Tagarchief: boos

Word jij gek van eetgeluiden?

Word jij bijna gek als iemand met open mond eet en daarbij luid smakt? Krijg je mep neigingen van mensen die hard op hun toetsenbord rammen, luidruchtig een appel eten, nootjes of chips verorberen? Vraag je je af of die agressieve gevoelens die je hierbij krijgt normaal zijn? Dan kan het goed zijn dat je misofonie hebt.

Misofonie is een aandoening waarbij specifieke geluiden heftige gevoelens van woede, haat of walging oproepen. Letterlijk betekent misofonie haat van geluid.

pexels-photo-469676Mensen met misofonie hebben hier last van bij veel verschillende geluiden (ook wel triggers genoemd). Dit kan variëren van iemand die zijn eten luidruchtig kauwt tot het tikken op een toetsenbord. Bij het horen van deze triggers is het voor de persoon met misofonie onmogelijk om dit geluid niet te horen; sterker nog, men hoort vanaf dat moment niets anders meer.

Misofonie gaat wel verder dan wat lichte irritatie, volgens de website van de vereniging voor misofonie: “Misofonie is een hersenaandoening waarbij specifieke geluiden extreme gevoelens van woede, walging of haat opwekken. Het gaat veel verder dan ergernis of irritatie.”

pexels-photo-2128817Waar misofonie precies vandaan komt, daar zijn de geleerden nog niet helemaal achter. Vaak begint het tijdens de puberteit. Men is er nog niet achter of het een psychiatrische of neurologische aandoening is. Maar dat het beperkend is om misofonie te hebben, dat is wel duidelijk; sommige mensen gaan de deur zelfs bijna niet meer uit.

Ben jij of ken jij iemand met misofonie? Op de website van de vereniging voor misofonie kun je het testen. 

apple-bite-diet-eat-41660

Advertenties

Hoe om te gaan met de gevaarlijke dagen die PMS heten

Diep van binnen wordt haar ziel binnen een paar uur tijd aardedonker. Haar zachtaardige karakter zet het op een hollen om plaats te maken voor deze andere kant van haar, die zich eens per maand bruut opdringt.
Het fluiten van de vogels verstomt, de hond laat zichzelf maar even uit; zelfs de melkboer rijdt vrijwillig een blokje extra om. Donkere wolken pakken zich samen boven haar huis, waar de mensen die met haar samen wonen op hun tenen proberen te ontsnappen. U raadt het al, het is  die tijd van de maand.
Ze heeft PMS, en wie slim is, laat haar vooral met rust.

Ah, PMS. Wat is het toch een verschijnsel. Ik blijf me er over verbazen. Zodra de hormonen vrij spel hebben verander ik – en met mij velen – van een vrolijke, doorgaans lieve vrouw in een lijpe versie van mezelf, met een strikt zero tolerance beleid, minder inlevingsvermogen dan een stoeptegel, met instortingen en explosiegevaar.

angry womanWie toch probeert me iets te vragen krijgt geen normaal antwoord, hooguit een sissend zoek het je zélf eens even lekker uit of een WAA-ROM MOET IEDEREEN MIJ ALTIJD ALLES VRAGEN!?.
Als je minder geluk hebt terwijl je per ongeluk de fout maakte een vraag te stellen, zet je dan schrap voor een stroom verwijten, inclusief dingen die je zelfs nog voor de eeuwwisseling fout hebt gedaan. Gewoon, omdat ik me die dan opeens herinner, en ze je opeens ook weer enorm kwalijk neem. Omdat het kan.

Ik hoorde tijdens een training eens dat ik als vrouw mijn innerlijke bitch wat meer zou mogen koesteren. “Dan heeft u mijn innerlijke bitch net gemist, vorige week was ze er nog.” zei ik.

Als ik iemand een tip zou mogen geven, hoe met mij om te gaan tijdens die dagen, dan zou ik als eerste zeggen: Hoe? Nou, gewoon, niet. Maar kun je er nu echt niet omheen, voer me dan chocolade (het mag vanaf gepaste afstand toegeschoven worden, onder de badkamerdeur door mag ook), vermijd oogcontact, geef waar mogelijk voorzichtige aaitjes, vertel me dat ik lief ben. Geef me vooral en boven alles chocolade. Als het kan, laat me dan in foetushouding in de bank opkrullen met Knuffelrock muziek op repeat, zodat ik kan zwelgen. Het zijn de hormonen, heus. Ik kan er niets aan doen.

En daarna, als de hormonen weer gekalmeerd zijn en de lucht is geklaard, is er opeens niets meer aan de hand. De vogels fluiten weer voorzichtig een lied, de hond kwispelt weer, het grootste deel van het servies is nog heel. Het enige waaraan je nog merkt dat de PMS-orkaan zojuist hier gewoed heeft, is een leeg pak melk chocolade vlokken en een geplunderde koekjeskast.

Ik ben niet boos: Dit is gewoon mijn makkelijkste gezicht!

Al van kinds af aan krijg ik regelmatig te horen dat ik “vuil kijk”.
Ben ik nietsvermoedend, braaf, rustig en geconcentreerd aan het werk, dan deinzen sommigen zelfs verschrikt terug als ik op kijk. “Kijk niet zo boos!” is dan steevast de opmerking. Terwijl ik het toch raar zou vinden als ik de hele dag geforceerd glimlachend naar mijn pc zou moeten staren, voor het geval dat iemand naar me toe komt.

Als ik op stap ging was het ook wel eens een pickup line die men meende te kunnen gebruiken.
“Kijk je altijd zo boos, meisje?”
Nee, dat doe ik speciaal voor jou.
Ook zo’n leuke: “Lach eens!”
Waarom eigenlijk? Geef me een reden en ik geef je een lach. Eerlijk toch?

Maar alle gekheid op een stokje, en om nu maar eens voor eens en voor altijd er mee klaar te zijn: ik ben niet boos. Dit is gewoon mijn gemakkelijkste gezicht!

Ik kijk zo als ik er niet over nadenk hoe ik kijk. En dat is goddank best vaak. Ik ben gewoon met een boos gezicht geboren, althans, mijn baby foto’s doen dat wel vermoeden. Daar lag ik dan, helemaal rozig, kwam niks tekort, op schoot bij mijn moeder, vuil te kijken als een echte baby gangster. Vuil is gewoon mijn look.

En wie dat niet bevalt, nou, die kijk ik extra vuil aan de volgende keer! 😉

Het GEHEIM van Lichaamstaal: Hoe je een paar boze klanten temt met je tanden en schouders

Veel mensen denken, dat communicatie vooral gaat om wat je zegt. Dat is absoluut niet waar. Het gaat vooral om wat je niet zegt. Je weet nooit precies hoe veel macht je bezit, totdat je de macht van de lichaamstaal beheerst.

bron foto: wildsmilesbydrkapus.blogspot.com
bron foto: wildsmilesbydrkapus.blogspot.com

Een voorbeeld. Ik sta in de winkel. In de rij voor de kassa, welteverstaan. Het meisje achter de kassa heeft licht rood gekleurde blosjes op haar wangen. Ik zie haar blik nerveus van links naar rechts schieten. We staan al best een tijdje in de rij, want de klant die aan de beurt is, heeft twee gewone broden gekocht. Nu is daar niets mis mee, maar zij dacht dat die in de aanbieding waren. En dat waren ze niet; dat waren alleen de vloerbroden. “De aanbieding geldt alleen voor de vloerbroden.” mompelt het meisje voorzichtig. “Dat was niet echt duidelijk aangegeven.” zegt de klant, zichtbaar niet op haar gemak. Er wordt wat gemompeld in het microfoontje van het oortje van de caissiere, zo’n apparaatje dat vroeger alleen uitsmijters in discotheken hadden, en er wordt druk heen en weer gemompeld.

“Geeft niks, ik haal de goede wel even.” zegt de klant. Het meisje kijkt maar zegt niets. Ze is nog niet zo goed in problemen oplossen, vermoed ik. Maar daar heeft ze de leeftijd ook nog niet voor. De klant baant zich een weg door de kassa’s, terug de winkel in. Ondertussen worden de klanten die voor mij staan plotseling steeds onrustiger. Je ziet het gebeuren: wiebelen van het ene been op het andere, zuchten, verontwaardigd om zich heen kijken. Wat dan gebeurt, is belangrijk. Het kan het verschil maken tussen een rustige zondagmiddag in de supermarkt, en een uit de hand gelopen discussie die verhit eindigt met als slot act waarschijnlijk biggelende caissière tranen. De wachtende klanten in de rij beginnen elkaar aan te kijken. Ze zeggen (nog) niets, maar hun blikken doen het werk. “Godsamme.” zie je ze tegen elkaar kijken. Ik word als derde in de rij ook gretig aangekeken. Men wacht op antwoord. Op mijn rollende ogen, of mijn zucht, of mijn geïrriteerde blik. Ik besluit mijn tanden bloot te lachen en eens mijn schouders op te  halen. Heel subtiel, zo van “Ach, het is zondag.” De – zojuist nog zo geïrriteerde – klant die mij mijn schouders ziet ophalen knippert even met zijn ogen, maar lacht dan terug en haalt ook zijn schouders op. “Ach ja, het is toch lekker weekend hè.” zegt hij. Ik knik. De caissiere glimlacht opgelucht, ja, zelfs bijna van blijdschap. De klant komt terug met haar vloerbroden, rekent af, en iedereen is blij.

En dat alleen maar door mijn tanden en schouders.

Ik maak niet vaak ruzie…. maar….

Ik maak niet vaak ruzie. Echt niet. Sporádisch. Maar als ik ruzie maak, dan doe ik het ook goed. En goed betekent in mijn geval (wie zich erin herkent mag zich melden): met heel wat oude koeien, gesnotter, voldoende stemverheffing en een argumentenstroom die zo onontkoombaar en snel langs dendert dat iemand erg knap is als hij die nog feitelijk op waarheden kan controleren.

image

Waar ze vandaan komen, die argumenten, verwijten en oude koeien? Al sla je me dood. Fysiek voel ik ze ergens vanuit mijn tenen omhoog kruipen. En het probleem is: als ik eenmaal een keer echt boos word, raak je nog niet zo makkelijk van me af. Dan bijt ik me vast als een valse poedel en ga ik door totdat alles er uit is.

Oh, en totdat ik gelijk heb gekregen. Want uiteraard word ik alleen boos als me Groot Onrecht is aangedaan, of als ik zeker weet dat ik gelijk heb en verdien, maar het niet krijg. Wat dan weer gelijk staat aan Groot Onrecht natuurlijk.
Maar afgezien van die paar Valse Poedel incidenten per jaar ben ik heel gemakkelijk om mee samen te leven.

Vraag het maar aan mijn echtgenoot: hij zal me gegarandeerd gelijk geven.