Tagarchief: gevaar

Voor wie twijfels zijn leven laat bepalen

Twijfelen: iedereen doet het wel eens. Zeker bij grote beslissingen. Twijfelen is een gezond mechanisme om voor- en nadelen goed af te wegen voordat je een beslissing neemt. Toch kan te veel twijfelen je ook tegenhouden in het leven leiden dat jij graag wil.

Hoe gezond twijfel ook kan zijn, één van de grootste “killers” van vooruitgang is zonder meer overmatige twijfel. Twijfel slaat vaak toe bij het nemen van levensbeslissingen; hoe groter de beslissing, hoe harder de twijfel toe kan slaan.

Waarom twijfelen we vaak te lang? Wat is het nut van twijfel? En vooral: hoe kom je er van af als het je afremt in het bereiken van je doelen?

Twijfelaar
Een geboren twijfelaar, zo heb ik mezelf wel eens genoemd vroeger. Bij het nemen van een grote beslissing (Ga ik voor die baan? Blijf ik bij mijn partner? Moet ik nu wel of niet verhuizen?) slaat bij veel mensen de twijfel toe: logisch, want het is ook niet zomaar een beslissing die je moet nemen.

Een verhuizing, een andere baan, een relatie verbreken: het zijn allemaal beslissingen die vergrijpende gevolgen kunnen hebben in je verdere leven. Dat is niet per se negatief, maar het kán het wel zijn; Want wat nou als die nieuwe baan toch niet zo leuk is als het lijkt? Wat als je spijt krijgt van je verhuizing? Wat als je je partner toch gaat missen en niet meer terug kunt?

Twijfel slaat de meeste dromen en plannen dood, omdat het gepaard gaat met angst. Angst om de verkeerde beslissing te nemen (“Wat als ik hier verkeerd aan doe?”) kan je verlammen, waardoor je onnodig lang in de twijfel modus blijft. Onzekerheid kan ook een grote rol spelen: het vergt nogal wat zelfvertrouwen om te zeggen: en vanaf nu gaat het anders.

Waar twijfel het hardst toeslaat
Twijfel slaat vaak het hardst toe in situaties waarin weinig urgentie bestaat. Wat ik daarmee bedoel, kan ik het best toelichten aan de hand van een voorbeeld. Stel, je hebt een baan waar je wel tevreden mee bent, maar waar je niet veel uitdaging uit haalt. Het werk is niet verschrikkelijk, maar ook niet heel leuk. Je haalt er weinig vreugde uit, maar je doet het wel goed en krijgt goede beoordelingen. Daarnaast heb je een vast contract en geen hele vervelende collega’s. Met andere woorden: er is weinig uitdaging, maar ook geen echte urgentie om weg te gaan. Dat je wellicht hele andere doelen voor je loopbaan had – en door tien of twintig jaar in deze baan te blijven hangen die doelen niet bereikt – is achteraf bezien natuurlijk zonde. Toch blijven veel mensen vaak lang hangen op een plek waar ze niet tot hun recht komen.

Waarom?
Niet altijd leuk om te horen, maar wel waar: Mensen zijn gewoontedieren. We voelen ons graag veilig en geborgen. Onze comfort zone is ons vaak meer waard dan ons geluk, hoe gek het ook klinkt. We houden van nature nu eenmaal doorgaans niet erg van verandering. Verandering vinden we maar eng.

Zeker als we een vast contract hebben weten te bemachtigen in deze onzekere tijden, geven we dat niet zomaar op. Een vaste relatie ook niet. De gemoedsrust die komt kijken bij het kunnen betalen van de hypotheek of huur wint het dan van het knagende gevoel dat er meer moet bestaan dan deze sleur van werk dat eigenlijk beneden je niveau ligt.

Als er dan een nieuwe baan langskomt, waarbij je met een tijdelijk contract in een geheel nieuw bedrijf moet beginnen waar je nog niemand kent, slaat de twijfel toe. Zo erg heb ik het nu toch niet? Ik heb nu wel vastigheid en ik weet waar ik aan toe ben. Dit soort gedachten zorgen er vaak voor dat je dan toch maar bedankt voor die uitdagender job.

Hetzelfde geldt voor relaties. Als een relatie je al lang niet meer gelukkig maakt, zou je eigenlijk er mee moeten stoppen. Toch blijven veel mensen langer in een uitgebluste relatie zitten dan nodig, uit angst. Angst voor het onbekende, angst om alleen verder te moeten gaan, angst om al het vertrouwde op te moeten geven. Dus worden de dagen weken, de weken maanden, en worden ze op hun zestigste wakker met het besef dat ze jaren lang in een ongelukkige relatie hebben gezeten. De comfort zone kan wat dat betreft een vals soort gevoel van veiligheid geven: achteraf is er dan vaak alleen maar ruimte voor spijt.

Urgentie maakt twijfelen moeilijker

Wat nu als je opeens zonder werk komt te zitten? Dan valt je vangnet weg en je comfort zone verdwijnt zonder dat je daar zelf iets aan kon doen: zou je dan wel solliciteren op die baan die uitdaging biedt? Waarschijnlijk wel. Zou je het droomhuis wel kopen als je plotseling te horen kreeg dat je eigen woning gesloopt gaat worden? Vast wel. Het wegvallen van die comfort zone dwingt je er toe beslissingen te nemen: wat dat betreft is het soms gemakkelijker om beslissingen te nemen vanuit het principe “Ik heb nu toch niets te verliezen.” Urgentie dwingt: en soms is dat niet eens verkeerd.

Eeuwige twijfel

Voor de eeuwige twijfelaar is het goed om je af te vragen wat je bereikt met het ellenlange twijfelen. Geef je jezelf zo een excuus om comfortabel te mogen blijven leven zonder risico’s te nemen? Geef je jezelf hier mee een mooie reden om je angsten niet onder ogen te hoeven komen? Houd je je eigen onzekerheid hiermee in stand?

Iets nieuws proberen, een nieuw avontuur aangaan, betekent vaak dat je een risico moet nemen. Het is een sprong in het diepe waar niet iedereen zich aan waagt. En ja, het kan misgaan, maar het kan ook ontzettend goed gaan. Vraag jezelf eens af: waar heb je straks meer spijt van; als je het nooit hebt gedurfd of als je dat wel hebt gedaan en het niet is gelukt? Wat is het ergste dat er kan gebeuren? En kun je daarmee leven?

Het leven gaat snel voorbij. De sleur van alledag zorgt er voor dat dagen overgaan in weken, maanden, jaren. Wil je terugkijken op een leven vol twijfels, waarin je jezelf mooie kansen hebt ontnomen? Of wil je terugkijken en denken: ach, ik heb risico’s genomen, but I did it my way!

Ik weet waarvoor ik kies. Jij ook?

Advertenties

Ellie Lust: “Mijn stress is van mij, dus die houd ik ook bij mij.”

Ellie Lust, politiewoordvoerder en bekend van Wie is de Mol?, is vanaf volgende week dinsdag te zien in haar eigen programma “Ellie op Patrouille” op NPO1.  Ik sprak met deze bijzondere vrouw over haar programma, het thuisfront en omgaan met stress.

IMG-5068

Aanstaande dinsdag verschijnt jouw eigen programma op NPO1, Ellie op Patrouille. Wat vond je van het maken van je eigen programma?

“Ik vond het ontzettend bijzonder. Dertig jaar geleden, toen ik begon aan het politiewerk, had ik nooit kunnen bedenken dat mijn loopbaan hiertoe zou leiden. Na mijn deelname aan Wie is de Mol? waren er een aantal productiemaatschappijen die interesse hadden, maar de formats die met mij gedeeld werden waren het telkens net niet. Totdat Medialane kwam met het format voor Ellie op Patrouille: ik dacht direct: dit wil ik maken. Mensen kennen me als woordvoerder, maar ik ben natuurlijk allereerst politievrouw. Ik heb twintig jaar werkervaring opgedaan op straat in Amsterdam. Na al die jaren denk je alles wel meegemaakt te hebben, maar na het maken van Ellie op Patrouille heb ik nu wel geleerd dat er overtreffende trappen zijn.”

IMG-5062
“San Fransisco heeft zesduizend daklozen en een eigen Homeless Unit. Dat hebben we in Amsterdam niet.”

Voor Ellie op Patrouille werkte je in Colombia, Kenia, Albanië, Israël, Dubai en San Francisco. Dat lijkt me heel anders dan Amsterdam, waar je al die jaren gewerkt hebt.
“Het is echt niet te vergelijken met Amsterdam. In Bogota wonen bijvoorbeeld 9,7 miljoen mensen: dat zijn dan nog alleen de mensen die ingeschreven staan. Het is gigantisch. Colombia staat natuurlijk bekend om de drugs. Men werkt er hard aan om van dit label af te komen. We zijn daar met een hele grote drugs-instap mee geweest. Ik heb vaak invallen gedaan in Amsterdam, als we bijvoorbeeld een – ik noem het even oneerbiedig – junkenpand binnen gingen. Daar werd dan een straat afgezet. In Bogota wordt meteen een hele wijk hermetisch afgesloten. San Francisco heeft zesduizend daklozen, daar hebben ze hun eigen homeless unit: dat hebben we in Amsterdam niet.”

“Dubai kenmerkt weer zich door hele andere dingen: zij willen in alles de beste zijn. Daar word je, als je een politiebureau binnenloopt, niet begroet door een mens maar door een stem. Je moet op een scherm aanwijzen wat je komt doen en die stem leidt je dan rond door het gebouw, zonder dat je een mens tegenkomt. Heel bijzonder.”

“Druk je op een knop, dan krijg je een callcenter aan de lijn.”

IMG-5070“We zijn ook in de wijken geweest waar de arbeiders wonen die zorgen dat Dubai gebouwd wordt. Op een politie-trainingsterrein heb ik meegedraaid met een VIP beveiligingsunit voor vrouwen: dat is een unit die uitsluitend bestaat uit vrouwen en ook vrouwen bewaakt: bijvoorbeeld de vrouwen van het Koninklijk Huis en de vrouwen van sjeiks.
In Kenia was ik de enige blanke politieagent, dan ben je een bezienswaardigheid.
Israël is een land dat al honderd jaar in oorlog is, dat is daar ook voelbaar. Ik zou overigens dolgraag ook eens aan de Palestijnse kant mee willen draaien. Ik oordeel overigens niet over de achtergrond. Dat is ook niet aan mij. Ik draai alleen mee met mijn collega´s.”

“Het maken van het programma is voor mij een groot cadeau geweest. Het is zo ongelofelijk bijzonder om mee te maken, dat je ondanks een dag hard werken toch niet moe bent: zo veel energie kreeg ik er van. Soms was er ook wel even wat gedoe hoor, in de ploeg. Dat kwam omdat we dan zestien uur op de been waren geweest, maar dat was dan te begrijpen. Ik denk dat het een hele mooie serie is geworden, waarin ik de kijker meeneem in het werk van de teams. De verwachtingen rondom het programma zijn hoog gespannen.”

IMG-5069Drugspanden, mensensmokkel, kinderprostitutie… heb je wel eens moeite gehad om in slaap te komen?
“Weet je, het is heus niet zo dat ik mijn schouders er voor ophaal. Het doet me echt wel wat. Ik ben immers ook maar een mens. Wat me vooral aangreep was om te zien is waar mensen toe kunnen verworden, door geboren te worden op een bepaalde plek. Letterlijk op het vuilnis leven, geen ouders hebben, lijm snuiven, prostitueren om aan eten te komen. Ook schrijnend is de verslavingsproblematiek. Sommige dingen kun je niet uitzenden, bijvoorbeeld de geur die in zo´n pand hangt. Dat kan ik je niet uitleggen. Sommige mensen hebben al drie jaar niet gedoucht. Aan het einde van de dag ging ik dan douchen en eten met de ploeg, maar daarna rook ik die geur nog steeds. Dat blijft wel even bij je.”

“We nemen de kijker mee in het werk.”

IMG-5060Men heeft jou bewust geen presentatietraining gegeven voor het maken van dit programma, las ik in een artikel in de Volkskrant. De programmamakers wilden dat je zo jezelf bleef: Puur Ellie. Dat is wel een heel mooi compliment, toch?
“Ja, absoluut. Gerard Baars (AVRO TROS) zei tegen mij nadat hij een proefaflevering gezien had: “Ellie, beloof me dat je nooit een presentatiecursus gaat doen.“. Joep (de cameraman) en Maarten (de geluidsman) zijn ontzettend ervaren. Ik kwam voor het eerst in Colombia: zij zijn daar voor hun werk al tig keer geweest. Zij gingen mee met programma’s zoals het voormalige Vermist, Peter R. de Vries, Spoorloos, Kees van der Spek. Zij hebben me echt geholpen. Dan zeiden ze tegen mij: “Ellie, vertel me wat er gebeurt, waarom gaat dit zo?”. Zo nemen we de kijker mee in het werk, maar ook in het vakjargon. Dat is overigens wel een dingetje sinds de hype rondom mijn uitleg over etherdiscipline in Wie is de Mol?, haha.”

Haha, daar wilde ik al niet over beginnen. Maar dat vakjargon is voor de leek wel leerzaam, want wij weten doorgaans niks af van die termen.
“Precies. Ik probeer mensen een beter beeld te geven van het politiewerk, en daar hoort het jargon nu eenmaal bij.”

IMG-5059

Hoe ga je de eerste uitzending kijken?
“We gaan de eerste aflevering kijken bij Medialane (producent van Ellie op Patrouille), samen met zo veel mogelijk mensen die hebben meegewerkt aan het programma. Ook mijn vrouw Boukje, zus Marja en haar vrouw zullen er bij zijn. Ik vind het heel mooi om dit zo te doen. Ook spannend trouwens.”

Hoe vinden jouw collega’s het dat jij beroemd bent?
“Veel collega´s vinden het leuk. De politie heeft me ook de ruimte gegeven om dit programma te kunnen maken. Verder is er geen samenwerking geweest met de Nederlandse politie: ik heb dit programma op persoonlijke titel gemaakt.”

Hoe gaat Boukje om met jouw bekendheid en werk?
“Boukje en ik hebben sowieso elke dag contact, altijd. Ze gunt mij dit enorm, maar natuurlijk is ze ook blij als ik weer veilig thuis ben. Het scheelt dat wij elkaar al kennen sinds de tijd dat ik op straat werkte in Amsterdam: zij is in alles met me mee gegroeid. We hebben samen kunnen wennen aan het feit dat mijn gezicht steeds bekender werd. Vanaf het moment dat je op televisie komt verandert je buitenwereld, maar aan mijn binnenwereld is niets veranderd: gelukkig maar. Ik geef naast mijn werk als politiewoordvoerder ook lezingen en ben in te huren als dagvoorzitter: Boukje helpt me daarmee, bespreekt zaken voor, maakt presentaties, enzovoorts.”

IMG-5058
“Boukje en ik hebben iedere dag contact. Ze gunt mij dit enorm, maar is ook blij als ik weer veilig thuis ben.”

Je tweelingzus Marja werkt ook bij de politie. Je hoort wel eens dat tweelingen het `voelen´ op afstand, als er iets mis is met de ander. Hebben jullie dat ook?
“Nee, dat hebben wij niet. We zijn wel heel bezorgd om elkaar. Het ergste wat je kan meemaken is volgens mij als de mensen waarvan je het meest houdt iets overkomt. Daar zit dus ook mijn kwetsbaarheid. Ik kan alles aan, zolang het maar goed gaat met de mensen waar ik van hou. Boukje, Marja, mijn broer, neef en mijn allerliefste vrienden: als het daar goed mee gaat, kan ik de hele wereld aan.”

Tijdens je opleiding speelde je volleybal op topniveau. Speel je nog, of heb je daar geen tijd meer voor?
“Ik speel niet meer. Dat hoorde bij die periode. Het was overigens een fantastische tijd waar ik mooie vriendschappen aan over heb gehouden. Af en toe heb ik nog etentjes met de vrienden uit die periode. We pakken dan altijd de draad weer op waar we gebleven waren. Heel leuk is dat. Die periode in de topsport was ook heel intens. We hoeven de deur ook niet plat te lopen om in elkaars leven te blijven: daar is WhatsApp overigens ook heel handig voor.”

IMG-5063Je lijkt altijd heel gefocust en in charge. Schiet je wel eens in de stress?
“Ja, maar mijn stress is van mij. Die houd ik dus ook bij mij. Als ik aan het werk ben, mag je van mij verwachten dat ik mijn hoofd er bij houd. Dat is mijn beroepshouding. Als mensen de politie bellen, mogen ze iets van ons verwachten. Werken ze niet mee, dan ben ik ook zo weer weg, hoor. Daar kan ik niets mee. Ik zeg wel vaker: U belt de politie, maar als u niet geholpen wilt worden, dan gaan we weer weg. Er is maar een versie van mij. Of je mij nou in Wie is de Mol? of in Ellie op Patrouille ziet: er is maar één Ellie. Ik speel nooit een rol.”

Wat zijn jouw doelen voor de komende jaren?
“Dat is altijd moeilijk om te plannen, morgen is immers niemand beloofd. Ik zou wel dolgraag een tweede serie maken van Ellie op Patrouille.”

Even iets heel anders: Ik zag op Instagram dat jullie ook een super snoezige hond hebben, Loetje.  Ik begreep dat jullie Loetje in Frankrijk ontmoetten, en dat jullie zelfs naar Frankrijk terug zijn gereden om hem op te halen. Dan was het echt liefde op het eerste gezicht?
“Ja! We ontmoetten Loetje tijdens een vakantie. Hij kwam letterlijk telkens aan onze deur en bleef de hele week iedere dag bij ons terug komen. De familie bij wie hij woonde, wilde hem terugbrengen naar de fokker. Ze hadden geen tijd voor hem. Wij hoorden dat toen we weer in Nederland waren, dus reden we inderdaad 1200 kilometer terug om hem te halen. Een van de beste beslissingen die we ooit genomen hebben. Weet je wat zo mooi is aan Loetje? Dan kom ik terug van een reis en heeft hij geen idee van wat ik heb gedaan: hij is alleen maar ontzettend blij dat ik er weer ben, klimt in me. Nou, dan smelt je toch. Home is where the heart is, en dat klopt.”

Jullie hadden ook nog twee katten?
“Ja, maar toen een van de poezen is overleden hebben we de andere poes bij vrienden ondergebracht, die een kat hebben verloren. Loetje nemen we overal mee naar toe, dus voor Josje is het prettiger bij hen: zij werken allebei niet meer dus zijn ze veel vaker thuis. Tevens zijn zij ons oppas adres voor Loetje: zo zien ze elkaar af en toe toch nog.”

IMG-5065Aanstaande dinsdag zie je Ellie in de eerste aflevering van haar programma Ellie op Patrouille op NPO1.

Wil je meer weten over Ellie, ga dan naar haar website: www.ellielust.nl

Bron foto’s: AVRO TROS

 

Helft jonge kinderen kiest schoonmaakmiddelen boven speelgoed!

Je moet er niet aan denken dat je kind per ongeluk schoonmaakmiddelen binnen krijgt. Toch gebeuren er jaarlijks nog duizenden ongelukken met huishoudchemicaliën.

Kinderen tussen de 0 en 4 jaar lopen het grootste risico. De oorzaak? Kinderen zien het gevaar niet en vinden de producten interessant.

image
Bron: VeiligheidNL

Om te voorkomen dat kleine kinderen deze schoonmaakmiddelen innemen dienen deze altijd buiten handbereik van kinderen te staan, dus: hoe hoger, hoe beter!

Zorg dat je kind er niet aan kan komen op een onbewaakt ogenblik. Dus ook niet heel even die fles chloor op het toilet laten staan, niet de vaatwastabletten laten slingeren, et cetera.

Hoe hebben jullie de schoonmaakmiddelen opgeborgen?

Het hele artikel van VeiligheidNL lees je hier.

Bron: VeiligheidNL.

OUDERS, leg jullie telefoons eens wat vaker weg…

Leg die telefoon eens wat vaker weg... (bron foto: Pexels.com
Leg die telefoon eens wat vaker weg…
(bron foto: Pexels.com

Een tijd geleden zag ik hoe een kind een ander kind behoorlijk agressief toetakelde. Moeder van de toetakelende jongen stond er bij, maar keek er niet naar. Ze stond namelijk op haar mobiel te kijken. Dat was veel belangrijker.

Een tijd geleden hoorde ik een kindje meermaals haar vader roepen om hulp. Papa reageerde niet, want hij was druk bezig met zijn mobiel. Pas toen het kindje begon te gillen schrok hij wakker.

Ook zag ik een kindje van nog geen twee jaar oud gevaarlijke stunts uithalen in het grote kinderen gedeelte van een speeltuin, waar ze duidelijk nog niet klaar voor was. Papa en mama zaten verzonken in hun mobiel op een stoeltje, heel erg mentaal afwezig te zijn.
En even dáárvoor zag ik een vader bijna een flink ongeluk veroorzaken, doordat hij hands-unfree zat te bellen achter het stuur, met kind achterin.

En dit was allemaal in het afgelopen jaar.

Toegegeven: Een beetje verslaafd aan ons mobieltje zijn we bijna allemaal wel. Toch heb ik de laatste jaren een zinvolle gewoonte ontwikkeld: ik leg overdag regelmatig een hele tijd mijn telefoon weg. Dat rot ding – alhoewel zinvol communicatie middel – zorgde er namelijk voor dat ik regelmatig afgeleid was in het contact met mijn kind.
Dus besloot ik om mijn mobieltje tijdens “de wakkere uren” van mijn kind zo weinig mogelijk aan te raken.

Want hoe leuk al die statussen op Facebook ook zijn en hoe verslavend die spelletjes ook werken, je wil niet dat je kind zich later van zijn jeugd voornamelijk jouw gebogen hoofd en afwezigheid herinnert.

Zwembaden luidden eerder ook al de noodklok: ouders gaan zó op in hun mobiel of laptop, dat ze slecht toezicht houden,  waardoor kinderen steeds vaker in nood komen of dreigen te verdrinken. Je zou het jezelf toch nooit vergeven.

We willen dan misschien niets missen; altijd op de hoogte van het laatste nieuws en de meest recente berichten op Facebook. Maar als we ons daar in verliezen, worden we geheid over tien tot twintig jaar wakker met wroeging; onze kinderen opgegroeid, het ging zo snel, hebben we wel genoeg met ze geknuffeld? Genoeg met ze gespeeld? Hebben we voldoende echte een op een aandacht gegeven? Of stonden wij op die mooiste momenten net in te checken op facebook? Waren we met onze volle aandacht bij het moment, of zaten we net bij een digitale kennis te neuzen?

Het leven vliegt voorbij, kinderen groeien voor onze ogen op. Voor je het weet staan ze met hun koffers in de gang, klaar om op zichzelf te gaan. Als je op dat moment geen enkele spijt wilt voelen, leg dat ding dan eens wat vaker weg. Althans, op zijn minst tijdens de wakkere uren.

Waarom zaterdag de veertiende veel gevaarlijker is

Hè hè, denkt Nederland morgen opgelucht. Het is weer voorbij, die vervloekte vrijdag de dertiende. Ladders zijn zorgvuldig vermeden, zwarte katten mogen weer naar buiten, sollicitatie brieven kunnen weer verstuurd worden.
Op vrijdag de dertiende verwacht je natuurlijk dat dingen mis gaan. Let je extra op als je de weg over steekt. Kijk je wel drie keer of je vlees gaar is, en houd je de kaarsen voor de zekerheid nog een minuut onder de kraan, na het uitblazen.

Wat veel mensen echter niet weten: het venijn zit in de staart. En de staart, dat is de dag na  vrijdag de dertiende. Zaterdag de veertiende is véél gevaarlijker. Na een dag vol bijgelovige angst die nergens op slaat, haalt iedereen die het overleefd heeft opgelucht adem. En dan slaat het noodlot juist toe. Want we worden overmoedig. We laten de kaars zichzelf wel doven en gaan vol vertrouwen slapen, kip mag opeens best een beetje roze, want hee, we hebben wel mooi vrijdag de dertiende overleefd. En daar gaat het mis.

Nee, ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik haal pas opgelucht adem op zondag de vijftiende.

10 Zeer Irritante Dingen Die Mensen Doen

Irritante dingen. De keuze is reuze. Hieronder een lijstje van 10 irritante dingen die mensen doen. Voel je vrij om aan te vullen!

1. Voorkruipen
Je staat netjes op je beurt te wachten, en dan gebeurt het: die ene man of vrouw die voor kruipt. Meestal doen ze het heel subtiel, alsof ze het zelf totaal niet door hebben. Laat je niet misleiden: dat doen ze echt alleen maar zodat ze kunnen doen alsof ze het niet door hadden, als je er iets van zegt.

2. Krakende knokkels en knarsende kiezen
Er is weinig dat zo vreselijk is als het geluid van nagels op een schoolbord, maar krakende, knakkende knokkels en knarsende tanden komen daar dicht in de buurt. Als je jezelf weer even recht wil zetten zonder manueel therapeut, prima, maar moeten wij dat per se aanhoren? En wat betreft de knarsende tanden: als je je kiezen te scherp vindt, ga dan langs de tandarts alsjeblieft. 

3. Bumperkleven
Rijd je netjes, dus niet te hard en niet te langzaam, naar huis toe, word je opeens verblind door twee koplampen in je achteruitkijkspiegel. Ja hoor, een bumperklever. Erg vervelend, want naast het feit dat je de neusharen van je achterligger kunt tellen, brengt hij je ook nog eens in gevaar. Zeer irritant. En ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik ga er absoluut niet sneller door rijden, ik weiger me te laten opjagen.

4. Mensen die het gangpad in de supermarkt blokkeren.
Heel gezellig, zo’n rendez-vous in de supermarkt. Fantastisch dat ze hun oude vrienden weer tegen zijn gekomen na twintig jaar, en dat nog wel in de Aldi. Maar kan het gesprek ook iets minder de rest van het winkelend publiek ophouden? Zo’n gesprek is net zo leuk aan de kant, als midden in het gangpad. Voor het overige winkelende publiek wel zo prettig.

5. “Nou moet je eens goed luisteren..”
Zeg maar niets meer. Zodra iemand dit zegt, haak ik acuut af.

6. Krantverkoop op straat.
“Wilt u een gratis krant?”
“Oh, wat aardig, ja hoor.”
“Mag ik dan meteen uw naam, adres, email, telefoonnummer, sofinummer en pincode noteren, zodat wij u tot in de lengte van dagen kunnen blijven lastig vallen? Ja? Mooi, dan smeer ik u nu eerst een abonnement aan wat gemakkelijk te beëindigen lijkt, maar het zeker niet is, ha!”

7. Commerciële telefoontjes rond etenstijd
Prinnggg, pringgg…
“Hallo mevrouw -spreekt achternaam helemaal verkeerd uit- een hele goede avond u spreekt met -spreekt eigen naam zo snel uit dat je het niet kunt onthouden- van commercieel bedrijf X, ik bel u vanuit een callcenter terwijl ik er zelf ook geen zin in heb, om u iets aan te smeren wat u niet nodig heeft, en dat verkoop ik dan als zijnde een klanttevredenheidsonderzoek zodat u niet direct in de gaten heeft dat u iets aangesmeerd wordt.”
Lang leve het Belmenietregister.

8. Als het niet in het rek hangt, hebben we het niet.
Die verkoopster stond er vroeger om je te helpen met zoeken. Naar een passende outfit, naar de beste maat, noem maar op. Tegenwoordig is dat helaas vaak niet meer zo. Nog voordat je hebt kunnen vragen of die broek er ook in maat 40 is, snoeren ze je de mond met “alshetnietinhetrekhangthebbenwehetniet.” op de minst mogelijk geïnteresseerde toon.
“Wat doet u hier dan eigenlijk?” vroeg ik eens. Maar dat wist ze zelf ook niet, dat zag ik aan hoe ze haar kauwgum in haar mond liet knappen, terwijl ze met haar pluk extensions speelde.

9. Instappen, nog voor het uitstappen.
Als je met de trein ergens ooit aan bent gekomen, heb je het vast wel al eens meegemaakt. Iedereen staat klaar in de trein, om uit te stappen op het station. Mensen die een opvoeding gehad hebben, wachten buiten de trein totdat iedereen uitgestapt is. Helaas worden steeds minder mensen fatsoenlijk opgevoed en moet je je regelmatig tussen de lijven door wurmen om nog op tijd uit de trein te springen, voordat deze weer verder rijdt.

En, last but not least:
20. Mensen die online Lijstjes maken van irritante dingen.
Zó irritant.

Waar gaan jouw nekharen van overeind staan? Deel het met je medemensen en verbeter de wereld… of maak de wereld in ieder geval een beetje minder irritant.