Tagarchief: communicatie

De obstakels van de Sterke Vrouw!

Je zou denken dat het in deze moderne tijd oké is om een sterke vrouw te zijn. Dat gezegd hebbende, is dat in de praktijk vaak absoluut niet waar. Glazen plafonds, dates die zich bedreigd voelen door je emotionele of financiële onafhankelijkheid, mensen die niet gewend zijn dat een vrouw ook het woord nee in haar vocabulaire kan hebben, et cetera.

Als je er als vrouw lief en schattig uitziet, maar dat niet bent, raken mensen nog wel eens in de war.
als je nee zegt

Als je voor de zoveelste keer moet uitleggen dat je geen man nodig hebt om te overleven in deze wereld, is dat wel eens vermoeiend.als je niet meer kunt

Als mensen zeggen “lach eens!” of “kijk eens niet zo serieus!” terwijl jij gewoon geconcentreerd bent en je eigen resting bitch face omarmd hebt. als je serieus kijkt

Als mensen je een bitch noemen, alleen maar omdat je net zo assertief bent als een man, terwijl het bij een man als teken van daadkracht wordt gezien. assertief

Als je je eigen innerlijke Bazin geaccepteerd hebt. baas vrouw

Soms is het wel frustrerend, om als sterke onafhankelijke vrouw te leven in een wereld die er van uit gaat dat je dat niet kunt of wilt. being a woman sucks

Zeker als mensen ook je zwarte humor niet begrijpen en niet snappen dat je met je vriendinnen op stap gaat, NIET om schattig uit te zien of om versierd te worden maar gewoon om ongegeneerd lol te maken met je vriendinnen. crazy

Als mannen zeggen “goh, jij bent wel mondig hè, voor een blond vrouwtje?”eyeroll

Als je een SQUAD hebt met gelijkgestemde vriendinnen en je bent er trots op: groep

Dat je PMS hebt en iemand begrijpt het niet:niet je dag

Als je je goed genoeg in je vel voelt om je eigen rolmodel te zijn:rolmodel

Dat mensen er van uit gaan dat jij wel even de koffie maakt of afwast, terwijl niemand dit vraagt aan de mannen in het gezelschap:sarcastisch

Dat je jezelf weer even moet herinneren aan wie je bent:sterke vrouw

Als je er schattig uitziet maar wel vloekt als een bootwerker:vloeken mag ook al niet

Advertenties

Met slechte mensen gaat het altijd goed

15253610_1270701669669266_4849716606055639501_nAls mensen elkaar tegen komen in de supermarkt, nou, dan hoor je vaak de slechtste gesprekken.

“Hee, jij ook hier?”
Nee, ik ben eigenlijk in de sauna, dit is mijn kloon. 

“En, ook boodschappen aan het doen?”
Nee, ik kwam om mijn teennagels te laten pedicuren. 

“Hoe gaat ie?” “Ja, ach, met slechte mensen gaat het altijd goed hè!”
Nou, daar moet je dan maar trots op zijn.

Eigenlijk zijn het vaak van die gesprekken die vallen onder de categorie ‘licht ongemakkelijk’, omdat mensen eigenlijk alleen maar heel snel hun boodschappen willen doen, zodat ze nog net op tijd thuis zijn om een bord eten te maken zonder dat hun kinderen zo laat in bed liggen dat ze morgen niet te verteren zo lastig zijn.  Dus krijg je van die hele snelle, oppervlakkige gesprekken die nergens over gaan.

“En, wat zie ik? Ook aan de bananen?”
Oh, zijn dit geen koffiebonen? Dan leg ik ze terug.

“Nou, pfoe, ik moet maar weer eens door hoor, rennen rennen, de jongens moeten nog naar voetbaltraining!”
Eh, ja, ja ik moet ook iets heel belangrijks hoor!

Je gaat natuurlijk ook niet anderhalf uur staan praten in de supermarkt. Daar heeft niemand tijd voor. Tenzij je 87 bent en echt niets anders te doen hebt, behalve met je winkelkar de gang blokkeren. Maar als je 87 bent dan mág je dat ook, vind ik. Lekker genieten van je vrije tijd en al dat gehaast grut een beetje staan ophouden. Heerlijk. Als ik 87 ben ga ik dat ook doen, heb ik me voorgenomen. En als iemand er iets van zegt, dan roep ik gewoon “Hee, jij ook hier?” en verplicht ik ze tot een ongemakkelijk praatje. Omdat het kan.

 

Aan het typen…

downloadfile-34.jpegAan het typen…
Aan het typen…
Aan het typen…

Al zeker drie minuten zag ik dat ze aan het typen was, maar er kwam nog steeds niks. Ik verwachtte inmiddels minstens een heel lang en smeuïg verhaal. Wat ik kreeg, na ruim vier minuten wachten?
“Ik ben de was aan het doen.”
Oh. Thanks, moeder. Ik dacht ondertussen dat er iets spectaculairs onderweg was, dus dat viel ietwat tegen.

Mijn oma (zaliger) had eens een computer cursus gedaan, samen met opa (zaliger). Opeens kreeg ik regelmatig een email van oma. Oma had echter haar scherm instellingen op slechtzienden staan, waardoor ze typte in Arial 400. Best lastig lezen zo, een letter per A4 pagina.Toch las ik haar e-mails heel graag.

Opa belde na die cursus wel eens, over computer problemen. Of ik wist hoe Powerpaint werkte. PowerPoint? Vroeg ik. Nee, Powerpaint. Maar opa, het is of PowerPoint, of Paint…Er bestaat helemaal geen Power… oké. Goed.
Ga naar de rechter bovenhoek en zoek het kruisje.
Te lief.

Enfin.
Er is natuurlijk in korte tijd ook veel veranderd.

Soms moeten we ook accepteren dat er nu eenmaal mensen zijn die niet zo mee gaan met de nieuwste en snelste technieken, want ooit zijn we zelf ouder en houden we het ook allemaal niet meer bij. In het vervolg ga ik gewoon even de was vouwen als ik “Aan het typen…” zie. Doe ik ook iets nuttigs met mijn tijd.

 

 

Als iemand je keihard laat vallen…

We hebben het allemaal wel al eens meegemaakt: een vriend of vriendin die je laat vallen. Zomaar, uit het niets. Of misschien waren er wel al signalen, die je intuïtief oppikte, maar niet wilde erkennen.

Het gebeurt. Hoe goed je ook dacht dat de vriendschap was – sommige mensen kunnen gekke sprongen maken en laten je vallen als een baksteen wanneer het hen zo uitkomt.

Mijn advies is wellicht vreemd maar effectief: Als iemand je uit het niets keihard laat vallen, blijf dan vooral liggen. Of beter nog: sta op en loop zo ver mogelijk weg!

Ga er onder geen beding achter aan lopen, maar trek je conclusies en leer er van. Steek energie in de vrienden die wel loyaal zijn en je niet inwisselen als een statiegeld fles. Ik kan er wel een heel verhaal om heen schrijven, maar de realiteit is dat zulke mensen het doorgaans niet waard zijn. Of ze duiken opeens weer op, een half jaar of drie jaar later, als ze je toevallig weer nodig hebben.

Vooral aan je voorbij laten gaan, tenzij je je neus graag twee keer stoot.

Waarom je nooit “We moeten praten.” tegen een man moet zeggen!

Als je ooit in een langdurige, gelukkige relatie met een man terecht wil komen of blijven, knoop deze les dan goed in je oren. Zeg nooit, ik herhaal NOOIT, tegen een man dat “we moeten praten”! De man, die nietsvermoedend en vrolijk naar Studio Sport zit te kijken, verkrampt compleet tot een grote bal stress bij het horen van deze zo gevreesde woorden. 

We moeten praten is een trigger voor mannen, dames, en geen positieve. Nu is praten sowieso al geen grote hobby van (een heel aantal) mannen. Maar de ervaring leert de man in de loop der jaren, dat we moeten praten vaak de inleiding is tot de grootste ruzies, de ergste discussies, of op zijn minst (maar ook dat is erg!) een periode van langdurig moeten luisteren naar zijn vrouw. En we weten allemaal, dat langdurig luisteren niet in de top 10 van mannenhobby’s voorkomt. Tenzij ze sport uitslagen voorleest of zo.

Dus verkrampen zijn spieren, knijpt hij bijna zijn telefoon kapot, werpt hij een blik op de kalender om te zien of het (PLEASE GOD NO!) die tijd van de maand al is, en zet hij zich schrap op de bank, met samengeknepen billen. Daar komt ze, met haar we moeten praten! Snel verzamelt hij in zijn – inmiddels tamelijk bezwete – hoofd tegenargumenten tegen de meest bevochten onderwerpen van relationele discussies. Ik doe ook wel eens de afwas, ik heb minder lichaamsgassen laten ontsnappen, ik heb pas nog mijn onderbroek verschoond, ik heb de bril weer omlaag gedaan. Nagelbijtend en tandenknarsend zit hij klaar tijdens de angstaanjagende stilte voor de storm die we moeten praten heet. Dat heet; als hij het niet al op een lopen heeft gezet.

We moeten praten zeggen tegen een man zet alle lichten op rood, het hoofd op tilt, de hartslag op standje hartaanval en komt geen enkel gesprek ten goede. Als je wel een ontspannen, open en gezellig gesprek met een man wilt voeren, doe dat dan vooral niet aangekondigd. Bijvoorbeeld in de auto, als de muziek op staat, hij relaxed is en jij ook.

Of; als je zeker wil weten dat je zijn onverdeelde aandacht hebt, begin dan eens een gesprek als je samen een potje aan het kaarten bent, of in bed, of in bad. Maar wat je ook doet, kondig het nooit aan met de verboden woorden. Breng het terloops, met humor, of in ieder geval zonder al te veel poespas. Wedden dat hij een betere gesprekspartner is dan je had gedacht, nu hij niet verlamd is van angst?

Tenzij je natuurlijk echt heel erg boos op hem bent en hij echt iets goed heeft te maken. In dat geval: go nuts!  

 

Het GEHEIM van Lichaamstaal: Hoe je een paar boze klanten temt met je tanden en schouders

Veel mensen denken, dat communicatie vooral gaat om wat je zegt. Dat is absoluut niet waar. Het gaat vooral om wat je niet zegt. Je weet nooit precies hoe veel macht je bezit, totdat je de macht van de lichaamstaal beheerst.

bron foto: wildsmilesbydrkapus.blogspot.com
bron foto: wildsmilesbydrkapus.blogspot.com

Een voorbeeld. Ik sta in de winkel. In de rij voor de kassa, welteverstaan. Het meisje achter de kassa heeft licht rood gekleurde blosjes op haar wangen. Ik zie haar blik nerveus van links naar rechts schieten. We staan al best een tijdje in de rij, want de klant die aan de beurt is, heeft twee gewone broden gekocht. Nu is daar niets mis mee, maar zij dacht dat die in de aanbieding waren. En dat waren ze niet; dat waren alleen de vloerbroden. “De aanbieding geldt alleen voor de vloerbroden.” mompelt het meisje voorzichtig. “Dat was niet echt duidelijk aangegeven.” zegt de klant, zichtbaar niet op haar gemak. Er wordt wat gemompeld in het microfoontje van het oortje van de caissiere, zo’n apparaatje dat vroeger alleen uitsmijters in discotheken hadden, en er wordt druk heen en weer gemompeld.

“Geeft niks, ik haal de goede wel even.” zegt de klant. Het meisje kijkt maar zegt niets. Ze is nog niet zo goed in problemen oplossen, vermoed ik. Maar daar heeft ze de leeftijd ook nog niet voor. De klant baant zich een weg door de kassa’s, terug de winkel in. Ondertussen worden de klanten die voor mij staan plotseling steeds onrustiger. Je ziet het gebeuren: wiebelen van het ene been op het andere, zuchten, verontwaardigd om zich heen kijken. Wat dan gebeurt, is belangrijk. Het kan het verschil maken tussen een rustige zondagmiddag in de supermarkt, en een uit de hand gelopen discussie die verhit eindigt met als slot act waarschijnlijk biggelende caissière tranen. De wachtende klanten in de rij beginnen elkaar aan te kijken. Ze zeggen (nog) niets, maar hun blikken doen het werk. “Godsamme.” zie je ze tegen elkaar kijken. Ik word als derde in de rij ook gretig aangekeken. Men wacht op antwoord. Op mijn rollende ogen, of mijn zucht, of mijn geïrriteerde blik. Ik besluit mijn tanden bloot te lachen en eens mijn schouders op te  halen. Heel subtiel, zo van “Ach, het is zondag.” De – zojuist nog zo geïrriteerde – klant die mij mijn schouders ziet ophalen knippert even met zijn ogen, maar lacht dan terug en haalt ook zijn schouders op. “Ach ja, het is toch lekker weekend hè.” zegt hij. Ik knik. De caissiere glimlacht opgelucht, ja, zelfs bijna van blijdschap. De klant komt terug met haar vloerbroden, rekent af, en iedereen is blij.

En dat alleen maar door mijn tanden en schouders.