Tagarchief: begrijpen

Ben jij een people pleaser en medeafhankelijk?

Ben jij een notoire people pleaser? Spring jij altijd als eerste op om anderen te helpen? Komen mensen als eerste naar jou toe met hun problemen? Vind je het moeilijk om je grenzen te bewaken en kom je vaak in (liefdes)relaties terecht die niet gezond voor jou zijn, met mensen die jou manipuleren of gebruiken? Grote kans dat jij last hebt van codependency, oftewel medeafhankelijkheid.

Mensen die codependent zijn, hebben vaak een laag zelfbeeld en passen zichzelf helemaal aan aan de ander. Eigen behoeften worden volledig weg gecijferd om de ander tevreden te stellen. Vaak schuilt daarachter een diepe angst om verlaten te worden en alleen te zijn.

Dit gedrag ontstaat meestal bij mensen waarvan in hun jeugd niet aan hun emotionele behoeften werd voldaan: Codependency ontstaat immers meestal door een onveilige hechting in je (moeilijke) jeugd, waardoor je niet geleerd hebt hoe een gezonde relatie er uit ziet. Je hebt wellicht geleerd dat houden van hetzelfde is als zorgen voor en geeft daarmee al je energie aan de ander. Je stelt je veel te afhankelijk op van de ander, waarmee je die persoon alle macht en controle over jou geeft.

Een relatieverslaving kan hier een gevolg van zijn: je hecht je aan emotioneel beschadigde mensen waar je voor denkt te kunnen of moeten zorgen. Dat jij hierdoor vaak gekwetst wordt neem je voor lief: dit ben je immers gewend. Het ongezonde patroon is onveilig, maar doordat je dit herkent uit je jeugd voelt het onterecht veilig. Rationeel weet je wel dat dit niet goed is, maar emotioneel lukt het je niet om hier afstand van te nemen.

Hoe doorbreek je nu de spiraal van codependency? Hoe zorg je er voor dat ook jouw behoeften worden bevredigd en niet al je energie gaat naar het helpen van anderen? Hoe zorg je er voor dat je van jezelf mag kiezen voor gezonde relaties waarin geen misbruik van jou wordt gemaakt?

Erkennen in welke patronen je vast zit is een eerste stap; begrijpen hoe dit heeft kunnen gebeuren. Hyponose therapie kan ook een stap zijn: onder begeleiding van een professional kun je “terug gaan” naar je jeugd en de behoeften die je had uitspreken. Leren van jezelf te houden is de belangrijkste stap: als je van jezelf leert te houden, pik je het niet wanneer een ander over jouw grenzen heen gaat of misbruik van jou maakt. Bovendien ben je niet langer bang om alleen te zijn, omdat je genoeg van jezelf houdt.

Wanneer je genoeg om jezelf geeft, maak je gezondere keuzes voor jezelf. Met het beëindigen van destructieve en ongezonde relaties maak je ruimte voor gezonde relaties waarin geven en nemen in balans zijn en jij jezelf niet meer kwijt raakt.

 

Leestips:

Als hij maar gelukkig is

door Robin Norwood

 

Leef je eigen leven

door Melodie Beattie

Advertenties

Grote mensen die niet vragen, worden overgeslagen!

“Kinderen die vragen, worden overgeslagen!”

Hoe vaak heb jij dit gehoord als kind?

Wellicht was het wel eens terecht: als je voor de derde keer zeurde om een koekje bijvoorbeeld.

Toch lijken volwassenen gaandeweg af te leren te vragen om wat ze willen. Vrouwen lijken daar het meest last van te hebben. Bescheiden zijn, netjes zijn, niet brutaal doen… we krijgen het allemaal af- en aangeleerd.

Als volwassene kun je dan te maken krijgen met een probleem: je leeft niet het leven dat je graag zou willen leven, bijvoorbeeld. Je wil veranderingen aanbrengen, maar je weet niet goed hoe. Je wil heel veel, maar hebt het jezelf afgeleerd er om te vragen. Toch is hier helemaal niets mis mee: vragen mag altijd en daarbij: het is prettig om te weten én uit te spreken wat je wil.

Als niemand weet wat jij wil, is dat waarschijnlijk omdat je het niemand vertelt. En als je het niemand vertelt, kun je dat je omgeving ook niet kwalijk nemen!

Lees verder onder de afbeelding

Gelukkig is het nooit te laat om afgeleerd gedrag weer aan te leren. Je kunt vandaag nog beginnen met oefenen! Start met kleine dingen: schrijf op een lijstje welke dingen jij graag zou willen, en kies de meest laagdrempelige daarvan uit om als eerste mee te beginnen. Of het nu gaat om iets dat je heel graag wil krijgen voor kerst, of een cursus die je graag wil volgen op je werk: het maakt niet uit: als jij het maar vraagt!

Hoe vaker jij hardop kenbaar maakt wat je graag wil, hoe vaker je het ook zult krijgen. Let maar op!

Burn-out: niet alleen maar huilen!

Veel mensen denken dat een burn-out zich uit door alleen maar te kunnen huilen. Dit is vaak, maar lang niet altijd zo. Een burn-out heeft veel “gezichten” en kan zich op meerdere manieren uiten.

Lang niet iedereen met een burn-out zit de hele dag te huilen. Sommige mensen voelen zich apathisch en leeg, anderen voelen zich juist constant opgefokt en opgejaagd. Een korter lontje, geen geduld meer over, over-emotioneel reageren; het kan allemaal.

Wat wel een gemeenschappelijke factor lijkt te zijn, is een allesoverheersende vermoeidheid. Zaken die eerst vanzelfsprekend waren: opstaan, douchen, aankleden en naar buiten gaan, kosten opeens bergen vol energie. Het lichaam en hoofd zijn letterlijk uitgeblust en hebben te lang moeten teren op reserves.

Wat zijn verder veel voorkomende symptomen bij een burn-out? Ook die gaan verder dan de bij het grote publiek bekende symptomen:

  • Prikkelbaarheid
  • Ernstige vermoeidheid
  • Slapeloosheid
  • Concentratieproblemen
  • Libido afname
  • Geheugenproblemen
  • Chaotisch gedrag
  • Woede uitbarstingen
  • Emotionele uitbarstingen
  • Duizeligheid
  • Teruggetrokkenheid
  • Hoofdpijn
  • Spierpijn
  • Etc.

Een burn-out is hierdoor waarschijnlijk moeilijk vast te stellen: het is moeilijk om het onderscheid te maken tussen wanneer iemand depressief is of een burn-out heeft, omdat veel kentekenen op elkaar lijken en het ook nog wel eens hand in hand lijkt te gaan.

Lees verder onder de afbeelding

Wat het herkennen van een burn-out nog moeilijker maakt, is dat de persoon die een burn-out heeft of er tegenaan hikt, dit zelf vaak niet doorheeft. Negen van de tien keer ziet de naaste omgeving dit eerder dan de persoon zelf.

Wat kun je doen als je vermoedt dat jouw naaste een burn-out heeft of dreigt te krijgen?

  • Geef op een rustig moment aan wat je opmerkt, zonder oordeel
  • Vraag de persoon om eens met de huisarts te gaan praten
  • Bied je luisterend oor en steun aan, maar ga geen activiteiten opleggen om de persoon op te beuren: als iemand een burn-out heeft voelt dit alleen als nog een verplichting er bij op het to do lijstje!
  • Informeer regelmatig naar hoe het met hem of haar gaat.

Voor wie twijfels zijn leven laat bepalen

Twijfelen: iedereen doet het wel eens. Zeker bij grote beslissingen. Twijfelen is een gezond mechanisme om voor- en nadelen goed af te wegen voordat je een beslissing neemt. Toch kan te veel twijfelen je ook tegenhouden in het leven leiden dat jij graag wil.

Hoe gezond twijfel ook kan zijn, één van de grootste “killers” van vooruitgang is zonder meer overmatige twijfel. Twijfel slaat vaak toe bij het nemen van levensbeslissingen; hoe groter de beslissing, hoe harder de twijfel toe kan slaan.

Waarom twijfelen we vaak te lang? Wat is het nut van twijfel? En vooral: hoe kom je er van af als het je afremt in het bereiken van je doelen?

Twijfelaar
Een geboren twijfelaar, zo heb ik mezelf wel eens genoemd vroeger. Bij het nemen van een grote beslissing (Ga ik voor die baan? Blijf ik bij mijn partner? Moet ik nu wel of niet verhuizen?) slaat bij veel mensen de twijfel toe: logisch, want het is ook niet zomaar een beslissing die je moet nemen.

Een verhuizing, een andere baan, een relatie verbreken: het zijn allemaal beslissingen die vergrijpende gevolgen kunnen hebben in je verdere leven. Dat is niet per se negatief, maar het kán het wel zijn; Want wat nou als die nieuwe baan toch niet zo leuk is als het lijkt? Wat als je spijt krijgt van je verhuizing? Wat als je je partner toch gaat missen en niet meer terug kunt?

Twijfel slaat de meeste dromen en plannen dood, omdat het gepaard gaat met angst. Angst om de verkeerde beslissing te nemen (“Wat als ik hier verkeerd aan doe?”) kan je verlammen, waardoor je onnodig lang in de twijfel modus blijft. Onzekerheid kan ook een grote rol spelen: het vergt nogal wat zelfvertrouwen om te zeggen: en vanaf nu gaat het anders.

Waar twijfel het hardst toeslaat
Twijfel slaat vaak het hardst toe in situaties waarin weinig urgentie bestaat. Wat ik daarmee bedoel, kan ik het best toelichten aan de hand van een voorbeeld. Stel, je hebt een baan waar je wel tevreden mee bent, maar waar je niet veel uitdaging uit haalt. Het werk is niet verschrikkelijk, maar ook niet heel leuk. Je haalt er weinig vreugde uit, maar je doet het wel goed en krijgt goede beoordelingen. Daarnaast heb je een vast contract en geen hele vervelende collega’s. Met andere woorden: er is weinig uitdaging, maar ook geen echte urgentie om weg te gaan. Dat je wellicht hele andere doelen voor je loopbaan had – en door tien of twintig jaar in deze baan te blijven hangen die doelen niet bereikt – is achteraf bezien natuurlijk zonde. Toch blijven veel mensen vaak lang hangen op een plek waar ze niet tot hun recht komen.

Waarom?
Niet altijd leuk om te horen, maar wel waar: Mensen zijn gewoontedieren. We voelen ons graag veilig en geborgen. Onze comfort zone is ons vaak meer waard dan ons geluk, hoe gek het ook klinkt. We houden van nature nu eenmaal doorgaans niet erg van verandering. Verandering vinden we maar eng.

Zeker als we een vast contract hebben weten te bemachtigen in deze onzekere tijden, geven we dat niet zomaar op. Een vaste relatie ook niet. De gemoedsrust die komt kijken bij het kunnen betalen van de hypotheek of huur wint het dan van het knagende gevoel dat er meer moet bestaan dan deze sleur van werk dat eigenlijk beneden je niveau ligt.

Als er dan een nieuwe baan langskomt, waarbij je met een tijdelijk contract in een geheel nieuw bedrijf moet beginnen waar je nog niemand kent, slaat de twijfel toe. Zo erg heb ik het nu toch niet? Ik heb nu wel vastigheid en ik weet waar ik aan toe ben. Dit soort gedachten zorgen er vaak voor dat je dan toch maar bedankt voor die uitdagender job.

Hetzelfde geldt voor relaties. Als een relatie je al lang niet meer gelukkig maakt, zou je eigenlijk er mee moeten stoppen. Toch blijven veel mensen langer in een uitgebluste relatie zitten dan nodig, uit angst. Angst voor het onbekende, angst om alleen verder te moeten gaan, angst om al het vertrouwde op te moeten geven. Dus worden de dagen weken, de weken maanden, en worden ze op hun zestigste wakker met het besef dat ze jaren lang in een ongelukkige relatie hebben gezeten. De comfort zone kan wat dat betreft een vals soort gevoel van veiligheid geven: achteraf is er dan vaak alleen maar ruimte voor spijt.

Urgentie maakt twijfelen moeilijker

Wat nu als je opeens zonder werk komt te zitten? Dan valt je vangnet weg en je comfort zone verdwijnt zonder dat je daar zelf iets aan kon doen: zou je dan wel solliciteren op die baan die uitdaging biedt? Waarschijnlijk wel. Zou je het droomhuis wel kopen als je plotseling te horen kreeg dat je eigen woning gesloopt gaat worden? Vast wel. Het wegvallen van die comfort zone dwingt je er toe beslissingen te nemen: wat dat betreft is het soms gemakkelijker om beslissingen te nemen vanuit het principe “Ik heb nu toch niets te verliezen.” Urgentie dwingt: en soms is dat niet eens verkeerd.

Eeuwige twijfel

Voor de eeuwige twijfelaar is het goed om je af te vragen wat je bereikt met het ellenlange twijfelen. Geef je jezelf zo een excuus om comfortabel te mogen blijven leven zonder risico’s te nemen? Geef je jezelf hier mee een mooie reden om je angsten niet onder ogen te hoeven komen? Houd je je eigen onzekerheid hiermee in stand?

Iets nieuws proberen, een nieuw avontuur aangaan, betekent vaak dat je een risico moet nemen. Het is een sprong in het diepe waar niet iedereen zich aan waagt. En ja, het kan misgaan, maar het kan ook ontzettend goed gaan. Vraag jezelf eens af: waar heb je straks meer spijt van; als je het nooit hebt gedurfd of als je dat wel hebt gedaan en het niet is gelukt? Wat is het ergste dat er kan gebeuren? En kun je daarmee leven?

Het leven gaat snel voorbij. De sleur van alledag zorgt er voor dat dagen overgaan in weken, maanden, jaren. Wil je terugkijken op een leven vol twijfels, waarin je jezelf mooie kansen hebt ontnomen? Of wil je terugkijken en denken: ach, ik heb risico’s genomen, but I did it my way!

Ik weet waarvoor ik kies. Jij ook?

Vechten tegen een depressie: het verhaal van Susan

Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema.

Haar boek over haar postnatale depressie is hier te bestellen.


Een depressie is iets wat snel veroordeeld wordt, iets wat niet uit te leggen valt. Iets waar je vaak geen enkele grip op hebt, het overkomt je. Iets waarbij je snel hoort “Ga even lekker naar buiten, dan voel je je snel beter” of “Maar je hebt toch helemaal geen reden om depressief te zijn?” En iets wat ik vaak hoorde was: “Jij? maar je bent altijd zo vrolijk.”

Van mijn twaalfde tot 5/6 jaar geleden was ik met fases depressief. Het ging weg, maar kwam ook weer terug. Inmiddels kan ik zeggen dat ik het kwijt ben, dat ik niet snel weer depressief zal raken omdat ik weet hoe ik mezelf eruit kan halen. Maar door mijn ervaring weet ik dat er vele mensen zijn die nog iedere dag rondlopen met negatieve gedachten. 
Mensen die genoeg leuke dingen doen, soms juist teveel, om maar niet te hoeven denken, niet alleen te hoeven zijn. Mensen die het hardste lachen en waarvan je denkt dat ze een geweldig leven hebben. Maar weet jij hoe een depressie werkt?

Een depressie zit in je. Waar je ook bent. Hoe vaak je ook buiten komt. Hoeveel leuke afleidende dingen je ook doet. Hoeveel lieve mensen je ook om je heen hebt, die van je houden en alles voor je zouden doen om je te helpen. Die depressie is een schaduw die je overal achtervolgt. En zelfs als je een dag hebt dat je je beter voelt, dan kom je ’s avonds thuis en zit je weer met dat monster op de bank.

Dat is hoe ik de depressie noem, een monster.
Het achtervolgt je, het maakt je kapot, het heeft controle over jou in plaats van andersom. Je voelt je leeg, niet geliefd, alleen en onbegrepen. Wat een ander ook doet, zegt of probeert uit alle liefde die ze in zich hebben: je staat machteloos aan de zijlijn toe te kijken. Toe te kijken naar het gevecht tussen het monster en degene waar jij van houdt.

❤️ lees verder onder de afbeelding

Mijn vraag aan iedereen is: 
Alsjeblieft, veroordeel het niet, omdat jij het niet begrijpt.

Ga naast iemand staan en vecht mee. En geef eens wat extra aandacht aan de mensen om je heen. Eén berichtje, één telefoontje of een ‘Goedemorgen’ op straat, kan al zoveel betekenen.

Is er nog iemand aan wie je eigenlijk weer eens zou moeten vragen hoe het gaat? Is er nog iemand aan wie je veel denkt maar het er nooit van komt om contact te zoeken? Doe het vandaag. Je kunt het niet voorkomen, maar je kunt zeker een steun zijn. En vergeet niet: niet iedereen met een lach, lacht van binnen. Let op de mensen om je heen.

Wat heeft mij dan zo geholpen om eruit te komen? En hoe voorkom ik dat ik weer in een depressie beland?
Natuurlijk ben ik geen psycholoog en zeker niet één of ander medisch wonder dat depressies heeft opgelost maar ik heb wel een soort knopje in mezelf gevonden, die voorkomt dat ik weer in een depressie weg zak. Regelmatig wordt mij gevraagd waar dat knopje dan zit. Helaas komt een mens niet met een gebruiksaanwijzing en zal bij iedere persoon deze knop ergens anders zitten. De één komt er uit door te praten, de ander door te schrijven, weer een ander door zichzelf op te sluiten en te wachten tot het over gaat.

Wanneer ik een depressieve periode had, vond ik mezelf vooral heel zielig. Alles wat rot, niks was goed, ik zag er niet uit vond ik en alles en iedereen om me heen liet me stikken, voor mijn gevoel op dat moment. Wat mij op dat moment hielp en wat mij nog altijd helpt, is om te schrijven. Schrijven is mijn manier om mij te uiten, op papier ben ik mezelf, daar ben ik eerlijk en open. Ik schreef op zo’n moment mijn gevoel op, waar ik mee zit, al mijn gedachten. Ook de meest kleine (in mijn ogen soms domme) gedachten, alles schrijf ik op, zodat ik het kwijt ben. Ook schreef ik feiten voor mezelf op, welke mensen had ik om mij heen, wat waren de positieve dingen op dat moment, welke negatieve dingen waren er en hoe groot waren die eigenlijk?

Wat mij ook helpt is om mezelf serieus te nemen, niet de grond in te trappen, maar te accepteren wat ik voel. Waar ik vroeger mezelf echt naar beneden kon halen omdat ik vond dat ik mij niet depressief mocht voelen, accepteer ik nu gewoon dat ik mij even niet zo goed voel. Het gevoel is er gewoon, klaar. Dat mag. Waar ik mijn eigen gevoel en energielevel vroeger negeerde, accepteer ik nu dat ik gewoon even geen energie heb. Ik zeg afspraken af, zoek even geen contact of reageer even wat minder op appjes en telefoontjes. Waar ik eerst maar door bleef razen en geen nee durfde te zeggen, doe ik dat nu wel. Daarnaast deelde ik nooit hoe ik mij voelde en dat doe ik nu wel. Zit ik niet lekker in mijn vel, dan geef ik dat aan. En waar ik eigenlijk niet op durfde te hopen, ik krijg nu wél steun en begrip van de mensen om mij heen. En heel soms doe ik het juist andersom, ik zoek mensen op, spreek ze aan, ga bewust de deur uit. Leg alle verplichtingen aan de kant en neem tijd voor mezelf, tijd voor ‘even niks’. 

Het klinkt zo standaard, maar wat mij ook hielp was om naar buiten te gaan, te gaan wandelen. Bewegen en buitenlucht maken een stofje aan, waardoor je je beter voelt, dat is bewezen. Dit ging ik dus proberen en ik moet zeggen dat het echt hielp. De ene keer alleen, met muziek in mijn oren, de andere keer samen en dat kletst goed hoor zo’n wandeltocht! 

Nou ben ik wel een beetje een zweefteef en houd ik van spiritualiteit en edelstenen: dat is niet voor iedereen een hulpmiddel, omdat mensen er snel bang voor zijn of het onzin vinden, maar het heeft mij geholpen. Door mijn ervaringen met geven/ontvangen van energetische behandelingen, het voelen van energie en de werking van edelstenen ben ik mij erg bewust geworden van wie ik ben, en wat ik kan. Het is een prachtig talent waar ik onwijs dankbaar voor ben, dat ik die mag hebben. Hierdoor heb ik gevonden wie ik ben, gevonden wie ik mag zijn en ik accepteer nu mijn goede en minder goede kanten. Het gevoel dat er altijd iemand bij mij is, waar ik hulp aan kan vragen, het vertrouwen op de energie om mij heen, de kaarten die ik leg en de stenen die ik bij mij draag, geven mij een veilig gevoel. Ik ben niet alleen en ik heb gevonden waar ik goed in ben. Mijn zelfvertrouwen groeit en het doemdenken waar ik heel goed in ben, laat ik stap voor stap meer achter mij. Het doemdenken wat mij toch altijd wel terugtrekt in een negatieve cirkel.

Mijn tip voor iedereen die te maken heeft met een depressie (en nee, het is absoluut niet zo makkelijk als dat ik het neer zet) is:


Koop een schriftje voor jezelf en schrijf iedere ochtend op, wat jij die dag wilt bereiken. Al is het maar één klein doel, iets positiefs ( ik begon met het opmaken van ons bed), schrijf het op. En houd je die dag bezig met wat jij opgeschreven hebt. Daarnaast schrijf je op waar jij van droomt, jouw wens, je grootste droom wat je het liefst zou willen bereiken. Op die manier zet je jouw mindset om van piekeren naar dromen, iets positiefs.  En natuurlijk komt die droom niet per se die dag uit, maar blijf het iedere dag opschrijven. Ik ben er van overtuigd dat waar jij je energie naar toe stuurt, dat je dat uit laat komen. Aan het einde van de dag, lees je jouw doel of doelen voor die dag en vink je ze af. WAUW wat een trots gevoel had ik als ik ons opgemaakte bed zag. Niet omdat dat nou zo moeilijk was om te doen, maar omdat ik, wat voor dag ik ook had gehad, wel iets bereikt had en ik in een heerlijk opgemaakt bed de dag kon afsluiten.

Daarnaast schreef ik iedere dag, aan het einde van de dag drie punten op. Wat maakte mij blij vandaag? Wat heb ik goed gedaan vandaag? Waar ben ik trots op vandaag? Dat is in het begin moeilijk omdat je vaak alleen de rottige dingen onthoud, maar het laat je nadenken en anders denken.

Dwing jezelf om te delen hoe jij je voelt, blijf er niet alleen mee rondlopen. En als je niet durft te praten, ga dan schrijven net als ik, schrijf het van je af. Zing desnoods, of teken. Wat jou ook maar mag helpen om je emoties te uiten. Vraag om hulp, geef je grenzen aan en blijf hier ook bij. Nee is nee. Heb je geen energie, dan ga je lekker een uurtje liggen, de was komt straks wel. Heb je zin in iets zoets? Ga lekker wandelend naar de snackbar en koop een ijsje. Wees niet streng voor jezelf, maar lief. 

Wees precies die persoon, die jij bent voor de belangrijkste mensen om jou heen. Wat als jouw beste vriendin diep in de put zit? Wat doe je dan? Wat zeg je dan? Wat denk je dan? Behandel jezelf als je eigen beste vriendin. Zet jezelf vanaf nu op één! Dat verdien je!

Eerst jij, dan de rest, want zonder jezelf kom je nergens.

Liefs,

Susan

Burn-out: de wereld door een waas

Er wordt zoveel gezegd en geschreven over het begrip burn-out: het zou een hype zijn, mensen zouden veel te snel roepen dat ze een burn-out hebben.

Ja, het lijkt nu inderdaad veel vaker voor te komen. Maar dit kan ook te maken hebben met de hoeveelheid aan keuzes die onze generatie heeft, de crisis en het feit dat mensen sinds de crisis met minder uren meer werk moeten verrichten. Of simpelweg met het feit dat er minder taboe heerst en mensen er dus vaker openlijk voor uit komen dan vroeger. Wie zal het zeggen.

Ik zelf heb een burn-out gekregen in december vorig jaar. Opeens kon ik geen antwoord meer geven op vragen van mensen: ik, die daarvoor overal ja op zei.

Opeens kon ik geen drukte meer aan: ik, die altijd de drukte juist op zocht en het niet druk genoeg kon hebben. Mijn hoofd leek te ontploffen; zelfs een bezoekje aan de supermarkt zorgde al voor hevige paniek.

Dat is overigens een minder besproken onderwerp; de symptomen van een burn-out. Voordat ik zelf een burn-out kreeg, dacht ik dat een burn-out hebben inhield dat je alleen nog maar kon huilen en slapen. Nu zijn dat zeker wel symptomen, maar lang niet de enige.

Een korter lontje, geheugenproblemen, paniekaanvallen, hoofdpijn, buikklachten, duizeligheid, hyperventilatie en slaapproblemen hoor je veel minder over, maar zijn net zo heftig.

Ook een depressie ligt op de loer; daar zit je dan met je verantwoordelijkheidsbesef en je perfectionisme: thuis, op de bank, als een bang, ziek vogeltje. Je hebt zoveel verantwoordelijkheden en opeens kun je amper nog iets aan. Als iemand aan je vraagt of je volgende week wil afspreken, moet je van triestheid bijna lachen: je weet immers niet eens wat je vanmiddag kunt!

Er bestaan heel veel “oplossingen” voor een burn-out: gedragstherapie, meditatie, wandelen, rustgevende middelen om te slapen, etc. Ook online beloven veel bedrijven dé oplossing voor je te hebben, als je je inschrijft voor een tien weken durend peperduur programma bijvoorbeeld.

Want uiteraard wil iemand met een burn-out er zo snel mogelijk weer van af: er wordt handig ingespeeld op het karakter van de persoon met de burn-out: zelfs in het herstel willen we zo goed mogelijk zijn.

Het antwoord is niet zo simpel. Dé instant oplossing bestaat ook niet. Het herstel heeft tijd nodig. Als je een burn-out hebt ben je vaak maanden of zelfs jaren over je eigen grenzen heen gedenderd: dat herstel je niet in een paar weken.

Je zet soms twee stappen vooruit en weer drie terug. Je wil soms de haren uit je hoofd trekken omdat je je gewoon weer “normaal” wilt voelen, zoals voor je burn-out. Maar dat gaat niet. Dat accepteren is misschien wel het moeilijkste van een burn-out.

Ik ben nog herstellende, en daar ben ik me volledig bewust van. De ene dag kan ik me al best aardig concentreren en de andere dag lukt dat voor geen meter. De ene dag kan ik de drukte best aardig aan, de andere dag wil ik al huilend weg rennen als er drie mensen om me heen staan, of als ik een gesprek moet volgen.

Dan welt de paniek op en wil ik het liefst mijn bed in kruipen. En het meest frustrerende hieraan is dat ik het zelf ook niet wil; ik wil me gewoon alleen maar weer de oude voelen. Maar de oude zal ik denk ik nooit meer worden. Dan hopelijk in elk geval een assertievere versie van mijn oude zelf, die goed voor zichzelf zorgt en opkomt. Ook al kost me dat nu nog heel veel energie.

Waarom mannen vrouwen niet begrijpen

Sorry dames, maar ik snap wel waarom mannen vrouwen soms niet begrijpen. Mannen zijn over het algemeen wat rationeler ingesteld en vinden duidelijkheid prettig. Zeg nou zelf: Een demonstratief geplaatste toiletrol op de trap is toch vooral leuk om overheen te springen?

Mannen willen gewoon dat vrouwen duidelijk zijn. Duidelijke vragen stellen. Dan zeggen zij daar ja of nee op. Niet zo moeilijk, toch?
En wat doen wij vrouwen?
Wij stellen geen duidelijke vragen. Wij geven HINTS.

We gaan op de bank zitten, het ene been over het andere, wiebelen onrustig heen en weer. En we zuchten. We zuchten wat af. We zuchten net zo lang en net zo hard, totdat de man wel moet opkijken van zijn gadget.

Dan vraagt de man, terwijl zijn laatste Angry Bird door de lucht vliegt: “Is er iets?”
Als we het echt op onze heupen hebben, zeggen we dan eerst: “Nee, er is niks, hoor.” met bijbehorende pruillip en blik richting parketvloer of nagels.

De man denkt dan: Mooi. Er is niks. En katapulteert vrolijk weer een vogel op zijn touchscreen. Ondertussen ontploffen wij bijna, want natúúrlijk is er wel iets, ziet hij dat dan niet?

Nee, dat ziet hij niet.
Hij werd gestoord omdat we wat harder ademden, maar toen hij ons vroeg of er iets was, zeiden wij nee. Daarmee is de kous af.
En natuurlijk is die kous niet af.
We HINTEN. We hopen dat hij onze lichaamstaal leest, dat hij in de oeverloze diepte van onze ogen kijkt en zegt “Schat, lieverd, ik zíe aan je dat er iets is, hoe kan ik je dag op empatische wijze weer goed maken?”

Maar dat doet hij meestal niet. Niet omdat hij niet wil: hij is zich gewoon van geen kwaad bewust. En dat Kwaad, waar hij zich niet van bewust is, zit naast hem op de bank, te wiebelen met haar pumps. Het wordt steeds kwader. Als we dan nog niet snappen hoe mannen communiceren, zuchten we nog eens heel diep, staan we demonstratief op, lopen we – onze hakken in het parket borend –  naar de keuken, waar we luidruchtig de vaatwasser gaan staan in- of uitruimen. Daarbij laten we pannen extra hard in de kast kledderen, kijken we van hoe ver af we het bestek in de besteklade kunnen mikken, en als we écht irritant zijn – en dat zijn we soms – mompelen we ook nog wat binnensmonds, net hard genoeg dat hij het kan horen, maar te zacht om te verstaan.

Soms schrikt de man dan op van zijn Angry Birds spelletje, door zijn eigen vleesgeworden angry bird, die in de keuken smijt met pasta-tangen en bakjes. Hij denkt dan, huh, er was toch niks, waarom is ze dan zo luidruchtig bezig? en krabt zich eens achter zijn oor. Als hij niet al te bang aangelegd is voor lichamelijk letsel, brengt hij zijn gadget in veiligheid en durft hij de keuken in te komen lopen om te vragen of het gaat.

En dan, nou, dan is het prijs.
De man staat niets vermoedend te kijken terwijl de tsunami achter hem opdoemt en losbreekt. Een stortvloed van verwijten, die zich uren, dagen, weken, of zelfs jarenlang hebben opgehoopt, wordt in één keer op die arme kerel losgelaten. “Natuurlijk gaat het niet!” schalt het door de keuken, gevolgd door een stroom van verwijten, meestal opgebouwd in de loop van de dag – en als we het echt op onze heupen hebben, zit in de stroom van verwijten nog een aantal verwijten van vorige week, vorige maand, die ene keer dat hij flirtte in de Efteling, of een oude koe van tien jaar geleden.

De man vraagt zich af waar dit alles in godsnaam vandaan komt, en hoe het kan dat zijn anders toch best lieve en redelijke vrouw nu door de keuken raast als een oververhitte vrouwelijke Donald Trump. Hij snapt niet waar ze het vandaan haalt, al die verwijten, en wat hij in vredesnaam misdaan heeft. Bovendien had hij bijna level 32 van Angry Birds gehaald, en dat wil hij eigenlijk graag af gaan maken.

Maar de vrouw interesseert zich niet voor zijn gadget of vogels; zij weet weet wél wat hij misdaan heeft. Ze zal het hem eens haarfijn uitleggen, nu ze toch bezig is. Aan het einde van zo’n tsunami – die opvallend vaak voorkomen tijdens de hormonale, maandelijkse death wish dagen – laat ze de man verbouwereerd achter, terwijl ze haar heus gaat snuiten op het toilet, en vraagt hij zich af hoe zijn leven er uit zal zien als vrijgezel. De vrouw echter, is de tsunami kwijt, voelt zich wellicht ook een tikkeltje schuldig, want zo kwaad had ze het nou ook weer niet bedoeld.

Mannen zeggen meestal direct wat hen dwars zit. Ik vind dat heerlijk.
Vrouwen zijn daar soms een beetje jaloers op. Want de hele week rondlopen met zo’n opgebouwde tsunami van in je buik, dat is niet fijn hoor. Dat blijft borrelen, en ten slotte, tja, dan moet-ie er uit. De vraag is alleen wanneer. Vrouwen spelen fervent hints met mannen, maar het spelletje wordt nooit echt begrepen aan de andere kant.
Als wij zeggen “Pffff, de zolder moet weer eens opgeruimd worden.” denken mannen “Daar heeft ze gelijk in.” en hij gaat verder met zijn denkbeeldige vechtscène in Modern Warfare.

Hij gaat echter op geen enkele wijze er van uit dat wij daar mee bedoelen “JIJ moet de zolder weer eens opruimen. En met weer eens bedoel ik NU.” Aangezien we geen vraagteken achter de zin zetten, voelt hij zich in het geheel niet aangesproken. En als we heel eerlijk zijn, is dat ook niet zo gek. Want als we willen dat hij iets doet, waarom vrágen we het dan niet gewoon? Hij denkt dat we gewoon een feit constateren. En mannen zijn de flauwste niet: dat mag!

Enfin. Om een lang verhaal niet nog langer te maken, snap ik dus wel, dat mannen ons soms niet begrijpen. Godzijdank kunnen we ondanks alle emancipatie toch nog best lief zijn, die andere 28 dagen van de maand. Genoeg tijd voor de man om weer op te laden en de vrouw om verwijten te verzamelen voor de volgende keer.

Als de prins op het witte paard een groot kind op een Shetlandpony blijkt te zijn 😂

“Ik heb hem al zo vaak gevraagd me meer te helpen, maar hij doet het maar niet!”

Er zijn nog steeds veel mannen die zich in de begin periode van een relatie voordoen als een ware prins op het witte paard, waarna ze zich na verloop van tijd (lees: als de buit binnen is) ontpoppen tot hooguit nog een lui groot kind op een verwaarloosde Shetlandpony.

De mannen die van thuis uit emancipatie hebben meegekregen – of het zichzelf hebben aangeleerd (omdat ze volwassen werden) zijn er gelukkig steeds meer, maar toch zijn er helaas ook nog steeds veel mannen die denken zich ernstig te zullen verwonden als ze eens een keer zouden poetsen.

Daarbij halen ze van alles uit de kast: ze kunnen het toilet niet poetsen, want dan ontstaan plotselinge braakneigingen, ze “kunnen niet opruimen” want ze “zien rommel nu eenmaal niet liggen”. Geef me één huishoudelijke taak en dit soort mannen geeft je drie excuses om ze niet te doen.

In de tijd die de vrouw vervolgens besteedt aan het onrecht dat hier aan ten grondslag ligt, heeft ze de betreffende taak al tien keer zelf gedaan, dus geeft ze van vermoeidheid maar op: en zo is het cirkeltje rond, en zijn doel bereikt. Vrouwen zijn er immers toch voor gemaakt om het huishouden te doen?

Van pure ellende gooit ze de handdoek maar in de ring. En ze moet hem daarna zelf oprapen en wassen. Waarna ze hem zelf moet strijken en in de kast leggen, want dat zal haar liefste niet doen: die is veel te druk met gamen of hele belangrijke dutjes. Ook al heeft zij net zo hard gewerkt als hij.

Waar de man de eerste tijd nog heel hoffelijk en galant was, zit hij nu ongeïnteresseerd voor zich uit te staren, met zijn tenen te spelen of met zijn telefoon, roept hij af en toe lachend “Liefje, trek eens aan mijn vinger!” naar haar en laat hij alle lichamelijke gassen vrolijk de vrije loop. Wat dan ook wel weer grappig kan zijn, alleen de vrouw heeft geen tijd meer om te lachen want ze is druk bezig met ALLES wat hij niet doet.

Terwijl de allerlaatste vlinders uit de buik van de vrouw vertrekken, vraagt ze zich af wat er nou toch gebeurd is met die eens zo charmante man, die haar veroverde. De PlayStation is dingend, terwijl hij echt al drie dagen geleden dringend het vuilnis buiten moest zetten en inmiddels de vuilniszakken náást de afvalcontainer in grotere getale aanwezig zijn dan de zakken ín de afvalcontainer.

Waar ging het allemaal mis? Vraagt de vrouw zich af, terwijl ze zich afbeult als huissloof in stralende afwezigheid van haar ooit zo geëmancipeerd lijkende prins. Als er ook nog kinderen bij zijn gekomen, mag ze vaak ook daar de volledige zorg voor dragen, want hij is immers véél te druk. (Je kunt inderdaad ook heel druk zijn met je ouderlijke verantwoordelijkheden ontwijken!)

Kan dit ongeëmancipeerd exemplaar op zijn Shetlandpony veranderen? Kan zij hem er toe bewegen haar en haar behoeften wel te zien staan? Kan ze hem doen inzien dat zij heel veel dingen doet, meer dan hij inziet?

Nou, dat weet ik niet. Veel van dit soort mannen veranderen helaas niet. Het enige wat de vrouw kan doen is stoppen met 100% doen en nog maar 50% doen. Grenzen stellen en voet bij stuk houden. Dit loslaten en als hij nog steeds niks doet, de boel maar eens laten lopen. Net zolang tot het voor hem ook eens vervelend wordt. Wie niet horen wil, moet het misschien eens zien, voelen, ja uiteindelijk zelfs ruiken.

Als dat allemaal niet werkt, kan de vrouw ook eens een weekje of twee op vakantie vertrekken en hem alleen in huis laten, maar als het echt een onverbeterlijk groot kind is, belt hij zijn moeder (wiens rol jij zo mooi over had genomen) om hem te helpen. Als het laatste gebeurt, is het misschien een goed idee om als vrouw zijnde iets langer op vakantie te blijven. En met iets langer bedoel ik voor altijd. En met op vakantie bedoel ik in haar eigen huis, waar ze een kind minder heeft om voor te moederen. Zodat ze een gelijkwaardig partner kan vinden, in plaats van een extra kind, dat haar alleen charmeert om haar binnen te halen en vervolgens als voetveeg gebruikt als hij weer op zijn gemak is.

Waarom vrouwen andere vrouwen niet begrijpen

Na mijn blog over waarom mannen vrouwen niet begrijpen, wordt het nu hoog tijd voor een blog over een ander bekend fenomeen: haat en nijd onder vrouwen.

Want ook vrouwen begrijpen hun eigen geslacht niet altijd even fantastisch.
Zoals de bekende spreuk luidt: als mannen de wereld leiden, is er oorlog. Als vrouwen de wereld zouden leiden, zouden er alleen een heleboel landen vuil naar elkaar kijken. Wat is dat toch, met vrouwen onder elkaar? Waarom is het vaak zo ingewikkeld? Waarom gunnen we elkaar niet zo veel?

Om te beginnen kijken vrouwen naar andere vrouwen om zich met dat exemplaar te vergelijken. Is ze mooier? Is ze slanker? Is ze grappiger? Waarom kan ik niet zo op hoge pumps lopen zonder om de meter een enkel te verstuiken? Waarom kan zij wel bevallig lachen en waarom kan ik niet lachen zonder te knorren? Waarom staat dat jurkje haar zo goed? En waarom staat dat zelfde jurkje mij als een vuilniszak? Waarom kan zij wel kroketten bunkeren zonder een gram bij te komen en word ik van die zelfde kroket de dag er na een kilo zwaarder wakker? Waarom heeft zij haar huis altijd zo netjes en is het bij mij maar een keer per week, namelijk de eerste drie minuten na het poetsen, alweer alsof er een tornado door ons huis heeft geraasd? Waarom Waarom Waarom? En zo verder.

Vrouwen zijn vaak (niet allemaal, maar dat begrijpt u wel) naar mijn mening veel te perfectionistisch. We willen graag de perfecte vrouw zijn, de uitmuntende werknemer, de goede vriendin en de perfecte moeder. We zijn soms zo diep onzeker over ons zelf, dat we het altijd wel op één vlak verliezen van welke andere vrouw dan ook. 
En dat vergelijken, daar zouden we eens mee moeten stoppen. Want we maken het elkaar niet makkelijk er mee. En ons zelf ook niet.

Die ene slanke vrouw wil misschien juist graag wat bijkomen. Of heeft een mega complex over haar neus. Die vrouw met die prachtige krullen droomt misschien al haar hele leven van steil, glad haar. Die vrouw met de super carrière en veel geld, huilt zichzelf misschien wel in slaap vanwege de druk die op haar schouders rust. Die vrouw die dat jurkje zo mooi draagt heeft misschien wel een enorm slecht huwelijk. Je kunt de mensen immers niet in het hoofd kijken.

In plaats van te misgunnen, zouden we elkaar juist eens wat meer de hemel in moeten prijzen. In plaats van vuil kijken vanwege jaloezie, zouden we ons wat vaker kunnen concentreren op onze eigen pluspunten.

Dat gaat ongeveer zo: Ja, ik ben dan misschien geen perfecte moeder, en ik heb geen maat 34, maar ik doe wel mijn stinkende best. En ja, mijn huis is vaak tornado waardig, maar er wordt wel geleefd. En ja, zij lacht bevallig, maar die vervloekte knor aan het einde van mijn lach, maakt andere mensen wel altijd aan het lachen. En ja, zij lijkt perfecter, maar zij heeft vast weer andere problemen.

Kortom: een beetje liever voor jezelf = een beetje liever voor anderen. We doen immers allemaal maar ons best. Toch?

Hoe het echt is om een moeder te zijn!

moedeMoeder zijn is in het begin vooral pijnlijk, maar dat fysieke deel houdt gelukkig meestal op, (een tijdje) na de bevalling. Daarna is het vooral mooi, prachtig, zwaar en grappig, onzeker makend, verwarrend, angstaanjagend en tegelijkertijd het mooiste ooit, uitdagend maar ook vervullend. Moeders zijn nooit zonder zorgen. Of het nu kleine zorgen zijn, of grote. Moeders dragen hun kind, letterlijk en figuurlijk. Moeders stoppen pas met zich zorgen maken om hun kind(eren), op het moment dat ze hun laatste adem uitblazen, en gaan waarschijnlijk zelfs daarna nog door, vanuit het hiernamaals.

Vragen
Moeders stellen vooral veel vragen: Hoe was je dag? wil je een kusje er op? Waar heb je dat kraaltje precies ingeduwd? Waarom heb je op de muur getekend? Wil je dat ik je help met je huiswerk? Waarom zou mama nou haar telefoon in de koelkast hebben gelegd? Zal ik de juf dan vragen of dat kan? Waarom heb je de rol toiletpapier helemaal uitgerold en om je bed heen gespannen? Sta je op? Sta je nu dan op? Kom je nu echt uit bed? Je weet dat ik van je hou, toch?
Maar meer nog, beantwoorden moeders dagelijks honderden vragen. Over de gekste dingen. Van waarom de aarde draait, of rond is, tot waarom een pleister nodig is, of niet, waarom iets niet mag (een keer of dertig per dag) waarom de verf nog niet droog is, waarom die jongen haar plaagt, waarom de juf hem niet begrijpt, waar kinderen vandaan komen, waarom in je neus peuteren in het openbaar niet netjes is, waarom je goed moet eten, en zo verder (en verder, en verder, en verder…)

Moeders. Het zijn net echte mensen.
Moeders slapen vaak licht. Worden wakker zodra het alarmerende MAMAAAA uit de naastgelegen kamer klinkt. Moeders offeren zich op, gaan mee in het ritme, zouden hun leven in een seconde geven voor hun kind. Moeders lachen, huilen, kunnen leugens ruiken en boze dromen verjagen. Moeders pakken aan, nemen uit handen, vangen op, rapen op, verlenen eerste hulp, leren schrijven, leren lezen, leren rekenen, en proberen te leren los te laten. Moeders proberen de andere kant op te kijken en hun kind zelf fouten te laten maken. Moeders vergoelijken, vergeten, vergeven en verwijten bij momenten ook. Het zijn net echte mensen.

Strenge moeder
En het strengst zijn moeders niet voor hun kinderen, maar voor zichzelf. Doe ik het goed? Help ik mijn kind goed genoeg? Help ik mijn kind niet te veel? Geef ik hem of haar genoeg aandacht, of te veel? Stimuleer ik hem of haar genoeg, of moet ik hem of haar wat meer loslaten? Praat ik genoeg met de juf en de moeders op het schoolplein? Moet ik nu wel of niet ondersteunen bij de voorbereiding voor de Cito toets? Moet ik nu wel of niet iets zeggen tegen dat kind dat mijn kind pest? Moet ik wel of niet zorgen voor extra begeleiding? Geef ik nu te veel of te weinig cadeau’s, zakgeld, kleding, eten? Moet ik mijn kind nu al inschrijven voor die school, of ben ik dan beschamend vroeg? Maar als ik wacht, ben ik dan niet asociaal laat? Hoe pakken andere moeders dit aan? Vragen andere moeders wel eens om hulp? Ben ik een slechte moeder, nu ik na zeven nachten met amper slaap mijn kind een nachtje naar oma breng? Gaat mijn kind te veel naar de opvang? Of houd ik het te veel thuis? Knuffel ik mijn kind te weinig, of knuffel ik het te veel? Geef ik mijn kind genoeg complimenten of te weinig?

Snikken boven de babykleertjes
Het is het zwaarste wat er is, en het mooist. Het verschuiven van je eigen belang voor het belang van je kind gaat vanzelf, vanaf de eerste dag. Vanaf het moment dat je een kind hebt ga je shoppen voor jezelf en kom je terug met een zak vol kleren voor je kind, ga je een dagje weg voor jezelf en denk je de hele dag aan je kind, ga je werken met plezier, maar ga je met nog meer plezier daarna je kind weer ophalen. Ruik je aan babyhaartjes, gewoon, omdat ze zo lekker ruiken. Mis je de babytijd als die voorbij is, hoe zwaar die ook was. Sta je te slikken en te snikken bij het weg doen van babykleertjes, huil je bijna mee als de lievelingsknuffel kwijt is geraakt, loop je met een brok in je keel weg als je je kind voor de eerste keer naar de opvang, peuterspeelzaal of school brengt. Waar je vroeger nog met droge ogen kon kijken naar geboortes op televisie, schiet je nu vol. Het moederschap verandert je leven compleet, en het houdt je constant een spiegel voor. Ook als wat je in die spiegel ziet, confronterend of niet fijn is. Het maakt je zwakke plekken zwakker en je sterke punten krachtiger. Wie aan je kind komt, maakt de leeuwin in je los, waarvan je vroeger het bestaan misschien niet eens kende.

Achtbaan
Het is nooit voorspelbaar, geen dag hetzelfde, en hoe zeer je ook probeert alles te plannen, het loopt altijd net iets anders dan je had gedacht. Je hebt de rest van je leven vierentwintiguursdienst, zelfs als ze de deur uit zijn. Alsof het moederschap een achtbaan is: beangstigend, en net als je denkt “Waar ben ik aan begonnen?” wordt het weer zo leuk dat je zelf weer zo blij wordt als een kind. Je wordt aanbeden, op handen gedragen, weggeduwd en terug geroepen. En hoe vermoeiend en verwarrend het ook allemaal lijkt te zijn; het gaat precies zoals het moet.

PS: De naam moeder kan overal vervangen worden door vader, behalve dan wat betreft de bevalling.

Waarom mannen wel romantisch zijn

bron foto: vrouwblog.nl

Romantiek. Veel vrouwen verlangen er naar, slechts weinigen ervaren het. Althans, de standaard definitie van romantiek. Daarmee bedoel ik onder andere: Diner bij kaarslicht, rozenblaadjes op het dekbed, boottochten waarop je samen Titanic achtig staat te balanceren op het randje van de boot, pagina’s lange liefdesbrieven, elkaar diep in de ogen staren en dansen aan zee, met champagne.
Dat is immers romantiek, toch?

Of is dit soort romantiek een levensgrote leugen, sponsored by de filmindustrie?

Als je aan dat soort dingen denkt bij het woord romantiek, zal je relatie op den duur onherroepelijk een aaneenschakeling van teleurstellingen zijn. Slechts een klein percentage mannen houdt het tien jaar vol om je regelmatig te blijven verrassen met zijn romantische gebaren. Laten we realistisch blijven: hoe langer de relatie duurt, hoe kleiner de kans op romantiek. Toch?

Als de relatie al wat langer bestaat, het nieuwe er af is en de verliefdheidsvlinders zijn neergestreken in je buik, dan kost het wat meer moeite om de boel romantisch te houden. We worden vaak geleefd door ons werk, onze kinderen, onze huishoudens en zo verder. Een gejaagd bestaan, tussen kantoor, kinderdagverblijf en thuis; niets is zo killing voor je romantiek als de sleur van het dagelijks leven.

Tenminste: als je romantiek blijft zien zoals de films het voorschrijven.

Want romantiek, zo heb ik geleerd, zit verstopt in veel kleinere, minder opvallende, dagelijkse dingen. Romantiek in een langdurige relatie zit hem niet per se in het dansen, het zwiepen op een boot, het in katzwijm vallen in elkaars armen. Romantiek in een volwassen, langdurige relatie gaat verder dan dat. Je moet het alleen herkennen en erkennen als zijnde een vorm van romantiek.

Dat hij midden in de nacht met je zieke kleuter liedjes staat te neuriën, zodat jij nog wat kunt proberen te slapen, bijvoorbeeld. Dat hij je angsten en onhebbelijkheden kent en toch bij je blijft. Dat hij je zonder er over na te denken beschermt, als er iets ergs dreigt te gebeuren. Dat hij het voor je opneemt als je aangevallen wordt. Dat hij volschiet op het moment dat jullie kindje geboren wordt. Dat hij je troost bij verlies, en van iedereen het meest blij voor je is als het goed gaat. Dat hij je een rolletje toiletpapier brengt, omdat hij weet dat het op is. (dat hij het soms ook zelf heeft opgemaakt, dat moet je dan maar even voor lief nemen). Dat hij precies weet hoe hij je aan het lachen kan maken, na een zware dag. Of dat je via via hoort dat hij zo trots op je is, en nog steeds over je opschept tegen zijn vrienden. Je kunt me voor gek verklaren, maar ik zie daar onvervalste romantiek in doorschemeren.

De meeste mannen (en ook genoeg vrouwen, weet ik uit ervaring) hebben op den duur een probleem met romantiek in de film-vorm, omdat het vaak zo gemaakt aanvoelt. Geforceerd zelfs. Als je het niet van nature in je hebt om hele romantische daden te verrichten, dan voelt het alsof je een rol speelt, wanneer je die rozenblaadjes over het bed strooit.

Maar als je romantiek ziet voor wat het is, namelijk het accepteren en aanvullen van elkaar, daar waar de ander het nodig heeft, dan zou het zomaar eens kunnen dat je relatie stiekem blijkt te barsten van de romantiek. Zelfs als je ook af en toe “Trek eens aan mijn vinger” te horen krijgt.