Tagarchief: auto

Burn-out is voor people-pleasers die geen prioriteiten kunnen stellen

Chrisje
“Burn-out is voor people pleasers die geen prioriteiten kunnen stellen.”

Mensen met een burn-out komen vaak met één harde klap tot stilstand. Als een auto waar te lang niet mee getankt werd: opeens is de brandstof op. Het is acuut: opeens kun je nergens meer naar toe, totdat op zijn minst de energie wordt aangevuld.

Op het moment dat het mij overkwam, gebeurde precies dat. Mijn breinkneuzing, noem ik het wel eens gekscherend. Maar in feite is dit geen grapje, want zo heb ik het echt ervaren: alsof mijn brein gekneusd was. Ik had al een paar dagen een forse hoofdpijn en last van duizeligheid, toen mijn benzinetank definitief leeg bleek te zijn. Ik wankelde ook al een paar dagen letterlijk op mijn benen: ik moest soms letterlijk houvast zoeken: tafels, stoelen en muren om tegen te leunen – om overeind te blijven staan. Een hele vreemde gewaarwording, waar ik op dat moment totaal niets van begreep: dit had ik nog nooit meegemaakt.

Opeens was de tank leeg. Prompt viel al mijn jarenlang geoefend, sociaal wenselijk gedrag weg. Ik kon letterlijk niet meer op mijn benen blijven staan, geen vraag meer beantwoorden.

En dan zit je thuis, met je goede gedrag
Dus daar zat ik dan, met mijn goede gedrag: thuis, volkomen overstuur. Ik had geen idee wat ik moest doen. Ik zag het leven overigens wel nog zitten; depressief heb ik me niet gevoeld. Sterker nog, ik leef echt graag. Ik hou van het leven. En ik hou van mensen. Sterker nog; ik leef zo graag en hou zo van mensen, dat ik mede daardoor burn-out raakte. Ik ben van nature een positief, vrolijk en energiek mens. Hoe kwam ik dan in vredesnaam opeens thuis te zitten? Hoe kon het dat ik in een klap van moeiteloos multi-tasken naar volledig opgebrand op de bank was gegaan?

Hoe kon het dat ik – als liefhebber van mensen – opeens totaal geen mensen meer kon verdragen?

Ik begreep er werkelijk helemaal niets van. Ik probeerde naar de supermarkt te gaan, maar alleen al het licht, de geluiden en de mensen: allemaal te veel. Ik was letterlijk bang, puur omdat mensen met me zouden kunnen komen praten. Ik voelde me de eerste tijd constant opgejaagd, alsof ik elk moment een marathon moest gaan rennen en in de startblokken stond, vol adrenaline.

Prioriteiten en assertiviteit
Mensen die een burn-out krijgen, werken vaak te hard aan de verkeerde dingen, voelen zich te verantwoordelijk voor problemen (of mensen) waar ze helemaal niet verantwoordelijk voor zijn. Mezelf meegerekend zijn mensen die een burn-out krijgen stuk voor stuk te harde werkers met een te groot verantwoordelijkheidsbesef.

Peoplepleasers dus, die twee essentiële eigenschappen missen: prioriteiten kunnen stellen en assertiviteit.

Mensen die voor zichzelf op komen en prioriteiten kunnen stellen, raken niet (zo snel) burn-out als mensen die dat nog niet geleerd hebben. Een burn-out kan dan wel getriggerd worden door grote gebeurtenissen, zoals echtscheiding, verhuizing, verlies van een naaste of het verkeerde beroep, maar als je geen prioriteiten leert stellen en geen nee leert te zeggen, heb je – ook na het verwerken van deze gebeurtenissen – grote kans op een terugval.

Spiegel
Mensen geven altijd liever anderen de schuld van hun problemen. Dat is menselijk, want je eigen probleem onder ogen zien is niet zo gemakkelijk en voelt heel onprettig. Dus geef je eerst liever zo lang mogelijk een ander de schuld. Naar een ander kijk je gemakkelijker dan naar jezelf. Dat heb ik overigens wel gedaan – letterlijk. Ik stond op de badkamer en keek voor het eerst sinds lange tijd écht naar mezelf in de spiegel.

Daar stond ik dan, en ik keek naar mij. Het beviel me maar niets wat ik daar zag. Ik was bleek, zag er vermoeid uit en mijn lach was weg. Mijn schouders waren gespannen. ´Zo wil ik niet meer zijn,´ zei ik hardop tegen mezelf.

Ik wilde ook niet meer zo zijn.
Ik wilde niet meer met een masker op leven: overal ja op zeggen, omdat mensen me anders niet meer aardig zouden vinden. Ik wilde niet langer dingen doen omdat ik dacht dat ´men´ dat verwachtte. Ik had letterlijk geen enkele energie meer over om nog maar een seconde langer te doen alsof.

Eerlijk
Als mensen me vroegen hoe het met me ging, zei ik eerlijk dat het niet goed met me ging. Dat is eng, maar ook verfrissend. Mensen reageerden helemaal niet negatief, waar ik altijd zo bang voor was geweest, als ik echt mezelf zou zijn. Integendeel zelfs. Ze gaven me opeens een knuffel, lieten inlevingsvermogen zien, boden me hun hulp aan of vertelden me dat zij dit ook hadden meegemaakt – of nog mee maakten. Dat bood ontzettend veel troost: weten dat je niet de enige bent.

Doordat ik geen kracht meer had om te doen alsof, deden anderen dat plots ook niet meer.

Als je letterlijk niets meer kunt, terwijl je al je hele leven gedacht hebt dat mensen met je omgaan vanwege de dingen die je doet, kom je er achter wie in je leven is vanwege wie je bent. Als je niemand meer kunt helpen, komen de mensen die echt om je geven vanzelf naar jou toe, om je te steunen. Dat was een nieuwe, maar ook ontroerende ervaring voor me. Plotseling bleek dat mijn vrienden onvoorwaardelijk in mijn leven zijn, zelfs als ik helemaal niets behalve mijn aanwezigheid te bieden heb. Zelfs als ik niets kan doen, behalve er bij zitten. En zelfs ook als ik dat niet eens kan. Dat ik er ben is voor hen genoeg. Het besef dat ik al die jaren keihard gewerkt had voor iets wat helemaal niet nodig was, kwam hard binnen.

Waarom dacht ik altijd dat ik dingen moest doen in ruil voor aardig gevonden worden?

Waarom moest ik altijd zo veel van mezelf? Waarom legde ik die lat altijd zo hoog dat ik er niet bij kon? Waarom was goed niet goed genoeg?

Voor en sinds: de positieve kant van een burn-out
Mijn leven is sinds de burn-out drastisch aan het veranderen, in de positieve zin. Ik ben nog steeds een vrouw, moeder, vriendin, schrijfster en werknemer. Voor mijn burn-out stond ik midden in het leven en ontmoette ik heel veel mensen, wiens problemen ik probeerde op te lossen in ruil voor hun vriendschap of waardering.
Sinds mijn burn-out stopte dat voor-wat-hoort-wat-gedrag, maar er kwam iets mooiers voor in de plaats: ik ontmoette mezelf en ging eindelijk met mijn eigen problemen aan de slag. Voor mijn burn-out had ik altijd heel veel mensen en drukte om me heen omdat ik lief en zorgzaam was: sinds mijn burn-out zoek ik meer de stilte op, ben ik bevriend geraakt met mezelf en zorg ik beter voor mij.

Vroeger steunde ik altijd alles en iedereen: nu heb ik steun durven terug vragen en accepteren.

Dat is een van de lessen die ik geleerd heb door mijn burn-out: dat zorgen voor anderen geen must is – dat kunnen ze doorgaans zelf prima! – en dat steun bieden geen eenrichtingsverkeer is; je mag het ook terug vragen. Mijn burn-out is dus zeker ook positief, ook al voelt mijn gekneusde brein niet bepaald prettig. Daarmee komt het wel goed, maar het is nog niet wat het moest zijn: mijn concentratie, geheugen en energie hebben een flinke tik gekregen.

Doordat ik beperkte energie heb, werd ik gedwongen prioriteiten te leren stellen: ik kijk dag voor dag wat ik kan én wil doen, en met wie.

Om te eindigen met die auto langs de kant van de weg: iedere dag kijk ik even op mijn dashboard hoe het er voor staat met de brandstof: sommige dagen kan ik halverwege de dag nog maar vijf kilometer, sommige dagen twintig. Daar pas ik mijn dag op aan. Veel verder dan vandaag kijk ik niet meer vooruit: wie iets met me wil plannen mag dat proberen, maar het is altijd onder voorbehoud. Dat heeft ook met eerlijkheid te maken: ik weet vandaag immers nog niet hoe veel brandstof ik morgen heb.

Ik denk dat ik dat dashboard controleren maar blijf doen voortaan, zodat ik nooit meer leeg en zonder brandstof langs de weg beland.

Advertenties

Worden we Dom-Dom van de Tom-Tom?

navigation-car-drive-road-largeOp nu.nl bij de rubriek opmerkelijk las ik dat een vrouw in Wijhe haar navigatiesysteem gevolgd was: het water in wel te verstaan. Volgens de navigatie moest er een veerpont aan de oever liggen, maar die was toevallig even aan de overkant. Veerponden doen dat nog wel eens, wegens hun enige doel in het leven. De vrouw negeerde de stoptekens natuurlijk, want als de navigatie zegt dat daar een veerpont ligt, dan ligt het daar toch, toch? 

Toch niet. De vrouw raakte met haar vrouw te water en kon gelukkig zonder verwondingen uit het water gehaald worden.  Dit gezegd hebbende rijst bij mij de vraag: worden we Dom-Dom van de Tom-Tom? Als ik heel eerlijk naar mezelf kijk (en dat doe ik niet graag, zoals jullie weten), dan moet ik daar toch ja op antwoorden. Mensen zoals ik worden inderdaad een beetje Dom-Dom van de Tom-Tom.

Ik kan die vrouw nu wel heel gemakkelijk helemaal er door halen, maar zelf ben ik ook niet bepaald intelligenter geworden door het gebruik van mijn navigatie. Ik snap het wel hoor, dat mensen een rivier in rijden, of een struik, of opeens op een busbaan belanden. Dat zijn namelijk mensen zoals ik, met de unieke combinatie van een compleet gebrek aan oriëntatievermogen en een te groot vertrouwen in de navigatie.

Zo reed ik laatst – blind vertrouwend op mijn navigatie systeempje – de snelweg af, in de stad waar ik moest zijn. Ik volgde de navigatie, ook al leek het af en toe alsof ik door een veld reed en leek mijn allerliefste Tom-Tom ook niet te weten dat deze nieuwe weg was gelegd, reed naar rechts, reed nog eens naar rechts.
Zelfs toen de Tom-Tom mevrouw begon te stotteren en haperen, bleef ik precies doen wat ze me vertelde. Keer-hier-om-oh-nee-ga-naar-rechts-sla-rechtsaf-probeer-om-te-draaien. Als je een beetje ADD hebt en het richtingsgevoel van een stoeptegel, zoals ik, dan doe je nu eenmaal wat die mevrouw zegt. Ook als het nergens op slaat.

En zo zag ik mezelf opeens een oprit naar de snelweg op rijden, de compleet tegenovergestelde richting uit. “Wat doe je nu? Ik ben terug naar huis aan het rijden!” gilde ik tegen de mevrouw van de Tom-Tom. Ze zei daarop “Probeer om te draaien.” Dat was het moment waarop ik besloot haar advies maar eens niet al te serieus te gaan nemen, want omkeren midden op de snelweg lijkt me nu niet zo veilig. 

Had die mevrouw van de auto bij het veerpont ook moeten doen eigenlijk. Vertrouwen op haar eigen zicht. Lesje voor de toekomst?

Second Love: Waarom ook veel mannen NIET voor een affaire kiezen

pexels-photo-12628-largeVrouwen zijn vaak in hun hoofd bezig met allerlei projecten. In het weekend, als er niet gewerkt hoeft te worden, komen er heel vaak allerlei leuke Projecten op in het hoofd van de vrouw.
Zoals bijvoorbeeld project Nieuwe Meubels, project Ruimere kast, of project Tuin Winterklaar maken. Project Kledingkast uitmesten en Oude Kleding Vervangen Door Nieuwe komt ook regelmatig voor.

Mannen zetten vaak in het weekend hun hoofd het liefst in rust stand. Na een week werken zijn ze blij als ze gewoon, Al Bundy style, een beetje kunnen chillen op de bank. Balletje trappen, beetje lezen of spelletjes spelen op de smartphone, dat soort dingen. Na een week waarin hun baas al met drie projecten aan hun bureau / werkplek stond, is het laatste waar mannen zin in hebben in het weekend: nog meer projecten.

Toch hebben vrouwen daar vaak wel zin in. Want laten we eerlijk zijn, zonder projecten is het leven niet leuk. Wij vrouwen willen ons graag nuttig voelen, willen resultaten zien. En daar hebben we soms ook onze mannen bij nodig. En dat hij na een week werken geen zin heeft in een twee uur durend slagveld in de plaatselijke Hornbach of Meubelzaak, nou, daar hebben we niet zo’n boodschap aan. Wij hebben ook gewerkt deze week, achter de kinderen aan gerend, het huis gepoetst en een ratrace gedaan van het zwembad naar de voetbalclub, dus: niet zeuren.

Dus mokt hij achter zijn Vrolijke Vrouw en kinderen aan door de Hornbach, waar hij zich in tegenstelling tot de reclame verre van Kamijajaajippiejippiejeej voelt, terwijl zijn vrouw de oren van zijn hoofd vraagt over soorten laminaat / behang / verf soort die al dan niet schadelijk is voor de luchtwegen. Hij loopt achteraan door de Ikea, waar hij gebroederlijk naar andere vaders met zijn ogen rolt, en kijkt om zich heen of er nog lekkere mokkels door de Ikea lopen. Als verzachting voor de pijn zeg maar, van die onverbiddelijke vrouw met een snor, die net haar winkelkar op zijn voet parkeerde.

En als ze dan terug rijden naar huis, hun auto volgeladen met praktische rotdingen waar hij straks weer iets mee moet, mogen ze ook nog eens niet stoppen bij de Kentucky, want e-nummers en suikers. Of zoiets. Langzaam begint hij uit te kijken naar maandag: misschien kan hij stiekem wel ergens een dutje doen, op het werk. Mijmerend denkt hij terug aan de tijd dat ze nog kinderloos waren; de tijd dat ze nog drie keer per week seks hadden in plaats van drie keer per jaar, de tijd dat hij nog meer haar / minder grijs haar had en meer testosteron, meer vrije tijd, minder projecten. Om de dag compleet te maken, werd hij vandaag getagd op Facebook als  geschikte deelnemer van Nationale Kale Koppendag, en al zijn Facebook vrienden lachten er om. Hij ook hoor. Maar dan wel als een kalende boer met kiespijn.

Veel tijd om daar over verdrietig te zijn krijgt hij echter niet. Want thuis gekomen moet hij aan de bak. Projecten uitvoeren, ondertussen poepluiers ontwijkend (“Ik kan dit nu niet uit mijn handen laten vallen schat!”), Ikea kasten met veel te veel schroefjes in elkaar schroeven, de hele dag een vloekbui onderdrukkend.

Aan het eind van de dag, als de kinderen in bed liggen, zijn vrouw tevreden zit te kijken naar het eindresultaat van het project van deze week, verwijdert hij de Kale Koppen tag van zijn Facebook tijdlijn en nestelt hij zich voor de televisie. Hij zoekt nog eens mijmerend op Schoolbank naar oud klasgenotes, uit een ver, minder grijs verleden, en kijkt geïnteresseerd op bij de reclame van “Second Love”, waarbij zijn vrouw altijd een zuur mondje trekt. “Ben jij gelukkig getrouwd? Ik ook.” zegt de zwoele vrouwenstem vanaf de televisie.

Vermoeid krabt hij aan zijn hoofd.
Second Love. Een tweede vrouw. Klinkt te mooi om waar te zijn. Nog meer projecten: veel te vermoeiend. Zacht valt hij weg in een fijn, rustig dutje; het eind van de dag kan hij wel afsluiten zoals hij hem had willen beginnen: Al Bundy style op de bank.

Aan die idioten die met 60 km per uur door de woonwijk scheuren.

Beste idioot,

Regelmatig zie ik je door mijn straat rijden. Soms ben je net 20, soms ben je al in de 40.

Ik weet het, je hebt haast.
Je hebt enorme, verschrikkelijke haast. Of je bent geboren met een veel te zware rechtervoet. Of je hebt een hele vette nieuwe auto. Of je wil gewoon heel stoer doen.

Wat je reden ook is om met minstens 60 kilometer per uur door de woonwijk te scheuren; ik snap het. Je bent jong, stoer, je wil niet onderdoen voor anderen. Of je bent ouder en hebt chronisch last van opgejaagdheid. Ik snap dat heus wel.

Maar denk eens even terug aan toen jij jong was. Als het goed is, heb je wel eens op straat gespeeld. Als het nog beter is, heb je dat heel vaak gedaan. Herinner je je het nog? Voetballen met je vrienden, beetje rondhangen, beetje fietsen, naar de speeltuin lopen en rond hangen met je vriendjes.

Een kind dat achter een geparkeerde auto uit komt, zie jij nooit aankomen met jouw snelheid. Laat staan dat je nog kunt ontwijken. Of op tijd remmen. Wil je dat echt, een moordenaar worden? Wil je echt een kind dood rijden? Nee? Waarom speel je dan Russische roulette met kinderlevens? Want dat doe je wel namelijk, met je ingetrapte gaspedaal.

Denk je dat het jou niet zal overkomen? Denk je dat jij goed genoeg overzicht hebt? Denk je dat jij wel snel genoeg kunt remmen? Denk dan eens opnieuw. Denk dan meteen ook even goed aan je neefje, nichtje, je eigen kind of de kinderen die je kent.

Denk aan hoe zij lekker in hun eigen wereldje zitten te spelen op de stoep.
De bal van een van de kindjes rolt de straat op. Hij gaat er snel achteraan en let niet op. En daar kom jij de bocht om, met je gaspedaal. Het kindje kijkt nog net op, voordat je het raakt met je auto. En dan -want jij bent het enige wat jou interesseert, toch?- is jouw leven opeens nooit meer hetzelfde. Om over het leven van zo’n kindje nog maar te zwijgen.

Dit is geen onmogelijk scenario, dit gebeurt heel vaak. En het kan jou ook overkomen. Tenzij je besluit je gaspedaal niet zo hard in te trappen in de bebouwde kom. Ook niet omdat je haast hebt. Ook niet omdat je boos bent op wie dan ook, en al helemaal niet omdat je stoer wil zijn.

De scholen zijn weer begonnen. Goed moment om met je hart te gaan rijden.

Ouders van kind (3) rijden weg zonder kind en merken dit pas op na 200 kilometer..

De Franse ouders van drie kinderen lieten hun dochtertje (3) achter op een rustplaats onderweg.

Het achtergebleven kindje werd opgevangen door voorbijgangers en kon alleen melden dat haar ouders, broertje en zusje waren weg gereden.

Toen de Franse politie via de radio een oproep deed, kwamen de ouders van het kind er achter en keerden ze terug om haar op te halen.
(Bron: NOS.nl)

Wat vind jij: ongelofelijk, of kun je je er iets bij voorstellen?

GEVANGEN IN EEN HETE OVEN

Vandaag begon als een mooie dag. We gingen naar buiten en daarna nog even snel om een boodschap. Ik had zin in de rest van de dag; meestal met dit mooie weer gaan we dan nog ergens naar een park, of naar een meer om te zwemmen, of iets anders leuks doen. Ik was er helemaal klaar voor.

Maar wat begon als een mooie dag, begint nu in snel tempo een nachtmerrie te worden. Ze moesten nog heel even een boodschap halen, zei ze tegen hem. Alleen een pak zout en een paar flessen frisdrank. Dus lieten ze me hier achter. Alleen. Opgesloten. Warm. Heet. De eerste minuten ging het nog wel een beetje; de auto staat in de schaduw en het raampje op een kier.

Maar ergens in de afgelopen minuten veranderde deze auto, waar ik me normaal zo fijn in voel, in een bakoven. Het wordt steeds warmer en ik voel me steeds ellendiger. Ik zweet enorm en krijg steeds minder lucht. Ik heb me nog nooit zo angstig en benauwd gevoeld. Ik kom er ook niet uit; ze hebben me opgesloten. Hoe konden ze dit nu doen?

Ik hoop telkens dat ik ze terug zie komen, maar ondertussen duurt het steeds langer en word ik steeds zwakker. Ik heb geroepen om hulp, maar ik heb er inmiddels geen lucht meer voor. Het voelt alsof iets heel hard mijn keel dicht knijpt.

Ze zouden maar een paar minuutjes weg blijven, zei ze. Dat heeft ze beloofd. Ik voel me zo opgesloten en alleen.. Ik wou dat ze me meegenomen hadden.
Het blijft maar duren. Ik ben bang dat het niet goed met me gaat aflopen; ik heb geen kracht meer om te roepen of te proberen te ontsnappen. Ik begrijp niet wat er met me gebeurt, maar ik zal maar gaan liggen. Ze zullen zo hopelijk wel komen.. hopelijk gaan we dan nog naar een park of naar een meer.

Maar eerst moet ik mijn ogen even sluiten. Het is gewoon te heet. Even maar….

De wensen van een moeder

Ik hoef geen liposuctie, ik ga wel meer bewegen voor mijn gezondheid.

Ik hoef geen grotere borsten, ik ben al dankbaar als ze gezond blijven.

Ik wil geen MILF zijn, ik wil een goede moeder zijn voor mijn kind.

Ik hoef geen fillers of botox, ik wil veel lachrimpels; de naam zegt waarom.

Ik hoef geen nep haar, ik wil het haar dat ik heb houden en koesteren: er zijn al zo veel vrouwen die daar een moord voor zouden doen.

Ik hoef geen torenhoge hakken: ik ben gewoon klein en dat is ook best fijn.

Ik hoef niet per se vijftig kilo te wegen: ik wil reserves hebben voor als ik eens ziek word.

Ik wil geen honger hoeven lijden voor een schoonheidsideaal of size zero. Marilyn Monroe was prachtig en had maat 42/44.

Ik wil niet super populair zijn: ik ben dankbaar voor en blij met de lieve vriendinnen die ik heb. Zij zijn mijn heldinnen, met wie ik lach en huil, en die ik zo bewonder. Liever vier goede vrienden dan duizend kennissen.

Ik hoef geen super spannend, avontuurlijk leven: ik wil dat mijn gezin, familie en vrienden gezond zijn en dat we samen gezellige dingen kunnen doen.

Ik hoef geen loterij te winnen (maar het zou wel leuk zijn 🙂 ), ik ben al blij als ik werk heb, houd en een boterham kan verdienen.

Ik hoef geen perfect kind, ik wil een gelukkig kind opvoeden, dat zich geaccepteerd voelt, inclusief de fouten die het zal maken.

Ik hoef geen dikke auto, ik ben blij met mijn veilige auto, die me heelhuids van A naar B brengt.

Natuurlijk zijn alle dingen hierboven (misschien) wel eens leuk, maar als je gaat kijken naar wat je nodig hebt, wordt je inventarisatie van geluk veel positiever.
Wie het kleine niet eert…