Tagarchief: kansen

“Zolang je maar gelukkig wordt!” – door Chrisje’s VIP blogger Rosan van der Zee

pexels-photo-1282169“Zolang je maar gelukkig wordt.” Dat was wat mijn moeder vroeger altijd tegen me zei. Er lag een hele wereld voor me open. Duizenden of zelfs miljoenen mogelijkheden. Zolang ik maar hard werk, kan ik alles bereiken. The American Dream, maar dan op zijn Nederlands.

Met deze gedachtegang in mijn achterhoofd ging ik vol goede moed de grote wereld tegemoet. Echter kwam ik er al snel achter dat geluk nog niet zo makkelijk te bereiken is als ik dacht. Ik kwam erachter dat ik ondanks hard werken echt niet alles zou kunnen bereiken wat ik als doel stelde.

Daarbij liep ik ook nog eens tegen een andere muur op: psychische kwetsbaarheid.

Want ik heb last van depressies, paniekaanvallen PTSS (in remissie) en autisme. Een mooie cocktail aan labels die ik altijd met me meedraag. Dat klinkt als het perfecte recept voor een leuk feestje, maar van cocktails moet je niet te veel drinken want dan wordt het één groot zooitje. Een beetje is namelijk wel gezellig, maar voor je het weet ben je heel de boel aan het onderkotsen. Nou, dat is dus ongeveer mijn dagelijkse hoeveelheid aan cocktails.

Hoe ga ik echter samen met mijn cocktail aan labels – mijn psychische kwetsbaarheid – zoiets als geluk vinden? De wereld ligt voor me open en ik lijk maar niet bij dat stukje ‘geluk’ te kunnen komen. Alsof het zich constant in alle hoekjes en gaatjes voor me verbergt en me bij voorbaat al heeft afgewezen. Kan ik wel aan mijn moeders wens voldoen om ‘gelukkig’ te worden? Want hoe meer ik ervoor vecht om gelukkig te worden hoe verder het van mij weg lijkt te vluchten. Moet ik misschien stoppen met zoeken naar iets wat zich niet laat vinden? Moet ik accepteren dat ik niet gelukkig word? Is het beter als ik ook het ‘ongeluk’ een plekje geef? Dan hoef ik het niet meer weg te duwen en dat scheelt heel veel energie.

Geluk bestaat immers eerder uit het beleven van momenten in plaats van een constante aanwezigheid te zijn. Het leven is nu eenmaal best wel lelijk af en toe, maar in de aller lelijkste lelijkheid is ook schoonheid te vinden. Misschien is mijn cocktail aan labels ook niet alleen maar slecht. Wellicht kan ik er zelfs van genieten als ik het leer te doseren en het om vorm tot een aanwezigheid die ook iets positiefs kan brengen. Misschien dat ik wel leer te leven met de kunst van het (on)gelukkig zijn.

Dus sorry mam, ‘gelukkig’ zal ik waarschijnlijk niet worden. Laat ik dan maar gewoon mezelf zijn en het leven nemen zoals het is. Misschien kunnen we met mijn cocktail toch soms wel een leuk feestje bouwen? Ik schenk alvast een glaasje voor je in. Proost op het (on)geluk!

Liefs,

Rosan van der Zee

pf

Advertenties

Meer vrouwen aan de top vereist flexibelere top

Ik loop al maanden rond met de priemende vraag in mijn hoofd: waarom zijn er zo weinig vrouwen aan de top? Er wordt zo veel over gezegd, geroepen, gedeeld. Maar wat is er nu wezenlijk aan de hand? Waarom bereiken maar zo weinig vrouwen de top? Laten we het vergelijken met de top van een echte berg. Mannen en vrouwen kunnen beiden op hun eigen manier een berg beklimmen. Waarom zou de vrouw de berg op dezelfde manier moeten beklimmen als de man? Misschien moeten we niet kijken naar het doel (de top), als wel naar de klim methode. Als de top voor beide seksen bereikbaar moet zijn, wat maakt het dan uit als een vrouw het op een andere manier doet? Of samen met een andere vrouw?

Volgens een artikel dat ik las om research te doen naar dit onderwerp, zijn dit de hoofdredenen waarom vrouwen de top moeilijker vinden om te bereiken: Managementstijl, organisatiecultuur, werving, discriminatie (bewust of onbewust), doorgroeimogelijkheden, werkervaring, positieve discriminatie, uiterlijk, quota, netwerken, kinderopvang, internationale ervaring en zelfvertrouwen. Al deze punten wegen ongetwijfeld zwaar mee. Managers kiezen vaak mensen die op hen lijken (dus mannen, die net zo zijn) als opvolger. Er is nog steeds discriminatie, bewust én onbewust, tegen vrouwen. Netwerken bestaan vaak grotendeels uit mannen. En zo voorts. Toch ontbreekt er een belangrijke reden aan dit lijstje. Ik mis één belangrijk aspect. Als we willen dat het voor vrouwen makkelijker wordt om de top te bereiken, moet de top bereid zijn verandering niet alleen te accepteren, maar ook te omarmen. Het is alsof we zeggen: we laten bij een voetbalclub waar alleen mannen voetballen, opeens ook vrouwen toe. Maar we laten de kleedkamers hetzelfde, de doucheruimtes hetzelfde, we passen niets aan. Een knappe vrouw die daar naar toe gaat, als er voor haar geen privacy is om zich om te kleden of te douchen, zonder meteen tussen een bezweet mannen elftal te staan. De top moet zich openstellen voor vrouwen en inzien dat vrouwen op hun eigen manier een zeer wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan de organisatie. Vrouwen hebben hun eigen ideeën, hun eigen managementstijl, hun eigen inzichten en ervaring, waarmee ze een enorme toegevoegde waarde kunnen hebben in ieder bedrijf.

Maar als topvrouw moet je fulltime werken, zeggen ze. Meer dan fulltime zelfs. Topbanen vereisen een volledige inzet, minstens 50 uur per week.

Moeders vallen dan bijna automatisch af, want – zo gaat het toch vaak! – het gros van de moeders, hoe ambitieus ook, wil hun kroost liever niet zo veel onderbrengen bij de opvang. Ook niet als hun man een minder betalende baan heeft. Veel mannen, hoog opgeleid of niet, voelen er weinig voor om meer thuis te blijven dan hooguit een papa dag per week. Maar waarom moet je als topvrouw per definitie fulltime werken? Is dat werkelijk noodzakelijk? Of wordt dat van oudsher gedacht, omdat het nu eenmaal door mannen altijd zo werd gedaan? Omdat mannen vaak een (part-time of niet werkende) vrouw thuis hadden die de rest regelde?

Waarom worden er in de top van het bedrijfsleven en de overheid geen duo-topbanen mogelijk gemaakt?

Twee managers die beiden drie dagen werken in één functie, bijvoorbeeld?

Natuurlijk moet er dan wel een goede samenwerking zijn tussen de duo-partners, mogen de ego’s niet te groot zijn. Maar als die klik er is, en er is een goede overdracht, dan moet dit te verwezenlijken zijn. Zeker in de huidige tijd, met alle mogelijkheden van dien; smartphones met e-mail van het werk, thuis werk mogelijkheden, gedeelde agenda’s. Waarom gebeurt dat zo weinig? Zijn vrouwen bang om het voor te stelllen? Of wordt er argwanend gekeken naar duo-banen door het top management van bedrijven? Het gebeurt wel al her en der, leer ik uit mijn research, maar nog lang niet genoeg. Er zijn al bedrijven, instellingen en overheidsinstellingen waar duo-topbanen bestaan, maar het is nog lang geen breed geaccepteerd fenomeen.

Wat mij betreft zou de duo-optie een verplichte optie moeten zijn bij nieuwe vacatures, óók op top niveau.

Zo nodig je vrouwen uit, die hoogopgeleid zijn en barsten van de potentie, maar daarnaast toevallig ook moeder zijn. Hiermee wordt een zee van mogelijkheden geopend voor de hoog opgeleide vrouwen met ambities, die nu niet durven te solliciteren, vanwege de angst voor de werk-privé disbalans die die topfunctie met zich mee zou brengen. Natuurlijk is een goede samenwerking vereist om een duo-baan succesvol uit te voeren. En natuurlijk zitten er ook haken en ogen aan. Maar duo-banen hebben ook veel voordelen: Zo kunnen vakanties en ziektes gemakkelijker opgevangen worden door de duo-partner, valt er een minder groot gat bij zwangerschapsverlof én bij vertrek van één van de duo-partners, kan de ander een opvolger gemakkelijk inwerken. Dat is allemaal behoorlijk voordelig voor de werkgever.

Misschien moeten bedrijven en instellingen aan de top bereid worden om oude denkbeelden wat meer los te laten, om ruimte te maken voor nieuwe manieren van denken én werken. Misschien moeten topmanagers hun vooroordelen over werkende vrouwen laten varen, en nieuwe methoden een kans geven. Wellicht zelfs aangemoedigd door de overheid. Als vrouwen nu amper de top kunnen bereiken, en dat niet ligt aan hun opleiding of ambitie, dan moet er iets veranderen aan de top. Met het eisen van meer dan 50 uur per week werkende carrière tijgerinnen, wordt de deur voor topvrouwen met een gezin immers op een kier gezet. Want lang niet iedere hoogopgeleide, potentiële topvrouw heeft een man die bereid is meer thuis te blijven.

Met het mogelijk maken van duo-(top)banen zet je de deur wagenwijd open voor deze groep vrouwen en laat je als bedrijf of instelling zien dat je met je tijd mee gaat en open staat voor (meer) vrouwvriendelijke veranderingen.

Veel vrouwen haken nu immers af, onderweg naar de top. Niet vanwege een gebrek aan ambitie of kennis, maar simpelweg omdat ze moeder worden en het meer dan fulltime werken niet gecombineerd krijgen met het opvoeden van hun kinderen. Dan wordt er met ´minder´genoegen genomen omdat ze niet anders kunnen en zich gedwongen voelen om gas terug te nemen. Doodzonde van al dat talent, als je het mij vraagt.