Tagarchief: kijken

Ellie Lust: “Mijn stress is van mij, dus die houd ik ook bij mij.”

Ellie Lust, politiewoordvoerder en bekend van Wie is de Mol?, is vanaf volgende week dinsdag te zien in haar eigen programma “Ellie op Patrouille” op NPO1.  Ik sprak met deze bijzondere vrouw over haar programma, het thuisfront en omgaan met stress.

IMG-5068

Aanstaande dinsdag verschijnt jouw eigen programma op NPO1, Ellie op Patrouille. Wat vond je van het maken van je eigen programma?

“Ik vond het ontzettend bijzonder. Dertig jaar geleden, toen ik begon aan het politiewerk, had ik nooit kunnen bedenken dat mijn loopbaan hiertoe zou leiden. Na mijn deelname aan Wie is de Mol? waren er een aantal productiemaatschappijen die interesse hadden, maar de formats die met mij gedeeld werden waren het telkens net niet. Totdat Medialane kwam met het format voor Ellie op Patrouille: ik dacht direct: dit wil ik maken. Mensen kennen me als woordvoerder, maar ik ben natuurlijk allereerst politievrouw. Ik heb twintig jaar werkervaring opgedaan op straat in Amsterdam. Na al die jaren denk je alles wel meegemaakt te hebben, maar na het maken van Ellie op Patrouille heb ik nu wel geleerd dat er overtreffende trappen zijn.”

IMG-5062
“San Fransisco heeft zesduizend daklozen en een eigen Homeless Unit. Dat hebben we in Amsterdam niet.”

Voor Ellie op Patrouille werkte je in Colombia, Kenia, Albanië, Israël, Dubai en San Francisco. Dat lijkt me heel anders dan Amsterdam, waar je al die jaren gewerkt hebt.
“Het is echt niet te vergelijken met Amsterdam. In Bogota wonen bijvoorbeeld 9,7 miljoen mensen: dat zijn dan nog alleen de mensen die ingeschreven staan. Het is gigantisch. Colombia staat natuurlijk bekend om de drugs. Men werkt er hard aan om van dit label af te komen. We zijn daar met een hele grote drugs-instap mee geweest. Ik heb vaak invallen gedaan in Amsterdam, als we bijvoorbeeld een – ik noem het even oneerbiedig – junkenpand binnen gingen. Daar werd dan een straat afgezet. In Bogota wordt meteen een hele wijk hermetisch afgesloten. San Francisco heeft zesduizend daklozen, daar hebben ze hun eigen homeless unit: dat hebben we in Amsterdam niet.”

“Dubai kenmerkt weer zich door hele andere dingen: zij willen in alles de beste zijn. Daar word je, als je een politiebureau binnenloopt, niet begroet door een mens maar door een stem. Je moet op een scherm aanwijzen wat je komt doen en die stem leidt je dan rond door het gebouw, zonder dat je een mens tegenkomt. Heel bijzonder.”

“Druk je op een knop, dan krijg je een callcenter aan de lijn.”

IMG-5070“We zijn ook in de wijken geweest waar de arbeiders wonen die zorgen dat Dubai gebouwd wordt. Op een politie-trainingsterrein heb ik meegedraaid met een VIP beveiligingsunit voor vrouwen: dat is een unit die uitsluitend bestaat uit vrouwen en ook vrouwen bewaakt: bijvoorbeeld de vrouwen van het Koninklijk Huis en de vrouwen van sjeiks.
In Kenia was ik de enige blanke politieagent, dan ben je een bezienswaardigheid.
Israël is een land dat al honderd jaar in oorlog is, dat is daar ook voelbaar. Ik zou overigens dolgraag ook eens aan de Palestijnse kant mee willen draaien. Ik oordeel overigens niet over de achtergrond. Dat is ook niet aan mij. Ik draai alleen mee met mijn collega´s.”

“Het maken van het programma is voor mij een groot cadeau geweest. Het is zo ongelofelijk bijzonder om mee te maken, dat je ondanks een dag hard werken toch niet moe bent: zo veel energie kreeg ik er van. Soms was er ook wel even wat gedoe hoor, in de ploeg. Dat kwam omdat we dan zestien uur op de been waren geweest, maar dat was dan te begrijpen. Ik denk dat het een hele mooie serie is geworden, waarin ik de kijker meeneem in het werk van de teams. De verwachtingen rondom het programma zijn hoog gespannen.”

IMG-5069Drugspanden, mensensmokkel, kinderprostitutie… heb je wel eens moeite gehad om in slaap te komen?
“Weet je, het is heus niet zo dat ik mijn schouders er voor ophaal. Het doet me echt wel wat. Ik ben immers ook maar een mens. Wat me vooral aangreep was om te zien is waar mensen toe kunnen verworden, door geboren te worden op een bepaalde plek. Letterlijk op het vuilnis leven, geen ouders hebben, lijm snuiven, prostitueren om aan eten te komen. Ook schrijnend is de verslavingsproblematiek. Sommige dingen kun je niet uitzenden, bijvoorbeeld de geur die in zo´n pand hangt. Dat kan ik je niet uitleggen. Sommige mensen hebben al drie jaar niet gedoucht. Aan het einde van de dag ging ik dan douchen en eten met de ploeg, maar daarna rook ik die geur nog steeds. Dat blijft wel even bij je.”

“We nemen de kijker mee in het werk.”

IMG-5060Men heeft jou bewust geen presentatietraining gegeven voor het maken van dit programma, las ik in een artikel in de Volkskrant. De programmamakers wilden dat je zo jezelf bleef: Puur Ellie. Dat is wel een heel mooi compliment, toch?
“Ja, absoluut. Gerard Baars (AVRO TROS) zei tegen mij nadat hij een proefaflevering gezien had: “Ellie, beloof me dat je nooit een presentatiecursus gaat doen.“. Joep (de cameraman) en Maarten (de geluidsman) zijn ontzettend ervaren. Ik kwam voor het eerst in Colombia: zij zijn daar voor hun werk al tig keer geweest. Zij gingen mee met programma’s zoals het voormalige Vermist, Peter R. de Vries, Spoorloos, Kees van der Spek. Zij hebben me echt geholpen. Dan zeiden ze tegen mij: “Ellie, vertel me wat er gebeurt, waarom gaat dit zo?”. Zo nemen we de kijker mee in het werk, maar ook in het vakjargon. Dat is overigens wel een dingetje sinds de hype rondom mijn uitleg over etherdiscipline in Wie is de Mol?, haha.”

Haha, daar wilde ik al niet over beginnen. Maar dat vakjargon is voor de leek wel leerzaam, want wij weten doorgaans niks af van die termen.
“Precies. Ik probeer mensen een beter beeld te geven van het politiewerk, en daar hoort het jargon nu eenmaal bij.”

IMG-5059

Hoe ga je de eerste uitzending kijken?
“We gaan de eerste aflevering kijken bij Medialane (producent van Ellie op Patrouille), samen met zo veel mogelijk mensen die hebben meegewerkt aan het programma. Ook mijn vrouw Boukje, zus Marja en haar vrouw zullen er bij zijn. Ik vind het heel mooi om dit zo te doen. Ook spannend trouwens.”

Hoe vinden jouw collega’s het dat jij beroemd bent?
“Veel collega´s vinden het leuk. De politie heeft me ook de ruimte gegeven om dit programma te kunnen maken. Verder is er geen samenwerking geweest met de Nederlandse politie: ik heb dit programma op persoonlijke titel gemaakt.”

Hoe gaat Boukje om met jouw bekendheid en werk?
“Boukje en ik hebben sowieso elke dag contact, altijd. Ze gunt mij dit enorm, maar natuurlijk is ze ook blij als ik weer veilig thuis ben. Het scheelt dat wij elkaar al kennen sinds de tijd dat ik op straat werkte in Amsterdam: zij is in alles met me mee gegroeid. We hebben samen kunnen wennen aan het feit dat mijn gezicht steeds bekender werd. Vanaf het moment dat je op televisie komt verandert je buitenwereld, maar aan mijn binnenwereld is niets veranderd: gelukkig maar. Ik geef naast mijn werk als politiewoordvoerder ook lezingen en ben in te huren als dagvoorzitter: Boukje helpt me daarmee, bespreekt zaken voor, maakt presentaties, enzovoorts.”

IMG-5058
“Boukje en ik hebben iedere dag contact. Ze gunt mij dit enorm, maar is ook blij als ik weer veilig thuis ben.”

Je tweelingzus Marja werkt ook bij de politie. Je hoort wel eens dat tweelingen het `voelen´ op afstand, als er iets mis is met de ander. Hebben jullie dat ook?
“Nee, dat hebben wij niet. We zijn wel heel bezorgd om elkaar. Het ergste wat je kan meemaken is volgens mij als de mensen waarvan je het meest houdt iets overkomt. Daar zit dus ook mijn kwetsbaarheid. Ik kan alles aan, zolang het maar goed gaat met de mensen waar ik van hou. Boukje, Marja, mijn broer, neef en mijn allerliefste vrienden: als het daar goed mee gaat, kan ik de hele wereld aan.”

Tijdens je opleiding speelde je volleybal op topniveau. Speel je nog, of heb je daar geen tijd meer voor?
“Ik speel niet meer. Dat hoorde bij die periode. Het was overigens een fantastische tijd waar ik mooie vriendschappen aan over heb gehouden. Af en toe heb ik nog etentjes met de vrienden uit die periode. We pakken dan altijd de draad weer op waar we gebleven waren. Heel leuk is dat. Die periode in de topsport was ook heel intens. We hoeven de deur ook niet plat te lopen om in elkaars leven te blijven: daar is WhatsApp overigens ook heel handig voor.”

IMG-5063Je lijkt altijd heel gefocust en in charge. Schiet je wel eens in de stress?
“Ja, maar mijn stress is van mij. Die houd ik dus ook bij mij. Als ik aan het werk ben, mag je van mij verwachten dat ik mijn hoofd er bij houd. Dat is mijn beroepshouding. Als mensen de politie bellen, mogen ze iets van ons verwachten. Werken ze niet mee, dan ben ik ook zo weer weg, hoor. Daar kan ik niets mee. Ik zeg wel vaker: U belt de politie, maar als u niet geholpen wilt worden, dan gaan we weer weg. Er is maar een versie van mij. Of je mij nou in Wie is de Mol? of in Ellie op Patrouille ziet: er is maar één Ellie. Ik speel nooit een rol.”

Wat zijn jouw doelen voor de komende jaren?
“Dat is altijd moeilijk om te plannen, morgen is immers niemand beloofd. Ik zou wel dolgraag een tweede serie maken van Ellie op Patrouille.”

Even iets heel anders: Ik zag op Instagram dat jullie ook een super snoezige hond hebben, Loetje.  Ik begreep dat jullie Loetje in Frankrijk ontmoetten, en dat jullie zelfs naar Frankrijk terug zijn gereden om hem op te halen. Dan was het echt liefde op het eerste gezicht?
“Ja! We ontmoetten Loetje tijdens een vakantie. Hij kwam letterlijk telkens aan onze deur en bleef de hele week iedere dag bij ons terug komen. De familie bij wie hij woonde, wilde hem terugbrengen naar de fokker. Ze hadden geen tijd voor hem. Wij hoorden dat toen we weer in Nederland waren, dus reden we inderdaad 1200 kilometer terug om hem te halen. Een van de beste beslissingen die we ooit genomen hebben. Weet je wat zo mooi is aan Loetje? Dan kom ik terug van een reis en heeft hij geen idee van wat ik heb gedaan: hij is alleen maar ontzettend blij dat ik er weer ben, klimt in me. Nou, dan smelt je toch. Home is where the heart is, en dat klopt.”

Jullie hadden ook nog twee katten?
“Ja, maar toen een van de poezen is overleden hebben we de andere poes bij vrienden ondergebracht, die een kat hebben verloren. Loetje nemen we overal mee naar toe, dus voor Josje is het prettiger bij hen: zij werken allebei niet meer dus zijn ze veel vaker thuis. Tevens zijn zij ons oppas adres voor Loetje: zo zien ze elkaar af en toe toch nog.”

IMG-5065Aanstaande dinsdag zie je Ellie in de eerste aflevering van haar programma Ellie op Patrouille op NPO1.

Wil je meer weten over Ellie, ga dan naar haar website: www.ellielust.nl

Bron foto’s: AVRO TROS

 

Advertenties

Aan de starende volwassene – ja, mijn kind is anders!

people, child, boyIk zie de statussen op mijn tijdlijn voorbij komen, over kinderen met speciale behoeften. Misschien lijkt het weer zo’n kettingstatus waar niemand iets aan heeft, maar ik begrijp dat mensen die status kopiëren en op hun tijdlijn zetten. Kinderen met een handicap – lichamelijk of psychisch – hebben behoefte om geaccepteerd te worden. Precies zoals ze zijn! Want ook al is er veel meer bekend over ziektes, lichamelijke en psychische beperkingen, je zou er van versteld staan hoe weinig mensen daar nog iets over lijken te weten in de praktijk.

Want ook al denk je misschien dat alleen kinderen ongegeneerd staren naar een ziek kind, een gehandicapt kind of een kind met een mentale beperking; was het maar waar. Volwassenen kunnen er wat van. Kinderen komen in al hun eerlijkheid tenminste vaak nog vragen wat er aan de hand is met het kindje (daar kun je tenminste nog een dialoog mee hebben en uitleg geven), volwassenen staren gewoon van een afstand onbeschaamd naar het kind. En met staren bedoel ik soms ook echt schaamteloos aangapen. Nog net niet (of soms zelfs wel) met open hangende mond.

Ja. Ja! Onze kinderen zijn anders, meneer of mevrouw die onze kinderen aanstaart. Ze zijn anders, in de fysieke zin of in mentale zin, of misschien wel allebei. Onze kinderen hebben moeilijkheden in dit leven waar u misschien nog nooit van gehoord heeft, of zelf nooit mee te maken heeft gehad. Onze kinderen moeten iedere dag vechten; of dat nu is om te overleven, om de wereld om zich heen te begrijpen of (helaas) om om te leren omgaan met starende mensen zoals u.

Ja, misschien zien onze kinderen er anders uit. Ja, misschien gedragen ze zich niet exact zoals u dat sociaal wenselijk acht; misschien krijgen onze kinderen midden op de kermis een paniekaanval omdat het geluid te hard is en de prikkels te hard binnen komen. En ja, dat ziet er misschien uit alsof ik een kind heb dat out of control is.

Maar wat de reden ook is dat dit blijkbaar een soort afkeer opwekkend schouwspel voor u is geworden; voor ons is dit de dagelijkse praktijk. En die afkeuring in uw blik – we zien hem wel! En erger nog, misschien zien onze kinderen het ook wel – snijdt dwars door onze ziel. Want u kijkt zo afkeurend naar onze kinderen, ons vlees en bloed waar wij zo trots op zijn en zielsveel van houden. Onze kleine mensjes die echt niets anders willen dan alleen maar een gewoon kind te zijn.

Soms staren we net zo lang naar u terug, totdat u enigszins beschaamd uw blik moet afwenden. Maar meestal hebben we daar de tijd niet voor. We zijn namelijk bezig met belangrijkere zaken, namelijk onze kinderen. Het zou u sieren als u in het vervolg met uw starende, afkeurende blik de dichtst bijzijnde spiegel opzoekt en hem daar in stuurt; dan komt hij precies goed terecht.

Ik ben niet boos: Dit is gewoon mijn makkelijkste gezicht!

Al van kinds af aan krijg ik regelmatig te horen dat ik “vuil kijk”.
Ben ik nietsvermoedend, braaf, rustig en geconcentreerd aan het werk, dan deinzen sommigen zelfs verschrikt terug als ik op kijk. “Kijk niet zo boos!” is dan steevast de opmerking. Terwijl ik het toch raar zou vinden als ik de hele dag geforceerd glimlachend naar mijn pc zou moeten staren, voor het geval dat iemand naar me toe komt.

Als ik op stap ging was het ook wel eens een pickup line die men meende te kunnen gebruiken.
“Kijk je altijd zo boos, meisje?”
Nee, dat doe ik speciaal voor jou.
Ook zo’n leuke: “Lach eens!”
Waarom eigenlijk? Geef me een reden en ik geef je een lach. Eerlijk toch?

Maar alle gekheid op een stokje, en om nu maar eens voor eens en voor altijd er mee klaar te zijn: ik ben niet boos. Dit is gewoon mijn gemakkelijkste gezicht!

Ik kijk zo als ik er niet over nadenk hoe ik kijk. En dat is goddank best vaak. Ik ben gewoon met een boos gezicht geboren, althans, mijn baby foto’s doen dat wel vermoeden. Daar lag ik dan, helemaal rozig, kwam niks tekort, op schoot bij mijn moeder, vuil te kijken als een echte baby gangster. Vuil is gewoon mijn look.

En wie dat niet bevalt, nou, die kijk ik extra vuil aan de volgende keer! 😉

Waarom mannen niet van winkelen houden

Ik begrijp echt heel goed, waarom het gros van de mannen niet van winkelen houdt. Ik houd er zelf ook niet van, althans, niet van de manier waarop de meeste vrouwen die ik ken winkelen. (sorry, meeste vrouwen die ik ken)
Als ik ga winkelen, doe ik dat zoals de meeste mannen dat doen: ik loop een winkel binnen, kijk door de rekken (twee minuten in plaats van twee uur) en als ik iets zie dat me bevalt, pas ik het. Staat het niet, dan loop ik niet nog drie rondjes door de winkel, maar ga ik naar de volgende. Of beter nog: naar een bruin café. Of een terras. Ik twijfel ook geen uur of ik iets wel of niet moet kopen: als het goed zit, zit het goed. Zo niet, dan niet. Bij twijfel doe ik het niet. Want laten we eerlijk zijn: als je in de winkel al zo twijfelt, wordt dat thuis echt niet minder.

Slimme winkels hebben in de loop der jaren handig ingespeeld op de verveling die optreedt bij mannen tijdens het wachten: ze plaatsen bankjes en koffie corners in hun winkels om het wacht leed te verzachten. Dat scheelt een hoop ongeduld en bovendien gemiddeld twintig voor de deur wachtende mannen per dag. Toch zie je ze nog wel eens staan, buiten de winkel deur, meestal met een paar tassen in hun handen, want “als je toch buiten wacht dan houd dit maar even vast”. Arme kerels.

Ik ben wel eens vaker naast ze gaan staan, als ik met een vrouw aan het winkelen was die er langer over deed dan ik mentaal aan kon. Verbaasd werd ik dan terloops bekeken, vanuit hun ooghoeken. Ik kan er niets aan doen: ik heb na een tijdje gewoon niets meer te zoeken in zo’n winkel. Met de seconde groeit dan mijn verlangen stilte en frisse lucht. Veel vrouwen praten namelijk ook oeverloos over of dit wel past bij dat, of dit nog ingenomen of verkort kan worden, en het aller ergste: of dit misschien even achter de toonbank bewaard kan worden bij wijze van reservering, totdat ze zeker weet dat die broek die er bij leek te passen in die winkel aan de andere kant van de stad, er nog is.

Nee, dan sta ik liever buiten, op straat, tussen mijn lotgenoten, de zwijgende mannen. Ze begrijpen misschien niet waarom ik daar naast ze sta, maar dat is het fijne aan mannen: het interesseert ze ook niet echt. Zo lang ik maar mijn mond houd, word ik stilzwijgend geaccepteerd.