Tagarchief: haar

Hoe het is om model te zijn: door Rosan

Door Chrisje VIP blogger Rosan

Hoe is het om model te zijn? Een vraag die ik soms krijg. Eigenlijk heb ik er niet direct een antwoord op. Ik ben namelijk gewoon ‘ik’. Ik ben niet ‘model’, ik ben Rosan. Daarbij ben ik ook geen ‘Doutzen Kroes’ die elke dag voor de camera’s staat en met lange elegante benen over de catwalk paradeert. Het is voor mij meer een bijbaantje. Ik pas verder niet echt in het beeld van een ‘model’ met mijn net iets te kleine postuur en te brede benen.

Om toch met een antwoord te komen zal ik vertellen over mijn ervaring in het modellenwerk. Het is namelijk niet zo glamorous als sommige mensen denken…

Pas geleden mocht ik een show lopen voor Schwarzkopf tijdens de Coiffure Award. Dat was erg leuk, maar mijn haar moest kort. Ik vond dat zelf uiteindelijk wel prima. Mijn omgeving was echter in diepe rouw omdat ze blijkbaar toch wel gehecht waren aan de keratine die zich op mijn hoofd bevond. Ondanks het leed dat ik eventueel bij mijn omgeving veroorzaakte besloot ik toch door te zetten.

Voor de dag van de show werkelijk was gearriveerd was er ook nog een prep-dag. Tijdens deze dag werd mijn haar geverfd, maar nog niet geknipt. Ik moest nog een paar dagen met een kapsel lopen dat voorop porno-blond was en achterop bijna zwart (donker koper). Toen ik mij dus tijdens de dagen voor de show weer tussen mijn medemensen voegde, was voor veel mensen het rouwproces al begonnen. Ik kon zelf op dat moment echter niet meer wachten tot het geknipt was. Zeker zodat alle andere mensen om me heen dan niet meer zo zenuwachtig zouden doen. Dat werd voor mij namelijk onbewust een rede om te gaan twijfelen. Uiteindelijk was het gelukkig maar haar en werd er niet een been geamputeerd om in het modebeeld te passen. Dus hop, op naar de bewuste dag des oordeels: De Coiffure Award.

Hoewel de show zelf pas om half negen ’s avonds begon, was ik al om half negen ’s ochtends in Hilversum bij Studio 21 te vinden. Hilversum ligt voor mij echter niet om de hoek dus dat was voor mij een vroege rit. Maar goed, ik was op tijd en ik had er zin in.

Toen ik daar aankwam zag ik al wat mensen bij de deur staan waar ik me dan ook snel bij voegde. We mochten echter nog niet naar binnen want dat kon pas om negen uur. Op zich was dat niet zo erg geweest als de temperatuur niet probeerde om Antarctica na te bootsen. De wind maakte het ook niet veel beter. Gelukkig ging om negen uur de deur naar onze salon open en konden we onszelf klappertandend en ietwat blauw aangelopen gereedmaken voor een lange dag.

Eenmaal binnen mochten de meeste andere modellen gelijk door naar de zaal waar de repetitie zou zijn. Ik moest echter in de salon blijven om mijn nieuwe kapsel te verwelkomen. Ik moest wel nog even wachten op de man die mijn haar zou gaan knippen. Tijdens de prep-dag had ik de andere kappers al over hem horen praten. Hij was blijkbaar best een belangrijk iemand. Toch moest je bij hem wel duidelijk aangeven wanneer je het kapsel te kort vindt worden omdat hij anders ongestoord door blijft knippen tot je het zelfde kapsel als hem hebt: kaal. Hoewel ik niet denk dat dat letterlijk zo is, nam ik me wel voor dat ik hiervoor moest waken.

Na een tijdje kwam de man ietwat gehaast binnen. Hij begon direct iedereen twee kussen op de wang te geven. Ook de modellen die hij al kende van een eerdere show werden op deze wijze begroet. Aan de gezichten van de modellen te zien waren ze ietwat overweldigd door deze begroeting, maar ze leken er aan de andere kant ook wel weer trots op. Want hé, deze man is best wel belangrijk.

Intussen zit ik al ietwat zenuwachtig op mijn stoel te draaien en de man lijkt al snel zijn weg naar mij gevonden te hebben. Hij is netjes gekleed in de werkkleding van Schwarzkopf en heeft een strak geschoren stoppeltjesbaard dat zijn kale schedel mooi accentueert. We schudden elkaars hand en stellen ons voor waarna ik al gelijk zijn naam vergeten ben. Ik kan mezelf dan ook wel voor mijn kop slaan omdat zijn naam waarschijnlijk best belangrijk is om te onthouden.  

In ieder geval begint hij al snel met knippen waarbij ik af en toe met mijn hand onder het schort de haren die er op zijn gevallen in verschillende etappes naar de grond begeleid. Hij vraagt nog of ik het spannend vind omdat het zo kort wordt. Daarop antwoord ik dat ik het wel mee vind vallen en dat ik niet zo gehecht ben aan mijn lange haar. Shit… Dat had ik wat voorzichtiger moeten zeggen. Nu krijg ik vast een kaal hoofd. Denk ik angstig. Echter durf ik nu niet meer te zeggen dat ik toch wel enige lengte over wil houden dus ik zwijg vervolgens en wacht gespannen mijn vonnis af. We maken nog wel wat grapjes over mijn kleine flapoortjes (waar ik zelf over begon) en het is vooral ook heel gezellig.

Uiteindelijk lijkt de schade van de knipbeurt mee te vallen. Wel zegt hij erbij dat dit slechts een beginnetje was en dat ik eerst nog geverfd ga worden. Prima, dan word ik straks kaal. Ik verplaats naar een andere stoel waar uiteindelijk drie mensen met mijn haar bezig zijn. Er worden steeds meer folies op mijn hoofd geplaatst met koperkleurige verf ertussen die de overgang van donker naar licht meer moet schakeren. Uiteindelijk hebben de folies mij volledig het zicht ontnomen en kan ik slechts nog naar de reflectie van mijn eigen ogen kijken. Folie is overigens ook niet het meest verkoelende materiaal ter wereld. Waar ik het in het begin van de ochtend dan ook ijskoud had, voelde ik nu hoe mijn hoofd steeds meer voelde alsof het in een oven was geplaatst. Omdat ik niks kon zien kon ik ook niet echt iets doen zoals op mijn telefoon kijken. Het folie zorgde er ook voor dat ik niks kon horen dus een wezenlijk gesprek zat er ook niet in. Dit hele proces heeft ruim anderhalf uur in beslag genomen.

Toen kwam eindelijk de bevrijding: het wassen. Ik werd naar de wastafel begeleid omdat ik niks zag. Vervolgens moest ik op een stoel zitten die ervoor stond en mijn nek achterover leggen in die altijd weer oncomfortabele positie. Terwijl mijn hals steeds meer verkrampte en ik voelde hoe er waarachtig een sixpack op mijn nek werd gekweekt, werden de folies een voor een van mijn hoofd gehaald en mijn haar uitgespoeld. Na een tijdje stopte de persoon die mijn haar aan het uitspoelen was echter plots. Hij riep er iemand bij om mee te kijken. “Hoe kan ik dit oplossen!?” Zei hij ietwat gespannen. Ik voelde op dat moment ook een spanning in mij opkruipen en verwachtte zo in de spiegel dan ook een monster tegen te komen met haar dat paars was met gele stippels. Echter bleek al snel dat het ging om vlekjes op de hoofdhuid van de verf. Gelukkig, dat valt wel mee.

De man kreeg vervolgens een soort subtiel schuursponsje aangereikt waarmee hij mijn hoofd begon te boenen. Hij vroeg nog of dit pijn deed en ik zei dat dit niet het geval was. Nadat ik dat had gezegd begon hij opeens als een bezetene op één punt te boenen wat dus wel heel erg pijn deed. Nu durfde ik er echter niks meer over te zeggen (wat niet heel slim was). Later bleek dat de hoofdhuid dusdanig was kapot geschuurd dat ik de halve dag een doekje tegen mijn hoofd aan moest houden om te voorkomen dat de vuurrode kapotte plek niet allemaal vocht over mijn gezicht deed sijpelen.

Enfin, ik had het eerste kleine debacle overleeft. Met mijn haren nog drijfnat werd ik plots met haastige spoed naar het podium gestuurd omdat mijn repetitie al begon. Ik rende ietwat overvallen en struikelend achter iemand aan die mij naar het podium begeleide. Vervolgens rende ik een donkere zaal in en ik had geen flauw idee waar ik heen moest. Uiteindelijk vond ik nog wat mede lotgenoten die in de zaal stonden en niet zo goed wisten wat ze moesten doen. Ik ging bij ze staan en deed alvast mijn hakken aan voor het oefenen. Vervolgens werden we snel het toneel op geroepen en kregen we soort van half uitgelegd wat we moesten doen.

Nu denk je waarschijnlijk: Maar je hoeft toch alleen maar even heen en weer te lopen op zo’n catwalk? Nou, nee dus. We kregen een ware choreografie. We hadden ongeveer zes punten waar we rekening mee moesten houden en momenten waar we moesten gaan dansen. Jazeker: dansen. Persoonlijk vond ik dat super tof, maar ik was ietwat overrompeld aangezien het binnen tien seconden werd uitgelegd en ik door mijn natte haar dat over mijn lichaam uitdruppelde langzaam onderkoelde. We werden snel naar onze plek begeleid, de muziek startte en de repetitie begon gelijk. Ietwat verdwaald acteerde ik maar alsof ik wist wat ik aan het doen was, maar eigenlijk had ik geen flauw idee waar we precies mee bezig waren. Bij de tweede keer begreep ik dat het de bedoeling was dat we tijdens het lopen gingen dansen en we met de dansers moesten samenwerken in plaats van erbij te lopen als een eendje dat was verdwaald in de grote oceaan. Ik dacht dat ik het de derde keer wellicht echt goed zou gaan doen. Echter was na de tweede keer de repetitie al afgelopen en moesten we door naar boven waar onze make-up en haar zou worden gedaan.

Ik mocht als een van de eerste mijn haar laten doen door de belangrijke man waarvan ik de naam niet meer wist. Hij was uiteindelijk helemaal blij met het kunstwerk dat hij had gecreëerd en ik vond het ook erg leuk. Echter was er nog een man in de ruimte: ‘de über-belangrijke man’. Deze man was zo belangrijk dat hij Engels sprak en maar gewoon een kloffie droeg omdat zijn imago geen dure kleding behoefte. Deze man vertelde dat mijn haar geheel overeind moest. “Put it up! Put it all up!” Dit betekende dat ik daar noch ongeveer een uur zat terwijl er aan mijn haar werd getrokken, geföhnd en gedaan om het maar overeind te krijgen.

Eindresultaat: ‘Jimmy Neutron’. Door een van de dansers werd ik ook vergeleken met zo’n speelgoedtrolletje van vroeger. Later werd het meer in de vorm van een hanenkam geboetseerd wat ik erg tof vond. Eindelijk kon ik er ook eens als een punker bijlopen. Toen de ‘über-belangrijke man’ mij vertelde de ik niet voorover mocht buigen omdat anders mijn haar zou afbreken, kreeg ik het wel een beetje benauwd. Maar dat mocht de pret niet drukken.

Bij de make-up werd mijn wilde look nog extra ‘alien-achtig’ gemaakt door mijn wenkbrauwen heel licht te maken zodat je ze bijna niet meer zag en mijn oogschaduw juist heel erg donker.

Tussendoor kon ik nog heel even een maaltijd naar binnenwerken, maar al snel moesten we de kleding voor de show aan gaan doen. Het punt is alleen dat je echt niks meer mag doen als je deze kleding aan hebt. Je mag niet meer zomaar zitten. Je mag niet meer zomaar bewegingen maken. Je mag niet meer eten. Je mag niet meer naar het toilet. Je mag alleen nog maar ademen en netjes blijven staan terwijl je langzaam verdrinkt in je eigen angstzweet. Toch mag dat angstzweet ook weer niet te veel zijn omdat je dan de kleding bevuilt. Vervolgens stond ik doodstil in een ruimte met vijftien andere modellen die geen enkel spiertje zomaar durfden te bewegen. Ondanks de verkrampingen in mijn lichaam was het nog best gezellig zo.

Om half negen was dan eindelijk de show. Na een dag lang voorbereiden konden we eindelijk de dertien minuten pakken waarvoor we dit allemaal deden. Van die dertien minuten stond ik ongeveer drie á vier minuten op het podium. Maar wat was het tof en wat heb ik onwijs genoten. Het was het allemaal waard om eerst in de kou te staan, vervolgens urenlang in de verf te zitten, mijn hoofd kapot te laten schuren, mogelijk mijn haar af te breken als ik vooroverboog en urenlang stil te moeten staan.

Eenmaal klaar waren we allemaal super tevreden en enthousiast, maar ook bekaf. We waren allemaal uitgenodigd voor de afterparty, maar we gingen allemaal na de show naar huis. Dat werd dus een feestje zonder modellen. Mijn haar werd nog even met grote spelden platgemaakt omdat ik anders niet in de auto paste. Daarna kon ook ik – moe maar voldoen – naar huis.

Eenmaal thuis haalde ik de make-up van mijn gezicht en stapte ik onder de douche. Ik liet het warme water de hairspray uit mijn haar spoelen waarna het langs mijn lichaam richting het doucheputje gleed. Ik stapte toen ik klaar was de douche uit en de zelfverzekerde punker was weer verandert in het meisje dat zich soms afvraagt waarom ze haar als model willen inzetten. Ik ben eigenlijk te klein. Mijn benen te breed. Mijn voorkomen ietwat klunzig. Ik ben maar gewoon een meisje. Ik ben maar gewoon Rosan. Toch ben ik blijkbaar ook model. Terwijl ik me zo totaal niet voel. Zou Doutzen Kroes dit soms ook van zichzelf denken?

Mijn lichaam verplaatst zich naar bed. Ik ga liggen en trek de dekens over me heen. Waar ik daarnet nog op een groot podium stond lig ik nu weer kwetsbaar in bed, omringt door mijn teddyberen. Ik sluit mijn ogen en verwelkom de slaap die mij de ongelooflijke dag van vandaag helpt verwerken. Vannacht kan ik nog even nagenieten, morgen ben ik weer het gewone meisje. Morgen ben ik weer gewoon Rosan.

 

Advertenties

“Ik verloor mijn wimpers, wenkbrauwen en haren op mijn hoofd.”

Chrisje’s VIP blogger Susan Schuitema heeft Alopecia areata, waardoor zij last heeft van (soms blijvend) haarverlies.

Wat bijna niemand van mij weet, maar ik wel graag wil vertellen: Een tijdje na de geboorte van mijn zoon, viel het mij op dat mijn ene wenkbrauw begon uit te vallen. Vervelend, maar niet zorgelijk. Ik dacht dat het wel weer aan zou groeien. Steeds meer haartjes vielen uit, en voordat ik het wist was ik bijna een hele wenkbrauw kwijt. Via de huisarts kwam ik terecht bij een dermatoloog. Ze bekeek mijn wenkbrauwen en gaf mij de diagnose Alopecia areata. Juist ja, en dat is?

Het komt er dus op neer, dat je eigen lichaam je haartjes niet herkent en daarom zoiets heeft van, rot maar lekker op. Het zou kunnen dat het weer aangroeit, het zou ook kunnen dat het wegblijft. Daar had ik dus drie keer niks aan. Er is dan ook weinig aan te doen, er bestaan een aantal opties en ik begon met de meest makkelijke. Een lotion die ik kon aanbrengen. Dit heb ik enkele maanden geprobeerd, zonder effect. Na een hele lange tijd zag ik dat langzaamaan mijn wenkbrauw terug begon te komen. Het nadeel daarvan, is dat mijn andere wenkbrauw begon uit te vallen. En daarnaast ook nog aan één kant mijn wimpers. Wat een feest!

Hoewel ik het heel vervelend vond, had ik overal wel een oplossing voor. Mijn wenkbrauwen tekende ik bij. Wat nog best een uitdaging is. Ik liep er in het begin dan ook vaak bij als clown. Te dunne wenkbrauwen, te dik, te lang, te donker. Vooral het laatste, veel te donker! 

Mijn wimpers kon ik weinig aan doen, dat accepteerde ik dan maar. Ik durfde alleen geen make-up meer te dragen, ik was veel te bang dat er nog meer uit zou vallen. Wat wel zorgde voor onzekerheid, want ik voelde me vaak heel kaal. Letterlijk en figuurlijk, kaal. 

Beide wenkbrauwen zijn weer op zijn retour. Ze zijn nog niet zo vol en compleet als dat ze waren, jaren geleden, maar goed, ze zijn weer onderweg. Ook mijn wimpers groeien weer aan, maar wel in de totaal verkeerde richting. Hierdoor sta ik dus iedere ochtend voor de spiegel, met een wimpertang, mijn wimpers in de goede richting te dwingen. Allemaal te overzien.

En toen kwam voor mij de zwaarste klap. Tijdens het borstelen van mijn haar, na het douchen, zag ik in de spiegel een kale plek.

Bovenop mijn hoofd, een kleintje nog maar, maar toch. Er zat een kale plek en ik wist hoe snel dat kon veranderen. Mijn haar ging in een staart, niemand die het zag, niet meer over nadenken, klaar. In de hoop dat het bij dit kleine plekje bleef, maar helaas. Het werd groter en groter, en tot op de dag van vandaag groeit het niet terug, maar valt er alleen maar meer uit. De kale plek is niet meer te verbergen met los haar. 

Daar waar ik geen make-up meer durf te dragen, durf ik nu ook mijn haar niet meer los te dragen. Terwijl ik mezelf toch écht mooier vind met losse haren. Mijn krullen, het staat zoveel vrouwelijker dan mijn strakke staart. Een bezoekje aan de kapper, waar ik mij altijd op kon verheugen, is nu een ‘knip de puntjes maar’ en ik doe snel mijn haar weer vast.

En zelfs nu met staart in, als ik het niet op de juiste manier vast doe, zie je de kale plek. De enige optie is dus echt een hele strakke staart. En daar moet ik het voorlopig mee doen.

Na ieder douchebeurt ben ik bang dat er nog meer haar weg is.

Haren verven durf ik niet meer. En iedere keer als ik in de spiegel kijk, word ik niet blij van wat ik zie. Mezelf lelijk noemen, daar ben ik een tijd geleden mee gestopt, want dat ben ik niet. Maar aantrekkelijk? Dat voel ik mij absoluut niet. Ik zie niet de Susan, die ik eigenlijk van binnen wil zijn. Ik zie een saai en leeg persoon, terwijl ik eigenlijk die krullenbol met een beetje make-up wil zijn. 

Tot nu toe kan ik het nog redelijk verbergen, maar ik denk er steeds vaker over na, wat als? Wat als het niet terug groeit? Wat als het nóg groter wordt en het wel te zien is, als ik mijn haren vast draag? Wat als er nog een kale plek bij komt? Ik krijg de neiging om mijn haar dan weg te halen en een pruik te gaan dragen. Dat stel ik uit, tot het echt niet meer anders kan, maar dat idee alleen al, doet mij pijn. Ik wil het niet, maar ik wil me graag weer mooi voelen. 

Dus de volgende keer dat je mij ziet lopen, en je ziet mij met mijn haren vast en mijn make-uploze gezicht. Denk dan niet dat ik zo’n moeder ben die zichzelf niet meer verzorgt. Zie dan alsjeblieft de vrouw die ik ben, onder mijn naturelmaskertje. Besef dan dat ik in gedachten de blije krullenbol ben mét een beetje make-up. Dan blijf ik heel hard duimen, dat mijn lichaam mijn haar weer wil kennen en dat we elkaar binnenkort weer mogen ontmoeten.

Liefs,

Susan

Knip zegt de Schaar

Naar de kapper gaan is best een enerverende bezigheid. Als je haar maar goed zit, toch? Laten we wel wezen: zo’n kapper of kapster (ik noem het vanaf hier even kapper) heeft toch de macht om je uiterlijk met één wel(of juist slecht)gemikte knip te veranderen.

Ik geef het eerlijk toe: ik ben een vreselijke klant voor kappers. Ik ben er zo een met een uitgebreide gebruiksaanwijzing. Ik geef heel veel uitleg omtrent wat ik graag wil, omdat ik zo bang ben dat ik verkeerd begrepen word. Ik ben er zo een, die een foto mee neemt, van het internet af geplukt natuurlijk, en die dan laat zien. “Kun je dit ongeveer doen, maar dan met iets meer laagjes, een langere pony en een klein beetje donkerder?” En dan moet de kapper maar begrijpen wat ik bedoel. Ik begrijp dat dat niet gemakkelijk is, maar ik heb nogal een controle issue met naar de kapper gaan. Dat komt uit mijn jeugd, vermoed ik. Maar daar kom ik later nog op terug. Een vriendin van mij ging vroeger eens naar een kapper in de stad, en vroeg om een halflang donkerbruin kapsel, eigenlijk een simpele bob dus, en kwam, uitziend als een overrijpe aubergine, naar buiten. Een kennis ging eens voor blonde plukjes, en kwam thuis met een appelsien oranje coupe. Er zijn zo veel voorbeelden van hoe het mis kan gaan.

Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik tegenwoordig niet één, maar twee vaste kappers heb waar ik naar toe ga. De ene is een man, de ander een vrouw. Allebei erg goed en kundig. Daarnaast ben ik met allebei bevriend, dus dat is al helemaal fijn, want A) dan is het gezelliger om voor je haar te gaan en B) zij pikken meer van mijn gezever dan de gemiddelde kapper. Ik wissel wat af tussen die twee, vanwege de gezelligheid, maar ook om het voor hen draaglijk te houden. Want, zoals ik al zei, ik ben niet de gemakkelijkste klant.

Zoals ik al zei: Als kind was ik niet zo’n fan van de kapper. Maar toen ging ik ook nog bij vreemde kappers, die ik niet persoonlijk kende, en betaalde mijn moeder. En mijn moeder vond kort haar leuk bij mij. Ik zelf niet, maar ik was nog niet in de financiële gelegenheid om zelf te betalen en dus te bepalen, dus moest ik het er maar mee doen.
“Doe maar een leuk fris kapsel.”  zei ze moeder dan, “Lekker fris.”
Vervolgens knikte de kapper, en knipte hij gevoelsmatig een halve meter van mijn zuur gegroeide haar af, schoor ook nog mijn nek op, wat net zo vreselijk aanvoelde als het er uit zag.

Voordat ik mijn twee vertrouwde kappers had, hopte ik een aantal jaren tussen diverse kappers, vanaf het moment dat ik op mezelf woonde. Het was de ene teleurstelling na de andere.
“Echt alleen de puntjes. Má-xi-maal één centimeter.” zei ik dan. Met de klemtoon op ongeveer iedere lettergreep.
“Is goed.” zei de kapper dan, heel betrouwbaar klinkend. Om er vervolgens minstens vier à vijf centimeter van af te knippen.
“Ik wil graag mijn haar terug.” zei ik eens tegen zo’n knipgeile knippert, na de zoveelste ontgoocheling.
“Hoe bedoelt u?” knipperde hij met zijn ogen.
“U heeft er te veel van af geknipt, en ik wil het terug.”
“Dat gaat helaas niet mevrouw. Maar zo veel is er niet van af, heus niet.”
“Dat is het wel. En die laagjes aan de voorkant, die wilde ik al helemaal niet. Ik lijk wel een badmuts. Of een helm.”
Weer een illusie armer stapte ik naar buiten. Er uitziend als een bloempot.

Mijn lieve, vertrouwde kapper en kapster, die begrijpen mij. Als ik puntjes zeg, dan weten ze echt wat ik daarmee bedoel. Als ik een impulsieve bui heb, en vraag of ze mijn haar eens zwart willen verven, zeggen ze gewoon nee, want ze kennen me goed genoeg om te weten dat ik daar dezelfde dag nog spijt van krijg. Ze weten wat ik bedoel als ik een plaatje laat zien met honderd opmerkingen er bij van hoe het toch net anders moet, en ze scheren nooit mijn nek op. En daarom houd ik van ze.

Door het vertrouwen in hen van mijn kant uit en het begrip voor mijn neurotische gedrag van hun kant uit, begint mijn controle issue langzaam te verdwijnen. Ik ben er zelfs al bijna aan toe, om geen internet kapsels meer mee te nemen. Bijna.