Mensen die tegen hun huisdieren praten. Ja, ik geef toe: ik ben er ook zo een.

Als ik thuis kom begroet ik mijn hond en kat. Ik vertel mijn hond dat hij een lief hondje is, als hij komt nadat ik hem roep. Niet alleen omdat hij mijn commando’s lang niet altijd zo braaf opvolgt, maar ook omdat ik heb gelezen dat honden letterlijk een stress verlagend geluksstofje in hun hersens aanmaken als je met een vriendelijke stem tegen ze spreekt.

Het hebben van een kat of hond verlaagt bovendien je bloeddruk, verbetert je welbevinden en reduceert stress bij mensen. Even een vriendelijk woord tegen je dier zeggen is dus wel het minste wat je terug kunt doen, als baas zijnde. Voor wat hoort wat.

Daarbij heeft mijn hond de neiging om heel wijs te gaan kijken als ik op vrolijke toon tegen hem praat. Zijn hoofd draait dan zo, dat het soms bijna lijkt alsof het er af gaat vallen. Dat vind ik elke keer weer grappig.

Mijn kat negeert overigens structureel alles wat ik zeg. Ze negeert me sowieso, behalve als ik paté uit de koelkast pak. Toch praat ik ook tegen haar. Want ooit kende ik een kat die op alles wat je zei antwoord gaf, en ik heb de hoop nog niet opgegeven dat zij dit ook gaat doen.

Mensen die tegen hun huisdieren praten zijn overigens vaak hele lieve mensen, heb ik geleerd. Daarbij is het hebben van huisdieren ideaal tegen eenzaamheid: er is altijd iemand thuis die blij is om je te zien (en de kat is er ook.)

Dierenpraters zijn dierenvrienden, en dierenvrienden zijn vaak ook lief tegen medemensen.

Dat is mijn conclusie, en daar zult u het mee moeten doen.

Advertenties

Katten zijn een apart diersoort. Ze hebben het formaat niet van een leeuw of een tijger, maar wel het karakter. Ze zien dan ook niet in waarom hen niet alles zou moeten komen aanwaaien, ze kunnen behoorlijk arrogant zijn en bovendien zijn ze zeer selectief in het aangaan van vriendschappen.

Dozen hebben een onweerstaanbare aantrekkingskracht op de meeste katten. Ik weet niet precies waarom. Misschien is het de geborgenheid om tussen de kartonnen planken te zitten, misschien zijn het die kleine hoekjes onder in de doos, waar het donker is en waar katten áltijd iets in lijken te zien zitten.

Misschien is het gewoon leuk, om te kijken of ze er in passen. En zo niet, waarom niet. En zo nog niet, waarom dan niet op een andere manier. Of nog een andere manier. Katten laten zich toch zeker niet door zo’n dóós tegenhouden om er in te passen? Niet alleen dozen, ook vissenkommen en andere kleine ruimtes nodigen katten uit om te kijken hoe lenig lenig nou precies kan zijn.

Honden: Noodzakelijk kwaad, de huisgenoot die nooit snapt wie de baas is.
Honden hebben een iets andere uitwerking op de meeste katten. In 99,999% van de huishoudens zijn de katten de baas over de hond. En dat vergt regelmatig op de plaats zetten van die vrolijke, kwispelende, nietsvermoedende viervoeter.

Mensen: Leuk om te irriteren.
Mensen zijn voor katten ideaal om te irriteren. De keuze is reuze: zo kun je als kat zijnde lampen om gooien, glazen van de tafel af wippen en op toetsenborden gaan liggen snurken terwijl je Onderdaan nog een belangrijke presentatie moet afmaken voor zijn werk. Het enige dat noodzakelijk is, is dat je het met een vanzelfsprekende nonchalance doet, waardoor het bijna niet opvalt.

Afpoeieren van vermeende vriendschap, of, god forbid, méér.
Om nog even terug te komen op honden: die willen natuurlijk altijd maar al te graag vriendjes zijn met katten. Want honden willen meestal wel met iedereen vriendjes zijn. Katten zien dat vaak niet zo zitten. Een beetje kat van kwaliteit laat zich natuurlijk niet overhalen door al dat achtervolgen, schattige kwispelstaarten en uitnodigende likjes.

Het is best belangrijk soms, om te leren hoe je je minder aan kunt trekken van wat anderen van je denken. Vind je het moeilijk om de mening van anderen naast je neer te leggen? Laat je je verjagen van je plek, laat je regelmatig een ander voorkruipen?

Het is al vaker bewezen: een van de beste manieren om te leren is door te observeren.

Kijk en leer van deze kat.