Tagarchief: baby

Alleen, met de billen bloot

Door Chrisje VIP blogger Selina.

“Komt u maar mee, mevrouw”. Een verpleegster met een groen operatiepak wijst naar de deur. Ik sta op van het bedje. Ze trekt de gordijnen achter me dicht. Ik doe hetzelfde met het operatiehemd dat ik aan heb. Dat dicht is van voren en open van achter. Dat mijn kadetjes ongewild in de schijnwerpers plaatst. Een reetspleet, noemde mijn wederhelft de achterkant van mijn openhangede tenue zojuist.

Hij probeerde me ermee aan het lachen te maken. Wetende dat dat de zenuwen voor de ingreep die me stond te wachten ietwat zou wegnemen. Ik kijk naar hem terwijl ik de gang op loop. Hij knikt me bemoedigend toe. “Succes en tot zo, lief”. Ik doe mijn best een glimlach te produceren. Het lukt me maar half. Dan trekt de verpleegster de deur achter me dicht. Daar ga ik. Alleen. Met de billen bloot. Letterlijk.

Ik begin mijn weg naar de operatiekamer. Mijn blik richtend op de rug van de verpleegster. Op de automatische piloot volg ik haar voetstappen. Het gepiep van haar plastieken slippers op de linoleum vloer zouden me normaliter irriteren. Maar mijn gedachten zijn er niet bij. Ik ben te afwezig om er wat van te vinden. De gang lijkt eindeloos te duren. Een koude rilling loopt over mijn rug. Een huivering die van mijn onderrug, via mijn schouders, mijn kruin in schiet. Ik vraag me af of het door de zenuwen komt. Door de kilte van de vloer die via mijn blote voeten mijn lichaam binnendringt. Door mijn koude kont. Of door het gevoel er helemaal alleen voor te staan.

Dat gevoel is ondertussen een bekende geworden, gedurende de afgelopen twee jaar. Onverwachts. Want vanaf het begin van ons fertiliteitstraject hebben mijn echtgenoot en ik steun gevoeld. Medeleven. Liefde. Uit de directe en minder directe omgeving. Uit zowel verwachte als onverwachte hoeken. Al twee jaar horen we lieve woorden van onze families. Verrassen ze ons met uitstapjes, cadeaus of andere ruggensteuntjes. Al twee jaar laten vrienden en vriendinnen op stel en sprong alles uit de handen vallen om langs te komen. Soms met taart. Soms met bloemen. Soms gewoon om er te zijn. Al twee jaar geven collega’s ons knuffels, gelukswensen of bemoedigende petsen op onze derrières. Al twee jaar raken we soms overweldigd door het aantal berichtjes, telefoontjes en kaartjes. En toch is de moeizame weg naar het moederschap het eenzaamste wat ik tot nu toe in mijn leven heb moeten ondernemen.

Want aan het einde van de rit staan mijn gemaal en ik er alleen voor. Als de kaartjes gelezen zijn en de cadeautjes zijn uitgepakt. Als de vrienden en vriendinnen weer naar huis toe zijn. Als de knuffels gegeven zijn en de berichtjes gelezen. Dan blijven mijn eega en ik over. Alleen. Omringd door een resem aan doctoren, verpleegsters, apothekers en zielenknijpers. Maar alleen. Want ook onze families kunnen er niet voor zorgen dat wij eindelijk potten met augurken in kunnen slaan. En ook vrienden en vriendinnen zijn er nog niet in geslaagd om een broodje in de oven te krijgen (hoewel de taart die ze soms meebrengen wel voor dikke buiken zorgt). Ook van knuffels raak je normaal gezien niet zwanger. Laat staan van kaartjes. En zelfs de mannen en vrouwen in de groene operatiepakken zijn er tot dusver niet in geslaagd om mijn tikkende biologische klok te doen veranderen in poepluiers en fopspenen. En dus zijn wij het die steeds met de billen bloot moeten.

Alleen.

En zelfs de liefde van mijn leven moet mij zo nu en dan aan mijn lot overlaten. Soms kan ook hij niks anders doen dan kijken hoe mijn naakte spleet het omkleedkamertje verlaat. Want hoewel hij al twee jaar lang een rots in de branding is. Een steun en toeverlaat. Een houvast in emotionele tijden. Uiteindelijk is het mijn buikwand die doorboort wordt met injectienaalden. Aan het einde van de rit is het mijn hormoonhuishouding die overhoop gegooid wordt. Wanneer alles voorbij is, is het mijn lijf dat het lijdend voorwerp is. En ook mijn wederhelft wou soms dat het anders was. Ook hij had liever gezien dat de lasten op een wat eerlijkere manier gedeeld konden worden. Maar ook hij beseft dat het niet veel zin heeft om zijn eigen zitvlak te ontbloten. Dat een scopie van zijn binnenste niet zinvol gaat zijn om in verwachting te raken. En dat hetgeen dat hij kan baren aanzienlijk bruiner en stinkender is dan hetgeen dat – hopelijk – ooit uit mij gaat komen. En dus doet hij het enige dat hij kan. Grapjes maken om mijn zenuwen tegen te gaan. Op mij wachten. Me knuffelen als het erop zit. En alle emotionele steun bieden die hij kan.

Maar fysiek sta ik er alleen voor. Besef ik, terwijl de verpleegster voor mij de operatiekamer binnen wandelt. “Gaat u maar liggen, mevrouw”. Alleen. Omringd door een resem aan doctoren en verpleegsters in een operatiekamer. Maar alleen. Want uiteindelijk is het mijn lichaam waar over een paar minuten een camera in gestoken wordt. Aan het einde van de rit zijn het mijn benen die zo dadelijk in de steunen moeten. Wanneer alles voorbij is, is het mijn lijf dat verkrampt om de golven van ongemak op te vangen. En per slot van rekening ben ik degene die in een operatiekamer staat. Alleen. Op blote voeten. In een openhangend operatiehemd. Met reetspleet.

Deze column verscheen ook op Selina’s eigen blog: https://slienaa.blogspot.com/2019/01/alleen-met-de-billen-bloot.html

Advertenties

De To-Do Lijst: de eerste blog van VIP blogger Selina!

27912564_1671562342881232_8079869513555132976_oChrisje’s nieuwste VIP blogger Selina deelt in haar blogs de perikelen rondom haar werk, leven en IVF traject. 

To Do:

  • Middelbaar schoolpapiertje behalen. 
  • Universiteit succesvol doorlopen. 
  • Een deftige carrière starten. En behouden, indien mogelijk.
  • De liefde vinden. Vrijen, Verlieven, Verloven. 
  • Trouwen. Met 28 jaar, zoiets. 
  • Als dertiger, kindjes krijgen. Drie. Twee jongens en een meisje. Als het effe kan.
  • Dan: huisje, boompje, beestje. En meer van al dat. 

Zelfs als elfjarige had ik een vrij goed idee van hoe mij leven eruit zou moeten zien. Dol op lijstjes maken, stippelde ik toekomstplannen netjes uit, maakte ik bucket lists en vereeuwigde ik te behalen ambities op papier. En ik denk aan die brave beugelbek, terwijl ik een Little Boy aan hormonen mijn buik voel in stromen. Net als het stukje huid waar ik zojuist de injectienaald in prikte, raak ik een beetje geïrriteerd. En vervloek ik mijn puberende puistenkop een beetje, in al haar onnozelheid. Bedenk me zelfs waar ik haar die spuit zou zetten als ik een tijdmachine had en terug kon in de tijd (ergens waar de zon niet schijnt, luidt de conclusie). Mijn negatieve gedachten zwier ik met het vuile, desinfecterende alcoholdoekje bij het vuilnis. “Ik ben weer te hard voor mezelf.” Want mijn elfjarige ik kon in al haar groene onschuld natuurlijk ook niet weten dat kindjes maken niet altijd vanzelfsprekend is. Dat haar lijst aan levensdoelen na twintig jaar allemaal afgecheckt zouden zijn, op het voorlaatste puntje na. Dat een gezond binnenwerk, perfect gekookte eitjes en een tikkende biologische klok alléén niet voldoende zou zijn om een broodje in de oven te krijgen. Dat wederhelften op alle gebieden kunnen uitblinken, behalve in het trainen van zwemmers. Dat soms dokters, zielenknijpers en donoren moeten inspringen om potten met augurken in te kunnen slaan. En dat kindjes maken gewoon kut kan zijn.

Letterlijk. Want niemand vertelt een elfjarige dat ze twintig jaar later wekelijks gemiddeld meer gynaecologen tussen haar benen heeft zitten dan minnaars. Dat er dagen zijn dat er meer foto’s getrokken worden van haar eierstokken dan dat ze op selfies staat. Of dat het zal aanvoelen alsof de status van haar lady parts gewijzigd wordt van privédomein naar publieke ruimte. Niemand springt in de tijdmachine om een brave beugelbek te waarschuwen voor de fysieke pijnen en kwalen die sommige onderzoeken en behandelingen met zich meebrengen (en wiens namen veelal klinken als een stevige nies). Voor goedbedoelde, online forums, die haar zeker niet doen voelen als een Noorse vruchtbaarheidsgodin of haar nog langer in de fabel van ooievaars doen geloven. Of voor zorgkosten die zo hoog zijn, dat een benoeming van groot aandeelhouder van een Belgisch ziekenhuis binnen handbereik ligt. En niemand haalt het in zijn hoofd om een puberende puistenkop ervan te overtuigen dat bij het maken van kindjes soms meer tranen komen kijken dan welke lichaamssappen dan ook. Dat haar hartje zou breken bij het zien van de machteloosheid van haar wederhelft, die niks méér zou kunnen doen voor haar dan grappen over hoe hij de lasten graag had willen delen en gerust bruine, stinkende toiletbaby’s had willen baren. Of dat hormonen Satan’s sidekick zijn natuurlijk, en alleen maar bestaan om het leven van een mens zuur te maken.

Niet dat dat zin zou hebben. Want mijn elfjarige ik had waarschijnlijk nooit geloofd dat ze als éénendertiger de werking van haar voortplantingssysteem haarfijn onder de knie zou hebben. Dat ze bij het maken van kindjes meer tranen zou huilen dan Alice in Wonderland nadat ze een koekje at dat haar deed groeien. En zonder met haar ogen te knipperen haar buikvel zou doorboren met naalden. Ze zou niet aannemen dat ze als éénendertiger – met de liefde van haar leven aan haar zijde, een mooi koophuis, een scala aan diploma’s en een goedlopende carrière – de moeilijkste tijd van haar leven zou beleven. Dat ze ingewikkelde, Latijnse namen van medicijnen gememoriseerd zou hebben. Dat ze in anderhalf jaar tijd meer bloed zou moeten laten prikken dan dat er uit de lift stroomt in The Shining. Of überhaupt dat het maken van kindjes zich in steriel, kil geschilderde ziekenhuiskamertjes afspeelt en niet in halfdonkere slaapkamers met theelichtjes en zwoele muziek.

En terwijl ik de dop op de naald van de spuit zet en een druppeltje bloed van mijn buik veeg, hoop ik eventjes dat mijn éénenvijftigjarige ik aan mij zal verschijnen. Dat ze in haar tijdmachine is gesprongen en naar me toe is gereisd, hier en nu. Net zoals ik dat zojuist nog bij mijn puberende tienerzelf had willen doen. Ik hoop dat ze me geruststellend toe spreekt, me vertelt dat ik me er doorheen zal slaan. Dat ze weet dat mijn buik, mijn eierstokken en alles daarrond pijn doet, maar dat het het waard zal zijn. Ik hoop dat ze me foto’s laat zien, van haar gezinnetje, van haar kroost. Van twee jongens en een meisje. Als het even kan. “Ach”, verzucht ik. “Niet dat dat zin zou hebben”. Want mijn éénendertigjarige ik had haar waarschijnlijk nooit geloofd. Had haar boos aangekeken. Haar wenkbrauwen opgetrokken. Misschien zelfs de spuit die ze nog in mijn handen had ergens gezet waar de zon niet schijnt. En naar haar gesnauwd. “Of ze niet wist dat kindjes maken gewoon kut kan zijn?!”Letterlijk.

Meer lezen van Selina? Dat kan op haar website! https://slienaa.blogspot.com/

 

 

 

 

Het mooiste kado voor jouw kind voor later maak je zo!

Ik weet niet meer waar ik er voor het eerst van hoorde, maar jaren geleden ben ik begonnen met het sturen van e-mails naar mijn dochter.

Ze was toen denk ik een jaar of drie, vier. Ik maakte een e-mailadres voor haar aan, waar ze als ze ouder is het wachtwoord van zal krijgen.

Naar dat e-mailadres heb ik door de jaren heen heel veel mails gestuurd, met bijlagen:

  • het filmpje van toen ze de eerste keer kroop,
  • foto’s van verjaardagen,
  • rapporten,
  • leuke evenementen op school,
  • eerste keren,
  • foto’s van de huisdieren,
  • grappige uitspraken die ze deed,
  • e-mails over bijzondere gebeurtenissen en
  • vooral ook veel “zomaar mails”, om haar te vertellen hoe bijzonder ze is.
  • Zo kan ze als ze ouder is altijd terug kijken. Een mooier kado kun je denk ik niet krijgen, toch?
  • Verhuisstress: door VIP blogger Susan

    Verhuizen, stress en twijfels

    Vijf jaar geleden leerde ik mijn man kennen, ik woonde destijds in mijn flatje in Leeuwarden en vertrok zonder enkele twijfel en trok bij hem in. Ik liet hierbij mijn opleiding achter en ging op best wel verre afstand wonen van mijn familie en vriendinnen. Als iets goed voelt, voelt het goed toch? En van die keuze heb ik tot op de dag van vandaag nooit spijt gehad. Natuurlijk was het, vooral zonder rijbewijs in het begin, lastiger om af te spreken maar goed, ook een goede vriendschapstest denk ik dan maar. 


    Het was soms lastig want ik had hier niks, ik kende de omgeving niet en had helemaal geen netwerk om mij heen. Gelukkig ben ik wel een type wat op onderzoek uitgaat, dus ik had mijn weg snel gevonden en leerde langszaamaan mensen kennen en begon mijn eigen kringetje op te bouwen. Verhuizen is mij niet vreemd, dus dat kwam allemaal wel weer.

    De woning van mijn man, nu dus onze woning, stond al 6 jaar te koop voordat wij ons eerste bod kregen een aantal maanden geleden. Waar je het eerst niet kan geloven, word je daarna onzeker over of alles wel door gaat. Of deze ene kans om hier weg te gaan, niet alsnog voor onze neus weggeveegd wordt. Maar nee, een aantal weken later was alles rond en ondertekend, het was echt, het ging door! En vanaf dat moment ging ik denken.

    Opeens kwamen dromen en wensen weer naar boven, die ik had weggestopt omdat dat hier nou eenmaal niet mogelijk was. En het idee om ooit weer dichterbij mijn familie en vriendinnen te gaan wonen, had ik allang losgelaten omdat ik ergens niet meer durfde te hopen dat we het huis gingen verkopen. Opeens werd alles dus weer mogelijk en omdat we maar een paar maand hadden, moesten we toch snel keuzes gaan maken, we hadden namelijk nog totaal geen zicht op een nieuwe woning. Toen ik op mijn 19e uit huis ging schreef ik mij direct in bij een woningbouwvereniging in Friesland, dus daar had ik al bijna 10 jaar inschrijftijd, het meest logische was dus om daar op huizen te gaan reageren. Nadat ik met een vriendin had afgesproken en weer naar huis reed voelde ik pas, hoe erg ik het eigenlijk mis. Hoe erg ik het mis om gewoon even op de koffie te gaan en niet eerst 1,5u hoef te rijden. Ik wilde niet per se om de hoek wonen, maar iets dichterbij, dat was voor mij echt wel een wens geworden.

    Hoe ga ik dit bespreekbaar maken, want mijn man en Friesland, is geen combinatie. En aan de andere kant, was ik het na 5 jaar ook wel zat om zo ver weg te wonen. Er zou dus ergens een compromis gesloten moeten worden. Gelukkig is binnen onze relatie alles bespreekbaar en hebben we dit ook naar elkaar uitgesproken. Dan sta je opeens lijnrecht tegenover elkaars wensen, en uit liefde ben je geneigd om toe te geven aan de wens van de ander. Ik wilde niet dat hij voor mij zou verhuizen, want ik wilde dat hij gelukkig zou zijn. En andersom, wilde hij niet dat ik ongelukkig zou worden als we het niet deden. Daar zit je dan, en nu?

    Het waren voor mij weken van heen en weer geslinger tussen emoties en gedachten. Wat wil ik? En word ik ook echt wel gelukkig als ik hier in de omgeving blijf? En hoe realistisch is het om van hem te wensen om mee te gaan naar Friesland. Erg lastig.

    Uiteindelijk kwamen we tot op een oplossing, we lieten het over aan het universum. We bleven reageren op woningen hier in de buurt, maar wanneer er een woning op de site zou komen meer richting Friesland, die voldeed aan onze wensen, dan zouden we daar op reageren. Dus eigenlijk, dat wat als eerst komt, dat wordt het. Ergens gaf mij dit wel een rustig gevoel, want ik vertrouw nou eenmaal op het universum en dat alles loopt zoals het moet lopen. De woningen in Friesland waren spontaan niet meer in de aanbieding en ik begon ook meer zonder gevoel te denken.

    Onze zoon zit hier op de peuterschool en heeft het hier erg naar zijn zin. Als we hier blijven wonen, kan hij daar blijven, als we verder weg gaan zou hij moeten switchen. En uit ervaring weet ik dat dát geen strak plan is. Daarnaast, zou mijn man vanuit Friesland minimaal 45min moeten rijden naar zijn werk, kan ik dat van hem vragen? 
    Het enige voordeel was, dat alles en iedereen voor mij dichtbij zou zijn en dat maakte het idee van Friesland voor mij gewoon heel fijn.

    We werden gebeld, een makelaar hier uit de buurt had een woning, in Veendam. We hoefden niet te zoeken, niet te reageren, we werden gewoon gebeld en we kregen zo een woning aangeboden. Dit was wel een erg duidelijk teken van boven voor mij. Dit konden we niet weigeren.  De woning voldoet aan onze wensen, is groot genoeg, staat in een leuke buurt en alles is op loopafstand te doen. Mijn gevoel zei aan alle kanten ja en we hadden nog maar twee maanden om een huis te vinden. We moesten wel, dus ik leg mij er gewoon bij neer.
    Ik was blij met de woning, oprecht blij. Blij voor mijn man, blij voor mijn kind omdat alles wat hij nodig heeft hier ook aanwezig is. De speeltuin voor huis, de kinderen in de buurt, de school op loopafstand, alles wat we voor hem willen. Dus nee, afwijzen kon ik dit niet.

    Iedereen reageerde blij, enthousiast en de hulp kwam van alle kanten. En toch kreeg ik van een aantal lieve mensen ook de vraag: ‘maar Suus, jij dan? Word jij daar gelukkig?’ En zelfs mijn schoonvader die zei: ‘als het niet goed voelt, of als je twijfelt, moet je het niet doen.’
    Dat vond ik zo onwijs lief, dater mensen waren die zagen en voelden dat dit goed zat, maar ook aan mij dachten omdat ze wisten dat ik een andere wens had. En ja, ik heb enorm aan het idee moeten wennen, omdat ik een compleet ander toekomstbeeld had, vooral voor mezelf. Het was en is soms dubbel omdat ik kies voor het geluk van mijn gezin. Zet ik daar dan mijn eigen geluk mee aan de kant? Dat absoluut niet, want ik ben pas gelukkig wanneer mijn hele gezin gelukkig is. En dat was in Friesland niet zo geweest. 

    We kregen de sleutels, we begonnen heen en weer te tillen met dozen. Onze woning wordt met de dag leger en de nieuwe woning met de dag voller. Het behang zit bijna overal al op de muren, in twee kamers ligt al laminaat. De datum voor het verhuizen staat vast en beetje bij beetje verplaatsen wij ons ‘thuis’ naar daar. Ik begin de voordelen in te zien van de andere woning, ik begin mijn beeld bij te stellen naar een toekomst daar. En dan zeggen mensen wel: ‘maar jullie kunnen toch alsnog verhuizen als het jullie niet aan staat?’ Ja, wel naar een ander huis, maar niet naar een andere woonplaats. Er is één eis die ik heb en dat is dat onze zoon de basisschooltijd doorbrengt op één school. Dus dat maakt het voor mij definitief, dat we de aankomende 9 jaar in ieder geval vastzitten aan deze omgeving. 

    Niet erg, maar ik begin het eng te vinden. Een nieuwe start, de eerste woning waar we écht samen beginnen, een nieuwe omgeving, nieuwe buren. Mijn man heeft zijn familie en vrienden daar, ik moet nog een netwerk gaan opbouwen. En ook al weet ik dat dit bij mij meestal niet zo moeilijk verloopt, ik vind het spannend. Wie zit er op mij te wachten? Ik ben niet iemand die je deur plat loopt of onaangekondigd binnen komt maar af en toe even koffie drinken en kletsen, graag! 

    Nu het allemaal bezonken is, heb ik er erg veel zin in, ik vind het leuk om daar bezig te zijn, het is spannend maar het we vinden ons plekje wel weer! Ik had van te voren nooit verwacht dat verhuizen zoveel los zou maken, maar ach, als we samen maar gelukkig zijn, dan komen we er wel! 

    Liefs,

    Susan

    ACTIE: IK STUUR GEEN KERSTKAART, ik gun een kind zijn ouders dichtbij!

    Jaarlijks geven we veel geld uit aan kerstkaarten, die in januari vaak bij het oud papier eindigen. Ondertussen zijn er talloze zieke kinderen die hun ouders dichtbij zich nodig hebben om te vechten tegen hun ziekte en te herstellen.

    Als je dit leest, roep ik jou dan ook op om dit jaar dat geld dat je normaliter aan kerstkaarten en postzegels spendeert te doneren aan het Kinderfonds van de Ronald McDonald huizen, zodat meer ouders van zieke kinderen bij hun kind in de buurt zijn.

    Doneer het bedrag van je kerstkaarten, deel deze blog op je social media onder de hashtag #geenkerstkaart en stimuleer zo anderen om dit initiatief over te nemen!

    Het Kinderfonds krijgt geen subsidie en is dus afhankelijk van donoren! Je kunt maandelijks donateur worden, maar eenmalig is ook mogelijk via deze link: https://www.kinderfonds.nl/hoe-kunt-u-helpen/doneren

    Bedankt en zeg het voort! ❤️

    Bestaat dé ware liefde?

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema

    Bestaat er zoiets als ware liefde?

    Als je mij tien jaar geleden had gevraagd of ik in de ware liefde geloofde, had ik ja gezegd, net als nu, maar daarbij had ik toen een compleet ander beeld.

    Ooit dacht ik bij de ware liefde aan een totaal plaatje, het perfecte plaatje, en wanneer ik alles van mijn lijstje kon afvinken, dan was ‘het’ de ware. Dat wat je ziet in films.

    Wanneer ik nu denk aan de ware liefde, dan denk ik er achteraan: is er ook zoiets als onware liefde dan?

    Ik denk niet alleen meer aan een liefdesrelatie maar aan pure liefde op zichzelf. Ik geloof niet in ware liefde, want elke manier van liefde is waar. Onware liefde bestaat niet. Gewoon ‘liefde’ is genoeg.  Ja ik geloof in liefde, absoluut. Ik hou van ongelooflijk veel mensen. En van ieder op een ander niveau, een andere  frequentie. Niet meer, of minder, maar anders. 

    Mijn kind is mijn allergrootste liefde. Zijn verdriet is mijn verdriet, zijn geluk geeft mij tranen van blijdschap. Zijn emoties zijn zo met die van mij verbonden, hij is een deel van mij. Wat hij ook zal kiezen, doen of zeggen, die liefde zal nooit stoppen en nooit veranderen. Onvoorwaardelijk een deel van mij. Deze manier van houden van zal ook altijd boven alles en iedereen uitsteken. Hij zal altijd mijn nummer één zijn. (samen met eventuele toekomstige kinderen natuurlijk) 

    Dan natuurlijk mijn man, waar ik ‘ja’ tegen zei, tegen een leven samen, dag in, dag uit voor de rest van ons leven. Dat doe je niet zomaar. Hij is degene waar ik naast wakker word iedere dag en waar ik naast in slaap val. Waar ik mijn dromen mee deel. Waar ik mijn allereerste hysterische nieuw bedachte ideeën mee bespreek. Degene waar ik mij op af kan reageren als dingen niet gaan zoals ik zou willen. Iemand met wie ik 24/7 samen kan zijn, zonder elkaar de hersens in te slaan. Voor iemand zoals ik, iemand die heel graag alleen is, zonder teveel prikkels en gedoe, is het best een wonder dat ik 24/7 samen kan zijn met twee levende wezens in één huis. We voelen elkaar aan én we vullen elkaar aan waar nodig.  

    Ik weet zeker dat onze relatie zo goed werkt doordat we elkaar vrij laten. Twee compleet verschillende mensen, maar toch zo hetzelfde. Mijn man heeft zijn hobby’s waar ik niet aan moet denken om ze uit te voeren, ik heb mijn interesses waar mijn man niks mee heeft, maar toch tonen we interesse in elkaars dingen en laten we elkaar vrij hierin. Hij wordt enthousiast wanneer ik enthousiast ben en ik word blij wanneer hij iets doet waar hij blij van wordt. En daarnaast hebben we onze gezamenlijke dingen. We vinden het heerlijk om te wandelen, we hebben beide een verslaving aan notitieboekjes kopen, zijn allebei creatief maar op een ander vlak, kijken samen series en films, en oh wee als je verder kijkt zonder mij. 

    En natuurlijk hebben wij samen een zoon. Één grote peuter vol met liefde, van ons samen, dat verbindt je uiteraard op een hele speciale manier aan iemand. 

    Daarnaast houd ik van mijn vriendinnen, hoe ze allemaal hun eigen karakters hebben, hoe ze allemaal van elkaar verschillen. Met de één ga ik shoppen, met de ander deel ik mijn spirituele  levensstijl. Met de één deel ik mijn hele levensgeschiedenis omdat we elkaar al 20 jaar kennen, en met de ander kan ik een heel gesprek voeren alleen door elkaar GIFS te sturen en ja we snappen elkaar ook nog. Met de één praat ik over relaties, seks en alle persoonlijke onderwerpen, van de ander heb ik wijn leren drinken.  Zo zijn ze allemaal zo anders, en zo mooi verschillend. Ook vriendschap is een vorm van liefde, een manier van houden van, niks meer of minder ‘waar’  dan een relatie. Alle liefde is waar.

    We delen onze ervaringen en levens met elkaar, niet vanuit het zelfde huis zoals ik met mijn man doe, maar zeker gevoelsmatig dichtbij. 

    Waar het op neer komt is dat er in mijn wereld geen ‘onware’ liefde mogelijk is. Ik voel liefde voor iedereen in mijn leven. En ál die liefdes zijn waar.  Dus ja, ware liefde bestaat, op verschillende vlakken, op verschillende manieren en niveaus.

    Niet één ware, zoals in de films of zoals ik ooit dacht, 10 jaar geleden. Mijn liefde is voor iedereen, ongeacht geslacht, ongeacht leeftijd, huidskleur of wat voor verschil. Liefde kent geen grens, liefde kent geen eisen of vormen, liefde is gewoon liefde.  En zeker niet ‘onwaar’.


    ‘Ware liefde’

    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan denk ik meteen aan alles en iedereen.
    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan kijk ik gelukkig om mij heen.

    Ik zie de mensen en de dieren,
    de liefde voor natuur.
    Ik zie het leven liefde vieren,
    iedere seconde, ieder uur.

    Overal is liefde, nooit is dit ‘onwaar’,
    doe je ogen dicht, en voel het maar.
    Overal is liefde, iedere vorm is ‘waar’,
    ik voel het zelfs, wanneer ik naar de sterren staar.

    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan denk ik aan alles en iedereen,
    Als je mij vraagt naar ware liefde,
    dan ben ik nooit alleen.

    Liefs,

    Susan

    Borstvoeding: een eigen keuze

    Er wordt zo veel over gesproken en geschreven: borstvoeding. De een is van mening dat je een slechte moeder bent als je je kind borstvoeding ontzegt, de ander moet er niet aan denken en begint meteen met flesvoeding.

    Niets is zo persoonlijk als deze beslissing die iedere vrouw voor of na haar bevalling moet nemen: ga ik wel of geen borstvoeding geven?

    En zelfs al wil een vrouw haar baby graag borstvoeding geven, dan nog is dit geen garantie dat ook lukt. Soms komt de melkproductie simpelweg niet op gang.

    Persoonlijk vind ik dat iedere vrouw voor zichzelf moet kunnen beslissen wat zij doet.

    Als zij borstvoeding wil geven moet dit mogelijk zijn of gemaakt worden, als zij dit niet wil, hoeft het niet.

    De eerste weken na de geboorte van je kind ben je sowieso fysiek al kwetsbaar, zijn er vaak gebroken nachten en kraamtranen: daar hoeft niet ook nog eens de druk bij van het borstvoeding moeten geven.

    Waar ik niet zo goed tegen kan, is de sociale druk die moeders opgelegd wordt. Dit begint vaak al in het ziekenhuis. Als je om een fopspeen vraagt wordt dit afgeraden vanwege tepelspeenverwarring, of zoiets. Ik kan het me niet meer precies herinneren, omdat mijn kind er non-stop heel hard doorheen huilde, omdat de borstvoeding niet op gang kwam en ze dus honger had.

    Toen ik vroeg om bijvoeding via fles, werd dat ook ten zeerste afgeraden. Daar lig je dan: oververmoeid, met een hongerige en schreeuwende baby, aan te horen dat borstvoeding – die niet op gang komt – toch echt het allerbeste is voor je kind. Eh, bedankt, en nu hier met die fles….

    Elke vrouw moet naar mijn mening kunnen beschikken over alle informatie om de voors en tegens tegen elkaar af te wegen. Maar elke vrouw moet ook vrij zijn in haar keuze om over te stappen op flesvoeding, wat haar reden hiervoor dan ook is.

    Wel of niet: je kind laten vaccineren

    Door Chrisje VIP blogger Susan Schuitema.

    Lang heb ik nagedacht over het onderwerp vaccineren en het feit dat ik hierover wilde schrijven. Hoe schrijf je een blog over zo’n beladen onderwerp, zonder je eigen mening te geven? Ik wil een poging wagen. Het sluit namelijk ook aan op mijn eersteblog, de angst voor een tweede kind.

    De laatste tijd wordt er gesproken over het verplichten van vaccinaties in Nederland.

    Het volledig verplichten van de vaccinaties schijnt nog niet te kunnen, maar er wordt gesproken over een verplichting wanneer je je kind naar de opvang wilt brengen. Dat de kinderopvang jouw kind mag weigeren wanneer deze niet voldoet aan de vaccinatie eis.

    Dat zou dus betekenen, dat een ieder die ervoor kiest geen vaccinaties te laten zetten, niet meer terecht kan bij alle kinderopvangen. Wat daarvan eventueel een gevolg kan zijn, is dat er meer gastouders komen waarbij alle kinderen welkom zijn, gevaccineerd of niet gevaccineerd. Er zouden dan twee groepen komen en wat ik lees in de reacties  op andere blogs, staan deze groepen vaak lijnrecht tegenover elkaar. Hard tegen hard. 

    Lees verder onder de afbeelding


    Al jaren geleden ben ik mij gaan verdiepen in vaccinaties, het effect hiervan en eventuele gevaren.  Niet alleen van het vaccineren zelf, maar ook van de andere kant, wat als je niet vaccineert? Wat zijn de cijfers, de feiten en ervaringen van beide kanten? En wat als ik een kind zou krijgen, wat zou ik dan doen? Inmiddels zijn we hier uit. Tijdens mijn onderzoek kwam ik erachterdat er eigenlijk drie groepen zijn, gelinkt aan dit onderwerp. 

    • Ouders die wel vaccineren
    • Ouders die niet vaccineren
    • Ouders die ontzettend twijfelen/
    • Ouders die een aangepast programma volgen

    Er zijn ouders die vaccineren zonder ooit onderzoek gedaan te hebben naar de effecten of gevaren hiervan, zij hebben hier geen enkele twijfel over en vertrouwen op de artsen. Er zijn ouders die vaccineren, juist omdat ze zoveel onderzoek gedaan hebben naar de effecten en gevaren van beide kanten, omdat ze bang zijn dat zonder deze vaccinaties, hun kind ernstig ziek kan worden. 
    Daarnaast zijn er ouders, die wel vaccineren maar dit doen doormiddel van een aangepast programma. Zij zoeken per vaccinatie uit of zij deze wel of niet willen geven en geven dus een gedeelte van het vaccinatieprogramma.

    Daarnaast zijn er ouders die na veel onderzoek besluiten om niet te vaccineren. De gevaren van het vaccineren wegen voor hen zwaarder, dan de gevaren van één van de ziektes waarvoor ingeënt wordt. Zij besluiten om het volledige programma te weigeren, gaan wel of niet naar het consultatiebureau voor de overige controles maar vaccineren dus niet. 
    Uiteraard zijn er ook ouders die vanwege geloofsovertuigingen en gezondsheidsredenen (allergie) niet vaccineren.

    Als laatste zijn er de twijfelaars, ouders die niet weten wat ze moeten doen. Aan de ene kant kan je kindje onwijs ziek worden van de vaccinatie en hier schade aan overhouden, aan de andere kant kan je kindje, wanneer je niet ent, één van de ziektes oplopen en hier schade aan overhouden. Vaak zijn deze ouders bang voor de mening van de mensen om hen heen, bang voor een oordeel wanneer ze niet zouden vaccineren, maar ook bang voor een oordeel wanneer ze besluiten wel te vaccineren.
    Het is kiezen tussen twee kwaden, voor hun gevoel.



    In mijn omgeving ken ik mensen van beide kanten.

    Er zijn veel mensen in mijn omgeving overtuigd van het nut van vaccinaties en hierover valt niet te discussieren. Ook zijn er veel mensen in mijn omgeving die ervoor kiezen om niet te vaccineren en zij zijn ook heilig overtuigd van hun standpunt. In mijn geval lastig om uit te komen voor wat wij kiezen want van beide kanten komt hoe dan ook een oordeel.

    Ondanks dat wij als ouders een bewuste keuze maken op dit vlak, begrijp ik de angst van een grote groep mensen.
    Na alle boeken, artikelen, gesprekken en documentaires over het vaccineren vind ik het nog steeds onwijs moeilijk om 100% achter onze keuze te staan. En heel soms twijfel ik ook nog of we wel de juiste keuze maken. Ik snap daarom echt onwijs goed dat het lastig is te kiezen en vooral wanneer je weet dat wat je ook kiest, er altijd mensen zullen zijn die een oordeel klaar hebben. Angst voor de vaccinaties, angst voor wanneer je niet vaccineert, angst voor de aanwezigheid van kinderen die geen vaccinaties krijgen, angst voor het oordeel van een ander. Angt overheerst bij dit onderwerp, en uit angst zeggen en doen mensen soms gemene dingen.

    Over de mensen die niet vaccineren hoor ik zelfs opmerkingen als ‘geef ze maar een markering op hun kleding, dan herkennen we de kinderen waarmee onze kinderen niet mogen spelen.’ Over de mensen die wel vaccineren lees ik dingen als ‘zij maken hun kinderen bewust ziek en jagen ze de dood in.’ En over beide kanten lees ik meerdere malen per week het volgende ‘zij zouden geen kinderen mogen krijgen en wat een slechte ouders!’

    Wat ik heel graag mee wil geven in mijn blog is: probeer open te staan voor de keuzes van een ander.
    Probeer vanuit hun oogpunt te kijken, waarom zij bepaalde keuzes maken of je het hier nou mee eens bent of niet. Ik ben er van overtuigd dat alle ouders, hoe moeilijk ook, vanuit hun hart kiezen voor het beste voor hun kinderen. Uit liefde voor hun kinderen dat kiezen, wat hen het beste lijkt. 

    En ik zou heel graag zien dat er meer liefde kwam en minder haat. Meer begrip en minder oordeel. Meer openheid en minder woede. 

    Of wij als ouders nu wel of niet vaccineren, dat doet er niet toe, het enige waar ik op hoop is dat iedere ouder die voor deze keuze staat, dat mag kiezen wat het beste voelt voor hen. Dat een ieder de vrijheid krijgt om zelf te belissen. Want nog een kind op deze wereld zetten, waarin zoveel haat leeft? Ik vind het eng. Op dit moment heb ik zelf de keuze om wel of niet te vaccineren, maar wat als ik dat straks niet meer heb? Wil ik dat die keuze voor mij gemaakt wordt? Wil ik dat mijn kind straks buitengesloten wordt omdat hij/zij vaccinaties heeft gehad of juist omdat wij ervoor gekozen hebben dit niet te doen? Nee, ik wil dat mijn kind geaccepteerd wordt, in welke situatie dan ook. En alle haat die naar boven komt wat betreft dit onderwerp, dat maakt het voor mij extra lastig om te kiezen. Niet of ik wel of niet vaccineer, maar over een tweede kind en het beperken van mijn vrijheid op dit gebied. Ik wil kunnen kiezen, ik wil kunnen twijfelen, ik wil op ieder moment kunnen besluiten het toch wel, of toch niet te doen. Moeten, dat maakt mij angstig. 

    Laten we alsjeblieft wat meer beseffen, dat iedere ouder uit liefde handelt en dat er geen goed of fout bestaat.

    Susan Schuitema

    Chrisje VIP Blogger

    Nieuwe opvoedingsmethode of oud nieuws? Slow Parenting..

    Er is een nieuwe opvoedmethode die helemaal trending is: Slow Parenting.

    Jaag jij van afspraak naar afspraak of van school naar sportclub en weer terug met je kind? En kun je door dit drukke schema niet gewoon lekker genieten van je kind? Dan is Slow Parenting misschien wel wat voor jou.

    Hier vind je een uitgebreide (Engelstalige) uitleg, maar voor de gehaaste lezer houdt de methode kort samengevat in, dat je met deze nieuwe opvoedingsaanpak meer in het moment leeft, minder met technologie bezig bent en minder met vooruit plannen.

    Je overlaadt je kinderen niet langer met activiteiten maar geeft ze de vrijheid om te genieten van wat ze (thuis) kunnen doen. Hiermee verlaag je zowel de druk op je kind als op jezelf. Mindful opvoeden dus.

    Nu wil ik niet vervelend doen, en ik juich deze methode absoluut toe, maar volgens mij deden ouders dat in de jaren tachtig al massaal.

    Als wij vroeger weekend hadden, mochten we buiten spelen, of binnen. Dat was het wel zo’n beetje. Wij gingen niet elke zondag naar een binnenspeeltuin, pretpark of bioscoop. Hooguit af en toe naar opa en oma of een familieverjaardag. En als je je verveelde, tja, dan verbeelde je je maar. “Daar word je creatief van,” zei mijn moeder dan. En dat was zo.

    Ik ben zelf overigens onbewust voor een groot deel al heel lang een slow parent, trouwens. Op zondag houd ik heel vaak “pyjamadag” met mijn dochter, die het heerlijk vindt om de eerste uren in haar pyjama en ochtendjas te zitten knutselen. Soms verveelt ze zich wel eens op pyjamadag, maar dan gaat ze vanzelf buiten kijken of haar vrienden er zijn of spelen we een potje badminton in de achtertuin.

    Dus… Ja, ik sta absoluut achter de nieuwste trend van Slow Parenting. Ik zou het zelfs iedereen aanraden. Het is alleen naar mijn mening helemaal niet nieuw.

    Interview met Aisha Scheuer van DIWMOTZ: “Ik kan heel goed loslaten.”

    diwmotz
    Ze is bedenker en oprichter van de populaire Facebook pagina DIWMOTZ (Dit Is Waarom Mensen Op Twitter Zitten, 116.000 volgers): Aisha Scheuer, een vrouw met een modern gezin, een neus voor grappige tweets, zakenvrouw met twee bedrijven, een achtergrond in de kinderopvang en een – tot voor kort verborgen – talent voor (slaap)coachen. Toch mag ik haar geen powervrouw noemen, tenzij ik succesvolle mannen ook powerman ga noemen. 

    Hoe is het idee ontstaan voor DIWMOTZ?
    DIWMOTZ is oorspronkelijk ontstaan als een grap. Ik werkte in die tijd nog in de kinderopvang. Ik ontdekte Facebook en op een gegeven moment ook hoe je een Facebook pagina kan starten. Voor de grap verzamelde ik grappige tweets en plaatste deze op mijn pagina. In het begin had de pagina maar 50 likes, voornamelijk van vrienden en familie. Maar opeens ging één van die tweets viraal, en kreeg de pagina in een paar dagen tijd 20.000 volgers.

    Opvallend: op Facebook hebben jullie meer volgers dan op Twitter. Moet er dan niet ook een DIWMOFZ komen?
    Het is wel eens door mijn hoofd gegaan. Mensen zeggen ook wel eens: “Moet je nu niet ook een pagina maken met Dit Is Waarom Mensen op Instgram of Facebook Zitten?”. Maar ik heb de pagina nooit zo willen uitbreiden. Daarbij vind ik dat ik dan van het begin af aan de pagina “Dit Is Waarom Mensen Op Internet Zitten” had moeten noemen.

    Beheer je je pagina en website (www.diwmotz.nl) in je eentje?
    In het eerste jaar deed ik alles alleen. Dat was op een gegeven moment niet meer te doen. Inmiddels werk ik met drie freelancers samen, waarvan één mijn vriendin Marleen is. Zij schrijven ook veel van de webcontent. Ik heb geen journalistieke achtergrond, het echte schrijfwerk moet je niet aan me overlaten: ik beleef daar ook niet echt plezier aan.

    Werk je nog in de kinderopvang?
    Nee. Sinds 31 december 2016 ben ik gestopt met mijn werk in de kinderopvang. Toen ben ik me gaan richten op de website en Facebook pagina. Daarnaast ben ik sinds kort aan de slag gegaan als slaapcoach. Een vrouw op Twitter vertelde dat haar zoontje zo slecht sliep. Ik had hier persoonlijk veel ervaring mee, vanuit mijn werk in de kinderopvang maar ook doordat mijn eigen zoon als baby ook erg slecht sliep. Hiervoor heb ik toen een slaapplan opgesteld, wat direct werkte. Voor de vrouw op Twitter heb ik een slaapplan opgesteld;  dit werkte ontzettend goed. Daarna ben ik steeds meer ouders gaan coachen. Het coachen is waar mijn talent ligt. Ik coach ouders overigens op afstand, telefonisch of via e-mail. Dit is de meest effectieve methode: ouders zitten er meestal niet op te wachten dat ik mee kom kijken. Bovendien werkt de aanpak erg goed. Ik ben me gaandeweg steeds meer in slapen en coaching gaan verdiepen, startte met een opleiding tot coach. Overige inkomsten genereer ik uit de website.Voor mij is het een combinatie die goed werkt. Af en toe geef ik social media trainingen, waarbij ik mensen inspireer met mijn levensverhaal.

    080372ef-1f4d-4b7f-8085-02e30a96c5cfOp je website staat dat je ook in te huren bent om zalen leeg te laten lopen, haha.
    Ja, haha, dat klopt. Dit is ook nog eens serieus zo overgenomen door een grote website: Aisha is in te huren voor feesten en partijen, haha. Ik werd ook eens genomineerd voor de VIVA400 award, als powerwoman. Ik las het laatst al op Twitter, waar iemand zei: zodra een vrouw iets bijzonders presteert is het opeens een powervrouw. Terwijl je nooit iets hoort over een powerman: succesvolle mannen noemen ze gewoon man.  Daar kan ik me ook echt over verbazen.

    Je bent ook columnist voor KEK mama en LindaNIEUWS.
    Klopt. Voor LindaNIEUWS schrijf ik geen columns, ik maak er overzichten voor van de leukste tweets. Voor KEKmama schrijf ik columns over mijn privéleven en ervaringen als moeder. Dit gaat bijvoorbeeld ook over de manier waarop Shai verwekt is: via een bekende donorvader. Mensen zijn vaak wel heel nieuwsgierig hoe dit dan in zijn werk gaat, maar durven het niet te vragen. Ik heb daar geen moeite mee: ik heb er nooit geheimzinnig over gedaan, ook naar Shai toe niet. Uiteraard bepaalt ieder koppel dit voor zichzelf.

    Hoe ziet een gemiddelde doordeweekse dag er voor jou uit?
    Sinds kort heb ik een kantoor. Daarvoor werkte ik vanuit thuis. Ik vind het prettig om een eigen kantoor te hebben: daar zit ik elke dag van negen tot vijf. De freelancers werken op afstand mee. Mijn kantoor is echt mijn eigen domein: door daar te werken creëer ik rust en afstand, een duidelijker afscheiding tussen werk en privé. Het coachen gebeurt ook vanuit mijn kantoor.

    Doe je met jouw kanaal ook dingen voor de LGBT community?
    Nee. Ik zie dit los van elkaar. Toen de pagina zo groot werd, heb ik nagedacht over welk standpunt ik ging innemen. Het enige waar ik nog wel eens een standpunt over kan hebben is bijvoorbeeld over Trump. Ik zal niet snel een politieke mening geven. Mijn site gaat over humor, over luchtige zaken. Politieke standpunten horen daar zo min mogelijk thuis, wat mij betreft.

    Als je vanaf morgen nog maar één van je werkzaamheden mocht verrichten, welke zou dat dan zijn?
    Het coachen. Oh, dat kwam er wel heel snel uit hè? Ja, het coachen is echt mijn talent. Mijn vriendin zei laatst trouwens, dat ik altijd heel kort en bondig antwoord kan geven en snel kan beslissen. Ik durf inderdaad duidelijk te zijn. Ik heb een burn-out gehad ten tijde van de geboorte van mijn zoontje. Misschien heeft dat er ook mee te maken: Ik heb geen geduld meer om lang te twijfelen. Je wordt ook nooit meer de oude volgens mij, na een burn-out.

    Moet je dat willen dan?
    Nee, ik denk van niet. Je bent immers niet voor niets in een burn-out terecht gekomen. Als je het niet nog eens wilt krijgen, zul je dingen moeten veranderen. Ik hak nu veel gemakkelijker knopen door.

    Wat heeft de burn-out gedaan met jou als moeder?
    Mensen doen soms zo hysterisch over hun kind. Ik vraag me dan altijd af:  hoe kun je die energie opbrengen? Ik heb niet de energie om alles zo perfect te doen. Ik ben ook heel open tegenover mijn zoon. Ik maak het leven niet mooier dan het is. Als ik druk in mijn hoofd ben, vertel ik hem dat. Dat hoort ook bij het leven. Ouders doen vaak richting hun kinderen alsof ze alles aankunnen: daarmee geef je zo´n vertekend beeld van het leven aan je kind. Hierdoor creëer je een generatie die denkt dat iedereen alleen maar altijd gelukkig moet zijn en dat alles altijd perfect hoort te zijn. Als je naar social media kijkt, zie je vaak ook alleen de mooie buitenkant. Maar schijn bedriegt: de realiteit is nu eenmaal vaak hard.

    IMG-4932Daar heb je helemaal gelijk in! Om nog even terug te komen op je website en pagina. Om welke tweet moest jij zelf het hardst lachen?
    De tweet van Arjen Lubach, over een uitje fruiten. En het gedichtje over pijnboompitten. Ik zal ze je doorsturen, wacht, ik app ze je nu direct even door. Daarnaast vind ik tweets over kinderen erg leuk. Op Twitter lijken mensen (goddank) veel eerlijker te zijn over opvoeden. Ik vind dat verfrissend en vaak hilarisch.

    Je hebt een vriendin, Marleen. Samen met je ex heb je een zoon, Shai. Jullie zijn dus een echte ‘modern family’. Loop je tegen veel vooroordelen aan, of valt dat wel mee?

    05bf4404-33a5-4f19-b187-8ad582eaf5fa
    Aisha met haar vriendin, Marleen

    Iedereen in onze omgeving weet hoe het zit, dus dat valt gelukkig erg mee. Toen ik nog in de kinderopvang werkte kreeg ik af en toe nieuwe collega’s; dan was het soms wel grappig om te zien hoe men reageerde als ze vroegen of ik een vriend had, en ik daarop antwoordde dat ik een vriendin had. Dan kwam ook ter sprake dat ik een zoontje heb: op dat punt werd het soms wat ingewikkeld. Toen ik een keer zei dat mijn vrouw zwanger was, kreeg ik wel eens een reactie van een heel gelovige collega,die zei dat ze daar vanuit haar geloof niets mee kon. Dat vond ik wel erg lomp: dan zeg je eigenlijk dat je vindt dat wij geen ouders zouden mogen zijn. Shai is het beste wat me overkomen is, dus daar raak je me dan wel mee, ja.

    gaykrant-vlag-sloganZou je ook eens een gastblog willen schrijven voor de Gaykrant?
    Oh, dat lijkt me heel leuk!

     


    Waar loop jij trouwens als vrouw zijnde tegenaan in het zaken doen?
    Ik heb twee bedrijven en waar ik tegenaan loop, is dat ik vind dat ik eigenlijk nog te soft ben. Ik heb geen zin om bijvoorbeeld mensen rond te commanderen. Dat zit niet in mijn aard. Ook onderhandelingen vind ik moeilijk. Vrouwen durven vaak niet te onderhandelen, heb ik gemerkt. Maar weet je wat het ook is: vrouwen die zichzelf ondergewaardeerd voelen gaan vaak zodanig uit hun plaat dat mannen daar van slag raken van raken en daar niets meer mee kunnen. Emotioneel gezien ben ik echt een vrouw, ik ben heel sensitief. Maar op het moment dat ik bij Marleen voel dat er wat gaande is en als ik dan vraag of er iets is en ze zegt nee, dan ga ik ook gerust slapen. Dat is dan misschien weer heel mannelijk van me, haha. Vrouwen wisselen vaker in hun emoties dan mannen. Als je qua emoties vijf lijnen hebt, zitten mannen meestal mooi op de middelste lijn. Vrouwen schommelen heel veel tussen de bovenste en de onderste lijn. Op het moment dat je helemaal onderin die lijn schiet heb je veel meer last van zaken zoals schaamte en schuldgevoel.

    Hoe ga jij om met je eigen emoties?
    Ik kan heel goed loslaten. Ik kon het altijd al best aardig, maar toen ik bewust werd van de stappen die je daarvoor moet zetten, werd ik er steeds beter in. Stel, je zit in een relatie en je wil loslaten maar je krijgt de boel niet veranderd, dan stop je met de relatie omdat je niet verder kan. De kunst is dan om dit te blijven volhouden, niet terug te krabbelen en diegene los te laten.  Veel mensen blijven veel te lang denken: ja, maar als dit nu verandert, dan zou het misschien toch kunnen werken.. terwijl dat meestal niet kan.

    39a40fe8-f1cf-41f6-bd10-969553d72c3eTen slotte: als je het stokje moest doorgeven, wie zou je aanraden om als volgende te interviewen? Waarom?
    Ik was al aan het hopen dat je dat zou vragen! Zjos Dekker, zij is zo ontzettend leuk. Ze is autistisch, lesbisch, depressief: over het laatste wil ze graag vertellen. Zjos wil namelijk dat er meer ruimte komt voor mensen die depressief zijn en het is haar missie om zich er hard voor te maken dat mensen op een goede manier worden geholpen. Ze schrijft heel open over haar depressie. Ze is bovendien ook echt een leuk mens. Ik ga met haar midgetgolfen in het donker binnenkort.

    Meer over Aisha of DIWMOTZ? Ga naar www.diwmotz.nl of naar de gelijknamige Facebookpagina.

    Scheiden doet lijden: getrouwd blijven vaak nog erger

    Je kent het gezegde wel: scheiden doet lijden. Ik ben het daar voor een groot deel absoluut niet mee eens. Ongelukkig getrouwd blijven, dát doet vaak pas lijden.

    Massaal vragen Nederlanders zich af: moet ik scheiden of blijven? Het blijft een moeilijk vraagstuk. Want: Heb je alles geprobeerd? Heb je gedaan wat je kon om je relatie te herstellen? Heb je relatietherapie geprobeerd? De keuze is reuze. Er bestaat geen quick fix. Er staat veel op het spel: wonen, financiën, het “ideale plaatje” richting de buitenwereld.

    Ja. Scheiden doet soms lijden, maar dit hangt er grotendeels van af hoe volwassen je er mee om gaat. Steeds meer ouders doen anno 2018 hun uiterste best om op een vreedzame manier uit elkaar te gaan, vanwege de verdrietig genoeg enige – maar oh zo belangrijke! – liefde die onder de streep nog over blijft als het huwelijk of de relatie strandt: de liefde voor hun kinderen. Compromissen worden gezocht. Trots wordt ingeslikt. De middenweg wordt gezocht. Scheiden is dus niet altijd die gruwelijke lijdensweg die je ziet op televisie, voor het woord scheiding komt steeds minder het woord vecht te staan.

    Mediators worden steeds meer ingeschakeld om de stormschade na de storm die echtscheiding heet te beperken, met als doel om het huwelijk voor de kinderen op een zo ruzie-vrij mogelijke manier te beëindigen. Dit getuigt niet alleen van heel veel moed, volwassenheid en redelijkheid; het getuigt ook van een hele grote liefde voor de kinderen en het bereid zijn om – van beide kanten – het ego opzij te zetten, om de kinderen leed te besparen.

    Getrouwd blijven doet vaak ook lijden. Dit onderwerp wordt echter lang niet genoeg belicht. Ongelukkig getrouwde ouders zorgen -of ze dat willen of niet- met hun ruzies, onderlinge spanning en de vervelende sfeer voor een mijnenveld-huishouden.

    Kinderen voelen het intuïtief feilloos aan, als ouders niet meer van elkaar houden. Vaak hebben kinderen het al langer in de gaten dan de ouders zelf. De schade die aangericht wordt als je ouders niet meer van elkaar houden, wordt echter vaak jaren later pas zichtbaar: als het kind niet weet hoe een gezonde, respectvolle relatie er uit ziet en onbewust ongezonde partners uitzoekt, omdat die emotionele onveiligheid in de jeugd een vertrouwdheid heeft gekregen.

    Als kind voel je je loyaal aan beide ouders. Als beide ouders ongelukkig in een huis blijven leven, langs elkaar door of ruziënd, voelen kinderen dagelijks deze ongezonde sfeer, de spanning, de ongemakkelijkheid, het ongeloof als er visite komt en er opeens wel leuk gedaan kan worden. Geen gezonde lessen voor een kind van hoe een gelukkige relatie hoort te zijn.

    Scheiden doet lijden, maar ongelukkig getrouwd blijven voor de lieve vrede, het geld of de buitenwereld richt vaak nog veel meer schade aan.

    Deze gaat echter verhuld achter een façade, een masker dat naar buiten toe wordt vastgehouden in de vorm van op elkaar geklemde kaken op de gezinsfoto: even lachen naar de camera jongens, we zijn verdomme een gelukkig gezin.

    Zwangere buik aanraken? Can’t Touch This!

    Het is alweer een hele tijd geleden dat ik zwanger was van ons kind. Maar wat ik me nog maar al te goed herinner, is hoe versteld ik er van stond hoe veel mensen aan je buik dachten te mogen zitten.
    En gek genoeg waren dat niet eens mijn vriendinnen of mensen die dicht bij me staan, maar vaak zelfs vage kennissen, toevallige voorbijgangers en collega’s. Nu weet ik niet hoe het met jullie zit, maar ik ben best wel gehecht aan mijn personal space. Natuurlijk, ik knuffel mijn naasten en goede vriendinnen graag. Maar van vreemden wil ik toch eerst wat meer weten, alvorens ze fysiek toenadering mogen zoeken.

    Ik begrijp dat zo’n uitpuilende buik (zeker die van mij, ik leek wel een drieling te dragen!) uitnodigend is. Een soort fysiek uithangbord. En ik vond het helemaal niet erg als mensen iets zeiden of vroegen over de zwangerschap. Maar dat aanraken, dat hoefde van mij nou ook weer niet. Er was zelfs een collega die het leuk vond om me telkens te verrassen door me van achteren te besluipen, en dan opeens die twee handen op mijn buik. Uh. Pardon?

    Er waren ook mensen die mijn loopje gingen na doen. Vonden ze grappig. Waggel, waggel, waggel. Hilarisch hoor, althans dat vonden zij. Ik niet zo. Ach ja.
    Als er vrouwen in mijn naaste omgeving zwanger zijn, voel ik ook wel die behoefte om er even een hand op te leggen. Maar wetende dat niet iedereen daar zomaar van gediend is, vraag ik het altijd even van te voren. Wel zo netjes, toch?

    Roze wolk? Zeg maar gerust donderwolk! (Persoonlijk verhaal / Gastblog door Susan Schuitema)

    Gastblogger Susan Schuitema heeft een huilbaby. Haar wolk is verre van roze. Ze wil graag haar persoonlijke verhaal delen met andere moeders.

    Een roze wolk? Zeg maar gerust een donderwolk met spoelende regen.
    Zo’n hoosbui waarvan je compleet doorweekt raakt en eerst 3 uur onder de douche moet staan om het weer warm te krijgen. Een hoosbui waarbij je met een grote paraplu rondloopt en nog aan alle kanten nat wordt.

    Een emmer die iedere dag een beetje voller loopt en meerdere malen per week geleegd wordt om weer opnieuw te beginnen met vullen. Hij loopt vol met tranen, tranen van verdriet, van frustratie, van wanhoop en ook van blijdschap.

    De eerste tranen kwamen tegelijk met een luide huil door de operatiekamer, ditmaal van blijdschap. Volledige blijdschap zonder twijfel, trots en opluchting omdat hij er was. De opluchting die je voelt omdat de bevalling eindelijk voorbij is en je kind eindelijk na 9 maanden ongeduld, op de wereld is. Trots op het geluid dat door de ruimte gaat, de harde huil van jouw baby.

    De harde huil die je nu – weken later – zelfs onder de douche nog hoort, terwijl hij toch écht eindelijk ligt te slapen.
    De huil die je zo graag wilde horen al die tijd, waar je naar uit keek toen je nog zwanger was, omdat dat een teken zou zijn van een gezonde baby. Die zelfde huil maakt je zes weken later wanhopig, gefrustreerd, bang, zelfs wel eens boos.

    En dan kun je denken, boos op je baby? Nee, boos op jezelf. Als jij, als enige veilige haven voor je kind, na 9 maanden samen te zijn geweest, je kind niet kunt troosten, wat ben je dan voor moeder? Als je je kind zo gigantisch hard hoort huilen, uren lang, dagen lang, weken lang, dan is het geen roze wolk waar je op je leeft, dan leef je in een storm waarbij de wind af en toe even gaat liggen maar steeds weer terugkomt.

    Iedere minuut van de dag kruipt voorbij, met een donderwolk boven je hoofd die je aan alle kanten probeert te ontwijken. En als het dan even windstil is en je in alle rust kunt schuilen omdat hij eindelijk slaapt, durf je geen stap te zetten uit angst om weer in een zee van tranen te belanden.

    De adviezen die je naar je hoofd geslingerd krijgt, hoe goed bedoeld dan ook: je kunt er op den duur niks meer mee. Probeer je het uit? Natuurlijk. Je probeert alles uit, je bedenkt de gekste dingen als er ook maar 1% kans is dat het zou kunnen helpen. Je cijfert jezelf weg want het enige wat belangrijk is, is hij. Je leeft niet meer van dag tot dag, maar van huil tot huil en van fles tot fles. In de hoop dat de dag snel voorbij gaat en hij de nacht goed zal slapen. Je kijkt uit naar de leeftijd van 6 weken, want dan zou toch alles makkelijker worden? Als met makkelijker bedoeld wordt dat je went aan het huilen en dat je went aan het constant bedenken van nieuwe oplossingen om je kind tevreden te maken, niet dus. De zes weken zijn namelijk bereikt en er staan inmiddels 100 emmers die over zijn gelopen, ik heb al meerdere malen onder de douche gestaan om mezelf weer op te warmen en door te gaan.

    Een grote paraplu van de mensen om je heen die je aan alle kanten proberen te beschermen. Die je proberen op te vrolijken, moed in te spreken dat het allemaal beter wordt en dat je er even doorheen moet. En hoe fijn het ook is, zo’n grote paraplu ter bescherming tegen de regen, je wordt nog steeds aan alle kanten geraakt.

    Je probeert af te gaan op je gevoel, want het is jouw kind dus je gevoel hoort je te wijzen op de oorzaak van zijn verdriet. Aan alle kanten word je weggestuurd door mensen die deskundig zouden moeten zijn. Door mensen die leven via de theoretische paden en er van overtuigd zijn dat dit voor ieder kind zo werkt. En oh wee als je afwijkt van dat ritme en die patronen, dan is dát de oorzaak van jouw ontevreden kind.

    Mensen die je er dagelijks op wijzen dat je wel moet genieten omdat deze tijd zo snel voorbij zal zijn en je het niet weer terug kunt krijgen. Terwijl jij maar denkt, hoezo snel? De dagen kruipen voorbij. En hoezo genieten? Waarvan? Die prachtige roze donderwolk die alsmaar groter lijkt te worden? Dat is niet genieten, dat is overleven. En ja, ik ben dankbaar dat ik zwanger heb mogen zijn, dat ik een kind heb mogen krijgen en moeder heb kunnen worden, maar dat maakt het niet minder zwaar.

    Moeder zijn is leren leven met de verantwoordelijkheid die je hebt voor een wezentje die compleet afhankelijk is van jou. En hoewel je geniet van de momenten dat hij zijn troost wél bij je vindt, en die keer dat hij voor het eerst bewust naar je begint te lachen, nieuwe geluidjes gaat maken of tevreden ligt te slapen, die roze wolk is nog niet voorbij gekomen. Maar, wie weet, heel misschien, zit hij verstopt achter die laatste hoosbui, vandaag of morgen. Zoals ze altijd zeggen, na regen komt zonneschijn. En ergens moet je de hoop blijven houden op een mooie regenboog tussen de zon en regen door, met aan het einde van de lange zware vermoeiende weg, jouw grote pot met goud: een tevreden kindje en dus een tevreden moeder.

    Dus de welbekende roze wolk? Nee, stel je eerder een wolk voor met alle kleuren van de regenboog die staan voor je eigen gevoel. Met alle weersoorten die je kunt bedenken eraan vast. Zon, regen, hagel, storm, wind vanuit alle windrichtingen en inderdaad ook genoeg wolken, maar of ze altijd roze zijn? Absoluut niet.

    Herken jij het verhaal van Susan? Heb jij dit ook meegemaakt met jouw kindje? Hoe ben je er door heen gekomen?

    Twee gigagoede redenen om geen foto’s van je (half) naakte kind op Facebook te zetten

    Je ziet ze vast regelmatig op je tijdlijn voorbij komen: het super schattige kindje van de buren in het badje, op het potje, noem maar op. Misschien zet je zelf ook wel eens van die snoezige foto’s online.

    Er zijn echter twee gigagoede redenen om dat niet te doen, en als je dat wel al hebt gedaan, om dan een aantal foto’s alsnog te verwijderen.

    Internet stikt van de creeps

    Je denkt misschien dat je foto’s goed afgeschermd zijn, maar is dat wel zo? En hoe weet je zeker dat die verre oud achterbuurman van je ouders in jouw vriendenlijst niet toevallig een pedofiel met verkeerde gedachten is?

    Online struinen creeps het Internet af, op zoek naar deze foto’s, die jij volkomen nietsvermoedend als trotse ouder deelt met je vrienden. Je moet er toch niet aan denken dat de dierbare potjes foto’s van jouw kindje in verkeerde handen komen? Gewoon niet doen. Leuk voor in het babyalbum, niet online.

    Wat vindt je kind er later van?

    Wij hadden vroeger, in de tijd dat er nog niets online ging, heerlijk anonieme privacy, als kind. Onze ouders zetten niets online. Ik moet er niet aan denken dat mijn vrienden in mijn puberteit half naakte baby/peuter foto’s van mij hadden kunnen terugvinden op mijn moeders facebook. Gun je kinderen wat privacy.

    Ze kunnen er zelf nu misschien nog niets van vinden; reden te meer voor ons als ouders, om hun privacy te bewaken.

    Hoe een Bugaboo advertentie zich de woede van moeders wereldwijd op de hals haalt

    De bugaboo reclame foto die tot een hoop verontwaardiging leidde bij moeders wereldwijd.  Bron foto: adweek.com
    De bugaboo reclame foto die tot een hoop verontwaardiging leidde bij moeders wereldwijd.
    Bron foto: adweek.com

    Bugaboo dacht haar potentiële klanten aan te spreken door het top fitte, strak uitziende model Ymre Stiekema te laten rennen achter hun kinderwagen in het Nederlandse Vogue Magazine. 

    Ze konden er niet verder naast zitten.

    Het internet stroomde vol met verontwaardigde moeders. Naar mijn mening is dat wel terecht, want laten we eerlijk zijn: zo strak ziet de gemiddelde kersverse moeder er echt niet uit. Daarbij ziet het kindje in de kinderwagen er een beetje uit alsof het door alle G-krachten achterover gedrukt zit in de kinderwagen; lijkt me nou niet bepaald genieten van de uitzichten om je heen, als mama zo hard rent dat je niks in je op kunt nemen. Maar goed, ik kan niet oordelen over de moeder-kwaliteiten van het model, dus dat laatste is enkel een aanname.

    Maar, Bugaboo, kom op. Jullie weten toch hopelijk ook wel, dat de gemiddelde moeder er niet zo strak en gespierd bij loopt? Misschien zouden we dat wel willen, he, maar we zitten met een paar minuscule obstakeltjes, zoals genetische aanleg, chronisch slaapgebrek, en dat soort dingen. Daarbij; al zouden we zo’n figuur hebben, dan zouden we nog niet snel in zo’n inimini bikini gaan rond rennen achter de kinderwagen.

    Want, A) zo’n bikini lijkt me niet comfortabel (plus, waar laat je de spuugdoekjes, je huissleutel en je los hangend vel?) Ze heeft ook nog eens geen babytas bij zich. Nu weet ik niet of haar kind over dezelfde geweldige genen beschikt als moeder, maar mijn kind heeft altijd te pas en te onpas haar luier vol gemaakt op de meest ongemakkelijke momenten. Er dus van uit gaande dat ze in die bikini allerlei magische vakjes heeft zitten voor haar telefoon en haar sleutels, snap ik dan nog steeds niet waar ze haar luierdoekjes, luiers, snoetenpoetsers en reserve fles heeft gelaten.

    Daarbij zie ik ook geen reserve parka; en iedereen weet dat het in Nederland nooit slim is om zonder je regenlaarzen en parka de deur uit te gaan. Ook niet in juli.
    En dan nog iets; als ze gaat zwemmen, want daar ga ik wel van uit gezien de bikini, dan had ze nog veel meer bij zich moeten hebben. Zwembandjes, zonnebrand crème voor baby’s en volwassenen, handdoeken en crocs voor in het zwembad. Waar heeft ze die dan gelaten? Nee, ik vind dit geen logische reclame foto. Maar ja, het is dan ook een reclame foto, schijnbaar hoeft daar geen logica aan ten grondslag te liggen.

    Nee, Bugaboo, de meeste moeders worden niet blij van zo’n reclame foto. Want A) het is niet realistisch of haalbaar voor de meeste vrouwen en B) het ziet er niet comfortabel uit en C) ons kind vereist dat wij een heleboel meenemen voor onderweg. Als jullie volgende keer een iets meer gemiddeld model zoeken, met kleding aan en maat 40 en zo, inclusief hier en daar wat los hangend vel, een uitpuilende luiertas en de voor moeders herkenbare wallen, dan mag u mij een bericht sturen.

    Bron foto: dailymail.co.uk

    Postnatale Depressie: het Taboe van de Grijze Wolk

    Ik kan er nu over schrijven. Dat heeft wel heel lang geduurd. Om er over te kunnen praten heeft drie jaar geduurd. Als je bevalt van je kind, verwachten jij en je omgeving een roze wolk. Beschuit met muisjes, een gelukkige, stralende, blije moeder. Toen ik beviel van onze dochter, hield ik meteen van haar. Maar de wolk was verre van roze.

    Vaak heb ik er over nagedacht om mijn ervaring met anderen te delen; ik ben immers schrijfster, ik blog, ik deel, dus waarom dit niet? Omdat het te zwaar op de hand is? Misschien. Te persoonlijk? Ook wel een beetje. Taboe? Ja, dat ook wel vrees ik. Toch deel ik het.

    Omdat ik denk dat er nog steeds een te groot taboe rust op postnatale ellende. Omdat ik denk dat er veel vrouwen zullen zijn, die zich kunnen herkennen in mijn verhaal. Om die vrouwen te helpen, die helemaal geen roze wolk hebben en denken dat ze daar misschien wel helemaal alleen in zijn: dat zijn ze dus niet.

    Voor mij begon het allemaal al tijdens de zwangerschap. Ik was erg blij om in verwachting te zijn, maar voelde me onder invloed van de zwangerschapshormonen al vaak verre van mezelf. Toen er tijdens de zwangerschap ook nog een medische complicatie werd ontdekt bij ons kindje, waarvan niet direct bekend was of het ernstig was of niet, werd het een stuk erger. Ik sliep steeds slechter, maakte me ontzettend veel zorgen. De bevalling kwam twee weken na de uitgerekende datum op gang en was zwaar. Na de bevalling moesten er testen gedaan worden, echo’s, MRI scans. Daar lag mijn baby’tje dan, in zo’n groot MRI apparaat. Het ging allemaal niet zo als het in de boekjes stond; althans niet die boekjes die ik gelezen had. Daar boven op kon ik de enorme hormoon wisseling die bij de bevalling kwam kijken niet aan. Ik heb een aantal weken lang elke dag gehuild. Waarom wist ik ook niet precies. Normaal gesproken ben ik een optimistisch mens en huil ik zelden! Ik durfde pas na een week of zes naar buiten met de kinderwagen. Overal maakte ik me zorgen over; de risico’s, de verantwoordelijkheid, de angst, het greep me naar de strot. Hoewel ik verstandelijk ook wel wist, dat dat niet nodig was. Tijdens de babyborrel die we gaven ter viering van de geboorte, zat ik als een moeder leeuwin naast de kinderwagen waar ons kindje in sliep: de Mexicaanse griep heerste op dat moment en niemand mocht te dicht in de buurt komen. Ik weet alleen nog dat ik dankbaar was toen het weer voorbij was. Ik was zo overbezorgd, dat genieten, zelfs op die mooie dag, voor mij niet mogelijk was.

    Ik kan me nog goed herinneren dat iemand van het consultatiebureau op bezoek kwam. Mijn man en ik vroegen haar of het kon dat ik een postnatale depressie had, omdat ik zo veel moest huilen. Ze vroeg of ik liefde voelde voor mijn kind. Ja, was daarop mijn eerlijke antwoord. “Dan heb je geen postnatale depressie. Want als je dat zou hebben dan voel je helemaal niets.” was de conclusie. Ruim twee jaar later leerde ik pas dat die conclusie volkomen onterecht was. Postnatale depressie heeft vele symptomen, maar het is niet per definitie zo dat je bij een postnatale depressie niets voelt voor je kind. Dat kán een symptoom zijn, maar sommige moeders met een postnatale depressie zijn juist enorm overbezorgd. Ze voelen zich zo overweldigd door de zorgen, dat dat gaat overheersen. Dat was dus bij mij het geval.

    Het was alsof iemand een grijze deken over mijn bestaan had gegooid. Ik probeerde naar de buitenwereld toe de blije, nieuwe moeder te zijn. Speelde de rol waarvan ik dacht dat die van me verwacht werd. Thuis was ik overbezorgd, gespannen en bang. Ik zorgde uitstekend voor ons kind, maar dat was dan ook het enige dat ik kon doen. Meer energie had ik niet. Omstaanders blijken zich achteraf toch zorgen te hebben gemaakt, maar net niet genoeg om aan de bel te trekken. Pas na twee jaar kwam ik er achter dat ik een postnatale depressie had gehad, en begon ik langzaam weer een beetje mezelf te worden. Er kwam een einde aan de tranen, langzaam voelde ik mijn vertrouwen in mijn eigen kunnen weer groeien. De storm was voorbij; sindsdien zit ik gelukkig op mijn – verlate – roze wolk. Ik geniet nu al bijna vier jaar met volle teugen van alles wat het moederschap te bieden heeft.

    De invloed die hormonale veranderingen op een vrouw kunnen hebben, worden nog veel te vaak onderschat. Mensen die een zwangere en pas bevallen vrouw begeleiden, moeten het verschil herkennen en erkennen tussen een paar dagen babyblues en een postnatale depressie.
    De symptomen moeten bekend zijn, want het is voor moeders al moeilijk genoeg om zich kwetsbaar op te stellen. Ik had zelf nooit verwacht dat ik – een van nature positief, optimistisch en doorgaans vrolijk mens – me ooit zo diep ellendig zou kunnen voelen.

    KIPPENVEL: “Thank You Mom” – Inspirerend én ontroerend voor alle moeders!

    Een ontzettend mooi, inspirerend en ontroerend filmpje: hoe moeders hun kinderen, mét vallen en opstaan, leren om te gaan met het leven:

    Wanhopig, angstig en alleen, in je bed….

    Stel je voor, je ligt alleen in een bed. Je voelt je niet goed, hebt behoorlijke buikpijn, of je voelt je erg alleen en angstig. Of je hebt jezelf onder gespuugd, of onder gepoept in je slaap!
    Probleem is alleen: je kunt niet uit bed komen. Het is donker, de spijlen om je bed heen zijn te hoog om er uit te klimmen. Bovendien lig je stevig ingepakt in bed en heb je niet de kracht om jezelf los te wurmen. Je begint te huilen; eerst zacht, maar daarna steeds harder.
    Je voelt je opgesloten in je eigen bed, helemaal alleen met je pijn of angst. Iemand moet je toch horen? Er zijn toch nog andere mensen in huis? Ondertussen wordt de pijn alleen maar erger, door de stress die je voelt. Je wordt wanhopig; een gevoel van eenzaamheid maakt zich meester van jou. Je kunt niet praten, niet opstaan uit bed, niets.

    Zo – stel ik me voor – voelt een baby zich, die men door laat huilen. En bovenop al die gevoelens van angst, stress en pijn, is die baby dan ook nog eens niet in staat te praten, niet in staat om om hulp te roepen. Het enige wat hij kan, is huilen.
    Dankzij allerlei “opvoedingsadviezen” zit beneden, een verdieping lager, een moeder die het huilen van haar baby door merg en been voelt gaan, maar er niet op af durft te gaan, omdat ze bang is dat ze haar baby daarmee zou verwennen. Terwijl verwennen bij kleine baby’s helemaal niet mogelijk is. En het wetenschappelijk is aangetoond dat baby’s door het (lang) huilen te veel stresshormonen aanmaken.

    Bron foto: lekker slapen zonder huilen: http://www.bol.com/nl/p/lekker-slapen-zonder-huilen/1001004002604885/
    Bron foto: lekker slapen zonder huilen: http://www.bol.com/nl/p/lekker-slapen-zonder-huilen/1001004002604885/

    Uiteraard is het niet aan te raden om je baby bij ieder geluidje uit bed te pakken. Je mag je baby best eens een paar minuten laten huilen. Maar voor de gevoelens van geborgenheid, troost en veiligheid is het voor je baby nu eenmaal beter als je wel iedere vijf minuten even naar hem of haar toe gaat, al is het maar om te zien of ze geen volle luier hebben of bijvoorbeeld klem zitten, gespuugd hebben, of niet fijn liggen.

    Er zijn overigens talloze tussenoplossingen die uitgeprobeerd kunnen worden, zoals de “Lekker slapen zonder huilen” methode, waarbij je je baby in elk geval geen uur aan een stuk door hoeft te laten huilen in zijn uppie. Je baby huilt immers niet om jou te pesten. En laten we eerlijk zijn, hoe zou jij je voelen, als je geen kant op kon?

    Baas in eigen Borst

    kinderkamer-2Vandaag was het weer zo ver. De discussie over borstvoeding laaide weer op, naar aanleiding van een nieuws item over het st. Antoniusziekenhuis in Nieuwegein, waar een rel was ontstaan na een voorlichtingsavond. In dat ziekenhuis zou tijdens die voorlichtingsavond onder andere gezegd zijn, dat je kind niet de nodige liefde krijgt als het geen borstvoeding krijgt, en dat het een plat hoofd kan ontwikkelen. Het ziekenhuis distantieert zich van de uitspraken en gaat onderzoek doen naar deze uitspraken. Maar als dit inderdaad waar blijkt te zijn, dan vraag ik me af waar het naar toe moet met de moeders van Nederland. Als dit de informatie is die we in ziekenhuizen krijgen voorgeschoteld, waar eindigt het dan? Het is natuurlijk klinkklare onzin, dat je je kind niet de nodige liefde kunt geven, als je het met de fles voedt. Dit soort uitspraken (als ze echt zo gezegd zijn) strijken in tegen de haren van alle moeders, die geen borstvoeding hebben gegeven, om welke reden dan ook.

    Wordt er dan geen rekening gehouden met vrouwen waarbij borstvoeding geven medisch gezien niet mogelijk is? Of met vrouwen waarbij de borstvoeding niet op gang komt? Of met vrouwen, die wegens oververmoeidheid en uitputting de borstvoeding staken? Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen: Mijn eigen ervaring met de zogeheten `borstvoedingsmaffia´ was ook niet al te positief. Dat begon al in mijn eigen ziekenhuis, waar ik te horen kreeg dat ik beter geen bijvoeding kon geven aan mijn hongerig brullende baby, vanwege tepel/speen verwarring. Daar sta je dan: postnataal, hormonaal, zwak, al drie dagen aan een stuk door wakker, uitgeput, doodmoe, met een baby die niets binnen krijgt omdat je simpelweg niets produceert, te luisteren naar een vrouw die je vertelt dat het niet goed is voor de baby.

    Het moet wat mij betreft nu maar eens snel afgelopen zijn met die pro borstvoeding propaganda. Natuurlijk is het mooi, als je je kind op natuurlijke wijze kunt voeden. Prachtig! Als het lukt, is het een hele mooie manier om je kind te voorzien van voedingsstoffen, en zo verder. Maar laat het aan de individuele vrouw zelf over om te beslissen hier over, zonder daar een waardeoordeel aan te verbinden. Sommige vrouwen vinden het heel verdrietig als borstvoeding geven niet lukt; die zitten echt niet er op te wachten dat iemand hen vertelt hoe veel liefde hun kindje tekort zou komen door het staken van poging vierhonderdzevenendertig. Sommige vrouwen kunnen geen borstvoeding geven: die vinden dat misschien ook al jammer genoeg. En dan zijn er ook talloze vrouwen die geen borstvoeding willen geven, en ook dat moet mogen.

    Want gelukkig zijn we al heel lang baas over eigen lichaam. Toch? Als je dit soort uitspraken hoort, zou je denken van niet. Als er zo wordt ingehamerd op het schuldgevoel van de nieuwe moeder, is dat op zijn zachtst gezegd zeer kwalijk. Ik hoop dat het bericht niet waar blijkt te zijn. Maar als het wel waar blijkt te zijn: Hoe veel vrouwen zijn dan al op die manier voorgelicht? Hoe veel vrouwen zouden die voorlichtingsbijeenkomst uitgelopen zijn, met een gevoel tekort te zullen schieten, als borstvoeding niet lukt?

    Gelukkig zijn er ook aan de pro-borstvoedingskant genoeg geluiden van verontwaardiging te horen, naar aanleiding van deze “rel”. Gelukkig ook van moeders die pro borstvoeding zijn, maar vooral ook pro eigen keuze. Zo zou het moeten zijn: iedere vrouw doet wat voor haar goed voelt, laat zich op neutrale wijze informeren over de voors en tegens van borst- én flesvoeding, en maakt dan op basis van haar eigen ervaringen en omstandigheden een keuze. Vrij van enig schuldgevoel dat haar aangepraat wordt, als ze nietsvermoedend naar een voorlichtingsavond gaat.

    Baas in eigen borst!

    Bron: http://www.gooieneemlander.nl/regionaal/gooivechtstreek/article27302547.ece/Borstvoedingsmaffia?lref=SL_1

    Hoe het echt is om een moeder te zijn!

    moedeMoeder zijn is in het begin vooral pijnlijk, maar dat fysieke deel houdt gelukkig meestal op, (een tijdje) na de bevalling. Daarna is het vooral mooi, prachtig, zwaar en grappig, onzeker makend, verwarrend, angstaanjagend en tegelijkertijd het mooiste ooit, uitdagend maar ook vervullend. Moeders zijn nooit zonder zorgen. Of het nu kleine zorgen zijn, of grote. Moeders dragen hun kind, letterlijk en figuurlijk. Moeders stoppen pas met zich zorgen maken om hun kind(eren), op het moment dat ze hun laatste adem uitblazen, en gaan waarschijnlijk zelfs daarna nog door, vanuit het hiernamaals.

    Vragen
    Moeders stellen vooral veel vragen: Hoe was je dag? wil je een kusje er op? Waar heb je dat kraaltje precies ingeduwd? Waarom heb je op de muur getekend? Wil je dat ik je help met je huiswerk? Waarom zou mama nou haar telefoon in de koelkast hebben gelegd? Zal ik de juf dan vragen of dat kan? Waarom heb je de rol toiletpapier helemaal uitgerold en om je bed heen gespannen? Sta je op? Sta je nu dan op? Kom je nu echt uit bed? Je weet dat ik van je hou, toch?
    Maar meer nog, beantwoorden moeders dagelijks honderden vragen. Over de gekste dingen. Van waarom de aarde draait, of rond is, tot waarom een pleister nodig is, of niet, waarom iets niet mag (een keer of dertig per dag) waarom de verf nog niet droog is, waarom die jongen haar plaagt, waarom de juf hem niet begrijpt, waar kinderen vandaan komen, waarom in je neus peuteren in het openbaar niet netjes is, waarom je goed moet eten, en zo verder (en verder, en verder, en verder…)

    Moeders. Het zijn net echte mensen.
    Moeders slapen vaak licht. Worden wakker zodra het alarmerende MAMAAAA uit de naastgelegen kamer klinkt. Moeders offeren zich op, gaan mee in het ritme, zouden hun leven in een seconde geven voor hun kind. Moeders lachen, huilen, kunnen leugens ruiken en boze dromen verjagen. Moeders pakken aan, nemen uit handen, vangen op, rapen op, verlenen eerste hulp, leren schrijven, leren lezen, leren rekenen, en proberen te leren los te laten. Moeders proberen de andere kant op te kijken en hun kind zelf fouten te laten maken. Moeders vergoelijken, vergeten, vergeven en verwijten bij momenten ook. Het zijn net echte mensen.

    Strenge moeder
    En het strengst zijn moeders niet voor hun kinderen, maar voor zichzelf. Doe ik het goed? Help ik mijn kind goed genoeg? Help ik mijn kind niet te veel? Geef ik hem of haar genoeg aandacht, of te veel? Stimuleer ik hem of haar genoeg, of moet ik hem of haar wat meer loslaten? Praat ik genoeg met de juf en de moeders op het schoolplein? Moet ik nu wel of niet ondersteunen bij de voorbereiding voor de Cito toets? Moet ik nu wel of niet iets zeggen tegen dat kind dat mijn kind pest? Moet ik wel of niet zorgen voor extra begeleiding? Geef ik nu te veel of te weinig cadeau’s, zakgeld, kleding, eten? Moet ik mijn kind nu al inschrijven voor die school, of ben ik dan beschamend vroeg? Maar als ik wacht, ben ik dan niet asociaal laat? Hoe pakken andere moeders dit aan? Vragen andere moeders wel eens om hulp? Ben ik een slechte moeder, nu ik na zeven nachten met amper slaap mijn kind een nachtje naar oma breng? Gaat mijn kind te veel naar de opvang? Of houd ik het te veel thuis? Knuffel ik mijn kind te weinig, of knuffel ik het te veel? Geef ik mijn kind genoeg complimenten of te weinig?

    Snikken boven de babykleertjes
    Het is het zwaarste wat er is, en het mooist. Het verschuiven van je eigen belang voor het belang van je kind gaat vanzelf, vanaf de eerste dag. Vanaf het moment dat je een kind hebt ga je shoppen voor jezelf en kom je terug met een zak vol kleren voor je kind, ga je een dagje weg voor jezelf en denk je de hele dag aan je kind, ga je werken met plezier, maar ga je met nog meer plezier daarna je kind weer ophalen. Ruik je aan babyhaartjes, gewoon, omdat ze zo lekker ruiken. Mis je de babytijd als die voorbij is, hoe zwaar die ook was. Sta je te slikken en te snikken bij het weg doen van babykleertjes, huil je bijna mee als de lievelingsknuffel kwijt is geraakt, loop je met een brok in je keel weg als je je kind voor de eerste keer naar de opvang, peuterspeelzaal of school brengt. Waar je vroeger nog met droge ogen kon kijken naar geboortes op televisie, schiet je nu vol. Het moederschap verandert je leven compleet, en het houdt je constant een spiegel voor. Ook als wat je in die spiegel ziet, confronterend of niet fijn is. Het maakt je zwakke plekken zwakker en je sterke punten krachtiger. Wie aan je kind komt, maakt de leeuwin in je los, waarvan je vroeger het bestaan misschien niet eens kende.

    Achtbaan
    Het is nooit voorspelbaar, geen dag hetzelfde, en hoe zeer je ook probeert alles te plannen, het loopt altijd net iets anders dan je had gedacht. Je hebt de rest van je leven vierentwintiguursdienst, zelfs als ze de deur uit zijn. Alsof het moederschap een achtbaan is: beangstigend, en net als je denkt “Waar ben ik aan begonnen?” wordt het weer zo leuk dat je zelf weer zo blij wordt als een kind. Je wordt aanbeden, op handen gedragen, weggeduwd en terug geroepen. En hoe vermoeiend en verwarrend het ook allemaal lijkt te zijn; het gaat precies zoals het moet.

    PS: De naam moeder kan overal vervangen worden door vader, behalve dan wat betreft de bevalling.

    De Kolfoorlog: Moeders, ga van Verloedering naar Verzustering!

    Zo gemakkelijk hebben vrouwen het niet, wanneer ze plotseling hun maatje 38 in moeten ruilen voor een extra flexibele zwangerschapsbroek. Met het verlies van hun taille worden ze plotseling onderworpen aan een heel aantal uitdagingen, om precies te zijn vanaf het moment dat het tweede streepje op de zwangerschapstest kleur bekent. Tussen dat moment en het ontvangen van de Blije Doos (wat ik overigens een behoorlijk sadistische naam vind, want zo blij is een doos doorgaans niet, na een bevalling), komen vrouwen voor een fiks aantal keuzes te staan. Zoals: wat gaat ze met haar werk doen? Gaat ze fulltime, parttime of helemaal niet meer buitenshuis werken? Voor kinderopvang moet ze haar nog niet bestaande embryo in sommige steden al inschrijven nog voordat ze overweegt te stoppen met de pil, dus er moet een heleboel nagedacht worden. Al aan het kraambed in het ziekenhuis staat de – duidelijk door de borstvoedingsmaffia geïndoctrineerde – verpleegster te pleiten voor borstvoeding, als antwoord op haar simpele verzoek voor een flesje bijvoeding, bij gebrek aan toeschietende tepels, of omdat haar baby van de honger de ramen bijna doet barsten.

    Moeders kunnen het in feite nooit goed doen. Met het uitbreiden van de rechten van de vrouw zijn ook een aantal obstakels tevoorschijn gekomen. Want: Als ze thuis blijft nadat het kind gebaard is, zoals vroeger zo normaal was, is ze plots de paria van de maatschappij, denkt men dat ze de hele dag op hun achterwerk zit te oefenen voor beroepsmatig neuspeuteraar. Als ze weer fulltime gaat werken, zegt men dat je er geen kind ‘bij neemt’, dat ze het zelf moet opvoeden, krijgt ze te horen dat haar kind verpest zal zijn voordat het zijn eerste woordjes kan zeggen, en vertrekt ze ’s ochtends met een luiertas vol schuldgevoel naar haar werk. Als ze parttime gaat werken, krijgt ze van sommige werkgevers duidelijke signalen dat ze niet echt meer mee telt, want ja, op donderdag en vrijdag gebeurt ‘alles’ en tja, toen was je er niet!
    Maar de moederverloedering gaat verder dan dat. Degenen die nog het hardste oordelen, zijn – heel verrassend – de moeders zelf. Ze bekijken elkaar uitgebreid, uiteraard via hun smartphones, met social media apps. Dat doen ze zodanig, omdat ze geen tijd meer hebben voor ouderwetse bakjes koffie met elkaar, dus bespieden ze elkaar publiekelijk op Facebook, Twitter en zo verder, om te zien hoe die ander het doet. Goh, zij heeft al kind nummer drie gekregen, die komt tot haar tachtigste niet meer toe aan zichzelf, fluisteren ze dan.

    Op enig moment bezwijkt de moeder onder de groepsdruk. Al tijdens haar zwangerschap krijgt ze het zwaar te verduren, met ongevraagde opmerkingen over haar figuur, vragen over wanneer ze moet ´werpen´, afkeurende blikken op het wel of niet thuis bevallen. Vrouwen vinden het vooral leuk om de nieuwe aanstaande moeder bang te maken voor haar bevalling, door de meest gruwelijke horrorverhalen aan haar op te dringen. Wanneer ze zien hoe de aangeslagen zwangere zich staat te bedenken over een keizersnede, sussen ze haar met het feit dat moeder natuur er voor gezorgd heeft, dat je het daarna zó vergeten bent. Het kiezen van een matras voor de baby kan ook al tot een zenuwinzinking leiden, want al leek die commerciële, luchtdoorlatende matras heel veilig in verband met de wiegendood, wanneer de kraamhulp haar intrede doet krijgt de matras al gauw een enkele reis richting grof vuil. Wanneer er een kruik gaat lekken verbrandt het kind levend. Dat had de verkoper er niet bij vermeld tijdens het verkooppraatje.

    Maar ook na de bevalling maken vrouwen het elkaar niet gemakkelijk. Ze plaatsen enkel en alleen de aller liefste foto’s van hun kleuters, peuters en baby’s op Facebook en Twitter, voorzien van hartjes en smiley´s en kijk-ons-toch-eens-perfect-zijn foto’s. Vrouwen die binnen drie weken na de lancering van Kind 2.0 hun oude figuur weer terug hebben, worden acuut ontvriend op Facebook. Trouwens, voordat ze die foto nemen van hun baby, die ondertussen al bijna lasogen krijgt van al die flitsen, schuiven ze alle troep en zooi even met één voet aan de kant, zodat de kamer op de achtergrond ook al netjes opgeruimd lijkt. Het sliertje Nutrilon spuug in het haar is dankzij Photoshop ook geen obstakel meer, dat poetsen ze zo weg. Wat overigens wel zo handig is voor moeders met licht hypochondrische neigingen zoals ondergetekende; op Facebook razen de griepgolven `live´ door je tijdlijn, dus kun je precies bijhouden welke kinderen ziek zijn en dus tijdens de besmettelijke periode gemeden moeten worden.
    “Slaapt die van jou nog niet door?” vragen sommige etterbaksters al na drie weken aan de kersverse moeder, waar na deze zich door de (hor)monstrueuze kraamtranen heen worstelt om zich daarbij ook nog eens af te vragen of haar kind al zou horen door te slapen dan, en zo ja, wat zij in godsnaam mis doet, waardoor haar baby zes keer per nacht om een voeding jammert.

    We pochen wat af op de social media: Uiteraard kleden we ons wonderkind in dure merkkleding van Gaastra, Hilfiger en weet ik wat nog, puur voor de foto, daarna mag hij zich weer lekker vuil en vadsig maken in de modder met een Zeeman jeans. (Die Zeeman en Wibra broeken zijn overigens de meest degelijke, goedkope en leuke broeken die ik ken voor kinderen. Niet kapot te krijgen.) Uiteraard kan onze baby van 4 maanden al zelf hardop zijn Nijntje boekjes lezen, want bijna al onze kinderen zijn tegenwoordig Hoogbegaafd, of erger nog, Hoogsensitief, want hij keek zo lang naar die hoek van de kamer, dat moet wel de geest van overleden tante Marie zijn geweest.

    De binnenspeeltuinen schieten als paddenstoelen uit de grond, want waar onze ouders het vroeger volkomen normaal vonden om gewoon absoluut helemaal nergens naar toe te gaan in het weekend, gaan werkende moeders gebukt onder zo’n schuldgevoel, dat ze dit in het weekend menen te moeten compenseren. Waardoor onze kinderen natuurlijk weer pedagogisch onverantwoord compleet overprikkeld worden met een overdaad aan krijsende kinderen, kleuren, kabaal en onhygiënische ballenbakken.
    Dan worden daar van natuurlijk meteen foto’s van op Facebook geplant, wordt online ingecheckt bij de desbetreffende speeltuin, gevolgd door een voldaan gevoel; het kind heeft plezier, de hele wereld weet er van. Andere moeders reageren dan weer op die foto’s, “Wat leuk, dat bloesje had Noah vorig jaar ook!” (met andere woorden, je kleedt je kind in de mode van vorig jaar) of “Oh, daar zijn wij ook al heel vaak geweest!” (Vertaling: Ontdek je die speeltuin echt nu pas?) en meer van dat soort opmerkingen, waarmee de andere ouder zichzelf weer even beter wil voelen door aan te geven hoe actief zij zijn met hun kleintje.
    Hoewel ik als werkende moeder, met een vorm van social media verslaving (ik krijg sms’jes van vriendinnen als ik een dag geen status op Facebook heb gezet; of ik ziek ben?), eerlijk toe geef volop mee te doen met de moederverloedering, vind ik toch dat deze tot een einde moet komen. Of er moet in elk geval ook een tegengeluid komen. Meer eerlijkheid en openheid. Moeders (inclusief ondergetekende, overigens) moeten voor eens en voor altijd stoppen met dat (ver)oordelen van andere moeders, en dan ook meteen maar kappen met dat knagende schuldgevoel, of ze nu thuis werken of buitenshuis. We maken het onszelf veel te moeilijk, met ons perfectionisme, ons openlijke gluurgedrag en ons kijk-mij-nou-gedoe.

    Al tijdens de zwangerschap worden we bedolven onder goedbedoelde, ongevraagde adviezen, waar we ons meestal alleen nog slechter door voelen. Als we dan gaan werken zitten we in de auto met de fopspeen in de mond en de laptop op de bijrijderstoel, als een idioot gassend door de woonwijk. Maar dat mag dan zogenaamd, want we hebben natuurlijk de allerduurste, aller veiligste autostoel inclusief mini airbags voor onze junior gekocht. Hem zal niets gebeuren.

    Die verloedering moet omslaan in verbroedering, of in het geval van moeders, Verzustering. Het Kind mag zich ook heus wel eens een dagje vervelen in het weekend; juist dan spelen ze het hardst met hun bergen speelgoed, de kat, de hond of hun tenen. Kinderen hebben helemaal niet zo veel nodig. Onze dochter kan zichzelf een uur amuseren met een Tupperware bakje, wat water en een lepel. Doet ze alsof ze de kater te eten geeft. En de kater blijft trouw zitten, wachtend tot er misschien eens wel iets interessants zijn kant op komt. Kinderen zijn gewoon al blij dat ze in je buurt vertoeven. Zeker als hun ouders eens niet zo gestrest zijn.

    De afgelopen maanden heb ik geëxperimenteerd met wat ik het ´nieuwe delen´ noem. Het werkt vrij simpel. Je doet het tegenovergestelde van wat de meesten doen (`Hele huis gepoetst, met ukkie naar speeltuin geweest, geweldige kleren gekocht´); Je deelt niet langer alleen de positieve kanten van je leven in je digitale vriendenkring, maar gooit er ook eens een minder florissante status tussen. ´Vandaag kom ik serieus behang tekort hier thuis.´ bijvoorbeeld. Of: ´Ik heb besloten vandaag helemaal niets te doen en op mijn luie reet te zitten. Dan maar een goed genoeg moeder.´ De reacties die daarop binnen stromen zijn verfrissend, eerlijk, een zucht van verademing lijkt door je digitale tijdlijn te gaan. Als het startschot is gegeven, komt er geen eind aan de ontboezemingen, zo lijkt het wel. Eindelijk, eindelijk hoeven we niet meer te doen alsof alles perfect is. Andere moeders reageren met ´Die van mij was een draak deze week!´ of met ´Ik ben zo blij dat ik de enige niet ben. Heb geen behang meer over.´
    Over vaders hoor je trouwens wat minder na de gezinsuitbreiding; voor hen verandert er schijnbaar verrassend weinig met de komst van een kleintje. Weinig vaders die tegen mij klagen, dat ze zich moeten verantwoorden voor hun fulltime baan. Niemand die fronst als een vader fulltime blijft werken na het ouder worden. Maar er zijn (gelukkig!) steeds meer moderne kerels om me heen die een papadag hebben in de week; hoe meer hoe beter! Om de druk van de moderne vrouw af te halen, heb je vooral ook meer moderne mannen nodig. Hoe meer moderne vaders, des te meer keuze vrijheid voor hun vrouwen. Zeker nu de kinderopvang steeds duurder wordt. Moderne moeders kunnen alleen goed gedijen bij moderne vaders (of een andere moderne moeder als partner, dat is mij om het even).

    Ik hoop dan ook dat er over vijf jaar steeds meer vaders op de Facebook tijdlijn actief zullen zijn. “Gebadderd met Stijn Junior, zo naar kinderboerderij, daarna een potje voetballen.” En dan een hoop andere vaders die dat vind-ik-leuken, en daarop informeren of Stijn al hersteld is van zijn griepje, want dan komen zij ook even langs. Potje bier doen.

    Wat niemand zegt over bevallen

    Alle vrouwen die bevallen zijn, dragen een collectief geheim met zich mee. Het geheim, dat kennen mannen niet. Ze zullen het ook nooit kennen. Misschien weten ze het wel, of proberen ze het te begrijpen, maar als ze het echt zouden kennen zouden ze massaal naar hun moeder gaan om haar te bedanken.
    Er zijn veel verhalen over bevallen. De meeste gaan over het lichamelijke aspect, want laten we wel wezen: het is ook nog al wat. Je laat een mens in je buik groeien, en als het af is, laat je het er uit. Het klinkt als een soort sciencefiction filmscript, als je er over na gaat denken. Puur feitelijk gezien is het ook een bizar gegeven, ook al is het de reden van ieders bestaan.

    Waar minder op in wordt gegaan is de andere kant van bevallen. En dan bedoel ik niet het “ik lag met dolfijnengeboortemuziek in bad en nam zelf mijn kind aan” gedoe.
    Je zult, behalve op je laatste levensdag, nooit dichter komen bij de dood, dan bij een geboorte. Wat er met je gebeurt wanneer je gaat bevallen, is dat je in een soort isolement terecht komt, wat veel vrouwen “je eigen wereld” noemen. Je isoleert je totaal van de buitenwereld, omdat je al je kracht nodig hebt voor de wereld die in je lijf leeft. Je lichaam gaat iets ongekends doen en zowel je lichaam als je geest moeten zich samen spannen, als een vuist, om de allerzwaarste inspanning te leveren. Ik merkte het zelf ook tijdens mijn bevalling. Ik sloot me af, sloot me op in mijn eigen lijf.

    Je bent nooit kwetsbaarder dan wanneer je aan het bevallen bent. Je lichaam neemt het van je over en begint met bevallen, of je er nu klaar voor bent of niet. Vergelijk het met een python achtbaan die begint te rijden terwijl je nog niet zeker weet of je beveiliging goed vast zit. Om te bevallen moet je alle controle loslaten. Alle besef van tijd ook. Je moet alles laten gaan en je concentreren op je taak; want iets anders is er niet. Je hebt amper controle over je eigen stem, over je hartslag, ademhaling. En of je nu wil of niet, je lichaam gaat verder. Het blijft een wonder. Op het moment dat je als vrouw voor de eerste (of enige) keer moeder wordt, staat de tijd stil. Je neemt daar ter plekke afscheid van de vrouw die je daarvoor was. Misschien niet bewust, op dat moment. Want vaak weet je nog niet welke gevoelens, zorgen en blijdschap je te wachten staat. Dat kindje dat op je buik wordt gelegd na het bevallen, dat is je nieuwe leven. Vanaf dat moment ben je moeder, en ziet je prioriteiten pakket er voor altijd anders uit. Zoals mijn vriendin een keer zei: “Het zorgeloze leven is voorbij op het moment dat je moeder wordt.” En niets is minder waar dan dat.

    De stille seconden waarin ik besefte dat mijn kind geboren was, die paar seconden voor haar eerste geluidje, ging de wereld weer open. Waar ben ik? dacht ik even. Alsof ik uit een diepe slaap wakker werd. Hoe laat het was wist ik niet, hoe lang ik er over gedaan had ook niet. Wat mijn lichaam had gedaan, ook daar van had ik geen idee. Ik werd alleen overmeesterd door een – nooit eerder zo gevoeld – gevoel van respect voor mijn lijf. Dat het zulk natuurgeweld had aangekund.

    En op het moment dat je kind op je buik wordt gelegd, wordt alles duidelijk. Dan ben je moeder. Onwennig wel nog. Onzeker ook. Als moeder word je constant met je eigen kwetsbaarheid en onzekerheid geconfronteerd. Maar ook dat zal wennen. De gordijnen gaan open, je bent niet meer alleen, het isolement ebt weg uit je lijf, via je benen. Je hoort weer stemmen, je voelt eens voorzichtig aan de vingertjes van je kind, en daar begint dan langzaam de tocht die de verdere rest van je leven zal duren: het leren kennen van je kind, het leren leven met de zorgen en het ervaren van een onvoorwaardelijke liefde, die dieper gaat dan welk ander gevoel dan ook.