Tagarchief: ivf

BOOS op carnavalsmaandag: een gastblog van VIP blogger Selina

Ik ben boos. Het is carnavalsmaandag. Ik zit tegenover mijn wederhelft aan de keukentafel.

Onze laptops staan tussen ons in. Hij is aan het studeren. Ik een les aan het voorbereiden. Het gebrom van onze computers wordt overstemd door het gedreun van carnavalsmuziek. Hoempa muziek doet onze concentratie ietwat verslappen. De grote optocht lijkt dan ook door onze achtertuin te trekken. Mijn lief spitst zijn oren, vangt een paar klanken van ‘Anton aus Tirol’ op en schudt zijn hoofd. Hij verzucht dat hij het niet erg vindt om de carnavalsfestiviteiten dit jaar eens over te slaan. De buitenwereld trekt zich echter weinig van zijn gezucht aan. Carnavalsvierders in de meest kleurrijke kostuums lopen ons raam voorbij. Twee piraten. Een eenhoorn. Een non met een kleine leeuw op de arm. Buiten wordt feest gevierd. Gedronken. Gelachen. Gehost. Maar binnen zit ik tegenover mijn wederhelft aan de keukentafel. Op carnavalszondag. Tijdens het voorbereiden van mijn les. Binnen. Ben ik boos.

Normaliter ben ik niet iemand die haar politieke standpunten of morele principes hoog van de toren blaast. Verschrikkelijke beelden uit slachthuizen met schreeuwerige teksten op mijn sociale mediakanalen laten mijn ogen vooral rollen in plaats van mijn gedachten veranderen. Verkondigers van het hoge woord vermijd ik als het even kan. Blogposts over platte-aarde-propaganda of anti-vaccinatie betogen lees ik niet. Maatschappelijk-relevante fanatici die de waarheid in pacht denken te hebben ontvolg ik met één simpele klik. Maar het nieuws dat de Minister van Volksgezondheid het advies van het Zorginstituut heeft overgenomen om kunstmatige inseminatie voor alleenstaanden en lesbische koppels niet meer onder de basisverzekering te laten vallenvind ik toch moeilijker te behappen dan een zure haring op Aswoensdag. Als alleenstaande of homoseksueel met een kinderwens krijgt de dame in kwestie enkel nog een vruchtbaarheidsbehandeling vergoed als er een medische noodzaak is. Het ontbreken van een man of het onvermogen van een lesbische partner om zaad te produceren is blijkbaar geen medisch probleem. Dan hadden de dames in kwestie maar beter moeten trainen op het kweken van kwakjes! Heterovrouwen met partners die om wat voor reden dan ook geen zaad kan produceren, worden uiteraard wel gewoon geholpen. “Sjiek is miech dat!”

Boos ben ik. Op carnavalsmaandag. Binnen. Want terwijl buiten twee voorbijgangers in glitterende baljurken synchroon op een fluitje blazen, denk ik aan de lesbische dames die met één besluit uit de vruchtbaarheidsoptocht geweerd worden. Het insemineren van lesbische koppels is te duur, aldus het Zorginstituut. En terwijl Fabrizio door onze achtertuin echoot, voel ik medelijden met mijn alleenstaande medemens die met één besluit uit de fertiliteitspolonaise gegooid worden. Het insemineren van single ladies zet druk op de betaalbaarheid en kwaliteit van het verzekerde pakket, aldus de minister. En het hier samen voor betalen “kan de solidariteit ondergraven”.

De minister is blijkbaar nog nooit met carnaval in Limburg geweest. Waar solidariteit en saamhorigheid hand in hand gaan met ‘Zaate Hermeniekes’ en ‘Prinsezittingen’. Waar de prinses van het Bokkeriek net zo veel recht heeft op een baby dan de hele raad van elf van het Piëlhaazeriek. En waar het een hossende menigte op het Vrijthof in Maastricht waarschijnlijk een worst zal wezen om mee te betalen aan de vruchtbaarheidsbehandelingen van de lesbische eenhoorns en alleenstaande nonnen onder hen. Want, in tegenstelling tot onze Minister van Volksgezondheid en het Zorginstituut, beseffen de Zuiderse carnavalisten waarschijnlijk wél dat fertiliteitstrajecten net zo leuk zijn als regen tijdens de kinderoptocht. Dat geen enkele dame, ongeacht haar geaardheid of huwelijkse status, liever haar lijf volpropt met hormonen dan met nonnevotten. En dat alle mama’s-in-spé recht hebben op een kleintje pils, volledig vergoed en al.

Dus maak ik me boos. Op carnavalsmaandag. Binnen. Constateer ik mopperend dat de Minister waarschijnlijk een carnavalsplaat voor zijn hoofd heeft. Want besluiten die Nederland 2×11 jaren terug in de tijd sjoenkelen nemen alleen mensen die écht diep in het glaasje hebben gekeken. Die de tap zo vaak hebben opgezocht dat ze niet in de gaten hebben dat ze eigenlijk indirecte discriminatie in de hand werken. Die zo duizelig zijn van het polonaiselopen dat ze niet inzien dat ze een land een stap terug laten nemen. Want dat het terugdraaien van de vergoeding kan leiden tot schimmige situaties, dat verbloemen de confetti en serpentines wel. Dat vrouwen nu genoodzaakt worden hun toevlucht te nemen tot donoren die niet gescreend zijn op geslachtsziekten of met onbekende spermakwaliteitis voor ná de grote optocht. En de dames wiens levens nu plotsklaps op de kop staanzijn niet gered met wat schmink en een kleurrijke outfit. Maar ach, dat is voor na de carnaval. Alaaf! Alaaf! Alaaf!

P.S. Erger je je ook groen-geel-en-rood aan het besluit van de Minister van Volksgezondheid? Laat de hoempapa muziek dan eventjes voor wat het is en teken de petitie: https://petities.nl/petitions/vergoeding-vruchtbaarheidsbehandeling-voor-elke-vrouw?locale=nl

Alleen, met de billen bloot

Door Chrisje VIP blogger Selina.

“Komt u maar mee, mevrouw”. Een verpleegster met een groen operatiepak wijst naar de deur. Ik sta op van het bedje. Ze trekt de gordijnen achter me dicht. Ik doe hetzelfde met het operatiehemd dat ik aan heb. Dat dicht is van voren en open van achter. Dat mijn kadetjes ongewild in de schijnwerpers plaatst. Een reetspleet, noemde mijn wederhelft de achterkant van mijn openhangede tenue zojuist.

Hij probeerde me ermee aan het lachen te maken. Wetende dat dat de zenuwen voor de ingreep die me stond te wachten ietwat zou wegnemen. Ik kijk naar hem terwijl ik de gang op loop. Hij knikt me bemoedigend toe. “Succes en tot zo, lief”. Ik doe mijn best een glimlach te produceren. Het lukt me maar half. Dan trekt de verpleegster de deur achter me dicht. Daar ga ik. Alleen. Met de billen bloot. Letterlijk.

Ik begin mijn weg naar de operatiekamer. Mijn blik richtend op de rug van de verpleegster. Op de automatische piloot volg ik haar voetstappen. Het gepiep van haar plastieken slippers op de linoleum vloer zouden me normaliter irriteren. Maar mijn gedachten zijn er niet bij. Ik ben te afwezig om er wat van te vinden. De gang lijkt eindeloos te duren. Een koude rilling loopt over mijn rug. Een huivering die van mijn onderrug, via mijn schouders, mijn kruin in schiet. Ik vraag me af of het door de zenuwen komt. Door de kilte van de vloer die via mijn blote voeten mijn lichaam binnendringt. Door mijn koude kont. Of door het gevoel er helemaal alleen voor te staan.

Dat gevoel is ondertussen een bekende geworden, gedurende de afgelopen twee jaar. Onverwachts. Want vanaf het begin van ons fertiliteitstraject hebben mijn echtgenoot en ik steun gevoeld. Medeleven. Liefde. Uit de directe en minder directe omgeving. Uit zowel verwachte als onverwachte hoeken. Al twee jaar horen we lieve woorden van onze families. Verrassen ze ons met uitstapjes, cadeaus of andere ruggensteuntjes. Al twee jaar laten vrienden en vriendinnen op stel en sprong alles uit de handen vallen om langs te komen. Soms met taart. Soms met bloemen. Soms gewoon om er te zijn. Al twee jaar geven collega’s ons knuffels, gelukswensen of bemoedigende petsen op onze derrières. Al twee jaar raken we soms overweldigd door het aantal berichtjes, telefoontjes en kaartjes. En toch is de moeizame weg naar het moederschap het eenzaamste wat ik tot nu toe in mijn leven heb moeten ondernemen.

Want aan het einde van de rit staan mijn gemaal en ik er alleen voor. Als de kaartjes gelezen zijn en de cadeautjes zijn uitgepakt. Als de vrienden en vriendinnen weer naar huis toe zijn. Als de knuffels gegeven zijn en de berichtjes gelezen. Dan blijven mijn eega en ik over. Alleen. Omringd door een resem aan doctoren, verpleegsters, apothekers en zielenknijpers. Maar alleen. Want ook onze families kunnen er niet voor zorgen dat wij eindelijk potten met augurken in kunnen slaan. En ook vrienden en vriendinnen zijn er nog niet in geslaagd om een broodje in de oven te krijgen (hoewel de taart die ze soms meebrengen wel voor dikke buiken zorgt). Ook van knuffels raak je normaal gezien niet zwanger. Laat staan van kaartjes. En zelfs de mannen en vrouwen in de groene operatiepakken zijn er tot dusver niet in geslaagd om mijn tikkende biologische klok te doen veranderen in poepluiers en fopspenen. En dus zijn wij het die steeds met de billen bloot moeten.

Alleen.

En zelfs de liefde van mijn leven moet mij zo nu en dan aan mijn lot overlaten. Soms kan ook hij niks anders doen dan kijken hoe mijn naakte spleet het omkleedkamertje verlaat. Want hoewel hij al twee jaar lang een rots in de branding is. Een steun en toeverlaat. Een houvast in emotionele tijden. Uiteindelijk is het mijn buikwand die doorboort wordt met injectienaalden. Aan het einde van de rit is het mijn hormoonhuishouding die overhoop gegooid wordt. Wanneer alles voorbij is, is het mijn lijf dat het lijdend voorwerp is. En ook mijn wederhelft wou soms dat het anders was. Ook hij had liever gezien dat de lasten op een wat eerlijkere manier gedeeld konden worden. Maar ook hij beseft dat het niet veel zin heeft om zijn eigen zitvlak te ontbloten. Dat een scopie van zijn binnenste niet zinvol gaat zijn om in verwachting te raken. En dat hetgeen dat hij kan baren aanzienlijk bruiner en stinkender is dan hetgeen dat – hopelijk – ooit uit mij gaat komen. En dus doet hij het enige dat hij kan. Grapjes maken om mijn zenuwen tegen te gaan. Op mij wachten. Me knuffelen als het erop zit. En alle emotionele steun bieden die hij kan.

Maar fysiek sta ik er alleen voor. Besef ik, terwijl de verpleegster voor mij de operatiekamer binnen wandelt. “Gaat u maar liggen, mevrouw”. Alleen. Omringd door een resem aan doctoren en verpleegsters in een operatiekamer. Maar alleen. Want uiteindelijk is het mijn lichaam waar over een paar minuten een camera in gestoken wordt. Aan het einde van de rit zijn het mijn benen die zo dadelijk in de steunen moeten. Wanneer alles voorbij is, is het mijn lijf dat verkrampt om de golven van ongemak op te vangen. En per slot van rekening ben ik degene die in een operatiekamer staat. Alleen. Op blote voeten. In een openhangend operatiehemd. Met reetspleet.

Deze column verscheen ook op Selina’s eigen blog: https://slienaa.blogspot.com/2019/01/alleen-met-de-billen-bloot.html