Tagarchief: huis

Waaaaaaaaarom… loopt iedereen om de spullen op de trap heen??

Je kent het misschien wel: je beseft bij het naar beneden lopen dat je het laatste toiletpapier hebt opgemaakt. Je bent de beroerdste niet, dus je pakt een wc rol, legt hem demonstratief op de trap, zodat de eerstvolgende die naar boven gaat deze mee kan nemen zodat hij of zij niet hoeft te airdryen na het toiletbezoek. Sociaal en hoffelijk, toch?

Fout!

Die wc rol, die wordt dan niet meegenomen. Nee nee. Die wc rol wordt een klein obstakel om omheen te lopen, overheen te stappen, of zelfs aan de kant te schuiven, want: wat staat dat ding hier onhandig?

Zo geldt dat overigens ook voor theedoeken die boven in de was moeten, haarspelden die in de strijd van de dag op de vloer eindigden, gekochte cosmetica die naar de badkamer meegenomen dienen te worden. Behendig wordt er omheen gecirkeld, er over heen gestapt en zelfs over gestruikeld (“wat ligt hier voor rotding!”) waarna het nog een week blijft liggen. Serieus, menschen: doe je huisgenoten een lol en neem het mee!

Dat gebrek aan pro-activiteit en hoffelijkheid lijkt wel een ziekte van deze moderne tijd.

Je zou denken: dit is geen hogere wiskunde, dit snapt iedereen met meer dan twee cellen.

Toch zou je je verbazen over hoe veel intelligente mensen het niet kunnen opbrengen om pro-actief te zijn.

Daarom trap ik nog even wat meer open deuren in, nu ik toch op dreef ben:

  • Staat er een vuilniszak bij de achterdeur? Gooi hem even in de bak buiten!
  • Staat er iemand in de trein te wachten om uit te stappen? Wacht dan even met instappen, hork!
  • Heb je op het werk gegeten en servies vuil gemaakt? Zet het even in de vaatwasser of was het zelf even af: je collega’s zijn niet je butler!
  • Heb je drinken besteld bij horeca personeel en komen ze het brengen? Wees dan zo sociaal om even op te kijken van je telefoon en dankjewel te zeggen.

Ten slotte nog een leuk filmpje van een (toevalligerwijs) man, die hoffelijkheid niet begrijpt, maar wel hilarisch is:

(dit is de link: https://youtu.be/D3MI8v4gHk4)

Voor wie twijfels zijn leven laat bepalen

Twijfelen: iedereen doet het wel eens. Zeker bij grote beslissingen. Twijfelen is een gezond mechanisme om voor- en nadelen goed af te wegen voordat je een beslissing neemt. Toch kan te veel twijfelen je ook tegenhouden in het leven leiden dat jij graag wil.

Hoe gezond twijfel ook kan zijn, één van de grootste “killers” van vooruitgang is zonder meer overmatige twijfel. Twijfel slaat vaak toe bij het nemen van levensbeslissingen; hoe groter de beslissing, hoe harder de twijfel toe kan slaan.

Waarom twijfelen we vaak te lang? Wat is het nut van twijfel? En vooral: hoe kom je er van af als het je afremt in het bereiken van je doelen?

Twijfelaar
Een geboren twijfelaar, zo heb ik mezelf wel eens genoemd vroeger. Bij het nemen van een grote beslissing (Ga ik voor die baan? Blijf ik bij mijn partner? Moet ik nu wel of niet verhuizen?) slaat bij veel mensen de twijfel toe: logisch, want het is ook niet zomaar een beslissing die je moet nemen.

Een verhuizing, een andere baan, een relatie verbreken: het zijn allemaal beslissingen die vergrijpende gevolgen kunnen hebben in je verdere leven. Dat is niet per se negatief, maar het kán het wel zijn; Want wat nou als die nieuwe baan toch niet zo leuk is als het lijkt? Wat als je spijt krijgt van je verhuizing? Wat als je je partner toch gaat missen en niet meer terug kunt?

Twijfel slaat de meeste dromen en plannen dood, omdat het gepaard gaat met angst. Angst om de verkeerde beslissing te nemen (“Wat als ik hier verkeerd aan doe?”) kan je verlammen, waardoor je onnodig lang in de twijfel modus blijft. Onzekerheid kan ook een grote rol spelen: het vergt nogal wat zelfvertrouwen om te zeggen: en vanaf nu gaat het anders.

Waar twijfel het hardst toeslaat
Twijfel slaat vaak het hardst toe in situaties waarin weinig urgentie bestaat. Wat ik daarmee bedoel, kan ik het best toelichten aan de hand van een voorbeeld. Stel, je hebt een baan waar je wel tevreden mee bent, maar waar je niet veel uitdaging uit haalt. Het werk is niet verschrikkelijk, maar ook niet heel leuk. Je haalt er weinig vreugde uit, maar je doet het wel goed en krijgt goede beoordelingen. Daarnaast heb je een vast contract en geen hele vervelende collega’s. Met andere woorden: er is weinig uitdaging, maar ook geen echte urgentie om weg te gaan. Dat je wellicht hele andere doelen voor je loopbaan had – en door tien of twintig jaar in deze baan te blijven hangen die doelen niet bereikt – is achteraf bezien natuurlijk zonde. Toch blijven veel mensen vaak lang hangen op een plek waar ze niet tot hun recht komen.

Waarom?
Niet altijd leuk om te horen, maar wel waar: Mensen zijn gewoontedieren. We voelen ons graag veilig en geborgen. Onze comfort zone is ons vaak meer waard dan ons geluk, hoe gek het ook klinkt. We houden van nature nu eenmaal doorgaans niet erg van verandering. Verandering vinden we maar eng.

Zeker als we een vast contract hebben weten te bemachtigen in deze onzekere tijden, geven we dat niet zomaar op. Een vaste relatie ook niet. De gemoedsrust die komt kijken bij het kunnen betalen van de hypotheek of huur wint het dan van het knagende gevoel dat er meer moet bestaan dan deze sleur van werk dat eigenlijk beneden je niveau ligt.

Als er dan een nieuwe baan langskomt, waarbij je met een tijdelijk contract in een geheel nieuw bedrijf moet beginnen waar je nog niemand kent, slaat de twijfel toe. Zo erg heb ik het nu toch niet? Ik heb nu wel vastigheid en ik weet waar ik aan toe ben. Dit soort gedachten zorgen er vaak voor dat je dan toch maar bedankt voor die uitdagender job.

Hetzelfde geldt voor relaties. Als een relatie je al lang niet meer gelukkig maakt, zou je eigenlijk er mee moeten stoppen. Toch blijven veel mensen langer in een uitgebluste relatie zitten dan nodig, uit angst. Angst voor het onbekende, angst om alleen verder te moeten gaan, angst om al het vertrouwde op te moeten geven. Dus worden de dagen weken, de weken maanden, en worden ze op hun zestigste wakker met het besef dat ze jaren lang in een ongelukkige relatie hebben gezeten. De comfort zone kan wat dat betreft een vals soort gevoel van veiligheid geven: achteraf is er dan vaak alleen maar ruimte voor spijt.

Urgentie maakt twijfelen moeilijker

Wat nu als je opeens zonder werk komt te zitten? Dan valt je vangnet weg en je comfort zone verdwijnt zonder dat je daar zelf iets aan kon doen: zou je dan wel solliciteren op die baan die uitdaging biedt? Waarschijnlijk wel. Zou je het droomhuis wel kopen als je plotseling te horen kreeg dat je eigen woning gesloopt gaat worden? Vast wel. Het wegvallen van die comfort zone dwingt je er toe beslissingen te nemen: wat dat betreft is het soms gemakkelijker om beslissingen te nemen vanuit het principe “Ik heb nu toch niets te verliezen.” Urgentie dwingt: en soms is dat niet eens verkeerd.

Eeuwige twijfel

Voor de eeuwige twijfelaar is het goed om je af te vragen wat je bereikt met het ellenlange twijfelen. Geef je jezelf zo een excuus om comfortabel te mogen blijven leven zonder risico’s te nemen? Geef je jezelf hier mee een mooie reden om je angsten niet onder ogen te hoeven komen? Houd je je eigen onzekerheid hiermee in stand?

Iets nieuws proberen, een nieuw avontuur aangaan, betekent vaak dat je een risico moet nemen. Het is een sprong in het diepe waar niet iedereen zich aan waagt. En ja, het kan misgaan, maar het kan ook ontzettend goed gaan. Vraag jezelf eens af: waar heb je straks meer spijt van; als je het nooit hebt gedurfd of als je dat wel hebt gedaan en het niet is gelukt? Wat is het ergste dat er kan gebeuren? En kun je daarmee leven?

Het leven gaat snel voorbij. De sleur van alledag zorgt er voor dat dagen overgaan in weken, maanden, jaren. Wil je terugkijken op een leven vol twijfels, waarin je jezelf mooie kansen hebt ontnomen? Of wil je terugkijken en denken: ach, ik heb risico’s genomen, but I did it my way!

Ik weet waarvoor ik kies. Jij ook?

Hang die toiletrol toch eens goed!

Ik ben niet echt neurotisch van aard: ik ga bijvoorbeeld niet terug mijn huis in om te controleren of het gasfornuis uit is.

Het enige waar ik echt neurotisch in ben, is dat ik altijd probeer een rond getal benzine te tanken, en:

Als ik op een toilet kom en de toiletrol hangt volgens mij verkeerd om, dan kan ik het niet laten en hang ik hem goed.

Onder goed versta ik: met het velletje voorlangs! Hier heb ik meerdere uitstekende redenen voor:

1) je haalt je hand niet open aan de muur omdat daar het papier langs hangt

2) ik ben het zo gewend, en

3) ik ben het zo gewend.

Ik begrijp niet waarom mensen een toiletrol andersom zouden hangen.

Gelukkig is dit neurotisch trekje verder niet schadelijk. Ik krijg er bovendien veel minder commentaar op dan wanneer ik een etiketje in iemands nek zie uitsteken en het etiketje vervolgens terug duw in zijn trui.

Hoe hang jij de toiletrol op bij jou thuis? En hang jij hem ook andersom als het volgens jou niet klopt op een toilet? Ik ben benieuwd naar jullie redenen en ervaringen!

Alleen wonen: Alleen betekent niet altijd eenzaam!

pexels-photo-154161Alleen wonen. Het klinkt zo treurig, een beetje eenzaam zelfs. Je krijgt misschien spontaan beelden van een zielig hoopje mens dat in de woonkamer ligt te slapen in het schijnsel van de televisie, die op testbeeld staat. Want een mens is toch niet gemaakt om alleen te zijn?

Nou, dat valt nogal reuze mee, heb ik gemerkt. Sterker nog: Alleen wonen is eigenlijk best wel een aanrader! Ik durf zelfs te zeggen: Iedereen zou het minstens een keer in zijn leven geprobeerd moeten hebben.

Alleen wonen heeft namelijk best veel voordelen. Je kunt op televisie kijken wat je wilt, muziek draaien die je mooi vindt, je kunt komen en gaan hoe het je uitkomt, je hoeft niet te overleggen of vriendinnen van je op bezoek kunnen komen en je kookt precies waar je zin in hebt.

In bed is het trouwens ook heerlijk. Je hebt alle ruimte, dus kun je diagonaal en / of ondersteboven in je bed gaan liggen met een zak Dorito’s in de aanslag en een jankfilm op de buis, zonder dat iemand daar ook maar iets van vindt. En als jij het noodzakelijk vindt om voor de driehonderdachtste keer Dirty Dancing of When Harry met Sally te kijken, nou, dan doe je dat toch lekker?

Natuurlijk zijn er ook mindere momenten. Als je ziek bent bijvoorbeeld, is het niet zo leuk. Of als je thuis komt en je hebt iets heel bijzonders meegemaakt, en je moet dat dan vol enthousiasme aan je cavia vertellen, gewoon, omdat er niemand anders is.

pexels-photo-269063Of als het kerstmis is, en je heb jezelf per ongeluk vastgedraaid in de kerstverlichting en je komt er niet meer uit. Of als het überhaupt kerstmis is en je moet in je eentje naar dingen waar mensen dan – met licht gekanteld gezicht – vragen of je nog steeds alleen bent. Maar goed, afgezien van die momenten is alleen wonen echt zo slecht nog niet.

Alleen zijn betekent lang niet altijd dat je ook eenzaam bent; dat is waar mensen zich wel eens in vergissen. Ik woon alleen, maar ik voel me maar zeer zelden eenzaam. Ik heb een dochter, een hond die altijd blij is om me te zien, lieve buren, vriendinnen die komen buurten, familie en vrienden. Eenzaam? Verre van!

Gisteren bedacht ik me: Er zijn misschien zelfs wel talloze mensen die dan wel samen op de bank zitten, maar zich vele malen eenzamer voelen dan ik. 

 

 

Drukdrukdrukdrukdruk? Vijf GOUDEN tips voor werkende moeders

Veel moeders werken tegenwoordig buitenshuis. Dat is leuk, maar het zijn vaak wel erg veel ballen die je tegelijkertijd in de lucht moet houden. Weet je af en toe niet meer hoe je het moet regelen allemaal? Groeit het werk je boven het hoofd? In deze blog vind je vijf tips die je leven als werkende moeder wat gemakkelijker maken. Heb je aanvullingen op deze tips? Laat hieronder een reactie achter!

1. Bestel je boodschappen!

Bestel online je boodschappen; dat scheelt je een hoop tijd.  Bron foto: www.ah.nl
Bestel online je boodschappen; dat scheelt je een hoop tijd.
Bron foto: http://www.ah.nl

Ik begin meteen met dé gouden tip voor iedereen die zijn tijd efficiënter wil indelen. Want natuurlijk is het niet je hobby om iedere dag weer die supermarkt in en uit te zeulen met tassen vol spullen. Al helemaal niet met een vermoeid, hongerig en te pas en te onpas weg rennend kind bij je.
Wat je kunt delegeren, is het halen van boodschappen. De meeste supermarkten bezorgen tegen een kleine vergoeding je boodschappen gewoon aan de voordeur. Vul online je boodschappenbestelling in, of stuur een e-mail naar je buurtsuper met je bestelling, en je hebt in één keer al je weekboodschappen in huis. It’s so simple!

2. Verdeel de taken goed (en eerlijk)
Als je een partner hebt, is het goed om vaste afspraken te maken over wie wat doet. Klinkt misschien kinderachtig, maar aan het eind van de dag wil jij niet degene zijn die alles doet, terwijl je partner lekker onderuit ligt op de bank. Eerlijk verdelen dus, die taken. Zorg er voor dat je beiden doet waar je goed in bent, en ben ook niet te beroerd om wat water bij de wijn te doen.

3. Je kids kunnen ook iets
Ook al doen ze misschien zeer vakkundig alsof dit niet zo is, toch kunnen kinderen (vanaf een bepaalde leeftijd) ook echt wel een handje helpen in het huishouden. Wijs een vaste tafeldekker aan, een vaste woonkamertafelopruimer, en spreek een dag in de week af waarop de kinderen zelf hun eigen kamer op moeten ruimen. Want laten we eerlijk zijn; als ze zich nog net niet verwaardigen om hun voeten op te tillen als jij langs komt met de stofzuiger, terwijl zij bezig zijn met hun spelletje op de i-pad, weet je dat het tijd wordt voor wat meer samenwerking binnen je gezin. Desnoods zet je een beloningssysteem op: wie zijn taken goed uitvoert, verdient het zakgeld van die week bij elkaar.

4. Poetsen
Als je je een huishoudelijke hulp kunt veroorloven, is het absoluut aan te bevelen om hulp van buitenaf in te schakelen. Zeker als je jezelf er op betrapt dat je om half twaalf ’s avonds nog de badkamer aan het poetsen bent. Bespreek het met je partner en bekijk of een hulp in de huishouding budgettair te doen is. Is dat niet zo? Spreek dan een vaste dag in de week af waarop jij en je partner het huis onder handen nemen. Teamwerk zorgt voor een stuk minder frustraties en een geëmancipeerde relatie, wat anno 2015 gewoon zo hoort natuurlijk.

5. Telefoon uit
Eh… wat zegt u? Telefoon uit?
We kunnen het ons bijna niet meer voorstellen: een mobiel die uit staat. Want hoe moeten we in vredesnaam een paar uur zonder Facebook, Twitter, Instagram, Pinterest, Snapchat, etcetera? Nou, gewoon, die knop in duwen en uit zetten. Je zult er van versteld staan hoe creatief je wordt, als je eens even niet aangekoppeld bent aan de rest van de wereld via je telefoon. Plotseling heb je weer tijd voor dat ene project dat je al zo lang wilde starten, zit je opeens toch dat fotoalbum in te plakken dat al vijf jaar lag te wachten, of haal je je hometrainer opeens toch van zolder. Telefoon UIT; leven AAN. Enjoy!

Super leuk filmpje: dit is waarom moeders niks gedaan krijgen!

Instant Happiness: Katten in Dozen, met honden, en zo verder.

Katten zijn een apart diersoort. Ze hebben het formaat niet van een leeuw of een tijger, maar wel het karakter. Ze zien dan ook niet in waarom hen niet alles zou moeten komen aanwaaien, ze kunnen behoorlijk arrogant zijn en bovendien zijn ze zeer selectief in het aangaan van vriendschappen.

Dozen hebben een onweerstaanbare aantrekkingskracht op de meeste katten. Ik weet niet precies waarom. Misschien is het de geborgenheid om tussen de kartonnen planken te zitten, misschien zijn het die kleine hoekjes onder in de doos, waar het donker is en waar katten áltijd iets in lijken te zien zitten.

Misschien is het gewoon leuk, om te kijken of ze er in passen. En zo niet, waarom niet. En zo nog niet, waarom dan niet op een andere manier. Of nog een andere manier. Katten laten zich toch zeker niet door zo’n dóós tegenhouden om er in te passen? Niet alleen dozen, ook vissenkommen en andere kleine ruimtes nodigen katten uit om te kijken hoe lenig lenig nou precies kan zijn.

Honden: Noodzakelijk kwaad, de huisgenoot die nooit snapt wie de baas is.
Honden hebben een iets andere uitwerking op de meeste katten. In 99,999% van de huishoudens zijn de katten de baas over de hond. En dat vergt regelmatig op de plaats zetten van die vrolijke, kwispelende, nietsvermoedende viervoeter.

Mensen: Leuk om te irriteren.
Mensen zijn voor katten ideaal om te irriteren. De keuze is reuze: zo kun je als kat zijnde lampen om gooien, glazen van de tafel af wippen en op toetsenborden gaan liggen snurken terwijl je Onderdaan nog een belangrijke presentatie moet afmaken voor zijn werk. Het enige dat noodzakelijk is, is dat je het met een vanzelfsprekende nonchalance doet, waardoor het bijna niet opvalt.

Afpoeieren van vermeende vriendschap, of, god forbid, méér.
Om nog even terug te komen op honden: die willen natuurlijk altijd maar al te graag vriendjes zijn met katten. Want honden willen meestal wel met iedereen vriendjes zijn. Katten zien dat vaak niet zo zitten. Een beetje kat van kwaliteit laat zich natuurlijk niet overhalen door al dat achtervolgen, schattige kwispelstaarten en uitnodigende likjes.