Tagarchief: haar

“Ik verloor mijn wimpers, wenkbrauwen en haren op mijn hoofd.”

Chrisje’s VIP blogger Susan Schuitema heeft Alopecia areata, waardoor zij last heeft van (soms blijvend) haarverlies.

Wat bijna niemand van mij weet, maar ik wel graag wil vertellen: Een tijdje na de geboorte van mijn zoon, viel het mij op dat mijn ene wenkbrauw begon uit te vallen. Vervelend, maar niet zorgelijk. Ik dacht dat het wel weer aan zou groeien. Steeds meer haartjes vielen uit, en voordat ik het wist was ik bijna een hele wenkbrauw kwijt. Via de huisarts kwam ik terecht bij een dermatoloog. Ze bekeek mijn wenkbrauwen en gaf mij de diagnose Alopecia areata. Juist ja, en dat is?

Het komt er dus op neer, dat je eigen lichaam je haartjes niet herkent en daarom zoiets heeft van, rot maar lekker op. Het zou kunnen dat het weer aangroeit, het zou ook kunnen dat het wegblijft. Daar had ik dus drie keer niks aan. Er is dan ook weinig aan te doen, er bestaan een aantal opties en ik begon met de meest makkelijke. Een lotion die ik kon aanbrengen. Dit heb ik enkele maanden geprobeerd, zonder effect. Na een hele lange tijd zag ik dat langzaamaan mijn wenkbrauw terug begon te komen. Het nadeel daarvan, is dat mijn andere wenkbrauw begon uit te vallen. En daarnaast ook nog aan één kant mijn wimpers. Wat een feest!

Hoewel ik het heel vervelend vond, had ik overal wel een oplossing voor. Mijn wenkbrauwen tekende ik bij. Wat nog best een uitdaging is. Ik liep er in het begin dan ook vaak bij als clown. Te dunne wenkbrauwen, te dik, te lang, te donker. Vooral het laatste, veel te donker! 

Mijn wimpers kon ik weinig aan doen, dat accepteerde ik dan maar. Ik durfde alleen geen make-up meer te dragen, ik was veel te bang dat er nog meer uit zou vallen. Wat wel zorgde voor onzekerheid, want ik voelde me vaak heel kaal. Letterlijk en figuurlijk, kaal. 

Beide wenkbrauwen zijn weer op zijn retour. Ze zijn nog niet zo vol en compleet als dat ze waren, jaren geleden, maar goed, ze zijn weer onderweg. Ook mijn wimpers groeien weer aan, maar wel in de totaal verkeerde richting. Hierdoor sta ik dus iedere ochtend voor de spiegel, met een wimpertang, mijn wimpers in de goede richting te dwingen. Allemaal te overzien.

En toen kwam voor mij de zwaarste klap. Tijdens het borstelen van mijn haar, na het douchen, zag ik in de spiegel een kale plek.

Bovenop mijn hoofd, een kleintje nog maar, maar toch. Er zat een kale plek en ik wist hoe snel dat kon veranderen. Mijn haar ging in een staart, niemand die het zag, niet meer over nadenken, klaar. In de hoop dat het bij dit kleine plekje bleef, maar helaas. Het werd groter en groter, en tot op de dag van vandaag groeit het niet terug, maar valt er alleen maar meer uit. De kale plek is niet meer te verbergen met los haar. 

Daar waar ik geen make-up meer durf te dragen, durf ik nu ook mijn haar niet meer los te dragen. Terwijl ik mezelf toch écht mooier vind met losse haren. Mijn krullen, het staat zoveel vrouwelijker dan mijn strakke staart. Een bezoekje aan de kapper, waar ik mij altijd op kon verheugen, is nu een ‘knip de puntjes maar’ en ik doe snel mijn haar weer vast.

En zelfs nu met staart in, als ik het niet op de juiste manier vast doe, zie je de kale plek. De enige optie is dus echt een hele strakke staart. En daar moet ik het voorlopig mee doen.

Na ieder douchebeurt ben ik bang dat er nog meer haar weg is.

Haren verven durf ik niet meer. En iedere keer als ik in de spiegel kijk, word ik niet blij van wat ik zie. Mezelf lelijk noemen, daar ben ik een tijd geleden mee gestopt, want dat ben ik niet. Maar aantrekkelijk? Dat voel ik mij absoluut niet. Ik zie niet de Susan, die ik eigenlijk van binnen wil zijn. Ik zie een saai en leeg persoon, terwijl ik eigenlijk die krullenbol met een beetje make-up wil zijn. 

Tot nu toe kan ik het nog redelijk verbergen, maar ik denk er steeds vaker over na, wat als? Wat als het niet terug groeit? Wat als het nóg groter wordt en het wel te zien is, als ik mijn haren vast draag? Wat als er nog een kale plek bij komt? Ik krijg de neiging om mijn haar dan weg te halen en een pruik te gaan dragen. Dat stel ik uit, tot het echt niet meer anders kan, maar dat idee alleen al, doet mij pijn. Ik wil het niet, maar ik wil me graag weer mooi voelen. 

Dus de volgende keer dat je mij ziet lopen, en je ziet mij met mijn haren vast en mijn make-uploze gezicht. Denk dan niet dat ik zo’n moeder ben die zichzelf niet meer verzorgt. Zie dan alsjeblieft de vrouw die ik ben, onder mijn naturelmaskertje. Besef dan dat ik in gedachten de blije krullenbol ben mét een beetje make-up. Dan blijf ik heel hard duimen, dat mijn lichaam mijn haar weer wil kennen en dat we elkaar binnenkort weer mogen ontmoeten.

Liefs,

Susan

Advertenties

Knip zegt de Schaar

Naar de kapper gaan is best een enerverende bezigheid. Als je haar maar goed zit, toch? Laten we wel wezen: zo’n kapper of kapster (ik noem het vanaf hier even kapper) heeft toch de macht om je uiterlijk met één wel(of juist slecht)gemikte knip te veranderen.

Ik geef het eerlijk toe: ik ben een vreselijke klant voor kappers. Ik ben er zo een met een uitgebreide gebruiksaanwijzing. Ik geef heel veel uitleg omtrent wat ik graag wil, omdat ik zo bang ben dat ik verkeerd begrepen word. Ik ben er zo een, die een foto mee neemt, van het internet af geplukt natuurlijk, en die dan laat zien. “Kun je dit ongeveer doen, maar dan met iets meer laagjes, een langere pony en een klein beetje donkerder?” En dan moet de kapper maar begrijpen wat ik bedoel. Ik begrijp dat dat niet gemakkelijk is, maar ik heb nogal een controle issue met naar de kapper gaan. Dat komt uit mijn jeugd, vermoed ik. Maar daar kom ik later nog op terug. Een vriendin van mij ging vroeger eens naar een kapper in de stad, en vroeg om een halflang donkerbruin kapsel, eigenlijk een simpele bob dus, en kwam, uitziend als een overrijpe aubergine, naar buiten. Een kennis ging eens voor blonde plukjes, en kwam thuis met een appelsien oranje coupe. Er zijn zo veel voorbeelden van hoe het mis kan gaan.

Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik tegenwoordig niet één, maar twee vaste kappers heb waar ik naar toe ga. De ene is een man, de ander een vrouw. Allebei erg goed en kundig. Daarnaast ben ik met allebei bevriend, dus dat is al helemaal fijn, want A) dan is het gezelliger om voor je haar te gaan en B) zij pikken meer van mijn gezever dan de gemiddelde kapper. Ik wissel wat af tussen die twee, vanwege de gezelligheid, maar ook om het voor hen draaglijk te houden. Want, zoals ik al zei, ik ben niet de gemakkelijkste klant.

Zoals ik al zei: Als kind was ik niet zo’n fan van de kapper. Maar toen ging ik ook nog bij vreemde kappers, die ik niet persoonlijk kende, en betaalde mijn moeder. En mijn moeder vond kort haar leuk bij mij. Ik zelf niet, maar ik was nog niet in de financiële gelegenheid om zelf te betalen en dus te bepalen, dus moest ik het er maar mee doen.
“Doe maar een leuk fris kapsel.”  zei ze moeder dan, “Lekker fris.”
Vervolgens knikte de kapper, en knipte hij gevoelsmatig een halve meter van mijn zuur gegroeide haar af, schoor ook nog mijn nek op, wat net zo vreselijk aanvoelde als het er uit zag.

Voordat ik mijn twee vertrouwde kappers had, hopte ik een aantal jaren tussen diverse kappers, vanaf het moment dat ik op mezelf woonde. Het was de ene teleurstelling na de andere.
“Echt alleen de puntjes. Má-xi-maal één centimeter.” zei ik dan. Met de klemtoon op ongeveer iedere lettergreep.
“Is goed.” zei de kapper dan, heel betrouwbaar klinkend. Om er vervolgens minstens vier à vijf centimeter van af te knippen.
“Ik wil graag mijn haar terug.” zei ik eens tegen zo’n knipgeile knippert, na de zoveelste ontgoocheling.
“Hoe bedoelt u?” knipperde hij met zijn ogen.
“U heeft er te veel van af geknipt, en ik wil het terug.”
“Dat gaat helaas niet mevrouw. Maar zo veel is er niet van af, heus niet.”
“Dat is het wel. En die laagjes aan de voorkant, die wilde ik al helemaal niet. Ik lijk wel een badmuts. Of een helm.”
Weer een illusie armer stapte ik naar buiten. Er uitziend als een bloempot.

Mijn lieve, vertrouwde kapper en kapster, die begrijpen mij. Als ik puntjes zeg, dan weten ze echt wat ik daarmee bedoel. Als ik een impulsieve bui heb, en vraag of ze mijn haar eens zwart willen verven, zeggen ze gewoon nee, want ze kennen me goed genoeg om te weten dat ik daar dezelfde dag nog spijt van krijg. Ze weten wat ik bedoel als ik een plaatje laat zien met honderd opmerkingen er bij van hoe het toch net anders moet, en ze scheren nooit mijn nek op. En daarom houd ik van ze.

Door het vertrouwen in hen van mijn kant uit en het begrip voor mijn neurotische gedrag van hun kant uit, begint mijn controle issue langzaam te verdwijnen. Ik ben er zelfs al bijna aan toe, om geen internet kapsels meer mee te nemen. Bijna.