Tagarchief: Hulp

Word jij gek van eetgeluiden?

Word jij bijna gek als iemand met open mond eet en daarbij luid smakt? Krijg je mep neigingen van mensen die hard op hun toetsenbord rammen, luidruchtig een appel eten, nootjes of chips verorberen? Vraag je je af of die agressieve gevoelens die je hierbij krijgt normaal zijn? Dan kan het goed zijn dat je misofonie hebt.

Misofonie is een aandoening waarbij specifieke geluiden heftige gevoelens van woede, haat of walging oproepen. Letterlijk betekent misofonie haat van geluid.

pexels-photo-469676Mensen met misofonie hebben hier last van bij veel verschillende geluiden (ook wel triggers genoemd). Dit kan variëren van iemand die zijn eten luidruchtig kauwt tot het tikken op een toetsenbord. Bij het horen van deze triggers is het voor de persoon met misofonie onmogelijk om dit geluid niet te horen; sterker nog, men hoort vanaf dat moment niets anders meer.

Misofonie gaat wel verder dan wat lichte irritatie, volgens de website van de vereniging voor misofonie: “Misofonie is een hersenaandoening waarbij specifieke geluiden extreme gevoelens van woede, walging of haat opwekken. Het gaat veel verder dan ergernis of irritatie.”

pexels-photo-2128817Waar misofonie precies vandaan komt, daar zijn de geleerden nog niet helemaal achter. Vaak begint het tijdens de puberteit. Men is er nog niet achter of het een psychiatrische of neurologische aandoening is. Maar dat het beperkend is om misofonie te hebben, dat is wel duidelijk; sommige mensen gaan de deur zelfs bijna niet meer uit.

Ben jij of ken jij iemand met misofonie? Op de website van de vereniging voor misofonie kun je het testen. 

apple-bite-diet-eat-41660

Advertenties

Het accepteren van een lichamelijke of psychische aandoening: hoe doe je dat?

Reuma, fibromyalgie, depressie, angststoornis… het maakt niet zo veel uit of de diagnose die je krijgt een lichamelijke of psychische aandoening betreft: indien het gaat om chronische klachten, doorloop je na het ontvangen van de diagnose een proces. “Leer er maar mee leven.” of “Je kunt er honderd jaar mee worden!” zijn niet bepaald bemoedigende woorden om te horen, als je zojuist hebt vernomen dat datgene waar jij zo veel psychische of lichamelijke pijn van ondervindt, chronisch is en dus niet meer weg gaat. 

“Je moet leren naar je lichaam / geest te luisteren, je grenzen leren bewaken en op tijd rust nemen.”

Dit is een goed bedoeld, maar moeilijk uitvoerbaar advies. Want: ook al heb jij een psychische of lichamelijke aandoening, dat maakt niet dat je je er automatisch zomaar opeens bij kunt neerleggen dat sommige dingen niet (altijd) meer kunnen. Toch is het leren luisteren naar je lijf en geest wel de belangrijkste stap in het proces om je aandoening te accepteren.

Wat het nog moeilijker maakt: vaak hebben mensen met chronische aandoeningen goede en slechte periodes. Periodes waar in je lichaam en psyche meer aankunnen (bijvoorbeeld door beter weer, of na een vakantie, of gewoon zonder aanwijsbare reden) dan normaal. Ook heb je slechtere periodes, waarin opeens nog maar heel weinig lijkt te lukken.

Voor de omgeving is het vaak ook moeilijk te begrijpen: Vorige maand kon ze nog naar dat feestje en nu is het haar opeens te veel? Dat pijn en je psychische toestand per dag, week of maand kunnen veranderen is erg moeilijk uit te leggen, omdat je er vaak zelf ook weinig grip op hebt.

Wat helpt dan wel om te accepteren dat je een chronische aandoening hebt?

Erken je aandoening
Dit is de belangrijkste stap. Zolang je in ontkenning blijft, kun je jouw aandoening niet accepteren. Hoe harder jij vecht tegen je aandoening, des te zwaarder zul je het krijgen. Het erkennen en herkennen van je eigen aandoening is noodzakelijk als eerste stap in het verwerkingsproces.

Praat er over
Je kunt er zelf mee blijven rondlopen, maar praten over je aandoening zal zeker helpen. Je creëert er meer begrip mee vanuit je omgeving, kunt meer bewustwording creëren, uitleggen wat jouw aandoening inhoudt en wat dit voor jou betekent. Ook kun je aangeven dat je goede weken en slechte weken of dagen hebt, dus dat het niet persoonlijk is als je eens iets moet afzeggen. Dit betekent overigens niet dat je je altijd moet verantwoorden naar anderen toe, maar voor goede vrienden en familie is het handig om te weten wat er met je aan de hand is.

Vangnet
Creëer een vangnet: een vriendin waar mee je kunt praten, een lotgenoot die dezelfde aandoening heeft, ga naar een praatgroep of bel je moeder: als het maar iemand is die jou begrijpt, niet veroordeelt en die jou troost als je het even moeilijk hebt.

Bescherm jezelf
In tijden van nood leer je je vrienden kennen. Er zullen vaak mensen zijn die minder begrip opbrengen voor jouw aandoening dan je zou verwachten: sterker nog, sommige mensen tonen helemaal geen begrip. Dit is natuurlijk een grote teleurstelling, zeker als het om mensen gaat die jij voor jouw diagnose als goede vriend of vriendin beschouwde.

Houd een agenda / planner bij
Om meer inzicht te krijgen in wat je lijf / hoofd aan kan, is het verstandig om een agenda / planner / dagboek bij te houden. Was je bekaf na twee aaneengesloten avonden met verplichtingen? Kun je twee verjaardagen op een dag aan? Hoe voel je je na het weekend? Als je meer inzicht krijgt in je planning en klachten, ga je sneller het verband zien en herken je eerder wanneer jij jouw grenzen overschrijdt. Als je dit in kaart brengt voor jezelf, leer je sneller hoe je hier voortaan beter mee om kunt gaan. Dit werkt ook erg goed als je lichaam op bepaalde voedingsstoffen (niet goed) reageert: een eetdagboek is dan een uitkomst om te ontdekken wat goed gaat en wat niet.

Ten slotte: heb geduld met jezelf
De weg naar een diagnose is vaak al lang: het proces richting acceptatie van je aandoening duurt vaak nog langer. Heb geduld met jezelf, en wees boven alles lief voor jou. Het accepteren van een aandoening gaat met vallen en opstaan. In plaats van jezelf te straffen voor het vallen, kun je beter vieren dat je weer op bent gestaan: veel mensen weten niet hoe veel energie dit kost als je chronisch ziek bent. Heb geduld met jezelf; je hoeft niet van de ene op de andere dag te accepteren dat je lijf of geest plots niet meer alles kan. Als je weer een poos verder bent zul je pas zien dat je toch weer grote stappen hebt gezet, ook al zag je die onderweg wellicht niet direct.

Liefs,

Chrisje

logo chrisje

Hoe pesten mijn leven veranderde

Op de basisschool werd ik gedurende langere tijd gepest. Wat ik me het meest levendig herinner uit die tijd is het benauwende, beklemmende gevoel. Afgewezen, buitengesloten, belachelijk gemaakt, zonder dat je precies weet (of kunt begrijpen) waarom. Gepest worden maakt dat je ontwikkeling als kind gaat wankelen. Voor volwassenen is pesten overigens net zo erg. Alleen is je wereld als kind nog erg klein en zijn oplossingen in jouw belevingswereld vaak ver buiten bereik.

Ik begrijp heel goed waarom kinderen er niet met hun ouders over praten (ook al zou dat nog zo opluchten). De angst om het probleem nog erger te maken, de angst voor consequenties als je ouders gaan praten met school; het zorgt ervoor dat je denkt, ik zwijg liever. Ook al is dit niet het beste om te doen.

Maar als je kind niets vertelt, wat kun je dan doen?

Signalen dat je kind gepest wordt kunnen zijn:

  • Gedragsveranderingen bij je kind.
  • Telkens toevallig weer buikpijn, vlak voor school.
  • Stiller worden, angstiger gedrag
  • Minder praten over / willen denken aan school
  • Een omslag in humeur als de vakantie eindigt / het weekend eindigt.
  • Vertelt je kind je dat het gepest wordt, onderschat dat dan niet. Er gaat vaak jaren lang geïsoleerd verdriet vooraf aan zo’n gesprek.

Wat mij hielp in de periode waarin ik gepest werd, was schrijven. Papier is veilig en bovendien geduldig. Ik schreef dagboeken vol. Hele verhalen, zelfs boeken. Van daaruit ontstonden uiteindelijk mijn blogs, quotes en een pagina op Facebook met 27.000 volgers. Er kan dus uit die ellende ook moois ontstaan, als je het doorleefd hebt en er uit bent gekomen. Schrijven was voor mij een uitlaatklep, een plek om veilig te verdwijnen. Het hielp me om mijn emoties te verwerken, ook al had ik dat zelf toen nog niet in de gaten.

Toch gun ik het geen enkel kind om gepest te worden. Ook geen enkele volwassene. Er ligt nog veel werk; bij diverse groepen. Bij ouders, die moeten ingrijpen als ze merken dat hun kind andere kinderen pest. Wat klein begint kan snel uit de hand lopen. Maar het ligt ook bij de scholen; snel signaleren, snel schakelen, vertrouwenspersonen inschakelen voor de kinderen, waar ze desnoods anoniem hun verhaal bij kwijt kunnen.

pexels-photo-2048434Wie roept dat pesten er nu eenmaal bij hoort, is vast nog nooit door een groep buitengesloten, verrot gescholden, uitgelachen of afgewezen. Als je niet weet hoe dat is, oordeel dan ook niet. Je gunt het niemand. Gepest worden kruipt onder je huid. Het kan je kapot maken. Als je geen hulp inschakelt kan het je zelfvertrouwen levenslang schaden.

Het is niet het probleem van de ouders alleen. Ook niet alleen van de scholen. Ook niet alleen van werkgevers. Het is wel een probleem van ons allemaal.

Word jij gepest op school? Praat er over met een volwassene die je vertrouwt: bijvoorbeeld met je ouders, een leerkracht, een vriend of vriendin van je ouders…. Dat is altijd beter dan er alleen mee blijven lopen! Kijk ook eens bij de volgende links voor hulp: 

https://www.stoppestennu.nl/pesten

https://www.pestweb.nl/bij-wie-kan-ik-terecht/

Voor ouders:

In deze video krijg je tips wat je het beste kunt doen als je kind gepest wordt: https://www.stoppestennu.nl/eerste-hulp-bij-pesten-3-tips 

 

Een burn-out is ook positief

Er wordt heel veel geschreven over het meemaken van een burn-out: de alarmsignalen, de symptomen, de (vaak lange) weg naar herstel, terugvallen en meer. Maar waar weinig over geschreven wordt, zijn de positieve aspecten van een burn-out.

Natuurlijk is het krijgen van een burn-out geen positief iets: je bent opgebrand, leeg, kunt vaak helemaal niets meer. Je concentratie is weg, je geheugen laat je in de steek, vaak zijn er nog talloze fysieke en mentale klachten. Je privéleven en werk lijden er onder, maar jij zelf nog het meest.

Toch zijn er ook positieve lessen uit een burn-out te halen. Een burn-out zie ik als een klap in je gezicht, afkomstig van jouw hersens en lichaam: STOP. Je kunt niet verder. Je hebt je grens bereikt, fysiek en mentaal, je kunt nu helemaal niets meer. Die klap in je gezicht heb je nodig. Sterker nog, die burn-out heb je nodig. Hoe oneerlijk dat ook mag klinken.

Mensen die een burn-out krijgen zijn vaak mensen met een groot verantwoordelijkheidsbesef. Plichtmatig, betrouwbaar, harde werkers met een plichtsbesef dat vaak veel verder reikt dan hun feitelijke plichten. Vaak ook gevoelige mensen: sensitief, meelevend, begripvol en open minded. Juist die mensen zijn vaak een gemakkelijk slachtoffer om over heen te walsen, misbruik van te maken, te manipuleren. Want waar er al zo’n groot plichtsbesef bestaat, is er vaak ook al gauw een schuldgevoel, en daar maken energiezuigers en grensoverschrijders dankbaar misbruik van.

femaleEen burn-out is het ideale moment om prioriteiten te gaan stellen. Welke dingen doen er echt toe? Wat is echt belangrijk? Tel ik mee? Heb ik gelijkwaardige relaties met de mensen om me heen, of zet ik mezelf altijd op de laatste plaats? Ben ik het waard om voor mezelf op te komen? Wat gebeurt er met mijn contacten als ik voor mezelf op ga komen? Waar liggen mijn grenzen? Wie gaat daar overheen? En vooral: hoe kan ik dat in de toekomst voorkomen?

Als je deze vragen niet stelt en beantwoordt voor jezelf, ligt een terugval al gauw op de loer. Immers, jarenlang ingesleten pleasend gedrag krijg je er niet zomaar uit. Het is een proces van vallen en weer opstaan. Assertief gedrag oefenen, letterlijk. En vooral: nadenken voordat je iets toezegt. Wil ik dit? Heb ik dit nodig? Past het in mijn planning? Heb ik er energie voor? Krijg ik er energie van? Doe ik het voor mezelf of voor een ander?

Als je deze vragen beantwoordt voordat je ja of nee zegt, is die ja of nee ook bewust en volmondig, in plaats van onbewust en je eigen energie ondermijnend.

Helemaal de oude wordt bijna niemand na een burn-out. Maar ik wilde ook helemaal niet meer de oude worden. Want de oude ik liet zich manipuleren, kwam niet voor zichzelf op, liet over zich heen lopen. Ik koos er voor bewust aan de slag te gaan met mijn eigen herstel en hier ook hulp bij te accepteren, waardoor ik juist die oorzaken ben gaan aanpakken waardoor ik in de eerste plaats de burn-out kreeg.

Ten slotte: nee, je kunt niet voorkomen dat er mensen zijn die je energie opzuigen. Dat er mensen zijn die je proberen te manipuleren. Dat mensen misbruik van je proberen te maken. Je kunt jezelf wel bewuster maken, leren voor jezelf op te komen en leren je eigen beste vriend(in) te worden.

lionWant hoe je het ook wendt of keert; in de huidige maatschappij heb je vooral jezelf hard nodig. Een ander gaat jou niet helpen, als jij niet om hulp vraagt. Een ander stopt niet met jouw grenzen overschrijden als jij je grenzen niet aangeeft en “stop” zegt. Door een burn-out kun je leren jezelf te beschermen als een leeuwin. Positief genoeg, lijkt mij. 

Europakinderhulp: Een kind van een ander, bij jou op vakantie! Door VIP blogger Susan Schuitema

Ik kende dit idee al een aantal jaar, en ik heb meerdere keren op het punt gestaan mij aan te melden. Europakinderhulp is de organisatie die bemiddelt tussen de vakantiekinderen en de gastgezinnen. Ik zie het nog steeds met regelmaat voorbij komen en het bleef mijn aandacht trekken.

Kinderen waarbij het thuis niet optimaal is, een zieke ouder, geen financiële middelen of wat je ook kunt bedenken. Deze kinderen worden aangemeld voor een vakantie, en deze vakantie vindt plaats in een gastgezin.

Aanmelding

Na overleg met mijn man, heb ik dit jaar wél een aanmelding gedaan. Ook met het oog op ons plan om het traject in te gaan voor pleegzorg, leek het ons goed om eerst kortdurend te ervaren hoe het is. Een kind in huis, van een ander. Past dat bij ons, tegen welke dingen lopen wij aan en nog belangrijker, hoe reageert ons eigen kind hierop? Nu is de pleegzorg niet hetzelfde als een vakantie, maar wij willen graag ervaren hoe het is om voor het kind van een ander te zorgen.

De aanmelding is gedaan, het kennismakingsgesprek/screening is geweest. Hierin wordt alle informatie verteld, kun je vragen stellen en ook jouw wensen aangeven. Natúúrlijk kun je geen kind ‘bestellen’ naar wens maar er wordt wel gekeken naar wat er binnen ons gezin matcht. Wij geven onze voorkeur aan een kindje uit België of Nederland. Dit omdat het onze eerste keer is en het ons nog wat lastiger lijkt wanneer je niet dezelfde taal spreekt. Daarnaast geven wij de voorkeur aan voor de leeftijdscategorie 5-9 jaar. Dit met oog op ons eigen mannetje.

Kun je je zomaar aanmelden?

Ja en nee.

Je kunt je aanmelden wanneer je 18+ bent, maar zoals hierboven genoemd wordt er gescreend. Wat wil zeggen dat ze op huisbezoek komen voor de kennismaking, je levert referenties in en je vraagt een VOG ( verklaring omtrent gedrag ) aan. Daarnaast zijn ze altijd met zijn tweeën en letten ze op veel punten, of jij als gezin geschikt bent. Er wordt gekeken naar de buurt, de veiligheid en de gezinssamenstelling. Of je alleen bent of getrouwd, wel of niet geloofd, het maakt niks uit. Ook is het helemaal niet verplicht de hele vakantie van alles te ondernemen. Het mag maar het hoeft niet. In principe is de bedoeling dat hij of zij meedraait in het gezin. Koekjes bakken, spelen in de tuin, boekjes lezen uit de bibliotheek, de kinderboerderij. Bij ons logeren is al vakantie genoeg. Alles eromheen is extra.

En nu?

Onze gegevens worden om het systeem gezet, de aanvraag voor de VOG wordt gedaan, wij sturen nog referentieformulieren op en wanneer dit alles afgerond is, gaan we in juni naar de informatieavond. Hier krijg je de laatste info, data en vaak is er dan ook al iets bekend over wie er nou precies bij jou komt logeren. En dan is het wachten op de grote dag, de dag dat we ons vakantiekind mogen ophalen bij de bus. Hoe zal het gaan, is er een klik? Spannend maar leuk! Ik weet nog niet wie er komt, maar je bent nu al zo welkom. Ik kijk er met spanning en plezier naar uit.

Op zoek

Er is nog zoveel meer vraag naar gastgezinnen. Spreekt het jou aan? En heb je ruimte in huis, in je agenda en nog wat liefde over? Kijk dan ook eens bij Europakinderhulp. Het gaat om 2 of 3 weken aaneensluitend. Ik gun ieder kind een leuke vakantie, jij ook?

Liefs,

Susan

Ben jij een people pleaser en medeafhankelijk?

Ben jij een notoire people pleaser? Spring jij altijd als eerste op om anderen te helpen? Komen mensen als eerste naar jou toe met hun problemen? Vind je het moeilijk om je grenzen te bewaken en kom je vaak in (liefdes)relaties terecht die niet gezond voor jou zijn, met mensen die jou manipuleren of gebruiken? Grote kans dat jij last hebt van codependency, oftewel medeafhankelijkheid.

Mensen die codependent zijn, hebben vaak een laag zelfbeeld en passen zichzelf helemaal aan aan de ander. Eigen behoeften worden volledig weg gecijferd om de ander tevreden te stellen. Vaak schuilt daarachter een diepe angst om verlaten te worden en alleen te zijn.

Dit gedrag ontstaat meestal bij mensen waarvan in hun jeugd niet aan hun emotionele behoeften werd voldaan: Codependency ontstaat immers meestal door een onveilige hechting in je (moeilijke) jeugd, waardoor je niet geleerd hebt hoe een gezonde relatie er uit ziet. Je hebt wellicht geleerd dat houden van hetzelfde is als zorgen voor en geeft daarmee al je energie aan de ander. Je stelt je veel te afhankelijk op van de ander, waarmee je die persoon alle macht en controle over jou geeft.

Een relatieverslaving kan hier een gevolg van zijn: je hecht je aan emotioneel beschadigde mensen waar je voor denkt te kunnen of moeten zorgen. Dat jij hierdoor vaak gekwetst wordt neem je voor lief: dit ben je immers gewend. Het ongezonde patroon is onveilig, maar doordat je dit herkent uit je jeugd voelt het onterecht veilig. Rationeel weet je wel dat dit niet goed is, maar emotioneel lukt het je niet om hier afstand van te nemen.

Hoe doorbreek je nu de spiraal van codependency? Hoe zorg je er voor dat ook jouw behoeften worden bevredigd en niet al je energie gaat naar het helpen van anderen? Hoe zorg je er voor dat je van jezelf mag kiezen voor gezonde relaties waarin geen misbruik van jou wordt gemaakt?

Erkennen in welke patronen je vast zit is een eerste stap; begrijpen hoe dit heeft kunnen gebeuren. Hyponose therapie kan ook een stap zijn: onder begeleiding van een professional kun je “terug gaan” naar je jeugd en de behoeften die je had uitspreken. Leren van jezelf te houden is de belangrijkste stap: als je van jezelf leert te houden, pik je het niet wanneer een ander over jouw grenzen heen gaat of misbruik van jou maakt. Bovendien ben je niet langer bang om alleen te zijn, omdat je genoeg van jezelf houdt.

Wanneer je genoeg om jezelf geeft, maak je gezondere keuzes voor jezelf. Met het beëindigen van destructieve en ongezonde relaties maak je ruimte voor gezonde relaties waarin geven en nemen in balans zijn en jij jezelf niet meer kwijt raakt.

 

Leestips:

Als hij maar gelukkig is

door Robin Norwood

 

Leef je eigen leven

door Melodie Beattie

Ik voel ik voel wat jij niet ziet: onzichtbaar ziek

Fibromyalgie, andere vormen van reuma, migraine, burn-out, depressie, et cetera: Er zijn veel ziektes die niet zichtbaar zijn aan de buitenkant.

Waar iemand met een gebroken been vanzelf begrip en medewerking krijgt van mensen vanwege bijvoorbeeld het dragen van gips of lopen met krukken, moeten mensen met een onzichtbare ziekte of aandoening vaak twee gevechten leveren: één gevecht tegen hun aandoening en het andere gevecht tegen onbegrip en vooroordelen van de omgeving.

lees verder onder de afbeelding

Veel mensen denken dat alles goed met je gaat omdat er niets aan jou te zien is. Hoe lang je er over gedaan hebt om uit bed te komen (psychisch of fysiek) ziet men niet. Hoe vermoeid je bent (mentaal of lichamelijk) na een activiteit ziet men evenmin.

Het hebben van een onzichtbare aandoening blijft een dubbele strijd. Goede vrienden, professionele begeleiding en “insiders” die echt weten en begrijpen wat je doormaakt zijn daarbij onmisbaar.

Soms is het ziektebeeld ook grillig: de ene dag kun je bijvoorbeeld meer aan dan de andere dag, grenzen verschuiven, zowel op het psychische vlak als lichamelijk. Het is dan soms verwarrend voor de omgeving, want: waarom kun je vandaag niet mee doen als je gisteren wel nog op de been was?

Dit telkens maar uitleggen en er begrip voor vragen is moeilijk: vaak is het nodig dat je zelf erg stevig in je schoenen staat en er voor waakt dat je niet over je grenzen heen gaat. Onder voorbehoud afspraken plannen kan een optie zijn: je houdt een slag om de arm en geeft dat vooraf duidelijk aan: “Als ik me goed voel die dag ga ik heel graag mee.”. Zo voorkom je teleurstellingen voor je omgeving en bewaak je je eigen grenzen, door op de dag zelf te beoordelen of iets al dan niet mogelijk is.

Het is en blijft een strijd om te luisteren naar je lijf en naar je grenzen. Je zult jezelf zeker blijven tegenkomen, totdat je leert jezelf te beschermen en je grenzen te bewaken.

Soms zul je hiermee ook vrienden verliezen, als ze niet kunnen omgaan met de veranderde jij, die niet meer alles kan.

De vraag is dan uiteraard wel of dat in de eerste plaats echte vrienden waren…

Verhuisstress: door VIP blogger Susan

Verhuizen, stress en twijfels

Vijf jaar geleden leerde ik mijn man kennen, ik woonde destijds in mijn flatje in Leeuwarden en vertrok zonder enkele twijfel en trok bij hem in. Ik liet hierbij mijn opleiding achter en ging op best wel verre afstand wonen van mijn familie en vriendinnen. Als iets goed voelt, voelt het goed toch? En van die keuze heb ik tot op de dag van vandaag nooit spijt gehad. Natuurlijk was het, vooral zonder rijbewijs in het begin, lastiger om af te spreken maar goed, ook een goede vriendschapstest denk ik dan maar. 


Het was soms lastig want ik had hier niks, ik kende de omgeving niet en had helemaal geen netwerk om mij heen. Gelukkig ben ik wel een type wat op onderzoek uitgaat, dus ik had mijn weg snel gevonden en leerde langszaamaan mensen kennen en begon mijn eigen kringetje op te bouwen. Verhuizen is mij niet vreemd, dus dat kwam allemaal wel weer.

De woning van mijn man, nu dus onze woning, stond al 6 jaar te koop voordat wij ons eerste bod kregen een aantal maanden geleden. Waar je het eerst niet kan geloven, word je daarna onzeker over of alles wel door gaat. Of deze ene kans om hier weg te gaan, niet alsnog voor onze neus weggeveegd wordt. Maar nee, een aantal weken later was alles rond en ondertekend, het was echt, het ging door! En vanaf dat moment ging ik denken.

Opeens kwamen dromen en wensen weer naar boven, die ik had weggestopt omdat dat hier nou eenmaal niet mogelijk was. En het idee om ooit weer dichterbij mijn familie en vriendinnen te gaan wonen, had ik allang losgelaten omdat ik ergens niet meer durfde te hopen dat we het huis gingen verkopen. Opeens werd alles dus weer mogelijk en omdat we maar een paar maand hadden, moesten we toch snel keuzes gaan maken, we hadden namelijk nog totaal geen zicht op een nieuwe woning. Toen ik op mijn 19e uit huis ging schreef ik mij direct in bij een woningbouwvereniging in Friesland, dus daar had ik al bijna 10 jaar inschrijftijd, het meest logische was dus om daar op huizen te gaan reageren. Nadat ik met een vriendin had afgesproken en weer naar huis reed voelde ik pas, hoe erg ik het eigenlijk mis. Hoe erg ik het mis om gewoon even op de koffie te gaan en niet eerst 1,5u hoef te rijden. Ik wilde niet per se om de hoek wonen, maar iets dichterbij, dat was voor mij echt wel een wens geworden.

Hoe ga ik dit bespreekbaar maken, want mijn man en Friesland, is geen combinatie. En aan de andere kant, was ik het na 5 jaar ook wel zat om zo ver weg te wonen. Er zou dus ergens een compromis gesloten moeten worden. Gelukkig is binnen onze relatie alles bespreekbaar en hebben we dit ook naar elkaar uitgesproken. Dan sta je opeens lijnrecht tegenover elkaars wensen, en uit liefde ben je geneigd om toe te geven aan de wens van de ander. Ik wilde niet dat hij voor mij zou verhuizen, want ik wilde dat hij gelukkig zou zijn. En andersom, wilde hij niet dat ik ongelukkig zou worden als we het niet deden. Daar zit je dan, en nu?

Het waren voor mij weken van heen en weer geslinger tussen emoties en gedachten. Wat wil ik? En word ik ook echt wel gelukkig als ik hier in de omgeving blijf? En hoe realistisch is het om van hem te wensen om mee te gaan naar Friesland. Erg lastig.

Uiteindelijk kwamen we tot op een oplossing, we lieten het over aan het universum. We bleven reageren op woningen hier in de buurt, maar wanneer er een woning op de site zou komen meer richting Friesland, die voldeed aan onze wensen, dan zouden we daar op reageren. Dus eigenlijk, dat wat als eerst komt, dat wordt het. Ergens gaf mij dit wel een rustig gevoel, want ik vertrouw nou eenmaal op het universum en dat alles loopt zoals het moet lopen. De woningen in Friesland waren spontaan niet meer in de aanbieding en ik begon ook meer zonder gevoel te denken.

Onze zoon zit hier op de peuterschool en heeft het hier erg naar zijn zin. Als we hier blijven wonen, kan hij daar blijven, als we verder weg gaan zou hij moeten switchen. En uit ervaring weet ik dat dát geen strak plan is. Daarnaast, zou mijn man vanuit Friesland minimaal 45min moeten rijden naar zijn werk, kan ik dat van hem vragen? 
Het enige voordeel was, dat alles en iedereen voor mij dichtbij zou zijn en dat maakte het idee van Friesland voor mij gewoon heel fijn.

We werden gebeld, een makelaar hier uit de buurt had een woning, in Veendam. We hoefden niet te zoeken, niet te reageren, we werden gewoon gebeld en we kregen zo een woning aangeboden. Dit was wel een erg duidelijk teken van boven voor mij. Dit konden we niet weigeren.  De woning voldoet aan onze wensen, is groot genoeg, staat in een leuke buurt en alles is op loopafstand te doen. Mijn gevoel zei aan alle kanten ja en we hadden nog maar twee maanden om een huis te vinden. We moesten wel, dus ik leg mij er gewoon bij neer.
Ik was blij met de woning, oprecht blij. Blij voor mijn man, blij voor mijn kind omdat alles wat hij nodig heeft hier ook aanwezig is. De speeltuin voor huis, de kinderen in de buurt, de school op loopafstand, alles wat we voor hem willen. Dus nee, afwijzen kon ik dit niet.

Iedereen reageerde blij, enthousiast en de hulp kwam van alle kanten. En toch kreeg ik van een aantal lieve mensen ook de vraag: ‘maar Suus, jij dan? Word jij daar gelukkig?’ En zelfs mijn schoonvader die zei: ‘als het niet goed voelt, of als je twijfelt, moet je het niet doen.’
Dat vond ik zo onwijs lief, dater mensen waren die zagen en voelden dat dit goed zat, maar ook aan mij dachten omdat ze wisten dat ik een andere wens had. En ja, ik heb enorm aan het idee moeten wennen, omdat ik een compleet ander toekomstbeeld had, vooral voor mezelf. Het was en is soms dubbel omdat ik kies voor het geluk van mijn gezin. Zet ik daar dan mijn eigen geluk mee aan de kant? Dat absoluut niet, want ik ben pas gelukkig wanneer mijn hele gezin gelukkig is. En dat was in Friesland niet zo geweest. 

We kregen de sleutels, we begonnen heen en weer te tillen met dozen. Onze woning wordt met de dag leger en de nieuwe woning met de dag voller. Het behang zit bijna overal al op de muren, in twee kamers ligt al laminaat. De datum voor het verhuizen staat vast en beetje bij beetje verplaatsen wij ons ‘thuis’ naar daar. Ik begin de voordelen in te zien van de andere woning, ik begin mijn beeld bij te stellen naar een toekomst daar. En dan zeggen mensen wel: ‘maar jullie kunnen toch alsnog verhuizen als het jullie niet aan staat?’ Ja, wel naar een ander huis, maar niet naar een andere woonplaats. Er is één eis die ik heb en dat is dat onze zoon de basisschooltijd doorbrengt op één school. Dus dat maakt het voor mij definitief, dat we de aankomende 9 jaar in ieder geval vastzitten aan deze omgeving. 

Niet erg, maar ik begin het eng te vinden. Een nieuwe start, de eerste woning waar we écht samen beginnen, een nieuwe omgeving, nieuwe buren. Mijn man heeft zijn familie en vrienden daar, ik moet nog een netwerk gaan opbouwen. En ook al weet ik dat dit bij mij meestal niet zo moeilijk verloopt, ik vind het spannend. Wie zit er op mij te wachten? Ik ben niet iemand die je deur plat loopt of onaangekondigd binnen komt maar af en toe even koffie drinken en kletsen, graag! 

Nu het allemaal bezonken is, heb ik er erg veel zin in, ik vind het leuk om daar bezig te zijn, het is spannend maar het we vinden ons plekje wel weer! Ik had van te voren nooit verwacht dat verhuizen zoveel los zou maken, maar ach, als we samen maar gelukkig zijn, dan komen we er wel! 

Liefs,

Susan

Grote mensen die niet vragen, worden overgeslagen!

“Kinderen die vragen, worden overgeslagen!”

Hoe vaak heb jij dit gehoord als kind?

Wellicht was het wel eens terecht: als je voor de derde keer zeurde om een koekje bijvoorbeeld.

Toch lijken volwassenen gaandeweg af te leren te vragen om wat ze willen. Vrouwen lijken daar het meest last van te hebben. Bescheiden zijn, netjes zijn, niet brutaal doen… we krijgen het allemaal af- en aangeleerd.

Als volwassene kun je dan te maken krijgen met een probleem: je leeft niet het leven dat je graag zou willen leven, bijvoorbeeld. Je wil veranderingen aanbrengen, maar je weet niet goed hoe. Je wil heel veel, maar hebt het jezelf afgeleerd er om te vragen. Toch is hier helemaal niets mis mee: vragen mag altijd en daarbij: het is prettig om te weten én uit te spreken wat je wil.

Als niemand weet wat jij wil, is dat waarschijnlijk omdat je het niemand vertelt. En als je het niemand vertelt, kun je dat je omgeving ook niet kwalijk nemen!

Lees verder onder de afbeelding

Gelukkig is het nooit te laat om afgeleerd gedrag weer aan te leren. Je kunt vandaag nog beginnen met oefenen! Start met kleine dingen: schrijf op een lijstje welke dingen jij graag zou willen, en kies de meest laagdrempelige daarvan uit om als eerste mee te beginnen. Of het nu gaat om iets dat je heel graag wil krijgen voor kerst, of een cursus die je graag wil volgen op je werk: het maakt niet uit: als jij het maar vraagt!

Hoe vaker jij hardop kenbaar maakt wat je graag wil, hoe vaker je het ook zult krijgen. Let maar op!

Burn-out: niet alleen maar huilen!

Veel mensen denken dat een burn-out zich uit door alleen maar te kunnen huilen. Dit is vaak, maar lang niet altijd zo. Een burn-out heeft veel “gezichten” en kan zich op meerdere manieren uiten.

Lang niet iedereen met een burn-out zit de hele dag te huilen. Sommige mensen voelen zich apathisch en leeg, anderen voelen zich juist constant opgefokt en opgejaagd. Een korter lontje, geen geduld meer over, over-emotioneel reageren; het kan allemaal.

Wat wel een gemeenschappelijke factor lijkt te zijn, is een allesoverheersende vermoeidheid. Zaken die eerst vanzelfsprekend waren: opstaan, douchen, aankleden en naar buiten gaan, kosten opeens bergen vol energie. Het lichaam en hoofd zijn letterlijk uitgeblust en hebben te lang moeten teren op reserves.

Wat zijn verder veel voorkomende symptomen bij een burn-out? Ook die gaan verder dan de bij het grote publiek bekende symptomen:

  • Prikkelbaarheid
  • Ernstige vermoeidheid
  • Slapeloosheid
  • Concentratieproblemen
  • Libido afname
  • Geheugenproblemen
  • Chaotisch gedrag
  • Woede uitbarstingen
  • Emotionele uitbarstingen
  • Duizeligheid
  • Teruggetrokkenheid
  • Hoofdpijn
  • Spierpijn
  • Etc.

Een burn-out is hierdoor waarschijnlijk moeilijk vast te stellen: het is moeilijk om het onderscheid te maken tussen wanneer iemand depressief is of een burn-out heeft, omdat veel kentekenen op elkaar lijken en het ook nog wel eens hand in hand lijkt te gaan.

Lees verder onder de afbeelding

Wat het herkennen van een burn-out nog moeilijker maakt, is dat de persoon die een burn-out heeft of er tegenaan hikt, dit zelf vaak niet doorheeft. Negen van de tien keer ziet de naaste omgeving dit eerder dan de persoon zelf.

Wat kun je doen als je vermoedt dat jouw naaste een burn-out heeft of dreigt te krijgen?

  • Geef op een rustig moment aan wat je opmerkt, zonder oordeel
  • Vraag de persoon om eens met de huisarts te gaan praten
  • Bied je luisterend oor en steun aan, maar ga geen activiteiten opleggen om de persoon op te beuren: als iemand een burn-out heeft voelt dit alleen als nog een verplichting er bij op het to do lijstje!
  • Informeer regelmatig naar hoe het met hem of haar gaat.

Voor wie twijfels zijn leven laat bepalen

Twijfelen: iedereen doet het wel eens. Zeker bij grote beslissingen. Twijfelen is een gezond mechanisme om voor- en nadelen goed af te wegen voordat je een beslissing neemt. Toch kan te veel twijfelen je ook tegenhouden in het leven leiden dat jij graag wil.

Hoe gezond twijfel ook kan zijn, één van de grootste “killers” van vooruitgang is zonder meer overmatige twijfel. Twijfel slaat vaak toe bij het nemen van levensbeslissingen; hoe groter de beslissing, hoe harder de twijfel toe kan slaan.

Waarom twijfelen we vaak te lang? Wat is het nut van twijfel? En vooral: hoe kom je er van af als het je afremt in het bereiken van je doelen?

Twijfelaar
Een geboren twijfelaar, zo heb ik mezelf wel eens genoemd vroeger. Bij het nemen van een grote beslissing (Ga ik voor die baan? Blijf ik bij mijn partner? Moet ik nu wel of niet verhuizen?) slaat bij veel mensen de twijfel toe: logisch, want het is ook niet zomaar een beslissing die je moet nemen.

Een verhuizing, een andere baan, een relatie verbreken: het zijn allemaal beslissingen die vergrijpende gevolgen kunnen hebben in je verdere leven. Dat is niet per se negatief, maar het kán het wel zijn; Want wat nou als die nieuwe baan toch niet zo leuk is als het lijkt? Wat als je spijt krijgt van je verhuizing? Wat als je je partner toch gaat missen en niet meer terug kunt?

Twijfel slaat de meeste dromen en plannen dood, omdat het gepaard gaat met angst. Angst om de verkeerde beslissing te nemen (“Wat als ik hier verkeerd aan doe?”) kan je verlammen, waardoor je onnodig lang in de twijfel modus blijft. Onzekerheid kan ook een grote rol spelen: het vergt nogal wat zelfvertrouwen om te zeggen: en vanaf nu gaat het anders.

Waar twijfel het hardst toeslaat
Twijfel slaat vaak het hardst toe in situaties waarin weinig urgentie bestaat. Wat ik daarmee bedoel, kan ik het best toelichten aan de hand van een voorbeeld. Stel, je hebt een baan waar je wel tevreden mee bent, maar waar je niet veel uitdaging uit haalt. Het werk is niet verschrikkelijk, maar ook niet heel leuk. Je haalt er weinig vreugde uit, maar je doet het wel goed en krijgt goede beoordelingen. Daarnaast heb je een vast contract en geen hele vervelende collega’s. Met andere woorden: er is weinig uitdaging, maar ook geen echte urgentie om weg te gaan. Dat je wellicht hele andere doelen voor je loopbaan had – en door tien of twintig jaar in deze baan te blijven hangen die doelen niet bereikt – is achteraf bezien natuurlijk zonde. Toch blijven veel mensen vaak lang hangen op een plek waar ze niet tot hun recht komen.

Waarom?
Niet altijd leuk om te horen, maar wel waar: Mensen zijn gewoontedieren. We voelen ons graag veilig en geborgen. Onze comfort zone is ons vaak meer waard dan ons geluk, hoe gek het ook klinkt. We houden van nature nu eenmaal doorgaans niet erg van verandering. Verandering vinden we maar eng.

Zeker als we een vast contract hebben weten te bemachtigen in deze onzekere tijden, geven we dat niet zomaar op. Een vaste relatie ook niet. De gemoedsrust die komt kijken bij het kunnen betalen van de hypotheek of huur wint het dan van het knagende gevoel dat er meer moet bestaan dan deze sleur van werk dat eigenlijk beneden je niveau ligt.

Als er dan een nieuwe baan langskomt, waarbij je met een tijdelijk contract in een geheel nieuw bedrijf moet beginnen waar je nog niemand kent, slaat de twijfel toe. Zo erg heb ik het nu toch niet? Ik heb nu wel vastigheid en ik weet waar ik aan toe ben. Dit soort gedachten zorgen er vaak voor dat je dan toch maar bedankt voor die uitdagender job.

Hetzelfde geldt voor relaties. Als een relatie je al lang niet meer gelukkig maakt, zou je eigenlijk er mee moeten stoppen. Toch blijven veel mensen langer in een uitgebluste relatie zitten dan nodig, uit angst. Angst voor het onbekende, angst om alleen verder te moeten gaan, angst om al het vertrouwde op te moeten geven. Dus worden de dagen weken, de weken maanden, en worden ze op hun zestigste wakker met het besef dat ze jaren lang in een ongelukkige relatie hebben gezeten. De comfort zone kan wat dat betreft een vals soort gevoel van veiligheid geven: achteraf is er dan vaak alleen maar ruimte voor spijt.

Urgentie maakt twijfelen moeilijker

Wat nu als je opeens zonder werk komt te zitten? Dan valt je vangnet weg en je comfort zone verdwijnt zonder dat je daar zelf iets aan kon doen: zou je dan wel solliciteren op die baan die uitdaging biedt? Waarschijnlijk wel. Zou je het droomhuis wel kopen als je plotseling te horen kreeg dat je eigen woning gesloopt gaat worden? Vast wel. Het wegvallen van die comfort zone dwingt je er toe beslissingen te nemen: wat dat betreft is het soms gemakkelijker om beslissingen te nemen vanuit het principe “Ik heb nu toch niets te verliezen.” Urgentie dwingt: en soms is dat niet eens verkeerd.

Eeuwige twijfel

Voor de eeuwige twijfelaar is het goed om je af te vragen wat je bereikt met het ellenlange twijfelen. Geef je jezelf zo een excuus om comfortabel te mogen blijven leven zonder risico’s te nemen? Geef je jezelf hier mee een mooie reden om je angsten niet onder ogen te hoeven komen? Houd je je eigen onzekerheid hiermee in stand?

Iets nieuws proberen, een nieuw avontuur aangaan, betekent vaak dat je een risico moet nemen. Het is een sprong in het diepe waar niet iedereen zich aan waagt. En ja, het kan misgaan, maar het kan ook ontzettend goed gaan. Vraag jezelf eens af: waar heb je straks meer spijt van; als je het nooit hebt gedurfd of als je dat wel hebt gedaan en het niet is gelukt? Wat is het ergste dat er kan gebeuren? En kun je daarmee leven?

Het leven gaat snel voorbij. De sleur van alledag zorgt er voor dat dagen overgaan in weken, maanden, jaren. Wil je terugkijken op een leven vol twijfels, waarin je jezelf mooie kansen hebt ontnomen? Of wil je terugkijken en denken: ach, ik heb risico’s genomen, but I did it my way!

Ik weet waarvoor ik kies. Jij ook?

Het gaat niet zo goed met mij – en waarom je dat niet mag zeggen in deze maatschappij

De moderne maatschappij blinkt, heeft een zonnig filter, glanst. Iedereen streeft naar mooier, slanker, knapper, strakker, gelukkiger. Maar zijn we dat ook wel – gelukkiger?

pexels-photo-1236678Waarom moeten we altijd doen alsof alles goed gaat? Leggen we de lat niet veel te hoog, voor onszelf en anderen? Mensen met psychische problemen durven – mede door dit perfecte voorkomen van iedereen – uit schaamte haast niet meer toe te geven dat het even niet zo goed met ze gaat. Naar schatting doen jaarlijks 94 duizend mensen een zelfmoordpoging: – jongeren én volwassenen. Lange wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg helpen niet mee: de stap richting hulp is vaak al moeilijk te zetten: maanden lang moeten wachten is dan soms simpelweg té lang.

Maar niet alleen in de zorg schieten we te kort. Ik durf te stellen dat ook wij als medemens er voor kunnen kiezen elkaar meer te helpen. Al is het maar door niet alleen maar de perfecte dingen te delen, maar ook de minder leuke dingen. Dit begint met hele kleine stappen. We hoeven echt niet ons hele levensverhaal op Facebook te zetten. Dat is niet eens nodig.

Als iemand je vraagt hoe het met je gaat, kun je ook simpelweg eerlijk antwoorden, in plaats van automatisch “goed” te zeggen.

img_4418

Alles goed?

Sinds mijn burn-out heb ik me aangewend om altijd eerlijk te antwoorden op die vraag, met “Niet alles.”, zeg ik op slechte dagen, en “Bijna alles.” zeg ik op goede dagen, als iemand het me vraagt. “Bijna alles?” is dan vaak het lachende antwoord. “Ja. Bij mij is niet alles goed. Bij jou wel dan?” Dan krijg je vaak het antwoord “Nou, inderdaad, nu je het zegt, bij mij gaat ook niet álles goed. Zo zit ik bijvoorbeeld met…” en dan volgt er vaak een probleem. Waar ik naar luister. Ik deel mijn eigen problemen. Mensen lijken te ontdooien als je zo’n gesprek voert. Alsof ze opeens hun perfecte masker durven te laten vallen en opgelucht ademhalen; wat fijn, zij geeft toe dat haar leven ook niet perfect verloopt, dan hoef ik het ook even niet te doen.

Laten we ophouden met doen alsof altijd alles perfect gaat.

stress

Geluk is geen doel dat je kunt bereiken door slanker, knapper, filters of materiële zaken. Het hoeft niet altijd goed met je te gaan. Geluk is er immers ook niet constant; het is een utopie om te denken dat als je dat ene ding maar bereikt hebt, je voor altijd gelukkig zult zijn. Geluk zit in kleine dingen, momenten. En soms is het er ook een tijd niet. Geluk ervaar je vaak juist intenser als je je ook een tijd ongelukkig hebt gevoeld.

Er hoort geen schaamte nodig te zijn als het even niet zo goed met je gaat. Want iedereen kent wel het gevoel dat het gewoon even (of wat langer!) allemaal niet zo lekker loopt. Maar zolang we dat niet aan elkaar toegeven, blijven onnodig veel mensen met schaamte, schuldgevoelens en stil verdriet rondlopen. Doodzonde. 

 

Vechten tegen een depressie: het verhaal van Susan

Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema.

Haar boek over haar postnatale depressie is hier te bestellen.


Een depressie is iets wat snel veroordeeld wordt, iets wat niet uit te leggen valt. Iets waar je vaak geen enkele grip op hebt, het overkomt je. Iets waarbij je snel hoort “Ga even lekker naar buiten, dan voel je je snel beter” of “Maar je hebt toch helemaal geen reden om depressief te zijn?” En iets wat ik vaak hoorde was: “Jij? maar je bent altijd zo vrolijk.”

Van mijn twaalfde tot 5/6 jaar geleden was ik met fases depressief. Het ging weg, maar kwam ook weer terug. Inmiddels kan ik zeggen dat ik het kwijt ben, dat ik niet snel weer depressief zal raken omdat ik weet hoe ik mezelf eruit kan halen. Maar door mijn ervaring weet ik dat er vele mensen zijn die nog iedere dag rondlopen met negatieve gedachten. 
Mensen die genoeg leuke dingen doen, soms juist teveel, om maar niet te hoeven denken, niet alleen te hoeven zijn. Mensen die het hardste lachen en waarvan je denkt dat ze een geweldig leven hebben. Maar weet jij hoe een depressie werkt?

Een depressie zit in je. Waar je ook bent. Hoe vaak je ook buiten komt. Hoeveel leuke afleidende dingen je ook doet. Hoeveel lieve mensen je ook om je heen hebt, die van je houden en alles voor je zouden doen om je te helpen. Die depressie is een schaduw die je overal achtervolgt. En zelfs als je een dag hebt dat je je beter voelt, dan kom je ’s avonds thuis en zit je weer met dat monster op de bank.

Dat is hoe ik de depressie noem, een monster.
Het achtervolgt je, het maakt je kapot, het heeft controle over jou in plaats van andersom. Je voelt je leeg, niet geliefd, alleen en onbegrepen. Wat een ander ook doet, zegt of probeert uit alle liefde die ze in zich hebben: je staat machteloos aan de zijlijn toe te kijken. Toe te kijken naar het gevecht tussen het monster en degene waar jij van houdt.

❤️ lees verder onder de afbeelding

Mijn vraag aan iedereen is: 
Alsjeblieft, veroordeel het niet, omdat jij het niet begrijpt.

Ga naast iemand staan en vecht mee. En geef eens wat extra aandacht aan de mensen om je heen. Eén berichtje, één telefoontje of een ‘Goedemorgen’ op straat, kan al zoveel betekenen.

Is er nog iemand aan wie je eigenlijk weer eens zou moeten vragen hoe het gaat? Is er nog iemand aan wie je veel denkt maar het er nooit van komt om contact te zoeken? Doe het vandaag. Je kunt het niet voorkomen, maar je kunt zeker een steun zijn. En vergeet niet: niet iedereen met een lach, lacht van binnen. Let op de mensen om je heen.

Wat heeft mij dan zo geholpen om eruit te komen? En hoe voorkom ik dat ik weer in een depressie beland?
Natuurlijk ben ik geen psycholoog en zeker niet één of ander medisch wonder dat depressies heeft opgelost maar ik heb wel een soort knopje in mezelf gevonden, die voorkomt dat ik weer in een depressie weg zak. Regelmatig wordt mij gevraagd waar dat knopje dan zit. Helaas komt een mens niet met een gebruiksaanwijzing en zal bij iedere persoon deze knop ergens anders zitten. De één komt er uit door te praten, de ander door te schrijven, weer een ander door zichzelf op te sluiten en te wachten tot het over gaat.

Wanneer ik een depressieve periode had, vond ik mezelf vooral heel zielig. Alles wat rot, niks was goed, ik zag er niet uit vond ik en alles en iedereen om me heen liet me stikken, voor mijn gevoel op dat moment. Wat mij op dat moment hielp en wat mij nog altijd helpt, is om te schrijven. Schrijven is mijn manier om mij te uiten, op papier ben ik mezelf, daar ben ik eerlijk en open. Ik schreef op zo’n moment mijn gevoel op, waar ik mee zit, al mijn gedachten. Ook de meest kleine (in mijn ogen soms domme) gedachten, alles schrijf ik op, zodat ik het kwijt ben. Ook schreef ik feiten voor mezelf op, welke mensen had ik om mij heen, wat waren de positieve dingen op dat moment, welke negatieve dingen waren er en hoe groot waren die eigenlijk?

Wat mij ook helpt is om mezelf serieus te nemen, niet de grond in te trappen, maar te accepteren wat ik voel. Waar ik vroeger mezelf echt naar beneden kon halen omdat ik vond dat ik mij niet depressief mocht voelen, accepteer ik nu gewoon dat ik mij even niet zo goed voel. Het gevoel is er gewoon, klaar. Dat mag. Waar ik mijn eigen gevoel en energielevel vroeger negeerde, accepteer ik nu dat ik gewoon even geen energie heb. Ik zeg afspraken af, zoek even geen contact of reageer even wat minder op appjes en telefoontjes. Waar ik eerst maar door bleef razen en geen nee durfde te zeggen, doe ik dat nu wel. Daarnaast deelde ik nooit hoe ik mij voelde en dat doe ik nu wel. Zit ik niet lekker in mijn vel, dan geef ik dat aan. En waar ik eigenlijk niet op durfde te hopen, ik krijg nu wél steun en begrip van de mensen om mij heen. En heel soms doe ik het juist andersom, ik zoek mensen op, spreek ze aan, ga bewust de deur uit. Leg alle verplichtingen aan de kant en neem tijd voor mezelf, tijd voor ‘even niks’. 

Het klinkt zo standaard, maar wat mij ook hielp was om naar buiten te gaan, te gaan wandelen. Bewegen en buitenlucht maken een stofje aan, waardoor je je beter voelt, dat is bewezen. Dit ging ik dus proberen en ik moet zeggen dat het echt hielp. De ene keer alleen, met muziek in mijn oren, de andere keer samen en dat kletst goed hoor zo’n wandeltocht! 

Nou ben ik wel een beetje een zweefteef en houd ik van spiritualiteit en edelstenen: dat is niet voor iedereen een hulpmiddel, omdat mensen er snel bang voor zijn of het onzin vinden, maar het heeft mij geholpen. Door mijn ervaringen met geven/ontvangen van energetische behandelingen, het voelen van energie en de werking van edelstenen ben ik mij erg bewust geworden van wie ik ben, en wat ik kan. Het is een prachtig talent waar ik onwijs dankbaar voor ben, dat ik die mag hebben. Hierdoor heb ik gevonden wie ik ben, gevonden wie ik mag zijn en ik accepteer nu mijn goede en minder goede kanten. Het gevoel dat er altijd iemand bij mij is, waar ik hulp aan kan vragen, het vertrouwen op de energie om mij heen, de kaarten die ik leg en de stenen die ik bij mij draag, geven mij een veilig gevoel. Ik ben niet alleen en ik heb gevonden waar ik goed in ben. Mijn zelfvertrouwen groeit en het doemdenken waar ik heel goed in ben, laat ik stap voor stap meer achter mij. Het doemdenken wat mij toch altijd wel terugtrekt in een negatieve cirkel.

Mijn tip voor iedereen die te maken heeft met een depressie (en nee, het is absoluut niet zo makkelijk als dat ik het neer zet) is:


Koop een schriftje voor jezelf en schrijf iedere ochtend op, wat jij die dag wilt bereiken. Al is het maar één klein doel, iets positiefs ( ik begon met het opmaken van ons bed), schrijf het op. En houd je die dag bezig met wat jij opgeschreven hebt. Daarnaast schrijf je op waar jij van droomt, jouw wens, je grootste droom wat je het liefst zou willen bereiken. Op die manier zet je jouw mindset om van piekeren naar dromen, iets positiefs.  En natuurlijk komt die droom niet per se die dag uit, maar blijf het iedere dag opschrijven. Ik ben er van overtuigd dat waar jij je energie naar toe stuurt, dat je dat uit laat komen. Aan het einde van de dag, lees je jouw doel of doelen voor die dag en vink je ze af. WAUW wat een trots gevoel had ik als ik ons opgemaakte bed zag. Niet omdat dat nou zo moeilijk was om te doen, maar omdat ik, wat voor dag ik ook had gehad, wel iets bereikt had en ik in een heerlijk opgemaakt bed de dag kon afsluiten.

Daarnaast schreef ik iedere dag, aan het einde van de dag drie punten op. Wat maakte mij blij vandaag? Wat heb ik goed gedaan vandaag? Waar ben ik trots op vandaag? Dat is in het begin moeilijk omdat je vaak alleen de rottige dingen onthoud, maar het laat je nadenken en anders denken.

Dwing jezelf om te delen hoe jij je voelt, blijf er niet alleen mee rondlopen. En als je niet durft te praten, ga dan schrijven net als ik, schrijf het van je af. Zing desnoods, of teken. Wat jou ook maar mag helpen om je emoties te uiten. Vraag om hulp, geef je grenzen aan en blijf hier ook bij. Nee is nee. Heb je geen energie, dan ga je lekker een uurtje liggen, de was komt straks wel. Heb je zin in iets zoets? Ga lekker wandelend naar de snackbar en koop een ijsje. Wees niet streng voor jezelf, maar lief. 

Wees precies die persoon, die jij bent voor de belangrijkste mensen om jou heen. Wat als jouw beste vriendin diep in de put zit? Wat doe je dan? Wat zeg je dan? Wat denk je dan? Behandel jezelf als je eigen beste vriendin. Zet jezelf vanaf nu op één! Dat verdien je!

Eerst jij, dan de rest, want zonder jezelf kom je nergens.

Liefs,

Susan

Kunnen vrouwen wel hetzelfde aan als mannen, qua werk? – door Chrisje VIP blogger Michelle-Anne

Door Chrisje VIP blogger Michelle-Anne

Jarenlang heb ik gedacht dat vrouwen net zo sterk zijn als mannen. Ik droomde toen ik jong was dat ik Xena de warrior princess was. Ik had zelfs een bamboestok naast mijn bed liggen waar ik mee oefende, zodat ik een goede zwaardvechter zou zijn in geval van nood. Én als er iemand jarenlang heeft gedroomd van een real life bond girl zijn, dan ben ik het wel.

Maar…

Dan kickt de werkelijkheid in; Ik heb namelijk hypermobiliteit syndroom, een reumatische aandoening die nog niet erkend wordt door de overheid. Het is natuurlijk ook moeilijk om te bedenken hoe ‘te lenig zijn’ echt een probleem kan zijn. Er zijn genoeg stijve mensen die mijn lenigheid zouden willen hebben, maar geloof me, het liefst gaf ik dit aan ze!

Vanaf jongs af aan heb ik bepaalde klachten gehad. Zo kon ik bij gymles rennen nog geen minuut volhouden, omdat ik anders door mijn enkels zakte. Ik had op 8 jarige leeftijd last van spierspanningshoofdpijnen. De dokter zei dat het door stress kon komen. Als 8 jarig kind was mijn stressniveau gemiddeld 0%. Ik geloofde dus niks van wat ze zeiden en wist toen al dat het aan iets anders moest liggen. Pas jaren later toen ik subluxaties aan mijn schouder kreeg, werd het voor mij duidelijk dat ik hypermobiel ben. Met alle gevolgen van dien.

Inmiddels was ik keihard aan het knallen als horecamedewerker. Hier zette ik vaak mijn eigen gezondheid op het spel om maar te laten zien dat je als vrouw ook twee kratjes bier op een kar kon zetten in een keer. Misschien was dat een beetje dom. Tja de warrior princess in mij had iets te bewijzen…

Enerzijds hield het mij fit, omdat ik soms wel 25.000 stappen op een dag zette. Anderzijds tilde ik zware dingen met de mannen alsof ik een van hen was. Het zorgde ervoor dat ik juist bewegingen maakte die mijn lichaam niet aan kon. Hierdoor kreeg ik vaak ontstekingen in gewrichten. Iets wat nu bij mij gediagnostiseerd is als fibromyalgie. Omdat ik vergelijkbare verhalen ken van andere vrouwelijke horecatoppers, ben ik mij iets af gaan vragen:

Zijn we doorgeslagen in ons feminisme om te denken dat vrouwen hetzelfde werk aan kunnen als mannen?

Mijn trots vindt van niet, maar mijn lichaam zegt iets anders.

Wat ik wel weet is dat de keuze voor mij om zwaar werk te doen tot geweldige dingen heeft geleid. Zo heb ik door het horecawerk super veel meegemaakt. Ik heb bij de vetste feestjes, op de coolste festivals en in de chicste hotels gewerkt. Oh en ik heb er zelfs mijn vriend leren kennen! (Maar daarover later meer). Als ik een tijdje niet in de horeca werk, merk ik dat ik het ontzettend mis. Het is namelijk een ontzettend leuk beroep en de sociale voordelen zijn niet te vergelijken met ander werk.

Toch heb ik tegenwoordig besloten om een stapje terug te doen van de horeca. Het leven met een aandoening is namelijk zoeken naar balans. Dat zorgt er ook voor dat mijn toekomstplannen beperkter worden. Wat kan mijn lichaam en wat wilt mijn brein? Mijn lichaam lijkt soms een gevangenis voor mijn brein. Hopelijk zorgt zwemmen, yoga en goed eten ervoor dat ik weer een beetje beter wordt!

En in de tussentijd ben ik vooral ook benieuwd naar jouw mening, zijn wij vrouwen wel gemaakt voor dit soort werk?

Veel liefs,

Michelle-Anne

Nieuwe opvoedingsmethode of oud nieuws? Slow Parenting..

Er is een nieuwe opvoedmethode die helemaal trending is: Slow Parenting.

Jaag jij van afspraak naar afspraak of van school naar sportclub en weer terug met je kind? En kun je door dit drukke schema niet gewoon lekker genieten van je kind? Dan is Slow Parenting misschien wel wat voor jou.

Hier vind je een uitgebreide (Engelstalige) uitleg, maar voor de gehaaste lezer houdt de methode kort samengevat in, dat je met deze nieuwe opvoedingsaanpak meer in het moment leeft, minder met technologie bezig bent en minder met vooruit plannen.

Je overlaadt je kinderen niet langer met activiteiten maar geeft ze de vrijheid om te genieten van wat ze (thuis) kunnen doen. Hiermee verlaag je zowel de druk op je kind als op jezelf. Mindful opvoeden dus.

Nu wil ik niet vervelend doen, en ik juich deze methode absoluut toe, maar volgens mij deden ouders dat in de jaren tachtig al massaal.

Als wij vroeger weekend hadden, mochten we buiten spelen, of binnen. Dat was het wel zo’n beetje. Wij gingen niet elke zondag naar een binnenspeeltuin, pretpark of bioscoop. Hooguit af en toe naar opa en oma of een familieverjaardag. En als je je verveelde, tja, dan verbeelde je je maar. “Daar word je creatief van,” zei mijn moeder dan. En dat was zo.

Ik ben zelf overigens onbewust voor een groot deel al heel lang een slow parent, trouwens. Op zondag houd ik heel vaak “pyjamadag” met mijn dochter, die het heerlijk vindt om de eerste uren in haar pyjama en ochtendjas te zitten knutselen. Soms verveelt ze zich wel eens op pyjamadag, maar dan gaat ze vanzelf buiten kijken of haar vrienden er zijn of spelen we een potje badminton in de achtertuin.

Dus… Ja, ik sta absoluut achter de nieuwste trend van Slow Parenting. Ik zou het zelfs iedereen aanraden. Het is alleen naar mijn mening helemaal niet nieuw.

Burn-out: de wereld door een waas

Er wordt zoveel gezegd en geschreven over het begrip burn-out: het zou een hype zijn, mensen zouden veel te snel roepen dat ze een burn-out hebben.

Ja, het lijkt nu inderdaad veel vaker voor te komen. Maar dit kan ook te maken hebben met de hoeveelheid aan keuzes die onze generatie heeft, de crisis en het feit dat mensen sinds de crisis met minder uren meer werk moeten verrichten. Of simpelweg met het feit dat er minder taboe heerst en mensen er dus vaker openlijk voor uit komen dan vroeger. Wie zal het zeggen.

Ik zelf heb een burn-out gekregen in december vorig jaar. Opeens kon ik geen antwoord meer geven op vragen van mensen: ik, die daarvoor overal ja op zei.

Opeens kon ik geen drukte meer aan: ik, die altijd de drukte juist op zocht en het niet druk genoeg kon hebben. Mijn hoofd leek te ontploffen; zelfs een bezoekje aan de supermarkt zorgde al voor hevige paniek.

Dat is overigens een minder besproken onderwerp; de symptomen van een burn-out. Voordat ik zelf een burn-out kreeg, dacht ik dat een burn-out hebben inhield dat je alleen nog maar kon huilen en slapen. Nu zijn dat zeker wel symptomen, maar lang niet de enige.

Een korter lontje, geheugenproblemen, paniekaanvallen, hoofdpijn, buikklachten, duizeligheid, hyperventilatie en slaapproblemen hoor je veel minder over, maar zijn net zo heftig.

Ook een depressie ligt op de loer; daar zit je dan met je verantwoordelijkheidsbesef en je perfectionisme: thuis, op de bank, als een bang, ziek vogeltje. Je hebt zoveel verantwoordelijkheden en opeens kun je amper nog iets aan. Als iemand aan je vraagt of je volgende week wil afspreken, moet je van triestheid bijna lachen: je weet immers niet eens wat je vanmiddag kunt!

Er bestaan heel veel “oplossingen” voor een burn-out: gedragstherapie, meditatie, wandelen, rustgevende middelen om te slapen, etc. Ook online beloven veel bedrijven dé oplossing voor je te hebben, als je je inschrijft voor een tien weken durend peperduur programma bijvoorbeeld.

Want uiteraard wil iemand met een burn-out er zo snel mogelijk weer van af: er wordt handig ingespeeld op het karakter van de persoon met de burn-out: zelfs in het herstel willen we zo goed mogelijk zijn.

Het antwoord is niet zo simpel. Dé instant oplossing bestaat ook niet. Het herstel heeft tijd nodig. Als je een burn-out hebt ben je vaak maanden of zelfs jaren over je eigen grenzen heen gedenderd: dat herstel je niet in een paar weken.

Je zet soms twee stappen vooruit en weer drie terug. Je wil soms de haren uit je hoofd trekken omdat je je gewoon weer “normaal” wilt voelen, zoals voor je burn-out. Maar dat gaat niet. Dat accepteren is misschien wel het moeilijkste van een burn-out.

Ik ben nog herstellende, en daar ben ik me volledig bewust van. De ene dag kan ik me al best aardig concentreren en de andere dag lukt dat voor geen meter. De ene dag kan ik de drukte best aardig aan, de andere dag wil ik al huilend weg rennen als er drie mensen om me heen staan, of als ik een gesprek moet volgen.

Dan welt de paniek op en wil ik het liefst mijn bed in kruipen. En het meest frustrerende hieraan is dat ik het zelf ook niet wil; ik wil me gewoon alleen maar weer de oude voelen. Maar de oude zal ik denk ik nooit meer worden. Dan hopelijk in elk geval een assertievere versie van mijn oude zelf, die goed voor zichzelf zorgt en opkomt. Ook al kost me dat nu nog heel veel energie.

“Ik zorgde voor onze twee zorgkinderen, hij ging er vandoor met een ander.”

Ze zorgde voor haar twee zorgkinderen, waarna haar man er vandoor ging met een ander. Hieronder lees je het persoonlijke verhaal van een (anonieme) moeder.

Dit is mijn verhaal: het verhaal van een (strijdbare) moeder met kinderen met leerproblemen. Mijn verhaal gaat over de zoektocht naar hulp voor mijn kinderen, maar ook over het overwinnen van een verdrietige, voor mij ingewikkelde echtscheiding. Na al het vechten, zorgen, mezelf wegcijferen, vallen en weer opstaan kan ik nu met recht zeggen: Ik sta er weer! Ik heb al die zware jaren overleefd. Ik ben er misschien nog niet helemaal, maar ik ben blij en trots! Super trots, als  alleenstaande (zorg)-moeder van twee fantastische, bijzondere kinderen. Ik zeg tegenwoordig altijd, vooral tegen moeders rondom hun kinderen: volg je gevoel, je intuïtie, altijd! Als jij denkt dat er iets met je kinderen is, dan IS dat ook bijna altijd zo.

Geen zorgeloze start
De start van mijn verhaal is eigenlijk al begonnen op het moment dat mijn oudste dochter (nu puber/jong-volwassene, 2e jaar  Voortgezet Onderwijs) de kleuterschooltijd al niet helemaal zorgeloos en ‘standaard’ door kwam. Ze was een enorme lieve, zachte en verlegen kleuter, dus ze viel niet echt op. Ik maakte mij daar als moeder niet direct zorgen over, want tja, niet alle kinderen ontwikkelen zich op dezelfde manier, dus dat komt allemaal wel. Toch heb ik heel vaak het idee gehad dat ze gewoon moeite had met bepaalde dingen, dat ze haar best er wel degelijk voor deed, maar dat het haar gewoon niet lukte. Toen ze in groep drie moest starten met letters, woordjes en zinnen lezen en dit in best wel een sneltreinvaart moest gebeuren, begon ze langzaam achter te lopen.
De letters gingen niet vanzelf, het automatiseren ging niet vanzelf, de woorden kwamen niet vanzelf, het lezen kwam niet lekker op gang, het bleef lange tijd bij ‘hakken en plakken’.

Leesproblemen en dyslexie
Toen ben ik mij als moeder maar eens gaan verdiepen in leesproblemen, oftewel dyslexie en wat zoal symptomen en kenmerken waren. Toen werd het me vrij snel duidelijk. Mijn dochter deed haar uiterste best, maar het lukte gewoon niet. Kon het niet zo zijn dat ze dyslectisch was?! Op school werd hier toen eigenlijk nog nauwelijks over gerept. Toen groep vier in zicht kwam, bleek mijn dochter zo erg achter te lopen dat groep vier een brug te ver was, dus werd er geopperd groep drie nogmaals te doen. Ik stemde hier mee in en vond het – gezien haar ontwikkeling en het feit dat ze in haar doen en laten nog wel ‘jong’ was – een prima idee. Dit zou haar goed doen en we konden, met elkaar, bekijken hoe haar leesontwikkeling in de tussentijd zou verlopen. Maar ondanks twee maal groep drie bij een lieve juf wat haar best goed deed, ging het op school en expliciet rondom lezen, schrijven, spelling en taal, toch nog steeds niet zoals het hoorde. Toen heb ik op school eens aangekaart of het mogelijk was dyslectisch dat mijn dochter dyslectisch is en of ze hierop getest kon worden. Helaas gaat daar dan geruime tijd overheen, omdat school eerst van alles moet aantonen wat ze aan extra hulp hebben aangeboden, papieren moeten aanleveren en je niet direct aan de beurt bent met testen bij een bureau. Het zelfbeeld van mijn dochter ging helaas steeds verder naar achteruit, ze werd steeds stiller, huilde veel, durfde nauwelijks meer om hulp of extra uitleg te vragen en hield zich maar op de achtergrond.

pexels-photo-247195

EED
Het ging zienderogen achteruit met haar (zelfbeeld). Totdat uiteindelijk de uitslag van het dyslexieonderzoek daar was: ze had EED (ernstige enkelvoudige dyslexie). Iets wat ik eigenlijk vanaf de kleuterklas al vermoed had, maar waaraan weinig en veel te laat gehoor is gegeven door school. Mijn eerste ervaring met negativiteit rondom (h)erkenning, het doorverwijzen van ‘het kastje naar de muur’, het niet voor ‘serieus’ te worden aangezien, de ‘zeurmoeder’ op school, de moeder die zich véél te veel zorgen maakt…  Mijn dochter gaf een presentatie over (haar) dyslexie, zodat haar klasgenoten ook wisten wat ze had, waarom ze extra hulp en tijd kreeg en moeite met lezen en waarom ze bijvoorbeeld een tafel- of spellingskaart mocht gebruiken. Ze knapte er enorm van op nu ze wist wat ze had, maar ook nu ze de goede specialistische hulp en begeleiding kreeg en er aan haar weerbaarheid en zelfbeeld werd gewerkt. Zo fijn!

De zoektocht ging verder
Toen ik in het traject zat met mijn dochter voor dyslexiebegeleiding, begon mijn zoon, inmiddels ook in groep drie, vast te lopen rondom letters, lezen, spelling, maar ook rekenen. Hoewel ik het idee had dat mijn dochter hele dyslectische kenmerken had en ik dit niet zo bemerkte bij mijn zoon, gingen wel bij mij wel een aantal welbekende alarmbellen af. Ook omdat dyslexie vastgesteld bij een zus de kans procentueel erg groot maakt dat er ook dyslexie bij een (volgende) broer of zus wordt vastgesteld. Toen mijn zoon maar bleef goochelen met het omdraaien van letters en van rechts naar links schrijven en hakken en plakken met lezen, wist ik al vrij snel hoe laat het was. Ook mijn zoon heeft groep drie vanwege dezelfde redenen als mijn dochter nog een keer gedaan, echter hij was er, in tegenstelling tot dochter, eind (tweede keer) groep drie nog veel slechter aan toe. Op het depressieve af én helemaal gestrest. Een jongetje van zeven die zei zijn leven niet meer leuk te vinden, zelfs niet meer te willen leven…., die school en alles wat hij daar moest doen vreselijk vond, die met afgehangen schouders, hoofd naar beneden, over het schoolplein liep, die lichamelijke klachten kreeg, op school eigenlijk niet meer mee wilde doen en.. het ergste van alles is dat ze op school allerlei signalen niet serieus (genoeg) hebben genomen, niet van mij, terwijl ik van alles aankaartte, maar ook niet van mijn zoon zelf.

Het gaat helemaal niet goed
Ik vergeet nooit meer dat mijn zoon zei ‘Juf zegt, het gaat wel goed toch?’ ….., gevolgd door: `Maar mam, het gaat helemaal niet goed’.  In de tussentijd had ik hem al aangemeld bij het dyslexiebureau waar we al naar toe gingen met onze dochter, dus het onderzoek was daar zo geregeld en inderdaad: het zelfde verhaal, ook dyslexie in ernstige mate (en mogelijk meer problematiek). In de tussentijd had ik stappen gezet om mijn zoon van de reguliere school af te halen (mijn tweede ervaring met het gevoel niet (h)erkend te worden in de problematiek, nu rondom mijn zoon, ‘weer dat kastje en die muur’, weer het (inwendig) schreeuwen: word ik nog gehoord?, zien jullie de ernst van de situatie?, is er nog iemand die met mij meedenkt wat de beste oplossing is? Maar nee, ik was de enige die zag hoe het écht met mijn zoon ging, NIET! Het ging gewoon echt niet!! Hij moest naar een andere, specialistische school en wel heel snel!, anders ging het echt niet goed komen met hem.

pexels-photo-236147

Noodkreet
Met het lood in mijn schoenen ben ik naar de dichtstbijzijnde speciaal onderwijs school gereden en heb daar een gesprek gehad. Huilend, in de stress en eigenlijk óp van alles heb ik mijn verhaal gedaan en binnen een maand was mijn zoon van school af en zat hij op het SBO. De beste keuze ooit! Langzaam bloeide mijn mannetje weer op en hij kreeg daar de rust, maar ook de begeleiding en hulp die zo wenselijk en nodig was! Dáár werd hij gewoon gezien en gehoord! Binnen een paar weken was hij opgebloeid en wisten de leerkrachten al meer over hem, dan de leerkrachten van de andere school in al die jaren daarvoor. Ik was dankbaar! Zó dankbaar dat het weer goed met hem ging. Makkelijk was het ook op deze school niet voor hem, want naast lezen, spelling, taal, was rekenen ook een lastige voor hem. Zijn leerproblemen waren gewoon complexer en eigenlijk heb ik toen al het gevoel gehad dat er méér dan alleen dyslexie aan de hand was…(ook weer zo’n intuïtief moedergevoel..) Inmiddels weet ik dat er meer aan de hand is (hij is daarvoor anderhalf jaar geleden onderzocht). In die periode heb ik, als moeder, twee kinderen begeleid met hun dyslexietrajecten. Naast school, werk, huishouden, verplichtingen, vrijwilligerswerk (ja, zelfs dát deed ik toen nog). et cetera. Het was er gewoon een baan naast! Elke week naar een andere plaats waar de begeleiding plaats vond en daarnaast veel, heel veel thuis oefenen. Bijna twee jaar lang!

Relatieproblemen
Langzamerhand voelde ik mij in mijn relatie, met de vader van mijn kinderen, steeds eenzamer. Ik voelde mijn partner van me weglopen, zich afkeren van dit complexe ‘zorggezin’ en ik had het gevoel dat ik werkelijk alles alleen moest doen, ik voelde me toen eigenlijk al een ‘alleenstaande moeder’ met de zorgen van kinderen waarbij het niet normaal verloopt op school, het voelde alsof ik alles alleen moest dragen en ik alleen die zorgen kende en zag, want ook hierin werd ik door diverse partijen niet serieus genomen. Onze relatie ging op veel punten zienderogen achteruit en ik heb meermaals gedacht: ‘Als ik de kinderen weer op de rit heb, ligt mijn huwelijk in puin’. En wat ik intuïtief gewoon wist en voelde, gebeurde…! Mijn (inmiddels ex) partner had al geruime tijd een ander pad bewandeld. Niet het pad wat ik met de kinderen had bewandeld. Hij was naast zijn gezin een ander leven gestart.  En ik probeerde zo goed en zo kwaad als het ging, mijzelf en de kinderen overeind te houden. In de tussentijd aangeklopt voor hulp bij onze gemeente, maar ook hierop is niet adequaat gereageerd, de zoveelste keer dat ik niet serieus (genoeg) genomen ben, me niet gehoord heb gevoeld en zo ‘op’ van het vechten, dat ik dacht: laat maar… en toen ik uiteindelijk het gevoel had dat het écht niet meer ging tussen ons, er constant ruzies waren en onbegrip én ik eigenlijk helemaal ‘op’ was van al die jaren ‘buffelen’, werd ‘de bom’ onder onze meer dan 20 jarige relatie/verstandhouding gelegd.. Er was een ander.

Klap in mijn gezicht
Nog nooit heb ik zo’n klap in mijn gezicht gehad. Nog nooit waren de dagen zo donker en nog nooit heb ik me zo aan de kant gezet gevoeld…ingeruild, maar ik had er maar mee te dealen.  Ik ben in dat jaar voor mijzelf de boel op een rij gaan zetten. Wonend met de kinderen in onze (koop)woning, hij wonend bij zijn vriendin in een huurwoning en ik ben stap voor stap de dingen gaan regelen… in eerste instantie: de keuze maken dat ik ook niet meer met hem verder wilde! Dat ik het prima kon redden met de kinderen zelf, want dat had ik inmiddels wel bewezen. Maar ja, je hele leven ligt in duigen, je weet van voren niet dat je van achter leeft, je weet niet hoe je iets moet regelen, wat je moet regelen, wat eerst en wat daarna. Het voelt alsof je loopt op een moeras onder zware donderwolken. Overmand door een enorm verdriet, boosheid, teleurstelling, frustratie, eenzaamheid, heb ik dat jaar overleefd. In onze woning – waarvan ik wist dat ik eruit moest.. In de tussentijd moest ik me inschrijven voor een huurwoning, de scheiding regelen bij de mediator, zaken regelen rondom het ouderschapsplan, de boedelscheiding, gesprekken voeren met psycholoog en maatschappelijk werk, gesprekken voeren met de kinderpsychiatrie vanwege nog een onderzoek en dan daarnaast ‘gewoon’ werken, kinderen naar school brengen, doorleven, want alles loopt gewoon door en je blijft je maar afvragen hoe je hier überhaupt uit komt.

Nieuwe start
Een huurwoning krijgen viel niet mee, lange wachtlijsten, geen urgentie en dan financieel, pfff. Ik zag mezelf al zitten in een (tijdelijke) sta caravan op een vreselijke camping met .. niks…. en kinderen waarvoor dat helemaal niet goed is, die juist stabiliteit en rust zouden moeten hebben, na die heftige jaren op school!. In dat jaar ging er heel wat door me heen: de goede tijden, slechte tijden, emmers vol tranen, boosheid, frustraties, onmacht, onzekerheid en stress, bergen stress. Op het moment waarop ik dacht,… dit moet niet nóg een half jaar duren, inmiddels bij de mediator de boel op orde en ik wachtende op een huurwoning, kwám er die woning!!
Na een klein jaartje ‘wonen’ in onze koopwoning (wat echt niet meer fijn voelde met al die herinneringen..), kon ik over naar een mooie huurwoning en kon het koophuis op mijn ex naam gezet worden en kon hij terug naar de (oude) woning met zijn vriendin. Inmiddels woon ik een jaar in mijn eigen fijne woning en het voelt ook echt als MIJN woning (met mijn kinderen).

Tot rust komen
Vorig jaar stond nogal in het teken van regelen, verhuizen, verven/behangen, het ‘eigen maken’, tuin opknappen, de laatste scheiding/verhuizingszaken regelen en vooral tot rust komen, enorm tot rust komen en verwerken.…. Want jeetje, wat een impact heeft dit alles op mij gehad, maar ook op de kinderen en ongetwijfeld ook op mijn ex-partner, hoewel die, zoals het lijkt, zijn leven met haar heeft opgepakt en ogenschijnlijk ‘schepen achter zich verbrand heeft’ en ‘gewoon opnieuw begonnen is’. De omgangsregeling is gelukkig op orde en we wonen beiden (weer) in dezelfde woonplaats. De kinderen kunnen dus makkelijk op en neer. Zolang we het niet hebben over ingewikkelde dingen of gevoelszaken gaat de omgang goed, de kinderen zijn tevreden en ik moet zeggen het gaat me allemaal best af, met hulp en ondersteuning van lieve familie en vrienden, vriendinnen én professionele externe hulp, want alles heeft zo veel impact op mijzelf en ons gezin gehad, dat ik gesprekken heb met een gezinstherapeut om mijzelf weer te vinden, veel te verwerken en een plek te geven, om er weer helemaal zelf te zijn en er goed te kunnen zijn voor mijn kinderen, die noodzakelijke zorg en begeleiding nodig hebben en de nodige ups en down kennen en soms nog hebben.

Ik vertrouw blind op mijn intuïtie
Ik vaar blind op mijn gevoel en intuïtie en ik weet en voel wat goed is voor mijn kinderen en wanneer het wat minder gaat. Helaas sta ik hier wel vrij alleen in, aangezien mijn ex en ik de problematiek rondom de kinderen verschillend zien: dat maakt het soms moeilijk. Maar met de juiste hulpverlening, mijn vrienden en familie red ik het prima. Ik zie gelukkig de zon (steeds meer) schijnen! Ik ben zo dankbaar voor mijn huisje, mijn spullen, mijn (flexibele) baan, vrienden en familie die aan mijn zijde zijn gebleven én zijn gekomen en dankbaar voor alles wat ik overleefd heb.

spiritual2

Trots op mezelf
En trots ben ik ook, ja trots, omdat ik dit alles wel heb (moeten) doorstaan, ik een sterke vrouw ben (geworden), omdat ik er ook mooie, dankbare dingen aan over heb gehouden en ik ben trots op mijn kinderen, die het ondanks hun niet zichtbare ‘handicaps’ en de zeker geen ‘standaard scheiding’, toch heel goed doen (ook op school)! Het alleenstaande leven met ‘zorgkinderen’ is zeker niet vanzelfsprekend, soms ook lastig uit te leggen aan mensen die niet snappen hoe het werkt en soms echt heel zwaar, maar ik wéét dat ik het aan kan en ik kan eigenlijk best nu al wel zeggen dat ik gelukkig ben met mijn leven alleen met de kinderen. Ik voel het nog niet helemaal tot in mijn tenen en ik moet zeker nog verder met mijzelf aan de slag, maar ik ben op de goede weg! En ik moet alles tijd geven, tijd om te verwerken, alles een plek te geven, het verdriet te laten slijten en tijd om anders in mijn leven te gaan staan. Te gaan staan waar IK voor wil staan en wat goed voelt voor mij en tijd geven … om er weer helemaal te zijn!

Een strijdbare en trotse moeder.

Leven met angst en paniek: zo ga je de strijd aan

Paniek en angst: de twee grote vijanden voor 1,1 miljoen Nederlanders. Een paniekaanval ervaren is doodeng en kost ontzettend veel energie. En als je niet op let, gaat angst zelfs je leven beheersen. 

pexels-photo-736843
“Een mens lijdt ’t meest
Door ’t lijden dat hij vreest
dat nooit op komt dagen.”

Als puber had ik er voor het eerst bewust last van: paniekaanvallen. Ik hyperventileerde vaak. Ik viel flauw op de gekste plekken: in de snackbar, in de rij voor de discotheek, boven aan de trap in mijn ouderlijk huis. Ik kreeg toen fysiotherapie om te leren hoe ik mijn ademhaling weer onder controle kreeg bij een hyperventilatie-aanval. Dat was fijn, maar voorkwam niet dat ik ze kreeg.

Sommige mensen reageren op stress met hoofdpijn, woedeaanvallen, maagklachten, et cetera. Mensen die gevoelig zijn voor paniekaanvallen en angst reageren op stress met, je raadt het al, paniek en angst.
Als ik (te lang) aan te veel stress word blootgesteld, krijg ik duizelingen, hartkloppingen en hyperventilatie: allemaal bij elkaar heet dat dan een paniekaanval. Een paniek- of angststoornis is niet gemakkelijk om mee te leven. Paniekaanvallen kunnen je dag verpesten, je verlammen: Verlamd zijn van angst is niet voor niets een uitdrukking. Paniekaanvallen zijn heel eng om mee te maken: je krijgt klamme handen, kunt duizelig worden, voelt je ´opgesloten´ en radeloos. Als je angstig genoeg bent geworden voor je paniekaanvallen en er aan toe gaat geven (wat heel begrijpelijk is!), ga je die plaatsen vermijden waar je angst de kop op stak. Als je een paniekaanval kreeg in een supermarkt, probeer je daar weg te blijven. Als je een paniekaanval kreeg in een kroeg, kun je kroegen gaan vermijden. Kreeg je een paniekaanval op je werk, dan durf je daar wellicht niet meer naartoe.

Helaas werkt juist dat – toegeven aan de angst en paniek – averechts. Hoe meer je toegeeft aan je angsten, des te groter worden ze. Vermijding vergroot namelijk angst. Blootstelling aan je angsten is dan ook een van de beste manieren om over je angsten heen te komen, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt. Accepteren dat je iets eng vindt, en het desondanks toch doen.

stop-shield-traffic-sign-road-sign-39080Snel weg van de snelweg
Toen ik net mijn rijbewijs had gehaald, had ik een behoorlijke angst voor de snelweg. Ik had tijdens mijn rijles-periode een ongeluk gehad (als bijrijder) en ik vond het rijden op de snelweg doodeng: het ging te snel, ik was heel erg bang om door anderen aangereden te worden of om de controle over het stuur kwijt te raken. Dus vermeed ik de eerste tijd alle snelwegen.

Toch knaagde iets aan me: nu had ik eindelijk mijn rijbewijs, en reed ik alleen maar rondjes om de kerk. Aangezien ik alle routes binnendoor reed was ik veel meer benzine en tijd kwijt. Dit was toch absurd?

Klaar met die angst
Op een dag besloot ik dat ik klaar was met die angst voor de snelweg. Dan maar een paniekaanval overleven: ik wilde die angst nu echt achter me laten. Dus daar ging ik: met hartkloppingen, angstzweet op mijn voorhoofd en vol doodsangst reed ik met knikkende knieën de snelweg op. (dat laatste is op zich al een prestatie: probeer maar eens te rijden met knikkende knieën!) De eerstvolgende afrit reed ik er direct weer van af, maar wat was ik trots: ik had een stukje snelweg durven rijden! Ik had mijn angst onder ogen gezien en ik leefde nog. Het leek zo klein, maar voor mij was het een enorme overwinning. De week er na reed ik de oprit weer op, en ging ik er na twee afslagen weer af. Weer een stapje gezet. Ik bleef oefenen, steeds een stukje verder. Ik nam er de tijd voor, was blij met iedere overwinning. Elke keer als ik weer een stukje over de snelweg reed, knikten mijn knieën iets minder. Elke keer als ik het weer probeerde, zweette ik wat minder. Het abnormale werd normaal. Ik leerde letterlijk dat ik het kon, door het te doen, ondanks mijn angst.

Een paar jaar later reed ik voor het eerst de Frans-Spaanse grens over, juichend. Het was me gelukt: mijn angst voor de snelweg was weg! Ik had mijn angst onder ogen gezien en daarmee letterlijk weggejaagd, stapje voor stapje, maar het was me gelukt. 
Rijden op de snelweg roept voor mij inmiddels een heel ander gevoel op: het geeft me een gevoel van vrijheid, blijdschap en onafhankelijkheid. Ik ben in de auto ontspannen, ik luister naar muziek, concentreer me op de weg en rijd al jaren met plezier overal naar toe.

pexels-photo-271418
Praat over je angst met mensen die je vertrouwt of met je huisarts. Je zult ervaren dat je niet de enige bent!

En daar waren ze weer
Sinds mijn burn-out heb ik weer last gekregen van paniekaanvallen. Ze zijn er zodra ik drukte opzoek. Zodra het drukker om me heen wordt, met name als ik ergens binnen ben, overvalt me die duizeligheid en lichte staat van paniek weer. Mijn spieren spannen aan, mijn nek verkrampt en ik voel me benauwd. Ik word licht in mijn hoofd en ik weet: daar zijn ze weer, mijn twee vijanden.

Ik geef niet op!
Maar net als jaren geleden met de snelweg zal ik ook dit keer niet weg rennen of plaatsmaken voor angst en paniek, hoe akelig ze ook zijn om te ervaren. Ik zal weer blijven doorgaan, met kleine stapjes, op mijn eigen tempo. Weer zal ik mijn vrijheid terugwinnen. Ik heb het eerder gedaan – en ik zal het weer doen. Beter bang zijn en toch doorgaan dan me verschuilen en het leven aan me voorbij laten gaan, omdat ik op de vlucht ben voor de paniek. Ik weet: Als ik er voor weg ren, rennen de angst en paniek alleen maar harder achter me aan: ze zullen me altijd inhalen. Hoe meer ruimte ik ze geef, hoe groter ze kunnen worden.

Dus kies ik er voor om wederom niet ervoor weg te rennen, maar mijn angst recht in de ogen te kijken, stil te staan en er tegen te zeggen: “Prima, ben er maar. Je mag er zijn. Ik vecht niet tegen je, dat heeft toch geen nut. Maar of je er bent of niet, ik ga door met leven, want ik ben sterker dan jij. Dus maak me maar bang: ik ga het toch doen.”

medical-appointment-doctor-healthcare-40568
Ga naar je huisarts: hij of zij zal je helpen

Ten slotte nog een paar tips en trucs:

  • Heb je last van paniekaanvallen? Ga praten met je huisarts. Hij of zij kan je doorverwijzen naar een praktijkondersteuner of andere hulpverlener. Gedragstherapie kan je helpen met het uitdagen en overwinnen van angstgedachten.
  • Het is best eng om voor het eerst iets te gaan doen waar je al zo lang bang voor bent. Vraag als jou dit helpt, iemand in je omgeving om met je mee te gaan. Kies iemand die jou goed kent, die je vertrouwt en die weet wat hij moet doen als je een paniekaanval krijgt. Dit kan je gerust stellen en de kans op succes vergroten.
  • Praat er over. Je bent niet de enige: ontzettend veel Nederlanders hebben last van angst- en paniekstoornissen. Je leest hier hoeveel. Je bent dus absoluut niet de enige, en je kunt er iets aan doen.
  • Een paniekaanval voelt heel akelig aan, maar is niet gevaarlijk. Dit is belangrijk om te beseffen.

 

Lezen! Deze tip verlicht én verkort je menstruatie!


Het is een nogal bloederige aangelegenheid: de menstruatie. Op de een of andere manier mogen we het er schijnbaar niet te veel over hebben, maar dat vind ik onzin.

Enfin, vorig jaar kwam ik er per toeval achter dat er een mogelijkheid is om je menstruatie te verkorten en te verlichten. Dat moest ik natuurlijk snel uitproberen!

Haaruitval en hormonsters
Mijn lijf reageert met haaruitval en depressieve gevoelens op hormonen en ik raak sowieso niet zwanger, dus ben ik al jaren van de pil en spiraal afgestapt. Dat bevalt me helemaal prima, alleen tja, die menstruatie hè… ik ben nu eenmaal niet gezegend met een korte of lichte menstruatie.

Google me van mijn menstruatie af!
Toen ik eens op Google “help, hoe kom ik in godsnaam van mijn ongesteldheid af” intikte tijdens een van die gruwelijke dagen, kwam ik alleen maar operaties en overgangsartikelen tegen. Hm. Doe maar even niet. Totdat ik stuitte op een artikel over het gebruik van ibuprofen tijdens je menstruatie. Je zou er minder hevig van gaan bloeden en het zou wat korter duren.

ongesteldSnel naar de Supermarkt
Say no more, google!
zei ik tegen mijn scherm, en ik haalde – nog voordat Google met zijn ogen kon knipperen – een doosje ibuprofen bij de supermarkt. En jawel hoor: de bloedingen werden direct minder hevig. Sterker nog, twee dagen later was ik er helemaal van af, twee dagen voordat het “feest” normaal gesproken pas afgelopen zou zijn!

Wel oppassen
Natuurlijk moet je wel oppassen met het gebruik van ibuprofen en het veilig gebruiken, zeker als je een gevoelige maag hebt. Maar voor de dames die ibuprofen goed verdragen is het dus zeker het proberen waard. Minder buikpijn, minder bloedverlies, minder lang: ibuprofen zit nu standaard in mijn medicijnkastje.

Nu alleen nog…
Ik ben dolblij met deze oplossing. Een paar ibuprofen helpen me maandelijks snel en goedkoper (het scheelt echt een aantal tampons/maandverbanden!) van mijn menstruatie af. Nu moet er alleen nog een oplossing gevonden voor pms, dan heeft mijn omgeving er ook geen last meer van!

Heb jij nog tips tegen menstruatieklachten? Deel ze in een reactie!

Hoe goed kun jij tegen kritiek?

Kritiek: we geven het graag, maar kritiek krijgen, dat is vaak een heel ander verhaal.

Overal waar je komt kun je kritiek krijgen: thuis, van je partner, op je werk, of zelfs van vreemden in het openbaar. Kritiek krijgen kan een vervelend gevoel oproepen: met name als deze niet zo prettig gebracht wordt.

Jezelf ontwikkelen

Toch is het goed leren ontvangen van kritiek een manier om jezelf positief te ontwikkelen. Niet alle kritiek is terecht; het is dan ook goed om kritisch (haha) te bepalen van wie je kritiek wil ontvangen.

Herhaalde kritiek

Als je bepaalde kritiek meerdere keren te horen krijgt, bijvoorbeeld dat je slecht luistert, dan is dit vaak een teken dat je daar bijvoorbeeld toch beter wel naar kunt luisteren.

Dat doe ik helemaal niet!

Veel mensen zijn geneigd bij het ontvangen van kritiek meteen in de verdediging te gaan. Dit is een menselijke, maar emotionele reactie op het gevoel dat je aangevallen wordt. Het is goed om je op zo’n momenten af te vragen:

  1. Word ik echt aangevallen?
  2. Zit er een kern van waarheid in de kritiek die ik krijg?
  3. Reageer ik nu op een redelijke manier of vanuit emoties?

Koop tijd

Weet je niet goed wat je aan moet met de ontvangen kritiek? Dat is helemaal niet erg. Bedank je gesprekspartner voor zijn eerlijkheid en geef aan dat je even wilt nadenken over wat je te horen hebt gekregen. Zo voorkom je dat je vanuit een emotie over-reageert en kun je er op een rustig moment even over nadenken.

Je hoeft niet altijd direct te reageren.

Oneens?

Zo veel mensen, zo veel meningen. Ben je het – ook na een moment van reflectie – oneens met de ontvangen kritiek? Je kunt er dan voor kiezen om de ontvangen kritiek naast je neer te leggen, of om de kritiek gever aan te spreken om desgewenst te onderbouwen waarom jij het oneens bent. Vraag je hierbij wel af, of je eerlijk en neutraal naar jezelf gekeken hebt: dit is namelijk heel moeilijk voor mensen; hun eigen gedrag objectief beoordelen. Vraag als je daar behoefte aan hebt de verzender om nadere toelichting. Misschien berust de kritiek wel op een misverstand, dat je gemakkelijk uit de weg kunt helpen.

Onterechte kritiek

Soms is kritiek echt onterecht. Sommige mensen zijn geneigd veel kritiek te gaan uiten op mensen met eigenschappen die hun jaloezie opwekken, of die gedrag vertonen dat ze zelf benijden. Als je merkt dat iemand vooral kritiek geeft om het kritiek geven, kun je wederom de kritiek naast je neerleggen, of zelf kritisch doorvragen bij de verzender wat nu precies het probleem is. Hoe ga jij om met kritiek? Geef je zelf veel kritiek aan anderen? Reageer jij verdedigend vanuit emotie op ontvangen kritiek? Laat het weten in een reactie!

Chronisch tijdgebrek? Lees dit!

Iedereen is tegenwoordig druk, drukker, drukst. Deze tips gaan jou ontzettend veel tijd besparen!

Een tijdje geleden zag ik voor het eerst dit magische filmpje over problemen op YouTube. Het is een filmpje van een paar minuten, maar de boodschap is zo krachtig dat het ook niet langer hoeft te duren. Kijk zelf maar: Why Worry. Als je geen zin of tijd hebt om op de link te klikken: Kort samengevat komt het filmpje neer op de volgende boodschap: Mensen spenderen veel te veel tijd aan piekeren. Terwijl piekeren nooit nodig is, want:

Heb je een probleem?

A) nee —> waarom zou je dan piekeren?

B) ja —> Kun je er iets aan doen?

A) ja —> waarom zou je dan piekeren?

B) nee —> waarom zou je dan piekeren?

Kort en krachtig vat dit filmpje dus samen dat het eigenlijk nooit nut heeft om (overmatig) te piekeren over je problemen.

Maar daar komt nog een belangrijke les bij, die jou ook veel tijd kan besparen.

We hebben allemaal best veel problemen, vinden we. Maar ís dat ook echt zo? Of zijn het problemen die we ons laten toebedelen?

Maak eens een lijstje van je problemen. Vraag je dan eens af, welke problemen écht van JOU zijn.

Heb je bijvoorbeeld problemen die je door een ander in de maag zijn gesplitst, omdat die ander geen zin, tijd of energie had om het op te lossen, of omdat jij te gemakkelijk ja zegt, dan kun je dat probleem terug geven aan de rechtmatige eigenaar.

Heeft iemand je bijvoorbeeld opgezadeld met iets wat hij zelf net zo goed kan oplossen: geef het probleem terug.

Heeft iemand jou gevraagd een oplossing te bedenken “want ik weet het allemaal niet meer hoor en jij bent daar zó goed in!”: besef dan dat diegene jou misschien voor zijn karretje probeert te spannen of (on)bewust probeert te manipuleren, want diegene doet vaak niet voor niets een beroep op jou!

De combinatie van hulpvaardigheid, inlevingsvermogen en gebrek aan assertiviteit is een gevaarlijke, waar mensen die gewoon liever lui dan moe zijn graag slim gebruik van maken.

Stel jezelf elke dag de twee simpele vragen:

Welke problemen ervaar ik en welke daarvan zijn echt van mij?

Welke problemen zijn van een ander? Geef die problemen terug aan de afzender.

Als je dit toepast zul je er versteld van staan hoe veel tijd je terug krijgt voor jezelf.

Afvallen is een Hoofdzaak!

pexels-photo-723031.jpegAfvallen: het lijkt zo simpel. Je eet minder en/of beweegt meer: je valt af. Simpel, toch? Waarom lukt het dan zo veel mensen maar niet om gewicht te verliezen of hun streefgewicht te behouden? 

Diëten zijn er genoeg. Diëtisten ook. Afslank goeroes. Diëetboeken. Afslankpoeders. Shakes….. het aanbod van manieren om af te vallen is enorm: waarom zijn dan nog steeds zo veel mensen (ondergetekende meegerekend) te zwaar? 

Verkeerde focus?
Veel mensen gaan tijdelijk anders eten. Of ze gaan tijdelijk heel fanatiek sporten. Of allebei! Vol motivatie vliegen al snel de eerste kilo’s er af. Ja! Het werkt! Maar lange termijn afvallen houdt veel meer dan alleen minder eten en meer bewegen: een blijvend effect wordt alleen bereikt als je een samenwerking tussen je hersens en je lichaam bewerkstelligt. Head first, body follows!

Wie niet voldoende aandacht besteedt aan de psychologische kant van het over-eten, gaat op een dag geheid voor de bijl.

Want: oude gewoontes sluipen er vanzelf weer in. Jojo-en is niet voor niets zo’n bekend fenomeen. Er gebeurt iets naars en hup – voor je het weet zit je weer met die zak chips op de bank.

Blijvend afvallen: Hoofdzaakgirl-woman-beach-female-157662 (1)
De enige mensen die ik blijvend gewicht heb zien verliezen, pakten ook de psychologische redenen voor hun overgewicht aan. Gezonde, degelijke lifestyle programma’s (dus geen crash diëten!) hebben dit goed gezien en nemen in hun langdurige programma dan ook altijd een psycholoog of coach op, die samen met de cliënt gaat kijken naar het psychologisch aspect van het over-eten.

Gedragspatronen vanuit je verleden
Emo-eten. Stress-eten. Je kent al die uitdrukkingen wel. En ze spreken boekdelen: eten is vaak een reactie op emoties; met eten we nare gevoelens te onderdrukken. Ook cultuur en opvoeding spelen mee. Assertiviteit heeft er zeker ook mee te maken, want: hoe vaak zwicht je onder de groepsdruk als op een verjaardag drie keer er op wordt aangedrongen dat je toch gezellig een stuk taart mee moet eten?pexels-photo-799255.jpeg

Verlies het probleem achter je eetprobleem

Trauma’s uit je jeugd, een ongelukkige relatie, te veel stress of een ongezond zelfbeeld: allemaal redenen die er voor kunnen zorgen dat je na een paar dagen of drie weken weer terugvalt op je oude, ongezonde eetpatroon.

Ik durf dan ook te stellen: Wil je afvallen? Dump dan dat ongezonde crashdieet en ga op zoek naar een goede coach of psycholoog!

Heb jij ervaring met blijvend afvallen? Hoe is het jou gelukt? Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen! 

 

Kastjes, muren, bomen en het bos: de zoektocht van ouders voor anders lerende kinderen in het doolhof van mogelijkheden

In mijn brief “Sorry, lief kind” sprak ik met en over het anders lerende kind. Honderden emotionele reacties van moeders uit alle uithoeken van Nederland waren een gevolg van het moment waarop ik aan de keukentafel simpelweg een eerlijke brief schreef aan het kind in mezelf.

De moeders van deze anders lerende kinderen hebben het vaak best zwaar: zij leveren dagelijks een strijd om hun kind te laten leren en groeien; een strijd die voor andere moeders wellicht niet in te beelden is.

De zoektocht is vaak vermoeiend, want: waar moet je naar toe als je kind niet “mee kan met de meute”? Waar begin je? Logopedie? Ergotherapie? Kinderpsycholoog? Naar de huisarts? Een psychiater? Een kindercoach? De keuze is reuze. Vaak veel té reuze zelfs.

Het web van zorgaanbieders en mogelijkheden is voor de nietsvermoedende moeder vaak simpelweg ingewikkeld. Soms zelfs overweldigend. Niet altijd schakelt de huisarts de juiste hulp in, niet altijd wordt de juiste diagnose gesteld, niet altijd helpt de diagnose ook richting de juiste hulp. Waar mensen werken worden immers ook wel eens fouten gemaakt.

Terwijl de ontwikkeling op gang komt richting het vinden van de juiste hulp voor je kind, kan deze zich helaas ook tegen je keren. Misdiagnose, van het kastje naar de muur gestuurd worden; moeders en vaders rijden vaak urenlang stad en land af op zoek naar de juiste begeleiding, of dit nu op medisch gebied is of op het gebied van gedragsproblemen en leerproblemen, soms gecombineerd.

Ik werd bijvoorbeeld eens voor mijn kind naar een organisatie gestuurd die haar zouden kunnen begeleiden met een specifiek leerprobleem. Ik nam verlof, reed er naar toe, praatte anderhalf uur met de mevrouw van die organisatie, waarna we tot de conclusie kwamen dat ik totaal verkeerd terecht was gekomen: zij boden helemaal geen leerbegeleiding, zij boden gezinsbegeleiding.

Na dat uur wist die mevrouw net zo zeker als ik dat dat niet was wat wij specifiek nodig hadden. Haar collega had toen ik belde ook niet goed geweten wat ze met mijn kritische vragen moest, want ze hadden net een reorganisatie achter de rug en er was een hoop onduidelijkheid. Niets ten nadele van die mevrouw – ze leek me kundig in haar werk – wilde ik als moeder zijnde al niet meer met deze organisatie samenwerken, als zij zelf nog niet eens precies wisten wat hun zorgaanbod was.

Als ouders moet je tegenwoordig behoorlijk mondig zijn om je staande te houden in de zoektocht naar hulp voor je kind. Meedenken moet je sowieso, dat is je taak als ouder, vind ik.

Veel ouders zoeken, zoeken, zoeken en zoeken nog eens. Het kind krijgt vaak onderweg diverse labels opgeplakt, diagnoses worden herroepen, wat het taboe rondom diagnoses (in de volksmond etiketjes en labels) helaas ook alleen maar doet groeien. Toch zoeken ouders door, hopend op het moment dat hun kind eindelijk de hulp krijgt die nodig is, op welk gebied dat dan ook is.

Zorgaanbieders concurreren, reorganisaties binnen grote organisaties volgen elkaar in een rap tempo op en terwijl dat allemaal gebeurt, groeit de onduidelijkheid voor de ouders – en daarmee hun kinderen – alleen maar door.

Moeders en vaders van Nederland worden “zorgmoe”, juist door die talloze kastjes en muren, het doolhof waar ze vol goede bedoelingen in waren gelopen, maar niet meer uit weten te komen. Dus wat doen we dan? In eerste instantie zoeken we door, blijven we dwalen en hetzelfde rondje door het doolhof herhalen, net zo lang totdat we hopelijk ergens per geluk toch struikelen over de juiste zorgaanbieder. En als dat te lang duurt, doen we wat ieder mens wil als het zich gevangen voelt zonder uitzicht: we vluchten. We willen geen hulp meer zoeken, want het zoeken putte ons uit.

En als we die juiste hulp eindelijk wel vinden, nou, dan houden we daar stevig aan vast. Een ergotherapeut die ik erg goed vond zei eens: mijn eerste en belangrijkste doel wordt ontdekken: hoe leert jouw kind.

Hèhè, eindelijk! Eindelijk, dacht ik, eindelijk iemand die zich daar echt in gaat verdiepen. Dat deed hij, en met succes. Ook de logopedist waar we uiteindelijk bij eindigden ging kalm en gestaag te werk, met succes.

Alleen vond ik het ergens ook best wel verdrietig, want: zou dat niet ook al op scholen moeten gebeuren? Moeten we niet juist meer investeren in de basis? De basis zijnde: het onderwijs en de opvoeding? Het aantal leerlingen per leerkracht? Waarom is de conclusie landelijk nog niet getrokken dat de grens van dertig kinderen in een klas de lat voor leraren én kinderen veel te hoog legt?

Het probleem van het anders lerende kind komt nu terecht in een doolhof van zorgaanbieders, en waarom? Is dat omdat scholen doorgaans niet voldoende middelen krijgen om ook anders lerende kinderen binnen boord te houden?Is het omdat de klassen te vol zijn en leraren overspoeld worden? Is er niet voldoende geld voor bijscholing van leraren? Of krijgen leraren wel voldoende bijscholing, maar simpelweg niet voldoende tijd om het geleerde ook op individuele basis te investeren?

Is het omdat ouders goedbedoeld verdwalen in de zoektocht naar hulp, terwijl concrete en praktische informatie voor het opvoeden van een anders lerend kind ook al heel veel problemen kan voorkomen?

Misschien ligt het antwoord op deze zoektocht wel precies in de wanhoop die zo veel ouders voelen: je ziet door de bomen het bos niet meer, je wilt je kind dolgraag helpen, maar je weet op een gegeven moment simpelweg niet meer hoe. Er is te veel keuze, er zijn te veel experts die allemaal hun eigen mening hebben. Iets met bomen en een bos zien.

Ik stel me graag een toekomst voor waar alle kinderen, anders lerend of niet, terecht kunnen op één school, in een klas waarin het niet noodgedwongen maar een nummer is, waarin de leerkracht voldoende rust en tijd krijgt om niet alleen in groepsverband, maar ook een op een meer te kunnen praten met het kind.

Dat laatste wordt overigens helaas nog veel te vaak vergeten: praten met het kind zelf. Zorgaanbieders, ouders en leerkrachten roepen met de beste bedoelingen over het kind heen, wijzen zelfs vaak met de vinger naar de ander. Helaas, want ik als ouder zie bij de gesprekken over ons kind gelukkig uitermate betrokken professionals die niet alleen beroepsmatig maar ook persoonlijk het beste met ons kind voor hebben.

Ik vraag me te midden van al die bomen, bossen, kastjes en muren af, wie tegenwoordig nog er aan denkt om aan het kind zelf te vragen wat het nodig heeft.

Anders lerende kinderen zijn vaak namelijk uitermate eerlijk en creatief, maar als ze de vraag niet krijgen, zullen ze wellicht zelf ook niet altijd met een antwoord komen.

Als je er naar vraagt, zullen de antwoorden gegarandeerd verbazen, vermoed ik zomaar.

Liever een gebroken been deel 2: Zo help je een naaste met een depressie / burn-out

Als iemand een gebroken been heeft, kun je als naaste helpen door hem of haar naar de dokter te rijden, door te helpen met praktische zaken. Maar wat kun je doen als je naaste een depressie of burn-out heeft?

Een paar jaar geleden schreef ik de blog Liever een gebroken been: over depressies, burn-out en andere psychische klachten. In deze blog beschreef ik dat de goedbedoelde tips en adviezen zoals “Trek het je niet zo aan.” en “Misschien moet je dit eens proberen!” vaak helaas averechts werken.

depression3Maar wat kun je dan als naaste wel doen, als iemand van wie je houdt een depressie of burn-out heeft? Je leeft immers mee en wilt diegene graag helpen. Hieronder lees je hoe je dat kunt doen. 

Toon begrip
Sleutelwoord is begrip: ook al heb je het zelf nog nooit meegemaakt, je kunt wel begrip tonen en proberen je in te leven. Ook als je niet weet hoe het voelt. Je naaste zal zich hierdoor in elk geval minder alleen voelen. Dat is belangrijker dan welk goedbedoeld advies dan ook.

Aanwezigheid, op afstand of dichtbij
Wees aanwezig. Dit hoeft niet altijd fysiek te zijn, maar je kunt vragen of je mag langskomen. Laat je horen, bel, stuur eens een berichtje, om te laten weten dat je aan hem of haar denkt. Soms hebben mensen die in een depressie of burn-out zitten geen behoefte aan gezelschap, maar aanbieden kan altijd. Laat weten dat je er bent, als hij of zij wil praten. Misschien gebeurt dat niet meteen, maar als de tijd dan rijp is, weet hij of zij in elk geval dat het kan. Een lief kaartje of een mooie brief doen ook vaak al wonderen, als iemand diep zit.  depression4

Luisteren
Je naaste zit in een depressie of burn-out, dus wil je graag helpen. Je houdt van hem of haar, dus wil je opvrolijken en problemen oplossen. Dat is heel begrijpelijk en menselijk. Maar hoe goed dit ook bedoeld is, dit kun jij niet voor hem of haar doen.In feite is iemand vaak al erg blij als er simpelweg geluisterd wordt. Luisteren lijkt heel simpel, maar dat is het niet. Luisteren zonder oordeel en zonder meteen met oplossingen te komen is best moeilijk. Maar luisteren is wel bijzonder behulpzaam voor de ander, want waar jij rustig luistert zonder oordeel voelt de ander zich veilig, kan hij of zij gevoelens uiten. Praten lucht op. Wees dus een klankbord. Dit is vaak al genoeg.

Wees geen hulpverlener
Bovendien ben je geen hulpverlener, je bent zijn of haar vriendin, zus, moeder, etc.
Je kunt en hoeft het probleem niet op te lossen; dat is niet jouw verantwoordelijkheid. Voor professionele hulp en begeleiding zijn deskundigen, die emotioneel verder af staan van jouw naaste, en alleen al daardoor vaak beter kunnen helpen.

Hulp
depressionAls jouw naaste (nog) geen hulp heeft gezocht voor zijn of haar klachten, is dit wel handig om aan te raden / te adviseren. Een gesprek met de huisarts of praktijkondersteuner kan voor jouw naaste de juiste hulp op gang brengen. Je kunt aanbieden om mee te gaan naar de huisarts, als dit de drempel lager maakt.
Als je je zorgen maakt om je naaste, is het goed om te benadrukken dat hulp nodig is: mensen met een depressie of burn-out komen hier vaak zonder begeleiding niet zelf uit.

Heb je zelf een depressie of burn-out klachten? Ga dan naar je huisarts, hij of zij zal je verwijzen naar de juiste hulpverlener. depression

Stop met zeuren! 😈

Ik lees tegenwoordig bijna alleen nog maar gezeur in reacties op online media. Als iemand mee doet aan Serious Request, wordt er meteen geroepen dat je eigen volk eerst moet helpen. Als iemand geld doneert, wordt gezegd dat het naar de ouderen of armen in Nederland moet gaan.

Natuurlijk mag iedereen vinden wat hij of zij vindt, maar stiekem bekruipt me dan toch de gedachte: en wat doe jij dan zelf, reageerder?
Hoe vaak ga jij vrijwillig ergens hulp aanbieden?
Hoe vaak doneer jij geld of spullen aan de voedselbank?

Bovendien, waarom moet het eigenlijk altijd zo zwart wit zijn? Waarom zou allebei niet mogen? Als ik iets kan missen, moet ik toch zeker zelf weten aan wie ik het geef?

Nou, weet je. Ik geef regelmatig goede kleding weg aan locale mensen die dat hard nodig hebben. Ik werk een uur per week vrijwillig op de school van mijn kind. Ik geef geld aan de voedselbank. Maar ik doe óók mijn bijdrage aan Serious Request voor KINDEREN in oorlogsgebieden. En ik steun ook mijn lieve neefje, die rondjes door de gymzaal rende om geld in te zamelen voor de kinderen in die oorlogsgebieden. Foei, wat moreel onverantwoord hè?

Bah. Wat zijn we hard geworden, veroordelend en koud. En wat staan we hard te roepen en te blaaskaken langs de zijlijn. Nee, dan heb ik meer respect voor mensen die in plaats van zeuren iets doen. Of het nou voor mensen in Nederland is, of voor mensen ver weg. We wonen immers nog altijd samen, met zijn allen op dezelfde aardbol.

PS: met dank aan de Inspiratiebron voor deze blog: Ruud. 😙

Drukdrukdrukdrukdruk? Vijf GOUDEN tips voor werkende moeders

Veel moeders werken tegenwoordig buitenshuis. Dat is leuk, maar het zijn vaak wel erg veel ballen die je tegelijkertijd in de lucht moet houden. Weet je af en toe niet meer hoe je het moet regelen allemaal? Groeit het werk je boven het hoofd? In deze blog vind je vijf tips die je leven als werkende moeder wat gemakkelijker maken. Heb je aanvullingen op deze tips? Laat hieronder een reactie achter!

1. Bestel je boodschappen!

Bestel online je boodschappen; dat scheelt je een hoop tijd.  Bron foto: www.ah.nl
Bestel online je boodschappen; dat scheelt je een hoop tijd.
Bron foto: http://www.ah.nl

Ik begin meteen met dé gouden tip voor iedereen die zijn tijd efficiënter wil indelen. Want natuurlijk is het niet je hobby om iedere dag weer die supermarkt in en uit te zeulen met tassen vol spullen. Al helemaal niet met een vermoeid, hongerig en te pas en te onpas weg rennend kind bij je.
Wat je kunt delegeren, is het halen van boodschappen. De meeste supermarkten bezorgen tegen een kleine vergoeding je boodschappen gewoon aan de voordeur. Vul online je boodschappenbestelling in, of stuur een e-mail naar je buurtsuper met je bestelling, en je hebt in één keer al je weekboodschappen in huis. It’s so simple!

2. Verdeel de taken goed (en eerlijk)
Als je een partner hebt, is het goed om vaste afspraken te maken over wie wat doet. Klinkt misschien kinderachtig, maar aan het eind van de dag wil jij niet degene zijn die alles doet, terwijl je partner lekker onderuit ligt op de bank. Eerlijk verdelen dus, die taken. Zorg er voor dat je beiden doet waar je goed in bent, en ben ook niet te beroerd om wat water bij de wijn te doen.

3. Je kids kunnen ook iets
Ook al doen ze misschien zeer vakkundig alsof dit niet zo is, toch kunnen kinderen (vanaf een bepaalde leeftijd) ook echt wel een handje helpen in het huishouden. Wijs een vaste tafeldekker aan, een vaste woonkamertafelopruimer, en spreek een dag in de week af waarop de kinderen zelf hun eigen kamer op moeten ruimen. Want laten we eerlijk zijn; als ze zich nog net niet verwaardigen om hun voeten op te tillen als jij langs komt met de stofzuiger, terwijl zij bezig zijn met hun spelletje op de i-pad, weet je dat het tijd wordt voor wat meer samenwerking binnen je gezin. Desnoods zet je een beloningssysteem op: wie zijn taken goed uitvoert, verdient het zakgeld van die week bij elkaar.

4. Poetsen
Als je je een huishoudelijke hulp kunt veroorloven, is het absoluut aan te bevelen om hulp van buitenaf in te schakelen. Zeker als je jezelf er op betrapt dat je om half twaalf ’s avonds nog de badkamer aan het poetsen bent. Bespreek het met je partner en bekijk of een hulp in de huishouding budgettair te doen is. Is dat niet zo? Spreek dan een vaste dag in de week af waarop jij en je partner het huis onder handen nemen. Teamwerk zorgt voor een stuk minder frustraties en een geëmancipeerde relatie, wat anno 2015 gewoon zo hoort natuurlijk.

5. Telefoon uit
Eh… wat zegt u? Telefoon uit?
We kunnen het ons bijna niet meer voorstellen: een mobiel die uit staat. Want hoe moeten we in vredesnaam een paar uur zonder Facebook, Twitter, Instagram, Pinterest, Snapchat, etcetera? Nou, gewoon, die knop in duwen en uit zetten. Je zult er van versteld staan hoe creatief je wordt, als je eens even niet aangekoppeld bent aan de rest van de wereld via je telefoon. Plotseling heb je weer tijd voor dat ene project dat je al zo lang wilde starten, zit je opeens toch dat fotoalbum in te plakken dat al vijf jaar lag te wachten, of haal je je hometrainer opeens toch van zolder. Telefoon UIT; leven AAN. Enjoy!

RED een leven, deel & leer dit uit je hoofd: F.A.S.T.!

Een beroerte, het kan iedereen overkomen. Sterker nog; per dag krijgen in Nederland 126 mensen een beroerte. Snelle hulp is van groot belang. Maar hoe herken je of iemand een beroerte heeft gehad?

Wanneer je de volgende informatie uit het hoofd leert, kun je hiermee mogelijk ooit een leven redden: Kleine moeite, gigantische impact indien nodig!

F.A.S.T.

Face: Abnormale houding van de mond. Vraag de persoon om te lachen en de tanden te laten zien. Hangt de mond scheef, dus een mondhoek duidelijk naar beneden?

Arm: Betreft een abnormale houding van de arm. Vraag de persoon om de ogen te sluiten en de beide armen recht vooruit te strekken, de handpalmen naar boven en dat 30 seconden zo vast te houden. Bij een beroerte zal een van de armen naar beneden zakken of gaan zwalken. Het is belangrijk dat de ogen 30 seconden gesloten blijven.

Speech: Spraakvermogen. Stel een simpele specifieke vraag, zoals: welke dag van de week is het vandaag? Of waar zijn we nu? Let op verward en onduidelijk spreken.

Time: Dit heeft betrekking op het tijdstip van de beroerte. In het ziekenhuis willen ze het tijdstip erg graag weten, omdat de behandeling van een zeer recente beroerte verschilt van de behandeling van een oudere beroerte. Noteer daarom het tijdstip waarop u de beroerte constateert.

Bel bij vermoeden van een beroerte altijd 112!

Bron informatie: Hartwijzer.nl 

Bron afbeelding: Nederlandse Hartstichting

Dringende oproep: Help Jasper Valentijn (3 jaar)


Dit is Jasper Valentijn. Hij is bijna vier jaar oud. Jasper woont
met zijn oudere broertjes en ouders in het Brabantse Willemstad. Jasper heeft een zeer zeldzame stofwisselings-ziekte, genaamd Infantiele Neuroaxonale Dystrofie (INAD), ofwel de ziekte van Seitelberger.

Dinsdag avond, 25 februari. Ik krijg een bericht van Mariska Bauer, of ik dit artikel al gelezen heb. En of ik er misschien een blog aan wil wijden. Ik lees het artikel en schiet direct vol. Als moeder en als mens grijpt het verhaal van Jasper me enorm aan. Ik besluit direct: hier ga ik iets mee doen.

Er is amper iets bekend over de stofwisselingsziekte die Jasper heeft. Omdat de ziekte zo zeldzaam is (1 op de miljoen), is er weinig geld voor onderzoek. Ondertussen betekent dat voor Jasper en zijn familie dat zijn levensverwachting tussen de vier en tien jaar oud is. Zijn gezondheid gaat hard achteruit, maar Jasper blijft vrolijk en lief. Zijn ouders hebben de stichting Jasper Valentijn Foundation opgericht om geld in te zamelen voor onderzoek.

jasper-valentijn-foundation-ziekte-inad-medicijn-onderzoek-730x350

Als je de foto’s van Jasper ziet op de vandaag opgerichte website van de stichting, word je op slag verliefd. Dan zie je dat vrolijke gezichtje, dat deze sombere vooruitzichten niet verdient. Dan gun je hem en zijn familie vooral hoop: hoop op behandelingen, hoop op meer kennis over de ziekte, en hoop op een veel langere toekomst voor Jasper.

Er is kennis en geld nodig om te zorgen voor een toekomst voor Jasper. 

Daarom ook dat ik jullie dringend oproep om zo veel mogelijk deze blog te delen, de pagina van de stichting massaal te volgen op Facebook en vooral ook (net als ik) geld te doneren voor onderzoek naar de ziekte van Jasper. Iedere donatie is welkom, hoe klein of groot ook. 

jasper-valentijn-inad-foundation