diwmotz
Ze is bedenker en oprichter van de populaire Facebook pagina DIWMOTZ (Dit Is Waarom Mensen Op Twitter Zitten, 116.000 volgers): Aisha Scheuer, een vrouw met een modern gezin, een neus voor grappige tweets, zakenvrouw met twee bedrijven, een achtergrond in de kinderopvang en een – tot voor kort verborgen – talent voor (slaap)coachen. Toch mag ik haar geen powervrouw noemen, tenzij ik succesvolle mannen ook powerman ga noemen. 

Hoe is het idee ontstaan voor DIWMOTZ?
DIWMOTZ is oorspronkelijk ontstaan als een grap. Ik werkte in die tijd nog in de kinderopvang. Ik ontdekte Facebook en op een gegeven moment ook hoe je een Facebook pagina kan starten. Voor de grap verzamelde ik grappige tweets en plaatste deze op mijn pagina. In het begin had de pagina maar 50 likes, voornamelijk van vrienden en familie. Maar opeens ging één van die tweets viraal, en kreeg de pagina in een paar dagen tijd 20.000 volgers.

Opvallend: op Facebook hebben jullie meer volgers dan op Twitter. Moet er dan niet ook een DIWMOFZ komen?
Het is wel eens door mijn hoofd gegaan. Mensen zeggen ook wel eens: “Moet je nu niet ook een pagina maken met Dit Is Waarom Mensen op Instgram of Facebook Zitten?”. Maar ik heb de pagina nooit zo willen uitbreiden. Daarbij vind ik dat ik dan van het begin af aan de pagina “Dit Is Waarom Mensen Op Internet Zitten” had moeten noemen.

Beheer je je pagina en website (www.diwmotz.nl) in je eentje?
In het eerste jaar deed ik alles alleen. Dat was op een gegeven moment niet meer te doen. Inmiddels werk ik met drie freelancers samen, waarvan één mijn vriendin Marleen is. Zij schrijven ook veel van de webcontent. Ik heb geen journalistieke achtergrond, het echte schrijfwerk moet je niet aan me overlaten: ik beleef daar ook niet echt plezier aan.

Werk je nog in de kinderopvang?
Nee. Sinds 31 december 2016 ben ik gestopt met mijn werk in de kinderopvang. Toen ben ik me gaan richten op de website en Facebook pagina. Daarnaast ben ik sinds kort aan de slag gegaan als slaapcoach. Een vrouw op Twitter vertelde dat haar zoontje zo slecht sliep. Ik had hier persoonlijk veel ervaring mee, vanuit mijn werk in de kinderopvang maar ook doordat mijn eigen zoon als baby ook erg slecht sliep. Hiervoor heb ik toen een slaapplan opgesteld, wat direct werkte. Voor de vrouw op Twitter heb ik een slaapplan opgesteld;  dit werkte ontzettend goed. Daarna ben ik steeds meer ouders gaan coachen. Het coachen is waar mijn talent ligt. Ik coach ouders overigens op afstand, telefonisch of via e-mail. Dit is de meest effectieve methode: ouders zitten er meestal niet op te wachten dat ik mee kom kijken. Bovendien werkt de aanpak erg goed. Ik ben me gaandeweg steeds meer in slapen en coaching gaan verdiepen, startte met een opleiding tot coach. Overige inkomsten genereer ik uit de website.Voor mij is het een combinatie die goed werkt. Af en toe geef ik social media trainingen, waarbij ik mensen inspireer met mijn levensverhaal.

080372ef-1f4d-4b7f-8085-02e30a96c5cfOp je website staat dat je ook in te huren bent om zalen leeg te laten lopen, haha.
Ja, haha, dat klopt. Dit is ook nog eens serieus zo overgenomen door een grote website: Aisha is in te huren voor feesten en partijen, haha. Ik werd ook eens genomineerd voor de VIVA400 award, als powerwoman. Ik las het laatst al op Twitter, waar iemand zei: zodra een vrouw iets bijzonders presteert is het opeens een powervrouw. Terwijl je nooit iets hoort over een powerman: succesvolle mannen noemen ze gewoon man.  Daar kan ik me ook echt over verbazen.

Je bent ook columnist voor KEK mama en LindaNIEUWS.
Klopt. Voor LindaNIEUWS schrijf ik geen columns, ik maak er overzichten voor van de leukste tweets. Voor KEKmama schrijf ik columns over mijn privéleven en ervaringen als moeder. Dit gaat bijvoorbeeld ook over de manier waarop Shai verwekt is: via een bekende donorvader. Mensen zijn vaak wel heel nieuwsgierig hoe dit dan in zijn werk gaat, maar durven het niet te vragen. Ik heb daar geen moeite mee: ik heb er nooit geheimzinnig over gedaan, ook naar Shai toe niet. Uiteraard bepaalt ieder koppel dit voor zichzelf.

Hoe ziet een gemiddelde doordeweekse dag er voor jou uit?
Sinds kort heb ik een kantoor. Daarvoor werkte ik vanuit thuis. Ik vind het prettig om een eigen kantoor te hebben: daar zit ik elke dag van negen tot vijf. De freelancers werken op afstand mee. Mijn kantoor is echt mijn eigen domein: door daar te werken creëer ik rust en afstand, een duidelijker afscheiding tussen werk en privé. Het coachen gebeurt ook vanuit mijn kantoor.

Doe je met jouw kanaal ook dingen voor de LGBT community?
Nee. Ik zie dit los van elkaar. Toen de pagina zo groot werd, heb ik nagedacht over welk standpunt ik ging innemen. Het enige waar ik nog wel eens een standpunt over kan hebben is bijvoorbeeld over Trump. Ik zal niet snel een politieke mening geven. Mijn site gaat over humor, over luchtige zaken. Politieke standpunten horen daar zo min mogelijk thuis, wat mij betreft.

Als je vanaf morgen nog maar één van je werkzaamheden mocht verrichten, welke zou dat dan zijn?
Het coachen. Oh, dat kwam er wel heel snel uit hè? Ja, het coachen is echt mijn talent. Mijn vriendin zei laatst trouwens, dat ik altijd heel kort en bondig antwoord kan geven en snel kan beslissen. Ik durf inderdaad duidelijk te zijn. Ik heb een burn-out gehad ten tijde van de geboorte van mijn zoontje. Misschien heeft dat er ook mee te maken: Ik heb geen geduld meer om lang te twijfelen. Je wordt ook nooit meer de oude volgens mij, na een burn-out.

Moet je dat willen dan?
Nee, ik denk van niet. Je bent immers niet voor niets in een burn-out terecht gekomen. Als je het niet nog eens wilt krijgen, zul je dingen moeten veranderen. Ik hak nu veel gemakkelijker knopen door.

Wat heeft de burn-out gedaan met jou als moeder?
Mensen doen soms zo hysterisch over hun kind. Ik vraag me dan altijd af:  hoe kun je die energie opbrengen? Ik heb niet de energie om alles zo perfect te doen. Ik ben ook heel open tegenover mijn zoon. Ik maak het leven niet mooier dan het is. Als ik druk in mijn hoofd ben, vertel ik hem dat. Dat hoort ook bij het leven. Ouders doen vaak richting hun kinderen alsof ze alles aankunnen: daarmee geef je zo´n vertekend beeld van het leven aan je kind. Hierdoor creëer je een generatie die denkt dat iedereen alleen maar altijd gelukkig moet zijn en dat alles altijd perfect hoort te zijn. Als je naar social media kijkt, zie je vaak ook alleen de mooie buitenkant. Maar schijn bedriegt: de realiteit is nu eenmaal vaak hard.

IMG-4932Daar heb je helemaal gelijk in! Om nog even terug te komen op je website en pagina. Om welke tweet moest jij zelf het hardst lachen?
De tweet van Arjen Lubach, over een uitje fruiten. En het gedichtje over pijnboompitten. Ik zal ze je doorsturen, wacht, ik app ze je nu direct even door. Daarnaast vind ik tweets over kinderen erg leuk. Op Twitter lijken mensen (goddank) veel eerlijker te zijn over opvoeden. Ik vind dat verfrissend en vaak hilarisch.

Je hebt een vriendin, Marleen. Samen met je ex heb je een zoon, Shai. Jullie zijn dus een echte ‘modern family’. Loop je tegen veel vooroordelen aan, of valt dat wel mee?

05bf4404-33a5-4f19-b187-8ad582eaf5fa
Aisha met haar vriendin, Marleen

Iedereen in onze omgeving weet hoe het zit, dus dat valt gelukkig erg mee. Toen ik nog in de kinderopvang werkte kreeg ik af en toe nieuwe collega’s; dan was het soms wel grappig om te zien hoe men reageerde als ze vroegen of ik een vriend had, en ik daarop antwoordde dat ik een vriendin had. Dan kwam ook ter sprake dat ik een zoontje heb: op dat punt werd het soms wat ingewikkeld. Toen ik een keer zei dat mijn vrouw zwanger was, kreeg ik wel eens een reactie van een heel gelovige collega,die zei dat ze daar vanuit haar geloof niets mee kon. Dat vond ik wel erg lomp: dan zeg je eigenlijk dat je vindt dat wij geen ouders zouden mogen zijn. Shai is het beste wat me overkomen is, dus daar raak je me dan wel mee, ja.

gaykrant-vlag-sloganZou je ook eens een gastblog willen schrijven voor de Gaykrant?
Oh, dat lijkt me heel leuk!

 


Waar loop jij trouwens als vrouw zijnde tegenaan in het zaken doen?
Ik heb twee bedrijven en waar ik tegenaan loop, is dat ik vind dat ik eigenlijk nog te soft ben. Ik heb geen zin om bijvoorbeeld mensen rond te commanderen. Dat zit niet in mijn aard. Ook onderhandelingen vind ik moeilijk. Vrouwen durven vaak niet te onderhandelen, heb ik gemerkt. Maar weet je wat het ook is: vrouwen die zichzelf ondergewaardeerd voelen gaan vaak zodanig uit hun plaat dat mannen daar van slag raken van raken en daar niets meer mee kunnen. Emotioneel gezien ben ik echt een vrouw, ik ben heel sensitief. Maar op het moment dat ik bij Marleen voel dat er wat gaande is en als ik dan vraag of er iets is en ze zegt nee, dan ga ik ook gerust slapen. Dat is dan misschien weer heel mannelijk van me, haha. Vrouwen wisselen vaker in hun emoties dan mannen. Als je qua emoties vijf lijnen hebt, zitten mannen meestal mooi op de middelste lijn. Vrouwen schommelen heel veel tussen de bovenste en de onderste lijn. Op het moment dat je helemaal onderin die lijn schiet heb je veel meer last van zaken zoals schaamte en schuldgevoel.

Hoe ga jij om met je eigen emoties?
Ik kan heel goed loslaten. Ik kon het altijd al best aardig, maar toen ik bewust werd van de stappen die je daarvoor moet zetten, werd ik er steeds beter in. Stel, je zit in een relatie en je wil loslaten maar je krijgt de boel niet veranderd, dan stop je met de relatie omdat je niet verder kan. De kunst is dan om dit te blijven volhouden, niet terug te krabbelen en diegene los te laten.  Veel mensen blijven veel te lang denken: ja, maar als dit nu verandert, dan zou het misschien toch kunnen werken.. terwijl dat meestal niet kan.

39a40fe8-f1cf-41f6-bd10-969553d72c3eTen slotte: als je het stokje moest doorgeven, wie zou je aanraden om als volgende te interviewen? Waarom?
Ik was al aan het hopen dat je dat zou vragen! Zjos Dekker, zij is zo ontzettend leuk. Ze is autistisch, lesbisch, depressief: over het laatste wil ze graag vertellen. Zjos wil namelijk dat er meer ruimte komt voor mensen die depressief zijn en het is haar missie om zich er hard voor te maken dat mensen op een goede manier worden geholpen. Ze schrijft heel open over haar depressie. Ze is bovendien ook echt een leuk mens. Ik ga met haar midgetgolfen in het donker binnenkort.

Meer over Aisha of DIWMOTZ? Ga naar www.diwmotz.nl of naar de gelijknamige Facebookpagina.

Advertenties

Je kent het gezegde wel: scheiden doet lijden. Ik ben het daar voor een groot deel absoluut niet mee eens. Ongelukkig getrouwd blijven, dát doet vaak pas lijden.

Massaal vragen Nederlanders zich af: moet ik scheiden of blijven? Het blijft een moeilijk vraagstuk. Want: Heb je alles geprobeerd? Heb je gedaan wat je kon om je relatie te herstellen? Heb je relatietherapie geprobeerd? De keuze is reuze. Er bestaat geen quick fix. Er staat veel op het spel: wonen, financiën, het “ideale plaatje” richting de buitenwereld.

Ja. Scheiden doet soms lijden, maar dit hangt er grotendeels van af hoe volwassen je er mee om gaat. Steeds meer ouders doen anno 2018 hun uiterste best om op een vreedzame manier uit elkaar te gaan, vanwege de verdrietig genoeg enige – maar oh zo belangrijke! – liefde die onder de streep nog over blijft als het huwelijk of de relatie strandt: de liefde voor hun kinderen. Compromissen worden gezocht. Trots wordt ingeslikt. De middenweg wordt gezocht. Scheiden is dus niet altijd die gruwelijke lijdensweg die je ziet op televisie, voor het woord scheiding komt steeds minder het woord vecht te staan.

Mediators worden steeds meer ingeschakeld om de stormschade na de storm die echtscheiding heet te beperken, met als doel om het huwelijk voor de kinderen op een zo ruzie-vrij mogelijke manier te beëindigen. Dit getuigt niet alleen van heel veel moed, volwassenheid en redelijkheid; het getuigt ook van een hele grote liefde voor de kinderen en het bereid zijn om – van beide kanten – het ego opzij te zetten, om de kinderen leed te besparen.

Getrouwd blijven doet vaak ook lijden. Dit onderwerp wordt echter lang niet genoeg belicht. Ongelukkig getrouwde ouders zorgen -of ze dat willen of niet- met hun ruzies, onderlinge spanning en de vervelende sfeer voor een mijnenveld-huishouden.

Kinderen voelen het intuïtief feilloos aan, als ouders niet meer van elkaar houden. Vaak hebben kinderen het al langer in de gaten dan de ouders zelf. De schade die aangericht wordt als je ouders niet meer van elkaar houden, wordt echter vaak jaren later pas zichtbaar: als het kind niet weet hoe een gezonde, respectvolle relatie er uit ziet en onbewust ongezonde partners uitzoekt, omdat die emotionele onveiligheid in de jeugd een vertrouwdheid heeft gekregen.

Als kind voel je je loyaal aan beide ouders. Als beide ouders ongelukkig in een huis blijven leven, langs elkaar door of ruziënd, voelen kinderen dagelijks deze ongezonde sfeer, de spanning, de ongemakkelijkheid, het ongeloof als er visite komt en er opeens wel leuk gedaan kan worden. Geen gezonde lessen voor een kind van hoe een gelukkige relatie hoort te zijn.

Scheiden doet lijden, maar ongelukkig getrouwd blijven voor de lieve vrede, het geld of de buitenwereld richt vaak nog veel meer schade aan.

Deze gaat echter verhuld achter een façade, een masker dat naar buiten toe wordt vastgehouden in de vorm van op elkaar geklemde kaken op de gezinsfoto: even lachen naar de camera jongens, we zijn verdomme een gelukkig gezin.

Het is alweer een hele tijd geleden dat ik zwanger was van ons kind. Maar wat ik me nog maar al te goed herinner, is hoe versteld ik er van stond hoe veel mensen aan je buik dachten te mogen zitten.
En gek genoeg waren dat niet eens mijn vriendinnen of mensen die dicht bij me staan, maar vaak zelfs vage kennissen, toevallige voorbijgangers en collega’s. Nu weet ik niet hoe het met jullie zit, maar ik ben best wel gehecht aan mijn personal space. Natuurlijk, ik knuffel mijn naasten en goede vriendinnen graag. Maar van vreemden wil ik toch eerst wat meer weten, alvorens ze fysiek toenadering mogen zoeken.

Ik begrijp dat zo’n uitpuilende buik (zeker die van mij, ik leek wel een drieling te dragen!) uitnodigend is. Een soort fysiek uithangbord. En ik vond het helemaal niet erg als mensen iets zeiden of vroegen over de zwangerschap. Maar dat aanraken, dat hoefde van mij nou ook weer niet. Er was zelfs een collega die het leuk vond om me telkens te verrassen door me van achteren te besluipen, en dan opeens die twee handen op mijn buik. Uh. Pardon?

Er waren ook mensen die mijn loopje gingen na doen. Vonden ze grappig. Waggel, waggel, waggel. Hilarisch hoor, althans dat vonden zij. Ik niet zo. Ach ja.
Als er vrouwen in mijn naaste omgeving zwanger zijn, voel ik ook wel die behoefte om er even een hand op te leggen. Maar wetende dat niet iedereen daar zomaar van gediend is, vraag ik het altijd even van te voren. Wel zo netjes, toch?

Gastblogger Susan Schuitema heeft een huilbaby. Haar wolk is verre van roze. Ze wil graag haar persoonlijke verhaal delen met andere moeders.

Een roze wolk? Zeg maar gerust een donderwolk met spoelende regen.
Zo’n hoosbui waarvan je compleet doorweekt raakt en eerst 3 uur onder de douche moet staan om het weer warm te krijgen. Een hoosbui waarbij je met een grote paraplu rondloopt en nog aan alle kanten nat wordt.

Een emmer die iedere dag een beetje voller loopt en meerdere malen per week geleegd wordt om weer opnieuw te beginnen met vullen. Hij loopt vol met tranen, tranen van verdriet, van frustratie, van wanhoop en ook van blijdschap.

De eerste tranen kwamen tegelijk met een luide huil door de operatiekamer, ditmaal van blijdschap. Volledige blijdschap zonder twijfel, trots en opluchting omdat hij er was. De opluchting die je voelt omdat de bevalling eindelijk voorbij is en je kind eindelijk na 9 maanden ongeduld, op de wereld is. Trots op het geluid dat door de ruimte gaat, de harde huil van jouw baby.

De harde huil die je nu – weken later – zelfs onder de douche nog hoort, terwijl hij toch écht eindelijk ligt te slapen.
De huil die je zo graag wilde horen al die tijd, waar je naar uit keek toen je nog zwanger was, omdat dat een teken zou zijn van een gezonde baby. Die zelfde huil maakt je zes weken later wanhopig, gefrustreerd, bang, zelfs wel eens boos.

En dan kun je denken, boos op je baby? Nee, boos op jezelf. Als jij, als enige veilige haven voor je kind, na 9 maanden samen te zijn geweest, je kind niet kunt troosten, wat ben je dan voor moeder? Als je je kind zo gigantisch hard hoort huilen, uren lang, dagen lang, weken lang, dan is het geen roze wolk waar je op je leeft, dan leef je in een storm waarbij de wind af en toe even gaat liggen maar steeds weer terugkomt.

Iedere minuut van de dag kruipt voorbij, met een donderwolk boven je hoofd die je aan alle kanten probeert te ontwijken. En als het dan even windstil is en je in alle rust kunt schuilen omdat hij eindelijk slaapt, durf je geen stap te zetten uit angst om weer in een zee van tranen te belanden.

De adviezen die je naar je hoofd geslingerd krijgt, hoe goed bedoeld dan ook: je kunt er op den duur niks meer mee. Probeer je het uit? Natuurlijk. Je probeert alles uit, je bedenkt de gekste dingen als er ook maar 1% kans is dat het zou kunnen helpen. Je cijfert jezelf weg want het enige wat belangrijk is, is hij. Je leeft niet meer van dag tot dag, maar van huil tot huil en van fles tot fles. In de hoop dat de dag snel voorbij gaat en hij de nacht goed zal slapen. Je kijkt uit naar de leeftijd van 6 weken, want dan zou toch alles makkelijker worden? Als met makkelijker bedoeld wordt dat je went aan het huilen en dat je went aan het constant bedenken van nieuwe oplossingen om je kind tevreden te maken, niet dus. De zes weken zijn namelijk bereikt en er staan inmiddels 100 emmers die over zijn gelopen, ik heb al meerdere malen onder de douche gestaan om mezelf weer op te warmen en door te gaan.

Een grote paraplu van de mensen om je heen die je aan alle kanten proberen te beschermen. Die je proberen op te vrolijken, moed in te spreken dat het allemaal beter wordt en dat je er even doorheen moet. En hoe fijn het ook is, zo’n grote paraplu ter bescherming tegen de regen, je wordt nog steeds aan alle kanten geraakt.

Je probeert af te gaan op je gevoel, want het is jouw kind dus je gevoel hoort je te wijzen op de oorzaak van zijn verdriet. Aan alle kanten word je weggestuurd door mensen die deskundig zouden moeten zijn. Door mensen die leven via de theoretische paden en er van overtuigd zijn dat dit voor ieder kind zo werkt. En oh wee als je afwijkt van dat ritme en die patronen, dan is dát de oorzaak van jouw ontevreden kind.

Mensen die je er dagelijks op wijzen dat je wel moet genieten omdat deze tijd zo snel voorbij zal zijn en je het niet weer terug kunt krijgen. Terwijl jij maar denkt, hoezo snel? De dagen kruipen voorbij. En hoezo genieten? Waarvan? Die prachtige roze donderwolk die alsmaar groter lijkt te worden? Dat is niet genieten, dat is overleven. En ja, ik ben dankbaar dat ik zwanger heb mogen zijn, dat ik een kind heb mogen krijgen en moeder heb kunnen worden, maar dat maakt het niet minder zwaar.

Moeder zijn is leren leven met de verantwoordelijkheid die je hebt voor een wezentje die compleet afhankelijk is van jou. En hoewel je geniet van de momenten dat hij zijn troost wél bij je vindt, en die keer dat hij voor het eerst bewust naar je begint te lachen, nieuwe geluidjes gaat maken of tevreden ligt te slapen, die roze wolk is nog niet voorbij gekomen. Maar, wie weet, heel misschien, zit hij verstopt achter die laatste hoosbui, vandaag of morgen. Zoals ze altijd zeggen, na regen komt zonneschijn. En ergens moet je de hoop blijven houden op een mooie regenboog tussen de zon en regen door, met aan het einde van de lange zware vermoeiende weg, jouw grote pot met goud: een tevreden kindje en dus een tevreden moeder.

Dus de welbekende roze wolk? Nee, stel je eerder een wolk voor met alle kleuren van de regenboog die staan voor je eigen gevoel. Met alle weersoorten die je kunt bedenken eraan vast. Zon, regen, hagel, storm, wind vanuit alle windrichtingen en inderdaad ook genoeg wolken, maar of ze altijd roze zijn? Absoluut niet.

Herken jij het verhaal van Susan? Heb jij dit ook meegemaakt met jouw kindje? Hoe ben je er door heen gekomen?

Je ziet ze vast regelmatig op je tijdlijn voorbij komen: het super schattige kindje van de buren in het badje, op het potje, noem maar op. Misschien zet je zelf ook wel eens van die snoezige foto’s online.

Er zijn echter twee gigagoede redenen om dat niet te doen, en als je dat wel al hebt gedaan, om dan een aantal foto’s alsnog te verwijderen.

Internet stikt van de creeps

Je denkt misschien dat je foto’s goed afgeschermd zijn, maar is dat wel zo? En hoe weet je zeker dat die verre oud achterbuurman van je ouders in jouw vriendenlijst niet toevallig een pedofiel met verkeerde gedachten is?

Online struinen creeps het Internet af, op zoek naar deze foto’s, die jij volkomen nietsvermoedend als trotse ouder deelt met je vrienden. Je moet er toch niet aan denken dat de dierbare potjes foto’s van jouw kindje in verkeerde handen komen? Gewoon niet doen. Leuk voor in het babyalbum, niet online.

Wat vindt je kind er later van?

Wij hadden vroeger, in de tijd dat er nog niets online ging, heerlijk anonieme privacy, als kind. Onze ouders zetten niets online. Ik moet er niet aan denken dat mijn vrienden in mijn puberteit half naakte baby/peuter foto’s van mij hadden kunnen terugvinden op mijn moeders facebook. Gun je kinderen wat privacy.

Ze kunnen er zelf nu misschien nog niets van vinden; reden te meer voor ons als ouders, om hun privacy te bewaken.

De bugaboo reclame foto die tot een hoop verontwaardiging leidde bij moeders wereldwijd.  Bron foto: adweek.com
De bugaboo reclame foto die tot een hoop verontwaardiging leidde bij moeders wereldwijd.
Bron foto: adweek.com

Bugaboo dacht haar potentiële klanten aan te spreken door het top fitte, strak uitziende model Ymre Stiekema te laten rennen achter hun kinderwagen in het Nederlandse Vogue Magazine. 

Ze konden er niet verder naast zitten.

Het internet stroomde vol met verontwaardigde moeders. Naar mijn mening is dat wel terecht, want laten we eerlijk zijn: zo strak ziet de gemiddelde kersverse moeder er echt niet uit. Daarbij ziet het kindje in de kinderwagen er een beetje uit alsof het door alle G-krachten achterover gedrukt zit in de kinderwagen; lijkt me nou niet bepaald genieten van de uitzichten om je heen, als mama zo hard rent dat je niks in je op kunt nemen. Maar goed, ik kan niet oordelen over de moeder-kwaliteiten van het model, dus dat laatste is enkel een aanname.

Maar, Bugaboo, kom op. Jullie weten toch hopelijk ook wel, dat de gemiddelde moeder er niet zo strak en gespierd bij loopt? Misschien zouden we dat wel willen, he, maar we zitten met een paar minuscule obstakeltjes, zoals genetische aanleg, chronisch slaapgebrek, en dat soort dingen. Daarbij; al zouden we zo’n figuur hebben, dan zouden we nog niet snel in zo’n inimini bikini gaan rond rennen achter de kinderwagen.

Want, A) zo’n bikini lijkt me niet comfortabel (plus, waar laat je de spuugdoekjes, je huissleutel en je los hangend vel?) Ze heeft ook nog eens geen babytas bij zich. Nu weet ik niet of haar kind over dezelfde geweldige genen beschikt als moeder, maar mijn kind heeft altijd te pas en te onpas haar luier vol gemaakt op de meest ongemakkelijke momenten. Er dus van uit gaande dat ze in die bikini allerlei magische vakjes heeft zitten voor haar telefoon en haar sleutels, snap ik dan nog steeds niet waar ze haar luierdoekjes, luiers, snoetenpoetsers en reserve fles heeft gelaten.

Daarbij zie ik ook geen reserve parka; en iedereen weet dat het in Nederland nooit slim is om zonder je regenlaarzen en parka de deur uit te gaan. Ook niet in juli.
En dan nog iets; als ze gaat zwemmen, want daar ga ik wel van uit gezien de bikini, dan had ze nog veel meer bij zich moeten hebben. Zwembandjes, zonnebrand crème voor baby’s en volwassenen, handdoeken en crocs voor in het zwembad. Waar heeft ze die dan gelaten? Nee, ik vind dit geen logische reclame foto. Maar ja, het is dan ook een reclame foto, schijnbaar hoeft daar geen logica aan ten grondslag te liggen.

Nee, Bugaboo, de meeste moeders worden niet blij van zo’n reclame foto. Want A) het is niet realistisch of haalbaar voor de meeste vrouwen en B) het ziet er niet comfortabel uit en C) ons kind vereist dat wij een heleboel meenemen voor onderweg. Als jullie volgende keer een iets meer gemiddeld model zoeken, met kleding aan en maat 40 en zo, inclusief hier en daar wat los hangend vel, een uitpuilende luiertas en de voor moeders herkenbare wallen, dan mag u mij een bericht sturen.

Bron foto: dailymail.co.uk

Ik kan er nu over schrijven. Dat heeft wel heel lang geduurd. Om er over te kunnen praten heeft drie jaar geduurd. Als je bevalt van je kind, verwachten jij en je omgeving een roze wolk. Beschuit met muisjes, een gelukkige, stralende, blije moeder. Toen ik beviel van onze dochter, hield ik meteen van haar. Maar de wolk was verre van roze.

Vaak heb ik er over nagedacht om mijn ervaring met anderen te delen; ik ben immers schrijfster, ik blog, ik deel, dus waarom dit niet? Omdat het te zwaar op de hand is? Misschien. Te persoonlijk? Ook wel een beetje. Taboe? Ja, dat ook wel vrees ik. Toch deel ik het.

Omdat ik denk dat er nog steeds een te groot taboe rust op postnatale ellende. Omdat ik denk dat er veel vrouwen zullen zijn, die zich kunnen herkennen in mijn verhaal. Om die vrouwen te helpen, die helemaal geen roze wolk hebben en denken dat ze daar misschien wel helemaal alleen in zijn: dat zijn ze dus niet.

Voor mij begon het allemaal al tijdens de zwangerschap. Ik was erg blij om in verwachting te zijn, maar voelde me onder invloed van de zwangerschapshormonen al vaak verre van mezelf. Toen er tijdens de zwangerschap ook nog een medische complicatie werd ontdekt bij ons kindje, waarvan niet direct bekend was of het ernstig was of niet, werd het een stuk erger. Ik sliep steeds slechter, maakte me ontzettend veel zorgen. De bevalling kwam twee weken na de uitgerekende datum op gang en was zwaar. Na de bevalling moesten er testen gedaan worden, echo’s, MRI scans. Daar lag mijn baby’tje dan, in zo’n groot MRI apparaat. Het ging allemaal niet zo als het in de boekjes stond; althans niet die boekjes die ik gelezen had. Daar boven op kon ik de enorme hormoon wisseling die bij de bevalling kwam kijken niet aan. Ik heb een aantal weken lang elke dag gehuild. Waarom wist ik ook niet precies. Normaal gesproken ben ik een optimistisch mens en huil ik zelden! Ik durfde pas na een week of zes naar buiten met de kinderwagen. Overal maakte ik me zorgen over; de risico’s, de verantwoordelijkheid, de angst, het greep me naar de strot. Hoewel ik verstandelijk ook wel wist, dat dat niet nodig was. Tijdens de babyborrel die we gaven ter viering van de geboorte, zat ik als een moeder leeuwin naast de kinderwagen waar ons kindje in sliep: de Mexicaanse griep heerste op dat moment en niemand mocht te dicht in de buurt komen. Ik weet alleen nog dat ik dankbaar was toen het weer voorbij was. Ik was zo overbezorgd, dat genieten, zelfs op die mooie dag, voor mij niet mogelijk was.

Ik kan me nog goed herinneren dat iemand van het consultatiebureau op bezoek kwam. Mijn man en ik vroegen haar of het kon dat ik een postnatale depressie had, omdat ik zo veel moest huilen. Ze vroeg of ik liefde voelde voor mijn kind. Ja, was daarop mijn eerlijke antwoord. “Dan heb je geen postnatale depressie. Want als je dat zou hebben dan voel je helemaal niets.” was de conclusie. Ruim twee jaar later leerde ik pas dat die conclusie volkomen onterecht was. Postnatale depressie heeft vele symptomen, maar het is niet per definitie zo dat je bij een postnatale depressie niets voelt voor je kind. Dat kán een symptoom zijn, maar sommige moeders met een postnatale depressie zijn juist enorm overbezorgd. Ze voelen zich zo overweldigd door de zorgen, dat dat gaat overheersen. Dat was dus bij mij het geval.

Het was alsof iemand een grijze deken over mijn bestaan had gegooid. Ik probeerde naar de buitenwereld toe de blije, nieuwe moeder te zijn. Speelde de rol waarvan ik dacht dat die van me verwacht werd. Thuis was ik overbezorgd, gespannen en bang. Ik zorgde uitstekend voor ons kind, maar dat was dan ook het enige dat ik kon doen. Meer energie had ik niet. Omstaanders blijken zich achteraf toch zorgen te hebben gemaakt, maar net niet genoeg om aan de bel te trekken. Pas na twee jaar kwam ik er achter dat ik een postnatale depressie had gehad, en begon ik langzaam weer een beetje mezelf te worden. Er kwam een einde aan de tranen, langzaam voelde ik mijn vertrouwen in mijn eigen kunnen weer groeien. De storm was voorbij; sindsdien zit ik gelukkig op mijn – verlate – roze wolk. Ik geniet nu al bijna vier jaar met volle teugen van alles wat het moederschap te bieden heeft.

De invloed die hormonale veranderingen op een vrouw kunnen hebben, worden nog veel te vaak onderschat. Mensen die een zwangere en pas bevallen vrouw begeleiden, moeten het verschil herkennen en erkennen tussen een paar dagen babyblues en een postnatale depressie.
De symptomen moeten bekend zijn, want het is voor moeders al moeilijk genoeg om zich kwetsbaar op te stellen. Ik had zelf nooit verwacht dat ik – een van nature positief, optimistisch en doorgaans vrolijk mens – me ooit zo diep ellendig zou kunnen voelen.