Tagarchief: dokter

43% van Nederlanders krijgt te maken met psychische klachten. Waarom praten we daar niet over?

Ongeveer 43% van alle Nederlanders tussen de achttien en vierenzestig jaar krijgt in zijn of haar leven te maken met psychische klachten. Per jaar wordt meer dan een miljoen mensen hiervoor behandeld. 

Toch praten maar heel weinig mensen openlijk over hun psychische klachten of over het feit dat ze hiervoor in behandeling zijn.

Deels zal dit te maken hebben met opvoeding en taboe: we hangen de vuile was immers niet graag buiten. Schaamte komt ook vaak om de hoek kijken; wat als mensen denken dat ik labiel ben? Of dat ik ze niet allemaal op een rijtje heb?

Toch is die gedachte best vreemd, als je de cijfers bekijkt. Die liegen er immers niet om; bijna de helft van alle volwassen Nederlanders krijgt op een bepaald punt in zijn leven te maken met psychische klachten en krijgt daar ook hulp bij.

Waarom praten dan zo weinig mensen over het feit dat ze in therapie zijn?

Over lichamelijke klachten wordt heel gemakkelijk gesproken. Iemand die last heeft van zijn rug deelt dit feit gerust met een collega bijvoorbeeld. Toch hoor je zelden iemand tegen een collega zeggen “Mijn angsten spelen de laatste tijd weer erg op.” Waarom zijn we toch zo bang om te praten over onze psychische klachten, als bijna de helft van de mensen er mee rondloopt?

Het bijkomende effect van niet praten over psychische klachten, is dat mensen alleen rondlopen met hun probleem. Zich wellicht eenzaam voelen in hun strijd. Denken dat ze de enige zijn of dat ze niet serieus genomen zullen worden? Hoe fijn zou het zijn als mensen gewoon hardop zouden toegeven dat ze ooit psychische hulp hebben gezocht?

Therapie zou veel meer uit de taboesfeer moeten komen, als je het mij vraagt. Ik vind het ontzettend slim als je hulp zoekt wanneer je rondloopt met klachten waar je op eigen houtje niet uit komt; of het nu om angsten gaat, depressie, of een onverwerkt trauma uit je verleden.

Je psyche zou je wat mij betreft net zo goed moeten verzorgen als je lijf: en als er iets mee aan de hand is, zoek je daar hulp voor. No shame in that!

Liefs,

Chrisje

Advertenties

Een burn-out is ook positief

Er wordt heel veel geschreven over het meemaken van een burn-out: de alarmsignalen, de symptomen, de (vaak lange) weg naar herstel, terugvallen en meer. Maar waar weinig over geschreven wordt, zijn de positieve aspecten van een burn-out.

Natuurlijk is het krijgen van een burn-out geen positief iets: je bent opgebrand, leeg, kunt vaak helemaal niets meer. Je concentratie is weg, je geheugen laat je in de steek, vaak zijn er nog talloze fysieke en mentale klachten. Je privéleven en werk lijden er onder, maar jij zelf nog het meest.

Toch zijn er ook positieve lessen uit een burn-out te halen. Een burn-out zie ik als een klap in je gezicht, afkomstig van jouw hersens en lichaam: STOP. Je kunt niet verder. Je hebt je grens bereikt, fysiek en mentaal, je kunt nu helemaal niets meer. Die klap in je gezicht heb je nodig. Sterker nog, die burn-out heb je nodig. Hoe oneerlijk dat ook mag klinken.

Mensen die een burn-out krijgen zijn vaak mensen met een groot verantwoordelijkheidsbesef. Plichtmatig, betrouwbaar, harde werkers met een plichtsbesef dat vaak veel verder reikt dan hun feitelijke plichten. Vaak ook gevoelige mensen: sensitief, meelevend, begripvol en open minded. Juist die mensen zijn vaak een gemakkelijk slachtoffer om over heen te walsen, misbruik van te maken, te manipuleren. Want waar er al zo’n groot plichtsbesef bestaat, is er vaak ook al gauw een schuldgevoel, en daar maken energiezuigers en grensoverschrijders dankbaar misbruik van.

femaleEen burn-out is het ideale moment om prioriteiten te gaan stellen. Welke dingen doen er echt toe? Wat is echt belangrijk? Tel ik mee? Heb ik gelijkwaardige relaties met de mensen om me heen, of zet ik mezelf altijd op de laatste plaats? Ben ik het waard om voor mezelf op te komen? Wat gebeurt er met mijn contacten als ik voor mezelf op ga komen? Waar liggen mijn grenzen? Wie gaat daar overheen? En vooral: hoe kan ik dat in de toekomst voorkomen?

Als je deze vragen niet stelt en beantwoordt voor jezelf, ligt een terugval al gauw op de loer. Immers, jarenlang ingesleten pleasend gedrag krijg je er niet zomaar uit. Het is een proces van vallen en weer opstaan. Assertief gedrag oefenen, letterlijk. En vooral: nadenken voordat je iets toezegt. Wil ik dit? Heb ik dit nodig? Past het in mijn planning? Heb ik er energie voor? Krijg ik er energie van? Doe ik het voor mezelf of voor een ander?

Als je deze vragen beantwoordt voordat je ja of nee zegt, is die ja of nee ook bewust en volmondig, in plaats van onbewust en je eigen energie ondermijnend.

Helemaal de oude wordt bijna niemand na een burn-out. Maar ik wilde ook helemaal niet meer de oude worden. Want de oude ik liet zich manipuleren, kwam niet voor zichzelf op, liet over zich heen lopen. Ik koos er voor bewust aan de slag te gaan met mijn eigen herstel en hier ook hulp bij te accepteren, waardoor ik juist die oorzaken ben gaan aanpakken waardoor ik in de eerste plaats de burn-out kreeg.

Ten slotte: nee, je kunt niet voorkomen dat er mensen zijn die je energie opzuigen. Dat er mensen zijn die je proberen te manipuleren. Dat mensen misbruik van je proberen te maken. Je kunt jezelf wel bewuster maken, leren voor jezelf op te komen en leren je eigen beste vriend(in) te worden.

lionWant hoe je het ook wendt of keert; in de huidige maatschappij heb je vooral jezelf hard nodig. Een ander gaat jou niet helpen, als jij niet om hulp vraagt. Een ander stopt niet met jouw grenzen overschrijden als jij je grenzen niet aangeeft en “stop” zegt. Door een burn-out kun je leren jezelf te beschermen als een leeuwin. Positief genoeg, lijkt mij. 

Liever een gebroken been deel 2: Zo help je een naaste met een depressie / burn-out

Als iemand een gebroken been heeft, kun je als naaste helpen door hem of haar naar de dokter te rijden, door te helpen met praktische zaken. Maar wat kun je doen als je naaste een depressie of burn-out heeft?

Een paar jaar geleden schreef ik de blog Liever een gebroken been: over depressies, burn-out en andere psychische klachten. In deze blog beschreef ik dat de goedbedoelde tips en adviezen zoals “Trek het je niet zo aan.” en “Misschien moet je dit eens proberen!” vaak helaas averechts werken.

depression3Maar wat kun je dan als naaste wel doen, als iemand van wie je houdt een depressie of burn-out heeft? Je leeft immers mee en wilt diegene graag helpen. Hieronder lees je hoe je dat kunt doen. 

Toon begrip
Sleutelwoord is begrip: ook al heb je het zelf nog nooit meegemaakt, je kunt wel begrip tonen en proberen je in te leven. Ook als je niet weet hoe het voelt. Je naaste zal zich hierdoor in elk geval minder alleen voelen. Dat is belangrijker dan welk goedbedoeld advies dan ook.

Aanwezigheid, op afstand of dichtbij
Wees aanwezig. Dit hoeft niet altijd fysiek te zijn, maar je kunt vragen of je mag langskomen. Laat je horen, bel, stuur eens een berichtje, om te laten weten dat je aan hem of haar denkt. Soms hebben mensen die in een depressie of burn-out zitten geen behoefte aan gezelschap, maar aanbieden kan altijd. Laat weten dat je er bent, als hij of zij wil praten. Misschien gebeurt dat niet meteen, maar als de tijd dan rijp is, weet hij of zij in elk geval dat het kan. Een lief kaartje of een mooie brief doen ook vaak al wonderen, als iemand diep zit.  depression4

Luisteren
Je naaste zit in een depressie of burn-out, dus wil je graag helpen. Je houdt van hem of haar, dus wil je opvrolijken en problemen oplossen. Dat is heel begrijpelijk en menselijk. Maar hoe goed dit ook bedoeld is, dit kun jij niet voor hem of haar doen.In feite is iemand vaak al erg blij als er simpelweg geluisterd wordt. Luisteren lijkt heel simpel, maar dat is het niet. Luisteren zonder oordeel en zonder meteen met oplossingen te komen is best moeilijk. Maar luisteren is wel bijzonder behulpzaam voor de ander, want waar jij rustig luistert zonder oordeel voelt de ander zich veilig, kan hij of zij gevoelens uiten. Praten lucht op. Wees dus een klankbord. Dit is vaak al genoeg.

Wees geen hulpverlener
Bovendien ben je geen hulpverlener, je bent zijn of haar vriendin, zus, moeder, etc.
Je kunt en hoeft het probleem niet op te lossen; dat is niet jouw verantwoordelijkheid. Voor professionele hulp en begeleiding zijn deskundigen, die emotioneel verder af staan van jouw naaste, en alleen al daardoor vaak beter kunnen helpen.

Hulp
depressionAls jouw naaste (nog) geen hulp heeft gezocht voor zijn of haar klachten, is dit wel handig om aan te raden / te adviseren. Een gesprek met de huisarts of praktijkondersteuner kan voor jouw naaste de juiste hulp op gang brengen. Je kunt aanbieden om mee te gaan naar de huisarts, als dit de drempel lager maakt.
Als je je zorgen maakt om je naaste, is het goed om te benadrukken dat hulp nodig is: mensen met een depressie of burn-out komen hier vaak zonder begeleiding niet zelf uit.

Heb je zelf een depressie of burn-out klachten? Ga dan naar je huisarts, hij of zij zal je verwijzen naar de juiste hulpverlener. depression

Wat ouders (meestal) niet vertellen, maar wel (vaak) doen

Natuurlijk zouden we graag zeggen, dat we als ouders altijd en overal super consequent zijn, ons kind al vanaf vijf maanden uitsluitend ‘raw food‘ laten knabbelen, het kind nooit voor de televisie laten zitten en dat er louter biologische maaltijden zonder E-nummers of conserveringsmiddelen op tafel worden gezet. In een perfecte wereld, met perfecte ouders, zou dat inderdaad zo zijn.


Suikervrij, E-nummervrij en Rotzooivrij

Maar daar heb je meteen het probleem: geen enkel mens is perfect, en ouders dus ook niet. Toch wordt er nogal krampachtig omgegaan met opvoeden, want: iedereen weet hoe het beter kan, zou kunnen of moet. De artikelen over opvoeding vliegen je als ouder om de oren. De adviezen die we krijgen zijn veelal tegenstrijdig: we moeten complimenten geven, maar liefst toch niet te veel, want dan creëer je een narcistisch monstertje. We moeten ons kind liefst suikervrij, glutenvrij, E-nummer vrij en rotzooivrij te eten geven, maar de schappen staan vol met juist die troep. We zouden ons kind het liefst niet te veel op de I-pad of telefoon laten spelen, maar toch barst het van de online kinderspelletjes.

Negeren is het nieuwe foeteren
We zouden het kind een paar uur per dag buiten moeten laten spelen, maar sommige mensen hebben nu eenmaal geen geld voor een huis met een tuin of in een rustige wijk, waar kinderen veilig buiten kunnen spelen. Zijn dat dan meteen slechte ouders? Lijkt me toch van niet. We willen graag opvoeden zonder te straffen, maar in de praktijk blijkt dat toch vaak lastig. Waar we eerder dachten dat de ‘naughty chair’ (stoute stoel) van de Nanny dé oplossing was, blijkt nu weer uit onderzoeken dat in de hoek of op de stoel gestuurd worden net zo veel pijn doet als schelden. Negeren schijnt volgens experts een even grote straf te zijn als foeteren. We kunnen het eigenlijk ook niet meer goed doen!
Oh, en het is niet goed om je kind bij ieder huiltje op te tillen, wisten jullie dat al? Nee, het is beter om het met een gezonde methode te laten wennen aan het zelf in slaap vallen en doorslapen. Dus.
Wat veel ouders niet toegeven, maar wel doen
Ik zal het dan maar toegeven namens de (meeste) ouders van nu: JA! Ja, we laten ons kind wel eens langer dan een kwartier televisie fotokijken. En ja, soms ook gewoon om eens heel even rustig de krant te kunnen lezen of gewoon, om even op adem te komen na de zevenhonderdste waarom vraag. En oh ja: JA, we geven ons kind wel eens de i-pad in de wachtkamer bij de dokter of tandarts, zodat ze de andere bezoekers niet helemaal wild maken. En ja, we koken ook wel eens een snelle hap mét conserveringsmiddelen, we zetten ons kind wel eens in de hoek om af te koelen of om na te denken, en we vergeten wel eens consequent te zijn. En last but not least: ondanks alle adviezen breken wij ouders ook wel eens, en lopen we toch midden in de nacht met ons kleine minimens door de woonkamer, slaapliedjes te neuriën. Gewoon, omdat onze ouderlijke ziel het gehuil niet meer aan kon horen en omdat dat verdrietige stemmetje gewoonweg door merg en been gaat.

Zo erg is af en toe in de hoek zetten niet, tenzij je structureel vergeet je kind er weer uit te halen
Vroeger was dat misschien allemaal anders, maar vroeger is niet nu. De tijden zijn veranderd. Dus veranderen de ouders en kinderen mee. Maar ik geloof niet dat kinderen er zo veel slechter van worden, zolang je ze niet als een zombie uren lang voor de televisie plant. Zo erg zal het in de hoek zetten niet zijn, tenzij je ze structureel vergeet er ook weer uit te halen. En als je je kind je telefoon geeft in de wachtkamer is dat ook niet zo´n ramp, zolang je het niet vergeet mee naar de dokter te nemen als jullie naam geroepen wordt.

Ouders: het zijn net echte mensenfoto2
Oh, en nog iets: zo erg is het niet om eens een keer boos te worden op je kind. (uiteraard zonder geweld! maar dat spreekt voor zich, hoop ik.) Niet iedere ouder heeft immers een ongelimiteerd geduld. Slaapgebrek en stress creëren nu eenmaal iets kortere lontjes. Zolang het niet al te vaak voorkomt, je het daarna ook weer uitpraat en ook niet te koppig bent om sorry te zeggen, is het echt niet zo´n ramp. Want weet je, ouders, dat zijn net echte mensen.
Zo vreselijk slecht is televisie kijken of spelen op de I-pad niet, zolang je zorgt dat ze ook regelmatig in beweging zijn, op wat voor manier dan ook.

Wie denkt dat het wel perfect kan…
Zolang we als ouders onze kinderen regelmatig laten merken dat we van ze houden, trouw blijven aan onze eigen principes en onze kinderen voldoende aanmoedigen om zich te ontwikkelen op zijn of haar eigen manier, is het allemaal zo slecht nog niet met ons gesteld. En wie denkt dat het wel perfect kan allemaal, nou, die heeft waarschijnlijk zelf geen kinderen. Ha!