijn ogen, wat jij als ouder belangrijker vindt: het bijbrengen van tafeletiquette, dus je eet gewoon je bord leeg, of het ‘zelf leren eten’ met de gedachte: als je niet meer eet, heb je blijkbaar geen honger.
Met respect voor ieders mening en manier van opvoeden, wij gaan voor het laatste.

Voor ons geen strijd aan tafel, eet je niet, dan eet je niet. We proberen met het hele ouderschap zo creatief mogelijk om te gaan, zo doen we dat dus ook met het eten. Daarom verzinnen we verschillende alternatieven. Na een ‘slechte’ avondmaaltijd krijgt ze geen ijsje, maar bieden we haar fruit aan (eventueel door de yoghurt) en dat wordt gewoon als waardig toetje geaccepteerd. Eet ze haar brood niet op, dan doen we een extra schep pap door de fles.

Wij zijn er van overtuigd dat wanneer ze honger heeft, ze dit zal aangeven. Oké, dat doet ze dan wel op haar peutermanier, door te roepen om ‘Koekè’, maar deze vraag beantwoorden wij dan ook gewoon weer creatief en bieden haar een gezonder alternatief. Van een fruithapje, tot een snackkomkommer, bij haar gaat gelukkig alles er in als ze maar trek heeft.
Er zijn natuurlijk nog meer creatieve oplossingen te bedenken om je kind meer en gezonder te laten eten, waarvan ik uithongeren wil benoemen tot de minst verantwoorde variant.

• Zo ken ik vakjesborden, die zelfs bestaan in bordspelvariant.
• Er bestaan verschillende soorten groente- en fruitspreads voor op brood, of gebruik ik wel eens avocado of humus in plaats van boter.
• Ik noemde al de snackkomkommer, maar er bestaan ook snack paprika’s en tomaatjes.
• Het leuk opmaken van een maaltijd of bord, kan ook wonderen verrichten.
• Fruit smoothies vallen hier prima in de smaak en als je ze invriest met een stokje erin, krijg je lekkere én gezonde ijsjes.
• Wij zijn ook overtuigd van het spreekwoord ‘Zien eten, doet eten’. Samen, aan tafel wordt er aanzienlijk beter gegeten dan met een bord op schoot, kijkend naar de televisie.
• Regelmaat, een goud codewoord. Onze dochter weet dan ook precies dat ze een koekje krijgt als papa uit zijn werk komt. De biologische klok verricht wonderen. En zo werkt dat hier in huis dus ook met het fruitmoment.

En in het alleruiterste geval, mocht ik echt bang zijn dat ze voedingsstoffen te kort komt, dan bestaan er altijd nog duizend-en-een voedingssupplementen. Wij maken er niet zo’n big deal van, zolang ze actief is en netjes groeit. Er zijn zoveel andere wereldproblemen waar we ons druk over kunnen maken…

Wil je meer lezen van Mama-Ri?

Volg dan haar Facebook pagina Mama-Ri:

https://www.facebook.com/blogMamaRi/

Dit is waarom vrouwen langer leven dan mannen

Het is algemeen bekend dat vrouwen langer leven dan mannen. Hoe veel dit met de Mannengriep te maken heeft, waar mannen overduidelijk veel heftiger onder lijden dan vrouwen met hun regulier griepje, is nog niet door wetenschappers aangetoond.

Waarom vrouwen dan wel langer leven dan mannen? Hieronder een greep uit de talloze mogelijke antwoorden die deze vraag kunnen beantwoorden:

Man Holding the Steering Wheel While DrivingVrouwen zijn betere chauffeurs

Negen van de tien keer dat je wordt ingehaald door een tachtig kilometer te hard rijdende auto, zit er een man in. Waarom ze lijken te vinden dat ze met honderdtien kilometer per uur door een woonwijk moeten rijden weet niemand, misschien speelt testosteron en haantjesgedrag een rol. Het zorgt er wel voor dat mannen vaker in een (dodelijk) verkeersongeval terecht komen dan vrouwen.

Man in Red Crew-neck Sweatshirt PhotographyMannen zijn eigenwijs  

Mannen zijn eigenwijs. Ze blijven dan ook veel langer lopen met gezondheidsklachten dan vrouwen, zo is bewezen. Ze gaan doorgaans liever niet naar een huisarts en al helemaal niet naar een (brrr!) ziekenhuis. Doordat ze hun bezoek aan een medische post het liefst zo lang mogelijk uitstellen, worden eventuele ernstige gezondheidsproblemen dan ook vaak pas laat ontdekt.

Vrouwen worden beschermd door hormonen

Deze is tweeledig uit te leggen: Enerzijds zouden het vrouwelijke hormoon oestrogeen het DNA van de vrouw langer beschermen tegen ziektes. Long live the female. 
Anderzijds kunnen vrouwelijke hormonen tot uiting komen in de vorm van PMS, wat bekend staat als zeer gevaarlijk tot soms zelfs levensbedreigend voor de man die zich dicht bij de vrouw met PMS bevindt. Run, mannen, run!

Mannen halen meer stunts uit

Bless his heart: De man blijft vaak van binnen toch nog een béétje dat kleine jongetje. Mannen betrap je ook op latere leeftijd nog wel vaker op risicovol gedrag, zoals dronken van een fiets vallen, wedstrijdje wie kan het meeste bier drinken, iets te heldhaftig met een ladder omgaan, proberen hoe ver je kunt springen vanaf een muurtje, dat werk. Heel grappig, behalve wanneer het mis gaat.

19-motivos-porque-as-mulheres-vivem-mais-anos-do-que-os-homens-parte-2-19
Bron: India Today

Gerelateerde afbeelding
Bron: Top Men Magazine

En opeens ben je co-ouder

Het overkomt veel ouders die – ondanks de liefde voor hun kinderen – besluiten dat het huwelijk op is: plotseling word je co-ouders. Vader of moeder van je kind blijf je natuurlijk vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week. Maar na de scheiding zul je je kind – indien je samen ervoor blijft zorgen – niet meer honderd procent van de tijd bij je hebben.

Ik ben zelf een kind van gescheiden ouders. Daarbij ben ik zelf een gescheiden moeder. Ik ken best veel gescheiden papa’s en mama’s. De een ‘heeft’ de kinderen de ene week wel en de andere week niet, de ander heeft weer een “ouderwetser” omgangsregeling (om het weekend en op woensdag naar vader). En zo zijn er talloze varianten te bedenken, afhankelijk van hoe je als ouders de zorg het beste kunt verdelen.

Je kunt wel stellen dat het voor het hele gezin aanpassen is, voor de kinderen nog het meest: opeens zijn je ouders niet meer samen, én heb je twee huizen, twee slaapkamers, en alles wat daarbij komt kijken. In de omgangsregeling van het co-ouderschap moet je als kind wennen aan dan hier slapen, dan daar slapen. Natuurlijk zijn er ook leuke kanten: zo krijg je vaak meer cadeaus als je jarig bent, of zelfs twee feestjes. Toch vergt het omschakelen bij kinderen vaak best veel. Bijvoorbeeld:

Waar blijft de lievelingsknuffel? Wat verhuist mee heen en weer en wat blijft op de zelfde plek? Wat moet je doen als je bij mama bent en je mist papa, of andersom?

Lees verder onder de afbeelding

pexels-photo-265702

Ook ouders hebben het tijdens en na hun scheiding zwaar. Er is vaak veel verdriet. Hierdoor wordt helaas (vaak onbewust) niet altijd even goed gelet op hoe veel impact de scheiding en alle veranderingen van dien op de kinderen hebben.

Hoe kun je je kind beschermen? Hoe zorg je er voor dat je kind zo weinig mogelijk pijn heeft van de scheiding?

Ik sprak ooit met een volwassen man wiens ouders gescheiden waren toen hij vrij jong was. Hij had zelf erg weinig last gehad van die scheiding, zo vertelde hij: “De reden waarom ik heel weinig last heb gehad van de scheiding van mijn ouders, was omdat ze ook na de scheiding goed met elkaar bleven communiceren en beslissingen over mij altijd samen namen. Ik vond dat heel prettig, dat mijn ouders toch gewoon normaal met elkaar bleven praten en dat zij één lijn trokken wanneer het op mij aan kwam.”

Co-ouderschap is niet waar je voor kiest wanneer je aan kinderen begint. Je hoopt je kinderen een liefdevol en stabiel gezin te kunnen bieden. Als dit niet lukt en je gaat ondanks alle inspanningen toch uit elkaar, voel je je vaak schuldig. Goed blijven communiceren met je ex-partner is niet altijd het eerste waar je behoefte aan hebt, maar voor je kinderen is het van groot belang: als papa en mama op één lijn blijven, geeft dat een veel veilig(er) gevoel.

Hieronder nog een aantal tips:

  • Stel elkaar direct op de hoogte van belangrijke zaken / urgente situaties zoals bijvoorbeeld een ziekenhuisbezoek.
  • Ga als dit kan samen kijken op belangrijke momenten, zoals bij uitvoeringen op school, wedstrijden etc. Als het je niet lukt om naast elkaar te staan, zorg dan dat je er wel allebei bent, ook al sta je niet naast elkaar te kijken. Je kind weet dan wel dat jullie beiden de moeite hebben genomen.
  • Neem beslissingen samen: bijvoorbeeld over grotere cadeau’s, rijlessen, hobby’s, etc. Communiceer hierover zo veel mogelijk samen richting je kind. Als dit niet gaat, kun je wel in de wij vorm praten: “Je moeder en ik hebben samen besloten dat..”
  • Maak onderling duidelijke afspraken over wat wel en niet mag, in beide huishoudens!
  • Indien het mogelijk is: drink dan een kopje koffie bij de overdracht; als kinderen zien dat hun ouders ondanks de scheiding toch nog steeds vriendelijk en normaal met elkaar omgaan zonder elkaar in de haren te vliegen, kan dit loyaliteitsproblemen voorkomen.
  • Deze kan ik niet vaak genoeg herhalen: Spreek NIET negatief over je ex-partner waar je kinderen bij zijn! En nee, ook niet tegen een vriendin aan de telefoon, als je kinderen bij je in de kamer zitten. Jij denkt misschien dat ze het niet horen: geloof me, niets is minder waar.
  • Een kind houdt van beide ouders even veel en wil niet kiezen: door negatief over de andere ouder te praten geef je je kind een ontzettend verdrietig gevoel dat – indien herhaald – voor psychische problemen kan zorgen op lange termijn.

Heb jij nog co-ouderschapstips? Laat het weten door een reactie achter te laten!

img_1139-1

Slapen, knuffelen, wandelen met een ALPACA…😍

  • Alpaca’s knuffelen? Alpaca my bags!

  • Alpaca’s zijn ontzettend leuke, lieve dieren die de laatste jaren razend populair zijn geworden.

  • Op meerdere plekken in het land kun je nu golfen tussen, wandelen, knuffelen of slapen met alpaca’s.. wie wil dat nu niet?
  • Hieronder een aantal leuke locaties voor de alpaca liefhebber:
  • Bamby Alpaca Farm
  • https://bamby-alpaca-farm.business.site
  • Quality Line Alpaca’s
  • http://www.qualitylinealpacas.com/?p=thuis
  • Alpaca Mountain (Zuid-Limburg)
  • https://www.alpacamountain.nl

  • Zonneveld Alpacas
  • https://www.zonneveldalpacas.nl/nl/activiteiten-and-arrangementen/overnachten-bij-zonneveld-alpacas.html?gclid=EAIaIQobChMIkr7M4MHr4QIVGZzVCh1iTA24EAAYASAAEgKt4vD_BwE

    Hier vind je een zoekmachine waar je kunt zoeken op locatie/regio:

    https://www.alpacafarms.nl

    Wil je meer weten over deze leuke dieren? Lees dan dit artikel eens:

    https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Alpaca_(dier)

    Vijf redenen waarom je kind niet naar je luistert

    Je kent het vast wel: als ouder heb je wel eens van die dagen / weken / jaren (haha) wanneer het lijkt alsof je kind pas naar je luistert als je voor de derde / achtste keer iets zegt. Of pas luistert wanneer je je stem verheft, wat voor niemand leuk is. 

    Jij: “Kind?”
    Kind: “Pomptiedom.”
    Jij: “Kind?”
    Kind: “Tralala…”
    Jij: “Kind? Joehoe?”
    Kind:  loopt kamer uit.
    Jij: “KIND!”
    Kind: “Nou zeg, je hoeft niet te schreeuwen!”

    Zucht.

    Waarom horen kinderen ons niet? En bovendien: Horen ze ons echt niet, of horen ze ons wel maar willen ze ons niet horen?

    Het is natuurlijk erg gemakkelijk om te roepen “Hij / zij luistert de laatste tijd voor geen méter!”, maar daarmee leg je alle ‘schuld’ bij het kind, terwijl je met een beetje gezonde zelfreflectie vaak ziet dat het niet luisteren voortkomt uit een onderliggende oorzaak. Soms ligt die bij (de ontwikkeling van) je kind, soms bij jou, soms bij jullie interactie. 

    Hieronder vijf mogelijke redenen waarom je kind niet luistert:

    Optie 1: Je kind zit in zijn of haar bubbel!
    Kinderen zitten graag en veel in hun eigen wereldje. Ze fantaseren, spelen, bedenken, dagdromen: dat hoort allemaal er bij als je een super cool kind bent. Hoewel het voor jou misschien lijkt alsof je kind niks zit te doen, kan er in zijn of haar hoofdje een hele wereldreis of spannend avontuur plaatsvinden: Net als bij een echte droom duurt het even eer je daar weer van terug komt en met je voeten op aarde landt.

    Lees verder onder de afbeeldingen

     

    Optie 2: Verwerkingssnelheid
    Niet ieder kind heeft een al te beste concentratie of (informatie)verwerkingssnelheid. Door zijn of haar naam te roepen kun jij dan misschien een directe reactie verwachten, maar je kind heeft het misschien in eerste instantie nog niet door dat wat jij zegt of roept van toepassing is op hem of haar.

    Optie 3: Maak meer / beter contact
    Veel kinderen horen je veel beter als ze je er bij zien. Om beter contact met je kind te maken loop je er naar toe of ga je op ooghoogte van je kind zitten terwijl je hem of haar aanspreekt.

    Optie 4: Je vraagt te veel
    Soms kun je in de valkuil schieten van het te veel vragen aan je kind. Je bent natuurlijk moeder en geen politieagent. Je kind hoeft niet constant opdrachten van je te krijgen. Als je jezelf er op betrapt dat je aan de lopende band opdrachten geeft of controleert (“Niet doen, zit rechtop, dat is gevaarlijk, hou eens op”) is het niet zo héél vreemd als je kind op een gegeven moment niet meer echt luistert. Er komt dan te veel informatie binnen, waardoor niets meer veel indruk maakt.

    Optie 5: Je kind maakt zich los van jou
    Je kind maakt zich tijdens het opgroeien steeds meer los van jou. Hoe vervelend dat soms ook is omdat we onze kinderen het liefst zo klein mogelijk houden, toch is dit een goede en gezonde ontwikkeling. Je kind wordt steeds meer zijn eigen individu en wil dan ook steeds meer eigen inspraak over zijn doen en laten. Wanneer je kind erg veel weerstand toont, is het dus goed om je af te vragen of je jouw kind voldoende verantwoordelijkheden en vrijheid geeft die passen bij de leeftijd, en of je misschien een beetje te bemoederend bent op dit moment. Niet gemakkelijk, maar het proberen waard.

    christianne

     

    Alleen, met de billen bloot

    Door Chrisje VIP blogger Selina.

    “Komt u maar mee, mevrouw”. Een verpleegster met een groen operatiepak wijst naar de deur. Ik sta op van het bedje. Ze trekt de gordijnen achter me dicht. Ik doe hetzelfde met het operatiehemd dat ik aan heb. Dat dicht is van voren en open van achter. Dat mijn kadetjes ongewild in de schijnwerpers plaatst. Een reetspleet, noemde mijn wederhelft de achterkant van mijn openhangede tenue zojuist.

    Hij probeerde me ermee aan het lachen te maken. Wetende dat dat de zenuwen voor de ingreep die me stond te wachten ietwat zou wegnemen. Ik kijk naar hem terwijl ik de gang op loop. Hij knikt me bemoedigend toe. “Succes en tot zo, lief”. Ik doe mijn best een glimlach te produceren. Het lukt me maar half. Dan trekt de verpleegster de deur achter me dicht. Daar ga ik. Alleen. Met de billen bloot. Letterlijk.

    Ik begin mijn weg naar de operatiekamer. Mijn blik richtend op de rug van de verpleegster. Op de automatische piloot volg ik haar voetstappen. Het gepiep van haar plastieken slippers op de linoleum vloer zouden me normaliter irriteren. Maar mijn gedachten zijn er niet bij. Ik ben te afwezig om er wat van te vinden. De gang lijkt eindeloos te duren. Een koude rilling loopt over mijn rug. Een huivering die van mijn onderrug, via mijn schouders, mijn kruin in schiet. Ik vraag me af of het door de zenuwen komt. Door de kilte van de vloer die via mijn blote voeten mijn lichaam binnendringt. Door mijn koude kont. Of door het gevoel er helemaal alleen voor te staan.

    Dat gevoel is ondertussen een bekende geworden, gedurende de afgelopen twee jaar. Onverwachts. Want vanaf het begin van ons fertiliteitstraject hebben mijn echtgenoot en ik steun gevoeld. Medeleven. Liefde. Uit de directe en minder directe omgeving. Uit zowel verwachte als onverwachte hoeken. Al twee jaar horen we lieve woorden van onze families. Verrassen ze ons met uitstapjes, cadeaus of andere ruggensteuntjes. Al twee jaar laten vrienden en vriendinnen op stel en sprong alles uit de handen vallen om langs te komen. Soms met taart. Soms met bloemen. Soms gewoon om er te zijn. Al twee jaar geven collega’s ons knuffels, gelukswensen of bemoedigende petsen op onze derrières. Al twee jaar raken we soms overweldigd door het aantal berichtjes, telefoontjes en kaartjes. En toch is de moeizame weg naar het moederschap het eenzaamste wat ik tot nu toe in mijn leven heb moeten ondernemen.

    Want aan het einde van de rit staan mijn gemaal en ik er alleen voor. Als de kaartjes gelezen zijn en de cadeautjes zijn uitgepakt. Als de vrienden en vriendinnen weer naar huis toe zijn. Als de knuffels gegeven zijn en de berichtjes gelezen. Dan blijven mijn eega en ik over. Alleen. Omringd door een resem aan doctoren, verpleegsters, apothekers en zielenknijpers. Maar alleen. Want ook onze families kunnen er niet voor zorgen dat wij eindelijk potten met augurken in kunnen slaan. En ook vrienden en vriendinnen zijn er nog niet in geslaagd om een broodje in de oven te krijgen (hoewel de taart die ze soms meebrengen wel voor dikke buiken zorgt). Ook van knuffels raak je normaal gezien niet zwanger. Laat staan van kaartjes. En zelfs de mannen en vrouwen in de groene operatiepakken zijn er tot dusver niet in geslaagd om mijn tikkende biologische klok te doen veranderen in poepluiers en fopspenen. En dus zijn wij het die steeds met de billen bloot moeten.

    Alleen.

    En zelfs de liefde van mijn leven moet mij zo nu en dan aan mijn lot overlaten. Soms kan ook hij niks anders doen dan kijken hoe mijn naakte spleet het omkleedkamertje verlaat. Want hoewel hij al twee jaar lang een rots in de branding is. Een steun en toeverlaat. Een houvast in emotionele tijden. Uiteindelijk is het mijn buikwand die doorboort wordt met injectienaalden. Aan het einde van de rit is het mijn hormoonhuishouding die overhoop gegooid wordt. Wanneer alles voorbij is, is het mijn lijf dat het lijdend voorwerp is. En ook mijn wederhelft wou soms dat het anders was. Ook hij had liever gezien dat de lasten op een wat eerlijkere manier gedeeld konden worden. Maar ook hij beseft dat het niet veel zin heeft om zijn eigen zitvlak te ontbloten. Dat een scopie van zijn binnenste niet zinvol gaat zijn om in verwachting te raken. En dat hetgeen dat hij kan baren aanzienlijk bruiner en stinkender is dan hetgeen dat – hopelijk – ooit uit mij gaat komen. En dus doet hij het enige dat hij kan. Grapjes maken om mijn zenuwen tegen te gaan. Op mij wachten. Me knuffelen als het erop zit. En alle emotionele steun bieden die hij kan.

    Maar fysiek sta ik er alleen voor. Besef ik, terwijl de verpleegster voor mij de operatiekamer binnen wandelt. “Gaat u maar liggen, mevrouw”. Alleen. Omringd door een resem aan doctoren en verpleegsters in een operatiekamer. Maar alleen. Want uiteindelijk is het mijn lichaam waar over een paar minuten een camera in gestoken wordt. Aan het einde van de rit zijn het mijn benen die zo dadelijk in de steunen moeten. Wanneer alles voorbij is, is het mijn lijf dat verkrampt om de golven van ongemak op te vangen. En per slot van rekening ben ik degene die in een operatiekamer staat. Alleen. Op blote voeten. In een openhangend operatiehemd. Met reetspleet.

    Deze column verscheen ook op Selina’s eigen blog: https://slienaa.blogspot.com/2019/01/alleen-met-de-billen-bloot.html

    Europakinderhulp: Een kind van een ander, bij jou op vakantie! Door VIP blogger Susan Schuitema

    Ik kende dit idee al een aantal jaar, en ik heb meerdere keren op het punt gestaan mij aan te melden. Europakinderhulp is de organisatie die bemiddelt tussen de vakantiekinderen en de gastgezinnen. Ik zie het nog steeds met regelmaat voorbij komen en het bleef mijn aandacht trekken.

    Kinderen waarbij het thuis niet optimaal is, een zieke ouder, geen financiële middelen of wat je ook kunt bedenken. Deze kinderen worden aangemeld voor een vakantie, en deze vakantie vindt plaats in een gastgezin.

    Aanmelding

    Na overleg met mijn man, heb ik dit jaar wél een aanmelding gedaan. Ook met het oog op ons plan om het traject in te gaan voor pleegzorg, leek het ons goed om eerst kortdurend te ervaren hoe het is. Een kind in huis, van een ander. Past dat bij ons, tegen welke dingen lopen wij aan en nog belangrijker, hoe reageert ons eigen kind hierop? Nu is de pleegzorg niet hetzelfde als een vakantie, maar wij willen graag ervaren hoe het is om voor het kind van een ander te zorgen.

    De aanmelding is gedaan, het kennismakingsgesprek/screening is geweest. Hierin wordt alle informatie verteld, kun je vragen stellen en ook jouw wensen aangeven. Natúúrlijk kun je geen kind ‘bestellen’ naar wens maar er wordt wel gekeken naar wat er binnen ons gezin matcht. Wij geven onze voorkeur aan een kindje uit België of Nederland. Dit omdat het onze eerste keer is en het ons nog wat lastiger lijkt wanneer je niet dezelfde taal spreekt. Daarnaast geven wij de voorkeur aan voor de leeftijdscategorie 5-9 jaar. Dit met oog op ons eigen mannetje.

    Kun je je zomaar aanmelden?

    Ja en nee.

    Je kunt je aanmelden wanneer je 18+ bent, maar zoals hierboven genoemd wordt er gescreend. Wat wil zeggen dat ze op huisbezoek komen voor de kennismaking, je levert referenties in en je vraagt een VOG ( verklaring omtrent gedrag ) aan. Daarnaast zijn ze altijd met zijn tweeën en letten ze op veel punten, of jij als gezin geschikt bent. Er wordt gekeken naar de buurt, de veiligheid en de gezinssamenstelling. Of je alleen bent of getrouwd, wel of niet geloofd, het maakt niks uit. Ook is het helemaal niet verplicht de hele vakantie van alles te ondernemen. Het mag maar het hoeft niet. In principe is de bedoeling dat hij of zij meedraait in het gezin. Koekjes bakken, spelen in de tuin, boekjes lezen uit de bibliotheek, de kinderboerderij. Bij ons logeren is al vakantie genoeg. Alles eromheen is extra.

    En nu?

    Onze gegevens worden om het systeem gezet, de aanvraag voor de VOG wordt gedaan, wij sturen nog referentieformulieren op en wanneer dit alles afgerond is, gaan we in juni naar de informatieavond. Hier krijg je de laatste info, data en vaak is er dan ook al iets bekend over wie er nou precies bij jou komt logeren. En dan is het wachten op de grote dag, de dag dat we ons vakantiekind mogen ophalen bij de bus. Hoe zal het gaan, is er een klik? Spannend maar leuk! Ik weet nog niet wie er komt, maar je bent nu al zo welkom. Ik kijk er met spanning en plezier naar uit.

    Op zoek

    Er is nog zoveel meer vraag naar gastgezinnen. Spreekt het jou aan? En heb je ruimte in huis, in je agenda en nog wat liefde over? Kijk dan ook eens bij Europakinderhulp. Het gaat om 2 of 3 weken aaneensluitend. Ik gun ieder kind een leuke vakantie, jij ook?

    Liefs,

    Susan

    “Ach, elk kind heeft wel wat!”

    Als moeder van een kind met een diagnose zoals autisme krijg je vaak nogal wat voor de kiezen, qua onwetendheid van mensen.

    “Ach, elk kind heeft tegenwoordig wel iets!”

    “Tegenwoordig delen ze etiketjes uit, niemand is meer normaal!”

    “Mensen moeten hun kinderen gewoon weer gaan ópvoeden!”

    Deze – en talloze andere – tenenkrommende opmerkingen krijgen we te horen van mensen die werkelijk geen flauw idee hebben van wat onze kinderen – en wij – meemaken in het dagelijks leven.

    Ze hebben geen flauw idee. Geen idee van hoe veel energie wij moeten steken in voor anderen heel normale zaken, die vaak al snel vanzelf goed gaan bij kinderen zonder diagnose.

    Hoe veel avonden oefenen – met bijbehorend verdriet en boosheid – omdat veters strikken / huiswerk maken / leren voor een toets niet lukt. Hoe veel tijd we kwijt zijn aan het vinden van kleding die niet prikt, geen naadjes of etiketten op de verkeerde plek heeft omdat het kind daardoor niets anders meer voelt dan alleen dat.

    Hoe vaak we bezig zijn met het uitleggen van doodnormale sociale situaties die voor onze kinderen nu eenmaal moeilijker in te schatten zijn. Hoe vaak we een uur langer dan het gemiddelde tien minuten gesprek zitten te praten met leraren, logopedisten, ergotherapeuten en andere professionals.

    Hoe we in de loop der tijd zelf autisme expert worden omdat we er alles voor over hebben om ook onze kinderen goed voor te bereiden op de buitenwereld met al haar ongeschreven regels en grijze gebieden.

    Lees verder onder de afbeelding

    Hoe we constant bewust bezig moeten zijn met structuur aanbrengen, een ritme, vaste rituelen. Hoe we moeten anticiperen op onverwachte situaties en hoe we ons kind daarop kunnen voorbereiden. Hoe vaak we onze kinderen moeten helpen in de interactie met andere kinderen, omdat zij hen niet begrijpen – of andersom.

    Hoe we bij elke maaltijd die we bereiden, bij elk uitje dat we plannen, elke dag en ieder uur rekening houden met de mogelijkheden en beperkingen van onze kinderen.

    En dan zwijg ik nog over hoe lang we aan onszelf getwijfeld hebben, hoe veel bloed, zweet en tranen het kostte op weg naar de diagnose, hoe kritisch we op onszelf zijn en hoe moeilijk we het soms zelf hebben met altijd de rust en kalmte bewaren.

    Nee, niet elk kind krijgt een diagnose. Nee, het ligt niet aan de opvoeding. Sterker nog: de opvoeders die ik ken met kinderen met een diagnose zijn stuk voor stuk bikkels die vechten voor hun kinderen.

    Dus de volgende keer dat je iemand hoort zeggen dat elk kind wel wat heeft: laat diegene even dit blog lezen of ga er in elk geval niet in mee, want het is onterecht en beledigend voor talloze ouders.

    Bestaat dé ware liefde?

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema

    Bestaat er zoiets als ware liefde?

    Als je mij tien jaar geleden had gevraagd of ik in de ware liefde geloofde, had ik ja gezegd, net als nu, maar daarbij had ik toen een compleet ander beeld.

    Ooit dacht ik bij de ware liefde aan een totaal plaatje, het perfecte plaatje, en wanneer ik alles van mijn lijstje kon afvinken, dan was ‘het’ de ware. Dat wat je ziet in films.

    Wanneer ik nu denk aan de ware liefde, dan denk ik er achteraan: is er ook zoiets als onware liefde dan?

    Ik denk niet alleen meer aan een liefdesrelatie maar aan pure liefde op zichzelf. Ik geloof niet in ware liefde, want elke manier van liefde is waar. Onware liefde bestaat niet. Gewoon ‘liefde’ is genoeg.  Ja ik geloof in liefde, absoluut. Ik hou van ongelooflijk veel mensen. En van ieder op een ander niveau, een andere  frequentie. Niet meer, of minder, maar anders. 

    Mijn kind is mijn allergrootste liefde. Zijn verdriet is mijn verdriet, zijn geluk geeft mij tranen van blijdschap. Zijn emoties zijn zo met die van mij verbonden, hij is een deel van mij. Wat hij ook zal kiezen, doen of zeggen, die liefde zal nooit stoppen en nooit veranderen. Onvoorwaardelijk een deel van mij. Deze manier van houden van zal ook altijd boven alles en iedereen uitsteken. Hij zal altijd mijn nummer één zijn. (samen met eventuele toekomstige kinderen natuurlijk) 

    Dan natuurlijk mijn man, waar ik ‘ja’ tegen zei, tegen een leven samen, dag in, dag uit voor de rest van ons leven. Dat doe je niet zomaar. Hij is degene waar ik naast wakker word iedere dag en waar ik naast in slaap val. Waar ik mijn dromen mee deel. Waar ik mijn allereerste hysterische nieuw bedachte ideeën mee bespreek. Degene waar ik mij op af kan reageren als dingen niet gaan zoals ik zou willen. Iemand met wie ik 24/7 samen kan zijn, zonder elkaar de hersens in te slaan. Voor iemand zoals ik, iemand die heel graag alleen is, zonder teveel prikkels en gedoe, is het best een wonder dat ik 24/7 samen kan zijn met twee levende wezens in één huis. We voelen elkaar aan én we vullen elkaar aan waar nodig.  

    Ik weet zeker dat onze relatie zo goed werkt doordat we elkaar vrij laten. Twee compleet verschillende mensen, maar toch zo hetzelfde. Mijn man heeft zijn hobby’s waar ik niet aan moet denken om ze uit te voeren, ik heb mijn interesses waar mijn man niks mee heeft, maar toch tonen we interesse in elkaars dingen en laten we elkaar vrij hierin. Hij wordt enthousiast wanneer ik enthousiast ben en ik word blij wanneer hij iets doet waar hij blij van wordt. En daarnaast hebben we onze gezamenlijke dingen. We vinden het heerlijk om te wandelen, we hebben beide een verslaving aan notitieboekjes kopen, zijn allebei creatief maar op een ander vlak, kijken samen series en films, en oh wee als je verder kijkt zonder mij. 

    En natuurlijk hebben wij samen een zoon. Één grote peuter vol met liefde, van ons samen, dat verbindt je uiteraard op een hele speciale manier aan iemand. 

    Daarnaast houd ik van mijn vriendinnen, hoe ze allemaal hun eigen karakters hebben, hoe ze allemaal van elkaar verschillen. Met de één ga ik shoppen, met de ander deel ik mijn spirituele  levensstijl. Met de één deel ik mijn hele levensgeschiedenis omdat we elkaar al 20 jaar kennen, en met de ander kan ik een heel gesprek voeren alleen door elkaar GIFS te sturen en ja we snappen elkaar ook nog. Met de één praat ik over relaties, seks en alle persoonlijke onderwerpen, van de ander heb ik wijn leren drinken.  Zo zijn ze allemaal zo anders, en zo mooi verschillend. Ook vriendschap is een vorm van liefde, een manier van houden van, niks meer of minder ‘waar’  dan een relatie. Alle liefde is waar.

    We delen onze ervaringen en levens met elkaar, niet vanuit het zelfde huis zoals ik met mijn man doe, maar zeker gevoelsmatig dichtbij. 

    Waar het op neer komt is dat er in mijn wereld geen ‘onware’ liefde mogelijk is. Ik voel liefde voor iedereen in mijn leven. En ál die liefdes zijn waar.  Dus ja, ware liefde bestaat, op verschillende vlakken, op verschillende manieren en niveaus.

    Niet één ware, zoals in de films of zoals ik ooit dacht, 10 jaar geleden. Mijn liefde is voor iedereen, ongeacht geslacht, ongeacht leeftijd, huidskleur of wat voor verschil. Liefde kent geen grens, liefde kent geen eisen of vormen, liefde is gewoon liefde.  En zeker niet ‘onwaar’.


    ‘Ware liefde’

    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan denk ik meteen aan alles en iedereen.
    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan kijk ik gelukkig om mij heen.

    Ik zie de mensen en de dieren,
    de liefde voor natuur.
    Ik zie het leven liefde vieren,
    iedere seconde, ieder uur.

    Overal is liefde, nooit is dit ‘onwaar’,
    doe je ogen dicht, en voel het maar.
    Overal is liefde, iedere vorm is ‘waar’,
    ik voel het zelfs, wanneer ik naar de sterren staar.

    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan denk ik aan alles en iedereen,
    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan ben ik nooit alleen.

    Liefs,

    Susan

    Borstvoeding: een eigen keuze

    Er wordt zo veel over gesproken en geschreven: borstvoeding. De een is van mening dat je een slechte moeder bent als je je kind borstvoeding ontzegt, de ander moet er niet aan denken en begint meteen met flesvoeding.

    Niets is zo persoonlijk als deze beslissing die iedere vrouw voor of na haar bevalling moet nemen: ga ik wel of geen borstvoeding geven?

    En zelfs al wil een vrouw haar baby graag borstvoeding geven, dan nog is dit geen garantie dat ook lukt. Soms komt de melkproductie simpelweg niet op gang.

    Persoonlijk vind ik dat iedere vrouw voor zichzelf moet kunnen beslissen wat zij doet.

    Als zij borstvoeding wil geven moet dit mogelijk zijn of gemaakt worden, als zij dit niet wil, hoeft het niet.

    De eerste weken na de geboorte van je kind ben je sowieso fysiek al kwetsbaar, zijn er vaak gebroken nachten en kraamtranen: daar hoeft niet ook nog eens de druk bij van het borstvoeding moeten geven.

    Waar ik niet zo goed tegen kan, is de sociale druk die moeders opgelegd wordt. Dit begint vaak al in het ziekenhuis. Als je om een fopspeen vraagt wordt dit afgeraden vanwege tepelspeenverwarring, of zoiets. Ik kan het me niet meer precies herinneren, omdat mijn kind er non-stop heel hard doorheen huilde, omdat de borstvoeding niet op gang kwam en ze dus honger had.

    Toen ik vroeg om bijvoeding via fles, werd dat ook ten zeerste afgeraden. Daar lig je dan: oververmoeid, met een hongerige en schreeuwende baby, aan te horen dat borstvoeding – die niet op gang komt – toch echt het allerbeste is voor je kind. Eh, bedankt, en nu hier met die fles….

    Elke vrouw moet naar mijn mening kunnen beschikken over alle informatie om de voors en tegens tegen elkaar af te wegen. Maar elke vrouw moet ook vrij zijn in haar keuze om over te stappen op flesvoeding, wat haar reden hiervoor dan ook is.

    Wel of niet: je kind laten vaccineren

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema.

    Lang heb ik nagedacht over het onderwerp vaccineren en het feit dat ik hierover wilde schrijven. Hoe schrijf je een blog over zo’n beladen onderwerp, zonder je eigen mening te geven? Ik wil een poging wagen. Het sluit namelijk ook aan op mijn eersteblog, de angst voor een tweede kind.

    De laatste tijd wordt er gesproken over het verplichten van vaccinaties in Nederland.

    Het volledig verplichten van de vaccinaties schijnt nog niet te kunnen, maar er wordt gesproken over een verplichting wanneer je je kind naar de opvang wilt brengen. Dat de kinderopvang jouw kind mag weigeren wanneer deze niet voldoet aan de vaccinatie eis.

    Dat zou dus betekenen, dat een ieder die ervoor kiest geen vaccinaties te laten zetten, niet meer terecht kan bij alle kinderopvangen. Wat daarvan eventueel een gevolg kan zijn, is dat er meer gastouders komen waarbij alle kinderen welkom zijn, gevaccineerd of niet gevaccineerd. Er zouden dan twee groepen komen en wat ik lees in de reacties  op andere blogs, staan deze groepen vaak lijnrecht tegenover elkaar. Hard tegen hard. 

    Lees verder onder de afbeelding


    Al jaren geleden ben ik mij gaan verdiepen in vaccinaties, het effect hiervan en eventuele gevaren.  Niet alleen van het vaccineren zelf, maar ook van de andere kant, wat als je niet vaccineert? Wat zijn de cijfers, de feiten en ervaringen van beide kanten? En wat als ik een kind zou krijgen, wat zou ik dan doen? Inmiddels zijn we hier uit. Tijdens mijn onderzoek kwam ik erachterdat er eigenlijk drie groepen zijn, gelinkt aan dit onderwerp. 

    • Ouders die wel vaccineren
    • Ouders die niet vaccineren
    • Ouders die ontzettend twijfelen/
    • Ouders die een aangepast programma volgen

    Er zijn ouders die vaccineren zonder ooit onderzoek gedaan te hebben naar de effecten of gevaren hiervan, zij hebben hier geen enkele twijfel over en vertrouwen op de artsen. Er zijn ouders die vaccineren, juist omdat ze zoveel onderzoek gedaan hebben naar de effecten en gevaren van beide kanten, omdat ze bang zijn dat zonder deze vaccinaties, hun kind ernstig ziek kan worden. 
    Daarnaast zijn er ouders, die wel vaccineren maar dit doen doormiddel van een aangepast programma. Zij zoeken per vaccinatie uit of zij deze wel of niet willen geven en geven dus een gedeelte van het vaccinatieprogramma.

    Daarnaast zijn er ouders die na veel onderzoek besluiten om niet te vaccineren. De gevaren van het vaccineren wegen voor hen zwaarder, dan de gevaren van één van de ziektes waarvoor ingeënt wordt. Zij besluiten om het volledige programma te weigeren, gaan wel of niet naar het consultatiebureau voor de overige controles maar vaccineren dus niet. 
    Uiteraard zijn er ook ouders die vanwege geloofsovertuigingen en gezondsheidsredenen (allergie) niet vaccineren.

    Als laatste zijn er de twijfelaars, ouders die niet weten wat ze moeten doen. Aan de ene kant kan je kindje onwijs ziek worden van de vaccinatie en hier schade aan overhouden, aan de andere kant kan je kindje, wanneer je niet ent, één van de ziektes oplopen en hier schade aan overhouden. Vaak zijn deze ouders bang voor de mening van de mensen om hen heen, bang voor een oordeel wanneer ze niet zouden vaccineren, maar ook bang voor een oordeel wanneer ze besluiten wel te vaccineren.
    Het is kiezen tussen twee kwaden, voor hun gevoel.



    In mijn omgeving ken ik mensen van beide kanten.

    Er zijn veel mensen in mijn omgeving overtuigd van het nut van vaccinaties en hierover valt niet te discussieren. Ook zijn er veel mensen in mijn omgeving die ervoor kiezen om niet te vaccineren en zij zijn ook heilig overtuigd van hun standpunt. In mijn geval lastig om uit te komen voor wat wij kiezen want van beide kanten komt hoe dan ook een oordeel.

    Ondanks dat wij als ouders een bewuste keuze maken op dit vlak, begrijp ik de angst van een grote groep mensen.
    Na alle boeken, artikelen, gesprekken en documentaires over het vaccineren vind ik het nog steeds onwijs moeilijk om 100% achter onze keuze te staan. En heel soms twijfel ik ook nog of we wel de juiste keuze maken. Ik snap daarom echt onwijs goed dat het lastig is te kiezen en vooral wanneer je weet dat wat je ook kiest, er altijd mensen zullen zijn die een oordeel klaar hebben. Angst voor de vaccinaties, angst voor wanneer je niet vaccineert, angst voor de aanwezigheid van kinderen die geen vaccinaties krijgen, angst voor het oordeel van een ander. Angt overheerst bij dit onderwerp, en uit angst zeggen en doen mensen soms gemene dingen.

    Over de mensen die niet vaccineren hoor ik zelfs opmerkingen als ‘geef ze maar een markering op hun kleding, dan herkennen we de kinderen waarmee onze kinderen niet mogen spelen.’ Over de mensen die wel vaccineren lees ik dingen als ‘zij maken hun kinderen bewust ziek en jagen ze de dood in.’ En over beide kanten lees ik meerdere malen per week het volgende ‘zij zouden geen kinderen mogen krijgen en wat een slechte ouders!’

    Wat ik heel graag mee wil geven in mijn blog is: probeer open te staan voor de keuzes van een ander.
    Probeer vanuit hun oogpunt te kijken, waarom zij bepaalde keuzes maken of je het hier nou mee eens bent of niet. Ik ben er van overtuigd dat alle ouders, hoe moeilijk ook, vanuit hun hart kiezen voor het beste voor hun kinderen. Uit liefde voor hun kinderen dat kiezen, wat hen het beste lijkt. 

    En ik zou heel graag zien dat er meer liefde kwam en minder haat. Meer begrip en minder oordeel. Meer openheid en minder woede. 

    Of wij als ouders nu wel of niet vaccineren, dat doet er niet toe, het enige waar ik op hoop is dat iedere ouder die voor deze keuze staat, dat mag kiezen wat het beste voelt voor hen. Dat een ieder de vrijheid krijgt om zelf te belissen. Want nog een kind op deze wereld zetten, waarin zoveel haat leeft? Ik vind het eng. Op dit moment heb ik zelf de keuze om wel of niet te vaccineren, maar wat als ik dat straks niet meer heb? Wil ik dat die keuze voor mij gemaakt wordt? Wil ik dat mijn kind straks buitengesloten wordt omdat hij/zij vaccinaties heeft gehad of juist omdat wij ervoor gekozen hebben dit niet te doen? Nee, ik wil dat mijn kind geaccepteerd wordt, in welke situatie dan ook. En alle haat die naar boven komt wat betreft dit onderwerp, dat maakt het voor mij extra lastig om te kiezen. Niet of ik wel of niet vaccineer, maar over een tweede kind en het beperken van mijn vrijheid op dit gebied. Ik wil kunnen kiezen, ik wil kunnen twijfelen, ik wil op ieder moment kunnen besluiten het toch wel, of toch niet te doen. Moeten, dat maakt mij angstig. 

    Laten we alsjeblieft wat meer beseffen, dat iedere ouder uit liefde handelt en dat er geen goed of fout bestaat.

    Susan Schuitema

    Chrisje VIP Blogger

    Nieuwe opvoedingsmethode of oud nieuws? Slow Parenting..

    Er is een nieuwe opvoedmethode die helemaal trending is: Slow Parenting.

    Jaag jij van afspraak naar afspraak of van school naar sportclub en weer terug met je kind? En kun je door dit drukke schema niet gewoon lekker genieten van je kind? Dan is Slow Parenting misschien wel wat voor jou.

    Hier vind je een uitgebreide (Engelstalige) uitleg, maar voor de gehaaste lezer houdt de methode kort samengevat in, dat je met deze nieuwe opvoedingsaanpak meer in het moment leeft, minder met technologie bezig bent en minder met vooruit plannen.

    Je overlaadt je kinderen niet langer met activiteiten maar geeft ze de vrijheid om te genieten van wat ze (thuis) kunnen doen. Hiermee verlaag je zowel de druk op je kind als op jezelf. Mindful opvoeden dus.

    Nu wil ik niet vervelend doen, en ik juich deze methode absoluut toe, maar volgens mij deden ouders dat in de jaren tachtig al massaal.

    Als wij vroeger weekend hadden, mochten we buiten spelen, of binnen. Dat was het wel zo’n beetje. Wij gingen niet elke zondag naar een binnenspeeltuin, pretpark of bioscoop. Hooguit af en toe naar opa en oma of een familieverjaardag. En als je je verveelde, tja, dan verbeelde je je maar. “Daar word je creatief van,” zei mijn moeder dan. En dat was zo.

    Ik ben zelf overigens onbewust voor een groot deel al heel lang een slow parent, trouwens. Op zondag houd ik heel vaak “pyjamadag” met mijn dochter, die het heerlijk vindt om de eerste uren in haar pyjama en ochtendjas te zitten knutselen. Soms verveelt ze zich wel eens op pyjamadag, maar dan gaat ze vanzelf buiten kijken of haar vrienden er zijn of spelen we een potje badminton in de achtertuin.

    Dus… Ja, ik sta absoluut achter de nieuwste trend van Slow Parenting. Ik zou het zelfs iedereen aanraden. Het is alleen naar mijn mening helemaal niet nieuw.

    Gastblog Ellen deel 2: de Vrouwelijke Pubervariant

    De vrouwelijke variant wordt nooit vervelend, dwars of puberaal. Dat zijn haar eigen woorden. Ik heb ze direct vastgelegd, schriftelijk, ondertekend en in drievoud.

    Het is wel waar, ze is heel gemakkelijk in de omgang. Ze snapt dat het leven een stuk prettiger is wanneer ze meewerkt. Ze gaat mee boodschappen doen, dekt zonder commentaar de tafel, en eet wat de pot schaft.

    Daar zit dus een klein probleem. De mannelijke puber leeft voornamelijk van de P’s. Patat, Pizza, Pasta, Pannenkoek, en, toegegeven, Paksoistamppot. Maar de vrouwelijke variant. Zij lust dat dus allemaal niet. Ook geen appelmoes, mayonaise, alles wat nagenoeg alle kinderen lusten, dat hoeft ze niet. Zij zat als tweejarig hummeltje naar mijn asperges te kijken en vroeg: “Mama, wat zijn dat voor een stengels?” Weg asperges. Inclusief biefstuk, aardappeltjes, ham en ei.

    Het is dus nooit goed, qua eten. Maar dat ligt niet aan de vrouwelijke puber.

    Ze is ook inderdaad nooit heel erg vervelend. Soms dan, als je haar wakker maakt vóór 12 uur ‘s middags. Ze heeft een masterclass uitslapen gedaan. Misschien maakt dat het zo makkelijk, ze is er gewoon niet, want ze ligt tot minstens 12 uur in bed.

    Ze kan ook heel goed haar broer opvoeden. Dat leidt tot discussies. Ik vraag me dan af waarom ze niet allebei perfect zijn, aangezien ze het beiden heel goed blijken te weten. Maar zelfreflectie is nog een brug te ver. Logisch ook, het zijn pas pubers. Ze beginnen wel steeds meer op echte mensen te lijken, dat wel.

    Min dochter stapte vorig jaar al met een vriendin in de trein om te gaan shoppen in Venlo. Of in Maastricht. Of in Den Bosch. En natuurlijk vind ik dat stoer, maar kom op zeg. Ze is nu pas 13. Ik wil haar vervoeren in een kinderzitje achter op mijn fiets, niet zelfstandig in de trein. Ze krijgen beiden kleedgeld. Dus dan komt ze thuis, met lamme armen van alle tassen, die ze ook allemaal meesleept in de trein. Ze heeft haar eerste piercing. Dat mag vanaf 12. Ze ontdekte dat toen ze nog 11 was. Met 12 jaar en twee dagen zaten we in de tattoo shop, om een gat in haar oorschelp te laten schieten. Wanneer je mij nu een onverantwoordelijke moeder vindt, dat mogen ze vanaf 12 jaar zelf regelen, zonder toestemming van ouders. Het leek me dus verstandig met haar mee te gaan en een gedegen shop uit te zoeken, om te voorkomen dat ze zelf een breinaald in haar oor zou steken.

    De vrouwelijke puber gaat wel een weekje naar lenteschool, in de meivakantie. Om wat vakken bij te spijkeren. Ze heeft namelijk nooit huiswerk. Ook nooit proefwerken. Zelfs niet in de proefwerkweek. Nooit hoeft ze iets te doen. Ze weet alles al. Ze wilt medicijnen gaan studeren, en ik zie al heel veel geld verdwijnen in een studentendispuut. Want het is een feestbeest. Ze mist geen enkel uitje, geen enkel feestje, ze is overal bij, en wanneer ze er niet bij kan zijn, dan zorgt ze wel dat het verzet wordt. Het lijkt wel een voorbeeldige puber, maar ik houd mijn hart vast voor de toekomst.

    Kortom, pubers. En kleinkinderen. Niet vermoorden dus, die pubers, denk eraan. Dat is momenteel mijn mantra.

    Ellen Boonstra

    Wil jij ook als Gastblogger jouw blog delen met 30.000 volgers? Stuur dan je leukste blog via e-mail naar de redactie!

    Mijn puber is een gamer: Gastblog door Ellen!

    Er is een spreuk, die gaat als volgt: “Het krijgen van kleinkinderen is de beloning voor het niet vermoorden van je pubers”. Ik ben benieuwd of ik ooit oma word.

    Want die pubers, die puberen wat af. Ik heb er twee. Een mannelijke, en een vrouwelijke variant. De mannelijke variant is een gamer.

    De meest gehoorde uitspraak van hem is: “Wacht effe”. “Kom je eten?” “Wacht effe.” “Ben je klaar?” “Wacht effe.” “Ga je douchen?” “Wacht effe.” “Ruim je dat even op?” “Wacht effe”. Als er iets is waar ik een hekel aan heb, dan is het wel wachten. Dit leidt dus tot behoorlijk wat ergernissen hier in huis. Ik snap het ook niet. Ik kondig het avondeten aan, vanaf een kwartier van te voren. Ik kondig het inmiddels al drie keer aan. En dan nog volgt steevast het antwoord….wacht effe. Want die games, die zijn van levensbelang. Fortnite speelt hij. Inclusief dansjes, tenminste, moves. Hij ging het me uitleggen, want moeders snappen niks van de jeugd van tegenwoordig. Daar zijn mijn mannelijke puber en ik het dan wèl over eens.Een online game kun je dus niet zomaar afsluiten. Want je speelt in een team. En als je offline gaat, laat je dat team in de steek, of je wordt vermoord. Uuuuh wat?? “Nee mahaaam,” (met dikke oogrol en een zucht vanuit zijn tenen), “…jouw karakter in de game wordt dan vermoord.” Ooooh… dat klinkt al minder ernstig. De uitspraak die met stip op nummer twee komt: “Ik moet hier ook alles doen”. En nee, dat zeg ik niet, maar hij! Ik ben een gescheiden moeder, de pubers zijn om de week bij mij. Ze krijgen hun natje en hun droogje op een presenteerblaadje aangeboden. Toegegeven, hier zit een stukje schuldgevoel in. Maar dat hoeven de modelpubers niet te weten. Ik werk, ik doe het huishouden, de boodschappen.. enfin, dat hoef ik jullie allemaal niet te vertellen. Doen jullie ook allemaal. Dan is de chips er niet die meneer blieft. Mag hij zelf met mijn geld naar de winkel, om de goede chips te kopen. Moet hij alles doen. Daar krijg je toch moordneigingen van? En dan de elastiekjes. Die vind ik o-ver-al. Op zijn kamer, op de badkamer, in de keuken. Overal, behalve in de prullenbak. Gelukkig is de hoeveelheid elastiekjes gehalveerd, want de vrouwelijke puber is inmiddels beugelvrij. Daarnaast moet ik elke avond vragen of hij ze in heeft, wat nooit het geval is. En deze gek brengt meneer de puber dan zijn elastiekjes… Maar toegegeven, als hij daar dan zo lekker in zijn bed ligt, met zijn pyjamaatje aan, en ik toch nog een stevige knuffel krijg, realiseer ik me dat het ondanks alles best een leuke puber is.

    Ellen Boonstra

    Wil jij ook eens een column schrijven als Gastblogger voor Chrisje? Stuur dan jouw leukste column naar redactiechrisje@gmail.com en wie weet, misschien verschijnt jouw gastblog wel op Chrisje.info!

     

    Ik werd gepest: Geef meer positieve aandacht aan pestende kinderen!

    pestenIk werd als kind gepest. Jaren lang. Op de basisschool.

    Wat dit met me deed als kind, is moeilijk te beschrijven: het is ook lastig uit te leggen aan iemand die nooit gepest werd. Structureel gepest worden zorgt er voor dat je je als kind (of volwassene) nooit helemaal veilig voelt in je omgeving, waar je vijf dagen per week verblijft.

    Alsof je verplicht wordt vijf dagen per week de hele dag een dreiging te voelen. Wanneer begint het weer? Ben ik wel veilig in de pauze? Wat gaan ze nu weer doen? Je voelt je ongemakkelijk, ongewild, intens ongelukkig en in het beste geval niet welkom in je omgeving. Pesten maakt heel wat kapot, en als het tijdens je jeugd gebeurt vormt het je, want het overkomt je immers terwijl je zelf letterlijk nog in ontwikkeling bent.

    Een op de tien kinderen in Nederland wordt gepest. Scholen zijn wettelijk verplicht om pesten tegen te gaan. Toch gebeurt het nog steeds, en beperkt het zich lang niet alleen tot het schoolplein: met de komst van de mobiele telefoon heeft het pesten zich verplaatst naar de cyber-omgeving, wat het nog moeilijker maakt om deze vorm van geweld (want dat is pesten) te herkennen en aan te pakken.

    Ik kan me herinneren dat ik op zondag vaak de hele dag op zag tegen maandag. Het idee dat het gepest de dag er na weer zou beginnen, zorgde er voor dat ik op zag tegen maandag, uit keek naar weekenden en vakanties, en in mijn bed stiekem lag te wensen dat er een magische oplossing zou komen voor mijn probleem. Ik praatte er thuis ook niet over: ik was bang dat mijn ouders dan naar school zouden stappen en dat zou het alleen nog maar erger maken, dacht ik.

    Het beste kon ik er maar over zwijgen en het ondergaan.

    Veilige omgeving
    Toen ik naar de middelbare school ging, veranderde alles. Plotseling kwam ik in een hele andere omgeving terecht. Die kinderen wisten niet dat ik gepest werd op mijn vorige school. Ik voelde me alsof ik ontsnapt was uit een gevangenis, zo blij. Hier was ik niet het gepeste kind, hier kon ik opnieuw beginnen! En dat deed ik. Mijn middelbare schooltijd was een van de mooiste periodes uit mijn leven. Ik maakte veel vrienden en vriendinnen, zat bij toneel, de redactie van de schoolkrant, zong zelfs in een band terwijl ik niet kon zingen. De middelbare school was een geweldige plek, omdat mijn zelfvertrouwen daar eindelijk kon groeien. Omdat ik me er thuis voelde, welkom én veilig.

    Dé oplossing tegen pesten bestaat niet
    Er is niet één pasklare oplossing tegen pesten. Er is geen magische sleutel die alles oplost. Kinderen (en sommige volwassenen..) hebben simpelweg nog niet het inlevingsvermogen ontwikkeld om te voelen wat ze een ander kind aandoen met hun pesten. Ze zien het als een spelletje: die ga ik pesten want die is heel lief, dus die huilt snel. Of: die ga ik pesten want dan leid ik de aandacht af van dat ik zelf onzeker ben. Heel basaal. Want het inlevingsvermogen om te voelen wat je slachtoffer voelt, dat is er simpelweg (nog) niet.

    Pesten is een symptoom
    Het is goed dat de overheid scholen wettelijk verplicht pesten aan te pakken. Ook ouders hebben hier in een taak en verantwoordelijkheid. Niemand wil dat zijn kind pest, en niemand wil dat zijn kind gepest wordt: beide situaties zijn voor ouders ook niet fijn. Oplossingen in de vorm van een goede communicatie tussen ouders en school, de leerkracht zelf die pesten signaleert en aanpakt, de overheid die er op toe ziet dat scholen hun wettelijke plicht nakomen, zijn goed en belangrijk. Maar het dekt de lading nog niet helemaal.

    Geef meer aandacht aan het pestende kind!
    Hoe tegenstrijdig het ook klinkt, aangezien ik zelf slachtoffer van pesten ben: ik wil het opnemen voor het pestende kind. Niet alleen het slachtoffer van pesten heeft aandacht nodig, het pestende kind heeft minstens net zo veel aandacht nodig. Besteed dus meer aandacht aan het pestende kind, en het pesten stopt. Dat klinkt misschien raar. Toch meen ik ieder woord er van. Pestende kinderen hebben namelijk die positieve aandacht het hardst nodig.

    Auto-ongeluk
    Als er een auto-ongeluk gebeurt, gaat er in de crisis meteen alle aandacht naar de slachtoffers. Zij moeten immers in veiligheid gebracht worden, of acuut verzorgd worden. Dit is goed. Maar geen positieve aandacht besteden aan de pester, is hetzelfde als honderd ongelukken opruimen en niet kijken naar de verkeerssituatie: je lost het probleem achter het probleem niet op, dus blijven er botsingen plaatsvinden.

     Pesten is niet meer en niet minder dan een symptoom
    Als er kinderen gepest worden, gaat dus vaak automatisch alle aandacht naar het slachtoffer. Dat is begrijpelijk, en het gepeste kind heeft die (na)zorg ook hard nodig.

    Maar ook het pestende kind heeft zorg nodig.

    Het pestende kind, daar weet men niet zo goed mee om te gaan. Ouders van het pestende kind schamen zich wellicht, of weten niet goed wat ze kunnen doen omdat het kind thuis gewoon lief is. Het ligt vaak heel gevoelig en is een pijnlijke kwestie. We stoppen het het liefst weg.

    We weten niet goed hoe te reageren, behalve boos en straffend. Terwijl juist dat het pesten alleen maar erger maakt.
    Een pester met weinig inlevingsvermogen of een laag zelfbeeld zal daarna alleen maar denken: door hem of haar (het gepeste kind) heb ik nu straf gekregen. En in het ergste geval denkt het kind: dit (straf) overkomt mij door hem of haar, dus die zal ik eens een lesje leren. En zo begint het hele probleem weer van voren af aan.

    Terwijl juist dáár de kracht ligt van het terugdringen van pesten. Een kind dat pest heeft óók een probleem. Minstens net zo groot als dat van het slachtoffer. Het enige wat het pestende kind doet, is zijn probleem proberen door te geven aan een slachtoffer. Blijkbaar weet het niet hoe het zelf zijn probleem moet oplossen, dus gaat het negatief aandacht vragen. Wat het probleem is van het pestende kind, kan variëren: Het kan thuis problemen hebben, zelf ooit gepest zijn en nu zelf pesten als tegenreactie, het kan heel onzeker zijn, zich lelijk voelen en een knap kind gaan pesten, zich dom voelen en uit jaloezie een slim kind gaan pesten, het kan wat hulp nodig hebben met het  ontwikkelen van zelfvertrouwen.

    Dus in plaats van het kind dat gepest wordt alle aandacht te geven, zeg ik als slachtoffer: verplaats een groot deel van die aandacht op een positieve manier naar de pester, en je dringt vanzelf het pesten terug. Pesten is niets meer en niets minder dan op een negatieve manier aandacht vragen.

    Als daar mee omgegaan wordt op een consequente maar liefdevolle manier, wordt het probleem van het pestende kind opgelost of beter te hanteren. Als het pestende kind zich prettiger gaat voelen, zal het het pesten niet meer nodig hebben. 

    Creëren we mobielverslaafde, slechtziende kinderen?

    Vier en een half uur per dag zit een kind op zijn mobiel apparaat. Gemiddeld, in Amerika. Maar volgens deze universiteitshoogleraar zal dat gemiddelde in Nederland niet veel lager liggen.

    Vier en een half uur per dag.

    Dat zijn tweehonderdzeventig minuten.

    Per dag.

    Nu kan ik wel heel gemakkelijk met het vingertje gaan wijzen, maar dat doe ik niet, want ik vraag me direct af: hoe veel minuten per dag zit mijn kind op haar mobiel of tablet?

    Als ik heel eerlijk ben: waarschijnlijk ook al te veel. Maar ik ben er de laatste tijd ook meer op gaan letten, sinds ik hoorde dat steeds meer kinderen slechtziend of blind worden er van.

    Ik wil geen mobielverslaafd kind creëren, en ook niet dat mijn kind slechtziend of zelfs blind wordt door te veel beeldschermtijd.

    Maar… Wat te doen? Het is soms natuurlijk wel gemakkelijk. Want: iedereen heeft het druk, spelletjes zijn vaak leerzaam en soms is het gewoon gemakkelijk.

    Hoe beperk je dan dat beeldscherm gebruik?

    1. Vaste tijdstippen op een dag waarop het apparaat voor bepaalde tijd gebruikt mag worden;

    2. Kinderen zo veel mogelijk buiten laten spelen: meer speeltuinen, meer er op uit trekken, meer fietsen, wandelen, buitenspellen bedenken, skates, skateboards, gaan dansen, zwemmen, schaatsen!

    3. Kinderen die afspreken na school meer stimuleren om samen naar buiten te gaan (als straat niet veilig is in de tuin)

    4. Kennis is macht: kinderen informeren over wat te veel op een beeldscherm kijken met je ogen kan doen!

    Ik ben erg benieuwd naar jullie creatieve ideeën en oplossingen.

    Sorry, lief kind. (Een brief voor alle onderwijzers, ouders en begeleiders van Nederland)

    Deze brief heb ik geschreven aan het kind in mij, maar deel ik voor alle ouders, begeleiders en onderwijzers, zodat er meer begrip en begeleiding komt voor het anders lerende kind in het onderwijs van vandaag.

    Lief innerlijk kind,

    Ik zie je wel hoor. Je zit dan wel opgesloten en soms zorgvuldig weggestopt in een volwassen lijf met een volwassen brein, maar je bent er nog steeds. 

    Ik zie je. 

    Ik maak dan wel soms grapjes over je, als ik te hard lach of te enthousiast begon te dansen op een feestje; dan gaf ik jou de schuld. “Mijn innerlijke kind komt naar boven hoor!”. Maar dat ik grapjes over je maak betekent niet dat ik je uitlach, lief innerlijk kind. Ik maak namelijk meestal grapjes over mensen waar ik van hou.  

    Wat heb je het soms zwaar gehad.

    Je gebrek aan concentratie werd zo vaak verkeerd opgevat; men noemde dat vaak “geen zin”, “dromerig” of “met haar hoofd in de wolken”.

    Men vond dat je “eerst moest denken, dan doen.” Maar wat begrepen ze jou verkeerd; door te doen dacht jij. Je kon niet slecht leren, je leerde anders. Eerst de praktijk, dan de theorie.

    Verkeerd om! zei de wereld.
    Andersom! zeg ik je nu.
    Jij kende geen andere volgorde; toch werd jou verteld dat jouw volgorde verkeerd was en die van de wereld goed.

    Je kon niet goed studeren, zei men, wegens dat gebrek aan concentratie. Je werd een dromer genoemd, een zwever, te druk, te beweeglijk, je moest eens met beide voeten op de grond belanden. Dat jij tijdens het dromen de informatie verwerkte die je daarvoor al snel had gelezen of gehoord, wisten ze niet. Jij zelf wist dat ook niet, want daar was je te jong voor. Je wist alleen dat je wel je best had gedaan.

    En dat was ook zo.

    Wat had je het soms moeilijk, als je uit het raam staarde en daarop betrapt werd, terwijl je niet eens wist dat dat verkeerd was, of waarom. Dat je uit het raam staarde maar in gedachten rekensommen maakte of geschiedenisverhalen voor je ogen zag gebeuren, wist men niet. Of dat je uit het raam staarde omdat je hoorde dat een ander kind gepest werd en jij een oplossing daarvoor zocht. Ook dat zag men niet.
    Het naar buiten staren was alleen een andere manier van informatie verwerken, die voor jou goed werkte.

    Wat was het fijn geweest als meer onderwijzers of begeleiders jou hadden begrepen. Als iemand had gezien dat jouw manier van leren gewoon anders was, niet meer en ook zeker niet minder. Wat had het je veel ellende gescheeld als men jouw “afwezigheid” tijdens uitleg in de klas niet ten onrechte had geïnterpreteerd als desinteresse. Want dat je niet de goede kant uit keek, betekende lang niet altijd dat je niet luisterde.

    Lief kind, wat heb je het moeilijk gehad. Je werd door al deze dingen naar een vervolgopleiding gestuurd die op een lager niveau lag dan wat jij aankon, dus zette de verveling door. Je bladerde door de boeken en dacht; waarom is dit zo saai? Je motivatie zakte tot een dieptepunt, dus ging je je afzetten, door bijvoorbeeld helemaal niet meer te leren, want waar bleef toch die uitdaging?

    Je motivatie ging langzaam verloren ergens tussen verbale, theoretische uitleg en mensen die jou hun beperkende overtuigingen opdrongen. Helaas net zo lang totdat jij ze zelf ging geloven.

    Je was geen kind dat braaf uren studeerde: Je klom in bomen, bouwde dingen, schreef verhalen of maakte muziek. Je vormde melodieën in je hoofd, schreef liedjes, teksten, gedichten, of bedacht hele nieuwe dingen met je handen. Men noemde dat afkeurend dromerig, zelfs dom of in elk geval ongeïnteresseerd, terwijl je in werkelijkheid creatief was.

    De wereld gaat uit van leren op basis van theorie: pas als je die beheerst mag je in de praktijk gaan uitproberen, voelen, zien, aanraken. Jij leerde juist door eerst uit te proberen, voelen, zien en aanraken; daarna werd de theorie vanzelf behapbaar. Dat maakte je niet minder slim (wat ze ook zeiden!); je was gewoon een beelddenker, heel visueel ingesteld. Laat het me zien, dan begrijp ik het. 

    Lief kind, wat heb je moeten worstelen om je te bewijzen, omdat je wel wou maar niet mee kon met de meute. Wat was je jaloers op die kinderen die blijkbaar heel gemakkelijk de theorie tot zich namen. Wat benijdde je die kinderen, die uren lang met hun neus in de boeken konden zitten. Je voelde je heel vaak onbegrepen.

    De onmacht die ontstaat omdat mensen er van uitgaan dat je niet wilt, is groot. Zo groot, dat je hem mee zult nemen in je volwassenheid, als er geen begeleider komt die begrijpt hoe jouw brein werkt.

    Nu ben ik volwassen, lief kind. Ik ben nu een vrouw van 37 jaar en ik zeg namens alle volwassenen sorry tegen jou, lief kind. Je was gewoon een hartstikke leuk Pipi Langkous kind: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.”.

    Je was een doener, een maker, een oplosser, een bedenker. Je nam niet alles zomaar aan, je verzette je er zelfs tegen als je iets niet logisch of rechtvaardig vond, of dacht dat het beter kon. Nog zoiets waar niet alle begeleiders van kinderen goed tegen kunnen: kritiek van een kleiner mens.

    Sorry lief kind, namens alle volwassenen, die jou niet geloofden, niet vertrouwden, niet begrepen of je standjes gaven. Je was anders dan de rest, je paste niet in het keurslijf van de meute, dus propte men net zo lang aan je tot je er in paste, alhoewel dat was alsof je een vierkant in een cirkel propt; het kan er wel in, maar het past nog steeds niet.

    Je deed alles andersom, ondersteboven, vroeger of later; maar dat maakte het allemaal nog steeds niet verkeerd.

    P.S.: Wat was het fijn hè, die ene leraar die niet op je foeterde als je uit het raam keek, maar jou juist een “creatief kind” noemde.
    Of die leerkracht die jouw talent zag en je stimuleerde om er meer mee te doen. Die mensen die wél zagen wat je kon, en je op jouw manier lieten leren. Waren er daar maar meer van geweest.

    Liefs,

    Chrisje

    Ontplofte kinderkamer 

    Mijn telefoon roept dat ik een whatsapp heb. Ik open het scherm.

    “Zeg!!”

    Het is vriendin Kim die aan de andere kant van het land woont. 

    “Zeg het eens?”

    “Had je me niet even kunnen waarschuwen?”

    Ik vraag me snel af waarvoor: dat het woensdag is? Dat de wintertijd in is gegaan? Dat Trump niet aan de macht had moeten komen?

    “Eh, waarvoor?” antwoord ik voorzichtig. 

    “Nou, jouw kind is vier jaar ouder dan mijn kind. En ik wist dus niet dat dit zou gebeuren als kinderen alleen boven spelen!”

    Prompt volgde er een foto:


    “Aha, je hebt ze alleen boven laten spelen!” stuur ik terug, nadat ik een beetje tot bedaren ben gekomen van het lachen.

    “Ja! Ik dacht ik kan wel even buurten met die moeder beneden!”

    Oh, die onschuld. 

    “En kijk!” 


    “En er ligt een halve zandbak in het bed van onder hun schoenen! FML!”

    “Oké, listen up.” stuurde ik terug. “Drie basis regels bij speel afspraakjes: 1. Schoenen uit beneden aan de trap, 2. Kwartier voor einde speeltijd samen opruimen en 3. Kostbare spullen vooraf weg zetten.” 

    “Oké, Thanks. Maar eh, kun je geen handboek maken ter voorkoming van toekomstige rampen?”

    “Dat zou ik kunnen doen, maar dit is toch veel leuker?” 

    Ze heeft me daarna niet meer terug geappt. Vast omdat ze bezig is met opruimen. 

    WAARSCHUWING: denk GOED na voordat je een fidget spinner koopt!

    fidget-spinner-redOpeens verschenen ze o-ver-al: De fidget spinners. Een klein stukje concentratieverhogend speelgoed (alhoewel ik u kan vertellen dat mijn dochter niet geconcentreerd met haar boek bezig kan zijn terwijl ze één spinner op haar voorhoofd balanceert en de ander op haar schoen), dat opeens in ieder huishouden te vinden is.


    “Wat een onzin is dat nu weer.” dacht ik. Totdat de buurtvriendjes van mijn dochter een korte maar effectieve demonstratie gaven, met totaal niet onopvallende hints van mijn dochter er bij.

    Nou, vooruit. Eentje kan geen kwaad. Dacht ik. Dus ik kocht nietsvermoedend zo’n ding voor zes euro. Maar lieve ouders: PAS OP. Denk goed na voordat je zo’n ding in huis haalt. Er schuilt namelijk wel degelijk gevaar in die kleine rond draaiende dingen!!
    Zoals dat ik al twee avonden niet toe ben gekomen aan de afwas, bijvoorbeeld, omdat ik tijdens het Netflixen totaal afgeleid werd door het fidget spinnen. Vooral het balanceren op mijn duim gaat steeds beter. Op mijn dikke teen lukt helaas nog steeds niet.
    Ik geef het eerlijk toe: ik speel met de fidget spinner als Dochter slaapt. En het is ook nog leuk ook. Behalve als je hem per ongeluk volop draaiend tegen je wang houdt, bij wijze van experiment. Dat is minder leuk. 

    Het wordt dan wel concentratiebevorderend genoemd, maar ik heb een stapel afwas, een niet gedweilde keuken en een al ruim twee dagen stof vangende vloer die u anders zullen vertellen. 

    Basisdingen om te voorkomen dat je je kind opvoedt tot professioneel hufter.

    Er zijn een aantal dingen die je als ouder kunt doen, om er voor te zorgen dat je kind later geen onnoemelijke rothufter wordt. Het lijkt voor de hand liggend, maar toch.

    Dankjewel en alsjeblieft 

    Van onschatbare waarde. Als iemand zegt “doe mij eens friet” zal ik niet snel geneigd zijn om te gaan rennen. “Mag ik alsjeblieft …” klinkt een stuk vriendelijker, het kost niets en het opent deuren die anders gesloten blijven. 

    Dankjewel zeggen is ook al zoiets, dat sommige kinderen tegenwoordig niet meer lijken te kennen. Blijf er op hameren dat je kind netjes dankjewel zegt; het hoort bij de basis van beleefdheid en ze hebben er de rest van hun leven profijt van, als ze in de grote mensen wereld verder willen later.

    Bescheidenheid

    Je bent niet meer of beter dan een ander. Dus ook je kind niet. Voorkom prinsessen en prinsen syndromen en zorg ervoor dat je kind bescheiden is en vooral dat het leert niet neer te kijken op anderen, hoe anders het ook denkt dat ze zijn. Niemand is meer waard dan een ander. Nooit.

    Zerotolerance beleid voor pesten

    Hoe zeer ik ook van mijn kind houd, als ik er achter zou komen dat het andere kinderen zou pesten, dan zwaait er wat. Natuurlijk denk je in eerste instantie altijd, dat doet mijn kind toch niet? Maar als dan blijkt dat je kind dat toch echt wel doet; grijp in. Je kunt hier niet de oogkleppen voor op doen, hoe lief je je kind ook hebt.

    Niet wijzen in het openbaar

    Het lijkt heel simpel, maar dat is het niet. Kinderen merken snel op als er iets anders is dan anders, en zijn geneigd dan te wijzen of te staren. Leer je kind zo vroeg mogelijk dat het niet netjes is om te wijzen, al is het maar omdat dat heel onprettig is voor de persoon waar naar gewezen wordt (die weet immers misschien niet eens waarom je kind wijst).

    Telefoon of tablet 

    Als je een telefoon of tablet hebt, wil dat niet zeggen dat dat je vrijpleit van enige sociale interactie. Prima als kinderen zo’n apparaat bij zich hebben als ze ergens heel lang moeten wachten of op een verjaardag met alleen maar ubersaaie volwassenen (boring!), maar zorg er voor dat je kind wel nog echt antwoord geeft wanneer hem of haar iets gevraagd wordt, dat er nog fatsoenlijke begroetingen uit komen en dat er interactie blijft. 

    Anders heb je zo’n suf zombie kind, dat later niet kan netwerken voor zijn carrière, of dat heel veel spijt krijgt, van te weinig gesprekken met oma. 

    Eigenlijk zijn al deze punten zo voor de hand liggend als maar kan zijn. Toch denk ik, dat het niet verkeerd is om het de wereld in te slingeren. Je weet wel, voor het geval dat. 

    Leerkrachten, jullie zijn Bazen!

    pens, school, colorful

    Ze krijgen tegenwoordig de meest uiteenlopende problemen voorgeschoteld; leraren en leraressen. Waar vroeger de leerkracht meer op een afstand stond, is hij of zij tegenwoordig veel meer betrokken bij kinderen en hun ouders.

    Diagnoses, onderzoeken, rugzakjes, speciale behandelingen, dyslexie, concentratieproblemen…. Met de betere manier van onderzoeken en diagnoses stellen worden (gelukkig) steeds meer kinderen op tijd gediagnosticeerd. Maar met deze diagnoses komen ook extra taken. Extra uitleg.

    In het kader van passend onderwijs proberen scholen zo goed mogelijk het onderwijs aanbod aan te passen aan de behoeften van het kind. Waardoor leerkrachten veel flexibeler moeten omspringen met de wensen en behoeften van het kind. En dan te midden van een (vaak volle!) klas met 25 kinderen of zelfs meer.

    Ik moet zeggen, ik heb er veel respect voor. Leerkrachten krijgen geen tonnen salaris voor hun werk, maar zij doen het vaak wel vol overgave en met oog voor de kinderen.

    Ze horen de verhalen aan, troosten bij verdriet, moeten altijd up-to-date blijven qua vakkennis, hebben vaak na schooltijd nog tig uren werk aan vergaderingen en toetsen beoordelen, ze bemiddelen bij conflicten en moeten tussendoor ook nog er voor zorgen dat ze genoeg kennis overbrengen op onze kinderen, zodat ze klaargestoomd worden voor de toekomst. Ga er maar aan staan.

    En of het nu de meest dankbare job ter wereld is…? Vaak wordt bij problemen direct met het verwijtende vingertje richting leerkracht gewezen. Ik vind dat niet terecht. Ga jij maar eens een hele werkdag voor een grote groep kinderen staan met allemaal verschillende karakters, en zie dat maar eens de hele dag onder controle te houden.

    Natuurlijk gebeuren er dingen buiten hun zicht, simpelweg omdat ook leerkrachten geen ogen op hun rug hebben.

    Ik vind dat men wel eens vaker wat waardering voor leerkrachten mag uitspreken. Dus heeft jouw kind zo’n fijne juf of meester / leerkracht? Laat het ze ook eens weten. Ze krijgen al genoeg ellende te horen, een keer een compliment is ook fijn. Ze zijn immers ook sleutelfiguren in het klaarstomen van onze kinderen voor de toekomst.

    Hoe weet je of je een goede moeder bent?

    Elke moeder vraagt het zich wel eens af; ben ik een goede moeder? Zeker op de dagen waarop je wallen je knieën bereiken, je geduld nog maar minimaal aanwezig is en je het gevoel hebt op je tandvlees te lopen.

    Een goede moeder zijn heeft niets te maken met alles kunnen kopen voor je kind. Ook niet met een perfect gepoetst huis. Merkkleding (leuk hoor) zijn ook geen garantie. Een goede moeder zijn heeft ook niks te maken met het perfecte plaatje. Dat perfecte plaatje bestaat namelijk helemaal niet. Want nergens is het perfect. Zelfs niet bij die ene moeder, die alles altijd zo onder controle lijkt te hebben.

    Een goede moeder ben je, als je je af en toe afvraagt waar je in godsnaam mee bezig bent. Als je af en toe denkt: ben ik wel een goede moeder?
    Want juist dat bewijst dat je het als moeder graag zo goed mogelijk wil doen voor je kind.

    Een goede moeder heeft ook wel eens een slechte dag, een slechte week of een rot humeur. Een goede moeder verliest ook wel eens haar engelengeduld. En een goede moeder zegt ook sorry als ze iets verkeerd heeft gedaan.

    Want guess what: juist daarvan leren kinderen. Kijk, mama is ook niet perfect, mama heeft ook wel eens angst of een rotdag of verdriet. Dus als mama dat kan, mag ik dat ook. Mama zegt sorry als ze een fout maakt, en dat maakt haar juist menselijk.

    Laatst was ik in een speeltuin met dochter. Er doemde een super hoge glijbaan met matjes voor ons op. “Toe, ga je mee mama?”
    Maar deze mama heeft een ietsepietsie klein beetje heul veul last van hoogtevrees.
    “Uhhh…”
    “Kom op mama, je kunt het wel hoor!” moedigde haar stemmetje me aan. “Het lijkt nu misschien eng, maar het is echt heel leuk!”
    Zeg daar maar eens nee tegen.

    Dus daar ging ik, van de hoge glijbaan met mijn matje. Zij ging voorop. “Ik kom er aan!”  zei ik met bevende stem.
    En daar ging ik.
    Wat ik niet wist, was dat zo’n pokke-hoge glijbaan echt pokkesnel gaat. Dus ik gilde. En ik gilde hárd.
    Als een gillende keukenmeid kwam ik met een rotvaart ter aarde.

    “Mama, je moest er van gillen hè!” zei dochter verrukt.
    “Ja, ik vond het best spannend.” probeerde ik nog cool.
    “Ik ben trots op je hoor, mama. Maar jij zegt ook altijd; van proberen kun je leren en dat heb je nu ook gedaan!”

    Samen liepen we verder. Ik was zelf ook best trots. Imperfecties maken de moeder.

    De andere kant van moederdag

    Ah, moederdag. Je kunt er niet om heen; niet in de winkels, niet op de radio, niet op social media. Voor veel moeders is het dan ook een geweldige dag, met blote voetjes op de vloer die aan komen sluipen, met zelfgemaakte knutselwerken. downloadfile-1.jpeg

    Maar voor veel mensen lijkt het me vervelend dat je er niet om heen kunt. Lijkt het me een moeilijke, pijnlijke dag; bijvoorbeeld voor de mensen die hun moeder niet meer bij zich hebben. Behalve in hun hart en hun herinneringen.

    Ook voor de moeders die hun kindje verloren, lijkt het me een loodzware dag. Moeders die hun hart openstelden voor een kindje. Een kindje
    dat zo gewenst werd, maar dat nooit kwam. Waar zij al hun hoop op gericht hadden. De teleurstelling, de pijn en het verdriet zal op moederdag voelbaar aanwezig zijn, misschien nog meer dan op andere dagen.

    Op moederdag laat ik mezelf verrassen met een ontbijt op bed en een knutselwerk. Met extra knuffels en kusjes. En besef ik meer nog dan op andere dagen hoe veel geluk ik heb, dat mij dit gegund is. Dat ik dit mag meemaken, deze titel mag dragen. En denk ik aan al die moeders die er niet meer zijn, die gemist worden, die moeder zijn zonder kind.

    Als ik dan al die plaatjes en reclames hoor langs komen, dat je op moederdag niets hoeft te doen, niet hoeft te zorgen (hoe lief dat ook bedoeld is), dan denk ik: vandaag vier ik juist dat ik dat wel mag doen. Dat ik er nog ben om te zorgen. Dat ik niet naar het toilet kan gaan zonder gestoord te worden met vragen. Dat ik die blote voetjes op de vloer hoor aan komen sluipen. Ik ben er dankbaar voor.

    Waarom je je kind zo vaak mogelijk op schoot moet pakken

    Op schoot bij mama of papa. Er is geen veiligere of gezelligere plek.

    Je kunt het niet vaak genoeg doen, vind ik. Hoe gehaast je bestaan ook is en hoe veel je ook moet.
    Ik weet het, je hebt het druk. Het leven is druk. De wereld is druk. Haast, haast, haast. Maar op schoot staat de tijd stil. Je kunt elkaar aankijken. Je kunt kijken naar de details van hun wimpers en wenkbrauwen. Je kunt kietelen, knuffelen en gewoon lekker tegen elkaar aan hangen.

    Kinderen moeten zo vaak mogelijk op schoot. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Nu nog wel. Want in al die haast ontgroeien ze – zomaar, in wat een oogwenk lijkt – je schoot.
    Zijn ze opeens boven je uit gegroeid, of willen ze niet meer.

    En dan opeens komt de dag dat ze het ouderlijk nest verlaten. Daar gaan ze, met hun koffers, hun leven als volwassene tegemoet.

    Dan wens je dat ze nog even zo klein waren dat ze op je schoot pasten. Dat je nog even kon ruiken, knuffelen en kijken. Dat die handen nog handjes waren, of knuistjes met kuiltjes er in.

    Dus laat alles vallen waar je mee bezig bent, schuif je iPad of laptop van je schoot af en roep je kind bij je.

    Nu kan het nog.
    De rest komt later wel.

    Waarom moeders top werknemers zijn

    Oké, we komen soms werken met wallen tot op onze knieën, vanwege een nachtelijk snottebellenfestijn. Maar ondanks dat zijn moeders vaak top werknemers, om de volgende redenen:

    Opgeven is geen optie
    Al eens een hele nacht wakker gebleven met je kind en daarna de hele dag gewerkt? Nee? Moeders doen dat regelmatig. Maar zo’n beetje slaapgebrek houdt ons niet tegen.

    We werken Hard met een grote H
    Ja, we hebben een of meer nakomelingen. En die wachten op ons, na onze werkdag. Daardoor hebben we dus geen tijd om een uur bij de koffieautomaat te kletsen of om uren te internetten: wij willen het werk af hebben, voordat we stipt op tijd weg gaan: efficiënt werkende medewerkers dus, die het bedrijf niet onnodig overuren laten uitbetalen.

    Klantvriendelijk en stressbestendig
    Schreeuwende klant? Boze patiënt? Tierende mensen aan de telefoon? Nou en? Wij zijn niet zo snel onder de indruk.  Probeer maar eens een legoblokje uit de neus van je kind te halen terwijl het andere kind krijsend in de gordijnen klimt, met Dora op standje hardhorenden op TV, omdat je peuter aan de volumeknop van de afstandsbediening zat voordat ie hem verstopte, terwijl hij multitaskend en al een sterk riekende spuitluier fabriceerde.

    Plannen en organiseren
    Wij kunnen plannen en organiseren als de beste. Ingewikkelde roosters in Excel? Puh, wij organiseren een heel gezin inclusief alle buitenschoolse activiteiten, bezoekjes aan de tandarts, dokter en kapper, in combinatie met wat er ’s avonds op tafel moet staan en het organiseren van het huishouden, terwijl we ondertussen nog helpen met huiswerk maken. Zo’n Excel schemaatje, daar krijgen wij geen stress.

    Verantwoordelijk en perfectionistisch
    We hebben dan wel kinderen thuis, maar we hebben ook hart voor de zaak. Tegenwoordig ben je blij als je werk hebt, zeker als dat ook nog eens leuk werk is met genoeg uitdaging.

    Weet jij nog meer redenen waarom moeders goede werknemers zijn? Laat je horen in een reactie!

    Zwangere buik aanraken? Can’t Touch This!

    Het is alweer een hele tijd geleden dat ik zwanger was van ons kind. Maar wat ik me nog maar al te goed herinner, is hoe versteld ik er van stond hoe veel mensen aan je buik dachten te mogen zitten.
    En gek genoeg waren dat niet eens mijn vriendinnen of mensen die dicht bij me staan, maar vaak zelfs vage kennissen, toevallige voorbijgangers en collega’s. Nu weet ik niet hoe het met jullie zit, maar ik ben best wel gehecht aan mijn personal space. Natuurlijk, ik knuffel mijn naasten en goede vriendinnen graag. Maar van vreemden wil ik toch eerst wat meer weten, alvorens ze fysiek toenadering mogen zoeken.

    Ik begrijp dat zo’n uitpuilende buik (zeker die van mij, ik leek wel een drieling te dragen!) uitnodigend is. Een soort fysiek uithangbord. En ik vond het helemaal niet erg als mensen iets zeiden of vroegen over de zwangerschap. Maar dat aanraken, dat hoefde van mij nou ook weer niet. Er was zelfs een collega die het leuk vond om me telkens te verrassen door me van achteren te besluipen, en dan opeens die twee handen op mijn buik. Uh. Pardon?

    Er waren ook mensen die mijn loopje gingen na doen. Vonden ze grappig. Waggel, waggel, waggel. Hilarisch hoor, althans dat vonden zij. Ik niet zo. Ach ja.
    Als er vrouwen in mijn naaste omgeving zwanger zijn, voel ik ook wel die behoefte om er even een hand op te leggen. Maar wetende dat niet iedereen daar zomaar van gediend is, vraag ik het altijd even van te voren. Wel zo netjes, toch?

    Waarom “Trek het je niet aan” SLECHT advies is

    https://static.pexels.com/photos/23008/pexels-photo.jpg

    We zeggen het tegen elkaar. We zeggen het tegen onze kinderen. “Trek het je niet aan.” Waarom trek het je niet aan naar mijn mening slecht advies is, zal ik uitleggen.

    Degene die jou net over zijn probleem heeft verteld, zou het je waarschijnlijk niet verteld hebben als hij het zich niet al lang wel had aangetrokken. Er is een probleem, die persoon zit er mee, en dan kom jij met trek het je niet aan. Daar heb je dus helemaal niks aan, met je probleem.

    Allereerst zeg je met trek het je niet aan eigenlijk: je moet je er niet druk om maken. Dat is heel goed bedoeld natuurlijk, maar daar heb je niet zo veel aan als je je er wel druk om maakt. Want dat doe je al. Anders zou je er niet over praten, toch?

    Tegen kinderen zeggen we ook vaak dat ze het zich niet aan moeten trekken. Wat ik daar persoonlijk niet zo handig aan vind, is dat een kind dan het gevoel kan krijgen dat het probleem waar het mee zit, niet belangrijk genoeg is, niet mee telt, of in het ergste geval, dat het zich aanstelt. Want jij vindt dat het zich van dit probleem niets moet aantrekken, toch?

    In plaats van trek het je niet aan kun je misschien beter het probleem valideren en samen op zoek gaan naar oplossingen. Want hoewel jij misschien denkt dat de ander dit probleem makkelijk naast zich zou moeten kunnen neerleggen, voor diegene is dat (op dit moment) niet zo gemakkelijk. Toch?

    Vaccineren kinderen: wel of niet?

    hand, young, babyIn Nederland hebben we het Rijksvaccinatieprogramma, waardoor alle kinderen kunnen worden ingeënt tegen besmettelijke en gevaarlijke infectieziektes zoals de bof, mazelen (kan leiden tot longontsteking en hersenvliesontsteking), difterie, kinkhoest, polio en rode hond (kan bij zwangere vrouwen leiden tot miskraam, vroeggeboorte of aangeboren afwijkingen van de baby).

    Sinds de introductie van deze vaccinaties is de kindersterfte in West Europa drastisch gedaald. Toch zijn er ook nog steeds ouders die er  – ondanks de risico’s – voor kiezen hun kind niet te laten vaccineren, wegens religieuze redenen of uit angst voor het effect van de vaccinaties op de gezondheid van hun kind.

    Hoe meer ouders echter weigeren hun kind te laten vaccineren, des te groter is de kans dat deze gevaarlijke infectieziektes weer de kop op gaan steken. Door je kind te laten vaccineren bescherm je dus niet alleen je eigen kind, maar ook de gehele bevolkingsgezondheid.

    Op internet gaan er veel verhalen rond dat kinderen autisme zouden kunnen ontwikkelen door vaccinaties. De arts die dit beweerde is echter inmiddels uit functie gezet omdat hij fraudeerde en omdat zijn onderzoeksresultaten niet kloppend bleken te zijn. Het onderzoek waar hij aan werkte werd later om die redenen ingetrokken.

    Op de website van het RIVM vind je een video waarin antwoord wordt gegeven op de meest gestelde vragen die ouders hebben over de vaccinaties.

    Hoe heb jij de afweging gemaakt?
    Heb jij je kind laten vaccineren of niet?

    Haat jij Dora ook? There it is! 😂 #herkennenisdelen

    image
    Dora.

    Ah, Dora. Welke moeder kent haar niet? Het vrolijke poppetje met haar vriendjes op televisie, dat half Nederlands half English speaks to her little viewers.

    Naast dat dit al incredibly annoying is, is dat natuurlijk pedagogisch super verantwoord en spreken de helft van onze kinderen dankzij Dora al Engels nog voordat ze zindelijk zijn. We waren een keer in een binnenspeeltuin met onze dochter toen ze drie was. Opeens zag ik haar niet meer. Totdat ik een klein stemmetje uit een hoekje van het klimrek hoorde komen: “Please, rescue me, I’m stuck!”
    Ja, dat moet je Dora toch nageven.

    But all madness on a little stick, ik zou er als kind echt ho-ren-dol van worden, die vragen de hele tijd. ZIE JIJ DE WALVIS? vragen ze dan, terwijl rechtsboven in beeld overduidelijk een walvis komt opdoemen, terwijl voor de zekerheid links en rechts nog twee gigantische neon pijlen staan te knipperen. THERE IT IS!!

    Mijn kind heeft overigens nooit meegedaan met die interactie. “Als je even wacht, zegt Dora het zelf al, dus je hoeft niks te zeggen.” was haar droge conclusie. Gelijk heeft ze.

    Maar wat ik Dora wel moet nageven; ze was zo ideaal om even bij weg te dromen. Althans, voor het kind. Waardoor de moeder dan even tijd heeft voor een wasje, een dutje of een ongestoorde number two kan doen. Daarom – en daarom alleen! – tolereerde ik Dora.

    Swieber ook, met zijn eeuwige gejat, die kon ik wel wurgen op het laatst. “Met Christmas mag je niet stelen Swieber!” riep Dora de huiskamer in.
    Ah, mooi.
    Alleen met kerst mag je niet stelen. 
    De rest van het jaar, ach, als je het met kerst maar niet doet.
    “Zie jij de hypocrisie in Dora?” mompelde ik interactief en al tegen het televisie scherm.
    “There it is! You did it!”

    Vechten na de hersenbloeding – Het verhaal van Benjamin

    Benjamin, een kerngezonde jonge man in opleiding voor luchtverkeersleider, kreeg in 2010 – op zijn zevenentwintigste – plotseling een hersenbloeding door een aangeboren defect in zijn hersenen.

    Hij vocht twee maanden in het ziekenhuis voor zijn leven, waarna hij nog ruim een jaar voor zijn herstel vocht in revalidatiekliniek Adelante.

    image
    Benjamin in het ziekenhuis

    Van de ene op de andere dag stond het leven van Benjamin en zijn vrouw Marieke op zijn kop. Benjamin was toevallig die avond nog thuis gebleven; de dag er na zou hij vertrekken naar Amsterdam, waar hij doordeweeks verbleef om zijn opleiding tot luchtverkeersleider te volgen.

    Op de badkamer voelde hij een enorme hoofdpijn en merkte hij dat de linkerkant van zijn lichaam het niet meer deed.

    Hij riep zijn vriendin: “Marieke, er is iets mis.” Toen Marieke de badkamer op kwam, zag ze dat de linkerkant van zijn gezicht was gaan hangen en dat zijn linker arm niet meer werkte, waarna ze direct de nooddiensten inschakelde.

    image
    Benjamin in het ziekenhuis. Onder een koeldeken vanwege de hoge koorts / bacterie

    Vanaf dat moment begint de achtbaan. In het ziekenhuis wordt hij geopereerd aan een aangeboren defect in zijn hersenen. Artsen kunnen lange tijd geen prognose geven. Het stel en hun familie leven weken lang in grote spanning. Daarnaast wordt Benjamin geteisterd door een bacterie, die zorgt voor langdurige hoge koorts en uiteindelijk ligt Benjamin een maand lang in coma op de intensive care.

    image
    Benjamin in het ziekenhuis (2010)

    “Vanaf dat moment word je geleefd. Het enige dat telt is overleven. Je denkt nergens anders meer aan.”
    Benjamin komt uit het ziekenhuis met een halfzijdige verlamming. Zijn lichaam is aan de linkerkant volledig verlamd. Artsen verwachten niet dat hij ooit nog zal kunnen lopen. Maar Benjamin en zijn vriendin Marieke houden hoop. “Ik dacht, ik zal ze laten zien dat ik het wel weer kan leren.”

    Nu, vijf jaar later, loopt Benjamin weer. Er is veel gebeurd sinds die noodlottige avond. Na de revalidatie periode komt Benjamin in een tevens moeilijke periode terecht. “Wanneer je uitbehandeld bent, laat het revalidatie centrum je los. Je moet alles zelf doen. Alles is anders. Ik was altijd super zelfstandig en vroeg niet graag om hulp. Plotseling word je op jezelf terug geworpen. Het was een echt gevecht.”

    Terug naar de opleiding in Amsterdam kan hij helaas niet meer. Maar thuis blijven zitten is geen optie: Benjamin zoekt net zo lang totdat hij Dynalean vindt, een werkgever die hem in zijn oude vakgebied (ICT) aanneemt.

    “Na die gitzwarte periode heb ik Marieke ten huwelijk gevraagd. Ze is altijd naast me blijven staan, heeft me nooit los gelaten. Ik heb een enorm respect voor haar kracht en haar vertrouwen in mij. Ze zei volmondig ja. De trouwdag was emotioneel en erg mooi. Ik was zo trots dat zij mijn vrouw was geworden.”

    image
    Benjamin en Marieke op hun trouwdag

    Na de bruiloft raakt Marieke in verwachting van hun zoontje, Dastan.
    “Het is een wonder dat ook deze droom, die we ooit vanzelfsprekend achtten, ook uit kwam voor ons. Maar ook het krijgen van een kindje was een uitdaging. Met name in de dagelijkse verzorging is het wel eens pittig en probeer ik zo veel mogelijk om mijn verlamming heen te werken. Ik ben trots op onze zoon en hoe goed hij het doet. Ik had jaren geleden nooit durven dromen dat we nog eens een gezin zouden vormen.”

    “De ambulance broeders dachten dat ik het ziekenhuis niet zou halen. De chirurg dacht dat ik de operatie niet uit zou komen. De fysiotherapeuten in het ziekenhuis dachten dat ik niet meer zou leren lopen. De mensen van de revalidatie kliniek dachten niet dat ik ooit nog voor een normale werkgever kon werken. Gelukkig ben ik eigenwijs en altijd vol blijven houden, en is me uiteindelijk meer gelukt dan wie dan ook ooit had verwacht.”

    Nu, anno 2015, leeft het gezin samen en zijn ze sterker dan ooit. Benjamin weet nog steeds niet van opgeven.
    “Dit was dan ook een goed moment om iets te doen voor Serious Request. Ik wil laten zien dat je alles kunt bereiken, als je er maar voor knokt. Ik besloot te gaan trainen voor een halve triatlon. Ik train daarvoor bij Anytime Fitness in Geleen. Ik hoop met mijn actie zo veel mogelijk geld in te zamelen voor kinderen in oorlogsgebied. Zodat zij ook kunnen vechten voor hun toekomst.”

    Wil jij Benjamin steunen in zijn actie? Ga dan naar https://kominactie.3fm.nl/actie/ben-unstoppable en sponsor zijn actie!

    Het ouderschap: Fantastisch, maar ook heel vies.

    Het is fantastisch om moeder te zijn. Echt, geweldig. Ik zou het nooit anders willen. Maar het ouderschap is naast geweldig en mooi en fantastisch ook vaak bijzonder vies.
    “Mama, kijk! Ik heb een hele grote neuzevreutel gevangen!” Of je wil of niet (je wil niet), daar staat je kleuter, vlak voor je neus, met een wonderbaarlijk grote vangst uit de zijne. Natuurlijk gebeurt dit niet thuis, waar tissues en stromend water voorhanden zijn. Dit gebeurt midden in de supermarkt, net die ene keer dat je geen tissues bij je hebt.

    Kerstavond, bijvoorbeeld. De mooiste tijd van het jaar. Je maakt je kleintje klaar om te vertrekken naar het Familie Diner. Al weken hingen de allermooiste kleertjes klaar, ver weg van de andere gewone kleren, zoals die geweldige, onverwoestbare jeans van de Zeeman en de Hema. Nadat je je kleine wolk hebt gebadderd en ze fris ruikend in haar mooiste kerstjurkje hebt gehesen (dat meer kostte dan jouw complete kerst outfit bij elkaar) en exact drie minuten voordat je moet vertrekken naar het Diner, ruik je opeens een verdachte geur. Alsjeblieft, laat het niet waar zijn, fluister je tegen de kerststal onder de boom, terwijl je je omdraait en je peuter in slow motion lachend weg ziet kruipen met een bruin-groenig plakaat van peuterdiarree op haar rug. Dwars door het veel te dure stof heen.

    Ouderschap is gewoon vies. Je leert dingen die je nog nooit geweten hebt, zoals hoe ver een kraaltje omhoog kan in een neus, hoe ver een kind kan projectiel braken, en hoe smerig zwemwratjes zijn als ze open gekrabd worden. En: hoe hygiënisch je het ook probeert aan te pakken, het is nooit genoeg. Hoe steriel je huis ook is, iedere dag worden er gratis en voor niets school- en opvang bacillen mee naar binnen gedragen. Je kunt nog zo er tegen vechten; dat helpt niet.

    “Pietertje moest poepen vanmiddag, tijdens de pauze op school.” vertelde kindlief ons eens, uiteraard toen we zaten te eten. “Oh, uh, oke.”
    “Maar de juf had geen tijd om met hem mee te gaan naar binnen.”
    “Waarom zou de juf mee moeten gaan naar binnen?”
    “Ja, omdat hij zijn billen nog niet zelf kan af vegen!”
    “Oh, zo.”  zei ik, en nam een hap van mijn eten.
    “Dus heb ik het maar gedaan.”
    Mijn eten bleef ergens halverwege mijn keel steken.”Wat heb je gedaan?”
    “Zijn billen voor hem afgeveegd! Want het was zo zielig voor hem en hij moest echt erg veel poepen!”
    Mijn hoofd had een gevecht met mijn eten: wel of niet terug omhoog komen. U kent het wel.
    Ik overwoog of ik moest vragen of ze haar handen wel had gewassen, maar besloot dat ik het niet wilde weten.

    Ouderschap. Het is geweldig. Het is bijzonder mooi, liefdevol, maar vaak ook stinkend, vies, en groen.

     

    Waarom de “Pedagogische Tik” helemaal niet pedagogisch is

    Een lel om je oren, of een pak billenkoek. Vroeger was het de normaalste zaak van de wereld. Tegenwoordig vinden zelfs nog veel mensen dat de “Pedagogische Tik” moet kunnen op zijn tijd.

    Ik ben daar zelf 100% op tegen. Allereerst omdat je daarmee een kind voordoet, dat wanneer je onmachtig bent om een conflict op te lossen, fysiek ingrijpen geoorloofd is. Die “Pedagogische Tik” is helemaal niet pedagogisch, juist eerder een teken van onmacht en frustratie van de ouder.

    Onderzoek wijst uit dat kinderen die die pedagogische tik wel eens vaker krijgen, op latere leeftijd een ontregeld stress systeem hebben en meer last krijgen van hart en vaatziekten, depressie en andere ziekten zoals fybromialgie en chronisch vermoeidheid syndroom.

    Zo onschuldig is die pedagogische tik dus niet op lange termijn. Tevens stijgt de kans dat de ouder wel fysiek gaat ingrijpen bij het overschrijden van de fysieke grens. Dat alleen al is voor mij reden genoeg om bij mijn standpunt te blijven; fysiek tikken uitdelen is onnodig en schadelijk voor je kind.

    Helft jonge kinderen kiest schoonmaakmiddelen boven speelgoed!

    Je moet er niet aan denken dat je kind per ongeluk schoonmaakmiddelen binnen krijgt. Toch gebeuren er jaarlijks nog duizenden ongelukken met huishoudchemicaliën.

    Kinderen tussen de 0 en 4 jaar lopen het grootste risico. De oorzaak? Kinderen zien het gevaar niet en vinden de producten interessant.

    image
    Bron: VeiligheidNL

    Om te voorkomen dat kleine kinderen deze schoonmaakmiddelen innemen dienen deze altijd buiten handbereik van kinderen te staan, dus: hoe hoger, hoe beter!

    Zorg dat je kind er niet aan kan komen op een onbewaakt ogenblik. Dus ook niet heel even die fles chloor op het toilet laten staan, niet de vaatwastabletten laten slingeren, et cetera.

    Hoe hebben jullie de schoonmaakmiddelen opgeborgen?

    Het hele artikel van VeiligheidNL lees je hier.

    Bron: VeiligheidNL.

    Dicht bij je zieke kind – het Ronald Mcdonald huis is onmisbaar!

    Als je kind ziek is, wil je dicht bij hem of haar zijn. Deel deze video van het Ronald Mcdonald huis: het blijft onmisbaar!

    Anti super food moeders, verzamelt u!

    Nee, nee, nee, nee, nee!
    Ik word er niet goed van, al die artikelen en vingerwijzende betweters, over hun gojibessen en andere super foods. Ik bedoel: kom op man! Ik zocht me laatst helemaal het apezuur naar een pak gewone ordinaire cruesli, omdat ik eerst honderdduizend dozen speciale super food cruesli met bessen, super zaad en godweetwat er in aan de kant moest mikken.

    Kunnen we even met zijn allen normaal gaan doen, ja? Welke moeder heeft nu in vredesnaam tijd om elke dag een lunch box met drie honderd compartimenten vol haver, spelt, speciale super bessen en raw food in elkaar te mikken, zonder zich na verloop van tijd (lees: twee dagen) de haren uit het hoofd te trekken van ellende?

    Dus, nee, nee, nee! Ik doe er niet aan mee. Gewoon, volkoren boterhammen met gezond en oei, ja, soms ook zoet beleg. En meestal krijgt ze een flesje water mee, maar soms ook gewoon ordinair appelsap, in plaats van biologisch geconcentreerd extract van welopgevoede, genetisch verantwoorde appels, die uit zichzelf vrijwillig uit een boom zijn gevallen.

    Ik bedoel, kom op, die kinderen maken tegenwoordig al genoeg mee: het is al erg genoeg dat ze al als peuter de cito toets moeten afnemen. Met al die druk kunnen ze best dat beetje extra suiker gebruiken. Joe!

    Twee gigagoede redenen om geen foto’s van je (half) naakte kind op Facebook te zetten

    Je ziet ze vast regelmatig op je tijdlijn voorbij komen: het super schattige kindje van de buren in het badje, op het potje, noem maar op. Misschien zet je zelf ook wel eens van die snoezige foto’s online.

    Er zijn echter twee gigagoede redenen om dat niet te doen, en als je dat wel al hebt gedaan, om dan een aantal foto’s alsnog te verwijderen.

    Internet stikt van de creeps

    Je denkt misschien dat je foto’s goed afgeschermd zijn, maar is dat wel zo? En hoe weet je zeker dat die verre oud achterbuurman van je ouders in jouw vriendenlijst niet toevallig een pedofiel met verkeerde gedachten is?

    Online struinen creeps het Internet af, op zoek naar deze foto’s, die jij volkomen nietsvermoedend als trotse ouder deelt met je vrienden. Je moet er toch niet aan denken dat de dierbare potjes foto’s van jouw kindje in verkeerde handen komen? Gewoon niet doen. Leuk voor in het babyalbum, niet online.

    Wat vindt je kind er later van?

    Wij hadden vroeger, in de tijd dat er nog niets online ging, heerlijk anonieme privacy, als kind. Onze ouders zetten niets online. Ik moet er niet aan denken dat mijn vrienden in mijn puberteit half naakte baby/peuter foto’s van mij hadden kunnen terugvinden op mijn moeders facebook. Gun je kinderen wat privacy.

    Ze kunnen er zelf nu misschien nog niets van vinden; reden te meer voor ons als ouders, om hun privacy te bewaken.

    Mijn kind is niet de beste!

    Ik weet het, iedereen is trots op zijn kind. En iedereen wil dat van de daken schreeuwen, dat snap ik ook wel. Maar bah, wat word ik er soms naar van, hoe sommige moeders opscheppen over hun kroost. Mijn kind kan al dit, mijn kind ligt al vijftien jaar vooruit op zijn klasgenootjes, mijn kind is superieur en mag nu – met zes jaar – al doorstromen naar het middelbaar onderwijs. Fok of met je wonderkind! Om het maar even netjes te zeggen.

    Wie denk je nou eigenlijk dat je bent, dat jouw kind een of ander superkind moet zijn? Hoe bevalt het jouw kind trouwens, al die verwachtingen die nu al drukken op zijn of haar jonge schoudertjes? En, belangrijker nog: waarom moet jouw kind per se perfect zijn? En, belangrijkerderderder nog: Wat zegt dat over jou? Ben je zo perfectionistisch dat je zelfs je kind hebt omgebogen tot een project dat een goede en voorspoedige doorlooptijd moet hebben?

    “Mijn kind was al met een jaar of anderhalf zindelijk.” Oh, echt? Die van mij kon toen net haar tenen in haar neusgaten stoppen, met haar volgens het consternatiebureau te mollige – maar zeer lenige! – beentjes. Vond ik ook knap.

    “Mijn kind eet al raw food en olijven.”
    Gefeliciteerd, de mijne eet Olvarit macaroni, en die met spinazie kan ze al heel doelgericht op de muur mikken met haar koddige vingertjes.

    Weet je, ik snap het allemaal wel. Ik zat ook te glunderen van trots dat ze zo goed was in puzzelen. Tegelijkertijd vroeg ik me ook wel eens vertwijfeld af of ze ooit nog zou gaan lopen, voordat ze met 19 maanden pas door de woonkamer liep.

    Maar weet je, mijn kind is niet de beste. En ik ben er maar wat trots op. Ze zal in sommige dingen goed zijn en in sommige dingen minder goed. Ze zal fouten maken, vallen, weer opstaan, ze zal geen wonderbaarlijk talent in ALLES hebben. Geen wonderkind. Maar weet je? Juist die dingen die je niet goed kunt, maken dat je nederig blijft. Dat je nieuwsgierig blijft. Dat er altijd in het leven nog iets te leren zal zijn. Lijkt me veel leuker opgroeien, overigens, wetende dat je fouten mag maken en zonder die ouderlijke druk om alles perfect te moeten kunnen.

    Waarom alleenstaande moeders Bazen zijn

    bron: pexels.com
    bron: pexels.com

    In Nederland waren er in 2011 320.000 alleenstaande ouders, waarvan 87% vrouw is: dat betekent dat er ongeveer 278.400 vrouwen in Nederland zijn die hun kinderen alleen opvoeden.

    Ga er maar aan staan: je kind(eren) alleen opvoeden. Het lijkt me loodzwaar. Als ons kind bijvoorbeeld ziek is, en ik trek het even meer niet na slapeloze nacht nummer drie, dan neemt mijn man het van me over. Als alleenstaande ouder heb je die hulp lang niet altijd, of is dat in elk geval niet vanzelfsprekend: Het leeuwendeel komt op jou neer. Dat lijkt me verre van gemakkelijk.

    Maar ook de rest; de dagelijkse verzorging, het huishouden, de administratie, de regel dingen, het naar school brengen en weer ophalen, de doktersafspraken, de begeleiding bij het huiswerk, de tandarts afspraken, gesprekken op school…. de pijntjes, de was, de strijk, de maaltijden die bereid moeten worden.

    Ik herhaal het nog maar eens: ga er maar aan staan. Ik heb er een immens respect voor, die moeders (en ook de vaders!) die deze verantwoordelijkheid alleen dragen. Je moet er stevig voor in je schoenen staan, zowel emotioneel als fysiek.

    Ik ben benieuwd naar de ervaringen van alleenstaande moeders: waar loop je tegen aan, wat zijn de problemen / uitdagingen, wat zijn de mooie kanten?

    Heb je een sociaal vangnet waar je gebruik van maakt om toch ook tijd voor jezelf te creëren? 

    Dreigement van een Heilige Knuffel

    image
    De Heilige Knuffel

    Ik ben de woordvoerder van alle Heilige Knuffels van kinderen, ja, zelfs overal ter wereld.

    Voor jou lijk ik misschien maar een lapje stof met een koddig hoofdje er op, maar voor je kind ben ik écht. Ik heb een naam, ik word overal mee naar toe gesleept, ik word bij alles betrokken, ik hoor alle verhaaltjes en dromen en geheimpjes van je kind. En boven alles: zonder mij wordt er niet geslapen. Ik herhaal: zonder mij wordt er niet geslapen. Ahá! Nu heb ik je aandacht.

    Aangezien slapen erg hoog staat op de prioriteitenlijst van ouders wereldwijd, lijkt het me goed te benadrukken wat voor onvervangbare rol ik speel, óók in jullie nachtrust. Zonder mij kan jullie kindje niet slapen. Ergo: Zonder mij doet u geen oog meer dicht. En denk vooral niet: we kopen een reserve. Jullie kind is slimmer dan dat.

    Ja… In feite zijn jullie dus net zo afhankelijk van mij, als jullie kind. Wat voor duur betaalde baan je ook hebt, of je nu directeur of hotemetoot of wat dan ook bent: bedenk je eens hoe snel het bergafwaarts kan gaan, bij genoeg gebrek aan slaap.

    Of dat een dreigement is? Chantage, zegt u?

    Kom kom, ik ben maar een simpele knuffel.

    Het enige wat ik vraag, is het volgende bescheiden eisenpakket:

    1. Een regelmatige wasbeurt
    2. Geen ongewenste intimiteiten meer door de hond des huizes!
    3. Indien bovenstaande onverhoopt toch weer gebeurt, herhaal 1.
    4. Bij verkoudheid  van mijn kleine baas: herhaal punt 1. Bij buikgriep: herhaal drie maal. Maar niet te heet, dan krimp ik.
    5. Ik wens niet meer onderin de logeertas te belanden. Ik ben van cruciaal belang voor het welbevinden van het hele gezin. Behandel mij ook als zodanig. Bovendien ben ik licht claustrofobisch.

    Je ziet: het zijn maar een paar simpele wensen, die je verzekeren van een goede nachtrust.

    Vind je dat te veeleisend?
    Ik ben niet de moeilijkste: ik kan me met gemak eens een dag en een nacht goed verstoppen, ergens in huis. Bespreken we het de dag er na gewoon opnieuw.

    Toedels uit Knuffelland!

    Beertje.

    Aan de ouders die langs het voetbalveld staan te schelden op de scheids

    Ik las in de column van Youp (die van ’t Hek) dat hij op de radio hoorde dat er een psycholoog was, die ouders begeleidt, die langs het voetbalveld staan te schreeuwen.
    Ik moest de zin een paar keer opnieuw lezen. Waarschijnlijk omdat ik het niet wilde begrijpen. Ouders begeleiden om te leren niet te schelden en foeteren langs de kant van het voetbalveld?

    Echt waar? Ja, echt waar. Zo diep zijn we dus gezonken. Ouders kunnen hun kind niet gewoon meer kind laten zijn, en al helemaal niet de scheids de scheids laten zijn. Nee, die ouders, die weten het natuurlijk allemaal veel beter dan een getrainde professional. Als u me zoekt: ik ben even ergens met mijn hoofd tegen een muur aan het bonken met een straaltje kwijl uit mijn mond.

    Dames en heren, dit gaat toch zevenhonderddrieëndertig stations te ver. Waar zijn we als ouders mee bezig, als we de scheids niet meer zijn werk laten doen? Als we zo fanatiek worden dat we moeten schelden en schreeuwen tijdens een SPEL?

    Goed voorbeeld, hoor.

    Maakt niet uit als je een foutje maakt tijdens het voetballen, Hans junior, want papa of mama zal er altijd zijn voor je. Met een rood hoofd en een torenhoge bloeddruk. In je nek hijgend en scheldend als een viswijf. Dat wel. Maar er is altijd, altijd iemand voor je, Hans junior, die je zal leren dat verliezen geen optie is en dat jouw fouten al-tijd goed te praten zijn. Je zult nooit de vervelende ervaring hoeven meemaken van, ik noem maar wat, eigen verantwoordelijkheid, vallen en weer opstaan, je eigen lessen leren. Ik zal er altijd staan, klaar om je fouten goed te schreeuwen, je straf af te nemen en je voor de rest van je leven te verpesten. Zo veel houd ik van je, Hans junior.

    Die psycholoog heeft natuurlijk slim gehandeld. Een zwart, gapend gat in de markt. Want het zijn natuurlijk vooral de echte strebers, die die begeleiding richting gezond boeren verstand nodig hebben. Ik vrees echter dat die weg een hele, hele lange zal zijn.

    Droomkind.

    Daar sta ik dan. In de supermarkt, oververhit, met achter en voor me twee perfecte mama’s met perfect luisterende kinderen. Mijn kind daarentegen hangt vast met haar voet achter een railing langs de kassa, omdat ze niet stil kon staan. Wat ze overigens nooit lijkt te kunnen: stil staan.

    Hoe doen andere moeders dat, hun kind vooraf drogeren of zo? Nah, dat zal wel niet. Terwijl ik de zweetdruppels van mijn voorhoofd veeg, probeer ik met mijn andere hand Kindmens te bevrijden uit benarde positie nummer 36. Benarde positie nummer 36 van vandaag, ja.

    Maar als ik dan weer eens struikel over mijn eigen voeten op een verder recht oppervlak, dan weet ik het. Of als ik weer eens tegelijkertijd aan het stofzuigen en afwassen ben. Of als ik mijn telefoon weer eens tegenkom in de koelkast. Als ik me hardop afvraag waarom ze de hele dag door aan een stuk door praat, antwoordt echtgenoot met een sarcastisch “Ja, hoe zou dát nou kunnen hè?”

    Dan dringt het tot me door. Ze lijkt gewoon op mij, het arm schaap. Ze wil alles mee krijgen, alles tegelijk doen. Een rij voor de kassa is voor haar geen rij voor de kassa. Die gang is voor haar een speel paradijs met dingen waar ze op kan klimmen. Ze praat de hele dag, om de wereld om zich heen te begrijpen. Zo doet ze dat.

    Natuurlijk leg ik haar grenzen op. En natuurlijk moet ze op sommige momenten gewoon bij de les blijven. Maar een dromer is ze al van baby af aan. Dat zal ze ook altijd blijven. Gelukkig maar.

    Aan die idioten die met 60 km per uur door de woonwijk scheuren.

    Beste idioot,

    Regelmatig zie ik je door mijn straat rijden. Soms ben je net 20, soms ben je al in de 40.

    Ik weet het, je hebt haast.
    Je hebt enorme, verschrikkelijke haast. Of je bent geboren met een veel te zware rechtervoet. Of je hebt een hele vette nieuwe auto. Of je wil gewoon heel stoer doen.

    Wat je reden ook is om met minstens 60 kilometer per uur door de woonwijk te scheuren; ik snap het. Je bent jong, stoer, je wil niet onderdoen voor anderen. Of je bent ouder en hebt chronisch last van opgejaagdheid. Ik snap dat heus wel.

    Maar denk eens even terug aan toen jij jong was. Als het goed is, heb je wel eens op straat gespeeld. Als het nog beter is, heb je dat heel vaak gedaan. Herinner je je het nog? Voetballen met je vrienden, beetje rondhangen, beetje fietsen, naar de speeltuin lopen en rond hangen met je vriendjes.

    Een kind dat achter een geparkeerde auto uit komt, zie jij nooit aankomen met jouw snelheid. Laat staan dat je nog kunt ontwijken. Of op tijd remmen. Wil je dat echt, een moordenaar worden? Wil je echt een kind dood rijden? Nee? Waarom speel je dan Russische roulette met kinderlevens? Want dat doe je wel namelijk, met je ingetrapte gaspedaal.

    Denk je dat het jou niet zal overkomen? Denk je dat jij goed genoeg overzicht hebt? Denk je dat jij wel snel genoeg kunt remmen? Denk dan eens opnieuw. Denk dan meteen ook even goed aan je neefje, nichtje, je eigen kind of de kinderen die je kent.

    Denk aan hoe zij lekker in hun eigen wereldje zitten te spelen op de stoep.
    De bal van een van de kindjes rolt de straat op. Hij gaat er snel achteraan en let niet op. En daar kom jij de bocht om, met je gaspedaal. Het kindje kijkt nog net op, voordat je het raakt met je auto. En dan -want jij bent het enige wat jou interesseert, toch?- is jouw leven opeens nooit meer hetzelfde. Om over het leven van zo’n kindje nog maar te zwijgen.

    Dit is geen onmogelijk scenario, dit gebeurt heel vaak. En het kan jou ook overkomen. Tenzij je besluit je gaspedaal niet zo hard in te trappen in de bebouwde kom. Ook niet omdat je haast hebt. Ook niet omdat je boos bent op wie dan ook, en al helemaal niet omdat je stoer wil zijn.

    De scholen zijn weer begonnen. Goed moment om met je hart te gaan rijden.

    Ouders van kind (3) rijden weg zonder kind en merken dit pas op na 200 kilometer..

    De Franse ouders van drie kinderen lieten hun dochtertje (3) achter op een rustplaats onderweg.

    Het achtergebleven kindje werd opgevangen door voorbijgangers en kon alleen melden dat haar ouders, broertje en zusje waren weg gereden.

    Toen de Franse politie via de radio een oproep deed, kwamen de ouders van het kind er achter en keerden ze terug om haar op te halen.
    (Bron: NOS.nl)

    Wat vind jij: ongelofelijk, of kun je je er iets bij voorstellen?

    Hoe een Bugaboo advertentie zich de woede van moeders wereldwijd op de hals haalt

    De bugaboo reclame foto die tot een hoop verontwaardiging leidde bij moeders wereldwijd.  Bron foto: adweek.com
    De bugaboo reclame foto die tot een hoop verontwaardiging leidde bij moeders wereldwijd.
    Bron foto: adweek.com

    Bugaboo dacht haar potentiële klanten aan te spreken door het top fitte, strak uitziende model Ymre Stiekema te laten rennen achter hun kinderwagen in het Nederlandse Vogue Magazine. 

    Ze konden er niet verder naast zitten.

    Het internet stroomde vol met verontwaardigde moeders. Naar mijn mening is dat wel terecht, want laten we eerlijk zijn: zo strak ziet de gemiddelde kersverse moeder er echt niet uit. Daarbij ziet het kindje in de kinderwagen er een beetje uit alsof het door alle G-krachten achterover gedrukt zit in de kinderwagen; lijkt me nou niet bepaald genieten van de uitzichten om je heen, als mama zo hard rent dat je niks in je op kunt nemen. Maar goed, ik kan niet oordelen over de moeder-kwaliteiten van het model, dus dat laatste is enkel een aanname.

    Maar, Bugaboo, kom op. Jullie weten toch hopelijk ook wel, dat de gemiddelde moeder er niet zo strak en gespierd bij loopt? Misschien zouden we dat wel willen, he, maar we zitten met een paar minuscule obstakeltjes, zoals genetische aanleg, chronisch slaapgebrek, en dat soort dingen. Daarbij; al zouden we zo’n figuur hebben, dan zouden we nog niet snel in zo’n inimini bikini gaan rond rennen achter de kinderwagen.

    Want, A) zo’n bikini lijkt me niet comfortabel (plus, waar laat je de spuugdoekjes, je huissleutel en je los hangend vel?) Ze heeft ook nog eens geen babytas bij zich. Nu weet ik niet of haar kind over dezelfde geweldige genen beschikt als moeder, maar mijn kind heeft altijd te pas en te onpas haar luier vol gemaakt op de meest ongemakkelijke momenten. Er dus van uit gaande dat ze in die bikini allerlei magische vakjes heeft zitten voor haar telefoon en haar sleutels, snap ik dan nog steeds niet waar ze haar luierdoekjes, luiers, snoetenpoetsers en reserve fles heeft gelaten.

    Daarbij zie ik ook geen reserve parka; en iedereen weet dat het in Nederland nooit slim is om zonder je regenlaarzen en parka de deur uit te gaan. Ook niet in juli.
    En dan nog iets; als ze gaat zwemmen, want daar ga ik wel van uit gezien de bikini, dan had ze nog veel meer bij zich moeten hebben. Zwembandjes, zonnebrand crème voor baby’s en volwassenen, handdoeken en crocs voor in het zwembad. Waar heeft ze die dan gelaten? Nee, ik vind dit geen logische reclame foto. Maar ja, het is dan ook een reclame foto, schijnbaar hoeft daar geen logica aan ten grondslag te liggen.

    Nee, Bugaboo, de meeste moeders worden niet blij van zo’n reclame foto. Want A) het is niet realistisch of haalbaar voor de meeste vrouwen en B) het ziet er niet comfortabel uit en C) ons kind vereist dat wij een heleboel meenemen voor onderweg. Als jullie volgende keer een iets meer gemiddeld model zoeken, met kleding aan en maat 40 en zo, inclusief hier en daar wat los hangend vel, een uitpuilende luiertas en de voor moeders herkenbare wallen, dan mag u mij een bericht sturen.

    Bron foto: dailymail.co.uk

    Waarom ALLE moeders bazen zijn

    Moeders zijn echte bazen. En nee, niet alleen de moeders die zonder pijnstilling zijn bevallen, via de natuurlijke weg, die vervolgens drie jaar borstvoeding gegeven hebben.

    ALLE MOEDERS ZIJN BAZEN.
    En hieronder staan ze voor je neer gezet; alle moeders die baas zijn, omdat ze alles voor hun kinderen over hebben, op welke manier dan ook.

    De moeders die met een keizersnede bevallen zijn.
    De moeders die pijnstilling nodig hadden tijdens hun bevalling.
    De moeders waarbij borstvoeding niet lukte.
    De moeders waarbij borstvoeding wel lukte ook.
    De moeders die via IVF zwanger raakten zijn al helemaal bazen, want zij hebben niet alleen een pijnlijke bevalling er voor over, maar ook een vaak pijnlijk voor traject richting zwangerschap.
    De moeders die niet (meer) zwanger kunnen raken.
    De moeders die hun kindje veel te vroeg moesten loslaten en moesten afstaan aan het hiernamaals, om welke oneerlijke reden dan ook.
    De moeders die miskramen te verwerken krijgen zijn bazen.
    Moeders die ziek zijn, en zichzelf ondanks hun ziekte toch blijven inzetten voor hun kinderen, zijn megabazen.
    De moeders die oververmoeid zijn, zijn bazen.
    De moeders die een kind adopteren zijn super bazen.
    De pleegmoeders die de kinderen van andere moeders opvangen in tijden van crisis, zijn bazen.
    De moeders die het niet meer weten, zijn bazen.
    De moeders die een postnatale depressie krijgen zijn bazen.
    De moeders die oma worden, zijn opperbazen.
    De moeders die fulltime werken zijn bazen, maar moeders die parttime werken of thuis blijven zijn dat net zo goed.
    Oh, en moeders die hun kind(eren) alleen opvoeden, zijn net zo’n bazen als de moeders die het met partner doen.

    Zo veel moeders, zo veel omstandigheden. En geen een moeder is meer of minder waard dan de andere.

    GEVANGEN IN EEN HETE OVEN

    Vandaag begon als een mooie dag. We gingen naar buiten en daarna nog even snel om een boodschap. Ik had zin in de rest van de dag; meestal met dit mooie weer gaan we dan nog ergens naar een park, of naar een meer om te zwemmen, of iets anders leuks doen. Ik was er helemaal klaar voor.

    Maar wat begon als een mooie dag, begint nu in snel tempo een nachtmerrie te worden. Ze moesten nog heel even een boodschap halen, zei ze tegen hem. Alleen een pak zout en een paar flessen frisdrank. Dus lieten ze me hier achter. Alleen. Opgesloten. Warm. Heet. De eerste minuten ging het nog wel een beetje; de auto staat in de schaduw en het raampje op een kier.

    Maar ergens in de afgelopen minuten veranderde deze auto, waar ik me normaal zo fijn in voel, in een bakoven. Het wordt steeds warmer en ik voel me steeds ellendiger. Ik zweet enorm en krijg steeds minder lucht. Ik heb me nog nooit zo angstig en benauwd gevoeld. Ik kom er ook niet uit; ze hebben me opgesloten. Hoe konden ze dit nu doen?

    Ik hoop telkens dat ik ze terug zie komen, maar ondertussen duurt het steeds langer en word ik steeds zwakker. Ik heb geroepen om hulp, maar ik heb er inmiddels geen lucht meer voor. Het voelt alsof iets heel hard mijn keel dicht knijpt.

    Ze zouden maar een paar minuutjes weg blijven, zei ze. Dat heeft ze beloofd. Ik voel me zo opgesloten en alleen.. Ik wou dat ze me meegenomen hadden.
    Het blijft maar duren. Ik ben bang dat het niet goed met me gaat aflopen; ik heb geen kracht meer om te roepen of te proberen te ontsnappen. Ik begrijp niet wat er met me gebeurt, maar ik zal maar gaan liggen. Ze zullen zo hopelijk wel komen.. hopelijk gaan we dan nog naar een park of naar een meer.

    Maar eerst moet ik mijn ogen even sluiten. Het is gewoon te heet. Even maar….

    OUDERS, leg jullie telefoons eens wat vaker weg…

    Leg die telefoon eens wat vaker weg... (bron foto: Pexels.com
    Leg die telefoon eens wat vaker weg…
    (bron foto: Pexels.com

    Een tijd geleden zag ik hoe een kind een ander kind behoorlijk agressief toetakelde. Moeder van de toetakelende jongen stond er bij, maar keek er niet naar. Ze stond namelijk op haar mobiel te kijken. Dat was veel belangrijker.

    Een tijd geleden hoorde ik een kindje meermaals haar vader roepen om hulp. Papa reageerde niet, want hij was druk bezig met zijn mobiel. Pas toen het kindje begon te gillen schrok hij wakker.

    Ook zag ik een kindje van nog geen twee jaar oud gevaarlijke stunts uithalen in het grote kinderen gedeelte van een speeltuin, waar ze duidelijk nog niet klaar voor was. Papa en mama zaten verzonken in hun mobiel op een stoeltje, heel erg mentaal afwezig te zijn.
    En even dáárvoor zag ik een vader bijna een flink ongeluk veroorzaken, doordat hij hands-unfree zat te bellen achter het stuur, met kind achterin.

    En dit was allemaal in het afgelopen jaar.

    Toegegeven: Een beetje verslaafd aan ons mobieltje zijn we bijna allemaal wel. Toch heb ik de laatste jaren een zinvolle gewoonte ontwikkeld: ik leg overdag regelmatig een hele tijd mijn telefoon weg. Dat rot ding – alhoewel zinvol communicatie middel – zorgde er namelijk voor dat ik regelmatig afgeleid was in het contact met mijn kind.
    Dus besloot ik om mijn mobieltje tijdens “de wakkere uren” van mijn kind zo weinig mogelijk aan te raken.

    Want hoe leuk al die statussen op Facebook ook zijn en hoe verslavend die spelletjes ook werken, je wil niet dat je kind zich later van zijn jeugd voornamelijk jouw gebogen hoofd en afwezigheid herinnert.

    Zwembaden luidden eerder ook al de noodklok: ouders gaan zó op in hun mobiel of laptop, dat ze slecht toezicht houden,  waardoor kinderen steeds vaker in nood komen of dreigen te verdrinken. Je zou het jezelf toch nooit vergeven.

    We willen dan misschien niets missen; altijd op de hoogte van het laatste nieuws en de meest recente berichten op Facebook. Maar als we ons daar in verliezen, worden we geheid over tien tot twintig jaar wakker met wroeging; onze kinderen opgegroeid, het ging zo snel, hebben we wel genoeg met ze geknuffeld? Genoeg met ze gespeeld? Hebben we voldoende echte een op een aandacht gegeven? Of stonden wij op die mooiste momenten net in te checken op facebook? Waren we met onze volle aandacht bij het moment, of zaten we net bij een digitale kennis te neuzen?

    Het leven vliegt voorbij, kinderen groeien voor onze ogen op. Voor je het weet staan ze met hun koffers in de gang, klaar om op zichzelf te gaan. Als je op dat moment geen enkele spijt wilt voelen, leg dat ding dan eens wat vaker weg. Althans, op zijn minst tijdens de wakkere uren.

    Waarom kinderen hun ouders soms niet begrijpen

    Ik snap het wel hoor, dat kinderen hun ouders soms niet begrijpen.

    Liegen is fout! (Tenzij wij het doen.)
    Allereerst leren ouders hun kinderen (hopelijk) om netjes te zijn, beleefd, en eerlijk. Maar kinderen zijn van nature al vaak eerlijker dan volwassenen. Wij prenten het ze toch nog eens extra in, hoe belangrijk het is dat ze altijd de waarheid spreken. Totdat de leeftijd komt waarop kinderen ontdekken dat de man met de mijter niet bestaat. Na jaren braaf oefenen met eerlijk zijn, niet liegen, ook niet om bestwil, komen ze er dan achter dat ze jarenlang glashard voorgelogen werden door hun eigen ouders nota bene, op een akelig moeiteloze manier. En dan heb ik het nog niet over de pieten, de paashaas, de kerstman en zo verder.

    Gij zult verdomme nog niet vloeken
    Vervolgens zeggen ouders dat ze geen foute woorden mogen gebruiken. Scheldwoorden zijn uit den boze, want zo ben je niet opgevoed. Totdat mama of papa in de auto afgesneden wordt door een andere automobilist, of totdat een ipad per ongeluk in duizend stukjes kapot valt op de keukenvloer. Dan vliegen de scheldwoorden door het huis, wat niet mag, maar als je ouders het zeggen is dat natuurlijk wel rechtvaardigd, toch?

    (Zelf lijd ik overigens aan “pijnschelden”. Ik zeg altijd netjes “sjips” in plaats van shit. Tenzij ik me écht hard pijn doe. Dan komt er een willekeurig scheldwoord uit. Dat komt omdat ik niet nadenk als ik echt pijn heb. Maar leg dat maar eens uit, als je je kind wil bijbrengen dat schelden niet mag.)

    Het mobiele tijdperk
    Dan heb je nog zoiets moois. Kinderen moeten zo veel mogelijk bewegen, buiten spelen, binnen spelen, niet te lang televisie kijken of op hun tablet spelen. Want nee, dat is ongezond en niet verantwoord!

    Papa en mama zitten echter regelmatig vrolijk en onbewust vast geplakt aan hun telefoon of ipad, checken direct in als ze het pretpark betreden. Kijk maar eens om je heen in een binnenspeeltuin: geen ouder die geen mobiel of tablet bij zich heeft. Als de kinderen maar bewegen!

    Ik zag eens een peuter van twee gevaarlijk hoor klimmen in een binnenspeeltuin. Zo hoog, dat ze bijna in de voor haar veel te gevaarlijke tunnel glijbaan kon vallen. De ouders zagen het niet: ze zaten beiden verzonken in hun tablet of telefoon, mét mp3 speler in de oren.

    Nobody is perfect
    Geen enkele ouder is perfect. De meeste ouders doen dingen in het belang van hun kind en gelukkig meestal met de allerbeste intenties. Vaak gaan dingen onbewust. Maar ja, ik snap dus wel waarom kinderen hun ouders af en toe niet begrijpen.

    Hoe zeggen ze dat ook alweer?
    Children won’t do what you say,
    Children will do what you do.
    Lead by example.

    Stress? Doe eens heel langzaam aan!

    Stress is verraderlijk. Te veel stress is op lange termijn zelfs heel ongezond. Toch overkomt het veel mensen: je agenda is continu overvol, aan je werk lijkt geen eind te komen en uiteraard luisteren je kinderen voor geen meter, net op het moment dat je écht haast hebt en het je niet kunt permitteren om vertraging op te lopen. Juist dan is het goed om in de slow motion modus te gaan!

    Professioneel stresskip

    Al jaren was ik professioneel stresskip. Met een druk bestaan, een gezin, een huishouden en een leuke maar drukke baan er bij was er altijd wel iets dat niet lukt. Vroeger kon ik dan ook regelmatig “overkoken”. Ik liet me volledig opjagen door het dagelijks leven en ademde pas rustig als ik in bed lag. En zelfs dan vaak nog niet. Mensen om me heen zeiden wel eens dat het toch wel goed zou zijn als ik er aan zou denken om tussen twee zinnen door adem te halen. Dat soort adviezen kreeg ik wel vaker.

    Op een dag was ik het gestrest zijn zo beu, dat ik besloot iets zeer tegennatuurlijks te doen. Althans, voor mij voelde het zeker niet natuurlijk; zeker de eerste tijd niet. Ik besloot om op de meest stressvolle momenten op mijn dooie gemakje te gaan doen. Doen alsof ik aaaaalle tijd van de wereld had.
    Ik begon bij een van de meest stressvolle momenten die ik me kon bedenken: je weet wel, na het werk, met honger en een vermoeid kind, in de supermarkt. Eerder was ik dan gehaast, geïrriteerd en moe. Aan dat vermoeide kon ik niet veel doen, maar aan het geïrriteerd en gehaast zijn wél, bedacht ik. Bovendien was ik het beu om altijd maar te moeten rennen, om bij de winkel buiten te komen met maar de helft van de boodschappen die ik nodig had.

    Op je dooie gemakje door de winkel

    Dus probeerde ik het. Ik deed op mijn dooie gemak de boodschappen. Dacht rustig na over de aankopen. Bekeek de dingen die mijn kind opmerkte in de winkel. Bewonderde rustig met haar de aardbeien en de bananen. Door mijn relaxte houding – al was het nog onwennig – werd mijn kind een stuk minder jengelig. Ze voelde mijn ontspannen houding feilloos aan en werd er zelf ook een stuk gezelliger van.
    In de rij voor de kassa, waar ik me normaal altijd stond af te vragen waarom het zo lang moest duren, maakte ik nu een praatje met de vrouw voor ons.

    Resultaat: alle boodschappen binnen, kind blij, ik blij, en we hadden er geen vijf minuten langer over gedaan dan normaal.

    Do try this at home!

    Ben jij ook voortdurend gestrest? Altijd maar aan het haasten? Zet jezelf eens in de slow motion stand: Druk letterlijk op je eigen rem. Probeer het eens uit. Hoe vaker je het doet, hoe beter het je zal lukken.

    Ali B barst in tranen uit tijdens ode aan zijn kinderen bij DWDD

    Ali B bracht in DWDD een muzikale ode aan zijn kinderen. Hij hield het daarbij niet droog. De mensen bij DWDD trouwens ook niet.  En ik ook niet. Wat een mooie beschrijving van het proces dat ieder ouder doorloopt in het zien opgroeien en daarmee loslaten van zijn kinderen. Hulde aan Ali!

    Leuk filmpje om te delen met je moeder voor moederdag…

    Dit filmpje is leuk om te delen met je moeder, om haar eens extra in het zonnetje te zetten!

    Fout
    Deze video bestaat niet

    Drukdrukdrukdrukdruk? Vijf GOUDEN tips voor werkende moeders

    Veel moeders werken tegenwoordig buitenshuis. Dat is leuk, maar het zijn vaak wel erg veel ballen die je tegelijkertijd in de lucht moet houden. Weet je af en toe niet meer hoe je het moet regelen allemaal? Groeit het werk je boven het hoofd? In deze blog vind je vijf tips die je leven als werkende moeder wat gemakkelijker maken. Heb je aanvullingen op deze tips? Laat hieronder een reactie achter!

    1. Bestel je boodschappen!

    Bestel online je boodschappen; dat scheelt je een hoop tijd.  Bron foto: www.ah.nl
    Bestel online je boodschappen; dat scheelt je een hoop tijd.
    Bron foto: http://www.ah.nl

    Ik begin meteen met dé gouden tip voor iedereen die zijn tijd efficiënter wil indelen. Want natuurlijk is het niet je hobby om iedere dag weer die supermarkt in en uit te zeulen met tassen vol spullen. Al helemaal niet met een vermoeid, hongerig en te pas en te onpas weg rennend kind bij je.
    Wat je kunt delegeren, is het halen van boodschappen. De meeste supermarkten bezorgen tegen een kleine vergoeding je boodschappen gewoon aan de voordeur. Vul online je boodschappenbestelling in, of stuur een e-mail naar je buurtsuper met je bestelling, en je hebt in één keer al je weekboodschappen in huis. It’s so simple!

    2. Verdeel de taken goed (en eerlijk)
    Als je een partner hebt, is het goed om vaste afspraken te maken over wie wat doet. Klinkt misschien kinderachtig, maar aan het eind van de dag wil jij niet degene zijn die alles doet, terwijl je partner lekker onderuit ligt op de bank. Eerlijk verdelen dus, die taken. Zorg er voor dat je beiden doet waar je goed in bent, en ben ook niet te beroerd om wat water bij de wijn te doen.

    3. Je kids kunnen ook iets
    Ook al doen ze misschien zeer vakkundig alsof dit niet zo is, toch kunnen kinderen (vanaf een bepaalde leeftijd) ook echt wel een handje helpen in het huishouden. Wijs een vaste tafeldekker aan, een vaste woonkamertafelopruimer, en spreek een dag in de week af waarop de kinderen zelf hun eigen kamer op moeten ruimen. Want laten we eerlijk zijn; als ze zich nog net niet verwaardigen om hun voeten op te tillen als jij langs komt met de stofzuiger, terwijl zij bezig zijn met hun spelletje op de i-pad, weet je dat het tijd wordt voor wat meer samenwerking binnen je gezin. Desnoods zet je een beloningssysteem op: wie zijn taken goed uitvoert, verdient het zakgeld van die week bij elkaar.

    4. Poetsen
    Als je je een huishoudelijke hulp kunt veroorloven, is het absoluut aan te bevelen om hulp van buitenaf in te schakelen. Zeker als je jezelf er op betrapt dat je om half twaalf ’s avonds nog de badkamer aan het poetsen bent. Bespreek het met je partner en bekijk of een hulp in de huishouding budgettair te doen is. Is dat niet zo? Spreek dan een vaste dag in de week af waarop jij en je partner het huis onder handen nemen. Teamwerk zorgt voor een stuk minder frustraties en een geëmancipeerde relatie, wat anno 2015 gewoon zo hoort natuurlijk.

    5. Telefoon uit
    Eh… wat zegt u? Telefoon uit?
    We kunnen het ons bijna niet meer voorstellen: een mobiel die uit staat. Want hoe moeten we in vredesnaam een paar uur zonder Facebook, Twitter, Instagram, Pinterest, Snapchat, etcetera? Nou, gewoon, die knop in duwen en uit zetten. Je zult er van versteld staan hoe creatief je wordt, als je eens even niet aangekoppeld bent aan de rest van de wereld via je telefoon. Plotseling heb je weer tijd voor dat ene project dat je al zo lang wilde starten, zit je opeens toch dat fotoalbum in te plakken dat al vijf jaar lag te wachten, of haal je je hometrainer opeens toch van zolder. Telefoon UIT; leven AAN. Enjoy!

    Postnatale Depressie: het Taboe van de Grijze Wolk

    Ik kan er nu over schrijven. Dat heeft wel heel lang geduurd. Om er over te kunnen praten heeft drie jaar geduurd. Als je bevalt van je kind, verwachten jij en je omgeving een roze wolk. Beschuit met muisjes, een gelukkige, stralende, blije moeder. Toen ik beviel van onze dochter, hield ik meteen van haar. Maar de wolk was verre van roze.

    Vaak heb ik er over nagedacht om mijn ervaring met anderen te delen; ik ben immers schrijfster, ik blog, ik deel, dus waarom dit niet? Omdat het te zwaar op de hand is? Misschien. Te persoonlijk? Ook wel een beetje. Taboe? Ja, dat ook wel vrees ik. Toch deel ik het.

    Omdat ik denk dat er nog steeds een te groot taboe rust op postnatale ellende. Omdat ik denk dat er veel vrouwen zullen zijn, die zich kunnen herkennen in mijn verhaal. Om die vrouwen te helpen, die helemaal geen roze wolk hebben en denken dat ze daar misschien wel helemaal alleen in zijn: dat zijn ze dus niet.

    Voor mij begon het allemaal al tijdens de zwangerschap. Ik was erg blij om in verwachting te zijn, maar voelde me onder invloed van de zwangerschapshormonen al vaak verre van mezelf. Toen er tijdens de zwangerschap ook nog een medische complicatie werd ontdekt bij ons kindje, waarvan niet direct bekend was of het ernstig was of niet, werd het een stuk erger. Ik sliep steeds slechter, maakte me ontzettend veel zorgen. De bevalling kwam twee weken na de uitgerekende datum op gang en was zwaar. Na de bevalling moesten er testen gedaan worden, echo’s, MRI scans. Daar lag mijn baby’tje dan, in zo’n groot MRI apparaat. Het ging allemaal niet zo als het in de boekjes stond; althans niet die boekjes die ik gelezen had. Daar boven op kon ik de enorme hormoon wisseling die bij de bevalling kwam kijken niet aan. Ik heb een aantal weken lang elke dag gehuild. Waarom wist ik ook niet precies. Normaal gesproken ben ik een optimistisch mens en huil ik zelden! Ik durfde pas na een week of zes naar buiten met de kinderwagen. Overal maakte ik me zorgen over; de risico’s, de verantwoordelijkheid, de angst, het greep me naar de strot. Hoewel ik verstandelijk ook wel wist, dat dat niet nodig was. Tijdens de babyborrel die we gaven ter viering van de geboorte, zat ik als een moeder leeuwin naast de kinderwagen waar ons kindje in sliep: de Mexicaanse griep heerste op dat moment en niemand mocht te dicht in de buurt komen. Ik weet alleen nog dat ik dankbaar was toen het weer voorbij was. Ik was zo overbezorgd, dat genieten, zelfs op die mooie dag, voor mij niet mogelijk was.

    Ik kan me nog goed herinneren dat iemand van het consultatiebureau op bezoek kwam. Mijn man en ik vroegen haar of het kon dat ik een postnatale depressie had, omdat ik zo veel moest huilen. Ze vroeg of ik liefde voelde voor mijn kind. Ja, was daarop mijn eerlijke antwoord. “Dan heb je geen postnatale depressie. Want als je dat zou hebben dan voel je helemaal niets.” was de conclusie. Ruim twee jaar later leerde ik pas dat die conclusie volkomen onterecht was. Postnatale depressie heeft vele symptomen, maar het is niet per definitie zo dat je bij een postnatale depressie niets voelt voor je kind. Dat kán een symptoom zijn, maar sommige moeders met een postnatale depressie zijn juist enorm overbezorgd. Ze voelen zich zo overweldigd door de zorgen, dat dat gaat overheersen. Dat was dus bij mij het geval.

    Het was alsof iemand een grijze deken over mijn bestaan had gegooid. Ik probeerde naar de buitenwereld toe de blije, nieuwe moeder te zijn. Speelde de rol waarvan ik dacht dat die van me verwacht werd. Thuis was ik overbezorgd, gespannen en bang. Ik zorgde uitstekend voor ons kind, maar dat was dan ook het enige dat ik kon doen. Meer energie had ik niet. Omstaanders blijken zich achteraf toch zorgen te hebben gemaakt, maar net niet genoeg om aan de bel te trekken. Pas na twee jaar kwam ik er achter dat ik een postnatale depressie had gehad, en begon ik langzaam weer een beetje mezelf te worden. Er kwam een einde aan de tranen, langzaam voelde ik mijn vertrouwen in mijn eigen kunnen weer groeien. De storm was voorbij; sindsdien zit ik gelukkig op mijn – verlate – roze wolk. Ik geniet nu al bijna vier jaar met volle teugen van alles wat het moederschap te bieden heeft.

    De invloed die hormonale veranderingen op een vrouw kunnen hebben, worden nog veel te vaak onderschat. Mensen die een zwangere en pas bevallen vrouw begeleiden, moeten het verschil herkennen en erkennen tussen een paar dagen babyblues en een postnatale depressie.
    De symptomen moeten bekend zijn, want het is voor moeders al moeilijk genoeg om zich kwetsbaar op te stellen. Ik had zelf nooit verwacht dat ik – een van nature positief, optimistisch en doorgaans vrolijk mens – me ooit zo diep ellendig zou kunnen voelen.

    19 april – Dag tegen Pesten: zet de middenmoot in!

    Morgen is het de landelijke Dag tegen Pesten. Dat is belangrijk, want pesten verwoest levens.
    Is die stelling niet iets te dramatisch? Nee.

    Als voormalig lijdend voorwerp van pesterijen kan ik beamen dat het nogal wat met je doet. Het ondermijnt je zelfvertrouwen en maakt dat je continu in een staat van angst verkeert. Het thuis vertellen, aan mijn ouders, was niet denkbaar. Dat lag niet aan mijn ouders, maar wel aan de diepgewortelde angst dat het pesten daarna alleen erger zou worden. Dus zweeg ik. Ik kan me de buikpijn op zondag nog herinneren, als ik er aan dacht dat ik de dag er na weer moest gaan. En het jezelf continu afvragen wat je verkeerd doet. Ik kon het me niet bedenken. En dat was niet bepaald goed, want daardoor ging ik er dus in geloven dat ik verkeerd was.

    Toen ik naar de middelbare school ging, was ik erg bang. Ik nam me voor om de meest stoere jongen of meid uit te zoeken en daar naast te gaan zitten. Als ik maar blufte, leek ik misschien niet zo kwetsbaar. Het werkte: De middelbare schooltijd was fantastisch. Ik had vriendinnen en vrienden en zelfs vriendjes. Ik blufte mezelf gelukkig.

    Uiteindelijk is alles goed gekomen met mij. De middelbare school tijd was fijn en gaf me vertrouwen. Maar het diep gewortelde, eenzame gevoel van onveiligheid in een groep kan me tot op de dag van vandaag nog wel eens overvallen. Dan zet ik mijn bluf weer in, want daar ben ik goed in. Terug pesten of zelf pesten zal ik nooit doen. Ik heb ook nooit mee gepest. Als ik het zag gebeuren, nam ik het op voor de gepeste persoon. Niet omdat mij dat bepaald populairder maakte, maar omdat ik het simpelweg niet kon aanzien (en nog steeds niet, want het stopt niet op de middelbare school; ook veel volwassenen hebben er last van).

    In plaats van voornamelijk te focussen op de twee meest in het oog springende groepen, de gepeste en de pestende  kinderen, moet naar mijn mening ook veel meer gelet worden op de middenmoot; de kinderen die niet gepest worden maar ook niet pesten. De kinderen die aan de zijlijn staan en toekijken. Als die zich inzetten om de gepeste persoon te beschermen en verdedigen, wordt de pester vanzelf meer geïsoleerd. En dat maakt dat de pester juist niet bereikt wat hij wil: macht over de groep.

    Misschien iets om over na te denken.

    WAT ZULLEN DE MENSEN WEL NIET DENKEN?

    Wat zullen de mensen wel niet denken?
    Je kent de uitdrukking vast wel. De inhoud van die uitdrukking staat me steeds meer tegen. Al mijn hele leven ben ik getraind en zeer vaardig geworden in wat de mensen wel niet zullen denken. Dat wordt al jong aangeleerd, want sociaal onwenselijk gedrag vertonen staat garant voor een correctie inclusief een herinnering aan wat de mensen wel niet zullen denken. Ik ben de genoemde mensen zelf overigens nog nooit persoonlijk tegen gekomen; in mijn fantasie zijn het een soort afkeurend blikkende zombies geworden, die van een afstandje alles bekijken wat ik doe, “Kijk nouuuu wat ze doettt…” fluisterend, gepaard met vermanende vingertjes en een hoop afkeurend gemompel.

    Buiten de box denken
    Wat de mensen wel niet zouden denken kan je afremmen op allerlei gebieden. Als je bij alles wat je doet gaat nadenken over wat de mensen er van gaan denken, durf je amper nog je veters te strikken. En toch heeft het me jaren gekost om te komen tot het besef dat ik nu heb.

    Al van kinds af aan wordt ons geleerd om rekening te houden met. We passen ons aan, doen wat van ons gevraagd wordt en willen zo weinig mogelijk opvallen, om vervolgens, als we dertig of veertig zijn, trainingen te moeten volgen waarin ons geleerd wordt om `outside the box´ te denken. Dat voelt dan weer heel onnatuurlijk, want ja, je hebt net dertig of veertig jaar gespendeerd aan het afleren van exact dat.

    Natuurlijk is het niet de bedoeling dat mensen als volwassene in de metro trots hun neus-inhoud-vangst aan omstanders tonen, maar bepaalde dingen die kinderen van nature doen, zijn bijzonder creatief en zouden naar mijn mening niet afgeremd moeten worden om wat een vreemde groep buitenstaanders er misschien wel niet van zou kunnen denken. Bovendien is het een te vaag begrip, en is ook niet duidelijk wíe dan bedoeld wordt, wát ze dan zouden kunnen denken, en bovendien wordt zelden de vraag gesteld of dat dan erg is, als mensen van buitenaf een mening hebben. Néé, we moeten dat vóór zijn, we moeten zorgen dat ons gedrag zo gewoon is en zo normaal en netjes binnen de lijntjes, dat men met een vergrootglas zou moeten gaan zoeken naar iets dat abnormaal of incorrect is volgens de maatstaven van ´de mensen´.

    Eén, twee, uit de maat
    Volgens mij zijn de beste inventies gedaan juist door diegenen die zich weinig aantrokken van wat de mensen zouden kunnen denken. Want iets nieuws bedenken vergt juist datgene doen wat nog nooit iemand eerder heeft gedaan of gedurfd. En verandering, goed of fout, dat wekt vaak in eerste instantie verzet op bij mensen. Dat is gewoon een natuurlijke reactie, omdat mensen in eerste instantie graag bij het oude vertrouwde blijven. Maar als alles bij het oude was gebleven, tja, dan had ik nu met een vulpen deze blog moeten schrijven en honderd keer moeten overschrijven om deze dan bij mensen in de brievenbus te gooien, of gewoon voor de deur, want de brievenbus was dan nog niet uitgevonden, of eigenlijk had ik het dan dus iedereen moeten vertéllen, of moeten omzetten in een grottekening, want als niemand ooit iets uitgevonden had waren er ook geen pennen geweest en geen papier. Dus. Ik wil maar zeggen.

    Tegendraads
    Om heel eerlijk te zijn, hoe hard ik ook geprobeerd heb om altijd rekening te houden met wat de mensen wel niet zouden denken, is het me nooit helemaal gelukt. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. En dus blijf ik toch doen wat ik van nature altijd al wilde: creëren, fantaseren, ook al betekent dit dat dit soms misschien als tegendraads en eigenwijs word ervaren. En wat de mensen daar wel niet van zouden denken? Weet ik veel. Misschien denken ze er wel niet van, dat het een goed idee van me is. Wat ze ook denken, ik laat me er niet meer door tegenhouden. Zonde van al mijn ideeën en creatieve oprispingen. Ik raad het echt iedereen aan, vooral ook die mensen, die er wel niet iets van zouden denken.

    KIPPENVEL: “Thank You Mom” – Inspirerend én ontroerend voor alle moeders!

    Een ontzettend mooi, inspirerend en ontroerend filmpje: hoe moeders hun kinderen, mét vallen en opstaan, leren om te gaan met het leven:

    GASTBLOG + Creatieve Wedstrijd oproep voor tekenaars! Gastblogger Jessica vraagt zich af waarom er zo weinig “roze” kleurplaten zijn

    Gastblogger Jessica Maes vraagt zich af, waarom er nog zo weinig “roze” kleurplaten zijn, waar kinderen die uit een roze gezin komen zich mee kunnen identificeren. Want anno 2015 moet dat toch eigenlijk heel vanzelfsprekend zijn?

    Een gastblog door Jessica Maes: Buiten de Lijntjes.

    Gastblogger Jessica Maes

    Afgelopen week was voor mij een week van verwondering. Een eerste verwondering was dat ik gevraagd werd voor dit gastblog (dank je wel, Chrisje!) en een tweede was toen ik het fenomeen `kleurboek voor volwassenen` ontdekte.

    Bij kleurplaten voor volwassenen dacht ik direct aan niet-zo-kindvriendelijke, beetje vadsige prentjes, die je enkele kwartslagen moet draaien voordat je precies ziet wat het is… Dat mijn fantasie op hol was geslagen werd duidelijk toen ik de mandala´s en de bloemenpatronen in handen kreeg. Nu ik moet zeggen dat al het kleuren best meditatief werkte. Je gedachten dwalen af. Wel moet ik erbij vertellen dat ik er ook licht gefrustreerd van raakte. Ja, Ik kreeg het namelijk niet precies zoals ik het wilde en zo af en toe kleurde ik per ongeluk buiten de lijntjes… en kleurplaten die horen nu eenmaal binnen de lijntjes gekleurd te worden. Dat het maken van een kleurplaat helemaal hot and happening is, hoef ik hier niet meer te vertellen. Wie had dat ooit kunnen bedenken? Heel apart, zeker in een tijd met I-pads en andere nieuwe vrije tijdsbestedingen. Toch keren we terug naar het oude vertrouwde. De kleurplaat.

    Kleurplaten de tand des tijds flink hebben doorstaan. Momenteel kleuren kinderen nog steeds dezelfde exemplaren in, die ruim 20 jaar geleden in zat te kleuren. Eigenlijk wel een gewaarwording! Er worden nog steeds heel standaard zaken afgebeeld. Neem nu bijvoorbeeld een kleurplaat met trouwen als onderwerp. Ik vond (via google) enkel trouwplaten waarbij een man en een vrouw trouwde. Geen enkele kleurplaat waar twee vrouwen elkaar het ja woord geven. En we zitten 2015… in Nederland… Kijk als we nu in 1902 in Oeganda zaten dan zou ik het begrijpelijk vinden. Maar hier en nu? Persoonlijk voelde deze ontdekking best wrang. Momenteel heb ik nog geen kindjes, wel heb ik een heel erge kinderwens. Ook val ik op vrouwen. Een combinatie die in 2015 best mogelijk en beginnend maatschappelijk aanvaard wordt. Echter; dit vind je dit niet terug in kleurplaten. Na enig zoek werk kwam ik wel bij een leuke website uit. Gayandschool. Daar zijn wel leuke kleurplaten terug te vinden. Met twee mama´s / papa´s… Lekker divers. Wel spijtig dat het er maar zo weinig zijn…

    Vandaar dat ik samen met COC Limburg de stoute schoenen heb aangetrokken en hierin verandering wil zien. We besloten dat we op 20 juni een heel kleurboek gaan uitbrengen, met als hoofdthema gezinsdiversiteit. Dit doen we aan de hand van een wedstrijd. Mensen mogen dan een kleurplaat ontwerpen en inzenden. De 10 leukste halen het kleurboek. Meer weten? Surf dan naar http://www.veiligeschoollimburg.nl/component/content/article/18.html of mail je creatieve inzending naar: veiligeschoollimburg@coclimburg.nl. Zo worden ook kleurplaten weer helemaal actueel!

    Alle kinderen een “etiket”?

    Tegenwoordig lijkt het alsof veel meer kinderen dan vroeger een diagnose krijgen (in de volksmond vaak stempel of etiketje genoemd): hoogbegaafd, ADHD, autisme, ADD, noem maar op. 

    Vroeger werd een kind met ADHD gewoon “dat drukke kind” genoemd, dat altijd in bomen klom. En het kind met autisme werd misschien verlegen genoemd, of apart, terug getrokken, of juist overgevoelig.

    Er worden tegenwoordig ongetwijfeld meer diagnoses gesteld, maar dat is ook logisch; er is tegenwoordig veel meer kennis van het autistisch spectrum en aanverwanten. Daarbij zijn er nu meer mogelijkheden om een kind te laten testen.

    De ondertoon in opmerkingen zoals “Ach, elk kind krijgt tegenwoordig wel een etiketje.”, die zo vervelend en soms zelfs ronduit pijnlijk is voor ouders met een kind met diagnose: het veronderstelt dat die etiketten allemaal onzin zijn. 

    En dat terwijl ouders die terecht komen bij hulpinstanties meestal al een hele zoektocht afgelegd hebben en de beste bedoelingen hebben. Sterker nog: aan zo’n hulpvraag of onderzoek gaan vaak jaren van worstelen, vertwijfeling en onbegrip vooraf.

    En daarbij – vaak onterecht – de twijfels aan de eigen manier van opvoeden, de radeloosheid als een kind niet gelukkig is, niet kan slapen, niet eet, angstig is, niet kan genieten of leren zoals te verwachten zou zijn.

    Dus voordat je roept dat “alle kinderen tegenwoordig zomaar een etiket krijgen!” is het goed om je af te vragen hoe veel generaties mensen met autisme en AD(H)D ongelofelijk hebben geworsteld met het leven, vaak zonder te weten waarom.

    Hoe veel kinderen met autisme werden vroeger gepest of niet begrepen, zonder dat ze begrepen hoe het kon dat zij zich telkens zo anders voelden?

    Hoe veel mensen behaalden vroeger lagere resultaten op school door hun leerproblemen die te maken hadden met autisme of AD(H)D?

    Hoe veel relaties zijn erdoor stuk gelopen? Hoe veel banen zijn er verloren?

    Dan valt zo’n diagnose toch nog wel mee. Die diagnose is er niet voor niets, en wordt ook zeker niet zomaar gesteld.

    Misschien helpt het juist om een kind te leren dat het niet “dat drukke kind” wordt genoemd, maar dat erkend wordt dat er zo veel meer in zit dan alleen de drukke buitenkant. Misschien helpt een diagnose juist het hoogbegaafde kind om zijn of haar talenten in te zetten en creatief om te gaan met uitdagingen.

    Misschien redden die diagnoses waar vaak zo negatief, kortzichtig of onwetend maar wat over wordt geroepen, wel hele gezinnen en huwelijken, omdat eindelijk herkend en erkend wordt wat er speelt. De wetenschap dat er geen sprake is van onwil, maar van onmacht, bijvoorbeeld:

    Dat verschil in twee kleine woorden, maakt een wereld van verschil in beleving.

    Laten we tenslotte vooral niet vergeten dat een kind geen autisme, AD(H)D of hoogbegaafdheid IS. Ieder kind met een diagnose is een uniek individu, met zijn of haar eigen talent, wat de diagnose ook is.

    Kinderen zullen bijvoorbeeld nooit roepen dat “elke volwassene tegenwoordig maar een diagnose krijgt”. Daar kunnen sommige volwassenen een voorbeeld aan nemen. 

    Dringende oproep: Help Jasper Valentijn (3 jaar)


    Dit is Jasper Valentijn. Hij is bijna vier jaar oud. Jasper woont
    met zijn oudere broertjes en ouders in het Brabantse Willemstad. Jasper heeft een zeer zeldzame stofwisselings-ziekte, genaamd Infantiele Neuroaxonale Dystrofie (INAD), ofwel de ziekte van Seitelberger.

    Dinsdag avond, 25 februari. Ik krijg een bericht van Mariska Bauer, of ik dit artikel al gelezen heb. En of ik er misschien een blog aan wil wijden. Ik lees het artikel en schiet direct vol. Als moeder en als mens grijpt het verhaal van Jasper me enorm aan. Ik besluit direct: hier ga ik iets mee doen.

    Er is amper iets bekend over de stofwisselingsziekte die Jasper heeft. Omdat de ziekte zo zeldzaam is (1 op de miljoen), is er weinig geld voor onderzoek. Ondertussen betekent dat voor Jasper en zijn familie dat zijn levensverwachting tussen de vier en tien jaar oud is. Zijn gezondheid gaat hard achteruit, maar Jasper blijft vrolijk en lief. Zijn ouders hebben de stichting Jasper Valentijn Foundation opgericht om geld in te zamelen voor onderzoek.

    jasper-valentijn-foundation-ziekte-inad-medicijn-onderzoek-730x350

    Als je de foto’s van Jasper ziet op de vandaag opgerichte website van de stichting, word je op slag verliefd. Dan zie je dat vrolijke gezichtje, dat deze sombere vooruitzichten niet verdient. Dan gun je hem en zijn familie vooral hoop: hoop op behandelingen, hoop op meer kennis over de ziekte, en hoop op een veel langere toekomst voor Jasper.

    Er is kennis en geld nodig om te zorgen voor een toekomst voor Jasper. 

    Daarom ook dat ik jullie dringend oproep om zo veel mogelijk deze blog te delen, de pagina van de stichting massaal te volgen op Facebook en vooral ook (net als ik) geld te doneren voor onderzoek naar de ziekte van Jasper. Iedere donatie is welkom, hoe klein of groot ook. 

    jasper-valentijn-inad-foundation

    Super leuk filmpje: dit is waarom moeders niks gedaan krijgen!

    Wanhopig, angstig en alleen, in je bed….

    Stel je voor, je ligt alleen in een bed. Je voelt je niet goed, hebt behoorlijke buikpijn, of je voelt je erg alleen en angstig. Of je hebt jezelf onder gespuugd, of onder gepoept in je slaap!
    Probleem is alleen: je kunt niet uit bed komen. Het is donker, de spijlen om je bed heen zijn te hoog om er uit te klimmen. Bovendien lig je stevig ingepakt in bed en heb je niet de kracht om jezelf los te wurmen. Je begint te huilen; eerst zacht, maar daarna steeds harder.
    Je voelt je opgesloten in je eigen bed, helemaal alleen met je pijn of angst. Iemand moet je toch horen? Er zijn toch nog andere mensen in huis? Ondertussen wordt de pijn alleen maar erger, door de stress die je voelt. Je wordt wanhopig; een gevoel van eenzaamheid maakt zich meester van jou. Je kunt niet praten, niet opstaan uit bed, niets.

    Zo – stel ik me voor – voelt een baby zich, die men door laat huilen. En bovenop al die gevoelens van angst, stress en pijn, is die baby dan ook nog eens niet in staat te praten, niet in staat om om hulp te roepen. Het enige wat hij kan, is huilen.
    Dankzij allerlei “opvoedingsadviezen” zit beneden, een verdieping lager, een moeder die het huilen van haar baby door merg en been voelt gaan, maar er niet op af durft te gaan, omdat ze bang is dat ze haar baby daarmee zou verwennen. Terwijl verwennen bij kleine baby’s helemaal niet mogelijk is. En het wetenschappelijk is aangetoond dat baby’s door het (lang) huilen te veel stresshormonen aanmaken.

    Bron foto: lekker slapen zonder huilen: http://www.bol.com/nl/p/lekker-slapen-zonder-huilen/1001004002604885/
    Bron foto: lekker slapen zonder huilen: http://www.bol.com/nl/p/lekker-slapen-zonder-huilen/1001004002604885/

    Uiteraard is het niet aan te raden om je baby bij ieder geluidje uit bed te pakken. Je mag je baby best eens een paar minuten laten huilen. Maar voor de gevoelens van geborgenheid, troost en veiligheid is het voor je baby nu eenmaal beter als je wel iedere vijf minuten even naar hem of haar toe gaat, al is het maar om te zien of ze geen volle luier hebben of bijvoorbeeld klem zitten, gespuugd hebben, of niet fijn liggen.

    Er zijn overigens talloze tussenoplossingen die uitgeprobeerd kunnen worden, zoals de “Lekker slapen zonder huilen” methode, waarbij je je baby in elk geval geen uur aan een stuk door hoeft te laten huilen in zijn uppie. Je baby huilt immers niet om jou te pesten. En laten we eerlijk zijn, hoe zou jij je voelen, als je geen kant op kon?

    Leuk op YouTube: de bloemetjes, de bijtjes, en de grappige reactie van dit jongetje!

    Dit jongetje krijgt uitleg over de bloemetjes en de bijtjes. Zijn reactie is wel erg schattig!

    Baas in eigen Borst

    kinderkamer-2Vandaag was het weer zo ver. De discussie over borstvoeding laaide weer op, naar aanleiding van een nieuws item over het st. Antoniusziekenhuis in Nieuwegein, waar een rel was ontstaan na een voorlichtingsavond. In dat ziekenhuis zou tijdens die voorlichtingsavond onder andere gezegd zijn, dat je kind niet de nodige liefde krijgt als het geen borstvoeding krijgt, en dat het een plat hoofd kan ontwikkelen. Het ziekenhuis distantieert zich van de uitspraken en gaat onderzoek doen naar deze uitspraken. Maar als dit inderdaad waar blijkt te zijn, dan vraag ik me af waar het naar toe moet met de moeders van Nederland. Als dit de informatie is die we in ziekenhuizen krijgen voorgeschoteld, waar eindigt het dan? Het is natuurlijk klinkklare onzin, dat je je kind niet de nodige liefde kunt geven, als je het met de fles voedt. Dit soort uitspraken (als ze echt zo gezegd zijn) strijken in tegen de haren van alle moeders, die geen borstvoeding hebben gegeven, om welke reden dan ook.

    Wordt er dan geen rekening gehouden met vrouwen waarbij borstvoeding geven medisch gezien niet mogelijk is? Of met vrouwen waarbij de borstvoeding niet op gang komt? Of met vrouwen, die wegens oververmoeidheid en uitputting de borstvoeding staken? Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen: Mijn eigen ervaring met de zogeheten `borstvoedingsmaffia´ was ook niet al te positief. Dat begon al in mijn eigen ziekenhuis, waar ik te horen kreeg dat ik beter geen bijvoeding kon geven aan mijn hongerig brullende baby, vanwege tepel/speen verwarring. Daar sta je dan: postnataal, hormonaal, zwak, al drie dagen aan een stuk door wakker, uitgeput, doodmoe, met een baby die niets binnen krijgt omdat je simpelweg niets produceert, te luisteren naar een vrouw die je vertelt dat het niet goed is voor de baby.

    Het moet wat mij betreft nu maar eens snel afgelopen zijn met die pro borstvoeding propaganda. Natuurlijk is het mooi, als je je kind op natuurlijke wijze kunt voeden. Prachtig! Als het lukt, is het een hele mooie manier om je kind te voorzien van voedingsstoffen, en zo verder. Maar laat het aan de individuele vrouw zelf over om te beslissen hier over, zonder daar een waardeoordeel aan te verbinden. Sommige vrouwen vinden het heel verdrietig als borstvoeding geven niet lukt; die zitten echt niet er op te wachten dat iemand hen vertelt hoe veel liefde hun kindje tekort zou komen door het staken van poging vierhonderdzevenendertig. Sommige vrouwen kunnen geen borstvoeding geven: die vinden dat misschien ook al jammer genoeg. En dan zijn er ook talloze vrouwen die geen borstvoeding willen geven, en ook dat moet mogen.

    Want gelukkig zijn we al heel lang baas over eigen lichaam. Toch? Als je dit soort uitspraken hoort, zou je denken van niet. Als er zo wordt ingehamerd op het schuldgevoel van de nieuwe moeder, is dat op zijn zachtst gezegd zeer kwalijk. Ik hoop dat het bericht niet waar blijkt te zijn. Maar als het wel waar blijkt te zijn: Hoe veel vrouwen zijn dan al op die manier voorgelicht? Hoe veel vrouwen zouden die voorlichtingsbijeenkomst uitgelopen zijn, met een gevoel tekort te zullen schieten, als borstvoeding niet lukt?

    Gelukkig zijn er ook aan de pro-borstvoedingskant genoeg geluiden van verontwaardiging te horen, naar aanleiding van deze “rel”. Gelukkig ook van moeders die pro borstvoeding zijn, maar vooral ook pro eigen keuze. Zo zou het moeten zijn: iedere vrouw doet wat voor haar goed voelt, laat zich op neutrale wijze informeren over de voors en tegens van borst- én flesvoeding, en maakt dan op basis van haar eigen ervaringen en omstandigheden een keuze. Vrij van enig schuldgevoel dat haar aangepraat wordt, als ze nietsvermoedend naar een voorlichtingsavond gaat.

    Baas in eigen borst!

    Bron: http://www.gooieneemlander.nl/regionaal/gooivechtstreek/article27302547.ece/Borstvoedingsmaffia?lref=SL_1

    Hoe het echt is om een moeder te zijn!

    moedeMoeder zijn is in het begin vooral pijnlijk, maar dat fysieke deel houdt gelukkig meestal op, (een tijdje) na de bevalling. Daarna is het vooral mooi, prachtig, zwaar en grappig, onzeker makend, verwarrend, angstaanjagend en tegelijkertijd het mooiste ooit, uitdagend maar ook vervullend. Moeders zijn nooit zonder zorgen. Of het nu kleine zorgen zijn, of grote. Moeders dragen hun kind, letterlijk en figuurlijk. Moeders stoppen pas met zich zorgen maken om hun kind(eren), op het moment dat ze hun laatste adem uitblazen, en gaan waarschijnlijk zelfs daarna nog door, vanuit het hiernamaals.

    Vragen
    Moeders stellen vooral veel vragen: Hoe was je dag? wil je een kusje er op? Waar heb je dat kraaltje precies ingeduwd? Waarom heb je op de muur getekend? Wil je dat ik je help met je huiswerk? Waarom zou mama nou haar telefoon in de koelkast hebben gelegd? Zal ik de juf dan vragen of dat kan? Waarom heb je de rol toiletpapier helemaal uitgerold en om je bed heen gespannen? Sta je op? Sta je nu dan op? Kom je nu echt uit bed? Je weet dat ik van je hou, toch?
    Maar meer nog, beantwoorden moeders dagelijks honderden vragen. Over de gekste dingen. Van waarom de aarde draait, of rond is, tot waarom een pleister nodig is, of niet, waarom iets niet mag (een keer of dertig per dag) waarom de verf nog niet droog is, waarom die jongen haar plaagt, waarom de juf hem niet begrijpt, waar kinderen vandaan komen, waarom in je neus peuteren in het openbaar niet netjes is, waarom je goed moet eten, en zo verder (en verder, en verder, en verder…)

    Moeders. Het zijn net echte mensen.
    Moeders slapen vaak licht. Worden wakker zodra het alarmerende MAMAAAA uit de naastgelegen kamer klinkt. Moeders offeren zich op, gaan mee in het ritme, zouden hun leven in een seconde geven voor hun kind. Moeders lachen, huilen, kunnen leugens ruiken en boze dromen verjagen. Moeders pakken aan, nemen uit handen, vangen op, rapen op, verlenen eerste hulp, leren schrijven, leren lezen, leren rekenen, en proberen te leren los te laten. Moeders proberen de andere kant op te kijken en hun kind zelf fouten te laten maken. Moeders vergoelijken, vergeten, vergeven en verwijten bij momenten ook. Het zijn net echte mensen.

    Strenge moeder
    En het strengst zijn moeders niet voor hun kinderen, maar voor zichzelf. Doe ik het goed? Help ik mijn kind goed genoeg? Help ik mijn kind niet te veel? Geef ik hem of haar genoeg aandacht, of te veel? Stimuleer ik hem of haar genoeg, of moet ik hem of haar wat meer loslaten? Praat ik genoeg met de juf en de moeders op het schoolplein? Moet ik nu wel of niet ondersteunen bij de voorbereiding voor de Cito toets? Moet ik nu wel of niet iets zeggen tegen dat kind dat mijn kind pest? Moet ik wel of niet zorgen voor extra begeleiding? Geef ik nu te veel of te weinig cadeau’s, zakgeld, kleding, eten? Moet ik mijn kind nu al inschrijven voor die school, of ben ik dan beschamend vroeg? Maar als ik wacht, ben ik dan niet asociaal laat? Hoe pakken andere moeders dit aan? Vragen andere moeders wel eens om hulp? Ben ik een slechte moeder, nu ik na zeven nachten met amper slaap mijn kind een nachtje naar oma breng? Gaat mijn kind te veel naar de opvang? Of houd ik het te veel thuis? Knuffel ik mijn kind te weinig, of knuffel ik het te veel? Geef ik mijn kind genoeg complimenten of te weinig?

    Snikken boven de babykleertjes
    Het is het zwaarste wat er is, en het mooist. Het verschuiven van je eigen belang voor het belang van je kind gaat vanzelf, vanaf de eerste dag. Vanaf het moment dat je een kind hebt ga je shoppen voor jezelf en kom je terug met een zak vol kleren voor je kind, ga je een dagje weg voor jezelf en denk je de hele dag aan je kind, ga je werken met plezier, maar ga je met nog meer plezier daarna je kind weer ophalen. Ruik je aan babyhaartjes, gewoon, omdat ze zo lekker ruiken. Mis je de babytijd als die voorbij is, hoe zwaar die ook was. Sta je te slikken en te snikken bij het weg doen van babykleertjes, huil je bijna mee als de lievelingsknuffel kwijt is geraakt, loop je met een brok in je keel weg als je je kind voor de eerste keer naar de opvang, peuterspeelzaal of school brengt. Waar je vroeger nog met droge ogen kon kijken naar geboortes op televisie, schiet je nu vol. Het moederschap verandert je leven compleet, en het houdt je constant een spiegel voor. Ook als wat je in die spiegel ziet, confronterend of niet fijn is. Het maakt je zwakke plekken zwakker en je sterke punten krachtiger. Wie aan je kind komt, maakt de leeuwin in je los, waarvan je vroeger het bestaan misschien niet eens kende.

    Achtbaan
    Het is nooit voorspelbaar, geen dag hetzelfde, en hoe zeer je ook probeert alles te plannen, het loopt altijd net iets anders dan je had gedacht. Je hebt de rest van je leven vierentwintiguursdienst, zelfs als ze de deur uit zijn. Alsof het moederschap een achtbaan is: beangstigend, en net als je denkt “Waar ben ik aan begonnen?” wordt het weer zo leuk dat je zelf weer zo blij wordt als een kind. Je wordt aanbeden, op handen gedragen, weggeduwd en terug geroepen. En hoe vermoeiend en verwarrend het ook allemaal lijkt te zijn; het gaat precies zoals het moet.

    PS: De naam moeder kan overal vervangen worden door vader, behalve dan wat betreft de bevalling.

    Wat ouders (meestal) niet vertellen, maar wel (vaak) doen

    Natuurlijk zouden we graag zeggen, dat we als ouders altijd en overal super consequent zijn, ons kind al vanaf vijf maanden uitsluitend ‘raw food‘ laten knabbelen, het kind nooit voor de televisie laten zitten en dat er louter biologische maaltijden zonder E-nummers of conserveringsmiddelen op tafel worden gezet. In een perfecte wereld, met perfecte ouders, zou dat inderdaad zo zijn.


    Suikervrij, E-nummervrij en Rotzooivrij

    Maar daar heb je meteen het probleem: geen enkel mens is perfect, en ouders dus ook niet. Toch wordt er nogal krampachtig omgegaan met opvoeden, want: iedereen weet hoe het beter kan, zou kunnen of moet. De artikelen over opvoeding vliegen je als ouder om de oren. De adviezen die we krijgen zijn veelal tegenstrijdig: we moeten complimenten geven, maar liefst toch niet te veel, want dan creëer je een narcistisch monstertje. We moeten ons kind liefst suikervrij, glutenvrij, E-nummer vrij en rotzooivrij te eten geven, maar de schappen staan vol met juist die troep. We zouden ons kind het liefst niet te veel op de I-pad of telefoon laten spelen, maar toch barst het van de online kinderspelletjes.

    Negeren is het nieuwe foeteren
    We zouden het kind een paar uur per dag buiten moeten laten spelen, maar sommige mensen hebben nu eenmaal geen geld voor een huis met een tuin of in een rustige wijk, waar kinderen veilig buiten kunnen spelen. Zijn dat dan meteen slechte ouders? Lijkt me toch van niet. We willen graag opvoeden zonder te straffen, maar in de praktijk blijkt dat toch vaak lastig. Waar we eerder dachten dat de ‘naughty chair’ (stoute stoel) van de Nanny dé oplossing was, blijkt nu weer uit onderzoeken dat in de hoek of op de stoel gestuurd worden net zo veel pijn doet als schelden. Negeren schijnt volgens experts een even grote straf te zijn als foeteren. We kunnen het eigenlijk ook niet meer goed doen!
    Oh, en het is niet goed om je kind bij ieder huiltje op te tillen, wisten jullie dat al? Nee, het is beter om het met een gezonde methode te laten wennen aan het zelf in slaap vallen en doorslapen. Dus.
    Wat veel ouders niet toegeven, maar wel doen
    Ik zal het dan maar toegeven namens de (meeste) ouders van nu: JA! Ja, we laten ons kind wel eens langer dan een kwartier televisie fotokijken. En ja, soms ook gewoon om eens heel even rustig de krant te kunnen lezen of gewoon, om even op adem te komen na de zevenhonderdste waarom vraag. En oh ja: JA, we geven ons kind wel eens de i-pad in de wachtkamer bij de dokter of tandarts, zodat ze de andere bezoekers niet helemaal wild maken. En ja, we koken ook wel eens een snelle hap mét conserveringsmiddelen, we zetten ons kind wel eens in de hoek om af te koelen of om na te denken, en we vergeten wel eens consequent te zijn. En last but not least: ondanks alle adviezen breken wij ouders ook wel eens, en lopen we toch midden in de nacht met ons kleine minimens door de woonkamer, slaapliedjes te neuriën. Gewoon, omdat onze ouderlijke ziel het gehuil niet meer aan kon horen en omdat dat verdrietige stemmetje gewoonweg door merg en been gaat.

    Zo erg is af en toe in de hoek zetten niet, tenzij je structureel vergeet je kind er weer uit te halen
    Vroeger was dat misschien allemaal anders, maar vroeger is niet nu. De tijden zijn veranderd. Dus veranderen de ouders en kinderen mee. Maar ik geloof niet dat kinderen er zo veel slechter van worden, zolang je ze niet als een zombie uren lang voor de televisie plant. Zo erg zal het in de hoek zetten niet zijn, tenzij je ze structureel vergeet er ook weer uit te halen. En als je je kind je telefoon geeft in de wachtkamer is dat ook niet zo´n ramp, zolang je het niet vergeet mee naar de dokter te nemen als jullie naam geroepen wordt.

    Ouders: het zijn net echte mensenfoto2
    Oh, en nog iets: zo erg is het niet om eens een keer boos te worden op je kind. (uiteraard zonder geweld! maar dat spreekt voor zich, hoop ik.) Niet iedere ouder heeft immers een ongelimiteerd geduld. Slaapgebrek en stress creëren nu eenmaal iets kortere lontjes. Zolang het niet al te vaak voorkomt, je het daarna ook weer uitpraat en ook niet te koppig bent om sorry te zeggen, is het echt niet zo´n ramp. Want weet je, ouders, dat zijn net echte mensen.
    Zo vreselijk slecht is televisie kijken of spelen op de I-pad niet, zolang je zorgt dat ze ook regelmatig in beweging zijn, op wat voor manier dan ook.

    Wie denkt dat het wel perfect kan…
    Zolang we als ouders onze kinderen regelmatig laten merken dat we van ze houden, trouw blijven aan onze eigen principes en onze kinderen voldoende aanmoedigen om zich te ontwikkelen op zijn of haar eigen manier, is het allemaal zo slecht nog niet met ons gesteld. En wie denkt dat het wel perfect kan allemaal, nou, die heeft waarschijnlijk zelf geen kinderen. Ha!

    Mamantwoorden

    image

    Moeder zijn is super leuk. Er is niets mooier dan je kind te begeleiden en te zien opgroeien.

    Maar… als moeder krijg je vaak honderden vragen per dag. Zeker in de waarom fase vliegen de vragen je om de oren! In deze quote een samenvatting van de gemiddelde antwoorden die je zoal geeft aan je kind op een dag.

    Welke vragen vind jij het moeilijkst te beantwoorden? Wat is de grappigste vraag die jij ooit van je kind gekregen hebt?

    Vervelende Vragen: over het wel of niet krijgen van (meer) kinderen

    Kinderen. Je wilt ze, of niet. Sommige mensen vinden kinderen leuk, maar alleen als er een eindtijd aan de speelmiddag verbonden is en ze weer netjes opgehaald worden door hun ouders. Sommige mensen willen een heel elftal aan kinderen. Prima. Sommige mensen willen geen kinderen. Ook prima. Sommige mensen vinden hun gezin compleet met één kind. Nogmaals: prima.

    Althans, dat zou je denken. Toch valt het me op dat sommige mensen, waar het voortplanting betreft, een opdringerige mening er op na houden. Waar het al dan niet krijgen van kinderen, of van méér kinderen, een zeer persoonlijke en intieme aangelegenheid is, die soms zelfs ronduit gevoelig ligt, weerhoudt dat omstanders (en soms zelfs volstrekt vreemden!) er niet van om ongepaste vragen te stellen.
    De rijst is nog net niet uit je trouwschoenen verdwenen, of er komt vaak al een lollige, aangeschoten oom of tante met dubbele tong vragen wanneer er nageslacht komt. Niet eens OF, nee, wannéér. Want sommige mensen gaan er vanzelfsprekend van uit dat je je überhaupt wilt én kunt voortplanten.
    De vragen, opmerkingen en oordelen die je je schijnbaar moet laten welgevallen, zijn niet van de lucht. Sommige opmerkingen zijn zelfs ronduit beledigend te noemen. Alsof je niet mee telt, wanneer je er voor kiest om geen nageslacht te maken. Of, erger nog, je je zou moeten verantwoorden waarom het niet lukt, als dat zo is.

    Na de geboorte van ons kind was de eerste maanden nog alles rustig. Maar zo rond de eerste verjaardag begonnen de vragen te komen. ‘En, wanneer komt nummertje twee?’ ‘Wanneer komt er een brusje?’ (Overigens vind ik persoonlijk het woord “brusje” een afschuwelijk woord, maar dat terzijde.). Ik heb er vroeger nooit over nagedacht hoe veel kinderen ik later wilde krijgen. Ook toen ik zwanger was, dacht ik: ‘We zien wel’. Allereerst moest het nog maar eens lukken allemaal. En dan zouden we wel weer verder zien. Nu heb ik goede redenen om niet weer zwanger te willen raken, waar ik hier geen uitleg over ga geven. Maar de vragen die je krijgt over het wegblijven van de schijnbaar automatisch verwachte nummer twee zijn niet van de lucht.
    Sommige mensen vinden het zelfs zielig voor ons kind. Van sommige opmerkingen word ik woest, want als er één kind niet verwend is is het ons kind: hartstikke sociaal (met dank aan veel contact met neefjes, kinderen op het kinderdagverblijf, vriendjes en vriendinnetjes), lief en vrolijk, speelt graag met andere kinderen, maar kan ook echt genieten van de rust die er thuis is. Gewoon een gelukkig kind.
    Raar, dat sommige mensen daar schijnbaar moeite mee hebben: wij hebben er geen enkel probleem mee. Alsof het hebben van broers of zussen een garantie is dat je niet eenzaam wordt als volwassene. Ik heb zelf een goede band met mijn broer, maar ik ken genoeg mensen die hun broer of zus niet eens meer (willen) zien of spreken. En natuurlijk heeft het voordelen om met broertjes of zusjes op te groeien, maar het heeft ook nadelen. Onderzoeken wijzen overigens ook uit dat het helemaal niet slecht is, of erg, of zielig, om enig kind te zijn. Overal is dus wel iets voor te zeggen.

    Dan is er nog de uitspraak, ‘Eén is geen.’ Echt. Zonder met hun ogen te knipperen noemen ze mijn kind indirect geen kind. ‘Maar als je twee kinderen hebt, en er dan eentje dood gaat, dan heb je er tenminste nog één!’ zo werd mij uitgelegd. Pardon? Alsof je wereld niet vergaat wanneer je meer kinderen hebt, als een van je kinderen komt te overlijden. Lijkt me dat je wereld dan sowieso instort, of je nu een, twee of tien kinderen hebt.

    Overigens krijgen mensen die geen kinderen willen, het ook vaak zwaar te verduren. “Maar straks heb je spijt hoor.”, “Hoezo, geen kinderen?” of “Als je de juiste tegen komt, krijg je vanzelf rammelende eierstokken!”. Pardon? Waarom MOET iedereen per se kinderen krijgen? Tel je niet mee als je kinderloos bent? Wat is dat nu weer voor onzin?
    Mensen die een meer dan gemiddeld aantal kinderen hebben, krijgen te horen dat het ze allemaal veel te lastig lijkt, zo veel nageslacht. En hoe ga je dat betalen? En wat een gedoe zeg, zo veel kinderen in een auto.

    En de aller, aller, aller ergste opmerkingen zijn de opmerkingen die gemaakt worden tegen mensen die geen kinderen kunnen krijgen, ook al willen ze ze nog zo graag. “Je moet gewoon niet te veel bezig zijn er mee. Dan word je wel zwanger.” Of: “Het is vast de stress waardoor je niet zwanger raakt. Doe maar eens wat rustiger aan!” Of: “Mijn nicht ging een week lang elke avond met haar benen in de lucht liggen met een brandende kaars op haar voeten, en hopsakee! Zwanger!”
    Tenenkrommend. Alsof je er iets aan kunt doen. Alsof je het zelf schuld zou zijn, zelfs. Aan dat soort quasi goed bedoelde adviezen, met daarin kwetsende insinuaties verwerkt, hebben mensen niets. Medeleven en oprechte interesse tonen, daar voelt iedereen zich een stuk beter bij. Geen zinloos geneuzel over alternatieve methoden, en al helemaal geen aanpraten van een onterecht schuldgevoel.

    Sommige m

    ensen gaan er blindelings en onterecht van uit, dat je je überhaupt wilt én kunt voortplanten

    .

    Ik vind dat mensen helemaal zelf moeten weten of ze wel of niet (en indien wel, hoe veel) aan kinderen willen beginnen. Daar hebben buitenstaanders nu eenmaal niets mee te maken. Iedereen maakt zijn eigen keuzes, gebaseerd op voor hem / haar zwaarwegende redenen. En wat ‘de mensen’ daar van vinden? Dat moeten ze maar naar de politie brengen.

    Zo word je gelukkiger in 2015!

    We lijken allemaal zo volwassen, hè. Zucht. Soms word ik er een beetje mismoedig van. We rijden volwassen auto’s, we zijn volwassen ouders, we wonen in volwassen huizen, met loungebanken, flatscreen televisies en gemiddeld 1,8 kind per gezin. We houden zit-verjaardagen, we zeggen heel verstandig ‘dat je nuchter moet zijn’, want oh wee als wij Nuchtere Nederlanders eens uit de band zouden springen! Foei, wat zou de buurvrouw daarvan denken? Iemand die uitbundig danst op een feest, wordt al gauw bestempeld als ‘een dronken lor’, er wordt met medelijden naar gekeken want ‘Gut, kan het ook wat normaler?’. We willen zo onopvallend mogelijk met de stroom mee gaan, rijden in een onopvallende auto, hebben een onopvallend beroep. We doen vooral graag alsof we meer geld hebben dan we eigenlijk hebben. De kredietverstrekkers varen wel bij ons imagobehoud.

    Op zondag gaan we met z’n allen wandelen, op degelijke wandelschoenen, want we moeten wel verantwoord bewegen. We bakken brownies en cakes voor de school, om zes uur staan de piepers op tafel. En als we echt gek en exotisch willen doen, nou, dan gaan we naar de Chinees, waar we standaard bami en babi pangang halen, geen sambal bij, want dat is weer net te pittig. Echt, je zou er zo ongelofelijk van in slaap donderen. Natuurlijk heeft dat gekeuvel wel iets, en is de routine ook fijn en voorspelbaar, maar eerlijk gezegd moet het mij toch ook weer niet te saai worden.

    Godzijdank heeft iedereen er eentje.

    U kent hem of haar vast nog wel: uw innerlijk kind.

    Degenen die om het hardst schreeuwen dat ze volleeeeeeedig volwassen zijn, hebben vaak een ontzettend verdrietig innerlijk kind. Het innerlijk kind zorgt namelijk voor leven in de brouwerij. Het zorgt er voor dat sommige vaders en moeders in de binnenspeeltuin hun controle verliezen in de ballenbak, en wild mee gaan meppen met die ballen. Je ziet gewoon aan hun kinderen, dat ze op die momenten het allermeest van hun ouders houden. Het innerlijk kind zorgt er voor, dat mensen gaan dansen, rotsen beklimmen, duiken, motorrijden, en zo verder. Bent u een beetje ingekakt? Is het leven saai en voorspelbaar? Valt u bijna in slaap van uw eigen leven? Hieronder treft u een overzichtelijk overzicht van omstandigheden die het innerlijk kind oproepen.

    Bij een adrenaline stoot
    Kijk bijvoorbeeld maar eens goed naar mensen die in een heftige achtbaan zitten. Er is echt geen enkele volwassen reden te bedenken, om als volwassene nog in een achtbaan te gaan. Ga maar na; je betaalt grof geld om in een apparaat te gaan zitten, een riem om te doen en op je kop te gaan hangen. Toch doen massa’s volwassenen het maar al te graag. En ik weet waarom. Als ze in de achtbaan stappen, hebben ze nog hun grote mensen gezicht op. Een beetje gespannen wellicht, of een nerveuze giechel die ontsnapt. Maar als ze die achtbaan verlaten, zie je op die peperdure commerciële foto’s van het pretpark de gezichten van innerlijke kinderen. Het plezier, of de angst, spatten er van af. Echte emoties, je weet wel, die uit de tenen. Je ziet dat mensen tijdens dat ritje voelen dat ze leven. Je hoeft immers even niet na te denken over serieuze dingen, je hoeft geen mening te hebben, je hoeft even geen accountant of postbode of directeur te zijn; je zit allemaal in dat apparaat, simpelweg omdat-ie zo lekker hard gaat, en dat zo’n lekker gevoel in je maag geeft. Sommige mensen reageren iets minder en spuugt hun innerlijk kind alles onder. Maar ook dan ben je niet bezig met je belastingaangifte.

    Bij dieren
    De reden waarom zo veel mensen een hond hebben, is ook te herleiden naar het innerlijk kind. Mensen hebben door een hond het ideale excuus om ‘buiten te mogen gaan spelen’. En als je met een hond en een bal naar het veldje loopt, kijkt niemand gek er van op. Als je zonder hond met een bal door het gras rolt, kijkt men je aan alsof je je verstand verloren bent.
    Dieren hebben bovendien dezelfde ontwapenende kracht als kinderen; ze weten niets van geld of merken, ze kennen ook geen schaamte. Ze willen alleen maar met je spelen of rennen, dat is alles. Hoe authentieker je bent, hoe leuker dieren en kinderen je vinden.

    Bij het sporten
    Als kind leer je vrienden te maken, tijdens het bewegen. Al voetballend heb ik menige vriend gemaakt, het gaat zo makkelijk. Je schopt een keer tegen een bal, of een scheenbeen, en hup, je hebt er weer een vriendje bij. Op je kop hangend schommelen doet ook wonderen. Als je beweegt, hoef je niet zo veel te praten. Het maakt vriendschappen sluiten makkelijker, en leuker. Je bent bezig, dus hoef je niet zo veel te zeggen. Ik durf te wedden dat de helft van de mensen op de sportschool rond loopt om af te vallen, en de andere helft om vriendjes te maken.

    Superhelden
    Waarom denk je dat zo veel mannen naar de nieuwste Batman film willen gaan? Of naar de nieuwe Bond? Hoe veel volwassen abonnees heeft de Donald Duck ook alweer? Het ontsnappen uit de dagelijkse sleur en de harde buitenwereld, gaat heel goed met superhelden, of het nu gaat om een eend met een onderbroek aan, of een vleermuis met een sixpack.
    Mannen in hun mid-life crisis bijvoorbeeld, die een rode Porsche en een jong blondje kopen, zijn trouwens gewoon bang dat ze bijna dood gaan, en willen eigenlijk weer terug naar de pre-puber-tijd. Ze denken, als ik een jonger model auto én vrouw koop, word ík ook weer jonger. Simpel als wat.

    Muziek
    Muziek doet iets moois met mensen. Muziek heeft de gave om je binnen twee seconden twintig jaar terug te laten gaan in de tijd. Je hoeft soms maar drie noten te horen, of je bent opeens weer vijftien, op vakantie met je ouders in Frankrijk, en smoorverliefd op een Fransoos waar je de naam niet eens meer van weet. Muziek raakt mensen soms diep. Het ontroert, geeft vrijheid aan gevoelens die anders jaren lang als een muur van opgestapelde stenen om onze ziel heen zouden blijven staan. Muziek haalt ook het kind in volwassenen naar boven. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar wat het liedje Happy wereldwijd met mensen deed:

    Dansen haalt barrières weg, roept gevoelens op en brengt vooral veel plezier. Mensen hoeven niet per definitie goed te kunnen dansen; als je je er goed bij voelt, straal je plezier uit en dat werkt aanstekelijk.

    Enfin. Voorbeelden genoeg. Afgelopen zomer was ik in een speeltuin om de hoek, met man en kind. Dochterlief klom langs de glijbaan omhoog, en riep “Kom je, mama!” Ze gebaarde dat ze wilde dat ik ook naar boven klom, via die gladde glijbaan. Ik keek vertwijfeld om me heen; aarzelde, ik ben toch een volwassen vrouw, ik ga toch niet …? Ik keek naar de glijbaan, keek naar de rijtjeshuizen links en rechts, schatte mijn kansen in. Net toen ik wilde afhaken, keek ik naar mijn dochter. Verwachtingsvol stond ze boven aan de glijbaan op me te wachten. “Jij kan dat ook, mama!” Hoe ziet dat uit? Met deze hakken? Hoe hard ga ik op mijn bek als ik uit glijd? Hoe hard kom ik neer op de grond?
    “Ja hoor meid, mama kan dat ook.” zei ik, en met lak aan de volwassenen wereld klom ik, mét hoge hakken, langs de gladde glijbaan omhoog. Ik zag manlief twijfelen of hij zijn camera moest halen om het te filmen, óf een ambulance moest bellen uit voorzorg.
    Het kon me niet zo veel schelen hoe het er voor de buitenwereld uit zag; die vinden toch al zo veel, van van alles. Wat me blij maakte was de verrukte blik op haar gezicht toen ik heelhuids boven kwam. “Jaaa! Je hebt het ook geklommen!” Blij klapte ze in haar handjes.

    Dat innerlijke kind van mij, dat mag er best af en toe uit. Nog genoeg tijd om te doen alsof ik volwassen ben. Ik zou het iedereen aanraden. Ga in die achtbaan, rol met je hond door het gras. Het leven is veel te kort om alleen maar heel erg lang volwassen te doen.

    Scheidende koppels: denk om uw kinderen!

    Scheiden. Een gevoelig onderwerp. Hoe moeilijk het is als je ouders uit elkaar gaan, hangt voor een groot deel ook samen met hoe je ouders dat doen. Doen ze dat met respect naar elkaar toe, communiceren ze eerlijk met hun kinderen zonder de andere ouder door het slijk te halen? Stellen ze het belang van de kinderen voorop, ondanks de verdrietige omstandigheden die een scheiding met zich mee brengt? Is er ruimte voor de emoties, de vragen – ja, ook de pijnlijke! – en de gedachten van het kind?

    Er is al zo veel over geschreven, gescheiden ouders. Iedereen heeft er een mening over. Moeten mensen dan maar eeuwig bij elkaar blijven voor de kinderen? Ook al is dat huwelijk een schijnvertoning? Nee. Natuurlijk niet. Sterker nog: een slecht huwelijk is ook geen gezonde omgeving voor een kind.
    Een scheiding gaat voor ouders gepaard met veel verdriet, pijn, vaak ook woede. Emoties die soms de overhand kunnen nemen.

    Maar wat ouders vaak niet volledig lijken te beseffen, is dat hun pijn in het niet valt bij de pijn van hun kinderen.

    Zeker als de scheiding gepaard gaat met modder gooien over en weer, het bewust of onbewust inzetten van kinderen in het gevecht, of het uitstorten van volwassen problemen over een kind dat altijd loyaal wil zijn – aan beide ouders. Kinderen zijn vaak de dupe. Ze vragen er niet om, ze weten zich er geen raad mee en ze worden maar geacht overal in mee te gaan. Het verbaal neerhalen van de andere ouder in het bijzijn van het kind is gewoonweg karaktermoord. Je houdt als kind van niemand méér dan van je ouders.
    Goede begeleiding is nodig, zeker bij vechtscheidingen. Het is van immens groot belang voor de veilige ontwikkeling van een kind. Ik schreef er ooit een gedicht over. Het zijn maar vier regels, maar ze zeggen eigenlijk genoeg.

    Alsof ze me in tweeën scheuren
    Aan elke kant staat er één
    Ik blijf maar in het midden staan
    Al is het helemaal alleen

    .

    Verbijstering. Dat voelde ik bij het bekijken van een nieuw programma op SBS6: “Het is wel je kind.” In dit programma probeert de presentator problemen tussen ouders in vechtscheidingen op te lossen, zogezegd in het belang van de kinderen. 
    Afgezien van het feit dat ik het absoluut niet in het belang van de kinderen vind om hen bij de uitzending te betrekken, vind ik het bovendien nog kwalijker dat de presentator tranen probeert te trekken bij die kinderen. Erger nog zijn de ouders. Wat doet het me leed om te zien wat die kinderen meemaken. Het gemis van één van de ouders, waar ze niets aan kunnen doen, behalve het maar accepteren. De enorme bak ellende die hun ouders over hen heen storten, nog jaren na hun vechtscheiding. Hoe die kinderen betrokken worden bij de ruzies. Hoe ze weg gehouden worden bij hun vader of moeder, om alimentatie af te dwingen. Hoe hun ouders elkaar zwart maken, over hun hoofden heen. Hoe hun ouders hen als schaakstukken gebruiken om de ander schaakmat te zetten.

    Een kind is altijd loyaal naar beide ouders.

    Die loyaliteit verdienen echter lang niet alle ouders, zo blijkt maar weer. Ik ben zeker geen voorstander van bij elkaar blijven als de relatie niet meer werkt, maar ik maak me plaatsvervangend, namens die machteloze kinderen, zó kwaad op die ouders.

    Waar halen ze het lef vandaan om hun kinderen mee te sleuren in de ellende? Wat ben je in vredesnaam voor moeder of vader, als je de andere ouder dermate door het slijk haalt? Geldproblemen, nieuwe relaties; het mag allemaal geen reden zijn om je kind tegen de andere ouder op te zetten.
    Kinderen identificeren zich met beide ouders. Door de andere ouder zwart te maken zeggen die ouders eigenlijk “Ik vind de helft van jou afschuwelijk. Ik haat de helft van jou.” Dat is misschien niet wat ze bedoelen, maar dat is wel wat een kind hóórt.
    Wat zo mogelijk nog veel erger is, is dat dit zo vaak voorkomt, zonder dat ouders zich ook maar een seconde af lijken te vragen of ze hun eigen sores niet eens zouden moeten uitpraten, in plaats van hun kinderen voor de rest van hun leven te beschadigen.

    Aan het einde van een aflevering van het programma zag ik het verdriet van het dochtertje, waar de camera natuurlijk nog eens extra op inzoomde. Met een dikke lamp er op.
    Want tranen, dat trekt kijkcijfers.
    En kindertranen al helemaal natuurlijk. Walgelijk. Dit grote, kleine mensenleed zodanig in de spotlight zetten is onterend.

    Of het nu om dit programma gaat, of om andere programma’s waar kinderen bij betrokken worden: ik roep op tot een landelijke boycot van die programma’s. Als niemand kijkt, zijn ze snel genoeg van de buis.
    Kinderen begrijpen vaak niet waar ze ja tegen zeggen. Of zijn nog te jong om lange termijn consequenties te overzien. Daarin moeten ze beschermd worden. Door hun ouders in de eerste plaats. Wat mij betreft worden de kinderen acuut uit al die programma’s gehaald.

    De Kolfoorlog: Moeders, ga van Verloedering naar Verzustering!

    Zo gemakkelijk hebben vrouwen het niet, wanneer ze plotseling hun maatje 38 in moeten ruilen voor een extra flexibele zwangerschapsbroek. Met het verlies van hun taille worden ze plotseling onderworpen aan een heel aantal uitdagingen, om precies te zijn vanaf het moment dat het tweede streepje op de zwangerschapstest kleur bekent. Tussen dat moment en het ontvangen van de Blije Doos (wat ik overigens een behoorlijk sadistische naam vind, want zo blij is een doos doorgaans niet, na een bevalling), komen vrouwen voor een fiks aantal keuzes te staan. Zoals: wat gaat ze met haar werk doen? Gaat ze fulltime, parttime of helemaal niet meer buitenshuis werken? Voor kinderopvang moet ze haar nog niet bestaande embryo in sommige steden al inschrijven nog voordat ze overweegt te stoppen met de pil, dus er moet een heleboel nagedacht worden. Al aan het kraambed in het ziekenhuis staat de – duidelijk door de borstvoedingsmaffia geïndoctrineerde – verpleegster te pleiten voor borstvoeding, als antwoord op haar simpele verzoek voor een flesje bijvoeding, bij gebrek aan toeschietende tepels, of omdat haar baby van de honger de ramen bijna doet barsten.

    Moeders kunnen het in feite nooit goed doen. Met het uitbreiden van de rechten van de vrouw zijn ook een aantal obstakels tevoorschijn gekomen. Want: Als ze thuis blijft nadat het kind gebaard is, zoals vroeger zo normaal was, is ze plots de paria van de maatschappij, denkt men dat ze de hele dag op hun achterwerk zit te oefenen voor beroepsmatig neuspeuteraar. Als ze weer fulltime gaat werken, zegt men dat je er geen kind ‘bij neemt’, dat ze het zelf moet opvoeden, krijgt ze te horen dat haar kind verpest zal zijn voordat het zijn eerste woordjes kan zeggen, en vertrekt ze ’s ochtends met een luiertas vol schuldgevoel naar haar werk. Als ze parttime gaat werken, krijgt ze van sommige werkgevers duidelijke signalen dat ze niet echt meer mee telt, want ja, op donderdag en vrijdag gebeurt ‘alles’ en tja, toen was je er niet!
    Maar de moederverloedering gaat verder dan dat. Degenen die nog het hardste oordelen, zijn – heel verrassend – de moeders zelf. Ze bekijken elkaar uitgebreid, uiteraard via hun smartphones, met social media apps. Dat doen ze zodanig, omdat ze geen tijd meer hebben voor ouderwetse bakjes koffie met elkaar, dus bespieden ze elkaar publiekelijk op Facebook, Twitter en zo verder, om te zien hoe die ander het doet. Goh, zij heeft al kind nummer drie gekregen, die komt tot haar tachtigste niet meer toe aan zichzelf, fluisteren ze dan.

    Op enig moment bezwijkt de moeder onder de groepsdruk. Al tijdens haar zwangerschap krijgt ze het zwaar te verduren, met ongevraagde opmerkingen over haar figuur, vragen over wanneer ze moet ´werpen´, afkeurende blikken op het wel of niet thuis bevallen. Vrouwen vinden het vooral leuk om de nieuwe aanstaande moeder bang te maken voor haar bevalling, door de meest gruwelijke horrorverhalen aan haar op te dringen. Wanneer ze zien hoe de aangeslagen zwangere zich staat te bedenken over een keizersnede, sussen ze haar met het feit dat moeder natuur er voor gezorgd heeft, dat je het daarna zó vergeten bent. Het kiezen van een matras voor de baby kan ook al tot een zenuwinzinking leiden, want al leek die commerciële, luchtdoorlatende matras heel veilig in verband met de wiegendood, wanneer de kraamhulp haar intrede doet krijgt de matras al gauw een enkele reis richting grof vuil. Wanneer er een kruik gaat lekken verbrandt het kind levend. Dat had de verkoper er niet bij vermeld tijdens het verkooppraatje.

    Maar ook na de bevalling maken vrouwen het elkaar niet gemakkelijk. Ze plaatsen enkel en alleen de aller liefste foto’s van hun kleuters, peuters en baby’s op Facebook en Twitter, voorzien van hartjes en smiley´s en kijk-ons-toch-eens-perfect-zijn foto’s. Vrouwen die binnen drie weken na de lancering van Kind 2.0 hun oude figuur weer terug hebben, worden acuut ontvriend op Facebook. Trouwens, voordat ze die foto nemen van hun baby, die ondertussen al bijna lasogen krijgt van al die flitsen, schuiven ze alle troep en zooi even met één voet aan de kant, zodat de kamer op de achtergrond ook al netjes opgeruimd lijkt. Het sliertje Nutrilon spuug in het haar is dankzij Photoshop ook geen obstakel meer, dat poetsen ze zo weg. Wat overigens wel zo handig is voor moeders met licht hypochondrische neigingen zoals ondergetekende; op Facebook razen de griepgolven `live´ door je tijdlijn, dus kun je precies bijhouden welke kinderen ziek zijn en dus tijdens de besmettelijke periode gemeden moeten worden.
    “Slaapt die van jou nog niet door?” vragen sommige etterbaksters al na drie weken aan de kersverse moeder, waar na deze zich door de (hor)monstrueuze kraamtranen heen worstelt om zich daarbij ook nog eens af te vragen of haar kind al zou horen door te slapen dan, en zo ja, wat zij in godsnaam mis doet, waardoor haar baby zes keer per nacht om een voeding jammert.

    We pochen wat af op de social media: Uiteraard kleden we ons wonderkind in dure merkkleding van Gaastra, Hilfiger en weet ik wat nog, puur voor de foto, daarna mag hij zich weer lekker vuil en vadsig maken in de modder met een Zeeman jeans. (Die Zeeman en Wibra broeken zijn overigens de meest degelijke, goedkope en leuke broeken die ik ken voor kinderen. Niet kapot te krijgen.) Uiteraard kan onze baby van 4 maanden al zelf hardop zijn Nijntje boekjes lezen, want bijna al onze kinderen zijn tegenwoordig Hoogbegaafd, of erger nog, Hoogsensitief, want hij keek zo lang naar die hoek van de kamer, dat moet wel de geest van overleden tante Marie zijn geweest.

    De binnenspeeltuinen schieten als paddenstoelen uit de grond, want waar onze ouders het vroeger volkomen normaal vonden om gewoon absoluut helemaal nergens naar toe te gaan in het weekend, gaan werkende moeders gebukt onder zo’n schuldgevoel, dat ze dit in het weekend menen te moeten compenseren. Waardoor onze kinderen natuurlijk weer pedagogisch onverantwoord compleet overprikkeld worden met een overdaad aan krijsende kinderen, kleuren, kabaal en onhygiënische ballenbakken.
    Dan worden daar van natuurlijk meteen foto’s van op Facebook geplant, wordt online ingecheckt bij de desbetreffende speeltuin, gevolgd door een voldaan gevoel; het kind heeft plezier, de hele wereld weet er van. Andere moeders reageren dan weer op die foto’s, “Wat leuk, dat bloesje had Noah vorig jaar ook!” (met andere woorden, je kleedt je kind in de mode van vorig jaar) of “Oh, daar zijn wij ook al heel vaak geweest!” (Vertaling: Ontdek je die speeltuin echt nu pas?) en meer van dat soort opmerkingen, waarmee de andere ouder zichzelf weer even beter wil voelen door aan te geven hoe actief zij zijn met hun kleintje.
    Hoewel ik als werkende moeder, met een vorm van social media verslaving (ik krijg sms’jes van vriendinnen als ik een dag geen status op Facebook heb gezet; of ik ziek ben?), eerlijk toe geef volop mee te doen met de moederverloedering, vind ik toch dat deze tot een einde moet komen. Of er moet in elk geval ook een tegengeluid komen. Meer eerlijkheid en openheid. Moeders (inclusief ondergetekende, overigens) moeten voor eens en voor altijd stoppen met dat (ver)oordelen van andere moeders, en dan ook meteen maar kappen met dat knagende schuldgevoel, of ze nu thuis werken of buitenshuis. We maken het onszelf veel te moeilijk, met ons perfectionisme, ons openlijke gluurgedrag en ons kijk-mij-nou-gedoe.

    Al tijdens de zwangerschap worden we bedolven onder goedbedoelde, ongevraagde adviezen, waar we ons meestal alleen nog slechter door voelen. Als we dan gaan werken zitten we in de auto met de fopspeen in de mond en de laptop op de bijrijderstoel, als een idioot gassend door de woonwijk. Maar dat mag dan zogenaamd, want we hebben natuurlijk de allerduurste, aller veiligste autostoel inclusief mini airbags voor onze junior gekocht. Hem zal niets gebeuren.

    Die verloedering moet omslaan in verbroedering, of in het geval van moeders, Verzustering. Het Kind mag zich ook heus wel eens een dagje vervelen in het weekend; juist dan spelen ze het hardst met hun bergen speelgoed, de kat, de hond of hun tenen. Kinderen hebben helemaal niet zo veel nodig. Onze dochter kan zichzelf een uur amuseren met een Tupperware bakje, wat water en een lepel. Doet ze alsof ze de kater te eten geeft. En de kater blijft trouw zitten, wachtend tot er misschien eens wel iets interessants zijn kant op komt. Kinderen zijn gewoon al blij dat ze in je buurt vertoeven. Zeker als hun ouders eens niet zo gestrest zijn.

    De afgelopen maanden heb ik geëxperimenteerd met wat ik het ´nieuwe delen´ noem. Het werkt vrij simpel. Je doet het tegenovergestelde van wat de meesten doen (`Hele huis gepoetst, met ukkie naar speeltuin geweest, geweldige kleren gekocht´); Je deelt niet langer alleen de positieve kanten van je leven in je digitale vriendenkring, maar gooit er ook eens een minder florissante status tussen. ´Vandaag kom ik serieus behang tekort hier thuis.´ bijvoorbeeld. Of: ´Ik heb besloten vandaag helemaal niets te doen en op mijn luie reet te zitten. Dan maar een goed genoeg moeder.´ De reacties die daarop binnen stromen zijn verfrissend, eerlijk, een zucht van verademing lijkt door je digitale tijdlijn te gaan. Als het startschot is gegeven, komt er geen eind aan de ontboezemingen, zo lijkt het wel. Eindelijk, eindelijk hoeven we niet meer te doen alsof alles perfect is. Andere moeders reageren met ´Die van mij was een draak deze week!´ of met ´Ik ben zo blij dat ik de enige niet ben. Heb geen behang meer over.´
    Over vaders hoor je trouwens wat minder na de gezinsuitbreiding; voor hen verandert er schijnbaar verrassend weinig met de komst van een kleintje. Weinig vaders die tegen mij klagen, dat ze zich moeten verantwoorden voor hun fulltime baan. Niemand die fronst als een vader fulltime blijft werken na het ouder worden. Maar er zijn (gelukkig!) steeds meer moderne kerels om me heen die een papadag hebben in de week; hoe meer hoe beter! Om de druk van de moderne vrouw af te halen, heb je vooral ook meer moderne mannen nodig. Hoe meer moderne vaders, des te meer keuze vrijheid voor hun vrouwen. Zeker nu de kinderopvang steeds duurder wordt. Moderne moeders kunnen alleen goed gedijen bij moderne vaders (of een andere moderne moeder als partner, dat is mij om het even).

    Ik hoop dan ook dat er over vijf jaar steeds meer vaders op de Facebook tijdlijn actief zullen zijn. “Gebadderd met Stijn Junior, zo naar kinderboerderij, daarna een potje voetballen.” En dan een hoop andere vaders die dat vind-ik-leuken, en daarop informeren of Stijn al hersteld is van zijn griepje, want dan komen zij ook even langs. Potje bier doen.

    Wat niemand zegt over bevallen

    Alle vrouwen die bevallen zijn, dragen een collectief geheim met zich mee. Het geheim, dat kennen mannen niet. Ze zullen het ook nooit kennen. Misschien weten ze het wel, of proberen ze het te begrijpen, maar als ze het echt zouden kennen zouden ze massaal naar hun moeder gaan om haar te bedanken.
    Er zijn veel verhalen over bevallen. De meeste gaan over het lichamelijke aspect, want laten we wel wezen: het is ook nog al wat. Je laat een mens in je buik groeien, en als het af is, laat je het er uit. Het klinkt als een soort sciencefiction filmscript, als je er over na gaat denken. Puur feitelijk gezien is het ook een bizar gegeven, ook al is het de reden van ieders bestaan.

    Waar minder op in wordt gegaan is de andere kant van bevallen. En dan bedoel ik niet het “ik lag met dolfijnengeboortemuziek in bad en nam zelf mijn kind aan” gedoe.
    Je zult, behalve op je laatste levensdag, nooit dichter komen bij de dood, dan bij een geboorte. Wat er met je gebeurt wanneer je gaat bevallen, is dat je in een soort isolement terecht komt, wat veel vrouwen “je eigen wereld” noemen. Je isoleert je totaal van de buitenwereld, omdat je al je kracht nodig hebt voor de wereld die in je lijf leeft. Je lichaam gaat iets ongekends doen en zowel je lichaam als je geest moeten zich samen spannen, als een vuist, om de allerzwaarste inspanning te leveren. Ik merkte het zelf ook tijdens mijn bevalling. Ik sloot me af, sloot me op in mijn eigen lijf.

    Je bent nooit kwetsbaarder dan wanneer je aan het bevallen bent. Je lichaam neemt het van je over en begint met bevallen, of je er nu klaar voor bent of niet. Vergelijk het met een python achtbaan die begint te rijden terwijl je nog niet zeker weet of je beveiliging goed vast zit. Om te bevallen moet je alle controle loslaten. Alle besef van tijd ook. Je moet alles laten gaan en je concentreren op je taak; want iets anders is er niet. Je hebt amper controle over je eigen stem, over je hartslag, ademhaling. En of je nu wil of niet, je lichaam gaat verder. Het blijft een wonder. Op het moment dat je als vrouw voor de eerste (of enige) keer moeder wordt, staat de tijd stil. Je neemt daar ter plekke afscheid van de vrouw die je daarvoor was. Misschien niet bewust, op dat moment. Want vaak weet je nog niet welke gevoelens, zorgen en blijdschap je te wachten staat. Dat kindje dat op je buik wordt gelegd na het bevallen, dat is je nieuwe leven. Vanaf dat moment ben je moeder, en ziet je prioriteiten pakket er voor altijd anders uit. Zoals mijn vriendin een keer zei: “Het zorgeloze leven is voorbij op het moment dat je moeder wordt.” En niets is minder waar dan dat.

    De stille seconden waarin ik besefte dat mijn kind geboren was, die paar seconden voor haar eerste geluidje, ging de wereld weer open. Waar ben ik? dacht ik even. Alsof ik uit een diepe slaap wakker werd. Hoe laat het was wist ik niet, hoe lang ik er over gedaan had ook niet. Wat mijn lichaam had gedaan, ook daar van had ik geen idee. Ik werd alleen overmeesterd door een – nooit eerder zo gevoeld – gevoel van respect voor mijn lijf. Dat het zulk natuurgeweld had aangekund.

    En op het moment dat je kind op je buik wordt gelegd, wordt alles duidelijk. Dan ben je moeder. Onwennig wel nog. Onzeker ook. Als moeder word je constant met je eigen kwetsbaarheid en onzekerheid geconfronteerd. Maar ook dat zal wennen. De gordijnen gaan open, je bent niet meer alleen, het isolement ebt weg uit je lijf, via je benen. Je hoort weer stemmen, je voelt eens voorzichtig aan de vingertjes van je kind, en daar begint dan langzaam de tocht die de verdere rest van je leven zal duren: het leren kennen van je kind, het leren leven met de zorgen en het ervaren van een onvoorwaardelijke liefde, die dieper gaat dan welk ander gevoel dan ook.