Tagarchief: hulpverlening

Geef me de tijd om mijn woorden te vinden – Rosan over haar telefonische therapie

Ik hoor mijn telefoon overgaan. Op het scherm zie ik de naam van mijn therapeute verschijnen. Mijn adem stokt even en ik staar slechts naar mijn trillende mobiel. Ik ben de belafspraak vergeten.

Alles in me zegt dat ik niet moet opnemen. Het is te veel. Ik kan dit niet. Ik zal dichtklappen. Maar ik wil mijn therapeute ook niet zomaar laten zitten. Ze weet dat ik bel angst heb en houdt daar vast wel rekening mee. Voordat mijn mobiel overgaat op de voicemail neem ik dus maar op en loop ik direct naar een ruimte in het huis waar ik hoop dat mijn ouders me niet kunnen horen.

“Hey, bel ik gelegen?” Ze klinkt vrolijk, maar ook wat afwachtend. De laatste belafspraken waren immers een beetje een flater omdat ik dichtsloeg en ze slechts een gesprek voerde met mijn stilte.

“Uhm, ja je belt wel gelegen.” Mijn twijfelende stem verraad dat ik de belafspraak was vergeten. 

“Fijn, is er iets waar je het nu over wilt hebben?” 

Stilte… Ik denk en ik denk, maar er komt niets naar boven. Er is eigenlijk heel veel waar ik het over wil hebben, maar het komt er niet zo snel uit. Het voelt alsof er een muur staat tussen alles wat ik te zeggen heb en de weg naar mijn mond. 

“Uhh, ik weet nu even niet specifiek iets.” stamel ik onzeker.

Het blijft even stil aan de andere kant van de lijn. Een kleine zucht vertaal ik naar haar teleurstelling. Dit lijkt immers alweer een zinloos gesprek te gaan worden. “Wist je niet meer dat ik zou bellen? Dan begrijp ik wel dat je het nu even niet weet. We kunnen ook gewoon afspreken dat ik je over twee weken weer face to face zie? Dan laten we het nu even voor wat het is.” 

Ik probeer er tussen te komen en te benoemen wat er juist allemaal gebeurd is. Om een of andere reden verkeert mijn mond in een ‘ja en amen’ staat van zijn terwijl dit helemaal niet is wat mijn brein wil. Er is zoveel te zeggen, zoveel te benoemen, maar ik heb tijd nodig. Tijd die nu tussen mijn vingers vandaan glipt alsof het er nooit echt is geweest. Ik moet eerst overzichtelijk krijgen wat ik allemaal wil zeggen voordat ik iets kan zeggen. Gun me alsjeblieft die tijd!

Nadat ik alleen maar stilletjes ‘ja’ heb geantwoord op de afsluitende woorden van mijn therapeute hoor ik dat ze al gedag gaat zeggen. Het is nu aan mij om op de rem te drukken want ze lijkt niet door te hebben waar ik mee zit. Hoe kan ze dat ook weten, ze ziet me niet eens… Ze hoort alleen mijn instemming. 

Er moet iets zijn, maar waar is het? Waar zijn de woorden waar ik zo naarstig naar zoek? Ik bonk tegen de muur die alles tegenhoudt waar ik over wil praten. Ik schop en ik brul, maar de muur blijft stevig staan. In de tussentijd voel ik de afstand tussen mij en de therapeute groter worden. Terwijl ik nog opzoek ben naar de juiste woorden achter die grote muur lijkt zij vooral opzoek naar het knopje om op te hangen en weer verder te gaan met haar werk van de dag.

Lees verder onder de afbeelding

“Wacht!” zeg ik haastig om tijd te rekken. “Er is nog iets wat ik wil vragen.” 

“Oh, vraag maar. Dat vind ik fijn om te horen.” 

Ik voel de afstand tussen mij en de therapeute weer kleiner worden. Ze staat weer dichterbij mij en de muur. Ik weet alleen niet voor hoe lang ik haar hier kan houden want wat ik net zei was meer bluf omdat ik eigenlijk geen concrete vraag heb. Die verrotte muur blijft maar in de weg staan. 

Haastig ga ik op zoek naar kiertjes en gaatjes waardoor ik misschien door de muur kan gluren. “Ja, ik moet even bedenken hoe ik dit ga zeggen,” zeg ik maar om nog meer tijd te rekken. 

“Natuurlijk, neem je tijd.”

Tijd, daar krijg ik het eindelijk! Dat heb ik nodig! Ik voel langs de muur en voel een oneffenheid. Een kier! Ik gluur er tussendoor en krijg zicht op wat woorden achter de muur. ‘Paniek, thuis, isolatie, buiten, alleen, medicatie, belangst, psychiater…’Het is nu vooral nog een brei, maar langzaamaan wordt het me helderder. Ik besluit dat ik het beste kan beginnen met één specifiek woord.

Lees verder onder de afbeelding

“De psychiater…” Komt er na een tijdje ietwat willekeurig uit mijn mond. 

Zodra ik het woord benoem volgt al snel de rest van het verhaal. De woorden beginnen steeds sneller door de kier in de muur stromen. De brei wordt een duidelijk verhaal en zo volgt er werkelijk een telefonisch consult tussen mij en mijn therapeute. Zoveel mogelijk van wat er op mijn hart rust laat ik naar buiten. Iets wat me eigenlijk bijna nooit lukt. Ditmaal heb ik op tijd op de rem gedrukt.

Het enige wat ik nodig heb is tijd… Ja, het duurt wat langer, maar dat zou niet erg moeten zijn zolang het me helpt. Dan vind ik misschien nog wel mijn woorden, maar als je ophangt is het te laat. Dus wil je even op me wachten voordat je weggaat? Alleen zo krijg ik mijn stilte aan de praat.

Rosan van der Zee

Meer lezen van Rosan kan hier!

“Ik begrijp haar keuze. Ook ik ben misbruikt.” – door VIP blogger Rosan

door Chrisje VIP blogger Rosan van der Zee

pfIk voel me niet goed. Waarom? Er is een meisje overleden; Noa. Ze was pas 17 jaar. Ik ken haar niet. Ik wist pas dat ze bestond toen ik las dat ze was overleden. Een zelfgekozen dood. Op de ene pagina stond dat het kwam door euthanasie en ergens anders werd dit gerectificeerd: er was geen sprake van euthanasie.

Volgens de teksten wilde ze niet meer leven door haar trauma’s. Ze mocht geen euthanasie, want daarvoor was ze te jong. Eerst nog traumabehandeling. Was er ook nog een andere optie? Nee. Uiteindelijk besloot ze te stoppen met eten en drinken, begeleid door haar artsen. Blijkbaar kon dat wel.
Jezelf uit moeten hongeren om zo uiteindelijk te sterven. Na een leven lang vechten.

Voor haar was de weg die er nog werd uitgezet niet te bewandelen, maar er was geen andere weg meer om te bewandelen. Die weg bestond immers niet. Ze was losgelaten en spartelend achtergelaten in een wereld die zei niets anders meer te kunnen bieden dan die ene weg.

Ze was zeventien jaar. Ze was een strijder. Nu is ze dood. Maar dat deed ze natuurlijk zelf. Het was haar keuze. Niemand die daar meer iets aan kon doen. Vogelvrij verklaard.
Iets in mij voelt zich schuldig om dit allemaal te lezen. Alsof ik inbreek in iemand anders leven. In iemands anders gevecht waar ik niet zomaar een oordeel over kan vellen. Echter: de hele wereld lijkt hier opeens over te kunnen oordelen. Er wordt van alles geschreeuwd en iedereen lijkt de enige waarheid te kennen.

En ik?

Ik zit op de bank. In stilte.

Eigenlijk wilde ik er niks over schrijven. Wilde ik het voorbij laten gaan en de pijn er dan maar laten zijn. Maar ik kan mijn ogen hier niet voor sluiten.

Ik herken mezelf in dit meisje. Ook ik ben zwaar misbruikt. Ik heb dingen meegemaakt die niemand mee zou moeten maken. Ook mijn lichaam heeft altijd als mijn vijand gevoeld. Ook ik wilde op mijn zeventiende dood. Soms wil ik dat nog. Maar ik leef nog. Ik ben er nog.

Toch kan ik niet zeggen dat zij dan ook maar door had moeten leven. Dat ze niet op had moeten geven. Want ik kan nooit weten wat zij allemaal heeft gevoeld en hoezeer ze heeft geleden. Hoeveel ik ook in haar verhaal herken. Ik geloof haar als ze zegt dat haar lijden ondraaglijk was. Als er dan slechts nog één weg wordt aangeboden om verder te kunnen gaan – een weg die niet door haarzelf kon worden bepaald – dan begrijp ik dat dat als een onmogelijk obstakel voelt.

Wel heb ik het er moeilijk mee. Want ik had het fijn gevonden als dit nieuws nooit de wereld had bereikt. Als het nooit was gebeurd. Als ze op haar manier haar leven weer had kunnen leiden in plaats van lijden.

Maar wie ben ik, om daar over te oordelen. Ik ben slechts iemand die een tekst leest op een pagina waarvan ik weet dat het nooit het verhaal volledig kan vertellen zoals het is. Waarvan ik niet eens weet of het wel de volledige waarheid vertelt. Ik ben slechts een toeschouwer van iemand anders verhaal. Een verhaal dat op mijn verhaal lijkt weliswaar, maar het is niet mijn verhaal. Ik lees het en ik neem het met me mee zonder een definitief oordeel te vellen. Ik heb dus slechts een beleving zonder duidelijk kader. Dat is oké. Want ook dat telt mee.

Daar zit ik dan. Op de bank. Een hoofd gevuld met zorgen, maar toch nog denkend aan morgen. Ik leef nog. Ik ben er nog. Maar dat is mijn verhaal. Van niemand anders. Dat weet iedereen, toch?

Ik hoop dat je je rust hebt gevonden, Noa.

Rosan van der Zee 
Chrisje VIP Blogger

Heb jij hulp nodig? Dan kun je contact opnemen met Stichting 113 Zelfmoordpreventie via 0900-0113 (24 uur per dag, zeven dagen per week bereikbaar) en 113.nl.