Tagarchief: dochter

Vijf redenen waarom je kind niet naar je luistert

Je kent het vast wel: als ouder heb je wel eens van die dagen / weken / jaren (haha) wanneer het lijkt alsof je kind pas naar je luistert als je voor de derde / achtste keer iets zegt. Of pas luistert wanneer je je stem verheft, wat voor niemand leuk is. 

Jij: “Kind?”
Kind: “Pomptiedom.”
Jij: “Kind?”
Kind: “Tralala…”
Jij: “Kind? Joehoe?”
Kind:  loopt kamer uit.
Jij: “KIND!”
Kind: “Nou zeg, je hoeft niet te schreeuwen!”

Zucht.

Waarom horen kinderen ons niet? En bovendien: Horen ze ons echt niet, of horen ze ons wel maar willen ze ons niet horen?

Het is natuurlijk erg gemakkelijk om te roepen “Hij / zij luistert de laatste tijd voor geen méter!”, maar daarmee leg je alle ‘schuld’ bij het kind, terwijl je met een beetje gezonde zelfreflectie vaak ziet dat het niet luisteren voortkomt uit een onderliggende oorzaak. Soms ligt die bij (de ontwikkeling van) je kind, soms bij jou, soms bij jullie interactie. 

Hieronder vijf mogelijke redenen waarom je kind niet luistert:

Optie 1: Je kind zit in zijn of haar bubbel!
Kinderen zitten graag en veel in hun eigen wereldje. Ze fantaseren, spelen, bedenken, dagdromen: dat hoort allemaal er bij als je een super cool kind bent. Hoewel het voor jou misschien lijkt alsof je kind niks zit te doen, kan er in zijn of haar hoofdje een hele wereldreis of spannend avontuur plaatsvinden: Net als bij een echte droom duurt het even eer je daar weer van terug komt en met je voeten op aarde landt.

Lees verder onder de afbeeldingen

 

Optie 2: Verwerkingssnelheid
Niet ieder kind heeft een al te beste concentratie of (informatie)verwerkingssnelheid. Door zijn of haar naam te roepen kun jij dan misschien een directe reactie verwachten, maar je kind heeft het misschien in eerste instantie nog niet door dat wat jij zegt of roept van toepassing is op hem of haar.

Optie 3: Maak meer / beter contact
Veel kinderen horen je veel beter als ze je er bij zien. Om beter contact met je kind te maken loop je er naar toe of ga je op ooghoogte van je kind zitten terwijl je hem of haar aanspreekt.

Optie 4: Je vraagt te veel
Soms kun je in de valkuil schieten van het te veel vragen aan je kind. Je bent natuurlijk moeder en geen politieagent. Je kind hoeft niet constant opdrachten van je te krijgen. Als je jezelf er op betrapt dat je aan de lopende band opdrachten geeft of controleert (“Niet doen, zit rechtop, dat is gevaarlijk, hou eens op”) is het niet zo héél vreemd als je kind op een gegeven moment niet meer echt luistert. Er komt dan te veel informatie binnen, waardoor niets meer veel indruk maakt.

Optie 5: Je kind maakt zich los van jou
Je kind maakt zich tijdens het opgroeien steeds meer los van jou. Hoe vervelend dat soms ook is omdat we onze kinderen het liefst zo klein mogelijk houden, toch is dit een goede en gezonde ontwikkeling. Je kind wordt steeds meer zijn eigen individu en wil dan ook steeds meer eigen inspraak over zijn doen en laten. Wanneer je kind erg veel weerstand toont, is het dus goed om je af te vragen of je jouw kind voldoende verantwoordelijkheden en vrijheid geeft die passen bij de leeftijd, en of je misschien een beetje te bemoederend bent op dit moment. Niet gemakkelijk, maar het proberen waard.

christianne

 

Gastblog Ellen deel 2: de Vrouwelijke Pubervariant

De vrouwelijke variant wordt nooit vervelend, dwars of puberaal. Dat zijn haar eigen woorden. Ik heb ze direct vastgelegd, schriftelijk, ondertekend en in drievoud.

Het is wel waar, ze is heel gemakkelijk in de omgang. Ze snapt dat het leven een stuk prettiger is wanneer ze meewerkt. Ze gaat mee boodschappen doen, dekt zonder commentaar de tafel, en eet wat de pot schaft.

Daar zit dus een klein probleem. De mannelijke puber leeft voornamelijk van de P’s. Patat, Pizza, Pasta, Pannenkoek, en, toegegeven, Paksoistamppot. Maar de vrouwelijke variant. Zij lust dat dus allemaal niet. Ook geen appelmoes, mayonaise, alles wat nagenoeg alle kinderen lusten, dat hoeft ze niet. Zij zat als tweejarig hummeltje naar mijn asperges te kijken en vroeg: “Mama, wat zijn dat voor een stengels?” Weg asperges. Inclusief biefstuk, aardappeltjes, ham en ei.

Het is dus nooit goed, qua eten. Maar dat ligt niet aan de vrouwelijke puber.

Ze is ook inderdaad nooit heel erg vervelend. Soms dan, als je haar wakker maakt vóór 12 uur ‘s middags. Ze heeft een masterclass uitslapen gedaan. Misschien maakt dat het zo makkelijk, ze is er gewoon niet, want ze ligt tot minstens 12 uur in bed.

Ze kan ook heel goed haar broer opvoeden. Dat leidt tot discussies. Ik vraag me dan af waarom ze niet allebei perfect zijn, aangezien ze het beiden heel goed blijken te weten. Maar zelfreflectie is nog een brug te ver. Logisch ook, het zijn pas pubers. Ze beginnen wel steeds meer op echte mensen te lijken, dat wel.

Min dochter stapte vorig jaar al met een vriendin in de trein om te gaan shoppen in Venlo. Of in Maastricht. Of in Den Bosch. En natuurlijk vind ik dat stoer, maar kom op zeg. Ze is nu pas 13. Ik wil haar vervoeren in een kinderzitje achter op mijn fiets, niet zelfstandig in de trein. Ze krijgen beiden kleedgeld. Dus dan komt ze thuis, met lamme armen van alle tassen, die ze ook allemaal meesleept in de trein. Ze heeft haar eerste piercing. Dat mag vanaf 12. Ze ontdekte dat toen ze nog 11 was. Met 12 jaar en twee dagen zaten we in de tattoo shop, om een gat in haar oorschelp te laten schieten. Wanneer je mij nu een onverantwoordelijke moeder vindt, dat mogen ze vanaf 12 jaar zelf regelen, zonder toestemming van ouders. Het leek me dus verstandig met haar mee te gaan en een gedegen shop uit te zoeken, om te voorkomen dat ze zelf een breinaald in haar oor zou steken.

De vrouwelijke puber gaat wel een weekje naar lenteschool, in de meivakantie. Om wat vakken bij te spijkeren. Ze heeft namelijk nooit huiswerk. Ook nooit proefwerken. Zelfs niet in de proefwerkweek. Nooit hoeft ze iets te doen. Ze weet alles al. Ze wilt medicijnen gaan studeren, en ik zie al heel veel geld verdwijnen in een studentendispuut. Want het is een feestbeest. Ze mist geen enkel uitje, geen enkel feestje, ze is overal bij, en wanneer ze er niet bij kan zijn, dan zorgt ze wel dat het verzet wordt. Het lijkt wel een voorbeeldige puber, maar ik houd mijn hart vast voor de toekomst.

Kortom, pubers. En kleinkinderen. Niet vermoorden dus, die pubers, denk eraan. Dat is momenteel mijn mantra.

Ellen Boonstra

Wil jij ook als Gastblogger jouw blog delen met 30.000 volgers? Stuur dan je leukste blog via e-mail naar de redactie!

Droomkind.

Daar sta ik dan. In de supermarkt, oververhit, met achter en voor me twee perfecte mama’s met perfect luisterende kinderen. Mijn kind daarentegen hangt vast met haar voet achter een railing langs de kassa, omdat ze niet stil kon staan. Wat ze overigens nooit lijkt te kunnen: stil staan.

Hoe doen andere moeders dat, hun kind vooraf drogeren of zo? Nah, dat zal wel niet. Terwijl ik de zweetdruppels van mijn voorhoofd veeg, probeer ik met mijn andere hand Kindmens te bevrijden uit benarde positie nummer 36. Benarde positie nummer 36 van vandaag, ja.

Maar als ik dan weer eens struikel over mijn eigen voeten op een verder recht oppervlak, dan weet ik het. Of als ik weer eens tegelijkertijd aan het stofzuigen en afwassen ben. Of als ik mijn telefoon weer eens tegenkom in de koelkast. Als ik me hardop afvraag waarom ze de hele dag door aan een stuk door praat, antwoordt echtgenoot met een sarcastisch “Ja, hoe zou dát nou kunnen hè?”

Dan dringt het tot me door. Ze lijkt gewoon op mij, het arm schaap. Ze wil alles mee krijgen, alles tegelijk doen. Een rij voor de kassa is voor haar geen rij voor de kassa. Die gang is voor haar een speel paradijs met dingen waar ze op kan klimmen. Ze praat de hele dag, om de wereld om zich heen te begrijpen. Zo doet ze dat.

Natuurlijk leg ik haar grenzen op. En natuurlijk moet ze op sommige momenten gewoon bij de les blijven. Maar een dromer is ze al van baby af aan. Dat zal ze ook altijd blijven. Gelukkig maar.